__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGROEP DIJLE LAND BEEKJUFFER SLEEDOORNPAGE . SPITSKOPJE HAMS TER • HAVIK EIKELMUIS -� " ·;;::,llf/ RATE -. �\·�·�A �- AP.P E LVINK. WESPEKID·l�F"'�.�: . BOSRI ETZANGÈ�� ��

� �

.

·

-

·

1 •

Jaargang 31

-

maart 2003


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur Voorzitter: Paul Herroelen Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem, 016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 02.687.47.34 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02.767.26.38, Bestuursleden: •

Monique Bekkers Oostremstraat 4, 3020 Herent, 016.23.13.38

André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23.81.84

Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse, 010.86.24.66

Wouter De Smet, Studentenwijk Arenberg 21 (408), 3001 Heverlee

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Wouter De Smet, Studentenwijk Arenberg 21 (408), 3001 Heverlee

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20,

3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be •

Broedvogelatlasproject: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg,

02.687.47.34, freek@village.uunet.be •

Watervogeltellingen, trektellingen: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal,

02. 767.26.38, kvschare@vub.ac.be

Werkgroep zoogdieren Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau,

Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Werkgroep ongewervelden Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee,

016.23 .81.84, andre.verboven@chello.be

Website www.natuurpunt.be/dijleland

Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naar dijlevallei-subcribe@topica.com


De Boom.klever

INHOUD

Driemaandelijks tijdschrift van Natuurstudiegroep Dijle/and, natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw.

Redactie kern Herwig Blockx, Frederik Fluyt, Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van

ONGEWERVELDEN Trekvlinders in het Dijleland in 2002.................................2 Slakkendodende vliegen in het Dijleland

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

5

Scharen

Redactie-adres

VOGELS

Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat, p/a Frederik Fluyt, Spitsberg 4,

3040 Huldenberg E-mail: freek@village .uunet .be

Pestvogels Bombycilla garrulus in Vlaams-Brabant ( 1 828 - 2003 ) .....................................................................9 Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving. December 2002 - februari 2003 .

. . . . . . . . .

1 4

Het copyright van de teksten en tekeningen blijft bij de auteurs en tekenaars. Overname is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating

Abonnement

ZOOGDIEREN Zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving. Juni - december 2002...............................28

Geïnteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door overschrijving van 5 Euro op

ACTIVITEITEN

rekeningnummer

001-1552168-50 van Werkgroep Dijleland p/a Korbeekstraat 27, 306 l Leefdaal met opgave van naam en adres. Actieve

Planten- en ongewerveldeninventarisaties in de Koe heide

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Activiteitenkalender april - augustus 2003 ..................32

medewerkers van NSG

E R R AT U M blz 11 in het artikel over Pestvogels

Dijleland die tevens lid zijn van

De bovenste paragraaf dient vervangen door de volgende tekst:

Natuurpunt ontvangen dit blad gratis.

Natuurpunt

KENMERKEN VOOR LEEFTIJD en GESLACHT Gabriëls (1944) gaf reeds aanwijzigingen om de twee geslachten in het veld te

vzw

Natuurpunt vrw is de grootste vereniging voor natuur en landschap in V laanderen. Ze telt 47 .000 leden en beheert l l .000 hectaren natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt v-zyy kan door storting van l 7 ,5 Euro op rekeningnummer

000-0000999-29.

30

onderscheiden

een mannetje heeft meer

(1)

:

lakplaatjes die langer en breder zijn dan bij het V,

(2) bij een

vrouwtje is de gele eindband aan de staart smaller en bleker geel. Gabriëls vermoedde dat vogels zonder lakplaatjes waarschijnlijk lstejaa rsvogels waren. Nadien hebben Perdeck en Speek (1968) en Herroelen & al (1970) leeftijd-en

geslachtskenmerken

op

een

rijtje

gezet;

ze waren

gebaseerd op de publicaties van Warga (1939), Cvitanic (1962) en Bub (1963).

Vanaf 1970

stonden ze ook in de opeenvolgende

edities van de gids van Svensson vleugeltoppen kenmerken

en

staartzomen.

gedeeltelijk

gebruikt

( 1992) In

het

worden

met tekeningen van veld

kunnen

zoals

blijkt

deze uit

de

illustraties van K. A. Mauer in de Knijff (1982). Glutz von

Blotzhelm & Bauer

(1985)

hebben de gegevens van

Svensson, gebaseerd op 322 vogels, overzichtelijk aangeduid als volgt:

1


Ongewervelden

Trekvlinders in het Dijleland in 2002 Trekvlinders Trekvlinders zijn afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied of de subtropen en zelfs de tropen. Ze worden regelmatig of toevallig in onze contreien opgemerkt. Ze kunnen doorgaans in geen enkel stadium onze winter overleven. Ze moeten bijgevolg ieder voorjaar opnieuw naar ons land vliegen. De volgende soorten werden waargenomen in het Dijleland in 2002:

Oranje Luzernevlinder Colias crocea De Oranje Luzernevlinder werd in 2002 vier maal waargenomen: •

13augustus,1 exemplaar te Terlanen (Hans Roosen)

15 augustus, l exemplaar foerageert verschillende dagen op rode klaver nabij het Appelfabriekje te Sint-Joris-Weert (Jan Butaye)

18 augustus, 2 exemplaren te Wilsele-Putkapel (Wouter Rommens)

26 oktober, 1 laat exemplaar te Overijse (Paul Nuyts)

Atalanta Vanessa atalanta Ook in 2002 werd de Atalanta talrijk waargenomen. André Verboven nam het eerste exemplaar waar op 26 mei in de Doode Bemde. De ganse zomer door werd de soort dan waargenomen. Ook dit jaar weer werden in het najaar vlin­ ders gezien op hun terugtrek naar het zuiden, onder andere tijdens de vogel­ trektellingen langs de Bredeweg in Leefdaal. De laatste exemplaren werden gezien op 23 November: l exemplaar te Meerbeek door Mark Depauw en een tweede exemplaar door Robin Guelinckx te Kessel-Lo.

Distelvlinder Vanessa cardui De Distelvlinder was dit jaar véél talrijker dan in 2001. Hans Roosen nam het eerste exemplaar al op 25 mei waar in Terlanen. Vanaf half juni was de soort dan talrijk aanwezig. Herwig Blockx meldde bijvoorbeeld dat tijdens een fiets­ tocht op 29 juni in de velden ten ZO van Meerdaal iedere 20 m een exemplaar opvloog. Mark Depauw meldde het laatste exemplaar op 17 augustus in Vel­ tem.

Gamma-uil Autographa gamma De Gamma-uil kwam dit jaar vanaf 20 mei in kleine aantallen in de lichtval te Heverlee.

2


Ongewervelden

Koolmotje Plutel/a xylostella Het Koolmotje was in vergelijking met 2001 talrijker aanwezig in 2002. In totaal kwamen tussen 20 mei en 26 augustus 25 exemplaren in de lichtval. Daarbij moet opgemerkt worden dat vanaf eind augustus de lichtval niet meer ge­ plaatst werd. Zonder enige twijfel zouden er anders nog latere waarnemingen gedaan zijn.

Dwaalgasten Dit zijn regelmatige of occasionele zwervers, in regel afkomstig van over de gren­ zen en vooral uit Midden-Europa. Doorgaans worden slechts zeer kleine aantal­ len aangetroffen. Ze kunnen zich soms enkele jaren in ons land handhaven, maar verdwijnen dan opnieuw voor onbepaalde tijd. In feite zijn het soorten met fluctuerende areaalsgrenzen. Volgende soorten werden in 2002 waarge­ nomen:

Hoplodrina ambigua Deze regelmatig voorkomende uilensoort werd ook in 2002 geregeld gevan­ gen. Vanaf 13 juni tot het einde van de lichtvangsten eind augustus werden 15 exemplaren gevangen.

Lozotaeniodes formosana Deze onmiskenbare, prachtig gekleurde bladroller is een onregelmatige dwaal­ gast. Ook in 2002verscheen de soort weer één maal in mijn lichtval te Heverlee: op 12juli

Zwervers Biotoopvlinders die onregelmatig of toevallig gaan zwerven. Ze worden soms vér buiten hun normale vlieggebieden aangetroffen. 2002was een goed jaar voor zwervers met volgende soorten:

Koninginnepage Papilio machaon De koninginnepage heeft in het Dijleland een stabiele populatie. Veel mensen geven dan ook hun waarnemingen niet door, maar tussen 25 april en 17 augus­ tus werden toch 7 gedetailleerde waarnemingen doorgegeven.

Rouwmantel Nymphalis antiopa Zonder twijfel de meest spectaculaire waarneming van het jaar: Kelle Moreau kon deze schitterende vlinder op 21 juli waarnemen aan de Snippenweide te Oud-Heverlee.

3


Ongewervelden

Boswitje Leptidea sinapis Ook de waarneming van het Boswitje die Mathieu Bauduin op 27 juli deed in de Doode Bemde is vermeldenswaardig. Dit is immers slechts de tweede waarne­ ming in het Dijleland.

Besluit 2002 was zeker geen slecht jaar voor trekvlinders. De waarnemingen van de Oranje Luzernevlinders en van de twee zeldzame zwervers maakten het ontbre­ ken van soorten als Kolibrievlinder

(Macroglossum stellatarum), Rheumaptera

cervinalis en Agrotis ipsilon ruimschoots goed. Ook verheugenswaard is het feit dat steeds meer mensen hun trekvlinderwaarnemingen doorgeven, hetzij recht­ streeks aan mezelf of via de mail-list. Alle gegevens werden ook dit jaar doorgegeven naar het BTO.

De waarnemers van 2002: Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Mathieu Bauduin, Jan Butaye,,Mark Depauw, Lieven De Schamphelaere, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Robin Guelinckx, Eddy Macquoy, Joris Menten, Frieder Jan Moerman, Kelle Moreau, Paul Nuyts, Wouter Rommens, Hans Roosen, Kris Van Scharen, André Verboven, Freek Verdonckt

André Verboven andre.verboven@chello.be

4


Ongewervelden

Slakkendodende Vliegen in het Dijleland Dat het Dijleland rijk is aan slakken zal menig natuurliefhebber wel bekend zijn. Het voorkomen van de zeldzame Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana) is een van de vele indicators van de uitzonderlijke natuurwaarde van deze regio (Vercoutere, 1996)

.

