__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGROEP DIJLE LAND BEEKJUFFER SLEEDOORNPAGE SPITSKOPJE -HAMSTER e HAVIK EIKELMUIS RATE � APPELVINK , f"JD�E I :.c.._ F � WESPE tç"--H BOSRIETZANGER �

-

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang

32

-

juni

2004


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur Voorzitter: Paul Herroelen Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem,016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 0479 92 01 72 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal,02.767 .26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4, 3020 Herent,016.23.13.38

André Verboven,Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23.81.84

Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 020 l, 3001 Heverlee,0486.12.58.77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee,0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse,010.86.24.66

Maarten Hens, J. Vandezandestraat 2, 3050 Oud-Heverlee

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Maarten Hens, J. Vandezandestraat 2, 3050 Oud-Heverlee

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee,0486.12.58.77, kei Ie.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Project Bijzondere Broedvogels, trektellingen: Frederik Fluyt,Spitsberg 4,3040 Huldenberg,0479 92 01 72, freek@village.uunet.be

Watervogeltellingen: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal, 02.7 67.26.38,kvschare@vub.ac.be

Werkgroep zoogdieren Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201, 3001 Heverlee,0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be Werkgroep ongewervelden Themaverantwoordelijke: André Verboven,Groeneweg 60,3001 Heverlee, 016.23 .81.84,andre.verboven@chello.be Plantenwerkgroep Themaverantwoordelijke: Joris Menten,W. De Croylaan 49/21,3001 Heverlee,0495.27.53.93 joris_menten@merck.com Website www.natuurpunt.be/dijleland Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@yahoogroups.com


De Boom.klever Driemaandelijks tijdschrift van Natuurstudiegroep D�leland, natuurhistorische werkgroep van Nafuurpunt vzw.

-INHQUD BUITEN GEKEKEN Een slecht begin...............................................................38

Redactie kern Herwig Blockx, Frederik Fluyt, Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van

ONGEWERVELDEN

Scharen

Dipteren-inventarisatie van de Koeheide (Bertem) Redactie-adres

en omgeving.. .."""""."....".....""."""."... "..............."...41

Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat, p/a Frederik Fluyt, Spitsberg 4,

AMFIBIEËN

3040 Huldenberg E-mail: freek@village.uunet.be

De Vroedmeesterpad in het Dijleland."."....... ". ". "..48 "

Het copyright van de teksten en tekeningen blijft bij de auteurs en tekenaars. Over­ name is mogelijk mits hun

VOGELS

uitdrukkelijke toelating

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei

Abonnement Geïnteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door overschrijving van 5 EUR op

en omgeving. Maart - mei 2004 ............. ...... .. ...... .....53 "

Exoten onder de vogels in regio Leuven, 2003 .......... .78

rekeningnummer

001-1552168-50 van Studie­ groep Dijleland p/a Korbeek­ straat 27, 3061 Leefdaal met

WEETJES ROND BEESTJES

opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost

10 EUR of meer.

Weidebeekjuffer.................................... ".......................84 De poel des doods ........................................ " ...............85 Beschermingsplan Das......................... ..........................87

Natuurpunt

Nachtegaal en Wielewaal........ ........ ........ ........... .........87

vzw

Natuurpunt vzw is de grootste vereniging voor natuur en landschap in V laanderen. Ze telt 47.000 leden en beheert

ACTIVITEITEN

11.000 hectaren natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt Yffl kan door storting van

17,5

Activiteitenkalender zomer & najaar 2004"..... ...........88

Euro op rekeningnummer

000-0000999-29. 37


Buiten gekeken

Een slecht begin Rügen, 13 juli 2003 Mijn vraag doet even wenkbrauwen fronsen waarbij hij even een blik werpt op zijn polshorloge: 11Die Fähre von eins noch Trelleborg ? Tja, die ist schon eine halbe Stunde unterwegs noch Schweden ... 11 Ik had natuurlijk ook niks anders verwacht. Een internationale ferry wacht niet omdat er iemand met een reservatie niet komt opdagen. Na een diepe zucht van mijnentwege voegt hij er nog aan toe: 11Die nächste möglichkeit ist die Fähre von halb fünf ober sie können nicht reservieren. Wenn Sie hier zurück sind urn drei oder halb vier wird es schon Platz für Sie geben ...

11

Waarop hij het raampje van zijn loket sluit. Zijn gelaatsuitdrukking spreekt boekdelen: 11 Alweer een laatkomer, net of ik niks beter te doen heb .. Ik overleg even met Hadewig wat we nu gaan doen. We zijn beiden murw. Het .

11

voormiddagscenario zit daar voor alles tussen: ruim op tijd vertrokken maar na een kwartier al in een file terecht gekomen die zich tot aan de horizon leek uit te strekken. Ettelijke uren

verveling en frustratie daarna, in een almaar warmer

wordende auto, kwamen we tot de ontdekking dat deze ergste vermoedens ook klopten. Iedere Duitser wil precies vandaag naar Rügen en wij zijn zo dom geweest om het zon/zee/zand syndroom van de gemiddelde soortgenoot te onderschatten 11Tja, we zoeken best een rustig plekje om iets te eten" is veruit het aangenaamste vooruitzicht dat ik vandaag al gekregen heb. Ook dat valt aanvankelijk tegen. Een veelbelovende veldweg moeten we links laten liggen omdat het achteropkomende verkeer het onmogelijk maakt om bruuske manoevers uit te voeren. Nog lastiger wordt het als we onmiddellijk daarna te maken krijgen met een échte wegpiraat. Hij begrijpt niet waarom we ons aan de aangegeven snelheid houden en laat dat door heftig gesticuleren en lichtengeflikker overduidelijk blijken. Door druk tegenliggerd verkeer moeten we hem ettelijk kilometers in ons onmiddellijk kielzog dulden. Als we uiteindelijk kunnen stoppen om terug te kunnen draaien is bij hem het kookpunt al ver overschreden.

11Kijk, hij schrijft iets op" merkt Hadewig als hij niet ver van ons in de wegberm

stopt. 11Hij doet teken dat hij onze nummerplaat heeft genoteerd" 11Pff, hij kan de boot op" repliceer ik en we schieten allebei in de lach. We laten de gefrustreerde Oost-Duitser nu achter ons . Het landweggetje dat ik daarstraks noodgedwongen moest voorbijrijden is enkele kilometers terug maar nu lukt het wel om er op te draaien. Het is een kronkelend breed zandpad, links strekt zich een koolzaadakker uit en rechts een beukenbos. 38


Buiten gekeken

"Dat ziet er goed uit, we kunnen na het eten misschien nog een kort toerke doen in dat bos" brom ik terwijl we uitstappen. Tijdens het middagmaal komt een kleine vuurvlinder langsfladderen en een buizerd draait zijn kringetjes in de verte. Vanuit het beukenbos horen we af en toe het diepe "krok" van raven en even later komen ze ook in zicht. Zes tel ik er: zou dat een koppel met jongen zijn ? Een kwartier later stappen we het bos in. Ik ben nog altijd in een vreselijk rothumeur, de ganse dagplanning ligt immers aan flarden. Waarom zijn we trouwens langs hier gereden? Het is toch veel logischer om langs Denemarken Zweden te bereiken. Pure nostalgie naar vroeger ? Met 40 km file als ultieme beloning ?! Het beukenbos ziet er trouwens ook al niet vet uit. Ik verwacht hier niet interessante "naturalia" te zien maar soit, we moeten nu éénmaal wat tijd zoek maken voor die volgende afvaart van de Sassnitz/Trelleborg - ferry. Op de bosbodem zitten opvallend veel naaktslakken maar voor de rest is er nauwelijks beweging. Na een half uurtje besluiten we om rechtsomkeert te maken naar de auto. Na onze lotgevallen van daarstraks zou het me niks verbazen dat straks een kudde olifanten de weg verspert naar de ferryterminal. Monsterfile, boot gemist, geen vogels: deze vakantie is alvast in mineur begonnen. Hetzelfde pad terug dan maar, dezelfde slakken als daarstraks, het leven kan vervelend zijn... Plots zie ik enkele "platte", net uitgevlogen vogeltjes zitten op de dunne zijtakken van een spichtig, jong beukje. Waarschijnlijk jonge roodborstjes denk ik bij mezelf als ik de kijker op hen richt. Maar neen, zijn dat geen ... ? Alsof hij mijn gedachten kan lezen, komt hij uit de kruinen neervallen. De jongen beginnen met trillende vleugels luid te bedelen en éé n onder hen krijgt eten toegestopt door een ... "Hade, een prachtig mannetje kleine vliegenvanger. Hier, vlakbij." roep ik enthousiast uit. "Waar ? Ah ja, geweldig ... " valt ze mij bij als ze mijn verrekijker overneemt. "Hij zit wel geen moment stil. Ja, nu kan ik hem weer goed zien" bekommentarieert ze het beeld in de kijker. Op het moment dat ik nog even de kijker wil overnemen zijn de vogels echter gevlogen. Shit, ik had hem wel wat langer willen zien. Minuten lang wachten levert alleen een zingende fluiter op. Mijn zoektocht in het bos wat verder naar een mysterieus "tek" levert, hoe toepasselijk, een familie roodborstjes op. Gaat dat nu alles zijn ? Ik ben al eerder 's zomers in broedgebied van kleine vliegenvangers geweest en ik heb telkens veel moeite moeten doen om glimpen van de vogels op te vangen terwijl hier een vlekkeloos mannetje ... Neen Herwig, besluit ik, meer moeite doen en terug gaan naar de eerste lokatie. Terwijl ik sta te wachten word ik belaagd door muggen. "Wat fond leggen voor Zweden, Herwig" denk ik bij mezelf. Een koppel goudvinken brengt enige troost aan. Net als ik het wil opgeven, landt er vlakbij een klein vogeltje dat met zijn staart wipt. Als ik hem in de kijker krijg, trekt iets onder zijn tak zijn aandacht. Voor ik het goed en wel besef duikt hij in de zonovergoten plek voor mij om net als daarstraks vlak boven de grond op zanger-achtige manier iets te vangen. 39


Buiten gekeken

"Knets": één mug minder. Even blijft hij nog poseren op een dikke 5 meter afstand: rode bef, grijs kopje, het oogringetje. Dit is voor mij onuitgegeven: zo heb ik nog nooit een kleine vliegenvanger gezien. In een oogwenk is hij nu in het hogere gebladerte verdwenen om zijn onzichtbare jongen van lekkers te voorzien. Nog enkele malen komt hij tevoorschijn, telkens begeleid door goedkeurend gegrom van mijnentwege. Om de haverklap verandert hij van zitplaats waarbij zijn zwartwitte staarttekening opwipt. Een minuscule maar wel erg mooie vogel. En zo ongedurig; ik zie hem keer op keer uitvallen naar de zonoverschenen plekjes van de strooisellaag.Telkens hoor ik zijn bek toepètsen als hij één van de daar talrijk ronddansende muggen bemachtigt. Zo plots als hij gekomen is, is hij zomaar verdwenen, net zoals daarstraks. Ik besluit niet langer te wachten. Hadewig staat wat verder langs het pad te wachten: "En, hebt ge hem nog gezien ? We moeten nu trouwens snel voortmaken. Als er terug file staat ... "Vlakbij de auto zigzagt nog een ringslang weg van het pad. Een poging om ze uit de vegetatie op te duiken mislukt. De gelijkenis van dit bos met Meerdaal was dus - gelukkig voor ons - slechts schijn. Terwijl we aanstalten maken om te vertrekken voel ik mij al stukken beter. Wat zo'n klein vogeltje al niet kan doen met de gemoedstoestand van een vogelkijker

Herwig

40


-

--=--··:::

Onge wervelden

Dipteren-inventarisatie van de Koeheide (Bertem) en omgeving Deel 1: Inleiding en Zweefvliegen Tijdens 2003 deed de Natuurstudiegroep Dijleland enkele ongewervelden­ inventarisatie-tochten in de Koeheide en omgeving.

In dit artikel worden de

verzamelde gegevens in verband met vliegen en muggen (Diptera) toegelicht. De gegevens van andere insectenordes (uitgezonderd Lepidoptera) en van de bladminerende nachtvlinders (Lepidoptera) werden al eerder beschreven in "De Boomklever" december 2003 en maart 2004.

Inleiding De insecten van de wereld zijn verdeeld in 32 grote groepen of ordes. De vliegen en muggen vormen de orde van de Diptera of Tweevleugeligen. Deze insecten ondergaan een volledige gedaanteverwisseling (metamorfose) tijdens hun leven, net als bv., de vlinders en kevers. Het larvale stadium (de made) ziet er geheel anders uit dan het volwassen dier (het imago) en stelt vaak geheel andere eisen aan zijn levensomgeving. Dit heeft belangrijke implicaties voor het voorkomen van de verschillende soorten en voor een natuurbeheer dat biodiversiteit vooropstelt. Diptera herken je aan het feit dat ze slechts 1 paar vleugels hebben. Andere insecten hebben twee paar vleugels, waarvan het voorste paar geëvolueerd kan zijn tot verharde dekschilden (Kevers en Wantsen).

Bij de Diptera is het

achterste paar vleugels gereduceerd tot kleine aanhangseltjes (de "haltertjes"). Er zijn veel insecten die "vliegen" worden genoemd, maar die twee paar vleugels hebben, bv. Schorpioenvliegen, Elzenvliegen, ... Het zijn dan ook geen "echte vliegen" (Diptera). Muggen (Nematocera) zijn te onderscheiden van vliegen (Brachycera) aan de hand van de antennes.

De antennes van muggen zijn meestal lang en

draadvormig, en bestaan uit vele

(> 10 leedjes).

Vliegen hebben antennes met

minder leedjes en d e antennes zijn daardoor gewoonlijk k orter.

Vele

vliegenfamillies hebben antennes die slechts uit drie leedjes bestaan. Dit derde lid is dan vaak groot en bolvormig, en draagt lang haar: de antenne-borstel of arista. De vliegen en muggen vormen een zeer soortenrijke insectenorde. Wereldwijd zijn er ongeveer

125 000 soorten beschreven; het totale aantal bestaande soorten

is echter wellicht dubbel zo groot. In België zijn ze, samen met de Vliesvleugeligen (Hymenoptera) en de Kevers (Coleoptera), een van de ordes met de meeste 41


On ge wervelden

soorten. Zo'n 5000 soorten vliegen en muggen, uit l 00 verschillende families, zijn bekend uit BelgiĂŤ. T ijdens h e t onderzoek wer den ongeveer 150 dipteren u i t 2 1 families gedetermineerd.

In dit eerste deel bespreken we de soortenrijkste en best

gekende vliegengroep uit dit onderzoek: de Zweefvliegen (Syrphidae).

Zweefvliegen De zweefvliegen vormen een aantrekkelijke en redelijk gemakkelijk te determineren groep van de vliegen. Dit was de dipteren-groep waarvan de meest volledige inventarisatie voorligt.

Resultaten T ijdens de inventarisatie werden 40 zweefvliegen soorten aangetroffen in de Koeheide.

Daarnaast werden nog 3 extra soorten waargenomen in het

geografisch en landschappelijk aansluitende Termunkveld. Tabel l geeft de lijst van de waargenomen soorten, met wetenschappelijke (Verlinden, 1991) en Nederlandse naam (Barendregt, 2001), naast het voorkomen in V laanderen (ongepubliceerde gegevens Dirk Maes) en voorkeursbiotoop in BelgiĂŤ (Verlinden en Decleer, 1987). Hier betekent "Eurytoop" dat de soort geen duidelijk aanwijsbare biotoopvoorkeur heeft. De 43 waargenomen soorten vertegenwoordigen ongeveer 133 van de Belgische fauna. Hiermee is de Koeheide relatief arm aan zweefvliegen.

In

topgebieden in het Dijleland, zoals het Rodebos, kunnen tot 60 soorten op l dag waargenomen worden en in het aanliggende Bertembos werden tussen

1990 en 2004 91 soorten aangetroffen. Hier betreft het echter bosgebieden en de meeste Belgische zweefvliegen-soorten zijn op meer of mindere wijze gebonden aan bos. Een meer gepaste vergelijking is misschien met de Roeselberg te Herent.

De

R oeselberg ligt o p de overgang van h e t B rabantse plateau en d e ijzerzandsteenheuvels van het Hageland.

Het gebied vertoont net als de

Koeheide en mix van historische graslanden, houtwallen, en bosjes; akkerbouw ontbreekt echter, en bebouwing is nog meer prominent aanwezig.

Het

waardevolste gebied op de Roeselberg betreft een xerophiel grasland dat nog enkele trekjes heeft van de kalkgraslanden die we kennen uit de kalkstreek. Dit was historisch een van de enige vindplaatsen van het Dambordje Melanargia

galathea in Brabant. Ook treffen we hier nog Esparcette Onobrychis victifolia aan. Helaas is het gehele gebied aan het verbossen. Dit grasland kan echter een streefdoel en referentiekader vormen voor wat een gepast beheer in de Koeheide op lange termijn kan bereiken. De bodem in de Koeheide is immers ook relatief kalkrijk en op de steilere en schrale graslanden groeien ook hier planten (bv. Kruipend stalkruid Ononis repens) die we met de kalkstreek 42


Onge wervelden

Wetenschappelijke naam

Nederland�e naam

Status Biotoop

Baccha elongata

V liegende speld

A

Bos

Cheilosia albitarsis

Weide-gitje

ZA

Eurytoop

Cheilosia illustrata

Wollig gitje

VA

Bos

Cheilosia pagana

Kervel-gitje

ZA

Eurytoop

Cheilosia scutellata

Paddestoel-gitje

v

Bos

Cheilosia variabilis

Bos-gitje

VA

Bos

Cheilosia vernalis

Kust-gitje

VA

Eurytoop

Chrysogaster solstitialis

Donker doflijfje

VA

Bos

Chrysotoxum cautum

Grote fopwesp

VA

Bos

Chrysotoxum festivum

Stipfopwesp

z

Bos

Dasysyrphus albostriatus

Bretel-wimperzwever

VA

Bos

Dasysyrphus venustus

Gewone wimperzwever

A

Bos

Epistrophe eligans

Enkele-bandzwever

A

Bos

Episyrphus balteatus

Snorzweefvlieg

ZA

Eurytoop

Eristalis arbustorum

Kleine bijvlieg

ZA

Eurytoop

Eristalis nemorum

Punt-bijvlieg

ZA

Eurytoop

Eristalis pertinax

Kegel-bijvlieg

ZA

Eurytoop

Eistalis sepulchralis

Weidevlekoog

A

Eurytoop

Eristalis tenax

Blinde bij

ZA

Eurytoop

Eumerus strigatus

Gewone bollenzwever

VA

Tuinen

Eupeodes corollae

Terrasjes-kommazwever

ZA

Eurytoop

Eupeodes latifasciatus

Gele kommazwever

VA

Eurytoop

Helophilus pendulus

Gewone pendelvlieg

ZA

Eurytoop

Helophilus trivittatus

Citroen-pendelvlieg

A

Eurytoop

Leucozona lucorum

Withaar-melkzweefvlieg

v

Bos

Melanostoma mellinum

Gewone driehoekzweefvlieg

ZA

Eurytoop

Melanostoma scalare

Slanke driehoekzweefvlieg

ZA

Bos

Merodon equestris

Grote narcisvlieg

vz

Tuinen

Myathropa florea

Doodskopzweefvlieg

ZA

Eurytoop

Neoascia podagrica

Gewone korsetzweefvlieg

ZA

Eurytoop

Pipizella varipes

Gewone langspriet-platbek

VA

Eurytoop

Platycheirus albimanus

Mica-platvoetje

ZA

Bos

Platycheirus clypeatus

Gewoon platvoetje

A

Grasland

Platycheirus scutatus

Schaduw-platvoetje

A

Eurytoop

Pyrophaena rosarum

V linderstrikje

v

Moeras

Rhingia campestris

Gewone snuitvlieg

ZA

Eurytoop

Scaeva selenitica

Gele halvemaanzwever

VA

Bos

Sphaerophoria scripta

Grote langlijf

ZA

Eurytoop

Syritta pipiens

Menuetzweefvlieg

ZA

Eurytoop

Syrphus ribesii

Bessen-bandzwever

ZA

Eurytoop

Volucella bombylans

Hommel-reus

A

Bos

Xanthogramma pedissequum

Gewone citroenzwever

v

Bos

Xylota segnis

Gewone rode bladloper

ZA

Eurytoop

Tabel 1: De zweefvle i gen (Syrphtdae) van de Koehe1de Voorkomen in Vlaanderen: Z A: Zeer algemeen, A:

Algemeen, VA: Vrij algemeen,

v.· Verspreid voorkomend vz· Vrij zeldzaam, l' Zeldzaam 43


Ongewervelden

associĂŤren. Tijdens een 5-tal bezoeken gedurende de periode 2002-2003 werden 23 soorten waargenomen op de Roeselberg. Vergelijken we de biotoopvoorkeur van de zweefvliegen van Koeheide met die van alle soorten waargenomen in het Dijleland, dan bemerken we het overwicht aan eurytope soorten (dit zijn soorten zonder duidelijke biotoopbinding).

Hier

moeten we wel opmerken dat algemene soorten vaak als eurytoop bekend staan en dat slechts na langdurig onderzoek meer zeldzame en gespecialiseerde soorten worden waargenomen. Hierdoor zal een minder goed onderzocht gebied, met kortere soortenlijst, relatief meer eurytope soorten tellen dan een beter onderzocht gebied. Met dit caveat kunnen we toch besluiten dat in de Koeheide zeer weinig moerassoorten en vrij weinig bossoorten zijn waargenomen, terwijl soorten van graslanden en tuinen relatief goed vertegenwoordigd zijn.

Specifieke Soorten Enkele minder algemene soorten die tijdens het onderzoek in de Koeheide werden waargenomen zijn hieronder beschreven. Het Paddestoel-gitje Che1!osia scutellatawerd aangetroffen in het Eikenbos. De larven van deze bossoort ontwikkelen zich in paddestoelen. De soort komt in de meeste bossen van de regio Leuven voor. Een andere bossoort is de Withaar­ melkzweefvlieg Leucozona lucorum. Deze soort komt vooral in vochtig loofbos voor en werd aangetroffen aan de rand van Bertembos. De zoomvegetaties op de grens van Bertembos en de Koeheide zijn heel belangrijk voor tal van insectensoorten.

Veel insecten zijn voor een deel van hun levenscyclus

gebonden aan bossen (bv., om dat ze in dood hout leven), maar hebben anderzijds de zonneschijn en nectarplanten nodig van meer open terrein. De "fopwespen" lijken, door hun geel-zwarte tekening, lange antennes en gedrag, erg op wespen. De Grote fopwesp Chrysofoxum cautum is in het gehele Dijleland algemeen. De Stipfopwesp Chrysotoxum festivum is heel wat zeldzamer en werd enkel herhaaldelijk gevangen in het Bertembos en het Rodebos (Ottenburg).

Het is een soort van open bossen, bosschages, en verruigde

graslanden met struiken. Tijdens 2002 werd l exemplaar aangetroffen op de berm van de E3 l 4 ter hoogte van de Termunkveld. De larven van deze mooie zweefvlieg leven in de nesten van Wegmieren Lasius niger.

De Gewone

citroenzwever Xanthogramma pedissequum lijkt een beetje op de Stipfopwesp, en komt in dezelfde biotopen voor. De larven van deze soorten leven, zoals de meeste zweefvliegen van bladluizen. Twee soorten die volgens Decleer en Verlinden

( 1987)

gebonden zijn aan tuinen

zijn de Grote narcisvlieg Merodon equestris en de Gewone bollenzwever Eumerus

strigafus. De larven van de zweefvliegen leven in bolgewassen (bijvoorbeel tulpen of krokussen} en vertonen daardoor een zekere binding met tuinen en 44


Ongewervelden

bollenkwekerijen. Naast tuinplanten kunnen natuurlijk ook wilde bolgewassen dienen als voedselplanten voor de larven. Je kan deze zweefvliegen dus ook in meer natuurlijke biotopen, als de Koeheide, aantreffen.

Mogelijke

gastheerplanten in de Koeheide en Bertembos zijn Vogelmelk Ornithogalum umbellatum, Kraailook Allium vinea/e, Salomonszegel Polygonatum mult1florum, en Meiklokjes Convallaria majalis. Twee interessante graslandsoorten zijn het Gewoon platvoetje Platycheirus clypeatus en het Vlinderstrikje Pyrophaena rosorum. Het Gewoon platvoetje is algemeen in Vlaanderen, maar er zijn aanwijzingen dat de soort de laatste decennia in Vlaanderen en Nederland is achteruitgegaan. Het Vlinderstrikje wordt beschouwd als een indicator van botanisch rijke graslanden. Naast de soorten die we in de Koeheide hebben waargenomen, zijn er soorten die we enkel in de naburige gebieden aantroffen en mogelijk belangrijk zijn voor het beheer van de Koeheide. In het Bertembos komen tal van zeldzamere bossoorten voor die we niet in de Koeheide moeten verwachten.

De Kleine

langlijf Sphaerophoria rueppelli is echter een soort van ruderale terreinen en pioniersvegetaties. De soort kent een zuidelijke verspreiding in Europa. In BelgiĂŤ vertoont de Kleine langijf een voorkeur voor warme terreinen. De soort werd herhaaldelijk gevangen aan de rand van Bertembos en is in de Koeheide te verwachten Twee andere soorten van gelijkaardige terreinen, de Glimmende platbek Hern i gia hern i gien de Bokspoot-platbek Neocnemodon latitarsis, werden ook reeds gevangen in Bertembos. Deze zwarte, onopvallende zweefvliegjes werden

misschien over het hoofd gezien tijdens de inventarisatie van de

Koeheide. De voornaamste soort die op de Roeselberg werd aangetroffen, maar niet op de Koeheide was Pipizella annulata. Deze xerophiele soort werd nooit eerder in Vlaanderen en slechts enkele malen in Nederland (Zuid-Limburg) aangetroffen en heeft geen Nederlandse naam.

Koe heide

Bertembos

Roeselberg

Dijle land

Aantal soorten

43

91

24

- 180

Eurytoop

543

Bos

373

713 253

233 563 133 23

Moeras

23

383 533 23

Grasland

23

33

03

Tuinen

53

Xerophiel/Heide

03

33 13

03 43

03

23 43

Tabel 2: Zweefvliegen-soortensamenstelling van De Koehe1de (incl. Termunkveld, Bertem-Leuven), Bertembos (Bertem-Herent), Roeselberg (Herent), en Regio Di;ĂŻeland

45


Ongewervelden

Figuur 1: De Grote Fop wesp Chrysotoxum cautum.

Figuur 2: Schorpioen vliegen zijn geen Diptera

Typisch voor vliegen zijn de gereduceerde

- ze hebben 4 vleugels

achtervleugels ("haltertjes'/ Het kenmerk voor zweefvliegen is de "venia spurta ".

Zweefvliegen en Natuurbeheer Het overwicht aan algemene en eurytope soorten kan de indruk wekken dat de Koeheide geen groot belang heeft voor zweefvliegen. Het is inderdaad zo dat bos- en moerasgebieden een veel rijkere zweefvliegenfauna hebben dan open, drogere gebieden. Zweefvliegen zijn dan ook wellicht niet de beste insectengroep als uitgangspunt voor het beheer van de Koeheide. Toch zijn er enkele aanbevelingen te doen: l) Dood hout en oude bomen: Bij oude bomen denken we vaak aan onze grote bosgebieden en vergeten we het meer open landschap. Houtwallen en oude boomgaarden kunnen echter erg belangrijk zijn voor houtbewonende insecten. De houtstoven in holle wegen zijn soms eeuwenoud. Oude houtwallen, boomgaarden, en holle wegen moeten dan ook beschermd worden. Oude bomen worden zoveel mogelijk bewaard, eventueel door middel van boomchirurgische ingrepen, maar met aandacht voor de levensruimte van de houtbewonende insecten. 2) Bolgewassen: Zoals hierboven beschreven, zijn bolgewassen belangrijk gastheerplanten voor een aantal zweefvliegen. Onze inheemse bolgewassen treffen we vooral aan in holle wegen. Het behoud van holle wegen met een brede berm is dus erg belangrijk.

3)

Graslanden: De Koeheide bevat een aantal floristisch interessante graslanden.

Het betreft een aantal weiden aan de Kouter en hooilanden en weiden aan de rand van het Bertembos. Over het algemeen is begrazing van graslanden wel 46


Ongewervelden

geschikt voor verschraling en bevordering van de botanische rijkdom, maar biedt het weinig kansen aan bloembezoekende insecten en andere ongewervelden. Daarom is het belangrijk dat er een afwisseling is van gemaaide percelen (hooilanden) en begraasde percelen (weiden). Begrazingsbeheer moet voldoende extensief zijn, zodat bloeiende planten en ruigtekruiden nog enige kansen krijgen.

4) Houtwallen: Houtwallen zijn niet enkel belangrijk voor houtbewonende insecten maar bieden ook nektarplanten voor bloembezoekers en creëren door het breken van de wind een bijzonder microklimaat. Houtwallen verdienen dus absolute bescherming. Bij het aanleggen van nieuwe houtwallen kan er aandacht geschonken worden aan een goede afwisseling van de bloeiende struiken, zodat er gedurende een groot deel van het jaar nectar aanwezig is. Wilgen Soli>< bloeien bijvoorbeeld in het vroege voorjaar, gevolgd door Sleedoorn Prunus serotino, dan Meidoorn Crotoegus, en zo verder.

5) Zoomvegetaties: De overgang van bos naar meer open biotopen wordt een zoom- of mantelvegetatie genoemd. Goed ontwikkelde zoomvegetaties bestaan uit grote houtstruwelen met vele ruigtekruiden. Deze biotopen zijn erg belangrijk voor ongewervelden als vlinders en zweefvliegen, maar zijn in Vlaanderen zeldzaam. Zelfs in natuurreservaten wordt er vaak een scherpe overgang tussen bos en grasland gecreëerd door intensief maaien of begrazen tot aan de bosrand. De planten die in zoomvegetaties groeien (bv bramen en distels) worden in een botanisch geïnspireerd beheer immers niet hoog aangeslagen . In de Koeheide komen aan de rand met het Bertembos nog uitgebreide zoomvegetaties voor. Deze gebieden zijn van zeer groot belang voor de biodiversiteit in het gebied en moeten verdere kansen krijgen.

Conclusies Het Dijleland is rijk aan zweefvliegensoorten gebonden aan oude, vochtige bossen en aan moerasgebieden. De Koeheide biedt echter een biotoop voor soorten die een drogere en zonnigere omgeving verkiezen. Het aantal soorten dat in zulke biotopen voorkomt is eerder beperkt, maar een aantal van die soorten is zeldzaam of bedreigd in Vlaanderen. Joris Menten Referenties Barendregt (2001) "Zweefvliegentabel" Negende druk, Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht Verlinden (1991) "Zweefliegen" Fauna van België, KBIN, Brussel Verlinden & Decleer (1987) "The Hoverflies of Belgium and their Faunistics." Studiedocumenten van het KBIN Nr 39, Brussel De illustraties zijn uit: Goot, V. S. van der (1981) "De zweefvliegen van Noordwest-Europa en Europees Rusland, in het bijzonder de Benelux." KNNV, Amsterdam 47


Amfibieën

De Vroedmeesterpad in het Dijleland Door uitbreiding naar een zekere toekomst? De Vroedmeesterpad is in het Dijleland een bijzondere verschijning. Op de Voerstreek na, komen er in Vlaanderen immers slechts een vijftal geïsoleerde populaties voor. De soort is vooral gekend omwille van het bijzonder gedrag van het mannetje, dat de 'dril' rond z'n achterpoten windt. Natuurliefhebbers in het Dijleland kennen vooral de klassieke en bijzondere roep van de soort. Het is een zeer typisch en bijzonder geluid dat de zomernachten op het plateau doorsnijdt. De toekomst van de soort in het Dijleland is al geruime \

tijd het zorgenkind van de lokale natuurbeschermers. bevindt

zich

D e soort

immers

zowel

ecologisch (noordrand van het areaal)

als

lan dschappelijk

(landbouwgebied) in een hoekje.

Ecologie De Vroedmeesterpad is een zuiderse soort die zich in onze streken aan de noordgrens van z'n areaal bevindt. Hierdoor is de pad Mannetje Vroedmeesterpod met eipokket. (Neen/se, 1 mei2004) Foto:HonsRoosen

in onze streken gevoelig voor koude, vooral in de zomer. De soort is

in

Vlaanderen

dan

ook

gebonden aan gebieden die een snel opwarmend landbiotoop bieden (muren, rotsen,

".

). Ideaal zijn weinig

begroeide zuidhellingen. Voor de voortplanting is vooral de relatie tussen land­ en waterbiotoop belangrijk. Het snel opwarmende landbiotoop bevindt zich in de onmiddellijke omgeving van een poel. De soort verplaatst zich immers over beperkte afstanden. Aan de poel zelf worden weinig eisen gesteld, de larven bezitten een grote temperatuurtolerantie. Er is weinig geweten over de gevoeligheid voor verontreinigingen. De koude van de winter wordt ontvlucht in vorstvrije graften of hellingsbossen. In het Dijleland is dit biotoop nog frequent aanwezig. Het is dan ook vooral het voortplantingsbiotoop, in combinatie met het landbiotoop, die geschikte plaatsen voor de vroedmeesterpad creëren.

48

-


AmfibieĂŤn

Dijleland Sinds jaar en dag is de soort in het Dijleland bekend van een weidepoel aan de hoeve Tersaert (op de grens tussen de gemeenten Huldenberg, Tervuren en Bertem). Deze poel is reeds gekarteerd op het einde van de achttiende eeuw. Het bijzondere aan deze poel is dat de zuidrand aan een oude trambedding (stenig, zuid-georiĂŤnteerd) grenst. Bovendien bevindt er zich op minder dan l 00 m een hellingbos (deel van Tersaertbos). Alle elementen voor een ideaal biotoop zijn dus aanwezig. Gezien de omgeving (erosiegevoelige akkers) en de bestemming op het gewestplan (landbouwgebied) bestond toch het risico dat deze poel zou verdwijnen, bvb. door inspoeling van erosiemateriaal van de omliggende akkers. De populatie heeft dus een voortplantingsbiotoop dat op langere termijn wel eens (periodiek) zou kunnen verdwijnen. Hierdoor is de populatie in feite erg kwetsbaar. In de loop der jaren is de omvang van de populatie niet systematisch opgevolgd. Zeker is dat sinds de jaren '80 de soort elk jaar waargenomen is aan de poel, met een populatie die steeds tussen 5 en 20 roepende exemplaren bestond (zowel vrouwelijke als mannelijke exemplaren fluiten of roepen). Hoewel in de onmiddellijke omgeving nog poelen en grachten aanwezig zijn, zijn er nooit padden waargenomen ver van de Tersaertpoel. Omdat de populatie op een ongelukkig plaats voorkwam, rees de vraag naar maatregelen om de toekomst van de vroedmeesterpad veilig te stellen. Daarom werd in

1994 een soortbeschermingsplan opgesteld (Vervoort, 1994). Centraal in dit plan staat de aanleg van nieuwe poelen op analoge plaatsen en in de

onmiddellijke

om geving

van

de

Tersaertpoel, in de hoop dat de soort zelf deze nieuwe

habitats

zou

opzoeken. Hoewel in het veld er weinig van te zien is, wordt er tien jaar na het opstellen De we1depoel van Tersaart, Neerijse. Foto: Frederik Fluyt

van

het

bescher mingsplan nog steeds gewerkt aan de realisatie van die poelen.

49


-------------··-.......

Amfibieën

figuur !: Verschillende stoppen in de uitbreiding van de populatie van de Vroedmeesterpod in de omgeving van de Tersoerthoeve (Huldenberg). Links: Tersoerthoeve en -poel. Rechts: Zandgroeve.

Omdat de meest duurzame en zekere oplossing voor de Vroedmeesterpad erin bestaat dat alle betrokkenen vrijwillig acties onder nemen (zonder het "opdringen" van poelen), is er de voorbije jaren veel energie gestoken in het overtuigen van betrokkenen. Dit is een tijdrovend proces dat tot op heden weinig terreinresultaat opleverde. Er wordt in de gemeente Huldenberg echter nog steeds aan gewerkt...

Tot in 2002... Naar aanleiding van een inventarisatie van de amfibieën in de Laanvallei (in het kader van het natuurinrichtingsproject Laanvallei), hebben experten een bezoek gebracht aan de poel van Tersaert (Crombags, ook op de poel die zich

2003). Hun oog viel echter

500 m ten zuidoosten van de Tersaertpoel bevindt. In

beide poelen is intensief gevist naar vissen en amfibieën. Tot ieders grote verrassing vingen ze in beide poelen larven van de Vroedmeesterpad. De pad had dus kennelijk een tweede populatiekern kunnen stichten. Belangrijker is dat de relatief grote afstand tussen beide poelen overbrugd is. Dit is weergegeven in figuur l.

50


Amfibieën

Figuur 2: Waarnemingen van roepende Vroedmeesterpodden in 2003 in de omgeving van de Tersoerthoeve (Huldenberg). Elk punt vertegenwoordigd één roepend exemplaar op één dog.

2003 werd vervolgens een feestjaar. Niet alleen was er veel activiteit van roepende padden aan de poel van Tersaert (en ruime omgeving), ook in de buurt van de zuidoostelijke poel zijn roepende padden (tot max. 7 ex.) aangetroffen. Verheugd door deze uitbreiding, is dan op verschillende avonden nagegaan waar er nog exemplaren voorkwamen. Dit bleek in de ruime omgeving te zijn van de beide poelen. Zelfs rond de poel in de zandgroeve van De Cock werden tot 3 roepende exemplaren aangetroffen. Figuur 2 schetst het resultaat van deze zoekacties. Tot 700 meter in de omtrek van de Tersaertpoel werden padden aangetroffen, met een concentratie langsheen de Vloedgroebbe en het naburig hellingbos, evenals langsheen het Tersaertbos ten noorden van de poel.

2004 en verder In de onmiddellijke toekomst wordt getracht te voorkomen dat de poel in de zandgroeve verdwijnt. Dit jaar zal immers bevestigd worden of de Vroedmeesterpad erin geslaagd is dit nieuw (en zeer geschikt) biotoop te koloniseren en een populatie te stichten. Bij recente bezoeken eind mei aan het gebied werden alvast op de drie plaatsen verschillende roepende exemplaren waargenomen (H. Roosen, pers. med.). 51


Amfibieën

Daarnaast wordt er verder gewerkt om op verschillende plaatsen poelen aan te leggen. Aangezien nu op het terrein vastgesteld is welke plaatsen de pad verkiest, kan verantwoorder een poel aangelegd worden (vnl. te situeren nabij de hellingbossen). De betrokkenen worden nog steeds warm gehouden en gemaakt voor de aanleg van een poel in hun weide. Daarnaast bestaan er nog steeds plannen om de Vloedgroebbe een nieuwe 'lay-out' te geven. Naar aanleiding hiervan moet het mogelijk zijn ideaal landbiotoop (schrale zuidhellingen) en eventueel enkele poelen.

Oproep Tot slot van dit artikel nog een warme oproep aan alle geïnteresseerde natuurliefhebbers. •

Rij niet meer met de wagen tot aan de Tersaerthoeve, maar parkeer aan de zandgroeve. Er zitten veelvuldig vroedmeesterpadden langs en op de weg, ook overdag (Vroedmeesterpadden zijn soms ook, zij het zelden, overdag actief.

Aangezien de pad zich tijdens warme voorjaren (zoals

2004)

ver kan

verplaatsen, is het mogelijk dat hij andere gebieden dan de vallei van de Vloedgroebbe bereikt. Ten zuiden van de Vloedgroebbe liggen nog vele poelen en vijvertjes. Wie weet geraakt hij ook daar nog. •

Begin juni

2004 is de pad in de

Laanvallei waargenomen. Ogen en oren

openhouden rond alle poelen, steilranden en andere potentiële biotopen is dus de boodschap. •

Nieuwe en aanvullende waarnemingen van de verschillende deelpopulaties, alsook van eventueel nieuwe vindplaatsen zijn welkom bij Bart Vercoutere (b.vercoutere@haskoning.be)

Dankwoord Dit artikel kwam tot stand met de hulp van Boudewijn Goddeeris en Piet De Becker. Hans Roosen, Frederik Fluyt en Kelle Moreau bezorgden me hun recente waarnemingen, waarvoor veel dank.

Bart Vercoulere b. vercoulere@haskoning.be Literatuur

Crombaghs B. 2003. Onderzoek naar vissen en amfibieën in de Laanvallei. Rapport in opdracht van AMINAL afd. Natuur, Leuven. Bauwens D. & Claus K. 1996. Verspreiding van amfibieën en reptielen in V laanderen. W ielewaal vzw, Turnhout Lenders A.J.W. 2000. Beschermingsplan vroedmeesterpad en geelbuikvuurpad 2000-2004. Ministerie van Landbouw , Natuurbeheer en visserij, 's Gravenshage. Vervoort R. 1994. Soortbeschermingsplan voor de Vroedmeesterpad in V laams brabant. Studie in opdracht van AMINAL afd. Natuur uitgevoerd door het K.B.l.N , Brussel. 52


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving. Maart - mei 2004 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode maart - mei

2004.

De

bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud­ Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode maart - mei

2004

omvatten. Waarnemingen

10 september 2004 verwacht bij Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27 A, bus 0201, 3001 Heverlee, t: 0486/125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be. worden voor

De metereologische omstandigheden tijdens het voorjaar van

2004 kunnen erg

kort beschreven worden. Tijdens de laatste twee decaden van april zorgden zachte luchtstromingen voor een te hoge temperatuur voor die periode van het jaar, daarna gedroeg de gemiddelde temperatuur zich normaal. De tweede helft van het voorjaar, en dan vooral de eerste helft van mei, kende een abnor­ maal laag aantal neerslagdagen. Over de maanden maart, april en mei sa­ men bekeken kende

2004 één van de tien droogste voorjaren sinds het begin van de metingen (co 1840). De vogels dan. Tijdens de maand maart werden de laatste waarnemingen van overwinterende soorten als Smient, Roerdomp, Houtsnip en Barmsijs opgetekend. Ook Grauwe Gans en Bokje werden de laat­ ste keren gezien, en bij de meeuwen vielen een Geelpootmeeuw en een Grote Mantelmeeuw op. Soorten van dewelke de voorjaarstrek zich beperkte tot de maand maart waren P"1jlstaart, Goudplevier, Kluut (3 ex.) en Boomleeuwerik ( 1 ex.). Een verassing kwam er eind maart nog onder de vorm van een Hop. Grote Zilverreigers en Blauwe Kiekendieven bleven tot grofweg half april in de regio en de laatste waarnemingen van Pontische Meeuw en Waterpieper vonden later deze maand plaats. Bergeenden bleven dit jaar op meerdere plaatsen in de streek het ganse voorjaar pleisteren. Kleine Zilverreiger en Kraanvogel werden in elke voorjaarsmaand vastgesteld, met van de laatste soort telkens een pleister­ aar in april en in mei. Vanaf april kwam de voorjaarstrek goed op gang, er wer­ den in totaal bijvoorbeeld min. 26 Ooievaars, Wouwen,

10 Rode Wouwen, min. 9 Zwarte

8 Visarenden en 4 Smellekens gemeld, en ook van Paapje en Tapuit

werden opmerkelijk veel waarnemingen ontvangen. In April kwamen daar bui­ ten de obligate Bruine Kiekendieven en Boomvalken ook 2 Grauwe Kiekendieven en een Slechtvalk bij, en werden ook een Dwergmeeuw,

3 Duinpiepers, enkele

Rouwkwikstaarten, de eerste Noordse Kwikstaarten, 5 Beflijsters, een Bonte Vlie­ genvanger en nog een Hop genoteerd. De traditionele steltlopersoorten (Kleine Plevier, Bonte Strandloper, Tureluur, Groenpootruiter, Witgat, Oeverloper, Waters53


Vogels

nip, Kemphaan) kenden een goed voorjaar met veel doorgegeven waarne­ mingen, maar Grutto

( 1 ex.) en Bosruiter (2 waarnemingen) deden het slecht. Er

waren echter ook enkele steltlopers die het opmerkelijk goed deden: Bontbekplevier, Scholekster en Temmincks Strandloper. Voor de regio nog spec­ taculairder waren de waarnemingen van Regenwulp, Kanoet en Rosse Grutto in mei. Mei kenmerkte zich verder onder meer door de terugkeer van soorten als Kwartel, Wespendief, Zomertortel, Wielewaal en ... jawel we mogen weer de Woudaap aan dit rijtje toevoegen. Andere stervogels in mei waren Amerikaanse Wintertaling, Zwarte Ooievaar, Lepelaar, Zwarte Stern, Engelse Kwikstaart, Grauwe Klauwier en Ortolaan. Er werden tevens late data voor Klapekster en Koperwiek doorgegeven. Van het broedvogelfront bereikten ons gunstige berichten in verband met Bergeend (hoewel gunstig?), Zomertaling, Porseleinhoen en Mid­ delste Bonte Specht, maar ook de opmars van de Blauwborst, de bevestiging van de Cetti's Zanger en het dappere volhouden van de laatste Grauwe Gorzen viel te bejubelen. Bij de zangvogels waren er overigens opmerkelijk weinig Fitissen, terwijl Boompieper en Fluiter al helemaal ontbraken in de gekende broed­ gebieden. Ook Grauwe V liegenvangers werden amper opgemerkt. Zangers waarvan dan weer wel meer waarnemingen werden ontvangen dan gewoon­ lijk waren Rietzanger, Spotvogel (min.

12 locaties) en

Braamsluiper

( 12 locaties).

Van Gekraagde Roodstaart, Roodborsttapuit en Europese Kanarie werden zo­ als gewoonlijk een handvol gegevens ontvangen. Enkele soorten die volledig ontbraken waren Geoorde Fuut, Zwarte Ruiter en Nachtegaal. Waarnemingen van onder meer alle exoten, Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend, Wintertaling, Tafeleend, Kuifeend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Blauwe Reiger, Havik, Waterral, Kievit, Kleine Mantelmeeuw, Kerkuil, Steenuil, Ijsvogel, Zwarte Specht, Kleine Bonte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Graspieper, Kramsvogel, Vuurgoudhaan, Glanskop, Ringmus, Keep, Putter, Sijs, Goudvink, Appelvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Hetzelfde geldt voor ongedetermineerde kiekendieven, valken, rallen, strandlopers, ruiters, meeuwen en kwikstaarten. Bij de onzekere en bijge­ volg ook niet opgenomen waarnemingen die het afgelopen voorjaar werden ontvangen vielen een Steppekiekendief, een Kleine Waterhoen en meerdere Raven het meest op. Een getal achter een soortnaam slaat op het aantal waar­ nemingen dat tijdens de behandelde periode voor de betreffende soort werd ontvangen, en geeft dus geen informatie over het aantal geobserveerde indi­ viduen. In Figuren 1 en

2,

die resp. de voorjaarstrek van de algemenere stelt­

lopers te Oud-Heverlee en van Paapje en Tapuit te Leefdaal/plateau schetsen, worden dagmaxima gegeven, zoals die rechtstreeks konden worden afgeleid uit de doorgegeven waarnemingen. De fenologietabel behandelt enkel deze zomervogels die in het afzonderlijke soortenoverzicht niet aan bod kwamen. Hier worden voor vogelsoorten die bij ons in hun broedgebied zijn aangekomen telkens de twee eerste aankomstdata op verschillende locaties vermeld. In het geval van doortrekkers kan het echter voorkomen dat meermaals dezelfde locatie wordt vermeld bij dezelfde soort. 54


Vogels

Grauwe Gans Anser onser 13/03

1 O ex. naar N over Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau)

Bergeend Todorno todorno 123 In de Dijlevallei ten Z van Leuven bleven tot op het einde van de periode Berg­ eenden pleisteren, met de grootste aantallen te Oud-Heverlee en Neerijse/Grote Bron. De maandmaxima werden vastgesteld op volgende data:

(J. Nysten)

21/03

2 ad te Oud-Heverlee/N, 17 ad te Neerijse/Grote Bron

11 /04

2 ad te Oud-Heverlee/Z, 10 ad te Neerijse/Grote Bron, 2 ad in de Doode Bemde, 2 ad te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 4 ad te Gastuche (B. Nef, A. Verboven), 2 ad te Nethen (K. Van Scharen)

02/05

3 ad te Oud-Heverlee, 2 ad te Neerijse/Grote Bron, 3 ad in de Doode Bemde, 4 ad te Gastuche (B. Nef)

Buiten de Dijlevallei werden in de regio ook Bergeenden waargenomen in de Molenbeekvallei te Kwerps met 2 ad op 17 /03 en 1 /05 (N. Rogiers, M. Hens, K. Moreau, B. Creemers), te Wilsele met 2 ad van 3 tot 14/04 (K. Van Scharen, L. Vekemans,

J. Bogaert, B. Markey, S. D'Hont), 4 ad op l /05 (versch. waarn.) en

terug 2 ad op 13/05 (K. Moreau) en in het Park van Tervuren met 2 ad op 20/04 (A. Reygel). Verder waren er ook enkele waarnemingen op de plateaus ten W van de Dijlevallei (F. F luyt e.a.). Te Neerijse/Tersaert werd op 9/04 de eerste adult opgemerkt (A. Smets), op 12/05 kwamen hier 8 pulli uit, die nog minstens de dag nadien werden waargenomen (L. Vandenwyngaert), maar op 24/05 zat het koppel er verweesd bij, zonder pulli (F. F luyt). Niettemin betrof het hier het eerste broedgeval van Bergeenden in de V laamse Dijlevallei sinds een koppel in mei­ juli 1996 8 jongen succesvol opvoedde te Oud-Heverlee/Z. In het Waalse Basse Wavre was er in juni 2002 nog een koppel met 9 pulli.

Smient Moreco penelope 13 Tijdens de maand maart verbleven er bijna continu enkele Smienten te Oud­ Heverlee/N (meestal 2m3v; versch. waarn.), met max. 2m5v op 22/03 (W. Des­ met). Het tweede hoogste aantal van de maand vormde meteen de laatste voorjaarswaarneming met 2m4v op 28/03 (B. Creemers).

Pijlstaart Anos ocuto 40 De eerste voorjaarstrekkers voor regio Leuven anno 2004 waren 1m2v te Oud­ Heverlee/N op 3/03 (B. Creemers). Vanaf dan bleef de soort aanwezig tot op 4/ 04 met 1m te Neerijse/Grote Bron, 3 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (K. Moreau) en 1m te Gastuche (B. Nef). Actieve trek werd vastgesteld op volgende data: 07 /03

22 ex. over Oud-Heverlee/N (B. Nef), 13 ex. over Neerijse/Grote Bron (R. Hellen) 55


Vogels

12 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

08/03

Maximale aantallen per decade: 27 ex. te Neerijse/Grote Bron, 1m1v in de Doode Bemde (B. Nef) 07/03 14/03

1 m2v te Oud-Heverlee/N, 22 ex. te Neerijse/Grote Bron, 2m1v in de Doode Bemde (B. Nef)

27 /03

1v te Oud-Heverlee/N, 15 ex. te Neerijse/Grote Bron, 2m te Gastuche (B. Nef, J. Nysten)

Amerikaanse Wintertaling Anas carolinensis 02/05

's ochtends 1 m in de Doode Bemde (B. Nef)

Dit betreft de derde waarneming voor het Dijleland na een ex. op 11/04/03 te Oud-Heverlee/Z en een langere pleisteraar van feb tot apr 1992.

Zomertaling Anas querquedula 20 De eerste Zomertaling voor 2004 was een vrouwtje te Heverlee/Abdij van P ark op 29-30/03 (K. Moreau, J. Quartier). Op 5-6/04 werd hier terug 1 v gezien

(K.

Moreau) en op 22/04 waren er 2m2v aanwezig (L. Vekemans). Ten N van Leuven werd de soort genoteerd te Wilsele, met resp. 2m, 1m en 1v op 3, 7 en 10/04 (K. Van Scharen, K. Moreau, S. D' Hont, B. Markey). Een vreemde locatie voor deze soort vormde de zandgroeve te Haasrode, waar op 27/04 1 m zat (J. Nysten). In de Dijlevallei werden tijdens het voorjaar van 2004 opvallend weinig Zomertalingen genoteerd, met te Oud-Heverlee enkel 2m op 16/04 (A. Smets) en te Neerijse/Grote Bron enkel 1m op 9, 11 en 17 /04 (A. Smets, B. Nef, J. Nysten, K. Moreau). In de Doode Bemde werden max. 3m l v vastgesteld op 16/04 (A. Smets, E. De Broyer), maar hier deed zich zeer waarschijnlijk toch een broed­ geval voor, op een voor het publiek afgesloten perceel (P. De Becker).

Kuifeend

x

Tafeleend Aythya fuligula x tenno

Te Oud-Heverlee/N werd het vrouwtje van deze hybride nog waargenomen tot op 27/03 (J. Nysten, B. Nef, L. Vekemans, K. Moreau). Op 25/04 wordt een vrouwtje opgemerkt te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef).

Kwartel Coturnix coturnix De eerste Kwartel voor 2004 zong op 1/05 op het Leefdaalse plateau (M. Hens e.v.a.). Ook de volgende dag was deze vogel nog te horen (A. Verboven). Daarna kwam er enkel op 30/05 nog een melding van een zangpost Kwartel te Leefdaal (J. Nysten). Intussen werden wel enkele visuele waarnemingen ge­ daan, met te Leefdaal telkens 1 ex. op 2, 3 en 9/05 (S. Horemans, F. Fluyt, J. Kempeneers) en te Meerbeek/pompstation 1 ex. op 22/05 (A. Smets).

56


Vogels

Grote Zilverreiger Cosmerodius olbus 39 In de Dijlevallei ten Z van Leuven werden tot half april nog Grote Zilverreigers waargenomen (vooral te Oud-Heverlee maar ook in de Doode Bemde, te Sint­ Agatha-Rode en te Gastuche) met maximaal 3 ex. op 7-8, 14 en 27/03 (B. Nef, J. Nysten, B. Creemers, L. Vekemans, F. Fluyt, K. Moreau). Het laatste geval betrof een ex. in de Doode Bemde op 16/04 (E. De Broyer). Op 15/03 vloog een duide­ lijke doortrekker naar NW over Terlanen (H. Roosen) en op 3/04 vloog 1 ex. naar N over Heverlee/ Abdij van Park (J. Kempeneers).

Kleine Zilverreiger Egretto olbo 23/03

2 ex. te Wilsele/Z (J. Cuppens)

28/04

2 ex. naar NO over Oud-Heverlee/Z (M. Schurmans)

19/05

2 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Hens)

Woudaap lxobrychus minutus 24 Op 16/05 werd de soort voor het derde opeenvolgende jaar vastgesteld te Heverlee/Abdij van Park (J. Grootjans, W. Goussey). Een solitair mannetje kon hier tot op het einde van de periode worden gehoord, maar hij liet zich niet altijd gemakkelijk bekijken (versch. waarn.).

Roerdomp Botourus stel/ons 07/03

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. F luyt, B. Nef), 1 ex. te F lorival (B. Nef)

27/03

1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

30/03

1 ex. te Kwerps/Z (J. Rutten)

Ooievaar Ciconio ciconio Tijdens het voorjaar van 2004 werden in regio Leuven min. 26 Ooievaars waar­ genomen. Na 1 ex. op 27/02 ging het om de volgende meldingen: 04/03

1 ex. naar N over Bertem (S. Bouillon)

07/03

1 ex. over Neerijse/Loonbeekstraat (B. Michiels)

11 /03

1 ex. thermiekend tss Oud-Heverlee/Z en Neerijse/Grote Bron (T. Roels)

13/03

1 ex. naar N over Neerijse/Grote Bron (S. Goethals, S. Bouillon)

17/03

1 ex. naar N over Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau), 1 ex. over te Loonbeek/ Kouterstraat (B. Michiels)

22/03

2 ex. boven Heverlee/Arenberg (T. Roels)

23/03

1 ex. naar N over Bertem (S. Bouillon)

27/03

1 ex. laag boven Oud-Heverlee/Zoet Water, valt in te Vaalbeek (K. Moreau)

02-03/04 5 ex. overnachten te Sint-Joris-Weert/Appelfabriek (J. Butaye) 09/04

1 ex. over Ottenburg (F. Vandeputte)

15/04

2 ex. naar N over Meerbeek/Pompstation (F J Moerman), 1 ex. naar N over Oud-Heverlee (B. Thuysbaert) 57


Vogels

17/04

1 ex. naar Z over de Dijlevallei, valt in te Ormendael (F. F luyt, A. Smets, K. Van Scharen, K. Moreau) waar de vogel kort blijft pleisteren.

20/04

1 ex. naar NO over Leuven/T iensevest (H. Roosen)

23/04

1 pleisterend ex. te Kessel-Lo/Leopoldspark (metalen ring) (S. Goethals)

24/04

1 ex. cirkelend boven Oud-Heverlee/Korbeek-Dijle, dan naar N (M. Hens)

06/05

1 ex. ter plaatse te Oud-Heverlee/N en dan naar N O, iets later terug 1 ex. naar N over Oud-Heverlee/Z (dezelfde?) (S. Peten)

Zwarte Ooievaar Ciconia nigra 02/05

1 ad naar N over de Doode Bemde (K. Moreau)

Lepelaar Platalea leucorodia 12/05

om 7u45 1 ex. in de Doode Bemde (V MW-vijvertjes), dan naar Z (S. Goethals)

De vorige Lepelaar voor regio Leuven was een adult te Sint-Agatha-Rode/Groot­ broek op 23/04/95.

Wespendief Pernis apivorus 15 De eerste Wespendief voor 2004 vloog op 3/05 over Overijse/Maleizen (S. Pe­ ten). Dan was het wachten tot op 15/05 1 ex. rondcirkelde boven Terlanen (H. Roosen) en 1 ex. over Everberg trok (A. Smets). Vanaf 17/05 werden op 11 data 1 of 2 ex. vastgesteld in de regio, waarbij het vooral om doortrekkers ging (versch. waarn.). Vooral in de grotere Leuvense bosgebieden bleek de soort in voor­ gaande jaren erg moeilijk terug te vinden, dat ze daar toch wel durven komen bleek nog maar eens toen op 28/05 een ex. werd gezien in Meerdaalwoud (aan de Warandevijver)

(J. Lambrechts).

Rode Wouw Milvus m1lvus 07/03

1 ex. naar N over Leefdaal/plateau (A. Smets)

20/03

1 ex. over Heverlee/Geldenaaksebaan

18/04

1 ex. over Blanden/Kartuizerstraat

29/04

1 ex. naar

02/05

1 ex. naar N over Huldenberg/plateau (F. F luyt)

09/05

2 ex. boven Meerbeek/Den Tomme (E. Le Docte, F J Moerman)

10/05

1 ex. met prooi naar Z over Everberg (A. Smets)

20/05

1 ex. naar N over Leuven/Voorzorgstraat (W. Verhoeven)

29/05

1 ex. te Bierbeek (eerst tss de watertoren en de Bremt te Lovenjoel,

(1.

(Y. Vonden Bosch)

Verhuizen, T. Verbeeck)

0 over Meerdaalwoud (H. Blockx)

uiteindelijk wegvliegend richting Mollendaalwoud) (R. Guelinckx)

58


Vogels

Zwarte Wouw Milvus migrans 25/04

l ex. boven Pécrot, dan naar N (M. Walravens)

26/04

lex. over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (A. Smets)

27/04

l ex. achtereenvolgens naar NO over Oud-Heverlee/N (M. Schurmans), Heverlee/ Celestijnenlaan (K. Moreau) en Leuven/Weldadigheidsstraat

(J. Quartier) 01/05

l ex. naar Z over Korbeek-Dijle (F. F luyt,

J. Nysten), wat later l ex. over

Leefdaal/plateau (A. Smets) 03/05

l ex. cirkelend boven Bierbeek/St. Kamillus (P. Cokelaere)

06/05

l ex. even ter plaatse te Oud-Heverlee/Z (S. Peten)

07/05

l ex. over Bertem

21/05

l ex. ter plaatse te Oud-Heverlee/Z, dan naar Z (M. Hens, L. Hendrickx,

(J.

Verliefden)

S. Horemans) 22/05

l ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek

(J.

Nysten)

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus 28 Na de eerste waarneming van een m over Veltem op 26/02 was het wachten tot op l /04 een ad m naar N trok over Overijse/Maleizen (S. Peten). Vanaf dan werden doortrekkers en pleisteraars verspreid over de zuidelijke helft van de regio genoteerd tot half mei (versch. waarn.). Na 16/05, met een vrouwtje te Leefdaal/plateau (H. Roosen), werd er nog maar l Bruine Kiekendief waarge­ nomen, ook een vrouwtje te Leefdaal/plateau, op 30/05

(J.

Nysten).

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus 15 De waarnemingen vonden mooi gespreid over maart en de eerste twee decaden van april plaats. De laatste Blauwe Kiekendieven werden genoteerd op 24/04 met l imm m te Leefdaal/plateau (F. F luyt) en l ex. in vrouwtjeskleed over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek

(J.

Nysten).

Grauwe Kiekendief Circus pygargus 25/04

l m over Heverlee/Zwanenberg (A. Smets)

27/04

l v naar NO over Heverlee/Celestijnenveld (K. Moreau)

Visarend Pandion haliaetus 02/04

l ex. naar N over de Doode Bemde (F. F luyt)

08/04

l ex. naar N over Gasthuisberg (M. Hens)

09 /04

l ex. naar N over Oud-Heverlee/Z (W. Desmet, L. Vekemans)

16/04

l ex. boven Oud-Heverlee/N, dan verder naar N (B. Thuysbaert)

25/04

l ex. naar N over Pécrot (M. Walravens)

0 l /05

l ex. over Oud-Heverlee (K. Van Scharen)

02/05

l ex. naar N over Oud-Heverlee (B. Thuysbaert)

16/05

l ex. naar N over Korbeek-Dijle (H. Roosen) 59


Vogels

Smelleken Fa/co columbarius 28/03

1v over plateau tss Everberg en Leefdaal (A. Smets)

04/04

1m op aardkluit te Heverlee/Celestijnenveld, dan naar N (K. Moreau)

10/04

1 ex. naar N over Eizer/Horenberg (F. Fluyt)

01/05

1v jagend te Meerbeek/Den Tomme (E. Le Docte)

Slechtvalk Fa/co peregrinus 12/04

1 ex. naar Z over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (A. Smets)

Porseleinhoen Porzana porzana T ijdens het voorjaar van 2004 deed het Porseleinhoen zijn reputatie van onvind­ bare vogel weer alle eer aan in de Doode Bemde. Op 16/04 liet een ex. zich echter eventjes zien (A. Smets), auditieve waarnemingen bevestigden uitein­ delijk 3 zangposten (P. De Becker, A. Verboven, D. Vanaugaerden e.a.).

Kraanvogel Grus grus 16/03

9 ex. naar N over Overijse/Maleizen (S. Peten)

02/04 16/04

5 ex. naar N over Sint-Joris-Weert (L. Vekemans) 1 ex. cirkelend boven Oud-Heverlee/N, verdwijnt dan naar Z (B. Thuysbaert)

17/04

tot 12u 1 ex. (wellicht het ex. van 16/05) pleisterend te Korbeekveld, dan naar N (F. Fluyt, A. Smets, K. Van Scharen, K. Moreau)

08/05

1 imm te Oud-Heverlee/N, hele dag aanwezig (F. Fluyt e.v.a.)

09/05

tot 12u 10 nog steeds het ex. te Oud-Heverlee/N, dan naar N (F. Fluyt)

Goudplevier P/uvialis apricaria 07/03

groepjes van 6 en 3 ex. cirkelend boven Leefdaal/plateau (W. Desmet, B. Creemers)

13/03

7 ex. pleisterend ten N van Bossut (F. Fluyt)

14/03

co 70 ex. naar N over Terlanen (H. Roosen), groepjes van 7, 9, 5 en 1 ex. te Leefdaal/ plateau, 3 ex. te Huldenberg/plateau (F. Fluyt)

15/03

co 25 ex.

16/03

5 ex. pleisterend te Heverlee/Celestijnenveld (K. Moreau)

21/03

9 ex. te Huldenberg/plateau (F. Fluyt)

25/03

4 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (S. Horemans)

+

2 ex. naar N over Terlanen (H. Roosen)

Bontbekplevier Charadrius hiaficu/a 22 Het voorjaar van 2004 werd naar Dijlevalleinormen een zeer goed voorjaar voor Bontbekplevieren, getuige de volgende waarnemingen (dagmaxima), allen op de afgelaten vijver te Oud-Heverlee/Z (versch. waarn.):

60


Vogels

07/05 11/05 13/05 14/05 19/05

5 ex. 4 ex. 3 ex. 1 ex. 1 ex.

(F. Fluyt) (M. Hens, F. Fluyt e.a.) (K. Moreau e.v.a.) (W. Desmet, M. Schurmans) (S. Horemans)

24-25/05 1 ex. (M. Hens, J. Nysten e.a.) 26/05 4 ex. (K. Van Scharen) 27/05 2 ex. (W. Desmet, M. Schurmans) 28/05 1 ex. (M. Hens, W. Desmet)

Kleine Plevier Chorodrius dubius 141 Fenologie: 4 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt, W. Desmet, S. Horemans) 16/03 27/03 3 ex. te Basse Wavre (B. Nef) Vooral de afgelaten vijver van Oud-Heverlee/Z was dit voorjaar 'the place to be' voor Kleine Plevieren. Tijdens het hele voorjaar werden er hier quasi dage­ lijks 1 à 7 Kleine Plevieren waargenomen. Ondanks herhaaldelijke waarnemin­ gen van baltsgedrag en paringen, konden geen broedgevallen worden bewe­ zen. (versch. waarn.). Buiten Oud-Heverlee werden Kleine Plevieren vastgesteld te Basse Wavre (tussen 27/03 en 25/04 met max. 6 ad op 11/04; B. Nef), te Net­ hen (3 ad op 25/04; B. Nef), te Terlanen/Bilande (2 ad op 4 en 16/04; H. Roosen), te Heverlee/ Abdij van Park (2 ad op 3 en 4/04 en 4 ad op 9/04; J. Kempeneers, FJ Moerman e.a.), te Wilsele/Z (1 ad op 10/04; B. Markey), te Haasrode/zand­ groeve (1 à 4 ex. tussen 24/04 en 29/05; J. Vanautgaerden, K. Moreau e.a.) en te Winksele/Gasthuisberg (2 ad van 6 tot 9/05; R. Ghijsen, F. Vandekeybus e.a.). Onverwacht was zeker ook de waarneming van een pleisterende Kleine Plevier te Leefdaal/plateau op 1/04 (F. Fluyt). Scholekster Hoemotopus ostrolegus 04/04 1 ex. te Oud-Heverlee/N, dan naar Z (J. Nysten, M. Hens) 25/04 1 ex. naar W over W ijgmaalbroek (B. Creemers) 01/05 1 ex. te Haasrode/zandgroeve (F. Fluyt, J. Nysten) 02/05 1 ex. te Korbeekveld, later 1 ex. oud te Bertem/radar (F. Geenen, G. Bleys), 's avonds 1 ex. oud op de Gasthuisberg (F. Vandekeybus) l ex. oud te Oud-Heverlee/Z (S. Peten) 03/05 3 ex. te Oud-Heverlee/Z, later naar W (F. Fluyt, M. Hens) 06/05 1 ex. te Haasrode/Stenenkruis (K. Moreau) 08/05 3 ex. te Oud-Heverlee/Z (S. Peten, W. Desmet, K. Van Scharen, A. Smets), 10/05 later hier nog slechts 1 ex. (J. Nysten, M. Hens) Kluut Recurvirostro ovosetto 29/03

3 ex. te Kwerps/N (F. Verdonckt)

Kanoet Co/idris conutus 09/05 1 ad zom te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt e.a.) Voor de vorige waarneming in het Dijleland moeten we teruggaan tot 30/03/97 toen 1 ex. pleisterde te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek. 61


Vogels

Bonte Strandloper Calidris alpino 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (A. Smets, W. Desmet, M. Schurmans e.a.) 07/04 1 ex. in winterkleed te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt, M. Schurmans, M. Hens) 08/04 24-25/04 1 ad zom te Oud-Heverlee/N (J. Nysten, B. Nef, K. Moreau) 11/05

1 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Hens, W. Desmet, F. Fluyt)

Temmincks Strandloper Cal!dris temminck1ĂŻ Wat Temmincks Strandlopers betreft bracht 2004 veruit het beste voorjaar voor de soort tot nog toe. Tot en met 2002 werden er 5 waarnemingen van de soort genoteerd in het Dijleland. Dit jaar werden er daar 5 onafhankelijke gevallen bijgevoegd, zodat het totaal voor de streek nu op 10 waarnemingen komt te staan: 29 /04

1 ex. te Oud-Heverlee/N (H. Blockx)

01/05

5 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Hens,

10/05

2 ex. te Oud-Heverlee/Z

12/05

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Hens, S. Horemans, L. Hendrickx e.a.)

K. Moreau, F. Fluyt, J. Nysten e.a.)

(J. Nysten, M. Hens)

24-26/05 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Hens,

A. Smets, K.

Van Scharen e.a.)

Wulp Numenius arquata 02/03

1 ex. op akker langs Silsombos te Erps

(A. Smets)

25/04

1 roepend ex. op akker te Haasrode/zandgroeve

(K. Moreau)

Regenwulp Numenius phaeopus 08/05

1 ex. te Winksele/Gasthuisberg (F. Fluyt,

K. Moreau)

Grutto Limosa limosa 12/04

kortstondig 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (D. Vanderlinden, B. Michiels)

Rosse Grutto Limosa lapponica 13/05

1 ad ruiend naar zomerkleed te Oud-Heverlee/Z (S. Horemans, M.

Tomballe, M. Hens, S. Peten,

K. Moreau)

Na een ex. te Oud-Heverlee/N op 26/04/0 l, betreft dit slechts het tweede ex. dat na 25 jaren van afwezigheid in de regio werd geobserveerd.

