KopKrant - editie maart 2021

Page 1

PO

KopKrant

Samir Bashara: “We staan vlak voor een doorbraak”

4

Vijf basisscholen uit Den Burg gaan ‘samenwonen’

6

Drie vraagstukken uit het Regioplan Zorg-Onderwijs

11

april 2021

Inclusief onderwijs op de Julianaschool Focus op (plezier in) lezen en spelling tijdens lockdown “Afstandsonderwijs kan een waardevolle toevoeging zijn, maar nooit een vervanging”

‘Samenwerken aan verbinding’

Hoe geven we met elkaar uitvoering aan de regionale agenda Zorg en Onderwijs?

Elk kind een passende onderwijsplek


2

KopKrant, april 2021

Partners

Kopstuk

PO

www.swvkopvannoordholland.nl

Blosse De heer J. Spanbroek Postbus 271 1700 AG Heerhugowaard www.blosse.nl (072) 566 02 00

Liefde en VertrouwenWest Nederland De heer H. Eilander ’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.levwn.nl (0172) 41 88 30

welkom@blosse.nl

h.eilander@levwn.nl

Stichting Schooltij De heer J. Deckers De Verwachting 7 1761 VM Anna Paulowna Postbus 79 1760 AB Anna Paulowna www.schooltij.nl (0223) 20 30 00

Stichting SARKON Mevrouw J. Plass Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50

info@schooltij.nl

info@sarkon.nl

Stichting SURPLUS De heer P. Moltmaker Westerpark 164 1742 BX Schagen Postbus 333 1740 AH Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 20 30 40

Stichting Kopwerk De heer J. Bot De Verwachting 7 1761 VM Anna Paulowna Postbus 79 1760 AB Anna Paulowna www.kopwerk.nl (0223) 20 30 00

Stichting Comenius De heer Th. Gauw Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64

info@stichtingsurplus.nl

info@kopwerk.nl

Stichting Meerwerf De heer N. van Heijst Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00 info@meerwerf.nl

Stichting Samenwerkingsschool De heer T. Jong Drs. F. Bijlweg 8a 1784 MC Den Helder www.speciaalonderwijsdenhelder.nl

(06) 15 31 25 82

directie@abscomenius.nl

Stichting Heliomare Onderwijs De heer J. Welmers Postbus 78 1940 AB Beverwijk www.heliomare.nl (088) 920 80 02

Stichting Aloysius De heer R. Prast Postbus 98 2215 ZH Voorhout www.aloysiusstichting.nl (0252) 43 40 00

bestuurssecretariaat@heliomare.nl

remco.prast@aloysiusstichting.nl

ton.jongspeciaalonderwijs@live.nl

Colofon KopKrant is een initiatief van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland Projectleiding: Michiel van Lee Tekst, ontwerp en productie: Second Opinion, Leeuwarden Redactie: Jan Bot, Michiel van Lee, Katja Walstra-Groot Voor meer informatie over deze uitgave kunt u mailen naar: secretariaat@swvkopvannoordholland.nl De KopKrant staat ook op de website: www.swvkopvannoordholland.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We doen het samen, of we doen het niet In deze KopKrant kijken we met veel mensen uit het werkveld terug op het afstandsonderwijs en spreken we uitgebreid met Hans Kruijssen over het Regioplan Zorg-Onderwijs. Maar in deze uitgave ook veel aandacht voor het inclusief onderwijs. Inclusief onderwijs is op verschillende manieren te benaderen; het is niet one size fits all of een soort stip op de horizon, waarvan je na het bereiken kunt zeggen ‘nu zijn we inclusief’. Zo werkt het niet. Laat ik beginnen met zeggen dat onderwijs de wortel is van de boom die we maatschappij noemen. Inclusiviteit begint bij het onderwijs; een inclusieve maatschappij is het vervolg van goed, inclusief onderwijs. Inclusief onderwijs gaat voor mij ook over: voel je je verantwoordelijk voor alle kinderen, of maar voor een deel? Voor mij als directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband is dat geen keuze. Het gaat om alle kinderen in ons gebied. Iedereen in het onderwijs zal dit herkennen, maar ernaar handelen is nog een tweede. Bestuurders en leerkrachten zijn ook maar mensen met hun eigen invloeden, wensen, en competenties. Passend onderwijs gaat uit van goed onderwijs, en daarnaast van een ruimhartig onderwijshart. Voel je je verbonden met alle kinderen? Of ervaar je een kind als lastig en moet het daarom het dorp verlaten en in een busje naar een andere school? Het streven is altijd thuisnabij onderwijs voor elk kind. Soms lukt dat toch niet en moet het elders in de regio naar school, met de hoop dat het kind op een bepaald moment weer terug kan naar het reguliere onderwijs. Dat is spannend. In andere landen zoals Engeland en Zweden zijn ze veel verder dan wij op het gebied van inclusiviteit. In

het basisonderwijs leren kinderen daar wennen aan kinderen die ‘anders zijn’, zoals kinderen in een rolstoel of kinderen die schrikken van elk geluid. Kinderen leren daar van jongs af aan dat iedereen anders is en mag zijn. Mooie voorbeelden. We willen aan de ene kant steeds inclusiever worden, aan de andere kant staat die inclusieve samenleving ook elke dag onder druk. Kijk bijvoorbeeld naar het opkomende populisme, maar ook de trend van het etnisch profileren. De vraag is steeds: doen we het samen of doen we het ieder voor zich? Als je het niet samen wilt doen, dan neem je afscheid van de inclusieve samenleving. Daarnaast zien we dat (sommige) ouders hun kind in toenemende mate als prins of prinsesje zien, dat een speciale behandeling verdient, ook in de klas. Maar je plek in de maatschappij vind je niet door te leren hoe speciaal jij bent; die vind je juist als je je plek vindt in de klas temidden van al je verschillende klasgenoten met hun eigenaardigheden en eventueel ‘anders-zijn’. Pas dan leer je als geen ander hoe je je tot de maatschappij kunt verhouden. Inclusief onderwijs: we doen het samen, met en voor alle kinderen, of we doen het niet.

Michiel van Lee


KopKrant, april 2021

3

PO

Inclusief onderwijs op de Julianaschool

De Julianaschool in Schagen is een ontwikkelingsgerichte basisschool. Het is een school voor iedereen, waar alle kinderen welkom zijn. Directeur Roel de Vries licht toe.

wijs heeft voordelen, maar het nadeel van de kinderen allemaal bij elkaar plaatsen, kan zijn dat we bevestigen dat ze er niet gewoon bijhoren. Natuurlijk letten we als school op de sociale processen in de groep. Het is belangrijk dat iedereen zich veilig voelt, en de leerkracht moet het ook aankunnen. Maar hier werken we als team al jaren keihard voor.” Reflecteren op gedrag “Centraal in het Ontwikkelingsgericht onderwijs is het samenwerken, samen spelen, het feit dat iedereen anders mag zijn en ook is. Iedereen werkt in zijn zone van naaste ontwikkeling (dat wat je al kunt, met begeleiding van je leerkracht of groepsgenoot, red.). De kinderen houden zich niet alleen bezig met rekenen en taal, maar ook met initiatief nemen, verantwoording nemen, samen spelen, samen werken. Daardoor leren we kinderen reflecteren op hun eigen gedrag en omgaan met het gedrag van anderen.”

‘We verbinden het onderwijs steeds met de echte wereld’

“Ik weet dat je voor de KopKrant graag over een individueel kind wilt praten, maar eigenlijk moet het gaan over onze visie,” zegt Roel de Vries, directeur van de Julianaschool in Schagen. “Op de Julianaschool mag je anders zijn, ziet iedereen dat iedereen anders is en waarderen we de talenten. Waar het om gaat, is hoe je voor elkaar krijgt dat iedereen mag komen. Om toch even in te zoomen: een van onze leerlingen kwam via cluster 4-onderwijs en een zorgboerderij

bij ons terecht, na bemiddeling door het CTO. We hebben de leerling hier op school in de groep gezet en mee laten doen. Ja, daar moeten we veel werk voor verrichten en dat geeft ook een enorm goed gevoel. Dit is niet de enige leerling op onze school die zo’n route aflegt.” Veiligheid De Vries is, naast directeur op de Julianaschool, ook directeur op de Tender, school voor speciaal basisonderwijs in Schagen. “Speciaal onder-

Thematisch onderwijs Tegelijk kunnen de kinderen volgens De Vries bezig zijn met dingen die hen echt interesseren, door het thematisch onderwijs. “We verbinden het onderwijs steeds met de echte wereld. Als we bijvoorbeeld bezig zijn met het thema bouwen, gaat de bovenbouw langs bij een aannemer, kleuters gaan zelf iets bouwen. We kijken naar hoe er gebouwd wordt in de rest van de wereld. Die verbinding met buiten helpt om kinderen intrinsiek gemotiveerd te krijgen.” De groep op school moet ook liefst een doorsnee van de maatschappij zijn. De Vries: “Kinderen wil je niet in internaten hebben. Stel dat er wat fout gaat in de klas. Dat is toch juist mooi? Dat is net zoals het echte leven, daar leren we van. Soms botst dat en is er wel eens wat met ze. Dan praten we erover met de groep en dan zien alle kinderen dat ook dat ontwikkeling is.” Grenzen “In mijn visie hoeven er geen beperkingen te zijn. Het geld dat we nu in het speciaal onderwijs stoppen, zou je ook

in het reguliere onderwijs kunnen gebruiken. De budgetten zijn er. Natuurlijk zijn er ook grenzen. De groepsgrootte is bijvoorbeeld maximaal 25. En de fysieke veiligheid van kinderen moet gewaarborgd zijn. Dat geldt ook voor het competentiegevoel van een kind. Als een kind bij ons merkt dat hij of zij heel anders is dan anderen en dat hindert hem of haar, dan hebben wij niet voldoende middelen om dat kind te begeleiden. Dan kunnen we die leerling niet leren wat hij zou kunnen leren.” Betekenisvol onderwijs “Als je nu het onderwijs helemaal opnieuw zou inrichten, met de huidige middelen, dan zou niemand toch bedenken dat we kinderen bij elkaar in ‘hokken’ zouden stoppen om ze allemaal dezelfde dingen te leren? In het onderwijs proberen we kinderen voor te bereiden op de maatschappij, maar daar maken ze al deel van uit, hoe jong ze ook zijn. Dus bij het Ontwikkelingsgericht onderwijs halen we die maatschappij naar binnen. Je rekent bij ons niet omdat je moet leren rekenen, maar je doet het om een probleem op te lossen. Alles in het Ontwikkelingsgericht onderwijs moet betekenisvol zijn - dan krijg je betrokkenheid van de leerlingen. En kinderen leren dat iedereen anders is en dat ieder zijn of haar eigen kwaliteiten heeft. Dus niet iedereen wordt directeur, en niet iedereen gaat de zorg in. Je doet wat bij jou past. Wij helpen de leerlingen dat ontdekken en ontwikkelen.”

Roel de Vries


4

KopKrant, april 2021

PO

Inclusiviteit

Wethouder onderwijs Hoorn: “We staan vlak voor een doorbraak” Samir Bashara is wethouder in Hoorn, met onder andere onderwijs en preventief jeugdbeleid in zijn portefeuille. Hij is volgens eigen zeggen een ‘enorm adept’ van integrale kindcentra.

‘We maken onszelf wijs dat we een vooruitstrevend land zijn, maar dat is in de praktijk niet waar’

“Inclusief onderwijs is nogal een breed thema”, zegt de Hoornse wethouder onderwijs en jeugdzaken Samir Bashara. Hij heeft een brede achtergrond in onderwijs- en jeugdzaken. Al van jongs af aan krijgt hij veel mee van ontwikkelingen in dit veld. Tijdens zijn jeugd kwam de kinderopvangsector op en stond zijn moeder aan de wieg van de Stichting Kinderopvang Hoorn. Na een studie in onder andere onderwijssociologie, kreeg hij aan het begin van zijn loopbaan al gauw een functie als beleidsadviseur onderwijs in Zaanstad. Inmiddels is Bashara het gezicht van de landelijke kopgroep Wethouders voor Kindcentra en namens hen lid van de regiegroep Kindcentra 2020/Pact voor Kindcentra. Ontwikkelingsgebieden “Tegenwoordig vat ik inclusief onderwijs zo samen: we hebben het over de ontwikkeling van kinderen. Het opleiden van kinderen in een onderwijssetting is daar een onderdeel van, maar hun ontwikkeling speelt zich af binnen een aantal domeinen, en niet alleen op het cognitieve vlak. De kern van onderwijs is opleiden, of vanuit kindperspectief vaardigheden

vergaren. Maar er komt meer bij kijken om je te ontwikkelen tot een gezonde volwassene. Je ontwikkelt je ook op sociaal, cultureel, fysiek, en emotioneel gebied. Van onderwijzend personeel kun je niet verwachten dat ze in al deze gebieden voorzien.” Brede ontwikkeling “In Nederland hebben we volwaardige voorzieningen om kinderen hierin te kunnen bedienen, alleen zijn die voorzieningen niet aan elkaar gekoppeld. Ik strijd bijvoorbeeld al heel lang voor een algemeen toegankelijke kinderopvang als basisvoorziening. Want in die omgeving creëer je ruimte om de overige ontwikkelingsgebieden structureel aandacht te geven. Daarom ben ik een enorm adept van integrale kindcentra. Niet als doel, maar als middel voor een brede ontwikkeling van kinderen tot gezonde volwassenen. In een multidisciplinaire pedagogische voorziening is er ruimte om aandacht te besteden alle ontwikkelingsdomeinen, in een doordachte onderlinge balans. Zo’n voorziening kan bovendien een ontwikkelingslijn van 0 tot en met 12 jaar als uitgangspunten nemen, en soms nog

verder. Dat zou júist voor kinderen die kwetsbaar zijn voor het oplopen van achterstanden in de eerste levensjaren een uitkomst zijn.” Conservatief land “Nu zitten kinderen van half 9 tot 2 op school. Al het andere, zoals kinderopvang, buitenschoolse opvang en activiteiten en jeugdhulp is vrijblijvend en niet algemeen toegankelijk. Ik ben voor een model dat langere dagen mogelijk maakt met daarin meer variatie en disciplines, zodat elk kind vanuit elk domein ontwikkelingsaanbod krijgt. Niet als verplichting, maar wél als ‘normaal’ verschijnsel. Ik heb het dan dus niet over schooldagen die een paar uur langer duren, maar echt over een fundamenteel breder aanbod waarbinnen andere ontwikkelingsdomeinen meer aan bod kunnen komen. Verlengde schooldagen zijn in veel landen de normaalste zaak van de wereld, het is een kwestie van keuzes maken. Geld is er in principe genoeg, we geven het momenteel alleen volstrekt verkokerd uit. De expertise is er ook, maar wordt te vaak verkokerend aangeboden omdat structuren anders moeten worden omgegooid. Dat vinden we in Nederland moeilijk. We zijn wat deze materie aangaat een vrij conservatief land en ontwikkelen ons daardoor soms onnodig traag.” Verbonden voorzieningen In Scandinavië zijn ze al jaren zover, hoewel je onze samenlevingen niet goed met elkaar kunt vergelijken. Daar hanteren ze het tweeverdienersmodel, wij hebben een 1,5-verdienersmodel. Vanuit dat tweeverdienersmodel is het daar heel normaal om kinderen van 1 tot 13 jaar in een integrale omgeving op te vangen met een compleet aanbod. Ondanks de verschillen kun je wel kijken naar wat ze daar goed hebben aangepakt. Zo zijn daar heel veel verschillende voorzieningen als een soort vanzelfsprekendheid aan elkaar verbonden. Kinderen leren over gezond eten en drinken, verbouwen zelf hun voedsel. In het eerste levensjaar van een kind is er ruimte voor een uitgebreid en gelijkwaardig ouderschap,

door de verlofregeling. Na dat eerste jaar kan het kind zich, naast thuis, verder ontwikkelen in een voorziening die daar antwoord op geeft. Ook in bijvoorbeeld Berlijn is er ruimte voor scholen en aanpalende voorzieningen. De kinderopvang is daarvoor nagenoeg iedereen toegankelijk, dus het is laagdrempelig om daar gebruik van te maken.” Doorbraak “Ik denk dat er bij ons een grote doorbraak staat te gebeuren wat betreft de toegankelijkheid van de kinderopvang. Er is een politieke meerderheid aan het ontstaan, die voor gratis toegankelijke kinderopvang is. Ik volg die ontwikkeling wel met argusogen, want het doemscenario is dat de opvang pas vanaf 2,5 jaar beschikbaar komt, en dan ben je precies te laat. Ook in de vooropleidingen zouden we de functies veel meer naar elkaar moeten toebrengen. Je ziet nu nog steeds een duidelijke scheiding tussen pedagogisch medewerkers op mbo-niveau en leerkrachten op hbo-niveau. Daardoor is er nu nog te weinig kruisbestuiving, terwijl dat zo goed zou kunnen werken.” We lopen achter “Helaas zijn we in Nederland geneigd om heel lang vast te houden aan wat we hebben. Dat zie je op meer beleidsterreinen. We zijn gewend om in bestaande vanzelfsprekendheden te blijven hangen. We liepen ooit voorop, nu lopen op het gebied van arbeidsparticipatie achter. We maken onszelf wijs dat we een vooruitstrevend land zijn, maar dat is in de praktijk niet waar. Ouderwetse denkbeelden belemmeren ons om de goede dingen te doen, met name voor kwetsbare groepen. Het klassieke Nederlandse idee dat ‘kinderen zoveel mogelijk thuis horen’, pakt met name voor kinderen uit die kwetsbare groepen niet altijd even best uit. Ik bepleit geen staatsopvoeding of zo, voordat er misverstanden ontstaan. Ik constateer alleen wel dat aanvullend (professioneel) aanbod, ook of juist tijdens die eerste levensjaren hét verschil kan maken bij het voorkomen van achterstanden. Laten we dat nou


KopKrant, april 2021

5

PO

Kindcentrum De Hoge Ven: korte lijnen en inclusiviteit toch algemeen toegankelijk maken, want nu is het juist voor die kinderen die er het meest aan hebben het minst beschikbaar.” Van achterstand naar voorsprong “Dan een positief geluid: in Hoorn heeft de bestuurlijke samenwerking een grote vlucht genomen. We hebben een achterstand omgebogen naar een voorsprong. Een mooie illustratie van die ontwikkeling is het Integraal Kind en Expertise Centrum. Hier worden gespecialiseerd onderwijs, zorg en kinderopvang aangeboden vanaf één locatie, voor kinderen van 0 tot 12 jaar met specifieke leer- en ontwikkelbehoefte. Op het IKEC krijgen zij (tijdelijk) extra ondersteuning en begeleiding die nodig is om hun talenten verder te ontwikkelen. Dat is een samenwerking van behoorlijk vergaande aard. Tegelijkertijd vervult het IKEC een expertisefunctie - vandaar die ‘e’ voor het reguliere onderwijs, om hen zo goed mogelijk in staat te stellen kinderen zo lang mogelijk te kunnen blijven ‘bedienen’ in de reguliere omgeving. Wat ik vind van passend onderwijs? Ik vind het een mooi idee, maar ik denk niet we ooit op een punt komen dat er helemaal geen speciale voorzieningen zoals het IKEC meer nodig zullen zijn. Je moet juist gebruik maken van elkaars sterke punten, zodat je kinderen zoveel mogelijk bij hen passend onderwijs kunt bieden.”

‘We hebben een achterstand omgebogen naar een voorsprong’

De KopKrant volgt kindcentrum De Hoge Ven in Warmenhuizen al sinds de start in 2014. In het kindcentrum delen Blosse Kinderopvang, basisschool De Doorbraak, basisschool Torenven en GGD Hollands Noorden hetzelfde dak. Directeur Karin Arends vertelt hoe de samenwerking nu verloopt. “De vorige update was van begin 2019”, zegt directeur Karin Arends van kindcentrum De Hoge Ven. “We zijn nu 2,5 jaar verder en we hebben onze weg vervolgd in de samenwerking. Voor de buitenwacht zijn De Doorbraak en De Torenven inmiddels 1 school. Van de beide scholen zijn er groepen die aan hetzelfde leerplein werken. Onze methodes waren al hetzelfde, alleen in het didactisch handelen zaten wel verschillen. Die zijn we nu gelijk aan het trekken. Dit jaar zijn we gestart met rekenen. We ontwikkelen een kwaliteitskaart waarop staat hoe we werken, welke differentiaties we bieden, hoe we het rekenonderwijs organiseren. Naar verwachting is aan het einde van dit schooljaar het vakgebied rekenen klaar. De voortgang wordt gemonitord door een vaste groep rekenexperts van beide scholen.” Schooldoorbrekend Nog een voorbeeld van de intensievere samenwerking zijn de zorgstructuren. Arends: “Die waren nog gescheiden, maar als we samen het beste voor de kinderen willen organiseren, moeten we ook een gezamenlijke zorgstructuur bieden. Daar zijn we ook mee gestart. De IB’ers werken intensief samen en houden schooldoorbrekend groepsbesprekingen. Dat geldt ook voor de directie - mededirecteur Karin Kooij en ik delen inmiddels een kantoor, waardoor de aansturing en de zorgstructuur van beide scholen nu in gezamenlijke handen zijn.” Eigen identiteit De scholen gebruiken hetzelfde leerlingvolgsysteem, werken allebei met de IEP-toetsen, hanteren hetzelfde administratiesysteem - kortom, ze bieden alles wat voor kinderen en ouders handig en praktisch is om samen te doen. Het feit dat de scholen nog twee losse entiteiten zijn, heeft te maken met de besturen. Arends: “We zijn allebei ongeveer even groot, en hebben gezegd zo lang mogelijk in deze intensieve samenwerkingsconstructie door te gaan, totdat er een fusie nodig is. Beide scholen hebben nog steeds hun eigen identiteit, er is onderscheid tussen de openbare (Torenven) en katholieke (Doorbraak) school. De kracht van De Doorbraak ligt bijvoorbeeld bij de culturele vakken, terwijl die bij De Torenven bij wetenschap, techniek en bewegen ligt. Daarin ruilen we overigens ook personeel uit en we maken gebruik van elkaars sterke punten. Jonge ouders die hun eerste kind nu aanmelden, melden zich al niet meer

specifiek aan voor De Doorbraak of De Torenven, maar echt voor De Hoge Ven. Wij kijken zelf naar wat handig is qua indeling in de klassen. Ouders met een kind in een van de bovenbouwgroepen, hebben nog wel vaak een voorkeur voor die specifieke school voor hun jongere kind.” Inclusiviteit Ook De Hoge Ven concentreert zich op inclusiviteit. “De manager van Blosse kinderopvang vertrekt bij De Hoge Ven. Karin en ik worden betrokken bij de procedure om een vervanger aan te trekken, zodat we samen meer structuur kunnen gaan aanbrengen in de doorgaande lijn. Komend schooljaar leggen we de focus op de leeftijd van 0-6 jaar, om ervoor te zorgen dat we alle expertise inzetten zodat we weten wat een kind nodig heeft zodra het in groep 1 komt. Daarnaast zijn we bezig met het uitbreiden van de faciliteiten in het gebouw, zoals de GGD, logopedie en dyslexiebehandeling, kinderfysiotherapie en motorische remedial teaching. We zoeken samenwerking met andere partners, bijvoorbeeld op het gebied van speciaal onderwijs, of externe onderwijsdeskundigen. We hebben nog plek in de school, dus dit is meteen een oproep om te reageren, als je je zou willen vestigen in De Hoge Ven.” Korte lijntjes Doordat zoveel organisaties onder 1 dak zitten, zijn de lijntjes kort. “We zitten allemaal dichter op het kind. Komt er een kind binnen op de peuterspeelzaal met Nederlands als tweede taal, dan is het heel makkelijk om elkaar te vinden als school, ouders en opvang en eventueel externe partijen om te kijken wat het kind nodig heeft

en welke route we gaan bewandelen. We kennen elkaar allemaal, en daardoor krijgen we dingen snel voor elkaar. Zoals ook in coronatijd, toen we als school noodopvang moesten regelen. Er sprongen heel snel een paar PM’ers van Blosse bij. Dat soort snelle verbindingen en beslissingen zijn in zo’n gebouw te maken, als je elkaar wilt en kunt vinden. En gelukkig kunnen we dat.”

‘Als we samen het beste voor de kinderen willen organiseren, moeten we ook een gezamenlijke zorgstructuur bieden’

Karin Arends


6

KopKrant, april 2021

PO

OCT Texel - de Skool

“Het gaat niet om het eindplaatje, maar om het elke dag een beetje beter doen” Eind dit jaar verrijst in Den Burg op Texel het Onderwijs Centrum Texel (OCT). In dit gebouw, de Skool, zullen de vijf basisscholen uit Den Burg gaan ‘samenwonen’. De samenwerking in de Skool staat niet op zichzelf en past in een bredere ambitie waarbinnen alle negen basisscholen samenwerken aan een rijk en divers onderwijsaanbod op Texel. Robbin Haaijer is procesbegeleider en geeft zijn visie op het samengaan en inclusief onderwijs. faciliteiten die het OCT gaat bieden en vice versa. Eigen kleur Robbin Haaijer werkt bij Bureau de Bedoeling en begeleidt samen met zijn collega’s het proces van samenwerking tussen de scholen. Hij vertelt: “Ik ben gericht op het verbeteren van samenwerkingsrelaties, in het klein en in het groot. Ik noem dat productieve interacties. Durf je nieuwsgierig te zijn en vragen te stellen aan elkaar? Wat is jouw mening, wat is mijn mening, en hoe kom je tot die mening? Ik lever op Texel een bijdrage aan het de neuzen dezelfde kant op krijgen. Want als je niet uitkijkt, gaat er te veel energie naar hoe zo’n gebouw eruit gaat zien. Maar belangrijker is: hoe gaat dat straks in zo’n gebouw, welke meningen, opvattingen en kennis komen daar bij elkaar samen? Gaat het lukken om de scholen bij elkaar te krijgen, en elke school zijn eigen kleur te laten behouden?” Eind dit jaar verrijst in Den Burg op Texel het Onderwijs Centrum Texel (OCT). In dit gebouw, de Skool, zullen de vijf basisscholen uit Den Burg gaan ‘samenwonen’. De samenwerking in de Skool staat niet op zichzelf en past in een bredere ambitie waarbinnen alle negen basisscholen samenwerken aan een rijk en divers onderwijsaanbod op Texel. Robbin Haaijer is procesbegeleider en geeft zijn visie op het samengaan en inclusief onderwijs.

Robbin Haaijer

De Skool is onderdeel van een bredere samenwerking onder de naam: Scholengroep Texel. De Skool is de gemeenschappelijke huisvesting voor de scholen van Den Burg: de Fontein, de Jozefschool, het Kompas, de Thijsseschool en de Vrije School Stella Maris. De basisscholen in de buitendorpen kunnen, zo is de ambitie, gebruik maken van de

Van elkaar leren “Het unieke van Texel is dat het een gemeenschap op zichzelf is, waar veel mensen elkaar kennen. Tegelijkertijd zijn de scholen nog best eilandjes, die veel van elkaar zouden kunnen leren. Wat doen ze bijvoorbeeld op de Jozefschool heel goed, en wat op de Thijsseschool? En weten de scholen dat van elkaar? Hoe kunnen de IB’ers van alle basisscholen op Texel van elkaar leren, en tegelijk eigen oplossingen blijven bedenken? De basisscholen zijn dat op dit moment van en met elkaar aan het ontdekken. Dat is best spannend, want met zijn allen onder een dak gaan, wekt ook de angst op om je eigen schoolkleur te verliezen, en daardoor bestaat het gevaar dat iedereen zich achter zijn verdedigingslinie terugtrekt. Dat willen we juist niet. Wat daar tegen helpt, is nieuwsgierig zijn en vragen stellen aan elkaar. Ik

help samen met mijn collega’s om de relaties op alle niveaus open te houden. Belangrijk in de aanpak is dat we vertrouwen op het oplossingsvermogen van de mensen zelf. Zij kennen het daar veel beter dan wij, dus wij gaan ze niet vertellen hoe ze dingen moeten doen. We nodigen uit, zijn zelf nieuwsgierig en zetten af en toe een vraagteken bij een al te stellige overtuiging.” Inclusief onderwijs Inclusief onderwijs gaat ten diepste over het inclusiever maken van de maatschappij, vindt Haaijer. “Maar het doel is niet per se dat alle kinderen in een klas zitten, dat kan simpelweg niet altijd. Het doel is wel dat kinderen uit alle geledingen met elkaar in aanraking komen. Elkaar en de wereld leren kennen. Denk bijvoorbeeld aan de Klas op Wielen, waarbij kinderen met ernstig meervoudige beperkingen les krijgen en andere activiteiten samen doen met niet beperkte leeftijdsgenoten. Dat is ook integratie. Inclusief onderwijs moet bijdragen aan een inclusieve maatschappij. De vorm waarin je je onderwijs giet, verschilt daarom van plek tot plek en van leerling tot leerling. Belangrijk is daarom dus het vermogen om samen te werken, en stapje voor

stapje steeds beter te leren samenleven. Op bestuurlijk niveau betekent dat op Texel: samen verantwoordelijk zijn voor alle leerlingen op Texel, en geen kind het eiland af, als het even kan.” Omgevingscontext inzetten “Inclusief onderwijs is dus geen doel op zich, maar een middel samen te leren leven. Texel biedt hiertoe geweldige mogelijkheden. Door het Marsdiep, door samen gebruik te maken van alles wat het eiland biedt aan kennis, aan bedrijvigheid en eigenzinnigheid. Het gaat er ook om dat je kinderen hun eiland leert kennen. Op Texel zit een instituut dat heel veel met water doet, daar kun je gebruik van maken! De Koog drijft op toerisme, er zijn daar heel veel ondernemers, hoe zorgen we ervoor dat de kinderen daar ook iets van meekrijgen? Dat is inclusiviteit, toegespitst op je eigen omgeving. Texel biedt wat dat betreft unieke kansen om de omgevingscontext in te zetten om onderwijskundig iets met elkaar teweeg te brengen. Inclusief onderwijs is niet een soort eindplaatje waar je naar toe werkt, het gaat om hoe we het elke dag een beetje beter kunnen doen met zijn allen.”

Wat is de meerwaarde van het Onderwijs Centrum Texel? • Stelt de schoolbesturen in staat makkelijk tot intensieve samenwerking te komen en daarmee ook de scholen in de buitendorpen te ondersteunen. • Maakt het mogelijk efficiënter te werken. • Maakt het mogelijk dat scholen gezamenlijk ruimten en lokalen multifunctioneel en flexibel gebruiken zonder dat de keuzevrijheid van ouders voor een bepaalde denominatie en/of onderwijsconcept in gevaar komt. • Maakt het mogelijk dat er meer speciale voorzie ningen zijn, denk bijvoorbeeld aan een muziek lokaal. Een ‘rijkere’ leeromgeving voor het kind. • Maakt de realisatie van een schoolgebouw mogelijk dat voldoet aan de (onderwijs)eisen van deze tijd en dat ruimte biedt voor toekomstige ontwikkelingen in het onderwijs. • Een school kan zich beter en zichtbaarder profileren op basis van eigen kwaliteiten. • Neutraliseert de kwaliteitsverschillen tussen de verschillende gebouwen van de scholen in Den Burg. • Biedt de scholen een (financieel) gezond huisvestingsperspectief. • Een duurzaam ‘Energie Neutraal Gebouw’ (ENG).


KopKrant, april 2021

7

PO

Antoniusschool: focus op (plezier in) lezen en spelling tijdens lockdown Al voor het begin van de eerste lockdown stak het team van de Antoniusschool (Den Helder en Schagen) de koppen bij elkaar om de kinderen aan het lezen te krijgen en spellingsonderwijs te verbeteren. Tijdens de lockdown werkte de school hieraan, naast de andere vakken. De school wilde vooral het plezier van leerlingen naar boven te halen. De resultaten zijn boven verwachting.

Chantal van der Raaij

“Je hoort het regelmatig op het nieuws: het leesonderwijs in Nederland is slecht”, vertelt Chantal van der Raaij, locatiedirecteur van de Antoniusschool in Schagen. “Bij ons waren de kinderen ook niet gemotiveerd. Ze lazen niet veel en niet graag. We hebben gezocht naar een manier om de leerlingen gemotiveerd aan het lezen te krijgen. Hoe gaan ze het nou weer leuk vinden, en hoe krijgen we de resultaten omhoog?” Lezen per thema De school vond de oplossing in de methodiek Lezen is Top (LIST). Daarin staat de leesmotivatie centraal. Leerlingen motiveren om een

‘Leerlingen motiveren om een boek te willen lezen, en aandacht besteden aan wat ze hebben gelezen, is belangrijk’

boek te willen lezen, en aandacht besteden aan wat ze hebben gelezen, is belangrijk. De school investeerde stevig in nieuwe boeken, zodat leerlingen altijd een boek kunnen kiezen met een onderwerp waarover ze graag willen lezen. Ook tijdens coronatijd mochten de kinderen naar de bibliotheek komen om een boek uit te kiezen. Van der Raaij: “We hebben de boeken niet meer ingedeeld op AVI-niveau, maar op thema. Kinderen pikken de boeken eruit die gaan over hun eigen interesses, en daardoor voelen ze meer eigenaarschap. Als je van paarden of dino’s houdt, dan is het toch heerlijk om juist daarover een boek te lezen?” Leesbingo Ook introduceerde de school de Boekenbabbels - korte lesjes waarin de leerkrachten kort aandacht besteden aan alles rondom lezen. Bijvoorbeeld voorlezen uit een boek, en stoppen bij een dilemma, waar de klas vervolgens over praat. Of kinderen laten praten over welke personen uit hun boek zij zouden willen zijn. Of met de klas praten over hoe zij vinden dat een bepaald boek moet aflopen. Van der Raaij: “Daarnaast hebben we tijdens de lockdown de leesbingo geïntroduceerd, waarbij de leerlingen zich op de gekste plekken lezend lieten fotograferen. Dat werd natuurlijk in de weekmail gedeeld. En we hebben pas geleden zowel in de onderbouw als de bovenbouw een bekende schrijver op bezoek gehad.” Kortom: veel positieve en creatieve aandacht voor lezen. Van der Raaij: “Wij hebben net AVI-testen afgenomen, om erachter te komen of onze aanpak is aangeslagen. Onze leerlingen zijn aanzienlijk vooruitgegaan. Ik ben daar zo trots op en blij mee!”

Spelling Van der Raaij vervolgt: “Naast lezen hebben we de focus ook gelegd op spelling. Tijdens een aantal studiedagen hebben we ons eigen spellingsonderwijs onder de loep genomen, gekeken naar wat we willen bereiken. Daarop zijn we ons gaan concentreren. Tijdens elke spellingsles en dictees - dictweetjes noemen we die - besteden we nu aandacht aan wat voor type fouten de leerlingen maken: Het kritische bewustzijn - hebben ze geconcentreerd gewerkt, goed nagelezen en nagekeken? Categoriefouten: kent de leerling de regel van de categorie en kan hij die goed toepassen? En ten slotte klankbeeld: spreekt de leerling het woord goed uit, spreken anderen het woord goed uit? Tijdens de lockdown werd er drie keer per week gevideobeld voor de spellingslessen. Ook de voortgang in spelling hebben we getoetst na de lockdown en de resultaten waren heel goed. Dat geeft zo’n goed gevoel. Het is ons gewoon gelukt de kinderen te laten groeien omdat we hier heel goed naar gekeken hebben.” Ouders Van ouders kreeg de school positieve reacties op de aanpak. Van der Raaij: “We hebben goed gekeken naar de draaglast van ouders en

Antoniusschool speciaal basisonderwijs voor de Noordkop De Antoniusschool heeft vestigingen in Schagen en Den Helder. De school geeft onderwijs aan kinderen van 4 tot ongeveer 13 jaar, vergelijkbaar met de groepen 1 t/m 8 van het regulier basisonderwijs. Meestal hebben de kinderen wel voldoende intellectuele mogelijkheden, maar komen ze door hun gedragsproblematiek niet tot een optimale leerontwikkeling. Deze kinderen hebben meer aandacht en begeleiding nodig. Zij hebben baat bij een specifieke en gerichte aanpak, zodat zij zo goed mogelijk het primair onderwijs doorlopen en later kunnen functioneren in de maatschappij.

kinderen tijdens de lockdown. Vijf dagen van 9 tot 2 achter de laptop, is veel te veel, dus dat verwachtten we ook niet. Digitaal is het bij onze stichting goed geregeld, alle leerkrachten hebben een schoollaptop en -telefoon, waardoor ze goed bereikbaar waren en maatwerk konden blijven leveren. Kinderen die dat nodig hadden, konden een iPad van school lenen. We kregen terug van ouders dat ze het fijn vonden dat dat zo goed geregeld is.”

voor de toekomst. De grote betrokkenheid van onze leerlingen viel op, de inspecteur was daarvan onder de indruk. Heel leuk om te horen voor het team.”

Inspectie De school heeft deelgenomen aan een onderzoek van de onderwijsinspectie. “Dat was niet ter beoordeling, maar omdat ze wilden inventariseren hoe scholen met de lockdown omgingen, ook

‘De grote betrokkenheid van onze leerlingen viel op’


8

KopKrant, april 2021

PO

De Zwerm in Sint Maarten: “Contact houden was het allerbelangrijkste” De basisscholen in Nederland moesten zien om te gaan met twee lockdowns in een jaar, waarvan de laatste vrij plotseling kwam. Dat gold ook voor basisschool De Zwerm in Sint Maarten, een kleine school met 60 à 70 leerlingen. Judith Spaansen-Bakker en Floor de Boer vertellen.

Floor de Boer

Hoe hebben jullie het aangepakt? Floor de Boer, leerkracht groep 7-8: “Het allerbelangrijkste voor mij was: contact houden, zorgen dat iedereen goed bereikbaar is, en de groep zoveel mogelijk bij elkaar krijgen. Dat hebben we gedaan door dagelijks vaste live momenten met de hele groep in te plannen, online. Dus elke dag om kwart voor 9 een vast startmoment, later een online dictee, maar ook aan het eind van de dag een spelletje, en af en toe wat leuks tussendoor.

‘Bij elke les boden we een instructiefilmpje. De kinderen konden daardoor heel goed hun tijd zelf indelen’

Wat hebben jullie tijdens de lockdown geleerd wat jullie meenemen? De Boer: “We verzorgen elk jaar heel veel instructies, maar tijdens de lockdown hebben we geleerd dat dat efficiënter kan. We werkten al met snappet en ook met google classroom, waarin we de weektaken zetten en waarin per dag het lesprogramma staat met per vak de te besteden tijd. Bij elke les boden we een instructiefilmpje. De kinderen konden daardoor heel goed hun tijd zelf indelen. We zullen classroom blijven gebruiken.”

om de kinderen bij elkaar te houden, ook al konden ze elkaar niet zien. Floor heeft heel leuke filmpjes gemaakt die enorm werden gewaardeerd. Even een gekkigheidje tussendoor, even lachen. Ze liet ook de school van binnen zien, liep heel bewust door het lokaal heen en liet dan bijvoorbeeld de guppies in het aquarium zien. We probeerden op ludieke wijze de stof aan te bieden, hebben daarvoor bijvoorbeeld ook TikTok ingezet. Dat sloeg aan.” De Boer: “Toen de kinderen weer terug naar school mochten, waren er veel regels waar iedereen zich aan moest houden. De oudere kinderen moesten bijvoorbeeld mondkapjes op in school. Die regels wilden we op een positieve manier duidelijk maken, we weten dat brieven niet altijd gelezen worden, dus we kozen voor TikTok, een platform waar ook veel kinderen op zitten. Het werd een hilarisch filmpje, waar we heel veel enthousiaste reacties op kregen. En het mooie was: alle kinderen hadden op de eerste schooldag een mondkapje op. We hoefden niet de politieagent uit te hangen.”

Jullie hebben ook TikTok ingezet? Judith Spaansen-Bakker, vervangend directeur: “Wat Floor net al zei, de kracht van deze school is dat het ons is gelukt

Spaansen-Bakker: “Lastig is het wel. Er wordt van ons verwacht dat we per klas in een eigen bubbel leven en daar houden we ons keurig aan, bijvoorbeeld door gescheiden

Daarna kwam de volgende vraag: hoe zorgen we ervoor dat we iedereen op maat kunnen bedienen, en in hoeverre kan dat? Waar trekken we de grens? Toen we gezorgd hadden dat er structureel goed contact was, kon ik groepjes clusteren en zorg op maat bieden. We hebben wel ingezet op leerdoelen, en als we zagen dat kinderen tijdens de lessen uitvielen, of als het niet ging, kregen ze bijvoorbeeld verlengde instructie en planden we een vragenhalfuurtje in.”

buitenspeelpleinen en -tijden te hanteren. Ook gebruiken we het leerplein tijdelijk niet meer. Op een kleine school is het minder leuk dat de kinderen alleen met klasgenootjes kunnen spelen, je wereld wordt er klein van. Daarnaast is het scheef, want na schooltijd spelen de kinderen wel met kinderen uit andere klassen. Wat volkomen logisch is.” Hoe verliep het contact met de ouders? De Boer: “Het contact met de ouders was en is altijd heel waardevol. Ze hebben onze taken overgenomen, daar moet je een goede relatie voor hebben. Het voordeel van zo’n kleine school is dat je sowieso al nauw contact hebt met de ouders, en dat je daardoor ook makkelijker even belt. Als je ziet dat een kind niet aan het werk is, dan bel je om te vragen wat er is, en of je kunt helpen. Dan kom je er vaak samen wel uit. Opvallend is dat het contact met sommige ouders door de lockdown juist beter is geworden.” Spaansen-Bakker: “Nu we weer open zijn, is het toch wel lastig dat ouders niet de school in mogen. Je schiet elkaar toch wat minder makkelijk aan. Die directe ver-

Judith Spaansen-Bakker

binding met ouders is ontzettend belangrijk en die wordt gemist binnen school. En wat ik ook gezien heb: veel kinderen misten school, maar een enkeling vond het juist wel lekker, thuis. En er zijn ook kinderen die beter geworden zijn in hun hobby, of nieuwe vaardigheden hebben opgedaan. Ze zijn bijvoorbeeld heel veel gaan bakken, of gaan vissen. Van gesprekken met ouders weet ik dat zij ook van de lockdown hebben genoten. Ze weten nu veel beter wat hun kind doet op school en hoeveel hun kind kan leren in korte periode.”

‘Opvallend is dat het contact met sommige ouders door de lockdown juist beter is geworden’


KopKrant, april 2021

9

PO

Begeleiding zieke leerlingen

“Toen iederéén thuis zat, waren de zieke kinderen deel van de groep” Inge Schelvis is Consulent Onderwijs aan Zieke Leerlingen (OZL) bij de onderwijsbegeleidingsdienst. Ook is ze coördinator van de groep van vijf consulenten in Noord-Holland Noord. Samen begeleiden ze tussen de 80 en 90 zieke leerlingen in het gebied van Texel tot en met Velserbroek. Ze kijkt terug op een gekke (corona)periode. “Vroeger had elk ziekenhuis een educatieve voorziening, maar in 1999 zijn die vanwege een wetswijziging opgeheven, behalve die in academische ziekenhuizen”, legt Inge Schelvis uit. Ze is consulent Onderwijs Zieke Leerlingen bij de onderwijsbegeleidingsdienst. “Kinderen lagen veel korter in het ziekenhuis. De consulenten uit de streekziekenhuizen zijn overgeheveld naar de onderwijsadviesdiensten en kregen een adviserende in plaats van een lesgevende taak. En zo is het nog steeds. Landelijk zijn er 120 consulenten, verdeeld over onderwijsbegeleidingsdiensten en educatieve voorzieningen in ziekenhuizen. Wij, de consulenten, ondersteunen de scholen in het geven van onderwijs aan zieke leerlingen. School heeft een zorgplicht en is te allen tijde verantwoordelijk. Wij kunnen scholen adviseren over en ondersteunen bij het geven van onderwijs aan zieke leerlingen.”

‘Op het moment dat iedereen digitaal thuiszat, waren de zieke leerlingen gewoon één van de groep geworden, in plaats van iemand met een speciale positie in de klas’

Maatwerk Schelvis vervolgt: “Om in aanmerking te komen voor onze ondersteuning zijn er bepaalde criteria. De leerling moet daadwerkelijk een somatisch ziektebeeld hebben; denk bijvoorbeeld aan kanker, ernstige darmproblematiek of leerlingen die een zwaar ongeluk hebben gehad, waardoor ze langere tijd niet naar school kunnen. Elke leerling vraagt maatwerk, geen kind en geen ziekte is hetzelfde. We kijken bij elke leerling: wat is in deze situatie de beste oplossing?” KlasseContact Via de consulenten is bijvoorbeeld de voorziening KlasseContact aan te vragen, waarbij de leerling digitaal aanwezig is in de klas. De zieke leerling zit thuis, logt in en kan de les volgen. Hij ziet en hoort de leerkracht maar ook zijn medeleerlingen. Schelvis: “Opvallend aan de afgelopen periode met lockdowns was, dat het voor de zieke leerlingen geweldig is gegaan. Iedereen moest namelijk ‘digitaal’, dus zij gingen helemaal mee in de flow van het digitale lesgeven. De scholen vonden het eerst eng; nu is het gewoner geworden. Op het moment dat iedereen digitaal thuiszat, waren de zieke leerlingen gewoon één van de groep geworden, in plaats van iemand met een speciale positie in de klas. Voor de zieke leerlingen waren deze lockdownperiodes daardoor veel prettiger.’” Begeleiding op afstand “Voor ons als consulenten was het juist lastiger. Onderdeel van ons werk is eens per week een uur bij de leerling thuis langskomen om te kijken hoe het gaat, en ook nemen we soms proefwerken af. Die begeleidingsuren zijn wel doorgegaan, maar allemaal op afstand, dus via de mail, videogesprekken en telefoongesprekken. Gelukkig

hebben we wel alle leerlingen kunnen bedienen. Wat we op dit moment zien, zijn enerzijds groepen die zeggen dat ze zich niet meer houden aan de coronamaatregelen, en anderzijds ouders die heel bezorgd zijn over hun kind en niet willen dat die corona krijgt, bijvoorbeeld omdat ze zelf een kwetsbare gezondheid hebben. Zij willen niet dat hun kind fysiek naar school gaat. Maar voor deze leerlingen kunnen wij geen KlasseContact aanvragen: ze voldoen niet aan de criteria. Wel kunnen we meedenken met wat wel kan, bijvoorbeeld gebruikmaken van de ICT-oplossingen die school heeft gebruikt tijdens de coronaperiode. Schoolartsen hebben een belangrijke rol gekregen, om de angst bij ouders en kinderen wat weg te halen, door met ze in gesprek te gaan.” Onorthodox “Ook is in overleg met de leerplichtambtenaar versoepeld: komt een leerling niet op school, dan wordt er niet gehandhaafd, maar wel gesignaleerd. We overleggen met de schoolartsen en school om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat zo’n leerling de stof toch kan inhalen. Soms komen we dan op creatieve oplossingen. Bijvoorbeeld aangepaste manieren van toetsen en aangepaste opdrachten. Door corona en

deze omstandigheden is mijn rol breder geworden; ik ben met meer verschillende partijen in contact en in overleg om met elkaar te proberen het onderwijs zo normaal mogelijk te houden.”

scholen over de consequenties van deze restverschijnselen voor het onderwijs, en kunnen hier school dan over informeren.”

Restverschijnselen “De scholen zijn weer open en met name in het voortgezet onderwijs zijn de besmettingspercentages best hoog. Scholen moeten de restverschijnselen van corona bij hun leerlingen goed in de gaten houden, zoals kortademigheid, concentratieproblemen en vergeetachtigheid. Wij als consulenten blijven ons

Inge Schelvis

Samenwerking met het samenwerkingsverband Consulenten Onderwijs Zieke Leerlingen werken veel met samenwerkingsverbanden samen. Schelvis: “Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland kan ons inschakelen voor 12 weken ondersteuning. Na die 12 weken kunnen we samen kijken of een leerling nog meer ondersteuning nodig heeft. Soms trekken we echt samen op, soms krijgt de leerling geen ondersteuning meer via ons maar via het samenwerkingsverband, en soms komt de leerling weer terug bij ons, bijvoorbeeld na een operatie. De leerling staat in elk geval altijd centraal.” Meer weten over de Consulent Onderwijs Zieke Leerlingen? Kijk op https://ziezon.nl/


10

KopKrant, april 2021

PO

Corona-onderwijs op Texel

“Afstandsonderwijs kan een waardevolle toevoeging zijn, maar nooit een vervanging” Remko van de Belt is wethouder van (onder andere) onderwijs op Texel. Wat zijn zijn ervaringen van de afgelopen periode? En wat is zijn visie op afstandsonderwijs? “Sinds 1 november ben ik wethouder op Texel - daarvoor werkte in Den Helder. Van de eerste lockdown heb ik in de hoedanigheid van wethouder niet zoveel meegekregen. Wel woon ik zelf op Texel en heb ik een kind op de basisschool en een op de OSG. Wat mij opviel, is hoe snel scholen hebben kunnen omschakelen naar afstandsonderwijs. Het tempo waarin dat ging vond ik onvoorstelbaar.” “Op Texel hebben, voor zover ik weet, de basisscholen geen beroep gedaan op de gemeente voor ondersteuning bij het afstandsonderwijs. Wel op de middelbare school. OSG De Hogeberg deed al veel met gedigitaliseerd onderwijs en heeft de basisscholen ondersteund met online leermiddelen. De problematiek die je in de grote steden zag, zoals kinderen die ‘zoek’ raakten, speelde op Texel niet. Ze waren allemaal in beeld. Kinderen kunnen op Texel echt niet zomaar verdwijnen, door het goed georganiseerde netwerk. Mensen kennen elkaar.” “Wat betreft het speciaal onderwijs, ook dat was goed te organiseren. Het speciaal onderwijs is op Texel bovenbestuurlijk georganiseerd, dus als er wat speelt, wordt dat als het nodig is gezamenlijk opgelost. Daarnaast waren veel ouders thuis - veel mensen op Texel werken in retail en horeca. De kinderen konden dus goed opgevangen worden.” Visie “Afstandsonderwijs voor de basisschool moet wat mij betreft zo min mogelijk gebeuren. Als het niet nodig is, moet je dat vooral niet doen. De basisschool is zoveel meer dan leren alleen; jonge kinderen moeten samenzijn, samenspelen, zich samen ontwikkelen, creatieve dingen doen. Dat kan niet op afstand. Afstandsonderwijs is een grote ongelijkmaker voor basisschoolkinderen. Je moet maar net een juf of meester hebben die heel handig is met telefoon en ICT, en ouders die genoeg tijd voor je kunnen maken naast hun werk. Heb je dat niet, dan heb je pech. Daarnaast hebben veel kinderen gewoon behoefte aan de gezelligheid van school.” “Voor middelbare scholen zie ik wel kansen. Hier op Texel kunnen we niet het gehele curriculum aanbieden en daar is afstandsonderwijs heel geschikt voor. Ik heb gezien dat dat kan - je kunt gewoon een vak volgen bij een docent die aan de overkant zit. Dat gezegd hebbende: afstandsonderwijs moet geen vervanging worden van het fysieke onderwijs, maar het kan wel een waardevolle toevoeging zijn, niet alleen voor Texel, maar ook voor de Remko van de Belt rest van de wereld.”

Zilveren Camera Sandra Minten, leerkracht op basisschool Weremere uit Wormer bezocht vorig jaar tijdens de meivakantie haar hele klas thuis en maakte van alle leerlingen een portret. Met haar 'verstilde' foto's won ze de eerste prijs van de Zilveren Camera in de categorie portretten. Voor de foto’s gebruikte ze een zestig jaar oude analoge camera: “Die werkt heel traag en daardoor had ik de tijd om met de kinderen te praten over hoe het nu echt met ze gaat.” Toen de foto’s ontwikkeld en afgedrukt waren, maakten de kinderen van basisschool Weremere een gedicht bij hun foto. Het project won daarmee een Zilveren Camera, de eerste prijs in de categorie ‘portretten’. De Zilveren Camera is een prijs voor journalistieke en documentaire fotografie die ieder jaar wordt uitgereikt. Alle portretten zijn te vinden op www.zilverencamera.nl


11

KopKrant, april 2021

PO

Regioplan Zorg-Onderwijs

Elkaar beter leren kennen en grenzen slechten

Het samenwerkingsverband is samen met kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, wijkteams en ROC’s grenzen aan het slechten in de onderlinge samenwerking. De partijen werken samen aan het Regioplan Zorg-Onderwijs. Hans Kruijssen is netwerkregisseur en licht proces, doelen en de voortgang toe. Het Regioplan Zorg-Onderwijs heeft als doel een betere samenwerking tussen zorg en onderwijs in de Kop. Hans Kruijssen, netwerkregisseur en procesbegeleider: “Eind 2019 en begin 2020 heb ik verschillende interview- en gespreksrondes gehouden met kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, wijkteams en ROC’s, om te inventariseren welke vraagstukken er in de samenwerking aan de orde zouden moeten komen. Uiteindelijk rolden er daar drie uit waar we mee aan de slag zijn gegaan. Een mooi proces: de agenda is niet bestuurlijk bepaald, maar door mensen in de praktijk bedacht.” De drie vraagstukken waar Kruijssen het over heeft zijn allereerst het omschrijven van het grijze gebied van regelgeving en het ontwikkelen van meer eenduidig regionaal beleid; daarnaast de aansluiting van de wijkteams op kinderopvang en onderwijs en tot slot de ontwikkeling van onderwijs-zorgarrangementen.

Hans Kruijssen

Vraagstuk 1: Omschrijven van het grijze gebied van regelgeving bij ondersteuningsbehoeften van leerlingen en het ontwikkelen van meer eenduidig regionaal beleid

Kruijssen: “Als je de onderwijs- en zorgwetten analyseert, zie je dat hetzelfde type ondersteuning mogelijk is vanuit meerdere wetten. Die wetten verschillen in specificering van de ondersteuningsbehoeften, er is geen eenheid van taal en ze worden niet concreet. De weten regelgeving vermeldt wel dat er raakvlakken zijn, maar doet geen uitspraken over de verantwoordelijkheidsverdeling. Daardoor krijg je ‘gedoe’ over wie dat moet betalen, in plaats van dat het gaat om de vraag: hoe gaan we dat oplossen? In een aantal regio’s in Nederland zijn ze al verder in de samenwerking en lossen ze dat met elkaar op, zoals Foodvalley en Oost-Achterhoek. In een aantal webinars zijn mensen uit de Kop in gesprek gegaan met mensen uit die regio’s. Opvallend is daar dat ze daar in het grijze gebied altijd aan co-financiering doen. In Oost-Achterhoek wordt alles 50-50 betaald. Om kinderen goed te helpen moet je het niet eerst over geld hebben, maar het samen eens zijn over het probleem. In Foodvalley hebben ze een model waarin helder is uitgewerkt wanneer iets in een grijs gebied valt, en wanneer welke andere wet van toepassing is. Zo’n model kan enorm helpen om disputen te beslechten. Nog iets dat onvoldoende is geregeld in de Kop is het samen verantwoordelijk zijn van onderwijs en wijkteams voor de onderwijsondersteuningsbehoefte van een kind. Wijkteams ervaren nu nog vaak dat ze onvoldoende of zelfs niet betrokken

zijn, dat kan beter. Samengevat: idealiter stellen onderwijs en wijkteam samen vast wat nodig is. Als het zorgaanbod in een grijs gebied valt, vindt er co-financiering plaats tussen onderwijs en gemeente. Daarvoor moeten we helder krijgen wanneer het aanbod in een grijs gebied valt. Bij de werkwijze moeten kind en ouders vanaf het eerste moment betrokken worden. Deze uitgangspunten vormen de basis voor een te ontwikkelen model in de Kop: integrale samenwerking. Een werkgroep gaat dit model in de komende periode uitwerken.”

Vraagstuk 2: Aansluiting van de wijkteams op kinderopvang en primair onderwijs

was de grote gemene deler de behoefte aan helderheid tussen de partijen onderling: wat mag ik verwachten en wie doet nu eigenlijk wat? Nergens staat dat beschreven. In Schagen en Den Helder was de rol van schoolmaatschappelijk werk niet goed duidelijk als schakel tussen school en het wijkteam. Het belangrijkste wat de deelnemers teruggeven is dat zij veel meer inzicht hebben in elkaars werkwijze en doorlooptijden. Die hebben we in een stroomschema helder gemaakt. In Schagen en Den Helder hebben we ook de positie van schoolmaatschappelijk werk duidelijk gemaakt. Schoolmaatschappelijk werk is het eerste aanspreekpunt voor scholen; zij zijn de oren en ogen van het wijkteam. De wijkteams zijn nergens direct aan scholen verbonden, maar het schoolmaatschappelijk werk is in deze gemeenten nu stevig gepositioneerd als eerste aanspreekpunt en is geïntegreerd in het werkproces. Wat we voor scholen helder hebben gemaakt is wanneer ze iets mogen terugverwachten. Ze weten nu hoeveel tijd

‘Een mooi proces: de agenda is niet bestuurlijk bepaald, maar door mensen in de praktijk bedacht’

Vervolg op pag. 12

Kruijssen: “Dit punt is het meest intensief. Om die aansluiting van wijkteams op kinderopvang en onderwijs in gang te zetten, is per gemeente een werkgroep geformeerd met vertegenwoordigers vanuit alle geledingen: schoolmaatschappelijk werk, leerplicht, het wijkteam, een IB’er en een directeur vanuit het primair onderwijs en twee vertegenwoordigers uit de kinderopvang. Per gemeente heb ik naar aanleiding van voorgesprekken een startdocument opgesteld met belangrijke knelpunten. Deze werkgroepen zijn in januari gestart en medio maart afgerond. Zij zijn vijf keer bij elkaar gekomen (via videobellen, red.) en terugkijkend hebben we aardig wat bereikt. Alle deelnemers waren er steeds en de bereidheid om beter samen te werken was groot.” Helderheid “In zowel Den Helder, Schagen als in Hollands Kroon

Hoe geven we met elkaar uitvoering aan de regionale agenda Zorg en Onderwijs?

Urgentie

Inventariseren

Prioriteren

Agenderen

ACTIE!


12

KopKrant, april 2021

Inkopper

Elkaar beter leren kennen en grenzen slechten (vervolg)

Vervolg van pag. 11

wijkteams nodig hebben om iets voor elkaar te krijgen en op welke wijze zij betrokken worden als partner in het proces als kind of gezin hulp ontvangen. Dat betere begrip levert respect op.” Scholen betrekken “Waar de wijkteams op dit moment, naar aanleiding van de werkgroepgesprekken mee bezig zijn, is de positie van het onderwijs als samenwerkingspartner verankeren in hun werkprocessen. Hiermee zorgen ze ervoor dat scholen beter betrokken worden. Overigens is hiervoor altijd toestemming van de ouders nodig. Dit proces van verankering kost tijd; de wijkteamconsulenten moeten het integreren in hun werkwijze en dat is niet van de ene op de andere dag gebeurd. We zijn procesmatig aan het vastleggen hoe een school betrokken wordt, waar partijen elkaar op kunnen aanspreken. Kortom, we leggen afspraken vast om basis te kunnen leggen voor wederkerigheid tussen school en het wijkteam.

Vraagstuk 3: De ontwikkeling van onderwijs-zorgarrangementen

Kruijssen: “Voor de doelgroep van kinderen in het speciaal onderwijs is er nu niet altijd een passend aanbod voorhanden, terwijl er wel behoefte is aan goede onderwijs-zorgarrangementen. Het samenwerkingsband heeft een conceptprojectplan voor het terugdringen van het aantal thuiszitters en wil daar komend schooljaar mee aan de slag. Het idee is dat er een onderwijs-zorgarrangement wordt aangeboden op 1 schoollocatie, als pilot. De hulp wordt daar geïntegreerd aangeboden. Deze pilot gaat twee jaar lopen en is nu in voorbereiding. Er wordt met gemeentes over dit plan ge-

Koppen op het scherm

sproken en volgens de eerste geluiden ondersteunen ze het. Het goede hiervan is dat de leerlingen op een school blijven, en dat de hulp daaromheen wordt georganiseerd. Het onderwijs komt daardoor veel meer centraal te staan dan op zorgboerderijen. De pilot vindt straks op 1 locatie plaats, maar het doel is uiteindelijk zoveel mogelijk kinderen thuisnabij onderwijs en zorg te kunnen geven.” Spanningsveld autonomie en samenwerking Kruijssen sluit af: “Wat overal speelt is: lukt het om op regionaal niveau afspraken te maken? Er is namelijk ook behoefte aan lokale autonomie per gemeente. Ik voel als netwerkregisseur die spanning tussen die behoefte aan autonomie en de noodzaak voor regionale afspraken. De tijd zal leren hoe dit zich gaat ontwikkelen.” In een volgende KopKrant komen we terug op de vorderingen rond het Regioplan Zorg-Onderwijs.

Ook zijn er afspraken gemaakt om aan te sluiten bij het overleg van IB’ers en directie door het schoolmaatschappelijk werk en het wijkteam, om te blijven reflecteren op de samenwerking. We zijn nu in overleg met het samenwerkingsverband over hoe we de samenwerking gaan bestendigen en doorontwikkelen. Hierbij wordt gedacht aan webinars per gemeente die nog voor de zomervakantie plaatsvinden. Daarnaast is de kans groot dat er een projectleider komt die verantwoordelijk is voor de borging van afspraken en de doorontwikkeling van de samenwerking.”

Zoom, Teams, Meet, ik heb er steeds minder mee. Het beperkt me. Vaak denk ik bij een bijeenkomst: ’Laat maar, het komt later nog wel een keer.’ Vooral als er creatief denken wordt gevraagd, haak ik af. De koppen op het scherm leiden me af. Wat is iedereen in de tussentijd aan het doen? En dan heb ik natuurlijk ook mijn eigen beeld voortdurend op het scherm. Camera te hoog? Even bijstellen. Is de achtergrond verantwoord? Misschien toch even wegdraaien van dat pikante schilderij. Soms kijk ik naar buiten, het zijn de beste momenten om na te denken. Maar wat zullen de anderen denken? Live heb ik dat zelden. Ik kan me niet voorstellen, dat dit bij kinderen anders is. Met alle soms premature conclusies van de leerkracht tot gevolg. ‘Je bent er niet bij, Sam.’ ’Jawel hoor, maar ik werd even afgeleid door mijn zus.’ In de klas gaat dat natuurlijk ook zo, maar dan valt het minder op. Interpreteren van luistergedrag is sowieso lastig. De een kijkt naar buiten, de ander tekent droedels of kauwt op zijn pen. Je hebt er die zitten te draaien of het liefst heen en weer lopen (mag niet) en sommigen luisteren het meest actief door zelf vragen te stellen (lastig, houdt mijn verhaal op). En zo openbaren zich de verschillen tussen kinderen eens te meer. Ik ken flink wat kinderen, die als een speer gaan bij digitaal onderwijs. Ze voelen zich niet langer geremd door de leerkracht en zijn in een uur verder dan anders op de hele dag. Schrijnende gevallen zijn er ook; zij hebben geen ‘eigen’ plek en concentreren is schier onmogelijk met al die familieleden in de buurt of ze blijven geheel onder de radar. Eén ding hebben ze gemeen, het gemis aan sociale contacten. Nu de scholen weer grotendeels draaien, komt het op analyseren aan. Wie heeft wat nodig? Dat is iets anders dan standaard uitgaan van achterstand. En een analyse op school- en leerlingniveau vraagt de minister deze maand en vervolgens een beredeneerde en onderbouwde keuze maken. Tot zover een redelijke eis om in aanmerking te komen voor een deel van de 8,5 miljard voor de komende 2,5 jaar. Het idee om dit op schoolniveau te laten vaststellen deugt ook. Maar dan komt de toevoeging ‘om achterstanden weg te werken’ en steigert het halve onderwijsveld. Hier manifesteert zich het verschil in visie op leren en ontwikkelen. Gaan we uit van de leerling of van de leerstof? Voor dit schooljaar zal het om zo’n € 700 per leerling gaan. Wat mij betreft hoeven we die niet gelijk te verdelen. Maak slimme keuzes, ook voor de ‘speerganger’, klaag niet en geniet ervan. Ruud Musman

Texel Texel volgt in dit proces zijn eigen pad. Door continuïteitsproblemen zijn niet alle geplande werkgroepbijeenkomsten doorgegaan. Texel heeft aangegeven in eigen tempo door te gaan met dit proces.

©Janusz Korczak Stichting, Len Munnik, www.korczak.nl