Kopkrant - uitgave juni 2016

Page 1

PO VO

KopKrant

Aanpak taalachterstand Den Helder Noord

Leerkrachten over hun ervaring PO-VO overdracht

3

9

Doorgaande lijn chronisch zieke leerlingen

12

juni 2016

Waardevol VO-onderwijs voor AZC leerlingen Nieuwe pilot talentvolle leerlingen Hollands Kroon John Bruinsma: ‘Geef leerling een rol in eigen VO-advies’

‘Communicatie als bindmiddel’

Elk kind een passende onderwijsplek


2

KopKrant, juni 2016

Kopstuk

Partners

PO

Stichting Flore De heer S. Konst Postbus 279 1700 AG Heerhugowaard www.stichtingflore.nl (072) 566 02 00

Gereformeerd Primair Onderwijs West-Nederland De heer H. Scheffer ’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.gpown.nl (0172) 41 88 30

s.konst@stichtingflore.nl

h.scheffer@gpown.nl

Stichting Meerwerf De heer D. Scholte Timorlaan 45a 1782 DK Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00

Stichting Schooltij Mevrouw N. Kant Postbus 61 1790 AB Den Burg www.schooltij.nl (0222) 31 65 16

Stichting SARKON De heer G.J. Veeter Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50

ad@meerwerf.nl

info@schooltij.nl

gjveeter@sarkon.nl

Stichting SURPLUS Mevrouw J. Vosbergen Postbus 394 1740 AJ Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 27 45 55

Stichting Kopwerk De heer J. Deckers Postbus 444 1780 AK Den Helder www.kopwerk.nl (085) 273 40 00

Stichting Comenius De heer Th. Gauw Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64

J.vosbergen@stichtingsurplus.nl

info@kopwerk.nl

directie@abscomenius.nl

De foto en de film Communicatie tussen PO en VO; dat is waar een goede overdracht om draait. In onze regio gaat dat goed, maar dat wil niet zeggen dat we achterover kunnen leunen. De overstap van groep 8 naar het voortgezet onderwijs is voor leerlingen een grote stap en een spannend moment. Het is een onderbreking in de schoolloopbaan waar alle betrokkenen intensief mee bezig zijn. Het maken van de juiste keuze is belangrijk. Het kan bepalend zijn voor je verdere leven. Voorspeller Het basisschooladvies is een krachtige voorspeller van de verdere schoolloopbaan van leerlingen en, zeker in de Kop van Noord-Holland, van hoge kwaliteit. Dat blijkt uit de cijfers: het overgrote deel van de leerlingen volgt voortgezet onderwijs op het geadviseerde niveau. Slechts een klein percentage volgt onderwijs op een hoger of lager niveau dan was geadviseerd. Sinds kort is het advies van de basisschool ook nog eens bindend voor het voortgezet onderwijs. Dit maakt, meer dan voorheen, dat de advisering wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het PO en het VO. Beoordelen Het basisschooladvies komt tot stand op basis van de uitkomsten van het leerlingvolgsysteem en, onder andere, de NIO. Daarnaast houdt de school bij het schooladvies rekening met aspecten als werkhouding, motivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling en studiehouding. Nog steeds maken leerlingen aan het einde van groep 8 een centrale eindtoets. Voor die eindtoets

Anne Hoekstra voorzitter samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO

hoeft een leerling niet meer zenuwachtig te zijn, want de uitkomst bepaalt niet meer naar welk soort voortgezet onderwijs hij gaat. Ik spreek in dit verband vaak over de ‘foto’ en de ‘film’, waarbij het leerlingvolgsysteem de film is en een centrale eindtoets de foto. De leerkracht van groep 8 kent de leerling en zijn talenten al heel lang en weet op welke opleiding die talenten het beste uit de verf zullen komen. Sterker nog, als je de centrale eindtoets slechter maakt dan verwacht, is er niets aan de hand. Dan wordt het advies niet aangepast omdat de leerkracht weet dat een leerling beter kan. Maar scoort een leerling bij de toets ineens veel hoger dan verwacht, dan wordt gekeken of het advies toch anders moet. In de praktijk blijkt dat dat laatste in onze regio veel minder voorkomt dan in de rest van het land. Het basisschooladvies komt vrijwel altijd overeen met de uitslag van de toets. Conclusie: leerkrachten van de basisscholen kunnen heel goed beoordelen – in samenwerking met het VO - welk vervolgonderwijs het beste bij hun leerlingen past. Koesteren en borgen Deze goede praktijk moeten we koesteren en borgen. Communicatie tussen PO en VO is daarbij het sleutelwoord. De warme overdracht, het verduidelijken van wensen en verwachtingen en terugkoppeling van VO-scholen aan basisscholen over de ontwikkeling van leerlingen vormen binnen deze communicatie belangrijke speerpunten. In dit nummer van de Kopkrant kunt u lezen dat we dit ook doen. Er is een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het PO en het VO die regelmatig overlegt over de overstap PO-VO. En dat is nodig. We mogen er, in het belang van de leerlingen in de regio, niet zomaar van uitgaan dat dit als vanzelf goed blijft gaan!

www.swvkopvannoordholland.nl

Partners

PO VO

Stichting Samenwerkingsschool regio Den Helder De heer T. Jong Postbus 6038 1780 KA Den Helder www.sodenhelder.nl (06) 15 31 25 82

Stichting Heliomare De heer S. Silvius Postbus 78 1949 EC Wijk aan Zee www.heliomare.nl (088) 920 82 55

Stichting Aloysius De heer R. Viejou Postbus 98 2215 ZH Voorhout www.aloysiusstichting.nl (0252) 43 40 00

info-onderwijs@heliomare.nl

secretariaat@aloysiusstichting.nl

Stichting Clusius College Mevouw A. Lugtig-Ouweltjes p/a Voltastraat 1 1817 DD Alkmaar www.clusius.nl (0224) 21 27 25

Stichting Regius College De heer A. Hoekstra Postbus 282 1740 AG Schagen www.regiuscollege.nl (0224) 29 78 41

Stichting Scholen aan Zee Sportlaan 38 1782 ND Den Helder www.scholenaanzee.nl (0223) 54 03 00

a.lugtig-ouweltjes@clusius.nl

directiesecretariaat@regiuscollege.nl

Stichting Ronduit De heer J.M.M. Zijp Rubenslaan 2 1816 MB Alkmaar www.ronduitonderwijs.nl (071) 514 78 33

Stichting Texel Mevrouw F.C. Giskes Emmalaan 15 1791 GT Den Burg www.texel.nl (0222) 36 22 16

Stichting Openbaar VO NHN De heer R. Bijeman Arubastraat 4 1825 PV Alkmaar www.sovon.nu (0227) 51 38 30

bestuur@ronduitonderwijs.nl

bestuurlijkassistent@texel.nl

r.bijeman@wiringherlant.nl

speciaalonderwijs@live.nl

Partners

VO

secretariaat@scholenaanzee.nl


KopKrant, juni 2016

3 PO

Aanpak taalachterstand volop in ontwikkeling

Een jaar geleden nam een groep van tien basisscholen in Den Helder Noord het initiatief om taalachterstand aan te pakken. Dat ging en gaat mede in samenwerking met de Stichting Voorschool en Stichting Kinderopvang Den Helder/Texel. Arthur Nowack, directeur van basisschool De Windwijzer, bespreekt de stand van zaken. ‘Het probleem is nog ingewikkelder dan we oorspronkelijk dachten’, stelt Arthur Nowack. ‘We hebben daarom contact opgenomen met een aantal instellingen, zoals het iPabo en De Activiteit in Alkmaar en de Marnix Academie in Utrecht; specialisten met betrekking tot het jonge kind. In een aantal bijeenkomsten stelden we vast wat de doelstelling van de scholengroep was, die eventueel kon worden doorgezet naar de scholengroep Den Helder Zuid.’

‘Wat mij triggert is hoe betrokken mensen zijn bij het project en de oplossing van taalachterstand’

Conceptplan Op dit moment ligt er een conceptplan “Jonge Kind Project. Taal, spel en ouderbetrokkenheid: één verhaal”. Een voorbereidingsgroep geeft dit plan verder vorm. Deze groep bestaat uit de Stichting Kappio, Stichting Kinderopvang Den Helder en Omstreken en directeuren en IB’ers namens een aantal deelnemende scholen. De bedoeling van het plan is om een impuls te geven aan het aanbod voor jonge kinderen. Belangrijk is ook de verbetering van taalonderwijs en spelstimulering. ‘En de bewustwording bij opvoedkundigen en ouders’, vertelt Nowack. ‘Daar begint het eigenlijk mee. Directies en besturen moeten ook betrokken worden; zij moeten immers leiding geven aan de opzet en dat moet bovenschools gebeuren om de samenwerking en het commitment vast te houden.’ Enthousiasme blijft Ondanks de complexiteit van het probleem en agendatechnische strubbelingen om een grote groep mensen bij elkaar te krijgen, bleef het enthousiasme om de taalachterstand aan te pakken gelukkig warm. ‘Kern van het

plan is dat we een aantal definities vaststelden, zodat er in de onderlinge communicatie geen misverstand is over begrippen’, vertelt Nowack. De vastgestelde en uitvoerig besproken begrippen zijn: spelbegeleiding, taalstimule-

ring en ouderbetrokkenheid. Voor het komende schooljaar bestaat het conceptplan uit drie delen. • Een directienetwerk opzetten om commitment te realiseren, het project te kunnen monitoren en een sterkte-zwakteanalyse uit te voeren, gericht op de drie kernbegrippen. • Een informatieve startbijeenkomst organiseren voor alle betrokkenen. • Aan de slag met een basisprogramma, opgesteld naar aanleiding van de sterktezwakteanalyse, gedifferentieerd naar verschillende groepen.

om meer naar het kind te kijken in al zijn diversiteit. De laatste jaren is het onderwijs steeds prestatiegerichter geworden, terwijl we nu juist meer kijken naar de behoeften van het kind. Ik vind dat een goede ontwikkeling.’

Samenwerking Nowack is bijzonder te spreken over de samenwerking, ook met de stichtingen die zich bezighouden met voorschoolse opvang. Door ontmoeting en uitwisseling van kennis zoeken partijen onderling ook op andere gebieden de samenwerking. En bijzonder of openbaar onderwijs: de grenzen vervagen en er wordt intensief gezocht naar gezamenlijke oplossingen. ‘Een prettige bijkomstigheid. Wat mij triggert is hoe betrokken mensen zijn bij het project en de oplossing van taalachterstand. En dat we er in slagen

Valkuilen zijn er ook. Nowack: ‘Het is zaak om iedereen gelijktijdig te informeren en mee te nemen in het proces. En we moeten bereid zijn om te investeren in communicatie. Onderling, om alle niveaus betrokken te houden, en naar andere scholengroepen, met name Den Helder Zuid en in een later stadium wellicht Julianadorp. Bovendien is het nog de vraag of we het allemaal kunnen betalen. Er is vooralsnog geen zicht op de kosten, dus dat staat nog open.’

Verbinding zoeken Het is belangrijk om de verbinding te blijven zoeken met elkaar. ‘En met de gemeente, om te zien wat we voor elkaar kunnen betekenen en elkaar kunnen versterken. Dat gaat verder dan alleen de aanpak van taalachterstand, bijvoorbeeld het ontwikkelen van spelend en ontdekkend leren.’


4

KopKrant, juni 2016

VO

VO onderwijs aan AZC leerlingen

School is hun houvast

Heleen Shwan is 14. Zij vluchtte 4,5 maand geleden vanuit Irak naar Nederland. Shams Safi is 17. Hij woont nu bijna 2 jaar in Nederlandse AZC’s in plaats van in zijn moederland Afghanistan. Beide jongeren kunnen zich goed verstaanbaar maken in het Nederlands en willen niets liever dan hier een leven opbouwen. Ook al bestaat dat nu nog uit heen en weer pendelen tussen school en het opvangkamp. Ze zitten op de Schakel aan Zee in Den Helder en school is alles voor ze. Om deze kinderen draait het wanneer we het hebben over onderwijs aan AZC-leerlingen.

Veel wil hij er niet over kwijt, maar Shams heeft een hoop verloren in Afghanistan. Teruggaan is voor hem geen optie. Maar voor de politiek is het dat nog wel; hij heeft nog steeds geen status. In de bijna 2 jaar dat hij nu in Nederland is, heeft hij al meerdere AZC’s gezien. Op dit moment woont hij met zijn moeder en zus in de gezinslocatie op Maaskamp. Het eerste jaar dat hij hier was, kreeg hij geen onderwijs. Hij is blij dat hij dat nu wel krijgt. ‘Ik spreek goed Nederlands, gelukkig. Ik kan boodschappen doen en met de dokter praten.’ Ik houd van Nederlands praten Heleen gaat nu 3 maanden naar school. Voor haar is school ook een plek waar ze de ruimte krijgt die ze in AZC

de Maaskamp niet krijgt. ‘Ik zit op 1 kamer met mijn ouders, 2 broers en mijn zus. We leven en slapen in die kamer. Het is druk.’ Op school leert ze vooral Nederlands: ‘Het is moeilijk maar ik houd van Nederlands praten. Het is ook handig’, lacht ze. ’Als ik niet wil dat mijn moeder hoort wat ik zeg, praat ik Nederlands.’ Naast Nederlands krijgen Heleen en Shams ook rekenen, burgerschap, sport, tekenen, dans en koken. Heleen: ‘Ik houd van Nederland en de vrijheid hier. In mijn eigen land kon ik niet leren. We waren altijd bang.’ Het is opvallend hoe goed het Nederlands van Shams en Heleen is. Thuis spreken ze niet veel Nederlands en de enkele Nederlandse mensen die ze hebben leren kennen, spreken ze niet vaak. Maar alle lessen zijn in het Neder-

lands en ze werken hard. Shams wil het liefst dat mensen alleen Nederlands tegen hem praten. ‘Maar sommige andere kinderen spreken minder goed Nederlands, dus dan wordt er ook Engels gepraat.’ Ook Heleen wil zoveel mogelijk Nederlands praten. ‘Ik wil graag Nederlandse vriendinnen. Ze zijn zo mooi! En ze kunnen me verbeteren als ik iets niet zo goed zeg.’ Naar het ROC Later wil Heleen kapitein worden. ‘Over de wereld varen en zwemmen in de zee!’ Shams wil computerspecialist worden en wil daarvoor naar het ROC in Den Helder. Teamleider van de Schakel, Jaap van Beekum weet zeker dat hij dat kan. ‘Shams is slim en spreekt al goed Nederlands. Hij zou het goed doen op het ROC, maar de afspraken zijn nog niet zo


KopKrant, juni 2016

5 VO

Anneke Bouma

‘Er is sinds kort een zorgteam op de Schakel en we zijn aan het kijken of een ondersteuningspunt meerwaarde kan bieden’

ver gevorderd dat hij daar nu heen kan.’ Intussen is directrice Ria Peters aangeschoven. Blij haakt zij aan dat ze net terug is van een bespreking over de doorstroom naar het ROC en dat het er gunstig uitziet. Shams durft er niet enthousiast over te zijn, hij lijkt nergens op te rekenen. ‘Ik ben al blij dat ik hier ben. Het is hier veilig,niet zoals in Afghanistan. Ik kan echt niet terug.’ Van Beekum, die door ervaring wijs is geworden wijst hem er op dat er mensen teruggestuurd zijn naar Afghanistan. ‘Ja’, zegt Sham zacht, terwijl hij naar zijn schoenen kijkt. Ondersteuning Omdat het onderwijs aan Shams, Heleen en alle andere AZC-leerlingen in de regio zo belangrijk is, zijn er, naast uiteraard de school, veel

partijen die zich hiermee bezig houden. Ook voor het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland is het een belangrijk onderwerp van gesprek. VO-directeur Anneke Bouma vertelt: ‘Wij proberen scholen die hiermee te maken hebben zoveel mogelijk te ondersteunen. Heel concreet doen we dat met de inzet van 2 NT2 specialisten, Willy Proper en Marlies de Zeeuw. Zij adviseren leerkrachten bij het lesgeven aan nieuwkomers, het bepalen van het niveau of bij het begeleiden van de doorstroming.’ Ondersteuningspunt Met de Schakel aan Zee, de school van Heleen en Shams, spreekt het samenwerkingsverband op het moment over het opzetten van een ondersteuningspunt. Bouma: ‘Dat zou betekenen dat één van onze NT2 specialisten op de Schakel aan Zee aanwezig is om ondersteuning te bieden aan leerkrachten, leerlingen én ouders. Maar de gesprekken zijn nog pril. Er is sinds kort een zorgteam op de Schakel en we zijn aan het kijken of een ondersteuningspunt meerwaarde kan bieden.’ Volgens Bouma is het probleem waar Shams mee zit, de lastige doorstroom naar het ROC, een bekend probleem. ‘Als samenwerkingsverband hebben wij hierover ook om tafel gezeten. Helaas zijn de ROC’s aan wettelijke regels gebonden. Het is geen onwil.’ Toch denkt ze dat er ruimte is. ‘ROC Groningen heeft een 2-jarige entreeopleiding voor nieuwkomers. Als het daar kan, kan het hier misschien ook.’

Gemeente Den Helder Pieter Kos: ‘In korte tijd veel bereikt”

De gemeente Den Helder deelt de zorgen over de doorstroom naar het ROC. Wethouder Pieter Kos beseft dat juist deze stap een belangrijke is. ‘Doel van de Schakel aan Zee is natuurlijk kinderen door te laten stromen naar het reguliere onderwijs. Een deel van de kinderen zal doorstromen naar klassen binnen Scholen aan Zee, maar een heel groot deel zou goed uit de verf komen op het ROC.’ Om dit soort, en andere zaken binnen de regio soepeler te laten verlopen, heeft de gemeente Den Helder een Integraal Team samengesteld met vertegenwoordigers uit alle domeinen: onderwijs, handhaving, sport etc. ‘Van de 2.400 asielzoekers in onze veiligheidsregio, vangen we er in Den Helder 1.400 op. 240 daarvan zijn leerlingen als Heleen en Shams. Voor hen is het belangrijk dat de instellingen waar ze mee te maken krijgen niet alleen binnen hun eigen kaders denken. Met het Team proberen we de muurtjes binnen de regio weg te halen en sámen oplossingen te zoeken.’ Kos heeft groot respect voor de manier waarop Schakel aan Zee van de grond is gekomen. ‘In korte tijd is er veel bereikt en ik zie dat iedereen op de Schakel aan Zee zich met passie voor de kinderen inzet. Als gemeente hebben we de school ondersteund met een voorfinanciering, maar daarnaast is het denk ik vooral belangrijk

Wethouder Pieter Kos

goed contact te houden en partijen bij elkaar te brengen waar dat nodig is. Sinds de decentralisatie hebben wij als gemeente een duidelijker zicht op de sociale kaart in Den Helder. We weten wie wat doet en kunnen waar nodig de juiste partijen aan elkaar koppelen. Zo hebben we tijdens de afgelopen kerstvakantie samen voor een activiteitenrooster gezorgd. Ook is er met een gezamenlijke actie gezorgd voor voldoende gymkleren voor de AZC-leerlingen zodat ze kunnen sporten. Het is mooi om die inzet te zien. Mensen en instanties laten hun vaste rollen los, dat is belangrijk. Want met het vasthouden aan een rol, geeft je vooral aan wat je níet doet.’ Doorgaande lijn 18+ Wat voor Kos nog een heet hangijzer is, is de doorgaande leerlijn 18+. ‘Vanaf dan stopt alles voor deze kinderen. Ze hebben geen leerplicht meer en worden niet meer ondersteund bij hun onderwijs. Terwijl ze vaak juist net begonnen zijn. Eind mei is er een conferentie met het hele veld, hier in Den Helder. Dan wil ik dat een belangrijk bespreekpunt maken.’ Voor Shams zou de uitkomst van deze conferentie wel eens doorslaggevend kunnen zijn. Hij is nu 17 en heeft een sprankje hoop om naar het ROC te gaan. Maar wil daar graag langer blijven dan tot zijn 18de verjaardag.


6

KopKrant, juni 2016

VO

VO onderwijs aan AZC leerlingen

School is hun houvast (vervolg)

Scholen aan Zee

De NT2 specialist

Ria Peters: ‘Binnen zes weken vol vertrouwen voor de klas’

Willy Proper: ‘Er zijn zoveel arrangementen als er kinderen zijn

over de brug met benodigde vergunningen, waardoor geen vertraging ontstond.’

Ria Peters

Niet alleen Shams en Heleen hebben een goede plek nodig om naar school te gaan: met hen nóg 240 kinderen die in één van de AZC’s in Den Helder zijn ondergebracht. Voor Scholen aan Zee was het eind 2015 een hele uitdaging om het onderwijs voor de onverwacht grote stroom nieuwe leerlingen te faciliteren. Directeur Ria Peters vertelt dat vooral de onvoorspelbaarheid van het aantal leerlingen een belangrijke factor is bij het faciliteren van de school. ‘In eerste instantie zouden er 140 leerlingen komen. Om voor hen in korte tijd genoeg lokalen en lesfaciliteiten te realiseren was al een hele opgave. Toen bleken het er geen 140 maar 240 te worden. We zijn begonnen met avondlessen op de bestaande locaties van Scholen aan Zee. Binnen 6 weken is er vervolgens een eigen pand voor Schakel aan Zee opgezet. Inclusief computers, beamers, wifi, borden: de basisvoorzieningen. Met grote dank,’ vertelt Peters, ‘aan het bedrijfsbureau van Scholen aan Zee dat de logistiek regelde. Bovendien kwam de gemeente altijd snel

‘Sommige van deze leerlingen waren nog nooit naar school geweest’

Scholing leerkrachten Met alleen een pand is er echter nog geen onderwijs. ‘Personeel was een ander punt. Waar haal je zo snel leerkrachten vandaan. Gelukkig waren er veel leerkrachten binnen Scholen aan Zee die iets wilden doen. Maar om goed les te geven aan deze, toch getraumatiseerde leerlingen, heb je meer nodig dan goede bedoelingen. Sommige van deze leerlingen waren nog nooit naar school geweest. En degene die dat wel waren, waren niet bekend met de Nederlandse manier van lesgeven. Leren leren, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid in de klas is voor hen niet gewoon. Hoe ga je die kinderen, met wie je geen taal gemeen hebt, Nederlands leren? Of andere vakken?’ Naast veel vallen en opstaan in de praktijk, wordt daarom veel aandacht gestoken in scholing van de leerkrachten. In het nieuwe schooljaar krijgen zij workshops, studiedagen en ondersteuning door NT2 specialisten zodat ze het de vaardigheden krijgen om vol vertrouwen voor deze klassen te staan. Iets waardevols meegeven Met hulp van het bedrijfsbureau en ondersteuning van onder meer de NT2 specialisten van het samenwerkingsverband, loopt de opbouw goed. ‘De onvoorspelbaarheid blijft,’ weet Ria, ‘want je weet nooit wanneer kinderen overgeplaatst worden en dus weer weggaan. Ook komen er steeds weer nieuwe leerlingen bij. Maar we zijn wel over de opstartfase heen waarbij je vooral in de waan van de dag leeft. We kunnen het schoolplan gaan vormgeven en echt werken aan onderwijs dat de leerlingen perspectief biedt. Hoe kort of lang ze ook blijven; we willen iedere leerling iets waardevols meegeven.’

‘In mijn eigen land kon ik niet leren. We waren altijd bang’, dat vertelt Heleen Shwan. Dat ze met haar hele familie op 1 kamer leeft en weinig anders heeft dan haar leven in het opvangkamp en haar leven op school, vindt ze niet erg. ‘Ik houd van Nederland, ik kan hier leren en hoef niet bang te zijn.’ Als NT2 specialist geeft Willy Proper al 20 jaar les aan dit soort kinderen. ‘Het belangrijkste in het begin, is ze te laten ervaren dat ze veilig zijn en welkom, pas dan is een kind in de gelegenheid te leren.’ Als NT2 specialist ondersteunt Proper leerkrachten in de regio bij het geven van NT2 onderwijs. Dat kan aan AZC-leerlingen zijn, maar ook aan kinderen van arbeidsmigranten of aan kinderen die om andere redenen in Nederland zijn komen wonen. ‘Ieder kind heeft natuurlijk zijn of haar eigen persoonlijke omstandigheden, geschiedenis, leeftijd en niveau. Ons Individueel Arrangement Anderstaligen (AAI), is precies wat de naam suggereert; per kind op maat gemaakt. Er zijn net zoveel arrangementen als er kinderen zijn. Doel is om ze allemaal een basis Nederlands mee te geven en zoveel mogelijk op hun eigen niveau in het reguliere onderwijs te laten instromen.’ Ondersteuning De ondersteuning van Proper kan diverse vormen hebben. Ze geeft onder meer workshops of individuele coaching op het gebied van:lesstof en methodes; schakelmogelijkheden; toetsmogelijkheden en referentieniveaus; sociaal-emotionele problematiek. Ook wordt Proper regelmatig gevraagd leerlingen te observeren, advies

te geven over een vervolgopleiding of om beginnende docenten de kans te geven andere lessen bij te wonen. Samenwerken Volgens Proper is regionale samenwerking doorslaggevend voor het succesvol NT2 onderwijs in de regio. ‘Het is een hectische periode door de komst van grote aantallen vluchtelingen. Daarvoor moeten in korte tijd nieuwe onderwijsfaciliteiten worden opgezet én voldoende ervaren personeel worden gevonden. Door samen te werken in de regio, kun je elkaar helpen zodat het wiel niet steeds opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Het samenwerkingsverband is hierbij een belangrijke schakel. Ik ben dan ook het zelf lesgeven aan het afbouwen om me meer te kunnen richten op mijn coachende en adviserende rol.’ Verrijkend Als tip aan NT2 leerkrachten geeft Proper in ieder geval mee: wees duidelijk over de regels. ‘Uit meelevendheid vergeten sommige leerkrachten nog wel eens om daar “streng” over te zijn. Maar kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid over de regels van het Nederlandse onderwijs.’ Daarnaast adviseert Proper altijd Nederlands als voertaal in de klas te gebruiken. En tot slot: geniet van het werken met deze leerlingen. ‘Het is ontzettend leuk en verrijkend om met ze te werken. Het is geweldig als je ziet dat een kind na een moeilijke start en hard werken terecht kan komen op een voor hem of haar passende plek. Of dat nu vmbo, roc, havo of vwo is. De taal niet spreken zegt niets over de intelligentie of de motivatie van een kind!’

Willy Proper, NT2 specialist

‘Het is ontzettend leuk en verrijkend om met ze te werken’


KopKrant, juni 2016

7 VO

De leerkracht

De voortgang

José Groot: ‘Constant alert zijn op wat wel en niet aanslaat’

Ria Peters: ‘Wij willen ieder kind maatwerk bieden’

Hoeveel partijen en mensen zich ook bezighouden met de organisatie van het onderwijs aan AZC-leerlingen en nieuwkomers, er is er maar 1 die het tot uitvoering moet brengen: de leerkracht. José Groot vertelt dat het ondanks haar uitgebreide ervaring een uitdaging blijft om les te geven aan deze gevarieerde, steeds veranderende groep leerlingen. Sinds oktober geeft José les op de Schakel aan Zee. ‘Toen we half oktober in de avonduren begonnen met lesgeven aan deze leerlingen, moest er nog veel gebeuren. We hadden geen eigen lokalen, te weinig docenten en de schoolborden, materialen, beamers etc. moesten nog geregeld worden. Ook in de les moesten we aanvankelijk veel zelf bedenken.’ Ervaring en motivatie Gelukkig had Groot wel de nodige ervaring. Onder meer met het lesgeven aan leerlingen die in het kader van gezinshereniging rechtstreeks uit het buitenland bij Scholen aan Zee op de basisschool kwamen. In het schooljaar 2014-2015 werkte Groot bovendien in de bovenbouwgroep van Villa Kakelbont. ‘Ik weet hoe je een tweede taal verwerft en ben goed op de hoogte van de leerlijnen van het basisonderwijs, zodat je makkelijk een kleine stap voor- of achteruit kunt doen.’ Ook aan motivatie ontbrak het Groot niet: ‘Het leuke van deze vorm van onderwijs is dat je ontzettend veel van de leerlingen terugkrijgt. De school is één van de weinige vaste bakens in hun leven in Nederland en als docent ben je dus belangrijk in hun leven. Natuurlijk spreek je leerlingen van deze leeftijd anders aan dan basisschoolleerlingen. Maar ook bij deze leerlingen vraag je je constant af wat de onderwijsbehoefte is en hoe je daar het beste op aan kunt sluiten. Het werken met deze

leerlingen vraagt een constant alert zijn op wat wel en niet aanslaat.’ Meer houvast Inmiddels is de Schakel aan Zee al een paar maanden ‘in bedrijf’ en krijgen de leerkrachten steeds meer houvast. ‘Er ligt nog veel werk’, weet Groot. ‘Onderwijsinhoudelijk, de zorgstructuur, het schakelen met het reguliere voortgezet onderwijs etc. Maar we zijn goed op weg. Na de meivakantie krijgen we er twee lokalen en een aantal collega’s bij zodat we alle leerlingen op de eigen locatie les kunnen geven. Of we goed voorbereid zijn op alles wat nog komen gaat? De tijd zal het leren en het aanpassen aan veranderende omstandigheden zijn we al gewend.’

Gefaseerd loslaten Shams Safi spreekt goed Nederlands, doet het uitstekend op de Schakel naar Zee en wil graag naar het roc om verder te leren in de ICT. Maar die overgang, van de schakelklas naar het reguliere onderwijs, blijkt in de praktijk nog niet vanzelf te gaan. Zoals bij veel problemen, speelt geld ook hier een grote rol. Want wie betaalt de opleiding van Shams? Bovendien: wanneer Shams weer naar een andere locatie wordt overgeplaatst, telt zijn voortijdige uitschrijving bij het roc als een drop-out. Dat risico willen veel roc’s liever niet nemen. ‘Gelukkig, vertelt Schakel aan Zee-directeur Ria Peters, worden hier stappen in genomen. De samenwerking tussen de school en het roc is goed en ook de geldstroom biedt mogelijkheden. Zo krijgt het roc sinds kort 1x per kwartaal geld voor de leerlingen in plaats van 1x per jaar. Hierdoor zijn leerlingen die korter blijven een kleiner risico.’ Spannende overstap Maar zelfs wanneer alles goed geregeld is, blijft de doorstroom een belangrijk aandachtspunt, weet Peters. ‘De kinderen zijn bij ons in een redelijk beschermde omgeving.

Het onderwijs is helemaal afgestemd op hun situatie en ze zijn omringd door kinderen die hetzelfde meemaken als zij. De overstap naar het reguliere onderwijs kan groot en spannend zijn.’ Peters is daarom in gesprek met diverse reguliere scholen om de doorstroom gefaseerd aan te pakken. Dat betekent dat een leerling eerst 1 vak op een reguliere school gaat volgen en dat langzaam uitbreidt naar 2 of meer. De leerling blijft naar de schakelklas komen, na verloop van tijd misschien alleen om het huiswerk te maken. Al die tijd tellen de cijfers van de leerling nog niet mee op de reguliere school. ‘Dat is belangrijk,’ vertelt Peters, ‘omdat scholen bang zijn afgerekend te worden op hun prestaties wanneer ze AZC-leerlingen opnemen.’ Maatwerk Ook voor de leerling is het belangrijk goed begeleid te worden in de overstap naar regulier onderwijs. ‘Daar valt of staat het succes mee. Een kind kan er qua niveau misschien wel klaar voor zijn, maar sociaalemotioneel nog niet. We willen ieder kind daarbij maatwerk bieden en het pas loslaten wanneer het daar klaar voor is.’


8

KopKrant, juni 2016

PO VO

De overdracht: Passend naar het Voortgezet Onderwijs

De leerling als adviseur van zijn toekomst

In het historische centrum van Schagen staat de St. Aloysiusschool: een groot, modern gebouw, licht, ruimtelijk, overzichtelijk en het eerste wat opvalt is de prettige sfeer. We gaan praten met de directeur van de school, John Bruinsma, over het onderwerp Passend Onderwijs en de overgang van PO naar VO. Bruinsma heeft hierover uitgesproken ideeën. En ziet, behalve voor de scholen ook een rol voor de leerlingen zelf. Bruinsma: ‘Passend Onderwijs. Het betekent eigenlijk niet meer dan dat iedere leerling uniek is en dat je daar als school op anticipeert. Dat vraagt bij de overdracht van groep 8 naar de brugklas om een goede en vooral persoonlijke afstemming tussen het PO en het VO.’ Volgens Bruinsma ligt de lat hoog. ‘Het VO mag niet meer selecteren aan de poort, maar wil ook liever geen risico’s nemen. Dat zorgt voor voorzichtigheid. Wat mij in de regio opvalt, is de bereidheid. Bereidheid tot luisteren, overleg en meedenken. Dat zie je bijvoorbeeld in de werkgroep Doorgaande Lijnen: wederzijds respect, elkaar (leren) kennen en belangstelling voor elkaar en elkaars vak staan daarin centraal. Wat dat be-

‘Master SEN: leuk en leerzaam, een aanrader’

John Bruinsma

treft is er veel doorbroken.’ Brede aanpak Bruinsma is groot voorstander van een brede aanpak bij de overdracht van PO naar VO. ‘We kunnen wel zeggen dat dat inmiddels zit ingebakken in de overdracht. Zo kijken we niet meer alleen naar de leerresultaten, maar ook naar de thuissituatie, concentratievermogen, eventuele belemmeringen, zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. De leerkracht heeft dat totaalplaatje.’ Maar niet alleen de leerkracht. Bruinsma: ‘Laten we vooral de leerling niet vergeten!’ Op de St. Aloysiusschool gaat men uit van de autonomie van de leerlingen en zijn die eigenaar van hun eigen leerproces. Dat wordt zichtbaar in groep 6. De kinderen krijgen dan oog voor zichzelf. Ze weten waar ze goed in zijn en wat ze minder goed kunnen. Ze hebben een persoonlijke ontwikkelingsmap met daarin hun doelen en resultaten. Deze aanpak blijkt te resulteren in leerlingen die inzicht hebben in wat ze willen en kunnen en die trots zijn op hun prestaties. Kind adviseert Het advies voor het VO verloopt nu anders dan voorheen. Bruinsma: ‘Het kind adviseert in zekere zin zijn ouders tijdens een gesprek tussen kind, leerkracht en ouders. Het kind vertelt hierbij waar hij goed in is en waar hij moeite mee heeft. Waarom hij bepaalde resultaten behaalt. De leerkracht en de leerling bereiden dit gesprek samen voor.’ Volgens Bruinsma verlopen deze gesprekken heel anders dan vroeger. ‘Het werkt twee kanten op. Ouders stellen hun verwachtingen gemakkelijker bij als ze van hun kind horen wat hem of haar beweegt en inspireert.

Die verwachtingen zijn soms te laag en soms te hoog en meestal zorgt dit gesprek ervoor dat iedereen dezelfde verwachtingen van de volgende stap heeft. Hierdoor wordt de overdracht naar het VO ook duidelijker.’ Nog even terug naar die overdracht tussen PO en het VO. Voor Bruinsma is zijn wens al vervuld. ‘Die was om met elkaar in gesprek te gaan en van elkaar te leren. Dat gebeurt al heel goed in het net-

werk. Zo vinden de IB-er van de basisschool en de zorgcoördinator van het voortgezet onderwijs elkaar nu heel gemakkelijk om bijvoorbeeld een zorgleerling te bespreken. Gewoon, omdat ze elkaar hebben leren kennen en vertrouwen. Vroeger ging alles minder persoonlijk met vragenlijsten en opgestuurde dossiers. Nu vooral door uitgebreid met elkaar over de leerling te praten. Waarmee die veel beter tot zijn of haar recht komt op de nieuwe

school.’ Dat het ‘rijke advies’ werkt, spreekt uit de cijfers. Bruinsma: ‘Het percentage ‘op- en afstromers’ is laag in de regio. Dat betekent dat de leerlingen goed in kaart worden gebracht op het PO en vervolgens goed worden begeleid op het VO. De basis hiervan ligt bij de overdracht.’