Het Dijleland heeft niet alleen een kwalitatief rijke slakkenfauna, maar ook de kwantiteit van slakken in onze natuurgebieden is erg groot. Vooral in vochtige gebieden zijn moeras- (bv. Barnsteenslakken, Succinea) en waterslakken bij­ zonder talrijk. Het is niet verwonderlijk dat vliegen deze rijke voedselbron aanboren.

Een

vliegenfamilie dankt zijn naam aan deze levenswijze: de Slakkenetende vliegen (Sciomyzidae). Deze familie wordt soms Rietvliegen genoemd; een aantal soor­ ten wordt immers vaak aangetroffen op gras of zeggestengels in vochtige ge­ bieden. Er zijn echter ook soorten die in bossen en droge graslanden voorko­ men, waar er allerminst riet groeit.

"Slakkendodende vliegen" is dan ook een

veel passendere naam; de larven van alle soorten leven immers van mollusken. De biologie van vele soorten is goed beschreven wegens het mogelijk econo­ mische belang van deze vliegen.

Een aantal soorten wordt verhandeld voor

de biologische bestrijding van slakken. Vooral voor de bestrijding van Bilharzia en Leverbot, twee ziekten waarvoor slakken tussengastheren zijn, is er veel inte­ resse naar het gebruik van Slakkendodende vliegen.

Levenswijze Larve Hoewel de adulte vliegen zich waarschijnlijk voeden met rottend slakkenweefsel, zijn het toch vooral de larven die van slakken leven.

In het water levende rovers Een groot aantal Sciomyzidae-larven leven als actieve rovers in het water. De larven leven net onder het wateroppervlak met de ademopeningen van hun achterlijf boven het water. Ze voeden zich met waterslakken die geen afsluit­ plaatje hebben zoals Schijfhoornslakken (Planorbis) en Blaashoornslakken (Physa, Aplexa). Ze gaan op zoek naar waterslakken die ze snel doden met hun sterke mondhaken. verzadigd is.

De larve voedt zich enige tijd in de slak, en verlaat die als ze Als de larve weer honger krijgt valt ze een nieuwe slak aan.

Zo

kunnen de larven 10 tot 20 slakken doden vooraleer ze zich verpoppen. Een aantal soorten zijn echter goede zwemmers die dieper in het water leven. Die larven vallen Erwtemosseltjes (Pisidium) aan die op de bodem leven. In hun zuurstofbehoefte voorzien zij zich door middel van een luchtbel in de darm. 5


Ongewervelden

Parasitoiden van landslakken Parasitoiden of half-parasieten brengen hun gehele larvale stadium in een en dezelfde slak door. In tegenstelling tot echte parasieten veroorzaken ze echter wel de dood van de slak. De adulte vliegen zetten hun eitjes af op de schelp van de slakken. De larve dringt dan de slak binnen en eet die langzaam op. In het begin van de larvale ontwikkeling van de vlieg blijft de slak normaal functio­ neren; maar uiteindelijk wordt zoveel weefsel opgegeten dat de slak sterft. Echte halfparasieten verpoppen zich dan in de schelp van de slak. Een aantal an­ dere soorten worden echter in de latere larvale stadia predators, en zullen nog enkele andere slakken doden voor ze zich verpoppen. Landbewonende rovers Een eerder heterogene groep soorten, zijn de landbewonende rovers. Ze ko­ men meestal voor in een vochtige omgeving waar ze zich voeden met droog­ liggende waterslakken, andere vallen moerasslakken als Barnsteen-

(Succinea)

en Glansslakken (Zonitoides) aan. Enkele soorten leven in een droog milieu waar ze leven van landslakken als Duinhoorn (Cochlicopa), Regenslakken (C/ausi/ia), Duinslakken

(Helicella) en Glasslakken (Vitrina). Eén soort, Tetanocera elata,

voedt zich met naaktslakken. Andere eetgewoonten De soorten van het geslacht Antichaeta zetten hun eitjes af op de eiermassa's van waterslakken. De larven voeden zich met de eieren en embryo's van de slakken.

Adulte Vliegen De adulte vliegen zijn met enige oefening gemakkelijk te herkennen van an­ dere vliegenfamilies. Het zijn bruinige tot zwarte, middelgrote (2 tot 14 mm lange) vliegen; typisch is de vrij brede kop, de vooruitstekend antennen, en verbrede achterdijen. Vele soorten hebben een vlekkenpatroon op de vleugels. In het veld tref je ze vooral tussen de vegatie aan, zittend op gras of zegge­ stengels.

Kenmerkend is dat ze vaak met hun kop naar de beneden zitten.

Hierbij houden ze, als een kikker, hun achterknieën uiteen. Het zijn geen actieve vliegers en als je ze in een netje hebt gevangen bewegen ze zich eerder lo­ pend voort.

Door hun verborgen levenswijze, is de beste vangstmethode de

"sleepvangst". Hiervoor sla je met een fijnmazig net doorheen de vegetatie en check je na een paar keer slagen je netje.

Je zal merken dat je zo erg veel

insecten en spinnen vangt - en, in moerasgebieden, veel Barnsteenslakken. Hiertussen zitten vaak één of twee Slakkendodende vliegen. Leuk is dat je deze methode ook tijdens droge, zonnige dagen in de winter kan toepassen. Heel wat Sciomyzidae overwinteren immers als adulte vliegen. Minder leuk is dat je netje zo wel snel verslijt, dus opletten dat je een stevig Dipteren- of sleepnet gebruikt en geen gewoon vlindernetje! 6


Ongewervelden

Soort

Levenswijze

Coremacera marginata Half-parasiet van landslakken (Agaathoom, Boerenknoopje) Elgiva cucularia

Actieve rover van waterslakken

Elgiva solicita

Actieve rover van waterslakken

Euthycera fumigata

Biologie onbekend; adulte vliegen vooral in drogere gebieden

Hydromya dorsalis

Rover van waterslakken

llione albiseta

Actieve rover van waterslakken

Umnia unguicomis

Rover van Barnsteenslakken

Pelidnoptera fuscipennis Biologie onbekend; adulte vliegen vooral aan bosranden Pherbellia albocostata

Soort van vochtige bossen; half-parasiet van Agaathoorn en Boerenknoopje

Pherbellia cinerella

Halfparasiet van land- en moerasslakken; adulte vliegen komen ook op droge terreinen voor

Pherbellia dorsata

Halfparasiet van waterslakken

Pherbellia griseola

Halfparasiet van waterslakken

Pherbellia schoenheni

Sterk gespecialiseerde halfparasiet van Barnsteenslakken

Pherbellia scufellaris

Soort van vochtig bos; halfparasiet van Regenslakken

Psacadina zemyi

Rover van water- en moerasslakken

Pferomicra

Rover van water- en moerasslakken

angustlpennis Renocera pallida

Biologie onbekend (leeft mogelijk van erwtemossels)

Renocera stroblii

Biologie onbekend

Sciomyza dryomyzina

Halfparasiet van moerasslakken

Sciomyza simplex

Halfparasiet van moerasslakken (o.a., Barnsteenslak, Leverbotslakje)

Sepedon sphegea

Actieve rover van waterslakken

Sepedon spinlpes

Actieve rover van waterslakken

Tetanocera elata

Rover van naaktslakken (o.a., Akkerslakken)

Tetanocera ferruginea

Rover van waterslakken

Tetanocera hyalipennis

Rover van waterslakken

Tetanocera silvatica

Rover van moeras- en waterslakken

Trypetoptera punctulata Biologie onbekend; de adulte vliegen komen voor in vochtige bossen

Tabel

1

:

Slakkendodende vliegen van het Dijle/and 7


Ongewervelden

Determinatie kan met de tabel in de serie Wetenschappelijke Mededelingen KNNV (Revier, 1989).

Voor de meeste soorten is een vergroting van 20-maal

voldoende, dus ingewikkelde preparatietechnieken zijn niet nodig - een stereomicroscop is meestal wel handig voor een goede determinatie.

� Tetanocera ferruginea

llione albiseta

Slakkendodende Vliegen van het Dijland Tot nu nam ik 27 soorten Slakkendodende vliegen in het Dijleland waar (Tabel 1).

Het rijkst zijn de moerassen langs de Dijle; in de Doode Bemde en in het

Vlaams Natuurreservaat "Vijvers van Oud-Heverlee" zijn telkens 13 soorten waar­ genomen. De meeste soorten komen dan ook vooral voor in vochtige gebie­ den, waar ze van water- en moerasslakken leven. Ook enkele soorten van dro­ gere gebieden werden aangetroffen, vooral in vochtige bossen. De algemeen­ ste soort is Pherbellia schoenherri (8 vindplaatsen). Bijzondere vangsten waren Pherbellia scutellaris, een soort van vochtig bos die leeft van Regenslakken (Clausilia), en Sciomyza dryomyzina, een halfparasiet van moerasslakken.

In

heel België komen er 66 soorten voor, dus zijn er zeker nog tal van bijkomende soorten te ontdekken in onze regio. Referenties Devriese, R & Warmoes, T (1985) "Land- en zoetwater-mollusken van de BENELUX" JNM, Gent Kerney, MP & Cameron, RAD (1980) "Elseviers slakkengids" Elsevier, Amsterdam/Brussel Revier, JM & van der Goot, VS (1989) "Slakkendodende vliegen (Sciomyzidae) van Noordwest-Eu­ ropa" Wetenschappelijke Mededeling KNNV, nr. 191 Rozkosny, R (1984) "The Sciomyzidae ( Diptera) of Fennoscandia and Denmark" Fauna ent. scand. Vol. 14, Leiden-Copenhagen Vercoutere, B. ( 1996) "Slakken" in " Natuur in het Dijleland - Jaarbulletin 1996" VHM, Heverlee Foto's komen van:

www .bioimages.org.uk

Joris Menten zweefvliegen@advalvas 8


Vogels

Pestvogels Bombycilla garrulus in Vlaams­ Brabant (periode 1828-2003)

De aanleiding tot dit overzicht is de waarneming van 5 ex (waaronder één raam­ slachtoffer) op 14 januari 2003 te Korbeek-Lo; twee dagen voordien, op 12 ja­ nuari werd al een vogel gesignaleerd te Evere-Schaarbeek (M. Moreels). Een derde waarneming

(l

ex) werd opgetekend op

tuin waar geen struiken met bessen stonden

(R.

l

februari te Heverlee in een

Meeus).

