__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGROEP DIJLE LAND BEEKJUFFER SLEEDOORN PAGE SPITSKOPJE HAMSTER • HAVIK EIKELMUIS RATELAAR - APPELVINK WESPE� BOSRIETZANGER -

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang

34

-

juni

2006


Regionale natuurhistorische werkgroep van

nat LJ LJ r P LJ nt@

Bestuur Voorzitter: Maarten Hens, Dorpsstraat 48, 3078 Meerbeek, 0473.24.47.52 Secretaris: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 0479.92.01.72 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02.767.26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4, 3020 Herent, 016.23.13.38

Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse, 010.86.24.66

Bart Creemers, Frederik Lintstraat 77, 3000 Leuven, 0496.89.31.06

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495.27.53.93

Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77

Hans Roosen, Abstraat 101, 3090 Overijse, 02.687.95.18

André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23.81.84

Werkgroep vogels •

Themaverantwoordelijke en watervogeltelling, broedvogelmonitoring: Maarten Hens,

Dorpsstraat 48, 3078 Meerbeek, 0473.24.47.52, maartenhens@yahoo.co.uk •

Archivering en rapportering waarnemingen: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a

bus 0201, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@gmail.com •

Trektellingen: Frederik Fluyt, Spits berg 4, 3040 Huldenberg, 0479 92 01 72,

freek@village.uunet.be Werkgroep zoogdieren •

Themaverantwoordelijke, marterproject, archivering waarnemingen: Kelle Moreau,

Celestijnenlaan 27a bus 0201, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@gmail.com •

V leermuizen: Hans Roosen, Abstraat 101, 3090 Overijse, 02.687.95.18,

roosenhans@yahoo.com Werkgroep ongewervelden •

Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee,

016.23 .81.84, andre.verboven@chello.be •

Archivering en rapportering waarnemingen: Bart Creemers,Frederik Lintstraat 77, 3000

Leuven, 0496.89.31 .06, Werkgroep planten •

Themaverantwoordelijke: Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495.27.53.93

pjoris@advalvas.be Website:

www.natuurpunt.be/dijleland

Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@yahoogroups.com


De Boom.klever

INhûUD

Driemaande/J]ks tijdschrift van Natuurstudiegroep Dij/eland natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw.

BUITEN GEKEKEN

Redactiekern Herwig Blockx, Frederik Fluyt, Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van Scharen

Falkdalen ..... ... ....... .... .. .... ..... ... ... ... .... ..... ...... . ........ .... .... 38 .

.

PLANTEN

Redactie-adres Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat,

Mossen van het klaverblad E40 - E3 l 4..........................41

p/a Frederik Fluyt, Spitsberg 4,

3040 Huldenberg

E-mail: freek@village.uunet.be Het copyright van de teksten en tekeningen blijft bij de

ONGEWERVELDEN Duinslakken in de berm ? .. . ....... ... ........... ..... .......... ... ...43 .

auteurs en tekenaars. Over­ name is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating

VOGELS

Abonnement Geïnteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door

overschrijving van 5 EUR op rekeningnummer

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, maart - mei 2006...................................44

001-1552168-50 van Studie­

groep Dijleland p/a Korbeek­

straot 27, 3061 Leefdaal met

AANKONDIGINGEN & ACTIVITEITEN

opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost

10 EUR of meer.

Activiteiten Natuurstudiegroep Dijleland - zomer 2006........................................................................63

Natuurpunt Natuurpunt vereniging

vzw

vzw

is de grootste

voor natuur

en

landschap in Vlaanderen. Ze telt 54.000 leden en beheert 14.000 hectaren natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt vz:vv kan door storting van 20 Euro op rekeningnummer

230-0044233-21.

www.natuurpunt.be

37


Bwlen gekeken

FALKDALEN Välädalen, 14 juli 2005 Dit is dan misschien niet het beste ontbijt maar wel met voorsprong de beste ontbijtplek van de afgelopen maanden!! Ik zit aan de voet van een uit de kluiten gewassen granietblok midden in de ruige natuur van "Vólódalen". Dit natuurreservaat ligt tegen de Zweeds/Noorse grens, het is een slordige 1175 vierkante kilometer groot. Als je het centrale deel wil verkennen vergt dat enige moeite: je kan het immers alleen te voet bereiken. Een aantal uitgestippelde paden verbindt de overnachtingshutten. Als je plots overvallen wordt door levensbedreigend noodweer, in het winterhalfjaar is dat bittere realiteit, kan je terecht in strategisch gelegen noodhutten. Alhoewel Vólódalen dus niet onder echte "wildernis'' valt, voldoet het toch 100 3 aan hoe vroegere Avésiens Scandinavië omschreven als "de la nature vierge a coté du sentier". Ik ben nu aan een meerdaagse voettocht bezig. Vier jaar geleden heb ik reeds een ander gedeelte van dit fantastische gebied verkend. De twijfel op voorhand over het precieze reisdoel blijft altijd door mijn hoofd spoken: "Waarom is juli zo synoniem met Zweden, Herwig ?" Na al die jaren begin ik het eindelijk te begrijpen. Ik heb vrienden die altijd nieuwe bestemmingen uitkiezen. Als je hen achteraf vraagt wat ze daar zoal gezien of beleefd hebben komt naast geweldige anecdotes steevast enige twijfel bovendrijven." Hoe heette die schitterende tanager uit Panama ook al weer? En die blauwe pijlgifkikkers, schat, was dat in Mexico? Nee, dat was in ..." De kick van "het nieuwe", dat herken ik in elk geval, ik kan daar ook intens van genieten. Ik twijfel dus helemaal niet aan de kern van hun, dikwijls, enthousiaste verhalen. Alleen mis ik er diepgang in. Hoe kan je op zo'n korte tijd alle indrukken verwerken en er hun juiste betekenis aan geven ? Ik houd er in tegendeel van om op bestaande kennis verder te bouwen, er thuis verder over te lezen en de zaak grondig uit te spitten, een "ecologische context te creëren"."Alles zien" is daarbij een illusie, tenzij je gedetailleerde info van een "local" opvist. En dus toch weer belandt bij het "natuurhistorisch postzegels verzamelen" Mijn persoonlijke aanpak heeft zo zijn nadelen. Frustratie loert hierbij immers om de hoek als je na 3 bezoeken deze of gene sleutelsoort alweer op je buik kunt schrijven. Of we nu veel zien of niet, het is een waar genoegen om hier weer te zijn. De blauwe lucht is vandaag doorspekt met hoge cumuluswolken. Er is nauwelijks wind. Af en toe trekt een meer dreigende wolk over maar ik verwacht vandaag geen noemenswaardige regen. Eergisteren ben ik aan deze vierdaagse voettocht begonnen. Bij de eerste eetpauze, een idyllische plek aan een rivier met baltsende waterspreeuwen onder een stralende zon wist ik het al: dit wordt andermaal "a terrible beauty". Terwijl ik een mueslikoekje verorber, geniet ik van het mij omringende land-schap. De Zweden noemen dit"fjäll" In het Nederlands spreekt men van bergtoendra. Mijn naaste familieleden zouden dit maar niks vinden. Op een kaal hoogplateau of in een onherbergzame woestenij van rotsblokken zie ik hen nog niet zo gauw rondstappen maar ik ben er wel dégelijk op verslingerd. Het klimaat is hier zo ruig dat alleen in beschutte beekvalleien wat houtige vegetatie de kop opsteekt. De overige vegetatie is minimaal maar daarom des te interessanter. Alle planten die hier voorkomen hebben speciale aan-passingen om het hier te kunnen uitzingen. Om veel vogels te zien moet je alvast niét naar hier komen. Bij een eerste bezoek is dat besef er nog niet. Je loopt dan uren rond en speurt gretig de horizon af. Graspiepers, een occasionele goudplevier, de alomtegenwoordige stormmeeuwen. Als je weet waar je moet zoeken wil een rooggesterde blauwborst ook wel lukken. 38


Buiten gekeken

Voor ik opstap, kijk ik nog even op de kaart. Vandaag volgt het pad de zuidkant van een gletsjervallei. Een half uur later heb ik een idee hoe het landschap er in werkelijkheid uitziet. Het is een breed U-dal waarin een kleine rivier in bruisende watervalletjes haar weg zoekt tussen kleine meertjes. De glooiende hellingen aan de zuidkant worden geregeld onderbroken door een steiler rotsmassief. Als ik aan de voet van één van deze rotsmuren loop is de macht van koning winter ook nu, hartje zomer, overduidelijk. Op de schuine helling beneden aan deze rotswand liggen honderden grote en kleine granietblokken, die ooit met een luide knal ergens bovenaan losgevroren zijn. Dit is hét uitgelezen habitat voor sneeuwgorzen. Ik speur deze rotsblokkenjungle af en bijna onmiddellijk heb ik prijs. Ik krijg een schitterend beeld in de kijker: een zwart wit kwetsbaar vogeltje van nog geen 20 cm lang op een 2 m hoge onverzettelijke knoert van een rotsblok. Het sobere zwart/wit zomerpakje van de sneeuwgors moet het wel afleggen tegen de vierkleurenaffiches op zijn massieve zitplaats: de granieten reus is uitbundig bepleisterd met geeloranje korstmossen. Misschien is dit wel zijn favoriete zangpost? Sneeuwgorzen komen erg vroeg in het voo�aar op de broedplaats aan en beginnen dan onmiddellijk te zingen vanaf de toppen van de hoogste rotsblokken die boven de meterdikke sneeuwlaag uitsteken. Hoe ze in godsnaam kunnen voorzien hoe het terrein er zal uitzien als de sneeuw gesmolten is? "Goeie vraag, Herwig" denk ik bij mezelf terwijl ik mijn weg vervolg. Hier en daar, waar een zijbeekje in het hoofddal uitkomt, liggen er langs deze noordhelling trouwens nog grote sneeuwtapijten. De bovenkant ervan is al ingesmolten en bestoven met steengruis. In de bovenste laag zie ik enkele curieuze roze plekken. Ze worden gevormd door kolonies van Chlamydomonas nivalis. Vreemd genoeg is dat een microscopisch groenwier dat in afsmeltende sneeuwlagen kind aan huis is. Water is voorhanden, licht ook, wat wil je als plant nog meer om te groeien? Mineralen misschien? Niet echt, de ultrafijne vervuiling van de sneeuw door het stofgruis is kennelijk net voldoende. Warmte? Liever niet want boven de 4 ° C sterft deze sneeuwspecialist, samen met zijn smeltende habitat, volledig af. Even verder is de sneeuwlaag zo goed als verdwenen. In het vrijgekomen rotsgruis, nog steeds overspoeld door ijskoud smeltwater, vind ik nog zo'n volhouder: de gletsjerranonkel. Witroze bloemen, een vlezige steel en bladeren: Afgezien van zijn eeuwige kouwe voeten lijkt dit op het eerste zicht niet zo'n vegetatieve strafferd. Maar toch, als de zomer al eens serieus tegenvalt op deze plek is dat voor Ranunculus nivalis geen groot probleem. De soort is in staat om tot 2 jaar onder een sneeuwlaag te overleven om dan, alsof er ondertussen niks is gebeurd, uit stof en gruis te ontspruiten. Het pad kruist nu een volgende blokkenchaos Vanop een grazig plekje tussen 2 granieten kanjers spat een merel weg ... Of toch niet ?! Hij landt op een rotsrichel en showt direct zijn witte plastron. Als even later het vrouwtje naast het mannetje postvat geniet ik even van dit moment"Dat is ne goeie" denk ik bij mezelf want beflijsters zijn hier helemaal niet gemakkelijk te vinden. Als ik aanstalten maak om mijn weg verder te zetten, gebeurt het. Een hees"krèèè-krèèè­ krèèè" weerklinkt vanuit de verte. Ik krijg er kippenvel van want dit geluid gelijkt wonderwel op wat ik ooit in de Vogezen op een slechtvalken-broedplaats te horen kreeg ... Zou dat kunnen een . . . . . . . . .. . . . zijn ? Ik heb ondertussen mijn rugzak afgelegd en speur uit alle macht richting overkant vallei van waar het geluid daarnet leek te komen. Aan de overkant van de riviervallei loopt het terug steiler omhoog, een hobbelige "gras"helling gestoffeerd met de onvermijdelijke rotsblokken. Meer naar rechts, gezien vanaf mijn zitplaats, gaat deze helling over in een steilere rotswand en met de kijker speur ik dat gedeelte naarstig af. Niks ... Tien minuten verstrijken, alles blijft stil. Ik besluit om even korterbij te lopen maar na een schuchtere poging is duidelijk dat de rivier doorwaden geen optie is. Ik ben vlug terug op mijn uitgangspunt en scan nog even de bewuste helling af.

