__MAIN_TEXT__

Page 1

Afgiftekantoor : Leuven X driemaandelijks (maart, Jun i, september, december)

:D8 ROO;UK�8V8� Tijdschrift van DE WIELEWAAL afdeling LEUVEN

Jaargang 24, nummer

Verantw. ultg.

3

september 1996

P. Herroelen, Leuvensesteenweg 347,

3370 Boutersem


DE BOOMKLEVER De BOOMKLEVER is het tijdschrift van DE WIELEWAAL afdeling Leuven. De Koninklijke Vereniging voor Vogel- en Natuurstudie DE WIELEWAAL heeft tot doel de kennis en de bescherming van de natuur. en in het bijzonder van de in het wild voorkomende vogels, te bevorderen door alle middelen: ondermeer door het oprichten van plaatselijke afdelingen, het houden van studiedagen, het uitgeven van tijdschrifte·n. het verspreiden van vogel-en natuurboeken en het oprichten van natuurreservaten. De vereniging werd in 1933 opgericht door E. H. Segers; ze telt nu meer dan 8000 leden-gezinnen, verdeeld over meer dan 50 afdelingen waaronder afd. Leuven. Een waaier van voordrachten, dia-en filmavonden, lessen, tentoonstellingen, geleide wandelingen. studieprojecten, deelname aan regionale en Internationale onderzoeken en inventarisaties, beheerswerken In natuurreservaten, uitstappen en reizen in binnen-en buitenland staan jaarlijks op de agenda. De vereniging heeft meer dan 80 natuurreservaten in eigendom of in beheer met een totale oppervlakte van meer dan 3000 ha, verspreid over heel Vlaanderen. Ze bezit bovendien een eigen • Wlelewaalhuis • te Turnhout waar naast het secre­ tariaat ook een ornithologisch museum, een bibliotheek, een vergaderzaal en een boekhandel zijn ondergebracht. Lid worden van DE WIELEWAAL kan door overschrijving van 600 BF op giroreke­ ning 000-0319785-73 ten name van De Wielewaal, Graatakker 11, 2300 Turnhout. Je kan ook je naam + adres en het vereiste lidgeld bezorgen aan één van onze bestuursleden : *

M. Bakkers Oostremstraat 4, 3020 Herent tel 016/ 23 13 38, bestuurslid R. De Borger Vrijwilligerslaan 1, 3080 Tervuren tel 02fl67 60 90, penningm.

*

M. Hens Redingenstraat 13, 3000 Leuven, voorzitter

*

P. Herroelen Leuvensestw. 347, 3370 Boutersem tel 016/ 73 40 69, secretaris

*

K. Van Scharen Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal tel 021767 26 38, bestuurslid.

*

Leden ontvangen het tijdschrift WIELEWAAL (6 nummers), het driemaandelijks tijd­ schrift ORIOLUS en het trlmestriêle afdelingsblad DE BOOMKLEVER. ABONNEMENT " DE BOOMKLEVER " Personen die lld zijn van een andere Wlelewaalafdellng doch tevens De Boomklever wensen te ontvangen, kunnen dit door 200 BF over te schrijven op rekenlngnr. 001-1552168-50 van De Wielewaal, afd. Leuven met venneldlng " Boomklever" en opgave van hun naam en adres. ARTIKELS

Artikels dienen getljpt te worden Ingezonden. De redactie kan artikels wijzigen, steeds In overleg met de auteur die verantwoordelijk blijft voor zijn tekst. ADVERTENTIES

Gelleve te Intonneren voor tarieven, vorm en Inhoud bij R. De Borger (zie hoger).

REDACTIE Paul Herroelen

f


Recente waarnemingen in de periode juni tot augustus 1996

samenstelling Paul Herroelen Dodaars: 27 juni Tervuren-park 1 koppel

+

2 pulli (REA);

te Tienen slechts één koppel, pas nestbouwend eind juli (ringgr. Leuven).

Geoorde Fuut: op 28 juli te 8.35 u. komen te Tienen 3 ad toe, gedeeltelijk in broedkleed ; 2 ex zijn gebleven tot 16 aug (ringgr. Leuven)

Aalscholver: 24 maa Vossem 94 ex op door trek (FAO); 28 juli 9.10 u. Tienen 17 ex naar ZVV (COP).

Purperreiger: 16 mei Boutersem (VAM) Ooievaar: eind aug goede doortrek o.a. minstens 13 ex op 30 aug te Bertem.

Knobbelzwaan: 15 juni Tienen 1 imm (HEP). Kleine Rietgans: 23 jan Tienen (HOE). Canadese Gans: 24 juni Tervuren-park 1 ste broedgeval

(2 ad

+

3 jongen enkele weken oud; 12 aug aldaar 5 ex waarvan

2 geringde/ gemerkte vogels (witte halsband BOX en BOV) (REA). Nijlgans: 26 en 28 aug Tervuren-park resp. 46 en 62 ex in groep (REA). Bergeend: 29 juli Tienen 1 ex, 17 aug aldaar 4 eerstejaars (COE, COP). Smient: 24 aug Tienen 1 M

(COE ,

COP).

Zomertaling: Tienen

: 16 juni

+

1 V

1 V (HEP), 29 juli Tienen 1 M

(COE,COP). Slobeend: 15 juni Tienen 1 M (HEP). Kuif-

x

Witoogeend: in juni

regelmatig een M te Tienen (COE, COP, HOE, SMP). Kuifeend: Tienen: 15 juni 3 koppels, 5 ad M

+

6 imm. M (HEP); geen enkel broedgeval wegens droogte (ringgr.

Leuven), maar wel een vrouwtje met 9 jongen op 06 aug op de Velpe te Glabbeek (COE). Tafeleend: Tienen : 15 juni 1 koppel en 2 M; twee broedgevallen o.a. 1 V +

7 donsjongen op 15 juni (ringgr. Leuven).

Wespendief: 26 mei Hoeleden 2 ex, te Glabbeek op 08, 12 en 16 juni , 04 en 10 aug; Miskom 26 aug 1 adult

+

1 uitgevlogen jong, 11 aug Glabb.-Zuurbemde 2 ex

(COE, COP, LAJ), 13 aug Vertrijk 1 ex over Kwabeek (HEP).

Bruine

Kiekendief: 18 juni samenvloeiïng Mene/Jordaan 1 ex (GEJ). Zwarte

Wouw: 02 juni Glabbeek (COE, COP). Havik: 5 juni Houwaart 1 V (ROA). Buizerd: begin juni Glabbeek 2 ex luid roepend en baltsend (COE, COP).

41


Boomvalk

:

18 juni Willebringen (OSL). in juni regelmatig aan de vijver te

Roosbeek (GUR). 04 aug Miskom. 08 aug Glabb.-Zuurbemde 2 ex. 10 aug één ex (LAJ), 26 aug Tienen-Grimde broedgeval (minstens 1 jong), op 01 sept valt adult ex voortdurend een juv. Wespendief lastig (COE, COP, HOE, HEP+afd. Brussel).