Sedert mensengeheugenis staan Pestvogels bekend om hun kleine of grote in­ vasies zoals 1903, 1949, 1965, 1986 en 1996 (Tricot 1965, Hubaut 1986, van der Elst 1986, Collaerts 1996, Jacob 1996). De invasie 1995/1996 in Nederland in een (inter) nationaal perspectief, werd uit­ voerig gedocumenteerd door Hustings & al. ( 1998). Volgens van Havre ( 1928) zijn Pestvogels onregelmatige doortrekkers en winter­ vogels van oktober tot februari, maar vijf jaar later paste hij zijn tekst aan en schreef "van september tot einde maart" (Gerfaut 1933: 118), zinsnede overge­ nomen door Verheyen ( 1948) die enkele zomerwaarnemingen er aan toe­ voegde. In de 19de eeuw werden Pestvogels opgemerkt bij Brussel in december 1828 (2 ex), op 17 feb 1842 en op 14 jan 1885 bij Leuven, op 26 nov 1866 bij Brussel (arch. G. De Smet in litt.) De eerste bewijsstukken (M+V ) voor Vlaams-Brabant stammen uit Ukkel (09 dec. 1903, verz. KBIN, Brussel) maar in die periode waren ook al verzamelaars actief, getuige de twee opgezette vogels nr. 89 en 90 van Aug. Tont en dhr. Fonteyn op een tentoonstelling in september 1911 te Leuven (Soc. ornith. Centre Belgique 1911). Van A. Tont weet men dot hij secretaris was van voornoemde vereniging.

Aantal waarnemingen per maand oktober 2

november december 19

13

januari

februari

maart

april

13

15

21

4

Waarnemingen in oktober zijn uitzonderlijk (okt 1925 Tervuren, eind okt 1941 Ukkel), ook in aangrenzende gebieden (21 okt 1949 Beauvechain, 28 en 31 okt 1965 Mechelen-Muizen}. 9


Vogels

De meeste "invasies" beginnen in november maar in andere jaren gebeurt dat slechts vanaf december of januari (1996). Pestvogels kunnen enkele dagen tot weken blijven pleisteren (6, 8, 11, 14, 18 en 19 dagen), soms langer: 36 dagen van begin februari tot begin maart 1996 te Sint-Lambrechts-Woluwe: Jacob 1996; 55 dagen van 9 februari tot 5 april 1996 te Groot-Bijgaarden: Oriolus 1996: 75). Hun verblijf kan duren tot diep in maart, soms tot midden april; laatste waarne­ mingen: 28 maart 1937 omgeving Leuven, 3 april 1949 Wezemaal en Dijlevallei, 12 april 1996 Groot-Bijgaarden, 14 april 1996 Leuven. Vroege of late data in Vlaams-Brabant zijn 7 september 1969 Galmaarden (Wielewaal 1971: 168) en 2 mei 1964 Keerbergen (Orn. Brabant nr. 15), waarschijnlijk vogels die uit gevan­ genschap waren ontsnapt. Dit is niet verwonderlijk als men weet dat in Vlaan­ deren tot in 1983 bijna 200 Pestvogels wettelijk in gevangenschap verbleven (Verstraeten A. 1983, Mens & Vogel 21: 244-248).

Aantal vogels per groep, 1828 - 2003 (geschoten of gevangen vogels niet meegeteld)

groep

van

aantal groepen

groep

van

1 ex

2 ex

3 ex

4 ex

5 ex

6 ex

7 ex

8 ex

30

8

6

3

9

4

3

3

9 ex

10 ex

12 ex

13 ex

15 ex

17 ex

2

1

aantal groepen

2

25-30 ex 2

De grotere groepen (9 tot 17 ex) werden opgetekend in maart 1949 en novem­ ber 1965, twee invasiejaren in Vlaams-Brabant met het grootste aantal obser­ vaties, respectievelijk 1O en 8. De twee groepen co 25-30 ex en een 30tal ex werden waargenomen op 22 maart 1930 te Korbeek-Lo en op 19 november 1999 te Groot-Bijgaarden.

Trek en overwintering Trek en overwintering van Pestvogels op basis van waarnemingen en meldin­ gen van geringde vogels werden uitvoerig behandeld in de Atlas van Zink (1985): 17 blz waaronder 25 kaarten.

10


Vogels

Kenmerken voor leeftijd en geslacht Gabriëls (1944) gaf reeds aanwijzigingen om de twee geslachten in het veld te onderscheiden:

( l)

een mannetje heeft meer lakplaatjes die langer en breder

zijn dan bij het V, (2) bij een vrouwtje is de gele eindband aan de staart smaller en bleker geel. Gabriëls vermoedde dat vogels zonder lakplaatjes waarschijn­ lijk l stejaarsvogels waren. Nadien hebben Perdeck en Speek (1968) en Herroelen & al ( 1970) leeftijd-en geslachtskenmerken overzichtelijk voorgesteld; ze waren gebaseerd op de op 322 vogels, overzichtelijk aangeduid als volgt:

1j/2j

adM

adV

1j/2jM

zoom binnenste staartpennen

5.5 - 8.5

4-6

5-8

2-5

zoom buitenste staartpennen

7 - 11

5-8

7-10.5

3-6

langste lakplaatje

6-9 .5

3- 7.5

3.5 - 5.5

0-3.5

6-8

5-7

4-8

0 - 5( 6)

lengte in mm.

aantal armpennen met lakplaatje

v

Afmetingen en gewicht van Pestvogels uit Vlaams-Brabant

aantal lakplaatjes

vleugellengte

staartlengte

Binkom - 19 nov 1946

115

65

5

Binkom - 19 nov 1946

119

65

7

Binkom-19 nov 1946

114

70

8

plaats en datum

gewicht

50 g

(1) Aarschot - 6 feb 1949 (2) Linden - 10 moa 1949

118

70

61 g

(3) Linden- 10 moa 1949

112

60

57 g

4

(4) Korbeek-Lo - 12 jan 2003

113

31

68 g

7

(1) Wielewaal 1949: 95 (2) gele eindband aan staart is breder en geler dan bij Pestvogel (3) (4) langste lakplaatje 6 mm; gele staartband 6 mm breed op middelste staartpen. 10 mm op de buitenste; keelvlek scherp begrensd; leeftijd en geslacht 2dejaars mannetje.

de Cocq de Rameyen (1966) onderzocht 9 levende exemplaren: vleugel 110 117 (114.2), staart 68-75 (70.7) mm en gewicht 55-67 (58.2) gram. Er is weinig verschil tussen de twee reeksen, alleen de uiterste gewichten zijn lager/hoger: 50 en 68 gram. De gewichtsverschillen hebben te maken met de hoeveelheid gegeten en uitgescheiden bessen. 11


Vogels

Het raamslachtoffer van Korbeek-Lo. 14 januari 2003. De vogel is inmiddels opgezet en toegevoegd aan de collectie van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud. Foto: Frederik Fluyt.

Hoe het energiebudget van Pestvogels overdag verloopt, werd zorgvuldig be­ schreven door Herremans & Van Moorleghem ( 1989). Wegens hun uitscheidings­ capaciteiten werden de waargenomen Pestvogels terecht als mestvogels aan­ geduid.

Kweek in gevangenschap Het was te verwachten dat vogelhouders er alles zouden aan doen om te pro­ beren deze prachtige vogels te kweken. Van Limbergen ( 1992, 1994) heeft zijn ervaringen daarover uitvoerig gepubliceerd en bleef stilstaan bij een aantal aspecten zoals broedgebied in de natuur, balts, huisvesting (kweekboxen met betonnen vloer en voldoende schaduw), voeding in de winter (o.a. stukjes ap­ pel op een nagel steken), opfok der jongen (eivoer met larven van dansmuggen) en ziekteproblemen. De twee teksten zijn het lezen waard. Voordien was de kweek in Groot-Brittannië voor het eerst gelukt in

12) en in ons land werden in 1985 twee jongen met suc­ ces grootgebracht (Europese Vogelwereld l 1986: 12). F.

1970, Avicult. Mag.

1962 (Meaden

:

,

12


Vogels

Cederpestvogels Bombycilla cedrorum in België ? Deze Noord-Amerikaanse soort (met witte onderstaartdekveren) wordt in ons land ook in gevangenschap gehouden en sinds 1974 gekweekt (Anoniem 1975, Witte Spreeuwen 25: 670-672; Molenaers P. 1986 Witte Spr. 36: 568). Het is dus niet ondenkbaar dat deze soort zou kunnen ontsnappen, uitkijken dus !

Dankbetuiging Ik wens Gunter De Smet te bedanken voor de aanvulling van waarnemingen, vooral deze uit de 19de eeuw.

Geraadpleegde bronnen Bub H. 1963. Gefieder-Untersuchungen an gekäftigten Seiden-schwänzen.Vogelwarte 22: 85-93. Collaerts P. 1996. Pestvogels, rare gasten uit het Hoge Noorden.Ons Vogelblad nr 29: 8-11. Cvitanic A. 1962. Die Characteristik der Seidenschwänze Bombycilla garrulus welche in Kroatien. Slowenien, Serbien und in der Vojvodina gesammelt wurden. Larus XIV: 147-153. de Cock de Rameyen D. 1966. Afmetingen van 9 door de werkgroep"De List-Schoten" in 1965 ge­ vangen en geringde Pestvogels, Bombycilla garrulus (Linnaeus). Giervalk 56: 178. de Knijff P. 1982. Bepaling van leeftijd en geslacht bij Pestvogel. Dutch Birding 4: 73-79. Gabriëls M. 1944. De Pestvogel Bombycilla g. garrulus.Wielewaal 11:138-140. Glutz von Blotzheim U. N. & K. M. Bauer 1985. Handbuch der Vögel Mitteleuropas. Band 10/11. Aula­ Verlag, Wiesbaden. Herremans M. & J. Van Moorleghem 1989. Schatting van het energiebudget van de Herentalse Pest­ vogels Bombycilla garrulus. Oriolus 55: 28-32. Hubaut D. 1986. Observation de Jaseurs boréaux (Bombycilla garrulus) à Bruxelles (Forest) au cours de I' hiver 1986. Cercle Naturalistes belges n° 4: 9-10. Hustings F., P. Knolle, P. de Knijff & E. van Winden 1998. Invasie van Pestvogels in Nederland in 1995/96 in (inter)nationaal perspectief. Dutch Birding 20: 206-216. Jacob J.-P. 1996. L'invasion de Jaseurs boréaux (Bombycilla garrulus) de début 1996 en Wallonie et à Bruxelles. Aves 33: 137-152. Perdeck A. C. & B. J. Speek 1968. Handkenmerken. Vogeltrekstation Arnhem. Société ornithologique du Centre de la Belgique 1911. Exposition ornithologique du 3-4-5 Septembre 1911, Catalogue­ Palmarès.

