__MAIN_TEXT__

Page 16

J

1

Vog. Vl. Brab. afl. 1, 1993

Doortrekker

07680 Velduil Asio flammeus '

De nominaatvorm A. f. flammeus broedt in Eurazië en Noord-Amerika van de Noordelijke Ijszee, Baffineiland, ljsland zuidelijk tot de Britse Eilanden, Europa (zelden op Iberisch schiereiland), Zwarte Zeegebied, Turkestan, Manchoerije, Californië en Virginia. Hij overwintert in Europa zuidelijk tot aan de Middellandse Zee en de Sahelzone (van Gambia tot Ethiopië), zelden in Kenia. België telt slechts 1-2 broedkoppels en jaarlijks ziet men enkele overzomeraars . De vogels die in ons land in de winterperiode voorkomen zijn afkomstig uit Nederland, Noord- en Oost-Europa. Het aantal broedvogels aldaar is fel onderhevig aan schommelingen die afhankelijk zijn van de hoeveelheid woelmuizen. Een groot tekort aan knaagdieren vooral tijdens sneeuwrijke winters zorgt periodiek voor invasies zoals in 1923, 1928, 1933 en de winter 1978-1979. Na de broedtijd verspreiden de jonge Velduilen zich in alle richtingen en worden dan al vroeg waargenomen : " 09 augustus 1873 Brussel, 23 augustus 1970 Averbode, 31 augustus 1973 Sint-Joris-Winge. De gerichte herfsttrek heeft plaats van september tot november; waarnemingen in december zijn schaars:" ca. 18 dec. 1939 Linkebeek en 05 dec. 1974 Heverlee. Tijdens de strenge winter 1978-1979 hebben een 10-tal Velduilen overwintert op de terreinen van het vliegveld te Steenokkerzeel-Zaventem. Er werden toen 3 dode vogels aangetroffen en in januari 1979 zagen waarnemers 6 ex gelijktijdig jagen. De soort zou in jan.-feb. 1983 overwinte hebben in het centrum van Vilvoorde; overige data in januari : 11 januari 1987 Laken, 17 januari 1989 Berg-Kampenhout. De Velduil heeft een voorkeur voor open gebieden; overdag houdt hij zich schuil in lage vegetatie zoals bieten-, rapen- en chicoreivelden, op wegbermen en dijken. •

T{

feb

sept okt nov 9

9

7

3

maa apr 9

7

Tabel 1-Aanta/ waarnemingen per maand, 1872-1993

De terugtrek in het voorjaar gebeurt vooral in maart:..april; waarnemingen in mei beperken zich tot vier : 06 mei 1982 Overijse, 02 tot 06 mei 1992 en 17 mei 1993 Tienen, 31 mei 1984 Oud-Heverlee. De soort zou in 1984 in de Dijlevallei gebroed hebben, maar een positief bewijs ligt niet voor. Te Zétrud-Lumay (Waals-Brabant) werd op 14 juni 1977 een ex met prooi gezien dat driemaal in dezelfde richting vloog, wat op een waarschijnlijk broedgeval wees. Referenties: Bakker D. 1957. Levende Natuurso: 104-108. Bogaert J. 1979. De Vallei 4: 44-45. Van Daalen F. & al. 1974. Vogeljaar 22: 877-884. Van Gompel J. 1979. Giervalk69: 83-110. Karl Van Rompaey

26

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever December 1995  

De Boomklever December 1995  

Profile for nsgd
Advertisement