39


Buiten gekeken

Haast onmiddellijk zie ik het !! "Het beet bijna in uw neus, Herwig" verwens ik mezelf. Daar is het, helemaal niet waar ik het in eerste instantie verwacht had. Op een klein uitstekend rotsmassiefje dat onderaan de helling helemaal los staat van de meer imposante "roofvogel"muur, zit onmiskenbaar een roofvogelnest. Een wit gekalkt takkennest in een rotsholte met opvallende poepstrepen op de rotswand eronder laten geen twijfel bestaan over recent gebruik. Ik kan ook overduidelijk zien dat het nest leeg is. Misschien liggen de jongen plat in de nestkom en kan ik ze van hier net niet zien. De site zelf is weinig imposant: het wandje is hooguit 7 à 8 meter hoog. Het nest zit in een rotsnis waar een "driehoekig" stuk rots ontbreekt. Hoe langer ik er naar kijk, hoe meer ik de keuze begrijp van de vogels om precies hier hun broedplaats te kiezen. De rotswand is duidelijk overhangend zodat het nest dubbel gespaard blijft van regen én noordenwinden. Tegelijk profiteert het door zijn oriëntatie op het zuiden van de schaarse zonnestralen. Daar! Ik hoor het geluid van daarnet opnieuw. Ik hou de omgeving van het nest nauwlettend in de gaten maar er beweegt niks.

Een paar minuten later weer-klinkt de klagende

valkenkreet opnieuw en deze keer heb ik meer geluk. Op de grashelling boven het horst vliegt een grijsbruine schim rakelings over de grond naar rechts maar landt onmiddellijk uit zicht achter een rotsblok. "Gvd, was dat een ...... ?" Ik ben er niet zeker van. Het volgende kwartier blijft de onzekerheid knagen. Dan hoor ik plots twee jonge vogels bedelen en bijna onmiddellijk heb ik een zware "grijsbruine" valk in het vizier. Ze levert een prooi af bij twee luid bedelende uitgevlogen jongen. Eén van de jongen maakt zich met klapwiekende vleugels meester van de buit. De volwassen valk vliegt haast onmiddellijk terug op en draait twee rondjes voor haar vesting. Elke twijfel smelt nu weg. Ik ben er nu zeker van: ik heb het nest van een giervalk gevonden ! De volwassen vogel vliegt nu recht op mij af. Steeds dichter komt hij en op het "moment suprème", als de vogel pal boven mij hangt, maak ik enkele mentale notities. Forse "billen", langere staart dan slechtvalk, een lichtere borst dan ik verwacht had, een iets lichter venster op de basis van de handpennen, geen zwart masker. Net voorbij mijn staanplaats vermindert de vogel vaart en landt dan met wat fladderende vleugelslagen boven op de rotswand. Bijna onmiddellijk zie ik hem/haar met gebogen rug een klagende roep uiten. Dat ken ik ook van de Vogezen. Het is de "head low bow", een begroetingsceremonie als 2 vogels kort bij elkaar zitten. De eerste vogel loopt nu uit mijn blikveld en zijn maatje dat hij/zij zo enthousiast begroette blijft zelfs volledig uit zicht. Ik blijf nog wat zitten op deze logeplaats In de verte draait, lastig gevallen door 2 raven, een ruigpoot-buizerd rond. Als deze uit het zicht verdwijnt, richt ik mijn blik opnieuw op de 2 uitgevlogen jonge giervalken. Ze zitten nog steeds in de achtertuin van pa en ma. Van de aangebrachte prooi is allang geen sprake meer. Af en toe verflad-dert één van de valkejongen.naar een ander rotsblok. Ik verzamel mijn spullen en stap verder. Een halve kilometer verder kijk ik nog eens om. Zelfs van daar is de nestplaats goed te zien. En toch had ik met een beetje pech er zo voorbij gestapt ... Ik heb nu nog zo'n 15 km te stappen tot aan de volgende hut maar wedden dat dat een fluitje van een cent wordt. Mijn dag, wat zeg ik: mijn vakantie, is nu al niet meer stuk te krijgen ...

Herwig

40


Planten

Mossen van het klaverblad E40-E314 In de zomer van 2005 werden een aantal opmerkelijke botanische ontdekkingen gedaan op het klaverblad van de E40-E314. In het voorjaar van dit jaar werd ook de mossenflora van het gebied kort onderzocht. Tijdens 2 excursies, op 1 en 9 april, werden enkele opmerkelijke bryologische vondsten gedaan, met onder andere de eerste gepubliceerde vondst van het Kortstelig plaatjesmos (Pterygoneurum ovatum) voor het Brabants district.

Het onderzochte terrein was het vlakke gedeelte net buiten rijweg van de afrit richting Hasselt. Dit terrein is bij de aanleg van de

E40

E40-E314

afgegraven en werd tot een aantal

jaren geleden gebruikt als illegaal motorcrossterrein. De onverweerde kalkrijke leemgrond kwam hierdoor aan de oppervlakte. Op de stukken die open gehouden werden door de motorcross-activiteiten ontstond een ideaal groeiterrein voor pionierssoorten van kalkrijke grond. Tijdens de 2 excursies werden in totaal 17 mossoorten gevonden {Tabel 1): 16 topkapselmossen en

1

slaapmos. De meeste soorten hiervan zijn pionierssoorten van open kalkrijke grond of

gestoorde kleigrond. Het betreft veelal efemere kolonisten die zich voorplanten door middel van broedknolletjes en zeer zelden sporenkapsel vormen {Bryum-soorten) of pendelannuellen, die een volledige generatiecyclus van spore tot sporenkapsel op 1 jaar doorlopen. De meest bijzondere vondsten waren Gewoon wintermos {Microbryum davallianum), Kortstelig plaatjesmos {Pterygoneurum ovatum), en Kalkkleimos {Tortula lanceola).

Kortstelig p/ootjesmos Pferygoneurum ovofum, nieuw voor Vlaams-Brabant. Foto: Jans Menten

41


Planten

Tabel 1: Mossen van klaverblad E40-E3 l 4 (Bertem, IFBL E5.22.42} - 9 apnl 2006 MUSCr

Aloim1 .alnid

(Kor:::l!·

èil F H

Scti 1 l:t) Kindti>

.etAOMèJSSE.1\1

VOORKOMEN

Gè'a-10or1 t!ltièm0$ Gi?wuon

vz. a

Barbula cooyoluta Hoow . .

9mM&g{jgtsell}e

Barbula ungulcxj,a,1s Hedw.

Kfeum�ragos,eeri,er

Braallytfiec1um m1ldeanum (Schimp.) Sctump. e:ic. MJ:te

Maeras.d.1kkopmos

l.

Br·,·L.un arvenleum Hedw.

zih,�rrnos

Bryum barnesJr �Vor>J ex Schi{1111)

Goolkorrolknikmo:;

Bryurn diGhotomum Hadw

Gtofkorrslknikrnoo

a

Bryum rubens

Btrutfi'lk1,ikmos

a

C�1oon d1knert�1"0'.e

a

D-a1oneuroo

Mit.

tdz:inLifn

(He::tv. J SfYuCe

Ocranella !napl'!'f1.:n8 H.

\!Vhlreri.

a

l.)f.etjesg1'eppelmos

DèymoilOn ' alla� (li�.) zander

:J<Jat.1ubbeltandfnas.

Funana hygrometrica Kedw

Ge-"mon k.mlmo&

r�'.crubryum dsva' .anum (Sm ) Zander

Gewoon �inisrmos

Pt�rygoneurum ovatum (Hed'lt• ) [);l(

Kort�telig plaaqesm-DS

T,:.r1ul;1 .<�-;;1ul(Yi

(With ) Z3n(;l1.r

r,:...,uf:J tam�i� Z..i· <�I' Tö1ul:'t lrw1t":at,o

(H�'i } Milt

vz. VZ. .ai z ��mit VOOf'

G<;::wnon kru;:�mo�

a

t""'1 �ÎM(1$

z

Gè'wOt'lr) klteir'liOS<

a

t Voorkomen in het Brabant district volgens Siebel en During (2006): a

=

t

Brab�nts distrid

algemeen, vz = vrij zeldzaam, z

=

zeldzaam, zz =

zeer zeldzaam

Het Kortstelige plaatjesmos is een pionier op warme, periodiek uitdrogende leem en klei (Touw & Rubens, 1989). De soort is momenteel in V laanderen enkel bekend uit zuidelijke Limburg (Siebel & During,

2006)

en geen gepubliceerde waarnemingen uit Brabant zijn ons

bekend. In Limburg komt de soort voor op open leemgrond, meestal op hellende of verticale oppervlakken, bv. op taluds of afgravingen bij wegwerkzaamheden (Andriessen et al,

2005).

In Nederland komt de soort momenteel enkel voor in Zuid-Limburg (Bryologische en Lichenologische Werkgroep van de KNNV,

2006)

en in Groot-Brittannië staat de soort

geklasseerd als "Nationaly scarce" (British Bryological Society,

2006).

De waargenomen soorten zijn pioniers van open kalkrijke grond, en zijn afhankelijk van de aanwezigheid van recent verstoorde, open plekken. Door het wegvallen door de verstoring door motorcrossers sinds de afsluiting van het terrein is het waarschijnlijk dat ze snel uit het gebied zullen verdwijnen. Het is echter onduidelijk hoe de vereisten van deze mossen kunnen ingepast worden in een geschikt, natuurvriendelijk beheer van onze snelwegbermen. Referenties: Andriessen L. Heusèr M. Nagels C, & Vandekerckhove K (2005) Pterygoneurum lamellatum opnieuw gevonden in België. Bryologische Werkgroep Limburg (www.bryolim.be) British Bryological Society (2006) Protected and Red List Bryophytes. http:llwww.britishbryologicalsociety.org.uk/ Bryologische en Lichenologische Werkgroep van de KNNV (2006) Verspreidingskaarten van Mossen van Nederland. (Voorlopige versie op http://www.blwg.ni/) Siebel H & During H (2006) Beknopte mosflora van Nederland en België. KNNV Uitgeverij, Utrecht Touw A & Rubens WV (1989) De Nederlandse Bladmossen. KNNV Uitgeverij, Utrecht

Jans Menten & Dirk De Beer 42

J


--- ---

Ongewervelden

Duinslakken in de berm ? Kickx ( 1830) beschrijft een land­ slakken fauna uit Brabant die van­ daag de dag niet meer gezien kan worden. Onder meer enkele soorten duinslakken (éénbandige duinslak Candidula unifasciata, grofgeribde duinslak Candidula gigaxii) en de heideslak Helicella itala worden vol­ gens deze auteur veel gezien. Deze soorten

zijn

kenmerkend

voor

schrale, droge en kalkrijke graslan­ den. Aangezien dit biotoop veelvul­ dig in de Belgische duinen voorkomt, hebben de slakken er hun naam naar gekregen. Het is immers zo dat in recente tijden op enkele popula­ Vindplaats van de Grofgertbde duinslak (inzet) langs de E40 te Bertem

ties in de kalkhellingen in het oosten van V laanderen na deze slakken enkei nog in de duinen voorkomen.

