__MAIN_TEXT__

Page 6

Zoogdieren

De das (Me/es me/es) in het Dijleland en aangrenzende gebieden: historische verspreiding, huidige situatie en toekomstperspectieven Haast iedereen heeft wel al eens van 'de das' gehoord. Heel wat mensen zijn geĂŻntrigeerd door dit dier. Daar zit zijn typische zwartwit getekende kop - dat hem trouwens een karakteristiek uitzicht geeft (Foto 1) - en zijn verborgen levenswijze voor heel wat tussen. De das heeft een hoge aaibaarheidsfactor. Vele - vaak onjuiste - verhalen maken hem echter ook minder geliefd: de das zou ziektes verspreiden, zou een belangrijke predator zijn e n zou

veel

schade

aanrichten

aan

landbouwgewassen. In dit artikel bespreek ik wat de gevolgen zijn van de confrontatie tussen de das en de mens. Ik wil het dan voornamelijk hebben over het voorkomen van onze V laamse panda in het Dijleland en aangrenzende gebieden vroeger en nu. Daarnaast geef ik aan of en in welke mate de das een toekomst heeft in deze regio. Om 't een en 't ander goed te begrijpen ga ik eerst kort in op de ecologie van de das. Voor een

uitvoerige

b eschrijving

van

de

lichaamskenmerken, voortplantingsbiologie

Foto !: De das met zijn typische koptekening (Foto: Rol/n i Vertinde)

en systematiek verwijs ik naar Verkem et al.

(2003) en Criel ( 1997).

Ecologie van de das Dassen zijn schuwe nachtdieren. Overdag verblijven ze in hun burcht, een ondergronds stelsel van tunnels en kamers. Deze burchten worden generaties na elkaar gebruikt en voortdurend gewijzigd door het graven van nieuwe toegangen. Anderen raken in onbruik. Hierdoor ontstaan complexe structuren van uiteenlopende grootte. Burchten kunnen een oppervlakte van enkele are tot 1 hectare en meer beslaan (Roper 1992). Dassen gebruiken steeds dezelfde routes, waardoor er duidelijke wissels vanaf de burchtsite vertrekken. Deze wissels leiden naar andere ingangen en naar andere belangrijke plaatsen zoals alternatieve burchten, voedselgebieden en mestputjes. Er bestaan twee types van burchten: de belangrijkste is de hoofdburcht, waar de meeste activiteit plaatsvindt. Hier worden ook de jongen geboren. Op hooguit 100 tot 150 meter afstand hiervan kunnen zich enkele bijburchten bevinden. Deze dienen als reserve en zijn regelmatig maar niet permanent bezet. Ze zijn via wissels met de hoofdburcht verbonden. Wanneer een populatie een nieuw gebied binnentrekt zullen de dassen eerder de eventueel aanwezige bestaande historische burchten, die een tijdlang in onbruik zijn gebleven, opnieuw betrekken en uitbreiden, dan dat ze nieuwe burchten graven. Ook bestaande 68

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2006  

De Boomklever September 2006  

Profile for nsgd
Advertisement