__MAIN_TEXT__

Page 1

België-Belgique

Afgiftekantoor 3000 Leuven 1 driemaandelijks (maart, juni, sept, december)

P. B. 3000 Leuven 1 2/2803

:D8 1300;UK�8V8J( Tijdschrift van DE WIELEWAAL afdeling LEUVEN \'

\

. l ,,"

1 :1

' .

� : ... :

Jaargang

26,

Verantw. ultg.

nummer P.

2

jun

i 1998

Herroelen, Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem


DE BOOMKLEVER De BOOMKLEVER Is het tijdschrift van DE WIELEWAAL afdeling Leuven. De Konlnklljke Vereniging voor Vogel- en Natuurstudie DE WIELEWAAL heeft tot doel de kennis en de bescherming van de natuur, en In het bijzonder van de In het wild voorkomende vogels, te bevorderen door alle middelen: ondermeer door het oprichten van plaatselijke afdelingen, het houden van studiedagen, het uitgeven van tijdschriften, het verspreiden van vogel-en natuurboeken en het oprichten van natuurreservaten. De vereniging werd In 1933 opgericht door E. H. Segers; ze telt nu meer dan 9000 leden-gezinnen, verdeeld over meer dan 50 afdelingen waaronder afd. Leuven. Een waaier van voordrachten, dia-en filmavonden, lessen, tentoonstellingen, gelelde wandelingen, studieprojecten, deelname aan regionale en internationale onderzoeken en Inventarisaties, beheerswerken, uitstappen en reizen In binnen-en buitenland staan jaarlijks op de agenda. De vereniging heeft meer dan 80 natuurreservaten in eigendom of in beheer met een totale oppervlakte van meer dan 3000 ha, verspreid over heel Vlaanderen. Ze bezit bovendien een eigen Wlelewaalhuls te Turnhout waar naast het •

secretariaat ook een ornlthologlsch museum, een bibliotheek, een vergaderzaal en een boekhandel zijn ondergebracht. Men wordt lid van DE WIELEWAAL door overschrijving van 600 BF op rekening 096- 2218078-97 ten name van De Wielewaal, Graatakker 11, 2300 Turnhout. Je kan ook je naam + adres en het vereiste lidgeld bezorgen aan één van onze bestuursleden : *

*

Monique Bakkers. Oostremstraat 4, 3020 Herent tel 016/ 23 13 38, bestuurslid. R. De Borger, Vrljwlfllgerslaan 1, 3080 Tervuren tel 02n67 60 90, bestuurslid.

M. Hens ,P. Delvauxwijk 18, 3000 Leuven, tel 016/299890, watervogeltellingen. P. Herroelen, Leuvensestw. 347, 3370 Boutersem tel 016/ 73 40 69,voorzltter

*

K. Van Scharen, Korbeekstr 27, 3061 Leefdaal tel 02/ 7672638, penningmeester.

Alen Verhuizen, Kartulzersstraat 34, 3052 Blanden, tel 016/ 40 16 47

*

Leden ontvangen het tijdschrift WIELEWAAL (6 nummers), het drlemaandelljks tijdschrift OAIOLUS en het trlmestriêle afdelingsblad DE BOOMKLEVER.

ABONNEMENT " DE BOOMKLEVER " Personen die lld zijn van een andere Wlelewaalafdellng doch tevens De Boomklever wensen te ontvangen, kunnen dit door 200 BF over te schrijven op rekenlngnr. 001-1552168-50 van De Wielewaal, afd. Leuven met venneldlng " Boomklever" en opgave van hun naam en adres.

ARTIKELS Artikels dienen getljpt te worden Ingezonden. De redactie kan artikels wijzigen, steeds In over1eg met de auteur die verantwoordelljk blljtt voor zijn tekst.

ADVERTENTIES Gelieve te Informeren voor tarieven, vonn en Inhoud bil K. Van Scharen (zie hoger). .

REDACTIE Paul Herroelen


Oog in oog met de Koning

Maandag 8 juni

1998 wordt er op de vogellijn een Grijskop-purperkoet(= de

ondersoort van de Kaspische Zee) gemeld aan de bezinkingsbekkens te Tienen. En vermits de weergoden ons, tussen enkele regendagen in, een droge avond gunden besluit ik het er maar eens op te wagen. Maar het wordt helaas niets: na bijna twee uur speurwerk langs de dijken en op de vijvers wordt het beestje niet gevonden. Bij het wegrijden ontmoet ik Erwin C. die me vertelt dat de vogel zich erg veel verplaatst, telkens op een andere plek opduikt en daarna weer spoorloos verdwijnt. De avond is nog jong en ik besluit op de terugweg nog even langs te lopen op de plek in Heverlee (de precieze plaats kan met het wg op maximale kansen

voor

em

mogelijk broedgeval niet worden aangegeven) waar de vorige week een n1annetje van de

erg zeldzaam geworden Kwartelkoning (Crex crex) te horen was. Als ik de vogel nog eens opnieuw kon horen zou dat de Tiense mislukking wat doen vergeten. Vorige vrijdag was vanaf 23 uur bijna onafgebroken zijn karakteristieke roep, die men inderdaad het best kan vergelijken met het raspen van een kam over een metalen blikje, te horen.

Hij riep die dag al, maar minder

vooravond maar desondanks liet de schuwe vogel zich

vaak, van in de

niet

zien. Sommige

vogelaars probeerden het later in de nacht zelfs met zaklampen en alhoewel ze tot

op

minder

dan

twee

meter

van

de

roepende

ogel

naderden:

de

Kwartelkoning bleef aan het oog onttrokken... Ik maak me dus maar weinig illusies om een glimp \'an de vangen. Vrij snel hoor ik inderdaad het roepende mannetje

ogel op te

opnieuw maar ik

stel ook vast dat de vogel zich verplaatst. Meteen denk ik dat de kansen om h e m even te zien wel groter zouden zijn wanneer ik de lopende vogel op zijn verplaatsingen over het terrein 'op de voet' zou proberen volgen. De vogel roept nu ongeveer om de tien minuten. Het terrein speelt echter in zijn voordeel: hoog gras, opgeschoten klaver en hogere zuringplanten,

ruimte

genoeg

oor een

Kwartelkoning om zich ongezien te verplaatsen. De verplaatsingen gebeuren niet zigzagsgewijs, maar wel in rechte lijn. Hierdoor ben ik op een bepaald ogenblik zeer dicht genaderd zodat ik hoop hem na de volgende roep te kunnen

errassen.

Het is ondertussen 21 u40: in het westen stapelen zich dreigende regenwolken op en de vogel roept vlakbij.

Ik weet dat ik het risoco loop de vogel te doL'n

opvliegen maar haast me, zonder me veel te bekommeren over het geluid d<1t ik maak in het lange gras, in de richting van de roepende vogel, enkele stappen verder slechts, maar. ..niets te zien. Ik besluit het dan maar op te geven en de vogel verder rustig te laten rondlopen tot plots, een twintigtal meter

erdcrop i n

het verlengde van de verplaatsingsrichting, een kleine vogel in de top véln een zuringplant mijn aélndacht trekt. En ja, het onverwachte gebeurt dan toch nog: het is een Kwartelkoning. Ik verwachte me er aan dat de vogel elk ogenblik weer in de begroeiing zou verdwijnen en blijf onbeweeglijk <11

·

gefascineerd naar de

prachtige vogel staren. De vogel heeft de grootte van een forse merci. De mooie grijze hals en borst doen meteen aan rallen denken.

Bo enop de kop met de

vlceskleu rigc vrij forse bek heeft hij twee donkere kruin· trcpen die bij fron taa 1 zicht goed opvallen. Vanaf het oog en op de hals heeft hij enk 'Ie kastanjebruine vlekken maar een duidelijke

ononderbroken

trecp

ormt

dit niet.

ok de

vertikale wit-bruine strepen op de flanken doen aéln rallen denken. In het oog

25


springend is verder ook de rug en vleugeldekveren met een typisch geschubd patroon, gevormd door bleekbruine dekveertjes met een donker centrum.

De

poten zijn niet zo goed te zien door de bladeren van de plant maar ze hebben wel duidelijk een bleke kleur. Minuten verlopen en de vogel blijft wonderlijk genoeg rustig zitten. Af en toe pikt hij even aan de plant of rekt zich wat verder uit - h i j heeft dan duidelijk een vrij lange hals - waarbij hij met de plant wat op en neer wiebelt.

Als om beter te zien wat voor vreemd

wezen daar naar hem

toe

schuifelt... Ik besef stilaan dat hier iets echt uitzonderlijks gebeurt en waag het er op om een voet te verplaatsen. Dan nog een en nog een. Voetje voor voetje, de kijker onafgebroken voor de ogen zodat ik helemaal niet zie waar ik loop. Steeds dichterbij gaat het en de Kwartelkoning doet alsof hij mij niet ziet. Ik schat onze af tand op maximum tien meter en nog steeds zit de vogel rustig rond te kijken. Uiteindelijk ben ik tot op hoogstens vijf meter genaderd en slechts enkele hoge bruingroene zuringplanten scheiden ons nog. Oog in oog sta ik nu met de koning, de Kwartelkoning nog wel. Nog vele minuten verlopen en de hele tijd dat de vogel daar op de uitkijk zit heeft hij geen enkele keer zijn roep laten horen maar nu maakt hij enkele zachte 'tik'-geluidjes die wellicht enkel op die korte afstand zijn

te horen.

