LAD-magazine, september 2021

Page 1

Magazine

# 35 - September 2021 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)


Voorwoord

­­­­

Lichtpuntjes

Eén zo’n lichtpuntje was het congres ‘1001 voorbeelden Juiste zorg op de Juiste plek’ van de Federatie Medisch Specialisten, dat ik begin deze maand bijwoonde. Cardiologen en huisartsen uit de regio Eindhoven ver­telden daar bijvoorbeeld hoe zij samenwerken om hart­patiënten beter te helpen; dwars door de ‘muren’ van de eerste en tweede lijn heen. Een ander initiatief kwam uit het Radboudumc, waar een onderwijsmodule is ont­wik­keld om aios uit de eerste en tweede lijn beter te laten samenwerken. Zo waren er nog veel meer voor­beelden die aan het licht brachten wat artsen zelf doen om de zorg toegankelijker, innovatiever en betaal­baarder te maken. Maar er zijn meer lichtpuntjes. Neem de beweging Zin in Zorg die tot doel heeft de bevlogenheid van jonge artsen vast te houden. Vijftig jonge dokters werken momenteel aan voorstellen om (onder andere) de inspraak van jonge artsen te vergroten en meer aandacht te creëren voor de mens achter de dokter. Op 27 november presenteren ze hun bevindingen

LAD magazine | 2

tijdens een event en ik vind het inspirerend om te zien hoe ze samen – en ook hier weer over alle specialismen en instellingen heen – nadenken over de vraag hoe ze meer tijd voor hun patiënten kunnen creëren en hun werkplezier kunnen behouden. Nog zo’n positieve ontwikkeling: na jaren van te weinig aanmeldingen kon het aantal opleidingsplaatsen voor artsen infectieziektebestrijding dit jaar eindelijk weer worden gevuld, sterker nog: er worden zelfs zeven extra artsen opgeleid (zie ook het artikel op pagina 4-6). Corona heeft een negatieve lading, maar wat een bijvangst dat de crisis deze jonge artsen heeft laten zien hoe nuttig het werkveld van de infectieziektebestrijding is! Soms zet ik dit soort dingen even op een rij voor mezelf, zodat je je weer realiseert hoeveel mooie dingen er gebeuren in de zorg. Ik moest eraan denken toen ik deze week een filmpje opnam voor het DJS Congres op 1 oktober, waarbij ik de vraag kreeg voorgelegd wat mijn passie voor mijn werk als dokter is. Ik ging natuurlijk in op mijn vak van neuroloog, maar na afloop bedacht ik me dat ik vooral ook energie krijg van de wils- en denkkracht van al die collega’s die de zorg beter willen maken. Lichtpuntjes genoeg dus! Suzanne Booij Voorzitter LAD

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 33.715) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Julia Hamel en Corrie Kooijman Columnist Doa Shaikhani (coassistent) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Het nieuws wordt al anderhalf jaar gedomineerd door corona – zeker in ons werkveld. De werkdruk en de enorme berg uitgestelde zorg zijn niet bepaald dingen waar je vrolijk van wordt, ook gezien de onzekerheid over wat dit najaar gaat doen. Toch zie ik de laatste tijd vooral lichtpuntjes. Er gebeuren namelijk prachtige dingen om de zorg beter te maken en die laten zien hoe mooi ons vak eigenlijk is.


4

Werk/privé

Infectieziektebestrijding in de spotlights Meer basisartsen dan ooit hebben zich aangemeld voor de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid/infectieziekte­ bestrijding. Door de COVID-19 pandemie is het specialisme in trek. “Als er een pathogeen is, kijkt de microbioloog door de microscoop, luistert de internist naar de patiënt met zijn stethoscoop en kijkt de arts infectieziektebestrijding naar de samenleving door een macroscoop.”

8 Innovatie in de huisartsenzorg Beeldbellen met een huisarts in een andere regio? Of via een app bepalen of een bezoekje aan de dokter wel nodig is? Innovatie in de huisartsenzorg neemt een vlucht. Wat vinden huisartsen daar zelf eigenlijk van?

10 “Wat voor dokter wil je zijn?”

Ode aan de zorghelden

Dit jaar verscheen haar eerste boek, waarin ze in het hoofd kruipt van een anios die steeds vaker twijfelt of ze het arts-zijn wel in zich heeft. “Ik wil jonge artsen meegeven dat ze er niet alleen voor staan”, aldus gynaecoloog en coach Moniek de Boer.

12

15 Je opleiding beëindigd

Deze zomer ging ADEM in première: een theatervoorstel­ ling die is gemaakt als dank voor de inzet van zorgmede­ werkers tijdens de coronacrisis.

Een aios kindergeneeskunde krijgt de schrik van zijn leven als zijn opleider vertelt dat hij niet tevreden is over zijn functioneren en de opleiding wil beëindigen. Wat nu?

7

14

16

18

Goed voorbeeld

LAD-lid in beeld

Moeilijk cao-jaar

In ’t kort

Dr. Do krijgt tijdens een dienst niet bepaald het goede voor­ beeld. “Moeten we niet bij deze meneer blijven totdat de cardioloog er is?”

Marthe Fleur Antonides is net lid geworden van de LAD. “Ik vind het belangrijk dat de stem van de anios wordt gehoord.”

Veel cao-onderhandelingen verlopen dit jaar maar moei­ zaam. Hoe komt dat en wat is de inzet van de LAD de komende tijd?

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over trainingen, LAD-activiteiten en andere zaken. September 2021 | 3


Tekst Julia Hamel Foto ANP - Rob Engelaar

Bekend maakt bemind Jelte Elsinga is een van de artsen die zich tijdens de pandemie aanmeldden voor de opleiding. Hij startte in maart en loopt op dit moment stage bij het RIVM. Al tijdens zijn geneeskundestudie kreeg hij een fascinatie voor infectieziekten, en deed hij promotieonderzoek naar arbovirussen. “Ik heb de ambitie uitbraken van infectieziekten in het buitenland te onderzoeken, en mij toe te leggen op outbreakmanagement. Mijn beeld daarbij was dat ik daarvoor internistinfectioloog moest worden; dat waren de mensen waarover ik veel hoorde en las. Maar nadat ik als anios interne aan de slag ging, kwam ik erachter dat de focus te veel lag op zorg binnen de ziekenhuismuren, terwijl ik graag naar het grotere plaatje wil kijken.” Een toekomst als arts infectieziektebestrijding lag dus voor de hand? “Ik moet toegeven dat ik het vak vóór de uitbraak van COVID-19 niet kende. Best bijzonder, aangezien ik al een aantal jaren actief was in de wereld van infectieziekten. Ik sluit niet uit dat ik het specialisme een keer onder ogen heb gehad tijdens mijn geneeskundeopleiding, maar het is me niet bijgebleven.” COVID-19 bracht daar verandering in. “Ik zag op social media de vacature voor een LAD magazine | 4

Jarenlang bleven plekken voor de opleiding tot arts M+G/infectie­ziektebestrijding ongevuld. Toen was er ineens COVID-19 en stond de publieke gezondheidszorg, en zeker ook de infectie­ziekte­ bestrijding, in de spotlights. Het gevolg: meer basisartsen dan ooit meldden zich aan voor de opleiding. Dankzij een toezegging van de minister is het aantal opleidingsplaatsen voor 2021 zelfs vergroot van 15 naar 22.

De combinatie van medisch-inhoudelijk, management, politiek en andere expertises zoals gedragswetenschappen, maakt het specialisme voor mij leuk en dynamisch.”

Mediaverzoeken

“Ik kijk graag naar het grote plaatje” Jelte Elsinga, aios infectieziektebestrijding

opleidingsplek. Er vielen voor mij toen een aantal puzzelstukjes op z’n plek.” Met name de brede kijk op gezondheid en de samenleving spreekt hem aan. “Als er een pathogeen is, kijkt de microbioloog door de microscoop, luistert de internist naar de patiënt met zijn stethoscoop en kijkt de arts infectieziektebestrijding naar de samenleving door een macroscoop.

