__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGROEP DIJLE LAND BEEKJUFFER SLEEDOORN PAGE SPITSKOPJE HAMSTER • HAVIK EIKELMUIS R ATELAAR APPELVINK WESPE� BOSRIETZANGER

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diilerand

Jaargang 32

-

maart 2004


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur Voorzitter: Paul Herroelen Leuvensesteenweg 347,3370 Boutersem, 016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt,Spitsberg 4,3040 Huldenberg, 02.687.47.34 Penningmeester: Kris Van Scharen,Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal,02.767.26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4,3020 Herent, 016.23.13.38

André Verboven,Groeneweg 60,3001 Heverlee,016.23.81.84

Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee, 0486.12.58.77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee,0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42,1320 Tourinnes-la-Grosse,010.86.24.66

Wouter Desmet,Studentenwijk Arenberg 21 (408),3001 Heverlee,0473.731788

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Maarten Hens,adres: cfr. secretaris vanaf 15/4/04

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau,

Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee,0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be •

Broedvogelatlasproject, trektellingen: Frederik Fluyt, Spitsberg 4,3040 Huldenberg,

02.687.47.34, freek@village.uunet.be •

Watervogeltellingen: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal,

02.767.26.38,kvschare@vub.ac .be Werkgroep zoogdieren Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau,

Celestijnenlaan 27a bus 0201,3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac .be Werkgroep ongewervelden Themaverantwoordelijke: André Verboven,Groeneweg 60,3001 Heverlee,

016.23 .81.84,andre.verboven@chello.be Planten Werkgroep Themaverantwoordelijke: Joris Menten,W. De Croylaan 49/21,3001 Heverlee,0495.27.53.9 3

Joris menten@merck.com Website

www.natuurpunt.be/dijleland Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@yahoogroups.com


De Boom.klever

INHOUD

Driemaandelijks tijdschrift van Natuurstudiegroep Di;le/and natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw.

Redactiekern Herwig Blockx, Frederik Fluyt,

BUITEN GEKEKEN Het noorden wacht niet

. . . . . . . . . . . .

. . . . .

.

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

.

.

.

.

.l

Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van Scharen

VOGELS Bijzondere broedvogels in regio Leuven

Redactie-adres

. . . .

.

. . . . .

. . . .

. . .

. ...6 . .

Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat, p/a Frederik Fluyt, Spitsberg 4 ,

3040 Huldenberg

Historische en recente gegevens over de Grauwe Klauwier Lanius collurio in V laams-Brabant

. . .

.

. . . . . . . .

.... 11

E-mail: freek@village .uunet .be

De Sneeuwgors van Leefdaal. ..................................... 18

Het copyright van de teksten

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei

en tekeningen blijft bij de auteurs en tekenaars. Over足

en omgeving. December 2003- februari 2004...........20

name is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating

ZOOGDIEREN

Abonnement Ge誰nteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door overschrijving van 5 EUR op

Zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving in 2003

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

31

rekeningnummer

001-1552168-50 van Studie足 groep Dijleland p/a Korbeek足 straat 27, 3061 Leefdaal met

ONGEWERVELDEN

opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost

10 EUR of meer.

Natuurpunt Natuurpunt

vzw

VL'N

Verslag bladmijnenexcursie 1 9 oktober 2003..............34

ACTIVITEITEN

is de grootste

vereniging voor natuur en landschap in V laanderen. Ze

Activiteitenkalender voorjaar & zomer 2004...............36

telt 47.000 leden en beheert

11 .000 hectaren natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt VL'N

kan door storting van 17,5

Euro op rekeningnummer

000-0000999-29.

1


Buiten gekeken

Het noorden wacht niet (Leucate, 15-4-01) "Zeg, en gij zei dat dat beest geen kwaad kon... ?!" Waarop ze nadrukkelijk voorleest: "Scolopendra cingulatus. De grootste Europese duizendpoot, wordt in met struiken begroeide habitats in het Middellandse­ Zeegebied aangetroffen. De beet is pijnlijk en kan gevaarlijk zijn. Geelbruin tot olijfgroen." "Kijk, dat was 'm toch hè" en meteen krijg ik de afbeelding in de Elseviers lnsectengids te zien. Ik mompel iets van "ja, precies toch wel hé" terwijl ik vlug mijn slaapspullen opruim. Met struiken begroeid, dat klopt wel, het staat hier vol met Pistacia-struiken. "Allee, een chance da ze nie gebeten hebben", probeer ik met een schaapachtige grijns. Ik kan evenmin met de foef afkomen dat er maar één van die beesten rondkroop. Gisteravond hebben we immers ettelijke keien omgedraaid waarbij meer wel dan niet zo'n kronkelend geelbruin monster tevoorschijn kwam. "Slangen zullen hier misschien ook wel zitten" besluit ik berustend. "En de griel, heb je die gehoord vannacht ?" probeer ik het over een andere boeg te gooien. Neen, ze heeft in de auto geslapen en niks gehoord. Wel waarschijnlijk véél beter geslapen dan ondergetekende met zijn primitief matje op een hobbelige ondergrond van vuistdikke keien. We hadden nochtans een veelbelovend druivenplukkershutje gevonden aan dit zijweggetje van niks. Alleen lag het er vol rattenkeutels en stonden er in de hoeken nog ettelijke rattenvallen op scherp: ons gepland slaapvertrek verloor plots veel van zijn oorspronkelijke charme." Een nacht onder de sterren mét duizendpoten was de enige andere optie. De reden waarom we hier überhaupt overnacht hebben, is - voorlopig - alleen duidelijk voor mij. Luttele kilometers verder ligt immers Cap Leucate, één van de "hot points" voor voorjaarstrek in Zuid-Frankrijk. Ik ben hier, op aanraden van Franse vogelkijkers, al eens eerder geweest. Toen was er weinig vogeltrek en heb ik vooral planten gefotografeerd. De moeite om er nog eens langs te gaan is het dus alleszins. "Het ligt trouwens vlakbij de autostrade, we moeten er echt geen omweg voor doen" vond ik zelf ook een uitstekend argument om onze terugtocht voor een voormiddag te onderbreken. Als we na een korte rit op het plateau zelf uitstappen, is het

al duidelijk dat er

vandaag wél beweging zit in de vogels. Véél beweging !! De lucht zit barstensvol gierzwaluwen: met tientallen sikkelen ze laag over de grond noordwaarts. Ik open het portier en een grijze schim schiet langs en verdwijnt tussen de struiken, begeleid door mijn enthousiast "Daar, een sperwer". De volgende benodigdheden voor de geplande wandeling worden vooral door Hadewig bij elkaar gescharreld want ik heb voortdurend één oog in de koffer en één oog op de lucht.

2


Buiten gekeken

"Tsi, Tsiglits" "Daar, een groepje putters. En ginder ... nog een groep". "Tsie" "Eh, zeker 20 gele kwikstaarten". De éne groep zangvogels is nog niet gepasseerd als hun opvolgers er al aan komen golven. Grote bendes kneutjes, boompiepers: allemaal staat hun kompasnaald op pal noord. Dat belooft ... Als we de eerste struiken gepasseerd zijn, hebben we een mooi uitzicht over dit wonderlijke kalksteen plateau. Aan de noordoostkant staat de vuurtoren, hij heerst over een verlaten vlakte waarvan de bodem bestaat uit pure kalk met de voorspelbare schrale vegetatie. De noord- en oostkant van de kaap lopen bijna verticaal af naar de zee. De grootste kalkbrokken zijn in een ver verleden door noeste handen benut in lage muurtjes die de perceelgrenzen afbakenen. Op enkele plaatsen is het surplus aan stenen gewoon in grote manshoge hopen opgestapeld. De vegetatie is minimaal: Hier en daar wat Cistusrozen, enkele dennenbomen, Euphorbia's. Kriskras door deze kalkwoestenij lopen weggetjes en paden. "Mooi hier hé" , ontlok ik wat bijval van Hadewig. Maar ook zij is onder de indruk van de onafzienbare schare van trekvogels die ons pad kruist: "Amai, wat een gierzwaluwen. Kijk, ge kunt de witte keel zien. Waar gaan die allemaal naar toe ?"Ik weet dat het belachelijk lijkt maar ik wijs in de richting waarin dit leger vogels verdwijnt. Een voorspelbare tegenvraag laat niet op zich wachten: "Ja ja, dat zie ik ook wel, maar waar broeden die allemaal ? Zovéél ??!" Ik kan vandaag zelf geen betere vraag bedenken. Zijn dit Franse broedvogels, zijn hier "Scandinaviërs" bij ?? Voor hen is hun doel overduidelijk en ze gaan er zonder aarzelen recht en snel naartoe. Voor ons is datzelfde doel in schimmige onzekerheid gehuld. Een tiental "kwikstaarten" komt nu recht op ons aan golven: "Bzie". Neen, alweer boompiepers. Het is nu onmogelijk om rond te kijken en geen sperwer te zien : laag tussen de muurtjes doorscherend, achter een dennenboom opduikend, even rondcirkelend op thermiek. "Se sijn hierr niet uit de lugt" zou een Nederlander zeggen. Op een zeker moment tel ik er tien verschillende bij een snelle rondscan. Eén van hen komt laag op ons af en gebruikt onze lichamen als visueel schild om pas op enkele meters van ons als een duveltje uit een doosje zijwaarts uit te vallen naar een groepje kneu's dat hierdoor als een ontploffende vuurwerkpijl uit elkaar spat. Boerenzwaluwen scheren in verspreide groepjes langs, zonder ook maar één kwetterend toertje. Er zit spanning in de lucht. Als vogelkijker voel je dat, maar de vogels nog veel meer. Het lijkt wel of ze door een onzichtbare krachtige magneet aangetrokken worden. Hier een groepje oeverzwaluwen, daar enkele huiszwaluwen, alweer een groep gele kwikstaarten: er lijkt geen einde aan te komen. Het is voor hen hoogdringend om in hun broedgebieden te geraken, dat lijdt geen twijfel. Af en toe krijg ik even een adrenalinestoot als ik een "reuzengierzwaluw"achtig silhouet in hun midden zie opduiken. Mijn eerste impuls "een boomvalk" laat ik even snel weer varen als de blinkend zilverwitte buik uitsluitsel brengt: het zijn alpengierzwaluwen die tussen hun kleinere broertjes gehaast de tocht naar het noorden verderzetten. Aan de horizon duiken nu enkele grotere silhouetten op. "Zijn dat geen reigers ?" vraagt Hadewig, "trekken die ook ?" Het is altijd leuk om gewone soorten te zien overtrekken, denk ik als ik ze in de kijker krijg. 3


Buiten gekeken

Hier in Zuid-Frankrijk weet je tenslotte maar noo ... : "Ja, purperreigers !" De uitgezakte slangennek, de lange tenen, ook Hadewig kan ze nu prima zien. "Ze hebben last van de wind, kijk" : de langgerekte lijn reigers wordt opzij geslagen in de krachtige westenwind en herstelt maar langzaam zijn oorspronkelijke koers. In het daaropvolgende halfuur passeren er tot mijn verbazing nog eens 4 groepen purperreigers telkens door ons enthousiast nagestaard. Ik kan hier nog uren naar kijken maar Hadewig heeft ondertussen enkele mooie orchideeën gevonden. Telkens 2 of 3 bruin omrande gele bloempjes die horizontaal staan ingeplant aan een steeltje van amper l 0 cm hoog. Haar kommentaar "Het trekt een beetje op vliegenorchis, maar dan in 't geel" moet ik volmondig bijtreden. Ophrys lutea heet dit kleinood., ik heb het de eerste keer in Andalucia gevonden. Ik weet nog precies waar het was, onder die dennen in die kloof waar ik ook die baltsende havikarende ... "En hier, wat is dat?" worden mijn afgedwaalde overpeinzingen onderbroken. Ook die ken ik van diezelfde reis. Ik had ze toen oorspronkelijk totaal verkeerd gedetermineerd. Flink uit de kluiten gewassen, brede donkergroene bladeren en nu al uitgebloeid: hyacinth-orchissen. "Spijtig dat ze al zo ver zijn, die ruiken echt ongelooflijk goed: zoet, een beetje naar vanille. Ik heb die in Spanje ooit met kerstdag zien bloeien" geef ik nog wat persoonlijke bedenkingen bij deze planten. Eigenlijk zijn de orchideeën hier ver in de minderheid. Sfeerschepper nummer l zijn de met bloemetjes overladen bolvormige thijmstruikjes.