Blijkbaar

heb ik stilaan

de voor

de

Kwartelkoning

'individuele afstand' bereikt want dan nu begint hij wat onrustiger heen en weer te bewegen, hij poept nog even - als om alle balast kwijt te geraken-, rekt zich wat en vliegt dan plots op. Ik krijg dus ook nog eens de kans om mooi zijn korte, schommelende vlucht te zien waarbij de kastanjebruine bovenvleugel meteen opvalt. Twintig meter verder valt hij opnieuw in en verdwijnt meteen tussen de planten. Zoals de vogel breek ook ik onmiddellijk de ontmoeting af en loop snel terug weg van die pick. Een blik op mijn uurwerk leert me dat de hele 'stille audiëntie' ruim vijftien minuten heeft geduurd. Een unieke ervaring en voor mij beslist de meest onverwachte en de tot dusver mooiste waarneming uit m i j n bijna veertig jaar vogelaarsleven. Hoc moet ik deze ontmoeting nu begrijpen? Er is bij mij achteraf enige twijfel of de vogel die ik zag het roepe1Ji..l1' mannetje was. De koptekening was niet echt typisch en ondermeer de grijze oogstreep was zeker niet opvallend. Verder is er het feit dat deze vogel niet één keer riep. Bovendien is het haast onmogelijk dat deze vogel te voorschijn kwam op dergelijke afstand van de plaats waar ik h e m laatst hoorde en dat hij bijgevolg in ongeveer één minuut ruim twintig meter zou afgelegd hebben in het hoge gras. Tenslotte

heb ik de vogel niet in de

zuringplant zien omhoogkruipen. Hij zat er duidelijk al en wie weet hoe lang. Mogelijk was de vogel die ik zag dus een wijfje en was het roepende mannetje op weg naar haar zodat ik hem heb ingehaald en 'voorbijgestoken'. Achteraf vernam ik dat minstens één andere waarnemer ook een tweede vliegende kwartelkoning zag op enige afstand van het roepende mannetje. De kansen op een broedgeval verhogen ... ! Kris va·n Scha ren

26


Over de Kwartelkoning: De kwartelkoning behoort tot de familie

van

de ral-achtigen en is dus een

verwant van de Meerkoet, het Waterhoentje en de Waterral.

De soort is echter

veel zeldzamer dan zijn drie neven. In Vlaanderen broedt er zelfs niet elk jaar nog ergens een Kwartelkoning. De soort is dus één van onze meest zeldzame e n bedreigde vogelsoorten en gaat de laatste decennia overal in Europa schrikbarend achteruit. Ze wordt het meest bedreigd door de moderne methode van hooien. 1 n de negentiende eeuw werden de n1eeste hooilanden met de zeis gemaaid en i n ieder geval later dan nu het geval

is.

Daardoor had

de

Kw<Htelkoning

de

gelegenheid zijn jongen groot te brengen in de beschutting van het hoge gras. Tegenwoordig wordt het gras veel vroeger (verplicht door het ministerie v a n Landbouw) e n mechanisch gemaaid, waardoor de nesten worden verstoord e n soms ook d e broedende vogels slachtoffer worden. Het nest

van

de

Kwartelkoning

wordt altijd

op de grond in

dichte

begroeiing en in mei-juni gebouwd. Meestal bevindt het zich in vrij grote, niet onderverdeelde

weiden van minstens

drie tot vier

hectaren.

Moerassen

en

velden worden meestal vermeden. Er worden in de regel 8 tot 1 2 eieren gelegd die door het wijfje gedurende zestien dagen worden bebroed. De jongen lopen bijna dadelijk na het uitkippen rond (nestvlieders).

De Kw<Htelkoning is een

voor de landbouw nuttige vogel die vooral dierlijk voedsel tot zich neemt, zoals sprinkhanen,

oorwormen,

duizendpoten, kevers, langpootmuggen en slakjes.

Soms eet hij ook wel eens plantaardig voedsel, zoals de zaden van biezen. Het is een uitgesproken trekvogel die vooral in het zuidoostelijk

deel van

Afrika

overwintert. Vogelbescherming

Vlaanderen

heeft

bij

het

vernemen

van

de

aanwezigheid van de Kwartelkoning onmiddellijk contact opgenomen met de Waalse eigenaar van

het brnélkgelegd perceel en heeft hem

voorgesteld het

ingezaaide gras pas eind augustus te maaien. Dit wil dus zeggen dat hij 30'X, per hectare van

de aangevraagde

beslist dat verlies

braakpremie

bij te passen.

verliest.

Vogelbescherming

heeft

Daardoor kan het landbouwbedrijf het grns

ongemoeid laten en in zaad laten komen, zonder echter financieel benadeeld te worden, maar wèl met de zekerheid dat het koppel Kwartelkoningen krijgt zijn jongen groot te brengen. (Uittreksel uit een persbericht van Vogelbescherming Vlclanderen dd. 12 juni 1998)

27

de tijd


Over onze ledenenquête Zoals beloofd in het maartnummer volgt hierna het resultaat van onze leden­ enquête over

de door de afdeling

afdelingsblad. Ruim

l01Yo van

georganiseerde

activiteiten

de leden reageerden op onze

en

over

oproep.

dit

Dit is

misschien wel minder dan verwacht, maar aangezien het hier duidelijk o m leden gaat die zich het meest bij de werking van de afdeling Leuven betrokken voelen, is hun reactie erg welkom en dit is voor het bestuur zeker belangrijk genoeg om er hier even verslag over uit te brengen. Aan alle deelnemers a�vast onze oprechte dank. Ongeveer

de

helft

van

de

antwoorden

waren

niet

anoniem.

De

antwoorders zijn vrij homogeen verdeeld over alle leeftijdsgroepen tussen 15 e n 70 jaar. Ongeveer 1 / 3 zijn vrouwen en 2/3 mannen. Precies de helft van de antwoorders nam al deel aan onze activiteiten. De andere helft geeft als reden voor niet-deelname vooral aan dat het tijdstip

voor

hen niet passend is en/of dat zij reeds deelnemen aan activiteiten van andere Leuvense milieuverenigingen. De waardering van diegenen die wél deelnamen is groot: 90% is 'tevreden' tot 'zeer tevreden'. werden vooral

gekende waarnemingsplaatsen

Als gewenste bestemmingen tijdens

de vogeltrek(o.a.

Lier

Anderstad en Angres)vermeld en wordt ook gevraagd naar specifieke tochten bv. Uilentocht (door de afdeling in het verleden reeds enkele malen georganiseerd). Drie op vier leden vragen lezingen met film en dia's te organiseren. W e doen een poging om daar alvast dit najaar/winter al mee te starten. Scoorden ook goed: fietstochten en lessenreeksen over vogels, zoogdieren Pn planten. Om hieraan te voldoen verwijzen we graag naar de lessen die ook in onze streek georganiseerd

worden

door 'Natuur

en

Milieu-Educatie

De Wielewaal'

die

voortaan in de activiteitenkalender worden aangekondigd. Naar het verschijnen van De Boomklever wordt door de leden blijkbaar uitgekeken want elke antwoorder leest het blad altijd. Zestig procent leest het blad volledig en veertig procent leest bepaalde rubrieken. Daarbij geeft één op twee leden het blad ook regelmatig door aan familieleden,

vrienden

of collega's.

Hierdoor stijgt het bereik van ons blad meteen met S01X,! Over de vormgeving van het blad is ook iedereen best tevreden, wel formuleerden sommigen suggesties om de leesbaarheid nog te vergroten.

Andere, wellicht wat oudere leden, vinden het lettertype soms wat te klein. De gepubliceerde waarnemingenoverzichten vallen duidelijk bij de meestcn(95%) in de smaak. En 751X1 vindt dan ook dat aan deze rubriek niets

hoeft gewijzigd te worden. Al hebben diegenen die menen dat één globaal overzicht beter zou zijn dan twee (nu: 1 voor Tienen en 1 voor Groot-Leuven) het in principe toch wel bij het rechte eind. ver

de inhoud

stellen

we vast

dat een

'?1

overgrote

meerderheid

de

wordt gevraag om verslagen algemene artikel goed vindt en bijna unanie zal tn de toekom st van excursies op te nemen in het blad. Voor dit laatste punt , ook al omdat het lezen v n deze een bijzondere in panning geleverd worden en om een volgende keer zelf eens verslagen wellicht de zin kan doen toenem

mee te gaan".! Kri

véln Scharen,

er laggever. 28


Veldzuring

Rumex acetosa

maar de juiste naam is Veldzuring. Gras­ Noem het Wilde zurkel of Dokke workel voor Veldzuring maakt het niets uit. Nat of berm, hooiweide of verwaarloosde tuin, ng niet te sterk is zal Rumex acetosa elk droog, doet niet terzake, zolang de bemesti van een doodgewone plant, door iedereen biotoop als ideaal aanzien. Een model je Veldzuring wel omschrijven. gekend, maar niet gewaardeerd zo mag zet met lang gesteelde bladeren Vertrekkend vanuit een wortelstok en een wortelro of meerdere bloeistengels uit tot groeit de overblijvende plant elk voorjaar met een , een maximale hoogte van één meter. Pijlvormige bladeren 2 tot 6 maal zo lang als breed, bezitten typisch naar beneden gerichte voetslippen. Bij de bovenste bijna zit­ tende bladeren is de bladbasis duidelijk stengelomvattend. Elke bloeistengel vertakt halfweg tot een pluimvormige onbebladerde bloeiwijze. Op de verschillende takken van de pluim staan schijnkransen met gesteelde naar beneden gerichte bloemen. Mannelijke en vrouwelijke bloemen komen op afzonderlijke planten voor (tweehuizige plant). Twee kransen van drie blaadjes omvatten zes meeldraden, of een stamper met drie penseelvormige stempels. Veldzuring behoort tot de Duizendknoopfamilie. Daar de binnenste krans blaadjes dezelfde kleur (groen tot roodachtig) heeft als de buitenste, lijkt het moeilijk om over kelk en kroon te spreken. De aanduiding bloemdek past hier beter. Vrouwelijke planten met roze stempels en aanvankelijke een miniem bloemdek zijn duidelijk in de meerderheid. Van mei tot juli zorgt de wind voor de bestuiving. Na bevruchting groeien de binnenste bloemdekslippen uit tot gegolfde en geaderde vruchtkleppen

(0,5 cm

lang) en omvatten zo de noot met een rode of groene knobbel aan de voet. Verspreiding gebeurt door wind, mens en dier. De wetenschappelijke naam met het Latijnse Rumex de bladvorm en acetosa duidt op acetum

(

=

(

=

spies of lans) verwijst naar

azijn). De plant met de heerlijke, koele

en scherpe smaak draagt terecht de naam zuring. Veldzuring blijkt niet zo onschul­ dig. Vrij oxaalzuur en in water oplosbaar kaliumoxalaat veroorzaken spierkrampen, verlengde bloedstollingstijd, nierletsels en coma. Veldzuring gebruik je best met ma-

29


te. Grote hoeveelheden verse zuringbladeren verwekken bij kinderen braken en buikloop.

Bij dieren treden vergiftigingsverschijnselen meestal twaalf uur na

inname op. Schapen en paarden lijken het meest gevoelig, kippen het minst. Bereid spinazie met zuring nooit in koperen vaatwerk; oxaalzuur tast immers het koper aan. Voor de klassieke geneeskunde bestaat Zuring niet. Homeopathie behandelt prikkelhoest, maag en darmstoornissen en diarree met een aftreksel uit de wortel. De volksgeneeskunde beveelt thee van Zuring aan als bloedzuiverend middel en bij gebrek aan eetlust. Zo bekijkt iedere groep of persoon Veldzuring op haar eigen manier. Veldzuring, een doodgewone plant, waar niemand bij stilstaat, kleurt de voorzomer in rood en groen. Ernaar kijken mag, ervan snoepen gebeurt best met mate. En toch, de plant blijft een wonder van en in onze natuur. D. Boens

(overgenomen uit

Natuurlijk Houtland )

Hagar de Verschrikkelijke O/ 0 .1 Z:E .ZE.Ci'4EN �T DtERe:N 'IOEL�N WANNEEJl ER. EEN RAMP OP KoM�T 15

i---�

... .. --w.......

-

(overgenomen uit de

30

g

Dik Browne

Standaard )


DE TAPUIT Oenanthe oena?.ene

ALS DOORTREKKER

IN BIERBEEK(Vlaams-Brabant)

JOHAN

VANAUTGAERDEN

De Tapuit is in onze regio geen broedvogel ( het is trouwens een zeer schaarse broedvogel in ons land en dan nog in een beperkt gebied, vooral in de kuststreek en de Kempen). Als doortrekker komt hij wel regelmatig voor en wanneer echt naar Tapuiten wordt gezocht blijkt dat er veel meer doortrekken dan de losse waarnemingen laten vermoeden. De vogels die bij ons voorbijkomen zijn broedvogels van Nederland, Duitsland en vooral ScandlnaviĂŞ; ook de Groenlandse ondersoort trekt via West-Europa naar de broedgebieden in Noordoost-Canada, IJsland en Groenland. De overwinteringsgebieden van de hele wereldpopulatie liggen ten zuiden van de Sahara, in een brede band van West-Afrika tot aan de Indische oceaan in het oosten, zuidelijk tot in Zambia.

Reeds enkele jaren wordt in de grote omgeving van Bierbeek in voor- en najaar systematisch naar Tapuiten gezocht en vooral getracht zoveel mogelijk exemplaren te ringen. Er wordt hierbij steeds een vaste route gevolgd: Bierbeek-Opvelp-Bierbeek­ Haasrode; al de plaatsen waar geregeld Tapuiten worden gezien, werden uitvoerig onderzocht. Met behulp van kleine klapnetjes en meelwormen als lokaas wordt elk jaar, met wisselend succes een aantal vogels geringd. Van 1985 tot 1998 werden 171 vogels van een ring voorzien maar geen enkele werd tot nogtoe teruggemeld. Tapuiten ringen kan een frusterende bezigheid zijn; soms tonen de vogels meer Interesse voor vliegende prooien, op andere dagen Is het te koud voor de meelwormen zodat ze nauwelijks bewegen en de aandacht niet trekken. Soms lukt het gewoon niet om de vogels in de buurt van de netjes te krijgen. Gelukkig zijn er ook dagen dat de vangst wel meevalt; wanneer 2 of 3 vogels geringd worden op een voormiddag betekent dit een relatief succes. Uitzonderlijk

31


worden ook meer vogels geringd zoals 11 exemplaren op 11 mei 1996 ! Uit de Intensieve waarnemingen en het ringen van Tapuiten is gebleken dat deze doortrekkers nooit lang blijven pleisteren; getuige hiervan is het bijna volledig ontbreken van waarnemingen van geringde vogels. Hoewel Tapuiten nachttrekkers zijn, verplaatsen ze zich ook overdag over aanzienlijke afstanden; zo kan men op een eerder gecontroleerde plaats, waar geen Tapuiten werden waargenomen, enkele uren later wel vogels vinden. In het voorjaar van 1997 en 1998 en het najaar van 1997 werden de waargenomen aantallen systematisch genoteerd: A- VOORJAAR

In 1997 werden tijdens 10 teldagen een totaal van 64 vogels waargenomen, In 1998 tijdens 23 teldagen een totaal van 50 vogels (grafiek 1)

.

Uit de vergelijking met de ringtotalen van o. a. 1996 (grafiek 2) en de ervaringen van voor 1994, blijkt dat In het voorjaar van 1998 (meer dan het dubbel aantal teldagen van 1997) zeer weinig Tapuiten werden gezien ( tijdens 10 van de 23 teldagen werd geen enkele vogel geobserveerd !). De grafieken tonen aan dat de meeste vogels doortrekken in de eerste decade van mei; de eerste vogels worden meestal vastgesteld tussen 20 en 25 april, uitzonderlijk ook vroeger. In juni werden nog geen Tapuiten waargenomen en eind mei wordt het zoeken naar deze soort gestaakt omdat na 25 mei nog zelden een vogel wordt opgemerkt. Bij het ringen van jonge Kieviten Vanellus vanel/us langs hetzelfde traject wordt begin juni wel nog naar Tapuiten uitgekeken, evenwel zonder succes. 8- NAJAAR

Enkel voor het najaar van 1997 zijn telgegevens beschikbaar; moest er de vorige jaren systematisch geteld zijn, dan zou men veel hogere aantallen bekomen hebben. Grafiek 3 geeft duidelijk aan dat in 1994 heel wat Tapuiten doortrokken; er werden In dat najaar meer vogels geringd (n=38) dan het totaal aantal waargenomen tijdens het najaar van 1997 (n=36). De rlnggegevens van voor 1994 en grafiek 3 maken duidelijk dat de piek van de . najaarstrek In de eerste decade van september valt, behalve in 1997; toen viel het hoogtepunt van de doortrek iets vroeger (eind augustus, grafiek 4). Er dient gezegd dat tijdens het najaar de waarnemings- en ringactiviteiten niet zo groot zijn als in het voorjaar. 32


Blad1

Grafiek 1

Oenanthe oenanthe, voorjaar 1997/1998,waarnemingen per decade.

50 45 40

·· ---- ------ --- ---·-

35

------- ----- ---·

30 01997,n=64

25 20

= 1998,n=SO

15

· -- ---

10

-------

-

---

5 0 3-apr

1-rnei

2-rnei

3-rnei

Grafiek 2

Oenanthe oenanthe, voorjaar 1994/96/97/98,ringvangsten per decade

16

--, 1

14 -

·---- ----, 1 1

12 10

1

l

8

ID 1994,n=14

· -- , ,

!

1!!;1996,n=31

'

6

l

4 ----

1 i

2 0 3-apr

1-rnei

2-rnei

33

3-rnei

m 1997,n=15 911998, n=8 -- --


Blad1

Grafiek 3

Oenanthe oenanthe, najaar 1994/1996/1997, ringvangsten per decade.