Meerkoet: 18 feb Tervuren 260 ex (FAO); Tienen 15 juni 1 koppel + 3 jo, verder 40 ad zonder jongen wegens droogte (HEP). Roosbeek 31 aug 60 ex (HEP).

Kwartel: 19 juni Neervelp/Willebringen 2 zangp (OSL); 16 juli om 2 u. 's morgens roepend te Tienen-Meer (HOE). Patrijs: 27 aug Boutersem-Butselveld 8 ex (VAM).

Kleine P levier: te Tienen 4 broedkoppels en vermoedelijk een 5de: eind juli nog één pullus gekoesterd door oudervogel (ringgr. Leuven); broedgeval (4 pulli) te Miskom-wachtbekken (COE, COP); 04 juli Tienen 8 ex samen (HEP).

Kanoetstrandloper: 30 aug-01 sept Tienen 1-2 ex (COE, COP, HOE, HEP + afd. Brussel). Temmincks

Strandloper: 17-18 juli Tienen 1 ex in broedkleed.

Krombekstrandloper: 27 juli Tienen (COE, COP, HOE). Bonte Strandloper: Tienen 24 aug 1 ex. 30 aug en 01 sept 2-3 ex (COE. COP. HEP+afd. Brussel).

Watersnip: 05 apr maximum 19 ex te Miskom op nieuw wachtbekken, 09 aug Tienen max. 25 ex (COE, COP).Wulp: 05 juni Tienen baltsende vogel (COE, COP).

Zwarte Ruiter: 24 aug Tienen 2 ex (COE, COP). Groenpootruiter: Tienen

: 26

aug 10 ex. 31 aug 5 ex (COE, COP, HEP). Witgatje: Tienen 10 juni 10 ex, 04 juli 13 ex (HEP). Bosruiter: Tienen

: 04 juli 2 ex, 03 aug 1 ex,

10 aug 11 ex (HEP,

COE. COP, HOE, LAJ). Oeverloper: 13 en 14 aug Tervuren-park resp. 1 en 2 ex aan vijver (REA). Dwergmeeuw: 09 april St. Joris-Winge, Gemp (VAM, LAJ).)

Stormmeeuw: 18 feb Tervuren 46 ex (FAO). Kleine Mantelmeeuw: op 28 juli te 9. 05 u. passeren te Tienen 4 ad+ 1 imm. in ZW richting (ringgr. Leuven).

Zwarte Stern: 09 aug Tienen 1 juv (COE, COP) Gierzwaluw: 09 aug Tervuren 50 ex in groep naar ZO over Vossemvijver (REA). IJsvogel: 22 aug Tervuren-park 1 ex aan Spiegelvijver (REA). Zwarte Specht: 28 juli Korbeek-Lo, Molenbeek één verzwakte jonge vogel; werd vrijgelaten na verzorging in asiel (ringgr. Leuven).

Kleine Bonte Specht: in juni broedgeval te Glabbeek-Kasteelbos; in dezelfde dode boomstam nestelden eveneens Gr. Bonte Specht en Spreeuw (COE, COP).

Boomleeuwerik: 18 maa Leuven-Gasthuisberg 12.30-13 u. 3 ex en 2 ex naar N (OFR).

Boerenzwaluw: vroegste 23 maa Herent (M. Verhoeft & SEM).

42

I


Huiszwaluw: 27 aug Tervuren 6 ex naar Z(REA). Grote Gele Kwikstaart: in juni te Hoksem-pastorij (GEJ}, 19-21 juni Tervuren­ park 1 ad M + 1 juveniel ex(waarschijnlijk broedgeval: REA).

Nachtegaal: eerste week juni zingend te Bierbeek-Blauwschuurbroek (ABH). Zwarte Roodstaart: 30 juli Boutersem een vrouwtje en 2 (van de 3) uitgevlogen jongen nemen tussen lage struiken een zonnebad (gingen op linkerzijde liggen en strekten de rechtervleugel naar omhoog) (HEP); 27 aug Tervuren 2 uitgevlogen jongen worden gevoederd op binnenkoer van het Afrika-Museum(REA).

Paapje: 04 aug Tienen (COE, COP), vroege datum(!) Sprinkhaanzanger : midden juni zingend te Hoegaarden-Schoorbroek (GEJ): eerste nachttrekker+ een zingend ex te Tienen op 22 juli (ringgr. Leuven) Snor: te Tienen 2 ex geringd resp. op 21juli en 03 aug (ringgr. Leuven). Rietzanger: te Tienen 1ste ringvangst (met Nederlandse ring) op 22 juli. Braams lu lper: eind april tot eind mei zangpost in tuin te Glabbeek-Zuurbemde (LAJ, COE, COP). Fitis: 16 juni Willebringen-Jordaan zingend, daarna niet meer (doortrekker ?) (OSL).

Grauwe Vliegenvanger: broedde in mei-juni te Meldert, Willebringen-Jordaan en Tienen-Meer (GEJ, OSL, HOE). Grauwe Klauwler: 17 aug Tienen 1stejaars (COE, COP). Kneu: 27 aug Boutersem-Nieuwstraat 8 ex samen (VAM).

Europese

Kanarie: 01-03 juni Boutersem-Roosbeek 1 zingend M in tuinwijk

Valkenberg (CUJ, CUO), 11 juni Kessel-Lo(centrale werkpl.} één zangpost(DFR).

Kruisbek: 09 aug Tienen 1 ex in wijfjeskleed (COE, COP). Grauwe Gors: in juni 5 zangposten te Kersbeek en 8 zangposten in de velden rond Tienen (COE, COP).

Lijst van waarnemers en hun afkortingen

:

ABH= H. Abts, SEM= M" Bekkers, BAL=

L. Briesen, BUY= E. Buysmans, COE + 3= E. en P. Collaerts, J. Lambrechts, P. Herroelen; CUJ,

CUO= J. & 0. Cuppens,DFR= R. De Fraine, OSL= L.

De

Schamphelaere, FAO= D. Fastrez. GEJ= J. Geebelen. GUR= R. Guellnckx, HEP=P. Herroelen, HOE= E. Hoebrechts,

LAJ=J. Lambrechts, MER= R. Meeus, MID= D.

Michiels, MOK= K. Moreau, PAW= W. Pauwels, PLJ= J. Vandeplas. Ringgr. Leuven: E. & P. Collaerts, P. Herroelen en E. Hoebrechts, ROA= A. Roelants, SEV= M. Severi, SMP= Ph. Smets STE= E. Sterckendries, TME= E. Toorman, VAJ= J. Vanautgaerden, VAM= M. Vanderhallen, VBR= R. Verbeeck, VIJ= J. Viaene.

43


Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving april - juni 1996

Dit overzicht belicht (bijzondere) vogelwaarnemingen in regio Leuven gedurende de periode 1 april 1996 tot en met 30 juni 1996. De in deze rubriek bestreken regio omvat volgende gemeenten: Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg en Bierbeek. De volgende rubriek zal de periode juli - september 1996 omvatten. Waarnemingen worden voor 15 oktober 1996 verwacht bij Maarten Hens, Redingenstraat 13 te 3000 Leuven. De naweeĂŤn van de strenge winter lieten zich nog tot in april voelen: sterk verlate en geconcentreerde doortrek van Smient en Pijlstaart, veel mannetjes Blauwe Kiekendief en nog steeds

de

Pestvogels

op

de

Bodart-parking.

