__MAIN_TEXT__

Page 1

Afgiftekantoor 3000 Leuven 1

België-Belgique P.B. 3(X)() Leuven 1

driemaandeJijks (maart, juni, sept., december)

2/2f!IJ3

NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND ·

...

Tiidschrift v�n de Nat!-!urpunt Natuurstud1egroep D11leland

Jaargang 30

-

maart 2002

v.u.: P. Herroelen, Leuv ensesteenweg 347, 3370 Boutersem

'� --. :__

-�.�

·

·

_

,_


NATUURSTUDIEGROEP DIJLELAND

Regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw

Bestuur

Voorzitter: Paul Herroelen, Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem, 016. 73.40. 69 Secretaris: Frederik Fluyt,Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 02. 687.47.34 Penningmeester: Kris Van Scharen,Korbeekstraat 27,3061 Leefdaal, 02.767.26.38 Bestuursleden: •

Monique Bekkers,Oostremstraat 4, 3020 Herent,016.23.13.38

André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee,016. 23.81.84

Kelle Moreau,Kerspelstraat 20,3001 Heverlee, 0486. 12.58. 77

Joris Menten,W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee,0495.27.53.93

Herwig Blockx,Rue du Culot 42,1320 Tourinnes-la-Grosse,010. 86.24.66

Axel Smets,Grensstraat 31, 3078 Everberg, 02.757. 11.67

Vogelwerkgroep •

Themaverantwoordelijke: Axel Smets, Grensstraat 31, 3078 Everberg, 02. 757. 11. 67,axel.smets@pandora. be

Waarnemingen en archief, roofvogeltelling: Kelle Moreau,Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee,0486.12.58.77,kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

Broedvogelatlasproject: Frederik Fluyt,Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 02. 687.47. 34, freek@village. uunet.be

Watervogeltellingen, trektellingen: Kris Van Scharen,Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02. 767. 26.38,kvschare@vub.ac.be

Werkgroep zoogdieren

Themaverantwoordelijke, IWB-marterproject, waarnemingen en archief: Kelle Moreau, Kerspelstraat 20,3001 Heverlee,0486.12.58. 77,kelle. moreau@bio. kuleuven.ac. be

Werkgroep ongewervelden

Themaverantwoordelijke: André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016. 23 .81. 84,andre.verboven@chello.be

Website

http:/members. tripod. lycos.nl/Wielewaal_Leuven Rondzendlijst Dijleland: stuur een blanco e-mail naarsubscribe-dijlevallei@topica. com

/\


De Boom.klever 1102

Even voorstellen: Natuurstudiegroep Dij/eland

2

........................................................................

BUITEN GEKEKEN El "Gran Kahn"

..................... . . . . .

.

.

...........

. . ....

.. .

..... . . . .

.

. . . .....

4

VOGELS Opmerkelijke waarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, december 2001 - februari 2002........................8

ZOOGDIEREN Zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving December 2001- februari 2002....................................1 7

ONGEWERVELDEN Trekvlinders in het Dijleland in 2001 "..........................18 Voorjaarszweefvliegen in Oud-Heverlee

.

..........

20

..........

TEGENVOETS Digitale natuur

. . . . . . . .....

.

"."..... " .................................. "23

....

1


De Boom.klever 1102

Even voorstel/en: Natuurstudiegroep Dijle/and Op 16 oktober 2001 vond onder het voorzitterschap van Paul Herroelen de oprichtingsvergadering plaats van de Natuurstu diegroep Dijleland, regionale natuurhistorische werkgroep van Natuurpunt vzw. De natuurstudiegroep zet daarmee de traditie verder van het vrijwillig veldonderzoek, zoals dit de afgelopen decenia gedaan werd door De Wielewaal afdeling Leuven. Daar waar het zwaartepunt van de Leuvense Wielewaal vooral op het ornithologische vlak lag, zal de aandacht van de nieuwe werkgroep ook uitgaan naar de studie en verspreiding van ongewervelden, zoogdieren en de herpetofauna in onze regio.

Opdracht

Een van de voornaamste doelen van de nieuwe studiegroep is de coördinatie van natuurstudieprojecten en het groeperen van actieve veldwaarnemers en inventarisatie­ medewerkers. In dit verband zal de studiegroep optreden als een regionaal forum voor het plegen van overleg en het maken van afspraken met de verschillende betrokkenen. Daarom ook zullen studieprojecten zoveel mogelijk georganiseerd en afgehandeld worden door themagroepen, als daar zijn de werkgroepen ongewervelden, vogels en zoogdieren. Voor de uiteindelijke uitvoering wordt een beroep gedaan op enkele tientallen vrijwilligers die een deel van hun vrijetijd besteden aan gerichte inventarisaties of andere vormen van natuurstudie.Een greep uit de huidige studieprojecten: V laamse broedvogelatlas, watervogeltellingen, inventarisatie van nachtvlinders, Sleedoompage en Kleine ljsvogelvlinder, zoogdierinventarisatie en vogeltrektellingen. Een andere belangrijke pijler van de studiegroep betreft het beheer van een goedgevulde gegevensbank van vogel- en faunawaarnemingen. De gegevenstoestroom wordt verzekerd dankzij een sterk uitgebouwd waarnemersnetwerk waarvan de aangeslotenen op regelmatige basis opmerkelijke (daarom niet noodzakelijk zeldzame) waarnemingen overmaken. Een synthese van deze gegevens wordt periodiek gepubliceerd in ons tijdschrift onder de vorm van een driemaandelijks waarnemingsoverzicht. Er wordt naar gestreefd om het studiegebied zo veel mogelijk te laten samenvallen met het Dijleland als één ecologisch/ geografisch geheel. In praktijk omvat het studiegebied volgende gemeenten: Leuven, Oud-Heverlee, Herent, Huldenberg, Overijse, Tervuren en Bertem. Graag willen we benadrukken dat de natuurstudiegroep een complementaire rol te vervullen heeft ten aanzien van andere Natuurpuntdomeinen op afdelingsniveau. Zo kan de studiegroep inventarisatiegegevens beschikbaar stellen in het kader van het beheer en de verwerving van natuurreservaten, of kan zij haar expertise en terreinkennis ten dienste stellen aan bijvoorbeeld educatieve initiatieven.

2


De Boom.klever 1102

Tijdschrüt

chte1 De Natuurstudiegroep verenigt geen droogstop�1ge veldwerkers, maar mensen die in hun vrije tijd gedreven worden door dezelfde passie: het waarnemen en bestuderen van de levende natuur in het Dijleland. De behoefte om studiegegevens en ervaringen met elkaar te delen vindt uitwerking in ons driemaandelijks natuurhistorisch tijdschrift, De Boom.klever. Hierin publiceren we onze waarnemingsoverzichten, verzorgen we de feedback naar de actieve medewerkers en brengen we geregeld verslag "uit het veld". Kortom, een aanrader voor ieder die op de hoogte gehouden wil worden van al wat leeft en beweegt in het Dijleland.

Ook u kan meewerken! Je hoeft echt geen uitgelezen rarebeestjeskenner te zijn om je medewerking te verlenen. Iedereen kan zijn of haar steentje bijdragen door bijvoorbeeld aan te sluiten bij ons waarnemersnetwerk. Misschien broedde er afgelopen zomer een Bonte Vliegenvanger in een mezenkast in de tuin of word je uit je nachtrust gehouden door het gestommel van een Steenmarter in de dakgoot. Zulke waarnemingen zeggen vaak veel over de verspreiding en het voorkomen van bepaalde soorten en het kost weinig moeite om ze over te maken aan de studiegroep. En waarom niet eens vrijblijvend aansluiten bij de maandelijkse watervogeltelling of deelnemen aan een Sleedoorninventarisatie? Wie weet krijg je de smaak wel te pakken en zie je het zitten om zelf een inventarisatie- of studieproject op touw te zetten. Alle ideeën en voorstellen in die aard zijn welkom!

Het bestuur van Natuurstudiegroep Dijle/and

Abonneren op De Boom.klever? Schrijf 5 Euro over op rekeningnwnmer 001-1552168-50 van Werkgroep Dij/eland p/a Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal met vermelding "Boomklever 2002" en opgave van naam en adres. Leden van Natuurpunt vzw die tevens actieve medewerker zijn of die op regelmatige basis waarnemingen overmaken ontvangen De Boom.klever gratis.

3


De Boom.klever 1102

EI "Gran Kahn" "Of ik al ooit in Alquézar geweest was ?" Neen, maar ik wist dat dorpje wel liggen. Op mijn vragend antwoord "Dat is zeker in de Guara ... ?" kreeg ik onmiddellijk uitgebreid respons. "Precies, wij gaan altijd in april. Gewoonlijk is het dan al redelijk weer. Er ligt dan nog sneeuw hogerop en eigenlijk zijn veel vogels dan beter te zien dan in de ?:Omer. " Een leven­ dige discussie barstte daarop los tijdens een pauze in een voordracht over gieren te Mechelen. Hij, een gezellige Limburger die mij in een ver verleden in eerste kan stikjaloers maakte met zijn verhalen over roerdomp en wouwaapje in de Maten te Genk. Ik, sinds jaar en dag verhan­ gen aan de Pyrenneeën: de beelden van mijn laatste bezoek rolden zo naar buiten. "Of hij al begin maart geweest was ?" Mijn beschrijving van slierten kraanvogels hoogte winnend tus­ sen de besneeuwde toppen om dan tegen een azuurblauw uitspansel vastberaden noord uit te zetten op hun kompas deed wenkbrauwen fronsen. Maar toch was hij bijlange na nog niet overtuigd: "In april hebben we ooit een rotskruiper gezien op de muren van het kerkje in Alquézar" hetgeen op zijn beurt binnensmonds goedkeurend gegrom van mij uitlokte. Een vroegere vriendin van mij zei ooit: "Jullie staan altijd tegen elkaar op te stoefen. Dat is gesu­ blimeerd macho-gedrag" Ik was en ben het daar niet mee eens. Ik zie dat eerder als een stimulerende uitwisseling waarbij gelijkgestemde zielen onvergetelijke ervaringen trachten uit te wisselen. Het gesprek kabbelde verder, over de ontelbare vlinders in juli en nog veel meer. We kwamen er tenslotte wel uit: de Pyrenneeën hebben immers in elk seizoen veel parels te bieden aan een natuurliefhebber. Dit alles speelt in mijn hoofd als ik in Rodellar aankom. Ik ben daarstraks in Rik "zijn" Alquézar geweest. Mooi dorp maar veel toeristen én, ik heb er natuurlijk op gelet, geen rotskruiper op de "iglesia". Ik besloot dan maar in een naburige vallei te kampe­ ren; daar heb ik wel een 40 km voor moeten omrijden. Ik heb nog net de tijd om mijn tent neer te poten want als de zon achter een bergkam wegzakt, wordt het plots bitter koud. De eigenaar van de camping bevestigt dat dit uitzonderlijk is voor april met een kernachtig: " Tiempo de enero". In mijn slaapzak geduffeld neurie ik nog even "Sometimes it snows in april " van een bekende zwarte medemens vooraleer ik definitief in dromenland verzeil. 's Morgensvroeg is er al vlug activiteit bij de buren, de ene na de andere wagen verlaat ijlings het terrein. "Zou het dan toch ... ?" denk ik als ik de tent openrits maar er ligt geen echte sneeuw. Wel is het gras stijf bevroren en moet ik stampvoetend ontbijten. Dat belooft voor de dagtocht van vandaag. Rodellar ligt midden in de sierra de Guara De " Guara" is een middelhoge bergketen die voornamelijk uit kalkgesteenten bestaat. Zijn reputatie als roofvogel­ eldorado van Europese allure is onder vogelkijkers wijd en zijd bekend. In het kalksteen hebben de riviertjes talrijke kloven uitgediept. Het dorpje Rodellar, waar ik gisteravond ben neergestreken, ligt aan het einde van een kilometerslange doodlopende weg. Het is een ideale uitvalsbasis voor allerlei canyoning-expedities die in de talrijke omliggende kloven hun ding 4


