Kunstletters #014

Page 1

Kunstletters

JULI • SEPTEMBER 2021

#014


Inhoudstafel Achter de cover | walter dermul 02 Mijn favoriet | Valentine Kempynck 04 Ateliers in beeld | Hilde Goossens 06 Ateliers in beeld | David Khmaladze 08 Ateliers in beeld | Ilse Verschaeve 10 Het kunstenaarsboek | Hannelore Van Dijck 12 Tentotips 16 In het atelier | Michiel Ceulers 20 Carte Blanche | Jorden Boulet 26 In de maak | Anneleen Hendrickx 28 Atelierplunje 35 Kunst in duo | Catharina en Dan Dhaen 36 Een dag uit het leven | Sam Scarpulla 38 Zomer in Beeld

40

Boekentips | Katelijne Kevelaers en Ed Worms

45

Mijn ritueel | Mir Van Nyvelseel 45 Samen aan de kunst | Klaas Debaere en Johan Vanderschelden

46

Zelfportret | Paul Kenens 50 Colofon 51

Achter de cover walter dermul

Deauville, 100 x 70 cm, olieverf op canvas, 2021

02

Kunstwerkt zet jouw werk graag in de kijker. Ook in dit blad. En zelfs op de cover. Voor dit nummer viel ons oog op ‘Deauville’, een schilderij dat we vonden op Beeld. Het is van de hand van walter dermul, die zijn naam liefst in kleine letters geschreven ziet. AC H T E R D E C OV E R


walter: ‘Deauville’ maakt deel uit van een reeks schilderijen die ik maakte op basis van super 8-filmpjes, die mijn vader schoot in het begin van de jaren 60. Die beelden tonen de onbezorgde jaren van een burgerlijk gezinnetje, op uitstap of op vakantie. Het is alsof alles begon in die jaren. De oorlog was goed verteerd, alles werd nu snel ‘beter’. De auto’s blonken, plastic en beton waren een geschenk van de goden, aan sneller en hoger was geen limiet. Daarin past de torenhoge betonnen wipplank in dit schilderij, maar in kleuren die wat afstand nemen. Het werk is geschilderd in olieverf, een levende materie, in tegenstelling tot acryl. Het voelt alsof acryl sterft onder mijn penseel, terwijl olie jong en speels blijft. Je kan blijven trekken en duwen, vervormen en vermengen. Daarom vind ik olieverf tactieler, alsof ik ermee boetseer. Het ambacht trekt me aan in het schilderen. Techniek blijft een levenslang leerproces. Hoe meer je ermee bezig bent, hoe meer je die leert beheersen. Daardoor besef je ook dat er niet één weg is, maar dat je vanuit een steviger wordende basis verder en verder kan uitwaaieren. Voor mij is kleur tegelijk razend belangrijk én totaal onbelangrijk.

WA LT E R D E R M U L

Natuurlijk moet het kleurenpalet in het eindresultaat kloppen en aanspreken, maar ik ben er in het begin van het proces nauwelijks mee bezig. Ik vertrek trouwens bijna altijd vanuit een zwart-witbeeld. Ik meng mijn verven in twee of drie potjes met tinten die door hun contrast of complementariteit met elkaar kunnen praten. Het resultaat kan een ‘eenvoudige’ kleur zijn, maar is altijd het resultaat van een samenvoeging. Vaak hergebruik ik de restjes die overblijven na een vorig schilderij en voeg ik er verse kleuren bij. Er is dus een grondtoon die al gedicteerd werd door het vorige werk. Het samengaan van kleur en thema laat ik ook organisch evolueren. Soms lijkt het me beter als ze met elkaar in lijn liggen en mekaar versterken, soms wil ik dat de betekenis wordt afgezwakt of zelfs tegengesproken door de kleur. Dat is in ‘Deauville’ het geval. Mijn werk is figuratief, gaat meestal over mensen en hun emoties, of net het gebrek aan emotie. Over hoe mensen met elkaar communiceren - of net worstelen met de onmacht om te communiceren - in hun relatie met wie hen omringt, met hun partner, met hun

kinderen. Of over de vervreemding waarin mensen zich kunnen bevinden na ingrijpende gebeurtenissen. Of over opgroeiende kinderen: hoe ze het licht opzoeken of er zich net van afkeren. Mijn recente werk is vooral autobiografisch. Vanuit wendingen in mijn leven onderzoek ik de kruispunten waarin het bestaan vorm krijgt. Vaak onbewust en onbedoeld hebben kleine of grote momenten een onuitwisbare impact op je verdere levensloop.’ walter dermul stelt tentoon: How did I get here? van 9 juli tot 29 augustus in galerij Artisjok in Lier. It’s a miracle we ever met tot en met 5 september bij Stichting Ijsberg, Damme Kunst in het Dorp 2021 op 11, 12, 17, 18 en 19 september in Bellingen

WALTER DERMUL °1953 Woont en werkt in Rijmenam. Maakt schilderijen, olie op canvas.

03


Mijn favoriet VALENTINE KEMPYNCK - BANKSJE

In deze rubriek vertelt een medewerker van Kunstwerkt over een beeldend werk dat een diepe indruk heeft nagelaten. Deze keer: Katrien Boogaerts, coördinator van Kunstwerkt. Elke keer als mijn collega’s hun keuze maakten, bedacht ik me: wat voor een vraag is dat eigenlijk? Eén favoriet werk? Uit al die eeuwen kunstgeschiedenis? Uit alles wat vandaag wordt gemaakt? In binnen- en in buitenland? Door gevestigd of door kraakvers talent? Het is een quasi onmogelijke opdracht, maar net zoals al mijn collega’s al deden, kies ik er hier ook eentje uit. Er is een werk waar ik het al een hele tijd graag en vaak over heb. Elke keer als ik erover vertel, merk ik dat het ook mijn gesprekspartner(s) raakt. Er gebeurt iets in die gesprekken. Mensen dwalen

04

af, denken aan iemand, aan mensen die ze ergens onderweg zijn verloren. Want dat is wat dit werk doet: het doet je stilstaan, het doet je denken aan mensen, het maakt dat je hen even opnieuw wat dichterbij voelt. En het doet je glimlachen. Het werk staat sinds kort ook bij mijn ouders, op de nok van het dak. Het is opgedragen aan mijn pleegzus en bij uitbreiding aan alle andere mensen die ze missen. Ik weet dus wat dit werk doet en hoe ontroerend schoon het is in al zijn eenvoud. Ik heb het over ‘Banksje’ van Valentine Kempynck. Sinds vijftien jaar werkt Valentine rond een oud gebruik, afkomstig uit het grensgebied met Noord-Frankrijk: ze bouwt kleine stenen constructies op nokken van daken die een plaats geven aan overleden vrienden en familieleden. Traditioneel wordt de nokpan van het dak van een huis verzwaard door er bakstenen op te plaatsen. Zo maak je het dak sterker en beter bestand tegen storm en wind. In de hoofden van de mensen betekende dat ook bescherming tegen heksen en boze geesten. Die bakstenen deden denken aan een klein bankje en het ziet er ook zo uit. Valentine bouwt de constructie samen met de vrienden of familieleden van het huis en biedt zo een manier aan

om met verdriet om te gaan. Ze metsen ‘Banksjes’ als plek voor de doden. Zodat ze even kunnen uitrusten of dichtbij zijn. Dierbare doden blijven zo deel uitmaken van het huis en krijgen letterlijk een plaats toebedeeld. Ze blijven te midden van wie hen lief is, zichtbaar voor iedereen. In ‘Banksje’ komen traditie, handeling en zingeving rond de dood samen. Er wordt niet gecommuniceerd via taal, maar via een handeling. Die werkt als medicatie of meditatie. De handeling maakt dingen gemakkelijker, omdat wij hier soms liever zwijgen en doen. Dit zegt Valentine erover: ‘Als iemand die ons lief is sterft, is dat een groot verlies. En toch blijft hij of zij voor altijd een stuk van ons. Het is belangrijk om dat contact levend te houden. Want dat maakt ons leven sterker’. Ze geeft de dood de plaats die hij verdient, midden in het leven. Je vindt ‘Banksjes’ trouwens ook op plekken in de openbare ruimte, dus hou je ogen open. Je weet maar nooit wanneer je er eentje tegenkomt. Valentine deed de afgelopen jaren onderzoek naar ‘de sacrale ruimte van de handeling’ in de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. ‘Banksje’ maakt deel uit van een aantal specifieke handelingen binnen haar praktijk, samen met het maken van een lijkwade (ook prachtig), ‘Moedervlek’ en ‘Winterslaap’.

M I J N FAVO R I E T



ATELIERS IN BEELD

Geen magischer plek dan het atelier, waar beeldend kunstenaars op ideeën broeden, schetsen maken en nieuwe technieken uitproberen. Een kunstenaar geeft niet zomaar inkijk in zijn unieke universum. We zijn dan ook erg opgetogen dat Hilde Goossens, David Khmaladze en Ilse Verschaeve de deuren van hun atelier wilden openzetten en ons vertelden hoe hun werkplek hen inspireert.

HILDE GOOSSENS Hoe heb je jouw atelier gevonden? Hilde: ‘In 2006 hebben mijn vriend en ik een deel van een oude boerderij gekocht in de Vlaamse Ardennen, ver weg van waar wij onze wortels hebben. Voor mij gaf de grote zolder, die nu mijn atelier is, de doorslag om uit te wijken. De verbouwingen zijn nog niet helemaal af. De stap van een steriele, witte ruimte naar een doorleefd schildersatelier maak je niet op een jaar. Dat heeft tijd nodig. Ik heb tien jaar kunnen dromen van de plaats die ik ervan wou maken. Het voelt nog alsof ik die droom aan het uitvoeren ben. Ik werk eraan om er mijn eigen universum van te maken. Wat hangt er aan de muur in je atelier? Ik hou ervan me te omringen met ouder werk dat ik nog altijd goed vind. Zo wil ik mezelf uitdagen om beter te doen en om verder te bouwen op wat er al is. Tussen dat werk hangt er hier en daar wel een artefact, waar herinneringen aan vasthangen of elementen die ik visueel aantrekkelijk vind. Nodig je mensen uit in je atelier? In een ideaal scenario zou ik van mijn atelier ook mijn belangrijkste

06

verkoopplaats willen maken. Het voelt zo veel natuurlijker aan om over mijn werk te praten in mijn atelier in plaats van in een galerie of een externe tentoonstellingsplaats. Wat bezorgt je in jouw atelier inspiratie? Vooral de tijd die ik buiten mijn ateliermuren spendeer, in de ‘echte wereld’, vormt mijn grootste bron van inspiratie. Plaatsen waar mensen samenkomen gebruik ik vaak als onderwerp voor mijn schilderijen. Wat is er bijzonder aan je atelier? Kamerplanten, schilderijen en verf domineren er. Het is een ruimte die steeds meer vorm en vulling krijgt. Een vloer die steeds meer sporen vertoont. Een groep werken die

groeit en mijn verhaal vertelt. Met mijn collectie planten probeer ik mijn eigen urban jungle te maken. Het merendeel van de planten hangt op, om zo veel mogelijk nuttige werkoppervlakte te behouden. Het is een work-in-progress en ik verlies wel eens een plantje, dat dan plaats maakt voor een stekje van een andere plant. Is het stil in jouw atelier? Er zijn tijden geweest waarin er muziek klonk doorheen mijn atelier, maar dat is al enkele jaren geleden. Nu hoor je de illusie van een kabbelend beekje. Er zit namelijk lucht op mijn verwarmingstoestel omdat ik de ontluchtingssleutel kwijt ben. Het stoort me niet echt, maar ik denk dat ik wel vaker naar het toilet ga.’ (lacht)

AT E L I E R S I N B E E L D


‘Ik ben bijna altijd in mijn atelier te vinden, tenzij ik iets anders moet doen. Mijn atelier is mijn ‘default plek’.

HILDE GOOSSENS °1978 Heeft een atelier in Sint-MariaOudenhove, Zottegem. Studeerde vrije beeldende kunsten aan Sint-Lucas, Gent. Maakt schilderijen.

HILDE GOOSSENS

07


Hoe zorg je in jouw atelier voor inspiratie? De inspiratie komt tijdens het werken, ook door de sfeer en de variatie van mijn kunstwerken. Ik ben altijd op zoek geweest naar nieuwe materialen, gebruikmakend van verschillende mixed media. Ik heb veel geëxperimenteerd met vormen en materiaal. Beeldhouwen is een eindeloos zoekproces, met een onbegrensd potentieel en een denkbeeldige wereld. Nodig je soms mensen uit in je atelier? Ja, maar ik werk alleen via afspraak. Ook mijn klanten geef ik met plezier een blik op het werkproces in het atelier. Is het stil in jouw atelier? Tijdens het restaureren luister ik meestal naar audioboeken over filosofie en psychologie. Tijdens het beeldhouwen zet ik liever muziek op, zoals jazz en elektronische muziek. Is er een bijzonder object in jouw atelier? Er zitten een paar werken tussen die voor mij veel waarde hebben. Het werk met de meeste waarde voor mij heet ‘Love.’ Het heeft symbolische kracht en laat de fantasie van een mens werken.

DAV I D K H M A L A DZ E Op welk moment van de dag ben je het vaakst aanwezig in het atelier? David: ‘Als er tijd vrij is om te werken in mijn atelier, ben ik er te vinden. Daarnaast werk ik ook als restaurateur van cultureel erfgoed. Nu werk ik in Antwerpen aan de restauratie van de SintJacobskerk en de gevel van het stadhuis. Als ik van de architect geen toestemming krijg om iets te herstellen, moet ik het conserveren. Dat betekent dat ik ervoor moet zorgen dat het niet verder kan worden beschadigd. Dat doe ik door beschermingsmateriaal aan te brengen. Een restauratie gebeurt pas als cultureel erfgoed beschadigd is, bijvoorbeeld als er stukken ontbreken, door tijd, vandalisme of weersomstandigheden.

08

Heb je ooit de nood gevoeld om naar een ander atelier op zoek te gaan? Ik heb altijd al naar een groter atelier willen verhuizen, zodat ik de grootte van mijn projecten kan uitbreiden. Maar voor de creaties waar ik nu aan werk, is dit atelier voldoende groot. Behalve de verlichting onder het dak zou ik er niks aan willen veranderen.’

DAVID KHMALADZE ° 1966 Heeft een atelier in Antwerpen. Is restaurateur en beeldhouwer, studeerde aan de kunstacademie in Tbilisi, Georgië.

AT E L I E R S I N B E E L D


‘Beeldhouwen is een eindeloos zoekproces.’

DAV I D K H M A L A DZ E

09


ILSE VERSCHAEVE ° 1976 Heeft een atelier in Zwalm. Volgde schilderkunst aan KASK Gent en mixed media aan de Academie Beeldende Kunst Gent. Maakt schilderijen, installaties, collages, textiele werken.

I LS E V E R S C H A E V E Wat hangt er aan de muur in je atelier? Ilse: ‘Rond mijn bureau zijn er postkaartjes van kunstwerken en flyers van expo’s te vinden. Op de ateliermuren hang ik toch vooral eigen werk ‘in progress’: schilderijen waarvan ik niet zeker ben of ze af zijn, een sleutelwerk om af te toetsen aan nieuw werk en stukken van gedeeltelijke en tijdelijke installaties. Nu hangen er, behalve schilderijen en collages, ook gekleurde kettingen, series schuurpapier en zakdoeken aan de muren. Mijn muren zijn belangrijk, want een deel van mijn werk ontstaat door het op te hangen en te combineren. Ze vormen een essentieel deel van mijn werkplek en doen dienst als een canvas.

10

Ruim je je atelier op? Ik laat de spullen rondslingeren waarmee ik aan het werken ben. Ook de inspirerende elementen die ik wil verwerken, laat ik liggen. Die materialen en snippers zien, geeft me ideeën en zin om artistiek bezig te zijn. Ik werk voor een groot deel vanuit de materialen en de chaos. Maar er is een grens. Nu en dan stoort de volheid me. Dan doe ik een grondige opruimbeurt. Meestal bots ik dan op inspirerende materialen die ik vergeten was.

Wat zou je aan je atelier willen veranderen? Mijn atelier is ook mijn bureau waar ik onder andere lesvoorbereidingen maak of rekeningen betaal. Ooit zou ik dat willen scheiden. Binnenkomende mails en ander werk leiden me af. Alhoewel de omgekeerde beweging ook gebeurt. Ik kom binnen om voorbereidingen te doen of Steve, de atelierkat, eten te geven en begin zonder voorbedachte rade verder te werken aan een schilderij of object, nog op mijn sloffen.

AT E L I E R S I N B E E L D


‘De ateliermuren vormen een essentieel deel van mijn werkplek en fungeren als een canvas.’

Is er een bijzonder object in jouw atelier? Mijn vriend heeft net een magnetische muur gemaakt. Het is een belangrijke nieuwe tool in mijn zoektocht naar tijdelijke of gelaagde collages en naar combinaties van werken op papier, foto’s en textiel. Hoe zorg je in jouw atelier voor inspiratie? Het is niet zozeer de ruimte zelf die voor ideeën zorgt, alhoewel ik er graag zit en geniet van de rust en het uitzicht. Maar het zijn vooral de verzamelde spullen, restanten, oude werken, kranten die mij inspireren.’ Foto’s: Evenbeeld

I LS E V E R S C H A E V E

11


Het kunstenaarsboek H A N N E LO R E VA N D I J C K

Kunstenaars die boeken maken: dat leidt vaak tot boeken die kunstwerken op zich zijn en een bijzondere plaats innemen in het oeuvre van een artiest. Hoe vertalen kunstenaars hun artistieke praktijk naar een boek? Hannelore Van Dijck bracht net haar derde boek uit: ‘een vogel vliegt op’. We vroegen haar naar het hoe en waarom.

