__MAIN_TEXT__

Page 12

Libellen in het Dijleland

D

eze bijdrage schetst het actu­

Verspreiding van de

ele voorkomen van libellen in

waarnemingen

het Dijleland. Als basis worden de waarnemingen uit het archief van de

natuurstudiegroep

Dijleland

(NSGD) gebruikt over de periode

2004-2006

(+een gering aantal bij­

komende waarnemingen van en

2003).

2002

Deze worden vergeleken

met de (oudere) data van de streek die beheerd worden door de natio­ nale libellenwerkgroep 'Gomphus'.

De twee datasets waarop we ons hier beroepen heb­ ben een verschillende oorsprong en dus ook ver­ schillende kenmerken (tabel

1). Merk op dat het

aantal gegevens dat de voorbije drie jaar verzameld werd door de NSGD meer dan dubbel zo groot is dan het aantal Dijleland-records in het Gomphus­ archief

(1950-2000). Het Dijleland gold echter als

een relatief onderbemonsterde regio.

Tabel 1. Kenmerken van de gebruikte datasets m.b.t. libellenwaarnemingen uit het Dijleland. Gomphus

Beheerder

Natuurstudiegroep Dijleland

Periode

1950-2000

(2002-) 2004-2006

Inleiding

Aantal records

503

1092

Aantal soorten

36

38

Libellen zijn relatief grote insecten die, naargelang

Aantal Rode

de soort, in mindere of sterke mate gebonden zijn

Lijstsoorten

7

6

aan water. Hun leven als larve brengen ze volledig in het water door, maar jagend kunnen volwassen

Van nature is de verspreiding van libellen gekoppeld

exemplaren op grote afstand van water aangetroffen

aan de nabijheid van water. Daardoor is de spreiding

worden.

van het aantal waarnemingen doorheen de streek niet homogeen (tabel

De libellenorde is een kleine groep binnen de insec­

2, figuur 1). Toch zijn er een aantal

zones die, in positieve of negatieve zin, opvallen. Het

tenwereld. Klassiek worden de libellen opgedeeld in

best onderzochte gebied is de Dijlevallei ten zuiden

de waterjuffers en de 'echte' libellen. Het onderscheid

van Leuven. Een andere uitgesproken hotspot qua

ertussen wordt gemaakt op basis van de vleugelop­

aantal waarnemingen en soorten is het Torfbroek

bouw. De juffers hebben een gelijke vorm van voor­

in Berg (Kampenhout). Ook rond de zandgroeve in

en achtervleugel. Bij rust houden ze beide vleugel­

Haasrode werden heel wat waarnemingen verricht.

paren boven op de rug tegen elkaar. Doorgaans zijn

Uitschieters naar onderen betreffen vooral de val­

de 'echte' libellen forser gebouwd en hebben ze ver­

leien van IJse, Voer en Molenbeek/Weesbeek op. In

schillende voor- en achtervleugels. In rust houden ze

deze valleien bevinden zich nochtans voldoende vij­

hun vleugels open, naast het lichaam.

vers en open water om kansen te bieden aan libellen. Geen van deze plaatsen blijkt intensief bezocht.

In België werden tot op heden

69 libellensoorten waargenomen. Hiervan planten zich actueel 58 soorten in V laanderen voort (ooit waren het er 66). In het Oijleland zijn daarvan 38 soorten gezien. Het

dom relatief groot is. In verschillende gebieden zijn

is evenwel niet duidelijk of alle soorten een stabiele

meer dan

populatie binnen het Dijleland kennen.

10

De Boomklever ma.:i�2001

Daarnaast valt op te merken dat ondanks het relatief klein aantal waarnemingen de doorsnee soortenrijk­

10 soorten aangetroffen (figuur 1).

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2007  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Maart 2007  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement