Page 1

hamilton & Andy Warhol Als men praat over Pop-Art, denken wij al gauw aan Andy Warhol en dus aan Amerika, maar de Britste Hamilton startte in de jaren 50 al met het maken van collages gericht op de populaire cultuur in America. Je kan niet over Richard Hamilton praten zonder dat je The independent group noemt.

De Independent Group is meer een veelsoortige studie groep dan een hechte artistieke beweging. Enkele belangrijke leden waren Richard Hamilton, Eduardo Paolozzi, Nigel Henderson en John McHale, maar de stuwende krachten waren critici zoals de architectuur criticus Reyner Banham en de kunstcriticus Lawrence Alloway en de cultuurcriticus Toni del Renzio. Wat ze bereikt hebben is onderscheidend en waarde bepalend geweest. Dit dankzij series ambitieuze lezingen en buitengewone tentoonstellingen. Vooral de tentoonstellingen werden door brutale innovatieve designers, “de Smitson’s” in de groep vormgegeven. De belangrijkste erfenis van de Independent groep is misschien wel de kunst van het discussiëren, ontwerpen en tentoonstellen. Allereerst was er het Museum of Modern Arts in New York wat in 1946 werd gevolgd door het Institute of Contempary Arts in London. Uit een onderzoeksafdeling van de ICA(Institute of Contempary Arts) is uiteindelijk de Independent group ontstaan. De ICA en de MoMa richten zich op het modernisme, echter er zat verschil tussen de ICA en de MoMa. Het ICA was meer een afgezwakte mix van Surrealisme en Constructivisme. Althans dat vond een nieuwe garde van kunstenaars, architecten en critici. In 1951 toen er een nieuwe directeur aantrad in de ICA, wilde die jonge rebellen een eigen forum hebben vergelijkbaar met de “kunstkroegen” in New York en de cafés in Parijs: The Art Form. De Independent Group vond dat de ICA (Institute of Contempary Arts) niet ver genoeg ging in het Modernisme in vergelijking met de MoMa in Amerika, maar vocht samen met de ICA tegen de traditionele kunsthistorici. De oude kunsthistoricus Kenneth Clark vond modernisme vulgair, het einde van de beschaving. Het naoorlogse tijdperk was de situatie waarin de Independent Group ontstond: de neergang van het Britse Rijk, de voortdurende bezuinigingen de opkomst van de koude oorlog en een nieuw tijdperk van technologische vooruitgang. In het forum van de Independent Group werd hoofdzakelijk vanuit drie formaties gesproken: Display & ontwerp, wetenschap & technologie en kunst & populaire kunst.


The Independent Group Reyner Banham

Lawrence Alloway

John McHale


Eduardo Paolozzi

Richard Lannoy (een fotograaf) heeft drie evenementen georganiseerd voor genodigden. EÊn daarvan is legendarisch vanwege geprojecteerde beelden, zonder voorzien van commentaar en weinig geordend: gescheurde pagina’s, advertenties, ansichtkaarten en diagrammen uit de collectie van Eduardo Paolozzi. Na Lannoy wordt Reyner Banham een belangrijk figuur binnen de Independent Group hij benadrukt vooral het technisch futuristische aspect in plaats van het formele functionalisme aspect. De bijeenkomsten gingen nog steeds over de esthetische problemen van de hedendaagse kunst waarbij Banham over de impact van de technologie sprak en waarbij Hamilton over de nieuwe bronnen van vorm, Colin St John Wilson(Britse architect) over proportie en symmetrie en Alloway op het mensbeeld in de kunst. In de 1955 hielden de vergaderingen van de Independent Group op, want de ICA (Institute of Contempary Arts) nam hun gedachtegoed over en Hamilton zei achteraf de verschuiving van technologie en wetenschap niet zo groot was als gedacht. En in de jaren 60 emigreerden veel vooraanstaande leden naar de VS. De Britse Avant-Garde verschoof meer naar Royal Collage of Art. En het meeste werk viel onder het nieuwe label: Pop-Art. (gangbaar gemaakt door Alloway).


Tentoonstellingen

“Growth and Form” by Hamilliton

Hamilton had een belangrijke rol bij de tentoonstelling de 1e “ growth and form” in 1951 gebruikte hij meerdere projectoren om een fotografische omgeving te maken van verschillende structuren die je terug vindt in de natuur. Hiermee legde hij het basis element voor de Independent Group tentoonstellingen in de toekomst: Non Art beelden, multiple media en tentoonstelling design als kunstvorm. Hij accepteerde ook de collage en gaf het een eigen plek. Zowel de collage als de transformatie(vervorming) bepaalde de drie tentoonstellingen die volgde. Tentoonstelling nummer 2: “Parallel of Life and Art” Transformaties dwars door de cultuur door een ruimtelijke collage van 100 vergrootte beelden, tekeningen van kinderen, hiërogliefen, maar ook medische en wetenschappelijke foto’s opgehangen onder verschillende hoeken en hoogten. Wetenschap en technologie hebben de cultuur samenleving en de kunst beïnvloed, meer dan dat de kunst zelf heeft gedaan. De 3e tentoonstelling; Man, Machine en Motion richtte zich op transformaties van het menselijk beeld, ook hier waren er vergrootte foto’s maar nu van mensen en machines in beweging. Onder water op de aarde in de lucht en in de ruimte.

1

1951

“Parallel of Life and Art”

by Henderson, Paolozzi, and the Smitsons

“Man, Machine and Motion” by Hamilliton

2 3

1955

1953


4 “This is Tomorrow”

1956

“Patio and Pavilion” Group six (by the Smithons, Paolozzi and Henderson)

Group two (by architect John Voelcker, Hamilton and McHale)

Just what is it that makes today’s homes so different, so appealing? (by Richard Hamilton)

This is Tomorrow was de 4e bijzondere tentoonstelling. Er waren 12 delen die elk door een team ontworpen werden. Ieder team bestond uit een schilder een beeldhouwer of een architect. De tentoonstelling was zeer gevarieerd, sommige waren surrealistisch en constructivistisch van geest, andere onderzochten de relatie tussen technologie en populaire cultuur. Hamilton liet een ander Tomorrow zien samen John Voelcker en McHale, niet een wereld waarin je niet wilt leven, maar een Utopia van kapitalistisch beeld. Hamilton zegt dat de veel meer mensen moeten veel open moeten staan voor een bredere definitie waarin ook de populaire aspecten en de daaruit voortkomende producten. Het lijkt een snel in elkaar gezette collage, maar schijn bedriegt, Hamilton heeft hier zeer gestructureerd aan gewerkt. Hij heeft een lijst van categorieën opgesteld die het beeld voldoende veelzijdig geestig en complex moesten maken. Je ziet in de afbeelding bijvoorbeeld geschiedenis, de maan, media, reclame, televisie de nieuwe techniek, een bodybuilder, stofzuiger. De afbeeldingen die zijn verzameld voor alle categorieën moesten niet allen hyper modern aandoen maar ook passen: juiste vorm en afmeting. Hij haalde de afbeeldingen ook uit tijdschriften vanuit Amerika die John McHale voor hem meenam. Tegenovergestelde beeld was van groep 6 zij hadden van oude hout gegolfd plastic en reflecterend aluminium een patio met een bodem van zand ingericht. Het was meer een schuilplaats. Binnenin was er een minimum aan menselijke activiteiten een wiel een beeld en een aantal ruwe objecten het deed denken aan een omgeving na een nucleaire ontploffing versperd door prikkeldraad. Een sombere kijk op de toekomst. Smithsen (boers) Paolozzi en Henderson.


The Citizen 1981-83 by Richard Hamilton

Hamilton gebruikte een groot aantal technieken. Voor de Citizen werd hij ge誰nspireerd door een camera opstellen voor het televisie scherm daarmee toevallige beelden vast te leggen. Hij was geraakt door gevangen IRA leden, die geen gevangenis kleren wilden dragen omdat zij zichzelf als politieke gevangenen zagen. Dat ze zich in dekens hulde en de wanden van hun cellen met uitwerpselen besmeurden vond hij een zeggingskracht hebben die je normaal alleen bij kunst verwacht. Wat je ook terug ziet in het andere werk van Hamilton is het zogenaamde 2 luik. Het ene luik abstract en het andere luik figuratief. In ieder geval sluiten de beelden altijd bij elkaar aan.

The State, Humbrol enamel and cloth 1993

The Subject 1988-90


Andy Warhol Andrew Warhola De Kunstster. Allerdaagse dingen worden de materialen voor de nieuwe kunst, verf, stoelen, eten, elektrische en neon lichten, rook, water, oude sokken, een hond, films en nog duizenden andere dingen die door de nieuwe generatie kunstenaars ontdekt zullen worden. Niet alleen zullen deze dappere creatoren ons, als voor de eerste keer de wereld zoals we altijd om ons heen gehad maar genegeerd hebben laten zien, ook zullen zij een geheel nieuwe manier van kijken op het allerdaagse geven en totaal ongehoorde gebeurtenissen en evenementen maken. Jonge kunstenaars van vandaag hoeven niet langer te zeggen “Ik ben een schilder of een poeet of een danser”, zij zijn simpelweg allemaal “kunstenaars”. Het hele leven zal voor hen open staan, uit allerdaagse dingen zullen zij de betekenis van gewoonheid kunnen halen, ze zullen niet proberen om deze gewone dingen bijzonder te maken, alleen hun werkelijke betekenis weer te geven. Maar van niks weten zij weer iets bijzonders te maken en misschien ook weer betekenisloosheid . Mensen zullen het geweldig vinden of zich er van afkeren, critici zullen veward of geamuseerd zijn, hoe dan ook zal dit de manier van werken worden in de jaren 60 -Jackson PollockAndy Warhol is een van de meest belangrijke Amerikaanse kunstenaars die in de 20ste eeuw gewerkt heeft. Tijdens zijn omvangrijke carriere was hij zowel kunstenaar, fotograaf, filmmaker, reclame tekenaar, grafisch vormgever, redacteur, realisator, uitvinder, muziekproducent en acteur. Andy Warhol noemde zichzelf graag “Bussiness-Artist” als baas van een atelier “de Factory” met rond de 18 kunst medewerkers “the boys en girls” waar zijn samensmelting tussen commercie en kunst geproduceerd werd. Volgens hem werd kunst pas mooi door het geld. Andy Warhol belichaamde de ‘ster nieuwe stijl’ perfect. Hij verrijkte de wereld met het begrip kunstster, de opvolger van het genie in de kunstwereld. Warhol is vooral beroemd om zijn ‘vlakke’ en

contrastrijke schilderijen en zeefdrukken van verpakte producten en alledaagse objecten zoals Campbell’s soepblikken, bloemen en de banaan op de cover van het album The Velvet Underground & Nico (1967), als ook voor zijn gestileerde portretten van 20eeeuwse beroemdheden als Marilyn Monroe, Grace Jones. Elvis Presley, Judy Garland, en Elizabeth Taylor. In de jaren zestig startte Warhol met het op groot formaat schilderen van beroemde Amerikaanse producten als Campbell’s soepblikken en Coca-Cola flessen. Hij ging de zeefdruktechniek gebruiken, om niet louter kunst te maken met alledaagse commerciële massaproducten als motief, maar om zelfs zijn eigen kunst als massaproduct te creëren. Warhol wilde het liefst een emotieloze machine worden. Hij stelde zich op als chef van een team van kunstarbeiders die zich bezig hielden met het maken van zeefdrukken, films, boeken en tijdschriften. Dit team was actief in een studio in de buurt van Union Square in New York. De studio werd the Factory genoemd omdat er werkelijk een productielijn van schilderijen in gehuisvest was. Deze studio groeide uit tot een ontmoetingsplaats voor artiesten, homo’s, travestieten, junks en fotomodellen. Iedereen met enige artistieke pretentie was er welkom. Op 3 juni 1968 kwam Valerie Solanas, een radicaal feministisch auteur die van tijd tot tijd rondhing in de Factory, in de studio opdagen en schoot Warhol en Mario Amaya neer. Solanas was eerder op die dag afgewezen in de Factory nadat ze een script had teruggevraagd dat ze aan Warhol ter inzage gegeven had. Het script was blijkbaar zoek geraakt. Warhol werd zwaar verwond door de schietpartij en werd in het ziekenhuis zelfs klinisch dood verklaard. Hij leed voor de rest van zijn leven aan de fysieke gevolgen van de aanslag. Zo moest hij bijvoorbeeld steeds een korset dragen om zijn onderbuik te ondersteunen. De schietpartij had een grote nawerking op Warhols leven en zijn kunst. De Factory werd strenger afgeschermd en

