Page 1

Nr. 1 / 2018 / Jaargang 7 – Een uitgave van MedWay

FOCUS Preventie is de zorg van de toekomst

UITGELICHT Jamie Oliver’s kruistocht voor gezondere generaties

INTERVIEW Persoonlijke gezondheidscheck &Niped


INHOUD

Voorwoord

4

Beste lezer,

FOCUS Preventie voor betaalbare zorg

11

INTERVIEW Dr. Roderik Kraaijenhagen kennisinstituut &Niped

18

ACHTERGROND Kruistocht Jamie Oliver vindt wereldwijde weerklank Medisch nieuws 8 Wist u dat 14 Selectie 15 Verpleegkundige in beeld 16 Marjolein Heijdeman Voedingswaarde 21 Voedingscentrum Opinie 22 Dr. Wolter Paans, Hanzehogeschool Groningen Achtergrond 24 Een rookvrij patiëntenbestand Selectie 27 Uitgelicht 28 Roparun MedWay Runningteam Achtergrond 30 Hoe hoogwaardig is plantaardig? Column 33 Frans-Joseph Sinjorgo

Het nieuwe jaar is alweer een paar x maanden op gang en we zien inmiddels langzaam de contouren van het beleid van Rutte III hun effect krijgen op de eerstelijnszorg. Het budget mag groeien, als huisarts kan je daardoor iets meer. Tegelijk is ‘preventie’ het toverwoord. Een woord waar al jaren mee geschermd wordt als middel om de zorg betaalbaar te houden, maar dat inmiddels echt een maatschappelijk thema is geworden waarin je als huisarts niet kan achterblijven. Toch blijft de hamvraag, ondanks een wat ruimer budget, wie die preventieve maatregelen die voor een gezondere patiëntenpopulatie moeten gaan zorgen gaan betalen. Het leek ons daarom goed om het eerste nummer van 2018 eens stil te staan bij dit thema dat de komende maanden alleen maar belangrijker gaat worden. In de huisartsenpraktijken, maar vooral ook in de maatschappij. De knop lijkt definitief om en dat is alleen maar toe te juichen. Nu, met elkaar, nog de juiste modus vinden. Heeft u daar ideeën over? Integreert u op innovatieve wijze preventie in uw werkwijze? Hoe gaat u om met preventie binnen het eigen werknemersbestand? Wij horen graag van u, zodat we in komende nummers dieper op de materie in kunnen gaan en de eerstelijnszorg kunnen blijven inspireren. Dirk-Jan Kruithof, Uitgever

COLOFON HuisartsenService is een kwartaalmagazine en wordt gratis verspreid onder huisartsen. Wilt u HuisartsenService ook ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven mail dan naar info@huisartsenservice.nl UITGEVER MedWay BV, Postbus 1199, 3860 BD Nijkerk, 033-2471171 info@medwaybv.nl / www.huisartsenservice.nl / info@huisartsenservice.nl COÖRDINATIE MAGAZINE EN ADVERTENTIE EXPLOITATIE Claudine van Peperstraten, peperstraten@huisartsenservice.nl 06-12971011 REDACTIE buro33, Edgar Kruize / Esther Schulting, www.buro33.nl ONTWERP EN DTP PHprojecten DRUK Platform P COPYRIGHT Op alle artikelen en fotografie in dit magazine rust auteursrecht. Prijswijzigingen en drukfouten voorbehouden. Gebruik of verspreiding zonder toestemming van de uitgever is verboden. DISCLAIMER MedWay BV en bij deze uitgave betrokken medewerkers aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. Uitspraken die worden gedaan in de gepubliceerde interviews zijn van de geïnterviewde en hoeven niet overeen te komen met de mening van de redactie en uitgever.

huisartsenservice

3


FOCUS

Door HuisartsenService

Preventie voor betaalbare zorg

“Werken aan preventie vraagt van huisartsen verandering in de werk- en denkwijze, van ziektegericht naar risicogericht handelen”

4

huisartsenservice

van roken en overgewicht, met als doel de ontwikkeling van genoemde chronische aandoeningen in te dammen. In februari werd duidelijk dat ook alcoholgebruik bestreden gaat worden. Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) sprak in de afgelopen maanden met een groot aantal maatschappelijke organisaties, ondernemers en deskundigen over de

Al vele jaren is ‘preventie’ een toverwoord in de eerstelijnzorg. En vooral in de (mogelijke) bekostiging daarvan. Want een patiënt die niet ziek wordt, zal op termijn ook geen beroep doen op de huisarts en al helemaal niet op de duurdere tweedelijn. Maar de vraag blijft hoe hou je de patiëntenpopulatie gezond? Kost preventie wellicht niet meer dan het oplevert? En wie gaat dat bekostigen? Het is tekenend dat de discussie over preventie vrij snel over kosten gaat. We zouden in de Westerse maatschappij een voorbeeld kunnen nemen aan de oorsprong van de Chinese geneeskunde. Niet zozeer het werken met kruiden of acupunctuur, maar de manier waarop reeds honderden jaren voor de start van onze jaartelling de Chinese geneeskunst op preventie en transparantie werd gebaseerd en financiële prikkels niet werden gegeven op basis van het aantal behandelingen dat werd uitgevoerd, maar voor de mate waarin hun patiëntenpopulatie gezond bleef. Inmiddels is dit systeem ook weer goeddeels omver gehaald, maar de gedachte is interessant. Want wat nou als dit ook voor de Nederlandse huisarts zou gelden? Zou de roep om preventie dan minder groot zijn omdat iedereen er toch al mee bezig was? Zouden huisartsen zich dan meer als coach (gaan) gedragen? Natuurlijk zal de financiële prikkel zoals deze er nu is niet in korte tijd worden omgedraaid. Daarvoor zit het volledige zorgstelsel nu te vast in een vrijwel niet te keren systeem. Toch is het echt geen gekke gedachte dat we ons anno 2018 op een kantelpunt bevinden en dat het vastgeroeste systeem enigszins in beweging is gekomen.

effect niet goed meetbaar is. Want hoe veel kans had een patiënt die uiteindelijk niet ziek wordt op het ontwikkelen van gezondheidsproblemen? Feit is dat je dat effect nooit zal kunnen meten. Toch is wel van een grote mate van aannemelijkheid uit te gaan. Het is bewezen dat roken slecht is en dat stoppen met roken gezondheidswinst oplevert. Het is ook bewezen dat beweging in veel gevallen een chronische aandoening kan voorkomen of verminderen. Gezondheidswinst door preventie is dan ook vooral te behalen bij chronische aandoeningen als bijvoorbeeld COPD of Diabetes type 2. Daarop ligt nu dus ook vanuit de overheid een focus. Het kabinet Rutte III trekt deze kabinetsperiode € 170 miljoen uit voor preventie en gezondheidsbevordering. Daarna blijft er een budget van € 20 miljoen per jaar beschikbaar. In het regeerakkoord is ook gesproken over een ‘nationaal preventieakkoord’. Dit wordt gesloten met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en -bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

GEZONDHEIDSBEVORDERING Het grote probleem is echter dat preventie een moeilijk onderwerp blijft omdat het

LAT HOGER In oktober werd gemeld dat in het akkoord de nadruk komt te liggen op het bestrijden

invulling van het nationaal preventieakkoord. De inzet op de drie thema’s – roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik – blijkt breed te worden gedeeld. Blokhuis stelt over de toevoeging van alcoholgebruik: “Ik ben niet van de blauwe knoop en kan erg genieten van een biertje. Maar ik ben er van overtuigd dat we de risico’s van problematisch alcoholgebruik voor onder andere onze gezondheid sterk onderschatten. Daar mogen en kunnen we als samenleving niet voor wegkijken. Wat problematisch alcoholgebruik is, verschilt per individu. Maar als je de lat hoger legt en goed op je gezondheid let, is het advies van de Gezondheidsraad heel helder. Drink niet of niet meer dan één glas per dag. En die glazen per dag mag je niet bij elkaar optellen en allemaal tegelijk in het weekend drinken, als je het gezond wilt houden. Dat moeten we ons allemaal veel beter realiseren.” BEWEZEN EFFECTIEF In totaal hebben ter voorbereiding op het nationaal preventieakkoord vijf rondetafelgesprekken plaatsgevonden met stakeholders. In de gesprekken is zeer duidelijk samenhang van gezondheidsproblemen met achterliggende problematiek op het vlak van het

sociaal domein naar voren gekomen. Denk hierbij aan armoede en schulden. Roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik en de daaruit voortvloeiende gezondheidsproblemen komen meer voor bij mensen met een lage opleiding en een laag inkomen. Om resultaten te bereiken is vaak ook inzet op de achterliggende problematiek nodig. Het budget dat wordt vrijgemaakt wordt door de overheid onder meer ingezet om samen met partijen concrete, scherpe en ambitieuze doelen te stellen voor de korte en de langere termijn. “Uit de gesprekken bleek dat de deelnemers een groot voorstander zijn van het inzetten van maatregelen die in aanpak effectief zijn”, zo schrijft Blokhuis in een brief aan de Kamer. “De effectiviteit kan zowel zichtbaar worden in de praktijk als blijken uit wetenschappelijk onderzoek. In het regeerakkoord is gesteld dat maatregelen die we nemen bewezen effectief moeten zijn, dat de inzet daarvan bevorderd wordt en dat, als kennis over die effectiviteit nog ontbreekt, dit onderzocht wordt. Als partijen goed onderbouwd kunnen aangeven dat iets werkt omdat mensen er vitaler van worden en zich beter voelen, dan moet hiervoor ruimte zijn in het nationaal preventieakkoord en kan de bijdrage vanuit het Rijk zijn om de effectiviteit van dit programma verder te onderzoeken, naast het ondersteunen van een intensivering van de aanpak.” BETERE AFSTEMMING De vorming van een nationaal preventieakkoord is dus op gang gekomen, maar voordat deze er is, zijn we alweer flink wat tijd verder. Hoe dan als huisarts alvast stappen te maken? Preventie gaat over het in kaart brengen van risicogroepen. Van mensen die nog geen klacht hebben, maar daar een verhoogd risico op lopen. De verantwoordelijkheid ligt doorgaans bij gemeenten, die in samenspraak met zorgverzekeraars stappen moeten maken. Maar wie gaat de investeringen doen? De signaleringsfunctie, die ligt bij de huisarts, dat is bij uitstek de persoon die kan inschatten hoe de populatie er uitziet en waar de risicogroepen liggen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft vorig jaar in opdracht van VWS in kaart gebracht welke lokale initiatieven er zijn om preventie, zorg en welzijn te verbinden. “Samenwerking

“Als partijen goed onderbouwd kunnen aangeven dat iets werkt omdat mensen er vitaler van worden en zich beter voelen, dan moet hiervoor ruimte zijn in het nationaal preventieakkoord”

huisartsenservice

5


Advertorial

Het kabinet Rutte III trekt deze kabinetsperiode € 170 miljoen uit voor preventie en gezondheidsbevordering

6

huisartsenservice

tussen gemeenten en zorgverzekeraars draagt bij aan een betere afstemming en samenhang tussen zorgverleners zodat zij preventie voor risicogroepen over de verschillende wetten beter vorm kunnen geven”, zo staat in het rapport. Wat echter vooral duidelijk wordt, is dat er op dit vlak geen eenduidige manier is waarop dergelijke samenwerkingen ontstaan. “De samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars gebeurt veelal rondom een aantal dezelfde inhoudelijke thema’s of dossiers, echter de concrete uitwerking daarvan verschilt. Ook de vormgeving van de verbinding tussen de domeinen preventie, zorg en welzijn is heel gevarieerd. Niet ieder initiatief maakt afspraken over preventie voor risicogroepen. Verder komen verschillende vormen van bekostiging voor, zowel reguliere bekostiging, bekostiging op projectbasis, als mengvormen van bekostiging. Men experimenteert met het samenvoegen van budgetten voor zorginkoop en shared savings. Er is verschil in hoe de afspraken zijn vastgelegd en de mate waarin men zaken heeft vastgelegd.”

huisartsen verandering in de werk- en denkwijze, van ziektegericht naar risicogericht handelen”, zo valt te lezen. Een belangrijke focus ligt bij het werken in een vorm van wijkgerichte preventie. De huisarts is een schakel in een groter geheel en dit is in lijn met de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022 van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Deze toekomstvisie formuleert de volgende ambitie: ‘In samenwerking met collega’s in dorp, wijk en regio dragen individuele huisartsen hun bijdrage aan populatiegerichte preventie en de volksgezondheid op die zaken waar zij het meeste effect kunnen sorteren.’