Hannelore Van Dijck is tekenaar. Ze is geïnteresseerd in de relatie tussen een beeld en de ruimte. Ze maakt met haar werk - vaak in situ en met houtskool - een interpretatie van een plaats. Die omschrijving is nog altijd correct, maar een residentie bij FLACC in Genk gaf haar de mogelijkheid haar eigen praktijk in vraag te stellen. Haar recent werk, waarvan ‘een vogel vliegt op’ een weergave is, geeft een nieuwe wending aan haar kunstenaarschap. Wat was de aanleiding om ‘een vogel vliegt op’ te maken? Hannelore: ‘Nadat ik mijn tweede kunstenaarsboek (‘The Lasting One, That Didn’t Last, That Still Lasts’, 2017) had afgerond, heb ik besloten even geen nieuw werk te tonen. Ik wilde de tijd nemen om nieuwe dingen uit te proberen en uit te zoeken: wat heb ik afgerond, waarmee ga ik verder? Die periode van heroriënteren viel samen met een residentie in het FLACC. Die werkplaats stimuleert kunstenaars om nieuwe pistes te onderzoeken en biedt daarvoor hun werkplaatsen en een budget aan. De residentie reikte een kader aan om nieuwe mogelijkheden binnen mijn werk te verkennen. Aan het begin van mijn residentie heb ik veel gewandeld. Vanuit dat wandelen werd ik mij bewust van een bepaalde manier van kijken: een kijken dat te maken heeft met beweging en vluchtigheid. Buiten heb ik nooit het idee alles gezien te hebben, er zal altijd iets zijn dat aan mijn aandacht ontsnapt. Ik ben deel van het landschap waar ik naar kijk. De titel ‘een vogel vliegt op’ is een beeld dat naar dat kijken verwijst. De residentieperiode was de aanzet om ander werk

Book, 2020, inkt op papier, 23,5 x 16 cm

12

H E T K U N ST E N A A R S B O E K


Foto: Universalmuseum Joanneum/N. Lackner

te maken: inkttekeningen, geluidsopnames, een eerste video… Het boek gaat over dat prille zoeken, toont pistes die ik de afgelopen drie jaar aangeraakt heb en die zich al dan niet verder gaan ontwikkelen. Zo is ‘een vogel vliegt op’ een opening naar nieuw werk, maar tegelijkertijd ook het afsluiten van die residentieperiode. Dit is je derde kunstenaarsboek. Hoe verhoudt het zich ten opzichte van de twee vorige edities? De drie boeken zijn vanuit een andere hoek en vanuit een andere noodzaak tot stand gekomen. Mijn eerste boek bevatte twaalf verschillende in-situprojecten, met de focus op muurtekeningen, gemaakt tussen 2008 en 2012. Voor het tweede boek ging ik aan de slag met beelden van de afgelopen tien jaar. Dit betekende: alles herbekijken, schikken, herschikken, schrappen, terug bijvoegen om tot een bundeling te komen. Waardoor je die periode afsluit. In mijn laatste boek wilde ik eerder omgekeerd te werk gaan: het gaat over het zoeken naar nieuwe openingen. Ik moest proberen zo intuïtief mogelijk te werken en wilde vermijden aan dit proces een afgerond discours te koppelen.

H A N N E LO R E VA N D I J C K

Handdoek, 2020, inkt op papier, 42 x 59,4 cm. Scannings: Fotorama

13


Hoe werd het boek vormgegeven? Het boek is een samenwerking tussen FLACC en Posture Editions. Posture is met beeldmateriaal uit de FLACC-periode aan de slag gegaan, hebben die ‘wolk’ aan werk gestuurd en teruggebracht tot een geheel. Het A4-formaat is standaard bij Posture, wat ik een aangename schaal vind. We kozen voor verschillende papiersoorten, die min of meer overeenkomen met de soorten werk. Die variatie in papier is heel bepalend voor het boek. De teksten in het boek zijn geen beschouwende teksten. Ze proberen geen kader te scheppen, maar werken als beeld tussen de andere beelden. Ze openen andere pistes, andere manieren van kijken. Er is een tekst die ik maakte met mijn broer Vincent en die we samenstelden met behulp van artificiële intelligentie. Het boek bevat ook een gedicht van Leonie Rodrian en een kortverhaal van Bob Vanden Broeck in een bureaucratische setting waarin de herhaling van handelingen centraal staat. Voor welke beelden kozen jullie? Niet alle werken in het boek zijn gemaakt in het FLACC. Er is ook werk opgenomen dat op een andere plaats ontstaan is. Het gaat om een gelijkaardig zoekproces. Twee kunstenaarsboekjes zijn integraal en op ware grootte opgenomen. De boekjes bestaan uit repetitieve ‘dots’ en ‘strokes’ inkttekeningen, waarbij de toevallig gemaakte inktvlekken het ritme onderbreken en een gat maken in het patroon. De boekjes zijn als ruis, een onbestemde binnenruimte. Je kan je er niet goed oriënteren. Voor mij is de beweging in deze tekeningen cruciaal: een vibratie, een trillend vlak. Het is zoals bij een grasveld, waar het gras lijkt stil te staan, maar de sprietjes bewegen. Het zindert. Deze boekjes zijn intuïtief ontstaan. Tekenen met Oost-Indische inkt was nieuw voor mij. Ik had al erg veel tijd doorgebracht met houtskool en kende dat materiaal door en door, waardoor de aandacht op een bepaalde manier verslapt. Tekenen met inkt maakte me aandachtiger. Vanuit een soort ‘onkunde’ ten opzichte van dat nieuwe materiaal ontstaat iets ruws, iets nieuws. Dat is spannend.

14

‘Ik vertrek graag vanuit de binnenkant van de dingen’ is één van je uitspraken. Vanwaar die interesse in structuur? Die komt vanuit een fascinatie voor bepaalde oppervlakken, hoe weefsels in elkaar zitten. Hieruit groeit een beeld dat zich vertaalt naar de ruimte. Dat kan iets chaotisch zijn of juist iets gestructureerd. Zo zijn er de ‘keukenhanddoeken’: een banaal, maar tegelijkertijd ook intiem object verbonden met thuis. En een zwervend object, want een keukenhanddoek blijft zelden op een vaste plek. Als je inzoomt op een structuur ontstaat er een wereld op zich, waarin je kan verdwalen, waarin geen kern meer is. Waar mijn vroeger werk gelinkt was aan tentoonstellen in een ruimte, is mijn nieuw werk gericht op buitenbuiten: in de openbare ruimte, ofwel binnenbinnen zoals deze keukenhanddoeken. Het zijn geplooide tekeningen, met een 1-op-1-scan van het patroon op de voor-en achterkant. Ze zijn getekend met vulpen op schetspapier. Lijnen en punten worden plots een handdoek. Ik toon in het boek ook doodles met lussen, breiwerkjes die ik tijdens een verblijf in New York maakte. Ik maakte ze niet met het idee ze ooit te tonen, maar het sluit aan bij het idee van wat ik op dit moment wil: juist dát tonen wat je normaal niet zou tonen. Deze schetsboektekeningen zijn niet afgerond, en in die zin naakter. Zo is het ook met gedachten die je opschrijft. Je raakte ook beïnvloed door geluidskunst? Tijdens een werkperiode van drie weken in het MAC museum Lyon maakte ik een muurtekening. Voor de creatie van dit insituwerk kreeg ik de vraag in gesprek te gaan met de kunstenaar die voor en na mijn werkperiode was uitgenodigd. Dat waren geluidskunstenaars. Dankzij een briefwisseling met hen ging ik op een andere manier naar een ruimte kijken. Als geluid een ruimte schept, welke vorm kan mijn muurtekening dan aannemen? Ik zie de kamer als een mal voor de tekening. Die tekening versmelt met de muur, de vloer... Maar ik kan er wel afstand van nemen. Geluid werkt anders. Afstand nemen lukt niet, je zit er automatisch in. Die andere manier van kijken heeft een blik in beweging

H E T K U N ST E N A A R S B O E K


gezet. Ik tekende op de muren roosters die in een stedelijke omgeving aanwezig zijn. Uit de blazende luchtroosters weerklinkt een geruis. Het gebouw ademt. Op ooghoogte is er niets, alles speelt zich boven en onder af. Maak je al plannen voor de toekomst? Ik heb heel veel zin om de mogelijkheden met inkt en de kunstenaarsboekjes verder te verkennen. Daarnaast wil ik ook aan de slag gaan met bewegende beelden. Het

is voor mij nog onbekend terrein, maar dat maakt me nu net nieuwsgierig. Ik wil onderzoeken wat nog allemaal kan buiten de tentoonstellingsruimte. En boeken maken, zonder twijfel.’

een vogel vliegt op Posture Editions, 35 euro. Tekst: Annemie Vingerhoets

HANNELORE VAN DIJCK °1986 Woont en werkt in Gent. Studeerde grafiek en illustratie aan LUCA Gent.