Nochtans beschreef Adam l 00 jaar na voorgaande (1947) nog steeds een slakkenfauna kenmerkend voor deze schrale grasland typen in centrum van België. Sindsdien lijken ze uitgestorven (De wilde et al. 1986). Van de heideslak zijn in V laanderen tot op heden geen nieuwe populaties aangetroffen behalve ten oosten van Tongeren. Voor duinslakken geldt een ruime verspreiding in de duinen en een beperkte ten oosten van de Tongeren. Groot is dan ook de verwondering als er levende duinslakken in het Leuvense gevonden worden. Recent werd er een kleine populatie duinslak spec. aan de brug over de Dijle te Sint Joris Weert aangetroffen. Omdat de wegkant, eveneens begroeid met Muurpeper, veel weg had van een toevallige introductie (bvb. schoonmaken wagen na dagje zee), werd er verder niet veel aandacht aan gegeven. Tijdens het vegetatiekundig onderzoek van de bermen van de E40 werden enkele duin­ slakken te midden van de natuurlijk ogende vegetaties aangetroffen. Het betreft een po­ pulatie grofgeribde duinslak. Het is een van de meest oostelijke populaties van deze soort ondanks gericht zoeken (Bollen et al.1991 ). De aanwezigheid van deze soort in deze vege­ taties doet alvast het beeld vervolledigen van een schraal, eerder kalkrijk grasland dat Kick bijna 2 eeuwen geleden mogelijks nog veelvuldig aantrof. Referenties Adam W. 1947. Mollusques de la Belgique. Verhandelingen van het KBIN, nr. 106. Brussel. Bollen M. De Cock 1. en Janssens V. 1991. Huisjeslakken in holle wegen. Studiedocumenten van het KBIN nr. 66, Brussel. De W ilde J.J.. Marsuet R. en van Goethem J.L. 1986. Voorlopige atlas van de landslakken

van België. KBIN.

Brussel Kickx J. 1830. Synopsis Molluscorum Brabantiae, Leuven.

Bart Vercoutere 43


Vo els

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, maart - mei 2006

Paartje Geoorde Fuut te Neerijse, 12 mei 2006. Tekening Marc Walravens

Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei beslaat voornamelijk de periode maart - mei 2006. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode maart - mei

2006 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 juni 2006 verwacht bij Kelle Moreau, Korenbloemlaan 5, 3052 Blanden, 0486/12.58.77, kelle.moreau@gmail.com (let op de adreswijziging!).

Samenvatting: Het lijkt wel alsof een normaal seizoen tegenwoordig niet meer bestaat. Tijdens het voorjaar van 2006 waren het de hoeveelheid neerslag en de totale zonneschijnduur die voor een significante afwijking ten opzichte van een gemiddeld voorjaar zorgden. Er viel over het volledige voorjaar namelijk abnormaal veel neerslag (226,9 l/m_ t.o.v. 168,3 l/m_) terwijl de zon abnormaal kort zichtbaar was (391 u t.o.v. 477u). Beide afwijkingen zijn echter niet zo uitzonderlijk en komen gemiddeld eens in de zes jaren voor. Uitzonderlijker was dat de hoofdmoot van de vele neerslag niet in maart en april viel maar wel in mei (115,6 l/m_). Opvallend was ook dat de wind tijdens het voorjaar van 2006 veel meer uit noordelijke richtingen waaide dan dat in een normaal voorjaar het geval is. Onze typische wintergasten lieten zich hier echter niet door beĂŻnvloeden. Tijdens maart en (in mindere mate) april werden de laatste concentraties Bergeenden gezien, alsook de laatste Smienten, Pijlstaarten, Brilduikers (meer dan gemiddeld), Nonnetjes, Grote Zilverreigers 44


Vogels

(hoewel er eind april terug één opdook), Blauwe Kiekendieven, Waterpiepers en Klapeksters. Ook Roerdomp en Pontische Meeuw lieten zich in maart elk nog één keer opmerken. Ook de laatste invasieve barmsijzen (vnml. Grote), Noordse Goudvinken en Appelvinken herinnerden nog aan de voorbije winter. Leuke trekkers/pleisteraars waren onder meer een Roodhalsfuut, wat Geoorde Futen, minstens één Purperreiger,

2 Kleine Zilverreigers,

30 Ooievaars, 6 Zwarte Wouwen, heel wat Rode Wouwen (17 waarnemingen), mooie aantallen Bruine en Blauwe Kiekendieven, 6-7 Grauwe Kiekendieven, 7 Visarenden, 3-4 Smellekens, 4 Slechtvalken, 10 groepen Kraanvogels (co 150 ex.), 4 Dwergmeeuwen, 2 Visdieven en 8 Zwarte Sternen. Ook 4 waarnemingen van Boomleeuwerik, 1 Duinpieper, Noordse Kwikstaarten op 4 locaties, een man Grauwe Klauwier, een Pestvogel, Beflijsters op 10 locaties, 3-4 Bonte Vliegenvangers en 7 Europese Kanaries >

konden op het nodige enthousiasme rekenen. Maar dat het allerminst een zwak voo�aar was wordt vooral ge·lllustreerd door enkele andere soorten, die in het Dijleland tot op heden erg weinig werden vestgesteld. Zo werden er een Lepelaar, een Roodpootvalk, Zwartkopmeeuwen, een Velduil, een Snor (eerste veldwaarneming sinds

5

1975) en een

Orpheusspotvogel (nieuwe soort voor de regio) waargenomen! Een gebrek aan afgelaten vijvers leidde ertoe dat het voorjaar van

2006 erg slecht was om

steltlopers in het Dijleland waar te nemen. De enige soorten die het beter deden dan gemiddeld waren dan ook soorten die niet van slikvlakten afhankelijk zijn. Zo werden er op doortrek meer Goudplevieren waargenomen dan ooit tevoren

(2 verbeteringen van het oude dagrecord) en waren er enkele langdurig pleisterende Wulpen. Scholekster (2 ex.), Kluut (2 waarnemingen), Kleine Plevier, Regenwulp (2 waarnemingen), Bokje en Houtsnip vielen niet bijzonder op (niet in positieve maar ook niet in negatieve zin), terwijl Bonte Strandloper (slechts

(1 ex.), Grutto (2 data), Tureluur, Groenpootruiter, Oeverloper en Kemphaan

1 ex.) in vergelijking met de voorbije jaren ondermaats presteerden. Zwarte Ruiter

en Bosruiter werden zelfs helemaal niet waargenomen. Om wild te lopen over het voorbije broedseizoen is het nog iets te vroeg, maar we kunnen wel al een geslaagd broedgeval van Bergeend melden. Op en rond verschillende vijvers hingen weer Zomertalingen en Boomvalken rond, en de gekende Cetti's Zangers bleven ook allen ter plaatse, maar het is nog even afwachten om te zien welk broedsucces ze behalen. Een andere 'Dijlelandse specialiteit' leek ook steeds mobieler te worden in de aanloop naar het broedseizoen, namelijk de Middelste Bonte Specht. Het is erg waarschijnlijk dat in het Kouterbos dit jaar een vast territorium aanwezig was. Eerder schaarse broedvogels die dit jaar zoals gewoonlijk present tekenden op een beperkt aantal plaatsen waren bijvoorbeeld Kwartel, Zomertortel, Boompieper, Gekraagde Roodstaart, Roodborsttapuit, Rietzanger, Braamsluiper en Kruisbek. Koekoek, Nachtegaal, Wielewaal en Grauwe Gors zetten hun negatieve trend van de voorbije jaren gewoon verder, terwijl de lage aantallen Spotvogels, Fluiters en Grauwe Vliegenvangers vermoedelijk eerder te maken hebben met een zeer lage bezoekersfrequentie in de geschikte broedgebieden. Blauwborsten leken lichtje toe te nemen, Fitissen waren er erg veel en Sprinkhaanzangers eerder weinig. Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend, W intertaling, Tafeleend, Kuifeend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Blauwe Reiger, Havik, Waterral, Kievit, Kleine Mantelmeeuw, Kerkuil, Steenuil, Ransuil, Ijsvogel, Zwarte Specht, Groene Specht, Kleine Bonte Specht, Veldleeuwerik, Graspieper, Grote Gele Kwikstaart, Kramsvogel, Koperwiek, Vuurgoudhaan, Glanskop, Matkop, Kuifmees, Ringmus, Keep, Putter, Sijs, Kneu, Goudvink, Geelgors, Rietgors en alle exoten werden niet in dit verslag opgenomen maar wel verwerkt. Hetzelfde geldt voor ongedetermineerde ganzen, reigers, kiekendieven, steltlopers en sterns en enkele mogelijke/waarschijnlijke Roerdompen en Bokjes. Tabel

1 bevat voorjaarsfenologische gegevens van de meest voorkomende zomervogels

(die hoger in het verslag niet afzonderlijk werden behandeld). Voor elke soort worden de 45


Vogels

eerste aankomstdata in twee verschillende gebieden gegeven (kan dus op dezelfde datum zijn). In enkele gevallen worden drie gebieden vermeld, dit is het geval indien er op de tweede datum meerdere aankomsten werden vastgesteld. Gebiedsafkortingen: WLS= Wilsele/V ijvers Bellefroid, AVP= Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN= Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaerdenstraat (Oud-Heverlee - Korbeek-Dijle) en NGB, NGB= Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV= Neerijse/Kliniekvijvers (deel Doode Bemde) en SAR = Sint-Agatha­ Rode/Grootbroek, SJW =Sint-Joris-Weert, Flo= Florival.

Grauwe Gans Anser anser 05/03 14/05

26 ex. naar N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) 1 ex. 'wild-type' even pleisterend en dan N te SAR (F. Fluyt, H. Roosen)

Bergeend Tadorna tadorna Bergeenden deden tijdens het voorjaar van 2006 zowat alle vijvers in de Dijlevallei ten Z van Leuven aan, en konden hier tot op het einde van de periode worden waargenomen. De grootste concentratie werd op 4/03 geteld, met 29 ex. te NGB (J. Nysten). Nadien liepen de aantallen in deze streek snel en sterk terug, met na 22/03 (10 ex. te NKV; K. Moreau e.a.) enkel nog waarnemingen van groepjes tot max. 7 ex. (versch. waarn.). Zoals tijdens vorige voorjaren werd er ook nu weer reikhalzend uitgekeken naar broedgevallen. Op 27/05 werden te Neerijse/Tersaert inderdaad 2 ad met 9 pulli aangetroffen (L. Vonden Wyngaert). Buiten de Dijlevallei werden Bergeenden voornamelijk waargenomen te Kwerps/N (J. Rutten, R. Ghijsen, A. Smets), met een maximum van 17 ex. op 12/03 (R. Ghijsen) en het laatste ex. op 20/04 (J. Rutten). Verder waren er nog de waarnemingen van 1 ex. te AVP op 6/04 (J. Kempeneers) en 3 ex. te WLS/N op 7/04 (S. D'Hont). Smient Anas penelope Smienten bleven in het Leuvense quasi uitsluitend aanwezig te OHN (versch. waarn.), met maximaal 16 ex. op 31/03 (M. Hens) en de laatste 3 ex. op 17/04 (J. Rutten). Intussen werden enkel te NGB (resp. enkele ex. en 2m2v op 12 en 14/03; E. Le Docte, F J Moerman, J. Nysten) en te SAR (2m1v op 9/04; A. Smets) Smienten opgemerkt. Pijlstaart Anas acuta Het voorkomen van Pijlstaarten in het Dijleland beperkte zich tijdens het voorjaar van 2006 bijna volledig tot de maand maart (versch. waarn.). Concentraties van meer dan 10 pleisterende ex. waren er enkel op 15/03 (6m5v te SAR; K. Moreau), 22/03 (20 ex. te OHN; K. Moreau, R. De Keyser), 25/03 (min. 14 ex. te SAR+ 11 ex. te OHN; L. Hendrickx, J. Nysten, e.a.) en 28/03 (16 ex. te SAR; B. Nef). Buiten de Dijlevallei bracht maart enkel de waarneming van 2m2v te Kwerps/N op 21/03 (A. Smets). Actieve trek werd enkel opgemerkt op 9 /03, met 14 ex. N te Heverlee/Arenbergpark, 4 ex. N te OH (F. Van de Meutter) en 3 ex. N te Heverlee/ Celestijnenlaan (K. Moreau). De laatste Pijlstaarten werden genoteerd op 1/04, met 1m2v te OHN (J. Kempeneers, J. Nysten), meerdere ex. te SAR (K. Van Acker) en 2m2v te Erps/vijver (A. Smets). Enkel op 22-26/04 verbleven nog latere ex. (1m1v) te WLS (B. Saveyn).