Ouder aan het woord Michelle van der Ham, moeder van Meis, groep 8: ‘Meis is gedurende de gehele fase van voorbereiden op de middelbare school heel goed begeleid. De ontwikkelingsmap heeft haar geholpen om haar doelen in het oog te houden, dat vond ze zelf heel fijn. Voor ons als ouders is het leuk om daarmee te zien hoe ze zich ontwikkelt en hoe ze ervoor staat. Ook de overdracht naar haar nieuwe school, het Regius College, is heel professioneel opgepakt.’


9

KopKrant, juni 2016

PO

Ervaringen uit de praktijk

Wat vinden leerkrachten van groep 8 van de overdracht van hun leerlingen? Wat gaat goed en wat kan beter? Hoe pakken zij het aan en hoe zijn de contacten? Drie leerkrachten over hun ervaringen met de doorgaande lijn.

Niké Admiraal, Julianaschool in Schagen:

‘Ik zou wel willen speeddaten met alle mentoren!’ ‘Ik vind de overgang van primair naar voorgezet onderwijs heel goed gaan. Met de scholen in Schagen loopt het contact goed. Er zijn informatiebijeenkomsten en ik heb op elke school een vaste contactpersoon. Wat ik wel jammer vind, is dat ik op het Regius College de leerlingen niet met hun toekomstige mentor bespreek. Ik zou wel willen speeddaten met alle mento-

Marike Oostra, De Bruinvis op Texel:

‘Er wordt veel beter naar de leerling achter de cijfers gekeken’ ‘Ik vind dat de overdracht sinds dit jaar veel beter gaat. Dat komt mede doordat wij meer contact hebben gezocht met OSG De Hogeberg. Voorheen werd er vooral gekeken naar de cijfers van de NIO-toets en niet naar de leerling erachter, waardoor een leerling soms niet werd toegelaten. Nu wordt er veel beter naar de instelling en inzet van een leerling gekeken. Er was bijvoorbeeld twijfel over een leerlinge uit mijn

ren! Voorheen spraken we in een warme overdracht elk kind door, nu alleen de kinderen die wat extra aandacht nodig hebben. Het Clusius College doet dat wel, daar ben ik blij om. Ook over de manier hoe ze met kinderen omgaan: ze denken in kansen en niet in belemmeringen. Wat het Regius goed doet, is dat de kinderen halverwege het brugklasjaar bij Nederlands een brief schrijven naar hun leraar van groep 8 om te vertellen hoe het gaat. Verder krijg ik van hun hele middelbare-schoolcarrière inzicht in hun cijfers. Zelf bereiden we de kinderen voor op de middelbare school door ze alvast kennis te laten maken met wat huiswerk en het gebruik van een agenda. Ook praten we in de klas veel over wat ze straks te wachten staat in de brugklas. En misschien wel het belangrijkste: ik richt me op het zelfverzekerd in je schoenen staan.’

groep. Zij wilde heel graag naar de mavo en op basis van haar cijfers alleen zou dat lastig worden. Maar met alles wat ik van haar wist, zoals haar motivatie en inzet, heb ik toch mavo geadviseerd en de Hogeberg nam mijn advies over. Ik ben heel blij dat die ruimte er nu is. Als leerkracht kun je je leerlingen heel goed inschatten en voor de juiste verwijzing is die inschatting volgens mij het allerbelangrijkste. Sinds het POVO-overleg is gestart is er sowieso meer contact. Onze frustratie was dat we soms op het laatste moment pas hoorden of een leerling wel of niet geplaatst zou worden. Dat gaat nu veel beter. In de POVOoverleggen hebben we benadrukt dat we de doorgaande lijn verder willen verbeteren: ik denk dat we de meeste winst kunnen halen uit het beter op elkaar afstemmen van de lesprogramma’s.’

Jantine Molema, De Fontein in Den Helder:

‘Als ik een probleem heb, dan denkt de middelbare school altijd mee’ ‘In groep 8 laten wij leerlingen wennen aan het omgaan met agenda’s en huiswerk, zodat ze leren plannen. Elke maandag hebben ze rekenhuiswerk en vrijdag taalhuiswerk. Zijn ze het vergeten, dan moeten ze nablijven. Ook werken we met dag- en weektaken. Voor de meerkunners en hoogbegaafden hebben wij extra werk en ze mogen voorwerken. Ze hoeven niet onnodig mee te luisteren als ze de stof al begrijpen. Als ik een probleem heb, dan is de middelbare school altijd bereid om mee te denken. Het kan zijn dat een overdracht niet soepel verloopt. Bijvoorbeeld als er een verschil van inzicht is tussen school en ouders. Dan proberen we het samen op te lossen, in overleg met de

middelbare school. De overgang van basisschool naar brugklas is voor kinderen al lastig genoeg en een goede overdracht met het juiste advies is dan essentieel. Alle middelbare scholen komen bij ons langs voor de warme overdracht. De voorbereiding verschilt wel eens: soms hebben ze onze papieren nog niet gekregen. Dat vind ik jammer, want er zit veel werk in. Ik ben heel blij dat er een ondersteuningspunt is gekomen bij Scholen aan Zee. Het Clusius College in Schagen had dit al en het Regius College ook. De overdrachten met deze scholen zijn altijd goed. Ik hoop dat de overdracht in Den Helder verder verbetert door het ondersteuningspunt.’


10

KopKrant, juni 2016

Masterclass Science: digitale pilot in Hollands Kroon

PO VO

Om de doorgaande leerlijn beter te borgen, is in de kop van Noord-Holland de projectgroep Doorgaande Lijn opgezet. In de subregio Hollands Kroon bleken de specifieke aandachtspunten wiskunde/rekenen en Engels te zijn. Werkgroepen pakten deze speerpunten verder op. Inmiddels is er een digitaal proefproject opgestart tussen twee basisscholen en een middelbare school. Rogier van Dijk van OBS De Kei en Diana Leertouwer van RSG Wiringherlant lichten toe.

‘De Masterclass Science is erg uitdagend voor de leerlingen. Ze vinden het spannend’

Rogier van Dijk, directeur van OBS De Kei in Hippolytushoef: ‘Anderhalf jaar geleden formuleerden we voor Hollands Kroon wiskunde en Engels als speerpunten. De werkgroep die zich daarop richtte, kwam niet zo goed van de grond als we allemaal hoopten. We hadden er meer van verwacht.’ Van Dijk raakte daarop in gesprek met Diana Leertouwer, Diana Leertouwer, afdelingsleider havo/vwo Onderbouw van RSG Wiringherlant. Ze spraken onder andere over de doorgaande lijn, de huiswerkhobbel die veel leerlingen ervaren en de moeite die ze hebben met het plannen van hun werk. Ook spraken ze over de meerkunners en hoogbegaafde leerlingen. Leertouwer: ‘De meerkunners en hoogbegaafde leerlingen hebben in groep 8 vaak al het gevoel klaar te zijn met de basisschool. Van Dijk vroeg ons om mee te denken over

de vraag hoe we deze leerlingen beter kunnen uitdagen en ze tegelijk alvast kunnen laten wennen aan de manier van werken op de middelbare school.’ Ik leer digitaal Van Dijks vraag mondde uit in een gezamenlijk digitaal proefproject van basisscholen De Kei uit Hippolytushoef, De Peppel in Middenmeer en scholengemeenschap Wiringerlant uit Wieringerwerf. Van Dijk: ‘Diana werkte op haar vorige school in Brabant met een softwareprogramma voor basisschoolleerlingen om bekend te raken met lesstof en werkmethodes van de middelbare school. De leerlingen kregen hierbij ondersteuning van een docent uit het voortgezet onderwijs. Iets soortgelijks zijn wij nu ook opgestart voor onze leerlingen. We zijn er in maart mee begonnen en zitten nog in de proeffase.’ Vier leerlingen van De Kei en zes van De Peppel werken

met Ik Leer Digitaal, een digitale leeromgeving voor leerlingen in het basisonderwijs. Ze krijgen lesstof uit het vak Science aangeboden: natuurkunde, scheikunde en biologie. Vanuit het Wiringerlant krijgen de leerlingen begeleiding van Science-docent de heer Idema. Hij beantwoordt de vragen van de leerlingen en zet de nieuwe lesstof en vragen voor ze klaar. De leerlingen kunnen er overal mee werken: op school achter de laptop, of thuis. Leertouwer: ‘We kunnen monitoren wat leerlingen doen en wanneer ze eraan werken. De Masterclass Science is erg uitdagend voor de leerlingen. Ze vinden het spannend. De gesproken tekst is in het Engels, dat is al nieuw voor ze. Daarnaast bevat het programma beelden, filmpjes en figuren en allemaal nieuwe lesstof. Ze leren met dit programma zelfstandig te werken en worden uitgedaagd op hun eigen niveau. De eerste reac-

ties, van zowel leerlingen als ouders, zijn heel positief.’ Van Dijk vult aan: ‘Er zijn leerlingen die er ook thuis mee aan de slag gaan. Ze zijn dus echt enthousiast, dat is zo gaaf om te zien!’ Tegen het einde van het schooljaar komen de leerlingen op het Wiringherlant, waar ze een diploma krijgen voor hun deelname aan dit project. Toekomstplannen Leertouwer: ‘Masterclass Science is nu nog kleinschalig opgezet. We hopen dat het enthousiasme van de ouders en leerlingen als een olievlek gaat werken, zodat andere basisscholen zich ook aansluiten.’ De scholen gaan aan het eind van dit schooljaar evalueren. Van Dijk: ‘In de toekomst willen we onderzoeken hoe we dit kunnen inzetten voor een bredere groep leerlingen, dus niet alleen de meerkunners en hoogbegaafde leerlingen. Volgend jaar gaan we er in elk geval op dezelfde voet mee door.’


KopKrant, juni 2016

11

PO VO

voor groep 8. Met dat aangepaste materiaal gaan we kijken of het werkbaar is en of de leerlingen er wat aan hebben. Als het werkt, dan denk ik dat we nog anderhalf jaar nodig hebben om een compleet pakket ontwikkeld te hebben. Dankzij het materiaal dat er al is, kunnen we nu al de eerste stappen zetten.’ Rogier van Dijk

‘Leerlingen en ouders zijn enthousiast, dat is zo gaaf om te zien’

Leertouwer sluit aan: ‘Ik verwacht inderdaad wel dat we op de langere termijn gaan uitbreiden naar een grotere groep leerlingen uit groep 8. Maar voor we verder gaan, willen we eerst de uitkomst van deze pilot afwachten. We willen het graag goed doen.’ Brugklasmateriaal Naast de proef met Ik Leer Digitaal bekijkt Van Dijk ook hoe de vaardigheden die kinderen nodig hebben op de middelbare school, zoals woordjes leren en plannen van het huiswerk, een plek kunnen krijgen in het lesprogramma van de basisschool, en wanneer de school daar het beste mee kan beginnen. Van Dijk: ‘Ik heb een uitgeverij gevonden die materialen maakt voor het voortgezet onderwijs. Hun brugklasmateriaal sluit goed aan op wat basisscholen zoeken. We zijn nog in de gespreksfase, maar het idee is dat we een toolkit ontwikkelen voor groep 8-leerlingen. Voor volgend schooljaar gebruiken we het materiaal dat er al is voor de brugklassers. We passen dit aan om geschikt te maken

Overdracht Sinds vorig schooljaar worden de leerlingdossiers via OSO door de basisscholen aangeleverd op het Wiringherlant. Deze dossiers komen begin maart op de school binnen. Hierna worden afspraken gemaakt met de leerkrachten van groep 8 om de binnengekomen dossiers te bespreken. Docenten van de middelbare school bezoeken de basisscholen van de leerlingen die het jaar daarop in hun brugklassen komen. Elke leerling wordt individueel besproken. Van Dijk: ‘We kijken met een selecte groep docenten voor elke leerling naar zijn specifieke aandachtspunten en wat hij nodig heeft. Het is heel belangrijk dat het kind op de juiste plek terechtkomt. Op basis daarvan kunnen we een goede klassenindeling maken, en als het nodig is kunnen we extra zorg en ondersteuning inzetten voor de leerling die bij ons op school komt.’ De leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen een medewerker toegewezen vanuit het ondersteuningspunt, die ouder en kind op school uitnodigt voor een gesprek. Samenwerken en verbeteren De overdracht tussen basisscholen en Wiringherlant is geen eenrichtingsverkeer van

basisonderwijs naar voortgezet onderwijs: meestal vindt er in het brugklasjaar ook terugkoppeling plaats naar de basisschool. De onderwijskundige rapporten uit de brugklas worden met de leerkrachten van groep 8 besproken. De leerling is dus niet echt ‘weg’ van de basis-

school en blijft het eerste jaar nog in beeld. Leertouwer: ‘Het is goed om met elkaar in contact te blijven zodat er een vloeiende lijn ontstaat in de verbinding van basisschool naar voortgezet onderwijs. Bij de terugkoppeling is het belangrijk dat we samen kijken naar wat er goed gaat en wat

nog beter kan.’ Van Dijk: ‘De samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs is in onze regio goed in gang gezet. Wij gaan samen voor dezelfde leerling.’

Masterclass Science in het kort Wat: Masterclass Science is een proefproject tussen basisscholen De Kei, De Peppel en RSG Wiringherlant. De meerkunners en hoogbegaafde leerlingen uit groep 8 worden via software door een docent van het Wiringherlant begeleid bij het maken van opdrachten voor het vak Science. Ze leren hierdoor zelfstandig werken en ze maken al kennis met lesstof van het voortgezet onderwijs. Wanneer: maart tot en met juli 2016 juli. In het komende schooljaar starten de scholen eerder in het schooljaar met het project. Hoeveel tijd per week: De basisscholen maken tijd vrij voor het proefproject en leerlingen mogen zelf bepalen of ze er thuis ook mee aan de slag gaan. De ervaring leert dat de leerlingen er thuis ook mee werken. Welk vak: Science (biologie, scheikunde en natuurkunde). Hoeveel leerlingen: Vier leerlingen van De Kei en zes van De Peppel. De basisschool geeft aan welke leerlingen met dit project kunnen meedraaien. Dit kan dus verschillen per basisschool. Hoe nu verder: De Kei, de Peppel en het Wiringherlant evalueren aan het eind van dit schooljaar het huidige proefproject. Daarna worden plannen voor volgend schooljaar gemaakt. De scholen gaan in ieder geval zeker door met Masterclass Science.