Dat het vak dynamisch is, beaamt ook arts infectieziektebestrijding Putri Hintaran. Haar werk staat sinds begin 2020 compleet in het teken van COVID-19. “Bij GGD regio Utrecht werken we met een relatief groot (artsen)team waardoor we onszelf nu hebben kunnen opdelen in twee teams: één voor COVID-19 en één voor andere infectieziekten. Binnen het COVID-team hebben we weer bepaalde focusgebieden. Zo richt een aantal collega’s zich met name op epidemiologische data en anderen op vaccinaties. Zelf ben ik samen met een collega medisch eindverantwoordelijk en houd ik me vooral bezig met beleids- en managementadvies.” Hintaran is ook regelmatig in de media te zien. “Alleen vandaag al heb ik twee media­ verzoeken binnengekregen. Voor COVID-19 gebeurde dit maar af en toe, bijvoorbeeld bij een uitbraak van het norovirus of bij een grootse vaccinatiecampagne.”


Aandacht

De toegenomen interesse in het specialis­ me bij basisartsen ondervindt ze aan den lijve. “Ik krijg veel verzoeken van geïnteresseerde artsen die een dagje willen meelopen. Een goed teken natuurlijk! Door de drukte lukt het ons alleen niet op alle verzoeken in te gaan.” De beroepsgroep bestaat uit ongeveer 140 artsen. “Voor COVID hielden we ons nét staande, nu zijn velen van ons overwerkt. Gelukkig hebben we er afgelopen jaar veel nieuwe anios en aios als collega bijgekregen.” Ondanks de actuele interesse mag er volgens Hintaran structureel nog wel meer aandacht komen voor publieke gezondheidszorg in de geneeskundeopleiding. “Als GGD regio Utrecht werken wij samen met de Universiteit Utrecht en verzorgen wij ook lesstof voor het curriculum.” Volgens haar is dat niet genoeg. “Een klein stukje theorie geeft je nog geen goed beeld van het vak, en we zien niet alle coassistenten bij de GGD. Zelf kwam ik bijvoorbeeld pas na mijn geneeskundeopleiding voor het eerst iets tegen over het vak.” Een vak waarmee je volgens haar veel verschillende kanten op kunt. “Er is ruimte voor verdie­ pers die zich verder willen specialiseren

Tekort

“Er is in het vak ruimte voor verdiepers en verbreders” Putri Hintaran, arts M+G/ infectieziektebestrijding

en voor verbreders die juist de beleidskant op willen. Naast werken bij de GGD, kun je ook aan de slag bij het RIVM, NGO’s of als adviseur.” Hintaran rekent erop dat COVID-19 de maatschappij en de politiek heeft wakker geschud. “Wat mij betreft speelt publieke gezondheid een even grote rol als cure en care in onze gezondheidszorg.”

De GGD’en kampen al jaren met een gebrek aan artsen infectieziektebestrijding. Op het nieuws dat er extra opleidingsplekken mochten komen, reageerde André Rouvoet, voorzitter van GGD GHOR Nederland, in een bericht op de website dan ook verheugd. “We zijn heel blij met de 22 opleidings­ plaatsen in 2021. Tijdens de afgelopen crisis hebben we gemerkt dat de professionele bezetting – niet alleen van artsen, maar ook van verpleegkundigen en andere professionals – niet overal op de gewens­ te sterkte was. Deze zeven plaatsen zijn daarom meer dan noodzakelijk, en wat ons betreft een eerste stap om beter voorbereid te zijn op mogelijk komende crises.” Volgens Sjaak de Gouw, directeur publieke gezondheid van GGD Hollands Midden, spelen artsen infectieziektebestrijding een cruciale rol in het beteugelen van de coronacrisis. “Onze artsen zaten aan tafel bij scholen en grote bedrijven, maar gaven ook advies aan burgemeesters, voorzitters van de veiligheidsregio, VWS en de Tweede Kamer. Eigenlijk is dat ook precies waarvoor ze zijn opgeleid en waar ze ervaring in heben. Als je kijkt naar alle deeltaken van de arts infectieziektebestrijding, heeft met name September 2021 | 5


“Artsen infectieziektebestrijding spelen een cruciale rol bij deze crisis” Sjaak de Gouw, directeur publieke gezondheid van GGD Hollands Midden

beleid en advies en de deeltaak netwerkmanagement de nadruk gekregen.” In de crisistijd zijn er ook basisartsen ingezet. “We hebben geprobeerd de tijd en capaci­ teit van onze artsen zo optimaal mogelijk te benutten. Daarom hebben we coronaartsen aangetrokken die zich bijvoorbeeld hebben beziggehouden met het bezetten van de specialistenlijn.”

Vernieuwde interesse

De Gouw, zelf ook arts, zag jaren geleden ook al een hernieuwde interesse in de infectieziektebestrijding. “In de jaren ’70 dachten velen dat infectieziekten iets uit het verleden waren. We hadden anti­ biotica en de meeste ziekten waren goed te behandelen. Maar toen zagen we een opkomst van HIV, hepatitis en andere soa’s en kregen we te maken met nieuwe zoönose en volgde een hernieuwde inte­ resse. De afgelopen jaren is er juist weer veel bezuinigd op de publieke gezondheid en dus ook op infectieziektebestrijding. Deze pandemie heeft het belang van ons werk opnieuw laten zien.” De Gouw zat zelf de eerste paar maanden van 2020 drie tot vier dagen op kantoor bij VWS. “Er werkten daar geen artsen en het ontbrak aan medische kennis. Ik denk dat

daar nu wel verandering in gaat komen. Zeker omdat de kans op infectieziekten door klimaatverandering, de intensi­vering van de veeteelt en de globalisering alleen maar toeneemt.” Hij voorspelt dat er voor artsen die nu worden opgeleid tot arts M+G/infectieziektebestrijding straks volop carrièrekansen zijn. “Zowel in als na deze pandemie is er een sterkte behoef­te aan experts die zowel medische- als be­leids­ kennis hebben en op strategisch vlak kunnen adviseren. Uiteraard waren we ons voor de uitbraak van COVID-19 al aan het voorbereiden op pandemieën en hadden we draaiboeken klaarliggen. En straks in vredestijd gaan we alle lessen van COVID-19 analyseren en draaiboeken en strategieën creëren voor eventueel volgende uitbraken van infectieziekten.”

Onderzoek

Het analyseren en interpreteren van die epidemiologische data is juist een van de redenen dat Koen Gorgels ervoor kiest arts infectieziektebestrijding te worden. Hij is net als Jelte Elsinga in maart begonnen met de opleiding en loopt op dit moment stage bij GGD Zuid Limburg. “Toen ik achttien was, twijfelde ik tussen geneeskunde, economie en wiskunde. Ik wilde toch graag met mensen werken en werd gelukkig inge­ loot. Ik heb alsnog tussen de bache­lor- en masterfase van de opleiding een jaar econo­ mie gestudeerd. Tijdens mijn coschappen kwam ik er al achter dat beschouwende geneeskunde mij meer trok. Na de opleiding heb ik als anios in de kliniek gewerkt bij de psychiatrie en interne. Daar bekroop mij het gevoel dat ik vooral bezig was met symptoombestrijding, iets waar ik mijn vol­ doening niet uit haalde. Per toeval kwam ik een vacature bij GGD Hart van Brabant tegen. Ik ben daar gaan werken als arts seksuele gezondheid. Dat beviel me heel goed. Ik kreeg veel verantwoordelijkheid, mocht zelf de kliniek herindelen en ging werken met epidemiologische data. Ik kwam toen ook voor het eerst in aanraking met de arts infectieziektebestrijding. Daarvoor

kende ik het specialisme helemaal niet.” Het duurde niet lang voordat Gorgels het wel heel goed leerde kennen. “Begin 2020 werd in Brabant de eerste COVID-case vastgesteld. Ik ging direct meedraaien in het COVID-team.”