30

------·----- ------ -- --- ----

25 ·

20

- ---- - --

111994,n=38

---

-

-

15

D 1996,n=9

-

--

10

-------<

• 1997,n=2

5

3-aug

1-sep

2-sep

3-sep

Grafiek 4

Oenanthe oenanthe , waarnemingen najaar 1997

12

10

-

8

6

2

0 O> ::J ro

O> ::J ro

O> ::J ro

l[) N

(X) N

(J) N

1

O> ::J ro •

0 (")

O> ::J ro 1

....(")

Q. Q) Cl) 1

N

34

Q. Q) Cl) •

Q. Q) Cl) •

(J)

Q. Q) Cl)

J., ....-

Q. Q) Cl)

ch

N

� 0 1

<O


Het voorkomen van de Groenlandse ondersoort 0. oenanthe leucorhoa aangetoond worden door meerdere ringvangsten.

kan

Deze ondersoort lijkt een

schaarse maar regelmatige doortrekker te zijn die waarschijnlijk meer voorkomt dan men vermoedt, maar dit is door veldwaarnemingen moeilijk te bevestigen. Op enige afstand is het niet eenvoudig een Groenlandse vogel (die iets groter is en het lichaam meer rechtop houdt ) van een gewone te onderscheiden . Tijdens 5 seizoenen, van 1988 tot 1998, werden 8 Groenlandse geringd: v 14 september 1988 Bierbeek, adult vrouwtje v 19 september 1994 Haasrode, eerstejaars v 30 september 1994 Haasrode, eerstejaars v 04 september 1995 Haasrode, eerstejaars v 27 april 1997 Opvelp, 3 adulte mannetjes v 22 april 1998 Bierbeek, adult mannetje

Johan Vanautgaerden, Boststraat 69, 3370 Boutersem

1

l

_..._,

/

Fig. 1- Trekbanen van Tapuiten van EuraziĂŞ naar Afrika (Jenni & al. 1994)

35


' t

05926 G EELPOOTMEEUW Larus cachinnans 1972

subspec in Vlaams-Brabant ad

30 nov Hofstade

1974 05 jan St. Lambrechts-Woluwe 1976 12-21 april Oud-Heverlee

2 ad

1977 1 o nov Vilvoorde-Machelen

ad ad

13en 15 dec Vilvoorde-Machelen 1978 22 okt Weerde

waarsch. ad

1982 25 aug Anderlecht-Neerpede

ad

1986 06 dec Tervuren

ad

1989 20 dec St. Agatha-Rode

3 ex

1990

03 nov Anderlecht-vijverpark

ad

15 nov Anderlecht-vijverpark

ad

1994

17 dec Kessel-Lo

1995

07 jan Hofstade

ad

AANGRENZENDE GEBIEDEN 1979 14 nov Mont St. Guibert 2 ex

1980 27 nov Mont St. Guibert 1981 17, 20-21 aug Wauthier-Braine 15 nov Wauthier-Braine 1983 26 juli Mechels Broek

ad

1984 17 nov en 22 dec Wauthier-Braine

ad

1985 02 jan Walem

ad

05929 STEPPEMEEUW (Pontische Meeuw) Larus cachinnans cachinnans 1998 Hofstade: 1Oen 11februari resp. 2 ad. en 1ad. (K. Lossy). Kessel-Lo: 14 februari 2 ad. op meeuwenslaapplaats (M. Hens, K. Moreau en H. Blockx).

Oriolus 1998, 2

Aangrenzende gebieden 1998

Mechelen-Mechels Broek: 28, 30en 31januari,1, 2, 3, 4, 5, 6 13, 17, 19, 22,

24, 25 en 28 februari resp. 1ad., 2 ad., 2 ad., 2 ad.,1 ad.,1 ad., 3 ad., 2 ad" 3 ad., 3 ad., 2 ad., 1 ad., 2 ad., 2 ad., 2 ad. en 2 ad. op meeuwenslaapplaats Meeus, F. Van de Meutter. R. Nossent, D. Symens e.a.).

(K. Lossy, G.

Orio/us 1998, 2

Documentatie P. Herroelen

36

\


RECENTE WAARNEMINGEN: maart tot mei 1998 samenstelling Paul Herroelen & Jos Cuppens

Errata, zie Boomklever

jaarg. 26, nr. 1, maart 1998, blz. 17 onder NIJigans: data

en aantallen dienen gelezen als volgt: 24/1o 42 ex, 13/12 34 ex, 20/12 48 ex. Opvallendste gegevens: Twee Geoorde Futen in mei, Kwak in mei, Koereiger op 01 mei Dij/eva/lei (nieuwe soort voor Vlaams-Brabant), 1-4 Ooievaars, 1-2 Casarca 's te Tienen, meerdere Zwarte en Rode Wouwen, Bastaardarend op 20 april in Dij/eva/lei, Schreeuwarend in mei te Tienen (nieuwe soort), Roodpootvalk in mei, Porseleinhoen einde maart, een koppel Scholeksters in april-mei, Bokje einde maart, Steenloper einde mei, ruim 10 Zwartkopmeeuwen, groepen van 25 en 34 Zwarte Sterns, Engelse en Noordse Gele Kwikstaarten, flouwkwikstaarten in mei, ringvangst Groenlandse Tapuit, Snor in mei.

Gebruikte afkortingen: Gemp: vijvercomplex op de grens van Lubbeek en St.

Joris-Winge, Horst= kasteel +vijvers te St. Pieters-Rode, Tervuren= Tervuren park, Tienen= bezinkingsvijvers en omgeving te Tienen-Grimde.

Dodaars: vroegste 07 maa Tienen, terugkeer en installatie van broedkoppels in

april-mei, maximum 12 ex op 25 april (CUJ, CUO, COE, COP, HEP, HOE, HUR, SMP). Fuut: op 04 maa reeds 2 nesten bezet te Tervuren (REA), broedkoppels te Horst (1), Gemp (2) en Roosbeek (2). Te Tienen 1-3 pleisterende vogels in de periode 1030 mei (CUJ, CUO, COE, COP, HEP, HOE, HUR, SMP). Geoorde Fuut: Tienen 1

ex op 17 en 19 mei, 2 ex 25-30 mei (COE, COP, HUR; CUJ, HOE, SMP). Aalscholver: vroegste 07 maa Tienen 15 ex en 7 ex naar NO, doortrek tot In de

eerste helft van april

:

20 en 23 maa te Tienen telkens 35 ex over, 11 april Tienen

10 ex hoog naar N. Laatste 1 of 2 ex te Tienen op 13, 18 en 24 april en 09 mei

(CUJ, CUO, COE, COP, HEP, HOE, HUR, LAJ). Kwak: 17 mei Tienen 22 u. ĂŠĂŠn ad opgejaagd door Kokmeeuwen (COE, COP).

Deze soort is een niet-jaarlijkse gast in Vlaams-Brabant, vooral in mei en van juli tot september. Hieronder volgt het voorkomen van deze soort In Vlaams-Brabant: aantal waarnemingen

jan

mei

1925-1976 (52 jaar)

1

1

o

3

3

2

1o

1979-1998 (20 jaar)

1

6

1

1

4

o

13

juni

"

37

juli

aug

sept

totaal


Eén novembervondst:

ca 1 o nov 1927 tussen Diest en Aarschot;. in december

1984 een adulte vogel in de Doode Bemde (Dijlevallei). Aangr. gebieden

:

24-28 april 1983 Genval één adult; Mechels Broek : 09-10

december 1984 één immatuur (vermoedelijk ontsnapt) en 05 nov 1997 immatuur.

Koereiger (BAHC): op 01 mei te St. Agatha-Rode één ad ( R. en T. Verbeeck); nieuwe soort en tevens eerste waarneming in Vlaams-Brabant. Voordien werd deze reiger éénmaal waargenomen op 05 okt 1992 te Genappe (Waals-Brabant), gehomologeerde waarneming (Aves 31, 1994: 3).

Kleine Ziiverreiger: 08 mei Tienen (COE, COP, SMP). Blauwe

Reiger: maa-mei 1-4 ex per waarneming (CUJ, CUO, COE, COP, HOE,

SMP), max. 6 ex 29 maa Miskom (LAJ); 05 april Tervuren-Koninkl. Schenking één ex op nok van huisdak (HEP). Purperreiger: 06 mei Tienen (COE, COP).

Zwarte Ooievaar: 15 mei Tienen COE, HOE). Ooievaar: vroegste 24 maa Tienen 1 ex naar NO, doortrek: 12 april Sterrebeek 15. 15 u. 1 ex over. Vilvoorde 15.20 u. 4 ex hoog In termlek boven Industriezone, 25-26 april Tienen één ex (op 26 april met wetensch. ring), 26-27 april één ex op kerk te Oplinter (HEP, HOE, CUJ, CUO, HUR); op 31 mei één ex te Zichem (HEM).

Knobbelzw aan: Drie van de voorjarige jongen zijn te Tienen gebleven tot 1 o maa; op de Gemp pleisterde een koppel in gezelschap van 1 immatuur ex (geen vijandigheid) tot 18 april. Op andere plaatsen: 10 maa Hoegaarden 1 ex, 10 mei Roosbeek. Het broedkoppel te Tienen produceerde 7 jongen (zoals in 1997) (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE). Sneeuwgans: 29 april Tienen ( COP).

NIJigans: eind april Pellenberg-kliniek ad

+

4 jongen ( te voet ? ) weggetrokken na

verstoring door werken; 1ste broedgeval aldaar (BUG) ;Tienen maart-mei geregeld 2 ex, max. 7 ex 23 maa en 30 april (CUJ, CUO), 29 maa Gemp (HEP); Meldert­ college sinds najaar 97 geregeld 3 ex op dak van kapel o.a. op 22 april (CUO).

Casarca: Tienen van einde maart tot 05 april 1-2 ex, 18 apr- 05 mei één ex (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HUR, SMP). Bergeend: Tienen

:

van begin maart tot 09

mei regelmatig 2 koppels, tot einde mei nog 1 koppel; maxima: 6 en 5 ex respect. op 04 en 24 april (alle waarnemers); 10 april Gemp 1 koppel (HEP).

Smient: Tienen

:

Mandarljneend

01 + 1o maart respect. 5 en 3 ex, 03 apr 1 V (HEP. cuJ COE, COP). .

:

29

maa Pellenberg één koppel aan waterplas nieuwe

zandgroeve;wordt in ons gebied weinig gezien: 29 feb 1992 Kerkom-zandgroeve 1 M. 30 okt 1994 Geetbets-kasteelvijver 1 aangekocht (geleewiekt ) paar (HEP).

38

.1


l1

1

K rakeend: Tienen in maart 2-4 ex, maxima 11 ex op 21 maa, 8 ex 22-29 maa; in )

april 2-4 ex, maximum 6 vogels op 24 april; in mei 2-4 ex, maximum 5 ex op 02 en 09 mei (COE, COP, CW, CUO, HEP, HOE, HUR, SMP). Wlntertallng: Tienen in maart 1-2 ex, maxima in eerste decade: groepe� van 8, 10, 16 en 21 ex, 23 maa 17 ex, 04 april 13 ex, 10 mei één M (COE, coP. cw. cuo. HEP, HOE, HUR); 29 maa Miskom 3 ex (LAJ); op de Gemp

9 ex op 15 maa, 12 ex op

29 maa, 4 ex op 10 april (REA, HEP), Tervuren-park één M op 04 en 28 mei (REA). Wiide Eend: 15 maa Tienen 44 ex geteld; 19 april eerste V met 9 pulli (CUJ). PIJistaart: Tienen

24 maa één koppel (HEP), 11-12 april één M (CUJ, HUR).

Zomertaling: Tienen in maart 1-3 ex, max 3-6 ex in de periode 21-28 maart; In april 1-2 ex, max 4 ex op 04 en 25 april, 3 ex op 26 en 30 april; mei: één M op 01 mei, 2 M op 13 mei; 20 mei één paar. Elders: 18 en 29 maa Miskom-wachtbekken één M, 29 maa Gemp 2 M (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE, HUR, LAJ, SMP). Slobeend: Tienen eerste helft maart 3-8 ex, laatste decade maart groepen van 21, 24, 26 en 22 vogels, maximum 30 ex op 04 april; In de 2de decade van april groepen van 17, 14, 13, 19, 10, 7-8 en 14 vogels; tot 16 mei nog 6-7 ex. Elders: Gemp 15 maa één M, 29 maa 3 koppels, 10 apr 2 M, 18 apr 2 koppels (COE, COP, CW, CUO, GUR, HEP, HOE, REA); Tervuren-park 31 maa en 20 mei 1 M+ 1 v (REA).

Tafeleend Tienen eerste helft maart 3-13 ex, maxima 33 en 37 ex op 07 en 09 maart, in de derde decade 10-15 ex, maxima groepen van 10, 15, 24, 30 en 27 vogels; in de eerste helft van april 14 en 7 ex, vanaf 18 april tot het einde van de maand groepen van 15, 12, 18, 19·en 22 vogels. Mei: 09 mei 10 ex, 30 mei eerste v met 7 pulli (COE, COP, CW, CUO, GUR, HEP. HOE). Elders:Gemp 29 maa 3 ex (HEP).

Kuifeend: Tienen in de 1ste decade van maart groepen van 28, 16, 18 en 31 ex, in de 3de decade groepen van 36, 41, 51 en 40 vogels. Op 11 en 13 april respect. 65 en 48 ex, op 18, 19, 25 en 30 april groepen van 52, 46, 61 en 60 ex. Op de Gemp op 29 maa 7 ex, 1o april 18 ex, 18 april 1o ex. Maximum 70 ex te Tienen op

09 mei (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE). Hybride Kuif-

x

Wltoogeend: 28-31 maa Tienen 1 M (COE, COP, SMP).

Wespendief: 16 en 29 mei telkens 1 ex te Kumtich en Lubbeek (GUR);Tienen

:

27

april , 10-17 mei (6 dagen): 1, 2, 3, 1, 2, 1, 1 ex op doortrek (COE, COP, HOE, SMP). Zwarte Wouw: Tienen 21 apr 1 ex, 22 apr 2 ex, 11, 16 en 17 mei 1 ex; 23 mei Neerijse-Doode Barnde 2 ex, 08 mei Boutersem 1 ex (COE, COP, CUJ, GUR, HOE, HUR, SMP, VAJ). •

39


Rode Wouw: 21 maa Glabbeek 1 ex, 25 maa Boutersem-Honsem 2 ex, 29 maa Tienen 1 ex, 08 april Boutersem-Bost 1 ex, 07 mei Bierbeek 1 ex; 08, 09 en 1o mei Tienen (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HOE, SMP, VAJ). Bruine Kiekendief: 1ste waarneming 05 april Wommersom en verder te Tienen en Korbeek-Dijle, max 3 ex op doortrek 22 april Tienen voormiddag. In de periode 01-19 mei 12 observaties (8 V en 3 M) van telkens 1 of 2 ex te Boutersem, Hoksem, Tienen, Meldert en Honsem (COE, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, SMP, VAJ). Blauwe Kiekendief: 05 maa Lovenjoel-Lat 1 M op weidepaal (CUJ), 08 mei Tienen ad V, 17 mei Hoegaarden-Meldert ad M (GUR, COE, COP). Grauwe Kiekendief: 08 mei Tienen 1 immatuur ( COP). Havik: Boutersem-Bost: 19 apr 1 M roepend overvliegend (balts

?), 26 april 1 M op

termiek met 6 buizerden (VAJ, BEC). Sperwer: in maart-april en tot 09 mei 1 ex geregeld waargenomen te Leuven-Tiense Poort, Gemp, Roosbeek-Valkenberg, Kumtich en Tienen-vijvers (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE, REA). Buizerd: In maart-april 1-2 ex op de gekende plaatsen; 15 maa Bunsbeek­ Paddepoel 3 ex; doortrek: 29 maa vogels op termlek in de namiddag te Boutersem (5 ex), Kerkom (1 ex) en Gemp (1 ex), 10 april Haasrode 2 ex, 22 apr Tienen 1 ex, 26 apr Boutersem 6 ex (+ M Havik) op termlek; 04. 09 en 16 mei Tienen respect. 2, 3 en 4 ex In de voormiddag (BEC, COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE, VAJ Schreeuwarend (BAHC): 09 mei Hoegaarden-Hoksem 1 ex (GUR en LAJ); 11 mei Tienen (HOE). Arend spec. : 16 mei Tienen 1 ex (CUJ). Bastaardarend: 20 april St. Agatha-Rode 1 ex

fulvescens (bleke vorm)(WAF).

Visarend: 21 april St. Agatha-Rode (SMP), 22 apr Tienen 2 over (HOE, SMP), Oud-Heverlee 1 jagend, later gezien met prooi over Korbeek-Dijle (VAJ e.a.); 11 en 15 mei Tienen (HOE e. a.). Torenvalk:

Tienen -vijvers 1-2 ex in maa-april, 3-4 ex (waarvan 2 op termiek) op

13 en 18 april en 16 mei, 4 ex op jacht op 09 mei nabij de vijvers; elders: 19 maa Tervuren-wandelpark een M, 04 mei Opvelp 2 ex hoog op termiek (COE, COP, CUJ, CUO, HOE, HEP, HUR, REA). Roodpootvalk: 16 mei Tienen ad V overtrekkend (CUJ, HOE, SMP); het gaat om de 4de melwaarnemlng voor Vlaams-Brabant. Het patroon van voorkomen staat In nevenstaande tabel: 1984-1998

Vorige eeuw

:

â&#x20AC;˘

(n =10)

juni 1

juli 2

sept 2

okt 1

mei 4

02 sept 1898 Tienen-Kumtich, juveniel mannetje.

40 ;


Smelleken: 02 maart Kumtich één V (GUR) Boomvalk: 25 april Korbeek-Dijle (V AJ, SEC), 03 en 08 mei Glabbeek

Tienen

(LAJ);

-vijvers: eerste 28 april en geregeld 1-2 ex in mei behalve op 20 mei: 3 ex

achter elkaar jagend ( HEP, HUR, COE, COP, CUJ, CUO, HOE, SMP).

Patr i j s : 29 maa Pellenberg twee koppels op afgedekt stort (HEP); 26 mei Bierbeek-Krijkelberg één koppel (CUJ).

Kwartel: 10 mei Bierbeek en Hoeleden-zandgroeve, 13 mei Roosbeek telkens één ex roepend;

ter vergelijking

19 mei Beauvechain (Bevekom) 3 zangposten

(VAJ, LAJ, GUR).

Porseleinhoen: 25-30 maart Tienen (COE, COP, CUJ, CUO, HOE, SMP). Water hoen: 15 maart Tienen 22 ex geteld op vier vijvers (CUJ). Meerkoet: eerste helft maart te Tienen 67-69 ex geteld; elders: 29 maa St. Pieters­ Rode-Horst 2 ex, 29 maa Kerkom-zandgroeve 1 ex; 21 mei eerste ad + 5 pulli (CUJ, COP, HEP).

Kraanvogel:

Tienen

13 maa ex In 1stewinterkleed overnacht, 29 maa 16.30 u. 13

ex in V-vorm naar NO, 05 april 3 ex (CUJ, CUO, COE, COP, HOE).

Scholekster:

Tienen

29 maa tot 05 mei 1 ex, 16 en 24 mei één koppel dat heen

en weer vliegt tussen Tienen en het aangrenzende Oplinter (COE, COP, CUJ. HOE. HUR, SMP). Kluut: 17-18 mei Tienen 2 ex (COE, COP, HUA).

Klelne

Plevler:

te Tienen

eerste 28 maa en 1-2 ex tot 30 april, 01 mei 1 ex ter

plaatse en 7 ex + 2 Bontbekken overvliegend, tot midden mei 2 koppels, op 21 mei 3 koppels+ 3 ex (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, HUR, SMP).

Bontbekplevier: Tienen

01 mei 2 ex overvliegend samen met 7 Kleine Plevieren,

03-17 mei 1-2 ex, 21 mei 3 ex, 23 mei 14 ex, 24 mei 8 ex, 25-30 mei 4-5 vogels (COE, COP, CUJ, GUR, HOE, HUR, SMP).

Goudplevier:

Roosbeek

02-09 maart respect. 20, 26, 19 en 35 ex; 10 maa Tienen

1 ex, Honsem 16 ex; 12 maa Landen 46 ex, Wever 1 ex (GUR, COE, SMP).

Kievit: 23 maa Tienen-vijvers Klelne Strandloper: Tienen Temmlncks

Strandloper:

ca

80 ex pleisterend op slik (CUJ).

08, 13-14 mei 1 ex, 22 mei 2 ex (COE.COP. HOE.SMP).

Tienen

08, 14, 17 en 27 mei 1 ex, 13 en 25 mei 3 ex,

max 26 mei 4 ex ( COE, COP, HOE).

Krombekstrandloper: 13-14 mei Tienen één ex (COE, COP, GUR, HOE). Bonte Strandloper:

Tienen

05-30 maa 1 e x op 5 data, 18 maa 3 ex, 27 maa 7

vogels; 18 apr en 115-19 mei 1 ex (COE, COP, CUJ, GUR. HOE, SMP).

41


Kemphaan: Tienen 01+07 maa

1 ex, 24 en 29 maa 3 M + 1 V, 31 maa max. 21

ex; 04 apr 4 vrouwtjes, 22 apr groep van 11 vrouwtjes, 24 apr 5 ex; in eerste meidecade 1-2 ex, 15 mei 12 ex, 16 mei groep van 8 vrouwtjes (1 mankend); elders: 31 maa Roosbeek (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, HUR, SMP).

Bokje: 31 maa Tienen 1 ex (COE). Watersnip: tot 29 maart te Tienen 1-3 ex, 26 maa Vissenaken 7 ex; laatste: 05 apr Willebringen-Jordaan (BUG, COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HUR).

Houtsnip: 06 maa Roosbeek, 13 apr Lovenjoel (GUR). Grutto: 17 feb Roosbeek; Tienen 12 apr 2 ex, 22 april 1 ex, 02 mei auditief (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HOE).

Regenwulp: 22 apr Tienen 2 ex ( HOE, SMP). Wulp: 01 en 15 maa Oplinter 5 ex, in Getevallei (ten NO van Tienen) 2-3 broedkoppels, Velpevallei: Glabbeek-Paddepoel

1 koppel; Tienen -weidegebied

en vijvers regelmatig 1-3 ex tot einde mei; elders: 28 maa Roosbeek 2 ex op afgelaten vijver (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, HUR, LAJ, SMP).

Zwarte Ruiter: Tienen eerste 28 maa 7 ex, 29-30 maa 3-4 ex; tot 01 mei (op 7 dagen) 1 ex behalve 05 apr 2 ex; 02 mei totaal 26-28 ex aankomend en vertrekkend met Groenpootruiters; 03 mei 3 ex, 04 mei 14-16 ex, 05 mei 2 ex ; elders: 02 april Roosbeek (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, HUR ).

Tureluur: Tienen in maa (op 7 dagen) 1-3 ex, 21 maa 6 ex; tot 26 april 1-2 ex, 30 apr+01 mei 4 vogels, in mei (op 4 dagen) 1-2 ex, 05 mei 14 ex, laatste: 21 mei 4 ex; elders: 31 maa, 02 apr Roosbeek 2 en 1 ex ( COE, COP, CUJ, cuo. GUR, HEP, HOE, HUF1).

Groen pootruiter: Tienen 22 apr 2 ex, 24 apr 6 ex, tot 01 mei 3-5 ex, maximum 02 mei 25 ex aankomend en vertrekkend met Zwarte Ruiters, 03 mei 14 ex, 04 en 1O mei respect. 11 en 10 ex, tot 21 mei 2-4 ex (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, HUR).

Witg atje : Tienen

tot begin april 1-3 ex, 14 maa 4 ex; elders: 01 en 24 maa

Roosbeek 2-3 ex afgelaten vijver, 29 maa Miskom, 10 apr Gemp 2 ex (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE, HUR, LAJ).

Bosrulter: Tienen

eerste 07 apr (SMP), 06 mei 5 ex, 09 en 16 mei 1 ex, 21 mei

twee vogels (COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE).

Oeverloper: Tienen

eerste 15 apr, 18 apr 4 ex, tot eind april 5-8 ex, 09-21 mei

minimum 1 O vogels, maximum 25 ex op 23 mei, 30 mei 1 ex (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HEP, HOE, HUR); Tervuren -park eerste en enige: 07 mei 3 ex (REA).

Steenloper: 27-28 mei Tienen (COE, COP, SMP).

42


Zwartkopmeeuw: Tienen

14 en 31 maa respect. 2 en 3 ad in zomerkleed, 24

maa 2 ex overvliegend, 09 mei één ad tussen Kokmeeuwen op akker, 09-10 en 12 mei één 2dezomer, 15 mei 1 ex (COE, COP, CUJ, HOE, SMP).

Dwergmeeuw: Tienen

21 apr 8 ex, 22 apr 2 ex, 27 apr 1 ex, 04 mei 9 ex, 08 en

16 mei 2 ex, 10 en 17 mei 3 ex, 13, 15, 18-19, 21 en 25 mei telkens 1 ex (COE, COP, HOE, SMP). Kokmeeuw: In maart 200-300 ex, midden april 200-350 ex. maximum 550 ex waarvan ca 150 op toekomstige nestplaats; 18 apr ca 10 ex op nesten, 16 mei sommige nesten verstoord/verlaten, 21 mei ca 15 nieuwe nesten op andere vijver (COE, COP, CUJ, COP, GUR, HEP, HOE). Stormmeeuw: Tienen

26 apr en 01+

04 mei telkens 1 immatuur, 02 mei 2 imm.; 10 maa Hoegaarden-vijvers 2dejaars, 24 maa Oud-Heverlee (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HOE). Kleine

Mantelmeeuw: Tienen

(alle ex overvliegend): 09 apr 2 ex, 11-13 april 3-

4 ex, 27 apr 2 ex, 28 apr 1 subad, 04 en 21 mei 1 ad+ 2 imm; 13 apr Bierbeek 3 ad (CUJ, COP, CW, GUR, HEJ, HEP, HUR, VAJ). Ziivermeeuw: Tienen 01 maa 1 ex, 21 maa 2dejaars tussen Kokmeeuwen (HUR, CUJ). Grote Mantelmeeuw: 29 mei Tienen, eerste waarneming voor het gebied (SMP). Visdief: 12 mei Tienen (COE). Noordse Stern: 04 mei Tienen 2 ex (COP). Dwergster n: 07 mei Tienen 2 ex, eerste waarneming voor het gebied (COE, COP). Zwarte Stern: Tienen 26 apr 1 ex doorvliegend, 04 + 08 mei 2 ex, max: 10, 12, 13, 14, 16 en 17 mei respect. 36, 14, 23, 6-7, 34 en 30 ex boven vijvers; 20 mei 1 ex, 21 mei 5 ex, 25 mei 3 ex, 28 mei·2 ex (COE, COP, CUJ, CUO, GUR, HOE, HUR, SMP). Holenduif: 10 maa Tienen 8 ex op akker; in maart-mei te Tienen-vijvers 2 koppels bij of op ongebruikte lozingsbuizen; 19 maa Tervuren-park 2 ex baltsvlucht ( COE, COP, CUJ, CUO, HEP, HOE, REA). Tortel: Tienen -vijvers: eerste 01 mei, tot midden mei 2 koppels, einde mei ca 10 koppels (COE, COP, CUJ, CUO, HOE). Koekoek: 1ste: 10 apr Lubbeek (HEP), 10 mei Roosbeek (CUJ) en 13 mei St. Joris­ Winge (REA); in april-mei te Tienen 1-2 ex rond vijvers (COE, COP, cw. cuo, HOE). Kerkuil en Steenuil : 07 april Bierbeek-cult. centrum alle twee gehoord (CUJ). Ransull: Tienen

21 maa en 30 apr 1ex en 2 ex overdag jagend (CUJ).