RISICOGERICHT HANDELEN Het RIVM stelt dat voor een succesvolle preventie voor risicogroepen het van belang is dat zij met elkaar samenwerken en met aanbieders op het gebied van preventie, zorg en welzijn. In de praktijk blijkt dat dit echter niet altijd eenvoudig te realiseren is. Ter ondersteuning heeft het RIVM, ook in opdracht van VWS, een digitaal Loket Preventie in het Zorgstelsel ingericht waar gemeenten en zorgverzekeraars handvatten krijgen voor samenwerking rond preventie voor risicogroepen. Binnen dat loket wordt her en der ook duidelijk dat het systeem kantelt. “Werken aan preventie vraagt van

WANDELEN Juist voor patiënten met risicofactoren kan wijkgerichte samenwerking kansen bieden om aandoeningen te voorkomen. Dat is in feite ook de conclusie die in de vorming van het nationaal preventieakkoord naar voren is gekomen. Binnen de nieuwe financieringsafspraken voor de huisartsenzorg, is ‘samenwerking met het sociaal domein’ benoemd, waardoor er budget is dat eerstelijnszorgverleners financiële armslag geeft om samenwerkingsprojecten te bekostigen. Dat klinkt allemaal heel mooi en is het natuurlijk ook. Maar krijg de populatie maar eens uit de luie stoel en aan een gezondere levensstijl. Sommige huisartsen in Nederland hebben preventiebeleid inmiddels al opgevat als stok achter de deur om zélf maar eens in beweging te komen. Gewoon gaan wandelen op vaste dagen in de week en de patiënten een uitnodiging sturen om mee te lopen. Dát kan natuurlijk ook. Simpel, doeltreffend, goed voor de band met de achterban en ook nog voor de eigen gezondheid.

WIE ZORGT ER VOOR DE ZORG? Preventie is van groot belang voor het betaalbaar houden van de zorg. Maar in de vaart der volkeren denkt niet elke huisarts aan gezondheidspreventie bij het eigen personeel. Waar veel commerciële bedrijven investeren in vitaliteitsprogramma’s en gezondheidschecks omdat ziek personeel de dagelijkse voortgang belemmert, blijkt dit in huisartsenpraktijken en gezondheidscentra niet altijd ‘top of mind’. Ondanks dat men

dagelijks met gezondheid van de patiënten bezig is. Of misschien júíst omdat het welzijn van de patiënt voorrang heeft. De recente griepgolf heeft laten zien wat het effect kan zijn van uitvallend personeel. In de media stonden diverse berichten over scholen, restaurants en zelfs een huisartsenpraktijk die de deur moest sluiten omdat het personeel door de griep was getroffen. Hoe goed zorgt u voor gezond en vitaal personeel? Dat is voer om over na te denken.

Excellent Care Clinics

is op 1 september 2017 gestart in Hilversum en op 1 januari 2018 in Velsen-Noord. x Wij zijn een nieuwe zorgaanbieder met zeer veel ervaring, opgedaan in verschillende ziekenhuizen in Nederland. Wij stellen ons graag aan u voor. We zijn gespecialiseerd in pijn-en opvliegerbehandelingen en hanteren korte toegangstijden voor eerste intake en behandeling (0 tot 3 werkdagen).

Cees-Jan Oostwouder, anesthesioloog – pijnspecialist

Karin Vos, anesthesioloog – pijnspecialist

Ik ben sinds 1998 anesthesioloog en heb de opleiding tot pijnspecialist gevolgd in de Noord West Ziekenhuisgroep Alkmaar, waar ik in 2011 het pijncentrum Noord Holland heb opgericht, samen met collega Karin Vos. Sinds september 2016 ben ik werkzaam geweest in het Allerzorg Pijncentrum dat in september 2017 is overgenomen door Excellent Care Clinics. Mijn specialisaties zijn hoofd- en aangezichtspijn, rugklachten, nekklachten, ACNES, perifere zenuwpijnen, ketamine-infusietherapie, opvliegerbehandelingen, second opinion van onbegrepen pijnproblemen en SOLK patiënten.

Ik ben anesthesioloog – pijnspecialist sinds 2008. Tot januari 2018 ben ik werkzaam geweest in de Noord West Ziekenhuisgroep Alkmaar als hoofd van de afdeling pijnbestrijding. Daarnaast ben ik hier in deze periode opleider geweest. Ik ben medegrondlegger van het pijncentrum Noord Holland in Alkmaar. Met veel plezier vervul ik een actieve rol in de nascholing van huisartsen, collega specialisten en pijnverpleegkundigen. Sinds januari 2016 ben ik werkzaam geweest in het Allerzorg Pijncentrum dat in september 2017 is overgenomen door Excellent Care Clinics. Mijn specialisaties zijn hoofd- en aangezichtspijnen, behandeling van complexe lage rugklachten, ketamine- en lidocaïne infusietherapie, ACNES, perifere zenuwpijnen en opvliegerbehandelingen.

Het is onze motivatie om de nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied te toetsen en daar waar mogelijk toe te passen in pijnbehandelingen. Wij realiseren dit samen met huisartsen, andere disciplines en ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, met als doel een betere patiëntenzorg. Het team van Excellent Care Clinics staat garant voor goede service en kwaliteit. Voor meer informatie kunt u terecht op www.excellentcareclinics.nl en op telefoonnummer 085-0479271


Door Edgar Kruize

vergunning aan hoeven te vragen om de pil te mogen verstrekken. Dat voorkomt een hoop onnodige bureaucratie.

gedrag, zoals hoesten, maagklachten of niet zwanger kunnen raken.

Huisartsen mee PVDA en in aanklacht tabaksindustrie GroenLinks pleiten Strafrechtadvocate Bénédicte Ficq heeft in 2016 namens een aantal maatschappelijke- en patiëntenorganisaties aangifte gedaan tegen de tabaksindustrie. Begin dit jaar sloten diverse zorginstanties zich bij de aanklacht aan. In februari maakten het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en InEen, vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg bekend, dat ook zij zich achter de aanklacht scharen. “Roken is de belangrijkste enkelvoudige verklaring van gezondheidsproblemen en vroegtijdige sterfte in Nederland. Als huisartsen willen we bijdragen aan een gezonde samenleving en daarom steunen we deze aangifte” zo zegt Rob Dijkstra, voorzitter van het NHG, in een reactie. Jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer 20.000 mensen aan de gevolgen van roken. Huisartsen hebben gemiddeld 400 rokers in het patiëntenbestand en zien veel patiënten die met een verslaving te kampen hebben of gezondheidsklachten hebben door hun rook

8

huisartsenservice

voor abortuspil bij de huisarts

GroenLinks en de PvdA hebben een initiatiefwet ingediend die regelt dat de abortuspil voortaan door de huisarts verstrekt mag worden.

Momenteel is deze alleen op recept van het ziekenhuis of de abortuskliniek te verkrijgen. De huisarts zou deze pil ook moeten kunnen voorschrijven, zo vinden de partijen. Bijna 60 procent van de vrouwen die het afbreken van een zwangerschap overweegt, gaat daarvoor eerst naar de eigen huisarts. Deze moet de vrouwen nu nog doorverwijzen naar een abortuskliniek. Een bezoek aan de eigen huisarts is emotioneel en fysiek veel minder belastend. De partijen vinden dat de abortuspil bij de huisarts de keuzemogelijkheden voor vrouwen vergroot. Voormalig minister Schippers wilde in 2016 de abortuspil al beschikbaar maken bij de huisarts. Haar voorstel is weer ingetrokken door het huidige kabinet. Er zit één groot verschil in het eerdere voorstel van Schippers en het voorstel van GroenLinks en de PvdA: de twee partijen willen dat huisartsen niet individueel een

‘Routineingrepen naar de huisarts’ Ziekenhuizen moeten routine-ingrepen overlaten aan huisartsen of gespecialiseerde klinieken, aldus het advies van KPMG in een jaarlijks overzicht van de organisatie van de gezondheidszorg. Dit vanuit de constatering dat het aantal behandelingen in ziekenhuizen sterk groeit (in tien jaar tijd van 10 naar 7 miljard euro), en deze groei niet onbeperkt kan zijn. KPMG stelt dat de strategie waarin de hele ziekenhuissector een maximale, beperkte groei krijgt van het kabinet zal leiden tot kaalslag. Voor een gezondere invulling van de zorg, zouden ziekenhuizen zo veel mogelijk zorg moeten overlaten aan lokale zorgcentra, zoals de huisarts, of in het geval van bijvoorbeeld een dialyse en chemotherapie (in tabletvorm) de zorg in de thuissituatie van de patiënt moeten leveren.

Alle behandelingen die nu onnodig in het ziekenhuis worden gegeven, kosten veel meer geld dan in de eerstelijn. KPMG pleit ervoor dat specialisten vaker moeten meekijken met de huisarts, zodat die minder patiënten hoeft door te verwijzen naar het ziekenhuis. Tevens stelt KPMG dat artsen niet alleen afgerekend zouden moeten worden op het aantal behan-

delingen dat zij uitvoeren, maar dat in de toekomst preventie beter zou moeten worden beloond. Wie zijn patiënten gezond houdt, zou additioneel betaald moeten worden.

VERSLAVINGEN SOCIALE MEDIA ONDERSCHAT

Diverse instellingen vinden dat er een erkende behandeling moet komen voor verslavingen rondom gebruik van sociale media. Steeds meer mensen kloppen met klachten over dwangmatig gebruik van bijvoorbeeld Facebook of Instagram aan bij verslavingsklinieken, zo meldt het AD. Deze mensen worden echter niet behandeld. Hun verslaving is geen erkende ziekte en wordt dus niet vergoed. Zorginstituut Nederland stelt dat problematisch beeldschermgebruik nog niet is benoemd, omdat er meer onderzoek nodig is om vast te stellen wanneer iemand echt verslaafd is. Anders dan bij de maatschappelijke regels rond alcohol- of drugsgebruik, zijn er voor sociale media geen maatschappelijke kaders. Tevens is er een verschil van acceptatie tussen generaties. Volgens Zorginstituut Nederland is er nu onvoldoende wetenschappelijk bewijs waardoor dwangmatig gebruik als psychische stoornis te benoemen is. Onderzoek moet uitwijzen of het gebruik van sociale media verandert na een behandeling.

Declaratiemogelijkheden e-consult bij de huisarts ruimer dan gedacht Huisartsen zijn onvoldoende op de hoogte van de declaratiemogelijk-

heden voor e-consulten. Dit blijkt uit de Actieagenda e-consult bij de huisarts. Veel huisartsen denken dat de vergoeding voor een e-consult per definitie gelijk is aan dat van een telefonisch consult. Dit is niet het geval. Huisartsen mogen voor een e-consult zelfs een dubbel regulier consult declareren, mits de zorgverlening zowel inhoudelijk als qua tijdsbesteding vergelijkbaar is met de zorgverlening die in een dubbel face-to-face consult wordt geboden. Dit is recent bevestigd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Op dit moment declareren veel huisartsen voor hun e-consulten de helft van de vergoeding van een regulier consult. De vergoeding voor een e-consult is echter niet afhankelijk van de vorm, maar van de tijdsinvestering en de geleverde zorgverlening. Bettine Pluut, programmamanager Patiëntparticipatie en eHealth bij Nictiz: “Het is belangrijk dat huisartsen op de hoogte zijn van de brede declaratiemogelijkheden voor een e-consult. Financiering wordt nu (onterecht) als een van de belangrijkste belemmeringen gezien, en dat is zonde.”

Health checks makkelijker toegankelijk, maar niet populairder

Het is steeds gemakkelijker om zonder tussenkomst van een arts health checks te laten doen. Dat gebeurt ook vaker, zo blijkt uit de publicatie Komt Een Test Bij De Dokter. In dit twintigste deel van de Lindenboomreeks, wordt onderzocht wat health checks voor de arts-patiëntrelatie betekenen en voor de relatie tussen gebruikers en hun directe naasten. Uit het onderzoekt blijkt dat tweemaal zoveel mannen gebruik

maken van een check dan vrouwen. Van de gebruikers heeft één op de drie daadwerkelijk gezondheidsklachten of behoefte aan geruststelling. Tweederde doet een check zonder overleg met de huisarts en in een kwart van de gevallen is het de werkgever die de test aanbiedt. Een deel (10 procent) van de gebruikers zegt na de test spijt te hebben, omdat ze liever onwetend waren gebleven over een mogelijk gezondheidsrisico. Ongeveer een derde van de mensen die de tests hebben uitgevoerd heeft de leefstijl aangepast. Huisartsen blijken vooral kritisch en zien niet altijd het nut van de tests in.

Vrouwen hebben liefst vrouwelijke huisarts

Uit onderzoek van Libelle magazine blijkt dat 60 procent van de vrouwen tot 40 jaar liever een vrouwelijke dan een mannelijke huisarts heeft. Vooral bij specifieke klachten geven veel vrouwen de voorkeur aan een vrouw. Deze resultaten blijken uit een enquête die is gehouden onder ruim 7000 respondenten, opgezet in samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland. Uit de resultaten blijkt dat veel vrouwen hun lijf lelijk vinden of zich er zelfs voor schamen en dat liever niet aan een mannelijke huisarts laten zien. Dit leidt tot zorgmijdend gedrag (1 op de 8 vrouwen, tegenover 1 op de 25 mannen, mijdt de huisarts wegens lichaamsschaamte). De onderzoekresultaten laten in diverse leeftijdscategorieën andere

huisartsenservice

9


INTERVIEW

Door Edgar Kruize

beelden zien. Onder de vrouwelijke patiënten in de leeftijdscategorie 40+ heeft ruim een kwart liever een vrouwelijke huisarts in het algemeen en zo’n veertig procent liever een vrouwelijke huisarts om intieme problemen te bespreken. Hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en emeritus huisarts Toine Lagro: “Zo’n hoog percentage valt niet te negeren. Dat betekent dat vrouwen als ze dat willen ook echt de kans moeten krijgen om een vrouwelijke huisarts te zien.” Uit het onderzoek blijkt dat 38 procent van de patiënten niet weet dat ze daar ook recht op hebben.

heid bij gemeenten, scholen, bedrijven en zorgorganisaties. We zijn niet alleen verantwoordelijk voor onze eigen gezondheid, maar ook voor de (on)gezondheid van anderen. Dat is geen betutteling; het is bescherming. Een morele plicht voor ons als lid van deze maatschappij en bovendien gezond eigenbelang.” Het boek is deze maand verschenen.

