__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

stedenbouwkundige visie

Heino

metbeeldkwaliteit


Colofon Deze stedenbouwkundige visie met beeldkwaliteit is tot stand gekomen in opdracht van en in samenwerking met Gemeente Raalte Adviseur NoordPeil landschap & stedenbouw Els van der Laan Marjan Jorink Jurjen Tjarks Jelmer Bokma Projectnummer 518 00 409 Datum april 2011

landschapsarchitect BNT ontwerper landschap & stedenbouw stedebouwkundige stedenbouwkundig tekenaar


Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Opgave 1.3 Duurzame kansen 1.4 Status 1.5 Interactief proces 1.6 Leeswijze 2 Uitgangspunten 3 Identiteit vanuit het verleden 3.1 Gebieds-DNA 3.2 Dorps-DNA van Heino 3.2.1 Groene kwaliteiten 3.2.2 Blauwe kwaliteiten 3.2.3 Grijze kwaliteiten 3.2.4 Rode kwaliteiten 4 Kwaliteit voor de toekomst 4.1 Kansen voor kwaliteit 4.2 De inspiratie 4.3 Stedenbouwkundige visie 4.4 Visie met beeldkwaliteit 4.4.1 Dorpskern, krachtig centrumgebied 4.4.2 Woon - werklandschap aan de noordoostzijde 4.4.3 Schootsvelden, verbinding met het landschap 4.4.4 Dorpsentrees 4.4.5 Dorpsranden 5 Welstand en stedenbouwkundige randvoorwaarden 5.1 Welstandscriteria 5.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden deelgebieden 5.2.1 Aanleiding 5.2.2 Dorpsstraat 5.2.3 Canadastraat en Paalweg 6. Uitvoeringsparagraaf 6.1 Algemeen 6.2 Projecten korte termijn (2010 - 2015) 6.3 Projecten middellange termijn (2015 - 2020) 6.4 Projecten lange termijn ( > 2020) 6.5 Particuliere initiatieven Bijlagen

3 5 7 7 7 7 9 9 11 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 37 41 43 45 47 49 51 53 53 53 57 65 67 69 71 73 75 76

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Inhoud

3


1

Inleiding


Heino omstreeks 1900


1.1 Aanleiding Heino is een dorp met een schat aan mooie gebouwen, straten, groen en brinken waarvan een deel onlosmakelijk met het dorp verbonden is. Maar wat zijn nu de kwaliteiten van Heino? Waarin onderscheidt Heino zich ten opzichte van omliggende dorpen? En op welke wijze kan in de toekomst een kwaliteitslag gemaakt worden waarmee Heino zich op de kaart zet als aantrekkelijke dorp in Salland? Om op deze vragen antwoord te kunnen krijgen is het van belang om de identiteit van Heino vast te leggen.

1.3 Duurzame kansen Bij een duurzame stedenbouwkundige visie gaat het zowel om ecologische, economische en sociaal-culturele aspecten. In het verleden is er niet altijd ingezet op deze dimensies bij de ontwikkelingen in Heino. Het ‘DNA’ van Heino heeft zich vooral gevormd voor 1950. Na 1950 is er vooral efficiënt en functioneel gebouwd (kenmerkend voor het na-oorlogse bouwen). Dit is ook mede te danken aan de oorspronkelijke agrarische achtergrond van de inwoners van Heino (nut en noodzaak). Vanaf de jaren ‘70 is de ontwikkeling gericht op kwantiteit en is de dorpse samenhang en identiteit vervaagd. Het is van belang om bij toekomstige ontwikkelingen in te zetten op duurzame kansen. Dus op ecologische belangen (het landschap van de oude brinken, landgoederen, lanen en houtwallen), economische belangen (de oorspronkelijke agrarische inslag) en sociaal-culturele belangen. Daarbij is de samenhang tussen de kern van Heino en het omliggende landschap van wezenlijk belang.

1.2 Opgave

1.4 Status

Mede door de ontwikkelingen van de laatste 20 jaar in en rondom Heino staat de identiteit en kwaliteit onder druk. Veel van de huidige ontwikkelingen komen tot stand als gevolg van incidentele kansen op perceelsniveau. Dit draagt niet altijd bij tot een grotere ruimtelijke kwaliteit, de kwaliteit van de openbare ruimte en de leefbaarheid. Door bedreigingen om te zetten naar aandachtspunten voor de toekomst kunnen kansen voor kwaliteit ontstaan. De opgave is het bepalen en vastleggen van de identiteit van Heino en deze om te zetten in beleidskaders waarmee in de toekomst nieuwe ontwikkelingen gestuurd kunnen worden. Doel is hiermee een kwaliteitsslag te maken zodat toekomstige ontwikkelingen ook structureel een bijdrage leveren aan het versterken van de kernkwaliteit als compacte kern in het Sallands zandgebied. Dit geldt voor zowel de uitbreidingslocaties die de nieuwe dorpsrand van Heino vormen als de inbreidingslocaties. Met name de opgave voor appartementenbouw op locaties waar woningen en/of bedrijven hebben gestaan leidt tot verandering van het dorpse karakter. Deze uitgangspunten zijn inmiddels bestuurlijk vastgesteld en integraal in deze visie opgenomen (hoofdstuk 5). Dit komt doordat voor deze drie herontwikkelingslocaties lopende bouwaanvragen speelden die vooruitlopende op de totale visie beoordeeld moesten worden. Als basis voor de stedenbouwkundige randvoorwaarden en welstandscriteria is het DNA-profiel van Heino gebruikt.

De Structuurvisie Heino (2006-2020) is een strategisch beleidsdocument. Het bevat hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen evenals de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. Deze stedenbouwkundige visie met beeldkwaliteit is een verdieping en uitwerking van het vigerende beleid, de structuurvisie Heino. De stedenbouwkundige visie geeft richting aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteiten van Heino. Er is bekeken op welke locaties bebouwingsaccenten mogelijk zijn. Daarbij is aangegeven welke ontwikkelingen een stedenbouwkundige bijdrage leveren aan Heino. De paragraaf beeldkwaliteit is bedoeld voor de professionals zoals ontwikkelaars, coöperaties, etc. en bewoners die belang hebben bij keuzes om Heino vitaal en attractief te houden. Maar ook door beleidsmakers van de gemeente is dit document te gebruiken, onder meer om initiatieven te toetsen. Het doel is dat met deze visie een beeld wordt gegeven van de kernkwaliteiten van Heino en deze ook duurzaam te verbeteren en te ontwikkelen.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Heino is volop in ontwikkeling. Huidige ontwikkelingen komen veelal tot stand als gevolg van incidentele kansen op perceelsniveau. Een visie op straat- en of wijkniveau ontbreekt over het algemeen. De herstructureringen zijn ‘marktgedreven’ met als doel het maximaliseren van de opbrengsten waardoor het dorpse karakter verstedelijkt. Dit kan ten koste gaan van openbaar groen, de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Heino.

7


Heino omstreeks 2000


Zij is vooral strategisch van aard. In hoofdstuk 4 (stedenbouwkundige visie met beeldkwaliteit) worden die ambities praktisch en hanteerbaar gemaakt als richtlijn voor nieuwe opgaven en toetsend voor de realisatie van plannen. Het doel is om de ruimtelijke ontwikkelingen te richten op de gewenste beeldkwaliteit en om bij de belanghebbenden de manier van kijken naar het gebied kwalitatief beter te ontwikkelen. De thema’s geven de essentie van de ruimtelijke typologie van het gebied. Het zijn de ‘maatstaven’ voor toekomstige initiatieven. De beeldkwaliteit geeft aan naar welke ruimtelijke kwaliteit gestreefd wordt. Het is geen plan van aanpak voor feitelijke ontwikkelingsprocessen. Ook de regierol van de gemeente, goed opdrachtgeverschap, architectenkeuze en welstandstoezicht, vormen geen onderdeel van deze visie, maar zijn essentieel. Het onderdeel beeldkwaliteit van deze visie is geen juridisch stuk. Het doel is om te inspireren tot samenhang en identiteit. De stedenbouwkundige visie is, na vaststelling door de gemeenteraad, beleid in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en zal na vaststelling bekendgemaakt worden. Het onderdeel beeldkwaliteit vormt hierdoor een belangrijk onderdeel en referentiekader bij het opstellen van randvoorwaarden voor toekomstige ruimtelijke plannen en besluiten. Zij fungeert daarbij als inspiratie en toetsingskader. De geformuleerde ruimtelijke kenmerken en aandachtspunten worden betrokken bij bestemmingsplanherzieningen en bij de evaluatie van de welstandsnota. De stedenbouwkundige visie Heino betreft een kaderstellende notitie die ruimtelijk van aard is. De visie moet gezien worden als ruimtelijk wensbeeld voor de langere termijn. Dit houdt in, dat het ook elementen bevat, die op de korte termijn niet realistisch lijken. De stedenbouwkundige visie vormt samen met de structuurvisie het beleidskader in het kader van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening. De stedenbouwkundige uitgangspunten voor drie specifieke herontwikkelingslocaties kunnen worden vertaald in planregels bij de bestemmingsplanherziening voor deze locaties.

Een structuurvisie in het kader van de Wet op de ruimtelijke ordening bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen evenals de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. Daarnaast gaat de structuurvisie in op de wijze waarop de raad zich voorstelt de voorgenomen ontwikkelingen in de structuurvisie te verwezenlijken door middel van een uitvoeringsparagraaf. Ook wordt aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties zijn betrokken.

1.5 Interactief proces Communicatie speelt een belangrijke rol in het verwerven van draagvlak en betrokkenheid bij projecten en processen die zich afspelen in de directe leefomgeving van mensen. Zeker bij ontwikkelingsplanologie stellen belanghebbenden het op prijs dat zij hun ervaringsdeskundigheid en gebiedskennis in kunnen brengen. Voorlichting en informatievoorziening volstaan in zo’n geval niet. Het is beter om in te zetten op het gebruiken van ‘local knowledge’ en gebiedsgebonden ‘expert knowledge’. De stedenbouwkundige visie met beeldkwaliteit is ontstaan vanuit een interactief proces met belanghebbenden (bewoners, ontwikkelaars, ondernemers, architecten, historici etc.). Door samen op een integrale manier te kijken naar de ontwikkelingskansen van Heino, heeft de visie richting en prioriteit gegeven aan bestaande ruimtelijke vragen en knelpunten. De identiteit van Heino is samen met een afvaardiging van de bevolking bepaald middels een interactieve sessie. Samen is gewerkt aan een vragenlijst waarbij de identiteit van Heino op kaart is vastgelegd. Over veel van de aangegeven waardevolle en karakteristieke punten, lijnen en vlakken was men het unaniem eens. Vanuit dit gemeenschappelijke gegeven is de stedenbouwkundige visie voor Heino geformuleerd.

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de beleidsuitgangspunten vanuit Rijk, Provincie, Regio en Gemeente geformuleerd. In het derde hoofdstuk wordt de identiteit van Heino aan de orde gesteld. Er wordt ingegaan op de groei van Heino, het gebieds-DNA en de kwaliteiten van het dorp. In hoofdstuk 4 wordt de stedenbouwkundige visie met beeldkwaliteit toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de welstandscriteria beschreven. De uitgangspunten in dit hoofdstuk zijn inmiddels bestuurlijk vastgesteld en intregraal in deze visie opgenomen. In hoofdstuk 6 komt de uitvoeringsparagraaf aan de orde.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De stedenbouwkundige visie geeft op hoofdlijnen de ambities voor Heino aan. Het vormt de onderlegger voor de uitwerking van de volgende doelstellingen: • sturen van ruimtelijke ontwikkelingen • realiseren van de gewenste beeldkwaliteit • stimuleren van kwalitatieve bouwinitiatieven

9


2

Uitgangspunten


Heino

Landschapsontwikkelingsplan gemeenten Deventer, Raalte en Olst-Wijhe (visiekaart)


2.1 Uitgangspunten voor de stedenbouwkundige visie Voor het opstellen van deze stedenbouwkundige visie zijn een aantal beleidsdocumenten geraadpleegd. Dit betreft documenten op verschillende schaalniveaus. Rijksbeleid: • Nota Ruimte (2004) Provinciaal beleid: • Omgevingsvisie Overijssel (2009) Regionaal beleid: • Landschapsontwikkelingsplan gemeenten Deventer, Raalte en Olst-Wijhe (2008) Gemeentelijk beleid: • Structuurvisie Heino (2006-2020) • Woonvisie (2006-2015) • Beleidsnota Rood voor Rood (2008) • Scholenplan (brede scholen) Heino (2008) • Beleidsplan recreatie en toerisme (2008) • Waterplan Raalte (2008) • Groenbeleidsplan (2004 / conceptversie 2010)

Een korte bespreking van deze beleidsplannen is te vinden in de bijlage van dit document. Gezamenlijk hebben zij mede de uitgangspunten voor deze visie gevormd. De uitgangspunten zijn: 1. behoud van het cultuurhistorisch erfgoed en het waardevolle landschap en groenelementen als de verbinding met het landschap. Dit geldt zowel in functionele zin (routes) als in visuele zin (Zicht vanuit de kern naar het landschap) 2. de wateropgave (Waterplan 2008) koppelen aan de beleving van (verdwenen) waterstructuren, vooral de openbare paden langs het water als doorgaande verbinding realiseren. 3. de nieuwe wegenstructuur koppelen aan de landschapstructuur en op verschillende schaalniveaus verbindingen maken, zowel recreatief (fiets en wandelpaden) langs de toekomstige dorpsrand als utilitair (logistiek van de wijkontsluitingen) gericht op bestaande wegenstructuren 4. inspelen op de karakteristieke diversiteit van de bebouwing en woonmilieus. Dit geldt ook voor ontwikkelingen rondom de bedrijventerreinen en de bijzondere locaties en gebouwen zoals de Brede Scholen Hoogerheyne en Sprinkplank.

