LAD-magazine, juni 2022

Page 1

Magazine

# 38 - Juni 2022 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)

Ieder cao-akkoord is uniek


Voorwoord

Bevlogen - een hele loopbaan lang Als dit magazine op de mat valt, zijn de uitkomsten van de eerste Loopbaanmonitor Medisch Specialisten intussen gepubliceerd: een onderzoek dat de Federatie Medisch Specialisten, De Jonge Specialist en de LAD samen hebben uitgezet onder (toekomstig) medisch specialisten, klinisch chemici, klinisch fysici en zieken­ huisapothekers. Meer dan 10.000 respondenten hebben de vragen­lijst ingevuld en ik vind dat we daar best trots op mogen zijn. We hebben daarmee een goed beeld van onder andere de loopbaanwensen, werkdruk, arbeidsvoorwaarden, tevredenheid, het werkplezier en de ambities van aios en medisch specialisten.

Hebben de uitkomsten me verrast? Nee, dat niet; ze sluiten aan op de signalen die wij ontvangen. En dat is ook precies waarom we deze loopbaanmonitor hebben

LAD magazine | 2

uitgezet: we wilden signalen kunnen kwantificeren en onderbouwen, zodat we weten wat eventuele knelpunten zijn en gericht kunnen nadenken over mogelijke oplos­ singen. Meten is weten, heb ik ooit geleerd, en daar hebben we gezien de grote uitdagingen waar de zorg voor staat, juist nu baat bij. De uitkomsten bieden aan­ knopings­punten om te kijken hoe we kunnen zorgen dat (toekomstig) medisch specialisten energie krijgen en houden van hun werk: hoe zorgen we voor voldoende inspraak? Hoe blijven medisch specialisten gedurende hun hele loopbaan gezond aan het werk? En hoe zorgen we dat ze voldoende perspectief hebben? We zien deze eerste editie in die zin als een nulmeting en gaan de loopbaanmonitor vanaf nu iedere twee jaar her­ halen, zodat we trends kunnen signaleren en monitoren. De LAD heeft daarnaast de ambitie een soortgelijk onder­­ zoek ook onder andere artsengroepen uit te zetten, gericht op de zaken die voor hen van belang zijn. Uitein­de­lijk doel is dat we de bevlogenheid van artsen vast­houden – een hele loopbaan lang. Ik ben ervan overtuigd dat dat leidt tot betere zorg. Suzanne Booij Voorzitter LAD

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 35.450) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Corrie Kooijman en Lucie Pelzer. Met medewerking van Lyanneke Krauss Columnist Inoek Koopmans (aios interne geneeskunde) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Het onderzoek is omvangrijk, dus het reikt te ver om het hier samen te vatten (maar wie interesse heeft: kijk voor­al eens op loopbaanmonitormedischspecialisten.nl). Toch noem ik op deze plek graag een paar uitkomsten die in mijn ogen relevant zijn. Allereerst blijkt dat aios en medisch spe­cialisten trots zijn op hun vak en (zeer) tevreden zijn over hun werk en de samenwerking met directe collega’s. Daar staat tegenover dat ruim een kwart onte­vre­den is over de invloed binnen de organisatie. Daarnaast is nog eens ruim een kwart ontevreden over de werk-privé­balans en werkdruk. Verder zou 90 procent van de aios en 72 procent van de medisch specia­listen idealiter minder wil­len werken dan ze nu doen, en verwacht 42 procent voor zijn AOW-leeftijd te stoppen. De meeste (toekomstig) medisch specialisten vinden het tot slot belang­rijk meer te doen naast het directe contact met de patiënt. Zo ver­ vullen zes op de tien medisch specialisten neven­functies, bijvoorbeeld bij een weten­schap­pelijke vereniging of binnen hun zorginstelling. Ik ben daar blij mee, want het betekent dat veel artsen zich ook buiten de spreekkamer hard willen maken voor een betere zorg.


4

Werk/privé

Ieder cao-akkoord is anders

In het eerste kwartaal van dit jaar werden akkoorden voor een aan­tal grote cao’s gesloten, zoals de Cao Ziekenhuizen, VVT en Gehandicaptenzorg. Ze kwamen moeizaam tot stand en de LAD/ FBZ besloot zelfs twee keer een akkoord niet meteen te tekenen. Hoe bepaalt de LAD of een akkoord een goed resultaat is en welke afwegingen spelen daarbij mee?

10 Sociaal plan Bernhoven

Toen ziekenhuis Bernhoven bekendmaakte dat ze naar ver­wachting 100 tot 120 fte moet schrappen in de formatie, ging de LAD/FBZ achter de schermen in overleg over een sociaal plan. “We wilden eventueel nadelige gevolgen voor werk­nemers zo goed mogelijk opvangen.”

8 “Ik heb altijd interesse gehad in de politiek”

LAD-lid in beeld

12

Peter van der Voort is intensivist, academisch directeur én Eerste Kamerlid voor D66. Die combinatie verrijkt zijn werk en kijk op het leven. “Als ik in de senaat het woord voer, doe ik dat niet primair als arts. Als ik als arts in de Eerste Kamer naar zaken kijk, maak ik waarschijnlijk andere afwegingen en daarom houd ik het gescheiden.”

14

“Complexe klachten zijn het uitdagendst”

Meer inspraak

Klinisch fysicus-audioloog Erwin George merkt dat veel mensen bij zijn vak denken aan een nerd die de hele dag achter zijn computer zit. “Gelukkig doen we veel meer! De uitdaging is om het verschil te maken en de techniek veilig en goed voor mensen te laten werken, zodat mede­ behandelaars patiënten zo goed mogelijk kunnen helpen.”

Artsen verstandelijk gehandicapten Sarah Franck en Wiesje Bressers en basisarts Yvo op den Kamp gaven zich op voor het project Gezond en veilig werken van de LAD, omdat ze meer inspraak willen hebben op het beleid in hun instelling. “Dankzij onze expertise weten we wat wel en niet werkt én wat goed is voor de cliënt.”

7

13

16

18

Letter ‘N’

Long-COVID

Zin in Zorg

In ’t kort

Columnist Inoek Koopmans is geen anios meer, maar aios. “Ik ben de letter N kwijt. En die N staat voor alles wat je nog níet bent, best een beetje gek.”

Een intensivist heeft longCOVID en zit in zijn tweede ziektejaar. Hij maakt zich zorgen over de gevolgen voor zijn inkomen.

Een aantal artsen die zijn aangesloten bij de beweging Zin in Zorg, maakte korte films, die eind juni in première gaan.

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over congressen, LAD-activiteiten en andere zaken. Juni 2022 | 3


Tekst Marjolein Dekker

In het eerste kwartaal van dit jaar werden akkoorden voor een aantal grote cao’s gesloten, zoals de Cao Ziekenhuizen, VVT en Gehandicaptenzorg. Ze kwamen moeizaam tot stand en de LAD/FBZ besloot zelfs twee keer een akkoord niet meteen te tekenen. Hoe bepaalt de LAD of een akkoord een goed resultaat is en welke afwegingen spelen daarbij mee? “Je kan het ene akkoord niet zomaar vergelijken met het andere”, aldus cao-onderhandelaars Maaike Langerak en Rob Koster.

“Elk cao-akkoord is uniek” 24 december 2021: er is voor de zesde keer een lange dag onderhandeld over een nieuwe Cao Ziekenhuizen. Rob Koster, onderhandelaar voor de LAD/FBZ, heeft aan het begin van de dag de uitslag van een petitie overhandigd, die door maar liefst 2.000 LAD-leden is onder­tekend. “De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) kwam met een voorstel voor een salarisverhoging, waarbij hogere in­ komens­­­groepen de rekening moesten betalen om het salaris van andere groepen te ver­ beteren. Dat druiste tegen onze principes in”, vertelt Koster. “Met het tekenen van de petitie wilden LAD-leden duidelijk maken dat er een beter voor­stel moest komen.”

Lastige beslissing

Uiteindelijk klapt het overleg op kerstavond. Begin 2022 worden de onderhandelingen weer opgepakt, waarna op 20 januari een akkoord wordt bereikt tussen de NVZ en werk­­ nemersorganisaties FNV en CNV. FBZ, die aan deze tafel ook LAD-leden vertegenwoor­digt, tekent niet. “Een lastige beslissing”, zegt Koster, “want de NVZ was met een even­wich­ti­ger salaris­voorstel gekomen dan het aan­van­ke­lijke voorstel en ook inhoudelijk bevatte het akkoord een aantal goede afspraken. Maar we vonden het koopkrachtverlies des­ondanks te groot.”