Louvain.

Tricot J. 1965. Le Jaseur boréal Bombycilla garrulus. Aperçu sur ses déplacements. Analyse des apparitions en Belgique. Aves 2: 97-125. van der Elst D. 1986. Sur Ie statut du Jaseur boréal Bombycilla garrulus en Wallonie et à Bruxelles. Aves 23: 254-256. Van Limbergen G. 1992, 1994. Kweekervaringen: de Pestvogel (Bombycilla garrulus). Europese Vogel­ wereld 7 (4): 18-25; 9

( 1 ):

25-29.

Verheyen R. 1948. De Zangvogels van België. Tweede deel. Vermogen Koninkl. Natuurhist. Museum van België, Brussel. Warga K. 1939. Die 1937/38er Bombycilla g. garrulus-lnvasion in Ungarn. Aquila 42-45: 535-542. Zink G. 1985. Der Zug europäischer Singvögel. Ein Atlas der Wiederfunde beringter V ögel. Lieferung 4. Vogetzug-Verlag, Möggingen.

Paul Herroelen paui. herroelen@tiscali.be

13


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, December 2002

-

februari 2003

Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode december 2002

-

fe­

bruari 2003. De bestreken regio omvat hoofdzakelijk de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de periode maart - mei 2003 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 juni 2003 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t: 0486/ 125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be . Voor het meest recente uitge­ breide natuurnieuws uit het Dijleland kan je ook terecht op de website van de Natuurstudiegroep Dijleland ( www.natuurpunt.be/dijleland).

De winter 2002-2003 kan klimatologisch een vrij normale winter genoemd wor­ den. Met een gemiddelde temperatuur van 3,2°C zat hij zelfs erg kort bij het langjarig gemiddelde van 3, 1°C. Op vlak van de neerslag vielen er daarente­ gen wel enkele onregelmatigheden te noteren. Dat de totale neerslag­ hoeveelheid zowat een derde hoger lag dan in een gemiddeld jaar (240, 1 l/m2 tegenover 186,8 l/m2) was vooral te wijten aan de overvloedige regenval eind december - begin januari. Hierdoor steeg in bepaalde komgronden het water­ peil zeer sterk, in de Doode Bemde was de kijkhut zo zelfs een tijdje onbereik­ baar. De overvloedige neerslag viel echter grotendeels over een relatief korte periode, zodat de voorbije winter in termen van aantallen neerslagdagen eer­ der ondermaats was (45 deze winter tegenover 55 in een gemiddeld jaar). Hier schoot vooral ook februari tekort. Deze maand was niet enkel relatief droog, maar werd ook gekenmerkt door een abnormaal hoge zonneschijnduur met 238 uren zonneschijn in de plaats van de 168 uren die een winter gemiddeld telt (een afwijking van deze orde doet zich gemiddeld eens in de tien jaar voor). Op avifaunistisch gebied vertaalden deze condities zich onder meer in een goed winterseizoen voor de traditionele wintergasten. Soorten als Nonnetje, Grote Zaagbek, Roerdomp, Witgat en Pontische Meeuw lieten zich door de meeste vogelkijkers meermaals mooi bekijken en er waren ook de nodige Tjiftjaffen en twee Zwartkoppen. Andere wintergasten maakten deze winter een grote sprong vooruit in vergelijking met de vorige jaren. Zo kregen Grote Zilverreiger en Klap­ ekster inmiddels de status van typische wintergasten in het Dijleland, iets waar we enkele jaren terug nog enkel van konden dromen. Van de Klapekster wer­ den minstens drie verschillende ex. genoteerd, voor de Grote Zilver waren dat er zelfs acht. In elke wintermaand was er één waarneming van pleisterende Grauwe Ganzen. 14


Vogels

Bovenop dit winterse palet bracht december voor het eerst sinds lang nog eens zowel Kleine als Wilde Zwanen naar de streek. Enkele mogelijke groepjes Kleine Zwaan konden spijtig genoeg niet met zekerheid gedetermineerd worden. Op het einde van de maand werd er voor het eerst sinds 1986 nog eens een Kuif­ duiker gezien en de jaarwisseling zelf werd gesierd door een groep Baard­ mannetjes en meerdere groepen overtrekkende Kolganzen. In de eerste helft van januari werd opvallend veel vorsttrek van Wulpen vastge­ steld. Enkele groepjes beslisten ook even te blijven pleisteren. Verder waren er waarnemingen van onder meer een Smelleken en een Slechtvalk. Niemand zal er evenwel aan twijfelen dat de kers op de januari-taart er kwam onder de vorm van een klein groepje Pestvogels, spijtig genoeg slechts sporadisch zicht­ baar. De laatste decade van januari was verder nog goed voor een vrouwtje Brilduiker en een Rode Wouw. Nog een Brilduiker (m) werd gezien in de tweede decade van februari, een periode voorts gekenmerkt door drie mogelijke Kleine Zilverreigers, een Smelleken, een Geelpootmeeuw, de eerste pleisterende Oievaar voor dit jaar en een vondst van een Toendrarietgans die het slachtoffer werd van hoogspanningsleidingen. De absolute ster van de winter (zeker naar nationale normen, te zien aan de hoeveelheid allochtone vogelaars) kwam er echter pas op het einde van de maand februari. Toen pleisterde er immers gedurende zes dagen een immature Zeearend in het Dijleland, in zijn pracht begeleid door piekaantallen van Non­ netje en Grote Zilverreiger, alsook door negen overtrekkende Kraanvogelgroepen en een tweede Rode Wouw. Tussendoortjes kwamen er bovendien nog onder de vorm van Bonte Strandloper (2 in dec) en Barmsijs (3 in dec, l in jan). Terwijl de voorjaarstrek nog op gang moet komen en de meeste wintergasten nog niet aan terugtrekken denken, zijn er echter ook al enkele standvogelsoor­ ten die aan het broedseizoen beginnen. T ijdens de tweede helft van januari werd begonnen met het besteden van bijzondere aandacht aan mogelijke broedgevallen van Kruisbek, iets wat betreurend weinig resultaat opleverde. De Middelste Bonte Specht lijkt daarentegen aan uitbreiding te werken. Ook waarnemingen van zingende Grauwe Gorzen op de plateaus ten 0 en ten W van de Dijlevallei doen hopen voor de toekomst. Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Tafeleend, Kuifeend, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Patrijs, Havik, Waterral, Witgat, Houtsnip, Steenuil, Ransuil, IJs­ vogel, Kleine Bonte Specht, Zwarte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Vuurgoud­ haan, Keep, Putter, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Exoten worden vanaf nu niet meer in de seizoensoverzichten gepresenteerd maar zullen onder de vorm van jaaroverzichten gebracht wor­ den. Exoot-waarnemingen van december 2002 zullen bij het verslag van 2003 gevoegd worden. Als uitzondering op deze nieuwe regel werd een flamingo sp. in januari omwille van de uitzonderlijkheid van deze waarneming toch in dit verslag opgenomen. Voor de Kruisbek, die nog steeds veel regelmatiger geob­ serveerd werd dan in 'gewone' jaren, werd dit keer beslist geen volledig over15


Vogels

zicht te geven van alle waarnemingen, in tegenstelling tot in de vorige twee verslagen. Een getal tussen haakjes achter de soortnaam slaat op het aantal waarnemingen dat tijdens de behandelde periode voor deze soort ontvangen werd.

Kleine Zwaan Cygnus bewickii 08/12

om 15u10 1 ex. naar Z over Oud-Heverlee (F. Van de Meutter), om 15u30

zat de vogel te Neerijse/Grote Bron, waar hij slechts tot 15u55 aanwezig bleef (B. Saveyn, L. Hendrickx, S. Horemans)

Wilde Zwaan Cygnus cygnus 16/12

om 15u30 worden 2 ad opgemerkt te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek,

de vogels vertrekken om 15u55, keren rond 16u nog één keer terug om dan definitief naar Z te verdwijnen (L. Hendrickx)

Zwaan sp. Cygnus sp. Januari bracht nog twee waarnemingen van vermoedelijke Kleine Zwanen : 11/01

om 9u 14 ex. naar O over Wilsele-Putkapel/Aarschotsesteenweg (W. Rommens)

13/01

2 ex. in de Doode Bemde (F J Moerman)

Grauwe Gans Anser anser 16/12

18 ex. te Pécrot/weilanden (M. Walravens)

04/01

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/weilanden (F. F luyt, M. Walravens)

06/02

7 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet, B. Creemers)

09 /02

5 ex. naar N over Oud-Heverlee/N (B. Nef)

Kolgans Anser albifrons 31/12

14 ex. vanuit NW naar ZO over Oud-Heverlee/N (F. F luyt, A. Smets) om l 4u50 38 ex. naar N over Neerijse/Grote Bron (M. Walravens)

01/01

om 9u45 42 ex. over Oud-Heverlee/N (B. Nef, M. Walravens)

Toendrarietgans Anser faba/is rossicus 12/02

1 hoogspanningsslachtoffer (adult) langs de Tiensesteenweg te Kor-

beek-Lo (H. Blockx, H. Dierickx) Anser sp. 01/01

16

7 ex. snel en laag naar ZO over Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt)


Vogels

Bergeend Tadorna tadorna (70) Na de eerste najaarswaarneming van een ex. op 21 /11 te Oud-Heverlee wer­ den Bergeenden in de Dijlevallei terug gezien op 08/12 met 1 ad eerst te Oud­ Hevelee/Z en later die dag te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (K. Moreau) en op 18/12 met 1 ex. te Oud-Heverlee/N (W. Desmet). Vanaf dan bleef de soort de ganse periode aanwezig, hoofdzakelijk te Neerijse/ Grote Bron maar met regel­ matige verplaatsingen naar Sint-Agatha-Rode en de Doode Bemde en in min­ dere mate de vijvers van Oud-Heverlee (versch. waarn.). Duidelijke aantalspieken deden zich voor eind december en tijdens de derde decade van februari. De maxima voor deze periodes: 27/12

23 ex. te Neerijse/Grote Bron (L. Hendrickx, M. Walravens)

24/02

2 ex. te Neerijse/Kliniekvijvers, 23 ex. te Neerijse/Grote Bron

(P. De Becker)

Ten Z van de V laamse Dijlevallei werden tijdens de hele periode tot max. 3 ex. gezien te Basse Wavre (B. Nef). De laatste waarneming voor deze periode be­ trof 9 ex. te Sint-Agatha-Rode op (J. Rutten, K. Moreau e.a.).