De Boom.klever 1102

doen. Dat "ding" zal vandaag wel op een laag r staan; ik zie mezelf in ieder geval nu niet g in ijskoud water springen, neopreen pak of niep ' Een uur later ben ik op weg. Het pad loopt eerst enkele honderden meters over de bodem van het ravijn. Afwisselend links en rechts van het beekje, tussen grote en kleine rotsblokken door. De temperatuur is hier wél aangenaam, de zon schijnt inmiddels voluit tot ... . ... ik een bocht omdraai. Een gemene windvlaag veegt alle gedachten over lentekriebels meteen weg. Van in de benedenwindse dekking van een rotsblok bestudeer ik de rotswanden die boven mij uit torenen. Zelfs zonder vogels is dit een bijzondere plek met bizar gesculpteerde rotsmuren. Ook de kalksteen zelf heeft, al van mijn eerste bezoek aan deze streek, een bijzondere beko­ ring verworven. Overal waar water naar beneden druipt, kristalliseren opgeloste zouten uit tegen de wanden in de meest onverwachte kleuren. Een kalksteengebergte is dus niet alleen grijs maar vooral oranjegeel, zilverblauw en soms zelfs diepzwart. Hier en daar groeien in spleten de rozetten van de langbladige steenbreek en de ramondie, 2 endemische planten­ soorten van Noord-Spanje. "Waaf': een hevige windvlaag weet me zelfs hier te vinden. Ze voert echter tegelijk 2 grote rovers aan die boven mijn hoofd krijgertje spelen in de stijgwinden langs de kloofwanden. Hun "ooievaars"patroon is onmiskenbaar; de hevige windvlagen stuwt ze tot pal boven mijn zitplaats. Ze kijken even spottend in mijn richting: "Te voet, manneke ?" Ik heb het nog eens meegemaakt, je zeult al 2 uur lang met een volle rugzak een steile helling op en als je bijna boven bent, zie je onder in het dal een vale gier cirkelen, ze wordt snel groter, kijkt je even aan als ze op gelijke hoogte komt en glijdt dan na amper 3 minuten weg over de kam waarvoor jezelf nog een half uur zweet zal moeten laten ... Enkele honderden meters verder ga ik andermaal schuilen voor de wind en speur de omlig­ gende toppen af: enkele vale gieren doen de revue maar in de Pyrenneeën zijn die "tapijten" erg gewone vogels. Je moet hier vooral moeite doen om ze niet beu te worden .. . Boven mijn eerste uitdewindse rots cirkelt nu echter een kleinere roofvogel. Ik vloek inwendig want het is een magnifieke slechtvalk. Waarom kon die nu niet daarstraks ... ? Na wat rondjes cirkelen gaat ze van glijvlucht over in een adembenemende duik waarbij ze jammer genoeg achter een rotswand uit het zicht verdwijnt. Dit is al best OK maar eigenlijk niet waar ik voor gekomen was. In deze kloof broedt immers een paar lammergieren en die wil ik dolgraag zien. Ik weet uit vorige ervaringen dat je moet blijven kijken, ook als je denkt :"Pech gehad, nu wordt het niks meer". Mijn blik zwerft dus voortdurend langs de gekartelde rand van de rotshorizon, volgt even het tapijt van een over­ zwevende vale gier en komt uiteindelijk terecht op een zwerm zwarte stipjes die in de woe­ lige luchtstromen hoogte trachten te winnen. Soms vouwt één van hen zijn vleugels dicht en duikt speels naar een groepsgenoot om dan als een miniraket terug omhoog te schieten. Zou het enthousiaste "ciao" van dit speelse duo komen of uiten de andere speelkameraadjes ook hun genoegen over de geslaagde luchtcapriolen ? De groep alpenkraaien komt nu ook effec­ tief over en ik kan hun rode bekken uitstekend zien. Terwijl ze over een kloofrand verdwijnen weergalmt de echo van hun Italiaanse afscheidskreten nog na.

5


De Boom.klever 1102

Het pad klimt nu uit de kloof omhoog en als ik dit blijf volgen zou ik volgens mijn kaart in Otin moeten uitkomen. Otin zelf blijkt een typisch Pyrennees spookdorp van 4 huizen en een kerk te zijn. Het "dorp"ligt op een godvergeten kalksteenplateau op een kruispunt van berg­ paden. Het is omringd door nog duidelijk zichtbare terrassen die ondertussen terug door de natuur zijn ingepalmd. Ik heb al meerdere van deze plaatsen gezien. Telkens opnieuw ade­ men deze oorden een sfeer van "splendid isolation " uit waar je wel moét stil van worden. De dikke natuurstenen muren zijn nu gedeeltelijk ingestort of overgroeid door braamstruiken. Terwijl ik mijn middagmaal nuttig borrelen de klassieke vragen in mij op: hoe hielden deze mensen zich in leven, hoeveel mensen hebben hier uberhaupt hun kostje bijééngeschraapt ? Sinds wanneer is deze even fabelachtige als eenzame plek opgegeven ? Word je effectief gek als je hier kluizenaart of alleen in hoge mate wereldvreemd ? Ik heb te weinig tijd om een langere rondwandeling te maken die me via een ander pad terug naar Rodellar moet brengen. Ik heb wat tijd over die ik zoek breng door in de omgeving van het dorp rond te zwerven. De stenen muurtjes zijn hier de enige tekenen van menselijke activiteit want de vroegere bewerkte percelen zijn grotendeels terug in beslag genomen door ondoordringbaar sleedoornstruweel. Tussen de okergele graspollen blinken overal piepkleine narcisjes: 5 cm hoog en een kroon van amper 1 cm. "Nature takes over", de cirkel is bijna rond ... Op mijn afdaling slingert het pad langs een smalle zijkloof. Wat lager aan de overkant zit een indrukwekkende holte in de wand. Hoe hoog en diep dit natuurlijk afdak wel is, is moeilijk te zeggen maar een goede indicatie vormt het gierennest dat in een rotsnis zit, pal boven deze natuurlijke romaanse poort. Er zit een volwassen vale gier op het nest ze beschermt een piepklein jong tegen de opstijgende rukwinden eri kijkt af en toe wantrouwig schuin omhoog in mijn richting . "?Ola, hay algo ?"onderbreken mij een aantal Spanjaarden die het pad in omgekeerde richting beklimmen. Na wat uitleg slagen ze er ook in om het nest te zien maar "el pollo del buitre"krijgen ze zelfs met mijn kijker niet in het vizier. Jammer, maar kijken door een verrekijker is nu éénmaal een gewoonte waar niet-vogelkijkers een probleem dur­ ven mee hebben. Ik heb nu wat meer tijd om naar planten te kijken. Tussen het kalkgruis aan weerszijden van het pad vind ik een aantal gele lenteboden: een soort ganzerik, stengelloze sleutelbloem, echte sleutelbloem en ook een prachtig diepblauwe vleugeltjesbloem. Enkele honderden meter lager passeert het pad langs de voet van een indrukwekkende rots­ pilaar. Hij staat los van de rotswand, op de rand van de afgrond en vormt een markant baken in deze vallei: net een stalagmiet die uit een grot ontsnapt is. Langs een bocht in het pad staat hier een struikje waarop één zilverblauwe bloem prijkt. Een kogelbloem, zoveel is duidelijk. Als ik me neerzet om dit bloempje nader te bekijken gebeurt het : er glijdt een schaduw over de grond. Op één of andere manier weet ik het al nog voor ik opkijk: dat moet 'm zijn ! ! ! Als ik mijn blik opsla is haar machtig silhouet hooguit 20 m ver en ik krabbel verbouwereerd recht om mijn kijker te richten. "Dus toch ... "God weet dat ik al dikwijls l ammergieren heb gezien maar hun verschijning slaat me telkens opnieuw met verstomming. Ik verwacht half en half dat ze om de hoek van de rotswand zal verdwijnen maar het levende vliegtuig draait terug . .. en begint dan op haar dooie gemak omhoog te draaien. In mijn verrekijker laat de vogel andermaal een verpletterende indruk na. Ik voel me letterlijk klein en ik wéét het ook: el "quebranton" overklast mijn lichaamslengte moeiteloos met haar gigantische spanwijdte die tot een slordige 2 meter 70 kan oplopen. "Wie bekijkt wie ?"flitst er door mijn hoofd als ze op gelijke hoogte met mijn staanplaats langzaam omhoog begint te draaien. 6


