Page 1

BGBOP brandveiligheid ‘overige plaatsen’

First responders bno waken over raffinaderij Neste

EERSTE KWARTAAL 2018 • NUMMER 72

Wet IKK veiligheid als pijler kinderopvang

Vluchten uit ondergrondse parkeergarage

VAKBLAD VOOR BEWUST VEILIG WERKEN


2


Vanzelfsprekend Recentelijk ontving ik een uitnodiging om op 17 april aanwezig te zijn bij de presentatie ‘Staat van Arbeidsveiligheid, de werkelijkheid achter de cijfers’ door Marc Kuipers, inspecteur-generaal van de Inspectie SZW. In de begeleidende e-mail staat het zorgwekkende bericht dat “het aantal ernstige arbeidsongevallen de afgelopen jaren is gestegen.” Wat hiervan de mogelijke oorzaak is, las ik eerder al in het Voorwoord van het eind vorig jaar gepubliceerde Jaarplan 2018 van de Inspectie SZW. Daarin schrijft Kuipers: “Zorg voor veiligheid en gezondheid lijkt zo vanzelfsprekend. Niemand zit toch te wachten op een ongeval met alle (…) gevolgen van dien? Maar zo eenvoudig ligt het helaas niet. Zo zien we in economisch slechte tijden bedrijven die te weinig geld vrij willen maken voor veiligheid. En als de verkoop voor de wind gaat en er meer financiële middelen beschikbaar zijn, maken ze er onvoldoende tijd voor. Het aantal ongevallen zien we daarbij de laatste jaren stijgen. Te vaak omdat verzuimd wordt de juiste veiligheidsmaatregelen te nemen. Omdat de productie voor ging. Soms door onwetendheid.”

Koos Pulleman directeur NIBHV

Ook al lijkt Kuipers hiermee al een deel van zijn verhaal te hebben gedaan, ik blijf benieuwd naar de rest van zijn presentatie. Temeer daar ik herken wat hij schrijft. En dat bevestigt mij in mijn overtuiging dat er ook voor NIBHV het komende jaar weer meer dan voldoende redenen zijn om onze missie, visie en strategie voor bewust veilig werken over het voetlicht te brengen. Dat zullen we onder andere doen via het fraai gerestylde vakblad Veiligheid, waarvan je de eerste editie in handen hebt. Daarin zullen we weer volop bedrijven en organisaties aan het woord laten, waarvoor veiligheid (wel) belangrijk is en die dit op een serieuze manier oppakken. In deze editie staat bijvoorbeeld een reportage over een voor mij indrukwekkend bezoek aan het Detentie Centrum Rotterdam, waar men op een bijzonder constructieve en vooral creatieve manier bezig is met veiligheid. Maar ook met het vernieuwde NIBHV Keurmerk kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan meer veiligheid op de werkvloer. Of via onze website, waarop je uitgebreide en hoogwaardige informatie kunt vinden zoals de recentelijk gepubliceerde whitepaper over het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (www.nibhv.nl/bgbop). Hopelijk draagt dit alles eraan bij dat veilig werken in 2018 wel vanzelfsprekend wordt.

3


inhoud

6 Uniforme regels voor brandveiligheid ‘overige plaatsen’

Organisatoren van evenementen in het publieke domein moeten sinds 1 januari voldoen aan het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BGBOP). Charles Meijer van Brandweer Nederland legt uit wat de gevolgen van de nieuwe regels zijn.

De op de Maasvlakte gevestigde dieselraffinaderij van Neste bouwde de afgelopen jaren aan een bedrijfsnoodorganisatie op basis van first responders bno. Deze kreeg uiteindelijk groen licht van de Veiligheidsregio en het bevoegd gezag. Iedereen tevreden.

14 4

First responders bno waken over raffinaderij Neste

I

VEILIGHEID 72 2018


18

Wearables bieden nieuwe kansen voor veiligheid

21

10

Veilig wonen in een studentenhuis

24

Wet IKK: veiligheid als pijler kinderopvang

Bedrijfsnoodorganisatie NXP zet puntjes op de i

27

Column Rob Poort

28

31

Bedrijfsveiligheid bij Detentiecentrum Rotterdam

Odfjell: vertrouwen hersteld na safety shut-down

38

Radboud Universiteit: twee branden in één jaar

34 Foto: Buro JP

Vluchten uit een ondergrondse parkeergarage

41

NIBHV Shop

42

NIBHV Nieuws

45

Podium voor bedrijfsveiligheid

50

Young professional: Bas Wolvers

COLOFON Vakblad Veiligheid is een uitgave van: Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) Hoofdweg 240, 3067 GJ Rotterdam Postbus 8714, 3009 AS Rotterdam Tel: 010 - 289 28 88 E-mail: info@nibhv.nl REDACTIE Marielle van Bemmel, Jolanda de Haas, Koos Pulleman en Arjen de Kort (tevens eindredactie).

Medewerkers aan dit nummer: Lynsey Dubbeld (LD), Eric Hoogeweg (EH), Rob Jastrzebski (RJ), Peter Passenier (PP), Joost Peters (JP), Paul van Wezenberg (PvW). De redactie en NIBHV besteden de grootst mogelijke zorg aan de inhoud van dit tijdschrift, maar aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele inhoudelijke fouten. Vormgeving en drukwerk: Coers en Roest ontwerpers bno | drukkers, Arnhem

Vakblad Veiligheid verschijnt ieder kwartaal. ABONNEMENTEN € 39,95 inclusief btw, per kalenderjaar. Losse nummers: € 12,50 inclusief btw. Te bestellen via: www.nibhv.nl Voor abonnementen, reacties, ingezonden brieven, informatie en/of productnieuws: NIBHV Postbus 8714, 3009 AS Rotterdam Tel: 010 - 289 28 88 E-mail: info@nibhv.nl

ADVERTENTIEVERKOOP Mooijman Marketing & Sales Telefoon: 070 - 323 40 70 E-mail: dm@mooijmanmarketing.nl Website: www.mooijmanmarketing.nl Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming worden verveelvoudigd, gepubliceerd of opgeslagen in een gegevensbestand. Overname van artikelen na overleg met uitgever en betrokken auteur/fotograaf. Aan de inhoud van deze uitgave mogen geen rechten worden ontleend. ISSN 1568-3699

5


BRANDVEILIGHEID

Uniforme regels voor brandveiligheid ‘overige plaatsen’ Organisatoren van evenementen in het publieke domein moeten sinds 1 januari voldoen aan het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BGBOP). Charles Meijer, waarnemend voorzitter van de Vakgroep Toezicht en Gebruik van Brandweer Nederland, legt uit wat de gevolgen van de nieuwe regels zijn.

6

I

VEILIGHEID 72 2018


Het BGBOP is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), waarmee meer uniformiteit in brandveiligheidseisen voor onder meer feesttenten, markten en openluchtpodia wordt beoogd. Ook het organiseren van een vorm van basishulpverlening op evenementlocaties maakt deel uit van de eisen. Het nieuwe Besluit betreft de brandveiligheid bij groepsactiviteiten met bedrijfsmatig oogmerk, die buiten gebouwen worden georganiseerd. Voor gebouwen zijn immers al landelijk uniforme brandveiligheidseisen vastgelegd in het Bouwbesluit. Voor activiteiten in tijdelijke bouwsels zoals tenten en kramen op straat, recreatie- en evenemententerreinen, bestonden die algemene eisen niet. Gemeenten konden op basis van lokale brandbeveiligingsverordeningen zelf eisen opleggen als voorwaarden voor een evenementenvergunning. Dat leidde tot een bonte ratjetoe aan soms tegenstrijdige regels en voorschriften. Van die situatie wilden zowel de overheid als de evenementenbranche af, maar daar was tijd voor nodig. Een werkgroep van de brandweer, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de evenementenbranche en andere stakeholders uit onder andere de recreatiebranche, heeft sinds 2009 gebroed op algemene regelgeving als vervanging voor de lokale verordeningen. Die is er nu, met als belangrijkste kenmerken: minder regeldruk van de overheid, vermindering van het aantal vergunningplichtige activiteiten en een standaard meldingsformulier voor het melden van evenementen bij gemeenten. Een belangrijk gegeven bij de uitvoering van het BGBOP is dat de nadruk steeds meer komt te liggen bij risicogericht toezicht. Immers, de gebruiksvergunning vervalt en het toezicht zal met name gericht zijn op de algemene regels van de AMvB bij de opbouw van en tijdens het evenement.

Veranderende rol brandweer “Brandveiligheid is niet het exclusieve domein van de brandweer”, stelt Charles Meijer, vertegenwoordiger van de brandweer in de werkgroep. “Primair ligt de verantwoordelijkheid voor een brandveilig evenement bij de organisator en ook van bezoekers van evenementen verwachten we een zekere mate van zelfredzaamheid. Maar in bepaalde situaties kan het nodig zijn dat de overheid eisen stelt aan de brandveiligheid van een evenementenlocatie. Tot eind 2016 moest een organisator voor zijn activiteit een vergunning aanvragen bij de gemeente. De praktijk was dat bij de beoordeling van de aanvraag naast de politie en de GHOR vaak ook de brandweer bij de gemeente aan tafel aanschoof om specifieke brandveiligheidseisen als vergunningvoorwaarden te formuleren. De vergunningplicht wordt echter vervangen door een melding.

De organisator moet zich daarbij houden aan de algemene brandveiligheidseisen in het BGBOP en die algemene eisen zijn ook de basis voor het toezicht bij de opbouw van en tijdens het evenement.” Betekent dit dat de rol van de brandweer in evenementenveiligheid wordt gereduceerd? Niet per definitie, verzekert Meijer. Maar de invulling van die rol verandert wel. “In sommige gemeenten was de Veiligheidsregio gemandateerd voor de uitvoering van de Brandbeveiligingsverordening en bepalend voor de brandveiligheid bij evenementen, vanwege de bevoegdheid tot het verlenen van de gebruiksvergunning. Vanaf 1 januari 2018 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de AMvB en heeft de Veiligheidsregio een adviesrol. In de gemeenten waar de Veiligheidsregio niet gemandateerd was, verandert er in wezen niet veel.”

Investeren in netwerk Waar advisering en toezicht in het verleden regelgericht waren, wordt het nieuwe beleid in sterkere mate risicogericht. En inhoudelijke deskundigheid om die risico’s goed te kunnen beoordelen, blijft noodzakelijk. Meijer: “Tijdens een netwerkdag die we voorafgaand aan het van kracht worden van het nieuwe besluit hebben georganiseerd, was een veelgehoorde opmerking dat zowel gemeenten als evenementenorganisaties niet altijd voldoende specifieke kennis in huis hebben om de brandveiligheidsrisico’s van een evenement goed te kunnen beoordelen. De kernboodschap van Brandweer Nederland is dat de brandweer die kennis graag beschikbaar stelt om de gemeenten op verzoek te ondersteunen. Zowel in de voorfase bij het beoordelen van de melding als in de toezichtfase tijdens het evenement. Belangrijk is dat we investeren in het netwerk van partners die een rol hebben in het waarborgen van evenementenveiligheid. De brandweer moet zowel richting gemeenten als naar de evenementenbranche zijn expertise duidelijk maken, zodat we door alle partijen als een natuurlijke overlegpartner voor evenementenveiligheid worden gezien. Door de van oudsher traditionele taakopvatting van de brandweer, die vooral gericht was op incidentbestrijding, zijn we daarin tot dusver nog wat te terughoudend geweest.” Meijer wijst erop dat de adviserende rol van de brandweer bij evenementen in een deel van de regio’s al jaren gemeengoed is en dat er in dat opzicht voor die regio’s in de rolverdeling niet zoveel verandert. Met name regio’s met een hoge evenementendruk hebben al de nodige ervaring in proactief veiligheidsoverleg volgens de risicobenadering. Aan de andere kant komen kleinere gemeenten en kleinere evenementenorganisaties minder goed beslagen ten ijs en deze partijen hebben volgens Meijer ook geen goed beeld van wat 7


er met het BGBOP op hen afkomt. Bijscholing van gemeentefunctionarissen is dan ook een van de aandachtspunten voor de implementatiefase.

Ontvluchting Net als in het Bouwbesluit draait het ook bij de brandveiligheid van overige plaatsen primair om de veiligheid van personen. Concreet: levert de combinatie van grotere groepen mensen op een evenementlocatie, de aard van de activiteit en gebruikte materialen een risico op voor de aanwezigen? En is dat risico reëel genoeg als argument voor de overheid om eisen te stellen met algemene voorwaarden uit het BGBOP en eventueel aangevuld met lokale voorwaarden? Meijer: “Daarbij is de gedachte achter het BGBOP dat het aanvullend is op andere regelgeving en dat geen zaken worden geëist die al in andere regelgeving worden gesteld. Ook is de toepassing van het besluit beperkt tot activiteiten van een bepaalde omvang. Voor evenementen met minder dan 150 personen bestaat geen meldingsplicht. Zij moeten weliswaar ook voldoen aan de algemene regels, maar hoeven geen melding te doen. Het spreekt voor zich dat naarmate de bezoekersdichtheid groter is, bijvoorbeeld tijdens een popconcert in een grote evenemententent, ook het risico groter is. Dat geldt dan met name in besloten tijdelijke ruimten, zoals tenten. Veilige ontvluchting in geval van brand, via vluchtroutes met voldoende capaciteit, is de belangrijkste eis wat betreft brandveiligheid.”

“Naarmate de bezoekersdichtheid groter is, is ook het risico groter” Basishulpverlening Daarmee legt Meijer de koppeling met het tweede deel van het BGBOP, namelijk de eis dat de organisator moet voorzien in een op het reële risico afgestemde basishulpverleningsorganisatie. Deze moet in staat zijn een snelle en veilige ontruiming te faciliteren, te alarmeren en informeren, zo nodig eerste hulpmaatregelen te nemen en de hulpdiensten op te vangen en te begeleiden. Met die beschrijving van minimumtaken regelt het besluit alleen dát er een basishulpverleningsorganisatie moet zijn, niet hoe die organisatie eruit moet zien en welke kwaliteitseisen eraan moet worden gesteld. Een punt van aandacht in de verdere implementatie van het besluit, signaleert Meijer. “We hebben hierover al eens gesproken met NIBHV en toen bleek dat het besluit ook voor de bedrijfshulpverleningswereld nieuw was.

Charles Meijer: “De brandweer moet investeren in een relatienetwerk rond evenementen.”

Bedrijfshulpverlening is tot dusver sterk geënt op bedrijven in gebouwsituaties, maar nu moeten ook evenementenorganisaties volgens het nieuwe besluit iets regelen voor de eerste respons bij branden en incidenten. Ook hier geldt dat grotere organisatoren van terugkerende massa-evenementen zoals popfestivals met tienduizenden bezoekers, hun zaken over het algemeen goed voor elkaar hebben. Bij dergelijke evenementen vindt standaard multidisciplinaire advisering door de hulpdiensten plaats en er wordt een veiligheidsplan opgesteld. Voor de eerste respons bij incidenten wordt vaak gewerkt met ingehuurde professionele medische capaciteit en gediplomeerde hulpverleners. Maar kunnen we zulke eisen nu ook gaan stellen aan de organisatoren van kleinere evenementen die onder het BGBOP vallen? Aan welke kwaliteitseisen moet een basishulpverlener bij een evenement nu precies voldoen? En hoe kunnen hun competenties worden getoetst? Als brandweer hebben we daar niet de specifieke expertise voor; daarom beschouwen we NIBHV op dit onderdeel als belangrijke netwerkpartner. We gaan op korte termijn met hen in overleg om in kaart te brengen welke algemene kaders we kunnen opstellen voor het onderdeel basishulpverlening in het BGBOP.” RJ //

LEES ONLINE VERDER

Meer weten over het BGBOP? Lees de informatieve whitepaper ‘Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ op www.nibhv.nl/bgbo

9


BEDRIJFSHULPVERLENING

10

I

VEILIGHEID 72 2018


Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang

Veiligheid als pijler Sinds 1 januari 2018 is de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK) van kracht. Wat betekent de wet voor veiligheid in de kinderopvang? En hoe denken ondernemers in de branche over de veranderingen die de wet meebrengt?

Bijna een half miljoen huishoudens in Nederland maakt jaarlijks gebruik van kinderopvang. Ons land telt ruim 50.000 locaties waar kinderen opvang krijgen. Het gaat om kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, buitenschoolse opvang, gastouders en gastouderbureaus. “Veiligheid speelt van oudsher een belangrijke rol in de kinderopvang”, vertelt Heidy Knol, directeur van Brancheorganisatie Kinderopvang (BK). Met duizend leden, die gezamenlijk tachtig procent van de markt vertegenwoordigen, is BK de grootste belangenbehartiger in de kinderopvang. “Kinderen moeten kunnen opgroeien in een veilige, plezierige en geborgen omgeving. Een omgeving waar ze zich kunnen ontwikkelen op verschillende gebieden. Waar ze kansen krijgen om hun leefwereld te verrijken. En waar ze spelenderwijs worden uitgedaagd. Dat is waar kinderopvang voor staat: spelend leren en lerend spelen. Natuurlijk moet dat op een veilige plek kunnen.”

Toezicht ongewijzigd Tot voor kort waren de veiligheidsregels vastgelegd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Hierin is geregeld dat gemeenten toezien op de naleving van de kwaliteit van de kindercentra, de gastouderbureaus, de voorzieningen voor gastouderopvang en de peuterspeelzalen. In de praktijk voeren de GGD’en deze toezichttaken uit, en zorgt de gemeente zo nodig voor handhaving. De Onderwijsinspectie controleert jaarlijks hoe het toezicht functioneert. De komst van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK) per 1 januari 2018 heeft het stelsel van toezicht niet veranderd. De gemeenten, GGD’en en Onderwijsinspectie behouden hun taken en verantwoordelijkheden in het toezicht en de regelhandhaving. De nieuwe wet zet wel een beweging naar een andere manier van inspecteren in gang, zegt Knol. “Waar gemeentelijke inspecteurs voorheen vooral lijstjes afvinkten, komt er

nu meer ruimte om het gesprek te voeren over de invulling van de kwaliteitseisen. Daarmee zet de Wet IKK een goede stap in de richting van Het Nieuwe Toezicht, een traject waarmee de overheid de wet- en regelgeving herijkt. Op die manier komt het toezicht ook meer in lijn met de manier waarop de Onderwijsinspectie scholen inspecteert.” BK is al langer voorstander van het landelijke toezicht zoals de Onderwijsinspectie dat op scholen uitvoert. “Met ruim 380 gemeenten en zo’n 25 GGD’en zijn toezicht en handhaving in de kinderopvang in de praktijk niet overal hetzelfde. Dat is lastig. Wij pleiten voor uniformiteit in het toezicht en de handhaving.”

Van convenant naar wet De Wet IKK verandert het toezichtstelsel niet, maar brengt wel andere veranderingen mee. “In 2016 is het zogenoemde Convenant IKK afgesloten tussen acht partijen, waaronder BK. In het convenant zijn 21 maatregelen benoemd om de kwaliteit van de kinderopvang te verhogen. De Wet IKK heeft hierop voortgebouwd”, blikt Knol terug op de ontwikkeling van de wet. De veiligheidsmaatregelen in de kinderopvang waren al eerder aangescherpt, in reactie op de Amsterdamse zedenzaak die in december 2010 aan het licht kwam. Toenmalig minister Asscher introduceerde in 2013 twee nieuwe interventies om veiligheid te vergroten. Het gaat allereerst om de continue screening van medewerkers die werken in de kinderopvang, waarbij een dagelijkse controle plaatsvindt op relevante strafbare feiten. Daarnaast is een meldplicht over gewelds- en zedendelicten voor professionals ingesteld: bij een aanwijzing dat een collega zich schuldig maakt aan seksueel of ander geweld tegen een kind moeten medewerkers dit meteen melden bij de werkgever. De werkgever is vervolgens wettelijk verplicht om hierover overleg te voeren met de vertrouwensinspecteur bij de Onderwijsinspectie. 11


BEDRIJFSHULPVERLENING

Veiligheid als pijler De Wet IKK, die in mei 2017 definitief is aangenomen, kent vier pijlers: de ontwikkeling van het kind staat in de opvang centraal, organisaties moeten beschikken over een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid, er komt meer ruimte voor pedagogisch maatwerk, en aan het personeel in de kinderopvang worden nieuwe kwaliteitseisen gesteld. Onder de pijler veiligheid en gezondheid vallen onder meer een verplicht veiligheids- en gezondheidsbeleid, dat ingaat op de belangrijkste risico’s. Het is de bedoeling dat het beleid een plan van aanpak bevat hoe de risico’s ingeperkt worden en hoe gehandeld wordt zodra zich een onveilige situatie voordoet. BK is blij dat met de Wet IKK de verplichting om jaarlijks een risico-inventarisatie (RI&E) op te stellen is komen te vervallen, en is vervangen door een verplicht veiligheids- en gezondsheidsplan. “De RI&E is vooral een administratieve toets, terwijl het veiligheids- en gezondheidsplan uit de Wet IKK veel meer gaat om het ontwikkelen van een veiligheidscultuur. Dat past bij onze visie dat veiligheids- en gezondheidsbeleid primair te maken heeft met het

bespreekbaar maken van risico’s binnen teams en het integreren van veiligheid in de dagelijkse manier van werken. Natuurlijk moet je aan basisnormen voldoen en bijvoorbeeld personeel screenen. Maar een open cultuur waarin collega’s elkaar feedback geven en waarin veiligheid regelmatig wordt besproken is oneindig veel belangrijker dan welke screeningsmethode dan ook.” De Wet IKK vereist dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid in de kinderopvang actueel wordt gehouden en duidelijk maakt dat het verloopt via een continu proces van opstellen, implementeren, evalueren en actualiseren. In het beleid staat ook aangegeven hoe het risico op grensoverschrijdend gedrag wordt beperkt en hoe het vierogenprincipe hierbij wordt toegepast. Het vierogenprincipe is in 2013 ingevoerd met als doel om (seksueel) misbruik of mishandeling bij kinderen in de dagopvang te voorkomen. Het principe bepaalt dat er altijd een tweede volwassene moet kunnen meeluisteren of meekijken op de groep.

Een uitgebreid programma van veiligheidsopleidingen van bedrijfshulpverlening (BHV) tot aan Advanced Life Support (ALS)

Samen werken aan veiligheid

Onze diensten, compleet in veiligheid

Berkel en Rodenrijs

Haarlem

Alphen aan den Rijn

Herveld

Veiligheidsinstituut: Waarderweg 76 | 2031 BP Haarlem | 088-711 02 00 | info@veiligheidsinstituut.nl | veiligheidsinstituut.nl

12

I

VEILIGHEID 72 2018


“Net als bij het veiligheids- en gezondheidsplan zien we ehbo als basisbeginsel voor de kwaliteit van kinderopvang” HEIDY KNOL

“We staan volledig achter het convenant uit 2016 en steunen de kwaliteitsverbetering die de wet nastreeft. Maar het gaat nu om de uitwerking in de praktijk. En het feit is dat er nauwelijks stappen zijn gezet om het aantal regels terug te dringen. Onze leden vragen zich ook af: wanneer gaat de overheid ons eindelijk weer eens een beetje vertrouwen?”

Nieuwe regels “Het is goed dat de Wet IKK erkent dat we niet alleen werken aan preventie, maar kinderen ook leren omgaan met kleine risico’s”, zegt Knol over een positieve verandering die de wet teweegbrengt. “In de kinderopvang is veiligheid behoorlijk dichtgeregeld: er worden soms verregaande maatregelen - van deurstrips tot camera’s - genomen om veiligheid te waarborgen. Maar je moet kinderen ook leren hoe het leven in elkaar zit.” De Wet IKK gaat ervan uit dat kinderopvangondernemers in het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschrijven hoe hun pedagogisch medewerkers kinderen leren omgaan met kleine risico’s. De Wet IKK introduceert ook nieuwe regels - de achterban van BK ervaart de nieuwe wetgeving dan ook zeker niet als regeldrukverlagend, zegt Knol.

Een van de nieuwe regels die de Wet IKK introduceert gaat over ehbo. Tijdens de openingsuren van kinderopvanglocaties moet er altijd minimaal één volwassene aanwezig zijn die een geldig en geregistreerd certificaat heeft voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. NIBHV is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen als een van de certificerende instanties. Omdat de kinderopvang ook moet zijn voorbereid op brandrisico’s, is volgens NIBHV ook een cursus over brand en ontruiming aan te bevelen. Zo’n cursus leert medewerkers bijvoorbeeld om een beginnende brand te blussen en kinderen snel naar een veilige omgeving begeleiden als de brand te groot is om zelf te blussen. BK hoort uit de achterban geen stekelige vragen over de verplichte ehbo-certificering. Knol: “Net als bij het veiligheids- en gezondheidsplan zien we ehbo als basisbeginsel voor de kwaliteit van kinderopvang. De meest ingrijpende maatregel uit de Wet IKK is de verandering in de beroepskracht-kindratio. Vanaf 2019 moeten daardoor meer pedagogisch medewerkers per groep worden ingezet. Dat zal op termijn kostenverhogend werken.” Voor de korte termijn is de grootste uitdaging voor de kinderopvang om alle zaken op tijd in orde te hebben, denkt Knol. “De definitieve wetteksten zijn op 1 september 2017 gepubliceerd. Voor de maatregelen die al vanaf 1 januari 2018 gelden is er dus een vrij korte periode voor implementatie. Vooral voor kleine ondernemingen zijn de nieuwe regels best ingewikkeld. En bij grote organisaties kost het tijd om het nieuwe beleid over alle vestigingen uit te rollen. Bovendien moet het veiligheids- en gezondheidsbeleid worden afgestemd met de oudercommissie en ondernemingsraad. Al met al is de nieuwe wet een flinke klus voor de kinderopvang.” LD // 13


BEDRIJFSNOODORGANISATIE

First responders bno waken over raffinaderij Neste De op de Maasvlakte gevestigde dieselraffinaderij van Neste bouwde de afgelopen jaren samen met opleider H2K aan een bedrijfsnoodorganisatie op basis van first responders bno. Deze kreeg uiteindelijk groen licht van de Veiligheidsregio en het bevoegd gezag. Iedereen tevreden.

Neste is een pionier op het gebied van duurzaamheid in de brandstoffenbranche. De van oorsprong Finse onderneming is sinds 2008 actief in Nederland en bouwde op de Maasvlakte een raffinaderij voor ‘hernieuwbare’ diesel uit vetzuren in dierlijk afval. De raffinaderij is goed voor een productie van 1,2 miljoen ton ‘groene diesel’ per jaar. De vervanging van crude (ruwe aardolie) als grondstof voor de productie van hernieuwbare diesel past helemaal in de duurzaamheidsfilosofie van Neste, dat hiermee een grotere rol wil spelen in de transitie naar minder milieubelastende brandstoffen. De transportsector is een belangrijke afnemer van de innovatieve dieselvariant, die als grote voordelen heeft dat die een minder grote milieufootprint heeft en aanzienlijk langer houdbaar is dan biodiesel van de eerste generatie.

Aanwijzing In 2009 diende het bedrijf zijn eerste Brzo veiligheidsrapport in bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en dat leidde, zoals verwacht, tot een bedrijfsbrandweeraanwijzing voor de categorie ‘raffinaderij’. Neste vulde die aanwijzing in met een bhv+ organisatie en werd lid van de Gezamenlijke Brandweer. Safety Engineer Michel van der Est, tevens de verantwoordelijke voor de incidentrespons op de raffinaderij, licht toe: “Als raffinaderij hebben we een stevig risicoprofiel. We werken met installaties waarin hoge druk en hoge temperaturen heersen en als restproducten komen waterstof en H2S vrij. De productieprocessen en het opslagvolume aan eindproduct in ons tankpark vragen dan ook een gedegen responsorganisatie. We zijn sinds de opening van deze productielocatie vrijwillig lid van de Gezamenlijke Brandweer, maar in de eerste zes minuten moeten we incidenten met een eigen responsorganisatie beheersbaar zien te houden. Ook bedrijfscontinuïteit is een belangrijk argument om een eigen op de risico’s toegesneden responsorganisatie in stand te houden.” 14

In 2013 hield Neste zijn bedrijfsnoodplan opnieuw tegen het licht, vanwege de doorontwikkeling van het bedrijf. Een verdere professionaliseringsslag en een meer gestructureerde bedrijfsnoodorganisatie was wenselijk, oordeelde de bedrijfsleiding. In dat proces werd het veiligheidsrapport opnieuw beoordeeld door de Veiligheidsregio en die scherpte de eisen voor de responsorganisatie die het bedrijf zelf moest organiseren aan. Een parate organisatie van twee bronbestrijders met NBBE gecertificeerde brandweeropleiding met specialisatie industrie, zo luidde de opdracht van de risicobeheersingsspecialisten van de Veiligheidsregio. Dit betekende dat ten minste vijf operators per ploeg moesten worden opgeleid, in totaal 25 man. “Die eis vonden wij niet reëel”, vervolgt Van der Est. “Want wij hebben ons hele terrein voorzien van stationaire blusinstallaties, die door onze bhv+ responsorganisatie op afstand kunnen worden geactiveerd en bediend. Redding en fysieke brandbestrijding in de gevarenzone behoort dus niet tot ons takenpakket, afgaande op de beschreven scenario’s die de basis vormen voor onze organisatie. Onze mensen zijn niet actief binnen de zogenaamde 3 Kilowatt-contour van warmtestraling waarbinnen gecertificeerde brandweerlieden moeten kunnen opereren. We konden op dat moment niet anders dan de aanwijzing overnemen en dat betekende dat we externe brandweerlieden moesten inhuren om te voldoen aan de eis dat er 24 uur per dag twee opgeleide brandweerlieden op het terrein aanwezig zijn. Sinds 1 maart 2016 werken we met die inhuurconstructie. Een forse investering en in onze ogen een topzware eis.”

Ontwikkelproces De plannen voor de bouw van een LPG-fabriek op het terrein in de periode 2014-2015 noopten tot een update van het veiligheidsrapport. Die gelegenheid greep Neste aan om opnieuw met de overheid in contact te treden in een poging een meer op de bedrijfssituatie toegesneden responsorganisatie

I

VEILIGHEID 72 2018


“Als raffinaderij hebben we een stevig risicoprofiel”

te bepleiten. “We wilden van de hoge kosten voor inhuur van brandweercapaciteit af”, verduidelijkt Van der Est. “Maar tegelijk onderschreven we het belang van een solide bedrijfsnoodorganisatie die meer kan dan een standaard bhv-organisatie. We zochten dus een alternatief dat zowel voor ons als voor de toezichthouders en vergunningverleners van de overheid acceptabel was. In deze fase kregen we van de Veiligheidsregio zelf het advies na te denken over een eigen opleidingstraject. Kennis voor industriële veiligheidstrainingen hebben we niet zelf in huis, dus gingen we op zoek naar een partner die ons daarbij kon helpen. Via NIBHV kwamen we in contact met H2K, een bedrijf met een grote ervaring in advisering en training op het gebied van industriële incidentbestrijding. Daarmee zijn we een ontwikkelproces gestart om een bedrijfsnoodorganisatie met first responders op te bouwen. Dat plan kreeg goedkeuring van het bevoegd gezag en na afronding van de opleidingen van de medewerkers hopen we eind februari de implementatie te hebben afgerond.”

Functieprofiel Neste is de vierde klus voor H2K als het gaat om invoering van het first responder bno-concept. De in Schiedam gevestigde industriële opleidingenspecialist kreeg afgelopen najaar de officiële NIBHV-accreditatie voor het uitvoeren van fire bno-opleidingen. H2K geeft ook trainingen industriële incidentbestrijding aan overheidsbrandweerkorpsen, maar de kern van de klantenkring wordt gevormd door bedrijven in de (petro)chemie, farmacie en voedingsmiddelenindustrie. Directeur Ronald de Roos kijkt met tevredenheid terug op het gezamenlijke ontwikkeltraject van de noodorganisatie voor Neste. “We hebben op basis van het risicoprofiel van het bedrijf en elf maatgevende scenario’s een functieprofiel beschreven en dat vertaald in een competentieprofiel. Wat moet het responsteam op het Neste-terrein aan kunnen en hoe moeten ze voor hun taken worden toegerust qua kennis en middelen? De feitelijk uit te voeren taken vormen de basis voor de opleiding en training; het op afstand activeren en 15


16


Michel van der Est (rechts) vond in Ronald de Roos van H2K een waardevolle partner bij de opbouw van de nieuwe bedrijfsnoodorganisatie.

bedienen van de monitoren van het stationaire blussysteem. De mensen worden op het eigen terrein en met de eigen middelen en installaties getraind voor hun taken. Uiteraard zijn we voor bepaalde onderdelen van de opleiding, zoals realistische oefeningen met vuur, hitte en rook op een oefencentrum aangewezen, maar een belangrijk uitgangspunt voor onze aanpak is dat we in overleg met onze klanten zoveel mogelijk op de eigen bedrijfslocatie trainen. Dat is het meest effectief.”

“Er staat nu een organisatie waarmee we op een effectieve manier invulling kunnen geven aan de responseisen” Maatwerkorganisatie

Drie trajecten De implementatie van de first responder bedrijfsnoodorganisatie bij Neste valt uiteen in drie trajecten. Het eerste traject omvat het toetsen van de bestaande pool medewerkers van de bhv+ organisatie aan het functieprofiel dat H2K samen met NIBHV heeft opgezet. Volgens De Roos gaat het om ervaren bedrijfshulpverleners die al de nodige kennis en vaardigheden bezitten. “Daarop aansluitend wordt het opleidingsprogramma uitgevoerd om de medewerkers qua kennis en kunde up to date te brengen om hun takenpakket goed uit te voeren. In 2019 krijgt die initiële opleiding dan nog een vervolg in het kader van vakbekwaam blijven. Dat deel van het traject gaan we komend jaar samen met Neste uitwerken.”

Van der Est is tevreden met het resultaat dat de samenwerking met H2K heeft opgeleverd. “Het gezamenlijke traject heeft ons een bedrijfsnoodorganisatie opgeleverd die helemaal aansluit op onze bedrijfssituatie en waarmee we onze maatgevende incidentrisico’s goed kunnen afdekken. We hebben het zo georganiseerd dat we in elke productieploeg van zeven man minimaal één opgeleide first responder op de site hebben. De kwaliteit van de opleiding is geborgd dankzij het first responder bno-keurmerk en er staat nu een organisatie waarmee we op een effectieve manier invulling kunnen geven aan de responseisen die in onze aanwijzing zijn vastgelegd. We zijn blij met de maatwerkorganisatie die we dankzij het first responder bno-concept hebben kunnen realiseren.” RJ // 17


ARBEIDSVEILIGHEID

Wearables bieden nieuwe kansen voor veiligheid Populaire wearables zoals smartwatches en sport trackers zijn in korte tijd razend populair geworden. Met hun intrede op de werkvloer zien werkgevers nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld om de veiligheid van werknemers te vergroten. De snelle ontwikkeling van de nieuwe technologie biedt ook veel kansen, maar privacywetgeving is wel een belangrijk aandachtspunt en soms een obstakel.

De opmars en populariteit van wearables spreekt uit de verkoopcijfers. In 2017 zijn wereldwijd 132,1 miljoen wearables verkocht, volgens cijfers van International Data Corporation (IDC). Hun verwachting is dat er in 2021 wereldwijd 222,3 miljoen wearables worden verkocht, van smartwatches en fitness trackers tot bijvoorbeeld slimme kleding die ook gezondheidsmetingen doet. De markt voor wearables groeit de laatste jaren steeds met ongeveer 18 procent. De ‘gadgets’ komen nu vooral als privéaankoop – voor sport of gezondheidsidealen – de werkvloer op. Daar zien werkgevers mogelijkheden. De mogelijkheden voor gezondheidsprogramma’s worden al voorzichtig verkend. Daarnaast biedt het kansen om de veiligheid op de werkvloer te vergroten en voor bijvoorbeeld aanwezigheidsregistratie (en tijdregistratie), gebruikersidentificatie en toegangscontrole. Die toepassingen zijn in Nederland nu nog zeer beperkt, maar dat verandert de komende jaren is de verwachting van onderzoeksbureau Forrester. Maar liefst 68 procent van de IT-beslissers bij bedrijven rekent erop dat wearables binnen vijf jaar een belangrijk onderdeel worden van hun bedrijfsvoering. Vooral smartwatches bieden daarbij nog meer mogelijkheden dan smartphones, omdat ze nog meer persoonsgebonden zijn.

Bestaande en nieuwe toepassingen Voor het vergroten van de veiligheid op de werkvloer bieden wearables ook nieuwe mogelijkheden. 18

Wearables worden hier ook al voor gebruikt. Een bekend voorbeeld is het dragen van stralingsbadges voor het meten van doses gamma- en bètastraling en neutronen door personeel in bijvoorbeeld ziekenhuizen, laboratoria en kerncentrales. “Dat is een van de oudste toepassingen. Ook early warning systemen van gasdetectoren en andere verklikkers voor medewerkers in bijvoorbeeld chemische fabrieken zijn al geruime tijd gemeengoed”, zegt John Bolte, lector smart sensor systems van de Haagse Hogeschool en scientific projectmanager van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). “Nieuwe generaties actieve sensoren en andere wearables gaan volop nieuwe mogelijkheden bieden.”

Gezondheid en privacy Voor werkgevers kan de combinatie van veiligheid met productiviteit en gezondheid van werknemers de ontwikkeling extra interessant maken en een reden vormen om hierin te investeren. Hiermee moet echter voorzichtig worden omgegaan, zeker als er gezondheidsgegevens van werknemers aan te pas komen. Want werkgevers en gezondheidsgegevens zijn een lastige combinatie door de privacywetgeving. Werkgevers mogen geen gezondheidsgegevens van medewerkers verwerken, ook niet met toestemming van een medewerker. “Bedrijven kijken nu nog sterk wat zij op dit gebied kunnen en mogen”, typeert consultant Daan Rottinghuis van KPN, die organisaties adviseert over het gebruik van de

I

VEILIGHEID 72 2018


PETER VAN EIJNDHOVEN MEET DAGELIJKS 35 VARIABELEN

“Data laten je op een nieuwe manier naar jezelf kijken” nieuwe technologie voor gezondheidstoepassingen. “Ik adviseer vooral om medewerkers de vrijheid te geven en hen te faciliteren om zichzelf te monitoren. Data organisatiebreed benutten, kan alleen op samengesteld niveau. Daarbij is vrijwilligheid en draagvlak in de organisatie cruciaal en moet kristalhelder zijn wat het doel is en wat er met de data gebeurt. Het beslispunt moet bij medewerkers blijven liggen.” Bij het vergroten van veiligheid – zonder gebruik van gezondheidsgegevens – zijn er meer mogelijkheden.

“Het dragen van wearables kan verplicht worden gesteld, als dat van belang is voor de veiligheid” Bolte: “Een werkgever is zelfs wettelijk verplicht om werknemers een veilige werkomgeving te bieden. Daardoor kan het dragen van wearables zelfs verplicht worden gesteld, als dat van belang is voor de veiligheid. Het is ook toegestaan om te meten of werknemers zijn blootgesteld aan bijvoorbeeld straling of fijnstof. De grens ligt bij de gezondheidsgegevens. Een werkgever mag dus bijvoorbeeld niet meten hoe het lichaam van de werknemer reageert op die blootstelling.”

Hoever kun je gaan met meten van data en hoe wenselijk is dat? Directeur Peter van Eijndhoven van Senter Human Development meet dagelijks 35 variabelen bij zichzelf om te ervaren hoe hij wearables als zesde zintuig kan inzetten bij organisaties. “Wat kan? En worden we er gezonder en gelukkiger van? Dat wil ik weten”, zegt Van Eijndhoven. Hij zoekt de extremen op om zaken zo duidelijk mogelijk te maken. Hij neemt iedere ochtend een ijsbad, mediteert met een boeddhistische monnik en reguleert emoties met ademhaling onder begeleiding van een topsportcoach. Daarbij lopen zijn metingen door: zijn bloeddruk, bewegingen, hartslag, slaappatronen, hersenactiviteit, stresslevels en subjectieve gegevens zoals zijn beleving van levensgeluk en slaapkwaliteit. “Veel wordt passief gemeten, dus het valt mee om te doen”, aldus Van Eijndhoven. En is hij gelukkiger geworden? “Absoluut. Mijn leven is enorm veranderd. Ik ben bewuster gaan leven en werken. Mijn werkweek heb ik ingeperkt van 65 naar 45 uur. Ik ben productiever geworden en heb beter leren delegeren. Ik beweeg meer, ben zeven kilo afgevallen, heb meer en kwalitatief beter contact met mijn vrouw en kinderen en wij hebben nu bewust een huis gekocht in de vrije natuur. Allemaal bewuste keuzes die voortkomen uit het toegenomen zelfinzicht.”

19


ARBEIDSVEILIGHEID

Nieuwe privacywetgeving Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), die toeziet op naleving van de privacywetgeving, is het vrijwel onmogelijk om samengestelde data voor werkgevers te verzamelen omdat dit niet door en namens hen mag gebeuren. De grote vraag is hoe werkgevers en werknemers daar de komende jaren mee omgaan. Begin 2016 werden twee Nederlandse bedrijven op de vingers getikt na onderzoek door de AP. Zij verwerkten gezondheidsgegevens van werknemers via wearables. Zij hadden medewerkers een armband gegeven, waarmee de bedrijven inzicht kregen in de hoeveelheid beweging van medewerkers. Eén werkgever had ook inzicht in het slaappatroon. Dat is in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). Ook de nieuwe Europese privacywetgeving AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) – die in mei van dit jaar van kracht wordt en de WBP vervangt – levert volgens de AP geen verruiming op voor het gebruik van wearables in de werkomgeving. “Een werkgever mag wearables wel uitdelen

20

aan zijn personeel, bijvoorbeeld om in het algemeen de gezondheid van werknemers te bevorderen, maar hij mag geen kennis nemen van de resultaten. Dat verandert niet onder de AVG”, zegt woordvoerder Inger Sanders van de AP.

Privacy in de cloud Ook voor beveiligingstoepassingen is de privacy een aandachtspunt, maar dan op een andere manier. Zolang er geen gezondheidsgegevens worden opgeslagen of verwerkt, geldt de strikte privacywetgeving niet. “Maar met de privacy is het op een andere manier wel oppassen”, waarschuwt IT-specialist Xander Oortgiesen van Switch IT Solutions. “Veel data van smartwatches wordt in de cloud opgeslagen. Vaak is niet duidelijk hoe het gesteld is met de beveiliging daarvan. Consumenten zijn hier vaak niet zo mee bezig, maar als bedrijven hiermee aan de slag gaan, moeten zij zeker kijken naar de privacybescherming van hun werknemers. Dan rijst ook de vraag of en welke data werknemers van zichzelf willen vrijgeven. En met gezondheidsgegevens is het dus helemaal voorzichtig zijn.” EH //

I

VEILIGHEID 72 2018


BRANDVEILIGHEID

Veilig wonen en feesten in een studentenhuis Zorg dat je eruit kunt als er brand is, maar probeer een brand vooral te voorkomen. Die boodschap geeft Peter Mulder mee aan al ‘zijn’ Leidse studenten. Voor de teamleider technisch en sociaal beheer bij DUWO staat de veiligheid van studentenkamers al jarenlang op één.

DUWO is de grootste studentenhuisvester in Nederland. De organisatie verhuurt 32.000 kamers en woningen, van Amsterdam tot Wageningen. Peter Mulder werkt al vijfentwintig jaar bij de vestiging Leiden. Vooral aan brandveiligheid besteedt hij de nodige aandacht. “Gewoon, omdat ik er iets mee heb.”

Gang vol rook Het begon allemaal met een cursus bhv, begin jaren negentig. “Samen met een collega nam ik daaraan deel, omdat we meer wilden weten over ehbo, arbo, brandpreventie, enzovoorts. Kort daarna raakten we in gesprek met Kees van Nierop – tegenwoordig clustercommandant van Brandweer Hollands

Midden – over de vraag hoe we studenten konden bereiken als het ging om brandveiligheid. Van Nierop was direct enthousiast. Met zijn hulp organiseerden we een oefening in het voormalige St. Elisabethziekenhuis waarbij we een gang vol rook zetten, om te zien hoe de studenten daarmee omgingen. De oefening sloeg duidelijk aan. Daarop schreef ik een brandveiligheidsprogramma dat vragen beantwoordde als: Wat zou ik willen weten als ik hier kwam wonen? Hoe kom ik eruit? Waar hangen de blusmiddelen en hoe gebruik ik ze?” Rond de millenniumwisseling werd DUWO eigenaar van de Meelfabriek, een complex van dertien

21


BRANDVEILIGHEID

gebouwen op de grens van het oude centrum van Leiden. Mulder besloot het complex in te zetten voor een jaarlijkse veiligheidstraining voor de studentbeheerders, waarvan elk huis dat kamergewijs wordt verhuurd er een of meer heeft. “Het kantoor gebruikten we als theorielokaal, in de kelder bouwden we een studentenhuis na en op het fabrieksterrein deden we blusoefeningen.”

Daar oefenen we bijvoorbeeld ontruimingen. Bovendien hebben we een overeenkomst met het bedrijf Fire Control. In al onze studentenhuizen controleren zij de blusmiddelen en op de veiligheidstraining zorgen ze voor een bluscontainer. Op hun beurt, vertellen de studentbeheerders aan hun medebewoners wat ze hebben geleerd over alarmeren, blussen en ontruimen.”

Het programma draaide enkele jaren, totdat de Meelfabriek een nieuwe bestemming kreeg. Mulder: “Tegenwoordig mogen we van de brandweer gratis een theorielokaal en een loods gebruiken in de Merenwijk, compleet met instructeur.

Lekker balkonnetje De cafébrand op 1 januari 2001 in Volendam bracht de aanpak van brandveiligheid ook voor DUWO in een stroomversnelling. Mulder: “Samen met de brandweer controleren we sindsdien alle huizen eens per jaar op brandveiligheid en veiligheid in het algemeen. Natuurlijk komen we dan weleens creatieve ideeën tegen. Zo halen we soms een kapstok van de gang. Dan leggen we de bewoner uit dat we best begrijpen dat hij geen stinkende borrelkleding op zijn kamer wil hebben, maar dat het ook extra brandgevaar voor hemzelf oplevert.

“Samen met de brandweer controleren we alle huizen eens per jaar op brandveiligheid” PETER MULDER

Verder staat er een enkele keer een stoel op het uitstapbordes van de brandtrap. Dan heb je een lekker balkonnetje, maar blokkeer je tegelijk de vluchtroute.” Sinds 2004 zijn uitstapbordessen bij de brandtrap verplicht. “Omdat Leiden veel monumentale panden kent, dachten we er met de gemeente over na hoe we ze konden aanbrengen zonder de gevels te ontsieren. Een architect maakte een modellenboek, dat de gemeente nog steeds gebruikt om eigenaren van dit soort panden te laten zien welke keuzes er zijn. Uitstapbordessen waren overigens niet de enige verplichting. In drie jaar tijd hebben we onder meer de sponningen opgedikt, geschakelde rookmelders aangebracht en de brandwerendheid van paneeldeuren aangepast. Al met al een investering van 2,5 miljoen euro.” 22

I

VEILIGHEID 72 2018


“Elk huis heeft een of meer studentbeheerders” Fietsen zijn in de studentenhuizen allang niet meer te vinden, vertelt Mulder. “Hooguit zien we ze buiten voor een nooddeur staan. Als er ruimte is, plaatsen we een extra fietsenrek. Zo niet, dan vragen we de studenten hun fietsen elders neer te zetten. Wasgoed zien we nog wel veel. We hebben afgesproken dat de was er overdag mag hangen, zolang deze ’s avonds maar weg is. In een studentenflat op de Vrijheidslaan hebben we in overleg met de bewoners op elke verdieping een van de vier wc’s opgeofferd voor een hok met een droger. Zo is er altijd een mogelijkheid om er samen uit te komen.”

Brandblussers “In nieuwbouw krijgen we vaak de vraag, waarom er geen brandblussers hangen”, vervolgt Mulder. “Vanzelfsprekend voldoen alle kamers en woningen van DUWO aan de eisen van het Bouwbesluit. Maar omdat die eisen per gebouw en bouwjaar kunnen verschillen, hangen er de ene keer wel brandblussers en in het geval van compartimentering niet. En rond de feestdagen aan het einde van het jaar vragen we via de website en de digitale nieuwsbrief altijd aandacht voor een brandvrije en veilige kerst. Sommige huizen organiseren in die periode een groot feest met oud-bewoners. Dan kunnen ze tegen betaling van een borg bij ons extra blusmiddelen krijgen. Gebruiken ze die voor de fun, dan moeten ze de vulling betalen. Gebruiken ze die omdat er een incident was, dan krijgen ze van ons een dikke pluim en bespreken we hoe we dat een volgende keer kunnen voorkomen.”

Nut De veiligheidstrainingen en -maatregelen bewijzen hun nut. Als op een zondagochtend in 2015 een grote brand woedt in de Pelikaanhof, een studentencomplex met vijfhonderd bewoners, is het pand binnen de kortste keren leeg. “Iedereen wist wat hij moest doen”, kijkt Mulder terug. “De brandweer en zelfs de burgemeester waren snel ter plaatse. Uiteindelijk viel er één slachtoffer te betreuren, dat was de kat. Twee weken later nodigden we de bewoners uit voor een evaluatie en om de vijf studentbeheerders in het zonnetje te zetten. Hun berichtgeving in de nasleep van het incident, vooral via de Facebookgroep van het huis, was fantastisch. Communicatie is echt het toverwoord geweest.” Maar ook op kleine schaal werpt de aanpak zijn vruchten af. “In een kamer aan de Nieuwe Rijn, waar de bewoner niet thuis was, vatte een televisie onder een hoogslaper vlam. De brand breidde zich niet

verder uit en de medebewoners stonden tijdig op straat. Je kunt je voorstellen wat er was gebeurd als de sponningen niet waren opgedikt en er geen rookmelders en deurdrangers waren gemonteerd. Laat je televisie niet stand-by staan! Die harde les nemen we ook weer mee in de training.”

Klip-en-klare taal Mulder vindt studenten een leuke doelgroep. “Ze zijn inventief, je kunt met ze in gesprek, ze begrijpen dingen. Aan de andere kant slaan ze je met allerlei artikelen om de oren: hier staat dat het wél mag, daar staat dit, enzovoorts. Waar het bij de student om gaat, en dat vind ik het leuke, is klip-en-klare taal. Dus als technisch of sociaal beheerder moet je je verhaal goed kunnen overbrengen, met altijd in je achterhoofd dat het om een studentenhuis gaat. De mutatiegraad is ruim veertig procent. Dat is wat anders dan bij een reguliere corporatie, waar mensen twintig of dertig jaar in hetzelfde huis wonen.”

Rondleiding Als afsluiting van het interview bezoeken we het DUWO pand op Rapenburg 51, waar eerstejaarsstudente Geneeskunde Simone Kemme een rondleiding geeft. Zij wijst op rookmelders, schuimblussers, noodsignalering en een brandtrap. Een slim detail betreft de posters aan de muren. Mulder: “In al onze huizen gebruiken de bewoners behangplaksel. Doordat er dan geen lucht achter de posters zit, vatten ze minder snel vlam. Brand kan een keer uitbreken. Maar als het gebeurt, dan weet ik zeker dat er altijd een blusmiddel in de buurt is en dat alle maatregelen zijn getroffen voor een vluchtweg. Daardoor slaap ik een stuk rustiger. Ik wil gewoon geen slachtoffers, klaar.” PvW // 23


BEDRIJFSNOODORGANISATIE

Bedrijfsnoodorganisatie NXP zet puntjes op de i

“Nadenken over reële risico’s was een eyeopener” De bedrijfsnoodorganisatie nieuwe stijl van microprocessorfabrikant NXP in Nijmegen is ‘af’. Althans, voor tachtig procent. Dit jaar gebruikt het bedrijf om de ‘puntjes op de i’ te zetten van het first responderteam, dat inmiddels de beschikking heeft over een nieuw uitrukvoertuig en zijn eerste kleine hulpverleningsacties achter de rug heeft. Factory manager Walter Peters overziet samen met manager ERT & Security Bernard Kok de bereikte resultaten. Slot van het vierluik over het groeiproces van een maatwerk bedrijfsnoodorganisatie bij NXP.

24

I

VEILIGHEID 72 2018


Walter Peters is als factory manager de ‘klant’ van de bedrijfsnoodorganisatie, maar tegelijk ook de leverancier van de manschappen die waken over de veiligheid van zijn fabriek. Een dubbelrol in lijn met de gedachte achter de bno: een responsorganisatie vóór en dóór het bedrijf. Om mens en bedrijfsproces te beschermen in noodsituaties. Een nieuwe denkwijze vergeleken met de tijd van de ‘oude’ bedrijfsbrandweer, beaamt Peters.

Risisodenken “Als factory manager heb ik eigenlijk maar één doel: producten maken op een kosteneffectieve manier”, stelt Peters. Hij vervolgt: “En hoe cru het misschien ook klinkt, alles wat niet met het primaire bedrijfsproces te maken heeft, ook een veiligheidsorganisatie, is in feite ballast. In termen van tijdbesteding en financiën. Maar natuurlijk onderschrijf ik het belang van veiligheid binnen het bedrijf, want ik wil dat mijn mensen veilig kunnen werken en ook dat de productieprocessen geen hinder ondervinden van een incident. Tot drie jaar geleden was ik ervan overtuigd dat we daarvoor een fors opgetuigde bedrijfsbrandweerorganisatie nodig hadden. Die organisatie, met meerdere voertuigen en een team opgeleide brandweerlieden, was er altijd geweest en was voor mij simpelweg een gegeven. Totdat in 2015 Bernard Kok bij mij kwam met het voorstel de bedrijfsbrandweer om te bouwen naar een moderne gespecialiseerde noodorganisatie met first responders, toegesneden op de reële risico’s in de fabriek.” Peters erkent: “Dat nadenken over reële risico’s als basis voor de incidentrespons, was voor mij echt een eyeopener. Ik heb als productieverantwoordelijke geen veiligheidskundige kennis, dus ik was nooit bezig met de vraag of we voor de risico’s in ons bedrijf wel het juiste type noodorganisatie hadden. Ik was onder de indruk van deze benadering. Goed dat we die stap hebben gezet en dat we onszelf de vraag hebben gesteld: wat zijn nu echt de maatgevende risico’s in onze bedrijfsprocessen en welke veiligheidsbehoefte kunnen we daaruit afleiden? We hebben nu een effectievere, efficiëntere en slimmere organisatie.”

Gevoelige apparatuur Een organisatie die ook meer voelt als een integraal onderdeel van het bedrijf dan de bedrijfsbrandweer, die in de beleving van Peters toch meer een ‘eiland’ was in de organisatie. De directe koppeling van inhoudelijke proceskennis aan specialistische hulpverleningscompetenties vindt hij belangrijk voor de fabriek. “We gebruiken diverse gevaarlijke stoffen in onze productieprocessen, dus ik vind het belangrijk

dat we een noodorganisatie hebben die lekkages snel kan verhelpen en indien nodig mensen uit een gevaarlijke situatie kan redden. Maar we hebben ook voor een kapitaal aan zeer gevoelige apparatuur staan. Als die ontregeld raakt, heeft dat directe consequenties voor onze productie. Een kleine stroomstoring kan al uren tot zelfs dagen productieverlies opleveren. Snel handelen bij een incident is dus belangrijk voor schadebeperking en continuïteit. In dat verband is ook de kennispositie van onze first responders van groot belang.

“Die laatste twintig procent bepalen of het een succes wordt of niet”

Omdat ze uit de productieploegen komen en ook worden aangestuurd door de shift manager, zitten ze bij de uitvoering van hun hulpverleningstaak dicht bij de bedrijfsprocessen. Alle inzet is in feite gericht op het ondersteunen van de fabriek in een noodsituatie. In dat geval kunnen we de noodorganisatie ook beschouwen als een technische dienst die onder tijdsdruk en met beschermende kleding en uitrusting problemen oplost. De first responders kennen de finesses van de processen, de productieapparatuur en de stoffen en materialen waarmee wordt gewerkt. Essentiële kennis als de overheidsbrandweer bij een onverhoopte brand in het bedrijf moet optreden. Onze teamleider bno is dan voor de externe brandweer de centrale contactpersoon, vraagbaak en adviseur. Als de brandweer bijvoorbeeld vraagt om uit voorzorg ‘alles maar stroomloos te maken en af te schakelen’, kan hij met zijn specifieke kennis aangeven welke maatregelen noodzakelijk en realistisch zijn. Zo blijft de impact van een incident op het productieproces beperkt en kunnen alle professionals doen wat nodig is om de situatie te normaliseren.”

Nazorgfase Peters is ervan overtuigd dat met de ombouw van bedrijfsbrandweer naar een meer gespecialiseerde en op het risico toegesneden responsorganisatie de juiste keuze is gemaakt. Incidenten met gevaarlijke stoffen bepalen het risicobeeld van NXP en juist op die specifieke scenario’s is het gespecialiseerde first responderteam veel beter toegerust dan de bedrijfsbrandweer met zijn brede taakopvatting en 25


Walter Peters (rechts) en Bernard Kok blikken terug op een geslaagd project.

“We moeten altijd kritisch naar onze organisatie blijven kijken en bijsturen waar nodig” veel materialen die nooit werden gebruikt. Maar is dit het eindpunt? Is Peters tevreden met de organisatie die er nu staat? “We moeten altijd kritisch naar onze organisatie blijven kijken en bijsturen waar nodig. De basis van de noodorganisatie is goed, maar we zitten nog in de nazorgfase. Tachtig procent kun je achter de tekentafel bedenken, maar die laatste twintig procent bepalen of het een succes wordt of niet. Een van de punten waarover ik nog wat zorgen heb, is dat het first responderteam maar relatief weinig wordt ingezet. Een gevolg van het feit dat er in onze fabriek veilig wordt gewerkt en dat er ook heel veel preventieve veiligheid is. We werken met vijf productieploegen, die allemaal hun eigen first responders leveren, dus de kans dat een team voor een daadwerkelijk incident komt te staan is niet groot. Dat ‘gebrek’ aan praktijkinzet leidt tot verdunning van ervaring. En toch moeten we ook op onze noodorganisatie kunnen bouwen als dat ene zeldzame grotere incident zich voordoet en het er echt op aankomt. Voor die opbouw en het op peil houden van praktische ervaring zoeken we nog naar de juiste aanpak.” 26

Verbetertraject Bernard Kok vult aan dat er al een verbetertraject is gestart om de puntjes op de i te zetten. Naast het verder bouwen aan de competenties en vakbekwaamheid is er ook aandacht voor de communicatie binnen het team. Op de vraag wat hij geleerd heeft van het totstandkomingsproces van de bno en wat hij andere bedrijven die voor dezelfde keuzes staan zou adviseren, antwoordt Kok: “Kijk kritisch naar je bedrijf, je processen en je risico’s, als vertrekpunt voor een nieuwe noodorganisatie. Dat is de sleutel tot een responsorganisatie die past bij de feitelijke veiligheidsbehoefte.”

Aantoonbare veiligheidswinst Peters en Kok beseffen dat de ombouw van bedrijfsbrandweer naar bno een intensief proces is geweest, maar dat de keuze heeft geleid tot aantoonbare veiligheidswinst in het bedrijf, door een professionelere en meer gespecialiseerd responsteam. “Het was in zekere zin wel pionieren”, vervolgt Kok. “Voor alle betrokkenen, ook voor de opleider die de trainingen heeft verzorgd. Nu hebben we inmiddels ons eerste oefenseizoen achter de rug en zijn we aan het evalueren op welke aspecten we nog intensiever moeten trainen en oefenen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat we ook met de overheidsbrandweer van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid samen gaan oefenen, in het belang van soepele samenwerking bij incidenten. Maar zo ver zijn we nog niet. We willen eerst onze eigen organisatie helemaal up-to-date hebben voordat we klaar zijn om de afspraken en samenwerking met de Veiligheidsregio te stroomlijnen.” RJ //

I

VEILIGHEID 72 2018


Natuurlijke selectie? Een tijdje terug las ik een artikel uit het Tijdschrift voor Belangwekkende Bijzaken. Ja, je leest het goed: ook dat bestaat. Het artikel had als kop: ‘Niet allemaal tegelijk naar de nooduitgang s.v.p.’ en beschreef een onderzoek naar wat er gebeurt als middenin een grote concertzaal brand uitbreekt tijdens een optreden. De vraag was of het publiek de zaal dan rustig zou verlaten en iedereen zich naar de dichtstbijzijnde nooduitgang zou begeven. Wat had je gedacht? Niet dus! Sommigen pakten eerst hun mobieltje om nog gauw even een foto te maken, anderen gingen op zoek naar hun familie. Maar de meeste mensen probeerden naar de deur te gaan waardoor ze naar binnen waren gekomen. Met als gevolg dat daar de boel opstroopte, waarmee de chaos compleet werd. Nu was dit geen echte brand en ook geen reële ontruiming, maar een test waarvoor computersimulaties werden gebruikt. Dat heeft natuurlijk wel enkele nadelen. Zo is daarbij iedereen gelijk: man, vrouw of kind, dik, dun, lang, of kort, het maakt niets uit. Ook raakt er niemand in paniek, wordt er niemand onder de voet gelopen, en niemand loopt tegen de stroom in of gaat zijn verloren kind zoeken. Maar de onderzoeker ontwikkelde een nieuw model, waarin hij dit gedrag - in goed Engels ‘crowd behavior’ geheten – wel verwerkte. Zo is daarin bijvoorbeeld ook meegenomen dat als het bevel tot ontruimen wordt gegeven, daar niet meteen mee wordt begonnen. Mensen maken hun werk af, kijken rond of er al rook te zien is, en pas als anderen opstaan gaan zij op hun gemak naar de uitgang. Een uiterst merkwaardige ontdekking bij het testen ervan was dat een evacuatie bijna 10 procent sneller kan verlopen als er mensen op weg naar de uitgang vallen. De reden: de gevallenen houden de boel een beetje op, waardoor niet iedereen tegelijk bij de nooduitgang aankomt. De onderzoeker heeft een beurs gekregen voor zijn onderzoek en gaat er nog twee jaar mee verder aan de Universiteit van Leeds. Na enige tijd werd het onderzoek door een briefschrijver in praktische zin belicht. De man in kwestie werkte op de zevende verdieping van een kantoorpand. Hij hield van doorlopen, maar had bij ontruimingsoefeningen al meermaals opgemerkt dat de ontruiming in een trappenhuis aardig kan stagneren. En – zo vervolgde de man – een werknemer van de tweede verdieping die wat minder vlot naar beneden komt, tekent zo – onbedoeld – mogelijk het doodvonnis van collega’s die op hoger gelegen verdiepingen werken. Maar de briefschrijver had ook een oplossing. Gelukkig zijn kantoren vaak voorzien van flexplekken. En hij wilde die indelen naar fysieke fitheid: de atleten en kwieken op de onderste verdiepingen, de kreupelen en tragen op de hogere etages. Hij stelde ook nog een verdere verfijning voor aan de hand van het afleggen van een traplooptest en een gecontroleerde simulatieomgeving. Een soort natuurlijke selectie dus. Ik hoop dat de briefschrijver zijn voorstel cynisch bedoelde. Anders is het stuitend! Rob Poort is jurist en veiligheidskundige (www.bureaupoort.nl) 27


BEDRIJFSHULPVERLENING

Detentiecentrum Rotterdam

“Bhv wordt steeds meer als professie gezien” Detentiecentrum Rotterdam doet er alles aan om de veiligheid van de ingesloten vreemdelingen te garanderen. Het geheim: strakke bhv-procedures, regelmatige oefeningen en – sinds kort – handige instructiefilmpjes. “De veiligheid van de medewerker heeft te allen tijde prioriteit.”

Bij het in 2010 opgeleverde Detentiecentrum Rotterdam, pal naast Rotterdam The Hague Airport, is iederéén bhv’er. Zelfs de plaatsvervangend directeur heeft een bhv-opleiding gevolgd, vertelt bhv-coördinator Hans Wouters. “Sinds 2007 kiezen we er bewust voor om in principe alle medewerkers die in direct contact staan met ingeslotenen een bhv-opleiding te laten volgen. Op die manier kunnen we de veiligheid in deze bijzondere omgeving zo goed mogelijk garanderen.”

“De veiligheid van het personeel en andere ingeslotenen staat te allen tijde voorop”

Vreemdelingen Want een bijzondere omgeving, dát is het zeker. Detentiecentrum Rotterdam is geen ‘gewone’ penitentiaire inrichting. Er worden op dit moment (bij een totale capaciteit van 640) ongeveer 320 ‘vreemdelingen’ opgevangen: mensen die illegaal in Nederland verblijven (alleen volwassen mannen) die wachten op hun uitzetting en die gemiddeld 43 dagen in het detentiecentrum verblijven. Kenmerkend verschil met gevangenen is dat vreemdelingen niet onder het strafrecht, maar het bestuursrecht vallen, legt Wouters uit. “Deze vreemdelingen zijn weliswaar – met zijn tweeën– gehuisvest in een cel, maar hebben wel meer bewegingsvrijheid. We spreken dan ook liever van ‘woonruimte’. Ook het soort incidenten is anders; zo hebben we hier vaker te maken met automutilatie en suïcidaal gedrag. Binnen het detentiecentrum is ook een medische dienst aanwezig die de bhv ondersteunt bij calamiteiten.” 28

Smeulbranden De bhv-organisatie binnen het detentiecentrum richt zich vooral op ingrijpen en ontruimen bij brand. Binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) zijn strikte normen afgesproken voor de handelswijze bij brand, schetst Ed Gosman, accountmanager van het Opleidingsinstituut van DJI. “Alle woonruimtes moeten voorzien zijn van rookdetectie. Binnen één minuut na het ontstaan van een brand moet er een alarmering plaatsvinden; binnen twee minuten moeten er twee bhv’ers ter plekke zijn. Zo nodig moet het betreffende compartiment – op de meeste afdelingen binnen het centrum een ‘vlak’ met zestien woonruimtes – binnen vijftien minuten volledig ontruimd kunnen zijn.” Binnen het detentiecentrum vinden vooral smeulbranden plaats, vult Wouters aan. “Soms gaat er iets mis bij het gebruik van de in elke cel verplicht aanwezige magnetron. Sommige ingeslotenen hebben nog nooit van hun leven met zo’n apparaat gewerkt en gebruiken het bijvoorbeeld om sokken of andere voorwerpen op te warmen – met alle gevolgen van dien. Verder mag er in de woonruimtes gerookt worden. Alle gordijnen en dekens zijn daarom geïmpregneerd. Alleen het matras is een kwetsbaar punt: sommige vreemdelingen snijden het open en steken de vulling in brand om bijvoorbeeld aandacht voor hun situatie te vragen.”

Sprinklers Zodra er brand gedetecteerd wordt en de via de centrale meldkamer gealarmeerde bhv-medewerkers ter plekke zijn, wordt er eerst een deurprocedure uitgevoerd en kijken de bhv’ers door het luik om te zien of er echt sprake is van brand. Vervolgens schakelen de bhv’ers de elektra af, waarna ze gedurende dertig seconden de handbediende blusinstallatie (zie kader) inschakelen. Doorgaans is dat afdoende om de brand te blussen, vertelt Wouters. “Vervolgens proberen de bhv’ers

I

VEILIGHEID 72 2018


Foto: Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

Detentiecentrum Rotterdam is geen ‘gewone’ penitentiaire inrichting

om de aanwezige ingeslotenen via een grijpactie uit de woonruimte te krijgen. Ten slotte wordt zo nodig het compartiment ontruimd en worden de brandweer en eventuele andere hulpdiensten begeleid.” De veiligheid van het personeel en andere ingeslotenen staat te allen tijde voorop, benadrukt Wouters. “Als een ingeslotene niet op een veilige manier uit zijn woonruimte kan worden gehaald, heeft de veiligheid van de medewerker en andere ingeslotenen prioriteit.”

Verminderd zelfredzaam Het brandveilig houden van een detentiecentrum is wezenlijk anders dan bij de meeste andere

organisaties, vertelt Gosman. “Binnen DJI hebben we te maken met mensen die verminderd zelfredzaam zijn; ze kunnen nu eenmaal niet zelf naar binnen en buiten wandelen. Om die reden volgen onze medewerkers een intensieve driedaagse bhv-training. De eerste twee dagen doorlopen ze een basistraining; de derde dag gaan we in op alle DJI-specifieke procedures die voortvloeien uit het feit dat we hier met bijzondere omstandigheden te maken hebben.” Binnen DJI is er sinds een jaar of tien écht werk gemaakt van een goede bedrijfshulpverlening, blikt Gosman terug. “De bhv wordt steeds meer als een professie gezien. In 2007 is een centraal visiedocument voor de bhv opgesteld. Daar zijn onder meer de maximale reactietijden en de huidige ontruimingsregels uit voortgekomen. Stelregel is dat ingeslotenen, na ontruiming, 29


BEDRIJFSHULPVERLENING

EFFICIËNTE WATERMIST Het Detentiecentrum Rotterdam beschikt over twee soorten blussystemen: een handbediende blusinstallatie én – op bepaalde afdelingen – zogenoemde HI-FOG-sprinklers. Dit is een hogedrukwatermistsysteem, verduidelijkt Hans Wouters. “Onder hoge druk verspreidt dit type sprinkler een dichte waternevel die de meeste branden direct dooft. Het systeem is duurder dan een traditionele sprinklerinstallatie, maar werkt sneller en verbruikt tot 90 procent minder water.”

Kamer voor verblijf vreemdelingenbewaring

Ed Gosman (links) en Hans Wouters voor een van de oefencellen.

bij voorkeur minimaal één brandcompartiment verder moeten worden opgevangen. Daarbij speelt ook mee dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid na de Schipholbrand heeft verordonneerd dat gedetineerden geen direct zicht mogen hebben op een calamiteit. Verder is er sindsdien intensief nagedacht over de meest effectieve wijze van blussen. Hier in Rotterdam beschikken we over sprinklerinstallaties, maar dat is niet in elke DJI-faciliteit zo. We hebben daarom ook gekeken naar manieren om handmatig te blussen. Er is nog overwogen om gevangenen via een blusslang door het luik zélf te laten blussen, maar omdat sommige branden expres worden aangestoken was dat geen reële optie. In DJI-locaties zonder sprinklerinstallatie blussen de bhv’ers daarom zo mogelijk zelf door het luik.”

Instructiefilmpjes Geoefend wordt er – uiteraard – volop. Regelmatig volgen de Rotterdamse bhv’ers herhalingstrainingen, schetst Wouters. “Om het zo realistisch mogelijk te houden, maken we daarbij gebruik van een van de oefencellen die we hier in huis hebben ingericht. Verder wordt er meerdere malen per jaar 30

zowel aangekondigd als onaangekondigd geoefend met ontruimen.” Bijzondere troef zijn de filmpjes die Wouters en zijn collega’s sinds enige tijd maken. “Die filmpjes zijn bedoeld als handig naslagwerk voor collega’s: in korte video’s van enkele minuten laten we zien hoe bijvoorbeeld de brandprocedure werkt en hoe een evacuatie met de evacuatiestoel of een brancard verloopt. Ook gaan we in op niet bhv-gerelateerde onderwerpen, bijvoorbeeld hoe je de-escalerend kunt optreden als twee ingeslotenen ruzie krijgen. De bedoeling is dat er uiteindelijk zo’n dertig locatiespecifieke instructiefilmpjes beschikbaar zijn voor de eigen medewerkers. Tijdens oefeningen kunnen de filmpjes eenvoudig op een tablet worden opgeroepen via de bijbehorende QR-codes die op bepaalde plekken zijn opgehangen.” Daarnaast maakt DJI af en toe filmpjes voor de buitenwereld, om te laten zien hoe het er in de justitiële instellingen aan toe gaat, vervolgt Wouters. “Hoe ziet een cel eruit? Hoe verloopt een dag van een ingeslotene in vreemdelingenbewaring? Maar ook: wat gebeurt er als er brand uitbreekt in een cel of woonruimte? Met deze vlogs bieden we geïnteresseerden een kijkje achter de schermen en kweken we meer begrip voor ons werk.” (Redactie: bekijk de video’s op Yuotube, zoekterm: Dienst Justitiële Inrichtingen.)

Bhv-wedstrijd Je merkt het aan alles: Hans Wouters lééft voor de BHV. Enthousiast vertelt hij over de landelijke bhv-wedstrijd die DJI elk jaar organiseert. “Bhvteams van de verschillende DJI-instellingen en -diensten gaan die dag de strijd met elkaar aan door bepaalde noodscenario’s zo goed mogelijk uit te voeren. Niet alleen enorm leuk, maar ook uiterst leerzaam: uiteindelijk gaat het niet om die eerste plek, maar om het van elkaar leren.” Met een lach: “Maar ik wil dit jaar wél weer bij de eerste drie eindigen.” JP //

I

VEILIGHEID 72 2018


BEDRIJFSNOODORGANISATIE

Odfjell Terminal Rotterdam

Vertrouwen hersteld na safety shut-down Olie- en chemieterminal Odfjell heeft moeilijke jaren achter de rug, nadat het bedrijf in 2012 zelf tot gedeeltelijke stillegging overging wegens veiligheidstekortkomingen. Inmiddels is de terminal weer grotendeels ‘up and running’. Het nieuwe management heeft veel geld en energie geïnvesteerd om volledig aan de regelgeving te voldoen en het imago bij overheden en klanten te herstellen. Die aanpak werpt zijn vruchten af.

Werk in uitvoering bij Odfjell in het Rotterdamse Botlekgebied, ook zes jaar na de stillegging. 2016 markeert volgens managing director Erik Kleine de drempel tussen twee fasen in de terugkeer van Odfjell op de olie- en chemiemarkt. De drie jaren daarvóór stonden volledig in het teken van de herstelfase vanuit het oogpunt van veiligheid. Sinds 2016 richt de onderneming zich met een Masterplan ook weer op het herstel van haar economische positie in de olie- en chemiemarkt en op het opbouwen van een duurzaam klantenbestand. Voorwaarden om in de toekomst te overleven in een branche vol dynamiek.

Persoonlijke veiligheidsopdracht Over de ambities van Odfjell Rotterdam op veiligheidsgebied bestaat geen twijfel. Zonder schroom legt Kleine uit dat het management er met een nieuwe koers in safety management op stuurt om de veiligste tankterminal van Europa te worden. “Dat is een reëel streven na de radicale wending in onze bedrijfsvoering na 2012”, blikt Kleine terug. “De toenmalige veiligheidssituatie op de terminal, zoals beschreven in het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, was een grote schrik voor het bedrijf. Ook voor de Noorse moedermaatschappij, Odfjell SE, die voor 51 procent eigenaar is van Odfjell Terminals Rotterdam. Omdat Odfjell als wereldwijd opererende onderneming in tankvaart en opslag van chemie en olieproducten juist het imago heeft van een bedrijf met een hoge veiligheidsstandaard, zag de familie Odfjell het als een persoonlijke opdracht om de Nederlandse terminal er weer bovenop te helpen en het geschonden vertrouwen van de overheid en de klanten te herstellen.”

31


BEDRIJFSNOODORGANISATIE

Verbeterplan Daarvoor was veel inspanning en veel geld nodig. Met een gedetailleerd en met de overheden afgestemd verbeterplan togen management en personeel aan het werk om alle gesignaleerde gebreken en tekortkomingen op te lossen. Met een miljoeneninjectie van de aandeelhouders kon de vrijwel volledig stilgelegde terminal technisch en qua veiligheidsprocedures up-to-date worden gebracht met de eisen van onder andere de Brzoregelgeving. Kleine becijfert dat sinds het begin van het herstelprogramma in 2013 in totaal al zo’n 150 miljoen euro in veiligheidsverbeteringen is gestoken. “Onze terminal telt 270 opslagtanks, voor opslag van ruwe aardolie en uiteenlopende chemische producten. Het is een van de grootste tankterminals van Europa, dus de herstelfase is technisch en logistiek een immense opgave.”

“Ook de bedrijfsnoodorganisatie werd verder geprofessionaliseerd”

Hard- en software De uitgevoerde werkzaamheden in de afgelopen jaren betroffen het wegwerken van achterstallig onderhoud aan tanks, leidingen en cruciale veiligheidssystemen. De stationaire schuimblus- en koelinstallaties zijn vervangen en er zijn onafhankelijke tankovervulbeveiligingssystemen op de opslagtanks geïnstalleerd. Kleine vervolgt: “Bij het herstelprogramma volgen we de richtlijn PGS 29 voor veiligheid bij tankopslagbedrijven, versie 2008. De richtlijn beschrijft hoe opslagtanks en tankputten op basis van de best beschikbare techniek optimaal dienen te worden beschermd tegen risico’s van brand, explosie en lekkage. De safety shut-down en de daaropvolgende herstelfase stelt ons dus in staat om ook direct de hele terminal in overeenstemming te brengen met de relevante onderdelen van PGS 29, zoals afgesproken met de autoriteiten. Met de vernieuwde blus-, koel- en veiligheidssystemen is ons tankpark helemaal up-to-date. We zijn momenteel bezig met de aanvraag van een nieuwe revisievergunning, waarin ook de PGS-29 versie 2016 wordt meegenomen.” 32

Behalve de ‘hardware’ heeft ook de software van de terminal een flinke upgrade gehad: de organisatie en de procedures. In eerste instantie werd met de benoeming van een tijdelijke managing director en een team crisismanagers alle energie gestoken in het maken van een plan van aanpak om op basis van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid de gewenste technische opwaardering van de terminal ter hand te nemen. Maar ook het veiligheidsmanagementsysteem, de onderhoudsorganisatie, het bedrijfsnoodplan en de bedrijfsnoodorganisatie van de terminal werden onder de loep genomen en verder geprofessionaliseerd.

Veiligheidswinst De tot dusver uitgevoerde verbeteringen op de terminal missen hun effect volgens Kleine niet. Met enige trots vertelt hij over de geboekte veiligheidswinst sinds 2012. “Branchevereniging VOTOB heeft een auditprogramma ontwikkeld, de Safety Maturity Tool, waarmee aangesloten bedrijven hun totale infrastructuur en organisatie kunnen doorlichten op alle aspecten van veiligheid, zowel op het gebied van technische installaties als managementsystemen en organisatieaspecten. Toen we in 2013 na de stillegging ons hele bedrijf kritisch met die tool bekeken, zaten we onder aan de ladder qua veiligheid. Inmiddels zitten we, dankzij alle gedane veiligheidsinvesteringen, in de top. Ook de verloren ISO-certificering hebben we weer terug en in december zijn we ook weer voor drie jaar ge-hercertificeerd. We hebben er hard voor moeten werken, met een nieuw ‘operational excellence team’ bestaande uit ervaren mensen uit de tankopslagsector. En het resultaat stelt ons tevreden.”

Maximale transparantie Openheid is volgens Kleine het sleutelwoord in het proces dat Odfjell doormaakt om op alle fronten weer terug te komen als gerenommeerd bedrijf; in de klantenkring, bij de toezichthoudende overheden, maar ook als onderdeel van de samenleving. “De stillegging van onze activiteiten heeft grote gevolgen gehad, niet alleen voor onszelf maar ook in de keten van toeleveranciers en afnemers waarin we actief zijn. We hebben geleerd van de gemaakte fouten en die lessen hebben we via lezingen en presentaties ook uitgebreid gedeeld met andere bedrijven in de branche. We moeten ons realiseren dat de olie- en chemiesector van groot belang is voor de samenleving, maar tegelijk onder het vergrootglas ligt van overheden en maatschappelijke groeperingen. Een probleem bij één bedrijf is daardoor al snel het probleem van de sector. Daarom is het cruciaal dat we het gedeukte vertrouwen van de samenleving terugwinnen en dat onze ketenpartners en de omgeving erop kunnen vertrouwen

I

VEILIGHEID 72 2018


“Maximale transparantie om vertrouwen te herstellen” ERIK KLEINE

dat we de veiligheid in ons bedrijf goed voor elkaar hebben. De afgelopen jaren hebben we veel energie gestoken in communicatie, door de colleges, gemeenteraden en bewonersgroepen van gemeenten rond de Rotterdamse haven uit te nodigen om bij ons te komen kijken. Die transparantie is door de betrokkenen zeer op prijs gesteld en na jaren van kritiek horen we nu van het Rotterdamse gemeentebestuur en van inspectiediensten ook weer positieve geluiden. Ik geloof beslist dat we het overheidsvertrouwen in ons veiligheidsmanagement hebben kunnen herstellen.”

Waarborg Bij Odfjell ligt de focus nu op de verdere toekomst. Honderdtachtig van de 270 tanks zijn inmiddels aangepast en weer in bedrijf, de rest van het tankpark wordt de komende jaren aangepast. Inspecteurs van de Milieudienst DCMR, de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en Inspectie

SZW hebben de afgelopen jaren heel wat uren gemaakt voor herinspecties en zijn nog steeds ‘vaste gasten’ op het bedrijf. Kleine: “De toezichthoudende overheden realiseren zich dat een tankterminal een ander type bedrijf is dan een chemiefabriek, waar processen en hoeveelheden gevaarlijke stoffen redelijk constant zijn. Als tankterminal hebben we een voortdurend wisselend klantenbestand en ook de aard en hoeveelheid van de opgeslagen producten wisselt. Waar we nu op inzetten is dat we ons volledige opslagvolume van vóór de ‘shut-down’, 1,6 miljoen kubieke meter, weer kunnen benutten. Ook willen we onze eigen kleine petrochemische distillatie-installatie, die uniek is voor een tankterminal, meer gaan inzetten. Naast de overheidsinspectiediensten kijken ook onze klanten kritisch mee in ons verbetertraject, met eigen audits. Dat vinden we belangrijk, het is ook voor onze klantenkring een waarborg dat onze terminal aan de hoogste veiligheidseisen voldoet.” RJ // 33


BRANDVEILIGHEID

Vluchten uit een ondergrondse parkeergarage In Nederland gebeurt het ongeveer één keer per jaar: een brand in een ondergrondse parkeergarage. Meestal is de schade enorm, maar gelukkig vielen er tot nu toe geen slachtoffers. Hoe kunnen we dat zo houden?

Grauwgrijze muren, flikkerende tl-buizen en galmende voetstappen in de verte. Als een regisseur van een lowbudgetfilm een horrorscène in beeld wil brengen, hoeft hij geen geld uit te geven aan een duur decor. Alles wat hij nodig heeft, is een ondergrondse parkeergarage. Suspense verzekerd. Ook in werkelijkheid gaat het in die parkeergarages wel eens mis. Niet vanwege criminelen of vampieren, maar door een brand in een auto. Zo’n brand zorgt namelijk voor een enorme warmtestuwing en erger nog: voor een gevaarlijke rookontwikkeling. Nog dramatischer wordt het als de vlammen overslaan naar de auto’s ernaast. Staan er eenmaal drie in brand, dan kan de brandweer het vuur nauwelijks nog blussen. Een echt horrorscenario. Nee, doden zijn er in Nederland nooit gevallen, maar volgens Vincent de Winter, teamleider Advies bij Brandweer Hollands-Midden, is een parkeerbrand zeker niet zonder risico's. “Zo’n brand is bijvoorbeeld riskant voor bewoners van appartementen vlak in de buurt. Door de enorme hitte zie je vaak grote schade aan de constructies. De vloeistof in het beton verdampt en dat beton gaat spatten: het wordt gedeeltelijk afgebroken. Ook kunnen er allerlei schadelijke gassen vrijkomen, zoals koolmonoxide. Je ziet vaak dat zo’n complex geheel of gedeeltelijk moet worden ontruimd. En in het uiterste geval wordt het zelfs afgebroken.” 34

I

VEILIGHEID 72 2018


Diepste parkeergarage van Nederland Daarom is De Winter erg te spreken over de nieuwe parkeergarage in Leiden, de diepste van Nederland. Allereerst iets over de sfeer: in deze garage wordt de toon niet gezet door schimmig grijs, maar door vrolijk oranje, met op iedere verdieping een kleurrijke illustratie. En – voor de brandweer nog belangrijker – er is al in een vroeg stadium nagedacht over de brandveiligheid. “Die garage ligt vlakbij een historische molen”, zegt De Winter. “En bovendien staan er in de nabije omgeving enkele woonhuizen. Daarom nam de gemeente geen risico. De brandveiligheid was één van de belangrijke selectiepunten bij de aanbesteding.” Want wat gebeurt er als het in de Leidse parkeergarage misgaat? Als er een auto in de brand vliegt en er mensen in de garage aanwezig zijn? Volgens De Winter ontvouwt zich dan het volgende scenario: • Allereerst activeert de hitte een sprinklerinstallatie. “Dat is wat ons beviel aan het plan van de uiteindelijke aannemer”, zegt De Winter. “Een sprinklerinstallatie in een parkeergarage, dat zie je in Nederland niet zo vaak. Maar het is volgens ons wel een goede oplossing. In de meeste gevallen zal zo'n installatie de brand gewoon blussen en als dat niet lukt, bijvoorbeeld in een elektrische auto met batterijen, dan blijft de situatie door de sprinkler in ieder geval beheersbaar.” • Bovendien klinkt er onmiddellijk een alarm. De Winter: “Dat is een combinatie van een alarmsignaal en gesproken tekst. De bezoekers moeten vluchten naar een glazen compartiment. Dat bevindt zich op een afstand van hoogstens dertig meter en het is zowel vuur- als rookbestendig. Daar kunnen mensen de lift nemen naar de uitgang.” • Vervolgens arriveert de brandweer. “Vanuit het glazen compartiment kunnen wij zien waar de brand zich bevindt”, vertelt De Winter. Hij vervolgt: “Binnen 17 minuten zorgen wij voor water op het vuur en na 45 minuten is de garage weer rookvrij.”

Onveilig gedrag

Foto: Jorrit Lousberg/Light at Work

Goed doordacht dus, maar toch… 100% garantie geeft dit allemaal niet. Want volgens De Winter is de heilige koe vaak precies dat: heel heilig. “Je staat er af en toe van te kijken wat mensen doen om hun spullen te redden, vooral als het gaat om hun auto. Je kunt er dus nooit vanuit gaan dat ze inderdaad braaf de aanwijzingen volgen en hun toevlucht zoeken in het glazen compartiment. Het kan gebeuren dat iemand gewoon in zijn auto stapt en, à la James Bond, dwars door het vuur naar de uitgang rijdt. Niet iedereen is 100% op de hoogte van de 35


www.readybedrijfsveiligheid.nl +31(0)85 - 3033472 info@73239.nl Ridderhof 98 | 5341 HS Oss

HET ONLINE ONTRUIMINGSPLAN (OOP)

Foto: Jorrit Lousberg/Light at Work

Geen suf papieren ontruimingsplan meer waar niemand het bestaan van kent. Met OOP wordt eindelijk het doel van een ontruimingsplan bereikt. Het voorlichten en instrueren van uw personeel en bedrijfsnoodorganisatie over hoe te handelen bij een calamiteit. ✓ UW ONTRUIMINGSPLAN ONLINE OP PC & TABLET ✓ MEERDERE LOCATIES EENVOUDIG ZELF TE BEHEREN ✓ INTERACTIEVE PLATTEGRONDEN ✓ MET BEHULP VAN FOTO’S & VIDEO HET VEILIGHEIDSBEWUSTZIJN VERHOGEN KUNNEN WE NOG MEER? Nog heel veel meer. De data staat immers in de CLOUD en de mogelijkheden zijn eindeloos. Mogen we koffie komen drinken?

29 MAART - AMSTERDAM • 22 JUNI - DELFT

TRAINING

BASIS PGS 15: DE (ON)MOGELIJKHEDEN VAN DE OPSLAG VAN VERPAKTE GEVAARLIJKE STOFFEN Tijdens de training is er veel aandacht voor de praktische toepassing van de voorschriften en de daaraan verbonden consequenties/valkuilen. Aan de hand van opdrachten en het bespreken van voorbeelden uit de praktijk zullen situaties realistisch en vanuit meerdere invalshoeken benaderd worden. De docent is betrokken geweest bij de herziening van de PGS15 en zijndaardoor uitstekend toegerust om toelichting te kunnen geven op de complexe inhoud.

Meer data en informatie op: www.nen.nl/trainingbasisPGS15

36

I

VEILIGHEID 72 2018


Foto: Jorrit Lousberg/Light at Work

De parkeergarage aan de Leidse Lammermarkt is de diepste van Nederland

langetermijnrisico's van rook, van alle kankerverwekkende deeltjes en vervelende koolwaterstoffen. Daar moeten we nog meer voorlichting over geven, op scholen en ook bij het behalen van het rijbewijs.”

Bovendien kun je ze meer in detail instrueren. Aan de andere kant, hoe zit het met die Japanner die geen vreemde talen spreekt? Die zal niets van de boodschap verstaan, dus voor hem kun je toch beter kiezen voor een slow whoop.”

Vluchtwegmarkering Hoe zorg je ervoor dat mensen in een parkeergarage de weg kunnen vinden naar het veilige glazen compartiment? Volgens Bart de Vries, technical manager BeNeNo bij Etex BP, kan dat het best met de karakteristieke groene bordjes: een helderverlicht wit mannetje en een pijl naar boven. “Natuurlijk heb je geen absolute garantie dat iedereen die dat bordje ziet, begrijpt dat je rechtdoor moet lopen. Maar het is gebleken uit internationaal onderzoek: de kans dat mensen dit snappen, is het grootst.” Echter, volgens hem hangen veel van die aanduidingen op de verkeerde plaats. “Je ziet vaak dat ze zijn bevestigd aan het plafond, maar dat heeft een groot nadeel: bij een brand trekt de rook naar boven en die zal zo'n bordje snel verduisteren. Beter is het om het te bevestigen aan een deur, een meter lager, zoals ze ook in de parkeergarage in Leiden hebben gedaan. En helemaal ideaal is om de vluchtweg ook aan te geven op de vloer. Maar dat laatste is duur.” Zoals gezegd: bij een eventuele brand krijgen bezoekers in de Leidse parkeergarage ook instructies via een gesproken tekst. “Een goed idee”, zegt De Vries. “Zo’n tekst werkt meestal beter dan een slow whoop. Mensen hebben door dat het menens is.

Betere brandtesten Tot slot: Als je een parkeergarage nóg veiliger wilt maken, moet je volgens De Vries ook meer anticiperen op de toekomst. “Om parkeergaragebranden in kaart te brengen, doen onderzoekers regelmatig brandtesten. Maar die zijn natuurlijk wel gebonden aan een budget. Dus welke auto zal worden getest? Waarschijnlijk een Fiat van 30 jaar oud, met een vermogen van 3,5 megawatt. Begrijpelijk – maar ook jammer. Want het vermogen van hedendaagse auto’s is meestal het dubbele – om nog maar te zwijgen over de elektrische auto’s met hun accu’s. En wat denk je van auto's op waterstof? Misschien vormen die over 20 jaar wel de norm. Ik begrijp dat het lastig is om hier nu al op te anticiperen, maar het zou wel moeten. Want zo'n parkeergarage, die bouw je voor de komende 50 jaar.” PP //

37


BEDRIJFSHULPVERLENING

Radboud Universiteit: twee branden in één jaar

“Gelukkig waren we optimaal voorbereid” Twee branden in één jaar: het overkwam de Radboud Universiteit in Nijmegen. Mede dankzij een alerte bhv-organisatie en een groot contingent aan ontruimingsassistenten bleef de schade gelukkig beperkt, blikt Hoofd BHV Louis van den Berg terug. “We kregen complimenten van de brandweer.”

Het is nog geen acht uur in de ochtend van dinsdag 17 oktober 2017 als medewerkers van het Grotiusgebouw (waarin de Faculteit Rechtsgeleerdheid huist) rook en een sterke brandgeur ontdekken. Niet veel later slaat ook de brandmeldinstallatie alarm: er is brand, maar waar? Dankzij de herfstvakantie en het vroege tijdstip is het gelukkig niet erg druk in het gebouw; met hulp van ontruimingsassistenten worden de aanwezige medewerkers snel naar buiten geloodst. De inmiddels toegesnelde bhv'ers en de ingeschakelde brandweer hebben na enig speurwerk al snel de oorzaak van de brand gevonden: een oververhitte hoofdschakelkast in de kelder van het gebouw. Aan het einde van de ochtend is de brand onder controle. Daarna begint de afwikkeling: het uit het gebouw halen van persoonlijke bezittingen, het opnemen van de schade – die later in de tonnen zal blijken te lopen – en het evalueren van de inzet van de bhv.

Eerdere brand Fast forward naar een dag in januari 2018, als het op de Nijmeegse campus – zoals vrijwel elke dag – een drukte van belang is. Zo'n 60.000 bezoekers per dag, verdeeld over 7 faculteiten en een gebied van 100 hectare: de campus van de Radboud Universiteit en het bijbehorende academisch ziekenhuis vormen het kloppend hart van academisch Nijmegen. Een aantal van de faculteiten richt zich op fundamenteel onderzoek in wis-, schei- en natuurkunde, met alles wat daar aan gevaarlijke stoffen en hightech faciliteiten (waaronder een 38

van de sterkste elektromagneten ter wereld) bij komt kijken. Er gebeurt kortom veel in en rond de universiteit, erkent Louis van den Berg, Hoofd Beheer én Hoofd BHV van de universiteit en het campusterrein (exclusief het ziekenhuis). “Toch kwamen de twee branden waarmee we vorig jaar te kampen hadden niet voort uit onze onderzoeksfaciliteiten. In mei vorig jaar moest het Spinozagebouw op de campus worden ontruimd nadat er door een menselijke fout brand uitbrak in de koeltoren op het dak. De ontruiming bij die brand verliep goed; we slaagden erin om medewerkers en studenten snel het gebouw uit te krijgen. Toch kwamen er ook toen verbeterpunten aan het licht. Zo werd er geen centraal alarm geslagen, omdat de portier die op dat moment dienst had niet op de hoogte bleek van de laatste brandweerprotocollen.”

Ontruimingsassistenten Naar aanleiding van de Spinoza-brand nam de universiteit de bestaande brandveiligheids-protocollen dan ook goed onder de loep. Eigenlijk was die eerdere brand in mei een geluk bij een ongeluk, erkent Van den Berg. “Jarenlang was er qua brandveiligheid geen vuiltje aan de lucht. Juist doordat we naar aanleiding van die eerste brand weer helemaal op scherp stonden, bleef de schade tijdens de brand in het Grotius-gebouw beperkt.” Meerdere keren noemt Van den Berg de inzet van ontruimingsassistenten als belangrijke factor bij het ontruimen na een brandmelding. “Om bij het begin te beginnen: we beschikken over een ploeg van in totaal 130 bhv’ers, waarvan er

I

VEILIGHEID 72 2018


Foto: Radboud Universiteit

“Een rol als ontruimingsassistent is voor de meeste mensen een prima alternatief”

ongeveer 100 direct oproepbaar zijn via de pieper of telefoon. Die bhv-ploeg is onderverdeeld in twee rayons, al naar gelang het deel van de campus waar ze actief zijn. Per rayon is altijd een piketploeg stand-by, die als eerste op een melding afgaat. De bhv’ers kunnen binnen enkele minuten bij een incident zijn.” Bij een brand is directe ontruiming echter vaak gewenst, vervolgt Van den Berg. “Daarom hebben we sinds een kleine twee jaar tientallen ontruimingsassistenten geworven: gewone medewerkers die hun collega’s bij een brand meteen op een veilige manier naar buiten kunnen loodsen. Ook bij de brand in het Grotius-gebouw bleek dat prima te werken: nog voordat de bhv’ers waren gearriveerd, was een groot deel van het pand al ontruimd. De bhv-ploeg kon zich vervolgens helemaal richten op het beveiligen van de omgeving en het begeleiden van de hulpdiensten.” Groot voordeel van de functie van ontruimingsassistent is de laagdrempeligheid ervan, constateert Van den Berg. “Waar veel mensen ervoor terugschrikken om fulltime bhv’er te worden, is een rol als ontruimingsassistent voor de meeste mensen een prima

alternatief. Bijkomend voordeel is dat er op elke gang doorgaans minimaal twee of drie mensen aanwezig zijn die weten wat ze moeten doen zodra het alarm afgaat. Veel mensen hebben aanvankelijk toch de neiging om te denken dat het om een oefening gaat en te blijven zitten. Ontruimingsassistenten daarentegen zijn getraind en komen meteen in actie.”

Catering Terug naar dinsdag 17 oktober. Al vroeg in de ochtend werd – geheel volgens het protocol – het Calamiteiten Management Team (CMT) bijeengeroepen. “Meteen werd vanuit dit team geregeld dat studenten die om negen uur een tentamen dachten te gaan maken in het getroffen gebouw, terechtkonden op een alternatieve plek. Ook schakelden de medewerkers van de afdeling Beheer op een gegeven moment de elektriciteitsvoorziening af, met als gevolg dat onder meer de toegangscontrole niet meer functioneerde. Bhv’ers werden ingezet om het gebouw te bewaken.” De medewerkers uit het ontruimde gebouw werden ondertussen opgevangen in het naastgelegen universiteitsrestaurant 39


BEDRIJFSHULPVERLENING

“Hopelijk blijven we voorloping gevrijwaard van brand” LOUIS VAN DEN BERG

De Refter. Daar doemde een eerste ‘obstakel’ op, blikt Van den Berg terug. “Medewerkers hadden hun persoonlijke bezittingen achter moeten laten, maar wilden wél graag een kop koffie of iets te eten kunnen bestellen. Dat liep mis doordat veel mensen hun portemonnee op hun werkplek hadden laten liggen. Een klein, maar belangrijk leerpunt voor de volgende keer: zorg dat ook de catering goed geregeld is. Een ander leerpunt trad op aan het einde van de ochtend, toen we enigszins werden overvallen door een brandmelding op een ander deel van de campus. Er was hier sprake van een loze melding, dus op zich was er weinig aan de hand. De melding bracht wél aan het licht dat we moeten werken aan onze inzet op meerdere plekken; het kan altijd voorkomen dat je inzet opeens ergens anders gewenst is.” Verder is het goed je te realiseren dat de inzet van de bhv eindig is, benadrukt Van den Berg. “Er komt altijd een moment dat de taak van de bhv’ers erop zit en de beheermedewerkers de zorg voor het gebouw weer overnemen. Nu kwam het in dit geval zo uit dat ik zowel Hoofd Beheer als Hoofd BHV

40

ben, maar bij veel organisaties zijn dat gescheiden rollen. Zorg in dat geval voor een duidelijk overdrachtsmoment is, zodat iedereen weet wat de status is en wat hij of zij moet doen.”

Thermografische camera’s De schakelkast waar de brand ontstond was in het voorjaar van 2017 nog nagekeken. Toen kwamen er geen onvolkomenheden aan het licht, vertelt Van den Berg. “Na onderzoek bleek het te gaan om een zogenoemd ‘latent gebrek’: een kleine onregelmatigheid in een schakeling die niet waarneembaar is bij een reguliere visuele inspectie. Naar aanleiding van de brand zijn we alle 839 schakelkasten op de campus daarom nagelopen met zogenoemde thermografische camera’s. Die kunnen minimale warmteverschillen detecteren en op die manier minimale onregelmatigheden aan het licht brengen.” Na afloop kreeg de universiteit complimenten van de brandweer vanwege de goede bhv-organisatie. “Zoals ik al aangaf, waren we optimaal alert door die eerdere brand in mei. Nu maar hopen dat we voorlopig gevrijwaard blijven van brand.” JP //

I

VEILIGHEID 72 2018


NIBHV SHOP

UITGAVEN BEDRIJFSHULPVERLENING • Basisopleiding bedrijfshulpverlener • Basisopleiding bedrijfshulpverlener brandbestrijding en ontruiming • Ploegleider bedrijfshulpverlening • Coördinator/hoofd bedrijfshulpverlening • Bhv eerste hulp bij werken met kinderen • Adembescherming voor de bedrijfshulpverlener • Beheerder brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie • Bhv als veiligheidsmotor • Bhv in de operatiekamer • Handleiding kleine blustoestellen • Handleiding omgaan met alarmmeldingen • Omgaan met bommeldingen UITGAVEN BEDRIJFSNOODORGANISATIE • Werkwijzer bedrijfsnoodorganisatie First responder bedrijfsnoodorganisatie • Incidentbestrijding bij atmosferische tanks • Vloeistofbrandbestrijding en inzet blusschuim • Optreden bij productontsnappingen • Incidentbestrijding bij branden in een industriële omgeving • Chemicaliënpakdrager • Onafhankelijke ademluchtdrager UITGAVEN ARBEIDSVEILIGHEID • Preventiemedewerker • Basisveiligheid VCA • Veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA ENGELSTALIGE UITGAVEN BEDRIJFSHULPVERLENING • Emergency response officer: basic training (basis bhv) • USB presentation emergency response officer: basic training (voor instructeurs) • USB presentation leader emergency response team (voor instructeurs) BEDRIJFSHULPVERLENING E-LEARNING VIA NIBHV OPLEIDER • Basis bedrijfshulpverlening • Herhaling bedrijfshulpverlening BEDRIJFSHULPVERLENING E-LEARNING LOSSE MODULES VIA NIBHV OPLEIDER • Basiscursus niet-spoedeisende eerste hulp • Herhaling niet-spoedeisende eerste hulp • Basiscursus spoedeisende eerste hulp • Herhaling spoedeisende eerste hulp • Basiscursus brandbestrijding • Herhaling brandbestrijding • Basiscursus ontruiming • Herhaling ontruiming

ALLE UITGAVEN ZIJN TE BESTELLEN VIA DE WEBSHOP: WWW.NIBHV.NL

VCA E-LEARNING VIA VCAEXAMEN.NL • Basisveiligheid VCA inclusief examentraining • Veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA inclusief examentraining INSTRUCTEURSMATERIALEN • USB met presentatie basisopleiding bedrijfshulpverlener • Instructiekaarten eerste hulp • Instructiekaarten brandbestrijding en ontruiming • Set instructiekaarten eerste hulp en brandbestrijding en ontruiming • USB met presentatie ploegleider bedrijfshulpverlening • USB met presentatie coördinator/hoofd bedrijfshulpverlening • USB met presentatie eerste hulp bij werken met kinderen • USB met presentatie beheerder brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie • USB met presentatie adembescherming • USB met presentatie preventiemedewerker • USB met presentatie basisveiligheid VCA • USB met presentatie veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA VAKBLAD • NIBHV Vakblad Veiligheid (kwartaalblad) 41


NIBHV NIEUWS

NIBHV Keurmerk gelanceerd

Beurzen en congressen

In januari lanceerde NIBHV zijn nieuwe Keurmerk. Dat doen wij omdat bewust veilig werken van levensbelang is voor medewerkers. En dat valt of staat met een goede veiligheidscursus voor de medewerkers in een organisatie. Met de lancering van dit Keurmerk is het voor organisaties eenvoudiger geworden om een goede opleiding in de buurt te zoeken. Het NIBHV Keurmerk staat immers voor de borging van de kwaliteit van veiligheidscursussen voor cursisten en organisaties.

Congres Industriële Veiligheid

De eerste keurmerkborden zijn uitgereikt en veel aanvragen voor het Keurmerk zijn op dit moment in behandeling.

Wij verwachten dat 80 Keurmerkhouders eind 2018 in ons landelijk register opgenomen zullen zijn. De animatie nog niet gezien? Bezoek de website!

Nieuwe uitgave: Coördinator/hoofd bhv Jaarlijks volgen ruim 200 coördinatoren of hoofden bhv de opleiding c/hbhv van NIBHV. De coördinator bedrijfshulpverlening houdt zich bezig met de beleidsmatige kant van de bhv. Deze coördinator geeft uitvoering aan de bhv-taken die wettelijk aan de werkgever zijn opgedragen. In sommige bedrijven wordt de functie gecombineerd met die van ploeg-leider. De coördinator of het hoofd bhv (c/hbhv) vertaalt het beleid in concrete maatregelen:

Op 25 januari was NIBHV aanwezig op het congres Industriële Veiligheid in Utrecht. Het thema van deze dag was ‘What’s next for safety’. Door de vele sprekers werden de deelnemers op de hoogte gebracht over de laatste ontwikkelingen op het gebied van veiligheid in de industrie. Zo verzorgde Paul Toonen, opleidingskundig adviseur van NIBHV samen met Bernard Kok, Regional Security Manager EMEA, van Semiconductors NXP een break-out sessie met een praktijkverhaal over de compacte en risicogerichte bedrijfsnoodorganisatie van NXP. Meer weten wat first responder bno voor jouw organisatie kan betekenen? Stuur een e-mail naar: vanetten@nibhv.nl

eRIC 2018 Op 18 en 19 april vindt op Vliegveld Twenthe de tweede editie plaats van deze internationale beurs. eRIC belicht de thema’s rampenbestrijding, incidentmanagement en crisisbeheersing. NIBHV zal op deze beurs vertegenwoordigd zijn met een stand. Wij hopen jou daar te ontmoeten! Meer informatie: www.exporic.nl

• opzetten en beheren van de bhv-organisatie • zorgen voor opleiding en oefening van de bedrijfshulpverleners • communiceren met interne en externe contacten

Het boek is nu te bestellen via onze webshop.

42

In de nieuwe uitgave coördinator/hoofd bhv staat de voorbereiding van de bedrijfshulpverlening in een bedrijf of een inrichting centraal. In hoofdstuk 1 en 2 wordt de relevante wet- en regelgeving beschreven. Ook is alle nieuwe wetgeving opgenomen, zoals de wijzigingen in de Arbowet (1 juli 2017), het Besluit Brandveilig Gebruik en de Basishulpverlening Overige Plaatsen (BGBOP) en de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK). In hoofdstuk 3 t/m 6 staat het bhv-managementsysteem centraal, opgesplitst in de onderdelen plan, do, check en act. In het boek zijn bijlagen opgenomen met extra informatie. Het boek is te gebruiken als handleiding voor de opleiding en als naslagwerk op de werkplek.

Altijd op de hoogte? Of je nu een opleider bent, of je bent binnen jouw organisatie verantwoordelijk voor bewust veilig werken: meld je aan voor onze nieuwsbrief via www.nibhv.nl. Wij informeren je dan regelmatig over de laatste ontwikkelingen over arbeidsveiligheid, brandveiligheid, bedrijfshulpverlening en bedrijfsnoodorganisaties.

I

VEILIGHEID 72 2018


Nascholing Instructeurs: basisprogramma verlengd tot 1 juli Instructeurs spelen in ons kwaliteitssysteem een prominente rol en hebben een grote verantwoordelijkheid. Bedrijven die hun medewerkers laten opleiden, vertrouwen erop dat hun bhv’ers in geval van nood op adequate wijze optreden. Het is belangrijk dat instructeurs op de hoogte zijn van de meest actuele ontwikkelingen.

Naast deze nascholing is er een minimale inspanningsverplichting voor de instructeurs, waarmee ze hun bevoegdheid geldig houden: een bevoegde instructeur geeft jaarlijks minimaal drie keer een basisopleiding bedrijfshulpverlening of een herhalingsopleiding met NIBHV-certificering.

Bevoegde NIBHV-instructeurs moeten daarom jaarlijks zes uur nascholing van NIBHV volgen. Deze verplichting geldt voor alle bhv-instructeurs.

Laatste kans om het basisprogramma te volgen. Op www.nibhv.nl staan het programma en de beschikbare data.

Whitepaper BGBOP

Digitalisering NIBHV

Het Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BGBOP) is per 1 januari van kracht. Dit besluit geeft regels over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen, voor zover dit niet in andere wetgeving is geregeld. Daarnaast bevat het besluit regels over de zogenoemde basishulpverlening op die plaatsen. NIBHV heeft een uitgebreide whitepaper over het besluit geschreven.

NIBHV zit niet stil. Daarom zijn wij zijn bezig met een belangrijke digitaliseringsslag. NIBHV baseert haar ontwikkelingen op competentiegericht opleiden. Concreet betekent dit, dat de opleiding en de bijbehorende herhalingen volledig zijn toegespitst op een vooraf opgesteld competentieprofiel.

Op www.nibhv.nl/bgbop staat de gratis whitepaper, waarin alles rondom dit besluit helder voor jou op een rij staat.

Binnenkort zullen we je daar meer over vertellen in dit vakblad en via onze website en nieuwsbrieven.

Hiervoor wordt een uitgebreid, toekomstbestendig model ontwikkeld: een competentieregistratiesysteem voor onze cursussen, waarbij het inzichtelijk maken van de voortgang van de cursist centraal staat en digitalisering en maatwerk belangrijke uitgangspunten vormen. Door de opzet van het model maken we het maatwerk binnen jouw organisatie maximaal inzichtelijk. Ook zorgt de centrale registratie van resultaten voor een optimale borging.

43


r o o d n e r o o V ! r e n e l r e v p l u h de

xporic.nl .e w w w p o r e k e o z e b ls a Meld je gratis aan

44

I

NIBHV VEILIGHEID 72 2018


VOOR DEELNAME AAN HET PODIUM INFORMEER BIJ 070 323 4070

Kennisuitwisseling voor bedrijfsveiligheid Het podium bedrijfsveiligheid biedt bedrijven en kenniscentra de gelegenheid kennis te delen om de veiligheid in bedrijven in Nederland te verhogen.

DEELNEMERS AAN DIT PODIUM:

• ERIC • INPREVO • KSD GROEP • NEN • PROCARDIO • RE.ADY BEDRIJFSVEILIGHEID • SAFETY & HEALTH@WORK

45


PODIUM Kennisuitwisseling voor bedrijfsveiligheid SAFETY & HEALTH@WORK

Veiligheid is prioriteit! Safety&Health@Work is het belangrijkste onafhankelijke kennisplatform en de drukst bezochte netwerkbijeenkomst voor professionals voor wie veilig en gezond werken op nummer één staat. Voor directieleden, veiligheidsdeskundigen, preventiemedewerkers, ARBO-specialisten, inkopers, facility managers, QHSE-managers, HR-functionarissen en brandpreventie medewerkers is veiligheid topprioriteit. Stuk voor stuk influencers die beslissen over welke persoonlijke beschermingsmiddelen worden aangeschaft, welke technieken gebruikt worden en hoe veiligheid en gezondheid bij alle medewerkers tussen de oren komt en blijft. Safety&Health@Work is het platform voor verdieping en verbreding op tal van terreinen als het gaat over veilig werken. Een breed aanbod van producten, diensten en netwerken. Een actueel kennisprogramma Kennis en gedrag is het sterkste vangnet. Niet voor niets wordt Safety&Health@Work omlijst door een goed inhoudelijk programma waarin het verwerven en delen van actuele kennis centraal staan. Zo vinden er op de beursvloer diverse kennissessies en masterclasses plaats en organiseert Vakmedianet het Congres Veilig Werken.

Safety&Health@Work www.safetyandhealth.nl

Bekijk het programma op www.safetyandhealth.nl/programma en schrijf je in voor het Congres op www.congresveiligwerken.nl. Registreer voor uw bezoek via www.safetyandhealth.nl/registratie

ERIC

Bezoek gratis eRIC 2018 Nederland krijgt weer een groot multidisciplinair vakevenement voor veiligheidsprofessionals. Op 18 april 2018 opent de expo Rampenbestrijding, Incidentmanagement & Crisisbeheersing (eRIC) haar poorten voor de 2e keer. Twee dagen lang is dit hèt verbindingsplatform voor operationele hulpverleners, vakorganisaties en aanbieders van producten en diensten. Om netwerken te smeden en zaken te doen; krachtig publiek-privaat partnerschap voor een veiliger Nederland. Een bezoek aan eRIC is gratis! Aanmelden kan via www.exporic.nl Roep om veiligheid. De samenleving roept om slimme antwoorden op de veiligheidsdreigingen van de 21e eeuw. Radicalisering en terrorisme, klimaatverandering en extreem weer, industriële rampen, verkeerscalamiteiten, natuurbranden, infectieziekten, bescherming van vitale infrastructuren en cybercriminaliteit vormen een greep uit de uitdagingen die op het bordje van de veiligheidsregio’s en hun samenwerkingspartners liggen. Welke behoeften hebben de professionals in het veiligheidsdomein om hun taken goed te kunnen uitvoeren

eRIC 2018 Vliegveldweg 345, 7524 PT, Enschede T. 040 2979493 • www.exporic.nl 46

eRIC is dé vakbeurs voor de veiligheidssector. Vele betrokkenen van bijvoorbeeld 112 en andere veiligheidsprofessionals zijn aanwezig of vertegenwoordigd. Zet de datum in uw agenda en registreer u als bezoeker!

I

NIBHV VEILIGHEID 72 2018


PODIUM Kennisuitwisseling voor bedrijfsveiligheid KSD

Eerste Hulp voor Opleiders (deel 3) In navolging op ons vorige artikel, heeft KSD Groep weer een aantal innovatieve ontwikkelingen rondom Viper365 te melden. Alles digitaal Met Viper365 regelt u uw CRM, Cursusplanning, Cursusadministratie, Facturatie volledig digitaal. Ook de presentielijsten worden digitaal ingevuld, dat kan middels de mobiele telefoon of tablet. Alles op één plaats Geen Excel of losse website meer, geen tijdverlies of onnodig fouten. Al uw gegevens in één centrale database, veilig in de cloud. Vanaf hier worden andere systemen automatisch gevuld, zoals uw website, Springest, EDU-DEX feeds, portals van klanten, etc. Pilots gevraagd De opvolger van Viper365, namelijk Viper366, staat al in de steigers. Hiervoor zoeken wij nog enkele pilot-bedrijven, die willen helpen met de ontwikkelingen. Uiteraard gelden er afwijkende tarieven en diensten. KSD Groep | Digitale innovatie

Verdunplein 16, 5627 SZ, Eindhoven Noord Brabant, Netherlands T. (040) 2902090 • info@ksdgroep.nl www.ksdgroep.nl

Wij zoeken: Trainers, HR managers, Opleiders - met kennis van de BHV / EHBO / VCA sector Stuur uw motivatie en e-mail aan info@ksdgroep.nl

PROCARDIO

Waarom een Philips AED? 1. Gebruiksgemak: Deze AED is eenvoudig te bedienen door een druk op de groene knop of te trekken aan de hendel. Tijdens het gebruik vertelt een gesproken stem wat u moet doen en geeft u tevens (indien gewenst) reanimatie-ondersteuning. Werkt u sneller dan de AED? Dan past deze zich automatisch aan uw snelheid aan. 2. Medisch het best: De Philips Heartstart HS-1 AED beschikt over de Quick Shock technologie en heeft slechts 8.1 seconden nodig om een schok toe te dienen. Dit is de snelste tijd van alle AED’s op de markt. Tevens beschikt deze AED over pacemaker-detectie en heeft een fibrillatie-asystoliedrempel gevoeligheid van ≤100 mV. Dit betekent dat bij het overgaan van fibrilleren (trillen) van het hart naar asystolie (geen activiteit) dit in een zeer vroegtijdig stadium gemeten wordt. De overlevingskans wordt bepaalde door de schoksnelheid van een AED na het stoppen van hartmassage

ProCardio BV Vlierberg 4-5b, 3755 BS, EEMNES T. 035-3333515 • info@procardio.nl • www. procardio.nl

3. Betrouwbaarheid en techniek: De Philips Heartstart HS-1 test dagelijks, wekelijks en maandelijkse de electroden, batterij en mechanica. Zo weet u zeker dat u altijd een gebruiksklare AED binnen bereik heeft. Mocht er onverhoopt iets niet naar behoren werken, zal de AED altijd een waarschuwingssignaal afgeven. Philips geeft op de Heartstart HS-1 AED een garantie van 8 jaar.

47


PODIUM Kennisuitwisseling voor bedrijfsveiligheid RE.ADY BEDRIJFSVEILIGHEID

Het Online OntruimingPlan (OOP) Geen suf papieren ontruimingsplan meer waar niemand het bestaan van kent. Met OOP wordt eindelijk het doel van een ontruimingsplan bereikt. Het voorlichten en instrueren van uw personeel en bedrijfsnoodorganisatie hoe te handelen bij verschillende incidenten. Uw ontruimingsplan niet meer in de kast In tegenstelling tot het papieren ontruimingsplan waarvan niemand het bestaan vanaf weet is OOP vanaf elke PC en op mobile devices beschikbaar. Uw ontruimingsplan wordt leuk om te lezen oop maakt gebruik van dynamische content. Met foto, video en met behulp van interactieve plattegronden wordt het "lezen" van het ontruimingsplan een ware "game" en kan OOP eenvoudig worden ingezet als learningtool.

Re.ady Bedrijfsveiligheid Ridderhof 98, 5341 HS Oss T. +31(0)85-3033472 info@73239.nl • www.readybedrijfsveiligheid.nl

Uw ontruimingsplan wordt eenvoudig zelf te beheren Vanuit het dashboard kunt u eenvoudig en met enkele clicks wijzigingen doorvoeren (die direct voor iedereen zichtbaar zijn) en is het beheren van plannen voor meerdere locaties zo gedaan. Kunnen we nog meer? Nog heel veel meer. De data staat immers in de CLOUD en de mogelijkheden zijn eindeloos. Mogen we koffie komen drinken?

NEN

Hoe staat het met uw kennis over de PGS 15? Leg een goede basis met de training: Basis PGS 15: de (on) mogelijkheden van de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen Bij NEN wordt deze training geven waarin een heldere uitleg wordt gegeven over de praktische toepassing van PGS 15 voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Er is veel aandacht voor de praktische toepassing van de voorschriften en de daaraan verbonden consequenties/valkuilen. Aan de hand van opdrachten en het bespreken van voorbeelden uit de praktijk zullen situaties realistisch en vanuit meerdere invalshoeken benaderd worden. In de PGS 15 zijn de regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. PGS 15 is in 2017 aangewezen als BBT-document (Beste Beschikbare Technieken). Hierdoor is het van groot belang over voldoende basiskennis en vaardigheden te beschikken over de (on)mogelijkheden met betrekking tot de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. NEN Vlinderweg 6, 2623 AX Delft T. 015 2690 390 training@nen.nl • www.nen.nl/basispgs15 48

Waardering Hobéon SKO-VK Aan deze training is een waardering in het onderhoudssysteem AH/ VK toegekend van 1 punt. Het SKO-punt staat vermeld op het certificaat van deelname, deze ontvangt u na afloop van de training.

I

NIBHV VEILIGHEID 72 2018


PODIUM Kennisuitwisseling voor bedrijfsveiligheid INPREVO

Falck Prevention en TSA Safety Products samen verder als Inprevo In 2016 zijn de bedrijven Falck Prevention en TSA Safety Products een joint venture aangegaan. Het afgelopen jaar stond in het teken van eenwording van de interne organisatie. Na deze eenwording is de organisatie klaar om de samenvoeging naar buiten te dragen. Hierbij hoort een nieuwe bedrijfsnaam die past bij de gezamenlijke dienstverlening. Inprevo staat voor integrale preventie voor organisaties. Inprevo helpt organisaties bij het creëren van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische veiligheid d.m.v. consultancy, training en products. Reden van samenvoeging Falck Prevention verzorgt vanaf 1997 BHV-trainingen voor organisaties en bedrijven in diverse branches. De afgelopen jaren is Falck Prevention uitgegroeid van BHV-aanbieder tot een landelijke veiligheidsspecialist die organisaties voorziet van consultancy, training en products. De focus van de Falck organisatie ligt op de hoogrisico-organisaties, publieke brandweren en maritieme, offshore en windindustrie. Doordat Falck Prevention zich richt op andere marktsegmenten, is zij op zoek gegaan naar een partij met specifieke marktkennis die de organisatie slagvaardiger maakt. Deze partij is in TSA Safety Products gevonden en eind 2016 zijn TSA Safety Products en Falck Prevention een joint venture aangegaan. TSA Safety Products draagt al 25 jaar bij aan het (brand)veilig maken van bedrijfslocaties en werkomgevingen in Nederland en België door het leveren, erhuren en onderhouden van kleine blusmiddelen, noodverlichting, gasdetectie en overige veiligheidsmiddelen. In de bedrijfsvoering merkte TSA Safety Products dat opdrachtgevers behoefte hebben aan een volledig aanbod van veiligheidsdiensten en –producten en het liefst van één gespecialiseerd bedrijf. De samenvoeging met Falck Prevention maakte de organisatie compleet. Inprevo Zuiddiepjeskade 36, 3077 WC Rotterdam T. (088) 61 61 400 • info@inprevo.nl • www.inprevo.nl 49


YOUNG PROFESSIONAL

In deze rubriek komen professionals aan het woord over hun opleiding, carrière, vakgebied en ambities. Ook meewerken aan deze rubriek? Meld je dan aan via: info@nibhv.nl, o.v.v. Young Professional en laat in je e-mail weten waarmee jij organisaties op het gebied van bewust veilig werken kunt inspireren. Persoonlijk Ik woon in Zuid-Holland. Mijn hobby’s zijn houtbewerking, klussen in huis en films kijken in mijn privé bioscoopje. Daarnaast probeer ik regelmatig te sporten.

Opleidingen Om te komen waar ik nu sta heb ik eerst mavo en havo afgerond, gevolgd door de opleiding algemeen opsporingsambtenaar bij de Koninklijke marechaussee. Daarna heb ik een hbo-opleiding voor docent Biologie 2e graad afgerond. Met de biologiekant heb ik nooit veel gedaan, met het lesgeven des te meer. Na mijn diensttijd ben ik opgeleid tot allround docent bhv en heb ik de opleiding Hogere Veiligheidskunde afgerond. De interesse voor veiligheid is na mijn schooltijd ontstaan. Bij de Kmar was het sociale veiligheid. Pas toen ik bhv-docent werd, zag ik dat er ook zoiets als Arboveiligheid bestond. Dit vond ik interessant en daarin wilde ik doorgroeien. Inmiddels ben ik lid van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde en de vakgroep Young NVVK.

Carrière Ik heb 13 jaar als opsporingsambtenaar bij de Kmar gewerkt, daarna 6 jaar als bhv-docent, en inmiddels ben ik alweer meer dan een jaar werkzaam bij Kader. Ik geef les en begeleid studenten (BVK, MVK, HVK, arbeidshygiëne) bij hun scriptietraject. Tevens ben ik als Hoger Veiligheidskundige actief als adviseur: ik maak RI&E’s en begeleid bedrijven bij opzetten en uitvoeren van hun Arbobeleid.

Bas Wolvers LEEFTIJD: FUNCTIE: OPLEIDING:

38 jaar Docent/Adviseur HVK bij Kader Bureau voor kwaliteitszorg Opleiding: Hogere Veiligheidskunde

Grootste succes? Ik vind het geweldig dat ik op hbo-niveau mag lesgeven. Het is mooi om studenten verder te helpen. Met name het ‘aha’ moment dat zij ervaren inspireert mij dagelijks. Als ik op LinkedIn een trotse student zie die is geslaagd, geeft dat weer energie om de volgende club studenten te begeleiden.

Bewust veilig werken…

Trends

Veel mensen zijn ‘onbewust onbekwaam’ op dit gebied. De wetgever legt dit probleem bij de werkgever en de werknemer neer, die daar dan zelf iets op moeten verzinnen. Ik ben al blij als iemand ‘bewust onbekwaam’ is en beseft dat zijn acties en werkzaamheden bepaalde risico’s met zich meebrengen. Want pas dan ga je er bewust naar kijken. Vervolgens moet je nadenken over de manier waarop je de risico’s het beste kunt verkleinen. Je wordt dan al ‘bewust bekwaam’. Het ultieme doel is ‘onbewust bekwaam’ worden, maar dat is een grote uitdaging voor de meeste personen en bedrijven. Veiligheid blijft veel tijd, geld en energie kosten, zonder dat je direct resultaat ziet.

• Risicodenken. Er zijn steeds meer mogelijkheden voor bedrijven om anders om te gaan met beheersmaatregelen, bijvoorbeeld door een goede mix maken tussen de Bouwkundige, Installatietechnische en Organisatorische (BIO) maatregelen. Dit biedt kansen om te ‘spelen’ met hun bhv-organisatie. • De rol van de preventiemedewerker en ondernemingsraad. Ik verwacht dat zij een groter stempel gaan drukken op de manier waarop met beleid wordt omgegaan. Bhv moet organisatiebreed worden aangepakt. • De risico’s van deze tijd. Veel bedrijven worstelen met de manier waarop zij met bijvoorbeeld terroristische dreigingen om moeten gaan, of hoe de bhv bij plaatsonafhankelijk werken geregeld moet worden. Bhv-beleid zal dan ook nooit af zijn.

Bewust veilig werken in de praktijk Mijn hele werkzame leven draait om veiligheid. Het is leuk om te zien hoeveel verschillende manieren er zijn om een doel veilig te bereiken. Maar ook privé ben ik ermee bezig. Bij mijn klussen thuis werk ik zoals de wetgeving en normen voorschrijven. Ook als ik iemand inhuur let ik erop dat er veilig wordt gewerkt. Toch betrap ik mijzelf weleens op onveilig handelen. De kunst is dat je daarna je best doet om te leren van je fouten.

50

Over vijf jaar ben ik… Wellicht nog steeds in mijn huidige rol werkzaam, maar dan hoop ik wel meer en grotere verantwoordelijkheden te hebben. Maar ik blijf zeker lesgeven en werkzaam als adviseur. Hoe langer je dit werk doet, des te meer uitdagingen je krijgt. //

I

NIBHV VEILIGHEID 72 2018


Falck Prevention en TSA Safety Products gaan samen verder als:

Uw integrale specialist voor veiligheidsoplossingen. CONSULTANCY – TRAINING – PRODUCTS Amsterdam - Goes - Rotterdam - Utrecht // info@inprevo.nl // www.inprevo.nl

51


Vanaf 1 e u

ro per in

schrijvin

Slimme opleidingssoftware Viper365 CRM, planning & cursusadministratie voor opleider, instructeur en opdrachtgever. Kennismakingsactie: 50 credits gratis! viper365.nl/actie

KSD Groep staat voor digitale innovatie. Met bijna 30 jaar ervaring in de opleidingsmarkt en een jong team specialisten maken wij dagelijks moderne ict oplossingen met veel passie & trots. Bezoek onze vernieuwde website ksd.nl voor meer informatie.

Verdunplein 17 - 5627 SZ - Eindhoven - +31 40 290 20 90 - www.ksd.nl - info@ksd.nl

g!

NIBHV Veiligheid 72  

In dit gerestylde vakblad onder meer de uniforme regels voor brandveiligheid ‘overige plaatsen’ (BGBOP), de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinde...

NIBHV Veiligheid 72  

In dit gerestylde vakblad onder meer de uniforme regels voor brandveiligheid ‘overige plaatsen’ (BGBOP), de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinde...

Advertisement