__MAIN_TEXT__

Page 1

NATUURSTUDIEGROER . DIJLE LAND

Tiidschrift van de Natuurpunt , Natuurstudiegroep Diileland

Jaargang 30

-

september 2002


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur

Voorzitter: Paul Herroelen, Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem, 016.73.40.69 Secretaris: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 02.687.47.34 Penningmeester: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02.767.26.38 Bestuursleden: •

Monique Bekkers, Oostremstraat 4, 3020 Herent, 016.23.13.38

André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23.81.84

Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495.27.53.93

Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse, 010.86.24.66

Axel Smets, Grensstraat 31, 3078 Everberg, 02.757.11.67

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Axel Smets, Grensstraat 31, 3078 Everberg, 02.757.11.67, axel. smets@pandora.be

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle. moreau@bio.kuleuven.ac.be

Broedvogelatlasproject: Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 02.687.4 7.34, freek@village.uunet.be

Watervogeltellingen, trektellingen: Kris Van Scharen, Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02.767.26.38, kvschare@vub. ac.be

Werkgroep zoogdieren

Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, 0486.12.58.77, kelle.moreau@bio. kuleuven. ac. be

Werkgroep ongewervelden

Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016.23 .81.84, andre. verboven@chello.be

Website

http:/members.tripod.lycos.nl/Wielewaal_Leuven Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naarsubscribe-dijlevallei@topica.com


, , De Boom.klever "

"

' 'rl) �. Q," u ���"�m. . 1:�. 1t � ., . .. :-

.

,

"

Driemaandelijks tijdschrift. van Natuurstudiegroep Dijle/and, natuurhistorisèhe werkgroep

BUITEN GEKEKEN

van Natu.urpunt vzw.

Cape Clear Magic.".". . .. . . ""....".. ".".............." ......".... 66

Redactiekern

_ Fluyt, ·--Herwig ·Blockx, Frederik ..Maarten Hens, Paul Herroelen, Kelle Möreau en Kris Van Scharen

ONGEWERVELDEN Wapenvliegen in het Dijleland"".".. ""."."................ ".70

Redactie-adres

Artfkels-:ot �orJe bîjqragen wordeo..v�rwaçh� op t:let reqactjès�cretanaat, p/d Frederik Fluyt, Spit-sberg 4, 3040 Huldenberg E-mail: trèek@village;uunet.be

Hoe venkel de Koninginnepage kan redden""." . ". .7 5 .

VOGELS

·

·

Het copy.right .van de teksten en tekeniogên blijft bij- de auteur$ en tèkenaars. rnits hun . Ove.rnarhe îs · mogelijk . .

. uitdrt;Jkkelijke toelating . Abé;>nne'ment

.

.

· en De Geïnteress'eerden kunn Boomkle�er ontvangen door overschrijving vq_r.i 5 Euro op rekeningnummer oo1-1552.168-50 v.on Werkgroep.Dij!elànd p/a · Korbeekstraat 27, 306.1 Leefdaql met opgave van naani en adres. Actieve medewerkers van NSG Dijleland die tevens lid zijn van Natuuq::>,unt ontvai:-igen dit blad.gratis. ·

�dtuu.rpu.nt.

De Bijeneter Merops apiaster succesvolle broedvogel in Neerijse""". . "" ..""."."""""""""" .. ""."7 6 Regenwulpen Numenius phaeopus in Vlaams­ Brabant ( 1946

-

2002) :"".".""""..."."".""".""."".""".. 80

Broedseizoen brengt broedende Woudaap lxobrychus minutus naar Heverlee.""."........".".."...".88 Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving juni - augustus 2002."...."""""..".."".....86

ACTIVITEITEN Kalender der activiteiten okt - dec 2002.""...... "... " ...99

vzw

Natuurpu.nt· yzw.is de grootste vereniging voór .nafûur en .. lanc;ischap in Vlaanderén. Ze telt 47 .000 .leden en beheert 11 .ooo heètar-en n9hiürgèbied. Lid ·w6rden van Nalu.urpunt YZ>N kan door st.qrtin�i,v'g� 17 ,5 Euro op re�eningnum�mer ." 000-0000999-29.

65


Buiten gekeken

Cape Clear Magie (augustus '95) De doordringende geur van gebakken worstjes slaat me tegemoet als ik het "Bird Observatory" betreed. In de keuken staat een Ier van middelbare leef­ tijd over het fornuis gebogen. Mijn opgewekt 110h Hello Eamon, nice weather today" krijgt slechts een gemompelde grom als antwoord. Mijn volgende po­ ging "Not feeling well today, are you?" is er te veel aan. Hij draait zich met een ruk om en barst met roodomrande ogen uit: "Fuck off, will you!!" Ik maak me zo snel mogelijk uit de voeten, niks zo erg als een Ier die langzaam bijkomt van een nachtelijke marathon boordevol Guiness. Het is een stralende morgen en ik ga dus maar wat op het bankje zitten voor het kleine huisje dat hier gebruikt wordt als basis voor de vogelkijkers.

Van

hieruit kijk je uit op North Harbour, een piepklein haventje waar nu hooguit een vijftal boten liggen. Achter de haven rijst steil het eiland op, donkergroen met vlekkerig patroon van de bordeaux-rood gekleurde Erica cinerea.Enkele locals lopen af en aan, in de haven hangen wat zilvermeeuwen rond. De voorbije dagen heb ik hier ook al raaf en alpenkraai genoteerd. De gemoedelijke rust van North Harbour verdwijnt alleen als de ferry uit Baltimore hier aankomt of vertrekkensklaar ligt. 11Ferry" is een groot woord voor de uit de kluiten gegroeide vissersboot die dagjestoeristen naar Cape Clear lsland hier op de kade zet. Met de auto kom je er niet op.

En ook niet af: op de kade staan ettelijke

roestende wrakken te wachten op hun definitieve bestemming. Uit een roes­ tig gat in de koffer van een dichtbijstaande "has-been-Toyota" groeit een aardappelplant... V lakbij de aanlegsteiger en dus vanaf hier in "full view" ligt de dubbele glorie van het eiland. De twee enige café's van het eiland heten "Club Chleire" en 11Cotter' s". Alhoewel ik op het thuisfront zeker geen door­ winterde caféhanger ben, is dat op Cape Clear toch wel even anders. Alle vogelkijkers stromen 's avonds samen in één van de twee "tenten" en ver­ broederen er dan met de lokale bevolking. Als je met Eamon op stap gaat, is succes verzekerd. Hij kent het eiland, zijn vogels en zijn bewoners op zijn duimpje. "Hello Eamon, sing us a song" klonk het eergisterenavond en in geen tijd zat hij met een gitaar in een hoek. De ene na de andere klassieker werd luidkeels door het ganse café van harte meegebruld. In tegenstelling tot het vasteland is op dit eiland geen sprake van een sluitingsuur. De laatste boot waarmee een 11official" kan arriveren om het reilen en zeilen in de drankgelegenheden te inspecteren is om 6 uur 's avonds. Daarna is de kust veilig om tot een gat in de nacht te feesten. En dat moet je een Ier geen twee keer zeggen... Toch ben ik hier niet om onwelvoeglijke hoeveelheden gerstenat achterover te slaan.

Wie 11Cape Clear" zegt, zegt zeevogels.

Het eiland ligt voor de

zuidwestpunt van Ierland, in de Atlantische Oceaan. Vanaf half juli stroomt een leger aan zeevogels langs de westkust van Ierland en dus langs Cape

66


Buiten gekeken

Clear lsland. Zeevogelfanaten "doen" Cape vooral aan in augustus en sep­ tember.

In oktober komen nog meer vogelkijkers de plaatselijke bevolking

versterken. De geïsoleerde ligging van het eiland maakt het een onweerstaan­ bare magneet voor uitgeputte transatlantische dwaalgasten. Wat de Scillies zijn voor Engeland is Cape Clear voor Ierland. 11Goin' to Blanan', are you?" Eamon is al weer terug de oude en zonder mijn antwoord af te wachten ver­ dwijnt hij terug naar binnen: "I' Il be ready in a few minutes". V ijf minuten later zijn we op weg. "Blanan"' is de afkorting van "Blananarragaun", een rotsige landtong die de zuidpunt vormt van het eiland. Alhoewel je zeevogels kan zien vanop de andere in zee uitstekende kapen, vormt Blanan' het neusje van de zalm voor zeevogelkijkers. Een nadeel is dat je drie kwartier moet stappen om dit Mekka te bereiken. Niet dat het wandeltraject vervelend is, integendeel. Het eerste stuk is een smalle asfaltweg die geflankeerd is door eeuwenoude stenen muurtjes. Soms zijn ze overgroeid door bramen en kamperfoelie. Het vingerhoedskruid staat hier en daar nog te bloeien. Kleine ommuurde hooiweides wisselen af met niet bruik­ bare "waste ground" waar naast de inheemse flora feloranje Montbretia en de klokjes van de Fuchsiastruikjes strijden om de eerste plaats op de exotenlijst. Vogels zijn er natuurlijk ook: vooral roodborstjes zijn hier in ongebruikelijke aan­ tallen aanwezig. Op de stenen muurtjes zitte bonte kraaien wantrouwig naar ons te kijken. Op de toppen van de struiken houden enkele roodborsttapuiten de wacht. Even verder brengt Eamon me wat onvervalste 11twitcher-dedication" bij: "In that bush, the first Irish trush nightingale was seen. 1 had left the island just two days before. So, 1 had to come up from Dublin again..." De weg loopt op die plaats dood en we passeren eerst door een weide waar­ bij net als de vorige dagen e e n wijde bocht w o r d t beschreven. "At times, that buil can be dangerous" luidt de uitleg. Ik bekijk even het beest dat al generaties zeevogelfanaten ontzag inboezemt. In mijn fantasie zie ik al een weide bezaaid met gebroken statiefpoten en verscheurde stukken veld­ gids. Zijn horens zien er inderdaad vervaarlijk uit. "Come on, we've got to hurry" spoort mijn Ierse metgezel me aan. Buiten de weide loopt het pad door "kustheide" op een helling die steil afloopt naar zee. Hier heb je een weids uitzicht op de tweede beschutte baai van het eiland die toepasselijk "South Harbour" wordt genoemd. klaver te bloeien.

Naast het pad staan toefjes Engels gras en rol­

Een tapuit danst voor ons uit, wellicht een lokale broed­

vogel. Een kleine 500 m verder daalt het pad naar beneden en verdwijnt de toch al schaarse plantengroei. Vanaf hier steekt de kale rotsrichel Blanan' in zee uit. Aan de westkant is er een verticale wand tot 30 m hoog waar de zee tegenaan beukt. De andere zijde loopt schuin af naar zee. Vanaf hier gezien ziet deze plek met zijn donkere bruinzwarte rotslagen eruit als een onherbergzame uitloper van een vulkaan. Het is moeilijk om uit te zoeken hoe je hier best loopt op de ruige rotsklomp.

67 ,


Buiten gekeken

Eamon heeft dit traject al tientallen malen afgeklauterd. Met de telescoop op zijn schouder gaat hij voorop.

We passeren een manshoog gat in de rots­

wand. "In stormy weather, this is the most dangerous spot." legt mijn copain uit. "High breakers crash onto the rocks below and seawater is blown through this hole." Ik denk er niet aan om in stormweer hier rond te lopen, nochthans zie je dan pas grote aantallen vogels.

Bijna op het einde van de rotsvinger

zitten reeds een vijftal kerels achter hun telescoop de zee af te kijken. Terwijl ik me installeer bekijk ik even de omgeving.

De rotslagen zijn hier bepleisterd

met prachtig gele korstmossen. De zon is nog steeds van de partij en ook de wind laat het grotendeels afweten. gaat

dat

voor

ons

nog

Weinig zeevogels dus maar op Blanan' altijd

om

imposante

aantallen.

Jan-van-genten, de twee scholvers, zeekoeten, drieteenmeeuwen, Noordse stormvogels zijn hier "gemeengoed''.

Er wordt, behalve door mij, geen se­

conde aandacht aan besteed. Pijlstormvogels en aanverwanten, daar draait het hier om. Noordse pijlstorm­ vogels passeren hier in een onafgebroken stroom: als je 5'' naar een willekeu­ rige plek op zee k i jk t, z i e je er e e n paar over de g o lven k antelen. Af en toe wordt er "Sooty" geroepen, vergezeld van zijn uurwerkpositie en positie t.o.v. de horizon, zodat iedereen de grauwe pijlstormvogel in zijn kijker kan vangen.

Twee maal passeert een grote jager.

Inwendig vloek ik want

voor een telescoop was echt geen plaats meer in mijn rugzak. Een blunder want ook hier blijven de zeevogels telescoopwerk. De eerste dag was dat anders: toen passeerden er honderden stormvogeltjes laag fladderend voor­ bij de rotspunt. Kommentaar van Eamon: "Oh, look at those fuckin' stormies". Vandaag hoor ik slechts af en toe "storm petrel" uit het geroezemoes opklinken. Zeevogels blijven onvoorspelbaar, het is immers al een hele week stralend weer. Na een tweetal uren sterft de stroom zeevogels langzaam uit. Toch blijven de meesten onder ons koppig zitten. Je weet hier maar nooit, zelfs albatrossen worden hier jaarlijks genoteerd. Het zijn niet alleen zeevogels die onze aan­ dacht vragen. Een grijze zeehond hangt zo'n 10 m van de kant in het water en kijkt ons onbevreesd aan: "Wat doen die gekken daar toch altijd?" Eergis­ teren noteerden we 3 dwergvinvissen, bruinvissen, een vale pijlstormvogel en twee reuzenhaaien. Twee dagen later zit ik terug op Blanan'. Naast de pijlstomrvogels vliegt er "niks" tot plots de kreet "Turtle" uit de groep weerklinkt. Na enig gesticuleerwerk, gevloek en koortsachtig zoeken ziet iedereen het: een grote kop die schuin uit het water steekt. V lakbij de rots nog wel: met de kijker zie ik een star reptielen­ oog dat ons aankijkt alvorens langzaam terug de onderwaterwereld op te zoeken. Terwijl ik even in mijn arm knijp ("Een zeeschildpad in Ierland?!? Horen daar geen wuivende kokospalmen bij?") wordt er door de anderen druk ge­ speculeerd over de identiteit van het zeemonster. Was het een karetschildpad of zelfs, zoals sommigen stellig beweren, 11The giant of the ocean" oftewel een lederschildpad ? De meningen zijn verdeeld.

68


'

Buiten gekeken

Enkele minuten later duikt ze terug op, geen 1 O m uit de kust vergezeld van lovende (??) kritiek: "Yeah, show us that ugly head again". We kunnen nu ook het rugschild zien met langgerekte verhoogde ribbels. "Leatherback" roepen we tegelijk uit. Een 15" later verdwijnt ze definitief in de groene diepte. "Wow, at least 5 feet'' zegt mijn buurman en dat kan ik beamen. Ik schatte ze ook op minstens anderhalve meter lang.

Een kort gesprek met een van de oudge­

dienden leert mij dat deze tropische verrassing er eigenlijk geen is. In augustus worden er hier elk jaar zeeschildpadden gezien. Kennelijk komen ze op hun oceanische omzwervingen in de Golfstroom terecht en belanden dan uitein­ delijk hier. Een halfuur later wordt er alweer een schildpad gesignaleerd ("Sure it' s a second) maar nu blijft ze ver uit de kust. Tegen de middag breekt het merendeel van de groep op. Als de schildpad­ kenner vraagt hoe ik hier terecht kom ("We rarely see Belgians here on Clear") leg ik hem uit dat een vriend van mij hier al een paar maal geweest is en ... "A friend, who ?" onderbreekt hij mij ongeduldig. "Well, you probably won't know him" begin ik voorzichtig. "His name is Sven and..." Dit veroorzaakt een golf van herkenning bij 3, 4 omstaanders: "Ah, you know Sven.

You should

have told us earlier. That explains it all. .." Een kwartier later hebben we de rotswoestenij van Blanan' achter ons gela­ ten. In een lange rij vorderen we over het voetpad, richting beschaving. En­ kele "diehards" zijn achter gebleven.

Ze krijgen reeds versterking want ver

voor onze groep uit vordert een tweetal tegenliggers. Eén van de jonge sna­ ken bekijkt de nieuwkomers en roept iets naar mij wat ik niet onmiddellijk ver­ sta. "He says it's Sven" verduidelijkt Eamon. "Did you know he was coming ?" "No, not at all" moet ik bekennen. Het is al maanden geleden dat ik hem überhaupt nog gesproken heb. "Cape Clear Magie" mompelt Eamon veelbetekenend. Als onze groepen kruisen, is de verbazing wederzijds. Hij is vandaag gearriveerd en blijft tot be­ gin september. Sven en vriendin verdwijnen na een paar minuten naar "de punt". Als we willen bijpraten, zie ik hem gegarandeerd vanavond in één van de 2 drankgelegenheden. Zo zeker als één schildpad+ één schildpad er twee zijn ...

Herwig Blockx Herwig@mail.be

69


Ongewervelden

Wapenvliegen van het Dijleland Wapenvliegen zijn misschien niet even bekend als zweefvliegen, maar vor­ men een groep van zeer aantrekkelijke vliegen. Daarenboven is het voorko­ men van wapenvliegen vaak een goede indicator van hoge natuurwaarden, bv. zuiver water, een gezonde humuslaag, of oude bossen. Dit artikeltje geeft een overzicht van de wapenvliegenfauna van de Dijlevallei.

Inleiding Wapenvliegen zijn een van de primitiefste families van de vliegen. Ze danken hun naam aan de doorntjes aan het schildje die een aantal soorten hebben. Sommige soorten zijn, soms erg overtuigende, nabootsers van wespen en bijen. Andere zijn onopvallende zwarte vliegjes, weer andere zijn glimmende, brons­ kleurige vliegen. De familie is herkenbaar aan een typische, ronde cel in het centrum van de vleugel, de discaalcel. De volwassen vliegen zijn bloembezoekers en leven van nektar. Ze hebben korte monddelen en worden daarom vooral op bloemen met oppervlakkige nektarklieren, zoals schermbloemigen en Duizendblad, waargenomen. Bos­ soorten zijn vaak aan te treffen op bladeren, waar ze zonnen of zich met meel­ dauw voeden. De larven leven van organisch afval. Terrestrische soorten leven in mest, com­ post, of andere rottende plantendelen. Enkele soorten leven onder loszittende boomschors of in rottende boomholtes. De meeste soorten zijn aquatisch. Deze soorten vereisen zuiver en basenrijk water. Ze komen vooral voor in zout­ moerassen of in kalkrijke bronnen en beekjes. De larven kunnen tot 5 jaar oud worden voor ze verpoppen tot adulte vliegen. De meeste wapenvliegen zijn eerder zeldzaam en zijn hoogst uitzonderfijk in aantal aan te treffen. Een aantal soorten stellen bijzondere eisen aan hun bio­ toop. Vele soorten zijn gebonden aan zuiver water en kalkrijke kwel. Wapen­ vliegen zijn dan ook voor natuurbehoud belangrijk als indicators van deze uit­ zonderlijke milieuomstandigheden. Houtbewonende soorten zijn indicators van goed ontwikkelde bos-ecosystemen.

Wapenvliegen van het Dijleland Achtien soorten wapenvliegen zijn waargenomen in het Dijleland (gegevens van Natuurstudiegroep Dijleland). Uit geheel Belgie zijn 46 soorten bekend. In het Dijleland is dus ongeveer 403 van de Belgische fauna waargenomen. Ter vergelijking, de voorlopige soortenlijst van Natuurpark Viroin-Hermeuton telt 23 soorten.Vooral de zeldzame kalkgebonden soorten zijn daar meer aangetrof­ fen. 70


Ongewervelden

De soortenlijst van het Dijleland is gegeven in Tabel 1. Het voorkomen in onze regio is beschreven, tesamen met het voorkomen in Belgie zoals vermeld door Brugge ( 1987). Deze gegevens zijn zeer onvolledig door het lage aantal publicaties over deze insektengroep in Belgie. Desondanks kan het aantal vind­ plaatsen toch enige indicatie geven van de relatieve zeldzaamheid van de verschillende soorten. Met zijn verscheidenheid aan biotopen moeten er meer soorten in het Dijleland te ontdekken zijn. Aan de kalkrijke bronnen in het Rodebos en Meerdaalwoud kunnen er meer zeldzame Oxycera's voorkomen, terwijl de moerassen in Dijle­ en Laanvallei nog andere soorten van vochtige terreinen kunnen herbergen. Slechts 1 houtbewonende soort werd aangetroffen. In onze bosreservaten kun­ nen zeker meer soorten van deze gespecialiseerde groep aangetroffen wor­ den. Hotspots in onze regio zijn: Bertembos met vooral soorten van bosranden en hagen, de brongebieden in het Meerdaalwoud met soorten van kalkrijke kwel en bosbeekjes, en de Doode Bemde met moerassoorten.

Di.SCAl!U.€l

1

Fig. 269. Stratiomy idae (from Verrall). 1-Stratlomys pota m/da Mg., 2-Pach ygasru atu .

Panzer.

71


Ongewervelden

Tabel l: Wapenvliegen in het Dijleland

:.SC:>orf· ·' .

.

.

' •

,

. .

Beris chalybata

Zeer algemeen

Zeer algemeen

Beris monisii

Doode Bemde

15 vindplaatsen

Beris stroblis

Meerdaalwoud

7 vindplaatsen

Beris vallata

Algemeen

40 vindplaatsen

Chloromyia formosa

Zeer algemeen

Zeer algemeen

Overal

Chorisops tibialis

Bertembos

11 vindplaatsen

Bossen

Weinig talrijk

Bosranden, hagen

Bosranden, hagen

Microchrysa flavicornis

Bertembos & Koeheide

Microchrysa polita

Koe heide

Algemeen

Nemotelus nigrinus

Doode Bemde

21 vindplaatsen

Nemotelus pantherinus

Odontomyia ornata

Oplodontha viridula

Oxycera leonina

Doode Bemde, Egenhoven Meerdaalwoud Rodebos, Vijvers van Oud-Heverlee Bertembos & Meerdaalwoud

Bosranden . Vochtige bossen en bosranden Vochtige loofbossen Vochtige terreinen

Vochtige terreinen.

30 vindplaatsen

Moerassen

6 vindplaatsen

Moerassen

Algemeen

4 vindplaatsen

Vochtige terreinen Kalkrijke bronnen en kalkmoerassen

Pachygaster atra

Bertembos & Doode Bemde

30 vindplaatsen

Bosgebieden

Sargus bipunctatus

Bertembos

10 vindplaatsen

Bosranden, hagen

Stratiomys longicorne

Doode Bemde

12 vindplaatsen

Moerassen

Stratiomys potamida

In alle grote bossen

16 vindplaatsen

Stratiomys singularior

Laanvallei

17 vindplaatsen

Bronnen, bosbeekjes Moerassen

72

f


Ongewervelden

Verwante families Er zijn nog een aantal andere kleinere families, verwant aan de Wapenvliegen, waarvan soorten in het Dijleland zijn waargenomen. Venstervliegen (Scenopinidae) zijn vrij kleine zwarte vliegen; de algemeenste soort, Scenopius fenestralis, wordt vaak in oudere huizen of boerderijen aan de ramen waargenomen. De larven leven binnenshuis van de larven van Kleermotten en Tapijtkevers. Twee soorten komen voor in Belgie; enkelScenopius fenestralis is in het Dijleland waargenomen. De Houtwapenvliegen {Xylomyidae) zijn zeer verwant met de Wapenvliegen. De larven leven onder boomschors of in rottend hout, waar ze van rottend plantenmateriaal leven. De enige bekende soort van Belgie, Salva marginata, werd ook meermaals in het Dijleland waargenomen. Uit België zijn 2 soorten van de Houtvliegen {Xylophagidae) met zekerheid be­ kend. De adulte vliegen lijken op Houtwespen. De larven leven in rottend hout en Houtvliegen zijn dan ook indicators van oude bossen. Een exemplaar van de zeldzame Xylophagus compeditus werd waargenomen in het Meerdaal­ woud. Tabel 2: Verwante Families I'.

-

·

Familie •

�. ...

".

. �" . . �

�·.

.

•• · . .

'.:

·. · •• �

l

· •

·..

:

•·•

·c

. "S.oorten:in nel' : .obî�lanc:i, . .

·

"

"

••

• ·•

·'.

· .

. ·

...

i: •

Voói'kótti'èn:in. tiet . . oiJi�1�r1'cf� •

' "

•• 1

·

Scenopinidae (Venstervliegen)

Scenopius tenestralis

Lokaal

Xylomyidae (Houtwapenvliegen)

Salva marginata

Algemeen

Xylophagidae (Houtvliegen)

Xylophagus compeditus

Meerdaalwoud

Literatuur Aanbevolen werken zijn de volgende. Deze boeken zijn bestelbaar bij de Groene Winkel van Natuurpunt, tenzij eventueel het Britse boek dat bestel­ baar is bij

www.nhbs.co.uk

of andere gespecialiseerde postorder bedrijven.

Brugge, Ben ( 1987) Wapenvliegentabel. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht Dit boekje van de uitgeverij van de Nederlandse Jeugdbonden voor Natuur­ studie bevat identificatie tabellen tot alle soorten van de wapenvliegen en houtwapenvliegen. 73


OngeweNelden

Grootaert, Patrick, De Bruyn, Luc & De Meyer, Marc ( 799 7) Catalogue of the Diptera of Belgium. Studiedocumenten van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Deze cataloog bevat een opsomming van de 4 47 4 vliegen en muggensoorten van Belgie verspreid over 98 families. Dit werk is onontbeerlijk voor de Dipteren­ liefhebbers van Belgie. Stubbs, Alan and Drake, Martin (2001) British Soldierflies and Their Allies. British Entomological and Natura/ History Society Dit mooie boek behandelt, naast de families beschreven in dit artikeltje, ook Dazen, Snavelvliegen, en Roofvliegen. Identificatietabellen, beschrijvingen en foto's van alle Britse soorten zijn gegeven; helaas beschrijft dit boek niet alle soorten van Belgie. Van der Goot, Volkert ( 1985) De Snavelvliegen, Roofvliegen en Aanverwante Families van Noordwest-Europa. Wetenschappelijk Mededeling Nr 171 van de Koninklijke Natuurhistorische Vereniging. De familie van de houtvliegen (Xylophagidae) is behandeld in deze tabel. Joris Menten joris_menten@merck.com

Fig. 273. Sargus cuprarlu s L. (Stratiomyidae) (fro m Verrall).

74


'

-

OngeweNelden

Hoe venkel de Koninginnepage Papilio machaon kan redden Ik weet zelfs niet meer hoe ze er zijn terecht gekomen, maar sinds jàren heb­ ben we in onze tuin enkele overblijvende venkelplanten (Foeniculum vuigere) staan.

Vanuit modern tuinarchitecturaal oogpunt zijn het niet bepaald de

meest trendy planten, als forse kruidige gewassen (ze halen meer dan 2 me­ ter!) horen ze eerder thuis in rommelige pastorietuintjes of ouderwetse boeren­ hofjes. Maar het is helemaal niet vanwege een soort "bokrijkstreven" dat dit kruid een plaatsje heeft mogen veroveren in onze tuin. Want vanaf mei kan je ze steevast aantreffen op de fijne draadvormige bladeren: piepkleine gele kegeltjes: de eitjes van de Koninginnepage. Je hoeft zelfs niet erg veel geluk te hebben om op een zonnige dag er getuige van te zijn hoe het wijfje van deze dagvlinder her en der haar eitjes deponeert, nooit meer dan 1 op hetzelfde blad. Vanaf dan gaat het razendsnel. Na enkele dagen kruipen uit de eitjes kleine ruwbehaarde mormels "vogelkakjes" die in een mum van tijd transfor­ meren in prachtige groene rupsen met zwarte verticale zebrabanden waarop zich volgens een regelmatig patroon oranje stippen bevinden. Wanneer de rups op het punt staan te verpoppen, dan hebben we toch wel te doen met beestje ter grootte van mijn kleine pink. Bij aanraking van zo' n groen worstje ploppen boven de kop twee zwiebelende oranje sprieten uit, die een vreemde, niet geheel onaangename geurstof verstuiven. Verpoppen doen de rupsen zelden op de venkelplant zelf, eerder zoeken ze in de directe omgeving een geschikte houtige stengel waaraan ze zich vast­ hechten En zo gaat het een hele zomer door, generatie na generatie (vaak meerdere tegelijk) doet zich tegoed aan het geurige venkelloof. Na verloop van tijd kan je het succes van de venkelplant als broedkamer aflezen aan de vele zwarte rupsenpoepjes die zich op de grond verzamelen.

Tot begin oktober heb ik

nog rupsen kunnen aantreffen. Een voorzichtige schatting maakt dat er jaar­ lijks een goeie 40 koninginnepagerupsen per plant tot ontwikkeling komen. En dat is best aardig, als je weet dat de natuurlijke waardeplanten (net als venkel behoren ze allen tot de familie van de schermbloemigen, zoals Wilde peen) van deze toch niet zo algemene vlinder, dun gezaaid zijn in ons overgecultiveerd landschap. De boodschap mag intussen duidelijk zijn; als we met z'n allen een of meerdere overblijvende venkels aanplanten, dan zijn we voor de volgende jaren verzekerd van vele generaties Koninginnepages in onze regio! Frederik Fluyt Freek@village. uunet. be (op eenvoudig verzoek kunnen venkelzaadjes opgestuurd worde)

75


Vogels

De Bijeneter Merops apiaster succesvolle broedvogel in Neerijse Nieuw voor het Dijleland en voor Vlaams-Brabant

i

· � ) �iJéi1et.��:J<;i n .Né'e�iJ s � J" � et '('Fqtq: Fre�e.fi!<: fl t:Jy.t) " .· .

� �p�

t �t �.���.� �·

.:

.

·

· .

· .

.

0�( :;·

:�·

�ijtjê"tn�t"prq'6î ::tS.--çü�;·26

"

;, :: "" .

. .

"

·

.;

.. . . �

·

"

: :"J

Î;

Wat vooraf ging Ik vermoed dat wel elke Boomklever-lezer Bijeneters automatisch associeert met Zuid-en Oost-Europese landschappen en met het bijhorend klimaat. Hun veelkleurig, ronduit exotisch uiterlijk doet immers wat 'vreemd' aan in het 'grijze' Noorden. Nochtans is het voorkomen van deze soort in Noord-Europa niet geheel nieuw. Reeds 150 jaar geleden bereikten de Bijeneters Noord-Europa. Ook in onze regio zijn hiervan enkele sporen te vinden: 6 mei 1871, 6 ex. te Leuven waarvan 4 verzameld en in 1891 te Budingen, verz. KBIN (Giervalk 1943: 110). Sindsdien hebben de noordelijke grenzen van hun broedgebied zich herhaal­ defijk in zuidelijke richting teruggetrokken en dan weer naar het noorden uit­ gebreid. De redenen voor deze fluctuaties zijn vooralsnog onbekend en het is daarom zeker nog wat vroeg om de recente broedgevallen in Noordwest­ Europa (o.a. Nederland, België en zelfs Denemarken en Rnland!) zomaar op rekening van de 'Global Warming' te zetten.

76


l Vogels

Toch valt het op dat er in V laams-Brabant nauwelijks waarnemingen van deze soort werden gedaan voor 1985 en dat er sindsdien toch al een hele reeks werden opgetekend. Dat kan, zoals vaker bij zeldzamere soorten, uiteraard ook te maken hebben met het nog groeiend aantal waarnemers en met een betere soortenkennis. Paul Herroelen (van wie ook bovenstaande 19de eeuwse gegevens) leverde ons volgend overzichtje met waarnemingen in Vlaams-Brabant: •

juni 1964, Elewijt, 2 ex.

26 mei 1985, Overijse, 1Oex.

7 september 1986, Landen, 4 ex.

4 juli 1987, Overijse-Tombeek, 4 ex.

14 mei 1990, Diest-Webbekom,? ex.

23 juli 1994, Halle, 1 ex., Dutch Birding 16 :21

4 en 11 juni 2000, Boutersem-Bost, 1 ex., Vogels in België 6(3): 11

12-22 juni 2000, Boutersem-Lubbeek, 2 tot 4 ex. en op 21 juniwordt melding gemaakt van 2 nesten, Boomklever 28:63 en E.& P. Collaerts e.a. in Carpodacus 2000/3: 71

22 juni 2000, Pellenberg-zandgroeve, 3 ex., Boomklever 28: 63

19 juni 2000, St. Joris-Weert, 1 ex., JDR- Vogellijn

14 juli 2000, Boutersem-Lubbeek, 1 ex., P. Collaerts e.a. in Carpodacus 2000/3: 71

29 juli 2000, Lubbeek-zandgroeve, 1 ex., Boomklever 28: 63

2 augsutus 2000, Tollembeek, 2ex. , Carpodacus 2000/3 : 71

16 augustus 2000, Galmaarden, 2 ex., Carpodacus 2000/3: 71

Hieruit blijkt dat er dus wellicht een eerste broedpoging was in een Lubbeekse zandgroeve in 2000, maar verder dan het uitgraven van enkele nestholen kwa­ men de vogels blijkbaar niet. Toch was dit een aanzet om, sindsdien nog meer dan voorheen, ook in het Dijlelahd de verschillende zandgroeven en andere potentiële broedplaatsen niet langer alleen voor de Oeverzwaluwen te be­ zoeken". Op 2 juni van dit jaar was er dan inderdaad groot Bijeneternieuws. Niet uit Brabant, maar uit het toch nog nabije domein Puyenbroeck te Wachtebeke (Oost-V laanderen) kwam het bericht van een groep van een twintigtal Bijen­ eters waarvan er meteen een vijftal koppels begonnen te graven. Twee paren zouden later doorzetten maar toch was er uiteindelijk maar één broedpaar dat twee jongen kon grootbrengen.

Toch onverwacht bezoek Neen, helemaal onverwacht was het in feite dus niet, maar toch... Het eerste bericht over Bijeneters dat mij en alle anderen op de Dijleland-mail­ list op 17 juli 2002 bereikte kwam van Freek Fluyt die op zondag 14 juli heel even, maar dan wel van vlakbij, een Bijeneter zag in de Doode Bemde te Neerijse. Enkele dagen voordien, op 10 juli, meende hij overigens thuis in Hulden-

77


Vogels

berg al 'iets Bijeneter-achtigs' gezien en gehoord te hebben. Meteen werden alle zandgroeven van de streek bezocht rnaar tevergeefs: geen Bijeneter te zien. Maar plots ging het snel: Stephan P. signaleerde dat er (toch} een Bijen­ eter was gezien die in een zandgroeve een nestholte aan 't graven was in een oeverzwaluwkolonie. Na wat rondvragen bleek dit bericht afkomstig van Luc Vandenwyngaert, die in Neerijse Oeverzwaluwen ringt in de zandgroeven. De waarnemingsdatum van die 'graafwerken' bleek door terugrekenen 5 juli 2002 te zijn. Daarna volgden nog enkele nieuwe waarnemingen op diverse plaat­ sen in de Vallei. Chronologisch geeft dit het volgende overzicht: •

5 juli 2002, 1 (of 2?} gravende vogels in de Oeverzwaluwkolonie in de Ganzemansstraat (Luc Vandenwyngaert- die dit signaleert op het KBIN-ringdien�t, waarna dit bericht via Didier Vangeluwe van het KBIN vrij snel op de AVES-website terecht komt als één van de "trois sites occupées cette année entre la région de Gand et la vallée de la Dyle" (pers.med. en website AVES-juillet 2002)).

10 juli 2002, 1 vermoedelijke Bijeneter te Huldenberg door Freek gehoord en gezien (pers.med.}.

14 juli 2002, 1 zekere vogel in de Doode Bemde te Neerijse (Freek Fluyt­ maillist 17/7) .

16 juli 2002, 1 Bijeneter jaagt op libellen in de omgeving van de Dijlebrug in de Doode Bemde (Piet De Becker-maillist 22/7}.

18 juli 2002, 1 vogel 's morgens vroeg op een telefoondraad langs de Neerijsebaan te St. Joris-Weert (Piet De Becker-maillist 22/7).

18 juli 2002, Stephan Peten meldt een broedpoging in Neerijse (bij navraag blijkt dit opnieuw de melding Vandenwyngaert-Vangeluwe van 5/7 te betreffen).

En daarna werd het stil: niemand ziet nog een Bijeneter en de herhaalde be­ zoeken aan de verschillende zandgroeven leveren na uren observatie niets meer op. We berusten stilaan in de overtuiging dat het hier om een geïso­ leerde zomergast ging, tot ...

Een succesvol broedgeval Op donderdag 15 augustus, vrij laat in de avond, stuurt Freek mij een e-mail­ bericht van Dirk Vanderlinden door, die meldt dat hij rond 18u30 gedurende ongeveer een kwartier een Bijeneter zag rondcirkelen boven de oude zand­ groeve Peels, langs de Kerkenberg aan de Ganzemansstraat te Neerijse. 's Anderendaags, vrijdag 16/8, was ik om 9u30 ter plaatse aan de bewuste zandgroeve. Gedurende 25 minuten gebeurde er absoluut niets en net als ik er van overtuigd begon te geraken dat dit weer tevergeefs was, doken uit het niets plots twee roepende Bijeneters op. Eén van beide had duidelijk de bek

78

J


"

Vogels

vol met insecten (of één groot insect?). Beide vogels cirkelden nog enkele ogenblikken rond tot plots de vogel met de insecten een nestholte in de noor­ delijke wand van de groeve binnenvloog om er een tiental seconden later weer uit te vliegen, zonder insecten. Dit herhaalde zich in de daaropvolgende vijf minuten nog drie keer. Meteen was het duidelijk: er was een broedgeval van de Bijeneter en er waren zelfs al jongen! De daaropvolgende dagen werden de activiteiten van het ouderpaar van op veilige afstand gevolgd en vanaf zondag 25 augustus was af en toe een jong te zien in de opening van de nestholte. Vermits we telkens maar één jong te zien kregen dachten we dat er ook maar één jong in het nest zat. Later zou blijken dat dit een foutieve veronderstelling was. De oudervogels voederden soms zeer intensief, waarbij het voedsel in de onmiddellijke omgeving van het nest en de zandgroeve gevangen werd. Meestal opereerden ze daarbij van­ uit een zitplaats bovenop een bramenstruik op de rand van het talud. Soms, meestal als het een grotere vangst betrof, keerden ze even op die zitplaats terug om de prooi wat te' bewerken' voor ze aan de jongen werd gevoederd. Grote libellen, vlinders, sprinkhanen, kevers, wespen en hommels worden hier­ bij enkele malen tegen de braamtak, waar ze op zitten, geklopt. De prooi wordt echter daarna in zijn geheel naar het nest gebracht en dus niet vooraf in stukken verdeeld. Wat er in het nest gebeurt kunnen we uiteraard niet zien, maar ze bleven meestal een erg korte tijd binnen zodat ze niet veel 'dissectie' zullen gedaan hebben. De voederperioden worden ook geregeld onderbro­ ken door langere perioden van afwezigheid. Tijdens die periodes van 15 tot 30 minuten verdwijnen de vogels meestal samen richting Dijlevallei. Soms komen ze terug met voedsel, soms ook niet. Als je tijdens zo'n 'periode' nietsvermoe­ dend langs de zandgroeve loopt zie je dus niets"! Dat is dan ook de vermoe­ delijke reden waarom, ondanks alle eerdere zoektochten, het nest niet eerder werd gevonden. Het nest bevond zich dus in de· noordelijke kant van de groeve met de nest­ opening dus naar het Zuiden gericht. Het was een vrij groot hol op ongeveer 1 m onder de rand. De zandgroeve zelf is niet meer in gebruik en dus zonder toezicht. De omgeving van het nest kan dus probleemloos benaderd worden, waardoor er dus een reeël gevaar voor verstoring is. Gezien de onprettige ervaringen die men ondertussen had met de broedvogels in Wachtebeke werd beslist dit erg kwetsbare broedgeval niet 'aan de grote klok(= maillist) te han­ gen'. Wat is, op basis van al de juli en augustuswaarnemingen, het vermoedefijke verloop van dit broedgeval geweest: een eerste broedpoging werd wellicht begin juli ondernomen in de nog in gebruik zijnde zandgroeve, waar ook een actieve Oeverzwaluwkolonie was. Hier werden ze om één of andere reden (zanduitbating?, Oeverzwaluwdrukte?, ringactiviteiten?) verstoord, waarna ze uitwijken naar de SOOm verder gelegen rustige, verlaten zandgroeve.

79


Vogels

Rond 1O juli is het wijfje aan 't broeden en vliegt het mannetje in de Dijlevallei rond (zie waarnemingen 10-18 jufi). De broedtijd is in principe 20 dagen zodat de jongen vermoedefijk einde juli-begin augsutus geboren werden. De jongen blijven normaal zo'n dertig dagen in het nest en inderdaad op 29 augustus 's avonds zijn de jongen uitgevlogen (Steven Bouillon ziet de jongen in de nest­ holte en oudervogels om 18u30 nog wel, Freek Fluyt vindt om 19u een verlaten zandgroeve".). De ouders en de jongen verlaten dus meteen na het uitvlie­ gen de broedplaats maar nog niet de streek: op zondag 1 september om 14u30 werden minstens twee vogels gezien door Toon Roels in de Vaalbeek­ straat te Oud-Heverlee. Enige uren later ontdekte Joris Menten de twee ouder­ vogels en de twee (inderdaad!) jongen samen in de Doode Bemden te Neerijse, en ook de volgende dag, maandag 2 september werd het viertal hier nog gezien.

Op 3 september waren ze nergens meer te bespeuren".

Neerijse-vogels niet alleen in België en Noordwest­ Europa Het broedgeval in Neerijse staat dit jaar echter niet alleen in Noordwest-Eu­ ropa. Over het broedgeval in Wachtebeke vertelde ik reeds. Verder was er nog een broedpoging in Céroux-Mousty (in buurt van La Hulpe), waar een wijfjesvogel, die eerder in een vogelasiel was opgenomen werd vrijgelaten en ter plaatse zou gepaard zijn. Deze broedpoging werd einde jufi echter als mis­ lukt gemeld (website Aves). Dit paartje is zeker niet dat van Neerijse. Het wijfje werd immers bij vrijlating geringd en de wijfjesvogel in Neerijse was niet ge­ ringd. Verder zou er nog een broedgeval zijn in Luxemburg maar daarover is bij het schrijven van deze tekst nog niets gekend. Ook in de ons omliggende landen waren er broedgevallen: zo was er voor het eerst sinds 1955 nog een broedgeval in Engeland (Geert Spanoghe op de 'Belgian Birds'-maillist met verwijzing naar EBN-European Bird Net) en ook in Nederland waren er een drietal broedgevallen (2 in Friesland/Groningen en 1 in Noord-Holland- cfr. Mark Zevenbergen in 'Belgian bird-mail dd. 5/9/02) Het lijkt er dus duidelijk op dat de Bijeneters in 2002 een flinke opstoot naar het Noorden maakten. Wat ook hun redenen hiervoor waren, voor mij mogen ze in 2003 nog eens terugkomen. Kris van Scharen kvschare@vub.ac.be Met dank aan al de waarnemers en commentatoren: Freek Fluyt, Kelle Mor­ eau, Joris Menten, Piet De Becker, Toon Roels, Maarten Hens, Dirk Vanderlinden, Stephan Peten, Steven Bouillon, Luc vandenwyngaert, André Burnel(AVES), Didier Vangeluwe(KBIN), Mark Zevenbergen(NL).

80

I


Vogels

Regenwulpen Numenius phaeopus in Vlaams-Brabant

(1946-2002)

Meer dan vijftig jaar geleden waren volgens Lippens ( 1954} Regenwulpen 11rare

à l'intérieur des terres" en citeerde hij buiten gevallen in de Kempen en Hene­ gouwen, slechts één waarneming uit Brabant : 25 aug 1948 St. Joris-Weert. Oudere vondsten (zonder datum, Leuven en 16 april 1946 Pamel, alle twee in de verz. KBIN, Brussel} waren hem blijkbaar niet bekend. V ijftien jaar later deden Lippens & W ille { 1972) het beter; ze gaven aan dat er co 15 gevallen waren voor Brabant, evenveel als voor Henegouwen. In de Avifauna van België echter worden Brabant of Limburg niet vernoemd en wordt nogmaals aangeduid dat Regenwulpen "zelden diep in het binnenland" voor­ komen (Commissie voor de Belgische Avifauna 1967). Waarschijnlijk bedoelde men de provincies Namen, Luik en Luxemburg. In de periode 1948-1971 werden Regenwulpen in V laams-Brabant 12maal ge­ noteerd waarvan 7 gevallen in de Dijlevallei in de maanden april-mei 19651971 (Van Scharen & Joiris 1972}. Met de komst van meer waarnemers werd de soort beter bekend en werden de eerste gevallen in de Demervallei opgete­ kend vanaf 1981 (De Fraine 1983). Vanaf 1983 worden Regenwulpen alle jaren waargenomen, uitgezonderd in 1994.

Tabel 1 : Verdeling van de waarnemingen (per decade} tijdens het voorjaar

eerste decade

8wn

l2wn

tweede decade

l3wn

4wn

derde decade

18wn

Totaal: 55 waarnemingen

Voor zover bekend werden in maart nog geen Regenwulpen in V laams-Bra­ bant geobserveerd; de publicatie van een maartgeval (25-30 maart 1976 Wemmel overgenomen uit Aves 1976: 264) door Herroelen & al. (1978) slaat in werkelijkheid op een Wulp N. arquata.

81


Vogels

De vroegste observaties vonden plaats tijdens de eerste decade van april, de meeste te Tienen of in een aangrenzende gemeente: 10 april 1985 Tienen,05 april 1990 Tienen, 06 april 1992 Tienen, 07 april 1995 Boutersem-Willebringen, 06 april 1996Tienen,1 O april 1997 Tienen en 10 april 2002 V ilvoorde. De cijfers in april (39 wn) maken duidelijk dat de doortrek een hoogtepunt bereikt tijdens de derde decade van die maand en dan terugvalt naar tweederden in de eerste tien dagen van mei, een waarde die in de tweede decade van april al te zien is. Het einde van de doortrek situeert zich in de tweede decade van mei zoals vier data dat aantonen: 12 mei 2002 St. Agatha-Rode, 12 mei 2002 Zellik, 17 mei 1985 Webbekom-Broek en 17 mei 1993 Tienen. Hierop slechts één uitzon­ dering: op 01 juni 2002 vlogen te Tienen 2 ex naar het zuiden (E. Hoebrechts e.a. in databestand J. Cuppens, Velpe-Mene).

Tabel 2: Verdeling van de waarnemingen (per decade) tijdens het najaar '·

eerste decade

lOwn

3wn 3wn

tweede decade

4wn

8wn

derde decade

5wn

5wn

Totaal: 38 waarnemingen

De vroegste data waarop doortrekkers werden vastgesteld zijn 13 juli 2002 Tienen en 14 juli 1992 "Salvator". De getallen in augustus weerspiegelen de voornaamste doortrek in die maand. Het einde ervan vindt plaats in de tweede decade van september: 12 sept 1981 Zichem, 14 sept 1987 Dijlevallei (Florival) en 17 sept 2000 Leefdaal. Een vergelijking tussen de aantallen van het voorjaar (55 wn) en die van het najaar (38 wn) wijzen in de richting van een asymetrische doortrek zoals door Van Scharen & Joiris (1972) eerder werd verondersteld. Het valt op dat sofitaire vogels de meerderheid vormen van de doortrekkers

(30 op de voorjaarstrek, 25 tijdens het najaar), dat groepen van 2 of 3 vogels niet veel gezien worden en die van 4 en 5 ex nog minder. Hogere aantallen worden voornamelijk in augustus vastgesteld maar een groep van 47 of 48 ex kan zowel tijdens het najaar als in de lente voorkomen. Een gezelschap van 122 ex blijft een uitzondering; ze werden geteld te Tienen op 24 aug 1998 om 21 u. Men magredelijk veronderstellen dat grote groepen concentraties zijn, op zoek naar een slaapplaats.

82


Vogels

Tabel 3: Groepsgrootte , ., .

.

,, . . .

." �:

.

:

. ·

;,

•.

�:P,r.li: ".

;

··mei • �

'

.

'

i"'91i .

:r

,.

"

aug." .

.•

-

.

sëpt..

totaal

ex.

22 x

8X

5X

17 x

3X

55 x

2 ex.

10 x

lX

3X

lX

2X

17 x

3ex.

1x

2X

2X

1x

4 ex.

2X

5ex.

1 x

2X

6 ex.

22 ex.

12 ex.

48 ex.

1

6X 1 x

3X 3X

\

f

Andere getallen

8 ex.

10 ex. 19 ex.

13 ex.

20 ex.

17 ex.

47 ex. 122 ex.

Referenties Commissie voor de Belgische Avifauna 1967. Avifauna van België. Giervalk 57: 273-363. De Fraine R. 1983. Avifauna van de Demervallei. Federatie Leefmilieu Hageland, Aar­ schot. Herroelen P., R. De Fraine, E. Callebaut en J. De Boe. 1978. Inventaris van de vogels van Brabant. Eerste aanvulling, 1975-1976. De Wielewaal afd. Brussel, Brussel. Lippens L. 1954. Les oiseaux d'eau de Belgique. 2e édition. Vercruysse-Vanhove,Saint­

J i\

1 "

A ndré-lez-Bruges. Lippens L. & H. Wille 1972. Atlas van de vogels in België en West-Europa. Lannoo, Tielt. Van Scharen K. Een eeuw op stelten. Steltlopers in de Dijlevallei 1901-2000 in Hens M. (red.)2000. Vogels in het Dijleland. De Vrienden van Hever1eebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven. Van Scharen K. et C. Joiris 1972. Les oiseaux d'eau dans la vallée de la Dyle (Brabant) de juillet 1964 àjuin 1971. Aves 9: 141-186.

Paul Herroelen paul.herroelen@tiscali.be

83


Vogels

Broedseizoen 2002 brengt broedende Woudaap lxobrychus minutus naar Heverlee. Na soorten als Watersnip, Bijeneter, Rietzanger en Bonte Vliegenvanger kon in het Dijleland tijdens het broedseizoen van 2002 nog een vijfde nieuwe broed足 vogelsoort worden genoteerd. Na 27 jaren van volledige afwezigheid broedde namelijk een koppel Woudaap lxobrychus minutus te Heverlee/Abdij van 't Park.

Een kort relaas van de waarnemingen van voorbije zomer: Het begon hier allemaal op 25/06 met een auditieve waarneming van een roepende Woudaap door Bart Creemers. De verschillende tonen werden door pauzes van 3 tot 5 seconden van elkaar gescheiden. Ook Jos Grootjans hoorde tijdens de laatste week van juni voor 't eerst een Woudaap langs de vijvers van de Abdij van 't Park. Vanaf dan kon de soort daar onafgebroken tot 15 augus足 tus worden gehoord, voornamelijk 's morgens en 's avonds op zonnige dagen (waarnemers: Jos Grootjans, Wim Coucke, Johan Vanautagerden, Chris Von足 den Haute e.a.). In deze periode werden ook enkele visuele waarnemingen verricht, met onder meer een koppel vliegend tussen de twee vijvers langs de spoorweg en een mannetje klimmend in de lisdodde en daarna vfiegend naar een volgende vijver. Eind juli werd op een dag rond 6u30 's morgens dan ook een juveniel waargenomen (met lichter wordende armdekveren) langs de eerste vijver langs de spoorweg (Jos Grootjans). Iedereen zal begrijpen dat deze waarnemingen, in het belang van het welslagen van het broedgeval, werden stilgehouden tot na het vertrek van de vogels. Een korte historische schets van het verleden van deze soort in regio Dijleland (naar Hens, 2000) : De Woudaap was in ieder geval een voormalige broedvogel in de Dijlevallei, maar veel concrete data omtrent de historische broedgevallen is er niet. Herroelen ( 1952) vermeldt nestvondsten in 1943, 1944 en 1951 (Oud-Heverlee, 6 eieren). Te Oud-Heverlee waren er ook in 1959 en 1960 nog broedgevallen. De laatste twee broedgevallen voor het Dijleland werden genoteerd in 1964. Te Kessel-Lo, waar de soort tot dan jaarlijks broedde, werd toen een broed足 geval vastgesteld, alsook te Florival (Ottenburg), waar een nest met 7 eieren werd gevonden en verzameld (verz. KBIN). Voor het laatste broedgeval voor 2002 moesten we dus al 37 jaren terugtellen.

84


Voge ls

Alle gekende gevallen vanaf 1965 : •

14 april 1966 Florival, Ottenburg (Van Scharen & Joiris, 1972)

24 april 1966 Sint-Agatha-Rode (Aves 7:55)

5 mei 1986 Oud-Heverlee, mannetje (F. Walterus)

30 juni 1971 Florival, Ottenburg, vrouwtje (Van Scharen & Joiris, 1972)

19 augustus 1971 Dijlevallei

29 mei 1974 Oud-Heverlee, vrouwtje (Wielewaal 40 : 343)

Om een correcte inschatting van de status van de Woudaap als broedvogel voor gans V laanderen te kunnen maken moet vooralsnog worden gewacht op de exacte resultaten van de laatste broedseizoenen. Het staat alleszins vast dat de soort terug aan een zeer geleidelijke opmars is begonnen maar om al victorie te kraaien is het voorlopig nog veel te vroeg. Indien a priori ge­ weten was dat de Woudaap terug in de Dijlevallei zou gaan broeden hadden we hem misschien eerder verwacht te Oud-Heverlee, in de Doode Bemde of te Ottenburg/ Florivalvijvers. Dat Woudapen tegenwoordig echter wel vaker broeden op plaatsen waar ze in eerste instantie niet verwacht werden blijkt ook uit reacties die we onder meer uit het Kortrijkse ontvingen. Dunne vegetatie­ kragenblijken vaak al voldoende te zijn. Op het domein van de Abdij van 't Park kenden Riet Phragmites australis en Lisdodde Typha sp. na het recente openkappen van de dijken (winter 2001-2002) een sterke oppervlaktetoename. Een

woord van dank gaat dan ook uit van alle natuurliefhebbers naar de

V rienden van d' Abdij, de terreinbeherende instantie wiens noeste arbeid be­ kroond werd met dit spectaculaire broedgeval.

Referenties Hens, M. (2000) -Avifauna van het Dijleland: Gedocumenteerde soortenlijst 1901 - 2000. In: Vogels in het Dijleland (M. Hens, Ed:), De Vrienden van Heverieebos en Meerdaal­ woud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven, ppn.185-237. Herroelen, P. (1952) - Bijdrage tot de studie van de vogels van de Dijlevallei en van en­ kele p laatsen rond Leuven. De Giervalk, 42:222-246. Van Scharen, K. & C. Joiris { 1972) - Les oiseaux d'eaux dans la vallée de la Dyle (Brabant), de juillet 1964 à juin 1971. Aves, 9: 141-186.

Moreau K., J. Grootjans, W. Coucke, C. Vonden Haute

85

I


Vogels

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, Juni - augustus 2002 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode juni - augustus 2002. De bestreken regio omvat de gemeenten Herent, Bertem, Leuven, Oud­ Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de pe­ riode september - november 2002 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 december 2002 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t: 0486/125877, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be . Voor het meest recente uitgebreide natuurnieuws uit het Dijleland kan je ook terecht op de website van

de

N a t u urstudiegroep

Dijleland

(http://members.lycos.nl /

Wielewaal_Leuven/). Met een gemiddelde temperatuur van 17,8 °C was de zomer van 2002 één van de warmste van de afgelopen tien jaar. De totale neerslaghoeveelheid van slechts 340,9 l/m_ maakte dat hij bovendien één van de droogste uit de laatste 30 jaren werd. Juni gedroeg zich klimatologisch vrij normaal. Op avifaunistisch gebied leverde deze maand onder meer 6 Ooievaars, 1 Grauwe Kiekendief, 4 Visarenden, 5 Scholeksters, 1 Visdief en 9 groepjes Kruisbek op. Tijdens deze maand doen zich (zekere of waarschijnlijke) broedgevallen voor van Rietzanger en Bonte Vfiegenvanger, beiden nieuw voor de regio. Broedgevallen van Kleine Plevier (zeker} en Watersnip (waarschijnlijk, nieuwkomer!) moeten nu zowat ten einde lopen. Op de plateaus ten W van de Dijlevallei lijkt de Kwartel het dit jaar nog eens behoorlijk gedaan te hebben terwijl daar ook een nieuwe zangpost van Grauwe Gors werd ontdekt. De hoop dat er dit jaar rond de Bertemse Koe­ heide Grauwe Klauwieren zouden gaan broeden werd ook dit jaar niet ingelost, hoewel er daar in mei een vrouwtje gezien werd. Tijdens de eerste twee decaden van juli bleken er geen drastische veranderin­ gen op te treden in het weer. Dit was het moment om de plaatselijke watervo­ gels eens extra in het oog te houden. Met slechts één zeker broedgeval van Krakeend en één mogelijk van Wintertaling (en dus geen van Zomertaling} was het voor de eenden dus zeker geen goed broedseizoen. In de derde decade van juli steeg de gemiddelde temperatuur echter tot 19,9 °C, wat 2,3

°C warmer is dan in de gemiddelde julimaand (gebeurt eens per zes jaar).

Plots verschenen te Neerijse/Grote Bron grotere aantallen fuutachtigen met tot 73 Futen en 3 Geoorde Futen. Ook verscheen er een vroege juveniele Berg­ eend en twee al even vroege Smienten (gevolgd begin augustus door nog 2 ex.}.

86


Vogels

Juli staat bekend als de maand met het dunst bevolkte waarnemersnet over de streek. Dat er in die maand nochtans 'speciallekes' kunnen passeren be­ wezen onder andere een Zwarte Ooievaar en een Visarend maar bovenal een mannetje Roodpootvalk. Augustus begon dan weer zoals een gemiddelde augustus dat doet maar dan wordt het opnieuw warmer. De derde decade wordt de warmste van de afgelopen zes jaar en de tweede decade zelfs de warmste van de laatste tien jaar. Bij de bijzondere broedende roofvogels, zoals Wespendief en Boomvalk, vliegen nu de laatste jongen uit. Maar er komen nog veel spectaculairdere nieuwkomers onder de broedvogels aan het licht! Een koppel Bijeneters bracht twee jongen groot in een verlaten zandgroeve te Neerijse terwijl te Heverlee/ Abdij van •t Park een koppel Woudaapjes minstens één juveniel opvoedde. Op het einde van de maand verbleef een vrouwtje Krooneend, dat eerder mogelijk met pulli werd gezien, te Neerijse/Grote Bron. De traag op gang ko­ mende terugtrek leverde tijdens de tweede helft van augustus naast de no­ dige Boompiepers, Paapjes en Tapuiten, ook een juveniele Purperreiger, 3 Witte en 2 Zwarte Ooievaars, 3 mogelijke Grauwe Kiekendieven (niet in verslag op­ genomen), 2 Visarenden, 1 Slechtvalk, 1 juveniele Stormmeeuw, 1 juveniele Zwarte Stern, 2 Visdieven, 8 Duinpiepers en 26 groepjes Kruisbek op. Is het nog nodig te vermelden dat de omvangrijke kruisbekkeninvasie die we te verwer­ ken kregen één der grootste van de laatste decaden moet geweest zijn? Waarnemingen van ondermeer Knobbelzwaan, Canadese Gans, Nijlgans, Tafeleend, Kuifeend, Dodaars, Havik, Waterral, Steenuil, Bosuil, Ransuil, IJsvogel, Zwarte Specht, Middelste Bonte Specht, Kleine Bonte Specht, Gele Kwikstaart, Grote Gele Kwikstaart, Blauwborst, Kramsvogel, Sprinkhaanzanger, Spotvogel, Fluiter, Vuurgoudhaan, Grauwe Vliegenvanger, W ielewaal, Roek, Putter, Goud­ vink , Appelvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Wel werd er een·nagekomen januariwaarneming van een Bruine Kiekendief opgenomen, alsook oudere voorjaarsdata van Watersnip en Grauwe Klauwier die eerder omwille van het gevaar voor verstoring niet werden vrij gegeven. Soorten die normaal wel in de waarnemingenoverzichten worden opgenomen maar daar ditmaal voor te lange opsommingen zouden zorgen omwille van het grotere aantal waarnemingen zijn Zomertaling {22 waarn.), Bruine Kiekendief {51 waarn.), Kleine Mantelmeeuw (19 waam.} en Grauwe Vliegenvanger (11 waarn.). Ook de regelmatigere steltlopers (Tureluur, Groenpootruiter, Bosruiter, Witgat, Oeverloper en Kemphaan) moesten er aan geloven. Net zoals de steltloperwaarnemingen uit de periode maart-mei 2002 zullen deze in een volgende editie van de Boom.klever afzonderlijk behandeld worden. Voor de Kruisbek wordt omwille van het erg uitzonderfijke karakter van de zomerinvasie wel een dergelijke opsomming gegeven. Van enkele andere soorten, zoals Wespendief, Boomvalk en Watersnip werden enkel de broedgegevens vermeld. Een getal tussen haakjes achter de soortnaam slaat op het aantal waarnemingen dat tijdens de behandelde periode voor deze soort werd ontvangen. 87

I


Vogels

Bergeend Tadoma tadoma

07/06 1 koppel te Oud-Heverlee/N

(F.

Fluyt)

15/06 1 ex. te Neerijse/Grote Bron (B. Nef) 21/07 1 juv te Neerijse/Grote Bron (K. Moreau) Vermeldenswaard is bovendien dat de soort dit jaar in de Waalse Dijlevallei succesvol broedde: op 23/06 1 koppel met 9 jongen te Basse-Wavre (B. Nef}.

Smient Moreco penelope

21 /07 2 ad w te Neerijse/Grote Bron (K. Moreau, K. Van Scharen) 09/08 2 ex. te Neerijse/Kliniekvijvers (F. Fluyt)

Krakeend Moreco strepero (19)

Maandmaxima : 23/06 8 ad te Oud-Heverlee/N

(L.

Hendrickx, B. Nef), 13 ex. te Oud-Heverlee/Z,

4 ad te Neerijse/Grote Bron (B. Nef) 27/07 1 ad m + 4 ad v te Oud-Heverlee/N, 1 ad v te Oud-Heverlee/Z, 11 ex. te Neerijse/Grote Bron (K. Moreau) In augustus waren er enkel waarnemingen van solitaire individuen. Er kon dit jaar slechts één broedgeval worden bewezen : op 13/07 14 ad en 8 pulli te Neerijse/Grote Bron (F. Fluyt).

Slobeend Anos c/ypeato

Alle waarnemingen : 23/06 1 koppel te Neerijse/Kliniekvijvers, 1 m te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (B. Nef) 26/06 1 koppel te Oud-Heverlee/N (F. Fluyt) 07/08 3 ex. te Oud-Heverlee/N, 1 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Walravens) 09/08 4 ex. eclips te Neerijse/Kliniekvijvers (F. Fluyt)

Wintertaling Anos crecco (30)

Gans de zomer door aanwezig in groepjes tot 5 ex., hoofdzakelijk te Oud­ Heverlee en in de Doode Bemde (versch. waarn.). Het grootste juni-aantal werd geteld op 26/06 met 5 ex. te Oud-Heverlee/N en 8 ex. te Oud-Heverlee/ Z

(F.

Fluyt). Dit is een redelijk hoog aantal voor eind juni. Het was wel frustrerend

dat er nergens zekere broedgevallen konden worden aangetoond. Het enige mogefijk broedgeval kwam op 19/07 van Neerijse/Grote Bron, waar mogelijk een vrouwtje met 2 jongen zat (W. Desmet). Vanaf de tweede decade van augustus beginnen de aantallen op te lopen met op 11, 17 en 31/08 resp. 12 ex. te Oud-Heverlee/Z, 23 ex. te Oud-Heverlee/N Oud-Heverlee/N

(J.

(F.

Fluyt) en min. 50 ex. te

Nysten).

88

I


Vogels

Krooneend

Netto rufina

Na waarnemingen van mogelijke Krooneenden te Kessel-Lo/Leopoldspark (mogelijk 5 vrouwtjes of immaturen op 02/07, S.Bouillon) en Neerijse/Grote Bron {mogelijk een vrouwtje met 7 pulli op 16/07, G. Vandermeulen) werd op deze laatste plaats nog een vrouwtje gezien op 25 en 31 /08 (F. Fluyt).

Kwartel

Coturnix coturnix

10/06 1 zp te Leefdaal/Bredeweg (G. Meeus) 13/06 rond 20u 1 opvliegend ex. te Bertem/plateau {S. Bouillon) 15/06 's namiddags 1 zp in een graanveld rond het 'wit huisje' te Bertem/ plateau (S. Bouillon) 16/061 zingend ex. te Leefdaal/plateau (oost van Bredeweg) (S. Horemans) 29/06 's avonds 5 zp in het gebied Duisburg/Neerijse/Leefdaal (F. Fluyt, K. Van Scharen, A. Verboven, D. Vanderlinden) 06/07 1 zp te Bertem/plateau {aan de uithoek tegen Bertem/E40) (S. Bouillon) 15/08 1 roepend ex. te Leefdaal/Bredeweg (F. Fluyt, K. Van Scharen, J. Menten)

Geoorde Fuut 21-27/07

Fuut

Podiceps nigricollis

3 juv te Neerijse/Grote Bron {K. Moreau, K. Van Scharen)

Podiceps cristatus

(38)

Op 21 /07 werd te Neerijse/Grote Bron een voor de Dijlevallei erg grote con­ centratie Futen geteld, maar liefst minstens 73 adulten (waarvan min. 4 op nest) zaten hier bij elkaar

(K. Van Scharen). Dit is zeker een record,

zelfs voor de

hele vallei is dit een zelden gezien hoog getal.

Aalscholver

Phalacrocorax carbo sinensis

(30)

Op 26 en 30/06 zat te Oud-Heverlee/Zeen Deense immatuur met een groene kleurring met witte inscriptie R1H aan de rechterpoot (F. Fluyt). Deze vogel bleek achteraf als nestjong geringd te zijn op 08/06/01 te Yderste Helm, Stavns Fjord, SamsĂś, ZW Kattegat, Denemarken {T. Bregnballe).

Purperreiger

Ardea purpurea

18/08 om 9u30 1 juveniel te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek {F.W.)

89


Vogels

Woudaap Jxobrychus minutus Op 25/06 werd 1 ex. auditief waargenomen te Heverlee/Abdij van •t Park {B. Creemers). Dit is de eerste waarneming van deze soort in het Dijleland sinds er op 29/05/74 een wijfje werd gezien te Oud-Heverlee . Maar het werd nog be­ tert Tijdens de maand juli en tot op 15/08 werd de soort te Heverlee namelijk regelmatig gehoord en er volgden ook enkele visuele waarnemingen van een koppel (J. Grootjans, W. Coucke, J. Vanautgaerden, C. Vonden Haute). Eind juli werd dan ook een juveniel gezien (J. Grootjans). Dat de Woudaap nog in het Dijleland broedde was al geleden van in 1964, toen broedgevallen plaats­ vonden te Kessel-Lo en te Florival, Ottenburg. Meer info hierover vind je in een apart artikel elders in dit nummer.

