Page 1

PO VO

KopKrant

VVE: hoe vroeger, hoe beter

Niet één school, maar wel één gemeenschap

3

7

augustus 2014

Samenwerking PO en VO is goed, maar kan nog beter Integraal Kindcentrum: gezamenlijke visie op leren Torenven en De Doorbraak: twee scholen onder één dak

‘Integratie van twee werelden’

Onderwijsinspectie s(t)imuleert!

9

Elk kind een passende onderwijsplek


2

KopKrant, augustus 2014

Kopstuk Ben jij er klaar voor of klaar mee? Na alle voorbereidingen van de afgelopen jaren is het dan nu zover. De wet passend onderwijs is in werking getreden. Ons samenwerkingsverband is er helemaal klaar voor. We hebben met elkaar een duidelijke structuur gemaakt die past bij onze organisaties, onze regio en onze ambities. Een structuur die ook goed past bij de nieuwe wet- en regelgeving. Wij hebben er alle vertrouwen in dat die structuur ook in de praktijk gaat werken. Net zo belangrijk is de cultuur waarin we samen opereren. We hebben vol ingezet op samenwerking. Schoolteams kunnen niet alleen passend onderwijs realiseren. Besturen kunnen niet alleen voor een dekkend aanbod zorgen. Daar hebben we elkaar voor nodig. We zullen elkaar sterk moeten maken en houden! Dat is een omslag in denken en handelen zonder weerga. Het betekent ook dat we allemaal (zorg)autonomie inleveren om samen een nog beter resultaat te kunnen boeken.   De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat passend onderwijs een spannend en

‘Het is zo mooi dat we nu kunnen zeggen dat we er klaar voor zijn.’

tijdrovend proces is. Het leverde naast veel werk en soms gedoe vooral ook verbindingen op en die gaven alle betrokkenen uiteindelijk nieuwe mogelijkheden en nieuwe energie. Energie die altijd ontstaat als het meer over de inhoud en minder over korte termijn belangen of eigen belangen gaat. Nog maar een paar jaar terug was het samenwerkingsverband verworden tot een verplicht nummer. We verdeelden de middelen. Ieder bestuur en iedere school ging voor zijn eigen belang. Het was deprimerend en ik was er eigenlijk wel klaar mee. Cynisme lag op de loer.   Het is zo mooi dat we nu kunnen zeggen dat we er klaar voor zijn. Ik ben er in ieder geval klaar voor en heb enorm zin in de nieuwe fase. Hoe zit dat met jou? We kunnen namelijk voor passend onderwijs de inbreng en inzet van geen enkele collega missen. Jij bent er toch ook klaar voor? Daar rekenen de kinderen die aan ons zijn toevertrouwd, en natuurlijk ook hun ouders, wel op. Wat moet een kind immers met mensen in het onderwijs die er klaar mee zijn?    Deze Kopkrant staat weer vol met artikelen en informatie die het waard zijn om gelezen en besproken te worden! Jan Bot, Voorzitter

De heer J. Bot Voorzitter

Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO

Partners

PO

Stichting Flore De heer S. Konst Postbus 279 1700 AG Heerhugowaard www.stichtingflore.nl (072) 566 02 00 www.swvkopvannoordholland.nl

s.konst@stichtingflore.nl

Gereformeerd Primair Onderwijs West-Nederland De heer H. Scheffer ’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.gpown.nl (0172) 41 88 30 h.scheffer@gpown.nl

Stichting Meerwerf De heer D. Scholte Timorlaan 45a 1782 DK  Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00

Stichting Schooltij Mevrouw N. Kant Postbus 61 1790 AB Den Burg www.schooltij.nl (0222) 31 65 16

Stichting SARKON De heer G.J. Veeter Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50

ad@meerwerf.nl

info@schooltij.nl

gjveeter@sarkon.nl

Stichting SURPLUS Mevrouw J. Vosbergen Postbus 394 1740 AJ  Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 27 45 55

Stichting Kopwerk De heer J. Deckers Postbus 444 1780 AK Den Helder www.kopwerk.nl (085) 273 40 00

Stichting Comenius De heer Th. Gauw Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64

J.vosbergen@stichtingsurplus.nl

info@kopwerk.nl

directie@abscomenius.nl

Partners

PO VO

Stichting Heliomare De heer S. Silvius Postbus 78 1949 EC Wijk aan Zee www.heliomare.nl (088) 920 82 55

Stichting Aloysius De heer P. Mol Postbus 98 2215 ZH Voorhout www.aloysiusstichting.nl (0252) 43 40 00

info-onderwijs@heliomare.nl

secretariaat@aloysiusstichting.nl

Stichting Clusius College Mevouw A. Lugtig-Ouweltjes P/A Voltastraat 1 1817 DD Alkmaar www.clusius.nl (0224) 212 725

Stichting Regius College De heer A. Hoekstra Postbus 282 1740 AG Schagen www.regiuscollege.nl (0224) 297 841

Stichting Scholen aan Zee Sportlaan 38 1782 ND  Den Helder www.scholenaanzee.nl (0223) 540 300

a.lugtig-ouweltjes@clusius.nl

directiesecretariaat@regiuscollege.nl

Stichting Ronduit De heer J.M.M. Rijp Rubenslaan 2 1816 MB  Alkmaar www.ronduitonderwijs.nl (071) 514 78 33

Stichting Texel Mevrouw F.C. Giskes Emmalaan 15 1791 GT  Den Burg www.texel.nl (0222) 362 216

Stichting Openbaar VO NHN De heer H. Klaassen Arubastraat 4 1825 PV Alkmaar www.sovon.nu (0227) 513 830

bestuur@ronduitonderwijs.nl

bestuurlijkassistent@texel.nl

h.klaassen@wiringherlant.nl

Stichting Samenwerkingsschool regio Den Helder De heer T. Jong Postbus 6038 1780 KA Den Helder www.sodenhelder.nl (06) 15 31 25 82 speciaalonderwijs@live.nl

Partners

VO

secretariaat@scholenaanzee.nl


KopKrant, augustus 2014

3

Voorkomen van teleurstellingen

Vanaf dit schooljaar worden de jongste kinderen met specifieke onderwijsbehoeften die naar school moeten, aangemeld en besproken in de Commissie Toewijzing Onderwijsvoorziening (CTO). De CTO adviseert vervolgens een passende onderwijsplek. Maar hoe verloopt zo’n overgang van de voorschoolse instellingen naar basisschool? “We moeten niet zeggen dat we het beter weten, maar elkaar juist versterken”, zegt Katja Walstra-Groot, onderwijsadviseur van OBD Noordwest. De ouders werden jarenlang door de voorschoolse instellingen geadviseerd. Het bleek in de praktijk echter lastig om driejarige kinderen de beste onderwijsplek te garanderen. Vanaf 1 augustus verloopt de toewijzing daarom centraal, via de CTO. Dit is een preventieve aanpak, die de kans groter maakt dat de jongste jeugd op de juiste plaats terechtkomt. Breed kader “Eerst bespreken we de zorgkinderen in de CTO”, schetst Walstra-Groot de werkwijze. “Met de CTO creëren we een breder kader, waarin we de onderwijsbehoeften vaststel-

len. In de commissie participeert in ieder geval een jeugdarts, een orthopedagoog en een deskundige uit het onderwijs. Daarnaast schuiven andere specialisten – zoals een deskundige op het gebied van ZMOK – wanneer nodig aan.” De CTO kent vervolgens de onderwijsplek toe. “Het is belangrijk dat een leerling vanaf zijn jongste leeftijd op de goede plaats zit”, stelt Walstra-Groot. “Zo voorkom je veel teleurstellingen. In de eerste plaats is een vekeerde onderwijsplaats heel ingrijpend voor het kind zelf. Maar ook de ouders ervaren zoiets

als enorm frustrerend. Het is heel naar als je denkt een goede onderwijskeuze te hebben gemaakt, maar dat dit uiteindelijk niet het geval is. Ten slotte is het ook voor de school erg vervelend als onvoldoende aan de onderwijsbehoeften tegemoet kan worden gekomen. De school zet zich immers volledig in om het kind te kunnen opvangen.” Toegevoegde waarde Tijdens het CTO-overleg zijn ook de ouders aanwezig. De CTO kan eventuele onderwijsarrangementen voor het reguliere basisonderwijs direct toekennen. “Doordat het

Wist u dat... •E  en school die een rechtstreekse aanmelding van een driejarig kind met extra onderwijsbehoefte krijgt, wordt gevraagd om deze leerling eerst aan de CTO voor te leggen? •B  ij het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland diverse voorschoolse instellingen zijn betrokken, zoals: Centrum voor Daghulp, de Ster, de Zee en Integrale Vroeghulp?

onderwijs en de voorschoolse instellingen met elkaar in gesprek zijn, krijgen we een goed beeld van de onderwijsbehoeften. Op deze manier kunnen we elkaar versterken en aanvullen.”

Katja Walstra-Groot

‘Een kind op de juiste onderwijsplek voorkomt veel teleurstellingen’

‘Hoe vroeger, hoe beter’ Kinderen met extra ondersteuningsbehoeften moeten in een zo’n vroeg mogelijk stadium worden ontdekt. “Hoe vroeger, hoe beter”, betoogt Siem Delver. Volgens de eigenaar van de buitenschoolse kinderopvang Hippolytushoef, Den Oever en Wieringerwerf is men in de Kop van Noord-Holland op de goede weg. “De kinderen zijn zichtbaar in onze gemeenten.” “Hoe vroeger we kinderen ontdekken met achterstanden, hoe beter we hen kunnen aansturen”, zegt Delver. “Anders moet een lagere school deze achterstand herstellen. Dat levert in de praktijk vaak problemen op. Scholen hebben daar namelijk enorm veel werk van. En de capaciteit om hier veel tijd in te kunnen investeren ontbreekt.” Delver benadrukt dan ook het belang van een goede samenwerking. “We zitten met een beperkt aantal kinderen in ons gebied. Bovendien lopen de aantallen terug. Daarom moet je geen versplinterde organisaties hebben, met elk drie of vier peutertjes in de groep. Dat komt je product niet ten goede. We moeten met elkaar optrekken en de kinderen daarbij betrekken. Daarom werken wij ook met diverse peuterscholen intensief samen. De kinderen die een rugzakje nodig hebben,

bijvoorbeeld. Woordjes als papa, mama, oom en tante worden aangeleerd en gedurende vier weken in verschillende vormen herhaald.” De voortgang van de kinderen wordt bij de overdracht naar het primair onderwijs gecommuniceerd. “Dat kan door middel van een computerprogramma, maar wij vertellen de basisschool liever op welke onderdelen een kind nog achterloopt”, zegt Delver. “Een mondelinge overdracht past beter bij onze kleine organisatie. Dat is toch het meest persoonlijk.” moeten daar extra dagdelen voor afnemen.” Uk & Puk Het thematische taal- en spraakprogramma Uk & Puk vervult een belangrijke rol in Delvers werkzaamheden. Hij heeft voor dit VVE-programma een certificaat gehaald. “Met Uk & Puk willen we taalachterstanden van jonge kinderen wegwerken”, vertelt Delver. “Het is een boek waaruit je kunt voorlezen, maar waar ook opdrachten in staan. Iedere maand staat één thema centraal. Familie

Siem Delver


4

KopKrant, augustus 2014

PO

IKC staat voor: Integraal Kind Centrum

In Noord-Holland hebben we op veel plaatsen brede scholen in prachtige nieuwe gebouwen en met veel faciliteiten, maar nog geen IKC’s. Bij beide zitten alle voorzieningen op het gebied van kinderdagverblijf, onderwijs, buitenschoolse opvang en -activiteiten onder hetzelfde dak. Bij veel brede scholen zijn mooie afspraken gemaakt. Denk aan organisatorische zaken, gezamenlijke vieringen van Sinterklaas en carnaval, sportdagen, maar ook thema’s als de Boekenweek en kunstactiviteiten. Iedereen kan hierbij gebruikmaken van de diverse faciliteiten.

Waarom een IKC? In essentie gaat het om een voorziening waarin professionals met uiteenlopende achtergronden vanuit één organisatie werken aan de ontwikkeling van kinderen van 0 tot en met 12 jaar. Een kindcentrum voldoet aan de volgende kenmerken: Jannie Baron, directeur speciale basisschool De Tender en basisschool De Niko Tinbergenschool

1 Eén visie Iedereen die in het kindcentrum werkt, heeft dezelfde visie op de wijze waarop kinderen leren en zich ontwikkelen. Dit is het fundament van het kindcentrum. Kinderen leren en spelen, binnen en buiten schooltijd, in het kindcentrum en kunnen daar hun talenten in de volle breedte ontwikkelen.

2 0 tot en met 12 jaar In het kindcentrum komen baby’s, peuters, kleuters en kinderen tot en met 12 jaar. Zij worden vanuit een doorgaande ontwikkelingslijn gevolgd en er zijn individuele ontwikkelingsplannen.

3 Breed aanbod Het kindcentrum biedt onderwijs, opvang, maar ook sport, muziek of spel. Met verplichte en vrijwillige onderdelen waaruit ouders en kinderen kunnen kiezen.

4

5

De hele dag, het hele jaar door Het kindcentrum is de hele dag geopend van zeven tot zeven uur. De dagindeling kenmerkt zich door rust en een goede balans van inspanning en ontspanning. Sommige kindcentra zijn het hele jaar open en bieden in overleg met de ouders flexibele vakanties.

Eén team met één organisatie Leerkrachten, pedagogen, pedagogisch medewerkers en vakleerkrachten vormen één team. Wanneer nodig, halen ze deskundigen van buiten naar binnen. De organisatie heeft een éénhoofdige leiding, één beleid en is gehuisvest in een multifunctioneel gebouw.

Het grote verschil is dat er in een IKC als één organisatie wordt gewerkt, met één team van professionals en met één leidinggevende. En in een brede school werken verschillende teams en leidinggevenden samen.

6 Eénduidige communicatie met ouders Ouders hebben met één organisatie te maken. Ze hoeven niet apart afspraken te maken met de school, de kinderopvang of peuterspeelzaal. Er is één aanspreekpunt.


