Page 3

Oog in oog met de Koning

Maandag 8 juni

1998 wordt er op de vogellijn een Grijskop-purperkoet(= de

ondersoort van de Kaspische Zee) gemeld aan de bezinkingsbekkens te Tienen. En vermits de weergoden ons, tussen enkele regendagen in, een droge avond gunden besluit ik het er maar eens op te wagen. Maar het wordt helaas niets: na bijna twee uur speurwerk langs de dijken en op de vijvers wordt het beestje niet gevonden. Bij het wegrijden ontmoet ik Erwin C. die me vertelt dat de vogel zich erg veel verplaatst, telkens op een andere plek opduikt en daarna weer spoorloos verdwijnt. De avond is nog jong en ik besluit op de terugweg nog even langs te lopen op de plek in Heverlee (de precieze plaats kan met het wg op maximale kansen

voor

em

mogelijk broedgeval niet worden aangegeven) waar de vorige week een n1annetje van de

erg zeldzaam geworden Kwartelkoning (Crex crex) te horen was. Als ik de vogel nog eens opnieuw kon horen zou dat de Tiense mislukking wat doen vergeten. Vorige vrijdag was vanaf 23 uur bijna onafgebroken zijn karakteristieke roep, die men inderdaad het best kan vergelijken met het raspen van een kam over een metalen blikje, te horen.

Hij riep die dag al, maar minder

vooravond maar desondanks liet de schuwe vogel zich

vaak, van in de

niet

zien. Sommige

vogelaars probeerden het later in de nacht zelfs met zaklampen en alhoewel ze tot

op

minder

dan

twee

meter

van

de

roepende

ogel

naderden:

de

Kwartelkoning bleef aan het oog onttrokken... Ik maak me dus maar weinig illusies om een glimp \'an de vangen. Vrij snel hoor ik inderdaad het roepende mannetje

ogel op te

opnieuw maar ik

stel ook vast dat de vogel zich verplaatst. Meteen denk ik dat de kansen om h e m even te zien wel groter zouden zijn wanneer ik de lopende vogel op zijn verplaatsingen over het terrein 'op de voet' zou proberen volgen. De vogel roept nu ongeveer om de tien minuten. Het terrein speelt echter in zijn voordeel: hoog gras, opgeschoten klaver en hogere zuringplanten,

ruimte

genoeg

oor een

Kwartelkoning om zich ongezien te verplaatsen. De verplaatsingen gebeuren niet zigzagsgewijs, maar wel in rechte lijn. Hierdoor ben ik op een bepaald ogenblik zeer dicht genaderd zodat ik hoop hem na de volgende roep te kunnen

errassen.

Het is ondertussen 21 u40: in het westen stapelen zich dreigende regenwolken op en de vogel roept vlakbij.

Ik weet dat ik het risoco loop de vogel te doL'n

opvliegen maar haast me, zonder me veel te bekommeren over het geluid d<1t ik maak in het lange gras, in de richting van de roepende vogel, enkele stappen verder slechts, maar. ..niets te zien. Ik besluit het dan maar op te geven en de vogel verder rustig te laten rondlopen tot plots, een twintigtal meter

erdcrop i n

het verlengde van de verplaatsingsrichting, een kleine vogel in de top véln een zuringplant mijn aélndacht trekt. En ja, het onverwachte gebeurt dan toch nog: het is een Kwartelkoning. Ik verwachte me er aan dat de vogel elk ogenblik weer in de begroeiing zou verdwijnen en blijf onbeweeglijk <11

·

gefascineerd naar de

prachtige vogel staren. De vogel heeft de grootte van een forse merci. De mooie grijze hals en borst doen meteen aan rallen denken.

Bo enop de kop met de

vlceskleu rigc vrij forse bek heeft hij twee donkere kruin· trcpen die bij fron taa 1 zicht goed opvallen. Vanaf het oog en op de hals heeft hij enk 'Ie kastanjebruine vlekken maar een duidelijke

ononderbroken

trecp

ormt

dit niet.

ok de

vertikale wit-bruine strepen op de flanken doen aéln rallen denken. In het oog

25

De Boomklever Juni 1998  
De Boomklever Juni 1998  
Advertisement