46


Vo

els

Zomertaling Anas querquedula De eerste Zomertalingen voor 2006 waren 1m1v op 25/03 te OHZ (L. Hendrickx). Beide vogels bleven hier minstens tot op 6/05 aanwezig, waarbij ze soms samen maar soms ook afzonderlijk werden gezien (versch. waarn.). Te OHN werd van 6/04 tot en met 17/05 regelmatig een solitair mannetje waargenomen (mogelijk dat van OHZ; versch. waarn.), op 14/05 waren hier 3m ter plaatse (L. Hendrickx). Ook te SAR werden heel wat waarnemingen van Zomertalingen opgetekend (versch. waarn.), en dat vanaf 8/04 toen hier 1m1 v rondzwemmen (K. Moreau, L. Desmet). Een tweede mannetje werd gezien vanaf 16/04 (L. Hendrickx e.a.), een tweede vrouwtje op 22/04 24/04 (F. Fluyt,

J.

(J.

Nysten) en een derde mannetje op 23-

Nysten, S. D'Hont, H. Roosen). Net zoals te OHN werden de laatste

Zomertalingen hier gezien op 17/05, met weer 1m1v (H. Blockx). NGB vormde enkel tijdens de eerste helft van mei het toneel voor Zomertalingen (versch. waarn.), met een eerste (baltsend) mannetje op 3/05 (M. Schurmans). Op 6/05 waren hier 2m1v aanwezig (W. Desmet, B. Saveyn) en op 11 /05 waren dat al 3m2v + 1 ex. oud (M. Schurmans). Ook op 13/05 werden nog 3m gezien (L. Hendrickx) en het laatste mannetje werd op 15/05 gemeld (K. Van Scharen, S. Horemans). Te ZW was er een waarneming van 1m2v op 1 /04

(J.

Nysten) en te Flo/Z

zwommen 1mlv op 8/04 (R. Guelinckx).

Brilduiker Bucephala clangula 05/03

2v te NGB (B. Nef, K. Moreau,

10/03

2v te SAR (M. Hens)

11/03

2v te NGB

12/03

3v te SAR (H. Roosen,

25/03

1m te SAR (L. Hendrickx,

(J.

J.

Nysten)

Nysten)

J.

Nysten)

J.

Nysten,

J.

Menten, F. Fluyt, A. Smets)

Nonnetje Mergelus albe/lus 04-05/03

2m2v te WLS (K. Moreau,

26/03

1m1v te WLS (B. Saveyn}

J.

Kempeneers)

Kwartel Coturnix cofurnix De eerste Dijlelandse Kwartel voor 2006 werd op 23/04 gehoord te Leefdaal/plateau (A. Smets, S. Goethals}. In mei volgden waarnemingen te Erps/Dorenveld (telkens 1 ex. opgestoten op 4 en 7/05; A. Smets}, Bierbeek/plateau (1 zp op 11/05; K. Moreau}, Neerijse/ Tersaert (1 zp op 12/05; S. Bouillon}, Korbeek-Dijle/plateau (2 zp op 14/05;

J.

Nysten}, Herent/

Terbankstraat (min. 2 zp op 18/05; R. Ghijsen}, Leefdaal/plateau (1 zp op 19/05;

J.

Verroken},

Heverlee/Bremstraat (1 zp op 25/05; G. Bleys} en Duisburg/Bredeweg (1 zp op 30/05;

J.

Verroken}.

Geoorde Fuut Podiceps nigdcollis 15/04

2 ad zom te SAR (L. Hendrickx, A. Smets, K. Van Acker}

17/04

2 ad zom te NGB

12/05

2 ad zom te NGB (M. Walravens)

27-28/05

2 ad zom te OHZ (S. Horemans}

(J.

Menten)

Roodhalsfuut Podiceps gdsegena 06-12/05

1 ad zom te SAR

(J.

Nysten, F. Fluyt, L. Hendrickx, K. Van Scharen e.a.}

47


Vogels

Purperreiger Ardea purpurea In het Dijleland was de Purperreiger één van de sterren van voorjaar 2006. Volgende waarnemingen werden ontvangen, waarbij niet duidelijk is in hoeverre hier overal hetzelfde langdurig pleisterende ex. gezien werd (het lijkt wel waarschijnlijk dat de waarnemingen van 17 t.e.m. 22/04 allen op hetzelfde ex. betrekking hebben). 17/04

1 ex. in de Doode Bemde, opvliegend uit riet langs knuppelpad, richting NGB (D. Vanautgaerden; 18u40) Kempeneers; 19u30-21u15)

19/04

1 ex. opvliegend te OHZ, naar N

22/04

1 ex. te OHZ (NW hoek, vloog op maar kwam uiteindelijk terug daar zitten)

(J.

(S. Horemans; 8u) 22/04

1 ad te OHN (NW-hoek, opvliegend, enkele toertjes draaiend, dan N over E40

02/05

1 ex. oud in de Doode Bemde (avondschemer) (H. Roosen)

05/05

1 ex. NO te Heverlee/Arenbergpark (W. Desmet, B. Wuyts)

06/05

1 ex. eerst laag naar N over de Doode Bemde, later 1 ex. te OHZ (J. Nysten)

maar komt terug en valt in in zuidelijk deel OHN)

(J. Rutten, M. Hens;

20u44-21ul5)

Grote Zilverreiger Casmerodius albus Voor de periode 1/03 - 2/04 werden 22 waarnemingen van solitaire Grote Zilverreigers ontvangen vanuit het gebied van OHN tot de Doode Bemde (versch. waarn.). Het enige duo uit deze periode werd buiten deze zone opgetekend, namelijk op 11 /03 te SAR/Veeweide (F. F luyt). Intussen werd op 10/03 een actief NNO trekkend ex. gezien te Huldenberg/Spitsberg, met op deze plaats een laag cirkelend ex. op 26/03 (F. F luyt). Na 2/04 werden enkele weken geen Grote Zilverreigers gezien, tot 1 ex. zich op 23/04 vertoonde te SAR

(J.

Nysten). Nadien

volgden nog waarnemingen te OHZ (1 ex. op 24/04 en 13/05; G. Vandezande, L. Hendrickx), SJW/Nethen (1 ex. op 29/04-1/05 en 9/05; B. Nef, L. Hendrickx, D. Vanderlinden, H. Roosen, K. Moreau, K. Van Scharen), SAR (1 ex.N op 30/04 ; A. Smets), Leefdaal/plateau (1 ex. cirkelend op 30/04; F. F luyt), NGB (1 ex. op 9 en 15/05; L. Hendrickx, K. Van Scharen, S. Horemans) en Pécrot (1 ex. N op 13/05; M. Walravens). Op 28/05 tenslotte, zat terug 1 ex. in de Doode Bemde (D. Vanautgaerden, S. De Sadeleer).

Kleine Zilverreiger Egreffa garzeffa 25/03

1 ex. Zover de Dijlevallei, verm. ingevallen te OHN (A. Smets)

13/05

1 ex. te NGB, dan N (M. Walravens)

Roerdomp Bofaurus sfel/aris 09/03

1 ex. te OHN (S. Baken)

Ooievaar Ciconia ciconia 05/03

1 ex. N te SAR (B. Nef; 12u45)

08/03

1 ex. N te SAR (J. Nysten)

11 /03

1 ex. N te SAR (J. Nysten), 1 ex. pleisterend (ongeringd) te Oppem, om 15u15 verder N (F. F luyt), dan N over Egenhovenbos (S. Sys) en over Leuven/lnbev (K. Van Scharen; 15u30)

12/03

1 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt; 15u)

22/03

1 ex. boven Neerijse/Beekstraat (B. Bergmans; 14u20)

25/03

1 ex. Z over de Doode Bemde (L. Desmet; co 1Ou45), dan Z te SAR en cirkelend boven SAR/Veeweide-Reebeemd - Pécrot/Grand Pré (K. Moreau, R. De Keyser, L. Hendrickx, H. Roosen; co 1Ou50)

25/03 48

1 ex. Z te Heverlee/station (P. Uytterhoeven; 13u15)


Vogels

25/03

2 x 1 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt; 12u en 13u30}

25/03

1 ex. N te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau; ca 16u}

01/04

1 ex. N te Haasrode (P. Smets; 15u27}

02/04

1 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt}

02/04

1 ex. invallend te OHZ

05/04

1 ex. 0 te Leuven/E314 thv KBC

(J.

Rutten; 13u32}

(J.

Lambrechts; 11u50}

05/04

1 ex. NO te Wilsele (S. D'Hont}

05/04

2 ex. pleisterend te Herent/voetbalplein (L. Teugels,C. Devos,L. Pillaert; 16u}

10/04

7 ex. pleisterend te Oppem (G. Vandezande; 19u30}

15/04

2 ex. N te Korbeek-Dijle/plateau (A. Smets; 11u45-12u} en OHN (L. Hendrickx; 12u}

20/04

6 ex. N te SAR (K. Moreau,R. De Keyser; 12u46}

Lepelaar Platalea leucorodia 01/04

1 1e win te SAR (F. F luyt,L. Hendrickx}

Het betreft hier de 14e waarneming van deze soort in het Dijleland sinds 1955, en ze past binnen de datumgrenzen die worden bepaald door de voorgaande voorjaarswaarnemingen (30/03-8/05; 9 waarnemingen).

Wespendief Pernis apivoris De traditionele vroege eerste Wespendief werd reeds op 14/04 gemeld te OHN (L. Hendrickx}. In mei waren er achtereenvolgens waarnemingen te Erps/Dorenveld (1 ex. N op 7/05; A. Smets},Haasrode/Schoonzicht (1 ad m op 12/05; K. Moreau,R. De Keyser),SAR (1 ex. op 13/ 05; F. F luyt},de Doode Bemde (1 ex. op 13 en 28/05;

J. Nysten),Terlanen/Abstraat

(lmlv op

13/05; H. Roosen} en AV P (2 ex. ZW op 20/05; K. Moreau,W. Goussey,P. Uyttherhoeven e.a.}.

Zwarte Wouw Milvus migrans 07/04

1 ex. N te Leuven/Kapucijnenvoer (F. Van de Meutter}

04/05

2 ex. ZO te Meerbeek/Dorpsstraat (M. Hens)

06/05

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (L. Hendrickx, W. Desmet,B. Saveyn}

07/05

1 ex. NO te Erps/Dorenveld (A. Smets,F. Verdonckt,M. Vandeput,K. Moreau}

08/05

1 ex. NO te Erps/Dorenveld (A. Smets)

Rode Wouw M1/vus milvus 12/03

1 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt)

13/03

2 ex. boven Leefdaal/Weebergbos

(J.

Verroken; lOulO),1 ex. over Everberg (A.

Smets; 1lu),1 ex. te W LS (R. De Keyser; 15u) 15/03

1 ex. Z te Leefdaal/plateau (K. Moreau)

23/03

1 ex. NNO te Kessel-Lo/Spaarstraat (W. Goussey)

24/03

2 x 1 ex. N te Wilsele-Putkapel (S. D'Hont)

27/03

1 ex. ZW te Leuven/centrum (T. Verbeeck)

17/04

1 ex. N te Kwerps (M. Hens)

21/04

1 ex. ONO te W ijgmaalbroek (S. D'Hont)

23/04

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau

06/05

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (L. Hendrickx, W. Desmet,B. Saveyn)

07/05

1 ex. NO te Erps/Dorenveld (A. Smets,F. Verdonckt, M. Hens,K. Moreau e.a.)

(J.

Nysten)

09/05

1 ex. komt aan uit N te Korbeek-Dijle/plateau en zet zich op akker (S. Bouillon}

14/05

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau

22/05

1 ex. N te Leefdaal (S. Bouillon)

(J.

Nysten)

49


Vogels

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus De eerste voorjaarswaarneming van deze soort voor 2006 (er werden eerder dit jaar enkele januari-waarnemingen opgetekend) betrof een ad v te OHZ op 18/03 (K. Moreau, L. Hendrickx,

J. Menten, B. Creemers, M. Bekkers, J. Nysten). Na deze datum werden gespreid

over de hele periode nog 60 waarnemingen van in totaal 64 ex. (inclusief mogelijke dubbeltellingen) ontvangen (versch. waarn.). Het is een zootje van pleisterende, trekkende, rondhangende (alle vliegrichtingen) en broedverdachte beesten in alle mogelijke verenkleden, waar we hier niet dieper op ingaan.