Overal

wordt de witgrijze bodem opgefleurd door hun lichtroze bollen. In spleten van de muurtjes en op plaatsen waar door een gelukkig toeval toch een beetje humus gevormd is staan grote toefen rode spoorbloem. De blauwgroene bladeren van de witte affodil lijken aan de naakte rots te ontspruiten, enkele planten beginnen aarzelend te bloeien. Hier en daar wordt de kalkhegemonie onderbroken door iets graziger plekken. In de zomer moet het hier verzengend heet zijn en elk sprietje donkerbruin gebakken. Nu lijkt het hier wel één grote rotstuin. Hier een groepje gele ophryssen, daar enkele houtsniporchissen, fel geel bloeiende wolfsmelk, een bloeiende meidoornstruik: het houdt niet op. "Daar, shit, bijna gemist" Een mannetje bruine kiekendief koerst over, bijna onmiddellijk daarna gevolgd door een vrouwtje. Is dat een koppel dat hier samen in ééndracht de wind trotseert ? Op weg naar een moeras in Nederland of Zweden? We zullen het nooit weten. Tuk op meer laat ik even de orchideeën voor wat ze zijn ("die staan er straks toch ook nog") en speur even de horizon in het zuiden af. Ja, een groep van 5 roofvogels zoekt nu thermiek boven het zuidelijk lager gedeelte van het plateau. Ze zijn nog ver en de determinatie blijft in zulke winderige omstandigheden speculatief: bruine kieken, zwarte wouwen, vroege wespendieven: het kan allemaal . Als ze minuten later rondjes draaien boven onze hoofden, is hun identiteit zonneklaar: zwarte wouwen. Eén voor één glijden ze nu af. Het noorden wacht niet, ook niet voor een zwarte wouw. Luttele minuten daarna komen nog 2 achterblijvers aanzetten. Ze flappen flink door en ik duim voor hen dat ze het pelotonnetje van daarnet kunnen bijbenen. Het zal niet eenvoudig zijn, vrees ik. We zijn ondertussen de noordkant van de kaap genaderd en de kustlijn buigt hier 4


Buiten gekeken

plots pal naar het westen waardoor noordwaarts trekkende vogels hier opnieuw geconfronteerd worden met het vijandige sop. Ik speur het zee-oppervlak af: laag boven het water zwoegen de zwaluwen nu pal tegenwind. Als ze gewoon hun inwendig kompas blijven volgen, lopen ze met deze zijwind een groot risico totaal te verdriften boven open zee. Uit alle macht proberen ze dus via een meer westelijke koers aan land te geraken. Een grotere vogel is eveneens in moeilijkheden: een zwarte wouw, misschien ? Neen, het is een purperreiger. Nauwelijks één meter boven de golven moet hij verwoed klapwieken. Iets hoger komt hij nu maar wordt tegelijkertijd achteruit geslagen. Even wijkt hij zijwaarts uit en probeert het opnieuw. Enkele meters wint hij en dan hangt hij, ondanks zijn hevige inspanningen secondenlang op dezelfde plaats stil. Toch houdt hij vol en oh zo langzaam zie ik hem verdwijnen richting vasteland. Die gaat het halen ! Bien fait, monsieur Ie pourpré, denk ik bij mezelf als we aanstalten maken om terug richting auto te stappen . De gierzwaluwstorm is nu geluwd en nu valt het pas op dat ook de andere zwaluwsoorten vandaag in grote getale langskomen. Waren die aantallen er daarstraks ook al ? Of verdronken ze toen tussen de horden gierzwaluwen? Ik weet het eenvoudigweg niet ".Ik zoek een strategische plek iets onder de top van de steile oosthelling van het plateau. Links van mij "la Mediterrannée": groenblauw in een rotsig Cote d' Azur kader. V óór mij het zuiden, enigszins verscholen achter een ver vooruitstekende rotsformatie op een tiental meter van mijn idyllische zitplaats" Laat ze nu maar afkomen. En of ze dat doen: om de paar seconden scheuren er enkele zwaluwen rond de bocht om dan rakelings langs te zoeven. Het is net of er een kanon staat achter die rots waaruit voortdurend zwaluwen in mijn richting worden geschoten. Boven de zee nadert nu een lijn van 7 reigers. Na een eerste vijfnekkige groep van daarstraks is dit de tweede groep blauwe reigers die de kaap rondt. Hiermee blijven ze echter ver in de minderheid tegenover de purperreigers. Wat zou ik hier graag blijven zitten ... ! Onze vakantie is echter afgelopen, we moeten de trekvogels achterna en de tijd dringt ... Als we het plateau afrijden, komt een bekend silhouet over. Hier heb ik zelfs geen verrekijker voor nodig : elke rechtgeaarde Dijlelandse vogelkijker herkent deze vogel

ogenblikkelijk. Ik had al stiekem gehoopt op een visarend en als zo'n

inwendige voorspelling dan uitkomt, doet dat toch altijd deugd. Enkele honderden meter verder stoppen we opnieuw. Voor bermflora deze maal: bruine orchissen en bloeiende gladiolen. Het is nu echt hoog tijd om terug te rijden want anders geraken we vandaag écht nergens meer. Ik kijk nog even de zuidelijke horizon af en gotver ... nog eens 3 purperreigers die in onze richting vorderen. En ginder ver, in die wazige zuiderse verten, zijn er daar nog op komst ?! Er is maar één oplossing: ik doe alsof ik ze niet gezien heb, steek mijn kijker weg en stap in. We zijn nu definitief weg. Een paar kilometers verder kruist een prachtig mannetje bruine kiekendief de weg. Hadewig kijkt mij vragend aan. Ik heb even vertraagd, dat moet ik toegeven .. . Het noorden wacht jammer genoeg niet, ook niet voor ons. Herwig 5


Vogels

Bijzondere broedvogels in regio Leuven Resultaten van het BBV-project 2003 Veel tijd om op onze lauweren te rusten was er niet. Na

3 jaar van intensieve broedvogelinventarisatie n.a.v. de V laamse broedvogelatlas (periode 2000 2002) werd in de Leuvense regio de draad van het BBV-project terug opgeno­ men.

Het BBV..,project, gecoördineerd door het Instituut voor Natuurbehoud

houdt een jaarlijkse telling in van broedende kolonievogels, exoten en soorten die als zeldzaam te boek staan. Voor de inventarisatiemethodiek en de lijst van op te volgen soorten verwijzen we naar Anselyn e.a.

(2003) of de website van

het Instituut voor Natuurbehoud (www.instnat.be). De BBV-regio Leuven omvat de gemeenten Bertem, Bierbeek, Herent, Hulden­ berg, Leuven, Oud-Heverlee en Kortenberg of in oppervlakte uitgedrukt, 264 km2. Tegenover dit omvangrijk onderzoeksterrein stond een zeskoppige BBV ­ telploeg. Vanwege de late start en de beperkte mankracht werd - tegen de geest van de inventarisatiemethodiek in - geopteerd om eerder soortgerichte dan wel gebiedsgerichte tellingen uit te voeren. De kennis over het voorkomen van BBV-soorten opgedaan tijdens de atlas­ inventarisatie was daarbij van groot nut. Op deze wijze kon het vermoedelijk voorkomen en de aantallen van broedvogels door enkele bezoeken af te leg­ gen op de gekende sites, al dan niet bevestigd of bijgestuurd worden. Soorten waarvan de gegevens deels of geheel op deze wijze werden verzameld zijn Grote Gele Kwikstaart, Porseleinhoen, Blauwe Reiger, Roek, Oeverzwaluw, Nijlgans, Zwarte Zwaan en Canadese Gans. In al deze gevallen gaat het om soorten gebonden aan een specifiek biotoop (zangroeven, parkvijvers, zegge­ moeras) of om gekende historische broedkolonies.

De verzamelde aantallen

van deze soorten kunnen bijgevolg als zeer betrouwbaar beschouwd worden. Specifiek voor de Grote Gele Kwikstaart werd in 2003 het voorkomen als broed­ vogel in de Leuvense binnenstad in kaart gebracht (Creemers 2003). Naast het gerichte inventarisatiewerk, werden bijkomende gegevens verzameld via het omvangrijke waarnemersnetwerk binnen de Leuvense regio. Daartegenover staat dat een groot deel van het studiegebied niet of nauwe­ lijks onderzocht werd.

Ondermeer de grotere boscomplexen en de akker­

plateaus vormen grotendeels blanco vlekken op de broedvogelkaart. Van Havik, Wespendief, Middelste Bonte Specht en Grauwe Gors bereikten ons bijgevolg slechts fragmentarische gegevens.

Aan de hand van het voorbije atlas­

onderzoek (2000 - 2002) vallen voor deze soorten - met uitzondering van de Wespendief - evenwel vrij betrouwbare aantalschattingen te maken. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de aantallen per BBV-soort m.b.t. het inventarisatiejaar 2003. Het ligt niet in de bedoeling van deze bijdrage om 6


1, Vogels

elke soort te bespreken, we beperken ons tot enkele tendensen zoals we deze op korte termijn kunnen vaststellen.

De afvallers - de nieuwkomers In vergelijking met de atlasperiode 2000 - 2002 werden in 2003 2 nieuwe 'bijzon­ dere broedvogels' genoteerd, terwijl 7 soorten niet meer als (waarschijnlijke of zekere) broedvogel vastgesteld werden. BBV-soorten die in

2003 de regio links lieten liggen zijn Geoorde fuut, Carolina­

eend, Mandarijneend, Watersnip, Bijeneter, Grauwe Klauwier en Kruisbek. {Fluyt

2000, 2001, Moreau 2002, Van Scharen 2002)) Aalscholver. Op het eilandje in het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode werd begin maart '03 door De eerste soort die het rijtje nieuwe broedvogels vervoegt is de

een koppel met overtuiging een nest gebouwd en leek er ook effectief ge­ broed te worden. Om een onduidelijke reden - het hagellood is hier nooit ver weg - werd het nest met ongekende inhoud verlaten. Het ligt in de lijn der verwachting dat we in de nabije toekomst er allicht getuige van zullen zijn hoe de eerste bedelende aalscholverjongen voor regio Leuven op hun luidruchtige wenken bediend zullen worden. Al even luidruchtig, maar misschien minder verwacht was de comeback van de Cetti's Zanger in de Dijlevallei. Na het laatste geval in 1978 (Hens 2000) maakte een (verondersteld) ongepaard mannetje zijn opwachting in de Doode Bemde. Hier werd van 4 mei tot minstens

23 augustus een zangpost vastgesteld in een rietveld te Oud-Heverlee. (Moreau 2003)

Exoten 4 soorten werden als broedvogel vastgesteld. Alhoewel we bezwaarlijk kunnen spreken van een explosieve groei, weten Nijlgans en Canadese Gans zich dui­ delijk uit te breiden als broedvogel (zie Tabel l) . Zo werden in 2003 Nijlganzen reeds op l 0 locaties aangetroffen ( 14 koppels), niet alleen aan parkvijvers, maar ook in meer natuurlijke watergebieden. Het koppel Zwarte Zwaan dat een broedpoging ondernam aan de Vijvers van Florival (Ottenburg) is waarschijnlijk het (enige) koppel dat sinds jaren aanwezig is in de Dijlevallei. �

1

1999

1998 Zwarte Zwaan Nijlgans

l

Canadese gans

2

4 4

2000 - 2002

2003

l 18 5

14 5

Mandarijneend Carolina-eend Tabel 1: Exotische watervogels als broedvogel vastgesteld in regio Leuven, periode 1998 2003 -

7

� �


Vogels

aantal broedpaar Zeldzame broedvogels Grote Gele Kwikstaart

26 - 30 terr.

Knobbelzwaan

7

Ijsvogel

5

Porseleinhoen

3

Havik

geschat op 14 terr.

Wespendief

6

Grauwe Gors

6

Wouwaapje

l

Europese Kanarie

l

Zomertaling Middelste Bonte Specht

geschat op 12 - 13 terr.

Koloniebroeders Aalscholver

1

Blauwe Reiger

50

Roek

141 (kolonie Egenhoven niet geteld)

Oeverzwaluw

min.172 - max. 365 bezette nestgangen

Exoten Nijlgans

14

Canadese Gans

5

Halsbandparkiet

?

Zwarte Zwaan

Tabel 1: resultaten BBV-project regio Leuven, inventarisatiejaar 2003 De vele losse waarnemingen van de Halsbandparkiet duiden er op dat deze schreeuwerige exoot allicht tot broeden kwam in onze regio, maar gerichte tellingen bleven achterwege. De aantallen tijdens de atlasperiode voor regio Leuven werden geschat op min. 23 - max. 43 broedparen.

Kolonievogels De nieuwe kolonie van Blauwe Reiger net buiten de Doode Bemde te Neerijse lijkt een permanent karakter te hebben. Hier werden dit jaar 6 nesten vastge­ steld. De kolonie in de Dijlevallei van Korbeek-Dijle werd niet geteld.

Tijdens de

inventarisatieperiode 2000 - 2002 werden de aantallen hier geschat op 41 - 43 paar, een aantal dat al jaren stabiel is of licht achteruit gaat (in 1994 geschat op 50 bezette nesten).

De recente vestiging van de kolonie te Neerijse kan

aldus verklaard worden door een gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden bin­ nen de kolonie van Korbeek-Dijle. Tijdens de atlasperiode werden in regio Leuven 8


Vogels

Grootbroek, maart '03, de eerste serieuze broedpoging van de Aalscholver in regio Leuven. Niet meteen het toonbeeld van een proper huishouden.

De Nijlgans, exoot in opmars. Foto's: Frederik Fluyt 9


Vogels

nog geïsoleerde broedgevallen opgetekend in de ljsevallei te Huldenberg en in het Onderbos (Laanvallei) te Sint-Agatha-Rode (Fluyt

2000).

Het totaal aantal

broedparen in regio Leuven mag geschat worden op minimum

50.

Een minder statisch beeld is dat van de Oeverzwaluw. De voorkeur voor dyna­ mische biotopen (zavelwinningen) in onze regio zorgt jaarlijks voor fluctuerende aantallen. In

2003 werden in

drie zandgroeven kolonies aangetroffen met vol­

gende maxima en minima: Haasrode

56

-

37;

Wolfshaegen Neerijse

122 -58 en

Ganzemansstraat·Neerijse 187 -83. Het voortbestaan van de 2 laatst genoemde sites als geschikte broedplaats komt door wijzigingen in de uitbating in het ge­ drang. In het kader van het atlasproject werden de aantallen op die drie res­ pectievelijk sites nog geschat op

393, 190 en 151

broedkoppels.

lnventarisatiejaar 2004 Dit jaar worden extra inspannigen gedaan voor de inventarisatie van bosvogels (Havik, Wespendief en Middelste Bonte Specht). Losse waarnemingen van deze en andere BBV-soorten gedurende het broedseizoen zijn zeer welkom en kun­ nen overgemaakt worden aan de regiocoördinator of aan Kelle Moreau. Dankwoord Zonder tellers geen resultaten.

De BBV-ploeg

'03

bestond uit Bart Creemers,

Wouter Desmet, Kelle Moreau, Luc Vonden Wyngaert, Kris Van Scharen en Frederik Fluyt.

Referenties Anselin A, Devos K. en Vermeersch G. 2003. Handleiding Project Bijzondere Broedvogels V laan­ deren. Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. Creemers B. 2003. Territoriumkartering van de Grote Gele Kwikstaart in Leuven en omgeving in kader van het BBV project. Boomklever 31: 122-135. F luyt F. 2000.

Broedvogelinventarisatie regio Leuven.

Resultaten inventarisatiejaar 2000.

Boomklever 28: 82 - 94 F luyt F. 2001. Broedterritorium van Grauwe Klauwier Lanius collurio in Bertem, Koeheide. Boomk/ever29: 107-108.

Hens M., 2000.

Avifauna van het Dijleland: Gedocumenteerde soortenlijst 1901 2000.

In:

Vogels van het Dijleland (M. Hens, Ed.}, De Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afd. Leuven, Leuven ppn. 185-237. Moreau K. 2002. Broedseizoen brengt broedende Woudaap lxobrychus minitus naar Heverlee. Boomklever 30: 84 - 85 Moreau K. 2003. Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving. november 2003. Boomklever 31 : 152 Van Scharen K.

2002.

De Bijeneter Merops apiaster succesvolle broedvogel in Neerijse.

Boomklever 30: 7 6 - 80.

Fredenk Fluyt Coördinator BBV-project regio Leuven 10

Juni -


Vogels

Historische en recente gegevens over de Grauwe Klauwier Lanius collurio in Vlaams-Brabant Toen de Grauwe Klauwier nog broedvogel was

Halfweg en op het einde van de 19de eeuw waren een aantal (nu zeldzame en/of verdwenen) vogelsoorten goed bekend bij sommige eierverzamelaars die hun "eierschalen" verkochten aan het Belgisch Natuurhistorisch Museum van België te Brussel (nu KBIN). Het oudste 5-legsel werd op 29 mei 1858 te Sint-Pieters-Woluwe verzameld. Ruim 35 jaar later was er een zekere A. Spas die in de streek van Aarschot in 1892, 1893 en 1894 57 onvolledige en volledige legsels van de Grauwe Klauwier verzamelde, die in de collecties van het KBIN geregistreerd staan. Dit zijn gegevens die in de algemene literatuur over de vogels van België geen plaats kregen, maar dit is niet het opzet van deze bijdrage. Mijn eerste Grauwe Klauwier, een M, zag ik op 9 mei 1944 te Boutersem­ Willebringen en 20 dagen later was ik getuige van een paring te Boutersem­ Bost. In dat jaar vond ik te Lubbeek op 2 juni een nest dat 6 eieren bevatte en 11


Vogels

door het vrouwtje bebroed werden. Bij een volgende controle waren de eieren echter verdwenen en nam ik het nest mee naar huis. Te Kerkom had ik meer geluk en vond ik een nest met 5 eieren, waarvan het eerste ei op 13 juni werd gelegd. Na een broedduur van 14 dagen werden de jongen geboren die het nest verlieten op 13 juli. Een week later op 20 juli zag ik dat ze nog gevoederd werden door de adulten. Dat tweede nest nam ik ook mee om het te vergelijken met het eerste. In 1945 localiseerde ik te Lubbeek een nest met een legsel dat op 9 juni 4 eieren bevatte en uiteindelijk 6 eieren zou tellen. De afmetingen bedroegen 21-22.5 x 16.5-17.5 mm. In 1946 vond ik te Lubbeek op 18 mei een nest dat het eerste ei bevatte. Op 21 mei zag ik te Pellenberg een ex in een zandgroeve. Het jaar 1947 zou het beste seizoen worden: •

op 21 mei kon ik te Lubbeek met de hand (ik weet niet meer hoe) een V vangen dat geringd werd met ring B16-2245

op 11 juni observatie van een M op een stuk heide te Kerkom-Bijvoorde

op 14 juni zie ik te Lubbeek-St. Bernardus opnieuw een M

op 24 juni een koppel op een weidedraad te Korbeek-Lo niet ver van een spoorwegovergang

op 6 juli een V en een M (dit laatste met voedsel in de snavel) te Kumtich­ Breissem

op 21 juli te Oud-Heverlee een jonge vogel op weidedraad

op 10 aug een alarmerend M te Lubbeek-Aardebrug.

In 1948 ontdekte ik op 6 juni een nest met 5 eieren en op 20 juni een ander nest met 5 jongen, alle twee te Kerkom. In 1949 vond ik te Lubbeek een nest met een eerste ei, dat op 19 mei 6 eieren bevatte. De laatste waarneming van een koppel noteerde ik op 7 augustus te Lubbeek.

Fenologie De vroegste waarnemingen vallen in derde decade van april: 20 april 1946 Oudergem-Rood Klooster, 28 april 1955 Halle-Essenbeek, *april 1913 Tervuren. In het algemeen komen vooral mannetjes Grauwe Klauwieren toe in de eerste helft van mei: 0 l mei 1949 Lubbeek, 05 mei 1976 Binkom, 07 mei 2002 Boutersem, 09 mei 1944 Willebringen, 09 mei 1964 Jezus-Eik, l O mei 200 l Bertem. Tijdens de overige dagen van mei dagen de vrouwtjes op en is er nog doortrek van latere vogels. In aangrenzende gebieden vallen de meeste aankomsten ook in de eerste helft van mei: 01 mei 1949 Beauvechain, 04 mei 1958 Paal, 04 mei 1995 Schulen, 03 mei 1998 Schulen en Lummen, 07 mei 2001 Herk-de-Stad.

12

�·


! Vogels

1

'

1

Neststand , beschrijving van nesten en hun situatie 1 ste nest te Kerkom-Malendries in 1944: nest staat in braamstruiken. Het buitennest bestaat voor 3/ 4 uit droge grove grasstengels, halmen en worteltjes. Voor het binnennest werd voor de eerste laag mos, fijne grashalmtjes en stengeltjes gebruikt; de tweede laag bestond uit fijne grasstengeltjes. Dit binnennest werd gevoerd met dierenhaar. 2de nest te Lubbeek in 1945: nest stond op 1 m hoogte in dichte braamstruiken. Het buitennest bestond uit droge grasstengels vermengd met mos, grijsgekleurd gras en wit distelzaadpluis, worteltjes en worteldraden. Het binnennest bestond uit droge worteltjes, mos, grashalmpjes en -stengels, enkele pluimen en het was gevoerd met zeer fijne worteltjes. 3de nest te Lubbeek-Heide in 1949, nest stond 2, 10 m hoog op een zijtak van een kleine eik, op 1 m van de stam verwijderd. Het buitennest was zeer stevig gebouwd en bestond uit lange droge wortels, takjes, grashalmen, enkele pluimen, mos, droge bladeren en stukjes droge bladeren. Het binnennest, ook zeer stevig van bouw, bevatte mos, witte en bruine pluimen van kippen en wat worteltjes ineengewerkt. Het was gevoerd met een laagje fijnr bruine worteltjes, evenwel zonder dierenhaar. Het ganse nest woog 53 gram; de afmetingen waren als volgt : buitennest 130145 mm, diameter binnennest 75 mm, diepte 55 mm, hoogte van het nest (buitenzijde) 100 mm. Wortelaers (1946) geeft als afmetingen (in dezelfde volgorde): 150, 70, 50 en 130 mm. Hij maakt geen melding van pluimen of dierenhaar. Een nest op 16 juni 1946 te Lubbeek bevatte veren als bekleding

(F. Sempels).

Situatie van enkele nesten: •

in holle weg stond een nest op 50 cm hoogte in een braamstruik op het talud van de weg .

een nest stond op schuine tak van jonge laagstammige beuk (diameter co 10 cm), ongeveer 2 m boven de grond,

een derde nest op 1 m. hoogte in braamstruik, naast een beekje in een moerassig biotoop (Halflants 1934, Van Schepdael & Verdickt 1955)

M. Steensels

(pers.mededeling) ontdekte op 7 juli 1962 te Overijse-Tombeek een

nest dat op l, 13 m hoogte stond in een meidoorn in een oude niet onderhouden boomgaard. Op 11 juli waren de 4 jongen uitgevlogen en waren ze nog ter plaatse op 14 juli.