Tureluur Tringa totanus 107 Fenologie: 06/03

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

07/03

2 ex. te Oud-Heverlee/Z

(J. Nysten e.a.), 1 ex. te Neerijse/Grote Bron,

4 ex. te Basse Wavre (B. Nef), 2 ex. te Terlanen/Bilande (H. Roosen) Het doortrekpatroon te Oud-Heverlee wordt weergegeven in figuur 1. Na de reeds hoger gemelde gevallen werden Tureluurs in maart nog opgemerkt te 62


Vogels

Neerijse/Grote Bron (telkens

( l ex. op 27 /03; K. Moreau) en te Heverlee/Abdij van Park

l ex. op 16 en 22/03; J. Quartier, K. Moreau). April bracht enkel Tureluurs

naar Oud-Heverlee, en in mei waren er nog extra waarnemingen in de Doode

(1 ex. op 2/05; K. Moreau, K. Van Scharen, H. Vanderheyden), te Winksele ( l ex. op de Gasthuisberg op 6/05; R. Ghijsen, F. Vandekeybus l ex. nabij Kastanjebos op 11/05; J. Vanautgaerden), te Haasrode/zandgroeve ( l ex. op 13/05;K. Moreau) en te Neerijse/Tersaert ( l ex. op 24/05; F. Fluyt). Bemde

-

Groenpootruiter Tn'nga nebu/oria 115 Fenologie: 27 /03

om

l 5u l 0 l ex. te Bierbeek/plateau (met 8 Kieviten laag boven een

akker vliegend en voortdurend roepend, valt niet in) (K. Moreau) 09 /04

3 ex. te OHZ (A. Smets, J. Nysten, W. Desmet, L. Vekemans)

Het doortrekpatroon van Groenpootruiters te Oud-Heverlee wordt weergege­

l . Buiten Oud-Heverlee lieten doortrekkers zich opmerken over Huldenberg/Spitsberg (2 ex. naar N op l 0/04; F. Fluyt) en over Korbeekveld (2

ven in Figuur

ex. naar N op 12/04; F. Fluyt). Nadien waren er ook pleisteraars te Basse Wavre

l ex. op 25/04 en 2/05; B. Nef), te Tervuren/Park (resp. 6, 3, 3 en 2 ex. op 26, 27 en 29 /04 en 2/05; A. Reygel, J. Lambrechts) en te Kwerps/N ( l ex. op l / (resp. 2 en

05; M. Hens, K. Moreau).

Bosruiter Tn'nga g/areola 23/04

4 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt, M. Schurmans, J. Nysten e.a.)

06-07 /05 2 ex. te Oud-Heverlee/Z (S. Peten, S. D'Hont, W. Desmet, F. Fluyt)

Witgat Tn'nga ochropus 1 9 4 Het doortrekpatroon van Witgatjes te Oud-Heverlee wordt weergegeven in Fi­ guur

l . De laatste waarnemingen in deze grafiek vormden tevens de laatsten

voor de streek. Alle waarnemingen vermelden zou ons veel te ver leiden, de grootste concentraties buiten Oud-Heverlee verbleven in de Doode Bemde (7 ex. van

l tot 3/04; F J Moerman, E. Le Docte, H. Roosen) en te W ilsele (van 3 tot

14/04 met max. 16 ex. op 7 /04; K. Van Scharen, S. D' Hont, K. Moreau, B. Markey). Actieve trekkers werden opgemerkt over Leuven/ Arthur De Greefstraat (2 ex. op 31/03; F. Van de Meutter) en over Heverlee/Celestijnenlaan (telkens

l ex. op

l 0 en 27 /04; K. Moreau). Oeverloper Actitis hypoleucos 98 Fenologie: 24/04

2 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Walravens)

27/04

l ex. te Tervuren/Park (A. Reygel)

Zoals traditioneel werden Oeverlopers tijdens het voorjaar van 2004 op een gro­ ter aantal locaties vastgesteld dan de meeste andere steltlopers. Het patroon 63


Vogels

Figuur 1 : Pleisterende steltlop et·s te Oud-Heverlee1 voorjaar 2 0 04. :z a

Tureluur 1 5

1 a

a

20

Groetlpootruiter

18 1 6 1' 12 10 8 6

2 0

sa

Witgat '0

JO

20

10

0 (""1

e

1.1")

0

64

.......

.......

e

e

......

......

0

1.1")

.......

e

0 N

.......

e

1.1")

('�

.......

e 0 .......

q-

e

V"l 0

q-

e 0 ......

q-

e

•r1

V"l

e

......

......

V"l

0 �·

0 N


l(J/(J4

(15/04

-

-

-

-

-

-

-

-

c30/Q .) --

25/(J5 :

20/0 )

15/(J 5

10/0 J

c-

05/(J 5

30/0 "

25/(J4

201()4

15/0

-

-

-

-

-

-

-

....

30/()3

25/(13

20/03

151()3

10/03

05103

CJ

1

t\l

1

1

(71

§

,.., �

.e -

...

Cl)

00 CJ

CJ CJ

t\l CJ

(.J CJ

� c

Cll

g �·

c

OI

t:::=l

l==l

t:::::i

...

c 1

N

" ai

[(J

c

0

C1) �

""'!l

� i

N

"

Cl) (:;)-

ei (Q


Vogels

van de voorjaarstrek te Oud-Heverlee wordt afgebeeld in Figuur 1, elders wer­ den Oeverlopers waargenomen te Tervuren/Park (nog resp. 1 en 2 ex. op 4 en 10/05;A. Reygel), te Heverlee/Abdij van Park (10 waarnemingen met max. 4 ex. op 11 en 17-18/05;J. Kempeneers e.a.),te Wilsele/N (resp. 3 en 1 ex. op 1 en 13/ 05; M. Hens e.a.),over Haasrode/Blandenstraat (1 ex. over op 2/05;K.Moreau), te Neerijse/Grote Bron (2 ex. op 2/05; B. Nef, K. Moreau), te Basse Wavre (3 ex. op 2/05; B. Nef), te Kessel-Lo/Leopoldspark (1 ex. tijdens de eerste week van mei; B. Markey), te Haasrode/zandgroeve (resp. 3 en 1 ex. op 13 en 23/05; K. Moreau), te Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek (resp. 6 en 1 ex. op 15 en 21-23/05; F. Fluyt, L. Hendrickx,J. Nysten),langs de Dijle te Korbeek-Dijle (1 ex. op 15/05;K. Moreau), langs de Laan te Tombeek (1 ex. op 16/05;H. Roosen) en in de Doode Bemde ( 1 ex. op 16/05; E. De Broyer).

Watersnip Gollinogo gallinogo 100 Ook voor de Watersnip wordt de voorjaarstrek te Oud-Heverlee geschetst in Figuur 1. In de Doode Bemde werd de laatste Watersnip gemeld op 25/04, het voorjaarsmaximum voor het reservaat betrof 8 ex. op 14/03 (B. Nef,M. Walravens). Te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek pleisterde het laatste ex. op 11/04 met max. 19 ex. op 7/03 (B. Nef). Een vierde regelmatige locatie was er te Pécrot, met resp. 17,31,2,21, 11 en 12 ex. op 7,14,18 en 27/03 en 4 en ll/04;B.Nef). Verder waren er waarnemingen te Heverlee ( 1 ex. tussen Dijle en Campus op 13/03; B. Creemers),te Neerijse/Grote Bron (resp. 7 en 1 ex. op 18/03 en 25/04;B. Nef),te Gastuche (telkens 1 ex. op 27/03 en 19 /04; B. Nef), te Wilsele (min. 6 ex. op 20/ 04; S. D' Hont) en te Florival (1 ex. op 2/05; B. Nef).

Bokje Lymnocryptes minimus 07/03

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef)

Houtsnip Scolopax rusticola Waarnemingen buiten de grote bosgebieden: 13/03

1 ex. te Winksele/Kastanjebos, 1 verkeersslachtoffer te Winksele/ Lipselaan (R. Ghijsen, J. Vonden Eede)

17/03

1 ex. in het Kareelbos (Veltem - Buken)

(J.

Wellekens),1 ex. in de Doode

Bemde (W. Desmet) 18/03

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef)

22/03

1 ex. ten Z van Oud-Heverlee/Z

(J.

Menten)

Kemphaan Philomochus pugnox 38 Kemphanen werden tijdens het voorjaar van 2004 uitsluitend vastgesteld te Oud­ Heverlee,met als eerste ex. een mannetje op 3/03 (W. Desmet) en als laatsten 2 ex. op 15/05 66

(J.

Nysten). Figuur 1 geeft het verloop van de doortrek weer.


Vogels

Dwergmeeuw Larus minutus 23/04

1 ad zom langs Oud-Heverlee/Z (J. Nysten, D. Von Werne)

Geelpootmeeuw Larus michahellis 07 /03

1 ad te Oud-Heverlee (J. Nysten, K. Van Scharen, K. Moreau, S. Claus)

Pontische Meeuw Larus cachinnans 06/03

1 ad te Oud-Heverlee/N (J. Nysten)

27 /03 20 en 25/04

1 imm te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau) 1 1e zom te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau)

Grote Mantelmeeuw Larus marinus 22/03

1 2e win te Oud-Heverlee/Z (W. Desmet, F. Fluyt, B. Creemers)

Dit betreft de eerste zekere waarneming in de Dijlevallei na een ad te Sint­ Agatha-Rode/ Grootbroek op 16/01 /94, 1 ex. te Kessel-Lo/Leopoldspark op 12/ 02/94 en een ex. te Oud-Heverlee/Z op 10/03/96 .

Zwarte Stern Chlidonias niger 08/05

4 ad zom te Oud-Heverlee (naar N over OH/Z om 19u40, vervolgend pleisterend te OH/N, om 20u20 verder naar N) Z (F. Fluyt, K. Moreau)

11 /05

2 ad zom te Heverlee/Abdij van Park (11u45-12u30) (K. Moreau)

17 /05

l

ex. naar N over Heverlee/Abdij van Park (11 u20) (K. Moreau)

Zomertortel Streptopelia turtur 21 Fenologie: 02/05

l ex. te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt), 1 zp te Wijgmaalbroek

(G. Sterckx) 03/05

1 zp + l ex. over Leefdaal/plateau (A. Verboven, F. Fluyt)

Nadien werd de soort vastgesteld in de rand van Mollendaalwoud ( l zp op 8/ 05; K. Moreau), te Bierbeek/Builoog (1 ex. op 11 /05; B. Creemers), te Haasrode/ zandgroeve (resp . 1 ex. en 1 zp op 23 en 29/05; K. Moreau), te Heverlee/Abdij van Park (1 zp op 18/05; M. Hens), te Bertem/Koeheide (1 zp op 15/05; F. Fluyt), te Meerbeek

(l

ex. op 24/05; A. Smets), te Leefdaal/plateau (1 ex. op 12/05; F.

Fluyt), te Neerijse/Kasteelpark (resp . 1, 2 en min. l zp op 15, 16 en 29/05; M. Jonckers, F. Fluyt, B. Creemers), te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (resp . l zp en 1 ex. naar N op 13 en 16/05; S. Peten, H . Roosen) en te Wijgmaalbroek (1 ex. op 30/05; S . D'Hont, M. De Meyere e .a.).

67


Vogels

Hop Upupa epops (J. Kempeneers) 17-18/04 l ex. te Herent/Tweebruggenstraat (C. en P. Vandeplas-Rooyck)

31 /03

kortstondig l ex. te Oud-Heverlee/Z

Middelste Bonte Specht Dendrocopos medius Tijdens het afgelopen voorjaar van 2004 werden verschillende Middelste Bonte Spechten waargeno­ men buiten de reeds gekende broedgebieden. Zo zong op 16/03 een ex. in Rodebos (B. Nef), waar de soort achteraf weliswaar niet meer bevestigd kon worden, en werd op 11/04 een ex. gehoord in het Bois de la Hocaille te Archennes (G. Bleys, F. Geenen). Ook op 11 /04 werden Middelste Bonte Spechten opgemerkt op 5 locaties in Tervuren (Kapucijnenbos en ZoniÍnwoud), op meerdere van deze locaties werd achteraf bevestiging verkregen (A. Smets). In het Kouterbos aan de Zoete Waters te Oud-Heverlee, waar de soort eerder dit voorjaar werd vastgesteld (vanaf 21 /02), werden in deze periode echter geen Middelste Bonte Spechten meer aangetroffen. Mtddelste Bonte Specht. (Tervuren, 11 april '04) foto: Axel Smets

Boomleeuwerik Lul/ulo arborea 18/03

l ex. over Overijse/Maleizen (S. Peten)

Engelse Kwikstaart Mofac1/la f/avissima 05/05

l m te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, K. Van Scharen)

Noordse Kwikstaart Mofac1//a !lava thunbergi 22/04

l ex. te Korbeekveld (F. Fluyt)

28/04

2m te Korbeekveld (S. Horemans)

30/04

2 ex. te Haasrode/Brabanthal

02/05

2m2v te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

05/05

co 15 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

08/05

1 m te Winksele/Gasthuisberg (K. Moreau)

09/05

l m (+ l ws. v) te Winksele/Gasthuisberg (K. Moreau, K. Van Scharen)

13/05

2m (+2 ws. v) te Leefdaal/plateau (M. Hens)

l 6/05

l ml v te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

18/05

min. 12 ex. te Winksele (naast Kastanjebos-Bendictushoeve) (J. Vanautgaerden)

68

(J. Nysten)


Vogels

Noordse Gele Kwikstaart (Leefdaal, 5 mei '04) Foto: Frederik Fluyt

Kroonvogel (Oud-Heverlee, 8 mei '04) Foto: Fredenk Fluyt 69


Vogels

Rouwkwikstaart Motocillo yorelli 19-20, 22 en 25/04 resp. l ex., l m en l ml v te Oud-Heverlee/Z (M. Hens, e.a.) l v te Bierbeek/plateau

08/05

(K. Moreau)

Duinpieper Anfhus compesfris (K. Moreau)

16/04

l ex. in struiktopje te Bierbeek/plateau

29/04

2 ex. te Leefdaal/plateau (M. Schurmans, B. Saveyn, e.a.)

Boompieper Anthus trivia/is 22 Fenologie: 04/04

l ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef)

06/04

l ex. over Meerbeek/Den Tomme (F J Moerman)

Pleisteraars werden genoteerd te Meerbeek/Pompstation (2 ex. op 24/04; A. Smets) en te Haasrode/zandgroeve (resp. l ex. en l zp op 25/04 en 8/05;

K.

Moreau). Verder werden er nergens in de regio zangposten opgemerkt.

Waterpieper Anthus spinoletto 78 Er werden het voorbije voorjaar nog meermaals behoorlijke aantallen Water­ piepers geteld in de Dijlevallei. Een ovezicht van de maxima: 07/03

40 ex. te Oud-Heverlee, 67 ex. te Neerijse/Grote Bron, 8 ex. in de Doode Bemde, 38 ex. te SAR/Grootbroek, 76 ex. te Pécrot, 6 ex. te Gastuche (B. Nef), l ex. te Terlanen/Bilande (H. Roosen) (totaal: 236 ex.)

14/03

47 ex. te Oud-Heverlee, 14 ex. te Neerijse/Grote Bron, 13 ex. in de Doode Bemde, 73 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 12 ex. te Pécrot, 11 ex. te Gastuche (B. Nef) (totaal: 170 ex.)

18/03

48 ex. te Oud-Heverlee, 24 ex. te Neerijse/Grote Bron, 16 ex. in de Doode Bemde, 27 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 18 ex. te Pécrot (B. Nef) (totaal: 134 ex.)

27/03

17 ex. te Oud-Heverlee, 31 ex. te Neerijse/Grote Bron, 19 ex. in de Doode Bemde, 4 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 14 ex. te Pécrot, 3 ex. te Gastuche (B. Nef) (totaal: 88 ex.)

04/04

38 ex. te Neerijse/Grote Bron

(K. Moreau), 21 ex. te Sint-Agatha-Rode/

Grootbroek, 35 ex. te Pécrot (B. Nef), 20 ex. te Oud-Heverlee (M. Schurmans) (totaal: 114 ex.) 11/04

28 ex. te Oud-Heverlee, 22 ex. te Neerijse/Grote Bron, 24 ex. in de Doode Bemde, 5 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef) (totaal: 79 ex.)

12/04

's avonds komen min. 75 ex. slapen in de Doode Bemde

(K. Moreau)

Dan namen de aantallen zeer snel sterk af, tot de laatste waarneming van l ex. te Oud-Heverlee/Z op 30/04 (L. Vekemans, M. Hens).

70


Grauwe Klauwier Lonius co/lurio Het werd een uitzonderlijk goed voorjaar voor de Grauwe Klauwier, met 4 waar足 nemingen van adulte mannetjes. Het is zeker niet ondenkbaar dat de drie waar足 nemingen van Korbeek-Dijle betrekking hadden op dezelfde pleisterende vo足 gel, de afstand tss de twee uiterste punten bedraagt amper co 2 km. 15/05

1m te Korbeek-Dijle (tss Natur Natur en Neerijse/Grote Bron) (S. Horemans e.a.)

16/05 20/05 29/05

M. Tomballe) 1 m te Korbeek-Dijle/Ormendael (J. Nysten e.v.a.) 1 m te Haasrode/zandgroeve (J. Nysten)

1m te Korbeekveld (S. Horemans,

Klapekster Lonius excubitor 23/05

1 ex. te Overijse/Vossebeekweg (L en A. Vandeputte)

Nachtegaal Luscinio megorhynchos De Nachtegaal lijkt vanaf dit voorjaar volledig verdwenen te zijn uit regio Leuven. Er werd geen enkele zangpost meer vastgesteld op het grondgebied, en er werden ook geen voorjaars-pleisteraars gemeld. Een ex. zong op 25/05 net bui足 ten de regio langs het kanaal Leuven-Dijle tussen Wijgmaal en Tildonk, ten N van de sluis van Hambos

(M. Hens).

Blauwborst Luscinio svecico cyonecu/o 44+ Fenologie per gebied: 21/03

3 ex. in de Doode Bemde (T. Roels)

11/04

2 zp te Oud-Heverlee/Z, 2 zp te Florival (B. Nef)

25/04

1 zp te SAR (B. Nef)

Het aantal territoria bereikte dit voorjaar een hoogtepunt met een totaal van 20 locaties (B. Nef,

M. Walravens, P. De Becker): 2 te Oud-Heverlee/Z, 13 in de

Doode Bemde, 1 te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek en 4 te Florival. Te Florival ging het om de eerste nieuwe kolonisten na een jarenlange afwezigheid van de soort.