Het preventieultimatum

De eerste resultaten van eHealthdienst Hartwacht blijken indrukwekkend, zo kreeg 64 procent van de resistente hypertensie patiënten de hoge bloeddruk onder controle in drie maanden. Zilveren Kruis vergoedt deze moderne vorm van hartzorg sinds 2016 aan verzekerden. Patiënten doen zelf metingen thuis en hun cardioloog kijkt op afstand mee. “Met Hartwacht brengen we zorg veilig thuis, een belangrijk thema voor ons”, aldus Olivier Gerrits, directeur Zorginkoop Zilveren Kruis. Hartwacht is er voor patiënten met hartfalen,

Preventie is nodig om gezondheid te bevorderen en zorgkosten te beteugelen. Het is goed dat de overheid eindelijk durft in te grijpen en zo de gezondheid van de burgers beschermt, maar het is nog lang niet genoeg. Want hoe kunnen we het accepteren dat lager opgeleide Nederlanders gemiddeld zes tot zeven jaar korter leven dan hoger opgeleide Nederlanders? Die vraag is de basis voor het boek Het Preventie-ultimatum van Paul van der Velpen. In het boek stelt hij dat preventie niet alleen bij jezelf begint, maar ook bij de zorg voor anderen. “Een belangrijke oorzaak is de vaak ongezonde omgeving: in de wijk, het onderwijs, het werk en de zorg. Daarvoor ligt de verantwoordelijk-

10

huisartsenservice

Lagere bloeddruk door elektronische cardioloog Hartwacht

hartritmestoornissen en resistente hypertensie. Voor deze drie groepen worden door Cardiologie Centra Nederland de klinische effecten en effecten op de kwaliteit van leven van de inzet van Hartwacht structureel gemeten. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Gemiddeld daalde de bloeddruk bij patiënten die meedoen aan Hartwacht van 157/89 mmHg naar 132/84 mmHg.

Het lukte 64 procent van de patiënten met resistente hypertensie om de bloeddruk onder controle te krijgen. Het betreft hier patiënten die zijn doorverwezen door een huisarts omdat de hoge bloeddruk niet daalde na het gebruik van meerdere medicijnen.

HOUDBAARHEIDSDATUM MEDICIJNEN

voor veel Nederlanders onleesbaar De kleine lettertjes op onder meer voedingsetiketten, medicijnverpakkingen en bijsluiters blijken de grootste optische ergernis voor veel Nederlanders, zo blijkt uit onderzoek van Specsavers onder ruim 12.000 Nederlanders. Zo ervaart de helft van de mensen die moeite hebben met het lezen van kleine lettertjes problemen bij het lezen van medicijnverpakkingen en bijsluiters. Dit geldt ook voor personeel in de zorg, waarvan 51 procent van de ondervraagden moeite heeft medicijnverpakkingen en bijsluiters te lezen en 40 procent aangeeft moeite te hebben met het lezen van de houdbaarheidsdatum van medicijnen. Opvallend is dat het overgrote deel van de mensen (76 procent) die in deze sector werkzaam is én een leesbril dragen, nog steeds moeite heeft met het lezen van teksten op geneesmiddelen. Hoewel het onderzoek is gedaan door een keten opticiens, blijkt het advies niet een groter gebruik van leesbrillen., maar het verhogen van de leesbaarheid van medicijnverpakkingen en –bijsluiters door een groter lettertype en een sterker kleurencontrast.

Persoonlijke Gezondheidscheck maakt preventie extra toegankelijk De door kennisinstituut &NIPED gerealiseerde Persoonlijke Gezondheidscheck is ontwikkeld om als compleet, betrouwbaar en wetenschappelijk hulpmiddel de gezondheid en het welzijn van individuen te monitoren. “Met als achterliggende gedachte dat gezondheidsrisico’s vroegtijdig worden onderkend en mensen gezonder gaan leven”, aldus cardioloog Dr. Roderik Kraaijenhagen.“Bewustwording is het primaire doel, waarmee we uiteindelijk hopen te motiveren om actie te ondernemen en levensstijl te veranderen.” Kraaijenhagen is in 2005 samen met arts en kankeronderzoeker Dr. Coenraad van Kalken &NIPED (Netherlands Institute for Prevention and e-Health Development) gestart omdat zij ervan overtuigd zijn dat de zorg anders ingericht kan en moet worden. “Dat vraagt uiteraard een verandering van de manier waarop ons zorgstelsel is ingericht. Als arts word je vooralsnog met name betaald om patiënten beter te maken, in plaats van dat er prikkels worden gegeven om de patiënt gezond te houden. Op het gebied van preventie en zeker de financiering daarvan zijn nog grote slagen te maken. Maar een gezonde toekomst vraagt óók een andere manier van denken van de patiënten. Dat wordt nog weleens over het hoofd gezien. Mensen bezoeken van oudsher alleen hun huisarts op het moment dat er klachten ontstaan. Dat is ons zo aangeleerd en die denkwijze zit er dus collectief in. Iemand die vroegtijdig actie onderneemt ten aanzien van beïnvloedbare gezondheidsrisico’s en gezonder leeft, heeft minder kans op klachten en zal uiteindelijk ook minder beroep hoeven te doen op de zorg. Dat is een van de uitgangspunten waar vanuit wij met &NIPED werken.” ZELF INZICHT KRIJGEN &NIPED heeft een wetenschappelijk gevalideerd expertsysteem ontwikkeld dat door middel van een veilig online account deel-

nemers in staat stelt een persoonlijk gezondheidsprofiel vast te stellen en te bewaken. Dit systeem wordt ingezet op diverse platforms, waarvan de Persoonlijke Gezondheidscheck momenteel het meest in het oog springend is. Deelnemers kunnen het persoonlijke profiel verrijken en verfijnen met aanvullende biometrie en laboratoriumonderzoek. Wij zijn onafhankelijk maar kunnen gebruikers wel wijzen op (regionale) leefstijlinterventies op maat en, indien noodzakelijk, zorgprofessionals. De huisarts is doorgaans het belangrijkste startpunt voor gebruikers om vervolgstappen te maken. Kraaijenhagen: “Wat de Persoonlijke Gezondheidscheck doet is de gebruiker in staat stellen om zelf inzicht te krijgen in zijn of haar gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat zo’n zeventig procent van de mensen die de check doet meer gemotiveerd wordt om daadwerkelijk een vorm van actie te ondernemen om een al dan niet noodzakelijke verandering in leefstijl in te zetten. Uiteindelijk kan door een dergelijke bewustwording een groot deel van de toekomstige gezondheidsproblemen voorkomen worden.”

“De eerstelijnszorg kan in het preventietraject nu al een rol spelen. Het is tenslotte het eerste aanspreekpunt”

LEED VOORKOMEN De eerstelijnszorg kan in het preventietraject nu al een rol spelen. Het is tenslotte het eerste aanspreekpunt. Het vraagt echter op de lange termijn ook om een andere inrichting van de zorg. Zoals het nu is ingericht kan een patiënt slechts met één vraag per consult bij een huisarts terecht, hetgeen een huisarts niet in staat stelt om te onderzoeken of er wellicht een of meerdere risicofactoren zijn en al helemaal niet om een patiënt vervolgens tot leefstijlverandering te motiveren. Iets simpels als bloeddruk meten, het is niet standaard dat een huisarts dit doet bij mensen zonder klachten. Terwijl hoge bloeddruk een van de belangrijkste silent killers is en de grootste veroorzaker van beroertes en hartinfarcten. Er is veel leed te voorkomen als hier meer aandacht voor is. Mensen kunnen dat heel goed zelf doen als ze (toegang tot)

huisartsenservice

11


een bloeddrukmeter hebben, maar ook een praktijkondersteuner kan dit heel goed doen. Ook zouden apothekers een bloeddrukmeting kunnen uitvoeren of faciliteren. Weet iemand dat hij of zij last van een te hoge bloeddruk heeft, dan kan iemand actie ondernemen. Veel mensen zijn zich echter niet van hun bloeddruk of de risico’s bewust.”

“We willen een beweging op gang brengen en op gang houden, die uiteindelijk de hele manier waarop we tegen gezondheid en zorg aankijken verandert”

INVESTEREN Werkgevers zijn vanaf medio dit jaar verplicht om hun werknemers periodiek een preventief medisch onderzoek aan te bieden en kunnen daar ook op gecontroleerd worden. De Persoonlijke Gezondheidscheck is een middel dat voor een werkgever niet zo duur is en de werknemers aanzet tot gezondheidsbevordering. “Idealiter is de Persoonlijke Gezondheidscheck voor iedereen toegankelijk. Maar feit is dat dit zonder financiële voorziening niet gratis kan en in Nederland is het nog niet gebruikelijk om zelf geld aan een gezondheidscheck uit te geven. Men verwacht dat de overheid of de zorgverzekeraar dat betaalt. Gelukkig gebeurt dat ook steeds vaker. We werken met pensionado-collectieven, hebben minimaprojecten in gemeenten draaien en werken samen met inkomens- en zorgverzekeraars. Voor het bedrijfsleven geldt dat ziekteverzuim een belangrijke kostenpost is en men is bereid in de bestrijding daarvan te investeren. De inzet van de Persoonlijke Gezondheidscheck werpt bij diverse partijen al vruchten af. In samenwerking met de Erasmus Universiteit is aangetoond dat er een reductie van 20 procent op het ziekteverzuim wordt bereikt.” LANGE TERMIJN De check bestaat uit een vragenlijst, fysieke metingen (zoals bloeddruk, buikomvang en gewicht) en gericht laboratoriumonderzoek van bloed en urine. Na deelname aan de check ontvangen gebruikers een gezondheidsrapport en advies. Hierin worden de eventuele gezondheidsrisico’s geduid en staan concrete handvatten om een gezonde leefstijl toe te passen. Inclusief tips om deze vol te houden. Wij hebben op dit moment echter nog geen inzicht in hoeverre de mensen die naar aanleiding van de check hun levensstijl aan willen gaan passen, dit ook op de lange termijn volhouden. Dat is in eerste

12

huisartsenservice

instantie ook niet waar wij voor zijn. Gebruikers worden via de Persoonlijke Gezondheidscheck, indien nodig en indien ze dat wensen, in contact gebracht met interventies die hen kunnen helpen bij het aanleren en volhouden van een gezonde leefstijl. Partijen als de Nierstichting, GGD GHOR Nederland, Diabetes Fonds, het Longfonds, Landelijke Huisartsenvereniging, De Hartstichting en het Nederlands Huisartsen Genootschap, ondersteunen dit initiatief en dragen er aan bij. Het zijn ook de partijen die zich hebben geschaard achter Heel Nederland Gezonder, een groeiende beweging die persoonlijke preventie voor iedereen vanaf 18 jaar laagdrempelig toegankelijk maakt. Dat is uiteindelijk het grotere belang, we willen een beweging op gang brengen en op gang houden, die uiteindelijk de hele manier waarop we tegen gezondheid en zorg aankijken verandert.” MAATSCHAPPELIJKE BEWEGING De bal is al aardig aan het rollen. Op SBS6 loopt de reeks Vet Fit, waarin een groep van bekende Nederlanders actief aan de gang gaat met hun algehele gezondheid. Roderik Kraaijenhagen heeft zich als cardioloog aan dat programma verbonden. Op RTL4 is het televisieprogramma De RTL Gezondheidstest te zien. Via beide programma’s kan het Nederlandse publiek kosteloos deelnemen aan de online vragenlijst van de Persoonlijke Gezondheidscheck. “Het feit dat twee grote nationale tv-zenders onafhankelijk van elkaar met programma’s komen waarin gezondheid en de wil om te veranderen centraal staan, zegt iets over de maatschappij. Dat inmiddels tienduizenden mensen meedoen zegt ook iets. Deze thema’s leven, mensen voelen dat er iets moet veranderen en staan meer dan ooit open voor die boodschap.” BREDER KIJKEN Met de Persoonlijke Gezondheidscheck krijgen deelnemers inzicht en advies over onder andere hart- en vaatziekten, diabetes, nierziekten, COPD en leefstijlgerelateerde zaken als roken, bewegen, alcohol, voeding, stress en meer. “Er zijn natuurlijk aangeboren factoren, waar niets tegen te doen is. Maar uit onderzoek van onder meer de World Health Organization blijkt dat het overgrote deel van de chronische aandoeningen wordt

veroorzaakt door zeven tot tien beïnvloedbare risicofactoren. Dus in plaats van voor al die chronische aandoeningen elk een afzonderlijk zorgtraject in te richten, kan het preventief wellicht efficiënter zijn om de focus al te houden op die beïnvloedbare factoren, zodat je op meerdere ziekteprocessen tegelijk

een positief effect hebt. Wat mij betreft kan het nog breder. Waarom zijn er bijvoorbeeld alleen bevolkingsonderzoeken naar baarmoederhals-, borst- en darmkanker? Trek dat breder? Doe bevolkingsonderonderzoek naar de risicofactoren en dán is echt op heel grote schaal aan preventie te doen.”

