__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

CUBE


EDUCATION AND SELF STUDY CENTRE

CUBE


The design by KAAN Architecten for ‘The CUBE’, an Education and Self Study Centre (ESC), is square and quite low, in keeping with the other buildings on campus and allowing it to nestle unassumingly among the trees. It is markedly different from the first campus building: the Cobbenhagen of the Catholic College of Economics, the forerunner to the present Tilburg University. The design of this enclosed building by architect Jos Bedaux (19101989) pulls the outlying landscape into its fold through two courtyards. In contrast, the CUBE by KAAN Architecten blends into the landscape itself. Abundant daylight and sweeping sightlines through the building allow the structure and surroundings to flow seamlessly into each other. It is a secluded space for study that feels like an opening in the woods. Het ontwerp van KAAN Architecten voor CUBE toont een Onderwijs en Zelfstudiecentrum (OZC), dat vierkant van opzet is en betrekkelijk laag, zoals verschillende andere gebouwen op de campus. Het past daarmee goed tussen de bomen en bij de andere gebouwen. Toch verschilt het wezenlijk van het vierkante centrale universiteitsgebouw Cobbenhagen, de voormalige Katholieke economische hogeschool, waarmee de universiteit begin jaren zestig begon. Dit besloten gebouw van architect Jos Bedaux (1910-1989) haalt met twee hoven het landschap naar binnen. CUBE van KAAN Architecten daarentegen gaat op in het landschap. Met veel daglicht en radicale doorzichten vloeien gebouw en omgeving in elkaar over. De beslotenheid van de studieruimten is die van een open plek in het bos.


New flagship for the campus

— Nieuw vlaggenschip voor de campus


views and urban lines

green and public space

views and urban lines

m

75

green and public space

green and public space

CUBE completes the ensemble of buildings on campus and imparts the appropriate architectural distinction to the north-west corner. The campus features buildings positioned orthogonally though loosely within its plan, so the buildings do not line up. CUBE participates in this play of volumes. The comparable positioning, dimensions and materials mean CUBE and Cobbenhagen building to the south complement and balance one another. Whereas the centre of campus has a higher density along its main axis (the Esplanade), Cobbenhagen building and CUBE are freestanding volumes. An equilibrium has now been achieved in the structure of the campus, with CUBE playing into the open and overlapping sense of space and uninhibited sightlines. Cobbenhagen at the southern end is situated among trees, in a kind of wooded paddock. The northern end – which, not surprisingly, used to be called ‘the Woods’ – now has a similar quality. Having replaced a previous collection of buildings, CUBE stands freely in the landscape, with greenery stretching right up to its facade and further reinforcing the park-like setting of the campus. CUBE vervolmaakt het ensemble van gebouwen op de campus en verleent de gewenste architectonische en landschappelijke waarde aan het noordwestelijk deel. De compositie van de campus wordt gekenmerkt door vrije en orthogonaal in de ruimte geplaatste gebouwen die niet met elkaar zijn uitgelijnd. CUBE maakt deel van uit van dit ruimtelijke spel. Door de vergelijkbare positionering, proporties en materialisatie gaat CUBE een dialoog aan met het Cobbenhagengebouw aan de zuidzijde. Daar waar in het centrum van de campus sprake is van een verdichte bebouwing langs de hoofdas, de Esplanade, staan het Cobbenhagengebouw en CUBE vrijer in de ruimte. Er is nu sprake van een evenwichtige campusstructuur, waarin CUBE meedoet in het spel van open en overlappende ruimten en vrije doorzichten. In het zuidelijke deel ligt Cobbenhagen vrij in een door bomen omzoomde groene kamer. Het noordelijke deel, dat niet voor niets vroeger ‘het Bos’ werd genoemd, heeft nu eenzelfde karakter. Nadat de nu nog aanwezige bebouwing gesloopt is, staat CUBE vrij in de ruimte en het landschap loopt naadloos tegen het gebouw aan, waardoor het parkachtige karakter van de campus verder wordt benadrukt.

4—5

5

masterplan

views and urban lines


Cobbenhagen building designed by architect Jos Bedaux in 1962


7

6—7


The campus layout was primarily designed for pedestrian and cyclist use. So the green spaces south of CUBE have winding paths and a fountain on the lawn. The building is anchored into the landscape by the paved orthogonal pathways that guide users to the entrances, and by a sunken terrace on its south side. The logistically rational entry points at the south-east and south-west corners, with closed facades above the ground floor, connect the building to logical routes traversing the campus. Placing the entrances here gives the wide south facade total freedom to present itself to the campus as an open space with its transparent auditorium and study plaza behind. On all sides the building is more or less equal in its quality of presentation, being open almost everywhere and leaving no closed-off facades or any sense of the building’s backside. The east and west facades get the most sun in the morning and evening, so these are more closed in design. The north facade is very transparent and admits the agreeable light of the north. Directly behind the south facade, which gets a lot of sun, no fixed uses have been programmed into the space, meaning a completely transparent facade was possible. De inrichting van de campus is met name afgestemd op het gebruik door voetgangers en fietsers. De groene ruimte aan de zuidzijde van CUBE wordt dan ook gekenmerkt door kronkelende wandelpaden en een fontein in een grasveld. Het gebouw wordt in het totale landschap verankerd door de orthogonale verharde paden die naar de entrees leiden en door het verdiepte terras aan de zuidzijde van het gebouw. De logistiek vanzelfsprekend gesitueerde entrees in de gesloten hoeken aan de zuidoostelijke en zuidwestelijke kant verbinden het gebouw met logische looplijnen op de campus. Door deze situering blijft de zuidgevel vrijgespeeld en presenteert CUBE zich aan de campus met de transparante aula en het daarachter gelegen studieplein. Het gebouw presenteert zich naar alle zijden min of meer gelijkwaardig, waarbij de openheid van de gevels weliswaar verschillend is, maar nooit als gesloten of achterkant wordt ervaren. De oost- en westgevel hebben de meeste zoninstraling bij ochtend- en avondzon en zijn daarom geslotener vormgegeven. De noordgevel is zeer transparant en laat het prettige noorderlicht binnen. Direct aan de zuidgevel, waarop veel zon valt, zijn geen verblijfsfuncties gesitueerd, waardoor de gevel volledig transparant kon worden gemaakt.

9

8—9


The campus seemed to call out for a counterpart to the Cobbenhagen building. CUBE’s location was destined for a use that would serve the entire campus, just as Cobbenhagen’s does. Both buildings stand for something greater and both serve more than just a single faculty, seeing students and staff come and go all day. Cobbenhagen primarily facilitates ceremonial affairs and CUBE is more for daily activities. CUBE, with 11,000 square metres of floor area, is intended to better facilitate university students and raise the level of education on offer. The ESC serves all faculties and is therefore in constant use, providing space for some 2,200 students and lecturers working closely together in their disciplines. In order to secure a free-flowing, open building and to avoid any sense of crowding, the centre of the structure is spacious. The corridors are wide, light-filled and tall – up to six metres. There are plenty of study and group spaces, varying in size, as well as lecture rooms equipped with the latest technologies. A centrally located auditorium is sunken in the layout, meaning the sightlines through the building are unhindered. More than any other building on campus, the new Education and Self Study Centre must be a building for students: open and spacious, elegant and robust. A building that makes spending time here a joy. A new student arriving on campus feels proud to be able to study here at a beautiful location in an international setting. The first impression is one of pleasant buildings and much green space. They can find their way around campus easily. Everything seems to be just right. Looking through the eyes of an architect, we see the same but in more defined terms: a green and compact layout, quality architecture and integrated within the landscape.

Kijkend naar de opzet van de campus is het logisch dat het Cobbenhagen gebouw een tegenhanger krijgt. De locatie van CUBE was voorbestemd voor een gebouw met een campusbrede betekenis, net als Cobbenhagen. Beide gebouwen hebben een representatief karakter, zijn faculteit overstijgend en worden door alle studenten en medewerkers van de universiteit gebruikt. Cobbenhagen faciliteert vooral ceremoniële zaken en CUBE is er voor de dagelijkse activiteiten. CUBE, met een vloeroppervlak van 11.000 vierkante meter, moet de studenten beter faciliteren en daarmee de kwaliteit van onderwijs verder verhogen. Het OZC, dat alle faculteiten ten dienst staat, is doorlopend intensief in gebruik, tot aan 2.200 studenten en docenten die nauw op elkaar betrokken zijn. Om de openheid van het gebouw zeker te stellen en aan een sfeer van drukte te ontkomen, is het centrum ruim van opzet. De gangen zijn breed, licht en hebben een ruime hoogte tot zes meter. Het programma omvat een groot aantal studieplekken en groepsruimten, groot en klein, naast uiteenlopende collegezalen die van alle communicatiemiddelen zijn voorzien. Een centraal geplaatst auditorium is verdiept gelegen, waardoor het gebouw doorzichtig blijft. Het nieuwe Onderwijs- en Zelfstudiecentrum moet, meer dan de andere gebouwen op de campus, een gebouw zijn voor de studenten: open en ruimtelijk, elegant en krachtig. Het moet een gebouw zijn om met plezier naar toe te gaan. Een nieuwe student die aankomt op de campus ervaart een gevoel van trots om hier te kunnen studeren, op een mooie plek met internationale allure. Aangename gebouwen en groen, dat is de eerste indruk. Het vinden van de weg op de campus is haast vanzelfsprekend, alles lijkt op zijn plek. Vanuit de ogen van de architect nemen we hetzelfde waar. We zien een compacte greenfield campus, gekenmerkt door een hoge architectonische kwaliteit van de gebouwen en hun landschappelijke inpassing.