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus 22/04

l ex. te Tervuren (E. Vonden P las)

29/04

1m te Everberg/Vrebos (A. Smets)

12/05

l m te Neerijse/Kasteelpark (S. Goethals)

Roodborsttapuit Soxico/o rubicolo 14 Een overzicht per waarnemingsplaats: Neerijse/D. Bemde

resp. l ml v en l m op 14 en 24/03 (S. Horemans, W. Desmet) 71


Vogels

Kwerps/Zuurbeekvallei resp. 1m1v, 1m en 1m op 17/03, 1 en 6/05

(A. Smets,

R. Ghijsen) 1m op 27/03 (K. Moreau) Bierbeek/plateau Haasrode/zandgroeve resp. 1v en 1m1v op 16 en 25/04 (K. Moreau) Haasrode/Brabanthal

resp. 1m, 1m1v, 1m1v, 1m en 1m op 22 en 27/04, 1, 17 en 29/05

Paapje Soxicolo rubetro

(J. Nysten, F. Fluyt)

41

Fenologie: 16/04

1 ad m te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau)

22/04

1 ex. te Haasrode/Brabanthal

(J. Nysten)

Op het plateau tussen de dorpskernen van Bertem, Leefdaal en Korbeek-Dijle werden Paapjes opgemerkt op 11 data, de spreiding en de aantallen worden weergegeven in Figuur 2 (versch. waarn.). Verder werden Paapjes waargeno足 men te Loonbeek/plateau (1m op 25/04;

J. Nysten), te Oud-Heverlee (resp. 1v,

1m, 1v, 1m en 1v op 26/04, 15, 17, 19 en 21/05; W. Desmet, B. Creemers, S. Horemans e.a.), te Winksele (2 ex. te ljzerenberg op 27/04; R. Ghijsen - resp. 2 en 1 ex. nabij Kastanjebos op 11 en 18/05; J. Vanautgaerden), te Haasrode (van Brabanthal tot zandgroeve; resp. 2m, 1 ex., 1m, 1m en 1m1v op 27/04, 6, 17-19, 25 en 29/05;

J. Nysten, J. Vanautgaerden), te Heverlee/Tivolistraat (2 ex. op 30/

04; J. Kempeneers), te Korbeek-Dijle/ Dijleoever ( 1 ex. op 1/05; F. Fluyt, J. Nysten), te Kwerps/Zuurbeekvallei (1m op 1/05;

A. Smets), te Terlanenveld (2 ex. op 8/05;

H. Roosen) en in de Doode Bemde (2 ex. op 15/05; P. Dubois).

Tapuit Oenonthe oenonthe 67 Fenologie: 05/04

l 2e j m te Huldenberg/plateau (F. Fluyt)

06/04

l v te Meerbeek/Den Tamme (F J Moerman)

Het voorjaar van 2004 was op het plateau tussen de dorpskernen van Bertem, Leefdaal en Korbeek-Dijle goed voor 26 waarnemingsdata van Tapuiten. In Fi足 guur 2 worden de spreiding en de dagmaxima weergegeven (F. Fluyt e.v.a.). Te Haasrode (gebied van Brabanthal tot aan de zandgroeve) werden Tapuiten op 8 data doorgegeven (tussen 22/04 en 25/05), met max. 3 ex. op 8/05 Nysten,

(J.

J. Vanautgaerden, K. Moreau). Verder waren er waarnemingen te

Huldenberg/plateau (resp. 1 imm m en 1m op 20 en 22/04; F. Fluyt), te Meer足 beek/ pompstation

( 1 m op 12/04; A. Smets, FJ Moerman,

E. Le Docte), te Ter足

lanenveld (resp. 1m en 2 ex. op 13/04 en 8/05; H. Roosen), te Bertem/Koeheide (1 ex. op 24/04; E. Macquoy, E. Malfait), te Heverlee/Tivolistraat ( 1 ex. op 30/04;

J. Kempeneers), te Oud-Heverlee (resp. 1m en 1 ex. op 1 en 20/05; versch. waarn.), te Kwerps/Zuurbeekvallei (5m2v op 1/05; A. Smets), te Vossem (1m op 2/05; F. Fluyt) en te Winksele (telkens 1 ex. nabij Kastanjebos op 11 en 18/05; J. Vanautgaerden).

72


w

--..J

09/05 12/05 � 15/05 18/05 � 21105 :i--' 24/05 =l=::::::i 27/05� 30/05 �

21/04-Q_ 24/04 � 27/04 P30/04 c 03/05 1 06/05

15/04 18/04 -

0

01

1\) 0

1\) 01

;�

!.

gJ

"'(�:-7, -'.---:" r--

,

"

"

� :

.u · ,·:-� t' .'..(,t, _A" '·j,'"' -7·

f' ./ .u-

'1

'":.W'f.J .n -�· ;,:';''."'-[W',.:·�}�: �;,· ·.·/1'';/:� �_" ,,,.-,-�

.·__

l' •. ..

rr<! '!flf%'4' .�.:@'�;{;. ;WW''"<.W.· J�� �" .:g·r;e�4 "� � w/0 ?>- "

" "·.

·�.

.1' .� ""':""1?'�A'i';.!!!?J,�M,,1�d:;fft.

01

.......

liantallen

'

1

0

....:..

w 0

s. �

g

1 1 1 1

1 1 1 1 1 1

w 01

30/05

09/05 12/05 15/05 � 18/05 � 21/05 24/05 27/05

15/04 18/04 21/04 i 24/04 i.---. 27/04 30/04 03/05 � 06/05 �

·�

1

1\)

1

1

! ·w �v.' ,.di'.

1

1

en

co

Aantallen 0

.......

......

1\)

(tl

..... .

� �

)

1

1

g

0. (11

.g

g

r (11 ('11

....

(11

�il

� ....

� ""O

t'-..) Cl

s. .... �.

0 0

p.> ""O

<:

� �

ro

0.

:::g (11

CT" ('tl

A

g

r;/) ....

(11 -·

'1j ,.._..

t'-..) ..

i

'Tl -·

1 g lg ro ...,

1 1

....:..

I�

1


Vogels

Beflijster Turdus torquotus 04/04

2m te Pécrot (B. Nef)

24-25/04

l m te Meerbeek/Pompstation (A. Smets, F. Fluyt, J. Nysten, l m te Bierbeek/Builoog (J. Vanautgaerden, K. Moreau) l m te Tervuren/Park (A. Reygel)

26/04

A. Boeckx),

Koperwiek Turdus iliocus Nadat op 11/04 een ex. werd waargenomen te Haasrode/zandgroeve, zat op 23/05 op diezelfde plaats een wel erg laat ex. (K. Moreau).

Cetti's Zanger Cettio cetti Vanaf 11/04 werd voor het tweede opeenvolgende jaar een zangpost Cetti's Zanger genoteerd in de Doode Bemde (B. Nef e.v.a.). Op 25/04 werden twee ex.

(l

zangpost) samen waargenomen (K. Moreau). Nog later in april zouden

op één datum 2 zingende mannetjes simultaan gehoord zijn (G. Somers).

Rietzanger Acrocepholus schoenoboenus 27/03

1 zp te Oud-Heverlee/N (A. Smets)

25/04

1 zp in de Doode Bemde, 1 zp te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef)

27-30/04 l zp te Heverlee/Abdij van Park 30/04 02/05

l l

(J.

Kempeneers, K. Moreau,

J.

Nysten)

ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Verdonckt) zp in de Doode Bemde (C. Vanherck)

Fluiter Phyllsocopus sibtlotrix 11 /04

l

ex. te Leuven/Wolvepoortpad (B. Creemers)

Dit opmerkelijk vroege ex. betrof het enige ex. dat in de regio gemeld werd, zoekacties in Meerdaalwoud ten spijt.

Bonte Vliegenvanger Ficedu/o hypoleuco 05/04

l m in de Doode Bemde, even zingend (S. Goethals)

Grauwe Vliegenvanger Muscicopo strioto 31 /05

l zp in Mollendaalwoud/Weertse Dreef

(J.

Lambrechts, K. Moreau)

Wielewaal Oriolus oriolus De eerste Wielewaal voor 2004 zong op 9/05 in de Doode Bemde (T. Roels). Nadien werd hier telkens nog een ex. gehoord op 14, 26 en 29/05

(0. Hendrick,

L. Vekemans, K. Moreau). Voorts waren er enkel de meldingen van een zingend

74


Vogels

mannetje dat zich mooi liet bekijken te Neerijse/Grote Bron op 22/05 {A. Smets, J. Nysten) en van een zangpost in Rodebos op 31 /05 {H. Roosen).

Europese Kanarie Serinus serinus 30/03

l ex. te Oud-Heverlee (omgeving Kerk) (J. Rutten)

09 /04

l ex. oud te Neerijse/plateau (W. Desmet, M. Schurmans)

11 /04

l zp te Heverlee/Groeneweg {A. Verboven)

26/04

lex. over Leefdaal/plateau {A. Smets)

01 en 29 /05

l zp te Sint-Joris-Weert/Molenstraat (B. Creemers)

Barmsijs Carduelis flammea/cabaret 07 /03

l ad v Kleine Barmsijs te OHZ (F. F luyt)

l 0/03

23 ex. te Kessel-Lo/Leopoldspark {ws. Kleine Barmsijzen) {B. Markey)

11 /03

7 ex. te Kessel-Lo/Leopoldspark (B. Markey, J. Nysten)

13/03

7 ex. te Heverlee/Abdij van Park {G. Louette)

Kruisbek Loxia curvirostra 15/03

1 ex. naar 0 over Heverlee/Abdij van Park (K. Moreau)

Grauwe Gors Emberiza calandra Op het aan Mollendaalwoud grenzende plateau te Bierbeek werden op 27 /03 maximaal 7 ex. gezien. Vanaf half april geraakten de traditionele broedplaatsen terug bezet, en eind mei waren er in het gebied 3 à 5 zangposten aanwezig (K. Moreau). Op 25/04 werden twee ex. geobserveerd aan de zandgroeve van Haasrode, maar de soort bleef hier niet hangen (K. Moreau). Op het Leefdaalse plateau werden op 4 data Grauwe Gorzen doorgegeven (S. Horemans, F. F luyt), met enkel op 27 /04 een zingend mannetje {M. Schurmans). Ook in de Zuur­ beekvallei te Kwerps waren er twee zangposten, waargenomen op 1 en 6/05 {A. Smets, R. Ghijsen).

Ortolaan Emberiza hortu/ana 01/05

1 ex. kort gezien te Leefdaal/plateau, duikt dan koolzaadveld in (A.

Smets)

75


Vo

els

Fenologie 2004 Aantal

locatie

Waarnemer(s)

Soort

Data

Boomvalk Fa/co subbuteo

1 9/04 1 ex. Oud-Heverlee

M. Schurm., F. V /d Meutter

20/04 1 ex. Wilsele-Putkapel

S. D'Hont

Koekoek Cuculus conorus

+

05/04 1 ex. PĂŠcrot, 1 ex. Bertem S. Peten, K. V Scharen 1 0/04 1 zp Beisem

Gierzwaluw Apus opus

1 2/04 1 ex. Neerijse/Grote Bron F. Fluyt 16/04 3 ex.

Oeverzwaluw Riporio nporio

+

2 ex. Leuven

i hon urbico Huiszwaluw Delc

K. Moreau

1 6/03 1 ex. Overijse/Terlanen

H. Roosen

18/03 1 ex. Florival

B. Nef

03/04 2 ex. Neerijse

H. Roosen

04/04 2 ex. Sint-Agatha-Rode

K. Moreau

03/04 1 ex. Bossut

Sprinkhaanzanger Loc. noevia Kleine Karekiet A. scirpaceus

Spotvogel Hippo/ais icterina Grasmus Sylvia communis Braamsluiper Sylvia curruco Tuinfluiter Sylvia borin

M. Schurmans F. F luyt

1 6/03 1 ex. Neerijse/Wolfshaeg. D. Vanderlinden 1 7/03 1 ex. Neerijse/Doode B.

J. Verroken

1 4/04 1 zp Oud-Heverlee

M. Schurmans e.a.

15/04 1 zp Neerijse/Doode B.

E. Le Docte, F. Fluyt

20/04 1 zp Heverlee/ Abdij Park K. Moreau 2 1 /04

Bosrietzanger A. pa/ustris

K. Van Scharen, A. Smets

27/03 2 ex. Sint-Agatha-Rode

Gele Kwikstaart Motocillo !lavo 0 1 /04 1 ex. Oud-Heverlee Zwarte Roodstaart Ph. ochruros

J. Quartier, P. Claes

21/03 2 ex. Korbeek-Dijle, 3 ex. Sint-Agatha-Rode

Boerenzwaluw Hirundo rustica

N. Rogiers

>

zp Wijgmaalbroek

S. D'Hont

08/05 1 zp Oud-Heverlee

W. Desmet

1 6/05 1 zp Tombeek

H. Roosen

25/04 1 zp Korbeek-Dijle

K. Moreau

29/04 1 zp Leefdaal

K. Van Scharen

1 1 /04 1 zp Sint-Agatha-Rode

B. Nef

1 3/04 1 zp Heverlee

F. Verdonckt

25/04 1 zp Oud-Heverlee

K. Moreau

26/04 1 zp Blanden, 1 zp OH

T. Verbeeck, A. Smets

24/04 1 zp Oud-Heverlee

M. Hens

25/04 13 zp verspreid over regio versch. waarn. Zwartkop Sylvia otricopillo

27/03 1 zp Neerijse/Doode B., 1 m Sint-Agatha-Rode

B. Nef, K. Moreau

30/03 1 m Oud-Heverlee, 1 zp Heverlee/Abdij Park B. Creemers" T. Verbeeck Fitis Phylloscopus trochilus

27/03 1 zp Neerijse/Doode B., 1 zp Sint-Agatha-Rode, 1 zp Kesselberg, 1 zp Oud-Heverlee

Tjiftjaf Phylloscopus co//ybito

B. Nef B. Markey, K. Mor.

07/04 1 zp Leuven/ring

W. Desmet

1 3/03 2 zp Leuven

B. Creemers

1 4/03 1 zp Neerijse, 2 zp Florival, 1 zp Kessel-Lo 76

B. Net. B. Markey


Vogels ������

Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be Medewerkers en correspondenten: Walter Aerts, Louis-Philippe Arnhem, Monique Bekkers, Bruno Bergmans, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Steven Bouillon, Jan Butaye, Willy Ceulemans, Paul Claes, Simon Claus, Peter Cokelaere, Peter Collaerts, Kjell Cools, Bart Creemers, Jos Cup­ pens, Johan De Baere, Piet De Becker, Erik De Broyer, Johan De Meirsman, Michel Demeyere, Wouter Desmet, Steven D'Hont, Philippe Dubois, Frederik Fluyt, Herman Fonck, Frans Geenen, Raf Ghijsen, Sven Goethals, Werner Goussey, Jos Grootjans, Robin Guelinckx, Robert Hellen, Olivier Hendrick, Luc Hendrickx, Maarten Hens, Marc Herremans, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, Marcel Jonckers, Jochen Kempeneers, Jan Kenens, Jorg Lambrechts, Elfriede Le Docte, Koen Leysen, Gerald Louette, Joris Luypaert, Patrick Luyten, Eddy Macquoy, Eric Malfait, Bram Markey, Roger Meeus, Joris Menten, Bruno Michiels, Frieder Jan Moerman, Kelle Moreau, Bruno Nef, Regis Nossent, Johan Nysten, Stephan Peten, Jelle Quartier, Alain Reygel, Toon Roels, Nadine Rogiers, Hans Roosen, Jos Rutten, Bert Saveyn, Valeer Schodts, Maarten Schurmans, Maurice Segers, Axel Smets, Philippe Smets, Guy Somers, Geert Sterckx, Bram Thuysbaert, Marita Tomballe, Erik Too r man, Desiré Vanautgaerden, Johan Vanautgaerden, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Yves Vonden Bosch, Jos Vonden Eede, Chris Van Den Haute, Els Vonden Plas, Luc Vandenwyngaert, Carine & Patrick Van­ deplas, Filip Vandeputte, Hilde Vanderheyden, Dirk Vanderlinden, Carl Vanherck, Pieter Vanormelingen, Bart Van Rossum, Kris Van Scharen, Maxime Vanthournout, Joey Van Tonder, Leo Vekemans, Thomas Verbeeck, Andre Verboven, Freek Verdonckt, Werner Verhoeven, Irene Verhuizen, Jan Verroken, Bram Vogels, Dirk Von Werne, Nico Vromant, Marc Walravens, lgnaz Wanders en Jan Wellekens.

Grauwe Klauwier. (Korbeek-Dijle, 15 mei '04) Foto: Frederik Fluyt 77


Vogels

Exoten onder de vogels in regio Leuven, 2003 Vanaf

2003 werden waarnemingen van niet-inheemse vogelsoorten niet meer

in de traditionele waarnemingenrubriek van de Boomklever opgenomen ten­ einde uitgebreider aandacht aan onze inheemse avifauna te kunnen beste­ den. Voortaan worden waarnemingen van exoten onder de vorm van afzon­ derlijke jaaroverzichten gepubliceerd. Dit overzicht van ontsnapte en verwil­ derde vogelsoorten in regio Leuven beslaat het volledige jaar

2003 en omvat

hoofdzakelijk de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Hulden­ berg, Overijse en Tervuren. De volgende exotenrubriek zal het jaar 2004 omvat­ ten. Waarnemingen worden voor

10 maart 2005 verwacht bij Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27 A (b u s 201 ) , 3001 Heverlee, t: 0486/125877, e:

kelle. moreau@bio. kuleuven .ac. be. De grote meerderheid van de exotische vogelsoorten in regio Leuven zijn eendachtigen. De Canadese Gans en vooral de Nijlgans zijn in onze streek zo ingeburgerd dat een volledig overzicht van de waarnemingen geven ons veel te ver zou leiden. We belichten bij deze soorten enkel een aantal aspecten van hun voorkomen, zoals maximale concentraties, broedgevallen en slaapplaats­ gedrag. Andere soorten die tegenwoordig jaarlijks meermaals worden opgete­ kend in de regio en die ook in 2003 werden waargenomen waren Zwarte Zwaan, Grauwe Gans, Indische Gans, Brandgans, Ringtaling, Mandarijneend, Carolina­ eend en Rosse Stekelstaart. Bij de minder vaak waargenomen exoten rekenen we voor 2003 Magelhaengans, Casarca en Rosse Fluiteend en er werd ook een vermoedelijk ontsnapte Witoogeend doorgegeven. Nieuwe eenden voor de Leuvense exotenlijst waren Kaneeltaling en Zilvertaling. Verder behoren Halsband­ parkieten tot de ingeburgerde exotische vogels die zich bij ons ook voortplan­ ten. Tijdens de loop van 2003 bereikten ons vanuit de papegaaienfamilie ook waarnemingen van Port Lincolnparkiet, Valkparkiet, Grasparkiet en een ara. Voorts werden ook een Goudfazant, een Flamingo en een maina waargeno­ men. Nadat ten zuiden van Leuven op 4/01 2 Zwarte Zwanen Cygnus atratuswerden waargenomen te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (M. Walravens) werd één ex. op 15/03 verder zuidwaarts genoteerd te Florival/Z (K. Van Scharen e.a.). Op het einde van de maand maart had het koppel hier een nest gebouwd (F. Fluyt, B. Nef) maar tot een broedgeval kwam het niet (F. Vandeputte). Ten noorden van Leuven werd telkens 1 ad doorgegeven vanuit het Leopoldspark te Kessel-Lo op 18 en 26/01 (K. Moreau e.a.) en 15/03 (K. Van Scharen e.a.). Het betreft hier een ex. dat daar het ganse jaar aanwezig was, zo werd er terug een waarneming ontvangen op 18/10 78

(J. Nysten e.a.).


Vogels

--

Op het einde van het jaar verbleven 2 adulten op 30/11 en 3/12 te Sint-Agatha­ Rode en op 7, 14 en 30/12 te Florival/Z (F. F luyt e.a.). Grauwe Ganzen Anser anser van verwilderde origine werden in het Dijleland tijdens 2003 slechts en­ kele keren vastgesteld. Na een ex. dat op 4/01 met co 40 Nijlganzen in de wei­ den ten Z van het Grootbroek in Sint-Agatha-Rode zat (F. Fluyt, M. Walravens), verbleven vanaf 12/03 tot op 26/04 twee ex. in de natte weilanden te Oud­ Heverlee (B. Creemers e.v.a.). Op het einde van het jaar zat hier terug l ex. op 10/12 (L. Hendrickx) en 2 ex. op 13 en 22/12

(J.

Nysten e.a.). De 4 grijze ganzen

die al geruime tijd aan het Zoet Water te Oud-Heverlee zitten, en meermaals als Grauwe Ganzen doorgegeven werden, vertonen meerdere kenmerken die wijzen op een gedomesticeerde en hybride origine. De tweede helft van 2003 bracht ook Indische Ganzen Anser indicus naar het Dijleland. Eerst werden op 23/08 en 11 /09 telkens 6 ex. gemeld te Gastuche, vervolgens vielen op 26/09 een 15tal ex. in te Oud-Heverlee/N (L. Vekemans). Hier werd de soort nog terug­ gezien op 11/l0 (7 ex.; L. Vekemans) en op 27/11 (l ex.; G. Vandezande), tel­ kens vergezeld van een

grote meerderheid Canadese Ganzen. In het

Leopoldspark werden op 16/10 4 zuivere en 2 'vuile'

Indische Ganzen opge­

merkt (B. Markey), die op 18/10 werden gedetermineerd als hybriden Indische Gans x Canadese Gans

(J.

Nysten, S. D'Hont, K. Moreau). Op 25/10 werd dit

zestal voor het laatst gezien(B. Creemers). Op 14/12 werd terug een dergelijke hybride opgemerkt te

Oud-Heverlee/N (L. Vekemans). De Canadese Gans

Branta canadensis behoort de laatste jaren tot de meest ingeburgerde exoten in de streek. De grootste aantallen verzamelen 's winters te

Kessel-Lo/

Leopoldspark op de gemeenschappelijke slaapplaats en verspreiden zich over­ dag over de hele regio om te foerageren. Er werden dan ook vele meldingen ontvangen van overvliegende groepen, die vaak herkenbaar waren door de aanwezigheid van één of meerdere Indische, Brand-

of soepganzen. Begin

2003 werd de laatste grote concentratie Canadese Ganzen op de slaapplaats vastgesteld op 8/01, met minstens 148 ex.(W. Rommens), waarna de aantallen snel afnamen. Nadien werd er in de Dijlevallei ten Z van Leuven slechts op één locatie continu door een groep Canadezen gepleisterd, namelijk in het Waalse Gastuche. Nadat hier op 15/02 27 ex. werden geteld (M. Walravens), waren er in de periode mei - half augustus meestal 20+ ex. aanwezig, met uitschieters van resp. 44 en 50 ex. op 26/05 en 4/06 (M. Walravens, B. Net). Intussen hadden zich

ook een aantal broedgevallen voorgedaan, met name twee in het

Leopoldspark(1 en 4 pulli; L. Vandenwyngaert, B. Markey), één te Oud-Heverlee/ Zoet Water (1 pullus; L. Vandenwyngaert e.a.), min. drie te Tervuren/Park(6, 5 en 4 pulli; A. Reygel), één te Huldenberg/kasteelpark(> 5 pulli; F. Fluyt e.a.) en drie te Gastuche (totaal 3 pulli; B. Net). Vanaf half augustus werden op meerdere plekken in de regio weer grotere groepen opgetekend. Te Gastuche waren resp. 63, 116 en 205 ex. aanwezig op 17, 23 en 30/08 (B. Nef) en op 11/09 wer­ den in de Dijlevallei in totaal zelfs 257 ex. waargenomen (waarvan 165 ex. te Gastuche en 81 afwezigheid van waarnemers op die locatie tijdens het zomer­ halfjaar. 79


Vogels

De aantallen klommen hier van 115 ex. op 16/10 (B. Markey) tot een maximum van minstens 214 ex. op 25/10 (B. Creemers). Vanaf dan bleven co 200 ex. de slaapplaats bezoeken tot op het einde van het jaar (versch. waarn.). Deze groepsvorming vertaalde zich uiteraard terug in dagwaarnemingen van gro­ tere groepen elders in

de regio, zo werden bijvoorbeeld op 25/09 en 27 /11

telkens een 1OOtal ex. gezien, resp. te Leefdaal/plateau (B. Creemers) en te Oud-Heverlee/N (G. Vandezande). In december verkozen de meeste Canadese Ganzen enkele akkers te Herent/Oostremveld, met hier maximaal 209 ex. op 3/ 12 (M. Bekkers). Buiten alle reeds hoger gemelde locaties verbleven er tijdens 2003 ook continu Canadese Ganzen in het Park van Tervuren (waarnemingen in alle maanden), het maximum bedroeg hier 59 ex. (inclusief pulli) op 16/06 (A. Reygel).

Brandganzen Bron to leucopsis kennen in regio Leuven hun meest vaste

stek in het Park van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. In januari verbleven er hier 8 ex., en op 14/02 werden er nog 7 waargenomen. Vanaf dan was de soort afwezig tot op 6/06, toen terug 1 ex. tussen de Nijlganzen zat. Op 30/07 werden er 4 ex. gezien, en op 16/09 waren het er al 15 geworden. Deze groep bleef tot half december aanwezig (A. Reygel) Ten zuiden van Leuven waren er enkel waarnemingen van 1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek op 11/01 (K. Van Scharen) en van 2 ex. te Oud-Heverlee/N op 24/01 (J. Nysten). In het Leopoldspark werd telkens 1 ex. waargenomen op 4/01 (W. Desmet, JNM Leuven) en 17/03 (E. Toorman) en 2 ex. op 24/03 (B. Markey). Minstens vanaf 18/ 10 verbleef er hier een brandganstype, dat vermoedelijk een hybride Brand­ gans x Canadese Gans betrof (S. D'Hont e.a). De enige melding van een

Magelhaengans

Chloephogo picto kwam op 3/12 van Oud-Heverlee/N (W.

Desmet). Op de

Nijlgans

Alopochen oegyptiocus zullen we hier nog minder

diep ingaan dan op de Canadese Gans, aangezien deze soort tegenwoordig zowat overal in de regio verwacht kan worden. Groepen tot een 40tal ex. zijn bovendien geen grote uitzondering meer, zo betrof het maximum voor Sint­ Agatha-Rode bijvoorbeeld 38 ex. op 4-5/01 (F. Fluyt, B. Nef) en werden te Ter­ lanen/Bilande maximaal 67 ex. geteld op 15/03 (H. Roosen). Broedgevallen van Nijlgans werden onder meer opgetekend te Kessel-Lo/Leopoldspark (4 broed­ sels; 4, 2, 4 en 2 pulli werden grootgebracht; L. Vandenwyngaert e.a.), te Heverlee/Abdij van Park (1 broedsel met 9 pulli ; B. Creemers e.a.), te Tervuren/ Park (min. 1 broedsel met 8 pulli; A. Reygel), te Heverlee/ Arenbergpark (1 broed­ sel met 3 pulli; W. Desmet), te Egenhovenbos (1 broedsel met 3 pulli; W. Desmet), te Oud-Heverlee/Zoet Water (2 broedsels met 8 en 6 pulli; G. Sterckx e.a.), te Bertem ( 1 broedsel met 3 pulli langs de V oer thv B l o kkenstraat; L . Vandenwyngaert), in de Doode Bemde ( 1 broedsel met 8 pulli; M . Walravens e.a.), te Sint-Joris-Weert (1 broedsel met min. 2 pulli; B. Creemers), te Neerijse/ Tersaert ( 1 broedsel met 6 pulli ; F. Fluyt, L. Vandenwyngaert), te Huldenberg/ kasteelpark (1 broedsel met 7 pulli; F. Fluyt, L. Vandenwyngaert e.a.), te Sint­ Agatha-Rode/Grootbroek

(l

broedsel met 5 pulli; B. Nef), te Pécrot ( l broedsel

met 6 pulli; B. Nef), te Gastuche

(l

broedsel met 2 pulli; B. Nef) en te Basse Wavre

( l broedsel met 7 pulli; B. Nef). Na het broedseizoen vormden er zich traditio80


T �

Il

Vogels

neel grote ruigroepen. De grootste concentraties werden vastgesteld te Ter­ vuren/Park met maximaal 196 ex. op l0/07 (A. Reygel) en te Neerijse/Tersaert met maximaal 190 ex. op 6/09 (F. F luyt). De meeste jaren leveren tijdens het voorjaar wel ergens een waarneming van één of enkele Casarcas Tadorna ferruginea op in het Dijleland. Opmerkelijk was echter het voorkomen van

Casarcas in het Leuvense tijdens januari 2003, met op 4/0l l ex. tussen de Nijlganzen in de weilanden te Sint-Agatha-Rode (M. Walravens), op 6/01 l ex. te Terlanenveld (ook in een groep Nijlganzen, deze vogel zou hier al enkele weken aanwezig geweest zijn) (F. Vandeputte), en op 12, 19 en 25/01 telkens 2 ex. te Terlanenveld (F. Vandeputte). Op 14/03 tenslotte deed een ex. Oud­ Heverlee/Z aan (G. Vandezande). Twee weken later, op 31/03, zat er hier een Rosse Fluiteend Dendrocygna bicolor (K. Moreau). Deze soort liet zich verder enkel opmerken in de Waalse Dijlevallei, met waarnemingen van resp. l, 2 en l ex. te Basse Wavre op 5-6/04, 17 /04 en 28/06, en van telkens 2 ex. te Gastuche op 14 en 25/06 (B. Nef). Een nieuwe soort voor de Leuvense exotenlijst was de Kaneeltaling Anas cyanoptera, waarvan op 30/08 een ex. werd opgemerkt te Neerijse/Grote Bron en op 27 /09 één op de Kliniekvijvers in de Doode Bemde (B. Nef). Een andere nieuwe soort was de Zilvertaling Anas versico!or, waarvan op 16/06 een vrouwtje aanwezig was te Tervuren/ Park. Op 16/09 werd hier terug een Zilvertaling waargenomen (A. Reygel). Ringtalingen Calonefta /eucophrys werden in 2003 minder opgemerkt dan tijdens de twee voorgaande jaren: op 4-5/01 verbleef een vrouwtje te Oud-Heverlee/N (M. Walravens, B. Nef), min­ stens van 5/01 tot 8/04 zat een mannetje in het Arenbergpark te Heverlee (B. Creemers, W. Desmet) en op 29/07 werden 2 vrouwtjes aangetroffen te Heverlee/ Abdij van Park (K. Moreau e.a.). Net zoals vele andere exotische watervogels verkiezen Mandarijneenden Aix galericu/ata in onze streek ook voornamelijk vijverparken. In 2003 vormde het park bij de Abdij van Park te Heverlee de meest regelmatige locatie voor de soort. Een mannetje verbleef hier minstens tussen 18/01 en 3/06 in het voortdurende gezelschap van een soepeendvrouwtje (versch. waarn.). Van 24/09 tot 11/l0 was deze vogel hier terug aanwezig (B. Creemers, K. Moreau). Ook in het Park van Tervuren werden Mandarijneenden meermaals opgemerkt. In maart waren hier resp. lm, 2mlv en l m aanwezig op 6, 11 en 28/03, en er volgden hier nog waarnemingen van 2m in eclipskleed op l /09 en van telkens l ml v op 17-30/l l en op 15-19/12 (A. Reygel). In de Dijlevallei zelf werd de soort hoofdzakelijk genoteerd te Oud-Heverlee (vooral Z). Nadat hier eerst een mannetje werd gezien op 11/01 (A. Verboven), verschenen er op 22-23/02 2 koppels (B. Nef, M. Walravens). Tussen 27 /03 en 24/04 werd nog meer­ maals één koppel waargenomen (B. Creemers, B. Saveyn, W. Desmet). Dan bleef het hier even stil rond de soort, maar vanaf 12/06 werd weer een manne­ tje aangetroffen dat minstens tot op 23/06 ter plaatse bleef (B. Nef, F. Fluyt). Op 21/06 werden er twee ex. waargenomen (B. Nef). De laatste Mandarijneend te Oud-Heverlee was een vrouwtje op 8/07 (F. F luyt, K. Moreau). Andere waarnemingsplaatsen waren de Dijle te Leuven (1m op 10/03; K. Berwaerts), de Doode Bemde (l m op 12/03; B. Creemers), Terlanen/Bilande (1m1v op 17 /03; F. 81


Vogels

Vandeputte), het Zoet Water te Oud-Heverlee ( lmlv op 19/04; B. Creemers) en het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode

(l m op 29/10; M. Walravens). Carolina­

eenden Aix sponsa worden vooralsnog minder opgemerkt in het Dijleland dan Mandarijneenden. Op het Zoet Water zat een mannetje op 12-15/03 (B. Creemers e.a.), en terug een ex. van 7 tot minstens 14/06 (B. Nef). In het najaar werden Carolina's opgemerkt te Oud-Heverlee/N (4 ex. op 18/ lO; K. Van Scharen, J. Nysten, S. D'Hont) en te Wilsele/N (resp. lv en lmlv op 18 en 19/10; J. Nysten e.a.). Vanuit de buurt van het Leuvense Redingenhof bereikte ons op 18/10 de melding van een nest ontsnapte Carolina-jongen (P. Claes). Tenslotte verble­ ven eind oktober en tijdens de eerste helft van november 2m lv aan het Erasmuspad in Leuven (L. Van Hellemont). Van de Witoogeend Aythya nyroca worden in onze regio tijdens sommige winters waarnemingen ontvangen van wilde vogels, maar een eclips mannetje dat op 8/08 werd ontdekt te Oud­ Heverlee/Zoet Water (B. Nef), een vreemde locatie voor de soort, was naar alle waarschijnlijkheid een uit gevangenschap ontsnapt individu. Deze vogel, die absoluut niet schuw was en voortdurend het gezelschap opzocht van een vrouw­ tje Tafeleend Aythya tenno, werd waargenomen tot op 17 /08 (K. Moreau e.a.). Anderzijds suggereert het feit dat op 8/08 ook een Witoogeend werd ontdekt te Longchamps dat het hier mogelijk toch om wilde vogels zou kunnen gaan. Op 21/09 werd in de ondergelopen weilanden te Oud-Heverlee/N terug een Wit­ oogeend van ongekende origine waargenomen (B. Creemers). De enige Rosse Stekelstaart Oxyura jamaicensis voor 2003 in regio Leuven was een vrouwtje te Neerijse/Grote Bron van 16/03 tot 13/04 (M. Walravens, B. Nef, K. Moreau, W. Desmet, J. Nysten). Zeer verrassend was de observatie van een Goudfazant Chryso/ophus pictus aan het kinderdagverblijf Kabouterberg op de Gasthuisberg op 9 /05 (M. Depauw). Het betreft hier de eerste keer dat deze soort in de streek wordt op­ gemerkt. Een Flamingo sp. Phoenicopterus/ Phoeniconaias sp. vloog op 7 /01 over de Naamsepoort te Leuven (L. Van Hellemont). Halsbandparkieten Psittacula kramen" worden al vele jaren waargenomen rondom het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode, in het Kasteelpark van Neerijse en in het P ark van Tervuren. Dat was ook in 2003 het geval (versch. waarn.). T ijdens dit jaar werden ook uit de verder zuidwaarts gelegen valleien van de Laan en de ljse meerdere waarnemingen ontvangen (F. F luyt, W. Desmet, H. De Meyer, B. Vercoutere) en langs de zuidgrens van de regio werden ook Halsband­ parkieten doorgegeven vanuit Florival/N (1 ex. op 6/04; K. Moreau) en van tus­ sen Pécrot en Nethen (3 ex. op 30/08; F. Vandeputte). Ten N van het gekende verspreidingsgebied viel de soort vooral op te Oud-Heverlee, met waarnemin­ gen van resp. 1 ex., 1 ex., 1 ex., 2 ex. en l ex. op 2 en 5/01, 13 en 15/02 en 13/04 (K. Moreau e.a.). De enige andere meldingen uit de Dijlevallei waren een ex. te Neerijse/Grote Bron op 18/01 (K. Van Scharen e.a.), een ex. naar Z over Heverlee/ Dijlepad op 4/05 (B. Creemers), een ex. te Korbeek-Dijle/Ormendael op 8/09 (K. 82


Vogels

Moreau) en 2 ex. op een voederplaats te Sint-Joris-Weert op 24/l l (L. Vekemans). Ten westen van de Dijlevallei waren er waarnemingen van l ex. naar N over Meerbeek op 17 /04 (M. Depauw) en van 2 ex. over de weg Leefdaal - Vossem op 27 /l 2 (B. Creemers). Ook slaaptrek van en naar de Brusselse slaapplaatsen kon over de westelijke plateaus worden vastgesteld. Zo vlogen bij wijze van voorbeeld ca. 50 ex. naar W over Huldenberg/plateau op de avond van l 0/08 terwijl op de ochtend van 24/08 47 ex. werden geobserveerd die terugkeerden naar het 0 over Eizer/Horenberg (F. F luyt). Op 18/06 werd een ex. gemeld over Leuven/Naamsestraat (B. Saveyn) en ook ten N van Leuven werden Halsband­ parkieten meermaals teruggevonden. In de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem werd al een ex. gezien op 23/02

(P. Luyten), en ook op 6-7/ l 0 bleken hier enkele

ex. aanwezig te zijn (J. Wellekens). Verder vlogen er op 3/03 2 ex. over de Zuur­ beekvallei te Kwerps (M. Depauw), en verbleven tijdens de maanden oktober en november enkele groepen van max. 6 ex. te Kortenberg

(P. Grootaers). In

het park van Sint-Kamillus te Bierbeek zat op 2/ 10 een Halsbandparkiet een appel te eten (J. Cuppens). Andere uit gevangenschap ontsnapte papegaaiachtigen werden gemeld op volgende plaatsen: een ara sp. te Kessel-Lo/Kesselberg op

Port Lincolnparkiet Barnardius zonarius te Blanden/ A. Vermaelenstraat op 2/02 (J. De Baere), een Valkparkiet Nymphicus hollandicus te Oud-Heverlee op 11 /05 (F. F luyt) en een knalgele Grasparkiet Melopsittacus 13/09 (B. Markey), een

undulatus te Oud-Heverlee/N op 3/06 (M. Schurmans). Onverwacht was ook de waarneming van een Maina sp. Acridotheres sp. op 6/07 te Heverlee/Sparrend­ reef (K. Moreau).

Samenstelling: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Medewerkers: Louis-Philippe Arnhem, Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Steven Bouillon, Paul Claes, War Claes, Bart Creemers, Jos Cuppens, Johan De Baere, Herwig De Meyer, Michel Demeyer, Mark Depauw, Wouter Desmet, Steven D'Hont, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Raf Gijsen, Paul Grootaers, Robin Guelinckx, Luc Hendrickx, Olivier Henneau, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, Marcel Jonkers, Eva Lambrecht, Elfriede Le Docte, Walther Leers, Gerald Louette, Patrick Luyten, Eddy Macquoy, Bram Markey, Gert Meeus, Joris Menten, Joachim Mergeay, Frieder-Jan Moerman, Kelle Moreau, Bruno Nef, Johan Nysten, Stephan Peten, Alain Reygel, Wouter Rommens, Hans Roosen, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Axel Smets, Geert Sterckx, Erik Toorman, Frank Van de Meutter, Luc Vandenwyngaert, Filip Vandeputte, Dirk Vanderlinden, Geert Vandermeulen, Gilbert Vandezande, Didier Vangeluwe, Lieven Van Hellemont, Frederik Vanlerberghe, Pieter Vanormelingen, Kris Van Scharen, Willy Vanwesemael, Leo Vekemans, Andre Verboven, Bart Vercoutere, Werner Verhoeven , Rien Verhuizen, Dirk en Luc Verroken, Marc Walravens en Jan Wellekens

83


Weetjes rond beestjes

Weetjes

beestjes

rond

Kort natuurnieuws en oproepen uit het Dijleland Weidebeekjuffer

-

Sinds de jaren

Dijleland uit (zie artikel in Boomklever

'90 breidt de weidebeekjuffer in 30(2002), 34-38). De tot op heden

het be­

kende waarnemingen zijn samengevat op het kaartje hiernaast. Hoe donker­ der de kleur van een hokje, hoe meer waarnemingen. Ook dit jaar trachten we de ver­ '.

dere uitbreiding en vestiging

, .�"'

van de weidebeekjuffer in onze regio op de voet te volgen. Hierbij dan ook een warme op­ .t

).

roep om de komende maan­ den alle waarnemingen van de soort

door

te

geven

aan

Bart Vercoutere (b. vercoutere@haskoning.be)

·L]

?

. .

of te melden via de yahoo­ rondzendlijst. Aandachtsgebieden zijn de kerngebieden in de Dijlevallei tussen Leuven en Korbeek-Dijle en tussen Neerijse en Waver en de IJsevallei.

In de IJsevallei is

de soort talrijk tussen Neerijse en Loonbeek, terwijl ze stroomop­

2003

waarts van Huldenberg pas in voor de eerste maal werd vastgesteld (Overijse).

Verder ontbreken gegevens van de Vaalbeek (traject Zoet Water - Vaalbeek), Nethen (traject Sint-Joris-Weert - Nethen), Train (Grez-Doiceau) en vele andere beken in Waals-Brabant.

Info: Bart Vercoutere (b.vercoutere@haskoning.be)

84


Wee(jes rond beestjes

------

De poel des doods

-

Reeds lange tijd staat een bospoel net ten z van

de Weertse Dreef in Mollendaalwoud bekend als een van de weinige gekende voortplantingsplaatsen van Vuursalamanders Sa!amandra salamandra in de Leuvense bossen. Deze landsalamander verblijft enkel tijdens het larvale stadium, wanneer de diertjes door middel van uitwendige kieuwen ademen, in het water. De volledige adulte levensloop speelt zich vervolgens in een terrestrisch milieu af. Enkel voor ¡

het afzetten van de larven (Vuursa lamanders

ZIJn

levend barend)

de

keren

vrouwtjes naar het water terug. Hierbij plaatsen ze zich op een oever met het achterlichaam in het water. Eerder werd door G. Catthoor reeds vastgesteld dat vele

drachtige

Vuursalamandervrouwtjes tijdens het afzetten van hun aquatische larven worden vastgegrepen door paarlustige mannelijke Bruine Kikkers

Rana

femporaria, waarbij deze vrouwtjes al te vaak de verdrinkingsdood sterven. In 1999 werd eveneens opgemerkt dat ook de salamanderlarven te lijden hebben onder de massale aanwezigheid van de Bruine Kikkers. Er werden immers vele larven gevonden die bovenop het bijna poelbedekkende kikkerdrilpakket waren gestikt i n de lucht (Moreau,

1999). Deze mortaliteit werd nooit exact

gekwantificeerd, de impact ervan op de populatie zou trouwens moeilijk kunnen ingeschat worden aangezien er geen populatie-groottes bekend zijn. Na

1999

werden slechts sporadisch Vuursalamanderwaarnemingen van deze poel ontvangen, wat meer te verklaren valt door de afwezigheid van waarnemers dan door de afwezigheid van salamanders. Ook blijft de trefkans hier bijzonder klein, ook al gaat het om de beste gekende plaats voor de soort in de regio (en vermoedelijk zelfs in een veel ruimer gebied). Uit persoonlijke observaties (vnml. K. Moreau & H. Roosen) blijkt dat de activiteit van de Vuursalamanders rond de poel zijn hoogtepunt kent tijdens de derde decade van maart, en dan voornamelijk op nachten met een hoge relatieve luchtvochtigheid (vooral tijdens en na regenbuien). Op

21/03/04, na een erg regenachtige nacht, beslisten K. Moreau en de

deelnemers aan de vogelwandeling die die dag werd gehouden met Vogelwerkgroep Brussel, om hun geluk eens te beproeven aan deze poel. Groot was de verbazing toen hier rond l l u ook effectief een actief rondzwemmend Vuursalamandervrouwtje werd aangetroffen. Zij werd dadelijk op het droge gezet waarop ze onmiddellijk terug het water trachtte op te zoeken (afzetten van de 85


Weeljes rond beesljes larven nog niet voltooid?). Een nauwkeurigere inspectie leverde in totaal nog 15 ex. op, allemaal vrouwtjes, die met de buik naar boven op de bodem van de poel lagen (de poel is co

1m

diep maar gevuld met zo'n dik pak rottend

bladafval dat de vrije waterkolom slechts 5

à

15 cm bedraagt). Wellicht lagen

er nog veel meer ex. tussen het bladafval. De 15 zichtbare ex. werden allen uit de poel gevist, slechts één ervan vertoonde nog tekenen van leven en werd wat verder van de poel weer gelost. De overige

14

ex., die vermoedelijk toch

minstens enkele uren in het water hebben gelegen, waren reeds volledig opgestijfd en de ogen begonnen reeds in te vallen en waren bedekt met een witte waas. Hoewel verboden, werden de

14

lijkjes meegenomen om ze te

fotograferen, teneinde de individuele variatie in tekening te documenteren. Drie uren later

( ! ) werden ze in een tuinvijver afgespoeld zodat ze proper op de

foto konden en warempel, 6 ex. vertoonden terug een (amper waarnembare) ademhaling! De lichamen werden weer soepel en de ogen klaarden terug op. Deze ex. werden uiteraard stonde pede terug naar de bospoel gebracht. De Vuursalamanders hielden hun schijndood daar nog enkele uren vol, en enkel wanneer er zich geen menselijke waarnemers in hun gezichtsveld bevonden begonnen ze nadien terug te bewegen. De overige 8 ex. werden tot de dag erop continu gemonitord en vochtig gehouden, maar deze bleven allen dood. Deze ervaring vormde het startsein voor een groter aantal bezoeken, en tussen

22/03 en 4/04 werd de locatie om de twee dagen bezocht (H. Roosen, K. Moreau, G. Louette, L. Vekemans e.a.). Bij elk bezoek werden 2 à 4 nieuwe dode Vuursalamanders uit de poel gehaald. Anderzijds waren enkele observaties van levende dieren die actief naar de poel toe en vooral terug van de poel weg kropen (bedekt met kroos) erg bemoedigend, en de vondsten van vele Vuursalamanderlarven in andere delen van Mollendaalwoud (in enkele kleinere plassen in de omgeving van de Walendreef) bevestigen gelukkig dat niet alle Vuursalamanders uit Mollendaalwoud afhankelijk zijn van de poel des doods langs de Weertse Dreef. Vermoedelijk vormden de Bruine Kikkers in deze poel trouwens niet het enige probleem waar de Vuursalamanders mee te kampen krijgen. De poel heeft over het grootste deel van zijn omtrek immers steile oevers, waar in het water belandde Vuursalamanders niet op kunnen kruipen. Bij het benaderen van de poel zoeken ze duidelijk de zachtglooiende oeverdelen uit, maar eens in het water beland (of ze er nu door kikkers werden ingesleurd of er zelf invielen) proberen ze naar de dichtstbijzijnde oever te zwemmen (onbeholpen want ze hebben geen zwemvliezen), en dan is de kans groter dat ze op een steil gedeelte stoten. Eén ding is zeker: beheersmaatregelen dringen zich hier overduidelijk op! Wordt vervolgd. Keffe

Moreau

Referentie

Salamandra salamandra en baltsende Houtsnippen Scolopax rusticola. De Boomklever, 27 :29-32.

Moreau, K.

86

( 1999) -

Ontdek de Vuursalamander

ontmoet


Weeljés rond beesljés ------

Beschermingsplan Das

-

Op enkele zwervende dieren na, is de Das

reeds enkele decennia uit Vlaams-Brabant verdwenen. Een poging om in het begin van de jaren tachtig dassen te herintroduceren mislukte en verschillende dieren werden toen vergiftigd teruggevonden. De laatste tijd worden er in het Dijleland echter terug zwervende dassen (hoofdzakelijk verkeersslachtoffers) ge­ signaleerd. Op 17 juni gaf de Vlaamse minister van Leefmilieu, Jef Tevernier, het startschot voor een driejarig actieplan om de dassenpopulatie in het zuidelijk deel van Vlaams-Brabant weer op peil te krijgen. Dit beschermingsplan, dat wordt uitgevoerd door het Regionaal Landschap Dijleland, omvat zowel de inventarisatie van de huidige toestand van oude burchten en het in kaart brengen van de dassenpopulatie in het aangrenzende Waalse gebied van waaruit mogelijk migratie kan optreden, als de inrichting en het herstel van bossen en bosranden als geschikt voedselgebied voor dassen, en het wegwerken van knelpunten (stroperij, verkeershinder, ".). De das zal al­ leszins zelf zijn weg moeten zoeken naar het Dijleland. Alle informatie over het vroeger of actueel voorkomen van de Das in de regio is welkom bij Muriel Vervaeke, projectverantwoordelijke 'Beschermingsplan voor de Das in Vlaams-Brabant', Regionaal Landschap Dijleland, Naamsesteenweg 573, 3001 Heverlee, tel. 016 40 85 58, muriel.vervaeke@rld.be.

Nachtegaal en Wielewaal

-

Soorten komen, soorten gaan". en twee

voorjaars-iconen van de streek zingen tegenwoordig een fiks toontje lager. Het aantal zangposten van beide soorten in de Dijlevallei ten zuiden van Leuven is de voorbije jaren opvallend afgenomen. Zo werden er in de Doode Bemde (Dijlevallei tussen Korbeek-Dijle, Oud-Heverlee, Sint-Joris-Weert en Neerijse) de voorbije maanden geen enkele

(!)

zangpost van Nachtegaal waargenomen,

terwijl (slechts) op drie plaatsen binnen dit gebied zingende Wielewalen aan­ wezig waren. In 1999 herbergde dit gebied nog 7 Nachtegaal-territoria en l 0 Wielewaa 1-territoria. Om een aantal hypothesen in verband met deze frappante achteruitgang te toetsen (o.m. relatie met het gevoerde beheer), wordt momenteel getracht een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het voorkomen en de verspreiding van beide soorten sinds 2000 in de ganse regio. In het voorjaar van 2005 plan­ nen

we

alvast

een

gedetailleerd

project

(territoriumkartering

+

biotoopkarakterisatie) rond beide soorten. Alle waarnemingen van Nachtegaal en Wielewaal uit de periode 2002-2004 zijn welkom bij Maarten Hens (maartenhens@skynet.be). 87


Kalender

Activiteitenkalender zomer

&

najaar 2004

Bij slechte weersomstandigheden worden de belangstellenden verzocht contact op te nemen met de verantwoordelijke van de activiteit. Tenzij anders vermeld, vindt u de gegevens van de contactpersonen op de binnenkaft van deze Boomklever.

Ongewervelden inventarisatie Laanvallei en zuidelijke Dijlevallei We inventariseren natuurgebieden in beide valleien op allerlei insekten en andere ongewervelden.

Meebrengen: determinatieliteratuur (insektengids, tabellen) en

loupe (tussen 8 en 15 X vergrotend), eventueel: insektennet, potjes, verrekijker.

De

leiding is in handen van Joris Menten. =>

Zaterdag 10 juli Afspraak 09:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode

=>

Zaterdag 1 augustus Afspraak 14:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode

=>

Zaterdag 21 augustus Afspraak 09:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode

=>

Zondag 11 september Afspraak 09:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode

Trektellingen We geven het startsein voor het nieuwe trektelseizoen op zaterdag 21 augustus op de Bredeweg te Leefdaal en hopen vanaf dan tot eind oktober elk weekend een of meerdere telposten te bemannen. Traditiegetrouw vinden de simultane trekteldagen, waarop ook een 'breder' publiek welkom is, plaats tijdens het eerste en laatste week­ end van oktober. Meer info: contacteer Kris Van Scharen. =>

Zondag 3 oktober Vanaf zonsopgang tot 16:00 op de Bredeweg, plateau van Leefdaal.

=>

Zondag 24 oktober Vanaf zonsopgang tot 16:00 op de Bredeweg, plateau van Leefdaal.

Watervogeltellingen in de Dijlevallei =>

Zaterdag 16 oktober Afspraak om 09:00 aan het station van Oud-Heverlee. Meer info: Kris V. Scharen

=>

Zaterdag 14 november Afspraak om 09:00 aan het station van Oud-Heverlee. Meer info: Kris V. Scharen

88


Individuele variatie bij Vuursalamander in Mollendaelwoud, 21-3-04, foto: Gert Plattau

Vroedmeesterpad met eipakket. Neerijse, 30-5-04, foto: Hans Roosen


.

€ 17,95

Uitgeverij VUBPRESS Waversesteenweg 1077 B- 1 1 60 Brussel

VUBPRESS

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Juni 2004  

De Boomklever Juni 2004  

Profile for nsgd
Advertisement