NY Sketchbook, 2018, inkt op papier, 21 x 14,8 cm

Circulation de l’Air, 2019, houtskool, muurtekening. Foto: Blaise Adilon. Expo Storytelling, MAC Musée d’art contemporain, Lyon, France

H A N N E LO R E VA N D I J C K

15


Tentotips KASPER BOSMANS Kasper Bosmans (°1990) is een meester in het leggen van verbanden tussen uiteenlopende onderwerpen. Zijn embleemachtige schilderijen functioneren als verklaring bij zijn ruimtelijke installaties. Voor zijn expo ‘Wolf Corridor’ diepte hij uit Kempische archieven caféroddels en heiligenverhalen op. Met zijn bijeengesprokkelde vertellingen vormt hij een nieuwe, visuele geschiedschrijving, een wisselwerking tussen heden en verleden. De presentatie bestaat uit zandsculpturen, muurschilderingen, beelden, bronsreliëfs en schilderijen. Kasper Bosmans - Wolf Corridor De Pont, Tilburg, tot 5 september 2021 Kasper Bosmans, Legend: Wolf Corridor, 2021. Courtesy de kunstenaar en Gladstone Gallery New York/Brussels

S A N A M K AT H I B I In het Groeningemuseum installeerde Sanam Kathibi (°1979) een kleine, maar indrukwekkende tentoonstelling. Een tiental kleine bloemenstillevens verwijzen naar de 17e-eeuwse vanitasschilderijen. Twee monumentale schilderijen tonen naakte kwetsbare vrouwenfiguren in een middeleeuws landschap. Ze bevinden zich in een strijd tussen leven en dood, terwijl vooraan twee honden elkaar naar het leven staan. Eros en Thanatos zijn ook terug te vinden in een neogotische vitrinekast met doodshoofden. Zo gaan Kathibi’s werken in dialoog met de vaste collectie van het museum, die vijf eeuwen overspant. Sanam Kathibi - Lemon Drizzle Groeningemuseum, Brugge, tot 3 oktober 2021 Now that the evening is no longer silent, 2018. Olieverf en potlood op canvas (framed), 160 x 200 cm. Privé-collectie. Courtesy of the artist and rodolphe janssen. Foto: HV-studio, Brussels

J O H A N TA H O N Tot eind september 2021 toont Johan Tahon (°1965) in het stadhuis van Oudenaarde een overzicht van twintig jaar sculpturaal werk. De mythologische figuren die we terugvinden op de eeuwenoude wandtapijten lonken naar de hybride wezens en de gekwetste monniken in gips, klei en brons. De androgyne, eenzame wezens van Tahon tonen een tijdloze queeste naar zingeving, een strijd vol vertwijfeling en onmacht. De figuren zijn sprakeloos, hun blik is naar binnen gekeerd. Als er al armen zijn, dan grijpen ze naar de leegte. Als extraatje is Tahons indrukwekkende privé-verzameling uitgestald in een ‘wunderkammer’: oosterse, westerse en Afrikaanse culturen tuimelen over elkaar heen. Johan Tahon - Universus – sculpturen 1999-2021 Stadhuis, Oudenaarde, tot 30 september 2021

16

Johan Tahon - Universus – sculpturen 1999-2021 Stadhuis, Oudenaarde, tot 30 september


ARNE QUINZE Met een uitgesproken helder kleurenpalet legt Arne Quinze (°1971) het contrast bloot tussen de diversiteit in de natuur en de oprukkende eentonigheid van onze vaak sobere stedelijke architectuur. Op monotone straten en pleinen, in kille ziekenhuisgangen en grijze werkomgevingen tovert Quinze zijn wilde bloementuinen tevoorschijn. ‘My Secret Garden’ is een grote retrospectieve gewijd aan 25 jaar werk. Met tekeningen, schilderijen en maquettes van zijn indrukwekkende installaties wordt Beaux-Arts Mons (BAM) deze zomer een plek geïnspireerd op de kleurendiversiteit in de plantenwereld. Majestueuze sculpturen en honderden levende bloemen en plantensoorten vervolledigen het spektakel in de nabije omgeving van het museum. My Secret Garden - 25 jaar Arne Quinze BAM, Bergen, tot 29 augustus 2021

T E N TOT I P S

M I C H E L FO LO N ‘Wat heeft een mooiere bestemming dan een affiche? Je werkt voor het geheugen van de straat’, aldus Michel Folon (1934-2005). Eerst werkte hij voor commerciële projecten zoals Olivetti en Apple. In de jaren zeventig verlegde hij de focus naar thema’s die hij fundamenteel belangrijk vond, zoals milieubescherming en mensenrechten. Deze tentoonstelling toont Folons mooiste en zeldzaamste affiches, samen met een onuitgegeven verzameling schetsen en aquarellen die een nieuw licht werpen op zijn creatieve evolutie. De affiches van Folon Fondation Folon, Terhulpen, tot 7 november 2021

17


Tatiana Bohm, Underlying truth, 2020, papier, katoen, mohair, 160 x 120 cm © Tatiana Bohm © Becraft

TEXTILITÉS Textielkunst kent de laatste decennia een ongeziene dynamiek. Kunstenaars hebben nieuwe technologieën ter beschikking en maken ook volop gebruik van onverwachte materialen. Dertig Belgische textielkunstenaars bieden een breed panorama aan hedendaagse creaties. ‘Textilités’ toont een vernieuwend denken over textielontwerp en roept daarbij interessante vragen op over hedendaagse kunst.

J AV I E R P É R E Z Javier Pérez (°1968) brengt de kwetsbare mens in beeld: die dwaalt in het bos, ploeterend met zijn handen in de aarde, grijpend naar de takken en de wortels, zoekend naar troost. De Spaanse kunstenaar werkt rond het onophoudelijk evolutieproces in de natuur. Hij kijkt naar de minuscule wijzigingen die leiden naar een grote transformatie in elk levend element in de natuur. Zijn verhalen zijn te herkennen in bronzen sculpturen en houtskooltekeningen. Pérez toont ze in een bijzondere setting: de 14e eeuwse Bremdonckboerderij in het Brasschaatse Peerdsbos.

Textilités Les Anciens Abattoirs, Bergen, tot 1 augustus 2021

Doble Latido, 2020, brons, 100 x 150 x 125 cm

18

Javier Pérez - Basajaun Bremdonckboerderij, Brasschaat, tot 29 augustus 2021


N I C K E RV I N C K Een oxymoron is een stijlfiguur die twee woorden combineert die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken. Een oorverdovende stilte, bijvoorbeeld. De sculpturen van Nick Ervinck (°1981) laten zich lezen als dergelijke oxymoronen. Je raakt geprikkeld door hun grillige, wat monsterlijke vormgeving, maar ontdekt tegelijkertijd de schoonheid ervan. Onbehagen maakt plaats voor verwondering. Ervinck combineert computertekenen en 3D-printing met manueel kleiwerk en oncontroleerbare verrassende glazuren. Zijn boodschap is niet mis te verstaan. Er is één constante in het leven: elk evenwicht in de natuur is onstabiel en alles verandert voortdurend. Nick Ervinck - Oxymoron Adornesdomein, Brugge, tot 25 september 2021 BOBLARAK, 2014-2017, keramiek, 49 x 34 x 30 cm, Copyright Nick Ervinck

B E R L I N D E D E B R U YC K E R E De Bruyckere (°1964) laat zich geregeld inspireren door literatuur, klassieke mythologie en kunstgeschiedenis. Voor ‘Engelenkeel’ haalt ze de christelijke iconografie uit haar strikt religieuze context. Ze vertaalt die naar rauwe, indringende sculpturen, installaties en tekeningen, die kracht vinden in meedogenloze kwetsbaarheid en tederheid. Huidhonger, lijden en levenskracht zijn thema’s die in pandemietijden voor De Bruyckere meer dan ooit centraal zijn komen te staan. Meerdere monumentale nieuwe en niet eerder getoonde sculpturen zijn geïnspireerd op het idee van de engel. Gemaakt in de eenzaamheid en isolatie van de coronacrisis, zijn het metaforen voor de engelen die ons beschermen tegen angst en een eenzame dood. Berlinde De Bruyckere, ALETHEIA, ON-VERGETEN, 2019. Bonnefanten, 2021. Was, hout, zout, epoxy, roofing, zaalvullende installatie (detail). Collectie Fondazione Sandretto Re Rebaudengo (I). Foto: Mirjam Devriendt.

Berlinde De Bruyckere - Engelenkeel Bonnefantenmuseum Maastricht, tot 26 september 2021 Tekst: André De Nys

T E N TOT I P S

19


IN HET ATELIER MICHIEL CEULERS

Michiel Ceulers is een ‘painter’s painter’. Zijn werk is vooral in trek bij collegakunstenaars. Al heeft hij een moeilijke verhouding met die term. Als kunstenaars die gebruiken is het een eer, maar de uitdrukking wordt ook gebruikt om zijn werk weg te zetten. Dat leidt ertoe dat heel wat mensen, zelfs in de kunstwereld, zijn werk niet kennen. Nochtans heeft de schilder, die nog maar net 35 jaar werd, er al een heel parcours op zitten. We bezochten hem in zijn atelier in hartje Brussel waar hij, na heel wat omzwervingen in het buitenland, sinds twee jaar weer woont.

20

I N H E T AT E L I E R


Binnensijpelen van het onverwachte ‘Mijn atelier bevindt zich, door corona en het wegvallen van extra inkomsten, in het appartement waar ik woon’, vertelt Michiel Ceulers. ‘Dat heeft vooren nadelen die zich makkelijk laten raden. Ik heb in mijn werk altijd gebruik gemaakt van toevalligheden en ongelukken. Deze fysieke samenkomst van leven en werk is ideaal om het onverwachte te laten binnensijpelen en -dringen. Het nadeel is dat de olieverf overal terechtkomt, zelfs in mijn bed. Om van glitter nog maar te zwijgen.’ De afgelopen maanden heeft Michiel niet stilgezeten. Naast een expo in de Brusselse ruimte Island en de tentoonstelling die hij met Wim De Pauw onder de naam ‘Lesage’ cureerde, heeft hij ook twee shows in Los Angeles en Zwitserland voorbereid en werkt hij toe naar een overzichtstentoonstelling in De Garage in Mechelen begin volgend jaar. De verhuis van zijn atelier heeft hem geen windeieren gelegd. ‘Ik heb deadlines nodig om werken af te maken. Wat mij in elk schilderij interesseert, is de ontdekking die het in zich draagt, vooral materieel. Maar als ik de uitkomst van een werk al kan vermoeden, raak ik mijn interesse kwijt en laat ik het vaak onafgewerkt liggen. Als er dan een deadline komt - of zoals dit jaar heel veel deadlines - heb ik genoeg reserves aan werk liggen die ik voor een tentoonstelling kan activeren. Want ik denk wel echt in expo’s. De dialoog tussen mijn werken is belangrijk voor mij.’

M A I K A G A R N I CA

21


22

I N H E T AT E L I E R


23


‘Ik werk intuïtief, vanuit het materiaal. De voorwerpen die ik op straat vind en wil gebruiken, trekken mij aan omwille van hun eerlijkheid.’

Spelen met verloren voorwerpen Het atelier van Ceulers ligt vol met van de straat meegezeulde voorwerpen die een plaats kunnen krijgen in een werk, als deel van de compositie of als ondergrond. ‘Ik werk intuïtief, vanuit het materiaal. De voorwerpen die ik op straat vind en wil gebruiken, trekken mij aan omwille van hun eerlijkheid. Ik werk de laatste tijd met reflectie en spiegels. Die interesse begon toen ik een roze spiegelachtig glas op straat vond. Dat soort toevalligheden incorporeren is een trucje, bijna anti-schilderkunst, anti-romantisch. Maar het is ook heel eerlijk, want een spiegel blijft een spiegel.’ Ceulers is vooral bekend om zijn abstract werk, maar heeft een motief uit zijn academieperiode opnieuw opgenomen: de kanarievogel. Het stelt hem in staat om, hoewel figuratief, toch niet verhalend te werken. Hij zet het gereproduceerde beeld van dit vogeltje haast

24

buitenspel en vestigt zo de aandacht op de speelse manier waarmee hij zijn materialen benadert. Uitpuilende bibliotheek Het meest imposante meubel in Ceulers’ woonkamer/atelier, is de uit grote rekken bestaande boekenkast volgestouwd met monografieën en catalogi. In zijn schilderijen gaat Ceulers heel direct de dialoog, vaak zelfs de confrontatie, aan met de geschiedenis van zijn discipline. Zijn uitpuilende bibliotheek lijkt dat te bevestigen. Ze toont een constante herinnering aan wat voorafging en aansporing om de volgende stap te zetten in wat hij nog belangrijker vindt dan zijn eigen werk: een bijdrage leveren aan de ontplooiing van de schilderkunst. ‘Het discours rond de werken is voor mij heel belangrijk. Ik probeer de geschiedenis in mij op te nemen en er iets mee te doen, een volgende stap te zetten. Hoe kon je tien jaar geleden nog abstract schilderen?

Wat betekent het om nu figuratief te schilderen? Mijn werken gaan dialogen onder elkaar aan, maar verwijzen ook naar discussies die andere kunstenaars met elkaar hadden. In mijn werk wil ik op mijn manier die dialoog verderzetten.’ Een bijzonder object trekt de aandacht: een kostuum als een draagbaar schilderij. Wijst het op alweer een nieuwe richting in Ceulers’ werk of is het de logische volgende stap in het activeren van zijn schilderijen? ‘Het performatieve komt steeds nadrukkelijker naar voren in mijn werk, ja. Ook dat vormt een onderzoek voor mij. Het is een kans om te kijken hoe ik materiaal tot leven kan roepen. Ik perform de kunstgeschiedenis in zekere zin in mijn werken, waardoor alles een lichtheid krijgt. Humor is belangrijk. Dat is de reden waarom velen mijn werk heel Belgisch noemen.’

I N H E T AT E L I E R


Tekst: Michaël Van Remoortere Foto’s: Evenbeeld

MICHIEL CEULERS °1986 Woont en werkt in Brussel. Studeerde aan KASK Gent en was resident aan de Rijksacademie Beeldende Kunsten in Amsterdam.

MICHIEL CEULERS

25


Detail van het werk ‘Untitled (look-through, red)’ uit de serie ‘Apocalypse Now’ en palmboombehang

26

CA R T E B L A N C H E


Carte Blanche In ‘Carte Blanche’ krijgt een kunstenaar vrij spel. BLANCO, de platformfunctie van de atelierorganisatie NUCLEO, duikt geregeld op met projecten waarin het kunstenaars vraagt te reageren op een ‘lege zone’. Twee lege vellen papier zijn hier het speelveld. De kunstenaars worden geselecteerd i.s.m. de partners binnen de Vlaamse koepel van atelierorganisaties UFO: AAIR uit Antwerpen, Cas-co uit Leuven, Level Five uit Brussel, NUCLEO uit Gent, De Tank van het Entrepot uit Brugge en Vonk uit Hasselt/Genk.

IN DIT NUMMER

JORDEN BOULET via Vonk uit Hasselt/Genk * Saigon... Shit... I’m still only in Saigon. Every time I think I’m gonna wake up back in the jungle. When I was home after my first tour it was worse. I’d wake up and there’d be nothing. I hardly said a word to my wife until I said yes to a divorce. When I was here I wanted to be there. When I was there, all I could think of was getting back in the jungle. I’m here a week now, waiting for a mission, Getting softer. Every minute I stay in this room I get weaker. And every minute Charlie squats in the bush he gets stronger. Each time I look around the walls move in a little tighter...

Tekst: Openingsscène film: ‘Apocalypse Now’ (Francis Ford Coppola, 1979) ‘Capt. Benjamin Willard’ (Martin Sheen)

JORDEN BOULET

27


In de maak ANNELEEN HENDRICKX

Er zijn kunstenaars die er niet voor terugdeinzen om zichzelf (en het publiek) te verrassen met bijzondere materiaalkeuzes en zo tot een oeuvre te komen dat voortdurend ‘in de maak’ is. Anneleen Hendrickx zet met vergankelijke en eenvoudige materialen herinneringen om naar beelden. Haar werk zit boordevol gevoelige esthetiek, mét stekels.

28

IN DE MAAK


Voor het raam van Anneleens huis maakt een affiche van het project ‘Atelier in beeld’ duidelijk dat hier een kunstenares woont en werkt. ‘Kunst is me met de paplepel ingegeven. Mijn grootouders waren kleermaker’, vertelt ze. ‘Mijn moeder was gepassioneerd door keramiek. Ik ben zelf meer dan twintig jaar artistiek bezig. Pas de laatste jaren durf ik met mijn kunst naar buiten te komen. Ik begon met schilderkunst. Maar mijn zoektocht naar manieren om mezelf uit te drukken slingerde langs verschillende paden. Verf op doek ervoer ik plots als een beperking. Een nieuwe dimensie drong zich op.’ Tedere arte povera ‘Mijn werk vertrekt vaak vanuit een natuurlijk objet trouvé, een herinnering vervat in materiaal. Op reis verzamel ik voorwerpen zoals stenen, gedroogde bloemen, schelpen, boleten, wespennesten… Kortom, alles wat me boeit qua vorm en kleur.’ Een vluchtige blik in het atelier kan deze opmerking alleen maar bevestigen. Tientallen natuurlijke materialen liggen te wachten op inspiratie om in een kunstwerk te veranderen. Vergankelijke en eenvoudige materialen, de vraag naar arte povera brandt op mijn lippen, maar ik spreek ze niet uit. Creaties met materialen uit de vrije natuur wil je niet opsluiten in een kunsthistorische periode.

ANNELEEN HENDRICKX

29


Anneleens ateliermuur vormt een wunderwall met haar werk. Textiel en natuur in synergie laten zich omschrijven met zachte woorden als kwetsbaarheid, vergankelijkheid, tederheid en tijdelijkheid. In het begin van haar artistieke carrière kreeg ze soms te horen dat haar oeuvre te teder, te vrouwelijk was. Doorheen de jaren is haar beeldtaal krachtiger geworden zonder aan tederheid in te boeten. Anneleen omschrijft haar werk als ‘esthetisch, met stekels’. ‘Herinneringen zijn niet statisch, ze worden gevormd en vervormd door het heden’, vertelt ze. ‘In mijn werk vervorm ik materiaal en object tot een nieuw geheel. Herinneringen worden beelden die de toeschouwer op zijn beurt opnieuw tot herinneringen kan omvormen.’

Louise Bourgeois, Berlinde de Bruyckere, Femmie Otten, Sofie Muller: het rijtje namen van kunstenaars die ze bewondert of waar ze inspiratie bij vindt, is lang en vrouwelijk. Ze beseft het zelf ook en voegt dan - bijna verontschuldigend - de naam van Ronny Delrue toe. De invloeden zijn duidelijk terug te vinden in haar werk. Soberheid, subtiliteit, tederheid, vergankelijkheid en kwetsbaarheid zijn woorden die ook toepasbaar zijn op het werk van de kunstenaars die ze waardeert. Inhoud en techniek zijn ook bij hen met elkaar verbonden.

Denken met mijn handen Anneleen is geen artistieke ambtenaar die van negen tot vijf in haar atelier terug te vinden is. Ze heeft er geen last mee om de deur van haar atelier een tijd achter zich dicht te trekken. ‘Ik werk dan in mijn hoofd’, lacht ze. ‘Tijdens die momenten lees ik veel, bezoek galeries en musea. Dat is ook creatief bezig zijn. Ik zoek en vind inspiratie ook bij andere kunstenaars. De muze heeft geen uren om aan te kloppen, maar ze zal ook niet altijd in mijn atelier terug te vinden zijn.’ Ze werkt heel associatief. Ze omschrijft het zelf als ‘denken met mijn handen’. Wanneer is een werk af? ‘Ik kan objecten in functie van de ruimte waarin ik ze presenteer tot een nieuw werk omvormen. De verschillende onderdelen van mijn werken zijn bouwstenen die in een nieuwe dialoog kunnen treden met de naaste omgeving.’

‘Mijn werk vertrekt vaak vanuit een natuurlijk objet trouvé, een herinnering vervat in materiaal.’

30

IN DE MAAK


ANNELEEN HENDRICKX

31


‘Materialen die bijna te fragiel zijn om aan te raken, vormen een perfecte dialoog met elkaar.’

32

IN DE MAAK


Survivalkit voor kunstenaars Zoals vele kunstenaars combineert Anneleen haar kunstenaarschap met een vaste baan. Je sluit nu eenmaal compromissen om de rekeningen te betalen en brood op de plank te krijgen. Maar dat weerhoudt haar er niet van om verdere stappen in haar kunstenaarschap te ondernemen. Zo volgde ze recent de cursus ‘Survivalkit voor kunstenaars’ bij Geoffrey de Beer. Als kunstenaar is hij perfect geplaatst om tips en tricks te kunnen aanreiken aan collegakunstenaars. ‘Neem deel aan open calls, gebruik sociale media, zorg voor je storytelling en artist statement.’ Anneleen toont me haar ‘boîte-envalise’, net zoals Marcel Duchamp bijna honderd jaar eerder maakte, waarin ze haar artist statement bekrachtigt. Ik zie enkele teksten waarin ze haar kunstvisie uit de doeken doet. Materialen die bijna te fragiel zijn om aan te raken, vormen een perfecte dialoog met elkaar. In de buurt steken enkele jonge galeries de kop op. Wanneer ik er voorbij wandel, vraag ik me af waar haar werk het best tot uiting zou komen.

Tekst: Yves Joris Foto’s: Evenbeeld

ANNELEEN HENDRICKX ° 1977 Woont en werkt in Borgerhout. Volgde schilderkunst (Gent) en projectatelier (Antwerpen).

ANNELEEN HENDRICKX

33


Henrique Oliveira (°1973) maakt monumentale in-situinstallaties. Hij gebruikt afvalmateriaal, gerecupereerd uit Braziliaanse bouwterreinen en puzzelt ze samen tot eigenzinnige sculpturen die de vorm aannemen van grote takken, wortels of boomstammen. Zoals de indrukwekkende installatie voor Triënnale Brugge, vakkundig ingewerkt rond de archeologische restanten van de eerste middeleeuwse stadsomwalling. Bekijk deze en 12 andere projecten nog tot 34 24 oktober 2021 in de Brugse binnenstad.

Henrique Oliveira - Banisteria Caapi (Desnatureza 4), 2021, Vallois, Paris - Van de Weghe, New York Triënnale Brugge 2021 © Stad Brugge Desmet B E -EMatthias LD


Atelierplunje N I N T YA VA N H OV E

Hoe ziet jouw atelieroutfit eruit? Op onze oproep volgde een salvo foto’s met overalls, hemden en broeken vol verfspatten, strepen en andere sporen van intens creatief aan de slag zijn. Beelden en verhalen bij de atelierplunjes vind je op www.kunstwerkt.be. Hier zie je de atelieroutfit van Nintya Vanhove. Nintya: ‘Deze salopette is mijn compagnon in het atelier en altijd klaar om mij en mijn kleren te beschermen. Alleen al mijn tenue aandoen brengt me in de juiste stemming om productief te zijn. Toen mijn vriend vorige week vroeg of hij mijn outfit mocht lenen om muren te verven moest ik hem teleurstellen: ik wilde niet dat hij mijn kleurenpalet zou verpesten.’

AT E L I E R P LU N J E

35


KUNST IN DUO CAT H A R I N A E N DA N D H A E N

Catharina en Dan Dhaen zijn behalve vader en dochter ook collega-kunstenaars en delen een atelier in SintNiklaas. Wat doet dat met hun artistieke praktijk én met hun relatie? ‘We beïnvloeden elkaar voortdurend’, vertelt Catharina. ‘Maar samen aan het werk zijn is vooral erg verfrissend. Laat de verrassingen maar komen!’ Het atelier dat Dan en Catharina delen, met de steun van WARP in Sint-Niklaas, heeft de vorm van een lange rechthoek. Aan de noordkant zijn er twee prachtige, lichtrijke hoeken. De verdeling van de ruimte gebeurde vanzelf. Geen grote uitgetekende plannen, geen vervelende discussies. Catharina: ‘Het is wel een grappig zicht als je het atelier binnenstapt: links heb je het nostalgische universum van Dan, met vooral grijs- en blauwtinten, installaties en werken op papier. Rechts hangen de muren vol met mijn schilderijen op doek, explosies van kleur in allerlei formaten. Het is alsof we elkaar spiegelen, elk in zijn eigen wereld. Kunst is altijd ‘ons’ ding geweest. Ik ben opgegroeid tussen de olieverfpenselen en de Oost-Indische inkt. Al van jongs af aan was het duidelijk dat ik van

36

tekenen en schilderen echt gelukkig werd. Ik ben mijn vader enorm dankbaar dat hij mij als kind betrokken heeft in zijn bijzondere wereld en dat we gedurende 28 jaar samen aan het groeien zijn, elk op onze eigen unieke manier. We verschillen van elkaar, maar lijken ook enorm op elkaar. We zien elkaar uiteraard in het atelier en blijven ook daarbuiten in contact met elkaar, vooral via chat. Regelmatig sturen we elkaar nog een bedenking over het werk dat die dag ontstond. Daarnaast gaan we samen naar tentoonstellingen, dansvoorstellingen, theater, bijzondere films in kleine cinema’s. We beïnvloeden en verrassen elkaar voortdurend, want we reageren elk vanuit onze eigen leefwereld. Ondanks alle verschillen is het ook fijn om over bepaalde onderwerpen volledig op dezelfde lijn te zitten en zo samen ten volle van een tentoonstelling te kunnen genieten. Op zo’n momenten heb je maar een half woord nodig om elkaar te begrijpen. Dan is natuurlijk al 40 jaar aan ervaringen rijker en heeft veel meer boeiende verhalen om te vertellen dan ik. Ook de invalshoeken en zienswijzen die hij heeft ontwikkeld, zijn razend interessant. We spreken niet af wie wanneer naar het atelier gaat. We zien wel of de ander er toevallig is of niet. Het is elke keer een leuke verrassing als de ander dan toch plots binnenkomt. Dan werkt graag in de namiddag, wanneer het daglicht en de temperaturen ideaal zijn. Voor mij is het meer puzzelen. Sommige weken zien we elkaar elke dag enkele uren, soms mislopen we elkaar een hele week. Maar we zouden ons gedeelde atelier echt niet kunnen missen.’

K U N ST I N D U O


CAT H A R I N A E N DA N D H A E N

37


Een dag uit het leven S A M S CA R P U L L A

Een doorsneedag in het bestaan van een kunstenaar, hoe ziet die eruit? Wat doet, denkt, ziet hij of zij? We vangen een glimp op aan de hand van enkele welgemikte vragen. Deze keer: Sam Scarpulla, een kunstenaarglobetrotter die volop experimenteert met tekeningen, druktechnieken en muurschilderingen.

38

De zon komt op. Hoe start je het liefst de dag? Sam: ‘Ik sta het liefst alleen op. Ik staar een tijd naar buiten, spring in een sportbroek en ga bij zonsopgang aan de slag. Mijn metier betekent: elke dag oefenen.’ De zogenaamde werkdag start. Kan je je droomatelier in kleuren, geuren en parafernalia beschrijven? Ooit vroeg ik aan een docent wat ik moest doen om op verschillende plekken te werken en ook te kunnen reizen. Zijn antwoord was: het gewoon doen. En dat doe ik dan ook. Ik heb een klein atelier in het idyllische dorp Bolsena, waar ik ben opgegroeid en de Italiaanse clichés helemaal kloppen. Ik drink een cappuccino tot 11u, niet later. (lacht) Ik ga wandelen in de bossen en zwemmen in het meer. Er is de geur van grootmoeders keuken, pappardelle met everzwijnragout bijvoorbeeld. Er is geen internet. Het actiefste wat ik doe, is een misdaadroman lezen. Tegelijk ben ik er heel productief. Daarnaast heb ik een mooi atelier met ruimte tot uitbreiding in Gent. De lichtinval is er goud waard, heel mooi om mijn schilderijen te presenteren. Mijn derde atelier is de valies: rondreizen is mijn dada. Binnenkort ga ik een paar maanden schilderen in New York.

Om 11u krijg je een bericht met de vraag: oude meesters of moderne kunst? In de context van een expo: moderne kunst. Dat is voor mij de pure vrijheid, de emancipatie in de kunst. Maar er kan geen moderne kunst zijn zonder oude meesters. Dus zeker respect voor hoe zij subtiel onder het gezag van kerk en staat rebelleerden. Het is middag. Tijd voor een pauze en een moment om te contempleren: wat is kunst? Ik denk er zelf nooit aan om ‘kunst’ te maken. Ik voel ook de nood niet meer om sociale thema’s in mijn werk te stoppen. Als ik nu een mooi abstract werk maak dat bij de toeschouwer iets kan opwekken, dan is dat voor mij kunst. Vieruurtje met tussendoortje: wie is de meest onderschatte hedendaagse kunstenaar? Ikzelf. (lacht) Maar hou je ogen open voor jong talent en steun de beginnende kunstenaar. Zelf heb ik ook tien jaar gezwoegd en op financieel vlak zwarte sneeuw gezien.

E E N DAG U I T H E T L E V E N


Stilaan schemering. Een gedachte borrelt op: wat als ik geen kunstenaar was? Op mijn zevende wist ik toen ik met mijn pa (schilder-kunstenaar Russell Scarpulla) Hogeschool Sint-Lucas bezocht: hier wil ik naar school gaan. Ik wil de ultieme vrijheid als kunstenaar, geen baas hebben en altijd kunnen reizen. Om even zwaar uit te pakken: ik sterf nog liever dan een andere job te zoeken.

S A M S CA R P U L L A

Sprong in het duister: welk kunstwerk mag men je als laatste avondmaal serveren? Ik zit in een ligzetel en staar vanop 6 meter naar Picasso’s ‘Guernica’. Echt crazy in het echt. De grootte is indrukwekkend en het werk is ongelofelijk gelaagd.

Tekst: Filip Vandewiele Foto: Lucia Beligoy

Sam Scarpulla exposeert van 3 tot en met 19 september 2021 in Galerie Rufus in Gent.

39


Zomer in beeld Het zomert. Ook op ons online platform Beeld. Uit alle prikkelende, uitdagende, bizarre en gewoon heel knappe werken die erop te ontdekken zijn, kozen we beelden van Fabienne Verhulsel, Jeroen Goubert, Jean-Marie Petyt, Steve Spruyt en Hilde Verhoogen die ons een zomers gevoel bezorgen en zin geven om artistiek aan de slag te blijven.

Jeroen Goubert, strand, droge naald, 2019

40


Fabienne Verhulsel, the lone kayaker, grafiet aquarel, A5, 2020

ZO M E R I N B E E L D

41


Steve Spruyt, Blauwe ochtend, sgraffito, 90 x120 cm, 2020

Hilde Verhoogen, Pandemie 2020, assemblage, 30 x 40 cm, 2020

42


Jean-Marie Petyt, Mediterraans blauw, grafiek, 65 x 50 cm, 2020

ZO M E R I N B E E L D

43


44


Boekentips K AT E L I J N E K E V E L A E R S E N E D WO R M S ( G R I M )

MIJN RITUEEL M I R VA N N Y V E LS E E L

‘Kan je drie sterke boeken aanraden aan een publiek van kunstliefhebbers?’, vroegen we aan Katelijne Kevelaers en Ed Worms van boekhandel Grim in Hasselt. Dat kon zeker. Zij kozen drie romans met kunstenaars in de hoofdrol. Margaret Atwood, Kattenoog Elaine Risley keert na tientallen jaren terug naar Toronto, waar een retrospectieve van haar schilderijen wordt georganiseerd. De stad is sterk veranderd, ze vindt er weinig terug van de armoedige buurten van haar jeugd. Ongewild wordt ze overspoeld door herinneringen aan vroeger, haar puberteit in de jaren vijftig, het avantgardekunstwereldje van de jaren zestig en het feminisme van de vroege jaren zeventig. Stilaan komen er haar ook minder aangename gebeurtenissen weer voor de geest. Traumatische gebeurtenissen die ze al die jaren heeft weten te verdringen, herinnert ze zich plots weer levendig. Niña Weijers, De consequenties Kunstenares Minnie heeft succes, soms tot haar eigen verbazing, maar worstelt desondanks met het leven en hoe je je in de wereld staande houdt. Leven en kunst zijn bij Minnie innig verweven. ‘Ik weet niet, als ik denk of voel, wie er denkt of voelt.’ De zoektocht naar het antwoord op die vraag uit zich in gesmaakte kunstprojecten. Maar is het wel kunst? Of is het gewoon ‘een leven’? De roman bruist van het schrijfplezier en zit bomvol interessante passages. Wie graag aantekeningen maakt bij het lezen van een boek kan zijn potlood best vooraf scherpen. Edmund de Waal, De haas met ogen van barnsteen Keramist Edmund de Waal erft een exclusieve collectie netsuke-sculpturen van een verre oom. Aan de hand van de geschiedenis van die collectie achterhaalt hij het illustere verhaal van zijn familie en hun bijzondere bezit. Tegen de achtergrond van een tumultueuze eeuw volgt hij de reis van de netsukes langs de stamboom van zijn opmerkelijke familie: van het ontluikend imperium van de Ephrussi’s in het verre Odessa naar het fin de siècle in Parijs, en van bezet Wenen naar het naoorlogse Tokio.

Welke eigenaardige gewoontes heeft een kunstenaar, voor of tijdens het werkproces? Nieuwsgierig gaan we op zoek naar die geheime rituelen. Dit keer: Mir Van Nyvelseel.

Mir: ‘Het creatieve maakproces aanvangen is niet altijd vanzelfsprekend. Het begint met het aantrekken van mijn schort en wat rommelen in mijn atelier om te acclimatiseren. Er alleen al ‘zijn’ kan daarbij helpen. Ik ruim mijn werktafel op en langzamerhand raak ik weer verbonden met de plek. Bezig zijn, maar niet met het artistieke werk zelf, stimuleert mijn concentratie. Dan neem ik een potlood en al schetsend komen dingen bovendrijven. Het is een proces van beelden die ontstaan uit een spinsel van ervaringen, gevoelens en denken. Dat ontwikkelt zich gestaag tot een eindresultaat. Onbewuste invloeden bepalen het verloop van mijn werk, van start tot einde. Maar verder interpreteer ik een ritueel vooral als een routine. Laat dat net zijn wat ik in mijn kunstpraktijk zo veel mogelijk wil vermijden. Routines zetten mij vast of zorgen ervoor dat er vermoeidheid in mijn werk sluipt. Daarom probeer ik op een andere manier aan de slag te gaan. Door andere materialen en technieken uit te proberen, bijvoorbeeld.’

MIR VAN NYVELSEEL ° 1951 Heeft een atelier in Temse en woont in Weert. Volgde opleiding tekenen en grafiek aan d’Academie beeld van Sint-Niklaas.

45


SAMEN AAN DE KUNST K L A A S D E B A E R E E N J O H A N VA N D E R S C H E L D E N

De ene is verzot op textiel, de ander verliest zich in installatiekunst en boekbinden. De ene creëert aan hoog tempo met zijn naaimachine in kunstwerkplaats De Zandberg, de ander staat na dit sociaal-artistiek project klaar om af te studeren aan Sint-Lucas Gent. Hun gedeelde inzet: een expo uitbouwen voor O.666 in Oostende. Johan Vanderschelden en Klaas De Baere kwamen tot een unieke samenwerking waarin niets te verwachten en te voorzien was, in een speelse wereld waar ridders de plak zwaaien.

46

S A M E N A A N D E K U N ST


In het najaar van 2020 trok Klaas De Baere richting De Zandberg, een organisatie voor kunstenaars met een beperking in Harelbeke. Daar, tussen de vele koffies en gesprekken met de kunstenaars door, ontmoette hij Johan Vanderschelden: een man die er al tien jaar zijn atelier heeft tussen gestikte Ensoriaanse maskers, een overvloed aan lapjes stof en een knipsel van zijn grote voorbeeld Walter Van Beirendonck aan de muur. Klaas: ‘Ik volg de educatieve masteropleiding aan Sint-Lucas Gent en was op zoek naar een stageplek. Ik liet me leiden door het project van Lara Jakoba Breine die met Arnaud Rogard, ook een kunstenaar van De Zandberg, aan de slag gegaan was. Ik vond het belangrijk om alle kunstenaars persoonlijk te ontmoeten. Die veelheid aan gesprekken was enorm kostbaar, maar toen ik Johans werkplek betrad, was ik snel verkocht. In het begin wist ik niet eens waar ik moest kijken.’ Johans werk bevindt zich ergens tussen artistiek en kitsch in, tussen illustratief en autonoom werk. Voor Klaas was het een trigger om er binnen zijn praktijk van mixed media mee aan de slag te gaan.