De Boom.klever 1102

In het zachte namiddaglicht komt haar okeroraierlonderkant perfect tot zijn recht. Bij elke toer blinkt het zwart met de fijne gestreepte schä\n ren op haar bovenvleugels op. Maar vooral die fascinerende gemaskerde blik met dat baardje: telkens als ze uit een bocht komt kijkt ze me onbevreesd pal aan ... Ze heeft iets harigs in haar poten maar ik kan onmogelijk uitmaken wat het precies is. Sneller dan ik denk hangt zijne majesteit boven mij. Hoger en hoger gaat ze nu, geen vleugelslag is er te zien. Als ze tenslotte met halfgesloten vleugels schuin afglijdt doet ze me zoals altijd met die lange toe-gevouwen staart denken aan één of andere mythi­ sche reuzenvalk. Als de Egyptenaren deze vogel hadden gekend, stonden er op hun zuilen koppen van lammergieren ... Ook een gereputeerde wetenschapper zoals de spaanse gieren­ specialist Rafael Heredia ontkomt niet aan de overdonderende présence van "zijn" lammer­ gieren. Eén van zijn artikels wordt immers ingeleid onder de vorstelijke naam "El gran Kahn". (Het artikel zelf behandelt het reilen en zeilen van de lammergieren-populatie in de Pyrenneeën). Ik volg ze tot ze als een stipje uit mijn kijkveld verdwijnt; ere wie ere toekomt ... Fluitend verdwijn ik nu bergafwaarts, de buit is binnen en hoe ... Even verder zoek ik nog­ maals het blauwe zwerk af en erg ver boven de vallei zie ik nu zowaar 2 l ammergieren in de lucht hangen. Dat hangen is letterlijk te nemen: in de felle wind hangen ze helemaal schuin en komen ze nauwelijks vooruit. Af en toe drijft er één af in de zijwind maar corrigeert dan traag haar koers naast de andere. Een venijnige windvlaag die met Siberische allure door mijn kleren blaast is voor hen tijdens hun urenlange patrouilles waarschijnlijk een handige mee­ valler. Over "gefundenes fressen" gesproken ... Terwijl ik verder afdaal, denk ik plots: "Shit, ik heb niet op de rode oogring gelet". Gevolgd even later door: "Afin Herwig, ge moet nu nie beginnen klagen, hè "

Herwig

7


De Boom.k/ever

1102

Opmerkelijke waarnemingen in de Dijlevallei en omgeving December 2001

-

februari 2002

Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode december 2001- februari 2002. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de periode maart-mei 2002 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 juni 2002 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t: 048612 58 77, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be. Voor het meest recente uitgebreide natuurnieuws uit het Dijleland kan je ook terecht op de website van Natuurstudiegroep Dijleland (http://members.tripod.lycos.n l/ Wielewaal_Leuvenl).

Klimatologisch gezien waren de eerste 18 dagen van december 2001 (hoofdzakelijk continentale luchtstromingen) normaal te noemen. Vanaf 19/12 veroorzaakte toestromende polaire lucht temperaturen die wat lager waren dan in een gemiddelde winter. Het kwik dook tot maximaal een tiental graden onder nul en de maand december telde in totaal 18 vorstdagen (min. T < 0°C) en 3 winterse dagen (max. T < 0°C). De eerste helft van januari 2002 werd gedomineerd door koude continentale luchtstromingen terwijl de tweede helft eerder door zachtere maritieme lucht werd beïnvloed. Zodoende was ook deze maand niet afwijkend van een gemiddelde januari. Februari 2002 zorgde dan weer voor het sneuvelen van een aantal weerrecords. De maand werd gekenmerkt door een zéér uitzonderlijk (eens in de 100 jaar) neerslagtotaal, een uitzonderlijk (eens in de 30 jaar) hoge gemiddelde windsnelheid en een zeer abnormaal (eens in de 10 jaar) hoge gemiddelde temperatuur (tot 3,5 à 4,5°C hoger dan normaal). Zachte maritieme luchtstromingen lagen aan de basis hiervan. Dat de winter in het Dijleland een populair seizoen is in het plaatselijke vogelkijkersmilieu, werd bewezen door het recordaantal waarnemers dat voor de periode december 2001 - februari 2002 hun waarnemingen inzond. Voor het eerst werd de kaap van 70 medewerkers bereikt. Uiteraard resulteerde deze activiteit dan ook in een enorm aantal opmerkelijke waarnemingen, zodat voor dit verslag een verregaande selectie moest worden doorgevoerd. Soorten als Blauwe Kiekendief, Slechtvalk, Witgat, Bokje, Watersnip, Pontische Meeuw en Waterpieper zijn tegenwoordig erg regelmatige wintergasten en konden dan ook de volledige periode verwacht worden. Ook jaarlijkse aanwezigen op het winters Dijlevallei-soortenmenu zijn T jiftjaffen, die in december en januari meermaals werden opgemerkt. Opmerkelijke eendachtigen als Kolgans, Casarca, Witoogeend, Topper, Brilduiker, Grote Zaagbek en Nonnetje werden allen vastgesteld. Vanaf half februari kon er weer van geprofiteerd worden om in Meerdaal- en Mollendaalwoud naar Middelste Bonte Spechten te gaan zoeken, binnen V laanderen een specialiteit van de bossen uit onze regio.

8


De Boom.klever 1102

De klimatologische omstandigheden haddetPl<bor de vogelaars bovendien volgende verassingen in petto: Bemoedigend nieuws vanuit de familie der reigerachtigen, twee soorten lijken immers hun winterse aanwezigheid in de Dijlevallei jaar na jaar serieuzer te nemen. Eerst en vooral is er de Roerdomp, die met 16 waarnemingen (waaronder telkens 2 ex. op 29 en 30/12 en op 25/01) vele waarnemers tevreden stelde. Hetzelfde kan gezegd worden van de Grote Zilverreiger, waarvan er in elke maand observaties genoteerd werden. Begin december zaten er met zekerheid 2 exemplaren in de vallei. Een ongecontroleerde claim kwam op 15/02 van het kanaal Leuven-Mechelen, waar die dag een Ijsduiker zou gezeten hebben. De uitbreiding van regio Leuven met de gemeente Tervuren (met het Park van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika als gekende exotentuin) leidt ertoe dat Indische Gans en Brandgans in deze verslagen steeds vastere voet aan de grond krijgen en dat de Halsbandparkiet vanaf heden ook in grotere aantallen gemeld wordt. Enkele andere opmerkelijke vogelwaarnemingen betroffen-een immature Zeerarend die twee dagen bleef hangen rondom Oud-Heverlee en de Doode Bemde, de 7e Z wartkopmeeuw voor de Dijlevallei, een mogelijke overwintering van een Klapekster in de Doode Bemde (begin november 2001 was daar ook reeds een ex. aanwezig, omwille van de tegenwoordige uitgestrektheid van het gebied is het niet ondenkbaar dat de februari-vogel hetzelfde ex. betrof), het vijfde geval van Baardmannetjes sinds 1975 (ditmaal gedurende bijna een maand pleisterend te Oud-Heverlee-Zuid) en tot maximaal 11 langdurig pleisterende Barmsijzen (Oud-Heverlee). Zeer uitzonderlijk en kaderend in een invasie in V laanderen waren de veldwaarnemingen van Noordse Goudvink voor het Dijleland. Exemplaren van deze ondersoort werden gezien in het Gasthuisbos te Holsbeek, in het Rodebos te Sint-Agatha-Rode en op de Spitsberg te Huldenberg. Leuk en niet-jaarlijks waren ook waarnemingen van pleisterende Grauwe Ganzen (19 ex.), 2 vroege Rode Wouwen, een 2e_3e jaars Ruigpootbuizerd, een midwinter-Goudplevier, een Geelpootmeeuw, een vroeg overtrekkende Boomleeuwerik en tot 30 in het Leuvense stadspark overwinterende Appelvinken. Waarnemingen van ondermeer Knobbelzwaan, Canadese Gans, Nijlgans, Krakeend, Slobeend, Wintertaling, Tafeleend, Kuifeend, Dodaars, Fuut, Aalscholver, Blauwe Reiger, Havik, Waterral, Kievit, Ransuil, Steenuil, Ijsvogel, Kleine Bonte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Keep, Putter, Sijs, Goudvink, Geelgors en Rietgors werden niet in dit verslag opgenomen, maar wel verwerkt. Ook aanvullingen op vorige waarnemingenoverzichten werden niet opgenomen.

Grauwe Gans Anser anser

08/12 08/12 16/12

rond 17u 9 ex. naar Z over de Doode Bemde (F. Fluyt) om 16u 25tal ex. naar Z over Leuven (P. Claes) 15 ex. laag naar Z over Sint-Agatha-Rode, even later teruggevonden in de weiden ten Z van de vijver (J. Nysten) 23/12 22 ex. naar W, eerst hoog over Oud-Heverlee-Noord (L. Deschampelaere), later laag over Bertem (S. Bouillon), op dezelfde datum ook 20 ex. naar Z over Haasrode/ Bremberg (W. Claes) 24/12 2 ex. over Oud-Heverlee-Zuid (F. Fluyt) 30/12 9 ex. te Oud-Heverlee-Noord (J. Nysten, F. Fluyt, K. Van Scharen, S. Bouillon) Op 31/12 werden 18 ex. terรถggevonden in de weilanden langs Oud-Heverlee-Noord. (W. Claes). Ook op 01 en 02/01 bleef deze groep daar in de buurt aanwezig (S. Bouillon, A. Boeckx, W. Claes) 9


De Boom.klever 1102

16/01 24/02

2 ex. aan Oud-Heverlee-Noord (M. Schunnans, G . Vandermeulen) 5 ex. naar N over de Doode Bemde (Vl. Claes), 4 Ă 5 ex. te Oud-Heverlee/weilanden (S. Horemans, F. Fluyt)

Kolgans Anser albifrons 18/12

om 4u een groep auditief naar Z over Heverlee/Korbeek-Losestraat (Vl. Claes)

Casarca Tadorna ferruginea 16/02

1 ad te NGB (F. Dondeyne, S . Horemans)

Bergeend Tadorna tadorna Tot en met 21/01 verbleven nog steeds een viertal Bergeenden in de Dijlevallei ten Z van Leuven (S. Bouillon, K. Van Scharen, F. Fluyt, M . Walravens, L . Hendrickx). Op 20/01 werd bovendien 1 ex. geJtoteerd te Wilsele/Zuid (R. Guelinckx). Grotere aantallen verschenen in de streek pas op 26/01, toen zaten 19 ad te Neerijse/Grote Bronen 3 ad te Sint-Agatha-Rode (K. Moreau). Deze Bergeenden bleven tot minstens eind februari aanwezig, waarbij ze zich vaak in 2 groepen verdeelden over Neerijse/Grote-Bron en Sint-Agatha-Rode (versch. waarn.).

Smient Mareca penelope Hoewel de voor de Dijlevallei grote aantallen van november 2001 (48 ex. op 17/11) op het einde van die maand verdwenen leken te zijn, werden op 01112 nog meer Smienten aangetroffen te Oud-Heverlee/Noord, toen hier 53 ex. verbleven (F. Fluyt). Daarmee bleef het piekaantal van deze soort deze winter langer hangen dan in een gemiddelde winter, wanneer de maxima zich situeren tussen eind oktober en midden november. Vanaf de tweede decade van december verdeelden de Smienten zich over vijvers te Oud-Heverlee, Neerijse en Sint-Agatha-Rode en er bleven wat meer dan 30 ex. in de Dijlevallei aanwezig tot begin januari (versch. waarn.). Na het vertrek van de laatste grotere concentratie (28 ex. te Oud-Heverlee-Noord op 02/01; W. Claes) werden nog 18 waarnemingen ontvangen met maximaal 10 ex . op 20/01 (M. Walravens) en als laatste datum 1 koppel op 16/02 (K. Van Scharen, K. Moreau, F. Fluyt, M. Bekkers, M . Depauw, E. Macquoy), allen te Oud-Heverlee-Noord.

PijlstaartAnas acuta Gedurende de ganse periode kon de Pijlstaart in de Dijlevallei worden opgemerkt, zowel te Oud-Heverlee-Noord, Neerijse/Grote Bron, Neerijse/Doode Bemde als te Sint-Agatha-Rode (versch . waarn .). Meestal ging het hierbij slechts om 1 mannetje . Op volgende data werden meerdere ex . vastgesteld: l m l w te OHN (W. Claes) 02/01 26101 2m2w te NGB (K. Moreau) 24/02 4m2w te NGB (F. Fluyt, L . Hendrickx, K. Van Scharen, A . Smets, S . Horemans), 6 ex. over OHZ (wellicht dezelfde als te NGB) (F. Fluyt), 3 ex. te SAR (F. Fluyt, L . Hendrickx)

Witoogeend Aythya nyroca Ook tijdens de winter 2001-2002 werd te Kessel-Lo/Leopoldspark een adult wijfje Witoogeend

waargenomen . Ze werd hier ontdekt op 12/01 (L . Hendrickx, F. Fluyt, K. Van Scharen) en vanaf dan door verschillende waarnemers geobserveerd tot op 26/12 (J. Elst, D . en G . Van Den Heuvel). Op de Internationale Watervogeltelling van 16/02 werd vervolgens een wijfje (hetzelfde?) gezien te Wilsele/Noord (K. Van Scharen, F. Fluyt). 10


De Boom.klever 1102

Topper Aythya mari!a 1w of juv. te Oud-Heverlee/Noord (K. 03/02

ďż˝

d.Il

Scharen)

Brilduiker Bucephala clangu1a 08/12 1 ad wijfje te Oud-Heverlee-Noord (F. Fluyt) 04-24/02 1 ad wijfje te Oud-Heverlee/Zuid (K. Moreau, G. Louette, L. Hendrickx, K. Van Scharen, F. Fluyt, M . Bekkers, M. Depauw, E. Macquoy, F. Dondeyne, S. Horemans) Grote Zaagbek Mergus merganser 1 w te Neerijse/Grote Bron, vliegt op naar N bij aanvang van de jacht, wordt nadien 01/12 teruggevonden te Oud-Heverlee/Noord (F. Fluyt) 25/12 1 w te Neerijse/Grote Bron (K. Van Scharen) 1 w te Oud-Heverlee/Noord (J. Nysten) 30/12 Nonnetje Mergellus albellus 30-31/12 2w te Sint-Agatha-Rode (J. Nysten, L. Deschampelaere) 19/01 2w te Sint-Agatha-Rode (F. Fluyt) 20-27/01 l m2w te Sint-Agatha-Rode (K. Van Scharen, L. Hendrickx, M. Walravens, F. Fluyt) 01102 l m te Wilsele/Noord (R. Guelinckx) 03-08/02 l m te Sint-Agatha-Rode (K. Van Scharen, J. Nysten, K. Moreau, G. De Clerck) Roerdomp Botaurus stellaris 15/12 1 ex. te Oud-Heverlee/Noord (A. Smets) 20 en 22/12 1 ex. te Heverlee/Abdij van 't Park (M. Vanderhallen) 25/12 1 ex. te Neerijse/Grote Bron . (L. Hendrickx) 29-30/12 2 ex. te NGB, op beide data komt het tot een confrontatie tussen de twee vogels (F. Fluyt, K. Van Scharen, S. Bouillon) 01/01 1 ex. in de Doode Bemde (A . Boeckx) 05 en 09/01 1 ex. te Oud-Heverlee/Noord (W. Dirckx, R. Verhuizen) 13,16 en 25/01 1 ex. te Oud-Heverlee/Zuid (F. Fluyt, A. Smets, M . Schurmans) 20, 25 en 27/01 1 ex. te NGB (F. Fluyt, L. Hendrickx, M. Walravens, S. Horemans, M. Tomballe) 26/01 1 ex. in de Doode Bemde. (K. Moreau) Grote Zilverreiger Casmerodius afbus 05/12 rond 14u 1 ex. te Oud-Heverlee/Zuid (Vanderzande) 08/12 's voonniddags werden Grote Zilverreigers gezien te Oud-Heverlee/Noord en Zuid en in de Doode Bemde (2 ex. samen, later richting Z vertrokken) (F. Fluyt, K. Van Scharen, P. Vanormelingen), om 16u50 zat nog 1 ex. in de Doode Bemde (F. Fluyt) 01/01 rond l 4u 1 ex. over Oud-Heverlee/Zuid richting Neerijse/Grote Bron (A. Boeckx) 26/01 om 12u23 1 ad over Oud-Heverlee naar Z. Rond 13u30 zit hij te Neerijse/Grote Bron vanwaar hij rond 14u verdwijnt wanneer de jacht begint (K. Moreau) 27/01-01/02 1 ad te Neerijse/Grote Bron (F. Fluyt, L. Hendrickx, M. Tomballe, S . Horemans, J. Wellekens, G . Vandermeulen, F. Vandekeybus, K. Moreau, B. Saveyn) 02/02 eerst het ad te Neerijse/Grote Bron, later over de Doode Bemde vliegend en nog later zittend te Sint-Agatha-Rode (H. Blockx)

11


De Boom.klever 1102

Rode Wouw Milvus milvus 12/01 1 ex. rond 16u langzaam oostwaarts over tuin te Heverleefferbank (A. Verboven) rond 17u 1 ex. naar NW over Hamme-Mille (P. Claes) 23/02 Zeearend Haliaeetus albicilla 08/12 om 12u20 1 immatuur vrij laag naar Z over Oud-Heverlee/Zuid. Of het beest nu werkelijk trok of in de buurt was opgevlogen is niet helemaal duidelijk. Vermoedelijk het laatste, temeer omdat de vogel vanuit de weilanden/populieren sterk hoogte won. (F. Fluyt, K. Van Scharen) om iets na 9u de Zeearend op een forse wilgentak in de Doode Bemde. Mogelijk, 09/12 om niet te zeggen waarschijnlijk, had hij op deze plaats de nacht doorgebracht. Iets later verdwijnt hij naar N, zonder dat hij echt hoogte won. (F. Fluyt) Blauwe Kiekendief Circus cyaneus In totaal werden voor de periode december 2001 - februari 2002 30 waarnemingen van de Blauwe Kiekendief ontvangen. In 25 gevallen ging het om solitaire wijfjes, soms ook duo's (Huldenberg 5, Heverlee 4, Leefdaal 4, Oud-Heverlee 3, Bertem 2, Korbeek-Dijle 2, Terlanen 1, Loonbeek 1, Sint-Joris-Weert 1, Haasrode 1 en Winksele 1; versch. waarnemers). Vijfinaal werd er een mannetje opgemerkt, al dan niet in het gezelschap van 1 of 2 wijfjes: 21112 l m + l w over Bertem/ plateau naar W (S. Horemans) 24/12 l m over Heverlee/Abdij van 't P ark (F. Verdonckt) 26/12 l m + 2w over Heverlee/Bremstraat (G. Bleys) 05/01 l m + 1w te Bertem/plateau (S. Horemans) 03102 l m te Bertem/plateau (F. Vandekeybus) De laatste waarnemingsdatum betrof 27/02 met l w te Bertem/Walenpot (G. Bleys). Ruigpootbuizerd Buteo lagopus 16/12 1 2e_3e jaars ex. te Oud-Heverlee/Noord. De vogel werd zowel zittend als vliegend geobserveerd. Volgende kenmerken waren opvallend tijdens de zweefvlucht: forse bouw (10 Ă 15 % groter dan Buizerd), donkere bovenvleugel (contrasterend met witte staart en blekere kop), witte staart met zeer duidelijke zwartbruine eindband, zeer bleke ondervleugel met duidelijk contrasterende zwartbruine polsvlekken en knik in de vleugel (tss armvleugel en voorvleugel) duidelijk zichtbaar. (W. Rommens) Slechtvalk Fa/co peregrinus 16/12 17/01 03/02 20/02

rond 14u 1 imm. te Sint-Agatha-Rode (J. Nysten) 1 ex. boven de Zwaaikom op de Vaart te Leuven (W. Rommens) 1 mannetje te Tourinnes-La-Grosse (H. Blockx) 1 ad te Tourinnnes-La-Grosse, is dit dezelfde vogel als op 03/02? (H. Blockx)

Ongedetermineerde valk Falco species 06/12 ongedetermineerde valk met donkere kop boven Leuven/Cesarberg. Tot eind januari werd deze vogel sporadisch opgemerkt. (P. Claes) 14/02 1 ex. naar NO boven de Ijsevallei te Huldenberg (F. Fluyt) Goudplevier Pluvialis apricaria 02/01 12

1 ex. in weide te Everberg (G. Vandermeulen)


t

i

De Boom.klever 1102

Witgat Tringa ochropus Tijdens de maanden december 2001 - februari 2002 werden tot slechts maximaal 4 Witgatjes waargenomen op de gekende plaatsen in de Dijlevallei (versch. waarn.). De vogels zaten echter zeer verspreid. Een geringe aantalstoename deed zich voor op 24/02 met vanaf dan 6 ex. te Neerijse/Grote Bron (W. Claes, F. Fluyt, F. Dondeyne, L. Hendrickx, K. Van Scharen, A. Smets) Bokje Lymnocryptes minimus 7 ex. te Veltem-Beisem/Molenbeekvallei (J. Wellekens) 20/12 1 ex. te Oud-Heverlee/weilanden (F. Fluyt) 29/12 1 ex. te Veltem-Beisem/Molenbeekvallei (J. Wellekens) 29/01 1 ex. in de Doode Bemde (K. Moreau) 07/02 Watersnip Gallinago gallinago Deze winterperiode werden er 26 waarnemingen van groepjes van 1 tot 8 Watersnippen ontvangen. De vogels verbleven hoofdzakelijk in de Doode Bemde en de weilanden langs de Dijle te Oud-Heverlee en Sint-Agatha-Rode (versch.waam.), maar ook langs de zandgroeve van Haasrode (W. Claes) en in de Molenbeekvallei te Beisem (M. Depauw) liet de soort zich opmerken. Maximum: op 22/12 8 ex. te Oud-Heverlee/weilanden (S. Horemans, D. Vanderlinden, M. Tomballe) Houtsnip Scolopax rusticola 23/12 1 ex. te Neerijse/Grote Bron (W. Dirckx) 12/01 1 ex. in Florival (K. Van Scharen, F. Fluyt, e.a.) 29/01 1 ex. te Holsbeek/Gasthuisbos (W. Rommens) 21/02 's avonds 1 ex. vliegend tss. Bertembos en Eikenbos (S. Bouillon) Twijfelsteltlopers Charadriidae/Scolopacidae 02/02 groep van 20tal kleinere, bruine steltlopers tussen de Dijle en Campus Arenberg te Heverlee, mogelijk Goudplevieren of Kemphanen (E. Toorman)

Zwartkopmeeuw Larus melanocephalus 16/02 1 ad overgangskleed tussen de Kokmeeuwen te Neerijse/Grote Bron (F. Fluyt, K. Van Scharen, K. Moreau, M. Bekkers, M. Depauw, E. Macquoy) Dit betreft het 7e gekende geval voor de Dijlevallei. Pontische Meeuw Larus cachinruins In december 2001 waren er 8 médingen van 1à2 ex. te Oud-Heverlee/Noord (1 ex. op 01/12; F. Fluyt), Neerijse/Grote Bron (1 ad op 09 en 29/12; F. Fluyt, L. Hendrickx) en Sint-Agatha­ Rode (resp. 2, 2, 1, 1 en 1 ad op 9, 15, 25, 29 en 30/12; K. Van Scharen, F. Fluyt, L. Hendrickx). 2002 leverde de volgende waarnemingen: 23/01 1 ad te Kessel-Lo/Leopoldspark (M. Schurmans) 03102 1 ad te Neerijse/Grote Bron (K. Van Scharen) 06/02 1 ad te Neerijse/Grote Bron (K. Moreau, G. Louette), 's avonds arriveren 2 ad te Kessel-Lo/Leopoldspark (K. Moreau) 13


De Boom.klever 1102

Geelpootmeeuw Larus michahellis 26/01

1 ad winter op de meeuwen-voorverzamelplaats te Kessel-Lo/Leopoldspark (M.

Schunnans, K. Van Scharen, K. Moreau)

Kleine Mantelmeeuw Larus graelsii 27/01

2 ex. naar Z over Neerijse/Grote Bron (L. Hendrickx, F. Fluyt)

Zwarte Specht Dryocopus martius Er werden voor de behandelde periode 10 Zwarte Specht-waarnemingen ontvangen. Een vermeldenswaardige betreft toch wel het exemplaar dat op 09/12 te Leuven (omgeving Redingenhof) zat (P. Claes: mijn vorige waarneming van op deze plaats dateert van 1976).

Middelste Bonte Specht Dendrocopos medius Vanaf 17/02 konden roepende Middelste Bonte Spechten weer gehoord worden in het Mollendaalwoud (J. Rutten, T. Roels, W. Verhoeven).

Boomleeuwerik Lullula arborea 17/02

1 ex. roepend naar NO over het plateau Loonbeek/Neerijse/Leefdaal (F. Fluyt)

Waterpieper Anthus spinoletta Gedurende de ganse periode waarnemingen van groepjes tot een 15-tal ex. in de Doode Bemde en de weilanden langs de Dijle te Oud-Heverlee, Neerijse en Sint-Agatha-Rode. Grotere groepen werden op volgende data vastgesteld: 21/12 ong. 30 ex. te Bertem/plateau (S. Horemans) 22112 40 ex. te Oud-Heverlee/weilanden (S. Horemans, D. Vanderlinden, M. Tomballe) 30 en 22 ex. in de Doode Bemde (K. Moreau) 04 en 07/02 Er was één waarneming ten N van Leuven: 2 ex. over Wilsele vliegend op 05/01 (W. Claes).

Tjütjaf Phylloscopus collybita 10112 01/01 02/01 05/01 19/01

1 ex . 1 ex . 1 ex. 1 ex. 1 ex.

te Oud-Heverlee/Zuid (S. Bouillon) te Oud-Heverlee/Zuid (A. Boeckx) te Wilsele/Noord (R. Guelinckx) te Oud-Heverlee/Noord (S. Horemans), 2 ex. te Wilsele/Zuid (W. Claes) te Kessel-Lo/Leopoldspark (J. Elst)

Baardmannetje Panurus biarmicus Op 09/12 werden 2 wijfjes ontdekt te Oud-Heverlee/Zuid (F. Fluyt, L. Hendrickx, W. Dirckx). Dit betreft het vijfde geval in het Leuvense sinds 1975 (na drie veldwaarnemingen en 1 ringvangst) en het eerste sinds 1997. De vogels hielden zich vaak verborgen en werden dan ook niet bij elk bezoek teruggevonden. Tot 12/12 waren nog steeds beide wijfjes aanwezig (S. Bouillon, W. Dirckx) maar nadien werd nog slechts 1 ex. met zekerheid waargenomen (M. Schurmans, S. Horemans, D. Vanderlinden, M. Tomballe, F. Fluyt, K. Van Scharen). Op 02/01 werd ze voor het laatst gezien (S. Horemans, M. Schunnans, W. Claes).

Klapekster Lanius excubitor 04/02

14

1 ad in de Doode Bemde (F. Fluyt)


De Boom.klever 1102

Barmsijs Carduelis flammea /cabaret 01112 1 ex. roepend over Oud-Heverlee/NotEh-(F. Fluyt) In de winter 2001-2002 werden te Oud-Heverlee onafgebroken Bannsijzen genoteerd (15 waarnemingen) waarvan enkele als Kleine Bannsijs C cabaret gedetermineerd werden . Het begon met 1 ex. foeragerend op berkenzaad te Oud-Heverlee/Noord op 29/12 (F. Fluyt). Op 31112 werden in dezelfde berken 11 ex. waargenomen (L. Deschampelaere). Groepjes van 1 tot 10 ex. werden vervolgens vastgesteld (F. Fluyt, M . Schurmans, W. Claes, W. Dirckx, K. Van Scharen, J . Elst, K. Moreau en L . Hendrickx) tot op 16/02 wanneer voor het laatst 1 ex. werd opgemerkt

(W. Claes). Op 01/02 foerageerden 2 ex. te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt).

Kruisbek Loxia curvirostra 16102

auditief te Oud-Heverlee/Noord (F. Fluyt, K. Van Scharen, K. Moreau, M . Bekkers, M . Depauw, E. Macquoy)

Noordse Goudvink Pyrrhula pyrrhuka pyrrhula Voor het eerst sinds 1977 werden in regio Leuven Goudvinken van de noordelijke ondersoort 'Noordse Goudvink' vastgesteld . Er waren slechts drie eerdere meldingen bekend, waaronder twee ringvangsten ( l m op 07/01173 te Heverlee en 1w op 26/11177 te Haasrode) en één vondst (1w op 24/02/73 te Heverlee). De gevallen van 2002 zijn dus de eerste veld-waarnemingen voor de streek. In verschillende andere V laamse regio's, waarvan sommigen ook in V laams­ Brabant, werden ook exemplaren van deze ondersoort herkend . De data: 02 en 29 /01 l m l w te Holsbeek/Gasthuisbos (W. Rommens) 20/01 min . enkele ex. in groepje van 10 Goudvinken (3m + 7w) te Sint-Agatha­ Rode/ Rodebos (F. Fluyt) 28/02 3m3w in tuin te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt)

Appelvink Coccothraustes coccothraustes 23112 tot einde periode max. 5 ex. op voederplank te Terlanen (H . Roosen) 13 en 21101 22/01-08/02

1 ex. te Oud-Heverlee/Noord (A. Verboven, H. Blockx, K. Van Scharen) grotere groep te Leuven/Stadspark, met tot maximaal 30 ex. op 23/01 (F. Van

19/02

de Meutter, R . Stoks, J.·Mergeay, K. Moreau) kortstondig 3 ex. in parkje tussen de Bogaerdenstraat en de Jozef II-straat te Leuven (W. Veraghtert)

Exoten Zwarte Zwaan Cygnus atratus Deze Australische soort werd tijdens de winter 2001-2002 op verschillende plaatsen in de Dijlevallei vastgesteld. Op 16/12 verbleef 1 ex. in de weilanden langs de Dijle te Oud-Heverlee (S . Bouillon) en op 27/12 zat dezelfde vogel in de Doode Bemde (E. Macquoy). Vanaf 29/12 tot en met 09101 was hij terug aanwezig in de Oud-Heverleese weilanden (F. Fluyt, A . Verboven, R. Verhuizen). Vermoedelijk andere ex. werden genoteerd in het Leopoldspark te Kessel-Lo, waar 1 ex. zat op 26/01 ( K. Moreau, K. Van Scharen, M . Schurmans), en te Sint-Agatha­ Rode, waar 2 ex. vanaf minstens 20/01 verbleven (L. Hendrickx, K. Van Scharen).

Indische Gans Anser indicus Op 16/12 1 ex. te Oud-Heverlee/weilanden (S . Bouillon), op 27112 1 ex. in de Doode Bemde (E. Macquoy), op 29/12 1 ex. te Oud-Heverlee-Zuid (F. Fluyt) en op 16/01 1 ex. in wak te Oud-Heverlee-Noord (G . Vandermeulen). Gans de maand februari verbleef ook 1 ex. te Tervuren/Park (A. Reygel). 15


De Boom.klever 1102

Brandgans Branta leucopsis Groepjes verwilderde Brandganzen worden de laatste tijd ook in het Leuvense regelmatiger opgemerkt, zoals in het Park van Tervuren waar gedurende de ganse periode tot maximaal 9 ex. verbleven (B. VanRossum,A. Reygel e.a.). Op16/12 vloog1 ex. met15 Grauwe Ganzen laag naar Z over Sint-Agatha-Rode en werd even later teruggevonden in de weiden ten Z van het Groot Broek (J. Nysten). Gezien de associatie met deze wilde Grauwe Ganzen betreft ook deze Brandgans een mogelijk wild exemplaar. Op 24/02 zaten 2 ex. te Oud-Heverlee-Noord ( S. Horemans).

Ringtaling Calonetta leucophrys Het adulte mannetje was nog tijdens de volledige behandelde periode aanwezig teHeverlee/ Arenbergpark (P. Scheys, K. Moreau).

Mandarijneend Aix galericulata Op02 en06/12 verbleef nog steeds1 mannetje in de Doode Bemde (F.Fluyt, G. Vandermeulen). Vanaf06/12 tot en met 16/01 zat een ander mannetje op de Dijle ter hoogte van Interbrew te Leuven (W. Rommens). Op31 /01 verscheen ook een mannetje teHeverlee/Abdij Van 't Park. Deze vogel bleef hier tot minstens eind februari aanwezig (K. Moreau, F. Dondeyne, E. Macquoy, K. Van Scharen, F. Fluyt)

Halsbandparkiet Psittacula krameri 17/12 27/01 04/02 02103 05103

groep van54 ex. in boomtop te Tervuren/Park (A. Reygel) 6 ex. aan de Ijsebrug, Neerijse/Kasteelpark (E. Macquoy) 7 ad in en rond hetKasteelpark van Neerijse (K. Moreau) om1 8u20 1 ex. naar ZW over Beisem/Molenbeekvallei (M. Depauw) 2 ad te Neerijse/Kasteelpark (K. Moreau)

Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be !@Copyright

Medewerkers Monique Bekkers, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Alain Boeckx, Steven Bouillon, Paul Claes,War Claes,Frank Claessens, G. De Clerck, Mark Depauw,Wim Dirckx, Francis Dondeyne, Joris Elst, Jean-Philippe Ferette, Freek Fluyt, Jos Grootjans, Robin Guelinckx,Luc Hendrickx, Paul Herroelen, Stefaan Horemans, Ronny Huybrechts, Gerald Louette,Eddy Macquoy, Gert Meeus,Joris Menten, Joachim Mergeay,Kelle Moreau,Johan Nysten, Alain Reygel, Toon Roels, Wouter Rommens, Hans Roosen, Geert Rossaert, Jos Rutten, BertSaveyn, Peter Scheys, Maarten Schurmans, Maurice Segers, Axel Smets, Geert Sterckx, Robby Stoks, Marita Tomballe, Erik Toonnan, D. & G. Van Den Heuvel, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Frank Van Den Route, Filip Vandeputte, Maarten Vanderhallen, Dirk Vanderlinden, Geert Vandermeulen, Vanderzande,Frederik Vanlerberghe, Philippe Vanmeerbeeck,Koen & P ieter Vanonnelingen, Joost Vanoverbeke,Bart VanRossum, Kris Van Scharen, Wim Veraghtert,Andre Verboven, Bart Vercoutere,Freek Verdonckt,Werner Verhoeven, Rien Verhuizen, Filip Volckaert, Marc Walravens enJanWellekens. Met dank aan Gerald Driessens voor het bezorgen van de waarnemingen ingesproken op De Natuurpunt Vogellijn (03 /488 01 94).

16


De Boom.klever 1102

Zoogdienvaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving December 2001

-

februari 2002

Dit overzicht van opmerkelijke en interessante zoogdierwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving beslaat voornamelijk de periode december 2001 februari 2002. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud­ Heverlee, Huldenberg, Overijse en Tervuren. De volgende rubriek zal de periode maart­ mei 2002 omvatten. Waarnemingen worden voor 10 juni 2002 verwacht bij Kelle Moreau, Kerspelstraat 20, 3001 Heverlee, t: 048612 58 77, e: kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be. -

Grootoorvleermuis Plecotus auritus 04/12 1 dood ex. te Leuven (R. Guelinckx) Dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Vroege waarnemingen in de Weldadigheidsstraat te Leuven: op 30/01 werd hier reeds 1 ex. rondvliegend waargenomen (B. Saveyn). Bij verbouwingswerken in de Appeltuin in dezelfde straat werd een w eek eerder bij het afbreken van een muurtje een groep van 10 Dwergvleermuizen gevonden(E. Macquoy). Bever 03102

Castor fiber vrij verse vraatsporen (een omgeknaagde forse boom) te Sint-Agatha-Rode (K. Van Scharen)

Dwergmuis Micromys minutus 04101 op een stuk kaalkap op de rand van het Bertembos twee nesten (F. Claessens) 10/01 één mogelijk nest in braamstruiken aan ZO-punt Bertembos (F. Claessens) Steenmarter Martesfoina 02/02 's nachts 2 ex. te Everberg (A. Smets) Vos Vulpes vulpes 25/12 1 ex. te Oud-Heverlee-Zuid (W. Dirckx) 17/02 1 vers doodgereden ex. op de E314 te Holsbeek/Winksele (F. Volckaert) Samenstelling Kelle Moreau, kelle.moreau@bio.kuleuven.ac.be

1�copyright .

.

. .

Medewerkers Frank Claessens, Wim Dirckx, Freek Fluyt, Frans Geenen, Robin Guelinckx, Eddy Macquoy, Kelle Moreau, Wouter Rommens, Bert Saveyn, Maarten Schurmans, Axel Smets, Geert Sterckx, Filip Vandeputte, Frederik Vanlerberghe, KrisVan Scharen, Andre Verboven Bart Vercoutere en Filip Volckaert. 17


De Boom.klever 1102

Trekvlinders in het Dijleland in 2001 Sinds 1983 worden in België op min of meer systematische wijze trekkende dag- en nachtvlinders geteld. Ikzelf werk ondertussen ook al een jaar of zes mee aan dit onder­ zoek dat gecoordineerd wordt door bet Belgisch Trekvlinderonderzoek (BTO). Er wor­ den momenteel een 50-tal soorten gevolgd, waaronder niet enkel echte trekvlinders, maar ook een flink aantal dwaalgasten en zwervers.

Trekvlinders

Trekvlinders zijn afkomstig uit het Middellandse-Zeegebied of de subtropen en zelfs de tro­ pen. Ze worden regelmatig of toevallig in onze contreien opgemerkt. Ze kunnen doorgaans in geen enkel stadium onze winter overleven. Ze moeten bijgevolg ieder voorjaar opnieuw naar ons land vliegen. De volgende soorten werden waargenomen in het Dijleland in 2001: Atalanta Vanessa atalanta (Atalanta): Normaal de meest talrijke trekkende dagvlinder en dat was ook dit jaar weer het geval. Van

eind augustus tot eind september werden flinke aantallen vlinders gezien op hun terugtrek naar het zuiden, onder andere tijdens de vogeltrektellingen langs de Bredeweg in Leefdaal. Kris Van Scharen meldde op 1 November nog een tiental exemplaren in zijn tuin te Leefdaal, meteen de laatste waarneming die doorgegeven werd. Distelvlinder Vanessa cardui

. Frederik Fluyt en Steven Bouillon namen op 28 September een exemplaar waar dat duidelijk naar het Zuiden trok. Ipsilonuil Agrotis ipsilon

Deze grote, mooie uil is een regelmatige trekker die elk jaar gezien wordt. In 2001 kwamen in augustus 3 exemplaren naar mijn lichtval in de tuin te Heverlee. Gamma-uil Autographa gamma

De G amma-uil is na de Atalanta onze bekendste trekvlinder. Het volwassen dier kan ook overdag aangetroffen worden en is tegen valavond uitdrukkelijk aanwezig rond a11erlei bloeiende planten. In 2001 noteerde ik in totaal 36 exemplaren tussen begin juli en midden september. Koolmotje Plutella xylostella Het Koolmotje is een minuscuul motje, niet groter dan een mug. De soort komt ieder jaar voo� maar wordt door de meeste mensen niet herkend. De soort was dit jaar niet talrijk aan­ wezig, met slechts 10 exemplaren voor het ganse jaar. Interessant was wel het exemplaar dat op 27 december naar de eetkamerverlichting kwam gevlogen. Als rupsje met snijbloemen mee binnen gebracht? 18


De Boom.klever 1102

Nomophila noctuella Ook dit is een micro-motje dat geregeld voorld vu in mijn lichtval. 2001was een slecht jaar voor dit trekkertje, met slechts één exemplaar op 21 augustus.

Dwaalgasten Dit zijn regelmatige of occasionele zwervers, in regel afkomstig van over de grenzen en vooral uit Midden-Europa. Doorgaans worden slechts zeer kleine aantallen aangetroffen. Ze kunnen zich soms enkele jaren in ons land handhaven, maar verdwijnen dan opnieuw voor onbepaalde tijd. In feite zijn het soorten met fluctuerende areaalsgrenzen. Volgende soorten werden in 2001waargenomen: Mythimna albipuncta Deze uil is een regelmatig voorkomende dwaalgast en komt de laatste jaren geregeld in mijn lichtval. In 2001 noteerde ik in totaal 12 exemplaren, het grootste aantal ooit. Er was één vroege waarneming op 15 juli, alle andere waarnemingen vielen tussen 12 augustus en 12 september. Hoplodrina ambigua Dit is eveneens een uil en een regelmatig voorkomende soort die inmiddels inheems is ge­ worden. Ik noteerde in 2001in totaal34 exemplaren, tevens een jaarrecord. Lozotaeniodes formosana Deze onmiskenbare, prachtig gekleurde Bladroller is een onregelmatige dwaalgast. Op 30 juni kwam één exemplaar naar het laken tijdens een nachtvangst met HPL-licht in mijn tuin in Heverlee.

Zwervers Biotoopvlinders die onregelmatig of toevallig gaan zwerven. Ze worden soms vér buiten hun normale vlieggebieden aangetroffen. De enige soort aangetroffen in 2001 was de Koninginnepage (Papilio machaon). De soort heeft in het Dijleland echter een stabiele popu­ latie. Op 26 augustus kon ik boven een weide te Bertem mooi hili-topping gedrag vaststellen: verschillende exemplaren gebruiken dan de top van een heuvel als ontmoetingsplaats. Alles bij elkaar kan 2001niet echt een schitterend trekvlinderjaar genoemd worden. Er wer­ den bijvoorbeeld géén Kolibrievlinders (Macroglossum stellatarum) waargenomen en ook de spanner Rheumaptera cervinalis die de voorbije jaren steeds van de partij was liet het dit jaar volledig afweten. Mensen die in 2002wensen mee te werken aan het trekvlinderonderzoek kunnen zich bij mij opgeven als medewerker. Ook toevallige, eenmalige waarnemingen zijn steed welkom indien je minimum volgende gegevens bezit: soort, aantal, datum, plaats. Alle bijkomende informa­ tie zoals foerageergedrag (bloemsoort), voortplantingsgedrag (paring, waardplant, ...) of trek­ gedrag zijn uiteraard interessant. Alle gegevens worden uiteraard naar het BTO doorgegeven met vermelding van de waarnemer. De volledige lijst met alle soorten die gevolgd worden is te vinden op de website van het BIO (http://users.skynet.be/bs663526/index.html) of kan bij mij opgevraagd worden. André Ver boven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee l��opyright Tel.: 016. 23 81 84, e-mail: andre.verboven@chello.be

19


De Boom.klever

1102

Voorjaarszweefvliegen in Oud-Heverlee 1.

Inleiding en situering

Eind april 1999 heb ik een viertal relatief korte (gemiddeld minder dan 1 uur) excursietjes gedaan vanuit mijn kot te Heverlee naar de vijvers van Oud-Heverlee (net ten zuiden van Leuven). Ik heb daarbij op twee verschillende plaatsen gekeken naar zweefvliegen, namelijk op de wegberm van de E40 (thv van de kruising met de Dijle) en op een drassige kapvlakte, grenzend aan de bewuste vijvers. Het eerste gebied bestaat uit een zuidgerichte helling die echter volledig met struikgewas begroeid is. Bloeiende planten zijn hier een aantal schaduw­ planten zoals look-zonder-look, maar ook wat fluitekruid en enkele bloeiende bomen (één esdoorn en één lijsterbes). De meeste hier waargenomen zweefvliegen waren echter niet aan het foerageren maar zaten gewoon op de bladeren of op het parallelle zandweggetje te genie­ ten van het micro-klimaat (vooral 's ochtends en's avonds als het koeler was) en/of waren paarlustige mannetjes (in baltszwerm of vanop bladeren jagend). Het tweede gebied, dat slechts enkele 100-en meters verder gelegen is, bestaat uit een enkele jaren oude (populieren)kapvlakte die doorsneden wordt door enkele ondiepe grachtjes en die nu gedomineerd wordt door een rijk assortiment aan zegges met verspreid een aantal grote dotterbloem"pollen". Alle zweefvliegen werden hier uitsluitend op dotterbloem gevangen. Op slechts vier korte waamemingsdagen (23, 27, 28 en 30 april) nam ik in deze twee gebie­ den een totaal van 62 soorten zweefvliegen waar, een hoog aantal aangezien het in feite maar een momentopname betreft. Op nog enkele willekeurige dagen doorheen het jaar ( 1 dag in september en 3 dagen in het voorjaar) vond ik in nabijgelegen gebieden (Heverleebos en Heverlee park) zonder speciaal achter zweefjes te zoeken nog eens 12 extra soorten zoadat het totale aantal al op 74 komt. Het effectieve soortenaantal in deze traditioneel rijke streek voor zweefvliegen ligt waarschijnlijk nog veel hoger, maar dat vraagt natuurlijk veel inten­ siever speurwerk en een waarnemingsperiode die het gehele vliegseizoen dekt. Om de zweefvliegenliefhebbers al wat warm te maken voor dit nieuwe vliegseizoen of om anderen ertoe aan te zetten ook eens wat aandacht te schenken aan deze bijzonder interessante dipterengroep volgt hieronder een kort overzicht van enkele leuke vangsten. 2.

Enkele Syrphi spectaculari (=leuke zweefjes) in alfabetische volgorde -

Genus Cheilosia Met 14 gevangen soorten is dit veruit het best vertegenwoordigde genus. Een eerste leuke soort is C. antiqua. Het is een kenmerkende soort voor voedselrijke bossen in het midden en zuiden van het land. Ze wordt vrijwel steeds - ook nu - gevangen op dotterbloem. C. canicularis is voor België de grootste vertegenwoordiger van de Cheilosia'sen is met name in augustus en september redelijk algemeen in het zuiden van het land. Naar het noorden toe wordt de soort al snel zeldzamer en bereikt iets boven Leuven haar noordgrens, met uitzonde­ ring van een populatie in het gebied aan de Schelde thv Antwerpen. In Nederland blijft ze beper� (zoals zovele soorten daar) tot Zuid-Limburg. De voorjaarsgeneratie is een stuk min­ . der talrijk en enkele jaren geleden bleek dat ze in feite bestaat uit 2 erg gelijkende soorten nl. C. canicularis en C. orthotricha (met o.a. rechte ipv gekroesde trichen op de pleura). Het gevangen exemplaar bleek echter een raszuivere canicularis. Eén van de talrijkst waargenomen Cheilosia's was C. chlorus. De verspreiding in België van deze soort komt ongeveer overeen met die van C. canicu/aris (de grens ook weer boven 20


De Boom.klever 1102

Leuven) maar ze is bijzonder zeldzaam in N,idzq_and (met nog maar enkele waarnemingen, uiteraard in Zuid-Limburg). Alle waarnemin�'lvaak tientallen exs.) gebeurden op dotters. Cheilosia semifasciata is naar mijn gevoel de meest onderschatte Cheilosia van België. Zo­ wat overal waar ik in tot nu toe in het voorjaar zweefvliegen ving trof ik de soort aan (3 plaatsen in het Leuvense, 4 plaatsen in de buurt van Mechelen-Putte). Ook nu weer heb ik de soort op elke waarnemingsdag gezien, steeds aan de autostradeberm. Mannetjes hangen vaak in een baltszwerm op zonnige plekjes in bos of aan bosranden en zijn in de hand makkelijk herkenbaar aan de zilverige vlekken op het achterlijf, de zwarte poten en het typisch vooruit­ stekende "gezicht". Genus Criorhina Naast de wat talrijkere C. berberina ligt er ook één waarneming voor van de erg mooie C. floccosa: 21 april in het park van Heverlee. Deze soort komt verspreid voor in België en is typisch voor de wat mooiere bossen (alle Criorhina's hebben larven die in houtmolm leven). Genus Dasysyrphus Naast algemene soorten als D. albostriatus, D. tricinctus en D. venustus ving ik op 23 april op de dotters ook een wijfje D. lunulatus. Deze soort is ondertussen ook al uitgesplitst in enkele 'nieuwe' soorten maar het blijft wachten op de eerste goede tabel. Genus Epistrophe Op de 4 waarnemingsdagen ving ik drie soorten van het geslacht Epistrophe. Naast de alge­ menere E. eligans en E. nitidicollis waren er ook een aantal vangsten van E. melanostoma. Hoewel Verlinden (1991) deze soort nog zeldzaam in midden en zuid-België noemt, kon ik deze zweefvlieg al op verschillende plaatsen in V laanderen vangen. De schildbeharing en de breedte van het aangezicht controleren bij de 'oranje' Epistrophe's blijft dus aan te raden. Let daarbij vooral op de vroege exemplaren (vóór 25 april) want E. melanostoma vliegt gemid­ delde zo'n tiental dagen vroeger dan zijn broertje E. nitidicollis. Een heel opvallende vangst was zeker ook een wijfje Epistrophe ochrostoma op 21104 (!) op een bloeiende esdoorn in het park van Heverlee (voor Leuvenaars: thv de Alma III). Deze naar men aanneemt xerofiele soort staat in zowel Nederland als België als zeldzaam te boek en wordt normaalgezien pas waargenomen vanaf half mei. Als we er vanuit gaan dat wijfjes meestal later vliegen dan de mannetjes is dit een wel heel erg vroege waarneming. Genus Orthonevra Op het dotterveldje waren op 28 en 30 april telkens een aantal 0. brevicornis aanwezig, een typische soort voor vochtig bos. In mei ving ik daarnaast ook nog enkele exemplaren van 0. no bi/is in Heverleebos (Zoete Waters) en in september ook nog een exemplaar van Ripponensia splendens. Voor zij die het nu in Keulen horen donderen even uitleggen dat deze (sowieso al wat atypische) orthonevra op basis van onder ander een uitgebreide studie van de larvale stadia samen met nog 4 (niet inheemse) soorten onlangs in een apart genus (Ripponensia) is gestopt. In Nederland is deze soort ook weer beperkt tot - u raadt het al - Zuid-Limburg en in België komen bijna alle waarnemingen uit het Brabants district. Genus Parasyrphus Ik heb maar één vertegenwoordiger van de parasyrphi gevangen maar het is wel een leuke: Parasyrphus malinellus. Dit zweefje komt verspreid voor in België maar is toch hoofd zake­ lijk beperkt tot Wallonië en heeft slechts enkele waarnemingen in Vlaanderen. 21


De Boom.klever 1102

Genus Parhelophilus

Ik ving slechts één soort van dit genus nl. Parhelophilus frutetorum. Op 28 april (vroeg!) waren drie mannetjes aanwezig op de dotters. 3.