De Grauwe Klauwier als doortrekker periode

april

mei

aug

sept

okt

totaal

1944 - 1990

2

9

3

2

3

19

12

9

4

1

26

1991 - 2003

Tabel 1- Waarnemingen in het voorjaar en t�dens de herfst/rek 13

1


Vogels

De opdeling van de waarnemingen in twee perioden heeft te maken met het feit dat in 1990 het laatste broedgeval werd genoteerd (Sint-Pieters-Rode, R.De Fraine). Dit is verantwoord als men weet dat broedvogels (vooral de mannetjes) vroeg terugkeren om een voorjarig nestgebied of een gunstig biotoop te bezetten. Dit is ook het geval geweest bij Grote Karekiet Acro cephalus arundinaceus die tot 1977 broedvogel was in de Dijlevallei en waarvan de vroegste vogels in de periode 1948-1977 reeds eind april in hun broedgebied toekwamen (arch P. Herroelen). Deze vaststelling geldt ook voor de Grauwe Klauwier : 2 aankomsten in de laatste decade van april en 5 in de eerste decade van mei (1944-1990) tegenover slechts 2 in de eerste decade van mei ( 1991-2003) niettegenstaande het toegenomen aantal waarnemers (sters). Er is één maartgeval: op 09 en 31 maart 1978 noteert G. Van de Weyer een adult M te Averbode; in zijn brief van 26 maart 1980 aan het BAHC schreef de waarnemer ç)at er vanaf 07 maart rechtstreekse subtropische luchtstromingen werden genoteerd en temperaturen van 22-23° C. De aprilgevallen waren als volgt : op 20 april 1946 een M te Oudergem-Rood Klooster en op 28 april 1955 te Halle-Essenbeek 1 ex.Voeg daarbij een oude vondst van een Min april 1913 te Tervuren (verz. KBIN), dat niet in de tabel werd opgenomen. Voor de aankomstdata in mei, verwijs ik naar een vorige paragraaf waarin uitgelegd wordt waarom het nodig was de fenologietabel in twee perioden op te splitsen. Bij de aankomstdata in mei is er een duidelijk verschil tussen de eerste (met broedvogels) en de tweede periode (zonder broedvogels): 5 op de 9 data vallen in de eerste decade van mei ( 1944-1990) tegen 2 op 12 data in 1991-2003. Vanaf augustus wordt het moeilijk de plaatselijke broedvogels te scheiden van de eerste doortrekkers, vermits Halflants ( 1946) op 08 sept 1946 te Pellenberg nog een adulte vogel noteerde met voedsel in de snavel. In de tweede periode ( 1991-2003, zonder broedvogels) worden de vroegste gevallen genoteerd op 14 en 15 aug 2000 met telkens een geringde vogel respectievelijk te Relegem en te Tienen. De ringvangst van 15 aug 1997 te Korbeek-Lo was al een goede aanduiding over het begin van de doortrek. Die kan nog duren tot midden september ( 15 sept 2003 Tienen) en dan is het afgelopen. Waarnemingen in oktober blijven schaars nl. drie in de eerste periode, slechts één in de tweede: 10 okt 1950 ad M te Heverlee, v 01 okt 1960 A sse M en V geringd, 01 okt 1980 een Mte Eppegem, 19 okt 1996 een juveniel ex te Bierbeek ( G1erv. 1951: 164; A. Van Schuerbeek; V0el. 1981: 354; Oriolus 1996: 116). Tenslotte is er een oude vondst begin november : Oppem (verz. KBIN, Ornis Brabant nr. 56: 5).

14

*

03 nov 1922 Wezembeek­


Vogels

Broedgevallen en waarschijnlijke broedgevallen in Vlaams-Brabantse regio's

Het leuvense: •

op 21 en 22 juli 1947 ziet Bequaert (1964) de soort te Oud-Heverlee; op 21 juli 1947 noteer ik te Oud-Heverlee een juveniel ex op een weidedraad

op 01 juli 1948 observeert Bequaert (1964) de soort in een rietveld te KesselLo/Blauwput.

op 09 juli 1949 noteer ik een M

12 juni 1954 Korbeek-Lo 5-legsel (Grootaers, verz. KBIN)

op 08 juni 1955 te Heverlee een vers 5-legsel (N. Debrun)

op 27 juni 1956 ringt L. Vandamme 3 pulli in het nest te Kessel-Lo

op 22 juni 1957 observeert N. Debrun 3 uitgevlogen jongen te Heverlee

op 28 juni 1958 een 5-legsel te Linden (L. Asperslag, verz. KBIN)

op 07 juli 1962 ontdekt M. Steensels te Overijse een nest dat 4 jongen bevat

In 2001 van 10 tot 22 mei een "broedterritorium" te Bertem-Koeheide (Fluyt

+

V bij een spoorwegbrug te Oud-Heverlee

2001).

De Dijle-en Demervalleien: •

1936 streek van Averbode tussen 16 juli en 29 juli 24 pulli in het nest geringd (L. Joris, Belg. Ringwerk)

1937 streek van Averbode tussen 16 juni en 18 juli 26 pulli in het nest geringd (L. Joris, Belg. Ringwerk)

1938 streek van Averbode 4 respectievelijk 5 pulli geringd op 24 juni en 1 juli (L. Joris, Belg. Ringwerk)

in juni 1949 te Tremelo twee nesten waarvan 1 met 4 eieren; op 5 locaties werd een M genoteerd

( V0él.

1949: 262)

op 01 juni 1952 te Aarschot een nest met 5 bebroede eieren; broedt aldaar zoals in de vorige jaren ( V0él. 1952: 309)

10 juni 1962 en 1963 Averbode telkens één 5-legsel (verz. L. Asperslag in KBIN).

21 juni 1963 Averbode 5 pulli geringd (L. Asperslag)

04 en 31 juli 1965 Testelt telkens één V geringd; M gezien op 08 juli {N. Cuypers)

18 juli 1965 en 19 juni 1966 Zichem-Keiberg één M waargenomen (N. Cuypers)

in 1966 broedgeval te Molenstede-Asdonk (Wiel.afd. Hageland­ Zuiderkempen)

28 juli 1968 waarneming te Testelt van 2 M, 1 V en één eerstejaars

1973 Testelt één broedgeval, 1974: Testelt twee broedgevallen (Federatie Leefmilieu Hageland 1980).

14 aug 1973 Averbode M

+

3 pulli geringd (G. Van De Weyer)

broedgeval in 1990 te St. Pieters-Rode: 3 uitgevlogen jongen {R. De Fraine) op 14 juni 2001 één V te Schaffen langs Zwarte Beek (W. Claes)

15


Vogels

Waarschijnlijke en zekere broedgevallen elders in Vlaams-Brabant (vanaf 1900) •

op 22 meil 900 een 5-legsel in het Zoniënwoud (verz. KBIN)

op 01 juni 1903 een 5-legsel in het Zoniënwoud (verz. KBIN)

van 1945 tot 1947 Oudergem-Rood Klooster ( Rabosée 1995)

in 1952 rand van het Kapucijnenbos te Tervuren (Rabosée 1995)

op 19 juli 1952 Ganshoren ad met jongen gezien

in 1953 te Halle-Essenbeek (Van Schepdael J. & V. Verdickt 1955)

op 07 juni 1954 een nest in een doornstruik te Dworp

(F.

De Wilde)

(F.

De Wilde, M. De

Ridder) •

op 28 juni 1965 één ex waargenomen te Dworp (Bequaert)

op 25 mei 1969 te Asse één M in gezelschap van 2 V ; één der V werd door het M gevoederd

(C.

De Meyer).

Leg periode Bij de 57 legsels verzameld door Spas in de jaren 1892-1894 noteerde ik de vroegste data op 24 mei 1892 (5-legsel), 27 mei 1893 (4-legsel, 5-legsel) en 29 mei 1894 (2 eieren). De laatste data, in dezelfde volgorde, waren respectievelijk 14 juni, 23 juni en 11 juli. De data van andere legsels sluiten daarbij aan: 29 mei 1858 5-legsel, St. Pieters­ Woluwe; 22 mei 1900 5-legsel, Zoniënwoud; 27 mei 1924 6 pulli, Wezemaal. Persoonlijke data: eerste ei co 26 mei 1944 Lubbeek, 13 juni 1944 Kerkom,

03

juni 1945 Lubbeek, 18 mei 1946 Lubbeek, einde mei 1948 en 14 mei 1949. Bijkomende data: 12 juni 1954 Korbeek-Lo 5-legsel (Grootaers, verz.KBIN), 08 juni 1955 Heverlee een vers 5-legsel (N. Debrun pers.

meded.),10 juni 1962 en 1963 Averbode telkens

één 5-legsel L. Asperslag, verz. KBIN). Het is interessant bovenstaande gegevens te vergelijken met een mooie serie van Paulussen (1993) uit Turnhout-Zevendonk, opgetekend tijdens een periode van 12 jaar (1943-1960). De data van het eerste ei vielen in die periode op 18 mei 1949 (vroegste) en 29 mei 1957 en 2 juni 1956 (laatste).

Aantal eieren per legsel Volgens Verheyen (1948, 1967) telt een legsel meestal 6 eieren, betrekkelijk geregeld eveneens 5, doch zelden 7 en 8. Uit onderstaande tabel blijkt echter

( orch. P. Herroelen,

dat 5-legsels het meeste voorkomen : Belgische legsels): aantal eieren

4

5

6

7

totaal

VI-Brabant (1858-1963) Turnhout (1943-1960) Grootaers (gedeeltelijk) totalen

13 9 4 26

22 18 16 56

7 14 6 27

1 3

43 44 26 113

Tabel 2- Aantal eieren per volledig legsel 16

4

Paulussen 1993; Grootaers


Vogels

Opgespietste prooien einde juni 1946 te Lubbeek 2 gouden loopkevers en l meikever op doornstruik op ca 200 m verwijderd van het nest; hebben er een week gehangen

(F.

Sempels

pers. mededeling) in 1954 onder het nest veel braakballen, 2 cm lang en dik als een potlood. Ze bestaan uit dekschilden

van kevers nl. Carabus auratus en kleine Carab1dae

spec. H i e r e n daar komt een poot van een wesp te voorschi j n "" op acaciadoornen: een klein zangvogeltje Phylloscopus spec. Op een bepaald ogenblik kunnen wij het M waarnemen terwijl het stukken spieren van zijn gespietste prooi komt afrukken". op ca 50 cm hoogte spier van een vogel en een 20 cm lang stuk darm aan het droge n . Verder".twee veldmuizen". onder de acaciastruiken thorax en en dekschilden van C. auratus en buikstukken van hommels o.m. Bombus lap1darius en B. ferrestris. In 1955 kikvors en meikever (Van Schepdael & Verdict 1955).

Geluiden Alarmroep van V: tsik tsik, van het M fek fek waarbij de staart op en af gaat. Zang: op 15 mei 1949 imitatie van Gekraagde Roodstaart gehoord. Volgens Wortelaers ( 1946) is de alarmroep een droog kèt kèt kèt kèt of tew, ook tètètètètèwen hfetfett. Hij "kan ook heel verdienstelijk zingen waarbij hij al roeiend met de staart, alle zangvogelstemmen nabootst". Samenvatting Tot in het begin van de jaren 60 was de Grauwe Klauwier een vrij regelmatig verspreide broedvogel, behalve in de Dijle- en Demervalleien in Noord-Brabant waar hij stand hield tot in 1990. In die periode kwamen de eerste vogels terug uit Afrika in de derde decade van april en de eerste decade van mei. In de periode 1991-2003, toen er geen broedvogels meer waren, werden die vroege aankomsten een zeldzaamheid. De doortrek in het najaar heeft vooral plaats vanaf midden augustus en eindigt in de eerste helft van september; waarnemingen in oktober blijven zeldzaam.

Referenties en bronnen Bequaert M. 1962. Bijdrage tot de kennis van de avifauna van Brabant in de vallei van de Dijle. Biologisch Jaarboek Dodonaea 32: 56-145. De Fraine R. niet gepubliceerd (1971 ) . Tweede bijdrage tot de studie van de vogels van Oost-Brabant

( tlm voorjaar

1971 ), 38 blz.

De Fraine R. 1983. Avifauna van de Demervalle1� Federatie Leefmilieu Hageland, Aarschot. Federatie Leefmilieu Hageland & Wielewaal Hageland-Zuiderkempen. 1980. Vogels in Hageland en Zuiderkempen. Aarschot. Fluyt F. 2001. Broedterritorium van Grauwe Klauwier Lanius collurio in Bertem, Koeheide. Boomklever29: 107-108. Halflants P. 1934. Observations faites principalement à Lubbeek. Gerfaul 24: 128-130. Halflants P. 1946. Observations faites à Lubbeek depuis 1944. Gerfaut 36: 222-224. Herroelen P. 1949. Grauwe Klauwier-Onderzoek Wortelaers. Wielewaal 15: 314. Herroelen P. 1951. Bijdrage tot de studie van de vogels van Oost-Brabant.

Giervalk 41: 91-

110, 196-212.

