__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGR061? DIJLE LAND

�·

BEEKJUFFER SLEEDOORN PAGE SPITSKOPJE HAMSTER • HAVIK EIKELMUIS RATELAA APPELVINK WESP BOSRI ETZANGE R

,

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang 33

-

september 2005


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur Voorzitter: Paul Herroelen, Mensenrechtenlaan 22,1070 Brussel,02.524.28.52 Secretaris: Frederik Fluyt,Spitsberg 4,3040 Huldenberg,0479 92 01 72 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal,02.767.26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4,3020 Herent,016.23.13.38

André Verboven,Groeneweg 60,3001 Heverlee,016.23.81.84

Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201, 3001 Heverlee,0486.12.58.77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee,0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42,1320 Tourinnes-la-Grosse,010.86.24.66

Maarten Hens, Dorpsstraat 48,3078 Meerbeek,02.757.97.46

Hans Roosen,abstraat 10 l, 3090 Overijse,02.687.95.18

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke en watervogeltelling: Maarten Hens, Dorpsstraat 48, 3078 Meerbeek,02.757.97.46,maartenhens@skynet.be

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee,0486.12.58.77, kelle.moreau@gmail.com

Project Bijzondere Broedvogels, trektellingen: Frederik Fluyt, Spitsberg 4,3040 Huldenberg,0479 92 01 72, freek@village.uunet.be

Werkgroep zoogdieren Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee,0486.12.58.77,kelle.moreau@gmail.com Werkgroep ongewervelden Themaverantwoordelijke: André Verboven,Groeneweg 60,3001 Heverlee, 016.23 .81.84,andre.verboven@chello.be Plantenwerkgroep Themaverantwoordelijke: Joris Menten,W. De Croylaan 49/21,3001 Heverlee,0495.27.53.93 pjoris@advalvas.be of joris_menten@merck.com Website www .natuurpunt.be/dijleland

Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@yahoogroups.com


De Boom.klever Driemaandelijks tijdschnft van Natuurstudiegroep Dij/eland natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw. Redactiekern

BUITEN GEKEKEN

Herwig Blockx, Frederik Fluyt, Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van Schoren

'The times, they are a-changing'

Redactie-adres

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . 98 .

Insecteninventarisatie Vlaamse Natuurreservaten

4,

p/a Frederik Fluyt, Spitsberg � Huldenberg E-mail: freek@v1llage.uunet.be

3040

.

ONGEWERVELDEN

Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat,

. . . . . . . .

'Grootbroek' en 'Rodebos en Laanvallei' Lepidoptera

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

l 01

Het copyright van de teksten en tekeningen blijft bij de auteurs en tekenaars. Over� name is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating

Ab�rinement

De Grote gele kwikstaart? Tuinkwikstaart !.

.

Ge1nteresseerden kunnen D�

Bonte Kraaien Corvus Cornix nog . i Toen . .

wintervogels waren 1n Vlaams-Brabant

Boomklever ontvangen door overschrijving van EUR op rekeningnummer

5

, 001-155�168-50 van Stud! � groep 01jle}and p/a Korbe� � straat 27, 3061 Leefdaal met

j

vz:w

j

l 07

j

1 en omgeving, uni - augustus 2005

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

.

. . . .

113

!

;� A CTIVITEITEN

"R '&

- % �� B "'%

Natuurpuntvzw Natûurpunt

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

l 05

, Opmerkeli ke vogelwaarnemingen in de Di levallei

opgave van naam en adres_. Een steunabonnement kost

1 O EUR of meer.

. . . . . . . . . . . . . . . . . .

*t

is de gro�tsle

vereniging�oor natuur en lanqs,cpap in V lèanderen.� Ze

1

54.000 l�de_n �n behée� 1 4.000 hectare�,�dtuurgebîex:U . worden van !"atuur�unt � Lid

telt

vw kan door storting van�

Euro op rekeningnummer

230-0044233-2J. '

·

''l<,

www.natuurpunt.be

*

j

Activiteitenkalender na aar & winter 2005 .................... 1 25


Buiten gekeken

"The times, they are a-changing" Knardijk, eind september '80 7u00 Ik sta op het busperron aan Leuven-Station. Bovenop het bordje van lijn 2 zit hii omringd

door tientallen wachtende mensen. Amaa1; die kerkuil bl!jft lang zitten, denk ik bij mezelf. Ik doe nog een stapje dichterbij... Niemand van de anderen lji kt hem te zien, hoe kan dat nu toch .. ? Als ik nog korterbij wil komen, word ik door een dikke madam terug getrokken. "Laat mij los of ... " probeer 1k me los te worstelen maar er gebeurt niets. Met deze waarneming is iets grondig fout, maar wat precies kan 1k me in godsnaa ... "TOEOEOET" Mijn tentgenoot Bob mompelt een gesmoorde vloek. "Godver, die klote misthoorn, dat is nu al zeker 3uur dat dieje op mijn zenuwen werkt. En altijd zjust als ik terug in slaap val. Ik hoorde je trouwens ook net vloeken of wat was dat ? " Als ik wat nietszeggends terugbrom vervolgt hij: "Misschien moeten we maar beter opstaan? Van slapen komt toch geen zier meer in huis ... " Uit de andere tent klinken instemmende geluiden, ook zij zijn het door merg en been dreunende geluid van de mechanische reuzenroerdomp meer dan beu. V ijf minuten later staan we met zijn vieren buiten. Er hangt een dichte mist, je kan hooguit 10meter ver zien. We zilin gewend om tijdens het ontbijt al wat vogels te zien vanaf de camping, maar dat zal er vandaag niet in zitten. Stefan denkt precies hetzelfde. "Die ochtendtrek van grauwe ganzen kunnen we vandaag wel op onzen buik schrijven " luidt zijn oordeel over het weer. Spijtig, want het is toch wel een hele show als zo'n 30000ganzen in grote en kleine formaties hun slaapplaats in het moeras verlaten. Het moeras in kwestie zijn de Oostvaardersplassen. Ik had er nog nooit van gehoord tot ik in juni een themanummer van het tijdschrift "Het Vogeljaar" in de brievenbus kreeg over een fantastisch moeras in Zuidelijk Flevoland. De foto's van honderden kluten en zwarte sterns spraken voor zich. Ik was toen wel aan het blokken voor een aartsmoeilijk examen van fysiologie maar dat was ik toch plots "even vergeten". Mijn maten waren met soorten als snor, blauwborst, roerdomp en baardmannetje even snel overtuigd. Onze eerste kennismaking vanop de fiets langs de Oostvaardersdijk was lichtjes overdonderend. Snel werd duidelijk dat we niet juister konden zitten: het fietspad flankeert er namelijk een rietmoeras dat zich tot aan de horizon uitstrekt. Bruine kiekendieven tellen gaven we even snel op als we eraan begonnen waren. Na twee dagen hebben we de perimeter en de vogels al wat beter omschreven. Het moeras: 11km maal 4, bruine kieken: oneindig. We nemen onze verrekijker zelfs mee op de WC want op de piepkleine camping zelf komt elke dag een prachtig mannetje jagen. Of zijn het er nu 2 of 3? We zijn er nog altijd niet uit. Een beginnende Dijlelandse vogelkijker zou voor minder beginnen te hallucineren ... 8u30 De mist blijft hardnekkig hangen en na het ontbijt besluiten we over de Knardijk naar de Keersluisplas te fietsen. De Knardijk is nu al een naam als een klok in het Nederlandse vogelkijken. Al meer dan 15 jaar verzamelen zich onnoemelijke aantallen vogels langs deze dijk. Honderdduizend baardmannetjes, tachtigduizend wintertalingen, je begint te hyperventileren als je de schattingen van de voorbije jaren leest. 98


Buiten gekeken

Vochtige mistflarden stijgen nu op uit het wilgenstruweel aan de voet van de dijk.De ochtendstemming in een moeras is toch een beetje triest in september. Uit riet dient immers een veelstemmig vogelkoor op te stijgen en dat is nu allerminst het geval. We komen aan het strandje van de Keersluisplas: een grote ondiepe plas waar de steltloperaantallen voor ons onbetamelijke hoogten bereiken. Ook hier blijft de mist hardnekkig want van de omvangrijke bende kluten (eergisteren schatten we ongeveer 5000 ... ) kunnen we maar de eerste rijen zien. In het ondiepe water staan ze bijna allemaal op één poot te slapen. Zouden die ook slecht geslapen hebben? "Verder maar naar de lage knar?" pols ik de anderen. "Tja, veel gaat daar ook niet te zien zijn. Zelfs met mooi weer is het daar gene vetten" stribbelen mijn kompanen tegen. Ik kan ze geen ongelijk geven, deze erwtensoep is allesbehalve bevorderlijk om vogels te kijken. 9u30 Toch maar mijn goesting doorgedreven, een valabel alternatief is in deze erwtensoep nu éénmaal niet voorhanden ... De "lage knar" is een sluis die de waterstand regelt in de gelijknamige Lage Vaart. Zonder deze waterhuishouding stond waarschijnlijk heel de polder binnen de kortste keren terug blank. Het is een groot wit gebouw langs waar je via een fietspad het kanaal kan oversteken. Het is meteen ook het enige gebouw in kilometers in de omtrek en ook huiszwaluwen hebben dat ontdekt. Uit sommige van de tientallen nesten komen nog grote jongen kijken. Geraken die, gesteld dat ze binnen een paar dagen uitvliegen, nog in Afrika? De mist begint nu tergend langzaam op te trekken. "Als we nu hier eens wachten tot het zicht beter wordt, in het moeras blijft hij veel langer hangen" stelt Dirk voor. Het achterliggende akkerlandschap komt nu langzaam uit het stopverfgordijn tevoorschijn. We zien ze bijna tegelijkertijd. ""T iens, die 4 witte stippen daar op die akker: zijn dat lepelaars?" "Zo op een akker, dat doen lepelaars niet. Zijn dat geen zilverreigers?" bevestigt Bob ons aller vermoeden. We fietsen korterbij, de vogels staan te slapen vlak bij een sloot. Na wat discussie zijn we het erover eens. Het zijn inderdaad grote zilverreigers en dus een voltreffer. De grote zilverreiger is ook in Nederland erg zeldzaam, de dichstbijzijnde broedpopulatie bevindt zich in Hongarije. We wisten dat er hier één rondhing, maar 4, zouden ze dit jaar opnieuw gebroed hebben in de Oostvaardersplassen? Jammer voor ons maar ze blijven hardnekkig met hun kop in hun rugveren staan. Uiteindelijk worden we het beu, in de mist heeft er ook niemand een telescoop mee gesleurd. Als Dirk zijn ongeduld te kennen geeft met "We kunnen nog altijd straks terugkomen" krijgt hij gevat antwoord van ons: "Ja maar,dan zijn ze misschien weg"

14u00 De afgelopen uren hebben we vogels gekeken in een andere uithoek van dit uniek moeras. Nu naderen we opnieuw de bewuste plek. Vanop honderden meters afstand is het al duidelijk dat de zilverreigers gevlogen zijn . "Ziedetdawehaddemoetewachte" roept de achterste fietser teleurgesteld uit. Waarop iemand anders ze vrijwel onmiddellijk opmerkt:"Ssst, ze zitten ginder in de sloot. Kijk, ze zijn nu met 3. Als we nu hier in de berm gaan zitten , vliegen ze misschien niet weg ..." Nu kunnen we ze wél fantastisch zien: de lange slangennek, de gele dolksnavel. Ze staan tot hun buik in het water, af en toe speert een van deze langnekken een vis. Van links komt er nu een juveniele bruine kiekendief aanzweven. Onmiddellijk gaan de nekken van de reigers de hoogte in. "Nu ziede pas hoe lang dieje nek is" geeft één van ons commentaar. De kiekendief zweeft nu boven de rietkraag van de sloot. Vanaf hier lijkt het alsof hij vlakbij het trio hangt. Twee zilverreigers vinden dat ook en in een eigenaardige slowmotion vlucht vliegen ze op. 99


Buiten gekeken

Die grote sneeuwwitte vogels tegen die donkere achtergrond: het lijkt wel ballet. De kiekendief van zijn kant aarzelt even, draait een rondje maar duikt dan tot onze verbijstering toch naar de overblijvende zilver. Het is een schijnaanval want net als het erop aankomt houdt hij in. Met geopende gele klauwen hangt hij enkele ogenblikken boven de achtergebleven reiger. De zilverreiger van zijn kant laat zich niet onbetuigd: hij opent zijn vleugels en houdt zijn bek klaar voor een passend antwoord als een serieuze aanval zou volgen. Op dit machtsvertoon blaast de rover de aftocht. "Amai, da was nogal show, hè " zegt Bob die wil rechtstaan, maar Dirk is hem te vlug af: "Sst, ga terug zitten, die kiekendief komt naar hier". Inderdaad volgt de juveniele kiekendief de sloot en komt dus linea recta op ons af. Af en toe blijft hij even ter plaatse flappen boven de rietkraag maar dichter komt hij, steeds dichter. Onderdrukt gemompel klinkt op uit onze groep, niet in het minst omdat we steeds korter bij moeten scherpstellen. De kruin is eerder oranje met een vijftal verspreide donkere vlekjes. Hij heeft ons nog steeds niet gezien want hij speurt met omlaag gehouden kop gespannen de gracht af. Dichter kan nu toch niet meer ... !?! Net als ik stomverbaasd constateer dat ik de bloedvlekken van een vorige prooi op zijn gele washuid kan zien, worden we ontdekt en met een spectaculaire bocht van 90° verdwijnt hij, véél sneller dan hij gekomen is! De commentaar barst nu los in ons gezelschap maar het is Stefan die alles in een gevatte oneliner samenvat: "Awel, den dieje vloog bijna mijne verrekijker binnen".

Argonne, 17 januari 2002 We komen terug van een goedgevuld verlengd weekend Loc du Der. Het weer en de vogels: alles zat mee. De stemming in de auto is dus opperbest, alleen jammer dat het alweer zondagavond is. Ter hoogte van Vanault-les-Dames ziet Bart plots een grote groep witte vogels: Kijk daar nu eens, dat zijn toch geen grote meeuwen ? Jony is al uitgestapt en bevestigt dat: "Zoude mij geloven als dat allemaal grote zilverreigers zijn ?" Ik vang de formatie nu ook in de kijker en nog een beetje ongelovig tellen we deze bende langnekken: precies 25 zijn het er. Boven een klein vijvertje beginnen ze te cirkelen maar uiteindelijk gaan ze toch door. Terug in de auto moeten we niet lang speculeren waar deze vogels vandaan komen. "Uit de Flevo, de Oostvaardersplassen" zeg ik beslist. "Twintig jaar terug, toen ...." Bart snijdt me echter onmiddellijk de pas af: "Zeg Herwig, ge moet nu weer nie over vroeger beginnen, hè "

Herwig

100


Ongewervelden

Insecteninventarisatie Vlaamse Natuurreservaten 'Grootbroek' en 'Rodebos en Laanvallei'

-

Lepidoptera

Zoals in het vorige nummer van de Boomklever werd beschreven (Jaargang 33, juni onderzocht de Ongewerveldenwerkgroep van Natuurstudiegroep Dijleland in

2005), 2004 de

V laamse Natuurreservaten 'Grootbroek' en 'Rodebos en Laanvallei'. In dit verslag beschrijven we de nacht- en dagvlinders die tijdens deze inventarisaties werden waargenomen. In totaal werden 37 soorten waargenomen uit

15 verschillende families.

Hieronder volgt een opsomming van alle waargenomen soorten, vergezeld van notities over levenswijze en zeldzaamheid. De gevolgde nomenclatuur is die van Fauna Europaea (http:/ /www.faunaeur.org). Verspreidingsgegevens voor België werden ontleend aan de Cata/ogue of the Lepidoptera of Belgium (Willy De Prins, http://www.phegea.org).

Adelidae

Adela violella ([Denis & Schiffermüller], 1775) - een lokale soort die vooral uit het Zuiden van België bekend is. Dit is de derde waarneming in Brabant sinds 1980. In de rest van Vlaanderen werd de soort nog nooit aangetroffen. De rups leeft in de bloemen en zaden van Sint-Janskruid

(Hypericum perforatum).

Vlaams Natuurreservaat Laan vallei te Huldenberg, bijzonder rijk aan insecten. Foto: Frederik Fluyt

101


Ongewervelden

Psychidae (Zakjesdragers) Psyche casta

(Pallas, 1767) - zeer algemeen, de rups leeft van grassen, korstmossen en

bladafval. Oecophoridae Dasycera oliviella (Fabricius, 1794) - een prachtig, paars en geel gekleurd vlindertje waarvan de rupsen in dood hout leven.

Coleophoridae Coleophora kuehniella

(Goeze, 1783) - dit is de tweede waarneming in Brabant sinds 1980.

Tortricidae (Bladrollers) •

([Denis & Schiffermüller], 1775) - zeer algemeen , polyfaag. Gypsonoma dealbana (Frölich, 1828), eerste waarneming in Brabant sinds 1980. Polyfaag op verschillende bomen. Ep1blema scutu/ana ([Denis & Schiffermüller], 1775), eerste waarneming in Brabant sinds 1980. De rups leeft in verschillende soorten Distel (Cirsium, Carduus) en andere kruiden. Dichrorampha sedatana Busck, 1906 - hoewel de soort zeer algemeen is vermeldt De Prins ze niet voor Brabant. Dit is te wijten aan verwarring met D. plumbana, eveneens een zeer algemene soort. De rups van D. sedatana leeft op Boerenwormkruid ( Tanacetum vu/gare). Orthotaenia undulana

Choreutidae Anthophila fabdcius

(Linnaeus, 1758) - zeer algemeen , polyfaag.

Pterophoridae (Vedermotten) •

(Linnaeus, 1758) - zeer algemeen. Pterophorus pentadactyla (Linnaeus, 1758) - algemeen, rups leeft op Haagwinde

Emmelina monodactyla (Calystegia sepium).

Pyralidae •

Crambus pascuella

(Linneaus, 1758) - zeer algemeen, levenswijze van de rups

onbekend. •

(Scopoli, 1763) - zeer algemeen, de rups leeft van grassen. Chrysoteuchia culmella (Linnaeus, 1758) - zeer algemeen, rups leeft van grassen. Eurhypara hortulana (Linnaeus, 1758) - Brandnetelmotje, zeer algemeen, rups leeft op Brandnetel (Urtica dioica). Pleuroptya ruralis (Scopoli, 1763) - zeer algemeen, rups leeft op Brandnetel (Urtica Crambus perlella

dioica).

Hesperiidae Och/odes sylvanus

102

(Esper, 1777) - Groot Dikkopje - zeer algemeen, de rups leeft op grassen.


Ongewervelden

Pieridae

(Witjes)

Pieris brassicoe (Linnaeus, 1758) - Groot koolwitje - algemeen.

Pieris ropae (Linnaeus, 1758) - Klein koolwitje, zeer algemeen.

Pieris nopi (Linnaeus, 1758) - Klein geaderd witje, zeer algemeen.

Anthocharis cordamines (Linnaeus, 1758) - Oranjetipje, zeer algemeen.

Lycaenidae Polyommotus icorus (Rottemburg, 1775) - lcarusblauwtje - zeer algemeen.

Nymphalidae •

Pararge aegerio (Linnaeus, 1758) - Bont zandoogje, zeer algemeen.

Aphantopus hyperanthus (Linnaeus, 1758) - Koevinkje - algemeen.

Maniolajurtina (Linnaeus, 1758) - Bruin zandoogje, zeer algemeen.

Vanessa atalanta (Linnaeus, 1758) - Atalanta, zeer algemeen.

Vanessa cardui (Linnaeus, 1758) - Distelvlinder, zeer algemeen.

Po/ygonio c-album (Linnaeus, 1758) - Gehakkelde aurelia, zeer algemeen.

Vijfvingerige vedermot (Pterophorus pentadactyla). Laanvallei Huldenberg. Foto: Fredenk Fluyt. 103

-


Ongewervelden

Geometridae •

(Spanners)

Lamaspilis marginata (Linnaeus, 1758) , zeer algemeen, de rups leeft op Wilg (Sal!x) en

Ratelpopulier (Papulus tremula) . •

Cabera exanthemata (Scopoli, 1763), algemeen, rups leeft op Wilg (Sal!x) en

Ratelpopulier (Papulus tremula) . •

Cabera pusaria (Linneaus, 1758), zeer algemeen, polyfaag op allerlei bomen en

heesters. •

ldaea biselata (Hufnagel, 1767), zeer algemeen, polyfaag.

Epirrhae alternata

(0.

F.Müller, 1764), zeer algemeen, de rups leeft op verschillende

soorten Walstro ( Galium) .

Noctuidae

(Uilen)

Autagrapha gamma (Linnaeus, 1758) - Gamma-uil, zeer algemene trekvlinder.

Diachrysia chrysitis ( (Linnaeus, 1758) - Koperuil, zeer algemeen, rups leeft op Brandnetel

Hypena prabascida/is (Linnaeus, 1758), zeer algemeen , de rups leeft op Brandnetel

Arctiidae

(Beervlinders)

Ata/mis rubricallis (Linnaeus, 1758), de rups leeft van korstmossen.

Conclusie Gegeven het feit dat het hier om een oppervlakkig onderzoekje ging (er werd enkel gedurende de zomermaanden en overdag geïnventariseerd) werden toch een aantal interessante vlindersoorten waargenomen. Enerzijds werden een aantal soorten, vooral microlepidoptera, waargenomen die nog nooit in Brabant werden waargenomen of waarvan er alleen oude waarnemingen bekend waren. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het gebrek aan aandacht voor deze kleine, en vaak moeilijk te determineren vlindertjes. Anderzijds zijn sommige van die zeldzame soorten wel degelijk indicatoren voor specifieke, soortenrijke biotopen. Zo is Ade/a vialella kenmerkend voor bloemrijke, beschutte graslanden en Dasycera al!"viella voor bossen met dood hout.

André Verba ven Andre. verba ven@chella.be

104


Vogels

De Grote Gele Kwikstaart? Tuinkwikstaart

.

.

.

!

De Grote Gele Kwikstaart heeft een voorkeur voor snelstromende beken en rivieren in bosrijke landschappen, wat betekent dat hij dus vooral in in berg-ďż˝ heuvelachtige streken voorkomt. In laagvlakten komt hij vooral voor op plaatsen met lokaal kunstmatige stroomversnellingen {Vermeersch e.a., 2004). Waar de soort dus van nature in rotsspleten, tussen boomwortels en in allerlei holtes langs waterlopen nestelde, vindt men ze nu ook broedend terug onder bruggen, in muurnissen, aan watermolens, waterzuiveringsinstallaties, enz. Daarnaast wordt het nest ook vaak gebouwd in een huismuur of op dakspanten, ver van enig water (Stastny, 1989). Reeds sinds vele jaren is de Grote Gele Kwikstaart ook in het Dijleland geen zeldzaamheid meer". je komt hem op een wandeling in de buurt van Dijle, Laan, of ljse zelfs regelmatig tegen. Ook in onze tuin is hij een regelmatige gast. De aanwezigheid van water in de vorm van een tuinvijver(+/- 45m2; af en toe met een actieve overloop door oppompen van het water), en de nabijheid van de Laan (+/-1OOm verder, en door elzenbroekbos van ons huis gescheiden) zal hier zeker een belangrijke rol in spelen. Regelmatig zijn 'grote gele kwikken' te zien op en rond de stenen die deze tuinvijver begrenzen: mannetjes, wijfjes, en in het zomerhalfjaar vaak ook juvenielen/eerstejaars. Zo ook in het voorjaar van 2001. Eind maart en begin april werd toen regelmatig een koppeltje waargenomen. Op zich was dit nu geen 'bijzondere' waarneming in de tuin, ware het niet dat deze beide vogels plots waargenomen werden met nestmateriaal in de bek. De vogels verdwenen op het eerste zicht in de richting van de Laan. Niet geheel onlogisch natuurlijk . .. tot ik op zeker moment vaststelde dat ze boven op ons dak landden. Ze leken interesse te hebben in de Clematis die op de hoek van ons huis was aangeplant. Deze klimplant

montana)

(Clematis

was ondertussen al krachtig uitgegroeid en had via de dakrand de nok bereikt.