5

KopKrant, augustus 2014

Ondersteuningsteams van de Scholengroepen

PO

OTG’s

Drie OTG’s (wen maar vast aan de term!) die elk drie scholengroepen ondersteunen. Samengesteld uit een orthopedagoog/voorzitter en uit elke scholengroep één intern begeleider. Samen zorgen zij ervoor dat door scholen aangevraagde arrangementen op kritische wijze worden beoordeeld. Dat gebeurt op onafhankelijke wijze op basis van het door de school aangereikte “Groeidocument”. Natuurlijk vraagt het even tijd om aan deze gedeeltelijk nieuwe werkwijze te wennen. De OTG’s gaan direct aan het begin van dit schooljaar uit de startblokken met een gezamenlijk studiemoment. Van de OTG’s wordt niet alleen een kritisch-constructieve houding gevraagd in de beoordeling van arrangementen, maar het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO rekent ook op aanbevelingen om de nu ingeslagen weg daar waar nodig te plaveien of net iets anders te laten

PO

‘Maatwerk, kortere lijnen en efficiënter werken’

lopen. Aanbevelingen die van harte welkom zijn bij het SWV PO, maar zeker ook in de negen scholengroepen. Door de instelling van OTG’s brengen we werkvloer en “organisatie” weer een stukje dichter bij elkaar. Daar moeten onze leerlingen hun voordeel mee kunnen doen!

Een kind heeft een IQ van 61. Maar bij

OTG’ers, we rekenen op jullie!

net niet aan de strenge criteria”, schetst

Scholengroep Texel, Den Helder Noord en Den Helder Zuid

een IQ van 60 komt hij pas in aanmerking voor de rugzak waar hij zoveel behoefte aan heeft. Het gevolg: zo’n leerling valt tussen wal en schip. “Ook deze kinderen hadden extra zorg nodig, maar voldeden Katja Walstra-Groot de situatie zoals die was. “Met de invoering van de onderwijsarrangementen is die tijd gelukkig voorbij.” Een onderwijsarrangement kan worden gezien als een rugzak op maat. “Met het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland kiezen wij voor maatwerk”, zegt Walstra-Groot. “Het is puur een kwestie van afstemmen: voor dit kind met specifieke onderwijsbehoeften, die bij deze leerkracht in de groep zit, hebben we deze extra hulp nodig.” Stempel Volgens Walstra-Groot brengt deze werkwijze veel

Mariken van der Laan

Jaap Buis

Cindy Struiken-Boudier

voordelen met zich mee. “Voor een rec 4-indicatie werd geëist dat bij kinderen een diagnose was gesteld. Sommige ouders wilden echter helemaal geen

Scholengroep Julianadorp, Anna Paulowna en Wieringermeer

nader onderzoek bij hun kind en soms waren de kinderen ook nog erg jong om al een diagnose bij vast te stellen. Maar zonder een diagnose was het weer onmogelijk om de gewenste zorg te krijgen.” De scholengroepen krijgen de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de gelden te verdelen. “Wanneer de scholengroepen hun budget slim inrichten, houden ze geld over voor lokale scholing of andere initiatieven”, denkt Walstra-Groot, die uitkijkt naar de arrangementen. “Rec 4 was voor scholen een papieren instelling. De onderwijs-

Simone Koster

Loet de Steenhuijsen-Piters

Janneke van der Vaart

arrangementen hebben echter een gezicht, waarbij maatwerk, kortere

Scholengroep Schagen, Warmenhuizen en Niedorp

lijnen en efficiëntie vooropstaan.”

Katja Walstra-Groot

Lees de volgende KopKrant (november 2014) voor enkele sprekende voorbeelden van de onderwijsarrangementen. Yvon Molenaar

Hermien van der Laar-Bakker

Marion Kramer


6

KopKrant, augustus 2014

‘Kwaliteit voor zorg maak je samen’

PO

“Wij werken op Schoter Duijn al enige jaren met een paar extra handen in de klas. De leerkrachten worden ondersteund door een onderwijsassistent of een extra leerkracht. We willen dat kinderen, die in aanmerking voor extra zorg komen, maximaal twee verschillende gezichten zien. Dit voorkomt verwarring en zorgt voor continuïteit van de geboden zorg. Door veel persoonlijk contact bouwen de zorgleerlingen namelijk een band op met hun begeleider. Voor de zomervakantie

dag wordt in de namiddag

maak ik altijd een inventa-

geëvalueerd. Na iedere peri-

risatie. Hierin beschrijf ik

ode worden de vorderingen

welke zorgleerlingen bij ons

van de zorgleerlingen aan

op school komen en welke

mij teruggekoppeld. Mocht

zorgbehoefte zij hebben.

het voorkomen dat een kind

Op basis van dit zorgrooster

zich niet voldoende ontwik-

krijgen deze groepen vervol-

keld heeft, dan wordt er een

gens een aantal ondersteu-

vervolgplan gemaakt. Daar

ningsuren toebedeeld. Deze

zijn zowel de ouders, de

uren richten de leerkrachten

leerkracht en ik als IB-er bij

zelf in. Door het handelings-

betrokken.

plan – of leerlijn – weet de leerkracht precies welke

Een goede communicatie is

zorg in de klas nodig is, wat

dus leidend. Dan ontstaan

de doelen zijn en met welke

er ook geen misverstanden

methodiek wordt gewerkt.

tussen de leerkracht en de

De leerkracht instrueert de

onderwijsassistente. Vanuit

onderwijsassistente hier-

de basisgedachte dat beiden

over.

zorgdragen voor een kind, waarbij de leerkracht een

De leerkracht heeft in prin-

leidende rol heeft, kan een

cipe dagelijks overleg met

kind zich goed ontwikkelen.

de onderwijsassistente. ’s Ochtends of de dag ervoor

Voor komend schooljaar be-

bespreken zij de planning.

trekken wij de kinderen bij

Het verloop van de school-

het opstellen van een eigen handelingsplan. Hierdoor wordt de betrokkenheid en de motivatie vergroot, zodat we eerder in de ondersteuningsbehoefte kunnen voorzien. Natuurlijk is een paar “extra handen” in de klas prettig. Maar uiteindelijk is het pedagogische klimaat van de groep en school het belangrijkste.” Cindy Struiken Boudier is IB-er van Schoter Duijn, Den Helder

Cindy Struiken

‘De hobbels om samen te werken zijn niet zo groot’

PO VO

Basisschool De Rank (PO) en School aan Zee (VO) werkten het afgelopen jaar intensief samen op ICT-gebied. Over een succesvol verlopen pilot, die in de toekomst bij meer scholen een vervolg krijgt. “Binnen drie jaar hebben meer scholen in ons swv de aansluiting gevonden”, meent Tim Toornstra, directeur van De Rank. Het idee om de ICT te bundelen ontstond op de jaarlijkse POVO-dagen. “Wij wilden verder gaan dan één jaarlijkse ontmoeting”, vertelt Toornstra. “Daarom hebben we op eigen initiatief de aansluiting op ICT-gebied van de grond gebracht. Met name Fred van der Vaart, onze technisch coördinator, en Bert Hofland (School aan Zee, red.) hebben daar ontzettend veel tijd in geïnvesteerd.” Voordelen Vanaf oktober 2013 werkt De Rank met dezelfde digitale leeromgeving als School aan Zee. “Kinderen die naar het VO gaan, hoeven dus niet meer aan dit systeem te wennen”, noemt Toornstra het belangrijkste voordeel. “Bovendien is het mogelijk om leerlingen die voorlopen, VO-opdrachten te geven. Dit zorgt vanzelfsprekend voor een fantastische aansluiting. Het ideale toekomstbeeld is dat kinderen op de basisschool een laptop aanschaffen, die ze vervolgens

meenemen naar hun nieuwe VO-school.” De vraag die beklijft: waarom is hier pas in 2014 mee begonnen? Toornstra knikt. “In onderwijsland is het een heel grote stap om elkaar te vinden. Scholen zijn natuurlijk niet situationeel verbonden. Leerkrachten van het PO en VO hebben weinig contact met elkaar, maar leven vaak in hun eigen koninkrijk. Dat is zonde, want de hobbels om samen te werken zijn helemaal niet groot.”

Initiatief Cruciaal voor een warme overdracht is het nemen van initiatief, weet Toornstra. “De POVO-dagen waren een goed vertrekpunt”, meent de directeur van De Rank. “Nu gaat het erom wie de volgende stap durft te zetten. De voortekenen binnen ons samenwerkingsverband zijn positief. Ik geloof dan ook dat binnen drie jaar veel scholen de aansluiting op ICT-gebied hebben gevonden.”


KopKrant, augustus 2014

7 PO

‘We zijn niet één school, maar wel één gemeenschap!’ Na de zomervakantie zitten OBS Torenven en De Doorbraak in hetzelfde schoolgebouw in Warmenhuizen. Leerlingen van de onder-, midden-, en bovenbouw spelen straks op dezelfde schoolpleinen. Hoe gaan leerkrachten om met de voor hen nieuwe schoolkinderen? En wat zijn de voordelen van deze samenwerking? Directeuren Marie-José Tinebra (OBS Torenven) en Wim Schölzel van (De Doorbraak) ontvouwen hun plannen. “Dit schoolgebouw vergroot onze mogelijkheden”. Marie-José Tinebra: “Deze nieuwe opzet is best bijzonder en uitdagend, want de twee scholen hebben natuurlijk verschillende culturen. Wij moeten daarom één lijn trekken in de omgang met de leerlingen. De leerkrachten krijgen immers ook met kinderen te maken die niet op hun eigen school zitten. Om handelingsverlegenheid te voorkomen, moeten we met elkaar samenwerken. Daar zijn afgelopen schooljaar de eerste stappen in gezet. Tijdens studiedagen hebben de leerkrachten elkaar beter leren kennen. Daarnaast zijn de gedragsregels opgesteld. Dit gebeurde volgens het Positive Behaviour Support-principe.

Bij PBS zijn alle gedragsregels op een positieve wijze geformuleerd. Dus niet: ‘Je mag niet rennen door de gangen!’, maar: ‘We lopen rustig door de school.’ We merkten dat de visies van de leerkrachten van de verschillende scholen goed op elkaar aansloten. En dat is belangrijk, want deze gedragsregels gaan we de kinderen gezamenlijk aanleren in inmiddels geplande lessen. Leerkrachten van zowel Torenven als De Doorbraak zullen ongetwijfeld eens meemaken dat ze een kind van de ‘andere’ school op zijn of haar gedrag aanspreken. Daarom moeten ze ook bij deze leerlingen de aanleidingen voor bijzonder gedrag weten. En dat vraagt dus om een goede afstemming met elkaar. Dit nieuwe schoolgebouw vergroot onze mogelijkheden, omdat we alle ruimten samen delen. We kunnen van elkaars kennis en kunde profiteren, en hebben een theaterzaal, een technieklokaal en een keuken in onze school. Er is dus letterlijk meer mogelijk in Warmenhuizen!”

Marie-José Tinebra: ‘Eén lijn trekken voor twee verschillende schoolculturen’

Marie-José Tinebra

Wim Schölzel: “Toen wij de plannen rondom de bouw van onze nieuwe school verkenden, zijn alle ouders met een enquête benaderd. Centraal stond de vraag: ‘Wat vinden jullie belangrijk voor een school?’ Daar kwamen de voorspelbare antwoorden als veiligheid en kwaliteit naar boven, maar vooral ook: kleinschaligheid. Ouders wilden dat hun kind naar een overzichtelijke school gingen, met leefgemeenschappen van ongeveer 250 kinderen. En ja, wij wilden een nieuw schoolgebouw laten bouwen, voor zowel De Doorbraak als Torenven. Dan heb ik het over een gebouw voor 750 kinderen. Voldoe dan maar eens aan de belangrijkste ouderwaarden. Daarom besloten

we de leerlingen te verdelen in drie leerpleinen. Zo creëren we dus verschillende leefgemeenschappen, waarin de gewenste kleinschaligheid is opgenomen. Natuurlijk is dit de technische invulling van het verhaal. In de praktijk gaat het erom dat leerkrachten dezelfde taal spreken. En dat betekent dat we dezelfde aanspreekvormen moeten hanteren. PBS functioneert daarbij als hulpmiddel. We zijn dan weliswaar niet één school, maar vormen samen wel dezelfde gemeenschap. Met deze samenwerking verdubbelen we de expertise. We functioneren als één onderwijsinstantie. Dát moet de achterliggende gedachte zijn.

En daarom zijn de bouwoverleggen tussen beide scholen de cruciale momenten. Dat is eigenlijk niets nieuws, want dat gebeurde op zowel De Doorbraak als Torenven al. De enige verandering is dat we nu met een grotere groep communiceren. Dat maakt de verschillen tussen de scholen op de werkvloer heel betrekkelijk. De interactie tussen leerkrachten – die doet ertoe. En aangezien de uitgangspunten van beide scholen dicht bij elkaar liggen, weet ik zeker dat wij elkaar gaan vinden.”

Wim Schölzel: ‘Deze drie leefgemeenschappen voldoen aan de vraag van de gewenste kleinschaligheid’

Wim Schölzel


8

KopKrant, augustus 2014

PO

‘Vertrouwen is de basis van onze werkwijze’

Verbinden. Gezamenlijkheid. Solidariteit. Maar vooral: vertrouwen. Het is een greep uit de kernwaarden, die Harry Weijers met de scholengroep Warmenhuizen heeft opgesteld. Een monoloog van een bevlogen beroepsman. “Mijn rol is het sturen van de dialoog richting de inhoud.” “Ik ben halverwege het afgelopen schooljaar ingestapt als coördinator van de scholengroep Warmenhuizen. Bij iedere bijeenkomst stel ik altijd dezelfde drie vragen. Waarom zitten we hier? Waar gaat het over? Maar vooral: wie willen we zijn voor elkaar? Ik werk dus nooit met een agenda, maar hanteer een flexibele en creatieve vergadering, waarbij

Harry Weijers

het de bedoeling is dat inhouden gaan bruisen. Met de directeuren en IB-ers van de verschillende scholen zijn we samen een zoektocht begonnen. Sommigen kenden elkaar, anderen echter niet. We zijn daarom begonnen met het vaststellen van onze kernwaarden. We concludeerden dat vertrouwen de basis van onze werkwijze moet zijn. En ja, vertrouwen komt in kousenvoeten en gaat in galop. Het is dan belangrijk dat men goed blijft communiceren. Mijn rol is het sturen van deze dialoog richting de inhoud. Motivatie Een bijkomend voordeel van onze bijeenkomsten is dat je snel achter de motivatie van mensen komt. Stel dat iemand zegt: ‘Ik pas mijn werkwijze aan, omdat het moet van Passend Onderwijs’, dan weet je direct dat iemand een verkeerde drive heeft.

De IB-ers en directeuren hebben echter een hoge betrokkenheid bij het onderwerp. Heel eerlijk: dat verraste me. Sommigen zitten al meer dan twintig jaar in het onderwijs. Ze hebben al die jaren geprobeerd om de zorgleerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen. En nu moeten ze het opeens helemaal anders doen. Ik verwachtte daar-

om dat sommigen niet op de nieuwe wet zaten te wachten. Het tegendeel is echter waar. Men bruist van de deskundigheid en drang om hier samen iets moois van te maken.

echter nog een brug te ver. Bij het onderwijs, en zeker in relatie tot de zorg, is nog steeds sprake van een politieke cultuur. Daarin staan controle, notulen, hiërarchie

Huiverig Daarentegen merk ik dat dezelfde mensen huiverig zijn dat de onderwijstop hun denkruimte en beslisruimte wegnemen. Wij willen bijvoorbeeld heel graag de gelden van onze scholengroep volledig zelf beheren, omdat wij weten dat we deze gelden goed en effectief kunnen besteden. Voorlopig is dat

en beleidsplannen centraal. Ik vind echter dat we meer zaken moeten durven loslaten. We moeten samen streven naar een professionele cultuur, waarin we zeggen: ‘Geef iemand de gelden en vertrouw erop dat het goed terecht komt’. Op onze eigen basisschool werken we aan die cultuuromslag.”

PO

‘Samen het fundament voor Dekkend Onderwijs gelegd’ Dekkend- en Passend Onderwijs zijn de eerste afgeronde projecten van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland. Nu breekt een nieuwe periode aan. Een tijd waarin het werkveld de ideeën concreet gaat vormgeven. Projectleiders André de Ruijter en Ike van Houselt blikken terug en vooruit. “Ik heb onlangs een middag de eerste stukken van ons project teruggelezen. En dan kun je concluderen dat we de afgelopen jaren een heel mooie ontwikkeling hebben doorgemaakt. We hebben samen het fundament voor Dekkend Onderwijs gelegd. De IB-ers en directeuren hebben elkaar goed leren kennen. Nu is de tijd gekomen dat ze echt in de scholengroepen gaan samenwerken. Het draait momenteel vooral om de vraag: hoe wordt de structuur, zoals wij die hebben opgezet, straks uitgewerkt?

André de Ruijter

Dat begint met het verdelen van de gelden. Ik ben heel benieuwd hoe dat straks in

zijn werk gaat. Natuurlijk moet iedere scholengroep zelf in de gaten houden wat er gebeurt. En daarnaast is het heel belangrijk dat er wordt ingespeeld op vragen, die in het werkveld spelen. De coördinator moet deze vragen terugkoppelen naar het bestuur, zodat ideeën uit het werkveld ook echt handen en voeten krijgen. Ik merk dat men enthousiast is en graag van elkaars kennis wil profiteren. We gaan ervoor!”

“Met de projecten van het swv hebben we Passend Onderwijs dicht bij de scholen gebracht. De laatste jaren is veel met scholen, schoolleiders en IB-ers gesproken. Op die manier hebben we een goed draagvlak gecreëerd om ieder kind straks een passende onderwijsplaats te bieden. De afgelopen periode vroeg om een intensieve samenwerking met andere projectleiders. Neem onze ‘coproductie’ met Dekkend Onderwijs. Daar kijk ik met een heel goed gevoel op terug. Onze projecten vertoonden veel overeenkomsten. We hebben elkaar daarom versterkt, vanuit de vraag: wat hebben we nodig om als scholengroep stappen te kunnen zetten? Hoewel ons project is afgerond, betekent dit natuurlijk niet het einde. Wij wilden vooral de verantwoordelijk-

VO

heid bij de scholen neerleggen, maar wel de kaders scheppen waarin ze hun taken kunnen uitvoeren. Nu is het werkveld zelf aan zet. Zij kunnen binnen hun eigen school of groep Passend Onderwijs vormgeven. Ik heb daar alle vertrouwen in.”

Ike van Houselt


9

KopKrant, augustus 2014

Onderwijsinspectie S(t)imuleert !

Hoezo simulatie ? Een simulatie houdt in dat de inspectie een kwaliteitsonderzoek nabootst, ook al is het samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO nog niet volledig ingericht. Het doel daarvan is tweeledig: • Het stimuleren van de ontwikkeling van een swv. Doordat het kwaliteitsonderzoek wordt nagebootst, wordt een beeld geschetst van de ontwikkeling van dat moment, afgezet tegen het waarderingskader van de inspectie • Toezicht houden op de ontwikkeling van het swv: zowel inhoudelijk als op de totstandkoming van de rechtspersoon en de inspraak door de ondersteuningsplanraad. Natuurlijk toetst de inspectie zelf in deze eerste ronde langs alle samenwerkingsverbanden ook haar eigen toezichtkader en de normeringen die daarin zijn gehanteerd. De twee stappen van deze simulatie zien er als volgt uit: 1) V  oorbereiding door een analyse van de beschikbare documenten, zoals statuten, het ondersteuningsplan, de website en de beschikbare kengetallen 2) D  e uitvoering van het onderzoek op locatie. Presentatie Het dagelijks bestuur en de coördinator hebben op 15 mei j.l. een presentatie van het

ondersteuningsplan verzorgd. De drie aanwezige inspecteurs spraken vervolgens met ouders, leerkrachten, opraad. Daarnaast werd met vertegenwoordigers van gemeenten, zorgsector en voortgezet onderwijs gesproken. Het swv zorgde voor een zo breed mogelijke vertegenwoordiging uit het werkveld van passend onderwijs. Ten slotte is ook gesproken met betrokkenen uit het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. De onderzoeksdag is afgesloten met een bespreking van de eerste bevindingen met het dagelijks bestuur. De inspecteurs gaven in dit nagesprek aan, vertrouwen in de ontwikkeling te hebben. Een paar punten die volgens de inspectie in dit nieuwe schooljaar zeker aandacht vragen van het samenwerkingsverband: •D  e communicatie met leerkrachten en ouders. Deze KopKrant komt namelijk slechts beperkt bij ouders terecht • De diverse soorten thuiszitters: hebben wij hen wel goed in beeld? • De krimp in de regio van het swv en de beperkte massa voor de SO-voorzieningen • De ontwikkeling van de kwaliteitszorg • Het klein houden van de doelen voor de scholengroepen voor dit schooljaar. Succeservaringen zijn

PO

belangrijk en de verwachtingen zijn immers hoog! Bij het schrijven van deze bijdrage valt het conceptverslag op mijn bureau. Binnen vier weken reageren, waarna het aan de openbaarheid wordt prijs gegeven. Ik had al een deadline over twee dagen…. mijn vakantie! Toch het rapport nog maar even doornemen of alles goed begrepen is.

De inspecteurs gaven in dit nagesprek aan, vertrouwen in de ontwikkeling te hebben.

Andrew Albers, coördinator

PO

VO

‘POVO-dag: we moeten blijvende afspraken maken’

Het samenwerkingsverband Kop van Noord Holland wil dat basisonderwijs intensiever samenwerkt met middelbare scholen. Daarom wordt ieder jaar een POVO-dag georganiseerd. Leerkrachten van de bassischool lopen een dagdeel mee met hun collega’s op de middelbare school en vice versa. Maar wat zijn de voordelen? En hoe zorg je dat de inspanningen effect hebben op de lange termijn? “Het is een enorm karwei om dit van de grond te krijgen.” “We gaan het komende schooljaar de POVO-dag breder trekken”, zegt Anneke Bouma, directeur samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO. “De dagen waren afgelopen jaar alleen in Den Helder en op Texel. Bij de editie van dit jaar, die door de projectgroep Doorgaande Lijnen wordt verzorgd, komen daar Hollands Kroon en Schagen bij.” Een POVO-dag wordt afgebakend tot zes thema’s. “Taal en rekenen bijvoorbeeld, dyslexie en begeleiding, onderwijsconcepten of het omgaan met verschillen”, somt Bouma op. “Onderwijsinstellingen moeten weten wat er bij elkaar op de werkvloer gebeurt. Wij willen dat mensen discussiëren, dat ze leren van elkaar. Denk aan vragen als: wat is de methodiek waarmee een andere onderwijsinstelling werkt? En hoe worden leerlingen op deze school benaderd?” Integratie Het doel is om beide onderwijsvormen meer te integreren. “De stap van PO naar VO moet zo klein mogelijk zijn”, zegt Bouma. “Leerkrachten van groep 8 moeten dus met dezelfde methodiek werken als docenten, die de eerste klassen van het voortgezet onderwijs lesgeven.” Dat zijn ambitieuze plannen, erkent Bouma. Maar in de praktijk werkt dat niet zo eenvoudig. “Het is een enorm karwei om dit van de grond te krijgen”, stelt Bouma. “Hoe je het wendt of keert – PO en VO zijn twee verschillende werelden. En ten slotte vraagt de puberteit natuurlijk ook om een andere benadering naar het kind.”

Werkgroepen Maar hoe prematuur de plannen ook zijn – voorzichtig werpen de POVO-dagen hun vruchten af. “PO en VO leren elkaar nu écht kennen”, zegt Bouma. “Ik heb veel positieve reacties ontvangen. Neem het VO. Die mensen constateerden dat basisscholen veel verder met differentiëren zijn. Wat het leerniveau betreft, hebben zij natuurlijk minder homogene klassen.” Volgens Bouma moeten er werkgroepen komen, waarmee praktische zaken worden geregeld. “Dat hoeft echt niet ingewikkeld te zijn. Stel dat iemand op het PO ontzettend bedreven is in digitaal onderwijs. Dan zou het prachtig zijn, als diegene collega’s van het VO daarbij betrekt.”

‘Nu moeten we doorzetten!’

Anneke Bouma


10

KopKrant, augustus 2014

‘Samenwerking PO en VO is goed, maar kan nog beter’

VO

“We zetten dezelfde deskundigheid in voor een andere leeftijdsgroep”, vat Anne Hoekstra de samenwerking tussen PO en VO samen. Hoekstra is voorzitter College van Bestuur van het Regius College (Schagen). Daarnaast is hij voorzitter van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO.

Passend Onderwijs voor ouders en kinderen

Natuurlijk zorgt de samenwerking tussen PO en VO voor intensiever contact, erkent Hoekstra. “Maar veel verandert er niet, hoor. Het fundament van deze samenwerking bestond al. Mensen uit het PO en VO spreken veelal dezelfde taal. Daarnaast heb ik regelmatig overleg met de voorzitter van het swv PO over de afstemming van ons beleid. We trekken samen op in de richting van externe partners, zoals gemeenten en jeugdzorg. Deze samenwerking zorgt ervoor dat we in de toekomst wellicht nog efficiënter gaan werken”, vervolgt Hoekstra. “Hierdoor kunnen we de beperkte financiële middelen besteden waarvoor ze bedoeld zijn: de extra ondersteuning van leerlingen, die daar behoefte aan hebben.” Uitdaging Volgens Hoekstra is het verwachtingspatroon van ouders een mogelijke valkuil. “Misschien denken ze dat hun kind in het VO precies dezelfde ondersteuning krijgt”, zegt

VO

‘School is verplicht om samen met ouders juiste plek voor kind te zoeken’ Met de invoering van Passend Onderwijs gaan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben zoveel mogelijk naar een ‘gewone’ school. Veranderingen alom dus – zowel voor scholen als ouders. Het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland bereidt zich voor op de nieuwe wet. “Passend Onderwijs gaat 1 augustus van start”, zegt Johan de Voogd. Samen met Anneke Bouma is hij directeur van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO. “Maar binnen het swv wordt al enige tijd volgens die wet gehandeld.”

‘De tijd dat scholen zeggen: ‘Sorry, maar wij zijn niet de juiste plek voor uw kind’ is echt voorbij’

Regeren is immers vooruitzien, wil De Voogd er maar mee zeggen. Het contact tussen VO en PO is daarom geïntensiveerd. “We trekken samen op voor de kinderen uit de regio”, zegt De Voogd. “De eerstejaars mentoren bezoeken bijvoorbeeld de basisscholen in de regio. Zo weten zij precies welke kinderen na de zomervakantie bij hen op school komen en wie daarvan extra aandacht nodig hebben. Wij willen voor iedere leerling een warme overdracht garanderen.”

extra zorgbehoeften”, zegt De Voogd. “Helaas krijgen enkelen nog steeds van een middelbare school te horen: ‘Sorry, maar wij zijn niet de juiste plek voor uw kind’. Vroeger was de zaak daarmee afgedaan. Die tijd is echter voorbij. Wij doen onze uiterste best dat scholen zich aan de zorgplicht houden. Onze commissie kan besluiten dat een kind toch in het reguliere onderwijs past. En dan is school verplicht om binnen het swv een geschikte plek voor de leerling te vinden.”

Zorgplicht Toch rijzen er bij sommige ouders nog vraagtekens, merkt De Voogd. Zij willen weten wat Passend Onderwijs voor de ontwikkeling van hun kind betekent. “Dit zijn vooral de ouders van kinderen met

En ja, bekent De Voogd, daar hikken sommige scholen tegenaan. “Ze gaan met een dossier aan de slag, terwijl ze de leerling nog niet echt kennen. Het kind zit dan namelijk nog op de basisschool. En bovendien levert het de

Hoekstra. “Dat kan niet altijd. Het VO biedt andere vormen van ondersteuning dan het PO. Daarom moeten we veel met ouders communiceren. Daar ligt voor ons een grote uitdaging.” De voorzitter van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO constateert dat de warme overdracht vrijwel altijd goed verloopt. “Bij het Regius College vindt standaard overleg plaats tussen onze teamleiders en leerkrachten van groep 8”, zegt Hoekstra. “We bespreken bijvoorbeeld de prestaties van de kinderen, die vorig jaar de overstap naar het VO maakten. Daarnaast overleggen we welke kinderen zich volgend jaar voor de middelbare school aanmelden. Vergeet niet dat 95% van de leerlingen regulier onderwijs volgt. Wij moeten extra tijd in die resterende 5% steken. En juist dat wordt door samenwerking gemakkelijker.”

‘Deze samenwerking zorgt ervoor dat we in de toekomst wellicht nog efficiënter gaan werken’

Anne Hoekstra

middelbare school niets op, want de kinderen komen daar uiteindelijk vaak niet terecht. Ik begrijp wel dat scholen dit vervelend vinden. Laten we het een kinderziekte van het nieuwe systeem noemen.”

en speciaal onderwijs. Zo kan het swv uiteindelijk de knoop doorhakken: speciaal onderwijs of niet? Blijven de ouders het oneens met een besluit, dan kunnen ze naar een geschillencommissie gaan.”

Sparringpartner “De twijfels van het VO hebben meestal betrekking op het leerniveau en sociaalemotioneel functioneren”, vervolgt De Voogd. “Wanneer zij niet de noodzakelijke ondersteuning kunnen bieden, dan komen ze bij ons terecht. Het swv komt pas in beeld als zaken niet goed gaan, dus als de school er niet met de ouders uitkomt. Wij zijn dan een soort sparringpartner voor de schoolbesturen. We kijken dan ook naar mogelijke tussenarrangementen – dus naar een stap tussen regulier

Volgens De Voogd is het contact tussen scholen en ouders de laatste vijf jaar sterk verbeterd. “Natuurlijk moest de visie van de leerling en de ouders altijd worden gehoord. Maar daarin heeft de afgelopen jaren toch een omslag plaatsgevonden”, besluit De Voogd. “Eerder gingen de scholen en ouders met elkaar om tafel op het moment dat het misging. Wij hameren erop dat scholen vanaf het begin met ouders in gesprek gaan.”

Johan de Voogd


KopKrant, augustus 2014

PO

11 VO

De overgang van het basis- naar middelbaar onderwijs is voor ieder kind een grote verandering. Binnen het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland streven PO- en VO-scholen samen naar een warme overdracht. Pieter en Sonja Bakker uit Hippolytushoef vertellen over hun ervaringen met hun zoon Sjaak (12), die na de zomervakantie naar het Wiringherlant gaat.

‘Verhaal PO- en VO-school sloot perfect op elkaar aan’ “De basisschooltijd van Sjaak zit er op”, vertelt Sonja Bakker. “Hij gaat van OBS De Kei in Hippolytushoef naar het Wiringherlant. Sjaak kijkt daar ontzettend naar uit. Hij is ook echt toe aan iets nieuws, hij wil verder. Dat bleek nadat hij op een Open Dag van het Wiringherlant was geweest. Economie en Informatica – hij vond het helemaal geweldig. Toen hij thuiskwam, wisten we dat het goed zat.”

‘De eerste testrapporten van Sjaak waren vreselijk negatief’

Sjaaks tijd op de basisschool verliep niet geheel rimpelloos. “Toen hij naar groep 1 ging, constateerden ze al snel op school dat Sjaak ‘anders’ was”, zegt Pieter Bakker. “Dat wisten wij als ouders natuurlijk wel. Zowel mijn vrouw als ik zijn trage ontwikkelaars. Dat zagen we in Sjaak ook terug.”

Testrapporten Toch was de schrik groot, nadat ze de eerste testrapporten onder ogen kregen. Pieter Bakker: “Die rapporten waren vreselijk negatief. Daar stonden termen als ‘zwakbegaafd’ en zelfs ‘geestelijk gehandicapt’ in. Sjaak heeft een licht autistische stoornis en liep onder meer achter met zijn spraakontwikkeling. Wij wilden niet dat Sjaak daarom naar het speciaal basisonderwijs ging. Gelukkig waren er op deze basisschool leerkrachten die in hem geloofden.” Sjaak kreeg een eigen werkplek, zodat hij zich wanneer nodig kon afzonderen van andere leerlingen. “Na vier jaar hoefde dat niet meer”, omschrijft Piet Bakker de ontwikkeling van zijn zoon. “Daarnaast kreeg Sjaak logopedie en hadden we elke twee maanden een gesprek met de hulpverlening. Dan maakten we een stappenplan voor de komende periode. Ook prakti-

sche zaken, zoals andere boeken en een koptelefoon, zodat hij geluiden van buitenaf niet meekreeg, werden geregeld.” Citotoets En zie, een paar jaar later. Sjaak behaalde op zijn citotoets liefst 546 van de 550 punten. Na de zomervakantie gaat hij naar het vwo. “We zijn op een voorlichtingsavond van het Wiringherlant geweest”, vertelt Sonja Bakker. “Het verhaal dat zij vertelden, sloot eigenlijk perfect aan op wat we eerder bij De Kei hadden gehoord. Beide scholen besteden veel aandacht aan het individuele kind.” Pieter: “Eén van de eerste dingen die een leerkracht op het Wiringherlant tegen me zei was: ‘Denk jij dat je de enige bent met een bijzonder kind?’ En dat ís natuurlijk ook zo. Ook op zijn nieuwe school krijgt hij een eigen begeleider en een eigen ruimte, waarin hij zich kan terugtrekken. Ik verwacht overigens niet dat

Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland

PO en VO, één logo, één website In mei 2014 was het zover. De Samenwerkingsverbanden Primair en Voortgezet onderwijs, samen op een fraai vormgegeven website! De nauwe samenwerking tussen beide organisaties komt nu ook tot uitdrukking via dit communicatiekanaal, voor ouders, personeel van de scholen en iedereen die geïnteresseerd is in het passend onderwijs in onze regio. Wanneer u naar www.swvkopvannoordholland.nl gaat, komt u in een scherm waarin u kunt kiezen voor het po of het vo deel. Wanneer u vervolgens op scholen of ouders klikt, heeft u een ruime keuze aan hoofdstukken en onderwerpen. En mocht u zaken missen of een vraag willen stellen, vanzelfsprekend staan ook de contactgegevens vermeld.

hij daar vaak gebruik van gaat maken.” En ja, natuurlijk vinden de ouders deze stap toch wel spannend. “Sjaak is ons eerste kind dat naar de middelbare school gaat”, besluit Sonja Bakker. “Gelukkig hielden wij een heel fijn gevoel over aan de gesprekken, die we met beide scholen hebben gevoerd.”

‘Eén van de eerste dingen die een leerkracht op het Wiringherlant tegen me zei was: “Denk jij dat je de enige bent met een bijzonder kind?”’


12

KopKrant, augustus 2014

1+1=1

Onderstaande scholen gaan na de zomervakantie samen verder. Fotografie: Willem Borst

De Regenboog en De Zaaier te Slootdorp

Naam: Locatie: Directie:

1

2

3

!

4

5

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! 8

9

10 12

13

15

17

19

21 23

22

24

6

column

Kop in het zand of boven het maaiveld? ‘Kinderen moeten beter hun best doen en leraren moeten hun lessen motiverender geven.’ Daarmee deed Sander Dekker de conclusies uit het onderzoek van de inspectie af. Dat de zesjescultuur (vooral bij jongens) in het voortgezet onderwijs populair is, is al tamelijk historisch. School is in die periode leuk vanwege de andere kinderen, de pauzes dus vooral, en ‘Is het voor een cijfer?’ is van alle vragen de meest gestelde.

Samenwerkingsschool De Meertuin Langeweg 89, 1774 AK Slootdorp Rik Jacobs

KopKruiscrypto KopKruiscrypto

Inkopper

7

En nu verspreidt het virus zich ook naar het basisonderwijs. En niet alleen bij kinderen, maar ook bij leraren. Is dat gek? Ja en nee. Ja, omdat de echte passie bij leraren weinig met cijfers te maken heeft en nee, omdat je als leraar vooral geacht wordt cijfermatige opbrengsten te analyseren. En als een kind in zijn vaak grillige ontwikkelingscurve enigszins afwijkt van de verwachtingen, moet er vooral snel geduwd en getrokken worden. Met soms frisse demotivatie als resultaat. Als de M- en de E-toetsen maar op niveau zijn, dan hebben leraar en leerling de minste last van de directeur en heeft de directeur de minste last van het bestuur, omdat die dan geen last van de inspectie heeft. Is het voor een cijfer dus!

!

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

Voor het blad Didactief van mei j.l. had ik de eer uitgenodigd te worden voor een dubbelinterview in de rubriek ‘De favoriete leraar van..’ Het was naast een feest van her- en erkenning voor mij een bevestiging wat de echte opbrengsten en toegevoegde waarden van het onderwijs zijn. Mijn bekende Nederlander was Benjamin Herman, inmiddels een begaafde saxofonist en bandleider. In groep 8 drumde hij nog en gooide hij er zo een strakke Herman Brood uit, maar de magie van het knoppenspel van mijn saxofoon heeft hem verleid, zo vertelde hij. Resultaat van inspiratie, maar er waren voor mij belangrijkere factoren. We speelden onze zelfgemaakte musical ook voor verzorgingshuizen. Het was echt en daarmee betekenisvol. Op een dag kwam hij vragen of hij met een paar leerlingen de vrijdagmiddag zelf vorm mocht geven. Ik ging akkoord, mits ze met een goed uitgewerkt plan kwamen. Dat deden ze en ze organiseerden vier keuzeactiviteiten. Ruimte voor initiatieven, vrijheid en verantwoordelijkheid. Dat ik daarnaast hoge eisen stelde aan de weektaak en de werkstukken, was hem niet bijgebleven. Cijfers gaven we op deze school niet. Taal en rekenen zijn middelen om het leven aan te kunnen, niet meer en niet minder. Deze week las ik in een personeelskamer ‘We leren niet voor de school, maar voor het leven.’ De kentering is op komst.

11

14 16

18

20

Horizontaal Verticaal Ruud Musman 1. Specifieke van opzij indruk makende 1. Het was maar een probeersel om daarmee beelden. de lucht in te gaan. 8. Het mag nog wel wat steviger, op dit mo2. Het zoete genot van een smalle strook. ment is het nog magertjes. 3. Deze Engelsman is op zoek naar een 9. Het kerkdorp gaat knock out. groen blaadje. Horizontaal Ver3caal   10. Licht uitstralende diode. 4. Eens kijken of de Aziaat in aanmerking KopKrant is een initiatief van 11. Deze viervoeter krijgt klappen. komt voor een onderwijsarrangement. Samenwerkingsverband 1.  Specifieke  van  opzij    indruk  makende   12. H  et groeivooruitzicht beweegt zich zeker 5. Het water loopt langs dit dorpje. 1.  Het  was  maar  een  probeersel  om  daarmee   Kop van Noord Holland niet neerwaarts. 6. Deze stengel doet er het meest toe, wil je beelden.   de  lucht  in  te  gaan.   Projectleiding: 13. De Griek heeft een oppervlakkige conwijzer worden. de heer A. Albers en de heer R. Musman 8.    Het  mag  nog  wel  wat  steviger,  op  dit   2.  Het  zoete  genot  van  een  smalle  strook.   stante verhouding. 7. Door Freud voor het eerst gebruikt Tekst, ontwerp en productie: 14. Dit symbolische lichaamsdeeltje brengt mythisch gevoel. moment  is  het  nog  magertjes.   3.Deze    Engelsman  is  op  zoek  naar  een  groen   Second Opinion, Leeuwarden hoofdstedelijk nieuws. 13. Zo lang het nog kan assisteert hij uit 9.  Het  kerkdorp  gaat  knock  out.   voorzorg af en toe. blaadje.   Voor meer informatie over deze uitgave kunt u contact 15. Een broedplaats van culturele vernieuwinopnemen met: gen na de tic. 17. Telt wel maar er is nooit genoeg. 10.  Licht  uitstralende  diode.  

!

Colofon

4. Eens  kijken  of  de  Aziaat  in  aanmerking  komt  

16. Kunstmatig slim (afk.) 18. We hebben het zo gemist en er veel Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland 11. Deze  viervoeter  krijgt  klappen.   voor  een  onderwijsarrangement.   17. Laat dit vooral plaatsvinden. behoefte aan. Postbus 80, 1620 AB Hoorn 12.  Het  groeivooruitzicht  beweegt  zich  zeker   19. Het water stroomt door de gaten. 19. Sjouw het maar mee zo lang5.  Het  water  loopt  langs  dit  dorpje.   het nog kan T (0229) 25 93 80 E info@swvkopvannoordholland.nl 20. De boswachter ging volledig onderuit. (afk.). niet  neerwaarts.   6.  Deze  stengel  doet  er  het  meest  toe,  wil  je   21. Vroeger op een hellend vlak. 22. Het zout komt er niet voor. KopKrant staat ook op de website: 13.  De  Griek  heeF  een  oppervlakkige   wijzer  worden.  De 23. Vooringesteld nummer op een Engelse www.swvkopvannoordholland.nl smartphone (afk.) constante  verhouding.   7.  Door  Freud  voor  het  eerst  gebruikt  mythisch   Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag 24. Wat na Jo kwam was goed eten. De oplossing vindt u op de website. niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gege-

14. Dit  symbolische  lichaamsdeeltje  brengt   hoofdstedelijk  nieuws.   15.    Een  broedplaats  van  culturele   vernieuwingen  na  de  Lc.   16.  KunstmaLg  slim  (aP.)  

gevoel. vensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. 13.  Zo  lang  het  nog  kan  assisteert  hij  uit   voorzorg  af  en  toe.   17.  Telt  wel  maar  er  is  nooit  genoeg.  

Kopkrant augustus 2014  

Kopkrant augustus 2014 - De Kopkrant is een uitgave van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO/VO.

Kopkrant augustus 2014  

Kopkrant augustus 2014 - De Kopkrant is een uitgave van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO/VO.

Advertisement