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus Voor maart-april 2006 werden uit het Dijleland 38 waarnemingen van Blauwe Kiekendief ontvangen (maart 25, april 13) (versch. waarn.). Daarbij werd slechts twee keer meer dan 1 ex. tegelijkertijd gezien, namelijk 2v op 18/03 te Erps/Dorenveld (A. Smets, A. Boeckx, JP

(J. Kempeneers, B. Saveyn). Het enige andere mannetje werd op 17 /04 gemeld te OHZ (W. Desmet). De laatste Ferette) en 1 subad m

+

1 juv op 30/04 te Korbeek-Dijle/plateau

waarneming betrof 1 v te Erps/Dorenveld op 08/05 (A. Smets).

Grauwe Kiekendief Circus pygargus 16/04

1m laag N te Korbeek-Dijle/plateau (F. Fluyt)

23/04

1v N te Leefdaal/plateau (A. Smets, S. Goethals)

23/04

1 ex. hoog N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

26/04

1v cirkelend te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

07/05

2 imm te Erps/Dorenveld (A. Smets e.v.a.)

22/05

1v N te Bertem (S. Bouillon)

Steppekiekendief Circus macrourus Op 7/05 werd te Erps/Dorenveld een juv /2e kj kiekendiefvrouwtje ontdekt dat er in het veld erg goed uitzag voor een Steppekiekendief, maar er zaten ook enkele kenmerken tegen (A. Smets). Vele vogelkijkers kwamen de vogel bekijken en gingen huiswaarts in de overtuiging een zeer waarschijnlijke Steppekiek te hebben gezien, maar achteraf werd op basis van fotomateriaal geconcludeerd dat het om een Grauwe Kiekendief ging. Of is het laatste woord hierover toch nog niet gevallen?

Visarend Pandion haliaetus 24/03

1 ex. N te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau)

14/04

1 ex. tpl te NKV (K. Moreau)

17/04

1 ex. N te Kwerps (M. Hens)

22/04

1 ex. tpl te SAR (S. Horemans)

01/05

1 ex. Z te Heverlee/Leeuwerikenstraat (K. Moreau)

13/05

1 ex. te SAR (F. Fluyt), later achtereenvolgens 1 ex. met prooi te OHN (L. Hendrickx) en 1 ex. te OHZ (S. Horemans, M. Tomballe, D. Vanderlinden)

17/05

1 ex. tpl te NKV (M. Schurmans)

Roodpootvalk Fa/co vespertinus 20/04

50

1 ad v N te Leuven/A. De Greefstraat (F. Van de Meutter)


Vogels

Fluy' Smelleken Fa/co co/umbarius

1v tpl te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) 1 ex. N te Wilsele (S. D'Hont) 1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (K. Moreau)

11/03 21/03 01 & 06/05

Boomvalk Fa/co subbuteo

De eerste Boomvalken voor 2006 vlogen op 16/04 noordwaarts over SAR (A. Smets) en Leuven/ A. De Greefstraat (F. Van de Meutter). Vanaf dan werden gespreid over de periode 62 waarnemingen ontvangen (versch. waarn.), met een absolute maximumconcentratie van 12 ex. te SAR op 29-30/04 (B. Nef, H. Roosen e.a.). Broedverdachte koppels bleven rondhangen te SAR, OHZ en Wilsele (versch. waarn.). Slechtvalk Fa/co peregrinus

18/03 26/03 27/03 23/04

1 ad te Erps/Dorenveld (A. Smets, A. Boeckx, JP Ferette) 1 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) 1 ex. Z te SAR (A. Smets) 1 ad N te Leefdaal/plateau (A. Smets, S. Goethals)

Kraanvogel Grus grus

04/03 06/03 09/03 09/03 10/03 12/03 15/03 18/03 19/03 26/03

9 ex. NW te OHZ (J. Rutten, J. Kempeneers) en Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys) 14 ex. 0 te Wilsele (med. F. Fluyt) co 70 ex. NNO te LP en Kesseldal (D. Vanautgaerden) 2 ex. N te Wilsele-P utkapel (S. D'Hont) 3 ex. NO te SAR (M. Hens) en Oud-Heverlee/C (M. Van Ermen) 2 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) en SAR (H. Roosen) 42 ex. NO te LP (R. Meeus) 3 ex. 0 te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) 4 ex. laag NO te Haasrode/Bierbeek (K. Moreau, K. Stappaerts) 1 ex. over Heverlee/Geldenaaksebaan (':r'. Vonden Bosch)

Scholekster Haematopus osfralegus

26/04 07/05

1 ex. rondvliegend te WLS (B. Saveyn) 1 ex. rondvliegend (en roepend) te AV P, dan W (E. Toorman)

Kluut Recurvirostra avoseffa

03/04 09/04

14 ex. te SAR (L. Vonden Wyngaert) 1 ex. te OHN (J. Kempeneers)

Kleine Plevier Charadrius dubius

28/03 13, 15 & 17/04 21-22 & 23/04 22 & 28/04 02/05 11-12/05 21/05

1 ex. over te SAR (B. Nef) resp. 2, 1 & 2 ex. te Basse Wavre (L. Hendrickx) resp. 2 & 1 ex. te Heverlee/Langestaart (R. De Keyser, B. Creemers, J. Kempeneers) 1 ex. te Overijse/ljsbroeken (S. De Broyer) 1 ex. te Heverlee/Langestaart (L. Desmet) 1 ex. te Haasrode/zandgroeve (J. Kempeneers, K. Moreau, R. De Keyser) 1 ex. te Heverlee/Langestaart (J. Kempeneers, R. De Keyser) 51


Vogels

Goudplevier Pluvialis apdcada 05/03 09/03

8 ex. N te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau) 14 ex. N te OH, 466 ex. N over de Doode Bemde (F. Van de Meutter), 4 ex. N te

10/03

Heverlee/Celestijnenaan (K. Moreau) 20 ex. NW te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau), 5 ex. N te Korbeek-Dijle/plateau (M. Hens, A. Smets)

11/03

42 ex. Z te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

24/03

31 ex. N te SAR (S. Peten), 3 ex. N te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau)

25/03

679 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt), 202 ex. N te SAR (H. Roosen,

26/03

L. Hendrickx, K. Moreau, R . De Keyser) 116 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

26/03

4 ex. NW te Leuven/A. De Greefstraat (F. Van de Meutter)

01/04

8 ex. N te SAR (F. Fluyt)

Bonte Strandloper Calidris alpino 13-14/04

1 ex. te Basse Wavre (L. Hendrickx)

Regenwulp Numenius phaeopus 13/04

6 ex. laag N te NGB (A. Smets)

30/04

3 ex. N te SAR (F. Fluyt, A. Smets)

Wulp Numenius arquata Tijdens de eerste vijf dagen van maart was nog steeds minstens één Wulp aanwezig in het Verder w e r d e n volgende Oppem-OH-Ormendael (versch. waa r n . ) .

gebied

trekwaarnemingen genoteerd: 05/03

1 ex. N te SAR (H. Roosen)

09/03

1 ex. N te OH (F. Van de Meutter)

11/03

14 ex. N te Oppem (F. Fluyt)

19/03

16 ex. NO te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

26/03

1 ex. laag W te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

16/04

1 invallend ex. te Korbeek-Dijle/plateau (F. Fluyt)

30/04

1 ex. N te SAR (A. Smets)

Grutto Limosa limosa 24/03

1+1 ex. N te SAR (S. Peten)

26/03

4 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

Tureluur Tringa totanus De eerste Tureluurs voor 2006 werden op 20/03 waargenomen te AVP (K. Moreau) en te SAR (A. Smets). Nadien werd de soort quasi uitsluitend overtrekkend genoteerd . Er waren gevallen te SAR (resp . 1 ex., 3 ex. en 1 ex. op 24/03, 12 en 14/05; S. Peten, K. Van Scharen, L. Hendrickx, F. Fluyt, H . Roosen), Heverlee/Celestijnenlaan (1 ex. op 25/03; K. Moreau), OHZ (1 ex. op 8/04; B . Nef), OHN (1 ex. op 17 /04; W. Desmet) en Korbeek-Dijle/plateau (1 ex. op 9/05; S . Bouillon). De enige andere pleisteraars waren resp . 2 ex. en 1 ex. te OHN op 14/04 en 25/05 (L. Hendrickx,

J. Nysten).

52


Vogels

Groenpootruiter Tringa nebularia De eerste Groenpootruiter voor 2006 viel op 15/04 in te OHN (J. Rutten). Vanaf dan doken nog pleisteraars op te Basse Wavre (1 ex. op 16-17/04 ; L. Hendrickx), SAR (resp. 3, 4, 1 en 1 ex. op 17, 22/04, 1 en 6/05; F. Fluyt, F. Vandeputte, J. Nysten), OHN (1 ex. op 7 data tss 17/04 en 12/05 - versch. waarn.; 2 ex. op 13-14/05; L. Hendrickx), Heverlee/Langestaart

(1

ex. op

21/04; R. De Keyser), OHZ (1 ex. op 13-14/05; L. Hendrickx, J. Nysten) en NGB (1 ex. op 13-15/ 05; L. Hendrickx, J. Nysten, H. Roosen, K. Van Scharen, S. Horemans). Verder werden ook de volgende actieve trekkers opgemerkt: 20/04

1 ex. N te Flo/Z (K. Moreau, R. De Keyser)

22/04

8 ex. laag NW te OHN (B. Creemers)

29/04

1 ex. N te SAR (F. Fluyt; voormiddag)

03/05

2 ex. N te Flo/N (K. Moreau)

07/05

1 ex. N te SAR (L. Hendrickx)

Witgat Tanga ochropus Er werden voor het voo�aar van 2006 48 waarnemingen van Witgatjes ontvangen (versch. waarn.). De meeste kwamen uit de Dijlevallei ten Z van Leuven (ZW, OHN, OHZ, Oppem, NKV, SJW-Nethen, SAR) waar de maximumtelling werd genoteerd op 1/04 met 1 ex. te ZW, 1 ex. te OHZ en co 10 ex. te Oppem (J. Nysten). Enkel te Basse Wavre waren grotere aantallen aanwezig, met 9-13 ex. op 13-17/04 (L. Hendrickx). Verder werden ook Witgatjes gezien te Heverlee/Bremstraat (1 ex. over op 28/03; B. Bergmans), Haasrode/zandgroeve (1 ex. op 14/ 04; J. Kempeneers), Leefdaal/Schrei (2 ex. even tpl op 15/04; A. Smets) en Flo/N (1 ex. N op 22/04; H. Roosen). Het laatste ex. van het voorjaar vloog op 1/05 N over SAR (F. Fluyt).

Oeverloper Acfifis hypoleucos De eerste Oeverlopers voor 2006 werden op 15/04 waargenomen te Basse Wavre en te NGB (L. Hendrickx). Vervolgens dook de soort nog op te Basse Wavre (1 ex. op 17/04; L. Hendrickx), Heverlee/Langestaart (resp. 1, 2, 1, 2, 1 en 2 ex. op 21, 22, 23/04, 2, 4 en 21/05; R. De Keyser, B. Creemers e.a.), AV P (resp. 1, 1, 2, 1 en 1 ex. op 21, 24, 25, 27/04 en 17/05; J. Lambrechts, e.a), OHN-OHZ (resp. l, 2, 2 en 1 ex. op 22/04, 9, 13 en 28/05; J. Rutten e.a.), Leuven/N (langs Dijle) (1 ex. op 24/04; S. D'Hont), SJW /Nethen (1 ex. op 29/04 en 1/05; B. Nef, K. Moreau), SAR (resp. 2, 5, 1, 3 en 1 ex. op 30/04, 7, 8, ·13 en 14/05; A. Smets, L. Hendrickx, e.a, NGB (resp. 1, > 10 en 4 ex. op 1, 3 en 14/05; J. Nysten, M. Schurmans, H. Roosen), ZW (1 ex. op 3 en 5/05; K. Moreau, J. Verroken), Overijse/ljsbroeken (resp. 2-3, 1 en 1 ex. op 3, 7 en 15/05; J. Verroken, E. De Broyer), WLS (min. 13 ex. op 7/05; B. Saveyn) en Oppem (2 ex. op 13/05; S. Horemans).

