__MAIN_TEXT__

Page 17

,; j

Sprinkhanen en krekels in het Dijleland

D

it artikel bespreekt het voor­

Verspreiding van de

komen van sprinkhanen en

waarnemingen

krekels in het Dijleland tijdens de

De beste onderzochte gebieden van de streek bevin­

periode 2000-2006. Als basis wer­

den zich binnen een brede strook langs de Dijleval­

den de gegevens van de Vlaamse

ligt ten noordoosten van Leuven, met ondermeer de

werkgroep 'Saltabel' en het waar­ nemingearchief

van

de

Natuur­

studiegroep Dijleland (NSGD) ge­ bruikt. Het archief van het NSGD bevat voornamelijk waarnemingen van de jaren 2004-2006.

lei (tabel

1, figuur 1). Het beste onderzochte gebied

Kesselberg en Vlierbeek. Dit gebied herbergt met

16 soorten de grootste soortenrijkdom (figuur 1). Bijkomend werd in deze buurt, net voor de hier be­ schouwde periode, ook nog de Blauwvleugelsprink­ haan waargenomen

(1999, R. Guelinckx). Ook Leu­

ven en Heverlee zijn goed onderzocht. Uit het deel van Kessel- Lo ten zuiden van het Provinciaal Domein en de Abdij van V lierbeek bevinden zich geen waar­ nemingen in het archief. Andere vrij goed doorsnuf­ felde delen van het Dijleland zijn de Laanvallei en de zuidelijke Dijlevallei (Grootbroek, Florival, Pécrot), hoewel beide zones zeker nog potentie hebben voor meer ontdekkingen. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat het aantal waarnemingen van sprinkhanen en kre­

Inleiding

kels in en om het Rodebos relatief gering is in ver­ gelijking met het aantal waarnemingen van libellen

Onze inheemse sprinkhanen en krekels kunnen in

en lieveheersbeestjes in dit gebied. In Heverleebos

vijf groepen worden onderverdeeld: de doorntjes, de

en Meerdaalwoud werden wel relatief veel waarne­

veldsprinkhanen, de sabelsprinkhanen, de krekels en

mingen gedaan. Voor Heverleebos werden over het

de 'groep' van de veenmol. Van de 51 soorten sprink­

hele gebied verspreid waarnemingen doorgegeven.

hanen en krekels in België (zie

www.saltabel.org)

In Meerdaalwoud concentreren de waarnemingen

1875 met zekerheid 39 soorten waar­ genomen in V laanderen, waarvan 26 soorten in het

zich vooral in het Militair domein en in de omgeving

zijn er sinds

van het ecoduct over de Naamsesteenweg.

Dijleland (inclusief enkele aangrenzende gebieden in Waals-Brabant). Net ten westen van de regio (Brus­

Voor de valleien van de IJse en de Voer, alsook het pla­

sels Hoofdstedelijk Gewest) werden nog andere

teau hiertussen en het plateau tussen IJse en Laan, be­

soorten gezien. Vijf soorten worden tegenwoordig

perken de gegevens zich tot enkele verspreide waarne­

in V laanderen als uitgestorven beschouwd. Bijko­

mingen. Uit de gemeente Tervuren werd geen enkele

mend zijn een aantal geïmporteerde soorten bekend

waarneming doorgegeven, net als voor het plateau

die enkel overleven in gebouwen. Eén hiervan is de

tussen de Dijle en de Laan. In Overijse werd naast de

Kassprinkhaan (Tachycines asynamorus). Voor de periode 2000-2006 bevatten de datasets van NSGD

teerd, maar dan wel van de zeldzame Gouden sprink­

en Saltabel voor het Dijleland gezamenlijk gegevens

haan. De waarnemingen op de plateaus van Blanden,

over

Haasrode en Bierbeek zijn ook eerder beperkt.

22 soorten en de Kassprinkhaan.

Laanvallei slechts één sprinkhaanwaarneming geno­

De Boomklever ffiàdrt2007

15

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2007  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Maart 2007  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement