__MAIN_TEXT__

Page 1


Contactgegevens

Auteur

Fotografie en Vormgeving

Redactie

Collectie

Terra Cotta Incognita

Paul Crucq

Stichting Fries Aardewerk

Het Hannemahuis

Nina Linde Jaspers

FotograďŹ e en Vormgeving

Pieter Jan Tichelaar

Hugo ter Avest

Zandstraat 11

Jacob van Lennepkade 157-II

Pruikmakershoek 12

Voorstraat 56

1011 HJ Amsterdam

1054 ZL Amsterdam

8754 ET Makkum

8861 BM Harlingen

www.terracottaincognita.eu

www.paulcrucq.nl

www.friesaardewerk.nl

www.hannemahuis.nl

1


2


Inhoud Inleiding

5

Aanleiding onderzoek Methodiek

5 5

Gleibakkersafval “Aan de Schritsen hoek Raamstraat”

11

Vondstomstandigheden Basisgegevens Ovenhulpstukken Overige vondsten Morfologie producten Decoratief spectrum

11 11 14 16 16 26

Gleibakkersafval “Buiten de Kerkpoort”

55

Vondstomstandigheden Basisgegevens Ovenhulpstukken Morfologie producten Decoratief spectrum

55 55 56 61 62

Conclusie

69

Bijlagen

72

Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage

1 2 3 4 5 6

– – – – – –

Verklaring bakselcodes Verklaring vormcodes Tellijst deventersysteemtypes Typologische overzichten Decorgroepen per vindplaats Morfologie per decorgroep en vindplaats

72 72 73 74 76 77

Lijst van figuren

79

Lijst van tabellen

82

Literatuur

83

Colofon

85

3


4


Inleiding Aanleiding onderzoek

Methodiek

De introductie van de majolicatechniek uit de zuidelijke Nederlanden na 1585 heeft in de noordelijke Nederlanden na de eeuwwisseling geleid tot een snelle ontwikkeling van het aantal majolicabakkers, of gleibakkerijen. Al spoedig waren er in veel middelgrote steden van ons land keramische bedrijfjes waar blauwe of veelkleurige handbeschilderde schotels en hier en daar ook tegels werden gemaakt.

Beschrijving morfologie: Deventer Systeem Voor het beschrijven van de morfologie van de objecten is gebruik gemaakt van het zogenoemde ‘Deventer Systeem’. Om de vondsten die uit Harlingen te kunnen vergelijken met vondsten die elders in ons land tevoorschijn kwamen en nog zullen komen, is het noodzakelijk dat ze typologisch op een standaardwijze worden ingedeeld en beschreven. Om tot een dergelijke standaard te komen, is in 1989 het Deventer Systeem geïntroduceerd.4 De doelstellingen van dit systeem zijn meervoudig. Enerzijds kunnen met behulp van dit instrument op een snelle en eenvoudige wijze laat- en postmiddeleeuwse voorwerpen van glas en keramiek worden ingedeeld en beschreven. Anderzijds ontstaat door deze manier van werken gaandeweg een steeds groter wordende referentiecollectie voor de beschrijving van vondstgroepen uit de genoemde periodes. Daarnaast kan op basis van de aan dit systeem gekoppelde inventarislijsten van de beschreven vondstgroepen statistisch onderzoek worden verricht naar het bij de diverse sociale lagen behorende aardewerken en glazen bestanddeel van het huisraad. Zo kunnen bijvoorbeeld regionale verschillen in kaart worden gebracht. Op dit moment bestaat al een aanzienlijke reeks van aan deze standaard gekoppelde publicaties. Het gleibakkersafval uit de Harlinger bodem is volgens het Deventer Systeem gedetermineerd.5

De rijke provincie Friesland bleef hierbij niet achter. In de havenplaatsen langs de Zuiderzee was de keramische industrie met panwerken en tichelwerken al tweehonderd jaar actief met als vakbroeders in de steden de pottenbakkerijen, die het roodgebakken huishoudelijk vaatwerk en ander gebruiksgoed leverden. Goede klei was rondom aanwezig, maar werken met tinglazuur, het decoratief schilderwerk en de verfijnde stapeling in de oven waren er niet bekend. De hiervoor benodigde vaklieden hadden in Holland het vak geleerd en hoopten als zelfstandig ondernemer een goede toekomst tegemoet te gaan. En niet zonder succes. Gierveld en Pluis hebben deze geschiedenis voor wat Harlingen betreft uitvoerig beschreven in het vijfde deel van de serie ‘Fries Aardewerk’.1 De eerste gleibakkerij stond aan de Raamstraat op de hoek met de Schritsen en heeft gewerkt van 1610 tot 1803. Op basis van een noodopgraving in 1987 is reeds een beeld verkregen van deze vroegste majolicaproductie in Harlingen.2 Het hierbij verkregen materiaal is echter niet uitputtend onderzocht. De Stichting Fries Aardewerk meent dat dit materiaal, als bedrijfsafval aangetroffen in de onmiddellijke nabijheid van de gleibakkerij, nader onderzoek verdient en zag daarin aanleiding tot opdracht voor een archeologische rapportage.3 Ook het gleibakkersafval dat is gevonden in een weiland aan de zuidkant van Harlingen dat we “Buiten de Kerkpoort” noemen, is in deze opdracht meegenomen.

De classificatie van aardewerk en glas met behulp van het Deventer Systeem volgt een vast stramien. Eerst worden de keramiek- en glasvondsten per vondstcontext naar de daarin voorkomende baksel-/materiaalsoorten uitgesplitst. Aardewerksoorten zoals roodbakkend aardewerk, majolica, faience, steengoed of porselein noemt het Deventer systeem bakselgroepen. Bij elke bakselgroep hoort een één- of tweeletterige afkorting (resp. r, m, f, s1 of s2 en p). Vervolgens worden per bakselgroep codes toegekend aan de individuele objecten. Voor het soort voorwerp (bijv. bord, zalfpot,

1

Gierveld en Pluis, 2005.

2

Ibid.; Gierveld, 2005, 83-92.

4

Clevis & Kottman 1989.

3

De opdracht kon door de St. Fries Aardewerk worden verstrekt dankzij

5

Bitter, P., S. Ostkamp & N.L. Jaspers, 2012.

financiële steun van de Stichting van Achterbergh-Domhof en de Gratama Stichting.

Inleiding

5


Figuur 1: Formulier via welke de Access-database “Determinatie gleibakkersafval Harlingen” kan worden geraadpleegd.

vuurstolp of kom) worden drieletterige afkortingen gebruikt (resp. bor, zal, vst of kom). Voor de specifieke vorm wordt een nummer toegekend.

gebruik gemaakt van het MAE. In de bijlagen is steeds de complete kwantificerende informatie weergegeven, dus zowel het aantal scherven, het MAE als de EVE’s.

De aan de verschillende voorwerpen toegekende codes bestaan dus uit de drie volgende elementen: de baksel- of materiaalsoort (glas), het soort voorwerp en het op dat specifieke model betrekking hebbende typenummer. Zo krijgt een zalfpot van majolica de codering: m(ajolica)-zal(fpot)-, gevolgd door een typenummer (bijv. m-zal-1). Dit typenummer of vormtype is uniek voor een bepaalde vorm. Wanneer een model nog niet eerder is beschreven, krijgt het een nieuw typenummer dat vervolgens in een centraal bestand wordt opgenomen.6 Door middel van de aan de voorwerpen toegekende codes kunnen deze vergeleken worden met soortgelijke objecten die eerder binnen het Deventer Systeem zijn gepubliceerd.

Tijdens de analyse van de vondsten is van elk vormtype minimaal één profieltekening gemaakt. In bijlagen 1 en 2 is de verklaring van de gebruikte afkortingen voor de baksels en het soort voorwerp opgenomen. In Bijlage 3 is een tellijst opgenomen met het MAE, de EVE’s en het aantal scherven per deventersysteemtype en vindplaats. Voor de grafieken met de verdeling van bakselgroepen is gebruik gemaakt van vaste kleurcodes voor de baksels volgens het Deventer Systeem.7 In Bijlage 4 zijn alle profieltekeningen bijeen in een morfologisch overzicht per gleibakkerij afgebeeld in schaal 1:4.

Op basis van de vormtypes wordt een tellijst van het Minimum Aantal Exemplaren (MAE) samengesteld of vindt een schatting van het aantal potindividuen plaats op basis van de bewaard gebleven randpercentages (Estimated Vessel Equivalents of kortweg EVE’s). Voor het gleibakkersafval uit Harlingen is gekozen om beide kwantificeringsmethodes te gebruiken, zodat de resultaten met zoveel mogelijk andere onderzoeksresultaten te vergelijken zijn. In de lopende tekst is omwille van de leesbaarheid echter steeds

Beschrijving decoratief spectrum Het Harlinger gleibakkersafval is zoveel mogelijk aan de hand van het boek ‘Nederlandse majolica’ van Dingeman Korf in decorgroepen ingedeeld.8 Enkele vondsten pasten niet in die indeling, daaraan zijn andere in de kunsthistorische en archeologische literatuur gangbare decorgroepen toegekend, zoals Wit, Compendiario en Istoriato. Een deel van de vondsten is te gefragmenteerd of te zeer misgebakken om duidelijk aan een decorgroep toe te wijzen. Deze stukken zijn in de restgroepen ‘onbekend monochroom’, ‘onbekend polychroom’ of ‘niet determineerbaar’ ondergebracht. Daarnaast is er, wanneer mogelijk, een koppeling gemaakt met de naar

6

De centrale database achter het Deventer Systeem wordt beheerd door de

7

Jaspers, 2011.

Stichting Promotie Archeologie (SPA) in Zwolle.

8

Korf, 1981.


de Republiek geïmporteerde parallellen in de majolica uit het Italiaanse Montelupo, waaraan meerdere van de decors uit de Raamstraat/ de Schritsen zijn ontleend.9 De gangbare Italiaanse termen zijn naar het Nederlands vertaald, wel is de koppeling met de originele Italiaanse nomenclatuur via de voetnoten behouden. In Bijlage 5 zijn de decorgroepen per gleibakkerij gekwantificeerd. In Bijlage 6 is de koppeling tussen de decorgroepen en de morfologie gemaakt. Van de twee gleibakkers is per decorgroep aangegeven welke vormtypen er voorkomen en hoeveel. Terminologie Voor het beschrijven van het gleibakkersafval is uitgegaan van de in de archeologie gangbare terminologie. De voorgaande paragrafen geven al aan hoe de morfologie en het decoratief spectrum zijn benoemd. Er zijn hierbij nog een aantal aanvullende definities te omschrijven. In het Deventer Systeem wordt geen onderscheid gemaakt tussen kleine schoteltjes, borden en grote schotels. Het is een systeem dat uitgaat van de basisvorm van een object, in dit geval een bord, onafhankelijk van de afmetingen van dat bord. Hiervoor is gekozen om een wildgroei aan vormtypes te voorkomen. Alle vormvarianten van de majolica schoteltjes, borden en grote schotels beginnen dus met m-bor- en dan 1, 2, 3, etc. In de lopende tekst is echter wel onderscheid gemaakt tussen schoteltjes, borden en schotels. Het aangehouden criterium betreft de diameter van de voorwerpen. Schoteltjes zijn kleiner dan 20 cm in doorsnede, borden hebben een diameter tussen de 20 en de 27 cm en schotels hebben een doorsnede van meer dan 27 cm. Bij kommen (vormtype m-kom-) geldt in de lopende tekst een zelfde onderscheid. Papkommen hebben een diameter tot 15 cm en kommen een doorsnede van meer dan 15 cm. Wat betreft de verschillende morfologische onderdelen van een bord is voor het lager gelegen middendeel de term ‘spiegel’ gebruikt. Voor het hoger gelegen, met een knik uitstaande buitenste deel van het bord is de term ‘vlag’ gehanteerd. De ‘rand’ is het uiterst buitenste of bovenste deel van het voorwerp. Het Deventer Systeem kent typenummers toe aan voorwerpen van huishoudelijk gebruiksaardewerk en glas. Keramische objecten en keramisch bouwmateriaal zijn niet opgenomen in de typologie. Om die reden zijn er in deze rapportage ook geen typenummers uitgedeeld aan plavuizen, wandtegels of ovenhulpstukken van de gleibakkerij zoals proenen en cilinders. Deze voorwerpen zijn uiteraard wel gefotografeerd, opgemeten en indien nodig getekend. Om de ovenhulpstukken wel in de rapportage en de grafieken mee te nemen is hiervoor de afkorting “oh”

9

Berti, 1997.

gebruikt die alleen voor deze raportage geldig is en dus niet in het Deventer Systeem zelf is opgenomen. Het ongeglazuurde halffabricaat van majolica en faience wordt biscuit genoemd. In het Deventer Systeem wordt onderscheid gemaakt tussen majolicabiscuit (mb) en faiencebiscuit (fb). Dit is om aan te geven dat het een ongeglazuurd vormtype van majolica dan wel faience betreft. Access-database Alle vondsten zijn gedetermineerd en ontsloten via een Access-database. Met behulp van een formulier en verschillende zoek- en filterfuncties is alle informatie van een object te raadplegen inclusief de beschikbare foto’s en tekeningen (Figuur 1). Voor elk record in de database is dus minimaal één afbeelding beschikbaar, en vaak meerdere. In totaal zijn er 316 records aangemaakt om het gleibakkersafval uit Harlingen te ontsluiten. Deze visueel en informatief rijke dataset kan in een later stadium voor publiek toegankelijk gemaakt worden maken via een website, zoals de Stichting Fries Aardewerk beoogt. Op die manier kan het gleibakkersafval voor een breed publiek wereldwijd eenvoudig toegankelijk worden gemaakt. Zowel de geïnteresseerde leek als de gerichte onderzoeker zal hier baat bij hebben. Gleibakkersafval heeft een sleutelfunctie als archeologisch bewijs voor de productieherkomst van deze specifieke groep majolica. Een webportal zou dit referentiemateriaal van bijzonder grote waarde voor archeologen, aardewerkspecialisten en keramiekverzamelaars op relatief eenvoudige wijze kunnen ontsluiten.10 De database bestaat uit één hoofdtabel, deze heeft de naam “determinatie aardewerk”. Hierin zijn alle determinaties ingevoerd en dit is de tabel die achter het formulier hangt. Aan de hoofdtabel zijn negentien referentietabellen gekoppeld, die als rolmenu’s in de hoofdtabel fungeren. De naam van deze referentietabellen begint altijd met “REF_”. Er zijn zeven zoekopdrachten (i.e. queries) gedefinieerd waarin een samenvatting van informatie uit de hoofdtabel is te raadplegen. Per query is, indien van toepassing, steeds de som van het aantal scherven, het MAE en de EVE’s weergegeven.De databasequeries zijn: •

bakselomschrijving per vindplaats (op het niveau van baksel én scherfkleur)

baksels per vindplaats (conform bakselgroepen in Deventer Systeem)

decoratiestijl per vindplaats

Deventer Systeem catalogus

tellijst per decoratiestijl en vindplaats

tellijst per vindplaats

vormen per baksel en vindplaats

10

Een voorbeeld van een dergelijke online database is dat van de afdeling Historical Archaeology van het Florida Museum of Natural History (http:// www.flmnh.ufl.edu/histarch/gallery_types/).


Beeldmateriaal Fotografi De volledige fotodocumentatie van de gleibakkersvondsten zijn gefotografeerd door Paul Crucq Fotografie & Grafische Vormgeving. In totaal zijn er 635 foto’s gemaakt (436 van Raamstraat/ de Schritsen; 72 van Raamstraat/ terrein Broersma en 127 van Buiten de Kerkpoort). De voorzijde van het voorwerp of de scherven zijn altijd gefotografeerd en, indien relevant, ook de achterzijde en het zijaanzicht. Op elke foto staat een vondstkaartje met daarop het inventarisnummer dat correspondeert met het inventarisnummer in de determinatiedatabase en de bestandnaam van de foto. Op het vondstkaartje is ook een schaalbalkje aanwezig, zodat de foto’s in een later stadium eenvoudig op schaal gebracht kunnen worden, bijvoorbeeld voor publicatie. De witbalans van de foto’s is reeds gecorrigeerd. De foto’s zijn in twee bestandsformaten opgeslagen. De foto’s zijn in een hoge en een lage resolutie opgeslagen, beide in jpg-formaat. De hoge resolutie (300 dpi) is van drukwerkkwaliteit, de lage resolutie (100 dpi) is gebruikt als thumbnail in de determinatiedatabase. De afbeeldingen in lage resolutie zijn ook geschikt voor publicatie op het web. In deze rapportage zijn de foto’s niet op schaal afgebeeld. Tekenwerk Per gleibakkerij is van elk vormtype in het morfologisch spectrum een technische tekening gemaakt, in totaal zijn dit 35 tekeningen. De originele potloodtekeningen zijn via Adobe Illustrator omgezet naar vectortekeningen in schaal 1 op 1. Deze vectortekeningen kunnen alleen met het programma Adobe Illustrator geopend worden. De vectortekeningen zijn daarnaast naar een jpg-formaat omgezet, ook hier weer in een hoge resolutie voor drukwerk (600 dpi) en een lage resolutie voor de database en het web (100 dpi). In deze rapportage zijn alle tekeningen in schaal 1 op 4 afgebeeld, tenzij anders vermeld. De profielte eningen zijn van de hand van de auteur.

8

Inleiding

Bestandnamen De bestandsnamen van de objectfoto’s profieltekeningen zijn als volgt opgebouwd

en

Foto’s 300 dpi: invnr.jpg (bijv. HARL-RA-006.jpg)

Foto’s 100 dpi: invnr.jpg (bijv. HARL-RA-006_web.jpg)

Vectortekeningen Illustrator: invnr.ai (bijv. HARL-RA-006_tek.ai)

Tekeningen 600 dpi: invnr.jpg (bijv. HARL-RA-006_tek.jpg)

Tekeningen 100 dpi: invnr.jpg (bijv. HARL-RA-006_tek_web.jpg)

Vormgeving De vormgeving van deze Terra Cotta Incognita Special nr. 1 is verzorgd door Paul Crucq, het DTP-werk door de Nina Linde Jaspers. Er is om esthetische redenen voor gekozen om de inventarisnummers niet op de afbeeldingen weer te geven. De objecten op de foto’s zijn in tegenstelling tot de profieltekeningen, niet op schaal afgebeeld. Wel zijn de afmetingen in de bijschriften vermeld. Bijschriften De bijschriften bij de afbeeldingen in de lopende tekst zijn in verkorte versie, de inventarisnummers zijn hierin weggelaten. In de ‘Lijst met figuren’ en de ‘Lijst met tabellen’ achterin zijn de uitgebreide versies van de bijschriften terug te vinden met daarin onder meer ook de inventarisnummers. Bij de bijschriften in de lopende tekst is de gleibakkerij niet vermeld wanneer die overeenkomt met de titel en onderwerp van het hoofdstuk, dit om storende herhaling te voorkomen. Alléén wanneer de vindplaats en/of productieplaats afwijkt is dat in het bijschrift vermeld. Dus alle afgebeelde vondsten behoren tot de productie van de gleibakkerij aan de Raamstraat of Buiten de Kerkpoort, tenzij anders is aangegeven.