Slotbemerking

Zoals al gezegd is het aantal waargenomen zweefvliegen erg hoog voor zo'n korte periode. Het werkelijk soortenaantal ligt echter waarschijnlijk dubbel zo hoog of zelfs nog hoger. Lucien Verlinden (auteur van de prachtige zweefvliegentabel) ving in een bos iets ten noor­ den van Leuven tot nu toe al bijna 170 soorten en ikzelf in de streek rond Mechelen ondertus­ sen ook al 150 (124 op één plaats). Nochtans zijn dit geen records: in de streek rond de Meinweg (NL, Zuid-Limburg; de plaats waar nu de IJzeren Rijn dwars doorheen gelegd wordt) zijn al meer dan 200 soorten bekend en het is niet denkbeeldig dat bij ons in Limburg of zeker nog op een aantal plaatsen in Wallonië ook dergelijke concentraties voorkomen. Zweefvliegen blijven ook na al die jaren nog slecht onderzocht maar dat bepaalt ook voor een groot deel hun charme want je kan gerust nog grote ontdekkingen doen binnen deze familie, ook in jouw streek! Geregeld worden nog nieuwe soorten gemeld voor België of worden jarenlang 'uitgestorven' geachte soorten herontdekt. De toegenomen aandacht in wetenschap­ pelijke kringen voor deze familie leidde recent tot het opsplitsen van een groot aantal soorten zodat de verspreiding van deze 'nieuwe' soorten nog maar slecht gekend is. Er is dus duide­ lijk nog zeer veel werk te doen en het is dus zaak je niet te laten afschrikken door het aanvan­ kelijk wat stroeve determinatiewerk of door al het gerommel met naamgeving dat momenteel aan de hand is(hopelijk stabiliseert zich dit wat de komende jaren). Zweefvliegen kunnen vaak jarenlang in pietluttig kleine stukjes natuur blijven overleven en komen ons daardoor tegemoet als een voor iedereen beschikbaar getuigenis van een vaak veel groener verleden­ waar we ook nu nog een beetje van kunnen genieten. Dankwoord

Een dankwoord is hier zeker op zijn plaats met name voor Lucien Verlinden, niet allen omdat hij door het maken van een prachtige tabel voor vele mensen de wereld van de zweefvliegen heeftgeopenbaard, maar ook voor het mij bezorgen van de recente literatuur over zweef­ vliegen en het controleren van een aantal determinaties. Daarnaast wil ik zeker ook de men­ sen die al eens mee zweefvliegen gaan vangen of mij waarnemingen bezorgen bedanken. Literatuur

Verlinden, L. (1991)-Fauna van België Zweefvliegen. KBIN, Brussel, 298 pp. Vujic A. en Clausen, C. (1994) Cheilosia orthotricha, spec. nov., eine weitere Art aus der vetwantschaft von Cheilosia canicularis aus Mitteleuropa. Spixiana, 17(3): 261-267 Maibach, A. (1994) Limites génériques et caractéristiques taxonomiques de plusieurs genres des Chrysogasterini (Diptera: Syrphidae). Ann. Soc. Entomol. Fr., 30(1): 217247 Van der Goot, V. (1989) Zweefvliegen. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse NatuurhistorischeVereniging, Utrecht, 52 pp

-

Frank Van de Meutter, Nachtegalen/aan 16, 2820 Bonheiden j<�Copyright frank.vandemeutter@bio.kuleuven.ac.be

Noot: de volledige soortenlijst is te raadplegen op de website van NSG Dijleland 22


De Boom.klever 1102

Digitale natuur 16 maart 2001. Een Boerenzwaluw! Of toch niet? Het was alleszins de eerste vogel die ik in Australië te zien kreeg. In de Dijlevallei zou dit alvast één van de eersten zijn. De sufheid na zo'n 24 uur waarin de halve aardbol onder m'n zitje was doorgeschoven had net plaats­ gemaakt voor aangename verwondering over landschap en weer van m'n nieuwe woonplaats voor de komende drie jaar. Ook m'n tweede vogel, luttele tellen later, riep ogenblikkelijk thuisfront-herinneringen op: een forse witte brok die met diepe, langzame vleugelslagen frontaal over kwam. Identiek hetzelfde beeld als in december 1999, toen zo'n albino kruising tussen Bosuil, kip en Koereiger boven de zuidelijke vijver van Oud-Heverlee passeerde. Gemobt door drie Kokmeeuwen is het beest toen naamloos uit m'n verrekijkerbeeld geflapt... Hoe­ zeer die eerste Ozzie 'tick' z'n naam eer aan deed, bleek pas 's avonds bij het doorsnuffelen

van m'n gloednieuwe 'Pizzey & Knight', het Australisch equivalent van Jonsson ofSvensson: WelcomeSwallow (Hirundo neoxena). En alle Sulphur-crested Cockatoos (Cacatua galerita) mogen er van op aan dat het bij die ene 'anonieme' waarneming zal blijven ... Eerder die week had ik in ijltempo afscheid genomen van m'n favoriete plekken in het Dijleland. Een Boomklever- en mezenconcert opende de dag in Mollendaal, waar binnen het uur Havik, Middelste Bonte en Zwarte Specht de revue passeerden. De natste plekjes in de Dijlevallei waren goed voor Bokje, Watersnip en enkele Waterpiepers, terwijl Goudvink, Kleine Bonte Specht en reeds opvallend veel Tjiftjaf vanuit de tribune toekeken. Op de vijvers mooie aan­ tallen Slob en nog één van de overwinterende Nonnetjes. Vanop het plateau nog even de streek overkijken om vervolgens samen met een passerende Blauwe Kiekendief m'n koffers te pakken. Kortom, de typische 'oogst' van een heldere dag begin maart, zo eentje waarbij je een overdosis 'ontluikende lente'-parfum te verwerken krijgt en je je interne fenologie­ cbronometer kort en krachtig indrukt. M'n eerste weken in Canberra werden er alleen maar verwarrender door. Biologische klok op lente in een omgeving waar de herfst net uit de startblokken was. Het weer was bovendien niet erg behulpzaam om de chaos in m'n systeem tot de orde te roepen. Tot midden mei amper een wolkje aan de lucht, enkel diepblauw en zon. De quasi dagelijkse Grijze Wouwen en Purperkoeten en de nu eens mediterrane, dan weer savanne-achtige vegetatie versterkten het gevoel op voorjaarsvakantie in Spanje te zijn. De herfstsymptomen waren echter onmisken­ baar. Vanaf begin april de verspreide (import-)loofbomen in vuur en vlam, terwijl de ochtendlijke fietstrip richting werk week na week killer werd, onder een waterzon die steeds vaker de duimen moest leggen voor het dik pak ochtendmist. Niets van dit alles in m'n mailbox, waar de lente zich onverstoorbaar verder ontplooide. Eind april Rosse Grutto en Koereiger in de kletsnatte weilanden te Oud-Heverlee, terwijl de natuur hier al wekenlang naar water snakte; de eerste Wespendieven arriveerden samen met de eer­ ste nachtvorst; en tot 's avonds laat werd de wacht opgetrokken bij een koppeltje Grauwe Klauwieren, terwijl ik na werktijd enkel kon genieten van de melkweg in een brede band 23


De Boom.klever 1102

over de gitzwarte hemel uitgesmeerd. Een blitzbezoek verde enkel piepende Ransuiljongen op ...

aan

de uitverkoren plek eind juni le­

Ondertussen heb ik leren leven met m'n natuurbeleving op twee fronten. Na een weekendje Koala's (een uitdaging om te vinden ... ), Emoes (tja ... ) en kangoeroes (er zitten er hier echt veel ... ) trakteren de berichten van de e-rondzendlijst me iedere maandag- en dinsdagochtend op een virtuele trip doorheen het Dijleland. Hoogtepunten en bijzonderheden belanden stee­ vast in m'n agenda-allicht een afwijking na tien jaar waarnemingsrubrieken samenstellen. Surfsessies op windstille dagen passeren doorgaans langs onze onvolprezen webstek, kwestie van Australië op nwnmer twee te houden in de visitor statistics . .. En nu er steeds meer beeld­ materiaal wordt rondgestuurd, is het hek qua natuurbeleving-op-afstand volledig van de dam. 'k Heb deze winter meer Grote Zilvers gezien in de Dijlevallei dan in alle jaren voordien. En staat Monique weeral te kletsen in plaats van te tellen aan Neerijse Grote Bron? Ik kan me niet voortstellen dat voeling houden met het reilen en zeilen van het pluimvee in het Leuvense ooit eenvoudiger is geweest... Binnenkort een webcam in de nieuwe hut in de Doode Bemde? 16 maart 2002. Eén jaar en vier uitgesproken seizoenen verder. Canberra heeft een uitgespro­ ken continentaal klimaat, met jaarrond grote verschillen tussen dag- en nachttemperatuur (typisch-5/15°C 's winters, 12/30°C 's zomers). En hoewel zon en blauwe lucht 'normaal' constanten zijn, ook hier de natste februari on record. M'n vogelaarsgevoel is gevormd en het zijn soorten als Superb Lyrebird (Menura novaehollandiae) of Painted Snipe (Rostrulata benghalensis) die nu je dag maken. Welcome Swallow en Sulphur-crested Cockatoo zijn verworden tot plaatselijke Boerenzwaluw en Houtduif Vandaag trouwens een dag in opperste Dijlevallei-sfeer: André op bezoek. Omdat ik hier niet echt een uitverkoren 'local spot' heb, doorkruisen we samen in sneltreinvaart een staalkaart 'landschappen en biotopen in Canberra'. Ondermeer Grijze Wouw, Wedge-tailed Eagle (Aquila audax) en Brown Falcon (Fa/co berigora) paraderen boven het-dixit André-'Spaans bin­ nenland' en de 'Afrikaanse savanne' van Canberra en omgeving. En weerom dezelfde ver­ warring: zomerse temperaturen, alles lentegroen als gevolg van de februariregens, maar het lage zonlicht-diep en intens van kleur-verraadt dat de herfst om de hoek loert. In m'n mailbox daags nadien is het volop lente: Kraanvogels en masse doorgekomen, Rode wouw, Roodborsttapuit, Klapekster, Zomertaling, . . . Ik heb een sterk vermoeden dat de stoel voor m'n PC vooralsnog m'n favoriete 'local spot' is...

Maarten Hens maarten. hens@csiro.au

24


----� - ...

..JD.,J o


€ 12,20

Uitgeverij VUBPRESS Woversesteenweg 1077 B-1160 Brussel

fax 32 2 629 26 94 e-mail: vubpress@vub.ac.be www.vubpress.be

Ook verkriigbaar in de Natuurpunt•boekhandel

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2002  

De Boomklever Maart 2002  

Profile for nsgd
Advertisement