idee van Klaas om elkaar en elkaars werk beter te leren kennen, waarbij hij iets zou kunnen leren van Johan en omgekeerd. Maar dat had niet meteen het gewenste effect. ‘Ik wou dit project starten als een gelijkwaardige samenwerking, als een dialoog tussen beide kunstenaars. Maar doordat Johan niet meteen enthousiast was over het idee, bekroop me het gevoel dat ik de begeleider werd. En net dat wilde ik absoluut vermijden. In een periode waarin we elkaar niet zagen, ging Johan plots volop boekjes stikken, zoals we eerst samen hadden besproken. Dat zorgde voor een fijn resultaat, maar voelde voor mij ook te hard aan als een opdracht. Ik vond het belangrijk om te blijven bewaken dat we niet elkaars assistent dreigden te worden.’ Begeesterd door Bosch Week na week gingen de rollen steeds meer wisselen. Ook Johan kwam in de brainstorms met ideeën aanzetten, en al snel kwamen ze samen op een nieuw spoor: ridders. Het groeide uit tot installatiewerken, waarbij Johan onder andere een

pluchen paard met teugels, inclusief reserveteugels, voor zijn rekening nam. Ze bouwden ook een kasteel uit houten panelen en gingen samen aan de slag met punchneedling, een borduurtechniek die voor beiden nieuw is. Maar het is pas wanneer ze op een dag een boek van Jheronimus Bosch doorbladeren dat de puzzelstukken in elkaar vallen. ‘We kregen het idee voor een drieluik en raakten beiden geïnspireerd door de vorm en inhoud ervan. Ik maakte het paneel, Johan begon met het stikken van vormen, en samen gingen we de zijpanelen afwisselend betekenen. Eens de bal dankzij zo’n moment gaat rollen, voel je dat je samen aan het werk bent. Johan heeft, zonder dat dat zijn bedoeling was, ervoor gezorgd dat ik mijn artistieke praktijk opnieuw losmaakte. We durfden doorheen het proces ook steeds beter dingen uit handen te geven. Dat is iets wat ik absoluut mee wil nemen naar andere samenwerkingen: je ego en artistieke visies waar je op botst aan de kant schuiven en ruimte laten voor de ideeën van de ander.’

‘Tot een echt gesprek zijn we bij die eerste ontmoeting niet echt gekomen. Zijn artistiek werk ligt ver van dat van mij, al zag ik tegelijk ook veel gelijkenissen. Het gevoel dat we elkaar met weinig woorden begrepen, en eenzelfde manier van kijken en denken delen, leidde ertoe dat ik met Johan aan de slag wou.’ Eenmaal per week trok Klaas gedurende een jaar naar De Zandberg, met oog op een expo in O.666 in Oostende. In het begin startten ze met boekbinden, maar dan in textiel. Een

K L A A S D E B A E R E E N J O H A N VA N D E R S C H E L D E N

47


De expo ‘MIDDELEEUWEN’ in O.666 was het einddoel van deze samenwerking. Het kiezen van een titel, de selectie maken van de geëxposeerde werken en hoe die te positioneren ten opzichte van elkaar: iedere stap binnen het project was voor beiden een zoektocht. ‘Tijdens de expo willen we de werken ook meer voor zich laten spreken. Als de inhoud van de expo te veel overdacht zou worden - iets wat ik wel doe in mijn scriptie - dan zou het niet weergeven waar we hier in De Zandberg samen aan werkten. Ik geef toe dat ik daar in het begin nog te veel bij stilstond. Je wilt dat het eindresultaat kwalitatief is, maar remt jezelf daarmee af. Net daarin heb ik van Johan kunnen leren. Hij leerde me loslaten en zette me aan tot experimenteren. Maar vooral: hij leerde me dat het belangrijkste binnen vrije beeldende kunsten is dat je gewoon ook plezier moet maken. Ook dat hopen we te kunnen tonen in de expo.’

JOHAN VANDERSCHELDEN °1959 Heeft al 10 jaar zijn atelier in kunstenwerkplaats De Zandberg in Harelbeke. Volgde verschillende opleidingen in textiel. Werkt sinds heel lang zelfstandig aan zijn universum, opgebouwd uit patchworklapjes.

KLAAS DE BAERE °1995 Studeerde af binnen Mixed Media aan LUCA School Of Arts (Gent) en volgt er nu een Educatieve master Opleiding Boekbinder CVO Gent.

De expo ‘MIDDELEEUWEN’ liep van 19 tot 21 juni 2021 bij O.666 in Oostende. Van 11 tot 24 juli 2021 zijn de werken te zien tijdens Outsiderwear Festival in Amsterdam.

Tekst: Zoë Hoornaert

48

S A M E N A A N D E K U N ST


Weg van het atelier Trek jij de deuren van je atelier de komende tijd dicht? Ga je op exotische plaatsen of dicht bij huis op zoek naar inspiratie voor nieuwe artistieke ideeën? We laten je deze zomer in een zomerreeks op www.kunstwerkt.be meegenieten van boeiende kunstprojecten die zich buiten de ateliermuren afspelen. Hou dus www.kunstwerkt.be in de gaten en laat je inspireren.

Painting Nights, augustus 2020, Natuurpark het Zwin, Knokke. Foto: Tijs Soete


ZELFPORTRET PAU L K E N E N S

Paul: ‘El Jardin’ (de tuin) is een werk uit een reeks olieverfschilderijen over de overdreven Spaanse zon in het hoogseizoen. De verzengende hitte en zichtbaar bewegende schaduwen op het middaguur leverden vergankelijke, bijna beweeglijke beelden op. Ik maakte van een vakantiedag een nuttige werkdag door enkele uren in alle rust te fotograferen met zelfontspanner achter een afgesloten appartementsgebouw. Met een hoop fotomateriaal als resultaat. Die foto’s zette ik over op pc en ik bewerkte ze. Op de foto voor dit schilderij werkte ik de daken op de achtergrond en een raam in de muur weg. Het onkruid tussen de stenen verving ik door een plantje. Het lag voor mij voor de hand dat ik mensen ging schilderen. Al besefte ik dat gezichten moeilijk weer te geven zijn. Ook handen, voeten en huid schilderen trok mij erg aan, samen met de textuur van stoffen, doeken, kleding. Bovendien dacht ik onmiddellijk aan grote formaten, zodat ik details kon uitwerken. Met zelfportretten ben je het goedkoopste en gemakkelijkst te bereiken model. Maar ik werk ook al een tijd met een vast fotomodel. De samenwerking is zo goed dat er vanzelfsprekend nog doeken zullen volgen.

50

El Jardin, 50 x 70 cm, 2017, olieverf

Mijn werk begint altijd met een fotosessie. Ik maak improviserend een paar honderd foto’s. Die afbeeldingen moeten rijpen. Het is moeilijk uit te leggen waarom een beeld zich van je meester maakt. Een foto is geen schilderij. Ook al werk je realistisch, het geschilderde beeld zoekt zelf zijn weg. Daardoor wijk ik in een schilderij vaak af van de oorspronkelijke indruk die van een foto uitgaat. Tijdens de uitvoering kunnen nieuwe inzichten de kop opsteken die de noodzaak oproepen om elementen weg te laten of bij te brengen. Zelfs de visie op het werk kan veranderen. Ik werk vrij lang aan een werk, waarbij ik me zo in het schilderij verdiep dat gebeurtenissen en gemoedstoestanden onvermijdelijk sporen nalaten.’

PAUL KENENS °1948 Woont en werkt in Wilrijk. Voorheen regisseur, acteur, keramist, startte 6 jaar geleden met schilderen.

Jouw zelfportret in Kunstletters? Zet een foto van een zelfportret op ons digitaal platform Beeld en gebruik het woord ‘zelf’ of ‘self’ in de titel van het werk. Misschien staat jouw zelfportret in het volgende nummer.

ZELFPORTRET


Werkten mee aan dit nummer: Katrien Boogaerts, Jorden Boulet, Bert Coessens, André De Nys, Walter Dermul, Ward Desloovere, Kimberley Dhollander, Zoë Hoornaert, Yves Joris, Magalie Lagae, Telma Lannoo, Jonas Nachtergaele, Sarah Poesen, Filip Vandewiele, Michaël Van Remoortere, Annemie Vingerhoets. Coördinatie: Ward Desloovere Vormgeving: bloudruk Druk: Die Keure. Die Keure selecteert milieuvriendelijke materialen, houdt afvalstromen zo laag mogelijk en werkt met 100 % groene stroom.

C O LO FO N

V.U.: Katrien Boogaerts Kunstletters is een magazine van Kunstwerkt vzw, Bijlokekaai 7C, 9000 Gent

Je vindt Kunstletters ook op Facebook en Instagram. Vragen, tips, opmerkingen: info@kunstletters.be

Abonneren? Prima idee! Een abonnement kost 15 euro (4 nummers). Een groepsabonnement kost 35 euro (5 ex. van 4 nummers) Alle info: kunstwerkt.be 09 235 22 70

Meewerken aan Kunstletters? Heb jij een eigen kijk op wat er aan beeldende creativiteit te ontdekken valt? Een kunstenaar, trend, techniek of project zo de moeite waard dat je het graag wil of móet delen? Werk mee. Stuur je idee met een schets van wat je in een stuk wil vertellen of tonen naar info@kunstletters.be.

Je vindt Kunstletters ook in Passa Porta (Brussel), De Groene Waterman, Base Alpha Gallery, DMW Gallery, Keteleer Gallery (Antwerpen), Grim (Hasselt), Copyright (Antwerpen, Gent), Mu.ZEE (Oostende), Galerie Transit (Mechelen) en Stichting IJsberg (Damme).

Telma Lannoo maakte de illustraties in dit nummer van Kunstletters. Ontdek meer werk op vertelma.tumblr.com.

Kunstletters online Op kunstwerkt.be vind je meer artikels, gesprekken met kunstenaars, ontdekkingen en expotips.

51