__MAIN_TEXT__

Page 1

-

NATUURSTUDIEGROE9. DIJLELAND ,

'

.. ... ....

Tiidschrift van de Natuurpunt Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang 30 december 2002 -

!t:

:: ·�:� .

"


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur

Voorzitter: Paul Herroelen,Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem, 016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt, Spitsberg 4,3040 Huldenberg, 02.687.47.34 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal,02.767. 26.38 Bestuursleden: •

Monique Bekkers,Oostremstraat 4, 3020 Herent,016.23.13.38

André Verboven,Groeneweg 60,3001 Heverlee,016.23.81. 84

Kelle Moreau,Kerspelstraat 20,3001 Heverlee, 0486.12.58. 77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21,3001 Heverlee, 0495.27.53. 93

Herwig Blockx,Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse,010.86.24.66

Axel Smets,Grensstraat 31,3078 Everberg, 02.757.11.67

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Axel Smets, Grensstraat 31,3078 Everberg, 02. 757.11.67,axel. smets@pandora.be

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee,0486. 12.58.77, kelle.moreau@bio. kuleuven.ac.be

Broedvogelatlasproject: Frederik Fluyt, Spitsberg 4,3040 Huldenberg, 02. 687.47.34, freek@village.uunet.be

Watervogeltellingen, trektellingen: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal, 02.767. 26.38,kvschare@vub.ac.be

Werkgroep zoogdieren

Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee,0486.12. 58.77,kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Werkgroep ongewervelden

Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60,3001 Heverlee, 016.23 . 81. 84,andre. verboven@chello.be

Website http:/members.tripod. lycos.nl/Wielewaal_Leuven Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naarsubscribe-dijlevallei@topica. com


---------� -----· -------

De .Boom.klever

INHOUD

Driemaandelijks tijdschrift van Natuurstudiegroep Dij/eland, na�u����chewe�groep van Natuurpunt vzw. Redactiekern

THEMANUMMER WATERVOGELS IN DE DIJLEVALLEI

Herwig Blockx, Frederik Fluyt, Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Moreau en Kris Van Scharen

Nat , natter, natst.. .... .. ..... .... ..... .................. ................102 .

.

.

Vernatting in de Dijlevallei. ........................ ...... .. .... .....104 .

Redactie-adres Artikels of korte bijdragen worden verwacht op het

Watervogels in regio Leuven tijdens de winters 2000/2001 en 2001/2002 ..............................................111

redactiesecretariaat, p/a Frederik Fluyt, Spitsberg 4,

Steltlopers in de Dijlevallei in 2002 ..............................126

3040 Huldenberg E-mail: freek@village.uunet.be Het copyright van de teksten

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving september - november 2002..............136

en tekeningen blijft bij de auteurs en tekenaars. Overname is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating Abonnement

BUITEN GEKEKEN The incredible Marc................. .. ..... .... . ...................152 .

.

.

. .

Geïnteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door overschrijving van 5 Euro op rekeningnummer 001-15521 68-50 van Werkgroep Dijleland p/a Korbeekstraat 27, 3061

ACTIVrrEITEN Kalender der activiteiten okt - dec 2002...................155

Leefdaal met opgave van naam en adres. Actieve medewerkers van NSG Dijleland die tevens lid zijn van Natuurpunt ontvangen dit blad gratis. Natuurpunt

vzw

Natuurpunt vzw is de grootste vereniging voor natuur en landschap in V laanderen. Ze telt 47.000 leden en beheert 11 .000 hectaren natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt vzw kan door storting van 17 ,5 Euro op rekeningnummer 000-0000999-29.

101


Vernatting in de Dijlevallei

Nat, natter, natst Natuurverwerving en -inrichting hebben de voorbije jaren een hoge vlucht genomen in de Dijlevallei ten zuiden van Leuven. Terwijl recent een van de grootste vijvers uit de streek aangekocht werd (de Langerodevijver te Neerijse) door de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud/Natuurpunt, regent het binnenskamers al een tijdje gebiedsvisies, beheersplannen e n inrichtingsprojecten. Het vrijwaren en waar nodig herstellen van d e natuurlijke dynamiek van de Dijle en haar vallei loopt als een rode draad doorheen deze papierberg. Een integraal waterbeheer waarbij de Dijle en natuurlijke processen de 'gecontroleerde' vrije loop gelaten worden en waarbij tegelijkertijd Leuven en stroomafwaarts gelegen gebieden gespaard blijven van wateroverlast. En al blijft de mate waarin de 'natuur' de ellenlange lijstjes doelsoorten en natuurdoeltypen invult een open vraag, één zaak staat als een paal boven water: de vallei gaat aanzienlijk natter worden. De resultaten van een eerste reeks (al dan niet geplande) vernattingsingrepen zijn sinds kort merkbaar. Als gevolg van het verwijderen van de 'sifon' onder de IJse, lagen in de Doode Bemde de percelen langs de Leigracht er voorbije winter en voo�aar (2002) kletsnat bij. De komgronden naast de vijvers van Oud-Heverlee staan sinds de winter 2000-200 l quasi jaarrond blank. En hoewel in beide situaties de uitzonderlijk hoge neerslaghoeveelheden sinds 2000 (2001 was bvb. het natste jaar ooit ...} zeker bijgedragen hebben tot de sterk verhoogde waterpeilen, het vormt alleszins een voorproefje van wat komen gaat... De aantrekkingskracht van dergelijke plas-dras situaties op vogels bleek meteen. In het voorjaar 2001 en 2002 passeerde een bonte mengeling steltlopers deze kersverse vogelaar-hot spots, de huidige aantallen Bokje en Watersnip in najaar en winter nopen tot herijking van onze 'weinig/veel schaal', en in de Doode Bemde was laatstgenoemde soort dit voorjaar zelfs broedverdacht. Op en rond het 'plassencomplex' van Oud-Heverlee swingen de aantallen Krakeend, Slobeend en W intertaling de pan uit. Zowel zeldzaam als exotisch gevogelte weet deze alluviale feestdis te smaken: Rotgans, Koereiger, Rosse Grutto, regelmatig grote groepen Canadese Ganzen, en stamgasten als Heilige Ibis en Ringtaling. Omdat we ons momenteel op een 'scharnierpunt' bevinden in deze ontwikkeling naar meer en andere natte vallei-natuur, leek het ons nuttig om een eerste balans op te maken van impact op aantallen en voorkomen van watervogels in de streek. Een eerste bijdrage gaat dieper in op de waterhuishouding in de vallei, de geplande vernattingsingrepen en de te verwachten evolutie in waterpeilen en natuurwaarden. 102

I


Vernatting in de Dij/eva/lei

Uit de resuitaten van de watervogeiteliingen tijdens de voorbije twee winters blijkt duidelijk dat de aantallen Krakeend, Slobeend, en Wintertaling sterk toegenomen zijn. Een vlugge blik op het waarnemingenoverzicht in dit nummer leert dat het einde van deze toename nog lang niet in zicht is: de recordaantallen gevestigd in elk van beide winters (2000/01, 2001 /02) zijn weeral gedateerd... Een laatste bijdrage houdt de steltloperdoortrek in

2002 tegen het licht. De

vernatting betekent voor een hele reeks steltlopers (en vogelaars) alvast het einde van het 'afgelaten vijver'-tijdperk: nu ook mooie groepjes steltlopers in de streek zonder afgelaten vijvers ... Ten slotte vormt deze 'water.klever' een mooie aanvulling bij het jongste Jaarboek van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud (jaarbulletin 2002), dat handelt over integraal waterbeheer.

De redactie kern van de Boom. klever

Komgronden te Oud-Heverlee, december 2001. Foto: Frederik Fluyt

103


Vernatting in de Dijlevollei

Vernatting in de Dijlevallei

Inleiding Afgelopen jaar is iedereen getuige kunnen zijn van enkele spectaculaire gevol­ gen van vernatting. In Oud-Heverlee staan reeds enkele jaren weiden lange tijd onder water, in de Doode Bemde zag het gras op de duur zelfs zwart, ... Hoewel dit laatste weiland reeds enkele jaren van akker omgezet is naar een grasland, steeg de natuurwaarde pas echt na een foutje in de uitvoering van werken aan het hydrologisch systeem. Elders in de vallei hebben natuurlijke trends de vallei verder vernat, wat in sommige zones duidelijk tot uiting kwam, in andere gebieden in mindere mate. Dit artikel wil licht werpen op enkele oorzaken en alvast aangeven of dit alles bedoeld was en zo ja, welke filosofie er achter steekt.

Vernatting Vernatting houdt in dat het grondwaterpeil stijgt. De vraag is hoe lang dit water­ peil moet stijgen vooraleer vernatting een feit is. Frequent kunnen immers wa­ terplassen in de vallei ontstaan door enkele korte onweders. Dit houdt in dat regenwater op het maaiveld blijft staan, waar het langzaam wegstroomt naar het oppervlaktewater of infiltreert naar het diepere grondwater. Op de lemige en soms kleiige bodems in de Dijlevallei kan dit een poos duren. Toch kunnen we dit niet als vernatting bestempelen. In een drietal gebieden is in de vallei echt vernatting aanwezig. In twee gebie­ den is dit duidelijk uit de vegetatie afleidbaar, in een ander gebied is dit sluime­ rend. De eerste twee gebieden zijn Oud-Heverlee en de komgrond van Neerijse, in de Doode Bemde. In onderstaande figuur is de grondwaterstijging van het derde gebied weergegeven: de komgrond van de Doode Bemde tussen Reiger­ straat en Molenbeek. Vernatting uit zich vooral in de stijging van de zomerpeilen. Tot co 1997 zakt het zomerpeil elke zomer dieper dan l meter onder het maai­ veld (m-mv). Na 1997 gebeurt dit nog slechts één maal, de andere zomers ligt het peil steeds boven 0,5 m-mv. De winterpeilen stijgen ook, maar minder spec­ taculair.

104

I


Aa.1�· .••· •u,a..u"llHU.11&'1.UJll.lll.l.

-------- -------- -�------------- -.. �----

Vernatting in de Dijlevallei

0.5 ;-------+--

-1.5 ;------

-2 +-----�--�--�-�

aug'87

dec'88

mei'90

sep'91

jan'93

juni'94

okt'95

maa'97

jul'98

dec'99

apr'OI

sep'02

Figuur 1: StUging van het grondwater (meter beneden maaiveld) in de komgrond van de Doode Bemde, tussen Reigerstraat en Molenbeek

Het resultaat van deze vernatting is eerder een sluimerend proces. De hydrologische gradiënten in de komgrond zijn verschoven, zodat op dit ogen­ blik vooral de natste biotopen zich optimaal kunnen ontwikkelen (rietruigten). In het jaarbulletin van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud (200 1) is hierop veelvuldig ingegaan (wijziging vegetaties, daling populatie orchideeën). Welke zijn de oorzaken voor deze vernatting ? De hoofdoorzaak is het vermin­ deren van de drainage van kwel- en regenwater uit het gebied. Doordat de leigracht, die in dit gebied ontstpringt, niet meer geruimd is tussen Oud-Heverlee en de Molenbeek, slibde deze langzaam maar zeker dicht. Hierdoor steeg in de komgrond het drainagepeil, waardoor de afvoer van water bemoeilijkt is. Om dan het water te doen stijgen moet er ook aanvoer van water zijn. Het gebied kent een belangrijke bronzone, in de valleirand, die een continue bron van water is. Daarenboven is het het klimaat sinds 1998 steevast erg nat ge­ weest. In figuur 2 zijn de gemiddelde overschotten neerslag per jaar weergege­ ven. Een overschot wordt berekend door de totale hoeveelheid neerslag op een jaar min de totale verdamping die in een jaar opgetreden is {afhankelijk van de temperatuur, voornamelijk in de zomer). 105


Vernatting in de Dij/eva/lei

Steeds weer opvoiiend in deze grafieken is de droge zomer van i 97 6. Deze zomer werd gekenmerkt door massale beukensterfte, een erg droogte gevoe­ lige boom. Daarnaast vollen de droge jaren '90 op. Wanneer don nog gewe­ ten is dot in 1993 en 1994 de neerslag in een zeer grote piek gevallen is (cfr. Moosoverstromingen), don was dit een aaneenschakeling van erg droge jaren. Sinds 1998 is de nuttige neerslag sterk gestegen en dot voor zowat 4 opelkoor volgende jaren. Dit was een belangrijke motor voor het hydrologisch herstel van vele gebieden. In figuur 3 is dit weergegeven. No een doling van het grondwa­ ter gedurende de droge jaren '90, herstelde het grondwatersysteem na 1998 opnieuw.

0,6

0,5

li

0.4 .

0,3

- >--- . .

I�

1,

-1

0,2

1-- -

0,1

I'• � - - - 1-- - - ,.._ - 1-- - ,.._ '-- - 1-- 1-- f- -11f- - 1-- 1-- -

1--

.____

-

,_ f,,

-

,,

� -

l

- --

"

"

n

0

1\

1964 1966 1968 1970 1972 1974 1976 1978 1'11 0 1982

1-- f-

1-- f-

, ,.

!�

1:. -

nn

n

-

rJ

1984 1986 1988 1990 1992 1994 1996 1998 2000 2002

-0, 1 '

-0,2

-0,3

Figuur 2. Nuttig neerslag in de afgelopen decennia

Dus dankzij het wijzigen van het hydrologisch systeem en een toegenomen neerslaghoeveelheid heeft de vernatting zich kunnen inzetten en handhaven. Zo ook in de andere gebieden. In Oud-Heverlee is het niet helemaal duidelijk, de Leigracht lijkt niet echt sterk gestegen, vermoedelijk zijn de drainagegrachten in deze weiden niet meer onderhouden. Ten gevolge van de vele neerslag blijft dan longe tijd water staan. 106

I


Vernatting in de Dij/eva/lei

&l,<

e.2

"

13<0

��

'3:18

E 6'.Hl

Ç),<

e'.12

ruo

��:ia.

-----

P#ikr:"'4lJG-1

Figuur 3: Natuurlijke grondwaterstijging in de watervoerende laag in de zanden van Brussel,

op het plateau tussen Dijle en Laan.

Ook in de Doode Bemde is een ander grachtennetwerk de oorzaak van wijzi­ gingen. De overstromingen van vorige winter waren zelfs in feite een ongeluk. Door de werken aan de monding van de leigracht, werd de afwatering van de komgrond voor een tijdje geblokkeerd, en daarna sterk verminderd. Hierdoor heeft zich lange tijd een waterplas kunnen handhaven. Toch waren de gevol­ gen niet echt onnatuurlijk. In de toekomst zullen deze weiden blijven overstro­ men en door een verminderde drainage vernatten. Ondanks dit eenmalig fenomeen zal door een gewijzigd drainageniveau van de leigracht, het {grond)water in de komgrond in de zomer minder diep weg­ zakken en zullen frequentere overstromingen optreden. Nu al is een grondwater­ situatie aanwezig, die optimaal is voor grote zeggevegetaties. De omliggende graslanden worden dan ook aan een sneltempo gekoloniseerd door zegges. Op de ingezaaide akker is de successie echter teruggeschroeft. De vegetaties die er ontwikkelde had eerder iets weg van glanshavergraslanden. Door de langdurige overstroming is deze vegetatie afgestorven om plaats te maken voor een vegetatie die nijgt naar zilverschoonweiden. In welke mate deze pionier107


Vernatting in de Dij/eva/lei

vegetatie zich zal handhaven is afhankelijk van de overstromingsdynamiek en de snelheid van kolonisatie van zegges. Ooit wordt het een zeggemoeras, dat is zeker. Al is dit laatste een tussenfase naar de ontwikkeling van broekbossen. Via een periodiek maaibeheer zullen we trachten de moerasvegetaties te be­ houden. Cruciaal zijn dus de overstromingen. Belgroma (Studie van de Dijle stroomop­ waarts Leuven, in opdracht van AMINAL afd water,

1997) heeft de overstromin­ gen in een natuurlijke situatie gemodelleerd. In figuur 4 zijn deze zones weerge­

geven. Actueel wordt er vanuit gegaan dat deze zones natuurlijke overstromings­ zones zijn die sinds jaar en dag op gezette tijden (in dit geval, onder niet gewij­ zigde klimatologische factoren, eens in de 25 jaar) overstromen. Omdat Leuven maximaal een debiet van 25 m_Js aankan, wordt een 'knijpkunstwerk' ter hoogte van het Egenhoven bos voorzien (zone

1).

Dit kunstwerk zal afvoerpieken op de

gewenste debieten aftoppen. Hierdoor overstroomt een deel van Egenhoven bos (zone

1 in figuur 4).

De werken hiervan zullen vanaf 2003 starten.

In zone Il worden pieken van de Dijle en ljse opgevangen. Volgens modelleringen (en intussen ook de praktijk) vangt deze komgrond reeds een groot deel van de piek op, zodat overstromingen in Leuven opgevangen worden. Actueel wordt nog nagegaan welke de 'drempel' peilen zijn, hoe hoog moet de piek zijn, voor­ aleer de komgrond gevuld wordt. Omdat afdeling water in deze zone actief de hydrologie gewijzigd heeft zijn de gronden die kunnen overstromen onteigend. Andere gebieden op de kaart kennen een overstromingsregime van 1 /25 jaar, en behoren dus tot de natuurlijke overstromingsgebieden. Toch zullen nog andere gebieden een doorgedreven moerasontwikkeling krij­ gen. Op korte termijn (zowat l 0 jaar) zullen zones

111

tot en met V aangepakt

worden. Rond de Langerodevijver wordt gewacht met ingrepen totdat ingre­ pen rond Oud-Heverlee resultaten opgeleverd hebben (en lessen kunnen ge­ trokken worden). In zone lil worden door AMINAL afd Natuur de natuurlijke moeraszones opnieuw hersteld. Dit komt erop neer dat de vijvers, die nu op de helling gesitueerd zijn, in de laagste zone van de vallei terecht komen. De moeras­ vegetatie zullen zich ontwikkelen zoals in de Doode Bemde het geval is, alleen zal het aandeel open water groter zijn, aangezien in de Doode Bemde geen stuwen aanwezig zijn en in Oud heverlee er vermoedelijk nog blijven. In zone IV, zal wanneer de rioleringen afgekoppeld zijn van de Molenbeek, een analoog scenario gevolgd worden als aan de ljse. De sifon aan de Molenbeek wordt opgebroken. Dit zal evenwel geen vernattende gevolgen hebben (even­ tueel wel frequentere overstromingen). In het zuiden van de Dijlevallei, ter hoogte van Florival (zone V), worden de vijvers eveneens aangepakt. Dit zal mogelijks nog het eerste project zijn dat 108

I


Vernatting in de Oijlevollei

Figuur 4: Ligging van de overstromingszones volgens de modellering van Belgroma (mei uit­ zondering van gebied 111 en IV) 109


Vernatting in de Dijlevallei

echt van stapel loopt (te verwachten in het najaar van 2003 of begin 2004). Vooral het vijvercomplex tussen de vijver van Florival en de Veeweidevijver zal van uitzicht veranderen. Deze worden geïntegreerd tot één moeraszone. De twee andere vijvers worden opnieuw watervoerend, met een grote moerasruigte als oevervegetaties. Het is de bedoeling dat deze vijvers volgens het klassieke systeem (inname van oppervlaktewater) watervoerend gehouden worden.

Besluit Het is duidelijk dat het uitzicht van de open waterplassen in de Dijlevallei in de komende jaren sterk zal wijzigen. Deze vijvers maken allen ongeveer dezelfde trend mee: ze worden ondieper, gesitueerd in de laagste delen van de kom­ grond en kennen een uitgebreidere oevervegetatie. In de komgrond van Neerijse (zone

111)

wordt een analoog vegetatiebeeld nagestreefd. Dit zal even­

wel frequenter overstromen en geen echt open water herbergen. Cruciaal in dit alles is evenwel het gedrag van het klimaat. Is de ingeslagen trend (nattere jaren) een meerjaarlijkse cyclus beweging of is het blijvend ? In het eerste geval (opnieuw een drogere cylcus), zal in de komgronden de dyna­ miek verhogen, maar zal in de vijvers (zoals in historische situaties} het waterpeil volgehouden kunnen worden. Mogelijks zijn dan nog extra maatregelen nood­ zakelijk om het waterpeil in de komgronden op peil te houden (stuwen, ver­ ondiepen grachten, ...). Indien het blijvend is, dan kunnen nog meer overstro­ mingen verwacht worden, vooral in de zones in direct contact met het opper­ vlaktewater, zoals de komgrond van Neerijse, of in de toekomst Egenhovenbos of de komgrond van de Doode Bemde.

Bart vercoutere

bart. vercoutere@envico.be

Piet De Becker

piet.de.becker@instnat.be

110

I

/


Vogels

Watervogels in regio Leuven tijdens de winters 2000/2001 en 2001 /2002 De voorbije winters hebben zich een aantal opvallende wijzigingen voorgedaan in het voorkomen van enkele watervogelsoorten in het Dijleland: een sterke toename van de aantallen Krakeend en Slobeend, grotere groepen pleisterende Smienten en Wintertalingen, terwijl Bokje, Roerdomp en Grote Zilverreiger langzaamaan 'wekelijkse¡ kost' worden... Maar ook de doorbraak

en masse

van Canadese Gans en de gestage opmars van de aantallen overwinterende Aalscholvers. De toename van een aantal van deze soorten houdt duidelijk verband met de recente vernatting van een aantal zones in de vallei.

In

1967

is men in Vlaanderen gestart met het systematisch tellen van

overwinterende watervogels. Opzet van dit monitoringproject is om zicht te krijgen op de verspreiding, het voorkomen en de aantalsevolutie van in Vlaanderen overwinterende watervogels, en om zodoende te komen tot een betere bescherming van belangrijke waterrijke gebieden. GecoĂśrdineerd door het Instituut voor Natuurbehoud worden elke winter zes mid-maandelijkse tellingen georganiseerd. En hoewel voor de meeste soorten de overwinterende aantallen in het Dijleland van geringe betekenis zijn op Vlaams niveau, hebben de watervogeltellingen in de loop der jaren heel wat interessante informatie opgeleverd over het voorkomen en de aantalsevolutie van in de streek overwinterende en doortrekkende watervogels. Deze bijdrage bespreekt bondig de aantallen watervogels in telregio Leuven tijdens de winters 2000/2001 en 2001/

2002 alsook recente ontwikkelingen in het voorkomen van enkele soorten.

Werkwijze Telregio "Leuven" omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg en Bierbeek (Figuur

1). De teldata tijdens het winterhalfjaar 2000/2001 waren 14/15 oktober 2000, 11 /12 november 2000, 16/ 17 december 2000, 13/14 januari 2001, 17 /18 februari 2001 en 17 /18 maart 2001. Tijdens het winterhalfjaar 2001 /2002 werd geteld op 13/14 oktober 2001, 17 /18 november 2001, 15/16 december 2001, 12/13 januari 2002, 16/17 februari 2002 en 16/17 maart 2002. Er werden vier types tellingen georganiseerd. Prioritair waren de midmaandelijkse dagtellingen van de vijvergebieden in de regio (Figuur

1) ,

waarbij nu ook

Waterhoen en steltlopers meegeteld werden. Negen gebieden werden tijdens de behandelde periode maandelijks geteld (Figuur

1). 111


Vogels

1

Vijvers Erps-Kwerps

12

Kasteelvijver van Loofdaal

2

Vijvers van Wilsele (Noord en Zuid)

13

Kasteelpark H uldenberg

3

Kanaal Leuven-Dijle

4

Provinciaal Recreatiedomein . KE5.5el-Lo

5

AlxJij van 't Park. Heverlee

6

Vijvers van Oud-He\l\?rlte (Noord

14

Nethen

7

Zoet Water. Oud-Heverlee

15

Pocrot

8

Neerijse Grote Bron

16

Etang de Lau rensart. Gas tuche

9

Neerijse Kliniek Vijvers

17

Basse-Wavre

10

Groot Broek. Sint-Agatha-Rode

18

Vijvers IJseva l lei. Ovt'fijse

11

Vijvers van F loriva 1. Ot tenburg

19

Park van Tervuren

Figuur 1

m

Zuid)

Aangrenzende gebieden

Situering van de telregio en regelmatig getelde gebieden. De negen gebieden die tijdens de winters 200012001 en 200112002 maandelijks geteld werden, betreffen de nummers 2 en -1 tlm 1 J (maande/ijks getelde gebieden). -

112

I


Vogels

Aansluitend op de dagteiling werd maandelijks getracht de aantaiien overnachtende Aalscholvers en Canadese Ganzen te tellen op de gekende slaapplaatsen. Om zicht te krijgen op de aantallen en de verplaatsingen van meeuwen in de regio werden op de telweekends van oktober tot en met februari zo veel mogelijk voorverzamelplaatsen geteld. Op de telweekends in november en januari werd daags na de telling van de reguliere gebieden een reeks akker­ en weidegebieden gecontroleerd op de aanwezigheid van Kieviten en andere steltlopers. Het gehanteerde telschema levert voor het merendeel der soorten een goed kwantitatief beeld van de totale aanwezige aantallen. Voor soorten als Nijlgans, Canadese Gans, Wilde Eend, Blauwe Reiger en Waterhoen, die sterk verspreid voorkomen, leveren de tellingen van de vijvergebieden sowieso een onvolledig beeld van de werkelijke aantallen. Hetzelfde geldt voor soorten met een veeleer verborgen levenswijze, en dus kleine trefkans, als Watersnip, Waterral en Roerdomp.

Weersomstandigheden De winters 2000/2001 en 200 l /2002 waren relatief zachte, natte winters. Figuur 2 toont het seizoensverloop van de daggemiddelde temperatuur en de dagelijkse neerslaghoeveelheden. De winter 2000/2001 kende in totaal 22 vorstdagen (min.temp < 0°C), voornamelijk geconcentreerd in twee korte koudeperioden: één na de decembertelling (21-26 december) en één midden januari ( l �18 januari, teldag op 13 januari). Beide vorstperioden zorgden weliswaar voor kortstondig dichtgevroren vijvers en bijhorende watervogelverplaatsingen, maar hadden geen effect op de aantallen tijdens de december- en januaritellingen. Met 46 vorstdagen was de winter 200 l /2002 een pak strenger dan die van 2000/ 200 l. Van 7 december tot en met 13 januari vroor het bijna dagelijks, met dichtgevroren vijvers en een watervogel-exodus uit de streek tot gevolg. De soorten en aantallen aanwezig tijdens de december- en januaritellingen zijn typisch voor een 'gemiddelde' koudegolf: duikeenden en Futen weg, Aalscholvers en grondeleenden in verlaagde aantallen. De koudeperiode was niet streng genoeg om massale hoeveelheden zaagbekken naar onze contreien te doen afzakken, zoals tijdens de strenge winters 1995/96 en 1996/97 (zie o.a. Hens, 200 l ). Tijdens de beschouwde periode regende het bovendien neerslagrecords: 200 l was het natste jaar sinds het begin van de waarnemingen in België (jaartotaal Ukkel l 088.5 mm, normaalwaarde 780. l mm). Februari 2002 ging de boeken in als de natste februarimaand ooit (167 .8 mm). In combinatie met recent uitgevoerde vernattingsmaatregelen in de vallei (zie artikel van Vercoutere et al. elders in dit nummer) leidde dit tot een overvloed aan kletsnatte weilanden 113


Vogels

en ondergeiopen komgronden in de vaiiei. Zo hebben er zich in de loop van de winter 2000/2001 een reeks weideplassen gevormd ter hoogte van de vijvers van Oud-Heverlee, die tot op heden (december 2002) quasi jaarrond aanwezig zijn gebleven.

2000 - 2001

20

25

,.--.

ü

,......._

� ._

15

20

-ro

10

15

:J :J ._

Q) c.

E

Q) 1-

E E 0) co en ._

5

10

0

5

okt

nov

dec

jan

feb

Q) Q) z

maa

25 -r--.--.---.---,-,.--,---.-.----,....-.--...-.--,-...,--.-,..-,.--r--,.- 35

,......._

ü

� ._

15

-ro ._

10

E

5

:J :J

Q) c.

Q) 1-

30

2001 - 2002

20

25 20 15

E' E

0) co

Q)

10

0

5

_5 ...uu=....,._..u,ll.J.IJ..\JJ.WJJ-WJLl.J.ll...--.lJ.W.ll.LWW.._,.,._..a:WJJJ.llll.b...o..--l.U1W.lWilll..JJ..Ull.LLLWLlL..1WllilW.L...O...llWl.b...L O

okt

Figuur

nov

dec

jan

feb

maa

Daggemiddelde temperatuur ( - ) en dageli jkse neerslag ( D ) tijdens de winterhaljjaren 2000-2001 en 2001-2002. De zwarte balkjes boven de tijd'ias geven de vorstdagen weer (min. temperatuur< 0°C) (meetstation Celestijnen/aan, Heverlee; Labo voor Bouwfysica, K. U.Leuven) 2

-

114

I


Vogels

Dagtellingen De maandelijkse soorttotalen in de negen maandelijks getelde gebieden zijn weergeven in tabellen 1 en 2. De genoteerde aantallen Aalscholvers, Canadese Ganzen en meeuwen zijn omwille van hun onvolledigheid en beperkte relevantie niet in de tabel opgenomen, maar worden kort besproken samen met de slaapplaatstellingen van deze soorten. Wilde Eend (90-943) en Waterhoen (46873) uitgezonderd, bedroegen de aantallen in de maandelijks getelde gebieden voor alle soorten minstens 983 van de totaal getelde aantallen. Om door de aantallen het bos te zien, is het nuttig deze te vergelijken met de gegevens van de voorafgaande winters (Hens, 2001) en met de Vlaamse gegevens (Devos, 2001, 2002). Details omtrent de waarnemingen van de schaarsere soorten zijn terug te vinden in Hens & Moreau (2001) en Moreau (2001a ,b; 2002a,b). Met winte rgemiddelden van 61 e n 5 0 ex. (ca. 103 van de Vlaamse winterpopulatie) waren de aantallen winters.

Knobbelzwaan vergelijkbaar met de vorige

Bergeenden verschenen tijdens de winter 2000/01 pas in januari en ze

bleven tot diep in april hangen, waarbij maximaal 9 vogels waargenomen werden. Daarmee past deze winter mooi in het rijtje 'zwakkere' Bergeendwinters van de voorbije jaren. De winter 2001/02 deed het iets beter, met maximaal 19 vogels tijdens de februari-telling. Met wintermaxima van resp. 275 ex. (december 2000) en 261 ex. (februari 2002), zet de dalende trend in de overwinterende

Tafeleend zich verder door (vorige wintermaxima: januari 1998: 693; november 1998: 416; februari 2000: 332). Kuifeenden waren daarentegen aantallen

opvallend talrijk in de winter 2000/01, met een wintergemiddelde van 240 vogels. D e klassieke aantalstoen ame d o o r h e en

de winter leidde tot e e n

februarimaximum van 353 ex., het hoogste aantal genoteerd tijdens de voorbije zes jaar. Het aantalsverloop tijdens de winter 2001/02 is sterk beĂŻnvloed door de koude in december en januari. Maximaal worden 319 ex. geteld tijdens de februaritelling. Voor de vijfde winter op rij overwinterenden er in 2000/01 weer

Nonnetjes in de streek: ten zuiden van Leuven (voornamelijk Sint-Agatha-Rode) verbleven onafgebroken tot maximaal 5 vogels tussen 16 december en 9 maart, t e rw i j l ten noorden van Leuven ( W ilsele/Kessel-Lo) geregeld 1-3 e x . waargenomen werden tussen eind december en eind februari. Mede als gevolg van de vorstperioden in december/januari, waren de Nonnetjes-waarnemingen tijdens de winter 2001 /02 ietwat 'versnipperd', waarbij in totaal maximaal vier vogels overwinterden:drie ten zuiden van Leuven en een mannetje ten noorden van Leuven (Wilsele/Kessel-Lo).

De aantallen

Krakeend bereikten in beide winters nieuwe recordhoogten,

waarmee de forse aantalstoename vanaf het najaar 1999 doorgetrokken wordt (Figuur 3). Jaar na jaar sneuvelen de aantallenrecords - na de winter 2001/02 stond de teller op 106 ex (Oud-Heverlee Noord, 30 september 2001). Ook op Vlaams niveau blijft het aantal overwinterende Krakeenden gestaag toenemen, 115


Vo els met in januari 2000 en januari 2ûûi resp. zo;n 6300 ex. en 6900 ex. (co 20% van de NW-Europese populatie}. Ook het aantal Slobeenden lag tijdens de twee voorbije winters beduidend hoger dan de voorbije winters (Figuur 3). Dit is vooral toe te schrijven aan het aantal overwinteraars (december-januari; meer dan 80 ex. in 2000/01, en ondanks de vorst zo'n 55 ex. in 2001/02), daar waar in 'normale' winters 10-25 vogels in de streek overwinterden. Gewoontegetrouw werden de hoogste aantallen genoteerd tijdens de maarttelling (voorjaarstrek}: resp. 125 en 180 ex. in maart 2001 en 2002.

Aantal

120

80

i

Slobeend

Krakeend

160

-� 1

40

._

� T ó I � '1

-t

95/96 96/97 97/98 98/99 99/00 00/01 01/02

r; 1

1

-�

95/96 96/97 97/98 98/99 99/00 00/01 01/02'

Evolutie van de aantallen Krakeend en Slobeend in de maandelijks getelde gebieden in regio Leuven, winters 1995196 - 2000101 (---wintergemiddelde, *minima en ma.xima)

Figuur 3

-

Pijlstaart en Smient kenden in 2000/01 een eerder zwakke winter. In november en december 2001 pleisterden meerdere tientallen Smienten in de Dijlevallei, voornamelijk op en rond de noordelijke vijver te Oud-Heverlee. Maximaal werden hier 53 ex. geteld op 1 december 2001 . Zonder twijfel een rechtstreeks gevolg van de kletsnatte komgronden . . . Ook de aantallen Wintertaling lagen in beide winters merkelijk hoger dan tijdens de voorbije winters. De december en januari­ aantallen suggereren dat er opnieuw meer dan 100 Wintertalingen overwinterd hebben. Maximaal werden 167 ex. geteld in november 2001. Het aantalsverloop van Dodaars tijdens het winterhalfjaar 2000/01 is ruwweg identiek aan dat van de winter voordien, met opnieuw een oktoberpiek van meer dan 70 vogels (ca. 73 van Vlaams totaal)! In oktober 2001 werden slechts 36 Dodaarzen genoteerd. Het is niet geweten in welke mate dit toe te schrijven is aan een verminderd aantal broedparen en/of laag broedsucces.-De recente toename van het aantal Meerkoeten in de periode oktober-december zette 116

I


-

Vogels

Knobbelzwaan Bergeend

Witoogeend

feb

01 maa 01

nov 00

73

73

71

60

52

39

0

0

0

4

5

3

0

0

0

0

0

220

275

137

274

213

Krooneend Tafeleend

00 jan 01

okt 00

85

dec

0

0

0

208

353

335

0

0

0

0

0

0

5

8

0

Brilduiker

0

0

0

2

0

0

Grote Zaagbek

0

0

0

0

37

58

63

82

50

50

3

6

0

4

2

99

193

Topper

0

Nonnetje

Kuifeend

Krakeend Smient

251

0

Slobeend

70

74

90

83

29

125

Wilde Eend

81 l

859

922

907

546

172

Pijlstaart

0

0

0

0

0

2

Zomertaling

0

0

0

0

0

2

Wintertaling

31

38

122

132

57

50

Dodaars

74

23

9

lO

5

20

Fuut

59

53

68

16

72

72

Roerdomp

0

0

0

0

0

2

Blauwe Reiger

18

28

33

24

14

16

0

0

0

0

0

135

88

71

79

30

55

1340

1396

1045

697

425

294

Zwarte Zwaan

0

2

2

0

Nijlgans

13

15

28

14

24

9

Caroline-eend

0

0

0

0

0

3058

2461

1951

1461

Purperreiger Waterhoen Meerkoet Exoten

Totaal aantal

2848

3125

0

117

-.,


Vogels

T..rtbef 2

-

uOOrttotafen in de maandelijks getelde gebieden° tijdens het wfnterha!f}aar 2001/

2002.

okt 01

nov 01

dec 01

jan 02

feb 02

maa02

73

59

54

43

39

31

Bergeend

0

2

0

2

19

10

Tafeleend

53

153

81

10

261

159

0

0

0

Kuifeend

29

107

25

9

319

304

Nonnetje

0

0

0

0

0

0

Brilduiker

0

0

0

0

Grote Zaagbek

0

0

0

0

2

Knobbelzwaan

Witoogeend

0

Krakeend

88

99

20

10

84

58

Smient

11

48

12

6

2

6

Slobeend

46

79

57

55

129

180

Wilde Eend

521

828

1486

1308

560

191

Pijlstaart

0

2

0

Wintertaling

71

167

148

140

138

92

Dodaars

36

6

10

4

9

18

Fuut

85

46

13

5

57

61

0

0

0

0

Blauwe Reiger

18

28

33

24

14

16

Grote Zilverreiger

0

0

0

0

0

25

64

38

57

25

132

1231

691

517

325

304

318

Zwarte Zwaan

0

0

2

2

Brandgans

0

0

0

0

15

22

Roerdomp

Waterhoen Meerkoet

7

Exoten

Nijlgans

8

14

38

21

Casarca

0

0

0

0

Caroline-eend

0

0

0

Mandarijneend

0

0

0

0

2287

2383

2522

2005

Totaal aantal

0 0

0

1999

1621

118

I

I


Vogels

zich ook in de winter

2ûûûiûi door, met maar iiefst i 396 ex. in november 2ûüi.

Een absoluut record! Na de jaarwisseling nemen de aantallen geleidelijk af tot een 300-tal vogels in maart, een aantal dat de voorbije zes jaar quasi constant gebleven is. Het aantal Waterhoenders in de maandelijks getelde gebieden vormt slechts een fractie van het totaal aanwezige vogels. Zo werden in het (niet maandelijks getelde) Arenbergpark te Heverlee geregeld meer dan 40 vogels geteld.

Aalscholver Het aantal overwinterende Aalscholvers in de streek neemt nog steeds toe. Figuur 4 toont het aantalsverloop tijdens het w inter halfjaar 2000/01

en d e

aantalsevolutie sinds de ingebruikname van winter-slaapplaatsen i n de streek (1992/93). Over het ganse winterhalfjaar 2000/01 overnachtten er op de slaapplaatsen gemiddeld 150 vogels. Maximaal werden 208 ex. geteld in december 2001 (Figuur 2) en 243 ex. in november 2002. De totalen tijdens de dagtellingen, waar Aalscholvers niet steeds systematisch meegeteld werden, lagen steeds 50 tot 803 lager dan de slaapplaatstotalen.

Aantal

200

-Zuid c:=i Noord

2000/2001

1002Pd3 . 200001

Aalscholver

15:>

i

�-

e

100

-� 1

50

--

0 0

N

D

J

F

M

1

-

D LJ �

1

1 t�

T1

n LJ N

��...., 1 1-1

L.-J

."

1 1

LJ

1

r-,

,, --..-

1

!

._::::J ii

92193 93"9494"95 95!'00 9007 97/00 9� 99AlJ OC\iU1

Figuur 4-Slaapplaatstellingen Aalscholver in regio Leuven: links - aantallen ten -::uiden en ten noorden van Leuven tijdens de winter 200012001 (ng

=

niet geteld); rechts - evolutie van

totaalaantal/en, winters 1992193 - 2000101 (---wintergemiddelde, *minima en maxima)

119


Vogels

Ook deze winters bevond de voornaamste slaapplaats (min. 65% van overnachtende vogels) zich in het Groot Broek te Sint-Agatha-Rode. Te Oud­ Heverlee overnachtten onregelmatig enkelingen of kleine groepjes (max. 12 ex.). In het najaar 2000 werd ten noorden van Leuven voor het eerst overnacht in het provinciaal domein te Kessel-Lo (november-december), mogelijk als gevolg van aanhoudende verstoring (jacht) op de gebruikelijke slaapplaats te Wilsele. In januari en februari 2001 gingen de vogels die overdag te Kessel-Lo verbleven, opnieuw overnachten te Wilsele. T ijdens de vorstperioden (december-januari) sliepen 30--40 vogels langs de Dijle in het Arenbergpark te Heverlee.

Canadese Gans De nazomer van 1999 vormde de definitieve doorbraak van de Canadese Gans in regio Leuven, met vanaf midden augustus tot in januari 2000 pleisterende groepen van enkele 10-tallen exemplaren en de ingebruikname van een slaapplaats in het provinciaal domein te Kessel-Lo. Eerder dat jaar broedde de soort voor het eerst in de regio, met geslaagde broedgevallen op het Zoet Water te Oud-Heverlee en in het kasteelpark te Huldenberg. Tijdens de winter 2000/01 werd via twee typen tellingen getracht een beeld te krijgen van de aantallen Canadese Ganzen in de streek: enerzijds de dagtelling van de vijvergebieden en anderzijds slaapplaatstellingen te Wilsele, Kessel-Lo en Sint-Agatha-Rode (Tabel 3). Tot midden november werden nooit meer dan 30 honkers (één groep) aangetroffen. Vanaf eind november lopen de aantallen op ( 65 ex. in twee groepen te Kessel-Lo op 30 november), en tot eind januari komen te Kessel-Lo tot maximaal 105 vogels overnachtten, doorgaans in twee groepen (Tabel 2). Het provinciaal domein te Kessel-Lo is veruit de belangrijkste/ meest frequent gebruikte slaapplaats. Slaapplaatstellingen te Wilsele en Sint­ Agatha-Rode leverden, op enkele 'lokale' vogels na, geen overnachtende Canadezen op. In de eerste helft van februari vallen de wintergroepen uit mekaar: enkel de ondergelopen weilanden in de Dijlevallei ter hoogte van Oud­ Heverlee Noord herbergden nog een groepje honkers. Verspreid over de streek duiken in de loop van februari territoriale koppels en/of rondzwervende kleine groepjes op. In de winter 2001/02 werden geen gerichte slaapplaatstellingen uitgevoerd. De massa losse waarnemingen toont echter duidelijk aan dat de grootte van de overwinterende en/of rondzwervende groepen gestaag toeneemt, met als grootste concentratie 135 ex. op 12 januari 2002 in de 'water-weiden' ter hoogte van Oud-Heverlee Noord.

120

I


Vogels

okt 01

nov 01

dec 01

jan 02

feb 02

maa02

Dagtelling - alle getelde gebieden

25

0

16

48

21

20

Slaapplaatstelling Kessel-Lo

0

29

63

105

0

ng

Tabel 3 -Maandelijkse totaalaantallen Canadese Gans tijdens de dagte/ling en op de slaapplaats

te Kessel-Lo, winterhaljjaar 200012001 (ng =niet geteld).

De gegevens in Tabel 3 illustreren ook dat de gebruikte telstrategie verre van optimaal is. De groepen honkers die te Kessel-Lo overnachtten werden overdag ondermeer teruggevonden op akker- en weilandcomplexen in Herent en Haasrode, die tijdens de dagtelling niet meegeteld worden (telresultaten november-januari). Anderzijds blijkt uit aanvullende tellingen dat er niet dagelijks te Kessel-Lo overnacht wordt en dat groepen die overdag in de Dijlevallei pleisteren evenmin niet noodzakelijk overnachten in Kessel-Lo: in oktober een groep van 25 vogels in het Arenbergpark te Heverlee, en in februari een groep van 21 honkers in de weilanden te Oud-Heverlee. De actieradius van de in de streek waargenomen groepen reikt vermoedelijk tot ver buiten de telregio. Enkele gerichte tellingen op (potentiële) slaapplaatsen binnen en buiten de regio (Oud­ Heverlee Noord, Tervuren, Basse-Wavre) kunnen hier mogelijk duidelijkheid brengen.

Meeuwen Doorheen de jaren is er in regio Leuven geen moeite gedaan om meeuwen te tellen, noch overdag, noch op (eventuele) voorverzamel- en slaapplaatsen. "Meeuwen kijken" beperkte zich tot het "vrijblijvend" afspeuren van groepjes meeuwen op zoek naar een voor de streek zeldzame meeuw. De verhoogde interesse in Pontische Meeuwen en de vaststelling dat deze "vaste klant" zijn in de streek, leidde tot intenser meeuwen-turen vanaf 1997. In het winterhalfjaar 1999-2000 werden voor het eerst gecoördineerde meeuwentellingen gehouden in de regio. Het overdag tellen van meeuwen is een moeilijke of zelfs onhaalbare klus omdat de vogels te zeer verspreid zitten en zeer mobiel zijn. Het tellen van slaapplaatsen en voorverzamelplaatsen is veel efficiënter. Mid-maandelijks werden op de gekende voorverzamelplaatsen (Vijvers Wilsele, Provinciaal Domein Kessel-Lo, Sint-Agatha-Rode) de aantallen aankomende, vertrekkende en overtrekkende meeuwen geteld tussen 30 tot

60 minuten voor zonsondergang en 30 tot 60 minuten na zonsondergang. En 121


Vogels

hoewei ai gauw werd vastgesteid dat op geen van deze piaatsen ook effectief overnacht werd, duurde het tot in juli 2000 vooraleer met zekerheid een/de effectieve slaapplaats kon gelokaliseerd worden: op het dak van een gebouw op de lnterbrew-site ter hoogte van de "Twee Waters" te Leuven. De grootste aantallen meeuwen verzamelen in het Provinciaal Domein te Kessel­ Lo. Typisch verzamelen er hier 's avonds zo'n 1000-4000 Kokmeeuwen, die vervolgens in quasi volstrekste duisternis in een hechte groep richting "slaapdak" vliegen (in vogelvlucht enkele 100-en meters). Het aantalsverloop tijdens de winters 1999-2000 en 2000-2001 vertoont een uitgesproken seizoenaal patroon, met een geleidelijke toename van de getelde aantallen tijdens het najaar tot een piek in januari, gevolgd door een sterke terugval in de loop van februari (Figuur 5). Tellingen in maart 2000 leverden hooguit nog enkele 100-en Kokmeeuwen op. De wintermaxima bedroegen 3937 vogels op 15 januari 2000 en 3600 vogels op 14 januari 2001. Doorheen het winterhalfjaar verzamelen op de noordelijke vijver van Wilsele doorgaans (als er niet gejaagd wordt...) ook enkele 100-en Kokmeeuwen. Deze vertrekken voor zonsondergang in ZZO-richting (Kessel-Lo/Voortkom), maar het is niet geweten deze vogels eerst nog naar het Provinciaal Domein vliegen, dan wel rechtstreeks de slaapplaats opzoeken. Onregelmatig worden er ook op de plassen ten zuiden van Leuven (Neerijse Grote Bron, Sint-Agatha-Rode) rond zonsondergang nog pleisterende groepjes Kokmeeuwen waargenomen. Gelet op de relatief kleine aantallen op deze "secundaire" voorverzamelplaatsen, vormen de getelde aantallen in het Provinciaal Domein allicht een goede schatting van het totaal aantal in de streek overnachtende vogels. Gerichte simultaantellingen op én de voorverzamelplaatsen én de lnterbrew-site kunnen hier in de toekomst meer duidelijkheid brengen. Op de getelde voorverzamelplaatsen werden maximaal enkele 10-tallen Stormmeeuwen en Zilvermeeuwen waargenomen. Dagelijks passeren echter vele 10-tallen vogels over de regio, 's ochtends in ZZO-richting, en 's avonds in NW- tot NNW-richting. Het merendeel betreft hier vogels die pendelen tussen de voorverzamel- en/of slaapplaatsen te Hofstade, in het Mechelse of het Antwerpse, en de stortplaats in het Waals-Brabantse Mont-Saint-Guibert. Op de (kleinere) stortplaats tussen Sint-Agatha-Rode en Huldenberg foerageren geregeld tot zo'n 50 Zilvermeeuwen (voornamelijk op weekdagen, wanneer er gestort wordt). Rond en na zonsondergang worden in de streek nog regelmatig overvliegende

en

pleisterende groepen

Storm- en

Zilvermeeuwen

waargenomen. Het gros van deze vogels arriveert op hun slaapplaats vermoedelijk in quasi volstrekte duisternis (minimum afstand zo'n 25 km), en glipt daarbij door de mazen van elke slaapplaatstelling. Misschien een suggestie om deze winter eens een gerichte telling te organiseren om de avondtrek van grote meeuwen boven de regio in kaart te brengen? 122

I


Vogels

Aantal 4000

,. ' .. ' ....... ,, ........ . ' ....... ' .. "� ...

-

.

Kokmeeuw- Kessel-Lo . ' ,, '' .. ... ....... .' ..... .. ,,. ,,,, ... ...... .' .. ' .. ,.... '.' .. ' ..... t. ,......

''' ' ' '' .....

-

3000 - ..

'

.. "" '' .......... " ..... ''. ''." ..

.

.. .

. .. " . .........

".

.

..... " .. " .. " .

. " ....... " ...... -

-

2000 - '"'"""" .. ... ":":":" . : : .

-

1000 - ""

ng ng Ü -t---'....� ....... --... .--._-.�-,..-_.....,_.. .,... ...._._ ....,. ..._.. .... ...._ � ._.. --...----0

N

J

F

M

1999-2000

Figuur 5

-

1

n 0

D

J

F

M

2000-2001

Getelde aantallen Kokmeeuw op de voorverzamelplaats in het provinciaal domein

te Kessel-Lo tijdens de winters 1999-2000 en 2000-2001 (ng =niet geteld).

Gewapend met een set recente determinatieliteratuur en onder het het motto "elke meeuw is het bekijken waard", is de voorbije jaren gebleken dat Pontische Meeuwen vaste klant zijn in de streek. Tussen midden november en midden februari zijn ze "niet te missen" ... Op de voorverzamelplaats in Kessel-Lo dobberden de voorbije winters regelmatig 1-4 vogels tussen de Kokmeeuwen, vaak als enige grote meeuwen. Deze vogels blijven doorgaans ter plaatse tot lang n a zonsondergang, en vertrekken vermoedelijk samen met d e Kokmeeuwen. Of ze samen met de Kokmeeuwen de nacht doorbrengen, of nog verder trekken, is niet geweten.

Steltlopers Sinds de winter 1999/2000 worden in Vlaanderen ook systematisch steltlopers meegeteld. Het accuraat tellen van "vallei-steltlopers" (Witgat, snippen, ... ) is bij afwezigheid van afgelaten vijvers een onhaalbare klus: eender welk "drassig stuk" kan een klad W itgatjes of snippen herbergen ... Een drietal "snippenweiden" werden tijdens de winter

2000/0 l regelmatig gerich t onderzocht, wat naast

Watersnippen, ook tien waarnemingen van Bokje opleverde (telkens l ex.; vroegste: 19 november; laatste: 18 maart}. De genoteerde aantallen "vallei­ steltlopers" lagen tijdens de telweekends (telling vijvergebieden

+

één of

meerdere natte weiden) aan de lage kant: maximaal 7 Watersnippen (maart 123


Vogels

2001; te vergelijken met wintermaximum van 18 ex. op 23 januari 2001 te Sint­ Agatha-Rode), twee Witgatjes (november, december), en een Bokje (december, februari, maart). Verder overwinterde er tussen 21 oktober 2000 en 29 januari 2001 een Zwarte Ruiter in de streek (Neerijse, Tervuren) (zie ook Reygel, 2001). Om een beeld te krijgen van de pleisterende "akker-steltlopers" werden tijdens de telweekends in november 2000 en januari 2001 zoveel mogelijk akkergebieden afgetuurd, met een eerder mager resultaat: ca.600 Kieviten in november en 33 in januari. Goudplevieren werden tijdens de telweekends niet waargenomen.

Teldata winter 2002-2003 De resterende midmaandelijkse tellingen van deze winter gaan door tijdens volgende weekends:

18/19 januari 2003, 15/16 februari 2003 en 15/16 maart

2003. Tijdens de dagtelling worden alle futen, aalscholvers, reigers, zwanen, ganzen, eenden, rallen en steltlopers geteld. Het meetellen van meeuwen is facultatief. De januaritelling is internationaal en dus prioritair. Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de aantallen Aalscholvers; Canadese Ganzen en meeuwen in de streek, hebben we de voorbije jaren steeds getracht om maandelijks de gekende slaapplaatsen van deze soorten te tellen (aansluitend op d e dagtelli n g ) . O p V laams vlak wordt een simultaan t e l l i n g van Aalscholverslaapplaatsen georganiseerd op zaterdag 18 januari 2003. Een telling van zoveel mogelijk meeuwenslaapplaatsen in V laanderen gaat door op zaterdag 25 januari 2003 (of zondag 26 januari indien de weersomstandigheden tegenvallen). En een week later, op zaterdag 1

februari 2003, gaat naar jaarlijkse

gewoonte de landelijke telling van Canadese Ganzen door. Geïnteresseerd om mee te werken? Contacteer Kris Van Scharen (t: 02 7672638 , e: kvschare@vub.ac.be). De dagtellingen worden doorgaans afgewerkt op zaterdag, maar bij onvoorziene (weers)omstandigheden of gebrek aan tellers wordt er soms op zondag geteld. Afspraken m.b.t. de praktische organisatie van elke teldag worden eveneens verspreid via de electronische rondzendlijst Dijleland.

Dankwoord Monique Bekkers, Geert Bleys, Johan De Baere, Mark Depauw, Francis Dondeyne, Freek Fluyt, Frans Geenen, Luc Hendrickx, Maarten Hens, Eddy Macquoy, Joris Menten, Filip Meysman, Kelle Moreau, Filip Vandekeybus , Kris Van Scharen, André Verboven, en Johan Verliefden werkten allen mee aan de gecoördineerde tellingen tijdens de winter 2000-2001. Losse, aanvullende waarnemingen tijdens de telweekends ontvingen we verder van Steven Bouillon, War Claes, Francis Dondeyne, Stefaan Horemans, Toon Roels en Wouter Rommens. Weersgegevens werden ter beschikking gesteld door het Laboratorium Bouwfysica van de K.U.Leuven. 124

I


Vogels

Referenties Devos, K. (red.) (2001). Vogelnieuws- watervogels. Ornithologische nieuwsbrief van het Instituut voor Natuurbehoud, nr. 2. Devos, K. (red.) (2002). Vogelnieuws-watervogels. Ornithologische nieuwsbrief van het Instituut voor Natuurbehoud, nr. 4. Hens, M. (2001). Watervogels in het Dijleland tijdens de winters 1995-2000. /n Hens, M. (red.) Vogels in het Dijleland. De V rienden van Heverleebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven. p. 37-58. Hens, M. & Moreau, K. (2001). Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, oktober 2000-februari 2001. Boomklever 29, 1-9. Moreau, K. (2001a,b). Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, maart­ mei 2001; september-november 2001. Boomklever 29, 56-70; 111-119. Moreau, K. (2002a,b). Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, december 2001-februari 2002; maart-mei 2002. Boom.klever 30, 8-16; 44-61. Reygel, A. (2001). Overwinterende Zwarte RuiterTringa Erythropus in de Dijlevallei. Boomklever 29, 25-26.

Maarten Hens

Kris Van Scharen

maarten. hens@csiro. a

kvschare@vub.ac.be

125


Vogels

Steltlopers in de Dijlevallei in 2002 Twee jaar na het afsluiten van een 'Eeuw op stelten' (in: 'Vogels in het Dijleland', M. Hens-red.,2001) zijn er een paar redenen om het overzicht over 2002 van de steltloperwaarnemingen in de Dijlevallei en onmiddellijke omgeving even apart van het gewone waarnemingenoverzicht te behandelen. Enerzijds is er de enorme hoeveelheid aan gegevens: de loutere opsomming van alle waarnemingen omvat 17 goedgevulde A4 pagina's... Een synthese drong zich hier dus zeker op. Anderzijds is er de gewijzigde situatie in de Vallei inzake de natte gebieden. Elders in dit nummer wordt daar ook nog op ingegaan, maar specifiek voor steltlopers is vooral de gewijzigde toestand in de Doode Bemden en in Oud­ Heverlee van belang. In de Doode Bemden werd de 'siphon' met de leibeek onder de ljse weggenomen zodat de waterafvoer via die leibeek gewijzigd is. Vooral in perioden met intense neerslag is er opstuwing van hemelwater in de Doode Bemde. Een algemene vernatting in de graslanden langs de leibeek is hiervan het gevolg en dat blijft natuurlijk niet zonder resultaat voor de waarne­ ming van steltlopers. Helaas vallen de meeste intense regenperiodes in het winter­ halfjaar en dus buiten de hoofdtrekperiode. Nochtans zal blijken dat in het vroege voorjaar en in het najaar toch reeds een gunstige invloed van deze beheers­ maatregel merkbaar is. Een andere situatie is er ontstaan in Oud-Heverlee, waar - zoals bekend - de V laamse Gemeenschap de vijvers en een aantal aangrenzende percelen ver­ wierf, met de bedoeling om van deze site een natuurreservaat te maken. Tus­ sen de vijvers en de Dijle liggen een aantal komgronden, die tot voor kort goed werden afgewaterd via een beek achter de vijvers. Deze beek werd echter de laatste jaren niet meer geruimd, wellicht omdat het de bedoeling is toch een geleidelijke overgang van de vijvers naar de Dijle toe te creëren. Het onmiddel­ lijke gevolg was dat het waterpeil in die komgronden ging stijgen. In 200 l was dit nog vooral het geval in de winter en droogde de zaak in voorjaar en zomer weer op. Maar in 2002 was het al totaal anders. Het waterpeil bleef het hele jaar door erg hoog, zelfs in die mate dat in de zomer enige afwatering wenselijk bleek om een gunstig foerageergebied, met een niet té hoge waterstand, voor steltlopers te behouden... We hebben jaren gehoopt op een vernatting van de streek en nu het zover is, stelt zich al bijna een probleem van teveel water... ! We zullen bij de bespreking van sommige soorten nagaan in welke mate deze nieuwe situatie een invloed heeft op het voorkomen tijdens de trek- en broed­ perioden. Om een vlotte vergelijking mogelijk te maken worden de soorten in dezelfde volgorde behandeld als in het artikel over de 2os1e eeuw.

126

I


...." ....... -.al.---· -----------

Vogels

Scholekster

-

Haematopus ostralegus

Eén waarneming slechts maar meteen de moeite nl. de tweede midden-juni waarneming ooit en ook nu gaat het om een groepje: 15/06 - 5 ex in de weiden te Oud-Heverlee-Noord. Kluut

-

Recurvirostra avosetta

Twee waarnemingen welke beide volkomen binnen de normale trekperiode vallen: 22/03: 2 ex te Neerijse Grote Bron 17 /04 t.e.m. 25/04: 2 ex eveneens te Neerijse Grote Bron •

Kleine plevier - Charadrius dubius

De waarnemingen van deze soort werden samengevat in onderstaande gra­ fiek:

f]eine Plevier 2002 10 s

--- ----

------ ·------

+-------�

6 +---� ------...--� 4+--tr.l-+....-i ---iHl---1-� 1--1 ---�

.. __.,.,..-U ML..+-��.+---+--&-+-..J""-..---+--..U,.--"l---'Lr__._-+-----.0 -+-�....L&l-4'--

01/04

15/04

29/04

13/05

27/04

10/06

26/06

08/07

Een wat late start van de doortrek ( 1ste waarnem. pas op 07/04}, maar verder een normaal verloop met een piekje rond midden april. De 'piek' in de aantal­ len vanaf einde mei en verder in juni ontstaat door het meetellen van de jon­ gen uit een succesvol broedgeval in Terlanen (Bilande} waar 3 van de 4 pulli zullen uitvliegen. Met een laatste waarneming op 5 juli is ook nu een 'assymetrische' trek duide­ lijk. Bontbekplevier

-

Charadrius hiaticula

De afnemende trend inzake waarnemingen van deze soort zet zich gewoon verder in 2002, slechts één geval en dan nog niet eens in de Vallei: 22/03, 1 ex vliegt over de zandgroeve te Haasrode. 127


Vogels

Goudplevier

-

Pluvialis apricaria

Als 'jaaropener' een winterwaarneming even buiten de regio: 2 januari, l ex in weide te Everberg. Verder enkele typische maart-waarnemingen: 08/03, 18 ex te Huldenberg en 09/03, 16 ex over Leuven-Centrum. De trektellingen leverden in het najaar ook nu weer enkele waarnemingen op: •

24/08, l ex over Loonbeek

25/08, l overvliegend exemplaar werd gehoord te Korbeek-Dijle en

(hetzelfde?) over Loonbeek •

15/09, 2 ex 's morgens over Bredeweg-Leefdaal naar N; 's avonds l ex ter

plaatse tussen Kieviten op het plateau te Leefdaal •

20/ l 0, l ex 's morgens gehoord te Heverlee/Zwanenberg en rond het

middaguur nog een ex. over de trektelpost Korbeek-Dijle. •

12/ 11, 6 ex in groep Kieviten naar het Zuiden over Doode Bemden.

Kievit

-

Vanellus vanel/us

Alhoewel blijkbaar geen waarnemingen van deze soort in de databank wer­ den opgenomen is het duidelijk dat er vrijwel het hele jaar rond Kieviten in de Vallei waargenomen worden. Meerdere koppels broeden er ook in 2002, zowel in de Vallei als op de omringende plateau's. Vanaf begin juni verzamelen ze in gemengde groepen van adulte en juveniele vogels. De natte weiden van Oud­ Heverlee-Noord en het 'eilandje' in de vijver van Oud-Heverlee-Zuid, fungeren dan vooral als rustplaats waar groepen van 40 tot 80 ex.tot halfweg september worden gezien.

;./ . ....�.

·-' <��-�/ .

�._

Tekening: Hetwig Blockx

128

I


Vogels

Temmincks Strandloper

-

Calidris temminckii

We hadden dit jaar het genoegen de vierde waarneming ooit van deze soort in de vallei te mogen noteren: 12/0 5, 1ex te Oud-Heverlee-Noord /weiden.

Bonte Strandloper

-

Cafidris alpino

Twee april-waarnemingen: 04/04, 1ad.ex. te Oud-Heverlee en 2 0/04, 1roepend ex.over Terlanen. Ook twee najaarsgevallen: 14 en 15/09, 1 juv.ex. te Oud-Heverlee en 4 en 06/ 10, 1ex op dezelfde plaats.

Kemphaan

-

Philomachus pugnax

Dit is één van de soorten waarvan een toename werd verwacht bij vernatting van de graslanden in de vallei. Deze verwachting werd (cfr grafiek) slechts ten dele ingelost. Weliswaar was er in het voorjaar wel flink wat beweging. De gra­ fiek geeft immers (en dat is ook bij de grafieken over andere soorten het geval) slechts het hoogste waarnemingsgetal per dag. Hierdoor vallen de fluctuaties, met in de loop van eenzelfde dag aankomende en vertrekkende groepjes, weg. Het reeël aantal doortrekkende vogels is dan ook duidelijk groter dan uit de grafiek mag blijken. De voorbije 10 jaar waren zomer- en najaarsmeldingen vrijwel onbestaande. De waterstand in Oud-Heverlee-Noord heeft dit jaar toch enkele vogels doen besluiten om een aantal dagen te pleisteren, maar voor augustus waren ze weg en in het verdere najaar werden er helaas geen meer waargenomen...

1-:empluum :moJ 12 10 8 6 4 2 0 16/03

Il

1111,1 '

.

13/04

111

1

'

11/05

'

.

. .

08/06

.

.

06/07

n1

·� 1. 03/08

129


Vogels

Bokje - Lymnocryptes minim us Een soort die de hele natte toestand duidelijk wèl ziet zitten is het Bokje. Met

14 waarnemingen haalt 2002 éénderde van het totaal aantal geval­ len uit de periode 1975-2000! Bovendien werd er vanaf einde maart bewust niet

minstens

meer naar gezocht in de Doode Bemde (zie Watersnip). Een eerste waarneming was er op

07/02 met 1 ex. in de Doode Bemde. Vijf

gevallen in maart van 1 tot 3 exemplaren, vrijwel allemaal uit de Doode Bemde.

2 vogels op 01 /04 in Oud-Heverlee-Zuid. Tussen 01/1 O en 12/11 opnieuw zes waarnemingen in de Doode Bemde, hét Bokjes-Mekka, met 1 tot 5 exemplaren en nog één waarneming van 2 vogels op 26/10 te Oud-Heverlee-Zuid. Nog

Watersnip - Gaflinago gaflinago "In de eerste jaren van deze periode(1975-200) werden nog behoorlijk grote aantallen waargenomen, vooral tijdens de najaarstrek waren groepen van meer

50 vogels geen uitzondering. Begin november 1975 werden in totaal zelfs 120 exemplaren genoteerd. Dat is nu wel anders want de laatste 10 jaar zijn groepen van 20 à 30 vogels eerder uitzondering dan regel...het logische gevolg

dan

van de algemene achteruitgang van de populatie van deze soort" E én blik o p de onderstaande grafiek leert dat dit besluit uit 'Vogels in Dijleland' (2001) door de feiten alweer achterhaald is. De voorjaars- en zomer­ aantallen waren nog ongeveer 'volgens de normen', maar het hoge waterpeil in de Doode Bemde en vooral in Oud-Heverlee-Noord (weiden) en ook het tijdelijk làge peil van de vijver te Oud-Heverlee-Zuid waardoor het 'eilandje ' droog lag, hebben de aantallen in het najaar uitzonderlijk gunstig beïnvloed.

2002 waren er permanent 30 tot 50 exemplaren ter plaatse met zelfs een piek naar bijna 80 ex. midden september. Tussen eind augustus en begin november Dat was inderdaad lang geleden!

\�ater:rnip JOOJ 100

,..-�����--.

so +-������ 60 +-������-1-� 40 -r-�������._...+-+-�� JO +-1t-:-������.+-1._.-M1__.....a-�� O -i--t�.....-;-...��...--ir---.--+-ir-+..-1-..-�..,.aqu...i�.__µ�-..�r.atL.a.a.-1iol-fl02/03

30/03

27/04

25/05

22/06

20/07

17/08

14/09

12/10

09/11

130

I

-


Vogels

Overigens is de gewijzigde waterstand ook meteen van invioed geweest op de kansen van de Watersnip als broedvogel in de regio. Einde maart werd de soort baltsend waargenomen in de Doode Bemde, waarna het zoeken naar Waters­ nippen (en Bokjes, zie ook daar) prompt werd stopgezet om eventuele broed­ pogingen alle kansen te geven. Einde april werden op dezelfde plaats nog avondlijke vluchten vastgesteld e n einde mei waren er voldoende aanwijzingen om tot minstens één 'waarschijnlijk broedgeval' te besluiten. Ove­ rigens waren er ook begin juni nog enkele waarnemingen in Oud-Heverlee­ Noord.

Grutto

-

Limosa Jimosa

Slechts één waarneming: 30/03, 1 ad. ex. in Doode Bemden

Regenwulp

-

Numenius phaeopus

'Regen' was er in 2002 voldoende maar of dat de reden is dat deze soort voor de eerste maal 'sinds het begin van de waarnemingen' tot 4 maal in eenzelfde jaar werd waargenomen .. ? .

23/04, gehoord boven Overijse/Maleizen

05/05, 29 ex. over Bertem/ Meilaarsveld

20/05, 22 ex over Sint-Agatha-Rode

24/07, meerdere ex. gehoord boven W inksele

Zwarte Ruiter

-

Tringa erythropus

Bedroevend (omdat het de mooiste is...) en onbegrijpelijk als men de aantallen Tureluur, Groenpootruiter en Kemphaan ziet is de vaststelling dat, ondanks de gunstige rust-en foerageermogelijkheden, er welgeteld slechts één Zwarte Rui­ ter werd waargenomen: 22/04, 1 ex te Oud-Heverlee-Noord / weiden.

Tureluur

-

Tringa totanus

De grafiek van de Tureluurs-trek levert weinig verrassingen op: een perfect, klas­ siek assymetrisch trekverloop tussen voor- en najaar. Een uitgesproken 'piek' eind april, waarna de trek snel afneemt in mei en uitdeint tot begin juni.

131


Vo els

Tmelum :200] 30 25 20 15 10 5 0 02/04

n. "

,,

1 1

15/04

1

n1.

,, an l1

2 9/04

n

13/05

n

1

1

27/05

1 " 1

"' " 1

10/06

'I

1

2 4/06

1

'I

08/07

1

n" 1

n•

'

2 2 /07

Groenpootruiter- Tringa nebu/aria Met niet minder dan 83 waarnemingen, of ruim 203 van alle waarnemingen tussen 1975 en 2000, kan zeker niet gesteld worden dat dit een 'ontgooche­ lende' soort was dit jaar. Nochtans mocht, gelet op de ideale omstandighe­ den, gehoopt worden op grotere aantallen. Immers, op geen enkel moment werden meer dan 13 vogels samen gezien. In het verleden werden, in veel min­ der gunstige omstandigheden, groepen van meerdere tientallen vogels gezjen in de Vallei!

Groenpootruiter 2002 14 -.--����--. 12 -+-�-t-.---.----��--l 10 -1-----li-... 8 -t-..--t6 -f-11--4 -'-Il-� 2�-0 �.&.ll.J...-02/04

30/04

2 8/05

2 5/06

23 /07

20/08

17/09

15/10

132

I


Vogels

Witgat - Tringo ochropus We hebben samen ons best gedaan: 212 maal werd deze soort in 2002 ·ergens' in de Vallei genoteerd! Dit leidt tot een 'drukke' grafiek over deze soort die een goede kopie geeft van de grafiek over 1975-2000. Afwijkend is echter wel de mid-zomertop die boven het maximum van het voorjaar uitkomt. Dit geeft met­ een een antwoord op het vermoeden dat de zomertrek belangrijker zou zijn dan uit de gegevens over' 1975-2000' bleek 'bij gebrek aan goede en overzich­ telijke foerageerpplaatsen in de zomer'. Die waren er dit jaar dus wel en we stellen dan ook meteen vast dat de aantallen inderdaad fors hoger liggen dan in het verleden!

Witgat 2002 30 -.-������ 25 -i-���----����---i 20 -i-��� ---�����--,,H--��---�---i 15 -i-��-----����-...-�-.,_..._._.._._�-�--�---l lO-i-�--.-t--·---�--����--tt--.---+--,. ••�11--------1--.--e--��--i 5 ......._.,__..._ 0 _....___ _

01/03

01/04

01/05

01/06

01/07

01/08

01/09

01110

01/1 l

Bosruiter - Tringo gloreolo "Door de doorgaans droge zomerperiode zijn er nu nog slechts weinig zomer­ waarnemingen ( 15 keer tijdens de laatste 26 jaar). Als de plannen tot verhoging van het waterpeil in de vallei succes hebben en er terug vochtige weilanden ontstaan, zouden we terug meer pleisterende Bosruiters kunnen zien op door­ trek in juli en augustus." Het is altijd aangenaam als verwachtingen uitkomen en of dat het geval is voor deze elegante steltloper: niet minder dan 12 zomerwaarnemingen of bijna zo­ veel als in de voorbije kwarteeuw! Verder valt ook op dat in het voorjaar de maxiale doortrek zich inderdaad keu­ rig eind april en begin mei situeert. Zoals dat van Bosruiters in de boekjes staat".

133


Vogels

Bosruiter 2002

..-i"n.. 0 --........

o 1/04

15/04 29/04

13/05 27105

10/06 24/06 08/07 22/07 05/08

19/08

Oeverloper -Actitis hypoleucos Het lijkt er erg op dat de Oeverlopers in 2002 wat later vertrokken zijn uit hun zuidelijke overwinteringsplaatsen. De eerste vogels werden immers pas op 19 april gezien, wat ruim een maand later is dan gebruikelijk. Bovendien lag de doortrekpiek dit voorjaar nà 15 mei wat ook enkele weken later is dan het lang­ jarige gemiddelde.

Oeverloper 2002 16 "T-�������-----. 14 -+--�����---l 12 -.--���----,.--i.--���--1 10 -t--���� -----�����---t 8 -t--����-----�--t 6 -t--��--�-----��� �����----i--�--t 4 +--i.---i.-.----...,,_�.-.- --�������---�� 2�0

�h-,fl

16/04

134

30/04 14/05

28/05

11/06 25/06 09/07

23/07 06/08 20/08 03/09 17/09 01/10


Vogels

Besiuit: Zoals kon worden verwacht creeërt de nieuwe situatie ontstaan door hogere waterstanden in de Dijlevallei voor enkele steltlopersoorten een beloftevolle si­ tuatie. Voor een aantal soorten(Snippen, Bosruiter) is het effect meteen merk­ baar. Voor andere soorten moet het effect door een meerjarenstudie nog blij­ ken. Hierbij zal de beschikbaarheid van een gunstig voedselaanbod wellicht mee bepalend zijn. Voor de waarnemers in het veld zou het meer dan wenselijk zijn dat de prakti­ sche werkomstandigheden zouden verbeteren o.m. door het plaatsen van een 'hoge' (4 à 5m) waarnemingshut/platform in Oud-Heverlee-Noord en het vrij­ houden van een pad op de westelijke dijk van de vijvers. Verder zou, op de­ zelfde plaats, door een gepast maaibeheer een voldoende grote oppervlakte als slik-foerageergebied voor steltlopers moeten gevrijwaard worden.

Dit artikel kon enkel tot stand komen dankzij de niet-aflatende inspanningen van een hele reeks medewerkers van de Natuurstudiegroep Dijleland die ik dan ook wil danken voor hun erg gewaardeerde medewerking. Het zijn, in alfabeti­ sche orde: Ackaert S., Be.kkers M., Bleys G., Blockx H., Boeckx A., Bogaert J" Bouillon S., Claes W., Creemers B., De Becker P., Depauw M., Desmet W., Dierickx H. , Dirckx W., Dondeyne F., Elst J., F luyt F., Geenen F., Guelinckx R., Heirman L., Hendrickx L., Horemans S., JNM Leuven, Louette G., Macquoy E., Marshall B., Meeus G., Menten J., Moreau K., Nef B., Nysten J., Peten S., Reygel A., Reynaerts W., Roels T., Rommens W., Roosen H., Saveyn B., Scheys P., Schurmans M., Smets A., Sterckx G., Tomballe M., Toorman E., Van de Meutter F., Van Den Heuvel G., Van Hellemont L., Van Scharen K., Vandekeybus F., Vandeputte F., Vanderlinden D., Vandermeulen G., Vanheppen J., Verbeeck

T., Verboven A., Verhuizen R.,

Verliefden J., Verrijdt G., Verroken J., Walravens M., Wellekens J.

Kris Van Scharen

kvschare@vub.ac. be

135


Vo els

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, September - november 2002 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode september - novem­ ber 2002. De bestreken regio omvat hoofdzakelijk de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de periode december 2002 - februari 2003 omvatten. Waarnemingen wor­ den voor 1 O maart 2003 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t: 0486/125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be.Voor het meest recente uitgebreide natuurnieuws uit het Dijleland kan je ook terecht op de website van de Natuurstudiegroep Dijlel and (http://members.lycos.nl/ Wielewaal_ Leuven/).

Wat de klimatologische omstandigheden in september

2002

betreft, kunnen

we kort en eenvoudig volstaan met te stellen dat het een erg normale septembermaand betrof. Op vogelvlak was vooral de eerste helft van de maand interessant. Onder meer een Geoorde Fuut 9 Ooievaars, l

4 Visarenden,

2 Zwarte

à 2 Zwarte Wouwen,

Sternen en de laatste waarnemingen van Bijeneter

en Duinpieper werden opgetekend. Oktober

2002

werd gekenmerkt door normale waarden van de gemiddelde

temperatuur (max.

23°

op

2/10),

ten gevolge van de overwegend maritieme

luchtstromingen (windrichtingen tussen NNW en WZW). Ook het neerslagtotaal en de gemiddelde windsnelheid gedroegen zich grotendeels zoals in een ge­ middelde

oktober maand.