LAD magazine | 4

Na rijp beraad besluit het FBZ-bestuur het akkoord wel aan de achterban voor te leggen met een neutraal advies. Het LAD-bestuur volgt dat besluit. Koster: “Leden hebben het laatste woord, dus we hebben hen een toe­lichting op de goede en minder goede punten gestuurd en ook uitgelegd wat het zou betekenen als we de cao niet aangaan.”

Het ene akkoord is het andere niet

Uiteindelijk stemt een meerderheid van de LAD-leden in. Ook de leden van de andere FBZ-verenigingen doen dat, evenals de leden van de NVZ en de andere vakbonden. De nieuwe Cao Ziekenhuizen is intussen een feit. Bij de Cao VVT gebeurt op 10 maart iets soortgelijks: ook daar tekent FBZ aanvankelijk niet en wordt het resultaat neutraal voorgelegd. Bij de Cao Gehandicaptenzorg ligt er op 18 maart een resultaat dat FBZ wel meteen tekent en met een positief stemadvies voorlegt – en dat vervolgens leidt tot de vraag in hoeverre dat akkoord nu beter is dan dat voor de VVT. Maaike Langerak, onderhandelaar voor onder andere de Cao Gehandicaptenzorg bij de LAD/FBZ, snapt die vraag wel. “Bij dit soort beslissingen spelen heel wat zaken mee. Voorop staat dat we het resultaat afzetten tegen de inzet: wat hebben we

“Onderhandelen is soms een proces van een lange adem” Rob Koster, onderhandelaar voor de LAD/FBZ


LEDE

Cao-

pm et l kt

m

e

e

5

4

it h eden u et veld d en

3 6

UT

rd

2

8 7

bo

INP

oe

1

nk

VEN

gr

9

10

kla

N GE

LEDEN B

RENG

EN

S HUN

TEM

UIT

Lopen de onderhandelingen vast en komt het overleg stil te liggen? Dan voeren we afhan­ kelijk van de reden daarvan de druk op, bijvoor­beeld met een ultimatum en zo nodig gevolgd door acties. Doel is opnieuw om tafel te gaan en goede caoafspraken te maken.

Welke rol hebben LAD-leden? De LAD is betrokken bij twaalf cao’s/ arbeidsvoor­waarden­regelingen. Bij een aantal cao’s zit de LAD rechtstreeks aan tafel; bij andere worden LAD-leden vertegenwoordigd door FBZ, de vak­ bond voor zorgprofessionals die ook de belangen van onder andere fysio­ therapeuten, diëtisten en psychologen behartigt. Groot voordeel is dat op die manier namens een veel grotere groep

werknemers kan worden onderhandeld. En hoe groter de achterban, hoe meer invloed je hebt. De LAD vindt het belangrijk dat leden goed worden betrok­ken bij de onder­ hande­lingen. Daarom wordt bij aan­vang van ieder onderhandelingstraject ge­ vraagd of ze input hebben. Die input wordt verwerkt in de inzet. Daar­naast is er voor de meeste cao’s een klank­

bord­groep, waarin LAD-leden zijn ver­ tegenwoordigd die tijdens het onder­ han­de­lingstraject meedenken. Zodra een akkoord is gesloten, besluit het LADbestuur of en zo ja, met welk stemadvies het aan de leden wordt voorgelegd. In principe geldt: als een meerderheid instemt, gaat de LAD (of FBZ) de cao aan. Leden hebben dus het laatste woord.

Juni 2022 | 5


daarvan binnengehaald, wat niet? We stellen die inzet vooraf per cao op, aan de hand van de wensen van de leden uit die sector. Het kan voorkomen dat een sector er slecht voorstaat en dat er daarom simpelweg niet meer in zit. Dan is de vraag of je er het maximale hebt uitgehaald. Die vraag moet je met een volmondig ‘ja’ kunnen beantwoorden. Daarnaast moeten we rekening houden met de andere cao-partijen: we zitten, zeker bij de grote cao’s, vaak met drie andere werknemersorganisaties aan tafel die ook allerlei punten willen binnenhalen. Je hebt elkaar nodig om dingen te bereiken. Het is letterlijk geven en nemen en dat spel is iedere keer anders.” De onderhandelingen gaan bovendien verder dan alleen de cao-tafel, weet Langerak. “Je komt elkaar ook daarna weer tegen, bij­voor­­

“Het spel is iedere keer anders” Maaike Langerak, onderhandelaar voor de LAD/FBZ

beeld bij overleggen over pensioen of functie­­ waardering. Daar moet je rekening mee houden omdat je een betrouwbare gespreks­partner wilt zijn, en tegelijk moet je je eigen doel aan de verschillende overlegtafels zien te bereiken.”

Materieel versus immaterieel

Koster benadrukt dat je akkoorden niet éénop-één met elkaar kunt vergelijken.

LAD magazine | 6

“De werkuren zijn per cao anders, de opbouw van de salarisschalen verschilt, de toeslagen en andere vergoedingen kunnen variëren en een eenmalige uitkering pakt op lange termijn anders uit dan een structurele loonsverhoging. Je kunt dus niet simpelweg de salarisver­hogin­­gen en uitkeringen/toeslagen bij elkaar op­tel­ len en dan concluderen dat het ene akkoord beter is dan het andere.” Daar komt bij dat in de inzet vaak materiële punten (zoals een salarisverhoging of meer budget voor scholing) en immateriële punten (zoals meer rusttijd of afspraken over in­spraak) staan. Koster: “Sommige punten zijn duur voor een werkgever omdat ze veel van de loon­ruimte vragen; daardoor zijn ze moeilijk te realiseren. Maar een immateriële afspraak kan net zo goed lastig te verwezenlijken zijn, zeker als de andere werknemersorganisaties het voor hun achterban een volstrekt irrele­vant punt vinden of als er principiële bezwaren zijn. Soms moeten we daar dan hard voor strijden. Denk aan de afspraak voor het oprichten van medische staven in de ggz die we in 2019 maakten. Die afspraak kwam er niet zomaar. Als het lukt zo’n essentieel punt te bereiken, weeg dat heel zwaar mee in onze beoordeling. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat we een akkoord afwijzen omdat er één onverteerbaar punt in staat, terwijl er ook veel goede afspraken in staan.”

Lange adem

Volgens Koster gebeurt het ook wel eens dat met een afspraak nog niet de ideale situatie is bereikt, maar wel een belangrijke eerste stap is gezet. “Neem het generatiebeleid in de Cao Ziekenhuizen. Toen we daar in 2017 de eerste afspraak over maakten, was die voorzichtig geformuleerd, maar voor ons wel essentieel. Dat is voor leden niet altijd makkelijk uit te leggen, die vragen me dan ‘waarom zat er niet meer in?’. Maar het feit dát we een afspraak over dit onderwerp hadden gemaakt, was al een mijlpaal op zich. We hadden een eerste stap gezet, zodat we de afspraak in een volgende cao konden verbeteren en concretiseren.” Dat is precies wat er volgens Koster is gebeurd.

“In de huidige cao staat zwart op wit dat ieder algemeen ziekenhuis generatiebeleid moet invoeren. En ook nu zijn er nog ver­beteringen mogelijk. Onderhandelen is soms een proces van een lange adem.”

Niet instemmen, en dan?

Zowel bij de ledenraadpleging voor de Cao Ziekenhuizen als voor de Cao VVT heeft de LAD uitvoerig toegelicht wat het betekent als een meerderheid zou tegenstemmen en FBZ de cao uiteindelijk niet zou aangaan. “Het klinkt gek, maar als minimaal één werk­gevers­­ organisatie en minimaal één werk­nemers­ organisatie instemmen, is een nieuwe cao rechtsgeldig”, vertelt Langerak. “Stel dat wij niet hadden getekend en een andere werk­ gevers- en werknemersorganisatie wel, dan hadden we tijdens de looptijd van de cao buitenspel gestaan. Dat is verre van ideaal. Het betekent bijvoorbeeld dat we niet kun­ nen meepraten over de uitwerking van de afspraken. Daarnaast gelden de generieke cao-afspraken (zoals de salarisverhoging) wel, maar de LAD wordt niet met naam ver­ meld in de cao en dus kunnen leden geen beroep doen op de cao-faciliteiten (zoals de gedeelte­lijke vergoeding van de contributie van beroeps­verenigingen/de LAD). Al deze belangen moeten goed tegen elkaar worden afgewogen.”

Hard spel

Koster benadrukt dat de LAD dat ‘niet tekenen’scenario liefst niet opzoekt. “Al snap ik dat het misschien als ‘chantage’ klinkt, omdat je anders buitenspel staat. Maar geloof me: geen enkele werkgeversorganisatie vindt het fijn als een partij niet mee­doet. Je moet het als werkgever en werknemer samen doen en hebt er geen belang bij elkaar in het harnas te jagen.” Toch moet het spel volgens hem soms wel hard worden gespeeld. “Lijnrecht tegenover elkaar staan mag en is soms zelfs nodig. Maar uiteindelijk moet je als werkgever en werknemer samen verder. We zijn daarom hard op de inhoud, maar altijd met oog voor de relatie.”


Die ene belangrijke

Inoek Koopmans (27) rondde in augustus 2019 haar opleiding geneeskunde af. Toen ze haar diploma op zak had, wist ze niet direct welke kant ze op wilde. Ze ging in gesprek met dokters binnen en buiten het ziekenhuis over de keuzes die zij hebben gemaakt. Intussen is ze erachter wat ze het liefste wil: internist worden! Ze is recent toegelaten tot de opleiding en werkt sinds 1 april 2022 als aios interne geneeskunde in het Isala ziekenhuis. Over de zoektocht naar haar droombaan schrijft ze blogs op haar website doktersdiehetandersdoen.nl. Je kunt haar ook volgen op Instagram via @doktersdiehetandersdoen.

‘N’

Het alfabet heeft 26 letters, dat weten we allemaal. De ene letter gebruiken we vaker dan de andere, maar voor een jonge dokter is er eentje erg belangrijk: de letter N. En die letter N moet je op den duur zien kwijt te raken. Sinds 1 april ben ik tot mijn grote vreugde mijn letter N kwijt! Nee, mijn naam is niet veranderd naar Ioek, het is nog steeds Inoek. Maar ik ben nu wel aios: arts in opleiding tot specialist, in plaats van anios: arts Niet in opleiding tot specialist. Een heel belangrijke stap! Zodra je klaar bent met de studie geneeskunde ben je dan eindelijk écht dokter. Je mag aan de slag in het ziekenhuis of in een andere zorginstelling, maar dat betekent niet dat je er al bent. Eigenlijk begint het dan pas. Je bent namelijk (pas) basisarts, artsassistent of anios. Een hele mond vol. En die letter N staat dus eigenlijk voor alles wat je nog níet bent, best een beetje gek. Want de anios is onmisbaar in zorginstellingen.

Die N staat eigenlijk voor alles wat je nog níet bent; best gek Als anios werk je binnen of buiten het ziekenhuis om erachter te komen in welk specialisme je je uiteindelijk wilt gaan specialiseren. Je gaat op onderzoek uit en werkt op verschillende plekken. Of je gaat in één rechte lijn op je reeds gekozen doel af. Welke route je ook kiest, je moet die letter N op een gegeven moment zien kwijt te raken. Oftewel: je moet een opleidingsplek bemachtigen. En dat is nog niet zo gemakkelijk.

Er zijn namelijk meer welwillende, slimme en hard­­ werkende jonge dokters dan dat er opleidings­plek­ ken zijn bij de meeste specialismen in het zieken­ huis. Een periode van (extra) onzekerheid, (extra) hard werken, (extra) onderzoek doen en artikelen schrijven en (extra) onderwijs breekt aan. Met een fancy term noemen we dat: je CV opplussen. Alles om die N kwijt te raken. En uiteindelijk volgt dan de sollicitatie, de toetsingsronde of je klaar bent om zonder N verder te gaan. Een super spannende, maar leerzame tijd. Nu ik aios interne geneeskunde ben, wat dan trouwens niet betekent dat ik mezelf internist in opleiding mag noemen om het gemakkelijk te maken, verandert er strikt genomen de eerste maanden op de werkvloer nog niet zoveel. Wel op de loonstrook trouwens, dat getalletje wordt voor minstens het komende jaar bevroren en er zijn tien opleidingsuren per week bijgekomen. Maar buiten dat gaat het met name om het hogere doel. Ik mag lesdagen volgen en cursussen doen, ik word langer op dezelfde afdeling ingepland om het vak goed in de vingers te krijgen, ik mag me verdiepen in andere specialismen in de vorm van een aantal maanden durende stages en ik ga zowel perifeer als academisch aan de slag. Voor mij staat het loslaten van die letter N dus vooral voor de zes opleidingsjaren die gaan komen en die mij klaarstomen voor de grote verantwoordelijkheid van een medisch specialist. Een stip aan de horizon, een punt om naar toe te werken: de droombaan. Wat heb ik er ’n zin in!

Juni 2022 | 7


Werk/privé

Peter van de Voort (57) is arts, hoogleraar en Eerste Kamerlid. Samen met zijn vrouw en drie studerende kinderen woont hij in het Friese dorp Boksum. Hij werkt als intensivist en afdelingsleider van de intensive care voor volwassenen bij het UMCG. Daarnaast is Van der Voort academisch directeur van de executivemasteropleiding Health Administration bij TIAS School for Business and Society. Sinds 2017 is hij politiek actief bij D66. Sinds 2020 is hij wekelijks als senator en woordvoerder te vinden in de Eerste Kamer. Daar heeft hij hoger onderwijs, financiën en volksgezondheid in zijn portefeuille.

LAD magazine | 8


Tekst Lucie Pelzer Foto Ivar Pel

Peter van der Voort is intensivist, academisch directeur én Eerste Kamerlid voor D66. Die combinatie verrijkt zijn werk en kijk op het leven. “Ik wil als senator een goede balans bereiken tussen het medische, juridische en bestuurlijke perspectief. Daarmee bedoel ik niet dat het medische perspectief altijd voorop moet staan, maar het moet wél worden meegewogen.”

“ In de senaat zet ik mijn doktersbril even af” Van der Voort startte zijn carrière als intensivist. Al snel kwam hij tot de conclusie dat hij niet alleen arts in de spreekkamer wil zijn, maar ook iets wil bijdragen aan het onderwijs, liefst op organisatieniveau. Toen hij eenmaal beide dingen combineerde, was de volgende stap voor hem vrij logisch. “Ik zag een verband tus­sen drie lagen waarin ik werkzaam wil zijn: op de werkvloer, op organisatieniveau in het onderwijs en op nationaal niveau in de politiek. Ik weet wat er op de werkvloer gebeurt en heb kennisgemaakt met het organisatie­per­ s­pec­tief. Ik heb altijd een brede interes­se gehad in de politiek, maar was ook benieuwd naar de dynamiek tussen die drie lagen. Ook hield ik mij altijd al bezig met de organisa­tie en kwaliteit van zorg. Dat zit dicht tegen de wettelijke regels aan. Besluiten die in Den Haag worden genomen, hebben veel invloed op de kwaliteit van zorg, mijn werk als in­tensi­ vist en op het werk van leiding­gevenden. Ik wil daar graag vanuit mijn exper­tise bij betrokken zijn. Dat was voor mij reden genoeg om mij te kandideren voor de Eerste Kamer”, aldus Van der Voort.