11

10 — 11


13

12 — 13


A building for students

— Een gebouw voor studenten

01

01 programme distribution 02 indoor terraces 03 crossways transparency 04 opening the corners 05 study plaza

02

03

04

05


We regard Cobbenhagen as the university flagship: the DNA of the campus is encrypted in this building. Therefore, as an experiment, we looked into whether we could replicate the building while satisfying the requirements of the ESC programme. This turned out to be a good way of discovering the inherent qualities of Cobbenhagen, but it also demonstrated it would be impossible to achieve the desired spatiality within the same contours and with the given programme. The programme housed in Cobbenhagen is in fact quite different, as it is essentially about being the face of the university to the outside world. The experiment certainly did help us to understand what was at the core of the ESC building. The insights gained meant that we could develop a natural corollary: a structure with two courtyards or ‘indoor terraces’. Flanking them would be two lecture halls attached to a facade and large parts of the programme could be planned for the centre. Keeping parts of the façades free of specific uses – chiefly the south one, created optimal interaction with the environment. A natural consequence of this was that this area became an indoor terrace with a glazed facade, which in turn meant there was enough space to facilitate the classrooms and the required daylight above. By lowering the auditorium floor, we were able to limit the building to two storeys. In the end, the footprint, height and building typology are similar to Cobbenhagen, but the materials, mood and spatial quality are clearly geared to student activities. Het Cobbenhagengebouw zien wij als vlaggenschip van de campus. In dit gebouw ligt het DNA van de campus opgeslagen. Om deze reden hebben we, bij wijze van experiment, eerst onderzocht of het mogelijk was een duplicaat te maken, maar dan met het programma van het OZC. Dit bleek een goede methode om de kwaliteiten van het Cobbenhagengebouw te ontdekken, maar tegelijkertijd zagen we dat het onmogelijk was om met het gegeven programma binnen dezelfde contouren de gewenste ruimtelijkheid te behalen. Het type programma van Cobbenhagen is geheel anders, vooral gericht op representatie en ceremonie. Desondanks heeft de studie geholpen de essentie van het OZC te doorgronden. Het verkregen inzicht leidde naar een vanzelfsprekende opzet voor het gebouw en daar hebben we gestalte aan gegeven: een gebouw met twee patio’s. Hierbij zijn de collegezalen aan de gevel georganiseerd en de grote programmadelen in het midden.

15

Voor een optimale relatie met de omgeving zijn delen van de gevel vrij van programma, met name aan de zuidzijde. Deze keuze leidt vanzelfsprekend tot een patiogebouw, aangezien de patio’s zorgen voor voldoende gevellengte om het volledige programma van lokalen te faciliteren. Door het auditorium verdiept te realiseren, werd het mogelijk het gebouw tot twee verdiepingen te beperken. Uiteindelijk is CUBE in omtrek, hoogte en type vergelijkbaar met het Cobbenhagen gebouw, maar zijn de materialiteit, sfeer en ruimten duidelijk gericht op gebruik voor studieactiviteiten. 14 — 15


The ground floor is inviting and feels like a real public space because of the high ceilings. The expansiveness of the study plaza and terraces, the excess of open areas and the large, transparent auditorium make for a substantial building. In fact, the ground floor is a progression of public spaces such as open study areas, lounges, circulatory spaces and a restaurant. They stretch inside and out, allowing users of the study plaza the freedom to study or take a break within the same space. The auditorium is part of the dynamics of the whole, though its transparent walls can also be closed off. There is a direct sightline from study plaza into the auditorium, so major events can involve both. In this way studying and leisure time come together at the heart of the building to create a single vibrant space easily accessible to all students. Architectural accents like the grand staircase in the entry zone add to the building’s sense of serenity. Large windows offer great views onto the beautiful campus green. De begane grond is uitnodigend en voelt door de royale verdiepingshoogte als een echt publieke ruimte. Samen met grote afmetingen van het studieplein, de patio’s, de grote overmaat in ruimten en de transparantie van het auditorium ontstaat een genereus gebouw. De begane grond vormt feitelijk een aaneengesloten landschap waar open studieplekken, loungeplekken, verkeersruimte en restaurant elkaar afwisselen. Het studieplein maakt allerlei vormen van gebruik mogelijk. Studeren en verpozen vermengen zich in het hart van het gebouw, waar studieprogramma en een multifunctionele verkeersruimte samenvloeien tot een grote levendige ruimte. Het transparante auditorium is onderdeel van deze dynamiek, maar kan ook afgesloten worden. Vanaf het studieplein is er een directe zichtrelatie met het auditorium. Grote evenementen kunnen dus ook vanaf deze plek meebeleefd worden. Architectonische accenten, zoals de monumentale trap in de entreezone verrijken het karakter van het gebouw. Grote ramen bieden overal uitzicht op het prachtige landschap van de campus.

ground floor m

10

cross section m

10


17

16 — 17


cross section m

10


19

18 — 19


21

20 — 21


CUBE’s spatial structure is clear and simple, which means anyone can find their way around – an aspect that is appropriate to the public nature of the place. Two transparent axes run from east to west and offer sightlines directly through the building. These axes are an essential part of the building’s configuration and ensure that daylight reaches deep into the building. Above both the terraces there are recessed, independent study spaces with lower ceilings. These sheltered spots provide the necessary solitude for concentrated work. Spread symmetrically over the plan, there are four open staircases up to the first floor. Open stairs require special partitioning to protect against fire spread, but these measures have been designed in such a way that they are practically invisible.

27

De ruimtelijke structuur van CUBE is helder en eenvoudig, waardoor iedereen gemakkelijk de weg kan vinden, wat hoort bij het openbare karakter van het gebouw. Van oost naar west lopen twee transparante assen die vrij zicht door het gebouw bieden. Zij maken onlosmakelijk deel uit van de structuur en zorgen ervoor dat daglicht tot diep in het gebouw doordringt. Rondom beide patio’s bevinden zich, op insteekverdiepingen met een lagere vrije hoogte, intieme zelfstudieruimten. Deze plaatsing in de luwte van het gebouw zorgt voor de benodigde rust voor concentratie en studie. Vier open trappen die naar de eerste verdieping leiden, zijn evenwichtig over het gebouw verdeeld. De open trappen maken een speciale compartimentering voor brandveiligheid noodzakelijk, die echter vrijwel onzichtbaar is weggewerkt.

26 — 27


All inside spaces provide views onto green spaces. All the lecture rooms, which must have access to daylight, are attached to a facade and offer views over the surrounding landscape and the indoor terraces. The terraces are ‘furnished’ in such a way that the landscape is pulled into the building. A subtle transition from outside to inside is expressed in terms of materials as well. The paving of the outdoor paths run through to the same floor finishes of the main plaza and terraces. Spaces that do not require daylight are clustered in the centre, surrounded by multifunctional zones and a transparent ring of lecture rooms. This also achieves maximal flexibility for the exterior. The extra surface area of the facade at the indoor terraces reinforces this flexibility.

Vanuit alle ruimten heeft de gebruiker zicht op groen. Alle collegezalen, met daglichteis, bevinden zich aan de gevel en bieden zicht op zowel het omringende landschap als op de patio’s. Door de landschappelijke inrichting van de patio’s wordt het groen van de omgeving letterlijk het gebouw binnengebracht. De relatie tussen binnen en buiten komt ook terug in de materialisatie. De vloerafwerking van de paden buiten loopt door in die van het plein binnen en in de patio’s. Om een alzijdig gebouw te kunnen maken met een levendige plint, zijn de ruimten waar geen daglicht vereist is zoveel mogelijk opgenomen in het hart van het gebouw, omringd door een ruim vormgegeven en meervoudig inzetbare verkeersruimte en een transparante ring van collegezalen. Zo is ook maximale flexibiliteit bereikt aan deze buitenzijde. Het extra geveloppervlak rond de patio’s versterkt deze flexibiliteit.

level +1 m

10

cross section m

10


29

28 — 29


31

30 — 31


Toegankelijkheid, overzichtelijkheid en een vanzelfsprekende interne routing zijn essentiĂŤle randvoorwaarden voor het optimaal functioneren van CUBE. Er zijn twee hoofdentrees aan weerszijden van de zuidgevel, die vanaf verschillende kanten direct zichtbaar zijn en door de structuur van de looppaden eenvoudig te vinden zijn. Eenmaal binnen krijgt de bezoeker onmiddellijk een overzicht van het gebouw en de verschillende ruimten. Bij de oostelijke entree is de uitnodigende monumentale trap de blikvanger voor de route naar de eerste verdieping. Langs de trap kijkend, is er vrij zicht op het studieplein in het hart van het gebouw. Verder is er de mogelijkheid om via de zuidelijke passage langs het auditorium naar het restaurant te gaan. Vanuit de westelijke entree zijn zowel het auditorium als het restaurant direct zichtbaar. Ook hier is er zicht op het studieplein en een trap om naar de eerste verdieping te gaan. De liften zijn via beide entrees eenvoudig bereikbaar, maar bewust weggewerkt in de wand om gebruik van de trappen te stimuleren. Dit is ook de redem dat is gekozen voor open trappen in plaats van brandwerende trappenhuizen. De looplijnen tussen de verdiepingen zijn direct en kort.

33

Accessibility, overview and a logical route through the building are essential ingredients that allow CUBE to function well. There are two main entry points, on either side of the south facade, and both are highly visible from any point, while paved pathways also guide visitors to the entrances. Once inside, visitors will immediately be able to understand the building and its spaces. Near the eastern entrance, the grand staircase catches the eyes and invites you up to the first floor. Scanning alongside the stairs, the study plaza at the heart of the building comes into view. One can also head towards the restaurant via a southern route next to the auditorium. Coming from the western entrance, both the auditorium and the restaurant are immediately visible. It also gives views onto the study plaza and the staircase. The lifts are easily accessed by both entrances, though they are subtly integrated into the wall so as to stimulate the use of stairs which were kept open and not enclosed by firewalls. The routes taking users upstairs and downstairs are short and efficient.

32 — 33


35

34 — 35


The building is modest, yet clearly communicates its purpose; it is integrated, but still quite present in the landscape. Like on the other buildings on campus, the materials used are pure and robust. The exterior is made of various stones, concrete, black aluminium and glass. Fine detailing complements the more muscular elements.

Het gebouw is ingetogen en toch herkenbaar vormgegeven en staat abrupt in het groene landschap. Net als de andere gebouwen op de campus, is CUBE uitgevoerd in robuuste en pure materialen. Het exterieur bestaat uit een combinatie van natuursteen, beton, zwart aluminium en glas. De robuustheid wordt verrijkt met een fijne detaillering.

The facades that stretch from grass to eaves differ from each other, yet together form a consistent whole. They mask the true scale of the building. From every angle, the building is perceived as a unified volume. The building’s interior configuration of storeys and different spaces is only apparent after a second glance. The indented corners, in all their simplicity, give the building a strong shape and bestow good proportions on the glazed facades. These corners were also a great place to introduce large areas of stone cladding, for these are the elements that imbue the building with a fitting calmness and that parallel the architecture of the campus.

De gevels, die zich uitstrekken van het gras tot de dakrand, zijn verschillend van aard, maar vormen een samenhangend geheel. Ze maskeren de schaal van het gebouw. Vanuit elk perspectief manifesteert het volume zich als eenheid. De indeling van het gebouw in meerdere verdiepingen en verschillende ruimten is pas in tweede instantie afleesbaar. De ingesprongen hoeken geven het gebouw op eenvoudige manier een sterke vorm en verlenen goede proporties aan de glazen vlakken. Daarnaast maken ze grote gesloten vlakken van natuursteen mogelijk, die essentieel zijn voor de rustige uitstraling en de aansluiting bij de architectuur van de campus.


37

36 — 37


07

04

02

EAST FACADE 1:20 plan

05 03 ceiling line

06 01

plan detail of east facade cm

10 facade (inside > outside): - aluminium window frame, glazing from inside, powdercoated - adjustment space max. 10mm - prefab concrete column

11 lightweight partition, narrows at facade column

12 steel construction with bracket fixed to facade column

13 wooden substructure with insulation for acoustic absorption

14 acoustic material - felt panels, recycled PET-synthetic material, fixed invisible

02 lightweight partition, narrows at facade column

15 opening for bats 10mm

16 facade Rc= 4.5 m².K/W (inside > outside): - prefab concrete wall - vapour barrier - insulation 140mm - water-resistive barrier, vapour permeable - air cavity 30mm - natural stone plates 754mmx1658mm, open joints, width=5mm fixed to prefab concrete wall, invisible, with anchors

01 facade (inside>outside): aluminium window frame, glazing from inside, powdercoated; adjustment space max. 10mm; prefab concrete column.