Smient Mareca penelope (58) De hele winter door aanwezig, met meldingen op nagenoeg alle vijvers in de Dijlevallei ten Z van Leuven, alsook te Tervuren/park en Kessel-Lo/Leopodspark {versch. waarn.). Tot 24/12 bleven de aantallen beperkt tot max. 14 ex. (op 01/ 12 te Oud-Heverlee/N; J. Rutten, L. Janssens) om vanaf 25/12 op te lopen tot een maximum van 37 ex. op 27/12 (14 ex. te Neerijse/Grote Bron, 21 ex. te Oud­ Heverlee/N, 2 ex. te Oud-Heverlee/Z; M. Walravens). Daarna werden enkel nog waarnemingen van minder dan 10 ex. verricht. Het wintermaximum van vorig jaar werd dus niet bereikt (53 ex. te OHN op 01 /12/01).

· Krakeend Mareca strepera (77) Maandmaxima : 27/12

110 ex. te Neerijse/Grote Bron, 19 ex. te Oud-Heverlee/N, 6 ex. te OHZ (M. Walravens)

05/01

20 ex. te Oud-Heverlee/N, 116 ex. te Neerijse/Grote Bron, 18 ex. te Sint­ Agatha-Rode (B. Nef)

15/02

19 ex. te W ilsele/Z, 2 ex. te Oud-Heverlee/N, 86 ex. te Neerijse/Grote Bron (K. Van Scharen, F. F luyt e.a.), 2 ex. te Kwerps (M. Depauw)

Slobeend Anas clypeata (86) De grootste Slobeend-concentraties ten Z van Leuven werden genoteerd in december met op 09/12 105 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Saveyn) en op 28/12 96 ex. verspreid over meerdere vijvers (B. Nef). Nadien werden grotere concentra­ ties enkel opgetekend ten N van Leuven met voor de vijvers van Wilsele en Kessel-Lo/Leopoldspark maxima van 130 ex. en min. 138 ex. op resp. 18/12 (B. Nef) en 01 /02 (R. Guelinckx). 17


Vogels

Pijlstaart Anas acuta 2v te Oud-Heverlee/N (K. Moreau) 1m te Oud-Heverlee/Z (B. Net, K. Moreau), 1m te Sint-Agatha­

01/12 08/12

Rode/ Grootbroek (L. Hendrickx, B. Saveyn) 25/12

1m te OHN (B. Net)

01/01

1O ex. over de Doode Bemde (B. Net)

04/01

1m te SAR (F. Fluyt)

26/01

1m2v te Neerijse/Grote Bron (F. Fluyt, K. Van Scharen}

15-17/02

1 m2v te OHN (M. Walravens)

18/02

3m8v te OHN (W. Desmet)

22-25/02

1m1v te OHN (B. Net, K. Moreau, B. Saveyn, M. Walravens, B. Creemers) 2mlv te OHN/weilanden (B. Creemers, H. Blockx), 3 ex. te SAR

26-28/02

(E.

Lambrecht, J. Rutten, K. Moreau)

Wintertaling Anas crecca ( 137) Maandmaxima : 31/12

66 ex. te Neerijse/Grote Bron, 183 ex. te Oud-Heverlee/N, 32 ex. te Oud­ Heverlee/Z (M. Walravens)

05/01

188 ex. te OH/N, 70 ex. te OH/Z, 60 ex. te N/GB, 18 ex. te Neerijse/ Kliniekvijvers, 50 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, 18 ex. te F lorival/ Z (B. Net)

22/02

78 ex. te OH/N (B. Net, K. Moreau, B. Saveyn), 19 ex. te OH/Z, 114 ex. te N/GB, 8 ex. te SAR, 2 ex. te F lorival/Z (B. Net}

Kuifeend Aythya fuligula

x

Tafeleend Aythya ferina

01/12

1v te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau}

20/02

1v te Oud-Heverlee/N (W. Desmet)

09 /02

1m te Neerijse/Grote Bron (L. Hendrickx)

Brilduiker Bucephala clangula 24/01

1v te Neerijse/Grote Bron (J. Nysten}

11/02

om 12u 1m te Oud-Heverlee/N (S. Horemans)

Nonnetje Mergellus albe/lus (48) 08/12

1v te Neerijse/Grote Bron (B. Saveyn, L. Hendrickx, S. Horemans}

14-23/12

2v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (K. Van Scharen, K. Moreau, M. Bekkers, L. Hendrickx, B. Net)

24/12

3v te SAR (L. Hendrickx)

25/12-06/01

1m3v te SAR, ook meermaals pendelend naar NGB (L. Hendrickx, M. Walravens, F. F luyt, B. Net, R. Jacquet}

18


Vogels

19/01

4v te SAR (F. Vandeputte, F. Fluyt)

24/01

1m6v te SAR (J. Nysten)

25/01

1m7v te SAR (M. Walravens)

26/01

2m6v te SAR (B. Nef, M. Walravens, L. Hendrickx), l m2v te LP (F. Fluyt, K. Moreau, M. Bekkers, G. Sterckx)

02/02

1ml v te LP (R. Guelinckx)

08/02

2m8v te SAR (F. Fluyt, B. Nef)

09/02

2m11v te SAR, ook baltsend (B. Nef, L. Hendrickx)

14/02

1m4v te NGB (F. Fluyt)

15-24/02

1m5v te NGB (versch. waarn.)

24-25/02

2m7v te SAR (versch. waarn.)

26-28/02

min. 14 ex. (2m) te SAR (B. Creemers, H. Roosen, E. Lambrecht)

Grote Zaagbek 08/12

Mergus merganser (26)

1v te Sint-Agatha-Rode (B. Nef), 4v te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau)

18/12

5 ex. te SAR (B. Nef)

24-27/12

1v te SAR (L. Hendrickx, B. Nef, F. Fluyt)

29/12-10/01

1m te Kessel-Lo/Leopoldspark (K. Moreau, F. Fluyt, JNM Leuven, W. Rommens, R. Guelinckx)

01-02/01

1m3v te Neerijse/Grote Bron (B. Nef, S. Horemans, M . Tomballe)

11-12/01

2m op de Dijle op het traject ljsemonding - Ormendael (A. Verboven, S. Horemans)

04-08/02

1v te Oud-Heverlee/N (G. Vandermeulen, W. Desmet, B. Creemers, F. Fluyt, K. Van Scharen)

12-26/02

1m te Kessel-Lo/LP (S. Goethals, B. Markey, K. Van Scharen, F. Fluyt, E. Toorman, W. Desmet, M. Jonkers)

26/02

1m te SAR (Anonymus, SAR-kast)

Kuifduiker 27/12

Podiceps auritus

1 ad win te Oud-Heverlee/N (M. Walravens)

De vorige Kuifduiker voor het Dijleland was een adult zomer van 08 tot 11/05/86 te Sint-Agatha-Rode, bijna zeventien jaar geleden dus.

Grote Zilverreiger

Casmerodius afbus { 105)

Er werden voor de periode december 2002 - februari 2003 maar liefst 105 mel­ dingen van Grote Zilverreigers in regio Leuven doorgegeven, een absoluut re­ cord! Achttien waarnemingen kwamen van de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem/ Kwerps, waar sinds begin oktober reeds 1-2 ex . pleisterden.

19


Vogels

Een overzicht van de waarnemingen : 01-17 /12 1 ex. 02-03/01 2 ex.

(J. (J. (J.

Rutten, R. Guelinckx) Rutten, R. Guelinckx)

J. Rutten, M. Depauw, 1 ex. (J. Rutten, J. Mergeay) 11 en 20/02 2 ex. (J. Rutten) 24/02 25-28/02 1 ex. (J. Mergeay, M. Depauw, J. Rutten) 04-07/01 1 ex.

Wellekens,

W. Claes)

In de Dijlevallei ten Z van Leuven was de soort reeds van eind september aan­ wezig en kon hij tijdens het volledige verdere verloop van de winter worden tegengekomen. Een samenvatting van de waarnemingen : Tot op 27/12 werd nooit meer dan één ex. gezien, meestal in de Doode Bemde (P. De Becker e.a.). Op 28/12 werden hier bij valavond 2 ex. samen waargeno­ men (K. Moreau). Vanaf dan startte er een heus waarnemingenoffensief (versch. waarn.) met voor 't eerst mogelijk 3 ex. op 30/12, alweer in de Doode Bemde (H. Roosen). Vanaf 31/12 leken de Grote Zilverreigers hun preferentie voor de Bemde wat kwijt te geraken en ze breidden hun actieregio uit van Oud-Heverlee tot Florival, met ook een groot aantal waarnemingen in de Waalse Dijevallei (vnml. Pécrot) (M. Walravens, K. Moreau, K. Van Scharen, F. Fluyt). Hoeveel ex. er vanaf dan precies in de vallei aanwezig waren valt moeilijk te zeggen, aange­ zien de vogels zich voortdurend opsplitsten en weer samenvoegden en er geen zekere slaapplaatsen gekend waren. Op 16/02 bleken zelfs al 5 ex. in de Dijlevallei te vertoeven terwijl er op 22/02 zelfs 8 ex. werden geteld in het gebied tussen Sint-Agatha-Rode en Pécrot (B. Nef). Vanaf 26/02 leken de meeste van deze vogels weer verdwenen te zijn, met nu nog enkel waarnemingen van max. 2 ex. (versch. waarn.). Verder werden Grote Zilverreigers de voorbije winter ook te Rosières, ten ZW van onze regio, regelmatig waargenomen met hier tot 3 ex. aanwezig

(J.

Taymans, B. Nef).