Arts versus Eerste Kamerlid

Op de vraag of hij een voorbeeld heeft waarin de dynamiek van die drie lagen samenkomt, hoeft hij niet lang na te denken. “Tijdens de COVID-19 pandemie kwam de politiek heel dicht bij de werkvloer. Ik was op alle drie de

lagen betrokken, dus dat was voor mij een zeer leerzame periode. Het zijn heel ver­ schil­lende banen, maar ze versterken elkaar ook. Als ik in de senaat het woord voer, doe ik dat niet primair als arts. Als ik als arts in de Eerste Kamer naar zaken kijk, maak ik waar­schijnlijk andere afwegingen en daarom houd ik het gescheiden. Ik moet wel toegeven dat het soms onmogelijk is je doktersbril af te zetten, want de manier hoe ik naar de zorg kijk wordt wel door mijn artsenachtergrond beïnvloed. Daarnaast heeft mijn medische achtergrond natuurlijk ook voordelen die ik onder andere in de COVID-19 tijd kon inzetten. Zeker omdat ik op de intensive care werk en het draaide om de capaciteit, behandelingen en de werkdruk. De COVID-19 wetgeving kwam in de Eerste Kamer. Het was voor mij een gouden kans mijn kennis in te zetten.”

een uitdaging om ook andere perspectieven te laten meewegen en daarmee deel te nemen aan de besluitvorming.” Hij geeft het voor­­ beeld van de abortuswetgeving. “De vraag waarover we debatteerden, is of een huis­arts ook een abortuspil mag geven. Wat betekent dat voor een huisarts en wat als het com­pli­ca­ ties geeft? Ik kan mij goed verplaatsen in de im­pact die dat kan hebben op een huis­arts. Maar tegelijkertijd kan ik mij ook afvragen of dit een goede verandering van de wet­geving is of niet. Ik kan dus goed het medische per­spectief belichten, maar dit vraag­stuk heeft ook een juridische kant. Omdat ik geen juridische achtergrond heb, heb ik vooral op dat gebied veel geleerd sinds ik in de Eerste Kamer zit. In de fractie zitten ook juristen, we vullen elkaar dus goed aan”, licht Van der Voort toe.

Missie Verschillende perspectieven

“Het interessante van politiek vind ik dat je met verschillende perspectieven te maken krijgt”, vertelt Van der Voort. “Vanuit een hoger abstractieniveau en kijkend naar een langetermijnvisie bestudeer ik de proble­ma­ tiek. We worden als Eerste Kamer daarom ook­ de ‘chambre de réflexion’ genoemd. Het werk is veelzijdig. Je kunt een probleem vanuit een medisch perspectief benaderen, maar ook vanuit een juridisch perspectief. Ik vind het

Van der Voort wil graag een goede balans bereiken tussen het medische, juridische en bestuurlijke perspectief. “Daarmee bedoel ik niet dat het medische perspectief altijd voorop moet staan, absoluut niet. Maar het moet wel worden meegewogen. Het belang­ rijkste vind ik dat we proberen Nederland beter te maken voor alle inwoners en dat we de zorg zo goed mogelijk organiseren, zodat we met zijn allen de best mogelijke zorg krijgen.”

Juni 2022 | 9


Tekst Corrie Kooijman Foto ANP / Tobias Kleuver

Een ziekenhuis in zwaar weer ... Begin dit jaar maakte ziekenhuis Bernhoven bekend dat ze naar verwachting 100 tot 120 fte moet schrappen in de formatie. Na deze aankondiging ging de LAD/FBZ achter de schermen in overleg over een sociaal plan, om eventueel nadelige gevolgen voor werknemers zo goed mogelijk op te vangen. Hoe ging dat precies in z’n werk en wat is er geregeld? Een korte reconstructie ...

Bernhoven kondigde begin januari aan dat ze naar verwachting voor 100 tot 120 fte moet schrappen in de formatie om de organisatie weer vitaal en financieel gezond te maken. Het zal vooral gaan om ondersteunende func­ ties, maar het ziekenhuis sluit op voorhand niet uit dat ook andere functiegroepen, zoals artsen, kunnen worden geraakt. De voorzitter van de ondernemingsraad (OR), die via vakbond FBZ mede namens de LAD in de OR zit, trekt bij onderhandelaar arbeids­ voorwaarden Joyce Kuijpers van de LAD/FBZ aan de bel. Kuijpers schakelt direct met de andere werknemersorganisaties. Samen nemen ze het initiatief het ziekenhuis te vragen in over­leg te gaan. “We wilden weten wat de ont­wikkelingen betekenen voor de toe­komst van Bernhoven en wat de mogelijke con­ se­­­quen­ties zijn voor werknemers”, aldus Kuijpers. “Ook wilden we in gesprek over een so­ciaal plan. Als werknemersorganisatie kun­nen we ons in dit soort situaties beroepen op de cao-afspraak dat als een werkgever zich voor­neemt een organisatieverandering door te voeren die sociale gevolgen heeft voor twintig werknemers of meer, wij daar zo spoedig mogelijk van op de hoogte moeten worden gesteld én moeten worden uitge­no­ digd voor een overleg over een sociaal plan.” Er wordt een afspraak ingepland met de be­ stuurder van Bernhoven, die de werk­nemers­ organisaties bijpraat over de ont­wik­ke­­lingen

LAD magazine | 10

die ten grondslag liggen aan de huidige financiële situatie. Kuijpers: “De bestuurder bevestigde welke functiegroepen vooral te maken zullen krijgen met de reor­ga­ni­satie. In dat eerste overleg maakten we een aantal vervolgafspraken voor het opstellen van een sociaal plan, en we spraken af dat ook de OR daarbij wordt betrokken.”

“Een belangrijk uitgangspunt is het voorkomen van gedwongen ontslagen” Herstelplan

Terwijl de overleggen over een sociaal plan starten, zitten de media er bovenop en gaan de ontwikkelingen snel. Minister Ernst Kuipers van VWS schrijft op 21 februari aan de Tweede Kamer dat de Nederlandse Zorg­auto­riteit (NZa) het ministerie van VWS al in novem­ber op de hoogte heeft gebracht van de financiële situatie bij het ziekenhuis. Na het faillis­ sement van de MC-ziekenhuizen in 2018 gelden signaleringsafspraken om vroeg­tijdig maatregelen te kunnen nemen. Eind januari heeft de NZa bij de minister aan­ge­geven dat acute financiële problemen van de baan waren. Het Udense ziekenhuis presen­teerde toen een herstelplan dat samen met de ver­zeke­ r­aars was opgezet. Volgens het twee­jarige herstelplan moet het personeels­bestand met

100 tot 120 voltijdbanen in­krim­pen om 20 miljoen euro te bezuinigen.

Uitgangspunten

Na de eerste afspraak tussen Bernhoven en de werknemersorganisaties volgen enkele vervolgafspraken over een sociaal plan. De werknemersorganisaties, waaronder de LAD/FBZ, stellen samen een paar essentiële uitgangspunten op. “De nadruk lag op het voorkomen van gedwongen ontslagen”, be­na­drukt Kuijpers. “We hebben constructief overleg gevoerd over voorzieningen om werk­nemers bijvoorbeeld van werk naar werk te begeleiden, ongeacht of dat nu een succes­volle interne herplaatsing is of dat het gaat om bemiddeling naar extern werk. Zowel de werkgever als de werknemer moet zich daarbij committeren aan een inspanningsverplichting. Zo moeten ze samen een concreet plan opstellen waarin staat welke activiteiten ze precies moeten ondernemen en wat de verwachte termijn is voor ander werk. Het plan kan zo nodig worden bijgesteld. De arbeidsmobiliteit is immers niet voor iedereen of voor alle functies gelijk, maar het moet heel duidelijk zijn dat niks doen geen optie is. Als het lukt intern een andere passende functie te vinden, willen we dat de werknemer kan rekenen op salarisbehoud als de functie in een lagere schaal zit, en dat hij zijn huidige salarisaanspraken niet verliest.”


Waarom een sociaal plan? Sociaal plan

In april bereiken Bernhoven en de werk­ ne­mers­organisaties een akkoord voor een sociaal plan. Kuijpers is blij dat het na een periode van intensief overleg is gelukt over alle uitgangspunten afspraken te maken. “Daarmee zijn gedwongen ontslagen van de baan. Aanvullend hebben we met input van de medische staf van Bernhoven ook concrete afspraken gemaakt over de bepaling van het aantal dienstjaren (in jargon: anciënniteit), waaraan werknemers bepaalde rechten en plichten kunnen ontlenen bij organisatieveranderingen. Vrijwel alle medisch specialisten in Bernhoven zijn in 2015 overgestapt van vrij beroep naar dienstverband. In het sociaal plan hebben we weten te regelen dat de jaren waarin zij in vrij beroep werkzaam zijn geweest, meetellen voor de anciënniteit. En dit geldt ook voor de periode waarin ze bijvoorbeeld als chef de clinique werkzaam zijn geweest voor een maatschap binnen Bernhoven.”

Raadpleging

Het sociaal plan geldt voor iedere organisatiewijziging die zich voordoet tussen 1 april 2022 en 1 april 2024 en die rechtspositionele of arbeidsvoorwaardelijke gevolgen kan hebben. De LAD-leden in Bernhoven zijn over de afspraken in het sociaal plan geraadpleegd. Ze stemden met een zeer ruime meerderheid

in, net als de leden van de andere werknemersorganisaties. “Alle werknemers kunnen daarmee de komende tijd rekenen op waarborgen voor hun werknemerspositie”, aldus Kuijpers.

Individuele ondersteuning

Naast de onderhandelaars van de LAD/FBZ zijn ook de juristen van het Kennis- en dienst­ verleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD vaak betrokken bij reorganisaties of dreigende faillissementen. “Dit soort situaties leidt vaak tot veel onzekerheid en vragen over de eigen rechtspositie. Wij kunnen leden individueel adviseren en bijstaan”, aldus arbeidsjurist Fatima Madani van het Kennis- en dienstverleningscentrum. “Daarnaast hebben we de rechten en plichten van werknemers op een rij gezet in een Q&A, die we op verzoek hebben toegestuurd. Verder is, samen met de Federatie Medisch Specialisten, vanuit ons team contact geweest met de medische staf.” Als zich een onvoorziene situatie in je instel­ ling voordoet, zoals bij Bernhoven, is het volgens Madani verstandig dit direct te mel­den bij het Kennis- en dienstverlenings­cen­trum. “Wij hebben korte lijnen met de onder­­hande­ laar die betrokken is bij het over­leg tussen de vakbonden en de werkgever. Daar­naast kunnen we individueel advies geven over je persoonlijke rechtspositie.”

De LAD is aangesloten bij werk­ nemersorganisatie FBZ, die namens LAD-leden de belangen aan een aantal cao-tafels vertegenwoordigt. Naast cao’s onderhandelt FBZ ook op instellingsniveau over sociaal plannen. In sociaal plannen wordt vastgelegd hoe de gevolgen voor werknemers worden opgevangen als sprake is van een reorganisatie, fusie of faillissement. Doel is de ge­volgen voor werknemers tot een minimum te beperken. In een aantal zorginstellingen ligt zo’n sociaal plan op de plank ‘voor het geval dat’; bij Bernhoven was het er nog niet. Intussen is het sociaal plan op­gesteld en hebben werknemers ermee ingestemd.

Juni 2022 | 11


Pieter van ’t Zet* is intensivist in een umc. Hij heeft long-COVID en zit in zijn tweede ziektejaar. Hij maakt zich zorgen over de gevolgen voor zijn inkomen en zoekt contact met het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.

Wat betekent long-COVID voor je inkomen?

Tips van Karlijn Derksen • Ben je langdurig ziek, neem dan tijdig contact met ons op. De regels bij ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn aan strikte termijnen gebonden, dus het is belangrijk zaken snel te regelen. • Ben je ziek geworden op of door je werk? Dan is het belangrijk je ziekte bij de bedrijfsarts als beroepsziekte te definiëren. Dit kan zowel voor­ delen hebben voor je inkomen als pensioen.

Van ’t Zet komt in contact met arbeidsjurist Karlijn Derksen en vertelt haar dat hij in 2020 COVID-19 kreeg. Na een tijdje is hij gestart met re-integreren, maar dat stagneerde. Hij bleef moe en had weinig energie. Uiteindelijk is hij gediagnosticeerd met long-COVID. In het eerste ziektejaar kreeg hij zijn salaris volledig doorbetaald; intussen is dat gereduceerd naar 70 procent. Derksen vertelt hem dat deze constructie in veel cao’s gebruikelijk is. Daarnaast zijn vaak afspraken gemaakt om werken te belonen, bijvoorbeeld door de gewerkte uren tijdens de re-integratie in het tweede ziektejaar volledig uit te betalen. Van ’t Zet valt onder de Cao UMC. Daarin staat dat de werkgever in het tweede ziektejaar kan besluiten 100 procent van het salaris te betalen als daar goede redenen voor zijn of doordat de ziekte door het werk is ontstaan. Omdat Van ’t Zet vrijwel zeker weet dat hij corona heeft opgelopen door zijn werk, adviseert Derksen hem dit met zijn werkgever te bespreken.

Uitstel WIA-aanvraag

Derksen vertelt Van ’t Zet ook dat hij binnen­ kort een WIA-uitkering moet aanvragen, maar dat hij er samen met zijn werkgever voor kan kiezen dit uit te stellen. “Dit is bijvoorbeeld een optie als je verwacht binnenkort te starten met re-integreren of bijna gere-inte­greerd bent. Maar het is wel belangrijk dat de werkgever dan garandeert dat je loon wordt door­betaald”, aldus Derksen. Omdat Van ’t Zet verwacht dat hij binnen­kort weer start met re-integreren, wil hij deze optie met zijn leiding­gevende bespreken.

WIA en achterstanden UWV

* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

LAD magazine | 12

Voordat hij in gesprek gaat, wil Van ’t Zet wel weten hoe het verder gaat als zijn reintegratie onverhoopt niet op tijd slaagt. Derksen vertelt hem dat het verstandig is in

ieder geval voor het einde van het tweede ziektejaar een WIA-uitkering aan te vragen. Van ’t Zet heeft gelezen dat het UWV be­ta­lings­­ achterstanden heeft. Derksen moet dit helaas bevestigen. “Normaal ge­sproken neemt het UWV al voor het einde van het tweede ziektejaar een beslissing over een WIA-aanvraag. Gemiddeld duurt dat nu drie tot vier maanden langer, terwijl de loon­door­betalings­verplichting van de werkgever wel na twee jaar stopt. Daar­ om is het goed om met je werk­gever op tijd afspraken te maken over het loon in de vorm van een voor­schot of tijdig een voorschot aan te vragen bij het UWV.”

Pensioenfonds en beroepsziekte

Mocht de re-integratie niet slagen, dan valt Van ’t Zet terug op een WIA-uitkering. Net als het voorschot is deze uitkering hooguit 70 procent van het maximum dagloon (4.975,53 euro per maand). Gelukkig kennen sommige pensioenfondsen wel een aanvulling zodat je grofweg uitkomt op 70 procent van het laatst­ ver­diende salaris. Soms wordt dit per­­centage bij een beroepsziekte verder aan­­ge­vuld. “Ik heb mijn cliënt daarom ge­adviseerd de bedrijfsarts te vragen zijn ziekte te re­gistre­ren als beroepsziekte. Dat heeft in zijn geval als voor­deel dat hij ook volledig premie­vrij pen­ sioen kan blijven opbouwen.”

Van uitstel naar afstel

Uiteindelijk komt het zover niet. Van ’t Zet gaat in overleg met zijn werkgever en samen stellen ze vast dat hij ziek is geworden door zijn werk. De werkgever betaalt hem alsnog met terugwerkende kracht 100 procent van zijn salaris door tijdens het tweede ziektejaar. Daarnaast spreken ze af de WIA-aanvraag uit te stellen. “Van uitstel kwam gelukkig afstel”, vertelt Van ’t Zet, “want intussen ben ik volledig gere-integreerd.”


Tekst Lucie Pelzer Fotografie Ivar Pel

Erwin George

“Complexe klachten vereenvoudigen vind ik het uitdagendst”

Klinisch fysicus-audioloog, Maastricht UMC+ Waarom heb je voor dit vak gekozen?

“Als natuurkundige wil ik graag de wereld begrijpen. Tijdens mijn studie probeerde ik dat te vatten in wiskundige formules. Dat lukt goed voor de levenloze wereld, maar mensen en gedrag laten zich daarin niet vastleggen. In mijn promotieonderzoek onderzocht ik of je het verstaan van spraak ook in lastige situaties meetbaar kan maken: een combinatie van psychologie en natuurkunde. Het leuke vind ik dat ik van iets vaags, zoals gedrag van mensen of bepaalde klachten, iets concreets maak om uiteindelijk zo objectief mogelijk een oplossing te kunnen bieden voor een patiënt.”

Hoe haal je voldoening uit je werk?

“Ik wil niet alleen voor mensen werken, maar ook mét mensen het verschil maken in hun dagelijkse leven. Complexe klachten vind ik het uitdagendst: samen met een patiënt uitpuzzelen wat er aan de hand is en hoe we dat oplossen. Daarom werk ik ook in een umc. Hoe beter we begrijpen wat er in de hersenen gebeurt, hoe beter we patiënten kunnen helpen. Daarnaast vind ik de afwisseling in mijn werk ontzettend leuk. Ik werk ongeveer 60 procent in de zorg, maar heb daarnaast ook een rol in opleiding en onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en het coördineren van zorglijnen. Ik vind het heerlijk om in de zorg te werken, maar een dag waarop ik al deze vier rollen combineer, vind ik het leukst.”