Watersnip Gall!nago gall!nago Watersnippen werden tot op 24/04 22 keer doorgegeven vanuit de zuidelijke Dijlevallei (Heverlee/Langestaart, OH, Oppem, Doode Bemde, SAR, Basse Wavre; versch. waarn.), 15 keer ging het daarbij om waarnemingen van solitaire vogels. De absolute maximum­ concentratie waren> 60 ex. ten Z van SAR op 3/03

(F. Fluyt), de tweede grootste groep

bestond slechts uit 8 ex. te Flo/Veeweide op 22/03 (K. Moreau, R. De Keyser). Buiten de Dijlevallei werd enkel te LP een ex. gezien op 5/03 (J. Kempeneers). Het laatste ex. van het voorjaar zat op 24/04 te OHN (K. Van Scharen).

Bokje Lymnocrypfes minimus 01/03

1 ex. te Veltem/Molenbeekvallei (J. Wellekens)

22/04

1 ex. opgestoten te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys)

53


Vogels

Houtsnip Scolopax rusticola 04/03

1 ex. te Overijse/ljsebroeken

19 /03

Erps-Kwerps/Silsombos (F. Fleurbaey)

01-02/04

1 ex. te SAR (F. Fluyt)

(J.

Verroken)

25/04

2 x 1 ex. baltsend te Mollendaalwoud (B. Bergmans)

03/05

1 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (K. Berwaerts e.a.)

Kemphaan Philomachus pugnax 22/04

1 ex. te OHN (B. Creemers,

J.

Nysten)

Dwergmeeuw Larus minutus 24/04

2 ad+ 2 imm te SAR (K. Van Scharen, S. D'Hont)

Zwartkopmeeuw Larus melanocephalus Het aantal Dijlelandwaarnemingen van Zwartkopmeeuw heeft dit jaar dan eindelijk eens een (bescheiden) boost gekregen, na jaren achterop te hebben gelopen ten opzichte van grote delen van V laanderen. De 1e win Zwartkopmeeuw die sinds 5/01 regelmatig opdook te LP werd hier nog waargenomen op 12 en 14/03 (M. Hens,

J.

Nysten). Elders werden de

volgende waarnemingen genoteerd: 07/03

1 ad zom ZW te Bierbeek-Haasrode

08/03

2 ad zom te Overijse/Meer van Genval (A. De Broyer)

12/03

1 ad zom N te AV P-Heverlee/Philips (K. Moreau)

(J.

Cuppens)

Het betreft hier de l 3e tot l 5e gevallen voor het Dijleland, en de l 3e tot l 6e exemplaren.

Pontische Meeuw Larus cachinnans 15/03

1 ad te SAR (K. Moreau)

Visdief Sterna hirundo 14/05

1 ex. te SAR (F. Fluyt, H. Roosen)

28/05

1 ex. te SAR (F. Fluyt)

Zwarte Stern Chlidonias nigra Na de eerste Zwarte Stern voor 2006 op 17/04 te SAR (F. Fluyt e.a.), werd de soort hier nog vier keer waargenomen: op 22/04 (1 ex.;

J.

Nysten), 8/05 ( 1 ex.; A. Smets), 12/05 (3 ex.; M.

Walravens) en 17/05 (2 ex.; H. Blockx). Op deze reeks volgden nog waarnemingen van 1 ex. te NGB op 25 en 28/05

(J.

Nysten, S. Horemans, M. Tomballe e.a.).

Zomertortel Streptopelia turtur De eerste Zomertortel voor 2006 werd op 23/04 gezien en gehoord in de Doode Bemde (M. Schurmans), waar vervolgens enkel op 17 en 25/05 nog een ex. werd gehoord (M. Schurmans, H. Roosen). Ook andere waarnemingsplaatsen waren eerder schaars: SAR (resp. 1 zp, 3 zp, 3 zp en 1 zp op 27/04, 6, 13 en 14/05; H. Roosen, F. Fluyt,

J.

Nysten), Heverlee/Militair Domein

(1 zp op 28/04; L. Van Hellemont), Haasrode/zandgroeve (2 ex. op 11/05; Korbeek-Dijle/plateau (1 ex. op 21/05;

54

J.

Rutten).

J.

Kempeneers) en


Va els

een

Velduil Asio flammeus Groot alarm toen op 3/05 in de late namiddag een Velduil werd ontdekt te Korbeek-Dijle & Leefdaal/plateau (M. Schurmans). Slechts enkele waarnemers slaagden erin de vogel diezelfde avond nog terug te vinden, de opluchting was dan ook groot toen hij 's anderendaags nog aanwezig bleek en voor de grootste stormloop van de periode zorgde. Uiteindelijk bleef deze Velduil tot op 8/05 in de buurt (versch. waarn.). Velduilen zijn een erg schaars goed in het Dijleland, zeker in vergelijking met sommige naburige regio's. Sinds 1975 werden binnen de huidige grenzen van het Dijleland slechts de volgende ex. gezien: 1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau op 20/04/03, 1 ex. over Erps/Dorenveld op 25/03/ 05, 1 ex. te Leefdaal/plateau op 4/04/05 en 1 ex. te Leefdaal/plateau op 24/04/05 .

Middelste Bonte Specht Dendrocopos medius Buiten het gekende broedgebied werden in het Dijleland volgende waarneming van Middelste Bonte Spechten genoteerd: 06/03

1 ex. (m) te Oud-Heverlee/Korbeek-Damstraat (G. Vandezande)

08/03

1 ex. te Heverlee/ Arenbergpark (K. Moreau)

15 en 18/03

resp. 2 en 1 ex. te Bertem/Bertembos (A. Smets, A. Boeckx, JP Ferette)

19/03

1 ex. te Loonbeek/Margijsbos (F. Fluyt)

25/03 en 4/04

1 ex. te Oud-Heverlee/Kouterbos (M. Jonckers, W. Goussey, K. Moreau e.a.)

Boomleeuwerik Lul/ulo arborea 09/03

25 (21+4) ex.Nover de Doode Bemde (F. Van de Meutter)

10/03

1 ex. oudN NO te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

14/03

7 ex. te Everberg/Duivendelle (A. Smets)

Duinpieper Anthus campestris 01/05

1 ex.Nte Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau)

Boompieper Anthus trivia/is De eerste Boompieper voor 2006 vloog op 2/04 noordwaarts te SAR (F. Fluyt). Vervolgens werd er trek genoteerd te Meerbeek/Pompstation (1 ex.Nop 4/04; M. Hens), Korbeek-Dijle/ plateau (resp. 1 en 9 ex.Nop 15/04 en 1/05; A. Smets, K. Moreau), Leefdaal/Schrei (1 ex.N op 17/04; B. Bergmans), Leefdaal/plateau (resp. 2, 10 en 1 ex. N op 22, 23/04 en 1/05; B. Bergmans, A. Smets, S. Goethals, K. Moreau), OHZ (1 ex.Nop 23/04, 3 en 6/05; J. Rutten, J. Kempeneers), SAR (6 ex.Nop 23/04; F. Fluyt) en Huldenberg/Spitsberg (1 ex.Nop 23/04; F. Fluyt). Pleisterende Boompiepers werden gezien te OHZ (resp. 2-3 en 2 ex. op 18 en 23/04; J. Kempeneers, J. Rutten), Huldenberg/plateau ( 1 ex. op 1/05; F. Fluyt), Leefdaal/plateau (1 ex. op 1/OS; K. Moreau) en Meerdaalwoud/Militair Domein (min. 6 zp op 3/05; K. Berwaerts e.a.).

Waterpieper Anthus spinoletta De laatste concentratie van meer dan 10 Waterpiepers bestond uit ca 40 ex. te Oppem op 5/03 (K. Moreau). Vanaf dan namen de aantallen sterk af (versch. waarn.) tot het laatste ex. van voorjaar 2006 werd gezien op 1/05, tevens te Oppem (K. Moreau).

55


Vogels

Noordse Kwikstaart Motaci/la !lava thunbergi

01/05 04/05 12/05 12 en 14/05

1m te SAR, 1m te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) min. 25 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (B. Saveyn, J. Kempeneers e.a.) 5 ex. te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau, R. De Keyser) min. 1 en min. 5 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (S. D' Hont, J. Nysten)

Grauwe Klauwier Lanius co/Judo

Het wordt een jaarlijkse voorjaarsgast in de Dijlevallei, op 23/05 werd immers weer een adult mannetje Grauwe Klauwier waargenomen, dit keer in de Doode Bemde (S. Horemans, M. Tomballe). De vogel werd hier nog teruggezien op 25, 28 en 31/05 (P. De Becker, J. Nysten, D. Vanautgaerden, S. De Sadeleer), maar was intussen ook vaak onvindbaar (versch. waarn.). Klapekster Lanius excubitor

03/03 12/03

1 ex. te OHZ (F. Fluyt) 1 ex. te SAR (L. Mesmans, L. Hendrickx, H. Roosen)

Pestvogel Bombyc1l/a garru/us

16/03

1 ex. kort tpl te Heverlee/Leeuwerikenstraat, dan N (K. Moreau)

Nachtegaal Luscinia megarhynchos

De enige Nachtegaal die in 2006 binnen de regiogrenzen zong deed dat te Erps/Silsombos, met waarnemingen op 19, 24 en 27/04 (A. Smets, E. L' Amiral).

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus

06/04 1 ex. te Erps-Kwerps/Silsombos (F J Moerman, E. Le Docte) 07/04 1 ad m te Heverlee/Egenhovenbos (K. Moreau) 12/04 1 ad m te OHN/Hazenfonteinstraat (R. De Keyser) 15/04 1 ad m te Overijse/Schavei (E. De Broyer) 17/04 1 ad m te OHZ (J. Menten) 22/04 1 dood m te Herent/Diependaal (verm. slachtoffer kat) (T. Verbeeck e.a.) 17/05-einde periode 1 zp te AVP (K. Moreau, W. Goussey, P. Uyttherhoeven e.a.) Roodborsttapuit Saxico/a rubicola

De overwintering te Oppem was voor het tweede opeenvolgende jaar compleet! Tot eind maart werd hier immers doorlopend een ad mannetje waargenomen (J. Nysten, K. Moreau), dat vanaf 31/03 (B. Wuyts) tot minstens op het einde van de periode vergezeld werd door een vrouwtje (versch. waarn.). De eerste terugtrekker, een vrouwtje, werd op 21/03 aangetroffen te Erps/Dorenveld, waar op 17 /04 2m werden gezien (A. Smets). Roodborsttapuiten waren er verder ook te Erps/Zuurbeekvallei (1m op 1 en 9/04; A. Smets), ten N van Herent/ Kastanjebos (resp. 1-2m, 1m en 2m1v op 5, 6 en 17/04; R. Ghijsen, B. Bergmans), Veltem-Beisem/Leuvensestraat (1mlv op 8/04; A. Smets), OHN (1m op 31/03 en 22-23/04; M. Hens, B. Creemers, J. Kempeneers), Heverlee/Duivelsweg (1mlv op 22/03; J. Kempeneers), Haasrode/Stenenkruis (1 m op 29-30/03; J. Kempeneers), Haasrode/ Brabanthallen (1m op 11 en 13/04; J. Kempeneers), Haasrode/zandgroeve (1m op 12/05; K. Moreau, R. De Keyser) en Bierbeek-Haasrode/Kraaiberg (1m op 6-7, 11, 14 en 19/04; J. Kempeneers, K. Moreau).