Paul Herroelen 17


Vogels

De sneeuwgors van Leefdaal Op 30 januari 2004 had ik me voorgenomen de akkers op het plateau af te schuimen op zoek naar wintergasten. Aan de blikvanger besloot ik te voet te gaan en systematisch de velden af te speuren. Er vertoefden vooral veel Veld­ leeuweriken en Vinken. Bijna aan de trektelpost van Leefdaal aangekomen zag ik een klein bruin vo­ geltje op de weg zitten en merkte meteen dat dit wel eens iets speciaals kon zijn. Ik probeer het dier zo dicht mogelijk te benaderen. Tot mijn verrassing lukt het me zelfs om tot 5 meter te naderen. Zodoende kon ik de vogel met zeker­ heid determineren tot wat ik al vermoedde: een lste winter vrouwtje Sneeuwgors. De waarneming werd diezelfde dag nog bevestigd door Maarten Schurmans en Kelle Moreau. De volgende dag zat de vogel nog steeds op dezelfde plaats. Op l februari vond Kelle Moreau de Sneeuwgors terug op de mesthopen langs de baan Bertem-Korbeek-Dijle. Daarna is de vogel spoorloos. Het is van 1962 geleden dat er nog een exemplaar werd gezien in het Dijleland. De Sneeuwgors van Leefdaal betreft tevens het eerste geval in februari voor Vlaams-Brabant.

Sneeuwgorzeninflux? De Sneeuwgors van Leefdaal was geen solitair geval deze winter in het binnen­ land. Naast het lste winter mannetje te Wavre vlakbij onze streek, daar aanwe­ zig van 14 december tot 2 januari, werden in dit winterhalfjaar op tal van an­ dere plaatsen deze prachtige vogel waargenomen: 2ex overtrekkend te Oud­ Turnhout (Antw.) op l0 okt, 2ex te Lommel (Limb.) op 13 nov, Brecht-Groot Schiet­ veld (Antw.) 2ex op 16 nov en lex op 30 nov, lex te Antwerpen (Antw.) op 16 nov, 26 ex te Stuivekenskerke(West-VI.) op 21 nov,3ex in Kallo (Oost-VI.) op 28 nov, Tongeren (Limb.) op l dec, lex te Zonhoven (Limb.) op 7 dec, 2ex te Gent (Oost-VI.) op l 0 dec, lex te Boneffe (Nam.) op 2 jan en 3ex in Doornzele (Oost­ VI.) op 17 jan. Er zijn dan ook mensen die spreken van een sneeuwgorzeninflux deze winter. Er zijn wel een paar argumenten die wijzen in deze richting, ook al kan ik maar vergelijken met de vorige 2 winters. De grootste groep aan de kust deze winter telde 55 ex tegenover 42 ex in de winter 2001-2002 en 17 ex in de winter 20022003. Het aantal waarnemingen vooral van de 3de decade van oktober tot en met de lste decade van december waar meerdermolen per week hoge aan­ tallen op verschillende plaatsen werden gezien lijkt me ook hoger te zijn dan de vorige 2 winters. Ook het hoge aantal binnenlandwaarnemingen (14) tegen­ over vorige jaren 2001-2002 ( l) en 2002-2003 (3) is beduidend hoger. Bovendien trokken de vogeltjes ver het binnenland in met Tongeren en Boneffe als verste plaatsen van de kust verwijderd. Ook in Zuid-Europa was het sneeuwgorzenpret met 8 exemplaren in Spanje, waaronder waarschijnlijk een eerste geval voor Extremadura, en 5 exemplaren in Italië. 18


Vogels

Status in Vlaams-Brabant Met eerste februariwaarneming voor Brabant werd al hoger gesuggereerd dat de sneeuwgors van Leefdaal die trouwens het 26s1e exemplaar is voor onze pro­ vincie sinds 1925, op een niet zo'n gebruikelijk tijdstip ontdekt werd. De meeste Sneeuwgorzen deze winter werden gezien tussen 23 oktober en 1 O december 2003 met als piekperiode de 2de helft van november. Na de 1 ode december werd er maar sporadisch hier en daar nog Sneeuwgorzen ontdekt. Ook de V laams-Brabantse waarnemingen geven eenzelfde trend weer. Toch zal ik niet beweren dat dit een zeer uitzonderlijke datum is. Aan de kust werden de laatste 3 jaren telkens vogels in de maand maart gezien en vorig jaar hadden ze in het Limburgse nog 2 exemplaren op 25 februari 2003. Een februariwaarneming voor V laams-Brabant was ooit wel eens te verwachten en die is er dan ook gekomen.

decade

gekende gevallen 1925-2004 (bron: archief P. Herroelen)

1-10 okt

1 exin '26

11-20 okt

1 exin '99

2 1-31 okt

10 exin '26, 1 min ' 2 8, 1 exin 55 1exin '96

1-10 nov

1 exin '61

11-20 nov

1 exin '57, 1exin '59, 2exin '60, 1exin '62

2 1-30 nov

2 min ' 25

'

,

1-10 dec 11-20 dec

1 exin'74

21-31 dec 1-10 jan

1 exin '68

11-20 jan 2 1-31 jan

1 1 ste winter vr in '04

1-10 feb

1 1 ste winter vr in '04

Dankwoord Volgende mensen wens ik te danken voor het bezorgen van waarnemingen: Frederik Fluyt, Paul Herroelen, Gerald Driessens, Olivier Dochy, Eli Van Audenhove, Rutger Barendse, Dominique Verbelen, Lex Peeters en Jan Soors.

Literatuurlijst: Hens M. (red. ) 2000. Vogels in het Dijleland. De Vrienden van Heverleebos en Meerdaal­ woud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven Svensson L., et al. 2002. ANWB Vogelgids van Europa. Tirion Uitgevers BV, Baarn (NL) Symens D. 2002. Ornitologie in Vlaanderen: winter 2001-2002. Natuur.Oriolis 68(4): 203-216 Symens D. 2003. Ornitologie in V laanderen: winter 2002-2003. Natuur.Oriolis 69(4): 156-166 Van den Berg A. 2004. WP reports. Dutch Birding 26: 56-68 www.aves.be

Wouter Desmet 19


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving December 2003

-

februari 2004

Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode december bruari

2004.

2003 -

fe­

De bestreken regio omvat de gemeenten Herent, Bertem, Leuven,

Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de periode maart - mei

2004

omvatten. Waarnemingen worden voor

juni

2004 verwacht bij Kelle Moreau, Celestijnenlaan 27 A, bus 0201, 3001 Heverlee, t: 0486/ 125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be.

Klimatologisch gezien liet de winter

2003 - 2004

10

zich vooral opmerken door zijn

zacht en nat karakter. Met een gemiddelde temperatuur van

4.2 °C

bleef het

maar liefst

1 .1 °C warmer dan in de doorsnee winter (gebeurt gemiddeld eens in de zes jaar) en ook de 267 .1 liter neerslag per m_ was heel wat hoger dan de 186.8 l/m_ uit de gemiddelde winter (gebeurt eens in de 10 jaar). Deze neerslag viel wel erg geconcentreerd zodat er geen afwijkingen werden geconstateerd wat het aantal neerslagdagen betreft. In december viel van dat alles nochtans nog niet veel te merken. Op de laatste dagen van de maand na gedroeg het weer zich heel normaal. Veel echt bijzondere vogels werden er dan ook niet opgemerkt, al waren een Sneeuwgors vanaf de op de

13e en een

Taigaboomkruiper

14e wel onverwacht.

T ijdens de laatste dagen van december en de eerste drie dagen van januari werd het weer in onze streken dan bepaald door continentale Scandinavische luchtstromen en er werd een Kleine of Wilde Zwaan gezien. Het vervolg van januari (van de

4e tot de 26e)

werd gekenmerkt door een zéér uitzonderlijk hoog

neerslagtotaal (gebeurt eens in de ? jaar) en een abnormaal lage zonneschijn­ duur, vergezeld van normale waarden van de gemiddelde windsnelheid en de temperaturen. Er waren tijdens deze maand 11 vorstdagen (min. T van er twee winterse dagen waren (max. T

>

0

°

<

0 °C)

waar­

C ) . Het grootste deel van de

neerslag viel echter niet onder de vorm van regen, op maar liefst

24

dagen in

januari bestond de neerslag geheel of gedeeltelijk uit sneeuw! Avifaunistisch gezien werden er in deze periode geen zeer uitzonderlijke vogels waargeno­ men, maar enkele Smellekens en Boomleeuweriken vormden erg mooie mel­ dingen. Vervolgens kwamen er van

27

tot

30

januari luchtstromingen van po­

laire oorsprong tot bij ons afgezakt en hoe is het mogelijk, er werd ook terug een Sneeuwgors ontdekt, ruim binnen de regiogrenzen ditmaal. Februari was wat alle weerkarakteristieken betreft dan weer een zeer normale maand.

20


Vogels

Wanneer we de voorbije winter dan trachten te bespreken in functie van de overwinterende vogelsoorten kunnen we bijvoorbeeld het volgende zeggen. Er waren redelijk wat waarnemingen van overtrekkende, maar nu en dan ook pleisterende groepjes Grauwe Ganzen, de gebruikelijke Bergeenden en de in­ tussen ook reeds klassieke Nonnetjes en weer een hybride Kuifeend x Tafeleend. De Topper deed het opmerkelijk goed met 18 doorgegeven waarnemingen verspreid over de hele periode. Smient, Pijlstaart en Brilduiker deden het dan weer heel wat minder goed, en ook de Grote Zaagbek verscheen eerder be­ scheiden. Erg leuk was ook weer de continue aanwezigheid van tot vier Grote Zilverreigers in het Dijleland en overwinteraars als Blauwe Kiekendief, Pontische Meeuw en Waterpieper deden het behoorlijk, het Bokje dan weer wat minder. Ook de Roerdompen lieten zich slechts weinig zien. Slechtvalken werden drie keer genoteerd, maar het is niet onmogelijk dat het hier meermaals om de­ zelfde vogel ging. Nog enkele soorten die zich meer dan normaal lieten opmer­ ken waren Houtsnip en Zwartkopmeeuw. Bij de zangvogels komt de eer van de opvallendste verschijning ongetwijfeld toe aan de Barmsijs. Alle individuen die exact tot op de soort werden gedetermineerd bleken Kleine Barmsijzen te zijn. Verder vermelden we voornamelijk wintermeldingen van zogenaamde zomer­ gasten, zoals Zwarte Roodstaart, Roodborsttapuit, Zwartkop en Tjiftjaf. Tijdens de tweede helft van februari beginnen bij velen de lentekriebels stilaan de kop op te steken, en ook vogels geven daar soms aanleiding toe. In het midden van de maand was er bijvoorbeeld de opmerkelijke Grauwe Ganzentrek, en kre­ gen we ook een Kleine Zilverreiger en een Wulp langs. Opmerkelijke trekkers waren vervolgens Goudplevier, Kraanvogel, Bruine Kiekendief, Ooievaar, Smelleken en Wulp. Vermeldenswaardig is ook nog de ontdekking van de eer­ ste Middelste Bonte Specht voor het Kouterbos tijdens de laatste decade van februari. Waarnemingen van onder meer alle exoten, Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend, Wintertaling, Kuifeend, Tafeleend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Havik, Waterral, Kievit, Witgat, Watersnip, Kerkuil, Steenuil, Ijsvogel, Zwarte Specht, Kleine Bonte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Kramsvogel, Koperwiek, Glanskop, Keep, Sijs, Putter, Goudvink, Appelvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Enkele bijzondere soorten die net bui­ ten de regio werden vastgesteld (o.a. Smelleken, Roodborsttapuit, Sneeuwgors) werden dan weer wel opgenomen. De Witwangstern die nog tot op 4 decem­ ber pleisterde werd in het vorige verslag reeds volledig behandeld. Een getal tussen haakjes achter een soortnaam slaat op het aantal waarne­ mingen dat tijdens de behandelde periode voor de betreffende soort werd ontvangen.

21


Vogels

Kleine/Wilde Zwaan Cygnus bewick1誰 / cygnus Tijdens de eerste week van januari werd eenmalig een ex. opgemerkt langs de E314 ten N van Leuven (N. Vromant).

Grauwe Gans Anser onser 04/12

7 ex. naar ZO over Egenhovenbos (W. Desmet)

06/12

4 ex. te.Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (M. Walravens)

14/12

1 ex. over de Dijlevallei ten N van Leuven (G. Sterckx)

31/12

5 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, vliegen op naar ZW

(K. Van

Scharen) 17/01

2 ex. naar Z over Oud-Heverlee/N, vallen in te Oud-Heverlee/Z

(K. Van Scharen, F. Fluyt, J. Nysten, H. Blockx) 23/01 en 01/02 08/02

2 ex. in de Doode Bemde (L. Vekemans)

6 ex. te Oud-Heverlee/N (vliegen op naar NW), hier vervolgens nog 17 ex. + 14 ex. over naar NW

14/02

(K. Moreau)

20 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet), vliegen later naar N hier nadien nog 1 ex. naar N

(J. Nysten),

(J. Nysten) en co 35 ex.+ 70 ex. naar NO

(W. Rommens) 15/02

4 ex. naar W over Leefdaal Bron

(K. Van Scharen),

l ex. te Neerijse/Grote

(K. Van Scharen, J. Nysten, B. Nef), 15 ex. in de weiden ten Z van

Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 2 ex. te Gastuche, 17 ex. naar N over Basse Wavre (B. Nef) 18/02

25 ex. naar N over Tourinnes-la-Grosse (H. Blockx)

22/02

8 ex. te Neerijse/Grote Bron (B. Nef)

25/02

31 ex. naar NW over Leefdaal

(K. Van Scharen)

Sommige van deze waarnemingen (en dan vooral van solitaire of kleine groep足 jes vogels ter plaatse) kunnen eventueel betrekking hebben op ontsnapte en/ of verwilderde individuen.

Bergeend Todorno todorno (48) Nadat op 29/11 de eerste 3 winterse Bergeenden in de streek waren versche足 nen (Neerijse/Grote Bron en Oud-Heverlee/N; F. Fluyt,

J. Nysten) liepen de aan足

tallen ten Z van Leuven traag op. Pas vanaf l 0/01 waren er 10 ex. aanwezig, afwisselend te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek en Neerijse/Grote Bron (versch. waarn.). Nadien werden volgende maxima opgetekend: 25/01

12 ex. te Neerijse/Grote Bron (B. Nef,

K. Moreau, G. Louette), 1 ex. te

Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 2 ex. te Gastuche (B. Nef) 28/01

2 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 15 ex. te Neerijse/Grote Bron (W. Desmet)

01/02

17 ex. te Neerijse/Grote Bron

(K. Moreau, L. Vekemans, B. Nef), 2 ex. te

Basse Wavre (B. Nef) 04/02

15 ex. te Neerijse/Grote Bron (W. Desmet)

06/02

11 ex. te Neerijse/Grote Bron (L. Hendrickx)

22


Vogels

15/02

10 ex. te Neerijse/Grote Bron, 2 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef, K. Van Scharen,

J. Nysten, H. Vanderheyden), 2 ex. te Gastuche (B. Nef), 1 ex. te Kwerps (A. Smets), 1 ex. te Wilsele/N (K. Van Scharen, J. Nysten, H. Vanderheyden) De gevallen te Kwerps en Wilsele op 15/02 betroffen de enige waarnemingen ten N van Leuven. Op het einde van de maand februari waren nog slechts een 4-tal Bergeenden in de regio aanwezig (versch. waarn.).

Smient Mareca penelope (27) De erg bescheiden maxima (>6 ex.) werden allen opgetekend te Oud-Heverlee/ N, met hier op 13/12, 17 en 25/01 en 01/02 resp. 9, 7, 8 en 7 ex. (F. F luyt, B. Creemers,

J. Nysten,

J. Menten, K. Van Scharen, H. Blockx, B. Nef, K. Moreau). Ten N van

Leuven was er slechts ĂŠĂŠn waarneming van een vrouwtje te Kessel-Lo/ Leopoldspark op 30/12

(J. Nysten).

Pijlstaart Anas acuta 07/12

1m te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

24-26/12 1v te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, M. Walravens, P. Vanormelingen) 1m te Kessel-Lo/Leopoldspark

04/01

Kuifeend

x

(J. Nysten)

Tafeleend Aythya fuligula x tenno

Op 25/01 wordt te Oud-Heverlee/Z een vrouwtje van deze hybride opgemerkt (B. Nef, S. Horemans, M. Tomballe). De vogel blijft de rest van de behandelde periode aanwezig te Oud-Heverlee, met waarnemingen op beide vijvers

(J.

Nysten, B. Nef, A. Smets), en zorgt enkele keren voor verwarring met de erg gelijkende Topper.

Topper Aythya marila 27-30/ 12 1 ad v

+

1 1e win te Heverlee/ Abdij van P ark (A. Smets, W. Desmet,

K. Moreau, K. Van Scharen, B. Creemers, W. Leers, 03/01

J. Nysten)

1 ad v op de Dijle thv Oud-Heverlee/N (S. Horemans)

10-11/01 1 1e j v te Oud-Heverlee/N (A. Smets, K. Moreau, M. Schurmans) 17-18 en 20/01

1 v-kleed te Neerijse/Grote Bron (K. Van Scharen, F. Fluyt,

J. Nysten, H. Blockx, L. Vekemans) 25/01

1 v-kleed te Oud-Heverlee/Z (B. Nef, K. Moreau, G. Louette, S. Horemans, M. Tomballe)

04 en 06/02

1 v-kleed te Neerijse/Grote Bron (W. Desmet, L. Hendrickx)

27/02

1m1v te Neerijse/Grote Bron (K. Hansen)

Brilduiker Bucepha/a clangula 18/01

1v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. F luyt,

J. Nysten) 23


------

·--- •

-----

Vogels

Nonnetje Mergellus albe/lus De eerste waarneming voor de winter 2003-2004 betrof een vrouwtje te Sint­ Agatha-Rode/Grootbroek op 15/12 (A. Smets). Vervolgens verging het de soort op deze locatie als volgt: 1v op 22 en 25/12 (A. Smets, F. F luyt, K. Moreau), 1m1v op 31/12 (K. Van Scharen), 4v op 18/01 (F. F luyt,

J. Nysten), 1m2v op 24 en 25/01

(J. Nysten, A. Smets, e.a.), 1m3v-kleed (waarvan 1 imm m) op 31/01 en 01/02 (A. Smets, F. Fluyt, B. Nef, J. Nysten, K. Moreau, F. Vandeputte), 1m op 17/02 (F. Luyckx), 2v op 21 en 22/02 (F. Fluyt, B. Nef) en 1v op 29/02 (J. Nysten, K. Moreau). In de zuidelijke Dijlevallei waren er verder nog 2 invallende vrouwtjes te Oud-Heverlee/ N op 10/01 (F. F luyt). Ten N van Leuven werd de soort gezien te Wilsele/N, met op 17 en 21/01 en 06 en 15/02 resp. 1m1v, 1m3v, 4 ex. en 1m4v (K. Van Scharen, F. Fluyt,

J. Nysten, H. Blockx, K. Moreau, B. Markey, H. Vanderheyden).

Grote Zaagbek Mergus mergonser 03/12

1 v te Heverlee/Abdij van Park (L. Vekemans)

06-07/12

1 v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (M. Walravens, K. Van Scharen, H. Roosen,

18/01

J. Menten)

1v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. F luyt,

J. Nysten)

Grote Zilverreiger Cosmerodius olbus (54) Tijdens de hele periode verbleven er zeker 3, maar op momenten mogelijk ook 4 ex. in de Dijlevallei ten Z van Leuven (versch. waarn.). Het grootste deel van de V laamse waarnemingen had betrekking op vogels te Oud-Heverlee en te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek. Avondlijke waarnemingen van zuidwaarts vliegende vogels deden vermoeden dat ze ten zuiden van de taalgrens overnachtten, wat meermaals kon worden bevestigd te Gastuche, waar op 1/02 4 ex. de nacht doorbrachten (B. Nef). In de tweede helft van februari werden drie ex. overdag bijna constant waarge­ nomen op de afgelaten vijver te Oud-Heverlee/Zuid (versch. waarn.). Ten N van Leuven was er slechts één waarneming op 13/12 toen

1S

avonds 1 ex. inviel

te Wilsele/N en daar overnachtte (K. Moreau).

Kleine Zilverreiger Egretto olbo 14-15/02 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (W. Desmet, B. Nef, K. Van Scharen,

J. Nysten,

H. Vanderheyden, R. Ghijsen, F. Vandekeybus, A. Smets)

Roerdomp Botourus ste/loris O1/01

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 1 ex. te Pécrot (B. Nef)

06/01

1 ex. te Heverlee/Abdij van Park

(J. Kempeneers)

17-31/01 1 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Van Scharen, F. Fluyt,

J. Nysten, H. Blockx,

B. Nef, K. Moreau, G. Louette, S. Horemans, A. Smets) 22/02 24

1 ex. te Gastuche (B. Nef)

•W"•I


Vogels

Sneeuwgors, lste winter mannetje, Wavre. Foto: Fredenk Fluyt

Vrouwtje Topper, Abdij van Park, Heverlee. Foto: Axel Smets. 25


Vogels

Ooievaar Ciconia ciconia 27/02

om 16u30 1 ex. op verlichtingspaal langs de E40 thv Heverlee/

AC Motel

(P.

Collaerts)

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus 26/02

1m naar N over Veltem/station (J.Wellekens)

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus (32} Er verbleven de hele winter weer Blauwe Kiekendieven op de plateaus ten W van de Dijlevallei, maar zoals gewoonlijk was het weer erg moeilijk op een pre­ cieze aantalsschatting te maken. Op 27 /12 werd daarom een simultaantelling op verschillende plateaudelen ingericht, maar die leverde slechts twee ex. op, een vrouwtje in het driehoekig plateaugebied Huldenberg-Duisburg-Bertem (B. Creemers, J. Nysten, K. Van Scharen, F. Fluyt) en een vrouwtje te Meerbeek

(A.

Smets). Mannetjes werden genoteerd op volgende data: 18/12

1 1e jaars m, 1 ad m en 1 v /imm te Tourinnes-la-Grosse, mogelijk slaapplaats (H. Blockx)

02/01

1 ad m te Terlanenveld (E. De Broyer)

03/01

1 ad m te Meerbeek (S. D'Hont)

10/01

1 subad m te Duisburg/Ganspoel (J. Menten)

Verder werd de soort ook waargenomen te Haasrode, met op 24/12 en 28/02 resp. 1 imm op de Konijnenhoek en 2 v-kleed aan de zandgroeve (K. Moreau).

Smelleken Fa/co columbarius 04/01

1v te Leefdaal/plateau (jagend op Veldleeuweriken) (F. Fluyt)

10/01

1v te Leefdaal/plateau (grijpt Graspieper!) (F. Fluyt), 1 v te Duisburg/ Ganspoel (jagend op Veldleeuwerik) (J. Menten)

0 te Tourinnes-la-Grosse

18/01

1v laag naar

29/02

1v laag naar NO te Tourinnes-la-Grosse (H. Blockx)

(H. Blockx)

Slechtvalk Fa/co peregrinus (A.

16/12

1 ad over Leefdaal/plateau

Smets)

05/02

1 juv naar N over Leefdaal/plateau

13/02

1 ex. naar Z over Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau)

(0.

Hendrick)

Kraanvogel Grus grus 23/02

om 17u 15 1 ex. naar NW over Kessel-Lo/N2 (S. Goethals)

Goudplevier Pluvialis apricaria 20/02 26

8 ex. pleisterend in de Doode Bemde

(P.

