__MAIN_TEXT__

Page 10

Ongewervelden

Of het spaarbekken van Hamme-Mille nu een permanente populatie van de zuidelijke oeverlibel zal worden is niet zeker. Vaak verdwijnt de soort bij toenemende successie van de habitat (Gubbels 2002). Er zijn echter nog verschillende (slecht onderzochte?) potentieel interessante habitatten aanwezig in de regio Leuven onder de vorm van de vele zandgroeves met ondiepe, snel opwarmende plasjes. Het loont zeker de moeite om zowel de populatie van Hamme-Mille als deze mogelijke andere locaties de volgende jaren goed in het oog te houden!! Dankwoord

Dank aan Geert De Knijf (Gomphus) voor het verstrekken van de Vlaamse waarnemingen van zuidelijke oeverlibel

Referenties Andries, T., 1997. Invasie van de Zuidelijke glazenmaker Aeshna affinis. Gomphus,

13( 1 /2): 14-18.

Goffart P. en de Schaetzen R" 2001. Des libellules méridionales en Wallonie: une conséquence du réchauffement climatique. Forêt Wallonne:51 2-5. Gubbels, R, 2002.De soorten: zuidelijke oeverlibel (Orthetrum brunneum). In: Nederlandse vereniging voor Libellenstudie 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European lnvertebrate Survey-Nederland, Leiden

Frank Van de Meutter Frank. Vandemeutter@student. kuleuven. ac. be

Recente waarnemingen van de lepepage in de Dijlevallei Sinds 1991 wordt in het natuurgebied 'de Doode Bemde' de dagvlinderstand intensief op­ gevolgd (Vercoutere en Bauduin, 2001 ). Tot op heden werden er tijdens dit monitoringproject niet minder dan 30 soorten dagvlinders genoteerd. De jongste aanwinst is de lepepage Satyrium w-album, die in 1999 voor het eerst werd waargenomen. Nadien volgden er nog waarnemingen in 2002 (twee waarnemingen van telkens één exemplaar) en in 2003 (een­ maal één ex.). De voorbije zomermaanden (2004) vormden een topseizoen: één exem­ plaar op 19 juli en een waarnemingen van maar liefst vier exemplaren op 29 juli. In totaal dus zes waarnemingen van negen vlinders. Alle waarnemingen gebeurden op dezelfde lokatie (met uitzondering van de waarneming in 1999 die enkele honderden meters verderop werd verricht) en in de maand juli bij goed 'vlinderweer'. Alle lepepages foerageerden op Koninginnekruid, behalve het ex. van 19 juli 2004 (op distel). De voorbije zomer werd er ook in Pécrot tweemaal een lepepage waargenomen. Het betreft de eerste waarnemingen op deze lokatie, die sinds 1992 goed opgevolgd wordt (Marc Walravens). Het mag duidelijk zijn dot er in de Doode Bemde minstens één populatie aanwezig is van de lepepoge, die in Vlaanderen is opgenomen in de Rode Lijst-categorie "onvoldoende ge­ kend". Vroeger (voor 1980) was de vlinder zeldzaam en kwam hij voor in het zuiden van Oost-Vlaanderen en in het centrum en het zuiden van Vlaams-Brabant (o.o. Meerdoalwoud) met de Brusselse regio als zwaartepunt. Ook waren er enkele geïsoleerde waarnemingen uit de Voerstreek en uit Kalmthout. Momenteel is de soort zeer zeldzaam en zijn in Vlaanderen buiten de Doode Bemde enkel nog recente waarnemingen bekend uit de omgeving van Brussel. 96

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2004  

De Boomklever September 2004  

Profile for nsgd
Advertisement