Kopkrant - editie november 2018 - PO/VO

Page 1

PO

KopKrant

Landelijke visie Passend onderwijsJeugdhulp-Zorg

4

Je maakt niet een kind schoolgeschikt, maar je maakt de school kindgeschikt’

menwerken voor de

6

Jongeren hebben het druk, druk, druk

VO

november 2018

Een slimme (in)zet van het PGB Vier jaar later: De Hoge Ven en De Tender Meer verbinding en kennisdelen voor de leerling

‘De Kop werkt!’

10

Elk kind een passende onderwijsplek


2

KopKrant, november 2018

Kopstuk

Partners

PO

Blosse De heer J. Spanbroek Postbus 279 1700 AG Heerhugowaard www.stichtingflore.nl (072) 566 02 00

Liefde en VertrouwenWest Nederland De heer H. Eilander ’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.levwn.nl (0172) 41 88 30

jeroen.spanbroek@blosse.nl

h.eilander@levwn.nl

Stichting Meerwerf De heer N. van Heijst Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00

Stichting Schooltij De heer J. Deckers Postbus 444 1780 AK Den Helder www.schooltij.nl (06) 53 78 71 50

Stichting SARKON De heer G.J. Veeter Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50

info@meerwerf.nl

info@schooltij.nl

gjveeter@sarkon.nl

Stichting SURPLUS Mevrouw J. Vosbergen Postbus 394 1740 AJ Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 27 45 55

Stichting Kopwerk De heer J. Bot Postbus 444 1780 AK Den Helder www.kopwerk.nl (085) 273 40 00

Stichting Comenius De heer Th. Gauw Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64

J.vosbergen@stichtingsurplus.nl

info@kopwerk.nl

directie@abscomenius.nl

Komt er een einde aan de samenwerkingsverbanden? www.swvkopvannoordholland.nl

Recent betoogde GroenLinks kamerlid Lisa Westerveld dat het samenwerkingsverband passend onderwijs misschien een fout geweest bij het ontwerpen van het stelsel. GroenLinks pleit ervoor te onderzoeken of de wettelijke verplichte samenwerkingsverbanden geschrapt kunnen worden. VVD’er Rudmer Heerema noemde het een interessante suggestie en Paul van Meenen (D66) benadrukte nog eens dat zijn partij altijd bezwaar heeft gehad tegen het construct van de samenwerkingsverbanden.

‘Maar ik zou de minister wel willen vragen wat er zou gebeuren als we het aan scholen zelf zouden laten om te kiezen hoe ze willen samenwerken’

Anne Hoekstra voorzitter samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO

Westerveld geeft in een nadere toelichting aan: “De mensen die werken voor het samenwerkingsverband zijn ongetwijfeld mensen met hart voor onderwijs. Maar ik zou de minister wel willen vragen wat er zou gebeuren als we het aan scholen zelf zouden laten om te kiezen hoe ze willen samenwerken. We schrappen dan in ieder geval een hoop verplichte bureaucratie en we laten scholen vrij in hoe ze willen zorgen dat kinderen het juiste onderwijs krijgen.” Heerema wees Westerveld erop dat de samenwerkingsverbanden op bepaalde plekken in Nederland een belangrijke rol hebben. Maar sluit niet uit dat de VVD en GroenLinks elkaar op dit punt kunnen vinden. Ook D66 praat hierover graag mee. Dit is een interessante ontwikkeling. De regionale verantwoordelijkheid om alle kinderen een passende plek aan te bieden is vanzelfsprekend. Maar de manier waarop dat wordt ingericht, moet wellicht heroverwogen worden. En dan wat mij betreft geen onnodige bureaucratie, geen nieuwe bestuurslaag, geen gedoe over een onafhankelijke raad van toezicht en geen governance conflict. Maar daarvoor in de plaats regionaal maatwerk en op basis daarvan intensief samenwerken, zoals de naam ‘samenwerkingsverband’ in feite ook aangeeft. Een nieuw, lonkend perspectief waarin, nog meer dan nu het geval is, passende ondersteuning voor onze leerlingen centraal staat!

Partners

PO VO

Stichting Samenwerkingsschool De heer T. Jong Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder

Stichting Heliomare Onderwijs De heer J. Welmers Postbus 78 1940 AB Beverwijk www.heliomare.nl (088) 920 80 02

Stichting Aloysius De heer R. Prast Postbus 98 2215 ZH Voorhout www.aloysiusstichting.nl (0252) 43 40 00

bestuurssecretariaat@heliomare.nl

remco.prast@aloysiusstichting.nl

Stichting Clusius College De heer G.P. Oud Drechterwaard 10-A 1824 EX Alkmaar www.clusius.nl (072) 514 76 66

Stichting Regius College De heer A. Hoekstra Postbus 282 1740 AG Schagen www.regiuscollege.nl (0224) 29 78 41

Stichting Scholen aan Zee De heer R. de Voogd Sportlaan 38 1782 ND Den Helder www.scholenaanzee.nl (0223) 54 03 00

cvb@clusius.nl

directiesecretariaat@regiuscollege.nl

secretariaat@scholenaanzee.nl

Stichting Ronduit De heer J.M.M. Zijp Rubenslaan 2 1816 MB Alkmaar www.ronduitonderwijs.nl (071) 514 78 33

Stichting Texel Mevrouw M. Engbrenghof Haffelderweg 40 1791 AS Den Burg www.texel.nl (0222) 31 21 21

Stichting Openbaar VO NHN De heer R. Rigter Arubastraat 4 1825 PV Alkmaar www.sovon.nu (0227) 51 38 30

bestuur@ronduitonderwijs.nl

secretariaat@dehogeberg.nl

rrigter@sovon.nu

www.speciaalonderwijsdenhelder.nl

(06) 15 31 25 82

ton.jongspeciaalonderwijs@live.nl

Partners

VO


3

KopKrant, november 2018

PO

Een slimme (in)zet van het PGB

Wat doe je als je leerbare kinderen in de klas hebt, die door hun extra zorgbehoefte nauwelijks aan leren toekomen? Op basisschool De Meerpaal in Den Helder vonden ze een oplossing. Antoinette Nienkemper Zeinstra, voormalig schoolmaatschappelijk werkster en nu leerkracht op De Meerpaal, vertelt. Basisschool De Meerpaal in Den Helder is een school voor speciaal onderwijs. Antoinette Nienkemper is er sinds vorig schooljaar leerkracht, en daarvoor was ze er schoolmaatschappelijk werkster. Ze vertelt: ‘Hier op De Meerpaal zitten verschillende kinderen die wel leerbaar zijn, maar zoveel extra zorg nodig hebben, dat ze bijna niet aan leren toe kwamen. Ze zitten bijvoorbeeld in een rolstoel, zijn niet zindelijk of hebben constant 1 op 1 begeleiding nodig bij het leren, door een zeer zwakke concentratie en spanningsboog.’ Bij De Meerpaal rees de vraag of er een manier was om deze kinderen beter te kunnen laten leren. ‘We vroegen ons af: hoe kunnen we de kinderen wel op school houden en ze een beter leerrendement laten hebben?’ licht Nienkemper toe. ‘We zijn de mogelijkheden gaan onderzoeken. Ouders mogen een deel van het PGB inzetten op school voor ondersteunende begeleiding. Denk aan hulp bij het naar de wc gaan, het ondersteunen bij het werken aan tafel, helpen bij het eten, de verzorging, het tillen uit een rolstoel, en helpen bij het lopen bij kinderen die wat instabiel op hun benen staan. Daar zagen wij mogelijkheden.’

‘We vroegen ons af: hoe kunnen we de kinderen wel op school houden en ze een beter leerrendement laten hebben?’

Zorgpartner Vervolgens zocht De Meerpaal contact met een zorgpartner die deze ondersteuning op school zou kunnen aanbieden. Nienkemper: ‘De ouders zijn degenen die bepalen bij welke partij ze zorg inkopen voor hun kind, maar voor een school is het niet haalbaar om met vier verschillende organisaties tegelijk samen te werken. Dan gaat er eerder veel tijd zitten in overlegmomenten, terwijl we juist meer tijd willen steken in de leermomenten van de leerlingen.’ In ‘s Heeren Loo vond De Meerpaal een partner die de samenwerking graag wilde aangaan. Samen met ‘s Heeren Loo werd een plan gemaakt over hoe de zorg in te vullen en hoe de ouders bij het traject te betrekken. Nienkemper: ‘De ouders zijn degenen die de zorg moeten inkopen. Het was dus heel belangrijk om ze zo vroeg mogelijk in het traject te betrekken bij wat we wilden bereiken. Voor de klas waar het om ging, hebben we in kaart gebracht wat er nodig was aan zorg en waar we het PGB voor in zouden willen zetten. Dit hebben we vervolgens overlegd met de ouders en die zijn ermee aan de slag gegaan. Zij moesten namelijk goedkeuring vragen aan hun zorgkantoor, want de inzet van het PGB moet verantwoord worden. Gelijktijdig hebben we ouders in contact gebracht met de zorgmanager van ’s Heeren Loo. Nadat de indicatie was afgegeven, heeft deze zorgmanager samen met de ouders een sollicitatiecommissie gevormd om iemand aan te stellen die de kinderen in de klas van individuele zorg kan voorzien.’ Vooruitgang Deze persoon werkt inmiddels sinds september vorig jaar op De Meerpaal, voor 18 uur per week. Nienkemper: ‘Dit traject is zo goed bevallen, dat we nu voor twee andere

kinderen ook ondersteuning inzetten vanuit ‘s Heeren Loo. We zien dat de kinderen vooruitgang boeken door de extra ondersteuning. Het zijn kleine stapjes die op verschillende ontwikkelingsniveaus plaatsvinden. Bijvoorbeeld in de communicatie. Daar is nu veel meer aandacht en ruimte voor in de klas. Als we buiten spelen, is er ook een kindje dat extra zorg nodig heeft omdat het gevaarlijk is als ze valt. Daar is nu iemand voor beschikbaar, terwijl we dat vroeger allemaal zelf moesten doen. We zijn ontzettend tevreden met wat we bereikt hebben.’ Tips Nienkemper heeft nog wel wat tips voor andere scholen die het PGB zouden willen gaan inzetten op school. ‘Betrek de ouders zo vroeg mogelijk in het traject. Kijk of ze ervoor openstaan om een deel van het PGB van hun kind op school in te zetten. Is dat niet zo, dan is dat ook oké. Daarnaast is het heel belangrijk dat er een goede verslaglegging is door de leerkracht. Welke extra zorg is er nodig in de klas? Als dat goed in kaart is gebracht,

betrek dan de ouders er weer bij om te kijken of ze het nog steeds zien zitten. De ouders hebben toestemming nodig vanuit het zorgkantoor en het is belangrijk dat de school ze daarbij ondersteuning biedt. De schoolmaatschappelijk werker of de IB’er kunnen die ondersteuning bieden, door de zorgvraag zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven, inclusief de tijd die nodig is voor de extra begeleiding. Daarnaast kunnen ouders ondersteuning vragen bij de zorgverlener waar de school mee samenwerkt. De ouders moeten de aanvraag wel zelf indienen bij het zorgkantoor. Zorg er dus voor dat je steeds goed in contact staat met de ouders, maar geef ook

duidelijk grenzen aan: wij als school willen dat de zorg wordt ingekocht vanuit 1 bepaalde organisatie. Let hierbij wel op een goede onderbouwing. Het is en blijft het geld van de leerling en ouders bepalen uiteindelijk of ze akkoord gaan. Kortom: het staat of valt met goed contact.’

Antoinette Nienkemper

Voorbeeld Dit artikel over SBO De Meerpaal geeft een mooie inkijk in hoe een deel van het PGB-budget in het onderwijs ingezet kan worden. De leerlingen krijgen de kans om op school te blijven en ze realiseren een hoger leerrendement door dit passende aanbod. Een mooi voorbeeld voor andere scholen in het samenwerkingsverband.


4

KopKrant, november 2018

PO

VO

Visie Samenwerken voor de ononderbroken ontwikkeling van ieder kind

Optimale kansen voor alle kinderen

Eind juli presenteerde de Coalitie Passend onderwijs - Jeugdhulp - Zorg de visie Samenwerken voor de ononderbroken ontwikkeling van ieder kind. Een korte samenvatting van deze visie en vier reacties op deze visie uit het veld. Optimale kansen voor alle kinderen om zich te ontwikkelen en ontplooien. Dat is het kernidee achter de Visie Samenwerken voor de ononderbroken ontwikkeling van ieder kind die de Coalitie Passend onderwijs – Jeugdhulp – Zorg eind juli van dit jaar bekendmaakte. In deze coalitie hebben organisaties vanuit het onderwijs, de jeugdhulp, de zorgbranche, kenniscentra en de VNG zich verenigd. De coalitie wil een gezamenlijk en inspirerend kader neerzetten met leidende principes, om de samenwerking tussen onderwijs, gemeenten, jeugdhulpverlening en zorg te verbeteren. Deze samenwerking past in de ontwikkeling die de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media willen stimuleren. De leidende principes die de coalitie heeft geformuleerd:

Samenwerken voor de ononderbroken ontwikkeling van ieder kind Coalitie Passend onderwijs-Jeugdhulp-Zorg 22 juli 2018

De ononderbroken ontwikkeling van het kind centraal Dit betekent: vraaggericht werken, denken vanuit het verzilveren van leerrechten (denken vanuit mogelijkheden), de lat hoog leggen, ondersteuning op school en de ondersteuning thuis zijn op elkaar afgestemd en versterken elkaar en het kind en de ouders hebben geen hinder van de verschillende financieringsstromen.

Inclusief, passend en zo nabij mogelijk Dit betekent: het kind en de ouders krijgen passende onderwijsondersteuning, jeugdhulp en/of zorg zo dichtbij mogelijk, inclusief onderwijs, de school als vind- en werkplaats: ieder kind een passende plek: regulier waar het kan, speciaal waar het moet, waarbij de beweging zich richt op ambulantisering.

Samenwerken aan een integraal aanbod Dit betekent: onderwijsdoelen en behandeldoelen versterken elkaar. Alle partijen investeren in continuĂŻteit in de werkrelatie en in de (gezamenlijke) professionalisering. Doen wat werkt. Werken vanuit kennis. Gemeenten, scholen en jeugdhulpaanbieders zorgen voor de aansluiting tussen multidisciplinair overleg op school en het wijkteam. Er is samenhang met het lokale/ regionale beleid.

artnerschap en regieP voering Dit betekent: gemeenten stellen een integraal jeugdbeleid op. Samenwerkingsverbanden passend onderwijs stellen ook een beleid op. Beiden zijn gericht op de ononderbroken ontwikkeling van een kind. Gemeenten vervullen een aanjaag- en regierol. Niet over, maar met (jongeren- en ouderorganisaties) praten. Beleid sluit minimaal aan bij de landelijke ambities rond thuiszitters. Zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn partners in de samenwerking. Benodigde hulp, zorg en onderwijsondersteuning wordt gefinancierd. Problemen rond financiering worden achter de schermen opgelost.

Samen steeds beter worden Dit betekent: de verandering vindt plaats in de regio. In de regio worden niet-vrijblijvende afspraken gemaakt. Landelijke partijen ondersteunen, faciliteren en monitoren de regionale samenwerking. Samen steeds beter worden door kennis delen. Het landelijke actieprogramma onderwijs-jeugdhulp-zorg biedt ondersteuning aan de regionale samenwerking en leercyclus.


KopKrant, november 2018

PO

Michiel van Lee coördinator Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO:

Myrthe Scheltema de Heere directeur Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO:

‘Wij kunnen ons goed vinden in de in het basisdocument geformuleerde ambities. Het is een mooie beweging dat op landelijk niveau ook het besef is dat we het als verschillende partijen op lokaal niveau samen met elkaar moeten doen. Dat de versnippering van het onderwijsveld, de jeugdhulp- en de zorgorganisaties een averechts effect heeft op een optimale en ononderbroken ontwikkeling van ieder kind herkennen we ook in deze regio. In onze afzonderlijke ondersteuningsplannen 2018-2022 staat bij verschillende thema’s de ambitie om met domeinoverstijgende vormen van samenwerking tussen onderwijs, gemeenten, jeugdhulpverlening en zorg de samenwerking te verbeteren en te streven naar een optimale en ononderbroken ontwikkeling van ieder kind. Maar ook voor deze regio geldt dat het streven naar vergaande samenwerking in de praktijk weerbarstig van vorm en inhoud kan zijn. We kunnen, door kinderen in een vroegtijdig stadium de juiste integrale ondersteuning aan te bieden, zwaardere hulp in een later stadium voorkomen. Daar werken we met elkaar al hard aan, maar dat kan verder ontwikkeld worden. Let wel, dit kan niet zonder het bundelen van de krachten van alle betrokkenen. We zijn het dan ook met kwartiermaker René Peeters eens, dat het belangrijk is dat professionals uit de verschillende domeinen elkaar goed leren kennen, informatie en kennis gaan delen en nog meer gaan samenwerken. Als dit ook in onze regio steeds beter lukt, bieden we kinderen de kans om het maximale uit hun ontwikkeling te halen.’

Mary van Gent wethouder Sociaal Domein in Hollands Kroon:

‘Ik ondersteun en onderstreep deze visie heel erg, maar dat is natuurlijk makkelijk gezegd. Het grote voordeel van mijn gemeente is dat ik wethouder ben van het hele sociale domein. Ik zie daardoor helder de voordelen die ontstaan als je dit goed uitvoert. De algehele tendens is steeds meer: haal de kinderen niet uit het gezin weg. Enige tijd geleden was er in mijn gemeente een jongetje, over wie de school zei dat hij niet te handhaven was en opgenomen moest worden om gediagnostiseerd te worden. Maar samen met het wijkteam hebben we ervoor gezorgd dat deze jongen nu ondersteuning op school krijgt en toch thuis kan blijven. Ik begrijp tegelijk heel goed dat basisscholen het nu niet aankunnen als er op de 24 kinderen 3 of 4 zijn met een grote zorgbehoefte. Daarom moeten onderwijs en zorg anders worden georganiseerd. En ook moeten we af van de verkokering van de financiering, die processen enorm kan vertragen. Het kind heeft niks met die geldstromen te maken en heeft gewoon tijdig goede zorg nodig. Gemeentes kunnen dit niet alleen, we hebben hiervoor ook het Rijk nodig en de VNG. Wat ook helpt is onze succesverhalen met elkaar delen, zodat we van elkaar kunnen leren. En we moeten continu het kind centraal blijven zetten, dat vergeten we met zijn allen af en toe. Maar we zijn de goede weg al ingeslagen, nu moeten we doorpakken.’

‘Het kind heeft niks met die geldstromen te maken’

5

VO

Jacquelien de Boer manager zorg bij ‘s Heeren Loo:

‘Voor ons is deze visie niet nieuw; wij werken al heel lang volgens het motto: 1 gezin, 1 plan. Wat al lang ontbreekt, is de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Dat mis ik ook binnen de jeugdgroep binnen mijn caseload. Er komt wel steeds meer her- en erkenning dat verschillende instanties niet los van elkaar hun eigen lijn kunnen volgen en dat er voor elk kind een duidelijk, overzichtelijk plan moet komen. Zelf ben ik al vrij lang bezig om die samenwerking tussen onderwijs en zorg voor elkaar te krijgen. Een grote groep kinderen zit thuis. Ik vind het zeer zorgelijk dat over deze kinderen, die 10 of 11 jaar zijn, al wordt gezegd dat ze nooit meer naar school zouden kunnen, en leerplichtontheffing krijgen. De grootste drempel voor een goede samenwerking zijn de financiën; wie is waar verantwoordelijk voor en wie draait voor welke kosten op? In de Noordkop hebben we nu samen met ouders en school bereikt dat zorgintensieve kinderen met PGB-budget ondersteuning op school krijgen. Zo kan de leerkracht het didactische deel op zich nemen en wij het zorgdeel. Daarnaast kan het ouders ondersteunen, omdat ze bijvoorbeeld bewegingsoefeningen niet meer thuis hoeven te doen omdat wij die al met de kinderen hebben gedaan. Dit gaat over zorgintensieve leerlingen. Op het Linie College bieden we nu een achterwacht voor complexe ondersteuningsvragen. De focus ligt op onderwijs, maar als een jongere spanning heeft, kan hij ondersteuning krijgen van onze pedagoog. Dit wordt vergoed door de gemeente of vanuit een WLZ-indicatie. Deze samenwerking zorgt voor een passend dagprogramma, waarin onderwijs een grote rol speelt. De hoop is om in 2019 een dependance te openen met jongeren die niet meer deel kunnen nemen aan passend onderwijs, omdat zij te onveilig zijn voor zichzelf of hun omgeving. Op de dependance staat een leerkracht met een pedagoog voor een kleine groep leerlingen. Er wordt dan een passend programma gemaakt waarin onderwijs, inspanning en ontspanning centraal staan. Het zou mooi zijn als zorg en onderwijs bij elkaar de creativiteit kunnen oproepen om overal passend onderwijs te kunnen bieden. Het maakt niet uit hoe, maar als het maar gebeurt.’


6

KopKrant, november 2018

PO

VO

Passend Onderwijs: Landelijke ontwikkelingen | Inclusief onderwijs

‘Je maakt niet een kind schoolgeschikt, maar je maakt de school kindgeschikt’ Harry Toebes is directeur van basisscholen Het Creiler Woud en De Fontein. Hij maakt zich hard voor inclusief onderwijs. Hij nam deel aan het Congres Passend Onderwijs op 4 en 5 oktober en verzorgde een workshop over inclusief onderwijs op zijn scholen in het samenwerkingsverband.

Harry Toebes

Harry Toebes, directeur van basisscholen Het Creiler Woud in Kreileroord en De Fontein in Den Helder, is voorvechter van inclusief onderwijs. ‘Ik ga uit van het axioma: je moet niet het kind schoolgeschikt maken, maar de school kindgeschikt maken. En ja, dat doet pijn, soms moet je figuurlijk de muren van je school verschuiven om het passend te maken. Maar we hebben het zo afgesproken, en een aantal scholen laat zien dat het echt kan’, zegt Toebes. Hij verwijst niet alleen naar zijn eigen Kopwerkscholen, maar ook naar de andere scholen in Nederland die bewijzen dat inclusief onderwijs mogelijk is. Een aantal van die scholen wordt belicht in het magazine Zo kan het ook van Platform In1school (zie kader). Verplicht ‘Mijn pijnpunt,’ vervolgt Toebes, ‘is dat er bij scholen nog vaak wordt geselecteerd aan de poort. Al snel wordt van een leerling met een

‘en een aantal scholen laat zien dat het echt kan’

extra zorgvraag gezegd: die kunnen wij niet begeleiden. Maar we zijn met z’n allen verplicht het onderwijs inclusief te maken. Mijn morele kompas als directeur is inclusief onderwijs. Bij Het Creiler Woud hebben wij erg veel NT2-leerlingen. Sommige kinderen spreken niet eens hun moedertaal echt goed. Ze krijgen bij ons een plek. Ze mogen er zijn. Op mijn vorige scholen zijn bijvoorbeeld ook kinderen met het Syndroom van Down aangenomen. We hadden daar een kind met ziekte van Duchenne, een meisje dat niet kan praten, een doof meisje dat van het speciaal onderwijs bij ons is gekomen. Een kind met suikerziekte dat elke dag moest spuiten. En dan heb ik het nog niet eens over de kinderen met een stoornis in het autistische spectrum of kinderen met ODD. We maken het onszelf lastig, maar we kennen ook onze grenzen.’ Tolerantie-elastiek Bij het aannemen van leerlingen kijkt Het Creiler Woud naar drie factoren. Toebes: ‘Ten eerste: kan de school het kind bieden wat het nodig heeft? Soms is de ondersteuningsbehoefte van een kind zo complex, dat we daarvoor niet deskundig genoeg zijn. In dat geval doen we het kind tekort als we het binnen onze muren opnemen of houden. We willen wel, maar we kunnen niet. Het tweede waarnaar we kijken is: kan een groep het aan? Ik wil niet het ‘tolerantie-elastiek’ van een groep blijvend oprekken. Dan is er uiteindelijk geen rek meer, en heb ik meer verloren dan gewonnen. En tot slot kijken we naar: heeft de leerkracht genoeg in huis om het aan te kunnen? Als de leerkracht zegt: het kan, dan kan het. Onze leerkrachten hebben een groot pedagogisch hart. Zonder het team zou ons dit nooit lukken. Onze leerkrachten sluiten alle kinderen in.’

10-14-onderwijs rukt op Dit jaar doen twaalf scholen mee aan de pilot 10-14-onderwijs. In 10-14-onderwijs wordt het definitieve VO-advies uitgesteld tot halverwege de tweede klas van de middelbare school. Zo kunnen kind en ouders een verantwoorde, passende keuze maken. 10-14 onderwijs wordt als manier gezien om de overgang po-vo voor leerlingen te versoepelen en kansenongelijkheid tegen te gaan. Binnen zogenaamde 10-14 scholen worden leerlingen tussen de 10 en 14 jaar door een team van po- en vo-docenten in een doorlopende leerlijn begeleid naar de overstap naar het vo. Hierbij volgen zij een persoonlijke leerroute, met veel aandacht voor talent- en persoonsontwikkeling. Leerlingen krijgen zo meer tijd te ontdekken wat ze willen en kunnen en wat bij hen past, voordat ze halverwege het vierde leerjaar een keuze maken voor het vo. Dit kan leerlingen helpen bij wie aan het einde van de basisschool nog twijfel bestaat over de meest passende onderwijssoort, of leerlingen met een onderwijsachterstand in groep 8. Leerlingen die in groep 7 of 8 juist al toe zijn aan extra uitdaging kunnen al vo-vakken volgen. De twaalf scholen die aan de pilot meedoen, nemen ook deel aan een monitoringsonderzoek naar de succesfactoren en belemmerende factoren van de pilot. in 2020 verschijnt hiervan het eindrapport.

Steun van het samenwerkingsverband Toebes ervaart ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband, maar de kostensystematiek kan wat hem betreft beter. ‘Alle scholen krijgen een X-bedrag per leerling. Scholen zonder al teveel kinderen met een ondersteuningsbehoefte houden daardoor geld over. Maar Het

Creiler Woud bijvoorbeeld heeft juist meer ondersteuning nodig en die moeten we dan nog apart aanvragen. Het zou mooi zijn als er meteen beter wordt gekeken waar veel kinderen met een ondersteuningsbehoefte zitten. De inspectie heeft ons overigens wel gewaarschuwd dat we onszelf in de voet schieten als we vooral

Magazine over inclusieve scholen Platform In1school onderzocht vier Nederlandse basisscholen die voorop lopen met inclusief onderwijs, waaronder beide De Verrekijkers in Julianadorp en Den Helder, waar Harry Toebes directeur was. Deze scholen verwelkomen alle leerlingen uit hun gemeenschap, ongeacht handicap. En slagen erin al deze leerlingen goed onderwijs te bieden. Het magazine is te downloaden via https://www.in1school.nl/zo-kan-het-ook-scholen.

kinderen opnemen die elders gestrand zijn. Maar in Kreileroord hebben de mensen niet zoveel te kiezen; er is maar een school. Moeten we de ouders dan het dorp uitsturen met hun kind? Nee, we gaan de begeleiding regelen die nodig is. Ons uitgangspunt is altijd: je bent hartstikke welkom.’


7

KopKrant, november 2018

VO

Vragenlijst Mijn IDee voor warme overdracht

‘Ze kennen zichzelf het beste’

Bij Beroepsonderwijs aan Zee in Den Helder ontstond dit voorjaar behoefte een betere vorm van de warme overdracht van leerlingen van klas 2 naar klas 3. Leerlingen kiezen aan het eind van klas 2 een bepaalde richting en komen in een nieuw samengestelde klas met een nieuwe mentor. Met behulp van de vragenlijst Mijn IDee, die de leerlingen zelf invullen en bespreken met hun nieuwe mentor, krijgt de mentor van klas 3 een beter beeld van de leerling. Mentor Joost Osinga en drie van zijn voormalige mentorleerlingen Sanne, Mila en Carmen, deelden hun ervaringen. Om ervoor te zorgen dat de mentor van klas 3 de leerlingen van klas 2 alvast een beetje leert kennen, is de vragenlijst Mijn IDee dit jaar geïntroduceerd in de tweede klas van Beroepsonderwijs aan Zee. Tweedejaarsleerlingen vulden Mijn IDee tijdens de mentorles in in de laatste periode van het schooljaar en droegen deze over aan de mentor van klas 3. Door deze vragenlijst (zie kader) te beantwoorden, geeft de leerling zijn nieuwe mentor een goed beeld van zichzelf. Joost Osinga is mentor van klas 2 en vertelt: ‘De mentor van klas 3 leert je zo al een beetje leren kennen van te voren en is niet helemaal blanco. Het is belangrijk dat leerlingen zélf hun eigen beeld neerzetten. Het beeld dat ik als mentor van mijn leerlingen heb, kan totaal niet stroken met het eigen beeld van de leerling. Het formulier

en de vragen ‘Wat kan ik, wat wil ik, waar ben ik goed in, wat heb ik liever niet’ maakt dat net iets makkelijker. Deze meiden, Sanne, Mila en Carmen hebben er goed over nagedacht.’ Sanne, Mila en Carmen beamen dit: ‘Het is fijn om zelf te mogen invullen, in plaats van iemand anders. Het is ook fijn om 100% te weten wat de nieuwe mentor over jou te horen krijgt.’

Ondersteuning bij invullen Het invullen heeft zo nu en dan wel ondersteuning van de mentor nodig. Sanne, Mila en Carmen: ‘Het is ook wel moeilijk, bijvoorbeeld bij de vraag naar prestaties: wat is dat voor mij? Ging het over prijzen, een zwemdiploma of over iets waar ik trots op ben dat ik kan? Of persoonlijke eigenschappen: wat bedoelen ze daarmee? Ik heb veel ge-

vraagd aan anderen of ik op het juiste spoor zat. En ik heb er lang over gedaan, wilde het zo goed mogelijk doen.’ Osinga herkent dit: ‘Leerlingen geven wel aan er moeite mee hebben, maar gaan het uiteindelijk wel doen. Jongens hebben er doorgaans meer moeite mee en hebben een steuntje nodig, bijvoorbeeld door ze te vragen: ‘waar kan je dan aan denken?’ De mentor heeft dus een belangrijke rol in het op weg helpen, stimuleren en er tijd voor maken.’ Studierichting Het invullen van Mijn IDee stimuleert ook het nadenken over eigen mogelijkheden. Osinga: ‘De leerlingen zaten midden in de keuze voor de praktijk: het invullen heeft ook geholpen in dit keuzeproces.’ Sanne, Mila en Carmen beamen: Het heeft me ook geholpen bij het nadenken over de keuze van mijn studierichting, want dat speelde toen ook.’

Ook voor ouders In de altijd belangrijke driehoek school, ouders en leerling gaat het gebruik van dit hulpmiddel een plek krijgen op Beroepsonderwijs aan Zee. De ingevulde formulieren zijn een onderdeel van de startgesprekken met mentor, leerling en ouders in het begin van het nieuwe schooljaar. Van de vragenlijst zal ook een ouderversie worden opgesteld, waarmee ouders aangeven wat belangrijk is om van hun kind te weten. De school kan op basis van ervaringen en naar eigen inzicht aanpassingen aanbrengen en uitbreiden, dit naar het principe van ‘adopt and adept’.

Achtergrond Mijn IDee De vragenlijst Mijn Idee

Vanuit het ABC van adaptief onderwijs - autonomie, band, competentie is een vragenlijst voor leerlingen ontworpen: Mijn IDee. In deze vragenlijst zijn deze drie algemeen psychologische behoeften opgenomen. De vragenclusters zijn direct gekoppeld aan dit ABC: • ‘Dit wil ik’ - autonomie, eigen keuzes maken. • ‘Dit kan ik’ - competentie, bewust zijn van eigen mogelijkheden. • ‘Wat/wie heeft mij het meest gesteund dit jaar’ en ‘Wat moet een docent vooral niet doen bij mij’ - de band die er tussen leerling en docent is ontstaan.

Mentor Joost Osinga en Carmen, Sanne en Mila

De vragenlijst draagt bij aan een actieve houding van leerlingen om medeverantwoordelijk te zijn voor het beeld dat zij willen geven over zichzelf. Het stimuleert zelfinzicht en eigenaarschap bij veertienjarigen; 14 jaar is een leeftijd waarop de meeste leerlingen dit kunnen ontwikkelen. De vorm, een zelfbeoordelingsvragenlijst met open vragen die leerlingen invullen en meenemen naar bijvoorbeeld het startgesprek met de mentor in klas 3, maakt dat de warme overdracht makkelijker te organiseren is. De vragenlijst levert ook een bijdrage aan het in kaart brengen van de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling. Een onderwijsbehoefte, alles wat een leerling nodig heeft om leergerichte en gedragsgerichte doelen te bereiken, bestaat uit twee delen: 1) welk doel streef je samen met een leerling na? 2) wat geeft de leerling aan nodig te hebben om dit doel te bereiken? Door te vragen naar wat de leerling wil en kan en naar de steun die is ervaren, wordt de onderwijsbehoefte verduidelijkt voor leerling en docent.


8

KopKrant, november 2018

PO

4 jaar later

De Torenven en de Doorbraak zijn nu samen De Hoge Ven Sinds het einde van de zomervakantie van 2014 zitten OBS Torenven en katholieke basisschool De Doorbraak in hetzelfde schoolgebouw in Warmenhuizen. ‘Leerlingen van de onder-, midden- en bovenbouw spelen straks op dezelfde schoolpleinen’, was te lezen in het artikel over de samenwerking in de Kopkrant van augustus 2014, waarin de twee directeuren vooruitblikten en hun verwachtingen uitspraken over de samenwerking. We zijn ruim vier jaar verder. Marie-José Tinebra vertelt over hoe het de afgelopen jaren is gegaan.

us 2014 KopKrant, august

7 PO

school, maar ‘We zijn niet één schap!’ wel één gemeen

Marie-José Tinebra, directeur van OBS de Torenven, moet een beetje lachen om het artikel van vier jaar geleden. ‘Naïef is misschien het juiste woord niet, maar we hadden niet helemaal goed doordacht hoe het nou echt praktisch zou gaan, twee scholen onder een dak.

n en De zitten OBS Torenve Na de zomervakantie in Warmene schoolgebouw Doorbraak in hetzelfd midden-, en en van de onder-, huizen. Leerling schoolpleistraks op dezelfde bovenbouw spelen met de voor hen leerkrachten om en nen. Hoe gaan voordel de zijn inderen? En wat nieuwe schoolk ren Marie-José erking? Directeu van deze samenw l van (De n) en Wim Schölze Tinebra (OBS Torenve . “Dit schoolen hun plannen Doorbraak) ontvouw ”. kheden t onze mogelij gebouw vergroo

gedragsregels Bij PBS zijn alle “Deze wijze geforMarie-José Tinebra: op een positieve bijzon‘Je mag nieuwe opzet is best muleerd. Dus niet: , want de de gangen!’, der en uitdagend niet rennen door natuurrustig door twee scholen hebben maar: ‘We lopen culturen. dat de nde lijk verschille de school.’ We merkten één lijn ten van Wij moeten daarom van de leerkrach visies met scholen goed trekken in de omgang de verschillende leerkrach. En dat is de leerlingen. De aansloten bouwoverop elkaar ook met En daarom zijn de deze gete verdelen ten krijgen immers scholen belangrijk, want we de leerlingen op niet die leggen tussen beide kinmaken “Toen wij de de we n. Zo creëren kinderen te n. Dat is Wim Schölzel: dragsregels gaan in drie leerpleine de cruciale momente zitten. aanleren in plannen rondom de bouw van nde leefgehun eigen school want deren gezamenlijk we dus verschille eigenlijk niets nieuws, verkenwaarin de geplande lessen. onze nieuwe school zowel De meenschappen, heid te inmiddels dat gebeurde op met een is ouders ligheid alle zijn Om handelingsverlegen al. den, gewenste kleinscha we met Doorbraak als Torenven . Centraal zowel voorkomen, moeten enquête benaderd Leerkrachten van opgenomen. verandering is dat enige Daar De vinden rken. k ‘Wat Doorbraa elkaar samenwe groep stond de vraag: Torenven als De r de we nu met een grotere een meee zijn afgelopen schooljaa ongetwijfeld eens is dit de technisch jullie belangrijk voor zullen Natuurlijk ceren. Tijcommuni gezet. kind van de school?’ Daar kwamen de verhaal. In eerste stappen in maken dat ze een invulling van het hebben de dat antwoorden als zijn of haar erom op are het dens studiedagen n tusschool gaat voorspelb ‘andere’ de praktijk beter leDat maakt de verschille naar taal leerkrachten elkaar aanspreken. Daarom veiligheid en kwaliteit de werkleerkrachten dezelfde t zijn de gedrag sen de scholen op ook: deze leerbetekent dat ren kennen. Daarnaas De boven, maar vooral moeten ze ook bij spreken. En dat heel betrekkelijk. . Dit Ouders en voor kvormen vloer gedragsregels opgesteld kleinschaligheid. leerkrachten lingen de aanleiding we dezelfde aanspree interactie tussen het Positive naar een weten. En PBS functigebeurde volgens wilden dat hun kind En aangebijzonder gedrag moeten hanteren. rincipe. – die doet ertoe. goede el. school gingen, een om elijke hulpmidd dus als Behaviour Support-p overzicht unten van dat vraagt oneert daarbij zien de uitgangsp en van niet elkaar. met leefgemeenschapp bij elkaar afstemming met We zijn dan weliswaar beide scholen dicht vormen dat wij ongeveer 250 kinderen. één school, maar liggen, weet ik zeker ouw wel dezelfde gemeenDit nieuwe schoolgeb vinden.” samen gaan elkaar eden, een nieuw En ja, wij wilden vergroot onze mogelijkh schap. bouwen, samen schoolgebouw laten omdat we alle ruimten k als vervan elkaars voor zowel De Doorbraa delen. We kunnen deze samenwerking ik het over Met profiteren, expertise. We Torenven. Dan heb kennis en kunde dubbelen we de al, 750 kindeéén ondereen gebouw voor en hebben een theaterza functioneren als maar eens en een moet de ren. Voldoe dan een technieklokaal wijsinstantie. Dát Er is ste ouderzijn. school. belangrijk gedachte onze de in aan ende keuken achterligg besloten mogelijk in waarden. Daarom dus letterlijk meer Warmenhuizen!”

Marie-José Tinebra: ‘Eén lijn trekken voor twee verschillende schoolculturen’

Wim Schölzel: ‘Deze drie leefgemeenschappen voldoen aan de vraag van de gewenste kleinschaligheid’

Wim Schölzel

Marie-José Tinebra

‘Er is veel veranderd sinds die tijd’

Directieteam Hoge Ven Kevin Kooij, Marie-José Tinebra, Karin Kooij en Maarten Appel

Er is veel veranderd sinds die tijd’, zegt ze. ‘In het artikel hadden we het over Positive Behaviour Support (PBS) richting de leerlingen, en we wilden ook erg graag samengaan. Maar de twee verschillende culturen braken ons behoorlijk op. Ook ontstonden vervelende situaties doordat we twee concurrerende scholen onder een dak waren geworden. Als ouders

binnenkwamen, kregen ze twee keer een rondleiding door het gebouw. Eerst van de ene directeur en daarna van de andere. Belachelijk! Zo doen we dat dus niet meer.’ Concurrentie laten zitten Bij De Doorbraak waren na het samengaan aardig wat directiewisselingen, wat voor onrust zorgde. Sinds 1 januari 2018 is Karin Kooij vaste directeur van De Doorbraak. Tinebra: ‘Samen kunnen wij lezen en schrijven. Er komt steeds meer rust. Tijdens de sollicitatieprocedure besprak ik met haar al mijn wens om de concurrentie te laten zitten, 1 school te worden, en het kind centraal te zetten. Daar ging zij volledig in mee. Karin en ik treden inmiddels naar buiten als het directieteam van kindcentrum De

Hoge Ven. De scholen concurreren niet meer met elkaar, maar we werken samen. De Doorbraak en De Torenven bestaan nog wel als aparte entiteiten, hebben een eigen brinnummer, maar het onderscheid naar buiten toe is er niet meer. Ouders krijgen dus nog maar 1 keer een rondleiding. Ook is er 1 schoolontwikkelingsplan, we komen als 1 team bij elkaar, er is 1 website, 1 telefoonlijn. Het lesprogramma is aangepast en op beide scholen gelijkgetrokken en in overleg hebben we bijvoorbeeld Kerst en Pasen zo in het programma gepast, dat alle ouders zich erin kunnen vinden.’ Toneelstukje De organisatieverschillen tussen de twee scholen moesten natuurlijk wel overbrugd worden. Tinebra: ‘De katholieke school was strakker georganiseerd en daar was afspraak ook echt afspraak. De openbare school was wat losser, maar daardoor was daar ook meer ruimte voor gekke acties op het laatste moment. Aan het einde van de zomervakantie van 2015 hebben we met de teams van de

scholen twee studiedagen gehouden om de kernwaarden, visie en missie van de nieuwe school te formuleren. Heel waardevol. De gemeenschappelijke missie, visie en kernwaarden zijn nu leidend in het schoolontwikkelingsplan. Tijdens die studiedagen maakten Sonja Luitjes, de toenmalige directeur van De Doorbraak, en ik met een toneelstukje cultuurverschillen in een zwaar uitvergrote versie een beetje belachelijk, tot hilariteit van het team. Ook hebben we gewerkt aan heldere communicatie tussen iedereen, zoals het benoemen van de cultuurverschillen, feedback geven aan elkaar, hoe bespreek je iets met een collega die je niet zo goed kent? Deze twee dagen hebben het team heel goed gedaan.’ Op dit moment wordt gekeken op welke manieren De Doorbraak en de Torenven nog verder kunnen samenwerken, de beide besturen van de scholen zijn in elk geval enthousiast. Zij zien duidelijk de meerwaarde van de samenwerking voor de kinderen in Warmenhuizen.

Katja Walstra


KopKrant, november 2018

PO

4 jaar later

De Tender is aan het opbouwen

10

KopKrant, april 2015

‘Het bieden van optimale zorg aan kinde ren van 0 tot 12 jaar’

‘Bij De Tend er staan de deuren letter lijk open’

Bij het Integr aal Kindcentrum Waldervaart ningen op het in Schagen gebied van zitten alle voorzi kinderdagve opvang- en rblijf, onder eactiviteiten wijs, zorg, buiten onder één dak. korte lijnen schoolse Procesbegele die je met elkaar ider Jannie hebt - dat is Baron: “De een enorm groot voordeel.”

Optimale zorg ken, ze gewoon “Daarom organis in hetzelfde eren we schoolgebouw bijvoorbeeld koffiemomenten blijven en hun oude schoolju (zie kader, red.) f of -meester en regelen nog steeds zien.” we dat mensen bij elkaar in de klassen kijken”, gaat Baron Bijtjesgroep verder. “Een team van zorgBaron gaat ons coördinatoren werkt op die voor, naar de gang van de manier heel intensie Antoniusschool f samen. . “Hier zitten de Omdat de meeste REC 4-leerlin organisagen”, zegt Baron, ties letterlijk onder hetzelfd terwijl ze op e deur van een dak werken, klaslokaal klopt. kan worden geBinnen zijn acht bruikgemaakt van de schoolkinderen, begeleid door ruimtes, maar twee docente vooral van de n, aan het knutsel kennis en expertis en. Dezelfde e waarover verhoudingen mensen zelf niet beschikken. tussen leerkrachten en het ‘Hoe doe jij dat? aantal kinWaarom pak deren in de klas jij iets op deze manier aan?’ zien we ook terug op SBO-sc De centrale vraag hool De Tenis hierbij der en in de natuurlijk hoe Bijtjesgroep we optimale van zorg bieden aan de kinderen van 0 tot 12 jaar kunnen bieden.”

Om maar meteen een misverEen primaire stand uit de weg taak van Baron te ruimen: is, zoals dat zo Jannie Baron noemt zichzelf mooi heet, om deuren te openen liever geen projectl van de vereider, zoals schillende organis op haar visiteka artje staat , aties die in het IKC werken maar procesb egeleider. “Ik . Baron: “Dat moet je niet stuur de projecte moeilijker omn aan, maar schrijven dan als je écht deuren het is. Mensen wilt openverbind je door krijgen, moet je mensen met ze met elkaar in contact te elkaar verbind laten komen. en. Dat proces Dit betekent dat vindt plaats op je daarin moet de werkvloer faciliteren, mensen en daarin heb ik een begelei aanspreekt, vragen dende rol.” stelt en de communicatiev e lijnen warm houdt.”

In de Kopkrant van het voorjaar van 2015 schreven we dat bij SBO De Tender in Schagen de deuren letterlijk open staan. De Tender is onderdeel van het kindcentrum Waldervaart, waarin verschillende partners zijn gevestigd. Het kindcentrum ging in maart 2014 van start. We zijn nu ruim vier jaar verder. Wat is er de afgelopen jaren gebeurd op SBO De Tender en hoe gaat het nu? Directeur Louise Bos licht toe. ‘Het artikel in de Kopkrant was een mooi, positief artikel. Zelf werkte ik toen als leidinggevende bij de Antoniusschool en ik heb de start van het kindcentrum Waldervaart meegemaakt,’ vertelt Louise Bos. ‘We zijn enthousiast van start gegaan.’ Het jaar erna zijn er bij De Tender directiewisselingen geweest en ook wisselingen onder leerkrachten. Bos werd in maart 2017 aangenomen als interim directeur bij De Tender; sinds 1 augustus 2017 is ze er officieel directeur.

‘Het belangrijkste is dat we weer aan het opbouwen zijn’

Grote lijnen Sinds dit schooljaar draait het team van De Tender stabiel en is er geen sprake meer van een personeelstekort. Hoe heeft Bos dat voor elkaar gekregen? ‘We zijn eerst gaan inventariseren wat er aanwezig was aan documenten. We hebben de grote lijnen weer neergezet, belangrijke documenten geüpdatet. Met het team hebben we document Zo werken wij op De Tender gemaakt. En de nieuwe intern begeleider is onder andere aan de slag gegaan met het op orde brengen van de dossiers.’ Groepsdoorbrekend werken Samen met de onderwijsbegeleidingsdienst is Bos vorig jaar ook bezig geweest om het klassenmanagement goed neer te zetten. Bos: ‘Het team heeft studiedagen gevolgd over Pedagogisch tact. Daarnaast hebben we het groepsdoorbrekend werken geïntroduceerd. De intern begeleider en leerkrachten hebben andere SBO-scholen bezocht om te kijken hoe die werkten. Dit jaar zijn zij gestart met groepsdoorbre-

kend werken met de vakken lezen en rekenen. Daarnaast hebben we dit jaar ingezet op de CED-leerlijnen.’ Bouwen Ook gaat de school meer praktijkgericht werken. Bos: ‘We zitten naast de Vomar en hebben een prachtige keuken, daar gaan we meer mee doen! En ook gaan we onderwijsgerelateerd op stap, bijvoorbeeld naar een boerderij of museum. We willen ouders meer betrekken bij de school. Ik kan nog wel even doorgaan, er gebeurt zo ontzettend veel! Het belangrijkste is dat we weer aan het

opbouwen zijn, dat er weer vertrouwen is en dat we de goede kant opgaan. Sinds een halfjaar is er ook een nieuwe projectleider voor het Kindcentrum Waldervaart. En dat geeft ook stabiliteit.’

PO

Naast leerkrac hten kunnen ook kinderen bij een organisatie kijken. “Stel dat leerling uit groep 3 afwijke nd gedrag vertoont”, vertelt Baron. “Het is voor iemand van het SBO of SBAO heel gemakkelijk om zo’n leerling te observeren, want het kind zit slechts één klaslokaal naast dat van jou. En daarnaast kun je zo’n kind ook een dagdee l in de andere klas plaatsen, waar hij of zij mogelijk veel beter functioneert. De school is namelijk zo ingericht dat de onderbouw bij elkaar zit. De korte lijnen die je met elkaar hebt - dat is een enorm groot voordee l. Net als het feit dat als kinderen de stap naar het speciaal basisonderwijs moeten ma-

Louise Bos

Partners van De Tender De Tender bestaat uit de volgende zeven partners, die allemaal onder hetzelfde dak in Schagen zijn gehuisvest: De Antoniusschool (SO), Parlan (CVD), De Tender (SBAO) , De Wegwijzer (BAO), De Niko Tinbergenschoo l (BAO), SKRS kindero pvang en de Voorschoolse peuteropvang.

9


10

KopKrant, november 2018

VO

Social media, WhatsApp, Instagram, Snapchat, tentamens, toetsen, leren, Magister, verwachtingen, vrienden, ouders, bijbaan, presteren:

Jongeren hebben het druk, druk, druk Het huidige (digitale) tijdperk zorgt voor veel druk bij kinderen. Social media staan bijna dag en nacht aan, op school moeten ze continu presteren - en dan kunnen hun ouders ook nog eens meekijken in Magister. Hoe met die druk om te gaan is soms best lastig.

HSBC-onderzoek naar welzijn Nederlandse jeugd

Gelukkig, maar veel schooldruk Uit het HBSC-onderzoek (Health Behaviour in Schoolaged Children) uit 2018 blijkt dat de Nederlandse jongeren (11-16 jaar) nog steeds gelukkig zijn, maar dat ze wel veel schooldruk ervaren. Een aantal highlights uit het onderzoek, dat elke vier jaar wordt uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau. Schooldruk Sinds 2001 is de druk die leerlingen door schoolwerk ervaren meer dan verdubbeld. In 2001 ervoer 16% van de middelbare scholieren druk door schoolwerk; in 2017 gold dit voor ruim 35%. Vooral tussen 2013 en 2017 is deze stijging aanzienlijk. Toch is er geen toename in psychische problemen in de laatste vier jaar. Dat komt wellicht omdat jongeren nog positiever zijn geworden over hun relatie met hun ouders en omdat ze minder gepest worden op school. Sociale media Dat sociale media niet meer weg te denken zijn uit het leven van jongeren, blijkt ook uit het onderzoeksrapport. Meer dan 30% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft de hele dag contact met anderen op sociale media. Bij 7% van

‘Meer dan 30% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft de hele dag contact met anderen op sociale media’

deze leerlingen is sprake van problematisch sociale mediagebruik. Zowel het veelvuldig als problematisch gebruik van sociale media komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Jongens en gamen Ongeveer 13% van de jongens gamet ten minste 24 uur per week, tegenover 2% van de meisjes. Jongens behoren daarnaast vaker tot de groep van de zogenaamde problematische gamers. Het gaat dan om 7% van de jongens en 1% van de meisjes in het voortgezet onderwijs. Risicogroepen Vooral jongeren op het VMBO, jongeren met een migratieachtergrond, jongeren uit gezinnen met weinig welvaart en jongeren die niet opgroeien bij beide ouders lopen risico’s. De prioriteit zou daarom moeten liggen bij de preventie van problemen bij deze groepen. Op de VMBObasis- en kaderberoepsleerweg rookt bijvoorbeeld 6,5% van de leerlingen dagelijks, tegenover 0,3% op het VWO. Ook wordt er op het VMBO vaker gepest en hebben jongeren minder tolerante opvattingen over minderheden. Bron: https://www.trimbos.nl/ actueel/nieuws/bericht/nederlandse-jeugd-nog-steeds-gelukkig-maar-schooldruk-neemt-toe)

Gevolgen van smartphonegebruik bij kinderen Een studie van de San Diego State University (2018) toont aan dat tieners die meer tijd met een smartphone besteden, minder gelukkig zijn. Dit onderzoek is gehouden onder miljoenen tieners die in de 8ste, 10de en 12de klas zitten (Amerikaans systeem, red.). Het is niet duidelijk of dat komt door smartphonegebruik, of andersom: het kan ook zijn dat ongelukkige tieners zich sneller achter een smartphone verschuilen. Regels voor smartphonegebruik Volgens docenten heeft de concentratie van leerlingen duidelijk te lijden onder smartphonegebruik. Dat blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies (2017). Voor dit onderzoek hebben 1318 docenten van middelbare scholen een vragenlijst ingevuld. Door het gebruik van smartphones ziet 45 procent van de docenten dat de gemiddelde rapportcijfers dalen en 24 procent van de docenten stelt dat het aantal zittenblijvers hierdoor is toegenomen. Verschillende scholen hebben daarom specifieke regels voor smartphonegebruik op school. Bijvoorbeeld dat de telefoon in de tas moet blijven, of alleen tijdens specifieke opdrachten gebruikt mag worden. Tegelijk gaan er inmiddels geluiden op om de smartphone juist meer te integreren in het lesprogramma. Bron: https://www.duo-onderwijsonderzoek.nl/wp-content/uploads/2017/12/Rapportage-Sociale-mediagebruik-en-smartphones-in-het-VO-14-december-2017. pdf en https://www.news-medical.net/news/20180123/ Prolonged-phone-usage-linked-to-depression-among-youngsters-Study-finds.aspx en https://www. iphoned.nl/nieuws/smartphonegebruik-kinderen-onderzoek)


KopKrant, november 2018

11

VO

Congres Jong en Depressief

Anoek Harder is assistent-begeleider bij het ondersteuningspunt op het Regius College. Ze begeleidt jongeren tijdens hun schoolproces aan de hand van handelingsplannen die zijn gericht op gedrag, executieve functies en op sociaal emotioneel gebied. Ze bezocht in juni het congres Jong en depressief en vertelt erover. ‘Aanleiding om naar het congres Jong en depressief te gaan was dat ik onderzoek wilde doen naar zelfmoordpreventie. Op school besteden we daar naar mijn mening nog te weinig aandacht aan en mogen de richtlijnen over hoe om te gaan met een leerling die depressief is of misschien aan zelfdoding denkt, duidelijker overgebracht worden naar al het personeel. Iedereen kan namelijk een rol spelen in het signaleren van depressiviteit bij leerlingen. Ik vroeg me af: hoe ga je nou het gesprek aan?’ legt Harder uit. Druk ‘Wat me echt is bijgebleven van het congres is het verhaal van Laura van Kaam’, vervolgt Harder. ‘Zij won in 2013 de Voice Kids. Van haar werd verwacht dat ze heel gelukkig zou zijn, want ze had gewonnen. Maar ze voelde zich juist heel erg onder druk gezet om te presteren. Ze werd steeds ongelukkiger en moest uiteindelijk opgenomen worden, terwijl de wereld van haar verwachtte dat ze supergelukkig zou zijn. Niet alleen bij Laura, maar

‘Alles op school is zo gericht op het eindresultaat, de cijfers, dat we wel eens vergeten dat het proces ernaartoe ook, of misschien wel net zo belangrijk is‘

bij alle jongeren ligt de druk tegenwoordig erg hoog. Je moet presteren, je moet hoge cijfers halen. En je moet op je 15e al weten wat je de rest van je leven wilt gaan doen. Alles op school is zo gericht op het eindresultaat, de cijfers, dat we wel eens vergeten dat het proces ernaartoe ook, of misschien wel net zo belangrijk is. Hoe goed werk je bijvoorbeeld samen? Hoe zet je je creativiteit in? Het is allemaal minder belangrijk en dat vind ik jammer. Wat ook een enorme druk op jongeren legt is social media. Het is zo’n neppe wereld waarin iedereen zogenaamd gelukkig is. De negatieve kanten van mensenlevens worden niet getoond en iedereen is bijna continu online. Kinderen kunnen dit nog niet goed relativeren. Als er dan een naaktfoto van je verspreid wordt, wat hier op school ook is gebeurd, denkt zo’n kind: ‘Mijn leven is voorbij’. 13 Reasons Why Tijdens het congres raakte Harder ook in gesprek met Judith de Heus, klinisch psycholoog en manager hulpverlening bij 113 Zelfmoordpreventie. Harder: ‘Zij vertelde me dat toen de Netflixserie 13 Reasons Why uitkwam er een

onmiddellijke stijging van het aantal zelfmoordpogingen te zien was. In die serie legt een meisje dat zelfmoord heeft gepleegd, uit waarom ze dat heeft gedaan. Dat die serie er is, vond Judith goed, omdat het het onderwerp uit de taboesfeer haalt en bespreekbaar maakt. Maar liever had zij een wat hoopvoller einde gehad, zodat jongeren de boodschap zouden krijgen: echt, er is licht aan het einde van de tunnel.’ Niet oplossen maar uitvragen ‘Ook de gesprekstechnieken die werden besproken vond ik heel interessant. Wat heel belangrijk is, is niet oordelen en niet meteen met allerlei oplossingen komen als iemand aangeeft met de dood bezig te zijn, of te denken over zelfmoord. Ook moet je het onderwerp niet wegschuiven, maar juist uitvragen en doorgaan met vragen. Hoe ziet de dood er voor jou uit? Wat voor cijfer geef je je leven? Denk je wel eens na over de dood? Mensen willen er heel graag over praten, maar ze denken dat ze er anderen mee lastigvallen. Ze hebben vooral behoefte aan een luisterend oor en iemand die voor ze klaarstaat.’ Game Tijdens het congres werd ook een game gepresenteerd die op scholen gebruikt kan worden. Hiermee leren leerlingen hoe ze moeten omgaan met een medeleerling die depressief is. Harder: ‘De makers

komen eerst, samen met een ervaringsdeskundige, langs in de klas. Daarna gebruiken de leerlingen een week lang de game, waarbij ze een meisje dat alleen maar in bed ligt, eruit moeten zien te krijgen. Ze moeten haar vragen stellen en bij de juiste vragen gebeurt er iets. Doel is dat leerlingen leren: hoe kun je nou iemand goed helpen? Daarnaast wordt benadrukt dat je het altijd met iemand, bijvoorbeeld je mentor of een vertrouwenspersoon moet delen als je denkt dat iemand depressief is. Dus niet alle verantwoording bij jezelf neerleggen, maar naar een volwassene stappen die jouw vriend of vriendin verder kan helpen.’ Depressie herkennen Hoe herken je een depressie bij een leerling? Harder: ‘Sommige leerlingen keren heel erg in zichzelf. Anderen vertonen juist heel vervelend gedrag. Of ze zijn heel veel

ziek of afwezig. Als leerlingen er heel slecht uitzien kan dat ook een teken zijn; wellicht zijn ze verslaafd aan iets. En zelf let ik ook op leerlingen die altijd vrolijk zijn en met wie nooit iets aan de hand is. Met hen kan juist ook iets aan de hand zijn. Belangrijk is: vragen en ook echt doorvragen. Soms moet je wel drie of vier keer vragen: hoe gaat het nou echt met je?’

Anoek Harder

Enkele cijfers Zo’n 4 tot 8 procent van de kinderen tot 12 jaar heeft volgens hun ouders last van internaliserende problemen. Hieronder worden angst- en stemmingsproblemen verstaan. Bij het toenemen van de leeftijd neemt ook het voorkomen van problemen toe. Maar hoeveel van de wat oudere jongeren precies last hebben van angst- en stemmingsproblemen is niet bekend. Er zijn geen recente onderzoeken naar hoe vaak depressie onder de jeugd voorkomt. Onder de jongvolwassenen wel: 1 op de 15 jongeren van 18-24 jaar heeft een depressie. Dat is 6,7% van de jongeren. Uit een meer dan tien jaar oude studie onder 13- tot 18-jarigen bleek dat 3,6 procent een depressieve stoornis had in de zes maanden voorafgaand aan het onderzoek. Meisjes hebben vaker een depressie dan jongens. Het aantal jongeren met een depressie neemt toe met de leeftijd. De gemiddelde duur van een depressieve periode is 6 maanden. 50% herstelt binnen 3 maanden. 30% herstelt tussen 3 en 24 maanden. 20% is chronisch (langer dan 2 jaar). Depressie kan eenmalig zijn of terugkerend. Bij de helft van de mensen die ooit een depressie hebben gehad, komt de depressie terug, gemiddeld 7 tot 8 keer gedurende hun levensloop. (bronnen: https://www.nji.nl/Depressie-Probleemschets-Cijfers en Trimbos -https://assets.trimbos.nl/docs/fba2edcf0ca9-4723-9c30-f90a53c22e87.pdf)


12

KopKrant, november 2018

PO

VO

Meer verbinding en kennisdelen voor de leerling

Het samenwerkingsverband wil een betere verbinding en kennisdeling tussen ondersteuningsteams en externe deskundigen realiseren. Als kick-off voor deze verbetering kwamen daarom op 4 september 43 professionals van de ondersteuningsteams samen met externe deskundigen om kennis te maken, zodat de teams op de scholen beter weten waar en bij wie ze moeten zijn voor ondersteuning op het gebied van bijvoorbeeld autisme, hoogbegaafdheid, gedragsproblematiek, en NT2-leerlingen. Alle orthopedagogen en psychologen uit de ondersteuningsteams van het samenwerkingsverband, externe deskundigen en leden van de ondersteuningsteams van de scholengroepen (OTG’s) waren uitgenodigd voor de kick-offbijeenkomst van het samenwerkingsverband om onderling kennis te maken. Met deze bijeenkomst heeft het samenwerkingsverband een start gemaakt om verbinding en deling te verbeteren. De ondersteuningsteams kunnen, doordat ze beter weten bij wie ze moeten zijn voor extra ondersteuning, kwetsbare leerlingen op de scholen en de betrokkenen rondom deze leerlingen beter ondersteunen. Expertise Aanwezig waren de orthopedagogen en psychologen van de onderwijsbegeleidingsdienst, specifiek op het gebied van NT2, Hoogbegaafdheid, Jonge Risico Kind en zieke leerlingen; de orthopedagogen van stichting Sarkon; de specialisten van Aloysius op het gebied van gedrag (voorheen Gedragpunt), de ambulant begeleiders van de Meerpaal voor zeer moeilijk lerende kinderen; de ambulant begeleiders van Viertaal

en de leden van het Multidisciplinair team en tot slot de specialisten van Heliomare Passend Onderwijs Advies (voorheen externe dienst) voor de kwetsbare kinderen die belemmerd worden door onder andere autisme, een langdurig chronisch ziekte of andere medische redenen. Kortom: ontzettend veel expertise bij elkaar. Kennismaken Wat heeft deze leerling in deze onderwijsleersituatie aan ondersteuning nodig? Wie zou ons daarbij kunnen helpen en ondersteunen? Wat kunnen we daarin van elkaar leren? Vragen waar IB’ers, leerkrachten en scholen dagelijks mee te maken hebben. De professionals maakten aan tafels onderling kennis met elkaar en gingen met elkaar in gesprek over de beschikbare expertise die in het netwerk beschikbaar is voor deze IB’ers, leerkrachten en scholen van het samenwerkingsverband. Al deze expertise is in te zetten, uiteraard liefst zo vroeg mogelijk in het traject. Top De kick-off werd door de aanwezigen ervaren als een inspirerende start. ‘Veel nieuwe in-

zichten en kennis opgedaan’, ‘heel zinvol’ en ‘inspirerend, verbindend en informatief’ waren veelgehoorde geluiden. Ook kwamen meteen actiepunten naar voren, zoals eerder contact en overleg tussen IB’ers en ondersteuningsteam over de agenda van het ondersteuningsteam, zodat er tijd is om de juiste expert(s) in het netwerk te vinden om aan te schuiven bij het overleg. Een eye-opener was het al eerder inzetten van ZMLK-expertise als een leerling een laag IQ heeft. Verder werd de wens uitgesproken om meer contacten leggen, te blijven verbinden, en meer openheid te realiseren tussen de scholengroepen onderling. Verbeterpunten Voor de volgende bijeenkomst zijn ook een paar verbeterpunten geformuleerd, zoals de focus op verbeterkansen voor het onderwijs in de Kop van Noord Holland, themadiscussies over door het samenwerkingsverband aangedragen relevante vraagstukken en presenteren welke nieuwe deskundigheid er in het netwerk is.

Inkopper Knop of kop ‘Maar hoe is het nu eigenlijk met Bianca?’ Ik kijk op van mijn scherm en mijn blik wordt met duidelijk onbegrip beantwoord: ‘Ja, daar hebben we het dus net uitgebreid over gehad.’ Met de nodige schaamte realiseer ik me, dat ik me in dierbaar gezelschap volledig in beslag heb laten nemen door berichten op LinkedIn over het al dan niet mislukt zijn van Passend Onderwijs. Asociaal natuurlijk en zeker geen gewoonte. Ik had die postings best op een ander moment kunnen lezen. Als het nu appjes waren geweest, dan had ik natuurlijk echt iets gemist. Of … ? Als ik om me heen kijk (ja, dat kan ook nog), zie ik de meeste mensen, vooral jongeren, in welk gezelschap dan ook op hun smartphone turen en met rappe duimpjes communiceren. Op de schoolpleinen, gezellig op het terras, in kantines, in de bioscoop, nog even snel voordat de film begint en helaas te vaak ook nog op de fiets. Mensen die zeggen dat we tegenwoordig veel minder met elkaar communiceren, moet ik tegenspreken. Veel meer zelfs, alleen anders. Wie alleen woorden tot zijn beschikking heeft zal meer moeten uitleggen, dan wie dat ook nog non-verbaal kan ondersteunen. Op veel scholen is de smartphone tijdens de les, in Frankrijk zelfs de hele dag, verboden. De concentratie en de resultaten varen er wel bij. Dus de smartphone gaat ten koste van de concentratie? In mijn eigen voorbeeld bepaald niet. Ik was de hele omgeving compleet kwijt. Dat gebeurt in de klas overigens zonder telefoon ook vaak genoeg. Vervelend voor de leraar, die net hartstochtelijk staat te bewijzen dat leraren er toe doen. In Nederland bepalen scholen en soms ook leraren zelf wat er met de telefoon tijdens de les moet gebeuren. Sommigen zetten hem actief in de les in, al dan niet gekoppeld aan het smartboard. Anderen laten ze in een mandje opbergen en selectief eruit halen. En de leraar? Die zal zich moeten beheersen om de trillingen van zijn eigen smartphone te negeren, wat dan meestal weer leidt tot een pauze vol zwijgende, turende collega’s. Of zijn daar inmiddels op schoolniveau afspraken over gemaakt ter bevordering van het teamverband? Wat de conclusie was van de discussies op LinkedIn? Uiteraard was die niet eenduidig. Sommigen (Lisa Westerveld - GroenLinks, Paul van Meenen - D66) menen dat het geld niet goed besteed wordt en dat de samenwerkingsverbanden moeten worden afgeschaft. Anderen vinden het de goede kant opgaan. Hoe het na vijf jaar in de Kop gesteld is, leest u in deze krant. We zijn er in ieder geval nog niet. Ruud Musman

Colofon KopKrant is een initiatief van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland Projectleiding: Michiel van Lee Tekst, ontwerp en productie: Second Opinion, Leeuwarden Redactie: Jan Bot, Michiel van Lee, Myrthe Scheltema de Heere Voor meer informatie over deze uitgave kunt u mailen naar: secretariaat@swvkopvannoordholland.nl De KopKrant staat ook op de website: www.swvkopvannoordholland.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.