Wat zijn vooroordelen over klinisch fysici?

“Veel mensen denken snel aan een nerd die achter zijn computer zit om een technisch apparaat in te stellen. Gelukkig doen we veel meer! De uitdaging zit vooral in het verschil maken om de techniek veilig en goed voor mensen te laten werken, zodat medebehandelaars zo goed mogelijk hun werk kunnen doen en daarmee patiënten kunnen helpen.”

Wat is voor jou de toegevoegde waarde van de LAD?

“De LAD kan zowel klinisch fysici als chemici, en ook apothekers en klinisch technologen, helpen om onze rol in ziekenhuizen beter te positioneren, zodat we ons vak nu en in de toekomst goed kunnen uitoefenen. Het gaat dan om enerzijds goede arbeidsvoorwaarden en goed werkgeverschap en anderzijds om het positioneren van het vak. Een gelukkige werknemer is een gelukkige werkgever en andersom.” Huisartsen, aios, medisch specialisten en sociaal geneeskundigen: de LAD heeft leden in alle disciplines. Wie zijn ze en wat drijft hen? In deze rubriek brengen we LAD-leden letterlijk in beeld.

Juni 2022 | 13


Tekst Lyanneke Krauss Illustratie Ronald Slabbers

Meer inspraak voor artsen in de gehandicaptenzorg Inspraak hebben op beleid en betrokken zijn bij strategische beslissingen. Voor artsen in ziekenhuizen vaak vanzelfsprekend, maar voor dokters in de gehandicaptenzorg nog niet. Artsen verstandelijk gehandicapten (artsen VG) Sarah Franck en Wiesje Bressers en basisarts Yvo op den Kamp willen daar verandering in brengen, omdat meer inspraak tot een hoger werkplezier kan leiden. Ze gaven zich op voor het project Gezond en veilig werken van de LAD.

LAD magazine | 14


Ik merk dat artsen VG vaak te bescheiden zijn De aanbesteding voor een nieuwe apotheek en het coronabeleid zijn voorbeelden van be­slis­singen waar Bressers, Op den Kamp en Franck graag een stem in hadden gehad. De drie artsen werken bij Koraal, een instelling voor gehandicaptenzorg in Limburg. Naast deze zorg biedt de organisatie ook hulp aan mensen met complexe gedrags- en psychia­ trische problemen en is er een aanbod voor jeugd­­hulp en speciaal onderwijs.

Kans

Toen Bressers begin vorig jaar de oproep voor deelnemers aan het project Gezond en veilig werken voorbij zag komen, twijfelde ze geen moment. “Ik zag dit als een uitgelezen kans om onszelf beter te positioneren. Door de co­ro­na­crisis én de komst van de Wet zorg en dwang (Wzd) is de werkdruk de afge­lopen twee jaar flink toegenomen. Hoewel de in­­­ten­tie van de Wzd goed is, zijn we over de uit­­­voering minder te spreken. Als arts VG zijn we nu in veel gevallen regie­be­hande­­laar ge­worden en dat brengt een hoop administra­tieve romp­ slomp met zich mee. Dat is allemaal tijd die we niet aan de cliënt kunnen besteden, ter­wijl dit laatste voor de meesten van ons juist de reden is geweest om dokter te worden. Zoiets doet afbreuk aan het werkplezier en dat is zonde.” De gehandicaptenzorg bij Koraal is verdeeld over drie locaties. “We zien elkaar daar­door niet vaak en praten daarom ook weinig over de zaken die ons bezighouden. Dat is jam­mer, want we lopen vaak tegen de­zelfde dingen aan”, vertelt Op den Kamp.

Nulmeting

Wanneer een organisatie meedoet met het project Gezond en veilig werken, wordt altijd gestart met een nulmeting, waarbij wordt gekeken naar zaken als werkdruk, be­lasting, werkplezier en de kwaliteit van zorg die je als arts denkt te leveren. Zowel de nul- als de eindmeting wordt uitgevoerd door de Universiteit Leiden. Het uiteindelijke doel is een wetenschappelijk bewezen proces­inter­ ven­tie te ontwikkelen, die artsen van een

afdeling of instelling helpt om de werkcultuur en duurzame inzetbaarheid te verbeteren. Bressers: “Uit onze nulmeting kwam naar voren dat we bevlogen artsen zijn, maar dat we structureel overuren maken. De corona­ crisis en de Wzd zijn daar grotendeels debet aan, maar ook vóór die tijd speelde dit al.”

Werkdruk

De nulmeting bij Koraal leidde tot drie speer­­­punten: werkdruk, positionering en waar­de­ring. Onder begeleiding van de LAD zijn drie werk­groepen aan de slag gegaan met deze onderwerpen. Franck is met haar werkgroep verantwoordelijk voor het onderwerp werkdruk. “De werkdruk wordt als hoog ervaren. Ik merk dat het lastiger wordt om spontaan bij een woongroep langs te gaan om te kijken hoe het gaat. Ook blijft er steeds minder tijd over voor de individuele cliënt. Dat moet anders, want het laatste wat ik wil is een ‘computerdokter’ worden. In de kern komt het erop neer dat we met onze werkgroep kritisch kijken naar onze taken. Wat hoort bij de arts VG en wat kan bijvoorbeeld de huisarts of verpleegkundige afhandelen? Functiedifferentiatie vormt ook een belangrijk aandachtspunt. Denk bijvoor­ beeld aan de ondersteuning van artsen door een verpleegkundig specialist. Onze beroeps­ vereniging, de NVAVG, heeft hier­voor een visie­ document ontwikkeld. Deze gebruiken we als onderlegger om zaken verder te concretiseren binnen onze eigen organisatie. Tot slot kijken we naar de for­matie. Hoeveel fte hebben we nodig als we uit­gaan van een ideale situatie?” De inspan­ningen van de werkgroep beginnen inmiddels hun eerste vruchten af te werpen. “We zetten meer in op het leren van elkaar, bijvoorbeeld tijdens onze reguliere over­leggen. Soms is het een eyeopener om te horen hoe een collega zijn dag indeelt en welke taken hij delegeert.”

Waardering

Op den Kamp werkt nu nog als basisarts, maar heeft de ambitie om arts VG te worden. Hij maakt onderdeel uit van de werkgroep

Over het project Gezond en veilig werken Gezond en veilig werken is een van de belangrijkste speerpunten van de LAD. Primair worden afspraken daarover geregeld aan cao-tafels. Daarnaast begeleidt de LAD sinds eind 2020 groepen artsen in diverse instellingen bij het realiseren van een gezonder en veiliger werkklimaat via het project Gezond en veilig werken. Doel is dat alle artsen hun werk met plezier kunnen doen in een gezonde en veilige omgeving, zodat ze een hoge kwaliteit van zorg kunnen leveren. In 2022 is plek voor het begeleiden van groepen artsen in 24 instellingen. Meer weten? Kijk dan op www.lad.nl/gezond-enveilig-werken of mail naar lad.gvw@ lad.nl.

die zicht richt op het onderwerp waardering. “Artsen VG zijn een schaars goed. Daarom is het belangrijk dat een organisatie investeert in haar medewerkers zodat deze zich ook aan de instelling willen blijven verbinden. Naast een hogere salarisschaal richten wij ons op het scholingsbudget. De ontwikkelingen in de medische wereld gaan snel en het is daarom essentieel dat we up-to-date blijven.” Op den Kamp, die zelf is opgeleid tot onder­ zoeker, pleit ook voor meer betrokken­heid bij wetenschappelijk onderzoek binnen zijn organisatie. “Wat ik zie is dat de psychiaters die hier werken wèl zijn aangehaakt, maar dat de arts VG achterblijft. Voor iemand zoals ik, met een passie voor onderzoek, voelt dat als een gemiste kans. Gelukkig hebben we wel vooruitgang geboekt, want inmiddels ben ik benaderd voor een onderzoeksproject. Het project staat nog in de kinderschoenen, maar ik kan niet wachten om aan de slag te gaan.”