50

01 gevel (bi>bu): aluminium kozijn,binnenbeglazing, gepoedercoat; stelruimte max 10mm; prefab betonkolommen. 02 scheidingswand, indien gelijk met betonkolom

03 steel construction with bracket fixed to facade column

03 staal profiel, bevestigd middels console aan prefab betonkolom

04 wooden substructure with insulation for acoustic absorption

04 houten stijl - en regelwerk waartussen isolatie tbv akoestische absorptie

05 acoustic material - felt panels, recycled PET-synthetic material, fixed invisible

05 akoestisch absorberend plaatmateriaal - vilt, gerecycled PET-kunststof, vlakke plaat, blind bevestigd middels montagekit

07 facade Rc= 4.5 m².K/W (inside>outside): prefab concrete wall; vapour barrier; insulation 140mm; water-resistive barrier, vapour permeable; air cavity 30mm; natural stone plates 754mmx1658mm, open joints, width=5mm, fixed to prefab concrete wall, invisible, with anchors.

06 vleermuisvoorziening - invliegopening vleermuizen (b=10mm) 07 gevel Rc= 4.5 m².K/W (bi>bu): prefab betonwand; dampremmende folie; isolatie 140mm; waterkerende damp-open folie; luchtspouw 30mm; natuursteen gevelbekleding 754mmx1658mm, onzichtbare bevestiging, open voeg b=5mm, verankerd aan prefabbeton dmv. ankers.

39

06 opening for bats 10mm

38 — 39


11

10

08

09

plan detail of south facade cm

09 gevel (bi-bu): stalen kolommen 300x100x10, vzv brandwerende verf; aluminium vliesgevel profielen; verticaal aluminium U-vinnen, maatwerk. 10 gevel (bi-bu): staalplaat met aangelaste kop (maatwerk), vzv brandwerende verf; hoogwaardige isolatie Rc-waarde = 4.5m²K/W; waterkerende laag; spouw 30mm; natuursteen gevelbekleding 754mmx1658mm, onzichtbare bevestiging, open voeg b=5mm, verankerd aan prefabbeton dmv. ankers. 11 gevel Rc= 4.5 m².K/W (bi-bu): prefab betonwand; dampremmende folie; isolatie 140mm; waterkerende damp-open folie; luchtspouw 30mm; natuursteen gevelbekleding 754mmx1658mm, onzichtbare bevestiging, open voeg b=5mm, verankerd aan prefabbeton dmv. ankers.

25 curtain wall fixing: - centre-to-centre distance cca. 3m - steel profile attached to facade columns

11 facade Rc= 4.5 m².K/W (inside>outside): prefab concrete wall; vapour barrier; insulation 140mm; water-resistant barrier, vapour permeable; air cavity 30mm; natural stone plates 754mm x 1658mm; open joints, width 5mm, fixed to prefab concrete wall, invisible, with anchors.

08 bevestiging vliesgevel: h.o.h. afstand ca. 3m; stalen profiel bevestigd aan kolom;

26 facade (inside-outside): - steel columns 300x100x10, fireproofed - aluminium curtain wall profiles - vertical aluminium U-fins, custom made

10 facade (inside>outside): steelplate with welded tip, custom made, fireproofed; high-grade insulation Rc-waarde = 4.5m²K/W; water-resistive barrier; air cavity 30mm; natural stone plates 754mm x 1658mm, open joints, width 5mm, fixed to prefab concrete wall, invisible with anchors.

27 facade (inside > outside): - steelplate with welded tip, custom made, fireproofed - high-grade insulation Rc-waarde = 4.5m²K/W - water-resistive barrier - air cavity 30mm - natural stone plates 754mmx1658mm, open joints, width 5mm fixed to prefab concrete wall, invisible with anchors

09 facade (inside>outside): steel columns 300x100x10, fireproofed; aluminium curtain wall profiles; vertical aluminium U-fins, custom made.

