Page 10

Visbestand op vijvers van de Dijlevallei gewikt en gewogen

S

inds enkele jaren leveren het Agentschap voor Natuur en

Bos en de Vrienden van Hever­ leebos en Meerdaalwoud belang­ rijke inspanningen om de grote voormalige

viskweekvijvers

van

de zuidelijke Dijlevallei herin te richten

tot

heldere

en

water­

plantrijke plassen. Een belangrijk aandachtspunt bij het beheer, en bepalend voor het verschil tussen helder en troebel, is de samen­ stelling van het visbestand. Deze zomer bemonsterde het Instituut voor

Natuur- en

Bosonderzoek

het visbestand op alle grote plas­ sen, wat een heldere kijk op een troebele situatie opleverde ...

Vijverbeheer en opvolging In het themanummer 'Vijvers van de Dijle­ vallei' van de Boomklever (december 2006) werden de natuurdoelen, de inrichting en het beheer van de voormalige viskweekvijvers in d Dijlevallei uitgebreid toegelicht (Hendriks & De B ck r, 2006). Om de beoogde heldere, wat rplant nrijke pla n te realiser n, werd g opte rd voor een vijv rbeheer waarbij de vijv r om d vijf tot z v n jaar gedurende 35 maanden drooggezet worden. En rzijd be­ oogt m n met d droogzetting van de pla sen

88

De Boomklever - september 2007

de mineralisatie en inklinking van de sliblaag op de vijverbodem. Mineralisatie van de sliblaag leidt tot een verminderde nutriëntenbelasting in het vijversysteem. Inklinking zorgt ervoor dat waterplanten zich makkelijker kunnen vestigen, en dat bodemmateriaal minder snel in de water­ kolom wordt gesuspendeerd. Anderzijds, en zo mogelijk nog belangrijker (zeker bij het in beheer nemen van de vijvers), laat deze droogzetting toe om de vijvers af te vissen, met als doel het creëren van een even­ wichtig visbestand. De veelal hoge dominantie van planktivore vis (individuen kleiner dan 10 cm van bijna alle vissoorten) heeft namelijk tot gevolg dat de aanwezigheid van watervlooien, verantwoordelijk voor het onder controle hou­ den van de algengroei (Louette & Moreau, 2005), sterk wordt onderdrukt. De ermee vaak gepaard gaande aanwezigheid van bodemwoelende vis (voornamelijk grote Karper, Giebel en Brasem) verhoogt bovendien de kans op een troebele waterkolom door het in suspensie brengen van fijne bodemdeeltjes. Een bijkomende maatregel bij ecologisch vijverbeheer bestaat er dus in om het planktivore en bodemwoelende visbestand door gerichte afvissingen sterk terug te dringen, en piscivore vis te bepoten. Kleine Snoek (indi­ viduen kleiner dan 20 cm) is uitermate geschikt als predator, daar ze in staat zijn om een buiten­ sporige rekrutering van praktisch alle vissoorten te onderdrukken. Om de tot op heden uitgevoerde ingrepen op dit vlak te evalueren, en indien nodig gericht bij te sturen, bemonsterde het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek in augustus 2007 het visbestand in de grote voormalige viskweekvij­ vers van de zuidelijke Dijlevallei (foto 1). Deze opname kadert in een bredere meetcampagne, waarin het INBO de verschillende componenten van het aquatisch voedselweb opvolgt in de vij­ vers van Oud-Heverlee (OHN en OHZ), Lange­ rodevijver te Neerijse (NGB), het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode (SAR) en de zuidelijke vijver

De Boomklever September 2007  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever September 2007  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Advertisement