Zou deze vogel van 'snelstromende beken en rivieren' hier dan gaan broeden.. . ?! Inderdaad! Het nest bevond zich uiteindelijk op een hoogte van ongeveer 3,5 m, goed verborgen in de Clematis. Tussen een wirwar van takken werd het tegen de muur aan gebouwd. Op 15 april werd het nest gecontroleerd, op een moment dat het wijfje eerst foeragerend aan onze tuinvijver werd waargenomen, en daarna even verdween. Het was een mooi nest gebouwd uit gras en mos. Daarin lagen op die dag 3 eieren. Het nest werd daarna niet meer gecontroleerd. Af en toe werd het vrouwtje kortstondig in de tuin waargenomen, waarna het weer naar het nest toe vloog. Heel de tijd was het mannetje duidelijk aanwezig op en rond het huis en ook hij nam regelmatig de broedzorg op zich. Naast de zorg voor hun eigen broedsel hadden 'onze' grote gele kwikken ook de handen vol met een koppeltje Witte Kwikstaarten die een gezonde portie interesse toonden voor de Clematis. De vogels werden vaak twistend waargenomen, en uiteindelijk kon niet verhinderd worden dat ook de Witte Kwikstaarten deze Clematis als nestplaats gingen gebruiken. Op 30 april verscheen het mannetje met voedsel voor het nest en bleef steeds voedsel aandragen... ook het vrouwtje was nu vaak jagend rond het huis te zien. Er waren dus duidelijk jongen aanwezig! Met een broedtijd van 12 tot 14 dagen (Stastny, 1989) kan deze datum kloppen, als je rekening houdt met het(later) aantal getelde jongen. Hoeveel jongen er zich op dat moment in het nest bevonden was echter nog niet duidelijk. De volgende dagen was het knap om te zien hoe de oudervogels rond de tuinvijver op insecten kwamen jagen: loerend naar allerlei klein vliegend grut, dat steeds zo talrijk op en rond het water aanwezig is. 105


Vogels

Veel mugjes en vliegjes , maar vooral ook waterjuffers moesten er aan geloven! Vaak werden deze op een vliegenvangerachtige manier verschalkt. De kwikstaarten vlogen dan rakelings in snelle bochten achter het insect aan over het water, om daarna even op een waterlelieblad uit de rusten (enkel het staartje snel op en neer wippend}. Luttele seconden later vlogen ze weer steil omhoog, waarbij de insectenjacht soms meer op een luchtballet ging lijken door de vele snelle pirouettes en onverwachte wendingen. Het is eens iets anders. Deze voorstelling eindigde steeds met een snavel vol insecten. Op 9 mei werden de jongen door Luc Vonden Wyngaert geringd op het nest. Het was een goed gevuld nest: 6 jongen! Twee dagen later ( l l mei} zaten de jongen verspreid in de Clematis en die avond zijn ze dan ook uitgevlogen. De volgende dag zaten de jongen (met hun korte staartjes!} verspreid in de tuin (hoofdzakelijk rond de vijver}, en nog een dag later waren overal in de buurt de bedelroepjes van de pas uitgevlogen 'tuinkwikken' te horen. Een geslaagd broedgeval in de tuin! En nu maar wachtend op een volgend?

Ook dit jaar (voorjaar/zomer 2005} was er sprake van een broedgeval in onze tuin: bij thuiskomst na vakantie op 16/5

was reeds een nest gebouwd en waren beide vogels

regelmatig te zien. Deze keer werd het nest niet in de Clematis gebouwd, maar wel op ongeveer 2,5m hoogte in een 'Blauwe regen' ( Wtstena sinens1s} op onze binnenkoer. Op 18/ 5 kon uit het gedrag van beide vogels afgeleid worden dat er met broeden was gestart: Korte pauzes aan de vijver, en daarna direct terug naar het nest; het mannetje dat naar het nest vliegt en de broedzorg even overneemt van het wijfje, en omgekeerd. Naar het einde van de broedperiode werd het mannetje echter niet meer met zekerheid waargenomen. Op 29 /5 waren jongen in het nest aanwezig want het wijfje werd vanaf toen regelmatig met voedsel voor het nest waargenomen. Twee dagen later was er echter geen activiteit meer rond het nest. .. Zingende mannetjes waren in de buurt nog wel aanwezig en ook voedselvluchten van oudervogels werden waargenomen , maar dit nest was duidelijk verlaten.

Referenties Vermeersch G., Anselin A., Devos K.. Herremans M.. Stevens J., GabriĂŤls J. & Van Der Krieken B., 2004. Atlas van de Vlaamse broedvogels 2000-2002 Stastny K., 1988. Birds

HansRoosen roosenhans@yahoo.com

106


Vogels

Toen Bonte Kraaien Corvus cornix nog wintervogels waren in Vlaams-Brabant

Korte historiek Ik zag mijn eerste Bonte Kraai op 4 november 1944 te Tienen-Kumtich en verder nog 5 solitaire

vogels op 4 data in januari en op 5 februari 1945. Tot in 1946 spoorde ik dagelijks van Roosbeek

naar Leuven voor mijn laatste jaren in het Sint-Pieterscollege. Ik noteerde en telde tijdens de winterperiode de Bonte Kraaien die ik, zonder verrekijker, vanuit de trein zag te Lovenjoel,

Korbeek-Lo, Leuven-station en de leeggelopen visvijvers te Heverlee-Park (ik kon alleen de vijver overschouwen die het dichtst tegen de spoorweg lag).

Bonte Kraaien werden in Vlaams-Brabant genoteerd en verzameld sinds 1933 (Vilvoorde,

Averbode en Dijlevallei). Vanaf 1942 werden ze opgetekend door M. Bequaert en Fr. Grootaers, later door de leden van

Ornis Leuven,

F.De Wilde en J. Vonder Biest, N. Debrun, F.

Walterus en K. Van Scharen. In de Demervallei waren het St. Pauwels, L. Joris, N. Cuypers, R. De Fraine en de ringers van de Werkgroep Demer.

Alle gepubliceerde waarnemingen werden zorgvuldig op lijsten gezet en te beginnen met

de winter 1963-1964 tot en met de winter 1979-1980 werd het geheel aangevuld met de observaties gepubliceerd door van der Elst (1981).

Fenologie van doortrekkers en overwinteraars De eerste Bonte Kraaien werden gezien in de eerste helft van oktober: 5 okt 1993 Asse-ter­

Heide, 10 okt 1948 Dijlevallei , 10 okt 1965 Melsbroek, 10 okt 1965 Haasrode 4 ex naar Z, 12 okt 1975 Grimbergen 2 ex, 15 okt 1966 Sint-Genesius-Rode.

Doortrekkers werden nog opgetekend tot eind oktober:

14 okt 1967 Testelt 1 ex naar ZW

19 okt 1999 Galmaarden-Bosberg 1 ex op doortrek

22 okt 1947 te Kerkom 16.35 u 3 ex naar ZW

29 en 30 okt, 1 nov 1966 Testelt telkens 1 ex naar Z

Zoals bij iedere soort die trekgedrag vertoont, zijn vroege trekkers geen uitzondering; dat

gebeurde slechts éénmaal in het grensgebied met Waals-Brabant: op 14 sept 1942 te Beauvechain 6 ex aanwezig

(Giervalk 1951: 93). Elders in Vlaanderen is een aantal augustus­ (0), 22 aug 1962 Olmen (L) en 03 en 04 21 aug 1982 Doel (O)(G1ervalk 1949: 157; W!elewaal 1963: 180;

en septemberdata bekend: 21 aug 1948 Moerzeke aug 1965 te Edegem (A), 1965:279, 1982:393).

Volgens

Vogels in Vlaanderen

( 1989) worden Bonte Kraaien jaarlijks in Vlaanderen

waargenomen vanaf de 3de decade van september, maar dat blijkt niet uit de algemene

handboeken en regionale avifauna's van België.

Tellingen gedurende de winters 1944-1945 t/m 1947-1948

De observaties van de winters 1944-1945 tot en met 1947-1948 werden niet opgenomen

in Fig 1 omdat het bijna uitsluitend om dezelfde vogels ging op dezelfde locaties, nl. Korbeek­ Lo en Park-Heverlee zoals hierboven reeds gemeld:

107


Vogels

uiterste data

winter

aantal waarnemingen

aantal vogels

04 nov-25 moa

1944-1945

7

11 okt-20 moa

1945-1946

23

208 ex.

29 okt-11 moa

1946-1947

6

23 ex.

22 okt-10 moa

1947-1948

11

97 ex.

7 ex.

Bij de grote aantallen tijdens de 2de en de 4de winter past enige toelichting: tijdens de winter 1945-46 werden grote groepen geteld vanaf de tweede helft van december: co 30 en co 20 ex respectievelijk op 19 en 23 dec, 10 en 15 jan en 12 moa. Tijdens de winter 194748 werden op 6 en 10 moa respectievelijk 23 ex en 42 ex geteld. Deze laatste groep is wel de grootste die ik ooit opgetekend heb.

Tellingen gedurende de winters 1948- 1949 t/m 1988- 1989 Vanaf de winter 1948-49 waren uit V laams-Brabant en Brussel (19} voldoende cijfergegevens voorhanden tot het opstellen van een grafiek (Fig. 1}. Bij de interpretatie ervan dient men rekening te houden met het feit dat de twee regio's slechts een fractie van de winterpopulatie bevatten van de veel grotere aantallen langs de kust, de Beneden-Schelde, de Antwerpse en Limburgse Kempen. In de grafiek (Fig. 1} komt een aantal uitschieters voor die veroorzaakt worden door één of meerdere groepen van meer dan 10 vogels zoals dit het geval was tijdens de winters 194950 en 1962-63: groep van 12.vogels op 03 dec 194 9 op drooggelegde visvijver te Sint-Agatha­ Rode en een groep van 30 ex op 09 moa 1963 te Overijse-Tombeek.

50 --

4$

Á�

40 35 3U ïi � � 1111

2:5

20 15 10 � 5 0

, ... J'

19.14

14

. 1 V)

Figuur 1: Aantal Bonte Kraaien per winter

108

14-

5

M (!)

. . ....

,-, 1 l

,.......

tO "· CD ID

., C»

·Q;) to

11

.L

. 1 11 . I '.o 5

4

....

0

-

.... ,.....

• • .• ., ·1 ·1 lil) (") ,._ ,..., f'.. ,.._

al . f""

r.....

r-

� "'

� · ,...

0

f

'

re

t

;5

1 001 0 a 01

-� . . � M C) co

ö «>

5

4

.1

,

"

1

'3 Cl):

r-..... 00

m E

� Ç()

ID a;,

(0 �

1

"

t


Vogels

De overige hoge aantallen (11 tot 43 ex) zijn de optelsom van het aantal Bonte Kraaien dat in de respectievelijke winters door meerdere waarnemers werd genoteerd. In de meeste gevallen ging het om solitaire of 2 vogels samen; kleine groepen van 3 tot 6 ex werden sporadisch gezien. Gezelschappen van 9 of l 0 ex werden slechts tweemaal opgetekend: •

15 april 1967 Bosvoorde 10 ex

27 moa 1981 Sint-Agatha-Rode 9 ex

Schommelingen in de aanwezigheid van de soort Een eerste felle daling vond plaats tijdens de winters 1952-53 t/m 1958-59 met 5 winters op rij (uitgezonderd 1956-57) zonder één enkele vogel. Tijdens de drie volgende winters greep een lichte toename plaats (maximum 8 en 5 vogels). Vanaf de winter 1962-63 tot de winter 1966-67 stegen de aantallen plots naar de hoogste maxima (32, 42 en 43 vogels) om daarna een meer normaal peil te bereiken, schommelend tussen 11 en 17 vogels tot en met de winter 1980-81.Tijdens de laatste 8 winters (1981-82 t/m 1988-89) waren er opnieuw 5 winters zonder één enkele vogel. Gedurende de winters 1964-65 (totaal 42 ex) en 1966-67 (totaal 43 ex) werden Bonte Kraaien geobserveerd respectievelijk op l 0 locaties door 15 waarnemers en 12 locaties door 18 waarnemers. De cijfers van Fig l stemmen overeen met die in van der Elst (1981), behalve voor de winters 1964-65 en 1966-67 waarin in V laams-Brabant respectievelijk 42 en 43 ex overwinterden tegen 8 ex en 21 ex in Brabant en Wallonië samen. Het is dus mogelijk dat heelwat minder Bonte Kraaien tijdens die twee winters in Wallonië hebben verbleven. Glutz

von Blotzheim & Bauer (1993) hebben de cijfers uit van der Elst (1981: 10 tot 20

overwinteraars in de periode 1965-1980) verkeerdelijk toegepast op gans België terwijl die data uit Brabant en Wallonië stamden ! De schommelingen in het voorkomen in V laams-Brabant vertonen veel gelijkenis met die van het Zwin te Knokke (W) maar dan voor winters in een latere periode nl 1988-89 t/m 20012002 (Fig. 2 in Symens 2002). Vanaf 1990 werd de Bonte Kraai in V laams-Brabant een zeer schaarse wintergast, nl 6 ex tijdens 6 winters, over een tijdspanne van 15 jaar: •

22 dec 1991 Grimbergen-vliegveld l ex

09 jan 1993 Grimbergen-vliegveld 1 ex

05, 06 en 10 okt 1993 Asse-ter-Heide l ex

19 okt 1999 Galmaarden-Bosberg 1 ex op doortrek

11 moa 2004 Haacht-Broekelei l ex

06 jan 2005 Strombeek-Piereman 2 ex

Biotoop, gedrag en voedsel Bonte Kraaien hebben een voorkeur voor natte terreinen in laaggelegen gebieden zoals graaasweiden die gedurende de winter voor een deel onder water staan en voor afgelaten visvijvers (Heverlee-Park en Dijlevallei). Men ziet ze minder vaak op akkers of op kleine vuilnisbelten, éénmaal in een boomgaard

(J. P.

Verduystert) of tijdens strenge winters op het

ijs van toegevroren vijvers (Hofstade, Dijlevallei). Ze nemen regelmatig een bad in groep. Vaak zijn ze in het gezelschap van Zwarte Kraaien nabijheid van Eksters

(Pica pica).

( Corvus corone)

maar bijna nooit in de

109


Vogels

Meerdere keren geraken ze in conflict met Sperwer (Accipiter nisus) of met Buizerden (Buteo buteo): éénmaal zag ik in de Dijlevallei hoe

2 Bonte Kraaien een Buizerd verjoegen van een

versgeslagen Houtduif ( Culumba palumbus). van der Elst

(1981) citeert het geval van Bonte Kraaien die in de Dijlevallei een vis probeerden

afhandig te maken van een Zeearend (Haliaeetus albic1lla). Volgens jachtwachter A.Van Speybroek gaan ze in februari op jacht naar jonge hazen waarmee ze naar omhoog vliegen en enkele keren laten vallen tot ze dood zijn. In akkergebieden wordt ook plantaardig voedsel gegeten zoals tarwekorrels (gevonden in de maag van een geschoten vogel op

20 december 1964).

In de afgelaten visvijvers (Heverlee-Park en Dijlevallei) deden ze zich dagelijks te goed aan zoetwatermosels, weekdieren en nog achtergebleven, dode en levende vissen van allerlei grootte, zelfs een karper van

25 cm (F.

Wortelaers, Giervalk 19 51:

62).

Aan de kust bezoekt de soort golfbrekers en voedt ze zich met mosselen, weekdieren en met aas (vooral verkeersslachtoffers), in de duinen met de bessen van duindoorn (Lippens

1980). Slaapplaatsen Regelmatige overnachting op slaapplaatsen is mij niet bekend uit Vlaams-Brabant. Uit andere regio's werden volgende aantallen gepubliceerd:

15 feb 1960 St. Michiels-Brugge najaar 1985 in de Westhoek

54 ex 146 ex co 1000

datum ? Knokke-Zwin

G. Burggraeve K. Devos, Dwergstern 1986: ex

6

Vlaamse Avifauna Commissie

1989

De 300 ex op 29 dec 1981 op een slaapplaats in Kalmthout (A) (Vlaamse Avifauna Commissie

1989)

zijn een vijfvoud van de

61

ex die tijdens de winter

1982-83

geteld werden in het

nabijgelegen Wuustwezel (Fig. 1 in Symens 2002). Het toont aan dat tellingen op slaapplaatsen een nauwkeuriger beeld geven van de werkelijke populatie-aantallen in een bepaalde

regio.

Vertrek uit het overwinteringsgebied De laatste Bonte Kraaien werden vastgesteld tot in de laatste decade van maart (10 winters). In april werden nog enkele data opgetekend: •

02 april 1966 Sint-Genesius-Rode 1 14 en 16 april 1967 Dijlevallei 1 ex 25 april 1972 Oud-Heverlee 1 ex 09 april 1974 Bosvoorde 1 ex

ex

Bonte Kraaien genoteerd in mei, juni en juli zijn een zeldzaamheid: •

04 mei 1985 Vilvoorde-Peutie 1 16 juni 1994 Liedekerke 1 ex 08 juli 1934 Erps-Kwerps 1 ex 08 juli 1984 Kampenhout 1 ex

ex

Soms blijven Bonte Kraaien overzomeren: zomer 1947 Loonbeek Bosvoorde (van der Elst

110

1981)

2 ex; gans de zomer 1967 te


Vogels

Herkomst van de overwinteraars in België del Marmol {1995, Tableau 5) heeft een overzicht gegeven van de herkomst van Bonte Kraaien in ons land: Denemarken 18, Noorwegen 4, Zweden 17, Finland 17 en Rusland l. De cijfers voor Nederland (7 ex) worden hier niet aangeduid omdat de meeste meldingen in het grensgebied plaatsvonden. De langst gedragen ring in België was 6 jaar en 5 maanden (Vlaamse Avifauna Commisssie), in Zweden bedroeg dit cijfer ruim 8 jaar {del Marmol 1995). Enkele terugvangsten hieronder geven een idee van de afstanden afgelegd door sommige Bonte Kraaien:

(0)

1950 km

G 1949: 157

vanuit Tyrvanto, Finland naar Sijsele (W)

1712 km

G. 1981: 139

Knokke-Zwin {W) naar Zweden

1500 km

G. 1958: 216

vanuit Zweden naar Ekeren {A)

1320 km

G. 1970: 147

Wijnegem (A) naar Zweden

1200 km

G. 1939: 66

vanuit Noorwegen naar Wuustwezel {A)

1050 km

G. 1970: 147

vanuit Polen naar België

1010 km

G. 1969: 350

Lalea area, Botnische Golf naar Moerzeke

In Vlaams-Brabant werd slechts één geringde vogel gesignaleerd: 05 februari 1949 Rotselaar­ Heikant; hij werd in mei 1944 geringd in de provincie Smaland, Zweden en droeg zijn ring 4 jaar en ruim 8 maanden del Marmol {1995) heeft geen aandacht geschonken aan die éne Bonte Kraai die waarschijnlijk drie winters op een rij in het Zwin verbleef; ze werd met ring 2G 7199 aldaar gemerkt op 26 dec 1956 en ter plaatse gecontroleerd op 15 jan 1959 (Giervalk 1960: 338). Het is een mooi voorbeeld van trouw aan het overwinteringsgebied.

Het zit in de familie del Marmol (1995) heeft berekend dat ongeveer 63 van de Zwarte Kraaien in België trekgedrag vertoont, maar afgezien van een kaart in zijn studie {Fig. 13) zijn geen details bekend tenzij de hervangsten gedeeltelijk gepubliceerd door het Belgisch Ringwerk {KBIN). Het loont toch de moeite enkele meldingen hier op te sommen: •

02 nov 1948 Baarle-Nassau {Ned)

19 nov 1957 Clermont (Walcourt) {N)

(3) 24 sept 1988 Messelbroek {VB)

23 april 1989 Thumeries, Frankrijk, 144 km ZW.

04 dec 1949 Oplinter (VB) 68 km Z 23 okt 1960 Rijnland, Duitsland; 140 km ENE

Denk dus nooit, het is maar een kraai van bij ons: uitkijken dus of het soms geen geringde vogel is.

Gewichten en vetvorming In ons land werden 6 mannetjes en 2 vrouwtjes verzameld en gewogen {verz.KBIN): 2 M 535 en 605 g; 4 andere M 630-677, gemiddeld 664,25 g., 2 V: 530 en 550, gemiddeld 550 gram. Het is niet bekend of de vetgraad van deze vogels werd vastgesteld. In mijn observatiegebied te Melsbroek heb ik twee geschoten vogels kunnen onderzoeken waarvan één grondig: - ad (waarschijnlijk V) 21 okt 1964 Perk (VB), vleugel 295, staart 179, snavel vanaf neusgat 32, snavelhoogte 18 mm; gewicht 465 gram, vetgraad 2. - l stejaars M, 20 dec 1964 Melsbroek (VB), vleugel 327, staart 180, snavel vanaf neusgat 39,

snavelhoogte 20 mm; gewicht {voormiddag) 620 gram waarvan 12 gram in de

maag

{hoofdzakelijk tarwekorrels). Vetlaag in de hals, halsbasis, borstkas, rug en stuit 20 gram, vetbol 111


Vogels

in de buik 25 gram. Testes klein en lichtgeel van kleur; schedelverbening onvolledig ttz een klein "venster" in de rechterschedelholte en een groot "venster" (3 x groter) in de linkerschedelholte. Het totaal opgeslagen vet bedroeg 45 gram en het is merkwaardig voor een overwinteraar, maar sommige jagers schoten, vlak na de 2de wereldoorlog, toen de vleesbevoorrading nog niet ideaal was, Bonte Kraaien voor de consumptie. Op 15 dec 1945 werden te Leuven in een wildwinkel in de Diestsestraat 4 Bonte Kraaien te koop aangeboden tegen 25 BF het stuk. Toen ik de vogels onderzocht, werd het mij duidelijk dat ze goed vet waren.

Andere soorten die onderhuids vet opstapelen tijdens de winter Van een aantal soorten (Buizerd, Kokmeeuw, Kramsvogel, Spreeuw e.a.) is bekend dat ze in de winterperiode onderhuids vet vertonen; ik geef maar één voorbeeld uit mijn archief: juv Buizerd (Buteo buteo), verzameld te Kampenhout-Berg op 10 okt 1965, vleugel 387, staart 220, snavel 22 mm, gewicht 860 gram, maaginhoud: resten van vinkachtige 15 g.; onderhuids vet: 26 g. in de buikholte en 18 gram op de binnenkant van de buikhuid en borst. Overwinteraars die vetreserves aanleggen, houden dus rekening met mogelijk voedseltekort tijdens strenge winters, een fenomeen dat in ons land weinig is onderzocht.

Dankbetuiging Ik dank alle veldwaarnemers die in deze studie niet met name zijn vernoemd, bovendien M. Clerckx, K. Van Scharen en speciaal Jos Cuppens voor het aanmaken van de grafiek. Referenties Aves vol 1-19, 1964-1982. del Mormol P. 1995. lnterprétation des données belges de baguage du genre CoNus. Gerfaul

85: 99-127. Gerfaul-GieNalkjaarg. 10-85. 1920-1995. Glutz von Blotzheim U.N., K. Bauer 1993. Handbuch der Vögel Milleleuropas. Band 13/111. Aula-Verlag Wiesbaden. Lippens L. 1980. Les oiseaux du Zwin el de Knokke-Heist. Compagnie Le Zoute, Knokke-Heist. Symens D. 2002. Bonte Kraai: hoe lang nog in V laanderen?, in Bijzondere vogelwaarnemingen winter 2001-2002 Oriolus 68: 212. van der Elst D. 1981. La Corneille mantelée ( CoNus corone cornix) en Wallonie et dans Ie Brabant. Aves 18: 10-30. Vlaamse Avifauna Commissie 1989. Vogels in V laanderen, I M P. Bornem. Wielewaal+ Onolus jaorg 15-71. 1949-2005.

Paul Herroelen Mensensrechtenlaan 22- 1070 Anderlecht

112


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, juni - augustus 2005 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei beslaat voornamelijk de periode juni - augustus 2005. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode september - november 2005 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 december 2005 verwacht bij Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27 A, bus 201, 3001 Heverlee, t: 0486/12.58.77, e: kelle.moreau@gmail.com.

Hoewel de overgrote meerderheid der mensen zoals gewoonlijk weer steen en been klaagde over de bedenkelijke kwaliteit van de afgelopen zomer, verschilde deze meteorologisch niet significant van de gemiddelde zomer {website KMI). Over het verloop van de drie behandelde maanden was het gemiddeld zelfs warmer dan gewoonlijk {Tem= l 7,8°C over

jun-aug 2005 t.o.v. het langjarige gemiddelde van l 6,5°C; een afwijking va � deze orde komt gemiddeld slechts eens in de 10 jaar voor), en de zon was in totaal ook 22 uren langer zichtbaar {zonneschijnduur

=

607u in jun-aug 2005 t.o.v. 585u in de gemiddelde zomer).

Bovendien viel er tijdens de klimatologische zomer slechts op 42 dagen neerslag, wat in deze drie maanden gemiddeld op 48 dagen het geval is. Maar de neerslag viel wel intenser, de totale neerslaghoeveelheid bedroeg immers 246,9 l/m2, en gemiddeld is dat slechts 216, 1 l/m2• In onze streken is een dergelijke afwijking echter geenszins uitzonderlijk te noemen. Wanneer we de verschillende zomermaanden afzonderlijk bekijken valt het malaise-gevoel van sommige mensen misschien wel deels te begrijpen. Enerzijds was juli met een abnormaal hoge neerslaghoeveelheid (waarvoor in het plaatje van de volledige zomer werd gecompenseerd door relatief droge juni- en augustusmaanden) wel degelijk een 'te natte' maand, anderzijds viel augustus in negatieve zin op omwille van de gemiddelde maandtemperatuur die t.o.v. juni en juli plots met co 2°C daalde. Te Sint-Agatha-Rode lag het Grootbroek bij aanvang van de behandelde periode bijna volledig droog. Het laatste restje water liet de plaatselijke vogelkijkers in juni nog net toe om op het einde van de steltloper-voorjaarstrek 4 Bontbekplevieren en maar liefst 6 Kleine Strandlopers toe te voegen aan de voorjaarstotalen. Dat voor- en najaarstrek bij steltlopers niet altijd ver uit elkaar liggen, werd ook hier ge·111ustreerd: terwijl het Grootbroek in juni het toneel vormde voor de laatste Tureluurs en Groenpootruiters, arriveerden tijdens de eerste decade van deze maand tevens de eerste najaarstrekkende Witgatjes. Nadien was het wachten tot in juli op d e eerste terugkerende ex. van de andere algemenere steltlopersoorten: Tureluur, Groenpootruiter, Bosruiter en Oeverloper vanaf de eerste decade, Kemphaan (slechts 1 ex.) in de tweede decade en Watersnip vanaf de derde decade. Wat broedseizoen 2005 betreft valt er wel wat goed nieuws te melden, al wensen we er voor te waarschuwen dat we de huidige toestand afwegen tegenover de situatie uit recente jaren. In vergelijking met de toestand vele jaren terug of in andere gebieden blijft het broedbestand van vele van de vermelde soorten ondermaats. Vooral voor Kwartel lijkt het een goed jaar geweest te zijn, maar bijvoorbeeld ook Zomertortel en Roodborsttapuit waren terug op een groter aantal plaatsen aanwezig dan de voorbije jaren. Verder was er een geslaagd broedgeval van Bergeend, werd het lang pleisterende mannetje Rouwkwikstaart met jongen gezien en waren er nieuwe locaties voor Boompieper, Nachtegaal, Fluiter en mogelijk ook Wielewaal. Ook in 4 van de 5 territoria van Cetti's Zanger uit het voo�aar werd bevestiging verkregen, en in het Leuvense stadspark bracht een koppel Gekraagde Roodstaarten zijn jongen groot. Van Zomertaling, Wintertaling en Kleine Plevier kon broeden echter niet worden vastgesteld, en na heel wat inventarisatiemoeite bleek ook de Woudaap 113


Vogels

alleen gebleven te zijn. Bij de roofvogels waren Wespendief en Boomvalk de ganse zomer weer opvallend aanwezig, maar er werd weinig gerichte moeite gedaan om ze in kaart te brengen. Wel bestond er kort wat animo rond het mogelijke broeden van Bruine Kiekendief in de regio, maar daar was uiteindelijk geen evidentie voor. Slechtvalken werden vooral tijdens de tweede helft van de zomer doorgegeven, maar of de hoop op een bezette nestkast op Sint-Maartensdal reëel is moet nog duidelijk worden, de waarnemingen van veelal onvolwassen ex. passen immers perfect in de laatzomerse trend van de voorbije jaren. Een overvliegende Bijeneter zorgde in juni voor extra alertheid rond mogelijke broedplaatsen, maar het bleef bij die ene waarneming. De zomer van 2005 leverde ook enkele aseizoenale waarnemingen. 'Late voorjaarsgasten' waren onder meer een Grote Zaagbek op 3 en 12 juni en een Tapuit op 12 juni, en 'vroege najaarsgasten' waren bijvoorbeeld een Goudplevier op 16 juni en 2 Rode Wouwen op l augustus. Een Grote Mantelmeeuw op 27 juli werd op die datum niet in het binnenland verwacht. Van Kruisbekken zijn we hier intussen veel gewoon en ook deze zomer doken ze weer op, zij het meestal in bescheiden aantallen. Maar sinds eind juni werden er ook verplaatsingen van Sijzen opgemerkt, een soort die we in onze streken doorgaans niet met de zomer associëren. Ook ongebruikelijk waren de zomerwaarnemingen van adulte Visdieven. Hoewel er tijdens de zomer op avifaunistisch vlak dus wel één en ander te beleven viel in regio Leuven is dit ook de periode waarin velen reikhalzend uitkijken naar de aanvang van de najaarstrek. Leuke pleisteraars waren onder meer een Geoorde Fuut, een Kleine Zilverreiger, enkele Blauwe Kiekendieven, enkele Porseleinhoenen, een vroeg Bokje, enkele Noordse Kwikstaarten en een Grauwe Klauwier, maar de vogel die het meest bekijks had was ongetwijfeld de vierde Grauwe Franjepoot voor het Dijleland. Onder de vorm van onder meer2 Purperreigers, 4 Grauwe Kiekendieven, 22 Regenwulpen (4 groepjes} en een Ortolaan bracht augustus trouwens geregeld wat opwinding naar de streek. Verder werden naast co 25 Wulpen en 14 Duinpiepers ook de gebruikelijke Paapjes en Tapuiten gemeld, alsook 2 Bonte Vliegenvangers en een handvol waarnemingen van Grauwe Vliegenvanger. Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Blauwe Reiger, Havik, Waterral, Kievit, Houtsnip, Kleine Mantelmeeuw, Koekoek, Kerkuil, Steenuil, Gierzwaluw, Ijsvogel, Zwarte Specht, Middelste Bonte Specht, Kleine Bonte Specht, alle zwaluwen, Gele Kwikstaart, Grote Gele Kwikstaart, Graspieper, Sprinkhaanzanger,

Glanskop, Matkop,

Zwarte Mees, Roek, Ringmus, Putter,

Goudvink, Geelgors, Rietgors en alle exoten werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Hetzelfde geldt voor niet nader gedetermineerde ooievaars, ringtail­ kiekendieven, plevieren en sternen. Ook een mogelijke Zwarte Wouw, een waarschijnlijk Porseleinhoen en een waarschijnlijke Zilverplevier werden niet opgenomen. In het geval van een mogelijke Nachtzwaluw, een mogelijke Waterrietzanger en een mogelijke Grauwe Fitis was het extra spijtig dat er geen zekerheid kon worden verkregen. De opvallende verplaatsingen van Zwarte Mezen, die in augustus op vele plaatsen in Vlaanderen merkbaar werden, vonden bij ons niet plaats of gingen hier onopgemerkt voorbij.

Gebiedsafkortingen: WLS

Wilsele/Vijvers Bellefroid, AVP Heverlee/Abdij van Park, ZW Oud-Heverlee/Zoete Waters, OH N Oud-Heverlee/N, OH Z Oud-Heverlee/Z, N GB Neerijse/Grote Bron, N K V Neerijse/Kliniekvijvers en SAR Sint-Agatha-Rode/Grootbroek. =

=

=

=

114

=

=

=

=


Vogels

Bergeend Tadorna tadorna Zoals reeds eerder bericht verschenen op 04/06 12 pulli te OHN (F. Fluyt), vanaf 07 /06 waren hier nog slechts

l0

pulli in leven (G. Vandezande, S. Peten, F. F luyt, L. Hendrickx). Op 30/06

bleek het broedkoppel, nu nog met 8 juvenielen, zich verplaatst te hebben naar NGB (W. Desmet) waar de adulten op 03/07 voor het laatst waargenomen werden (B. Nef), en nadien enkel de 8 juvenielen aanwezig bleven (K. Moreau e.a.). Intussen werden er in de regio nu en dan ook nog niet- broedende adulte Bergeenden opgemerkt: op 03/06 park KMMA (A. Reygel) en op 18-19 /06 3 ex. te NGB

(L.

l

ex. te Tervuren/

Hendrickx, K. Moreau). De laatste

adulte vogels van het zomerhalfjaar werden op 14-17 /07 opgemerkt te OHN (max. 2 ex.) (K. Moreau,

L.

Hendrickx). Vanaf dan werden enkel nog immature Bergeenden gezien, met op

26/07 3 juvenielen te OHN (F. F luyt), op 31/07 3 juvenielen te NGB (M. Hens) en de plaatselijke 8 juvenielen te OHN (nu vliegvlug) (F. Van de Meutter, M. Hens), op 01/08

l

juveniel te OHN

(B. Bergmans) en op 04-09/08 2 juvenielen te OHN (K. Moreau, S. D'Hont, F. Fluyt, S. Horemans)

Zomertaling Anas querquedula Alle waarnemingen: 31/07 04/08 14 en 20/08

l m eclips te OHN (M. Hens) l juv te NGB (S. Peten) l ex. te OHN (B. Nef, M. Hens)

Wintertaling Anas crecca In het nazog van het voorjaar pleisterenden de laatste Wintertalingen te SAR op 09 en met resp. 2m en

lm

l 0/06,

op deze data (S. Peten, F. F luyt). Nadien was het gebied aan de

oppervlakte een overwegend kurkdroge woestenij, en het is twijfelachtig of er in het afgesloten gedeelte ten N van de grote vijver gebroed werd aangezien deze zone in het kader van de inrichtingswerken en de lopende Bevermonitoring meermaals kon betreden worden en er nooit Wintertalingen werden opgemerkt. Op 14/07 zaten de eerste

l0

Wintertalingen van het 'najaar' te OHN (K. Moreau) (erg vroeg), waar gedurende een maand een gelijkaardig aantal aanwezig bleef (M. Hens, B. Bergmans, K. Moreau, e.a.); max. 13 ex. op 14/08). Op 04/08 zaten 3 ex. in de Doode Bemde (S. Peten). Te OHN stegen de aantallen tijdens de laatste decade van augustus (versch. waarn.) van min. 35 ex. op 20/08 (M. Hens) over min. 50 ex. op 23/08 (B. Bergmans) tot co

l 00 ex.

op 27 /08 (K. Moreau, K. Van Scharen,

J. Nysten). Grote Zaagbek Mergus merganser Na het pleisterende vrouwtje dat tussen 03 en l 0/04 werd gezien te SAR, NGB en OHN werden in juni enkele nog latere waarnemingen opgetekend in de Doode Bemde, namelijk op 03/ 06 op de Dijle ter hoogte van de samenvloeĂŻng met de ljse

(J.

Kiebooms) en op 12/06 te

Neerijse/Grote Bron (B. Nef). Aangezien de vogel blijkbaar ook op de veelal onoverzichtelijke Dijle verbleef in een zone die bovendien relatief weinig door vogelaars wordt bezocht lijkt het mogelijk dat het om dezelfde vogel gaat als in april. Maar toegegeven, dit is enkel giswerk.

Kwartel Coturnix coturnix 2005 bracht ons een Kwartelzomer die minstens tijdens het voorbije decennium zijn gelijke niet kende. Er bereikten ons gegevens van op een 30-tal verschillende data en van quasi alle plateaus en andere akkergebieden in de regio, en er werd ook een groot aandeel zichtwaarnemingen verricht (meestal opgestoten ex.) (versch. waarn.). Een overzicht van de waarnemingen binnen en op de rand van de regio: Winksele-Delle

(> l

zp op 01/06; 115


Vogels

S. Pardon), Overijse/Ketelheide (resp. 1 en 5 zp op 12 en 13/06;

J.

Verroken), Terlanenveld

(resp. 3, 3 en 1 zp op 12, 15 en 17/06; H. Roosen, M. Hens), Bierbeek/plateau (resp. 6 zp, 1 zp en 1 ex. opvliegend op 19/06, 23/06 en 21/08; K. Moreau, G. Bleys, G. Louette,

J.

Lambrechts),

Erps/Dorenveld (resp. 1 zp, 2 zp en 1 zp op 04, 11 en 15-16/08; A. Smets) en Duisburg/plateau (1 ex. opgestoten op 17/08;

J.

Nysten e.a.). Het meest gefrequenteerd door vogelkijkers was

echter het plateau te Leefdaal - Korbeek-Dijle (versch. waarn.). Hier werden half juni tot 10 zp geregistreerd, reagerend op een geluidsband met de vrouwtjesroep (K. Van Scharen). Zichtwaarneming van telkens één ex. werden genoteerd rond half juni (K. Van Scharen), op 30/07 (F. Fluyt), en op 10, 14 en 28/08

(J.

Nysten, K. Moreau, B. Creemers, e.a.) Tweemaal

werd 's nachts een overvliegend ex. gehoord: op 02/06 over Bertem (S. Bouillon) en op 29/ 06 over Heverlee (K. Moreau).

Geoorde Fuut Podiceps nigricol/is 22-31/08

1 ex. in najaarsrui te OHN (M. Hens,

J.

Rutten, B. Bergmans,

J.

Kempeneers e.a.)

Purperreiger Ardea purpurea 07/08

1 ad Z te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau; 11u)

27/08

1 juv Z te OHZ, keert dan terug en viel mogelijk in

(J.

Rutten; 7u44)

Kleine Zilverreiger Egretta garzetta 20/08

's avonds 1 ex. te OHN, blijft vermoedelijk overnachten (M. Hens)

Woudaap lxobrychus minutus Het mannetje van AVP werd doorheen de maanden juni en juli 2005 op 13 data doorgegeven (versch. waarn.), met 31/07 als laatste datum (W. Goussey, L. Hendrickx). Wellicht bleef de vogel nog langer aanwezig maar vooral tijdens de eerste helft van augustus werden er erg weinig waarnemingen vanuit AVP ontvangen, en leek er nog weinig aandacht naar de Woudaap uit te gaan. Kort voordien was dat anders, want nadat er op 13/07 op 2 plaatsen te AVP een roepend ex. werd gehoord zonder dat men het ex. kon observeren tijdens zijn eventuele verplaatsing tussen de beide locaties (B. Creemers), werd op 18/07 het ganse gebied bemand door vogelaars in een poging uit te vissen of er nu werkelijk 2 ex. aanwezig waren. Er werd echter slechts één zangpost gehoord, de ganse avond onophoudelijk op dezelfde locatie (B. Creemers e.v.a.).

Ooievaar Ciconia ciconia 01/06

1 ex. N over Heverlee/Arenbergpark en Leuven (W. Desmet, K. Moreau)

19/06

1 ex. cirkelend te Leefdaal/plateau (F. F luyt)

01/07

1 ex. boven OHZ/OHC

09/07

1 ex. ZO te OHC (M. Hens), later 1 ex. pleisterend in de Doode Bemde (N. Boone)

29/07

's avonds 1 ex. op verlichtingspaal te Neerijse (thv NGB) (D. Vanderlinden)

(J.

Rutten)

Wespendief Pernis apivorus Er werden in totaal 40 waarnemingen van deze soort ontvangen (versch. waarn.), waarbij het in 27gevallen om plaatselijke en pleisterende vogels ging (solitaire ex. en duo's) en in 13 gevallen om waarnemingen van trekkende dieren (totaal

>

23 ex.). In het Margijsbos te

Loonbeek kon op 30/07 tot een broedgeval worden besloten, op 15/08 werd er nog een voedselaanbrengend ex. gezien (F. F luyt). In de Doode Bemde hing op 04/08 ook een familie met jongen rond (S. Peten). 116


Vogels

Rode Wouw Milvus milvus 01/08

2 ex. boven W inksele

(J.

Vonden Eede; 12u05)

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus Tijdens de periode juni-augustus 2005 werd maar liefst 87 keer een roofvogel op naam gebracht als Bruine Kiekendief! In juni gebeurde dat 5 keer en telkens ging het om een ad v, namelijk te Leefdaal/plateau op 12-14/06 (K. Van Scharen, 06

(J.

J.

Verroken) en te OHZ op 23-24/

Rutten). De voorbije jaren doken de eerste Bruine Kiekendieven vervolgens meestal

pas op in onze regio tijdens de eerste decade van augustus, maar in 2005 kon de soort ook tijdens de maand juli meermaals worden genoteerd. Dat was het geval te Duisburg/plateau (1 v-type op 03/07; F. Fluyt), Erps/Dorenveld (1 ad v op 12, 26 en 29/07, 1 ad v+ 1 imm op 30/ 07; A. Smets, F. Fluyt), OHZ (resp. 1 en 2 v-type op 20 en 30/07; S. Horemans, M. Tombolle), Leefdaal/plateau ( 1 juv + 1 ad m op 30/07; F. Fluyt, L. De Smet) en Korbeek-Dijle/plateau (1 juv op 30/07; F. Fluyt). Op de overvloed aan augustusgegevens (versch. waarn.) wordt hier verder niet ingegaan.

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus De eerste Blauwe Kiekendief voor het najaar van 2005 was een juveniel op 10/08 te Erps/ Dorenveld (A. Smets), waarmee de vroegste najaarsdatum uit de periode 1993-2004 (11/ 08/04) met ĂŠĂŠn dag werd geklopt. Het Dorenveld bleef nadien de ganse maand een goede plek om de soort te zien, met resp. 2 juv, 2 juv, 1 juv en 1 ad v+ 1 juv op 11, 16, 17-18 en 27/ 08 (A. Smets). Op 28/08 werd achtereenvolgens een juv gezien te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys) en te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau).

Grauwe Kiekendief Circus pygargus 29/07

1 ad v te Erps/Dorenveld (A. Smets)

04/08

1 2e kj v ZW te Erps/Dorenveld (A. Smets)

15/08

1 ad m ZW te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys)

31/08

1 ad m te Eizer/plateau (F. Fluyt)

Visarend Pandion haliaetus De eerste V isarend(en?) voor het najaar van 2005 werd(en) op 14/08 gezien over de Doode Bemde (B. Nef) en naar NW over Leefdaal/plateau (R. De Keyser, M. Hens, e.a.). Van 17 tot en met 24/08 verbleef een adult quasi voortdurend te OHN (D. Vanderlinden e.v.a.), en de waarnemingen van een ex. te OHZ op 18/08

(J.

Rutten) en te NGB op 20/08

(J.

Nysten)

hebben wellicht ook betrekking op dit ex.

Boomvalk Fa/co subbuteo Er werden 55 waarnemingen van Boomvalken ontvangen (versch. waarn.). Plaatselijke vogels werden verspreid over de hele regio aangetroffen, tot zelfs boven Leuven/stad (1 ex. slaat Gierzwaluw boven Kapucijnenvoer op 14/06, 1 ex. boven stadspark op 23/06, 1 ex. boven Van Evenstraat op 11/07; R. Dekeyser, LP Arnhem). Broedgevallen werden echter nergens teruggevonden. Het enige ex. dat als juveniel werd gedetermineerd verbleef op 26-27/08 samen met een voederende adult te OHN (W. Desmet,

J. Nysten, K. Van Scharen, K. Moreau).

Slechtvalk Fa/co peregrinus 13/06

1 ex. te SAR (A. Smets)

13/07, 04, 16 en 27/08

resp. 1 juv, 1 juv, 1 juv en 1 ex. te Erps/Dorenveld (A. Smets) 117


Vogels

06/08

1 ex. jagend boven Heverlee en Leuven (K. Moreau)

15 en 27/08

resp. 1 juv en 1 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, K. Moreau, K. Van Scharen)

Porseleinhoen Porzana porzana Net zoals vorig jaar was 04/08 de eerste datum waarop Porseleinhoen werd gezien in de natte weilanden van OHN, ditmaal ging het om 2 ex. (F. Fluyt, S. D'Hont, K. Moreau). Ook op 08 en 09/08 werd de soort hier opgemerkt, met resp. 1 en 2 ex. (S. Horemans, M. Tomballe). Naar het maandeinde toe ontstond er een ruime belangstelling voor de Oud-Heverleese Porseleinhoenen, met resp. 2 ex., 2 ex., 1 ex. en 2 ex. op 22, 28, 29 en 30-31/08 (M. Hens, J. Rutten, F. Fluyt,

J.

Kempeneers, M. Schurmans, K. Moreau, W. Leers, B. Bergmans, H. Blockx).

Goudplevier Pluvialis apricaria Een zeer vroege waarneming van een zuidwaarts vliegend en roepend ex. vond plaats te Heverlee/ Celestijnenlaan op 16/06 (K. Moreau). Dit betreft het eerste junigeval voor het Dijleland ten minste sinds 1975 (vroeger niet nagekeken). Vanaf half augustus werd de normale najaarstrek waargenomen, met te Leefdaal/plateau resp. 1 ex. Z, 1 ex. ter plaatse, 4 ex. Z, 1 ex. ter plaatse, 2 ex. Z, 1 ex. ter plaatse en 1 ex. Z op 16, 17, 18, 21, 27, 28 en 31/08; F. Fluyt, M. Hens, K. Moreau, K. Van Scharen, R. De Keyser). Andere locaties waren Erps/Dorenveld (1 ex. ter plaatse op 16-17/08; A. Smets), Haasrode/Brabanthal (1 ex. over op 30/08; J. Kempeneers) en Eizer/plateau (1 ex. Z op 31/08; F. F luyt).

Bontbekplevier Charadrius hiaticu/a 04/06

2 ex. te SAR, N om 1Ou30 (F. Fluyt)

05/06

1 ex. te SAR

07/06

1 nieuw ex. te SAR (F. Fluyt, K. Van Scharen)

(J.

Nysten)

Kleine Plevier Charadrius dubius Te SAR werden nog tot begin juli Kleine Plevieren waargenomen (versch. waarn.) met maximaal 11 ex. op 13 en 19/06 (M. Hens, K. Moreau). Er werden echter geen pulli of juvenielen opgemerkt, enkel op 07/07 - tevens de laatste datum voor het gebied - was er naast drie adulten ook een volgroeide juveniel aanwezig (L. Hendrickx). Of deze hier ook geboren werd is onduidelijk maar niet ondenkbaar, gezien de broedindicerende waarnemingen uit het voorjaar en de opschietende vegetatie (beschutting) tijdens de zomer. Buiten SAR waren er waarnemingen van 1 ex. te Haasrode/zandgroeve op 20/06 (K. Moreau), 3 ex. te Kwerps/ N op 22/06 (A. Smets) en 1 ex. te Tervuren/park KMMA op 15/07 (A. Reygel).

Regenwulp Numenius phaeopus 03/08

1 ex. pleisterend te Erps/Dorenveld (A. Smets)

14/08

6 ex. ZW te Leefdaal/plateau (M. Hens, F. Fluyt, B. Vercoutere, R. De Keyser)

15/08

13 ex. ZW te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

22/08

2 ex. Z te Erps/Dorenveld (A. Smets)

Wulp Numenius arquata 11 /08

1 ex. achtereenvolgens over Kessel-Lo/Gemeentestraat (B. Saveyn) en ZW over Leuven/A. De Greefstraat (F. Van de Meutter)

16/08

1 ex. Z te Erps/Dorenveld (A. Smets)

22/08

2 ex. pleisterend te Erps/Dorenveld, dan Z (A. Smets)

23/08

4 ex. ZW te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys)

118


Vogels

28/08

1 ex. Z te Leefdaal/plateau {even pleisterend) {F. Fluyt, K. Moreau), 14 ex. Z te

04/09

enkele ex. pleisterend te Bertem {O van Bertembos) {G. Bleys, F. Geenen)

Erps/ Dorenveld {A. Smets)

Kleine Strandloper Ca/Jdris minuta 04/06

4 ex. te SAR, N om 1Ou30 (F. Fluyt)

13/06

2 ex. te SAR {A. Smets)

Het gaat hier om de l 6e en l 7e gevallen van deze soort voor het Dijleland, de 6e en 7e voorjaarswaarnemingen en het 3e geval voor het voorjaar van 2005.

Tureluur Tnnga to/anus 04, 05-06, 07 en 13/06

resp. 10, 5, 2 en 1 ex. te SAR {F. Fluyt, J. Nysten, K. Van Scharen)

04/07

1 juv te SAR (S. Peten, F. Fluyt)

24/08

1 ex. te OHN {K. Moreau)

Groenpootruiter Tr1nga nebularia 04-05 en 09-10/06

telkens 1 ex. te SAR {F. Fluyt, J. Nysten)

02-04/07

2 ex. te SAR (L. Hendrickx, F. Fluyt)

14, 17 en 26/07

resp. 3, 2 en 1 ex. te OHN {K. Moreau, F. Fluyt, J. Rutten)

16/08

2 ex. Z te Erps/Dorenveld {A. Smets)

31/08

1 ex. te OHN {F. Fluyt, H. Blockx)

Bosruiter Tringa g/areo/a 01-04, 05 en 10/07

resp. 2, 1 en 10 ex. te SAR {A. Smets, S. Peten, F. Fluyt, e.a.)

14, 24 en 27/07

telkens 1 ex. te OHN {K. Moreau, K. Van Scharen, J. Nysten)

Witgat Tr1nga ochropus Eerste najaarswaarneming: 1 ex. te SAR op 05/06 {F. Fluyt, J. Nysten). Maximumconcentratie: 38 ex. te OHN op 14/07 {K. Moreau). Buiten de centrale valleigebieden werden W itgatjes waargenomen te Huldenberg/Spitsberg (1 ex. over op 13/06; F. Fluyt), Tervuren/park KMMA { 1 ex. op 17 /06; A. Reygel), Haasrode/ zandgroeve {l ex. op 20/06; K. Moreau), Kwerps/N (resp. 3, 7, 4 en 6 ex. op 22/06, 01, 09 en 10/07; A. Smets, R. Ghijsen), Neerijse/Ganzeman {1 ex. op 04/08; M. Schurmans) en Erps/ Dorenveld {3 ex. Z op 23/08; A. Smets).

Oeverloper Actitis hypoleucos Eerste najaarswaarneming: 1 ex. te SAR op 10/07 {F. Fluyt, L. Hendrickx). Maximumconcentratie: telkens 5 ex. te OHN en te Kwerps/N op 30/07 (F. Fluyt). Het gros van de waarnemingen kwam van OHN, waar de soort vanaf half juli doorlopend aanwezig bleef (versch. waarn.). Buiten dit gebied werden Oeverlopers waargenomen te SAR (1 ex. op 11 /07, 17/07 en 24/08; A. Smets, K. Moreau), te Tervuren/park KMMA {resp. 1 en 3 ex. op 15 en 18/07; A. Reygel), te Leuven/A. De Greefstraat ( 1 ex. over op 18/07; F. Van de Meutter), te AVP (resp. 3, 2, 3 en 2 ex. op 18, 28 en 31/07 en 27 /08; B. Creemers, S. Peten, W. Goussey, A. Verboven e.a.), in de Doode Bemde (resp. 1, 2 en 1 ex. op 26/07, 06 en 14/08; J. Kempeneers, J. Nysten, B. Nef), te W LS (1 ex. op 27 /07; K. Moreau), te Kwerps {5 ex. op 30/07; F. Fluyt), te ZW (resp. 2, 1 en 1 ex. op 18-19, 20-21 en 24/08; A. Verboven e.v.a.) en te Nethen {1 ex. op 24/08; K. Moreau).

119


Vogels

i ago i ago galln Watersnip Galln De eerste najaarswaarneming betrof 1 ex. te OHN op 23/07 (F. Fluyt}. Vanaf dan bleef de soort continu aanwezig te OHN (versch. waarn.}, met max. 4 ex. op 24 en 26/08 (K. Moreau, W. Desmet}. Verder was er enkel een waarneming van een pleisterend ex. te Florival/ Veeweide op 07/08 (K. Moreau}. Plateauwaarnemingen: 13/08

13 ex. Z te Leefdaal/plateau (F. Fluyt}

16/08

2 ex. Z te Erps/Dorenveld (A. Smets}

27 /08

1 ex. NO te Leefdaal/plateau (K. Moreau}

31/08

2 ex. rondvliegend te Eizer/plateau (F. Fluyt}

Bokje Lymnocryptes minimus 23/08

1 ex. 2 x opgestoten te Heverlee/Zwanenberg, maar blijft ter plaatse (G. Bleys}

Kemphaan Philomachus pugnax 11/07

1 ad m zom te SAR (A. Smets}

Grauwe Franjepoot Phalaropus lobatus Op 18/08 werd zowaar een juveniele Grauwe Franjepoot ontdekt te ZW (A. Verboven}, op de kleinste en meest oostelijke van de vijf vijvers! De vogel bleek zoals een typische Franjepoot erg tam en kon door vele bewonderaars bekeken worden. Hij bleef tot op 21/08 aanwezig. Het betreft de vierde waarneming van deze soort voor het Dijleland, de vorige dateert van reeds 24 jaar terug. Alle waarnemingen vonden plaats in het najaar ( 11-12/11/73 SAR, 2227/08/7 6 SAR, 14/09 /81 SAR} en het gaat om het tweede augustusgeval.

Grote Mantelmeeuw Larus marinus 27/07

1 ad te WLS, om 8ul5 naar Z (K. Moreau}

Visdief Sterna hirundo V isdieven werden in regio Leuven opvallend veel waargenomen tijdens de zomermaanden van 2005, zij het dan wel enkel te AVP en te Kwerps. Alle waarnemingen: 14 en 16/06

resp. 2 en 4 ex. te AVP (W. Goussey, J. Grootjans}

28-30/06

2 ex. te Kwerps/Z (A. Smets}

09, 11, 13 en 26/07

resp. l, 2, 2 en 5 ex. te Kwerps/Z (R. Ghijsen, A. Smets}

31/07

1 ex. te AVP (W. Goussey}

Zwarte Stern Chlidonias niger 19/08

7 ex. te NGB (A. Verboven}

Zomertortel Streptopelia turtur 2005 was ook een 'goed' jaar voor de Zomertortel. Naast 4 zp in W ijgmaalbroek (02/06; S. D' Hont} verbleven er ook broedverdachte koppels te Kwerps/Molenbeekvallei en Kiekenbeemden (02-03/06; A. Smets}, SAR (1 zp tot op 17/07; F. Fluyt, M. Hens, K. Moreau}, Terlanenveld (resp.

1

zp en 1 nestbouwend koppel op 06 en 12-15/06; E. De Broyer, H. Roosen},

Haasrode/zandgroeve (resp. 1 ad en 1 zp op 19 en 20/06; K. Moreau}, Bierbeek/plateau (1 zp op 19, 23 en 29/06; K. Moreau, G. Louette}, Leuven/Dijlemeander (min. 1 zp op 22/06; S. D'Hont}, Nethen

120

(1

zp op 13/07; K. Moreau} en Neerijse/Tersaert (1 ex. op 24/07; F. Fluyt}.


Vogels

Augustus bracht de volgende waarnemingen: 03 en 04/08

resp. 1 ex. pleisterend en 1 ex. Z te Erps/Dorenveld {A. Smets)

13, 25 en 28/08 resp. 3 ex., 1 ad en 4 ex. te Leefdaal/plateau {F. Fluyt, e.a.) 17 en 29/08

resp. 2 en 1 ex. te Meerbeek/Pompstation {A. Smets)

30/08

1 ex. te OHN {A. Verboven)

Bijeneter Merops apiaster 10/06

min. 1 ex. Z te OHZ {S. Peten)

U begrijpt dat deze waarneming een verhoogde aandacht in verband met mogelijke broedgevallen in de streek teweegbracht en dat de naburige zandgroeven al snel door vogelkijkers bezocht werden, maar het bleef bij zoeken.

Noordse Kwikstaart Motacilla thunbergi Na een waarneming van een weliswaar vroeg maar toch waarschijnlijk ad m Noordse Kwikstaart te Korbeek-Dijle/plateau op 02/08 {M. Schurmans), werden op 30/08 2 ad m waargenomen te Bertem/Koeheide {B. Bergmans).

Rouwkwikstaart Motacilla yare/lii 04/07

het vermeende 2e kj m nu met zijn familie te SAR {S. Peten)

Duinpieper Anthus campestris 17/08

1 ex. Z te Leefdaal/plateau {F. Fluyt)

18/08

1 ex. Z te Leefdaal/plateau {F. Fluyt)

23/08

2 ex. opgestoten te Heverlee/Zwanenberg, dan ZW {G. Bleys)

24/08

2 ex. te Haasrode/zandgroeve {J. Vanautgaerden, J. De Baere), 1 ex. ZW over Kessel-Lo/De Becker-Remyplein {K. Moreau)

28/08

5 ex. Z (4+ 1) te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, K. Moreau)

30/08

1 ex. ZW te Eizer/plateau (F. Fluyt)

31/08

1 ex. Z te Leefdaal/plateau (K. Moreau, R. De Keyser)

Boompieper Anthus trivia/is Op 09/07 werd de soort nog vastgesteld op het Militair Domein in Meerdaalwoud {F. Fluyt, J. Bogaert, B. Bergmans, M. Lehouck, R. Jooris). Verder werden er een heleboel najaarstrekkers opgetekend, een beknopt overzicht: Huldenberg/Spitsberg ( 1 ex. Z op 11/08; F. Fluyt), Leefdaal/plateau (resp. l, l, 3, 3, 7, 8, 10, l, 8 en 9 ex. Z op 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 21, 28 en 31/08; F. Fluyt, M. Hens, B. Vercoutere, R. De Keyser, K. Moreau), Erps/Dorenveld (resp. 1 ex. Z en 1 ex. pleisterend op 16 en 23/08; A. Smets), Heverlee/Zwanenberg (2 ex. Z op 23/08; G. Bleys), Eizer/plateau (resp. 2 en 7 ex. ZW op 30 en 31/08; F. Fluyt) en OH/centrum { 1 ex. Z op 31/08; J. Rutten).

Grauwe Klauwier Lanius collurio 14/08

1 ex. in de Doode Bemde (B. Nef)

Nachtegaal Luscinia megarhynchos 10/06

1 zp ten Z van OHZ (S. Peten)

11 /06

1 zp te Winksele/Kastanjebos (J. Vonden Eede)

121


Vogels

Blauwborst Luscinio svecico cyonecu/o 27/06

1 zp te SARIN (K. Moreau, J. Hendriks e.a.)

24/07, 04, 1 Oen 1 5/08

resp. 2, 2, 2 en 1 ex. te NKV (F. Fluyt, A. Smets, S. Horemans)

04/08

1 ex. te OHN (S. D'Hont, K. Moreau)

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus Bij het begin van de periode werd in de omgeving van het Leuvense stadspark nog steeds een ad m Gekraagde Roodstaart waargenomen (K. Moreau), en vanaf 08/06 werd er ook een vrouwtje geobserveerd (K. Moreau, T. Verbeeck, B. Saveyn). Op 25/07 werden de oudervogels voor het eerst in het gezelschap van 3 reeds erg zelfstandige juvenielen gezien (K. Moreau, B. Saveyn, B. Thuysbaert). Ook op 26/07 was het vijftal hier nog aanwezig Goussey, F. Van de Meutter), op 27/07 werd nog één juveniel gezien

(W.

(W. Ceulemans), en op

28/07 het adult vrouwtje (B. Bergmans).

Roodborsttapuit Soxicolo rubico/o In de omgeving van de natte weilanden te OHN, waar eerder dit jaar één koppel (mogelijk 2) met zekerheid broedde, werden tijdens de zomer van 2005 nog meermaals adulte en juveniele Roodborsttapuiten waargenomen (K. Moreau,

W.

Desmet, E. Le Docte, F J

Moerman). Te Haasrode/Stenenkruis brachten 2 koppels jongen groot (resp. 1 en 4 juv op 20/06; K. Moreau). Andere broedgevallen deden zich voor in de Doode Bemde (resp. 1 ad met juvenielen en 1 ex. op 2 1 /06 en 1 5/08; B. Vercoutere, F. Fluyt), in de Zuurbeekvallei te Erps-Kwerps (resp. 1 m 1 v, 1 m en 1 m1v+3 juv op 09/07, 10/07 en 1 5/08; R. Ghijsen, A. Smets) en te Erps/Dorenveld (2 juv op 04/08; A. Smets). Te Veltem (omgeving Kastanjebos) werd op 02/06 een koppel gezien (A. Smets).

Paapje Soxicolo rubetro (J.

1 6/08

2 juv te OH/centrum

17, 22, 24, 27, 28, 29 en 30/08

resp. 5, 8, 2, 9, 1 , 3 en 1 ex. te Erps/Dorenveld (A. Smets)

Rutten)

1 8/08

1 ex. te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys)

20/08

4 ex. te Terlanenveld (E. De Broyer)

23/08

1 ex. te Bertem/Koeheide (G. Bleys)

Tapuit Oenonthe oenonthe Op 1 2/06 werd een vrouwtje Tapuit waargenomen te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen), juniwaarnemingen van deze soort zijn een zeldzaam gegeven. Augustuswaarnemingen:

(F.