9


10


Gleibakkersafval “Aan de Schritsen hoek Raamstraat” Vondstomstandigheden De eerste gleibakkerij in Friesland stond in Harlingen aan Schritsen op de hoek met de Raamstraat en heeft gewerkt van 1610 tot 1803 (vanaf hier te noemen: “Raamstraat”). Tijdens bouwwerkzaamheden aan de Raamstraat (Figuur 2), werden in 1987 de fundamenten van drie gleibakkersovens aangetroffen met daaromheen gleibakkersafval bestaande uit ovengerei en talloze majolicascherven, zowel geglazuurd als in biscuit, daterend uit de vroege 17e eeuw. Deze vondst was aanleiding voor het uitvoering van een noodopgraving ter plekke, waarbij zoveel mogelijk van de archeologische neerslag is geborgen die ons inzicht geven in de vroegste majolicaproductie in Harlingen en Friesland.11

De vondsten zijn sindsdien opgeslagen in Gemeentemuseum Het Hannemahuis en maken deel uit van de vaste tentoonstellingscollectie. In 2004 hebben Gierveld en Pluis in het archeologisch depot van het Museum Hannemahuis de majolicascherven bekeken en daarover in algemene zin geschreven in hoofdstuk III van hun boek.12 In 2008 is op hetzelfde perceel opnieuw archeologisch onderzoek verricht, ditmaal door het bedrijf De Steekproef, waarbij nog meer afval van dezelfde gleibakkerij is aangetroffen. Dit is via twee archeologische basisrapportages en een artikel ontsloten.13 Voor de precieze situering en de verdere geschiedenis van de gleibakkerij wordt verwezen naar het boek van Gierveld en Pluis.14

Figuur 2: Plattegrond Harlingen naar Nicolaus Geilekerck, 1616. In de cirkel de ligging van de gleibakkerij aan de Raamstraat. Bron: ter Avest 1988, 9.

11

ter Avest, 1988.

12

Gierveld en Pluis, 2005; Gierveld, 2005, 83-92.

13

Berends, 2009; Tulp & Berends 2009; Vissinga & Berends, 2008.

14

Gierveld en Pluis, 2005, 17-33.

11


Basisgegevens Het in 1987 aan de Raamstraat/de Schritsen (vanaf nu genoemd: Raamstraat) geborgen vondstmateriaal bestaat uit 2151 fragmenten. Uit deze scherven is een Minimum Aantal Exemplaren (MAE) van 516 gereconstrueerd. Het opmeten van de randpercentages levert een Estimated Vessel Equivalent (EVE) van 180,4. Vanaf de stort op het terrein Broersma zijn nog eens 229 fragmenten verzameld die zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van de gleibakkerij aan de Raamstraat. Op basis van deze scherven is een MAE van 64 en een EVE van 6 vastgesteld. Alle vondsten zijn ingevoerd in een determinatiedatabase, dus ook de niet-keramische vondsten en de vondsten die niet tot het gleiersgoed gerekend kunnen worden. Deze rapportage richt zich in de eerste plaats op het beschrijven van het gleiersgoed en het gleibakkersgerei zoals ovenhulpstukken en dergelijke. De overige bijvondsten zoals enkele stukken dierenbot, hout, metaal en scherven rood- en witbakkend aardewerk blijven in de gedetailleerde rapportage verder achterwege. Baksels Er zijn aan de Raamstraat in totaal acht verschillende bakselgroepen opgegraven: roodbakkend aardewerk (r), witbakkend aardewerk (w), weseraardewerk (we), majolica (m), majolicabiscuit (mb), faience (f) en faiencebiscuit (fb). Daarnaast zijn er fragmenten van ovenhulpstukken gevonden (oh) en een restgroep met niet determineerbare en/of overige vondsten. De onderlinge verhouding tussen deze groepen is weergegeven in het cirkeldiagram (Figuur 3). Het is duidelijk te zien dat de overgrote meerderheid van de vondsten tot de majolica of het biscuit daarvan behoort. Iets meer dan de helft bestaat uit geglazuurde en gedecoreerde majolica; meer dan een kwart van de vondsten betreft biscuit dat morfologisch als halffabricaat van majolica bestempeld kan worden. Faience en faiencebiscuit is maar in kleine hoeveelheden gevonden (resp. 1% en 5%). Voor de duidelijkheid moet gezegd worden dat dit niet de faience is die we kennen vanaf enkele decennia later in de 17e eeuw. Binnen de in Nederland gangbare terminologie is afgesproken dat wanneer een object geheel in tinglazuur is bedekt, we van faience spreken. De stukken die aan de Raamstraat zijn gevonden betreffen zoutvaatjes die inderdaad geheel met tinglazuur zijn bedekt. De zoutvaatjes zijn echter wel in de majolicatraditie vervaardigd. Er zijn geen faience borden aangetroffen. Zeven procent van de vondsten behoort tot ovenhulpstukken. Op het terrein Broersma is grond gestort dat afkomstig is van de locatie van de gleibakkerij aan de Raamstraat. Het gevaar bestaat dat hier ook andere vondsten dan alléén die van de Raamstraat doorheen gemengd zijn geraakt. Om deze reden zijn deze twee vondstgroepen in de analyse van elkaar gescheiden (Figuur 4). In totaal zijn er vijf bakselgroepen verzameld: rood12

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

indet./ oh 7%

fb 5%

overig 2%

r

4%

w 2%

we 0%

f 1%

mb

28%

m

51%

Figuur 3: Raamstraat, verhouding scherven per bakselgroep (n=2151).

mb 6%

oh indet./ overig 2% 2% f r 1% 7%

w 10%

m 72%

Figuur 4: Raamstraat/ terrein Broersma, verhouding scherven per bakselgroep (n=229).

(r) en witbakkend aardewerk (w), majolica (m), majolicabiscuit (mb) en faience (f). Daarnaast is er ook hier ovenhulpstukken gevonden (oh) en een restgroep met niet-keramische of niet determineerbare fragmenten. Bijna driekwart van de scherven op terrein Broersma bestaat uit majolica. Een kleiner segment van zes procent bestaat uit majolicabiscuit. Faience is slecht in zeer kleine hoeveelheid gevonden (1%), evenals de ovenhulpstukken (2%). Bovenstaande bakselindeling volgt de richtlijnen van het Deventer Systeem (i.e. majolica - majolicabiscuit - faience - faiencebiscuit). Er is echter wel meer te zeggen over de kenmerken van het baksel van de voorwerpen van de Raamstraat. Er zijn in dit stadium


15

200 180 160

MAE

140 120 100

80 60 40 20

0

rode scherf roze-rode scherf rossige scherf rossige en gele scherf gele scherf lichtgele scherf

Figuur 5: Raamstraat, absolute verdeling MAE scherfkleur per bakselgroep (MAE totaal = 325). 30 25 MAE

van het onderzoek geen chemische of mineralogische analyses uitgevoerd naar de samenstelling van de klei of het glazuur, dus die gegevens zijn niet beschikbaar. Toch is er ook met het blote oog wel enige verfijning aan te brengen in de kenmerken van de baksels. De scherven van de Raamstraat zijn over het algemeen relatief hard gebakken, uitzonderingen daargelaten. Vooral de misbaksels laten nogal eens een verkruimelende structuur zien, als gevolg van blootstelling aan te hoge temperatuur. In deze gevallen is de vorm van het voorwerp zelf ook vervormd en/of gesmolten. De kleur van de scherf is meestal geel of rossig van kleur, maar er komen ook duidelijk rodere scherfkleuren voor (Figuur 5). Hetzelfde beeld zien we bij het materiaal dat van Terrein Broersma afkomstig is (Figuur 6). De kleurgradatie van geel tot rossig komt op dezelfde voorwerpen voor (Figuur 7). Dat geeft aan dat dit kleurverschil niet te maken heeft met verschillen de samenstelling van de klei. Dit kleurverschil is te wijten aan temperatuurverschillen in de houtgestookte oven.15 In een enkele geval zien we ook geglazuurde scherven die een duidelijk diepere rode kleur hebben, maar deze zijn onder het biscuit niet aangetroffen. Hier is mogelijk wel sprake te zijn van een andere kleisamenstelling. Alleen chemische en mineralogische analyse kan hierover uitsluitsel bieden.

20 15 10

rode scherf rossige scherf

5

rossige en gele scherf

0

gele scherf

Figuur 6: Raamstraat/ terrein Broersma, absolute verdeling MAE scherfkleur per bakselgroep (MAE totaal = 46).

Mondelinge mededeling P.J. Tichelaar.

Figuur 7: Scherf van een bord (voor- en achterzijde) in biscuit met duidelijke verkleuring van geel naar rossig. Ă˜25 cm.

13


Ovenhulpstukken Proenen Een proen is een driehoekige vorm van gebakken klei, gelijkend op een hanepoot, met uitstekende puntjes aan een zijde van de uiteinden (Figuur 8). Met behulp van proenen werden schotels volgens de majolicatechniek in de oven gestapeld. De proen is met de punten omhoog geplaatst op een cillinder waarop ondersteboven een schotel rust, gevolgd door weer een proen, weer een schotel, enzovoorts. Dit werd gedaan

Figuur 8: Proen voor- en achterzijde, grote variant (schaal 1:2). Figuur 9: Proen kleine variant, schaal 1:2.

Figuur 10: Proen grote variant, schaal 1:2.

om het vastbakken van de schotels te verhinderen in de oven. Na afloop van de tweede bakgang, de glazuurbrand, kwam er bij het losbreken van de proen vaak een stukje glazuur mee van de schotel. Dit is zichtbaar in de vorm van drie littekkens op de mooie kant van de schotel midden in de beschildering. Onder het gleibakkersafval van de Raamstraat zijn 106 fragmenten van proenen gevonden, afkomstig van minimaal 103 exemplaren. Op terrein Broersma zijn ook nog drie stuks gevonden in dezelfde vorm en formaat als die van de Raamstraat zelf. De proenen zijn waarschijnlijk in een mal gemaakt, gezien de grote uniformiteit in vorm en afmeting. Het baksel van de proenen van de Raamstraat is óf rossig tot rood van kleur óf geel en de scherf is vrij hard gebakken. De bovenkant is soms met wat gelekte glazuurdruppels bedekt, maar in de meeste gevallen zijn ze ongeglazuurd. De proenen van de Raamstraat zijn alle identiek van vorm en komen in twee formaten voor. De onderkant is vrij vlak en loopt vanaf de buitenzijde smaller toe naar boven. In doorsnede geeft dit een trapezoïdale vorm. Bij de kleine variant bedraagt de afstand tussen de punten op de poten ca. 8,5 tot 9 cm en is de hoogte ongeveer 1,5 cm (Figuur 9). Van deze kleinere variant zijn minimaal 44 exemplaren gevonden. De afstand tussen de punten is bij grotere variant ca. 10,5 cm en de proen is ca. 2 cm hoog (Figuur 10). Hiervan zijn ministens 59 exemplaren aangetroffen. Kleirolletjes Onder het gleibakkersafval aan de Raamstraat zijn ook twee kleirolletjes gevonden (Figuur 11). Deze kleirolletjes kunnen zijn gebruikt voorwerpen op afstand van elkaar te houden, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. Er zijn indrukken op de kleirolletjes te zien. De rolletjes hebben een rossig tot lichtgeel baksel en hebben een doorsnede van ca. 1 cm. 14

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”


Figuur 11: Kleirolletjes (schaal 1:1).

Figuur 13: Versmolten klei- en glazuurbrokken.

Figuur 12: IJzeren troffel, max. afmeting 23,5 cm, houten handvat vergaan.

15


180 160

120

30

100

25

80

20 MAE

MAE

140

60 40

10

20

5

0 bor

kom

pla

m

zal

bor

kom mb

zal

plo

zou f

wan

zou fb

vormen

Figuur 14: Raamstraat, absolute verdeling van de aangetroffen vormen onder de majolica (m), majolicabiscuit (mb), faience (f) en faiencebiscuit (fb); MAE totaal = 220.

Overige vondsten Troffel Een bijzondere vondst die niet tot het aardewerkassemblage behoort, is een stuk gleibakkersgereedschap dat waarschijnlijk is gebruikt bij het toemetselen van de ovenkamer aan het begin van het stookproces: een ijzeren troffel uit de late 16e of vroege 17e eeuw (Figuur 12). De troffel heeft een maximale lengte van 23,5 cm, een breedte van 7 cm en een hoogte van 8 cm. Deze troffel is gevonden bij het verwijderen van de fundering van de oven.16 Ovenafval Onder de vondsten zijn meerdere stukken niet te determineren afval aangetroffen die afkomstig zijn van een misbrand. Een voorbeeld van dergelijke stukken is weergegeven in Figuur 13. Het betreft klonten gesmolten klei met aangekoekte en gesmolten glazuur. We zien zowel gele als rode baksels onder de brokstukken. Er zijn geen vormen (meer) te onderscheiden, wat bij sommige misbaksels nog wel het geval is.

Morfologie Als we de overige vondsten en de ovenhulpstukken niet meerekenen zijn er aan de Raamstraat in totaal 1841 scherven verzameld die tot de productlijn van de gleibakkerij behoren. Dit bestaat voornamelijk uit majolica en majolicabiscuit en mondjesmaat ook uit faience en faiencebiscuit. Uit deze scherven is een minimum aantal exemplaren van 220 vastgesteld. De overgrote meerderheid van de voorwerpen bestaat uit borden/schotels, daarvan is een MAE van 163 stuks onder de majolica geteld en nog eens elf onder het

16

15

Gierveld, 2005, 91, 93.

0 bor

kom

zal

bor

m

kom mb

wan

wan f

vormen

Figuur 15: Raamstraat/ terrein Broersma, absolute verdeling van de aangetroffen vormen onder de majolica (m), majolicabiscuit (mb) en faience (f); MAE totaal = 42.

majolicabiscuit (Figuur 14). Daarnaast zien we onder de majolica en het majolicabiscuit restanten van (pap) kommen, zalfpotten en plavuizen. Onder het faience zien we een plooischotel, zoutvaatjes en tegels. De afzonderlijke vormen worden in de komende paragrafen in meer detail behandeld. Eenzelfde soort beeld komt naar voren onder de vondsten van de Raamstraat die vanaf terrein Broersma zijn verzameld (Figuur 15). Een volledig overzicht van de tellijsten per vindplaats is opgenomen in Bijlage 3. Majolica en majolicabiscuit De bakselcode die we voor majolicabiscuit hanteren is ‘mb’, voor majolica is dat ‘m’. De vorm- en typenummers die voor majolica worden gebruikt zijn identiek aan die voor majolicabiscuit. Een m-bor-5 en een mb-bor-5 betreffen dus een bord of schotel van hetzelfde vormtype, alleen geeft de bakselcode ‘mb’ aan dat we met een ongeglazuurd exemplaar de maken hebben, de bakselcode ‘m’ verwijst naar een geglazuurd exemplaar. Om niet in herhaling te hoeven vallen worden alle afzonderlijke vormtypen onder het majolica en het majolicabiscuit hieronder gezamenlijk besproken. Figuur 16 en 17 tonen de frequentie per vormtype dat onder de majolica en het majolicabiscuit is aangetroffen, respectievelijk op de Raamstraat zelf en op het terrein Broersma. Hierin is het majolicabiscuit en de majolica dus wel uitgesplitst. Van een deel van de vondsten is geen vormtype vast te stellen omdat deze te fragmentarisch bewaard zijn gebleven. Onder het majolica(biscuit) zijn vier verschillende bordtypen aangetroffen, de m(b)-bor-5, -6, -14 en -16. De kommen zijn onder te verdelen in drie verschillende vormtypen, de mb-kom-2, -7 en -14. Er zijn fragmenten van een één archeologisch complete zalfpot, de m-zal-4, en een incomplete zalfpot aangetroffen. Deze afzonderlijke vormtypen worden hieronder nader besproken.


MAE 0

20

40

MAE 60

80

100

0

mb-bor

m-bor m-bor-5

m-bor-5

mb-kom

vormtype

m-bor-14

vormtype

m-bor

mb-bor-14

10

15

20

mb-bor

mb-bor-5 m-bor-6

5

m-kom mb-kom-2 mb-kom-14

m-bor-16

m-kom-14

mb-bor-16

mb-wan

mb-kom

m-zal

m-kom mb-kom-2 mb-kom-7

Figuur 17: Raamstraat/ terrein Broersma, MAE per vormtype in majolica(biscuit). MAE = 40.

m-kom-7 mb-kom-14 m-pla mb-zal m-zal

Figuur 16: Raamstraat, MAE per vormtype in majolica(biscuit). MAE = 206.

Borden en schotels De m-bor-5 is een afgeronde schotel met een uitgebogen rand op een standring (Figuur 18 en 20). Het is één van de meest voorkomende bordtypen onder de 16e tot 18e-eeuwse majolica uit Nederlandse opgravingen. Ook onder de opgegraven producten van de Raamstraat is dit type het sterkst vertegenwoordigd met zes MAE onder het biscuit en maar liefst 98

exemplaren onder het geglazuurde goed. Ook op terrein Broersma zijn nog eens restanten van minimaal negen borden en schotels van dit type aangetroffen. De rand van de schotels is soms nauwelijks uitgebogen en in sommige gevallen sterk uitgebogen. Dit valt binnen de variatie van het type. Er zijn wat formaat betreft zes verschillende varianten aangetroffen. Het kleinste bord heeft een diameter van 21 cm, dan volgen tussenmaten met een diameter van 24, 25 en 27 cm. De grootste schotels hebben een diameter van 30 en 31cm. Bij al deze stukken is de scherf licht rossig van kleur. De m-bor-6 is een bord met een platte spiegel, een scherpe knik van spiegel naar vlag, een smalle uitgebogen vlag, staande op een standring (Figuur 19 en 21). De exemplaren van dit type in Harlingen wijken af van wat we meestal zien, ze hebben namelijk allemaal een gegolfde lip. In tegenstelling tot de m-bor-14 heeft de m-bor-6 echter géén deuken in de vlag. Er is hiervan slechts één geglazuurd exemplaar aangetroffen met een diameter van 21 cm.

Figuur 19: Majolica bord, m-bor-6.

Figuur 18: Majolica en majolicabiscuit, m(b)-bor-5.

De m-bor-14 is een bord met een brede vlag met een deukenmotief en een gegolfde lip, op een standring (Figuur 23). Onder het biscuit zijn hiervan twee exemplaren aangetroffen. Slechts van één exemplaar is genoeg bewaard gebleven om de maat te nemen (Figuur 22, links). Dit exemplaar heeft een diameter van 20 cm. Onder de geglazuurde majolica zien we de resten van minimaal elf exemplaren (Figuur 23, rechts). De maten variëren sterk. De kleinste voorbeelden hebben een diameter van 17,5 en 20 cm, de middenmaten hebben een diameter van 24 en 25 cm en de grootste schotel heeft een diameter van 31 cm.

