Page 1

PO VO

KopKrant

Ontmoeting bestuur en praktijk op Groot Bestuurlijk Overleg

4

Voortrekkersrol Texel in ondersteuning dyslectische kinderen

7

Passend Onderwijs voor thuiszitters en langdurig zieke kinderen

januari 2017

Afscheid Johan de Voogd Consultant Karin de Wit: ‘Ik ben er om naar de leerling te luisteren’ Update: samenwerken aan de doorgaande lijn

‘Het kind voorop’

8

Elk kind een passende onderwijsplek


2

KopKrant, januari 2017

Kopstuk

Partners

PO

Stichting Flore Dhr. A. Groot Postbus 279 1700 AG Heerhugowaard www.stichtingflore.nl (072) 566 02 00

Gereformeerd Primair Onderwijs West-Nederland De heer H. Eilander ’s-Molenaarsweg 1 2401 LL Alphen a/d Rijn www.gpown.nl (0172) 41 88 30

a.groot@stichtingflore.nl

h.eilander@gpown.nl

Stichting Meerwerf De heer H. Uri Timorlaan 45a 1782 DK  Den Helder www.meerwerf.nl (0223) 65 93 00

Stichting Schooltij De heer J. Deckers Postbus 61 1790 AB Den Burg www.schooltij.nl (0222) 31 65 16

Stichting SARKON De heer G.J. Veeter Postbus 6040 1780 KA Den Helder www.sarkon.nl (0223) 67 21 50

info@meerwerf.nl

info@schooltij.nl

gjveeter@sarkon.nl

Stichting SURPLUS Mevrouw J. Vosbergen Postbus 394 1740 AJ Schagen www.stichtingsurplus.nl (0224) 27 45 55

Stichting Kopwerk De heer J. Deckers Postbus 444 1780 AK Den Helder www.kopwerk.nl (085) 273 40 00

Stichting Comenius De heer Th. Gauw Postbus 6032 1780 KA Den Helder www.abscomenius.nl (0223) 61 38 64

J.vosbergen@stichtingsurplus.nl

info@kopwerk.nl

directie@abscomenius.nl

Beste lezer, Met trots presenteren we de nieuwe Kopkrant. We zien opnieuw dat er veel gebeurt om de zorg voor onze leerlingen in de Noordkop goed vorm en inhoud te geven. Eén artikel in deze krant gaat over het Groot Bestuurlijk Overleg dat twee keer per jaar in onze regio wordt georganiseerd. De naam van dit overleg dekt al lang de lading niet meer. Het mooie van dit overleg is nu juist dat bestuurders én mensen uit de praktijk elkaar informeren en samen naar kansen en oplossingen zoeken. Zo komt het netwerken meer en meer in de plaats van het “ieder doet zijn ding”-principe. Het is mooi om te zien hoeveel dat oplevert! Ook vindt u in deze editie een interview met Johan de Voogd. Hij neemt deze maand afscheid van ons als directeur van het Samenwerkingsverband VO. Wanneer u het artikel leest, zult u begrijpen dat we hem gaan missen. Ook op deze plaats willen we Johan bedanken voor al zijn inzet.

‘Zorgkinderen, het is maar hoe je het bekijkt... ‘

Van Leo Tolstoi leen ik het verhaal: “Drie zonen?” Ik hoop dat dit verhaal over zorgleerlingen u net zo aanspreekt als het mij deed. “Drie vrouwen uit dezelfde straat gingen boodschappen doen. Hun zonen waren vrienden en zaten in dezelfde klas. Op de terugweg, met volle boodschappentassen, rustten de vrouwen een ogenblik uit op een bankje. Daar zat ook een oude baas. De vrouwen spraken over hun zonen. Een van de vrouwen vertelde aan de oude man dat hun kinderen vandaag hun rapporten zouden krijgen. ‘Mijn zoon is de beste leerling van de klas’, sprak ze trots. De tweede vrouw zei: ‘Mijn zoon wordt waarschijnlijk proftennisser, hij is een groot talent.’ De derde vrouw zweeg. ‘En uw zoon?’ vroeg de oude baas. ‘Ach,’ antwoordde de vrouw, ‘mijn zoon kan minder goed leren en is minder in sporten, maar hij is een aardige gezonde jongen.’ ‘Daar heb je ze’, riep de eerste vrouw. Haar zoon zwaaide met zijn rapport en schreeuwde van grote afstand: ‘Ik heb drie tienen en twee negens!’ De tweede stapte op zijn moeder af en zei: ‘Mam, kunnen we vroeg eten? Ik heb straks een belangrijke wedstrijd.’ Zijn moeder pakte haar tas en volgde hem. De derde zoon liep op zijn moeder af, begroette haar en pakte haar tas met boodschappen. ‘Wat zijn onze zonen toch alle drie verschillend’, zei de eerste vrouw terwijl ze haar tas pakte. ‘Wat zei u, drie zonen?’ vroeg de oude man. ‘Ik zie er maar één!’

www.swvkopvannoordholland.nl

Partners

PO VO

Stichting Samenwerkingsschool regio Den Helder De heer T. Jong Postbus 6038 1780 KA Den Helder www.sodenhelder.nl (06) 15 31 25 82

Stichting Heliomare Onderwijs De heer S. Silvius Postbus 78 1940 AB Beverwijk www.heliomare.nl (088) 92 08 888

Stichting Aloysius De heer R. Prast Postbus 98 2215 ZH Voorhout www.aloysiusstichting.nl (0252) 43 40 00

MTonderwijs@heliomare.nl

sb.nh@aloysiusstichting.nl

Stichting Clusius College Mevouw A. Lugtig-Ouweltjes p/a Voltastraat 1 1817 DD Alkmaar www.clusius.nl (0224) 21 27 25

Stichting Regius College De heer A. Hoekstra Postbus 282 1740 AG Schagen www.regiuscollege.nl (0224) 29 78 41

Stichting Scholen aan Zee Sportlaan 38 1782 ND  Den Helder www.scholenaanzee.nl (0223) 54 03 00

a.lugtig-ouweltjes@clusius.nl

directiesecretariaat@regiuscollege.nl

Stichting Ronduit De heer J.M.M. Zijp Rubenslaan 2 1816 MB Alkmaar www.ronduitonderwijs.nl (071) 514 78 33

Stichting Texel Mevrouw F.C. Giskes Emmalaan 15 1791 GT  Den Burg www.texel.nl (0222) 36 22 16

Stichting Openbaar VO NHN De heer R. Bijeman Arubastraat 4 1825 PV Alkmaar www.sovon.nu (0227) 51 38 30

bestuur@ronduitonderwijs.nl

bestuurlijkassistent@texel.nl

r.bijeman@wiringherlant.nl

speciaalonderwijs@live.nl

Partners

VO

secretariaat@scholenaanzee.nl

Zorgkinderen, het is maar hoe je het bekijkt... Veel leesplezier, Jan Bot

Jan Bot, voorzitter samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO


KopKrant, januari 2017

3 VO

Johan de Voogd:

“Ik maak mezelf langzaam overbodig”

Johan de Voogd stopt per 1 februari als directeur van het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO. Waar is hij trots op en wat gaat hij doen? Een terug- en vooruitblik. Als we hem halverwege december spreken, is Johan de Voogd (64) bezig met zijn laatste weken als directeur van het SWV Kop van Noord Holland VO. Hij gebruikt deze weken om zijn werk over te dragen aan Anneke Bouma, mede-directeur van het samenwerkingsverband.

‘Het samenwerkingsverband en de mensen die er werken zijn sterk genoeg om zonder mij verder te kunnen’

Johan, waarom stop je ermee? ‘Ik ben bijna 7 jaar directeur geweest. Eerst van het SWV van Schagen e.o. en na het samengaan van de samenwerkingsverbanden van Schagen en Den Helder/Texel, van het SWV Kop van Noord Holland. Ik zorg er graag voor dat anderen groeien en zich ontwikkelen, waarmee ik mezelf langzaamaan overbodig maak. Het samenwerkingsverband en de mensen die er werken zijn sterk genoeg om zonder mij verder te kunnen. Dat besefte ik afgelopen zomer terwijl ik op vakantie aan het wandelen was langs de Portugese kust. Ik besloot dat het tijd werd om aan iets nieuws te beginnen.’ Waar ben je trots op? ‘De inrichting van de Ondersteuningspunten was echt een schot in de roos. Op alle scholen is nu een Ondersteuningspunt en we hebben 35 mensen eigen personeel in dienst. Ze brengen expertise in en kijken naar de ondersteuningsbehoefte van elke individuele leerling. Ook leerlingen zonder labeltje die wel wat extra’s nodig hebben, kunnen we helpen. Voor de medewerkers was de overstap van scholen naar de nieuwe organisatie best lastig. Ze moesten wennen aan de

nieuwe positie tussen de school en het samenwerkingsverband. Ik vind dat we er met z’n allen goed in geslaagd zijn een echt team te maken. Natuurlijk valt er nog wel wat te verbeteren, maar de basis is stevig. Ik zie het zo: het huis staat, de voorzieningen zijn aangelegd en nu is het tijd om het eens te worden over de verdeling en de inrichting van de kamers. Waar ik ook trots op ben, is het symposium Talentontwikkeling en (hoog)begaafdheid dat we afgelopen september hielden. De groep hoog- en meerbegaafde leerlingen kan wel wat meer aandacht gebruiken. Naast het symposium hebben alle medewerkers van de Ondersteuningspunten een training gekregen van drie dagdelen, waardoor ze expertise hebben opgebouwd. Nu is het aan de scholen om het verder op te pakken. Hebben ze behoefte aan ondersteuning, dan kunnen wij die bieden.’ Waar zie je nog knelpunten en uitdagingen? ‘De laatste tijd zijn er veel wisselingen in directies geweest en ik merk dat de nieuwe mensen vaak nog niet genoeg weten over de visie achter de Ondersteuningspunten. Ze herkennen zich

niet altijd in de werkwijze en dat maakt de samenwerking soms lastig. Van scholen verwachten we betrokkenheid en een goede samenwerking, maar daarvoor is het wel nodig dat we de visie goed uitleggen en blijven uitdragen. We moeten steeds in gesprek blijven. Ook in de samenwerking met het speciaal onderwijs zie ik nog verbeterpunten. We zouden meer dwarsverbindingen kunnen aangaan, bijvoorbeeld door leerlingen half regulier en half speciaal onderwijs te laten volgen als dat nodig is. Zo is er een leerling die speciaal onderwijs volgt op de Spinaker en via het Ondersteuningspunt ook vakken volgt, zodat hij straks op havo-niveau zit. Dat mag vaker gebeuren. De medewerkers van de Ondersteuningspunten zouden nog meer kennis aan elkaar mogen overdragen. Er zijn bijvoorbeeld mensen gespecialiseerd in weerbaarheidstrainingen, sociale vaardigheidstrainingen en autisme. Iedereen kan zo veel van elkaar leren!’

Wie wordt je opvolger? ‘Anneke Bouma blijft en er komt de komende tijd een interim directeur. Daarnaast wordt er gekeken hoe de nieuwe inrichting wordt, want twee directeuren naast elkaar, dat is uniek. Dat is nog een overblijfsel van het samengaan en dat wordt waarschijnlijk anders. Maar hoe, daar kan ik nu nog niks over zeggen.’ Wat ga je straks doen? ‘Ik ga met deeltijd prepensioen en ik ga meer aandacht besteden aan mijn kleinkinderen en hobby’s. Daarnaast blijf ik wel werken, maar wat ik precies ga doen weet ik nog niet. Ik vind zo veel leuk! Misschien een project leiden om een passend arrangement onderwijs-jeugdzorg voor langdurig zieken te ontwikkelen, want dat is er nog niet terwijl het wel nodig is. Dit lijkt wel een open sollicitatie hè? Haha. Maar serieus, het kan nog alle kanten op. Eerst maar eens een maandje rust.’


4

KopKrant, januari 2017

PO VO

Groot Bestuurlijk Overleg regio Kop van Noord-Holland

Samenwerking leidt tot samenwerking

Het doel van het Groot Bestuurlijk Overleg leek bij binnenkomst in MFC ‘t Wijkhuis in Den Helder al half behaald. Er werd druk gecommuniceerd en genetwerkt en bij het bijzetten van de extra stoelen, bleek de samenwerking ook soepel te lopen. Toch blijft het halfjaarlijkse overleg belangrijk om de communicatie en samenwerking te versterken en om bepaalde thema’s verder uit te diepen. Het overleg van 16 december in Den Helder mocht rekenen op de aandacht van ruim 50 bestuurders van gemeenten en onderwijs in de Kop van Noord-Holland. Het thema Wijkteam blijkt de regionale bestuurders bovengemiddeld te interesseren. Wat niet verwonderlijk is, gezien het brede veld en de maatschappelijke impact die de wijkteams beslaan. Gezamenlijk doel Al tijdens de inleiding door de Helderse wethouder Pieter Kos en de Schager kwaliteitsmedewerker Helma Brinkman bleek niet alleen de benaming, maar ook de aanpak en invulling van de wijkteams per gemeente te verschillen. Toch hebben ze allemaal één gezamenlijk doel: om een laagdrempelig, integraal team te vormen dat inwoners van de gemeente toegang biedt tot hulp en ondersteuning. De opdracht is te werken aan de zelfredzaamheid van de bewoners en om de participatie aan de samenleving te vergroten. Brinkman vertelde dat alle wijkteams integraal kijken naar de mogelijkheden van mensen. Door met een multidisciplinair team een netwerk rond ze op te bouwen, waarvan het wijkteam de coördinatie verzorgt, creëer je een vangnet van waaruit individuen en gezinnen over de hele breedte worden ondersteund. Van elkaar leren Dat de wijkteams in de verschillende regio’s hun eigen invulling hebben, heeft volgens Kos één groot voordeel: ze kunnen op allerlei punten nog veel van elkaar leren. Wat in ieder geval bij alle wijkteams steeds weer blijkt, is dat door de brede invulling regionale samenwerking tussen de verschillende sectoren steeds belangrijker wordt. Hoe dat per regio verder ontwikkeld wordt, lichtten de gemeentes in kleinere groepjes verder toe.

‘Ze kunnen op allerlei punten nog veel van elkaar leren’

Wijkteams Den Helder: Zorg, Jeugd en Participatie

‘We werken toe naar een integrale toegang voor zorg’ In Den Helder zijn de taken Participatie, WMO, Jeugd, Leerlingvervoer en Leerplicht/RMC ondergebracht in drie kolommen: Zorg, Jeugd en Participatie. Ron Wijker van het team Jeugd vertelde dat alles rondom jeugd onder de 18 jaar onder zijn team valt en alle zorg voor 18 jaar en ouder onder team Zorg. Deze twee teams werken nauw samen en hebben de intake en de frontoffice op elkaar afgestemd. Ook het traject ná de intake verloopt voor beide teams identiek. Na het uitgebreide intakegesprek volgt een keukentafelgesprek, waarna een plan van aanpak wordt vastgesteld. De gemeente is daarbij regisseur en koopt de benodigde zorg in. Verhit onderwerp van gesprek tijdens deze sessie was het verloop van de overdracht. Sommige aanwezigen hadden het gevoel dat het traject dat bijvoorbeeld op school of bij een zorgverlener al was ingezet, na de overdracht naar het wijkteam van voor af aan begon. Hoewel de gemeente aangaf dat dat niet altijd zo is, is het verbeteren van de samenwerking binnen de regio

één van de belangrijkste aandachtspunten. ‘We kennen elkaar nog niet goed genoeg’, aldus Wijker. Bovendien wordt bij de gemeente hard gewerkt aan de onderlinge samenwerking tussen de kolommen Jeugd, Zorg en Participatie. Wijker: ‘Onze bestuurlijke opdracht is toe te werken naar een integrale toegang voor alle zorgvragen.’ Wat betreft de aansluiting op het onderwijs, gaf Wijker aan dat de protocollen van de gemeente en Schoolmaatschappelijk Werk beter op elkaar aan zouden moeten sluiten. Het wijkteam kan dan verder gaan waar Schoolmaatschappelijk Werk ophoudt.

‘We kennen elkaar nog niet goed genoeg’


KopKrant, januari 2017

5

PO VO

De Sociale Wijkteams in Schagen

Texel: Sociaal team

‘Dankzij een bredere perspectief kunnen we meer betekenen’

‘Onze lijnen zijn van oudsher kort’

In Schagen zijn de vier Sociale Wijkteams regionaal ingedeeld (noord, oost, zuid en west). De teams bestaan uit specialisten uit het veld, met diverse achtergronden. Hun taken zijn naast WMO, Jeugd, SHV en Leerlingvervoer ook Sociale Activering, Jeugd- en Jongerenwerk en Schuldbemiddeling. Tijdens de presentatie van de gemeente Schagen vertelde Kim Ekama over een casus waarbij sprake was van gedragsproblematiek bij een puberende jongere. Tijdens het gesprek kwam de schuldenproblematiek ter sprake en werd er gevraagd of er misschien schulden in het gezin aanwezig waren. Dat bleek inderdaad het geval te zijn en veel druk op het gezin te veroorzaken. Ekama: ‘Dat beïnvloedde ook het gedrag van het jongetje. Alleen vanuit Jeugdhulpverlening had ik dit nooit kunnen oplossen. Dankzij het brede perspectief konden we nu veel meer voor dit gezin betekenen.’ Rond dit gezin werd een team van specialisten ingezet, met Ekama als procesregisseur. Ook de school-

coördinator en de mentor werden betrokken vanwege het problematische gedrag op school en het schoolverzuim van het jongetje. Over de samenwerking met scholen vertelde Ekama dat de eerste verantwoordelijkheid bij hulpvragen vooral bij Schoolmaatschappelijk Werk ligt. Wanneer de hulpvraag breder blijkt te zijn, kan het wijkteam worden betrokken. Ekama gaf aan dat in sommige gevallen eerdere betrokkenheid van het wijkteam ernstige problematiek had kunnen voorkomen. Er zijn goede ervaringen met het School Maatschappelijk Werk als vooruitgeschoven post. Zowel op de basisscholen als op het voorgezet onderwijs is er goed contact met een vast contactpersoon.

‘Wanneer de hulpvraag breder blijkt te zijn, kan het wijkteam worden betrokken’

Op Texel is er één integraal Sociaal Team, bestaande uit 13 consulenten en twee kwaliteitsmedewerkers. Hun taken zijn: WMO, Jeugd, SHV, SMW, Leerlingvervoer en Leerlicht/ RMC. Van alle gemeenten lijkt hier het integraal en maatwerkgericht werken het meest doorgevoerd. Er is geen vaste werkwijze vastgelegd. Iedere casus wordt op zich bekeken. Bij bijvoorbeeld een multiprobleem gezin bezoekt een medewerker van het Sociaal Team, met kennis van de doelgroep, het gezin. Uitgaande van de specifieke problematiek wordt hier het team en de werkwijze op afgestemd. Deze dynamische werkwijze is mogelijk omdat op het eiland de lijnen van oudsher al kort zijn en instanties elkaar goed weten te vinden. Richtlijnen waarbij samenwerkingen worden opgelegd, bleken in het verleden niet erg succesvol omdat de professionals de voorkeur geven aan hun eigen vertrouwde netwerk.

Uitdaging op Texel is vooral de beschikbaarheid van professionals. Kennis en kunde die niet op het eiland zelf aanwezig zijn, moet van het vasteland worden gehaald. Meisje Ieke van Nierop, beleidsmedewerker WMO, gaf aan dat dat meestal lukt maar helaas niet altijd.

‘Uitdaging op Texel is vooral de beschikbaarheid van professionals’


6

KopKrant, januari 2017

PO VO

Groot Bestuurlijk Overleg regio Kop van Noord-Holland

Samenwerking leidt tot samenwerking (vervolg) Direct aan de slag met laaggeletterdheid Dat het Groot Bestuurlijk Overleg de deelnemers inspireerde, bleek duidelijk tijdens de presentatie ‘Laaggeletterdheid’. Toen daar bleek dat vooral de signalering van laaggeletterdheid lastig is, werden er tussen een aantal scholen direct plannen gesmeed om hiermee aan de slag te gaan.

De Sociale Wijkteams in Hollands Kroon

‘De gezamenlijke aanpak bracht rust en overzicht’ De vier geografisch ingedeelde Sociale Wijkteams van de gemeente Hollands Kroon hebben WMO, Jeugd, SMW en Leerlingvervoer in hun takenpakket. SHV en SA (sociale activering) zijn nauw bij de wijkteams betrokken en de nadruk ligt op het werken met klantcoaches en ervaringsdeskundigen. Tijdens de sessie van Hollands Kroon besprak sociaal ondernemer Henry ten Hoeve de aanpak van de wijkteams aan de hand van een casus van een probleemgezin: vader werkt veel, moeder loopt bij de GGZ, het 7-jarige zoontje heeft PDD en het 4-jarige zoontje heeft een ontwikkelingsachterstand; de school wil eigenlijk van hem af. In haar onmacht slaat moeder de kinderen regelmatig. Tegen de tijd dat het wijkteam in aanraking kwam met dit gezin, zijn er al veel partijen bij betrokken waaronder de Omring, de GGZ, school en Triversum. De eerste opdracht voor het wijkteam was daarom dagen en tijden te prikken waarop alle partijen tegelijkertijd met het gezin om tafel gaan. Dit bracht direct meer rust en overzicht, ook voor het gezin. Er kon al snel een plan van aanpak komen. Iedereen was op de hoogte van elkaars activiteiten en wist elkaar makkelijker te vinden. De moeder bleef bij de GGZ in behandeling, maar ging daarnaast met vader

in relatietherapie. Het 7-jarige zoontje ging intern bij Triversum en de Omring ontfermde zich over de begeleiding op school van het 4-jarige jongetje. De bezoekers van deze sessie bleken vooral op te kijken van het feit dat het 4-jarige zoontje zoveel problemen op school bleek te hebben. Vooral Andrew Albers, coördinator Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland PO trok zich het lot van dit jongetje aan. ‘Wat is daar gebeurd bij de overdracht?’ vroeg hij zich af. ‘Bovendien had de school moeten aankloppen bij het samenwerkingsverband. Daar had een passend schoolarrangement samengesteld kunnen worden.’ Een vertegenwoordiger van MKD had zich ook graag betrokken gezien. ‘Wij hadden in de klas kunnen observeren en de leerkracht kunnen ontlasten.’ Terechte opmerkingen, vond Ten Hoeve. Hij gaf aan dat het wijkteam op het moment van de overdracht nog niet betrokken was bij het gezin. ‘Dit is een mooie casus die aangeeft hoe samenwerking tot stappen leidt. Maar ook een die aangeeft dat we nog stappen te maken hebben in het verbeteren van de samenwerking, met name gericht op vroegsignalering.’

Laaggeletterdheid uit zich vooral in problemen met lezen, schrijven en digitale vaardigheden. Dat laaggeletterdheid een maatschappelijk probleem is, gaf Diana Paauw, opleidingsmanager bij het ROC Kop van Noord-Holland, aan door te laten zien dat laaggeletterden bijvoorbeeld vaker werkloos zijn, meer gezondheidsproblemen hebben, minder verdienen en grotere kans hebben in de criminaliteit te belanden. En dan gaat het om een groep van maar liefst 2,5 miljoen mensen. Initiatieven Het ROC en de stichting Lezen en Schrijven zetten zich actief in om laaggeletterden te helpen. Onder meer door ambassadeurs in te zetten, opleidingen en cursussen te geven, tests te ontwikkelen en Taalhuizen op te zetten. En hoewel deze initiatieven veel resultaat hebben, begint de oplossing bij het signaleren van laaggeletterdheid. Vooral de NT1 groep is vaak onzichtbaar. Deze mensen schamen zich voor hun laaggeletterdheid en zijn meesters in het verbloemen ervan. Ingang Toen geopperd werd dat kinderen met lees- en schrijfproblemen vaak ouders hebben met lees- en schrijfproblemen, begon het bij een aantal toehoorders te borrelen. ‘Maar dat betekent dat je daar een ingang hebt. Deze ouders komen op school. Waarom proberen we ze daar niet te ‘vangen’ en het gesprek aan te gaan? Ook iemand uit de verslavingszorg gaf aan een ingang te zien. ‘Ik merk soms dat mijn cliënten uitvluchten verzinnen om bijvoorbeeld iets in te vullen, dat kan een aanwijzing voor laaggeletterdheid zijn. Mijn rol ligt er niet in ze te helpen bij hun geletterdheid, maar ik zou het wel fijn vinden te weten waar ik deze mensen naar door kan verwijzen.’ Diana Paauw en Maria Sabel van de stichting Lezen & Schrijven waren zichtbaar blij met deze ideeën. ‘Samenwerken en breed denken over signalering is al de helft van de oplossing’, concludeerden zij.


KopKrant, januari 2017

7

PO VO

Texel rolt ondersteuning dyslectische kinderen verder uit Door vroegtijdig te werken aan achterstanden op het gebied van lezen kunnen veel leesproblemen op latere leeftijd worden voorkomen, dat is het idee van Bouw!. Sinds kort werkt een aantal basisscholen op Texel met dit door Lexima ontwikkelde softwareprogramma. Bovendien werken alle basisscholen én de middelbare school op Texel met het dyslexiesoftware programma Sprint voor dyslectische leerlingen. De ervaringen hiermee zijn zo goed dat het samenwerkingsverband het binnenkort wil uitrollen over de hele regio. Een goed idee, wat IB-er van de Jozefschool en taalcoördinator VO Mariken van der Laan betreft. Bouw! is een oefenprogramma waarvan is bewezen dat het leesproblemen voorkomt. ‘De oefeningen zijn goed opgebouwd en aangepast aan het niveau van het kind,’ vertelt Van der Laan, ‘en er wordt veel gebruik gemaakt van herhaling en klanken.’ Voordeel van Bouw! is volgens Van der Laan bovendien dat het makkelijk te organiseren is. ‘Je hoeft het maar een uur per week in te zetten en een tutor wordt stap voor stap door het programma geleid waardoor het ook gedaan kan worden door bijvoorbeeld een ouder of een leerling van groep 7 of 8.’

‘Juist op het VO is een tool waarmee je de zelfstandigheid van dyslectische leerlingen vergroot onmisbaar’

Mariken van der Laan

Goedgekeurde interventie Kinderen werken de gehele periode, vanaf halverwege groep 2 t/m groep 4, met Bouw! Dit zou het aantal aanmeldingen voor ernstige dyslexie duidelijk moeten verminderen. Het effect van Bouw! kan Van der Laan nog niet uit eigen ervaring vaststellen. ‘Er zijn nog geen leerlingen die het hele traject doorlopen hebben. Maar ik merk wel dat de kinderen, en dat is heel belangrijk, het ontzettend leuk vinden om te doen!’ Natuurlijk kun je niet alles voorkomen. Voor kinderen die toch dyslectisch blijken, geldt het werken met Bouw! als een goedgekeurde interventie die gebruikt kan worden om de diagnose te stellen. Voorsprong Op dit moment werken de scholen op Texel ook met Sprint, een softwareprogramma voor ernstig dyslectische kinderen. Dankzij de voorleesfunctie, het woordenboek, woordvoorspeller en digitale boeken, kunnen kinderen met dyslexie makkelijker meekomen. In de klas én thuis. In de Kopkrant van februari 2016 vertelde Van der Laan nog dat de kracht van de pilot met Sprint was dat het programma op het primair én het voortgezet onderwijs gebruikt werd. Nu, bijna een jaar later, beaamt ze dit. ‘Je ziet dat de leerlingen met een voorsprong binnenkomen op het VO. Ze zijn al vertrouwd met het softwareprogramma, hoeven geen drempel over en weten precies hoe het werkt. Voor kinderen met dyslexie, die vaak al moeite hebben met hun zelfvertrouwen, is dat winst!’

Stapje beter Inmiddels is er binnen het samenwerkingsverband voor gekozen niet met Sprint maar met het nog geavanceerdere Kurzweil verder te gaan. ‘Dat heeft vooral met de mogelijkheden qua uitrol te maken. Kurzweil is makkelijker op grote schaal uit te rollen dan Sprint. Bovendien is de verwachting dat Kurzweil in de toekomst ook op een Chromebook te gebruiken is, waar veel scholen mee werken. Een derde reden is dat op Kurzweil meer gesproken schoolboeken te verkrijgen zijn. Over Sprint waren we al tevreden, maar Kurzweil is dus nog een stapje beter. De overstap voor de Texelse leerlingen van Sprint naar Kurzweil zal waarschijnlijk meevallen, in het gebruik komen de twee programma’s redelijk overeen.’ Zelfstandigheid Kurzweil zal uitgerold worden naar alle basisscholen binnen het samenwerkingsverband. Van der Laan vindt het jammer dat het VO van Schagen tot Den Helder daar nog niet bij zit, maar ze verwacht daar de komende jaren wel verandering in. ‘Juist op het VO is een tool waarmee je de zelfstandigheid van dyslectische leerlingen vergroot onmisbaar. Al was het maar zodat ze zonder de hulp van hun ouders hun huiswerk kunnen maken. Maar ook in de klas kunnen deze kinderen veel beter meekomen zonder steeds speciale aandacht te hoeven vragen. Dat laatste is namelijk funest voor het zelf-

vertrouwen en daarmee voor de leerprestaties.’ Voortrekkersrol Van der Laan hoopt dat Texel als voorbeeld kan dienen voor de rest van de regio, wat betreft het ondersteunen van dyslectische kinderen. ‘In het kader van Passend Onderwijs moet iedere school ondersteuning bieden aan deze leerlingen. Ik denk dat Bouw! en Kurzweil instrumenten zijn die goed bij de tijdsgeest passen en ik ben er best trots op dat we hiermee als Texel een voortrekkersrol binnen de regio vervullen!’

Meer informatie over BOUW!, Sprint en Kurzweil vindt u op www.lexima.nl

Dyslexie als aandachtspunt binnen het samenwerkingsverband

Het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO volgt de ontwikkelingen met betrekking tot het ondersteunen van leerlingen met dyslexie met belangstelling. Ook de werkgroep Doorgaande Lijnen volgt de ontwikkelingen op de voet om de aansluiting PO/VO op dit gebied vorm te geven. Het Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO besteedt eveneens ruim aandacht aan dyslexiebegeleiding en/of -coaching op school. Het begeleidingsaanbod is op dit moment nog divers en bestaat onder meer uit het programma Kurzweil. Maar de leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen ook gebruik maken van programma’s als Sprintplus en L2S.


8

KopKrant, januari 2017

PO VO

Thuiszitters in Beeld

’ s r e t t i z ‘Thuis

Passend Onderwijs en Thuiszitters zijn moeilijk met elkaar te rijmen. Want als er voor ieder kind een passend onderwijsaanbod is, hoeft geen kind thuis te zitten. Toch staan de kranten de laatste maanden vol met hoge aantallen thuiszitters. Het ministerie komt in actie, maar ook als regio moeten we de thuiszitters beter in beeld krijgen en doen wat we kunnen om hen het onderwijs te geven dat ze verdienen. Thuiszitterspact Op 13 juni 2016 ondertekenden de PO-Raad samen met de VO-raad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Veiligheid en Justitie en staatssecretarissen Dekker en Van Rijn het Thuiszitterspact. De afspraken in dit pact moeten het aantal thuiszitters (landelijk op het moment bijna 10.000) fors terugbrengen. Doel is dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Gemeenten en samenwerkingsverbanden moeten volgens het pact samen gaan bepalen wie van de twee, samen met ouders en kind, een besluit neemt over een onderwijsplek voor een kind dat dreigt thuis te komen zitten. Gemeenten krijgen daarnaast de taak een helder stappenplan op te stellen waarin preventie, samenwerking met de zorg en maatwerk voor kinderen duidelijk terugkomen. Verder gaan de gemeenten het aantal vrijstellingen van de Leerplichtwet verminderen.

‘Opvallend in onze regio blijkt het relatief hoge aantal leerlingen dat wegens chronische of ernstige ziekte geen volledige schoolweek kan volgen’

Regionaal beeld Hoe ziet ónze regio, de Kop van Noord-Holland, eruit als het gaat om thuiszittende leerlingen? De cijfers ten opzichte van het landelijk gemiddelde lijken mee te vallen. In 2015 kende het Samenwerkingsverband VO tien thuiszitters op basis van de definitie: “langer dan 4 weken thuis, zonder geoorloofde reden”. Het percentage bedroeg toen 0,1% tegen 0,6% landelijk. Voor het PO zagen de cijfers voor het schooljaar 2015-2016 er als volgt uit: Peildatum 15 november 2015 15 januari 2016 15 maart 2016 15 mei 2016 15 september 2016 Reden voor thuiszitten Kinderen blijken om uiteenlopende redenen thuis te zitten. Er kan sprake zijn van schorsing, ouders houden een kind thuis vanwege een conflict met school, ouders weigeren een andere vorm van onderwijs, ouders zoeken een andere school voor hun kind en houden in de tussentijd het kind thuis of het betreft verhuiskinderen voor wie de ouders nog geen school hebben geregeld. Opvallend in onze regio blijkt het relatief hoge aantal leerlingen dat wegens chronische of ernstige ziekte geen volledige schoolweek kan volgen en voor wie een beter passend traject kan worden bekeken op haalbaarheid. Voor het samenwerkingsverband reden om nog beter in te zoomen op deze specifieke groep leerlingen: wat zijn de medische redenen van thuisblijven, welke acties zijn al ondernomen en is het aanbod voor verbetering vatbaar?

Thuiszitter aantal 1 1 2 2 0

Thuishouder Absoluut verzuim aantal aantal 2 1 0 1 0 1 1 1 0 1

Voor alle thuiszitters, ongeacht de reden of de leeftijd, is het belangrijk dat ze zo snel mogelijk gemeld worden bij het eigen bestuur, de leerplichtambtenaar en het samenwerkingsverband. Hoe sneller actie ondernomen kan worden, hoe soepeler het traject verloopt. Regionale projectgroep Om de gehele groep thuiszitter regionaal beter in beeld te krijgen, stelden het samenwerkingsverband, Heliomare en Leerplicht onlangs de projectgroep Thuiszitters in Beeld samen. Deze projectgroep gaat in beeld brengen wat de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen zijn en gaat toewerken naar het verfijnen van maatwerktrajecten. Overige activiteiten gericht op het terugdringen van thuiszitten zijn: • De commissie toelaatbaarheid Passend Onderwijs van het samenwerkingsverband kan worden benut om samen met ouders,

school, Leerplicht en hulpverleners creatief na te denken over een passend aanbod, wat bijvoorbeeld door de consulent langdurig zieke leerlingen van het samenwerkingsverband kan worden verzorgd. • Voor leerlingen met een specifiek probleem zoals een belemmerende schoolfobie kan Triversum een aanbod doen dat gericht is op het terugdringen van thuiszitten. • Het reboundarrangement van het samenwerkingsverband kan worden gebruikt als opvang-, opstart- of doorstarttraject. Vrijstelling leerplicht Voor sommige kinderen is terugkeren naar het onderwijs (tijdelijk) geen optie. Wanneer zij nog leerplichtig zijn, kunnen ze een vrijstelling van onderwijs krijgen. In de meeste gevallen is er dan sprake van ernstige lichamelijke en/of psychische klachten. De vrijstelling wordt,

afhankelijk van de soort problematiek, afgegeven voor een bepaalde periode of tot het 18e jaar. Andere redenen voor vrijstelling zijn godsdienst/levensbeschouwing en “andere gewichtige omstandigheden”. Onder de laatste categorie gaat het bijvoorbeeld om kinderen die een periode intensieve therapie moeten volgen of betrokken zijn bij een adoptieprocedure. Het precieze aantal afgegeven vrijstellingen in het basisonderwijs voor schooljaar 2015-2016 is lastig vast te stellen omdat gemeenten uiteenlopende manier van registreren hebben. Grofweg gaan we uit van 35 vrijstellingen voor kinderen in de basisschoolleeftijd, binnen het samenwerkingsverband. In het verleden werd het onderwijs nauwelijks betrokken bij de afweging voor een toekenning voor vrijstelling. Sinds dit schooljaar is echter afgesproken dat de CTO ook wordt betrokken bij vrijstellingsaanvragen voor kinderen in bijvoorbeeld een ODC of andere dagbesteding, zodat ook vanuit het perspectief van het onderwijs kan worden meegedacht over een (gedeeltelijk) onderwijsaanbod.


KopKrant, januari 2017

9

PO VO

’ s r e t t i z ‘Thuis Doorzettingsmacht is een verantwoordelijkheid Het is het samenwerkingsverband er alles aan gelegen om te voorkomen dat leerlingen “thuiszitten”. Daarom zijn er afspraken gemaakt met de schoolbesturen en scholen: zodra er sprake is van schoolverzuim dat niet te maken heeft met ziekte, vindt een melding plaats bij de Commissie Toelating Onderwijsvoorziening (CTO) van het samenwerkingsverband. De CTO komt dan direct in actie om het verzuim nog vóór het ingaan van de wettelijke periode van 4 weken op te lossen. In de spaarzame gevallen dat een leerling niet geplaatst kan worden mag er geen patstelling ontstaan. Daarom spreekt de wetgever van “doorzettingsmacht”. Dat betekent dat vastgelegd moet zijn wie er in dat geval beslist over plaatsing van een leerling. Het samenwerkingsverband heeft vastgelegd dat deze doorzettingsmacht bij de voorzitter van de CTO en de coördinator van het samenwerkingsverband ligt. Hoewel de wettelijke benaming doorzettingsmacht is, ziet het samenwerkingsverband het eerder als een doorzettingsverantwoordelijkheid: niet rusten voordat er een plek voor de leerling beschikbaar is op één van de scholen. Bij voorkeur in overleg met de betrokkenen. Tot nu toe is het niet nodig geweest doorzettingsmacht in te zetten. In het belang van de kinderen is het te hopen dat dat zo blijft!

RMC-coördinator Vrouwtje Sanders:

‘De nul moet haalbaar zijn’ Hoewel het aantal thuiszitters in onze regio meevalt, is iedere thuiszitter er één teveel, vindt Vrouwtje Sanders, RMC-coördinator bij de gemeenten Schagen en Hollands Kroon. ‘De nul moet wat mij betreft haalbaar zijn.’ De spin in het web bij het begeleiden van thuiszitters met leerplicht is de leerplichtambtenaar. ‘Die heeft mogelijke lijntjes openstaan’, vertelt Sanders. ‘Met schoolmaatschappelijk werk, het wijkteam of andere hulpverlenende instanties etc. Bovendien heeft de leerplichtambtenaar zicht op diverse mogelijkheden om een kind terug naar school te begeleiden. Hij of zij kent de mogelijkheden én onmogelijkheden.’ Verantwoordelijkheid school De leerplichtambtenaar is echter afhankelijk van de (verzuim)melding door de school. Volgens Sanders heeft de school daarom een aantal belangrijke verantwoordelijkheden: 1. Op tijd signaleren 2. Melden bij het samen werkingsverband 3. Melden bij de leerplichtambtenaar 4. Een warme overdracht van PO naar VO

Hoewel vrijstelling van leerplicht voor sommige kinderen mogelijk is, geeft Sanders aan dat dat wat haar betreft een laatste optie is. ‘Alles is er bij ons op gericht kinderen (terug) naar school te krijgen, al dan niet door gebruik te maken van maatwerk. Bijvoorbeeld door kinderen gedeeltelijk weer naar school te laten gaan, met aangepaste schooltijden.’ Samenwerking Vrouwtje Sanders is blij dat sinds kort de projectgroep Thuiszitters in Beeld is opgericht. ‘Alles valt of staat bij een goede samenwerking. Het is belangrijk samen te bepalen wanneer je van een thuiszitter spreekt en hoe de meldroute en het verdere traject verloopt. Zo komt er ook beter in beeld waar in onze regio behoefte aan is, zodat geen enkele jongere tussen wal en schip valt. Bovendien is het goed om nog beter te kijken naar de redenen van het thuiszitten en naar het traject dat aan het thuiszitten vooraf gaat. Je kunt dan een preventieplan opstellen waarmee je thuiszitten niet alleen verhelpt, maar ook voorkomt.’

Vrouwtje Sanders

‘Het is belangrijk samen te bepalen wanneer je van een thuiszitter spreekt en hoe de meldroute en het verdere traject verloopt’


10

KopKrant, januari 2017

PO VO

Onderwijs aan zieke leerlingen

Consulent Karin de Wit:

‘Ik ben er om naar de leerling te luisteren’ Ook wanneer een kind ziek is, heeft het recht op goed onderwijs. Voor scholen kan dat echter een behoorlijke uitdaging zijn. Daarom kunnen scholen ondersteuning vragen van een consulent onderwijsondersteuning zieke leerlingen (COZL) van het landelijk netwerk Ziezon. Zieke kinderen kunnen zo een consulent toegewezen krijgen die ze helpt naar haalbare oplossingen te zoeken en zo te zorgen dat de onderwijsachterstand zo klein mogelijk blijft. Eén van die consulenten Onderwijsondersteuning Zieke Kinderen is Karin de Wit. ‘Wij staan als consulenten dicht op het kind’, vertelt de Wit. ‘We komen thuis, spreken het kind én de ouders en kunnen daardoor vaak goed inschatten wat er speelt en wat nodig is.’

‘Vaak zijn problemen het gevolg van misverstanden’

Casus In 2015 raakte de Wit betrokken bij Manon Schaminee, een 13-jarige leerling van het Wiringherlant, een scholengemeenschap in Wieringerwerf. Manon had diverse fysieke klachten waardoor ze veel lessen miste. ‘Ze sliep slecht, had buikpijn en hoofdpijn, maar geen duidelijke diagnose’, vertelt de Wit. ‘In eerste instantie werd besloten Manon te laten doubleren.

Het is een open meisje dat behoefte heeft aan sociale contacten. Thuis raakt ze toch in een isolement. Uiteindelijk is Manon overgestapt naar onderwijs bij Heliomare. Daar heeft ze alle ruimte om haar dag aan te passen. Heeft ze na een slechte nacht een toets? Dan wordt die naar morgen verplaatst. Wordt ze halverwege de ochtend moe? Dan zoekt ze even een rustig plekje op.

“Volgend jaar beter”, was de gedachte. Iedereen, ook ik en Manon, begon dat jaar vol goede moed, maar ik besloot haar toch van een afstandje in de gaten te houden. En zo rond de herfst merkte ik inderdaad dat ze weer veel thuis was en achter raakte. Samen met de mentor en de zeer betrokken zorgcoördinator maakten we een plan om haar toch wat lessen te laten volgen en toetsen te laten maken, maar helaas werkte het niet.

Bij Heliomare volgt ieder kind op zijn of haar eigen manier onderwijs; Manon is hier geen uitzondering. Het gaat nu veel beter met haar. Ze gaat iedere dag naar school, maakt vrienden en voelt zich veel beter. Ook de lessen gaan goed en met sommige vakken is ze al aan het versnellen. Ten opzichte van leeftijdsgenootjes heeft ze nog wel een achterstand, maar alles is weer op de rit en ze komt er wel.’

De ouders kwamen op het idee dat de problemen van Manon misschien weleens in het slapen konden zitten. Na een lang onderzoekstraject bleek Manon inderdaad een slaapstoornis te hebben. Daarvoor werd een therapie opgezet, maar inmiddels liep de achterstand op school natuurlijk verder op. Voor Manon werd de stap om weer naar school te gaan steeds groter. Het is een slimme meid die hoge eisen aan zichzelf stelt. In mei 2016 zijn we met z’n allen om tafel gaan zitten: ik, de zorgcoördinator, de mentor, de leerplichtambtenaar en Manon met haar ouders. Het oplossen van een slaapstoornis is een lang traject, hoe zorgen we dat Manon toch het onderwijs krijgt dat ze verdient? Er werd nog even gedacht over thuisonderwijs, maar ik wilde haar per se weer naar school krijgen.

Haalbare oplossing Het voordeel van haar rol als consulent vindt de Wit dat ze overal kort op zit. Hoewel ze in haar adviserende en ondersteunende rol geen bevoegdheden heeft en afhankelijk is

van de medewerking van haar contacten, merkt ze dat ze veel voor elkaar kan krijgen. ‘Vaak zijn problemen het gevolg van misverstanden. Een school begrijpt bijvoorbeeld niet goed wat er met een leerling aan de hand is en wat die leerling nodig heeft. Ik kan daar goed in bemiddelen. Bovendien kunnen kinderen vaak heel goed zelf benoemen wat voor hen een oplossing zou zijn. Ik ben er om naar ze te luisteren en te kijken of hun oplossing haalbaar is. Op basis van wat ik weet en hoor maak ik, in overleg met de school, een plan en zorg dat iedereen daarvan op de hoogte is. De school blijft verantwoordelijk voor de leerling, mijn rol is alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.’ Waar de Wit nog verbetering ziet, is een verbreding van haar werkterrein. ‘Ik werk vooral met leerlingen met een duidelijk medisch probleem. Er zijn echter ook leerlingen waarbij de problemen minder duidelijk zijn, maar die wel hulp nodig hebben. Zo wordt voor de kinderen met Niet Aangeboren Hersenletsel of kinderen met Somatisch Onverklaarde Lichamelijke

Klachten (SOLK) te weinig hulp gevraagd bij ons. Daarnaast denk ik dat er bij de kinderen waarbij andere problemen spelen waardoor ze thuis zitten, het jammer is dat ik buiten beeld ben. Voor kinderen met psychische problemen of autisme zou ik veel zou kunnen doen; ook voor hen is iedere dag thuis er één teveel. Maar deze groep hoort helaas niet bij het subsidiepotje waar ik uit betaald word.’

Karin de Wit


KopKrant, januari 2017

11

PO VO

Ambers droom om arts te worden

Amber Steenbergen is 13 jaar en zit in Havo 2. Niets aan de hand zou je denken. Maar het is voor Amber allesbehalve vanzelf gegaan. Haar jeugd bracht ze tot nu toe vooral thuis en in ziekenhuizen door en ze heeft inmiddels 31 operaties achter de rug. Haar moeder Corine heeft er de afgelopen acht jaar alles aan gedaan om te zorgen dat Amber bij kon blijven op school. ‘Amber wil niets liever dan later arts worden. Ik hoop dat het haar nog lukt, maar makkelijk zal het niet zijn.’ Op haar vijfde was Amber een vrolijke, gezonde kleuter. Tot haar moeder haar op een ochtend in coma vond. Haar dikke darm was gescheurd. Alsof dat nog niet levensbedreigend genoeg was, veroorzaakte dit ook een buikvliesontsteking. Gelukkig overleefde Amber haar kritieke toestand maar haar darmen waren dusdanig aangetast dat een groot deel verwijderd moest worden en Amber verder moest met een stoma. Inmiddels bleek het 5-jarige meisje in het ziekenhuis bovendien een vleesetende bacterie te hebben opgelopen, wat in een nieuwe reeks operaties resulteerde. Pas drie jaar is Amber nu van de bacterie af. ‘Haar jeugd heeft ze gemist’, vertelt Corine. ‘Als ze niet in het ziekenhuis lag, was ze wel herstellende van een buikoperatie. Opstaan, ademhalen; alles ging moeizaam. Buiten spelen met vriendjes en vriendinnetjes was geen optie. Niet de jeugd die ik voor haar in gedachten had.’ Vechten om begrip Wat het voor Amber op school moeilijk maakte, was volgens Corine het feit dat haar ziekte niet direct zichtbaar was. ‘Wanneer je je been breekt, springt iedereen meteen op om je te helpen. Maar wanneer er uiterlijk niets te zien is, verliezen mensen al snel hun interesse. Daardoor hebben we vooral de eerste jaren moeten vechten om begrip. Amber is een slim meisje. Dat is een voordeel én een nadeel, want daardoor dachten de leerkrachten de eerste jaren dat ze het ook wel zou redden zonder extra ondersteuning. Wat natuurlijk niet zo is!’

Zonder achterstand de operatie door

Zijn moeder wist het nog niet, maar de 8-jarige Sanjar Husagic wil marinier worden. Aan zijn doorzettingsvermogen zal het niet liggen, want hij heeft net een ingrijpende beenoperatie achter de rug en er nog één voor de boeg. ‘Ik vind het niet erg’, zegt hij. ‘Alleen het thuiszitten is soms een beetje saai.’ Na een lange weg kreeg Amber op school toch extra middelen aangeboden waardoor ze makkelijker thuis kon leren. Bijvoorbeeld via een internetverbinding met de klas. ‘Dankzij het rugzakjessysteem kwam de ondersteuning in groep 7/8 wel op gang’, vertelt Corine. ‘Maar het werd toen tegelijkertijd ook moeilijker voor Amber omdat dan je niveau voor de middelbare school wordt bepaald. Als ze niet ziek was geworden, had ze makkelijk naar het vwo gekund. Nu werd dat havo, waardoor Amber haar droom om arts te worden in haar ogen zag vervliegen.’ Persoonsgebonden Bij de overgang naar de middelbare school werd Amber begeleid door een consulent Onderwijsondersteuning Zieke Kinderen van het samenwerkingsverband. ‘De hulp van Käthi Leopold was een verademing’, vertelt Corine. ‘Zij is super gedreven en enthousiast. Ze gaat echt voor Amber door het vuur. Ze regelde op de basisschool al een aangepaste stoel die later meeging naar de middelbare school. Ook heeft Amber een aangepast rooster, een sleutel voor de lift en een eigen medicijnkastje in het lerarentoilet. Eén keer in de zes weken bespreken we met Käthi en de school waar we tegenaan lopen en wat Amber nodig heeft. Toch merk je dat ook Käthi afhankelijk is van in hoeverre school de dingen oppakt. Dat blijkt vaak erg persoonsgebonden. Na een toch wat moeizame start, omdat de middelbare school nou eenmaal groter en minder persoonlijk is, kregen we een heel goed contactpersoon op school. Helaas is zij onlangs overleden. Los van ons verdriet daarover, merken we dat we bij veel dingen weer van voor af aan moeten beginnen. Ik geloof wel dat de bereidheid er bij alle betrokkenen is, maar de resultaten zijn erg afhankelijk van de ‘poppetjes’, dat zou volgens mij toch anders moeten.’

Al vanaf zijn geboorte was het duidelijk dat Sanjar op een dag een operatie nodig zou hebben vanwege het lengteverschil van zijn benen. Tot zijn tiende kon hij er goed mee omgaan, maar vanaf die leeftijd nam de kans toe dat hij last van zijn bekken en rug zou krijgen en dat er zenuwen bekneld zouden raken. Een beenverlenging was onvermijdelijk. En dat is een operatie waarvan Sanjar uiteindelijk bijna een jaar moest herstellen. ‘Een voordeel,’ vertelt zijn moeder Hanieh, ‘was dat we ons er op konden voorbereiden.’ Samen met zijn school, de Kluft in Den Helder, konden we van te voren al afspreken hoe we dit gingen opvangen.’ Thuis werken De eerste maanden na de operatie, hij zat toen nog in groep 4, bleef Sanjar fulltime thuis. In die periode ondersteunde consulent Hans Fehling Sanjar bij zijn schoolwerk. Hanieh: ‘Hans kwam één keer in de week bij ons thuis om Sanjar te helpen. De rest van de week hielpen wij Sanjar bij zijn huiswerk. Zijn meester Youri gaf dat altijd perfect door. Sanjar wist precies wat hij moest doen en als we vragen

hadden, waren meester Youri en juf Suzanne altijd bereikbaar voor vragen. Natuurlijk is het een lastige periode, vooral voor Sanjar, maar doordat hij zo goed begeleid is door Hans en de school, heeft hij totaal geen achterstand opgelopen.’ Voor Sanjar was het lastigste dat hij na zijn operatie twee maanden zijn schoolvrienden moest missen. ‘Een paar kwamen bij me thuis en de eerste dag dat ik weer naar school ging, ging iedereen staan en riep: Sanjar! Sanjar! Dat was wel leuk.’ Dat hij thuis huiswerk moest maken, vond Sanjar geen probleem. ‘Ik vond het leuk met Hans en als papa en mama thuis waren, gaven ze me heel veel aandacht.’ Tweede operatie Na de zomer 2017 staat Sanjar zijn volgende operatie te wachten. Zelf heeft hij er niet zoveel problemen mee. Hij weet dat het nodig is. En over zijn school maakt zijn moeder zich geen zorgen. ‘Als dat net zo goed gaat als na de vorige operatie, dan loopt hij in ieder geval geen achterstand op. En wie weet wordt hij dan later inderdaad wel marinier!’


12

KopKrant, januari 2017

Inkopper

PO VO

Doorgaande lijn

Samenwerken voor een soepele overgang In de Kop van Noord-Holland wordt veel samengewerkt om de doorgaande lijn te borgen en te verbeteren, zowel van voorschoolse opvang naar primair onderwijs als van primair naar voortgezet onderwijs. Een korte update. Van voorschoolse voorzieningen naar primair onderwijs Eind 2016 overlegden gemeenten, de voorschoolse voorzieningen en het samenwerkingsverband regelmatig over een uniformere overgang van voorschool naar basisschool. Vooral voor de voorschoolse kinderen die een warme overdracht nodig hebben, is dit belangrijk. Het samenwerkingsverband gebruikte de overdrachten die al plaatsvonden als basis voor een voorstel waarin een uniformere overdracht is beschreven. Werkwijze warme overdracht Inmiddels is er overeenstemming over een werkwijze, waar ook een overdrachtsformulier bij hoort. In de werkwijze staat beschreven wat er nodig is voor de warme overdracht. Als een kind een warme overdracht nodig heeft, bezoeken contactpersonen van de basisschool de voorschoolse voorziening. Natuurlijk gebeurt dit altijd in overleg met de ouders. Vanaf eind januari zijn zowel de werkwijze als het formulier op de website van het SWV Kop van Noord Holland PO te vinden (via eigen inlog voorschoolse voorzieningen). De voorschoolse voorzieningen kunnen via de website altijd bij de meest recente materialen en informatie.

Van primair naar voortgezet onderwijs Sinds eind 2014 houdt de werkgroep Doorgaande Lijnen zich bezig met de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. Een van de opbrengsten van de werkgroep is het Handboek Advies en Overdracht. U vindt dit handboek op de website van SWV Kop van Noord Holland VO. Met dit handboek is het makkelijker om op regionaal niveau advies te geven en afspraken te maken over de overstapprocedure tussen primair en voortgezet onderwijs. Omdat de regelgeving veranderd is, zijn bestaande afspraken opnieuw tegen het licht gehouden en zijn er nieuwe afspraken gemaakt, uiteraard in samenspraak met de achterban. De belangrijkste punten: ● Er is een tijdpad opgesteld, waarin de terugkoppeling van het herziene advies op basis van de eindtoets is opgenomen. ● Het advies wordt verrijkt met de uitkomsten van een intelligentietest (NIO of NSCCT). ● Er zijn afspraken gemaakt over relevante documenten die het primair onderwijs aanlevert in OSO, het platform voor digitale uitwisseling van overdrachtsdossiers.

De kop

 eerlingen die ondersteuning L nodig hebben, kunnen worden aangemeld voor pré-advies of voor begeleiding in het voortgezet onderwijs. ● Op verschillende tijdstippen in het jaar wisselen primair en voortgezet onderwijs in verschillende vormen informatie uit. ● De werkgroep heeft een ontwikkelagenda opgesteld. De komende tijd brengt de werkgroep de herziene adviezen in kaart en evalueert ze. De werkgroep kijkt naar vragen als: welk beeld ontstaat er, wat zijn eventuele verbeterpunten, zijn er trends en lopen we in de pas met het landelijke beeld? Ook zal de werkgroep zich buigen over meer inhoudelijke onderwerpen, zoals het gebruik van een portfolio in de overdracht, leerlingprofielen en plaatsingswijzers.

‘Dyslexie komt veel vaker voor dan verwacht – op papier dan’. Zo luidde de kop waarmee de Volkskrant ons kort voor de kerstvakantie verblijdde. Zo’n kop herbergt natuurlijk een flinke verdachtmaking. Dat kranten dat doorgaans prettiger vinden dan goed nieuws (want dat verkoopt niet) is bekend, maar toch. Is het iets nieuws? Nee, zo’n vijf jaar geleden verschenen er al berichten over een percentage van ongeveer 30% dyslecten op het vmbo, vooral dicht op het eindexamen. Het valt niet te ontkennen, er is een markt. Dus ‘wie betaalt bepaalt’ ligt op de loer, zelfs bij erkende GZ-psychologen of orthopedagogen. Rambam heeft het in 2016 aangetoond door ‘het papiertje voor extra toetstijd’ eenvoudig te bemachtigen zonder leesof schrijfproblemen. Volgens de statistieken lijdt 7 à 8% van alle Nederlanders aan dyslexie, maar op ruim een derde van de basisscholen heeft meer dan 10% een verklaring en op het vmbo-bl zelfs gemiddeld 19%. Bovendien is het aantal vwo-ers met dyslexie sinds 2012 bijna verdubbeld en ligt het gemiddelde van examenkandidaten met een verklaring op alle niveaus (vmbo, havo, vwo) boven de 10%. Ik ontkom nauwelijks aan wantrouwende gedachten en besluit op zoek te gaan naar de nuance, niet echt iets voor een column, maar natuurlijk wel voor deze krant. Ik bel Daniëlle van der Werf (GZ-psycholoog en gespecialiseerd in dyslexie). Bij een gerenommeerde organisatie, zo vertelt zij, krijg je de verklaring niet zomaar. Er zijn (sinds kort zelfs aangescherpte) criteria voor behandelingen die sinds enkele jaren door de gemeentes worden vergoed. Zo dient er sprake te zijn van ernstige enkelvoudige dyslexie. Dus geen combinatie met andere beperkingen. Dat betekent voor de scholen een veel kritischer blik naar hun eigen taal-/leesonderwijs en hun analyses met betrekking tot zorg. Dat betekent een kwaliteitsslag. Er zijn ook scholen die geen leerlingen aanmelden voor een behandeling of verklaring. Hoe komt dan? Onderzoek vereist, lijkt me. Dan de toename bij het voortgezet onderwijs. De verdubbeling bij het vwo zal zeker met assertieve ouders te maken hebben. Maar wat ook meespeelt is dat veel van deze leerlingen hun dyslexie op de basisschool lange tijd konden compenseren. Met de toename van het aantal talen en het tempo lukt dat op het VO niet meer. Daarnaast is de hardnekkigheid in het VO door de verschillende vakken moeilijker aan te tonen. De toename in het vmbo blijkt mede te verklaren doordat daar havo-afstromers terechtkomen, sommigen vanwege hun dyslexie. Om tijdwinstdyslecten te voorkomen lijkt het me toch het beste om iedereen maar meer examentijd te geven. Kostenbesparend en zelfvertrouwenverhogend.

Colofon

Ruud Musman

KopKrant is een initiatief van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland

‘In de werkwijze staat beschreven wat er nodig is voor de warme overdracht’

Projectleiding: Andrew Albers Tekst, ontwerp en productie: Second Opinion, Leeuwarden Redactie: Jan Bot, Andrew Albers en Anneke Bouma-de Vries Voor meer informatie over deze uitgave kunt u contact opnemen met: T (0229) 25 93 80 E info@swvkopvannoordholland.nl De KopKrant staat ook op de website: www.swvkopvannoordholland.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opname of enige ander manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Profile for Monique Schurer

Kopkrant - editie januari 2017  

Kopkrant is een uitgave van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO/PO. Meer informatie: www.swvkopvannoordholland.nl

Kopkrant - editie januari 2017  

Kopkrant is een uitgave van Samenwerkingsverband Kop van Noord Holland VO/PO. Meer informatie: www.swvkopvannoordholland.nl

Advertisement