Page 15

Onge wervelden

Frank Van de Meutter meldt m1J volgende waarnemingen van Geurvliegen in het Meerdaalwoud en Heverleebos: •

02-06-2002:

Heverleebos, Arboretum (aan de parking en langsheen de toen nieuwe

open plek):

6 ex.

05-06-2004: Meerdaalwoud, kruispunt Grezese baan-Walendreef (FS 193288): 2 ex. 05-06-2004 Meerdaalwoud. Grezese baan. aan dikke eik (FS 192297): 1 ex. (hier ook verschillende gouden torren rondvliegend)

Verder zag hij ze ook in de bossen van de Argonne (Noord-Frankrijk) en merkt voorts op dat ze vaak op de bladeren van de jonge bomen zitten. Referentie G OOT. V. S . VAN ( 1985). De snovelvliegen (Rhogiomdoe}, roofvle i gen (Asilidoe) en aanverwante fomt!ies van Noordwest-Europa. - Wetenschappelijke mededelingen van de K oninklijke Nederlandse Natuurhistorische

Vereniging 171: 66 S .. Hoogwoud.

Jorg Lambrechts - Jorglombrechts@hotmOJZcom

Een Lederboktor in Leefdaal Op 11 augustus

2004 vond ik een Lederboktor

(Prionus coriorius) in Leefdaal. Rond 21 uur

30.

in de avondschemering. liep het dier over het veldwegje aan de zuidwestrand van het bosgebied Weeberg, vlakbij het Tersaartbos (UTM FS

12 32).

De brede lichaamsbouw en

ontbreken van stekels op pronotum wijzen er op dat het een wijfjesdier was. Het bos ligt op het plateau (tussen Leefdaal en Neerijse) en wordt gedomineerd door Beuk. De Lederboktor (Prionus coriorius) is de grootste boktor (orde kevers Coleoptero. familie boktorren CerombyCJdoe)van België (tot

5 cm !)

en erg zeldzaam.

In 2002 is de soort waargenomen in het Hallerbos ten zuidwesten van Brussel (Vandekerkhove & Baeté,

2003)

en het Jongenbos in V liermaalroot in Limburg (schrift. med. L. Crevecoeur).

Recent ook in het bosreservaat Kolmont in Tongeren en Zoniënwoud in Brussel (Versteirt et al.,

2000).

Historisch is de soort al bekend van Meerdaalwoud (voor

1950).

van het West-V laams Heu­

velland en de Voerstreek. Recent is ze door diverse waarnemers vastgesteld in Meerdaal­ woud (Kelle Moreau, Wout Willems). Het voorkomen in de Voerstreek is ook recent bevestigd. Bij onderzoek in het Vrouwenbos en Konenbos. in het kader van de opmaak van een bosbeheerplan (E. Stassen & J. Lambrechts, AEOLUS i.o.v. Aminal Bos & Groen) zijn diverse exemplaren waargenomen. Deze soort blijft echter een goede indicator voor waardevolle oude bossen (met voldoende dood hout) en suggereert een hoge ecologische waarde van dit (private) bosgebied.

Referenties VANDE KERKHOVE. K. & H. BAETE (2003). Botanisch pareltje in zoodtuin wordt bosreservoot. Nieuwsbrief IBW. VERSTEiRT. V., DE SENDER. K., GE UDENS. G. & P. GROOTAERT (2000). Determinatie en bio-indicatie van bosgebonden ongewervelden. 3. Ecologische stondplootskorokterisotie van bossen aan de hond van de

everfouno

(Coleoptero). 4. Verkennend onderzoek naar de potentiële waarde van integrale bosreservoten voor het be­ houd van xylobionte orthropoden. KBIN rapport ENT.2001.03 en ENT.2000.04 in opdracht van AMINAL Bos & G roen

(B&G/29/98).

Jorg Lambrechts - Jorglombrechts@hotmo1Zcom 13

'

De Boomklever Maart 2005  
De Boomklever Maart 2005  
Advertisement