‘Goed dat de samenwerking blijft groeien’ Anneke Bouma, directeur van het samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO, is onder de indruk van het project Masterclass Science. ‘Het is een prachtig voorbeeld van de samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs. Leerlingen starten beter toegerust op de middelbare school. Nu richt het project zich nog op een speciale doelgroep in de toekomst kunnen misschien álle leerlingen er van profiteren. Bouma vindt het mooi om te zien dat het niet bij eenmalige projecten blijft, maar dat de samenwerking zich blijft ontwikkelen. ‘Masterclass Science is één van de concrete opbrengsten van de werkgroep Doorgaande Lijnen, die worden doorontwikkeld. Dit schooljaar is verder gewerkt aan afspraken rond de overdracht (OSO) en de doorgaande lijn in ondersteuning. Uitgangspunt hierbij is: wat heeft de leerling nodig?’ Primair en voortgezet onderwijs vinden elkaar steeds beter in de overdracht, ziet Bouma. ‘Ik verwacht zeker nog meer van dit soort initiatieven, die helpen bij het makkelijker maken van de overstap van groep 8 naar klas 1.’

Diana Leertouwer


12

KopKrant, juni 2016

PO

Chronisch zieke leerlingen pro-actief volgen

Kinderen op kop

De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is voor veel leerlingen een enorme stap. Voor langdurig en chronisch zieke leerlingen is die overgang nog veel groter. Om beter in beeld te krijgen waar de behoeften van deze groep liggen, zijn er plannen om een jaar lang één of meerdere van deze leerlingen te volgen in hun overgang van primair naar voortgezet onderwijs. Käthi Leopold is begeleider Ondersteuningspunt SWV voor langdurig en/of chronisch zieke leerlingen en leerlingen met een beperking. Samen met haar collega Elske Palstra, eveneens begeleider maar dan vanuit Heliomare, constateert ze dat de overgang van primair naar voortgezet onderwijs voor langdurig en chronisch zieke leerlingen vaak onnodig moeizaam gaat. Leopold: ‘In het VO worden andere eisen aan leerlingen gesteld. Voor chronisch zieke leerlingen is de overgang extra groot. Vaak lopen ze in de loop van hun schoolcarrière achterstanden op en blijven zitten. Daarom hebben wij deze leerlingen graag al in beeld voordat ze naar het voortgezet onderwijs gaan. Op die manier kan samen met het VO actie worden ondernomen en wordt duidelijk wat de leerling nodig heeft om zicht te hebben op een goede schooltijd én een diploma.’ Jaar volgen Veel VO-scholen trekken pas aan de bel als het te laat is. De leerling is langdurig afwezig en paradoxaal genoeg komt hij dan pas in beeld. Dus: op tijd om tafel met de zorgcoördinator. ‘Veel organisatorische zaken kun je al van

tevoren regelen om problemen te voorkomen’, vertelt Palstra. Om beter in kaart te krijgen hoe de overgang voor deze leerlingen zo soepel mogelijk gemaakt kan worden, ligt er een voorstel om leerlingen een jaar te volgen, vanaf de laatste maanden in het primair onderwijs. Palstra: ‘We willen erachter komen wat het voor deze leerlingen makkelijker maakt en hoe andere scholen daar hun voordeel mee kunnen doen. De informatie bundelen en focussen en scholen aanzetten tot actie. Wat heb je als school nodig en wat kun je doen? Daarnaast is het

Inkopper

natuurlijk belangrijk om deze leerlingen ook in de jaren daarna in beeld te houden. Regelmatig contact met de leerling en begeleiders is geen overbodige luxe!’

‘Veel VO-scholen trekken pas aan de bel als het te laat is’ PO VO

Meer informatie en contact Voor meer informatie over het samenwerkingsverband Kop van Noord Holland verwijzen wij u naar onze website: www.swvkopvannoordholland.nl – u kunt daarna kiezen voor Primair Onderwijs of Voortgezet Onderwijs. Indien u vragen op opmerkingen heeft, bijvoorbeeld naar aanleiding van deze krant, dan kunt u een e-mail sturen naar: info@swvkopvannoordholland.nl.

Eigenlijk is het verbazingwekkend hoe weinig je leest over de worstelingen met de nieuwe adviesprocedure POVO. Het advies van de basisschool is natuurlijk geen advies meer, maar een oordeel. Alleen bij een onverwacht hogere score op de eindtoets heroverwegen de meeste scholen hun oordeel. Uiteraard leidt deze vluchtroute hier en daar evengoed nog naar de commerciële toetstrainingsbureaus, maar het zal allicht minder zijn dan voorheen. Hoe komt zo’n schoolkeuzeoordeel tot stand? Op zich heel gedegen. John Bruinsma van de Aloysiusschool vat het kernachtig samen: ’We kijken naar een kind als een film, niet als een foto.’ Met andere woorden, alle in de loop van de jaren verzamelde gegevens: observaties, beoordelingen en toetsgegevens vanuit het leerlingvolgsysteem nemen we mee om ons ‘advies’ te onderbouwen. Is dat voor alle ouders overtuigend genoeg? Meestal wel, maar soms niet. Vanuit de gedachte ‘zo hoog mogelijk beginnen, zakken kan altijd nog’, gaan sommige ouders de strijd aan met de leerkracht van groep 8. En dat de staatssecretaris die gedachte ondersteunt, maakt het er niet gemakkelijker op. Uiteraard staat de leerkracht er niet alleen voor en is het ‘advies’ met de directeur, de Intern Begeleider en soms met de leerkracht van groep 7 doorgesproken. Maar als boodschapper zal hij of zij toch de klappen moeten opvangen. Een pittige taak, die veel professionele communicatie vraagt. Overigens zijn het niet altijd klappen, soms is het applaus. Ik gaf zelf ooit eens een vwo-advies aan de dochter van een vuilnisman. ‘Laten we dat nou maar niet doen,’ zeiden de verbaasde ouders, ‘we zouden niet weten hoe we haar moeten helpen.’ Ik heb hen ervan kunnen overtuigen, dat ze dat vermoedelijk niet zouden hoeven doen en hun dochter heeft me daarin bevestigd door in één ruk door te stomen. Omdat veel scholen er inmiddels van doordrongen zijn dat het goed is als kinderen eigenaar worden van hun eigen leerproces, hebben zij het ouder-kindgesprek geïntroduceerd. En soms neemt dat de kou zomaar uit de lucht. Een mooi voorbeeld van John Bruinsma: ‘Pap, je moet mij niet naar de havo laten gaan. Dat rekenen vind ik zo irritant moeilijk, dat wordt niks.’ Weinig meer aan toe te voegen. Ik weet zeker, dat de leerkracht deze leerling wel eerst goed voorbereid heeft op het gesprek. Verrassingen zijn leuk, maar op deze momenten liever niet. Overigens voeren steeds meer scholen deze ouder-kindgesprekken ook voor andere leerjaren in. Het lijkt me een goede zaak als dat in het VO ook gewoon doorgaat, maar daar ga ik wel vanuit. Ruud Musman

Colofon KopKrant is een initiatief van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland Projectleiding: Andrew Albers Tekst, ontwerp en productie: Second Opinion, Leeuwarden Redactie: Jan Bot, Andrew Albers en Anneke Bouma-de Vries Voor meer informatie over deze uitgave kunt u contact opnemen met: T (0229) 25 93 80 E info@swvkopvannoordholland.nl De KopKrant staat ook op de website: www.swvkopvannoordholland.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.