__MAIN_TEXT__

Page 1

Historisch Tijdschrift Overijssel

JAARGANG 8 • NUMMER 4 • OKTOBER 2020

4

Links, twee, drie, vier, links! De Kring Twente Tochten bracht jongeren in de Twentse natuur En verder: Maurits von Martels, boer met een landhuis • Een kast vol handschriften • Naar de plek van Sabine Uitslag De oudste McDrive van Nederland • Het digitale goud van Overijssel


COLOFON Redactie Dinand Webbink (HCO), Susanne de Jong (Athenaeumbibliotheek Deventer), Marcel Mentink (Rijnbrink), Martin van der Linde (IJsselacademie)

Jaargang 8, nummer 4, oktober 2020

van de redactie Historisch Tijdschrift Overijssel

Correspondenten Suzan Folkerts (Athenaeumbibliotheek Deventer), Harrie Scholtmeijer, Rien de Vries (IJsselacademie), Martine de Boer (HCO), Gerke van Hiele, Girbe Buist Redactieadres info@mijnstadmijndorp.nl Vormgeving Frank de Wit Partners Historisch Centrum Overijssel IJsselacademie Rijnbrink Athenaeumbibliotheek Deventer

Gezelschap heren op een bankje op het landgoed Weldam. (Historisch Goor)

Samen

Historisch Tijdschrift Overijssel

JAARGANG 8 • NUMMER 4 • OKTOBER 2020

4

Links, twee, drie, vier, links!

Het wordt tot in het eindeloze herhaald: ‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’. Enigszins tot mijn verwondering begrijp ik dat we deze maand ook samen kunnen stoppen met roken. Niets nieuws natuurlijk, die al dan niet opgelegde saamhorigheid. De doopsgezinde Gieterse predikant Tjeerd Hylkema had als motto ‘Samen Een’. Samen strijden tegen armoede, dat was in het begin van de twintigste eeuw in het waterrijke, nu zo welvarende Giethoorn geen luxe. Gerke van Hiele benadrukt dat de dominee ook andersdenkenden bij zijn streven betrok en daarom eerder dorpsgezind dan doopsgezind was. In het openingsartikel vertelt Marcel Mentink uit eigen ervaring hoe de Twentse jeugd gezamenlijk wandeltochten maakte: de Twente Tochten. Ook hier stond gemeenschapszin hoog in het vaandel, net als bij de veenarbeiders, de voorouders van Sabine Uitslag. Is er dan geen plaats meer voor individualisme, kan één mens nog het verschil maken? In dit nummer van uw historisch magazine wel. Girbe Buist vertelt over een boer bij Vollenhove die in 1850 het eerste ‘drive-through’ restaurant begon. Een concept dat later door McDonalds een wereldwijd fenomeen werd: de McDrive. Daar gaan we dan wel weer met z’n allen naar toe. Zo is er nog veel meer te genieten in deze gevarieerde aflevering: verhalen over prachtige oude handschriften, kringlooplandbouw op het landgoed Hessum, de beste boeken van Overijssel en weer een stukje geschiedenis van het Nedersaksisch. Veel leesplezier!

De Kring Twente Tochten bracht jongeren in de Twentse natuur En verder: Maurits von Martels, boer met een landhuis • Een kast vol handschriften • Naar de plek van Sabine Uitslag De oudste McDrive van Nederland • Het digitale goud van Overijssel

Dinand Webbink, hoofdredacteur


inhoud

4 De Kring Twente Tochten bracht jongeren in de Twentse natuur

8 Maurits von Martels, boer met een landhuis

11

17

Een kast vol handschriften

7

 enomineerden Overijssels boek G van het jaar bekend

NAAR DE PLEK VAN

14

Sabine Uitslag

GESCHIEDENIS VAN DE TAAL

16

Ingweoons Overijssels

Dominee Tjeerd Hylkema en Giethoorn

OVERIJSSEL IN BOEKVEN

18

23

Boekenrubriek

Het digitale goud van Overijssel

GESCHIEDENIS VAN ALLEDAG

24

Café De Moespot oudste McDrive van Nederland


4

DOOR MARCEL MENTINK

Links, twee, drie, vier, De Kring Twente Tochten links! bracht jongeren in de Twentse natuur

Toen in 1912 in Hengelo de eerste katholieke voetbalvereniging werd opgericht en men in competitie­verband wilde spelen, bleek er een groot obstakel: de wedstrijden waren op zondag al vóór twaalf uur. Dat kon natuurlijk absoluut niet: ‘Sport mag de dag des heren niet overwoekeren.’ Het verbod bleek de aanleiding om in Twente een katholieke voetbalcompetitie op te zetten. ‘Rooms ook in de sport’, was het devies. Andere steden sloten zich aan en in 1916 werd Twente opgenomen in het Aartsdiocesaan voetbalverband.

Dames van Rapido met jeugdleidster Smit als vlaggendraagster tijdens een wandeling in Tubbergen.

D

oor de behoefte aan nauwere samenwerking tussen alle Twentse sportclubs werd in 1920 de Kring Twente opgericht. Uit deze verzameling van katholieke sportverenigingen ontstond in 1933, na al een jaar proefgedraaid te hebben, de Kring Twente Tochten (KTT). De jeugd moest het prachti-

ge natuurschoon van Twente in. Eind jaren zestig was ik een jaar of tien toen mijn ouders aangaven dat ik weleens lid kon worden van de net opgerichte wandelvereniging Rapido in Tubbergen.

Jury’s

Het is tegenwoordig bijna niet meer voor te stellen dat jongens en meisjes (geschei-


OKTOBER 2020

5

den uiteraard) in groepsverband gingen wandelen, of eigenlijk marcheren. Zo bezochten we onder de vlag van de Kring Twente Tochten diverse Twentse dorpen en steden, waar eveneens wandelverenigingen waren. De wandelingen varieerden van 10 kilometer voor de jongeren tot 25 kilometer voor de oudere deelnemers. De groep die volgens de juryleden het mooist in het gelid wandelde, won de hoofdprijs. De overige deelnemers moesten genoegen nemen met een medaille. Na een poosje te hebben meegewandeld, schopte ik het zelfs nog een jaar tot groepsleider.

Broodjes

Deelnemers aan de KTT waren verplicht een tenue te dragen. Voor de meisjes gold dat de oksels bedekt moesten zijn en kniekousen waren verplicht. Bij Rapido droegen we een oranje sweater en een witte broek of rok. Tijdens wandelingen werd er natuurlijk uit volle borst gezongen. ‘Potje met vet’ was één van de favorieten. De route ging vooral over kleine land- en zandweggetjes dwars door de Twentse natuur. Wanneer we door een dorpje langs een kerkgebouw liepen, brachten we een groet door de vlag uit de houder te halen en die overdwars met gestrekte armen richting de kerk te houden. Halverwege de wandeling was er altijd een pauze.

Bernard Mentink, mijn vader, als vlaggendrager van Rapido bij de tocht in Goor op 1 juni 1947.

Dan verorberden we met smaak de kleffe broodjes die we van huis meegenomen hadden en kregen we van de organisatie een glaasje ranja. Langs de weg stonden her en der de juryleden. Na verloop van tijd konden we ze herkennen en dan liepen we extra goed in het gelid. De jury beoordeelde de groepen namelijk op ‘orde, tucht, tempo en algemene indruk’.

Oldenzaal

Wat ik toen nog niet wist, was dat Rapido al een lange voorgeschiedenis kende. De vereniging was opgericht in 1939. In oude kranten staan de eerste verslagen van de Kring Twente Tochten in 1933, toen er drie wandelingen werden

De top van de vlaggenmast met de KTT letters.

georganiseerd voor nog ‘maar’ vijfhonderd deelnemers. De jaren daarna steeg het aantal deelnemers snel en werden de wandelingen een groots evenement. In juli 1937, toen de tocht in Oldenzaal werd gelopen, waren er maar liefst 1.300 deelnemers verdeeld over 71 groepen. Diverse hoogwaardigheidsbekleders waren aanwezig: burgemeester Bloemen van Oldenzaal, het Plechelmuskoor o.l.v. Toon Borghuis, de geestelijk adviseur de Weleerwaarde heer De Jong en de voorzitter van de KTT, dhr. Van de Walle. Om drie uur ’s middags verzamelde iedereen zich in de Plechelmuskerk waar deken Scholten een Lof celebreerde.

Het is tegenwoordig bijna niet meer voor te stellen dat jongens en meisjes in groepsverband gingen wandelen →


6

LINKS, TWEE, DRIE, VIER, LINKS!

Programmaboekje

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er niet gewandeld, maar daarna was de belangstelling voor de KTT-tochten voor jongeren van katholieke huize weer groot. Jaar na jaar liepen er meer dan duizend deelnemers mee. Dat ook de gemeenten dit De gewonnen medailles. De KTT heeft nog waardeerden blijkt wel uit het net het 40-jarig bestaan kunnen vieren. programmaboekje uit 1950, toen er zes wandeltochten georganiseerd werden, waarin de burgemeesters van de deelnemende dorpen en Het doek valt steden hun plaats warm aanbevolen in het Eind jaren vijftig begon er langzaamaan de voorwoord van de routebeschrijving. Al die klad in te komen. De kranten vermelden mensen leverden natuurlijk geld op in het geen KTT tochten meer. Rapido ging ter laatje van de middenstand. ziele. Eind jaren zestig werd Rapido, mede De routebeschrijving uit dat programmadoor mijn vader, opnieuw leven ingeblazen boekje is summier, zeker in vergelijking en deed weer mee aan de KTT tochten, met wat we tegenwoordig gewend zijn. maar toen Haaksbergen, met wel 260 Het parcours vanuit Tubbergen begint als leden in 1973 stopte, zette andermaal het volgt: “Vanaf de markt, de Grote straat, de verval in. Twee jaar later, toen ook Oldenstraatweg naar Vasse. Buiten de bebouwzaal, Weerselo en Ootmarsum de KTT verde kom rijwielpad naar Vasse volgen. In lieten was het afgelopen met de wandelVasse linksaf naar Geesteren.” sport in verenigingsverband in Twente. ● >

De dames van Rapido wandelend bij de molen van Fleringen, begin jaren 50.

>P  rogrammaboekje van de Kring Twente Tochten, 1950.


OKTOBER 2020

7

Gerard Löbker won in 2018 in de categorie non-fictie met zijn boek Bij Stork.

Genomineerden Overijssels boek van het jaar bekend

E

Overijssel barst van het talent dat boeken, verhalen en gedichten schrijft. Deze schrijvers en dichters inspireren ons om anders te kijken naar alledaagse dingen.

lk jaar houdt Rijnbrink de boeken bij die geschreven zijn door Overijsselse auteurs en of die over onze provincie gaan. De boeken vertellen allemaal op hun eigen manier iets over het eigene van Overijssel of laten een verhaal zien van een Overijsselse auteur. Overijssel Verwoord is opgezet om de schrijvers van deze boeken in het zonnetje te zetten. Eén van de activiteiten van Overijssel Verwoord is de verkiezing van het Overijssels Boek van het Jaar. Deze verkiezing gaat over xhet mooiste fictie- en non-fictieboek dat over Overijssel gaat of geschreven is door een Overijsselse auteur. Begin november zal de verkiezing van het beste boek plaatsvinden in Deventer. Vanwege de coronamaatregelen zal het dit jaar naar alle waarschijnlijkheid zonder groot publiek gevierd worden. Jammer, maar helaas, want ook dit jaar hebben de auteurs zich van hun beste kant laten zien. De door de jury genomineerde boeken geven een mooi beeld van wat er zoal in onze provincie speelt: ●

Overijssel barst van het talent dat boeken, verhalen en gedichten schrijft

De genomineerden Categorie fictie: • Nicole Harmsen De Rusluie • Almar Otten Gevallen engelen • Marcel Verreck Feest Categorie non-fictie: • Joep Boerboom Beroofd volgens de regels • Elsbeth Etty In de man zit nog een jongen: Willem Wilmink, de biografie • Suzan  Folkerts en Garrelt Verhoeven (red.) Deventer Boekenstad. Twaalf eeuwen boekcultuur aan de IJssel • Lydia Lijkendijk Lange lijnen: Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle •W  illemieke Ottens, Els van der Laan en Karin Bevaart Groen parels in Overijssel: wandelen door lommerijke landschapsparken • Wouter Waldus De opgraving en lichting van de 15e-eeuwse IJsselkogge • John van Zuidam Oale groond: geschiedenis van het Twentse landschap


8

DOOR RIEN DE VRIES

Maurits von Martels, boer met een landhuis Vooraanzicht van het landhuis Hessum bij Dalfsen. (foto: Arie Tinbergen)

H

Een boer met een landgoed. Dat is geen alledaagse combinatie. Ondanks zijn fulltimebaan als Tweede Kamerlid voor het Christen-Democratisch Appèl (CDA), ligt de passie van Maurits von Martels bij zijn boerderij op het landgoed Hessum. ‘Al vanaf mijn vierde jaar wist ik dat ik boer wilde worden.’

et vijftig hectare tellende landgoed Hessum ligt verscholen tussen de grotere landgoederen Rechteren en Vilsteren in de omgeving van Dalfsen en Ommen. Samen zorgen ze voor een fraai landschap van bossen, landerijen en klassieke boerderijen. Jonkheer Maurits von Martels (1960) is elke dag in touw om de boerderij met het landgoed in goede staat te houden. ‘Ik maak lange dagen,’ vertelt Von Martels. ‘Tachtig uur in de week is gewoon. Ik ben drie dagen in Den Haag, maar ook thuis houdt dit werk mij bezig. In de overige tijd beheer

ik samen met mijn vrouw het landgoed en de boerderij.’

Kringlooplandbouw

Het aantal melkkoeien op zijn boerderij is in de loop der jaren gegroeid van zeventig naar honderd. Daarnaast heeft Von Martels nog vijftig stuks jongvee lopen in een gehuurde stal. Het dagelijkse werk op de boerderij wordt uitgevoerd door een compagnon. Alleen op zondagochtend en in de vakantie melkt hij zelf. Tijdens zijn werk in Den Haag is Von Martels actief betrokken bij de discussies over de toekomst van de Nederlandse landbouw. ‘Ik ben voorstan-

der van de kringlooplandbouw, maar wel binnen Europees verband. Als zelfstandige boer kun je kleine stappen in die richting zetten. Te denken valt aan verbetering van de mestsamenstelling, waardoor er minder ammoniak vrijkomt. De samenstelling van het gras kan worden verbeterd, en de koeien kunnen vaker buiten staan. Ook kun je als boer meer voer van eigen land gebruiken en zorgen voor meer biodiversiteit. Het hoeft niet altijd om grote veranderingen te gaan.’ Als boer en als beheerder van een landgoed voelt Von Martels zich medeverantwoordelijk voor het landschap in


OKTOBER 2020

9

te beheren als een landgoed. Landbouw, natuur en recreatie vormen een eenheid. Met dat perspectief moet beleid samengesteld worden, zowel landelijk als provinciaal en lokaal. Deze integratie wordt al op veel historische landgoederen uitgeoefend.’

‘Achter gaat voor’

Naast de landbouw heeft ook het toerisme een plek op huize Hessum. De vader van Maurits, jonkheer Hubert L.M. von Martels (1917-2008) begon hier al mee in de jaren zeventig. Op de Witte Belten bouwde hij vakantiebungalows voor de particuliere verkoop en zorgde daarmee voor een tweede bron van inkomsten. Een aantal jaar geleden is Von Martels vrouw Aimée een Bed & Breakfast begonnen op de bovenverdieping van het voormalige koetshuis. Deze smaakvol ingerichte ruimte, met een mooi uitzicht over bos en weiland, kan voor langere tijd als vakantieappartement worden gehuurd. ‘Achter gaat voor,’ zo typeert Aimée het bestaan op het landgoed. Het grootste deel van de inkomsten dient als investering in de boerderij en het landgoed. De inrichting van het woonhuis is minder belangrijk, al staat het er goed onderhouden bij.

Predicaat Maurits en Aimée von Martels. (foto : Arie Tinbergen)

de omgeving. Al in 1998 stelde hij een bedrijfsnatuurplan op, waarin hij vier hoofddoelen formuleerde: het herstellen en onderhouden van houtwallen, singels en solitaire bomen, het verbeteren van

de leefomstandigheden voor amfibieën, het creëren van bloemrijke slootkanten en perceelranden en tenslotte het verbeteren van de broedgelegenheid voor vogels. ‘Eigenlijk is het hele Nederlandse landschap

‘Jonkheer is geen titel, maar een predicaat dat ik bij mijn geboorte heb meegekregen’, vertelt Von Martels. ‘Het zegt mij niet zoveel, omdat het niet door verdienste is verkregen. Gedrag en houding in de samenleving zijn veel belangrijker.’ Het predicaat jonkheer gebruikt Von Martels amper. In het verleden gaf een titel makkelijk toegang tot een bestuurlijke functie,

Landgoed Hessum

De vijfjarige Petrus Antonius van der Ketten legde in 1830 de eerste steen van het huidige landhuis Hessum. (foto: Arie Tinbergen)

De eerste bewoners van Huize Hessum waren de Zwolse arts Franciscus Justus van der Ketten en zijn vrouw Theresia Maria Hens. Hun vijfjarige zoontje Petrus Antonius legde op 17 juni 1830 de eerste steen van het huidige Huize Hessum. 22 jaar later werd een stal gebouwd en begon de agrarische geschiedenis van het landgoed. In 1861 erfde Theodorus E.J. van der Ketten (de broer van Franciscus) Huize Hessum. Hij was getrouwd met Ida M.C.A.J.A. von Martels. Aangezien zij geen kinderen hadden, werd landgoed Hessum op naam gezet van hun petekind Alfred C.E.A.M. von Martels (grootvader van de huidige bewoner van Huize Hessum) die in 1884 was geboren in Vreden (Duitsland) en tot 1958 op Hessum bleef wonen. In 1964 kregen hij en al zijn wettige afstammelingen de Nederlandse adellijke titel met het predicaat van jonkheer en jonkvrouw. Bij het huwelijk van zijn zoon Hubert L.M. von Martels met Marita F. Baurichter in 1950 onderging het huis een ingrijpende verbouwing. Het echtpaar kreeg vier kinderen. Op het landgoed was een melkveehouderij en er werden paarden gefokt. Jongste zoon Maurits von Martels nam de boerderij en het landgoed uiteindelijk over.


10

MAURITS VON MARTELS, BOER MET EEN LANDHUIS

De koeien eten kuilvoer in de stal, met op de achtergrond het landhuis. (foto: Arie Tinbergen)

maar nu moet je tonen dat je het waard bent. ‘Van mijn ouders heb ik geleerd dat je hard moet werken om iets te bereiken en dat continuïteit belangrijk is om goede dingen te kunnen waarborgen. Van extreme veranderingen of uitspraken houd ik niet, ook niet in de politiek. Je inzetten voor de omgeving en de (lokale) samenleving vind ik een morele plicht.’

Continuïteit

Von Martels en zijn vrouw hebben drie zonen die het alle drie belangrijk vinden dat het landgoed voortgezet wordt. Alleen hebben ze geen interesse voor de melkveehouderij. In de toekomst zal daarom gezocht moeten worden naar andere vormen van inkomsten om het landgoed te onderhouden, maar dat is van latere zorg. Voorlopig werkt Von Martels met plezier door. Er zijn diverse mogelijkheden te bedenken, zoals het verpachten van het boerenbedrijf, maar het landgoed wordt niet verkocht, net zo min als huize Hessum als het aan Von Martels ligt. De continuïteit van het landgoed en het landhuis voor het nageslacht is het doel. ●

Huize Hessum bij Dalfsen, 1966. (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Overijsselse landgoedeigenaren aan het woord

De afgelopen twee jaar interviewde Rien de Vries, vrijwilliger bij de stichting Overijsselacademie/HCO, zo’n vijftien eigenaren, bewoners, personeelsleden of pachters van Overijsselse landgoederen. De betrokkenen vertelden over de soms rijke familiegeschiedenis, wat er allemaal komt kijken bij het beheer van een landgoed, en over de wisselwerking tussen de omgeving en de maatschappelijke functie van de landgoederen. De interviews zijn nu gebundeld op een speciale themapagina over landgoederen in Overijssel op het cultuurhistorische platform MijnStadMijnDorp.


DOOR SUZAN FOLKERTS

OKTOBER 2020

11

Een kast vol handschriften

Het tweehonderdjarig jubileum van de collectie van de Gelderse Academie in de Athenaeumbibliotheek Deventer In 1792 doopte de Harderwijkse hoogleraar en bibliothecaris Everardus Scheidius zijn pen in de inkt en schreef een catalogus van de boeken die zich in de bibliotheek van de Gelderse Academie bevonden. Enkele jaren later sloot de Gelderse Academie in Harderwijk haar deuren en besloot Koning Willem I dat de collectie bestemd was voor de Athenaeumbibliotheek in Deventer. Met de komst van de bijna 3300 handgeschreven en gedrukte boeken verdrievoudigde de collectie van de Athenaeumbibliotheek.

Verhuizing van de collectie

In 2020 is het tweehonderd jaar geleden dat de collectie van de Gelderse Academie, ofwel de universiteit van Harderwijk, naar de Athenaeumbibliotheek van Deventer werd overgebracht. In 1818 sloot de universiteit, die inmiddels was gedegradeerd tot hogeschool, voorgoed haar deuren. Koning Willem I besloot in dat jaar dat de 3300 banden tellende boekencollectie van de Gelderse Academie beter op haar plek was in de bibliotheek van het Athenaeum Illustre in Deventer. Enkele boeken bleven in Gelre en verhuisden naar de stadsbibliotheek van Arnhem, maar het leeuwendeel kwam in 1820 naar Deventer. Met de komst van de nieuwe boeken was de toenmalige behuizing van de Athenaeumbibliotheek, de kapel van het

Heer Florenshuis, niet langer toereikend. De nieuwe bibliotheek werd ingericht in het Raadhuis aan het Grote Kerkhof. Daar ging de collectie van de universiteit Harderwijk op in de Deventer collectie. De boeken uit Harderwijk waren een welkome aanvulling op de collectie van de Athenaeumbibliotheek. Die beschikte bijvoorbeeld eerder niet over het werk van wiskundige RenĂŠ Descartes, en vanaf dat moment wel.

Handschriften uit Harderwijk Bij de boekenvracht uit Harderwijk zat ook de catalogus van Scheidius, die tot 1793 hoogleraar Oosterse talen en bibliothecaris was in Harderwijk. In de catalogus beschreef hij welke boeken per plank in de bibliotheek stonden. Een speciaal onderdeel daarin was een overzicht van de kast

met handschriften, die vijf planken met in totaal 94 titels bevatte. Overigens werden ook gedrukte boeken met handgeschreven aantekeningen van geleerden onder de handschriften geschaard. Veel van deze boeken waren afkomstig van de geleerde Petrus Burmannus Secundus (1713-1778). Scheidius had tientallen boeken aangeschaft op de veiling in Leiden van diens bibliotheek. Daaronder bevonden zich ook kostbare middeleeuwse handschriften, zoals een Griekse woordenlijst (glossarium) → uit de elfde of twaalfde eeuw.

De gereconstrueerde kast met handschriften volgens de catalogus van Everardus Scheidius uit 1792 (foto Viorica Cernica, Houdbaar)


12

Een middeleeuws handschrift dat toebehoorde aan de academiebibliotheek van Harderwijk (Middelnederlands Psalter, signatuur: Deventer, AB, 101 F 1 KL)

Naast aankopen ontving de academie­ bibliotheek boeken uit schenkingen van geleerden, onder wie Scheidius zelf. Hij schonk onder meer een Syrische brief die geschreven was door de Leidse hoogleraar Oosterse talen Carolus Schaaf, een Perzische liederenbundel en een Perzisch-Arabische woordenlijst. Verder zullen sommige middeleeuwse handschriften afkomstig zijn uit de tijdens de Reformatie gesloten Harderwijkse kloosters. Van andere boeken is niet bekend hoe ze precies in Harderwijk belandden. Een handschrift van de Deventer stadssecretaris Henrick van Suchtelen (1660-1708) met daarin een briefwisseling met zijn (aangetrouwde) oom Gisbert Cuper kwam via zo’n onbekende omweg terug in Deventer. Ook een bloemlezing uit de Griekse literatuur uit het bezit van de Deventer bierbrouwer en later in Oxford gepromoveerde Simon de Vries (1723-1793) kwam via Harderwijk terug naar de IJsselstad.

Hebreeuwse bijbel, gedrukt in 1517 (signatuur: Deventer, AB, 43 F 1 KL).


OKTOBER 2020

13

Roofgoed

Een aparte sectie in de Harderwijk-collectie vormen de Arabische en Maleise handschriften, die afkomstig zijn uit het bezit van vlootvoogd Jacob Pieter van Braam. Deze handschriften zijn in 1784 buitgemaakt bij de gevechtshandelingen in Salangor in de straat van Malakka. Van Braam woonde na zijn terugkeer naar Nederland in Harderwijk en schonk zijn collectie aan de academiebibliotheek. Hij vertelde aan Scheidius dat de boeken uit het huis van een islamitische geleerde waren meegenomen, die zijn boeken met zijn leven verdedigde. Ook bleek uit brieven dat Van Braam geschriften die in een boot waren gevonden had meegenomen. Het verhaal over roofgoed is geen mooi verhaal, maar maakt het verhaal over de collectie uit Harderwijk wel compleet. Door deze voorgeschiedenis zijn in de Athenaeumbibliotheek nu Maleise religieuze en geleerde geschriften te bestuderen en zelfs teksten in het Boeginees, de taal en het schrift van Sulawesi (vroeger Celebes). ●

Praktische informatie Waar: Bibliotheek Centrum, Stromarkt 18, Deventer en Athenaeumbibliotheek, Klooster 12, Deventer. Wanneer: 1 september tot en met 16 december 2020. Zie voor openingstijden: https:// www.bibliotheekdeventer.nl/harderwijk Publicatie: Bram Boers en Suzan Folkerts, Handschriften uit Harderwijk. Tweehonderd jaar collectie Gelderse Academie in de Athenaeumbibliotheek Deventer (Deventer, Stads-of Athenaeumbibliotheek, 2020). Dit boekje is voor bezoekers van de tentoonstelling kosteloos verkrijgbaar op beide bibliotheeklocaties en daarna(ast) in de webwinkel van de Athenaeumbibliotheek voor € 5,-

Een 15e-eeuws handschrift gekocht op de veiling van Burmannus’ bibliotheek (Elegiae, signatuur: Deventer, AB, 11 D 4 KL).

Expositie, boekje en website

Deze rijkdom is van 1 september t/m 16 december 2020 te zien in een tentoonstelling in zowel de Bibliotheek Deventer als de Athenaeumbibliotheek. Bij de expositie is een boekje verschenen: Handschriften uit Harderwijk. Tweehonderd jaar collectie Gelderse Academie in de Athenaeum­bibliotheek (zie hiernaast). De catalogus van Everardus Scheidius die als uitgangspunt diende voor het project is gedigitaliseerd en staat, evenals diverse andere handschriften uit Harderwijk, volledig online. Op de website www.bibliotheekdeventer.nl/harderwijk is achtergrondinformatie over de tentoonstelling beschikbaar en wordt verwezen naar gedigitaliseerde boeken uit Harderwijk. De voorzijde van het boekje, met daarop een afbeelding van een koran uit de geroofde collectie van Van Braam (ontwerp Peter Bos, Houdbaar)


14

Naar de plek van … Sabine Uitslag

DOOR DINAND WEBBINK

‘Ik was 23 toen ik mezelf in de spiegel aankeek en zei: Doe nooit iets waar je geen energie van krijgt. Daar heb ik mij aan gehouden, tot op de dag van vandaag’, vertelt Sabine Uitslag. Tegenover mij zit een vrouw die overloopt van ideeën, plannen en projecten. Ze vertelt over haar leven, dat is gevuld met het leiden van webinars, geven van mediatrainingen, maken van podcasts, voorbereiden van een theaterprogramma en zingen in een rockband. Om maar wat te noemen.

‘M ‘Als er één deur dichtgaat, gaan er tien weer open’

Sabine Uitslag

ensen denken dat het mij allemaal aan komt waaien, dat ik met een gouden lepel in mijn mond ben geboren’, zegt het in Westerhaar geboren voormalig Tweede-Kamerlid. ‘Nee hoor, die was gewoon van plastic. Van huis kreeg ik mee dat niets voor niets komt, dat het keihard werken is. Daarom zijn we hier, aan de rand van de Engbertsdijkvenen, een van de laatste stukjes veen in Overijssel. De veenarbeiders wisten als geen ander hoe hard het bestaan was. Dicht bij de natuur en afhankelijk van die natuur. Maar ook afhankelijk van elkaar, je moest het samen doen. Er was een grote gemeenschapszin. Die is er nog steeds. Dat verleden draag ik met mij mee, daar ben ik er trots op.

Alcoholische turfschipper Vroeger wandelde ik met mijn ouders door het veen. Ook nu kom ik er nog weleens, soms met mijn twee dochters. Het veenmuseum is voor mij een speciale plek. Die kleine plaggenhut, waar een heel gezin in een kleine ruimte in een in de grond gegraven gat woonde, dat maakt indruk. Dat is nog niet eens zo heel lang geleden. Iemand heeft een keer onze familiegeschiedenis uitgezocht, een stamboom gemaakt. Je denkt dan op prinsessen of beroemdheden te stuiten, maar helaas. Een van mijn voorouders was een alcoholische turfschipper. Toen hij verdronken was, was het eerste dat


OKTOBER 2020

15

Bloeiende struiken in de Enbertsdijkvenen. (foto: Herman Stevens)

zijn weduwe vroeg: zat er nog iets in zijn portemonnee?’ ‘Je vertelde ergens dat je als een bleue dertienjarige naar de havo ging in Almelo, de grote stad. Sindsdien is er heel wat gebeurd en ging het heel snel. Je bent nu een vrouw van de wereld die midden in het leven staat en moeiteloos een zaal gevuld met 1500 mensen toespreekt. Wat is er met dat tienermeisje gebeurt?’ Lachend: ‘Ik heb wel wat spoken moeten verslaan. Thuis was de wc beneden. Als ik daar ’s nachts naar toe moest, vond ik het donker beangstigend. Er liep van alles achter mijn aan. Mijn vader zei: je moet je spoken aankijken en er doorheen lopen. Dat heb ik gedaan. Letterlijk. Ik draaide mij

om en ging mijn angstvisioenen tegemoet, liep er dwars doorheen. Sindsdien ben ik dat blijven doen. De eerste keer dat ik in onze kerk op de kansel stond, herinner ik mij nog heel levendig. Het zag er waarschijnlijk goed uit, zoals ik daar stond en de aankondigingen deed. Gelukkig kon niemand zien hoe mijn benen trilden en dat het zweet mij in de handen stond.’

Glunderend: ‘Heerlijk toch!’

Muziek

Na het applaus

Ik ben opgegroeid met geheime-zendermuziek, een genre dat typisch is voor deze streek. Ik vind het nog steeds heerlijk, maar houd ook van klassiek. Het Requiem van Mozart is een van mijn favorieten. Voor de Evangelische Omroep mocht ik eens meedoen met een masterclass over Bachs Matthäus-Passion. Muziek brengt een verbinding tot stand met het hogere.’

Veenhut bij het Veenmuseum in Vriezenveen. (Veenmuseum)

‘Toch zing je zelf geen klassiek en zien we je niet op piratenfestivals. Je bent een echte rockdiva: Led Zeppelin, ACDC, Metallica. Ook dat is muziek die heel erg leeft in de veenstreek, al die arbeidersjongens met lange haren.

‘Wat heeft deze tijd van lockdown en wereldwijde pandemie ons gebracht, behalve het verlies van dierbaren?’ ‘Never waste a good crisis. We gaan minder reizen. Saaie kantoorgebouwen kunnen weg. In plaats daarvan komen er creatieplekken waar mensen elkaar ontmoeten. Er ontstaan allerlei nieuwe initiatieven, ook in de zorg. Bijvoorbeeld het beeldbellen, spreekuur via de computer, dat zorgt voor lagere drempels en een beter bereik van zorgmijders. Voor de lockdown was ik bezig met een theaterproductie over de zorg: “De Klein Geluk in de Zorg Show”. In maart dit jaar zou de première plaatsvinden in het Wilminktheater in Enschede. Dat ging natuurlijk niet door. We hebben het omgebouwd naar iets nieuws: “Na het applaus”. Een pop-uptheater, een krachtige, korte voorstelling op locatie voor en door de zorg. Een reflectie op wat geweest is, met oog voor wat er nu gaande is. Een stuk dat hernieuwde energie geeft voor wat er komen gaat. Ik ben een ras-optimist: als er één deur dichtgaat, gaan er tien weer open.’ ●


16

Geschiedenis van de taal in Overijssel

DOOR HARRIE SCHOLTMEIJER

I

Ingweoons

Overijssel

In de vorige aflevering van deze serie over de ontwikkeling van het Overijssels hebben we gezien hoe het Germaans rond 500 v. Chr. vanuit het noorden naar West-Europa kwam. Daar is het zich gaan differentiëren, tot de voorlopers van de talen die we nu kennen, zoals het Engels en het Duits.

De heilige Liudger geneest de blinde zanger Bernlef, die is geopperd als de dichter van de Heliand. (Tekening uit “Neerlands heiligen in vroeger eeuwen, deel 4: Belijders en maagden”, J.A.F. Kronenburg, 1904)

n ons land zijn er op een zeker moment twee duidelijk verschillende talen aanwezig, die naar het gebied waar ze worden gesproken worden aangeduid als Noordtaal en Zuidtaal, met als scheiding de grote rivieren. Naar de Germaanse stammen die er woonden wordt de Noordtaal ook wel als Fries aangeduid, en de Zuidtaal als Frankisch, maar bij het gebruik van die namen moeten we voorzichtig zijn. Ten eerste is het helemaal niet zeker of die stammen ook werkelijk die talen gesproken hebben, ten tweede zijn we bij Fries geneigd te denken aan het huidige Friesland en het Fries, maar dat oude Friese gebied is veel groter geweest. Het omvatte de hele noordelijke helft van wat nu Nederland is, dus ook Overijssel. Vaak wordt het Saksisch als de oudste taal van Overijssel gezien, en in de oudste fase zal er weinig verschil zijn geweest tussen het Fries en het Saksisch. De oudste Friese tekst die is overgeleverd komt uit Deventer, en de Friese bard Bernlef is wel geopperd als de dichter van de oudste Oudsaksische tekst, de Heliand. Maar we zitten dan al in de negende eeuw na Chr., en dan is er mogelijk al wat differentiatie. Hoe het een paar eeuwen daarvoor was, toen we echt nog van één Noordtaal konden spreken, is niet bekend. Uit die tijd zijn geen schriftelijke bronnen in die taal overgeleverd. Wat we weten, danken we aan de Romeinen, die de Germanen langs de Noordzee als Ingvaeones (Ingweonen) aanduidden. De gemeenschappelijke kenmerken van de talen langs de Noordzee worden in de taalkunde ingweonismen genoemd. Een voorbeeld van een ingweonisme is het verdwijnen van de neusklank (nasaal) voor een s. In het Engels en het Fries is het bezittelijk voornaamwoord van de eerste persoon meervoud us, zonder n. In het Nederlands en Duits is dat ons respectievelijk uns, met n. Maar buiten Friesland komen we de nasaalloze vorm ook tegen, bijvoorbeeld in het Drentse oes, dat we in onze provincie ook aantreffen, in Staphorst en Rouveen. In het Engels heeft het woord voor ‘mond’, mouth, ook een sisklank. En ook daar is de nasaal voor de sisklank verdwenen. Aan deze kant van de Noordzee is de th tot een d geworden (aan het eind van het woord uitgesproken als t), maar voordat dat gebeurde, was in Ingweoonse streken de nasale klank al weggevallen. En dat Overijssel ook tot die Ingweoonse streken behoord heeft, zien we aan plaatsnamen als Genemuiden en IJsselmuiden, waarin –muiden hetzelfde woord als mond is, maar dan op Ingweoonse wijze zonder n. ●


Overijsselaars van toen

DOOR GERKE VAN HIELE

OKTOBER 2020

17

Meer dorpsgezind dan doopsgezind. Dominee Tjeerd Hylkema en Giethoorn Als er iemand een grote impact gehad heeft op het Gieterse godsdienstig en maatschappelijk leven van de vorige eeuw dan is dat dominee Tjeerd O.M.H. Hylkema (1888-1976). De huidige Gieterse boulevard, het oude Peerdepad, is in 1952 naar hem vernoemd. Hylkema was een van de markante inwoners van het dorp. Tot op de dag van vandaag houden de Gietersen hem in ere. Tjeerd Hylkema en zijn vrouw Jacoba van der Breggen, 1912. (Historie Giethoorn)


18

Drie jongens in een punter bij het Kraggehuis op het Bovenwiede in Giethoorn. (Historie Giethoorn)

I

n het leven van Hylkema is de ontmoeting met de Quakers, de zogenaamde Vrienden (Friends), in hun studiecentrum Woodbrooke bij Birmingham heel belangrijk geweest. Rond de vorige eeuwwisseling heeft hij dit centrum een aantal keer bezocht. Het was voor hem een oord van vrede en tevens middelpunt van een veelzijdige en geëngageerde gemeenschap.

Dienstbaar aan de samenleving Hylkema kwam er in aanraking met een sfeer van ongedwongen niet-dogmatisch maar sterk beleefde vroomheid die zich liet verenigen met sociale interesse, met romantische natuurzin en met gevoel voor humor. Het verhaal gaat dat men in Woodbrooke bij de maaltijd niet alleen een gebed uitsprak voor het dagelijks brood, maar dat men ook vrijmoedig varieerde: Give us today our daily discovery! Dit wijst op een speelse en onbevreesde omgang met de traditie, iets wat Hylkema in zijn werkzame leven heeft weten vorm te geven in tal van initiatieven. Het ging hem om een praktisch christen te

zijn, dienstbaar aan de samenleving. Hij was onder de indruk van de inspiratie, het vredesgetuigenis van de Quakers en de gemeenschapszin die daar bloeide juist voor gewone mensen, voor jong en oud.

Samen Een Dit ‘Samen Een’ (met God, met elkaar, met iedereen, ook andersdenkenden) kon Hylkema in zijn eerste gemeente Giethoorn gestalte geven. Hij trouwde op 6 januari 1912 met Jacoba Adriana van der Breggen en betrok met zijn bruid de nieuwe pastorie in het dorp. Voor velen zou dit een gastvrij huis worden. In de jaren voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog zag hij hoe veel Gietersen een armoedig bestaan hadden of elders werk zochten. Hij zette van alles op om het levensperspectief voor de mensen van het dorp te verbeteren. Hij was ook op het hele dorp gericht. Illustratief hiervoor is de kaart die hij in het eerste jaar in Giethoorn al maakte met alle huizen, wie er allemaal woonden of zij nu kerkelijk, hervormd of doopsgezind of ‘niks’ waren. Het ging hem om het hele dorp. Een oud mopje is dan ook dat Hylkema niet alleen ‘doopsgezind’ was

maar vooral ‘dorpsgezind’ was. Het ging om het geheel.

Geen rangen en standen Zo keek Hylkema waarschijnlijk ook naar de gevelsteen boven de deur van de Doopsgezinde kerk/vermaning: ‘Een is uw meester en gij zijt allen broeders en zusters’. (Mattheus 23:8b). Dat klinkt bijbels en goed doopsgezind en mogelijk ook wat ouderwets, maar het is wel een uitdrukking van een diep besef van verbondenheid en vrijheid. Het is egalitair. De gemeente bestaat uit gelijkwaardige zusters en broeders en ook de voorganger draagt niet een toga of liturgisch gewaad. Er is ook niet een uitstaande belijdenis waar iedereen zich aan zou moeten houden. Niks dus met hoeden en petten, met hoog en laag, rangen en standen. Al vormt de in 1911 gebouwde grote pastorie hierop wel een bijzondere uitzondering.

Samen Een-lied Het beslissende inzicht is echter dat ieder wel zijn eigen weg gaat en zijn eigen verantwoordelijkheid heeft, maar dat er ook een Samen is dat kostbaar is, kwetsbaar


19 en krachtig. Het bekendste Gieterse lied van Hylkema is het lied van Samen één. Inspiratie hiervoor ontleende hij aan de golven die tegen de palen van de beschoeiing van de Beulake sloegen. Daar zag je de waarde van samen één: United we stand, divided we fall. De golfslag van de geschiedenis heeft ook Giethoorn niet onberoerd gelaten. Er was veel om het hoofd aan te bieden, zoals de grote overstroming van 1825, de twee wereldoorlogen, de armoede en de grote ontginningen van de Gieterse polder. Hylkema speelde een voorname rol bij de bestrijding van de werkloosheid en zette zich in voor de inpoldering en ontginning van moeras- en kraggeland, teneinde betere cultuurgrond te verkrijgen. Een betere opbrengst zou voor de Gietersen immers ook een beter leven kunnen betekenen.

Kraggehuis Voor de jongeren van Giethoorn liet Hylkema in 1918 op het Bovenwiede ‘Het Kraggehuis’ bouwen. Een hangplek avant la lettre ten dienste van het plaatselijke jeugdwerk. Ook de oprichting van het koor Vriendenkring (1918) en de Korfbalvereniging Samen Een (1920) paste in dit plaatje. De opzet was een jeugdhuis waar de jongeren in het weekend gezellig samen konden komen. Hylkema financierde de bouw met een bedrag van 600 gulden. Hij weerde zo de jongeren uit de kroeg. Drankbestrijding en de blauwe knoop waren volgers hem van groot belang. Van alleen turf en jenever werd je niet een beter mens, aldus Hylkema. Het pand op het Bovenwiede brandde twee keer af, maar tegenwoordig staat er een goed uitgerust groepsvakantiehuis voor wel 54 personen. De laatste dertig jaar wordt dit ook gebruikt voor het ‘Kindereiland’, twee zomerweken voor de plaatselijke jeugd. Dit is een initiatief van een van zijn opvolgers ds. Andries Bakker in 1990. Diverse groepen zijn er van harte welkom. Ook buiten Giethoorn was Hylkema actief. Het door hem opgerichte Broederschapshuis Fredeshiem op De Bult bij Steenwijk staat inmiddels bekend als Buitengoed Fredeshiem. Het werd een ontmoetingscentrum met een eigen sfeer waar een ieder welkom was, ongeacht geloof, richting of kerk. Opnieuw een vorm van ‘Samen Een’. In juni 1932 werd aan de overkant van het Bovenwiede in juni 1932 nog het Kampeerhuis ‘Samen Een’ gebouwd.

Het Kraggehuis

Hoe heeft Hylkema dit indrukwekkende aantal activiteiten allemaal tot stand weten te bregen? Ik vond het wel een opluchting om te ontdekken dat hij een privésecretaris had. Hylkema had desondanks wel veel van zichzelf gevergd. Op 1 april 1949 ging hij met vervroegd emeritaat. Op 27 januari 1952 vond in de Vermaning in Giethoorn onder grote belangstelling een eenvoudige herdenking plaats van de dag waarop hij, veertig

jaar eerder, in Giethoorn zijn intrede had gedaan. Zoals Kollen in zijn Overijsselse Biografieën schreef: ‘Hylkema was een gedreven man, met vele verdiensten; een pacifist, sober, indringend in zijn prediking, met een warme piëtistische inslag. Hij had de gave om te leiden en te organiseren. Een man, die op geestelijk en maatschappelijk gebied baanbrekend werk heeft verricht.’ ●

Gevelsteen boven de deur van de Doopsgezinde kerk in Giethoorn.


20

Overijssel in boeken

De Bruggebuurte Hans Pape De schrijver, in 1950 in die buurt in Vriezenveen geboren, vertelt in dit boek het verhaal over zijn jeugd tussen 1950 en 1972. Eigenlijk zijn het de huizen in zijn buurt die hem de verhalen influisteren. De Bruggebuurte, de Kop van W was misschien niet het authentiekste stukje Vriezenveen, maar wel het kloppend hart. De beschreven periode was een turbulente periode: de gevolgen van de oorlog waren nog voelbaar. Daarna volgde een periode van technologische en sociaaleconomische vooruitgang. Wat was de impact daarvan op de Bruggebuurte. De bijna 90 foto’s ondersteunen het verhaal. Dat brengt het geheel dichterbij en roept herinneringen op aan de mensen en gebeurtenissen van toen. Uitgever: Quintessa Vriezenveen ISBN: 978 90 800 3879 0 | 144 pag. | € 19,95

Met een bombardement op Haaksbergen

Brief aan Marcel – 20 jaar na de ramp

Gerda Krupper 24 maart 1945 werd Haaksbergen gebombardeerd door de geallieerden. Een vergissingsbombardement. 57 doden, ruim 200 gewonden en veel schade. 50 jaar geleden werd daar een herinneringsboek aan gewijd, geschreven door ooggetuigen onder wie Gerda Kupper. Nu 75 jaar later is er een uitgebreidere heruitgave, getiteld Met een bombardement op Haaksbergen kwam de bevrijding in zicht.  Gerda tekende haar verhaal op en interviewde andere ooggetuigen, net als Henk Oosterholt die het bombardement ook overleefde. De verhalen werden gestencild en gebundeld. De Historische Kring Haaksbergen heeft dat boek 25 jaar later opnieuw uitgegeven, waarbij dochter Betty is gevraagd om de teksten te redigeren. Eric Ooink en Gerard Vaanhold van de Historische Kring zochten alle foto’s en bidprentjes er opnieuw bij en stuitten daarbij op nieuwe verhalen. De herinneringen van die overlevenden zijn door Betty aan het oorspronkelijke boekwerk toegevoegd. Een karwei waarbij haar begrip voor haar moeders verdriet pas echt groeide. 

Danny de Vries Het dagboek dat Danny de Vries bijhield in de dagen na de vuurwerkramp in Enschede en twintig jaar op de plank heeft gelegen, is nu in boekvorm verschenen. Hij schreef het dagboek om zijn emoties te kunnen verwerken, maar ook om de details, die toen nog vers in zijn geheugen lagen vast te leggen. Hij schreef het boek in briefvorm aan Marcel van Nieuwenhoven, collega journalist, die bij het vastleggen van de ramp om het leven kwam. De filmbeelden die Danny de Vries tijdens de ramp maakte, maakten hem ongewild beroemd. Uitgever: Vries Frame productions ISBN: 978 90 9033128 7 | pag. | € 19,95

Uitgever: ISBN: | 112 pag.| € 6,00

Overijssel in


OKTOBER 2020

111 plekken in Zwolle die je gezien moet hebben Friso Schotanus & Sjoerd Litjens Zwolle herbergt veel verborgen schatten. Bezoek bijvoorbeeld kunstwarenhuis Blauwdruck, beluister een concert op cultuurschip Thor of dineer bij hoefsmederij van Poppe. Stap op de fiets voor een rondje Zwolle en laat je door idyllische veerpontjes richting de vestingstadjes Hattem en Hasselt vervoeren. Trek je laarzen aan en struin door de uiterwaarden van de Vreugderijkerwaard, het walhalla van vogelspotters. De schrijvers wijzen de weg naar 111 bijzondere en onvermoede plekken. Ze bieden de beste insidertips en tonen Zwolle op haar veelzijdigst. Uitgever: Thoth uitgeverij ISBN: 97 890 6868 814 6 | 240 pag. | € 16,95

Mijn opa rookte ook een pijp Igor Cornelissen Hoewel al lang gepensioneerd blijft Igor Cornelissen, de nestor van de Nederlandse journalistiek, nieuwgierig. Van zijn vele ontmoetingen doet hij verslag in dit vijfde deel van zijn memoires. Daarbij doopt hij zijn pen niet in gal, maar vooral in humor. Toch zullen niet alle van zijn beschrevenen blij zijn met zijn herinneringen. De auteur schetst van zijn geboortestad Zwolle een heel ander beeld dan de bestuurders graag zien. Niet voor niets weigerde hij de Bartjensprijs. Opmerkelijk vriendelijk schrijft hij over de zware Gereformeerde Gemeente in Genemuiden en rabbijn Shmuel Spiero, die in het hele land afgedwaalde joden bezoekt. Ook ontdekte hij dat hij afstamt van de oprichters van de Nederlandse kermis. Hij brengt een ode aan hen en zijn in de oorlog vermoorde joodse familieleden. Uitgever: Just Publishers ISBN: 97 890 8975 529 2 | 300 pag. | € 24,50

Opkomst en ondergang van landgoed de Eversberg Jan Lohuis Over de eeuwenlange geschiedenis van huis De Eversberg en zijn landerijen in de marke Notter heeft Jan Lohuis een boeiend boek samengesteld. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van het landgoed, maar ook staat hij stil bij de lange reeks eigenaren. Hun positie in de gewestelijke politiek, hun militaire carrières, de invloed tijdens vergaderingen van de marke Notter, het aankopen van gronden na de afschaffing van de genoemde marke, de bouw van pachtboerderijen en de spelregels waaraan pachters zich hebben te houden, alles komt aan bod. De lezer krijgt een veelheid van informatie aangereikt, die weergeeft hoe de diverse families zich in de loop van de eeuwen economisch het hoofd boven water hielden, maar soms ook door wanbeleid gedwongen waren delen van het landgoed te verkopen. Uitgever: Uitgeverij ’t Boaken Nijverdal ISBN: 97 890 7627 238 2 | 463 pag. | € 42,50

boeken

21


22

Geschiedenis van alledag

DOOR GIRBE BUIST

Café De Moespot oudste

McDonald’s Corporation is de grootste keten van hamburger- en fastfoodsrestaurants ter wereld. Het eerste McDonald’s restaurant werd geopend in 1940 in San Bernardino (Californië) door de broers Dick en Maurice McDonald, zonen van Schotse immigranten. Zij introduceerden hun innovatieve “Speedy Service System”, een “lopende band”-productiesysteem voor hamburgers zonder bediening aan tafel.

D >

e fastfoodketen werd wereldwijd uitgebouwd door zakenman Ray Kroc, nadat hij in 1955 de rechten had overgenomen van de gebroeders McDonald. In 1971 opende hij in samenwerking met Albert Heijn in Zaandam het eerste McDonald’s restaurant in Europa. Een toevoeging die vele McDonald’s restaurants kennen is de zogeheten McDrive. Bij deze betaal- en afhaalmogelijkheid kan men producten bestellen zonder de auto te hoeven verlaten, waarna de maaltijd/snack in de auto genuttigd kan worden. In Amerika heet dit concept drive-through.

Uitspanning De Moespot bij Vollenhove, met doorrit en stalling, ca. 1900.

Het eerste McDonald’s restaurant van zakenman Ray Kroc uit 1955.


OKTOBER 2020

23

e McDrive van Nederland

Het luikje in de wand in CafĂŠ De Moespot waardoor koetsiers. (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

>

warme maaltijden werden aangereikt aan de


24

Geschiedenis van alledag

CAFÉ DE MOESPOT OUDSTE MCDRIVE VAN NEDERLAND

Drive-through

Het idee van drive-through restaurants bestaat al sinds de jaren dertig. De methode werd voor het eerst getest door de Texas Pig Stand-keten. Het Amerikaanse In-n-Out Burger bouwde in 1948 een restaurant dat uitsluitend drive-through was. McDonald’s nam het concept in 1975 over bij een restaurant in Sierra Vista (Arizona). Dit stond in de buurt van de militaire basis Fort Huachuca, om soldaten te bedienen, die niet in hun uniform hun voertuigen mochten verlaten. Het werd in Amerika daarna snel gebruikelijk om vanuit de auto een maaltijd te bestellen.

Nederlandse primeur

Café De Moespot, 2017. (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

McDonald’s in Nederland kon niet achterblijven bij deze ontwikkeling en opende op 1 september 1987 in Huis ter Heide de eerste McDrive van ons land. Opstoppingen op de wegen en parkeerproblemen waren het gevolg. De hele buurt rondom het restaurant kwam in opstand. Inmiddels zijn er 144 McDrives in Nederland, die goed zijn voor een derde van de omzet. Het recordaantal auto’s dat in een uur in een Nederlandse McDrive is gemeten is 178, zo’n 20 seconden per auto.

Moespot

Interieur van Café de Moespot, met rechts naast het raam het luikje in de wand waardoor koetsiers hun warme maaltijd kregen aangereikt, 2017. (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

De menukaart bevatte slechts één gerecht, dat gaarde boven het vuur, oftewel Moespot

Toch was het concept van een drivethrough restaurant halverwege de twintigste eeuw niet nieuw. De auteurs Flip van Doorn en Jonah Kahn maken in hun boek “Hoeveel poten heeft een octopus” al melding van een McDrive-restaurant avant la lettre in het Overijsselse Moespot rond 1850. Een boer even buiten Vollenhove begon maaltijden te verstrekken aan hongerige reizigers, die over de Zuiderzeedijk reisden. De menukaart bevatte slechts één gerecht, dat gaarde boven het vuur, oftewel Moespot. Dat werd zo’n succes dat de eigenaar rond 1850 een café begon, dat hij de Moespot noemde. Later ging de naam over op de buurtschap, die rond het café ontstond. De Moespot werd een pleisterplaats waar koetsen en diligences stopten, paarden gestald en ververst konden worden en waar passagiers uitstapten om wat te eten en te drinken. Koetsiers konden de stalling aan de ene kant in rijden en aan de andere kant weer uit. Terwijl ze hun paarden verzorgden, kregen ze een warme hap aangereikt door een luik in de wand. Het concept van een drive-through restaurant was geboren. ●


DOOR MARTINE DE BOER

OKTOBER 2020

25

Het digitale goud van Overijssel Het digitaliseren van collecties is voor veel erfgoedinstellingen een belangrijke prioriteit geworden. Er is steeds meer vraag naar gegevens over het verleden. En het liefst raadplegen we die historische informatie graag op ons gemak vanuit huis. iedereen zijn eigen manier van beschrijven van collectiestukken heeft’, zegt Evers. ‘Hierin zou eigenlijk meer uniformiteit moeten worden gecreëerd, zodat de zoekresultaten beter worden en er een beter ‘open archief’ gemaakt kan worden.’ Evers haalt veel voldoening uit haar digitaliseringswerk. ‘Het doet ertoe! Het is fijn dat we onderzoeksvragen van bezoekers kunnen beantwoorden of dat we ze zelf een antwoord kunnen laten vinden.’ Zo

heeft de Historische Kring de gegevens van overledenen in combinatie met de grafnummers van de begraafplaats aan de Appelhofstraat in Wierden gedigitaliseerd. ‘Hierdoor heeft een familie het graf zonder gedenksteen van een levenloos geboren zusje kunnen vinden. Inmiddels heeft de familie een grafzerk geplaatst. Zonder het digitaliseren was dit niet mogelijk geweest.’

Om te kijken waar kleine erfgoedinstellingen in Overijssel, gerund door vrijwilligers, op dit moment precies staan op het gebied van digitalisering is onderzoek gedaan aan de hand van een zogenaamde ‘digiscan’. De uitkomsten daarvan zijn te lezen op de website van het Netwerk Digitaal Erfgoed. Aan de hand van de resultaten worden er dit najaar diverse workshops georganiseerd. Ben je medewerker/vrijwilliger bij een erfgoedinstelling in Overijssel en geïnteresseerd? Kijk dan voor de data en inschrijvingsmogelijkheden op de website van Historisch Centrum Overijssel. >

N

aast de grote instellingen en musea, beschikken ook kleinere organisaties zoals historische verenigingen over waardevolle collecties. Voor hen kan het soms best een uitdaging zijn hoe het digitaliseringsproces vorm te geven. Want hoe doe je dat nu op een toekomstbestendige manier? En hoe zorg je ervoor dat alle vrijwilligers precies hetzelfde doen, zodat informatie ook gemakkelijk terug te vinden is? De Historische Kring Wierden is in 2005 serieus begonnen met de digitalisering van haar collectie. Volgens vrijwilligster Leta Evers hielp het dat er een centrale locatie was om gezamenlijk aan het digitaliseren te werken. De werkzaamheden begonnen met twee enthousiaste vrijwilligers, maar dat aantal is inmiddels gegroeid naar twaalf. ‘Eén van de uitdagingen is dat


In het volgende nummer

Historisch Tijdschrift Overijssel

Jaargang 8, nummer 4, oktober 2020

Uitgelicht: Jan de Kreek, voetballegende bij Go Ahead Deventer

Verder:

Vollenhoofs paviljoen Zwemlust nieuw leven ingeblazen

Tijd voor koloniaal zelfonderzoek

In de voetsporen van Johannes van Ommen En nog veel meer‌

Kijk ook op www.mijnstadmijndorp.nl

Profile for MijnStadMijnDorp Historisch Tijdschrift Overijssel

MijnStadMijnDorp Historisch Tijdschrift Overijssel, oktober 2020