Page 1

Nr. 3 / 2015 / Jaargang 4 – Een uitgave van MedWay

INTERVIEW

Dr. Theo Roovers “Allergie is de epidemie van de 21e eeuw”

IN DE SPOTLIGHT Gert Jakobs “Communicatie is de sleutel tot succes”

ACHTERGROND Nieuwe impuls diabeteszorg


INHOUD

EDITORIAL

FOCUS

4

De POH POH IN BEELD Corry Jeronimus

7

MEDISCH NIEUWS

8

DIABETESZORG

10

Therapieondersteunende programma’s

Geachte lezer,

SELECTIE

13

Medische tips & trucs INTERVIEW DR. ROOVERS

14

Allergoloog Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis Tilburg HUISARTS IN BEELD

17

Dr. Mark v/d Pas , Amsterdam COLUMN

18

Frans Joseph Sin Jorgo SELECTIE

19

Medische tips & trucs PERSONEEL

21

Weet u wat uw personeel kost ? OPINIE Hanzehogeschool Groningen 22 Dr. Wolter Paans COLUMN

25

Apotheker Herman Bruins MEDICHAIN

26

VISIE

29

Dr. Esther Broekhuizen IN DE SPOTLIGHT

30

Interview Gert Jacobs

COLOFON

HuisartsenService is een kwartaalmagazine en wordt gratis verspreid onder huisartsen. Wilt u HuisartsenService ook ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven mail dan naar info@huisartsenservice.nl UITGEVER: MedWay BV, Postbus 1199, 3860 BD Nijkerk, 033-2471171 info@medwaybv.nl / www.huisartsenservice.nl / info@huisartsenservice.nl COÖRDINATIE MAGAZINE EN ADVERTENTIE EXPLOITATIE: Claudine van Peperstraten, peperstraten@huisartsenservice.nl 06-12971011 REDACTIE: buro33, Edgar Kruize / Esther Schulting, www.buro33.nl ONTWERP EN DTP: P3 / Jos Peters / jos@p3vormgeving.nl DRUK: Platform P COPYRIGHT: Op alle artikelen en fotografie in dit magazine rust auteursrecht. Prijswijzigingen en drukfouten voorbehouden. Gebruik of verspreiding zonder toestemming van de uitgever is verboden. DISCLAIMER: MedWay BV en bij deze uitgave betrokken medewerkers aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. Uitspraken die worden gedaan in de gepubliceerde interviews zijn van de geïnterviewde en hoeven niet overeen te komen met de mening van de redactie.

3

De vakanties zijn weer voorbij, het werk opgepakt, op naar alweer het najaar. Maar niet voordat wij u onze nieuwe editie met trots presenteren, met deze keer de ogen vooral gericht op de praktijkondersteuner. Binnen de huisartsenpraktijk is de praktijkondersteuner, of POH, een relatief nieuwe functie met inmiddels vele specialismen, zoals Diabetes, Astma, COPD, GGZ en Ouderenzorg om er een aantal te noemen. De praktijkondersteuner heeft inmiddels zijn plek veroverd binnen de huisartsenpraktijk en de gezondheidszorg in het algemeen. Toch zijn er ook vragen als ‘Hoe is het nu gesteld met de kwaliteit van deze zorg’ ,‘Is het niet beter dat de POH een verpleegkundige achtergrond heeft’ of ‘Hoeveel capaciteit is er eigenlijk nodig binnen een huisartsenpraktijk.’ Voor de huisartsenpraktijk is daarnaast van belang hoe de bekostiging van deze functie er in de toekomst uit zal gaan zien. Er zijn veel antwoorden maar even zoveel vragen. Laat dat nou precies de reden zijn geweest om deze keer stil te staan bij de praktijkondersteuner. Wat vindt u van de POH? Heeft u wel of geen praktijkondersteuner binnen uw praktijk en waarom wel of niet? Wij horen graag uw mening omtrent dit onderwerp. Deel dit met ons en anderen via twitter bijvoorbeeld via @Huisartsenserv Voor nu wensen wij u in ieder geval veel leesplezier met deze editie van HuisartsenService. Dirk-Jan Kruithof Uitgever

huisartsenservice


FOCUSX

DOOR HuisartsenService

Kwaliteit en de onstuitbare opmars van de POH In slechts een paar jaar tijd is de eerstelijnszorg ingrijpend veranderd. Op ieder vlak. Een segment dat er echter uitspringt omdat het er tot een aantal jaar geleden niet was, is de praktijkondersteuner. De rol die de praktijkondersteuner in veel praktijken speelt, wordt ook steeds sterker onderkend. De regels voor praktijkondersteuners in de huisartsenzorg (POH) worden vanaf 2016 aangepast. Huisartsen en zorgverzekeraars krijgen meer ruimte om praktijkondersteuning binnen huisartsenpraktijken vorm te geven. Maar komt dit de kwaliteit ten goede?

D

e opkomst van de praktijkondersteuner is uiteraard rechtstreeks te linken aan de nog immer groeiende groep patiënten die chronische zorg behoeft en het aantal patiënten met psychische klachten die in de eerstelijnszorg terecht is gekomen. Terwijl deze transitie zich voltrok, is ook het werk van de praktijkondersteuner veranderd. Waar met name de POH somatiek van origine werd ingezet om de zorgbegeleiding van heel specifieke patiëntengroepen (diabetes, astma/ COPD en hart- en vaatziekten) op zich te nemen en de huisarts hierin te ontlasten, is er veel veranderd. Door de relatief snelle ontwikkelingen binnen enerzijds de (levensstijl van de) patiëntpopulatie en anderzijds de eerstelijnszorg (marktwerking, zorgstandaarden, ketenzorg)

is het vak praktijkondersteuner ook aan een zacht gezegd enerverende dynamiek onderhevig. Het maakt dat ‘de praktijkondersteuner’ anno 2015 geen vastomlijnd beroep is en de werkzaamheden volkomen afhankelijk zijn van zorginstelling, de regio waarin deze zich bevindt of de praktijksamenstelling. Dat maakt ook dat er verschillende competentieniveaus zijn. 4

huisartsenservice

HOGE KWALITEIT Wel kan heel kort door de bocht worden gesteld dat de praktijkondersteuner inmiddels de partij is, die binnen de eerstelijnszorg een heel groot deel van het persoonlijke patiëntencontact heeft overgenomen van de huisarts. Binnen de ketenzorg is de praktijkondersteuner de spil geworden waarom alles draait. Nu veel zorgverleners met hun zorggroep inmiddels de standaard ketenzorgprogramma’s zowel financieel als organisatorisch op de rit hebben, kan de praktijkondersteuner door de ketenzorgafspraken een groot deel van de zorg zelfstandig uitvoeren. Diverse onderzoeken hebben inmiddels aangetoond dat de oorspronkelijke doelen waarmee de eerste praktijkondersteuners begin deze eeuw werden geïntroduceerd (kosten- en werkdrukvermindering bij huisart-

sen) niet zijn behaald. De komst van de praktijkondersteuner heeft niet direct geleid tot een vermindering van de subjectieve werkdruk van de huisarts en de kosten zijn ook niet drastisch geslonken. Patiënten zijn doorgaans wel tevreden en krijgen via de praktijkondersteuner meer inzicht in hun gezondheidssituatie dan via de huisarts, wat kan leiden tot een verhoogde therapietrouw. Het maakt dat praktijkondersteuners die de zorg van chronische patiënten monitoren verbeterde gezondheidsresultaten kunnen behalen ten opzichte van de huisarts en een grote preventieve rol hebben gekregen. Het hangt echter van de kwaliteit van de POH af hoe verstrekkend de resultaten zijn en dat is in geen enkel protocol opgenomen. EXPLOSIEVE GROEI De POH somatiek kan worden gezien als ‘de eerste golf ’ praktijkondersteuners. De tweede groep die een enorme vlucht heeft genomen is de POH-GGZ. Sinds op 1 januari 2014 de basis-GGZ is ingevoerd, kunnen alleen nog patiënten met een psychische stoornis zoals depressie of angststoornis bij de gespecialiseerde GGZ terecht. Heeft iemand een lichtere vorm van psychische problemen, dan stromen deze de eerstelijnszorg in. Dat heeft zijn effect heel duidelijk gehad. Volgens de laatste meting van onderzoeksinstituut Nivel kwam vorig jaar ongeveer één op de zes patiënten met psychosociale problemen via de huisarts bij een POH-GGZ terecht. In 2010 was dat nog slechts één op de dertig. Waar in 2010 nog in slechts iets meer dan dertig procent van de huisartspraktijken werkte met een POH-GGZ, was dat vorig jaar al 88 procent, waarvan in veel gevallen de praktijk zelfs met meerdere POH-GGZ werken. Uit de cijfers bleek tevens dat slechts zes procent van de Nederlandse huisartspraktijken niet van plan is om op korte termijn een POH-GGZ te werven. De voornaamste redenen hiervoor bleken óf het ontbreken van

“Huisartsen willen steeds vaker praktijkondersteuning inzetten, zorgverzekeraars willen deze vorm van zorg ook inkopen” een praktijkruimte, óf het (nog) niet gebruikmaken van de regeling die de inzet van de POH-GGZ mogelijk maakt. STIJGENDE OMZET De verschuiving blijkt door de bank genomen ook lucratief. Of tenminste, deze zou dat kunnen zijn. Begin dit jaar werd een nieuw bekostigingsmodel voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg geïntroduceerd, na een akkoord tussen de minister van VWS en de sector. Met de invoering hiervan, is de omzet van de gemiddelde huisartsenpraktijk licht gestegen. Gemiddeld bijna 1,2 procent, zo meldde de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) in juli. Zij hebben samen met VIP Calculus aan de hand van de cijfers van 500 praktijken het eerste kwartaal van 2015 afgezet tegen dezelfde periode in 2014. Hieruit is gebleken dat per 1000 ingeschreven patiënten de gemiddelde totaalomzet met 425 euro steeg (1,18 procent). “Deze ‘bescheiden’ stijging is het resultaat van een omzetstijging in de basiszorg (segment 1) en de ketenzorg (segment 2) en een omzetdaling in segment 3 en de zorg ‘buiten segmenten’”, zo meldt de LHV, die waarschuwt dat de stijging niet meer dan een gemiddelde is. “Er zijn uitschieters van wel 20 procent, zowel naar boven als naar beneden.” Binnen segment 1 komt de omzetstijging voor een groot deel voor rekening van de POH5

huisartsenservice

GGZ, zo stellen analisten. Binnen de ketenzorg ligt de omzetstijging voor een groot deel in de COPD en het cardiovasculair risicomanagement, dat door steeds meer praktijken is opgepakt, al brengt dit ook additionele kosten met zich mee. Omzetdaling zat met name in oude M&I verrichtingen en is vooral te zien bij de POH somatiek. KNELPUNTEN Het belang van met name de POH GGZ is ook onderkend door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Zij gaven begin juli aan dat huisartsen en zorgverzekeraars vanaf 2016 meer ruimte krijgen om praktijkondersteuning binnen huisartsenpraktijken vorm te geven. “De NZa past met ingang van 2016 de bestaande regels over de maximale inzet van de zogeheten functie POH GGZ aan. Huisartsen willen steeds vaker praktijkondersteuning inzetten en zorgverzekeraars willen deze vorm van zorg ook inkopen”, zo meldt de zorgautoriteit, die in samenspraak met zorgaanbieders en zorgverzekeraars het afgelopen jaar heeft gewerkt aan de doorontwikkeling van het begin 2015 doorgevoerde bekostigingsmodel. Het idee is dat de nieuwe regels een einde maken aan de knelpunten die er zijn in de bekostiging van POH GGZ. “Een belangrijke reden is dat de contractonderhandelingen voor het jaar 2015 tussen huisartsen en verzekeraars moeizaam verliep. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben behoefte aan ‘regelrust’. Met kleine wijzigingen in de bekostiging komt de NZa tegemoet aan een aantal geconstateerde knelpunten”, aldus de NZa. Binnen de veranderingen wordt het maximumtarief voor de module POH GGZ opgehoogd en wordt het mogelijk om maximaal één fte POH GGZ per normpraktijk vergoed te krijgen. Binnen de nieuwe regels wordt geen uitspraak gedaan omtrent de inzet van POH GGZ, afspraken hierover moeten worden gemaakt door de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars.