Juni 2022 | 15


Het gaat erom dat we ons gehoord en gezien voelen Medische staf

Het laatste speerpunt betreft de positionering van de artsen binnen Koraal. “Ons belangrijks­te doel is het oprichten van een medische staf”, vertelt Bressers. “We merken dat er veel topdown wordt besloten, zonder dat wij in die beslissingen worden meegenomen. Dat is zonde, want als artsen staan wij dicht bij de werkvloer. Dankzij onze expertise weten we wat wel en niet werkt én wat goed is voor de cliënt.” Bij het oprichten van een medische staf komt veel kijken. Zo moeten er van tevoren duidelijke doelen worden geformuleerd en moet er voldoende draagvlak én mandaat zijn.

Daarom krijgen de deelnemers aan het project (juridische) ondersteuning vanuit de LAD. “Daar zijn wij echt blij mee”, laat Franck weten. “Zonder die hulp zouden wij er denk ik niet in slagen om dit allemaal van de grond te krijgen.” Bressers legt uit hoe zij de oprichting van een medische staf voor zich ziet.

LAD magazine | 16

“We willen vanaf de start samen optrekken met de artsen VG, de psychiaters en artsen jeugdzorg. Samen sta je toch sterker.” In tegenstelling tot de meeste ziekenhuizen en ggz-instellingen beschikken slechts weinig organisaties voor gehandicaptenzorg over een medische staf. Hoe komt dat eigenlijk? Waar­schijnlijk heeft dit grotendeels met een cultuurverschil te maken, maar volgens Bressers is er nog een mogelijke verklaring: “Ik denk dat artsen VG vaak te bescheiden zijn in ver­gelijking met onze collega’s uit andere specialismen.”

Samenwerking

Over de onderwerpen waar de medische staf mee aan slag zou kunnen gaan, hebben de dokters ook al nagedacht. “Ik zou heel graag meer samenwerking zien tussen artsen, zowel binnen de verschillende locaties als tussen locaties. Het kan heel waardevol zijn om vaker bij elkaar in de keuken te kijken”, zegt Op den Kamp. Bressers en Franck pleiten daarnaast voor meer samenwerking in de regio. Het gaat hen daarbij niet alleen om samenwerking tussen artsen VG, maar ook met psychiaters en artsen die werkzaam zijn in de jeugdzorg. “Een belangrijke doelstelling van Koraal is dat mensen zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen aan de maatschappij. Om hen daarbij goed te ondersteunen, is het van belang dat zorgprofessionals met elkaar samenwerken, zowel binnen de muren van de instelling, als daarbuiten”, legt Bressers uit. Franck ziet daarnaast een meerwaarde als het gaat om ondersteunende faciliteiten en het vaststellen van salarisschalen. “Bij het faciliteren van ons werk denk ik bijvoorbeeld aan de manier waarop wij aan dossiervorming doen. Daar valt nog wel wat winst te behalen. Ook als het gaat om salariëring zou ik graag een stem hebben. Werkplezier is belangrijk, maar je kunt het salaris niet uitvlakken als je een aantrekkelijke werkgever wilt zijn – zeker niet met het oog op de huidige arbeidsmarkt.”

Toekomst

Hoe enthousiast de deelnemers aan het project ook zijn, alles valt of staat met de betrokkenheid van het management. Daarom stelt de LAD als voorwaarde dat een directie of raad van bestuur zich ook committeert aan het project Gezond en veilig werken. Bressers en Franck hebben het geluk een enthousiaste directeur te hebben, die bovendien veel ervaring heeft in andere zorginstellingen die wèl over een medische staf beschikken. “Dat maakt het makkelijker om met elkaar in gesprek te gaan”, zegt Bressers. Waar de artsen over twee jaar hopen te staan, lijdt geen twijfel. “Tegen die tijd willen we met een medische staf officieel een plek hebben in het organogram van onze organisatie. Uiteindelijk gaat het erom dat wij ons als beroepsgroep gehoord en gezien voelen”, besluit Franck.


Tekst Marjolein Dekker

Ruim 700 jonge en ervaren artsen hebben zich intussen aangesloten bij Zin in Zorg, de beweging voor en door (jonge) artsen. De artsen die zich in 2021 hebben hard gemaakt voor de Zin in Zorg challenges, hebben intussen korte films gemaakt die vanaf eind juni worden gepresenteerd.

Zin in Zorg gaat verder ... Een kwart van de aios overweegt te stoppen met hun opleiding vanwege de werkdruk en het gevoel altijd ‘gehaast’ te moeten werken. Jonge artsen willen dit graag zelf veranderen, maar kunnen dat niet alleen. Daarom lanceer­ den de LAD, De Jonge Specialist, VvAA en de LOVAH in 2019 de beweging Zin in Zorg, om hen te faciliteren. (Jonge) artsen kunnen zich bij de beweging aansluiten en pleiten samen voor meer werkplezier, meer tijd voor de patiënt en mentaal fitte dokters.

Vier films

In 2021 hebben vier landelijke teams met elk tien jonge dokters gewerkt aan challenges,

bijvoorbeeld om meer ruimte te creëren voor persoonlijke ontwikkeling of om de ‘overwerk­cultuur’ positief te hervormen. Hun aan­be­ velingen, handreikingen en leidraden zijn in­ tussen gepubliceerd op zininzorg.nl/start­kit. Daarnaast hebben de teams met regis­seur Jasper Scholten gewerkt aan vier korte films, waarin op een confronterende manier, maar ook met een knipoog, zichtbaar wordt ge­maakt welke cultuurverandering met Zin in Zorg wordt beoogd. Op 27 juni worden de films tijdens een premièreavond getoond en gaan artsen en zorgbestuurders vervolgens met elkaar in gesprek over de vraag hoe je met bevlogenheid kan blijven werken. Na de

première worden de films gedurende vier weken via een campagne op social media gepresenteerd (zie @zininzorgbeweging op Instagram en ‘Zin in Zorg beweging’ op LinkedIn).

Proeftuinen

Naast de vier landelijke teams is vorig jaar ook een team in het Franciscus Gasthuis & Vlietland aan de slag gegaan met Zin in Zorg. Deze ‘proeftuin-constructie’ wordt dit najaar ook in een aantal andere ziekenhuizen uitge­rold. Meer weten? Kijk op zininzorg.nl. Wie de be­ weging een warm hart toedraagt, kan sup­por­ ter worden en ontvangt dan iedere maand een nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Advertentie

Kan ik bij- en nascholingskosten voor herregistratie declareren? Die vraag werd gesteld door kno-arts Remco. Een van onze juristen legt uit dat in veel cao’s een budget voor beroepskosten is geregeld. Remco werkt in een umc en valt onder de werkingssfeer van de Cao UMC. In deze cao is zo’n budget expliciet opgenomen voor medisch specialisten. Dat betekent dat Remco de kosten voor het congres dat hij binnenkort volgt, kan declareren bij zijn werkgever.

Juridische vragen? Bel:

088 - 134 41 12 Het Kennis- en dienstverleningscentrum is een samenwerking tussen de Federatie Medisch Specialisten en de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband. Wij geven juridisch advies bij onder andere arbeidsconflicten, opleidingsgeschillen en MSB-contracten.

Juni 2022 | 17


Column

­­­­­

Je rol pakken In steeds meer cao’s staan afspraken over inspraak van zorgprofessionals. De LAD is er groot voorstander van als artsen betrokken zijn bij strategische beslissingen in hun instelling of bij nieuw beleid. We weten intussen dat dat niet alleen het werkplezier ver­ groot, maar persoonlijk ben ik er ook van overtuigd dat het leidt tot betere besluiten als de expertise van artsen wordt meegenomen. Helaas hebben we de inspraak nog niet in alle cao’s geregeld. In de Cao VVT is het ons bijvoorbeeld een doorn in het oog dat er nog geen inspraakregeling is voor specialisten ouderengeneeskunde (en dus willen we er alles aan doen om die wél te realiseren). In veel andere cao’s worden de afspraken over in­spraak gelukkig steeds concreter. En dat leidt vervolgens ook tot vragen: in­spraak kan ineens zwart-op-wit staan, maar hoe pak je als arts dan vervolgens je rol en zorg je dat je inderdaad wordt betrokken? Ik hoor regelmatig van artsen dat ze dat lastig vinden, want in gesprek gaan met een bestuurder of onder­­han­ del­en over een bepaald onder­werp is niet iets wat ze dagelijks doen. Om onze leden daarbij te helpen, heb­ben we daarom met VvAA de train­in­gen ‘Beter in beeld’ en ‘Beter in onder­­han­ delen’ ontwikkeld. Bij ‘Beter in beeld’ krijg je inzicht in je kern­com­pe­tenties

en hoe je die kunt in­zetten: hoe maak je effectief je punt en vergroot je je in­ vloeds­sfeer? ‘Beter in onderhandelen’ is een verdiepingstraining en een logisch vervolg op ‘Beter in beeld’. Je leert wat er komt kijken bij onder­handelen: hoe zorg je dat je duidelijk bent, maar wel met oog voor de relatie? Hoe zorg je dat je niet alleen ‘neemt’ maar ook ‘geeft’ en samen tot een goed besluit komt? Je oefent aan de hand van eigen casussen met acteurs, zodat je direct inzicht krijgt in je sterke punten en wat nog beter kan. Vanwege corona konden de trainingen de afgelopen twee jaar niet altijd door­gaan, dus ik ben blij dat het dit jaar einde­lijk wél weer fysiek kan. Beide trainingen duren een dag en vinden dit najaar (‘Beter in beeld’: 16 septem­ber; ‘Beter in onderhandelen’: 23 sep­tember) nog een keer plaats voor een speciaal LAD-tarief van 450 euro. Kijk voor meer info op www.lad.nl/beterinbeeld en www.lad.nl/beterinonderhandelen. Ik heb beide trainingen zelf ook eens bijgewoond. Het leuke is dat ik intussen uit ervaring weet dat je er niet alleen wat aan hebt in relatie tot je bestuur of directie, maar ook in het contact met patiënten, collega’s ... en zelfs in je thuissituatie. Doen dus! Caroline van den Brekel, directeur

Nieuwe cao-teksten In het laatste kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022 is een aantal akkoorden bereikt voor nieuwe cao’s. Van de meeste daar­van zijn de cao-teksten intussen uitge­ werkt, waaronder de Cao UMC, Cao GGZ, Cao Ziekenhuizen en Cao VVT. In de nieuwe caoteksten zijn de afspraken uit de akkoor­den verwerkt, bijvoorbeeld over de salaris­para­ graaf, scholing en inspraak. De cao-teksten staan op de cao-pagina’s van de LAD, zie www.lad.nl/lad-voor-u/caos. Voor de meeste cao’s bestaan ook apps, waarin de belangrijkste afspraken overzichtelijk op een rij staan. Daarnaast bevatten de apps ook tools. Zo kun je in de app van de Cao UMC gemakke­ lijk je TOD (Toelage bij onregelmatige diensten) of de duur van je zwangerschapsverlof bere­ ke­nen. De apps voor de Cao Ziekenhuizen en Cao GGZ bevatten een tool voor het berekenen van de uren die je opbouwt voor respectieve­ lijk je Persoonlijk Levensfase­budget (PLB) en het Levensfasebudget (LFB).

­

Intussen op Twitter … Start als arts @Startalsarts Ben jij geïnteresseerd in het bewegings­ap­­­paraat en het zenuwstelsel? En vind je het leuk om patiënten weer zo zelfstandig moge­ lijk te laten functioneren? Denk dan eens aan de revalidatiezorg! Bekijk onze nieuwe pagina, met dank aan de @Revalidatiearts #startalsarts #revalidatiezorg

95.000 In het eerste kwartaal zaten dagelijks gemiddeld 95.000 werknemers in de ggz, gehandicaptenzorg, ziekenhuizen en VVT ziek thuis (bron: Vernet)

LAD magazine | 18


In het kort

Vernieuwde KNMG-Gedragscode Eind mei is de vernieuwde KNMG-Gedragscode voor artsen gepubliceerd, die beschrijft waar artsen voor staan, wat ze belangrijk vinden in hun houding en gedrag en wat patiënten, collega’s en de maatschappij van artsen mogen verwachten. De nieuwe gedragscode ver­vangt de KNMG-gedragsregels uit 2013. Die versie bevatte 67 regels; dat is teruggebracht naar 15 kernregels, die allemaal zijn voorzien van een korte toelichting: waarom is de regel van belang, wat betekent die voor de beroeps­ uitoefening en hoe pas je ’m toe in de praktijk? De vernieuwde code speelt bovendien beter in op de huidige tijdgeest, met aandacht voor onder andere gezamenlijke besluitvorming met de patiënt, duurzaamheid en de maat­ schap­pe­lijke rol van artsen. De punten in de gedragscode zijn van toepas­sing op alle werkzaamheden die artsen uit­voeren: op het terrein van individuele én col­­lec­tieve zorg. De gedragscode is te vinden op www.knmg.nl/ gedragscode. Naast het document zelf zijn per regel voorbeelden, columns, praktijkdilemma’s en verwijzingen opge­nomen voor het toe­pas­ sen van de gedrags­code in de praktijk.

Congressen voor co’s en a(n)ios Hoe bereid je je goed voor op je arts­en­­­ loop­baan? Die vraag staat cen­traal tijdens het Basisartsencongres ‘Van Co tot Pro’, dat de LAD en De Jonge Spe­cia­list op 1 oktober organiseren voor genees­ kun­destudenten die bijna of net klaar zijn met hun opleiding. Na een digi­­tale editie in 2021 vindt het congres dit keer weer ‘fysiek’ plaats. Plenaire spreker is longarts Wanda de Kanter, die vertelt welke keuzes zij in haar loopbaan maakte. Daar­naast kun je drie workshops naar keuze volgen, bij­voorbeeld over pro­mo­veren, effectief sollici­teren en het aan­gaan van je eerste artsen­con­tract. Op dezelfde dag en op dezelfde locatie (handig als a(n)ios en co’s samen willen komen!) vindt ook het DJS Congres plaats, dat De Jonge Specialist, LAD, Federatie Medisch Specialisten en VvAA jaarlijks organiseren. Het is het enige disciplineoverstijgende congres voor aios, anios en arts-onderzoekers. Ook tijdens dit congres kun je drie workshops volgen over onder­ werpen die tijdens je medisch-specia­­lis­tische vervolgopleiding niet aan bod komen. Ray Klaassens Beiden congressen worden afgesloten met een gezamenlijke plenaire sessie, verzorgd door Ray Klaassens, oud-commando en bekend van het tv-programma Kamp Van

Koningsbrugge. Hij vertelt meer over de parallellen tussen de special forces en het artsenvak en wat dat bete­kent voor je mentale veerkracht en de regie op je eigen loopbaan. Verder kun je gedurende de hele dag een informatiemarkt bezoeken, waar orga­nisaties staan die je verder kunnen helpen in je loopbaan. Beide congressen vinden plaats op zaterdag 1 oktober in de Jaarbeurs in Utrecht van 09.30 - 17.00 uur. Deelname kost 55 euro (inclusief lunch en borrel) voor leden van DJS/LAD. Niet-leden betalen 150 euro. Meer weten? Kijk op basisartsencongres. yellenge.nl en op djscongres.yellenge.nl.

50%

26%

20%

De helft van de huisartsen weet niet of ze de komende 15 jaar doorgaan met hun werk. Een kleine 20% denkt in 2037 nog steeds huisarts te zijn

Ruim een kwart van de aios en medisch specialisten is ontevreden over de werkprivébalans en werkdruk

Eén op de vijf zorgprofessionals heeft klinische slaapklachten (bron: IZZ Monitor Gezond Werken 2021)

(bron: Loopbaanmonitor Medisch Specialisten)

(bron: collectief Spit)

Juni 2022 | 19


Meer mogelijk voor jouw hypotheek via VvAA Speciaal voor VvAA zijn de acceptatiecriteria voor startende zorgverleners door een aantal hypotheekverstrekkers aangepast. Daardoor biedt VvAA meer mogelijkheden. Dit geldt ook als je werkzaam bent als arts-assistent (al dan niet in opleiding) met een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

Hypotheekadvies op maat via VvAA We weten hoe hoog je werkdruk is. Daarom: Hoef je ons minder uit te leggen. Onze adviseurs zijn geschoold om zorgverleners te adviseren. Heb je contact waar en wanneer het jóu uitkomt: online, telefonisch, thuis of op je werk. Kunnen we de (financiële) gegevens die VvAA al van je heeft op jouw verzoek hergebruiken.

Plan een afspraak in via: vvaa.nl/advies/hypotheekadvies Of bel naar 030-247 40 25. Mailen kan ook naar hypotheken@vvaa.nl.

De stem en steun van zorgverleners