Na

een

rekordaantal

Slobeenden

op

voorjaarsdoortrek,. ontpopte april zich verder vrij rustig, met de gebruikelijke waarnemingen van Visarend, Zwarte Wouw, Visdief en Beflijster. Hoogtepunt in mei - nog steeds de verrekijkermaand bij uitstek - waren vier pleisterende Kleine Zilverreigers. Te onthouden is ook een zeker broedgeval van de Krakeend (het eerste sinds de jaren '70) en de definitieve vestiging van de Bergeend als broedvogel in de streek. Dit voo�aar was de vijver van Oud-Heverlee Noord afgelaten: in onze streek het recept om noemenswaardige aantallen steltlopers te observeren. De combinatie neerslag - afvoerhoogte zorgde voor nogal wat schommelingen in het waterpeil, zodat dit in april eerst te hoog en dan te laag was. Vanaf half mei liep de vijver gestaag vol, wat de broedende Meerkoeten, Kievit en Kleine Plevieren noodzaakte om te verhuizen. Al bij al waren de waargenomen soorten en aantallen niet bijzonder hoog, zeker in vergelijking met bvb. de aantallen op de afgelaten vijver te St.-Agatha-Rode in de periode eind maart - begin mei 1988. Voor de regelmatig voorkomende steltlopersoorten is het aantalsverloop te Oud-Heverlee Noord weergegeven in enkele grafieken. Wegens plaatsgebrek zijn gegevens van een groot aantal soorten niet opgenomen. Deze worden echter wel allemaal verwerkt, met de bedoeling ze op te nemen in een uitgebreid jaarrapport. Vielen deze keer onder andere buiten de prijzen: Fuut, Wintertaling, Kuifeend, Havik, Zwarte Specht, Grote Gele Kwikstaart, Tapuit, ... maar ook de meer exotische getinte soorten Nijlgans, Rosse Stekelstaart en Halsbandparkiet.

Dodaars Tachybaptus ruficollis Hoogtepunt van de voorjaarsdoortrek op 14/04, met o.a. 18 ex. te OHZ (RUJ). Begin mei zijn de meeste broedplaatsen ingenomen, met o.a. 3 paar te OHZ en NGB. Verder ook aanwezig op 't Zoet Water te Oud-Heverlee, NKV-Doode Bemde en Florival, echter niet te SAR en Leefdaal. Eerste jongen op 11/05 te OHZ: 1 paar met 3 pulli (HEM). Aalscholver Phalacrocorax carbo In april en mei resp. 22-29 ex. en 14-21 ex. op de slaapplaats te SAR. In juni werden geen tellingen uitgevoerd, maar allicht was ook dan nog een klein groepje present. Begin april was ook de nieuwe slaap- en pleisterplaats te WLS nog in gebruik, met o.a. 13 ex. op 08/04 (KVS). Waarnemingen van aktief trekkende groepen: 06/04 resp. 72 en 1O ex. zeer hoog over naar N te SAR (G. Rotsaert). 13/04 ca. 40 ex. naar N boven de Doode Bemde te Neerijse (P. Herroelen/BK).

44 '


Kleine Zilverreiger Egretta garzetta 17/05

4 ex. te OHZ, foeragerend in kleine plasjes tussen de pitrusvegetatie (KVS). De

volgende dag waren de vogels gevlogen... De vorige waarneming in de streek dateert van minstens 15 jaar geleden. Ongedetermineerde Zilverreiger Egretta species 16/04

Trein Leuven-Brussel 8u45: vanuit de reidende trein een Zilverreiger waargenomen,

zittend aan de viskweekvijver te Erps-Kwerps. Aan de (ineengedoken) houding te zien, een lichte determinatievoorkeur voor Grote Zilverreiger (RUJ). Ooievaar Ciconia ciconia 02/04 1 ex. op een verlichtingspaal aan de splitsing A2-E40 te Heverlee (D. Michiels/BK). 17/04 1 ex. gedurende 5-tal minuten op geringe hoogte cirkelend boven OHZ (MOK). 19/04 Heverlee-Arenbergpark: 1 (ongeringd) ex. gedurende een half uur in boomtop zittend, verdwijnt vervolgens in zuidelijke richting.(E. Toorman). Canadese Gans Branta canadensis 01/04 5 ex. te SAR (T. Roels). 08/04 4 (ongeringde) ex. in weide te NKV/Doode Bemde (KVS). 22/04 2 ex. te OHZ (RUJ). 07105 1 (niet geringd) ex. landt bij valavond samen met een Brandgans te OHN (HEM). Brandgans Branta leucopsis 07105 1 ex. samen met een Canadese Gans te OHN (HEM). Dit duo wordt enkele dagen later opgemerkt op een akker te Herent (M. Bekkers). Bergeend Tadoma tadoma In april enkel waargenomen te Oud-Heverlee (steeds 1 koppel of een mannetje) en te Heverlee-AVP (1 koppel tot min. 13/04). In mei wordt te OHN en/of OHZ enkel nog het mannetje opgemerkt, wat een broedgeval doet vermoeden. En inderdaad, op 26/05 te OHN een koppel eerst met 9, later op de dag nog met 8 pulli (KVS, RUJ). Nog tot minstens 20/06 blijft deze familie (voltallig) te OHZ (MOK, HEM). Ook in de Doode Bemde (Oud-Heverlee) zou een paartje met succes gebroed hebben in een oeverwand van de Dijle (P. De Becker). Smient Anas penelope Alle waarnemingen situeren zich tussen 20/03 en 14/04 (cfr. vorig overzicht). Maximum op 08/04: 2m3w te NGB en 3m1w te SAR. Laatste waarneming: 14/04 3m2w te SAR (KVS). Krakeend Anas strepera In april quasi ononderbroken aanwezig te SAR, met max. 5 ex. op 21/04 (KVS). De ganse maand mei zijn er waarnemingen van solitaire mannetjes of een koppel in het gebied tussen de Doode Bemde, NGB en OHZ, ondermeer 1 koppel op 22/05 te NKV en 1 koppel

45


(hetzelfde?) op 28/05 te OHZ. (Minstens) 1 paar broedt met succes: in juni een wijfje met twee jongen te OHZ (RUJ).

Pijlstaart Anas acuta Net als bij de Smient, werden de grootste aantallen dit jaar pas begin april opgetekend. Dit is zo'n twee tot drie weken later dan na een 'normale' winter: 01 en 06/04 resp. 17 en 13 ex. te SAR (T. Roels, G. Rotsaert). Laatste waarneming: 14/04 1w te SAR (G. Rotsaert).