TEKST Esther Schulting

POH IN BEELD

Vanwege het hoofdthema van deze editie, brengen we in dit nummer niet alleen een ‘Huisarts In Beeld’, maar ook een praktijkondersteuner, te weten de Zeeuwse POH Corry Jeronimus-Renema.

VERSCHILLENDE ACHTERGRONDEN Wat in de hele discussie achterwege blijft, is de kwaliteit van de praktijkondersteuner en de multidisciplinaire inzetbaarheid die in veel gevallen wordt verwacht. Zeker door de toenemende vergrijzing komt de zorg van steeds meer chronische patiënten die óók psychische klachten hebben in de eerstelijn terecht. Het is dan de keus aan de huisarts of deze hier twee POH op wil zetten (een voor de chronische aandoeningen, de ander voor het GGZ-deel) of dat er een allrounder voor wordt gezocht. Daar ligt op dit moment een verschil in kwaliteit, puur gebaseerd op de achtergrond van de praktijkondersteuner. Deze heeft om het vak uit te kunnen oefenen een aanvullende opleiding voor praktijkondersteuning gevolgd. Voor HBO-verpleegkundigen duurt deze opleiding een jaar. Voor doktersassistenten en MBO-verpleegkundigen duurt deze twee jaar. De POH GGZ heeft daar bovenop nog een aanvullende opleiding. Volgens het begin dit jaar door de LHV opgestelde nieuwe functie- en competentieprofiel POH GGZ, geldt hier nu de richtlijn van een opleidingsduur van 20 dagen cursorisch voor, met minimaal een

jaar acht uur per week werkervaring in een huisartsenpraktijk. De opleiding staat open voor onder andere sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen, verpleegkundigen met GGZ-ervaring, maatschappelijk werkers en POH somatiek. Het staat buiten kijf dat sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen hierbinnen van nature al meer kennis en kunde meebrengen dan een POH somatiek ooit in zou kunnen halen. Het maakt dat de kwaliteitsverschillen groeien, ondanks het feit dat iedereen langs dezelfde protocollen werkt. DOORONTWIKKELING Er is dus een verschil in medische achtergrond tussen een verpleegkundige die zich doorontwikkelt tot praktijkondersteuner (en later wellicht

“Door de toenemende vergrijzing komt de zorg van steeds meer chronische patiënten in de eerstelijn terecht” 6

huisartsenservice

POH GGZ) en een doktersassistente die zich tot dezelfde functie doorontwikkelt. Laatstgenoemde kan uiteraard heel goed zorgprotocollen volgen, maar praktijkondersteuners met een verpleegkundige achtergrond (of dat nu MBO of HBO is) zijn binnen een huisartsenpraktijk veel breder inzetbaar en zijn – ondanks dezelfde titel – dus veel hoger gekwalificeerd, met alle kosten van dien. Vandaar dat eerder in deze tekst werd gesteld dat ‘de praktijkondersteuner’ anno 2015 geen vastomlijnd beroep is. De inhoudelijke zwaarte van de in het vak werkzame mensen verschilt van persoon tot persoon. Dat is inherent aan het snel veranderende zorglandschap waarin een ieder zich begeeft en dit zal zich ongetwijfeld de komende jaren gaan uitkristalliseren, maar het is een zorgelijk punt dat in de voortrazende ontwikkelingen nog wel eens naar de achtergrond dreigt te verdwijnen. Voor de huisarts die op zoek is naar een goede praktijkondersteuner, is het dus zaak om heel goed in het achterhoofd te houden naar welke competenties men echt op zoek is. Uiteraard adviseert HuisartsenService hierbij graag, zodat u kunt beschikken over een praktijkondersteuner op maat.

Wat zijn jouw exacte werkzaamheden en voor welke huisartsen werk je? “Ik werk op dit moment voor twee huisartsen. Voor dokter Boejharat in Middelburg werk ik inmiddels zeven jaar. Door bemiddeling van MedWay werk ik momenteel ook als vervanger voor een zieke collega bij dokter De Jong in Maasdam. Mijn werkzaamheden omhelzen de werkvelden Diabetes 2, waarbij ik ook patiënten die insuline gebruiken zie, CVRM, Astma/COPD, ouderenzorg en Stoppen Met Roken. Daarnaast neem ik, indien nodig, de telefoon aan, doe longfunctietesten, soms uitstrijkjes, urinestrippen, SC- en IM-injecties; enfin alle voorkomende werkzaamheden in een dokterspraktijk. De diversiteit is wat het beroep zo leuk maakt.” Hoe ben je praktijkondersteuner geworden? “Ik ben van origine wijkverpleegkundige. Omdat dit werk voor mij na een herniaoperatie lichamelijk te zwaar werd, moest ik op zoek naar een andere invulling van mijn verpleegkundige capaciteiten. De functie praktijkondersteuner van de huisarts leek me een prachtige baan en dat is het ook gebleken. Ik heb een post HBO-opleiding gedaan voor de POH en heb geen moment spijt van deze keus gehad. Het bleek doordat ik intensief met mensen werk die mooie baan die ik had verwacht. Omdat iedereen anders is, is dit een heel afwisselende baan. Erg prettig vind ik ook dat ik de avond-, nacht- en weekenddiensten achter me kon laten” Waar liggen de uitdagingen binnen de werkzaamheden? “Het actief samen met de persoon die bij je komt zoeken naar mogelijke positieve doelen en veranderingen die bij hem of haar passen, ook al is een status quo daarbij soms het hoogst haalbare. Daarnaast de samenwerking met collega’s en huisartsen, het is echt teamwork. Verder ligt er de uitdaging om constant up to date te blijven en je kennis te blijven bijschaven en aanvullen, door het bijwonen van symposia en nascholingen bijvoorbeeld.” Je noemt net het teamwork, hoe zorg je er voor dat je als praktijkondersteuner geen spreekwoordelijk

7

eilandje wordt binnen een praktijk? “De samenwerking tussen huisarts en assistenten is juist van cruciaal belang. We staan op elkaars schouders, we helpen elkaar. Een onderlinge taakverdeling is dan belangrijk, zodat iedereen weet wie wat doet. Overigens loopt dat ook wel eens door elkaar. Als ik iemand kan helpen doe ik dat graag. Het dagelijks overleg met de dokter is een onontbeerlijk element in mijn werk. De dokter kent de patiënten doorgaans erg goed en daarbij moeten alle medicatieaanpassingen via hem gaan.” Zijn er ook minder leuke kanten aan het werk? “Nadeel van ons werk vind ik de grote hoeveelheid administratie. Een veel gehoorde klacht over de hele breedte van de hele zorg. Maar ja dat hoort er nou eenmaal bij.” Hoe kijken mensen tegen jouw werkzaamheden aan? Je bent geen huisarts en ook geen assistent, de praktijkondersteuner is nog relatief ‘nieuw’. “Patiënten moeten soms even wennen aan mijn werkzaamheden. Voor mensen die al jaren op het DM2 spreekuur komen, is het gesneden koek. De nieuwe patiënten moet ik het werk van de POH soms uitleggen. Ik leg dan altijd uit dat de POH een aantal taken overneemt van de huisarts, om zo zijn werkzaamheden te kunnen verlichten. Wel op een ander niveau dan de huisarts, maar daarom niet minder belangrijk. Veel mensen ervaren onze persoonlijke benadering en inzet als heel prettig, een enkeling wil bij de huisarts blijven komen.” Wat zijn de voordelen van een praktijkondersteuner voor de totale eerstelijnszorg? “Ik heb het idee dat sinds de invoering van de POH in de zorg in ieder geval de diabeteszorg in zijn geheel goed gestroomlijnd is. Dit vertaalt zich in de praktijk hopelijk door beter ingestelde patiënten. Ze kunnen hun vragen aan mij stellen en samen zoeken we naar oplossingen of antwoorden. Door regelmatige nascholingen, kunnen we nieuwe inzichten direct aan de patiënten doorgeven en de zorg op die manier nog verder verbeteren.”

huisartsenservice


DOOR Edgar Kruize

CHATGESPREK NIET HELDER VOOR

?

ZORGVERLENER

Voor patiënten is een online (chat) consult veelal een laagdrempelige oplossing om met de zorgverlener in gesprek te raken. Deze vindt het verlenen van dergelijke zorg echter minder geslaagd, zo blijkt uit onderzoek van Wyke Stommel van de Radboud Universiteit en Hedwig te Molder van de Wageningen Universiteit en Universiteit Twente. De onderzoekers hebben informatie- en adviesgesprekken van de Alcohol, Drugs en Roken Infolijn van het Trimbos Instituut als uitgangspunt genomen en daarbij telefonisch- en chatcontact tegenover elkaar gezet. “De omgangsnormen voor chat zijn nog minder uitgekristalliseerd en dat biedt vrijheid, in ieder geval voor de hulpvragers, die bijvoorbeeld regelmatig niet expliciet bedanken voor het advies”, aldus Stommel tegenover GGZ Nieuws. “Een pauze tussen posts kan duiden op weerstand maar ook op dat de hulpvrager iets anders aan het doen is. Dat probleem treedt in een telefoongesprek niet op.” Uit het onderzoek blijkt tevens dat er middels chatcontact patiëntengroepen bereikt worden die

anders buiten het zorgnet vallen. Omgangsprotocollen blijken het grootste probleem. “Als je alleen ‘OK’ als antwoord krijgt, weet je niet of het advies in goede aarde gevallen is. Aan de telefoon zeggen hulpvragers veel vaker zoiets als ‘Nou bedankt dan weet ik genoeg’ en dan weet je dat je kunt afsluiten.”

Huisarts dupe wachttijd GGZ

Omdat doorverwijzen naar specialistische zorg niet of lastig te realiseren is, behandelen steeds meer huisartsen mensen met ernstige(re) psychische problemen zelf. Dit blijkt uit een enquête van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) onder bijna 1900 huisartsen. De cijfers tonen dat 80 procent van de huisartsen het afgelopen jaar meer mensen hebben gezien die specialistische geestelijke gezondheidszorg behoeven. Binnen de nieuwe regelgeving is de Nederlandse huisarts (al dan niet met hulp van POH ggz) verantwoordelijk voor de behandeling van mensen met lichte psychische 8

huisartsenservice

problemen. Als complexe(re) patiënten doorverwezen moeten worden naar een specialistische zorgverlener, moet men met een wachttijd van acht weken of langer rekenen. Van de mensen die specialistische zorg nodig hebben, loopt 51 procent tegen problemen aan. De huisartsen die aan de enquête hebben deelgenomen, geven aan dat zij de patiënten in de overbruggingsperiode blijven behandelen, maar dat ze dit niet verantwoord vinden.

Suske en Wiske in de wachtkamer Het speciale Suske en Wiske-album Tante Biotica wordt momenteel verspreid onder 4500 huisartsen en 1900 apotheken in het land. Het eerste boek is begin september door minister Schippers van Volksgezondheid uitgereikt aan huisarts Cassandra Zwaan-Gagenel te Baarn. De minister, zelf woonachtig te Baarn, hoopt dat met het stripboek dat in de wachtkamers van huisartsen en apotheken komt te liggen, de patiënt meer bewust wordt van juist antibioticagebruik. Binnen Europa vallen naar schatting op jaarbasis zo’n 25.000 doden door antibioticaresistentie, extra ziekenhuisopnames en maatregelen om patiënten te isole-

ren vormen een kostenpost van 1,5 miljard euro. Het project is afkomstig uit de koker van de Belgische Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid en heeft de overstap naar Nederland gemaakt. In juni werd bekend dat het kabinet onjuist gebruik van antibiotica wil terugdringen, om zo het ontstaan van antibioticaresistentie tegen te gaan. Belangrijk onderdeel hierbinnen is voorlichting aan de bevolking. Dit najaar start een nieuwe publiekscampagne die gericht is op het vergroten van de bewustwording en kennis over de werking en het gebruik van antibiotica, waarvan het stripboek een onderdeel is.

altijd geïnformeerd moeten worden. “In brede zin vind ik het onwenselijk dat patiënten veel vaker ‘onwetend’ worden gehouden, ook door artsen.” De SP geeft als optie het anonimiseren van de dossiers, daar het dan ook niet noodzakelijk is om patiënten te informeren. “Totdat anonieme inzage geregeld is, moet je mensen informeren. Het lost alleen niet alles op, omdat het ook veel onrust kan veroorzaken”, aldus SP-Kamerlid Renske Leijten tegenover genoemd tv-programma. Andre Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, zegt te willen onderzoeken in hoeverre er mogelijkheden zijn om patiënten over inzage in hun medisch dossier te informeren.

KAMER: ‘PATIËNTEN MOETEN GEÏNFORMEERD OVER INZIEN MEDISCH DOSSIER’

NOAC’s voorschrijven door de huisarts

Een Kamermeerderheid (PvdA, CDA, PVV, GroenLinks en SP) vindt het onwenselijk dat patiënten wiens medisch dossier is ingezien door zorgverzekeraars daarover niet worden geïnformeerd. Het gaat hier om inzage in het dossier als onderdeel van de wettelijke plicht die zorgverzekeraars hebben om te controleren of zorgverleners doelmatig en rechtmatig declareren. Tegenover tv-programma De Monitor stelt Lea Bouwmeester (PvdA) dat patiënten

Sinds eind juli is het mogelijk voor huisartsen om Nieuwe Orale AntiCoagulantia voor te schrijven aan patiënten die al een NOAC-gebruiken. Het eerste recept moet nog steeds door een specialist worden voorgeschreven, voorzien van een artsenverklaring die twaalf maanden geldig is. Na dit jaar kan de huisarts het recept voor de antistollingsmiddelen verlengen. Hierbij hoort een artsenverklaring ‘Vervolgaanvraag’. Meer informatie en de mogelijkheid om de artsenverklaring te downloaden kan via www.znformulieren.nl.

9

huisartsenservice

Zeeuwse huisartsen onder druk in vakantieseizoen

Tijdens de zomervakantie hebben Zeeuwse huisartsen onder grote druk moeten werken. De toegenomen zorgtaken, in combinatie met het vakantieseizoen (enerzijds additionele patiënten in de vorm van toeristen, anderzijds waarneemtaken voor vakantievierende collega’s) hebben voor extra werkdruk gezorgd. Met name in toeristisch populaire gemeentes zoals Renesse, is het aantal patiënten per dag met gemiddeld veertig toegenomen. De Landelijke Huisartsenvereniging heeft aangekondigd op Walcheren onderzoek te gaan doen naar de extra druk die de afgelopen maanden is ontstaan. Zeeuwse huisartsen hebben aangegeven dat toeristen benaderd moeten worden, met de mededeling dat zij eerst sites als huisarts.nl moeten bezoeken om te zien of hun klacht wel een bezoek waard is en om te zorgen dat ze moeten controleren of de medicijnvoorraad in orde is vóór zij op vakantie gaan.


ACHTERGRONDX

TEKST Edgar Kruize

Kwaliteit diabeteszorg ondersteunen door inzichten te vergroten en daarmee uitkomsten te verbeteren Diabeteszorg heeft in de afgelopen tien jaar een enorme vlucht gemaakt. Daarvoor zijn verschillende factoren aan te wijzen, de meest significante zit in de explosieve groei van patiënten met diabetes en de manier waarop de veranderende gezondheidszorg zich daarop heeft aangepast. De kosten zijn door die vernieuwende zorgprocessen gestegen, maar de resultaten zijn er verhoudingsgewijs ook beter op geworden. Wat maakt dat de eerstelijn, waarbinnen het grootste gedeelte van de chronische diabeteszorg terecht is gekomen, deze toenemende kostenpost kan terugdringen, terwijl de resultaten nog verder zullen verbeteren? De transformatie die in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, is voortgekomen uit een verbeterd inzicht en veranderde visie op chronische (diabetes)zorg. Die heeft zich binnen de huisartsenpraktijk ontwikkeld van een basale zorg, waarbij een verpleegkundige de voeten van diabetespatiënten controleerde, tot het punt waarop praktijkondersteuners zich hebben gespecialiseerd, er zorgprotocollen en -standaarden zijn opgesteld en vrijwel de volledige chronische diabetes mellitus type 2-zorg naar de eerstelijn is verplaatst.

Voor een huisartsenpraktijk betekent dit dat de werkbelasting is toegenomen, budgetten onder druk staan en door de groei van met name patiënten met diabetes type 2, de zorgvraag alleen maar groter blijft worden. Dit vraagt een toenemende mate van ondernemerschap, waarbij de vraag opdoemt in hoeverre de huisarts anno 2015 nog echt ‘arts’ is, in plaats van manager. OMSLAG HuisartsenService ziet die uitdagingen en hoort van huisartsen die worden bezocht dat verdere verandering noodzakelijk is. Het team van HuisartsenService is daarbij de mening toegedaan, dat met een mentaliteitsverandering bij patiënt en zorgverlener veel bereikt kan worden. De diabetespatiënt zou beter af zijn als deze zich niet langer in een ‘passieve’ rol bevindt, waarbij viermaal per jaar een controle bij een praktijkondersteuner het zorgproces is. De omslag dient te worden gemaakt naar een patiënt die niet langer aan een ziekte lijdt, maar leidend wordt in het managen van de diabetes therapie. In samenwerking met een aantal partners wordt gewerkt met therapieondersteunende programma’s die deze omslag kunnen bewerkstelligen. Eén van deze partners is Roche Diabetes 10

huisartsenservice

Care, die de visie deelt dat indien de patiënt zelf nog vaker het voortouw neemt in het omgaan met zijn of haar ziektebeeld, de resultaten beter zullen zijn. PATIËNT CENTRAAL Dat er een zorgstandaard is met de daarbij behorende protocollen, hoeft in deze benadering van de therapie geen belemmering te zijn. Georges Belderbos, Therapy Solutions & Support Manager bij Roche Diabetes Care, geeft aan dat hierbinnen voor de zorgverlener en de patiënt veel ruimte is om nader tot elkaar te komen. “Het feit dat er een zorgstandaard is afgesproken, is een vereiste en de basis voor goede diabeteszorg. Deze borgt een bepaalde ondergrens van kwaliteit. Feit is echter dat er binnen de Nederlandse huisartsenpraktijken op het gebied van diabeteszorg een grote diversiteit is aan kennis en kwaliteiten. Er is ruimte voor optimalisatie en vanuit de huisartsenpraktijken horen wij de wens daartoe ook regelmatig. Protocollen zijn er om de lijnen uit te zetten, maar daarbinnen is veel ruimte voor maatwerk. Wij zijn van mening dat het van belang is dat die protocollen en zorg op maat dichter bij elkaar gaan komen. Dat is onder andere te bereiken door de patiënt nog meer

centraal te stellen en in te zoomen op de individuele situatie.” GEDRAGSVERANDERING ALS SLEUTEL In alle werkzaamheden die het bedrijf ontplooit, is het uitgangspunt van Roche Diabetes Care om er voor te zorgen dat diabetespatiënten door hun ziekte zo min mogelijk beperkingen ervaren. “Het is van groot belang om mensen grip te laten krijgen op hun eigen situatie. Dat doe je door niet alleen de patiënt zelf te helpen, maar ook de personen om de patiënt heen. Niet alleen door te vertellen wat wel/niet moet. Als iets van bovenaf wordt opgelegd zijn mensen minder geneigd daar in mee te gaan. Wel door het realiseren van gedragsverandering en het bieden van kennis en inzichten, op basis van de individuele situatie van die patiënt.” Pieter Mackaaij, Market Access

Manager bij Roche, voegt daar aan toe dat dit laatste een sleutel kan zijn. “Iemand kan pillen slikken wat hij wil, of insuline spuiten, daarmee wordt een onderliggend probleem niet aangepakt. Een ander perspectief is een sleutel. Een verbeterd kennisniveau, veranderd gedrag en het maken van bewuste keuzes. Uiteraard wel gecombineerd met juist en verantwoord gebruik van geneesen hulpmiddelen .” GIDSROL Het internationaal opererende Roche Diabetes Care geldt als een pionier in de ontwikkeling van systemen voor bloedglucosecontrole- en toediening en is een wereldleider op het gebied van systemen en diensten voor diabetescontrole. Het bedrijf maakt echter, zowel in Nederland als mondiaal, een transitie door. Hierbinnen zijn techniek en inno11

huisartsenservice

vaties slechts een onderdeel van de totaaloplossing, zo stelt Belderbos. “Wij zien in HuisartsenService een partij die goed in staat is vanaf een ander perspectief – dus niet vanuit medicatie of vanuit een product – die transitie bespreekbaar te maken binnen de eerstelijn. Daar ondersteunen we hen graag in.” Mackaaij: “Uiteraard claimen wij niet alle wijsheid in pacht te hebben. Vanuit onze expertise willen wij echter een bijdrage leveren aan doelmatiger inzet van resources die gepaard gaan met de groei van het aantal diabetespatiënten, en tegelijkertijd een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de diabeteszorg. We denken dus continu na over welke kleine stappen gezet kunnen worden om enerzijds de kwaliteit van leven voor de patiënt te verbeteren, anderzijds de druk op de zorgverleners te verminderen. Wij zijn van mening dat dit onder meer


e i t c e l Se DOOR Esther Schulting

“Mensen met diabetes ondersteunen op alle vlakken waar zij in de dagelijkse praktijk mee te maken krijgen, is ons uiteindelijke doel” mogelijk is door het aanreiken van nieuwe inzichten. Bijvoorbeeld door aan te geven dat de waarde van een bloedglucosemeting ‘het startpunt’ van een therapie is en niet zomaar een getalletje. Het is zaak dat de patiënt dit getal in relatie brengt met zijn eigen gedrag en acties. Dat vraagt om een andere benadering van de zorgverlener. Die gidsrol is een toegevoegde waarde die huisartsen, diabetesverpleegkundigen en praktijkondersteuners kunnen geven.” REGIE NEMEN Inmiddels zijn enkele van de therapieondersteunende programma’s die Roche heeft ontwikkeld uitvoerig getest in een pilotsetting binnen de tweedelijn. Met daaruit voorkomende data, is doorontwikkeld tot de programma’s aansloten op de hulpvraag, aldus Belderbos. “Die pilotsetting en de resultaten die deze met zich meebrachten, bieden ons voldoende basis om deze programma’s ook binnen de eerstelijn van toegevoegde waarde te laten zijn. Met als uiteindelijk doel om er voor te zorgen dat de patiënt niet nodeloos belandt in de tweedelijn, met alle bijkomende kosten van dien.” Belderbos zegt dat Roche zich realiseert dat die gedragsverandering en het nemen van eigen verantwoordelijkheid door patiënten niet van de een op de andere dag gerealiseerd is, maar dat de potentie voor deze transformatie in diabetesmanagement er zeker is. “Het is aan de behandelaar om mensen op weg te helpen hun resultaten te interpreteren, zodat zij zelf – uiteraard binnen de bandbreedte die je van een individuele patiënt mag verwachten – hun levensstijl proactief bijstellen.

Dán heb je het over regie nemen.” THERAPIETROUW Roche ziet dat de zorgverzekeraars zich ook steeds vaker focussen op de langetermijneffecten van hun vergoedingen. De inkoop van diabeteshulpmiddelen is de laatste jaren aan verandering onderhevig geweest, met als resultaat dat de in te zetten hulpmiddelen eenzijdig werden bepaald, zonder daarbij op het individu te letten. Inmiddels lijkt men er steeds vaker van doordrongen, dat binnen de keuze voor een hulpmiddel de therapie van de patiënt centraal zou moeten staan. Mackaaij stelt dat het eenzijdig bepalen tot situaties heeft kunnen leiden, waarbij mensen die goed ingesteld waren hun therapietrouw verloren. “Je zag dit bijvoorbeeld gebeuren bij het aantal en het soort teststripjes dat werd vergoed. Door een systeem dat laagdrempelig meten mogelijk maakte minder te vergoeden, zie je de therapietrouw bij sommige gebruikers afnemen. Vervolgens werd de insuline minder goed ingesteld, wat weer leidde tot schommelende HbA1c-waarden et cetera. In verschillende therapiecategorieën is er al bewijs geleverd dat patiënten de dupe zijn van verkeerde prikkels in de markt. Het uiteindelijke resultaat zal zijn, dat juist die patiënten een hogere kostenpost gaan worden.” MENSEN ONDERSTEUNEN Tim Juergens, General Manager van Roche Diabetes Care, ziet die ontwikkeling ook en het bevreemdt hem dat er in het kijken naar de kosten voor een groot deel naar specifiek dit segment gekeken wordt. “Uiteraard is het goed om op de kosten te letten. Wie echter naar het totaal kijkt, 12

huisartsenservice

zal zien dat bijvoorbeeld de kosten van de teststripjes niet het verschil maken. In het verleden werd daar op bezuinigd, zonder dat de toegevoegde waarde werd erkend. Je ziet nu dat zorgverzekeraars steeds meer naar die toegevoegde waarde voor de individuele patiënt zijn gaan kijken. Roche focust eveneens op producten en diensten met een bewezen medische meerwaarde, waarbij de patiënt met al zijn wensen en mogelijkheden centraal staat. Door deze focus te houden en die patiënt uiteindelijk meer regie te geven, kunnen kwaliteit en doelmatigheid worden verhoogd. De therapieondersteunende programma’s geven zorgverleners tijdwinst. Zodoende kan men meer patiënten zien per dag, of er voor kiezen juist meer tijd per patiënt uit te trekken. Als een patiënt zelf de regie houdt, kan dit leiden tot een verbeterde kwaliteit van leven. Anderzijds kunnen behandelaren zien dat er resultaten worden behaald die in lijn zijn met het behandeldoel. Mensen met diabetes ondersteunen op alle vlakken waar zij in de dagelijkse praktijk mee te maken krijgen, is ons uiteindelijke doel. De gestructureerde programma’s die zijn ontwikkeld, zijn daar een onderdeel van. Het beschikbaar maken van die programma’s, die volledig voldoen aan alle kaders binnen de ketenzorg, is onze doelstelling. Wij geloven dat hiermee voor iedereen kwaliteitswinst te behalen is en daar zetten wij geen specifieke targets op. Als binnen nu en bijvoorbeeld een jaar één à twee zorggroepen hun patiëntenpopulatie op deze manier goed kunnen begeleiden, is dat voor ons al de moeite waard.” Daar hebben alle betrokken partijen baat bij.

MEDISCHE TIPS & TRUCS

FILMTIP / VENTOUX De fietsroman over vier mannen die de Mont Ventoux bedwingen, om met elkaar een jeugdtrauma te verwerken, was in 2013 een bestseller. Sinds deze zomer is er nu ook de ‘feel good’ film met rollen voor onder andere Wilfried de Jong en Kasper van Kooten. Het te verwerken trauma dat dateert uit 1982, met intriges rond een oude schoolliefde, zet de verhouding tussen de vier verder op scherp.

GROOVY KOFFIE LP’s, singletjes, kent u ze nog? Ze zijn weer helemaal terug, zelfs de jeugd draait weer plaatjes. Dus wilt u een beetje meedoen (met uw kinderen), dan zet u uw koffie natuurlijk op deze hippe onderzetters! O.a. te koop via ebay.com

! SEE THEM LIVE ud) (data onder voorbeho

CROSBY, STILLS & NASH 24 september 2015 Heineken Music Hall, Amsterdam

EDITORS 4, 5, 6 november Heineken Music Hall, Amsterdam

MADONNA 5, 6 december 2015 Ziggo Dome, Amsterdam

TAKE THAT 7 oktober 2015 Ziggo Dome, Amsterdam

SIMPLY RED 20&21 november Ziggo Dome, Amsterdam

FLORENCE + THE MACHINE 10 december 2015 Ziggo Dome, Amsterdam

RANDY NEWMAN Oktober 2015 Diverse locaties

CHARLES AZNAVOUR 22 november 2015 Heineken Music Hall, Amsterdam

THE COMMON LINNETS November/December 2015 Diverse locaties

EROS RAMAZZOTTI 3 november Ziggo Dome, Amsterdam

SELAH SUE 4 december 2015 Heineken Music Hall, Amsterdam

ENNIO MORRICONE 21 februari 2016 Ziggo Dome, Amsterdam

13

huisartsenservice


TEKST Edgar Kruize

INTERVIEW

Dr. Theo Roovers, allergoloog “Inhalatieallergie betekent meer dan alleen maar een beetje niesen”

O

p basis van diverse bevolkingsonderzoeken kan worden geconcludeerd dat naar schatting een derde van de Nederlandse bevolking in meerdere of mindere mate een inhalatieallergie heeft. Het is daarmee een van de meest voorkomende gezondheidsklachten, maar tevens ook een van de meest onderschatte, zo stelt Theo Roovers, allergoloog in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis Tilburg. Roovers pleit al jaren voor het serieus nemen van deze aandoening die een groot deel van de Nederlanders treft. “Een groot probleem in het onderschatten van allergie, is dat de impact die het heeft op de kwaliteit van leven niet goed zichtbaar is”, aldus Roovers. “Ik zeg weleens tegen een patiënt dat het jammer is dat we hier geen stuk gips om kunnen doen, dan beseft iedereen namelijk wel ineens dat er iets aan de hand is en dat de patiënt ernstig gehinderd wordt in zijn dagelijks leven.” Roovers loopt er nog dagelijks tegenaan, dat allergische neusklachten minder serieus worden genomen dan bijvoorbeeld allergische astma. Eveneens een probleem wat een enorme impact op de levens van de patiënten heeft, maar

14

huisartsenservice

waaraan veel minder mensen lijden. “Je zou kunnen concluderen dat binnen het publieke debat de astmazorg de zaken veel beter voor elkaar heeft, terwijl de impact van in het bijzonder allergieën op de bovenste luchtwegklachten enorm is.” VERLAAGDE PRODUCTIVITEIT Er is binnen Nederland nog geen exact onderzoek gedaan, maar op basis van een recent Zweeds onderzoek naar hooikoorts en andere vormen van allergische rhinitis, is eerder dit jaar een berekening gemaakt. Hieruit blijkt dat de kosten voor de Nederlandse samenleving op jaarbasis tegen de 3,3 miljard euro aan lopen. Dit voornamelijk door ziekteverzuim en verlaagde productiviteit van patiënten die last hebben van een aanval. “Vermoeidheid, slechte concentratie en - in het slechtste geval - een volkomen niet meer kunnen functioneren, het macro-economische effect is enorm. Maar het gaat verder dan dat”, zo vertelt Roovers. “Kinderen met allergieklachten hebben een hoger schoolverzuim. Denk bijvoorbeeld ook aan de eindexamenperiode. Die is steevast in het seizoen dat de hooikoortsklachten het meest hevig zijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat examenkandidaten die hooikoortsklachten hebben, gemiddeld een punt lager scoren op 15

huisartsenservice

hun eindlijst dan leeftijdsgenoten die nergens last van hebben. Dit heeft niets met intelligentie te maken, maar alles met de concentratieproblemen en de vermoeidheid die de allergie met zich meebrengt.” VROEG BEGINNEN Roovers noemt allergie dé epidemie van de 21ste eeuw en is een van de weinige gespecialiseerde artsen in Nederland. “Ik werk binnen het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis Ziekenhuis in een maatschap van drie allergologen. Een relatief grote bezetting, als je realiseert dat er in Nederland momenteel zo’n 26 specialisten rondlopen. Dat is te weinig om landelijk de problemen écht goed aan te pakken en zodoende zijn er overal wachtlijsten. Door de groei van het aantal patiënten, moet er echt iets gebeuren.” Een van de dingen die moet gebeuren volgens Roovers, is het eerder onderkennen van een probleem. Door er in (zeer) vroeg stadium te interveniëren, kan een verergering of in het ergste stadium zelfs een permanente overprikkelbaarheid van de luchtwegen worden ondervangen. “Het is absolute nonsens dat een kind met een leeftijd vanaf pas ruwweg 4 jaar onderzocht kan worden. Allergologisch onderzoek moet al starten op het moment dat ouders het vermoe-


TEKST Edgar Kruize

den hebben dat hun kind allergische reacties vertoont. Hoe eerder een kind onderzocht kan worden, des te groter de kans dat het probleem bij de kern kan worden aangepakt, al dan niet in samenwerking met andere zorgdisciplines.” GOEDE BEGELEIDING ESSENTIEEL Een grote verantwoordelijkheid binnen de allergiezorg ziet Roovers voor de huisarts. Niet alleen omdat het aantal specialisten in Nederland beperkt is, maar ook omdat het heel goed mogelijk is om binnen de eerstelijnszorg dergelijke patiënten te helpen. “Het begint bij de (h) erkenning dat er hier meer aan de hand is dan alleen maar een beetje niesen. Helaas is dat bij veel huisartsen nog wel enigszins de perceptie, al is dit aan het veranderen. Het gaat er om dat de klachten serieus worden genomen en dat er heel goed wordt gekeken naar het individuele geval. Of een patiënt die allergisch is voor berkenpollen of voor graspollen, maakt daarbij al uit, omdat een adequate behandeling valt of staat bij de timing. Welke behandeling ook wordt gekozen, begin daar op tijd mee. Niet door antihistamine voor te schrijven op het moment dat de klachten er zijn, dat is mosterd na de maaltijd. Idealiter start een preventieve behandeling met bijvoorbeeld steroïde neussprays twee weken voor het seizoen en loopt deze door tot een maand erna. Goede begeleiding, bijvoorbeeld in een eerste seizoen waarin de patiënt met medicatie start, is daarbij essentieel, evenals een goede diagnose vanuit de zorgverlener. Een patiënt moet de noodzaak van consequent gebruik en therapietrouw inzien. Ziet men dit niet, of wordt door de behandelaar op een verkeerd moment gestart en zijn de resultaten teleurstellend, zal een patiënt door het niet goed werken van de behandeling gedesillusioneerd raken en niet zo snel meer voor een symptomatische behande-

“Meest efficiënt blijft het aanpakken van de problemen bij de bron, door een zo vroeg mogelijk gestelde diagnose” ling kiezen. Met alle toekomstige gezondheidsproblemen van dien.” SELECTIE Heel kort door de bocht zijn er voor patiënten met een (inhalatie) allergie drie behandelmethodes. De eerste is het vermijden van allergenen, de genoemde symptomatische behandeling is de tweede en als derde oplossing is er immunotherapie. “De eerste oplossing is in het geval van inhalatieallergie uiteraard geen doen”, zo lacht Roovers. “Je kan jezelf nu eenmaal niet in een luchtdichte ruimte opsluiten. De tweede oplossing is een doekje voor het bloeden, al is dat in veel gevallen genoeg als patiënten slechts een lichte vorm van allergie hebben en de klachten relatief gezien meevallen. Immunotherapie pakt de onderliggende oorzaak van de allergie aan door middels smelttabletten of onderhuidse injecties een bepaalde hoeveelheid van het allergeen toe te dienen, waardoor het immuunsysteem uiteindelijk gewend zal raken en de allergische reactie uitblijft of vermindert. Dit is een intensief en

16

huisartsenservice

langdurig proces, welke drie tot vijf jaar duurt. In een tijd dat goed op de zorgkosten gelet moet worden is het zaak dat hierbij heel goed wordt gekeken bij welke patiëntengroep dit wordt ingezet, zodat de weegschaal tussen de kosten enerzijds en wat het de patiënt oplevert anderzijds in balans moet blijven. Als gezegd, het is te zwaar voor mensen die af en toe of slechts lichte allergielast hebben. Wie het echter inzet bij patiënten die ouder zijn en al vele jaren klachten hebben, voert een achterhoedegevecht. Het is juist de tussengroep die hierbij de meeste baat kan hebben en die selectie luistert zeer nauw.” VOLWAARDIGE KLACHT Vandaar dat Roovers zijn vakgenoten blijft wijzen op het zo vroeg mogelijk beginnen met de aanpak van allergieën. “Er zijn veel behandelmethoden, maar het meest efficiënt blijft het aanpakken van de problemen bij de bron door een zo vroeg mogelijk gestelde diagnose. Op het moment dat iemand een allergie heeft, wordt deze namelijk ook meer vatbaar voor andere allergieën, omdat het immuunsysteem van het lichaam nu eenmaal een zwakke plek heeft. Vroege behandeling voorkomt in veel gevallen een doorontwikkeling naar andere allergische reacties. Hoe ouder iemand is, hoe moeilijker het daarom is om de klachten volledig te doen verdwijnen, maar ook dan is door adequaat in te spelen op de klachten wel resultaat te behalen. Huisartsen dienen inhalatieallergie als hooikoorts dan ook te zien als een volwaardige klacht, die ook dusdanig behandeld moet worden. Wie het zorgbeleid in de pollenmaanden hierop aanpast en de patiënt perfect behandelt, kan in de eerstelijn ergere klachten zeker voorkomen.” De HuisartsenService is gestart met Allergie Ondersteuning. Voor meer info en vragen kunt u contact met ons opnemen via info@huisartsenservice.nl

HUISARTS IN BEELD

In de rubriek ‘Huisarts In Beeld’ belicht HuisartsenService in elke editie kort een huisarts. Ditmaal is dat de Marc van der Pas, die in mei samen met collega Maurice Bom in de Amsterdamse Bijlmer Huisartsen Ganzenhoef is gestart. Vanuit deze nieuwe onderneming, willen zij vanuit de filosofie van ‘de ouderwetse huisarts’ op een moderne manier eerstelijnszorg leveren.

Vanwaar de beslissing om een nieuwe onderneming te starten? “Mijn collega Maurice Bom en ik waren al langere tijd in de Bijlmer werkzaam als huisarts binnen een groter gezondheidscentrum. De zorg die daar werd gegeven was zonder meer goed, wij voelden ons echter steeds minder thuis in het grootschalige karakter van dat centrum. Met zo’n 10.000 patiënten, vier praktijken en acht huisartsen, hadden we het gevoel dat het persoonlijke contact dat wij als huisarts voor ogen hadden in die constructie niet konden geven aan onze patiënten. Vandaar dat we de beslissing hebben genomen om een kleinschalige praktijk op te zetten, waar we volgens de normen en waarden die we zelf belangrijk vinden kunnen werken.” Lag deze sprong in het diepe van jullie kant niet enorm gevoelig bij de (oud) collega’s? “Onze banden met de voormalige collega’s zijn nog heel goed, we sluiten ene eventuele samenwerking in de toekomst zeker niet uit. Echter, het loskoppelen van de oude constructie, waar nog een stichting boven hing waar we mee te maken hadden, lag uitermate gevoelig. We zitten met onze praktijk nog geen honderd meter verderop, wat ook aan de gevoeligheid bijdraagt, overigens. Maar nu de stap genomen is, zijn we enorm blij dat we nu onze volledige energie kunnen steken in het opbouwen van iets moois.” Is het lastig om als startende onderneming een patiëntenbestand te verwerven? “Vanzelfsprekend mochten we onze vaste patiënten niet vertellen dat we voor onszelf begonnen, we konden binnen het oude centrum in het geheel geen reclame maken. Hier in Amsterdam Zuid-Oost is er echter genoeg ruimte voor meer praktijken, ook naast de onze. Ter promotie is mijn collega bijvoorbeeld bij het Ghanese radioprogramma van de lokale omroep geweest, we hebben flyers laten maken en we hebben onze portretten groot op de gevel gepositioneerd. Dat laatste helpt enorm voor de herkenbaarheid bij onze oude patiënten, waarvan

17

inmiddels meerdere de overstap hebben gemaakt. Het aantal aanmeldingen is sinds de start in mei al hoger dan verwacht , dus dat stemt ons uitermate tevreden.” Persoonlijk contact is binnen Huisartsen Ganzenhoef een speerpunt. Waarin onderscheiden jullie je nog meer? “Het persoonlijke is het belangrijkste. We willen de ‘ouderwetse huisartsenzorg’ terugbrengen in deze regio, wat betekent dat de patiënten een vast gezicht hebben en de vertrouwensband die tussen huisarts en patiënt aanwezig dient te zijn daadwerkelijk opgebouwd kan worden. We willen die ouderwetse huisartsenzorg uiteraard wel op de meest moderne manier realiseren. We hopen dit najaar bijvoorbeeld te kunnen starten met een eHealth-project. Daarnaast willen we Skype-consults gaan opzetten. Alles wat we ontplooien is bedoeld om op een laagdrempelige manier de band tussen patiënt en huisarts te bevorderen. Het feit dat we nu met zijn tweeën werken, maakt dat we dit soort trajecten heel snel op poten kunnen zetten.” Huisartsen Ganzenhoef is gezien het jonge karakter uiteraard nog in ontwikkeling. Wat willen jullie de komende twaalf maanden gerealiseerd zien? “Wij zijn zeker nog niet volgroeid. Onze ambitie is om naast het doorvoeren van genoemde innovaties een patiëntenbestand van 2500 tot 3000 mensen op te bouwen. Dat moet hier op deze locatie zeker mogelijk zijn. Om deze patiëntenpopulatie optimaal te kunnen bedienen, willen we op termijn nog een vrouwelijke huisarts toevoegen. Dat, een praktijk met drie huisartsen, is direct de maximale omvang om de zorg die wij voor ogen hebben te kunnen leveren. Uiteraard bijgestaan door ondersteunend personeel. Momenteel hebben wij nog geen POH in dienst, maar daar wordt op vlakken als Somatiek en GGZ zeker over gepraat. De gesprekken gaan vooral over hoe we dat exact gaan inrichten, daar we overtuigd zijn van de efficiëntie en slagvaardigheid van een kleine praktijk. Daar willen wij geen concessies aan doen.”

huisartsenservice


X COLUMN

TEKST Frans-Joseph Sinjorgo

Tegen de haren instrijken! Het thema, De POH, is columnistisch bekeken voor mij enigszins een anticlimax. Van meet af aan draag ik de POH namelijk een zeer warm hart toe. De reden van mijn respect voor deze groep noeste arbeiders binnen de eerstelijnszorg, komt voort uit het feit dat ik als dagvoorzitter vanaf het prille begin actief bij talloze POH congressen betrokken ben geweest. Het credo; ‘leve de POH’ staat dan ook op mijn zorgziel getatoeëerd. Als dagvoorzitter herinner ik mij eind jaren ’90; de opstart van de eerste POH symposia. Onder het motto, ‘Opmars’, zette de POH als nieuwe beroepsgroep haar eerste schreden in het zorgveld. Terugkijkend naar deze congressen die ik van dichtbij heb meegemaakt, staan voor mij twee historische momenten in het geheugen gebrand, welke ik u met het oog op de nabije toekomst niet wil onthouden. Bijzonder was Leo Kliphuis die het in 2009 aandurfde om - als toenmalige directeur van de LVG - de POH te wijzen op het feit dat het begrip praktijkondersteuner onvoldoende de lading van de functie dekt. De P van POH betekende volgens Kliphuis primair patiëntondersteuner en moest wat hem betreft ontkoppeld worden met het begrip praktijk. Hij pleitte voor meer autonomie en zelfstandigheid van de POH, om het beroep de ruimte te geven die nodig is om verder tot wasdom te komen en de huisarts te ontzorgen. Hij waarschuwde voor belangenverstrengelingen binnen de eerstelijn, die niet altijd in het voordeel van de ontwikkeling van de POH zou zijn. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat Don Leo Kliphuis bij mij niet kapot kan. Helaas is deze koning van het gelijk, zoals dat heet, ‘in goed overleg’ als voorzitter van de LVG beleeft voor zijn bewezen diensten bedankt.

“Wanneer ik mijn

oor goed te luisteren

voor een volle zaal met ervaren en door ambitie gedreven ‘patiëntondersteuners’ te pleiten voor meer hoogopgeleide super nurses, die het vak POH in de toekomst zouden moeten gaan invullen. De huidige bewindsvrouw van de zorgautoriteit, kreeg het zwaar te verduren. De zaal roerde en verzette zich met hand en tand tegen de door haar verkondigde visie, die onrust en tweedracht zaaide. Zelden stond ik als voorzitter voor de taak om de gemoederen in de doorgaans meegaande zaal in toom te houden, om de spreekster pek en veren te besparen!

leg, zit niemand te

We zijn inmiddels tien jaar verder. Het verhaal van de ‘super nurse’ heeft om voor mij onbegrijpelijke redenen vaste voet aan de grond gekregen. Kosten noch moeite zijn gespaard om door middel van kostbaar onderzoek, de noodzaak van de super nurse te onderbouwen. Wanneer ik mijn oor goed te luisteren leg, zit echter niemand te wachten op de komst van een ‘super nurse’ in de eerstelijn. Toch heeft de LHV, tot verbijstering van velen, met de transitie van de POH ingestemd. Naar de gevolgen voor de huidige generatie POH’ers blijft het ondanks alle loze ‘geruststellende’ woorden, gissen. Over de rug van de POH, worden carrières gemaakt en carrières gebroken. De meningen en visies rond de POH staan vaak haaks op elkaar. Om je gelijk binnen de zorg te krijgen, moet je tegen de haren in kunnen strijken, niet luisteren naar andere meningen en argumenten en spijkerhard in jezelf en je visie blijven geloven. Bij deze roep ik alle POH’ers op om hetzelfde te doen!

wachten op de komst

van een ‘super nurse’ in de eerstelijn”

Mijn tweede memorabele moment dateert uit 2005. Marian Kaljouw stond als nieuwe frontvrouw van de V&VN

18

Frans-Joseph Sinjorgo (24-01-‘59) treedt regelmatig op als dagvoorzitter tijdens diverse eerstelijnszorgbijeenkomsten en congressen. Momenteel is hij ook actief op het terrein van drug rediscovery.

huisartsenservice

e i t c e l Se DOOR Esther Schulting

MEDISCHE TIPS & TRUCS

WEBSHOPTIPS www.vintagerevival - spullen uit de jaren 50 – 80 in originele staat of gerestaureerd. Daarnaast inrichting van onder meer kantoorruimtes en cafés. www.tegeltjes.com - De leukste Delftsblauwe tegeltjes, maar dan met je eigen tekst of foto. Van lekker fout tot schattig, leuk ook als cadeautje. www.happinez.nl/webshop - Cadeaus waar je happy van wordt. Onder andere exclusieve sieraden, fairtrade woonaccessoires en unieke (duurzame) items. www.stoermetaal.nl - De naam zegt het al.. want stoer metaal wordt er verkocht. Van plankendragers tot lampen en kapstokken. Van eigen merk maar ook van onder meer Present Time, Serax en Leitmotiv. www.dipty.nl - Voor wooninspiratie, met elke week een ‘pick of the week’, een betaalbaar interieuritem volgens de laatste trends. www.canvascompany.nl - Foto’s op kwalitatieve canvas voor binnen en buiten. Al vanaf € 6,00.

NIET SCHRIKKEN! Verras je gasten met een lekkere cocktail met deze hilarische ‘Fred’ ijsblokjes! Deze brainblokjes zijn gegarandeerd voer voor een gezellig geanimeerd gesprek. Gemaakt van siliconen en zelfs geschikt voor de vaatwasser. Setje € 11,95 O.a. te koop via fonq.nl DE VERBORGEN MOTOR Martijn Veltkamp Over de psychologie van het wielrennen. Aan de hand van wetenschappelijk onderzoek en interviews met wielrennen als Gert Jakobs, Tom Veelers en Henk Lubberding worden allerlei vragen beantwoord. Het boek is herkenbaar voor alle (actieve en passieve) sporters. ISBN: 9789035143395 DUURZAAMHEID VAN BINNENUIT Froukje Jansen / Annick de Witt Duurzaamheid gaat niet alleen over technologische oplossingen en regelgeving maar ook en vooral om het herstel van de relatie tussen mens en de natuur, tussen de mensen onderling en de mens met zichzelf. Bewustwording. Dit boek vertelt de persoonlijke verhalen van tien duurzame denkers en doeners, waaronder Prinses Irene, Peter Blom en Klaas van Egmond. ISBN: 9789035143227

19

huisartsenservice


TEKST Huisartsenservice

PERSONEEL

Weet u wat uw personeel kost? Vraag een huisarts wat het personeel dat in de praktijk rondloopt kost en de kans is groot dat hij of zij je daar niet het exacte antwoord op kan geven. Of dat deze puur verwijst naar de loonstrookjes. De kosten van het personeel zouden echter een integraal onderdeel van een bedrijfsplan moeten zijn, waarbij niet alleen de korte, maar vooral ook de lange termijn in het oog gehouden moet worden. Want personeel is altijd meer dan puur het loonstrookje. Efficiënte inzet van het personeel vraagt om een brede blik, waarbij goed overzicht wordt gehouden op de taken van de personeelsleden en de effectieve werktijd. Meer dan eens stuit HuisartsenService bij het doen van een praktijkscan op personeel die niet optimaal wordt ingezet. In een tijd waarin de zorgkosten onder een vergrootglas liggen en de vergoedingen onder druk staan, is het goed om te realiseren wat personeel écht kost en hoe je daar als huisarts het beste rendement uit haalt. TOTAALBEDRAG Allereerst zijn er uiteraard de kosten. Van groot belang is om daarbij te realiseren dat om een goed beeld te krijgen, hiervoor zowel de loonkosten als de werkgeverslasten als uitgangspunt genomen moeten worden. Vanzelfsprekend vermenigvuldigd met het aantal FTE, maar daar bovenop komen ook nog fluctuerende kosten waar rekening mee gehouden moeten worden, zoals bijvoorbeeld kosten die in geval van ziekte van

20

huisartsenservice

een personeelslid worden gemaakt. Dit alles bij elkaar is het totaalbedrag dat aan loonkosten wordt uitgekeerd. INEFFICIËNT GEBRUIK Daar staat tegenover dat moet worden gekeken hoe rendabel het personeel is. Dat kan op twee manieren uiteen worden gezet. Enerzijds is er het personeel dat geld oplevert doordat zij spreekuren draaien of andere werkzaamheden die door de zorgverzekeraars worden vergoed. In deze gevallen zijn de kosten en baten heel goed naast elkaar te zetten. Daarnaast is er het ondersteunend personeel dat wellicht niet direct geld oplevert, maar wel de praktijk draaiende houdt. In deze gevallen moeten kosten en baten op een heel andere manier worden bekeken. Doen deze personen geen dubbel werk? Hebben ze ook daadwerkelijk het aantal uren waarvoor ze zijn aangenomen nodig om hun werkzaamheden uit te voeren, of hebben ze tijd over? Is er een financiële buffer (of een verzekering) voor het geval een medewerker langdurig ziek wordt en er naast vervangend personeel ook gewoon salaris doorbetaald

“Efficiënte inzet van het personeel vraagt om een brede blik, waarbij overzicht wordt gehouden op de taken van de personeelsleden en de effectieve werktijd” 21

huisartsenservice

moet worden? De praktijkscans van HuisartsenService stuiten regelmatig op dergelijk inefficiënt gebruik van personeel. TRANSPARANTE KOSTEN Deze inefficiëntie zorgt ervoor dat een deel van het budget gewoonweg verdampt en daarnaast dat de capaciteiten van de medewerker niet ten volle worden benut. De inzet van tijdelijk personeel is in veel gevallen een oplossing waar niet aan wordt gedacht. Zodra een huisartsenpraktijk tegen de grenzen van de personele bezetting aan loopt, wordt in heel veel gevallen nog steeds direct extra personeel aangenomen, zonder dat er een goede afweging wordt gemaakt of er genoeg werk is, met alle kosten van dien. Door tijdelijk personeel in te zetten, kan een groot deel van de obstakels waar een huisartsenpraktijk tegenaan loopt ondervangen worden. Enerzijds kan zo’n personeelslid exact worden ingezet op een x-aantal uren, zodat de kosten uitermate transparant zijn. Daarnaast ligt het risico in deze volledig bij een derde partij, die verantwoordelijk is voor alle werkgeverslasten en –risico’s. Bevalt een tijdelijke medewerker? Dan kan eventueel alsnog een vast contract worden aangeboden. Uiteraard is geen praktijk hetzelfde en is het uiteindelijk aan de praktijkhouder hoe deze wordt ingericht. HuisartsenService adviseert u graag over de opties van tijdelijk, kwalitatief en hoogwaardig personeel. www.huisartsenservice.nl


DOOR Wolter Paans

22

huisartsenservice

De CanMeds bevatten de volgende kerncompetenties: 1. Zorgverlener (primaire uitgangs punt, centraal in het hart van de rolverdeling). 23

huisartsenservice

ORGANISATOR

AT O

R

In schema ziet dat er als volgt uit IC

SYNERGIE IN DE OPLEIDING DOOR DE CANMEDS-ROLLEN De zogenoemde CanMeds-rollen die ook gebruikt worden in de medische en verpleegkundige opleidingen zijn nu ook de onderlegger voor de opleiding tot POH. Het is als het ware het format voor een competentiekaart. De CanMeds zijn ontwikkeld door het Royal College of Physicians and Surgeons of Canada. CanMeds is als het ware een samentrekking van Canedian Medical Education Directives for Specialists. De KNMG (knmg.artsennet.nl) biedt op haar website handige competentiekaartjes en aanvullende informatie over de betekenis van de CanMeds en de Nederlandse invulling daarvan. De competenties van de POH zijn gebaseerd op de zeven competenties omschreven in het Expertisegebied Praktijkverpleegkundige van V&VN december 2013. De beschreven competentiegebieden vormen de basis van de opleiding.

2. Communicator (sterk in het leggen van communicatieve verbanden en documentatie). 3. Samenwerkingspartner (sterk in het aangaan van interdisciplinaire, trans-sectorale contacten op basis van zorgvragerscontacten). 4. Reflectieve actieve professional en praktijkonderzoeker (zelfinzicht in eigen handelen is sterk ontwikkeld; het eigen handelen wordt aan zichzelf en aan anderen gespiegeld). 5. Gezondheidsbevorderaar (werkt actief mee aan het bevorderen van zelfmanagement van zorg- vragers en zorgvragersgroepen; op micro- en mesoniveau). 6. Organisator (sterk in het organise ren van de zorgverlening op verschillende niveaus). 7. Professional en kwaliteitsbevorde raar (denkt en werkt mee in kwali teitsprojecten, draagt zelfstandig bij aan richtlijn- en protocolopti- malisatie).

UN

SYNERGIE IN DE OPLEIDINGEN DOOR GEZAMENLIJKE OPDRACHTEN Praktijkondersteuners komen in contact met wijkverpleegkundigen met een middelbaar opleidingsniveau en met een hoger opleidingsniveau. Zij moeten met sociale dienstverleners, zoals maatschappelijk werkers en sociaal pedagogische hulpverleners en met psychologen en paramedici over patiënten- en behandelingstrajecten communiceren. Deze professionals komen elkaar in de wijk tegen en delen vaak dezelfde patiënten en bijbehorende gezondheidsvraagstukken of gezondheidsproblemen. Het doel is om meer synergie aan te brengen binnen de behandelingsgelaagdheid, door deze professionals in opleidingstrajecten meer met elkaar aan trans-sectorale en interdisciplinaire probleemoplossingen te laten

werken. Niet alleen in de wijk, als deze professionals met deze gezondheidsproblematiek geconfronteerd worden, maar ook reeds deels door professionals gezamenlijk op te leiden. Dat heeft als voordeel dat, doordat er integraal aan opdrachten gewerkt wordt, er een groter begrip ontstaat voor elkaars achtergrond, ervaring, kennis en behandelingsparadigma’s. Bijvoorbeeld in een ‘action learning opdracht: trends in de eerstelijn’, onderzoeken de studenten POH welke trends en innovatieve ideeën van belang zijn voor de huisartsenpraktijk in het bijzonder en in de eerstelijn in het algemeen, met oog voor ontwikkelingen in de tweedelijn. Praktijkverpleegkundigen leren zich flexibeler op te stellen, zodat ze ook de POH van de toekomst kunnen zijn. Deze interdisciplinaire en trans-sectorale rol is bedoeld om de rol van kwaliteitsbevorderaar binnen de praktijk meer gericht invulling te kunnen geven. Het implementeren van innovaties in het algemeen en technologische zorgondersteuning in het bijzonder in samenwerking met andere disciplines, zodat een breed draagvlak ontstaat, vraagt specifieke vaardigheden. Deze visie op het organiseren van coproducties, samenwerking en kennisdeling wordt steeds belangrijker, zo is de vooronderstelling. De nieuwe rol en positie van de POH binnen de sociale teams kan als voorbeeld genoemd worden van een soort rolinnovatie. Met welke technologie zij hun samenwerking in de wijkteams met zorgvragers gaan stroomlijnen is een interessante vervolgvraag daarop.

ZORGVERLENER

SAMENWERKINGSPARTNER

VE L TIE NA EC IO FL ESS RE OF PR

ROL VAN HET ONDERWIJS BIJ DE ONTWIKKELING VAN DE POH Vanuit het onderwijs wordt de veranderende rol van professionals zoals de POH-GGZ en de POH-somatiek aanvullend ondersteund en wordt er actief gezocht naar verbetering van het curriculum met als doel meer synergie in de samenwerking en zorgverlening te bewerkstelligen. Daar zijn twee hoofdcomponenten in betrokken: (1) synergie in behandeling en samenwerking door het zoeken naar een interdisciplinaire en trans-sectorale benadering van gezondheidsvraagstukken en gezondheidsproblemen. (2) meer uniformiteit in het opleidingsstelsel door de CanMedsrollen als uitgangspunt te nemen voor de indeling van het POH-curriculum. Deze rollen worden inmiddels in de medische, paramedische en verpleegkundige opleidingen als kapstok genomen voor het curriculum. De opleidingsachtergrond van de POH bestaat gemiddeld genomen uit: • een opleiding tot praktijkverpleegkundige: een professional met een verpleegkundige achtergrond die als praktijkondersteuner werkzaam kan zijn in de functie van

POH. Vanwege de verpleegkundige achtergrond is de praktijkondersteuner ook breder inzetbaar in de eerstelijnszorg, bijvoorbeeld ondersteunend aan wijkteams of de zorg binnen asielzoekerscentra. • een praktijkondersteuner met een niet-verpleegkundige achtergrond; vaak een doktersassistente die veelal binnen de huisartsenpraktijk ondersteuning biedt. In sommige gevallen is deze zorgverlener in het bezit van een zogenoemde ‘associate degree’; een opleidingsniveau tussen het MBO- en het HBO-niveau in. Het biedt doorstromingskansen naar de opleiding tot verpleegkundige op HBO-niveau.

L NA SSIO EIT ES IT AR OF AL RA PR KWRDE EN VO BE

Nieuwe professionals in de gezondheidszorg vinden hun weg veelal via gesubsidieerde (her)scholingstrajecten om een aanvullende maatschappelijke wens te kunnen vervullen. Een wens die steeds aangepast wordt, omdat deze wens aan de sterke (zorgstelsel-)veranderingen onderhevig is. Op het moment zijn de kosten voor bijvoorbeeld de opleiding tot Verpleegkundig Specialist voor een huisartsenpraktijk goed te overzien. In principe betreft het een opleiding op basis van overheidsbekostiging. Echter, indien deze opleidingssubsidies opdrogen, is het de vraag of dat de inzet van deze nieuwe professionals nog een hoge prioriteit heeft voor huisartsen. Het antwoord op deze vraag is op het moment in zijn algemeenheid onbeslist. Hiermee wordt bedoeld dat bij huisartsen in sommige gevallen ondersteunende professionals warm omarmd worden en dat bijvoorbeeld, naast een Verpleegkundig Specialist een POH-GGZ of POH-Somatiek in dienst genomen wordt, en dat het in andere gevallen minder gewenst is. Het is aanbevelenswaardig om met regelmaat onderzoek te doen naar de steeds veranderende redenen en

noodzakelijkheid om huisartsen te kunnen ondersteunen. Dit is zinvol, omdat dan ook het onderwijs voortdurend maatwerk kan leveren en die professionals kan opleiden waarop iedereen echt zit te wachten.

MM

D

e opleiding tot Praktijk Ondersteuner Huisartsenpraktijk (POH), die verzorgd wordt door verschillende hogescholen in Nederland heeft de taak professionals op te leiden die een bijdrage leveren aan efficiënte en effectieve zorgverlening binnen de huisartsenpraktijk.

“De nieuwe rol en positie van de POH binnen de sociale teams kan als voorbeeld genoemd worden van een soort rolinnovatie”

CO

Interdisciplinariteit en trans-sectoraal denken binnen de CanMeds; het onderwijs denkt na over aanvullende mogelijkheden voor de POH

GE BE ZO VO ND RD HE ER IDS AA R

OPINIE X

COMPETENTIEGEBIEDEN

Auteur: Dr. Wolter Paans, Lector Verpleegkundige Diagnostiek, Hanzehogeschool Groningen.


TEKST Herman Bruins

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Hoogwaardige patiëntenzorg door samenwerking POH met apotheek De POH-diabetes zal samen met de apotheker kunnen kijken, welke patiënten boven de 70 jaar een bloedglucose verlagend middel gebruiken,

Voor de uitvoering van de apotheekzorgprogramma’s zoals MeMO, GFZ en NControl zijn POH’ers onmisbaar. In samenwerking met de apotheek geven deze programma’s een enorme boost aan het verlenen van hoogwaardige zorg aan de patiënt. Veelal hebben deze zorgprogramma’s een overlap met de doelmatigheidsindicatoren van de gecontracteerde huisartsenzorg. Samenwerking voorkomt hiermee ook nog eens onnodig dubbel werk. Astma en COPD, diabetes en geestelijke gezondheidszorg omvat patiëntengroepen waarbij de apotheker en de apothekersassistentes, mede door het gebruik van zorgprogramma’s, een grote rol kunnen spelen.

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

welke de kans op hypo’s bij deze groep ouderen in de hand kan werken. Het omzetten naar een geschikter geneesmiddel verkleint de kans op complicaties. Het in kaart brengen van het ontbreken van statines bij diabetes II patiënten is van belang voor de preventie van atherosclerotisch vaatlijden bij deze groep patiënten.

“Samenwerking voorkomt onnodig dubbel werk”

Voor astma en COPD kunnen de apothekers inventariseren welke patiënten er al langer dan een jaar geleden een voorzetmasker hebben gekregen, of meer dan twee maal per week rescue-medicatie zonder inhalatiecorticosteroïden gebruiken. Astma en COPD-patiënten waar meer dan twee keer per jaar exacerbaties optreden kunnen snel door de apotheek worden opgespoord.

Voor de inhalatie-instructies is het van essentieel belang om de samenwerking op te zoeken. Afspraken over vervolginhalatie-instructie blijken essentieel voor het juiste gebruik en goede werking van de medicatie en daarmee wordt direct de kwaliteit van leven voor de patiënt verhoogd.

24

huisartsenservice

COLUMN

25

Voor het omzetten van een patiënt met complexe antipsychotische of antidepressieve medicatie, heeft de apotheker de kennis en literatuur in huis om mee te helpen de omzetting zo passend mogelijk te laten verlopen, met een zo klein mogelijke kans op terugval of bijwerkingen. De POH-GGZ loopt bij ons regelmatig binnen of belt voor overleg.

Dat de wens voor samenwerking bestaat tussen de hiervoor besproken partijen lijkt evident. Beide partijen kunnen hiervan profiteren en verder professionaliseren. Binnenlopen of bellen is bij de meeste zorgverleners redelijk goed geregeld, maar een structureel multidisciplinair overleg staat (ook bij ons) nog in de planningsfase. Tijd voor actie, zoek elkaar op! De heer Herman Bruins is apotheker in Hillegersberg te Rotterdam

huisartsenservice


X

DOOR Bob van Breukelen, oprichter Medichain

Medichain durft de strijd aan! P raktijkkosten van de huisarts verlagen en de bedrijfsprocessen vereenvoudigen. Medichain ontwikkelt en test voortdurend nieuwe manieren om dit te bewerkstelligen, waarbij we van de gebaande paden af durven te wijken en vragen stellen bij zaken die ogenschijnlijk vast staan.

Medichain is als het ware als de consumentenbond voor huisartsen. Wij onderzoeken alle facetten van de praktijkvoering van de huisartsenpraktijk en gaan op zoek naar de beste oplossingen. Daarbij werken wij samen met partners, die affiniteit hebben met de huisartsenmarkt. Wij onderhandelen net zo lang met hen tot we zeker weten dat we de beste keuze hebben gemaakt. Zo komt Medichain tot wat ze noemt de ‘best practice’ voor uw praktijk. Echter, en daar houdt de vergelijking met de consumentenbond op, wij bieden vervolgens deze ‘best practice’ oplossingen zelf aan onder eigen label. Huisartsen vinden het prettig om zaken met Medichain te doen omdat ze weten wij degelijk onderzoek hebben verricht. Of zoals een huisarts het recent verwoordde: “Ik hoef het nu niet meer zelf uit te gaan zoeken, want Medichain heeft dat al voor mij gedaan”. Daarmee vatte hij treffend samen waar wij voor staan. Door onafhankelijk onderzoek heeft

Medichain intussen de ‘best practice’ voor huisartsen kunnen formuleren voor de volgende onderdelen:

a. Medische en facilitaire verbruiks- materialen b. Automatisering, telefonie, Wi-Fi en wachtkamerinformatiesystemen De ‘Medichain Standaard’ voor verbruiksmaterialen Wij hebben onszelf de volgende vraag gesteld: “Wat heeft een huisarts nu echt nodig in zijn praktijk en kunnen we een vaste set van verbruiksmaterialen op medisch en facilitair gebied definiëren, waarmee iedere huisartsenpraktijk optimaal kan functioneren?” Uit de duizenden verschillende gaasjes, spuiten, hechtmateriaal, toners, papier et cetera, waaruit normaal moet worden gekozen hebben wij vervolgens onze selectie gemaakt, geoptimaliseerd voor de huisartsenpraktijk. Dit is een voorkeurslijst van 180 medische - en 320 facilitaire producten geworden. Dit noemen wij onze ‘Medichain Standaard’. Denkt u even mee? Van uw totale praktijkkosten bent u aan de post verbruiksmaterialen nog geen 10% kwijt en het gaat om minder dan 2% van uw omzet. Is het daarom zinnig om uit kostenoverwegingen op koopjesjacht te gaan? Nee, want u wilt gewoon met goede producten werken. Wat wel zinnig is, is om er niet te veel tijd aan te besteden. 26

huisartsenservice

KOSTEN OMLAAG Als de praktijk de overstap durft te maken naar onze ‘Medichain Standaard’, dan wordt het bestelproces in de praktijk sterk vereenvoudigd en gaan de kosten automatisch omlaag. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: Hoe meer huisartsen gebruik maken van de standaard, des te scherper onze prijzen kunnen worden. De ‘Medichain Standaard’ is geen starre lijst, want wij zorgen voor voldoende keuzemogelijkheden. En wilt u toch iets hebben dat buiten de standaard valt? Dan kan dat altijd worden besteld via onze webshop. Bij ons bestelt u zonder franje en krijgt u geen oneigenlijke cadeaus. Dat vinden wij niet stroken met de beroepsmoraal. Wat wij wel doen is, is ieder kwartaal een vast percentage van de winst afdragen aan Nederlandse artsen die noodhulp bieden in het buitenland. Op die manier dragen u en wij gezamenlijk bij aan een betere wereld! DE ‘MEDICHAIN STANDAARD’ VOOR ICT IN DE PRAKTIJK Ook voor deze belangrijke kostenpost binnen de praktijk hebben wij een ‘Medichain Standaard’ ontwikkeld. Uitgaande van de kosten in de praktijk is het namelijk wel zinnig om goed te kijken naar de ICT-kosten. Een verkeerde keuze daarin kan u jarenlang veel geld, tijd en ergernis kosten. Daar valt dus wel degelijk winst te behalen. Belangrijk is dat een praktijk kan varen op de

HET KERNTEAM VAN MEDICHAIN V.l.n.r. Mike de Graaf, telecom engineer, Peter van der Salm, VoIP & Wi-Fi engineer, Bob van Heukelom, praktijkvoering & innovatie, Rob Smeets, strategie & inkoop, Jorien de Regt, management assistente, Roy Bouwhuis, databeheer, Leo Hol, accountmanager ICT.

expertise van betrouwbare adviseurs, die door hun ervaring met huisartsenpraktijken, weten welke zware eisen er aan de ICT worden gesteld. U moet er zeker van kunnen zijn dat de primaire processen in de praktijk goed zijn geregeld. Wij leveren daarom geen producten, waarvan de korte vreugde van het financiële gewin al snel omslaat in irritatie

over de slechte kwaliteit. Medichain heeft alle ICT-systemen naast elkaar gezet om te beoordelen wat de ‘best practice’ op het gebied van ICT voor huisartsen zou moeten zijn. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat een ‘Hosted-ICT-omgeving’ de beste garanties biedt voor de toekomst, waarbij deze steeds up-to-date blijft. Ook dit hele traject kan door Medi27

huisartsenservice

chain worden verzorgd. Wij zullen doorgaan met het stellen van de juiste vragen, zodat wij steeds weer slimme oplossingen voor u kunnen ontwikkelen. Wij houden u daarvan graag op de hoogte via onze nieuwsbrief en onze website www.medichain.nl. Wij gaan de uitdaging graag met u aan!


TEKST Esther Schulting FOTOGRAFIE Jos Peters

VISIE

t een solopraktijk te oekhuizen, huisarts me Br er th Es t laa ce rvi ze editie: rtsenSe In elke editie van Huisa betreffende nummer. De t he n va a em th t he hijnen over Ilpendam, haar licht sc

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

28

huisartsenservice

r e n u e t s r e d n o k ij t k a r De p

somatiek als een POHik met zowel een POHrk we ijk kt pra jn mi n Binne rtise als een enorme content. Ik zie hun expe el he ik n be n ide be t zegd niet meer GGZ. Me kunde, en zou eerlijk ge en is nn ke en eig jn mi diabeten aanvulling op per 1 juli de zorg voor de eft he k tie ma so HPO s zonder kunnen. De Dit omdat zij graag iet betesverpleegkundige. dia de lon es aa ng n aa ge ra en ed bb r he overg én omdat wij ons dit jaa n rke we an e ga dig de un wil n gk lee sverp minder ure dersteuner en diabete on ijk kt pra De . ke org uk nz dr e te nweg ten bij de ke op dezelfde dag, dit va oit no na bij n rke we ar kennen elkaar, ma de plaatsen aan beide praktijken, in verschillen de len hil zodat sc ver in ’s da agen aar vaker zouden zien, elk zij r ee nn wa n, zij r ale estemd kon worden. kanten. Het zou nog ide en meer persoonlijk afg nt tië pa e ald pa be m de zorg rondo ook al jaren een re’ diabeten (met wie zij de ou e ar sb et ‘kw de l eafspraak meer leidt nu nog we . Omdat zij per control PD CO De POH-somatiek bege en a tm as t me . Zo kan zij ast de patiënten voor een goed gesprek d tij er me band heeft) en daarna k oo zij eft dan ik als huisarts, he eft daarbij een belangtijd heeft per patiënt aandacht geven; zij he iek at lem rob sp eid mh eenzaa t patiënten. Hetzelfhet niet goed gaat me r mensen met bijvoorbeeld ee nn wa , rts isa hu sessie van 10 of ie voor mij als rapie red je niet in een he st rijke signalerende funct ag dr ge eve iti gn mij zeker GGZ. Intensieve co psycholoog, hij neemt ze on t me j de geldt voor de POHbli el he n be n nsen drie kwartier. Ik iek te scheppen. Hij ka 20 minuten; hij ziet me psychische problemat en le cia so e de eld ar ikk na ew orde in ing en verwijst waar nodig werk uit handen, door op de juiste weg helpen er we ies ar de praktijk ss se ar pa n fijn dat ze ‘gewoon’ na rp do jn mensen vaak met ee mi uit en ns me gaan. Daarl voor de oudere naar elders hoeven te to au of s tweede lijn. Het is voora bu de t me t en hoeven mensen hem te praten en nie zekerde huisartsenzorg kunnen komen om met ver de n ne bin h isc hn ec gen op zorgverzegoedingst rdig met alle veranderin oo bij valt zijn therapie ver nw ge te ijk gr lan be on betalen, niet geen eigen bijdrage te keringsgebied. vind ik het kunnen deleer in de huisartsenzorg un te rs de on ijk kt pra d dan de praktijkonct van de rdig minder zijn opgelei oo Een heel positief aspe nw ge te rts isa hu diens problemen arvoor wij als visies op patiënten en en n geren van expertises wa rke we te n me sa rzaam en ast is het leuk k, is verhelderend en lee va t he n dersteuner zelf. Daarna aa sie en dim ing geeft een extra er gebaat zou zijn bij te delen. Die samenwerk nk zeker dat de zorg me de Ik is. at ba ge bij ar is zo complex en tiënt da Nederlandse huisarts de ik weet zeker dat de pa n va t ke ak np ke ta t e je alle ballen in erde POH’s. He af en toe niet meer ho et meerdere gespecialise we Je is. m lko we ik meer tijd e ondersteuning kunnen delegeren. Als te en ied eb veelomvattend, dat all elg de e ald en dan is het fijn bepa en de aandacht voor de lucht moet houden in het sociale contact ren te es inv ag gra me mijns inziens erg met na en je helpt er patiënten zou hebben, zou ik deze k va en rts isa hu t he n pannen manier oie kant va tijd om dat op een onts er patiënten. Het is de mo nd mi ds ee st g we zijn, met huisarts gewoon huisarts van vroeger te se et rw mee. Helaas heb je als de ou die ns ee contact. droom ik nog wel de nadruk op patiënten t me ar ma , te kunnen doen. Stiekem rkt we rd in een warm land. en visites; waarbij je ha p. En dat dan het liefst ‘gewoon’ een spreekuur lom ps rom ve tie tra nis ciële en admi In plaats van alle finan

29

huisartsenservice


IN DE SPOTLIGHT X

DOOR Edgar Kruize

Gert Jacobs “Een goede ploegleider maakt een geheel van het team, dat doet een goede werkgever ook”

W

ie naar de Ronde van Italië, ParijsRoubaix of de Tour de France kijkt, ziet aan het eind van de dag vooral de sterwielrenners stralen op het podium. Die plekken op het hoofdpodium kunnen zij zonder hun teams echter nooit bereiken. Voormalig meesterknecht Gert Jakobs weet daar alles van en ziet binnen deze vorm van topsport veel parallellen met het bedrijfsleven en de zorg. “Communicatie, dat is een sleutel tot succes”. Gert Jakobs is stellig. De voormalig wielrenner is tegenwoordig een veelgevraagd spreker, schreef zijn autobiografie Meesterknecht en is naast de spreekwerkzaamheden in het bedrijfsleven werkzaam. “Het geldt voor sport, voor relaties – zowel privé als in de werksfeer – en het geldt eigenlijk voor alles in het leven. Zodra je met meerdere mensen een bepaalde richting op moet en het is niet iedereen duidelijk wat die richting is en hoe daar gezamenlijk te komen, is een samenwerking tot mislukken gedoemd.” ERKENNING Jakobs was eind jaren ’80 knecht in het team onder leiding van ploeg-

leider Jan Raas, een team met Jean-Paul van Poppel als absolute superster, maar waarin Jakobs naast notoire hardrijders als bijvoorbeeld Jelle Nijdam, Maarten Ducrot en Gerrit Solleveld het wielerlandschap veranderde door de hedendaagse ploegentactiek tot in de puntjes te perfectioneren. “We excelleerden door als team op te trekken, te werken vanuit een gezamenlijk doel en heel strategisch onze momenten te kiezen om dat ten uitvoer te brengen. Dat doel was in ons geval het ondersteunen van Jean-Paul van Poppel, zodat hij vervolgens aan het eind van een etappe naar voren kon springen om voor de overwinning te gaan.” Om als team goed te kunnen functioneren, moeten alle neuzen dezelfde kant op staan. Het is echter een misverstand dat hiervoor het ego opzij moet worden gezet, zo vindt Jakobs. “Integendeel, het feit dat je wordt gezien, het feit dat men van jouw kracht uitgaat om op te bouwen, maakt dat je jezelf ook belangrijk voelt. Uiteraard kan er maar eentje op dat podium staan. Maar die komt daar niet zonder de hulp van een volledig team. Wel is het natuurlijk aan die ‘ster’ en aan de ploegleider om regelmatig die erkenning daarvoor terug te geven.”

30

huisartsenservice

WAARDERING UITSPREKEN Hier zijn volgens Jakobs ook parallellen te trekken met het bedrijfsleven en uiteraard ook de eerstelijnszorg. “Het is de naam van de huisarts die op de gevel staat. Dat is ‘de ster’. Die kan het werk echter niet doen zonder een team assistenten en praktijkondersteuners. Iets wat ik echter tijdens mijn presentaties heel vaak zie, in alle verschillende bedrijfstakken, is dat het ondersteunend personeel enerzijds die erkenning niet of weinig krijgt en anderzijds geen idee heeft welke richting hun organisatie op gaat. Daar komt de communicatie om de hoek kijken.” Als voorbeeld haalt Jakobs een eigenaar van een bedrijf aan, die als ambitie had om binnen het segment waarin werd geproduceerd de allerbeste te worden. “Voorafgaand aan een presentatie vroeg ik aan die man of hij die ambitie ooit tegen zijn personeel heeft uitgesproken. Dat had hij niet. Vervolgens vroeg ik hem of hij het personeel wel eens persoonlijk voor hun inspanningen had bedankt. Dat had hij ook niet. ‘Ik betaal hen toch iedere maand’, zo redeneerde hij. ‘Daarmee toon ik toch waardering.’ Maar dat is een denkfout. Je toont waardering door de mensen die voor je aan het werk zijn te zien, hen naar hun mening te vragen en interes-

31

huisartsenservice


“Je kunt niet verwachten dat mensen optimaal werk leveren, als ze niet exact weten wat het grotere doel van hun werkzaamheden is” se te tonen. Door op de werkvloer aanwezig te zijn, te luisteren wat er leeft, bereik je als bedrijfsleider heel erg veel. Daarnaast is het van het allergrootste belang dat je uitlegt wat de doelen van het bedrijf zijn en hoe de werknemers als team in dat plan passen. Hen laten beseffen waarom ze een onmisbare radar in het geheel zijn is cruciaal als je iets wil bereiken. Je kunt niet verwachten dat mensen optimaal werk leveren, als ze niet exact weten wat het grotere doel van hun gecombineerde werkzaamheden is. In de wielrensport is dat exact hetzelfde. Iedereen weet wat het doel is, iedereen weet wat van hem verwacht wordt en weet ook waar de specifieke kracht van de anderen ligt. Een goede ploegleider maakt een geheel van het team, dat doet een goede werkgever ook.” VAARDIGHEDEN INZETTEN Een ontwikkeling op personeelsgebied die Jakobs de laatste jaren een vlucht heeft zien nemen, is dat 32

huisartsenservice

de nadruk steeds meer is komen te liggen op groepsdynamiek en minder op de individuele kwaliteiten van een (nieuw aangenomen) personeelslid. “Nadat ik mijn wielercarrière had beëindigd viel ik, zoals zoveel voormalig topsporters, in het zogenaamde zwarte gat. Ik moest solliciteren, schreef me in bij Randstad Uitzendbureau en daar werd me alleen naar mijn diploma’s gevraagd. Veel verder dan wat zwemdiploma’s kwam ik vanwege mijn sportcarrière die ik al jong gestart ben niet. Vervolgens werd ik weer naar huis gestuurd met de mededeling dat ze niet veel voor me konden doen. Dat voelde echt enorm vernederend, alsof je helemaal niets waard bent. Er is me geen moment gevraagd wat ik wél kon, terwijl ik zo veel kennis en ervaring te delen heb. Die papiertjes waren het enige dat telde. Tegenwoordig gaat het gelukkig steeds meer om wat voor mens je bent, welke vaardigheden je kunt inzetten voor een bedrijf en hoe je binnen een al bestaand team 33

huisartsenservice

past. Dat is dan ook van uitermate groot belang. Iemand kan wel de juiste opleiding hebben gedaan en de juiste diploma’s in huis hebben, maar als zo iemand niet overweg kan met zijn of haar collega’s, komt dat de productiviteit niet ten goede. Ook daar zijn sportparallellen te trekken. Wij wisten dondersgoed waar onze kracht lag, we wisten ook dat we niet de beste individuele renners waren. Maar Jan Raas wist van elke renner de specifieke kracht en heeft een omgeving geschapen waarbinnen ieder juist die krachten kon ontwikkelen. Zodat we als geheel een stap verder konden komen. Je ziet die filosofie nu ook in het bedrijfsleven vaker terugkomen. Recent ben ik door Randstad benaderd of ik bij hen kon komen spreken over dit thema. ‘Nou, daar heb ik nog wel een goed verhaal over’, zo zei ik ze…” Meer informatie over Gert Jakobs, zijn boek Meesterknecht en zijn werk als spreker op www.gertjakobs.nl


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

34

huisartsenservice


Huisartsenservice 2015 3 online versie  

Thema de POH

Huisartsenservice 2015 3 online versie  

Thema de POH

Advertisement