28 facade Rc= 4.5 m².K/W (inside > outside): - prefab concrete wall - vapour barrier - insulation 140mm - water-resistive barrier, vapour permeable - air cavity 30mm - natural stone plates 754mmx1658mm; open joints, width=5mm fixed to prefab concrete wall, invisible, with anchors

08 curtain wall fixing: distance cca. 3m; steel profile attached to facade columns.

50


Aan de glazen noord- en zuidgevel is sprake van fijnere belijning door de zwarte stijlen en regels. De verticale belijning van de gevels zorgt ervoor dat het volume als één geheel wordt gelezen. Elementen die boven de dakrand uitkomen, zijn samengevoegd in een lijst van zwart metaal. Het dak is waar mogelijk groen en voorzien van zonnepanelen, als onderdeel van de BREEAM Excellent certificering.

The south facade is entirely glazed, from top to bottom, and affords a view to deep within the building. Behind the glazing the open space stretches over two floors, so the facade is detached from the internal configuration. The indented corners, accented with black canopies, are part of the same sculptural play in which architectural planes and fine lines intermingle. The building’s ‘postal address’ is to be found on this south side because this is where all the pathways logically lead and where indoor and outdoor spaces fuse by way of the sunken terrace. Timeless, understated and chic – these qualities are achieved through the unpretentious materials and sculptural composition of the whole.

De zuidgevel is over de volledige hoogte van glas en biedt doorzicht tot diep in het gebouw. Erachter bevindt zich een dubbelhoge ruimte die los staat van de interne structuur van het gebouw. De entrees in de ingesprongen hoeken, gemarkeerd door zwarte luifels, zijn onderdeel van deze sculptuur. Op deze manier ontstaat een eenvoudig spel van vlakken en fijne lijnen. Het adres van het gebouw is bewust aan de zuidzijde van het gebouw gesitueerd, aangezien hier de verschillende verkeersstromen op een logische manier samenkomen en binnen- en buitenruimte een nauwe relatie aangaan door de aanwezigheid van het verzonken terras. De sculpturale verschijningsvorm en de simpele materialisatie geven het gebouw een tijdloze, ingetogen en chique uitstraling.

41

The glazed north and south facades have finely attenuated black lines: the pillars and mullions. The strong vertical focus ensures that the building is taken in as a single unit. Any elements that exceed the roof edge have been contained within a single black metal frame. Wherever possible provisions to improve sustainability have been resolved in the roof, including solar panels that meet the BREEAM Excellent rating.

40 — 41


As the building is used intensively by students and faculty for an array of activities the materials were kept sober and robust giving the building a general look and feel of an industrial loft. The approach to the interior structure was twofold: open public spaces and closed smaller spaces. The public areas are the circulation spaces, the open study plaza, the restaurant and the entrance zone which have power floated concrete floors and light grey expanded metal ceilings. Long wooden study tables, comfortable benches and armchairs for lounging complete the furnishing. Elements like the stairs and canopies are dark in colour and thereby form a common thread throughout the public realm. The rounded shape and lightness of the spiral staircase create a special moment in the experience of the interior. The closed spaces are the lecture rooms with power floated concrete floors and detachable ceilings with integrated lighting. The technical facilities are out of sight and the partition walls are of glass, as are the doors. Apart from these main divisions of space, there are also the independent study areas and the auditorium which has a warm, monotone interior. The floors, walls and ceiling are all ton sur ton – in warm shades of grey, which creates a unified spatial experience and is entirely suitable for the diversity of events to take place here. All the materials contribute to perfect, dry acoustics and the space can be closed off to the light by curtains. The floor finish of the study plaza continues into the terrace areas, creating a natural fusion of spaces. The roofed terraces are like verandas: they provide protection against the sun and rain, while benches give it a pleasant outdoor feel. Each terrace has its own colours and plenty of plants. The fir trees make a fitting reference to the Old Warande, an adjacent 18th-century park. The smooth transition between inside and outside is an important theme in the design of this building, and the green terrace spaces really succeed in pulling the outdoors in.

