Dat kan beter | Room for Improvement | by Marianne Loof

Page 1

Dat Room kan for beter improvement MARIANNE LOOF EN DE WAAN VAN DE DAG AND THE DAILY NEWS GRIND


2


Dat Room kan for beter improvement MARIANNE LOOF EN DE WAAN VAN DE DAG AND THE DAILY NEWS GRIND


2


ZWEMMEN TEGEN DE STROOM IN Zes jaar geleden begon Marianne, onze partner bij LEVS architecten, aan een uitdagend avontuur. Midden in de crisis werd zij zowel voorzitter van de Amsterdamse commissie voor Welstand en Monumenten als bestuurslid van de BNA. Onder branchegenoten en stadsdelen was de toenmalige tijdsgeest er een van: afschaffen. Marianne zwom tegen die stroom in. Mede dankzij haar creativiteit en strategische vermogen om tot een win-win beleidsvisie te komen, heeft zich in Amsterdam de afgelopen zes jaar een ongekende omwenteling voltrokken van ‘non-regie’ naar een integrale commissie van ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is de BNA inmiddels hard op weg een branchevereniging te worden wiens visie een belangrijke rol in ontwerpend Nederland gaat spelen. Tijdens deze periode werden er regelmatig observaties de wereld ingestuurd via het blad Cobouw. In vileine columns schreef Marianne haar verwondering of frustratie van zich af, steeds zonder uit het oog te verliezen dat er door ontwerpend te denkend altijd weer oplossingen gevonden kunnen worden. Haar immer scherpe analyses, breedte van interesse en bijzondere reflecties brachten ons regelmatig uit balans. Met de jaren hebben zij ons denken over ons vak, in de breedste zin, diep geïnspireerd. Als waardering voor haar inzet bij het aangaan van de maatschappelijke dilemma’s van de stad en de architectuur hebben wij haar geschriften gebundeld. Eén stuk draagt de titel ‘dat kan beter’, en dat is ook altijd hoe Marianne ertegenaan kijkt: absoluut perfectionistisch, altijd kritisch, en met het duidelijke doel voor ogen dat het beter kan en moet. Voor haar carrière als architect was Marianne een fanatieke wedstrijdzwemster. Het zwemmen tegen de stroom in is haar dus niet vreemd, net zomin als het volharden en doorgaan wat erbij hoort om resultaten te bereiken. Terugkijkend op de afgelopen jaren zien wij een hoop gewonnen wedstrijden. Jurriaan van Stigt Adriaan Mout

3


SWIMMING AGAINST THE STREAM

4

Six years ago Marianne, our partner at LEVS architecten, set out on a challenging adventure. The crisis was in full swing when she decided to simultaneously take up the position of chair of the Amsterdam Architecture and Monuments Review Committee (AMRC) and become board member for the Royal Institute of Dutch Architects (BNA). The received wisdom among city districts and colleagues at the time was: redundant committees. Marianne swam against this stream. Thanks in part to her creativity and ability to think strategically about design and policy, Amsterdam has witnessed an unprecedented transformation: from a tendency to ‘hands-off’ policy towards the establishment of an integral process of advice on urban quality. The BNA in turn is well on its way to becoming an organization whose vision and efforts are a driving force in the sector. During this time, many observations were sent into the world via Cobouw magazine. Her provocative columns offered Marianne an outlet for wonder or frustration, but more importantly an opportunity to demonstrate the value of design in producing realistic solutions. Their consistently sharp analyses, topical breadth, and remarkable reflections on our profession have time and again caught us off guard. Together, they have deeply inspired our thinking and work. As a token of our appreciation for her commitment to the challenges of our society and our profession, we have brought together Marianne’s writings. The title of one of the pieces neatly captures her attitude: Room For Improvement. A perfectionist and critical mind, her goal is always to point out that improvements can and must be made. Prior to her career in architecture, Marianne competed in swimming. Plunging into deep waters and swimming against the stream is her second nature. It has taught her to persevere, even when the race has seemingly been run. Looking back at the previous years, we see that a lot of races have actually been won. Jurriaan van Stigt Adriaan Mout


5


6

Past and future of the residential utopia

13

Donald Trump and the architects 17 Room for improvement 23 Schiphol: curse of blessing? 27 Urban quality of life 30 The real value of design 37 Hero 41 Plan Zuid versus Diemen Zuid 45 Costs-of-living allowance 51 Who owns the coastline? 55 Homesick for the crisis 59 Can we expect the Chinese here soon? 63 Big Data 67 Take flight 73 Francine Houben, the Dafne Schippers of architecture 77 Eco-modernism as our salvation 81 Innovative heat management 85 Every cloud has a silver lining 91 The grass is greener on the other side 95 Copyright 101 True love 107 Innovation or pin-up 111 BEP mandatory for architects 115 The Spuikwartier drama, a battlefield in 3 acts 123 EPC-parties 119 The heritage of structuralism 127 De architect als jazz musicus 132 Thinking about the added value of the architect 139 Hitting the nail on the head 147 Captains and architects 154


7

Verleden en toekomst van de woon utopie

10

Donald Trump en de architecten 14 Dat moet beter! 20 Schiphol: vloek of zegen? 24 Stedelijke leefbaarheid 28 Wie het kleine niet eert? 34 Heldin 38 Plan Zuid versus Diemen Zuid 42 Woonkostenvergoeding 48 Van wie is de kust? 52 Heimwee naar de crisis 56 Komen de Chinezen hier? 60 Big Data 64 Op de Vlucht 70 Francine Houben als de Dafne Schippers van de architectuur 74 Eco-Modernisme als redding 78 Innovatief door de hitte 82 Elk nadeel heb z’n voordeel 88 Het gras bij de buren 92 Auteursrecht 98 Renderporno of gebouwenliefde 104 Innovatie of stoeipoes 108 Architecten aan het BEPPEN 112 Toneelstuk Spuikwartier, een slagveld in 3 aktes 116 Epc-feesten 120 Schatplichtig 124 De architect als jazz musicus 129 De toegevoegde waarde van de architect!?! 134 De vinger op de zere plek 142 Schippers en Architecten 150


8


“Wonen is bij ons anno 2017 niets meer dan het risicoloos produceren van vierkante meters.” “Present-day housing in the Netherlands comes down to producing as many square meters as possible.“

MARIANNE LOOF

9


FEBRUARI 2017 10

VERLEDEN EN TOEKOMST VAN DE WOON UTOPIE Afgelopen week liep ik bij min 28 graden door de Russische stad Jekaterinburg. De architect Boris Dimidov liet me in korte tijd een aantal pareltjes van constructivistische architectuur in de stad zien. Het optimisme, de openheid en het grote geloof in de opbouw van een nieuwe samenleving is nog steeds voelbaar, hoe anders de utopie ook heeft uitgepakt.


Dimidov is een kenner en raakt niet uitgepraat, terwijl we door een wit besneeuwde ‘Chekists’ lopen, een kleine ‘stad’ met woningen, een polikliniek, crèche, en cultureel centrum. Ik word onmiddellijk aangestoken door zijn enthousiasme en denk terug aan mijn studietijd in Delft. De Russische constructivisten werden hier uitgebreid bestudeerd en geanalyseerd. Ik heb er sterke herinneringen aan. De sociale denkbeelden van samenleven, de innovatieve woonvormen, maar ook de heldere, zelfbewuste vormgeving raken nog altijd een gevoelige snaar in mij. Uraloblsovnarkhoz Dormitory in het centrum is een klein Narkomfin Building, de ultieme ‘klassieker’ die in Moskou staat. Deze collectieve woongebouwen van architect Ginzburg worden gekarakteriseerd door een legendarische doorsnede waarin de ene helft 3 lage verdiepingen en de andere helft 2 hoge verdiepingen telt. De split-level doorsnede geeft een ongeëvenaarde ruimtelijkheid. Uraloblsovnarkhoz Dormitory wordt nu ‘bewoond’ door creatieve bedrijfjes, waaronder Dimidovs architectenbureau. Sjoerd Soeters positioneert in lezingen de generatie ‘Delftse modernisten’ graag als verdwaalde geesten die massief schuldig zijn aan de Bijlmer en ander onheil. Dat is een aantrekkelijke framing maar gaat enkel over stijl en ontkent de waarde van het achterliggende streven naar sociale waarden en ruimtelijke woningen. Een streven dat in onze tijd opnieuw utopisch lijkt. Wonen is bij ons anno 2017 immers niet meer dan het risicoloos produceren van vierkante meters, waarbij sociale visie en ruimtelijkheid ondergeschikt zijn aan de maximalisering van het verkoopbaar oppervlak en de standaardisering van de woningplattegrond, op natuurlijk een aantal onverbeterlijke pioniers na. Dit zijn alleen niet meer de corporaties of ontwikkelaars maar particulieren die met hun loftappartementen en zelfbouwwoningen bewijzen dat het verlangen naar ruimtelijkheid en andere vormen van samenleven nog altijd bestaat.

11


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND A Soviet Utopia: Constructivism in Yekaterinburg [...] Uraloblsovnarkhoz Dormitory (1930-1933) One who does not know the city can easily miss a multi-storey building located on one of the central Yekaterinburg streets. Many locals know this building only thanks to Volkhonka theatre occupying the lower floors. Meanwhile, this former dormitory for singles and small families is one of main constructivism monuments remaining in Yekaterinburg. The building project was designed by the legendary Soviet architect Moisei Ginzburg. The building originally lacked a ground floor: in line with Le Corbusier’s teachings, the building was perched atop concrete columns, allowing free entrance into the yard. An open sunbathing terrace ran along the top floor. However, in 1940 the building received a ground floor with shops and a theatre, and then lost its terrace in 1970, forfeiting its innovative touch and gaining a more generic appearance. Archdaily http://www.archdaily.com/789537/a-sovietutopia-constructivism-in-yekaterinburgstrelka-magazine

12

However, unaffected by the loss of signature external features, the building interior remains quite remarkable. The former dormitory only has two hallways running through the whole building on its third and sixth floors. These two hallways provided access to every single generic two-storey F-type cell within the dorm. Motivated by creative search as much as by communal housing ideas and a striving for cost-efficiency (strangely enough, even multi-storey solutions may prove rational), constructivists also aimed to improve sanitary conditions. [...]


PAST AND FUTURE OF THE RESIDENTIAL UTOPIA

Last week, at minus 28 degrees, I walked around the freezing Russian city of Yekaterinburg. Architect Boris Dimidov showed me several constructivist architectural highlights in the city. The optimism, openness, and great belief in a new society is still present, regardless of how differently the constructivist utopia turned out. Dimidov is an expert and cannot stop talking as we are walking through a snowy ‘Chekists’, a ‘miniature city’ with small houses, a day-care centre, a polyclinic, and a cultural centre. I am immediately inspired by his enthusiasm, and recall my study-period at Delft University of Technology. There, the Russian constructivists were thoroughly studied and analysed. It made a lasting impression on me, and I still have a soft spot for the social ideas of living together, the innovative forms of housing, and the clear and self-conscious designs. Uraloblsovnarkhoz Dormitory, in the centre, is a small version of the classic Narkomfin Building in Moscow. These residential community-buildings by the architect Ginzburg are characterized by a legendary cross-section, where one half has three low-level floors and the other half has two high-level floors. The split-level cross-section creates a unique sense of space. Today, Uraloblsovnarkhoz Dormitory houses several creative companies, such as Dimidov’s own architectural firm. Sjoerd Soeters likes to position the ‘Delft modernist’ generation in his lectures as stray spirits who are responsible for the Bijlmer and other disasters. That is an attractive formulation, but it predominantly is about style and neglects the value of the underlying commitment for social values and spacious houses; a commitment that today sounds utopian once again. Present-day housing in the Netherlands comes down to producing as many square meters as possible. Social vision and spaciousness have become secondary to maximizing the saleable surface and standardizing the floor plan. But there are a few relentless pioneers of course. Not the housing corporations, but private individuals demonstrate with their loft-apartments and do-it-yourself-projects that the desire for spaciousness and alternative forms of housing still exists.

13


NOVEMBER 2016 14

DONALD TRUMP EN DE ARCHITECTEN De afgelopen weken stonden in het teken van de uitkomst van de Amerikaanse verkiezingen. Met de keuze voor Trump wordt weer glashelder dat wij in Nederland en Europa niet op een veilig en kalm eiland in een roerige wereld zitten, maar op het schip van de westerse wereld dat op kolkende golven een ongewisse toekomst tegemoet gaat.


De invloed van Trump op het wereldtoneel is te groot om te behappen, dus richt ik me op het bescheiden architectentoneel. Wat heeft Trump met de architect en de architectuur te maken? Hoe moeten architecten zich verhouden tot het gedachtegoed van Trump? Trumps eigen visie op architectuur is duidelijk: hij heeft een voorliefde voor dominante gebouwen die met gouden liften, poenerige gevels en grote TRUMP-letters een ongekende persoonsverheerlijking nastreven. Het American Institute of Architects, zeg maar de BNA, stuurde Trump na zijn overwinning direct een felicitatiebrief. Hierin wordt de hoop op een vruchtbare samenwerking uitgesproken, en gepleit voor een bijdrage van de leden aan de door hem beloofde infrastructuurprojecten. Hierover is grote commotie ontstaan. Veel architectenleden zijn des duivels over deze ‘normalisering’ van Trump en zijn ideeën middels schaamteloos gehengel naar opdrachten. “What if it turns out what he’s talking about is walls and detention centers?” De meest scherpe en prikkelende reactie op de draconische plannen van Trump, die ik de laatste weken zag, komt van FARO architecten, die in één schets zijn beleid weten te karakteriseren en ridiculiseren. Zij tekenen ‘de muur’ als een gigantisch scherm met PV cellen, gericht op Mexico: de ‘Trump Power Wall’. Zo worden zijn desastreuze klimaatbeleid en immigratieoplossingen omgebogen naar kansen voor Mexico. En het laat de USA letterlijk en figuurlijk in de donkere schaduw van het verleden achter.

15


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Mexicaanse minister stapt op na ‘rampzalig’ bezoek Trump De Mexicaanse minister van Financiën, Luis Videgaray Caso, is woensdag opgestapt. Volgens Mexicaanse media was zijn plan om de Amerikaanse Republikein Donald Trump uit te nodigen de reden tot ontslag. Videgaray was bijna vier jaar de baas bij ‘Hacienda’ (Financiën) en voerde belangrijke economische hervormingen door. Daarvoor was hij een vertrouweling en campagnechef van Enrique Peña Nieto, die sinds december 2012 president van Mexico is. Sommige Mexicanen zagen in Videgaray een opvolger van de huidige president. Die heeft Videgaray’s vertrek woensdag aangekondigd en gezegd dat José Antonio Meade Kuribreña (ex-minister van Sociale Ontwikkeling) hem opvolgt.

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/buitenland/mexicaanseminister-stapt-op-na-rampzalig-bezoektrump~a4372399/

16

Tal van media oordelen dat de kundige economisch hervormer Videgaray een fatale politieke blunder heeft begaan door presidentskandidaat Trump naar Mexico te halen. Trumps ontmoeting 31 augustus met Peña Nieto zou Videgaray’s idee zijn geweest. Hij zou ook samen met Trump in de helikopter hebben gezeten die de felomstreden Republikein vervoerde naar de ambtswoning van Peña Nieto, Los Pinos. Peña Nieto kreeg een storm van kritiek over zich heen vanwege het bliksembezoek; Trump schoffeert om de haverklap Mexicanen en wijzigt zijn standpunten niet. Trump liet Nieto bijvoorbeeld weten dat hij het recht voorbehoudt een muur langs de grens te bouwen om illegalen, drugs en wapens buiten de deur te houden. [...]


DONALD TRUMP AND THE ARCHITECTS

Donald Trump’s victory in the American presidential elections has once again made it painfully clear that the Netherlands and Europe are not quiet islands, far removed from the world’s turmoil, but are part of the ship that is the western world, struggling to stay afloat in a heavy storm. Trump’s influence on the world stage is too extensive to treat here, so let’s turn to the modest subpart that is the architectural stage. What does Trump’s presidency mean for architects and architecture? And how should architects relate to his worldview? The president-elect’s personal take on architecture is clear: he has a strong preference for dominant buildings that feature golden elevators, showy facades, and his name in capital letters above the entrance to achieve maximal glorification of his person. Shortly after his victory, the American Institute of Architects, the BNA let’s say, sent Trump a letter to congratulate him. In it, the AIA expresses its wish for fruitful collaborations, and argues for the important contribution that its members can make to the many proposed infrastructural projects. The letter has caused much trouble. Many architects are filled with rage over the fact that the AIA ‘normalizes’ Trump and his ideas by shamelessly lobbying for work. “What if it turns out what he’s talking about is walls and detention centres?” The most acute and provocative response to Trump’s draconian plans that I have encountered over the past few weeks comes from FARO architects, who need only a single sketch to simultaneously characterise and ridicule them. They draw ‘the wall’ as one massive screen covered in PV-cells, facing Mexico: the ‘Trump Power Wall’. The TPW turns Trump’s disastrous climate-policies and immigration-solutions into opportunities for Mexico. And it literally leaves the USA standing in the cold, dark shadows of the past.

17


18


“Innovatieve ontwerpkracht alom, maar de beloofde levenscyclus wordt niet waargemaakt. Dat moet beter!” “Innovative design abounds, but down the line commitments to life-cycle thinking are weak. Much room for improvement!”

MARIANNE LOOF

19


OKTOBER 2016 20

DAT MOET BETER!

Op de Dutch Design Week in Eindhoven is te zien hoe de van oudsher strakke scheiding tussen design en architectuur aan het vervagen is. Zo is er bij de Dutch Design Awards in de categorie Habitat aandacht voor typische architectuuropgaven.


Ook is het te zien in de ontwerpen voor het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). De Rijksbouwmeester vroeg ontwerpers om nieuwe oplossingen voor de urgente huisvesting van asielzoekers met een verblijfsvergunning, de zogenaamde statushouders. Van de prijswinnende plannen zijn in Eindhoven prototypes en maquettes te zien. Een aantal baseert zich op modules die stapelbaar en schakelbaar zijn, zoals de units van Finch, een van de winnaars van de prijsvraag. Conform de tijdgeest zijn deze units volledig van hout en dus CO2 neutraal en circulair. Een jonge generatie ontwerpers stelt hun denk- en ontwerpkracht in dienst van maatschappelijke opgaven. Het module-ontwerp van Finch Buildings is niet alleen ‘Sustainable-Healthy-CircularSmart’ maar ook prikkelend verbeeld. Toch is deze strategie niet nieuw als het gaat om de vraag naar noodhuisvesting, zoals lokalen voor scholen. Zo werd in 2008 het 4e Gymnasium in Amsterdam gebouwd van slimme unit-bouw-elementen waarmee bouwsnelheid en hergebruik gecombineerd werden met architectonische kwaliteit. Het leverde een aantrekkelijk gebouw op, want door de lange levenscyclus van de units konden de investeringen in de elementen veel hoger zijn. Des te teleurstellender was het om te zien dat afgelopen maand, na 8 jaar gebruik, het gebouw niet zorgvuldig werd gedemonteerd om elders in de stad weer te worden opgebouwd, maar in opdracht van de gemeente met grote bulldozers werd verpulverd. Weg miljoenen voorinvestering, weg hergebruik. Innovatieve ontwerpkracht alom, maar de beloofde levenscyclus wordt niet waargemaakt. Dat moet beter!

21


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Tiny houses voor de nomadische hipster Woonkeuze: Hutjemutje De invloed van de hipster - die bebaarde of bebrilde twintiger met gebreide trui en racefiets - bleef tot nu toe beperkt tot de horeca (koffie en bier), muziek (folk) en interieurs (Berlijns vintage). Maar nu drukt deze hippe stadsbewoner ook zijn stempel op de architectuur met kleine, mobiele huizen oftewel tiny houses. De nomadische hipster is nu eenmaal niet zo honkvast: home is where the laptop is. Deze compacte bouwpakkethuisjes zijn overgewaaid uit de VS, tevens de bakermat van de hipster. Een tiny house voorziet in z’n eigen energiebehoefte en is eenvoudig te verplaatsen. Feitelijk is een tiny house een hutje op de hei, maar dan middenin de stad op een lege bouwkavel of misschien gewoon in de achtertuin. Bovendien is het ook geschikt als vakantiehuisje. Kennismaken met een tiny house kan dit weekeinde op de Dutch Design Week, waar de Tiny TIM van FARO Architecten staat op Strijp-S in Eindhoven.

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/mode-enmooi/tiny-houses-voor-de-nomadischehipster~a4402825/

22


ROOM FOR IMPROVEMENT

The typical distinction between design and architecture is increasingly becoming a thing of the past, as the Dutch Design Week in Eindhoven shows. The ‘Habitat’-category of the Dutch Design Awards shows designers engaging with typical architectural questions. Cases in point are also the designs made for the ‘Central Agency for the Reception of Asylum Seekers’ (COA): The Rijksbouwmeester, the chief government architect, asked designers for innovative solutions to the urgent question of housing for asylum-seekers with a temporal residence-permit. Prototypes and scale-models of the winning plans are on display in Eindhoven. Several among the winners use modular units. Among them is Finch Buildings, whose units are entirely made of wood so that they are carbon-neutral and circular according to the spirit of the time. A new generation of designers contributes brainpower to the challenges of our society. The Finch module is not only ‘Sustainable-Healthy-CircularSmart’, but also attractively designed. This is not entirely new when it comes to emergency-housing, such as temporary classrooms for schools. In 2008, the 4th Gymnasium in Amsterdam was built from smart units that would combine construction-efficiency and reuse with architectural quality. The end product was a success, because a serious investment could be made in the reusable units. Last month, after 8 years, the 4th Gymnasium was not carefully taken apart for use elsewhere, but demolished as ordained by the city council. A real shame. Gone millions of euros of investments, gone reuse. Innovative design abounds, but down the line commitments to life-cycle thinking are weak. Much room for improvement, I’d say!

23


SEPTEMBER 2016 24

SCHIPHOL: VLOEK OF ZEGEN?

Onze nationale luchthaven Schiphol staat op gespannen voet met de leefkwaliteit in de regio. Maar juist door al het vliegverkeer zijn de bewoners gezegend met heel veel groen.


Schiphol bestaat 100 jaar. Een prachtige animatie van het Stadsarchief Amsterdam laat zien hoe in de Haarlemmermeer de luchthaven zich, na de eerste landing van een militair vliegtuigje in 1916, ontwikkelt tot een luchthaven die jaarlijks 58 miljoen mensen vervoert. Voor de komende jaren heeft Schiphol opnieuw uitbreidingsplannen met o.a. een zevende baan. Geluidsoverlast rondom Schiphol is al lange tijd de belangrijkste stoorzender voor groei, en ondanks de geluidscontouren voelen veel bewoners rondom de luchthaven zich niet gehoord. Zo bezien staan Schiphol en de leefkwaliteit in de regio op gespannen voet met elkaar. Maar laten nou juist de geluidscontouren van Schiphol naadloos op de open gebieden in de Amsterdamse regio passen. Er is dus ook een hele andere conclusie mogelijk: dankzij Schiphol kent het gebied Amsterdam-HaarlemGroene Hart nog volop open ruimte. De grote kwaliteit van dit gebied is dat de steden helder afgebakend zijn en van elkaar gescheiden worden door groene gebieden. Dit onderscheidt de regio Amsterdam van de dichtgegroeide en met laagbouw verstedelijkte Rijnmond-regio, waar rondom Rotterdam een aaneengesloten gebied van urban sprawl is ontstaan. De geluidscontouren van Schiphol hebben er voor gezorgd dat de ruimtelijke ordenings-reflex van de afgelopen decennia - het volbouwen van groene gebieden in lage woningdichtheid in de Amsterdamse regio niet heeft kunnen toeslaan. En met terugwerkende kracht kunnen we daar alleen maar heel dankbaar voor zijn. Dat de nog steeds urgente woningbouwopgave niet vraagt om urban sprawl maar om verdichting en verduurzaming binnen de stedelijke contouren, is een inzicht dat nu gelukkig breder wordt gedragen. De aanwezigheid van Schiphol heeft de regio dus een grote dienst bewezen.

25


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Schiphol bestaat 100 jaar Schiphol bestaat maandag honderd jaar. Het is dan precies een eeuw geleden dat het eerste militaire vliegtuigje landde op de, toen nog, modderige weide van boer Knibbe. Inmiddels is de luchthaven uitgegroeid tot een plek waar jaarlijks meer dan 60 miljoen passagiers voorbijkomen. Schiphol krijgt verjaardagsbezoek van een hoge gast. Koning Willem-Alexander komt maandagmiddag naar de luchthaven. Hij krijgt een rondleiding en woont de presentatie bij van twee scholieren over hun idee van de luchthaven van de toekomst, de uitkomst van een prijsvraag van wetenschapsmuseum Nemo. Schiphol mag zich vanaf deze dag overigens Koninklijk noemen, zo werd vorige week bekend. De luchthaven verwacht dit jaar een recordaantal van 63 miljoen passagiers en wil op den duur nog verder groeien naar 80 miljoen reizigers. Hiertoe zijn fikse investeringen in infrastructuur nodig, zei topman Jos Nijhuis vrijdag. Het Parool http://www.parool.nl/amsterdam/ schiphol-bestaat-100-jaar~a4379367/

26

Het eeuwfeest wordt verder onder meer gevierd met diverse exposities, in onder meer het Amsterdam Museum en het Aviodrome in Lelystad.


SCHIPHOL: CURSE OF BLESSING?

Our largest international airport, Schiphol, has a difficult relationship with the surrounding living-environments. Yet it is precisely Schiphol’s busy air-traffic that has blessed inhabitants of the region with many open green spaces. Schiphol celebrates its 100th anniversary. A beautiful animation by the Amsterdam City Archives shows the airport’s development in the Haarlemmermeer polder, from a small landing strip in 1916 to a global hub that handles 58 million passengers per year. Schiphol’s expansion plans for the coming years include a seventh landing strip. The main hurdle on the airport’s way to expansion is and has for many years been noise pollution. And even with the regulation of noise contours in place, many people around the airport feel sidestepped. Looked at in this way, Schiphol is a great stressor to the quality of life in the region. At the same time, the noise contours map fits almost seamlessly onto the region’s open green spaces. So one might also conclude differently: it is thanks to Schiphol that the Amsterdam-Haarlem-Groene Hart region retains so much open space. A major quality of this region are the clear city borders and the green areas between them. Contrast this with the situation in the Rijnmond-region, where the city of Rotterdam has become entirely enclosed in a vast low-density urban sprawl. The noise contours around Schiphol have prevented the spatial planning-reflex of recent decades – filling green areas with low density housing – from transforming the Amsterdam region as it has done elsewhere. In retrospect, we should be thankful for this. The housing question, as urgent today as ever, is not solved by urban sprawl, but by achieving higher density and sustainability within the existing urban contours – a view that fortunately is becoming increasingly shared. By imposing this task on Amsterdam, Schiphol’s presence has been a blessing to the region.

27


AUGUSTUS 2016 28

STEDELIJKE LEEFBAARHEID

The Economist publiceerde afgelopen week de top tien van ‘the most liveable cities’. Wie de top tien bestudeert, ziet dat juist moderne metropolen in de meerderheid zijn: Melbourne, Vancouver, Toronto. In Europa zijn Hamburg en Wenen vertegenwoordigd. Al deze steden liggen natuurlijk in welvarende landen.


Onderscheidende factoren zijn de nabijheid van natuur, goede infrastructuur, een overzichtelijke omvang en hoogbouw in een relatief lage dichtheid. De top tien laat ook zien dat een karakteristiek historisch centrum niet nodig is voor een hoge leefkwaliteit. Hoog in de lijst staat Vancouver, een stad waar ik in 2013 een tijd doorbracht. Vancouver kent een wonderlijke en succesvolle mix van een kleinschalig en intiem straat-milieu met een metropolitaan hoogbouw-milieu. Hoge woontorens worden omzoomd door grondgebonden woningen en vormen zo een aantrekkelijk stedelijk milieu, gecombineerd met royale groene gebieden. Laat nou deze stad de inspiratie voor de nieuwste Amsterdamse woonwijk zijn. Op het Zeeburgereiland is Vancouver de inspiratie voor de toekomstige Sluisbuurt. Architect Sjoerd Soeters heeft al van zich laten horen: “Voor een leefbare stad moet je niet hoger bouwen dan vijf verdiepingen, met misschien hier een daar een hoger accent.� Daarbij verwijst hij vaak naar de centra van oude Europese steden met hun intieme pleinen, kromme straatjes en palazzi. Maar, hoe prettig het tijdens je vakantie ook dwalen is door die oude stadjes, ze zijn geen voorbeeld meer voor de stedelijke opgave van deze tijd. Die vraagt om compacte steden met een hoge woonkwaliteit en prettige buitenruimtes, optimale fiets- en openbaar vervoersverbindingen en groene ruimtes die ontspanning en verkoeling bieden. Voor jongeren, ouderen maar ook voor gezinnen. Vancouver is een fascinerende inspiratie, aan de Amsterdamse stedelijke ontwerpers de uitdaging die kwaliteiten werkelijk te genereren. Dat gaat dus wel over meer dan hoge torens bouwen.

29


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND The world’s most liveable cities COMING up with a list of the world’s best cities is a near-impossible task. The bustle and hum of megacities like São Paulo or Tokyo might be too much for some people; others might struggle with the pace of life in Cleveland or Frankfurt. A ranking released on August 18th by our corporate cousin, the Economist Intelligence Unit, attempts instead to quantify the world’s most “liveable” cities—that is, which locations around the world provide the best or the worst living conditions. The index, measured out of 100, considers 30 factors related to safety, health care, educational resources, infrastructure and the environment to calculate scores for 140 cities. Those that score best tend to be mid-sized cities in wealthier countries. Melbourne tops the list for the sixth year in a row, and six of the top ten cities are in Australia or Canada. But Sydney, Australia’s largest city, drops out of the top ten due to fears over terrorism.

The Economist http://www.economist.com/blogs/ graphicdetail/2016/08/daily-chart-14

30

Damascus is the lowest-ranked city with a rating of just 30.2 out of 100, scoring poorly in all categories (understandably, due to Syria’s ruinous civil war). Kiev, the only European city in the bottom ten, performs better for health care and education but has a low stability score due to Ukraine’s ongoing conflict with Russia. Increased instability over the past year has caused a drop in the score of nearly a fifth of the 140 cities surveyed (see chart, below). Ten of these cities are in western Europe, notably Paris, which has suffered multiple terrorist attacks. [...]


URBAN QUALITY OF LIFE

Last week The Economist published their top ten ‘most liveable cities.’ A close look reveals that modern metropolises, such as Melbourne, Vancouver, and Toronto, rank especially high. European countries that stand out are Hamburg and Vienna. All of them are cities from prosperous economies, to be sure. Other characteristics are close proximity to nature, good infrastructure, manageable size, and a relatively low density of high-rise. Interestingly, a typical historical centre is not a requirement for a high quality of life. High on the list is Vancouver, a city in which I spent much time in 2013. Vancouver is a remarkable blend of small-scaled, intimate street life and metropolitan high-rise life. Tall apartment-buildings stand amidst single homes with direct street access and generous green spaces. Incidentally, it was this city that inspired Amsterdam’s newest district. The future Sluis-neighbourhood, on Zeeburgereiland, draws on the Vancouver concept. As architect Sjoerd Soeters explains: “A liveable city does not rise higher than five storeys, except for the occasional detail here or there.” Additionally, Soeters often refers to the historic centres of European cities, with their intimate squares, winding streets, and palazzi. But, no matter how enjoyable a stroll through such historic centres may be, their example cannot help us solve today’s challenges. Growing urbanization asks that we produce compact cities with a high quality of life, with pleasant public spaces, optimal connectivity for bicycles and public transport, and leisurely, cooling green areas; for young and old, singles and families. Vancouver offers a fascinating source of inspiration. The challenge now, for Amsterdam’s urban designers, is to translate and actually generate these Vancouver-qualities. And that requires more than simply building high-rise.

31


32


“Ontwerpen is het toevoegen van waarde, het is geen kostenpost.” “Designing is the adding of value, it’s not a mere expense.“

MARIANNE LOOF

33


JUNI 2016 34

WIE HET KLEINE NIET EERT?

Recent nodigde een gemeente ons uit om mee te doen aan een selectie voor een bescheiden maar ambitieuze opgave: het renoveren van een sportcomplex met een architectonische facelift en een ambitieuze doelstelling tav duurzaamheid. Voor veel buurtsportcomplexen zijn de exploitatiekosten dusdanig hoog dat zij in hun bestaan worden bedreigd.


Een verstandige gemeente dus, om hiervoor expertise te zoeken. Wij waren de laatste tijd regelmatig in het nieuws met een duurzaam depot dat zelfs energie levert en waarbij ook de feitelijke exploitatiekosten 50 % lager zijn dan ‘gewone duurzaamheid’. Het ambitieuze verhaal bleek bij het lezen van de selectieleidraad een vrijblijvende zoektocht te zijn naar een uitgewerkt plan, een mooie gevel en een lage inschrijving. Hiervoor had de gemeente een vergoeding van €2.000 en een minimum honorarium bedacht. Elk bedrag daarboven betekende verlies van punten. Voor deze selectiefase wordt al gauw per inschrijver €13.000 extra geïnvesteerd. Dat is 20% van dat minimum honorarium. Stel dat je een van de vier selecties wint. Dan moet bij een gewonnen selectie vier x 20% = 80% van het honorarium van die opdracht worden gereserveerd voor algemene selectiekosten. Maar nog erger, de hoge duurzaamheidsambities zouden alleen op beeld worden getoetst, want een echte inhoudelijke beoordeling ‘zou te ingewikkeld’ zijn. Dit betekent dat onze inspanningen niet leiden tot een intelligent energetisch duurzaam plan met lage exploitatiekosten, maar waarschijnlijk tot ‘architectonische duurzaamheid’. Denk aan een groene gevel of iets dergelijks. Terwijl juist integraal ontwerpen en investeren in energetische duurzaamheid heel veel geld kan opleveren in de exploitatiekosten. In een selectie komen we graag onze visie en aanpak vertellen, met daarbij de concrete resultaten. Ontwerpen is het toevoegen van waarde, niet een kostenpost. Laten we het gewoon eens zo benaderen. Wij laten deze ‘kans’ in ieder geval voorbijgaan.

35


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Gunningscriterium ‘inschrijvingssom’: Voor de berekening van de score voor het gunningscriterium inschrijvingssom, wordt de volgende formule gehanteerd: Score inschrijver voor inschrijvingssom = 30 - ((inschrijvingssom inschrijver – € 75.000)/800) De inschrijvingssom is totaalprijs volgens het tarievenformulier. De score voor dit gunningscriterium is maximaal 40 punten, welke score wordt behaald met een inschrijvingssom van € 75.000 of lager. Een lager inschrijvingssom dan € 75.000 levert derhalve geen extra punten op. Bij een inschrijvingssom van € 99.000 worden 0 punten behaald. Een hogere inschrijvingssom resulteert in een negatieve score.

Gemeente Haarlemmermeer Aanbestedingsleidraad Architecteselectie sporthal het Spectrum

36


THE REAL VALUE OF DESIGN

A municipality recently invited us to participate in their selection for a modest yet ambitious project: the renovation of a sports complex, including an architectural facelift and a serious step up towards sustainability. The very existence of local neighbourhood sports facilities is typically undermined by high exploitation-costs. A smart move from the municipality, therefore, to seek expert advice on the issue. With LEVS architecten, we have recently drawn much attention with a sustainable depot that is a net producer of energy, and for which exploitation costs have been halved with respect to ‘ordinary’ sustainability. Upon closer reading of the selection’s description, the basic request came down to a fully worked-out plan, a pretty façade, and a pleasant price tag. In return the municipality offered an initial compensation of two-thousand euro and a minimum architect’s fee; any price tag above this combined amount would mean negative points in the selection. Participants to a like selection typically spend thirteen thousand euro on top of initial compensations. In this case, that would mean twenty percent already of the architect’s fee. Suppose you win one out of every four selections; then four times twenty percent, i.e. eighty percent, of the architect’s fee will go to participation costs in selection rounds alone. Worse still, the requested sustainability transformation in this selection would only be judged by its looks, because a careful scrutiny of the plans was considered ‘too difficult’. This means effectively that our efforts cannot lead to an intelligent, energetically sustainable plan with low exploitation costs, but at most to ‘architectural sustainability’; a green roof, for example. Yet, integral designs and investments in energetic sustainability are what is needed in order to save significantly on exploitation costs later on. We are happy to share our vision, approach, and the concrete results they can generate, during selection rounds. But designing is the adding of value, not a mere expense. Let’s look at it that way. As far as this ‘opportunity’ goes, we politely pass.

37


MEI 2016 38

HELDIN

Na het overlijden van Zaha Hadid is veel geschreven over haar expressieve en vernieuwende architectuur. Haar gebouwen zijn verspreid over de wereld te vinden, met haar kenmerkende signatuur van grootse gebaren van vloeiende vormen zijn ze instant iconen in elke context. Niet voor niets wordt haar vroege overlijden betreurd.


Toch moet ik bekennen dat zij voor mij nooit ‘het’ vrouwelijk boegbeeld is geweest. Ik kon mij slecht identificeren met haar ontwerp benadering, hoe krachtig de resultaten ook. Zij is niet mijn heldin geworden. Hoe anders voelt dat voor mij met Lina Bo Bardi (1914-1992), Braziliaanse architecte van Italiaanse afkomst. Lina en Zaha: beiden sterke en imposante vrouwen, met een totaal verschillende architectuur benadering en vooral ook opvatting over de rol van de architect. Waar Zaha naam maakte met de esthetiek van dynamische vormen die de zwaartekracht lijken te ontstijgen, maakte Lina geëngageerde ontwerpen die sterk verbonden waren met de toenmalige Braziliaanse sociaal maatschappelijke context. In verschijningsvorm telkens uniek en zeer passend op hun plek. Ook Lina was geen bescheiden vrouw, ook haar gebouwen zijn krachtige statements. Zoals de Fabrica da Pompeia die zij verbouwde tot gemeenschapscentrum, met middenin een kolossale betonnen toren met gestapelde sportzalen. Of het museum in Sao Paulo dat ze optilde en als een brug over de beschikbare locatie spande. Een statement door een plein te maken in een overvolle stad waarin openbare ruimte niet bestond. Zaha en Lina, beiden indrukwekkende architecten, maar voor Lina klopt mijn hart sterker omdat zij benoemt waar het volgens mij in ons vak over gaat: “The artist’s freedom has always been ‘individual’, but true freedom can only be collective. A freedom aware of social responsibilities, which can knock down the frontiers of aesthetics…” LBB

39


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Architecte Zaha Hadid op 65-jarige leeftijd overleden De Brits-Iraakse architecte Zaha Hadid is op 65-jarige leeftijd overleden. Dit meldt de BBC. Hadid ontwierp onder meer het Aquatics Center van de Olympische Spelen in Londen in 2012. Onlangs werd Hadid opgenomen in een ziekenhuis in Miami omdat ze last had van bronchitis. Daar overleed ze aan een hartaanval. Hadid begon haar carrière bij het Office for Metropolitan Architecture van de Nederlandse architect Rem Koolhaas. In 1980 begon ze haar eigen bureau. In 2004 won Hadid als eerste vrouw de Pritzker, een prestigieuze architectuurprijs. Ook de Stirlingprijs, eveneens een belangrijke architectuurprijs, wist Hadid te bemachtigen in zowel 2010 als 2011. Hadids werk is veelal te herkennen aan vloeiende lijnen en vormen.

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/buitenland/ architecte-zaha-hadid-op-65-jarige-leeftijdoverleden~a4273391/

40

Hadid werd geboren in Irak, maar verhuisde op latere leeftijd naar Groot-BrittanniĂŤ. Ze ontwierp gebouwen over de hele wereld, waaronder het London Aquatics Centre voor de Olympische Spelen van 2012, het hoofdkantoor van BMW in Leipzig en het nog in aanbouw zijnde Al Wakrah-stadion voor het wereldkampioenschap voetbal in Qatar in 2022.


HERO

The recent passing of Zaha Hadid has prompted many to celebrate her famously expressive and innovative architecture. Zaha’s buildings are found worldwide, and her signature designs of grand gestures and sweeping lines have always been instant icons, in every setting. Her untimely death is rightfully received as a great loss. I must admit, however, that Zaha has never been my real female idol. Her approach to design did not appeal to me, no matter how powerful the designs were. No, she did not become my hero. For me, that hero was Lina Bo Bardi (19141992), the Brazilian architect of Italian descent. Zaha and Lina were both strong and impressive women, but entirely different in their approach and ideas about the architect’s role. While Zaha was the aesthete, the creator of gravity-defying dynamical sculptures, Lina made engaged designs that were strongly connected with the Brazilian social context of that time. Lina was not a modest woman either. Her strikingly unique designs, which always fitted their particular place, made powerful statements. Take the Fabrica da Pompeia, which she turned into a community centre, placing a colossal concrete tower for sports and recreation at its centre. Or take the museum in São Paulo, which she lifted up to create a square in an overcrowded city that knows little to no public spaces. Zaha and Lina, two admirable architects. But it is Lina Bo Bardi who makes my heart beat faster, because she stands for what our profession is all about: “the artist’s freedom has always been ‘individual,’ but true freedom can only be collective. A freedom aware of social responsibilities, which can knock down the frontiers of aesthetics…” LBB

41


APRIL 2016 42

PLAN ZUID VERSUS DIEMEN ZUID

Begin april begon de viering van 100 jaar Amsterdamse School. Het Stedelijk Museum, museum Het Schip en het Architectuur Centrum van Amsterdam (ARCAM) besteden hier op allerlei manieren aandacht aan.


De real life tentoonstelling staat natuurlijk gewoon buiten, met een zwaartepunt in Plan Zuid, het wereldberoemde stadsplan van Berlage. Plan Zuid wordt internationaal gerekend tot de belangrijkste stedenbouwkundige plannen uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Plan Zuid is internationaal ongeĂŤvenaard en behoort onbetwist tot ons nationale erfgoed. Het is dan ook niet goed uit te leggen dat Plan Zuid in Amsterdam geen enkele status heeft die het meer bescherming geeft dan bijvoorbeeld Diemen Zuid. Natuurlijk staan er monumenten in Plan Zuid, maar het totaal van stedenbouw en architectuur is daarmee onvoldoende erkend en vooral onvoldoende beschermd tegen aantastingen vanuit ingrepen die landelijk vergunningsvrij zijn. Nu wil ik niet zover gaan om voor de status Werelderfgoed te pleiten, hoewel daarvoor genoeg argumenten zijn, maar beschermingswaardig is het toch wel, lijkt me. Op zijn minst als Beschermd Stadsgezicht. Zoals in Den Haag het Statenkwartier of Benoordenhout (en nog circa vijftien wijken) of het Bergkwartier in Amersfoort deze bescherming hebben. Het Rijk erkende de waarde van Plan Zuid en wilde dit gebied, samen met een aantal andere wijken in Amsterdam, in 2012 als een beschermd stadsgezicht aanwijzen. Maar de toenmalige raad van stadsdeel Zuid heeft anders geoordeeld en deze aanwijzing afgewezen. Nu is het aan de gemeenteraad. Maar ik worstel met de vraag wiens erfgoed dit nu eigenlijk is: van de Amsterdammers, van het stadsdeel, de gemeente Amsterdam, het Rijk, of is het Werelderfgoed. Moeten we hier niet eens een referendum over houden?

43


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Stadsdeel Zuid wil geen beschermd stadsgezicht Een maand geleden zijn vier stadsdelen aangewezen die in de toekomst opgenomen worden als beschermd stadsgezicht van de gemeente Amsterdam. In tegenstelling tot stadsdeel Noord is Zuid niet blij met deze aanwijzing van het Rijk voor het Cultureel Erfgoed. Dat meldt Metro. Zuid verwacht administratieve en financiĂŤle moeilijkheden wanneer het gebied rond het Vondelpark, het Concertgebouw en de Pijp als erkende stadsgezichten worden aangewezen. Naast de gebieden in Noord en Zuid zijn ook Tuindorp Watergraafsmeer (Oost) en de Admiralenbuurt (West) aangewezen. De laatste twee hebben nog geen uitspraken gedaan betreffende de aanwijzing. Het Parool http://www.parool.nl/amsterdam/stadsdeel-zuid-wilgeen-beschermd-stadsgezicht~a3452343/

44

De binnenstad van Amsterdam is wereldberoemd vanwege haar 17de-eeuwse grachtengordel. Dit beschermd stadsgezicht is zelfs opgenomen in de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het Rijk vindt dat de vier aangewezen woongebieden rondom het centrum ook zeer waardevol zijn.


PLAN ZUID VERSUS DIEMEN ZUID

This April has marked the 100th anniversary of the Amsterdam School. The Stedelijk Museum, museum The Ship, and the Amsterdam Centre for Architecture (ARCAM) all participate in a year of celebration with exhibitions and events. Of course, the real-life exhibition is simply found on the streets. Berlage’s urban plan for south central Amsterdam, ‘Plan Zuid’, enjoys a worldwide reputation. It is unparalleled, and undoubtedly part of Dutch national heritage. There is a slight discomfort, therefore, in the fact that Plan Zuid has no protective status higher than for example South Diemen. Yes, there are individual monuments in Plan Zuid, but the entirety of its urban planning and architecture remains underappreciated and vulnerable to a host of possible developments that are permitted at a national level. A World Heritage nomination would perhaps be too much, although plenty of arguments can be found in favour, but surely we should like to protect this treasure more. The least would be to recognize it as ‘Beschermd Stadsgezicht,’ much like The Hague’s ‘Statenkwartier’ and ‘Benoordenhout’ or Amersfoort’s ‘Bergkwartier.’ Indeed, the Dutch government previously pursued this recognition, in 2012, when Plan Zuid was among the nominees for ‘Beschermd Stadsgezicht.’ Unfortunately, the district council at the time decided against it, and dropped the matter. Today the question would be in the hands of the city council. But whose call should this be actually? Whose cultural heritage is this; the Amsterdammers’, the district’s, the city’s, the state’s, or the world’s. I’m torn. Referendum anyone?

45


46


“Waarom bestaat er eigenlijk geen mogelijkheid voor een woon- in plaats van reiskostenvergoeding als je in de stad blijft?” “Why don’t we have the option for a costs-of-living instead of a costs-oftravel allowance for people who stay in the city?”

MARIANNE LOOF

47


FEBRUARI 2016 48

WOONKOSTENVERGOEDING Amsterdam is booming. De bouwkranen zijn weer te zien en de komende jaren zal de woningproductie weer vóór-crisis aantallen laten zien, of zelfs meer dan dat. Nu is aantallen vergelijken een beetje riskant, want de woningen die we nu ontwerpen en bouwen zijn een stuk kleiner dan voor de crisis, dus dan heb je er al snel anderhalf tot twee keer zoveel.


Met een woning in het populaire ‘midden-dure’ huursegment kunnen we nu een studio van 40 vierkante meter bedoelen. Op zich is er niks mis met deze nieuwe eenpersoonswoningen. Lange tijd kon je in Amsterdam, binnen de ring, geen kleine en comfortabele woning vinden nadat je de studentenkamer ontgroeid was. Laat staan wanneer je je na je studie in de metropool Amsterdam wilde vestigen. Maar jonge, flexibele stadbewoners worden vanzelf jonge stellen met kinderen. Nu vormt ons bureau de afgelopen jaren een goede afspiegeling van de Amsterdamse woningzoekende populatie en zie ik de consequenties van dichtbij. De afgelopen jaren was voor hen elke betaalbare woonvorm geschikt en werd er van antikraakwoning naar gedeelde etage of miniflatje verhuisd, van Amsterdam Oost naar West, Noord en Nieuw-West om zo de opgaande prijsontwikkeling binnen deze Amsterdamse stadsdelen voor te zijn. Maar nu deze generatie samenwoont, een kind heeft en op zoek moet naar een kleine gezinswoning of appartement is voor deze ‘middenklasse’ geen midden-dure huisvesting te vinden. En dus ontstaat er een trek de stad uit, niet meer naar Almere en Purmerend, maar nu richting Bussum en Castricum. Dat betekent reizen, met een reiskostenvergoeding, nog los van de kinderopvangstress en de reistijd. Waarom bestaat er eigenlijk geen mogelijkheid voor een woon- in plaats van reiskostenvergoeding als je in de stad blijft… Idee voor de Belastingdienst? Wel zo duurzaam en goed voor een gezonde mix in de stad!

49


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Woningmarkt op slot voor middeninkomens De stad zit op slot voor middeninkomens, zegt Willem Boterman, sociaalgeograaf aan de UvA, die onderzoek deed naar deze groep in Amsterdam. We zien aan de ene kant mensen met een goed salaris naar de stad komen, veelal tweeverdieners. Aan de andere kant trekt de stad ook mensen met een laag inkomen: jongeren, maar ook beveiligers, schoonmakers, personeel in de spoelkeuken.” De middeninkomens steken hier schril bij af. Het aandeel huishoudens met een inkomen van 35.000 tot 45.000 bruto per jaar is de afgelopen jaren geslonken tot ongeveer elf procent van de Amsterdamse bevolking. Volgens Boterman ligt dit vooral aan de woningmarkt. “Amsterdam heeft te weinig betaalbare huizen voor verpleegkundigen, docenten of agenten. Hier is veel aanbod van goedkope, sociale, woningen en van dure huizen. Dus gaan de middeninkomens weg uit Amsterdam, in arren moede.”

Het Parool http://www.parool.nl/amsterdam/ woningmarkt-op-slot-voormiddeninkomens~a4283903/

50

De benarde positie van de middeninkomens is inmiddels een politiek item. Wethouder Eric van der Burg pleitte al voor een ‘grotestedenbonus’ voor middeninkomensgroepen als docenten, agenten en verpleegkundigen. De gemeenteraad buigt zich over de vraag hoe deze middencategorie aan betaalbare huizen komt. Voorheen konden corporaties nog iets betekenen voor deze groepen, door te bouwen voor de midden huur. Maar zij moeten zich beperken tot sociale woningen. [...]


COSTS-OF-LIVING ALLOWANCE

Amsterdam is booming. The construction cranes have returned, and the coming years the housing production will show numbers of a before-crisis magnitude, or even higher. Caution is warranted when comparing these figures, because the houses we design and build now are much smaller than before the crisis. As a result, the numbers can add up quickly and maybe double. A studio of 40 square metres can now easily be classified as a house from the popular mid- to high-end segment. In itself, there is nothing wrong with these new single houses. For a long time, it was proven impossible to find a small and comfortable apartment in Amsterdam, within the ring road, for people who had outgrown their student-flat. Let alone take up residence in this metropolis. But young, flexible urbanites automatically will become young couples with children. The recent years, our office has been an adequate reflection of the population of home seekers in Amsterdam, and I have witnessed the consequences up close. They would take on every affordable accommodation, moving from a temporary anti-squatting house to a shared apartment or a mini-flat. They would relocate from a neighbourhood in the east to a neighbourhood in the west to be one step ahead of upward price developments within city districts. But the moment this generation starts living together, starts parenting, and starts looking for a small single-family house or apartment, there is no mid- to high-end segment accommodation available. The result is an outmigration to neighbouring towns such as Bussum and Castricum. This means that people will have to commute to work, apparently with a costs-of-travel allowance, which costs not only a lot of time, but is also very stressful in terms of for example arranging sufficient childcare. Why don’t we have the option for a costs-of-living instead of a costs-of-travel allowance for people who stay in the city? Maybe it’s an idea for the tax authorities? It is definitely more sustainable, and it will create a preferable and right mix of people in the city of Amsterdam!

51


JANUARI 2016 52

VAN WIE IS DE KUST?

Afgelopen maand trok het plan van minister Schultz om de bouwmogelijkheden langs de kust te verruimen volop de aandacht. De geschrokken vaken natuurgemeenschap zag overal Belgische toestanden.


Maar de minister beweerde dat het alleen over het laten staan van strandpaviljoens in de winter ging. En waar de eersten al de ontwikkelaars in de rij zagen staan, vond minister Schultz dat overdreven. Gemeenten zouden immers verstandig omgaan met de geboden ruimte. Bebouwing aan de kust zou bijdragen ‘aan de aantrekkelijkheid en economische kracht van de kustzone’. Win-win dus. Je hoeft niet ver terug in de tijd te gaan om te zien wat de laatste golf van deze ‘bijdragen’ aan de kust heeft opgeleverd. Juist in de kleine gemeenten werd in de jaren zestig en zeventig door de lokale overheid en bouwondernemingen lustig gewerkt aan win-win modellen voor de kustbebouwing. Neem Egmond aan Zee waar in deze periode haakvormige galerijflats met de voeten in de duinen werden neergezet door de lokale projectontwikkelaar Teerenstra. In de jaren zeventig weer aangevuld met de nieuwste mode van terrasflats die de kustlijn blijvend ontsieren… Nu is een vuiltje uit het verleden best charmant, maar nog geen reden om te herhalen. Of uit te breiden naar de stukken ongerepte kust. Het plan van Schulz is na hevige protesten inmiddels van tafel. Hopelijk is het tegelijkertijd een ommekeer in denken over collectieve ruimtelijke kwaliteit. In Zomergasten stelde Adriaan Geuze toen hij over de oprukkende en continue bebouwing langs de snelwegen sprak, de ultieme vraag: ‘wie heeft dit besteld?’ Niemand, maar het is er toch gekomen. De juiste procedures waren gevolgd. Voor de kust is de bestelling gelukkig op tijd afbesteld. Ik hoop dat deze episode naar meer smaakt en ruimtelijke ordening als collectief belang helemaal terug op de agenda komt.

53


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Den Haag verstrekt strandhuisjes

toch

vergunning

voor

bouw

Den Haag staat de bouw van 35 nieuwe huisjes op het strand van Kijkduin toe, terwijl de gemeente eerder het kustpact ondertekende. Dat pact is juist bedoeld kustbebouwing tegen te gaan. De gemeente Den Haag ondertekende het kustpact, bedoeld om kustbebouwing tegen te gaan. Maar nu verstrekt het opeens een vergunning voor de bouw van 35 nieuwe huisjes op het strand van Kijkduin. De provincie is verbaasd, natuurorganisaties willen naar de rechter. Over de strandhuisjes bij Kijkduin wordt al jaren gestreden. De gemeente wil de huisjes, waarmee afgelopen jaar werd proefgedraaid, graag definitief op het strand hebben – maar werd eerder dit jaar door de rechter teruggefloten. Omdat het hoger beroep tegen die beslissing lang duurt, wil Den Haag nu via een zogeheten kruimelvergunning de strandhuisjes alsnog toestaan. nrc https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/22/ kustpact-gemeente-den-haag-verstrekttoch-vergunning-voor-bouw-strandhuisjesbij-kijkduin-5898647-a1538076

54

“Er is mij veel aan gelegen om dit initiatief zo snel mogelijk weer op de rails te hebben en in maart 2017 de exploitatie van strandhuisjes mogelijk te maken”, schrijft de Haagse wethouder Boudewijn Revis (VVD, buitenruimte) donderdagmiddag aan de gemeenteraad. Dat is tegen het zere been van de provincie Zuid-Holland en natuurorganisaties, die met Den Haag om de tafel zitten om de plannen voor het kustpact nader in te vullen. Dit pact is een initiatief van Minister Schultz, en bedoeld om de oprukkende bebouwing aan en langs de Nederlandse kust te reguleren. [...]


WHO OWNS THE COASTLINE?

The suggestion of minister Schultz of Infrastructure and the Environment to relief constraints on construction possibilities along the Dutch coast attracted lots of attention in the past month. The frightened community of experts and nature enthusiasts pictured Belgian scenarios, whereas the minister claimed it only concerned permitting beach pavilions to stay over winter. Schultz disposed prophecies of developers queuing up as an exaggeration; surely, municipalities would know how to handle the offered space in a sensible manner. Also, construction along the coast would contribute ‘to the appeal and economic strength of the coastline’. According to minister Schultz, it is a win-win situation. One does not have to go too far back in time to see the consequences of the last wave of these so-called ‘contributions’ to the coastline. Especially in the small communities, the local government, in cooperation with building enterprises, enthusiastically created numerous win-win models for coastal developments. Take for example Egmond aan Zee, where in this period, local developer Teerenstra built a series of hook-shaped flats with gallery-access, set in the midst of the dunes. Following the latest trends of the seventies, these were complemented by terrace flats, thereby continuing the spoilage of the coastline. Of course, there is some charm to our missteps from the past, but that does not mean we have to repeat them. Let alone expand to the unspoiled parts of the coast. Meanwhile, Schulz’ plan has been shelved after strong protests. Let’s hope it marks a turnaround in how we think about collective spatial quality. The ultimate question was posed by the landscape architect Adriaan Geuze when he spoke about the continuous expansion of the built environment along the highways: ‘who ordered this?’ The answer is that no one did, but that didn’t stop anyone either. Everyone had adhered to all the procedures and policies. Luckily, the coast is off the hook for now. I hope that this episode has left us longing for more, and that spatial planning as collective interest is put back on the agenda.

55


JANUARI 2016 56

HEIMWEE NAAR DE CRISIS

Het kerstreces is een goed moment voor reflectie: met een jaar om op terug te kijken en een jaar dat nog voor je openligt.


Deze jaarwisseling had in de architectenbranche weer een optimistische glans. Dit geldt niet voor heel Nederland, maar voor de Metropool regio Amsterdam en Utrecht is dat zeker het geval. Er worden weer woningen verkocht, door gemeenten naarstig naar bouwrijpe grond gezocht, door architecten niet alleen haalbaarheidsstudies gemaakt, maar projecten ontworpen met een strakke planning richting realisatie. Aannemers zijn volop aan het bouwen en ongetwijfeld neemt in het komende jaar de druk op de markt verder toe: de productieoverschotten worden omgezet in productietekorten. Voor veel partijen is het noodzakelijk weer wat vet op de botten te krijgen en marges te vergroten. Dat is de positieve kant. Maar in de euforie van dit moment schuilt ook een risico. De financiĂŤle crisis ging niet alleen over geld, het legde ook de mechanismes daarachter bloot: een eenzijdige productie, het najagen van korte termijn belangen en oplossingen, machtsdenken. De crisis werd gebruikt voor collectieve introspectie, reflectie en zelfs boetedoening. Top-down werd bottom-up. We zouden als herboren uit de crisis opstaan en nooit meer dezelfde fouten maken. Samenwerken, langetermijnvisies, ruimte voor nieuwe initiatiefnemers en bewonersparticipatie leidden tot verrassende initiatieven. Ondanks alle pijn kwam er nieuw elan en positieve energie vrij. Nu de vraag weer toeneemt, is dit het moment van de waarheid: hoe zorgen we ervoor dat we niet weer terugglijden. Natuurlijk, nieuwe wetgeving maakt oude excessen niet meer mogelijk. Toch lijkt een aantal lessen uit de crisis snel vergeten. Laten we vooral niet de banken achternagaan. Daar is het alweer business as usual. Daarvan krijg je toch heimwee naar de crisis?

57


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Bouwsector wijst economie de weg omhoog De Nederlandse economie groeide in 2015 met 1,9 procent, zo maakten het CBS en minister Kamp van Economische Zaken bekend. Voor het eerst sinds mensenheugenis was dat niet ondanks, maar dankzij de bouw. Komend jaar moet uitwijzen of de schouders van de sector echt zo sterk zijn dat ze de nieuwe weelde kunnen dragen. Het zal voor velen een nieuwe ervaring zijn. Na een crisis die diepe sporen in de branche heeft achtergelaten, mag de bouw zich sinds vorig jaar fors op de schouder kloppen: de sector bevindt zich volgens de rekenmeesters van het CBS onder de koplopers van de vaderlandse economie. De economische groei over 2015 was met 1,9 procent ten opzichte van een jaar eerder lang niet zo hoog. De laatste piek dateert van voor de crisis en bedroeg toen 3,4 procent. Tussen 3,4 en 1,9 procent gaapt weliswaar nog een fikse kloof, maar minister Kamp haastte zich te zeggen dat het dichtdraaien van de Groningse gaskraan 0,4 procent groei heeft verhinderd. Ofwel: laten we eens ophouden met zaniken en focussen op het positieve.

Cobouw http://www.cobouw.nl/ artikel/1618091-bouwsectorwijst-economie-de-weg-omhoog

58

Ophouden dus met roepen dat de groei van 2015 ondertussen alweer over zijn hoogtepunt heen is en dat de forse verliezen op de internationale beurzen van de afgelopen weken, de nog immer dalende rentetarieven en de ineenstortende grondstoffenprijzen aanwijzingen zijn voor een nieuw dieptepunt in de wereldwijde economie. Laten we Kamps – en ons – feestje eens niet verstoren. Nee, laten we eens inzoomen op de prachtige cijfers over 2015. [...]


HOMESICK FOR THE CRISIS

The Christmas break is a good time for reflection: with a year to look back on and a year to look forward to. An optimistic glow coloured the turn of the year for the architecture-branch. This is not the case in the whole of the Netherlands, but the upward trend is highly visible in the metropolitan area of Amsterdam and Utrecht. Houses are being sold, municipalities are eagerly looking for undeveloped sites, and architects are not just fabricating feasibility studies, but are designing projects with tight planning for actual realization. Contractors are very busy with building, and in the coming year the market pressure undoubtedly will continue its upward trend. The production surpluses will change into production deficits. Many of the involved parties need to ‘fatten up’ and increase their margins. That is the positive side of the story. But the present euphoria also carries a risk. The financial crisis was not just about money, it also exposed the underlying mechanisms: a unilateral system of production, the pursuit of short-term interests and solutions, thirst for power. The aftermath of the crisis was employed for collective introspection, reflection, and even penance. Top-down was replaced by bottom-up. We would rise from the ashes feeling reborn and never make the same mistakes again. The emphasis is placed on cooperation, long-term visions, room for new initiators, and social participation. This focus has resulted in the emergence of surprising initiatives. New fervour and positive energy sprouted despite all the pain caused by the crisis. Now that the demand is making a comeback, we are facing the moment of truth. How do we make sure we don’t slip back into old habits? Of course, new legislation has curbed former excesses. Still, some lessons from the crisis seem quickly forgotten. Above all, let’s not go down the path of the banking sector, where it already appears to be business as usual. Doesn’t that make you homesick for the crisis?

59


DECEMBER 2015 60

KOMEN DE CHINEZEN HIER?

Vijf jaar na mijn eerste reis bezocht ik afgelopen maand opnieuw China. Na Shanghai en Beijing stonden nu Hongkong, Shenzhen en Guangzhou op het programma. Georganiseerd door Architectenweb bezochten we met 40 architecten en een aantal producenten deze steden in de zuidelijke Pearl River Delta.


Hier veranderden in de afgelopen 35 jaar kleine vissersplaatsen in metropolen met miljoenen inwoners, een proces dat Michiel Hulshof en Daan Roggeveen in hun boek ‘How the city moved to Mr. Sun’ fantastisch beschrijven. Vanaf 1979 is Shenzhen gegroeid naar een stad met 14 miljoen inwoners en de ontwikkeling staat nog lang niet stil. In het stadscentrum is naast de eerste generatie onooglijke betonnen kolossen nu het ene na het andere spectaculaire gebouw te vinden. De dichtbebouwde ‘urban villages’ waar de eerste groeigolf plaatsvond, zijn gelukkig nog hier en daar te vinden: organische gegroeide wijkjes waar woningen tot 7 lagen opgestapeld werden met daartussen smalle straten vol economische activiteit. Na een vervolgfase met laagwaardige en eenvormige woontorens ontstaan de laatste jaren gated communities waar de oude bedrijvigheid helaas heeft plaatsgemaakt voor weelderig groen. Met veel glas, ruime balkons en spectaculaire vormen worden uitdagende woontorens gebouwd. Met stadsparken, boulevards en recreatiegebieden (waar de huurfietsen klaar staan) krijgen in hoog tempo nieuwe stadswijken vorm. De stijgende lijn van kwaliteit, zowel in ontwerp als uitvoering, is onmiskenbaar. Het nieuwe vliegveld en de Stock Exchange zijn door Fuksas en OMA ontworpen, een league waarin de Chinese architecten nog niet aanwezig zijn. Maar ook dat zal niet lang meer duren. De tijd dat onze bouw- en ontwerpkwaliteit per definitie een hoger niveau had, wordt door de realiteit snel ingehaald. Misschien moeten we ons erop voorbereiden dat de Chinese architecten en bouwers binnenkort hier komen. Ach, alsof ze daar tijd voor hebben…

61


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Verslag Architectenreis 2015: Shenzhen Van 6 tot en met 12 november organiseerde Architectenweb voor veertig architecten van grotere bureaus en verschillende leveranciers een rondreis door de Pearl River Delta in Zuidoost-China. Hier bezochten we drie steden. De derde en laatste stop: Shenzhen. “Hoe leg ik binnen mijn bureau uit wat hier gebeurt?”, vroeg een van de meereizende architecten zich hardop af bij het zien van de onstuimige stedelijke ontwikkeling van Shenzhen. Hij had de stad twee keer eerder bezocht, begin jaren negentig en begin jaren nul. Bij ieder bezoek was de stad weer onherkenbaar veranderd. Het gros van de gebouwen die er nu staan, zijn in het afgelopen decennium gebouwd. “Je zou kunnen zeggen dat ze het groot aanpakken”, opperde een andere meereizende architect. Tegen die stelling valt inderdaad weinig in te brengen. Op alle vlakken ontwikkelt Shenzhen zich razendsnel. Wat infrastructuur betreft worden er nieuwe wegen aangelegd, nieuwe hogesnelheidslijnen, nieuwe metrolijnen en is kort geleden een nieuw vliegveld geopend. Er wordt niet één Central Business District ontwikkeld, maar twee. Architectenweb https://architectenweb.nl/ nieuws/artikel.aspx?ID=37941

62

Ook wat zijn groenvoorzieningen betreft zit de stad niet stil. Voor de kust is een kilometerlang park aangelegd. Met het reisgezelschap zijn we hier doorheen gefietst. En ook cultureel zit de stad niet stil. Zo organiseert de stad dit jaar opnieuw een architectuurbiënnale en wordt momenteel gebouwd aan een groot designmuseum, dat onder leiding staat van oud-NAi-directeur Ole Bouman. [...]


CAN WE EXPECT THE CHINESE HERE SOON?

Last month I visited China. It had been five years since my first trip, and together with forty architects and several manufacturers we visited the cities of the southern Pearl River Delta. Next to Shanghai and Bejing, the itinerary included Hong Kong, Shenzhen, and Guangzhou. In the past 35 years, the small fishing villages of the Pearl River Delta region have transformed into large metropolises with millions of inhabitants. A process that has been wonderfully described by Michiel Hulshof and Daan Roggeveen in their book How the city moved to Mr. Sun. Since 1979, Shenzhen has grown into a city with a population of 14 million people, and the developments are still moving forward. Next to the unsightly concrete colossuses, characteristic of the first generation of buildings, you can now find one spectacular building after the other right in the city centre. Luckily, the densely built urban villages, which also arose during the first wave of growth, still exist. Typical of these organically grown neighbourhoods are houses of up to seven floors, interspersed with small busy streets buzzing with economic activity. After a building-phase of uniform low-value residential towers, the more recent years are marked by the rise of gated communities. Here, audacious towers with lots of glass, spacious balconies, and spectacular shapes erect in between lush greenery that has unfortunately replaced the buzzing activity of the small streets. New neighbourhoods with city parks, boulevards, and recreational areas (with rental bikes ready to go) are shaped at highspeed. The upward trend in quality, visible in both design and execution, is undeniable. Chinese architects do not participate in the major league yet, both the new airport and Stock Exchange building have been designed by the Italian Fuksas and Dutch OMA, but this is only a matter of time. We face a near future in which our building- and design-quality is no longer necessarily of a higher level. Maybe we can even expect Chinese architects and contractors here soon. At least, if they have time for that‌

63


NOVEMBER 2015 64

BIG DATA

De stad is en blijft een geweldig fenomeen. De nieuwe Bosatlas van Amsterdam laat op een prachtige manier zien waaruit dat fenomeen is opgebouwd. In 270 pagina’s kaarten, beelden en statistieken is zichtbaar wat deze stad maakt.


Natuurlijk zijn er de bekende thema’s zoals toerisme, verkeer, bewoners, musea, evenementen, riolering, sportvoorzieningen. Maar juist alles wat je niet zo had bedacht of verwacht, zet je aan het denken. De verzameling van data over popfestivals, het aantal uitgeleende boeken van de bibliotheek of de groei van begraafplaatsen en vooral crematoria, het is allemaal te vinden in de Atlas. De stad groeit en verandert, nieuwe hotspots, winkelstraten en uitgaansgelegenheden zijn minutieus gedocumenteerd. Confronterend is ook de groei van Schiphol: in 1970 vertrokken er jaarlijks 5 miljoen mensen, nu 55 miljoen. Maar ook meer abstracte thema’s zoals de bestuurslagen van de stad, organisatie van de gemeentelijke diensten worden helder zichtbaar. Ook altijd al weten hoe het hoogspanningsnet loopt, het water ververst wordt en hoe het met de goederenoverslag in de havens zit? Waar de meeste coffeeshops zitten en waar de bezoekers van de Stadsschouwburg vandaan komen? Bij elke bladzijde van de Atlas staat Amsterdam op een prachtige manier even stil in tekeningen en diagrammen. Het laat zien dat de stad een dynamisch organisme is, vol leven tot in de kleinste cel. De kracht van de Bosatlas is vervolgens om complexe informatie schijnbaar eenvoudig te presenteren. In deze tijd van Big Data toch een hele kunst.