1 3, 19 en 21/08

telkens 1 ex. te Leefdaal/plateau

16, 22, 27-28 en 29/08

resp. 3, 1 , 1 en 3 v-type te Erps/Dorenveld (A. Smets)

1 7 en 22/08

1 ad m en 2 v-type te Meerbeek/Pompstation (A. Smets)

20/08

2 ex. tussen Vossem en Leefdaal (A. Verboven)

Fluyt, M. Hens)

Cetti's Zanger Cettio cetti T ijdens de zomermaanden laten de plaatselijke Cetti's Zangers niet veel van zich horen, maar in de drie territoria te Oud-Heverlee en het territorium van de Doode Bemde werd toch nog geregeld activiteit genoteerd (S. Peten, W. Desmet, B. Net, K. Moreau,e.a.).

Rietzanger Acrocepholus schoenoboenus 04/08 122

1 ex. in de Doode Bemde (A. Smets)


Vogels

Spotvogel Hippo/ais ictenna 03/06

3 zp te Erps-Kwerps/Kiekenbeemden (A. Smets)

22/06

1 zp te Leefdaal/plateau (W. Desmet)

26/06

2 zp te Duisburg/Oude Tramlijn (B. Creemers)

07/07

1 zp te Haasrode/Brabanthal (J. Kempeneers; l 9u)

13/08

1 zp te Haasrode/industrieterrein (Materialise) (J. Kempeneers)

Braamsluiper Sylvia curruca 27/06

1 zp te Wilsele-Putkapel (S. D'Hont)

29/06

1 zp te Haasrode/plateau (K. Moreau)

Fluiter Phyl!oscopus s1b1latrix 26/06

1 zp te Sint-Joris-Weert/De Kluis (K. Moreau)

Bonte Vliegenvanger Ficedu!a hypoleuca 10/07

1 ex. geringd te Korbeek-Lo (J. Vanautgaerden)

28/07

1 ex. te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys)

Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata Het ex. van Korbeek-Dijle/Dam werd hier voor het laatst waargenomen op 07 /07 (S. Horemans). 07/08

2 ex. te Blanden/A. Vermaelenstraat (J. De Baere)

12/08

1 ex. te Leefdaal-Duisburg/plateau (W. Desmet)

28/08

5 ex. te Terlanen/Abstraat (uitgevlogen nest) (H. Roosen)

29/08

1 ex. te Meerbeek/Pompstation (A. Smets)

31/08

1 ex. te Kessel-Lo/Martelarenlaan (W. Goussey)

Wielewaal Oriolus oriolus 17/06

1 zp te Neerijse/waterzuiveringsstation (D. Vanderlinden)

19/06

1 zp te SAR (K. Moreau)

09/07

1 zp in de Doode Bemde (N. Boone)

12/07

1 ex. te Heverlee/H. Hartinstituut (ook de dagen voordien) (zuster Deschuyter)

20/08

2 ex. te Kessel-Lo/Kesselberg (J. Lambrechts)

Sijs Carduelis sp1nus De opmerkelijk vroege 'najaars'verplaatsingen van Sijzen die verspreid over Vlaanderen werden opgemerkt, bleven ook in regio Leuven niet onopgemerkt. Een overzicht: 29/06

2 ex. Z te Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau)

30/06

1 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt)

01, 06, 09, 11, 17/07

1 ex., 2 ex., 1 ex., 1 ex., 2 ex. over OH/centrum (J. Rutten)

09 en 18/07

2 x 1 ex. over+ 11 ex. kort ter plaatse en 4 ex. ter plaatse te Korbeek-Lo (J. Vanautgaerden)

11/07

oud over OH/J. Vandezandestraat (M. Hens)

18/07

9 ex. ter plaatse te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau)

23, 27, 28 en 29/07

resp. l, 2, 1 en 2 ex. 0 te OH/centrum (J. Rutten)

123


Vogels

Kruisbek Loxia curvirostra Het wordt stilaan een traditie, en ook in 2005 brachten de zomermaanden rondtrekkende Kruisbekken naar het Dijleland en de rest van V laanderen. Het begon allemaal vrij plots op 14/06 met 2 ex. Zte OH/centrum

(J.

Rutten), 11 ex. te Kampenhout

ex. Zte Maleizen (S. Peten) en 15 ex. te La Hulpe

(G.

nog de volgende waarnemingen verricht: op 18/06

(J.

Vanautgaerden), 12

Dejonckheere). In juni werden nadien

>

2 ex. oud naar Zover OH/centrum

(J.

Rutten) en op 27/06 13 ex. ZO te Wilsele-Putkapel (S. D' Hont). Op 02/07 werden de grootste

(J. Vanautgaerden), 2 ex. oud+ 40 ex. ZO+ 14 (J. Rutten) en co 30 ex. W overTerlanenveld (H. Roosen). Voor juli werden verder 12 waarnemingen ontvangen, met 15 ex. over OH/J. Vandezandestraat op 11 /07 (M. aantallen genoteerd: 31 ex. over Korbeek-Lo ex. Zte OH/centrum

Hens) als grootste groep. In augustus werden slechts vier gevallen opgetekend: resp. 3 en 1 ex. N te Heverlee/Celestijnenlaan op 06 en 18/08 (K. Moreau), 1 ex. oud te OHZop 07/08 en 1 ex. 0 te OH/centrum op 19/08

(J.

Rutten).

Appelvink Coccothraustes coccothraustes

(J.

Rutten)

01/06

1 ex. te OH/centrum

28/08

tot 6 ex. te Terlanen/ Abstraat (H. Roosen)

Grauwe Gors Emberiza calandra 19/06

1 zp te Bierbeek/plateau (K. Moreau)

Ortolaan Emberiza hortulana 28/08

1 ex. Zte Leefdaal/plateau (F. Fluyt, K. Moreau; 7u- l Ou45)

Samenstelling: Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

Medewerkers en correspondenten: Bram Abrams, Louis-Philippe Arnhem, Monique Bekkers, Bruno Bergmans, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx. Johan Bogaert, Niko Boone, Steven Bouillon. Jan Butaye, Willy Ceulemans. Paul Claes. Erwin Collaerts. Peter Collaerts, Frank Coulier, Bart Creemers, Jos Cuppens. Johan De Baere, Zeger Debyser, Katia De Bock, René De Boom. Erik De Broyer, Gerdy De Jonckheere, Rien De Keyser, Johan De Meirsman, Lieven Deschampelaere, zuster Deschuyter, Louis Desmet, Wouter Desmet, Steven D'Hont. Gerald Driessens. Frederik Fluyt, Frans Geenen. Raf Ghijsen, Werner Goussey. Jos Grootjans, Robin Guelinckx, Krien Hansen, Luc Hendrickx, Jo Hendriks, Maarten Hens, Marc Herremans, Paul Herroelen, Frank Holsteyns, Stefaan Horemans, Robert Jooris, Jochen Kempeneers, Jean Kiebooms, Kevin Lambeets, Jorg Lambrechts, Elfriede Le Docte, Walther Leers, Mark Lehouck, Gerald Louette, Eddy Macquoy, René Meeuwis, Joachim Mergeay, Frieder Jan Meerman, Kelle Moreau. Marc Moreau, Bruno Net, Regis Nossent, Johan Nysten, Raquel Ortells, Stephan Peten, Fons Ramaekers, Alain Reygel. Koenraad Reynaert, Joost Reyniers, Hans Roosen, Jos Rutten, Bert Saveyn. Maarten Schurmans, Gert Sclep, Axel Smets, Geert Sterckx, Dirk Symens. Bram Thuysbaert. Johan Toebat, Marita Tomballe, Erik Toorman, Johan Vanautgaerden, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Jorn Van Den Bogaert, Jos Vonden Eede, Frank Van Den Houte, Filip Vandeputte. Stefaan Vanderauwera, Hilde Vanderheyden. Dirk Vanderlinden, Frank Vandersteen, Gilbert Vandezande. Gonda & Myriam Van Ermen, Lieven Van Hellemont, Carl Vanherck. Paul Van Kampenhout, Hans Vankerckhoven, Frederik Vanlerberghe, Philippe Vanmeerbeeck, Griet Van Opgenaffe, Kris Van Scharen, Thomas Verbeeck, V éronique Verbist. André Verboven. Bart Vercoutere. Jan Verroken, Jan Wellekens. Wim Willems en Alfons Willemsen.

124


Activiteiten

Activiteitenkalender

-

najaar

&

winter 2005

Watervogeltellingen Coördinatie: Maarten Hens (tel.: 016 40 98 70, e-mail: maartenhens@skynet.be ) ==>

Zaterdag 15 oktober. Afspraak om 9u00 aan het station van Oud-Heverlee.

==>

Zaterdag 12 november. Afspraak om 8u30 aan het station van Oud-Heverlee.

==>

Zaterdag 17 december. Afspraak om 8u30 aan het station van Oud-Heverlee.

==>

Zaterdag 14 januari 2006 . Afspraak om 8u30 aan het station van Oud-Heverlee.

Simultaantrektellingen Coördinatie: Frederik Fluyt (GSM 0479 920 172, e-mail: ngdijleland@yahoo.com) ==>

Zondag 2 en 23 oktober. Afspraak vanaf 7u00 Bredeweg Leefdaal.

Paddestoelenexcursie Koeheide ==>

Zondag 6 november (halve dag), afspraak om 9u00 aan Café d'aa Boon, Oude Baan 80, Bertem. O.l.v. Eddy Macquoy

Natuurstudie-praatcafé Telkens vanaf 20u00 in de Via Via, Naamsesteenweg 227, Heverlee ==>

Woensdag 9 november - thema: broedvogelinventarisatie agrarisch gebied 2005 (+planning 2006)

==>

Woensdag 14 dec ember- thema zoogdieren

Winteravonden Werkgroep Natuurgidsen VHM Aanvang telkens om 20 uur, in de raadszaal van het voormalige gemeentehuis van Heverlee (Waversebaan 66). ==>

Donderdag 20 oktober: Eddy Macquoy over libellen / Christine de Muelenaere over het land van de 1000 vijvers, de Brenne en de Comorgue

==>

Donderdag 17 november: Kelle Moreau vertelt over zoogdieren in het Dijleland

==>

Donderdag 15 december: In samenwerking met Hona komt Eric Vercammen vertellen over de grondstoffen uit de streek

==>

Donderdag 19 januari 2006: Robert Brasseur spreekt over ecologische ervaringen in de tropen

125


A c tivitetfen

Info-avond over de Das Regionaal Landschap Dijleland vzw organiseert op donderdag 8 december 2005 een info­ avond over de das voor het grote publiek. Het programma ziet er als volgt uit: 1

De biologie van de das (Eddy Dupae, LIKONA Dassenwerkgroep)

2

Het beschermingsplan van de das (Koen Berwaerts, Regionaal Landschap

3

Samenwerking met jagerij (Ludo Fastré, Hubertusvereniging Vlaanderen vzw)

4

Vragen staat vrij

5

In beeld:

Dijleland vzw)

Op dassenjacht in de Tervuurse bossen (Leo Raymaekerst)

De das in Wallonië (Daniel-Etienne Ryelandt, AVES Groupe Travail de Blaireaux)

De info-avond vindt plaats in het Provinciehuis in Leuven en start stipt om 20u00. Einde wordt voorzien omstreeks 22u30 waarna een drankje wordt aangeboden. Het Provinciehuis is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer en ligt op loopafstand van het trein- en busstation van Leuven. Mensen die met de wagen komen, kunnen die parkeren onder het Provincie­ huis. Zij gebruiken hiervoor de dienstweg langs de sporen (komende van de Tiensepoort is dit de weg vlak voor het station). Meer info: Regionaal Landschap Dijleland vzw 016/40.85.58

-

e-mail: info@rld.be

Op 15 oktober gaan we van stort met de eerste van zes maandelijkse woteNogelte/lingen voor het winterhalfjaar 2005 -2006. Bent u don ook van de partij? 126


Juveniele Roodhalsfuut, vijvers Abdij van Park- Heverlee, september 2005 Foto: Axel Smets

127


Leden van de Natuurstudiegroep Dijleland bij de systematische inventarisatie van Hamsterburchten, augustus 2005, Duisburg. Foto: Kelle Moreau

... en het resultaat: links een recent gebruikte "valkuil", rechts een verse inlooppijp, augustus 2005, plateau Korbeek-Dijle/Leefdaal. Foto: Kelle Moreau

128


Grauwe Franjepoot, Oud-Heverlee, 18 augustus 2005 foto: Frederik Fluyt


€ 14,95

Uitgeverij VUBPRESS Waversesteenweg 1077 B- 11 60 Brussel

VUBPRESS

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2005  

De Boomklever September 2005  

Profile for nsgd
Advertisement