Zilverreiger sp. Egretta garzetta / Casmerodius albus 09 /02

3 ex. naar Z langs de Dijle te Florival, waarschijnlijk Kleine Zilverreigers

(G. Bleys, F. Geenen)

Roerdomp Botaurus stellaris (40) De eerste Roerdomp voor het V laams deel van de Dijlevallei werd opgemerkt te Florival/Z op 02/12 (G. Rossaert). In het Waals deel zat het eerste ex. te Gastuche op 30/11 (B. Nef). Vanaf dan werd de soort tijdens de hele periode verspreid over de vallei opgemerkt met waarnemingen te Oud-Heverlee, Neerijse/Grote Bron, in de Doode Bemde, te Florival, Pécrot en Gastuche (versch. waarn.). Aangezien de verplaatsingen van de vogels niet gekend zijn is het bijna onmogelijk in te schatten om hoeveel overwinterende ex. het hier nu juist ging. 20


Vogels

Een greep uit de gegevens om de maxima te illustreren : 27-31 /12 1 ex. te Pécrot (M. Walravens), 2 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef), 1 ex. in de Doode Bemde (B. Nef, K. Moreau), 1 ex. te Neerijse/Grote Bron (JP & A. Ferette) 05/01

1 ex. te OH/N&Z, 1 ex. in de Doode Bemde, 1 ex. te F lorival/Z (K. Van Scharen, F. Fluyt, K. Moreau, B. Creemers)

Vanaf 06/01 werden nooit meer dan 2 ex. op dezelfde dag vastgesteld.

Ooievaar Ciconia ciconia 10-12/02 l ex. te Kessel-Lo/Leopoldspark, de vogel draagt geen ringen, de ondersnavel is beschadigd, herkomst onbekend (S. Goethals e.a.)

Flamingo Phoenicopterus/Phoeniconaias sp. 07/0 l

om 9u15 1 ex. naar N over Leuven/Naamsepoort, mogelijk Europese

Flamingo (L. Van Hellemont)

Rode Wouw Milvus milvus 24/l 2

rond de mi.ddag l ex. over Leuven/Korenstraat (F. Verdonckt)

25/02

om l 4u25 l ex. naar N over Sint-Agatha-Rode (J. Elst, G. Driessens e.a.)

Zeearend Holiaeetus olbiciflo

22/02

om l Oul 0 l immatuur te Sint-Agatha-Rode (S. Horemans, M. Tomballe), de vogel vloog om 13u50 over Oud-Heverlee/N (B. Nef) en om l 4u45 over Wilsele (J. Lambrechts)

23/02

om 9u l 0 werd de Zeearend terug opgemerkt te SAR, waar hij tijdens de daarop volgende uren nog meermaals gezien werd (F. Fluyt, S. Horemans, M. Walravens), om 1Ou30 vloog hij naar N over Neerijse/ Grote Bron (P. De Becker, T. Roels e.a.), om 11u07 hing hij boven Oud­ Heverlee/Z (M. Walravens) en om 14u40 verscheen hij terug te SAR, waar hij tot l 6u50 een geweldige show opvoert met meerdere ijs­ landingen (waarbij hij soms door het ijs zakte) en het oppikken van een door meeuwen achtergelaten viskarkas (versch. waarn.)

24-27/02 hetzelfde scenario herhaalt zich met dagelijks meerdere waarnemingen te SAR (versch. waarn.) De vogel werd g eïdentificeerd als een vierdejaars ex., in de rui van derde naar vierde kleed.

21


Vo els

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus (35) Vrouwtjes/immaturen werden zeer verspreid opgemerkt, met naast waarneming­ en in de Dijlevallei en op de plateaus ten W ervan ook meldingen van 1-2 ex. te Haasrode (K. Moreau, E. Buysmans, J. Nysten) en te Kwerps (omgeving Silsombos) (A. Smets). Mannetjes werden opgemerkt op volgende data : 31/12

1 ad m

+

1 v-kleed te Huldenberg/plateau (F. F luyt)

11/01

1 ad m

+

1 v-kleed te Neerijse/Langerodeveld (F. Fluyt)

19/01

1 ad m te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. Vandeputte)

25/01 02/02

1 ad m te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen) 1 ad m + 1 v-kleed te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen)

24/02

om 17u20 1m naar NO over SAR (R. Nossent, K. Lossy, J. Vanwijnsberghe, K. Van Scharen)

27/02

om 1645u 1m te SAR (H. Roosen, B. Augustijns, W. Desmet)

Smelleken Fa/co columbarius 05/01

rond 8u45 1 ex. te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen)

14/02

1 ex. te Bertem (S. Bouillon)

Slechtvalk Fa/co peregrinus 05/01

1 ex. te Bertem/plateau, eerst cirkelend, dan stootduikend

(A. Verboven)

Grote Valk Fa/co sp. 1 vermoedelijke Slechtvalk op een paal aan het klaverblad E40-E314 12/01 (F. Vandekeybus)

Kraanvogel Grus grus 24/02

om 11u30 co 45 ex. naar N over Overijse/Maleizen (S. Peten)

24/02

om iets na 12u 38 ex. naar N, achtereenvolgens over Oud-Heverlee/N (M. Schurmans) en Leuven/Naamsestraat (B. Saveyn)

24/02

om 17u20 22 ex. naar NO over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (R. Nossent, K. Lossy, J. Vanwijnsberghe, K. Van Scharen, E. Collaerts)

24/02

3 ex. over Kessel-Lo/Leopoldspark (B. Markey)

24-25/02 25/02

's nachts oud over Blanden/Kartuizerstraat {I. Verhuizen) om l 6u02 co 50 ex. naar NO over Neerijse (D. Vanderlinden), om l 6u26 dezelfde groep boven Leuven/St. Raf (S. Wera)

27/02

22

om 15u 15 1 ex. naar N over SAR {S. Bouillon, B. Augustijns)


Vogels

Bonte Strandloper Cafidris alpino 14/12

1 1e win op afgelaten vijver te Heverlee/Abdij van Park (M. Bekkers, K. Van Scharen, K. Moreau, G. Vandeputte)

25/12

1 ex. naar N over Neerijse/Grote Bron (B. Nef)

Wulp Numenius arquata 08/12

om 19u05 oud boven Leuven/Peterseliegang (vorsttrek) (F. Van de Meutter)

05/01

een groep van 29 ex. achtereenvolgens over F lorival/N rond 15u45 (F. F luyt, K. Van Scharen, K. Moreau), over Sint-Agatha-Rode rond 16u (waar ze even invallen in de weilanden) (L. Hendrickx), over Bertem/ plateau rond 16u 15 (A. Verboven) en over Mechelen/Mechels Broek om l 6u30 (F. Van de Meutter), daags voordien zat dezelfde groep te Nil-St-Martin (Brabant Wallon) (B. Nef)

11/01

om 11u35 5 ex. naar N over de Doode Bemde, om 13u20 1 ex. naar N over SAR (K. Van Scharen), 2 ex. langs de Dijle thv Neerijse/Grote Bron, 's avonds 2 ex. roepend naar W over Korbeek-Dijle (A. Verboven)

12/01

om 12u 20 ex. opvliegend vanop plateau Bertem, vanaf 14u30 2 ex. in de weilanden te Neerijse/Grote Bron (F. F luyt, L. Hendrickx, A. Smets), om 15u 15 25 à 30 ex. vliegend boven de weilanden thv Oud-Heverlee/

Z (J. Menten) 21/02

2 ex. over Erps-Kwerps/Silsombos (A. Smets)

22/02

in de vroege namiddag 1 ex. over Sint-Agatha-Rode (B. Nef)

28/02

1 ex. over SAR (A. De Broyer)

Watersnip Gal/inago gallinago {45) Deze soort werd gedurende de hele winter verspreid over de regio waargeno­ men, doch zelden in groepen van meer dan 15 ex. Grootste concentraties : 01/12

42 ex. te Oud-Heverlee/N (J. Rutten, L. Janssens)

28/12

2 ex. in de Doode Bemde (B. Nef), 34 ex. te OHN (S. Horemans)

29/12

26 ex. te OHN (F. Fluyt)

Andere opmerkelijke waarnemingen : 11/12

1 ex. werd te Veltem-Beisem/Molenbeekvallei gegrepen door een kat en overgebracht naar opvangcentrum te Testelt, waar de vogel be­ zweek onder de verwondingen (J. Wellekens)

12/12

l verkeersslachtoffer te Heverlee/Broekstraat (F. Claessens)

Net ten Z van de taalgrens verzamelden van begin december tot minstens be­ gin februari grote aantallen in de weilanden te Gastuche. Hier werden max. 76 ex. geteld op 15/12 (M. Walravens). Te Pécrot zaten max. 23 ex. op 04/01 (B. Nef).

23


Vogels

Bokje Lymnocryptes minimus Nadat er opnieuw een oproep gelanceerd werd om het • bokjeslopen' te laten voor wat het is teneinde deze vogels zo weinig mogelijk te verstoren en zo wei­ nig mogelijk vegetatie te vertrappelen werden uit de Dijlevallei geen waarne­ mingen meer ontvangen. Enkel uit het Waalse deel kwamen er gegevens van telkens een ex. op 08/12 te Gastuche (B. Net) en op 01 /02 te Pécrot (M. Walravens). Ten W van Leuven werd een ex. opgestoten in de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem op 15/01 en 27 /0 (J. Wellekens).

Kleine Mantelmeeuw Larus grae/sii 18/01

's avonds 1 ad op het ijs te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. Fluyt)

Geelpootmeeuw Larus michahellis 15/02

1 ad even op het ijs te Wilsele/Z (K. Van Scharen)

Pontische Meeuw Larus cachinnans 14/12

4 ad + 2 1e jaars te Wilsele/Z (K. Moreau, K. Van Scharen, M. Bekkers)

18, 23 en 25/12

1 ad te Neerijse/Grote Bron (B. Net, L. Hendrickx, F. F luyt)

24 en 27 /12

1 ad te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek

(L.

Hendrickx)

29/12

2 ad te Kessel-Lo/Leopoldspark (K. Moreau)

01/01

1 ad te NGB (B. Nef), 1 ad laag naar Z over Leuven/Terclavers (R. Guelinckx)

05, 19/01 26/01

1 ad te SAR (B. Net, F. Vandeputte) 1 ad te Oud-Heverlee/N (M. Walravens), 1 ad over de Doode Bemde (B. Net), 2 ad te Kessel-Lo/LP (F. Fluyt, K. Moreau, M. Bekkers, G. Sterckx)

02/02

1 ad te SAR/Rodebos (M. Walravens)

08/02

2 ad te OHN (A. Smets)

09/02

1 ex. te SAR (J. Nysten)

15/02

7 ad+ 2 1° jaars te SAR (M. Walravens)

23/02

1 ad te SAR (M. Walravens, J. Nysten, K. Moreau, e.a.), 2 ad te OHZ (M. Walravens)

28/02

1 ex. te SAR (E. Lambrecht e.a.)

Middelste Bonte Specht Dendrocopos medius In het tweede deel van de winter werden enkele waarnemingen van (rond­ zwervende?) Middelste Bonte Spechten opgetekend in de ons omringende gebieden. Zo werd op 12/01 een ex. gemeld in een tuin te Rotselaar terwijl er op 23/02 mogelijk een ex. zat in de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem. In beide gevallen vroegen de waarnemers om bevestiging, die spijtig genoeg niet kon gegeven worden. Wel zeker was een ex. te Tervuren/ Kapucijnenbos, ook op 23/02 (A. Smets). 24


Vogels

Kaderen deze waarnemingen in een uitbreiding van deze soort naar omliggende bosgebieden? Ook in Mollendaalwoud is uitbreiding wellicht nog steeds aan de gang, vanaf 12/01 werd immers meermaals een ex. gezien op een nieuwe waarnemingsplaats aan de zuidrand van het woud (K. Moreau, J. Nysten).

Waterpieper Anthus spinoletta (51) Net zoals in de voorbije herfst werden tijdens de winter 2002-2003 geen echt grote aantallen vastgesteld. De grootste groep betrof 35 ex. te Oud-Heverlee/Z op 24/01 (W. Claes).

Klapekster Lanius excubitor In de het gebied Oud-Heverlee - Neerijse/Grote Bron - Doode Bemde werd de soort op volgende data/plaatsen vastgesteld: 08/12

1 ex. in de Doode Bemde (B. Nef)

15/12

1 ex. te Neerijse/Grote Bron

(P.

De Becker)

30/01, 08 en 28/02 1 ex. te Oud-Heverlee (K. Moreau, F. F luyt, K. Van Scharen, A. De Broyer) Mogelijk hetzelfde ex. werd vanaf 25 tot en met 28/02 gezien te Oud-Heverlee/ Den Rooi (R. Bryart, B. Creemers, M. Schurmans, H. Roosen, H. Blockx). Een zeker tweede ex. werd ook op 28/02 gezien te Sint-Agatha-Rode (A. De Broyer, E. Lambrecht e.a.). Een ex. op 12/01 en 08/02 langs de zuidrand van Mollendaal­ woud (K. Moreau, J. Nysten) kan veilig als een derde ex. beschouwd worden. Ook te Heverlee/Militair Domein waren er de voorbije winter enkele waarne­ mingen (F. Walterus).

Pestvogel Bombycilla garrulus 14/01

4 ex.+ 1 raamslachtoffer te Korbeek-Lo/Oasestraat (med. F. F luyt,

P.

Herroelen) 16/01

4 ex. te Korbeek-Lo/Korbeekoase (M. Schurmans, W. Rommens)

17/01

1 ex. te Korbeek-Lo (H. Blockx)

19/01

2 ex. te Korbeek-Lo (F J Meerman)

30/01

1 ex. te Korbeek-Lo/Oudebaan - Korbeekoase (K. Moreau)

01/02

1 ex. kortstondig in tuin te Heverlee (R. Meeus)

Zwartkop Sylvia atricapilla 11-12/01 1m in tuin te Leuven/Weldadigheidsstraat (B. Saveyn) 24/02

1 zp te Kessel-Lo (L. Van Hellemont)

Tjiftjaf Phylloscopus col/ybita 08 en 27/12

1 ex. te Oud-Heverlee/N (B. Nef, M. Walravens)

09/12

1 ex. te Leuven/Dijledreef (W. Rommens) 25


Vogels

14/12

1 ex. te Wilsele/Z (K. Moreau, K. Van Scharen, M. Bekkers)

25/12 en 22/02

1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef)

27-28/12, 01 en 05/01

1 ex. te OHZ (M. Walravens, B. Nef, K. Moreau, F. Fluyt)

28/12

2 ex. te F lorival/Z (B. Nef)

20/02

1 ex. te Meerdaalwoud/De Kluis (S. Bouillon)

21-22/02

1 ex. te AVP (W. Desmet, K. Moreau)

23/02

2 ex. te AVP (K. Moreau)

Baardmannetje Panurus biarmicus 31/12

om 16u21 18 ex. al foeragerend naar ZO langs de vijvers te Wilsele (K.

Moreau)

Barmsijs

Corduelis flammeo/cabaret

06/12

om 8u25 1 ex. luidruchtig over Heverlee/station (J. Rutten)

08/12

min. 2 ex. te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

17/01

1v te Korbeek-Lo/Korbeekoase (H. Blockx)

Kruisbek Loxio curvirostro ( 47) Een broedaanwijzing onder de vorm van een zingend mannetje was er enkel te Terlanen (vanaf 18/01; H. Roosen), ondanks gericht speurwerk op andere ge­ schikte plekken in de regio.

Appelvink Coccothroustes coccothroustes Deze soort werd hoofdzakelijk gemeld in Terlanen, waar tot max. 4 ex. op een voederplank kwamen. Op 02/02 trokken hier 6 ex. hoog over naar Z. De enige waarneming op een andere locatie betrof een ex. te Florival op 18/01 (alle waarnemingen: H. Roosen).

Grauwe Gors Emberizo colondra 30/12

6 ex. naar Z over Leuven (F. Van de Meutter)

begin feb 14/02

6 ex. te Haasrode/Brabanthal (F. Van de Meutter) 3 ex. in groep gorzen te Leefdaal/plateau (F. Fluyt)

16/02

9 ex. te Leefdaal/plateau, waaronder enkele zingende m (F. F luyt)

Samenstelling

Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be Medewerkers en correspondenten Bart Augustijns, Monique Bekkers, Peter Bellen, Geert Bleys, Herwig Blockx, Johan Bogaert, Steven Bouillon, Louis Bronne, RenĂŠ Brynart, Esther Buysmans, War Claes, 26


Vogels

Frank Claessens, Peter Collaerts, Erwin Collaerts, Bart Creemers, Johan De Baere, Piet De Becker, Alain De Broyer, Herwig De Meyer, Mark Depauw, Lieven en Frans Deschampelaere, Wouter Desmet, Hadewig Dierickx, Joris Elst, Jean-Philippe Ferette, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Sven Goethals, Robin Guelinckx, Luc Hendrickx, Maarten Hens, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, Stefaan Hublou, Jacquet Roger, JNM Leuven, Marcel Jonkers, Eva Lambrecht, Jorg Lambrechts, Raphael Lebrun, Elfriede Le Docte, Walther Leers, Raf Leysen, Ken Lossy, Gerald Louette, Michel Louette, Patrick Luyten, Eddy Macquoy, Bram Markey, Gert Meeus, Roger Meeus, Joris Menten, Joachim Mergeay, Frieder Jan Moerman, Kelle Moreau, Bruno Nef, Regis Nossent, Paul Nuyts, Johan Nysten, Christiane en Nicolas Percsy, Stephan Peten, Dirk Raes, Alain Reygel, Toon Roels, Wouter Rom­ mens, Hans Roosen, Geert Rossaert, Jos Rutten, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Axel Smets, Roald Steeno, Geert Sterckx, Erik Toorman, Jos Tuerlinckx, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Frank Van Den Houte, Filip Vandeputte, Geert

Vandeputte,

Dirk

Vanderlinden,

Vande w y n gaert, Gilbert Vandezande,

Geert

Vander meulen,

Lieven Van Hellemont,

Luc Koen

Vanormelingen, Lisette Van Roeien, Kris Van Scharen, Thomas Verbeeck, Andre Verboven, Bart Vercoutere, Freek Verdonckt, Werner Verhoeven, Rien Verhui­ zen, Johan Verliefden, Jan Verroken, Luc Vervoort, Paul Vranckx, Marc Walravens, Frans Walterus, Jan Wellekens en Stefaan Wera.

27


Zoogdieren

Zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving •

Juni- december 2002 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode juni - december 2002. De bestreken regio omvat de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. Vanaf heden zullen de bijzonderste waarne­ mingen van zoogdieren in de vorm van jaaroverzichten gepubliceerd worden. De volgende rubriek zal dan 2003 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 maart 2004 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t:

0486/

125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be.

Bever Castor fiber Na de lente van 2002 werd nog slechts één indicatie voor het voorkomen van deze soort in het Dijleland opgetekend. Het ging hierbij om vraatsporen die op 21/07 werden gevonden te Sint-Agatha-Rode (K. Moreau).

Eikelmuis Eliomys quercinus 13/08

1 dood jong te Terlanen (H. Roosen)

Wezel M ustela niva/is 12/05

1 ex. in tuin te Overijse/Schransdreef (P. Nuyts)

28/09

1 ex. over de baan Bertem - Korbeek-Dijle (K. Moreau)

Hermelijn M uste/a erminea 15/08

1 ex. te Leefdaal/telpost (F. Fluyt, K. Van Scharen,

J.

Menten)

Bunzing M ustela putorius 02/06

1 ex. met dood jong konijn te W inksele/Delle (M. Depauw)

01/08

1 ex. te Bertem/plateau (De Delle), agressief beest dat zich, na in een groep wielertoeristen terecht te zijn gekomen, vast bijt in de broek van de waarnemer (zieke/verzwakte Bunzing, Fret of Bunzingfret?) (S. Bouillon)

19/08

1 ex. te Holsbeek/Gasthuisbos (W. Rommens)

02/09 17 /09 10/10

1 verkeersslachtoffer te Haasrode/Expressweg (K. Moreau) 1 ex. te Heverlee/Abdij van P ark (K. Moreau)

28

1 verkeersslachtoffer op de E40 ter hoogte van Meerbeek

( J. Cuppens)


Zoogdieren

Steenmarter M artes foina 22/06

l ex. net buiten Sint-Agatha-Rode/Dorp (richting Sint-Joris-Weert) (J. Bogaert)

14/07

1 verkeersslachtoffer te Heverlee/Sint-Janbergsesteenweg (M. Hens)

20/07

l dood ex. te Korbeek-Dijle/Dam (S. Horemans)

18/08

uitwerpselen te Wilsele-Putkapel/ Aarschotsesteenweg (W. Rommens)

04/09 15/09

l verkeersslachtoffer te Haasrode/Industrieterrein (R. Huybrechts) l ex. te Kessel-Lo/omgeving Coosemansstraat (J. Nysten)

03/12

1 verkeersslachtoffer te Kessel-Lo/Platte-Lostraat (L. Van Hellemont)

Vos Vu/pes vu/pes voorjaar 2002 regelmatige controles in een 1Otal burchten in en om Bertembos en Eikenbos leverden initieel veel activiteit op, maar toch bleef geen enkele burcht bewoond, vermoedelijk werden deze burchten systematisch vergiftigd. (G. Bleys, F. Geenen) 07 /06

1 ex. te Blanden/ A. Vermaelenstraat (J. De Baere)

09/06

1 ad met 3 jongen in Heverleebos (K. Moreau)

22/06 e.v.