Vanwege het intensieve gebruik van het gebouw door studenten en docenten voor een mix aan activiteiten is de materiaalkeuze bewust sober en robuust, waardoor het gebouw de uitstraling van een industriële loft heeft. In de hoofdopzet van het interieur is uitgegaan van twee ruimtetypen: de publieke open ruimten en de besloten ruimten. De publieke ruimten betreffen de verkeersruimte, het open studielandschap, het restaurant en de entreehal, allen voorzien van een vlakke gevlinderde betonvloer en een lichtgrijs strekmetalen plafond. Het meubilair bestaat uit lange houten tafels om aan te studeren en comfortabele banken en fauteuils om te pauzeren. Elementen als de trappen en de luifel komen overeen in hun donkere kleur, waardoor zij een familie aan accessoires in de publieke ruimte vormen. De wenteltrap vormt met haar ronde vorm en lichte kleur een verbijzondering in het interieur. De gesloten ruimten zijn de collegezalen met een vlakke gevlinderde betonvloer en een uitneembaar plafond met geïntegreerde verlichting. De installatietechnische voorzieningen zijn aan het zicht onttrokken. De scheidingswanden zijn van glas, met glazen deuren. Naast deze twee hoofdgroepen zijn er nog de zelfstudieruimten en het auditorium met een uniform, warm interieur. De vloeren, wanden en het plafond zijn allen ton sur ton uitgevoerd in een warme grijstoon, waardoor de ruimte als een geheel wordt ervaren en een prima setting vormt voor de verschillende evenementen die er kunnen plaatsvinden. Alle materialen dragen bij aan een perfecte droge akoestiek. Door middel van gordijnen kan de ruimte indien nodig worden verduisterd. In de patio’s wordt de vloerafwerking van het plein doorgetrokken, waardoor binnen en buiten naadloos in elkaar overgaan. Het overkapte gedeelte van de patio’s functioneert als een veranda en biedt bescherming tegen zon en regen, waardoor het mogelijk is om in alle weersomstandigheden buiten te zitten. De patio’s krijgen een dichte beplanting, allebei in een andere kleur, waarbij de dennenbomen refereren aan de Oude Warande. De relatie binnen-buiten is een belangrijk thema van het gebouw. Met beide groene patio’s wordt buiten echt naar binnen gebracht.


43

42 — 43


45

44 — 45


CUBE Education and Self Study Center Location Campus Tilburg University, Tilburg, Netherlands

Advisor construction Pieters Bouwtechniek, Delft, Netherlands

Architect KAAN Architcten (Kees Kaan, Vincent Panhuysen, Dikkie Scipio) Project team Allard Assies, Dennis Bruijn, Timo Cardol, Sebastian van Damme, Michael Geensen, Alejandro Gonzáles Pérez, Marlon Jonkers, Rense Kerkvliet, Martina Margini, Kevin Park, Roland Reemaa, Maria Stamati, Yiannis Tsoskounoglou, Noëmi Vos, Yang Zhang

Advisor technical installations J. van Toorenburg Installatieadviseur, The Hague, Netherlands

Client Tilburg University

Fire control and acoustics Buro Bouwfysica, Capelle aan den IJssel, Netherlands

Design phase January 2016 – October 2016 Construction phase December 2016 - April 2018

Sustainability ABT, Velp, Netherlands

Ground floor area (GFA) 11.000 sqm Main contractor VORM Bouw, Papendrecht, Netherlands Project management VORM Ontwikkeling, Papendrecht, Netherlands

Water installations A. de Jong Installatietechniek, Schiedam, Netherlands Electrical installations Steegman Elektrotechniek, The Hague, Netherlands

Quality management OPPS, Utrecht, Netherlands Landscape MTD Landschapsarchitecten, ’s-Hertogenbosch, Netherlands


47

46 — 47


Colophon

Text Kees Kaan Translation Words on the run (Dianna Beaufort) Photography Simone Bossi: 2, 7, 8, 12, 18-22, 27-38, 43-47; Sebastian van Damme: 6, 11, 13, 23-26, 41 Graphic design KAAN Architecten (Valentina Bencic, Alice Colombo) Printing Aeroprint, Oudekerk aan de Amstel, the Netherlands Paper Colorplan Factory Yellow Gravure 270 grs, Circle Silk 130 grs ISBN 978-90-824843-8-0 This work is subject to copyright. All rights are reserved. No parts of this publication may be reproduced or transmitted in any form or by any means. For any kind of use, a prior permission of the publisher and copyright owner must be obtained.

Š2019 KAAN Architecten


CUBE EDUCATION AND SELF STUDY CENTRE

Profile for KAAN ARCHITECTEN

CUBE  

To mark the completion of CUBE, the Education and Self Study Centre at Tilburg University, KAAN Architecten has published a book showcasing...

CUBE  

To mark the completion of CUBE, the Education and Self Study Centre at Tilburg University, KAAN Architecten has published a book showcasing...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded