__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGR()EP DIJLE LAND

BEEKJUFFER SLEEDOORN PAGE SPITSKOPJE HAMSTER • HAVIK EIKELMUIS RATELÄA APPELVINK , WESPE�� BOSRIETZANGER

,

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang 32

-

september 2004


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur

Voorzitter: Paul Herroelen Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem,016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt, Spits berg 4, 3040 Huldenberg, 0479 92 0 l 72 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 306 l Leefdaal, 02.767.26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4,3020 Herent, 016.23.13.38

André Verboven,Groeneweg 60, 3001 Heverlee,016.23.81.84

Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee,0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse, 010.86.24.66

Maarten Hens, J. Vandezandestraat 2, 3050 Oud-Heverlee, 016.40.98.70

Hans Roosen,Abstraat l 01,3090 Overijse, 02.687.95.18

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke en watervogeltelling: Maarten Hens, J. Vandezandestraat 2,3050 Oud-Heverlee,016.40.98.70, maarten.hens@skynet.be

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Project Bijzondere Broedvogels, trektellingen: Frederik Fluyt, Spitsberg 4,3040 Huldenberg,0479 92 01 72, freek@village.uunet.be

Werkgroep zoogdieren

Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee,0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be Werkgroep ongewervelden

Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23 .81.84,andre.verboven@chello.be Plantenwerkgroep

Themaverantwoordelijke: Joris Menten,W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495.27.53.93 joris_menten@merck.com Website www.natuurpunt.be/dijleland

Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@yahoogroups.com


------

-- ----�----- �-·· 1 1

De Boom.klever Driemaandelijks tijdschrift van Natuurstudiegroep Di;leland,

ONGEWERVELDEN

natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw.

Redactiekern

Dipteren-inventarisatie van de Koeheide (Bertem)

Herwig Blockx, Frederik Fluyt,

en omgeving (deel 11)""""""""""""""""""""""""""90

Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van

Zuiderse libellen op bezoek in het Dijleland""""""".95

Scharen

Recente waarnemingen van lepepage in

Redactie-adres Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het

'

'

redactiesecretorioat, p/a Frederik Fluyt, Spitsbetg 4,

het Dijleland....................................................................96 De Weidebeekjuffer in 2004..............................".........."..98

3040 Huldenberg E-mail: freek@villoge.uunet.be

AMFIBIEËN EN REPTIELEN

Het copyright van de teksten en tekeningen blijft bij de

Vroedmeesterpadden ontdekt te Overijse. ..... "" ..." ... l 00

auteurs en tekenaars. Over­ name is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating

Brulkikkers aanwezig in het Grootbroek."... . . . . .... .. " .... l 02

Abonnement

Muurhagedissen langs de spoorlijn te Heverlee........ " l 03

Geïnteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door overschrijving van 5 EUR op rekeningnummer

VOGELS

001-1552168-50 van Studie-:

groep Dijleland p/a Korbeek- t straat 27, 306 l Leefdaal met · Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei

opgave van naam en adrE?s. Een steunabonnement ko�t

1 O EUR of meer.

Natuurpunt

vzw

"

"

en omgeving, juni - augustus 2004 ....... ...... . .. . ............... l 04

� Watervogels in regio Leuven tijdens de " winter 2003/2004 ......................."....................."............114

,

Natuurpunt vzw is dè grootste . . "' � * vererng1ng voor nat . uur � n . '': landschap in V laanderen� Ze

A C T• J1 VITEIT' E ' N

telt 47.000 leden en beheer:l 11.000 hectaren natuurgebi�d. Activiteitenkalender najaar 2004 .............. " .."..""...".123 Lid worden van Natuurpunt" vzw kan door sforfing xar\ L�,5 Euro op rekeningnvmrrier

000-0000999-2,9. a

89


Ongewervelden

Dipteren-inventarisatie van de Koeheide (Bertem) en omgeving (Deel

Il)

Dit artikel beschrijft de vliegen en muggen (Dipteren) gegevens verzameld tijdens ongewervelden-inventarisatie-tochten in de Koeheide en omgeving gedurende 2003 door de Natuurstudiegroep Dijleland. In deel 1, verschenen in de "De BoomKlever" van april 2004, werden d e zweefvliegen behandeld.

Nu

komen de

andere families van vliegen en muggen aan bod.

Overzicht Tabel 1 geeft een overzicht van de 86

soorten v li egen e n

muggen,

uitgezonderd

zweefvliegen, waargenomen tijdens dit onderzoek. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste waargenomen soorten en best onderzocht families. In dit overzicht groepeer ik de families van d e vliegen en muggen op basis van de traditionele taxonomische indeling van de diptera. Deze indeling is echter op zijn minst gezegd omstreden in de moderne biologie, maar in de praktijk voor ons, niet-systematici, wel handig.

Nematocera (Muggen) De 81bionidae worden in het Nederlands vaak "Zwarte vliegen" of

"Maartse vliegen"

genoemd. Beide namen zijn elk op twee punten fout. Bibionidae zijn geen vliegen, maar muggen. Ze hebben immers draadvormige antennen met vele leedjes. Niet alle soorten zijn zwart: 81bio horlulanum is rood. En ze komen niet enkel in maart voor. Toegegeven, de bekendste soort (81bio marc1) is zwart, vliegt in maart en ziet er nogal vliegachtig uit. De mannetjes, herkenbaar aan hun grote ogen, "dansen" in het voorjaar vaak rond bomen of struiken. De slome vrouwtjes tref je eerder bij bloembezoek aan, vaak op paardebloemen. Drie algemene soorten werden aangetroffen tijdens het onderzoek. De Bibionidae zijn de enige groep muggen die werden bestudeerd. Er komen natuurlijk nog andere muggen voor op de Koeheide, maar het ontbrak ons aan specialisten om deze te determineren.

Brachycera - Orthorapha (Lagere vliegen) De Orthorapha worden vaak als de meest primitieve vliegen-groep beschouwd. "Primitief" is in de huidige biologie wel een eerder omstreden begrip. Het betekent bijvoorbeeld niet dat de soorten die we nu aantreffen reeds lang bestaan. In dit geval duidt primitief aan dat deze soorten nog veel kenmerken van muggen vertonen en nog vaak de afgeleide kenmerken van de hogere vliegen ontbreken. 90


----

----ďż˝-1:

--

1: 1;

Ongewervelden

Dit uit zich in een vleugeladering met vele aders en cellen, antennes met meer dan 3 herkenbare leedjes, en in de bouw van de monddelen. Bij de lagere vliegen waren de meest soortenrijke families: de wapenvliegen Strotiomy1doe met 6 soorten, de roofvliegen Asilidae met 5 soorten, de dansvliegen Empidtdoe met 13 soorten, en de slankpootvliegen Do/ichopodi doe met 10 soorten. Bij de wapenvliegen troffen we 4 minder algemene soorten aan van bossen, bosranden en hagen. Dit duidt op het belang van het kleinschalige landschap van de Koeheide voor deze relatief kritische vliegen-familie. Bij de roofvliegen werd de zeldzame soort Dioctria laterolis waargenomen. In Nederland, waar de roofvliegen relatief goed werden bestudeeerd, komt de soort enkel voor op de Zuid-Limburgse kalkgraslanden. In geheel Europa is de soort schaars. Het betreft een soort van droge graslanden met hoog gras. De dans- en slankpootvliegen zijn twee zeer verwante vliegen families die in Belgie, door de inspanningen van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, relatief goed bestudeerd zijn. In de Koeheide werden 8 dansvliegen en 2 slankpootvliegen met een Rode Lijst status van "Zeldzaam" of "Kwetsbaar" waargenomen.

Brachycera - Cyclophora (Hogere vliegen) De hogere vliegen (cyclorapha} onderscheiden zich van de lagere vliegen doordat ze slechts

3 antenneleden hebben. De andere antennelen zijn omgevormd tot een haar of arista op het derde antennelid.

Aschiza (Zweefvliegen en aanverwante) De zweefvliegen Syrphidae en aanverwante families vormen de "aschiza", de meest primitieve groep van de hogere vliegen. De adulte aschiza onderscheiden zich van de ander vliegen door de het ontbreken van dikke zwarte haren ("borstels"} op het lichaam en de poten. De zweefvliegen van de Koeheide werden reeds eerder besproken. Daarnaast werden enkele Oogkopvliegen Pipuncultdoewaargenomen. Deze vliegen lijken wat op kleine zwarte zweefvliegjes, maar de ogen zijn opvallend groot. De oogkopvliegen zijn parasieten van cicade-achtigen Homoptera, bv. schuimbeestjes, en komen vooral voor in kruidige, xerotherme vegetaties, waar hun gastheren talrijk voorkomen.

Schizophora - Acalyptratae De acalyptratae bestaan uit een groot aantal vliegen-families. De vliegen zijn relatief klein en ze ondescheiden zich van de calyptratae (huisvliegen en verwanten} door het ontbreken van de vleugellobjes (calypters). De meeste van de families van de acalyptrate vliegen zijn relatief soortenarm, maar moeilijk te onderscheiden van andere, verwante families. De best onderzocht groep van acalyptrate vliegen waren de boorvliegen Tephritidoe. Boorvliegen zijn kleine, kleurrijke vliegjes met meestal mooi gevlekte vleugels. Vele soorten leven in de bloemhoofdjes van composieten. Elf soorten boorvliegen werden waargenomen in de Koeheide. Een aantal van de soorten zijn afhankelijk van warme, kruidenrijke graslanden

91


Onge wervelden

Familie

Soort

Muggen - Nemotocero

Bibionidae (Maartse vliegen}

Bibio marci Bibio hortulanum Dilophus febrilis

Primitieve vliegen - Brochycero, Orthoropho

Rhagionidae (Snipvliegen} Stratiomyidae (Wapenvliegen)

Asiliae (Roofvliegen)

Bombylidae (Wolzwevers) Empidiae (Dansvliegen)

Dolichopodidae (Slankpootvliegen)

Rhagio scolopaceus Beris vallata Chloromyia formosa Chorisops tibialis Microchrysa flavicornis Microchrysa polita Pachygaster atra Dioctria atricapilla Dioctria hyalipennis Dioctria lateralis Leptogaster cylindrica Machimus cingulatus Bombylius major Bicellaria spuria [Zeldzaam - Z] Empis (Euempis) ciliata [Zeldzaam - vZ] Empis (Euempis) tesselata [MNB - A] Empis (s.s.) caudatula [Zeldzaam - vZ] Empis (s.s.} pennipes [Zeldzaam - Z] Empis (s.s.) praevia [MNB - Al Microphor holosericeus [Zeldzaam - vZ] Platypalpus agilis [MNB - Al Platypalpus notatus [MNB - vA] Platypalpus verralli [Kwetsbaar - Z] Rhamphomyia (Megacyttarus) crassirostris [Kwetsbaar - vZ] Rhamphomyia (Pararhamphomyia) tarsata [Zeldzaam - Z] Tachypeza nubila [MNB - A] Chrysotus microcerus [MNB] Dolichopus discifer [MNB] Dolichopus griseipennis [Zeldzaam - vZ] Dolichopus trivialis [MNB] Dolichopus ungulatus [MNB] Dolichopus wahlbergi [MNB] Hercostomus brevicornis [MNB] Poecilobothrus nobilatus [MNB] Rhaphium commune [Kwetsbaar] Sciapus platypterus [MNB]

Hogere vliegen - Brochycero, Cycloropho, Aschlzo

Pipunculidae (Oogkopvliegen)

92

Eudorylas subterminalis Pipunculus campestris


--

Ongewervelden

Familie

Soort

Hogere vliegen - Brachycera, Cyclorapha, Aschlza, Acalyptratae Micropezidae

Micropeza lateralis

Psilidae (Wortelvliegen)

Loxocera albiseta

Conopidae (Blaaskopvliegen)

Physocephala rufipes Sicus ferrugineus

Pallopteridae Tephritidae (Boorvliegen)

Palloptera arcuata Anomoia purmunda (Meidoornboorvlieg) Chaetostomella cylindrica (Centaurieboorvlieg) Dioxyna bidentis (Tandzaadboorvlieg) Oxyna flavipennis (Geelvleugelboorvlieg) Paroxyna misella Sphenella marginata (Kruiskruidboorvlieg) Tephritis formosa (Melkdistelboorvlieg) Tephritis vespertina (Biggekruidboorvlieg) Urophora cardui (Distelgalboorvlieg) Urophora stylata (Speerdistelboorvlieg) Xyphosia miliaria (Akkerdistelboorvlieg)