1 verkeersslachtoffer op Naamsesteenweg tss Blanden en Nethen (Meerdaalwoud) (F. Volckaert S. Bouillon)

20/07

1 ex. in Heverleebos (K. Moreau)

11/08

1 jong ex. in de weilanden te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

06/10 e.v.

1 verkeersslachtoffer op E3 l 4, tss. afrit Gasthuisberg en afrit Leuven (G. Verrijdt F. Volckaert)

13/10

1 ex. te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys, F. Geenen)

29/10

1 ex. in tuin op de Gasthuisberg tss. de E314 en de Brusselse steenweg (F. Vandekeybus)

19/11

1 ex. te Winksele/Gasthuisberg - Goede Linden) (F. Vandekeybus)

08/12

1 ex. te Bertem (S. Horemans)

11/12

1 verkeersslachtoffer te Everberg (T. Roels)

13/12

1 verkeersslachtoffer op de E314, afrit Leuven (R. Huybrechts)

Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Medewerkers Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Johan Bogaert, Steven Bouillon, Paul Claes, Jos Cuppens, Johan De Baere, Herwig De Meyer, Mark Depauw, Wouter Desmet, Freek Fluyt, Frans Geenen, Robin Guelinckx, Maarten Hens, Stefaan Horemans, Ronny Huybrechts, Eddy Macquoy, Joris Menten, Saskia Mercelis, Kelle Moreau, Johan Nysten, Toon Roels, Wouter Rommens, Hans Roosen, Geert Sterckx, Filip Vandekeybus, Johan Van de Wauw, Lieven Van Hellemont, Bart Vercoutere, Guy Verrijdt en Filip Volckaert. 29


Activiteiten

Planten- en ongewervelden­ inventarisaties Koeheide In het kader van de inventarisatie van het natuurgebied "De Koeheide" in Bertem organiseert NSG Dijleland in 2003 een aantal planten en ongewervelden inven­ tarisatie-excursies. Het doel van deze tochten is inventarisatie-ge­ gevens krijgen voor "De Koeheide" die kunnen helpen voor het opstellen van beheersplannen en aankoop- en beschermings dossiers voor dit gebied. Verder kan je op deze excursies wat over inventarisatietechnieken leren en planten en die­ ren leren determineren, waar je anders mischien nooit aan zou beginnen. Zo kunnen dan ook an­ dere gebieden in de toekomst geïnventariseerd worden. Ten slotte kunnen we zo ook meewer­ ken aan grotere inventarisatie projecten en zor­ gen dat het Dijleland in de toekomstige atlassen van lieveheersbeestjes, planten, libellen, ... op de kaart staat. Dit zullen actieve inventarisaties zijn en geen vrijblijvende wandelingen, de be­ doeling is dat iedereen meezoekt en determineert.

Dit betekent niet dat je

meteen alles moet op naam kunnen brengen, maar wel dat je geen schrik hebt een een plant of insect vast te nemen en met de flora of determineertabellen op naam te brengen. Hogere planten noteren we per karteringshok ( 1_1 km) en op perceelsniveau in de (geplande) reservaatsgedeelten van "De Koeheide". Belangrijk vondsten worden opgetekend op kaart zodat ze in de toekomst nauwkeurig opgevolgd kunnen worden. Een correcte determinatie gebeurt best met de Flora van Bel­ gië (De Langhe), maar de Nederlandse flora's (Heimans of Heukels) zijn ook best bruikbaar in Vlaanderen. Als er specialisten van zwammen, mossen of kost­ mossen aanwezig zijn, worden die plantengroepen ook geïnventariseerd. Naast planten, zullen ook ongewervelden worden genoteerd. Hierbij beperken we ons tot die groepen die in het veld, met een handloupe en een nederland­ stalig werk op naam kunnen gebracht worden. Met het huidige inventarisatie project voor Vlaanderen zal speciale aandacht uitgaan naar Lieveheersbeestjes. Alle determineerbare soorten worden genoteerd op perceelsniveau of UTM­ hok. Natuurlijk staat iedereen het vrij om wat moelijkere groepen te determine30


Activiteiten

ren: loopkevers, zweefvliegen, mieren, graafwespen, pissebedden, ... Al deze ongeweNelden zijn met wat moeite best wel op naam te brengen, maar verei­ sen vaak dat de dieren thuis onder een stereomicroscoop worden bekeken. Belangrijk is wel dat al onze determinaties en inventarisatiegegevens correct Zijn.

Afspraak: ==> ==> ==> ==>

Zaterdag 17 mei: inventarisatie holle wegen Zondag 29 juni: inventarisatie reseNaat "Hellegat" en omgeving Zondag 13 juli: inventarisatie Eikenbos en omgeving Zaterdag 16 augustus: inventarisatie akkercomplex Zwanenberg

A f spraak telkens o m 9.00 uur a a n het Ge meentehuis van

Bertem

(TeNuursesteenweg). Meebrengen: determinatieliteratuur (flora, tabellen) en loupe ( tussen 8 en 15 X vergrotend); eventueel: insectennet, potjes, verrekijker.

Info: Joris Menten GSM: 0495.27.53.93 E-mail: zweefvliegen@advalvas

Aanbevolen literatuur Volgende werken zijn bij Natuurpunt Groene Winkel (www.natuurpunt.be) of JNM (www.jnm.be) verkrijgbaar.

Planten

Libellen

Flora van België, Luxemburg., Noord-Frankrijk

Veldgids Libellen, BOS

en aangrenzende gebieden, DE LANGHE

Libellentabel voor België, JNM/WIELEWAAL

Nieuwe Bloemengids - Wilde Bloemen van NW­

Website: www.gomphus.be

Europa, FITTER

Randwantsen Lieveheersbeestjes

Determineersleutel voor de Belgische Rand­

Velddeterminatietabel Lieveheersbeestjes Bel­

wantsen, V ISKENS

gië, BAUGNEE Websi te:

u s ers.pandora.be/jeroenm/

coccinula/coccinula.html

Sprinkhanen en Krekels Sprinkhanen en krekels van België, DEVRIESE Voorlopige atlas en rode lijst sprinkhanen.

Vlinders

DEC LEER

Veldgids Dagvlinders; WYNHOFF Dagactieve Nachtvlinders, VAN DAM

Slakken

Dagvlinders in V laanderen - Ecologie, Versprei­

Land- en zoetwatermolluskens van de BENE­

ding en Behoud, MAES

LUX, DEYRIESE

Website: www.instnat.be

31


Activiteiten

Activiteitenkalender april - augustus 2003 De plaats van samenkomst is de Bodart-parking naast de ring (tegenover Capucienenvoer) te Leuven. Een tweede afspraakplaats wordt aangeduid bij ie­ dere activiteit als ze bekend is bij de opmaak van de kalender. Bij slechte weersom­ standigheden worden de belangstellenden verzocht contact op te nemen met de verantwoordelijke van de activiteit. zondag 30 maart:

Planteninventarisatie holle wegen Korbeek-Dijle.

Om 9:00 uur aan de Kerk van Korbeek-Dijle; contact J. Menten tel 0495/ 27 53 93 zondag 27 april: zondag 4 mei:

Dag van de Aarde Kennismaking met de vogels van het leemplateau

Halvedagtocht langs de plateaus van Loonbeek, Huldenberg en Duisburg. Afspraak: 8.30 uur op de parking aan de watermolen van Loonbeek, net voorbij het kerkje van Loonbeek langs de baan Leuven - Overijse; contact Frederik Fluyt: 0479/ 920 l 72. De toch gaat niet door bij regenweer. zaterdag 17 mei:

Inventarisatie van planten en ongewervelden

in de holle wegen van "De Koeheide" te Bertem. Afspraak: 9:00 uur aan het Ge­ meentehuis te Bertem ; contact J. Menten tel 0495/ 27 53 93 vrijdag 16

-

zondag 18 mei:

inventarisatie kleine zoogdieren,

Hellegracht Bertem : 48 uren vangstcontroles van life-traps. Aanvang op vrijdag 16 mei om 20u. Contacteer Kelle Moreau, 0486/12.58.77 zondag 18 mei:

Open Natuur.dag

woensdag 21 mei: Lieveheersbeestjesexcursie: determinatie en inventarisatie met de werkgroep Natuurgidsen van de Vrienden (VHM) Afspraak: 19 uur op de parking van het ziekenhuis te Pellenberg. woensdag 11 juni: Excursie rond watervegetatie met de werkgroep Natuurgidsen van de Vrienden (VHM) Afspraak: 19 uur aan de parking Reigerstraat van de Doode Bemde (Oud-Heverlee). zondag 29 juni:

Inventarisatie van planten en ongewervelden

in het reservaat "Hellegat" en omgeving te Bertem. Afspraak: 9:00 uur aan het Ge­ meentehuis Bertem ; contact J. Menten tel 0495/27 53 93 zondag 13 juli:

Inventarisatie van planten en ongewervelden

van het Eikenbos en omgeving te Bertem. Afspraak: 9:00 uur aan het Gemeente­ huis te Bertem ; contact J. Menten tel 0495/ 27 53 93 zaterdag 16 augustus:

Inventarisatie van planten en ongewervelden

van de Zwanenberg te Bertem. Afspraak: 9:00 uur aan het Gemeentehuis te Bertem; contact J. Menten tel 0495/ 27 53 93 32


VUBPR:ss

€ 14,90

Uitgeverij VUBPRESS Waversesteenweg 1 077 B-1160 Brussel

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2003  

De Boomklever Maart 2003  

Profile for nsgd
Advertisement