voor velen betekende deze gebeurtenis het einde van de wilde jaren van de Factory. Diezelfde dag gaf Solanas zichzelf aan bij de politie en werd ze gearresteerd. Haar verklaring voor deze misdaad was dat Warhol te veel invloed op haar leven had gekregen. In vergelijking met Warhols provocerende werk in de jaren zestig waren de jaren zeventig artistiek gezien minder productief, hoewel Warhol veel zakelijker werd. Volgens zijn toenmalige assistent Bob Colacello zocht Warhol in die jaren vooral naar gefortuneerde mensen bij wie hij een portretopdracht in de wacht kon slepen, zoals Mick Jagger, Liza Minnelli, John Lennon, Diana Ross, Brigitte Bardot en Michael Jackson en ook minder bekende bankdirecteuren en verzamelaars. Hij richtte het magazine Interview op en publiceerde in 1975 zijn boek The Philosophy of Andy Warhol, waarin hij zijn nuchtere ideeën omtrent kunst en leven uit de doeken deed. Van hem zijn de volgende uitspraken bekend: “Geld verdienen is kunst, werken is kunst, en goede zaken doen is de allerbeste kunst”. Warhol overleed op 22 februari 1987 om 6.32 uur op 58-jarige leeftijd in New York City. Hij was herstellende van een routineoperatie aan zijn galblaas toen hij in zijn slaap stierf aan een hartstilstand. Het ziekenhuispersoneel had hem na de operatie slaapmiddelen toegediend en had zijn welbevinden onvoldoende gevolgd. Daarom klaagden advocaten van Warhols nabestaanden het ziekenhuis aan wegens nalatigheid. Warhol had een medische behandeling almaar uitgesteld omdat hij bang was voor ziekenhuizen en een grote hekel had aan dokters. Warhol had reeds een reputatie opgebouwd als commercieel illustrator, vooral voor schoenenwinkels, toen hij besloot een carrière als beeldend kunstenaar te starten. Hij werd daartoe aangespoord door onder andere Emile de Antonio, die vond dat hij betere ideeën had dan vele van zijn tijdgenoten. Op de kunstacademie had hij schilderijen gemaakt, maar daarna maakte hij vooral illustraties met tekeninkt (blotted ink)

voor warenhuizen en tijdschriften. Als illustrator voelde hij zich niet voldoende serieus genomen en hij wilde een échte kunstenaar worden. Toen Warhol weer begon te schilderen, koos hij een eigen aanpak. Hij begon te schilderen met gesloten luiken, en steeds dezelfde single op zijn platenspeler. Op dat moment was popart, zoals de benaming later zou worden, reeds in opkomst. Warhol adapteerde deze nieuwe stijl, waarbij alledaagse voorwerpen deel konden uitmaken van het repertoire van de kunstenaar. “All is pretty” (alles is mooi) was daarbij zijn devies. Zijn eerste werken tonen afbeeldingen naar krantenadvertenties, voor korsetten, cola, likdoornpleisters en stofzuigers. Later begon hij met afbeeldingen uit strips, zoals Superman, Popeye en Dick Tracy. Deze vroege werken waren handgeschilderd met opzettelijk aangebrachte verfdruipers. De druipers verwezen naar de op dat moment populaire stijl van het abstract expressionisme; wat ook door Jackson Pollock en Willem de Kooning werd toegepast. Hij wilde ‘erbij horen’ en succesvol zijn. Maar na de eerste vlekkerige schilderijen begon hij met de strakke vormgeving waar hij beroemd mee geworden is. Strips, typografie en dergelijke werden echter al gebruikt door artiesten als Roy Lichtenstein en Jasper Johns; Warhol zocht als onderwerp een persoonlijk kenmerk dat hem zou onderscheiden van de anderen. Een binnenhuisarchitecte, Muriel Latow stelde hem voor dat hij de dingen zou schilderen waarvan hij het meeste hield. In eerste instantie noemde hij “geld”. Toen ze zei dat hij iets moest schilderen wat mensen herkennen, een blik soep bijvoorbeeld, vatte Warhol dit letterlijk op, zoals hij wel vaker deed, en voor zijn eerste grote tentoonstelling schilderde hij zijn roemruchte Campbell’s soepblikken. Hij schilderde alle tweeëndertig varianten van Cambell soup. De blikken verschillen alleen in de titel van de soep (zoals Chicken, of Cream of Asparagus). Warhol hield ook van geld en schilderde dus ook bankbiljetten. Hij adoreerde beroemdheden (en aspireerde beroemdheid); dus schilderde hij ze.


De soepschilderijen kreeg Warhol in New York niet geëxposeerd, maar Irving Blum, die een galerie had in Los Angeles wilde ze wel exposeren. Sommige toeschouwers werden boos, anderen barstten in lachen uit. Een andere galeriehouder bij Blum in de straat, zette de soepblikken in de etalage en verkocht ze voor 20 cent. Vanuit de soepschilderijen ontwikkelde Warhol zijn latere stijl. Hij verving het schilderen van een kenmerkend onderwerp door het schilderen volgens een kenmerkende stijl, waarbij het handgemaakte stilaan op de achtergrond raakte. Warhol ging een variant van de zeefdruktechniek toepassen, de zijdedruk: hij werd meer en meer een bedenker van schilderijen in plaats van de schilder die zelf de kwast vasthoudt. Op het hoogtepunt van zijn roem had hij meerdere assistenten in dienst, die zeefdrukken produceerden volgens zijn aanwijzingen in verschillende variaties wat betreft kleuren en afmetingen. Zijn belangrijkste assistent was Gerard Malanga, die enigszins bang was dat Warhol hem wilde versieren. Warhol maakte zowel komische (zoals de soepblikken) als serieuze (de elektrische stoel) werken. Het typerende element in zijn werk is zijn koele, matte stijl à la Buster Keaton: artistiek en persoonlijk zonder affectie. Warhols kunst werd meer en meer conceptueel. Zijn serie Do-It-Yourself-schilderijen zijn bedoeld als populair commentaar op kunst en wat kunst zou kunnen zijn. Zijn behangpapier met koemotief en zijn oxidatie-schilderijen (met koperverf voorbereide doeken waarop geoxideerde urinevlekken te zien zijn) behoren ook tot deze context. Belangrijk is hoe deze werken en de manier waarop ze werden geproduceerd, de zeden en sfeer in Warhols Factory weerspiegelden. Er werd gespeculeerd dat Warhol gewoon afbeeldingen maakte van objecten die in zijn tijd hip en modern waren maar voor Warhol was er altijd een persoonlijke relatie tussen hem en zijn onderwerpen. De Campbell’s Soup-blikken, als voorbeeld, functioneerden niet louter als illustratie van de commerciële industrie en publiciteit, maar maakten ook inherent deel uit van Warhols eigen leven en herinneringen. Als kind kreeg hij deze soep van zijn moeder wanneer hij ziek was en hij hield

er nog altijd van als volwassene. Voor hem (en voor vele Amerikanen) representeerde de soep een thuisgevoel. Een ander criterium voor Warhols onderwerpkeuze was dat de onderwerpen een zekere filosofische notie moesten vertegenwoordigen en metaforische kwaliteit moesten bevatten. Als Warhol geld schilderde, was dat omdat hij dat wou bezitten - doeken vol geld. Hij maakte zijn werk deels om dit geld (en succes, roem en misschien zelfs liefde) op te brengen. Tegelijkertijd beschouwden deze schilderijen kunst als een commercieel artikel: de schilderijen van dollarbiljetten stelden zowel monetaire waarde als investering voor. Op die manier hadden de schilderijen, in plaats van louter bankbiljetten voor te stellen, impact op ideeën als artistieke waarde of op de kunstpraktijk. Op deze manier schilderde Warhol afbeeldingen van catastrofes in felle kleuren (Red Car Crash, Purple Jumping Man, Orange Disaster), omdat ze zowel de gruwel van de gebeurtenis op de foto en diens mediawaarde toonden als de manier waarop ze in de media werden gebagatelliseerd. Door van deze “willekeurige” krantenknipsels schilderijen te maken, veranderde Warhol ze in gedenktekens van persoonlijke tragediën. Zo tonen ze een persoonlijke ervaring én geven sociaal commentaar op een tijd waarin de media groeide in relevantie. Op 4 augustus 1962 stierf Marilyn Monroe, waarna Warhol een grote serie portretten met zijdedruk van haar maakte, op grond van één oude foto. In de portretten gebruikt hij soms gedekte kleuren, of juist fluorescerende kleuren om bijvoorbeeld de mond te accentueren, dan wel goudverf. Naast het beoefenen van verschillende kunstvormen als schilderen, fotografie, tekenkunst en beeldhouwkunst, was Warhol een productief filmmaker. Tussen 1963 en 1968 maakte hij meer dan honderdzestig films, waarvan er 60 toegankelijk zijn. De films vertonen overeenkomsten met zijn schilderijen, die ook veel herhalingen vertonen, en subtiele variaties van beeld. In de jaren zeventig

verbood Warhol de distributie van zijn films, maar in de jaren 80 gaf hij na veel aandringen toestemming om de films te restaureren. In veel van zijn films werd de gebruikelijke projectiesnelheid gereduceerd van 24 beelden tot 16 beelden per seconde. Dit is iets anders dan slow-motion, waarbij de film juist op hogere snelheid wordt opgenomen, en op normale snelheid afgedraaid. Door de techniek van Warhol krijgen de afzonderlijke beelden meer nadruk. Eén van zijn beroemdste films, en tevens zijn eerste, Sleep (1963), toont acht uur lang een slapende man, John Giorno, met wie hij een relatie had. Warhol filmde telkens ongeveer drie uur, tot om vijf uur ‘s ochtends de zon opkwam. Het filmen duurde een maand. Blow Job (1963) is een voortdurende close-up van het gezicht van DeVeren Bookwalter terwijl hij, volgens geruchten, oraal bevredigd zou worden door Willard Maas. [bron?] Ook maakte Warhol in 1964 een 99 minuten durend portret van de beroemde conservator van het Metropolitan Museum of Art, Henry Geldzahler. Tijdens de opnames liep Warhol gewoon weg. Op de film is goed te zien hoe Geldzahler zich verveelde en oncomfortabel was door de camera. Aan het eind van de film is hij geheel ingezakt. Een andere film, Empire (1964), bestaat uit een acht uur durende opname van het Empire State Building in New York City bij avondschemering. Warhols rolprent Vinyl is een bewerking van de dystopische Anthony Burgess-roman A Clockwork Orange. Verdere films beelden geïmproviseerde ontmoetingen uit van Factory-habitués als Brigid Berlin, Viva, Edie Sedgwick, Candy Darling, Holly Woodlawn, Ondine, Nico en Jackie Curtis. In de film Camp verschijnt de binnen de subcultuur legendarische kunstenaar Jack Smith. Veel beroemde bezoekers van The Factory werden in de periode 1963-1966 voor de camera gezet, en gedurende 2 minuten en 45 seconden gefilmd, de lengte van de standaard filmrol. Meestal zijn dat statische portretten. Door de filmpjes langzamer af te draaien worden de uitdrukkingen van de gezichten sterk uitvergroot. Het resultaat van deze films zijn ongeveer 500 films, door War-

hol “screentests” genoemd. Onder de geportretteerden zijn filmster Dennis Hopper en popster Lou Reed. De films werden in diverse samenstellingen gemonteerd en op exposities van Warhol gemonteerd. Warhols meest succesvolle film was Chelsea Girls (1966); de film was innovatief aangezien hij bestond uit twee simultaan geprojecteerde 16 mm. filmrollen met uiteenlopende verhalen. Vanuit de projectiecabine werd het geluidsniveau voor één film verhoogd om dat verhaal te verduidelijken terwijl het voor de andere film werd verlaagd, waarna de rollen werden omgekeerd. Deze wijze van verdubbeling van de afbeelding gebruikte Warhol ook in zijn zeefdrukken van het begin van de jaren zestig. De invloed van de film met meerdere gelijktijdige lagen en verhalen is merkbaar in moderne producties als Timecode van Mike Figgis en, indirect, de eerste seizoenen van 24. Andere belangrijke films zijn My Hustler (1965) en Lonesome Cowboys (1968); een homo-erotische pseudowestern. ‘’Blue Movie, een film waarin Warhols ‘superster’ Viva gedurende 33 minuten seks heeft met een man, was Warhols laatste eigen film. Viva wist, nadat de film een schandaal had veroorzaakt vanwege de vrijzinnige benadering van seksualiteit, de openbare vertoning van deze film lang tegen te houden. De film werd in 2005 pas, voor het eerst sinds 30 jaar, opnieuw vertoond in New York. Nadat Warhol op 3 juni 1968 was neergeschoten door Valerie Solanas trok hij zich terug als regisseur en liet het maken van films over aan Paul Morrissey. Deze stuurde de aanpak van de Warhol-films meer en meer in de richting van gewone B-movies met een duidelijk verhaaltje (bijvoorbeeld: Flesh, Trash en Heat). Deze films en ook de later gemaakte films Blood for Dracula en Flesh for Frankenstein waren veel normaler dan alles wat Warhol als regisseur ooit zelf had gemaakt. De ster in deze films was Joe Dallesandro, die eigenlijk eerder een Morrissey-ster was dan een echte Andy Warhol superstar. Een andere film die veel furore maakte als Warhol-film heette Bad. Deze film werd in feite geregisseerd door Jed Johnson. De sterren van deze film waren Carroll Baker en Perry King. Om het succes


van de latere films te vergroten werden rond 1972 al Warhols’ eerdere avant-garde films uit de roulatie gehaald. Warhol leverde van 1979 tot 1987 het artistieke concept voor een serie televisieprogramma’s, 42 in totaal, die werden uitgezonden door commerciële zenders. Een droom van Warhol was een Hollywood-film te maken, maar daar is hij nooit aan toegekomen. In de jaren zestig ontdekte Warhol de groep The Velvet Underground en nam hen aan als één van zijn projecten. Hij was de producer van hun eerste album The Velvet Underground and Nico en ontwierp er ook de albumillustraties voor. Zijn échte aandeel in de productie kwam er uiteindelijk op neer dat hij betaalde voor de studiotijd. Na het eerste album werden Warhol en bandleider Lou Reed het meer en meer oneens over de richting die de band uit zou moeten gaan. Het contact tussen de twee vervaagde. Warhol ontwierp de coverillustratie voor het Rolling Stones-album Sticky Fingers (1971) en Love You Live (1977). In 1975 werd aan Warhol gevraagd verschillende portretten te maken van Stones-zanger Mick Jagger. In 1990 namen Lou Reed en John Cale het album Songs for Drella op. Een van Warhols bijnamen was Drella, een combinatie van Dracula en Cinderella (Assepoester). Op Drella verontschuldigt Reed zich ten opzichte van Warhol. Warhol was bevriend met vele muzikanten waaronder Bob Dylan, John Lennon en Jim Morrison. Hij ontwierp de cover van Lennons Menlove Avenue (postuum 1986). Warhol verscheen als een barman in de video voor de The Cars-single Hello Again, en in een Curiosity Killed The Cat-video voor hun Misfit-single. Beide video’s werden geproduceerd door Warhols productiebedrijf. Hij ‘had een boontje’ voor Nick Rhodes van Duran Duran, die hij relatief vaak ontmoette. Hoewel Andy Warhol de meeste bekendheid bereikte met zijn schilderijen en films, was hij actief in verschillende andere media, zoals: Mode — Van Warhol is bekend dat hij gezegd heeft dat hij liever een jurk koopt en aan de muur hangt, dan daar een schilderij op te hangen (“I’d rather buy a dress and put it

up on the wall, than put a painting, wouldn’t you?”). Een van zijn bekendste supersterren, Edie Sedgwick, wilde modeontwerper worden, en zijn goede vriend Halston was er een. Warhols modewerk omvat gezeefdrukte kledij, een incidentele bijverdienste als catwalkmodel en zowel boeken over mode als schilderijen met modieuze onderwerpen (schoenen). Performances — Warhol en zijn entourage organiseerden happenings: theatrale multimediapresentaties tijdens feestjes met muziek, film, diaprojecties en Gerard Malanga in een S&M-outfit met een zweep slaand. Het hoogtepunt in deze periode van Warhols leven was de The Exploding Plastic Inevitable. Fotografie — Om zijn zeefdrukken te produceren maakte Warhol zelf foto’s of liet deze door anderen maken. De foto’s werden meestal gemaakt met een specifiek type Polaroid-camera, dat deze firma speciaal voor Warhol bleef produceren. De fotografische benadering van schilderen en zijn grote hoeveelheden snapshots, hadden hun effect op de artistieke fotografie van die dagen. Warhols’ late oeuvre omvat aan elkaar genaaide zwart-witfoto’s. Daarnaast gooide hij niets weg, en bewaarde alledaagse voorwerpen jarenlang in dozen, die hij “tijdcapsules” noemde. Een van de beroemdste citaten van Andy Warhol is In the future everyone will be famous for fifteen minutes., vertaald: In de toekomst zal iedereen gedurende 15 minuten wereldberoemd zijn. Nadien zei hij over deze quote: I’m bored with that line. I never use it anymore. My new line is “In 15 minutes everybody will be famous.” Begin april 2007 raakte bekend dat de New Yorkse verzamelaar José Mugrabi zijn 600 Warhols van de hand doet voor 1 miljard dollar aan een onbekende sjeik. De sjeik is zinnens een “Andy Warhol Museum” te bouwen in Abu Dhabi of Dubai. De familie Mugrabi bezit ook Warhols “Twenty Marilyns” (1962).

Filmografie Blow Job (1963) Eat (1963) Haircut (1963) Kiss (1963) Naomi’s Birthday Party (1963) Sleep (1963) 13 Most Beautiful Women (1964) Batman Dracula (1964) Clockwork (1964) Couch (1964) Drunk (1964) Empire (1964) The End of Dawn (1964) Lips (1964) Mario Banana I (1964) Mario Banana II (1964) Messy Lives (1964) Naomi and Rufus Kiss (1964) Tarzan and Jane Regained... Sort of (1964) The Thirteen Most Beautiful Boys (1964) Beauty No. 2 (1965) Bitch (1965) Camp (1965) Harlot (1965) Horse (1965) Kitchen (1965) The Life of Juanita Castro (1965) My Hustler (1965) Poor Little Rich Girl (1965) Restaurant (1965) Space (1965) Taylor Mead’s Ass (1965) Vinyl (1965) Screen Test (1965) Screen Test #2 (1965) Ari and Mario (1966) Hedy (1966) Kiss the Boot (1966) Milk (1966) Salvador Dalí (1966) Shower (1966) Sunset (1966) Superboy (1966) The Closet (1966) Chelsea Girls (1966) The Beard (1966) More Milk, Yvette (1966) Outer and Inner Space (1966) The Velvet Underground and Nico (1966) The Andy Warhol Story (1967) Tiger Morse (1967) Sucking Lukes Hairy Asshole (1967) **** (1967) The Imitation of Christ (1967) The Nude Restaurant (1967) Bike Boy (1967) I, a Man (1967) San Diego Surf (1968) The Loves of Ondine (1968) Blue Movie (1969) Lonesome Cowboys (1969) L’Amour (1972) Flesh for Frankenstein (1973) aka Andy Warhol’s Frankenstein (USA) Blood for Dracula (1974) aka Andy Warhol’s Dracula (USA)


Hamilton Nd Warhol  

K A B K

Hamilton Nd Warhol  

K A B K

Advertisement