-

-----¡

Zomertaling Anas querquedula Tot 19/04 doorlopend aanwezig, voornamelijk op de afgelaten vijver te OHN. Maximaal worden 13 ex. genoteerd op 13 en 14/04: 10 ex. te OH(N&Z) en 3m te AVP (KVS, RUJ, BLH). In april en mei voortdurend 1 of 2 m in de Doode Bemde (NKV). Minstens 1 paar zou hier gebroed hebben (P. De Becker). Overige mei en juni-waarnemingen:

09-17/05 1m te OHZ (KVS, RUJ, HEM, e.a.). 05106 1 in w-kleed te OHN (MOK). 14/06 1w te NKV/Doode Bemde (MOK).

Slobeend Anas clypeata De voorjaarsdoortrek, goed op gang gekomen midden maart, is zeer intens tot midden april, met nooit geziene aantallen in de streek. Maximaal 187 ex. in de streek op 08/04, waaronder 85 ex. te SAR en 76 ex. te WLS (KVS). De grootste groep betrof 112 ex. te SAR op 06/04 (G. Rotsaert). Te NGB worden maximaal 64 ex. geteld op 16/04 (KVS). Na begin mei - met nog enkele meldingen te OHZ (1-3m) en te SAR (1-3 ex.) - wordt de soort niet meer waargenomen.

Krooneend Netta rufina 26/05 1m achtereenvolgens te OHZ en NGB (KVS, RUJ).

Tafeleend Aythya ferina Vanaf begin april lopen de aantallen sterk terug (cfr. vorig verslag) en is er tevens uitzwerming naar kleinere vijvers (vestiging broedvogels). De belangrijkste broedplaatsen ten zuiden van Leuven zijn OHZ en NGB. De eerste jongen worden gesignaleerd op 28/05 te OHZ: 2 wijfjes met elk 7 pulli (HEM). Exacte gegevens over het aantal broedparen zijn niet voorhanden.

46 \


Wespendief Pernis apivorus 02/05 1 ex. te NGB (KVS). 16/05 1 ex. boven de Doode Bemde te Neerijse (BLG). In juni tal van waarnemingen in en om Bertembos, wat een broedgeval daar sterk doet vermoeden (BLG, W. Van de Vijver). Zwarte Wouw Milvus migrans 30/03 1 ex. te Bertem

(P. Smets/OV).

20104 1 ex. hoog afglijdend naar N boven OHN (HEM). 21/04 1 ex. te SAR (KVS). 27104 1 ex. tussen 11 en 15u driemaal boven de vijver te SAR, ook vissend (HEM, A. Smets). 02106 1 ex. te Neerijse (excursie Wielewaal-Leuven). Rode Wouw Milvus milvus 24/04 1 ex. te Heverlee (BLG). Bruine Kiekendief Circus aeruginosus Na een eerste waarneming op 24/03, wordt de soort zeer regematig waargenomen tot ca. 10/04. Op 05/04 intense doortrek, met te Heverlee resp. 1 naar N, 1 naar 0, 1m en 1w, 1m Blauwe Kiekendief en nog een ongedetermineerde Kiekendief op ĂŠĂŠn voormiddag (BLG). In mei en juni verschillende waarnemingen, vnl. van vogels in wijfjeskleed, zowel in de vallei als op de omliggende plateaus (HEM, BLG). Blauwe Kiekendief Circus cyaneus Zes aprilwaarnemingen, waarvan er maar liefst 4 een adult mannetje betrof. Laatste waarneming: 20/04 1w naar N overtrekkend boven OHN (HEM). Ongedetennineerde Kiekendief Circus species 05/04, 05, 16 en 25/05 telkens 1 ex. te Heverlee (omgeving A2-Bertembos) (f?LG). Visarend Pandion haliaetus 06104 1 ex. arriveert te SAR, draait wat rond boven de vijver en verdwijnt dan (G. Rotsaert). 13/04 1 ex. te SAR. Cirkelt enkele keren alvorens in N-richting af te glijden (G. Rotsaert). 19/05 1 ex. te SAR (BLH). Boomvalk Fa/co subbuteo Eerste waarneming: 20/04 1 ex. te SAR (HEM). Begin mei een baltsend koppel te Oud-Heverlee (RUJ) en ook later in mei en juni worden hier geregeld 1 of 2 ex. samen gezien (MOK, HEM, RUJ).

47


mei

april 15

50

20

25

30

5

10

15

20

25

30

Watersnip Gallinago gallinago

40 ro

ë

ro

<{

30 20 10 0

IT"" T rlrTTTTTl� TTTTT . ��rt-rft"TTTlrTTih-TTTTTTlrTT .. �h__,J....TTT ..__ � -UJJ_,._,JJ.r-._�__,.......

6

Tureluur Tringa totanus

4 2

1

12

Groenpootruiter Tringa nebularia

10

� c

8

6 4 2 0 30

�h-��r-.-.-..,...r-.-.--..--rlh--.--.-..-..,.--,-,--.-,.-.-,-,-.-.--f-ri-.-.TT"l-r-rrr'l�-rrir1"'f',,...r-'r'1"1'1rti-,-T-rrrTTTTJ Witgatje Tringa ochropus

25 ro

20

15

-

<{

10 5 1

12

Oeverloper Actitis hypoleucos

10

� c

8 6 4 2 0

��� ..._ .._.. .... __.._ .... .... .. __ .._ ...M.J L... . -... ...l_� ����� ������ � �� ���----

1n. 1.n.n n111.m. uuuu"' ..

..

15

20

25

maart

30

5

10

15

20

april

25

l·.n.mn.1.nn.,,,.u.1

3

5

10

15

20

25

30

mei

Aantalsverloop van Watersnip, Tureluur, Groenpootruiter, Witgatje en Oeverloper op de afgelaten vijver van Oud-Heverlee Noord, voorjaar 1996. Aangezien de pleisterende aantallen op één dag sterk kunnen wisselen, is steeds het dagmaximum aangegeven. De onderste balk geeft de dagen weer waarop de vijver bezocht werd, zodat nulwaarnemingen eenvoudig af te lezen zijn.

48

\


Kleine Plevier Charadrius dubius •

Vanaf 14/04 voortdurend aanwezig te OHN, met 3-8 ex. tot 01/05, 8-10 ex. van 04 tot 19/05 en tenslotte 4 ex. van 20 tot min. 28/05. Eerst vier, en later nog twee koppels verdedigden een territorium op de steeds kleiner wordende slikplaten. Samen de laatste vierkante meters slik, verdwenen begin juni ook alle Kleine Plevieren. 20104 1 ex. in de zandgroeve te Bierbeek (MOK).

Bontbekplevier Charadrius hiaticula 04 en 05/05 resp. 1 en 2 ex. te OHN (HEM). 17 en 18/05 2 ex. te OHN (HEM, KVS).

Bonte Strandloper Calidris alpina 17/05 1 ex. te OHN (HEM, BLH).

Kemphaan Philomachus pugnax 02, 16 en 17/04 1 ex. te OHN (RUJ, KVS, HEM). 07 en 08/05 1m (witte kraag) te OHN (KVS, HEM, RUJ).

Grutto Limosa limosa 18/05 1 ex. op het slik te OHN (KVS).

Zwarte Ruiter Tringa erythropus Slechts één enkele waarneming: 1 ex_ te OHN op 04/05 (KVS, HEM).

Tureluur Tringa totanus Opmerkelijk is het ontbreken van de soort in de eerste helft van april. Op de vijver van Basse­ Wavre, afgelaten tussen 31/03 en 12/04, werden in die periode wel Tureluurs gezien (G. Rotsaert). Maximum te OHN: 6 ex. op 05/05 te OHN (zie figuur). 08/04 1 ex. overtrekkend te Bierbeek (J. Vanautgaerden/BK). 06/05 1 ex. op de vijver te Florival (K. Hanssens).

Groenpootruiter Tringa nebularia Eerste waarneming: 14/04 1 ex. overvliegend te OHZ (RUJ). Maximaal 13 ex. op 09/05 te OHN (zie figuur).

Bosruiter Tringa glareola 05/05 eerst 3, later 4 ex. (KVS, HEM). 07 en 08/05 resp. 3 en 1 ex. (RUJ, KVS, HEM). 14 en 18/05 telkens 1 ex. (KVS, HEM).

49


Oeverloper Actitis hypoleucos Eerste waarnemingen:

14/04 1 ex. op de Dijle t.h.v. OHZ (RUJ). 19/04 1 ex. tussen OHN en OHZ en 1 ex. te OHZ (RUJ).

Vanaf dan tot ca. 20/05 waargenomen aan zowat alle vijvers en plasjes van de streek, steeds enkelingen of kleine groepjes. Zie figuur voor het aantalsverloop te OHN.

Visdief Sterna hirundo 10/04 3 ex. te OHZ (HEM). Zwarte Stern Chlidonias niger Slechts één gegeven: 08/05 's avonds 2 ex. op de vijver te OHZ (HEM, KVS). Even daarvoor passeerden 5 ex. laag en snel te OHN (KVS).

Steenuil

Athene noctua

Eén broedgegeven: 30/06 1 ad. en 1 juv. ex. te Korbeek-Dijle (NGB) 0/V. Van de Vijver). Koekoek

Cucu/us canorus

Eerste waarnemingen: 08/04 1 ex. te SAR (KVS). 15/04 2 ex. naar NO passerend te Heverlee/Brem (BLG). Gierzwaluw Apus apus Eerste waarnemingen: 15/04 3 ex. te NGB (A. Smets). 17/04 5-tal ex. te Heverlee (HEM). IJsvogel Alcedo atthis Na de strenge winter, terug waarnemingen vanaf half maart te AVP, OHZ, NKV-Doode Bemde en SAR. Oeverzwaluw Riparia riparia Broedgegevens: 17/05 ca. 330 nestpijpen in de zandgroeve te Bierbeek (MOK). 02/06 65-tal nestgangen in de zandgroeve te Neerijse (Wielewaal-Leuven). Waterpieper Anthus spinoletta Laatste waarnemingen: 05/04 5 ex. te OHN (MOK). 08/04 1 ex. in de weiden tussen SAR en Pécrot (G. Rotsaert). Noordse Gele Kwikstaart Motacilla flava thunbergi 20104 1m samen met 50-tal Gele Kwikstaarten in weide te Korbeek-Dijle/Bertem (HEM). 28/04, 02 en 08/05 resp. 2m, 1m en min. Sm op dezelfde plaats (HEM, KVS).

50


Rouwkwikstaart Motacilla alba yarrellii 05/04 1 ad w op het slik te OHN, samen met Witte Kwikstaarten (MOK). Nachtegaal Luscinia megarhynchos Eerste waarnemingen: 26/04 1m za te SAR, samenvloeiing Laan-Dijle (K. Hanssens). 27/04 1m za in de Doode Bemde te Oud-Heverlee (HEM). Blauwborst Luscinia svecica cyanecula Enige waarneming: 05/06 1m in de Doode Bemde (MOK). Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus Slechts twee waarnemingen: 08/04 1w te Huldenberg (K. Hanssens). 04105 1m te Leefdaal (KVS). Paapje Saxicola rubetra 05-15/05 9 ex. geringd te Bierbeek; max. 9 ex. op 05/05 te Bierbeek

(J.

Vanautgaerden/BK).

08/05 3 ex. op weitje op plateau KSO/Bertem (BLG). 11/05 2 zingende m in de Doode Bemde (MOK). Beflijster Turdus torquatus 13 en 14/04

resp 2 ex. en 4m op schapenwei aan de zuidrand van Bertembos te Bertem.

Foerageren in wei, maar zitten meestal in populieren langs wei (BLG, D. MariĂŤn). Sprinkhaanrietzanger Locustella naevia Eerste waarneming: 27/04 1m zang te Florival (HEM). Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus Enige waarneming: 30/06 Korbeek-Dijle (VV. Van de Vijver). Bosrietzanger Acrocephalus palustris Eerste waarneming: 28/04 1m zang te Heverlee-Bremstraat (BLG, D. MariĂŤn). Kleine Karekiet Acrocepha/us scirpaceus Eerste waarneming: 01/05 1m zang te Florival (KVS) Grasmus Sylvia communis Eerste waarneming: 20/04 1m zang in de Doode Bemde te Oud-Heverlee (HEM). Tuinfluiter Sylvia borin Eerste waarneming: 28/04 3 zangposten in de directe omgeving ven Bertembos (BLG).

51


Zwartkop Sylvia atricapilla Eerste waarnemingen: 30/03 1m zang aan ZW/Oud-Heverlee (J. Vanautgaerden/BK). 01/04 1m zang te Heverlee (HEM).

Fitis Phyl/oscopus trochilus Eerste waarnemingen: 08/04 1m zang te NGB (KVS). 09/04 1m zang te Heverlee (HEM).

Europese Kanarie Serinus serinus 14/04 1 ex. op doortrek te Bierbeek (J. Vanautgaerden/BK). 27/04 1 zingend m gedurende 2 uur in Fonteinstraat te Oud-Heverlee (RUJ). 18/05 1 zingend m op marktplein te Huldenberg (K. Hanssens).

Medewerkers en geraadpleegde bronnen: Volgende waarnemers verleenden hun medewerking bij het tot stand komen van dit overzicht: BLH

=

Herwig Blockx, BLG

Moreau, RUJ

=

=

Jos Rutten, KVS

Geert Bleys, HEM =

=

Maarten Hens, MOK

=

Kelle

Kris Van Scharen.

Monique Bekkers, Jan Butaye, War Claes, Piet De Becker, Jos Grootjans, Karel Hanssens, Dirk MariĂŤn, Toon Roels, Guy Rotsaert, Axel Smets, Erik Toorman, Wim Van de Vijver. Aanvullende gegevens werden verzameld via de volgende bronnen: /BK

De Boomklever 24(2), 1996

/OV

Ons Vogelblad nr. 29, 1996

Gebiedsafkortingen: AVP

Abdij van 't Park, Heverlee

OHN

Oud-Heverlee Noord

OHZ

Oud-Heverlee Zuid

NGB

Neerijse Grote Bron

NKV

Neerijse Kliniek Vijvers

SAR

St.-Agatha-Rode, Groot Broek

WLS

Wilsele (vijvers van Bellefroid) - Noord (N) en Zuid (Z)

ZW

't Zoet Water, Oud-Heverlee

52 \


De VHegenzwam Amanita muscaria

Najaar, herfst : paddestoelentijd. Eén der meest opvallende en wellicht de best ge­ kende is de vliegenzwam

(Amanita muscaria). Om zijn rode, met witte wratten bezet­

te hoed wordt hij graag geplukt. Gelukkig wint de kennis veld dat hij giftig is. Hij bevat verschillende gevaarlijke stoffen : de voornaamste zijn muscarine en atropine, twee stikstofverbindingen met ingewikkelde formule, die thuishoren in de z.g. organische chemie, en wel in het hoofdstuk "alkaloïden". Bij het grote publiek hebben die de laatste tijd een treurige roem verworven, want zij omvatten heel wat drugs. Ook onze twee "klanten"werken in op het zenuwstelsel. Muscarine zou vooral in de rode opper­ huid van de zwam zitten. Het veroorzaakt speekselvloed, sterk transpireren, misse­ lijkheid en braken. Atropine (door de oogaarts gebruikt om pupilverwijding bij de pa­ tiënt te bekomen tijdens het onderzoek van de inwendige oogbol) brengt na eten een sterke roes teweeg, soms gelijkend op een vrolijke dronkenschap, soms op een deli­ riumachtige verwarring, gepaard gaande met krampachtig samentrekken van de le­ dematen en hevige geestelijke agitatie. De anticlimax komt met verdoving en loodzware slaap. Na enkele uren wordt het gif met de urine uitgescheiden. Gevallen met dodelijke afloop zijn in onze streken tot­ nogtoe niet gekend. Het gehalte aan giftige bestanddelen schijnt ook van exemplaar tot exemplaar sterk te verschillen, evenals de hoedkleur trouwens : zij gaat van oranjegeel over baksteenrood naar diepkarmijn. Gelukkig blijven de andere ken­ merken constant : de witte schubben op de kleurige hoed, in veel gevallen concen­ trisch gerangschikt ; de dichte, witte plaatjes onderaan de hoed ; de witte ring of "manchet" hoog op de tamelijk dikke steel ; de knol of beurs onderaan, "versierd" met enkele concentrische ringen dikke schubben. Ook de sporen zijn wit ; een sporenfiguur op een blad donker papier of op een glazen plaat is klaar in één nacht. Gewoonlijk komt de vliegenzwam in groepjes voor. Dit laat ons toe, zijn ontwikkeling te volgen. De oorspronkelijke witte "champagnestop" van 2 bij 3 cm groeit zeer snel, door celstrekking. Hij blijkt in een algemeen omhulsel te zitten dat niet rekt, doch barst, en de hogergenoemde vlokken en ringen levert. Een tweede vlies, het z.g.

sluiervlies, verbindt in jeugdige toestand hoedrand en steel. Ook dit tweede vlies barst en levert de fijngestreepte, vlokkige manchet. Oude exemplaren zien hun hoedvlokken wel eens afregenen : dan komt de gestreepte hoedrand duidelijker te voorschijn. Het bezit van dit dubbele vlies klasseert de vliegenzwam bij de hoogst ontwikkelde paddestoelen. Daarbij komt nog een andere, merkwaardige eigenschap, zijn z.g.

negatieve geotropie

:

leg een exemplaar (met steel

!) op een onderlaag : reeds na

een paar uren zie je hoe de steel zich kromt (weer door celstrekking, van de onder-

53


ste helft ditmaal), dus omhoog komt, waarbij de hoed zich opnieuw loodrecht op de onderlaag richt. Hierdoor wordt natuurlijk de verspreiding van de sporen in de hand gewerkt. Dergelijk "zich afwenden van de aarde", "de aarde ontvluchten" is behalve van de hoogst geëvolueerde paddestoelen, slechts van de hogere planten gekend. De vliegenzwam is thuis in bossen, meestal jonge aanplant van naaldhout en/of berkebossen, aan bosranden en op de heide. De term "kinderen aan de duisternis", waarmee niet zonder een schijn van bijgeloof, de paddestoelen wel eens worden aangeduid, is dus niet op hem toepasselijk. Het is een "lichtsoort" : donkere beuken­ bossen b.v. schuwt hij. Je hebt er dus weinig kans op in de dichte, oude massieven van het Zoniënbos ! Alhoewel de vliegenzwam niet absoluut aan berk gebonden is, heeft hij er toch een zekere voorliefde voor : de draden van de

zwamvlok of mycelium - de paddestoel is

immers maar het vruchtlichaam, de eigenlijke plant leeft ondergronds - zijn vergroeid met de wortels van de boom. De berk krijgt voedingsstoffen van de zwam, deze laat­ ste in hoofdzaak water van de boom. Dit samenleven tot beider voordeel draagt de naam van

symbiose, en het vlechtwerk zwamvlok-boomwortel wordt aangeduid met

de naam mycorrhiza (soms vereenvoudigd tot mycorrize, Ned.

zwamwortel).

De levenscyclus van de vliegenzwam is niet zeer eenvoudig. Hij begint met twee op zicht identieke zwamvlokken die echter fysiologisch verschillend zijn : zij worden aan­ geduid als

+

en -. leder bezit een hoeveelheid

n

erfelijk materiaal. Hun draden

hyfen) versmelten paarsgewijze en vormen tweekernige draden (n

+

(

=

n), die de ge­

hele paddestoel opbouwen. Elke draad heeft een knotsvormige eindcel, het basi­ dium. Hierin versmelten de twee kernen met elkaar (2n), waarna er onmiddellijk een

z.g. reductiedeling (R !} optreedt, die het erfelijk materiaal, na mengen, halveert (n

x

2). Dan volgt een gewone kerndeling, zodat wij nu 4 kernen hebben, ieder met een hoe­ veelheid erfelijk materiaal

n.

Inmiddels zijn aan de top van het basidiurn 4 steeltjes

ontstaan. Iedere n-kern nestelt zich in zo'n (intussen knotsvormig uitgegroeid) steel­ tje. In een paar uren rijpen deze knotsjes tot sporen. Zij worden afgestoten en vallen op de bodem of op een andere onderlaag die kiemen toelaat. Van de 4 sporen zijn er 2 positief en 2 negatief, zodat 2 positieve en 2 negatieve zwamdraden ontstaan. Draden verenigen zich tot vlokken... en de cyclus kan herbeginnen. Het verloop van deze levensgeschiedenis verklaart ook waar de naam

"steeltjes­

zwammen" vandaan komt. Hij heeft dus niets te maken met het feit of de zwam al of niet een steel heeft. Het geheel van sporenvormende basidiumcellen, het z.g. v li

es of

hymenium, kan uitgespreid liggen

- vlak op het effen, onvertakt vruchtlichaam : - vlak op het sterk vertakt vruchtlichaam

:

korstzwammen

koraalzwammen

54

kiem­


- op plaatjes

:

plaatjeszwammen

- op buisjes :

buisjes- of gaatjeszwammen

- op stekels

stekelzwammen

-

- binnen in een "droog" vruchtlichaam : - op een geleiachtig vruchtlichaam

:

buikzwammen

trilzwammen.

Ook de roest- (bruinros) en brand- (zwart) zwammen horen hier nog bij, maar hun levenscyclus van verplichte parasieten is totaal verschillend; in deze bijdrage kunnen we er niet verder op ingaan. Terug naar de vliegenzwam. Waar komt de naam vandaan? In vroegere tijden wer­ den vliegen aangelokt (al of niet in de folkloristische "vliegenpot") door stukjes van onze paddestoel in water of in melk te weken. De vliegen dronken zich een roes... en konden zonder moeite worden gevangen. Wij kunnen ons dezelfde vraag stellen met betrekking tot de gehele groep : hoe zijn deze planten met padden in verband ge­ bracht. Heeft iemand er ooit een pad op zien zitten ? Of is het geheimzinnige ele­ ment dat beide kenmerkt, de schakel? Feit is dat beide gedijen in een warm, vochtig microklimaat. Wij houden het dan liever bij de sprookjes, waarin elfen en kabouters de vliegenzwam bewonen. Worden er geen deurtjes en venstertjes, ja zelfs een rokende schoorsteen op getekend in de kinderboeken ? Het sprookjesparadijs "De Efteling"

(U weet wel : "op een boogscheut van Breda") geeft in dit opzicht al jaren

het voorbeeld. Ook de afgelopen zomer zagen wij menig aanplakbiljet, waarop de vliegenzwam als kabouterwoning was afgebeeld. Het "drugeffect" van de vliegenzwam is dus reeds lang gekend. Wij kunnen nog ver­ der teruggaan in de geschiedenis : vanouds beroesden zich de Samojeden in Sibe­ rië met vliegenzwam-extract. Amanita muscaria werd in het gunstige jaargetijde ge­ plukt en ofwel vers gebruikt ofwel gedroogd. De droge vruchtlichamen bewaarden . hun eigenschappen... Ook in de Germaanse landen kende men de zinsbegoochelende werking van de paddestoelen : men sprak van "gekke zwammen" die de zinnen verwarden en van "musicerende zwammen" waardoor men vrolijke muziek hoort. De priesters van de Azteken (Mexico) aten stukjes vliegenzwam, vooraleer zij hun waarzeggerskunst over het volk uitstortten. Tenslotte moet nog de Pythia vermeld worden, de priesteres van het orakel van Delphi : op een driepoot gezeten, boven een spleet waaruit dampen opstegen, brabbelde zij allerlei geluiden, die door de priester van het heiligdom als voorspellingen van de god Apollo werden verklaard. De dampen waren afkomstig van droge planten, die in brand werden gestoken en waaronder, naar de plaatselijke gids ons vertelde, steeds de vliegenzwam werd ge­ mengd. Deze gegevens tonen aan dat de mens van oudsher met bepaalde eigen­ schappen van de planten vertrouwd was, en dit op zeer ver uit elkaar gelegen plaat-

55


sen van de aarde. Maar verder leren wij hieruit dat de vliegenzwam een wereldwijde verspreiding heeft. En wat over zijn onmiddellijke verwanten ? Het geslacht

Amanita telt verschillende

soorten. Op onze herfstuitstappen hebben wij er enkele van ontmoet : de groene knolamaniet

(Amanita phalloides),

dodelijk

giftig,

oorzaak

van

paddestoel­

vergiftigingen met dodelijke afloop ; hij wordt soms verward met de eetbare weide­ champignon. De slanke amaniet

(Amanita vaginata) zonder ring, zeer hoog op

steel, en die in een grijze en een bruine variëteit voorkomt. De parelamaniet

(Amanita rubescens), eetbaar, zijn vlees verkleurt roze bij kwetsen. Niet verwisselen met de ietwat donkerder panteramaniet slotte de gele knolamaniet

(Amanita pantherina), die zeer giftig is. Ten­

(Amanita citrina) roomwit tot citroengeel, met zijn ken­

merkende geur van rauwe aardappelen. Doch genoeg theorie ! Zolang het niet vriest, waardoor al deze broze pracht vernie­ tigd wordt, erop uit om in de natuur de paddestoelen op te zoeken ! (overgenomen met toelating uit 11Kleine Kroniek van de Planten11 door M. De Ridder,

1989).

Vliegenzwam

56


Oproepen en mededelingen

WATERVOGELTELLINGEN 1996-97

Met het najaar voor de deur, is ook de watervogelteltijd weer aangebroken. Naar gewoonte worden alle vijvers en plassen in de volledige regio ĂŠĂŠn keer per maand volledig geteld, en dit van oktober tot en met maart. De data voor het winterhalfjaar

1996/1997 zijn: 12-13 oktober 1996 16-17 november 1996 14-15 december 1996 Tevens

organiseren

we

iedere

18-19 januari 1996 15-16 februari 1996 15-16 maart 1996 zaterdagavond

van

deze

telweekends

een

slaapplaatstelling van Aalscholvers. Wat de gegevens van het voorbije winterhalfjaar betreft: alle medewerkers ontvangen binnenkort een nieuwsbrief met een aantal tussentijdse resultaten en randinformatie. Voor een aantal soorten (Tafeleend, Grote Zaagbek, Nonnetje, ... ) zijn alvast nieuwe rekordaantallen geteld. Heb je Interesse om mee te werken? Geef een seintje aan: Kris Van Scharen

Maarten Hens

Korbeekstraat

27, 3061 Leefdaal tel. (02)727 38 27

13, 3000 Leuven tel. (016)32 14 12

E-mail kvschare@vnet3.vub.ac.be

E-mail maarten.hens@agr.kuleuven.ac.be

Redingenstraat

57


NIEUWE BOEKEN EN PUBLICATIES

Gerené P. & W. Verschueren 1996. Natuurreservaat Blokkersdl/k.

Ornltholo­

glsch Jaaroverzicht 1995. Groenlink 18, extra nummer, 94 blz. Dit is al het 17de jaarverslag dat de Werkgroep van Linkeroever publiceert en het mag er wezen ! Deze enthousiaste groep bewijst nogmaals dat ze in staat is veel sneller gegevens te publiceren dan officiële instanties of insti­ tuten die onze gegevens oppotten en zeer weinig rapporten uitbrengen. Harris A. & al. 1996. The

Macml/lan

Blrder's

Gulde

to

European

and

Middle Eastern Blrds. 254 blz., prijs 1.050 fr.. De opvolger van de welbe­ kende gids "Vogeldeterminatie" waarin gelijkende soorten naast elkaar worden behandeld. Hoste S. 1996. De Putten . Biotoopstudie van een perceel in een natuurreservaat te Merelbeke. 83 blz. A4. Centrum Natuur-en Milieu-educatie, Antwerpen. Een grondige studie en inventarisatie van alle planten-en diersoorten. Het is spijtig dat de vergelijkende tekst over de geluiden en de zang van Zwartkop, Tuinfluiter, Bosrietzanger en Spotvogel niet critisch herlezen werden door plaatselijke ornithologen of door de promotors van de studie. Kurstjesn G. & J. Gabriëls 1996. Broedvogels In het Maasdal . 38 blz. A4, 53 . verspreidingskaarten, 1in legkaart. Prijs 300 fr. Uitg. Likona & Natuurhist. Genootschap Limburg (NL.) Meyburg 8.-U. & R. D. Chancellor 1996. Eagle Studies. 549 blz., AS. Uitg. World Werking Group of Birds of Prey and Owls, Berlin-London-Paris. Zeer interessante bijdragen over arendsoorten o.a. de verschilpunten tussen Bastaard- en Schreeuwarend in de hand. Porter R. & al. 1996. Field

Gulde to the Blrds of the

Middle

East.. 350 blz.,

Prijs 1500 fr.. Ruim 700 soorten (broedv. en doortrekkers) komen aan bod. Van Perlo 8. 1995.8/rds of Eastern Afrlca

:

Collins illustrated checklist., 301 blz.

formaat 19 x 13 cm., 96 kleurplaten met 1487 soorten; prijs 750 fr. Zimmerman D. & al. 1996. Blrds of Kenya and northern Tanzania, 752 blz. 124 kleurplaten, 1.058 verspreidingskaartjes; prijs ca 2.450 fr. Aangekondigd voor 1997 King J. & G. Heart. The Birds of the Balearic lslands. Blair M. & W. Hagemeijer. The EBBC Atlas of breeding birds.

58

\


.euve

KALENDER Of:.._ ACTIVITEITEN

za 05 oktober 1996

bezoek ringstation

bezoek aan een ringstation te Korbeek-Lo; afspraak 7.30 u. station Leuven, 8 u. parking GB Korbeek-Lo; leiding P. Herroelen (tel 016/ 73 40 69). De deelnemers(sters) dienen zich vooraf telefonisch te melden (na 21

u.). In geval van ongunstig weder (teveel wind, regen) wordt er gewan­

deld; einde rond 12 u.

za 12 oktober 1996

waterv ogeltelllng

Watervogeltelling in de Dijlevallei; afspraak 8 u. station Leuven, 8.30 u. sta­ tion Oud-Heverlee. Einde rond 12 u., leiding Maarten Hens, tel 016/ 32 14 12 (alleen tijdens kantooruren).

zo 13 oktober 1996

trektelllng

trektelling op het plateau Neerijse-Leefdaal; afspraak 7.30 u. station Leuven, 8 u. kerk Korbeek-Dijle; leiding K. Van Scharen (tel 021767 26 38). Einde rond 12 u.

zo 10 november 1996

Watervogels te Schulen

Voormiddagwandeling langs het meer te Schulen met aandacht voor water­ vogels. Afspraak 8 u. station Leuven, 8.45 u. kerk Linkhout, einde ca 12.30 u. Leiding P. Herroelen, tel 016/ 73 40 69.

za-zo 16-17 november 1996

waterv ogeltell lng

Watervogeltelling in de Dijlevallei; afspraak 8.30 u. station Leuven. 9 u. station Oud-Heverlee. Einde ca12u., leiding Maarten Hens, tel 016/ 32 14 12 (alleen tijdens kantooruren).

59


za 23 november 1996 Dag van de Natuur rond klelne landschaps­ elementen werkdag In de Doode Bemde in samenwerking met de JNM. Afspraak 9.30 u. station Leuven, 1 O u. aan de Zoete Waters, aan kruispunt met Waversebaan; leiding Maarten Hens, tel 016/ 32 14 12 (alleen tijdens kantooruren). za

14 december 1996 VLOS 8 van 9. 25 tot 17 uur Vlaamse Ornithologische Studiedag te Antwerpen, in de Marmeren zaal van de Koninklijke Vereniging voor Dierkunde (Dierentuin). Nadere gegevens in de nationale tijdschriften Wielewaal of Oriolus.

1 9 9 7

za 11 januari 1997

op zoek naar de Blauwe Kiekendief

voormiddagwandeling In akkergebieden op zoek naar wintervogels en de Blauwe Kiekendief. Afspraak 8. 30 u. station Leuven, 9.15 u. kerk van Bevekom (Beauvechain), einde rond 12 u. Leiding Maarten Hens, .tel 016/ 32 14 12 (alleen tijdens kantooruren).

za-zo 18-19 januari 1997

Internationale waterv ogeltelllng

internationale telling van watervogels; afspraak 8.30 u. station Leuven en 9 u. station Oud-Heverlee. Einde rond 12 u.; leiding Maarten Hens, tel 016/ 32 14 12 ( alleen tijdens kantooruren). De deelnemers (sters)

worden verzocht contact op te nemen met M. Hens om de juiste dag af te spreken.

60


NUTTIGE

ADRESSEN

Gekwetste vogels Vogelasiel p/a H. Ceusters, Engelenberg 51, 3271 Messelbroek tel 013/ 77 27 02 Geringde vogels J. Vanautgaerden. Schoolstraat 47, 3360 Bierbeek, tel 016/ 46 31 85

HomologatiecomitĂŠ (BAHC) p/a J. Pollet, Erfgoedlaan 8, 9800 Deinze Kerkuilenwerkgroep p/a L. Smets, Baron E. Descampslaan 64, 3018 Wijgmaal, tel 016/ 44 83 34 (tussen 14 en 20 uur) Recente waarnemingen p/a D. Symens, Zavelstraat 12, 2800 Mechelen Vogellijn tel 03/ 488 01 94 Wetgeving Leefmilieu p/a Stichting Leefmilieu, Kipdorp 11, 2000 Antwerpen tel 03/ 231 64 48, fax 03/ 232 63 98 Wielewaal, centrale: Graatakker 11, 2300 Turnhout tel 014/ 41 22 52 ('s maandags gesloten), fax 014/ 43 96 51

--


â&#x20AC;˘,

Verschijnt om de 3 maand (maart, juni, september, december) DE

BOOMKLEVER

jaargang 24, nr.

3

September

1996

INHOUD

Recente waarnemingen juni-augustus 1996

41

Paul Herroelen

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, april-juni 1996

De Vliegenzwam

Maarten Hens

44

M. De Ridder

53

57

Oproepen en mededelingen

Nieuwe boeken en publicaties

58

Paul Herroelen

59

Activiteitenkalender oktober- december 1996 en januari 1997

Artikels en korte mededelingen voor het volgend nummer (december 1996) worden ingewacht bij Paul Herroelen, Leuvensesteenweg 347, 3370 Boutersem ten

laatste tegen 30 november 1996. Gelieve Uw waarnemingen over vogels in te sturen naar Maarten

Hens,

Redingenstraat 13, 3000 Leuven tel 016/ 32 14 12 (alleen tijdens kantooruren).

I

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 1996  

De Boomklever September 1996  

Profile for nsgd
Advertisement