LAD-magazine, september 2022

Page 1

Magazine

# 39 - September 2022 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)

Hoe blijft het huisartsenvak aantrekkelijk? Stevinpremie voelt als een gouden medaille Investeren in jezelf is een keuze

Meer werkplezier: hoe bereik je het als team?


Voorwoord

4 “Samen iets veranderen geeft ­­­­

Sinds de start in het najaar van 2020 doen groepen artsen in negentien zorginstellingen mee aan het LAD-project Gezond en veilig werken, waaronder de psychiaters/aios bij Pro Persona en de kinderartsen in het Ikazia Ziekenhuis. Op basis van een nulmeting werken ze onder begeleiding van een procesbegeleider aan teamreflectie, het realiseren van meer inspraak of het verlagen van de werkdruk.

Maak het

8

verschil

Hoe blijft het huisartsenvak aantrekkelijk?

Uit een analyse in Skipr Quarterly bleek onlangs dat goed werkgeverschap de sleutel is voor een arbeidsmarkt die op slot zit. Als werknemers met plezier naar hun werk gaan, zich gewaardeerd voelen en een gezond rooster heb­ben, zijn ze productiever, daalt het verzuim en ver­min­dert de uitstroom. Ik hoop dat werkgevers die analyse ter harte nemen.

LAD magazine | 2

Ik zou het doodzonde vinden als de bevlogenheid van de artsen uit de Zin in Zorg-film de kop in wordt gedrukt om­ dat dat soort keuzes op de lange baan worden ge­scho­ven. Bekijk dus de film (zie zininzorg.nl), neem er een voorbeeld aan en zorg dat je het verschil maakt – of je nou arts, werkgever, beleidsmaker of politicus bent! Suzanne Booij Voorzitter LAD

Neuroloog Bas Bloem krijgt op 5 oktober de Stevinpremie, een van de hoogste onder­ scheidingen in de Nederlandse wetenschap. Hij wil in een internationale studie onderzoeken in hoeverre bewegen een rol kan spelen in het voorkomen van Parkinson. “Mijn ultieme doel is dat we de héle wereld van Parkinson afhelpen.”

LAD-lid in beeld

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 35.850) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Corrie Kooijman en Lucie Pelzer. Met medewerking van Lyanneke Krauss Columnist Inoek Koopmans (aios interne geneeskunde) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Natuurlijk weet ik dat er meer nodig is om de hoge werk­ druk te temperen en om daadwerkelijk weer te kunnen dokteren zoals iedere arts voor ogen had toen hij of zij met de opleiding geneeskunde begon. Daarvoor zijn arts­en niet alleen zelf aan zet, maar moeten ook de politiek en werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen. In aan­­­loop naar Prinsjesdag hebben we gepleit voor meer inspraak en meer autonomie voor zorgprofessionals. Diverse onder­­zoeken hebben intussen aangetoond dat juist die ele­men­­ ten zorgen voor meer werkplezier – en het is mijn stel­lige overtuiging dat het uiteindelijk ook leidt tot betere zorg.

Daarnaast hoop ik dat de politiek zich realiseert dat goede zorg een prijs heeft, én dat ze de komende jaren het lef heeft om fundamentele keuzes te maken. Iedereen weet dat alles in de zorg stijgt: de kosten, het verzuim, de zorg­­ vraag, de uitstroom en de werkdruk. Er zit natuurlijk een plafond aan die groei en die keer je echt niet zomaar om door de zorg nóg efficiënter te organiseren. Ik heb het al vaker gezegd, maar de tijd is in mijn ogen meer dan rijp om een maatschappelijke discussie te voeren over de vraag welke zorg we in de toekomst kunnen blijven leveren, zodat ons zorgstelsel goed, toegankelijk en betaal­baar blijft. Dat vraagt om moeilijke en ik denk soms ook pijn­ lijke keuzes. Maar hoe langer we die keuzes uitstel­len, hoe nijpender de situatie wordt – zowel voor patiënten als voor zorgprofessionals.

“Dit voelt als een gouden medaille”

Er is een tekort aan huisartsen, de werkdruk is hoog en huisartsen hebben er steeds meer taken bij gekregen. Wat moet er gebeuren om het huisartsenvak weer aantrekkelijk te maken?

Deze maand is de korte film What’s up Doc? gelanceerd, die een aantal jonge artsen van Zin in Zorg samen met regisseur Jasper Scholten heeft gemaakt. In de film vertellen de aios en anios openhartig waar ze tegenaan lopen: hoge werkdruk, weinig tijd voor de patiënt, veel administratie en weinig aandacht voor de mens achter de dokter. Ik denk dat iedere arts – jong en oud – er wel iets van herkent. Het mooie vind ik dat de film geen klaagzang is: de artsen laten juist hun bevlogenheid zien én willen als jonge gene­ra­­tie zelf het verschil maken en laten zien dat het ook anders kan. Steeds meer jonge (en ervaren!) artsen heb­ ben zich in­tussen bij Zin in Zorg aangesloten vanuit die con­struc­tieve in­steek.

10

energie”

­­­

Werk/privé

In balans

15

Carrière maken, nevenfuncties, bewegen, een sociaal leven onderhouden. Dokters ‘moeten’ van alles, althans dat denken ze vaak, merken Milou de Graaf en Maarten Nuver van Arts in Balans.

Medisch & maatschappelijk Elijah Sanches wilde aanvankelijk plastisch chirurg worden, maar koos uiteindelijk voor de opleiding tot vertrouwensarts. “De combinatie van medisch en maatschappelijk werken spreekt me erg aan.”

12

7

14

16

18

Sexy?

Reorganisatie

Eén cao

In ’t kort

Dokter wordt gezien als het meest sexy beroep, leest columnist Inoek Koopmans in een artikel, maar is de werkelijkheid wel zo sexy?

Een arts zit ziek thuis zit als ze geruchten hoort over een reorganisatie op haar werk. Wat betekent dat voor haar baanzekerheid?

De LAD, InEen en de LHV willen komen tot één cao voor alle huisartsen in dienst­ verband. “De ambitie is 1 juli 2023 een concept te hebben.”

Nieuws

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over trainingen, LAD-activiteiten en andere zaken.

September 2022 | 3


Tekst Marjolein Dekker

Over het project

Sinds de start in het najaar van 2020 doen groepen artsen in negentien zorginstellingen mee aan het LAD-project Gezond en veilig werken. Op basis van een nulmeting werken ze onder begeleiding van een procesbegeleider aan teamreflectie, het realiseren van meer inspraak of aan het verlagen van de werkdruk. “Het geeft energie om samen iets te veranderen.”

Via het project Gezond en veilig werken be­geleidt de LAD artsen in instellingen bij het realiseren van een gezonder werkklimaat. Het project start met een nulmeting om te kijken hoe artsen tegen hun werk aan­kijken: is er een ‘gezonde’ werkdruk, hoe is de be­trokkenheid van artsen bij het instellings­ beleid geregeld? Op basis van de nulmeting bepalen de artsen zelf aan welke thema’s ze willen werken, waarna ze gedurende twee jaar worden begeleid door een ervaren proces­begeleider. Naast de nulmeting worden tussen­tijds en aan het eind van het traject metingen gedaan door de Universiteit Leiden.

Een stok achter de deur is soms nodig Een aantal psychiaters bij ggz-instelling Pro Persona was vorig jaar bezig met de oprichting van een Vereniging Medisch Specialisten. “De voorzitter van die vereniging hoorde over de pilot van de LAD en dacht: zou het niet iets voor ons zijn? Hij legde het voor aan de raad van bestuur en een groepje psychiaters, waaronder ikzelf”, vertelt psychiater Gertrix Wijnhoven. “We hadden allemaal het idee dat we behalve op het gebied van inspraak meer konden doen om het werkplezier en teamgevoel een impuls te geven en dus werd het idee voorgelegd aan de vakgroepen van onze locatie in Arnhem. Wat we concreet wilden veranderen, hadden we nog niet scherp, maar we hadden sterk het gevoel dat dit ons iets zou kunnen opleveren.”

Werkdruk en inspraak

Romy Steenbeek, projectleider Gezond en veilig werken bij de LAD, geeft aan dat veel artsen die zich hebben aangemeld een soortgelijk gevoel hebben. “Ze ervaren vaak een hoge werkbelasting en hebben het gevoel weinig invloed te hebben op de organisatie van hun werk. Die combinatie zorgt voor spanningen in het team, zeker als er al eens is geprobeerd om iets te veranderen en dat niet is gelukt.” Voor de LAD waren dit soort signalen twee jaar geleden reden voor de lancering van

LAD magazine | 4

­­­­

het project Gezond en veilig werken, dat zich richt op groepen artsen. “We starten altijd met een nulmeting om te kijken hoe de artsen ervoor staan. Op basis van de uitkomsten wordt in overleg met een procesbegeleider bepaald aan welke punten de groep gedurende twee jaar wil werken”, vertelt Steenbeek. Intussen doen groepen artsen uit negentien zorginstellingen mee: van ziekenhuizen tot ggz-instellingen en van GGD’en tot VVT- en gehandicaptenzorginstellingen.

“De combinatie van werkdruk en weinig invloed kan voor spanningen zorgen” Romy Steenbeek, projectleider Gezond en veilig werken (LAD)

Hulpbronnen

Bij Pro Persona startte het project in novem­ber vorig jaar. Er werd een nulmeting ge­hou­den onder de 25 medisch specialisten en aios werkzaam bij de locatie Arnhem. “We wilden heel bewust ook de aios bij het project be­trek­ken, omdat die bij ons echt onderdeel zijn van het team en vaak ook verfrissende ideeën hebben over wat er anders kan”, vertelt Wijnhoven. Uit de nulmeting kwam naar voren dat de er­ varen werkbelasting hoog is. “Dat had niet alleen te maken met de werkdruk an sich, maar ook met het aantal vacatures, het gevoel weinig te worden betrokken bij beleidsbe­slis­ singen en de positionering van psychiaters binnen Pro Persona”, aldus Wijnhoven. “Zaken die we natuurlijk allemaal herkenden, maar het mooie van de nulmeting vond ik dat in kaart is gebracht wat onze risicofactoren

Uiteindelijk doel is een wetenschappelijk be­ wezen procesinterventie te ontwikkelen die artsen van een afdeling of instelling helpt de werkcultuur te verbeteren en de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Voor de wetenschappelijke bewijsvoering wil de LAD in 24 instellingen ervaring opdoen. Intussen loopt het project in negentien in­ stel­­lin­gen; de overige vijf plekken worden op dit moment verdeeld. Meer weten over de vor­deringen van het project? Kijk dan op www.lad.nl/gezondenveiligwerken of neem contact op met projectleider Romy Steenbeek via lad.gvw@lad.nl.

zijn en welke hulpbronnen we kunnen in­ schakelen om de werkbelasting te verlagen. Die hulpbronnen waren onder andere meer inspraak, herstelmomenten, rolduidelijkheid, interne communicatie, waardering en teamreflectie. Dat bood meteen aanknopingspunten voor het vervolg.”

Handen en voeten

“In de ggz is nog veel te winnen als het gaat om inspraak” Gertrix Wijnhoven, psychiater (Pro Persona)

Wijnhoven en haar collega’s besloten op basis van de uitkomsten vier werkgroepen in te stel­len: werkdruk (inclusief personele be­­zetting), interne communicatie en teamreflectie, borging van de psychiatrische zorg bin­nen de organisatie en tot slot inspraak. De werk­groep inspraak is vooral bezig met het profes­sionaliseren van de Vereniging Medisch Specialisten. Wijnhoven: “In een statuut is vast­gelegd over welke onderwerpen de ver­eniging zich buigt en waarover ze in overleg treedt met de directie. Op papier ligt alles dus netjes vast, maar de uitdaging is natuurlijk om het handen en voeten te geven. Ik denk dat er in de ggz nog veel is te winnen op dit terrein. Onze wereld is echt anders dan die van zieken­huizen. We zijn als specialisten vaak in de minder­heid en werken verdeeld over veel locaties. Daardoor hebben we minder ‘massa’ binnen een ggz-instelling en is het lastiger om te zorgen dat je wordt be­trokken bij instellingsbesluiten of reorganisatieplannen.”

“Dat we nu het heft in eigen hand nemen, geeft energie” Paul den Butter, kinderarts (Ikazia Ziekenhuis)

September 2022 | 5


Hetzelfde doel

Wijnhoven is zelf voorzitter van de werkgroep interne communicatie en teamreflectie. “We kijken hoe we informatiestromen kunnen ver­beteren en de onderlinge saamhorigheid kunnen vergroten. We hebben onder andere een buddysysteem ingevoerd, zodat nieuwe collega’s snel hun weg vinden. Daarnaast heb­ben we, na wat intern lobbywerk, een op­leidingskamer ingericht, een informele ont­moetingsplek voor medisch specialisten en aios waar we bijvoorbeeld ook af en toe een bor­rel kunnen organiseren. Het is heel prettig dat onze directie het project steunt en ons heeft geholpen om bijvoorbeeld die op­leidingskamer te realiseren. Dat geeft het gevoel dat er voor ons wordt gezorgd en dat we samen voor het hetzelfde doel gaan.”

“De nulmeting bevestigde ons gevoel dat we een hoog risico op werkgerelateerde stress lopen, veroorzaakt door allerlei aspecten: niet alleen de werkdruk speelde een rol, maar ook de dienstbelasting, vergadercultuur, onderlinge communicatie en het gevoel weinig invloed te hebben op de manier waarop we ons werk inrichten en vormgeven.”

Winst

Het project geeft haar energie. “Ik moet eer­ lijk bekennen dat ik er in het begin even een nachtje wakker van lag. Er kwam zoveel op ons af dat ik dacht: hoe gaan we dit allemaal doen in combinatie met een drukke baan? Daar moet je even doorheen en je moet je er vooral niet door laten weerhouden, want anders verandert er nooit iets. Ik hoop in die zin dat wij hier als team sterker uit komen. Je kunt wel blijven klagen dat je te weinig inspraak hebt of dat er niet goed voor je wordt gezorgd, maar wij hebben ook zelf een rol om de directie duidelijk te maken wat we graag willen, wat wij kunnen bijdragen in de organisatie en waarom dat belangrijk is. Als we daar een stap in kunnen zetten, vind ik dat de grootste winst van dit project.”

Werkgerelateerde stress

Paul den Butter, kinderarts bij het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam, herkent wat Wijnhoven zegt en heeft min of meer dezelfde verwachting van het project. “Onze vakgroep bestaat uit dertien kinderartsen en we ervaren een hoge werkbelasting. In het verleden is meerdere malen geprobeerd dat op te lossen, maar zonder resultaat. Daardoor beland je samen soms in de negatieve spiraal van ‘er verandert nooit wat’. Daar wilden we uit.” De kinderartsen besloten zich begin dit jaar aan te melden voor het project.

LAD magazine | 6

Werkdruk en teamreflectie

In overleg met een procesbegeleider werd besloten te focussen op twee onderwerpen: werkdruk/rooster en teamreflectie. Den Butter is voorzitter van de werkgroep teamreflectie. “We zitten nog in de inventarisatiefase, maar willen onder andere een feedbacktraining organiseren en proberen de onderlinge com­municatie beter te stroomlijnen door niet alles meer in de groepsapp te zetten of via de mail te versturen. Daarnaast willen we kijken of we kunnen differentiëren qua werkzaamheden, zodat iedereen doet wat hij of zij echt leuk vindt en we als team beter functioneren. Nu doen we alle dertien alles, terwijl we weten dat de een niks met protocollen heeft en een ander juist affiniteit heeft met onderwijs­ gerelateerde of managementtaken. We willen al die niet-patiëntgebonden werkzaamheden beter verdelen.” De werkgroep werkdruk/rooster onderzoekt op haar beurt de haalbaarheid van ‘losse’ nachtdiensten. “De dienstbelasting is bij ons al tijden onderwerp van gesprek. We doen nu dienstblokken van 12 uur gedurende twee tot vier dagen en willen proberen om de roosters zo vorm te geven dat je ook diensten van één

nacht kunt doen. Dat vraagt om een stukje organisatie, maar we hopen dat op die manier je recuperatietijd verbetert, zodat je gedurende de rest van de week beter functio­ neert.”

Bij de les

Hoewel de vakgroep nog maar net een paar maanden bezig is met het project, merkt Den Butter al wel dat het goed is voor het teamgevoel. “Natuurlijk gaat niet alles zonder slag of stoot. Het gaat mij soms niet snel genoeg en we hebben nog wel eens de neiging om in onmogelijkheden te denken. Juist daarom is het fijn dat we een externe procesbegeleider hebben die ons hierbij helpt. We hebben in het verleden wel eens heidagen gedaan die door een externe werden begeleid, maar als je na zo’n dag weer met je eigen vakgroep verder moet, is de implementatie best lastig. Het voordeel van dit project is dat de procesbegeleider ons gedurende twee jaar bij de les houdt, pijnpunten aanstipt en deadlines stelt. Dat heb je nodig.” Psychiater Wijnhoven is het met Den Butter eens dat de rol van de externe procesbegeleider cruciaal is. “Het is ook bij ons een stok achter de deur, anders verzand je veel te snel in de waan van de dag. De onderwerpen waar we aan werken heb je niet van de ene op de andere dag veranderd. Het is een proces van een lange adem. Juist dan is het fijn als iemand je blijft motiveren en aanjagen.”

Het heft in eigen hand

Den Butter hoopt dat zijn vakgroep uiteinde­lijk haar eigen zelfredzaamheid kan vergroten. “We waren de afgelopen tijd heel erg in af­ wach­ting van een oplossing vanuit het mana­ ge­ment, terwijl we nu het heft weer in eigen hand hebben genomen. Dat geeft energie.” Op de wensenlijst staat ook nog het vergroten van de inspraak, maar Den Butter benadrukt dat dat iets voor de langere termijn is. “We hebben besloten eerst de meest prangende issues op te pakken, ook omdat ons dat de meest logische route lijkt. Als we als team beter functioneren, kunnen we immers ook onze wensen richting de directie beter kenbaar maken en echt vanuit een gezamenlijk belang optrekken. Stap voor stap dus.”

Inoek Koopmans (27) rondde in augustus 2019 haar opleiding geneeskunde af. Toen ze haar diploma op zak had, wist ze niet direct welke kant ze op wilde. Ze ging in gesprek met dokters binnen en buiten het ziekenhuis over de keuzes die zij hebben gemaakt. Intussen is ze erachter wat ze het liefste wil: internist worden! Ze is recent toegelaten tot de opleiding en werkt sinds 1 april 2022 als aios interne geneeskunde in het Isala ziekenhuis. Over de zoektocht naar haar droombaan schrijft ze blogs op haar website doktersdiehetandersdoen.nl. Je kunt haar ook volgen op Instagram via @doktersdiehetandersdoen.

Administratie in orde(r)? Ik las laatst in een artikel dat het beroep dokter zowel bij mannen als vrouwen wordt gezien als het meest sexy beroep. Dokter zijn doet het dus goed op Tinder. Op feestjes en verjaardagen ook wel trouwens. En dat snap ik: de hele dag levens redden in een blauw OK-pak of je witte doktersjas, wie wil dat nou niet?! Een stuk minder sexy is de werkelijkheid. Zo’n 75 procent van de tijd zit de gemiddelde dokter achter zijn of haar computer. Druk met het uittypen van de dagelijkse visite bij de opgenomen patiënten. Of met het voorbereiden of uitwerken van het spreek­ uur van de patiënten op de poli. Maar ook een ver­slag maken van een gevoerd familiegesprek, het schrijven van uitgebreide brieven voor de huis­arts en het maken van orders behoren tot de dage­lijkse kost. Orders, een woord waar ik voor het zieken­ huisleven nauwelijks van had gehoord, maar dat tegen­woordig het meest gehoorde en uit­gesproken woord in een gemiddelde werkweek is. Een order is een opdracht om te zorgen dat er iets wordt gedaan. Een order voor een thoraxfoto of scan, voor bloedonderzoek, urineonderzoek of het afnemen van kweken en een ICC-order als je de expertise van een collega uit een ander specialisme nodig hebt. Op zich logisch, al lijkt er tegenwoordig in het ziekenhuis niets meer mogelijk zonder order. Een order voor een zoutarm dieet, het dagelijks wegen van de patiënt of voor de streefwaarden bij een benauwde COVID-19 patiënt.

Het is immers goed om te weten wanneer je wel en niet aan de zuurstofknop moet draaien. Zelfs voor dingen die niet meer hoeven, is een order fijn. Van een order ‘geen controles meer’ bij een stervende patiënt op de afdeling kijkt tegenwoordig niemand meer op. Of een patiënt met acute dyspnoe in het holst van de nacht waarbij je als dokter samen met de verpleegkundige de oorzaak wil achterhalen en wil starten met de behandeling, terwijl je toch echt even met je rug naar de patiënt moet gaan staan om op de computer een order voor een thoraxfoto te maken omdat de röntgenlaborant anders niet kan komen om de foto te maken. En zo’n order alleen is vaak niet genoeg. Het moet ook worden genoteerd in het elektronisch patiën­ ten­­dossier en het liefst nog telefonisch worden door­gegeven, want tja, we zouden toevallig maar net even niet achter de computer zitten. Niet erg efficiënt als je er van een afstand naar kijkt, en dat in een wereld met een hoge werkdruk en hoge burn-outcijfers. Tijd voor de patiënt aan het bed? Daarvan blijft steeds minder over. Waarmee redden we dan eigenlijk wel de hele dag levens in ons dokterspak? Natuurlijk zijn de orders voor aanvullend onderzoek uiteindelijk zinvol voor de patiënten, omdat ons dat dichterbij de diagnose brengt, maar écht non-stop levens redden zoals in Grey’s Anatomy is niet hoe de gemiddelde werkdag van een dokter er tegenwoordig uitziet. Het is maar goed dat dat er op Tinder niet bijstaat.

September 2022 | 7


Tekst Lyanneke Krauss Illustratie Ronald Slabbers

Hoe blijft het huisartsenvak aantrekkelijk? Huisartsen voerden in juli actie om duidelijk te maken dat er iets moet gebeuren om de huisartsenzorg overeind te houden. Er is een tekort aan huisartsen, de werkdruk is hoog en huisartsen hebben er steeds meer taken bij gekregen. Hoe kan het huisartsenvak aantrekkelijk blijven? We vroegen het twee huisartsen en een aios huisartsgeneeskunde.

Annelies Ensing

Paul Prinsen Geerligs

Elske Princen

Huisarts bij gezondheidscentrum De Roerdomp:

Huisarts bij Gezondheidscentrum Osdorp en bestuurslid LAD:

Aios huisartsgeneeskunde en bestuurslid LOVAH:

Als huisarts kun je veel voor iemand betekenen en dat vind ik een van de mooiste aspecten van ons vak. Je bouwt niet alleen een bijzondere band op met mensen, het werk is ook nog eens heel afwisselend. Toch zijn er een paar dingen die echt anders moeten om ervoor te zorgen dat het vak aan­ trekkelijk blijft. Ik merk dat de laatste jaren veel onnodig werk op ons bord terechtkomt. Huisartsen mogen wat mij betreft best eens vaker nee verkopen als het gaat om onzin­nige aanvragen of patiënten die door een medisch specialist weer naar ons worden door­­ver­wezen. Ook denk ik dat we door de toe­ge­­nomen werk­­druk zeer gebaat zouden zijn bij langere con­ sulten. Het stellen van een juiste diagnose vraagt om een goed gesprek met de patiënt én een uitgebreid lichame­lijk onder­zoek. Zo voor­kom je dat patiën­ten on­nodig naar het zieken­huis worden door­ver­wezen. Wat ik ook signaleer, is dat de ANW-zorg steeds zwaarder wordt voor huisartsen. Niet alleen lijken mensen ook bij niet-urgente zaken steeds vaker de huisartsenpost te bellen, we kam­pen ook met een gebrek aan ervaren assisten­­tes die de triage kunnen doen. Ik denk daarom dat het goed zou zijn als ook waar­­nemers een aantal ANW-diensten krijgen toege­­­wezen. Zo worden praktijkhouders wat meer ontlast. Tot slot denk ik dat de kloof tus­sen zzp’ers en huisartsen in loondienst te groot is geworden. Dat gaat zowel om het aantal uren dat som­ migen wer­ken als de salariëring. Het moet weer aan­trekkelijk worden om in loon­­dienst te werken. Niet alleen is het fijn om in een vast team van collega’s te werken, ook de patiënt is gebaat bij een vertrouwd gezicht.”

LAD magazine | 8

We hebben een ontzettend mooi vak, maar daarin moeten we als huisartsen ook zelf onze verantwoordelijkheid nemen. Natuurlijk hebben we te maken met een huis­ artsentekort en een toenemende ver­grijzing. Dat neemt niet weg dat er nog voldoende zaken binnen onze eigen invloeds­sfeer liggen. In 2019 hebben we als beroeps­groep onze kern­waarden en taken herijkt en vast­gelegd. Dat is wat ons met elkaar ver­bindt en op basis waarvan we moeten handelen. Er zijn wat mij betreft een paar dingen nodig om te zorgen dat ons vak leuk blijft. Ten eerste is er een ge­­mandateerde regio-organisatie nodig waar­ in de invloed van huis­artsen is geborgd. Ik ver­­gelijk dit wel eens met de Europese Unie waar voor bepaalde zaken centraal beleid wordt gevoerd. Daarnaast ben ik een groot voor­­­stander van zorgprofessionals naast de huis­­arts, zoals praktijkondersteuners, physi­ cian assistants en managers. Een chirurg in het ziekenhuis doet immers ook niet alles in z’n eentje, daar zit een heel team om­­heen. Ik vind daarom dat we moeten toe­wer­ken naar een huisartsenvoorziening. Dat betekent ook dat huisartsen moeten leren be­paalde ver­­ant­ woordelijkheden bij andere zorg­profes­sionals te beleggen. Dit bevordert de con­tinuïteit van de huisartsenzorg en dokters kunnen dan meer tijd aan de patiënt besteden; dat is nou juist wat de meesten van ons graag willen. Tot slot moet er meer aandacht komen voor moder­ne arbeids- en vestigingsvoorwaarden, waardoor het aan­­trekke­lijker wordt om in loon­dienst te werken en je als huisarts ergens te vestigen. Het is belang­rijk dat huisartsen ge­ durende een langere tijd op één plek werken en zich ver­binden aan hun patiënten.”

Toen ik begon met de huisarts­op­lei­ding, wist ik gelijk dat ik de juiste keuze had gemaakt. Ik houd ervan om in een klein team te werken en een ge­voel van saam­horigheid te ervaren. Ook de veel­zijdig­ heid van het vak vind ik mooi, geen dag is het­zelfde. Toch herken ik deels wel de on­ vrede die er nu heerst, met name als het gaat om onnodige administratieve ver­zoeken. Dan denk ik bijvoorbeeld aan een patiënt die al dertig jaar mictieproblemen heeft door MS en voor wie ieder jaar opnieuw een uit­voerings­ verzoek voor katheterisatie moet worden aan­­ge­vraagd. Dat slaat nergens op. Bij veel zaken wordt gedacht: ‘dat kan de huisarts er wel even bij doen’, maar op een gegeven moment zit het potje vol. Daarom moeten we terug naar de kern en ons er bewust van blijven waar de huisarts oorspronkelijk voor bedoeld was. Dat betekent ook dat we onze werk­zaamheden beter moeten afbakenen. Iets waar ik mij ook zorgen over maak, is de digita­lisering in de zorg, of liever gezegd het gebrek daar­aan. Het is toch niet normaal dat artsen nog steeds een fax gebruiken? Het effec­tief inzetten van digitalisering en eHealth kan veel tijd besparen, maar veel artsen zijn toch huiverig dit binnen hun praktijk uit te rol­ len. Toch moeten we niet vergeten dat de meeste huisartsen met plezier hun vak uit­oefe­nen. Ons beroep krijgt de laatste tijd veel nega­tieve aandacht en dat doet het imago geen goed. Het is echt zonde als genees­kun­de­ studenten daardoor geen huis­arts meer willen worden. De genees­­kunde­­opleidingen hebben hierin ook een belang­­rijke rol. Het is essentieel dat er meer aan­­dacht komt voor de mooie carrière­mogelijk­heden buiten het ziekenhuis.”

September 2022 | 9


Werk/privé

Tekst Marjolein Dekker Foto Ivar Pel

Hij geldt als internationaal expert op het gebied van Parkinson. Voor zijn inspanningen om de ziekte maatschappelijk op de kaart te zetten, krijgt hij op 5 oktober de Stevinpremie, een van de hoogste onderscheidingen in de Nederlandse wetenschap. “Dit voelt voor mij als een gouden Olympische medaille”, zegt neuroloog Bas Bloem.

Misschien heeft die dub­bele nomina­tie er wel aan bijgedragen dat ik de prijs nu krijg”, voegt hij er in alle bescheiden­heid aan toe. Bloem vindt het een eer. “Ik heb met Oranje nooit de Spelen gewonnen, dus dit is mijn Olympische gouden medaille.”

Ultieme droom Al op jonge leeftijd wist hij dat hij dokter wilde worden. “Mijn moeder had MS. Ze trouw­de in een rolstoel en ik was eigenlijk een ‘illegaal’ kind: tegen het advies van de artsen in was ze toch zwanger geworden. Ik heb me daardoor altijd extreem welkom ge­voeld. Vanwege haar ziekte zag ik wel meer zieken­huizen van bin­nen dan me lief was. Niet fijn, maar ik wist daar­­door één ding zeker: ik wilde MS-expert wor­den, zodat ik mijn moeder en andere patiën­­ten beter kon maken.”

9 een 10” Neuroloog Bas Bloem (1967) begon zijn loopbaan als volleyballer bij Jong Oranje, maar koos uiteindelijk voor een doktersloopbaan. Sinds 2008 is hij hoogleraar Neurologische bewegingsstoornissen in het Radboudumc. Daarnaast is hij hoofd van het Expertisecentrum voor Parkinson & Bewegingsstoornissen en ontwikkelde hij samen met Marten Munneke het landelijke ParkinsonNet. Vanwege de maatschappelijke impact van zijn onderzoek naar Parkinson ontvangt Bloem in oktober de Stevinpremie. Hij is getrouwd en heeft twee zonen van 21 en 19 jaar.

LAD magazine | 10

Gedreven

Het liep anders. Toen hij na zijn studie ge­ neeskunde een opleidingsplaats neurologie wilde bemachtigen, kreeg hij de kans onder­­­zoek te doen in Californië bij de be­ken­de Parkinson-hoogleraar Bill Langston. “Uitgerekend op de dag dat ik in zijn kliniek kwam, gaf hij een persconferentie over een moge­lijke manier om de progressie van Parkinson af te remmen. Langston had een aan­tal jonge drugsverslaafden gevolgd, die een designer drug genaamd MPTP ge­bruik­ ten; een kleine modificatie van heroïne die daar­mee toentertijd legaal was. Die stof kan in combinatie met het enzym MAOB in je her­ senen worden omgezet in MPP+. En laat die stof nou precies de bij Parkinson betrokken zenuwcellen in het brein aan­tasten. Zeven gebruikers van de drug kregen Parkinson. Toen Langston dat ontdekte, wist hij: nu kun­nen we misschien een Parkinson-remmer ont­­­wik­kelen.”

Het leidde ertoe dat hij zichzelf tot Parkinsonexpert ontwikkelde. De lijst met activiteiten op zijn cv is indrukwekkend. Hij is als dokter niet alleen actief in de spreekkamer, maar stond ook aan de wieg van ParkinsonNet en heeft meer dan 750 wetenschappelijke publi­caties op zijn naam staan. Bloem lijkt het zelf niet bijzonder te vinden. “Als ik iets interes­sant vind, ga ik erin op. Ik vind het leuk om van een negen een tien te maken in plaats van een zes in een zeven om te zetten. Die ge­drevenheid heb ik van mijn moeder.” Naast zijn drukke baan maakt hij ook tijd vrij voor zijn privéleven. Sporten is de ver­binden­ de waarde in zijn gezin – niet verrassend als je bedenkt dat zijn vader leraar lichamelijke opvoeding was, en hij zelf ooit volleybalde bij Jong Oranje. Hij fitnest en wandelt regelmatig en is iedere zaterdag in een sporthal te vinden. “Jochem, mijn oudste zoon, volleybalt op ere­ divisieniveau en Douwe, de jongste, basket­ balt. Als ze wed­strijden hebben op zaterdag, ben ik erbij. Die momenten zijn heilig.”

Fascinerend

Stevinpremie

Californië

“Ik maak graag van een

als je bedenkt dat Parkinson een van de rotste dingen is die je als mens kan overkomen. Maar de complexiteit van de ziekte trof me. Sommige mensen met Parkinson kunnen niet meer lopen, maar staan bij het horen van muziek wel op uit hun rolstoel om te dan­sen of kunnen bijvoorbeeld nog heel goed fietsen. Die complexiteit van het brein vind ik on­ge­ looflijk interessant.”

Bloem was gegrepen door het onderzoek, ook omdat MPP+ vrijwel identiek is aan het landbouwbestrijdingsmiddel paraquat. “Ik dacht: wat een fascinerende wereld is dit en wat liggen er een kansen om de ziekte te be­strijden of voorkomen.” Oh vergeef me, haast hij zich er achteraan te zeggen, “want fascinerend is misschien niet het juiste woord

Toen hij van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) te horen kreeg dat hij de Stevinpremie krijgt, kwam dat voor hem als een volslagen ver­rassing. “Het toeval wilde dat zowel de Radboud Universiteit als de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) mij had voorgedragen, zonder het van elkaar te weten.

In zijn loopbaan heeft Bloem bewegen in de strijd tegen Parkinson op de kaart gezet, maar hij hoopt nog een stap verder te komen. “We weten al dat sporten Parkinsonpatiënten helpt hun klachten te verminderen. Door een aerobe work-out maakt je brein nieuwe ver­ bindingen aan, waardoor het in gunstige zin wordt aangepast. Maar in hoeverre kan je de ziekte ook voorkomen met bewegen? Ik wil de Stevinpremie (2,5 miljoen euro, red.) inzetten om daar onderzoek naar te doen.” Het wordt de tweede studie wereldwijd die volledig op afstand wordt uitgevoerd. “We volgen de bewegingen van mensen via hun smartphone en smartwatch. Het mooie daar­ aan vind ik dat bijvoorbeeld ook mensen uit Afrika eraan kunnen meedoen. Ik heb altijd een fascinatie voor Afrika gehad, nadat mijn oom Peter Slee in m’n jeugd naar Malawi vertrok. De mensen daar hebben vaak niks, maar hebben wél een telefoon. Mijn ultieme doel is dat we een manier vinden om niet alleen de westerse wereld, maar de héle wereld van Parkinson af te helpen.”

Trots

Op de vraag waar hij het meest trots op is, praat hij ongemerkt al snel in de wij-vorm. “Het mooiste vind ik dat we de rol van mensen met Parkinson hebben geher­definieerd en dat de hiërarchie in de relatie zorgverlenerpatiënt verdwenen is. Als zorgverlener be­palen wij niet meer wat wel of niet goed is voor een patiënt, maar zijn we gelijkwaardig. Natuurlijk hebben wij kennis van Parkinson, maar we weten niet wat patiënten precies er­varen en wat hun prioriteiten zijn. Via ParkinsonNet staan we naast de patiënt. Als dokter ben ik, in een netwerk met andere zorg­­ verleners, een van de spelers die een patiënt verder kan helpen. Ik vergelijk het wel eens met mijn volleybaltijd: ik stond destijds dia­ go­naal met Ron Zwerver die veruit de mees­te ballen scoorde, maar dat lukte alleen als ik de ballen goed passte. Zo werkt het hier ook.”

September 2022 | 11


Arts in Balans

Tekst Lucie Pelzer Foto Ivar Pel

Investeren in jezelf is een

bewuste keuze Carrière maken, nevenfuncties uitvoeren, sporten, gezond eten, een sociaal leven onderhouden en na een flink aantal overuren weer fris en fruitig voor de volgende patiënt klaarstaan ... Dokters ‘moeten’, van alles, althans dat denken ze vaak, merken kersverse en sportieve ouders Milou de Graaf en Maarten Nuver. In 2020 richtten ze samen Arts in Balans op.

Hoe is Arts in Balans ontstaan?

Nuver is acute internist en fellow IC. De Graaf is professioneel coach en organisatie­weten­ schapper en was bij haar vorige werk­gever Coolblue de persoonlijke coach voor het ma­na­ge­mentteam. Nuver: “Tijdens de eerste COVID-19 golf werkte ik op de spoed­eisen­de hulp. Milou zag dat mijn collega’s en ik kamp­ten met hoge werkdruk. Ze bood aan om ons te begeleiden via gratis coachings­ge­sprek­ken. We stuurden een appje naar mijn collega’s en gaven aan dat als iemand be­­hoefte had om even zijn hart te luchten, ze bij haar terecht konden.” “Al snel ontvingen we veel aanvragen”, vult De Graaf aan. “Behalve dat we veel enthou­ siaste reacties ontvingen, gaf de begeleiding ons voldoening. Na een aantal maanden met veel coachingsgesprekken, workshops en pre­ sen­taties, besloten we Arts in Balans verder te professionaliseren.”

Wat is jullie missie?

Nuver: “Wij helpen artsen om meer focus en balans aan te brengen in hun leven, zodat ze topprestaties kunnen leveren én tegelijkertijd genieten van het leven. We willen voorkomen dat ze zich over de kop werken of hun baan (onnodig) opzeggen. Meer tijd en energie overhouden voor dingen naast het werk: dat is waar we naar streven.” De Graaf: “De combinatie van het leveren van goede patiëntenzorg en je staande houden in een complexe, dynamische ziekenhuis­omge­

LAD magazine | 12

ving is veeleisend. Zeker als je daarnaast ook nog een leuke partner, ouder en vriend(in) wilt zijn en af en toe tijd voor jezelf wilt heb­ben. Met ambitieus zijn en hard werken is niets mis. Maar als je voor je gevoel altijd maar bezig bent met het voldoen aan de verwachtingen van anderen en de lat steeds hoger legt, lijkt het meer op overleven dan leven.”

Maar hoe doe je dat?

De Graaf: “Arts zijn is als topsport. Ik verge­lijk het met hoe een topsporter traint en balan­ ceert om te voorkomen dat er (blijvende) bles­ sures ontstaan. Alleen dan kan je voor goud gaan! Maar je moet wel letten op je sociale, emotionele en fysieke batterij. De kunst is een goede balans te vinden tussen uit­ge­daagd worden en niet continu op je tenen lopen.” Nuver: “Zelfkennis en zelfzorg zijn cruciaal. We vergelijken het leven van een (drukke) arts wel eens met een hogesnelheidstrein. Velen zijn vroeg in hun carrière al op die trein gestapt en denderen maar door in dezelfde richting. Na een aantal jaren vragen ze zich pas af of ze hier eigenlijk wel naartoe wilden. Daar­om is het goed af en toe uit te stap­pen, bewust stil te staan en je af te vragen of je de goede kant opgaat. Eigenlijk moet je even ver­ tragen, om daarna weer in de juiste richting te kunnen versnellen. Daarnaast leren we artsen situaties waar ze geen invloed op hebben, los te laten en te accepteren. Richt je op zaken die je wel kunt veranderen en pas die aan. Zo creëer je een gevoel van ‘regie’.

Werkdruk verander je niet een-twee-drie, maar je kunt je werkdrukbeleving wel beïn­ vloeden. We ver­gelijken het vaak met golf­ surfen: de golven van het leven kun je niet stoppen, maar je kunt er wel op leren surfen.” De Graaf: “Centraal staat: jezelf kennen, zijn en blijven. Het zogeheten GROW-model kan je daarbij helpen. Je staat dan stil bij vragen als wie je bent, wat je kan, wat je wilt bereiken, wat je tegenhoudt en wat je plan wordt.”

Hoe blijf je jezelf en voldoe je toch aan alle verwachtingen?

Nuver: “Artsen vergelijken zich continu met andere artsen. Je zult altijd iemand vinden die meer weet, sneller werkt, meer publiceert, vaker sport, een grotere vriendenkring of gezin onderhoudt. Artsen die daarnaast ook nog perfectionistisch zijn, leggen de lat voor zichzelf steeds hoger. Dat zorgt voor stress en staat goed presteren in de weg. De enige dokter met wie je jezelf moet vergelijken, ben jijzelf. Jij kiest wat voor jou belangrijk is. Vergroot je zelfvertrouwen en focus meer op intrin­sieke motivatie, in plaats van externe vali­datie. Dat is autonomie.” De Graaf: “Vooral bij artsen heerst een werk­cultuur waarin de ene arts de ander wil over­tref­fen. Hard werken en niet klagen. Doe gerust eens een stapje terug en kijk naar jezelf: wat voor dokter wil ik zijn? En maak op basis van die vraag keuzes. Met overuren draaien is op zich niets mis. Maar alleen als het niet struc­ tureel wordt en je het doet om een doel te

DJS Congres 1 oktober bereiken en daar plezier aan beleeft. Als je het doet omdat iemand anders het doet, gaat er iets niet goed.”

“De enige dokter met wie je jezelf moet vergelijken, ben jijzelf” Hoe behoud je als arts je autonomie en je werkplezier?

De Graaf: “Werkplezier is voor iedereen anders. Vraag jezelf af waarom je ook alweer dokter bent geworden. Wie of wat zijn energie­gevers en -vreters? Wat heb jij nodig om maximaal te presteren met plezier en in wat voor om­ ge­ving gedij jij het beste? Stel dat je straks gezond 100 bent geworden, heb je dan ple­zier gehad en heb je anderen plezier be­zorgd? Als het antwoord op die vraag ‘nee’ is, moet je je misschien afvragen wat je nu al kunt en wilt aanpassen.” Nuver: “En niet onbelangrijk, maak ook plezier buiten het werk.”

Hoe houden jullie zelf de balans?

De Graaf: “Met twee verhuizingen, een ver­ bouwing, de geboorte van onze zoon, onze banen, Maartens Europees IC-examen en zijn sollicitatie, hadden ook wij veel ballen in de lucht te houden afgelopen jaar.” Nuver: “We reflecteren regelmatig: wat willen we bereiken en wat is ècht belangrijk? Dit helpt ons bewuste keuzes te maken. Ook proberen we de dingen die we doen met volle aandacht te doen, zodat je bewust van het moment geniet.” De Graaf: “Daarnaast maken we tijd vrij voor ontspanning met vrienden en familie en krijgen we veel energie van sporten, vooral bij en op het water. Gezamenlijk werken aan Arts in Balans geeft bovendien veel werkplezier. We vinden het geweldig artsen te mogen be­ geleiden naar meer focus en balans.”

Nieuwsgierig naar wat Maarten Nuver en Milou de Graaf nog meer te vertellen hebben? Zij bieden coachgesprekken, workshops en discipline-overstijgend onderwijs aan (zie www.artsinbalans.nl) en ze verzorgen op zaterdag 1 oktober tijdens het jaarlijkse DJS Congres de opening en workshop ‘Druk, druk, druk en andere dingen die je nooit meer zegt na deze workshop’. Het congres wordt georganiseerd door De Jonge Specialist, de LAD, Federatie Medisch Specialisten en VvAA. Lees meer of meld je direct aan via https://djscongres.yellenge.nl.

September 2022 | 13


Tekst Lucie Pelzer Fotografie Ivar Pel

Ziek tijdens een reorganisatie: wat zijn je rechten?

Elijah Sanches Aios vertrouwensarts, arts Maatschappij + Gezondheid Veilig Thuis Hollands Midden Waarom heb je voor dit vak gekozen?

Judith Klaver* werkt in een ggz-instelling en zit al een tijdje ziek thuis. Van haar collega’s hoort ze geruchten over een reorganisatie op haar werk en dat er mogelijk banen kunnen sneuvelen. Ze vraagt zich af wat dit voor haar betekent, aangezien ze nog niet op korte termijn volledig kan re-integreren. Ze belt met het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.

Tips van Fatima Madani Is er sprake van een reorganisatie in je instelling die gepaard gaat met personele gevolgen? Neem dan zo snel mogelijk contact op met het Kennis- en dienstverleningscentrum. Bij een functiewijziging of ontslag komt er heel wat op je af. Je werk­ gever is gebonden aan bepaalde regels (bijvoorbeeld over de opzeg­ termijn, het betrekken van de onder­ nemingsraad, ontslagselectie, etc.), dus het is belangrijk dat je goed weet wat je rechten en plichten zijn. We kunnen je adviseren over je rechts­ positie en betrekken daar zo nodig ook een cao-onderhandelaar bij.

* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

LAD magazine | 14

Klaver heeft een paar maanden geleden een heftig ongeluk gehad. Het gaat de goede kant op met haar gezondheid, maar ze heeft nog weinig energie en vooral het focussen op meer­dere taken tegelijk kost haar moeite. Ze is voor een paar uur per week aan het re-integreren, maar heeft van de bedrijfsarts het advies ge­ kregen rustig op te bouwen en vooral niet te snel te gaan. “Gezien mijn situatie schrok ik van de berich­ ten over een reorganisatie en vooral van de mogelijkheid dat dat banen zou kunnen kos­ ten”, zegt Klaver. “Ik realiseerde me dat ik voor mijn werkgever nu geen ‘stabiele factor’ ben, dus zou ik dan als eerste het veld moeten ruimen? Ik wilde graag weten wat mijn rechten zijn.”

Opzegverbod

Klaver komt in contact met arbeidsjurist Fati­ma Madani, die haar geruststelt. “Als je ziek bent, kan je in principe niet worden ont­slagen bij een reorganisatie. Je k­unt name­lijk een beroep doen op het opzeg­verbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 sub b van het Bur­ger­­lijk Wetboek). Dit opzegverbod schrijft voor dat je gedurende de eerste twee jaar ziekte niet kan worden ontslagen.” Madani legt uit dat als er inderdaad ge­dwon­gen ontslagen vallen als gevolg van een re­or­gani­ satie, een werkgever eerst toe­stem­ming moet vragen bij het UWV om de arbeids­over­eenkomst op te zeggen. “In geval van ziekte zal het UWV geen toestemming geven voor het ontslag.”

Uitzonderingen

Op het opzegverbod geldt wel een aantal

uit­zonderingen. Madani: “Als je ziek bent ge­ worden nadat de ontslagprocedure in gang is gezet, geldt het opzegverbod niet. Ook biedt het opzegverbod geen ontslagbescherming bij ‘een beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming’ (artikel 7:670a lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek). Daarvan is sprake als de gehele instelling moet sluiten of als een volledig zelfstandig onderdeel van een onderneming sluit.”

Rechten bij ontslag

Mocht het tot een bedrijfssluiting komen, dan kan dit dus leiden tot ontslag voor Klaver. Ze heeft dan recht op de wettelijke transitie­ vergoeding en op een WW-uitkering en/of Ziektewetuitkering – mocht ze na het ontslag nog ziek zijn. “Als er een cao van toepassing is – in het geval van mijn cliënt is dat de Cao GGZ – dan is daar ook vaak in geregeld dat je recht hebt op een aanvulling op je WWuitkering en/of Ziektewetuitkering”, aldus Madani.

“Aanvankelijk wilde ik plastisch chirurg worden. Al snel merkte ik dat dit niet te combineren is met mijn drukke ondernemende leven. Een veelzijdig beroep met een brede doelgroep en een maat­schappelijke dimensie, is wat bij mij past. Ik heb daarom bewust voor vertrouwensarts gekozen. Het is een heel dynamisch vak dat volop in ontwikkeling is. De combinatie van medisch en maatschappelijk werken spreekt mij erg aan. Ik zet zowel mijn medische als juridische kennis in een bredere context in, denk aan strafbare kindermishandeling. Onze doelgroep is de vol­le­ dige Nederlandse bevolking. Ik kom zowel in villa’s als in kleine appartementen waar gezinnen met veel kinderen wonen. Geweld komt in alle lagen van de maatschappij voor. Ik heb veel vrijheid en geen enkele dag is hetzelfde. Daarnaast heb ik als ver­­trou­ wens­­arts veel contact met verschillende collega-specia­listen en ben ik de spil van veiligheid binnen de medische wereld.”

“Ik zet mijn medische kennis breed in” Waar haal je de meeste voldoening uit?

“De dingen die wij doen, het bekijken van iemands situatie van­­uit verschillende invalshoeken, hebben ingrijpende gevolgen voor iemands veiligheid en leefomgeving. We veranderen daar­mee iemands leven in positieve zin en dat geeft mij veel vol­doening.”

Wat zijn vooroordelen over een vertrouwensarts?

“Ik vermoed dat veel (toekomstige) artsen sociale geneeskunde saai en stoffig vinden. Dat is het absoluut niet. Daarnaast worden wij vaak gezien als artsen die de hele dag kinderen uit huis plaatsen. Dat gebeurt gelukkig maar zelden. Sterker nog, ik heb het zelf nog nooit hoeven te doen. We kunnen dit soort situaties bijna altijd via andere wegen oplossen.”

Wat is voor jou de toegevoegde waarde van de LAD? Geen reorganisatie

Gelukkig komt het voor Klaver niet zover: de geruchten over een reorganisatie blijken ook echt geruchten te zijn. In de organisatie­ structuur wordt wel het nodige aangepast, maar dat leidt niet tot een reorganisatie, laat staan dat er ontslagen vallen. “Toch ben ik wel blij dat ik weet hoe het zit voor het geval die situatie zich wel had voorgedaan. En ook is het goed om te weten welke regels er in het algemeen gelden bij een reorganisatie”, aldus Klaver.

“Ik vind het goed dat de LAD zich hard maakt voor onder andere meer inspraak van artsen op het beleid van een organisatie, zo­als via een medische staf in ziekenhuizen. In GGD’en zijn medische staven nog lang geen gemeengoed, dus ik juich het toe dat de LAD artsen via het project Gezond en veilig werken be­geleidt bij het bedenken van voorstellen voor positionering/ inspraak, waardering, werkbelasting en communicatie. Behalve dat ik blij ben met dit initiatief, vind ik het ook leerzaam hoe de LAD dit aanpakt.” Huisartsen, aios, medisch specialisten en sociaal geneeskundigen: de LAD heeft leden in alle disciplines. Wie zijn ze en wat drijft hen? In deze rubriek brengen we LAD-leden letterlijk in beeld.den l

September September 2022 2022 | 15| 15


Tekst Corrie Kooijman

Hoe zit het op dit moment?

Op dit moment gelden er verschillende arbeidsvoorwaarden voor huis­ artsen in dienst bij een huisarts (Hidha’s) en huisartsen in dienst bij een gezondheidscentrum. De LAD is met InEen en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) in overleg om tot één arbeidsvoorwaardenregeling (cao) te komen. “Eén arbeidsvoorwaardenpakket voor alle huisartsen in dienstverband moet werkgevers en werknemers rust en duidelijkheid geven”, aldus LAD-onderhandelaar Lilian de Groot.

Koersen naar één cao voor huisartsen in dienstverband Hidha’s hebben een eigen cao: de Cao Hidha. Huisartsen in dienst van een gezondheids­cen­ trum vielen tot maart 2019 onder de Arbeids­­ voorwaardenregeling Huisartsen in Gezond­­ heidscentra (AHG), die onderdeel was van de Cao Gezondheidscentra. In 2018 kon­digde werkgeversorganisatie InEen aan deze cao (en daarmee ook de AHG) te gaan op­­zeggen, omdat de arbeidsvoorwaarden van sommige disciplines niet meer zouden aan­­sluiten bij de tarieven die zorg­ver­zekeraars hanteren voor de beroeps­groepen in gezondheids­­centra. Ze gaf destijds aan alle functie­groepen onder aan­ palende cao’s te willen onderbrengen.

Toekomst

De LAD greep het einde van de cao aan om te kijken hoe de arbeidsvoorwaarden van huis­ artsen in gezondheidscentra in de toekomst goed kunnen worden geborgd. Een van de op­­ties is om toe te werken naar een regeling

LAD magazine | 16

voor alle huisartsen in loondienst. De LAD en InEen besloten hierover in overleg te gaan, en ook de LHV is bij dit proces betrokken. Caoonderhandelaar Lilian de Groot: “Vanaf maart 2019 hebben huis­­artsen die in de gezond­ heidscentra werken geen actuele collec­tieve arbeids­voor­­waar­den­rege­ling meer. Afgelopen jaren adviseer­de InEen de bij haar aangesloten werk­­gevers in de eerstelijn voor de huis­artsen nog wel de salarismutaties van de Cao Hidha te volgen. Dat was een goede zaak, want zo kregen de huisartsen in dienst bij een gezondheidscentrum in ieder geval salaris­ver­­hoging. Maar verder stond de in­ houdelijke arbeids­­voor­waarden­ont­wikke­ling van deze groep helemaal stil.”

ar­beids­­­voorwaardenregeling in kaart. Het rap­­port kwam onlangs uit en op grond daar­ van con­cludeerden de drie partijen dat ze het traject kun­nen voort­zetten om te komen tot een cao en dus uni­forme arbeidsvoorwaarden voor alle huis­artsen in dienstverband. De Groot: “Dit biedt perspectief voor de toe­komst, zodat huisartsen straks allemaal kun­nen rekenen op een toekomstbestendig arbeids­­ voor­waardenpakket. Als partijen zijn we ons ervan bewust dat alle ins en outs moeten worden bekeken. Het is vooral zaak dat huis­ artsen werkzaam in de gezondheids­centra perspectief krijgen op actuele arbeids­voor­ waarden.”

Eerste stap gezet En het kan

In opdracht van InEen, de LHV en LAD bracht werkgeversvereniging AWVN de (juridische) mogelijkheden en knelpunten van één

Op 30 juni trapten InEen, de LHV en LAD in een startbijeenkomst het traject af. Met onder­steuning van adviseurs van FWG Pro­fes­sional People is gesproken over hoe

Alle huisartsen moeten straks kunnen rekenen op een toekomstbestendig arbeidsvoorwaardenpakket de partijen dit traject willen inrichten, hoe ze met elkaar willen werken en wat concreet nodig is om te komen tot een nieuwe cao. Dat betekent een heleboel werk aan de winkel, bena­drukt De Groot, want er zijn de nodige verschillen in arbeidsvoorwaarden. “Voor tal van onderwerpen moeten keuzes worden gemaakt die ook juridisch-technisch moeten worden bekeken. Denk aan het vraagstuk of de cao het karakter van een minimum cao (à la de Cao Hidha) of standaard cao (dit was de AHG) moet krijgen, waarbij de werkgever respectievelijk wel of niet ten gunste van de werknemer kan afwijken. Dat zijn zaken waar je je als werknemer niet in hoeft te ver­­diepen, maar die echt wel ver­schil uit­­maken als je aan­vullende arbeids­voor­waar­de­lijke afspraken met je werk­gever wilt over­eenkomen. Ook de toe te passen pensioen­regeling is een onder­ werp dat inten­sieve verdieping vereist al­vorens een voor­stel uit te werken dat kan rekenen

op draag­vlak. Verder is het belang­rijk dat de ver­ant­woordelijkheden van de ver­schillende huisartsengroepen (zoals huisartsen met en zonder patiënten op naam) worden meege­ wogen in de arbeids­voorwaarden. Het gaat, kortom, om een inten­sief traject waarbij de belangen van de achter­bannen van de caopartijen moeten worden afgewogen, zodat de nieuwe cao kan rekenen op draagvlak in het veld.”

Leden zijn betrokken

De LHV, InEen en de LAD zullen de komende tijd intensief met elkaar overleggen om de onder­werpen zorgvuldig met externe des­kun­ digen uit te diepen. Dat vergt tijd. Er is dan ook een jaar uitgetrokken voor het traject. “We zullen de komende periode geregeld met LAD-leden over de voortgang com­muni­ce­ren en hen tussentijds ook over speci­fieke onder­ werpen raadplegen. We vinden het belangrijk

• InEen is in de eerstelijn cao-partij bij de Cao Huisartsenzorg. In deze cao zijn de arbeidsvoorwaarden geregeld voor ondersteunde zorgwerknemers in de huisartsenpraktijken en op de huisartsenpost. • De LHV is cao-partij bij de Cao Huisartsenzorg en de Cao Hidha. • De LAD is cao-partij bij de Cao Hidha, waar ongeveer duizend Hidha’s onder vallen. De LAD en de LHV sloten onlangs een onderhandelingsresultaat voor een nieuwe Cao Hidha vanaf augustus 2022. Bij het verschijnen van dit magazine zal de uitslag bekend zijn van de ledenraadpleging onder de LAD-leden. • De Arbeidsvoorwaardenregeling voor Huisartsen in gezondheidscentra (AHG) eindigde op 1 maart 2019. Deze AHG heeft nawerking voor huisartsen die voor 1 maart 2019 in dienst waren bij een gezondheidscentrum en van wie sindsdien de arbeidsovereenkomst niet is gewijzigd.

dat LAD-leden betrok­ken zijn”, vervolgt De Groot. “Daarom hebben we Hidha’s en de huis­artsen in gezond­heids­centra opgeroepen deel te nemen aan de LAD-‘denktank’ voor dit traject. Ik ben blij met de belang­stelling. Het is goed te merken dat leden zich betrok­ken voelen en vanuit hun eigen praktijk mee­den­ken.”

Opbouwwerk

De drie partijen hebben de ambitie op 1 juli 2023 een concept klaar te hebben. De Groot: “Dit najaar gaan we verder met de ge­sprek­ ken. Als vervolg op de bespreking van 30 juni staat het ambitieniveau van de cao op de agenda, ook wat betreft de vorm en inhoud ervan. Daarna kunnen we stap voor stap de cao-inhoud opbouwen.”

September 2022 | 17


Column

In het kort

LAD-trainingen in 2023

Prijskaartje Onlangs benoemden we drie nieuwe ledenraadsleden, die de komende vier jaar met ons meedenken over onze strategie en koers. Ik ben ontzettend blij dat we die ledenraad hebben bij de LAD. Met ruim 33.000 leden in alle ‘soorten en maten’ is het niet altijd mak­kelijk om de belangen van alle ver­schillende ledengroepen goed te be­hartigen. De ledenraad is in die zin een goede graadmeter om te peilen of we nog op de goede weg zitten, want alle artsengroepen zijn erin ver­tegen­ woordigd: van artsen in opleiding tot medisch specialisten, van huisartsen tot specialisten ouderen­ge­neeskunde en van artsen Maat­schappij + Gezond­ heid tot een aantal aan­verwante be­roeps­ groepen, zoals ziekenhuis­apo­thekers en klinisch chemici.

arbeidsvoorwaarden groot is – zeker in deze tijden van oplopende inflatie. Natuurlijk zetten we hoog in, vooral als het gaat om het verminderen van de werkdruk en het verbeteren van de positie van artsen in dienstverband binnen instellingen. Autonomie en in­spraak zijn daarbij de kernwoorden en we willen daar in alle cao’s concrete afspraken over maken: geen vrij­blijven­ de voornemens dus, maar ‘harde’ af­spraken die de inspraak van artsen borgen en die ervoor zorgen dat artsen een regie­­rol hebben en daar goed in worden ondersteund. Oftewel: werken in dienstverband moet aantrekkelijk zijn.

Hoe toekomstige onderhandelingen gaan uitpakken, is afwachten, maar ik spreek op deze plek maar vast de hoop Van al die leden krijgen we regelmatig terug dat ze het belangrijk vinden dat de uit dat werkgevers zich constructief opstellen en niet op voorhand al roepen LAD artsen ‘in den brede’ ver­tegendat er niks kan. De zorgvraag neemt de ­­woordigt aan cao-tafels. Een rol die in mijn ogen steeds belangrijker wordt nu komende jaren alleen maar toe, dus als we willen dat artsen goede zorg blijven de arbeidsmarkt in de zorg zo onder leveren, hangt daar wel een prijskaartje druk staat en goede arbeids­voor­waar­aan. Dat betekent dat je niet alleen den misschien wel essen­tiëler zijn dan moet investeren in het aantrekken van ooit. Op dit moment zijn we ons aan het beraden over ons Arbeids­voor­waar­ nieuwe mensen, maar vooral ook kijkt hoe je je bestaande werknemersgroep denbeleid voor volgend jaar, dat de behoudt én een gehele loopbaan lang basis is voor onze inzet bij cao-onder­ handelingen. Ik moet eerlijk zeggen dat vitaal houdt. het geen gemakkelijke opgave is, want Caroline van den Brekel, werkgevers hebben weinig financiële directeur middelen, terwijl de roep om betere

­­­­­

Nieuwe ledenraadsleden

What’s up Doc

Vanwege de hoge waardering van de trainingen ‘Beter in beeld’ en ‘Beter in onderhandelen’ biedt de LAD deze trainingen in samen­wer­ king met VvAA ook weer in 2023 aan. De in­schrijving start eind oktober, maar de data zijn al bekend: ‘Beter in beeld’ wordt gegeven op 13 april, 26 mei en 20 september; ‘Beter in onder­handelen’ op 15 juni en 12 oktober. Bij ‘Beter in beeld’ krijg je inzicht in je kern­ competenties en hoe je die kunt inzetten: hoe maak je effectief je punt en vergroot je je invloedssfeer binnen je instelling, je vak­­groep of in relatie tot patiënten? ‘Beter in beeld’ is een verdiepingstraining en een logisch vervolg op ‘Beter in beeld’ (al kun je de trainingen uiteraard ook los van elkaar volgen). Je leert wat er komt kijken bij onder­handelen: hoe zorg je dat je duide­lijk bent, maar wel met oog voor de relatie? Hoe zorg je dat je niet alleen ‘neemt’ maar ook ‘geeft’ en samen tot een goed besluit komt? Je oefent aan de hand van eigen casussen met acteurs, zodat je direct inzicht krijgt in je sterke pun­ten en wat nog beter kan. Beide trainingen duren een dag en zijn inter­ actief van opzet. Er is per trainings­dag plaats voor maximaal twaalf deel­nemers.

Anesthesioloog Roald Schaad, intensivist Coby Heij en aios kindergeneeskunde Anouk van Doorn zijn onlangs benoemd tot lid van de LAD-ledenraad. Zij vullen daarmee de vacante zetels in die waren ontstaan na het vertrek van psychiaters Ine Klijne en Paul de Vries en aios oogheelkunde Steffi Rombouts.

7,79%

91%

149

138

Het verzuimpercentage in de zorg steeg in het tweede kwartaal naar 7,79%; vorig jaar was het in dezelfde periode 6,97%

91% van de aios wil na de opleiding aan de slag als medisch specialist; 1% gaat iets anders doen en 8% weet het nog niet

Dit jaar zijn 149 dokters met de opleiding ouderengeneeskunde gestart, terwijl er 260 opleidingsplaatsen per jaar beschikbaar zijn

(bron: Loopbaanmonitor Medisch Specialisten)

(bron: SOON)

Het kabinet stelt tot 2027 138 miljoen euro beschikbaar voor de gehandicaptenzorg, onder andere bedoeld voor een bredere inzet van cliëntondersteuning

(bron: Vernet)

In de ledenraad zijn de leden van de LAD ver­tegen­woordigd in zeven clusters. Schaad en Heij zijn benoemd in cluster 1 (medisch specia­ listen, SEH-artsen, anios, arts-onderzoekers en overige artsen in perifere zieken­huizen, umc’s of ggz-instellingen); Van Doorn in cluster 5 (artsen in opleiding). De leden­raadsleden praten mee over de koers en strategie van de LAD en komen vier keer per jaar bijeen. Meer weten? Kijk dan op www.lad.nl/ over-lad-/ledenraad.

­ Intussen op LinkedIn… De Jonge Specialist De genomineerden voor de Opleidingsprijs 2022 zijn bekend! Verschillende aios hebben hun opleider genomineerd waaruit de jury een top 3 heeft geselecteerd: Kees van Dijke (Noordwest Ziekenhuisgroep), Bas Verhoeven (Radboudumc) en Arie van Dijk (Radboudumc).

Deze maand is de korte film What’s up Doc gelanceerd, die een aantal jonge artsen die zijn aangesloten bij Zin in Zorg samen met regisseur Jasper Scholten (onder andere bekend van Man Bijt Hond) hebben gemaakt. Met de film willen de artsen duidelijk maken dat dokters ook mens moeten kunnen zijn. “Soms voel je je geen mens door de spagaat tussen werk en gezin, bomvolle spreek­uren en door­ dat je soms meer tijd achter de com­ puter doorbrengt dan met je patiënt”, zegt een van de artsen. “Maar als wij ons geen mens meer voelen, voelen mijn patiënten zich ook geen mens,

dus wie helpen we daar dan eigen­lijk mee?”, vraagt een ander zich hardop af. Als jonge generatie willen deze artsen zelf het verschil maken. “Wij geloven dat dokters ook mens moeten kunnen zijn: samen moeten kunnen lachen, huilen en aandacht voor elkaar hebben als het even te veel wordt.” De film is te vinden op www.zininzorg.nl. De LAD, De Jonge Specialist, VvAA en de LOVAH zijn de initiatiefnemers achter Zin in Zorg en hopen dat jonge en ervaren artsen de film aangrijpen om samen in gesprek te gaan om meer aandacht te creëren voor de mens achter de dokter.

(bron: ministerie van VWS)

LAD magazine | 18

September 2022 | 19


5% korting voor u als LAD-lid op VvAA schadeverzekeringen Als lid van LAD én VvAA profiteert u van korting op de particuliere schade­ verzekeringen van VvAA. De verzekeringen aanvragen en beheren doet u eenvoudig online via MijnVvAA.nl. Nog geen lid van VvAA? Profiteer nu van een jaar gratis lidmaatschap (t.w.v. € 39,­).

Ga naar vvaa.nl/samenwerken/lad voor meer informatie en vraag direct online uw verzekeringen aan.

5% korting

De stem en steun van zorgverleners