Ooievaar Ciconia ciconia 30/05 1 ex. cirkelend boven Neerijse/dorpskern (J. Verroken) 01/06 rond 17u30 1 ex. pleisterend te Oud-Heverlee/N (M. Schurmans) 08/06 rond de middag 1 ex. vrij laag naar 0 over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

.

18/06 2 ex. boven Tourinnes-la-Grosse (H. Blockx} 23/06 2 ex. hoog naar Z over Oud-Heverlee/N {F. Fluyt) 25/08 's voormiddags 1 ex. over Sint-Joris-Weert/Neerijsebaan {P. De Becker) 29/08 1 ex. laag toerend boven de Doode Bemde (F. Fluyt} 30/08 tussen 13u30 en 14u30 1 ex. rondcirkelend in de buurt van Sint-Agatha­ Rode (J. Menten)

Zwarte Ooievaar Ciconia nigra 22/07 om 12u 1 juv thermiekend naar W over Huldenberg/Spitsberg {F. Fluyt) 11/08 om 13u 15 2 ex. naar ZZO over Leefdaal/Korbeekstraat {K. Van Scharen)

Wespendief Pernis apivorus (49) Voor de Wespendief is de periode juni-augustus er een van grote verscheiden­ heid in de waarnemingen. Terwijl tot eind juni nog nieuwe locaties bezet wer­ den begon men vanaf de tweede decade van augustus al terugtrekkers waar te nemen. In de daartussen liggende periode werd broedindicatief gedrag vastgesteld te Terlanen (H. Roosen), rondom Sint-Agatha-Rode/Grootbroek, rondom Huldenberg/Spitsberg, te Loonbeek/Margijsbos (F. Fluyt), te Tervuren ( M . Herremans, A . Reygel), te Heverlee tussen Campus Arenberg en Egenhovenbos (G. Meeus), in Heverleebos (K. Moreau} en in Meerdaalwoud (M. Walravens, K. Moreau). Enkel te Terlanen werd een zeer waarschijnlijk pas uitgevlogen juveniel waargenomen op 13/08 {H. Roosen}.

90

/


Vogels

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus 06/01 1 v te Bertem/Koeheide (G. Bleys, F. Geenen, H. Bleys)

Grauwe Kiekendief Circus pygargus 30/06 's avonds 1v jagend boven de velden rondom de Holleweg te Loonbeek/Huldenberg/ Neerijse (F. Fluyt)

Visarend Pandion haliaetus Zeven zomerwaarnemingen dit jaar. Mogen we echt gaan hopen op de toe­ komstige vestiging van de V isarend als broedvogel in de Dijlevallei? 11/06 1 ex. te Oud-Heverlee/Z, vangt kanjer van een vis (W. Desmet) 15/06 rond 18u 1 ex. te Oud-Heverlee (M. Schurmans, J. Nysten) 17/06 's morgens 1 ex. op dode tak te Ormendaal (net ten N van Korbeek­ Dijle)

(1.

Wanders), rond 18u een passerend ex. te Oud-Heverlee/N (J.

Nysten) 17/07 rond 12u een biddend ex. te Heverlee/Abdij van 't Park (K. Moreau) 09 /08 om 15u30 1 ex. laag over Leefdaal (K. Van Scharen) 13/08 om 12u 1 ex. naar ZW over Terlanen (H. Roosen)

Roodpootvalk Fa/co vespertinus 27/07 om 8u30 passeert een mannetje laag naar 0 over Bertem/plateau (S. Bouillon), het tweede ex. voor de streek in enkele maanden tijd na een man­ netje op 18/05 te Oud-Heverlee/N.

Boomvalk Fa/co subbuteo (51)

·

Broedverdachte Boomvalken waren er dit jaar te Oud-Heverlee (werden vooral noordelijk gezien maar broedden waarschijnlijk in het gedeelte tussen de N­ en Z-vijvers)

(F.

Fluyt, B. Nef, W. Desmet, K. Van Scharen, K. Moreau). Op 15/07

werden hier voor •t eerst drie ex. gezien (W. Desmet) en op 17 /07 bleek het derde ex. een uitgevlogen juveniel te zijn (K. Van Scharen. Verder werd er ver­ moedelijk gebroed rondom Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt), te Sint-Agatha­ Rode/Grootbroek (J. Nysten) en te Blanden/Kartuizerstraat (R. Verhuizen, K. Moreau).

Slechtvalk Fa/co peregrinus 30/08 1 ex. te Loonbeek/Hollestraat op Houtduiven jagend (F. Fluyt), een twee­ tal weken geleden werd hier ook al een ex. gezien (H. Blockx)

91


Vogels

Goudplevier Pluvialis apricaria 24/08 1 ex. over Loonbeek (F. Fluyt) 25/08 1 ex. over Loonbeek (F. Fluyt) en 1 ex. over Leefdaal/Bredeweg

(K.

Van

Scharen, G. Meeus)

Kleine Plevier Charadrius dubius Dit voorjaar broedde een koppel succesvol te Terlanen/Bilande (H. Roosen, F. Vandeputte). Op 16/06 werden de drie volgroeide jongen hier voor de laatste keer waargenomen en op 23/06 zat er een derde ad bij, waaronder het op­ nieuw baltsende mannetje (H. Roosen). Verder drie zomer-waarnemingen : 17 /06 1 ex. aan uitdrogende plas te Leuven/Industrieterrein (Dijledreef) (W. Rommens) 29/06 een solitair ex. in NO-Herent (M. Depauw) 05/07 om 2u •s ochtends 1 ex. roepend over Leuven/Peterselieberg (F. Van de Meutter)

Scholekster Haematopus ostralegus 15/06 tussen 21u en 22u 5 ex. te OHN/weilanden

(J.

Verliefden)

Regenwulp Numenius phaeopus 24/07 om 20u meerdere ex. auditief over Winksele/Lipselaan

(J. Wellekens)

Watersnip Gallinago gallinago De Watersnip broedde in het Dijleland voor de laatste keer met zekerheid te Meerbeek in 1976. De vorming van reservaten en het introduceren van beheers­ werken deed de hoop op een hervestiging van deze soort reeds enige tijd weer oplopen. Op 29/03 werd in de Doode Bemde dan eindelijk terug een baltsende Watersnip waargenomen en er werd een oproep gelanceerd om de potentieel geschikte drasweiden en zeggevelden niet meer te doorlopen. Tot eind mei konden nog avondlijke vluchten worden geobserveerd. Naar alle waarschijnlijkheid heeft er zich in de Doode Bemde dus minstens 1 waarschijn­ lijk broedgeval voorgedaan (F. Fluyt, P. De Becker).

Stormmeeuw Larus conus 13/08 1 juveniel te Heverlee/ Abdij van •t Park

(K. Moreau)

Een snelle zoektocht in de archieven (volgende opsomming dus mogelijk on­ volledig) leverde amper zes augustusgevallen van juveniele Stormmeeuwen op, waarvan eentje uit de Dijlevallei : op 30/08/72 1 juveniel te Oud-Heverlee. (P. Herroelen) 92

,


Vogels

Zwarte Stern

Chlidonias niger

17-18/08

1 juveniel te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (J. Menten, F.W.)

Visdief Sterna

hirundo

09 /06 1 ex. te Sint-Agatha-Rode/Grootbroek (F. Fluyt) 07/08 2 ex. te Oud-Heverlee/Z (M. Walravens)

Zomertortel Streptopelia

turtur

Zangposten werden gedurende deze periode vastgesteld te Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek, in de Doode Bemde (F. Fluyt), te Heverlee/Militair Domein {K. Moreau), te Winksele/Delle {M. Depauw) en in Holsbeek, waar maar liefst 7 zp gekarteerd werden (R. Guelinckx). Op 18/08 werden over Korbeek-Dijle/ plateau 2 trekkers waargenomen (J. Menten, K. Van Scharen).

Bijeneter Merops apiaster Het broedseizoen 2002 bracht verschillende verassingen met zich mee. Niet de minste was de ontdekking van een Bijeneternest met jong in een verlaten zandgroeve te Neerijse op 16/08. Nadat er tussen 14 en 18/07 al enkele waar­ nemingen waren geweest in en rond de Doode Bemde, werden alle naburige zandafgravingen immers reeds nagekeken op eventueel aanwezige Bijeneters. Van 01 en 02/09 zat het koppel met 2 uitgevlogen jongen in de Doode Bemde. (versch. waarn.) Het archief v.an de NSG Dijleland bevatte tot heden 4 niet­ aanvaarde en/of niet-onderzochte waarnemingen voor het Dijleland: 26/05/85 Overijse/Maleizen, 1O ex. over 04/07/87 Overijse/Tombeek, 4 ex. 02/06/91 Oud-Heverlee, 4 ex. 19 /06/00 Sint-Joris-Weert, 1 ex. over Meer info hierover vind je in een apart artikel elders in dit nummer. •

• • •

Oeverzwaluw

Riparia riparia

Broedgegevens : ca. 200 bezette neste n te Haasrode/Zandgroeve (K. Moreau, L. Vandewyngaert) en ca. 150 bezette nesten te Neerijse/ Ganzemansstr9at (F. Fluyt, K. Van Scharen, K. Moreau, L. Vandewyngaert). In de groeve te Neerijse/Wolfshaegenstraat werd dit jaar niet gebroed.

Duinpieper Anthus

campestris

15/08 1 ex. naar ZW over Heverlee/Zwaneberg {G. Bleys, F. Geenen) rond 1Ou 1 ex. over Leefdaal/Bredeweg (F. Fluyt, K. Van Scharen, J.Menten)

93


Vogels

18/08 2 solitaire ex. over Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt) 23/08 1 ex. naar ZW over Heverlee/Bremstraat (G. Bleys) 25/08 1 ex. over Loonbeek (F. Fluyt)

1 ex. naar Z over Leefdaal/Bredeweg

(K.

Van Scharen, G. Meeus)

30/08 1 ex. pleisterend in stoppelveld te Loonbeek/Hollestraat (F. Fluyt)

Boompieper Anth us trivia/is 08/06 2 zp in noordelijk deel Meerdaalwoud

(J.

Menten)

Trekgegevens : Huldenberg/Spitsberg

op 17 en 22/08 resp. 2 ex. en 1 ex. over (F. Fluyt)

Loonbeek/Hollestraat

op 24 en 25/08 resp. 5 ex. en 1 ex. over

Neerijse

op 17 en 25/08 resp. 5 ex. en 3 ex. over (F. Fluyt)

Leefdaal/Bredeweg

op 15, 25 en 31/08 resp. een vijftal ex. (F. Fluyt,

K.

Van Scharen,

J.

Menten), 3 ex.

G. Meeus) en 1 ex. over. Heverlee/Bremstraat

(J.

(K.

(F.

Fluyt)

Van Scharen,

Menten).

op 23, 25 en 27/08 resp. 2 ex. over (G. Bleys), 3 ex. over (G. Bleys, F. Geenen) en 1 ex. (G. Bleys)

Grauwe Klauwier Lanius collurio 16/05 om 8u45 1v in de top van een valse accacia te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys)

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus 14/07 1 ad m te Heverlee/Abdij van 't Park

(K.

Moreau)

20/07 1 nieuw territorium te Vaalbeek/Fransiscanenklooster

(K.

Moreau)

Paapje Saxicola rubetra De eerste twee Paapjes voor najaar 2002 zaten op 17/08 te Huldenberg/pla­ teau (F. Fluyt). Nadien volgden voor augustus nog 12 waarnemingen (versch . waarn.) met als maxima 15 à 20 ex. te Huldenberg/plateau op 20/08 (F. Fluyt) en 12 ex. te Terlanenveld op 29/08 (H. Roosen).

Roodborsttapuit Saxicola rubicola Enige gegeven van een geslaagd broedgeval : 15/06 1 koppel met een juveniel te Haasrode/Stenenkruis

(K.

Moreau)

Tapuit Oenanthe oenanthe De eerste Tapuit voor het najaar van 2002 zat op 17/08 te Huldenberg/ plateau (F. Fluyt). Er volgden nog 7 gevallen (F. Fluyt, H. Roosen) met als maximum 6 ex. te Huldenberg op 28/08 (F. Fluyt). 94

I


Vogels

Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus Nadat van 21/04 tot en met 18/05 constant minstens één Rietzanger zong te Oud-Heverlee/Noord werd hier op 20/07 terug een ex. waargenomen (K. Mor­ eau). Hieruit kan afgeleid worden dat de soort hier waarschijnlijk gebroed heeft.

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca 08/07 nog steeds het mannetje ter plekke te Heverlee/Militair Domein, waarschijnlijke broedvogel (K. Moreau) 28/07 1 ex. te Oud-Heverlee/Hazenfonteinstraat (G. Meeus)

Europese Kanarie Serinus serinus 23/06 1 zingend mannetje in Terlanen/centrum (H. Roosen) 18/08 1 m in boomaanplant te Bertem/plateau (S. Bouillon)

Kruisbek Loxia cuNirostra Op enkele waarnemingen van lokale vogels na (op 09/06 enkele foeragerende en roepende ex. in Heverleebos, K. Moreau; op 07/07 1 ex. te Haasrode/Meer­ daalwoud, M. Walravens) werden er maar liefst 35 waarnemingen van trek­ kende/pleisterende Kruisbekken doorgegeven. De influx verliep in twee dui­ delijk afgescheiden golven, een eerste bescheiden golf in juni gevolgd door een veel omvangrijkere tweede golf in augustus. Een overzicht : 09/06 1 ex. over Winksele/Schoonzicht (G. Bleys, F. Geenen), 1 ex. over Heverlee/Brem (G. Bleys) 18/06 4 groepjes over Tourinnes-la-Grosse (3 ex.+ 4 ex.+ 2 keer oud.) (H. Blockx) 22/06 11 ex. naar ZW over Herent/Benedictushoeve (H. Blockx) 23/06 1 ex. over Heverlee/Celestijnenlaan (G. Meeus) 30/06 7 ex. naar NO over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) 02/08 7 ex. naar 0 over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) 03/08 6 ex. hoog naar NO + 1 ex. naar ZW over Huldenberg/Spitsberg, 1 ex. over Oud-Heverlee/Hazenfonteinstraat (F. Fluyt) 04/08 3 ex. naar Zover Huldenberg/Spitsberg 08/08 's avonds 3 ex. over Neerijse/centrum

(F. Fluyt) (P. De Becker)

09/08 rond 13u 1 ex. over Heverlee/Kerspelstraat (K. Moreau) 13/08 2 ex. naar Zover Bertem/plateau (S. Bouillon), rond 18u20 1 ex. naar N over Heverlee/ Kerspelstraat (K. Moreau) 14/08 's morgens vroeg min. 8 ex. naar WZW over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

95


Vogels

17/08 1 ex. roepend over Bertem (S. Bouillon), 10

à 15 ex. naar ZW over

Terlanen (H. Roosen) 20/08 1 ex.+ 3 ex. naar Z over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt), groepje van 8 ex. over Leuven/Keizersberg (R. Guelinckx) 22/08 aud. te Egenhoven, hooguit enkele ex. {S. Bouillon) 23/08 's morgens vroeg min. 25 ex. naar 0 over Huldenberg/Spitsberg (F. F luyt), 1 ex. over Leefdaal/Brede Weg (K. Van Scharen) 24/08 ook in en om Bertembos al de ganse zomer regelmatig overvliegende Kruisbekken waargenomen, vandaag een groepje van 12 ex. {F. Geen en) 26/08 10 ex. tussen Bertem/Koeheide en Bertembos {F. Geenen), 8 ex. naar W over Heverlee/Korbeek-Losestraat ( W. Claes) 27/08 groep van 22 ex. naar ZO van Winksele/Schoonzicht naar Gasthuis­ berg (G. Bleys) 28/08 rond 12u30 4 ex. pal W boven de Dijle tussen Wilsele en Wijgmaal (W. Rommens) 29/08 11 ex. naar ZW over Terlanen (H. Roosen) 30/08 10 ex. over SAR (J. Menten), 18 ex. over Loonbeek/Hollestraat (F. F luyt) Ortolaan Emberiia hortulana

16/08 1 ex. over Meerbeek/pompstation (A. Smets)

Grauwe Gors Miliaria calandra

10/06 1 zp langs de Bredeweg in Bertem (G. Meeus)

Exoten Grauwe Gans Anser anser

Buiten het verwilderde ex. dat op 09/06 nog steeds te Oud-Heverlee/Zoete Waters zat (K. Moreau) vlogen op 03/08 om 14u30 10 ex. naar ZW over Bertem/ plateau {S. Bouillon). De groep daalde daarna af boven Oud-Heverlee/N maar of ze daar werkelijk invielen kon niet worden bevestigd.

Indische Gans Anser indicus

Nadat de vogel hier niet meer werd gezien sinds 21 /05 verscheen de adulte Indische Gans op 25/06 terug te Tervuren/Park (A. Reygel). Hij bleef daar ver­ volgens de ganse periode aanwezig.

96


Vogels

Roodsnavelpijlstaart Anas erythrorhyncha

Weer een nieuwkomer onder de exoten, ditmaal met thuishaven in 0- en Z­ Afrika: 30/08 1 ad op de Dijle te Leuven/Industrieterrein (W. Rommens)

Ringtaling Calonetta /eucophrys

27/07-03/08 1 ad v te Oud-Heverlee/N (K. Moreau, S. Horemans, M. Tomballe, D. Vanderlinden) Mandarijneend Aix galericulata

Het m van Heverlee/Abdij van 't Park werd daar voor 't laatst gezien op 13/06 {K. Moreau). Te Oud-Heverlee/Zuid werd op 08/06 een vrouwtje met pulli op­ gemerkt {F. Fluyt}. Tot minstens 29 /07 bleef een drietal ex. (geen m) daar aan­ wezig {K. Moreau, F. Fluyt). In augustus waren er twee waarnemingen : 30/08 nog steeds een mannetje op de Dijle te Leuven/Industrieterrein (W. Rommens) 31/08 lv te SAR (Anoniem)

Heilige Ibis Threskiornis aethiopicus

Het ex. dat op 28/03 voor 't eerst werd opgemerkt te Oud-Heverlee/Noord was daar nog de volledige periode aanwezig, maar niet bij elk bezoek. Waar de vogel tijdens de periodes van afwezigheid verblijft, is nog steeds niet gewe­ ten.

Halsbandparkiet Psittacu/a krameri

Slechts één waarneming ontvangen : 30/07 om 18u 12 ex. naar ZW over Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

Samenstelling

Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be Medewerkers en correspondenten

Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Steven Bouillon, T homas Bregnballe, Jan Butaye, Paul Claes, War Claes, Frank Claessens, Peter Collaerts, Wim Coucke, Bart Creemers, Johan De Baere, Piet De Becker, Herwig Demeyer, Mark Depauw, Wouter Desmet, Freek Fluyt, Frans Geenen, Jos Grootjans, Robin Guelinckx, Luc Hendrickx, Maar-

97


Vogels

ten Hens, Marc Herremans, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, JNM Leuven, Gerald Louette, Eddy Macquoy, Gert Meeus, Joris Menten, Saskia Mercelis, Thomas Merckx, Gunnar Michielsen, Kelle Moreau, Bruno Nef, Johan Nysten, Stephan Peten, Andre Reygel, Toon Roels, Wouter Rommens, Hans Roosen, Etienne Ruys, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Axel Smets, Geert Sterckx, Marita Tomballe, Johan Vanautgaerden, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Yves Vonden Bosch, Chris Vonden Haute, Filip Vandeputte, Geert Vandeputte, Dirk Vanderlinden, Geert Vandermeulen, Luc Vandewyngaert, Frederik Vanlerberghe, Kris Van Scharen, Andre Verboven, Bart Vercoutere, Freek Verdonckt, Rien Verhuizen, Johan Verliefden, Jan Verroken, Luc Vervoort, Fifip Volckaert, Marc Walravens, lgnaz Wanders en Jan Wellekens.

98


Vo els

Kalender der activiteiten oktober - december 2002 De plaats van samenkomst blijft ongewijzigd nl. De Bodart-parking naast de ring {tegenover Capucienenvoer). Een tweede afspraakplaats wordt aange­ duid bij iedere activiteit als ze bekend is bij de opmaak van de kalender. Bij slechte weersomstandigheden worden de belangstellenden verzocht contact op te nemen met de verantwoordelijke van de activiteit.

zo 06 oktober 2002

Week van het bos

Afspraak 14.30 u, parkeerterrein Zoet-Water, Oud-Heverlee; gids L. De Smet, tel 016/ 22 84 83. Afstand 6 km, einde rond 17 u.

zo 06 oktober 2002

nationale telling van doortrekkende vogels

Er wordt geteld te Bertem (Bredeweg) en te Loonbeek {Hollestraat) voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38 of F. Fluyt 02/687 47 34

zo

12 oktober 2002

watervogeltelling

voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38

zo-

ma 12-14 oktober 2002

Tongeren, internationaal congres over Hamsters

voor afspraak contacteer S. Mercelis tel 015/29 72 72

zo 20 oktober 2002

nationale telling van doortrekkende vogels

Er wordt geteld te Bertem (Bredeweg) en te Loonbeek (Hollestraat). voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38 of F. Fluyt 02/687 47 34

zo

26 oktober 2002

Mechelen, vergadering nationale Vogelwerkgroep

voor afspraak contacteer F. Fluyt te 02/ 687 47 34

zo

16 november 2002

Nationale "Dag van de Natuur"

voor inlichtingen contacteer B. Depuydt tel 015/ 29 72 62

99


Vogels

16 november 2002

zo

watervogeltelling

voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38

23 november 2002

zo

Antwerpen, Vlaamse Ornithologische Studiedag

voor inlichtingen contacteer M. Leysen tel 015/ 29 72 71

za 30 november 2002

Antwerpen, herpetologische studiedag

voor inlichtingen contacteer Natuur.studie tel 015/ 29 72 69

za 07 december 2002

Belgische Vogeldag

voor inlichtingen contacteer M. Leysen tel 015/ 29 72 71

za 14 december 2002

Gent, Flanders-Expo: NPcongres en medewerkersdag

voor inlichtingen contacteer B. De Puydt tel 015/ 29 72 6

zo

14 december 2002

watervogeltelling

voor afspraak contacteer K. Van Scharen 02/ 767 26 38

100


VUBPRESS

€ 14,90

Uitgeverij VUBPRESS Waversesteenweg 1 077 B- 1160 Brussel

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

J

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2002  

De Boomklever September 2002  

Profile for nsgd
Advertisement