Heino is de meest vergrijsde kern: 34% van de huishoudens is 60+, t.o.v. 31% gemiddeld in de gemeente. Als verhuisreden wordt vaker dan gemiddeld gezondheid als reden opgegeven. In de uitbreiding zal rekening gehouden worden met een fors deel

gelijkvloerse en toegankelijke woningen. Ook is er ruimte voor een variatie aan andere woningtypen, zowel in het betaalbare als in het luxe segment. (bron: Woonvisie Raalte 2006-2015)

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Aandachtspunt is de bestemming van de gebieden buiten de bebouwingsgrens. De landbouwfunctie kan in deze gebieden op korte termijn veranderen, vooral deze groene ruimten zijn kwetsbaar maar van grote betekenis voor de kwaliteit van de dorpsrand, zowel recreatief als qua natuur.

13


3

Identiteit vanuit het verleden


ZWOLLE

Wijthmen Hoonhorst

Laag Zuthem

Den Alerdinck II

Den Alerdinck

De Gunne

Windesheim De Colckhof

HEINO

Lierderholthuis ‘t Rozendael

‘t Reelaer

‘t Nijenhuis

WIJE

RAALTE

Gebieds-DNA


3.1 Gebieds-DNA De identiteit van het gebied wordt bepaald door het gebiedsDNA: de specifieke ruimtelijke kenmerken die het gebied rondom Heino typeren. Het gebied rondom Heino is gelegen tussen Zwolle en Deventer in het Sallands zandgebied. Dit zandgebied bestaat uit een bonte afwisseling van hoogteverschillen: stuwwallen, dekzandruggen en laagten. Het Sallandse landschap verschaft identiteit, laat geschiedenis leven, geeft rust, een mooi uitzicht en een goede ondergrond. Dekzandruggen Langgerekte lage ruggen met essen op de hogere delen worden afgewisseld met, eveneens langgerekte, dalvormige laagten. De grotere enken en essencomplexen zijn zeer karakteristiek voor dit landschap. De ontwikkeling van het dorp Heino is begonnen op één van deze oost-west georiënteerde dekzandruggen en heeft zich op deze landschappelijke richting gehecht. Aanvankelijk als verspreide groepjes boerderijen met kampen (éénmans essen), later als gebundelde dorpsbebouwing rondom de kerk met brinken aan de rand. Vanaf 1950 lijkt Heino zich van deze oorspronkelijke oost-west richting los te maken, waardoor het dorpsgezicht sterk veranderd is. Laagten De dalvormige laagten hebben een oostwest-oriëntatie met in de laagte een gegraven waterloop (wetering, leide, vloedgraven of waterleiding). Deze laagtes zijn relatief vlak en laaggelegen en worden soms ruimtelijk begeleid door hoger gelegen zandruggen of enken. Agrarische karakter Agrarische bebouwing bevindt zich van oudsher vrijwel uitsluitend op de hogere delen in het landschap en is zeer homogeen verdeeld over het deelgebied. Karakteristiek zijn de kronkelige, veelal zeer oude wegen waarlangs deze bebouwing ligt. Het gebied heeft een belangrijke functie voor de landbouw. Weidegronden en bouwland wisselen elkaar af. De koppeling met de ondergrond is niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger (bouwland op de hoge delen, weiland en hooiland in de lagere delen). Van oudsher komen in dit landschap zeer veel verspreide landschapselementen voor waardoor het agrarische landschap hier nog steeds is te typeren als kleinschalig. Dit komt ook doordat de agrarische delen van het landschap worden afgewisseld met zeer bosrijke gebieden.

Landgoedbossen Ook het landschap rond Heino is zeer bosrijk. De belangrijkste reden hiervoor is de aanwezigheid van een aantal zeer lange oostwest georiënteerde dekzandruggen in de ondergrond. Dit complex van dekzandruggen is, ondanks relatief veel aantasting, geomorfologisch waardevol. Op deze relatief arme en droge gronden zijn in het verleden bossen en landgoederen aangelegd. Ten noorden van Heino liggen de landgoederen Den Alerdinck en Den Alerdinck II, De Colckhof en De Gunne. Ten zuiden van Heino liggen de landgoederen ’t Rozendael, ‘t Nijenhuis en ‘t Reelaer. De dekzandruggen ten noordoosten en oosten van Heino zijn grotendeels bebost met naaldhout. Behalve de genoemde bosrijke gebieden zijn op veel plaatsen verspreid in het landschap bospercelen aanwezig. Dorpen Verspreid in het dekzandlandschap liggen diverse kleinere dorpen. De meeste ervan zijn onder meer door middel van de wegen sterk verankerd met het omliggende landschap. Kleine dorpen hebben vaak nog een open relatie met het landschap. Dat wil zeggen dat de randen van de bebouwing direct grenzen aan de omliggende weide- en akkers. De kerk is vaak vanuit de wijde omtrek zichtbaar en heeft in het landschap een oriëntatiefunctie. Ook de brinken spelen een belangrijke rol in de dorpen. Grote kernen De kernen zijn in de loop van de tijd dusdanig gegroeid dat door de uitbreidingen de ruimtelijke overgang naar het landschap steeds abrupter is geworden. Niet in de laatste plaats doordat rond de kernen rondwegen zijn aangelegd. Met name bij Raalte en Heino is dit het geval. Behalve door rondwegen wordt de relatie met het landschap soms ook verstoord door bedrijventerreinen. Juist de oude wegen die het dorp inlopen vormen vaak een sterke verankering met de omgeving, die met de komst van rondwegen minder sterk wordt.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

In dit hoofdstuk is de ontwikkeling van Heino in beeld gebracht. Daarnaast is de identiteit van het gebied (het landschap met de omliggende dorpen) en van Heino zelf beschreven. Deze specifieke ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten vormen de inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen en de beeldkwaliteit.

17


dorps-DNA van Heino


3.2 Dorps-DNA van Heino

De voor Heino herkenbare cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken bepalen de identiteit van Heino. De identiteit wordt bepaald door de typerende groenstructuur, waterstructuur en infrastructuur en de karakteristieke bebouwing, ook wel genoemd: de groene, blauwe, grijze en rode dragers. De verhouding tussen deze dragers, hun opbouw en hun ruimtelijke opzet bepalen het karakter en kernkwaliteiten van Heino. De groei van Heino heeft het dorp een rijkdom aan verschillende karakters gegeven. De verschillende karakteristieken zijn op te delen in drie oost-west georiĂŤnteerde zones. Zuidelijk gelegen is een zone met een groene uitstraling; landgoederen, lanen, waterlopen en solitaire boerenerven. Deze zone heeft een sterke zichtrelatie met de omgeving. In de middelste zone, welke gelegen is op een zandrug, staat de kerk centraal met compacte dorpsbebouwing en oude brinken als openbare ruimten. De noordelijke zone van Heino heeft een contrastrijk karakter met kleinschalige landschappelijke kampen en grote bedrijfsgebouwen. Een deel van het bedrijventerrein ligt in een laag en nat gebied.

Zicht op Heino

Karakteristieke bebouwing aan de Canadastraat

CoĂśperatieve stoomzuivelfabriek

Kerk

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Met identiteit wordt in het kader van beeldkwaliteit bedoeld: de herkenbare eigenheid van een gebied of een object. Een aspect van beeldkwaliteit is zeker dat een gebied of ruimte zich zichtbaar onderscheidt van andere, gelijksoortige gebieden. Dit geldt op alle schaalniveaus; zowel een hele streek of dorp als een straat of een gebouw kunnen een duidelijke identiteit hebben. De identiteit van een gebied wordt ontleend aan speciďŹ eke landschappelijke kenmerken en aan opvallende bebouwing. Ook de geschiedenis draagt bij aan haar identiteit. In Heino maken delen van de kern die refereren aan verschillende historische perioden, het verleden voelbaar.

19


bomenlaan

Groene kwaliteiten

kampen

open velden


3.2.1 Groene kwaliteiten Door de aanwezigheid van een aantal oostwest georiënteerde dekzandruggen aan de zuidkant van Heino heeft het dorp aan deze zijde een zeer groen en lommerrijk karakter. Op hoge en droge delen werden immers bossen en landgoederen aangelegd. Het kleinschalige karakter van open velden, houtwallen, boscomplexen en lommerrijke eikenlanen bepalen het beeld. Het landschap is, zeker door de lanen die tot in de kern van het dorp doorlopen, sterk aan het dorp verankerd. Een robuuste groene dorpsrand zorgt voor een sterke hechting van dorp en landschap. Een aantal groene open ruimten aan de zuidzijde van het dorp zorgen voor ‘lucht in de kern’.

Openbaar groen met landelijk karakter

De noordkant van het dorp daarentegen is minder groen. Door latere stedenbouwkundige ontwikkelingen is niet altijd voortgebouwd aan karakteristieke kleinschalige groenstructuur waardoor een ‘stenige’ dorpsrand is ontstaan.

Lommerrijke laan

Openhouden schootsvelden

Versterken houtwallen

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

verbeterpunten • versterken van de relatie tussen dorp en landschap (openhouden ‘schootsvelden’) • versterken laanstructuren • versterken groene dorpsrand aan de noord- en westzijde van het dorp • creëren heldere groenstructuur met samenhang (niet teveel perken, plantsoenen en overige autonome groenstructuren)

21


weteringen

Blauwe kwaliteiten


3.2.2 Blauwe kwaliteiten Heino heeft niet veel zichtbaar water meer over. Het water wordt binnen de bebouwde kom bepaald door een aantal bergingsvijvers en aan de randen door de kavelsloten en aan de zuidzijden door een aantal weteringen (Vloedgraven). In de dalvormige laagten liggen namelijk gegraven waterlopen, met de naam wetering, leide, vloedgraven of waterleiding. De Heinose Vloedgraven is de meest karakteristieke waterloop. Deels is deze waterloop verdwenen. Toch is de loop hiervan nog zichtbaar in de structuur van het dorp. Een wandel- en fietspad door de wijk refereert hier nog aan.

Wetering door landschap

verbeterpunten • zichtbaar maken van het water • terugbrengen verdwenen waterstructuren • creëren van nieuw water

Verdwenen wetering (Heinose Vloedgraven)

Wetering met parkachtig karakter

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Wetering door dorpskern

23


driesprong

Grijze kwaliteiten

brinken


3.2.3 Grijze kwaliteiten

verbeterpunten • inzetten op sterke straatprofielen (tegengaan versnippering en waarborgen continuïteit) • versterken van de karakteristieke brinkruimten • zichtbaar maken van driesprongen van wegen (welke karakteristiek zijn voor het landschapstype) • inzetten op een versterking van de entrees tot de dorpskern (aan de Dorpsstraat en de Canadastraat)

Raalterstraat

Van Der Capellenweg

Bendijksweg

driesprong

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De oudste wegen volgen het patroon van de dekzandruggen en hebben daardoor een nogal kronkelend tracé. De jongere laatmiddeleeuwse wegen hebben meestal een regelmatiger/ rechter tracé. De oudste wegen binnen de gemeentegrenzen zijn Zandsteeg (nu Zuthemerweg, Zwolseweg, Van der Capellenweg en Lemelerveldseweg), de Twentseweg en de Bouwhuissteeg. De Dorpsstraat, het Marktplein en de Canadastraat vormen de belangrijkste linten in het centrum. Aan deze belangrijke dragers zijn een drietal brinken gekoppeld. Twee van deze brinken (de Kerkbrink en de Sikkenbrink) liggen binnen het centrum van het dorp en vormen belangrijke openbare ruimten. De derde brink ligt buiten het dorp aan, hoe kan het ook anders, de Brinkweg. Daarnaast wordt het stratenpatroon vaak gevormd door een voor Heino karakteristieke driesprong van wegen. Richting het centrum van het dorp neemt de verdichting langs de belangrijkste linten toe.

25


boerderijen

1850

1900

1950

N35

2 3

1

2000

coรถperatie

kerkdorp


3.2.4 Rode kwaliteiten De groei van Heino Heino heeft zich in de loop der eeuwen ontwikkeld van een essenzwermdorp in het Sallands Landschap naar een compacte dorpskern aan de N35 tussen Zwolle en Raalte.

kerk Marktplein

De kern Heino is ontstaan in de 13e eeuw vanuit verspreid staande bebouwing van huizen en boerderijen rondom een tweetal brinkruimten. De bebouwing heeft een verspreid karakter. Het dorp heeft de kenmerken van een essenzwermdorp. Heino omstreeks 1850 De bebouwing concentreert zich vooral langs de huidige Canadastraat, waarbij de woningen op brinken in kleine groepjes bijeen staan. Opvallend is dat tot 1850 alleen enkele agrarische bedrijven voorkomen langs de Nieuwendijk (nu Dorpsstraat). Heino omstreeks 1900 In de tweede helft van de 19e eeuw concentreert de uitbreiding van het dorp zich nagenoeg geheel langs de Nieuwendijk.

Marktplein

Heino omstreeks 2000 Pas na de Tweede Wereldoorlog heeft de lange tijd ongewijzigde structuur van Heino een compactere vorm gekregen door de dorpsuitbreidingen. De Dorpsstraat is de centrale noord-zuid verbinding gebleven, maar aan beide zijden van deze straat is de bebouwing van huizen en bedrijven aanzienlijk uitgebreid. Op enige afstand van het dorp worden de toegangswegen gemarkeerd door bijzondere gebouwen zoals het station (1), stoomzuivelfabriek(2) en buitenhuis ‘de Vlaminckhorst’ (3) in het oosten. Kwaliteiten De kerk op het Marktplein is een waardevol cultuurhistorisch en herkenbaar element in het centrum van Heino. In het centrumgebied van Heino is geen sprake van een uniform beeld van de aanwezige bebouwing. De bouwhoogte, kapvormen en –richtingen variëren in hoge mate. Het individuele karakter en de onderlinge afstand tussen de bebouwing is zeer bepalend voor het behoud van een transparant Heino met veel groen. De katholieke kerk heeft een voorname plaats in de stedenbouwkundige structuur van de Canadastraat.

Coöperatie

verbeterpunten • behoud van karakteristieke straatbeelden • compact bouwen aan de kern

boerderijen dorpsrand

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Heino omstreeks 1950 In de twintiger jaren van de 20e eeuw zijn voornamelijk vrijstaande woningen van één bouwlaag langs de noordelijke uitvalsweg (de huidige Dorpsstraat) gebouwd.

27


4

Kwaliteit voor

de toekomst stedenbouwkundige visie met beeldkwaliteit


Kansen voor kwaliteit


Versterking van de identiteit en het imago van Heino is gerelateerd aan de versterking van de groene-, blauwe-, grijze-, en rode kernkwaliteiten. Groene kansen Het aantal agrarische bedrijven neemt in de toekomst steeds meer af. De resterende bedrijven zullen daardoor kunnen uitbreiden en daarnaast zullen huidige bedrijven worden omgevormd tot woonlocaties. Dit gaat gepaard met nieuwe (bedrijfs)bebouwing met gevolgen voor het beeld van de bebouwingslinten. De beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing is vaak niet passend. Een visie op de beeldkwaliteit van de bebouwing in het buitengebied zorgt voor het tegengaan van verdere verrommeling. verbeterpunten • versterken van de relatie tussen dorp en landschap (openhouden ‘schootsvelden’) • versterken laanstructuren • versterken groene dorpsrand aan de noord- en westzijde van het dorp • creëren heldere groenstructuur met samenhang (niet teveel perken, plantsoenen en overige autonome groenstructuren) • versterken erfbeplanting • groene versterking van de lijn Lentheweg – Veld hoekerweg Blauwe kansen Heino heeft niet veel zichtbaar water. Wel zijn er enkele historische waterstructuren die ooit structuur bepalend zijn geweest voor het dorp. Gelet op de nu beschikbare ruimte is het een moeilijke opgave om deze structuren terug zichtbaar en beleefbaar te maken. Op de lange termijn kan dit thema gekoppeld worden aan (herstructurerings-) projecten. verbeterpunten • zichtbaar maken van het water • terugbrengen verdwenen waterstructuren • creëren van nieuw water Grijze kansen De Dorpsstraat en de Canadastraat vormen beide een directe verbinding naar het centrum van Heino en zijn identiteitsbepalend. De karakteristieke profielen verliezen aan kwaliteit doordat er door diverse ontwikkelingen een versnipperd beeld is ontstaan. Een continu profiel biedt kansen voor de versterking van deze identiteitsdragers. De noord- en oostrand van Heino wordt bepaald door de rondweg rondom Heino. De weg wordt groen begeleid; deels door bomen, deels door stevige beplanting. Daardoor vormt de weg een duidelijke scheiding tussen Heino en het omliggende landschap. Daarmee wordt de relatie tussen de kern van Heino en het omliggende landschap met de karakteristieke verkaveling aangetast. Bovendien zorgt de rondweg ervoor dat nieuwe bebouwing tot aan de rondweg wordt gebouwd waardoor een onnatuurlijke dorpsrand ontstaat. Door de rondweg niet als dorpsrand te beschouwen en los te koppelen van de structuur van het dorp, kan de identiteit van Heino aan kracht winnen. De ontwikkelingen (bedrijvigheid, aanleg rotondes, bebording) rondom de entrees zorgen ervoor dat de entreefunctie en de herkenbare identiteit van Heino verloren gaat. Een ruimtelijke versterking van de dorpsentrees biedt kansen voor de leesbaarheid van het dorp.

verbeterpunten • inzetten op sterke straatprofielen (tegengaan versnippering en waarborgen continuïteit) • versterken van de karakteristieke brinkruimten • zichtbaar maken van driesprongen van wegen (welke karakteristiek zijn voor het landschapstype) • aan de Dorpsstraat en Canadastraat inzetten op een versterking van de entrees tot de dorpskern, met ruimtelijke middelen Rode kansen Uitbreiding van woonfuncties komt nog met regelmaat voor langs de ontginningslinten van Heino (Dorpsstraat/Canadastraat). Hierdoor is het karakteristieke beeld met grote afwisseling in variatie, kapvormen en volumes grotendeels verdwenen. Bij verdere verdichting van de linten zullen de doorzichten en tussenruimten tussen de bebouwing als belangrijke kwaliteit van Heino verloren gaan. Belangrijk is om hier een duidelijke visie op te hebben. Door hoger te bouwen kunnen voor bepaalde doelgroepen aantrekkelijke woon- en werkmilieus met goede parkeeroplossingen worden gerealiseerd en kan hoogwaardige openbare ruimte worden toegevoegd. Hoger bouwen kan leiden tot hoogwaardig en efficiënt gebruik van de schaarse ruimte. Het kan echter ook leiden tot hinder voor omwonenden en een onwenselijke aantasting van het beeld. Het toepassen van een hogere bouwhoogte kan alleen als er gekeken wordt naar relatie van het gebouw tot de omgeving. De afstand tot de omgeving, bezonning/ schaduwwerking, uitzicht en beschikbare parkeercapaciteit zijn daarbij de belangrijkste afwegingsfactoren. De bebouwing in het centrum heeft een winkel-, horeca-, of kantoorfunctie waardoor de eerste laag van de karakteristieke bebouwing een veelal moderne uitstraling heeft gekregen met reclame-uitingen. Het beeld van de identiteitsbepalende bebouwing verdwijnt daardoor uit het straatbeeld. Het is van belang hier aandacht aan te besteden. De noordrand van Heino wordt bepaald door de bedrijventerreinen. Deze zijn logischerwijs gekoppeld aan de belangrijkste regionale infrastructurele dragers: de N35 (Zwolseweg en rondweg Heino). De bedrijventerreinen zorgen ervoor dat het karakteristieke en herkenbare dorpssilhouet van Heino aan de noordrand langzaam verdwijnt. De bedrijventerreinen dragen niet bij aan de identiteit van het dorp en vragen een andere invulling. Een kwaliteitsimpuls aan de noordrand met een groene invulling zorgt voor een opwaardering van deze kant van het dorp. verbeterpunten • behoud van karakteristieke straatbeelden • compact bouwen aan de kern • kwaliteitsimpuls aan de noordrand • bij gemengde functies de architectonische relatie tussen beneden en boven verdieping herstellen en ontwikkelen • nieuwbouw in schaal en maat zoveel mogelijk afstemmen op de omgeving • specifiek ruimtelijk kader vaststellen bij de toevoeging van hogere bouwvolumes

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

4.1 Kansen voor kwaliteit

31


1.

3.

onderscheid in landschapsstructuur en -beeld

bouwen aan het dorpssilhouet: identiteit en kwaliteit

2.

4.

landschappelijke water- en groenstructuur

centrum gericht op de toekomst


Heino moet investeren in een toekomstgerichte en duurzame kern met identiteit en kwaliteit door: 1. Onderscheid in landschapstructuur en -beeld Door onderscheid te maken tussen de verschillende zones (landschappen) wordt de landschapsstructuur van Heino versterkt. 2. Landschappelijke water- en groenstructuren Door in te zetten op heldere water- en groenstructuren kan de identiteit van Heino aan kracht winnen. Door groenstructuren te koppelen ontstaat er een sterke groenstructuur waar (stedenbouwkundige) ontwikkelingen aan kunnen worden opgehangen. Belangrijk is dat recreatieve routes worden gekoppeld aan deze groenstructuren. Zo ontstaat een aantrekkelijk recreatief netwerk. Het water is een belangrijk element in Heino. Het is daarom belangrijk om te investeren in de blauwe kwaliteit van Heino. Het meest belangrijke daarin is de zichtbaarheid van het water en een versterking van de structuur. In de loop der tijd zijn een aantal waterstructuren verdwenen. Gekoppeld aan lange termijn projecten zouden deze structuren (waar mogelijk) weer in ere hersteld kunnen worden.

3. Bouwen aan het dorpssilhouet: identiteit en kwaliteit Hogere bebouwing in de vorm van accenten(op strategische plekken) zorgt voor identiteit en kwaliteit. Het gaat hierbij om bijzondere accenten die specifiek voor Heino zijn. In Heino zal hogere bebouwing vanuit stedenbouwkundig oogpunt dus vooral dienen te worden ingezet om de structuur van het dorp te versterken (punten, zones, randen). Voor de oriëntatie in een dorp, de “leesbaarheid”, maar ook voor het bewust creëren van afwisseling is dit een goed instrument. Hogere bebouwing dient aan de grotere, structuurbepalende wegen te worden geconcentreerd. Daar waar verbetering en vernieuwing een toegevoegde waarde hebben als ruimtelijk accent in het lint. Voorwaarde daarbij is dat er toegevoegde openbare ruimte wordt gevormd. 4. Centrum gericht op de toekomst Door in te zetten op een versterking van de kernfunctie van het centrum is de dorpskern ook voor de toekomst gewaarborgd. Dit wordt bereikt door langs de belangrijkste straten het continue karakter van de bebouwing te behouden en te versterken. Dit levert heldere structuren op. De entrees tot het centrum kunnen aan kracht winnen door een duidelijke markering van ‘kop’ en ‘staart’. Op strategische plekken kunnen accenten (in de vorm van appartementengebouwen) bijdragen aan de variatie, afwisseling en beeldtaal van Heino. De brinkruimten worden steviger neergezet door een herinrichting van deze ruimtes. De herkenbaarheid van deze historische openbare ruimten wordt hiermee vergroot. In aansluiting op het bestaande centrum kan het centrum in de toekomst worden uitgebreid. Bestaande structuren worden doorgezet en door compact te bouwen ontstaat een heldere aansluiting. Alle belangrijke voorzieningen zijn in de kern gevestigd.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

4.2 De inspiratie

33


Stedenbouwkundige visie


4.3 Stedenbouwkundige visie De groei van Heino heeft het dorp een rijkdom aan verschillende karakters gegeven. De verschillende karakteristieken zijn op te delen in drie oost-west georiënteerde zones. Zuidelijk gelegen is een zone met een groene uitstraling; landgoederen, lanen, waterlopen en solitaire boerenerven. Deze zone heeft een sterke zichtrelatie met de omgeving. In de middelste zone staat de kerk centraal met compacte dorpsbebouwing en oude brinken en groene open velden als openbare ruimten. De noordelijke zone van Heino heeft een contrastrijk karakter met kleinschalige landschappelijke kampen en grote bedrijfsgebouwen. Inzetten op drie zones De drie zones bezitten groene, blauwe, grijze en rode iconen. Gezamenlijk bepalen zij de identiteit van Heino. Door bij toekomstige groei weer aan te haken op de oorspronkelijke oost-west richting en gebruik maken van de typerende karakteristieke iconen kan de bestaande identiteit van Heino worden versterkt. Landgoederen Landgoederen in de zuidzone bieden nieuwe ontwikkelingsmog elijkheden. Geen traditionele bouw, maar bijzondere thema’s en monumentale allure.

Structuur van historische kampen als basis voor goed stedenbouwkundig ontwerpwerk Aan de noordzijde wordt het icoon van de historische kampen opgeschaald tot helder opgezette bedrijfserven en de historische blokverkaveling opgepakt om recreatieve functies en routes aan het dorp te verbinden. De verbindende houtwallen vormen het nieuwe dorpssilhouet. Versterken landschappelijke structuur De verkavelingsrichting van het omliggende landschap kan sterker worden ingezet. Het is daarom belangrijk om te investeren in deze kwaliteitslinten. Elk van deze linten heeft een eigen karakter en identiteit. Ook is er onderscheid te maken in hiërarchie. De Dorpsstraat en de Canadastraat vormen de belangrijkste toegangswegen naar de kern van Heino. Door de grote verscheidenheid aan kleuren, aantal bouwlagen, materialisatie, kapvorm en -richting en korrelgrootte is het beeld divers. Door het profiel (straat, beplanting, verlichting, meubilair etc) een continu karakter mee te geven kunnen de belangrijkste infrastructurele dragers aan kracht winnen.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Dorps en compact Door dorps en compact te bouwen aan de bestaande dorpskern en de wegen en stegen op dit netwerk aan te sluiten ontstaat een nieuwe impuls in de kern, de middelste zone. De dorpskern vergroot hiermee en krijgt een nieuw levendig dorpsgezicht.

35


1. Dorpskern, krachtig centrumgebied

2. Bedrijfserven aan de noordzijde

3. Schootsvelden, verbinding met het landschap

4. Essen en kampen, cultuurhistorisch erfgoed


Door de koppeling van de belangrijkste landschappelijke dragers ontstaat er een groen-blauw-grijs casco waaraan (dorpse) ontwikkelingen zich kunnen hechten. Versterken identiteit (historische) dorpskern Het historische centrum van Heino is de plek waar de identiteit van Heino het meest ervaren wordt. Op dit moment gaat het centrum vanuit het noorden verscholen achter bedrijvigheid. Door in te zetten op een koppeling van landschap en centrum kan Heino meer een gezicht aan de N35 vormen. Daarnaast krijgt het centrum een kwaliteitsimpuls waardoor nog meer van de cultuurhistorie zichtbaar en voelbaar wordt. Ook bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voortborduurd op de oorspronkelijke structuur. Daarnaast kunnen de verdwenen cultuurhistorische elementen (zoals brinken en waterstructuren) nieuw leven worden ingeblazen. Natuurlijk is ook van groot belang om de huidige identiteit (de compacte straatjes met de karakteristieke panden) te bewaren en in stand te houden. Versterken van de samenhang groen-blauw-grijs Een versterking van de samenhang tussen de groenelementen, het water en de infrastructuur levert meer ruimtelijke kwaliteit en bovendien een beter ‘leesbaar’ Heino. Een sterke groenstructuur, welke alle groene gebieden in Heino met elkaar verbindt, zorgt ervoor dat wordt bijgedragen aan een herkenbaar en aantrekkelijk (recreatief) netwerk.

4.4 Visie met beeldkwaliteit De visie voor het dorp is op te delen in een vijftal deelgebieden, waarvoor bij elk een verschillende visie en beoogde beeldkwaliteit van toepassing zijn. Deze vijf deelgebieden van het dorp zijn: 1. de dorpskern 2. het woon-werklandschap aan de noordoost zijde 3. schootsvelden 4. dorpsentrees 5. de dorpsranden

Met beeldkwaliteit wordt bedoeld de mate waarin we een positief of negatief beeld van onze omgeving hebben. Als een omgeving of gebouw een slechte indruk achterlaat kunnen we spreken van een lage beeldkwaliteit en als een gebouw een positieve indruk oproept omdat het goed ontworpen is en zelfs kan ontroeren, spreken we van een hoge beeldkwaliteit. Het begrip beeldkwaliteit kan dan in algemene termen worden aangeduid als: alle aspecten die van invloed zijn op de voorstelbaarheid en beleving van de ruimtelijke omgeving en objecten in die omgeving. De mens streeft naar een dynamisch evenwicht tussen verlagende prikkels en verhogende prikkels, dat wil zeggen tussen orde en complexiteit, samenhang en contrast. Enerzijds willen mensen georiënteerd zijn en hun dorp, wijk of buurt begrijpen, anderzijds willen ze een rijkdom aan indrukken ervaren. De beeldkwaliteit wordt bepaald door een evenwichtige verhouding tussen enerzijds een duidelijke, begrijpbare orde en samenhang en anderzijds een indrukrijke complexiteit en verscheidenheid. Op grotere schaal (dorp, wijk of buurt) is er veelal behoefte aan een duidelijke structuur en oriëntatie, op kleinere schaal aan een voldoende mate van variatie en contrast van vormen. De aspecten die van invloed zijn op de beeldkwaliteit kunnen als een uitwerking van de begrippen structuur, identiteit en belevingswaarde worden beschouwd.

4.4.1 Dorpskern, krachtig centrumgebied Visie Heino dankt haar identiteit voor een groot deel aan de historische kern. In het centrum van Heino is geen sprake van een uniform beeld van de bebouwing. De gevelhoogten, kapvormen en -richtingen variëren in hoge mate. De kern van Heino bestaat uit een centrum (gebied waar de winkels en overige voorzieningen voornamelijk gevestigd zijn) en een kerngebied wat daar omheen ligt. Op dit moment is de identiteit van Heino niet zichtbaar vanaf de randen. Bovendien ontbreekt er samenhang tussen de verschillende delen in de kern. Ook kan de relatie tussen de kern en het landschap worden versterkt. De kern kan aan kracht winnen door in te zetten op een kwaliteitsimpuls op korte termijn. De ontwikkelingen rondom de Brede Scholen bieden kansen om deze kwaliteitsimpuls ook daadwerkelijk te realiseren.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De overige dragers, zoals de Dwarswetering, kunnen aan kracht winnen door ze sterker aanwezig te laten zijn. Dat betekent in sommige gevallen dat verdwenen structuren weer terug kunnen worden gebracht, zij het op een manier die past bij (de mogelijkheden van) deze tijd. Ook nieuwe dragers kunnen de identiteit van Heino versterken. Met name de nieuwe rand aan de noord- en westzijde van Heino. Hier wordt ingezet op een sterke groen-blauwe parkstructuur. Deze rand kan tevens bijdragen aan een ‘rondje Heino’.

37


Ontwikkeling brede scholen (referentie De Klimop, Bovenkarspel - Zeeman architecten)

Variatie in hoogte en volume (huidige situatie)

Eenduidig proďŹ el (referentie)

Dorpskern, krachtig centrumgebied

Dorpskern Materialisatie en kleurgebruik (referentie)


Deze ontwikkelingen kunnen worden aangegrepen om de kern ‘onder handen’ te nemen. Door de huidige kern als ware uit te breiden kan de samenhang worden versterkt, de relatie met het landschap wordt gelegd en de zichtbaarheid wordt vergroot. Het is daarbij van belang aan te sluiten op de karakteristieken van Heino: de groene, blauwe, grijze en rode kwaliteiten.

Dorpsontwikkeling Stedenbouwkundig is het dorp opgebouwd uit de oorspronkelijke linten en ontworpen samenhangende uitleggebieden: De Oranjebuurt aan de oostkant, Dorpsstraat West en Heino-Zuid. Ieder gebied met een eigen signatuur, ontleend aan de periode van ontstaan. De visie is er op gericht de eigen identiteit van deze gebieden te behouden en te versterken. Ontwikkelingen zullen dan ook dienen te passen binnen de ruimtelijke structuur. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen in schaal, maat, hoogte en omvang afgestemd moet zijn op de bestaande bebouwing.

De grootste veranderingen en kansen voor het dorp liggen op de randen van deze gebieden en de aansluitingen op de oorspronkelijke linten. Op deze plekken zal nadere afweging nodig zijn, waarbij de stedenbouwkundige kaders worden ontleend aan het DNA van het dorp.

3. Situering en karakter bebouwing • diversiteit aan bebouwing en bouwvolumes, waarbij de rooilijn aan de straatzijde variabel is • onderscheidt tussen beeldbepalende gebouwen (entrees) en verbindende bebouwing (onderdeel van het lint) • accenten in nieuwe bebouwing als opmaat naar de dorpskern • bebouwing passend binnen de korrelgrootte in het dorp • panden in de linten sluiten in maat en schaal aan op de omgeving • bebouwing/architectuur in een verticale geleding • het voorzien van bijzondere kappen bij bebouwing, het spel van kappen maakt het dorp • karakteristieke open ruimten en doorzichten handhaven. Het bestaande ongelijke ritme van bebouwing handhaven en soms versterken. Naar het centrum toe verdichten • aandacht voor relatie tussen voor en achter ter plaatse van zijerven en stegen. Dit vraagt om een losse setting van de gebouwen en een individuele bebouwingsritmiek. Geen aaneengesloten wanden • bij hogere gebouwen dient ook de buitenruimte meer ontworpen te worden • hogere gebouwen uitsluitend op plaatsen waar ze betekenis hebben voor de ruimtelijke opbouw van het dorp: de entrees/poorten en in het centrum boven de winkels

Beeldkwaliteit 1. Samenhang • compacte dorpskern met accent op de open brinkruimten • zicht op de kerktorens vanuit de diverse richtingen en uitbreidingsgebieden • relatie tussen de bestaande wegenstructuur en de te ontwikkelen wegenstructuur • wegenstructuur dorpskern binnen een bepaalde huisstijl/ eenduidig profiel (herkenbaarheid en identiteit) • versterken van het onderscheid tussen bestaande uitleggebieden en de oorspronkelijke linten

• •

2. Landschap, groen en water • hechten van het open landschap aan de historische kern is van bijzondere waarde • waterstructuur in dorpskern zichtbaar en beleefbaar maken als onderdeel van de openbare ruimte, zodat water weer als herkenbare structuur van Heino gaat fungeren. Dit is een punt dat bij herontwikkelingsprojecten meegenomen moet worden (lange termijn)

4. Openbare ruimte • de brinkruimten in de dorpskern zijn compact, authentiek en stenig (geen plantsoenering) • de lanen hebben een samenhangende structuur • aandacht voor fijnmazigheid en informele routes 5. • • •

Materialisatie en kleurgebruik over het algemeen gebakken en gebiedseigen producten kleurgebruik in donkere tint ten opzichte van omgeving materialen en kleuren koppellen aan in samenhang ontworpen gebieden

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Straatprofielen zijn belangrijk voor het karakter van Heino. Door de profielen wordt de identiteit van de kern ‘gelezen’. Het is dus waardevol om te investeren in de inrichting van de openbare ruimte met sterke straatprofielen. Een herkenbare identiteit voor nu en in de toekomst is gewenst. Het is belangrijk om: • onderscheid in de verschillende profielen te maken • elk profiel zijn eigen karakter mee te geven • continuïteit in profielen te realiseren (met betrekking tot beplanting, materialisatie, verlichting en meubilair) • sobere en karakteristieke materialen te gebruiken (klinkers) • geen diversiteit aan perken en plantsoenen toe te kennen in één profiel (kies voor gras) • voor grote bomen te gaan (liefst geen uitheemse en tropische soorten) • te kiezen voor parkeeroplossingen in het groen • laanbeplanting waar mogelijk herstellen en aanvullen

verdichting met bebouwing langs de linten naar het centrum toe daar waar de openbare ruimte het toelaat, ruimer is kan ook de hoogte van bebouwing toenemen aandacht voor erfgrenzen: hagen als dorpse karakteristiek herstellen van architectonische relatie tussen winkelpuien en bovenverdieping: een samenhangende gevelarchitectuur zorgvuldig aanbrengen van reclame, geen lichtbakken en uitstekende reclameborden

39


Bedrijfserven in groene setting (referentie)

Nieuwe rand met groen en blauw (referentie)

Bedrijfserven in groene setting (referentie)

Bedrijfserven aan de noordzijde

Bedrijfserven Bedrijvigheid onderdeel van groenstructuur (referentie)


4.4.2 Woon-werklandschap aan de noordoostzijde Visie

Beeldkwaliteit

De dorpsrand langs de N35 is hét visitekaartje voor Heino. Waar nu een relatief harde rand van bedrijvigheid is gerealiseerd moet, in samenspraak met de uitbreiding van het bedrijventerrein een sterke binding met het landschap gerealiseerd worden. Het bedrijventerrein moet als het ware onderdeel worden van het landschap. Hiervoor wordt de bestaande structuur van het landschap als uitgangspunt genomen en loopt het landschap door in het bedrijventerrein. Het landschappelijke ritme is terug te zien in het nieuwe bedrijventerrein. Ook van uit het dorp gekeken moet er een goede overgang gerealiseerd worden. Het was dorps eigen een menging van wonen en werken te hebben. In de nieuwe uitbreiding van het bedrijventerrein moet een dergelijke menging gerealiseerd worden. Hierdoor zal een typisch dorps woon-werklandschap gecreëerd worden met aan de zuidzijde woningbouw. Belangrijk is wel dat de rand van het dorp een voorkantenkwaliteit krijgt.

1. Landschap, groen en water • bedrijventerrein als onderdeel van het landschap. Niet alleen een groene rand, maar landschap in het bedrijventerrein verankeren (landschapstructuur als basis). Dit betekent onder andere het voorzien van verbindende groenstructuren over de N35 heen • wisselende begrenzing van het bedrijventerrein • groene verbinding Lentheweg - Veldhoekerweg • landelijke stadsrandfuncties opnemen in het overgangsgebied 2. Samenhang met het dorp • het creëren van een menging van bedrijfsgebouwen en woningen brengt het karakteristieke van een dorp weer terug 3. • • • •

Situering en karakter bebouwing bebouwing met ‘voorkantallure’ naar de ringweg parkeren en buitenopslag landschappelijk wegwerken architectuur passend binnen dorp bebouwing in een passende korrelgrootte en schaal. Geen grote anonieme loodsen

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

4. Openbare ruimte • Geen ‘restgroen’

41


Behouden openheid (huidige situatie)

Zichtbaarheid water (referentie)

Natte natuurzone (referentie)

Schootsvelden

Parkachtige entree oostzijde (landgoederensfeer, referentie)


4.4.3 Schootsvelden, verbinding met het landschap Visie

Beeldkwaliteit

Door groenstructuren (groene dorpsranden, houtwallen, lanen, etc.) te koppelen ontstaat er een sterke parkstructuur waar (stedenbouwkundige) ontwikkelingen aan kunnen worden opgehangen. Door te investeren in de opwaardering van de groene verbindingen wordt tegelijkertijd een kwaliteitsimpuls gegeven aan het dorp Heino en kunnen aantrekkelijke recreatieve routes worden gerealiseerd.

1. Binding tussen dorp en landschap • openheid tot aan de dorpskern waardoor deze verbonden is met het landschap

Het water is een belangrijk element in Heino. Het is daarom belangrijk om te investeren in de blauwe kwaliteit van Heino. In het verleden verdwenen waterstructuren worden in ere hersteld waardoor de zichtbaarheid van het water toeneemt. Er kan zelfs een natte zone gerealiseerd worden waar watergerelateerde voorzieningen (als de ijsbaan en waterberging) een plek kunnen vinden.

2. • • • •

Landschap, groen en water schootsvelden open en groen waterstructuren in ere herstellen. Zichtbaar water natte zone met watergerelateerde voorzieningen Laanbeplantingen van uit het landschap doorzetten in het dorp

3. Situering en karakter bebouwing • zelfstandige bebouwing als iconen in het landschap, eigentijdse landgoederen • hoogwaardige (opvallende) architectuur met een hoogwaardige inrichting van het terrein

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De twee groene ruimten aan de oost- en westkant van Heino kunnen aan kracht winnen door hier schootsvelden te ontwikkelen met eigentijdse (en toch karakteristieke) hogere en grotere bebouwing. Hierbij moet gedacht worden aan de realisatie van één of twee eigentijdse landgoederen. Door middel van dergelijke nieuwe iconen wordt de herkenbaarheid van Heino als kern groter en de relatie met het landschap gelegd.

43


Dorpsentrees


4.4.4 Dorpsentrees Beeldkwaliteit Visie 1. Vormgeving entrees • de omgeving bepaalt het karakter van het entree. Een aangegeven bijzonder accent bebouwing kan hier zowel ‘stenig’ en industrieel, als groen en waterrijk vormgegeven worden • de entrees worden het uithangbordje van het dorp • entrees zijn helder, herkenbaar en vergroten de leesbaarheid van het dorp 2. Samenhang • de profilering van de straten doen mee met de profilering van de dorpskern

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Het dorp krijgt een vijftal duidelijk gedefinieerde entrees tot het centrum gebied. Uitgesproken entrees bevorderen de leesbaarheid van het dorp en kunnen uitnodigend werken. Deze entrees zijn markante punten, herkenbaar ten opzichte van hun omgeving. De herkenbaarheid wordt gevormd door architectuur, landschap, functie plaatsing of hoogte van de bebouwing, afhankelijk van de ligging. Ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de schoollocaties, worden gekoppeld aan het vormgeven van de entrees. Aan de noordzijde worden de entrees beïnvloed door het bedrijventerrein. De locatie van de zuivelfabriek kan een belangrijke plek worden om het karakter van deze poorten te bepalen. Met de plaatsing van een markant gebouw zal Heino hier een helder en herkenbaar entree krijgen. Bij de entree aan de noordoost zijde kan het waardevolle landschap versterkt worden met groen en eventueel een beeldbepalend woongebouw om de overgang van het buitengebied naar het dorp te accentueren. De entrees aan de zuid-westzijde van het dorp hebben een meer groen karakter. Het westelijk gelegen entree wordt gekoppeld aan de nieuwe brede school. Door deze school als markant gebouw in een groene omgeving te ontwikkelen ontstaat hier een karakteristiek groen entree. De twee zuidelijk gelegen entrees worden bepaald door water. Waarbij het bij het zuidwestelijk entree gaat om een groenblauw karakter en het zuidoostelijke entree om een hedendaags landgoed in groen-blauwe setting.

45


Bouwvlak Overgangszone naar landschap (tuin)

Referentie groene dorpsrand (Vries, Drenthe)

Buitengebied

Wonen georiĂŤnteerd op het landschap (referentie)

Wonen georiĂŤnteerd op het landschap (referentie)

Essen en kampen, cultuurhistorisch erfgoed

verbinding dorp met landschap (huidige situatie)


4.4.5 Dorpsranden Visie

Beeldkwaliteit

De dorpsranden zijn de binding tussen het dorp en het landschap. Een robuuste groene rand is het streefbeeld voor Heino. Een diffuse, informele, groene rand is dorpseigen en zou een goede invulling zijn van een robuuste groene dorpsrand. Een dergelijke rand moet wel gerealiseerd worden met een voorkantenkwaliteit naar buiten gericht. In principe lijkt dit elkaar tegen te spreken, immers oorspronkelijk diffuse dorpsranden worden gevormd door achterkanten. Maar achterkanten kunnen ook met een voorkantenkwaliteit gerealiseerd worden. Door een diepte te realiseren achter de bebouwing, met onderscheid tussen een bebouwingsvlak en een kavelvlak waar voor beide andere regels gelden, kan de diffuse rand vormgegeven worden (zie schets).

1. Groene dorpsranden • randen zijn diffuus maar hebben ook een voorkant allure. Dit houdt in dat er geen strakke achter rooilijn is, maar ook geen anonieme achterkanten • spel van kappen maken het dorp. Geen standaard kap gestempeld over nieuwe bebouwing, maar de kap moet een apart element zijn van de bebouwing. Dit bepaalt mede het silhouet van het dorp • overgangszone tussen bebouwing en landschap • voldoende ruimte achtererven

Dorpsranden moeten bewust vormgegeven worden binnen de landschappelijke structuur van essen en kampen. Hierdoor ontstaat er een permanent groen raamwerk, dat zichtbaar en beleefbaar zal blijven bij mogelijke dorpsuitbreidingen.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Het kleur- en materiaalgebruik dienen afgestemd te worden op het buitengebied. Dit betekent donkere kleuren, geen glimmende materialen, metselwerk met ondersteuning van andere materialen. Op bijzondere plekken kan ruimte geboden worden voor een bijzondere woning. De verkavelingsrichting is bepalend voor de situering van de woningen. Het landschap is daarbij maatgevend en dominant.

47


5

Welstand en stedebouwkundige randvoorwaarden Dorpsstraat 44/46 Paalweg - Canadastraat 28/38 Canadastraat 31


Welstandsniveau


De Welstandsnota gemeente Raalte (2004) bevat de basisvoorwaarden, waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden. Het legt voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld het buitengebied, een beoordelingskader vast. Dit is opgesteld vanuit een visie op de toekomst van het gebied en vanuit een beeld van aanwezige waarden. Er worden criteria benoemd die er toe moeten bijdragen dat de toekomstige bebouwing past in de omgeving. Naast de verschillende deelgebieden kent elke gemeente ook haar specifieke gebouwen, gebouwtypen en bouwwerken op specifieke locaties. Hiervoor zijn afzonderlijke criteria opgesteld in de thematische uitwerkingen zoals historische boerderijen, agrarische bedrijfsbebouwing, landgoederen en buitenplaatsen, kanaalzone etc. De welstandscriteria worden op drie niveaus getoetst: Basis Bij het basisniveau van welstand wordt de toets door welstandstoezicht beperkt tot die aspecten die te maken hebben met de situering van het bouwwerk (rooilijn, zijdelingse afstand, oriëntatie), de hoofdvormen van het bouwwerk (bouwmassa, bouwhoogte, kapvorm en kaprichting), de schaal en geleding van het gebouw, het overwegende materiaalgebruik en de gebruikte kleurtoon. De toets is vooral gericht op het gebouw als geheel in relatie tot zijn omgeving. Het welstandstoezicht is in deze gebieden beperkt tot het handhaven van de basiskwaliteiten. Dit basisniveau van toetsen wordt toegepast in gebieden waar de bestaande ruimtelijke structuur relatief veel kan verdragen. Afwijkingen en ingrepen hebben hier minder grote gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit. Er zal bij de toets niet gedetailleerd op architectonische kwaliteiten worden beoordeeld.

Plus In gebieden waarvoor het plusniveau van welstand van toepassing is wordt naast de criteria uit de basistoets ook getoetst op deelaspecten die te maken hebben met de gevelaanzichten en de belangrijkste detailleringen van het bouwwerk. Het bouwwerk wordt dus uitgebreider op de architectonische kwaliteiten beoordeeld. Daarbij wordt gelet op kenmerkende massaverhoudingen, schaal en maat, plaatsing van gevelelementen in het vlak, verticaliteit / horizontaliteit, hiërarchische verhoudingen tussen gevelelementen onderling en de vormgeving van gevelelementen. Ook wordt gelet op de specifieke materiaalkeuze en de materiaalkleur van de hoofdvlakken. Dit plusniveau van welstand is gericht op het handhaven van bestaande karakteristieken en kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen vragen om een zorgvuldige afstemming. De kwaliteit moet bijdragen aan de bestaande karakteristiek en samenhang. Bouwopgaven mogen daaraan op eigen wijze invulling geven. Dit regime zal worden toegepast in gebieden waar de ruimtelijke kwaliteiten en samenhang van belang zijn, maar die ook enige dynamiek kunnen verdragen. Bijzonder Bij het bijzonder niveau van welstand wordt het bouwwerk ook op detailaspecten beoordeeld. Naast de eerder vermelde criteria wordt dan ook gelet op de materiaalverwerking, de specifieke materiaalkleuren en de verdere detaillering van de architectuur in de vorm van gevelafwerking, ornamenten, voegvormen en -kleur, aanduiding bewegende delen in kozijnen, muurankers en muurschotels. Daarbij is naast afstemming, consistentie, evenwicht en samenhang in materiaal, kleur en detaillering een criterium. Dit niveau van welstandstoezicht beperkt zich tot gebieden waar de combinatie van ruimtelijke kwaliteiten en samenhang en de aanwezige of verwachte dynamiek van de bouwopgaven vragen om extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit. In deze gebieden zullen naast het welstandsbeleid aanvullende ruimtelijke beleidsinstrumenten moeten bijdragen aan de te bereiken ruimtelijke kwaliteiten.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

5.1 Welstandscriteria

51


Schets Dorpsstraat


5.2.1 Aanleiding Met betrekking tot de drie herontwikkelingslocaties (Dorpsstraat 44-46, hoek Paalweg - Canadastraat 28 t/m 38 en Canadastraat 31) zijn er in het verleden bouwaanvragen ingediend. Het college van B & W is niet voornemens daar medewerking aan te verlenen omdat het niet past binnen het vigerende bestemmingsplan. Er is daarom de afspraak gemaakt om gezamenlijk te bekijken welke invulling wel gewenst is. De nieuwe plannen zullen dusdanig gewijzigd worden ten opzichte van de gepubliceerde bouwaanvraag, dat de gewijzigde bouwplannen juridisch gezien niet meer afgehandeld kunnen worden binnen dezelfde aanvraag. De bouwaanvraag zal ingetrokken moeten worden om een weigering (en de daarmee gepaard gaande kosten) te voorkomen. Dit heeft als consequentie dat de nieuwe bouwaanvraag onder de ‘nieuwe’ Wro getoetst wordt. De bestemmingsplanprocedure wijzigt dan ook van een artikel 19.2 WRO-vrijstelling naar een nieuw bestemmingsplan artikel 3.1 Wro. Zodra het nieuwe plan op hoofdlijnen akkoord is, kan een bestemmingsplanprocedure gestart worden op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing (aan te leveren door de ontwikkelaar) en de geformuleerde stedenbouwkundige randvoorwaarden. Gelet op het nu ingezette gezamenlijke traject is het gewenst om de bestemmingsplanprocedure te voeren aan de hand van een concreet bouwplan, zodat helder is dat het nieuwe plan passend is binnen de nieuwe bestemmingsplanregels. Dit heeft tevens als voordeel dat aan het eind van de ro-procedure de bouwvergunningprocedure deels gelijktijdig kan lopen hetgeen tijdswinst oplevert. De gemeenteraad zal het bestemmingsplan uiteindelijk moeten vaststellen. De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten met een andere karakteristiek die afwijkt van de bestaande ruimtelijke structuur. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een samenhangende stedenbouwkundige visie aan ten grondslag ligt waarbinnen de drie herontwikkelingslocaties een plek hebben gekregen. De nu op te stellen welstandscriteria voor de herontwikkelingslocaties zullen voor vaststelling aan de raad aangeboden. Die criteria maken vervolgens onderdeel uit van de Welstandsnota gemeente Raalte (mei 2004) welke dient als toetsingskader voor de welstandscommissie.

5.2.2 Dorpsstraat DNA van de Dorpsstraat De betreffende panden aan de Dorpsstraat maken deel uit van een eslint met een ‘dorps’ karakter. De bebouwing is kleinschalig en vrijstaand tot halfvrijstaand. Incidenteel komen er iets grotere volumes voor. Dit betreft dan doorgaans geen woonfunctie. De expressionistische architectuurstijl waarin de meeste woningen zijn vormgegeven voert de boventoon. De panden hebben veelal een zelfde bouwhoogte met kap. Er is gebruik gemaakt van traditionele materialen als baksteen, hout en gebakken pannen. De onderlinge afstand tussen de bebouwing is soms groot. Het ritme van de straat heeft een verticaal karakter. Het individuele karakter en de onderlinge afstand van gebouwen is zeer bepalend voor het behoud van een transparant Heino. Lange gesloten bouwblokken zijn dan ook niet passend binnen het karakter van Heino. De grote tuinen rondom de bebouwing geven het lint een groene aanblik. Stedenbouwkundige visie De notariswoning op de hoek vormt de ‘kop’ van Heino. Het centrum (de dorpskern) wordt hier aangekondigd. De entree tot het centrum wordt gevormd door een pleinvormige ruimte doordat de bebouwing aan weerszijden van de Dorpsstraat wat meer naar achteren staat. De volumes zijn ook iets forser en hebben een eigentijdse uitstraling maar bezitten wel de karakteristiek van Heino. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Dorpsstraat 44-46 Ruimtelijke samenhang • Het in stand houden van de karakteristiek van het typische eslint bij toekomstige ontwikkelingen. • De notariswoning op de hoek staat op een voor Heino typische driesprong van wegen. Daarnaast is de woning een stuk hoger gelegen. Deze woning mag visueel niet wegvallen bij nieuwe bebouwing. • De rooilijn ligt terug ten opzichte van de naastgelegen bebouwing (zodat de hoekwoning geaccentueerd wordt)(verspringing in de rooilijn). • De doorzichten naar het achterliggende gebied zijn onderdeel van de ruimtelijke samenhang. • De Dorpsstraat heeft een goede inpassing door een versterking van de groenhoofdstructuur (ruimte voor bomen).

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

5.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden deelgebieden

53


Huidig straatbeeld Dorpsstraat

1

2

3

Nieuw straatbeeld Dorpsstraat (indicaties voor de korrel en niet leidend op alle architectonische vlakken)

54


Bebouwing • Een appartementengebouw (voor starters en /of senioren, zijnde de doelgroepen uit de door de raad vastgestelde Woonvisie). • Minimaal twee ‘losse’ gebouwen aan het lint. • De bebouwing is vrijstaand. • De hoofdmassa bestaat uit meerdere appartementen. • De bebouwing heeft een eigentijdse uitstraling maar is geïnspireerd op de oorspronkelijk aanwezige bebouwing in het lint. • Het straatbeeld wordt bepaald door een grote diversiteit aan daktypen. • De gebouwen hebben een duidelijke beëindiging in de vorm van een verticale ‘kap’ (gevelbekleding) (de bovenste bouwlaag wordt gematerialiseerd met een dakbedekkingsmateriaal (leien of gevelpan) zodat de visuele gootlijn zich aan de onderzijde van deze bouwlaag bevindt).

• • • • •

• • • •

• •

Hoe meer de bebouwing naar achteren staat, hoe meer hoogte de bebouwing kan hebben. De achtergevel van de bebouwing heeft de uitstraling van een voorkant (‘kwaliteit aan het plein’). Dit omdat ook de gevel zichtbaar is vanaf de van der Capellenweg. De afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens en naar de achterzijde dient voldoende te zijn. In totaal zijn er minimaal twee hoofdbouwmassa’s (bestaande uit meerdere verticale segmenten) die los van elkaar gebouwd worden en ook twee ‘gezichten’ hebben. Bouwmassa’s 1 en 2 (Dorpsstraat 46) bestaan uit een samengesteld volume met een hoog (3 lagen met ‘kap’) en een laag gedeelte (2 lagen met ‘kap’). Deze bouwmassa’s onderscheiden zich van de overige bebouwing in de straat. Bouwmassa 3 (Dorpsstraat 44) bestaat uit een samengesteld volume (2 lagen met ‘kap’). Deze bouwmassa is passend in de straat. Voor appartementen dient een bouwstrookdiepte te worden aangehouden van maximaal 15 meter. Het aantal bouwlagen bedraagt 2 tot 3 lagen met ‘kap’. De goothoogte aangrenzend aan de naastgelegen bestaande panden sluit aan bij de bestaande bebouwing. De beide naastgelegen woningen mogen op grond van het vigerende bestemmingsplan een goothoogte hebben van 3,50 (Dorpsstraat 48) en 6,00 meter (Dorpsstraat 42). De goothoogte is de overgang van wand naar ‘kap’. De nokhoogte sluit aan op de bestaande bebouwing. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is de hoogte gelijk aan de goothoogte + 3 meter. Voor de realisatie van een appartementencomplex dient 9,50 meter worden aangehouden (algemeen uitgangspunt). Het hoge gedeelte (3 lagen met ‘kap’ - is 4 woonlagen) dient maximaal 12,50 meter bedragen (omdat deze verder van de straat is gelegen). Maximaal 1/3 deel van de totale gebouwlengte mag een hoogte van maximaal 12,50 meter krijgen. Met betrekking tot de aangegeven hoogtes wordt uitgegaan van de hoogte ten opzichte van het aansluitende maaiveld (bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht).

Peil

Woonlagen

a. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: een horizontaal vlak gelegen op 30 cm boven de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

Bij benoeming van een aantal bouwlagen met ‘kap’ wordt de kap ook meegerekend als woonlaag.

b. in andere gevallen: een horizontaal vlak gelegen op 10 cm boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Terreininrichting/buitenruimte • Zorg voor een toegankelijk openbaar achtergebied met allure (een groene (verblijfs-)ruimte met kwaliteit en het gebruik van natuurlijke materialen (als klinkers)). • De kleur van de verharding afstemmen op het kleurgebruik van de omgeving. • Zorg voor een goed verlichte omgeving in verband met de sociale veiligheid. • Het parkeren dient achter de rooilijn plaats te vinden op eigen terrein. • Voor de realisatie van parkeerplaatsen en overige infrastructurele ingrepen moet worden voldaan aan de normen van het CROW (aantal, afmetingen, ruimte voor keren e.d.). • Er dient ruimte voor fietsenstallingen aangegeven te worden. • Er dient ruimte voor bergingen aangegeven te worden. • Er dient een opstelruimte voor huisvuilcontainers te worden aangegeven (beter is nog om dit ondergronds op te lossen). • Het hemelwater dient op eigen terrein te worden geïnfiltreerd. • Erfafscheidingen zijn kwalitatief hoogwaardig.

55


Canadastraat

Canadastraat

Paalweg

Schets Canadastraat/Paalweg

Paalweg


5.2.3 Canadastraat en Paalweg

Stedenbouwkundige visie Het centrum van Heino wordt gevormd door de bebouwing rondom de Kerkbrink en de Sikkenbrink. De bebouwing verdicht zich naarmate de dorpskern benaderd wordt. Aanwezige grotere en hogere volumes (o.a. de katholieke kerk) benadrukken de verdichting. Ook nieuwe bebouwing kan de allure van het centrum versterken.

Stedenbouwkundige randvoorwaarden Canadastraat 28 t/m 38 - hoek Paalweg Ruimtelijke samenhang • Het in stand houden van de karakteristiek van het typische eslint bij toekomstige ontwikkelingen. De karakteristieken zijn in de historische context beschreven. • De doorzichten naar het achterliggende gebied zijn onderdeel van de ruimtelijke samenhang. • Naar het centrum toe vindt een verdichting van de parcellering plaats. Hierdoor is het centrum meer voelbaar en beleefbaar. • In het centrum vasthouden aan de aanwezige functionele diversiteit. Elke functie (winkel, kerk, horeca, multifunctioneel centrum, school etc.) vraagt om een andere (kenmerkende) typologie van bouwen en om een andere schaal. • De Paalweg is als straat nadrukkelijk ondergeschikt aan de Canadastraat (smalle weg, ondergeschikte verkeersfunctie). • De rooilijn aan de weg wordt gevormd door de naastgelegen bebouwing en het stratenpatroon (de bebouwing aan de Paalweg moet dus met de weg meebuigen). Verspringing in de rooilijn is uitgangspunt. • De groene structuur versterken aan de Paalweg (onderdeel van de bomenhoofdstructuur). Terreininrichting/buitenruimte • Zorg voor een toegankelijk openbaar achterplein met allure (een groene (verblijfs-)ruimte met kwaliteit en het gebruik van natuurlijke materialen (als klinkers)). • De kleur van de verharding afstemmen op het kleurgebruik van de omgeving. • Zorg voor een goed verlichte omgeving in verband met de sociale veiligheid. • Er geldt een parkeernorm voor winkels van minimaal 3,0 en maximaal 4,5 parkeerplaatsen per 100 m² bvo (ASVV, uitgaande van een dorpscentrum, weinig stedelijk). Dit is echter alleen van toepassing als het bestaande vloeroppervlak aan winkels toeneemt. • Het parkeren dient achter de rooilijn plaats te vinden op eigen terrein. • Voor de realisatie van parkeerplaatsen en overige infrastructurele ingrepen moet worden voldaan aan de normen van het CROW (aantal, afmetingen, ruimte voor keren e.d.). • Er dient ruimte voor fietsenstallingen aangegeven te worden. • Er dient ruimte voor bergingen aangegeven te worden. • Er dient een opstelruimte voor huisvuilcontainers te worden aangegeven (beter is nog om dit ondergronds op te lossen). • Het hemelwater dient op eigen terrein te worden geïnfiltreerd. • Erfafscheidingen zijn kwalitatief hoogwaardig.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

DNA van de Canadastraat en Paalweg De betreffend panden aan de Canadastraat maken deel uit van een eslint met een ‘dorps’ karakter. Ook nu is de Canadastraat één van de belangrijkste linten. De kerk op het Marktplein is een waardevol cultuurhistorisch en herkenbaar element in het centrum van Heino. In het centrumgebied van Heino is geen sprake van een uniform beeld van de aanwezige bebouwing. De bouwhoogte, kapvormen en –richtingen variëren in hoge mate. Het ritme van de straat heeft een verticaal karakter. Juist de verticale geleding van gebouwen is zeer bepalend voor het behoud van een transparant Heino met veel groen. Lange gesloten bouwblokken zijn dan ook niet passend binnen het karakter van Heino. Het centrumgebied heeft vooral de functie van winkelgebied. Er is sprake van functionele diversiteit. Naarmate het centrum genaderd wordt, is er sprake van verdichting. De Paalweg is als straat nadrukkelijk ondergeschikt aan de Canadastraat.

57


Huidig straatbeeld Canadastraat

Nieuw straatbeeld Canadastraat (indicaties voor de korrel en niet leidend op alle architectonische vlakken)

Huidig straatbeeld Paalweg

Nieuw straatbeeld Paalweg (indicaties voor de korrel en niet leidend op alle architectonische vlakken)

58


st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Bebouwing • Een appartementengebouw (voor zowel starters en senioren, zijnde de doelgroepen uit de door de raad vastgestelde Woonvisie). • De bebouwing is vrijstaand. • De bebouwing heeft een eigentijdse uitstraling maar is geïnspireerd op de oorspronkelijk aanwezige bebouwing in het lint. • Het appartementengebouw op de hoek van de Paalweg met de Canadastraat heeft twee ‘gezichten’, passend in de gevelwand. • De achtergevel van de bebouwing heeft de uitstraling van een voorkant (‘kwaliteit aan het plein’). • De afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens en naar de achterzijde dient voldoende te zijn. • De hoofdmassa bestaat uit meerdere woningen (appartementen). • De bouwmassa is passend in de straat. • Voor appartementen dient een bouwstrookdiepte te worden aangehouden van maximaal 15 meter. Bij de commerciële ruimten (winkels)en ook de appartementen hierboven kan worden uitgegaan van een diepte van maximaal 27 meter. • In totaal zijn er minimaal drie hoofdbouwmassa’s die aan elkaar verbonden mogen worden. • Bouwmassa’s 1, 2 en 3 (Canadastraat en Paalweg) bestaan uit een samengesteld volume (verbijzondering en hoger op de hoek) (2 lagen met kap). • Het aantal bouwlagen bedraagt 2 tot 3 lagen met kap. • De goothoogte sluit aan bij de bestaande bebouwing. De beide naastgelegen woningen mogen op grond van het vigerende bestemmingsplan een goothoogte hebben van 4,50 (Paalweg) en 6,00 meter (Canadastraat). Aan de Paalweg mag hier vanaf geweken worden, de goothoogte mag ook hier 6,00 meter zijn. • De nokhoogte sluit aan op de bestaande bebouwing. Op grond van het vigerende bestemmingsplan mag de hoogte gelijk zijn aan de goothoogte + 3 meter. Voor de realisatie van een appartementencomplex dient 9,50 meter worden aangehouden (algemeen uitgangspunt). Bij de verbijzondering op de hoek van de Paalweg met de Canadastraat mag tot maximaal 12,50 meter worden gebouwd. Dit mag maximaal 1/3 van de totale gebouwlengte van de bouwmassa op de hoek bedragen. Het volume gekoppeld aan de verbijzondering mag 10,00 meter bedragen. • Met betrekking tot de aangegeven hoogtes wordt uitgegaan van de hoogte ten opzichte van het aansluitende maaiveld. • De dakhelling is tenminste 30 en ten hoogste 65 graden.

59


Canadastraat 31

Canadastraat

Canadastraat

Schets Canadastraat


Stedenbouwkundige randvoorwaarden Canadastraat 31 Ruimtelijke samenhang • Het in stand houden van de karakteristiek van het typische eslint bij toekomstige ontwikkelingen. • De rooilijn aan de weg wordt gevormd door de naastgelegen bebouwing en het stratenpatroon. Verspringing in de rooilijn is uitgangspunt. • De doorzichten naar het achterliggende gebied zijn onderdeel van de ruimtelijke samenhang. • Inzetten op het versterken van de bomenhoofdstructuur.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Terreininrichting/buitenruimte • De kleur van de verharding afstemmen op het kleurgebruik van de omgeving. • Zorg voor een goed verlichte omgeving in verband met de sociale veiligheid. • Het parkeren dient achter de rooilijn plaats te vinden op eigen terrein (inpandig (souterrain) door de beperkte ruimte). • Het dak van het souterrain wordt ingericht als verblijfsruimte. • Voor de realisatie van parkeerplaatsen en overige infrastructurele ingrepen moet worden voldaan aan de normen van het CROW (aantal, afmetingen, ruimte voor keren e.d.). • De terreininrichting die hoort bij het parkeren (slagbomen e.d.) wordt inpandig opgelost. • Er dient ruimte voor fietsenstallingen aangegeven te worden. • Er dient ruimte voor bergingen aangegeven te worden. • Er dient een opstelruimte voor huisvuilcontainers te worden aangegeven (beter is nog om dit ondergronds op te lossen). • Het hemelwater dient op eigen terrein te worden geïnfiltreerd. • Erfafscheidingen zijn maximaal 1,80 meter hoog.

61


Huidig straatbeeld Canadastraat

Nieuw straatbeeld Canadastraat (indicaties voor de korrel en niet leidend op alle architectonische vlakken)

62


st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Bebouwing • Een appartementengebouw (voor starters en /of senioren, zijnde de doelgroepen uit de door de raad vastgestelde Woonvisie) aan het lint. • De bebouwing is vrijstaand. • De bebouwing heeft een eigentijdse uitstraling maar is geïnspireerd op de oorspronkelijk aanwezige bebouwing in het lint. • De achtergevel van de bebouwing heeft de uitstraling van een voorkant (‘kwaliteit aan het plein’). • De afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens en naar de achterzijde dient voldoende te zijn. Het souterrain vormt hier een uitzondering op. Het souterrain dient doorgetrokken worden tot de perceelsgrens (alleen aan de achterzijde) zodat alle voorzieningen inpandig worden opgelost. • Het souterrain dient maximaal tot 1,25 meter boven het maaiveld (bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht) worden gebouwd. Het souterrain vormt de plint van het gebouw. • De hoofdmassa bestaat uit meerdere woningen (appartementen). • De bouwmassa is passend in de straat. • Voor appartementen dient een bouwstrookdiepte te worden aangehouden van maximaal 15 meter. • Het aantal bouwlagen bedraagt 2 lagen met kap. • De voordeuren van de appartementen op de begane grond zijn gesitueerd aan de straatzijde. • De goothoogte sluit aan bij de bestaande naastgelegen bebouwing. De beide naastgelegen woningen mogen op grond van het vigerende bestemmingsplan een goothoogte hebben van 3,50 (Canadastraat 33) en 6,00 meter (Canadastraat 29). • De nokhoogte sluit aan op de bestaande bebouwing. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is de hoogte gelijk aan de goothoogte + 3 meter. Voor de realisatie van een appartementencomplex dient 9,50 meter worden aangehouden (algemeen uitgangspunt). In het geval van ondergronds parkeren (souterrain) dient dit worden opgetrokken (tot maximaal 10,50 meter).

63


6

Uitvoeringsparagraaf


Ontwikkelingen


6.1 Algemeen In de uitvoeringsparagraaf dient de uitvoerbaarheid van de visie te worden onderbouwd. Er is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke ambities en particuliere initiatieven. Per project wordt concreet aangegeven: • een omschrijving van het project; • wie verantwoordelijk is voor de uitvoering; • op welke plaats het wordt uitgevoerd (kaart); • wanneer het wordt uitgevoerd. In paragraaf 1.5 is al aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de structuurvisie zijn betrokken (maatschappelijke haalbaarheid). Verder moet de basis worden gelegd voor eventueel kostenverhaal bij ontwikkelingslocaties (economische haalbaarheid). Wat betreft de economische uitvoerbaarheid wordt voor de planperiode aangegeven welke ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien en welk verzorgingsgebied hiervoor geldt. In de voorliggende stedenbouwkundige visie is een aantal gemeentelijke initiatieven opgenomen. Hiermee vormt de visie de basis voor het opstarten van gemeentelijke projecten.

Om daadwerkelijk uitvoering te kunnen geven aan de ruimtelijke ambitie op hoofdlijnen is in dit hoofdstuk een concrete uitvoeringsparagraaf opgenomen. Per ruimtelijke ambitie wordt concreet aangegeven wie verantwoordelijk is voor de uitvoering, op wat voor manier dit wordt gedaan, op welke plaats het wordt uitgevoerd en wanneer het wordt uitgevoerd. Hierdoor wordt inzichtelijk op welke manier de ruimtelijke ambitie voor het gemeentelijke grondgebied wordt verwezenlijkt.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Er wordt momenteel aan een groot aantal (gebiedsgerichte) projecten gewerkt in Heino. Elk van deze projecten is in een andere fase (van uitvoering tot planvoorbereiding en visievorming).

67


Ontwikkelingen korte termijn (2010-2015)


6.2 Projecten korte termijn (2010-2015)

Nr.

Project

Omschrijving

Verantwoordelijk

Jaar

1

Garage van Dijk

Woningbouw

particulier

2010/2011

2

De Haere

Woningbouw

Salland Wonen

2012 (is volgelijk op brede school en dorpshuis)

5

Partycentrum

Woningbouw

particulier

2010/2011

6

Woningbouw Herontwikkeling in landgoedsetting

particulier

2010/2011

7 \ 14

Paalweg-Canadastraat Slotman / entree zuidoost (herontwikkeling in landgoedsetting)

particulier

2011/2012

8

Bibliotheek

Woningbouw

bibliotheek/gemeente

2012 (alleen als bibliotheek in dorpshuis komt)

9

Mariaschool

Woningbouw

gemeente

2013/2014

10

Kiezebos III

Woningbouw

gemeente/ontwikkelaar

2010

15

Blankenfoort

Bedrijven en woningbouw

gemeente

2012

16

Hoogerheyne (school)

Maatschappelijke voorziening

schoolbestuur/gemeente

2010 start

17

De Springplank (school)

Maatschappelijke voorziening

schoolbestuur/gemeente

2011 start

18

Dorpshuis

Maatschappelijke voorziening

Salland Wonen/gemeente

2011

19

Sportveld De Kampen

Groene voorziening

gemeente

2011

20

Robuuste groenstructuur westzijde kern Heino

Groene voorziening

gemeente

2012

21

Landschappelijke inpassing Blankenfoort

Groene voorziening

gemeente

2012

24

Afkoppeling verhard oppervlak Molenhoek

Wateropgave

gemeente

2010

24

Vervanging/vergroting riolering Molenhoek

Wateropgave

gemeente

2010

25

Vervanging 3 deepwells Heino Zuid

Wateropgave

gemeente

2011/2012

26

Vervanging/vergroting riolering Brinkweg

Wateropgave

gemeente

2011/2012

27

TOP (Toeristisch Overstappunt, geen locatie)

recreatiegemeenschap Salland

2010

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De projecten op korte termijn (2010-2015) zijn gereed voor uitvoering of de uitvoering is gestart. Deze projecten zijn als uitgangspunt in de stedenbouwkundige visie meegenomen. Sturen op de stedenbouwkundige structuur en beeldkwaliteit is hier sporadisch mogelijk. Wel kan invloed worden uitgeoefend op de randen, aansluitingen en entrees.

69


Ontwikkelingen middellange termijn (2015-2020)


6.3 Projecten middellange termijn (2015-2020)

Nr.

Project

Omschrijving

Verantwoordelijk

Jaar

3

Wooldhuis

Woningbouw

particulier

onbekend

4

Heino Krause

Woningbouw

particulier

onbekend

23

Bergingsopgave Heino noord

Wateropgave

P.M.

voor 2015

Realisatie houtwal hoge kamp V/d Capellenweg

Groene voorziening

gemeente/particulier

onbekend

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Voor projecten die op middellange termijn (2015-2020) gaan spelen of projecten waarin op middellange termijn geĂŻnvesteerd moet worden om Heino een kwaliteitsimpuls te geven, zijn in de stedenbouwkundige visie belangrijke randvoorwaarden met betrekking tot de structuur en beeldkwaliteit meegegeven. Het is van belang dat hier zo concreet mogelijk uitspraken over worden gedaan.

71


Ontwikkelingen lange termijn (>2020)


6.4 Projecten lange termijn (> 2020)

Nr.

Project

Omschrijving

Verantwoordelijk

jaar

11

Kiezebos IV

Woningbouw

gemeente

afhankelijk van behoefte

12

Kiezebos V

Woningbouw

gemeente

afhankelijk van behoefte

13

Entree noordoost

Woningbouw

gemeente/particulier

2020

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De projecten op lange termijn (> 2020) zijn nog niet gestart met de planvoorbereiding en bevinden zich in de visievormingsfase. Hier is nog goed te sturen op stedenbouwkundige structuur en beeldkwaliteit. Het is dan ook belangrijk om uitspraken te doen op hoofdlijnen en op de lange termijn.

73


74


6.5 Particuliere initiatieven Naast de beoogde gemeentelijke ambities is in de structuurvisie een toetsingskader voor particuliere initiatieven opgenomen. Initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de visie en het toetsingskader. Indien het initiatief past binnen de uitgangspunten van de visie en het toetsingkader, wordt onderzocht of het initiatief inpasbaar is in de directe omgeving. Hiermee dragen particuliere initiatieven in belangrijke mate bij aan de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. In deze paragraaf is aangeven hoe met particuliere initiatieven wordt omgegaan. Een particulier initiatief wordt op onderstaande wijze in behandeling genomen; 1. Toets aan visie • beoogde ruimtelijke ontwikkeling van gemeente 2. • • • • •

Toetst aan toetsingskader algemene uitgangspunten functionele uitgangspunten stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten architectonische uitgangspunten inrichtingsaspecten op perceelsniveau

4. Planologische procedure • Indien een initiatief kan voldoen aan bovenstaande toetsings- en beoordelingsaspecten wordt een planologische procedure opgestart.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

3. Beoordeling op basis van wet- en regelgeving • De initiatiefnemer dient zelf aan te tonen dat het initiatief kan voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van bodem, geluid, luchtkwaliteit, archeologie, water, verkeer en parkeren, milieuzonering, visuele hinder, schaduwwerking, bezonning, landschap, cultuurhistorie, externe veiligheid en natuur. • Eveneens dient de economische uitvoerbaarheid van het initiatief aangetoond te worden.

75


Bijlagen

Rijksbeleid Nota Ruimte (2004) Op 23 april 2004 is de Nota Ruimte, het derde deel van de Planologische Kernbeslissing (PKB) Nationaal Ruimtelijk Beleid ofwel de regeringsbeslissing, vastgesteld. Hierin is het nationaal ruimtelijk beleid voor de periode 2004 tot 2020 met een doorkijk naar 2030 op hoofdlijnen vastgelegd dat voorheen in de afzonderlijke nota’s - Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening, het Tweede Structuurschema Groene Ruimte (SGR2) en het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan (NVVP) - was opgenomen. De nota bevat geen concrete beleidsbeslissingen, maar stelt een aantal beleidsdoelen als leidraad voor de ontwikkelingen in de komende periode. Hoofddoel is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies. Specifiek richt het rijksbeleid zich op: • versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland; met name door voldoende ruimte te reserveren voor de ontwikkeling van bedrijven in (groot) stedelijk gebied; • krachtige steden en een vitaal platteland; investeren in leefbaarheid en veiligheid; • borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke (natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische) waarden; • borging van de veiligheid; aandacht voor de waterproblematiek en externe veiligheidsaspecten.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel (2009) In de Omgevingsvisie Overijssel wordt de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie geschetst. Het vizier is daarbij gericht op 2030. De Omgevingsvisie heeft de status van: • Structuurvisie onder de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening • Regionaal Waterplan onder de (nieuwe) Waterwet (en Provinciaal Waterhuishoudingsplan onder de Wet op de waterhuishouding tot de inwerkingtreding van de Waterwet) • Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer • Provinciaal verkeer- en vervoersplan onder de Planwet verkeer en vervoer • Bodemvisie in het kader van ILG-afspraak met het Rijk

76

De ambitie van Overijssel is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi en vitaal landschap. Een samenleving waarin alle Overijsselaars zich thuis voelen en participeren. Met bloeiende steden en dorpen als motoren voor cultuur en werkgelegenheid, ingebed in een landschap waarin wonen, natuur, landbouw en water elkaar versterken. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het leggen van nieuwe verbindingen tussen bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De ruimtelijke kwaliteitsambities zijn: • Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur; • Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; • Natuur als ruggengraat; • Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; • Het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk; • Een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel; • Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel. Het IJsseldal (noord-zuid) en de Sallandse weteringen (oostwest) zorgen voor heldere richtingen in het landschap. Dat zorgt voor verband tussen een aantal sterke ruimtelijke identiteiten: • De landgoederenzones hebben elk hun eigen karakteristiek en opgaven. Ten zuiden van Heino en Raalte verlenen de landgoederen de kernen hun allure en vragen om versterking; • Het tussenliggende dekzandgebied met bijbehorende weteringen biedt ruimte voor kleinschalige uitbreidingen van woon-/werkfuncties in de vorm van buurtschappen en erfensembles en grote open ruimtes voor landbouw; Het geleiden van de dynamiek van uitbreidingen op het gebied van wonen, werken, recreatie en het stimuleren van de juiste verschijningsvormen op de juiste plaats zijn de essentie van het kwaliteitsbeleid voor Zuidwest-Overijssel. Dit geldt voor de grootschalige ontwikkelingen in de buurt van Deventer (A1zone, IJsselsprong, noordrand) maar ook voor de kleinschaliger ontwikkeling rond Wijhe, Olst, Raalte en Heino. ZuidwestOverijssel is een (contrast)rijk, maar breekbaar gebied. Er is een sterk stramien in de vorm van de waterstructuur en de landgoederenzones waarbij geldt: voortbouwen en investeren in plaats van opsouperen.


Regionaal beleid

Gemeentelijk beleid

Landschapsontwikkelingsplan gemeenten Deventer, Raalte en Olst-Wijhe (2008) Het buitengebied van de gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte is een prachtig en gevarieerd gebied dat qua landschap, cultuurhistorie, natuur, rust en ruimte veel te bieden heeft. Gemeenten willen zich met een mooi en verzorgd landschap profileren. De bewoners moeten zich er thuis voelen en trots zijn op hun landschap. Ook de economische waarde van het landschap is van belang voor toerisme, recreatie en onroerend goed. Het landschapsontwikkelingsplan is een belangrijk hulpmiddel voor het garanderen en verbeteren van de kwaliteit van het landschap.

Structuurvisie Heino 2006-2020 Het behoud van voorzieningen en vitalisering van het dorp Heino staan hierin centraal. De volgende elementen zijn in essentie bepalend voor de vitaliteit van Heino: een ruimtelijke, een sociaal-economische en een sociaal-maatschappelijke dimensie. Zij vormen daarmee feitelijk de hoofdlijnen van de beleidsinzet in de structuurvisie: • de centrale positie van het centrum van het dorp zoveel mogelijk handhaven en versterken waarbij de open zones in het dorp en de verbindingen met het omringende landschap zoveel mogelijk gehandhaafd blijven; • het dorp als belangrijk regionaal voorzieningencentrum; • diversiteit aan woonmilieus (appartementenbouw voor starters en senioren, wonen met zorg, nieuwbouw in laagliggende gebieden en luxere bouw in bos-/parkachtige setting); • uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort binnen de N35; • het op termijn verplaatsen van de sportvelden; • ontwikkeling van Brede Scho(o)l(en); • behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de waardevolle landschappen rond Heino staan voorop; • aandacht voor wateropgave.

Nieuwe ontwikkelingen worden ingezet als motoren voor landschapsbehoud, versterking en ontwikkeling De dynamiek in het gebied wordt aangegrepen om het landschap te versterken en te ontwikkelen. De ontwikkelingen die in het gebied spelen en op het gebied afkomen worden ingezet als ‘motoren’ voor landschapsontwikkeling. Dekzandruggen Het landschapsbeleid is gericht op het versterken van de karakteristiek door de hoger gelegen ruggen ruimtelijk te verdichten. Nieuwe rode functies in het buitengebied (passend binnen bestaand beleid) zijn landschappelijk gezien het meest wenselijk op de ruggen onder de voorwaarde dat landschapselementen worden aangelegd. De wegen op de ruggen zijn beplant. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de doorgaande wegen passen zich aan deze karakteristiek aan en zijn ter hoogte van de ruggen beplant. Weteringenlandschap Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterken van de karakteristieken.

Woonvisie 2006-2015 In de woonvisie is een aantal ambities geformuleerd: • Meer kansen voor starters De gemeente wil de kansen voor starters op de woningmarkt verbeteren. Door het vergroten van de beschikbaarheid van de betaalbare huur, maar ook door te zorgen voor voldoende betaalbare en middeldure koopwoningen en door mogelijkheden te bieden voor (geheel of gedeeltelijke) zelfbouw. • Betaalbaar aanbod; beschikbaarheid vergroten De gemeente Raalte wil de beschikbaarheid van de betaalbare huurvoorraad vergroten en de kwaliteit waar nodig verhogen. Om ook in de toekomst te kunnen voldoen aan de vraag van de aandachtsgroep (waaronder ook een deel van de starters) wordt een kernvoorraad behouden van 2.700 tot 2.750 woningen en worden maatregelen getroffen om doorstroming uit de kernvoorraad te bevorderen. • Kansen voor verhuizers De gemeente Raalte wil verhuizers de mogelijkheid bieden een volgende stap in de wooncarrière te maken. Hierdoor krijgen zij de kans om een beter passende woning te betrekken én wordt doorstroming op gang gebracht waardoor starters meer kans krijgen de woningmarkt te betreden.

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

De landschappelijke karakteristiek vormt de basis Door het achtereenvolgens benoemen, beschermen en versterken van structuurdragers en waardevolle gebieden wordt het aantrekkelijke landschap van Salland nog afwisselender, meer uitgesproken en beter leesbaar.

77


Structuurvisie Heino 2006-2020 (visiekaart)


• Inspelen op de woonwensen van senioren De gemeente Raalte wil beter inspelen op de wensen van senioren die nog niet direct een zorgwoning willen of nodig hebben. Dit vraagt om variatie in het aanbod met aandacht voor toegankelijkheid en aanpasbaarheid. Beleidsnota Rood voor Rood (2008) Het hoofddoel van de Rood voor Rood regeling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. De Rood voor Rood regeling voorziet in het slopen van landschapsontsierende bebouwing en investering in een goede landschappelijke en architectonische inpassing van de resterende bebouwing. Financiering vindt plaats door het realiseren van zogenaamde compensatiekavels waarop een woning gebouwd mag worden. De initiatiefnemer krijgt 30% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de te slopen gebouwen toegerekend van de waarde van de compensatiekavel. Scholenplan (Brede Scholen) Heino (2008) Op 27 november 2008 heeft de raad van de gemeente Raalte besloten om voor de kern Heino te kiezen voor twee Brede Scholen, te weten op de locatie Hoogerheyne en op de locatie Springplank. De omwonenden van de locatie Hoogerheyne zijn actief betrokken geweest bij het project. De betrokken partners in de ontwikkeling van beide Brede Scholen hebben allen uitgesproken de omwonenden van de beide locaties en andere betrokkenen ook actief te betrekken en te informeren over het vervolg. Deze partners zijn de onderwijsstichtingen SCOS en De Mare, de Stichting Peuterspeelzalen Raalte, Stichting KOOS en de gemeente Raalte. Als eerste stap zijn de partners voor beide locaties begonnen om gezamenlijk de hoofdlijnen van de projecten en de hierbinnen te nemen stappen, helder te formuleren. Voor de locatie de Springplank is naast de in voorbereiding zijnde herinrichting/groot onderhoud buitenruimte ook vooral de afstemming met SallandWonen van belang.

Beleidsplan Recreatie & Toerisme (2008) In dit beleidsplan wordt de visie op de ontwikkeling van recreatie en toerisme in de gemeente Raalte weergegeven en wordt hier een concreet actieplan aangekoppeld. Daarnaast biedt dit beleidsplan een toetsingskader voor de verblijfsrecreatieve sector. De gemeente Raalte kiest voor een gemiddeld tot hoog ambitieniveau ten aanzien van de ontwikkeling van recreatie en toerisme. Dit houdt in dat zij zich inzet voor versterking en verdere ontwikkeling van toerisme en recreatie binnen de gemeente, mits passend bij de gekozen profilering en de maat en schaal van de gemeente. De versterking van toerisme en recreatie mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid in de kernen en de kernkwaliteiten van natuur, landschap en cultuurhistorie. De gemeente kiest ervoor in haar toeristisch-recreatieve profilering aan te sluiten bij de regio Salland. De belangrijkste kernkwaliteiten van Salland zijn ook in Raalte aanwezig en vormen het vertrekpunt voor de profilering van de gemeente. In de recreatief-toeristische profilering van Raalte staan twee profielen centraal: Een veelzijdig platteland voor iedereen Raalte staat bekend vanwege de vele bijzondere mogelijkheden om het Sallandse platteland te beleven. Wie het authentieke platteland wil ontdekken, streekproducten wil proeven, iets wil leren over het boerenbedrijf of tijdens een actieve tocht landgoederen, boerderijen en koeien wil zien, denkt aan Salland en aan Raalte. Een gastvrij verblijf in Salland Raalte is een gastvrije bestemming om te verblijven, om tot rust te komen en de regio Salland te ontdekken. De verblijfsrecreatie in Raalte kenmerkt zich door de kwaliteit die terug te vinden is in het aanbod aan verblijfsaccommodaties (ruimte en voorzieningen), de kwaliteit van de omgeving (uitstraling en ruimtelijke kwaliteit) en het voorzieningenniveau (dienstverlening en gastvrijheid).

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

• Meer kansen voor mensen met een zorgvraag De gemeente Raalte wil de kansen vergroten voor mensen met een zorgvraag (een deel van de senioren en mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking) die zelfstandig willen blijven wonen in een vertrouwde omgeving. Met het oog op de vergrijzing en extramuralisering vraagt dit om een uitbreiding van het aanbod geschikte woningen en het afstemmen daarop van (de organisatie van) welzijn en zorg.

79


Groenhoofdstructuur Heino (vastgesteld januari 2011)


Waterplan Raalte (2008) Het Waterplan Raalte (14 november 2008) is een gezamenlijke productie van de gemeente Raalte en het Waterschap Groot Salland. In het waterplan wordt het kader geschapen voor het maken van beleidsmatige en procesmatige afspraken over de wijze waarop ruimtelijke ordening en water op elkaar afgestemd worden. Het waterplan vormt een basis voor het streven naar een duurzaam, toekomstgericht (klimaatbestendig) watersysteem en biedt daarnaast een waterkader voor alle beleidsvelden die raken aan het waterbeheer. Het waterplan heeft geen wettelijke basis, maar vormt een functioneel beleidsdocument. Het plan richt zich op zowel het watersysteem binnen de bebouwde kernen van de gemeente Raalte als daarbuiten. In het waterplan is de visie weergegeven hoe de gemeente Raalte en waterschap Groot Salland om wensen te gaan met water. Kern van de visie is dat in 2015 het watersysteem binnen de gemeente Raalte veilig, schoon en aantrekkelijk is. Het watersysteem voldoet aan de eisen vanuit landelijk, provinciaal en regionaal beleid en heeft een duidelijke meerwaarde. Bij het nemen van maatregelen wordt geanticipeerd op de gevolgen van klimaatverandering. De volgende thema’s zijn onderscheiden in de visie: te veel en te weinig water (wateroverlast), waterkwaliteit en ecologie, waterbeleving en communiceren.

De visie is opgebouwd uit een aantal criteria. Deze criteria moeten toegepast worden bij planvorming, inrichting en beheer van het groen. De volgende toetsingscriteria dienen integraal bij planvorming in de afweging te worden betrokken: • Cultuurhistorisch inpasbaar • Stedenbouwkundig toepasbaar • Duurzame ontwikkeling • Ecologisch waardevol • Veilig openbaar groen • Criteria t.a.v. beheer

st edenbouwk undige visie Hein o met beel dk walit eit

Groenbeleidsplan (2004 / vastgesteld januari 2011) De gemeente Raalte heeft met het Groenbeleidsplan een visie geschreven ten aanzien van groen als onderdeel van de openbare ruimte. Inrichten en beheren van openbaar groen is sterk locatiegebonden. Iedere locatie heeft zijn eigen historie en kenmerken.

81


Profile for NOORDPEIL landschap.erfgoed

Stedenbouwkundige visie Heino  

met beeldkwaliteit

Stedenbouwkundige visie Heino  

met beeldkwaliteit

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded