__MAIN_TEXT__

Page 7

Ongewervelden

Slakkendodende Vliegen in het Dijleland Dat het Dijleland rijk is aan slakken zal menig natuurliefhebber wel bekend zijn. Het voorkomen van de zeldzame Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana) is een van de vele indicators van de uitzonderlijke natuurwaarde van deze regio (Vercoutere, 1996)

.

Het Dijleland heeft niet alleen een kwalitatief rijke slakkenfauna, maar ook de kwantiteit van slakken in onze natuurgebieden is erg groot. Vooral in vochtige gebieden zijn moeras- (bv. Barnsteenslakken, Succinea) en waterslakken bij­ zonder talrijk. Het is niet verwonderlijk dat vliegen deze rijke voedselbron aanboren.

Een

vliegenfamilie dankt zijn naam aan deze levenswijze: de Slakkenetende vliegen (Sciomyzidae). Deze familie wordt soms Rietvliegen genoemd; een aantal soor­ ten wordt immers vaak aangetroffen op gras of zeggestengels in vochtige ge­ bieden. Er zijn echter ook soorten die in bossen en droge graslanden voorko­ men, waar er allerminst riet groeit.

"Slakkendodende vliegen" is dan ook een

veel passendere naam; de larven van alle soorten leven immers van mollusken. De biologie van vele soorten is goed beschreven wegens het mogelijk econo­ mische belang van deze vliegen.

Een aantal soorten wordt verhandeld voor

de biologische bestrijding van slakken. Vooral voor de bestrijding van Bilharzia en Leverbot, twee ziekten waarvoor slakken tussengastheren zijn, is er veel inte­ resse naar het gebruik van Slakkendodende vliegen.

Levenswijze Larve Hoewel de adulte vliegen zich waarschijnlijk voeden met rottend slakkenweefsel, zijn het toch vooral de larven die van slakken leven.

In het water levende rovers Een groot aantal Sciomyzidae-larven leven als actieve rovers in het water. De larven leven net onder het wateroppervlak met de ademopeningen van hun achterlijf boven het water. Ze voeden zich met waterslakken die geen afsluit­ plaatje hebben zoals Schijfhoornslakken (Planorbis) en Blaashoornslakken (Physa, Aplexa). Ze gaan op zoek naar waterslakken die ze snel doden met hun sterke mondhaken. verzadigd is.

De larve voedt zich enige tijd in de slak, en verlaat die als ze Als de larve weer honger krijgt valt ze een nieuwe slak aan.

Zo

kunnen de larven 10 tot 20 slakken doden vooraleer ze zich verpoppen. Een aantal soorten zijn echter goede zwemmers die dieper in het water leven. Die larven vallen Erwtemosseltjes (Pisidium) aan die op de bodem leven. In hun zuurstofbehoefte voorzien zij zich door middel van een luchtbel in de darm. 5

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2003  

De Boomklever Maart 2003  

Profile for nsgd
Advertisement