65


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND De Bosatlas van Amsterdam zet de stad op een prachtige manier stil (****) De Bosatlas van Amsterdam is vandaag verschenen: over de wereld binnen onze stadsgrenzen. De honderden perfect uitgewerkte kaarten en grafieken vormen samen een indrukwekkend boek. Sla De Bosatlas van Amsterdam open op een willekeurige pagina en je komt iets te weten wat je waarschijnlijk nog niet wist. Pagina 225: inwoners van Noord hebben verreweg de meeste bromfietsen en scooters. Pagina 127: elke dag rijden er 1259 trams over het Leidseplein. Pagina 48: uit 180 van de 196 officiële landen komen één of meer Amsterdammers. De afgelopen drie jaar werkten de cartografen van de Bosatlas voor het eerst aan een atlas over één stad: Amsterdam. Dat heeft een prachtig boek opgeleverd, dat veel gevarieerder is dan een klassieke Bosatlas. Daarin gaat het altijd over de grote lijnen.

Het Parool http://www.parool.nl/recensies/debosatlas-van-amsterdam-zet-de-stad-opeen-prachtige-manier-stil~a4172754/

66

Maar in een atlas over een stad is er ruimte voor kleine zaken. Graphics met de drukste fietsroutes, de opstelling van Ajax of de Cito-scores per wijk zijn juist onmisbaar als je de dynamiek van Amsterdam in kaart wilt brengen. Door de gigantische hoeveelheid kaarten, grafieken, infographics en foto’s - zo’n 650 stuks op 272 pagina’s - voelt de atlas in eerste instantie overweldigend aan. Je kan minutenlang bladeren van weetje naar weetje, zonder dat er meteen een samenhang tussen de onderwerpen duidelijk wordt. [...]


BIG DATA

A city is, and continues to be, an amazing phenomenon. The new Amsterdam edition of the Bosatlas, a prestigious Dutch series of atlases, beautifully visualizes the elements of this phenomenon in 270 pages of maps, images, and statistics. It manages to capture the essence of what it is that defines the city of Amsterdam. It covers the well-known themes such as tourism, transport, residents, museums, events, sanitation, and sports facilities. The thinking, however, follows the unusual and unexpected topics. Data on pop-festivals, how many books are lent from libraries, the increase in number of cemeteries and crematoriums; the atlas includes it all. New hotspots, shopping streets, and nightlife venues; all are meticulously documented for an ever-changing and ever-growing city. The growth of Schiphol Airport for example is pretty confronting: an increase from 5 million departing travellers in 1970 to the current 55 million. Also included are more abstract themes, such as the tiers of the city council and the organisation of municipal services, all depicted in a clear and transparent way. Always been curious about the trajectory of the high-voltage grid or the mechanism of water-purification? Always wondered about cargo traffic in the harbour or where you can find most coffee shops? Every page of the atlas is a frozen image of the city in drawings and diagrams. It shows that the city is in fact a dynamic organism: full of life even in the tiniest cell. The strength of the Bosatlas is the apparent simple representation of such complex information, which, in this era of Big Data, is almost an art-form in itself.

67


68


“De wereld heeft altijd al behoefte aan dromers en doeners gehad, maar nu - meer dan ooit is er behoefte aan dromers die doen!” “The world has always needed dreamers and doers, but now, more than ever, we need dreamers who do!”

MARIANNE LOOF

69


OKTOBER 2015 70

OP DE VLUCHT

De afgelopen weken heb ik nogal wat rondgezworven. Soms met een groep, maar ook alleen nam ik de ene na de andere vlucht. Ik sliep op allerlei plekken, ontbeet in zalen met veel onbekende mensen. In steden die ik niet goed kende, werd ik opgevangen en kreeg wat eten. De kamers waar ik sliep, waren mij vreemd en ik lag wakker van nieuwe geluiden.


Er zijn op dit moment miljoenen mensen die een soortgelijk verhaal kunnen vertellen. Maar er is natuurlijk wel een enorm groot verschil tussen onze ervaringen. Ik reisde immers uit vrije wil van Kopenhagen tot Kazan en Boekarest en zat in een comfortabel vliegtuig. Ik werd opgewacht door iemand die mij persoonlijk welkom heette en mij naar een comfortabel hotel bracht om, verzorgd van ontbijt tot diner, met familie te vertoeven, te vergaderen of een lezing te geven. Wie in Syrië geboren is, moet nu echt op de vlucht om familie in veiligheid te brengen. Zij moeten in gammele bootjes de zee op, lange afstanden lopen door onbekende en onvriendelijke Europese landen om uiteindelijk ergens te worden geregistreerd. Vervolgens worden zij van sportzaal naar tentenkamp gesleept. Nog maar kort geleden gingen onze ouders en grootouders op de vlucht voor honger en geweld. Zij konden elders terecht: van Friesland tot Amerika. Omdat wij nu zelf in vrijheid en veiligheid kunnen leven, moeten we in actie komen. Omdat wij, Europeanen, kunnen gaan en staan waar we willen, onze kinderen in het buitenland kunnen studeren en we kunnen wonen en werken waar we willen. Iets doen kan op allerlei manieren, maar ook door mee te doen aan de actie ‘Sense of Belonging’ van de branchevereniging van architectenbureaus (de BNA). Met de nadruk op DOEN, van architect tot ontwikkelaar en bouwer. Architecten hebben inmiddels met veel enthousiasme en energie van zich laten horen. De eerste stap is gezet, maar er zijn meer partijen nodig! De wereld heeft altijd al behoefte aan dromers en doeners gehad, maar nu - meer dan ooit - is er behoefte aan DROMERS die DOEN.

71


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Sense of Belonging #SoB Iedereen verdient een plek, een thuis, om zijn leven in te richten! Momenteel worstelen we in Nederland met de vraag hoe en waar we vluchtelingen, na acute opvang, een plek kunnen geven. Deze ‘statushouders’ wonen soms jarenlang in tijdelijke niet-duurzame opvang. Dit kan beter. Daarom willen wij, de architectenbranche, samen met probleemen statushouders zoeken naar nieuwe oplossingen voor de ‘permanente tijdelijke’ leefomgeving. De actie Sense of Belonging (#Sob) is een platform voor betere oplossingen die vluchtelingen niet alleen een plek geven, maar bovenal een thuis en het gevoel geven erbij te horen. Wij willen er zelf niet financieel beter van worden, maar een maatschappelijk probleem oplossen. Architecten, ingenieurs en andere ruimtelijke creatieven willen die broodnodige meerwaarde bieden. Zonder belonging, maar niet belangeloos.

BNA http://www.bna.nl/sense-of-belonging/

72


TAKE FLIGHT

My past few weeks have been dominated by wander. Sometimes in a group, sometimes alone, I took one flight after the other. I slept in a variety of places, and had breakfast surrounded by people I did not know. After arriving in unfamiliar cities, I was collected and given something to eat. The rooms in which I slept felt strange, and I was kept awake by new nightly sounds. At the moment, there are millions of people who could tell this story. Though our experiences differ immensely. I travelled out of free will, by airplane, and was welcomed personally by a friendly face. Next, I was transported to a comfortable hotel, and taken care of from breakfast to dinner. I spend time with my family, took part in meetings, and gave lectures. As a Syrian, there is at the moment no other choice than to escape to secure the safety of your family. They have to cross the sea in unsafe boats and vessels. They have to walk long distances passing through unfamiliar and unfriendly European countries. Eventually, they are registered somewhere, to subsequently be transferred from sports hall to tent camp. It was not too long ago that our parents and grandparents escape from hunger and violence. They were welcomed in places ranging from Friesland to the United States of America. Since we are now the ones who live in freedom and safety, we need to take action. Because as Europeans we can go wherever we want, our children can study abroad, and we can live and work anywhere. ‘Doing something’ can take on different forms. One of them is participating in the Sense of Belonging initiative of the branch association for architecture firms, the BNA. The emphasis is placed on DOING, and this applies to the architect as well as the developer and the constructor. A large number of architects have responded with much enthusiasm and energy. However, there is a demand for more participants! The world has always needed dreamers and doers, but now, more than ever, we need dreamers who do!

73


SEPTEMBER 2015 74

FRANCINE HOUBEN ALS DE DAFNE SCHIPPERS VAN DE ARCHITECTUUR Afgelopen week werd bekend dat Houben met haar bureau Mecanoo is geselecteerd voor een prestigieuze opdracht in New York: de renovatie van de New York Public Library (NYPL).


Het Beaux Arts-gebouw is veel meer dan ‘een’ bibliotheek. Het is een stadsicoon van formaat dat door de New Yorkers wordt omarmd en beschermd. De Engelse architect Norman Foster is er eerder niet in geslaagd met zijn modernisering hun harten te winnen. Nu is het Mecanoo, na een procedure van een jaar, wel gelukt vanwege ‘de vermaarde humanistische en toegankelijke ontwerpen’ van het bureau. Ook al heeft het bureau recent met bibliotheken in Birmingham en ook in Washington aan internationaal prestige gewonnen, het is zeker geen sinecure om in de internationale Major League van de architectuur een dergelijke selectie te winnen. Dat een Nederlandse architecte voor zo’n prestigieuze opgave wordt geselecteerd, is dus zeker een feestje waard, vind ik. Mecanoo heeft, als een typisch Nederlands bureau uit de jaren 80 en 90, zijn wortels in de woningbouw liggen. Vanuit de breedte van het vak heeft het bureau zich ontwikkeld tot internationaal architect van publieke gebouwen. Afgelopen week vielen mij de wat verbaasde reacties van met name de mannelijke collega’s dan ook op. Deze uitkomst was nog niet helemaal geland in de internationale pikorde onder Nederlandse architecten. Dat zal tijd nodig hebben. De selectie van Francine Houben in het kritische New York is dus een beetje te vergelijken met het wereldkampioenschap van Dafne Schippers op de 200 meter. Van zevenkamper tot sprint koningin in een internationaal speelveld. Een prestatie van formaat van Francine Houben!

75


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Public Library Hires Dutch Firm for Renovations One year after abandoning its much-disputed Norman Foster-designed renovation, the New York Public Library has selected architects for the $300 million project, which will include creating a new interior for the Mid-Manhattan branch and opening more public space in its flagship Stephen A. Schwarzman Building on Fifth Avenue. On Wednesday, the library approved the selection of the Dutch architecture firm Mecanoo to lead the Midtown renovation — it has yet to produce a design. The firm’s projects include the main circulating library and the Martin Luther King Jr. Memorial Library in Washington, and the Bruce C. Bolling Municipal Building in Boston. “The building should be about the journey of learning,” Francine Houben, Mecanoo’s founding partner and creative director, said in a telephone interview. “Maybe you come in for a book but also take lessons in English.”

The New York Times https://artsbeat.blogs.nytimes. com/2015/09/16/public-library-hiresdutch-firm-to-produce-designs-forrenovations/?_r=2

76

The architect of record will be the New York firm Beyer Blinder Belle, whose renovations include Grand Central Terminal, Ellis Island and City Hall. “This is a project that has to address the gut renovation of the central branch library — to create a great inspiring space there, which we have never had — and to restore and enhance the historic gem of the Schwarzman building,” Anthony W. Marx, the library’s president said. “This combination seems like the perfect pair.” [...]


FRANCINE HOUBEN, THE DAFNE SCHIPPERS OF ARCHITECTURE

The Hague – Last week it was announced that Francine Houben, together with her bureau Mecanoo, has been selected for a prestigious assignment in New York: the renovation of the New York Public Library (NYPL). The Beaux Artsbuilding is much more than just a library. It is a city-icon of great magnitude, embraced and protected by the people of New York. Previously, the English architect Norman Foster had failed to win over their hearts with his modernisations. Now, it appears that Mecanoo, after a procedure of a year, has succeeded on account of the bureau’s ‘renowned humanistic and accessible designs’. Even though the bureau recently gained international prestige with libraries in Birmingham and Washington, for a bureau to be selected in the international Major League of architecture, is definitely no sinecure. That a Dutch architect has been selected for such a prestigious assignment is for me something to celebrate. Like a typical Dutch bureau from the eighties and nineties, Mecanoo’s roots are in house construction. The bureau developed from the width of the profession into an international architect of public buildings. In the past week, I was stricken by the surprised reactions from predominantly male colleges. The outcome has not yet fully landed in the international rankings among Dutch architects. This will take some time. The selection of Francine Houben by the critical New York can be compared to the world championship of Dafne Schippers on the 200 metres sprint; from heptathlete to queen of sprint in an international playing field. An achievement of great magnitude by Francine Houben!

77


SEPTEMBER 2015 78

ECOMODERNISME ALS REDDING Na een zomer vol financiële en menselijke crises, was het een verademing een positieve kijk op weer een andere crisis te lezen, namelijk de ‘ecologische’. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag schrijft Hidde Boersma dat verstedelijking, intensivering en modernisering de groei van de wereldbevolking opvangt, de armoede oplost en de planeet redt.


De herkomst van deze analyse is een compact manifest met de titel ‘Ecomodernism’. Dit manifest stelt dat alleen een harde scheiding, namelijk mensen in compacte steden, en volop natuur er omheen, de ecologische voetafdruk van de mens naar beneden brengt. Deze wijsheid is wellicht niet nieuw, maar het manifest levert een leesbare en samenhangende onderbouwing met de onmiskenbare conclusie: technologie, intensivering van de landbouw en verstedelijking zijn essentieel voor een leefbare planeet zonder armoede en voedsel voor iedereen. Wereldwijd is er weliswaar een sterke verstedelijking, maar veelal zonder sturing. Daarvoor heb je overheden en Ruimtelijke Ordening nodig, een domein waar Nederland lange tijd een voorbeeldrol in had in de wereld. Helaas is deze voorsprong en kennis langzaam afgebroken. Bij opvolger Ruimtelijke Ordening 2.0 trekt de overheid zich steeds meer terug. Toch is dit voor de ecologische crisis niet de juiste weg. Ik hoop dat de inzichten van het manifest Ecomodernism leiden tot een Ruimtelijke Ordening 3.0, waarbij de belangen en wensen van de mens als collectief centraal staan. Zonder besef van die collectieve belangen komen we uit geen enkele crisis, niet uit de financiĂŤle, niet uit de menselijke en niet uit de ecologische.

79


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Bouw die megasteden en megastallen Meer welvaart betekent niet automatisch meer milieuvervuiling. Integendeel, stelt moleculair bioloog Hidde Boersma, in de rijkste landen zien we de sterkste hergroening. Je zou het niet zeggen, maar het gaat best goed met het milieu. Doorgaans worden we in de media overspoeld met apocalyptische beelden van de staat van de natuur: hectares oerbos worden gekapt voor landbouwgrond, smog-gevulde steden maken het ademen onmogelijk en branden leggen hele natuurgebieden plat. Maar zoomen we in op Nederland en op ons omringende landen, dan ontstaat een ander beeld. De lucht bijvoorbeeld is weer net zo schoon, zo niet schoner, als vijftig jaar geleden en hetzelfde geldt voor het water. En neem die wolf, die in mei vlakbij Emmen werd gesignaleerd. Dat is geen toeval. Er is de afgelopen decennia een hoop grond teruggegeven aan de natuur. In Duitsland, waar het dier al langer bezig is aan een opmars, staat 3.500 vierkante kilometer meer bos dan in 1990. In Nederland staat 250 vierkante kilometer meer.

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/ economie/bouw-die-megasteden-enmegastallen~a4131309/

80

Al deze ontwikkelingen zijn nogal contraintuĂŻtief. Dat het juist in de rijkste en drukst bevolkte landen goed gaat met het milieu laat zich niet rijmen met het heersende idee dat het altijd schipperen is tussen welvaart en een leefbare planeet. Millennia lang was dat zo: de opmars van de mens ging altijd gepaard met het kappen van meer bos, het innemen van meer natuur en het onttrekken van meer grondstoffen aan de aarde. Dat begon al bij het prille begin van onze soort. We mogen graag denken dat we in harmonie leefden met de natuur toen we nog als jager-verzamelaar over de savannes trokken, maar niets is minder waar. [...]


ECO-MODERNISM AS OUR SALVATION

After a summer filled with financial and humanitarian crises, it was a relief to come across a positive outlook on yet another crisis: the ‘ecological’ one. Hidde Boersma describes in the Volkskrant how urbanization, intensification, and modernisation assimilate population-growth, resolve poverty, and basically save the planet. This idea originates from a compact manifest titled ‘Ecomodernism’. The main thesis of this manifest states that only a strict separation of people and nature will reduce the ecological footprint of humans. We should confine people to urban areas, and let nature run freely around the enclosed cities. This wisdom is nothing new under the sun, but the manifest provides us with a readable and coherent line of argumentation with the inevitable conclusion: technology, agricultural intensification, and urbanization are essential for a liveable planet without poverty and hunger. Globally, there is a trend of urbanization, but without clear management. This requires an organised government, and decent environmental planning. For a long time, the Netherlands was exemplary in these domains. Unfortunately, we are no longer taking the lead, and the expertise has slowly deteriorated. In Dutch environmental planning 2.0, the government plays a less significant role, and their part is shrinking by day. Yet, for the ecological crisis, we are going down the wrong path. I hope that the insights of the Ecomodernism-manifest will result in an environmental planning 3.0, in which the interests and desires of people as collective are held central. Without the realisation of these collective benefits, we will not resolve any crisis; not the financial, not the humanitarian, not the ecological.

81


JUNI 2015 82

INNOVATIEF DOOR DE HITTE

In deze tropische week lijkt het weer in Nederland wel wat op het klimaat in Mali, waar mijn bureaupartner momenteel onze projecten bezoekt: zo ongeveer 36 graden en brandende zon.


Wij stellen hier een hitteplan in werking en daar is het van alledag. En dan hebben wij goed geïsoleerde woningen, bomen, schaduw en voor afkoeling nog airco’s en koude douches bij de hand. In Mali ligt het leven tussen 11 in de ochtend en 4 uur in de middag nagenoeg stil. Toch leveren deze harde omstandigheden, gecombineerd met armoede en gebrek aan bouwmaterialen, juist bijzondere innovaties op die we hier ook kunnen inzetten. Waar we hier steeds meer installaties nodig hebben om ons te beschermen tegen de omstandigheden (kou en warmte) werken we daar noodgedwongen met andere oplossingsrichtingen. Traditioneel weet het Dogon volk wel hoe het moet. De cultuur van de Dogon wordt al vanaf de jaren zestig bestudeerd door architecten en kunstenaars. Hun traditionele bouwwijze met losse leem levert donkere maar koele kleine huizen op. Probleem is wel dat de in de zongedroogde leem er door de heftige regens jaarlijks uitspoelt. Met een Nederlandse innovatie, een achter een auto verplaatsbare hogedruk leemsteen pers, kunnen lokale bouwvakkers nu leemstenen maken die qua druksterkte niet onderdoen voor onze gebakken klinkers. Met deze stenen, van ter plaatse opgegraven leem, bouwen lokaal opgeleide metselaars nieuwe (school)gebouwen. Met een koel binnenklimaat waar het heerlijk toeven is. Vloeren, wanden en daken zijn van dezelfde leemsteen gebouwd. Op basis van tekeningen die we hier met BIM tot inzichtelijke 3D tekeningen op steenmaat uittekenen. Met behulp van de kennis van de Romeinen die met stenen al togen en koepels met grote overspanningen konden metselen. Deze 2000 jaar kennisbundeling levert iets op waar we in Nederland van kunnen leren: innovatief, installatiearm, klimaatbestendig, duurzaam materiaalgebruik, lokale verankering en mooie architectuur‌.

83


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Vaulted brick primary school built on a Mali plain [...] Located in Tanouan Ibi, a village within Mali’s Dogon region, the school complex is made up of several blocks but the main teaching areas are located in one singlestorey classroom building. LEVS architecten positioned three identically sized classrooms in a row along the central axis of this building, then added a pair of sheltered verandas to the two long sides to provide spaces where students can sit down between classes. “The verandas, equipped with small stone benches, offer pleasant exterior room to the students,” said the architects. The arched roof structures of these arcades also function as buttresses, supporting the weight of the main vault running along the building’s centre. The architects enlisted students from a nearby university and members of the local community to help construct the building, using the compressed clay bricks to build walls, floors and roofing. Dezeen https://www.dezeen.com/2014/02/12/ vaulted-brick-primary-school-mail-levsarchitecten/

84

“The use of these blocks of compressed earth leads to a supple integration into the environment, corresponding to the way almost all Dogon villages fit into the landscape,” they said. Ceramic pipes puncture the roof of the building, bringing light and ventilation into the classrooms. These can be blocked up during the two-month-long rainy season, during which time a waterproof layer of clay mixed with cement prevents ceilings from leaking. Each classroom accommodates up to 60 students and there’s also an office and storage closet. Doors and window shutters are painted pale yellow to complement the red tones of the clay.


INNOVATIVE HEAT MANAGEMENT

The tropical weather in the Netherlands this week was reminiscent of the climate in Mali, where my business partner is currently visiting our projects: about 36 degrees in the boiling sun. We are implementing a heat management plan at home, while heat is an issue that has to be contended with on a daily basis there. Here, we have well-insulated homes, trees and shade, and we have air conditioning and cold showers to cool us down. In Mali, life virtually grinds to a halt between 11 o’clock in the morning and 4 o’clock in the afternoon. Nevertheless, it is precisely these harsh conditions, coupled with poverty and a lack of building materials, that produce exceptional innovations that we can utilise here too. Whereas we require ever more installations here to protect us from environmental conditions (cold and heat), we use other strategies there out of necessity. Traditionally, the Dogon people knew what to do. The Dogon culture has been studied by architects and artists since the sixties. Their traditional method of building with loam provides dark but cool, small houses. The problem however, is that the sun-dried loam is washed away every year during heavy downpours. Applying a Dutch innovation - a high-pressure loam press that can be mounted behind a car - local builders can now make bricks from the loam, comparable in terms of compression strength to our own Dutch baked bricks. Locally trained bricklayers use this stone, made from locally-sourced loam, to construct new (school) buildings with a cool and comfortable indoor climate. Floors, walls and roofs are made of the same loam bricks using plans we produce here in 3D drawings according to brick size, using the expertise of the Romans who were able to build large arches and domes with roofs out of stone. This 2000-year-old collective knowledge produces something from which we can learn in the Netherlands: innovative, minimally labour-intensive, climate-resilient, sustainable use of materials, local anchorage and beautiful architecture.

85


86


“Hoe goed Amsterdam het nu ook doet, die oude wat vervallen stad van 30 jaar geleden had ook zo z’n charmes.” “No matter how wonderful life in Amsterdam is now, that old, somewhat dilapidated city of thirty years ago, also had its charm.”

MARIANNE LOOF

87


JUNI 2015 88

ELK NADEEL HEB Z’N VOORDEEL

Met het bureau bezocht ik afgelopen week Marseille waar ‘streetjockey’ Nicolas Memain, architect en stedenbouwkundige, ons hartstochtelijk en onverstoorbaar door de stad leidde. Van de oude stad naar projecten van de naoorlogse architect Pouillon, van Le Corbusier tot nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen.


Met ca 850.000 inwoners in de stad en ca 2 miljoen in de regio lijkt de stad qua grootte op Amsterdam. Beide historische steden met oude havengebieden, stadsvernieuwing, naoorlogse woongebieden en een multiculturele bevolking. Maar daar houdt de vergelijking dan ook wel op. Los van het feit dat in Marseille permanent de zon schijnt, is het vooral de rauwe staat van de stad die een groot contrast vormt met Amsterdam. Marseille kent nog altijd een vervallen binnenstad waar vooral de kansarmen zijn achtergebleven. Een vervallen schoonheid waar oude glorie nog zichtbaar is maar midden in de stad monumentale panden leeg staan. Ontwikkeling van de havengebieden en stadsvernieuwing moet voor nieuw elan gaan zorgen. De staat van Marseille deed me enigszins denken aan Amsterdam begin jaren tachtig, toen ik daar net kwam wonen. De tijd dat de binnenstad er verwaarloosd bij lag en de Pijp nog geen toplocatie maar een bijna afbraakbuurt was. Al die zaken waar men in Marseille nu wanhopig naar op zoek is, namelijk musea, herontwikkeling van de havengebieden, gentrification, banken, creatieve industrie, cruiseschepen en vooral toeristen, hebben we inmiddels in overvloed in Amsterdam. De vergelijking maakte me melancholiek. Want hoe goed Amsterdam het nu ook doet, die oude wat vervallen stad van 30 jaar geleden had ook zo z’n charmes…stoer, hoopvol, op elke hoek potentie. Een betaalbaar oud vervallen pand kopen op prachtige locaties en gewoon plek op het terras op de mooiste plekken van de stad. Dat kan allemaal nog steeds in Marseille maar niet meer in Amsterdam. Tja elk nadeel heb z’n voordeel, zou Cruijff zeggen. Of omgekeerd…

89


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND 1980: De metro in Amsterdam is gereed! De eerste beelden van de zojuist voltooide metrolijn van Amsterdam Centraal Station naar Gaasperplas, de zgn. Oostlijn, met de eerste Zilvermeeuwen en de geschiedenis van de aanleg van de metro. Met beelden van o.a. het verzet van de bewoners tegen de sloop in de Nieuwmarktbuurt (de Nieuwmarktrellen) rond de Nieuwmarkt, Amsterdam Zuid-Oost en de Oude Hoogstraat. Met verder o.a.: hoogbouw / flats Bijlmer, metrostations, metronet, tunnelbuis, metrotunnel, metrotunnelbuis, verlenging, rellen, Mobiele Eenheid / M.E. / ME, Nieuwmarktbuurt, sloop, afbraak huizen, Nieuwmarktbuurtrellen, Stationsplein, metrostation Amsterdam CS, Waterlooplein, Weesperplein, Wibautstraat, Amstel Station, Duivendrecht, Venserpolder, DiemenZuid, Verrijn Stuartweg, Ganzenhoef, Kraaiennest, slopersbal, gebroken spiegels, fotopanelen, zilvermeeuw, treinstellen, passagiers, fiets in metrostel, metrotraject, Gemeente Vervoerbedrijf / GVB, Openbaar Vervoer / OV, satellietstad, jaren ‘80 / tachtig, Tachtiger jaren.

You Tube https://www.youtube.com/watch?v=7jRth6kqphk

90


EVERY CLOUD HAS A SILVER LINING

Last week I visited Marseilles with the team, where ‘street jockey’ Nicolas Memain, architect and urban designer, gave us a passionate and relaxed tour of the city. From the old town to projects by post-war architect Pouillon, from Le Corbusier to new urban developments. With around 850,000 residents in the city and approximately 2 million in the wider area, the city is similar to Amsterdam in terms of size. Both are historical cities with old ports, urban regeneration, post-war residential areas and a multicultural population. However, that is where the similarity ends. Apart from the fact that the sun always shines in Marseilles, it is the raw state of the city in particular that is in strong contrast to Amsterdam and for that matter, most European cities. Marseilles still has a run-down city centre, where predominantly the underprivileged are to be found. Surpassed economically by the outlying areas and still lacking a new economic impetus. A decaying beauty, with its former glory still visible, but where classic buildings stand empty in the middle of the city. Efforts are being made to attract residents to the city with redevelopments like Le Parc Habité and Euroméditerranée, funded by French and European subsidies. The state of Marseilles reminds me somewhat of Amsterdam in the early eighties when I had just started living there. A time when the city centre was neglected and De Pijp was not yet a desirable location, but virtually a run-down neighbourhood. All those things they desperately seek in Marseilles, like museums, redevelopment of the port areas, gentrification, banks, creative industry, cruise ships and especially tourists, we now have in abundance in Amsterdam. The comparison makes me gloomy. Because, no matter how wonderful life in Amsterdam is now, that old, somewhat dilapidated city of thirty years ago, also had its charm: strong, hopeful, potential around every corner. Buying an affordable old, ramshackle building in a stunning location and finding a seat on a terrace in the most beautiful parts of the city. That is all still possible in Marseilles, but no longer in Amsterdam. Yes, every cloud has a silver lining, as some would say…

91


APRIL 2015 92

HET GRAS BIJ DE BUREN

Afgelopen week was ik met een groep architectuurvrienden van AetA (Architectura et Amicitia) op bezoek bij onze Belgische buren rondom Turnhout, vlak over de grens bij Eindhoven.


Genoeg te zien voor een tweedaagse trip naar de architectonische pareltjes van de Turnhoutse school uit de jaren 60 en wat lessen over de stand van stedenbouw en architectuur in de Kempen. Onze minister Schultz vindt dat Nederland best wel een beetje meer op België mag gaan lijken, dus ik beschouwde de trip dan ook als een studiereis. Want wie wil nu niet meer kwaliteit met minder regels en meer vrijheid? Zodra je de grens oversteekt, merk je aan alles dat België een andere traditie heeft als het om Ruimtelijke Ordening gaat. En omdat de infrastructuur in België nogal wat te wensen overlaat, reden we door aaneengeschakelde bebouwing in lintdorpen met tussen een grote variatie van mooie, lelijke en rare huizen zo nu en dan zicht op het groene achterland. Typisch Belgisch inderdaad… In Turnhout werden we onthaald door een jonge stads-stedenbouwer. Hij had zich verdiept in de ‘successen’ van de Nederlandse Ruimtelijke Ordening en zette uiteen op welke wijze Turnhout met, de voor ons bekende instrumenten als sectorale planning, structuurvisie, ruimtelijke visie, beeldkwaliteitsplannen, meer ruimtelijke kwaliteit probeert te creëren. Met meer overheidsregie: het publieke domein versterken ten koste van het private eigendom, meer architectonische regie en samenhang. Hij vertelde hierbij met enige gêne dat hij ons daarover niks te leren had. Immers, wij komen uit dat land met op tijd aangelegde fietspaden en wegen en waar ruimtelijke kwaliteit een gangbaar begrip is. Maar de Belgen hebben wel een lange traditie in particulier opdrachtgeverschap. Nu pas een fenomeen in Nederland. Met de groep reden we dus door onsamenhangende gebieden langs gribus naar pareltjes van woonhuizen... Conclusie van het weekend: zowel vanuit België als Nederland gezien: het gras bij de buren is altijd groener.

93


WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Stedenbouwkundige vergunning, melding en vrijstelling Als het kan, houden we het graag eenvoudig: geen overbodige formulieren, geen onnodige wachttijden, geen betutteling. Met deze principes als leidraad hebben we gekeken naar het verlenen van vergunningen voor kleine bouwwerken. En we hebben vastgesteld dat het inderdaad een stuk eenvoudiger kan. Daarom veranderen we de spelregels. Vanaf 1 december 2010 moet u voor een aantal kleine bouwwerken geen vergunning meer vragen aan de gemeente. Het gaat bijvoorbeeld om het aanleggen van een zwemvijver, het plaatsen van een tuinhuisje of een ander klein bijgebouw. Voor andere werken aan uw woning, voeren we een meldingsplicht in. U mag er dus niet zomaar aan beginnen, maar de administratieve afhandeling wordt wel een stuk eenvoudiger. Daarnaast blijven er natuurlijk nog andere ingrepen bestaan waarvoor u wel degelijk een vergunning moet aanvragen. Turnhout https://www.turnhout.be/brochurestedenbouwkundige-vergunningmelding-vrijstelling

94

In deze folder leggen we uit welke algemene regels en principes van toepassing zijn vanaf 1 december 2010. Uw gemeente blijft uw eerste aanspreekpunt om op alle vragen te antwoorden die betrekking hebben op uw bouwplannen. Voor sommige projecten of percelen gelden immers specifieke regels. We wensen u alvast veel succes uitvoeren van uw bouwplannen.

met

het


THE GRASS IS GREENER ON THE OTHER SIDE

Last week, I visited our Belgian neighbours in Turnhout, just across the border from Eindhoven, with a group of architect friends from AetA (Architectura et Amicitia). There was plenty to fill a two-day tour to the architectural gems of the Turnhout school of the Sixties and to learn about the state of urban planning and architecture in Kempen. Minister Schultz believes that the Netherlands would do well to look a little more like Belgium, so I also viewed the excursion as a study trip. After all, who does not want better quality with fewer rules and greater freedom? As soon as you cross the border, you notice in every sense that Belgium has a different tradition when it comes to spatial planning. And because the infrastructure in Belgium leaves rather a lot to be desired, we drive through interconnected buildings in linear towns with a diversity of attractive, ugly and peculiar houses, and a glimpse of the green hinterland every now and then. Indeed, typically Belgian… In Turnhout, we were entertained by a young urban planner. He had immersed himself in the ‘successes’ of Dutch civil engineering and explained how Turnhout was seeking to achieve a better quality of spatial planning with those instruments familiar to us, namely sectorial planning, structural vision, spatial strategy, and aesthetics planning. With greater government oversight: bolstering the public domain at the expense of private property, greater architectural oversight and cohesion. He told us with a hint of awkwardness that there was nothing we could learn from him. After all, we came from that country with efficient construction of cycling lanes and roads, where quality of spatial planning is an established concept. However, the Belgians have a long tradition of private commissioning, something we are only just starting to see in the Netherlands. Together we drove through disjointed areas, alongside slums to gems of residential dwellings. Conclusion at the end of the weekend: from the perspective of both Belgium and the Netherlands, the grass is always greener on the other side.

95


96


“Wat mij betreft staat de ontwerpkwaliteit van de ingreep boven het intellectuele eigendom van het oorspronkelijke ontwerp.” “As far as I am concerned, the design quality of the adjustment outweighs the intellectual ownership of the original design.”

MARIANNE LOOF

97


MAART 2015 98

AUTEURSRECHT

Nee, ik ga het niet hebben over ‘het’ concrete auteursrechtelijke dispuut dat momenteel de gemoederen bezighoudt: van NRC, Cobouw tot natuurlijk Twitter. Het gevaar te worden overschaduwd door een al gepolariseerde discussie is te groot. Maar dat het onderwerp actueel is, is goed verklaarbaar.


Meer dan ooit zijn we namelijk bezig met het transformeren van bestaande gebouwen. Jonge ontwerpen uit de jaren 50, 80 krijgen steeds vaker een nieuw leven. Soms als jong monument, maar ook door ‘gewoon’ hergebruik van gebouw of casco. Bij deze jonge gebouwen staat de oorspronkelijk architect niet op een veilige 200 jaar afstand, maar heeft een collega-architect of erfgenaam het intellectueel eigendom. Dat is wennen en lastig… want waar staat dat ‘intellectueel eigendom’ dan eigenlijk voor: de oorspronkelijke architect als scheppend kunstenaar, of als economische ‘rechthebbende’ of als ‘emotioneel eigenaar’ die het ontwerp het beste snapt. Helemaal ingewikkeld wordt het als het een verbouwing van een verbouwing betreft…snapt u het nog? Het is dus te begrijpen dat juist rondom deze projecten de gemoederen hoog oplopen. Tegelijkertijd groeit ook de weerzin tegen het begrip auteursrecht en ontstaat steeds meer een praktijk waar het auteursrecht helemaal buiten spel wordt gezet waardoor het ontwerp vanaf de eerste schetsen vogelvrij is en de architect niet meer is dan een handelaar in ideeën en beelden. Het kind wordt zo met het badwater weggegooid. Auteursrecht is essentieel om de integriteit van ontwerper(s) te beschermen. Door deze bescherming zijn ontwerpers in staat om de ‘waarde’ van het ontwerp tot eindproduct te kunnen ontwikkelen. Maar na realisatie wordt het een stuk ingewikkelder, zeker wanneer een gebouw per 15 jaar ingrijpend verandert. Wat mij betreft staat de ‘ontwerp-kwaliteit’ van de ingreep boven het ‘intellectueel- eigendom’. Dat dient een collectief belang: de kwaliteit van onze gebouwde omgeving. In de Forum uitgave 05 die AetA wijdde aan dit onderwerp ‘Werken aan andermans werk’ staat een prachtige uitspraak van architect Piet Tauber over de verbouwing van zijn Gemeentehuis in Doetichem. Hij beschrijft zijn boosheid en teleurstelling als hij niet de architect wordt. Uiteindelijk zegt hij over de ingrepen van de gekozen architect Ivan Ezerman: ‘Vrijer dan ikzelf zou hebben gereageerd op het PvE heeft hij zijn creativiteit en vakmanschap ingezet, waardoor het gebouw voor decennia voldoet aan de eisen van de tijd.’ Een onzelfzuchtige waardering voor de ‘waarde en kracht’ van ontwerpen!

99


100 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Werken aan andermans werk

Forum 05—FORUM—WERKEN AAN ANDERMANS WERK/AetA

[...] Want wat is de praktijk? Eigendomsrecht is heel concreet. Auteursrecht op een gebruiksobject in eigen dom van iemand anders kán betrekking hebben op het oorspronkelijke ontwerp, maar mág het gebruik niet in de weg staan. Dat schetst al de afhankelijke positie die we als architect hebben anders dan bijvoorbeeld de beeldend kunstenaars. We moeten maar afwachten wat een nieuwe eigenaar ons gunt. Ook al is de eigenaar nog dezelfde en is bij hem bekend dat jij de architect bent, dan nog vindt de bouwcommissie, die intussen is samengesteld uit andere mensen, het op enig tijdstip gewoon veel leuker om nieuwe wegen in te slaan en de tijdgeest toe te laten in wat al bestond. Het is bovendien een aardige onderbreking van het werkritme om het oor eens te luisteren te leggen bij aansprekende jonge architectenbureaus die hun bureaupresentatie vaak gratis en voor niets aanbieden. En dan is er ook nog een keurige manier om los te komen van de oorspronkelijke architect door deze nog wel uit te nodigen maar hem te confronteren met extreem hoge eisen aan omzet en ervaring, zoals dit bij een Europese Aanbestedingen tegenwoordig vaak het geval is. Het gedroomde collegiale contact tussen de oorspronkelijke architect en een opvolgend collega komt vaak niet tot stand. De eigenaar of nieuwe opdrachtgever wil het domweg niet vanwege de vrees voor complicaties, extra kosten of belemmeringen vanwege auteursrechten. Ook de nieuwe architect vreest bij contact met de oorspronkelijke architect voor het behoud van de opdracht of zelfs de autonomie van zijn positie als ontwerper. [...]


COPYRIGHT

No, I am not going to discuss ‘the’ notable copyright dispute with which architects are currently preoccupied, following the legal proceedings brought by Hans Ruijssenaars. The risk of being overshadowed by an already polarised debate is too great. However, the relevance of the subject is easily explained. The fact is, we are engaged more than ever in the transformation of existing buildings. Young designs are increasingly being given a new lease of life. Sometimes as a new monument, but also through ‘simple’ recycling of a building or framework. In the case of these young buildings, the original architect is not at a safe distance of 200 years, but there is an associate architect or heir who has intellectual property rights. That is awkward and takes getting used to, because what does that ‘intellectual ownership’ actually represent? The original architect as a creative artist, or as someone who has economic ‘ownership’, or as someone who has ‘emotional ownership’ as the person who best understands the design? It becomes very complicated when it concerns a renovation of a renovation. Do you still follow? It is therefore understandable that emotions run high when it comes to these projects in particular. At the same time, there is increasing resistance to the concept of copyright, and there is a growing practice in which copyright is completely eliminated and the design outlawed from the first sketches and the architect no more than a hawker of ideas and images. Thus, the baby is thrown out with the bath water. Copyright is essential in protecting the integrity of the designer(s). This protection enables designers to develop the ‘value’ of the design into an end-product. However, it becomes a great deal more complicated after completion, certainly when a building changes considerably every fifteen years. As far as I am concerned, the ‘design quality’ of the adjustment outweighs ‘intellectual ownership’. That serves a collective purpose: the quality of our built environment. In the 05 Forum edition that AetA devoted to this topic of ‘Working on someone else’s work’, there is a wonderful quote by architect Piet Tauber about the renovation of his town hall in Doetinchem. He describes his anger and disappointment when not being commissioned as the architect. Eventually, commenting on the work of architect Ivan Ezerman, who was commissioned, he says: ‘Freer than I would have responded to the design brief, he applied his creativity and skill in a way that ensured the building will meet the demands of the age for decennia.’ An unselfish appreciation of the ‘value and power’ of design!

101


102


“Architectuur vraagt om echte liefde en diepgang van een relatie. Die langzaam kan groeien naar een echt gebouw, dat dan ook mooi is in een regenbui…” “Architecture demands true love and depth in a relationship. A love that can grow into a real building, one that still looks good in a downpour...”

MARIANNE LOOF

103


MAART 2015 104

RENDERPORNO OF GEBOUWENLIEFDE

De term renderporno waart al even in de rondte maar is pas echt breed geland sinds het artikel in de Volkskrant van vorige week over het effect van gelikte computertekeningen. Het begrip is plat maar veelzeggend en ook confronterend.


Ik liep vandaag op het bureau dan ook iets 105 anders langs de werkplekken waar op dubbele beeldschermen gebouwen ronddraaien. Gebouwen, die we vanuit alle hoeken bekijken en optimaliseren. Het ontwerpen met 3D/ BIM-software als Archicad is een geweldige ontwikkeling. Iedereen kan het ontwerp ‘meelezen’. Met het 3D ontwerpen kunnen we gebouwen modelleren en al vanaf het voorlopig ontwerp (VO) door de ontwerpen heen lopen. Opdrachtgevers, buurtbewoners en welstand beleven op deze manier ‘real time’ in het gebouw. En inderdaad, uit enthousiasme lichten we mooi uit, zetten we mensen erbij en laten we bewoners het fantastische uitzicht uit het bovenste appartement beleven. Heel wat anders dan de droge lijntekeningen, doorsneden en details die samen het 3D ontwerp in het hoofd van de architect vertellen. Maar is de verleidelijke toegankelijkheid van de rendering een ‘bevrijding’ uit het keurslijf van ‘onleesbare’ tekening of een wolf in schaapskleren, waarmee het ontwerp vanaf dag een ‘gevangen’ zit in een te vroeg gestold beeld, waar alles te mooi en te perfect is. Porno in plaats van echte liefde. Echte liefde, die juist groeit en dieper wordt naarmate je er meer aandacht aan geeft. De bedreigende kracht van de rendering zit ook in de ontwrichtende werking die deze beelden hebben op de bouwpraktijk. “De architectuur banaliseert op deze wijze zijn eigen rol”, vindt Tom Avermate van TU Delft terecht. Bouwers en ontwikkelaars denken steeds vaker dat de rendering rechtstreeks naar de uitwerk-afdeling kan. En dat de ongrijpbare creativiteit van de architect in een vroeg stadium gevangen kan worden. De grens tussen bevrijding en misbruik is dus heel dun. Porno is een oppervlakkige bevrediging, voor de korte termijn. Architectuur vraagt om echte liefde en diepgang van een relatie. Die langzaam kan groeien naar een echt gebouw, dat dan ook mooi is in een regenbui…


106 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Renderings vs. Reality: The Improbable Rise of TreeCovered Skyscrapers In a world of online design competitions and social image sharing, many architects have taken to crafting ever more extreme models and renderings for public consumption. Some have even started covering their rendered buildings, from groundscrapers to highrises, with gorgeous-looking trees. The effect can be breathtaking, but are these designs truly green or simply a fresh form of greenwashing? The architectural motivations behind this trend are myriad. Vertical greenery gives a structure the appearance of sustainability. Greened towers suggest better air and a greener view both for building residents and the city. The brightly-colored renderings appeal to intrigued investors as well as sales-oriented developers.

99% invisable http://99percentinvisible.org/ article/renderings-vs-realityrise-tree-covered-skyscrapers/

Accordingly, representations of future skyscrapers with unlikely greenery are on the rise. The trend started with rooftops, but has grown to encompass all kinds of horizontal building surfaces. Despite their visual appeal, many of these “treescrapers� will never get off the drawing board, let alone the ground. For starters, the construction hurdles are daunting. Extra concrete and steel reinforcement are required to handle added weight. Irrigation systems are needed to water the plants. Additional wind load complexity has to be taken into account. After installation, trees are also subject to high winds at altitude (but you never see them bent in renderings). [...]


TRUE LOVE

The term ‘rendering porn’ has been circulating, but only really became widely known after last week’s article in the Volkskrant about the effect of slick computer drawings. The term is crass, but speaks volumes and is also confrontational. I am going about my work at the office today with a slightly different view of those workspaces where buildings rotate on large screens. Designing with 3D/BIM software such as Archicad is a huge development. Everyone can ‘read’ the design. Using 3D design, we are able to model buildings and progress through all the designs from the preliminary sketch. Thus, clients and local residents experience the building in ‘real time’. And indeed, out of enthusiasm, we illustrate beautifully, we incorporate people, and we share with residents the fantastic view from the top floor apartment. Very different to the stern line drawings, plans and details which together produce the 3D design in the architect’s mind. But does the seductive accessibility of rendering ‘liberate’ us from the shackles of ‘illegible’ drawings, or is it a wolf in sheep’s clothing, ‘trapping’ it from day one in a prematurely clinched image in which everything is too beautiful and perfect. Porn as opposed to true love. True love, which, on the contrary, grows and deepens the more you nurture it. The folly of rendering also lies in the disruptive effect these images have on building practice. “Architecture trivialises its own role in this way,” Tom Avermaete from Delft University of Technology asserts justifiably. Increasingly, builders and developers think the render can go straight to the production department and that the architect’s elusive creativity can be captured at an early stage. There is a very fine line between liberation and misuse. Porn provides superficial satisfaction, a short-term fix. Architecture demands true love and depth in a relationship. A love that can grow into a real building, one that still looks good in a downpour.

107


FEBRUARI 2015 108

INNOVATIE OF STOEIPOES

Maandag stond in de Volkskrant een kort maar heel interessant artikel. Onderwerp was de wijze waarop duurzame innovatie het beste gestimuleerd kan worden. In dit geval bij uitstootloze auto’s.


In zijn promotieonderzoek laat Joeri Wesseling 109 zien dat inzetten op een geleidelijk daling van CO2-uitstoot, zoals Europa heeft gedaan, een negatief effect sorteerde op innovatie. Europese fabrikanten investeerden in het steeds zuiniger maken van de bestaande techniek van brandstofmotoren. In Californië werd de ambitie anders geformuleerd. Van alle tien auto’s moest er een geheel uitstootloos zijn. Fabrikanten protesteerden in eerste instantie hevig. De brandstofauto’s vroegen immers meer onderhoud dan elektrische. Wat aantrekkelijk is voor de omzet. Deze maatregel leidde uiteindelijk tot radicaal nieuwe concepten, want met een béétje aanpassen van bestaande technologie kom je er niet. De Tesla’s en de komende generatie auto’s zijn het resultaat hiervan. Een scherpe strategie en sterk overheidsbeleid met schijnbaar onhaalbare ambities leidt dus tot echte innovatie. Ook in de bouw worden nog te vaak bestaande concepten doorontwikkeld: energiezuinigheid wordt bereikt door gebruik van complexe installaties en regelapparatuur. Een beetje energiezuinig of energieneutraal project heeft hoge exploitatielasten als gevolg van het intensieve onderhoud dat deze installaties vragen. Radicale innovatie is meer dan het inzetten op licht verbouwde producten en complexe installaties. Radicaal nieuwe concepten zijn concepten die integraal andere oplossingen voor de energievraag bieden en het denken hierover van onderaf aan opbouwen. Volgende week is de Bouwbeurs in Utrecht, de plek waar deze innovatie in productontwikkeling ervan af moet spatten. Helaas is het promotiefilmpje ontmoedigend: sexy blonde dames met korte broekjes en met de kreet ‘lekker gebouwd’ op hun markante voorgevel moeten het publiek interesseren voor een bezoek. Deze stoere stoeipoes symboliseert de verbrandingsauto van de bouw. Mij trekt de innovatie, het zoeken naar de Tesla’s in de bouw, meer…


110 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND In Californië zijn de strikt overheidsbeleid

auto’s

innovatiever

dankzij

Overheden die duurzame innovatie in de auto-industrie willen stimuleren, moeten Machiavelli bestuderen. Verdeel en heers helpt de status-quo bij gevestigde autofabrikanten te doorbreken, waardoor deze eerder hun verzet tegen vernieuwingen loslaten en afzonderlijk gaan investeren in innovatie.

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/economie/incalifornie-zijn-de-auto-s-innovatieverdankzij-strikt-overheidsbeleid~a3842353/

Dit stelt Joeri Wesseling, die vorige week op dit onderwerp is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht. Wesseling bestudeerde het zogenoemde zero emission vehicle-mandaat dat de Amerikaanse staat Californië begin jaren negentig uitvaardigde. Deze maatregel was bedoeld om autobedrijven te stimuleren duurzaam te gaan innoveren. Het mandaat stelde dat autofabrikanten voor elke negen auto’s met een verbrandingsmotor er één moesten verkopen zonder uitstoot. Dat gaat alleen met ‘radicaal duurzame’ technologie, zoals volledig elektrisch of met een brandstofcel. ‘Aanvankelijk leidde de maatregel tot heftig verzet vanuit de industrie, die onder meer rechtszaken tegen beleidsmakers aanspande’, zegt Wesseling. ‘Hun verzet is begrijpelijk, omdat aan de verbrandingsmotor veel meer viel te verdienen.’ Doordat verbrandingsmotoren veel meer onderhoud vergen dan elektrische aandrijving, is dit motortype met name voor de after sales belangrijk; er wordt veel langer aan elke verkochte auto verdiend. Maar Californië hield voet bij stuk en na verloop van tijd ontstonden er scheurtjes in het autobastion. Een Japans bedrijf als Nissan, dat zijn verkopen van auto’s met verbrandingsmotor zag slinken, richtte zich sterk op elektrische aandrijving [...]


INNOVATION OR PIN-UP

On Monday, there was a short, but interesting article in the Volkskrant about the best way to encourage sustainable innovation. In this case, it was in relation to emission-free cars. In his doctoral thesis, Joeri Wesseling demonstrates how a gradual reduction of CO2 emissions, as has been done in Europe, has a negative effect on innovation. European manufacturers are investing in making existing petrol engine technology increasingly sustainable. In California, the ambition was formulated differently. One out of every ten cars had to be entirely emission-free. Initially, there was protest from manufacturers. After all, petrol-driven cars required more maintenance than electric cars. This measure eventually led to radical new concepts, because a small modification to existing technology does not cut it. The Teslas and future generation vehicles are the result of this. Too often, existing concepts are further refined in construction too: energy efficiency is achieved through use of complex installations and control devices. Energy efficient or energy-neutral projects have high operating costs as a result of the intensive maintenance these installations require. Radical innovation demands more than utilising slightly modified products and complex installations. Radical new concepts are concepts that integrally offer other solutions to the energy issue and that construct the thinking around this issue from the bottom upwards. Next week, the Bouwbeurs takes place in Utrecht. Unfortunately, the promotional video is disheartening: sexy blonde ladies in short shorts with the slogan ‘well built’ emblazoned across their chests are intended to attract the public. These pretty pin-ups symbolise the combustion engine of the building industry. I am more attracted to innovation, the quest for the Teslas of the building industry.

111


JANUARI 2016 112

ARCHITECTEN AAN HET BEPPEN

Op 1 januari 2015 is de verplichte Beroepservaringsperiode (BEP) voor architecten ingegaan. Architecten moeten na het behalen van de Mastertitel twee jaar relevante beroepservaring opdoen om de titel architect te mogen gebruiken.


Onder Bouwkunde studenten aan de universi- 113 teiten leidt de introductie van de BEP tot verontwaardiging en verzet. Hun bezwaren zijn onder andere: wel een goed idee, maar niet op dit moment, uitbuiting ligt op de loer, er is niet genoeg tijd om de inhoud van de modules voor te bereiden en de kosten zijn te hoog. Mij lijkt deze eerste week van 2015 juist een goed moment om stil te staan bij de uiteindelijk grote waarde van de BEP, in 2003 met ‘Het Experiment’ ingezet. Dat deze extra kwalificaties nodig zijn om de titel architect te voeren is een bevestiging van de complexiteit van de beroepspraktijk. Daarnaast is het een teken van noodzakelijke professionaliteit van de branche waarin niet alleen creatieve kracht nodig is, maar ook academische, technische en praktische vaardigheden. Dat de BEP geen formeel afvinklijstje moet worden, lijkt me evident. Dat de vaardigheden moeten aansluiten op een sterk veranderende context ook. Dat masterstudenten zich druk maken over de voorwaarden lijkt me noodzakelijk. Uit alle discussie blijkt dat de BEP nu al bijdraagt aan het bundelen van academische en praktische kennis. Komend jaar moet blijken of ondernemende starters en architectenbureaus de verwachtingen van de BEP gaan waarmaken. En dat in een tijd waarin er volop talent beschikbaar is, ook zonder enige voorwaarden. Want de valkuil in crisistijd voor al die bevlogen, getalenteerde en gepassioneerde masters is het ongewenste onbetaalde stagecontract. Wat dat betreft houden we in de (gehele) bouwbranche elkaar gewetenloos in een houtgreep. Van overheid tot opdrachtgevers, aannemers en architecten. Bij de goede voornemens van het nieuwe jaar hoort dit jaar dus zeker: ’wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’.


114 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND BEP bij BNA Academie Per 1 januari 2015 geldt de wettelijk verplichte beroepservaringsperiode (BEP) voor aankomende architecten. Doel van de beroepservaringsperiode is pas afgestudeerden binnen twee jaar op een competentieniveau te brengen dat voldoet aan de eisen van de actuele beroepspraktijk. Instroom van jong talent op de arbeidsmarkt is één van de uitgangspunten van de BNA. Deze is namelijk essentieel voor een sterke, moderne en toekomstgerichte branche. Daarom ondersteunt en faciliteert de BNA Academie de BEP’ers met een pakket aan modules die gevolgd kunnen worden in de individuele route. Deze zijn scherp geprijsd, erkend door het Bureau Architectenregister en op maat gemaakt voor de architectenpraktijk.

BNA http://www.bna.nl/ bna-academie/over-ons/ beroepservaring-opdoen-bijde-bna-academie/

BEP’ers die de zelfstandige route volgen, stellen samen met hun mentor een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Deze beschrijft de manier waarop de eindtermen gehaald worden. Deze eindtermen maken onderdeel uit van de Regeling Beroepservaringsperiode (en zijn daarin te vinden in de bijlage). De modules van de BNA Academie voldoen aan een aantal van die eindtermen en zijn dus geschikt om (een deel van) de beroepservaringsperiode mee in te vullen. De BNA Academie heeft een aantal bestaande cursussen geselecteerd waar BEP’ers zich voor kunnen inschrijven. Dit betekent dat BEP’ers en ervaren architecten elkaar treffen in de modules. Dat zorgt voor onderlinge uitwisseling en kruisbestuiving. De onderwerpen waarover de BNA Academie modules aanbiedt vormen samen de basis die je nodig hebt als startende (ondernemende) architect. [...]


BEP MANDATORY FOR ARCHITECTS

On 1 January 2015, the mandatory professional work experience regulation for architects (BEP) came into force. In addition to attaining a master’s title, architects must have two years of relevant professional work experience before they can use the title of architect. The introduction of BEP caused disillusionment and resistance amongst architectural students at universities. Their objections include: a good idea, but the timing is wrong; there is a risk of exploitation; there is not enough time to prepare the content of the modules and the costs are too high. In my view, the first week of 2015 is a particularly good time to reflect upon the ultimate value of BEP, implemented in 2003 as ‘An Experiment’. The fact that these additional qualifications are required in order to use the title of architect, reinforces the complexity of professional practice. In addition, it is a sign of the essential professionalization of a sector that requires not just creative strengths, but academic, technical and practical skills too. It is obvious that BEP should not become a formal box-ticking exercise, and that competencies need to complement a rapidly changing context too. I believe it is essential that master’s students take an active interest in the conditions. It would appear from the debate that BEP is already playing a part in harnessing academic and practical knowledge. We will see next year whether new entrepreneurs and architectural consultancies will meet expectations around BEP. And that during a time in which there is an abundance of talent available, even without prerequisites. The pitfall in times of crisis for all the inspired, talented and passionate master’s students would be an undesirable unpaid internship. As far as that goes, the (entire) building sector is locked unconscionably in a stranglehold, from the government to clients, contractors and architects. ‘Do unto others as you would have them do to you’ is certainly a relevant New Year’s resolution.

115


NOVEMBER 2014 116

TONEELSTUK SPUIKWARTIER, EEN SLAGVELD IN 3 AKTES

Vorige week werd bekend dat Rijksbouwmeester Frits van Dongen zijn functie neerlegde, ‘in goed overleg met minister Blok’ vanwege meer tijd en ruimte voor de eigen praktijk als architect.


De directe aanleiding is zijn samenwerking met 117 een deelnemend consortium aan de dbm-aanbesteding voor het Haagse Spuikwartier. Daarmee levert deze locatie genoeg ingrediënten voor een boeiend toneelstuk, met als titel ‘Spuikwartier, een slagveld in drie aktes’. Het toneelstuk begint met de architectonische lente in 1984, wanneer met de bouw van het Danstheater het eerste gebouwde ontwerp van Koolhaas wordt gerealiseerd. Van Dongen ontwierp, als architect bij Van Mourik, de aanpalende Philipszaal. In de jaren negentig leidt het stadhuis van de eerste ‘starchitect’ Richard Meier tot het aftreden van wethouders Duivesteijn en Van Otterloo. Akte twee begint in 2011 met de voorgenomen sloop van de Philipszaal en Danstheater. Tegelijkertijd wordt het ontwerp voor het nieuwe cultuurpaleis van architectenbureau Neutelings Riedijk gepresenteerd. Maar de financiële crisis, bezwaren vanuit actiegroepen, politieke onrust en een nieuw college zorgen voor heftige perikelen. Het plan van Neutelings Riedijk verdwijnt in de prullenbak en zeven consortia mogen opnieuw een visie voor ‘een samenhangende gebiedsontwikkeling Spuikwartier’ ontwikkelen. Even lijkt het rustig te worden, maar dan is er opnieuw een onverwachte wending. Akte twee eindigt met het plotselinge aftreden van de Rijksbouwmeester om belangenverstrengeling te voorkomen. Akte drie speelt in 2015, met als decor het winnende dbm-plan van een consortium. De nieuwe Rijksbouwmeester komt op het toneel en blikt met een pakkende monoloog terug op de veranderende rol van de overheid tussen 1980 tot 2015. Maar ook op de veranderingen in zijn eigen functie die daar het gevolg van zijn. Na de naamsverandering van Rijksgebouwendienst naar Rijksvastgoedbedrijf heet deze overigens voortaan gewoon Rijksmakelaar.


118 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Rijksbouwmeester Van Dongen vertrok zelf Het onverwachte vertrek van Rijksbouwmeester Frits van Dongen (68) vorige week is veroorzaakt door zijn betrokkenheid bij het Spuikwartier in Den Haag. Hij is architect/adviseur bij een van de consortia die meedingen naar de opdracht. Van Dongen is zelf opgestapt. ‘Ik wilde niet dat het ambt in opspraak zou komen.’ Een zegsman van minister Stef Blok (Wonen en Rijksdienst) bevestigt dat Van Dongens betrokkenheid ongewenst werd gevonden. ‘Hij gaat voor een in het oog springend project van een gemeente samenwerken met een groot bouwbedrijf. Dat bedrijf dingt regelmatig mee naar bouw- en renovatieopdrachten van het Rijk’, aldus het ministerie.

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/beeldendekunst/rijksbouwmeester-van-dongenvertrok-zelf~a3795712/

Daardoor zou de Rijksbouwmeester niet langer alle opdrachten van het Rijk kunnen beoordelen. ‘Hij kan zich moeilijk telkens terugtrekken als dat bouwbedrijf meedoet. Dan heb je bijna nooit meer een Rijksbouwmeester.’ Het ministerie en Van Dongen bevestigen noch ontkennen dat het een adviseurschap betreft bij bouwbedrijf Heijmans. Via andere bronnen wordt die naam steeds genoemd. Van Dongen zelf had gedacht dat er afstand genoeg was tussen de twee rollen. ‘Maar ik stel vast dat de maatschappij een stuk kritischer en achterdochtiger is dan voorheen. Ik denk dat het goed is als de positie van Rijksbouwmeester opnieuw wordt bekeken. Die is nu te kwetsbaar.’ Traditioneel wordt deze functie vervuld door een architect naast zijn beroepspraktijk. [...]


THE SPUIKWARTIER DRAMA, A BATTLEFIELD IN 3 ACTS

Last week, it was announced that Chief Government Architect Frits van Dongen was stepping down ‘in close consultation with Minister Blok’, so that he would have more time for his own architectural practice. The obvious reason is his collaboration with a participating consortium in the dbm contract for The Hague’s Spuikwartier. This location has all the elements for a gripping drama with the title ‘The Spuikwartier, a battlefield in three acts.’ The drama starts in the architectonic spring of 1984, when Koolhaas’s first building design materialises in the form of the Danstheater. Van Dongen, as an architect with Van Mourik, designed the Philipszaal. In the nineties, the town hall, designed by the first ‘starchitect’ Richard Meier, led to the resignation of councillors Duivesteijn and Van Otterloo. Act two starts in 2011 with the proposed demolition of the Philipszaal and the Danstheater. At the same time, the design for the new cultural hub by architectural consultancy Neutelings Riedijk is presented. However, the economic downturn, objections by activist groups, political unease and a new executive board caused violent vicissitudes. The plan produced by Neutelings Riedijk disappeared into the shredder, and seven consortiums were invited to develop a vision for ‘a cohesive development for the Spuikwartier’. For a moment, it appeared calm, but then there was another unexpected turn. Act two ends with the sudden departure of the Chief Government Architect to avoid a conflict of interest. Act three takes place in 2015, against the backdrop of one consortium’s winning dbm bid. The new Chief Government Architect arrives on the scene and via a gripping monologue, delivers a retrospective of the government’s changing role from 1980 to 2015, as well as the consequential changes to his own remit. After the Government Buildings Agency’s name change to the Central Government Real Estate Agency, as of now, he is simply a government real estate agent.

119


OKTOBER 2014 120

EPC-FEESTEN

Het laatste kwartaal van 2014 is bij ons ontzettend druk. Dit jaar nog moeten we voor meerdere grote plannen omgevingsvergunningen aanvragen.


Met een flinke groep mensen werken we hard 121 aan deze ontwerpen. Goed nieuws dus, een teken dat de weg omhoog uit de crisis is gevonden. Maar deze eindsprint is ook een gevolg van de aanscherping van de huidige energieprestatiecoëfficiënt (epc). Deze wordt aangescherpt van 0,6 naar 0,4 in 2015. Scherpere eisen hebben gevolgen voor de kosten. Dit jaar nog indienen, betekent bouwplannen realiseren in 2015 met een epc-eis van 0,6 in plaats van de hogere lat van 0,4. En dat is dus eigenlijk niet zulk goed nieuws. Want, hoe begrijpelijk ook, het illustreert dat de ‘duurzaamheidsmechanismes’ in de branche nog altijd werken: veel ambities maar liever geen harde eisen die geld kosten. Na veel discussie over de kosten van de lagere epc-eis en kritiek op de berekeningsmethodiek is de harde datum nu gesteld op 1 januari 2015. Overigens pas na druk op de minister vanuit de Tweede Kamer. Pas als de overheid de lat verhoogt, wordt de praktijk echt bijgesteld. In onze vastgoedpraktijk is blijkbaar slechts voor weinigen de ‘luxe’ weggelegd om op eigen kracht voorop te lopen. Wat dat betreft reageert de branche niet heel anders dan recentelijk veel jongeren deden bij het verhogen van de alcoholgrens van 16 naar 18 jaar. Na jarenlange campagnes en debat over zelfregulatie was het toch noodzakelijk dat de overheid een nieuwe norm vaststelde. De jongeren moesten eraan geloven, maar niet nadat ze vlak voor het ingaan van de nieuwe regels nog even hadden gefeest.


122 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND 1 januari 2015: aanscherping EPC en hogere Rc-waarden Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht dat nieuwe woningen in 2020 (bijna) energieneutraal zijn. Op 1 januari 2015 wordt een belangrijke tussenstap gezet om (bijna) energieneutraal te bereiken. De energieprestatiecoëfficiënt (EPC) voor woningen wordt aangescherpt naar 0,4. De EPC-eisen voor utiliteitsgebouwen worden 50% aangescherpt ten opzichte van het niveau van 2007. Daarnaast worden er hogere eisen gesteld aan de thermische schil van een gebouw.

NEN https://www.nen.nl/NEN-Shop/ Bouwnieuwsberichten/1-januari-2015aanscherping-EPC-en-hogere-Rcwaarden.htm

Voor het realiseren van een EPC ≤ 0,4 kunnen diverse bouwkundige en installatietechnische maatregelen worden getroffen. Denk hierbij onder andere aan de thermische schil, het verwarmings- en tapwatersysteem en energiezuinig ventilatiesysteem. Het combineren van bouwkundige en installatietechnische maatregelen leidt tot een optimaal energieconcept. Naast de aanscherping van de EPC-eisen voor woningen en utiliteitsgebouwen worden ook de minimale eisen aan de warmteweerstand (Rcwaarden) in het Bouwbesluit 2012 verhoogd. Per 1 januari 2015 gelden, hoogstwaarschijnlijk, de volgende minimale Rc-waarden voor nieuwbouw: Vloeren Rc ≥ 3,5 m²K/W (niet gewijzigd) Gevels Rc ≥ 4,5 m²K/W Daken Rc ≥ 6,0 m²K/W De minimale Rc-waarde wordt per constructie gedifferentieerd. Deze differentiatie is opgenomen omdat het kosteneffectiever is om hogere isolatiewaarden toe te passen in een dak dan in een gevel of vloer. Het beperken van de energievraag door goed te isoleren vormt de basis voor een goed energieconcept. [...]


EPC-PARTIES

The last quarter of 2014 is extremely busy. Before the end of the year we need to apply for environment-permits for a large number of projects. Together with a substantial group of people we work hard on these designs. This is good news, because it indicates that we are working our way out of the financial crisis. This final sprint is a consequence also of the revision of the current energy-performance-coefficient (epc) policy, which will drop from 0.6 to 0.4 in 2015. These stricter demands carry consequences for the costs. Thus, applying for permits before the end of the year means realising building plans in 2015 with an epc-requirement of 0.6, instead of the more costly 0.4. Unfortunately, this illustrates how the ‘sustainability-mechanisms’ are still in play: plenty of ambition, but preferably without the costs. Both the costs of the lower epc-demand, as well as the method of calculation have been subjected to fierce critique, but after a long discussion, the new demands will be introduced 1st of January 2015. Partly made possible by the Lower House, which has exerted some pressure on the minister to implement the new demands. Only when the government raises the bar, guidelines are put into practise. Apparently, only very few in the business of real estate can afford to take the lead without a push. As to that, the reactions from the branch are not that different from those of the Dutch teenagers in response to the recent raise of the legal drinking age from 16 to 18 years old. After years of campaigning and debate, the government saw no other choice but to implement the new norm. And the Dutch teenagers saw no other choice but to conform, but not after some good partying before its introduction.

123


SEPTEMBER 2014 124

SCHATPLICHTIG

Dit weekend bezocht ik in Het Nieuwe Instituut de opening van de tentoonstelling over het Structuralisme: “…een stroming in de architectuur die eind jaren 50, begin jaren 60 ruimte vroeg voor de poëtische en emotionele kanten van de architectuur om zo tot een volwaardig menswaardige leefomgeving te komen.”(HNI)


Tijdens mijn studiejaren in Delft in de jaren ’80 125 was het Structuralisme nog alom aanwezig, terwijl ondertussen de eerste kennismaking met de Postmodernen de deuren naar de wereld buiten Nederland openzette. Het was het begin van de internationalisering van architectuur, maar ook van de globalisering van de beeldcultuur. De ‘starchitect’ met ‘iconic buildings’ werd een exportproduct. Inmiddels is de Nederlandse ‘export’ van architectuur in een volgende fase terechtgekomen. Steeds meer Nederlandse bureaus werken in het buitenland aan opgaven in zorg, woningbouw en stedenbouw. Onze steden, Vinex wijken (ja ook die), aandacht voor goed ontworpen woongebouwen en ervaring om in hoge dichtheid een aangename en gevarieerde woningomgeving te creëren, worden internationaal (h)erkend. Ook de specifiek Hollandse eigenschappen als het combineren van pragmatisme en idealisme en creativiteit in denken en ondernemerschap worden internationaal gewaardeerd. Toen wij onze Russische opdrachtgever vroegen waarom hij specifiek met een Nederlands bureau wilde werken, was het antwoord dan ook verrassend eenvoudig: “Voor jullie is architectuur niet een doel op zich, maar een middel”. Inmiddels vliegen we regelmatig naar Jekaterinburg om dat waar te maken. Ik realiseerde me dit weekend weer hoe schatplichtig we zijn aan het gedachtegoed achter het Structuralisme. De zoektocht naar sociale cohesie, naar humane gebouwen en leefomgevingen en flexibele structuren. Die uitgangspunten zijn immers meer dan ooit noodzakelijk om de immense groei van steden in Rusland, Ghana, China of India vorm te geven. En laten we ze ook in eigen land niet vergeten.


126 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Structuralisme Dubbeltentoonstelling Nederlands structuralisme

over

het

Het Nederlandse Structuralisme is een stroming in de architectuur die eind jaren 50, begin jaren 60 afstand nam van de technocratische planning waarmee de naoorlogse wederopbouw van het land ter hand werd genomen. In plaats daarvan vroeg het ruimte voor de poëtische en emotionele kanten van de architectuur om zo tot een volwaardig menswaardige leefomgeving te komen.

Het Nieuwe Instituut http://structuralisme.hetnieuweinstituut.nl/

Onder de titel Structuralisme opent op 20 september in de grote zaal van Het Nieuwe Instituut een tentoonstelling over het Nederlandse Structuralisme, een stroming in de architectuur die eind jaren 50, begin jaren 60 afstand nam van de technocratische planning waarmee de naoorlogse wederopbouw van het land ter hand werd genomen. In plaats daarvan vroeg het ruimte voor de poëtische en emotionele kanten van de architectuur om zo tot een volwaardig menswaardige leefomgeving te komen. Het structuralisme vormt de belangrijkste bijdrage van Nederland aan de moderne architectuur van de tweede helft van de twintigste eeuw. De dubbeltentoonstelling Structuralisme biedt een schat aan nog niet eerder vertoond materiaal uit Het Nieuwe Instituut en andere archieven. Te zien zijn o.a. foto’s van Ed van der Elsken en Johan van der Keuken, Forum-uitgaves (met in de redactie Apon, Bakema, Van Eyck, Hertzberger, Schrofer), werk van Aldo van Eyck en in wisselpresentaties Piet Blom, Theo Bosch, Joop van Stigt en Jan Verhoeven. Herman Hertzberger, een van de bekendste vertegenwoordigers van het structuralisme, toont materiaal uit zijn eigen archief. [...]


THE HERITAGE OF STRUCTURALISM

Last weekend I visited the opening of a new exposition in Het Nieuwe Instituut on Structuralism: “…a movement in architecture in the late 1950s and early 1960s, which focussed on the poetic and emotional aspects of architecture in order to achieve a full and humane living environment.” I remember that during my college years in Delft in the 80’s, Structuralism was still an integral part of my studies, while in the meantime the first acquaintances with post-modernists invoked a global outlook outside of the Netherlands. It was the beginning of the internationalisation of architecture, and globalization of image production; the start of the ‘starchitect’ with ‘iconic buildings’ as an export product. Meanwhile, the Dutch ‘export’ of architecture has shifted into a new phase. Dutch bureaus are being commissioned abroad in care, house construction, and city planning. Our cities, the typical ‘Vinexwijken’ (yes, those too), care for well-designed houses, and experience with creating a pleasant and varied living environment in densely populated areas, are being internationally recognised and acknowledged. Even the specifically Dutch characteristics of combining pragmatism, idealism, and creativity in both thinking and entrepreneurism, are being appreciated internationally. When we asked our Russian commissioner why they wanted to work specifically with a Dutch bureau, the answer was surprisingly simple: “For you, architecture is not a goal, but a means.” Meanwhile we fly to Yekaterinburg on a regular basis to realise exactly this. This weekend I appreciated again how much we owe to the ideas of Structuralism. Concepts derived from this heritage, such as social cohesion, flexible structures, and humane buildings and surroundings, should function as starting points to shape the immense growth of cities in Russia, Ghana, China, or India. Let’s not forget this heritage in the Netherlands.

127


JUNI 2011 128

DE ARCHITECT ALS JAZZMUSICUS

Op congressen, symposia, discussiefora en binnen de vakgemeenschap wordt stevig gesproken over de veranderende rol van de architect. Veel partijen zijn in een identiteitscrisis beland.


Ook de architecten staan hier middenin en 129 moeten hun ingesleten werkwijze ingrijpend veranderen. In deze transitieperiode is het niet genoeg alleen het etiket te veranderen. Een nieuwe werkwijze moet verankerd zijn in het DNA van de architect. In het huidige DNA is erkenning binnen de beroepsgroep voor veel architecten van veel grotere waarde dan waardering daarbuiten. Lange tijd is aan elke nieuwe generatie deze heroïsche traditie meegegeven: de architect als ‘dirigent’ die met een orkest een meesterwerk ten gehore wil brengen. Deze dirigent staat met de rug naar het publiek en maakt weliswaar gebruik van musici van hoge kwaliteit, maar zij moeten op aanwijzing hun bijdrage leveren. De rol van de ‘dirigent architect’ past al tijden niet meer bij de vraagstukken en de samenleving van nu, en deze crisis legt de onvermijdelijke noodzakelijke transformatie van de architect bloot. De essentie van deze transformatie is niet de veel gehoorde verkleining van de rol van de architect tot maker van een schets (Voodoo architect). Hiermee worden slechts de rollen tussen de partijen omgewisseld. Ook het containerbegrip ‘vertrouwen’ geeft onvoldoende houvast voor een nieuwe invulling van de rollen van partijen. Essentieel en zelfs waarborg voor kwaliteit in de ‘keten’ van ontwerp tot uitvoering blijft het onderkennen, en ook het enigszins schuren van belangen dat het beste in projecten naar boven brengt. Dat schuren is wat anders dan het uitvechten van (macht) conflicten. Het gaat om het elkaar uitdagen tot steeds andere, betere oplossingen. Zoals jazzmusici elkaar op kwaliteit uitdagen, plezier maken en eenzelfde basisritme telkens een andere uitvoering geven. Wij zien de rol van partijen, en dus ook van de architect, als spelers in een jazz ensemble. Waar iedere musicus, wisselend op voor- en achtergrond, zowel een inspirator als een excellerende solist kan zijn. Alle partijen in het ensemble zijn van belang, alle musici komen tot hun recht en elke keer kan een andere improvisatie ontstaan.


130 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Bouw grootste slachtoffer economische crisis De bouwsector heeft een zeer zwaar jaar achter de rug waarin de omzet met 7 procent daalde. Daarmee is de bouw het zwaarst getroffen door de economische crisis, meldde het CBS dinsdag. Het hardst werd de nieuwbouw getroffen. Daarnaast zagen architectenbureaus hun inkomsten met 14 procent dalen, waarmee de omzet in de architectenbranche met bijna de helft is afgenomen. De bouw van woningen en bedrijfspanden is het zwaarst getroffen door de aanhoudende malaise op de vastgoedmarkt. De vooruitzichten voor die branche zijn evenmin gunstig. Het aantal verleende bouwvergunningen voor woningen is vorig jaar met een derde gedaald tot 37.000, meldde het CBS in een apart bericht. Ook de totale waarde van de bouwprojecten waarvoor vergunningen werden verstrekt, ging fors onderuit.

de Architect http://www.dearchitect.nl/ business/nieuws/2013/3/bouwgrootste-slachtoffer-economischecrisis-101124559

Architectenbureaus hebben het eveneens nog steeds erg moeilijk. Zij kregen minder nieuwe opdrachten en zagen hun inkomsten vorig jaar met 14 procent dalen. Daarmee is de omzet van de architectenbranche sinds het begin van de crisis met bijna de helft afgenomen. Alleen in de grond-, water- en wegenbouw namen de omzetten toe, vooral dankzij de leggers van kabels en buizen. Die bedrijven profiteerden van overheidsmaatregelen in het kader van de Crisis- en herstelwet. Ook de aanleg van kabel- en glasvezelaansluitingen zorgde voor meer omzet. Bouwers van wegen, spoorwegen en tunnels handhaafden hun omzet op ongeveer het niveau van 2011. [...]


Daarbij staat de jazzmusicus met zijn gezicht 131 naar het publiek, is hij deelnemer en toeschouwer tegelijkertijd. De kracht zit juist in het samen muziek maken, in wisselende rollen, in de improvisatie. En om goede muziek te horen zijn goede musici nodig, of ze nu opdrachtgever, bouwer, gemeente, bewoner heten. De architect die hierin meespeelt is niet meer de ‘dirigent architect’ maar de ‘jazz architect’, als een musicus die samen met inspirerende partners aan een gevarieerd oeuvre werkt. Deze jazz architect zoekt niet enkel naar waardering in de kleine vakgemeenschap, maar bij het hele publiek en plaatst deze waardering boven ‘ijdele’ architectuurambities. Om deze rol als jazz architect te kunnen vervullen is geen heroïsche houding maar durf, flexibiliteit en vakmanschap nodig.


THE ARCHITECT AS JAZZ MUSICIAN

The evolving role of the architect is hotly debated at conferences and in the professional community generally. Many parties experience an identity crisis. Architects too must find ways to radically change their deeply ingrained, habitual practices. A new label will not suffice in these turbulent times. We need a rewriting of our architectural DNA. 132

Our current DNA highly prefers recognition from within the profession to recognition from without. Generations of architects have studied and developed in a tradition of heroism: the architect is a conductor, who uses the orchestra to produce a masterpiece. Their backs toward the audience, these conductors minutely direct every movement of the musicians of their choice. But this outdated view cannot answer the questions of our society today. The crisis demands a transformation of our architectural identity. This transformation should by no means entail a mere reduction of architecture to the production of sketches (Voodoo architecture), as is often heard. It would not solve anything. Neither does emphasizing ‘trust’ bring together all the involved parties. Essential to a successful chain of events leading from design to product are tensions between the interests of different parties. Navigating these tensions must not be a struggle for power, but a challenge that brings out the best in the other, stimulating us devise better solutions. Like jazz musicians, who challenge each other, play, ask and reply, and in every performance improvise on a theme. We see the role of all the involved parties, including the architect, as member of a jazz ensemble. Each musician varyingly leads and supports, plays a solo or carries the theme. All members matter equally, and each performance a new improvisation can emerge. The jazz musician faces the audience, is participant and observer at the same time. The music’s strength derives from these dynamic interactions. Good music still requires good players, be they the client, contractor, city, or resident. But the ensemble no longer has an ‘architect conductor’. Enter the ‘jazz architect’: a musician that plays together with inspiring colleagues on a varied body of work. The jazz architect plays not to outshine their fellow pianist or cellist, but to inspire an audience. Achieving this role, and letting go of our heroic vanity, requires courage, flexibility, and craftsmanship.


133


MAART 2011 134

DE TOEGEVOEGDE WAARDE VAN DE ARCHITECT!?!

Een collectieve zoektocht naar de ‘toegevoegde waarde van de architect’ heeft zich meester gemaakt van onze professie.


In de afgelopen maanden heb ik in vele net- 135 werkbijeenkomsten, congressen, blogs, presentaties deze vraag centraal zien staan. Ook in het laatste nummer van de Architect zijn meerdere artikelen gewijd aan dit thema. Nergens is deze zoektocht echter scherper, breder en persoonlijker beschreven dan in het boek van Eric J. Cesal, ‘Down Detour Road.’ An architect in search of Practice. Het boek van Eric Cesal is het tragikomische verslag van een jonge Amerikaanse architect die op het dieptepunt van de crisis afstudeert. Zoals zo veel architecten in deze tijd merkt hij na zijn studie, waar architectuurstudenten overtuigd waren van hun onmiskenbare waarde, dat in de harde buitenwereld architectuur als een overbodig luxe-artikel wordt beschouwd. De zoektocht naar werk wordt een Detour (die minder snel en direct is, maar naar nieuwe inzichten en kansen leidt), een zoektocht naar nieuwe architectonische waarden in een veranderende maatschappij. Met humoristische persoonlijke anekdotes en scherpe cijfermatige analyses (de auteur is ook Master of Business Administration) laat hij ons in hoofdstukken als ‘Great Architecture is like Pulling Teeth’ and ‘The difference between Hookers and Architects’ op een figuurlijke reis alle uithoeken en uitwassen maar ook de mooie vergezichten van en de grote liefde voor zijn vak zien. Onderweg onderzoekt hij alle betekenissen die het vak van architect kan aannemen. In hoofdstukken als de ‘Risk Architect’ en de ‘Idea Architect’ analyseert Cesal op genadeloze en grappige maar altijd scherpe wijze de cijfers achter onze toegevoegde waarde. Met vergelijkingen over de waarde van ontwerp en creativiteit in producten zoals Iphone en muziekhits berekent hij in architectuurprijsvragen en in reguliere opdrachten de waarde van het ontwerp in relatie tot andere diensten. Hij komt daarin tot schokkende conclusie over hoe wij zelf onze waarde snappen en vergoed weten te krijgen.


Een van de onderliggende oorzaken is volgens Cesal het gebrek aan zichtbaarheid of kennis van het feitelijke werk van de architect. Want hoewel architectuur de laatste 20 jaar volop in de belangstelling staat, worden architecten vooral als icoonmakers belicht. Deze mystificatie heeft onze professie een benijdenswaardige vrijheid gegeven, maar dit heeft ook een hoge prijs, stelt Cesal. De keerzijde van deze 136 comfortabele positie is dat de kennis en de waardering voor ons feitelijke werk zijn geminimaliseerd. En zijn we nauwelijks getraind in het debat met die buitenwereld waarin we onze waarde moeten bewijzen. Ook in Nederland is het werk van architecten de laatste decennia steeds verder van de gebruikers af komen te staan. Wijken worden gepland door stedenbouwkundige en projectbureaus, huizen worden als producten op de markt gezet, beleggers ontwikkelen kantoorgebouwen voor anonieme huurders, wethouders zoeken architecten voor musea en onderwijsinstellingen willen iconen voor hun profilering. En hoewel architecten en masse contact met gebruikers ambiëren en breed hun luisteren belijden, is de knoop tussen het dienen van de kunst en het dienen van de mens nog niet ontward. Daarbij komt dat voor architecten erkenning binnen de beroepsgroep van veel grotere waarde is dan erkenning daarbuiten. En deze waarde wordt nu eenmaal groter naarmate de heroïsche daad van de architect, het vernieuwende design en de abstractie van maatschappelijke beloftes ver boven het gewone, goede en gewenste uitstijgt. Ook in het onderwijs wordt deze heroïsche traditie aan elke nieuwe generatie meegegeven. Cesal: “De harde werkelijkheid is dat er een kloof ligt tussen de opgave die we leren te ambiëren en datgene waartoe we werkelijk in staat zijn. Elke jonge architect droomt van een rol als schepper, als vormgever niet alleen van een gebouw, maar ook van de cultuur, de geschiedenis, de stad, en de maatschappij. Op een gegeven moment komt de architect tot de conclusie dat dit grotendeels een mythe is,


De architect heeft weinig controle over de ge- 137 bouwde omgeving, zijn keuzes zijn beperkt en worden hem opgelegd.” Cesal stelt zich dan ook de vraag of de overmatige bewondering van de heroïsche architect met zijn sweeping statements, scripting en iconografische beeldtaal de kracht en de autoriteit van de architect niet juist heeft ondermijnd. Wellicht zijn we gaan denken dat het mysterieuzer en ongrijpbaarder maken van ons werk, ons meer aanzien en status zou geven. Het tegenovergestelde is echter het geval. Want hoe mystieker, ongrijpbaarder en hoogdravender we ons werk maken, hoe slechter onze waarde valt te bewijzen. Het heeft ons kwetsbaar en machteloos gemaakt. In het leuke hoofdstuk ‘Kings, Not Sorcerers’ stelt Cesal dat architecten een heldere en transparante verantwoording over hun werk moeten kunnen afleggen. Zodat architectuur niet alleen maar in hoogdravende termen of papieren ambities besproken wordt, maar feitelijk en nuchter wordt verantwoord, gemeten, beoordeeld, besproken en daardoor uiteindelijk gewaardeerd. In een van de laatste hoofdstukken stelt Cesal dat, hoewel wij er zelf anders over denken, onze waarde nu eenmaal niet voor iedereen en voor alles evident is. Hij haalt daarbij de filosoof Alain de Botton aan, dat “the noblest of architecture can sometimes do less for us than a siesta or an aspirin.” Uiteindelijk ontdekt Cesal, dat alleen bruikbare en inzetbare architectuur maatschappelijke vragen van deze tijd kan beantwoorden. Het boek is een optimistisch manifest voor de dienst die architectuur verleent. Ze is meer dan alleen het product dat meestal architectuur genoemd wordt. Down Detour Road is een ‘essential roadmap’ die een heldere hoopvolle en pragmatische uitweg biedt in een tijd waarin we grote uitdagingen aan moeten gaan.


138 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Down Detour Road: An Architect in Search of Practice

amazon https://www.amazon.com/Down-Detour-RoadArchitect-Practice-ebook/dp/B0058VTHPA

I paused at the stoop and thought this could be the basis of a good book. The story of a young man who went deep into the bowels of the academy in order to understand architecture and found it had been on his doorstep all along. This had an air of hokeyness about it, but it had been a tough couple of days and I was feeling sentimental about the warm confines of the studio which had unceremoniously discharged me upon the world. -- from Down Detour RoadWhat does it say about the value of architecture that as the world faces economic and ecological crises, unprecedented numbers of architects are out of work? This is the question that confronted architect Eric Cesal as he finished graduate school at the onset of the worst financial meltdown in a generation. Down Detour Road is his journey: one that begins off-course, and ends in a hopeful new vision of architecture. Like many architects of his generation, Cesal confronts a cold reality. Architects may assure each other of their own importance, but society has come to view architecture as a luxury it can do without. For Cesal, this recognition becomes an occasion to rethink architecture and its value from the very core. He argues that the times demand a new architecture, an empowered architecture that is useful and relevant. New architectural values emerge as our cultural values shift: from high risks to safe bets, from strong portfolios to strong communities, and from clean lines to clean energy. This is not a book about how to run a firm or a profession; it doesn’t predict the future of architectural form or aesthetics. It is a personal story -and in many ways a generational one: a story that follows its author on a winding detour across the country, around the profession, and into a new architectural reality.


THE ADDED VALUE OF THE ARCHITECT

A collective search for ‘the added value of the architect’ has taken possession of our profession. In recent months, during many network meetings and conferences, in blogs and presentations, this central question was listed. However, nowhere this quest is sharper, wider and more personal than described in the book by Eric J. Cesal, ‘Down Detour Road’. An architect in search of Practice. The book of Eric Cesal is the tragicomic account of a young American architect who graduates at the height of the crisis. Like many architects at this time, he discovers after his study – where architecture students were convinced of their undeniable value – that in the real world architecture is considered an unnecessary luxury. The search for work, called a Detour (less fast and directly, but leads to new insights and opportunities), becomes a search for new architectural values in a changing society. With humorous personal anecdotes and sharp numerical analyses (the author is also Master of Business Administration) Down Detour Road, with chapters like ‘Great Architecture is like Pulling Teeth’ and ‘The difference between Hookers and Architects’, is a metaphorical journey to all corners and excesses, but also to the great beauty of his profession. Along the way, he explores all meanings the profession of an architect can adopt. In chapters as the ‘Risk Architect’ and ‘Idea Architect’ Cesal analyses in a mercilessly and funny but always sharp way the numbers behind our added value. With comparisons of the value of design and creativity in products like the iPhone and music hits, he calculates the value of the design in architectural competitions and regular assignments in relation to other services. He comes to a shocking conclusion about how we understand our own value ourselves and how we try to market it. One of the underlying causes, according to Cesal, is the lack of visibility or knowledge of the actual work of the architect. For although architecture is in the spotlights for the last 20 years, architects are especially seen and framed as icon makers. This mystification of our profession has an enviable attraction, but it also has a high price, says Cesal. The downside of this comfortable position is that the knowledge and appreciation of our actual work is minimized. Moreover, we are barely trained in debate with those out-

139


side our own world, where we have to prove our worth. Recognition of the value of architecture is much higher within the profession than outside it. And this recognition will always be greater as long as the heroic act of the architect, the innovative design and the abstraction of social promises is considered to be far above the ordinary, socially and morally desirable. Also in our educational institutions, this heroic tradition is passed over to each new generation. 140

Cesal: “The harsh reality is that there is a gap between the task that we learn to aspire and the one which we are really capable of. Every young architect dreams of a role as creator, not just of a building, but also of the culture, the history, the city and society. At one point, the architect comes to the conclusion that this is largely a myth, the architect has little control over the built environment, his choices are limited and will be imposed on him. “ Cesal suggests that the excessive admiration of the heroic architect, with his sweeping statements, scripting and iconographic imagery, has undermined the power and authority of the architect’s profession. Perhaps we think that this mysterious and elusive ‘making’ gave our work more prestige and status. The opposite is the case. For the more mystical, elusive and pretentious our work is, the worse our value could be proved. It has made us vulnerable and powerless. In the great chapter ‘Kings, Not Sorcerers’ Cesal suggests that architects should take more and transparent accountability for their work. Not only for the ‘architecture’ in pompous terms, but factually measured, reviewed, discussed and ultimately appreciated for that very reason. In one of the last chapters Cesal suggests that, although we ourselves think differently, our value is just not obvious for everyone and everything. He cites the philosopher Alain de Botton, that “the noblest of architecture can sometimes do less for us than a siesta or an aspirin.” Cesal eventually discovered that only usable and deployable architecture can answer the social questions of our time. The book is an optimistic manifesto for the service that architecture provides. That is more than just the product architecture is usually called. Down Detour Road is an ‘essential roadmap’ that offers a bright, hopeful, and pragmatic answer to the great challenges we face.


I have a job, a mission

Thanks again, Eric

My editor and I went back and forth many times about the sub-title. “In Search of Work” “In Search of Meaning” “In Search of a Job” were all considered. Ultimately, “Practice” won out because that was really what I was searching for and that is ultimately what I found in the end. At the story’s close, I hadn’t found a job, the earthquake hadn’t happened, and I was still, in some literal way, sitting around. But I had found something: a way to practice. A way to understand what architecture was and how to do it. Not in some external, universal way, but in a way that worked for me, a way that allowed me to sleep at night and not feel like I had wasted the last ten years of my life. [...]

In that sense, I’m not waiting out anything. I have already moved past the Great Wake at a personal level. and a family of truly wonderful architects that I work with.

I view my move to Haiti, and the work that I’m doing here, as the high expression of the ideals espoused in the book. I believe that I am here making a case for the value of architecture and its relevance on the planet as it exists today. I don’t believe that someone would need to move to Haiti to do so, but I had a certain flexibility in my life that the book’s publishing made possible, so I moved forward with the decision. Similarly, my work on the Katrina reconstruction was not a detour or a distraction, but an attempt to find for myself where architecture’s value lies. In no small way, I believe that the work that Architecture for Humanity is doing in Haiti (and everywhere else, for that matter), makes the case for the small practitioner doing residential work in rural middle America. It identifies architects as responsible citizens, adept problem solvers, and true professionals.

The title as metaphor, was really meant to suggest that unemployment was a detour – from the normal expected life of architects. That may seem strange, in that many architects have come to expect long bouts of unemployment as a necessary fact of life. But I was also, at some level, trying to argue that we shouldn’t expect such things. That we should treat unemployment, wage suppression, and general professional dissatisfaction as aberrations in what should be the life of an architect. If we really believe in what we’re doing, we should believe in its value and treat it as such.

Thank you so much for your very kind and generous review. It is a great thrill to know that my small book is resonating with at least a few people. It began as a series of disjointed thoughts on architecture, and through the support and prodding of many, evolved into what it is. [...]

Dear Marianne,

141


JANUARI 2011 142

DE VINGER OP DE ZERE PLEK

Wat is de samenhang tussen de misstanden in het aanbestedingscircuit en de gretigheid waarmee architecten zich storten op visies, prijsvragen en studies? Deze samenhang is veel groter dan we ooit zullen willen inzien...


In de vorige blogs van Harm Tilman wordt op 143 rake wijze ingegaan op de huidige misstanden in de aanbestedingscultuur rond architectenopdrachten. Onwaarschijnlijke omzet- en ervaringseisen zijn één kant van zijn verhaal. De andere is dat de investeringen die de beroepsgroep bij het verwerven van de opdracht doet, in geen verhouding staan tot de waarde en de haalbare winst van de opdracht. In het laatste rapport van Architectuur Lokaal wordt berekend dat de gemiddelde opdracht in een Europese aanbesteding een honorarium kent van € 350.000. Hiervoor wordt gemiddeld aan de eerste ronde € 8.500 (stel 106 uur à € 80 de tarieven zijn vaak nog lager in de branche) besteed door veertig bureaus, totaal € 340.000. Stel, vijf bureaus in de tweede ronde besteden nog eens € 30.000 (stel 375 uur) per bureau = € 150.000. De totale investering bedraagt ca € 500.000. Hier wordt dus totaal 4.240+1.875= ruim 6.000 uur door de branche aan de selectie besteed. Het winnende bureau heeft bij aanvang van de opdracht al minimaal € 38.500 geïnvesteerd. Uitgaande van een winstpercentage van 5% zou de omvang van het honorarium van de opdrachtomzet dus minimaal € 760.000 moeten bedragen om kostendekkend te kunnen worden uitgevoerd. De uiteindelijke opdracht kent in dit voorbeeld echter een honorarium van slechts € 350.000. De maximaal te verwachten winst is slechts € 17.500, afgezet tegen de al geïnvesteerde € 38.500. Een door het bureau nooit terug te verdienen investering dus! Door de branche als geheel is in totaal 6000 uur gewerkt zodat een opdrachtgever een architect kon selecteren en een bureau mogelijk €17.500 kan verdienen: branchebreed is er gewerkt voor €17.500 : 6.000 uur. Dus voor € 2,90 per uur. Daarop volgt nog dat in de selectie tijdens de laatste ronde ook op het honorarium in concurrentie wordt geselecteerd. De winnaar heeft vaak met een veel te laag honorarium ingeschreven (50% kostprijs is nu gebruikelijk), wat dus ook bij de uiteindelijke opdracht weer tot verlies leidt. Een vicieuze cirkel met de bodem als uitkomst.


Hoe komt het dat de branche als geheel zich zo gulzig en vol overgave in dit circus stort? Ook hier ontkomen we niet aan een kritische zelfanalyse. Wij kijken daartoe naar een ander ritueel in onze branche: dat van prijsvragen, ideeëncompetities en eigen studies. Hoewel Europese aanbestedingen sterk worden bekritiseerd, worden prijsvragen, ideeëncompetities en eigen studies wel degelijk gewaardeerd. Zij 144 bevestigen namelijk de status van een architect als ideeëngenerator en als maatschappelijk betrokken inspirator. Zeker op dit moment wordt bij gebrek aan echte opdrachten door vrijwel alle bureaus (met inzet van talloze onbetaalde stagiaires) volop meegedraaid in de mallemolen van studies, onderzoeken en initiatieven. De resultaten worden vervolgens blijmoedig van de daken geschreeuwd! Dat ideeën als product waarde hebben is duidelijk, ze zijn immers de voedingsbodem van allerlei essentiële ontwikkelingen, zowel materieel als immaterieel. Toch geven we met onze werkwijze het signaal af, dat ons eigen product, bestaande uit ideeën, ontwerp en diensten, geen waarde heeft. Het is immers via prijsvragen en selecties gratis te verkrijgen en beschikbaar voor iedereen die deze waarde kan of wil verzilveren. De achtergrond van deze werkwijze is te vinden in de oude culturele regels waarmee architecten worden opgeleid aan universiteiten. Daar leren ze dat ideeën collectief eigendom zijn. Deze worden in eigen kring inhoudelijk competitief tegen elkaar gebruikt en beschikbaar gesteld zonder enige claim op de waarde die ze vertegenwoordigen. Dit model was effectief zolang de materiële waarde van deze kosteloze ideeën werd beschermd in een redelijk zachte beroepspraktijk, waarin weliswaar niet het idee sec werd betaald, maar de uitwerking tot product redelijk werd vergoed. Op deze manier kon een evenwicht ontstaan tussen investering en opbrengst, zowel materieel als immaterieel. In de huidige tijd waarin concurrentie en marktwerking leiden tot een harde beroepspraktijk, werkt dit culturele model niet meer. In de commerciële wereld wordt een product


op eigen risico ontwikkeld, maar uiteindelijk 145 niet gratis weggegeven. Van een product dat waarde creĂŤert, dienen niet alleen de productiekosten, maar ook de ontwikkelkosten en het genomen risico te worden terugverdiend. De architectuurbranche moet een keuze maken tussen deze twee werelden. Ze mag en kan ze niet vermengen. Ze mag bijvoorbeeld niet op eigen risico producten ontwikkelen (bv in prijsvragen) en deze gratis weggeven, wanneer deze investering vervolgens in een commerciĂŤle en zwaar concurrerende markt niet is terug te verdienen (zie het eerder besproken rekenmodel). Waar het aan schort, is dat wij als branche onvoldoende in staat zijn om onze toegevoegde waarde volgens de ene of de andere weg inzichtelijk te maken en te verzilveren. Daar zit wat ons betreft de crux. De branche hoopt en verwacht nog steeds dat de culturele- en de vertrouwenswaarde van onze bijdrage weer bovenaan komen te staan en overeenkomstig zullen worden gewaardeerd. De vraag is echter of dit terugkomt en of we onszelf niet op een andere manier moeten uitvinden. We dienen (in het belang van de culturele en maatschappelijke opgave) ons bestaansrecht te versterken door in het centrum van de keten terecht te komen in plaats steeds verder weg te worden gedrukt naar de periferie.


146 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Aanbestedingen en geschonden zelfvertrouwen Op de meeste architectenbureaus waar ik kom, is het doodstil. Geen telefoontjes van potentiële opdrachtgevers, projecten die worden stilgezet, collega-bureaus die failliet zijn gegaan of een doorstart maken. Verontrustender wellicht is dat architecten nauwelijks zijn betrokken bij het creëren van de juiste condities voor hun vakbeoefening.

de Architect http://www.dearchitect.nl/business/ blog/2010/10/aanbestedingen-en-geschondenzelfvertrouwen-101117641

In het afgelopen week gepubliceerde regeerakkoord van het beoogde kabinet Rutte Verhagen valt het woord architectuur geen enkele keer. Wel komen er (overigens terecht) 500 agenten om de dierenmishandeling te bestrijden, maar geen spoor van plannen om de hardst door de economische crisis getroffen branche te ondersteunen. Het is een uiterst pijnlijke constatering, maar in de ogen van het publiek lijkt architectuur er nauwelijks toe te doen. Uit onderzoek dat USP Marketing Consultancy onlangs in opdracht van Jong Onroerend goed Rotterdam [JOR] uitvoerde naar Rotterdam als architectuurstad bleek, dat architectuur vooral wordt geïdentificeerd met gedurfde en aparte gebouwen. Maar op de vraag of architectuur bijdraagt aan ‘de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad’, antwoordde slechts elf procent bevestigend. En een magere achttien procent is bereid ‘iets meer te betalen’ om in ‘toonaangevende architectuur’ te wonen. De meest beroemde architecten van de afgelopen generatie – Frank Gehry, Rem Koolhaas, Norman Foster – bouwden hun reputatie op bijzondere projecten: een museum, een hoog gebouw, een bibliotheek, een stadion. [...]


HITTING THE NAIL ON THE HEAD

Could there be a relation between the harshness of our tender-system and the eagerness with which architects produce studies and visions, or participate in competitions? I believe so, and a much more significant one than we will ever be willing to admit… In his recent blog-posts, Harm Tilman succinctly treats some of the most pressing problems with the Tender-system for architectural assignments today. On the one hand, he points toward the astounding requirements for applicants concerning past revenues and experiences. On the other hand, he emphasises the disproportionately large discrepancy between investments on the part of the applying architect and the potential value and profit of the assignment in question. According to the latest report by the independent procurement and design-competition office Architectuur Lokaal, the average assignment in a European tender offers a €350,000 fee. During the first round, an average of forty firms spend €8,500 (106 hours at €80 an hour – still a comparatively high sum in the sector), a sum investment of €340,000. Let’s say that, during the second round, five firms spend another €30,000 (375 hours) each; an additional €150,000. The sum total investment by all architectural firms during a selection is around €500,000. Together, they spend some (4,240+1,875=) 6,000 hours of work. The winning firm has already spent at least €38,500 before the actual assignment begins. Assuming a profit-margin of 5%, the winning fee should therefore be at least €760,000 if it is to cover the assignment’s execution. In this example, however, the winning fee is a meagre €350,000. Now, the maximum expected profit is only €17,500, so the firm does not even stand a chance at earning back their initial €38,500 investment! In this way, it costs the sector 6,000 hours of work to make it possible for a client to select one firm that stands to earn much less than they invest, namely €17,500. Effectively, we collectively work for €2,90 an hour. But it gets worse, because there is often competition during the selection on the winning fee. The winner, more often than not, applied with a fee of up to 50% below production costs, which of course translates into losses during the actual assignment: a destructive vicious circle.

147


How is it possible that the entire sector so eagerly and passionately participates in this rat race? We must confront ourselves in the mirror. Let’s talk about some widespread rituals: project- and concept-competitions, and studies. While there is ample critique on European tenders, everyone appreciates competitions and studies. These confirm the image of the architect as a creative innovator and a socially engaged, inspiring thinker. In these times of crisis especially, the void of paid work is being filled by working around 148 the clock (and with the help of innumerable unpaid interns) on research projects and interesting initiatives. Results are publically celebrated time and again. It is evidently clear that ideas are valuable products. They form the basis of many essential developments, both material and immaterial. Yet with our habit of freely producing ideas, designs, and other services, we are giving off the impression that these really aren’t worth anything. Everything that we produce for competitions or that we publish is up for grabs by whoever is looking for business-opportunities. The origin of this habit lies in the universities, where old cultural ideas dominate the education of new generations of architects. Students learn that ideas are collective property. Within professional circles, ideas could be competitively developed and shared without any direct claim to their potential value. This worked fine at a time when the ideas itself where not the main source of income, but the expertly participation in realising a final product. In this way, a healthy balance existed between investment and profit, both material and immaterial. How different are things today, when a free market leads to a harsh reality in the profession, and a culture of freely sharing ideas causes dysfunction. In a commercial world, products are developed at one’s own risk, and not handed out for free. And for a product that creates value, not only should the direct production costs be paid, but also the costs and risks of its development. We must choose between these two modes of work. We should not want to, or be allowed to mix them. We should no longer, for example, develop products at our own risk (e.g. for a competition) and hand them out for free, when it will be impossible to earn back that investment in a highly competitive and commercial market (see the example above). What we lack is the ability to clearly articulate, motivate, and sell our expertise as designers in producing added va-


lue. That’s the crux of the matter, as far as we are concer- 149 ned. The sector is still hoping that someday the cultural value of our work will be celebrated again, and awarded accordingly. Perhaps we should not wait and see, but rather reinvent ourselves as architects. We must (for the sake of the cultural and social questions at hand) take up our position at the centre of the playing field, before we get pushed entirely to the periphery.


DECEMBER 2010 150

SCHIPPERS EN ARCHITECTEN

Wat is de overeenkomst tussen schippers en architecten? Op het eerste gezicht niks: water, in plaats van land; fysieke arbeid in plaats van schetsen en praten; lege natuur in plaats van bouwen.


Zo zijn er nogal wat schijnbare tegenstellingen 151 te bedenken. Des te opvallender dat, kort achter elkaar, twee scheepsvertellingen een sterk beeld opriepen dat typerend is voor de architectenwereld. “Jullie in Europa zijn alleen maar bezig met het heen en weer schuiven van dekstoelen op de Titanic,” vertelde een geëmigreerde Nederlander mij in het sterk ontwikkelende Brazilië. Deze treffende beeldspraak beschrijft feilloos de discussie tussen architecten onderling over de positie waarin de branche terecht is gekomen. Onze vorige blogs hebben heftige reacties opgeroepen van voornamelijk collega-architecten. Vaak instemmend en opgelucht, soms ‘badinerend, onzinnig, gemakkelijk’. Ook de kreet ‘BNA bashing’ is voorbijgekomen. Op zich goed, want een onderwerp dat sterk leeft, roept zowel herkenning als ontkenning op. De felste reacties komen van architecten, want niemand anders maakt zich druk over deze discussie. Terwijl architecten overtuigd blijven van hun eigen onmisbaarheid, hebben ze nauwelijks in de gaten dat ze steeds minder bij het gesprek om hen heen worden betrokken. En terwijl het krachtenveld in hoog tempo verandert en partijen nieuwe allianties smeden, staan zij te schuiven met dekstoelen, driftig te discussiëren of de zonnige kant van het dek aan stuurboord of bakboord ligt. En wie op een stoel mag liggen en voor wie geen plek meer is. Maar ondertussen zit er een flink gat in de romp van het schip. Ondanks de alarmerende berichten bleef ook op de Titanic de bemanning rustig en speelde het orkest gewoon door … In de LEVS blog ‘Olie op het vuur’ wordt aangestuurd op het niet langer blijven schuiven met de dekstoelen maar direct naar het lek in het onderliggende schip te kijken. De crisis heeft de situatie in de branche verergerd, maar is in essentie niet de oorzaak. De huidige situatie in de architectenbranche moet vanuit een veel breder en hoger blikveld worden bekeken.


152 WAAN VAN DE DAG DAILY NEWS GRIND Geachte redactie Peter Noordermeer verbaast zich erover dat ‘binnenschippers onder de kostprijs varen en dan toch nog iets kunnen verdienen’

de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/archief/ geachte-redactie~a1047809/

Vaste Kosten - Dat klinkt inderdaad gek, maar het kan wel. De kostprijs bestaat uit vaste en variabele kosten. Vaste kosten zijn de kosten die je hebt, ook als je niet produceert. Een binnenschipper schrijft bijvoorbeeld af op zijn schip, ook als hij niet vaart. Variabele kosten maak je als je produceert. Bijvoorbeeld de kosten van stookolie: die kosten maakt een schipper alleen als hij daadwerkelijk vracht vervoert. En nu de clou. Als een schipper met een vracht minder verdient dan de totale kosten, maar meer dan de variabele kosten, dan kan hij die vracht maar beter wel vervoeren. Want doet hij het niet, dan zit hij toch nog met de volledige vaste kosten. Vaart hij wel, dan maakt hij tenminste een deel van de vaste kosten goed. Oftewel: hij maakt geen winst, maar verdient toch nog iets. Thomas de Boer, Groningen Misstanden - Vol afschuw las ik het artikel over de slechte behandeling van opgepakte vreemdelingen (Uitgelicht, 8 november). Normaal houd ik er niet van om onmiddellijk te wijzen naar de verantwoordelijken voor misstanden, omdat niet alle facetten bekend zijn. In dit geval zet ik mijn twijfel aan de kant. Welke idioten bedenken dit en wie wil dit nog uitvoeren ook? Chris van der Meulen Politietrainers - Christa Meindersma, adjunctdirecteur van het Centrum voor Strategische Studies in Den Haag, pleit voor uitzending van Nederlandse politietrainers naar Afghanistan. [...]


Nodig is een analyse waar de zwakheden zit- 153 ten en welk mechanisme ervoor zorgt dat het lek zoveel schade aanricht. Het onderzoek dat Arie Verbeek deze zomer deed in opdracht van de minister van Verkeer en Waterstaat over de binnenschippers bevat (ook voor architecten) treffende analyses over de malaise in de schippersbranche. In de Volkskrant van 5 november 2010 zei Verbeek in een interview met Yvonne Hofs: “Er is geen gezonde machtsverhoudingen in de schippersbranche. Hun opdrachtgevers, de verladers, staan veel sterker.” Maar Verbeek signaleert ook een gebrek aan werkelijke overtuiging: “Een van de dingen die ik schippers verwijt is dat ze niet duidelijk kunnen maken wat hun toegevoegde waarde is boven transport over land”. De analyse van de onderliggende oorzaken volgt verderop in het interview: “Schippers zijn pure individualisten. De angst voor samenwerken komt voor uit angst voor verlies van vrijheid. Het schipper-zijn zien ze niet als beroep of bedrijf, maar als levenswijze. Zolang een schipper zijn dieselolie kan betalen, blijft hij doorvaren.” En daar ligt de relatie tussen schippers en architecten: onze kracht, onze ‘leefwijze’ is tegelijkertijd onze zwakte. Hoe kan je anders verklaren dat de architectendiensten voor een brede school onlangs zijn aanbesteed voor 20% van de offerte van een ervaren bureau dat op kostprijs inschrijft?


CAPTAINS AND ARCHITECTS

What do captains and architects have in common? Very little, at first sight: water versus land, physical labour versus drawing and talking, the open sea versus a built environment. All the more reason to be surprised when recently two stories from sea were strongly reminiscent of our architectural world. 154

“In Europe, all you are doing is reshuffling deck-chairs on a Titanic,” an emigrated Dutch national living in the quickly developing Brazil told me. This metaphor neatly captures the discussion between architects concerning the current state of the sector. Our recent blog-posts have evoked heartfelt responses, with fellow architects especially. Often positive feelings of relief and agreement, sometimes feelings of resentment: ‘absurd, nonsense, too easy!’ And our favourite: ‘BNA bashing.’ Good signs, because these stark feelings of recognition and denial indicate a controversial, topical issue. The most heated responses come from architects because no one else really cares about the issues we bring up; while architects remain convinced of their indispensability, they fail to notice how they are being excluded more and more from the larger conversation. While the playing field is rapidly changing, and many parties are actively forming new alliances, architects are reshuffling deck-chairs, quibbling about whether the sunny side is the starboard or port side of the ship. Or about who gets to lie in a chair and who gets left out. Meanwhile, there is a major hole in the already sinking vessel. Despite the alarming news, the Titanic’s orchestra too kept on playing… Our previous blog-post ‘Adding fuel to the flames’ summons everyone to stop fiddling on the deck, and rather focus on the hole in the ship’s hull: though the recent crisis has aggravated our situation in the sector, the crisis is not what is causing our problems. We must zoom out to be able to see the true cause. And then assess which mechanisms allow that hole in our ship to have such overwhelming effects. Arie Verbeek’s recent study of unrest in the inland navigation sector, commissioned by the Dutch Ministry of Transport, Public Works, and Water Management, has a lot to teach not only captains or policymakers, but architects too. In an interview with de Volkskrant on 5 November 2010, Verbeek said: “there is a general lack of healthy power-relations in the sector between the cargo-loaders and the trafficking captains. Loaders have a significantly more secure position


than captains.” But Verbeek also signals a lack of conviction, 155 or well-articulated motivation with the latter: “An important problem among captains, I think, is that they cannot make it clear what the added value of transport over water is, compared to transport over land for example.” An analysis of some underlying mechanisms follows in the latter part of the interview: “Captains are one-hundred-percent individualists. They fear collaboration because they fear losing their freedom. They see being a captain not merely as a profession, it is a lifestyle. A captain will continue to sail their ship for as long as they can pay their diesel.” This is what captains and architects have in common: our strength, our ‘lifestyle’, is simultaneously our greatest weakness. Or how else could we explain that a recent tender for a general school has finally been settled at 20% of the price that an experienced firm would charge if it wants to be cost-effective?


BIO Marianne Loof studeerde in 1989 cum laude af aan de TU Delft. In hetzelfde jaar richtte zij in Amsterdam met Jurriaan van Stigt het bureau Loof & van Stigt Architecten op. Nadat Adriaan Mout in 2005 als partner toetrad, kreeg het bureau de naam LEVS architecten. Met een team van 35 mensen werkt LEVS inmiddels aan projecten in Europa, Rusland en 156 Afrika. Marianne realiseerde uiteenlopende ontwerpen op het gebied van woningbouw, onderwijs en zorg, maar ook complexe gemengde opgaven met culturele en commerciële programma’s. Haar drijfveer daarbij is het maken van kloppende, mooie gebouwen die de tand des tijds doorstaan. Gebouwen waarin bewoners en gebruikers met liefde wonen en werken. Voor Marianne staan ontwerpen nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een buurt, een dorp of een stad, en vormen onze leefomgeving. Het creëren van duurzame ruimtelijke kwaliteit ziet zij dan ook als een collectieve verantwoordelijkheid. Daarvoor is idealisme nodig, maar ook realisme. De combinatie van beide leidt tot ontwerpen die ook op de lange termijn boeien en overtuigen. Tussen 2011 en 2017 is Marianne als voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in Amsterdam actief betrokken geweest in het publieke stedelijke debat, en was ze verantwoordelijk voor de adviezen van vier subcommissies aan de gemeente over architectuur en monumenten, vergunningen, planontwikkeling, en ruimtelijke kwaliteit in de stad. Tevens was Marianne van 2009 tot 2012 lid van het College van Toezicht van de BNA, en is zij daar sinds 2012 bestuurslid.


BIO Marianne Loof studied architecture at Delft University of Technology, and graduated with honours in 1989. In that same year, she co-founded Loof & van Stigt Architecten in Amsterdam with Jurriaan van Stigt. After Adriaan Mout became third partner in 2005, the office was renamed LEVS architecten. With a team of thirty-five people, LEVS is currently working on projects in Europe, Russia, and Africa. Over the past three decades, Marianne has realised various designs for residential, educational, and care projects, as well as complex mixed assignments with cultural and commercial spaces. Her drive is to create clever, beautiful buildings which last. Buildings in which people can develop a passion for their life and work. To Marianne designs never exist in a vacuum. They always form part of their surroundings, neighbourhood, or town, and will invariably shape any living environment. The creation of spatial quality, therefore, is a collective responsibility. This requires idealism and realism in equal measure. And the balance of both results in the kind of designs that convince and sustain in the long run. Between 2011 and 2017, Marianne has been actively involved in the public urban debate as Chair of the Urban Quality Advisory Committee for the Amsterdam city council. She has been responsible for the advises of four subcommissions on architecture and heritage, permits, design development, and urban quality in the city. Furthermore, between 2009 and 2011, Marianne has been member of the Supervisory Council to the BNA, the Royal Institute of Dutch Architects, where she is a board member since 2012.

157


158 initiatief & voorwoord initiative & foreword Jurriaan van Stigt en Adriaan Mout uitgever publisher LEVS architecten levs.nl columns columns Marianne Loof redactie editors Hester Wolters Thijs van Stigt vertaling translation Thijs van Stigt ontwerp & productie design & production Katja Wachtelborn druk print robstolk ÂŽ drukdatum print date mei 2017 May 2017 ISBN 978-90-826949-0-1

De makers van dit boek hebben zich ingezet om alle eigenaren van het getoonde beeldmateriaal te benaderen. Mocht er een beeld tussen staan wat van u is dan kunt u zich ten alle tijden melden. The editors of this book have strived to approach all the copyright holders of the here published images. Should your image have gone unaccredited, please feel free to contact us at any time.


159


“Afgelopen week liep ik bij min 28 graden door de Russische stad Jekaterinburg. De architect Boris Dimidov liet me in korte tijd een aantal pareltjes van constructivistische architectuur in de stad zien. Het optimisme, de openheid en het grote geloof in de opbouw van een nieuwe samenleving is nog steeds voelbaar, hoe anders de utopie ook heeft uitgepakt...” Verwondering, frustraties, observaties. Architect Marianne Loof stuurt ze regelmatig de wereld in met haar columns. ‘Dat kan beter - Marianne Loof en de waan van de dag’ is een bundel van deze stukken die met een constant scherpe analyse de lezer uit balans zullen brengen en inspireren om met een frisse blik tegen de rol van architectuur in de samenleving aan te kijken. “Last week, at minus 28 degrees, I walked around the freezing Russian city of Yekaterinburg. Architect Boris Dimidov showed me several constructivist architectural highlights in the city. The optimism, openness, and great belief in a new society is still present, regardless of how differently the constructivist utopia has turned out…”

LEVS ARCHITECTEN ISBN 978-90-826949-0-1

Wonder, frustrations, observations. Architect Marianne Loof frequently shares them in her columns. ‘Room for Improvement – Marianne Loof and the daily news grind’ brings together these writings, whose consistently sharp analyses will challenge the reader, and inspire them to take a fresh new look at the place of architecture in society.