Page 1

LANDWERK LANDWERK#6 #6/ /2015 2015

5

Met gezond verstand DEEL 1

Hugo Backx, directeur GGD GHOR Nederland, kreeg gezondheid in de Omgevingswet De ruimte die gemeenten krijgen om ontwikkelingen met een risico voor de volksgezondheid tegen te houden, zijn in de Omgevingswet expliciet omschreven. Dat betekent dat gezondheid voortaan een grotere rol kan spelen bij het al dan niet toestaan van ruimtelijke omwikkelingen. GGD heeft zich daar hard voor gemaakt en die inspanningen werden door de Tweede Kamer beloond. Maar wat betekent dit nu? Is het een krachtig instrument voor gemeenten? Door Geert van Duinhoven

H

ugo Backx is directeur van GGD GHOR Nederland. Backx is bijzonder tevreden met het feit dat gezondheid een prominente plek heeft gekregen in de Omgevingswet. Backx weet waar hij het over heeft want ten tijde van de uitbraak van de Q-koorts (2008-2009) was hij GGD-directeur van Hart voor Brabant. Hij zag daar dat gemeenten geen instrument in handen hadden om de geitenhouderijen te stoppen terwijl er duizenden mensen ziek werden. “Gemeenten hadden indertijd heel goed in de gaten wat er aan de hand was en wat de oorzaak was van de ziekte. Maar zelfs vergunningen voor uitbreidingen van geitenhouderijen konden ze op grond van gezondheid niet tegenhouden. Op dat moment waren er weliswaar allerlei normen voor geluid, en stank en stoffen, maar de uitbraak van Q-koorts op deze schaal

was nieuw. Bovendien is de Q-koorts ook niet te vatten in normen. De rechter zei in al die gevallen: ik heb de uitbreiding van de geitenhouderij aan allerlei normen getoetst en deze voldoen allen aan de wet. Dat kan dus geen grond zijn om een vergunning te weigeren. Het probleem is namelijk dat er in de huidige wetten geen regels staan over een toetsing door een gemeentebestuur bij onvoorziene omstandigheden. Precies dit probleem hoop ik dat de nieuwe Omgevingswet kan voorkomen.”

Amendement Backx heeft zich er persoonlijk hard voor gemaakt dat gezondheid, weliswaar vlak voor de behandeling in de Tweede Kamer alsnog in de wet werd opgenomen. Heel bijzonder eigenlijk omdat altijd is gezegd dat de Omgevingswet geen nieuwe onder-

werpen zou gaan bevatten maar alleen een herschikking is van bestaande wetten. Betekent het feit dat gezondheid nu toch in de Omgevingswet staat, dat er dus ook extra normen bij komen? Dus nog meer normen en regels om de publieke gezondheid te beschermen? Nee juist niet, zegt Backx. Met de Omgevingswet komen bestuurders volgens hem juist terug in het zadel als beslissers over de openbare ruimte. “De Tweede Kamer heeft een amendement aangenomen waardoor het mogelijk wordt dat, als de gemeente met onvoorziene gezondheidsrisico’s wordt geconfronteerd die nog niet door de wet worden beschermd, toch op kan treden. Zo kan hij een omgevingsvergunning weigeren als naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor het verlenen van de vergunning zou leiden tot nadelig gevolgen voor de gezondheid. De oude wet- en regelgeving gaf hiervoor onvoldoende mogelijkheden. Dat is


6

|

LANDWERK #6 / 2015

Nu al Eenvoudig Beter

“Het gaat in het beleid nu alleen maar over vinkjes zetten, kijken of je net onder of net boven de norm zit. Het gaat helaas helemaal niet om mensen en hun gezondheid ”

Hugo Backx

nu met de Omgevingswet en aangenomen amenderingen doorbroken.” “Wij hebben bepleit dat gezondheid een expliciet thema is in de omgevingsvisie en dat dit onderwerp dus bij de inrichting van de ruimte wordt meegenomen. Wij vinden dat dit nu onvoldoende werd meegenomen. Gemeenten en provincies voeren nu weliswaar beleid maar dat is helemaal gebaseerd op normen, vaak milieunormen. Veel mensen denken dan ook dat de normen voldoende zijn om de gezondheid te waarborgen. Dat heeft er de afgelopen tijd toe geleid dat men tegen mij zei: wat zeur je nu? Alle wetten, ook de milieuwetgeving zijn voor gezondheid bedoeld. Voor fijnstof, voor water, voor geur. Wat wil je nog meer? Maar dat soort beleid bedoel ik dus niet en dat beoogt de nieuwe Omgevingswet nu gelukkig ook niet. Door een sterke focus op normering vanuit milieuwetgeving wordt de omgeving bekeken via ‘centimeters en promillages’. Het gaat in het beleid nu alleen maar over vinkjes zetten, kijken of je net onder of net boven de norm zit. Het gaat helaas helemaal niet om mensen en hun gezondheid. Men veronderstelt dat alles is af te vinken, maar dat is niet waar. Bij gezondheidsrisico’s gaat het om het complex

van zaken van perceptie van veiligheid, normen, incidenten en risico’s en dat maakt dat mensen zich vaak onprettig of niet veilig voelen. Niet omdat een norm niet gehaald zou zijn. Meestal gaat het om een optelsom van risico’s en bedreigingen.”

Automaten “Een tweede belangrijke verandering in de Omgevingswet heeft te maken met onze constatering dat de wet niet voorzag in onvoorziene omstandigheden zoals nieuwe infectiezieken. De Q–koorts is daar een voorbeeld van. Zo’n uitbraak was er nog nooit ergens op de wereld geweest. Niet op die schaal tenminste met 6000 geregistreerde ziektegevallen. Gevolg was dat het heel moeilijk was maatregelen te treffen, alleen maar omdat er nog geen regels en normen voor waren. We hadden dus echt de behoefte om gezondheid weer eens te bekijken zoals het ooit bedoeld was: namelijk vanuit de mensen die gezondheidsrisico’s lopen of klachten hebben.” Maar kunnen de normen die er zijn voor bijvoorbeeld fijnstof, geur en andere milieuthema’s dan nu overboord? Backx: “Nee, die hoeven niet overboord maar

door het hele normenhuis dat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd, zijn de ruimtelijke wetten een soort automaten geworden waar je een kwartje in gooit en het antwoord er uit komt. We hebben dus ook getwijfeld of wij vanuit de GGD nieuwe normen zouden willen toevoegen, maar we hebben bedacht dat we een verantwoordelijkheidsdiscussie moeten voeren: Wie beslist er over de ruimte? En wanneer en waarover? En daarom hebben we niet gepleit voor nieuwe of strengere normen of een gezondheidstoets, maar vinden we dat het gemeentebestuur en het provinciebestuur de bevoegdheid weer moeten krijgen om op te treden als er een gezondheidsrisico is. Hiermee komt de gemeente weer in de positie van verantwoordelijke om goede afwegingen te maken.”

Complexiteit Kunnen gemeentebesturen en hun wethouders dat wel? En hoe zit het met de rechtszekerheid als gemeenten zelf moeten besluiten of iets al dan niet een gezondheidsrisico met zich meebrengt? En wie bepaalt of gezondheidsrisico’s re-


LANDWERK LANDWERK#6 #6/ /2015 2015

Geur en hinder Je zou maar bij de gemeente werken en voortdurend telefoontjes krijgen van verontruste of boze burgers die vinden dat de intensieve veehouderijen in de buurt te veel stank produceren. Maar volgens de vergunning is alles in orde. En ook uit de metingen blijkt er niet te veel stank te zijn. Wat moet je dan? Burgers sussen? Bedrijven aanschrijven? Geen enkele oplossing zal in de praktijk afdoende zijn. De GGD Brabant en Zeeland hebben samen met de Universiteit Utrecht in een grootschalig onderzoek aan ruim 13000 mensen gevraagd hoeveel geurhinder zijn ervaren. Ook is op de ruim 13000 huisadressen de cumulatieve geurbelasting gemodelleerd. Hieruit bleek dat bij een gegeven cumulatieve geurbelasting er aanzienlijk meer geurhinder voorkomt dan te verwachten is volgens de Handreiking bij de Wet Geurhinder Veehouderij (Wgv). De relatie tussen cumulatieve geurbelasting en hinder blijkt bovendien afhankelijk te zijn van diertype: van het een type geur hebben burgers bij eenzelfde objectief gemeten geurbelasting minder snel last dan bij een ander type. Daarnaast blijkt ook ernstige hinder op te treden. In het geurbeleid is tot nu toe geen onderscheid gemaakt in diertype of mate van hinder.

ëel zijn? “Het lijkt me inderdaad niet goed als wethouders op hun eigen houtje gaan besluiten of iets op basis van publieke gezondheid kan of niet. Daarom vind ik dat er een afwegingskader moet komen waarmee gemeenten een afweging kunnen maken. In dat afwegingskader staat dat de wethouder de goede adviezen inwint, dat hij de argumenten verzamelt, hoor en wederhoor toepast. Adviezen kan hij krijgen van het RIVM, de GGD, de omgevingsdiensten. Met dat in de hand moet hij in staat zijn om juridisch houdbare beslissingen te nemen. In de milieuwereld schrikt men daar een beetje van. Want we hebben toch houvast nodig, iets om aan te toetsen. Anders krijg je toch volstrekte willekeur. Maar met zo’n kader ben ik daar helemaal niet bang voor. Er

mogen best normen zijn en die kunnen de bestuurders dan laten meewegen. Maar we moeten uit de kramp van de normeringen komen. Voor de complexiteit van onze samenleving en voor de complexiteit van risico’s, nieuwe dingen die ons boven het hoofd hangen, moeten we naar serieuze afwegingskaders in plaats van naar het opschroeven van het aantal normen.” “Onze vrienden van de milieubeweging bekijken dit dan ook wel met enig argwaan: hoe moet dat zo zonder normen? Zij zitten net als wij volop in het geur- en mestdebat, maar ik denk niet dat het opschroeven van normen zaligmakend is en dat je daarmee de problemen tackelt waar de burger mee zit. En je hebt de sceptici die zeggen dat gezondheid straks een vol-

Door dit onderzoek is nu duidelijker geworden hoe het zit met de relatie tussen cumulatieve geurbelasting en ervaren geurhinder. Daarmee kan meer recht gedaan worden aan omwonenden die geurhinder ervaren én aan de inspanningen die de agrarische sector levert om geurhinder te beperken. Het is informatie die gemeenten en provincies kunnen gebruiken bij het opstellen van geurbeleid maar ook voor ruimtelijk beleid. De GGD’en kunnen de nieuwe informatie gebruiken bij hun adviezen aan gemeenten. Zolang in de Handreiking Wgv deze nieuwe kennis nog niet is verwerkt, kunnen gemeenten wel al vooruitlopen met een mogelijk stringenter beleid rondom geur en geurhinder.

7


8

|

LANDWERK #6 / 2015

Nu al Eenvoudig Beter

Definitie van gezondheid ‘Gezondheid is het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven’, zo luidt het nieuwe concept van Machteld Huber. “Het verschil met de WHO-definitie is dat in dit concept de potentie benadrukt wordt om gezond te zijn of te worden, zelfs wanneer er sprake is van ziekte. Daarbij zijn persoonlijke groei en ontwikkeling en het vervullen van persoonlijke doelen in het leven net zo belangrijk.”

gende drempel wordt om een ontwikkeling tegen te houden. Een onterechte vrees, denk ik. Er zijn voorbeelden genoeg waaruit blijkt dat als je burgers eerder betrekt in ruimtelijke planvorming, je onvoorstelbaar betere plannen krijgt zowel voor ontwikkeling als ruimte als voor gezondheid.”

Elektromagnetische straling “Neem nu de gezondheidsbeleving. Dat is een vrij nieuw item. Gezondheid meten we nu nog vaak aan de hand van vrij harde, wetenschappelijk vastgestelde normen. Met andere woorden als iemand zegt: ‘ik ben ziek’, dan moet je al duidelijk kunnen aanwijzen wat er aan de hand is. Het liefst met een doktersbriefje waarop staat hoe de aandoening heet. Maar we komen er als gezondheidsdeskundigen steeds meer achter dat dat niet meer voldoende is. We moeten ons ook baseren op het gevoel van gezondheid. Actueel is de problematiek van windmolens, varkensstallen en hoogspanningskabels. Ook als iemand zegt: ‘ik voel me belabberd vanwege een van deze zaken’ moeten we dat serieus nemen, ook al voldoet alles aan de norm. Deze manier van denken en werken sluit aan bij de steeds meer geaccepteerde nieuwe definitie van Machteld Huber (zie kader). Gezondheid gaat verder dan ergens in een catalogus terugzoeken wat de aandoening is. Het is een complex van factoren die

maakt of iemand zich ziek voelt of niet. De problematiek rondom elektromagnetische straling illustreert dat goed. Alle wetenschappelijke onderzoeken wijzen uit dat je daar niet ziek van kunt worden, we kunnen althans niets causaals vinden. Datzelfde geldt voor windmolens: we kunnen niet wetenschappelijk aantonen dat de aanwezigheid ervan mensen ziek maakt. Maar dat is allemaal via de klassieke definities van ziek zijn. Maar toch voelen deze mensen zich ziek. En dat maakt het inderdaad wel ingewikkeld, maar tegelijkertijd kun je dan de vraag gaan stellen: waarom zetten we de windmolens dan bij de woningen als mensen zich er ziek bij voelen? Dat vinden wij ook van snelwegen. Zet die huizen daar nou niet neer, want mensen gaan daar last van krijgen. Is dat nu zo moeilijk om de huizen ergens anders neer te zetten? Hetzelfde voor windmolens? Kun je dat nu echt niet anders regelen dan via een landelijk vastgestelde norm die bepaalt vanaf deze afstand tot de molen heeft u en dus niemand er last van? Tegelijkertijd bagatelliseer ik niet de waarde van kennis. Daarom hebben we kennisplatforms waar ook burgers terecht kunnen om de dialoog tussen burgers en mensen die er verstand van hebben samen in alle rust naar de problematiek kunnen kijken. En als de gemeente uiteindelijk zegt: ik zie nog te veel open eindjes, ik neem het risico niet, dan is dat

Om het concept te operationaliseren, introduceerde Huber het begrip ‘positieve gezondheid’, bestaande uit zes dimensies waaraan je gezondheid kunt aflezen: lichamelijke functies, mentale functies en beleving, de spirituele/existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren. Deze heeft ze vervolgens kwantitatief getest onder 2000 stakeholders. Er bleken grote verschillen te bestaan in interpretatie wat betreft inhoud van gezondheid: beleidsmakers, onderzoekers en artsen hadden een ‘smalle’, biomedische interpretatie (waarbij vooral belang werd toegekend aan zaken als lichamelijke functies), terwijl patiënten het begrip juist heel breed opvatten en alle zes dimensies bijna even belangrijk vonden. Huber: “Doordat de nadruk ligt op veerkracht en eigen regie, voelen patiënten zich in hun kracht aangesproken en niet uitsluitend benaderd als zieke. Voor deze groep zijn sociale participatie en zingeving minstens zo belangrijk als aandacht voor hun fysieke klachten. Het is belangrijk dat een arts dat ook ziet.”

het volste recht van de gemeente. Althans, ik hoop dat met de nieuwe Omgevingswet er snel een rechter zal toestaan dat deze gemeente zijn bevoegdheid gebruikt om zelf een afweging te maken omwille van gezondheidsrisico’s.”


LANDWERK LANDWERK#6 #6/ /2015 2015

9

DEEL 2

GGD Utrecht, gezondheid als integraal onderdeel van het omgevingsbeleid Het onderwerp gezondheid komt bij ruimtelijke ontwikkelingen vaak pas laat in planproces aan de orde. Vaak is al een locatie gekozen en zijn de ontwerpen al gemaakt als aan de GGD gevraagd wordt om de gezondheidsaspecten te toetsen. Gezondheidsmaatregelen zijn in die fase soms moeilijk in te passen en kunnen zelfs een showstopper zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. Een geluid is soms ‘de stad gaat op slot als je rekening houd met gezondheid’. Door Anne Marie Gout

I

n de gemeente Utrecht hebben Volksgezondheid (voorheen GGD) en Ruimtelijke & Economische ontwikkeling gezamenlijk de handschoen opgepakt om dit knelpunt te tackelen. Als vertrekpunt is een evaluatie uitgevoerd naar hoe de gezondheidsadvisering bij ruimtelijke ontwikkelingen tot dan toe verliep. Op basis van de resultaten is een verbeterplan opgesteld gericht op het eerder betrekken van gezondheid in het planproces van ruimtelijke ontwikkelingen. Vervolgens is verkend waar in het proces en op welke wijze gezondheidsadviezen effectief kunnen aanhaken bij het planproces van ruimtelijke ontwikkelingen. Gekozen is om gezondheid vanaf het begin van het plan proces aan te haken. Dit is concreet vormgegeven door de deelname van Volksgezondheid aan de zogenaamde gebiedsteams Ruimtelijke & Economische ontwikkeling, het Programmateam Openbare Ruimte en het Toetsteam. In deze teams worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen besproken. Volksgezondheid schuift tweewekelijks aan bij de tien gebiedsteams. Daarnaast is Volksgezondheid betrokken bij allerlei beleidsmatige trajecten, zoals de nieuwe ruimtelijke strategie voor Utrecht en de voorbereidingen voor de Omgevingswet. De nieuwe werkwijze is vastgelegd in het proceskader Gezondheidsadviezen bij Ruimtelijke Ontwikkeling. Hiermee zijn

de gezondheidsadviseurs van begin af aan betrokken bij advisering over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De aanpak in Utrecht is vernieuwend, omdat het onderwerp gezondheid structureel wordt meegenomen in het planproces van ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij worden gezondheidsbelangen integraal afgewogen met de andere belangen en wordt duidelijk inzichtelijk gemaakt hoe de gezondheidsadviezen worden meegenomen bij de ruimtelijke ontwikkeling.

“Vanaf het begin betrokken en integraal afgewogen met de andere belangen” Bij het eerder in het planproces betrekken van het gezondheidsadvies heeft het gemeentebestuur nadrukkelijk een rol gespeeld. Het heeft aangestuurd op het verbeterplan en het proceskader Gezondheidsadviezen Ruimtelijke Ontwikkeling, die tevens door het college van B&W zijn vastgesteld. De steun vanuit het bestuur

is een belangrijke succesfactor voor het proces. Evenals de samenwerking met de betrokken medewerkers vanuit gezondheid en ruimtelijke ontwikkelingen. De medewerkers zijn actief betrokken in het proces om gezondheid structureel mee te nemen in het planproces voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit heeft geresulteerd in draagvlak bij de medewerkers voor de gekozen aanpak. Gezondheid heeft een vanzelfsprekende en inzichtelijke plaats gekregen binnen het planproces voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het wordt vanaf het begin betrokken en integraal afgewogen met de andere belangen. De gezondheidsadvisering is omgebogen van ‘benoemen van beperkingen aan het einde van het proces’ naar ‘actief meedenken over kansen en mogelijkheden aan het begin van het proces’. Een concreet resultaat van het meenemen van het gezondheidsadvies bij een ruimtelijke ontwikkeling is de alternatieve locatiekeuze voor de herbouw van een school. De nieuwbouw van een bestaande school op dezelfde locatie was de wens van het schoolbestuur. Toen uit het gezondheidsadvies van Volksgezondheid bleek dat een school vlakbij een drukke verkeersweg niet goed is voor kinderen in de groei én er alternatieve locaties mogelijk waren, heeft het college van B&W afgezien van de herbouw op de bestaande locatie en is uitgeweken naar een andere locatie.


10

|

LANDWERK #6 / 2015

Nu al Eenvoudig Beter

“Het lijkt in de lijn van de Omgevingswet te liggen dat bestuurders zelf tot afwegingen per gebied kunnen komen”

De gemeente Utrecht zet in op gezonde mobiliteit en stimuleert dit met nieuwe fietspaden en fietsbruggen, zodat fietsers zich gemakkelijk door de stad kunnen verplaatsen. Hiervoor bouwt Utrecht op veel plaatsen fietsparkeerplekken, zoals hier bij het nieuwe Stadskantoor.

Omgevingswet steunt gezonde verstedelijking Amsterdam en Utrecht vinden het beide heel belangrijk dat de stad en haar inwoners gezond zijn. De aanpak van beide steden en de Omgevingswet stonden centraal tijdens een excursie van het praktijkprogramma Nu al Eenvoudig Beter op 26 november 2015. Door: Sven van de Brug, Maarten Hoorn en Annette Duivenvoorden

U

trecht groeit de komende jaren met maar liefst 18 procent. Dit betekent dat al die mensen een plek moeten krijgen in de stad. “Dit biedt ruimte voor kansen”, vindt Mirelle Kolnaar van de gemeente Utrecht. De gemeente grijpt deze groei aan om ook een gezonde stad te zijn. Met Healthy Urban Living stimuleert de stad gezond leven, een groene economie en diensteninnovatie. Het gaat er om dat de druk op gezondheid, de milieubelasting zo laag mogelijk is, dat een gezonde leefstijl gemakkelijk wordt gemaakt en dat mensen zich er prettig voelen. Hiervoor is gezond ontwerp belangrijk. Termen als beweeg meer, adem schone lucht, eet en

drink gezond, krijg voldoende licht, verminder stress en ontmoet elkaar zijn echter lastig te vertalen in een ontwerp. En welk deel zouden burgers zelf moeten oppakken en waar begint de verantwoordelijkheid van de gemeente? De gemeente Utrecht zet in op gezonde mobiliteit en stimuleert dit met nieuwe fietspaden en fietsbruggen, zodat fietsers zich gemakkelijk door de stad kunnen verplaatsen. Hiervoor bouwt Utrecht op veel plaatsen fietsparkeerplekken. Daarnaast wil Utrecht haar inwoners stimuleren om afstanden te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer af te leggen. Dat doet ze onder andere door parkeerplaatsen voor de auto buiten het centrum te plaatsen. Gebouwen moe-

ten ruimte creëren voor voetgangers en er komt een nieuwe tramlijn die het openbaar vervoer aantrekkelijker maakt.

Gezonde verstedelijking De Amsterdamse aanpak van de bewegende stad bracht tijdens deze excursie inspiratie van buiten. In aanvulling op de fysieke leefomgeving pleit Amsterdam voor een combinatie van sociale veiligheid, bewegen en minder stress. Er liggen kansen bij integraliteit – de meekoppelende belangen, stapeling van effecten en gebiedsgerichte kennis in de Omgevingswet. “Ook Amsterdam groeit en ontwikkelt”, vertelt Nelleke Penninx,


LANDWERK LANDWERK#6 #6/ /2015 2015

11

Amsterdam investeert 20 miljoen euro in het sportief maken van de stad: sportaccommodaties, routes voor hardlopers en skaters. Allemaal ontwikkelingen die er voor moeten zorgen dat zelfs de stenen van de stad uitnodigen tot bewegen.

planoloog bij de gemeente Amsterdam. Tegelijkertijd groeit de stad ook op het gebied van gezonde verstedelijking. Mensen zien hun stad steeds vaker als sportaccommodatie en daar zet de gemeente vol op in. Aangevoerd door wethouder Eric van der Burg investeert Amsterdam 20 miljoen euro in het sportief maken van de stad: sportaccommodaties, routes voor hardlopers en skaters. Allemaal ontwikkelingen die er voor moeten zorgen dat zelfs ‘de stenen van de stad uitnodigen tot bewegen’.

Duidelijkheid en eenheid Door in de Omgevingswet gezondheid centraal te stellen, kan het voor gemeenten een steuntje in de rug zijn hier (nog) meer aandacht aan te geven. “Daarnaast ontstaat er meer ruimte voor ontwikkelen,” legt Hans Damen, jurist van Rho adviseurs uit. “Het huidige omgevingsrecht is sectoraal opgebouwd en versnipperd. Met de nieuwe wet is er één Omgevingswet die rekening houdt met alle beleidssectoren. Dit leidt tot duidelijkheid en eenheid. Veel regels worden geschrapt of samengevoegd in de wet, waardoor meer ruimte ontstaat en initiatieven sneller kunnen worden uitgevoerd. Ook ontstaat er meer bestuurlijke afwe-

gingsruimte. Bestuurders krijgen meer ruimte om zaken decentraal te regelen, waardoor gemeenten kunnen ontwikkelen in de richting die zij nodig achten voor hun omgeving.”

“Welk deel zouden burgers zelf moeten oppakken en waar begint de verantwoordelijkheid van de gemeente?” Sturen op gezondheid In het kader van gezondheid legt Damen uit dat dit thema sterker terugkomt in de wetgeving. Bestuurders kunnen bij besluiten in de toekomst rekening houden met de gezondheid. De GGD krijgt een adviserende rol en kan daarmee meer sturen op gezondheid aan de voorkant van het proces. Ook kan bij de nieuwe wet aan de figuurlijke noodrem getrokken worden. Als de gezondheid van de omgeving in gevaar

komt, kan de gemeente bijvoorbeeld een vergunning intrekken. Tijdens de discussie in de zaal kwam de vraag naar boven of de Omgevingswet ook echt bijdraagt aan een gezondere leefomgeving. De mogelijkheid bestaat immers dat de omgeving juist ongezonder wordt bij soepelere normen. Aan de andere kant kunnen strenge of strikte normen ertoe leiden dat gebieden op slot komen te zitten, wat ook niet wenselijk is. Het lijkt in de lijn van de Omgevingswet te liggen dat bestuurders zelf tot afwegingen per gebied kunnen komen. Dan zal soms gezondheid boven andere belangen staan en soms wegen andere belangen zwaarder. “In de praktijk zit 80 procent van het succes van de wet in de uitvoering”, benadrukt Damen. “De Omgevingswet maakt inzichtelijker en duidelijker wat de regels zijn en er ontstaat meer ruimte om te ontwikkelen, het echte succes valt echter te behalen in de uitvoering ervan. Bestuurders en ambtenaren kunnen met de nieuwe Omgevingswet meer op de voorgrond treden bij de ruimtelijke ontwikkeling. De bestuurlijke afwegingsruimte bepaal je zelf. Neem je die, dan kan een stad zich in de juiste richting ontwikkelen en kan er een gezonde fysieke leefomgeving ontstaan.”

LW 2015-6_NAEB-Met gezond verstand  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you