De NHG en LHV hebben de toekomstvisie huisartsenzorg 2022 ontwikkeld. In dit visiedocument valt te lezen: “Huisartsenzorg is de sleutel tot een duurzame doelmatige gezondheidszorg van hoge kwaliteit. Twee van de zeven gezondheidspeilers van de toekomst zijn samenwerking en preventie.” (zie www.huisartsenservice.nl).

Het visiedocument stelt dat: • De huisarts werkt met andere zorgverleners samen op basis van richtlijnen en struc turele samenwerkingsafspraken; • De huisartsenzorg richt zich vooral op die vormen van preventie waarvan haar inzet

aantoonbare meerwaarde heeft; de zorggerelateerde en geïndiceerde preventie; Huisartsen geven samen met andere partijen (onder andere GGD en gemeente) vorm aan wijkgebonden preventie, waarbij wordt afgesproken wie op welke wijze de meest effectieve rol kan spelen.

Een Persoonlijke Gezondheidscheck welke leidt tot een eigen persoonlijk gezondheidsdossier is een van de manieren om bewustzijn en zelfinzicht te geven. A.W.P Heera, Arbo-Arts en Case manager Innoverende Huisartsenzorg

huisartsenservice

13


PREVENTIE

Wist u dat ..? wiet roken geen rol speelt bij ontwikkeling van COPD ✦

ongeveer twee derde van de patiënten met een milde vorm van COPD overgewicht of obesitas heeft ✦

thuismonitoring wordt gestimuleerd om heropnames van COPD te reduceren met ruim 25% ✦

IMIS weer is gestart in het voorjaar met de scholingen ‘inhalatie van medicatie’ ✦

bij SMR-interventies het komende jaar de focus ligt op ‘Het voorkomen dat jongeren gaan roken’ ✦

er sterke behoefte is aan nscholing OSAS ✦

Astmaatje een APP is die ontwikkeld is voor jongeren van 12 – 17 om beter om te gaan met hun astma? ✦

de handleiding Saneren van de VenVN weer volop onder de aandacht is ✦

e i t c e Sel

Door Esther Schulting

ALLES OVER HOOFDPIJN EN AANGEZICHTSPIJN Door Prof. dr. Michel Ferrari en Dr. Joost Haan Omdat er vele soorten hoofdpijnen zijn, zien zelfs zorgprofessionals vaak door de bomen het bos niet meer. Om orde te scheppen beschrijven Michel Ferrari en Joost Haan het hele spectrum van hoofdpijn en aangezichtspijn op systematisch wijze. Van hoofdpijn bij ziektes als tumoren tot goedaardige hoofdpijnsoorten zoals migraine en clusterhoofdpijn. Er wordt aandacht besteed aan de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied en het diagnosticeren en behandelen van hoofdpijn. ISBN: 978 90 446 3577 5 – o.a. te koop via Libris.nl

allergiepatiënten nog te veel onder de radar leven ✦

het allergieseizoen een maand langer duurt door de klimaatsverandering ✦

er twee allergiepoliklinieken bij zijn gekomen vorig jaar in de regio Utrecht en Groningen ✦

u ook een ‘wist u datje’ kunt insturen naar info@huisartsenservice.nl

NU, OOIT OF NOOIT Deze A5 schrijfblokken helpen je alvast een beetje op weg met het maken van notities. Zo is er het blok ‘Nu, ooit, nooit’ voor de dingen die echt moeten, die even kunnen wachten of iets waarvan je denkt ‘nooit!’ maar dit toch te belangrijk is om niet op te schrijven. Bent u er nog? Daarnaast ook ‘Een mooie dag voor, bewaren voor morgen’ en het blok ‘Zin, tegenzin, onzin’. Net even anders en daardoor goed voor een glimlach tijdens het werk. Te koop via firmastreep.nl

SUPERDOKTER Een beetje gek en daardoor juist leuk en een perfecte manier om de drempel naar de huisartsenpraktijk letterlijk te verlagen, voor jong en oud. Dat lukt wel met deze herkenbare deurmat met het logo van Superman erop. Maar wij zeggen natuurlijk ‘Superdokter’! Formaat 60 x 40 cm. € 19,95 O.a. te koop via megagadgets.nl 14

huisartsenservice

huisartsenservice

15


VERPLEEGKUNDIGE IN BEELD

Door Edgar Kruize

MedWay kan niet draaien zonder de vele zorgkrachten die elke dag weer beide schouders zetten onder het leveren van een betere zorg. In deze rubriek belichten we hen. Ditmaal spreken we gespecialiseerd verpleegkundige MARJOLEIN HEIJDEMAN, die vanuit haar professie MS-patiënten thuis begeleidt.

Wat zijn je ambities binnen je werkzaamheden? “Die zijn altijd hetzelfde gebleven, ik wil het werk dat ik doe zo goed mogelijk doen en daar zo veel mogelijk mensen mee helpen. Maar ik wil mezelf ook door blijven ontwikkelen. Ik kom uit de acute zorg en ben een BIG-geregistreerd verpleegkundige. Nu heb ik het heel erg naar mijn zin in deze functie en vind ik het heerlijk dat ik zelf mijn agenda kan bepalen, maar misschien ga ik over enige tijd die kant wel weer op. Ik hou graag al mijn opties open. Tevens heb ik gewerkt in de palliatieve zorg en heb ik een onderwijsachtergrond. Ik acht het ook zeker niet uitgesloten dat ik ook ooit weer in het onderwijs terecht kom. Dat vind ik namelijk ook nog altijd enorm interessant en leuk.” Maakt die onderwijsachtergrond dat je in je huidige werkzaamheden zaken goed kan uitleggen aan patiënten? “Dingen uitleggen aan volwassenen is uiteraard anders dan iets aan een kind uitleggen, maar ik denk zeker dat het bijdraagt. Tijdens je opleiding leer je hoe je kennis zo effectief mogelijk overdraagt en je leert inschatten wat een leerling nodig heeft om iets te begrijpen. Die vaardigheden kun je zeker ook op volwassenen toepassen.”

Je werkt als gespecialiseerd verpleegkundige voor MedWay. Hoe ben je in dit vak terechtgekomen? “Ik heb mezelf op divers gebied ontwikkeld, het opnoemen van mijn volledige CV gaat wat ver. Dat ik mezelf ben blijven ontwikkelen, komt uit pure nieuwsgierigheid naar allerlei vakgebieden en medische inhoud. Maar ook om met 16

huisartsenservice

mijn werkzaamheden aan te sluiten op mijn levensfases. Voordat ik deze klus ging doen, werkte ik als verpleegkundige op de hartbewaking. Fantastisch werk, maar ik ben ook de jongste niet meer. Het werk begon – ik ben een vijftiger – ook fysiek zijn tol te eisen. Onregelmatige diensten en met name nachtdiensten werden – zeker ook door de personeelstekorten in de zorg –

steeds zwaarder. Daar ik altijd voor ogen heb gehad dat ik onder alle omstandigheden de best mogelijke zorg wil leveren, ben ik om me heen gaan kijken of ik mijn kennis op een andere manier in kon gaan zetten. Technische thuiszorg heeft altijd al mijn aandacht gehad, dus vandaar dat ik die kant op ben bewogen.”

Wat spreekt je het meest aan in technische thuiszorg? “Het mooie is dat door technische thuiszorg ook patiënten met een meer complex beeld, zoals afhankelijkheid van ingewikkelde medicatie of een meer intensieve behandeling, in de eigen woonomgeving geholpen kunnen worden. Op deze manier verblijven zij niet langer dan noodzakelijk in het ziekenhuis. Dat betekent voor de patiënt doorgaans een hogere kwaliteit van leven. Maar het vraagt ook meer van de eigen verantwoordelijkheid. Heel soms

kan je er wel vraagtekens bij zetten of een patiënt die verantwoordelijkheid wel aankan. Wat ik persoonlijk interessant vind, is dat voor mij als verpleegkundige geen enkele patiëntenbehandeling hetzelfde is. De setting waarin je met iemand werkt, is elke keer weer anders, puur omdat iedere woonomgeving anders is. Je leert heel veel over mensen door de manier waarop zij wonen. Dat inschatten hoe iemand in elkaar steekt, vind ik elke keer weer boeiend.” Kan je daarvan voorbeelden noemen? “Je ziet letterlijk hoe het met een patiënt gaat. De thuissituatie is een observatiepunt voor een zorgverlener. Voor mijn werkzaamheden kan ik soms ook met een telefonisch consult af, maar ik zie een patiënt liefst in ieder geval eenmaal in zijn woonomgeving. Iemand kan door de telefoon helder en goed begrijpend klinken, maar als je bij zo iemand op bezoek gaat en het huis is bijvoorbeeld verwaarloosd, dan kun je inschatten dat er misschien wel meer aan de hand is dan je op basis van een telefoongesprek of consult in een professionele zorgomgeving zou kunnen.” Is het aanschouwen van die thuissituatie dan ook direct het grootste verschil met het zien van patiënten in een zorgomgeving? “Nee, het gaat dieper. De rollen zijn letterlijk omgedraaid. Of ze nu in het ziekenhuis of bij een huisartsenpraktijk worden geholpen, de patiënt komt binnen en wordt onderdeel van de dagelijkse gang van zaken van de behandelend arts of van de praktijkverpleegkundige. Hoewel de patiënten steeds mondiger worden, is die rol toch veelal ondergeschikt. De patiënt moet mee bewegen in het ritme van de behandelaar. Hier is het juist andersom. Je treedt als

zorgprofessional het domein van de patiënt binnen, je bent een gast. En dus moet je mee bewegen in het ritme van de patiënt. Dat zorgt voor een volkomen andere dynamiek. Inhoudelijk blijft de behandeling en de uitleg van medicatie uiteraard hetzelfde. De manier waarop je situaties en mensen benadert is echter volkomen anders. Ik kan niet zeggen dat de ene benadering beter is dan de andere. Dat verschilt echt per geval. Wel kan ik zeggen dat ik mezelf in deze situatie erg op mijn gemak voel.” Heb je een afgebakend verzorgingsgebied? “Ik woon in het midden van het land en rijd de ene dag naar Groningen, de andere naar Den Haag. Geen afgebakend gebied dus. Dat rijden is het echter waard, omdat je letterlijk contact maakt en – zoals ik al zei – ter plekke de situatie kan beoordelen. Zo werd ik toen ik net was begonnen gebeld door een tamelijk norse man uit Leeuwarden die klachten had over de distributie van de medicijnen van zijn vrouw. ‘Ook goedemiddag’, dacht ik terwijl hij zijn verhaal afstak. Ik sloot het gesprek af met de mededeling dat ik langs zou komen om een en ander eens goed te bespreken en te zien waar de klachten nu echt lagen. Eenmaal daar bleek het een zeer trieste casus. Door de MS was zijn nog jonge vrouw aan een rolstoel gebonden. Als hij aan het werk was, was zij niet in staat om zelfstandig de deur open te doen om de medicijnen in ontvangst te nemen. Dat was dus al een paar keer niet goed gegaan en daar zat veel oud zeer. Hij zou ze graag bij de lokale apotheek ophalen, maar had nooit goed uit kunnen leggen waarom. Die situatie helder krijgen en oplossen maakt voor mij de 130 kilometer heen en weer terug rijden volledig de moeite waard.”

huisartsenservice

17


UITGELICHT

Door Edgar Kruize

Kruistocht

JAMIE OLIVER

vindt wereldwijd weerklank Britse tv-kok Jamie Oliver strijdt al jaren tegen slecht voedsel dat (te) makkelijk verkrijgbaar is voor kinderen. Hij pleit voor een generatie die gezonder opgroeit en daardoor uiteindelijk minder gezondheidsklachten zal krijgen. Preventie aanpakken bij de bron, derhalve. En dat vindt wereldwijd weerklank. Al gaat het met vallen en opstaan. Reeds in 2005 kwam Oliver groot in het nieuws toen hij slecht voedsel dat op scholen te koop wordt aangeboden uit wilde gaan bannen. “Ik geloof dat het een recht is van elk kind om op school te leren hoe ze zelf kunnen zorgen voor vers en voedzaam eten”, aldus Oliver. Een kleine zeven jaar later kon dat project als mislukt worden beschouwd. Het had twee redenen. Enerzijds was er een grote groep ouders die vond dat hij zich niet moest bemoeien met hetgeen hun kinderen nuttigden, anderzijds had hij geen rekening gehouden dat gezonder eten doorgaans minder goedkoop geproduceerd kon worden en op deze manier vooral een klein segment in de maatschappij bereikt werd. Terugkijkend is te concluderen dat het programma van Oliver zijn tijd vooruit was en te vroeg kwam, momenteel is de hang naar beter en gezonder voedsel groter dan ooit en wordt het ook meer betaalbaar. Schoolkantines, maar vooral ook bedrijfskantines en sportkantines schakelen langzaam maar zeker steeds verder over. 18

huisartsenservice

GOUDEN KANTINE Ook in Nederland is dit het geval. In februari heeft een groep wethouders, wetenschappers en directeuren een open brief geplaatst in Het Parool waarin een sterk aantal Nederlandse voorbeelden op dit vlak wordt genoemd: Amsterdam is gestopt met snoep- en frisdrankautomaten in gemeentelijke panden. De gemeenten Heerenveen en Leeuwarden zetten met watertappunten in de openbare ruimte breed in op het bevorderen van het drinken van water. Ede heeft een