56


Vogels

Velduil op het plateau van Korbeek-Dijle, mei 2006. Tekening Marc Walravens

Paapje Saxicola

rubetra

De eerste waarneming voor 2006 had betrekking op een ex. te Korbeek-Dijle/plateau op 16/04 (F. Fluyt). Nadien werden er pleisterende Paapjes gezien te Erps/Dorenveld (resp. 1, 1 en 2 ex. op 24/04, 4 en 8/05; A. Smets), Erps/Zuurbeekvallei (1 ex. op 24/04; A. Smets), Korbeek­ Dijle/plateau (resp. min. 3, 2 en 1 ex. op 4, 6 en 9/05; B. Bergmans e.a.), OHN (2m op 13/05, S. Horemans, M. Tomballe, D. Vanderlinden e.a.), Oppem (1v op 13/05; S. Horemans), Heverlee/Duivelsweg (5 ex. op 8/05; J. Kempeneers), Haasrode/industrieterrein (2 ex. op 8/ 05; J. Kempeneers) en Bierbeek/plateau (1m op 25/04; K. Moreau, R. De Keyser). Intrigerend was het eerder late mannetje dat op 25 en 28/05 in de Doode Bemde zat (H. Roosen e.a.).

Tapuit

Oenanthe oenanthe

De eerste Tapuit voor 2006 was een vrouwtje te Meerbeek/Pompstation op 4/04 (FJ Moerman). Vervolgens liet de soort zich bekijken te Haasrode/zandgroeve (1v op 8/04; K. Moreau), Erps/ Zuurbeekvallei (resp. 1m en 1 ex. op 9 en 16/04; A. Smets, R. Ghijsen), Korbeek-Dijle/plateau (10 waarnemingen tussen 15/4 en 21/05-versch. waarn.; max. 5m4v op 1/05- K. Moreau}, Terlanenveld (1 ex. op 15/04; E. De Broyer), Leefdaal/plateau (resp. 1 v, 6 ex. incl. een mogelijk v Groenlandse Tapuit, 2m5v en 5 ex. op 16, 21, 22 en 30/041v te (F. Fluyt, B. Bergmans), Erps/ Dorenveld (resp. Sm1v, 17 ex., 1 ex. en 2 ex. op 24/04, 4, 7 en 8/05; A. Smets, F. Fluyt}, Neerijse/ plateau (2 ex. op 25/04; J. Verroken}, Huldenberg/plateau (5 ex. op 1 /05; F. Fluyt} en Neerijse/ Tersaert (2 ex. op 12/05; S. Bouillon}. 57


Vogels

Beflijster Turdus torquatus 2m te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys, B. Bergmans)

28/03

06-07 en 15/04 2m en 3m1v te Leefdaal/Schrei (A. Smets, M. Hens, K. Moreau) 4m te Everberg/Hollestraat (A. Smets), 1m1v te Korbeek-Dijle/plateau, min. 1 ex. 08/04 te Leefdaal/plateau (K. Moreau) 2m2v te Vossem-Leefdaal/plateau (C. Carels)

11/04 15 en 17/04

3 en 1 ex. te Bertem/Koeheide (G. Bleys)

16 en 17/04

resp. 3 ex. En 2m te Erps/Zuurbeekvallei (R. Ghijsen, A. Smets)

23/04

1m1v N te SAR (F. F luyt)

01/05

1v in weiden tss OHN & OHZ (M. Hens)

Cetti's Zanger Cettia cetti De vier zangposten van 2005 bleven allen ingenomen: 1 te OHN, 1 tss OHN en OHZ, 1 te OHZ en 1 in de Doode Bemde (versch. waarn.).

Snor Locustella luscinioides 07/04

1 ex. roepend/kort zingend te OHN (M. Hens)

Het betreft hier het twaalfde geval van Snor voor het ruime Dijleland sinds 1975. Bijzonderder is echter dat het om de eerste veldwaarneming èn de eerste voorjaars-waarneming uit deze periode gaat! De overige gevallen hebben allen betrekking op ringvangsten, elf in totaal dus (allemaal te Korbeek-Lo, tussen 19/07 en 31/08 in de jaren '93-'04; juli 3, augustus 8).

Zoals het de doorsnee Huldenbergenaar typeert, had ook deze Orpheusspotvogel bijzonder veel noten op zijn zang. Spitsberg, 2juni 2006. Foto Frederik Fluyt.

58


Vogels

Orpheusspotvogel Hippo/ais polyglotta Voor de tweede keer in 9 maanden tijd werd het beroemde toneel te Huldenberg/Spitsberg bemand door een in onze contreien erg zeldzame zanger. Op 31/05 werd hier immers een zingende Orpheusspotvogel aangetroffen, en dan nog wel in en rondom dezelfde vlinderstruik die door de Rad des Baszanger van oktober 2005 werd verkozen (F. Fluyt). De vogel bleef hier tot op 2/06 aanwezig (F. Fluyt, M. Schurmans, M. Hens, K. Van Scharen, K. Moreau). De Orpheusspotvogel is een nieuwe soort voor het Dijleland, het gaat hier bovendien slechts om de tweede veldwaarneming voor V laams-Brabant.

Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus De eerste Rietzanger voor 2006 zong op 17/04 te SAR (F. F luyt). Op 23/04 werd deze hier nog gehoord, en op 29/04 werd er een 2e zangpost bemand (F. Fluyt). Tussen 18 en 23/04 zongen er ook Rietzangers te OHN (1 zp op 18-19 en 22/04; J. Kempeneers, J. Nysten), NKV /VMW­ vijvertjes (1 zp op 22/04; F. Fluyt, B. Bergmans, R. De Keyser, M. Lehouck, D . Vanautgaerden), Flo/N (1 zp op 22/04; H. Roosen) en OHZ (1 zp op 23/04; J. Kempeneers, J. Rutten). De enige die tot in mei gehoord werd was die van Flo/N, met daar nog steeds 1 zp op 7/05 (H. Roosen, K. Moreau).

Braamsluiper Sylvia curruca De eerste Braamsluiper voor 2006 arriveerde op 21/04 te Wilsele/Van der Nootstraat, waar hij 2 weken heeft gezongen (S . D'Hont). Er werden er slechts 5 andere gemeld: 1 zp te OHZ op 23, 30/04 en 6/05 (J. Rutten, J. Kempeneers), 1 zp in de Doode Bemde op 29/04 (M. Jonckers,

P. Uytterhoeven, J. Robijns, G. Stockx e.a .), 1 zp te Haasrode/Brabanthallen op 4 en 11/05; J. Kempeneers), 1 zp te Tombeek/W van kasteel Terdek op 17/05 (H. Roosen) en 1 zp te Heverlee/ Hoegaardsestraat X Wittehoevenlaan op 22-23/05 (J. Kempeneers).

Fluiter Phylloscopus s1bilatrix 31/05

1 zp te Meerdaalwoud (aan boshut 150m van Ecoduct) (J. Lambrechts)

Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata 03/05

1 ex. te Flo/Z (K. Moreau)

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca 22/04

1m te Florival/N-Veeweide (H . Roosen)

24/04

1m te NKV (S. De Broyer)

29/04

1m te SAR (F. Fluyt; voormiddag)

29/04

1m te Neerijse/Kasteel (M. Jonckers, P. Uytterhoeven, J. Robijns, G. Stockx e.a.)

Wielewaal Oriolus oriolus Op 6/05 werd de eerste Wielewaal voor 2006 gehoord te OHZ (J. Rutten). Vanaf 13/05 werd de soort ook in de Doode Bemde vastgesteld (1m1v; M. Walravens), waar later in mei herhaaldelijk min. 3 ex. (2m 1v) werden waargenomen (H. Roosen, J. Nysten e.a.). Te SAR werd tenslotte een zangpost gevonden op 14/05 (F. Fluyt, H. Roosen) .

59


Vogels

Europese Kanarie Serinus serinus 07/04

1m (even zingend) te Leefdaal/Plantoon (K. Moreau)

09/04 15/04

2 ex. te Leuven/Lemmensinstituut (L. Janssens) 1 ex. N te Korbeek-Dijle/plateau (A. Smets)

18/04

2 ex. even tpl in tuin te Vrebos (A. Smets)

23/04

1 ex. tp te Leefdaal/plateau (A. Smets, S. Goethals)

Kleine Barmsijs Carduelis cabaret 19/03

enkele ex. in tuin te Winksele (R. Ghijsen)

26/03

2 ex. even tpl te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

08/04

1 ex. zingend te OHC (J. Rutten)

Grote Barmsijs Carduelis flammea De uitlopers van de invasie uit de voorbije winter: 01/03

2 ex. te Heverlee/Leeuwerikenstraat, 1 ex. te OHZ (K. Moreau)

03/03

1 ex. te Leefdaal/plateau (R. De Keyser, B. Wuyts)

09/03

2m 1v te Heverlee/Spoorwegstraat (B. Creemers)

10/03

min. 3 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (M. Hens, A. Smets)

11 en 19/03

resp. 3 en enkele ex. te Winksele (R. Ghijsen)

12/03

1 ex. N te Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt)

12/03 en 01/04 resp.> 9 en min. 3 ex. te OHC (J. Rutten) 03/04

2 ex. N te F lo/Veeweide (K. Moreau)

barmsijs sp. Carduelis cabaret/flammea Niet nader gedetermineerde barmsijzen werden tijdens het voo�aar van 2006 nog gemeld te OHC (8 waarnemingen tussen 3/03 en 15/04 met maxima van resp. 18 en 29 ex. op 3 en 12/03; J. Rutten), Winksele (resp. 11, 6 en 16 ex. op 5, 13 en 19/03; R. Ghijsen), Korbeek-Dijle/ plateau (1 ex. op 5/03; K. Moreau), Leuven/stadskerkhof Tivolistraat (1 ex. over op 21/03; B. Bergmans, B. Saveyn, H. Vankerckhoven), Leuven/A. De Greefstraat (2 ex. Z op 1/04; F. Van de Meutter) en Terlanenveld (co 10 ex. op 15/04; E. De Broyer).

Kruisbek Loxia curvirostra 05/03

1m1 v te Mollendaalwoud/ZO-rand (J. Nysten)

11/03

1 kort zingend ex. te Meerdaalwoud/Bois St. Nicaise (K. Moreau)

19/03

1 ex. te Mollendaalwoud (J. Kempeneers, R. Pinnoy)

Noordse Goudvink Pyrrhu/a pyrrhula pyrrhula Op twee plaatsen in het Dijleland bleven de Noordse Goudvinken van het 'teutertype' nog tot in maart 2006 aanwezig op de vaste stek waar ze de voorbije winter 2005/2006 doormaakten. In het eerste geval ging het om 1m4v die tot op 5/03 werden gezien te Heverlee/IMEC (W. Desmet, K. Moreau, R. De Keyser, B. Wuyts), de tweede locatie betreft Huldenberg/ Spitsberg. Hier werden op 2, 3, 5, 10, 11, 12, 26 en 29-31/03 resp. 1m2v, 3m5v, 2m2v, 7 ex., 2m4v, 1m1v, 8 ex. en 2v gezien (F. F luyt). Verder werd op 16/03 een ex. waargenomen te Heverlee/ Kardinaal Mercierlaan (J. Menten). Het laatste ex. werd op 2/ 04 gehoord te OHZ (J. Rutten, J. Kempeneers). Alle waarnemingen vanaf 26/03 zijn nu de laatst geregistreerde voorjaarsdata voor Noordse Goudvink in het Dijleland.

60


Vo els

dot+ -

Soort

oorum Aantot+ tocatie

Woomemef( s)

Koekoek Cvcufus éàliorus

15/0r.

L He-•drîch

l Lp SAR

-

e.a.

B Bergrnons --

. ,."

- ---

Gleuwolvw Ap1..J5 opvs

17/04

...

Oeve-.rzwaluw Rf.pa1jà dpado

l Y2:_ Hàrenf/ ask:mjebos 1 e:c;, SA� 1 ex. ' �e<beek·D.,e/pl

A De Broyer A. Sme s

25/03

3 ex. SAR

H. Rom,ra•r1 e.a.

28/03

2 ex. Hevertee/lo "'-gestaari

R.

13/0� 15/0.�

"

-

HuillwaJuw Dèflc:tlon llfb1ca -

Gele- KwJbtaort

De Kev·>er

-

Boerenrwaluw H rustico

-- .

/v1otocin'o f!:Jvo

Blauwborst luscfr'i�:J t1,•éc.k::o

-

18/03 2()/03

1 ex. o"'er N GB 1 ex. N SAR

H

02/0,

1

SA�

F.