Otitidae (Prachtvliegen)

Seioptera vibrans

Sciomyzidae (Slakkendodende vliegen)

Limnia unguicornis Tetanocera arrogans Tetanocera elata

Sepsidae (Swingvliegen)

Sepsis cynipsea Sepsis flavimana Sepsis fulgens Sepsis punctum

Hogere vliegen - Brachycera, Cyclorapha, Aschlza, Calyptratae Muscidae (Echte vliegen)

Hydrotaea similis Mesembrina meridiana Musea autumnalis Muscina assimilis Polietes lardaria

Calliphoridae (Bromvliegen)

Calliphora vicina lucilia ampullacea

Sarcophagidae (Dambordvliegen)

Discachaeta pumila Helicophagella crassimargo Heteronychia haemorrhoa Sarcophaga variegata

Tachinidae (Sluipvliegen)

Blondelia nigripes Ectophasia crassipennis Eliozeta (Meliozeta) pellucens Exorista rustica s.I. Lydella thompsoni Myxexoristops stolida Ramonda latifrons Tachina fera

Scatophagidae (Strontvliegen)

Scatophaga stercorea

Tabel 1: Diptera (uitgezonderd zweefvliegen) van de Koehe1de

93


Ongewervelden

Dambordvlieg Sorcophaga spec. Foto: Joris Menten

Schizophora - Calyptratae De calyptratae zijn de stereotype vliegen. Tot deze groep behoren de bekende huisvliegen Muscidoe, strontvliegen Scatophagidae, en brom- en vleesvliegen Calliphoridae. Ze zijn meestal makelijk te herkennen door de vele borstels op lichaam en poten. De verschillende

families van de calyptratae onderscheiden zich door de plaatsing van deze borstels. De families zijn relatief soortenrijk en recente literatuur is niet voor alle groepen beschikbaar. Determinatie is niet altijd gemakkelijk en van de verspreiding in Belgie is weinig bekend. Twintig soorten van calyptrate vliegen werden aangetroffen op de Koeheide. Het betreft meestal algemene soorten. Enkele van de waargenomen sluipvliegen Tachimdae zijn eerder warmteminnend.

Besluit Gezien er meer dan 6000 diptera bekend zijn uit BelgiĂŤ, vormen de waargenomen 86 soorten slechts een staalkaart van de honderden soorten die wellicht in de Koeheide voorkomen. Bij enkele groepen diptera werden toch zeldzamere soorten van droge graslanden en van bosranden en hagen waargenomen. Voor het behoud van de verscheidenheid aan insecten moet de afwisseling van weilanden, hooilanden, ruigten, en bosschages behouden worden. De droogste graslanden moeten beheerd worden als hooilanden voor het behoud de xerophiele insectenfauna typische voor deze biotopen.

Joris Menten pjoris@advalvas.be 94


1,,

Il ,,

Ongewervelden

Zuiderse libellen op bezoek in het Dijleland De Zuidelijke Glazenmaker en de Zuidelijke Oeverlibel De voorbije zomer 2004 werden twee opmerkelijke libellensoorten vastgesteld in het Dijleland. Het betreft de Zuidelijke Glazenmaker (Aes hna affinis ) en de Zuidelijke Oeverlibel

brunneum ) .

(Orthetrum

Beide soorten kennen een grotendeels zuidelijke verspreiding en lijken sinds

enkele jaren bezig aan een noordwaartse expansie.

De voorbije zomer 2004 werden twee opmerkelijke libellensoorten vastgesteld in het Dijleland. Het betreft de zuidelijke glazenmaker (Aeshna affinis) en de zuidelijke oeverlibel (Orthetrum brunneum). Beide soorten kennen een grotendeels zuidelijke verspreiding en lijken sinds enkele jaren bezig aan een noordwaartse expansie. De waarneming van een zuidelijke glazenmaker gebeurde op 16 augustus in mijn stadstuintje te Leuven. Een vrouwtjesexemplaar joeg toen een half uur rond een cipres en rustte daarna kortstondig uit op een beukenhaag zodat z e goed kon bekeken worden. De waarnemingsplaats wijst erop dat het een migrerend exemplaar was (er zijn geen geschikte voortplantingshabitatten in de nabijheid aanwezig) en mogelijk werd dit exemplaar verrast door een snel opkomend onweer. De zuidelijke glazenmaker is een zeer zeldzame soort in ons land, maar wordt sinds half jaren

'90 jaarlijks in sterk toegenomen aantallen waargenomen 1997, Goffart en de

waarbij er zelfs al enkele keren reproductie werd vastgesteld (Andries Schaetzen

2001). 2004

was overigens weer een zeer goed trekjaar voor deze soort met tal

van waarnemingen in Vlaanderen (zie oa

www.odonata.be).

Nog spectaculairder was de ontdekking door Bruno Nef van twee mannetjes zuidelijke oeverlibel op

21

juli aan het waterspaarbekken van Hamme-Mille.

op dezelfde plaats zelfs 3 of mogelijk waterbekken is een grote depressie

10

dagen later werden

4 mannetjes zuidelijke oeverlibel waargenomen. Dit (> 1 ha) gevuld met slib en ondiep water en met een

uitgestrekte, dichte moerasvegetatie van lisdodde (een tip voor de buizelmezenliefhebbers!!). Het spaarbekken is aangelegd op de loop van een beek die zich breed uitwaaierend doorheen het moeras slingert. De mannetjes zuidelijke oeverlibellen werden allen waargenomen op de plaats waar het beekje in het waterbekken uitmondt, wat een typische territoriale plaats is voor deze soort (Gubbels

2002).

Het feit dat tot mogelijke

4

exemplaren

gezien werden kan wijzen op een lokale populatie. De zuidelijke oeverlibel is een typische pionier van dynamische milieus langsheen meanderende beken en rivieren en kan daarbij zowel voorkomen in zwak stromend als stilstaand water. Een typische begeleidend soort is o.a. de tengere grasjuffer (lschnura pumulio), die ook hier een populatie heeft (Gubbels

2002).

Vermoedelijk stelt de zuidelijke oeverlibel strikte thermische eisen aan zijn habitat,

gezien zijn voorkeur voor zeer ondiep water in vaak snel opwarmende habitatten (bv. zand­ en steengroeves, mijnterrils, vennen, heidegebieden) en aangezien de soort blijkbaar onder invloed van warme zomers zijn areaal naar het noorden weet uit te breiden. De waarneming te Hamme-Mille staat trouwens niet alleen. Dit jaar werden zuidelijke oeverlibellen waargenomen aan de bezinkingsbekkens te Tienen (B), de Kievitshei te Rijkevorsel (A), de Eykerheide te Beringen (L) en vorig jaar nog in de omgeving van Lummen (L). Als je dan weet dat pas in

1994

de eerste zuidelijke oeverlibellen in Vlaanderen werden vastgesteld

(Maasmechelen), dan is het meteen duidelijk dat deze soort aan een snelle noordwaartse opmars bezig is.

95


Ongewervelden

Of het spaarbekken van Hamme-Mille nu een permanente populatie van de zuidelijke oeverlibel zal worden is niet zeker. Vaak verdwijnt de soort bij toenemende successie van de habitat (Gubbels 2002). Er zijn echter nog verschillende (slecht onderzochte?) potentieel interessante habitatten aanwezig in de regio Leuven onder de vorm van de vele zandgroeves met ondiepe, snel opwarmende plasjes. Het loont zeker de moeite om zowel de populatie van Hamme-Mille als deze mogelijke andere locaties de volgende jaren goed in het oog te houden!! Dankwoord

Dank aan Geert De Knijf (Gomphus) voor het verstrekken van de Vlaamse waarnemingen van zuidelijke oeverlibel

Referenties Andries, T., 1997. Invasie van de Zuidelijke glazenmaker Aeshna affinis. Gomphus,

13( 1 /2): 14-18.

Goffart P. en de Schaetzen R" 2001. Des libellules méridionales en Wallonie: une conséquence du réchauffement climatique. Forêt Wallonne:51 2-5. Gubbels, R, 2002.De soorten: zuidelijke oeverlibel (Orthetrum brunneum). In: Nederlandse vereniging voor Libellenstudie 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European lnvertebrate Survey-Nederland, Leiden

Frank Van de Meutter Frank. Vandemeutter@student. kuleuven. ac. be

Recente waarnemingen van de lepepage in de Dijlevallei Sinds 1991 wordt in het natuurgebied 'de Doode Bemde' de dagvlinderstand intensief op­ gevolgd (Vercoutere en Bauduin, 2001 ). Tot op heden werden er tijdens dit monitoringproject niet minder dan 30 soorten dagvlinders genoteerd. De jongste aanwinst is de lepepage Satyrium w-album, die in 1999 voor het eerst werd waargenomen. Nadien volgden er nog waarnemingen in 2002 (twee waarnemingen van telkens één exemplaar) en in 2003 (een­ maal één ex.). De voorbije zomermaanden (2004) vormden een topseizoen: één exem­ plaar op 19 juli en een waarnemingen van maar liefst vier exemplaren op 29 juli. In totaal dus zes waarnemingen van negen vlinders. Alle waarnemingen gebeurden op dezelfde lokatie (met uitzondering van de waarneming in 1999 die enkele honderden meters verderop werd verricht) en in de maand juli bij goed 'vlinderweer'. Alle lepepages foerageerden op Koninginnekruid, behalve het ex. van 19 juli 2004 (op distel). De voorbije zomer werd er ook in Pécrot tweemaal een lepepage waargenomen. Het betreft de eerste waarnemingen op deze lokatie, die sinds 1992 goed opgevolgd wordt (Marc Walravens). Het mag duidelijk zijn dot er in de Doode Bemde minstens één populatie aanwezig is van de lepepoge, die in Vlaanderen is opgenomen in de Rode Lijst-categorie "onvoldoende ge­ kend". Vroeger (voor 1980) was de vlinder zeldzaam en kwam hij voor in het zuiden van Oost-Vlaanderen en in het centrum en het zuiden van Vlaams-Brabant (o.o. Meerdoalwoud) met de Brusselse regio als zwaartepunt. Ook waren er enkele geïsoleerde waarnemingen uit de Voerstreek en uit Kalmthout. Momenteel is de soort zeer zeldzaam en zijn in Vlaanderen buiten de Doode Bemde enkel nog recente waarnemingen bekend uit de omgeving van Brussel. 96


Ongewervelden

lepepage. Doode Bemde, 19 juli 2004, foto: Esther Buysmans

Het leefgebied van de honkvaste lepepage bestaat uit plaatsen waar Iepen staan. Soms is zelfs een enkele lep voldoende om een populatie gedurende jaren in stand te houden, al is jonge iepenopslag rond een oude (afgestorven) lep zeker ook belangrijk. Toen in de jaren '70 de iepziekte uitbrak werden heel wat Iepen gekapt of verwijderd, hetgeen meteen het einde betekende voor veel populaties lepepage. Gezien de meestal onopvallende levens­ wijze van de vlinder in de toppen van iepen zijn er door gerichte inventarisaties rond Iepen allicht nog 'verborgen' populaties aan te treffen. Door in mei onder een lep in tegenlicht naar boven te kijken zouden silhouetten van rupsen of poppen op de bladeren kunnen worden waargenomen. Of men kan natuurlijk ook in juli naar nectarzoekende vlinders zoe­ ken in de omgeving van Iepen. De lepepage doet het blijkbaar goed in de Doode Bemde. Toch lijkt het niet onverstandig om in de nabijheid van de vindplaats(en) wat Iepen aan te planten, waarna zelfs onder­ zoek kan plaatsvinden dat de kennis over de soort kan vergroten.

Referentie Vercoutere B. & Bauduin M. 2001. Monitoring van dagvlinders.In: Vercoutere B. (red.) De Doode Bemde volgens haar maten

-

20 jaar monitoring van natuur, p 97-104. Jaarbulletin 2001. De Vrienden van

Heverleebos en Meerdaalwoud, Leuven.

Mathieu Bauduin mathieu.bauduin@chello.be 97


Ongewe!Velden

De Weidebeekjuffer in 2004 Ook deze zomer is getracht de uitbreiding van de Weidebeekjuffer Calopferyx splendens in het Dijleland zo goed mogelijk op te volgen. Op bijgevoegde kaartjes zijn alle tot op heden ontvangen waarnemingen ingetekend.

Weidebeekjuffers zijn de voorbije jaren een vaste waarde geworden in de Dijlevallei ten zuiden van Leuven (tussen E40 en taalgrens, in het Arenbergpark is de soort opvallend afwezig), in de IJsevallei tot aan Loonbeek en in de volledige Laanvallei. De soort lijkt niet in staat stroomopwaarts van Loonbeek in de IJsevallei door te dringen, noch de Voervallei te bereiken of in de Nethen haar plaats in te nemen. De vestiging van de soort in 2003 ten noorden van Leuven werd dit jaar bevestigd, met waarnemingen van verschillende exemplaren aan de oude Dijle-arm en nabij de Remy-site te Wijgmaal. Anderzijds is de soort zeer duidelijk afwezig in de industriezone Leuven-Noord (omgeving Voortkom en Kanaal Leuven-Dijle). Een opmerkelijke uitbreiding in 2004 zijn twee waarnemingen in de Wingevallei te Holsbeek en de frequentere waarnemingen in de omgeving van Leuven-centrum. Tevens is een zwerver waargenomen in de bovenloop van de Vaalbeek te Blanden. Door de vele aandacht die besteed werd aan nieuwe lokaties, zijn er enkele frappante missers: uit de Laanvallei, hoewel de soort er zeker voorkomt, werden noch in 2003, noch in 2004 gegevens ontvangen. De Weidebeekjuffer zette ook dit jaar haar opmars duidelijk verder. Ook de komende jaren blijft het nuttig om de snelheid en richting van deze uitbreiding te registreren. Anderzijds lijkt het voorkomen van de soort gebonden aan een goede biologische waterkwaliteit (Belgische biotische index van meer dan

6). De gemiddelde kwaliteit van de Dijle is tegenwoordig

hoger, maar door allerlei wijzigingen in de omgeving (bvb. verhoogde invoer van mest in de streek) kan die kwaliteit wel eens dalen. In deze context is het dus belangrijk om ook bestaande, goed gekende populaties door te geven. Het voorkomen van Weidebeekjuffers in de Dijle, bvb te Korbeek-Dijle, is iedereen wel bekend, maar anderzijds heeft niemand waarnemingen van deze lokatie doorgegeven. Idem voor de Laanvallei. Daarom de oproep om volgend jaar ook waarnemingen (positief/negatief) door te geven van lokaties waarvan iedereen reeds weet de soort er voorkomt. Of om alsnog in je notitieboekje te duiken en waarnemingen door te geven. Met dank aan Bruno Bergmans, Johan Bogaert, Frank Van de Meutter, Steven D'hont, Maarten Hens, Bram Markey, RenĂŠ Meeuwis, Joris Menten, Kelle Moreau, Bruno Nef, Jelle Quartier en Jan Verroken voor het bezorgen van hun waarnemingen van de voorbije maanden.

Bart Vercoulere bort. vercoulere@pi.be

98


Actuele en historische verspreiding van de We1debeekjuffer in het Dij/eland 99


Amfibieën en reptielen

Vroedmeesterpadden ontdekt te Overijse De zone in en rond de oostelijke uitloper van het Zoniënwoud, op het grondgebied van Overijse en Tervuren, was jarenlang een topgebied voor de Vroedmeesterpad Alytes obstetdcons (zie kaart). In de jaren '70 tot '90 ging de soort er echter sterk achteruit en verdween de ene lokale populatie na de andere. M'n laatste waarneming in dit gebied dateert van 1997 en betrof een roepend exemplaar aan de rand van het Marnixdomein in de Nellebeekvallei (Overijse), ter hoogte van een oude verlandende veedrinkpoel en een zuidgericht hellingbos. Dit gegeven was mee de aanleiding dat het Regionaal Landschap Dijleland vzw deze veedrinkpoel in 1999 herstelde en in de onmiddellijke nabijheid twee nieuwe poelen aanlegde. De volgende jaren ging ik regelmatig 'roepen' en luisteren op deze locat ie, maar zonder succes. Het leek er sterk op dat vroedmeesterpaddenpopulatie in dit gebied definitief uitgestorven was.

de

laatste

Op 8 juni 2004 ontdekte Frederik Fluyt enigszins onverwacht twee r o e p ende Vroedmeesterpadden in de Laanvallei ter hoogte van het Rodebos. Het betreft hier een gekende 'oude' locatie, waarvan algemeen aangenomen werd dat de populatie er in de loop van de jaren '90 uitgestorven was. Aangespoord door deze ontdekking ging ik op­ nieuw roepen aan de veedrinkpoel in de Nellebeekvallei en op 11 juli kreeg ik zowaar ant­ woord van twee roepende Vroedmeesterpadden! Al snel werd er gespeculeerd dat er wellicht een uitzetter aan het werk was geweest: Plots terug Vroedmeesterpadden op twee geïsoleerde historische locaties, dat kon geen toeval zijn. Beide locaties liggen in vogel­ vlucht op meer dan 5 km van elkaar en van de populatie aan de Tersaarthoeve te Neerijse (Vercoutere 2004). Maar dan gebeurde er iets vreemd! Op 21 juli (nationale feestdag !) stond ik 's avonds laat voor m'n huis (Nellebeekvallei, Overijse) te kijken naar het vuurwerk dat de familie de Marnix de Sainte Aldegonde trouw ieder jaar vanop hun kasteel afsteken (noblesse oblige".). Tij­ dens de stiltepauzes hoorde ik heel erg in de verte precies Vroedmeesterpadden roepen. Het geluid leek te komen uit de richting van Blaivie, de vroegere kleemgroeve en steenbak­ kerij. Ondanks het late uur, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en fietste ik naar de oude groeve. In de groeve was niets te horen, maar iets verder, ter hoogte van de naastgelegen villa, viel ik achterover van verbazing (het vuurwerk knalde zich ondertussen naar een climax".): in de tuin van de villa zat een voltallig vroedmeesterpaddenkoor te roepen, duidelijk aangespoord door het vuurwerk! Ik schat het aantal dieren op meerdere tientallen. Uit navraag bij de eigenares daags nadien bleek dat die populatie al minstens 30 jaar in haar tuin aanwezig is! Ik begrijp nog altijd niet hoe het mogelijk is dat ik dit vroedmeester­ klokkenspel-op 400 meter van m'n deur (!)-nooit eerder gehoord heb". Onderstaande figuur geeft een overzicht van alle waarnemingsplaatsen van de Vroedmeesterpad in de streek in 2004. Ondertussen zijn het Regionaal Landschap Dijleland en Natuurpunt afdeling V.IJ.L. in onder­ handeling met de eigenares en met de gemeente Overijse (huidige eigenaar van de oude groeve) om maatregelen te onderzoeken die deze populatie Vroedmeesterpadden kun­ nen bestendigen en zo mogelijk ontwikkelen. Wordt dus zeker vervolgd. En ikzelf vier vanaf nu elk jaar onze nationale feestdag met véél vuurwerk!

Jan Verroken jon. verroken@rld be 100


Amfibieën en reptielen

N

A 0.5

1

2

l ," FS03D

FS12A�� "!

Waarnemingsplaatsen van Vroedmeesterpad in hel Oijleland , ' /

'

,

Waterlopen Actuele bospercelen

FS02C

Sx:S km UTM hok

Voorkomen Vroedrneester pad

� D

sinds mensenheugenis tol middén '90 en 2004 tot midden '90

Actuele en historische verspreiding van de Vroedmeesterpad in het DijÏeland

Voor meer informatie over verspreiding van Vroedmeesterpad: •

Natuurloket 'amfibieën en reptielen' van Hyla: www.natuurpunt.be

Kenniscentrum van het Instituut voor Natuurbehoud: www.lnstnat.be

101


AmfibieĂŤn en reptielen

Brulkikkers aanwezig in het Grootbroek Tijdens een broedvogelinventarisatie op een regenachtige lentenacht in 2000 stootte ik ter hoogte van de Leuvensebaan te Sint-Agatha-Rode, nabij het Grootbroek, op een reusachtige kikker.

Na een korte achtervolging kon ik de gladjanus te pakken krijgen.

Alleen al de

mogelijkheid dat het hier om een Amerikaanse Brulkikker Rana catesbeiana zou kunnen gaan, was voor mij voldoende om het dier voor nader onderzoek mee te nemen. Kelle Moreau determineerde het dier daags nadien inderdaad als een vrouwtje Brulkikker. Daar er in de regio geen andere gevallen bekend waren van in het wild voorkomende Brulkikkers, werd de vondst beschouwd als een geĂŻsoleerd geval van een ontsnapte of losgelaten tuinvijverbewoner. De volgende jaren doken er in het Leuvense meerdere claims op van zichtwaarnemingen van de Brulkikker. Minstens enkele daarvan bleken achteraf betrekking te hebben op Meerkikkers Rana nd1bunda zodat het effectieve voorkomen van de soort, laat staan reproductieve populaties, niet met zeker heid kon worden vastgesteld. In de zomer van 2004 ving ik in het Grootbroek vanuit een 5-tal locaties een vreemd geluid op, dat ongeveer het midden hield tussen de roep van een verkouden roerdomp en deze van een

stier

met

een

gestoorde

hormonale huishouding.

De link met

de nachtelijke vondst in 2000 werd algauw gemaakt: de Brulkikker had het Grootbroek veroverd. Afdeling Natuur, de beheerder en eigenaar van het gebied, werd op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van de exoot. Nader

onderzoek

wees

uit

dat

roepende mannetjes zich in zowat alle plassen

van

het

vijvergebied

ophouden. Gezien de aantallen, gaat men er van uit d a t het hier een reproductieve populatie betreft. De B r u lkikker, ook wel S tierkikker genoemd, is een van oorsprong Noord-Amerikaanse soort die, na menselijke Brulkikker. Grootbroek, Sint-Agatha-Rode. Voorjaar 2000. Foto: Kelle Moreau

introductie,

zich

weten te vestigen. Ook in Vlaanderen , o.a. in de Antwerpse Kempen, zijn reproductieve populaties bekend.

102

op

verschillende plaatsen in Europa heeft


Amfibieën en reptielen

Naast de kenmerkende roep, is de soort van de groene kikker Rana spec. te onderscheiden aan de hand van de olijfgroene of bruine bovenzijde zonder rugstreep. Ook de vlektekening op de rug is niet zo duidelijk als bij de groene kikkers of kan zelfs helemaal ontbreken. Op de dijbenen zijn donkere banden aanwezig en de buik is vuilwit en grijs gevlekt. Het zeer grote trommelvlies is bij de vrouwtjes even groot als het oog en bij de mannetjes zelfs opmerkelijk groter. Vanwege hun reputatie als regelrechte slokoppen, op het menu staan zelfs kleine zoogdieren en vogels, kunnen Brulkikkers vooral een bedreiging vormen voor inheemse ongewervelden {Nöllert, 2001). Daarom is het van belang om het voorkomen goed op te volgen en gepaste maatregelen te treffen om de populatie in te dijken of uit te roeien. Ingeval van de dieren van het Grootbroek, zal bij het uitblijven van gerichte maatregelen vroeg of laat de hele Dijlevallei stroomafwaarts de taalgrens ingepalmd worden. De Dijle vormt hier immers een ideale transportweg voor kikkers met uitbreidingsplannen. Waarnemingen van de Brulkikker uit regio Leuven kunnen gemeld worden aan de Natuurstudiegroep Dijleland en aan de amfibieën- en reptielenwerkgroep Hyla van Natuurpunt Studie vzw" tel. 09-369 42 28, e-mail: robert.jooris@natuurpunt.be

Referentie Nöllert, A. 2001. Amfibieëngids van Europa. Tirion, Baarn.

Frederik Fluyt freek@v1/lage. uune t. be

Muurhagedissen langs de spoorlijn te Heverlee Tijdens het zomerhalfjaar van 2003 werden langs de spoorlijn in Heverlee, net ten Z van Leuven, enkele keren hagedissen opgemerkt. Ook in juni en juli 2004 bleken deze dieren daar nog aanwezig te zijn en werden ze op de Dijlelandse e-mailgroep gemeld {waarnemingen LP Arnhem). Rond eind juli werden er daar voor 't eerst ook foto's gepost met de vraag over welke soort het hier nu net ging (foto's LP Arnhem). Enkele leden van de mailinglijst opteerden onmiddellijk voor Muurhagedis Podarcis murolis, maar de argumentering daarvoor was nogal zwak. De structuurkenmerken die doorgaans worden gebruikt om tot een correcte soortdeterminatie te komen konden op de foto's immers nogal moeilijk ingeschat worden en de typische kleuring die bij Muurhagedis-mannetjes (in paarkleed) kan worden aangetroffen was hierop ook niet zichtbaar. Wellicht gaven deze eerste foto's enkel vrouwtjes weer. Ongetwijfeld speelde ook het ongeloof dat er plots Muurhagedissen in V laanderen zouden zitten een rol, zodat de meesten er gemakkelijk van uitgingen dat het om Levendbarende Hagedissen Locerta viviporo moest gaan. Intussen werden er steeds meer foto's gemaakt, waarop meerdere ex. aan de hand van hun tekening duidelijk individueel herkenbaar bleken. 103


AmfibieĂŤn en reptielen

Sommigen hadden een voor Levenbarende Hagedis wel erg vreemde marmertekening. Steeds meer mensen suggereerden dat deze dieren echt wel Muurhagedissen leken te zijn. Hierdoor gestimuleerd bezocht ik de site zeer regelmatig tijdens de eerste week van augustus. Er werden dagelijks meerdere hagedissen waargenomen, die zich zeer dicht lieten benaderen en bijgevolg gemakkelijk te determineren waren (zonder ze te vangen}: allemaal Muurhagedissen. Toen er ook mannetjes opdoken met blauwe schubben op de flanken en een opvallend rode buik en keel, was het plaatje compleet. Later nam LP Arnhem ook meermaals erg kleine jongen waar zodat we kunnen besluiten tot een reproductieve populatie. Toch wel erg spectaculair nieuws, het gaat hier immers om een nieuwe reptielensoort voor Vlaanderen. Uiteraard dringt zich hier onmiddellijk de vraag naar de herkomst van deze dieren op. Aangezien de locatie in Heverlee langs de spoorlijn ligt waarlangs onder meer de treinen uit de richtingen Luik en Wavre-Ottignies Leuven binnenrijden, en er verder noordwaarts langs de spoorlijn naar Mechelen te Muizen recent ook Muurhagedissen werden gedetermineerd, lijkt het een aannemelijke hypothese dat Waalse hagedissen met de trein tot in Vlaanderen geraakt zijn. Een duizendste toeval wou echter dat de oorsprong van de dieren met zekerheid kon achterhaald worden. Via-via werd immers vernomen dat het hier om dieren gaat die door een bezorgd koppel werden weggevangen in een Waalse steengroeve in ontginning, waarna ze uiteindelijk werden losgelaten langs de spoorlijn te Heverlee. Ik contacteerde het betreffende koppel, teneinde meer details over de exacte herkomst en de aantallen uitgezette dieren te verkrijgen, en hen te wijzen op het illegale en ecologisch onverantwoorde karakter van hun actie. Het koppel was bereid tot het verstekken van verdere informatie, samenvattend kunnen we het volgende verhaal vertellen. In 1999 vingen ze een 15-tal Muurhagedissen in een steengroeve in de provincie Luik, waar men met dynamiet aan het werken was, omdat ze dachten dat de plaatselijke populatie daardoor in gevaar was. Na enkele maanden in een terrarium te hebben verbleven

werden de Muurhagedissen

losgelaten op de betonnen platen die de betreffende spoorlijn flankeren. Het jaar nadien werden er in dezelfde groeve nog co 30 ex. bijgevangen, die vervolgens ook werden gelost teneinde de nieuwe Vlaamse populatie te versterken. In totaal werden er dus co 45 Muurhagedissen geĂŻntroduceerd. Voorlopig lijkt het er alvast op dat ze zich daar goed thuis voelen, en aangezien ze zich ook reproduceren (wat ook in Muizen gebeurt} zou het best wel eens kunnen dat Vlaanderen voor langere tijd een reptielensoort rijker is. In hoeverre de voorbije reeks van warme zomers en zachte winters tot dusver een rol heeft gespeeld bij de overleving van deze dieren is niet gekend, maar het lijkt aannemelijk dat de lokale klimatologische omstandigheden voor hen geen groot probleem vormen, aangezien die zeer vergelijkbaar zijn met die binnen het Waalse verspreidingsgebied.

Kelle Moreau kelle.moreau@bio. kuleuven. be

104


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, juni - augustus 2004 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode juni - augustus 2004. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode september november 2004 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 december 2004 verwacht bij Kelle Mo reau, Cel estijnenlaan 27 A, b u s 2 01, 3001 Heverlee, t: 0486/125877, e-m ail: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be.

De zomer van 2004 was met een gemiddelde temperatuur van 17,5 °C t.o.v. het normale gemiddelde van 16,5 °c abnormaal worm. Verder was ook de totale neerslaghoeveelheid abnormaal hoog, met over de hele zomer gemiddeld 313,5 l/m2 t.o.v. het langjarig gemiddelde van 216,1 l/m2. Deze neerslag viel evenwel eerder geconcentreerd op een vrij normaal aantal neerslogdogen (57 t.o.v. de normale 48}. Vogelwaarnemingen die in juni nog aan het voorjaar deden denken betroffen onder meer de laatste Bergeenden, de laatste Slobeend en enkele Bruine Kiekendieven. Ook de laatste pleisterende Kleine en Bontbekplevieren en de laatste Tureluur droegen bij tot het slinkende restje voorjaarsgevoel. Verder vonden er in de eerste decade van juni nog twee waarnemingen van Grote Zilverreiger en één van V isarend plaats, terwijl in de tweede decade nog een Ooievaar en een Zwarte Wouw doortrokken en een onseizoenole Pijlstaart pleisterde. De derde decade van juni bracht nog een Zwarte Ooievaar met zich mee. Er werd voor de zomer van 2004 niet veel nieuws van het broedvogel front ontvangen. Bij de eenden bleven kleine aantallen Krakeenden en Wintertalingen tijdens de hele zomer aanwezig, moor er werden niet veel broedsels gemeld. De Zomertaling verging het helemaal slecht, in juni werd de soort niet opgemerkt en voor juli werd er slechts één waarneming ontvangen. Kwartels waren de afgelopen zomer verspreid over de regio in loge densiteiten aanwezig, en van Wespendief en Boomvalk werden ondanks de geringe inspanningen toch enkele meer of minder zekere broedgegevens ontvangen. Ook de hele zomer aanwezig moor niet broedend omwille van de afwezigheid van een partner: het mannetje Woudaap van de Abdij van Park. Voorts waren er de gebruikelijke zomermeldingen van soorten als Zomertortel en Grauwe V liegenvanger, terwijl bijvoorbeeld Porseleinhoen, Gekraagde Roodstaart en Europese Kanarie veel minder van zich lieten horen. Intrigerend waren de verschillende zomerwaarnemingen van Scholeksters, een soort die zich hoe langer hoe meer broedverdocht maakt in de regio, moor waarvoor broedbewijzen nog steeds ontbreken. Goed nieuws tenslotte kwam er van de Cetti's Zanger, er werden begin juli immers min. 3 jongen opgemerkt bij het ouderpaar. Spijtig genoeg kon deze waarneming achteraf niet meer bevestigd worden. Het najaar kon zich voor de aandachtige waarnemer al in juli beginnen te loten voelen. Zo waren er in juli 2004 bijvoorbeeld al een Kleine Zilverreiger tijdens de eerste decade, een Slechtvalk, een groep van 1 O Wulpen en 2 V isdieven tijdens de tweede decade en 4 Purperreigers tijdens de derde decade van de maand. Bij de steltlopers viel de najaarstrek tijdens juli en augustus 2004 eerder tegen, met in juli bijvoorbeeld slechts 1 Kleine Plevier, 2 105


Vogels

Bosruiters en 1 Kemphaan, en in augustus slechts 1 Zwarte Ruiter en 1 Kemphaan. Steltlopers die zich wat vaker lieten optekenen waren Groenpootruiter en Watersnip (de laatste vanaf eind juli), maar vooral Witgat en Oeverloper. Augustus kenmerkte zich najaarsgewijs verder door de eerste Slobeenden, de typische najaars-Zomertalingen, en najaarstrekkers/pleisteraars als Ooievaar (4 waarn., o.a. 16 overnachtende ex.), Bruine Kiekendief, V isarend (2 waarn.), Slechtvalk, Porseleinhoen (2 waarn.), Goudplevier, Wulp, Zwarte Stern (3 waarn.).en Draaihals (2 waarn.). Opmerkelijker echter waren een zeer vroege Blauwe Kiekendief en 3 Morinelplevieren tijdens de tweede decade van augustus en een Hop en enkele groepen doortrekkende Regenwulpen tijdens de derde decade van deze maand. Bij de zangvogels viel een goede en vroeg startende doortrek op voor Boompieper, Paapje en Tapuit. Verder werden er onder meer 10 Duinpiepers, 1 Roodborsttapuit, 1 Europese Kanarie en enkele Gekraagde Roodstaarten en Bonte V liegenvangers doorgegeven. Tot slot moeten we nog meegeven dat we na de Kruisbekkeninflux van najaar 2002 tot winter 2003 niet lang moesten wachten op de volgende 'invasie', vanaf begin juni werden immers regelmatig overtrekkende en peisterende groepjes Kruisbekken genoteerd, en dat zowat over de hele regio en tijdens de volledige behandelde periode. Waarnemingen van onder meer alle exoten, Knobbelzwaan, Krakeend, Wintertaling, Tafeleend, Kuifeend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Blauwe Reiger, Havik, Waterral, Kievit, Witgat, Houtsnip, Kleine Mantelmeeuw, Kerkuil, Steenuil, Ijsvogel, Zwarte Specht, Middelste Bonte Specht, Kleine Bonte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Graspieper, V uurgoudhaan, Putter, Goudvink, Appelvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Bij de niet volledig zekere en bijgevolg verder niet opgenomen waarnemingen die de afgelopen zomer werden ontvangen vielen een Woudaap (oud) in de Doode Bemde op 03/06, een ringtail kiekendief te Wilsele-Putkapel op 17/08, een mogelijk mannetje Roodpootvalk te Leefdaal/plateau op 29/08, 3 waarschijnlijke Goudplevieren te Terlanen op 28/08 en 2 waarschijnlijke Regenwulpen over Pécrot op 28/08 het meest op.

Bergeend Todorno todorno Na het mislukte broedgeval dat zich in het voorjaar van 2004 voordeed te Neerijse/Tersaert, werden in de Dijlevallei ten Z van Leuven tijdens de maand juni nog Bergeenden opgemerkt te Oud-Heverlee/Z (resp. 5, 2 en 1 ex. op 02, 05 en 12/06; M. Hens, G. Vandezande, F. Fluyt), te Tervuren (4 ex. op 03/06; A. Reygel) en te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek ( 1m op 05/06; B. Nef). Nadien verbleef de soort hier nog enkel te Neerijse/Grote Bron (resp. 2 en 1 ex. op 19 / 06 en van 27/06 t.e.m. 04/07; F. Fluyt, B. Creemers, K. Moreau, W. Desmet, L. Vekemans,

J.

Nysten e.a.). Ten N van Leuven werd tijdens de behandelde periode nog één waarneming opgetekend van 6 ex. te Kwerps/N op 24/06 (R. Ghijsen, J. Wellekens, e.a.).

Slobeend Anos clypeoto 19 /06

1m te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

02/08

1 ex. te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

07/08

3 ex. te Neerijse/Grote Bron (B. Nef)

15/08

3 ex. te Oud-Heverlee/N, 13 ex. te Neerijse/Grote Bron (B. Nef)

20/08

2 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Hens)

PIJistaart Anos ocuto 18/06

106

1m te Kwerps

(J.

Rutten)


Vogels

ďż˝

t

Zomertaling Anas querquedula 21/07

1m te Neerijse/Grote Bron (B. Nef)

04/08

min. 3 ex. te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

15/08

10 ex.

20/08

1 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Hens)

(!)

te Oud-Heverlee/N (B. Nef)

Kwartel Coturnix coturnix 14/06

1 zp te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

19 /06

2 zp langs de Ganzemansstraat (kant Loonbeek) (F. Fluyt)

01-05/07

1 ex. roepend op plateau tss Terlanen, Tombeek en Overijse (H. Roosen)

02/07

om 5u 1 ex. oud boven tuin te V rebos (A. Smets)

17/07

1 ex. oud in weiland te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

18/07

1 ex. oud te Bossut/plateau (F. Fluyt)

25/07

1 zp te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

28/07

1 zp te Overijse/Maleizen (S. Peten)

02/08

1 zp te Leefdaal/plateau (B. Bergmans)

15/08

1 ex. oud te Leefdaal/plateau (W. Desmet)

18/08

1 ex. vis te Tourinnes-la-Grosse (H. Blockx)

Purperreiger Ardea purpurea 25/07

rond l 3u 3 ex. over Archennes/zandgroeve, dalend naar Florival of Gastuche (B. Nef), rond l 7u 1 ex. over Erps-Kwerp (A. Smets)

Grote Zilverreiger Casmerodius albus 02/06

1 ex. te Kwerps/N

08/06

1 ex. in de Doode Bemde (K. Moreau)

(J.

Mergeay)

Kleine Zilverreiger Egretta a/ba 04/07

1 ex. te Overijse/ljsebroeken (E. De Broyer)

Woudaap lxobrychus minutus Het solitaire mannetje van de Abdij van Park te Heverlee liet zich tijdens de maanden juni en juli 2004 nog geregeld opmerken (resp. 8 en 16 waarnemingen; versch. waarn.). In augustus werd zijn aanwezigheid heel wat moeilijker vast te stellen, er waren nog 6 korte waarnemingen met als laatste datum 24/08 (K. Moreau).

Ooievaar Ciconia ciconia 12/06

om l 3u 1 ex. opstijgend uit velden te Meerbeek/Vrebos (S. Goethals)

14/08

rond l 3u45 1 ex. cirkelend Oud-Heverlee/Z, dan naar Z

23/08

om l 4u 15 ex. hoog thermiekend naar Z over Heverlee/E40 (W. Desmet). om 18u45

(J.

Rutten)

16 ex. in een weide in PĂŠcrot (M. Walravens), rond 21u vliegen ze op en installeren ze zich op de schouwen van een 7-tal woningen en op verlichtingspalen waar ze de nacht doorbrengen (M. Hens. A. Verboven. B. Nef) 24/08

om 8u valt 1 ex. in te Neerijse (hoek Wolfshaegenstraat-Neerijsebaan)

(J. Verro

en)

Zwarte Ooievaar Ciconia nigra 28/06

1 ex. in de Doode Bemde (med. K. Gielen). later 1 ex. hoog op thermie

over Tervuren/Park (A. Reygel)

naar W 107


Vogels

Wespendief Pernis apivorus Er werden voor de periode juni - augustus 2004 in totaal 73 waarnemingen van Wespendieven ontvangen . Er werd niet georganiseerd naar broedlocaties gezocht, maar duidelijk broedindicatief gedrag werd toch vastgesteld te Loonbeek/Margijsbos (+ ljsevallei) (F. Fluyt) en te Terlanen {H. Roosen). De najaarstrek kwam half augustus goed op gang met 29/08 als piekdatum (9 ex. naar Zover Leefdaal/plateau; K . Moreau, K. Van Scharen, J.Menten).

Zwarte Wouw M1ĂŻvus migrans 17/06

1 ex. over tussen Leefdaal en Tervuren (S. Bouillon)

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus In juni werden nog de volgende gevallen opgetekend: 12/06

1m over Kessel-Lo/Kesselberg (B. Markey) 1m over Kessel-Lo/Acaciaplein (B. Markey), 1 imm m te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

27/06

1 ad m jagend te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

10/06

Dan was het wachten tot op 04/08 1 v-kleed naar ZO vloog over Loonbeek/ljsevallei (F. Fluyt) en 1 v/imm pleisterde te Leefdaal/plateau (S . Bouillon) . Verspreid over de maand augustus werden nadien nog op 12 data pleisterende en doortrekkende Bruine Kiekendieven doorgegeven . Het is zeer moeilijk om in te schatten om hoeveel ex. het hier nu net ging. Daarom een volledig overzicht: 07/08

2 1 e kj ter plaatse en 1 ad v+ 1 1 e kj naar Zover Leefdaal/plateau (F. Fluyt), 1v tp te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (A. Smets)

08/08

1 ad v+ 1 imm v te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

09/08

1 ad m te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

10/08

2 ad v+ 1 1 e kj te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, W. Desmet)

13/08

1 ad

17/08

1 ad v te Leefdaal/plateau (M. Hens)

18/08

1 1 e kj tp te Leefdaal/plateau (M. Hens, K. Moreau)

19/08

1 v naar Zover Leefdaal/plateau (B . Creemers), 1 imm m naar Zover Leefdaal/

V,

1 2e kj

+

1 1 e kj te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

plateau (W. Desmet, M. Schurmans) 21/08 22/08

1 imm te Leefdaal/plateau (M. Hens, A . Verboven) 1 ad v te Leefdaal/plateau (J. Menten, J. Nysten)

29/08

1 juv naar Zover Leefdaal/plateau (K. Van Scharen,

31/08

1 ex. te Leefdaal/plateau (S. D'Hont), 1 ad v naar Zover Eizer/Horenberg (F. Fluyt)

J. Menten, K. Moreau)

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus Reeds op 11/08 werd 1 v-kleed waargenomen te Leefdaal/plateau (verm . 1e kj) (F. Fluyt) . Het gaat hier over de vroegste najaarswaarneming in het Dijleland, tenminste voor de periode 1993-2004 . Augustuswaarnemingen waren er in deze periode verder enkel in 2000 (1 geval: 26/08 1 ex. over Neerijse/Grote Bron) en 2001 (10 gevallen, vroegste datum: 19 /08 1 ad m over Huldenberg/plateau).

Visarend Pandion haliaetus 06/06

1 ex. over Oud-Heverlee/N (A . Smets)

14/08

1 ex. boven Oud-Heverlee/centrum, dan naar Z (J . Rutten)

23/08

1 ex. naar Zover Heverlee/E40 parking AC-motel (A . Smets)

108


Vogels

Boomvalk Fa/co subbuteo Er werden in totaal 40 waarnemingen van Boomvalken ontvangen voor de periode juni augustus 2004 (juni: 5, juli: 15, augustus: 20). De enige concrete informatie betreffende een broedgeval kwam van Wilsele-Putkapel, waar twee jongen met succes uitvlogen (S. D'Hont).

Slechtvalk Fa/co peregrinus 20/07

om 21u30 1 ex. boven Leuven/H. Hooverplein (LP Arnhem)

07/08 28-29/08

1 ex. ter plaatse te Leefdaalplateau (F. Fluyt, K. Moreau, K. Van Scharen, J. Menten)

1 ex. ter plaatse te Leefdaal/plateau (F. F luyt)

Porseleinhoen Porzana porzana 08/06

om 21u38 kort 1 ex. roepend in de Doode Bemde (K. Moreau)

04/08

tss 20u en 21u15 1 ex. foeragerend op de slikrand te OHN (F. F luyt)

25/08

om 12u40 1ex. te Heverlee/Abdij van Park (K. Moreau)

Goudplevier Pluvialis apricaria 12/08

1 ex. roepend over Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt; 8u-8u10)

23/08

1 ex. pleisterend tussen co 300 Kieviten te Leefdaal-Everberg (A. Smets)

27/08

2 ex. naar Zover Heverlee/Celestijnenveld (K. Moreau; 15u45)

28/08

4 ex. ( 1+1+2) naar Zover Leefdaal/plateau (F. Fluyt, K. Moreau, e.a.),

1 ex. naar Zover Heverlee/Celestijnenveld (K. Moreau; 12u30-13u) Bontbekplevier Charadrius hiaticula 02/06

2 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Hens)

Kleine Plevier Charadrius dubius 02, 03, 12/06 en 05/07 27/06

resp. 4, 1, 1 en 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Hens, W. Desmet,e.a.)

's ochtends 1 ex. thv cafe De Snelle Postbode te Oud-Heverlee, op de asfalt zittend (S. Horemans)

22/07

1 ex. te Kwerps/N (A. Smets)

Morinelplevier Charadrius marine/lus 18/08

rond 11u 3 ex. kortstondig te Leefdaal/plateau (worden opgejaagd door een

Sperwervrouwtje, er werd niet geconstateerd in welke richting ze vertrokken en of ze terug invielen) (W. Desmet) Het betreft hier de eerste waarneming in het Dijleland sinds op 02/09/90 een ex. werd gezien op een stoppelveld te Heverlee.

Scholekster Haematopus ostralegus 20/06

1 ex. boven Leuven/Vaart, boven draaikom naar W afzwenkend (N. Vromant)

05-06 en 13/07 1 ex. te Heverlee-Haasrode/Researchpark

(J.

Nysten, B. Creemers)

om 12u30 1 ex. naar NO over Wilsele (1. Wanders) 20/07 De regelmatige waarnemingen van Scholeksters in de omgeving van het Researchpark te Heverlee en Haasrode sinds mei 2004 doet vermoeden dat er zich daar ergens wel eens een broedgeval zou kunnen voorgedaan hebben. Scholeksters broeden in het binnenland wel vaker op daken in bedrijventerreinen. Er kon echter nergens worden vastgesteld dat er jonge dieren waren. 109

l 1

1

1

!


Vogels

Wulp Numenius arquata

10/07 17/08 29/08

om 1 Ou36 10 ex. naar Zover Oud-Heverlee/centrum {J. Rutten) 2 ex. op akker te Tourinnes-la-Grosse {H. Blockx) 1 ex. rondvliegend te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, dan naar N W (J. Nysten)

Regenwulp Numenius phaeopus

28/08 11 ex. naar Z over Leefdaal/telpost (F. Fluyt, K. Moreau, K. Van Scharen), 16 ex. naar Zover Huldenberg/ Spitsberg (F. Fluyt) Tureluur Tringa totanus

12/06

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

Zwarte Ruiter Tn'nga erythropus

16/08

1 ex. tussen co 100 Kieviten op natte akker tss Leefdaal en Bertem (S. Bouillon)

Groenpootruiter Tr1'nga nebularia

30/06-04/07 1 ex. te Oud-Heverlee/N {F. Fluyt, K. Moreau, M. Hens e.a.) 11/07 1 ex. opvliegend te Oud-Heverlee/Z {J. Rutten, L. Janssens) 18/07 3 ex. te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt, A. Smets) 1 ex. oud te Oud-Heverlee/N (W. Desmet), 1 ex. oud te Oud-Heverlee/ 23/07 Bogaerdenstraat (F. Fluyt) 2 ex. op ondergelopen komgrond in de Doode Bemde (F. Fluyt) 25/07 03-05/08 1-2 ex. te Oud-Heverlee/N (J. Rutten, F. Fluyt) 5 ex. naar ZW over de Laanvallei (H. Roosen) 22/08 Bosruiter Tn'nga glareola

02/07 15/07

1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, M. Hens) 1 ex. te Kwerps/N (M. Hens)

Oeverloper Actitis hypoleucos

Na de Oeverloperloze maand juni verscheen de eerste najaarstrekker al op 01/07 te Sint­ Agatha-Rode/Grootbroek (D. Vanderlinden, B. Michiels). Nadien werden verspreid over de regio 28 waarnemingen van Oeverlopers genoteerd, mooi gespreid over de maanden juli en augustus. De grootste concentraties (> 4 ex.) betroffen 6 ex. te Heverlee/ Abdij van Park op 01/08 (J. Quartier),7ex. te Oud-Heverlee/N op 04/08 (F. Fluyt) en 12 ex.te Neerijse/Grote Bron (K. Moreau) op 08/08. Watersnip Ga/!1'nago gallt'nago

De eerste Watersnip sinds begin mei vloog rond te Oud-Heverlee op 25/07 (B. Creemers),de dag nadien werden er hier 2 ex. opgemerkt (W. Desmet). In augustus bleken de ondergelopen weilanden te Oud-Heverlee/N de enige min of meer betrouwbare locatie voor de soort te zijn, met 6 waarnemingen (versch. waarn.) en een maximumaantal van 11 ex. op 17/08 {M. Schurmans). Verder werden enkel twee waarnemingen van ten Z van de taalgrens ontvangen: 1 ex.te Hamme-Mille/wachtbekken op 15/08 (B. Nef) en 1 ex. over te PĂŠcrot op 23/08 (A. Verboven).

110


--

Vogels

Kemphaan Philomachus pugnax l ad m (zwarte kraag) te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, M. Hens) l ex. te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

02/07 02-04/08

Visdief Sterna hirundo 16/07

tss 12u30 en 13u30 2 ex. te Heverlee/Abdij van Park {S. Stock)

18/07

1 ad te Heverlee/Abdij van Park (E. Toorman e.a.)

Zwarte Stern Chlidonias niger 07/08

1 ad te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek {B . Nef, A.Smets, F. Fluyt)

14/08

7 ex. te Neerijse/Grote Bron

26/08

1 juv te Heverlee/Abdij van Park (J. Quartier, P. Vandendriessche)

(W. Desmet, A. Smets)

Zomertortel Streptopelia turtur Tijdens de zomer van 2004 bleef een honkvaste Zomertortel nog aanwezig in de Doode Bemde (K. Moreau, A. Smets), met de laatste waarneming van een zingend mannetje op 25/07 (B. Creemers). Op 17/06 werden te Leefdaal/plateau 1 zp

+

1 ex. genoteerd (F. Fluyt).

Augustus bracht de volgende waarnemingen met zich mee: 08en 22/08

1 ex. te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau)

15/08

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek {B. Nef), 1 ex. naar Zover Leefdaal/ plateau {A. Smets)

Hop Upupa epops 21/08

om 15u15 l ex. laag overvliegend te Leefdaal/plateau richting Dijlevallei, invallend

in een bosje in de Ruwaalvallei {Korbeek-Dijle) (M. Hens)

Draaihals Jynx torquilla 02/08 16/08

l ex. te Korbeek-Lo, tussen de netten maar niet erin". (J. Vanautgaerden) om 9u30 l ex. in tuin te Herent/Bijlokstraat {M. Bekkers)

Duinpieper Anthus campestris 17/08

1 pleisterend ex. op de stoppelvelden 0 van Bertembos {G. Bleys)

22/08

1 ex. over Leefdaal/plateau {J. Menten), 1 juv pleisterend te Haasrode/zandgroeve

23/08

1 ex. naar Z over Leefdaal-Everberg {A. Smets)

28/08

2 ex. pleisterend te Leefdaal/plateau {K. Van Scharen)

(K. Moreau)

29/08

3 ex. naar Zover Leefdaal/ plateau {F. Fluyt, M. Hens, K. Van Scharen, J. Menten, e.a.), 1 ex. pleisterend op veld tss Bossut en Nethen (G. Bleys, F. Geenen)

Boompieper Anthus trivia/is Alle waarnemingen: 09/08 1 pleisterend ex. te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) 10/08 1 ex. te Huldenberg/Spitsberg {F. Fluyt; ochtend) 12/08

1 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt; 8u-8u l 0)

15/08

l ex. naar Z over Leefdaal/plateau (W. Desmet, 7u25-8u40), 2 ex. te Everberg/ plateau (A. Smets) 111


Vogels

22/08

1 ex. naar Z over Leefdaal/ plateau (7u-8u 15), 1 ex. te Vrebos

(A.

(A.

Smets)

23/08

3 ex. naar Zover Leefdaal-Everberg

28/08

2 ex. naar Zover Leefdaal/plateau (F. Fluyt, K. Moreau,

Smets; 8u15-1Ou30)

29/08

13 ex. naar Zover Leefdaal/plateau (F. Fluyt, M. Hens, K. Van Scharen, J. Menten;

W.

Desmet, K. Van Scharen)

7u-12u), trek over plateau tss Bossut en Nethen (G. Bleys, F. Geenen)

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus 19/07

2 v/imm te Florival/Z (K. Moreau)

15/08

1 ex. in de Doode Bemde (B. Nef), 1 1ej m te Everberg/plateau

26/08

1 v-kleed te Blanden/A. Vermaelenstraat

28/08 30/08

1 ad m te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) 1 ad m te Heverlee/Groeneweg (med. A. Verboven)

(J.

(A.

Smets)

De Baere)

Roodborsttapuit Saxicola rubicola 23/08

1 ex. met 5 Paapjes ten N van Bertem/Eikenbos (G. Bleys)

Paapje Saxicola rubetra Het eerste Paapje voor het najaar van 2004 was een ex. te Huldenberg/plateau op 11/08 (F. Fluyt). Nadien werd de soort nog op 11 data in augustus gemeld, met onder meer de volgende maximale concentraties 15/08

(>

6 ex. te Leefdaal/plateau

4 ex.):

(W.

Desmet)

18/08

9 ex. Leefdaal/plateau (K. Moreau e.a.)

19/08

5 ex. te Leefdaal/plateau

23/08 30/08

(W.

A. Boeclcx) 5 ex. ten N van Bertem/Eikenbos (G. Bleys), 9 ex. te Leefdaal/plateau (W. Desmet) 5 ex. te Bierbeek/ZO-rand Mollendaalwoud (J. Nysten) Desmet, M. Schurmans, B. Creemers,

Tapuit Oenanthe oenanthe De eerste Tapuit voor het najaar van 2004 was er al op 07/08 te Overijse/Eizer (F. Fluyt), de vroegste datum voor de periode 1993-2004. Voordien was de vroegste najaarsdatum 16/08, met telkens 1 ex. te Huldenberg/plateau in 2000 en 2003. In 2001 en 2002 vielen de eerste najaarswaarnemingen op 17/08. Opmerkelijk is dat de Tapuit ook dit najaar, op dat ene vroege ex. van 07/08 na, vanaf 16/08 onze streek aandeden, met op die dag 1m op het plateau tussen Leefdaal en Bertem (S. Bouillon). Vanaf dan werden bijna dagelijks waarnemingen van 1 tot 3 Tapuiten doorgegeven (enkel niet op 17 en 25/08), met grotere aantallen enkel op de volgende data: 18/08 21/08

6 ex. te Leefdaal/plateau (K. Moreau e.a.) 4 ex. te Leefdaal/plateau

(A.

Verboven)

Cetti's Zanger Cettia cetti Het zingend mannetje van de Doode Bemde werd tijdens de maand juni 2004 nog meermaals waargenomen, en een enkele keer (op 6/06) werden 2 ex. samen gezien (1 zangpost} Desmet, H. Vankerkhoven,

J.

Kempeneers, B. Creemers, K. Moreau}.

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypo/euca 22/07 l ex. (v-kleed) te Blanden/ A. Vermaelenstraat (J. 112

De Baere)

(W.


Vogels

14/08

1 ex. (v-kleed) te Leefdaal/Korbeekstraat (K. Van Scharen)

15/08

1 v-kleed te Everberg/plateau (A. Smets)

26/08

1 v-kleed te Blanden/A. Vermaelenstraat

(J.

De Baere)

Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata 10/06

1 zingend ex. in tuin te Leuven/Tiensevest (H. Roosen}

18/06

nog aanwezig te Leuven/T iensevest (H. Roosen)

06/06 19/07

1 ex. te Nethen (Westzijde Kasteeldomein Stavenel) (F. Van de Meutter) 1 zp in Mollendaalwoud (Schoonzicht) (K. Moreau) 1 ex. te Kessel-Lo/Kesselberg (B. Markey)

20/07

2 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet)

29/07

1 ex. te Huldenberg/Ganspoelinstituut (F. F luyt)

16/07

03/08

2 ad met jongen te Winksele/Schoonzicht (NO-rand Bertembos) (F. Geenen)

29/08

1 ex. te Overijse/Terlanenveld (E. De Broyer)

Europese Kanarie Sennus serinus 06/07

2 ex. te Heverlee/Philipssite, 1 ex. even zingend (M. Schurmans)

02/08

1 ex. naar Z over Heverlee/Celestijnenveld (K. Moreau; 13u-13u30)

Kruisbek Loxia curvirostra Na de invasie die zich grofweg afspeelde van augustus 2002 tot februari 2003 moesten we niet lang wachten om onze notitieboekjes in eigen regio te kunnen spijzen met nog meer Kruisbekwaarnemingen. Vanaf begin juni 2004 werd er immers terug een opmerkelijke (en vroege) influx van Kruisbekken opgetekend. De eerste waarnemingen vonden plaats op 05/06, met enkele ex. te Bertembos (F. Geenen) en 2 ex. oud te Meerdaalwoud (F. Van de Meutter). Een dag later, op 06/06, kondigde de soort zich dan goed aan, met 18 ex. over Korbeek-Dijle/Struikenbos (G. Bleys, F. Geenen), 33 ex. naar 0 over Wilsele-Putkapel (S. D' Hont) en 22 ex. naar 0 over Huldenberg/Holsterheide (F. F luyt). Zoals wordt ge¡11lustreerd door volgende overzicht (niet volledig, meerdere waarnemers gaven aan dat er periodes waren waarin niet alle Kruisbekken werden genoteerd) werden Kruisbekken verder tijdens de hele periode waargenomen: 08/06

min. 3 ex. naar ZW over Terlanen (H. Roosen}

09/06

groepje te Everberg/Hogenbos (G. Bleys, T. Roels), groepje over Heverlee Bremstraat (G. Bleys)

15/06

1 juv te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys), 2 ex. te Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt}

16/06

2 ex. naar NO over Oud-Heverlee/centrum

17/06

1 ex. over te Meerdaalwoud/Springputten

(J. Rutten) (J. Lambrechts,

R. Guelinckx), 2 ex. te

Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt) 20/06

26 ex. naar Z + 9 ex. naar 0 over Nethen (F. Van de Meutter)

25/06

14 ex. naar N over Leuven/Kolenmuseum (F. Van de Meutter)

26/06

groepen van 19, 22 en 9 ex. resp. naar Z, W en W over Meerdaalwoud, 7 ex. ter plaatse te Vaalbeek/Heverleebos, 5 ex. naar N over Leuven/Arthur De Greefstraat (F. Van de Meutter), 4 ex. naar 0 +min. 2 ex. naar ZO over Oud-Heverlee/centrum

(J. 27/06

Rutten)

19 ex. naar 0 over Leuven/Arthur De Greefstraat, 2 groepen oud over Meerdaalwoud/ Militair Domein (F. Van de Meutter), 5+ ex. naar N en een grote groep te Oud-Heverlee/Zoete Waters, 14 ex. naar N over Oud-Heverlee/centrum

(J.

Rutten), 2 groepen van co 5 ex. over Onderbos (Sint-Agatha-Rode) (F. F luyt +

NSG Dijleland) 113


Vogels

28/06 03/07 10/07 17/07 19/07 25/07

26/07 28/07 30/07

31/07 02/08

05/08 07/08 09/08 10/08 15/08 17/08 19/08 20/08 22/08 31/08

2+ ex. over Oud-Heverlee/Z (J. Rutten) 1 ex. over Heverlee/Abdij van Park (B . Michiels) 2 ex. naar N over Oud-Heverlee/centrum (J. Rutten) 1 groepje oud over Huldenberg/Spitsberg (F.Fluyt), 8 ex.laag over te Kessel-Lo/ Kesselberg J ( . Lambrechts) 8 ex. naar ZO over Oud-Heverlee/centrum (J. Rutten) 7 ex. over Erps-Kwerp (A.Smets), af en toe groepjes oud in Meerdaalwoud en Heverleebos B ( . Bergmans), 3 ex. naar Z over Huldenberg/Spitsberg, 1 groepje oud in de Doode Bemde F( .Fluyt) 7 ex. naar Zover Oud-Heverlee/F. Crabbéstraat F( . Fluyt,K. Moreau) 5 ex. (allen v/juv) naar Zover Huldenberg/Spitsberg (F.Fluyt) 3 groepjes (oud, 3 ex., 5 ex.) naar ZO over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt), 2 ex. rondvliegend te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek,zingend m te Tervuren/Arboretum D ( . Verbelen, R. Jooris), 1 ex. over Terlanen/Abstraat H ( . Roosen) 1 ex.over Huldenberg/Spitsberg F( . Fluyt), 10 ex. n i Rodebos (F. Van de Meutter, R. Nossent, F. Collet) 11 +3 ex.over Florival richting Ottenburg ( R . Guelinckx), de vorige 10 dagen zeer regelmatig Kruisbekken over te Korbeek-Lo (groepsgroottes max.11 en 15 ex.) (J. Vanautgaerden), 1 ex.naar W over Oud-Heverlee/centrum (J. Rutten) om 20u09 1 ex. naar Zover Oud-Heverlee/centrum (J. Rutten) 7 ex. naar Zover Terlanen/Abstraat H ( . Roosen) 1 ex. rondvliegend te SAR/Nethenmonding (K. Moreau) 6 ex. naar ZW over Huldenberg/Spitsberg F( . Fluyt) 1 zingend m te Egenhoven (W. Desmet), 1 ex. in de Doode Bemde (B. Nef) 1 ex. naar Zover plateau Bertem/Korbeek-Dijle (S. Bouillon) 1 ex. naar Zover Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau) oud naar Zover Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau) 6 ex. naar Zover Leefdaal/plateau, 11 ex. naar Zover Vrebos (A . Smets) groepje oud te Eizer/Horenberg F( . Fluyt}

Samenstelling

Kelle Moreau

Medewerkers en correspondenten: Koen Abts, Stijn Ackaert, Louis-Philippe Arnhem, Monique Bekkers, Bruno Bergmans, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Steven Bouillon, Jan Butaye, Gilbert Christiaens. Paul Claes, Peter Collaerts, Bart Creemers. Jos Cuppens. Johan De Baere, René De Boom, Erik De Broyer. Johan De Meirsman, Frans & Lieven Deschampelaere, Wouter Desmet. Steven D'Hont, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Raf Ghijsen, Karin Gielen. Elisabeth Godding. Sven Goethals, Werner Goussey, Jos Grootjans, Robin Guelinckx. Krien Hansen, Maarten Hens, Paul Herroelen. Stefaan Horemans, Ronny Huybrechts, Luc Janssens. Jochen Kempeneers. Lambrechts. Elfriede Le Docte, Walther Leers. Gerald

& Michel Louette. Bram Markey, Joris Menten, Joachim Mergeay, Bruno Michiels, Frieder Jan Moerman. Kelle Moreau. Bruno Nef. Regis Nossent. Johan Nysten, Stephan Peten, Jelle Quartier, Alain Reygel, Toon Roels. Hans Roosen, Jos Rutten, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Axel Smets, Philippe Smets, Stefaan Stock, Stefaan Sys, Marita Tomballe, Erik Toorman, Johan Vanautgaerden, Frank Van de Meutter, Yves Vonden Bosch, Erwin Van Den Dries, Jos Vonden Eede, Frank Van Den Houte, Luc Vandenwyngaert, Filip Vandeputte, Hilde Vanderheyden, Dirk Vanderlinden, Gilbert Vandezande, Lieven Van Hellemont. Carl Vanherck, Geert Vanhorebeek, Hans Vankerckhoven, Kris Van Scharen, Leo Vekemans. Dominique Verbelen, André Verboven, Bart Vercoutere. Freek Verdonckt. Jan Verroken, Paul V ranckx, Nico Vromant, Marc Walravens. lgnaz Wanders en Jan Wellekens.

114


1 Vogels

Watervogels in regio Leuven tijdens de winter 2003/2004 Wintertijd is watervogelteltijd. Als opwarmer voor het komende telseizoen bespreekt deze bijdrage kort de resultaten van de voorbije telwinter 2003/2004. Recente evoluties in het voorkomen van enkele watervogelsoorten zetten zich in dit winterhalfjaar door: een verdere toename van het aantal overwinterende Slobeenden, mooie voorjaarsconcentraties Wintertaling en Krakeend, meerdere overwinterende Grote Zilverreigers, en nieuwe recordaantallen Canadese Ganzen en Aalscholvers.

Werkwijze leder winterhalfjaar (oktober-maart) worden in V l aanderen zes midmaandelijkse watervogeltellingen georganiseerd om zicht te krijgen op de verspreiding, het voorkomen en de aantalsevolutie van in V laanderen overwinterende en doortrekkende watervogels. Telregio 'Leuven' omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg en Bierbeek. De teldata tijdens het winterhalfjaar 2003/2004 waren 18/19 oktober 2003, 11/12 november 2003, 16/17 december 2003, 13/14 januari 2004, 17/18 februari 2004 en 17/18 maart 2004. Een uitgebreide beschrijving van de opzet en de methodiek van de tellingen is te vinden in Hens (2001) en Hens & Van Scharen (2002). In onze regio werden de voorbije winter twee types tellingen gehouden. leder telweekend werden overdag de aantallen watervogels geteld in het merendeel van de vijvergebieden in de regio (zie Hens & Van Scharen [2002] voor een situering van de telgebieden). Acht gebieden (het 'kerngebied') werden maandelijks geteld: de vijvers

van

W ilsele,

het

provinciaal recreatiedomein in Kessel-Lo, Abdij van 't Park in Heverlee, de vijvers van Oud­ Heverlee, het Zoet Water in Oud­ Heverlee, Neerijse Grote Bron (Langerodevijver),

de

kliniekvijvers i n Neerijse e n het Groot Broek in S int-Agatha­ Rode.

Aansluitend op d e

gebiedsdekkende dagtelling werd maandelijks getracht de aantallen

overnachtende

Aalscholvers te tellen op de gekende

slaapplaatsen.

Er

werden tijdens de telweekends van de winter 2003/2004 geen slaapplaatstellingen uitgevoerd van meeuwen en Canadeze Ganzen.

'Is dat nu een Topper of toch een Kuifeend" ?' Watervogeltel/ers aan het werk te Neerijse. 115


Vogels

Het gehanteerde telschema levert voor het merendeel der soorten een goed kwantitatief beeld van de totale aanwezige aantallen. Voor soorten als Nijlgans, Canadese Gans, W ilde Eend, Blauwe Reiger en Waterhoen, die sterk verspreid voorkomen, leveren de tellingen van de vijvergebieden sowieso een onvolledig beeld van de werkelijke aantallen. Hetzelfde geldt voor soorten met een veeleer verborgen levenswijze, en dus kleine trefkans, als Watersnip, Waterral en Roerdomp.

Dagtellingen De maandelijkse soorttotalen in de acht maandelijks getelde gebieden zijn weergeven in tabel 1. De tijdens de dagtellingen genoteerde aantallen Aalscholvers, Canadese Ganzen, Waterral, Roerdomp, steltlopers en meeuwen zijn niet opgenomen omwille van hun beperkte representativiteit voor het werkelijke voorkomen van deze soorten in de regio. Om door de aantallen het bos te zien, is het nuttig te vergelijken met de gegevens van de voorafgaande winters (Hens, 2001; Hens & Van Scharen, 2002). Details omtrent de waarnemingen van de schaarsere soorten zijn terug te vinden in Moreau (2003; 2004a,b). De maandtotalen zijn over de volledige winter opvallend constant (1650-1900, gemiddeld 1790) en liggen voor de periode oktober-januari heel wat lager dan in de winters 2000/2001 en 2001/2002. Dit is grotendeels toe te schrijven aan een sterke afname van de aantallen Wilde Eend en Meerkoet tijdens deze maanden. Qua waargenomen soorten was het een normale winter, waarin slechts weinig schaarse of onverwachte soorten te noteren vielen: geen Witoogeend of Krooneend, en slechts een handvol waarnemingen van Brilduiker en Grote Zaagbek. Met een wintergemiddelde van 54 ex. waren de aantallen

Knobbelzwaan vergelijkbaar

met de vorige winters. Ook het seizoensverloop (afname in februari - maart bij inname broedterritoria) is typisch. Na een aantal zwakkere winters in de periode 1998-2000, verblijven er tegenwoordig terug meer Bergeenden in de streek: eind november verschenen de eerste vogels en ze bleven tot diep in mei hangen, waarbij de maximale aantallen (15-20) in maart en april genoteerd werden. Zowel

Tafeleend als Kuifeend kenden een normale winter, met wintermaxima van resp. 431

en 264 ex. (februari 2004). Voor de Tafeleend wordt de dalende tendens van de voorbije winters daarmee (tijdelijk) gekeerd. Het aantalsverloop van beide soorten doorheen de winter liep parallel (een geleidelijke toename tot februari), met een dip in december als gevolg van een korte koudeperiode voor het telweekend. Tussen eind december en begin februari werden verschillende Toppers opgemerkt in de streek. Tijdens de januaritelling zat er een te Neerijse Grote Bron. Voor de achtste winter op rij overwinterenden er in 2003/04 weer

Nonnetjes in de streek: ten zuiden van Leuven (voornamelijk Sint-Agatha-Rode) verbleven tussen 15 december en 29 februari tot maximaal 4 vogels, terwijl ten noorden van Leuven (W ilsele) geregeld 2-5 ex. waargenomen werden in januari en februari. De zachte winter resulteerde in bijzonder weinig waarnemingen van noordelijke soorten, zoals Grote en

Zaagbek

Brilduiker. Beide soorten werden enkel op de januaritelling opgemerkt.

Het aantalsverloop doorheen het winterhalfjaar van de

Krakeend verschilde van dat van

de voorbije jaren, met eerder lage aantallen in de periode oktober-december. Vanaf januari namen de aantallen echter geleidelijk toe tot maximaal 233 ex. op de maarttelling. toename van het aantal overwinterende

De

Slobeenden, die begon in de winter 2000/200 l

(Hens & Van Scharen, 2002), zette zich ook in de winter 2003/2004 verder, met een

116


Vogels

wintergemiddelde van 113 ex. Enigszins onverwacht werd het wintermaximum (175 ex.) genoteerd tijdens de novembertelling, en niet, zoals gewoonlijk, in maart (voorjaarstrek). De overwinterende Slobeenden zitten geconcentreerd in twee gebieden: de noordelijke vijver met aansluitende weideplassen in Oud-Heverlee en de noordelijke vijver in Wilsele (waarbij Kessel-Lo fungeert als uitwijkgebied}. Pijlstaart en Smient zijn traditioneel de 'zeldzamere' grondeleenden in de streek, en werden niet op iedere teldag waargenomen. De Smient kende een ronduit zwakke winter met maximaal 9 ex. tijdens de decembertelling. Pijlstaarten waren de ganse winter zo goed als afwezig, maar tijdens de voorjaarstrek in maart pleisterden er (naar regionale normen} mooie aantallen in de streek. Het plassengebied dat zich sinds de winter 2000/2001 ontwikkeld heeft in de komgrond ter hoogte van de noordelijke vijver van Oud-Heverlee, mist z'n effect op de overwintering van Wintertalingen niet. Geregeld worden er in dit moeilijk te tellen gebied meer dan 200 geteld. De winteraantallen in de streek (gemiddeld 171 ex.} piekten in december en maart, met resp. 267 en 276 ex. op de teldagen. De aantallen Wilde Eend liggen opvallend lager dan enkele winters terug, vooral in de periode oktober-december. Zonder twijfel een rechtstreeks gevolg van de verminderde uitzetting van 'schietwild'. Dodaarzen vertonen een uitgesproken aantalsverloop doorheen de winter, waarbij de

maxima steeds in oktober genoteerd worden. Met 41 ex. scoort oktober 2003 beduidend lager dan de topjaren 1999 en 2000, toen telkens meer dan 70 ex. genoteerd werden. Futen kenden een normale winter, met een 70-tal ex. in voor- en najaar, en een klassieke 'dip' in december en januari. Hun quasi afwezigheid in december is te wijten aan een korte koudeperiode vlak voor het telweekend.

Fuut. Langerodevijver; Neerijse. Foto: Frederik Fluyt

117


Vogels

okt 03

nov 03

dec 03

jan 04

feb 04

moa 04

Knobbelzwaan

65

65

62

50

51

29

Grauwe Gans

0

0

0

0

15

0

Bergeend

0

0

2

9

12

18

Tafeleend

125

233

133

325

431

209

Kuifeend

44

106

47

207

264

192

Topper

0

0

0

0

0

Nonnetje

0

0

0

5

0

Brilduiker

0

0

0

0

0

Grote Zaagbek

0

0

0

0

0

Krakeend

40

24

45

87

132

233

Smient

0

0

9

7

2

5

Slobeend

127

175

123

123

57

73

Wilde Eend

455

570

666

461

221

178

Pijlstaart

0

1

0

0

0

27

Wintertaling

63

68

267

156

193

276

Dodaars

41

6

5

2

5

6

Fuut

69

70

7

33

73

74

Grote Zilverreiger

1

3

5

0

3

3

Kleine Zilverreiger

0

0

0

0

Blauwe Reiger

14

19

27

12

7

12

Waterhoen

57

82

89

71

30

23

Meerkoet

535

329

268

353

300

397

Zwarte Zwaan

1

0

2

0

2

0

Nijlgans

13

16

10

21

57

20

Carolina-eend

6

0

0

2

0

0

Totaal aantal

1656

1767

1767

1928

1861

1775

6

0

Exoten

Tabel 1 -Soorttotalen in de maandelijks getelde gebieden tijdens het winterhalfjaar 2003/

2004. Getelde aantallen Aalscholver; Canadese Gans, Waterral, steltlopers en meeuwen zijn niet opgenomen. 118


Vogels

Sinds de winter 2001/2002 neemt het aantal in de streek overwinterende Grote Zilverreigers gestaag toe. Van december tot maart verbleven doorlopend 3 tot 5 ex. in de streek. De enige Kleine Zilverreiger van de winterperiode zat op 14 en 15 februari te Oud-Heverlee. Het aantal Meerkoeten in de periode oktober-december (270-540 ex.) ligt opvallend lager dan in het najaar 2000 en 2001, toen tot 1400 ex. in de streek verbleven. Drie- to vierhonderd Meerkoeten in de periode januari-maart zijn dan weer wel volkomen normaal. De grootste najaarsconcentratie bevindt zich de voorbije jaren steeds op de noordelijke vijver van Oud­ Heverlee. De afname van de najaarsaantallen hangt allicht samen met een verminderd voedselaanbod (minder waterplanten) in deze vijver.

Aalscholver Het aantal overwinterende Aalscholvers in de streek neemt nog steeds toe. Tabel 2 vat de resultaten van de slaapplaatstellingen tijdens de winter 2003/2004 samen. In de maanden oktober t/m februari overnachtten er gemiddeld 235 vogels. Het novembertotaal van 345 ex. is een nieuw aantalsrecord voor de streek. De aantallen in december zijn zonder twijfel beïnvloed door de koudeperiode in de dagen voorafgaand aan de teldag.

Aalscholvers. Leopoldspark Kessel-Lo. foto: Frederik fluyt

119

1 �

1

1

'


Vogels

Ook deze winter bevonden er zich meerdere permanent gebruikte slaapplaatsen in de streek. De aantallen op slaapplaats aan de noordelijke vijver van Wilsele waren gedurende het ganse telseizoen opvallend constant

(100-140

ex.). Ten zuiden van Leuven waren drie

slaapplaatsen in gebruik: de vijvers van Oud-Heverlee (waar zowel op de noordelijke als op de zuidelijke vijver overnachting werd vastgesteld), het Groot Broek te Sint-Agatha-Rode en het kasteelpark te Leefdaal. Op deze laatste site werd in november

2004

voor het eerst

overnachting vastgesteld. Opmerkelijk is dat de gebruikelijke verschuivingen tussen de slaapplaatsen ten zuiden van Leuven (Oud-Heverlee en Sint-Agatha-Rode) deze winter omgekeerd waren aan wat tot dusver de norm was: eind oktober werd Sint-Agatha-Rode omgeruild voor Oud-Heverlee. Het is niet duidelijk wat de Aalscholvers ertoe aangezet heeft om niet te 'overwinteren' op de slaapplaats te Sint-Agatha-Rode. Ook over een eventuele uitwisseling tussen slaapplaatsen ten noorden en ten zuiden van Leuven is niets geweten.

okt

03

nov

03

dec

03

jan

04

feb

04

moa

Wilsele (Noord)

101

140

104

117

99

x

Oud-Heverlee (N + Z)

40

148

55

92

x

0

Sint-Agatha-Rode

145

5

0

0

ng

ng

Leefdaal

ng

52

10

24

33

ng

Totaal aantal

min.

169

233

min.

286 345

132

04

x

Tabel 2 - Aantal Aalscholvers op slaapplaatsen in regio Leuven tijdens het winterhalfjaar 2003/2004; ng =niet geteld x =aanwezig, maar niet geteld

120


Canadese ganzen begeven zich op glad ijs. Tijdens de watervogeltellingen 2004 - 2005 zal extra aandacht geschonken worden aan slaapplaatstellingen van deze ingeburgerde exoot Foto: Frederik Fluyt.

Organisatie tellingen winter 2004-2005 De midmaandelijkse tellingen voor het komende winterhalfjaar gaan door tijdens volgende weekends: 16/17 oktober 2004, 13/14 november 2004, 18/19 december 2004, 15/16

januari

2005, 12/13 februari 2005 en 12/13 maart 2005. Vanaf deze winter omvat telregio Leuven ook de gemeenten Overijse en Tervuren. Concreet betekent dit dat de vijvers in de IJsevallei te Overijse en in het park van Tervuren ook geteld zullen worden.

121


Vogels

Overdag worden in alle watervogelgebieden van de regio de aantallen futen, aalscholvers, reigers, zwanen, ganzen, eenden, rallen en steltlopers geteld. Het meetellen van meeuwen is facultatief . De telling van de acht kerngebieden (gebieden die de voorbije 15 jaar maandelijks geteld werden) is prioritair. Waarnemers wordt gevraagd tijdens deze weekends bijzondere aandacht te hebben voor watervogels. Om ook minder ervaren vogelkijkers de kans te geven aan deze dagtellingen deel te nemen, wordt iedere zaterdagvoormiddag van de telweekends een tel-excursie georganiseerd in de Dijlevallei tussen Oud-Heverlee en Sint-Agatha-Rode (zie activiteitenkalender). Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de aantallen Aalscholvers, hebben we de voorbije jaren getracht maandelijks de gekende slaapplaatsen te tellen (aansluitend op de dagtelling). Deze winter willen we een extra-inspanning leveren om maandelijks ook de slaapplaatsen van Canadese Ganzen, Grote Zilverreiger en meeuwen op te volgen. Concreet betekent dit dat iedere zaterdagavond van de telweekends in zes of zeven gebieden de aanwezige/aankomende/vertrekkende Aalscholvers, Canadese Ganzen en meeuwen geteld worden tussen een uur vóór en een halfuur na zonsondergang: V ijvers van Oud-Heverlee (N/Z), Grootbroek te Sint-Agatha-Rode, Provinciaal Domein te Kessel-Lo, V ijvers van Wilsele, Kasteelvijver Leefdaal en het park van Tervuren . Zowel voor meeuwen als voor Canadese Ganzen gaan er eind januari 2005 bovendien landelijke simultaantellingen door. Geïnteresseerd om mee te werken? Contacteer Maarten Hens (t: 016 40 98 70, e: maartenhens@skynet.be).De dagtellingen worden doorgaans afgewerkt op zaterdag, maar bij onvoorziene (weers)omstandigheden of gebrek aan tellers wordt er soms op zondag geteld. Afspraken m.b.t. de praktische organisatie van elke teldag worden eveneens verspreid via de electronische rondzendlijst Dijleland. Dankwoord Monique Bekkers, Bart Creemers, Steven D' Hont, Freek Fluyt, Joris Menten, Kelle Moreau, Johan Nysten, Axel Smets, Hilde Vanderheyden, Kris Van Scharen werkten mee aan de gecoördineerde tellingen tijdens de winter 2003-2004. Aanvullende waarnemingen tijdens de telweekends ontvingen we verder van Wouter Desmet, Raf Ghijsen, Luc Hendrickx, Stefaan Horemans, Bram Markey, Bruno Nef, Hans Roosen, Filip Vandekeybus, Leo Vekemans, Marc Walravens en Jan Wellekens. Waarvoor allen hartelijk dank. Referenties Hens, M. 2001. Watervogels in het Dijleland tijdens de winters 1995-2000. In Hens, M. (red.) Vogels in hel Di;leland. De Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven. p. 37-58. Hens, M. & Van Scharen, K. 2002. Watervogels in regio Leuven tijdens de winters 2000/2001 en 2001/ 2002. Boom.klever 30, 111-125. Moreau. K. 2003. Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, juni-november 2003. Boom.klever 31. 136-154. Moreau, K. (20040,b). Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, december 2003-februari 2004; maart-mei 2004. Boom.klever 32, 20-30; 53-77.

Maarten Hens

Kris Van Schoren

moortenhens@skynet. be

kvschore@vub. oc. be

122


A c fiviteifen

Activiteitenkalender Najaar

&

winter 2004

Simultaantrektellingen Verantwoordelijke: Freek Fluyt (t: 02 687 47 34, e: freek@village.uunet.be) •

Zondag 10 oktober 2004 Afspraak vanaf 7u30, trektelpost Brede weg, Leefdaal/ Korbeek-Dijle

Zondag 24 oktober 2004 Afspraak vanaf 8u00, trektelpost Brede weg, Leefdaal/ Korbeek-Dijle

Watervogeltellingen Verantwoordelijke: Maarten Hens (t: 016 40 98 70, e: maartenhens@skynet.be) •

Zaterdag 16 oktober 2004 Afspraak 9u00, station Oud-Heverlee

Zaterdag 13 november 2004 Afspraak 8u30, station Oud-Heverlee

Zaterdag 18 december 2004 Afspraak 8u30, station Oud-Heverlee

Zaterdag 15 januari 2004 Afspraak 8u30, station Oud-Heverlee

Slaapplaatstellingen Waterpieper Verantwoordelijke: Freek Fluyt (t: 02 687 47 34, e: freek@village.uunet.be) •

Zaterdag 6 november 2004

Zaterdag 4 december 2004

Zaterdag 8 januari 2004

Voor concrete afspraken i.v.m. gebiedsverdeling en teltijdstip, contacteer Freek.

123


Activiteiten

NIEUW - Natuurstudie-praatcafé Om de betrokkenheid van de veldwaarnemers bij de verschillende inventarisatie- en studie­ projecten te verhogen en om een directe informatie-uitwisseling van recent natuurnieuws en projectresultaten te stimuleren, starten we in november met tweemaandelijkse praat­ cafés. Deze avonden zullen doorgaans opgebouwd worden rond een thema (broedvogel­ inventarisatie, ".) waarrond een (informele) voorstelling (al dan niet door gastspreker), infor­ matie-uitwisseling en discussie georganiseerd wordt. Iedere geïnteresseerde kan venzelfs­ prekend eigen thema's aandragen. Meer concrete informatie zal verspreid worden via de yohoo-rondzendlijst. Data voor najaar 2004: •

Woensdag l 0 november 2004, vanaf 20u00

Woensdag 22 december 2004, vanaf 20u00

Coördinatie: Maarten Hens (t: 016 40 98 70, e: maartenhens@skynet.be)

Studiedagen •

Zaterdag 8 en zondag 9 oktober: Belgische Vleermuizenstudiedag, Brussel

Zaterdag 30 oktober: Herpetologische studiedag, Antwerpen

Zaterdag 27 november 2004: Vlaamse Ornithologische Studiedag, Antwerpen

Zaterdag 5 februari 2004: BRAKONA

Natuurpunt Zaterdag 11 december 2004: nationale trefdag Natuurpunt te Leuven Meer info:

124

www .natuurpunt.be


Muurhagedis Podorcis murolis te Heverlee, zomer 2004, foto: Louis-Philippe Arnhem

Mannetje Weidebeekjuffer Colopteryx splendens, Dijleland, 2004, foto: Eddy Mocquoi


VUBPRESS

€ 17,95

Uitgeverij VUBPRESS Waversesteenweg 1077 B- 11 60 Brussel

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2004  

De Boomklever September 2004  

Profile for nsgd
Advertisement