Jamie Oliver

“Is geld verdienen belangrijker dan de gezondheid van onze kinderen?” wethouder Voedsel, een ziekenhuis waar gezond eten de norm is, en stimuleert scholen tot een gezonde schoolomgeving en structureel voedselonderwijs. In Groningen streeft het ziekenhuis UMCG naar 40 procent verantwoorde en regionale producten voor de maaltijden en stimuleert actief de gezonde keuze in het restaurant. Sportcentrum West in Rotterdam heeft een ‘gouden’ sportkantine waarin het aanbod en de aankleding bezoekers

vrijwel automatisch stimuleert om een gezondere keuze te maken. Het zijn enkele voorbeelden van de beweging zoals die nu in de Nederlandse samenleving vorm krijgt wat uiteindelijk zou moeten resulteren in een gezondere samenleving. ‘DE WERELD IS GEK’ De grote ‘sluipmoordenaar’ (zoals Jamie Oliver het noemt) in deze is nog altijd suiker. Na zijn schoolmaaltijdenproject, heeft hij zijn focus daarheen verlegd. Hij vindt met name de hoeveelheden suiker in energiedrankjes die kinderen veelvoudig tot zich nemen bizar en pleit voor een leeftijdsgrens. “Is geld verdienen belangrijker dan de gezondheid van onze kinderen?”, aldus Oliver. “Van taarten en koekjes weet je dat ze niet gezond zijn. Dat eet je niet vijf keer per dag. De wereld is helemaal gek geworden. Iedereen houdt van suiker. Ik ben er niet tegen, maar je moet er respect voor hebben. Het wordt verkeerd gebruikt.” In de vorige editie van HuisartsenService constateerde huisarts Tamara de Weijer, huisarts en de voorzitter van Vereniging Arts en Voeding, ook al dat de suikerinname bij de jeugd soms schrikbarende vormen aanneemt. “Als huisarts zie ik regelmatig 16 à 17-jarige kinderen die ontzettend moe zijn. Uiteraard wordt hun bloed vervolgens onderzocht, maar ik doe ook altijd een leefstijlanalyse. Ik laat hen bijhouden wat ze eten, hoe ze slapen, hoe veel ze bewegen, of ze

stress hebben, et cetera. Dat op een rijtje zetten geeft een goed inzicht. Wat vooral opvalt, is hoe dramatisch een deel van die generatie eet. Er gaat soms bijna geen vitamine in, alles bestaat uit suikers. Verandering daarvan doet doorgaans ook de energieniveaus weer toenemen. De reden dat we met Arts en Voeding de boodschap breed verkondigen, is omdat we niet één schuldige aan kunnen wijzen. Het individu, de huisarts, de supermarkt, de benzinepomp, schoolkantines, de overheid, noem maar op. Iedereen moet hierin zijn verantwoordelijkheid nemen.” LEEFTIJDSGRENS En ook die trend zie je in Nederland weerklank krijgen. In januari onderstreepte de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) andermaal dat energiedrankjes niet onschuldig zijn. Sommige tieners van twaalf jaar drinken volgens het NVK tot zes blikjes per dag. Dat is alleen al vanwege de cafeïne

schadelijk. Diverse richtlijnen gaan ervan uit dat ongeveer 2,5 milligram cafeïne per kilo lichaamsgewicht geen kwaad kan. Een blikje energiedrank bevat ongeveer 80 mg cafeïne. Een tiener zit na een blikje dus al tegen het maximum aan. Daarnaast is er de grote hoeveelheid suiker. Een blikje bevat ongeveer tien suikerklontjes. Volgens het advies van het WHO mag een volwassen vrouw niet meer dan 12,5 suikerklontje per dag binnen krijgen. Voor mannen geldt een maximumadvies van 15 stuks. Kinderen zitten met één blikje al over hun dagelijkse maximum. Overconsumptie kan leiden tot overgewicht en diabetes type 2. Volgens het NVK leidt het (overmatig) drinken van energiedrankjes bij jongeren daarnaast tot klachten als rusteloosheid, moeheid, slaapproblemen en hartritmestoornissen. Er zou daarom net als bij alcohol een leeftijdsgrens aan verbonden moeten worden. Kinder- en jeugdarts Brita de Jong-van Kempen: “Artsen zijn zich er steeds meer

van bewust dat medische klachten van jongeren veroorzaakt kunnen zijn door energiedrankjes. Zelf informeer ik vaker bij een patiënt of hij of zij energiedrankjes heeft gedronken, ook om onnodige medicalisering te voorkomen.” VROEG INGRIJPEN De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) zegt in De Telegraaf dat verstandig omgaan met eten, drinken en dus ook energiedrankjes vooral een taak is van de ouders. Volgens AVS-voorzitter Petra van Haren leiden energiedrankjes op basisscholen niet echt vaak tot discussie. “Het is eigenlijk not done, zoals met koffie, dat geef je zulke jonge kinderen eigenlijk ook niet.” De meeste problemen doen zich dan ook bij middelbare scholieren voor. In die leeftijdscategorie is het lastiger om de regie te voeren en volgens het AVS staan ouders van middelbare scholieren meer op afstand van de school. Preventie betekent vroeg ingrijpen en daar worden ook huisartsenservice

19


VOEDINGSCENTRUM

al diverse proeven mee gedaan in het land. Niet in het minst omdat ook voordat jongeren aan de energiedrankjes gaan de suikerinname bij basischoolleerlingen hoog is, bijvoorbeeld door kinderdrankjes als Capri Sun (zes suikerklontjes) of Yoki Drink (vijf suikerklontjes). GEZONDER DRINKEN Diverse basisscholen in Zeeland zijn eind 2017 een pilot gestart om gezonder te leren drinken. Dit project heet Sam de Waterman en is een initiatief van de GGD Zeeland, Hogeschool Zeeland en de Vitale Revolutie. Voor het project was een pakket ontwikkeld, bestaande uit Sam de Waterman-bidons en een voorleesboek. Docenten kregen zelf de vrijheid om kinderen meer bewust te maken van het belang van water, zowel als dorstlesser als in de bredere maatschappij. Studenten van de HZ University of Applied Sciences onderzochten bij negen scholen onder begeleiding van het lectoraat Healthy Region het waterdrinkgedrag van de kinderen. Dat onderzoek liet begin 2018 al een stijging van 7 procent ten opzichte van het begin van het project zien. Momenteel wordt er nagedacht PREVENTIE IN HET LAND Naast hierboven genoemde voorbeelden, zijn diverse scholen en maatschappelijke instellingen met preventieprojecten begonnen. Doel is om de jeugd gezonder te laten eten. Een greep uit de actuele ontwikkelingen: • De gemeente Amsterdam wil geen reclame meer voor ongezond voedsel, gericht op kinderen en jongeren, in de Amsterdamse metrostations. Deze richtlijn past binnen het programma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht, dat ten doel heeft om alle Amsterdamse kinderen op een gezond gewicht te laten zijn in 2033.

Brita de Jongvan Kempen “Artsen zijn zich er steeds meer van bewust dat medische klachten van jongeren veroorzaakt kunnen zijn door energiedrankjes” over een vervolg. In Friesland is iets soortgelijks uitgerold. In januari is daar de Weevie Watercampagne gestart, een initiatief van bv SPORT dat als doel heeft om basisschoolkinderen water in de breedste zin van het woord te laten ontdekken. Er is aandacht voor gebruik van water, sporten in het water, maar vooral het drinken van water. Door met name het drinken te stimuleren, willen de initiatiefnemers het gebruik van gesuikerde frisdranken terugdringen en daarmee de kans op gezondheidsrisico’s bij kinderen verminderen.

Uit onderzoek is gebleken dat verzadigd vet de kans op hart- en vaatziekten niet verhoogt. Op deze studies is veel kritiek gekomen door voedingswetenschappers. Er is namelijk niet goed gekeken wat de deelnemers in plaats van verzadigd vet aten. Verzadigd vet vervangen door suiker of witte graanproducten heeft niet veel zin. Dat is net zo slecht voor de gezondheid. Maar in de Richtlijnen Goede Voeding is de Gezondheidsraad er duidelijk over: vervang boter, harde margarine en harde bak- en braadvetten (rijk aan verzadigde vetzuren) door zachte margarines, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën (rijk aan cis-onverzadigde vetzuren). Het is namelijk overtuigend aangetoond dat dit het risico op coronaire hartziekten verlaagt.

PREVENTIE VAN ZIEKTE DOOR GEZOND ETEN De Schijf van Vijf van het Voedingscentrum is gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad. Die richtlijnen zijn gestoeld op een grondige en systematische wetenschappelijke evaluatie over voedingsstoffen, voedingsmiddelen en voedingspatronen in relatie tot gezondheid. Centraal staat de relatie van voedingsmiddelen en voedingspatronen met de meest voorkomende chronische ziekten in Nederland. Vleeswaren, bewerkt vlees en dranken met suiker (sap en fris) leveren bij een hoge inname negatieve gezondheidseffecten op en snoep en koek dragen niet bij aan een gezonde voeding. Deze producten staan daarom niet in de Schijf van Vijf.

Nu dit balletje wereldwijd rolt, richt • Dit voorjaar zaaien, verzorgen en oogsten leerlingen van zestien scholen in Ede hun eigen verse groenten op het schoolplein, in het kader van het project Klasse Moestuin. Dit initiatief van informatiecentrum IVN Het Groene Wiel geeft leerlingen handvatten om nu en in de toekomst gezonde en bewuste voedselkeuzes te maken. • De Tilburgse basisschool De Vijf Hoeven heeft begin dit jaar 200 leerlingen elke maandag een ‘Schoolsoepie’ aangeboden. Dit in een reactie op het in november 2017 gepubliceerde onderzoek van CBS, RIVM en het Voedingscentrum waaruit bleek dat slechts 40 procent

‘Is verzadigd vet gezond?’

Jamie Oliver zich alweer op een volgend project en dat is meer bewustwording over de ingrediënten die we tot ons nemen. Wát zit er eigenlijk in ons voedsel? Met zijn boek 5 Ingrediënten is daarmee de eerste stap gezet. Nu is de Britse kok uiteraard uitermate commercieel, maar het zijn prominente gezichten als hij die – meer dan huisartsen of politici – de massa kunnen bewegen om gezonder te gaan leven en zo dus onbewust aan preventie te doen. Dat is vanuit de eerstelijnszorg alleen maar toe te juichen.

van alle kinderen onder de 12 jaar voldoende groenten eet. De op de school verstrekte soep zat boordevol verse groenten. • Steeds meer scholen werken om het vignet Gezonde School te kunnen dragen, een erkenning van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voor scholen die er vrijwillig voor kiezen aandacht te besteden aan de gezondheid van hun leerlingen. Criteria om in aanmerking van het vignet te komen zijn onder andere gezonde tussendoortjes, verantwoorde lunches, ruim aanbod in beweging en sport en stimulans voor kinderen om water te drinken in plaats van gezoete drankjes.

Producten uit de Schijf van Vijf Groente en fruit Smeer- en bereidingsvetten Vis Peulvruchten en noten Zuivel Volkorenbrood en andere volkoren graanproducten Zwarte en groene thee

Verband met ziekte Verlagen met name het risico op hart- en vaatziekten, en op darmkanker, longkanker en diabetes type 2 Producten met veel verzadigd vet vervangen door producten met veel onverzadigd vet verlaagt de kans op hart- en vaatziekten Verlaagt het risico op hart- en vaatziekten Verlagen het LDL-cholesterol Verkleint het risico op darmkanker Verlagen het risico op hart- en vaatzieken, diabetes type 2 en darmkanker Verlagen de bloeddruk en verkleinen het risico op een beroerte

RELATIE OVERGEWICHT EN RISICO OP ZIEKTEN Mensen met overgewicht lopen meer gezondheidsrisico’s dan mensen met een gezond gewicht. Zo neemt het risico op diabetes type 2, hart- en vaatziekten en verschillende soorten kanker, galstenen, gewrichtsslijtage, ademhalingsproblemen en vruchtbaarheidsproblemen toe. Het goede nieuws; gezondheidsrisico’s van overgewicht verminderen al door 5 tot 15% van het gewicht te verliezen. Blijvend gezonder en minder eten is hierin een belangrijke stap. Advies op maat is belangrijk om dit te kunnen bereiken. Een diëtist kan hierbij helpen. Alles over ziekte en voeding bij elkaar: www.voedingscentrum.nl/ziekten

20

huisartsenservice

huisartsenservice

21


OPINIE

Door Wolter Paans

Preventie een centraal thema op de onderzoekagenda? Op 1 februari jongstleden werd de Nationale Onderzoekagenda Huisartsengeneeskunde van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) gepresenteerd. Het betreft een interessante inventarisatie van kennislacunes en -vragen die relevant zijn voor de praktijkvoering van huisartsen. Het betreffen om precies te zijn 787 lacunes en kennisvragen, die geordend zijn in verschillende categorieën. Zo komen vraagstukken aan de orde die gestructureerd zijn binnen de ‘International Classification of Primary Care’ (ICPC), het ‘huisartsgeneeskundig handelen’, ‘ziektefase’, ‘actuele lacunes’, of ‘methoden en processen’. VRAGEN Een aanzienlijk deel van de vragen beginnen met: ‘wat is het effect, of de effectiviteit van…’ - bijvoorbeeld een dubbele dosering, een antibioticum, trommelvliesbuisjes, et cetera. Naast deze vragen wordt in dit kader ook het preventieve vraagstuk meegenomen, zoals: ‘Wat is het preventieve effect van lokale antibiotica op het voorkomen van… (-)?’ Niet per se eenvoudig, maar allemaal goed te onderzoeken in vrij klassieke onderzoekdesigns. COMPLEXE PREVENTIEVRAAGSTUKKEN Verschillende preventievraagstukken die in de onderzoekagenda genoemd worden lijken vanwege 22

huisartsenservice

Verschillende preventievraagstukken die in de onderzoekagenda genoemd worden lijken vanwege hun doorlooptijd en complexiteit niet eenvoudig te beantwoorden

hun doorlooptijd en complexiteit niet eenvoudig te beantwoorden. Een voorbeeld van een dergelijke vraag (en kennislacune) is: ‘Hoe kan de huisarts beter inspelen op preventie van chronische ziekten later in het leven van mensen met een lage

sociaal-economische status (SES)? Hoe toon je aan dat een huisarts die vandaag en morgen ‘beter inspeelt’, ’later in het leven’ preventief gewerkt heeft?’ Het maakt duidelijk dat preventievraagstukken, ondermeer door de multifactoriële, prospectieve aard (de langere termijn), zich niet eenvoudig laten beantwoorden met een bepaalde interventie waarbij een evident causaal verband vastgesteld kan worden. LEEFSTIJLKEUZES Wat inmiddels op basis van een substantieel aantal studies duidelijk is geworden, is dat succesvolle preventieve maatregelen in verband staan met het positief kunnen beinvloeden van leefstijlkeuzen. Om een leefstijl aan te kunnen passen, is een aantal zaken een voorwaarde, zoals kennisvergroting bij de burger (‘health literacy’), zodat deze meer grip op de eigen gezondheidssituatie kan krijgen. Ook het inzicht in de individuele (genetische) achtergrond en hoe hier in het dagelijkse leven verstandig mee omgegaan kan worden lijkt van belang. Echter, het principe dat als je slechte kaarten toebedeeld zijn, je toch een kans hebt om te winnen door goed te spelen, is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. En hoe zit het met de medespelers? Welke relatie heeft de gezondheidskennis van de directe naaste, de familieleden, de leraren op de basisschool en de buurtgemeenschap met positieve leefstijl-

aanpassingen? En welke rol heeft de huisarts hierin? Preventiecommunicatie dient verder gevalideerd te worden zodat straks door de huisarts beter ingespeeld kan worden op de individuele situatie van de patiënt, zodat hij of zij aanwijsbaar – evident - met zijn directe naasten beter geïnformeerde, duurzame leefstijlkeuzes of leefstijlaanpassingen kan en wil maken, om zo bijvoorbeeld tot een beter voedingspatroon, een verhoogde mate van therapietrouw, meer lichaamsbeweging en een rookvrije omgeving te komen.

Wat inmiddels op basis van een substantieel aantal studies duidelijk is geworden, is dat succesvolle preventieve maatregelen in verband staan met het positief kunnen beinvloeden van leefstijlkeuzen

HET PREVENTIECONSULT Over het preventieconsult zijn in Nederland inmiddels verschillende rapporten verschenen. Zij doen verslag van het belang ervan en bieden zicht op de resultaten uit enkele implementatie-, effectiviteits-, en doelmatigheidsstudies. Met name over het preventieconsult Cardiometabool Risico zijn gegevens bekend. Of deze interventie op de langere termijn effectief is en of dat de vorm waarin het consult nu ingericht is, de definitieve vorm moet zijn, lijken nog belangrijke vragen te bestaan. Het fenomeen is relatief nieuw en verdient de aandacht. De validering van bijbehorende risicotesten heeft tot nu toe de meeste aandacht. Inte-

ressant is dus ook de validering van de aanverwante preventiegesprekken. Over het middellange -en lange termijneffect daarvan is nog maar weinig kennis voorhanden. In de voornoemde onderzoekagenda wordt in dit preventieve kader een interessant gerelateerd vraagstuk opgeworpen: ‘Wat is de validiteit van het preventieconsult oncologie?’ Wellicht is het vraagstuk rond chronisch zieken ook wel gerelateerd aan deze vraag. Zou de validiteit van het preventieconsult chronisch zieken met een lage SES, niet ook opgenomen kunnen worden in dat desbetreffende onderzoeksdesign? Misschien wordt het inmiddels ook al wel gezien als een idee voor de

verdere concretisering van de onderzoeksvraag. Het zal in elk geval gaan om een deels overlappende doelpopulatie. ONDERZOEKTHEMA Het is begrijpelijk dat de genoemde lijst van kennislacunes en -vragen in de onderzoekagenda wat gesegmenteerd overkomt. Alles is belangrijk. Maar zou het niet toch mogelijk zijn om een overkoepelend onderzoekthema te kiezen? Een thema dat in essentie ergens alle vragen en kennislacunes met elkaar in verband brengt? Een onderzoekthema dat iets zegt over de samenhang in het huisartsgeneeskundig handelen, de ziektefasen, de actuele lacunes en methoden en processen? Wellicht ook een thema dat de toekomstige signatuur van de huisarts verder vormgeeft? Een dergelijk onderzoeksgebied moet natuurlijk goed gearticuleerd en met voldoende focus te onderzoeken zijn om straks toepasbaar en van brede maatschappelijke waarde te kunnen zijn. Ik wacht in elk geval met zeer veel interesse de uitkomsten af van onderzoeken naar de validiteit en effectiviteit van het preventieconsult. Dr. Wolter Paans Lector Verpleegkundige Diagnostiek Hanzehogeschool, Groningen. huisartsenservice

23


ACHTERGROND

Door Klaar Wakker

Een rookvrij patiëntenbestand Roken, niet altijd een populair onderwerp en toch praten mensen er graag en veel over. Vooral ex-rokers. Ik sta regelmatig achter een marktkraam bij bedrijven met informatie over het stoppen met roken. Ik herken de rokers doordat ze met een grote boog om de kraam heenlopen en vaak heel snel naar buiten gaan. Als er meerdere mensen bij de kraam staan, vooral ex-rokers en niet-rokers, komen ze er meestal ook wel even bij, al was het alleen maar uit nieuwsgierigheid. AMBIVALENTIE Ook ik vind het soms lastig om rokers aan te spreken. 20% van het totale aantal rokers wil niet stoppen en wil er het liefst ook niet op aangesproken worden. Als ik dat merk, laat ik ze met rust. Met een beetje moed lukt het soms een folder mee te geven. De grootste groep, 80%, is echter ambivalent. Ze willen wel, ze willen niet. Het is de kunst om die ambivalentie te herkennen en daarop in te spelen. Vragen naar eerdere stoppogingen of naar overwegingen om te stoppen, zijn goede ingangen. Weet u hoeveel patiënten er in uw praktijk roken? Heeft u zelf ooit gerookt, of misschien nog steeds? Wat vindt u van rokers? Vindt u het een kwestie van een ongezonde leefstijl waar u weinig invloed op heeft of vindt u roken een (verslavings) ziekte? Checkt u DSM-V of uw rokende patiënt aan het algemene criterium en twee andere criteria uit 24

huisartsenservice

Er worden te weinig stopadviezen gegeven en veel huisartsen zien het vaak niet als hun primaire taak het rookgedrag van patiënten te beïnvloeden de lijst voldoet? Bent u bereid tijd te investeren in het inventariseren van het aantal rokers in uw praktijk, in het bespreken van het rookgedrag, in behandeling en/of doorverwijzing met wellicht als doel een rookvrij patiëntenbestand? Dit zijn mijns inziens belangrijke vragen en de antwoorden hebben invloed op de manier waarop u het roken wel of niet bespreekt.

ROOKSTATUS In de NHG-Zorgmodule Leefstijl Roken staat op bladzijde drie bij de richtlijnen voor diagnostiek: ‘Vraag alleen naar het roken als hier aanleiding voor is.’ Ik geloof dat het belangrijk is van elke patiënt de rookstatus te weten. In de NHG-Behandelrichtlijn Stoppen met roken wordt er nadruk gelegd op personen bij wie stoppen met roken extra van belang is. Bij diagnostiek op bladzijde twee staat: ‘Bij voorkeur bij alle patiënten rookstatus vaststellen en qua behandeling wordt aangeraden voorrang te geven aan groepen patiënten bij wie veel gezondheidswinst te behalen valt, zoals jongeren en mensen met een lage sociaal economische status. Jongeren vanaf 12 jaar krijgen het advies om niet te beginnen met roken.’ Vanuit preventief oogpunt lijkt mij de zin: ‘Vraag alleen naar het roken als hier aanleiding voor is’, niet behulpzaam. De NHG adviseert in beide stukken wel bij alle patiënten de rookstatus vast te stellen. Dit lijkt mij een goede zaak, zeker gezien onderstaande onderzoeken.

de rokers die gestopt zijn of die dit van plan zijn invloed gehad op het besluit om te stoppen met roken” (Graaf & Schayck, 2017, p2). Onderzoek laat zien dat wanneer de zorgverlener een korte, duidelijke, sterke en op de patiënt afgestemde boodschap heeft, dit de kans op succesvol stoppen al vergroot. Het is daarom waardevol dat huisartsen en andere zorgverleners het rookgedrag bespreken, een passend advies geven en een bewezen effectieve interventie uitvoeren of daarin doorverwijzen. Conclusie: een stopadvies is effectief. Maar geeft iedere arts in de praktijk dan ook een stopadvies? In de eerste zes maanden hebben in Nederland maar 15% van de rokers het advies van een arts gekregen om te stoppen met roken (Graaf & Schayck, 2017). De huisarts en medisch specialist geven beide ongeveer een kwart van de rokers een stopadvies. De tandarts geeft het minst vaak een stopadvies. (Uit: Factsheet Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging).

KLACHTEN VEROORZAAKT DOOR ROKEN Wanneer er gesproken is over roken, dan is dit in 62% van de gevallen op initiatief van de huisarts geweest. Dit percentage verschilde niet significant tussen opleidingsniveaus. Toch initieert de huisarts het minst vaak zelf het gesprek over (stoppen met roken) ten opzichte van andere zorgverleners, gevolgd door de tandarts. Voor 43,4% van de rokers die een gesprek hebben gehad met een huisarts of andere zorgverlener over (stoppen met roken) was de aanleiding voor dit gesprek de aanwezigheid van gezondheidsklachten. Hierbij ging het het vaakst om hoge bloeddruk, migraine, gewrichtsslijtage of –ontsteking, COPD, astma en suikerziekte. Voor ongeveer een kwart was de aanleiding van een gesprek over roken de aanwezigheid van klachten die veroorzaakt werden door roken. Bij ongeveer 5% van de rokers werd er gesproken over stoppen met roken vanwege een zwangerschapswens. Bij 5% over

de beschikbaarheid van vergoeding vanuit de basisverzekering voor hulp bij stoppen met roken. Conclusie: Er worden te weinig stopadviezen gegeven en veel huisartsen zien het vaak niet als hun primaire taak het rookgedrag van patiënten te beïnvloeden. WEERSTAND Gezondheidspsycholoog Marjolein Verbiest (SCIP-IT onderzoek Marjolein Verbiest) stelt dat huisartsen het lastig vinden om zich routinematig bezig te houden met de begeleiding van patiënten bij het stoppen met roken. Uit haar onderzoek blijkt dat huisartsen vrezen dat het ongevraagde advies om te stoppen met roken op weerstand stuit bij de patiënt. Dit zou tot een slechtere relatie kunnen

EFFECTIEVE INTERVENTIE Laten we positief beginnen. Het krijgen van het advies om te stoppen met roken van een arts kan iemand aanmoedigen om een stoppoging te ondernemen (Stead et al., 2013; Brown, Raupach & West, 2012). Volgens de Graaf en van Schayck ‘Het stopadvies heeft bij 36% van

huisartsenservice

25


Uit onderzoek blijkt dat patiënten het prima vinden als hun huisarts hun rookgedrag ter sprake brengt en ongevraagd advies geeft

e i t c e Sel

Door Esther Schulting

STIJLVOL VERSTERKEN

leiden tussen arts en patiënt. Maar uit hetzelfde onderzoek blijkt dat patiënten het prima vinden als hun huisarts hun rookgedrag ter sprake brengt en ongevraagd advies geeft. Pas als de huisarts dieper ingaat op het onderwerp, uit de roker vaak barrières bij het stoppen. Dit kan te maken hebben met de ambivalentiefase en de moeite om de verslaving los te laten. Een gefaseerde aanpak bij het bespreken van het rookgedrag zou een oplossing kunnen zijn. Een ander onderzoek geeft ook aan dat de meeste patiënten (84%) in Nederland er geen probleem mee hebben als hun huisarts roken zou bespreken (Lems, 2006). Uit een onderzoek van het Trimbosinstituut, het CBS en het RIVM in 2017 blijkt zelfs dat rokers de voorkeur geven aan het advies van zorgverleners boven hulp van familie of vrienden. Conclusie: rokers vinden het prima als er een stopadvies gegeven wordt. ROOKVRIJ PATIËNTENBESTAND Er zijn dus geen barrières om een stopadvies te geven en zo meer patiënten een rookvrij leven te gunnen. Wat ik ter overweging mee zou willen geven is om u zelf een doel te stellen voor uw praktijk. Het doel zou een Rookvrij Patiëntenbestand kunnen zijn. Net zoals de Rookvrije Generatie zich tot doel heeft gesteld rookvrij opgroeien vanzelfsprekend te maken en SineFuma als doel heeft dat er in de toekomst niemand meer hoeft te (over)lijden aan de gevolgen van roken. 26

huisartsenservice

willen stoppen kunt u zelf behandelen of doorverwijzen naar uw POH of andere ‘stoppen met roken’ zorgverlener. • Zij die op langere termijn willen stoppen kunt u (schriftelijke) informatie geven en monitoren. • Patiënten die niet willen stoppen kunt u na een jaar nog eens vragen of ze er nog net zo over denken.

Tegenwoordig doen we alles op onze mobiel. Het is ‘s ochtends een wekker, in de praktijk een agenda, rekenmachine en communicatiemiddel in één. En dat betekent in veel gevallen dat we er ook graag muziek mee luisteren of streamen. Met de walnoten houten stijlvolle versterker die is opgebouwd uit vijf houtlagen, klinkt muziek of de radio ineens zeer helder en warm. Daarnaast is deze versterker natuurlijk milieuvriendelijk want hij heeft geen stroom of batterijen nodig. Voor iphone en onder meer te koop via gadgethouse.nl € 99,00

Natuurlijk kost dit alles tijd maar bedenk dat u niet alles zelf hoeft te doen en dat het een gezonder patiëntenbestand oplevert. Tips voor een Rookvrij Patiëntenbestand: • Geef alle jongeren vanaf 12 jaar het advies om niet te gaan roken, eventueel met uitleg hoe een rookverslaving werkt. • Inventariseer hoeveel rokers er zijn in uw praktijk en leg dit vast in uw HIS. • Bijna driekwart (73%) van de rokers heeft ooit een stoppoging gedaan. Dit betekent dat ze ervaring hebben met stoppen en waarschijnlijk open staan voor een volgende stoppoging. • Vraag toestemming: ‘Mag ik het met u over roken hebben?’ Het antwoord is dan meestal ja. 80% van de rokers wil stoppen, waar- van 5 tot 10% op de korte termijn. 20% wil niet stoppen. (Karin Hummel) Volgens de factsheet Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging wil een kwart van de rokers binnen zes maanden stoppen. • Patiënten die op korte termijn

HET GROTE STAMPPOTBOEK Echt Hollands: Stamppot en je bent een liefhebber of niet. Maarrr.. dan denk je al snel aan boerenkool- of wortelstamppot met ui. Maar je kunt bijvoorbeeld ook groene pannekoekjes van stampppot maken of een tompouce van wortelstamp. Maar Stamppot is meer dan een kookboek. Het staat ook boordevol allerlei leuke experimenten met groenten, zoals lijm maken van aardappels en verf van rode bieten of spinazie. Daarnaast allerlei weetjes over groenten in de groentepaspoortjes. Een heuse ontdekkingstocht dus vol keukenplezier! ISBN: 978-94-92206-20-6

SineFuma is specialist in activiteiten op het gebied van stoppen met roken. Ons streven is dat niemand meer hoeft te (over)lijden aan de gevolgen van roken. SineFuma is in 2005 opgericht en sindsdien uitgegroeid tot een belangrijke vooruitstrevende speler in het stoppen met roken (zorg)veld. Op effectieve wijze ondersteunt SineFuma mensen naar een rookvrij leven. SineFuma werkt hierin onder meer samen met huisartsen, zorggroepen en ziekenhuizen. Tot slot geeft SineFuma geaccrediteerde bij- en nascholingen op het gebied van stoppen met roken zorg. Meer informatie: www.rookvrijookjij.nl Klaar Wakker is coach en trainer ‘Rookvrij! Ook jij?’ bij SineFuma

STERRENKIJKEN Deze virtual reality bril brengt het heelal wel heel dichtbij! Je ontdekt sterren, planeten en sterrenstelsels. Een ultiem moment van ontspanning na een drukke dag of week. Terwijl je kijkt laat de Universe2go-app ook meteen de namen zien van alle wetenswaardigheden in het heelal. Daarnaast beschik je meteen over drie uur aan audiobestanden met aanvullende informatie over het universum. € 49,95 o.a. via megagadgets.nl huisartsenservice

27


UITGELICHT

Door Medway

ROPARUN

Leven toevoegen aan de dagen, waar vaak geen dagen meer kunnen worden toegevoegd aan het leven Vanuit Stichting Roparun worden projecten gefinancierd om leven van kankerpatiënten draaglijker te maken zoals het verbeteren van een hospice, een nieuwe inrichting bij een borstcentrum of het geven van workshops. Organisaties en zorgverleners binnen dit vakgebied kunnen zich inschrijven bij de stichting om donaties te kunnen ontvangen. Door deelname aan de Roparun wil het MedWay Running Team zoveel mogelijk bijdragen aan deze goede doelen. Dit wordt onder meer gedaan door sponsors te zoeken en sponsoracties op te zetten. In de afgelopen 26 keer is er door alle teams gezamenlijk voor 73 miljoen euro opgehaald door de Roparun. De dag waarop het startschot voor de Roparun wordt gegeven nadert snel. Nog 75 dagen totdat het MedWay Running Team zijn schoenen aantrekt, veters vast strikt en als een bezetene begint te rennen. Met een gemiddelde loopafstand van 65 kilometer per deelnemende loper, leggen deze bikkels meer dan een anderhalve marathon af. Om een dergelijke afstand in een kort tijdsbestek te volbrengen moet je goed getraind zijn. Daarom trainen onze hardloopfanaten zo’n drie a vier keer per week. 28

huisartsenservice

ZWARE INSPANNING De Roparun wordt in estafettevorm afgelegd waarbij om de twee kilometer een hardloper wordt afgewisseld. Het trainen op interval en korte pieken is dus noodzakelijk. Naast het team van lopers, bestaat het MedWay Running Team uit nog meer leden. De hardlopers worden gedurende de tocht geëscorteerd door twee fietsers, die ook zorgen voor voeding en navigatie. De begeleiding stopt echter niet bij de fietsers; er komt nog veel meer bij kijken! Een zware inspanning zoals deze vindt nooit plaats zonder slag of stoot. Daarom gaan er sportmasseurs en fysiotherapeuten mee om alle vervelende pijntjes te behandelen. Sommige pijntjes zijn ook te voorkomen door de juiste verzorging en voorbereiding. Door bijvoorbeeld de juiste voeding en hydratatie kan het ontstaan van lactaten worden uitgesteld. Om ervoor te zorgen dat de sporters niets te kort komen op gebied van voeding wordt er gewerkt met speciale sportvoeding, maar ook zorgen de cateraars ervoor dat er altijd iets te nuttigen valt; een speciaal voedingsprogramma waarbij koolhydraten, eiwitten en glucose in grote hoeveelheden worden aangeboden. Het afwisselen tussen de lopers en het vervoeren van het begeleidende

team wordt gedaan met behulp van busjes. Deze vervoersmiddelen worden bestuurd door ervaren chauffeurs die vaker hebben deelgenomen aan de Roparun. Zij worden op hun beurt weer ondersteunt door de navigatoren, die ervoor zorgen dat de chauffeurs zich alleen op de omgeving hoeven te focussen. Het team wordt compleet gemaakt met chauffeurs van de campers. Zij rijden van basiskamp naar basiskamp, waar ze zorgen voor de rustplaatsen, kookgelegenheid en technische ondersteuning bieden.

Frits van Dijk is in september 2017 begonnen met trainen voor de Roparun. Hij loopt drie keer in de week volgens een schema. Op zaterdag 17 maart doet hij samen met het team een proefloop, om te ervaren hoe het hardlopen tijdens de Roparun verloopt. Over zijn persoonlijke motivatie voor de deelname aan de Roparun vertelt hij het volgende: ’Het is voor mij de eerste keer dat ik mee doe aan de Roparun. Toen ik vier jaar oud was kwam ik al in aanraking met kanker. Mijn zus die een jaar ouder is, had een niertumor.

Dit had een grote impact op ons hele gezin. Ze heeft het overleefd en verkeert gelukkig in goede gezondheid. Maar daarnaast, door mijn werk als anesthesiemedewerker in het Rijnstate ziekenhuis, kom ik dagelijks in aanraking met patiënten met kanker. Op dit moment is mijn beste vriendin ziek. We hebben elkaar ontmoet tijdens de opleiding tot verpleegkundige en we zijn al 27 jaar vrienden. Ze heeft baarmoederhalskanker. Het is alweer ruim een jaar geleden dat dit is geconstateerd. Na de chemotherapie en bestralingen voelde ze zich weer helemaal top en ze heeft zelfs een feest gegeven omdat ze

dit overleefd had. Maar de kanker is teruggekomen. Sinds september 2017 weet ze dat ze allemaal uitzaaiingen heeft in lymfeklieren en beenmerg. Men kan niets meer voor haar doen, behalve een chemokuur om haar leven te rekken. Hoe lang ze nog heeft, weten we niet. Nu komt het plotseling wel heel dichtbij. Het raakt mij diep.’ Wil je op de hoogte blijven van Frits en het team tijdens de voorbereidingen van de Roparun en het evenement zelf? Volg ons dan op facebook, op instagram of via onze website: www.medway-runningteam.nl

STEUNEN Het MedWay Running Team bestaat uit een behoorlijke groep enthousiaste teamleden die momenteel druk bezig is met het inzamelen van geld. De inzamelingen verlopen via creatieve acties zoals chocoladeverkoop, maar ook via statiegelden verzamelen en collectes houden. Voel jij je geroepen om een evenement zoals de Roparun te steunen? Een stichting die geld doneert aan goede doelen, speciaal gericht op de zorg aan kankerpatiënten? Steun dan het MedWay Running Team bij onze deelname aan de Roparun, door bijvoorbeeld een eenmalige donatie, een sponsoractie of het versterken van het team. huisartsenservice

29


ACHTERGROND

Hoe hoogwaardig is plantaardig? Een steeds groter aantal huisartsen pleit voor meer aandacht voor preventie binnen de huisartsenpraktijk. En terecht; met goede voeding en een gezonde leefstijl is er meer grip op een betere gezondheid. Uit een recente rondvraag tijdens een nascholing voor huisartsen over ‘Voeding: zin en onzin’ bleek dat slechts 3% van de huisartsen zichzelf ziet als meest betrouwbare informatiebron over gezonde voeding. Dit terwijl de patiënt de huisarts hierbij met stip op nummer één zet, nog boven de diëtist en voedingsinstanties. Gelukkig groeit de groep artsen die zich verdiept in de relatie tussen voeding en gezondheid. Het is goed te realiseren dat een verwijzing naar een diëtist op het juiste moment een belangrijke bijdrage kan leveren aan de behandeling van de patiënt. GEZONDHEIDSRAAD ADVISEERT PLANTAARDIG Iedere tien jaar herziet de commissie van deskundigen van de Gezondheidsraad (bestaande uit professionals uit de wetenschap en gezondheidszorg) de actuele stand van wetenschap over de relatie tussen voeding en chronische ziekten en vertaalt dit in aanbevelingen voor een gezond voedingspatroon. De meest recente herziening stamt uit eind 2015. Het advies is een vervolg op eerdere richtlijnen uit 2006 en 1986 en ligt tevens aan de basis van de NHG Zorgmodule Leefstijl 30

huisartsenservice

Voeding. Als belangrijkste boodschap heeft de Gezondheidsraad opgenomen om ‘te eten volgens een meer plantaardig en minder dierlijk

Het belangrijkste devies van de Gezondheidsraad is om te eten volgens een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon voedingspatroon’. De adviezen zijn bedoeld voor patiënten met risicofactoren of aandoeningen waarbij een algemeen voedingsadvies onderdeel is van de behandeling. Tevens kunt u op basis hiervan de patiënt begeleiden in het zelfmanagement.

Een plantaardig voedingspatroon kenmerkt zich door een ruime hoeveelheid groenten en fruit, peulvruchten, noten, volkorenproducten en plantaardige vetten en oliën. Een gezonde voeding bevat daarnaast voldoende magere melkproducten, vette vis, en beperkt rood- en bewerkt vlees, alcohol- en suikerhoudende dranken, zout en verzadigde vetten. GROENTE EN FRUIT Maar hoe plantaardig eet de Nederlander? Er is best nog wel wat te verbeteren in de dagelijkse voedingskeuze. Uit de meest recente landelijke voedselconsumptiepeiling (9-69 jarigen) blijkt dat in de afgelopen vijf jaar de consumptie van fruit licht is gestegen. Toch eet nog altijd negen op de tien mensen te weinig groenten en fruit. Zonde, want de pectinen in fruit dragen bij tot de instandhouding van een gezond

cholesterolgehalte in het bloed. Een verhoogd cholesterol is een van de risicofactoren voor de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Verder sluit het gunstige effect van groente en fruit op de bloeddruk aan op een lager risico op een beroerte. NOTEN EN PEULVRUCHTEN Slechts één op de vijftien volwassenen haalt de aanbevolen hoeveel-

heid noten van 15 gram of meer per dag. Ook voor peulvruchten blijkt in de praktijk maar beperkt plaats in de dagelijkse voeding. Slechts een fractie van de Nederlanders (10%) eet kleine hoeveelheden peulvruchten of noten. Dit terwijl het eten van noten en peulvruchten het LDL-cholesterol helpt te verlagen. VOLKOREN PRODUCTEN Men zou verwachten dat de broodconsumptie omlaag is gegaan door de verhoogde belangstelling voor koolhydraatbeperkte voedingspatronen, maar dat is niet duidelijk naar voren gekomen uit de voedselconsumptiepeiling. Toch komt slechts 46% van de bevolking aan de dagelijkse aanbeveling van tenminste 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere volkoren producten. Dit

advies is tot stand gekomen door het bewezen positieve effect van vezels op de bloeddruk en het cholesterolverlagende effect van bèta-glucaan uit haver. PLANTAARDIGE OLIËN De consumptie van oliën en vetten is ook gedaald. De gemiddelde inname van oliën en vetten per dag bij 1-79 jarigen is 22 gram. Dit is een daling van bijna 15% vergeleken met de peiling vijf jaar geleden, vooral te verklaren door een verminderde inname van zachte smeervetten. De inname van oliën en (zachte) vetten ligt hiermee ver onder de aanbeveling (40 gram voor vrouwen, 65 gram voor mannen). Momenteel is nog altijd ongeveer een derde van de geconsumeerde smeer- en bereidingsvetten een hard vet (roomboter, harde margarine of bak- en braadvet). Nieuwe analyses moeten nog uitwijzen of de verminderde vetinname ook heeft geleid tot een verminderde inname van onverzadigde vetten en in specifiek de essentiële vetten Omega 3 en 6, welke bewezen een gunstig effect hebben op het cholesterolgehalte. Vervanging van verzadigd vet door onverzadigd vet is gunstig voor het LDL-cholesterol gehalte. HOE DIERLIJK EET DE NEDERLANDER? Ruim een kwart (28%) van het eten en 10% van het drinken is van dierlijke oorsprong; van de totale voedselconsumptie is dit 16%. Dit is al een stuk minder dan het was bij de consumptiepeiling in 20072010. De gemiddelde consumptie van zuivel- en vleesproducten is namelijk afgenomen, dit is mede te danken aan de trend die inzet op meer plantaardig vanuit duurzaamheidoverwegingen. Van alle voeding dragen vlees en zuivel namelijk het meest bij aan de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2 en methaangas.

VLEES De Richtlijnen Goede Voeding adviseren om de consumptie van rood vlees en met name bewerkt vlees te beperken. In definitie beschouwt men als rood vlees; rund-, kalfs, varkens-, paarden-, geiten-, en schapenvlees. Wit vlees is vlees afkomstig van onder andere de kip en kalkoen. Bewerkt vlees is langer houdbaar gemaakt door middel van zouten, roken, of het toevoegen van bijvoorbeeld nitraten (hieronder valt vrijwel al het vleesbeleg voor op brood, maar ook worst). Vlees kan prima deel uitmaken van een gezond voedingspatroon (het bevat eiwitten, ijzer, zink en vitamine B1, B6, en B12), maar het verband tussen de consumptie van rood- en bewerkt vlees en onder andere het risico op darmkanker maakt dat het beter beperkt kan worden. Dit zal ook een van de redenen zijn dat een steeds groter wordende groep Nederlanders besluit om niet meer elke dag van de week vlees te eten bij de avondmaaltijd. VIS Vette vis is een belangrijke bron van visvetzuren EPA en DHA, vitamine D, jodium en selenium. EPA en DHA zijn (niet essentiële) omega 3 vetzuren, welke bijdragen aan de normale werking van het hart. DHA is daarnaast belangrijk zijn voor hersenontwikkeling en onder meer

de cognitieve functie. De commissie van deskundigen van de Gezondheidsraad heeft ook bewezen geacht dat het eten van vis samengaat met een verminderd risico op fatale

huisartsenservice

31


COLUMN

Tekst Frans-Joseph Sinjorgo

Een steeds groter wordende groep Nederlanders besluit om niet meer elke dag van de week vlees te eten bij de avondmaaltijd coronaire hartziekten. Het advies is om één keer per week vette vis te eten. Naarmate de leeftijd stijgt, eet men vaker vis. Kinderen eten gemiddeld 1 keer per 2 weken vis, waar de 50+ populatie meer dan een keer per week vis eet. Het is uit de consumptiepeiling niet duidelijk of het hierbij om vette vis gaat (bijvoorbeeld zalm, haring of makreel) of magere soorten (waaronder kabeljauw, tong en tilapia).

LD- cholesterol laat dalen. Tevens laten cohortstudies een verminderd risico op coronaire hartziekten zien. Veel dierlijke producten

ZUIVEL Nederland is een echt zuivelland. Men neemt, in lijn met de aanbeveling, bijna dagelijks een of meerdere porties zuivel waaronder melk (dranken) (>200ml/dag) en kaas (>30g/dag). Zuivel levert belangrijke nutriënten waaronder calcium en vitamine B12. De consumptie van yoghurt hangt samen met een verlaagd risico op diabetes en zuivel met een verminderd risico op darmkanker. Bij voorkeur wordt gekozen voor kaas met minder zout en magere (of halfvolle) melkproducten om de inname van verzadigd vet te beperken. Bij het vervangen van zuivel door plantaardige varianten moet goed worden gelet op de hoeveelheid eiwit, calcium, en B vitamines.

waaronder roomboter bevatten een relatief hoog gehalte aan verzadigde vetten, waar het merendeel van plantaardige vethoudende producten (waaronder plantaardige oliën en producten die hiermee worden gemaakt zoals margarines) rijk is aan enkelvoudig en/of meervoudig onverzadigde vetten. Toch is de consumptie van harde vetten (waaronder roomboter) de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven, en bij volwassen mannen zelfs gestegen.

ROOMBOTER Roomboter wordt gemaakt uit afgeroomde melk. Toch wordt het meestal niet tot de categorie zuivel gerekend. Het advies van de Gezondheidsraad is om (room)boter en harde margarine te vervangen door zachte margarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën. Het bewijs hiervoor ligt bij gerandomiseerde studies welke aantonen dat het vervangen van roomboter door zachte margarine het 32

huisartsenservice

TRANSVETTEN Afhankelijk van de leeftijdsgroep voldoet momenteel 95-99% van alle Nederlanders aan de norm van de Gezondheidsraad om per dag niet meer dan één energieprocent uit transvetzuren te consumeren. Transvet komt nog beperkt voor in melk (0,1g/100g) en roomboter (1,5g/100g). Door een proces genaamd ‘biohydrogenering’ worden transvetten op natuurlijke wijze gevormd in de maag van koeien. In margarine is sinds ruim twintig jaar het productieproces aangepast waardoor het proces van ‘gedeeltelijke hydrogenering’ in Nederland niet meer plaatsheeft. Margarine bevat 0,3-1,0g/100g transvet. Dit gegeven wordt ook aangehaald bij de advisering vanuit de Gezondheidsraad

rondom de beperkte consumptie van roomboter.

SAMENVATTEND Het belang van voeding voor de volksgezondheid is groot. Het belangrijkste devies van de Gezondheidsraad is om te eten volgens een meer plantaardig en minder dierlijk voedingspatroon. Een plantaardig voedingspatroon kenmerkt zich door een ruime hoeveelheid groenten en fruit, peulvruchten, noten, volkorenproducten en plantaardige vetten en oliën. Een gezonde voeding bevat daarnaast voldoende magere melkproducten, vette vis, en beperkt rood- en bewerkt vlees, alcohol- en suikerhoudende dranken, zout en verzadigde vetten. De algemene voedingsadviezen zijn bedoeld voor patiënten met risicofactoren of aandoeningen waarbij een algemeen voedingsadvies onderdeel is van de behandeling. Tevens kunt u de patiënt begeleiden in het zelfmanagement. Voor meer details en achtergrond bij de genoemde voedingsadviezen kunt u de Richtlijnen Goede Voeding raadplegen. Voor informatie over meer specifieke dieetbehandelingen kunt u de Artsenwijzer diëtetiek raadplegen. Literatuur • Richtlijnen Goede Voeding – Gezondheidsraad 2015 • Voedingscentrum – Schijf van vijf • RIVM - The diet of the Dutch 2012-2016 • RIVM - Voedselconsumptie in 2012-2014 vergeleken met de Richtlijnen goede voeding 2015 • RIVM – Memo Verandering in consumptie van bereidingsvetten en –oliën

Clementie met preventie Mijn schoonmoeder is afgelopen weekend overleden. Drieëntachtig jaar is op zichzelf een prachtige leeftijd waar iedereen vrede mee heeft, maar diep in haar eigen hart was ze veel liever hier gebleven. Het was een pracht mens en ze had wat mij betreft nog jaren onder ons mogen blijven. Helaas liep de laatste tien jaar van haar leven haar Qaly behoorlijk uit de klauwen. Hierdoor kon je wiskundig berekenen dat het rond de 80 toch wel zo’n beetje gedaan moest zijn. Een slordige berekening leerde mij, dat mijn lieve schoonmoeder de laatste tien jaar van haar leven een jaarlijks rekeningetje van een slordige 400.000 euro per jaar in het brievenbusje van haar verzekeraar kon deponeren. Ik ga er dan ook vanuit dat zorgstatistici in Nijmegen de vlag hebben gehesen toen duidelijk werd dat klantnummer 242181934 was gaan hemelen.

‘Ik kan nog steeds 100 keer de pedalen rond krijgen.’ ‘Mooi ma, keigoed, ga zo door, we willen je nog niet kwijt. Gewoon door blijven trappen.’ De professor heeft gelijk, mijn schoonmoeder deed precies wat de preventieve geneeskunst haar had gevraagd. Helaas, alle preventie maatregelen ten spijt is ze geen 100 geworden. De 100 omwentelingen werden in nog geen maand tijd gedecimeerd en er volgde een lang ziekbed waarin de veroudering genadeloos toesloeg. Bij het afscheid, vroeg ze mij. ‘Ik heb toch niets verkeerds gedaan, ik had nog zo graag even bij jullie willen blijven en die professor met dat witte baardje, die klets geloof ik ook niet meer.’ Ik kon bij deze opmerking een lach niet onderdrukken. ‘Die hoef je ook niet te geloven, ma! Jouw fietsen heeft je lichamelijk dan misschien niet dat gegeven wat je had gehoopt, maar jouw heldere geest heeft er zo te horen wel enorm veel baat bij gehad. Met dank aan al jouw inspanningen, weet iedereen hoeveel het leven jou waard was. Je hebt gelijk een topsporter het maximale gedaan en gegeven waardoor je jezelf niets kan verwijten, een zilveren plak is ook heel mooi!’ ‘Daar heb je gelijk in, doe die professor met dat witte baardje dan maar de groeten!!’ ‘Doe ik…’

‘Blijven bewegen, blijven bewegen mevrouwtje, zo kan je misschien wel honderd worden!’

Ma was een prachtige vrouw. Nooit gerookt, nooit gedronken, altijd gezond gegeten en voldoende bewogen. Echt, je kan haar qua preventieve geneeskunst niets verwijten. Gezond zijn en gezond blijven was haar alles. Toen het allemaal wat minder ging, kocht ze op haar negenenzeventigste verjaardag nog een hometrainer zodat ze trappend naar Miljoenenjacht en The Voice kon kijken. Die professor met dat witte baardje had het haar immers op televisie geadviseerd. ‘Blijven bewegen, blijven bewegen mevrouwtje, zo kan je misschien wel honderd worden!’ Om de uitdaging erin te houden draaide ik iedere keer wanneer ik bij haar bezoek kwam, stiekem de weerstand iets zwaarder. Het gaat nog steeds goed sprak ze iedere keer monter,

Frans-Joseph Sinjorgo (24-01-‘59) treedt regelmatig op als dagvoorzitter tijdens diverse eerstelijnszorgbijeenkomsten en congressen. Momenteel is hij ook actief op het terrein van drug rediscovery.

huisartsenservice

33


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71


HuisartsenService 2018-1 Thema Preventie  
HuisartsenService 2018-1 Thema Preventie  
Advertisement