1 èx. OHZ

J.

- ·

ex.

-

J. Kempeneers

-

Rooier' uyt

R\Jl1en

2 ex. Kcfbeek-D7elploteau

J K empene-e rs

l m Erp�/lvurbeekvalle

A

31/03

l zpOH

M. 1--em

0110�

1 zp

01/04

-

Sme s

F

SAR. 2 zp DS

� -

vy. J t..Jv-sien - ---

Z:worte Roodslcior1 Ph ochrttros

l m Kessel·lo/stotion

21/03

l n1 Heverlee/Duivels-weg

J Kernpeneerr.

1 m Erps/Dorerweld

A. Smet� L Her·drièkx

R.

S:prinkhaonzanger locu.ste('à i

16/0�

1

naevkr

17/0"

l LP Doà-d� Ber de

J_ t'>l.enien

Spotvogel Hlppófais idèr.'tla

09/05

l zp

orbeek-

S. B-:Juillon

l l /05

l zp te Hao�rode/Brobonthol ---

2.0/0t.. 2l /Ol'J

KJelne l(areklel A. scirpo�eus

1)6105

BO$ffetlan.9er A ,oorvslns

07/05 1

Gf.asmus SylYl'a è:arnrnunis

S)'i'vio borin

�· lO�

_...

atricGp.Wo

Fitis Ph �·Uoscopu•! Jr'oct111us -

Tjiftjaf PhyNoscop,:_1s co»ybita

-

4

l zpOHZ

2 ex.

(l Lp) OHN

J K ernpeneer:. -

--

K Moreou e.a

M. f-'èns

n-1in 2zp OH 1 zp flofVee'Weide

F Puy. J R\..1tten

3 zp Doàde Bèm de

K. Moreou

Meerbee'lc/pornpsrarior.

H

Roosen e o

A Srnets

15/0�

1 zp

17/0ll

2êx. SAR

F. Vandspulte

1 ex. leuven/ en mensinsr

B Bergnx:ins

zp Haveriee/ ee-Jv·1eriker 1rnLev·.1en/Vo1

K.

B Bergmans

Wooy'enb-srglaan, 2m AVP

J. Kempènears

28103

1 ex. WF"ele-Putk.opel

S. D'Hor1t

29/03

1 zp Heverlee/ Nenbergpark

E. Toorn n

18103

'2 ex. SAR

A. Srne se

20/03

f zp OHZ

J R\1t1en

21/04 Zwartkop Syfv·1Q

Jplàtéau

"

--

luinffuJter

zpOH��

-

De 'ev>er

16/03

1

3-0/03

-

!'>.'.oreou

-

o.

Tabel 1: Fenologie van de meest voorkomende zomervogels in het Dijleland anno 2006. 61


Vogels

Appelvink Coccothroustes coccothroustes De invasie van Appelvinken uit de voorbije winter 2005/2006 beef in het voo�aar nog lang merkbaar. Er werden maar liefst 104 waarnemingen ontvangen (maart 7 4, april 24, mei 6) van op 21 verschillende locaties. Het meest spectaculair was de honkvaste groep te Heverlee/ stadskerkhof Tivolistraat, die op 20-24/03 uit meer dan 50 ex. bestond

(J.

Kempeneers, K.

Moreau, B. Bergmans, B. Saveyn, H. Vankerckhoven e.a.)

Grauwe Gors Emberizo colondro 05 en 10/03

resp. min. 10 ex. en oud te Korbeek-Dijle/plateau (M. Schurmans,

J. Kempeneers, B. Saveyn, M. Hens, A. Smets) 15/03

enkele ex. te Leefdaal/plateau (telpost) (K. Moreau)

07/04

1 ex. te Leefdaal/plateau (Plantoon) (K. Moreau)

17/04

1 ex. te Meerbeek/pompstation (A. Smets)

18/04

1 ex. te Leefdaal/plateau (paardenwei Delle) (F. F luyt)

17, 24/04, 4 en 7/05

resp. 1 zp, 4 zp, 4 zp en 5 zp te Erps/Dorenveld (A. Smets, F. F luyt)

Samenstelling: Kelle Moreau, kelle.moreau@gmail.com

Medewerkers en correspondenten: Hugo Abts, Louis-Philippe Arnhem, Stijn Baken, Monique Bekkers, Bruno Bergmans, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Steven Bouillon, Charles Carels, Paul Claes, Bart Creemers, Jos Cuppens, Piet De Becker, Alain De Broyer, Stijn De Broyer, Rien De Keyser, Johan De Meirsman, Lieven Deschampelaere, Louis Desmet, Wouter Desmet, Steven D'Hont, Gerald Driessens, Ruben Evens, Filip Fleurbaey, Frederik Fluyt, Herman Fonck, Raf Ghijsen, Sven Goethals, Werner Goussey, Jos Grootjans, Robin Guelinckx, Krien Hansen, Bart Heirweg, Luc Hendrickx, Jo Hendriks, Maarten Hens, Marc Herremans, Stefaan Horemans, Luc Jans­ sens, Marcel Jonckers, Jochen Kempeneers, Jorg Lambrechts, Ewoud L'Amiral, Elfriede Le Docte, Walther Leers, Mark Lehouck, Frederik Lerouge, Patrick Luyten, Eddy Macquoy, Eric Malfait, Willy Matthijs, Roger Meeuws, Joris Menten, Luc Mesmans, Frieder Jan Moerman, Kelle Moreau, Bruno Nef, Johan Nysten, Stephan Peten, Yvon Princen, Fons Ramaekers, Peter Raymaekers, Hans Roosen, Jos Rutten, Niels Ryckeboer, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Axel Smets, Philippe Smets, Fam. Spettante-Spruyt, Geert Sterckx, Stefaan Sys, Luc Teugels, Marita Tomballe, Erik Toorman, Pol Uyttherhoeven, Kasper Van Acker, Désiré Vanautgaerden, Johan Vanautgaerden, Frank Van de Meutter, Jos Vonden Eede, Frank Van Den Houte, Luc Vonden Wyngaert, Michaël Vandeput, Filip Vandeputte, Dirk Vanderlinden, Gilbert Vandezande, Myriam Van Ermen, Lieven Van Hellemont, Geert Vanhorebeek, Hans Vankerckhoven, Frederik Vanlerberghe, Kris Van Scharen, Joey Van Tonder, Thomas Verbeeck, André Verboven, Bart Vercoutere, Freek Verdonckt, Guy Verrijdt, Jan Verroken, Luc Vervoort, Marc Walravens, Jan Wellekens, Stefaan Wera en Bert Wuyts.

62


Aankondigingen & activiteiten

Activiteiten Natuurstudiegroep Dijleland Zomer 2006

De Hamster in 2006: kom mee zoeken ! Zoals vorig jaar in dit blad uitvoerig uit de doeken gedaan (Hens & Vercoutere, 2005) heeft de Natuurstudiegroep Dijleland (NSGD)

zich

geëngageerd

om

de

hamsterpopulatie te Bertem/Leefdaal de komende jaren zo goed mogelijk op te vol­ gen. Hiertoe trachten we jaarlijks zo veel mogelijk Hamsterburchten in kaart te brengen in een vast gebied dat gevormd wordt door twee 1 km x 1 km UTM-hokken die zich centraal in het Hamstergebied bevinden (zie figuur). In 2005 werden tussen midden juli en midden september alle recent geoogste graanakkers (gerst, tarwe, triticale, haver) in dit gebied afgelopen door in totaal zo'n 25 vrijwillige mede­ werkers. Begin september stond de eindteller op negen zekere burchten, wat vergelijkbaar is met het resultaat van 2004, toen in min of meer hetzelfde gebied 11 zekere burchten aangetroffen werden (Verwimp & Hens, 2004). Deze zomer gaat er tussen eind juli en eind augustus elke woensdagavond een inventarisa­ tie-excursie door. We spreken telkens af om 19u00 op het kruispunt van de Blokkenstraat, Bredeweg en Delle te Bertem. Laatkomers vinden ons op en rond de akkers in de onmiddel­ lijke omgeving. Bij twijfel contacteer je best Maarten Hens (e: maarten.hens@tele2allin.be, GSM 0473 24 47 52). Iedereen is van harte welkom om mee sporen te komen zoeken van deze akkerknagers: =>

Woensdag 26/07

=>

Woensdag 02/08

=>

Woensdag 09/08

=>

Woensdag 16/08 (combi-excursie met de Werkgroep Natuurgidsen van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud}

=>

Woensdag 23/08

=>

Woensdag 30/08

Aangezien geoogste graanakkers bij gunstige weersomstandigheden vrij snel ingeploegd worden, is het van belang flexibel te kunnen inspelen op het verloop van de graanoogst. Naast deze zes 'vaste' excursies wordt er daarom moge/J]k ook geihventanseerd op andere dagen. Deze tochten worden één tot enkele dagen voordien gepland en aangekondigd via de yahoo -mailgroep van de NSGD. Zoekexcursies buiten deze twee hokken worden vanzelfsprekend aangemoedigd, maar prioritair concentreert de inventarisatie-inspanning zich op deze hokken. Enkel op deze manier kan een ietwat betrouwbaar beeld van de aantalsevolutie van de lokale hamsterpopulatie bekomen worden. 63


Aankondigingen & activiteiten

Situenng van de UTM-ktlometerhokken ( 1 km x 1 km) die als basis dienen voor de monitonng van de Hamsterpopulatie 1n het Dijle/and

.... t .,.,... 1'

',.-

' //

( .......

r

...

�·"'/�

' / I _. i f

,

.

'

..:

/.

"""

--

/, .

\,· " ,,

"

'

....... .

.,

\

Referenties Hens M. & Vercoutere B., 2005. Agrarische natuur in het Dij leland: NSGD en VHM de boer op. Boom.klever 33, 87-

93. Verwimp N. & Hens M. 2004. Het wel en wee van de Hamsters in Bertem: Resultaten van de burchtentelling in augustus 2004. Boom.klever 32: 136-140.

Coördinatie: Maarten Hens, e-ma1Z· maarten.hens@tele2al!tfJ.be

Activiteiten van de Ongewerveldenwerkgroep Zaterdag 8 juli: Vlinder- en Libelleninventarisatie Meerdaalwoud We gaan op zoek naar Bronlibel en Kleine ijsvogelvlinder in Meerdaalwoud en Mollendaal­ bos. Hiervoor gaan we met de fiets langs een aantal beekjes en vijvers in het bos. Afspraak om 14:30 aan de ingang van het bos aan de Weertsedreef (kant Sint-Joris-Weert). Dit is een fietsexcursie. Gaat niet door bij regen; bij twijfel neem contact op met Joris Menten (zie binnenkaft).

Zaterdag 19 augustus: sprinkhanenzoektocht Vlierbeek en Kesselberg We zoeken naar sprinkhanen, maar hebben ook aandacht voor vlinders en eventueel libel­ len. In het bijzonder proberen we de plekken met greppelsprinkhaan in kaart te brengen rond de Abdij van Vlierbeek. Deze opvallende sabelsprinkhaan staat op de voorlopige rode lijst als 'kwetsbaar' aangeduid en heeft in het Dijleland twee gekende populaties. De klein­ ste bevindt zich ten oosten van Leuven. Afspraak parkeerplaats van het kerkhof van de Abdij van Vlierbeek om l 3u00. Indien er nog voldoende tijd rest rijden we ook nog naar de Kesselberg. Hier proberen we de aanwezigheid van knopsprietje te bevestigen en is er ook nog kans op greppelsprinkhaan. Contacpersoon Bart Creemers, GSM 0496/893106. 64


Mannetje Woudaap, lxobrychus minutus, Abdij van Park-vijvers, 13 juni 2006. (Foto: Marc Van Meeuwen)


Zomerzicht op het westelijk plateau van het Dijleland: in de ruigte wemelt het van insecten en knaagdieren, een enkele Kwartel roept in de verte en straks wiekt de eerste Grauwe Kikkendief weer voorbij." (Foto Frederik Fluyt}

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Juni 2006  

De Boomklever Juni 2006  

Profile for nsgd
Advertisement