De Becker)


Vogels

Wulp

Numenius orquoto

17/02

rond 16u 1 ex. roepend naar N over Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

29 /02

om 17u50 1 ex. roepend naar NW over Terlanen (H. Roosen)

Bokje

Lymnocryptes minimus

13/12

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt, J. Nysten, B. Creemers, J. Menten)

11/01

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau, L. Vekemans, J. Verliefden, K. Van Scharen)

15/02

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (K. Van Scharen, J. Nysten, H. Vanderheyden)

25/02

1 ex. te Veltem-Beisem/Molenbeekvallei (J.Wellekens)

27/02

1 ex. te Winksele (J. Wellekens)

Houtsnip

Scolopox rusticolo

05/12

1 ex. ten Z van Oud-Heverlee/Z (B. Vercoutere)

23/12

1 ex. te Erps-Kwerps (buurt noordelijke vijver) (J. Wellekens)

27/12

1 ex. te Leefdaal/Weebergbos (B. Creemers)

17-18/01 3 ex. in de Laanvallei (H. Roosen) 31/01

1 ex. te Duisburg ( G. Louette)

06/02

1 ex. te Terlanen (H. Roosen)

22/02

1 ex. te PĂŠcrot (B. Nef)

25/02

3 ex. te Oud-Heverlee/Putten vd ljzerweg (R. Guelinckx)

26/02

1 ex. te Winksele/Kastanjebos (J. Wellekens)

Zwartkopmeeuw

Lorus melonocepholus

22/01

1 ad tussen Kokmeeuwen op de Vaart vlak bij Leuven (K. Moreau)

14/02

vanaf min 17u15 1 ad zom te Kessel-Lo/Leopoldspark (F. Van de Meutter)

Pontische Meeuw

Lorus cochinnons

Sint-Agatha-Rode/Grootbroek

( 17)

op 14 en 26/12, 11, 24 en 31/01 resp. 1 ad (K. Moreau), 1 ad (J. Nysten), 1 ad (F. F luyt, J. Nysten), 1 ad (J. Nysten, A. Smets) en 1 ad+ 1 1e win (A. Smets)

Oud-Heverlee (meestal Z)

op 24/12, 10/01, l, 7, 8, 15, 20 en 22/02 resp. 1 ad (K. Moreau), 1 ad (F. Fluyt), 1 ad (K. Moreau), 1 ad (J. Nysten), 1 1e j (K. Moreau), 1 ex. (K. Van Scharen, J. Nysten, B. Nef), 1 1e j (K. Moreau) en 1 ad (B. Nef)

Heverlee/Abdij van Park

op 15/12 2 ad (D. Von Werne)

V ijvers Kwerps

op 17/0 l en 15/02 resp. l ad en l l e j (A. Smets)

V ijvers Wilsele

op 21/0l l ad (K. Moreau)

27


Vogels

Middelste Bonte Specht Dendrocopos medius Erg interessant dit voorjaar is de ontdekking van een Middelste Bonte Specht in het Kouterbos te Oud-Heverlee op 21/02 (M. Van Meeuwen, M. Jonckers, P. Uytterhoeven e.a.). De nieuwe locatie ligt niet ver van het gekende broedgebied in Meerdaalwoud en illustreert mooi de huidige expansiefase die deze soort lijkt door te maken, niet enkel in onze regio maar tegenwoordig ook elders in V laan­ deren.

Boomleeuwerik Lul/ulo arborea 03/01

12 ex. te Heverleebos/Rooi (F. Fluyt)

Waterpieper Anfhus spinoleffa (61)

Er werd de voorbije winter enkele keren getracht de totale aantallen overwinte­ rende Waterpiepers in de zuidelijke Dijlevallei nog eens nauwkeurig te tellen door bij zonsondergang alle gekende slaapplaatsen simultaan te bemannen, maar het kleine aantal medewerkers en de voortdurende wijzigingen in het slaapplaatsgedrag van de Waterpiepers maakten dit erg moeilijk. Enkele schaarse maxima: 07 /12

68 ex. in de Doode Bemde (B. Creemers, W. Desmet), 98 ex. te Florival/ Z (F. Fluyt, F. Vandeputte), 5 ex. te Pécrot (M. Walravens)

25/01

l 0 ex. te Oud-Heverlee/Z, 12 ex. te Neerijse/Grote Bron, 53 ex. te Pécrot

(B. Nef), 's avonds slapen 96 ex. te Pécrot (grootste aantal hier sinds 1984) (M. Walravens) 15/02

45 ex. te Oud-Heverlee/Z, 2 ex. te Neerijse/Grote Bron, 13 ex. te Pécrot (B. Nef)

16/02

46 ex. komen slapen in het rietveld aan Egenhovenbos (K. Moreau)

20/02

50+ ex. te Oud-Heverlee/Z (W. Desmet)

22/02

38 ex. te Oud-Heverlee (B. Nef, J. Nysten), 27 ex. te Neerijse/Grote Bron, 2 ex. in de Doode Bemde, 65 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 2 ex. te Pécrot, 11 ex. te Gastuche (B. Nef)

Leuk waren ook de waarneming van een pleisterend ex. te Haasrode/zand­ groeve op 24/12 (nieuw voor het gebied) (K. Moreau) en de ontdekking van een nieuwe slaapplaats aan de NW-kant van Rodebos op 26/02 (H. Roosen).

Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros 08/12

l ex. te Leuven/centrum (aan tuin de Walque) (K. Hansen)

31 /12

l ad m (ook kort zingend) te Leuven/grote Boerenbondparking

(K. Moreau) 05/01

l zingend ex. te Leuven/kruispunt Parkstraat-Naamsestraat (B. Saveyn)

Roodborsttapuit Saxicola rubicola 21/12 - 02/0 l

l ad m win te Wavre-Nord/Petite Bilande, net buiten de grenzen

van de regio (M. Walravens, K. Moreau, F. Fluyt, H. Roosen) 28


Vogels

Zwartkop Sylvia atricapil/a 07-11/02 1v te Kessel-Lo/Acacialaan (B. Markey)

Tjiftjaf Ph ylloscopus collybita 07/12

1 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Creemers)

13/12

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt,

24/12

1 ex. in Heverleebos (K. Moreau), 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Walravens)

27/12

1 ex. te Leefdaal/Weebergbos (B. Creemers)

10/01

1 ex. te Blanden/Pavlov, 1 ex. te Blanden/Mollendaalruiters

J. Nysten, B. Creemers,

J. Menten)

(K. Moreau) 01/02

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

08/02

1 ex. te Florival/Z (K. Moreau)

10/02

1 kort zingend ex. te Leuven/Ladeuzeplein

23/02

1 ex. te Heverlee/Abdij van Park (W. Desmet)

26/02

1 ex. te Leuven/C (H. Dierickx)

28/02

1 zingend ex. te Florival/Z (K. Moreau)

(E. Van Audenhove)

Vuurgoudhaan Regu/us ignicap1ĂŻlus 05/12

1 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet)

24/12 09-13/02

(J. De Baere) enkele ex. te Blanden/A. Vermaelenstraat (J. De Baere)

20/02

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau)

1 ex. te Blanden/A. Vermaelenstraat

Taigaboomkruiper Certhia fam1ĂŻiaris 14/12

1 ex. in bont gezelschap van allerlei zangvogels te Florival/Z (K. Moreau)

Noordse Kauw Corvus monedula monedula 28/12

1 ex. te Huldenberg/Ganspoel (F. Fluyt)

Barmsijs Carduelis cabaret/flammea

(J. Rutten)

02/12

1 ex. over Heverlee/station

07/12

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (W. Desmet)

09/12

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Van de Meutter)

13/12

2 ex. over Heverlee/Celestijnelaan (K. Moreau)

23/12

2 Kleine Barmsijzen op voederplank te Wilsele (S. D'Hont)

10/01

20tal ex. te Wilsele (S. D'Hont)

18/01

1 ex. te Oud-Heverlee/Z

(J. Menten), 1 ex. te Leefdaal/Korbeekstraat

(voedertafel) (K. Van Scharen) 01/02

1 ex. te Neerijse/Grote Bron (parking) (K. Moreau)

29


Vogels

17/02

1 ad v Kleine Barmsijs in groepje Sijzen te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

18/02

2 ex. te Herent (op Berk) (M. Bekkers)

07/03

1 ad v Kleine Barmsijs te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

Kruisbek Loxia curvirostra 05/02

1 ex. over Heverlee/Celestijnenlaan (K. Moreau)

Sneeuwgors Plectrophenax nivalis Tijdens de tweede helft van december tot minstens op 2/01 verbleef er te Wavre­ Nord/Petite Bilande een Sneeuwgors aan enkele paardenstalletjes op enkele l OOen meters van onze streekgrenzen (J. Taymans, S. Peten, M. Walravens, A. Smets, K. Moreau, F. Fluyt, H. Roosen e.a.). Verdorie, het was al van 1962 gele­ den dat er nog eens eentje binnen de regio werd gezien ... Maar ongelofelijk, op 30/0 l was het dan toch zo ver! Een 1 e win v werd ontdekt op het Leefdaalse plateau, en de vogel bleef tot op 1 /02 aanwezig (W. Desmet, K. Moreau, M. Schurmans, B. Creemers, F. Fluyt e.a.)

Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Medewerkers en correspondenten: Stijn Ackaert, Louis-Philippe Ar nhem, Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Steven Bouillon, Willy Ceulemans, Paul Claes, Simon Claus, Peter Collaerts, Bart Creemer s, Jos Cuppens, Johan De Baere, Piet De Becker, Katia De Bock , Erik De Br oyer, Johan De Meir sman, Nikolaj Demeulder, Herwig De Meyer, Mark Depauw, Wouter Desmet, Steven D'Hont, Hadewig Dier ickx, Frederik Fluyt, Fr ans Geenen, Raf Ghijsen, Sven Goethals, Bart Govaere, Robin Guelinckx, Krien H ansen, Olivier Hendrick, Luc Hend rickx, Paul Her roelen, Stefaan Horemans, Bastiaan Jansen, Marcel Joncker s, Jochen Kempeneers, Jorg Lambrechts, Elfriede Le Docte, Walther Leers, Gerald Louette, Fred dy Luyckx, Ed dy Macquoy, Bram Markey, Roger Meeus, René Meeuwis, Joris Menten, Joachim Mer geay, Frieder Jan Moer man, Kelle Moreau, Br uno Net, Paul N uyts, Stephan Peten, Jelle Quar tier, Alain Reygel, Wouter Rom­ mens, H ans Roosen, Jos Rutten, Ber t Saveyn, Maarten Schur mans, Axel Smets, Philippe Smet s, Geer t Sterckx, Stefaan Sys, Marit a Tomballe, Erik Toor man, Pol Uyt ter hoeven, Eli Van Audenhove, Johan Vanaut g aer den, Filip Vandekeybus, Fr ank Van de Meutter, Yves Vonden Bosch, Luc Vandenwyng aert, Filip Vandeputte, Hilde Vander heyden, Dirk Vanderlinden, Geer t Vander meulen, Gilbert Vandezande, Lieven Van Hellemont, Marc Van Meeuwen, Pieter Vanor melingen, Kris Van Scharen, Luc Van Schoor, Leo Vekemans, Andre Ver boven, Bart Ver coutere, Freek Ver donckt, Kris Ver heyen, Johan Ver liefden, Dir k & Luc Ver roken, Jan Ver­ roken, Dir k Von Wer ne, Nico Vromant, Mar c Walr avens, lgnaz Wander s en Jan Wellekens.

30


Zoogdieren

Zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving in 2003 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat het volledige jaar 2003. De bestreken regio omvat de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. Vanaf heden worden de bijzonderste waarnemingen van zoogdieren in de vorm van jaaroverzichten gepubliceerd. De volgende rubriek zal

2004

10 maart 2005 verwacht bij Kelle Mor­ 0201, 3001 Heverlee, t: 0486/125877, e:

omvatten. Waarnemingen worden voor ea u, Celestijnenlaan

27 A,

bus

kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be.

Bosvleermuis Nyctolus leisleri 15/07

2 ex. te Oud-Heverlee/Zoete Waters

(J. Van de Wauw, W. Desmet

&

JNM Leuven) Erg leuk was de bevestiging van deze soort die in V laanderen enkel gekend is van Voeren (sinds 2001), Zoniënwoud en Meerdaalwoud (sinds 2002, wanneer de 3e waarneming voor V laanderen hier werd opgetekend).

Rosse Vleermuis Nyctolus noctulo Late waarnemingen: 11/10 rond 13u 1 ex. jagend ex. te Leefdaal/plateau (H. Roosen, W. Desmet, 01/11

K. Moreau) 1 ws. ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (J. Nysten)

04/11

1 ws. ex. te Heverlee/Abdij van Park (B. Creemers)

Eikelmuis Eliom ys quercinus 05/08

om 2u 1 ex. roepend te Terlanen (H. Roosen)

Hamster Cricetus cricetus In de derde decade van juli werd met zekerheid één hamsterburcht gevonden te Leefdaal/ plateau, en nog een drietal twijfelgevallen (B. Vercoutere, F. Fluyt e.a.). Op 24/08 werd een waarschijnlijke burcht gevonden te Duisburg/plateau (G. Bleys, F. Geenen).

Wezel Mustelo nivo/is 27/03

1 ex. te Kessel-Lo (steekt Wilselsesteenweg over in Kesseldal) (B. Markey)

31


Zoogdieren

Hermelijn Mustelo ermineo 24/02

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (bijna volledig wit)

20/03

(R. Nossent e.a.) 1 ex. in de Doode Bemde (half wit, half bruin)

21/03

2

29/03

1 ex. in de Doode Bemde (overwegend bruin) (T. Roels)

21/04

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek

06/07

1 ex. te Leefdaal/plateau (K. Moreau)

24/08

1 ex. te Leefdaal/plateau (K. Moreau)

06/09

1 ex. te Neerijse/plateau (F. F luyt)

à

(J.

Van de Wauw)

3 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet)

(J.

Nysten)

Bunzing Mustelo putorius 30/06

's nachts 1 ex. te Heverlee/Campus (K. Vanormelingen)

15/08

1 VSO langs E40 tss Bertem en Egenhoven (S. Bouillon)

12/10

verse sporen te Leuven/Wijgmaalbroek (G. Sterckx)

Steenmarter Mor/es foino 22/02

1 ex. te Heverlee/Celestijnenlaan, aan Terbank langs kippenhok zoekend naar een opening, kippen blijven echter onaangeroerd, sier­ duiven echter foetsjie (P. Claes)

25/02

1 dood ex. te Kessel-Lo/Michotte P ark (Platte Lostraat) (G. Van Damme)

27/03

1 VSO te Heverlee/Expressweg (F. Vandekeybus)

03/04

1 VSO te Haasrode/Expressweg

14/05

1 VSO te Korbeek-Dijle/Bogaerdenstraat (T. Roels)

29/06

1 VSO te Tervuren/Tervurenlaan (V. Bény)

01/07

1 ad te Heverlee/Terbank (P. Claes)

13/07

2 VSO te Heverlee/Naamsesteenweg (G. Bleys)

16/07

1 VSO te Heverlee/Naamsesteenweg

03/08

1 VSO te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. Vandeputte)

19/10

1 ex. te Leuven/station (M. Moreau)

30/10

1 VSO te Overijse/Waversesteenweg (H. Roosen)

02/11

1 VSO te Overijse/F rans Verbeekstraat (P. Nuyts)

16/11

1 VSO te Terlanen (H. Roosen)

19/12

1 VSO te Heverlee/Koning Boudewijnlaan

(J.

Nysten)

(J.

Verroken)

(J.

Mergeay)

Das Me/es me/es Dit jaar werden geen concrete aanwijzingen ontvangen waaruit blijkt dat er momenteel Dassen in onze streek verblijven, wat daarom niet betekent dat dat ook zo is. Verder dan vage geruchten over verkeersslachtoffers in Heverleebos kwamen we echter niet. Naar het einde van het jaar toe zouden er daarente­ gen zowel ten 0 (Lovenjoel/Bruulbos) als ten N (Holsbeek/ Dunbergbroek) van regio Leuven Dassen zijn waargenomen. 32


Zoogdieren

Vos Vulpes vu/pes 06/01

l VSO te Herent-Winksele/Brusselsesteenweg (M. Depauw)

21/0 l

l ex. door de velden te Winksele/Gasthuisberg, richting E40, de buren

zeiden er enkele dagen voordien 2 gezien te hebben (F. Vandekeybus) 13/02

l ex. rustig over Bertem/Heiberg (G. Bleys)

25/02

l VSO op de E314 thv afrit Herent

27/02

1 VSO op de E3 l 4 thv afrit Herent (G. Verrijdt)

01/05

l VSO te Heverlee/Boudewijnlaan (G. Bleys)

09/05

loop- en graafsporen te Haasrode/zandgroeve (K. Moreau)

16/05

1 ex. oud te Bertem/Hellegracht (vanuit Bertembos) (K. Moreau,

(J.

Wellekens)

B. Creemers)

(8.

06/06

l ex. te Oud-Heverlee/Z

09/06

1 ex. te Kwerps/Zuurbeekvallei (M. Depauw)

14/06

l ex. in Wijgmaalbroek (M. Lehouck)

12/07

2 ex. te Winksele/Kastanjebos

13/07

l VSO op de Naamsesteenweg door Meerdaalwoud (G. Bleys)

04/08

l ex. in de Doode Bemde (F. Fluyt)

08/11

1 ex. te Winksele/Kastanjebos

21/11

1 VSO te Huldenberg/Ganspoel (F. Fluyt)

Creemers)

(J.

(J.

Wellekens)

Wellekens)

Waarnemingen van alle andere zoogdiersoorten werden niet in dit verslag op­ genomen maar wel verwerkt. Ook op de huidige situatie van de Bever in het Dijleland werd hier niet ingegaan, maar dat zal in een toekomstige afzonderlijke bijdrage gebeuren.

Samenstelling: kelle .moreau@bio.kuleuven.ac.be Medewerkers en correspondenten: Louis-Philippe Arnhem, Vera BĂŠny, Geert Bleys, Johan Bogaert, Steven Bouillon, Paul Claes, Bart Creemers, Piet De Becker, Mark Depauw, Wouter Desmet, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Luc Hendrickx, Stefaan Horemans, Ronny Huybrechts, JNM Leuven, Elfriede Le Docte, Marc Lehouck, Philippe Liesenborghs, Gerald Louette, Bram Markey, Gert Meeus, Roger Meeus, Joachim Mergeay, Frieder Jan Moerman, Kelle Moreau, Marc Moreau, Bruno Nef, Regis Nossent, Johan Nysten, Paul Nuyts, Toon Roels, Nadine Rogiers, Hans Roosen, Geert Rossaert, Bert Saveyn, Jeroen Schols, Geert Sterckx, Erik Toorman, Geert Van Damme, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Jorn Vandenbogaert, Filip Vandeputte, Johan Van de Wauw, Koen Vanormelingen, Bart Vercoutere, Johan Verliefden, Guy Verrij dt, Jan Verroken, Luc Vervoort, Marc Walravens, Jan Wellekens en Jan Wyckmans.

33


Ongewervelden

Verslag bladmijnenexcursie 1 9 oktober 2003 Op 1 9 oktober 2003, onder een schitterend najaarszonnetje, verzamelden zich op de carpool parking langs de Tervuursevest te Bertem

9 geïnteresseerden

voor een wandeling door de Koeheide en Bertembos. De excursie werd georganiseerd door de Natuurstudie Werkgroep Dijleland in samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Entomologie met de bijzon­ dere bedoeling bladmijnen te zoeken. Bladmijnen zijn gangetjes of blaasjes die door insectenlarven in het bladweefsel worden uitgevreten. De sporen van de activiteiten van deze miniatuur mijn­ bouwers zijn zeer kenmerkend. Bovendien leven ze gewoonlijk maar in één, of enkele nauw verwante, plantensoorten. Door de combinatie van plantensoort en het uiterlijk van de mijn zijn de meeste van Vlaamse mijnvormende insecten goed op naam te brengen. In Vlaanderen komen bladmineerders voor bij kevers ( Co!eoptera), : T weevleugeligen (Diptera), Vliesvleugeligen (Hymenoptera) en Vlinders (Lepidoptera). Omwille van de specialisatie van de deelnemers, werd tijdens

de wandeling voornamelijk naar bladmijnen van vlinders gezocht. De volgende soorten werden waargenomen: Meidoorn (Cratoegus sp.):

Phyllonorycter conlyfoliel/a (Hübner, 1796) - mijn aan de

bovenzijde van het blad. Phyllonorycter oxycanthae (Frey, 1856) - mijn aan de

onderzijde van het blad. Eik (Quercus sp.):

Tischeria ekeblade//a (Bjerkonder, 1795) Bucculatrix ulmella (Zeiler, 1848) Phyllonorycter sp. - mijnen verzameld. Determinatie

enkel mogelijk no uitkweken imago Haagbeuk (Corpinus betulus):

Phyllonorycter esperel/a (Goeze , 1783) - mijn aan de

bovenzijde van het blad. Parornix fagivora (Frey, 1861) - mijn aan de onderzijde

van het blad. Geen waarnemingen meer van Brabant sinds 1980. Hazelaar (Corylus ovelono):

Stigmella microtheriel/a (Stointon , 1854) Phyllonorycter coryli (Nicelli , 1851) - mijn aan de

bovenzijde van het blad. Phyllonorycter nicel/Jï (Stointon , 1851) - mijn aan de onderzijde van het blad. Lijsterbes (Sorbus oucuporio):

34

Phyllonorycter sorbi (Frey, 1855)


Ongewervelden

Beuk (Fagus sylvatica}:

Phyllonorycter maestinge/la (Müiler,

1764)

Stigmeila sp. - mijnen verzameld. Determinatie enkel mogelijk na uitkweken imago. Gewone esdoorn

187 4)

(Acer pseudoplatanus):

Phyllonorycter geniculella (Ragonot,

Spaanse aak (Acer campestre):

Phy//onorycter acenfo/iella (Zeiler,

Braam (Rubus sp.):

Stigmella splend1dissimella (Herrich-Schäffer, Emmetia marginea (Haworth,

1839) 1855)

1828)

Noorse esdoorn (A. platanoides}: Phy//onorycter platano1della (Joannis,

1920)

Phyllonorycter sp. - mijnen verzameld. Determinatie

Olm (Ulmus minor):

enkel mogelijk na uitkweken imago. Sleedoorn (Prunus spinosa):

Phyllonorycter spinico/ella (Zeiler, 1846) Stigmeila plagicolella (Stainton, 1854)

Kers (Prunus sp.):

Phy/lonorycter blancardella (Fabricius, Lyonetia clerkella (Linnaeus,

Bladmijn van Stignzella splendidissinzella, een typische gangmijn

Bladmijn van Ti c/1eria ekeb/adelln, een typi ch blaa mijn

Figuren: The moths and butterflies of Great Britain and /re/and

( 1983)

& Volume 2

1781)

1758)

(J.

Heath, editor). Volume I

( 1985).

Voor wie er méér over wil weten: op het internet bestaat een uitstekende website van Willem N. Ellis van het Zoölogisch Museum van de Amsterdamse Universiteit (De bladmineerders van Nederland - URL http://www .xs4all.nl/-wnellis/).

André Verboven 35


---�·-----�-----

Activiteiten

Activiteitenkalender voorjaar

&

zomer

2004

Bij slechte weersomstandigheden worden de belangstellenden verzocht con­ tact op te nemen met de verantwoordelijke van de activiteit. Tenzij anders ver­ meld, vindt u de gegevens van de contactpersonen op de binnenkaft van deze Boomklever.

Ongewervelden inventarisatie Laanvallei en Zuidelijke Dijlevallei We inventariseren natuurgebieden in beide valleien op allerlei insekten en an­ t ratuur (insekteng1ds, tabel­ dere ongewervelden. Meebrengen: determinatielie len) en loupe (tussen 8 en 15 X vergrotend), eventueel' insektennet, potjes, ver­ rekijker. De leiding is in handen van Joris Menten. �

Zaterdag 17 april

Afspraak 14:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode �

Zaterdag 15 mei

Afspraak 14:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode �

Zaterdag 5 juni

Afspraak 09:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode �

Zondag 27 juni

Afspraak 09:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode �

Zaterdag 10 juli

Afspraak 09:00, parking aan de kerk van Sint-Agatha-Rode

1 mei: eerste 'Big Day' voor het Dijleland Hoeveel vogelsoorten kan je in onze regio op een voorjaarsdag waarnemen? Om op deze vraag een antwoord te vinden organiseert de vogelwerkgroep van NSG Dijleland op l mei een 'big day'.

Teams of individuele vogelkijkers

nemen het die dag tegen elkaar op om zoveel mogelijk soorten binnen de grenzen van het Dijleland waar te nemen. We geven het startschot op zaterdag l mei om 06:00 's morgens aan het oud-gemeentehuis van Heverlee . Reglement en streeplijsten worden ter plaatse uitgedeeld.

36


l ste

winter vrouwtje Sneeuwgors, Leefdaal,

31

januari 2004 (foto F. Fluyt)


€ 17,95

Uitgeverij VUBPRESS Waversesteenweg 1077 B- 1 1 60 Brussel

VUBPRESS

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2004  

De Boomklever Maart 2004  

Profile for nsgd
Advertisement