Combinatie

Waar hij eerst nog twijfelde over een toekomst in de publieke gezondheidszorg trok de COVID-crisis hem over de streep. “Tijdens het meedraaien in het COVIDteam zag ik mijzelf op lange termijn ook wel werken in de infectieziektebestrijding. Het is een mooie manier om geneeskunde te combineren met mijn interesse in data en onderzoek. Ik volg daarvoor nu ook nog een masteropleiding epidemiologie.” Hij hoopt dat de huidige aandacht voor het vakgebied resulteert in investeringen in de publieke gezondheidszorg op de lange termijn. “Ik denk dat we nog grote stappen kunnen zetten met behulp van moderne techniek en technologische ontwikkelingen. Ik kijk ernaar uit daaraan mee te werken.”

“De COVID-crisis trok me over de streep hierin verder te gaan” Koen Gorgels, aios infectieziektebestrijding

“De pandemie heeft het belang van ons werk opnieuw laten zien” LAD magazine | 6


Goed voorbeeld doet goed volgen? Doa Shaikhani is geboren in Irak. Op zevenjarige leeftijd is ze met haar twee broertjes en ouders naar Nederland ge­­ vlucht. Geneeskunde en schrij­ ven zijn haar grote passies. Doa startte daarom tijdens haar coschappen met de website ‘Dokter Do’, waar ze inmiddels 34.000 lezers heeft die haar avonturen in het zieken­huis mee­beleven. De blogs heeft ze, in eigen beheer, in twee delen ge­bun­deld. Naast geneeskunde studeert Doa filosofie en journalistiek. Ze wil later graag huisarts worden.

Voorovergebogen zat hij, met zijn knieën over de bedrand, in het ziekenhuisbed. De kamer was leeg, maar hij was niet alleen. Er rustte namelijk een grote olifant op zijn borst. Wanhopig hapte hij naar adem, terwijl hij zijn hand op zijn borst hield. We werden door de verpleegkundigen bij hem geroepen, terwijl een andere verpleeg­kun­ dige al een ECG had aangesloten. Niet pluis. Totaal niet pluis. “Ik bel wel even naar de cardio­logie”, zei de arts-assistente nonchalant. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, liep ze weg. Ik bleef bij de meneer staan en vroeg de ver­ pleeg­­­kundige of ik ergens mee kon helpen, ter­ wijl ik mezelf afvroeg of de zaalarts nog terug zou komen na haar telefoontje. Twee lange minuten later kwam ze de kamer weer binnen en vertelde dat de cardioloog onderweg was. Ze wenkte naar me dat ik met haar mee moest komen. Was dat het? Was dit het enige wat we voor deze meneer konden doen? Ik streek met mijn hand over zijn bovenarm en wenste hem sterkte en veel beter­ schap, wierp een verontschuldigende blik naar de verpleeg­kun­dige en liep achter de arts aan. “Die heeft duidelijk een hartaan­val”, zei ze. “Uh ja, maar kunnen we niet beter bij hem blijven tot de cardioloog er is?” Ze keek mij verbaasd aan en antwoordde: “Het is niet mijn patiënt. De andere zaalarts neemt het echt wel over en bovendien is de cardioloog er al bijna.” Ik knikte. Als je net begint aan je coschappen weet je nog niet zo goed wat normaal is, merk je snel wat vreemd of gek is, en leer je snel dat ieder

zijn vakgebied heeft en dus ieder zijn taak. Ik snap de logica, maar het botst wel eens met je menselijkheid en de wil om te helpen.

Kunnen we niet beter bij hem blijven tot de cardioloog er is? We gingen door met de visite alsof er niets was gebeurd. In de volgende kamer lag een meneer huilend in bed. Hij moest namelijk een moei­lijke beslissing nemen over zijn verdere behan­deling. Vannacht was hij opgenomen met een aneurysma. Doordat hij bloedverdunners gebruikt, is dit een nog groter probleem, omdat het bloed dan minder goed stolt. Op de spoed­ eisende hulp hebben ze hem kunnen stabiliseren en de bloed­verdunners tijdelijk gestopt. Maar hij heeft deze bloedverdunners heel hard nodig, omdat hij in het verleden een herseninfarct heeft gehad en last heeft van atriumfibrilleren, wat de kans op een recidief herseninfarct verhoogt. Toen we de kamer uitliepen, zei de arts-assisten­te: “Ik vind dat deze meneer ook wel een beetje zeurt hoor.” Ik wist niet wat ik hoorde. Met een zwaar gevoel in mijn maag verliet ik aan het eind van die dag het ziekenhuis. Naarmate je de coschappen doorloopt, leer je steeds beter hoe je als dokter niet, maar vooral ook wél wilt zijn. Op welke vlakken je jezelf nog wilt ver­beteren en welke slechte eigenschappen je jezelf vooral wilt afleren. Goed voorbeeld doet goed volgen. Maar ik weet intussen ook: slecht voorbeeld doet groeien.

September 2021 | 7


Betere huisartsenzorg door innovatie?

Beeldbellen met een huisarts in een andere regio? Of via een app bepalen of een bezoekje aan de dokter wel nodig is? Door allerlei in­nova­ties en startups in de huisartsenzorg kan het tegenwoordig. In hoeverre wordt de huis­artsenzorg er efficiënter en beter van? En is innovatie een oplossing om het huisartsentekort te lijf te gaan? We vroegen het drie huisartsen.

LAD magazine | 8


Tekst Marjolein Dekker Illustratie Ronald Slabbers

Guus Jaspar

Paul Prinsen Geerligs

Jasper Schellingerhout

huisarts bij Huisartsenpraktijk Triniteit en algemeen bestuurslid LHV:

huisarts bij Gezondheidscentrum Osdorp en bestuurslid LAD:

huisarts en medeoprichter startup Arene:

De opkomst van digitalisering is een logische ontwikkeling gezien de huidige tijdgeest. Mensen doen steeds meer via apps, dus is het niet gek dat ze ook een ander contact met hun huisarts willen. Door corona is die ontwikkeling in een ver­snelling gekomen. Veel patiënten vinden het een uitkomst te kunnen beeldbellen of een foto te appen van een verdacht plekje op hun lichaam. Vroeger kon dat allemaal niet en was er maar één smaak: je belde met je huisarts om een afspraak voor het spreekuur te maken. Niet altijd efficiënt, want voor som­ mige klachten is het zien van een huis­arts helemaal niet nodig. In die zin denk ik dat apps iets kunnen toevoegen, maar we moeten wel goed kijken hoe we het in­ pas­sen in onze praktijken en hoe het past bin­nen onze kernwaarden. Huisartsenzorg is gestoeld op continuïteit, bereikbaarheid, persoon­lijke zorg en samenwerking met zorg­verleners in de regio. Als er geen dokter be­schikbaar is in Limburg en iemand een arts in Groningen kan raadplegen, kan dat prima zijn bij een simpele vraag. Maar wat als een patiënt écht een huisarts moet zien? Je moet goed nadenken hoe je dat inregelt. En wat als een app een huisartsbezoek af­ raadt, terwijl dat achteraf wel nodig blijkt? De LHV is voorstander van een kwaliteits­ keurmerk, zodat je bijvoorbeeld als huisarts kunt zien of een app betrouwbaar is en of je die met een gerust hart kunt inzetten voor je patiënten. Zo ja, dan is het een prachtige aanvulling; niet zozeer om het huis­artsen­ tekort op te lossen, maar wel om de huis­ arts­en­zorg efficiënter te organiseren en voor­­­al beter toe te spitsen op de wens van de patiënt.”

Innovatie in de huisartsenzorg is hard nodig en het mag zich in mijn ogen nog veel sneller voltrekken. Als pa­tiën­­ten zelf een afspraak kunnen maken via een appje of een digitaal platform waar ze bijvoorbeeld ook hun labuitslagen kunnen bekijken, scheelt dat huisartsen onge­loof­ lijk veel werk. Ook van een e-consult ben ik een groot voorstander als de patiënt het wil. Ik hoor huisartsen wel eens zeggen dat hun patiënten er geen behoefte aan hebben, maar dan denk ik altijd aan Henry Ford. Toen hij met de eerste auto kwam, dacht ook niemand dat het een succes zou wor­ den. De rest is geschiedenis ... Innovatie kan helpen om ons werk efficiën­ ter te organiseren – in die zin kan het ook bijdragen aan het oplossen van het huis­ artsentekort. Maar we moeten breder kijken dan alleen naar technologie. Zelf werken wij in onze praktijk met andere zorg­verleners, zoals de POH’s, steeds meer ‘naast elkaar’, zodat je samen huis­artsen­zorg verleent en die zorg zo efficiënt mogelijk inricht. Daar is nog veel te win­nen. Startups kunnen innovatie een impuls geven, maar ik vind het belangrijk dat wij huis­­artsen zelf het initiatief nemen. Een geman­da­teer­ de huisartsenregio-organi­satie is hiervoor noodzakelijk. Hiermee garandeer je de samen­­werking en aanspreekbaarheid van de huis­artsenzorg en kun je met visie en daad­­kracht noodzakelijke innovaties stimu­leren en borgen. Daarnaast vind ik per­­soonlijke zorg essen­tieel. Ik ken mijn patiën­ten en weet wat er, los van de klacht waarmee ze zich melden, nog meer speelt. Bij eenvoudige klachten kan zorg op af­ stand verlenen prima, maar bij com­plexere zaken is een huis­arts die de patiënt kent van grote toe­gevoegde waarde.”

In de huisartsenpraktijk in EttenLeur waar ik werk, kunnen patiën­ ten veel dingen digitaal regelen. We kregen daar veel positieve reacties op: ‘Goed dat jullie dit doen, daar zouden patiënten zon­ der huisarts misschien ook iets aan kun­ nen hebben’. Zo werd het idee voor Arene geboren, een huisartsenpraktijk zonder fysieke locatie. Het idee is simpel: mensen in Nederland die geen huisarts kunnen vin­ den, kunnen zich bij ons inschrijven. Wij leveren huisartsenzorg in de volle breedte aan, maar dan primair online. Als het nodig is dat een patiënt fysiek gezien moet wor­den, koppelen we hem aan een huis­ artsen­praktijk in zijn eigen omgeving. We vangen daarmee twee vliegen in één klap: we helpen mensen die nu geen huis­arts heb­ben én ontlasten lokale huis­artsen­ prak­tijken. Dat laatste klinkt mis­schien gek, maar in regio’s waar huis­arts­en­te­korten zijn, kloppen mensen vaak on­aan­ge­kondigd bij een huisarts aan of ze melden zich bij de huisartsenpost. Als wij deze mensen ge­stroomlijnd en met de juiste informatie naar een lokale praktijk verwijzen, scheelt dat huis­artsen lokaal veel tijd. Natuurlijk zou het fantastisch zijn als er overal ge­ noeg huisartsen zouden zijn, maar dat is helaas niet de reali­teit. Met Arene bieden we een oplos­sing. We zijn net begonnen in West-Brabant met het inschrijven van de eerste patiën­ten en hebben nu veertien regio­nale huis­artsen­praktijken aan ons ge­ bonden. Mensen vragen soms of we straks wel persoon­­lijke zorg kunnen bieden, maar ik krijg juist vaak te horen dat patiënten het fijn vinden direct met mij te kunnen com­muni­ce­ ren in plaats van dat ze eerst een assistent moeten bel­len. Ook al verleen ik zorg op afstand, het voelt voor hen als dichtbij.”

September 2021 | 9


Werk/privé

“Geloof in je eigen kunnen” LAD magazine | 10


Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

Moniek de Boer (56) werkt als gynaecoloog bij Women’s Healthcare Center. Daarnaast coacht ze artsen sinds 2012 vanuit haar eigen bedrijf Ziel&Zorg op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Verder richtte ze in 2016 samen met Angelique van Dam MPOWR (toen nog Lemniscaap) op, dat nascholing biedt in medisch leiderschap. Dit jaar verscheen haar boek Het jaar van een a(n)ios) - van hoofd naar hart (zie www.hetjaarvaneenanios.nl). Moniek heeft een vriend, twee kinderen en woont in Lelystad.

Dit jaar verscheen haar eerste boek, waarin ze in het hoofd kruipt van Nienke, een anios die vol enthousiasme aan haar eerste artsenbaan begint, maar die steeds vaker twijfelt of ze het arts-zijn wel in zich heeft. “Ik wil jonge artsen meegeven dat ze er niet alleen voor staan”, aldus Moniek de Boer. Als je haar cv ziet, kun je gerust zeggen dat ze een duizendpoot is. De Boer is gynaeco­ loog, bestuurlijk actief, coacht artsen en is trainer. Ze lacht. “Ik ben van nature heel ge­ dreven en dan is je valkuil dat je veel tege­lijk wilt doen.” Dat ze arts is geworden, lag niet voor de hand toen ze een tiener was. “Ik kom uit een ar­ beiders­­gezin, dus dat ik zou gaan stu­deren, was helemaal niet im Frage. Toen ik klaar was met de havo, had ik één grote droom: OK-assistent worden. Dat was destijds een in-service opleiding en met m’n zestien jaar was ik te jong om in te stromen. Ik ben toen diëtetiek gaan doen om een jaar te overbruggen, maar daarna vonden ze me nog steeds te jong. Toen wist ik het even niet meer. Gelukkig was er een decaan die opperde dat ik met m’n havo- en diëtetiekdiploma ook geneeskunde kon studeren. Ik weet nog dat ik hem met grote ogen aan­ keek en dacht: dat wil ik!”

Diep geraakt

Tijdens de geneeskundeopleiding besloot ze al snel voor gynaecologie te gaan. “Het is een beschouwend, maar ook heel praktisch vak; die combinatie trekt me. Ik ben gepro­ moveerd in fertiliteit, maar vind ver­loskunde nog altijd prachtig. Een geboorte is zo’n groot live event. Het is heel bijzonder om iemand tijdens zo’n wezenlijk moment in haar leven te mogen begeleiden.” Ruim tien jaar geleden gooide ze haar loop­baan over een andere boeg. “Ik werkte des-­ tijds in de IJsselmeerziekenhuizen, waar ik vak­groep­voorzitter en clustermanager was. Het was in de periode waarin het zieken­­ huis in een fusie­proces zat en een faillisse­ ment als donkere wolk boven ons hing. Geen leuke tijd. Ik besloot een coachings­ opleiding te gaan doen, omdat ik wilde leren hoe ik mensen weer méé kon krijgen in plaats van steeds in een gevecht te belanden.” Aan het eind van de opleiding mocht ze een

aantal coassistenten en aios coachen bij het VUmc. “Stuk voor stuk bevlogen jonge mensen die heel wat in hun mars hadden, maar die vol twijfels waren over hun eigen kunnen. Ik was daar diep door geraakt. Mijn intentie met de opleiding was om aan teamcoaching te gaan doen, maar bij nader inzien leek het me nóg mooier mensen in­ dividueel te coachen.”

Hoe word je de beste?

Ze besloot minder te gaan werken als gy­n­aecoloog en richtte Ziel&Zorg op om artsen te begeleiden bij hun persoonlijke ontwikkeling. Bij jonge artsen ziet ze vaak eenzelfde soort patroon. “Veel aios en anios beginnen vol enthousiasme, maar worden dan overmand door twijfels. Ze voelen zich onderaan de ladder staan, heb­ben moeite met de werkdruk en het hiërarchi­sche ziekenhuissysteem en zitten vaak ook in de fase dat ze net een gezin starten. Alles bij elkaar opgeteld is dat best veel.” Zelf heeft ze die twijfels niet gekend, maar dat wijt ze aan de andere tijdgeest. “Er was in mijn begintijd geen hoge ad­mini­stra­ tielast en er waren ook veel minder over­ leggen en verplichtingen. Ik wil niet zeggen dat die tijd beter was, maar de druk is nu op alle fronten zo hoog. Eigenlijk begint dat al bij de start van de geneeskundeopleiding. We willen de allerbeste dokters, dus goede cijfers alleen zijn niet meer genoeg. Ver­vol­ gens gaat het om maar één ding: hoe word je de beste? Alles is gestoeld op cognitieve vaardigheden en het gaat zo weinig over per­soonlijke ont­wikkeling. Natuurlijk leer je wel iets over communicatie met patiënten, maar veel minder over communicatie met collega’s of na­denken over wie je zelf bent en wat voor dokter je wilt zijn.”

Geloof in jezelf

Drie jaar geleden ontstond de wens om haar coachingservaringen op papier te

zetten. “Ik wil anderen niet ‘de les lezen’, dus besloot ik het verhaal te vertellen van­ uit een jonge dokter, zodat je letterlijk in diens hoofd kruipt.” Die jonge dokter werd Nienke, een fictief personage in wie veel ervaringsverhalen samenkomen. “Ik heb veel reacties gekregen op Het jaar van een a(n)ios; niet alleen van jonge dokters maar bijvoorbeeld ook van opleiders, die hun aios een exemplaar van het boek hebben gegeven. Daar was ik zo blij mee!” Het belangrijkste advies dat De Boer jonge artsen geeft, is om naar zichzelf en vooral naar hun lichaam te luisteren. “Sta af en toe stil bij jezelf en bedenk of de dingen die je doet wel bij jou passen. Verlies jezelf niet op de rijdende trein, maar trek op tijd aan de noodrem. En het allerbelangrijkste: geloof in jezelf en in je eigen kunnen.”

Laat aios vrij in hun coachkeuze

Ze is blij dat het belang van persoonlijke ontwikkeling steeds meer wordt erkend. “De jonge generatie dokters weet dat coaching geen teken van zwakte is, maar dat het je juist helpt om jezelf verder te brengen.” Er is volgens haar nog wel wat te winnen in de manier waarop coaching wordt ingericht. “In sommige zieken­hui­z­en worden aios verplicht aan een be­paalde coach verbonden. Ze moeten dat in mijn ogen veel vrijer laten. Faciliteer coaching, maar laat aios vrij in de coach die ze kiezen. Voor een succesvol coachings­tra­ject is een persoonlijke klik echt een rand­voor­waarde.” Op de vraag hoe ze zelf alle ballen in de lucht houdt, verschijnt een glimlach terwijl ze, zitten vanuit haar werkkamer, naar buiten kijkt. “Ik kan hier zo het water op en houd enorm van zeilen en windsurfen. Daarnaast mediteer ik en doe ik aan yoga. Dat is mijn manier om even stil te staan bij wat ik doe en los te komen van alles.”

September 2021 | 11


Even op ADEM komen

Terwijl mensen in Venray op een terrasje genieten van een mooie zomerse dag, stroomt middenin het centrum de schouwburg vol met zorgmedewerkers. Op uitnodiging van VieCuri Medisch Centrum en thuiszorginstelling Proteion gaan ze een middag welverdiend ontspannen bij de voorstelling ADEM. Om spreek­ woordelijk even op adem te komen.

Deze zomer toert Tanktheater door het land. Zorginstellingen geven hun profes­sio­nals namelijk een theatershow cadeau. Om even bij te tanken. De coronacrisis heeft er in­ ge­hakt en wel wat gedaan met de mens achter de zorgverlener. Tel daar de inhaal­ zorg bij op en, in het geval van Limburg: de consequenties van de over­stromingen, waardoor alle patiënten vanuit het VieCuri naar andere ziekenhuizen moesten worden geëvacueerd. Niks geen rustige zomer dus. Op de spoedeisende hulp is het zelfs nog meer dan tijdens de lock­down alle hens aan dek, nu de corona­zorg ongoing is en het normale leven zorgt voor de gebruike­ lijke ongevallen op de eerste hulp.

Een cadeautje voor de zorg

Initiatiefnemer van de show Madeleine Kremers, voorheen werkzaam in de HR, zag van dichtbij hoe goed zieke vrienden werden opgevangen in het ziekenhuis en hoe zorgmedewerkers zich met hart en ziel inzetten voor de patiënten. Ze was onder de indruk en wilde graag iets doen uit respect voor de zorg. Kremers ging op zoek naar fondsen en bracht een professioneel LAD magazine | 12

productieteam bij elkaar om samen een bijzonder concept te bedenken: een show als cadeau voor de zorg. Dat boorde veel enthousiasme aan. Instellingen kwamen met bijdragen uit spe­ciale potjes, zodat de voorstelling in de steigers kon worden gezet. De productie ging op 6 juli in première.

Iedereen is nodig

Hoe kun je bijtanken als je in de zorg werkt en continu ‘aan’ staat en er voor de ander moet zijn? In theatershow ADEM gaat zan­ geres en actrice Suzan Seegers, bekend van Op zoek naar Evita en musicals als Les Misérables, met het publiek op zoek naar antwoorden op die vragen. Ze brengt hen terug naar de werkvloer. Na een paar hilaris­che ademhalingsoefeningen om los te komen, volgen liedjes – afgewisseld met beelden en persoonlijke verhalen van zorg-­ ­­medewerkers. Een van hen is Marieke Versteegen, SEH-arts in het VieCuri. Ze is deze middag te gast met haar gezin en komt af en toe voorbij in een video­frag­ ment. Ook andere zorgmede­wer­kers komen in beeld, zoals een schoonmaker die sinds de crisis meer als collega wordt


Tekst Corrie Kooijman Foto Karin de Jonge

ge­zien en een essentieel onderdeel is van het team dat alles draaiende houdt. In de voor­stel­ling wordt duidelijk hoe hard iedereen nodig is in de zorg. Naast ziekenhuis­mede­werkers vertellen ook werknemers uit de ge­handi­cap­tenzorg, thuiszorg en hospice hoe zij de pandemie hebben beleefd. In de liedjes (zoals ‘Laat ’t los’) en gesprekken komt naar boven waar hun door­zettingsvermogen van­daan komt. Het publiek luistert ademloos, treft her­kenning in de oprechte verhalen en de passie voor de zorg. Ontroering – zoals de verpleegkundige die in een winkel door een wille­keurig iemand staande wordt ge­ houden en die benadrukt hoezeer hij het harde werken waardeert – wordt afgewis­ seld met hilariteit. Want ook humor hoort erbij in zware tijden.

Onophoudelijk veel zorg

Duidelijk wordt dat het werk simpelweg niet ophoudt en dat zorgprofessionals con­tinu een tandje moeten bijzetten. Dan is het niet raar als het gevoel opkomt dat je te­kort­ schiet. Sommige patiënten blijven je bij, zoals het echtpaar dat tegelijk aan de be­-

ademing kwam te liggen op de IC. Toen de vrouw een tijdje later wakker werd, was haar man al overleden én begraven. Wat doet dat met je als zorgverlener en hoe ga je daarmee om? “In de acute zorg zijn we best wel wat gewend, het onverwachte be­­hoort gewoon tot de dagelijkse gang van zaken”, vertelt SEH-arts Marieke Versteegen. “En daar zijn we op getraind. We zagen de misère door corona steeds dichter op ons afkomen, en we hadden ook al de beelden uit Italië gezien. Je weet dat het niet nor­ maal is wat je meemaakt en kunt ook niet goed inschatten wat je te wachten staat. Dan moet je je afvragen wat je werk bij­voor­ beeld gaat betekenen voor het contact met je gezin of je familie. Je kon de onrust van het gezicht van veel collega’s lezen. Op de SEH schaalden we op. We verdubbelden het aantal bedden en richtten een deel in als corona-afdeling. We gingen 24/7 nacht­ diensten draaien. Vraag niet hoe het komt, maar op de een of andere manier worden de meeste patiënten in de avond of in de nacht binnengebracht. Er was een kleine bezetting van arts-assistenten die het team van de toen zeven SEH-artsen (intussen zijn

we gelukkig met negen!) ondersteunden, en orthopeden, kinderartsen en plastisch chirurgen sprongen ook bij. Het ziekenhuis had aandacht voor de uitzonderlijke situa­ tie waarin we ons werk moesten doen. Op de afdelingen kwam bijvoorbeeld geregeld een medisch psycholoog langs om te praten. Het draait vaak om leven en dood in de meest kwetsbare situaties. Dan is het goed het erover te hebben wat dat met je doet.”

Het terras op

Na afloop stromen de theaterbezoekers naar buiten. Of ze bijgetankt hebben? Aan hun gezichten kun je zien dat ze hebben ge­ noten en vooral ook veel van hun werk in de voor­stelling hebben herkend. Een enkeling is vandaag zelfs voor een tweede keer naar de voorstelling gekomen met andere col­ lega’s. Na de voorstelling zoeken ze samen het terras op – de zon schijnt nog steeds.

Ook de show boeken?

Zorgorganisaties kunnen de voorstelling ADEM cadeau geven aan hun medewerkers. Kijk op: www.tanktheater.nl.

September 2021 | 13


Tekst Julia Hamel Fotografie Ivar Pel

Huisartsen, aios, medisch specialisten en jeugdartsen: de LAD heeft leden in alle disciplines. Wie zijn ze en wat drijft hen? In deze rubriek brengen we LAD-leden letterlijk in beeld.

Marte Fleur Antonides Anios kindergeneeskunde bij het Diakonessenhuis Utrecht Waarom ben je arts geworden?

“Het klassieke verhaal eigenlijk. Ik moest op mijn zeventiende een studie kiezen, biologie lag mij goed en ik had interesse in het menselijk lichaam. De studie beviel goed, en naarmate ik verder kwam dacht ik er eerst over om huisarts te worden. Na het behalen van mijn bul ben ik eerst als anios chirurgie gaan werken en nu als anios kindergeneeskunde.”

Wat maakt je werk zo leuk?

“Werken in de kindergeneeskunde is heel afwisselend. Van baby tot puber en acuut tot chronisch. Je hebt te maken met problematiek uit zo’n beetje alle specialismen. Tijdens mijn coschappen vertelde een aios mij dat hij ook voor kinder­ge­ neeskunde had gekozen omdat de collega’s het type arts zijn met wie hij graag samenwerkt. Dat vond ik een mooie ge­dachte en ik sluit me er graag bij aan, want ook fijne col­lega’s dragen bij aan werkplezier.”

Hoe groot is de impact van COVID-19 op je werk?

“Ik ben hier in maart vorig jaar begonnen. Wij waren een van de afdelingen waar het rustiger was, omdat er door de maat­ regelen ook minder kinderen ziek werden. Daarom werd ik samen met een aantal anderen meteen ingezet op de cohort­ afdeling. Er was nog veel onzekerheid en ik was zelf bang om het virus op te lopen en bijvoorbeeld mijn oma te be­smet­ten. In de tweede golf kwam er een assistentenpool en rouleerden wij het werken op de cohort-afdelingen. Voor sommige collega’s van de kindergeneeskunde was dat een flinke omschakeling. Zij waren niet gewend volwassenen te behandelen en stonden nu bij ernstig zieke patiënten aan het bed. Nu zijn de cohort­ afdelingen gesloten en is onze inzet gelukkig nog maar nauwe­ lijks nodig.”

Waarom ben je lid van de LAD?

“Ik kwam een advertentie voor het Basisartsencongres van de LAD en De Jonge Specialist tegen en heb me direct aan­ gemeld. Na een lange COVID-tijd snakte ik naar wat inspiratie en deze bijeenkomst speciaal voor basisartsen leek me heel leuk. Ik ben tijdens het congres weer aan het denken gezet over wat ik belangrijk vind voor mijn ontwikkeling als arts. En ik ben lid geworden omdat ik het belangrijk vind dat de stem van de anios wordt gehoord. Samen staan we sterk.”

LADLAD magazine magazine | 14 | 14

“Fijne collega’s dragen bij aan werkplezier”


* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

Je opleiding beëindigd: wat nu? Thomas Langeveld* is aios kindergeneeskunde. Hij is begonnen in een academisch ziekenhuis, waar zijn opleiding in zijn ogen goed verliep. De afgelopen drie maanden heeft hij zijn opleiding in de periferie vervolgd. Na deze periode volgt een gesprek met zijn opleider. Langeveld krijgt de schrik van zijn leven: zijn opleider is niet tevreden en wil zijn opleiding per direct beëindigen. Langeveld is lid van De Jonge Specialist (DJS)/LAD. Hij belt met DJS wat of ze hem kunnen helpen en wordt doorverbonden met Karlijn Derksen, arbeidsjurist bij het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD. Als DJS-/LAD-lid kan Langeveld kosteloos voor 20 uur per jaar van deze juridische dienstverlening gebruikmaken. Langeveld geeft aan dat hij verrast is door het besluit zijn opleider, maar volgens zijn opleider is hij er al eerder op gewezen dat hij zijn werkzaamheden niet goed orga­ni­ seert. Als Derksen het opleidings­dossier bestudeert en alles op een rij zet, is er in haar ogen geen grondslag de opleiding te beëindigen. “Als je opleider vindt dat je niet goed functioneert, moet hij dat tijdig aan­ geven en samen met jou afspreken wat er moet worden verbeterd. Er kan bijvoor­beeld een geïntensiveerd begeleidings­traject (GBT) worden gestart. Pas na zo’n traject of tijdens een geschiktheids­beoor­deling kan de opleiding worden stopgezet, maar bij mijn cliënt was daarvan geen sprake.”

Geschillenprocedure

Door het besluit van zijn opleider is ook Langevelds arbeidsovereenkomst per direct beëindigd. Derksen geeft aan dat hij nu twee dingen kan doen: “Optie 1 is een geschillenprocedure starten. Gevolg daarvan is dat het besluit van de opleider tijdens zo’n procedure wordt geschorst, waar­door je arbeidsovereenkomst nog niet kan worden beëindigd. Optie 2 is je bij het besluit neerleggen. Het is dan van belang meteen een WW-uitkering aan te vragen,

omdat je anders geen inkomen hebt.” Derksen adviseert Langeveld voor de eerste optie te kiezen omdat ze een procedure wel kans van slagen geeft; Langeveld gaat daar­in mee.

Bemiddeling

Een geschillenprocedure moet binnen vier weken na het besluit van de opleider worden op­­gestart en begint met bemidde­ling door de Centrale Opleidings­commissie (COC) of een mediator (dit kan per opleiding verschillen). De bemiddelaar praat meestal eerst met de aios en opleider afzonderlijk om te bepalen of bemiddeling zin heeft. Zo ja, dan volgt een gezamenlijk gesprek. Langeveld gaat het bemiddelingstraject in en Derksen staat hem tijdens dit proces bij. Helaas leidt de bemiddeling niet tot een oplossing en houdt de opleider vast aan zijn besluit.

Commissie voor Geschillen

Op advies van Derksen besluit Langeveld daarop het besluit voor te leggen aan de Commissie voor Geschillen van de RGS. Tijdens een zitting kunnen beide partijen nogmaals hun verhaal doen, waarna de com­missie vragen stelt en binnen zes weken een bindende uitspraak doet. Voor Langeveld pakt die uitspraak gunstig uit: de commissie oordeelt dat zijn opleider de opleiding niet op het juiste moment heeft beëindigd en geeft partijen de opdracht een andere opleidingsplek te vinden, zodat Langeveld een objectieve beoordeling over zijn functioneren kan krijgen. De commissie ziet op dit moment geen aanleiding een GBT te starten.

Tips van Karlijn Derksen • Als je in een opleidingsgeschil terechtkomt, neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Een (geschillen)procedure is aan strikte termijnen gebonden. Als je te lang wacht, kun je het besluit niet meer aanvechten. • Zorg dat je opleidingsdossier op orde is, zodat wij je dossier makkelijk kunnen beoordelen en kunnen bepalen of de juiste stappen zijn gevolgd.

Er valt een last van Langevelds schouders. “Ik ben ontzettend blij dat ik juridisch ben bijgestaan. Ik had eerst wat schroom om te bellen, omdat ik me afvroeg of het Kennis- en dienstverleningscentrum wel onpartijdig zou zijn, aangezien de opleider er ook zelf gebruik van kan maken. Gelukkig nam Karlijn mijn twijfel weg toen ze uitlegde dat een medisch specialist in zijn rol als opleider ten opzichte van de aios niet gebruik kan maken van de juridische dienstverlening. Hij kan er wel terecht in zijn hoedanigheid van werknemer of vrij beroeper, bijvoorbeeld als hij zelf een arbeidsconflict heeft.”

September 2021 | 15


Cao-onderhandelingen:

waar staan we? De verwachting die de LAD eind vorig jaar had, is helaas uitgekomen: 2021 blijkt vooralsnog een inge­wik­­keld cao-jaar waarin veel onder­hande­lingen moei­zaam verlopen. Hoe komt dat, wat is de stand van zaken per cao en wat is de inzet van de LAD in deze tijd?

De LAD is betrokken bij dertien cao’s/ arbeidsvoorwaardenregelingen. Bij een aantal cao’s zit de LAD rechtstreeks aan tafel; bij andere worden LAD-leden vertegenwoordigd door FBZ, de vakbond voor zorgprofessionals die ook de belangen van onder andere fysiotherapeuten, diëtisten en psychologen behartigt. Groot voordeel is dat op die manier namens een veel grotere groep werknemers kan worden onderhandeld. En: hoe meer leden je vertegenwoordigt, hoe groter je stem.

LAD magazine | 16

Waarom verlopen cao-onderhandelingen moeizaam? Veel zorginstellingen zeggen weinig financiële armslag te hebben. Bij de start van diverse onderhandelingen (zoals de Cao UMC en de Cao Jeugdzorg) gaven werk­gevers­organisaties direct aan dat er geen geld beschik­baar is voor bijvoorbeeld een structurele salarisver­ hoging of andere maatregelen die geld kosten (denk aan oplos­sing­en voor het personeelstekort en terugdringen van de werk­druk).

Door de toenemende werkdruk als gevolg van de coronacrisis, is de roep om structureel betere arbeidsvoor­ waarden voor zorgmedewerkers groot. Het demissionaire kabinet heeft echter laten weten geen extra middelen te willen vrijmaken. Wat een nieuw kabinet gaat doen, is afwachten. We merken dat werkgeversorganisaties zich door die ‘onzekerheid’ nu extra terughoudend opstellen en vast­houden aan een nullijn.


Tekst Marjolein Dekker

Inzet LAD

Bij de LAD werken negen onderhandelaars. Ze onderhandelen behalve over cao’s ook over sociaal plannen, bijvoorbeeld bij reorganisaties en fusies.

De basis voor iedere cao-onderhandeling is het Arbeidsvoorwaarden­ beleid, dat de LAD jaarlijks opstelt. Gezien de onzekere situatie richt de LAD zich dit jaar op het afsluiten van kort­lopende cao’s met koop­kracht­ verbetering, zodat werknemers niet ‘stilstaan’ in hun arbeids­voor­waarden. Daarnaast zetten we in alle cao’s in op het terugdringen van de werkdruk, voldoende hersteltijd in roosters, levens­fasebeleid en meer inspraak voor artsen. De LAD doet aan alle tafels een beroep op goed werkgeverschap. “Dat werk­ gevers zeggen financieel in zwaar weer te zitten is geen nieuws aan de cao-tafels. Maar een cao is een jaar­ lijks (of tweejaarlijks) terugkerend feno­meen waar je als werkgever op moet anticiperen”, aldus Chris van der Vliet, manager Team Onderhandelaars Arbeids­­voorwaarden bij de LAD/FBZ.

“We vinden dat werk­gevers zich niet kunnen verschuilen achter het kabinet dat geen extra geld wil vrijmaken voor de zorg: werkgevers hebben ook zélf een verantwoordelijkheid. Regeren is voor­uitzien. Daar hoort loon­­ont­wik­ke­ ling bij en dat kun je begroten.” Hoe onderhandelingen verlopen, is iedere keer anders, maar belangrijke stelregel voor de LAD is om hard te zijn op de inhoud, met oog voor de relatie. “Soms staan we lijnrecht tegenover de werkgeversorganisatie(s), maar uit­eindelijk moet je als werkgever en werk­nemer samen verder. Escaleren mag en is soms, zoals nu bij de umc’s, écht nodig, maar je moet elkaar wel weer ergens vinden. Ik denk dat daar onze kracht ligt: met kennis van zaken zijn we scherp op de inhoud, maar zijn we daarnaast lang bereid om in overleg te blijven”, aldus Van der Vliet.

Stand van zaken per cao De onderhandelingen voor een nieuwe Cao UMC begonnen eind 2020, maar liepen vlak voor de zomer vast, on­danks de pogingen van een be­midde­laar. Ook de overleggen voor een Cao Jeugd­zorg verlopen zeer moeizaam. De onder­ hande­­lingen voor een nieuwe Cao Ziekenhuizen zijn begin juli gestart en gaan dit najaar verder. Dit najaar starten de onderhandelingen voor nieuwe cao’s voor de Gehandi­cap­ten­zorg (looptijd tot 1 oktober), GGZ (looptijd tot 1 december), VVT (de huidige cao is verlengd tot eind dit jaar) en Zorg van de Zaak (looptijd tot 1 januari).

Gelukkig lukte het aan vijf tafels wél om goede afspraken te maken. Zo werd begin dit jaar een akkoord be­ reikt voor de Cao Arbo Unie (1,6% salaris­verhoging over 2021, thuis­werk­ vergoeding van 2,50 euro per dag) en een nieuwe Arbeidsvoorwaarden­ regeling Medisch Specialisten (deze volgt de salarisafspraken uit de vorige Cao Ziekenhuizen). In juni volgde een akkoord voor de Cao Hidha (3% salaris­verhoging over 17 maanden en een evaluatie van de afspraken over overwerken). Ook voor aios huisarts-, ouderengeneeskunde, aios-AVG en aios Maatschappij + Gezondheid was er in juni goed nieuws met een nieuwe

Cao SBOH (2,7% salarisverhoging over 2021 en een verhoging van de einde­ jaars­uitkering van 4 naar 4,5%). Tot slot werd deze zomer een akkoord bereikt voor een Cao Nederlandse Universiteiten (2% salarisverhoging over 15 maanden). De LAD werkt, in samenspraak met werkgeversorganisatie InEen en de LHV, aan een toekomstbestendig pakket arbeids­voorwaarden voor huis­artsen in gezond­heidscentra, aange­zien hun arbeidsvoor­waardenregeling sinds 1 maart 2019 is opgezegd.