Nie ttemin

onweersverschijnselen voor (gemiddeld is dit

deden

3,3

er

zich

op

data

5

dagen voor oktober). Het to­

taal van de zonneschijnduur lag dan ook lager dan normaal. Tijdens de eerste decade waren de opmerkelijkste vogels 6 Rode Wouwen (met 5 ex. op l Visarend,

2 Smellekens en een Roodkeelpieper.

09/ l 0),

Ook de eerste Bokjes versche­

nen terug in de streek. Een tweede Roodkeelpieper en nog een Visarend pas­ seerden in de tweede oktober-decade. Er bestond toen echter heel wat meer commotie rond een juveniele Roodhalsfuut en de piektrek van Kraanvogels. In de derde decade vogelde vooral de Abdij van 't Park zich in de kijker, met op twee opeenvolgende data eerst 2 mannetjes Baardmanntje en vervolgens een mannetje Buidelmees. Verder werden tijdens de maanden september en okto­ ber de trekvoorspellingen van de Vogelwerkgroep Zuid-West-Vlaanderen (http:/ /www.zwvlkoepel.be/vwg/) in onze regio met zeer veel aandacht opgevolgd. Vooral op woensdag 9 oktober wierp dit zijn vruchten af, verschillende gepas­ sioneerde trektellers namen die dag, met vooruitzicht op trekcode 9, zelfs een dagje vrijaf! 136

I


Vogels

Het einde van de meteorologische herfst van 2002 staat te boek ais één van de zachtste van de afgelopen decaden. De overheersende zuidenwind zorgde in november voor een gemiddelde maandtemperatuur van 8.6°C (2.5 °c warmer dan gemiddeld) en hierbij was het vooral de gemiddelde minimumtemperatuur die uitzonderlijk hoog lag, namelijk 6.2°C, iets wat slechts éénmaal per 30 jaar gebeurt. Wat neerslagtotaal, zonneschijnduur en windsnelheid betreft was no­ vember 2002 verder geen uitzonderlijke maand. Nonnetje en Grote Zaagbek waren bijna de ganse maand aanwezig (doch niet altijd eenvoudig te vinden). Vermeldenswaard zijn verder een erg late Boerenzwaluw in de eerste decade, een Brilduiker, nog een Rode Wouw en weer een pleisterende Klapekster in de tweede decade en een hybride Kuif- x Tafeleend, een Geoorde Fuut, een Smelleken en de eerste Pontische Meeuw(en) in de derde decade van novem­ ber. Tot slot wensen we nog te vermelden dat Grote Zilverreiger en Slechtvalk deze herfst veel gemakkelijker te observeren waren dan gewoonlijk, ongetwijfeld dankzij het pleisteren van deze soorten gedurende een langere periode. Intri­ gerend waren ook mogelijke waarnemingen van Ortolaan (over Loonbeek op 01 /09), Velduil (over Huldenberg op 09/09) en Grote Pieper (over Korbeek-Dijle op 28/09). Deze waarnemingen werden verder niet opgenomen. Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Canadese Gans, Nijlgans, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Havik, Waterral, Kie­ vit, Kerkuil, Steenuil, IJsvogel, Zwarte Specht, Kleine Bonte Specht, Oeverzwaluw, Huiszwaluw, Grote Gele Kwikstaart, Keep, Sijs, Putter, Goudvink, Appelvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Een nagekomen augustuswaarneming van een V isarend werd wel toegevoegd. Ook de regelmatigere steltlopers Witgat en Watersnip moesten er aan geloven. Net zoals vele steltloperwaarnemingen uit de periodes maart - mei en juni - augustus 2002 worden deze elders in deze editie van de Boom.klever afzonderlijk behandeld (Van Scharen, 2002). Voor de Kruisbek wordt. in navolging van de opsomming in het vorige waarnemingenoverzicht, wel een dergelijke opsomming gegeven (omwille van de erg uitzonderlijke aantallen en de grote temporele spreiding van de waarnemingen). Ook op het verblijf van enkele Grote Zilverreigers werd wat dieper ingegaan. Een getal tussen haakjes achter de soortnaam slaat op het aantal waarnemingen dat tijdens de behan­ delde periode voor deze soort werd ontvangen. Tot slot delen we nog mee dat dit het laatste waarnemingenoverzicht is waarin de exoten ook vermeld wor­ den. Vanaf 2003 (inclusief december 2002) zullen deze waarnemingen enkel op het einde van het jaar in de vorm van een jaaroverzicht gepresenteerd wor­ den. De hierdoor in de conventionele overzichten vrijgekomen plaats kan dan benut worden om meer inheemse soorten te bespreken of dieper in te gaan op enkele daarvan.

137


Vogels

Grauwe Gans Anser anser 21/09

min. 60 ex. naar 0 over Heverlee/Korbeek-Losestraat (W. Claes)

06/1O

1 ex. naar N over Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys, F. Geenen)

09/1O

2 ex. naar NO over Korbeek-Dijle/plateau (F. F luyt, K. Moreau, K. Van Scharen, W. Desmet)

11/10

14 ex. naar Z over Leuven/Ridderstraat (R. Guelinckx)

13/10

l ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (L. Hendrickx, J. Nysten)

20/10

dezelfde 11 ex. achtereenvolgens over Heverlee/Zwanenberg (F. Geenen), Korbeek-Dijle/plateau (K. Van Scharen, K. Moreau, S. Horemans) en Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt, J. Menten)

05/11

3 ex. naar Z over Heverlee/Korbeek-Losestraat (W. Claes)

09/11

's nachts een groep oud over Haasrode/Mollendaalwoud (K. Moreau)

21/11

>

30/11

7 ex. over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Net)

1O ex. naar ZW over Heverlee/Korbeek-Losestraat (W. Claes)

Bergeend Tadorna tadorna Enige waarneming: 21/11

1 ex. te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans) en wat later te OH/Z (W. Des-

met)

Smient Mareca penelope (39) Na enkele zomerwaarnemingen op 21/07 en 09/08 verscheen de eerste najaars足 gast (eclips) op 06/09 te Oud-Heverlee/N (W. Desmet). Vanaf dan werd de soort hier continu waargenomen, met kleinere aantallen te Tervuren/Park, Neerijse/ Grote Bron en Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (versch. waarn.). Het streek足 maximum betrof 23 ex. verdeeld over OH/N en Neerijse/Grote Bron op 11 en 16/ 11 (B. Net, K. Van Scharen e.a.).

Krakeend Mareca strepera (53) In de traditie van de vorige winterhalfjaren liet de Krakeend weer nieuwe record足 aantallen optekenen. Vooral te Oud-Heverlee/Noord was de soort erg goed vertegenwoordigd. Na een piekje van 126 ex. op 28/09 klommen de maximum足 aantallen daar op van 130 ex. op 01/11 tot 165 ex. op 09/11 en zelfs niet minder dan 207 ex. op 11/11 (K. Moreau, B. Net).

Pijlstaart Anas acuta 20/10

14 ex. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Van Scharen, K. Moreau, S. Horemans), wat later 7 imm waarvan zeker 1m te NGB (K. Moreau)

01/11

3 v/imm te OHN (K. Moreau)

11/11

l ex. te SAR (B. Net)

23/11

1m te OHN (M. Walravens, M. Schurmans)

138


Vogels

Wintertaling Anas crecca ( 66) Ook de Wintertaling was in de herfst van 2002, na enkele minder goede najaren voor deze soort, terug in mooie aantallen aanwezig in de Dijlevallei, en dan voornamelijk in het vijvers- en natte weilanden-complex van Oud-Heverlee. Vanaf het einde van de eerste decade van september tot op het einde van de periode waren hier vermoedelijk continu tussen 150 en 200 ex. aanwezig (versch. waarn.). De grootste aantallen werden geteld op 17 en 28/09 en op 01 en 09/l l met respectievelijk 250 à 300 ex., 260 ex., 337 ex. en Scharen,

K.

>

260 ex. (F. F luyt,

K.

Van

Moreau, L. Van Hellemont, B. Creemers, B. Nef).

Zomertaling Anas querquedula 05/09

2 ad eclips te Heverlee/Abdij van 't Park

14/09

2 ad eclips te Oud-Heverlee/N

Tafeleend Aythya ferina 23 en 30/l l

x

(K.

(K.

Moreau)

Moreau)

Kuifeend Aythya f uiigulo

l v te OHN (B. Nef)

Krooneend Netto r ufina Het vrouwtje dat reeds van 25/08 aanwezig was te Neerijse/Grote Bron bleef daar in de loop van september nog aanwezig met,

K.

Moreau,

J.

Nysten, F. F luyt,

vonden te Oud-Heverlee/Z

(K.

K.

(J. Menten, L.

Hendrickx, W. Des­

Van Scharen) en werd op 28/09 terugge­

Moreau, L. Van Hellemont, B. Creemers). Op 23/

11 zat een vrouwtje te Gastuche (B. Nef).

Brilduiker Bucepha/a clangula Slechts één waarneming : op J l /l l l ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef, F. Vandeputte).

Nonnetje Mergellus albe/lus 08-23/l l l v te Neerijse-Grote Bron (F. Fluyt e.a.) 23/11

een reeks geweerschoten doet het vrouwtje van Neerijse opvliegen naar Oud-Heverlee/N (M. Schurmans, B. Nef, M. Walravens), een tweede v te Sint- Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef, M. Walravens).

24-26/l l l v te Oud-Heverlee/Z

(L. Hendrickx, K. Moreau, H. Roosen, F. Dondeyne)

Grote Zaagbek Mergus merganser 13-17 /11 l v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (H. Roosen,

K.

Van Scharen, M.

Walravens e.a.) 21/11

l v te Oud-Heverlee/Z, vliegt op richting N (M. Schurmans)

23/l l

l v te Neerijse/Grote Bron (B. Nef)

26-30/l l l v te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. Dondeyne, B. Nef) 139


Vo els

Geoorde Fuut Podiceps nigricol/is 07/09

l ex. te Neerijse/Grote Bron (J. Menten)

26/l l

l ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Dondeyne)

Roodhalsfuut Podiceps griseigena 12-23/l O l juv te NGB (K. Van Scharen, F. Fluyt, J. Menten, L. Hendrickx, J. Nysten, K. Moreau, B. Marshall, S. Horemans, M. Schurmans, W. Desmet) In het begin van zijn verblijf nog mooi in juveniel kleed met volledig dieprood gekleurde hals, duidelijk gele snavel en twee dikke zwarte strepen op elke wang, zwarte kap tot beneden oog, op de laatste dag al bijna volledig in l e winter­ kleed met het rood op de hals nu herleid tot een lichte zweem.

Grote Zilverreiger Casmerodius albus (56) Tijdens de herfst van 2002 zette ook de Grote Zilverreiger zijn opmars voort. De eerste najaarswaarneming vond plaats op 30/09, wanneer l ex. arriveerde te Oud-Heverlee/N (W. Desmet). Vanaf dan bleef tijdens de behandelde periode minstens l ex. continu in de Dijlevallei aanwezig, met waarnemingen te OH/ N&Z, Neerijse/Grote Bron en in de Doode Bemde (P. De Becker, K. Van Scharen, W. Desmet, F. Fluyt, J. Menten, S. Horemans,B. Net e.a.). Vermoedelijk hetzelfde ex. werd op 12/l O waargenomen te Heverlee/Abdij van 't P ark (J. Grootjans) en half oktober te Pécrot (P. De Becker), terwijl op 02/l l 2 ex. werden gezien te Oud-Heverlee/Zoete Waters (W. Desmet). Dat dit Dijlevallei-ex. de nachten er­ gens ten Z van de Doode Bemde doorbracht werd afgeleid uit het feit dat hij 's ochtends boven Sint-Joris-Weert/Neerijsebaan vaak naar N vliegend werd ge­ zien, terwijl hij 's avonds dan de omgekeerde beweging maakte (P. De Becker). Ook te Kwerps (meestal op de westelijke vijver) werd dit najaar weer een Grote Zilverreiger waargenomen, met 02/l 0 als eerste waarnemingsdatum (JP Ferette). Vanaf dan bleef ook dit ex. de volledige periode aanwezig (J. Rutten, W. Des­ met, Y. Vonden Bosch, M. Depauw, R. Guelinckx, W. Desmet, K. Moreau), met van 15 tot 18/l 0 hier 2 ex. (J. Rutten, K. Moreau, M. Depauw, R. Guelinckx, E. Toorman, J. Mergeay, J. Wellekens). Mogelijk hetzelfde ex. werd op 18/ 11 geob­ serveerd aan een tuinvijver te Winksele/Kleine Spekstraat (J. Wellekens). Dat er geen Grote Zilver-uitwisseling bestond tussen de Dijlevallei en de vijvers van Kwerps kan worden besloten uit enkele simultane observaties van ex. op de beide plaatsen, zoals onder meer op 11/10 (te Kwerps en in de Doode Bemde resp. l ex. en 1 ex.), 15 en 16/ 10 (resp. 2 ex. en 1 ex.), 02/11 (resp. 1 ex. en 2 ex.) en 13 en 14/l 1 (resp. l ex. en l ex.). Mogelijk waren er op een bepaald moment zelfs 4 ex. in regio Leuven aanwezig, aangezien eind oktober ergens langs de spoorlijn Leuven-Waver 3 ex. samen gezien werden (Anonymus).

140

f


Vogels

Ooievaar Ciconia ciconia 08/09

1 ex. naar NW over de Doode Bemde (E. Macquoy)

12/09

8 ex. te Duisburg (F. F luyt)

Wespendief Pernis apivorus ( 16) De terugtrek, die gespreid over de volledige maand september werd vastge­ steld (versch. waarn.), liep ten einde op 30/09, toen nog 2 ex. werden vastge­ steld over Leefdaal/Bredeweg (F. Verdonckt). Een laat exemplaar vloog vervol­ gens nog over Heverlee/Abdij van 't Park op 24/10 (K. Moreau).

Zwarte Wouw Milvus migrans (J.

07/09

1 ex. ter plaatse boven de Doode Bemde

08/09

mogelijk hetzelfde ex. als gisteren, nu naar Z over Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek

(J.

Nysten)

Nysten)

Rode Wouw Milvus milvus 09/10

tussen 8u en 9u 4 ex. naar Z over Korbeek-Dijle/plateau (F. F luyt, K. Moreau, K. Van Scharen, W. Desmet), om 11u 1 ex. naar W over Vel­ tem-Beisem/Molenbeekvallei

(J.

Wellekens)

10/10

om 8u10 1 ex. naar Z over Heverlee/Bremstraat (G. Bleys)

16/10

om 8u50 1 ex. over Kessel-Lo/Koetsweg (L. Van Hellemont)

11/11

om 12u36 1 ex. naar Z boven Heverleebos, lijkt de E40 te volgen op zoek naar verkeersslachtoffers (K. Moreau)

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus (23) Tot op 29/09 werden regelmatig doortrekkende Bruine Kiekendieven opgete­ kend in het Dijleland (versch. waarn.). Enkel op 09/10 kwam daar nog een ex. bij : 1 juveniel over Korbeek-Dijle/plateau (F. F luyt, K. Moreau, K. Van Scharen, W. Desmet).

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus (22) De eerste najaarswaarneming voor 2002 betrof 1v over Loonbeek/Hollestraat op 28/09 (F. F luyt). Nadien werden gespreid over de periode en over de regio 21 additionele waarnemingen ontvangen, meestal van pleisterende vogels (versch. waarn.). Echt hoog overtrekkende ex. werden enkel genoteerd op 29/09 (1v over Leuven; K. Moreau), 13/10 ( 1v over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek; L. Hendrickx,

J.

Nysten), 02/11 (1v naar Z over Mollendaalwoud;

J.

Nysten), 11/11

(1v naar ZW over Terlanen; H. Roosen) en 26/11 ( 1v overHeverlee/Bremstraat; G. Bleys). Mannetjes werden gezien op 28/ 10 ( 1 m te Huldenberg/ Keihof; M. Walravens) en op 23/l l

(lm

t e Oud-Heverle e/Zu i d ; S. Horemans, M.

Tomballe). 141


Vogels

Visarend Pandion haliaetus 19/08

1 ex. vrij laag langs de Gasthuisberg (G . Meeus) (nagekomen waarne ming)

01/09

1 ex. naar Z boven Neerijse (F. Fluyt), 1 ex. met vis heen en weer boven

(J.

Bois de Beaumont te Sint-Agatha-Rode 08/09

Nysten)

om 16u 1 juv op dode boom (smalle witte eindband op de staart, staat

niet in de gidsen), om 18u nog steeds aanwezig

( J.

Nysten, L. Hendrickx)

12/09

1 ex. boven Wilsele/Aarschotsesteenweg (W. Rommens)

07/1 O

1 ex. te Neerijs-Grote Bron (med. W. Desmet)

Smelleken Fa/co columbarius 01 /1 O

1 ad m naar ZO langs Leefdaal/Brede Weg (K. Moreau)

06/1O

1 ex. hoog over Korbeek-Dijle/plateau (F. Fluyt, K. Van Scharen, K .Moreau e .a.)