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

17


Figuur 20: Schotel in majolicabiscuit, mb-bor-5, voor- en achteraanzicht, Ă˜30 cm.

Figuur 21: Majolica bord, m-bor-6, voor-, achter- en zijaanzicht, Ă˜ 21 cm.

18


Figuur 22: Bord (m(b)-bor-14 ) in majolicabiscuit (links, Ø20 cm.) en majolica (rechts, Ø17,5 cm).

Figuur 23: Bord in majolica en majolicabiscuit , m(b)-bor-14.

De m-bor-16 is een miniatuurbord of schoteltje dat mogelijk als kinderspeelgoed dienst deed (Figuur 24 en 25). Een andere mogelijkheid is dat het als zoutvaatje fungeerde, gezien de overeenkomst met dergelijke vormen uit Portugal die als zoutvaatjes worden gezien.17 Het type betreft een klein bord met een vlag met opstaande lip staande op een standvlak. Er zijn drie exemplaren van aangetroffen, één in biscuit met een diameter van 11 cm en twee geglazuurde exemplaren met dwarsdoorsnedes van 12,5 en 15 cm.

Kommen De m-kom-2 is een bolle kom met een naar buiten geknikte platte rand, op een standring (Figuur 26). Er zijn aan de Raamstraat randfragmenten van minstens vijf exemplaren in majolicabiscuit aangetroffen, géén van de exemplaren is archeologisch compleet. De randdiameters van de kommen zijn niet uniform maar variëren. De diameters van de kommen uit de Raamstraat bedragen 20, 23, 30 en 31 cm. Terrein Broersma leverde wel een vrijwel complete, bijzonder grote kom in majolicabiscuit van 38 cm doorsnede (Figuur 26 onder en 27).

Figuur 24: Miniatuurbord, schoteltje of zoutvaatje in majolica en majolicabiscuit m(b)-bor-16.

Figuur 26: Kom in majolicabiscuit, mb-kom-2.

Figuur 25: Miniatuurbord, schoteltje of zputvaatje in majolicabiscuit (links) en majolica (rechts), m(b)-bor-16.

17

Jaspers, 2013 (in druk); Sebastian, 2010, figura 14.

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

19


Figuur 27: Kom in majolicabiscuit, mb-kom-2, Ø38cm.

De m-kom-7 is een bolle kom met rechte rand op een standvlak (Figuur 28 en 29). Er zijn randfragmenten van drie ongeglazuurde en vijf geglazuurde exemplaren aangetroffen. De randdiameters van de kommen tonen twee varianten. Er zijn onder het biscuit twee diameters van 9,5 cm gemeten. Dit is uitzonderlijk klein en lijkt eerder het formaat van voor kinderen bestemd miniatuurservies. De tweede variant heeft het formaat van een papkom met diameters van 14, 15 en 16 cm. Eén van de miniatuurstukken lijkt geen oren te hebben gehad. Van de meeste kommen is maar één oor bewaard gebleven en is niet vast te stellen of er een tweede oor aanwezig is geweest. Het enige archeologisch complete exemplaar laat wel twee oren zien. De m-kom-14 is een kom met een brede vlag met deukenmotief en eventueel een gegolfde lip, op een standring (Figuur 30 en 31). In tegenstelling tot exemplaren die elders in het land zijn aangetroffen, heeft de m-kom-14 uit de Raamstraat/de Schritsen géén gegolfde lip. Onder het biscuit zijn hiervan twee exemplaren aangetroffen, één aan de Raamstraat en één op terrein Broersma. Slechts van de kom van terrein

Figuur 28: Kommen in majolica en majolicabiscuit, m(b)-kom-7.

Figuur 30: Majolica en majolicabiscuit, m(b)-kom-14.

Figuur 29: Kommen (m(b)-kom-7) in majolicabiscuit (links Ø9,5 cm en midden Ø14 cm) en majolica (rechts: Ø14 cm).

20

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”


Figuur 31: Raamstraat, fragmenten van kom in majolicabiscuit (links, Ø22 cm) en majolica (rechts, Ø onbekend), m-kom-14, voor- en achteraanzicht.

Broersma is genoeg bewaard gebleven om te meten. Dit exemplaar heeft een diameter van 22 cm. Er zijn aan de Raamstraat ook twee geglazuuurde voorbeelden aangetroffen, maar deze zijn helaas te gefragmenteerd om op te meten. Op terrein Broersma zijn nog twee geglazuurde exemplaar gevonden van de m-kom-14, maar ook hiervan is de diameter niet meer op te meten. Zalfpotten Er zijn fragmenten van twee typen zalfpotten aangetroffen onder het materiaal van de Raamstraat, maar jammergenoeg is van geen ervan het profiel compleet bewaard gebleven. Er is daarom geen typenummer aan de zalfpotten toe te kennen. Bij het eerste vormtype zien we een bovenkant van een geglazuurde zalfpot met een ingesnoerde hals en een driehoekige rand (Figuur 32 en 34). Er zijn aan de Raamstraat fragmenten van twee exemplaren gevonden, beide met een randdiameter van 9 cm. Op het terrein Broersma is nog een fragment van een derde exempaar in majolica gevonden, ook met een diameter van 9 cm.

Figuur 32: Fragment van zalfpot in majolica.

Het tweede vormtype betreft een zalfpot waarvan een geglazuurd en een ongeglazuurd exemplaar is gevonden (Figuur 33 en 34). De zalfpotten zijn boven de voet iets ingesnoerd, lopen dan boller uit en zijn weer slanker naar het midden toe. De diameter van de bodems bedraagt 10 en 11 cm. De beide bovenkanten ontbreken. Het is in theorie mogelijk dat de rand van het eerste vormtype bij een dergelijke onderkant kan hebben gehoord, maar dat is niet met zekerheid vast te stellen. De scherven passen niet aan elkaar. De onderkant van een vergelijkbare vorm zalfpot is ook aangetroffen in miniatuurversie. De diameter van de bodem meet daarbij 3,5 cm.

Figuur 33: Raamstraat, majolica en majolicabiscuit , zalfpotten.

Figuur 34: Zalfpotten in majolica en majolicabiscuit (links: Ørand 9 cm; midden Øvoet 11 cm; rechts: Øvoet 10 cm).

21


Figuur 35:Vloertegels, waarschijnlijk géén productie van de gleibakkerij aan de Raamstraat.

Faiencebiscuit en faience Net als bij de majolica wordt ook bij de faience (f) de toevoeging ‘b’ aan de bakselcode toegevoegd om faiencebiscuit (fb) aan te duiden. De vorm- en typenummers zijn in beide gevallen identiek. De morfologie van de faience en het faiencebiscuit bespreken we hieronder dan ook in één adem. De morfologie van de faience is veel minder uitgebreid dan die van de majolica (Figuur 36). Het betreft alleen een fragment van een plooischotel, zes zoutvaatjes

18

Gierveld, 2005, 91.

en een aantal wandtegels. Eigenlijk is de aanduiding faience hier niet geheel op zijn plaats, omdat de stukken wel in een majolicatraditie zijn vervaardigd. In Nederland houden we evenwel de term faience aan wanneer voorwerpen aan beide zijden van een tinglazuur zijn voorzien, en dat is bij deze stukken het geval. De wandtegels betreffen echter zéér waarschijnlijk vermenging van recenter materiaal en behoren niet tot de productlijn van de gleibakkerij aan de Raamstraat. Deze tegels worden verder achterwege gelaten. Op terrein Broersma zijn twee wandtegels in de faiencetraditie aangetroffen, welke ook niet tot de productie van de Raamstraat behoren.

MAE 0

2

4

6

8

f-plo

vormtype

Vloertegels Aan de Raamstraat zijn fragmenten van minimaal acht vloertegels gevonden die in de majolicatraditie zijn vervaardigd. De afmetingen van de complete tegels bedraagt in alle gevallen 14x14x2 cm (Figuur 35). De meeste baksels zijn lichtgeel van kleur, maar er zijn er ook enkele met een rode scherf. De tegels behoren waarschijnlijk niet tot de productie van de gleibakkerij aan de Raamstraat omdat ze zijn aangetroffen in de fundamenten van het pand dat Steven Gunter in 1601 aankocht.18 Zij lijken daarom ouder te zijn dan eerste productiefase aan de Raamstraat. Evenmin zijn er halffabricaten van dit soort tegels onder het biscuit aangetroffen. Er zijn aan de Raamstraat geen tegels gevonden met een dikte van ca. 1 cm, de dikte die later in de 17e tot op heden gebruikelijk werd als wandbekleding.

fb-zou-6 fb-zou-8 f-zou-8 f-wan

Figuur 36: Raamstraat, faience en faiencebiscuit, MAE per vormtype (MAE totaal=14).


Figuur 37: Raamstraat, faience, fragment van plooischotel, Øvoet 14 cm.

Plooischotel Een opvallende vondst onder het gleibakkersafval van de Raamstraat is een fragment van een plooi- of kantschotel (Figuur 37 en 38). De plooischotel staat op een standvoet. Het oppervlak lijkt aan beide zijden te zijn bedekt met een slecht gebakken tinglazuur. Om deze reden is het onder de faience geschaard. Plooischotels van faience worden in Nederland pas vanaf omstreeks het midden van de 17e eeuw geproduceerd in navolging van voorbeelden uit Italië en Frankrijk. Deze Franse en Italiaanse importen waren wel al gedurende de hele eerste helft van de 17e eeuw als import in de Nederlanden verkrijgbaar. Dit stuk van de Raamstraat lijkt een zeer vroeg experiment te zijn dat dergelijke geïmporteerde plooischotels nabootst. In elk geval is voor dit stuk te zeggen dat het experiment niet is geslaagd. Het tinglazuur heeft wel een tweede bakgang ondergaan maar is volledig dof met een zeer grove craquelé structuur. Het benadert bij lange na niet de romige, kwalitatief hoogwaardige glazuur van de importen.

Figuur 38: Faience, fragment van plooischotel.

Zoutvaatjes Zoutvaatjes dienden op tafel als schaaltje waarop een bergje zout werd gelegd. Er zijn twee varianten te onderscheiden onder de vondsten van de Raamstraat. De fb-zou-6 is een komvormig zoutvaatje op een massieve, puntig uitgeknepen standvoet en een uitgeholde bodem (Figuur 39 en 40). Er zijn hiervan alleen voorbeelden in biscuit gevonden, vijf in totaal. De diameter van de rand bedraagt steeds 8 à 9 cm. Tijdens het archeologisch onderzoek aan de Raamstraat door de Steekproef is dit type zoutvaatje al aan de typologie van het Deventer Systeem toegevoegd.19 De f-zou-8 is als nieuw type aan het Deventer Systeem toegevoegd (Figuur 41 en 42). Dit type betreft eveneens een komvormig zoutvaatje, maar heeft een hoge, holle standvoet. Er is hiervan slechts één geglazuurd exemplaar gevonden. De maximale diameter bedraagt 9,5 cm.

Figuur 39: Faiencebiscuit zoutvaatje (fb-zou-6).

Figuur 41: Faience zoutvaatje (f-zou-8).

Figuur 40: Zoutvaatjes in faiencebiscuit (fb-zou-6). Links Ørand 9 cm; rechts Ørand 8 cm.

Figuur 42: Faience zoutvaatje (f-zou-8), voor- en achterzijde, Ørand 14,5 cm.

19

Berends, 2009, 106.

23


24


25


0

5

10

15

20

MAE 25 30

35

40

45

50

Vroeg-ornamentaal (Korf, 1981, pp. 104-114) Ornamentaal (Korf, 1981, pp. 115-120)

Rankornament (Korf, 1981, pp. 121-124)

Schaakbordmotieven (Korf, 1981, pp. 125-132)

Draaiend of wentelend ornament (Korf, 1981, pp.…

Granaatappels en druiventrossen (Korf, 1981, pp.… Het a foglie ornament (Korf, 1981, pp. 154-166)

Bladversieringen (Korf, 1981, pp. 167-170) Sterversieringen (Korf, 1981, pp. 171-174) De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

Blauw fond (Korf, 1981, pp. 216-221)

Amors, cherubijnen en engelen (Korf, 1981, pp. 222-…

Bloemen en bloemenvazen (Korf, 1981, pp. 231-236)

Compendiario Bianco

Istoriato

Indetermineerbaar

Figuur 43: Raamstraat, gedecoreerde majolica en faience. MAE per decorgroep (MAE=196).

0

1

2

3

MAE 4

5

6

7

8

Vroeg-ornamentaal (Korf, 1981, pp. 104-114) Ornamentaal (Korf, 1981, pp. 115-120)

Schaakbordmotieven (Korf, 1981, pp. 125-132)

Het a foglie ornament (Korf, 1981, pp. 154-166)

Chinese motieven (Korf, 1981, pp. 179-191) De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

Blauw fond (Korf, 1981, pp. 216-221)

Amors, cherubijnen en engelen (Korf, 1981, pp. 222-… Landschappen (Korf, 1981, pp. 247-252)

Compendiario

Indetermineerbaar

Figuur 44: Raamstraat, terrein Broersma, gedecoreerde majolica en faience. MAE per decorgroep (MAE=36).

Decoratief spectrum Onder het gedecoreerde gleiersgoed uit de Raamstraat is een veelzijdig scala aan decors waargenomen, allemaal stammend uit het eerste kwart van de 17e eeuw, maar welke ook al aan het eind van de 16e eeuw in zwang waren. Er zijn in totaal 906 gedecoreerde en geglazuurde scherven verzameld, waaruit een MAE van 196 is gereconstrueerd. Het materiaal is zoveel mogelijk aan de hand van het boek “Nederlandse majolica” van Dingeman Korf in decorgroepen ingedeeld.20 Daarnaast is er, wanneer mogelijk, een koppeling gemaakt met de naar de Republiek geïmporteerde parallellen in de majolica uit het Italiaanse Montelupo, waaraan veel van de decors uit de Raamstraat zijn ontleend.21 Er zijn in totaal achttien verschillende decorgroepen onder de vondsten aan de Raamstraat herkend, waarvan er vijftien ontleend zijn aan de indeling van Korf (Figuur 43). Enkele vondsten pasten niet in die indeling, daaraan zijn andere in de kunsthistorische en archeologische literatuur gangbare decorgroepen

20

Korf, 1981.

21

Berti, 1997.

toegekend, zoals ‘Bianco’, ‘Compendiario’ en ‘Istoriato’. Een deel van de vondsten is te gefragmenteerd of te zeer misgebakken om duidelijk aan een decorgroep toe te wijzen. Deze stukken zijn in de restgroepen ‘onbekend monochroom’, ‘onbekend polychroom’ of ‘niet determineerbaar’ ondergebracht. Vrijwel alle vondsten van de Raamstraat zijn geïnspireerd op de Italiaanse vormgeving die in de 16e eeuw de heersende mode in Europa dicteerde, maar in de vroege 17e eeuw zijn invloed verliest aan de beeldtaal van het Chinese porselein. Deze Chinese motieven zijn niet aangetroffen op de producten uit de gleibakkerij aan de Raamstraat (Figuur 43). Wel is er één stuk majolica met een Chinese Wanli-rand op het terrein Broersma aangetroffen (Figuur 44), maar deze is als latere vervuiling geïnterpreteerd en niet als product van de Raamstraat. Hetzelfde geldt voor een wandtegel met een landschap. De sterkst vertegenwoordigde


Figuur 45:Vroeg-ornamentaal bord (m-bor-6), Ø21 cm.

Figuur 46:Vroeg-ornamentaal bord (m-bor-5), Ø27 cm.

decorgroepen zijn ‘Vroeg-ornamentaal’ (48 MAE), ‘Ornamentaal’ (32 MAE), ‘Draaiend of wentelend ornament’ (29 MAE), ‘Schaakbordmotieven’ (27 MAE) en ‘De mens’ (18 MAE). In de meeste gevallen is er sprake van polychroom gedecoreerde majolica, maar ook de monochroom blauwe stijl die vanaf het tweede kwart steeds populairder zou worden, heeft in deze periode al zijn intrede gedaan. Deze is vooral gebruikt in de categorie ‘Schaakbordmotieven. De hier volgende tentoonspreiding van de decorgroepen die aan de Raamstraat zijn gevonden, laat per decorgroep een selectie van één of enkele van de meest fraaie voorbeelden en varianten zien. Daarnaast wordt steeds via een tabel gepresenteerd wat binnen die decorgroep het MAE is van de vormtypen, zoals die in de voorgaande paragrafen de revue zijn gepasseerd.22 De totalen van de Raamstraat zelf en het terrein Broersma zijn daarin bij elkaar opgeteld. Alleen wanneer er binnen een decorgroep slechts één exemplaar is aangetroffen, is de tabel achterwege gelaten. Op deze manier wordt een zo compleet mogelijk overzicht verschaft van de verscheidenheid van de producten van de Gleibakkerij aan de Raamstraat. Via de Access-database is elke scherf uit het assortiment van de Raamstraat te raadplegen.

Figuur 47:Vroeg-ornamentale schotel (m-bor-5), Ø31 cm.

baksel

vorm

m

bor

type

MAE

m

bor

5

41

m

bor

6

1

m

kom

14

1

2

Tabel 1:Vroeg-ornamentaal: MAE per vormtype (MAE=45).

variatie zien dan de beschildering, er zijn slechts twee vormtypen aangetroffen (Tabel 1). Vrijwel alle borden en schotels zijn van het type m-bor-5 en slechts één exemplaar is van het type met een gegolfde rand, de m-bor-6 (Figuur 45).

Vroeg-ornamentaal23 De decorgroep ‘Vroeg-ornamentaal’ is de meest omvangrijke onder de vondsten uit de Raamstraat (45 MAE). Alleen al daarom bestaat er veel variatie binnen de decorgroep. Vrijwel alle stukken zijn polychroom beschilderd in de kleuren geel, groen, oranje en blauw, soms aangevuld met paars. De morfologie laat minder

Het enige bord met een gegolfde rand (m-bor-6) heeft een wentelend rozet als centraal motief, met daaromheen een band met steeds drie liggende streepjes en een nissenrand (Figuur 45). De vermoedelijk vroegste exemplaren, mogelijk nog uit de laatste jaren van de 16e eeuw daterend zijn omlijst met een band met sgraffitodecoratie (Figuur 46 en 47). Deze band kan zowel paars als blauw van kleur zijn. In de gekleurde band zijn spiralen en losse streepjes weggekrast met een puntig voorwerp. Deze sgraffitobanden zijn een navolging van Italiaanse stijl fondale in bleu sgraffito (i.e. ingekraste blauwe ondergrond), die via de majolica van Montelupo de Nederlanden bereikten (verg. Figuur 63).24 Deze stijl was in de tweede helft van de 16e eeuw populair in Italië. Als centraal motief zien we op de voorbeelden uit de Raamstraat een gestileerde, geometrisch vormgegeven bloem. De schotel met de blauwe sgraffitoband heeft ruimte in de compositie voor een extra boogjesrand, welke bij het bord met de paarse sgraffitoband is weggelaten.25

22

24

Tafelwaar

Zie Bijlage 6 voor een compleet overzicht van de morfologie per decorgroep en vindsplaats, waarbij naast het Minimum Aantal Exemplaren (MAE) ook het aantal scherven (n) en de randpercentages (EVE) vermeld zijn.

23

Korf, 1981, pp. 104-114.

Berti,

1997,

194-195,

366-367;

Bodemvondsten

Waterlooplein,

Amsterdam: Hurst, et.al, 1987, pp. 18-19, fig. 5,9; Jaspers 2007, pp. 96, 243, cat. 209-210. 25

Korf, 1981, p. 113, afb. 239.

27


Figuur 48:Vroeg-ornamentaal bord (m-bor-5, Ø22 cm).

Figuur 49:Vroeg-ornamentaal bord (m-bor-5, Ø25 cm).

Twee borden met een wentelend rozet op de spiegel zijn voorzien van een stervormige omlijsting en een kabelrand (Figuur 48 en 49). Algemeen wordt aangenomen dat de kabelrand pas na 1600 zijn intrede deed op de Nederlandse majolica. De stervormige omlijsting is bij het linker bord leeg gelaten en bij het rechter bord voorzien van radiale blauwe en oranje dwars strepen.26 Een zeer karakteristiek exemplaar is het bord met een geometrisch motief van losse penseelstreken (Figuur 50) De schilder heeft steeds de complementaire kleuren blauw en oranje tegenover elkaar geplaatst wat de kleuren versterkt. Rondom de spiegel is een band met steeds drie dwarsstreepjes en concentrische cirkels geplaatst. Op de vlag zien we dezelfde dwarse penseelstreken in complementaire kleuren, afgewisseld met vruchten. Dit is een zeer herkenbaar decor dat ook elders in Friesland is aangetroffen. In een beerput in Leeuwarden is een exemplaar met een identieke vlag gevonden, waarbij de toets van de schilder vrijwel identiek lijkt.27 Een schotel met een identieke beschildering op de spiegel zien we gecombineerd met een heel andere vlagdecoratie (Figuur 51). In dit geval is er een brede band leeg en wit gelaten tussen spiegel en vlag. De vlag is vervolgens beschilderd met foglie-motief en een kabelrand. De monochrome uitvoering van dit deel van de schotel, gecombineerd met de extra leegte in het ontwerp geeft de schotel een sterke gelijkenis met de majolica uit Montelupo uit de famiglia bleu (i.e. blauwe familie) uit het midden en tweede helft van de 16e eeuw. Deze Italiaanse decoratiestijl is op zijn

26

Korf, 1981, p. 110, afb. 229.

27

Vlag als: Korf, 1981, p. 106, afb. 202.

Figuur 50:Vroeg-ornamentaal bord (m-bor-5, Ø34 cm).

beurt sterk beïnvloed door de keramiek uit het Nabije Oosten zoals dat uit Iznik en Perzië. Tafelwaar in deze stijl werd vanuit Montelupo ook naar de Nederlanden verhandeld, zoals de bodemvondst uit Amsterdam illustreert (Figuur 52).28 De monochrome toepassing van het foglie-motief op de rand van de schotel uit de Raamstraat sluit naadloos bij de importen uit Montelupo aan. De kabelrand daarentegen is een typisch Noord-Nederlandse toevoeging aan het ontwerp waarvan algemeen wordt aangenomen dat deze van na 1600 dateert. Deze vondst bevestigd deze aanname. Ornamentaal29 De decorgroep ‘Ornamentaal’ één van de grotere groepen onder de vondsten van de Raamstraat (32 MAE). Helaas is veel van het materiaal nogal fragmentarisch bewaard gebleven. Alle stukken zijn polychroom gedecoreerd in de kleuren geel, groen, oranje en blauw. Er zijn alleen schotels van het vormtype m-bor-5 onder de vondsten herkend (Tabel 2). Daarnaast zijn er enkele fragmenten van incomplete zalfpotten verzameld uit deze decorgroep. Het eerste voorbeeld uit deze decorgroep is op de spiegel voorzien van gebladerte, daarna een boogjesrand met concentrische cirkels en dan op de vlag een band van uitwaaierende penseelstreken (Figuur 53).30 De twee schotels met een geometrisch bloemmotief op de spiegel en een kruisende bogenrand en concentrische cirkels op de vlag zijn zeer verwant aan elkaar (Figuur 54 en 55). De linker schotel heeft echter nog een extra sgraffitoband met ingekraste spiralen en steeds drie dwarsstreepjes tussen de spiegel en de vlag.31 Het is

28

Berti, 1997, 172-174, 331; Bodemvondsten Amsterdam, Waterlooplein en Edam, haven: Jaspers, 2007, pp. 100-103, 248-249, cat. 225-226.

29

Korf, 1981, pp. 115-120.

30

Als Korf, 1981, p. 120, afb. 263 maar dan zonder kabelrand en inwendig gerichte stralenkransen.

31

Korf, 1981, p. 119, afb. 260.


Figuur 51:Vroeg-ornamentale schotel (m-bor-5, Ø32 cm).

baksel

vorm

m

bor

m

bor

m

zal

type 5

Figuur 52: Bodemvondst Amsterdam,Waterlooplein: Bord uit Montelupo, Italië, famiglia bleu (i-bor-9, Ø20 cm). Collectie Bureau Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam (BMA).

MAE

baksel

vorm

12

m

bor

16

m

bor

5

7

4

m

bor

14

2

Tabel 2: Ornamentaal: MAE per vormtype (MAE=32).

duidelijk dat er met de linker schotel iets mis is gegaan tijdens het bakproces, het glazuur en de kleuren zijn uitermate dof uitgeslagen. De rechter schotel is wel nog helder van kleur. Het laatste voorbeeld van de schotels uit deze decorgroep heeft een wentelend rozet omlijst met concentrische cirkels als centraal decor, daarna een nissenrand, concentrische cirkels, boogjes met piramides en een kabelrand (Figuur 56). De fragmenten van zalfpotten zijn afkomstig van twee verschillende, incomplete vormtypen welke reeds bij de morfologie zijn afgebeeld (Figuur 34). Bij de linker zalfpot zien we een monochrome band van elkaar kruisende dubbele boogjes over de schouder lopen. De

type

MAE 0

Tabel 3: Rankornament: MAE per vormtype (MAE=9).

rechter zalfpot is polychroom gedecoreerd in blauw, geel, groen en oranjebruin met driehoekige bladeren met daarin dunne blauwe lijnen en daarover kruisende oranje lijnen. Een opvulling die we ook op verschillende van de schotels in deze decorgroep zien. Rankornament32 In de decorgroep Rankornament zijn restanten van minimaal negen exemplaren aangetroffen onder de vondsten van de Raamstraat. Ook hier is veel van het materiaal nogal fragmentarisch bewaard gebleven. Alle stukken zijn polychroom gedecoreerd in verschillende kleurcombinaties. Er zijn borden en schotels van het vormtype m-bor-5 en de m-bor-14 onder de vondsten aangetroffen (Tabel 3).

32

Korf, 1981, pp. 121-124.

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

29


Figuur 53: Ornamentale schotel (m-bor-5, Ø31 cm).

Figuur 54: Ornamentale schotel (m-bor-5, Ø onbekend).

Figuur 55: Ornamentale schotel (m-bor-5, Ø33 cm).

Figuur 56: Ornamentale schotel (m-bor-5, Ø32 cm).

30


Figuur 57: Rankornament bord (m-bor-5, Ø30 cm).

Het eerste voorbeeld betreft een schotel dat alleen in de kleuren geel en blauw is uitgevoerd (Figuur 57). Op de spiegel zien we een wentelend rozet met daaromheen een band met steeds drie dwarsstreepjes en concentrische cirkels. De vlag is gedecoreerd met een rankenornament en margrieten.33 Bij het tweede voorbeeld is naast de kleuren blauw en geel ook oranje gebruikt (Figuur 58). Het rankenornament siert op deze schotel de spiegel, daaromheen zien we concentrische cirkels en een band met liggende v-tjes. De vlag is gedecoreerd met een band met elkaar kruisende boogjes. Voor het derde voorbeeld in de deze decorgroep heeft de schilder opnieuw alleen gebruik gemaakt van blauw en geel (Figuur 59). Helaas bleef er

Figuur 59: Rankornament bord (m-bor-5, 26 cm).

33

Korf, 1981, p. 124, afb. 282.

Figuur 58: Rankornament bord (m-bor-5, Ø onbekend).

niks van de spiegel bewaard. De ruimte tussen spiegel en vlag is leeg gelaten, gevolgd door enkele concentrische cirkels, sierlijk wentelende bladranken, een kartelrand met daarboven kleine penseelstreekjes en stipjes. Het laatste voorbeeld uit deze groep is een wat onooglijke geplooide randscherf van een afwijkend bordtype, de m-bor-14, met dellen op de vlag (Figuur 60). Het toont een bijzondere kleurcombinatie waarvan helaas geen completere voorbeelden voorhanden zijn. De vlag is voorzien van een gele band waarover in oranjebruin sierlijke bladranken zijn aangebracht, waarschijnlijk in bovenglazuurbeschildering. Het oranjebruin is met de vingertoppen als het ware voelbaar bovenop de scherf. Daarnaast is voor de omlijning nog blauw gebruikt.

Figuur 60: Rankornament bord (m-bor-14, Ø onbekend).

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

31


32


33


Figuur 61: Schaakbordmotief schotel in biscuit met koude beschildering (mb-bor-5, Ø33 cm).

Schaakbordmotieven34 In de decorgroep ‘Schaakbordmotieven’ zijn onder de vondsten uit de Raamstraat restanten van minimaal 27 exemplaren te herkennen. De stukken zijn zowel in monochroom blauw als polychroom gedecoreerd in verschillende kleurcombinaties. Er zijn ook hier weer een bord en een schotel van het vormtype m-bor-5 en de m-bor-14 onder de vondsten aangetroffen (Tabel 4). Ook zien we enkele kommen van het formaat papkom (m-kom-7) onder de scherven. Het schaakbordmotief is een ontwerp dat we kennen van de Italiaanse majolica. Tafelwaar uit Montelupo met een polychroom schaakbordmotief op de spiegel werd al rond 1500 in de Nederlanden geïmporteerd.35 Het polychrome schaakbordmotief sierde echter ook gedurende de tweede helft van de 16e eeuw nog de majolica uit Montelupo dat zijn weg vond naar de Nederlandse huishoudens (Figuur 63).36 De monochrome variant van het schaakbordmotief is erg on-Italiaans, maar zien we zeer veel onder de Nederlandse majolica uit het eerste kwart van de 17e eeuw. Mogelijk betreft de monochrom kleurstelling een eigen inventie. Ook kan de opkomst van het Chinese porselein en de daarmee gepaard gaande blauw-witte modetrend van invloed zijn geweest.

Figuur 62: Schaakbordmotief bord (m-bor-5, Ø25 cm).

baksel

vorm

m

bor

m

bor

14

m

bor

5

18

5

1

mb

bor

m

kom

m

kom

type

MAE 1 1

1 7

5

Tabel 4: Schaakbordmotief: MAE per vormtype (MAE=27).

beschildering (Figuur 61). Het decor was waarschijnlijk in monochroom blauw bedoeld zoals het afgebakken bord laat zien met dezelfde compositie (Figuur 62). Het bord en de schotel dragen zowel op spiegel als op vlag een schaakbordmotief dat door enkele lijnen van elkaar gescheiden is. De rand is voorzien van een kabelrand.37 Dit type beschildering is verreweg het meest frequent voorkomende onder de vondsten aan de Raamstraat. Meestal is het blauw wat donkerder en helderder van kleur dan het hier getoonde voorbeeld dat enigszins dof uit de oven is gekomen.

Een bijzondere vondst is dat van een schotel in majolicabiscuit waarop nog de ongebakken tinglazuurlaag aanwezig is met daaroverheen een koude

Het volgende voorbeeld van het schaakbordmotief is polychroom in blauw, geel en oranje (Figuur 64). De vlag van het bord heeft dellen en een gegolfde rand (m-bor-14). De spiegel is gedecoreerd met

34

Korf, 1981, pp. 125-132.

37

35

Berti, 1997, 118-121, 263-266; Bodemvondst uit Middelburg: Jaspers, 2007, p. 94, 240, cat. 202.

36

Berti, 1997, 194-195, 366-367; Bodemvondst Amsterdam, Waterlooplein: Hurst, et.al, 1987, pp. 18-19, fig. 5,9.

Korf, 1981, p. 128, afb. 296.


Figuur 64: Schaakbordmotief bord (m-bor-14, Ø20 cm).

Figuur 65: Schaakbordmotief papkom (m-kom-7, Ø14 cm).

Figuur 63: Bodemvondst Amsterdam Waterlooplein:Voetschaal uit Montelupo, Italië met schaakbordmotief en sgrafitto (i-kom-3, Ø25 cm). Collectie Museum Boijmans-van Beuningen, Rotterdam.

een monochroom schaakbordmotief en is omlijst met concentrische cirkels en een band met liggende v-tjes in oranje. De dellen op de vlag zijn afwisselen in geel en oranje geschilderd. Daarnaast zijn er ook twee papkommen (m-kom-7) met een polychroom schaakbordmotief aangetroffen (Figuur 65 en Figuur 66). De linker papkom heeft een schaakbordmotief in blauw en oranje, de rechter in blauw, groen en oranje. Beide decoraties zijn verwant aan het getoonde voorbeeld uit Montelupo. Aan de binnenzijde van de wand is bij beide papkommen een boogjesrand aangebracht.

Figuur 66: Schaakbordmotief papkom (m-kom-7, Ø16 cm).

Draaiend of wentelend ornament38 In de decorgroep ‘Draaiend of wentelend ornament’ zijn onder de vondsten uit de Raamstraat restanten van minimaal 29 exemplaren te herkennen. De stukken zijn polychroom gedecoreerd in verschillende kleurcombinaties. Opnieuw zien we de borden van het vormtype m-bor-5 en de m-bor-14 onder de vondsten (Tabel 5), waarbij de m-bor-5 wederom het meest frequent is. Helaas zijn er geen archeologisch complete voorbeelden aangetroffen onder de vondsten. Het materiaal in deze decorgroep is erg gefragmenteerd.

38

Korf, 1981, pp. 141-144..

35


Figuur 67: Draaiend en wentelend motief, bord (m-bor, Ă˜ onbekend).

36


Figuur 69: Draaiend en wentelend motief, schotel (m-bor-5, Ø onbekend).

Figuur 68: Bodemvondst Amsterdam,Waterlooplein: Bord uit Montelupo, Italië, spirali arancio (i-bor-9, Ø20 cm). Collectie BMA, Amsterdam. Figuur 70: Draaiend en wentelend motief, schotel (m-bor-5, Ø31 cm).

baksel

vorm

type

MAE

m

bor

m

bor

14

1

m

bor

5

7

21

Tabel 5: Draaiend of wentelend ornament: MAE per vormtype (MAE=29).

Er zijn veel bodems van borden en/ of schotels met een wentelend rozet op de spiegel gevonden, waarbij geen passende randscherven aanwezig zijn (Figuur 67). Het wentelend rozet op de spiegel is steeds in de kleuren geel, groen en blauw uitgevoerd. daaromheen zien we meestal concentrische cirkels en een band met liggende v-tjes, meestal in blauw en soms in oranje. Voor het volgende voorbeeld zijn alleen de kleuren oranje en blauw gebruikt (Figuur 69; verg. ook Figuur 84).39 Op de spiegel zien we een wentelend motief dat steeds één kant op voert en het bord een dynamische uitstraling geeft. Dit soort krullende penseelstreken zijn rechtstreeks ontleend aan een ontwerp genaamd spirali arancio (i.e. oranje spiralen) dat via de majolica van Montelupo ook onze streken bereikte in de tweede helft van de 16e eeuw (Figuur 68).40 De vlag is voorzien van een band met concentrische cirkels en elkaar kruisende boogjes, een Nederlandse toevoeging aan het Italiaanse ontwerp.

Figuur 71: Draaiend en wentelend motief, schotel (m-bor-14, Ø31 cm).

Het centraal motief van de volgende twee schotels is sterk aan elkaar verwant (Figuur 70 en 71). We zien blauwe, uitwaaierende penseelstreken in één richting met oranje dwarsstrepen in de achtergrond. Dit is een Nederlandse verbastering van het zojuist besproken, meer krullende motief dat dichter bij het Italiaanse

39 40

Korf, 1981, p. 144, afb. 366. Berti, 1997, 191-192, 360; Vondst aanplempingslaag (1593-1596) Waterlooplein Amsterdam: Jaspers 2007, p. 95, 242, cat. 206.

37


origineel is gebleven. Het linker bord is van het type m-bor-5 en is ook omlijst met een band met elkaar kruisende boogjes, gevolgd door een kabelrand.41 De rechter schotel heeft een knik van spiegel naar vlag met dellen op de vlag en een golvende rand. De noppen zijn in blauw extra benadrukt net als de golvende rand. Granaatappels en druiventrossen42 In de decorgroep ‘Granaatappels en druiventrossen’ zijn onder de vondsten uit de Raamstraat restanten van minimaal drie exemplaren te herkennen. De stukken zijn polychroom gedecoreerd in blauw, geel, groen en oranje. Weer zien we de borden van het vormtype m-bor-5 en de m-bor-14 onder de vondsten (Tabel 6). Helaas zijn er geen archeologisch complete voorbeelden aangetroffen onder de vondsten. Het materiaal in deze decorgroep is erg gefragmenteerd, de beschikbare voorbeelden betreffen vooral misbaksels. Ook dit type decor is weer geïnspireerd op voorbeelden uit Italië die via de tafelwaar van Montelupo onze streken bereikte. Deze Italiaanse stijl noemen onze Italiaanse vakbroeders foglia con frutta (i.e. gebladerte met fruit) en was in zwang in de laatste decennia van de 16e eeuw en het begin van de 17e eeuw (Figuur 72).43 Op de voorbeelden uit Harlingen zien we ook de combinatie van al dan niet opengesneden granaatappels, druiven en gebladerte op de spiegel. Het zijn zeer fleurige borden (Figuur 73 t/m 75. Helaas is er weinig compleet materiaal gevonden, waardoor we niet goed kunnen waarnemen hoe de compositie van het gehele bord is geweest. We hebben slechts twee voorbeelden die hiervan iets laten zien. Zo zien we op één van de borden de aanzet van een noppenrand op de vlag (m-bor-14, Figuur 74). Op een ander, duidelijk misbakken bord met aan beide zijden vastgebakken proenen, zien we een band met een zigzaglijn en piramides als vlagdecoratie (Figuur 75). Op de onderzijde van dit bord is een schildersmerk aangebracht, de letter “S”. Het a foglie ornament44 In de decorgroep ‘Het a foglie ornament’ zijn onder de vondsten uit de Raamstraat restanten van minimaal elf exemplaren te herkennen. De stukken zijn grotendeels monochroom gedecoreerd in blauw, met aanvullingen in geel, groen en oranje. Weer zien we het bordtype m-bor-5 en daarnaast veel bordfragmenten waarvan het type niet is vast te stellen. Ook zijn er fragmenten van twee papkommen aangetroffen met a foglie ornament, helaas incompleet (Tabel 7). Het materiaal in deze decorgroep is erg gefragmenteerd.

41

Vlag als Korf, 1981, p. 142, afb. 363 maar dan zonder kabelrand.

42

Korf, 1981, pp. 145-153.

43

Berti, 1997, pp. 196, 370-371. Bodemvondsten uit Alkmaar en Enkhuizen: Jaspers 2007, pp. 97-98, 244-245, cat. 213-216.

44

Korf, 1981, pp. 154-166.

Figuur 72: Bodemvondst Alkmaar:Voetschaal uit Montelupo, frutti e fiori (i-kom-3, Ø onbekend). Collectie Archeologisch Centrum, Alkmaar.

baksel

vorm

type

MAE

m

bor

m

bor

5

2

m

bor

14

1

0

Tabel 6: Granaatappels en druiventrossen: MAE per vormtype (MAE=3).

baksel

vorm

m

bor

m

bor

m

kom

type

MAE 2

5

Tabel 7: Het a foglie ornament: MAE per vormtype (MAE=11).

6 3


Figuur 73: Granaatappels en druiventrossen, bord (m-bor-5, Ă˜ onbekend).

Figuur 74: Granaatappels en druiventrossen, bord (m-bor-14, Ă˜ onbekend).

Figuur 75: Granaatappels en druiventrossen, bord (m-bor-5, voor- en achterzijde, Ă˜ onbekend).

39


Figuur 77: Het a foglie ornament, bord (m-bor-5, Ø onbekend).

Figuur 78: Het a foglie ornament, bord (m-bor-5, Ø32 cm).

Figuur 76: Bodemvondst Amsterdam,Waterlooplein: Scherf van bord uit Montelupo, Italië, a foglie. Collectie BMA, Amsterdam.

De Italiaanse term a foglie (i.e. gebladerte) ornament geeft al aan dat dit decor ook aan Italiaanse voorbeelden is ontleend. In tegenstelling tot de meeste andere voorbeelden is het a foglie-ornament niet alleen aan de majolica uit Montelupo45 ontleend (Figuur 76), maar ook aan de faience die met name in Venetië en Ligurië populair was gedurende de 16e eeuw.46 Het eerste voorbeeld van de Raamstraat is volledig in monochroom blauw uitgevoerd (Figuur 77). Zowel de spiegel als de vlag is met het eikenbladloof gevuld, wel zijn er enkele concentrische cirkels op de overgang van spiegel naar vlag aangebracht. De rand is voorzien van een kabelrand. Bij het tweede voorbeeld is er een medaillon op de spiegel aangebracht met een polychroom bladmotief, mogelijk met vruchten (Figuur 78). Vanaf het medaillon is de rest van het bord met a foglie ornament beschilderd, omlijst met een kabelrand. Bij de derde variant is de gehele spiegel en een deel van de vlag bedekt met het gebladerte (Figuur 79). De vlag zelf is voorzien van een band met een kruisend zigzagmotief in oranje. In de ruiten die daarbij ontstaan is steeds een kleinere ruit geschilderd die weer in vieren is gedeeld; buiten de zigzagband is steeds een blauw kraaienpootje aangebracht. Rondom de oranje gekruiste zigzaglijnen zijn nog accenten in geel geschilderd. De rand is ook hier voorzien van een kabelrand. De oranje zigzagband wordt in de archeologische en kunsthistorische volksmond nog wel eens als een ‘Harlinger’ rand aangeduid. Toekomstig onderzoek naar ander gelijktijdig gleibakkersafval moet uitwijzen of dit type rand inderdaad alleen voorbehouden is geweest aan Harlinger gleibakkerijen. Een kleine scherf van een bord laat een afwijkende compositie zien van een combinatie van het a foglie ornament op de spiegel en het schaakbordmotief op de

45

Berti,

1997,

pp.

195-196,

368-369.

Bodemvondst

Amsterdam,

Waterlooplein, aanplemingslaag (1593-1596): Jaspers, 2007, pp. 102, 248, cat. 224. 46

Vorm en decor: Farris, Ferrarese, 1969, 22-24, Tav. VI, VII. Bodemvondsten Middelburg en Amsterdam, Waterlooplein: Jaspers, 2007, pp. 59-61, 189, cat. 51-52.

Figuur 79: Het a foglie ornament, bord (m-bor, Ø onbekend).

Figuur 80: Het a foglie ornament, bord (m-bor, Ø onbekend).

Figuur 81: Het a foglie ornament, papkom (m-kom, Ø onbekend).


Figuur 82: Bladversiering, schotel (m-bor-5, Ø31 cm).

Figuur 83: Bladversiering, bord (m-bor-, Ø onbekend).

vlag (Figuur 80). Rondom is een parelrand geschilderd, een element dat op geen van de andere scherven van de Raamstraat is aangetroffen. Een laatste voorbeeld in deze categorie is de papkom met een vijflobbig, doorboord oor (Figuur 81). De binnenkant is, voor zover te zien, beschilderd met het a foglie ornament. Langs de binnenkant van de rand volgen enkele concentrische cirkels en dan een kabelrand op de rand zelf. De kabelrand is meestal in blauwwit uitgevoerd, maar in dit geval is er een gele baan over de rand getrokken, waarover de blauwe kabelrand is aangebracht. Het oor is versierd met ruitvormig geplaatste blauwe lijnen. Bladversieringen47 In de decorgroep ‘Bladversieringen’ zijn onder de vondsten uit de Raamstraat restanten van slechts twee exemplaren te herkennen. Het betreft een polychrome schotel gedecoreerd in blauw, groen, geel en oranje (m-bor-5) en een misbaksel in groen en blauw. Op de spiegel van het eerste exemplaar zien we eikenloof met eikels, daaromheen concentrische cirkels, dan een gele band met steeds drie dwarsstreepjes (Figuur 82). Op de vlag zijn gestileerde bladeren gevuld met een grid van ruitvormig geplaatste lijnen te zien en opnieuw concentrische cirkels. Dit type vlagdecoratie zien we ook veel onder de groep (vroeg)ornamentaal. Het randfragment van een misbakken en uit zijn vorm gezakt bord toont een vakkenindeling met daarin een eikenblad (Figuur 83). Langs de rand zijn enkele lijnen en een kabelrand aangebracht. De vakkenindeling is

47

Korf, 1981, pp. 167-170.

Figuur 84: Sterversiering, bord (m-bor-5, Ø19 cm).

wederom ontleend aan Italiaanse voorbeelden en staat bekend als a quartieri. Op de producten uit Montelupo zien we dit soort beschildering vooral op geplooide schotels met een standvoet. Sterversieringen (DK pp. 171-174) In de decorgroep ‘Sterversieringen’ is ook maar een restant van één exemplaar te herkennen (Figuur 84). Het is een klein polychroom bord (m-bor-5) beschilderd in blauw en geel. Op de spiegel is een windroos geschilderd omlijst met twee concentrische cirkels, daarna volgt een band met krullende penseelstreken en een kabelrand. De penseelvoering op dit bord is vrij grof. De beschildering op de vlag valt ook onder de categorie ‘Wentelend of draaiend element’ (verg. Figuur 68-71). De mens48 In decorgroep ‘De mens’ zijn negen exemplaren te herkennen. De stukken zijn polychroom gedecoreerd in verschillende kleurcombinaties. Weer zien we vooral de bordtypes m-bor-5 en een enkele m-bor-14 en daarnaast bordfragmenten waarvan het type niet is vast te stellen. Ook is er een bodemfragment van een kom aangetroffen, helaas erg incompleet (Tabel 8). baksel

vorm

m

bor

type

MAE 2

m

bor

5

5

m

bor

14

1

m

kom

1

Tabel 8: De mens: MAE per vormtype (MAE=9).

48

Korf, 1981, pp. 192-200.

41


42


43


Figuur 85: De mens, schotel (m-bor-5, 34 cm).

Een bijzondere serie schotels met de mens als centrale voorstelling toont ons steeds een portret en bovenlijf van een dame tegen een donkerblauwe achtergrond (Figuur 85 t/m Figuur 87). In de achtergrond is bij elk van de schotels het jaartal 1614 uitgekrast, hetzelfde geldt voor een kartelrandje dat als versiering rondom is aangebracht. Het is onduidelijk waarnaar het jaartal 1614 verwijst.

Figuur 87: De mens, schotel (m-bor, Ø onbekend).

44

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

Figuur 86: De mens, bord (m-bor-5, Ø onbekend).

Er zijn twee varianten van de vlag van deze portretschotels te onderscheiden. Als eerste zien we een band met een dubbele zigzagrand in blauw en een gele baan en concentrische cirkels aan weerszijden daarvan en tenslotte een kabelrand (Figuur 85 t/m 87). Bij de tweede variant zien we dellen op de vlag van de schotel (m-bor-14). De vlag bestaat uit de een vladekkend blauw oppervlak waarin een bloemvormig patroon is ingekrast (Figuur 88).

Figuur 88: De mens, schotel (m-bor-14, Ø24 cm).


Figuur 89: De mens, bord (m-bor-5, Ø onbekend).

Dan zijn er nog twee andere borden die de mens als hoofdthema hebben. Omlijst met opnieuw een dubbele zigzagrand, deze keer in blauw én oranje, is een bord met daarop waarschijnlijk een dame in een gewaad op een grondje (Figuur 89). Tenslotte zien we nog een portret van een man van aanzien met veren op zijn hoed en een witte kraag. In de achtergrond is een stadgezicht te zien en het geheel is omlijst met concentrische cirkels en een kabelrand (Figuur 90).

Figuur 91: Blauw fond, bord (m-bor, Ø onbekend).

Figuur 90: De mens, bord (m-bor-5, Ø24 cm).

Blauw fond49 Er is één randfragment van een bord gevonden met daarop een zelfde dubbele zigzagrand en kabelrand als we al een paar keer eerder hebben zien langskomen. Echter, dit exemplaar wijkt af omdat het donkerblauwe lijnen laat zien op iets minder donkerblauw ondergrond (Figuur 91). De scherf is gevonden op het terrein Broersma, maar is zeer waarschijnlijk wel afkomstig uit de werkplaats aan de Raamstraat. Faience met een blauw fond was een bijzonder populaire importgroep uit Ligurië, genaamd berrettino (i.e. asgrijs) in het laatste kwart van de 16e en begin van de 17e eeuw in de Republiek.50 Iets later in de 17e eeuw is dit veelvuldig geïmiteerd op Nederlandse majolica, met een iets lichter blauw fond, maar dit type met een donkerblauw fond en daarover een monochroom blauwe beschildering is relatief zeldzaam. Deze ene scherf toont aan dat dit type decoratie (ook) in de Harlingen is gemaakt. Bloemen en bloemenvazen51 Bloemen, en dan vooral tulpen, waren een geliefd onderwerp in de eerste helft van de 17e eeuw. Er zijn onder het gleibakkersafval uit de Raamstraat twee bodem-scherven van borden gevonden die in deze groep vallen, maar ze zijn atypisch in vergelijking tot de overige vondsten van de Raamstraat. Om te beginnen met de scherf met een blauwe tulp en oranje en groene blaadjes (Figuur 92). Dit decor komt namelijk meestal in het tweede kwart van de 17e eeuw voor, terwijl vrijwel alle vondsten van de Raamstraat uit het eerste kwart van de 17e eeuw lijken te stammen. Toch is dit

49

Korf, 1981, pp. 216-221.

50

Farris & Ferrarese, 1969; Jaspers, 2009, 2-5.

51

Korf, 1981, pp. 231-236.

45


Figuur 92: Bloemen en bloemenvazen, bodemfragment van bord.

zeker geen onbekende decoratie in de bodem van Harlingen. Zo is daar eerder een kommetje met een vrijwel identieke tulp als onderwerp gevonden (Figuur 93). Dat kommetje is aan de achterzijde voorzien van het monogram ‘vfn’, een monogram dat niet direct aan één van de gleibakkers aan de Raamstraat gekoppeld kan worden. Het is mogelijk dat de hier getoonde

Figuur 93: Bodemvondst Harlingen Bloemen en bloemenvazen, compleet voorbeeld (naar: Korf, 1981, p. 235, fig. 690). Collectie Fries Museum.

Figuur 94: Bloemen en bloemenvazen, bodemfragment van bord.

scherf met tulpenblaadjes tot een latere productiefase van de Raamstraat behoort, maar dat is niet zeker te zeggen. Wat datering betreft zou de fase van Van der Piet (1621-1640) dan het meest waarschijnlijk zijn. Een tweede bodemfragment van een bord met een tulp is monochroom blauw (Figuur 94). Ook van deze scherf geldt dat de datering eerder in het tweede kwart van de 17e eeuw ligt. Van beide scherven zijn geen overduidelijke bakfouten te zien. Het is daarom niet met zekerheid vast te stellen dat dit gleibakkersafval betreft of dat het consumptieafval is dat vermengd is geraakt met de overige vondsten. Áls deze scherf uit de werkplaats aan de Raamstraat komt, dan zou het ook uit de fase van Van der Piet zijn. Amors, cherubijnen en engelen52 De Nederlandse majolica waarop cherubijnen de schotels en papkommen sierden werd pas echt populair in de jaren dertig en veertig van de 17e eeuw, onder invloed van de importen in de stijl compendiario uit Italië en Frankrijk. Toch zijn er al drie scherven onder de vondsten van de Raamstraat (Figuur 95) en één van terrein Broersma (Figuur 96) als vroeg voorbeeld van deze categorie. De bodemscherven zijn afkomstig van vier verschillende borden met vleugelpennen naast een zwevend engelkopje.53

52

46

53

Korf, 1981, pp. 222-227. Een compleet voorbeeld van een dergelijke schotel is gevonden in Wormer: Korf, 1981, p. 222, fig. 635.


Figuur 95: Amors cherubijnen en engelen, bodemfragmenten van drie borden.

Figuur 96: Amors cherubijnen en engelen, bodemfragment van bord.

Compendiario Er zijn minimaal tien exemplaren in de decorgroep ‘Compendiario’ (i.e. beknopt en schetsmatig) in te delen (Tabel 9). De term voor deze manier van schilderen is zowel van toepassing op de lege compositie als op de vlotte penseelvoering. Deze stijl zou in de loop van het tweede kwart steeds populairder worden in de Republiek, maar dit lijken enkele van de vroegste voorbeelden van deze stijl te zijn. De stukken zijn summier gedecoreerd, in (één van) de traditionele kleuren blauw, geel en oranjebruin. We zien tafelwaar met noppenranden (m-bor-14 en m-kom-14) en de

baksel

vorm

type

MAE

m

bor

m

bor

14

2

m

bor

16

1

m

kom

m

kom

14

1

f

zou

8

1

3

2

Tabel 9: Compendiario: MAE per vormtype (MAE=10).

m-bor-16. Ook is er een randfragment van een majolica papkom aangetroffen. Ook zien we een zoutvaatje (f-zou-8). Het zoutvaatje is als faience geclassificeerd omdat het aan beide zijden van tinglazuur is voorzien, maar de vorm en de kwaliteit van het glazuur past wel geheel in de majolicatraditie. Twee bijzonder fraaie, goed bewaard gebleven stukken met een minimale beschildering zijn voorzien van een vogel als onderwerp. Het ene exemplaar betreft een bord met een noppenrand (m-bor-14), het andere een zoutvaatje (f-zou-8). Het noppenbord is vrijwel ongedecoreerd gelaten behalve een monochroom blauwe, vlot geschilderde vogel op een grondje omlijst met concentrische cirkels (Figuur 97). Het glazuur is niet geheel wit, maar heeft een lichte grijsblauwe waas. Het zoutvaatje is ook vrijwel compleet wit gelaten (Figuur 98). Alleen in de schaal van het zoutvaatje is in lichtgeel een vogeltje geschilderd. Het lijkt een probeersel te zijn in de compendiario stijl, waarbij nog geen gebruik is gemaakt van de traditionele kleurstelling. Daarin bedient de schilder zich gewoonlijk van oranjebruin en blauw om de omlijningen te accentueren. Door alleen geel te gebruiken verdwijnt de vogel bijna geheel tegen de witte achtergrond, wat een flets effect heeft.

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

47


Figuur 97: Compendiario, bord met vogel (m-bor-14, Ă˜17,5 cm).

48


Figuur 98: Compendiario, zoutvaatje met vogel (f-zou-8, Ø9,5 cm).

Een tweede restant van een bord met noppen en een gegolfde rand (m-bor-14) toont ook een vrij lege compositie (Figuur 99). Ook hier zien we wee een glazuur met een heel licht grijsblauw tint. Helaas is de spiegel niet voldoende bewaard gebleven om de beschildering goed te kunnen zien. Mogelijk zijn het de stralen van een zon, maan of rozet. Op de achterzijde van de vlag is een signatuur aangebracht, een monogram van de letter “L” waarschijnlijk gecombineerd met de een “H”. Deze letters zijn niet als initialen te koppelen aan één van de eigenaren van de gleibakkerij, de betekenis ervan is vooralsnog onbekend. Op terrein Broersma zijn nog randfragmenten van een vergelijkbare kom gevonden, mét noppen, maar dan zonder gegolfde rand (m-kom-14, Figuur 31). Ook daarvan is de spiegel niet terug gevonden.

Figuur 99: Compendiario, bord met (zonne?)stralen (m-bor-14, Ø25 cm).

Figuur 100: Compendiario, scherven met vervloeid decor op licht blauwe ondergrond.

Dan is er op terrein Broersma nog een serie scherven gevonden die sterk aan elkaar verwant zijn, en ook de lichte blauwe waas op het glazuur laten zien die we bij boven besproken borden ook zagen (Figuur 100). De beschildering in de kleuren blauw, geel en groen is op al deze scherven vervloeid. Aan één van de scherven is nog een vijflobbig oor aanwezig

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

49


Figuur 101: Compendiario, miniatuurbordje (m-bor-16, Ø15 cm).

baksel

vorm

f

plo

m

bor

type

MAE 1

16

1

Tabel 10:Wit: MAE per vormtype (MAE=2).

Ten slotte, als laatste voorbeeld van de groep vroege Nederlandse compendiario, is nog een vrijwel compleet klein bordje gevonden met opstaande rand en polychrome beschildering in blauw en geel (Figuur 101). Op de spiegel zijn vlotjes gestileerde vruchten en bladeren geschilderd en op de vlag concentrische cirkels, een band van liggende v-tjes en een dikke cirkel.

Figuur 102:Wit, bodemfragment van plooischotel (f-plo), inv.nr. HARL-RA-015.

50

Wit Er zijn twee voorwerpen aangetroffen die de suggestie wekken dat er aan de Raamstraat ook geëxperimenteerd werd met de productie van geheel witte majolica of faience. Dit is een stijl die sterk verwant is aan die van de compendiario. We zien een fragment van de incomplete plooischotel (f-plo) en een miniatuurformaat bordje (m-bor-16; Tabel 10). Beide stukken in wit zijn ongedecoreerd gelaten en aan beide zijden van tinglazuur voorzien. Faience plooischotels uit Italië en Frankrijk waren een populair importproduct de eerste helft van de 17e eeuw. Deze plooischotels waren wat hun dikke, romige, glanzende en dekkende tinglazuur betreft van een veel hogere kwaliteit dan wat er op dat moment in de Republiek technisch mogelijk was. Het zal voor lokale gleibakker een uitdaging geweest zijn om vergelijkbare producten te kunnen produceren. Dit bodemfragment uit de Raamstraat lijkt een poging daartoe te illustreren, helaas niet met het gewenste resultaat (Figuur 102). De glazuur is weliswaar dik aangebracht, maar het is volledig dof en met een vreemdsoortig grof craquelépatroon dat in reliëf voelbaar is op het oppervlak. De scherf is vrij rood van kleur.


Figuur 103:Wit, miniatuurbordje, schotel of zoutvaatje (m-bor-16, Ø12,5 cm).

Het miniatuurbordje of wellicht zoutvaatje is ook volledig wit gelaten (Figuur 103), iets wat we bij de Portugese zoutvaatjes met een vergelijkbare vorm en afmeting ook het geval is. De kwaliteit van het glazuur is hier duidelijk beter dan bij de plooischotel, maar het heeft nog steeds de uitstraling van majolica. Het heeft nog niet het glanzend witte glazuur dat we enkele jaren later bij de faience gaan zien en ook al bij de Italiaanse en Franse importen zien. Toch lijkt er hier geen sprake te zijn van een experiment, maar maakte dit type voorwerp deel uit van de productlijn van de Raamstraat, getuige een identiek exemplaar qua vorm onder het biscuit.

Istoriato Een bijzonder en sterk afwijkend fragment onder vondsten van de Raamstraat betreft de bodem van een schotel met daarop de zondeval (Figuur 104). De beschildering is polychroom in de kleuren blauw, groen, oranjebruin en geel. Het is het enige stuk onder het gleibakkersafval dat een verhalende voorstelling (i.e. istoriato) toont. We zien Adam en Eva bij de boom van de kennis van goed en kwaad staan in de Hof van Eden. Adam neemt de appel aan van Eva, die zich had laten verleiden door Satan, vermomd als slang, deze verboden vrucht van de boom te plukken. Het glazuur van de schotel is vrij dof waardoor de kleuren minder

Figuur 104: Istoriato, bord met zondeval (m-bor), Ø voet 11 cm).

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”

51


goed tot hun recht komen. De scherf van de schotel is vrij rood van kleur. Er is in het bewaard gebleven deel geen doorboring in de standring aangebracht. Vloertegels De vloertegels die aan de Raamstraat zijn gevonden maken, zoals gezegd, geen deel uit van de productie van de gleibakkerij aan de Raamstraat (Figuur 35 en 105). Het feit dat de tegels duidelijk geen eerste keus zijn, het glazuur is vooral op de blauwe tegels niet dekkend, doet anders vermoeden. Het wekt de suggestie dat

dit misbaksels zijn en dat er in de majolicabakkerij naast gebruiksgoed ook tegels werden vervaardigd. De vindplaats in de fundamenten van het woonhuis dat Steven Gunter in 1601 kocht, verraadt echter dat deze plavuizen al ouder zijn dan de eerste fase van de gleibakkerij. Er zijn geen tegels in biscuit gevonden, wat een duidelijk bewijs zou zijn voor tegelproductie aan de Raamstraat. In andere gleibakkerijen54 was het niet ongebruikelijk dat er ook bijvoorbeeld wandtegels werden geproduceerd, maar voor de Raamstraat zijn daar geen aanwijzingen voor.

Figuur 105:Vloertegels, waarschijnlijk geen productie van de gleibakkerij aan de Raamstraat.

54

52

Gleibakkersafval “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen�

Onder vondsten van Buiten de Kerkpoort zijn vele wandtegels in biscuit aangetroffen. Ook onder het glei- en plateelbakkersafval van Plateelbakkerij Het Hart te Delft zijn vele wandtegels in biscuit aanwezig.


53


54


Gleibakkersafval “Buiten de Kerkpoort” Vondstomstandigheden De tweede gleibakkerij in Harlingen is begonnen in de Kerkbuurt maar verhuisde na een brand in 1663 naar een terrein ten zuiden van de stad aan de Bolswardervaart (Figuur 106). Het bedrijf heeft op die plaats onafgebroken gewerkt tot de opheffing in 1933. Het stond tussen de zeedijk en de vaart in het vrije veld met rondom in de omgeving winbare klei, de eerste grondstof voor de productie. Hiervoor zijn aanwijzingen gevonden bij graafwerk, waarbij bedrijfsafval is gevonden. Om ongewenst blijvende verlaging van het maaiveld te voorkomen heeft het bedrijf na het afgraven van zestig tot tachtig cm bruikbare klei zijn bedrijfsafval hier gestort en vervolgens met de terzijde gelegde teeltlaag weer afgedekt. Het bedrijfsafval uit het zogenoemde Waddenhal-depot heeft een andere geschiedenis. Het bedrijfsterrein lag ten westen van de Bolswardervaart en grensde naar het zuiden aan een oude oost-west gaande waterloop. Toen deze waterloop in 2008 naar het noorden werd verbreed tot een woonschepenhaven ging dit ten koste van het vroegere bedrijfsterrein. Bij dit werk stootte men op een oude put die bleek volgestort met het bedrijfsafval, die vervolgens is uitgegraven. De vondsten zijn deel van de verzameling van Het Hannemahuis

Figuur 106: Detail van kaart Eekhoff 1849-1859. In de witte cirkel ten zuiden van de stad de ligging van de gleibakkerij “Buiten de Kerkpoort”. Naar: Gierveld en Pluis, 40.

indet./ overig r 2% 2% oh 10%

Basisgegevens Er zijn bij Buiten de Kerkpoort in totaal zes verschillende bakselgroepen opgegraven: roodbakkend aardewerk (r), witbakkend aardewerk (w), majolica (m), majolicabiscuit (mb), faience (f) en faiencebiscuit (fb). Daarnaast zijn er fragmenten van ovenhulpstukken gevonden (oh) en een restgroep met niet determineerbare en/of overige vondsten. De onderlinge verhouding tussen deze groepen is weergegeven in het cirkeldiagram Figuur 107). Het is duidelijk te zien dat de meerderheid van de vondsten tot het majolicabiscuit behoort, maar liefst 61%. Slechts een klein segment (5%) bestaat uit geglazuurde en gedecoreerde majolica. Ongeveer een vijfde van de vondsten betreft biscuit dat morfologisch als halffabricaat van faience bestempeld kan worden, het faiencebiscuit. Geglazuurde en gedecoreerde faience is maar in zeer kleine hoeveelheden gevonden (1%). Tien procent van de vondsten behoort tot ovenhulpstukken.

w 0% m 5%

fb 19%

f 1% mb 61%

Figuur 107: Buiten de Kerkpoort, verhouding aantal scherven per bakselgroep (n=523).

Gleibakkersafval “Buiten de Kerkpoort”

55


Ovenhulpstukken Proenen Onder het gleibakkersafval op het terrein van Buiten de Kerkpoort zijn ook proenen aangetroffen, 34 stuks in totaal. De proenen van Buiten de Kerkpoort zijn, in tegenstelling tot die van de Raamstraat, bijna altijd wĂŠl met glazuur bedekt aan de bovenzijde (Figuur 109). Het betreft in alle gevallen een dekkend wit tinglazuur. De onderzijde is ongeglazuurd. Het baksel is steeds lichtgeel van kleur. De scherf is vrij zacht gebakken en voelt vaak poederig aan. Net als bij de Raamstraat zijn de proenen van Buiten de Kerkpoort wat formaat betreft in twee varianten aangetroffen. Bij de kleine variant Figuur 109: Proen voor- en achterzijde, afstand tussen hoeken 10,5 cm, grote variant.

56

40 35

rode scherf

30 MAE

25 rossige scherf

20 15 10

rossige en gele scherf

5 baksteen

plateelbakkersgerei

faience

faiencebiscuit

majolica

0 majolicabiscuit

Baksels Als we nu meer in detail kijken naar de bakselkenmerken van de voorwerpen van Buiten de Kerkpoort dan zien we dat de overgrote meerderheid van het materiaal een lichtgeel baksel heeft (Figuur 108). In vergelijking met de scherven van de Raamstraat zijn de scherven van Buiten de Kerkpoort over het algemeen relatief zacht gebakken. De scherf voelt vaak poederig aan, en dat is niet zo zeer het gevolg van te hard bakken, het is bij vrijwel alle stukken het geval. Waarschijnlijk is er meer kalkhoudende mergel aan de klei toegevoegd wat een lichtere en zachtere scherf tot resultaat heeft. De kleur geel van de scherf is duidelijk bleker dan het geel van de scherven uit de Raamstraat en terrein Broersma (resp. Figuur 5 en Figuur 6). Onder de ovenhulpstukken zien we enkele stukken die in een dieprood baksel zijn vervaardigd. Dit zijn de grotere stukken uit de oveninrichting zoals de cilinders. De proenen zijn in hetzelfde zachte, lichtgele baksel vervaardigd als de majolica, faience en wandtegels. Over de precieze samenstelling van de klei kan alleen op basis van chemische en mineralogische analyse meer gefundeerde uitspraken gedaan worden.

gele scherf lichtgele scherf

Figuur 108: Buiten de Kerkpoort, absolute verdeling MAE scherfkleur per bakselgroep (MAE totaal = 94).

bedraagt de afstand tussen de poten opnieuw 8,5 cm en is de hoogte ca. 1,5 cm (Figuur 110). Hiervan zijn er slechts twee gevonden, de overgrote meerderheid is van het grotere formaat. De grotere variant heeft een afstand van ca 10,5 cm tussen de poten en een maximale hoogte van 2 cm (Figuur 111). In totaal zijn hiervan 32 stuks verzameld. De vorm van de beide formaten die op het terrein van Buiten de Kerkpoort zijn opgegraven is vrijwel identiek aan elkaar, maar wijkt af van de proenen van de Raamstraat. De onderkant van de proenen is meer afgerond, wat de vorm in doorsnede een meer kanoachtige vorm geeft ten opzichte van de trapezoĂŻdale vorm van de proenen van de Raamstraat. Basis Om de schotels in de oven te kunnen stapelen werd de eerste schotel ondersteboven op een proen op een cilindervormige basis geplaatst, dan daarop ondersteboven een schotel, dan weer een proen,


Figuur 110: Proen kleine variant, schaal 1:2.

Figuur 112: Majolica schotels gestapeld in de oven met behulp van proenen, geplaatst op een cilinder. Naar: Bruijn 1985, 43.

Figuur 111: Proen grote variant, schaal 1:2.

Figuur 113:Trapeziumvormige basis, waarschijnlijk om majolica schotels op te stapelen.

weer een schotel, etc. (Figuur 112). Op het terrein van Buiten de Kerkpoort zijn twee voorwerpen aangetroffen waarvan de functie mogelijk overeenkomt met de door Bruijn beschreven basis, maar dat is niet met zekerheid te stellen. Het lijken in elk geval onderdelen van de oveninventaris te zijn. In tegenstelling tot de basis op

de tekening van Bruijn, zijn de exemplaren van Buiten de Kerkpoort massief en trapeziumvormig (Figuur 113 en Figuur 114). Het baksel is diep rood en heeft een baksteenachtige structuur. In het midden is een taps toelopende opening aanwezig. Het baksel van de basis is dieprood van kleur en heeft een baksteenachtige

Figuur 114:Trapeziumvormig object, waarschijnlijk als basis om majolica schotels op te stapelen.

57


58


59


structuur. Het oppervlak is grijs van tint. Deze effecten ontstaan wanneer een keramisch voorwerp lang en/of veelvuldig aan de hoge temperaturen in de oven wordt blootgesteld.

Figuur 115: Smeltkroes, samengestelde tekening.

Figuur 116: Smeltkroes bovenkant.

Figuur 117: Smeltkroes bovenkant.

Smeltkroes Dan zijn er nog onderdelen van één of meerdere voorwerpen gevonden die ook tot de oveninventaris behoorden. De fragmenten hebben een dikke, rode scherf en het baksel heeft een grove, baksteenachtige structuur net als bij de trapeziumvormige basis. De buitenkant is vrij ruw en grijs van kleur, aan de binnenkant is een roestkleurige aanslag te zien. De fragmenten zijn niet passend dus het is niet zeker dat ze tot één voorwerp hebben behoord, maar de overeenkomst in baksel, scherfdikte en oppervlak doet dit wel sterk vermoeden. In Figuur 115 is een samengestelde tekening gemaakt van hoe het voorwerp er in zijn complete vorm uit zou zien. In Figuur 116 t/m 119 zijn de afzonderlijke onderdelen weergegeven. Het betreft een open vorm met een wijduitstaande rand met een licht bollende bodem. Dit voorwerp deed waarschijnlijk dienst als smeltkroes. Bij de glazuurproductie en de productie van de pigmenten ging een mengsel van grondstoffen in een bak mee de oven in zodat dit met elkaar kon versmelten. Dit mengsel werd vervolgens na de bakgang in vaste vorm uit de open vorm gelost en er uit gebikt. De smeltkroes werd dus eenmalig gebruikt.55 In de nabije omgeving zijn nog twee van dergelijke smeltkroezen vrijwel compleet aangetroffen.56 Kleirolletjes Onder het gleibakkersafval van het terrein van Buiten de Kerkpoort zijn drie kleirolletjes gevonden (Figuur 120). Deze kleirolletjes lijken te zijn gebruikt om tegels op afstand van elkaar te houden, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. Het lijkt of er tegelindrukken op de kleirolletjes te zien zijn, en dat is gezien de grote hoeveelheden wandtegels in biscuit op het terrein, ook goed mogelijk. De rolletjes hebben een lichtgeel baksel en hebben een doorsnede van ca. 2 cm.

Figuur 118: Smeltkroes, onderkant.

Figuur 119: Smeltkroes onderkant.

60

Figuur 120: Kleirolletjes.

55

Mondelinge mededeling P.J. Tichelaar.

56

Gierveld & Pluis, 2005, 106.


120 100

Figuur 122: Majolica en majolicabiscuit, m(b)-bor-3.

MAE

80

één exemplaar onder het geglazuurde goed. Er zijn wat formaat betreft drie verschillende varianten aangetroffen. De kleinste heeft een diameter van 28 cm, dan volgt een tussenmaat met een diameter van 31 cm, en de grootste heeft een diameter van 34 cm. Bij al deze borden is de scherf meestal lichtgeel en soms rossig van kleur.

60 40 20 0 bor

kom m

bor

kom mb

wan

wan

f

fb

vormen

Figuur 121: Buiten de Kerkpoort, absolute verdeling van de aangetroffen vormen onder de majolica (m), majolicabiscuit (mb), faience (f) en faiencebiscuit (fb); MAE totaal = 157.

Morfologie producten Als we de overige vondsten en de ovenhulpstukken buiten beschouwing laten zijn er op het terrein van Buiten de Kerkpoort in totaal 449 scherven verzameld die tot de productlijn van de gleibakkerij behoren. Dit bestaat voornamelijk uit majolicabiscuit en mondjesmaat ook uit majolica, faience en faiencebiscuit. Uit deze scherven is een minimum aantal exemplaren van 157 te herleiden. De overgrote meerderheid van de voorwerpen bestaat uit borden, daarvan is een MAE van acht stuks onder de majolica geteld en maar liefst 108 onder het majolicabiscuit (Figuur 121). Daarnaast zien we onder de majolica en het majolicabiscuit restanten van grote kommen en voetkommen. Onder het faience en faiencebiscuit zien we alleen wandtegels. Het vormenscala van Buiten de Kerkpoort is aanzienlijk kleiner dan dat van de Raamstraat. De afzonderlijke vormen worden in de komende paragrafen in meer detail behandeld. Een volledige tellijst van Buiten de Kerkpoort is opgenomen in Bijlage 3. Majolica en majolicabiscuit Onder het majolica(biscuit) is slechts één bordtype aangetroffen, de m(b)-bor-3. De kommen zijn onder te verdelen in twee verschillende vormtypen, de mb-kom-2 en -12. Verder zijn er aanzienlijke hoeveelheden wandtegels in faience en faiencebiscuit aangetroffen. Deze afzonderlijke vormtypen worden hieronder nader besproken. Borden De m-bor-3 is een bord met een vlakke spiegel, een knik van spiegel naar vlag en een uitgebogen rand, op een standring (Figuur 122). Het is één van de meest voorkomende bordtypen onder de late 17e en 18e-eeuwse majolica uit Nederlandse opgravingen. Onder de opgegraven producten van de Raamstraat ontbreekt dit type geheel. Bij de vondsten van Buiten de Kerkpoort zijn er elf MAE onder het biscuit en

Kommen De m-kom-2 is een bolle kom met een naar buiten geknikte platte rand, op een standring (Figuur 123). Er is op het terrein van Buiten de Kerkpoort een randfragment van één exemplaar in majolicabiscuit aangetroffen. De kom is niet archeologisch compleet. De randdiameter van de kom bedraagt 28 cm.

Figuur 123: Kom in majolicabiscuit, mb-kom-2.

De m-kom-12 is een bolle kom met een ver uitgebogen rand, op een standring (Figuur 124). Er zijn op het terrein van Buiten de Kerkpoort resten van minimaal zeven exemplaren in majolicabiscuit aangetroffen. De kommen zijn niet archeologisch compleet. De randdiameters van de kommen variëren tussen de 18, 31 en 32 cm.

Figuur 124: Kom in majolicabiscuit, mb-kom-12.

Dan zijn er nog resten van twee incomplete kommen op een standvoet gevonden (Figuur 125). Aangezien deze incompleet zijn, kan er geen typenummer aan worden toegekend. Toch heeft de voet van beide kommen een vrij karakteristieke vorm, dus deze voetkommen zijn wel getekend. Het linker exemplaar is in majolicabiscuit en het rechter exemplaar is geglazuurd en gedecoreerd.

Figuur 125: Kommen in majolicabiscuit (links) en majolica (rechts) op standvoet, mb-kom.

Gleibakkersafval “Buiten de Kerkpoort”

61


Figuur 126: Biscuit wandtegel. MAE 0

20

40

60

80

100

mb-bor m-bor

vormtype

mb-bor-3 m-bor-3 mb-kom m-kom mb-kom-2 mb-kom-12

Figuur 127: Buiten de Kerkpoort, gedecoreerde majolica en faience. MAE per decorgroep (MAE=34).

Wandtegels Er zijn in totaal 96 fragmenten van wandtegels in biscuit aangetroffen, waarvan een MAE van 26 is te reconstrueren. Daarnaast zijn er nog vijf fragmenten van vier geglazuurde wandtegels aangetroffen die waarschijnlijk ook tot de productie van de gleibbakkerij Buiten de Kerkpoort behoorden. De wandtegels zijn tussen de 0,8 en 1 cm dik. Er zijn weinig exemplaren gevonden waarvan de lengte en breedte is op te meten. De drie exemplaren waarbij dat wel mogelijk is laten steeds een lengte én breedte van 12,8 of 12,9 cm zien. De tegels zijn dus goed vierkant en uniform qua maatvoering (Figuur 126).

Decoratief spectrum Er is maar weinig gedecoreerd gleiersgoed van Buiten de Kerkpoort aangetroffen. De gedecoreerde vondsten die wel zijn gevonden wijzen op een datering rond het midden en het derde kwart van de 17e eeuw. Er zijn in totaal 52 gedecoreerde scherven verzameld, zowel geglazuurde als in biscuit met koude beschildering. Hieruit is een MAE van 34 gereconstrueerd. Het materiaal is opnieuw aan de hand van het boek “Nederlandse majolica” van Dingeman Korf in decorgroepen ingedeeld.57 Er zijn in totaal acht verschillende decorgroepen onder de vondsten aan de Raamstraat herkend, waarvan er vier ontleend zijn aan de indeling van Korf (Figuur 127). Enkele vondsten pasten niet in die indeling, daaraan zijn andere in de kunsthistorische en archeologische literatuur gangbare decorgroepen toegekend, zoals ‘Bianco’, en ‘Gemarmerde waar’. Een deel van de vondsten is te gefragmenteerd om duidelijk

57

Korf, 1981.

aan een decorgroep toe te wijzen. Deze stukken zijn in de restgroepen ‘onbekend monochroom’, en ‘onbekend polychroom’ ondergebracht. De Italiaanse vormgeving die de vormgeving van de producten uit de Raamstraat zo sterk beïnvloedde zien we in het geheel niet terug onder de vondsten van Buiten de Kerkpoort. Vrijwel alle beschildering is in monochroom blauw uitgevoerd, op één scherf na waar paars en geel op een witte ondergrond is gebruikt. De beeldtaal van het Chinese porselein is vooral in de kleurstelling duidelijk zichtbaar op de vondsten van Buiten de Kerkpoort, maar de onderwerpen zijn niet heel Chinees. De invloed van de lokale mode uit de Republiek is nadrukkelijk aanwezig. Het sterkst vertegenwoordigt zijn de Hollandse (of beter: Turkse) drietulpen in de ‘Bloemmotieven’ (vier MAE) en de peren in ‘Fruitschalen’ (drie MAE). Daarnaast zijn er onder de groep ‘onbekend monochroom’ de bekende hoekdecoraties van tegels te vinden, zoals meanders, ossenkopjes en spinnenkopjes, welke wel aan het Chinese porselein ontleend zijn. De hier volgende bespreking van de decorgroepen die op het terrein van Buiten de Kerkpoort zijn gevonden, laat per decorgroep alle voorbeelden zien, omdat het gedecoreerde materiaal zo schaars is op deze vindplaats.58 Op deze manier wordt een zo duidelijk mogelijk beeld geschetst van de producten van de Gleibakkerij op het terrein van Buiten de Kerkpoort. Via de Access-database is elke scherf uit het assortiment van de Raamstraat te raadplegen.

58

Zie Bijlage 6 voor een compleet overzicht van de morfologie per decorgroep en vindplaats, waarbij naast het Minimum Aantal Exemplaren (MAE) ook het aantal scherven (n) en de randpercentages (EVE) vermeld zijn.


Figuur 128: Fruitschalen, bordfragmenten met fruitmand met peren en druiven.

Figuur 129: Fruitschalen, bordfragmenten met peren en druiven.

Figuur 130: Fruitschalen, fragment van een voetkom met peren en druiven.

Tafelwaar Fruitschalen59 Er is zeer weinig gedecoreerde tafelwaar aangetroffen onder het gleibakkersafval van Buiten de Kerkpoort. Toch is er één duidelijke decorgroep te onderscheiden: die met fruitmanden gevuld met peren en druiven (Figuur 128 t/m 130). De bodemfragmenten van de twee borden zijn naar alle waarschijnlijkheid van het type m-bor-3 (Figuur 122). De bodem van de voetkom is een parallel in biscuit aangetroffen (Figuur 125). De beschildering is volledig in monochroom blauw aangebracht, en de penseelvoering is vrij grof. Helaas zijn er geen archeologisch complete stukken gevonden. Wel is het mogelijk dat de randfragmenten die onder de decorgroep ‘Onbekend, monochroom’ zijn afgebeeld, in feite bij deze borden horen. De scherf van deze borden is steeds lichtgeel van kleur. Onbekend monochroom Eén groep randscherven is waarschijnlijk afkomstig van één bord (m-bor-3, Figuur 131). Rondom de centrale voorstelling zijn concentrische cirkels aangebracht, gevolgd door een leegte en dan een band met een dubbele boogjesrand welke is geflankeerd door weer concentrische cirkels. Het is in theorie mogelijk dat

Figuur 131: Buiten de Kerkpoort?: Onbekend, monochroom, randfragmenten van een bord (m-bor-3) met dubbele boogjesrand.

59

Korf, 1981, pp. 237-240.

deze vlag bij de spiegelfragmenten met de fruitmanden met peren en druiven behoorde, maar daar is geen uitsluitsel over te geven. De rechter afbeelding (Figuur 132) toont de restfragmenten in monochroom blauw die op het terrein van Buiten de Kerkpoort zijn aangetroffen. Het is niet zeker of deze stukken uit de werkplaats afkomstig zijn. Onbekend, polychroom Er is slechts één randscherf van een bord (m-bor-3) met een polychroom decor aangetroffen tussen het gleibakkersafval (Figuur 133). Helaas is het glazuur sterk van de scherf afgebladderd. We zien dat de kleuren geel en paars zijn gebruikt en dat er langs de rand naar binnen wijzende concentrische boogjes zijn geschilderd met daarbuiten twee dunne lijnen. De scherf is lichtgeel van kleur. De schilderstijl lijkt ook hier vrij grof te zijn, wat aansluit bij de penseelvoering die we bij de peren- en druivenmandjes zagen. Vergelijkbare producten zijn onlangs ook aangetroffen bij het productieafval van Plateelbakkerij Het Hart in Delft.60

Figuur 132: Buiten de Kerkpoort?: Onbekend, monochroom, restfragmenten van borden.

60

Jaspers, in prep.

Figuur 133: Buiten de Kerkpoort?: Onbekend, polychroom, randfragment van een bord (m-bor-3) met geel en paarse beschildering.

63


Figuur 134: Bloemen en bloemenvazen. Fotocollage van tegelfragmenten van Buiten de Kerkpoort, in biscuit met koude beschildering ĂŠn geglazuurd en beschilderd, tegen achtergrond in zwart-wit van complete biscuittegel uit Tegelmuseum Otterlo: drietulp met accoladerand.

Figuur 135: Bloemen en bloemenvazen, tegel in biscuit uit Harlingen, Collectie Nederlands Tegelmuseum, Otterlo.

64


Figuur 136: Buiten de Kerkpoort?: De mens, fragment van wandtegel

Figuur 137: Buiten de Kerkpoort?: Landschappen, fragmenten van wandtegels.

Wandtegels Bloemen en bloemenvazen61 Een bijzonder informatieve vondst is die van een groep van negen wandtegelfragmenten in biscuit met koude beschildering en twee scherven van afgebakken parallellen daarvan (Figuur 134). De beschildering is in monochroom blauw uitgevoerd. Er zijn in elk geval fragmenten van drie verschillende tegels met hetzelfde decor te onderscheiden onder het biscuit. Er zijn ook verschillende tegelfragmenten aan elkaar gekoekt. De biscuittegels geven het meest van de compositie weer. Als centrale voorstelling zien we een drietulp met daaromheen een accoladerand bestaande uit twee dunne lijnen. Meestal is er bij zo’n accoladerand ook nog een hoekdecoratie aangebracht, maar dat is bij deze tegelfragmenten niet het geval. Het toeval wil dat er in de collectie van het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo een exacte parallel van deze tegel aanwezig is, in biscuit mét koude beschildering en... eveneens afkomstig uit Harlingen (Figuur 135).62 Ook hier zien we de drietulp, omlijst met een accoladerand bestaande uit twee blauwe lijnen. De afmetingen komen ook exact overeen met die van de biscuittegels die op het terrein van Buiten de Kerkpoort gevonden zijn (12,8 cm x 12,9 cm x 0,7 cm). Het is zeer aannemelijk dat deze complete parallel uit dezelfde werkplaats van het terrein van Buiten de Kerkpoort afkomstig is.

Figuur 138: Buiten de Kerkpoort?:Wit, fragment van tegel.

Landschappen64 Er zijn twee fragmenten van twee wandtegels gevonden met daarop een landschapjes (Figuur 137. Net als bij de mensfiguur geldt hier dat er geen duidelijke bakfouten aanwezig zijn, dus de kans bestaat dat deze tegelfragmenten niet in de gleibakkerij Buiten de Kerkpoort zijn geproduceerd. De beschildering is in monochroom blauw. Op de linker tegel zien we een boerderij in een landschap, omlijst door twee cirkelvormige lijnen. Voor zover zichtbaar lijkt er op deze tegel géén hoekdecor te zijn aangebracht. Het rechter tegelfragment is de klein om iets over de voorstelling te kunnen zeggen. Wit Onder de vondsten van Buiten de Kerkpoort is één fragment van een witte tegel aangetroffen (Figuur 138). Wederom, geen bakfouten, dus het is onzeker of dit een product van de Buiten de Kerkpoort is. Gemarmerde waar Een opvallende vondst betreft een fragment van een wandtegel in biscuit met koude beschildering met daarop een gemarmerd motief (Figuur 139). De kleur van de ‘koude’ marmerlaag lijkt mangaanpaars op wit te zijn. De tegel is 0,9 cm dik en het baksel is lichtgeel van kleur.

De mens63 Er is één fragment van een wandtegel met daarop een mensfiguur gevonden (Figuur 136). Er zijn geen duidelijke bakfouten aanwezig, dus de kans bestaat dat dit tegelfragment niet tot de productlijn van de gleibakkerij behoort. We zien een rechter onderbeen met een laars en een slagschaduw. De beschildering is in monochroom blauw.

Onbekend, monochroom Dan is er nog een serie met zeer gefragmenteerde, gedecoreerde tegelfragmenten aangetroffen waarvan het hoofdthema van de voorstelling niet te bepalen is. Een deel is in biscuit met koude beschildering. Deze exemplaren zijn een duidelijk bewijs van de productie ter plaatse. Daarnaast zijn er nog enkele afgebakken fragmenten verzameld zonder bakfouten, waarvan de productieherkomst niet vast staat.

61

Korf, 1981, pp. 231-236.

64

62

Online

database

van

Het

Geheugen

van

Nederland:

geheugenvannederland.nl/?/nl/items/TM01:04997. 63

Korf, 1981, pp. 192-200.

Korf, 1981, pp. 247-252.

http://www.

Gleibakkersafval “Buiten de Kerkpoort”

65


Figuur 139: Gemarmerd, fragment van wandtegel in biscuit met ‘koude’ marmerlaag.

Er is een klont van drie aan elkaar vastgekoekte hoek-fragmenten van wandtegels in biscuit opgegraven (Figuur 140) met een geglazuurde en gedecoreerde parallel van datzelfde hoekfragment (Figuur 141). De biscuittegels tonen ons opnieuw een stukje van een accoladerand, bestaande uit twee dunne lijnen, deze keer aangevuld met een zogeheten meander als hoekdecor. De geglazuurde parallel is hieraan zeer verwant, maar wijkt toch iets af. De accoladerand bestaat in dit geval niet uit twee dunne lijnen, maar uit drie lijnen, waarvan de middelste dikker is dan de buitenste twee. Figuur 140: Meander hoekdecor, fragment van wandtegel in biscuit met koude beschildering.

Eén biscuittegel lijkt als een soort proeflapje gebruikt te zijn, of om bijvoorbeeld het overtollige glazuur van het penseel te verwijderen zodat deze schilderklaar is (Figuur 142). De overige fragmenten zijn niet per se van de gleibakkerij Buiten de Kerkpoort afkomstig. Het betreft een aantal hoekfragmenten met een spinnenkopje (Figuur 143, boven), een ossenkopje (midden) en een deel van een cirkelvormige omlijsting (onder). Alle scherven zijn lichtgeel van kleur en de dikte van deze wandtegels bedraagt 0,8 cm.

Figuur 141: Meander hoekdecor, fragment van geglazuurde wandtegel.

Figuur 142: Fragment van wandtegel in biscuit met koude proefbeschildering.

66

Figuur 143: Buiten de Kerkpoort?: Onbekend, monochroom, tegelfragmenten met spinnenkopje (boven) en ossenkopje (midden) als hoekdecor. en met cirkelvormige omlijsting van centrale voorstelling (onder).


67


68


Conclusie

Door de prachtige vondst van het bedrijfsafval van de twee vroegste Harlingse gleibakkerijen te ontsluiten door middel van deze archeologische rapportage is een deel van de productlijn van de twee ambachtelijke bedrijven duidelijk geworden. Het productieafval, de halffabricaten en de misbaksels uit de gleibakkerei “Aan de Schritsen hoek Raamstraat” dateert uit het eerste kwart van de 17e eeuw en toont een grote veelzijdigheid ten aanzien van vorm, kleurgebruik en decoratie. Onder het majolica tafelwaar zijn elf verschillende vormtypen te onderscheiden bestaande uit borden, schalen, kommen, papkommen, plooischotels en zalfpotten. De voorwerpen zijn vrijwel altijd veelkleurig beschilderd in een stijl die sterk is beïnvloed door de Italiaanse beeldtaal uit de tweede helft van de 16e eeuw. De beschildering van de objecten is op basis van het boek “Nederlandse majolica” van Dingeman Korf (1981) in zestien verschillende groepen in te delen. Het bedrijfsaval uit de gleibakkerij “Buiten de Kerkpoort” dateert rond het midden van de 17e eeuw en bestaat vooral uit halffabricaten en productiegerei. We zien delen van smeltkroezen, proenen en andere ovenhulpen

en grote hoeveelheden biscuit. De uniformiteit is wat vorm betreft bij Buiten de Kerkpoort veel groter dan bij het materiaal uit de Raamstraat. Er zijn slechts drie verschillende vormtypen te onderscheiden, bestaande uit borden en kommen met of zonder standvoet. De borden zijn echter wel in verschillende maten vervaardigd. Naast de productie van majolica tafelwaar is duidelijk vastgesteld dat er ook wandtegels werden geproduceerd in de gleibakkerij. Er zijn slechts enkele gedecoreerde vondsten onder het bedrijfsafval aangetroffen. Deze laten een eenkleurige, blauwe beschildering zien. Door alle vondsten te fotograferen en alle vormtypen te tekenen is een unieke, visueel georiënteerde dataset toegankelijk gemaakt. Via de database is het materiaal op allerlei manieren te raadplegen. Ook is de basis gelegd om deze archeologische sleutelstukken via een website voor een breed publiek wereldwijd toegankelijk te maken. Dit zal voor velen een bijzondere aanwinst zijn. De ingevoerde onderzoeker op het terrein van de archeologie of de kunstgeschiedenis, de conservator van museumcollecties, de majolicaverzamelaar of de geïnteresseerde leek zullen daarmee hun hart kunnen ophalen.

Conclusie

69


70


71


Bijlagen Bijlage 1 – Verklaring bakselcodes Binnen de typologie van het Deventer Systeem worden de onderstaande afkortingen voor keramische baksels gebruikt. Daarnaast is de meest algemene datering van de looptijd van de betreffende bakselgroepen weergegeven. Alleen de baksels die tot het Harlinger gleibakkersafval zijn te rekenen, zijn in dit overzicht opgenomen. bakselcode Deventer systeem

omschrijving

datering looptijd

oh

ovenhulpstukken

1475-heden

bi

biscuit voor majolica of faience

1475-heden

mb

majolicabiscuit

1475-heden

fb

faiencebiscuit

1625-heden

m

majolica uit de Nederlanden

1475-heden

f

faience uit de Nederlanden

1625-heden

indet.

niet determineerbaar

n.v.t.

Bijlage 2 – Verklaring vormcodes Binnen de typologie van het Deventer Systeem worden de onderstaande afkortingen voor vormen gebruikt. Alleen die vormen die onder de Harlinger gleibakkersvondsten zijn aangetroffen, zijn in dit overzicht opgenomen. Deze afkortingen komen voor in de lopende tekst en/of in de determinatiedatabase. vorm

omschrijving

bak

bakpan

bor

bord

dak

dakpan

gra

grape

kle

kleirolletje

kom

kom

pla

plavuis

plo

plooischotel

pot

pot

pro

proen

stk

steelkom

wan

wandtegel

zal

zalfpot

zou

zoutschaal

72


Bijlage 3 – Tellijst deventersysteemtypes Onderstaande tabel geeft een tellijst van de opgegraven deventersysteemtypes, uitgesplitst per vindplaats. Per vormtype is het aantal scherven (n), het Minimum Aantal Exemplaren (MAE) en de som van de randpercentages of Estimated Vessel Equivalents (EVE) weergegeven. Raamstraat baksel

vorm

oh

kle

oh

pro

oh

pro

Raamstraat, terrein Broersma type

vorm

MAE

EVE

2

2

oh

klein

43

44

41

oh

pro

groot

63

59

52,8

mb

bor

8

0

mb

kom

154

1

mb

kom

mb

wan

mb mb

baksel

n 2

bor

mb

bor

5

96

6

mb

bor

14

3

2

mb

kom

mb

bor

16

2

1

m

bor

mb

kom

2

2

m

bor

mb

kom

2

7

5

mb

kom

7

6

3

mb

kom

14

1

1

8,4

0,55 0,05

mb

zal

1

1

m

bor

312

51

2,25

m

bor

519

98

15,3

5

m

bor

6

8

1

0,4

m

bor

14

38

11

1,2

m

bor

16

6

2

0,2

m

kom

4

4

0,2

m

kom

8

5

0,45

m

pla

8

7

0,65

m

zal

11

2

0,15

fb

zou

5

5

f

plo

1

1

f

zou

3

1

f

wan

7

7

Totaal

7

6 8

1318

325

0,5

126,1

m

kom

m

kom

m

zal

f

wan

type

2 14 5 14

Totaal

n

MAE

EVE

1

1

3

3

1,8

7

2

0,15

2

2

3

1

0,2

1

1

0,3

1

1

0,2

130

18

0,55

22

9

1,3

4

3

0,3

7

2

0,25

3

1

0,2

2

2

0,35

186

46

5,6

n

MAE

EVE

Buiten de Kerkpoort baksel

vorm

type

13

2

2,1

oh

pro

klein

2

2

2

oh

pro

groot

32

32

29

oh

oh

kle

3

3

1

mb

bor

164

97

0,4

mb

bor

106

11

3

mb

kom

mb

kom

2 12

3

17

1

1

1

0,1

mb

kom

33

7

2,55

fb

wan

96

20

3,3

m

bor

20

7

0,05 0,1

m

bor

6

1

m

kom

1

1

f

wan

5

4

0,45

499

189

44,05

Totaal

3

Bijlagen

73


Bijlage 4 – Typologische overzichten Vormenspectrum “Aan de Raamstraat/ hoek Schritsen”Raamstraat

m-kom-2

m-bor-5

m-bor-6

m-kom-7

m-bor-14

m-kom-14 m-bor-16

74


Vormenspectrum “Buiten de Kerkpoort�

m-bor-3

m-kom-2

m-zal m-kom-12

m-kom

f-plo

fb-zou-6

proen klein

proen groot

ovenhulpstuk: basis

f-zou-8

proen klein

proen groot ovenhulpstuk: smeltkroes

Bijlagen

75


Bijlage 5 – Decorgroepen per vindplaats Raamstraat Type decoratiestijl Vroeg-ornamentaal (Korf, 1981, pp. 104-114)

n

MAE

EVE

313

47

9,85

Ornamentaal (Korf, 1981, pp. 115-120)

87

26

2,75

Rankornament (Korf, 1981, pp. 121-124)

20

9

0,65

Schaakbordmotieven (Korf, 1981, pp. 125-132)

91

22

2,2

Draaiend of wentelend ornament (Korf, 1981, pp. 141-144)

59

29

0,75

Granaatappels en druiventrossen (Korf, 1981, pp. 145-153)

29

3

0

Het a foglie ornament (Korf, 1981, pp. 154-166)

67

6

0,45

5

2

Bladversieringen (Korf, 1981, pp. 167-170) Sterversieringen (Korf, 1981, pp. 171-174)

11

1

0,3

De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

46

16

0,85

Blauw fond (Korf, 1981, pp. 216-221)

4

4

0,45

Amors, cherubijnen en engelen (Korf, 1981, pp. 222-227)

3

3

Bloemen en bloemenvazen (Korf, 1981, pp. 231-236)

2

2

Compendiario Bianco Istoriato

19

4

0,3

6

3

0,2

1

1

Niet determineerbaar

171

18

3,05

Totaal

934

196

21,8

Type decoratiestijl

n

MAE

EVE

Vroeg-ornamentaal (Korf, 1981, pp. 104-114)

6

1

0,2

Ornamentaal (Korf, 1981, pp. 115-120)

27

6

0,2

Schaakbordmotieven (Korf, 1981, pp. 125-132)

69

5

0,85

Het a foglie ornament (Korf, 1981, pp. 154-166)

26

5

0,55

Chinese motieven (Korf, 1981, pp. 179-191)

2

1

De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

2

2

0,35

Blauw fond (Korf, 1981, pp. 216-221)

1

1

0,05

Amors, cherubijnen en engelen (Korf, 1981, 222-227)

1

1

Landschappen (Korf, 1981, 247-252)

1

1

0,3

Compendiario

19

6

0,25

Niet determineerbaar

15

7

0,5

169

36

3,25

n

MAE

EVE

Raamstraat, terrein Broersma

Totaal Buiten de Kerkpoort Type decoratiestijl De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

1

1

0,1

10

4

1,4

Landschappen (Korf, 1981, pp. 247-252)

2

2

0,05

Bianco

1

1

0,25

Fruitschalen (Korf, 1981, pp. 237-240)

6

3

Bloemen en bloemenvazen (Korf, 1981, pp. 231-236)

Gemarmerde waar Onbekend, monochroom Onbekend, polychroom

Totaal

2

1

0,15

29

15

0,55

1

1

0,05

52

28

2,55


Bijlage 6 – Morfologie per decorgroep en vindplaats Raamstraat Type decoratiestijl

baksel

vorm

Vroeg-ornamentaal (Korf, 1981, pp. 104-114)

m

bor

m

bor

m

bor

Ornamentaal (Korf, 1981, pp. 115-120)

Rankornament (Korf, 1981, pp. 121-124)

Schaakbordmotieven (Korf, 1981, pp. 125-132)

Draaiend of wentelend ornament (Korf, 1981, pp. 141-144)

Granaatappels en druiventrossen (Korf, 1981, pp. 145-153)

type

n

MAE

EVE

48

2

0,05

5

253

41

9,2

6

8

1

0,4

m

pla

4

3

0,2

m

bor

31

7

0,15

m

bor

47

16

2,45

m

zal

9

3

0,15

m

bor

4

0

5

m

bor

14

m

bor

5

m

bor

m

bor

14

m

bor

5

m

kom

2

2

0,05

14

7

0,6

2

1

5

1

0,15

70

13

1,3

1

1

m

kom

7

8

5

0,45

mb

bor

5

5

1

0,3

m

bor

33

21

m

bor

14

m

bor

5

m

bor

1

1

0,15

25

7

0,6

20

0

m

bor

14

2

1

m

bor

5

7

2

0

m

bor

7

2

0,05

m

bor

58

2

0,2

m

kom

2

2

0,2

m

bor

1

1

m

bor

5

4

1

Sterversieringen (Korf, 1981, pp. 171-174)

m

bor

5

11

1

0,3

De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

f

wan

7

7

0,5

m

bor

8

2

Het a foglie ornament (Korf, 1981, pp. 154-166)

Bladversieringen (Korf, 1981, pp. 167-170)

Blauw fond (Korf, 1981, pp. 216-221) Amors, cherubijnen en engelen (Korf, 1981, pp. 222-227)

5

m

bor

14

m

bor

5

m

kom

1

0,25

5

0,1

1

1

m

bor

1

1

m

pla

3

3

m

bor

3

3

Bloemen en bloemenvazen (Korf, 1981, pp. 231-236)

m

bor

Compendiario

f

zou

8

m

bor

14

m

bor

16

f

plo

Bianco

9 21

m

bor

m

pla

16

2

2

3

1

14

2

2

1

1

1

4

1

1

1 1

0,45

0,3

0,2

Istoriato

m

bor

1

Niet determineerbaar

m

bor

141

7

1,6

m

bor

5

3

0,3

14

m

bor

5

m

kom

14

m

zal

mb

bor

5

9

3

0,55

10

1

0,4

2

2

1

1

0,15


Raamstraat, terrein Broersma Type decoratiestijl

baksel

vorm

type

n

MAE

EVE

Vroeg-ornamentaal (Korf, 1981, pp. 104-114)

m

kom

14

6

1

0,2

Ornamentaal (Korf, 1981, pp. 115-120)

m

bor

24

5

m

zal

3

1

m

bor

54

0

m

bor

15

5

m

bor

17

0

m

bor

7

4

0,45

m

kom

2

1

0,1

Chinese motieven (Korf, 1981, pp. 179-191)

m

bor

2

1

De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

f

wan

2

2

0,35

Blauw fond (Korf, 1981, pp. 216-221)

m

bor

1

1

0,05

Amors, cherubijnen en engelen (Korf, 1981, pp. 222-227)

m

bor

1

1

Landschappen (Korf, 1981, pp. 247-252)

mb

wan

1

1

Compendiario

m

bor

16

3

m

kom

2

2

0,2

m

kom

1

1

0,05

m

bor

15

7

0,5

Schaakbordmotieven (Korf, 1981, pp. 125-132) Het a foglie ornament (Korf, 1981, pp. 154-166)

Niet determineerbaar

5 5

14

0,2 0,85

0,3

Buiten de Kerkpoort Type decoratiestijl

baksel

vorm

type

n

MAE

EVE

De mens (Korf, 1981, pp. 192-200)

f

wan

1

1

0,1

Bloemen en bloemenvazen (Korf, 1981, pp. 231-236)

fb

wan

10

4

1,4

Fruitschalen (Korf, 1981, pp.237-240)

m

bor

5

2

m

kom

1

1

Landschappen (Korf, 1981, pp.247-252)

fb

wan

2

2

0,05

Bianco

f

wan

1

1

0,25

Gemarmerde waar

fb

wan

2

1

0,15

Onbekend, monochroom

Onbekend, polychroom

78

Bijlagen

f

wan

3

2

0,1

fb

wan

6

8

0,35

m

bor

14

4

m

bor

m

bor

3

6

1

0,1

1

1

0,05


Verantwoording figuren Fig. 1 Fig. 7 Fig. 8 Fig. 9 Fig. 10 Fig. 11 Fig. 12 Fig. 13 Fig. 18 Fig. 19 Fig. 20 Fig. 21 Fig. 22 Fig. 23 Fig. 24 Fig. 25 Fig. 26 Fig. 27 Fig. 28 Fig. 29 Fig. 30 Fig. 31 Fig. 32 Fig. 33 Fig. 34 Fig. 35 Fig. 37 Fig. 38 Fig. 39 Fig. 40 Fig. 41 Fig. 42 Fig. 45 Fig. 46 Fig. 47 Fig. 48 Fig. 49 Fig. 50 Fig. 51 Fig. 52 Fig. 53 Fig. 54 Fig. 55 Fig. 56 Fig. 57 Fig. 58 Fig. 59 Fig. 60 Fig. 61 Fig. 62 Fig. 63 Fig. 64 Fig. 65 Fig. 66 Fig. 67

Ontwerp en ontwikkeling Access-database “Determinatie gleibakkersafval Harlingen”: N.L. Jaspers (Terra Cotta Incognita) Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-086 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-029 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-097 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-098 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-219 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-032 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-099 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-016, -027, -045, -054, -086, -089 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-122 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-045 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-122 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-046 (links) en inv.nr. HARL-RA-006 (rechts) Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-006, -016 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-011, -044 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-061 (links) en HARL-RA-135 (rechts) Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-049 en HARL-RA[B]-028 Vindplaats Raamstraat, terrein Broersma, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA[B]-028 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-009, -026, -030, -043 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-026 (links), HARL-RA-030 (midden) en -009 (rechts) Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-047 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA[B]-029 (links) en HARL-RA[B]-011 (rechts) Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-012 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-13 en -041 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-012 (links), -041 (midden) en -013 (rechts) Vindplaats Raamstraat, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-001 t/m 005 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-015 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-015 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-031 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-042 (links) en -031 (rechts) Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-014 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-014 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-122 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-114 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-105 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-125 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-139 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-124 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-145 Vindplaats Amsterdam, Waterlooplein, aanplempingslaag (1595-1597), collectie BMA, gemeente Amsterdam, inv.nr. WLO-155-437 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-112 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-104 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-115 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-141 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-137 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-131 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-065 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-184 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-140 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-057 Vindplaats Amsterdam Waterlooplein, collectie Museum Boijmans-van Beuningen, Rotterdam, inv.nr. F4570 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-170 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-009 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-010 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-185

Lijst met figuren

6 13 14 14 14 15 15 15 17 17 18 18 19 19 19 19 19 20 20 20 20 21 21 21 21 22 23 23 23 23 23 23 25 25 25 26 26 26 27 27 28 28 28 28 29 29 29 29 30 30 31 31 31 31 32

79


Fig. 68 Fig. 69 Fig. 70 Fig. 71 Fig. 72 Fig. 73 Fig. 74 Fig. 75 Fig. 76 Fig. 77 Fig. 78 Fig. 79 Fig. 80 Fig. 81 Fig. 82 Fig. 83 Fig. 84 Fig. 85 Fig. 86 Fig. 87 Fig. 88 Fig. 89 Fig. 90 Fig. 91 Fig. 92 Fig. 93 Fig. 94 Fig. 95 Fig. 96 Fig. 97 Fig. 98 Fig. 99 Fig. 100 Fig. 101 Fig. 102 Fig. 103: Fig. 104 Fig. 105 Fig. 109 Fig. 110 Fig. 111 Fig. 113 Fig. 114 Fig. 115 Fig. 116 Fig. 117 Fig. 118 Fig. 119 Fig. 120 Fig. 122 Fig. 123 Fig. 124 Fig. 125 Fig. 126 Fig. 128 Fig. 129 Fig. 130 Fig. 131 Fig. 132 Fig. 133 Fig. 134 Fig. 135 Fig. 136 Fig. 137 Fig. 138 Fig. 139 Fig. 140 Fig. 141 Fig. 142 Fig. 143

Vindplaats Amsterdam, Waterlooplein, aanplempingslaag (1595-1597), collectie BMA, gemeente Amsterdam, inv.nr. WLO-155-511 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-144 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-103 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-108 Vindplaats Alkmaar, collectie Archeologisch Centrum, Alkmaar. Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-022 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-142 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-143 Vindplaats Amsterdam, Waterlooplein, aanplempingslaag (1595-1597), collectie BMA, gemeente Amsterdam, inv.nr. WLO-155-516 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-168 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-167 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-022 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-063 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-156 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-016 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-028 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-116 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-007 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-127 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-008 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-128 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-204 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-027 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA[B]-023 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-170 Vindplaats Harlingen, collectie Fries Museum Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-186 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-195 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA[B]-010 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-006 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-014 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-134 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA/B-008, -012, -013 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-011 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-015 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-135 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-RA-146 Vindplaats Raamstraat, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-RA-001 t/m -005 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-002 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-001 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-002 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-060 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-060 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-063 en -065 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-063 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-063 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-065 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-065 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-006 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-019 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-031 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-027 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-020 (links) en -021 (rechts) Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-038 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-022 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-023 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-021 Vindplaats terrein Waddenhal, mogelijk majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-024 Vindplaats terrein Waddenhal, mogelijk majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-025 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-026 Fotocollage van tegelfragmenten van terrain Waddenhal (inv.nrs. HARL-WH-009 en -010), tegen achtergrond van complete biscuittegel, vindplaats Harlingen, collectie Tegelmuseum Otterlo Vindplaats Harlingen, collectie Nederlands Tegelmuseum, Otterlo Vindplaats terrein Waddenhal, mogelijk majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-018 Vindplaats terrein Waddenhal, mogelijk majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-015 Vindplaats terrein Waddenhal, mogelijk majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-016 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-007 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-012 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-011 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nr. HARL-WH-008 Vindplaats terrein Waddenhal, majolicabakkersafval, collectie Hannemahuis, inv.nrs. HARL-WH--014 (boven), -017 (midden) en -013 (onder)

80

Lijst met ďŹ guren

33 33 33 33 34 35 35 35 36 36 36 36 36 36 37 37 37 38 38 38 38 39 39 39 41 41 41 40 40 42 43 43 43 44 44 45 45 46 48 49 49 49 49 50 50 50 50 50 50 51 51 51 51 52 53 53 53 53 53 53 54 54 55 55 55 56 56 56 56 56


Literatuur Bitter, P., S. Ostkamp & N.L. Jaspers, 2012: Classificatiesysteem voor (post-)middeleeuws aardewerk en glas = Het Deventer Systeem (sinds 1989). Deel 1: Keramiek. Digitale opzoekschema’s (Versie april 2012). Avest, H.P. ter, 1988: “Een belangrijke vondst van majolica-bakafval in Harlingen”, Tegel 16, 9-12. Berends, A.S., 2009: “Een nieuwe belangrijke vondst van majolica-bakafval in Harlingen (Fr.)”, Paleo-Aktueel 20, 104-110. Berti, F., 1997: Le ceramiche da mensa dal 1480 alla fine del XVIII. Montelupo Fiorentino (Storia della ceramica di Montelupo 2). Bruijn, A. 1985: De oven en de fabricage. In: Dubbe, B., F. van Erpers Royaards, J.G. Renaud, D.F. Lunsingh Scheurleer & E.J. van Straaten (red.) 1985: Mededelingenblad Nederlandse Vereniging van vrienden van de ceramiek 119-120, 1985/3-4. Lochem. Farris, G. & V.A. Ferrarese, 1969: Contributo alla conoscenza della tipologia e della stilistica della maiolica Ligure del XVI secolo. Secondo Convegno, Albisola, 11-46. Gierveld, A.J. & J. Pluis (met een bijdrage van P.J. Tichelaar), 2005: Fries Aardewerk. Deel 5. Harlingen. Bedrijfsgeschiedenis 1600-1933 & Producten tot 1720, Leiden. Gierveld, A.J., 2005: “III Vondsten van gleibakkersafval in Harlingen”, in: Gierveld, A.J. & J. Pluis (met een bijdrage van P.J. Tichelaar), 2005, Fries Aardewerk. Harlingen. Bedrijfsgeschiedenis 1600-1933 & Producten tot 1720, (Fries Aardewerk 5) Leiden, 83-110. Jaspers, N.L., 2007a: “Met de Franse slag. Franse compendiariofaience uit Nederlandse bodem (1600-1660)”. In: Vormen uit Vuur (199), 2-16. Jaspers, N.L., 2007b: “Schoon en werkelijk aangenaam, 16e- en 17e-eeuwse Italiaanse keramiek uit Nederlandse bodem”, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam (2 vols.). Jaspers, N.L., 2009: “Schoon en werkelijk aangenaam. Italiaanse faience uit Nederlandse bodem (1550-1700)”. In: Vormen uit Vuur (204), 2-31. Jaspers, N.L., 2011: “Twee digitale toepassingen voor het Deventer Systeem: bladwijzers en standaard kleurcodes voor bakselgroepen”. In: Assembled Articles 4. Symposium on Medieval and Post Medieval Ceramics, Zwolle, 89-100. Korf, D., 1981: Nederlandse majolica, Haarlem. Sebastian, L., 2010: A produção oleira de faiança em Portugal (séculos XVI-XVIII). Dissertação de Doutoramento em História com especialidade de Arqueologia. Universidade Nova de Lisboa, Faculdade de Ciências Sociais e Humanas. Tulp, C. & A.S. Berends, 2009: Harlingen – Gemeente Harlingen (Fr.). St. Michaelschool II. Een archeologische begeleiding (Steekproefrapport 2008-11/17). Zuidhorn. Vissinga, A. & A.S. Berends, 2008: Harlingen – Gemeente Harlingen (Fr.). St. Michaelschool. Een archeologische begeleiding (Steekproefrapport 2008-06/30). Zuidhorn.

Literatuur

81


Colofon Terra Cotta Incognita Special nr. 1

Harlinger gleiersgoed. Bedrijfsafval van de gleibakkerijen “Aan de Schritsen hoek Raamstraat” en “Buiten de Kerkpoort”.

Auteur

Nina Linde Jaspers

Fotografie

Paul Crucq

Grafische vormgeving

Paul Crucq

DTP

Nina Linde Jaspers

Redactie

Pieter Jan Tichelaar

In opdracht van

Stichting Fries Aardewerk, Leeuwarden. De opdracht kon door de Stichting Fries Aardewerk worden verstrekt dankzij financiële steun van de Stichting van Achterbergh-Domhof en de Gratama Stichting.

Collectie

Hannemahuis, Harlingen

Distributie

www.spa-uitgevers.nl

ISSN

2214-5109

Uitgever

Terra Cotta Incognita

© Terra Cotta Incognita

Amsterdam, herfst 2013 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

82


Profile for Nina Jaspers

Terra Cotta Incognita Special nr. 1 Harlinger gleiersgoed (Jaspers & Crucq 2013)  

This publication shows the waste of the two earliest majolica workshops in Friesland, located in the historic maritime city of Harlingen. Th...

Terra Cotta Incognita Special nr. 1 Harlinger gleiersgoed (Jaspers & Crucq 2013)  

This publication shows the waste of the two earliest majolica workshops in Friesland, located in the historic maritime city of Harlingen. Th...

Advertisement