September 2021 | 17


Column

Koester de bevlogenheid We horen van artsen regelmatig dat ze te weinig zeggenschap hebben over de manier waarop ze hun werk indelen. Dat ze niet betrokken zijn bij strategische beslissingen in hun instelling. Of dat ze de werk- en dienstendruk als te hoog ervaren, zonder dat daar een concrete oplossing voor komt. Dat alles gaat niet alleen ten koste van hun werkplezier, maar leidt in hun ogen ook tot minder goede zorg. Begin dit jaar besloten we artsen hier concreet bij te ondersteunen. Dat begon met een pilot bij GGD Hollands Midden, waar we eerst een onderzoek hielden waaraan 60 artsen meededen. De conclusies sloten aan bij de signalen die we kregen: de artsen bleken zeer bevlogen, maar ervaren een erg hoge werk­be­las­ ting; gemiddeld werken ze 4,5 uur in de week over. Daarnaast hebben ze het gevoel dat ze niet de ruimte krijgen om mee te praten over beleidskeuzes en onder­handelingen met de gemeente, terwijl ze in dat soort gesprekken juist van toege­voegde waarde zijn vanuit hun medische expertise. Intussen zijn we een paar maanden verder en zijn we samen met deze GGD-artsen bezig met een verbetertraject, in overleg met de directie van GGD Hollands Midden. Een van de doelen is het oprichten van een medische staf – in zieken­ huizen is dat al jaren gemeengoed, maar bij andere zorginstellingen nog lang niet! – zodat de artsen in de toekomst structureel om de tafel gaan met de directie. Een intensief traject met uiteraard ook diverse hobbels onderweg, maar het is ontzettend leuk om te zien dat het steeds concreter wordt en hoeveel enthou­sias­­me dat aanwakkert. Ook bij een aantal andere instellingen zijn we soortgelijke pilots gestart (zie ook het bericht hiernaast). Vaak melden artsen zich bij ons uit een stuk on­vrede, maar als een project ineens gaat ‘vliegen’, zien we de bevlogenheid terug­komen. Het geeft in mijn optiek aan dat je ergens komt als je het heft in eigen hand neemt. Daarnaast vind ik het lovenswaardig dat de betrokken raden van bestuur en direc­ ties ervoor open staan, en bereid zijn samen met de artsen vooruit te kijken. Kortom: veel mooie initiatieven op lokaal niveau. Des te teleurstellender vind ik dat de landelijke overleggen er zo schril bij afsteken. Aan bijna alle cao-overleg­ tafels in de zorg hebben we te maken met afwachtende en terughoudende werk­geversorganisaties, die alleen maar aangeven dat er ‘geen geld is’, zonder oog te hebben voor de problemen waarmee zorgprofessionals kampen. Ik zou ze maar één advies willen geven: zeg niet meteen wat er niet kan, maar probeer samen met ons te kijken wat we wél kunnen realiseren. Ik ben ervan overtuigd dat die instelling veel meer oplevert. Caroline van den Brekel, directeur

LAD magazine | 18

LAD-pilots met groepen artsen De LAD begeleidt artsen in diverse instel­ lingen sinds dit jaar via een pilot bij het in positie komen binnen hun instelling en/of bij het realiseren van een gezonder en veiliger werkklimaat. Iedere pilot start met een nulmeting om te kijken wat de wensen zijn van de artsen in de betreffende instel­ ling en waar ze tegenaanlopen. Vervolgens worden de artsen begeleid bij een traject om knelpunten aan te pakken, liefst in samenspraak met de raad van bestuur of de directie van de zorginstelling. Op dit moment lopen pilots bij twee GGD’en, drie gehandicaptenzorg­instel­lingen en twee vakgroepen van ziekenhuisapothekers. Daarnaast worden dit najaar ook pilots in twee ggz-instellingen gestart. Als de pilots slagen, wil de LAD de aanpak borgen in een structureel programma. Daarvoor is het es­sen­tieel om ‘zorgbreed’ ervaring op te doen. De LAD is daarom nog op zoek naar groepen artsen in VVT-instellingen en ziekenhuizen die ook aan een pilot willen meedoen. Meer weten? Lees dan het artikel uit het LAD-magazine van april (zie www.lad.nl/ gezondenveiligwerken), waarin de pilot bij GGD Hollands Midden wordt beschreven. Voor meer informatie kunt u contact opne­ men met Romy Steenbeek via bureau@lad.nl.

79% ‘Juiste zorg op de juiste plek’ is beter geborgd in ziekenhuizen dan vorig jaar. Dat zegt 79% van de besturen, medische staven, verpleegkundige adviesraden en programmamanagers uit 63 ziekenhuizen (bron: JuMP-scan van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen)


In het kort

DJS Congres op 1 oktober

De ZORG scheurkalender 2022 Onder de noemer ‘professie met passie’ orga­niseren De Jonge Specialist, de Federatie Medisch Specialisten, LAD en VvAA op vrij­­­­dag­ochtend 1 oktober het DJS Congres, bedoeld voor aios, anios en arts-onder­zoekers in zieken­­huizen. Deelnemers kunnen drie work­ shops naar keuze volgen (uit een aanbod van in totaal 15 workshops) over zaken die ze niet leren tijdens de me­­disch specialistische vervolgopleiding. Denk aan het omgaan met klachten, onder­han­delen over je contract, effectief sollici­teren, medisch leiderschap, geldstromen in de zorg en het omgaan met weerstand in je ziekenhuis. Daarnaast wordt de Opleidingsprijs uitge­ reikt aan de beste opleider van Neder­land. Uit de aan­mel­dingen heeft een vakjury drie opleiders geno­mineerd: Rinus Knegtering (opleider psychiatrie bij Lentis GGZ), Ilse van Nes (opleider revali­datie­geneeskunde in de Sint Maartens­kliniek) en Selma Lavrijsen (opleider kinder­geneeskunde in het Catharina Ziekenhuis). Het congres vindt online plaats en duurt van 09.30 tot 13.00 uur. Als je lid bent (of wordt) van De Jonge Specialist/LAD betaal je 30 euro; niet-leden betalen 65 euro. Aanmelden kan nog, dus wees er snel bij! Kijk op djscongres.yellenge.nl.

Medisch cabaretier Michiel Peereboom heeft voor 2022 een scheurkalender ge­ maakt, die is uitgegeven door RUMAG. De kalender bevat quotes vol zelfspot, humor, maar bovenal relativering over het werken in de zorg. Peereboom heeft een tijd als basisarts gewerkt, maar be­ sloot zich eind 2017 volledig te richten op cabaret, presenteren, tekstschrijven en films maken. Hij presenteerde onder meer het tv-programma Keuringsdienst van Waarde en treedt ook regelmatig op als dagvoorzitter op medische congres­ sen.

luch­tige quotes over actuele zorgissues, zoals het personeelstekort (‘Vandaag mag iedereen die het durft zijn eigen infuus prikken’), de mondiger wordende patiënt (‘Arts-patiëntrelatie: je hoeft beiden niet altijd te slikken wat de ander zegt’) en de werkdruk (‘Wiskunde in de zorg: dat ze op je rekenen, betekent niet dat je jezelf moet weg­cijferen’).

De kalender is te bestellen via Impresa­ riaat WILLEM, maar we gaan er ook een aantal verloten onder LAD-leden. In­te­­res­­­­ se? Stuur dan voor 10 oktober een mail naar redactie@lad.nl met als onder­­­werp ‘Scheurkalender’ en ver­meld hierin uw De coronatijd heeft hij aangegrepen om te werken aan een scheurkalender ‘voor naam, adresgegevens en lid­­maat­­schaps­ alle superhelden in de zorg’. De kalender nummer. In oktober krijgen de ‘winnaars’ de kalender thuis­gestuurd. bevat pakkende, cynische en soms

Intussen op Twitter … Medisch Contact @medisch contact LAD start rechtszaak namens 48 promoverende coassistenten, die anders dan hun voorgangers geen inkomen maar een beurs kregen. ‘Hun voorgangers en opvolgers kregen een arbeidsovereenkomst, salaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en werden aangemeld bij pensioenfonds ABP.’

59%

80.000

8

59% van de artsen ervaart dagelijks of een paar keer per week werkgerelateerde stress

Er is een tekort van 30.000 verzorgenden en verpleegkundigen. Verwacht wordt dat dit binnen 10 jaar oploopt tot 80.000

Het LAD-webinar ‘Van crisisstand naar de hoogste versnelling’ werd met een 8 gewaardeerd. Terugkijken kan op aanvraag!

(bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn)

(bron: LAD)

(bron: KNMG Artsenpanel)

September 2021 | 19


Ontwikkel uw managementvaardigheden Met de opleiding Management in de zorg Klaar voor een volgende stap in uw carrière? Heeft u de ambitie om (vaker) leiding te geven? En als u dat wilt… hoe pakt u dat dan aan? Tijdens de opleiding Management in de zorg doet u in 9 opleidingsdagen alle benodigde vaardigheden op. U leert van ervaren trainers en verschillende gastsprekers én u ontwikkelt uzelf met uw vakgenoten. Meer weten? Bekijk het volledige programma op vvaa.nl/management

De stem en steun van zorgverleners


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.