Gierzwaluw : eerste 22 en 30 apr Tienen, 08 mei Tervuren 9 ex terug op >

broedplaats (COE, CUJ, REA). Groene Specht: begin maart Bierbeek-St. Kamillus 1 ex In schapenwei, Tienen vijvers op 21 maa en 04 mei ( CUJ, HOE).

43


Zwarte Specht: 03 mei Glabbeek-Kapellen 1 M luid roepend in Begijnbos (LAJ). Kleine Bonte Specht: 29 maa Glabbeek (LAJ). Zal'gvogels Vel d l eeuwerlk: 10 maart Tienen 35 ex op akker ten ZO van vijvers (CUJ). Oeverzwaluw: eerste 1 o april Kerkom-zandgroeve 2 ex (HEP); Tienen 16 en 21

mei respect. 2 ex en 5-6 ex in grote groep zwaluwen (COE. COP, CUJ, HOE, SMP). Boeren zwaluw : eerste 28 maa Lubbeek-Spicht,29 maa-01 apr te Bunsbeek,

Miskom. Willebringen, Kerkom, Tienen, Gemp, Bierbeek; 29 maa Tienen 4 ex over, 05 apr Kerkom aankomst op broedplaats, concentratie op 10 apr Gemp-vijver 18 u. 60 ex na bad op leidingdraad; Tienen

:

11, 18 en 19 apr groepjes van 15, 10 en 10

vogels, 16 mei grote zwerm met Huis- en Gierzwaluwen (COE, COP, CUJ, CUO, OSL, HEP. HUR, LAJ, SMP). Huiszwaluw: eerste 05 apr Roosbeek; Tienen

25 apr 16. 30 u groep van ca 20

ex plots boven vijver, 16 mei grote zwerm met Gier-en Boerenzwaluwen (CUJ). Boompieper: 10 mei Hoeleden-zandgroeve ( LAJ). G raspieper: Tienen

10

maa en 28 apr, 12 apr Meldert-oude molen, 18 apr Kerkom-zandgroeve (HEP). Waterpieper: Tienen 01 maa, 02, 06 en 10 april (HUR, COE, COP, SMP ). Gele Kwikstaart: Tienen eerste 29 maa, april-mei regelmatig 2-6 ex, 1O mei een

10tal overvliegend, in mei 2-3 broedparen (COE. COP, CUJ,

cuo.

HEP, HOE, HUR).

Engelse Gele Kwik: 19 april Oplinter één M (HUR), 30 mei aldaar broedgeval M flavissima met een vrouwtje van de nominaatvorm flava flava

(COP, COE, HUR, SMP ).

Noordse Gele Kwikstaart: 19 mei Boutersem-Bost één M ter plaatse (VAJ); Tienen

01 en 13 mei 2 ex, 21 mei Tienen 3 ex (CUJ, COE, COP).

Grote Gele Kwikstaart: 20 april Heverlee-Park, 01 mei Glabbeek-Tiensestw

minimum 1 uitgevlogen juv

+

2 ad, 30 mei Tienen-vijvers 1 juv samen met juv Witte

Kwikstaart aan plasje (CUJ, CUO, GUR, LAJ). Witte Kwikstaart: Tienen -vijvers: in maart-april geregeld 2-5 ex overvliegend, 16

mei 5 ex aanwezig (CUJ,CUO). Rouwkwikstaart: Tienen

10 mei één M (SMP), 21 mei (CUJ, COE, COP); 28 mei

Oud-Heverlee-station ad M nabij hoevetjes (broedgeval ?) (HEM). Nachteg aal: 08 mei Kumtich zangpost, 09 mei Meldert 2 zangposten (Schoor­

broek en Meldertbos, 1 o mei Meldert zangpost (GUR, afd. Velpe-Mene .en CUJ). Wltsterblauwborst: Tienen

29 maa 5 ex (twee zingend), 30 mei uitgevlogen

jongen op 2 plaatsen (COE, COP, CUJ, CUO, HOE, HUR).

44


Zwarte Roodstaart: 29 maa Kerkom-zan�-veve. in mei Boutersem-Leuvenstw 2 zangposten. 12 mei Bierbeek-St. Kamillus zingend (HEP. CUJ).

Gekraagde

Roodstaart: 26 april Oplinter. 03 mei Glabbeek en Glabbeek­

Zuurbemde, telkens 1 M (HUR, LAJ, GUR).

Paapje: 03 mei Zuurbemde, Glabbeek en Kersbeekveld één V. 1 ex en M+V; 13 mei Meldert-Babelom 2 M. 14 mei Hoksem M+V, 29 mei één V (GUR, LAJ).

Roodborsttapuit : eerste 01 maa Tienen M + V. inventarisatie broedparen : Oplinter 10, Bunsbeek 1, Tienen 18, Hoegaarden-Schoorbroek 1, Lovenjoel­ Weterbeek 1, Vissenaken-Velpe 1, totaal 32. Elders zingend: 29 maa Miskom. 3de week april Kerkom (bleef niet),01 mei Vissenaken-Daalgemse Molen. Uitgevlogen jongen: 21 en 30 mei Tienen (BUG,COE, COP, CUJ. CUO, GUR, HOE, HUR, LAJ).

Tapuit eerste 13 apr Bierbeek 2 M (HUR); 1-2 ex in de periode 26 apr-20 mei te Oplinter, Hoeleden, Kumtich, Honsem en Tienen (GUR, HUR, LAJ, COE, COP).

Gro en landse

Tapuit: ringvangst M 22 april Bierbeek, zie verder het artikel van

Johan Vanautgaerden In dit nummer. blz. 31-35.

Beflljster: 13 en 26 apr Bierbeek-Blauwschuurveld respect. één M en M + V (HUR, HEJ, VAJ); geen enkele waarneming te Tienen. Kramsvogel: 15 maa Tienen 8 ex naar l.W (CUJ), 29 maa St. Pieters-Rode. Lozenhoek 12 ex (HEP).

Grote Lijster: zingend 23 apr Neerijse. 02 mei Meldert, 13 mei Willebringen (GUR). Snor: 09 en 10 mei Tienen zingend (GUR, COE, COP, CUJ). Bosrletzanger: 09 mei Tienen 12 u. meerdere zangposten (COE. COP, CUJ. HOE). Spotvogel: eerste Tienen Grasmus: eerste Tienen

21 mei, 30 mei 2 zangposten (COE. COP, CUJ, HOE). 11 apr. 22 april zangvlucht (SMP, CUJ, CUO).

Tulnflulter: eerste 26 apr Bunsbeek (LAJ). Tienen

zingend 09 en 16 mei (COE,

COP, CW, CUO, HOE). Zwartkop: eerste 28 maa Willebringen, 31 maa Lovenjoel, 02 april Bierbeek (OSL, HEP, CUJ); zingende doortrekkers: 25 apr Roosbeek­ Valkenberg In tuin, 16 mei Tienen-vijvers (CUJ. CUO).

Flutter: 01 mei Tienen 1 koppel in Wissenbos (COE, COP, HOE) Tjiftjaf: eerste in maart: 02 maa Tervuren-park, 05 maa Bierbeek-St. Kamillus. 08 maa Glabbeek (REA. CUJ, LAJ). Fitis: 16 mei Tienen zingende doortrekker (CUJ).

Goudhaantje: 18 maa Bierbeek-St. Kamillus 2 ex zingend in oude chamaecypa­ rissen (CUJ).

Grauw e

Vl legenvanger: eerste 08 mei Tervuren-park (REA);

doortrekker 25 mei Bierbeek-St. Kamillus (CUJ). Staartmees: 11 maa Bierbeek­ St. Kamillus 2 koppels (1 ex met pluk mos in snavel: CUJ).

45


Wielewaal: eerste 01 mei Glabbeek (LAJ, GUR}, 10 mei Roosbeek (CUJ); overige: 16 en 21 mei Tienen (COE, COP, CUJ, HOE).

Grauwe Klauwier: 13 mei Opvelp één V. 24 mei Linter één M (VAJ, HUR). Kauw: 10 maa Hoegaarden 10 ex in groep Zw. Kraaien, Tienen 10 ex samen met 40 Zw. Kraaien; 29 maa Pellenberg-kliniek 11 koppels in park, 31 maa Lovenjoel 8 ex

in kliniekpark, 01 april Boutersem-molen 20-25 broedparen in park en

gebouwen (CUJ, HEP). Roek: 31 maa Korbeek-Lo, Dalemhof nestbouw: 22 nesten links en 11 nesten rechts van expressweg, totaal 33 nesten (HEP). Zwarte Kraal : eerste helft maart Hoegaarden-vijvers 70 ex met Kauwen, Tienen­ vijvers 40-68 ex met Kauwen in weiden en op akkers, 24 april Kumtich ca 40 ex op vers geploegde akker, 30 april Tienen 20.20 u. 27 naar slaapplaats in canadabos aan Gate (CUJ, HEP). Spreeuw: 15 maa Tienen- vijver 100 ex (CUJ). Ringmus: 29 maa Kerkom-Bijvoorde 10 ex+ 6 Vinken in haag en canada (HEP). Vink: Roosbeek-Valkenberg: 25 apr nestbouwend V, 23 mei jongen zichtbaar, 30 mei 4 uitgevlogen jongen (CUJ, CUO). Eur opese

Kanarie: 29 maa Lubbeek

(HUR). Putter: 08 maa Linter 3 ex; 09 mei Kerkom-zandgroeve 2 ex, 16 mei Tienen-vijvers 2 overvliegend (HUR, HEP, CUJ, HOE, SMP). Kneu: 23 en 29 maa Tienen 7-10 ex; broedparen april-mei: Bierbeek-St. Kamillus 1, Boutersem-Leuvenstw 1, Tienen-vijvers 2 (COE, COP, CUJ, CUO, HOE, SMP). Barmsijs: 01 en 22 maa Linter telkens 3 ex (HUR). Appelvlnk: 09 mei Tienen­ vijvers 1 ex overvliegend (COE). Ortolaan: 12-14 mei Tienen één V (COE, COP: , GUR, HOE, SMP). Rietgors: in maart 2-8 ex, 22 maa 1 M+ 13 V (slaapgezelschap ? H EP), 20 apr Neerijse-Doode Bemde 15 ex (late doortrekkers: VAJ); 30 mei

Tienen 2 V die voedsel aandragen (CUJ). Grauwe Gors: 01 en 08 maa Tienen respect. 1 o en 14 ex; waargenomen : 19 apr Melkwezer, 26 apr en 01 mei Bunsbeek respect. 8 ex en 3 ex. Willebringen : 1 o maa 5 ex, 04 mei 4 ex, 09 mei minimum 5 zangposten tussen Willebringen en Honsem, 05-24 mei Oplinter 2-4 ex (CUJ, CUO, GUR, HUR, LAJ).

Lijst waarnemers en hun afkortingen

:

BEC= C. Bert, BLH= H. Blockx, BUG= G.

Buelens, COE, COP= E. & P. Collaerts, CUJ, CUO= J. & 0. Cuppens, OSL= L. De Schamphelaere, GUR= R. Guelinckx, HEJ= J. Hendriks , HEM= M. Herremans, H EP= P. Herroelen, HOE= E. Hoebrechts, HUR= R. Huybrechts, LAJ= J. Lambrechts, REA= A. Reygel, SMP= Ph. Smets, VAJ= J. Vanautgaerden, WAF= Fr. Walterus.

46


l

NIEUWE LEDEN hartellJk welkom Dankzij een aantal nieuwe leden heeft afdeling Leuven de kaap van de 150 leden overschreden in mei en telt de lijst (afgesloten midden juni) in totaal 156 leden. Proficiat aan alle personen/gezinnen die lid zijn geworden.

Nieuwe leden kunnen Wielewaal

en Orio/us

.

zich

abonneren op de

Wie Oriolus

twee nationale tijdschriften

wenst te ontvangen dient dit uitdrukkelijk te

vragen aan de centrale te Turnhout: normaal ontvangt ieder nieuw lid een kaart waarop hij of zij een keuze van de tijdschriften dient te maken.

Leden die om één of andere reden bij een andere afdeling wensen ingedeeld te worden, dienen dit schrlftell)k

te melden aan het secretariaat te Turnhout.

Hetzelfde geldt voor leden die buiten de afdelingsgrenzen (gaan) wonen en bij afdeling Leuven wensen te blijven.

KALENDER DER ACTIVITEITEN

1 9 9 8

werkweek In Doode Bemde

19 tot 26 Jull

nadere Inlichtingen op tel 016/ 23 05 58 zo

voormiddag te Tienen

30 augustus

bezoek aan de bezinkingsvijvers te Tienen

leiding P. Herroelen

afspraak station Leuven 8 uur, te Tienen a/d Citrlque Beige, St. Truidense­ steenweg 8. 45 u. (te bereiken via Tiense ring); einde rond 12 uur.

zo

6 september

45ste Nationale

Natuurbeschermlngsdag

te Viroinval en Doische in het Natuurpark Viroin-Hermeton, samenkomst te 9.30 u. aan het Cultureel Centrum van Nismes, einde voor­ zien tegen 18 u. Nadere inlichtingen tel 060/ 39 98 78 fax 060/ 39 94 36.

DI NSDAG 22 september

Cursus over Vogeltrek, eerste deel

gaat door in lokaal A 1, 5 van het Cultureel Centrum, Brusselsestraat 63, Leu­ ven, van 20 tot 22. 30 u. Lesgever Koen Leysen. Inschrijvingen (verplicht) en nadere inlichtingen bij bestuurslid Rien Verhuizen tel 016/ 40 16 47.

47

-


zo 27 september (samen met afd. Brussel)

Paddestoelen te Kortenberg

afspraak station Leuven 13. 30 u. en Sporthal Kortenberg 14 u. Kiewitstraat gids F. Fleurbaey

(1ste straat links a/d verkeerslichten en Rijkswacht)

DINSDAG

29 september

Cursus over Vogeltrek, tweede deel

zie 22 september 20ste Week van het Bos

04 tot 11 oktober onder het thema "Speel in op het Bos"

Vogeltrektelllngen te Opvelp

zo 11 oktober

voor de deelnemers (sters) van de cursus over Vogeltrek (zie 22 en 29 sept) afspraak station Leuven 7 uur en te Boutersem 7. 30 u. afrit 24 (autostrade leiding Paul Herroelen

naar Luik); einde tussen 11 en 12 u.

W a tervogeltell Ingen

za 17 oktober

voor het Leuvense, contacteer Maarten Hens tel 016/ 29 98 90 voor Oost-Brabant, contacteer Johan Vandeplas tel 016/ 57 23 60

zo 18 oktober za 31 oktober

zie zondag 11 oktober

Vogeltrektelllngen

inl. BondBeterLeefmilieu 02/282 17 20

18 tot 22 november

3de Nacht Duisternis

Domelnbos

zo 15 november

in de Brabanthal

te Opvelp

Meerdaalwoud Mllleubeurs 96

"Het zal je best bevallen. We doen de grote trek. twee keer per jaar, en daarnaast maken we een boel uitstapjes"

( De Standaard 9 juni 1998)

48

--


N U T T 1 G E

A E S .E S S E N

Bijzonder Broedvogelproject regio Leuven: Maarten Hens, P. Delvauxwijk 18, 3000 Leuven tel 016/ 29 98 90 regio Tienen: Peter Collaerts, Zuurbemde 97, 3380 Glabbeek tel 016/ 77 82 12

Gekwetste vogels: Vogelasiel p/a H. Ceusters, Engelenberg 51, 3271 Messelbroek tel 013/ 77 27 02 Geringde vogels (nieuw adres) J. Vanautgaerden, Boststraat 69, 3370 Boutersem tel 016/ 72 09 15

HomologatiecomitĂŠ (BAHC) p/a J. Poll et, Weibroekdreef 32 9880 Aalter, tel 09/ 374 48 60 E-mail: jan.pollet@ rug. ac. be Kerkullenwerkgroep p/a L. Smets, Baron E. Descampslaan 64, 3018 Wijgmaal, tel 016/ 44 83 34 (tussen 14 en 20 uur)

Steenullenproject, regio Leuven Toon Roels, Beekstraat 37/1, 3040 Neerijse, tel 016/ 47 25 04

Recente waarnemingen: p/a D. Symens, Zavelstraat 12, 2800 Mechelen tel 015/ 21 92 73 Vogellijn tel 03/ 488 01 94 Vogelbescherming Vlaanderen, Veeweydestr. 43, 1070 Brussel, tel 02/ 521 28 50

Watervogeltellingen: M. Hens. P. Delvauxwijk 18, 3000 Leuven, tel 016/ 29 98 90 J. Vandeplas, Rot 21, 3221 Nieuwrode, tel 016/ 57 23 60

Wetgeving Leefmilieu p/a Stichting Leefmilieu, Kipdorp 11, 2000 Antwerpen tel 03/ 231 64 48, fax 03/ 232 63 98

Wielewaal vz.w Natuurvereniging & Natuur-& Milieu Educatie vzw: Graat akker 11, 2300 Turnhout. tel 014/ 41 22 52 ('s maandags gesloten). fax 014/ 43 96 51


Verschijnt om de 3 maand (maart, juni, september, december)

DE

BOOMKLEVER

Jaargang

26,

nr.

2

Juni

1998

INHOUD

Oog in oog met de Koning Over de Kwartelkoning

Kris Van Scharen

persbericht

25-26

Vogelbescherming Vlaanderen

Over onze ledenenquĂŞte

Kris Van Scharen

Veldzuring

0. Boens

27 28 29-30

De Tapuit Oenanthe oenanthe als doortrekker in Bierbeek Johan Vanautgaerden

31-35

Geelpootmeeuwen Larus cachinnans in Vlaams-Brabant Paul He"oelen

36

Recente waarnemingen maart, april en mei 1998

37-46

Paul Herroelen en Jos Cuppens

Welkom aan de nieuwe leden

47

Activiteitenkalender juli tot oktober 1998

47-48

Artikels en korte mededelingen voor het volgend nummer (sept 1998) worden ingewacht bij Paul He"oelen , Leuvensesteenweg 347

laatste tegen

31

augustus

te 3370 Boutersem

ten

1 998.

Gelieve Uw waarnemingen over vogels in te sturen - voor Leuven en omgeving naar Maarten Hens,

P. Delvauxwijk 3000 Leuven

-

18. tel o 161 29 98 90.

voor Tienen, Boutersem en omgeving bij voorkeur naar Jos Cuppens,

Valkenberg 5,

3370 Boutersem

tel 016/ 73 47 85 of naar Paul He"oelen .

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Juni 1998  

De Boomklever Juni 1998  

Profile for nsgd
Advertisement