__MAIN_TEXT__

Page 27

OVERWINTERENDE ZWARTE RUITER

(Trinf(J-erythropus) IN DE DIJLE-VALLEI

Tijdens mijn wandeling door het Park van Tervuren op 08 december 2000, werd mijn aandacht getrokken door een ijverig foeragerende steltloper met opvallend rood-oranje poten, ter hoogte van de dam tussen de Vossemvijver en de Reservevijver. De vogel liep dartel rond op de grasstrook langs de oever, regelmatig stoppend om met de bek in de aarde naar voedsel te zoeken. Daar de vogel onverstoorbaar langs de oever bleef lopen, was hij ook vrij dicht (ongeveer 5 meter) te benaderen en ook duidelijk te observeren. Volgende kenmerken werden genoteerd: middelgrote steltloper, rood-oranje poten, lange bek (rood aan basis van de ondersnavel, de rest zwart tot rood-zwart), witte vlek boven snavelbasis en reikend tot boven het oog dat donker was, kleed vrij donker, grijsachtig gestreept op buik en zwart-wit getekend op de rug. Vermits ik geen veldgids bij mij had, dacht ik eerst dat het een Tureluur (Tringa

totanus) was. Bij controle achteraf was het duidelijk dat het om een Zwarte Ruiter ging. Mijn observatie van het verenkleed kwam het best overeen met dat van een jonge vogel of een adult in overgangskleed. Dat het weer voor begin december nog vrij goed was (zonnig en ongeveer 15° C) kon de reden zijn voor een nog late doortrekker in rui of een achtergebleven jonge vogel, daar normaal de Zwarte Ruiter doortrekt van juni tot november (meestal langs de kust, doch ook solitaire vogels in het binnenland) en enkel overwintert .langs de kust in vrij klein aantal (Vogels in Vlaanderen, 1989). Toen ik Paul Herroelen over deze observatie sprak, vertelde hij mij dat in de Dijle­ vallei rond die datum ook een Zwarte Ruiter werd _geobserveerd. Via Maarten Hens (met dank) kreeg ik de waarnemingen te zien en bleek er reeds tussen 21 oktober en eind december 1 exemplaar een tiental malen te zijn gezien aan de Grote Bron in Neerijse. Vermits ik geen gegevens had over het verenkleed van deze vogel, kan niet met zekerheid worden achterhaald of het om hetzelfde exemplaar ging, alhoewel dit niet onmogelijk is en zelfs zeer waarschijnlijk, daar de soort in het binnenland in de winter nooit erg talrijk is. Toen zich in januari eindelijk een periode van vorst aankondigde, verwachtte ik zeker de soort niet meer te zien in het Park van Tervuren. Groot was dus mijn verbazing toen ik op 12 januari 2001, midden in een koude-periode met nachtvorst, terug een

25

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2001  

De Boomklever Maart 2001  

Profile for nsgd
Advertisement