23/11

1 ex. te Gastuche/les grands prĂŠs (B . Nef)

Boomvalk Fa/co subbuteo Er waren nog 9 septemberwaarnemingen van terugtrekkende vogels. Op 02/10 vloog dan de allerlaatste Boomvalk van dit najaar naar ZW over Terlanenveld (H . Roosen) . Slechtvalk Fa/co peregrinus 14/09

1 ad jagend te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

28/09

1 juv jagend te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau, L. Van Hellemont, B . Creemers)

08/10

1 ex. (wellicht ad) naar 0 over Leuven (F. Van de Meutter)

09/10

1 juv over Korbeek-Dijle/plateau (F. Fluyt, K. Moreau, K . Van Scharen, W. Desmet)

20/10

1 juv over Heverlee/Zwanen berg en iets later jagend boven Bertembos (F. Geenen), nog wat later vermoedelijk hetzelfde ex. over KorbeekDijle/plateau (K. Van Scharen, K. Moreau,

J.

Menten, S. Horemans, F.

Fluyt) 27/10

1 ex. te Bertem/plateau (L. Hendrickx)

04/11

1 ex. te Oud-Heverlee/Z, met Kievit als prooi (S . Horemans)

10/11

1 ex. jagend te Bertem/plateau (F. Fluyt)

11/11

1 ex. jagend te Oud-Heverlee/N (K. Moreau)

Hoewel moeilijk met zekerheid valt uit te maken over hoeveel ex. het hier nu gaat, is het zeer waarschijnlijk dat minstens vanaf 28/09 tot in november een juveniel pleisterde in het Dijleland en dat vele waarnemingen dus op hetzelfde ex. betrekking hebben .

142

f


Vogels

Kraanvogel Grus grus 09/11

om 23u28 een groep naar Zover Haasrode/Mollendaalwoud (K. Moreau)

l 0/11

rond l u30 oud over Blanden/Kartuizerstraat (R. Verhuizen)

19/11

om l 8u4l een l Otal keer oud boven Leuven/ Weldadigheidsstraat (B. Saveyn)

19/11

om l 9u55 een roepend ex. boven Leuven/ Hogeschoolplein (M. Depauw)

(J.

19/11

rond 21 u30 meerdere ex. oud te Korbeek-Lo

20/11

om 5u23 oud boven Leuven/Ridderstraat (min. enkele tientallen ex.)

Hendriks)

(R. Guelinckx) 20/11

om 6u30 oud over Korbeek-Dijle/kerk (S. Horemans)

20/11

om 6u50 een groep oud naar Zover Heverlee/Korbeek-Losestraat (W. Claes}

20/11

om iets voor 7u vertrokken 43 ex. vanuit de Doode Bemde (P. De Becker}, of deze groep hier overnachtte is niet geheel duidelijk, mogelijk ging het om één van de groepen die eerder over Leuven, Korbeek­ Dijle of Heverlee werden gehoord

20/11

om 11u30 12 verschillende slierten over Heverlee/Brugstraat, samen zeker meer dan l 00 ex. (W. Coucke}, tevens rond 11u30 92 ex. naar ZZW over Heverlee/Abdij van 't Park (R. Meeus} en 60 ex. over Blanden (J. De Baere}, deze drie waarnemingen vonden ongeveer op hetzelfde tijdstip plaats en de drie locaties liggen mooi van N naar Zop de Kraanvogeltrekbaan, hier gaat het dus vrijwel zeker om dezelfde groep

20/11

grote groep laag boven Meerdaalwoud te Bierbeek, wat later ook nog een groep over Bierbeek/Kwakkelbosstraat (S. Willems)

Over de Dijlevallei zelf werd op de Kraanvogeldagen 19 en 20/ l 0 enkel getrompetter gehoord in Korbeek-Dijle. Voorts lijkt de oostelijke kam van de val­ lei de meest westelijke grens van deze kranendoortocht geweest te zijn.

Goudplevier Pluvialis apricaria 15/09

2 ex. naar N over Bertem/plateau

(J.

Menten), later hier 1 ex. tussen de

Kieviten (K. Moreau} 20/l 0

1 ex. aud te Heverlee/ Zwanenberg (F. Geenen)

20/l 0

1 ex. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Van Scharen, K. Moreau,

J.

Men

ten, S. Horemans, F. F luyt} 12/11

6 ex. met 59 Kieviten naar Zover de Doode Bemde (K. Moreau)

Bonte Strandloper C afidris alpino 14-15/09 1 juv te OHN/weilanden (K. Moreau, L. Hendrickx, K. Van Scharen,

J.

Nysten) 04-06/10 1 juv te OHN/weilanden

(J.

Nysten, L. Hendrickx, K. Moreau, F. F luyt) 143


Vogels

Zwarte Ruiter Tringa erythropu 11-16/11 1 ad win te OHN/weilanden (K. Moreau, W. Desmet, K. Van Scharen e.a.)

Groenpootruiter Tringa nebularia 08/09

2 ex. te Oud-Heverlee/N (L. Hendrickx, K. Van Scharen, A. Smets, J. Nysten)

08-12/09 2 ex. te Kwerps/N (M. Depauw) 21-22/09 2 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Van de Meutter, B. Creemers) 19-26/10 1 ex. in de Doode Bemde (F. F luyt, J. Nysten)

Oeverloper Actitis hypoleucos Laatste waarnemingen : 12/09

1 ex. langs de Dijle te Wijgmaal (W. Rommens)

23/09

1 ex. te Heverlee/ Abdij van 't P ark (B. Creemers)

Bokj e Lymnocryptes minimus 01, 12 en 13/10

1 ex. in de Doode Bemde (F. Fluyt, K. Van Scharen, K. Moreau, B. Marshall e.a.)

16/10

3 ex. in de Doode Bemde (P. De Becker)

26/10

2 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. F luyt)

03/11

5 ex. in de Doode Bemde (K. Moreau)

12 en 16/11

1 ex. in de Doode Bemde (K. Moreau, K. Van Scharen e.a.)

Houtsnip Scolopax rusticola 06/11

1 raamslachtoffer te Winksele/Gasthuisberg (F. Vandekeybus)

Kleine Mantelmeeuw Larus graelsii 15, 29 en 30/09

resp. 1 ad, 1 subad en 1 subad over Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau)

26/10

1 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt)

11/11

8 ex. naar Z over Bertem/plateau (S. Bouillon)

Pontische Meeuw Larus cachinnans 23/11

1 ad te Oud-Heverlee/Z (F. F luyt), 1 ex. te W ilsele/N (R. Guelinckx)

Zwarte Stern Chlidonias niger 04/09

144

2 ex. te Kwerps/N (R. Guelinckx)


Vogels

Zomertortel Streptopelio turtur 29/09

l ex. over Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt)

Gierzwaluw Apus opus Laatste waarneming: op 09/09 2 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

Bijeneter M erops opioster Het koppel dat in de zomer van 2002 met succes twee jongen grootbracht in een verlaten zandgroeve te Neerijse werd op 03/09 voor de laatste keer waar­ genomen in de Doode Bemde

(A.

Boeckx).

\

\

""' \

-\J '

I

.;

�.

'

\\' \i

·'

\\"

<

\1. \. .

r,

l

•, '

Teke11i11g: Herwig Blockx

1 '

Boomleeuwerik Lul/ulo orboreo 14/09

l ex. over Korbeek-Dijle/plateau (J. Menten)

01/ l 0

l ex. over Overijse/Maleizen (S. Peten)

20/ l 0

2 ex. over Meerbeek/Pompstation

(A.

Smets, JP Ferette), 9 ex. over

Korbeek-Dijle/plateau (K. Van Scharen, K. Moreau, S. Horemans) en 35 ex. over Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt, J. Menten} 29/10

groepje van 5 ex. ter plaatse en l ex. over Heverlee/Zwanenberg

(G.

Bleys}

Boerenzwaluw Hirundo rustica Laatste waarneming: op 06/ l l l ex. over Tervuren (M . Herremans}

145


Vogels

Duinpieper Anthus campestris Op 08 en 15/09 telkens 1 ex. over Korbeek-Dijle/plateau ( J. Menten, K. Moreau).

Boompieper Anthus trivia/is Van deze soort werden in september - begin oktober nog 61 doortrekkende ex. geteld. De laatste hiervan vloog op 16/10 over Kwerps/N (K. Moreau).

Roodkeelpieper Anthus ceNinus

Z over

28/09

1 mogelijk ex. naar

01/10

1 ex. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau)

20/l 0

l ex. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Van Scharen, K. Moreau, e.a.)

Leefdaal/Bredeweg (F. Fluyt)

Waterpieper Anthus spinoletta De eerste najaarswaarneming had betrekking op l ex. te Oud-Heverlee/N op 22/09 (F. Van de Meutter). Echt grote groepen werden in de behandelde pe­ riode nog niet opgemerkt, het maximum betrof 24 ex. in de Doode Bemde op 12/11 (K. Moreau).

Klapekster Lanius excubitor

Z)

17 /11

l ex. te Oud-Heverlee (tussen N en

23/l l

op dezelfde plaats nog steeds l ex. aanwezig (S. Horemans, M.

(F. F luyt, B. Nef, L. Hendrickx e.a.)

Tomballe, F. F luyt) 29/l l

l ex. in de Doode Bemde

(P.

De Becker)

Paapje Saxicola rubetra Uit de eerste decade van september werden nog 9 waarnemingen van deze soort ontvan­ gen (versch. waarn.). Het maximum betrof min. 9 ex. te Leefdaal/ Bredeweg op 07 /09

(J.

Menten). Op 02/l O za­

ten 2 late ex. te Terlanenveld (H. Roosen).

Teke11i11g: Henvig Blockx

146


Vo gels

Roodborsttapuit Saxicola rubicola 01/10 .

1m te Oud-Heverlee/Z (B. Creemers)

09/10

1m te Bertembos/Koeheide (R. Guelinckx)

18/10

1m te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys)

26/10

1 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. F luyt), 1m1v in de Doode Bemde

(J. 28 en 29/10

Menten)

1ml v in de Doode Bemde (A. Verboven)

Tapuit Oenanthe oenanthe Alle waarnemingen: 01/09

1 ex. te Heverlee/Zwanenberg (G. Bleys, F. Geenen)

08/09

1 ex. te Meerbeek/Pompstation (M. Depauw), 2 ex. te Korbeek-Dijle/ plateau

(J.

Menten)

12/09

3 ex. te Erps-Kwerps/Vallei van de Zuurbeek (M. Depauw)

13/09

5 ex. te Terlanenveld (H. Roosen)

14/09

1 ex. te Huldenberg/plateau (F. F luyt), 1 ex. te Terlanenveld (H. Roosen)

Grasmus Sylvia communis Een erg laat ex. (1e win) zat tijdens de laatste dagen van oktober te Oud­ Heverlee/Z

(S.

Horemans).

Tjiftjaf Phylloscopus collybita Novemberwaarnemingen: 10/11

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (F. F luyt)

11/11

1 zingend ex. ten N van Bertembos (G. Bleys)

17/11

1 zingend ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Walravens)

23/11

1 ex. te Wilsele/N (R. Gu . elinckx)

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca 24/09

laatste waarneming van het mannetje te Heverlee/Militair Domein (K.

Moreau)

Grauwe Vliegenvanger M uscicapa striata 14/09

1 ex. te Neerijse-Grote Bron (W. Desmet)

26/09

1 ex. te Huldenberg/De Kronkel (K. Moreau)

Baardmannetje Panurus biarmicus 23/10

2m te Heverlee/Abdij van 't Park

(J.

Grootjans)

147


Vogels

Buidelmees Remiz pendulinus 24/lO

lad m te Heverlee/Abdij van 't Park (K. Moreau)

Europese Kanarie Serinus serinus 06/lO

l ex. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau, K. Van Scharen e .a .)

Barmsijs Carduelis flammea/cabaret 01/10

lex. over Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau)

20/1O

6 ex. over Meerbeek/Pompstation (A. Smets, JP Ferette)

26/l 0

1 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

29/ll

gekwetter (ĂŠĂŠn of meerdere ex.?) te Oud-Heverlee (F. Van de Meutter)

Kruisbek Loxia curvirostra De invasie bleef onverminderd verdergaan: 02/09

24 ex. over Meerbeek/Pompstation (A. Smets)

08/09

1 ex. over Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt)

08/09

18 ex. naar ZW over Terlanen (H. Roosen)

10/09

4 ex. in top van spar te Terlanen (H. Roosen)

13/09

5 ex. over Meerbeek/Pompstation (A. Smets, A. Boeckx)

14/09

min. 3 ex. naar Z over Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt, K . Moreau)

01/10

11 ex. naar Z over Korbeek-Dijle/plateau (K. Moreau)

05/10

2 ex. naar NO over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

07/10

5 ex. in de Doode Bemde/parking Reigerstraat

12/l0

4 ex. te Bertembos/Koeheide (R. Guelinckx), 2 ex. naar N over Hulden

(J.

Menten)

berg/Spitsberg (F. Fluyt)

(J.

13/10

lex. te Ottenburg/Florival

19/l0

5 ex. te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt)

20/10

5 ex. over Heverlee/Zwanenberg (F. Geenen)

21/10

1 ex. over Neerijse/Grote Bron (M. Schurmans), 1 ex. in de Doode Bemde

Menten)

(A. Verboven), 20 ex. naar W over Heverlee

(J.

Menten)

26/10

22 ex.+ 6 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

28/10

3 ex. in de Doode Bemde (A. Verboven)

29/10

2 ex. te Oud-Heverlee (Zoete Waters/Kouterbos), min . 2 ex. + min. 39 ex. te Heverleebos/Speelweide (K . Moreau)

01/11

1 ex. ter plaatse+ 5 ex. naar 0 over Oud-Heverlee/Fonteinstraat

(J.

Rutten)

(J.

03/11

2 ex.+ min. l ex. over Heverlee/Naamsesteenweg

04/11

Stal ex. te Mollendaalwoud/Limietendreef, ook aanwezig te Meerdaal woud/Kleine Dreef (G. Bleys)

06/ll

2 groepjes oud over Terlanen/Laanvallei (H. Roosen)

07/11

4 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

09/11

2 ex. naar N over Tombeek (H. Roosen)

148

Rutten)


Vogels

i i /i i

i 5 ex. naar ZO over Haasrode/zandgroeve, min. 3 ex. naar N over Blanden/ Sapellenbos (K. Moreau)

13/11

min. l 0 ex. te Ottenburg/Florival (H. Roosen)

16/l l

2 ex. over Sint-Agatha-Rode/Grootbroek

20/11

l Otal ex. over Leuven/Tiensepoort (F. Verdonckt)

24/l l

3 ex. over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

29/l l

19 ex. over te Overijse/ljsebroeken (F. Van de Meutter)

(W. Claes)

Exoten Indische Gans Anser indicus Naast het vaste ex. dat tijdens de maanden september en oktober nog aan­ wezig was te Tervuren/Park (A. Reygel) werden op 09/l l 3 ex. waargenomen te OHN

(W. Desmet).

Brandgans Branta /eucopsis Op 26/08 verschenen terug 9 ex. te Tervuren/Park (A. Reygel). Verder zaten tij­ dens de beschreven periode nog zeker 2 andere ex. in de regio. Eén daarvan hield zich voortdurend op in het gezelschap van Canadese Ganzen en werd onder meer waargenomen te Korbeek-Dijle/plateau, Oud-Heverlee/N&Z, Heverlee/Arenbergpark en elke avond te Kessel-Lo/Leopoldspark, waar de vo­ gel kwam slapen (S. Horemans,

W. Rommens, B. Creemers, A. Verboven, K. Mor­

eau). De andere Brandgans was een eenzaat die vanaf eind oktober te

(W. Desmet), maar vanaf 23/11 verhuisde naar Oud­ Heverlee/Z (B. Nef, K. Moreau, W. Desmet, H. Roosen, M. Schurmans).

Heverlee/Arenbergpark zat

Casarca Tadorna ferruginea . 12/l 0

2 ex. te Sint-Agatha-Rode (K. Van Scharen e.a.)

Roodsnavelpijlstaart Anas erythrorhyncha 15/11

l ad te Leuven/Industrieterrein (op vijver aan Dijledreef)

(W. Rommens)

Ringtaling Calonetta leucophrys Te Heverlee/Arenbergpark zat tijdens de hele periode nog steeds het adult mannetje

(W. Rommens, B. Creemers, W. Desmet) terwijl te Oud-Heverlee/N nog

een vrouwtje zat op 14 en 17 /09 (K. Moreau, F. Fluyt, K. Van Scharen). Vanaf 12/ l 0 zat ditzelfde vrouwtje (herkenbaar aan rood plastic ringetje) te Heverlee/ Abdij van 't Park (K. Van Scharen, K. Moreau e.a.). Op 01/11 verscheen terug te OH/N, nu in het gezelschap van een tweede vrouwtje (K. Moreau). Op 24 en 26/l l werd dit duo daar nog waargenomen (K. Moreau, H. Roosen,

W. Des­

met). 149


Vogels

Carolina-eend Aix sponsa 13/l O

l m te Oud-Heverlee/Z (K. Moreau, B. Marshall)

Mandarijneend Aix galericulata 16/09 tot 16/l l

l m te Heverlee/Abdij van 't Park (K. Moreau, J. Grootjans, B.

Creemers, K. Van Scharen, L. Van Hellemont, W. Desmet e.a.). 02 - 12/ l 0

l m te Kessel-Lo/Leopoldspark (K. Moreau, K. Van Scharen e.a.)

16/l l

3 ex. te Oud-Heverlee/Z (K. Van Scharen e.a.)

28/l l

l m te Oud-Heverlee/Z (H. Roosen)

Rosse Stekelstaart Oxyura jamaicensis 26 en 30/l l

l v te Neerijse/Grote Bron (F. Dondeyne, B. Nef)

Heilige Ibis Threskiornis aethiopicus Nog steeds gedurende de ganse periode een adult in het complex Oud­ Heverlee/N&Z (versch. waarn.). De vogel overnachtte blijkbaar vaak in de Blauwe Reigerkolonie te Korbeek-Dijle.

Halsbandparkiet Psittacu/a krameri Waarnemingen buiten de gekende broedgebieden: 28/09

2 ex. te Ottenburg/Florivalvijvers (K. Moreau)

01/11

l ex. over Egenhoven richting Egenhovenbos (W. Desmet)

23/ l l

2 ex. te Oud-Heverlee/Z (F. Fluyt)

150

f


Vogels

Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be Medewerkers en correspondenten Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Steven Bouillon, Paul Claes, War Claes, Wim Coucke, Bart Creemers, Jos Cuppens, Johan De Baere, Piet De Becker, Mark Depauw, Wou­ ter Desmet, Francis Dondeyne, Jean-Philippe Ferette, Freek Fluyt, Frans Geenen, Sven Goethals, Jos Grootjans, Robin Guelinckx, Luc Hendrickx, Jo Hendriks, Maar­ ten Hens, Marc Herremans, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, Ronny Huybrechts, JNM Leuven, Jorg Lambrechts, Ken Lossy, Gerald Louette, Eddy Macquoy, Gert Meeus, Roger Meeus, Joris Menten, Joachim Mergeay, Gunnar Michielsen, Kelle Moreau, Bruno Nef, Paul Nuyts, Johan Nysten, Stephan Peten, Alain Reygel, Wouter Rommens, Hans Roosen, Geert Rossaert, Jos Rutten, Bert Saveyn, Maar­ ten Schurmans, Axel Smets, Geert Sterckx, Erik Toorman, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Yves Vonden Bosch, Chris Vonden Haute, Filip Vandeputte, Geert Vandermeulen, Didier Vangeluwe, Lieven Van Hellemont, Pieter Vanormelingen, Kris Van Scharen, Andre Verboven, Bart Vercoutere, Freek Verdonckt, Rien Ver­ huizen, Johan Verliefden, Guy Verrijdt, Jan Verroken, Marc Walravens, Jan Wellekens en Sonja W illems.

\· . .r•.

-

.

1 f

i

' '

t'

f

.;.··

I

1

'\.

,

"(t' ../ r _,,. A� .

• ....

I•

;

".....

-

-

Tekewi1g: Henvig Block:c

151


Buiten gekeken

The incredible Marc (Houtribdijk, 9-2-'86) We zijn er zowaar even stil van geworden. Voor ons: de dijk waarop we ondertussen al enkele kilometers rijden. Met de nimmer afwijkende Hollandse liniaal is hij kaars-recht tot aan de horizon gespannen. Links van ons: leegte. Rechts van ons: meer van dat ultieme "niks" ... Het ljsselmeer doet vandaag zijn naam immers alle eer aan. Ijs zo ver het oog reikt, een keihard toegevroren dode watervlakte tot aan de horizon. Een grijswitte kille leegte die krakend zucht onder een strak blauwe winterhemel: een haast abstract landschap van arctische allure. Daarstraks zijn we op een miniparking even uitgestapt. Aan de rand van het "water" stonden wat afgeknakte rietstengels. Normaal gezien banaal om naar te kijken maar nu was elke stengel gevat in een cylindervormige huls van jawel, weeral ijs. Onwezenlijk mooi vond ik die ingepakte kadootjes uit het ijspaleis van koning winter. Ondanks de bittere kou ben ik er even gehurkt gaan bij zitten. Als Fred Hazelhoff dit zou zien ... Mijn fototoestel ? Thuis gelaten, natuurlijk . ..

Met

de heersende noordooster zou dat trouwens toch een hele klus geweest zijn, maakte ik me zelf wijs toen ik terug instapte. Op de kaart zie ik nu dat er halfweg de dijk een parking is. André is dadelijk akkoord om daar nog even te stoppen. "Er zal waarschijnlijk niks zijn maar je weet maar noo ... " "Daar is een wak" onderbreekt hij mij en we minderen al vaart. De kijker tovert een onwezenlijk Scandinavisch wintersprookje tevoorschijn. De omringende ijsvlakte en het felblauwe water in het wak zijn het decor voor baltsende brilduikertjes. Twee mannetjes doen hun best om een vrouwtje te verleiden en voeren een geweldige show op, net alsof ze niet door hebben dat de temperatuur nu een flink eind onder 0 zit. Wat verder weg, tegen de achterrand van het wak liggen als grijze onderzeeërs ook enkele grote zaagbekken. De mannetjes zijn hun zalmroze decembergloed al grotendeels kwijt maar als er één rechtop in het water komt om met zijn vleugels te slaan zie je waarom onze noorderburen deze vogel "boterbuik" noemen. Telkens opnieuw zetten ze af om op zoek te gaan naar vis onder de rand van het ijs. "Als ik nu een 600 mm had" zucht André en ik moet hem volmondig bijtreden. Ook de andere mensen, we zijn met 3 wagens, staan vol enthousiasme naar dit schouwspel te staren. We rukken ons los van deze levende reclamespot voor vogels kijken en enkele honderden meters verder doemt "in the middle of nowhere" de parking op. De dijk wordt er breder, er is een strook kiezels afgezoomd door wat kunstmatige "duintjes". Tussen de talud van dit walletje en de parking heeft men zowaar een plantsoen met gekweekte struikjes neergepoot: de beschaving is nooit veraf in de lage landen. 152


Buiten gekeken

De grasbermen van de dijk zijn hier iets ruiger en er groeien zelfs enkele kleine wilgjes. Met de verrekijker tuur ik door een hoek van de wazige voorruit naar een groepje vogels die dik ingeduffeld zitten te scharrelen in wat gevriesdroogde plantaardige rommel. "Daar zit iets maar ik kan er door de ruit niks van maken. Misschien patrijzen, maar ze zijn zo klein ... " Plots is er hevig tumult bij onze geburen. "Die hebben iets gezien" zegt André en hij draait zijn raampje open. Het verdict valt snel: "Strandleeuweriken, Blockxke" zegt Tom. Met opgetrokken wenkbrauwen kijk ik André aan. Op mijn "Had jij dat al ... ?" schudt hij ontkennend het hoofd. Als ik uitstap wordt vlug duidelijk dat ik me inderdaad flink heb laten vangen door de buiging van de voorruit. Eén van de leeuweriken kijkt op en zijn geel/zwart koppatroon slaat me met verstomming. Dit is zo "exotisch" dat er even iets door mijn hoofd schiet van "komen die niet uit Amerika ?" "Vogels zien er in het echt altijd mooier uit dan in de boeken" is de kommentaar van mijn maat en daar kan ik op dit moment niets meer aan toevoegen. Rroeff !! Al te snel gaan ze er nu vandoor om een heel eind verder op het eind van de parking in een grazig stuk te landen. "Shit man, waarom moeten die nu al ..., ik heb ze nog lang niet goed genoeg gezien ... Heb je die koptekening gezien ? Fantastisch ... " Marc wenkt ons korterbij en werkt vlug een "plan de campagne" uit: "Als we er te voet heen gaan, vliegen ze misschien veel verder weg. We kunnen er beter naar toe rijden, we blijven aan de rechter kant van de parking en we zetten de wagens een beetje uit elkaar. Ik probeer of ik ze dan tussen de auto's kan krijgen." Het geluidenpatrimonium van Marc is legendarisch, maar dit kan toch niet. "Toch niet op dit grint" probeer ik sceptisch. Hij wuift dit bezwaar echter nonchalant weg: "Dat lukt wel, we gaan dat proberen ..." Een minuut later staan onze vehikels opgesteld grofweg in een halve cirkel, alle inzittenden met kijker in de aanslag op het centrale "tornooiveld" "Ze vliegen op. Ja, ja, ze komen naar hier" zegt Peter die de groep net kan zien vanuit zijn positie.. Op het moment dat de groep leeuweriken overkomt produceert Marc een lokroepje en ... als door de hand Gods geslagen vallen ze pal in het midden van onze "val" in.

De spanning is te snijden. Een goeie

minuut blijven ze zo zitten, 8 strandleeuweriken op luttele meters van elke wagen. Ondertussen fel bewonderd door evenveel vogelkijkers blijven ze

zo zitten,

rechtop om zich heen starend: "Waar is die soortgenoot van ons?" Nergens, besluiten ze na een kleine minuut en ze golven weg langs de dijk. "Waaw, dat was klasse" slik ik even wat opwinding weg. "Euh ginder, nog een groepje" roept er iemand. Marc herkent ogenblikkelijk hun vluchtroepjes: "Sneeuwgorzen. Ja, ze vallen ginder in die rommel in." We besluiten ze te voet te benaderen en dat lukt vrij goed. Prachtige vogeltjes, zo in de telescoop, ze mummelen wat op zaadjes van onkruid. Mijn andere kornuiten zijn eveneens in hogere ornithologische sferen aanbeland. Slaat iemand op dat moment zijn dikke handschoenen net iets te hard op elkaar of is het het gestampvoet van Peter? In een handomdraai stuiven ze er in een bonte 153


Buiten gekeken

sliert vandoor, volgen hoog in de iucht de dijk {11Shit, zouden die nu echt ... ?'j om in laatste instantie terug te draaien en een 200 meter van ons verwijderd in te vallen. Ik maak al aanstalten om er terug achteraan te gaan maar Marc denkt daar anders over: "Die kunnen hier nergens naartoe: als ze opvliegen volgen ze gegarandeerd de dijk. Je gaat er met twee man naar toe, loopt er rond en jaagt ze vanaf de andere kant zachtjes op. Als ze hier over komen, haal ik ze wel uit de lucht. Laat uw telescoop maar hier op dat plekje gericht staan waar ze daarnet zaten, dat kennen ze nog van daarnet." Een paar minuten daarna vliegen er zoals voorzien 12 sneeuwgorzen op. Ze hebben even geaarzeld, dat moet ik toegeven, maar de auditieve magneet Herremans is er één van formaat want na een eerste aarzelend toertje boven de hoofden van de anderen vallen ze exact als voorspeld in, midden in het brandpunt van de kijkvelden van een rij telescopen.. Ik knijp even in mijn arm. Ik voel niks maar dat zal eerder aan de combinatie van een te dunne jas en de ijzige wind liggen. Dreams do come true ... Als ik ter plaatse arriveer, kan ik ze nog minuten lang uitvoerig bekijken vooraleer deze groep terug het luchtruim kiest. Net gevleugelde sneeuwvlokjes, denk ik terwijl ze als dansende stipjes verdwijnen. Kommentaar van Marc:"Allee, g'hebt ze nu goe genoeg gezien. We zullen maar eens verder gaan, zeker?" Enkele kilometers voor Lelystad maakt de Houtribdijk een abrupte bocht. Het ijs is daar beginnen kruien. Grote meterlange ijsschotsen van een goeie 20 cm dik zijn schots en scheef over elkaar gegleden en dan terug aan elkaar vastgevroren. Het tegenlicht van de laagstaande zon tovert onverwachte patronen in deze bevroren chaos: Zweden in Nederland ...? Op het topje van de grootste schots zit een bonte kraai. Net als we er voorbij komen, doet ze ons krassend uitgeleide. "Prachtig, daar zou ik wel een tekening willen van maken", denk ik bij mezelf. André treedt mijn overpeinzingen direct bij:" Heb je die bonte kraai gezien ? Daar zou ik nu een foto van willen maken, zie." Een dijk, ijs, en gelijkgestemde zielen, meer moet dat niet zijn ...

Herwig

herwig@mail.be

154


,_

Activiteiten

Kalender der activiteiten januari - april 2002 De plaats van samenkomst blijft ongewijzigd nl . de Bodart-parking naast de ring (tegenover Capucienenvoer). Een tweede afspraakplaats wordt aangeduid bij iedere activiteit als ze bekend is bij de opmaak van de kalender. Bij slechte weers­ omstandigheden worden de belangstellenden verzocht contact op te nemen met de verantwoordelijke van de activiteit. tussen 01 en 20 jan 2003

nationale telling van dagroofvogels

voor afspraak contacteer K. Moreau tel 0486/ 12 58 77 za 18 januari 2003

internationale watervogeltelling

voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38

vrijdag

24

januari

2003

jaarvergadering Natuurstudiegroep Dijleland Gastspreker: Jan Rodts De Sneeuwuilen in Vlaanderen en verplaatsings­ gegevens van gezenderde individuen in Alaska. Plaats: gemeentehuis Heverlee, Waversebaan 66 20.00 u. Iedereen is van harte welkom! info: Paul Herroelen: 016/73 40 69

J 155


Activiteiten

za 25 januari 2003

Mechelen Nationale Natuurstudiedag en Äigemene

Vergadering van de werkgroepen voor inlichtingen contacteer Natuurstudie tel 015/ 29 72 69 za 01 februari 2003

Brakona-contactdag te Leuven, College De Valk

info: F. Vanlerberghe tel O 16/ 26 72 69 za 15 februari

2003

internationale watervogeltelling

voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38 za 01 maart 2003

Belgische libellenstudiedag te Leuven

Zoölogisch lntituut,Ch. De Bériotstraat 40, zaal "Darwin", 9.30-16.30 u info: robby.stoks@bio.kuleuven.ac.be za 15 maart 2003

internationale watervogeltelling

voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38 za 22 maart 2003 zo 27 april 2003

Algemene Vergadering Natuurpunt, Ruca Antwerpen Dag van de Aarde

156

/


VUBPRESS

1

1

1

€ 14,90

1

1 Uitgeverii VUBPRESS Waversesteenweg 1 077 B- 1160 Brussel

ll

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

1 ,

1

1

i

1

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

• • 1

� •

i�

f

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever December 2002  

De Boomklever December 2002  

Profile for nsgd
Advertisement