Page 1

Jaarboek 2011 historische kring

B

erckhout obel Dyck


2  Jaarboek 2011 HKBB


Jaarboek 2011

historische kring

B

erckhout obel Dyck


Het Jaarboek 2011 van de Historische Kring Berckhout-Bobel Dyck is een uitgave van Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965. Redactie: Ria Corveleijn, Aad Schuijtemaker Eindredactie: Kees Klaver Medewerkers: Jan Blokker Vzn., Dick de Haas, Elleke Haagsma, Fons Hendriks, Arie Piet Koeman, Siem Koster, Sibert Meurs, Jan Peereboom, Frank Schuitemaker, Han Smit, Kees Weeda Fotoredactie: Gretie Stelling Vormgeving: Kees Klaver Druk: Reclameland BV, Assen

Redactie HKBB Schuitenmaker 5 1647 BM Berkhout mail: redactie@hkbb.nl Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt op welke wijze ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. © 2012 Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965

4  Jaarboek 2011 HKBB


Inhoud Voorwoord 5 Jaaroverzicht 2011, wat gebeurde er in Berkhout en Bobeldijk? 6 Bakker Mol, portret van een kleurrijke bakker 12 Berkhout op de planken, De Grashalm en De Gong: ruim honderd jaar speelplezier 17 Namen, waar komen de namen van onze dorpen vandaan? 22 Een eeuw lang de zweef van Braak, de geschiedenis van een zweefmolenfamilie 24 Serie ‘Moeder, wat ben ik weer lekker bij je te gast!’, broeder van Tiny de Haas 29 Het leven op de Veldhuizerweg, Siem Koster vertelt over zijn jeugd 32 Bleekneusjes in Berkhout, Pieter Panhuis sterkt aan bij de familie Schuijtemaker in WO 2 38 Getuigschrift lagere school Berkhout 41 Moeder Marie, portret van een eigenzinnige vrouw 42 Rubriek ‘Toen en nu’ 47 Serie ‘Zo ging dat vroeger’, monsternemen 48 ‘t Berkeblaadje, Teun en Maartje de Hart krijgen bezoek van de ooievaar 51 Jaaroverzicht 1950, wat stond er in 1950 in de kranten over onze dorpen? 52 Douwe’s Groentenboet, appels, peren, spinazie, andijvie maar vooral lachen en gezelligheid 60 Buurpraatje 63 Herenclub mét dames, nutsvereniging Eensgezindheid in Bobeldijk 64 Van polder naar prairie, Cees en Gré Visser emigreren in 1967 naar Amerika 66 Rubriek ‘Toen en nu’ 71 Serie ‘De schoolfoto van...’, Peter Bot en Marco Dolfing, 1975 72 Middenstand in 1961 75 Wiebe en Wiena Kistemaker, de eerste beheerders van het dorpshuis 76 Het schoolreisje van Jan Blokker Vzn 81 Boerenknecht rond 1900, uit het levensverhaal van Teunis Groot 82 De Bonte Koe, de bewoners van Westeinde 276 door de eeuwen heen 84 Bobeldijker burgemeesters, Piet Moeijes en Jan Broertjes over hun jeugd en carrière 90 Schoolfoto 1910 96 Jaarverslag 98 Financieel verslag 99 Ledenlijst 100 Schrijf mee, overige publicaties 104

Jaarboek 2011 HKBB  5


Een optocht van gymnastiekvereniging Olympia in 1908.

www.hkbb.nl De Historische Kring Berckhout-Bobel Dyck is een initiatief van de Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965: Bestuur Werkgroep Archief

Werkgroep Communicatie en activiteiten

Werkgroep Redactie en website

Kees Klaver (voorzitter) Gerrit Schuijtemaker (secretaris) Geertje Smit (penningmeester) Fons Hendriks Kees de Jong Margreet Vis

Jan Boots Kees de Jong Lia ten Klei Cilia Peetoom Geertje Smit

Ria Corveleijn Fons Hendriks Kees Klaver Aad Schuijtemaker

Rianne Feld Jan Peereboom Han Smit Margreet Vis Kees Weeda

Correspondentieadres: Gerrit Schuijtemaker Rabobank 3297.08.031 Kerkebuurt 137 t.n.v Dorpsfonds Berkhout 1965 1647 MD Berkhout E: secretaris@hkbb.nl T: 0229-553075

KvK 41235014

Het lidmaatschap kost € 15 per jaar (inclusief jaarboek). Voor leden buiten Berkhout en Bobeldijk vragen wij een bijdrage van € 3,50 in de verzendkosten. Voor verzending naar het buitenland gelden de TNT-tarieven. Op de omslag marktvereeniging De Westerkogge in Bobeldijk rond 1900, achter het toenmalige treinstation.

6  Jaarboek 2011 HKBB


Voorwoord Na ruim een jaar Historische Kring Berckhout – Bobel Dyck durf ik te stellen dat het met de historische belangstelling in onze dorpen wel goed zit. Het aantal leden van onze kring, nu zo’n 550, is hiervan het belangrijkste bewijs. Maar ook de vele bijdragen in de vorm van verhalen en fotomateriaal maken duidelijk dat de oprichting van de HKBB in een grote behoefte voorziet. Het ledenaantal neemt gestaag toe. Het afgelopen jaar hebben we de adressenbestanden van dorpsevenementen (125 jaar Geert Holleschool, 75 jaar voetbalvereniging Berkhout) doorgespit op zoek naar adressen van oud-Berkhouters en –Bobeldijkers. Een deel is inmiddels aangeschreven en enkele tientallen zijn lid geworden. En als u nog ‘emigranten’ in de vrienden- of kennissenkring heeft, maak ze attent op de HKBB, of nog beter: geef ze een jaarboek cadeau, dan volgt het lidmaatschap vaak vanzelf. De presentatie van ons eerste jaarboek in café De Ridder had wel iets van een dorpsreünie. Heel wat oud-bewoners hadden de moeite genomen om weer eens een bezoek te brengen aan de plek waar ze ooit hebben gewoond of misschien wel zijn geboren. Misschien ligt er een mooie traditie in het verschiet. De reacties op het Jaarboek 2010 waren zeer enthousiast. Wel was er bij sommigen wat twijfel of we elk jaar een boek zouden kunnen volschrijven. Zoveel valt er toch niet te vertellen over Berkhout en Bobeldijk? Nou, wij denken dat er voorlopig meer dan voldoende onderwerpen zijn die de moeite van het uitzoeken en opschrijven waard zijn. Dit jaarboek werd in ieder geval moeiteloos gevuld. Ons eerste jaarboek heeft een aantal leden doen besluiten zelf de pen eens ter hand te nemen. Daar zijn wij heel blij mee. In dit jaarboek treft u onder andere bijdragen aan van Dick de Haas die in het leven is gedoken van bakker Mol. Frank Schuitemaker heeft een verhaal geschreven over Nutsvereniging Eensgezindheid in Bobeldijk, Sibert Meurs laat ons meelezen in het levensverhaal van zijn opa Teunis Groot, en Arie Piet Koeman stuurt ons regelmatig zijn herinneringen aan zijn tijd in Berkhout. Als u ook wilt schrijven of suggesties heeft, laat het ons weten. Dat de HKBB leeft bij de (oud)bewoners blijkt ook wel uit het fotomateriaal dat we aangeboden krijgen. Er zitten prachtige plaatjes bij; daar gaat u de komende jaren nog veel van zien. Maar we kunnen nog veel meer gebruiken Dus als u iets moois in de kast heeft liggen, wij zijn er blij mee (wees gerust, we scannen het en u krijgt het terug). Maar sla nu snel deze bladzijde om en begin aan Jaarboek 2011 van de Historische Kring Berckhout – Bobel Dyck. Namens alle bestuurs- en werkgroepleden wens ik u heel veel plezier. Kees Klaver, voorzitter

Jaarboek 2011 HKBB  7


jaaroverzicht 2011 365 dagen Berkhout en Bobeldijk in 34 berichten en 12 foto’s januari Vuurwerkvandalisme

Grote schrik aan de Veenhoop. Met tape is vuurwerk op het raam van een auto geplakt. En waarschijnlijk ook op een thermopane ruit van de keuken, want die gaat ook aan diggelen. Het geeft een enorme knal en veel schade. In oktober gebeurt hetzelfde. Deze keer worden de daders gepakt: een 15-jarige jongen uit Hoorn en een 17-jarige Berkhouter.

Weg klaar-overs

Door een gebrek aan klaar-overs dreigt die hulp voor de schoolkinderen bij het oversteken van de Kerkebuurt te verdwijnen. Opa Jaap Koster meldt zich aan, samen met buurman Dirk Koning, om de klaar-overdienst in ieder geval op dinsdag tussen de middag op zich te nemen. Het blijkt niet genoeg: de klaar-overs verdwijnen.

Oversteken op eigen risico. (foto Henk de Weerd)

65 jaar getrouwd

Jaap den Ouden (89) en Aaf den Ouden-Ham (86) vieren hun 65-jarig huwelijksfeest met hun 10 kinderen, 24 kleinkinderen en 25 achterkleinkinderen. Burgemeester Sipkes brengt namens de gemeente een bloemetje.

8  Jaarboek 2011 HKBB

februari Fataal ongeluk

Op het Oosteinde rijdt de 18-jarige Sophie Kroone op 26 februari met haar scooter tegen een geparkeerde auto. Deze staat onder een lantaarnpaal, maar waarschijnlijk heeft ze deze door het slechte weer toch niet gezien. Het meisje wordt ter plaatse gereanimeerd en naar het MCA in Alkmaar gebracht. Daar overlijdt ze op 28 februari.

Herinneringen aan Sophie op de plek van het ongeluk. De gedenktegel werd 28 februari 2012 geplaatst. (foto Gretie Stelling)

Heddes failliet

Na 78 jaar gaat het van oorsprong Berkhouter bedrijf Heddes, officieel de Heddes Bouwgroep, failliet. Na spannende dagen wordt duidelijk dat er een doorstart gemaakt kan worden. Zo’n 50 bedrijven lijken belangstelling te hebben. Ballast Nedam neemt delen van het bedrijf over en zo kunnen 100, en op termijn 150 van de 325 medewerkers aan het werk blijven. De anderen staan op straat en dat is voor velen, na jarenlang dienstverband, een hard gelag.


april Gehuldigde brandweermannen

Aad Wijte is twaalfenhalf jaar brandweerman, Jan Peereboom en Adri Neefjes zelfs twintig jaar. Alle reden voor een bloemetje. Burgemeester Sipkes overhandigt het, mét een oorkonde.

maart Remkes

Hoog bezoek in De Ridder, als daar op uitnodiging van de VVD Johan Remkes, commissaris van de koningin in Noord-Holland, verschijnt, samen met tweede kamerlid Helma Lodders.

Westerkogge toernooi

Ook in De Ridder: het Westerkogge biljarttoernooi. Jos Sjerps uit Berkhout wordt de winnaar. Hij verslaat in de finale Jan Koppes uit Ursem. Dirk Oud uit Berkhout wordt derde.

Zingen en dansen met de ’burrie’

In het kader van NL Doet, het jaarlijkse evenement waarbij tienduizenden vrijwilligers de handen uit de mouwen steken, gaat ook burgemeester Sipkes, samen met vier ambtenaren, op stap. Ze bezoeken verschillende verzorgingshuizen in Koggenland en doen ook De Berkenhof in Berkhout aan. Onder begeleiding van accordeonmuziek wordt er niet alleen gezongen, maar ook gedanst. (foto Henk de Weerd

Museumbus

Leden van de Anbo en Zonnebloem hebben in maart een leuke dag. Ze gaan met de Museumbus naar Amsterdam. De Museumbus wordt gesponsord door de Bankgiro Loterij en is gratis voor de winnaars. Na lang wachten zijn Anbo en Zonnebloem aan de beurt en kunnen zij uit verschillende musea kiezen. Dat wordt een bezoek aan de Hermitage en het Van Gogh Museum. Vijfenveertig personen, van wie twee in een rolstoel, gaan mee. Ze genieten van museumbezoek en rondleiding, koffie, soep en broodjes, en een rondrit door Amsterdam.

Commandant Henk Middeljans, Adri Neefjes, Aad Wijte, burgemeester Leoni Sipkes en Jan Peereboom. (foto Theo Annes)

Geert Holle in 1001 nacht

Leerlingen van de Geert Holleschool schitteren in een prachtig theaterspektakel: 1001 nacht. Dolf Moed, maker en bedenker van het stuk, komt naar de Geert Holleschool met al zijn attributen, zoals decors en kostuums en in drie dagen tijd wordt het stuk voorbereid. De uitvoering is in de Titaan in Hoorn, simpel omdat daar meer ruimte is. Slangenbezweerders, buikdanseressen, acrobaten, apen, kamelen, sultan en verhalenverteller, ze zijn er allemaal en spelen de sterren van de hemel.

Lijsbeth Tijs

De huizen in het eerste deel van het plan Lijsbeth Tijs gaan als warme broodjes. Voor deze eerste nieuwbouw sinds acht jaar zijn zeventig gegadigden. Verkocht worden acht appartementen, zes eengezinswoningen, acht twee-onder-een-kap-huizen en twee vrijstaande villa’s. En dan zijn er nog de tien vrije kavels, maar die worden niet direct allemaal verkocht. Makelaar Dick Olie noemt de animo ouderwets. En het grote pluspunt van het plan is het energiezuinige wonen: geen gas, geen cv maar verwarming door het grondwater. Alle woningen worden voorzien van vloerverwarming. Deze kan in de zomer dienst doen om de woningen koel te houden. Op 21 september wordt de eerste paal geslagen.

Jaarboek 2011 HKBB  9


jaaroverzicht 2011 juni Sjerps Bestel het Jaarboek 2011 Erepenning van deJackHKBB en meilees het complete verhaal. Trouwen op de middenstip

Het was ooit een grap: ‘Als we kampioen worden met ons team, trouwen we.’ Een makkelijke belofte want kampioen worden met Veteranen 2 van Berkhout is iets wat Jan Dik Bregman toch nooit zou lukken... Maar in 2011 is het ineens toch zover en dus: trouwen! Gina krijgt een trouwjurk van haar vriendinnen en Jan Dik wordt door zijn teamgenoten in het pak gehesen. Op de middenstip van het voetbalveld geeft Jan Dik zijn Gina Schets met wie hij al 28 jaar samenwoont, zijn jawoord. Getuigen zijn hun twee zonen en twee vriendinnen. ‘Ambtenaar’ bij deze gelegenheid is Peter Kroon, voorzitter van de voetbalvereniging. Ten slotte wordt een rondrit door het dorp gemaakt: het bruidspaar in een open auto, de kampioenen op een platte wagen.

Een erepenning voort Jack Sjerps. Hij krijgt deze van de Oorlogsgravenstichting. Jack onderhoudt al 29 jaar het enige oorlogsgraf in de gemeente. Hij krijgt de penning uit handen van burgemeester Sipkes.

Naar de speeltuin

De grootste speeltuin van Europa staat in Bennebroek Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl en heet Linnaeushof. En daar gaat de jeugdvereniging

Beukie naartoe. Meer dan honderd kinderen hebben zich aangemeld en dat betekent dat een dubbeldekker en nog een extra bus nodig zijn om iedereen te vervoeren. Samen met de vaste Beukiemoeders bezorgen de hulpmoeders en hulpvaders de kinderen een perfecte dag bij perfect weer.

U steunt hiermee onze vereniging.

Amusementtoer voor herhaling vatbaar

Nieuw in Berkhout: de Amusementtoer. Een initiatief van Henk Roelofs, Jaap Koster, Alex Haagsma en Mike de Weerd. Maar liefs 370 deelnemers gaan per fiets op pad. Over een afstand van 15 kilometer doen ze vijf locaties aan: de boerderij van Hartog in Bobeldijk, de boerderij van Stam in de Leekermeer, de Museumboerderij in de Zuidermeer, het Brommermuseum en de vijvers met koi-karpers in Berkhout. Onderweg moeten vragen beantwoord worden. Overal is een hapje en een drankje en een ‘moppie’ muziek. En dan staat er onderweg ook nog een ijskar waar ijsjes worden uitgedeeld. Prachtig weer en goed amusement, wat wil je nog meer? Volgend jaar weer!

Gelegenheidsambtenaar Peter Kroon trouwt Gina en Jan Dik. (foto Henk de Weerd)

Drie dagen sporten voor WNF

Drie dagen kanoën, zeilen, wadlopen mountainbiken en crosslopen. Samen met drie andere broers en ondersteund door twee zussen doet Minne Boelens van 12 tot 14 mei mee aan de WNF-challenge. Allemaal met het doel geld in te zamelen voor het Wereld Natuurfonds, maar vooral ook om mensen bewust te maken van de natuur en de gevolgen die hun consumptiegedrag daarop heeft. Het team Boelens is een van de zestig teams die hieraan meedoen. Terwijl de broers zich in het zweet werken, zorgen de zussen voor de praktische ondersteuning. Als team brengen ze iets meer dan € 8.000 aan sponsorgeld bij elkaar.

10  Jaarboek 2011 HKBB

Muzikale verwennerij tijdens de Amusementtoer. (foto Gretie Stelling)

Honderdste Berkenruiter

Oscar Barten uit Bobeldijk is het honderdste lid van de Berkenruiters. Hij krijgt van voorzitter Jan Sjerps een fles drank en voor het paard een bos wortelen. Wethouder Vriend spreekt het honderdste lid toe.


juli Meester Frank muzikaal met pensioen

Meester Frank Heijne neemt afscheid van de Geert Holleschool. En hoe zou dat bij deze meester beter kunnen dan met muziek? Frank Heijne zit 38 jaar in het onderwijs, waarvan 33 jaar in Berkhout. In die tijd heeft hij veel muziek gemaakt en schreef hij ook verschillende kindermusicals. Alle groepen hebben iets muzikaals voor de meester in petto. ‘s Avonds is er een afscheidsreceptie; daarbij veel vaders en moeders die zelf ook nog bij meester Frank in de klas hebben gezeten. In plaats van cadeaus vraagt meester Frank geld voor de Stichting Kinderen Kankervrij. En daar kan het mooie bedrag van € 1.200 naartoe.

augustus Vaarfakkeltocht

Samen met Rina en Gerke Boomsma van Het Trefpunt in Avenhorn organiseren Cees en Ellen Blokdijk van de Koggestolp in augustus een vaarfakkeltocht. De tocht gaat via Berkhout naar De Goorn, Avenhorn en Grosthuizen en duurt ongeveer drieënhalf uur. Op last van de brandweer zijn het elektrische lichtjes, want open vuur is te gevaarlijk. Langs de tocht hebben mensen hun tuinen versierd. De vaarfakkeltocht maakt deel uit van de Westfriese Waterweken, waarbij in verschillende plaatsten allerlei activiteiten worden georganiseerd.

Buizen

Frank Heijne (foto Gretie Stelling)

Opmerkelijk gezicht deze zomer in Berkhout: enorme buizen in het land. Het blijken meterslange waterleidingbuizen die in de hele provincie komen te liggen. Eerst worden ze aan elkaar gelast, dan gaan ze de grond in. In Berkhout eerst bij Lijsbeth Tijs daarna bij de Hulkerweg en Oosteinde.

Ook in 2011 weer veel stof over Distriport

Zo buigt de Raad van State zich over de plannen, onderzoekt het Europese Hof of er bij de aanleg van Distriport sprake is van staatssteun, komt er, dankzij Berkhout is Boos, een side letter met verregaande afspraken boven tafel en wordt ex-gedeputeerde Ton Hooijmajers verdacht van corruptie. De projectontwikkelaars zijn boos, de provincie legt de ontwikkelingen rond Distriport stil in afwachting van alle procedures en roept een commissie Schoonschip in het leven, die een onderzoek naar de gang van zaken gaat doen. En dan is er nog projectontwikkelaar Johan Wokke die provinciebestuurders beschuldigt van omkoping en fraude bij de ontwikkeling van Distriport. Hij weigert, ook bij de rechtbank, zijn woorden hard te maken en met bewijzen te komen. Dan moet hij van de rechter een rectificatie plaatsen op de voorpagina van de krant.

De firma Hak aan het werk. (foto Gretie Stelling)

Jaarboek 2011 HKBB  11


jaaroverzicht 2011

oktober Kouwe klauwenrit

september Dorpsvertier

Opnieuw Berkhouter Dorpsvertier met dit jaar voor de tweede keer een grote dorpsveiling. De veiling brengt € 22.350 op voor de restauratie van de kerk en voor verenigingen in Berkhout.

Eind oktober is de laatste oldtimerrit van dit seizoen, de zogenoemde Kouwe Klauwenrit. Rond de veertig tractors en veertig oldtimers met in totaal honderdtwintig personen maken vanaf De Ridder een tocht naar Hoorn en door de dorpen naar de Wogmeer en Bobeldijk.

Bobeldijker vrouwen fietsen

De vrouwen van het ‘Westeinde’ van Bobeldijk gaan fietsen. Een paar jaar geleden zijn ze begonnen met een klein groepje, wat nu is uitgegroeid tot dertig. Het is een tocht van ongeveer vijftien kilometer. Museumboerderij De Anloup’ in de Zuidermeer wordt bezocht , waar de koffie klaarstaat. Na afloop is er een high tea in de boomgaard van Kees en Marianne Boots en zijn er vragen van de ‘andere kant’ van Bobeldijk, want daar willen de vrouwen ook meefietsen.

Kouwe Klauwenrit (foto Corrie Bos)

Opmerkelijk veel bedrijvigheid Kraamburo 10.nl

Zo opent Ilona de Rijk-Langedijk in Bobeldijk Kraamburo 10.nl. Niet alleen voor kraamhulp kunnen (aspirant)ouders hier terecht ook voor luierservice en allerlei zaken op het gebied van baby en geboorte.

Bobeldijker vrouw Marianne IJff heeft er zin in. (foto aangeleverd)

Try-outs

De kolfvereniging Sint Joris wil af van het grijze imago. Speciaal voor nieuwe leden is er een try-outavond. Dat slaat aan. Er komt een speciale avond voor nieuwe leden die gratis kolflessen gaan krijgen. Gymvereniging Olympia maakt er maar meteen een hele try-outmaand van. Mensen kunnen zonder verplichting een maand meesporten om te kijken of er iets naar hun zin is.

Bietendag

Ooit begonnen als financiële ondersteuning voor heeroom De Wit die in Chili werkte, is de jaarlijkse bietendag van de familie De Wit fors uitgegroeid. Ieder jaar wordt er op verschillende bedrijven gewerkt om geld in te zamelen voor projecten in Chili. En wie niet wil of kan meewerken, kan altijd nog meedoen aan de sponsorloop, een wandeling van zeven kilometer. Dit jaar de dertigste bietendag, opbrengst € 12.000.

12  Jaarboek 2011 HKBB

Villa Vormgeving Aan het Oosteinde begint Marc Mol Villa Vormgeving; grafische vormgeving van logo’s, huisstijlen, advertenties, folders enz. Marc werkte ondermeer bij Studio Brouwer en deed daar de vormgeving voor de campagnes van Sonja Bakker. Het bedrijf werd overgenomen en dat was het moment om voor zichzelf te beginnen. En oh ja: Marc is zanger van de band De Volendammer vishandel. J. Rus Verspaning Nog een nieuw bedrijf: J. Rus Verspaning. Een sanering bij zijn werkgever doet Johan Rus besluiten een eigen bedrijf te beginnen, samen met zijn vrouw Karin. Rus Verspaning is gespecialiseerd in grootmetaal draaiwerk. Hij maakt ondermeer flenzen, ringen en tank- en dekselringen. Kruid en Dier nu ook Kruid en Mens Sandra de Wit van Kruid en Dier, die al langer dieren op natuurgeneeskundige wijze behandelt, gaat nu ook mensen natuurlijke gezondheidsadviezen geven. Ze heeft haar diploma hiervoor gehaald.


november

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

Wonen in een chalet

Henk Baerts heeft een chalet op park Westerkogge. De gemeente vindt dat hij daar permanent woont en dat mag niet. Henk zegt dat hij logeert bij zijn dochter in Heerhugowaard, zijn hoofdverblijf, en hij heeft een recreatiewoning op de Veluwe. Henk riskeert een dwangsom van â‚Ź 20.000. De bezwaarcommissie van de gemeente geeft Baerts gelijk, maar B en W schuiven het weg. Baerts gaat naar de rechter en die geeft de gemeente gelijk. Het chalet staat te koop.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl december

Met zestig kinderen doet muziekvereniging Volharding U steunt hiermee onze vereniging. Voor het eerst sinds lange tijd exposeert Annet Wood mee aan het Jeugdorkestfestival in de Torenschouw in

Expositie Annet Wood

weer. Annnet is een van de zestig kunstenaars in de expositie Dudok in de voormalige drukkerij Hollandia. Te zien zijn ondermeer haar eerste vrouwentorso met kalfsleer omhuld.

Volharding

Opperdoes. Volharding is een samenwerking aangegaan met de basisschool om leerlingen te laten kennismaken met het bespelen van een instrument. De school schafte dertig blokfluiten aan en Tine Krijnen en Gerra Klaij geven blokfluitles. Kinderen die een ander instrument willen bespelen krijgen ook de gelegenheid. Het jeugdleerorkest is door deze actie al uitgegroeid naar vijfendertig en wordt voor het optreden aangevuld met leerlingen uit groep 5 van de Geert Holleschool.

Laatste dag Bijdefantje

Annet Wood (foto redactie NHD)

Op 24 december staan Henk en Heleen Peetom voor het laatst op de mark in Hoorn met hun Bijdefantje, hun kraam voor baby- en kinderkleertjes. Na ruim dertig jaar op de markt, waarvan twintig jaar in Hoorn, houden ze het voor gezien.

Oorkonde en krentenmik

Kreeg ze verleden jaar een koninklijke onderscheiding, dit jaar is er een oorkonde met krentenmik voor Gerian Helder-Dekker. Een onderscheiding van de Westfriese Dansgroep voor een persoon of vereniging die zich inzet voor behoud van het Westfriese cultuurgoed. Gerian Helder is onder andere betrokken bij de werkgroep Kap en dek van het Westfries Genootschap. Het bestuur van de dansgroep komt de onderscheiding in kostuum brengen.

Dag meester Wim

Op 18 november overlijdt Wim Koorndijk na een slopende ziekte. Wim was jarenlang leerkracht en directeur van de Geert Holleschool.

Henk en Heleen Peetoom voor het laatst in hun marktkraam. (foto Henk de Weerd)

Informatieverzameling: Han Smit Samenstelling: Ria Corveleijn Jaarboek 2011 HKBB  13


Cor Mol (rechts) met bakkersknecht Klaas Rol.

“Bakker Mol was een vriendelijke en vergevingsgezinde man. Bij veel mensen heeft hij uit medeleven de rekening laten zitten.”

14  Jaarboek 2011 HKBB


Bakker Mol Bakkers zijn blijkbaar bijzondere mensen. In het vorige jaarboek konden we lezen dat bakker Nierop een legende was in Bobeldijk. Ook in Berkhout liep zo’n een aparte man rond met brood en banket: Cor Mol, oftewel: bakker Mol. Dick de Haas, zelf bakker, dook in het leven van deze kleurrijke bakker.

C

or Mol komt op 1 april 1904 in Berkhout ter wereld als zoon van bakker Piet Mol en zijn vrouw Helena Heil. Hij wordt als het ware tussen het brood geboren. Vader Mol heeft de bakkerij in 1903 overgenomen van Kroon. Kroon kon het niet langer bolwerken. Hij had de zaak in 1900 overgenomen van Kees Nierop. Maar Nierop begon in Bobeldijk meteen een nieuwe zaak, waardoor de omzet in Berkhout tot ongeveer twee zak meel per week terugliep. Toch durft vader Mol het aan. In het boek ‘Zo was het in Berkhout’ vertelt Cor Mol over het bakkersleven in het begin van de twintigste eeuw. “Vanaf mijn prille jeugd heb ik in het bakkersmilieu geleefd. Mij herinneringen gaan terug tot ongeveer 1910. In Berkhout waren negen bakkers, daarnaast kwamen er nog drie of vier uit De Goorn, twee uit Bobeldijk en ook nog een uit Hoorn. De spoeling was dus heel erg dun.

Jaarboek 2011 HKBB  15


Nu zult u wel denken dat die mensen elkaar ondersteboven liepen, maar zo erg was het toch niet. Er was een regeling getroffen dat elke dag ‘maar’ drie Berkhouter bakkers onderweg waren. Zondagmorgen kwamen ze allemáál op de weg. Dat moest wel vroeg gebeuren, want er was een gemeenteverordening dat je vóór kerktijd van straat af moet wezen. Daar hield de veldwachter, Japie Leegwater, sterk de hand aan.” Het is dus heel hard werken voor weinig. Cor Mol schrijft over die jaren: “Van de eerste jaren van de bakkerij weet ik natuurlijk niets af, maar ik heb meermalen gehoord dat het vooral die eerste jaren heel erg moeilijk is geweest.”

gereed was, dan werd ik geroepen en kon ik zo van zolder de bakkerij in. Als het brood klaar was, ging het in de bakfiets en reed ik mijn wijk richting De Goorn. Natuurlijk mocht ik alleen bij protestante klanten komen, de katholieken waren klant bij bakker Braas.” Brood van Mol scheelt beleg Toch was het brood van bakker Mol ook populair bij sommige katholieken, vertelt Henk. “Moeder Poland en moeder Pronk vroegen weleens of we brood bij hen wilden bezorgen want ‘het brood van jullie is lager dan dat van bakker Braas en dat scheelt beleg’. Natuurlijk mocht je niet met je bakfiets voor hun huis staan, want dan zou iedereen kunnen zien dat er ‘verkeerd’ brood bij Poland en Pronk werd bezorgd.” Henk kan nog wel een paar klanten noemen. “De dames De Wit moesten, zuinig als ze waren, een kwart brood en een halve rol beschuit. De restanten pakten we dan goed in en die kregen ze dan twee dagen later als ze weer dezelfde bestelling hadden. En bij Jan Metselaar moesten we het brood binnen leggen. Maar het was daar zo verschrikkelijk smerig; één klein plekje op een kast was schoon voor het brood. En dan maar hopen dat Jan in een goed humeur was om af te rekenen.” De service ging in die tijd letterlijk en figuurlijk heel ver. Henk: “Als ik na mijn wijk terugkwam, moest ik naventen. Dat betekende dat ik dingen die ik die ochtend niet mee had of op waren, alsnog ging bezorgen; tot in Hoorn aan toe. Eindelijk terug in de bakkerij was het dan tijd om koek te maken of, als het besteld was, gebak.” Over dat gebak heeft Henk nog een mooi verhaal. “Het was toen gebruikelijk dat gebak in kisten werd afgeleverd. Maar je vergat ze weleens op te halen en klanten brachten ze ook

BestelThuishalers het Jaarboek 2011 van de HKBB en Maar toch volgt Cor zijn vader op in de zaak. Dat gebeurt in 1929, het jaar waarin hij trouwt lees het complete verhaal. met Jansje Bakker. Het huwelijk blijft kinderloos; een teleurstelling voor het stel dat gek op kinderen is. Om dit gemis op te vangen komen er ‘thuishalers’; pleegkinderen, meestal van familie. De eerste thuishaler is Tiny Bakker, dochter van Jans’ broer. Later, via een advertentie in de krant, komt Trijnie van Vreumingen uit Wognum over de vloer bij Cor en Jans. Als Jans’ broer overlijdt, wordt Cor voogd over het gezin. De kinderen - drie meisjes, waarvan Annie Jongejan-Bakker nog steeds in Berkhout woont – worden met liefde bijgestaan door Cor en zijn vrouw. Ook opa Bakker komt over huis bij Cor en helpt hem in de bakkerij. Bakker Mol heeft ook een knecht in dienst. De eerste is Henk Vriese, daarna komt Henk Feller uit Wognum. Henk werkt er van 1955 tot 1957 voor 7,50 gulden per week, inclusief kost en inwoning. Henk kan zich zijn tijd bij bakker Mol nog goed herinneren. “Ik sliep op de meelzolder waar ook opa verbleef. Cor startte dagelijks de bakkerij en als rond zes uur het eerste deeg

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Brood op wielen “Vader begon in 1903 met een handkar, ‘een douwwagen’. In 1905 werden er een paar stokken aan bevestigd, zodat het een hondenkar werd. In 1909 kwam de ket. Op een oude bakwagen zetten we een paar kisten en de bakkerswagen was geboren. Als er sneeuw op de weg lag, hadden we een grote slee waar de ket dan voorgespannen werd. Het zal voor grote mensen wel moeilijkheden hebben opgeleverd, maar in mijn herinnering was het een feest,” Cor Mol in ‘Zo was het in Berkhout’ Vader Piet Mol bij de ‘douwwagen’.


Bakkersknecht Henk Feller op de bakfiets voor het huis en de praktijk van dokter Van der Linden niet altijd terug. Zo raakte je dus kisten kwijt. Op zekere dag vroeg de familie Blaauwbroek of ik het brood in de konijnenschuur wilde leggen. Nou, daar stonden dus onze gebakskisten gevuld met konijnenvoer!” Specialist in Abrahams De specialiteit van bakker Mol zijn de Abrahams. Vaak krijgt een vijftigjarige meerdere koeken en bakker Mol zorgt er dan voor dat ze allemaal verschillend zijn. Henk weet nog dat Cor ’s avonds in z’n eentje in de weer was met de koeken. “Het waren ware kunstwerken, soms wel twee meter hoog.” Bakker zijn in die tijd is geen vetpot. En dan waren er ook nog klanten die de rekening niet konden betalen. Dan werd er pas afgerekend als de kinderbijslag binnenkwam. Henk: “Bakker Mol was een vriendelijke en vergevingsgezinde man. Bij veel mensen heeft hij uit medeleven de rekening laten zitten. Maar het is ook bekend dat hij, na zijn pensionering en toen hij in Hoogwoud woonde, nog in Berkhout kwam om geld op te halen.” Na het vertrek van Henk in 1957 komt Jopie Poland, dan vijftien jaar oud, in dienst bij bakker Mol. Aanvankelijk als hulp in de huishouding, omdat mevrouw Mol ziekelijk is en veel verzorging nodig heeft. Maar al snel wordt ze ook ingezet in de bakkerij. “’s Ochtends hielp ik dan het laatste brood uit de pannen halen en deze weer invetten voor de volgende dag. Tussendoor maakte ik het huishouden aan kant. Om half elf ging ik dan richting De Goorn om te venten.” Jopie moest wel even wennen aan haar nieuwe functie. “In het begin moest ik echt leren hoe je met klanten om moest gaan. Bij de een mocht je binnenkomen en kreeg je een koppie, bij de

Warme bollen

“Warme bollen waren eigenlijk twee op elkaar gebakken kadeten. In de jaren rond 1910 werden die zaterdagmiddag om beurten door de bakkers warm bezorgd om ‘halfzessiestijd’. Alle jongens uit de buurt hielpen mee om de bollen, zodra ze uit de oven kwamen, in een flanellen doek warm bij de klanten te bezorgen. Als beloning kregen ze allemaal een paar warme bollen met stroop.” Cor Mol in ‘Zo was het in Berkhout’

Een overzichtelijk assortiment

Er wordt in de jaren vijftig bij bakker Mol alleen wit en bruin brood gebakken. Uitsluitend op bestelling wordt er een kadetje gemaakt of een tarwekrentenbroodje. Die kadetten worden gewoon van het witbrooddeeg afgehaald en anders gevormd. Voor het krentenbrood pakt hij een stuk tarwedeeg, doet er wat vet in en op de gok wat krenten. Later komt er ook het wat luxere melkwit en de ‘regeringsbollen’, waar je goedkoop W-bloem en roggemeel in mag verwerken.

Bakker Mol eindigde uiteindelijk gemotoriseerd. Jaarboek 2011 HKBB  17


ander mocht je je mand niet tegen de deur houden. En er waren ook lastige klanten, zoals Antje de Haas en Lieffie Schuts. Die stuurden je rustig terug als het brood te licht of te donker gebakken was. Een hele lieve klant was Betje de Haas, die met die bochel, schuin tegenover slagerij Schouten.” ‘Kouwe bakker’ Uiteindelijk vecht bakker Mol een ongelijke strijd tegen het fabrieksbrood. In 1959 stopt hij als warme bakker. Op 13 juni van dat jaar haalt hij voor het eerst als ‘kouwe bakker’ zijn brood bij bakkerij Pater in Avenhorn. Cor Pater weet het nog: “De tranen stonden in z’n ogen, zo erg vond hij het om zijn vak te verlaten.” Jopie kan het zich ook nog herinneren. “Hij vond het vooral erg voor de klanten. Daarom hebben we nog heel lang de koek van Pater in onze eigen zakjes verpakt. Ook stopte hij met het maken van zijn Abrahams, die werden ook bij Pater besteld. Maar hij schreef er nog wel een gedicht bij. De bakkers van Pater zorgden er dan voor dat dit op de koek kwam.” Op 22 mei 1968 stopt bakker Mol met venten. Bij zijn afscheid trakteert hij al zijn klanten op een moscovisch broodje (gebak in de vorm van een brood). Na zijn pensionering verhuist Cor Mol naar Hoogwoud waar hij op 5 mei 1988 op 84-jarige leeftijd overlijdt. Dick de Haas Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met mensen die bakker Mol van nabij hebben gekend. Hartelijk dank aan Jan Vriese en Henk Feller (beiden oud-knecht), Jopie Poland en Alie Groot-Leeuw (beiden oud-huishoudelijke hulp), Annie Jongejan-Bakker en Marian Graftdijk-Beuling (respectievelijk zus en schoonzus van thuishaler Tiny Bakker) en Cor Pater (leverancier).

De Abrahams van bakker Mol waren beroemd. Als het moest maakte hij ze twee meter groot. En elke Abraham ging vergezeld van een persoonlijk gedicht.

Beeld: archief geïnterviewden.

B.B.

Onder het pseudoniem B.B. schrijft Cor Mol jarenlang ‘stukkies’ in het Berkeblaadje, de dorpskrant van Berkhout. De verhalen die hij onderweg hoort, zet hij met veel humor op papier. De echte namen van de personen om wie het gaat gebruikt hij niet, maar iedereen weet natuurlijk over wie het gaat. Genoemd worden in het stukkie van B.B., ook al ben je niet handig in de weer geweest, is in die tijd eigenlijk een hele eer. Sommige ‘slachtoffers’ hebben hun stukkie na al die jaren nog steeds bewaard. (zie ook pagina 51)

Het Berkeblaadje

Hij bedenkt zelfs een speciaal Berkhouter koekje: het Berkeblaadje. Nadat Cor met pensioen gaat, maakt bakker Dick van Hilten deze plaatselijke lekkernij. Van Hilten heeft het recept in zijn hoofd. Als hij plotseling komt te overlijden is het koekje voorgoed geschiedenis.

18  Jaarboek 2011 HKBB


De Grashalm en De Gong: ruim honderd jaar speelplezier

De Gong speelt in 1967 ‘Er komt een vriend vanavond’. V.l.n.r. Jan Wonder, Frans Peetoom (Witte Frans), Gert Groot, Gré de Jong, Alie Leeuw-Haker, Martin Leeuw, Nan Visser, Jannie vd Brink-Leeuw, Frans Peetoom (Frans Melk), Dick van Hilten, Cees Visser.

Berkhout op de planken

Ooit telde Berkhout maar liefst drie toneelverenigingen. De bekendste daarvan was De Grashalm, later De Gong. Er werd succes geboekt tot in Rotterdam. Wat gebeurde er met die vereniging en wat zou er in de kist zitten die bij de familie Peetoom op zolder staat? Hoe oud de kunst van het toneelspelen in Berkhout is, weten we niet precies. Maar het is wel zeker dat op 18 januari 1861 in de oude school tegenover café De Ridder St. Joris de rederijkerskamer De Grashalm wordt opgericht. Het devies luidt ‘Oefening en Uitspanning’. Het eerste bestuur bestaat uit voorzitter P. Slagter Tz., secretaris dominee K. Boon, penningmeester P. Loots en de bestuursleden L. Groot en E. Honkoop. In het dorp is veel belangstelling voor de nieuwe vereniging, want bij de start zijn er al 22 leden. De contributie bedraagt een dubbeltje per maand. Enthousiast gaat de vereniging aan de slag en op 13 november 1861 wordt de eerste uitvoering gegeven in De Ridder. Overigens nog zonder ‘tribune’ (toneel), want die wordt pas in 1900 aangebouwd. Om de zaak te kunnen bekostigen wordt de leden om een voorschot gevraagd. Dit Jaarboek 2011 HKBB  19


Tijdens het 100-jarig bestaan spelen Martin en Jeanette Leeuw-Dik de hoofdrollen in Vorstelijke emigranten. De Grashalm rond 1940. Staand, v.l.n.r.: Jan Metselaar, Piet de Haas, Arie Veld, Stien Schuts, Trien Schuts, Iet Kollis, Jannie Visser, Annie Bakker, Rika Worm, Annie Schouten, Piet Klok, Dirk Bobeldijk en Wim Loots. Zittend het bestuur, v.l.n.r.: Jan Schmidt, Klaas Bergsma, Dirk Wit, Simon Mol, Jan Klok en Maarten Haringhuizen.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl November 1949, generale repetitie Saigon Milly. U steunt hiermee onze vereniging. V.l.n.r. Nelie Vet, Meindert de Haas, Wim Loots, Gert Peetoom, Joke Schonenberg.

Tijdens het 50-jarig bestaan van CAV Berkhout in 1951 voert De Gong, met medewerking van gymnastiekvereniging Olympia, de revue ‘Gouden Aren’ op. Geheel rechts Alie Leeuw-Haker.

levert f 31,- op, waarmee de toneelboekjes (f 0,80 per stuk) en de toneelattributen kunnen worden bekostigd. Het blijkt een veilige investering, want het eerste boekjaar wordt met een batig saldo van f 10,54 afgesloten. Proeve van bekwaamheid Je wordt trouwens niet zomaar lid van De Grashalm, daarvoor moet je een proeve van bekwaamheid afleggen op de algemene vergadering. En voor de gang van zaken op het toneel is er een beoordelingscommissie, die tijdens de repetities let op stand, gebaren en uitspraak. Overigens is er in die tijd ook al een regisseur, maar dat is dan nog de man die het toneel in orde maakt; hij mag zich niet met het spel bemoeien. 20  Jaarboek 2011 HKBB

Dominee K. Boon schrijft in 1873 een ‘volksvoorstelling’ ter ere van het zilveren kroningsfeest van koning Willem III. Dit wordt een groot succes. Helaas, een jaar later vertrekt deze geliefde en geziene dominee. Als dank voor zijn vele verdiensten voor de vereniging krijgt hij een zilveren tabakspot met komfoor, een eikenhouten speeltafel en tablettes (onderzetters voor glazen). Maar er wordt ook geïnvesteerd in de toekomst van de vereniging, want er komen coulissen en een achterdoek; een souffleurshokje laat nog even op zich wachten. In 1883 is dokter Pool voorzitter. Twee jaar later wordt hij opgevolgd door burgemeester Slagter (inderdaad, van de Slagterslaan), die zich zelfs president mag noemen. Maar het zijn dan slechte jaren voor de ver-


De jeugdafdeling van De Gong speelt in 1957 ‘Zij leefden nog lang en gelukkig’. V.l.n.r. Bets Blokker, Jan Swagerman, Gerie Leeuw, Jan Root, Afri Veld, Fred Root, Klazien Leeuw, regisseur Karel Laverman, Miep Hart en Alie Leeuw.

Zuinigheid met vlijt bij De Grashalm. Soms werden toneelstukken compleet overgeschreven.

1954. Regisseur Karel Laverman geeft de laatste aanwijzingen voor ‘In andermans schoenen’. V.l.n.r. Karel Laverman, Gerie Leeuw, Bets Kuiper, Wil Schuts, Alie Leeuw, Fred Root.

eniging. Iedereen moet zijn eigen vertering betalen en ook bestuursleden en commissarissen moeten contributie betalen. Het 25-jarig bestaan in 1886 moet dan ook geheel op eigen kosten gevierd worden. Een welverzorgde dis Bij het 40-jarig jubileum in 1901 staan de zaken er beter voor. De mijlpaal wordt uitgebreid gevierd en er is zelfs sprake van een ‘welverzorgde dis’. De voorzitter merkt in zijn toespraak op: “De Grashalm is groot geworden, hare lijfspreuk trouw gebleven, en heeft veel bijgedragen ter ontwikkeling en beschaving van het opkomende geslacht.” Soms doet de vereniging mee aan toneelwedstrijden, bijvoorbeeld in 1909 in Venhuizen

met het stuk Op hoop van zegen. Ze worden tweede met 49 punten, tot ongenoegen van Meester van Dijk, die in zijn jaarverslag schrijft: “Onze spelers begrepen dit stuk beter dan de jury en hiermee basta!” In 1925 in Spanbroek waagt De Grashalm zich met hetzelfde stuk nogmaals aan een wedstrijd. Nu met een jury die er vast kijk op heeft, want de Berkhouters worden eerste. Bij het 50-jarig jubileum wordt het stuk Marijke van Scheveningen ten tonele gebracht. Een latertje zal het worden door een uitgebreid souper; pas de volgende ochtend om 10.00 uur is het afgelopen. Het lid M. Leegwater, veldwachter en bode, feest lekker mee, niet wetende dat het zijn laatste feest ooit zal zijn: hij sterft de volgende dag. Jaarboek 2011 HKBB  21


Erelid Dirk Wit Cz.

In oktober 1892 wordt Dirk Wit Cz. op 14-jarige leeftijd lid van De Grashalm. Hij blijft dit tot 1947 als hij al lang wethouder en locoburgemeester is. Daarna wordt hij benoemd tot erelid. Tot aan zijn dood blijft hij trouw de uitvoeringen bijwonen.

Buste van de koningin

De heer Bakker legt na 43 jaar zijn functie als toneelbouwer en regisseur neer, omdat hij meent dat: “zijn denkbeelden bij de tegenwoordig werkende leden te oud worden.” Hij laat alles ordelijk achter, alleen neemt hij de gipsen buste van de koningin mee naar huis. Toch wordt hij erelid.

Er is in die tijd ook regelmatig gesteggel over de entreeprijs. Toch blijft deze onveranderd: 0,25 cent voor ingezetenen en 50 cent voor buitenpoorters. Ronduit spectaculair is de opvoering van Paljas. Er wordt een grote loods aan het toneel gebouwd, waardoor het mogelijk wordt dat de ket van melkboer Kommer met een woonwagen achter zich aan het toneel oprijdt. Een daverend applaus en een uitverkochte zaal zijn het gevolg. Later wordt driemaal Mottige Janus gespeeld. Het bestuur wil de stoelen in een rij zetten om meer bezoekers te kunnen plaatsen. Maar daar steekt kastelein Dop een stokje voor: “Ze moeten niet bij moeder zitten, want dan verteren ze niet.” In 1921, het jaar van het 60-jarige bestaan, wordt De Grashalm lid van de Westfriese Bond van Dilettantentoneelverenigingen. De vereniging telt dan 52 leden. Door de crisis in jaren dertig laat men het 70-jarig jubileum aan zich voorbij gaan. Maar het 75-jarige bestaan zeker niet. Er is een broodmaaltijd waaraan 150 personen deelnemen. Kastelein Barten denkt aan drie kwartjes per couvert, maar het bestuur vindt 60 cent wel genoeg. Dat wordt het dan ook, maar voor de kastelein zal er vast nog wat bijgekomen zijn, want het wordt dik melkerstijd voordat het feest afgelopen is.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

De Gong ‘klinkt’ nog één keer

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl

Als De Gong begin jaren 70 definitief het doek sluit, blijft er nog een mooi bedrag over in kas. Penningmeester Martin Leeuw past er goed op. Als in 2010 blijkt dat de toneelgordijnen in De Ridder tot op de draad versleten zijn, laat De Gong nog een keer van zich horen. Het geld wordt van de bank gehaald en ter beschikking gesteld voor de nieuwe aankleding van het toneel. Een definitief afscheid in stijl.

Op non-actief tijdens WO 2 Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gaat ook De Grashalm op non-actief. Probleem is wel het nadelig saldo dat de vereniging op dat moment heeft. Gelukkig wil D. Wit dit voorschieten met als onderpand de bezittingen van de vereniging. Tegen het einde van de oorlog worden er echter grote successen behaald met Mooi Juultje van Volendam. Het stuk doet het zo goed dat men niet alleen driemaal een propvolle zaal in De Ridder heeft, maar ook drie keer een uitverkochte Parkzaal in Hoorn. Er komen ‘echte’ regisseurs na de oorlog. Jan Schuts, huisen kunstschilder, zorgt dan voor fraaie coulissen. Tijdens de bevrijdingsfeesten wordt een door Jan ‘Contact’ Altena en Frans Peetoom geschreven revue opgevoerd. Voorzitter Bergsma schrijft ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan het stuk Boerenstrijd. Ook hiermee treedt De Grashalm in tal van andere plaatsen op. Na de oorlog komen ook de ‘fusiebesprekingen’ op gang. Tot die tijd zijn er maar liefst drie toneelverenigingen in Berkhout: De Grashalm voor de gegoede burgers en boeren, Concordia voor de middenstand en het arbeidersstrijdtoneel Door het volk, voor het volk. De fusie slaagt maar gedeeltelijk en er ontstaat eigenlijk een geheel nieuwe vereniging die openstaat voor iedereen: Dilettanten Ensemble Grashalm Op Nieuwe Grondslag of kortweg De Gong. Meester Eecen wordt de eerste voorzitter, Jac. de Weger de eerste regisseur. In 1954 boekt De Gong haar grootste succes. Oud-voorzitter Bergsma schrijft dan Het Wentelende Rad. Het stuk wordt maar liefst 37 keer opgevoerd, waaronder zelfs twee keer in Odeon in Rotterdam voor zo’n 1.400 toeschouwers.

U steunt hiermee onze vereniging.

Uit De Rode Pimpernel

Kroegbaas: “Vuil weer, Brogard.” Brogard: ‘Verdomd vuil weer.” Kroegbaas: “En toch is er nog een Engelse schoener overgestoken.” Brogard: “Ah, die verdomde Engelsen!” V.l.n.r. Jaap Hart (kroegbaas), Bram Root, Gerda Peetoom, Dick van Hilten, Jeanette Leeuw-Dik, Martin Leeuw, (daarachter onbekend), Jan Swagerman, (achter lamp onbekend), Jan Mol.

22  Jaarboek 2011 HKBB

100-jarig bestaan Dan is het 1961. Met een meer dan geslaagde reünie voor oud-leden en de opvoering van Vorstelijke emigranten wordt het 100-jarig bestaan gevierd. De biljarts zitten zelfs vol bij


deze historische mijlpaal. Gert Groot en zijn vrouw Alie Leeuw zijn dan lid en spelen mee in het stuk. Ze zijn er nog steeds enthousiast over. Alie: “Er waren mooie hoofdrollen voor mijn broer Martin en zijn vrouw Jeanette.” Gert: “De aankleding was prachtig. Eigenlijk hadden we meer moeten doen met het stuk; het ook in andere plaatsen spelen. Jammer, dat we dat het er niet van gekomen is.” Karel Laverman is de regisseur van het stuk. “Die was streng hoor”, zegt Gert. “Als hij zei: de volgende keer zonder boek repeteren, dan was het ook zonder boek repeteren! Hij deed trouwens ook de grime, waardoor we de meest leuke, onnozele en verfrissende typetjes hebben gespeeld: een snorretje, een sikje, valse tanden of een rood toupetje. Ja, daar wist hij wel raad mee. De decors zagen er trouwens ook altijd pico bello uit; zeker voor amateurs. Frans Peetoom was daarin de voorman.” Alie: “Het was ook zo leuk dat alle leden meespeelden bij dit 100-jarig jubileum. Ook mijn moeder deed mee, die was gek van toneel. Er was altijd wel een rolletje voor haar. Mijn tweelingzus Gerie zat trouwens ook bij het toneel. We waren een echte toneelfamilie.” Gert: “We repeteerden één keer per week en er was één uitvoering per jaar, soms twee, want er was ook een jeugdtoneelclub.” Bergafwaarts Maar in de jaren zestig gaat het langzaam bergafwaarts met De Gong. De uitvoering van Sil de strandjutter is nog een succes, maar door trouwen en verhuizen neemt het aantal leden steeds verder af. Gert: “Door wisselingen in het bestuur en regisseurs kwam de klad er in. En wat dacht je van de komst van de TV? De grootste klap was natuurlijk in 1969 toen De Ridder afbrandde.” Toch lijkt na de bouw van het dorpshuis met zijn uitstekende toneelaccomodatie weer alles mogelijk. De Gong draagt zelfs f 1.000 bij. aan de faciliteiten. Vooral de inzet van voorzitter Meilink speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van de voorzieningen. Het is dan ook een grote klap voor de vereniging als hij eind 1971 overlijdt. Tot overmaat van ramp vertrekt regisseur Brinkman naar Friesland. “Na 110 jaar toneel zit men dus zonder voorzitter en zonder regisseur, maar wel met centen in de kas en een toneelaccomodatie om trots op te zijn”, schrijft Frans Peetoom in het boek Zo was het in Berkhout. Maar Peetoom heeft dan nog goede hoop: “In 1972 beginnen we met frisse moed en we hopen dat de jongeren onze taak zullen overne-

Martin Leeuw en Gert en Alie Groot bekijken de inhoud van de kist. (foto Gretie Stelling) men om de geschiedenis in de volgende honderd jaar waar te maken.” Helaas, zijn wens komt niet uit: De Gong is definitief verleden tijd. Peetoom bergt de herinneringen letterlijk en figuurlijk op in een kist op zolder. De kist En bij die kist staan we nu. Elias Peetoom, zoon van Frans, heeft hem met de trekker en een voorlader van een richel op de dars gehaald en hem in het lege vierkant van de boerderij gezet. “Ik weet niet beter of hij heeft daar altijd gestaan”, vertelt hij. We hopen dat er beeldmateriaal of notulen van de toneelvereniging inzitten. Het is aan de oud-leden van De Gong om dit te ontdekken. Alie, Gert en Martin moeten eerst centimeters dik stof van de kist afblazen. Na de opening blijkt ook het stof op en tussen de boekjes te zitten. We graven in de kist: boekjes en nog eens boekjes, geen foto’s, geen notulen. Het zijn hoofdzakelijk toneelstukken die in de tijd van De Grashalm zijn opgevoerd, de voorloper van De Gong. Bij het zien van het toneelstuk De Rode Pimpernel komen er spontaan regels bovendrijven die hardop ten gehore worden gebracht. We kijken vooral naar de rolverdelingen die er, nu bijna onleesbaar, met potlood zijn bijgeschreven. Sommige boekjes zijn gekaft met oude kranten, zodoende komen de jaartallen voorbij: 1928, 1934, 1936. Er zijn zelfs schriften waarin in keurig schoonschrift complete toneelstukken zijn overgeschreven. Een kleine greep uit de titels: Hij is onschuldig, Een vrouw op zicht, De gestoorde repetitie, De beste jaren van ons leven en Zij leefden nog lang en gelukkig. Na zo’n twee uur slaan we het stof van onze handen en kleren en gaan we koffie drinken. Er wordt nog meer historie opgehaald. Niet alleen toneel, maar ook gymnastiekvereniging Olympia komt voorbij, compleet met het aanheffen van het bondslied. Ach, het blijven toneelspelers, maar over Olympia een andere keer meer. Een mooie afsluiting van een genoeglijke middag. Aad Schuijtemaker Bron: Zo was het in Berkhout,

Jaarboek 2011 HKBB  23


Namen Berkhout, Bobeldijk, De Hulk... waar komen die namen toch vandaan? Fons Hendriks dook in de archieven en literatuur. Zuidermeer is vernoemd naar het feit dat de polder ten zuiden van de Baarsdorpermeer ligt. In 1745 komt de plaats voor als Suyder Meer.

Spierdijk dankt zijn naam, net als Bobeldijk, aan zijn oorspronkelijke dijkfunctie. Met het woord ‘spier’ wordt bedoeld de bovenste taaie laag van met veen bedekte zeeklei, doorgroeid met wortelstokken van riet.

De plaatsnaam De Goorn (ook wel gespeld als De Goorne) is meervoudsvorm voor de benaming ‘goor’, wat modder- of slijkland betekent. Bij De Goorn verwijst de naam naar drassig modderland met veel sloten. Sloten waren inderdaad typerend voor het gebied waar De Goorn ligt. Het meeste omringende land was echter met veen bedekt. De Goorn vormde een soort overstromingsgebied. De Goorn was in het begin een klein gehucht, maar nadat er in 1637 een kerk werd gebouwd, kreeg het de status van dorp.

24  Jaarboek 2011 HKBB


Buurtschap Baarsdorpermeer is vernoemd naar het water, dat zelf weer vernoemd zou zijn geweest naar een oudere plaats die Baarsdorp heette. De huidige plaats werd in 1745 Baersdorpermeer genoemd. Andere namen die je tegenkomt zijn Bartropsmeer en Woggenummermeer.

Bobeldijk ontleent zijn naam, wat het laatste deel betreft, natuurlijk aan de dijkfunctie die het dorp oorspronkelijk had. ‘Bobel’ betekent waterbies en die zullen er in dit vochtige gebied genoeg gegroeid hebben. In vroegere eeuwen schreef men ook wel Bobbeldijk. Dit zou te verklaren zijn doordat de dijk ‘bobbelig’ was, Westfries voor hobbelig. En zo gek is dit ook niet, want dijken werden vaak gemaakt van vrij slappe specie, dat door ongelijkmatig krimpen inderdaad bobbelig kon worden.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl In het boek Noordhollandse plaatsnamen van

Dr. G. Karsten wordt verklaard dat Berkhout zijn naam ontleent aan de berkenbosjes die in het veengebied groeiden. Berken, wilgen en elzen zijn de eerste boomsoorten die opschieten in veengebieden die flink boven NAP komen te liggen. ‘Berk’ is hiermee verklaard, maar ‘hout’ is niet het logische gevolg hiervan. Met de naam ‘hout’ zitten de geleerden wat in hun maag. Plaatsnamen met ‘hout’ zouden wijzen op een vrij hoog en droog gebied. Namen met ‘woud’ of ‘woude’ duiden op een bos, groeiend in een laag, vochtig gebied. Berkenwoude zou dus een logischer naam zijn geweest.

U steunt hiermee onze vereniging.

De Hulk ontstond als een plaats rond een herberg, die langs de trekvaarten Hoorn-Alkmaar en HoornAmsterdam was gelegen. Tevens ontleent de plaats zijn naam aan deze herberg. Op het uithangbord van de herberg stond een groot zeeschip, dat ook wel ‘hulk’ werd genoemd.

De Waal of Weel (het gebied dat we nu de Grote Waal noemen) is een algemene naam die men geeft aan meertjes die ontstaan bij dijkdoorbraken.

Jaarboek 2011 HKBB  25


Een eeuw lang

de zweef van Braak In de nacht van 7 op 8 augustus 2010 brandt de antieke zweefmolen van de familie Braak af. Een ramp! Maar, als alles volgens plan verloopt, komt aan die ellende een eind, want dit voorjaar hoopt de familie de nieuwe zweefmolen mĂŠt orgel in gebruik te nemen. En het is dubbel feest, want dan is het precies honderd jaar geleden dat de opa van Nico Braak met zijn molen begon.

Jaarboek 2011 HKBB  27


H

et gebeurt op 8 augustus 2010, om half vier ’s ochtends. Ze staan op de kermis van Callantsoog en liggen te slapen in de wagen. Nico: “Er werd tegen de wagen geklopt. Dat gebeurt wel eens meer, volk dat uit de kroeg komt en langsloopt. De honden gingen tekeer, ik dacht: wat is dit voor malligheid. Maar er werd opnieuw geklopt en er stond politie voor de deur.” Marianne: “Mijn eerste schrik was: oh God, er is iets met Carola, onze dochter, en haar vriend. Die hadden een kermis in de Zaanstreek. Dat was het gelukkig niet, dat zou natuurlijk nog veel erger zijn geweest. Maar het was de zweef, de zweef was afgebrand. Een ramp was het, een echte ramp.” Nico: “Binnen twintig minuten moet het gebeurd zijn. Het was zo droog, er was geen redden aan. Toen we er aankwamen was er niets meer van over dan het karkas. De mooie borden, het orgel, alles weg. Er stond geen stroom op, kortsluiting kan het niet geweest zijn. Dat wisten ze al direct. En dat klopte, de brand bleek aangestoken.” En daar staan ze: Nico, Marianne, zoon Rick en zijn vrouw, en Carola die snel gebeld was door haar broer. Nico: “Ja, dan sta je raar te kijken. Dit gun je niemand.” De schade bedraagt toch gauw een ton, een bedrag dat niet zomaar bij elkaar verdiend wordt.

De zweefmolen rond 1940 Rechts Nico’s ouders Jan en Truus.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en ’s Avonds wordt dat paard gewisseld voor een ander, zodat het eerste paard kan rusten. Een eigen orgel is die eerste jaren nog te duur, dat lees het complete huurt opaverhaal. Kees. Pas later wordt een orgel gekocht. De zweef wordt ook

wel handjesmolen genoemd: als je in een zitje zit, kun je een ander in het volgende zitje een hand geven en ook duwen. Is het reizen van kermis naar kermis tegenwoordig al een hele toer, vroeger moet dat helemaal een operatie zijn geweest. Het vervoer gaat dan per boot, die vanaf de kant wordt voortgetrokken door een paard dat langs de walkant liep. Na opa Kees, neemt zijn zoon Jan, de vader dus van Nico, het over. Nico: “We waren thuis met drie kinderen. We groeiden op op de kermis, als kind hielp je al mee. We woonden in een woonwagen en hadden een vaste standplaats in Egmond. Als de kermis afgelopen was, gingen we daar naartoe. Pas veel later hebben mijn ouders een huis gekocht. Je wist niet beter. We gingen onderweg naar school, de kleuterschool. Tenminste als er een plaatsje was. Je telde niet echt mee, na een week was je toch weer weg. Van mijn zesde tot mijn twaalfde, dertiende heb ik bij een tante in Wervershoof gewoond, kon ik naar school. Maar toen kocht mijn vader er een spulletje bij, een kindermolen, en werd ik van school gehaald. Ik moest mee. Dat ging toen zo makkelijk. En nee, dat vond ik niet erg, ben je gek.”

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb. nl

U steunt hiermee onze vereniging.

Trots van de familie De molen was de trots van de familie. Onvervangbaar. De opa van Nico Braak, Kees Braak, begon ermee in 1912. En Nico Braak is er, na zijn vader Jan, ook al bijna vijftig jaar mee op stap geweest. Sinds 1977 met zijn vrouw Marianne en de laatste jaren ook met zoon Rick en Antoinette, de vrouw van Rick. Grootvader Braak heeft zijn molen zelf gebouwd. ’s Avonds hangt hij er stoeltjes aan en wordt de draaimolen een zweefmolen. Dat is ook in de tijd dat er een paard in de molen gespannen wordt om de boel te laten draaien.

Callantsoog 8 augustus 2010, de trieste restanten van de zweef. (foto Boshuis Fotografie) 28  Jaarboek 2011 HKBB

Ieder stadje een ander schatje Nico Braak leert op een kermis in De Goorn zijn vrouw Marianne Laan kennen. Nico: “Na de kermis ging ik de kroeg in en tja…” Marianne: “Maar we kenden elkaar al veel langer hoor, toen ik veertien was zijn we al een keer samen uit geweest en Nico was ook bevriend met mijn broer. Hij kwam wel eens kaarten.” De moeder van Marianne vond die verkering aanvankelijk maar niets, weet ze nog. “’Zo’n kermisjongen… Hij heeft in ieder stadje een ander schatje.’ Dat zal ze wat keren gezegd hebben. Ja, later niet meer hoor, toen was het goed.” Nico: “Ach, kan ik me ook wel voorstellen, dat is ook het beeld. Je weet dat mensen zo denken.” Maar de verkering houdt stand en vijfendertig jaar geleden trouwen ze. Marianne komt in de wagen en reist mee van kermis naar kermis. “Nou dat was wennen, dat kun je wel zeggen. Het is een totaal ander leven, natuurlijk. Een zwaar leven ook wel, vind ik. Nee, dan bedoel ik niet het telkens inpakken. Het heeft veel voordelen, je bent altijd buiten, met vrolijke mensen om je heen. Maar soms is er ook veel gelal, je hebt altijd met drank te maken en een persoon kan zo je hele dag verpesten.”


‘Namen kennen we niet, maar gezichten wel’ Van maart tot oktober wonen ze in de wagen. Nico: “We staan in NoordHolland, in dorpen in de omgeving van Hoorn en Alkmaar. Nee, niet in Hoorn zelf, dat is te duur en daar staan ze met zulke moderne spullen, daar kunnen we toch niet in meekomen.” Marianne: “Doordat we al zoveel jaar in dezelfde plaatsen komen, krijg je ook een band met de mensen. Ze kennen je. En wij zien de kinderen die we indertijd in de wagen zagen liggen nu zelf met een kinderwagen langskomen. Namen kennen we niet, maar gezichten wel. Als ik in Hoorn iemand zie lopen, dan weet ik precies bij welke kermis ze horen.” Iedere zomer kent één stille week, dan wordt de woonwagen op het erf aan het Oosteinde in Berkhout gezet, maar ook dan wordt er in gewoond. In oktober na de laatste kermis, trekt de familie weer in het woonhuis. “Dan is het tijd voor de oliebollenverkoop.” Nico en Marianne hebben twee kinderen: Rick en Carola. In tegenstelling tot Nico gaan zij wel naar een vaste school, de Geert Holle in Berkhout en later naar het voortgezet onderwijs in Hoorn. Nico: “Ja, ik wilde niet dat het zo ging als bij mij. We hebben ze altijd gebracht en gehaald, waar we ook stonden. Ik bracht ze ’s morgens en Marianne haalde ze ’s middags weer op. Dat viel niet altijd mee, zeker niet als het ’s nachts laat geworden was, maar ik ben blij dat we het zo gedaan hebben.” Nico heeft een broer en een zus. De zus heeft niet op de kermis gewerkt, zijn broer heeft jarenlang een kindermolen. Tot dat dit financieel niet langer haalbaar is, dan zoekt hij een baas. Dit in tegenstelling tot Nico en Marianne, die de zaak juist uitbreiden. De duw van Braak “We wisten dat Rick er in ieder geval in verder wilde, dan weet je ook dat je moet investeren. Toen hebben we een vof opgericht en de schietsalon erbij gekocht. Er moeten nu twee gezinnen van leven, hè.” Inmiddels heeft de familie Braak een scala aan attracties: natuurlijk de zweef, daarnaast een schietsalon, een voetbalspel, een piratenboot waarbij kinderen op de raampjes en deurtjes kunnen spuiten en een eendjesspel voor de kleintjes. Zoon Rick leert Antoinette kennen, een meisje dat haar oom op de kermis helpt. Ze trouwen en hebben sinds eind december een zoon, Maaik. Ze werken alle twee op de kermis. Marianne: “We wisselen elkaar in werkzaamheden af.” Carola heeft het eendjesspel, maar ze heeft er nog een baan bij, ze kan er nog niet van leven. En als ze zelf niet staat, helpt

ze ons. Maar ze wil er ook in verder. Als wij uit de vof gaan, gaat zij erin. ” Bekend is de duw die Nico altijd geeft tegen de stoeltjes waardoor er nog eens een extra slinger gemaakt wordt. Nico lachend: “Dat doet Rick nu. Zwaar werk hoor, zeker bij de eerste kermis na de winterstop, dan doet alles zeer.” Nieuwe plannen Terug naar die augustusmaand in 2010. Nico: “We kregen heel veel reacties, van collega’s maar ook van de mensen uit de dorpen, hartverwarmend. Ook doordat we al zoveel jaar in de dorpen komen. Dat doet je wel wat.” Maar geen molen, betekent geen inkomsten. Nico: “Van een kennis konden we een molen lenen. Die lag al zeventien jaar stil en hebben we uit het stof gehaald, nagekeken, weer in orde gemaakt en laten keuren door het liftinstituut. Daar konden we mee draaien. Maar hoe het verder moest?” Marianne: “In die zomer overleed ook nog mijn moeder. Ze had een gezegende leeftijd, dat zegt je verstand, maar je gevoel is anders. Het was een rampjaar.” Het kermisseizoen 2010 zit er dan bijna op. Die winter moeten er plannen gemaakt worden voor herbouw van de molen. Marianne: “We waren wel verzekerd, maar er moet altijd geld bij, natuurlijk. En als je dan nieuw gaat bouwen, wil je ook wel modernere toepassingen gebruiken zodat Rick het in de toekomst ook alleen kan doen.” Zo krijgen plannen vorm. De molen zal door Nic en collega’s opnieuw gebouwd worden. Er worden schilders gezocht die de borden weer konden schilderen om zo een replica van de oude molen te maken. Nico: “Het wordt een replica van de oude molen met een moderne

Foto links. Jaren zestig: 40 jaar op de kermis in Obdam, dus bloemen voor Jan Braak. Nico kijkt toe, daarnaast zijn moeder Truus en rechts zijn zus Gitta. Foto rechts. Augustus 1995. Drie generaties zweefmolen. Nico en zijn zoon Rick staan achter Jan Braak. Jaarboek 2011 HKBB  29


binnenkant. Maar het oude, het warme ben je kwijt. Mensen in bejaardenhuizen hebben in de zweef een ritje gemaakt, dat is weg. En geld voor een orgel, dat zou er niet meer zijn.” De Diva’s Maar er komt hulp uit onverwachte hoek. Patty Brard, Patricia Paay en Tatjana Simic laten in het programma ‘De Diva’s draaien door’, wensen voor mensen werkelijkheid worden. En zij komen naar de familie Braak. Nico: “Wij wisten van niets. Alles was via Rick en Carola gegaan. Ze schenen wel duizend aanmeldingen te krijgen voor dat programma, maar ze wilden iets bijzonders. En ja, dat is kermis natuurlijk wel. Een van de productiemedewerkers had via internet contact met Rick gelegd en zo is het balletje gaan rollen. Om drie uur zouden we open gaan en om half twee liepen die kinderen al te heen en weren. We hadden hulp van mensen die dag en die waren er ook al zo vroeg. Nou ja, geen idee wat er aan de hand was. Tot ineens die drie vrouwen binnenstapten.” Nico en Marianne krijgen een nachtje hotel Zuiderduin in Egmond aangeboden, samen met een vriendin en haar man. Nico: “Ik zei: we kunnen helemaal niet weg. We stonden in Onderdijk, moesten die dag afbreken en de volgende dag opbouwen in De Rijp. Normaal is het al een stressweek, maar dat werd het nu helemaal. Maar het is allemaal goed gekomen, Toen we woensdag terugkwamen, draaide de molen in De Rijp. Pas later op de televisie zagen we wat zich allemaal had afgespeeld.” De Diva’s weten via een sponsor € 20.000 bij elkaar te brengen voor een nieuw orgel. Daarnaast brengen ze de vraagprijs van de orgelbouwer van € 40.000 naar € 30.000. Marianne: “Het was een onvergetelijke ervaring, heel leuk.

We kregen ook zoveel leuke reacties. En ja, we hebben er financieel natuurlijk een lift doorgekregen. Nu krijgen we wel een nieuw orgel. Dat wordt nu gebouwd en geschilderd en is hopelijk ook op tijd klaar.” Tijd voor een feestje? Een nieuwe molen met orgel, een eeuw kermisfamilie, een feestje? Marianne: “Nou dat weet ik niet. Er is natuurlijk wel heel veel rottigheid geweest. Als ik heel eerlijk ben is de aardigheid er behoorlijk vanaf. Nico heeft dat minder.” Nico: “Je moet het achter je laten, we moeten verder.” Marianne: “Wat er gebeurd is heeft zo’n impact gehad. Het is aangestoken. Dat geeft wel een andere kijk op de mensen. Wie doet zoiets? De dader is nooit gepakt en als ik in Callantsoog ben, kijk ik om heen en denk ik: zou jij het gedaan hebben? Of jij? Ik hoop nog altijd dat het er een uit een groep is geweest en dat iemand zijn geweten wil zuiveren en gaat praten. Nico : “’s Morgens ga ik altijd direct naar de zweef om te kijken of alles in orde is; de schrik zit er wel in, natuurlijk. Je bent wel kwetsbaar. In De Streek is een kermis waar bewakers worden ingehuurd door de kermismensen. Die komen om elf uur ’s avonds en gaan ’s morgens om zes uur weg. Toch eigenlijk erg dat zoiets moet? De jeugd verandert zo; slikken, snuiven, pilletjes, het witte poeder. Ze staan gewoon openbaar te dealen achter de kassa’s.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Doorgaan Willen ze nog lang doorgaan? Marianne: “Ik ben nu 58, als ik 65 ben wil ik stoppen. Je mist ook veel. Dan is het tijd voor mezelf. Rommelmarkten, daar ben ik gek op, maar die zijn altijd in het weekend. Leuke concerten ook.” Nico: “Zover is het nog niet. Ik zie mezelf nog niet zitten hier op de bank. Ik wil zo lang mogelijk doorgaan. Maar eerst het spul klaar. Dan zullen we zien of de vierde generatie en wie weet in de toekomst Maaik als vijfde generatie het ook gaat maken.” Ria Corveleijn

Rick en Nico Braak met (klein)zoon Maaik voor de panelen van de nieuwe zweefmolen. (foto Gretie Stelling)

30  Jaarboek 2011 HKBB


Broeder

in een tulbandpannetje

Serie Moeder, wat ben ik weer lekker bij je te gast!

Elke familie heeft wel van die keukenklassiekers, gerechten waar het hele gezin reikhalzend naar uitkijkt en waar de kinderen, ook al zijn ze allang het huis uit, nog graag voor thuiskomen. Dit keer broeder van Tiny de Haas. Culinair journalist Elleke Haagsma prikt een vorkje mee.

Of ik culinair journalist voor het jaarboek 2012 wil zijn? Jaaaa, dat vind ik leuk! Maar wat eten we eigenlijk? Het wordt broeder van Tiny de Haas. Nou heb ik dat nog nooit gegeten, dus ik heb geen vergelijkingsmateriaal. Hier en daar eens gevraagd wat dat nou eigenlijk is. Je hoort weleens van ‘broeder in de zak’ of ‘Westfriese broeder’, gegeten met stroop en boter. Normaal gesproken wordt dit gerecht dan ook in een zak gekookt, warm gegeten met, inderdaad, boter en stroop. Maar Tiny maakt het anders, want haar schoonmoeder had er vroeger een speciale broedertulbandpan voor, en dáár maakte je de lekkerste broeder in. Ik ben te gast op vrijdagavond en word hartelijk ontvangen door vader Dirk en moeder Tiny, zoon Dick en kleinzoon Ramon. We duiken meteen de gezellige keuken in. Er staat een grote pan op het fornuis met een krant over de deksel. “Dan blijft de warmte goed in de pan”, vertelt Tiny. Dat doet ze ook met stoofpeertjes. Je bent nooit te oud om te leren! Er staat een gezellig muziekje op wat me een beetje doet denken aan vakantie in Oostenrijk. Dan is het tijd om mij eens kennis te laten maken met dit typische Westfriese gerecht. Ook Ramon heeft het nog nooit gegeten, en dat terwijl zijn vader er wel pap van lust. Tiny tilt het deksel van de pan met kokend water en daarin zie ik een pannetje in de vorm van een tulband, maar wel met deksel. Pannetje eruit - oppassen, heel warm want het ligt al een uur in het kokende water - deksel eraf en dan netjes op een bordje storten. Een heel mooi lichtbruin tulbandje komt er dan tevoorschijn. Nog een steelpannetje op het vuur met stroop en een paar klontjes roomboter om over de broeder te gieten en dan smullen maar! Jaarboek 2011 HKBB  31


We krijgen allemaal een stukje broeder op ons bord met daarnaast een schepje stroopsaus. De broeder snijden we in kleine stukjes en halen we door de saus om het vervolgens lekker op te eten. Het smaakt prima! Als er nog wat over is, is het ook heel lekker om het de volgende dag op te eten. Dan snijd je het in plakken en bak je het op in de koekenpan om er vervolgens de stroopsaus over te gieten. Helaas voor vader Dirk gaat alles schoon op. Die stroop is trouwens niet zomaar stroop. Het is stroop van ‘De Zeeuwse Boerin’ en die is heel moeilijk te krijgen, vertelt Dirk. “Ze hebben hem alleen in een heel speciaal winkeltje tegenover het ziekenhuis in Hoorn.” AHa, ik denk dat ik het snap.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

Elleke leert nieuwe kooktechnieken.

Stroopliefhebbers Dirk en Tiny zijn echte stroopliefhebbers; er staan altijd een paar potten in de kast. Vroeger maakten ze trouwens zelf stroop van suikerbieten. Ze eten stroop bij de witte bonen, bruine bonen, grauwe erwten, pannenkoeken en natuurlijk bij de broeder,. In het gezin De Haas zijn de potjes stroop ook altijd aanleiding voor een ‘heel leuk’ familiegrapje. Onder het dekseltje van de strooppot zit een kartonnetje wat het lekken van de stroop moet voorkomen. Vanavond is Ramon het ‘haasje’. Vader Dirk wil iets laten zien, Ramon keert zijn hoofd om en heeft plotseling een kartonnetje met stroop op zijn linkerwang. We lachen er om, maar ik kan me voorstellen dat dit vroeger niet altijd zo leuk werd gevonden.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Net als vroeger. Dick snoept even van het beslag.

Broeder maken, zo doe je dat

De ingrediënten.

Tot een luchtig mengsel kloppen.

Vorm goed invetten en strooi er Goed mikken. wat paneermeel in. 32  Jaarboek 2011 HKBB

Echt boerenbont We krijgen het over het serviesgoed, het boerenbont, waarmee de tafel gedekt is. Het past goed bij deze maaltijd en de hele entourage bij de familie De Haas. Tiny vertelt dat dit niet het echte boerenbont uit Maastricht is, maar dat heeft ze wel in de kast staan. Ze trekt de kast open en laat ons wat borden en schaaltjes zien van dit echte boerenbont. Je kunt inderdaad goed het verschil zien. Zoon Dick ziet dan de grote aardappelschaal staan en vertelt dat als je vroeger iets zocht het vast en zeker in deze schaal lag. De schaal wordt natuurlijk uit de kast gehaald en inderdaad, er ligt van alles in. Er wordt veel gepraat aan tafel; daar houden ze van bij de familie De Haas. We krijgen het over het restaurant van Moeder Marie, waar Dirk weleens heeft gegeten met dokter Samson en Jan Beuling. Slakken! Nou, dat hoeft voor Dirk niet meer. En natuurlijk over Dirks groentetuin, waar de lekkere slabonen groeien, maar ook witte bonen, bruine bonen, snijbonen, tuinboontjes en aardappels.


Zoon Dick is trouwens in Hoorn geboren, toen ze nog bij de ouders van Tiny woonden aan het Keern, omdat hun huis aan het Westeinde nog niet klaar was. Vader Dirk is geboren in de boerderij die nu ‘Bijgeval’ heet. Later hebben Dirk en Tiny er zelf ook nog gewoond. Zelf realiseer ik me dat we eigenlijk in het oude postkantoor zitten te eten. Ik woon nu 26 jaar in Berkhout en weet nog wel dat het er was. Tiny vertelt dat ze in 1969 werd benaderd door de toenmalige beheerder meneer Demmendaal, die een opvolger zocht. Dat is Tiny toen geworden en ze heeft het tot 1992 gedaan. Ook alweer 20 jaar weg, denk ik, de tijd gaat snel. 1-2-3 achterover Inmiddels is ook de fles jachtbitter op tafel gekomen. Vader Dirk moet dit beroepshalve drinken, omdat hij nu eenmaal jager is. Het is een pittig slokkie, 35%. Nou hup, 1-2-3 achterover. Ook de fotograaf - drinkt eigenlijk nooit doet een glaasje mee. Oeps, toch maar even een ijsklontje erbij. Volgens mij kan ik hier uren aan tafel zitten om alle belevenissen van de familie De Haas te horen, maar moeder Tiny sluit tegen achten het ‘restaurant’ want ze moet te klaverjassen in café De Ridder. Daar kan ik natuurlijk niets van zeggen! We nemen afscheid. Het was een erg gezellige avond en ik ga op zoek naar een ‘broedertulbandpannetje’ (leuk woord voor galgje), want als ik broeder ga maken, moet deze natuurlijk net zo lekker worden als die van Tiny. Elleke Haagsma Fotografie: Gretie Stelling

Een beetje gespannen was Tiny wel, maar wat is ie mooi!

Altijd een plechtig moment: het aansnijden van de broeder. V.l.n.r.: Dirk, kleinzoon Ramon, zoon Dick, Tiny en Elleke.

Broeder

(voor ca. 6 personen) Benodigdheden 1 pak zelfrijzend bakmeel Klein lepeltje zout 3 eieren Iets minder dan een ½ liter melk Tulbandvorm met deksel Werkwijze Vet de tulbandvorm in met roomboter Strooi wat paneermeel in de vorm (dit om de broeder makkelijk los te laten komen van de vorm) Klop alles tot een luchtig mengsel en giet het in de vorm. Deksel erop en 1 uur in een pan met kokend water garen.

Stroopsaus In verhouding ¼ boter en ¾ stroop verwarmen in een steelpannetje.

En vergeet de grap met het stroopkartonnetje niet.

Ook zo’n klassiek familiegerecht en vind je het leuk als de HKBB bij jullie aanschuift? Mail naar redactie@hkbb.nl. Jaarboek 2011 HKBB  33


De Veldhuizerweg. De eerste boerderij links staat op de plek waar voorheen de boerderij van de familie Koster stond. (foto Gretie Stelling)


het leven op

de Veldhuizerweg Het lijkt een dorp in een dorp, het groepje huizen aan de Veldhuizerweg. Siem Koster (70) beleefde er zijn jeugd en schreef zijn herinneringen op. Duidelijk is dat het leven dat zich daar afspeelde, behoorlijk verschilde van dat in Bobeldijk en Berkhout. “Er was toch sprake van een achterstand en we woonden, zeg maar gerust, in een achterbuurt.”

“H

et heet nu de Veldhuizerweg, maar in de jaren veertig en vijftig is dat nog de Zwarte Weg. Het was een pad met sporen van driewielige karren, voortgetrokken door een paard. Het liep van de boerderij van Siem Moeijes naar de vijf huizen die ze in het buurtje ‘‘t Veld’ noemden. Pas jaren later is het pad bestraat, omdat er een paar boeren zaten en de melkrijder er met de auto moest kunnen komen. De eerste boerderij aan je rechterhand was van Jan Steur; die woonde daar met zijn zuster

Marie. Dan maakte het pad een bocht en daar links stond de boerderij waar wij woonden. In de derde boerderij woonde David Steur met zijn gezin. Daarna hield de weg op en liep een hobbelig pad naar de boerderij van de familie Groot, tegen de spoorlijn aan. Vanaf de boerderij van David Steur liep een smal looppadje door zijn land met aan het eind een smal bruggetje naar het huis van Jan Boots; die woonde dus midden in de weilanden. Jan stond bekend als ‘de jager’. Hij had jachtvergunningen en hield de akkers van de tuinders vrij van hazen.”


Twee families in één boerderij “Ik ben geboren in Oostwoud. Als vijfjarig jongetje verhuisde ik naar ‘‘t Veld’. Mijn opa had daar ooit de boerderij gekocht. Na zijn overlijden erfden zijn zoons Dirk en Reijer, mijn vader, de boerderij. De twee gezinnen gingen samen in de boerderij wonen, ieder in een eigen gedeelte. Dat was wel behelpen, waardoor de relatie tussen beide af en toe flink onder druk stond.”

het uitgedroogde rieten dak bruin gekleurd in de bak belandde. Eén keer was het water bijna niet te drinken. Besloten werd om de bak maar eens helemaal leeg te halen om te zien wat er aan de hand kon zijn. Wat bleek? Er lagen drie verzopen katten op de bodem.” Verlichting “De verlichting van de kamer en de dars ging met de peterolielamp. Ook dat ging weleens goed fout. Zo weet ik nog dat vader en moeder bij de buren aan het kaarten waren en zij vergeten waren de lamp iets lager te draaien. Toen zij thuiskwamen zat de hele in appelbloesemkleur geschilderde kamer van onder tot boven dik onder de zwarte loefdeeltjes. Het heeft heel wat werk gekost om de appelbloesem weer toonbaar te maken.”

water, geen elektriciteit 2011 van de HKBB en BestelGeen het Jaarboek “Ik ben van 1940. Ik groeide op met twee jongere broers, Koos (1943), Jan (1946) en een lees het complete verhaal. zus, Gerda (1948). Onze jeugd was toch wel even anders dan die van onze leeftijdgenoten uit Berkhout en Bobeldijk. Wij hadden toen bijvoorbeeld nog geen waterleiding en elektriciteit. Water kwam uit ‘de bak’. Dat was een ondergrondse gemetselde waterput, waarin regenwater werd opgevangen. Dat water kwam van het rieten dak via de dakgoten van de boerderij. Op de dars stond toen de boenbank, daar kon de afwas worden gedaan. Dat was een iets aflopende houten beun met lage achter- en zijkanten en liep aan het uiteinde smal toe; daar kon dan de afvalwateremmer onder staan. Als die vol was, moest hij in de sloot worden geleegd. Voor die boenbank stond een grote teil waar mijn vader water ingooide dat hij uit ‘de bak’ haalde. Uit die teil werden de lampetkannen gevuld. Ook het drinkwater moest uit de teil in de waterketel gedaan worden en daarmee werd dan thee of koffie gezet.”

Bezoek onze webwinkel op Uit www.hkbb.nl met de bruid

“Aan de ingang, vlak naast de darsdeuren, was nog plaats voor het kleinste kamertje. Dit kon je geen wc noemen, omdat er geen water aan te pas kwam. Het heette dan ook gewoon ‘het schijthuis’. Over de breedte was een soort zitbank gemaakt met in het midden daarvan een rond gat met een daar bijhorend deksel. Onder dat ronde gat stond een ijzeren emmer waarin alles gedeponeerd kon worden. Als deze emmer geleegd moest worden, kon de hele bank geopend worden, zodat die emmer er gemakkelijk uitgetild kon worden. Nou ja, gemakkelijk, het was best een zwaar geval. Helemaal toen smid Dirk Langereis een nieuwe emmer maakte. Een grotere, met effe dikker plaatwerk. Want, zoals Langereis zei: ‘Den roest ie niet zo gauw deur en ken hij ok langer mee voordat hij leegt moet worre.’ Vader had er een hele til aan om ’m te kunnen legen boven op de stronthoop van de zeugen van ome Dirk. Als de emmer bijna vol was en

U steunt hiermee onze vereniging.

Verzopen katten in het drinkwater “Meestal was het water uit de bak goed te drinken, maar als het zomers een hele tijd niet had geregend, was de bak bijna leeg en was het wat minder lekker. Als het dan weer ging regenen was het water helemaal bruin, doordat het van

Uit de historie van Berkhout vermeldt dat omstreeks 1890 de Veldhuizerweg wordt aangelegd. In eerste instantie een naamloze weg, in de volksmond ‘de Zwarte Weg’, vermoedelijk vanwege de zwarte verharding met sintels. Voor 1890 zijn de huizen uitsluitend via het water en via landpaden bereikbaar. Tijdens de ruilverkaveling in de jaren 80 van de vorige eeuw wordt de Veldhuizerweg doorgetrokken tot de Zuidermeer voor autoverkeer. Tot die tijd is er al wel een voet/fietspad naar de Zuidermeer voor schooljeugd en kerkgangers. Topografische militaire kaart (Bonneblad 1925) 36  Jaarboek 2011 HKBB


we dat aan vader meldden, zei hij altijd: ‘Moet ik nou alweer met de bruid uit.’ Toen ik later ouder en sterk genoeg werd bevonden, werd het mijn klusje, want vader had steeds meer last van zijn rug. Niet zo vreemd, want als tuinder had hij heel wat meer zwaar werk dan alleen met de bruid uitgaan!” Werken op de bouw “Ome Dirk was veeboer, mijn vader tuinder. En er was armoe. Als kind besef je dat niet. Pas later op school merkte je dat wel. Er was toch sprake van een achterstand en we woonden, zeg maar gerust, in een achterbuurt. Mijn vader moest op even meer dan drie bunder grond de kost voor ons gezin verdienen. En bijna alles moest nog handmatig gedaan worden. Omdat dat toch vaak seizoensgebonden was, kwam het vaak voor dat wij vader mee moesten helpen. Dus moesten wij na schooltijd zo snel mogelijk de vijf kilometer lopen van school in Berkhout naar huis om op de bouw mee te helpen. Dat gold ook voor de vrije woensdagmiddag en de zaterdag. Soms kwam je uit school en dan zag je twee grote stapels kisten langs het pad staan,vol met koolplanten. Dan wist je gelijk dat er weer werk aan de winkel was: er moesten zaterdag koolplanten geplant worden. Behalve het meehelpen op de bouw, was er nog veel meer werk waarmee wij moesten helpen. Bijvoorbeeld slabonen afhalen, witlofkroppen schoonmaken en ze in de speciale witlofkistjes leggen, en spruiten plukken als het die nacht stevig had gevroren, want die waren pas echt lekker als de vorst er overheen was gegaan. En je mocht niet janken als je last van koude handen kreeg. Zelf voelde ik niet veel voor dit werk. Ik had veel meer interesse in de techniek, in machines om dit werk allemaal wat makkelijker en sneller te kunnen doen. Het enige moment dat ik geheel vrijwillig naar de bouw ging, was als Klaas Abbekerk met die grote vierwielige Ferguson trekker kwam om de akkers om te ploegen voor de winter. Dat vond ik pas spannend, daar kon ik uren naar kijken, proberen er achter te komen hoe dat allemaal werkte.” Buiten spelen “Natuurlijk was er ook wel tijd om te spelen. Dat was vooral buiten. Schuilhonken, knikkeren en stuiteren, hoepelen met een door vader zelf gemaakte hoepel; dat was een velg van een oud fietswiel en de duw of strijkstok was van een afgezaagde bezemsteel waarin vader een hele grote spijker had geslagen. Een van mijn

favoriete spelletjes was vliegeren. Eerst met een gewone staartvlieger, maar later maakte vader voor mij een Amerikaanse vlieger. Ik heb hier heel wat uren mee doorgebracht en had daar ook vaak veel toeschouwers bij.” Onweer “Onweer betekende zoveel onrust en angst dat je er de rest van je leven bang voor zou zijn. Als het begon te onweren, was alles in rep en roer. Het buurtje lag helemaal in het open veld. De boerderijen waren de hoogste punten daar, dus was er een grote kans op blikseminslag. Als vader naar buiten liep en zag dat het menens werd, moest het hele gezin op de dars gaan zitten. Dat gebeurde ook als de bui ’s nachts op kwam zetten. Iedereen moest het bed uit en allemaal de kleren over de pyjama aan. Dan zat moeder op een stoel met het geldkistje op haar schoot. En naast haar de kinderwagen met het jongste Kostertje erin. Het was altijd een angstig gebeuren, want de dars was niet verlicht. Er stond, ook op een veilingkist, een klein peterolielampje en dat was het. Dus dat bliksemlicht zette dan de hele dars en ook de ruimte boven de hooiberg in een angstige spookachtige blauwe gloed door de half ronde darsraampjes en het vierkante ventilatiegat boven de hooiberg. En als dan de daarop volgende donderslag ook in alle hevigheid door de hele boerderij heen galmde, werd de angst nog groter. Je zat eigenlijk gewoon te wachten om het huis uit rennen, als de bliksem in zou slaan. En dat die angst niet ongegrond was bleek wel als vader dan naar buiten ging om te kijken of de bui nog lang ging duren en met een zenuwachtig stem zei: ‘Ik zien wel vier boereplaase in de fik staan. Ergens in Spierdoik en in de Zuiermeer is ut ok niet pluis en verderop zag ik nag twei keer een vuurgloed.’ Het is bij ons gelukkig nooit ingeslagen, maar er is wel een keer een bolbliksem van het rieten dak afgerold en via dakgoot en afvoerpijp de grond in gegaan. Het rieten dak was gelukkig kletsnat van de regen. Ook is de bliksem een keer in de schoorsteen van buurvrouw Groot geslagen. Ze werd in één keer door de hele kamer heen tegen de buitenmuur gesmeten. Gelukkig kwam zij met een hele grote schrik vrij, maar de schoorsteen moest wel opnieuw opgemetseld worden; er zat geen steen meer vast. Ik ben nu niet meer bang voor het onweer, maar heb er nog wel veel respect voor!”

Jaarboek 2011 HKBB  37


Waterleiding en elektriciteit “Eind jaren veertig werd er waterleiding en elektriciteit aangelegd. De waterleiding werd tot aan de waterleidingput aangelegd door de PWN. Daarvandaan moest het verdere leidingwerk door een erkend waterfitter aangelegd worden. Dat was dus Dirk Langereis, de smid

gebouwd tot slaapkamer. Het werd opnieuw behangen met het blauwe witlof papier (dat kostte niets) en er werd een klerenkast ingemaakt, zodat Gerda eindelijk haar eigen meidenkamertje had. Later is er ook nog een voorraadkast op de koegang omgebouwd tot douchecel. Het werd gewoon heel modern bij ons.”

“De mensen leefden met elkaar mee, hielpen als dat nodig was. En dat wij niet katholiek waren zoals de anderen daar, maakte helemaal niets uit. “ uit Bobeldijk. Freek Smit, de knecht van Dirk de smid, heeft het leidingstelsel toen gelegd. Dat was niet zo ver. Twee meter naar binnen werd de eerste kraan aangelegd en door dat schot werd aan de andere kant nog een kraan gemonteerd om daaronder het aanrecht te kunnen maken. Dat dit allemaal zo simpel mogelijk moest, had maar één reden en dat was dat er gewoon geen geld was voor een wat uitgebreidere uitvoering. Ook het stroomgebeuren moest vanaf de meterkast op de dars door de smid worden aangelegd. IJzeren elektrabuizen naar de lichtpuntjes op de dars en in de woonkamer boven de eettafel en boven het aanrecht. Ook nog twee stopcontacten op de dars en in de woonkamer, meer zat er niet in. Er ging natuurlijk wel een wereld voor ons open. Lekker jezelf wassen bij het aanrecht, veel licht om bij te lezen. Ook hoefden wij niet meer op wasdag het uit vier houten roerpennen bestaande ronsel dat in het deksel van de kuipwasmachine was gemaakt met een slinger in de rondte te draaien; we kregen een machine met een elektromotor.”

Noodlot “Net toen alles wat makkelijker begon te gaan, gebeurde het ergste wat er maar in ons gezin kon gebeuren. Het was 21 juni 1956, moeder (Stijntje) was in verwachting. Toen de kleine zich aan begon te dienen werden wij, de kinderen, naar de buren gebracht. Dat ging toen zo. Ik was er al niet zo gerust op. Ik kon nog net horen dat vader aan buurvrouw vertelde dat hij de dokter moest halen. Er was nog geen telefoon, hij moest naar Berkhout om dokter van der Linden te waarschuwen. Ik was erg ongerust en kon de slaap niet erg vatten. Ik was al dik wakker toen ik ’s morgens vroeg vader hoorde aankomen, het was heel gehorig in dat huis. Ik hoorde dat het niet goed gegaan was. Moeder en de baby, het was een meisje, waren doodgegaan in het ziekenhuis in Hoorn. Ik durfde het bed niet uit te komen en heb het toen ook niet tegen Koos gezegd. Ik hoorde vader zeggen dat buurvrouw het ons nog niet moest vertellen. Hij zou ons later ophalen en het dan zelf doen. Hoe moest dit nu allemaal verder gaan? Toen vader ons kwam halen, vertelde hij wat er gebeurd was. Hij was zo in de war en kon het ons bijna niet zeggen Ik vond dat toen allemaal zo moeilijk, dat ik hem nooit heb verteld dat ik het al gehoord had. Ik ben als een zombie mee naar huis gelopen. Ik weet nog dat vader en ik elkaar minutenlang hebben aangekeken en daarbij geen woord hebben gezegd. Moeder en de kleine baby lagen samen in de kist en die stond in de slaapkamer. Ik was zestien, Koos dertien, Jan tien en Gerda acht jaar. Zo bleven wij achter zonder onze moeder. Onze wereld was ingestort. Hoe nu verder?!”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Ome Dirk verhuist “Begin jaren vijftig verhuisde ome Dirk naar Westerblokker. Dat was voor beide families wel een grote verbetering; we kregen meer ruimte. Voor Gerda werd het zogenaamde ‘hossie’ om-

De familie Koster omstreeks 1957. V.l.n.r. vader Reijer, Jan, Koos, Siem en vooraan Gerda. 38  Jaarboek 2011 HKBB


Doorgaan “Gelukkig was Geertje Koster, de oudste dochter van ome Dirk en tante Trien, zo met ons lot begaan dat zij vader aanbood hem de eerste periode te helpen met het huishouden Zij heeft ons er de eerste tijd doorheen gesleurd. Vader wist dat het tijdelijk was en was onderhand op zoek naar iemand die het van Geer kon overnemen. Er zijn toen, denk ik, twee meisjes geweest die een tijdje geholpen hebben. Uiteindelijk kwam vader in gesprek met Jannie Slotenmaker uit Berkhout en zij heeft ons weer verder geholpen. Aan Jannie hadden wij ook een geweldige hulp en zij heeft er veel aan bijgedragen dat wij het leven weer een beetje konden oppakken.” Jan Rus: van vriend tot ‘broer’ “Ik zat toen in de kopklas van de ambachtsschool en kwam naast Jan Rus te zitten. We werden dikke vrienden en kwamen in het weekend elke week naar elkaar toe. De ene week ik naar Jan, die op de Walingsdijk bij Avenhorn woonde, en Jan de volgende week naar mij op de Veldhuizerweg. Jan zijn moeder was gescheiden. Door onze vriendschap werd ook contact gemaakt tussen beide ouders met het uiteindelijke resultaat dat Jan zijn moeder de Walingsdijk verliet om met haar gezin bij ons in te trekken. Dat was zo ineens wel een heel grote gezinsuitbreiding van vier naar acht kinderen. Er moest dus wel het een en ander aangepast worden in de boerderij om voor iedereen een slaapplaats te vinden. Maar dat werd allemaal goed opgelost. Na een betrekkelijk korte periode en nadat het allemaal een beetje liep in het gezin, besloten beide ouders de grote stap te wagen en werd ons verteld dat zij gingen trouwen. Toen werd mijn vriend Jan dus mijn stiefbroer, wat eerst toch wel een vreemd idee was.”

‘Deze foto is waarschijnlijk gemaakt onder konkeltijd tijdens een oogstpartij. De hele buurt was daar vaak bij betrokken. De man rechts met de hark is mijn vader.”

Jan werd schilder, later vertegenwoordiger en uiteindelijk verkoopleider bij Mooij Verf in Zaandam. Gerda ging samen met haar man een boerderij runnen. Als hobby teelde ze bloemen. Die hobby groeide tot een eigen bloemen- en plantenwinkel in Middenbeemster.” De boerderij anno 2012 “Ons huis staat er nog, maar het lijkt op geen enkele manier meer op de boerderij zoals ik hem heb gekend. Hij is na het vertrek van mijn vader en zijn vrouw helemaal opgeknapt door de familie Brautigam. Inmiddels heeft de boerderij weer nieuwe bewoners, die hem helemaal opnieuw hebben opgebouwd. Het huis van Boots is gesloopt. Daar heeft Nic Boots, aannemer in Obdam, een nieuw huis gezet, waar nu Siem Boots in woont.” Tot slot Om kort te zijn over deze tijd kan ik alleen maar zeggen: we hebben het niet makkelijk gehad, maar ik denk dat we juist door die harde leerschool allemaal bereikt hebben wat we wílden bereiken. We hebben er veel meegemaakt. De Veldhuizerweg komt nog vaak ter sprake in de familie en dat zal vast zo blijven.” Siem Koster

Weg van de Veldhuizerweg “Zo omstreeks 1967 heeft vader de boerderij verkocht. Eerder was het bedrijf al gesaneerd. Hij is nog enkele jaren monsternemer geweest. Na de verkoop van de boerderij woonden ze aan het Westeinde in het huis van bakker Mol. Toen werd de Veldhuizerweg voor iedereen geschiedenis. Mijn vader is in 1980 overleden.” Hoe het verder ging “Ik ben de kant van de techniek opgegaan. Bij Compas heb ik machines voor bol- en knolgewasssen ontwikkeld. Uiteindelijk heb ik me opgewerkt tot technisch directeur. Koos kreeg een baan bij het Tuinbouwonderzoekslab in Lisse; later is hij naar Chili is geëmigreerd.

Siem Koster anno 2012 (foto Gretie Stelling) Jaarboek 2011 HKBB  39


Amsterdammer Pieter Panhuis onder dak bij de familie Schuijtemaker tijdens WO II

Bleekneusjes in Berkhout

De Ridderhoeve, het eerste logeeradres van Pieter Panhuis

Tijdens de Tweede Wereldoorlog komen Amsterdamse kinderen naar het platteland om aan te sterken. Pieter Panhuis (76) verblijft tot twee keer toe bij de familie Schuijtemaker: de eerste keer op de vlucht voor de bommen, de tweede keer voor de honger.

De Amsterdamse familie Panhuis woont vlakbij een gasfabriek. Geen prettige plek in tijden van oorlog. Het lijkt ze daarom veiliger om te verhuizen naar een nieuwer huis in Amsterdam-Noord, niet wetende dat daar een nog groter gevaar staat: de fabriek van vliegtuigbouwer Fokker. Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers ons land binnen en vier dagen later is de capitulatie van ons land al een feit. In deze meimaand wordt Fokker gedwongen om mee te werken aan de Duitse oorlogsindustrie. De gehele directie protesteert via een krachtige brief, maar ze worden zonder pardon uit hun ambt gezet. Arbeiders ontvangen een brief om terug te keren. Ze staan voor een duivels dilemma. Een werknemer schrijft: “Zal ik het doen? Mag ik in deze rare onrustige tijd dit wel aannemen? Ik weet, natuurlijk niet, maar heb ik een alternatief? Er moet toch brood op de plank komen, ons gezinsleven gaat door!” In juni 1940 wordt onder Duitse leiding de productie van vliegtuigonderdelen hervat. Het bedrijf wordt daarmee een belangrijk mikpunt voor de Britse en Amerikaanse luchtmacht. Vaak loeit het luchtalarm in Noord; de wijk krijgt heel wat aanvallen te verduren. De Fokkerfabriek loopt daarbij maar weinig schade op, de bevolking des te meer. De Duitsers proberen de fabriek ‘onzichtbaar’ te maken. In de


winter van 1940-1941 worden bordkartonnen woonhuisjes en nepbomen tussen en bovenop de fabriekshallen geplaatst. Zo moet het complex op een eenvoudige, rustige Nederlandse woonwijk lijken. De ‘bebouwing’ wordt zelfs geschilderd, maar, helaas voor de Duitsers, de regen spoelt de verf er zo weer af. Helpen doet het ook allemaal niet: het luchtalarm gaat opnieuw af en er vallen weer burgerslachtoffers. Halverwege 1943 telt de fabriek zo’n 2.000 arbeiders en is het de belangrijkste leverancier van onderdelen voor de Duitse luchtmacht. De geallieerden vinden de vliegtuigfabriek van Fokker een dusdanige grote dreiging dat het een ‘groot doel’ wordt.

Bijkomen in Berkhout Om even te kunnen ontsnappen aan het oorlogsgeweld worden zo’n veertig kinderen naar Berkhout gestuurd. Hier begint het verhaal van Pieter Panhuis, toen een jongetje van zeven jaar, die met zijn oudere broer aankomt op station Hoorn. Pieter: “Met paard en wagen werden we opgehaald bij het station. We reden van een bedreigde wereld naar het voor ons opvallend rustige Berkhout. Niks geen luchtalarm waarbij je met z’n allen in de kast onder de verankerde trap moest gaan zitten.” Waarom de keus op Berkhout viel, weet Piet niet precies meer. “De speeltuinvereniging en waarschijnlijk de kerk hebben er een rol in gespeeld.” Pieters broer wordt afgezet bij de familie Peetoom (Gert, de boer). Dit blijkt echter verkeerd, want het moet Frans Peetoom zijn, de melkboer (waar Henk en Heleen Peetoom nu wonen). Tegenover de melkwinkel woont bakker De Vries (later van Hilten) hier wordt een buurmeisje van Pieter ondergebracht. Dan stopt de wagen bij De Ridderhoeve van Piet Schuijtemaker en Marie Stapel. Pieter wordt het pad opgestuurd. “De vrouw des huizes stond al in de voordeur. Ze zei: ‘Hè, ik had toch een meisje besteld?’ Ik liep toen heel sip kijkend terug naar de dorpsstraat. Ik moet heel meelijwekkend hebben gekeken, want ze riep: ‘Ach, kom toch maar.’ In de woonkeuken stond de tafel al gedekt en ik kreeg een beker verse melk, twee boterhammen met roomboter en aardbeienjam, een hemelse traktatie.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

Bombardement 17 juli 1943 De Amerikanen besluiten zware bommenwerpers in te zetten. Ze beginnen met een afleidingsmanoeuvre. De vliegtuigen gaan richting Hamburg en Hannover en buigen dan plotseling af richting Amsterdam-Noord om het luchtafweergeschut te verrassen. Maar het wordt een totale mislukking: er is teveel bewolking, te slecht zicht, te slechte en onduidelijke gesprekken tussen de vliegtuigen en als het leidende vliegtuig de bommen laat vallen, denken de volgers dit ook te moeten doen. De bommen vallen binnen een straal van een kilometer op alles, behalve de Fokkerfabriek. De schade aan gebouwen is enorm, maar dit valt in het niet bij het menselijk leed. Er vallen uiteindelijk 185 dodelijke slachtoffers en vele zwaar- en lichtgewonden. Er valt een bom op een kerk, waar zo’n 500 kinderen en een aantal volwassenen een dienst volgen. Geluk bij een ongeluk is dat de vloer in de kerk van zand is, waardoor de bom niet afgaat. Toch vallen er 11 doden. Een ander projectiel treft de volle wachtkamer van een huisarts: 29 doden. Anne Frank schrijft in haar dagboek dat ze het hevige geknal en gedreun in het achterhuis kan horen en dat zij en haar familie met de NoordAmsterdammers meeleven. Om de afgang van 17 juli enigszins te verdoezelen worden al snel twee nieuwe pogingen ondernomen op 25 en 28 juli. Er worden wat minder zware vliegtuigen ingezet, die lager kunnen vliegen en beter zicht hebben op het doel. De fabriek wordt behoorlijk geraakt, maar ook nu zijn er weer een aantal omgevingsslachtoffers te betreuren. Na het derde bombardement vluchten hordes mensen naar de overkant van het IJ. Met medeneming van kledij en wat andere belangrijke zaken lopen ze over de aan elkaar vastgemaakte ponten en dekschuiten.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Karrie-karrie Pieter vermaakt zich prima op de boerderij. “Piet Schuijtemaker vond ik een heel kindvriendelijke man. Hij reed met ons rondjes op het paard door de boomgaard. Ook mochten we altijd helpen kalveren voeren. Je moest dan ‘karriekarrie’ roepen en dan kwamen ze aanrennen. We hielpen ook de melkspullen schoonmaken Pieter Panhuis (rechts) terug op De Ridderhoeve. in het boenLinks Trudy Schuijtemaker, midden Gerrit Schuijtehokje achter bij de maker, beiden oud-bewoners van de boerderij en sloot.” kinderen van Dik en Trijntje Schuijtemaker bij wie Pieter weet Pieter in 1945 verbleef. Jaarboek 2011 HKBB  41


nog dat er over de brug van De Ridderhoeve een touw gespannen was met het bordje ‘Let op, Mond en Klauwzeer!’ “Ik denk dat Piet Schuijtemaker hierdoor heel slim de Duitsers weghield, want anderen liepen zo in en uit.” Hij weet nog dat op de vensterbank in de keuken allemaal kannetjes, pannetjes, schaaltjes van buren en dorpsgenoten stonden voor melk. “Soms kwamen wantrouwende Duitsers controleren. Dan moesten de koeien één voor één naar buiten en onder toezicht gemolken worden. De melk namen ze dan mee. En naast De Ridderhoeve woonde de moeder van mevrouw Schuijtemaker. Die kon heel lekker stoofpeertjes klaarmaken.” Na drie weken in een soort hemel te hebben geleefd ging Pieter terug naar de hel van Amsterdam-Noord. “Zo voelde het echt.”

keer is het logeeradres niet De Ridderhoeve, maar Kerkebuurt 190, het huis van Dik en Trijntje Schuijtemaker, zoon en schoondochter van Piet en Marie Schuijtemaker van De Ridderhoeve. Pieters vader blijft die nacht in Berkhout en helpt met boter en kaas maken. Pieter: “De volgende dag kreeg ik een aai over mijn bol en daarna vertrok mijn vader met boter en kaas richting Amsterdam. De eerste nachten heb ik niet zo goed geslapen.” Het verblijf in Berkhout doet Pieter goed. “Elke ochtend pap eten, gort of havermout, ik begon steeds meer aan te sterken. Hierdoor kon ik moeder Trijntje helpen in de grote moestuin: slabonen plukken, sla snijden en zo. Ik ging ook met vader Dik naar de Ridderhoeve om te helpen met mest uitrijden en stekels pikken.” Hij gaat ook in Berkhout naar school. “Ik kreeg bijnaam ‘de Amsterdammer’. Willem Schuts werd een vriend van me, Ninke Ferwerda een vriendinnetje.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. De hongerwinter De oorlog woedt door. In de steden wordt de situatie onhoudbaar, er is gebrek aan alles. In januari 1945, tijdens de hongerwinter, besluit vader Panhuis zijn zoon Pieter weer naar Berkhout te brengen. “Bij een temperatuur van min 8 fietsten mijn vader en ik naar Berkhout. Ik zat als een soort mummie achterop, de benen in de fietstassen en over mijn bovenbenen waren nog handdoeken gezwachteld. Met een buurman en zijn zoon reden we op anti-plofbanden via Landsmeer naar Purmerend. In de Beemster fietsten we door een dun laagje water want de polder was gedeeltelijk onder water gezet. Bij een huis in Oosthuizen kregen we iets warms te drinken. Er waren nog veel meer mensen onderweg naar het noorden, sommigen met handkarren.” Uiteindelijk komen ze aan in Berkhout. Dit

Tankgaten vol bieten Pieter herinnert zich nog dat de Duitsers op het erf naast het huis van vader Dik drie grote gaten hadden gegraven. Hierin zouden tanks komen te staan met de loop boven de grond om de geallieerden op de dorpsstraat onder vuur te kunnen nemen. Uiteindelijk is dat nooit gebeurd, maar de gaten waren toch niet voor niets gegraven. “Vader Dik had aan de Jaagweg een bouwerijtje waar allerlei groenten werden geteeld. Op een keer was hij met een schuit rode kool onderweg naar de veiling in Avenhorn, toen hij werd aangehouden door Duitsers die de hele vracht vorderden. De volgende schuit met rode bieten heeft hij toen maar ingekuild in één van die drie ongebruikte tankgaten.” Op 5 mei wordt Nederland bevrijd. Pieter weet het nog als de dag van gisteren. “Ik rende naar buurman Jan Schuts en kreeg van hem de Nederlandse vlag. Samen met zijn zoon Willem renden wij door het dolle heen over straat en vervolgens de weilanden in.” In juni komt een eind aan het verblijf in Berkhout. “Mijn vader kwam mij ophalen. Ik herkende hem bijna niet meer. Ik wilde eigenlijk ook niet meer terug naar Amsterdam. Toen ik thuiskwam zei mijn moeder: “Zo jongen, ben je er weer?” Daarna is er nooit meer over gesproken.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

De ravage in AmsterdamNoord na het bombardement op 17 juli 1943. (foto zie bronnen)

Aad Schuijtemaker Bronnen: De bombardementen op AmsterdamNoord, J.L. van der Pauw

42  Jaarboek 2011 HKBB


Het getuigschrift dat Catharina M. Claij Wd. op 14 april 1916 uit handen van meester G. Holle kreeg voor het geheel doorlopen van de Openbare School voor gewoon lager Onderwijs. ‘Moge deze getuigenis haar ten nutte zijn.’

Jaarboek 2011 HKBB  43


Polderbistro en koperbeuken, portret van een eigenzinnige vrouw

Net getrouwd: John en Marie Volmer, 11 augustus 1954

Dorpsfiguren, ieder dorp heeft ze. Tot deze categorie behoort zeker Marie Volmer, beter bekend als Moeder Marie. In 1968 komt ze samen met haar man John en zoon Mario in Berkhout wonen. Ze wordt bekend met haar restaurant en de strijd voor de koperbeuken. In 2007 overlijdt Marie. Samen met John kijken we terug op hun leven.

Moeder Marie O p het hoekje van de Stadhouderskade bij de Heineken Brouwerij in Amsterdam ontmoeten John en Marie elkaar voor het eerst. Marie staat te kijken bij de paarden van de brouwerij. John: “Ik was met mijn broer naar de bioscoop geweest. We liepen naar huis en daar zag ik

44  Jaarboek 2011 HKBB

haar staan. Een prachtige vrouw met lang, hoogblond haar. ‘Daar ga ik op af ’, zei ik tegen mijn broer. Ze was flink opgemaakt. ‘Wat heb je een mooie blauwe oogschaduw’, zei ik om aan te pappen. ‘Het is groen sukkel’, antwoordde ze. ‘Het kan me niet schelen al is het pimpelpaars, als je maar tegen me lult.’ En dat deed ze.”


Dat is op 15 oktober 1953. John loopt met haar mee naar het Sarphatipark, waar Marie woont met haar moeder. Het duurt niet lang of Marie trekt bij John in. John woont in de Pijp. “Ik had niks toen Marie bij me introk. Nou ja, een smal bedje had ik. Daardoor moesten we op elkaar liggen en dus was Marie al snel zwanger, haha.” Marie krijgt in haar omgeving het advies het kind weg te laten halen, maar daar wil ze niets van weten. Ze trouwen. “Dat wilde ze, het kind zou het anders moeilijk krijgen.” Het wordt een bruiloft zonder enige familie, waarbij twee ambtenaren getuige zijn. “Die familie van haar zag niks in me. Die mensen vonden me maar een rare kerel. Ik had geen cent te makken. Ze vonden me een vrouwenversierder.” John is dan nog magazijnmedewerker, maar wil graag etaleur worden. Hij heeft in het verleden als leerling de kunst afgekeken bij Gerzon. Hij wil graag voor zichzelf beginnen, plaatst een advertentie en rolt zo het vak in. Hij doet vooral veel parfumeriezaken. Al snel ontwerpt en bouwt hij complete winkelinrichtingen. “Het liep allemaal voortreffelijk en Marie stond me bij. Ze heeft heel hard gewerkt, kon alles en wist alles. En wat ze niet wist, zocht ze op.”

Een paradijs in Berkhout En zo verhuisden de Volmers in 1968 naar Berkhout. John heeft zijn opslagruimte, Marie die zo gek is op dieren en planten heeft een paradijs. In de serre van het huis hebben ze een blauwe maandag een antiekhandel. John verdient zijn brood in de tentoonstellingsbouw en als etaleur. “Dat ging steeds beter lopen. Ik ging werken voor alle grote cosmeticahuizen: Helena Rubenstein, Elisabeth Arden, Coco Chanel. Zo ben ik dé decorateur van Chanel geworden in Europa, in vaste dienst. Het was eigenlijk geen baan om geld te verdienen, het was een érebaan. We hebben een geweldige tijd gehad, geslapen in de beste hotels en gegeten in alle sterrenrestaurants van Parijs.” John en Marie waren altijd al gek op Frankrijk als vakantieland en die liefde ontwikkelt zich steeds meer. Marie bezoekt graag kastelen. “Onderweg aten we altijd in restaurants. Je kunt goedkoop en duur eten. Wij leerden voor weinig geld heel goed te eten. En alle klassieke gerechten kookte Marie later net zo lekker of Marie, John en zoon Mario op de Dam in Amsterdam, 1955.

Oma Schuijtemaker Berkhout komt in beeld als John door de aanleg van de IJtunnel zijn opslagruimte kwijtraakt en op zoek moet naar nieuwe opslag- en werkruimte. Hun speurtocht voert John en Marie uiteindelijk naar Kerkebuurt 190 in Berkhout. John: “Het huis was van oma Schuijtemaker. Makelaar Cees Smit had de sleutel en we konden even binnenkijken. Nou, Marie was meteen verkocht. Ze deed een kastdeur open: ‘Hier zet ik dit neer, dat daar.’ Ze was al aan het inrichten, terwijl ik alleen maar opslagruimte zocht. Marie wilde er wonen! ‘Lieve schat, hoe wil je dat doen?’, riep ik. ‘We hebben geen cent!’” “In die tijd moest je bij het kopen van een oud huis, vijftig procent eigen geld hebben. Hadden we dus niet. En dan had ik ook nog geen vast inkomen, want ik werkte voor mezelf. Een hypotheek kregen we niet van de bank. ‘Als de bank het niet geeft, doe ik het’, zei oma Schuijtemaker. En daar was Marie haar eeuwig dankbaar voor.”

Jaarboek 2011 HKBB  45


beter. Ze gaf er haar eigen draai aan. Ze proefde precies wat er in zat en hoe ze het nog lekkerder zou kunnen maken. Zelfs de Fransen zeiden: wat kan die vrouw koken. Ik zei tegen Marie, laten we een restaurant beginnen. Jij kunt zo lekker koken, dat moet je niet voor jezelf houden. Maar Marie voelde daar eerst niets voor. Ze had geen zin om voor geld te koken. ‘Als je voor geld kookt, krijg je allemaal van die prijsvreters die van alles op en aan te merken hebben’, zei ze.”

Klaas Leegwater, correspondent van het Dagblad voor West-Friesland, heeft de eer op 1 april 1971 restaurant Bij Moeder Marie te mogen openen.

Polderbistro Bij Moeder Marie Maar op 1 april 1971 opent krantencorrespondent Klaas Leegwater het restaurant ‘Polderbistro Bij Moeder Marie’. John: “Ik heb het een beetje doorgedrukt, ik zag het helemaal zitten.” Het restaurant is in de schuur. Er zijn zes tafeltjes met in totaal zesentwintig plaatsen. Het servies, bestek, glazen, karaffen, alles is prachtig. Marie kookt, John bedient en er zijn al snel vaste klanten. “Ze maakte fantastische vissoep. Voor haar zalmgerechten ging ze persoonlijk wilde zalm uitzoeken bij Hoogland in Hoorn. Karel Bierhaalder was vrachtwagenchauffeur, reed op Frankrijk, en nam voor ons lekkere kaasjes mee. Alles zo veel mogelijk honderd procent kwaliteit. Voor 24,50 gulden had je een heerlijke maaltijd met voor- en nagerecht en een kaasplankje. Een fles goede huiswijn kostte 8,50 gulden. Wina Born, culinair journaliste van Avenue, kwam ook bij ons terecht. Die heeft een heel artikel over ons geschreven. Maar, zoals ik al zei, Marie vond koken leuk, maar niet voor klanten. Mensen konden ook lastig zijn hoor.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl

Lastige klanten U steunt hiermee onze vereniging. Maar met lastige klanten blijkt Marie prima

Chefkok Marie in het net geopende restaurant; zes tafels met in totaal zesentwintig stoelen. De restanten van Maries eerdere antiekhandel kwamen nog goed van pas.

46  Jaarboek 2011 HKBB

overweg te kunnen. John. “Er was een directeur van een grote fabriek, die regelmatig kwam eten met zijn relaties. Een beste brave man, maar die zoop zoveel whisky voor ie ging eten, dat hij amper wat proefde en hij werd ook nog vervelend. Op een keer wilde hij koffie, maar zei hij, ik heb wat last van mijn maag, dus graag koffie Hag. Dat hadden we natuurlijk niet. Potverdorie, zei ik tegen Marie, hoe lossen we dat nou weer op? ‘Oh,’ zei Marie, ‘laat mij maar even.’ Marie er naartoe. ‘U heeft een speciale bestelling meneer?’ ‘Ja, koffie Hag’, zei hij. ‘Moet u eens goed luisteren meneer, ik heb hier een restaurant, geen sanatorium.’ Iedereen lachen. Ja, Marie was zeer gevat, hoor.” Hoe lekker de gasten ook bij haar eten, het restaurant heeft niet het hart van Marie. “We hebben het zeven jaar gedaan, het is een hele


mooie tijd geweest, maar als ik eerlijk ben waren we meer dicht dan open. Marie had niet altijd zin. Dan keek ze of er reserveringen waren en zo niet dan hing ze een bordje op: vanavond besloten gezelschap. Ik heb er Marie niet altijd een plezier mee gedaan, het was een beetje egoïstisch van mij.” De bomen van Moeder Marie Marie is een vrouw met het hart op de tong; Een houding die haar niet altijd in dank wordt afgenomen. Veel Berkhouters zullen zich Marie vooral herinneren door de uit 1917 daterende koperbeuken voor het huis op de Kerkebuurt. ‘De bomen van Moeder Marie’, waarmee ze het zichzelf op zijn zachtst gezegd niet makkelijk heeft gemaakt. De gemeente wil de straat verbreden, een trottoir aanleggen, en daarbij zouden de bomen van Marie in de weg staan. Maar dan komt de gemeente Marie tegen. ‘Wat die burgemeester doet, is zijn afdeling. Daar bemoei ik me niet mee. Maar die bomen zijn van mij en ik heb mijn best gedaan ze zo mooi te laten zijn als ze zijn en daar moet ie vanaf blijven’, herinnert John zich haar opstelling. Een trottoir over de wortels zou het einde van deze bomen zijn, vindt Marie, die daarbij de Bomenstichting aan haar zijde vindt. En zo begint een jarenlange strijd. Voorstellen gaan over en weer. Een klein knikje in de weg, zou uitkomst kunnen bieden, een smaller trottoir wordt als mogelijkheid genoemd. Moeder Marie biedt aan een trottoir op haar kosten op haar grond te laten aanleggen, maar tot daden

komt het niet, alle wederzijdse voorstellen ketsen af. En zo kan het dan gebeuren dat Westeinde en Kerkebuurt een trottoir krijgen dat ophoudt op de hoogte van het woonhuis van de familie Volmer en vijfendertig meter erna weer verder gaat. Als geen overeenstemming wordt bereikt, besluit de gemeente in 1990 over te gaan tot een onteigeningsbesluit om het trottoir te kunnen aanleggen. De Volmers tekenen bezwaar aan bij de Raad van State en bekende Nederlanders

De kwestie rond de koperbeuken van Moeder Marie haalt regelmatig de krantenkolommen. Bijvoorbeeld op 27 juli 1990 wanneer bekende artiesten als Imca Marina, Piet Veerman en Dries Roelvink zich laten vereeuwigen met de bomen. Ze dreigen zich te laten vastketenen als de gemeente de onteigeningsprocedure doorzet. Zover komt het uiteindelijk niet. Een ‘zwevend trottoir’ blijkt uiteindelijk een aanvaardbare oplossing voor alle partijen. Kerkebuurt 190, november 2011 (foto Gretie Stelling) Jaarboek 2011 HKBB  47


als Imca Marina en Piet Veerman kondigen aan zich desnoods vast te ketenen aan de bomen. De opstelling van Marie wekt woede en irritatie bij sommige inwoners van Berkhout. Marie wordt, tot haar verdriet, het mikpunt van pesterijen. Ze krijgt nachtelijke telefoontjes, het hek en de beelden in de tuin worden vernield, er wordt een asbak naar het huis gegooid (met de bedoeling die door het raam te gooien, denkt Marie) en ze krijgt een anonieme dreigbrief. In februari 1991 schakelen ze de politie in. Beatrix krijgt de bomen cadeau Eind 1991 is er een hoorzitting. Ouders hebben Veilig Verkeer Nederland ingeschakeld om tot een oplossing te komen. De situatie is gevaarlijk en met name voor de schoolgaande kinderen. Die oplossing komt er nog niet. De tegenactie van de ouders levert 200 handtekeningen op. Op Koninginnedag schenkt Marie de beuken, versierd met sinaasappels, aan koningin Beatrix, want die wil bij haar zilveren huwelijksfeest graag bomen als cadeau. Maar de koperbeuken van Marie hoeft ze niet. Ze worden geweigerd gezien de politieke lading. Naast de lopende onteigeningsprocedure probeert de gemeente alsnog een oplossing te vinden om een trottoir te kunnen aanleggen. Die oplossing wordt gevonden in de aanleg van een ‘zwevend trottoir’. En als er ook overeenstemming is over het te plaatsen hek, is er geen vuiltje meer aan de lucht. Wie anno 2011 langs het woonhuis loopt, ziet daar nog steeds de machtige koperbeuken én een trottoir.

zo neer. Ik wist direct: het is gebeurd.” Zoon Mario woont dan al in verpleeghuis Het Hoge Hop in Hoorn door de gevolgen van de ziekte van Korsakov. Hij maakt het overlijden van zijn moeder niet bewust mee. Sinds haar dood houdt John een dagboek bij. In januari 2011 zijn dat er inmiddels zeventien. Daarin schrijft hij alles wat hem bezighoudt en wat hij voelt, alsof hij met Marie praat. John, moeilijk ter been door onder andere twee versleten knieën waaraan hij weigert zich te laten opereren, belandt door een val eind 2010 in het ziekenhuis. Hij is dan 83. ‘Ik mis Marie’ Na zes weken Westfries Gasthuis verhuist hij, onder protest, naar verpleeghuis Sint Nicolaas in Lutjebroek. Daar ligt hij, zoals hij het zelf noemt, te wachten op zijn dood. “Ik mis mijn maatje, ik mis Marie. Nu zij er niet meer is, is het voor mij ook afgelopen, er is geen aardigheid meer aan. Ik ben heel gelukkig geweest met Marie en heel erg dankbaar dat ik het allemaal mee heb mogen maken. Net zoals Marie dat was. Ze zei op het laatst: alles wat ik wilde hebben in mijn leven, heb ik gehad, ik heb niks te klagen. Mijn grootste geluk was Marie. Als ik dood ben, is mijn geest bij Marie en dan komen we bij elkaar. Niet dat we elkaar zien, maar we zijn weer samen. Haar geest en mijn geest. Dan zal ik weer godsgelukkig zijn.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Ria Corveleijn

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl Kort na dit interview, op 10 april 2011, is John

Moeder Marie overlijdt op 22 juli 2007 in haar slaap door een hartstilstand. Ze is dan 75 jaar. John: “Ze is in mijn armen gestorven. Ze gaf nog een zucht, ik pakte haar hand en die plofte

Volmer overleden.

uit hetonze archief van de familie Volmer. U steunt hiermee vereniging.

Foto’s zonder naamsvermelding fotograaf komen

Kruidenboter van Moeder Marie Doe in een blender twee pakjes roomboter, zachte roomboter van 250 gram, 1 grote ui in grove stukken, gesneden, twee tenen knoflook, 150 gram kwark, 1½ eetlepel Knor Aromat, twee theelepels bouillonpoeder of 4 bouillonblokjes verkruimeld en een flinke bos peterselie (vers, dus niet gedroogd). Maal dit alles tot een smeuïge massa. Heerlijk op stokbrood en als slakkenboter. Ook te gebruiken in aluminiumfolie met zalmmoot of filet in de oven of om mosselen in te bakken. Bij entrecote of biefstuk, heb je gelijk een lekker sjuutje. Denk erom niet heter dan 150 graden, anders verbrandt de boter.


toen...

Oosteinde: boven 1924, onder 2011

nu Foto boven: ansichtkaartencollectie van Jan Blokker Vzn, foto onder Gretie Stelling.

Jaarboek 2011 HKBB  49


Foto uit het boek Melkweg 2000 van Reimer Strikwerda, personen onbekend

Zo ging dat vroeger - Er zijn in de loop der tijd nogal wat beroepen en ambachten verdwenen. Bijvoorbeeld de monsternemer, die voor dag en dauw zijn bed uit moet om bij de boer melkmonsters af te nemen. Rein Blaauwbroek ging zo’n twintig jaar met zijn driepoot op stap. Aad Schuijtemaker, zelf boerenzoon, ging bij hem op bezoek.

Herinneringen van een

monsternemer

Nee, rijk werd je er niet van en de arbeidstijden waren ook niet echt aanlokkelijk. “We moesten om vijf uur ’s ochtends bij de boer zijn, werkten zes dagen in de week, hadden één week vakantie per jaar en snipperdagen kenden we niet.” Maar er moet wel brood op de plank komen bij de familie Blaauwbroek op het Oosteinde, dus neemt Rein deze ongemakken voor lief en gaat hij in 1946 aan de slag als monsternemer bij de Rundveefokvereniging Berkhout. Zijn baas is de heer Dijkema, een Groninger die naar Twisk is verhuisd om monsternemer te worden en die later promoveert tot Eerste Controleur in Berkhout. Dijkema heeft dan een paar moeilijke jaren achter de rug volgens de notulen van de vereniging. Door de oorlog dreigt er brandstoftekort. Dit wordt zo groot, dat de leden wordt gevraagd of ze de monsternemer tien kilo brandhout willen meegeven; dit om het warmwaterbad voor de monsters op temperatuur te houden. Zij die hieraan niet voldoen, moeten

50  Jaarboek 2011 HKBB

genoegen nemen met alleen een gewichtscontrole. In 1944 worden zelfs twintig lidmaatschapsaanvragen uit Zwaag geweigerd, omdat de fietsbanden op raken. Rein is dus van na de oorlog wat betreft het monsternemen. Samen met zijn collega’s – behalve Dijkema ook nog Jan Lodder en Cor Edam – controleert hij de melk bij zo’n 75 boeren in Berkhout en Bobeldijk en ook nog enkele in Zwaag en Hoorn (in de Grote en Kleine Waal). Er is een tweeweekse en vierweekse controle. Rein: “De meeste boeren melkten op het ‘melkbon’, een stukje afgeschermd land, dichtbij de boerderij. Maar soms moest je met paard en wagen mee het land in. Meestal begon je om een uur of vijf ’s ochtends; op de fiets met het


kistje achterop en de emmer om de nek. Dan was het nog donker en nam je een lantaarn mee om de meetgegevens op te kunnen schrijven.” Maar niet alle boeren zijn van vijf uur, vertelt Rein. “Er waren er een paar die liever later begonnen, met als gevolg dat je ook later bij Dijkema arriveerde met je monsters. Dan kon je de irritatie van zijn gezicht aflezen. De volgende keer zei ik bij zo’n boer: “Nóg zes koeien? De groeten, ik ga naar huis!” De koeien bij naam kennen Rein kent na verloop van tijd de meeste koeien bij naam. “Dat was makkelijk, als er plotseling een andere melker was. Dan wist ik alle namen of pakte even de schetsen (de kleurtekening van een koe, red.) erbij.” De ‘koedichtheid’ per boer varieert van 6 tot 23 stuks. Meer dan 30 koeien komt in die tijd nog niet voor. De uitrusting van de monsternemer is een driepoot met de unster, waaraan de emmer met melk wordt gehangen; de monsterkist met de flesjes met rubberen stoppen, voorzien van nummers die corresponderen met de naam van de koeien; het monsterboekje waarin de uitslagen worden genoteerd en het monsterlepeltje met de lange steel om een beetje melk uit de emmer te scheppen en in het flesje te gieten. In de emmer zitten In de notulen van de Rundveefokvereniging komen we trouwens een klacht tegen over de monsternemers. De mannen worden het lange wachten tijdens de melktijden weleens zat en gaan dan in hun emmer zitten. Er zijn wat opmerkingen gekomen over het onhygiënische van deze positie… De monsters worden onderzocht in het pand van de vereniging aan de Slagterslaan (waar voorheen de familie Worp woonde). Maar daar is geen elektriciteit en water. Het bestuur probeert van alles om aan een ander pand te komen. Uiteindelijk koopt men het huis van K. de Hart aan de Bobeldijk dat op 15 juli 1952 door Dijkema wordt betrokken. Voor f 8.200,bouwt aannemer Jan Beuling een kantoor en laboratorium bij de woning. Op 19 december wordt het nieuwe onderkomen geopend door rijksveeconsulent ir. L. de Vries. In het laboratorium wordt alleen het vetpercentage gemeten; bijvoorbeeld 10 liter melk + 4% vet betekent 400 gram vet. Koeien met minder dan 3% vet gaan naar de markt. Eén keer per jaar krijgt iedere boer een jaaruitslag. Als je een koe had van 1000 liter was dat een topprestatie. In 1959 beginnen de besprekingen voor de bepaling van het eiwitgehalte. Dit is van groot

Waarom melkcontrole? Bij de verbetering van de Nederlandse rundveestapel heeft de melkcontrole een belangrijke rol gespeeld. Immers, nu wist de melkveehouder van elke koe de melkgift, het vet- en later ook het eiwitgehalte en aan de hand van die gegevens kon hij selecteren. Deze gegevens per koe zijn belangrijk voor de fokkerij van melkrunderen en zo ook voor de (toekomstige) stieren. In de zomermaanden plantte de melkcontroleur – die eens in de twee of drie weken langs kwam – een stalen driepoot naast de melkwagen. Had de boer of zijn arbeider een koe uitgemolken, dan werd de inhoud van de emmer overgegoten in die van de monsternemer. Hij woog de hoeveelheid aan de unster en nam met een lepel een monster van de melk, waarvan de kwaliteit werd bepaald in het laboratorium. Enkele dagen later kreeg de veehouder het melkcontroleboekje terug met de actuele gegevens: een moment van spanning. Bron: Nationaal Veeteeltmuseum, www.veeteelt-ki-museum.nl

Foto: Gretie Stelling Jaarboek 2011 HKBB  51


belang voor de kaasbereiding. Die kaas bepaalt in steeds grotere mate de hoogte van de uitbetaling en om dat laatste is het systeem van melkcontrole natuurlijk begonnen. Ontslag in 1964 Het wordt in de jaren zestig steeds moeilijker voor boeren om goed personeel te krijgen. Steeds meer boeren gaan over op de vetweiderij, verhuren land aan bollentelers of verkopen zelfs land aan tuinders. Het aantal leden van de Rundveefokvereniging daalt dan ook dramatisch en op 1 mei 1964 wordt Rein ontslag aangezegd. De controles worden voortaan gedaan op het laboratorium van de Bond van Zuivelfabrieken. Het bemonsteren van melk gebeurt tegenwoordig nog steeds, maar de controleurs hoeven al lang niet meer het land in met paard en wagen. Het huidige proces (MPR = melkproductieregistratie) is voor een belangrijk deel geautomatiseerd en door verbeterde laboratoriumtechnieken beschikt men over veel meer onderzoeks- en productiegegevens dan in het verleden.

Rein Blaauwbroek (foto Gretie Stelling)

De familie Blaauwbroek Rein (1923) en Petra (1933) Blaauwbroek krijgen zes dochters en een zoon (jong overleden). Rein begint als boerenarbeider bij Jan Helder, Westeinde 276 (de boerderij met het gedicht op de gevel, nu van de familie Wijte). Rein en Petra wonen dan op het Oosteinde 129, een dubbel woonhuis met aan de andere kant de moeder van Afie de Haas (officieel Arentsen, van het postagentschap). Achter dit huis heeft Rein een klein, smal schuurtje, waar hij één zeug houdt, gekregen van Lou Pronk. Door de steeds biggende zeug moet er telkens weer wat worden aangebouwd aan het schuurtje. ’s Winters bij hoog water moeten de varkens zo dicht mogelijk tegen het huis aankruipen. Als de aanbouwtjes de varkens niet meer kunnen bergen, krijgt Rein ruimte bij buurman Cor Laan (zie Jaarboek 2011, Een ‘wonderdier’ in Berkhout), die een grote, dicht op de weg staande boerderij met opstallen heeft (nu Installatiebedrijf Bot en Dierenwinkel De Toekan). De boerderij van Gert Peetoom (Oosteinde 30, waar nu de nieuwe boerderij van de familie Udding staat) komt in 1966 te koop en de familie Blaauwbroek besluit te verhuizen. Op de nieuwe stek kan Rein zijn varkens kwijt en kan hij bijvoorbeeld ook jongvee fokken voor Jan Bregman sr. In de schuur waait het binnen even hard als buiten, maar dat neemt Rein voor lief. Een jaar later krijgt hij de stenen van een afgebroken school uit Hoorn. Hiervan metselt hij muren. Ook de houten tussenschotten worden vervangen door stenen, want er breekt nog weleens een varken uit. Rein en Petra verhuizen in 2006 naar Oosteinde 74a (‘Aan het slootje’). Dat wordt ook tijd, want wat voor de schuur gold, geldt nu voor het woonhuis: binnen waait het bijna net zo hard als buiten. De kachel loeit op saunakracht, maar door de natuurlijke ventilatie ervaren de Blaauwbroeken het als ‘behaaglijk’. De voordeur kan al lang niet meer open, want er staat een tafeltje voor, net onder de brievenbus; dan hoef je niet te bukken voor de post. De hooivijzel staat architectonisch in een hoek van 60 graden. Rein woont nog steeds op Oosteinde 74a. Zijn vrouw Petra overlijdt in 2008.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB Bronnen: en lees het complete verhaal. Westfries Archief, www.westfriesarchief.nl, Aad Schuijtemaker

Nationaal Veeteeltmuseum, www.veeteelt-ki-museum.nl

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Opzetters Rein: “Boeren als Van der Plas, Haringhuizen en Bregman kochten voor kleine tuindertjes een paar koeien, ‘opzetters’ genaamd, om deze te onderhouden. Deze tuinders voerden de beesten met het hooi van de walkanten van hun bouwtje en het loof van de geteelde bieten. De melk ging naar de fabriek en de tuinder mocht de opbrengst, drie a vier cent per liter, zelf houden. Na de winter verkochten de boeren de koeien op de markt of werden ze opgenomen in de eigen veestapel.”

52  Jaarboek 2011 HKBB


‘t Berkeblaadje uit december 1974 met op de voorzijde een van de befaamde gedichten van B.B. (Bakker Mol, zie pagina 12 e.v.). Het gaat over ene Teun de Hart en z’n Maartje (Teeuwis en Gerra Klaij). Teun wil de geboorte van hun ‘eerstelinkie’ (Ester) op de gevoelige plaat vastleggen. Hij lijkt een ‘volbloed operateur’ totdat hij erachter komt dat er geen film in het toestel zit. En dat is natuurlijk prachtig materiaal voor B.B. (uit het archief van Annie Klaij-Schouten)

Jaarboek 2011 HKBB  53


1950 gemeentehuis

Wat gebeurde er in 1950 in Berkhout en Bobeldijk? Kees Weeda en Jan Peereboom gingen naar het Westfries Archief in Hoorn en spitten daar de kranten door van dat jaar.

Raadhuis gerestaureerd

Begin 1950 vergadert de gemeenteraad noodgedwongen in café De Ridder St. Joris omdat de raadzaal door timmerlieden tot bezet gebied is verklaard. Het raadhuis wordt gerestaureerd en dat is volgens burgemeester Beemsterboer ook hoog tijd. De secretarie wordt uitgebreid en er komt een hal, kortom: Berkhout krijgt een raadhuis de gemeente waardig. “De raadsleden waren maar wat in hun schik”, lezen we. Over het gevraagde krediet van f 21.000 voor de werkzaamheden wordt dan ook niet gepraat.

Het gemeentehuis (foto begin jaren 70 vorige eeuw)

Hoe Berkhout groeide

De krant geeft een overzicht van de bevolkingsomvang en –samenstelling van Berkhout. De gemeente begint 1950 met 3.342 inwoners (1.703 mannen, 1.639 vrouwen). Een jaar eerder zijn dat er nog 3.295. In het afgelopen jaar, 1949 dus, worden er 91 kinderen geboren, overlijden 33 personen, vertrekken 179 naar elders en 168 vestigen zich hier. Er worden 31 huwelijken gesloten en binnen de gemeente verhuizen 88 personen.

Steun Wettig Gezag

De voorlichtingsavond over het Nationaal Instituut Steun Wettig Gezag in De Ridder St. Joris wordt maar zeer matig bezocht. Burgemeester Beemsterboer memoreert voor de zekerheid dat “Berkhout gewend is te allen tijde mede te werken met de regering.”


kermis

(Te) warm kermisweer

Vanaf zondag 21 mei viert Bobeldijk drie dagen kermis. De dansmuziek wordt verzorgd door D. Visser en zijn orkest. Amusementsvereniging OVK uit Kolhorn organiseert een bonte avond en dinsdagmiddag zijn er volksfeesten. Een paar dagen later lezen we dat het een rustige kermis is geweest, waarschijnlijk als gevolg van een hittegolf. Het programma van OVK ligt nogal zwaar op de maag, maar goochelaar K. Leguit vormt een aangename afwisseling. De Berkhouter kermis, veertien dagen later, is ook al rustig, ondanks de verschillende ‘vermakelijkheden’ bij beide cafe’s (De Ridder St. Joris en De Roode Leeuw). In De Ridder treedt het Langedijker Cabaretgezelschap op.

bedrijvigheid

Kermis en dan ga je met z’n allen op de foto. Te zien onder anderen (boven): Martin Leeuw, Arie Langereis, Aaf Laan, Frits Slikker, Alie Visser, Nel Leeuw. (Onder): Siem Groot, Heertje Vorst.

Zorgen bij Berkhouter tuinders

De afdeling Berkhout van de Hollandse Mij. van Landbouw, afdeling tuinbouw, vergadert in De Roode Leeuw. De bedrijfsuitkomsten van de koudegrondstuinbouw zijn slecht. Oorzaak: de goede oogst, ook in het buitenland, waardoor er veel te veel aanbod is. Alleen met de bloemkool gaat het nog goed. De groentetelers zijn zeer gedupeerd en vinden de minimumprijzen voor hun producten te laag. Een causerie van de heer Langereis over de teelt en het trekken van witlof zorgt ervoor dat de Berkhouter tuinders toch nog een uitstekend geslaagde avond hebben.

Informatieavond coöperaties

De Partij van de Arbeid vergadert in cafe De Roode Leeuw en burgemeester Beemsterboer komt een praatje houden over de coöperatieve gedachte: het streven naar sociale rechtvaardigheid om te komen tot een rechtvaardiger verdeling van de opbrengst van een product. Goede kredietverlening aan de landbouw is daarbij van groot belang. De boerenleenbanken zijn daarom een zegen voor het platteland, stelt de burgemeester. Na afloop wordt hij bedankt door PvdA-voorzitter Klaij.

Slager Bijl

Jac. Peetoom doet zijn slagerij over aan de heer Jan Bijl, die eerder slagersknecht was bij de heer Waker. Kort daarna staat er een advertentie in de krant waarin J.A. Bijl te Berkhout een flinke slagersleerling zoekt.

Goed eierenjaar

P. Zwagerman vindt in zijn kippenhok een ei van 135 gram. Al eerder had hij enkele eieren van een ons ‘gegaard’. Dat is krantennieuws in die dagen. Maar het kan nog gekker. De kip van Maarten de Jong legt ‘het ei van haar leven’, namelijk een exemplaar van 140 gram.


verenigingen

1950 Schaatsjaar

Er ligt ijs in 1950 en er worden wedstrijden in hardrijden en schoonrijden georganiseerd in Berkhout. De eerste prijs bij het hardrijden voor mannen wordt gewonnen door M. De Haas Jbz. Bijzonder is dat hij eerder die dag al een dorpentocht van zo’n 100 km heeft gereden. Het schoonrijden voor dames wordt gewonnen door mevrouw Barten. De prijzen bestaan uit waardebonnen of medailles naar keuze. Later die week komt de jeugd in actie. Winnaars zijn onder anderen Roel Kuiper Szn, Henk Loots, Elly Graftdijk, Tini Beuling, Siem Langenberg en Dia Nierop. De Bobeldijker IJsvereniging schrijft een tocht naar Purmerend uit. Maar het slechte weer zorgt ervoor dat slechts tien mannen de moed kunnen opbrengen. In Purmerend wordt de markt even bezocht en de inwendige mens met erwtensoep versterkt. “In een harnas van ijs gestoken werd de terugtocht over Edam aanvaard. Onder het motto ‘samen uit, samen thuis’ arriveerden alle rijders in de beste stemming weer in Bobeldijk.”

Bobeldijker voetbalveteranen

Eind jaren veertig, begin vijftig heeft Bobeldijk een eigen veteranenelftal. Uit het Dagblad voor WestFriesland van 16 mei 1950: “Zaterdagavond speelde Bobeldijk de eerste thuiswedstrijd voor de veteranencompetitie. De tegenstanders waren de MOCveteranen. Voor de rust ging de strijd gelijk op. Na ongeveer twintig minuten scoorde Brandsma het eerste doelpunt voor Bobeldijk. Het werd spoedig gelijk door een doelpunt van de linksbinnen die keeper Langenberg het nakijken gaf. Na de rust was MOC in de aanval. Uit een voorzet van links schoot de midvoor de bal hard en onhoudbaar langs keeper Langenberg. Het spelpeil daalde niet alleen maar werd ook ruwer. In de stand kwam geen verandering meer. B. leed een eervolle nederlaag.”

Zomerzotheid in de winter

De jeugd van toneelvereniging de GONG voert het bekende blijspel Een Zomerzotheid op. Het stuk is niet eenvoudig door het grote aantal spelers dat op het toneel aanwezig is, weet de krant. “Alleen door een goede voorbereiding en onder ernstige leiding is het mogelijk zoiets ten tonele te brengen.” Voorzitter Eecen feliciteert de acteurs met het behaalde resultaat en dankt regisseur Veer voor de genomen moeite.

Bovenste rij v.l.n.r.: Rinus van der Sar, Freek Smit, Sietze BinBestel het Jaarboek 2011 deSieperda, HKBB en nema, van Jan Clay, Bouk Jaap Schuitemaker. Onderste rij v.l.n.r.: Klaas Veen, Sjoerd Brandsma, Taam Klaij, Meindert Bakker, Co Arentsen, Piet Langenberg Tz. lees het complete verhaal.

Gratie en kracht in De Ridder

VARA-avond in De Roode Leeuw

Op zondag 15 januari organiseert de afdeling Berkhout van de VARA een propaganda-feestavond in café De Roode Leeuw. Verschilllende ‘radio-artisten’ zoals Henny Fontaine en Max van Praag zullen hieraan meewerken. De heer Arie van Nierop zal het propagandistische gedeelte voor zijn rekening nemen.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl

Maar liefst twee uitvoeringen van gymnastiekvereniging Olympia waren nodig om alle belangstellenden te kunnen herbergen. “Een bewijs dat de gehele burgerij met haar mede leeft”, schrijft de correspondent. Het ledental is weer gestegen tot 160, vertelt voorzitter Beuling, maar toch staat nog een groot deel van de jeugd aan de kant en hij hoopt op aller medewerking om de 200 te kunnen volmaken. Toch lezen we ook een kritische noot: “Laten de turners en turnsters toch vooral letten op nette en correcte afwerking van de oefeningen, daar hapert zo nu en dan nog wel eens wat aan. De oefeningsavonden getrouw bezoeken is hiertoe een eerste vereiste.”

U steunt hiermee onze vereniging.

Uitbreiding Volharding

Fanfare Volharding heeft de smaak te pakken na het succesvolle bondsconcours in Wijdenes, waar het corps promoveert naar de eerste afdeling. Men besluit nu ook een tamboercorps op te richten.


Mannen bij de Plattelandsvrouwen

De Plattelandsvrouwen vergezeld van hun echtgenoten komen bij elkaar in café De Ridder St. Joris om er te luisteren naar de talentvolle voordrachtkunstenares Aafje Top. Mejuffrouw Top draagt De Parel van John Steinbeck voor en zij heeft de aanwezigen een avond van waar kunstgenot bezorgd. Het applaus dat na afloop opklonk levert daarvoor het bewijs. Burgemeester Beemsterboer brengt namens de heren dank aan de gastvrouwen voor de prachtige avond.

Sociëteit Herleving opgericht

Eind januari wordt in café De Roode Leeuw sociëteit De Herleving opgericht. Veertien belangstellenden zijn deze eerste avond aanwezig. Vrijdag is de vaste sociëteitsavond; tussen zeven en elf wordt er gebiljart en gekaart. Gokspelletjes zullen streng worden geweerd. De contributie bedraagt f 1,30 per jaar, terwijl wekelijks bij verschijnen f 0,15 is verschuldigd. Voorzitter wordt D. Water, secretaris J. Langereis en penningmeester H.J. Veld.

Prachtige avond Leerzaam Vermaak

Op de laatste avond van het seizoen van Nutsvereniging Leerzaam Vermaak treedt dominee Leistra uit de Beemster op met een Zwitserse vertelling. “Onder ademloze stilte werd deze geschiedenis verteld op een wijze zoals alleen zij kan doen; de figuren werden levend, terwijl de fijne manier waarop zij de gesprekken uit dit sombere, maar toch zeer mooie boek weergaf, getuigde dat hier een voordrachtskunstenares aan het woord was, die de gave heeft om het zieleleven van een mens op juiste wijze te ontleden.

Berkhout wint het Gouden Kruis

In de jaren vijftig heeft voetbalvereniging Berkhout een zeer talentvol eerste elftal met spelers als Klaas en Siem Vos, Jan Blokker en Sieb Jellema. Het grootste succes is ongetwijfeld het behalen van het Gouden Kruis in 1950, de afdelingsbeker van de Noord-Hollandsche voetbalbond. De finale is op zondag 16 juli 1950. Berkhout stroomt leeg. Vier bussen met supporters, mensen met eigen auto en vele op de fiets: iedereen ging naar het veld van Hugo Boys in De Noord bij Heerhugowaard. De krant stuurt een heuse correspondent. Een fragment: “(…) Tien minuten na de hervatting wist de B.-midvoor Vos tijdens een heftig duel in het strafschopgebied het eerste doelpunt te maken. Limmen kwam toen geweldig opzetten en in het laatste kwartier gaven zij de B.-keeper druk werk. Lat en paal stonden hem steeds bij. Vijf minuten voor het einde trok midvoor Vos van Berkhout voor de tweede maal er vandoor; een keurig schot en de stand was 2-0. Na de wedstrijd had de uitreiking van het kostbare kleinood plaats in de zaal van de heer Jac. Groenland.”

Bonte maandagavondtrein

Op Tweede Paasdag treden fanfare Volharding, gymnastiekvereniging Olympia, toneelvereniging de GONG en het Plattelandsvrouwenkoor gezamenlijk op. Doel is om geld bij elkaar te krijgen voor nieuwe toneelgordijnen. Ouvertures, knotsoefeningen, een eenakter, een Plattelandsmannenkoor en enkele zeer gewaardeerde liederen van de heer V. Veen zorgen voor een uitstekend programma.

Berkhout wil zingen!

Van verschillende kanten wordt de vraag gesteld waarom Berkhout geen zangvereniging heeft. Er komt een commissie van voorbereiding die alle serieuze liefhebbers gaarne zal noteren. Enkele weken later meldt de krant dat het met de belangstelling voor de zangvereniging ‘aardig goed gaat. Nog dagelijks komen opgaven binnen.

Het ‘kostbare kleinood’ Het Gouden Kruis


niet zo mooi

1950 Huis geveild

Gedwongen verkoop van het huis aan het Oosteinde A 21. De veiling vindt plaats in café De Roode Leeuw. De heer Jn. Klay uit Berkhout wordt de nieuwe eigenaar voor f 650,- plus achterstallige lasten.

Directeur gearresteerd

De Amsterdamse politie arresteert een man die zo’n f 11.800 heeft verduisterd bij de NV Chemisch Pharmaceutische fabriek te Amsterdam. Hij zou ook betrokken zijn bij de pharmaceutische fabriek in Berkhout (Oosteinde 120, waar nu de familie Timmermans woont). De geruchtenmachine komt op gang in Berkhout, waarbij sommigen zich blijkbaar in de goede naam voelen aangetast, want de volgende dag meldt de krant onder de kop Ter verduidelijking dat het niet gaat om de heer G. Haveman.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. ‘Kleingoed’ onze webwinkel op www.hkbb.nl Bezoek

De kantonrechter hamert in januari wat overtredingen af, ‘kleingoed’ volgens de krant. Ook twee Berkhouters zijn in de fout gegaan: fietsen zonder licht. G.N. en mej. G. v. V. krijgen de keus: f 4, - boete of twee dagen zitten.

Koliek

De harddraver van J. Scheer uit Bobeldijk kreeg plotseling koliek. Het paard werd naar buiten geleid, maar ging aan de haal. Na zo’n tien kilometer kreeg men het paard weer te pakken. Een veearts diende nog een injectie toe, maar het dier stierf spoedig.

verkiezingen

U steunt hiermee onze vereniging.

Verkiezingen Provinciale staten in Berkhout

1950 1949 1948 1946

PvdA 526 779 539 623 KVP 889 870 888 833 CPN 45 - 61 60 ARP 23 - 37 22 VVD 163 - 122 72 CHU 26 - 33 27 SGP 4 - 4 22 Overige 4 - 3 Totaal 1680 1649 1687 1659 1950 Provinciale Staten 1949 Gemeenteraadsverkiezingen 1948 Tweede Kamerverkiezingen 1946 Provinciale Staten

Een Hawaiiaanse zoen BERKHOUT – Aan Van de H. Uit Berkhout, die gisteren voor de politierechter in Alkmaar terecht stond, was twee strafbare handelingen ten laste gelegd: mishandeling en vernieling. De oorzaak was een ruzietje met de buren, begonnen omdat Jan – teneinde ‘de kleine meid’ niet aan de gevaren van de rijweg bloot te stellen – een touw rond beider tuinhekje om het poortje had gebonden. Omdat zijn hekje erdoor beschadigde, had buurman er een plankje tegenaan gespijkerd, hetwelk Jan er verbolgen aftrapte, waardoor het brak. Dit was de vernieling. De mishandeling – waartoe de vernieling de aanleiding was – bestond uit een ferme hap in ’s buurmans neus. Bij de politie had Jan verklaard: “Ik ontken noch beken.” Maar ter rechtzitting verklaarden twee getuigen het gezien en gevoeld (!) te hebben, terwijl een derde hem het plankje had zien vernielen. Dies waren bewezen vernieling en mishandeling, waarvoor Jan 25 gulden zal moeten betalen of tien dagen brommen.


Cornelis Koppes komt terug uit Indonesië, lezen we op 5 januari in de krant. Hij is duidelijk onder de indruk van de ontvangst, getuige zijn advertentie in de krant van 15 januari: “Hiermede betuig ik mijn hartelijke dank aan Katholiek Thuisfront, Fanfare Volharding, Edelachtbare Heer Burgemeester, H.H. Geestelijken, Familie, Buren, Vrienden en Kennissen voor de vele blijken van belangstelling ondervonden bij mijn behouden terugkeer uit Indonesië.” De voetbalvereniging doet trouwens nog een extra duit in het zakje, lezen we in de krant. Voor elke militair die lid is van de vereniging en terugkeert uit Indonesië zal vier dagen worden gevlagd op het oefenterrein.

hits

en verder...

Terug uit de Oost

Kleine Greetje uit de polder – Eddy Christiani De appeltjes van oranje – Max van Praag Bruine bonen met rijst – Max Woiski Zwerven over Bali – Kilima Hawaiians Tennessee waltz – Les Paul

Sexuele voorlichting

Onvermoeide strijder D. Wit

De afdeling Berkhout van de Bond van Staatspensionering bestaat veertig jaar. Van het bestuur is als enige oprichter nog in leven de heer D. Wit Czn, die in 1910 met meester G. Holle, C. Langereis, Jan Groet en Willem Peetoom de afdeling heeft gesticht. Hoofd- en federatiebestuur danken deze onvermoeide strijder door het aanbieden van diverse bloemstukken. De afdeling Berkhout geeft hem sigaren en een taart cadeau.

Research: Jan Peereboom en Kees Weeda Samenstelling: Kees Klaver

wereldnieuws

Dokter Voorzanger spreekt bij de Plattelandsvrouwen over sexuele voorlichting. “Reeds op jeugdige leeftijd moet de kinderen worden geleerd dat zij zich moeten beheersen op elk gebied.”

En wat gebeurde er verder in de wereld

- Noord-Korea valt Zuid-Korea binnen. Begin van de Koreaanse Oorlog. - Uruguay wordt wereldkampioen voetbal door gast- land Brazilië in de finale met 2-1 te verslaan. - Soekarno roept de eenheidsstaat Indonesia uit. - Werkzaamheden drooglegging Oostelijk Flevoland begonnen. - De Kalverstraat in Amsterdam bestaat 500 jaar. - In Amerika begint de productie van de waterstofbom. - In Basel speelt het Nederlands Elftal tegen de Zwitsers. De Zwitsers winnen sensationeel met 7-5. Aan Neder- landse kant spelen onder anderen mee Joop Stoffelen, Piet Kraak, Abe Lenstra en Kees Rijvers. - Belgie houdt een referendum over de eventuele terugkeer en het aanblijven van Leopold III als Koning der Belgen, de zgn. Koningskwestie. In Vlaanderen is een grote meerderheid vóór, in Wallonië en Brussel meer dan de helft tegen terugkeer. Dit leidde bijna tot een burgeroorlog in België. Na zware politiek druk draagt Leopold de macht over aan oudste zoon Boudewijn.


Douwe’s Groentenboet

Beeld: het schilderij dat Douwe en Pim bij hun afscheid kregen van de klanten. Het is gemaakt door Otto Ruiter.


De Berkhouter middenstand is de afgelopen decennia behoorlijk uitgedund. Tot de jaren negentig kunnen we de eerste levensbehoeften nog gewoon op het dorp kopen. Voor groenten en fruit ga je dan naar Douwe’s Groenteboet van Douwe en Pim de Jong; appels, peren, spinazie, andijvie maar vooral lachen en gezelligheid.


“Het was een gouden tijd” Douwe en Pim de Jong (foto Gretie Stelling)

B

eiden hebben Fries bloed in de aderen. Douwe (1921) brengt zijn jongste jeugd door in Exmorra, ten westen van Bolsward, Pim (1920) komt uit Twijzelerheide, een dorp ten zuiden van Dokkum. In 1926 (Pim) en 1932 (Douwe) verhuizen de gezinnen naar Westfriesland waar de vaders aan de slag gaan als boerenknecht. Pims vader werkt bij Simon de Jong, de vader van Maarten de Jong, waar Douwe later nog zal gaan werken als knecht. Douwe en Pim ontmoeten elkaar voor het eerst op de Obdammer kermis. Pim is erheen gegaan met een nicht, Douwe met een stel vrienden. Hij gaat uit met de nicht, maar, bekent Douwe, dat blijkt vrij snel een grote vergissing te zijn. De volgende keer heeft hij zijn keus al snel gemaakt. Ze trouwen in 1945 en beginnen een eigen tuindersbedrijfje. Ze huren land van particulieren of van de kerk. Pim: “Met een schraper en een schep kon je toen nog tuinder worden.” ‘Op z’n heupen’ Zo’n tien jaar zijn ze bezig op hun bouwtjes. Maar Douwe heeft het dan ook al ‘op z’n heupen’, vertelt Pim. “Dat schuitje in en schuitje uit begon hem parten te spelen. De dokter zei, dat als hij het nog goed lopende wilde houden, hij beter ander werk kon gaan zoeken.” Koek- en beschuitfabriek Verkade wordt Douwes werkgever. Maar de hele tijd binnen werken begint hem na verloop van tijd tegen te staan. De meisjes van Verkade echter niet. “En dat was wederzijds”, merkt de schalks kijkende Douwe op. Pim, bekend met zulke dubbelzinnige opmerkingen, gaat verder met hun levensverhaal. In 1956 verhuizen ze naar Berkhout, waar Douwe als boerenknecht gaat werken bij 62  Jaarboek 2011 HKBB

Jan Koeman en later bij Maarten de Jong (waar nu kraanbedrijf Koeman is gevestigd). Ook onderhoudt Douwe een aantal moestuinen voor de diaconie. Pim: “We woonden in het werkmanshuisje op Oosteinde 57, waar nu het huis van de familie De Weger staat.” Maar Douwe zoekt eigenlijk iets anders. Als groenteboer Abbekerk terloops opmerkt dat hij er eigenlijk mee wil stoppen, lijkt het Douwe wel wat om de ventwijk over te nemen; terug naar zijn oude liefde, de slabonen en de spruiten en als leuke bijkomstigheid ook nog onder de mensen. Maar de jongere broer van de groenteboer, Klaas, gooit roet in het eten. Hij heeft ook wel oren naar deze klus. Uiteindelijk wordt de afspraak gemaakt dat Klaas de groenteboer wordt en dat Douwe het te zijner tijd van hem zal overnemen. In 1966 is het zover In de tussentijd geeft Douwe zich over aan de meisjes van Philips. Het lichtbedrijf heeft een fabriek voor telefooncentrales aan de Holenweg in Hoorn. Douwe kan er met zijn 39 jaar nog net terecht; mensen boven de veertig worden niet aangenomen. In 1966 is het dan zover: Douwe wordt groenteboer. De ventwijk brengt hem in Berkhout, Bobeldijk, De Goorn en ‘wat op stand levende klanten aan de Zuidspierdijkerweg’. Om huis, haard en zaak te kunnen financieren gaan ze naar kassier Cor De Borgward waarmee Klaij van de Raiffeissenbank/BoerenleenDouwe zijn ventwijk rijdt. bank (tegenwoordig de Rabobank).


Hij zorgt ervoor dat ze het huis en de schuur kunnen kopen waar ze nu nog wonen. Bij het verlaten van de bank geeft hij de nieuwbakken groenteboer nog een tip: “Douwe, zorg altijd voor kwaliteit.” “Dat zullen we nooit vergeten”, zeggen ze in koor. En zo tuft Douwe met zijn Borgward vol groenten en fruit door de dorpen. De handel haalt hij bij grossierderij Van Kalken op het Achterom (later bij de veiling in Zwaag en ten slotte bij de Greenery in Zwaagdijk). Op koude winterse dagen wordt hij getrakteerd op warme koffie en chocolademelk. Bij An Coevert aan het Oosteinde drinkt hij altijd een koppie thee. Maar op warme zomerse dagen zijn de vrouwen niet van plan om uit hun luie zomerstoelen te komen. Als hij dan zelf thuis onderuitgezakt zit uit te hijgen, komen diezelfde vrouwen aan huis of ze nog wat groente en fruit kunnen krijgen. “Dan verkoop je natuurlijk geen nee”, zegt Douwe. Douwe heeft in die tijd ook nog een bouwerijtje aan de Venneweg (nu parkeerplaats A7). Hij denkt: de eerste winst komt van mijn eigen tuintje. Maar de ventwijk is groot, de dagen lang, dus daar komt het niet van. Het hele gezin werkt mee De zaken gaan goed. Ook Pim wordt steeds vaker ingeschakeld: wortels schrappen, hutspot maken, kool snijden, enzovoort. Op zaterdag gaat zoon Wout mee venten. Douwes gedachte is dat hij het later dan over kan nemen. Maar Wouts niets verhullende antwoord is: “Ik heb geen zin in die lange dagen!” Steeds meer klanten weten de weg te vinden naar Douwes groentekar. Langzaamaan ontstaat het idee om een winkel te beginnen; als de mensen toch zo graag naar ons toekomen… En zo openen ze in 1976 Douwe’s Groenteboet. “Het was een gouden tijd”, is het eerste wat ze zeggen als de boet ter sprake komt. De boet zou uitgroeien tot, wat ze nu noemen, een hangplek. Langs de kant staat een rij krukjes waarop de wat oudere medemens rustig plaats kan nemen. Soms ontstaan er heftige discussies. Nieuw binnengekomen klanten laat men vriendelijk lachend voorgaan, omdat het geroddel en de achterklap nog niet ten einde is. Vaste openingstijden zijn er in het begin niet. Maar na verloop van tijd komt er toch maar een bord met tijden om even de gelegenheid te hebben iets te eten en de luie stoel op te zoeken. December is fruitmandenmaand. “Pim was een specialist in fruitmanden”, zegt Douwe, nog steeds vol bewondering over zijn echtgenote.

‘Klantvriendelijkheid’

Twee van de vele vaste klanten bij Douwe en Pim zijn Hans en Tiny Mondt. Na het boodschappen doen in Hoorn gaan ze altijd langs bij de gezellige groenteboet. Juist om die gezellige ongedwongenheid kwamen veel mensen naar Douwe en Pim, zeggen ze. Er werd gelachen, er was gekkigheid, maar soms werden ook serieuze of ernstige kwesties besproken boven de groente en het fruit, herinnert Tiny zich. Hans kan zich een prachtig gesprek herinneren tussen Douwe en een klant. “Een vrouw was van plan zelf een fruitbakkie te gaan maken en wroette wat tussen de sinaasappels en peren. Met een zuinige blik wendde ze zich tot Douwe en zei: ‘Douwe, het ziet er niet zo mooi uit.’ Even was het stil, maar toen zei Douwe: ‘Heeft u wel eens in de spiegel gekeken?’”

Mevrouw Pondje Biet

Een vrouw belt op en vraagt aan Pim. “Mag ik uw man even spreken?” Pim loopt naar buiten waar Douwe groenten staat te spoelen, want de vrouw wil persé de groenteboer zelf spreken. De laarzen moeten uit en Douwe gaat naar binnen, pakt de telefoon en vraagt wat er aan de hand is. “Wilt u morgen een pondje biet voor me klaarleggen?” Vanaf dat moment heet ze mevrouw ‘Pondje Biet’.


De familie De Jong

Douwe en Pim hebben vier kinderen, allen geboren in Hensbroek. De eerste, Thea (1945), is gepensioneerd kapster en woont in Hoorn. Tineke van 1947, gepensioneerd vroedvrouw/verloskundige bij het AMC, woont in Castricum. Ank (1948) werkte als verzorgster van zwakzinnigen en woont in Wognum. Wout (1955) onderwijzer/leraar in Haarlem, woont in Alkmaar. Douwe en Pim hebben tien kleinkinderen en tien achterkleinkinderen.

Buurman Broer Meijer helpt in deze drukke tijd met rondbrengen. ‘Fruitmandmoe’ wordt er dan zondagochtend door iemand aangebeld met de vraag of hij nog twee fruitmanden kan bestellen. “Ach ja,” zegt Pim, “klant is koning dus dan maakte je ze maar weer.” Ook de burgemeester komt in de boet; hij heeft een briefje in zijn hand. Aanleiding voor Douwe om zich hardop af te vragen of zelfs de burgervader het al niet meer kan onthouden. “Aan zijn gezicht te zien kon hij het niet zo waarderen”, lacht Douwe. “Ja, het was een gouden tijd.” En ook al worden supermarkten in die tijd steeds populairder, groente en fruit blijven de mensen bij Douwe en Pim halen.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Douwe en Pim zijn te gast bij het huwelijk van kleindochter Minouche met Olympisch zwemkampioen Pieter van den Hoogenband. Achter Douwe en Pim de ouders van Minouche, Thea en Paul. Geheel links de ouders van Pieter.

Pim, Douwe en heel veel bananen. Het is dan ook een reclamefoto voor het bananenmerk Dole.

Hard werken, weinig vrije tijd Het is hard werken en veel vrije tijd is er niet; soms een uitstapje naar de paardenkoersen in Wolvega. Later gaan ze weleens een week op vakantie, bijvoorbeeld naar Griekenland. De winkel wordt dan bestierd door Hank en Sam Hoogeboom uit Bobeldijk. In 1986 wordt Douwe vijfenzestig en stoppen ze met de groenteboet om van hun pensioen te genieten. Bij het afscheid krijgen ze van de klanten een schilderij van Berkhouter Otto Ruiter. En zo verdwijnt ook de groenteboer uit de Berkhouter middenstand. Na hun pensionering doen ze wat de meesten doen: meer aandacht besteden aan kinderen en kleinkinderen, het huis opknappen en klussen (ze wijzen trots naar Douwes zelfgemaakte krantenbak). De wijn komt op tafel. De glazen worden door Pim met een theedoek nog extra opgepoetst en we proosten op dochter Thea, die vandaag jarig is. Met een chippie erbij komen er nog wat anekdotes boven drijven. Douwe: “Een klant vroeg: ‘Wat heeft u allemaal groenteman?’ Ik alles opnoemen. ‘Nou, doe maar een koolraap en een kilo spruiten.’ Een week later hetzelfde ritueel. Ik weer alles opnoemen. ‘Doe toch maar een koolraap en een kilo spruiten.’ Dit gebeurde bij een boerderij met een lang oprijpad, dus een week later dacht ik, ik neem gelijk een koolraap en een kilo spruiten mee. Nou, daar was de bewuste mevrouw niet van gediend. Dus zeg ik: ‘Ik heb ook verse spinazie.’ Moest ik natuurlijk wel terug naar mijn auto. De vrouw dacht heel diep na. ‘Nou, doe toch maar een koolraap en een kilo spruiten!’ Aad Schuijtemaker Foto’s: archief van geïnterviewden en Annet Samson.


foto met een verhaal

V.l.n.r. een buurvrouw, Maartje Belie-Koster, Alie Edam. Op het bord: A. Belie huis-, rijtuigen automobielschilder.

H

et is rond 1930. Rechts met de geblokte jurk staat Alie Edam, de dochter van Ouwe Edam, de visserman uit De Hulk, bij wie je, als je wou vissen, een ‘visconsent’ moest halen (en betalen). Hij woonde in het inmiddels afgebroken huisje bij het watergemaal De Westerkogge. Alie was de vrouw van de postbode/schilder Albert Belie. Hun dochter trouwde met vrachtrijder Broer Meijer. Naast Alie staat, met het hultje, haar schoonmoeder Maartje Belie-Koster, dan 80 jaar. Zij was voor de tweede keer weduwe. In 1888 was haar eerste man Teunis Langenberg overleden. Uit dat huwelijk sproot mijn grootmoeder Jansje Langenberg voort, zodat hier mijn grootmoeder staat. Als vierjarige peuter herinner ik mij het zachte mummelige toetje bij het zoenen. Ze was erg hardhorend, zodat er altijd flink geschreeuwd werd. Eén zin hoor ik haar nog steeds roepen: “Jaantje is aan de was!” Dat was Jaantje Peetoom, de vrouw van Rikus Peetoom, schuin tegenover haar. Zij woonde in de oostelijke helft van het in tweeën bewoonde huis (A18, volgens de oude nummering) onder toeziend oog van de kinderen. In vroeger dagen trouwde een weduwe in de regel vrij snel met een ander. Dit was hier ook gebeurd. Elbert Belie, haar tweede man, was weduwnaar geworden. En in 1891 werd de schilder Albert

Buurpraatje Belie geboren. Wie de derde persoon op de foto is weet ik niet. Waarschijnlijk een buurvrouw. Het pand is heden ten dage nog goed herkenbaar (waar nu Jan en Tinie Bregman-Spaans wonen, Oosteinde 17). Alleen het bord met opschrift is natuurlijk verdwenen. Het staat schuin tegenover de boerderij van indertijd Rikus Peetoom, later, in de oorlog, Zeger Peetoom, nog later van Siem van Tol en Jaantje Peetoom jr. Achter het huis staat de schilderswerkplaats, op de zolder waarvan mijn latere vrouw Truus Koster heel alleen sliep. Zij was als Amsterdams bleekneusje in de kost bij de familie Belie. Als zij ’s nachts nodig moest, was een gang naar het pleehuisje aan de sloot onvermijdelijk. Deze plee heeft er tot na de oorlog nog dienst gedaan. Bezoekers van zo’n huisje vormden in de winter wanneer de wateren waren dichtgevroren, voor schaatsers een bron van ijsvermaak, dat laat zich raden. Hun ‘productie’ op dat tochtgat was ook niet bepaald schilderachtig voor de toeschouwers. Arie Piet Koeman Ook een foto waarbij spontaan herinneringen opborrelen? Neem contact op met de redactie: redactie@hkbb.nl

Jaarboek 2011 HKBB  65


Cafe De Sleutel, waar de nutsvereniging in 1892 wordt opgericht. Op deze foto staan Simon Kamminga (links op de foto) en naast hem zijn vrouw Sijtje Koster, die het pand in 1906 kopen. Het linker pand is de kruidenierswinkel en het rechter het café. Op de voorgevel staat ‘Café stationskoffiehuis’.

Nutsvereniging Eensgezindheid te Bobeldijk

Mannenclub mét dames

Het is zondagavond 7 september 1892. Een groep Bobeldijkers komt bij elkaar in lokaal De Sleutel van - hoe toepasselijk – uitbater Louw Sleutel. Ze zijn komen lopen over de smalle dijk. Ze dragen hun nette pak en enkelen hebben hun lange Goudse pijp inmiddels in de brand. De zoetige geur van tabak verspreidt zich door het lokaal. Het is acht uur, de vergadering begint.

P. Koster Azn. schraapt zijn keel en neemt als eerste het woord. “Reeds geruime tijd heeft onder verscheidenen van Bobeldijk het plan gesluimerd een vereniging op te richten tot bevordering van onderling nut en genoegen. Nimmer is het echter tot zover gekomen. Eindelijk echter hebben enigen van die ingezetenen de stoute schoenen aangetrokken en vandaag een vergadering bijeengeroepen van alle inwoners van Bobeldijk die belang mogen stellen in de oprichting van genoemde vereniging.” Er volgt discussie onder de aanwezigen. Gaandeweg de avond begint de nutsvereniging vorm te krijgen. Een 7-koppig bestuur wordt gevormd. Slagter, Koster en Nobel zijn daarin de enige namen, allen zijn veehouder. De eerstvolgende bestuursvergadering wordt vastgesteld op 17 september. Er wordt over de reglementen ‘geredevoerd’. De eerste twaalf leden melden zich aan. De contributie wordt direct voldaan aan de net benoemde penningmeester. Het begint te schemeren, de olielampen worden aangestoken. Een datum voor een eerste bijeenkomst van de vereniging wordt bepaald: dinsdag 11 oktober, mét dames. Om klokke 12 uur sluit de nieuwbakken voorzitter – die zich zelfs president mag noemen - de vergadering. Nutsvereniging Eensgezindheid te Bobeldijk, kortweg Het Nut, is een feit. In de donkere nacht wandelen de aanwezigen over de dijk huiswaarts. Over enkele uren begint alweer een nieuwe werkdag. Korte verhalen en gedichten In de eerste jaren van de vereniging worden vele bijdragen geleverd, vooral van de inwoners zelf. Vaak korte verhalen, soms een enkel gedicht. Sprekers wordt verzocht om achter het katheder plaats te nemen en - mits daartoe bereid - de op zich genomen taken te vervullen. Zo wordt bijvoorbeeld de voordracht Mijn oude Jacob op de voor spreker zo ‘eigene manier voorbeeldig voorgedragen’. Ook worden verschil-


lende liederen ten gehore gebracht door diverse mejuffrouwen en jongejuffrouwen, dit ‘zeer ten genoegen van de aanwezigen’. The Voice of Holland blijkt dus al een eeuwenoud recept, maar dit terzijde. Titels van andere voordrachten in die tijd: Anno 1908, De wraak van meneer Smits, Hoe moeder Knol het volkslied zong en Zij heeft den Broek aan. Over laatstgenoemde voordracht melden de notulen: “Dit mocht toch wel het glanspunt van den avond genoemd worden. De dames luisterden met veel genoegen. Veel van hen zullen gedacht hebben, als eerst het vrouwenkiesrecht er maar eens door is. Dan zullen wij wel beter de broek aanhebben, dan kunnen ook wij regeren en vergaderen.” De notulist laat daarmee even zijn gedachten de vrije loop. In 1917 wordt het vrouwenkiesrecht een feit. De avonden worden afgesloten met een woord van de president, waarbij een ieder wordt bedankt “die het genot van deze avond heeft helpen verhogen en veraangenamen”. In januari 1909 wordt tijdens de rondvraag door de heer Best geïnformeerd naar de mogelijkheden om, net zoals het geval is bij sommige zusterverenigingen, toneelstukken op te voeren, met of zonder zang. De voorzitter vindt dit bezwaarlijk, daar de winteravonden reeds bezet zijn. Hij zegt echter toe de vraag ter sprake te brengen bij de eerstvolgende mannenvergadering.

niet eens zoveel uit. De trein stopt niet meer in Bobeldijk; inclusief een klein halfuurtje fietsen naar het dichtstbijzijnde station Hoorn ben je evenzogoed 1½ uur onderweg.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en Brandbrief aan B&W “Zeer geacht College! De nutsvereniging lees het complete verhaal. Eensgezindheid van Bobeldijk, de ups and downs meer dan 40 jaren doorstaan, zowel in ledental als in financiën, zit thans aan de grond. De kas is leeg!” Met deze woorden opent een brandbrief gericht aan het college van B&W, gedateerd 22 september 1934. Het betreft een verzoek om een loterij te mogen organiseren. Opbrengst van de loten zal 250 gulden bedragen, de te maken kosten 45 gulden. Met de opbrengst overleeft de vereniging daarna wel de crisis- en oorlogsjaren. In de loop der jaren wordt de wereld steeds groter. De opkomst van telefoon, radio, televisie en auto’s maken het eenvoudiger om de wereld in huis te halen óf er juist naartoe te gaan. De behoefte aan ‘een vereniging ter bevordering van het algemeen nut en genoegen’ wordt daarmee juist steeds kleiner. In 1964 wordt de vereniging dan ook opgeheven. Tijdens deze laatste vergadering wordt nog een diavoorstelling getoond over een reis naar Israël, Egypte en Spanje. Te zien is een groot aantal dia’s van prachtige zonsop- en ondergangen aan de Nijl, veel historische plaatsen, steden en piramides. Elke dia wordt door spreker voorzien van een mooi afgerond, ter zake kundig commentaar.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Concurrentie van Kunst naar Kracht Wellicht dat dit terughoudende, enigszins politieke antwoord, er mede oorzaak van is dat het jaar erop door kastelein C. Jongewaard van het concurrerende café het voorstel wordt gedaan om een ‘reciteervereniging of een rederijkerskamer’ op te richten. Of hij werkelijk een culturele bijdrage aan het dorpsleven wil leveren, of dat hij dit uit puur zakelijk oogpunt doet, is natuurlijk de vraag. Feit is wel dat vanaf dat moment de toneelvereniging Kunst naar Kracht een feit is. Tegelijkertijd begint ook de belangstelling voor Het Nut terug te lopen. Eén van de sprekers in die jaren komt uit Den Helder. De oorspronkelijke dienstregeling1 (Bobeldijk had toen een eigen treinstation) geeft een aardig beeld van het treinreizen in die tijd. Door te vertrekken om 16:19 vanuit Den Helder kan om 17:53 op station Bobeldijk worden uitgestapt. Om niet de laatste aansluiting richting Den Helder te missen moet de spreker dan wel weer uiterlijk om 21:39 op de trein richting Alkmaar stappen om uiteindelijk om 23:13 in Den Helder aan te komen. Vergeleken met vandaag de dag maakt dat trouwens

De allerlaatste bijdrage De állerlaatste, humoristisch bedoelde bijdrage is echter teleurstellend. Na de drie eerdere succesvolle bijdragen van dezelfde spreker, was dit de minst geslaagde, aldus de notulen. Met deze enigszins trieste conclusie, gevolgd door een laatste dankwoord van de voorzitter, behoort deze laatste nutsavond en daarmee ook de nutsvereeniging Eensgezindheid te Bobeldijk tot het verleden. Frank Schuitemaker 1

www.stationsweb.nl, reisplanner zomerdienstregeling 1929

De Nutsvereniging is door C.N. Tuender uitgebreid beschreven in de uitgave Zo was het in Berkhout, pagina 159 e.v.

Jaarboek 2011 HKBB  67


polder naar prairie van

Na de Tweede Wereldoorlog ligt Europa in puin. Maar aan de andere kant van de oceaan lonkt een beter bestaan. Honderdduizenden Nederlanders emigreren in die naoorlogse jaren. Cees en Gré Visser wagen uiteindelijk in 1967 de stap. Hoe is het hen vergaan?

C

ees Visser vraagt het in 1959 aan ieder meisje met wie hij danst: “Ga je met me mee naar Amerika?” Het duurt heel wat quicksteps, maar uiteindelijk is het dan toch raak: Gré de Jong van het Oosteinde – volgens Cees de vijfentwintigste – zegt ‘ja’. Vol trots meldt Cees aan zijn moeder dat hij iemand heeft gevonden die met hem de grote oversteek wil maken. Maar volgens moeder Visser is Gré nog ‘veuls te jong’ voor zo’n avontuur. Helemaal ongelijk heeft ze niet, want Gré is nog maar vijftien. En ook bij de familie De Jong zullen ze de wenkbrauwen wel even hebben gefronst bij het horen van de plannen van de dan twintigjarige Cees Visser van de Kerkebuurt. Eerst maar eens verkering en dan zien we wel verder, zullen ze hebben gedacht. Met die verkering gaat het uitstekend. In 1963 trouwen Cees en Gré en in dat jaar ziet ook zoon Paul het levenslicht. Maar hoe leuk ze het ook hebben in Berkhout, Amerika blijft toch het ultieme doel van het stel. Vier jaar later, in 1967, zullen ze uiteindelijk de polder voor de prairie verruilen. Links Paul, Cees en Gré in 2011, rechts in 1967


En nu, bijna vijfenveertig jaar later, zijn deze drie geboren Berkhouters even terug in Westfriesland om de negentigste verjaardag van Gré ’s vader Maarten te vieren. Ze logeren in Avenhorn bij Siem en Truida de Jong (broer en schoonzus). Op het terras met een lekker koud Nederlands biertje kijken we terug op hun grote avontuur. Cees heeft inmiddels Cees en Paul gaan direct aan de slag in Idaho een mooi Amerikaans accent, Gré gooit er af en toe nog wat Westfries door (‘koppie doen’) en Paul spreekt nog verrassend goed Nederlands.

De tweede farm van de Vissers

Voorjaar 1967 Terug naar het voorjaar van 1967 als Cees’ zus Alie overkomt uit Amerika. Alie is met haar man Rein Laan al in 1954 geëmigreerd. Ze hebben een melkveebedrijf in Idaho. Daar hebben Cees en Gré hun zinnen ook op gezet. “Koeien melken in Nederland zag ik niet zo zitten”, zegt Cees. “Er was nog niet verkaveld, dus je moest steeds schuitje in, schuitje uit.” Alie heeft alle papieren mee die ingevuld moeten worden. Burgemeester Beemsterboer zorgt voor een mooie Verklaring van goed gedrag en Alie en Rein zullen borg staan voor de nieuwbakken Amerikanen. Cees moet zelfs tekenen voor het Amerikaanse leger; en dat terwijl de

Vietnam-oorlog in alle hevigheid woedt (hij is nooit opgeroepen). Voor de wederzijdse families is het nu wel duidelijk dat de plannen serieus zijn. Gré: “Mijn moeder zei: ‘Als jij denkt dat daar je toekomst ligt, moet je gaan.’ Dat vond ik heel dramatisch: ze laat me zomaar gaan! Pas later begreep ik dat het juist heel wijs en verstandig van haar was; ze probeerde me niet tegen te houden.” Vader en moeder Visser stonden niet te juichen, weet Cees nog. “Ze moesten ons en hun kleinzoon gaan missen. Bovendien deed ik het werk op de boerderij. Gelukkig kon mijn broer Piet dat overnemen, die was inmiddels achttien. Daar had ik ook rekening mee gehouden.” Aan boord van de Nieuw Amsterdam Op zondag 10 december 1967 is dan zover. Familie en vrienden brengen Cees, Gré en Paul naar Rotterdam waar de oceaanstomer Nieuw Amsterdam van de Holland Amerika Lijn op hen ligt te wachten. Aan boord nemen ze afscheid van hun dierbaren, nog een zwaai aan de reling en er klinkt een laatste groet uit de scheepspijp: ze zijn op weg naar Amerika. De reis duurt een dag of tien. Paul, dan pas vier jaar oud, kan zich de reis nog wel herinneren. “Ik speelde met autootjes op de dansvloer en we aten in een grote zaal; ik beet nog een stuk uit een glas. Er was ook een kleuterschool aan boord, maar daar wilde ik niet heen. Ik heb tien dagen aan mijn moeders rokken gehangen.” Op donderdag 21 december stappen de Vissers extra vroeg uit bed. New York doemt op en het Vrijheidsbeeld willen ze niet missen. Het schip legt aan en ze gaan van boord.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

70  Jaarboek 2011 HKBB


Cees: “Het leek wel een beetje op het sorteren van schapen. De rijke Amerikanen mochten zo doorlopen, emigranten, vooral uit Oost-Europa, werden streng gecontroleerd. Onze papieren werden uit de verzegelde zak gehaald, ze keken er even naar, maakten een aantekening en vervolgens verdween alles in de prullenbak. We kregen er nieuwe papieren voor in de plaats, ook voor het leger.” ‘Daar gaan m’n koppies!’ Gré ziet tot haar opluchting dat de kist met huisraad ook van boord wordt gehaald. “Het ging er wel hardhandig aan toe. Daar gaan m’n koppies!, dacht ik.” Met hun laatste centen betalen ze de taxi naar vliegveld Newark. Van daaruit zullen ze naar Boise vliegen, de hoofdstad van Idaho. Op het vliegveld moeten ze nog uren wachten voordat hun vlucht vertrekt. Het Engels van Cees en Gré maakt nog niet zoveel indruk op het baliepersoneel. Voor de zekerheid worden ze apart in een kamertje gezet met een kaartje waarop staat: Spreken geen Engels, moeten eruit in Boise. “En dan maar hopen dat ze je niet vergeten”, zegt Gré. Maar het loopt goed af, ze landen in Boise. Het sneeuwt als ze uitstappen. Alie en Rein verwelkomen de drie nieuwe Amerikanen. De eerste week verblijven ze bij Cees’ zus en zwager. Daarna begint het pionieren. Ze vinden een appartement, Cees timmert wat bedden in elkaar – “Emigrantenbedden, we hebben ze nog!” – en gaat op zoek naar werk. Hij belandt bij een Japanse akkerbouwer, waar hij alle voorkomende werkzaamheden uitvoert (en een tractor de rivier inrijdt). Intussen kijkt hij goed om zich heen hoe het werkt in Amerika. Met hulp van mede-emigranten kan hij uiteindelijk een boerderij met koeien en machines huren. Het is dan voorjaar 1969 en de Vissers hebben het voor elkaar: een eigen melkveebedrijf in Amerika. Paul, het lopende woordenboek Paul gaat naar de lagere school. Hij kan het goed vinden met zijn klasgenoten. De Engelse taal is voor hem geen probleem. Dat was best handig tijdens het winkelen, weet Gré nog. “Paul was ons lopende woordenboek.” Het is hard werken. Elke dag melken, ook in de weekends en geen tijd voor vakantie. Soms dwalen de gedachten dan weleens af naar Nederland. Gré: “Het was geen heimwee, want dan ben je echt ziek, maar meer verlangst. Het verenigingsleven waaraan we volop meededen en de gezelligheid van het dorp misten we wel.” Het gezin wordt in 1969 uitgebreid met zoon

Hoofdstad Boise Oppervlakte 216.632 km² Aantal inwoners ca 1,4 mln Aantal inwoners per km2 6 NB Nederland 401

Cees Visser en Gré de Jong zijn geboren en getogen Berkhouters. Cees woonde op de Kerkebuurt (nu de boerderij van de familie IJsbrandy), Gré op het Oosteinde (waar nu Koeman Kraanverhuur is gevestigd). Na hun trouwen betrekken ze een boerderij op de Kerkebuurt (inmiddels gesloopt, tegenover loonbedrijf Theo de Wit). Zoon Paul komt nog op Nederlandse bodem ter wereld in 1963, Martin (1969) en Jenny (1976) zijn geboren Amerikanen. Cees en Gré wonen in Caldwell, vlakbij Boise. Paul en Martin wonen bij hen in de buurt. Dochter Jenny is geëmigreerd naar Canada. Cees en Gré hebben zes kleinkinderen en twee achterkleinkinderen.

Gré als een real American girl op de motorkap van een grote Amerikaan.


Ook de ouders komen op Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB enCees met Gre’s bezoek. Links ouders Janny en Maarten de Jong-Clay. Rechts met zijn lees het complete verhaal. eigen ouders Bets en Piet Visser-Punt.

Dat is een mooie reden voor Gré’s Amerika heb je een mooi vrij leven. In NederBezoekMartin. onze webwinkel op www.hkbb.nl moeder Janny om maar eens langs te komen land zijn teveel dingen die niet mogen.” in Idaho. Tot dat moment is er vooral contact per brief geweest; Gré schrijft beide families wekelijks, telefoneren is in de jaren zestig nog een kostbare zaak. Moeder de Jong komt veilig aan bij haar dochter (niet zo vanzelfsprekend in die tijd, want vliegtuigkapingen waren toen ‘populair’). “Dat was een heel bijzonder weerzien”, zegt Gré. Later komen ook vader en moeder Visser op bezoek.

Ook Cees en Gré blijven Amerikanen. Gré: “De ruimte die je daar hebt, echt geweldig. In Nederland is het zo vol. Ik liep laatst over de markt in Hoorn; al die mensen, het vloog me gewoon aan.” En het Nederlandse verkeer kan ze al helemaal niet bekoren. Cees: “Ik heb absoluut geen zin om hier te rijden. Mensen zijn agressief in het verkeer en overal zijn fietsers en hardlopers.” Na hun bezoek aan Nederland in 1976 beginnen ze weer opnieuw en kopen een boerenbedrijf en bouwen ze een nieuwe melkstal. Ze starten met de vijfentwintig koeien en al het jongvee dat Cees heeft achtergehouden van de vorige veestapel. Het melken van koeien maakt in de loop der jaren plaats voor de productie van slachtvee. Later gaan beiden aan de slag als chauffeur op de schoolbus. Paul is tegenwoordig brandweercommandant.

U steunt hiermee onze vereniging. Doodloof Na zeven jaar verhuizen ze naar een grotere farm want, zegt Cees, “We barstten er bijna uit.” Op hun nieuwe stek groeit de veestapel tot zo’n tweehonderd stuks melkvee en tweehonderd stuks jongvee. Maar het is heel hard werken. Gré: “Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat koeien melken, alle dagen hetzelfde, ik werd er doodloof van.” Als in 1976 dochter Jenny wordt geboren en de nodige aandacht vraagt, heeft Gré het helemaal gehad met het Amerikaanse boerenleven. Ze verkopen nagenoeg de hele veestapel en gaan op vakantie naar Nederland. Het weerzien met de familie en Berkhout is geweldig. Natuurlijk vraagt iedereen of ze voorgoed terugkomen, maar dat zit er niet in; toen niet en nu niet. Paul: “Het zijn mooie vakanties en ik vind het leuk om mijn familie te zien, maar ik ga ook altijd weer blij terug. In

Met pensioen Inmiddels zijn Cees en Gré met pensioen. Ze wonen nog steeds op de boerderij, waar ze nog wat hooi en ander veevoer verbouwen. Cees blikt terug: “Ik ben blij dat we destijds gegaan zijn, maar het is niet altijd makkelijk geweest. De Nederlandse gezelligheid, ‘effies mooi anzitte’, dat kennen ze daar helemaal niet. Toen we er net woonden ben ik weleens in m’n knappe pak naar een café gegaan om een biertje te drinken ‘Wat kom jij hier nou doen?’ vroegen ze vol verbazing. Nee, die Hollandse gezelligheid, dat kennen de Amerikanen niet, die moet je zelf maken.” Kees Klaver Foto’s uit archief familie Visser-de Jong

Na het boerenleven worden Gré en Cees chauffeur op de schoolbus.

72  Jaarboek 2011 HKBB


toen...

Bobeldijk 12 rond 1900. V.l.n.r. Klaas Broertjes, Jan Broertjes, IJtje Jonker, Maartje Broertjes

Bobeldijk 12 in 2011. V.l.n.r. Arjan, Henk en Rianne Huisman. Suzanne Huisman in de armen van Bianca Stam.

nu

Foto boven uit het archief van Margreet Vis-Broertjes, foto onder Gretie Stelling.

Jaarboek 2011 HKBB  73


De schoolfoto van...

Peter Bot en Marco Dolfing Zesde klas openbare lagere school Berkhout

M

1975

arco: “Op de foto lijkt het of we in één klas zaten, maar dat was niet zo. Er waren toen heel veel zesdeklassers en daarom was de klas in tweeën gesplitst. De ene helft zat bij meester Gillissen, de andere bij meester Wardeniers.”

In de boom van links naar rechts Peter: “Helemaal links zit Willem Zonneveld, een heel leuke jongen. Kon niet zo goed voetballen, maar wel verschrikkelijk goed zwemmen. Hij werkt bij Zeeman Vastgoed, net als zijn vader altijd heeft gedaan. Is nog steeds een goede vriend van me.” Daarnaast Peter Pater. Marco: “Hij kon goed voetballen. Ging naar de KTS en de Lagere en Middelbare Tuinbouwschool. Die is al snel voor zichzelf begonnen. Met een groepje van een man of zeven iets met systeemplafonds.” Peter: “Hij is nu uitvoerder bij een aannemersbedrijf. Woont aan het Westeinde.” Naast Peter Pater, Peter Bot. “Ik ben pas later hier in Berkhout op school gekomen. Wij woonden eerst in Bobeldijk en toen ging ik in de Zuidermeer naar school. Ik vond het niet zo leuk op school. Ik was geen geweldige leerling en dat betekende bij meester Gillissen dat je achterin 74  Jaarboek 2011 HKBB


de klas zat. Voorin zaten de slimme kinderen. We waren altijd aan het voetballen op het trapveldje en het Berkenpleintje met Peter Pater, Peter Vlaar, Jos van Steen, Willem Zonneveld, zo’n hele groep. Na de lagere school ging ik naar de LTS en direct daarna ben ik bij mijn vader gaan werken. Ik was niet zo’n ‘leerder’. Ja later, later moest ik wel, anders mocht ik van pa de zaak niet overnemen. Drie avonden in de week naar de Streekschool in Heerhugowaard, zeven jaar lang, hou op, een paar keer gezakt. Toen woonden Wil en ik al samen. Maar het is toch gelukt.” Naast Peter Bot, Marco Dolfing: “Ja, dikke vrienden, toen al. Ik was ook geen leerwonder, vond het ook niet zo geweldig.” Peter: “Jij zat een beetje in het midden van de klas.”

logeerde meestal bij Gerrit Smit.” Daaronder Peter Kuyper. Marco: “Die noemden we altijd opa Kuyper. Weet niet waarom, was gewoon zijn bijnaam. Hij had altijd druivensuiker bij zich. Zijn vader stond met snoep op de markt.” Peter: “Hij woonde in de Baarsdorpermeer, tegenover de Ster van Evert Commandeur.” Op de tak Rob den Ouden. Marco: Hij zat altijd achterin de klas. Ik weet nog dat ie een keer zijn tafeltje mee naar huis moest nemen. Hij had erop gekrast en moest het van meester Gillissen meenemen en opnieuw lakken. Hij heeft er wel vier dagen over gedaan, toen kwam ie weer op school. Met zijn gelakte tafeltje.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onzeStaande vereniging. rij

‘Lompe boer’ Marco: “Gillissen noemde mij altijd ‘lompe boer’. Na de lagere school ging ik naar de mavo. Daar heb ik zes jaar over gedaan. Een keer blijven zitten, teveel gekloot met de meiden, en een keer gezakt, nee, dat was niet leuk. Ik werd wel erg groot. Na de mavo ging ik meteen in dienst en erna ben ik postbode geworden, inderdaad net als mijn vader. In mijn vrije tijd ging ik bij de vrijwillige brandweer en daar heb ik alle diploma’s gehaald om beroeps te worden. In 2002 ben ik bij de regionale brandweer gaan werken als preventiemedewerker. En inmiddels ben ik weer een stapje verder. Ik ben nu opleidingscoördinator voor Koggenland. Niet gek toch? Kun je wel zes jaar over de mavo hebben gedaan…” Boven Marco in de boom Bert Kistemaker. Peter: “Zoon van Wiebe en Wiena, de beheerders van De Ridder. Ging naar de KTS aan het Dampten en daarna gelijk de kokswereld in. Woont in De Goorn.” Daarnaast Eric Wiersma. Marco: “Woonde in De Goorn, was heel goed in judo. Hij wilde politieagent worden. Maar er is twee keer een reünie geweest van deze klas en bij de tweede keer, in 2005, is een boekje gemaakt en daarin vertelt Eric dat hij piloot is geworden.” Daaronder Peter Vlaar. Peter: “Aardige jongen. Ging ook altijd mee voetballen. Kon ie goed, maar hij kon nog beter biljarten. Speelde laatst gewoon tegen Dick Jaspers, de Nederlandse top. Hij kon ook heel goed tafeltennissen, kon eigenlijk alles goed. Hij is medewerker facilitaire zaken bij de gemeente Koggenland.” Ernaast Dick Burger. Peter: “Woonde in de boerderij op het Oosteinde waar nu Groen woont. Is met zijn ouders naar de Flevopolder verhuisd. Dick was later ook altijd hier in de weekends. Kwam op zijn brommertje. Hij

Meester Gillissen: Had voor iedereen een bijnaam en zijn aandacht ging voornamelijk uit naar degenen die goed konden leren. Hij woonde naast de school en voetballen was daar verboden. Naast meester Gillissen hangt aan een tak Sylvia Schouten. Marco: “Die speelde ook vaak buiten. Ze wilde boerin worden en dat is ook gebeurd. Ze werkt mee op het veebedrijf dat ze samen met haar man heeft.” Links voor meester Gillissen André Hoorn. Marco: “Hij werd Knor genoemd. Een enorme Feyenoord-fan. Deed ook altijd mee met het voetballen op het trapveldje. Hij is na school in een koekfabriek gaan werken.” Peter: “Daarnaast Freddy of Dennis Read. Hij woonde in Bobeldijk bij Jolanda Koster in de buurt. Kwam uit Duitsland en had nog twee broers. Ze werden geplaagd om hun haar. Die jongens hebben geen leuke tijd gehad.” Marieke van der Linden Vooren. Peter: “Die heeft het vak van haar vader overgenomen en is etaleur geworden. Ze woont in Oostwoud.” Marco: “Ze is nu politieagent. Ze werkt in Alkmaar bij de Politie Service Lijn op het meldcentrum.” Jolanda Koster. Marco: “Zij en Marieke waren dus dikke vriendinnen. Ze had al heel jong een kindje en heeft toen nog een tijdje in de Burgemeester Beemsterboerstraat gewoond.” “Vera stopte briefjes bij me in de bus” Vera Ootes. Peter: “Volgens mij is ze politieagent geworden.” Marco: “Ze stopte vroeger briefjes bij me in de bus. Ze woont tegenwoordig in Scharwoude. Ze zit in het bestuur van het dorpshuis De Grost. Daar kwam ik haar tegen toen ik daar was voor de brandweer.” Karin Nooij. Peter: “Zij was ook altijd met ons buiten. Ze zat in de wijn, net als haar vader. Wel toevallig weer een uit onze klas die het Jaarboek 2011 HKBB  75


zelfde vak heeft als zijn of haar vader.” Annemieke Swagerman: Marco: “Heel lief meisje, zacht stemmetje. Zij en haar familie waren altijd gek van de fanfare en zij zat altijd te lezen. Ze woont nu ergens in de Zaanstreek.” Gea Kwekkeboom. Peter: “Woonde in de nieuwbouw. Geen idee waar die gebleven is.” Jos van Steen: Marco: “Ik ben ‘m laatst nog tegengekomen. Hij werkt volgens mij bij een bank.” Arthur Snoek. Marco: “Die was nooit op het trapveldje, weet eigenlijk niet wat die na schooltijd deed. Ik denk zijn vader en zijn oom helpen in de bloemenkas. Nu kom ik hem veel tegen bij de voetbalwedstrijden op zondag want hij is scheidsrechter.

Mooiste meisje van de klas Lidwien Thorn. Marco: “Ja, die vonden we alletwee wel erg leuk. Tekenden we hartjes met pijltjes erdoor, op het ene briefje Peter en het andere weer Marco. Ze speelde dwarsfluit, was een hele aparte griet. Ik denk dat ze wel het mooiste meisje uit de klas was. Nou ja, het allermooiste meisje was Romi Doze, daar was iedereen op, maar die zat een klas lager. Na de lagere school ging Lidwien naar het vwo en was voor ons uit beeld.” Carry Waterreus. Peter: Klein grietje. Met Sint Maarten gingen we altijd daar aan de deur zingen, want dan kreeg je een zakje chips. Marja de Jong. Marco: “Ze kwam pas in de vijfde klas in Berkhout op school, maar dat klikte direct. Ze was ook altijd met ons buiten. De eerste jaren op de mavo waren we heel gek op elkaar.” Peter: “Ze had een lieve moeder en die vond alles goed. Wij waren daar wel vaak. En Marja is nog steeds een goede vriendin van ons beiden.” Jolanda Kleinsma. Peter: “Die is overleden, maar eerlijk gezegd weet ik daar niet veel over te vertellen.” Gemist op de foto: Marcel Groot uit Bobeldijk. Marco: “Hij kon wel aardig gymen, zat in de kerngroep. In de loop van de zesde klas is hij van school gegaan. Zijn ouders kregen ruzie met Gillissen en de kinderen Groot gingen voortaan in de Zuidermeer op school.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging. Zittende rij Wilma Groot. Peter: “Die was van Cor Groot, een groot gezin, zes kinderen. Haar jongste zusje Wendy is verongelukt. Ze zit in de verzekeringen en heeft de zaak van haar vader overgenomen. Ze is samen met John Keesoom uit Bobeldijk.” Margreet de Haas. Marco: “Kon heel netjes schrijven. Daar had ze altijd negens voor.” Peter: “Ze was de dochter van onze baas van het bollenrapen, Meindert de Haas. Die was heel doof en zei altijd als je iets vroeg: ‘Ja, dat is zo.’ Zeiden we een keer met rapen: ‘Meindert we gaan naar huis hoor.’ Dus hij zei weer: ‘Ja, dat is zo.’ Wij gingen en hij vroeg zich af: waar gaan die jongens nou naartoe?” Alice van Munster. Marco: “Ze kwam uit De Goorn, zat op de mavo bij mij in de klas.” Astrid de Haas. Peter: “Zusje van Chris en die was een goede vriend van ons beiden. Chris was heel veel bij Marco thuis, zat er dag en nacht, ging zelfs mee op vakantie.” Marco: “Ik herinner me een oudejaarsavond. Chris rookte stiekem en had een tasje vuurwerk in zijn hand. Hij stak een bommetje aan en hij stond een beetje onhandig te doen. Deed ie dat bommetje in dat tasje! Iedere oudejaarsavond komt dat verhaal weer langs. Maar dit gaat over Astrid, over haar weet ik eigenlijk niet zoveel.” Joke de Groot. Peter: “Leuke meid, kon verschrikkelijk hard lopen. Ze kon net zo goed met de jongens meedoen, fanatiek, heel goed in sporten. En ze trok aan haren, weet ik nog. Joke was heel populair, wel het populairste meisje denk ik. Ze had een grote bek, was een beetje stoere meid. In mijn boek uit die tijd staan Joke de Groot, Romi Doze en Carla Schuijtemaker als dé meisjes. Joke woont nu met een vriendin aan de Oude Gouw bij Wognum en werkt in Leekerweide.”

76  Jaarboek 2011 HKBB

Ria Corveleijn

Peter Bot en Marco Dolfing (foto Gretie Stelling)


middenstand 1961

Geknipt uit een programmaboekje voor een bonte avond in 1961. De dagelijkse boodschappen kon je toen nog op het dorp doen. Vijftig jaar later zijn er nog slechts twee ondernemers over van deze verzameling: Arentsen en Timmerman(s).


Wiebe en Wiena Kistemaker (foto Gretie Stelling)

Ze waren de eerste beheerders van dorpshuis De Ridder St. Joris, Wiebe en Wiena Kistemaker. Ze kwamen in 1971 in het nagelnieuwe gebouw en namen in juni 1994 afscheid. In die tijd maakten ze alles mee: lief en leed, bruiloften en uitvaarten.


De eerste beheerders van dorpshuis De Ridder St. Joris

Wiebe en Wiena

W

iebe (77) en Wiena (72) herinneren het zich nog allemaal als de dag van gisteren. En zo niet, dan zijn er de aantekeningen van Wiebe. Want Wiebe heeft zich voorbereid, vertelt Wiena. “Zoals ie altijd met alles deed en nog doet.” Wiebe: “Wiena en ik werkten al veel in de horeca, dan eens hier, dan daar, in de hele omgeving. Het was werk dat we graag deden. En ik kende Berkhout goed, want ik kwam er als melkcontroleur bij de boeren. Op een dag was ik bij Maarten de Jong, die was bestuurslid van de stichting Dorpshuis De Ridder St. Joris. Er had een advertentie in de krant gestaan waarin een beheerder werd gevraagd. Maarten zei tegen mij: ‘Ik heb jouw brief er niet bij gezien.’ Dat klopte, want ik had ook helemaal niet geschreven. Hij zei: ‘Als je wat wilt, dan heb je hier pen en papier en dan ga je daar maar even zitten. Er is vanavond vergadering, dan neem ik je brief wel mee.’ En dat heb ik toen gedaan.” Kruiwagen Er bleken 400 sollicitanten te zijn. Dat lijkt bijna een loterij. Wiebe: “Dat is zo, maar met Maarten had ik een kruiwagen, dat kun je gerust zeggen. En bij die 400 zat van alles, ook bij wijze van spreken schoorsteenvegers die weleens iets anders wilden gaan doen.” Hoe dan ook, vijf dagen nadat hij de brief geschreven had, kreeg hij bericht dat hij bij de laatste vier zat. Wiebe werd uitgenodigd voor een gesprek in hotel Petit Nord in Hoorn. En het bestuur kwam op bezoek in Sijbekarspel, waar Wiebe en Wiena toen woonden. “Om te praten, maar ook om te kijken hoe we erbij zaten”, weet Wiena. De dag na dat bezoek hoorde Wiebe dat hij het was geworden. Wiena: “Ik ben toen nog een keer met mevrouw Klaij mee geweest naar een bijeenkomst van de

Plattelandsvrouwen in het café in Bobeldijk. Moest ik kennismaken, ‘op zicht’ zeg maar.” Wiebe en Wiena werden aangenomen als beheerders-échtpaar. Dat was met ingang van 1 februari 1971. Boven de Ridder was een beheerderswoning waar ze introkken met dochter Dorien (10) en zoon Bert (8). Inrichting en inventaris moesten nog worden aangeschaft voor De Ridder. Wiena: “Dat ging niet zomaar. Dat gebeurde met het bestuur en vertegenwoordigers van verenigingen. Ik herinner me dat we urenlang over een model theelepeltje hebben gesproken.” Maar dat lukte ten slotte allemaal en op 17 april 1971, twee jaar nadat de ‘oude’ Ridder was verbrand (zie kader), opende burgemeester De Vos officieel dorpshuis De Ridder St. Joris. Wiebe: “De eerste bruiloft was toen al geweest, die was van Gerra en Teeuwis Klaij. En een paar weken later hadden we onze eerste kermis.” Er zouden er nog vele volgen. “We hebben in de loop der jaren 150 bruiloften gehad en 24 keer kermis gevierd.”

Even op de foto voordat de kermis begint. V.l.n.r. Cor Verhart, Jan Sleegers, Lex Bijhouwer, Ton Knijn, Ria Knijn, Siem Beemsterboer. Vooraan Wiena Kistemaker. Jaarboek 2011 HKBB  79


Zes bazen In het begin was het niet zo eenvoudig. Het was echt wennen. Wiena: “Je had met een bestuur te maken, dat betekende zes bazen. De een kwam binnen en wist dit en een volgende wist weer dat. Toen heb ik op een vergadering gevraagd om dit voortaan op de vergadering naar voren te brengen. Als bestuursleden aan de bar kwamen, waren het klanten net als iedereen. Toen is het wel goed gekomen.” Het dorpshuis kreeg al snel zijn plaats in het dorp. In 1971 waren er 500 gebruikers, maar een paar jaar later waren het er al 750. Tal van verenigingen vonden er onderdak en diverse feesten werden gevierd. Maar ook van buiten Berkhout wist men De Ridder te vinden. Wiebe: “Er gebeurde van alles. We hebben drie keer het Nederlands kampioenschap biljarten gehad, tweemaal het Nederlands kolfkampioenschap, twee keer het Noordhollands kolfkampioenschap en het Wiena en Wiebe aan het werk begin jaren 70. honderdjarig bestaan van de Nederlandse Kolfbond is ook in de Ridder gevierd. En dan waren er de avonden met artiesten, georganiseerd door iemand uit Hoorn. Zo kwam Koos Alberts bijvoorbeeld. Dat was vóór zijn ongeluk. Later is hij nog eens geweest. Toen zat hij in zijn rolstoel.” De Ridder was ook een geliefd vergaderadres voor bijvoorbeeld het waterschap West-Friesland, de Rundvee Organisatie Noord-Holland en de firma Heddes. Watersportvereniging Hoorn hield in Berkhout haar jaarlijkse nieuwjaarsbijeenkomst met zuurkool en boerenkoolmaaltijden voor honderden leden. In het begin was er een kok die voor gezelschappen kookte. Wiena: “Dat was Jan Blokker, kok van de Krententuin (de voormalige gevangenis op het Oostereiland, red.) in Hoorn. Maar al gauw deed ik dat zelf en als het hele grote gezelschappen waren, belde ik Jan. Later hielp Bert, onze zoon. Die is kok geworden en heeft ook veel gekookt.” Overloop en onrust Wiebe en Wiena maakten als beheerders ook de grote overloop mee, de uitbreiding van het dorp waar veel Amsterdammers op afkwamen. Wiebe: “Dat was voor het dorpshuis wel gunstig. We hadden er goede klanten aan, die Amsterdammers verteerden net even meer.” Maar het gaf ook onrust. Zo kwam er een rap80  Jaarboek 2011 HKBB

port waarin stond dat er te weinig te doen was voor de jeugd. En de kranten kopten dat de beheerder van De Ridder kindonvriendelijk was. Wiebe: “Dan krijg je wel een dreun. Dat was afkomstig van buitenpoorters. Maar we hadden wel degelijk alles op met de jeugd. En er waren wel dertig verenigingen in het dorp; sportverenigingen, jeugdverenigingen, noem maar op. Maar wat zij wilden kon niet: een eigen zaaltje, waar ze naar binnen konden wanneer zij dat wilden, eigen drank mee. Een soort jeugdhonk ín De Ridder. Dat was toen een nare tijd.” Siem en Annie vervangers Wiebe: “De Ridder was nooit dicht, we hadden ook geen vaste vrije avond. Wiena ging met de kinderen naar boven en als die tegen half tien sliepen, kwam ze meestal weer beneden. Nee, de kinderen hebben er nooit een hekel aan gehad. Ze profiteerden er natuurlijk ook van, ze konden altijd overal aan meedoen. Later gingen we op de woensdag dicht, dat werd de inkoopdag.” Wiena: “Als wij een week op vakantie gingen, dan sprongen Siem en Annie Beemsterboer in. Een van die keren was er ingebroken. Ik had een stuk taart over van een feest en dat had ik voor hun klaargezet. Maar die inbrekers waren daar mee aan het gooien geweest. Siem deed de deur van de keuken open en flats… viel zo die taart op zijn hoofd. “ Kermis Hoogtepunt van het jaar was de kermis. Dat betekende hard werken. Wiebe: “We begonnen op woensdag al met de voorbereidingen. Gordijnen eraf, alle vloerbedekking eruit, knappe stoelen eruit, oude erin.” Vrijdag begon de kermis, dan zaterdag, zondag en maandag. De dag na kermis was De Ridder dicht en werd alles schoongemaakt en weer opnieuw ingericht. Behalve die ene keer. Wiebe: “Toen was er ’s morgens om half negen een vergadering van de gemeente. Nee, dat kon niet anders. We hebben ’s nachts die ene zaal schoongemaakt, zodat het door kon gaan. Je kunt dan niet meer op je benen staan, maar daar kom je ook weer doorheen. Later, als je wat ouder wordt, wordt dat wel lastiger.” Wiena: “Het was veel werk, maar dat was niet erg. Je wist wat je binnenhaalde. Carnaval hebben we ook een tijd gehad, dat vond ik veel erger. Dat betekende altijd veel troep, veel mensen uit andere dorpen en vaak eigen drank mee. Ze maakten troep maar verteerden niets.” Wiebe: “Kermissen waren voor de omzet prima dagen. Wij werkten gedeeltelijk op een percentage van de omzet, dus een goede kermis


was voor ons altijd dubbel leuk. We hebben vreselijk goede kermissen gedraaid, als je dat vergelijkt met nu. Nergens is het meer zo druk als het vroeger met kermissen was. Wij hebben echt in de goede tijd gewerkt.” Feesten en verdriet Wiebe: We hebben ook een keer een bruiloft en een uitvaart op één dag gehad. En in die tijd waren we ook nog dependance van het gemeentehuis en werd er bij ons getrouwd. Dat gebeurde óók nog op die dag. Dat was wel heel hectisch. Wiena: “We hebben ook een opbaring in De Ridder gehad. De kerk werd toen verbouwd en de familie wilde toch graag dat de overledene in het eigen dorp bleef. Dat kon toen, ik weet niet of dat nog zou kunnen en mógen.” Wiebe: “We maakten leuke dingen mee, maar ook hele nare. Soms was je net een maatschappelijk werker. Ik heb weleens tot vier uur ’s nachts met iemand zitten praten die het niet meer zag zitten, maar je werk ging wel door. Ach, we hebben er van alles meegemaakt en ik durf te zeggen dat we er fantastische jaren hebben gehad. We hebben er veel vriendschappen aan overgehouden; met personeel maar ook met klanten van De Ridder.”

Korte historie van het dorpshuis Lang voordat er sprake is van een dorpshuis De Ridder Sint Joris, is er al een dorpscafé met dezelfde naam. Uitbaters zijn onder anderen Dop, Schmidt, Barten en Van Velzen. In maart 1959 wordt een stichting Dorpshuis opgericht. Doel is ervoor te zorgen dat er gegymd kan worden. Ook de kolfbaan moet worden opgeknapt, want die verkeert in abominabele toestand. Kortom: het verenigingsleven moet goed onderdak. Dat komt allemaal dik in orde, want de gemeenschap tast diep in de buidel en er is veel zelfwerkzaamheid. Helaas, tien jaar later, in de nacht van 9 op 10 maart 1969, brandt het hele complex af. Er is niets meer van over. Verenigingen zijn gedupeerd doordat ze hun onderdak kwijt zijn, maar ook spullen zijn verloren gegaan. Diezelfde dag nog gaat het gemeentebestuur om de tafel met de verenigingen. Deze kunnen tijdelijk terecht in het Kruisgebouw en het café in Bobeldijk. In de kerk wordt een houten noodvloer gelegd, zodat de gymlessen gewoon door kunnen gaan. Er komt een houten noodcafé, De Houten Herberg, en de eerste plannen voor een nieuwe Ridder worden gemaakt. De totale kosten zijn f 568.000,-. Er kan op drie ton subsidie gerekend worden, maar het dorp moet zelf ook een bijdrage leveren. Dat gebeurt met intekenlijsten en op die manier wordt op één avond f 38.000 opgehaald. Door instellingen en organisaties wordt deze bijdrage nog verhoogd tot f 55.000. Er is nog wat geld van de brandverzekering en als alles bij elkaar opgeteld wordt, moet er nog f 150.000 geleend worden. En dat kan uit de exploitatie betaald worden. Op 16 april 1970 wordt de eerste paal geslagen. Een jaar later wordt het nieuwe dorpshuis geopend. Maar al snel is er behoefte aan meer ruimte. Zo komen er door de jaren heen verschillende uitbreidingen. De Ridderzaal wordt vergroot en ook de biljartzaal. En er komt een nieuwe grote keuken. Vervolgens wordt de kolfbaan uitgebreid. De laatste verbouwing is een nieuwe bar. Begin jaren negentig stoppen Wiebe en Wiena als beheerders van De Ridder. Wilco Haring neemt het van hen over. Het dorpshuis wordt dan geprivatiseerd, dat wil zeggen, dat de beheerder niet meer in dienst is van de stichting, maar het pand huurt en dus zelf verantwoordelijk is voor de exploitatie. In 2005 overlijdt Wilco Haring plotseling. Het bestuur gaat op zoek naar nieuwe exploitanten en vindt die in het echtpaar Alex en Elleke Haagsma. In een volgend jaarboek meer over de historie van het dorpshuis.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal.

Je moet het samen doen Wiena: “Als je in de horeca gaat werken, moet je het alle twee leuk vinden anders red je het niet. En je moet je goed blijven voelen. Als je met ziekte te maken krijgt, houdt het ook op.” En Wiena weet waar ze over praat. “Het was tijdens de autoloze zondagen in de jaren 70. We hadden een hele drukke dag gehad. ’s Avonds klapte ik in elkaar, ik kon niet meer praten, stond helemaal te trillen. De dokter kwam en ik ben ‘platgespoten’, kreeg een slaapkuur en

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Annie Beemsterboer was een vaste kracht in De Ridder. Hier is ze in actie tijdens de carnaval begin jaren 70.

Jaarboek 2011 HKBB  81


heb een week geslapen. Ik had me veel te druk gemaakt. Daarna ben ik weer voorzichtig begonnen. Ik hield er migraineaanvallen aan over en stond dan echt buiten met mijn hoofd tegen de muur te beuken. Dan weer naar binnen en weer verder. Daar ben ik nooit meer vanaf gekomen. Op een gegeven moment raakte ik ook gedeeltelijk in de WAO. Het is nu wel minder, dat schijnt ook zo te zijn als je ouder wordt. Als ik het nu heb, neem ik een tabletje en knap ik wel weer op.“

In 1994 was het officiële afscheid en vertrokken ze dus naar Abbekerk, de plaats waar Wiebe geboren is. “Het huis van mijn moeder kwam vrij en daar wilden we graag in. En dat bevalt nog steeds prima.” Stoppen in de Ridder betekende voor Wiebe en Wiena niet stilzitten. Wiebe: “Ik ben jaren beheerder van de tenniskantine in Abbekerk geweest. Ja, daar zal ik wat afgewerkt hebben. Ik ben er erelid geworden. En we hebben ook nog wel eens een feestje voor iemand verzorgd, toen de dochter van de buren trouwde, bijvoorbeeld. En Wiena heeft nog twee jaar gekookt hier in het verzorgingstehuis.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl Medewerkers Behalve Annie en Siem, was ook Vera van der Zel een van de werkers van het eerste uur. En Liesbeth en Jaap Hart, die later De Posthoorn in Hoorn hadden, Ger Beuling die naar Brabant verhuisde, Gina Schets, Gerie Blaauwbroek en Hennie Bakker. Later werd Wilco Haring als tweede man aangenomen en werd het voor Wiebe en Wiena wat rustiger Wiebe: “Verschillenden die bij ons hebben gewerkt, hebben nu een eigen zaak; een stel hier in Abbekerk bijvoorbeeld. Door de jaren heen hebben we wel zo’n vijftig medewerkers gehad. Sommigen voor een enkele keer of alleen bij kermis. En altijd met plezier, nooit narigheid gehad. En met veel hebben we nog steeds contact.” Wiena: “Ik probeerde het werk altijd zo eerlijk mogelijk te verdelen. Om de beurt schoonmaken, om de beurt de toiletten doen. En na afloop nog even met z’n allen gaan zitten. Ik was vaak misschien wel wat scherper dan Wiebe. Was er een bruiloft, dan wilde ik dat iedereen een zwarte rok en witte bloes droeg. Toen kwam er een in een blauwe rok. Die heb ik toen teruggestuurd. Iedereen moest er knap uitzien.”

Ernstig ziek U steunt hiermee onze vereniging. Vier jaar geleden werd Wiebe ernstig ziek. Hij

Afscheid In 1988 verhuisden Wiebe en Wiena naar de Dirk Laanstraat. Wiebe: “Dat was wat rustiger. Boven de Ridder wonen betekende veel geluid en ook dat er altijd aangebeld werd, je was nooit echt vrij. Daar sta je van te kijken hoor, mensen belden om van alles. We Nieuwjaarsreceptie in De Ridder, begin jaren 70. hadden een vrouwtje V.l.n.r. Dave van Diepen, Siem Vos, Jaap Blaauw- in het dorp dat om half drie ’s nachts nog broek, Peter de Weerd, Martin Veld, Klaas Hart, de vrouw van René van Veen, Jaap Hart, Henk de aanbelde voor een fles drank.” Weerd. Voor: Wiena en Dorien Kistemaker. 82  Jaarboek 2011 HKBB

bleek darmkanker te hebben en moest geopereerd worden. Wiena: “Kanker heb je samen. Eigenlijk zijn we niet heel bang geweest. Ja, in het begin, toen we moesten wachten op de uitslag of er uitzaaiingen waren. Dat was gelukkig niet zo. Hij is goed behandeld en wordt ieder half jaar gecontroleerd. We kijken vooral vooruit.” Met de kinderen, Dorien en Bert, gaat het goed. Dorien is getrouwd met Willem Schoone, bekend van de kermisband Shoreline. Wiebe: “Ze wonen in Petten en hebben twee dochters van 17 en 14 jaar. Dorien is gastvrouw in een verzorgingshuis. En Bert is kok, de laatste jaren in een verzorgingshuis in de Dapperbuurt in Amsterdam. Hij heeft een vriendin met wie hij min of meer samenwoont; een hele leuke meid. Toen we 50 jaar getrouwd waren, zijn we met z’n allen naar Tenerife geweest. We gaan daar ieder jaar vier weken naartoe. Alle kinderen zijn toen een week geweest.” Wiena: “We vinden het daar heerlijk. Je hoeft er niets: lekker wandelen, zwemmen, een boek lezen, de zon, zalig.” Geen horeca-activiteiten meer voor het echtpaar Kistemaker. Wiebe: “Ik kolf. Ik heb nu wat last van mijn knie, maar als dat beter gaat, ga ik ook weer tennissen. En we fietsen veel.” Wiena: “Ik zwem, kolf, en ik zit hier in Abbekerk op jeu de boule. We doen alleen nog maar dingen die we leuk vinden, dat hebben we ons voorgenomen toen Wiebe ziek was.” Ria Corveleijn Foto’s afkomstig uit het archief van de geïnterviewden.


Het schoolreisje van Jan Blokker Vzn.

Dit was mijn schoolreisje. Volgens mij de enige in mijn hele lagere schoolperiode. We zijn in de veertiger jaren of net ervoor. Het klimduin in Schoorl, wie is er niet geweest. Hoe we erheen gingen? Ik denk met paard en wagen. Ik ken iedereen nog wel van naam, mogelijk dat ik een enkele voornaam kwijt ben. Van boven naar beneden en van links naar rechts. Hr. Dirk Wit, Hr. Donker, Juffrouw Wiersma, Meester Bergsma, Meester Hooiberg, Hr. Haringhuizen en Mevr. Beemsterboer. Kees Koetsier, Trijnie Sietsma, Alie Bruin, Kees of Teun Mastenbroek, Klazien Visser,Teun(?) de Bruyn, Arend Bousma, Tineke Laan, Gerianne Koster, ... de Bruyn, Jan Blokker Vzn, Dick Tangeman, Kees Hart, Henk Pietersma, Arie Beemsterboer, Siep Jellema, Jopie Spaans, Cor Vis, Cor Homan, Martin Leeuw, Ad Kuin, Arie Langereis, Siem Koops, Jansje Schuring, Nico Koetsier ,Sieta Lageveen, Dicky Nobel, Aukje Mast, Wiena Slagter, Grietje Leegwater. Teun of Kees Mastenbroek, Wim de Ruiter, Frans Peetoom Jbzn. Jan Sas, Jaap Hart, Jaap Smit, Luit Schuts(Ton) , Klaas Vos, Kees van der Kooy, Jan Veld(de Weerd|), Dick de Haas Dzn., Piet de Haan, Frits Slikker, Meindert de Haas Jbzn., Piet Sas. Teun Langenberg, Jaap Dekkers, Wietse Bollema, Wietze den Dolder, Olof Middelbeek, Alie Scheer, Jaap Eilander, Dicky Schuitemaker, Catrien Naber, Klasien Dekkers, Jopie Kulk, Stijnie Scheer, Aaf Laan, Eefje Clay, Grietje de Bruyn, Alie Visser Pd., … de Bruyn, Stijnie Schuts, … de Boer, Annie Jellema, Gré Nobel, Aukje Lageveen, Dik Kommer, Jellie Slotemaker, Bram Vos en Wessel Sjoerds.

Jaarboek 2011 HKBB  83


Het verhaal van Grote Teunis Groot

Boerenknecht

“M

Teunis Groot en zijn vrouw Dieuwertje Schagen

In het midden van de twintigste eeuw woonden in Berkhout meerdere inwoners die Teunis Groot heetten. Zoals vaak gebruikelijk werden die onderscheiden door bijnamen: Kleine Teunis, Scheve Teunis en Grote Teunis. Die laatste was mijn grootvader. Hij werd in 1877 geboren in Wijdenes en woonde van 1929 , toen hij ging rentenieren, tot zijn overlijden in 1964 in de Kerkebuurt in het huis waar later Beuling woonde, naast schilder Kuin. “Aan de Keizersgracht”, zoals hij trots vermeldde. Opa Groot begon als boerenarbeider, net als zijn vader. Hij klom later op tot eerste kaasmaker-bedrijfsleider bij de kaasfabriek Concordia aan het Westeinde van Berkhout en bekleedde daarnaast functies in vakorganisaties, bij vakopleidingen en in het verenigingsleven. In augustus 1949 scheef hij ‘Een beknopte levensbeschrijving van T. Groot Czn.’ en gaf die aan mij, Sibert Teun (Bert) Meurs, zoon van Bertus Meurs en Trien MeursGroot. Uit dit levensverhaal van mijn grootvader citeer ik enkele delen die het leven van een boerenarbeider rond de vorige eeuwwisseling beschrijven. Sibert Meurs 84  Jaarboek 2011 HKBB

rond 1900

ijn vader was vaste arbeider bij een boer en dat was zo rond 1880 geen pretje. De levensomstandigheden van een boerenarbeider waren toen bedroevend. Het loon was toen 6, zegge zes gulden per week en voor een losse arbeider 8 centen per uur. ’t Was toen voor een gezin gewoon armoede lijden. En maatschappelijk was je in tel evenals een rotte kool bij een groenteboer. Om te trachten zijn positie iets dragelijker te maken wist hij in Hoorn twee dagen per week stalknecht te worden. Donderdags bij de kaasmarkt aan de Rode Steen en zaterdags wegens de veemarkt bij ‘Het Onvolmaakte Schip’ op het Breed. Toentertijd verwerkten alle boeren zelf hun melk tot kaas en boter op de boerderij en bestonden er nog geen zuivelfabrieken. Elke boer markte zelf zijn kaas donderdags in Hoorn. Ze kwamen met paard en wagen en stalden hun paard bij een stalhouder. Vader wist op die twee dagen een flink dagloon te verdienen en de overige vier dagen ging hij los werken bij de boer. Los arbeiden beviel hem blijkbaar toch niet, want enkele jaren later werd hij broodventer. Hij kocht brood van een Hoornse bakker en ventte dit weer uit voor eigen rekening. Hij ging hiervoor naar Zwaag, Blokker, Oudijk, Binnenwijzend, Schellinkhout en Lage Weg. Eerst met een handbroodwagen en later met een hond er voor. Dienen als boerenknecht Toen ik zelf elf jaar was had ik de zes klassen van de lagere school doorlopen en moest ik aan het werk. Dat was toen gewoon: ’t zij een jongen of een meisje, je ging direct van de lagere school dienen als boerenmeid of boerenknecht. Ik begon op die leeftijd in de fruittuin bessen te plukken. Daar verdiende ik twintig centen per dag van ’s morgens 6 tot ’s avonds 7 uur En als ik eens een enkele keer ’s morgens vijf minuten te laat kwam dan werd er zaterdags 5 centen van mijn loon afgehouden. In de daarop volgende winter ging ik weer naar school tot het voorjaar, want toen moest ik weer gaan werken in een fruittuin. De daarop volgende winter moest ik van mijn vader het melken leren, want, zo beweerde hij, als je melken kon dan kon je je altijd redden. Ik leerde dus melken, maar wilde veel liever in de tuin werken (je begon dan bij daglicht tot ’s avonds zeven uur en ’s zondags vrij, wat een groot verschil was met werken bij een boer). Toch verdiende je als arbeider in de tuin niet veel en er was hoegenaamd geen sprake van dat je je daarbovenuit zou kunnen werken. Je vader was arbeider, je ooms waren het en zo goed als alle jongens gingen datzelfde pad. Dus was het zo goed als vanzelfsprekend dat dit ook voor mij was weggelegd. Op 2 februari, de dag waarop de boerenknechts gewoonlijk veranderden van baas, ging ik als boerenknecht aan het werk


in Zwaag. Maar ook boerenknecht wezen viel me niet mee. Lange dagen, ook ’s zondags steeds in ’t haam en toch ook tegen een laag loontje.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en ‘Vet’ Na twee jaar raakte die boercomplete zogenaamd leesik bijhet verhaal. ‘vet’. Dat noemden ze zo als je binnentijds door onaangenaamheden bij een boer wegging. Dat was in de herfst van 1895. Ik verhuurde mij toen bij de wed. S. Waterdrinker in Berkhout. Die datum was mijn intrede in Berkhout, waar ik tot heden mijn woonplaats steeds heb behouden. Behalve boerderij was daar ongeveer vier hectare bouwerij en vier man personeel. De verhouding met de wed. Waterdrinker en ook onder elkander liet veel te wensen over en dat maakte dat ik 2 februari daarna alweer verhuisde. Toen naar de heer W. Nobel Dzn. te Bobeldijk. Daar beviel het mij wel goed, doch in die zomer moest ik loten voor militaire dienst. Ik was een jaar daarmee kwijt. Mijn oude patroon, de heer W. Nobel Dzn. schreef mij toen ik nog in dienst was , dat hij had vernomen dat ik binnenkort weer uit dienst kwam en of ik dan weer bij hem werkzaam wilde zijn. Daar ik heel goed bij hem tevreden was geweest, gevoelde ik daar ook wel iets voor.

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Tweevijfentwintig, dat was mis Met verlof eens thuis zijnde, zocht ik hem hiervoor op. Vóór mijn diensttijd had ik twee gulden per week bij hem verdiend en nu hij zelf te kennen gaf mij wel weer te willen huren had ik het voornemen twee vijfentwintig per week te vragen. Maar o jee, dat was mis. Hij wilde beslist niet meer dan twee gulden geven. Hij raadde mij aan dit bij zijn buurvrouw wed. J. Komen te proberen, mogelijk dat zij dit wel wilde geven. Hij ging persoonlijk met mij naar die weduwe en waar hij met zijn neus bij zat verhuurde ik mij daar voor twee vijfentwintig per week. Dit tekent de tijd waarin we toen leefden. Voor een kwartje per week, zegge 3½ cent per dag, kon hij een knecht krijgen die naar zijn genoegen was, anders had hij mij toch niet geschreven, temeer daar hij in die tijd aan elke vinger wel een knecht kon krijgen. Maar die 3 ½ cent was te veel. Na twee jaar verhuurde ik me bij Js. Nobel, een broer van W. Nobel Dzn., voor tweegulden vijftig per week. De lonen werden in die tijd, we schrijven 1901, wel een ietsje hoger en aangezien ik mijn arbeid steeds zo duur mogelijk trachtte te verkopen, wilde ik na een jaar wel bij Js. Nobel blijven,

Er zijn geen foto’s van Teunis Groot als boerenknecht. Boerenknechten gingen niet op de foto. In het beste geval mochten ze het paard vasthouden, als de familie op de foto ging. Zoals op deze foto uit het Westfries Archief. doch voor niet minder dan drie gulden per week. Daar wilde de boer niet aan. Ik had al een paar maal geprobeerd dit loon bij een andere boer los te krijgen, maar hierin was ik niet geslaagd. ’t Werd op het laatst januari. De boer had nog geen andere knecht gehuurd en ik had ook nog geen andere baas. Of hij op mij wachtte tot ik hem zijn zin zou geven, kon ik niet weten, maar op het laatste nippertje gaf hij toe en zou ik drie gulden per week verdienen. Wat een loon. ‘Men’ wilde het bijna niet geloven! Zes gulden vijftig en vrij wonen Na een jaar ging ik trouwen en verhuurde ik mij bij J. Wonder als vast arbeider voor zes gulden vijftig per week plus vrij wonen en ‘men’ riep weer: ‘Wat een geld!’ Hoewel ik best tevreden was bij de heer J. Wonder, had ik toch het gevoel dat het niet goed ging. Ik had het voorbeeld van oudere collega’s dat je nooit een trapje op de maatschappelijke ladder zou kunnen stijgen en je wist ook dat, als je op leeftijd kwam, de boer liever een jongere kracht zou huren. Je kunt dan zelf lang niet overal meer terecht en loopt het risico dat je je bij liefdadigheidsinstellingen moet vervoegen om onderstand. Voorbeelden daarvan waren er toen te over. Maar....kom er maar uit.”

“Maatschappelijk was je in tel evenals een rotte kool bij een groenteboer.” Jaarboek 2011 HKBB  85


De geschiedenis van een boerderij met een gedicht

Westeinde 276 (foto: Gretie Stelling)

de

Bonte Koe


Boerderij De Bonte Koe op het Westeinde van Berkhout zegt u hoogstwaarschijnlijk niets. Maar als we vertellen dat op de gevel van deze boerderij een gedicht staat, gaat er vast een lichtje bij u branden. Jan Peereboom deed onderzoek naar de geschiedenis van Westeinde 276 en zijn bewoners.

A

ls we de voorzijde van de statige boerderij aan het Westeinde 276 eens goed bekijken begrijpt u het waarom van de naam De Bonte Koe. De voorgevel is versierd met een naar links kijkende bonte (zwart-witte) koe. Deze koe is een replica van de koe die de voorganger van de huidige boerderij al moet hebben gesierd en de naam aan de boerderij gaf. Hoewel de naam overigens waarschijnlijk alleen in de volksmond bestond. Onder de koe zien we een vierregelig gedicht: Als sneeuw geboomt en veld bedekt Dan mag hier vreedzaam ’t vee vernachten Totdat de winter weer vertrekt En kruid en bloem op ’t veld hen wachten Jaarboek 2011 HKBB  87


Het gedicht Aan dit gedicht zit een verhaal vast. Het gedicht stond niet op de voorganger, maar is er in 1910 na de bouw opgekomen. De boerderij werd in 1910 gebouwd voor het kersverse echtpaar Jan Helder en Trijntje Kaper. In de dagen voor hun huwelijk, dat De Bonte Koe en het gedicht op de gevel. plaats zou vinden op 22 (foto Gretie Stelling) april 1910, ging het jonge stel er geregeld met paard en wagen op uit om bij familie te gast of om de thee te gaan. Zo kwamen zij ook bij een oom van de bruid, Kees Kaper uit Zwaagdijk. Tijdens het ongetwijfeld feestelijke bezoek kwam ter sprake dat het stel een spreuk op hun nieuwe huis wilde hebben. De aanwezige olijke buurman IJs Galis kon daar voor een kistje sigaren wel voor zorgen, zo beweerde hij. Misschien wel boven verwachting, maar Galis kreeg het inderdaad voor elkaar, al moest hij er wel voor naar Friesland, waar dezelfde spreuk op een boerderij prijkte.

sloopte boerderij gebouwd werd in de periode 1860-1880, een tijd waarin de meeste boerderijen nieuw gebouwd of verbouwd werden. Jacob Helder Over Jacob Helder wat meer. Jacob Helder werd in 1830 geboren te Obdam, huwde in 1852 te Obdam met Grietje Nierop (geboren Obdam 1833). Zij gingen boeren in Obdam en vanaf mei 1881 in Nibbixwoud aan de Dorpsstraat (nu nummer 117). Zij maakten een economisch zeer gunstige tijd mee; in de landbouw en veehouderij werd in die jaren veel verdiend. Jacob investeerde in die jaren in onroerend goed: in 1867 de aankoop van een boerderij met 22,5 hectare land te Bobeldijk (nu nummer 117), in 1870 een boerderij met 20 hectare land te Nibbixwoud en daarnaast verkreeg hij in 1875 uit familiebezit (boedelscheiding) het eigendom van een boerderij met zo’n 18 hectare land te Obdam. De boerderij in Obdam bewoonden zij eerst zelf en de andere twee werden verhuurd. Hun huwelijk bleef helaas kinderloos en Grietje overleed in 1887. Na het overlijden van Grietje huwde Jacob in 1888 op 58-jarige leeftijd met zijn 39 jaar jongere (!) dienstmeisje Maartje Kooij (geboren Sint Maarten 1869). Het verhaal gaat dat Jacob werd gewaarschuwd dat er weleens kinderen van zouden kunnen komen. Maar dat was nou precies Jacobs bedoeling. En inderdaad, zij kregen in 1889 als eerste een zoon (Jan) en daarna 5 dochters (ieder jaar één), waarvan één meisje heel jong overleed. Hoewel rond 1880 een grote landbouwcrisis begon, had Jacob zoveel vermogen vergaard dat hij door kon gaan met investeren en daar kwam als voordeel bij dat de waarde van onroerend goed behoorlijk was gedaald. Zo kocht hij in 1889 een boerderij met 19,5 hectare land te Hensbroek en in 1892 ten slotte de boerderij met 13,5 hectare land aan het Westeinde 276 te Berkhout.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en historie lees hetStukje complete Ongetwijfeld stond er opverhaal. de plek van De Bonte Koe, zo aan de zuidzijde van de voormalige veendijk en dorpsweg, al honderden jaren een huis of boerderij. Over de allereerste eigenaren en bewoners tasten we nog in het duister. Vanaf 1805 weten we iets meer, want dan is de eigenaar een zekere Klaas Bakker. Na het overlijden van Klaas werd de boerderij toebedeeld aan Jan Bregman Dirkszoon gehuwd met Trijntje Fraij. Hun zoon Dirk Bregman heeft er, mogelijk al sinds zijn huwelijk in 1817, met echtgenote Maartje Koeman gewoond. Hij huurde de boerderij eerst van Bakker en later van vader Bregman. Dirk en Maartje overleden in respectievelijk 1858 en 1861. Ze woonden op de boerderij samen met hun dochter en enig kind Trijntje Bregman (geboren 1834), die in 1858 gehuwd was met Jacob Drijver (geboren 1834). Trijntje overleed in 1886 en Jacob vertrok in 1892 naar Oosthuizen. De boerderij met ruim 17 hectare land werd in april 1892 op een publieke veiling in De Ridder Sint Joris te koop aangeboden en gekocht voor f 39.605,- door Jacob Helder, de vader van Jan Helder. Bij het bovenstaande hoort wel de opmerking dat we (nog) niet onderzocht hebben of de boerderij uit 1832 dezelfde was als de gesloopte in 1910. Het is zeer wel mogelijk dat de ge-

Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Voor ieder kind een boerderij Toen Jacob in 1899 overleed, erfde ieder kind een boerderij en had hij testamentair bepaald dat de kinderen vanaf hun achttiende levensjaar over hun boerderij konden beschikken. De waarde van Jacob’s nagelaten boedel bedroeg bij zijn dood circa € 84.000,-. Vandaag de dag zou de waarde van de vijf boerderijen met totaal 90 hectare land ruw geschat op zo’n € 6,5 miljoen uitkomen. Hij had dus aardig geboerd. Jacobs weduwe Maartje Kooij hertrouwde op 32-jarige leeftijd in 1902 te Nibbixwoud met de 21-jarige boerenarbeider (volgens familieoverlevering: schildersknecht) Reindert Kistemaker


(geboren Midwoud 1880). Zo kreeg Reindert bij zijn huwelijk meteen een heel gezin. Samen kregen zij ook nog twee kinderen: Pieter (1903) en Neeltje (1907). Het ‘samengestelde’ gezin van Maartje en Reindert bleef op de boerderij in Nibbixwoud wonen, totdat dochter Cornelia Helder in 1915 trouwde en op de door haar geërfde boerderij in Nibbixwoud ging wonen. Reindert Kistemaker en zijn vrouw vestigden zich toen met hun twee jongste kinderen te Bobeldijk op een boerderij (nu nummer 49) die Maartje in 1911 al had gekocht. Maartje Kooij overleed te Bobeldijk in 1934. Reindert bleef op de boerderij en woonde later, vanaf 1950 tot zijn dood eind 1959, aan de Slagterslaan (nu nummer 44). Het jongste kind uit het gezin Kistemaker-Kooij was Neeltje Kistemaker, geboren op 1 september 1907 te Nibbixwoud. Zij was het die op 17 juni 1910 de eerste steen (ingemetseld naast de voordeur) mocht leggen voor de nieuwe boerderij van haar achttien jaar oudere halfbroer Jan Helder en schoonzus Trijntje Kaper. Slopen en nieuw bouwen De oude boerderij werd kort daarvoor gesloopt en was in de jaren na de aankoop in 1892 steeds verhuurd geweest. Eerst twee jaar aan het echtpaar Maarten Hartman en Hendrikje Alijda van Zelm en daarna, vanaf 1 mei 1894 tot de sloop, aan het in 1894 gehuwde paar Henricus van der Molen en Aaltje Groot (Henricus was oomzegger van Jacob Helder en dus een neef van later Jan H.). In de loop van 1910 betrok het echtpaar Helder-Kaper de nieuwe boerderij. Trijntje Kaper vond het eerst wel wat tegenvallen in Berkhout. Het was dan zogenaamd wel een deftig dorp (vooral de boerenstand), maar de weg door het dorp was toen nog maar een grindpaadje en kon in de winter aardig smerig zijn. Jan Helder voerde ook al snel een nieuwigheidje in: in plaats van tot 8 uur ’s avonds te hooien stopte hij al om 7 uur en dat was toch wel iets wat afweek van de gewoonte. Jan Helder was 10 jaar oud toen zijn vader overleed, 13 toen zijn moeder hertrouwde met een man die nog geen 10 jaar ouder was dan hij. Na de lagere school bezocht Jan de Rijks Landbouwwinterschool te Schagen. Ongetwijfeld moest hij al jong meehelpen op het bedrijf. Hij ging samenwerken op de ouderlijke boerderij met zijn stiefvader Reindert Kistemaker. Reeds op 16-jarige leeftijd deed hij met meer dan 15 koeien mee aan een melkcontrolewedstrijd. Hij behaalde een 2e prijs met zijn vee vanwege de goede melkgift, met navenante eiwiten vetgehaltes. Al jong boer dus. Later zou hij weleens zeggen: “Ik moest al jong groot zijn.” Het echtpaar Helder-Kaper kreeg drie zoons: Jacob, geboren in 1912, huwde 1935 met Annie Houter uit Wognum. Zij betrokken een boerderij in de Egmondermeer; Willem, geboren 1915, huwde 1939 Alida Catharina Smit. Zij zijn uiteindelijk op een boerderij in de Noordoostpolder beland; Reindert, geboren 1918, huwde in 1942 met Margaretha Spaander uit Berkhout. Zij begonnen een fruitbedrijf op het Westeinde van Berkhout (nummer 290). Steeds groter Ondertussen werd het bedrijf op het Westeinde 276 langzaamaan groter. In 1921 bestond de boerderij uit 17,5 hectare grasland en 3,5 hectare bouwland (er werd niets gepacht), met 16 melkkoeien, 19 schapen en 21 varkens en 3 paarden. In 1930 was dit al 27 hectare (eigen) grasland, 30 melkkoeien, 37 schapen, 35 varkens, 60 kippen en 1 paard. Voor die tijd was dat een flink (maar niet uitzonderlijk groot) bedrijf.

Wonen in 1910

Jan, Trijntje en de jongste kinderen sliepen in de grote slaapkamer beneden. Op de bovenverdieping was een slaapkamer met balkon voor logees. In een bedstede op de gang sliep het dienstmeisje; zij diende voor dag en nacht. De oudste zonen en de werkmannen sliepen in de bedsteden op de koegang achter de koeien. In de winter, als de koeien op stal stonden, was dat een sterk geurende maar warme plaats. In de zomer was het er fris en koel. De plee stond boven het slootje bij het boenhok. Het fornuis en de gaslampen brandden op brongas. De brongasinstallatie stond bij het eerder genoemde slootje. Water kwam uit de regenbak of sloot.

De vooruitgang

Op de luchtfoto zien we langs de weg elektriciteitspalen (in 1916 kreeg Berkhout elektriciteit). De boerderij heeft al een echt watercloset (in 1927 werd in Berkhout de waterleiding aangelegd). Deze is linksvoor als een kleine uitbouw op de foto te zien. Achter de boerderij staan verschillende varkensstallen en een hooiberg. Voor de hooiberg zien we de betonnen kuil voor het kuilgras. Boven, achter de sloot, liggen de weilanden. Uit: Familiekroniek Tini Helder Jaarboek 2011 HKBB  89


Naar de Beurs in Hoorn Jan runde het bedrijf met een boerenwerkman, losse krachten, en na hun schooltijd werkten de zonen ook mee op de boerderij. Op dinsdagmorgen gingen de boeren (met eventueel te verkopen vee) naar de veemarkt in Purmerend en op zaterdagmorgen gingen velen naar de Beurs in Hoorn. Op de Beurs werd geen vee aangevoerd, maar er werd wel zaken gedaan met bijvoorbeeld veehandelaren, veevoederleveranciers, banken of handelaren in landbouwmachines. Gedurende zijn leven heeft Jan weinig keren verzuimd. In het voorjaar bezocht hij ook de veemarkt in Leeuwarden en Den Bosch. Op de Beurs regelde hij wekelijks zijn zaken, gevolgd door een spelletje kaarten met enkele collega’s in café-restaurant Jan Pietersz Coen. In 1956 verhuisden Jan en Trijntje naar een nieuw – en zeer modern voor die tijd- voor hen gebouwd huis op de Kerkebuurt (nummer 167). Nog steeds kon Jan het boeren niet laten en liet zijn werkman Doede Bethlehem met gezin de boerderij betrekken. Bethlehem had hart voor de boerderij en ging verder, weliswaar met wat minder (circa 10) melkkoeien en wat meer mestvee en schapen (400!). In 1962 raakte Bethlehem door griep en al het werk dat nu door één man gedaan moest worden, overspannen en besloot ander werk te zoeken. Zijn opvolger werd een zekere Jan Braas met gezin. Op de boerderij werd steeds meer alleen mestvee gehouden.

wonende te Blokker en een van de grootste bloembollenkwekers uit de omgeving. Zijn bijnaam was Jan Cent, vermoedelijk omdat hij nogal eens de uitspraak had dat hij ergens ‘een aardig centje’ aan verdiend had. Groot ging de boerderij niet zelf bewonen. Het ging hem meer om het verse, maagdelijke land dat zeer geschikt was voor de tulpenteelt (Helder had nooit land voor tulpenteelt verhuurd). De boerderij werd toen bewoond door het gezin van Groots schoonzoon Pim Jong, die ook bollen teelde. Het land werd na een jaar tulpenteelt verhuurd voor aardappelen en kool, daarna werd er weer gras ingezaaid (kort gehouden door zo’n 100 schapen). Gedicht verdwijnt in 1977 In 1977 verdwijnt het metalen bord met het gedicht als de boerderij wordt verkocht. Verkoper Groot neemt het mee naar zijn huis in Blokker, tot grote spijt van de nieuwe eigenaar de familie C.J. Wijte-Bakker uit de Wogmeer. Zoon Aad zou later gelukkig een replica van het oude bord maken. Met de komst van de familie Wijte keerden de melkkoeien weer terug; niet in de oude, maar in een nieuwe moderne loopstal en er werd uitgebreid van 35 naar 50 melkkoeien. Na het onverwachte overlijden van Wijte in 1988 kwam zoon Aad, die al enige jaren samen met zijn vader het bedrijf runde, met zijn gezin op de boerderij wonen. Aad en José Wijte-Bakker gingen door met de melkkoeien. Ze stopten wel met de (relatief dure) opfok van eigen jongvee en besloten, indien nodig, productierijpe melkkoeien aan te kopen. Hierdoor hadden ze land over (er was minder voer nodig) en gingen als tweede tak, in samenwerking met een zwager, groente (broccoli, chinese kool, aardappelen) telen. In 2000 startte José daarnaast met een activiteiten- en zorgboerderij voor mensen met een beperking. Inmiddels zijn, mede door gebrek aan opvolging, de groente en het melkvee weer van het bedrijf verdwenen. Overgebleven zijn schapen en de zorgactiviteiten, daarnaast wordt er land verhuurd voor de tulpenteelt.

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging. De Bonte Koe wordt verkocht In 1967 werd Jan Helder ziek en overleed in december dat jaar. Tijdens zijn ziekte besloot hij de boerderij te verkopen. Trijntje Kaper overleed te Berkhout in 1975. Koper van de boerderij De Bonte Koe was Jan Groot, van oorsprong een Zuid-Spierdijker,

Jan Peereboom Geraadpleegde bronnen beschikbaar bij de auteur en in het archief van de HKBB.

De huidige bewoners van De Bonte Koe, de familie Wijte. V.l.n.r. José, Kim, Aad en Koen. Dochter Loes ontbreekt op de foto. (foto Gretie Stelling) 90  Jaarboek 2011 HKBB


toen...

Viaduct Oosteinde, boven jaren 60 vorige eeuw, onder 2011

Foto boven Jan Blokker Vzn, foto onder Gretie Stelling

nu Jaarboek 2011 HKBB  91


Piet Moeijes en Jan Broertjes (foto Gretie Stelling)

Bobeldijker burgemeesters


P

iet Moeijes en Jan Broertjes, echte Bobeldijkers, geboren en getogen. Leerden beiden van juf Wiersma rekenen en schrijven. Ze zaten niet bij elkaar in de klas, Piet is van 1949, Jan van 1953. Piet: “Daardoor trok je niet met elkaar op. Maar je kende elkaar wel, natuurlijk.” En zoals alle kinderen uit Bobeldijk gingen ze op de fiets langs de Slagterslaan naar school in Berkhout. Jan: “Alleen bij slecht weer niet. Dan bracht mijn vader ons met de trekker en konden we terug lopen.” Later speelden ze, zoals vrijwel alle Bobeldijkers, bij toneelvereniging Kunst naar Kracht.

Ramp Toen Jan in de eerste klas van die middelbare landbouwschool zat, overleed zijn vader. “Het was 8 oktober, Alkmaars ontzet en dat betekende vrij van school in Alkmaar. We waren thuis bezig met een nieuwe stal. Cor Klok was druk aan het bouwen. Ik zat bovenin bij het dak, was spanten aan het schilderen. Mijn vader ging even op de fiets naar de koeien kijken, in de wei tegenover de boerderij van Hartog. Toen hij terugging heeft hij de auto van de ene kant wel zien aankomen, maar die van de andere kant, van Cor Slagter, niet. Hij was op slag dood. Cor kon er niets aan doen, was

Of het in de grond zit? Het water dan misschien? Bijzonder is het wel, een dorp met nauwelijks meer dan honderd huizen, dat twee burgemeesters uit één generatie levert: Piet Moeijes en Jan Broertjes, twee boerenzonen, geboren en getogen in dat kleine dorp, nu burgervaders van respectievelijk Schermer en Midden-Drenthe. Boer worden Burgemeester worden was geen droom die ze als klein kind al hadden. Net zomin als ze piloot of brandweerman wilden worden. Ze werden boer. Jan: “Dat wist ik al als kleine jongen. Toen ik vier was, zat ik al onder een koe.” Voor Piet was het niet veel anders. “Het was vanzelfsprekend.” Na de lagere school wilden ze naar de landbouwschool. Hun vaders dachten er anders over. Piet: “Mijn vader wilde dat ik eerst naar de mulo ging, maar het was voor mij zo zeker dat ik boer zou worden, daar wilde ik niets van weten. De landbouwschool lag voor mij het meest voor de hand, en na de lagere de middelbare landbouwschool.” Jan: “Mijn vader wilde dat ook, en ik ben uiteindelijk ook gegaan. Ik ben op de mulo een jaar blijven zitten en dacht dat ik toen wel naar de landbouwschool mocht. Maar mijn vader vond dat ik het maar over moest doen. Achteraf niet zo verkeerd, het was een goede opleiding voor de algemene ontwikkeling. En na de mulo ging ik naar de middelbare landbouwschool.”

ook helemaal geen harde rijder. Het was mijn vaders schuld. Je zag niets aan hem, had geen arm of been gebroken, het was domme pech, hij was precies op zijn hoofd terechtgekomen. Buurvrouw Vos kwam het vertellen.” Zeventien en dé boer Jan had twee zussen, Margreet en Marianne, Jan was de opvolger. “Ik was zeventien en in één klap dé boer. En je denkt dat je alles weet, met kameraden en op school had je het wel eens over ‘ik zou dit, en zou dat, en die ouwe zus en zo.’ Maar toen ik ervoor stond... Want de dag na de begrafenis kwam Cor Klok met vragen als ‘hoe moeten we dit en hoe zullen we dat’?” Ik heb eerst nog mijn school afgemaakt, dat combineerde ik met de boerderij. ’s Morgens eerst melken, dan naar school. En na school weer werken op de boerderij en melken, natuurlijk. Als ik goed oplette had ik aan huiswerk weinig te doen. Het waren tropenjaren. Ook voor mijn moeder. Die kwam helemaal niet van een boerderij, maar moest het wel zien te redden.” Jaarboek 2011 HKBB  93


Piet: “Je moeder was een hele sterke vrouw.” Jan: “Ja, dat is zo. En we kregen een bedrijfsleider Ben Korevaar. Dat is heel goed gegaan, hij heeft het twee, drie jaar gedaan. ” En nog ging het allemaal niet vanzelf, want toen Jan 20 was, verbrandde de stal. Jan: “Dat was eind september, de koeien liepen buiten. Maar voor de winter moest onderdak gevonden worden. Ze stonden overal: aan het begin van Bobeldijk, bij Nierop in Berkhout, ik moest van de ene boerderij naar de andere om te melken. Jaap Laan van het Keern kwam iedere ochtend helpen.”

onder andere geen verklaringen van banken bijgevoegd, ik dacht dat komt eventueel later wel, eerst maar eens zien. Dat was in april en in juni werd ik ’s avonds gebeld. Ze wilden graag langskomen, de volgende ochtend, ze dachten half tien. Nou ze stonden half negen in huis. En ze keken niet alleen hoe je als ondernemer was, alles werd bekeken, ze keken zelfs in de kasten of het er netjes uitzag. Ja, dat hou je niet voor mogelijk. Maar ja, we wilden graag, dus we lieten het gebeuren. Na dat bezoek was het weer maanden stil. Tot ik op gesprek moest komen in Lelystad. Dat ging voor geen meter. Ik was het helmaal niet eens met die man over de veefokkerij. Ik kwam buiten en zei tegen Gerda: `Nou dat was het, het wordt niks`. Maar een paar maanden later, in december, kregen we bericht dat het doorging. Dat ging met veel bombarie. Het ging om acht veeboeren die een bedrijf begonnen. En er werd zelfs een speciale krant uitgegeven voor de gelegenheid.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl Koeienstaarten wassen Ongeveer in diezelfde tijd werd bij Moeijes een ligboxenstal gebouwd. Piet: “Mijn vader had een fokbedrijf. Hij verkocht stamboekvee naar binnen- en buitenland. We hadden altijd bezoek, bussen vol, ook uit het buitenland. Allemaal mensen die het bedrijf kwamen bekijken. Dan moest alles er piekfijn uitzien, de stal en natuurlijk de koeien. Dat betekende ook koeienstaarten wassen. Ach man, en die zaten dan dik in het stro. Ik heb me toen voorgenomen: ik wil wel boer worden, maar ga nooit meer staarten wassen. Mijn vader heeft er een goede tijd mee gehad, verkoop van stieren aan Nederlandse KI-stations en naar onder andere Frankrijk en Denemarken. Maar we hebben het op moeten geven, de strijd verloren van de Amerikanen die er verder mee waren. Bijzonder is wel dat ook de Amerikanen met NoordHollandse koeien fokten. Maar die fokten door op de melk en wij hier op melk én vlees. Nou jij wilt geen biefstukje eten van een melkkoe hoor.”`

U steunt hiermee onze vereniging.

Flevopolder In 1979 verhuisde Jan met zijn vrouw Gerda en hun drie kinderen, twee jongens en een meisje, naar de Flevopolder. Jan: “Ik las erover in de vakbladen. Voor mij was dat het Jan Broertjes als jong boertje. Vader Piet kijkt toe. Walhalla, het paradijs voor de boeren. Hier in Bobeldijk kwam de ruilverkaveling en zou het ook verbeteren, maar ik wilde dat niet afwachten. Ik dacht het ook niet zo voor elkaar te krijgen als daar. Je moest solliciteren bij de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders, aan allerlei eisen voldoen. Ik was toen 24, eigenlijk te jong volgens de regels. Ik had ook niet aan alle formaliteiten voldaan, 94  Jaarboek 2011 HKBB

Revolutionair Jan en Gerda waren de koning te rijk. Maar niet iedereen reageerde positief. “Er waren mensen die me voor gek verklaarden en er werd ook wel geroepen dat het niet goed kón gaan.” Piet: “Het was heel revolutionair wat je deed. Maar achteraf een goede slag. Door de ruilverkaveling kregen wij het weliswaar ook beter, maar dat was pas in 1987, toen had jij er al jaren profijt van.” Was het dan helemaal niet erg om hier weg te gaan? “Nee, want we wilden het graag,” vindt Jan simpel. Al vertelt hij wel hoe ze destijds op tweede Kerstdag samen met de kinderen naar hun toekomstige woonplek reden. “Het was een beetje mistig, er lag een klein laagje sneeuw op het land, er was en stond daar helemaal niets, het was grauw en kaal. Hoorde ik een klein stemmetje van Gerda: “Moet ik hier wónen? “Het zag er zo verlaten en troosteloos uit. Maar het ging door en we hebben geen seconde spijt gehad. Toen ze er kwamen was er niets, alleen maar boerenbedrijven. Er woonden honderd mensen. Er waren misschien dertig kinderen en die kregen in barakken onderwijs. Marcel was vier, Edwin zes, die gingen daar ook naartoe. “Maar die eerste zomer was bijna een soort vakantie, zo gemakkelijk werkte het. Ik kreeg 55 hectaren achter de boerderij, 500 breed en 1100 lang en geen sloot te bekennen. Hier had ik twintig kilometer sloot te onderhouden en het land ging nog wel eens onder water ook. Daar was geen sloot. Twee keer per jaar kwam de loonwerker met de kneuzer door de droge greppels.“


Bestuurswerk Intussen boerde Piet samen met zijn vader Siem in Bobeldijk. Trouwen, kinderen krijgen, boeren, het was goed. “Maar ik was wel altijd erg nieuwsgierig naar alles, naar wat er buiten de boerderij gebeurde; de coöperatie, het waterschap, schoolbestuur. De toneelvereniging was mijn eerste voorzitterschap. Daarna volgde de medezeggenschapsraad van de school, bestuursfuncties in De Berkenhof, het waterschap.” Het bestuurswerk lag hem. “Mijn talenten lagen duidelijk daar.” Niet zo gek dus dat Piet actief werd in de politiek binnen de VVD. Wethouder en burgemeester Dat werd Jan ook. Al was dat in het begin min of meer tegen wil en dank. Jan: “Almere was ook onderdeel van het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders maar werd in 1984 een zelfstandige gemeente. Wiegel, toen minister van Binnenlandse Zaken, besloot toen dat dat Openbaar Lichaam niet alleen in stand gehouden moest worden voor de toekomstige gemeente Zeewolde, waar wij bij hoorden. Dat moet dan ook een zelfstandige gemeente worden. Dat was in september en in januari moest er een gemeentebestuur zijn. De politieke partijen, in mijn geval de VVD waar ik op mijn 18e al lid van geworden was, keken op de ledenlijsten. Er bleken tien leden te wonen en die kwamen allemaal op de kieslijst. Ik stond vierde en dacht: dat loopt wel goed af. Ik had nog niet de intentie om de politiek in te gaan, was nog erg druk met het bedrijf. Maar na een jaar zat ik in de raad en twee jaar later in 1988 werd ik wethouder. En ja, ik had het direct naar mijn zin. Het was een enorme opbouwfase. Toen ik begon waren er 1.500 inwoners, bij mijn vertrek 18.000. Er was helemaal niets. Huizen, winkels, sportvoorzieningen scholen, bedrijven, alles moest gebouwd worden. Ik heb meegewerkt om verschillende verenigingen op te richten, onder meer een toneelvereniging. In de gemeenteraad was de VVD de grootste partij en kreeg dus ook de belangrijkste portefeuilles: financiën, economische zaken, woningbouw, onderwijs. Ik heb twee keer waargenomen als burgemeester. Kortom, ik heb er een hele goede tijd gehad.” Na tien jaar wilde Jan stoppen. “Niet dat ik het niet meer naar mijn zin had, maar er is voor alles een houdbaarheidsdatum, ook voor wethouders. Maar de partij kon geen wethouder leveren, die moest toen nog uit de raad komen, en toen heb ik er nog een periode aangeknoopt. Maar in 2002 heb ik afscheid genomen. Ik werd geridderd, kreeg een lintje en kwam thuis.” Op het bedrijf zat inmiddels Marcel. “In 2000

hadden we het bedrijf aan de overkant erbij gekocht. We hebben nu zo’n 95 hectaren met 400 melkkoeien en twee grote windmolens. Marcel was 24, het liep prima. Maar ik merkte dat als ik een keer een middag thuis was, de vertegenwoordigers bij mij kwamen in plaats van bij hem. Dat was niet goed. Ik was jong vader geworden, dan weet je dat je ook jong een stap opzij moet zetten. Normaal vliegt de jeugd uit en blijven pa en ma achter, bij ons was het andersom. Ik heb gesolliciteerd naar de functie van burgemeester in Vlagtwedde en twee weken voor het aflopen van mijn periode van wethouder kwam de benoeming. Wij zijn toen naar Ter Apel verhuisd. Nee, ook met die verhuizing heb ik nooit moeite gehad. Sterker: als mijn zoon twee jaar daarvoor had voorgesteld te emigreren, was ik zo meegegaan. Nóg een jong boertje: Piet Moeijes Ik houd van uitdagingen, van pionieren.” In de raad en meteen wethouder Na het overlijden van de moeder van Piet in 1973 is zijn vader gaan samenwonen. De zoon van deze vrouw, Dirk Buisman, kwam in het bedrijf. Piet: “Op een maandochtend zei mijn vader: vanaf volgende week heb je een nieuwe compagnon. Hij stopte en Dirk kwam erin.” In de praktijk bleken de verschillen tussen de twee te groot. “Dirk kon goed land bewerken, goed met de koeien omgaan maar bleek absoluut niet zakelijk. We waren het nooit eens. Dirk wilde bij wijze van spreken een nieuwe trekker en ik de melkstal vernieuwen. Het kon niet goed gaan en dat ging het dus ook niet. En toen was ik blij met het feit dat geen van mijn drie dochters in het bedrijf wilde én met mijn nieuwe baan.” Blij, want in 1994 werd Piet voor de VVD in de gemeenteraad gekozen en werd direct wethouder van Wester-Koggenland. “Ja hoho,” zei ik, “dat gaat zomaar niet. Ik heb geen enkele ervaring. Ik was zo groen als gras. Maar ze zagen het zitten en dan ga je ervoor. Ik heb toen een uitstekende opleiding gekregen van de toenmalige burgemeester Nico Groot en gemeentesecretaris Quirinus Rood. Op eigen verzoek gingen we iedere week op vrijdag een half uurtje bij elkaar zitten en spraken zaken door. Een beetje aandacht voor dit, en dat gaat zus beter en als Jaarboek 2011 HKBB  95


Links wordt Jan geïnstalleerd als burgemeester van Midden Drenthe. Rechts Piet als burgemeester van Schermer.

je dat zo aanpakt. Daar hebben ze me echt heel goed in begeleid.” Piet bleef dertien jaar wethouder en in die tijd heeft hij, met uitzondering van financiën, alle portefeuilles gehad. In 2007 werd hij burgemeester van Schermer, een gemeente met 5.000 inwoners en verhuisde hij vrijwel direct naar Stompetoren. Vis in het water Piet voelt zich als een vis in het water in zijn huidige functie. “Ja ,het is me helemaal op het lijf geschreven.” Betekent dat dan dat hij destijds de verkeerde keus maakte? Misschien toch bestuurskunde had moeten gaan studeren? “Nee, dat kan ik niet zeggen. De studie bestuurskunde bestond toen trouwens nog niet. Ik ben opgegroeid als boerenzoon, was opvolger. Het was eigenlijk een automatisme: ik ging boeren met mijn vader. Pas later kwam die andere belangstelling en met mijn gezondheid van nu (Piet heeft de ziekte van Parkinson, red.) is die omschakeling achteraf een uitstekende stap geweest. Want ook al gaat het helemaal niet slecht met mijn gezondheid, boer met deze handicap is op de lange termijn geen optie. “ Ook Jan heeft geen moment spijt boer te zijn geworden: “Ik zou niet weten wat ik destijds anders had willen worden. Bovendien vind ik het nog steeds het mooiste beroep van de wereld. En van mijn nuchtere boerenverstand heb ik nog steeds voordeel. Ik kom ook nog graag op het bedrijf, mag nog graag helpen bij het melken.”

zelfstandige gemeenten Westerbork, Smilde en Beilen, met 27 dorpen, waaronder ook dorpen met 100 inwoners, waren al samengevoegd.” Piet: “Ja, jullie hadden die hele stap al gemaakt. In tegenstelling tot veel andere provincies is het bij jullie in één keer gebeurd. Hier in Noord-Holland gaat het met horten en stoten, waardoor allerlei gedrochten kunnen ontstaan en gemeenten te klein blijven. Schermer heeft 5.000 inwoners en een gemeenteraad met 11 zetels. Hoe lang die gemeente nog zelfstandig zal blijven, is de vraag. 5.000 inwoners is absoluut te klein.“ Jan: “Een grotere gemeente is wat minder kwetsbaar. Een kleine gemeente kan bepaalde taken niet zelfstandig uitvoeren. Per 1 januari is er zoveel bijgekomen voor de gemeenten: uitvoering van de Wia, de jeugdzorg. Dat kun je als kleine gemeente gewoon niet.” Voor de hand lijkt dan samenwerking met andere gemeenten. Piet: “Eigenlijk zijn we zelfs daarvoor te klein. In het overleg met de gemeente Alkmaar zie je de mening van de wethouder van Schermer of die van buurgemeente Graft - De Rijp echt niet terug in de verslagen.”

Bestel het Jaarboek 2011 van de HKBB en lees het complete verhaal. Bezoek onze webwinkel op www.hkbb.nl U steunt hiermee onze vereniging.

Steeds grotere gemeenten Na zeven jaar Vlagtwedde was het voor Jan tijd voor verandering. “Ik had alle uitdagingen wel gehad. Ik had de keus: of daar blijven, en dat zou dan zijn tot mijn 65e, of nu nog een stap maken en solliciteren bij een andere gemeente. Dan liever het laatste en het werd in 2009 de gemeente Midden Drente, met 35.000 inwoners en een gemeenteraad met 23 zetels. De herindeling was toen al achter de rug. De drie 96  Jaarboek 2011 HKBB

Schermer samen met Koggenland? Voor de toekomst verwacht Piet dan ook een samengaan met een andere gemeente. “Er wordt al tien jaar over herindeling gepraat. Samenvoeging met Alkmaar, Heerhugowaard. of Koggenland zijn nu de overgebleven opties. Maar als we samen zouden gaan met Koggenland zouden dat nog maar 27.000 inwoners zijn; in de huidige tijd nog te weinig.” En het samengaan ligt gevoelig. “De Schermenaar is een polderbewoner, emotioneel. Ja, zeggen ze dan, de Schermer blijft toch Schermer. Maar, dan vraag ik waar doe je je boodschappen, waar gaan je kinderen naar school? Niet zo gek toch om dan samen te gaan? Ik verwacht dat dat in 2014, misschien 2015 gaat gebeuren. Voor mijn pensioen zou dat goed uitkomen en als mijn gezondheid het ook aan kan…” Voor de toekomst verwacht Piet dat er mis-


schien twintig regiogemeenten zijn met een paar honderdduizend inwoners. “Het zou bestuurlijk een verrijking zijn als je de provincies er tussenuit zouden gaan en je rechtstreeks zaken doet met het rijk.” Klein heeft ook z’n charmes Alles wat in Schermer gebeurt, vindt in Midden Drenthe in een veelvoud plaats. Het uitgaansleven, het aantal 50- en 60-jarige bruidsparen, de in bewaringstellingen, patiënten die met een handtekening van de burgemeester gedwongen opgenomen worden en natuurlijk het bouwen. Maar burgemeester zijn van zo’n kleine gemeente als Schermer heeft ook zo zijn charmes. “Als ik van huis naar het gemeentehuis fiets en ik kom jongelui tegen, roepen ze: ‘Hoi Piet.’ Ja, dat vind ik leuk. Ik drink ook weleens een biertje met ze. Iedereen kent je. Als er problemen zijn, is het vaak ook eenvoudig op te lossen. Ik ga als burgemeester even langs, probeer het te regelen en vertel dat er anders ingegrepen moet worden. Daar hoef je geen brief voor te schrijven.” Ook de afstand lijkt kleiner. “Ja, zo’n gemeentehuis van Midden Drenthe moet je niet willen vergelijken met de Wittenburg (de naam van het gemeentehuis in Stompetoren, red.). Als ik binnenkom en er staat toevallig een bekende, maak je even een praatje. Ja, een beetje Swiebertje-effect.” Bij het ambt van burgemeester horen ook optredens; veel leuke, maar ook vaak de minder mooie gebeurtenissen. Piet: “Een van de mooiste dingen van het vak vind ik nog steeds het contact met de mensen. Vaak is dat natuurlijk onder prettige omstandigheden, jubilea of een onderscheiding. Wat in die contacten diepe indruk op mij heeft gemaakt, is het in zijn slaap overleden jongetje dat bij zijn oom en tante in Zuidschermer logeerde. Tijdens mijn bezoek daar heb ik geleerd dat minutenlang zwijgen ook heel waardevol kan zijn.” Jan: “Ik heb een paar forse incidenten gehad. De botsing van een F16 met een sportvliegtuigje. Dat was nog inVlagtwedde. En afgelopen zomer de brand en het instorten van de tv-toren in Hoogersmilde. De rol die je dan als eindverantwoordelijke hebt, betekenis geven aan nabestaanden, de rol in de media, crisismanagement, dat is heel intensief, maar met schouderklopjes achteraf, heel mooi en waardevol om te doen.” Westfriese mentaliteit En hoe is het als Bobeldijker met de Westfriese mentaliteit elders? Jan: “Ja ik heb nog weleens

last van de Westfriese mentaliteit, hart op de tong, rechttoe rechtaan. Dat kan nog weleens botsen. In Groningen was het weer anders: de Groningers zijn te eerlijk om aardig te zijn en bij de Drent is het andersom. Midden Drenthe is een hele grote uitgestrekte gemeente, de mentaliteit daarbinnen is ook heel verschillend. De mentaliteit van de mensen op het zand is anders dan die op het veen. Mensen op het veen, van de ontginning, zijn van oorsprong wat rauwer. Het laatste veen is al honderd jaar geleden afgevoerd, maar de mentaliteit blijft.” Schermer is een buurgemeente van Koggenland, de verschillen lijken te verwaarlozen. Piet: “Toch is het anders. Ik was erg gewend dat mensen gezamenlijk zaken aanpakten. In Westfriesland is meer verenigingsleven. Onze zes kernen hebben ieder hun eigen verenigingsleven en daardoor nog een behoorlijke eigen identiteit. Dit komt natuurlijk mede doordat basisvoorzieningen nog overal aanwezig zijn. De mensen zijn De Broertjes op de Pinkendag in Zeeheel vriendelijk, maar wat meer samen doen wolde. V.l.n.r. kleinzoon Yorick, Jan en zou niet slecht zijn. De zonen Edwin en Marcel. echte polderaars hebben alles voor elkaar over, maar ze doen weinig met elkaar. ” Terug naar Bobeldijk? Piet woont sinds 2007 in Stompetoren, Jan is al zo’n drieëndertig jaar weg uit Bobeldijk. Is er een kans dat ze ooit terugkomen? Piet verwacht dat niet. “We komen nog regelmatig in Bobeldijk en op weg hier naartoe heb ik extra langzaam gereden om alles eens goed te bekijken. Ja, als ik zie hoe onze boerderij erbij staat en wetend dat ie weer te koop staat, doet dat me wel wat, ja. Maar terugkomen, nee. We wonen prima in Stompetoren en als we verhuizen zal dat in verband met mijn gezondheid toch geen vrijstaand huis meer worden. Eerder een appartement.” “Nee,” zegt ook Jan. “Dit wordt mijn laatste werkplek en we blijven daar. Verkassen, dat doen we niet meer, Het is me hier veel te druk. Maar we zijn nog regelmatig in de buurt voor familiebezoek en verliezen Bobeldijk dus zeker niet uit het oog.” Ria Corveleijn

Jaarboek 2011 HKBB  97


98  Jaarboek 2011 HKBB


Dorpsschool 1910 Deze groepsfoto van de leerlingen van de Berkhouter dorpsschool moet, te oordelen naar de leeftijd van de peuters op de eerste rij, rond 1910 genomen zijn en is dus al meer dan een eeuw oud. Waarschijnlijk is de kiek gemaakt aan het begin van de nieuwe cursus in september. Tweede van links, vooraan, is kleine Jan Koeman, dan 6 jaar oud, eersteklassertje, en derde van rechts zijn nichtje Catrien Clay, die opgroeide in het gezin Koeman-Clay (9 kinderen). Tweede van links op de derde rij staat zus Grietje Koeman, een vierdeklasser van dan 9 jaar oud. Via haar dochter Alie Beers kwam deze foto in mijn bezit. Op de bovenste rij, tweede van rechts, staat Willem Koeman, 11 jaar oud, zesdeklasser. Het hoofd der school is meester Geert Holle (met bril) schrijver van het boek ‘Hoorn voor den Prins’. De andere meester is meester Van Dijk. Zijn vrouw zit links vooraan en daarachter mogelijk juffrouw Kist. Toendertijd zaten de katholieke kinderen op de Openbare Lagere School. Dus het was niet alleen maar Sas, Beuling en Leegwater wat de klok sloeg. Op alle klassefoto’s zit altijd een leerling met een nummerbord. Dat was waarschijnlijk nuttig voor de fotograaf; hij knipte vele foto’s van evenzovele klassen. De school bestond ten tijde van deze foto 36 jaar. In 1980 kreeg de school de naam Geert Holle School. Arie Piet Koeman, Heiloo

Jaarboek 2011 HKBB  99


Jaarverslag 2011 van Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965 Onder de vlag van bovenstaande stichting heeft de Historische Kring Berckhout - Bobel Dyck (HKBB) zijn eerste volledige jaar beleefd. Hoogtepunt was zonder meer de presentatie van ons eerste jaarboek op zaterdag 16 april 2011. Via De Heraut, kranten en internet probeerden we zo veel mogelijk mensen naar De Ridder te krijgen om het Jaarboek 2010 in ontvangst te nemen, maar ook om elkaar te ontmoeten. Het werd een beetje een reünie. De eerste twee boeken werden, na een gloedvolle openingsspeech van onze voorzitter, uitgedeeld aan twee bekende dorpsgenoten: Gré Schuitemaker en Martin Leeuw. Om de mensen ‘bezig te houden’ hadden we nog een historische vragenlijst uitgedeeld, maar dat bleek achteraf niet nodig. Onze bezoekers bleven na de presentatie gezellig napraten. Wij waren zeer tevreden over de bezoekersaantallen en over de sfeer. We mochten veel complimenten over het boek in ontvangst nemen. Eind 2011 staat de teller op 571 leden en zijn er nog 61 boeken niet verkocht. Mocht u iemand nog een HKBB Jaarboek 2010 cadeau willen doen... Er zijn steeds meer mensen die ons benaderen met foto’s, verhalen of voorwerpen van vroeger. Deze spullen liggen nu nog bij iemand thuis opgeslagen, maar we hopen binnenkort een eigen ruimte te kunnen huren. Veel materiaal is inmiddels door de werkgroep Archief gedigitaliseerd. Daarnaast doet deze werkgroep veel onderzoek naar de achtergronden van artikelen die in het jaarboek verschijnen. De informatie naar de media wordt verzorgd door de werkgroep Communicatie en Activiteiten (C&A). Deze groep onderhoudt ook het contact met de leden via e-mail, brief en de HKBB-berichten. Ook via de website www.hkbb.nl blijft iedereen op de hoogte van onze activiteiten. Daarnaast is deze werkgroep doende de boekpresentatie van Jaarboek 2011 aan te kleden met een tentoonstelling in de stijl van de jaren vijftig. Tot slot hoop ik u volgend jaar te kunnen berichten dat we een eigen onderkomen hebben. Ook wil ik de hoop uitspreken dat al die mensen die ons in het eerste jaar zo spontaan gesteund hebben, lid blijven. En als u familie, vrienden of kennissen een mooi boek cadeau wilt doen, u nog (oud)dorpsgenoten kent die nog geen lid zijn, u nog onderwerpen of ideeën heeft voor het nieuwe boek, tentoonstelling of iets anders, neem dan contact met ons op. U bent meer dan welkom, want: de geschiedenis is van ons allemaal! Gerrit Schuijtemaker, secretaris

100  Jaarboek 2011 HKBB


Financieel jaarverslag Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965 Resultatenrekening 2010-2011 Baten Contributie leden € 8.475,00 Sponsoring (Fietsttocht Rabobank) 935,00 Boeken- en DVD-verkoop 2.738,75 Bijdrage portokosten 167,00 Rentebaten 61,17 Overige baten 150,00 Totale baten

12.526,92

Lasten Productiekosten Jaarboek 6.309,82 Drukwerk en verzendkosten 539,64 Boekpresentatie, vergaderkosten 333,28 Website 74,73 Kamer van Koophandel 37,64 Kosten werkgroep Archief 45,90 Kosten werkgroep Communicatie en Activiteiten 158,35 PR en representatie 116,76 Huur kerk 198,70 Bankkosten 181,34 Totale lasten Resultaat

7.996,16

€ 4.530,76

Balans per 31 december 2011

31-12-2011

31-12-2009 31-12-2011

31-12-2009

Liquide middelen

6.448,98

1.918,22

1.918,22

Totaal

6.448,98 1.918,22

Eigen vermogen

6.448,98

6.448,98 1.918,22

De Historische Kring Berckhout - Bobel Dyck (HKBB) is een initiatief van de Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965, een stichting die in 1965 is opgericht ter bevordering van het cultureel en maatschappelijk leven in de gemeente Berkhout. Bij de start van de HKBB beschikte de stichting over een kapitaal van € 1.918,22. De ledenwerving van de HKBB is de laatste maanden van 2010 gestart. Om een goed beeld te krijgen van onze jaarlijkse inkomsten en uitgaven hebben wij de cijfers van 2010 gecombineerd met die van 2011. Geertje Smit, penningmeester

Jaarboek 2011 HKBB  101


Ledenlijst Historische Kring Berckhout-Bobel Dyck Amsterdam W. Klaij Marije Schuijtemaker Andijk Mevr. A.M. de Haas-Kommer Rob Leegwater Carola Rood-van Diepen Apeldoorn W. Bontekoning A.J. Koster Avenhorn A. Beemsterboer -Dirkmaat Siem en Annie Beemsterboer Tinie Bierman Jonker Corrie Bos Hugo Buitenweg S.T. Dolfing-Koster Ruud Dubbeld Ben Haagsma Siem en Truida de Jong Wim en Lies Peereboom-Slagter Johan en Frida Schouten M.C. van Tol-Sedleger R. van der Veen C. Vlaar-Tensen Siem Vos J. de Weerd Vos Cor en Catrien Worp Barendrecht Jan en Corrie Blokker Beilen Jan en Gerda Broertjes Bergen Sjoerd Kuyper Berkhout J.E. Alsema Han en Joke Arents Piet Arentsen Dries Baars Aad Bakker en Karin Mondt Bernard en Anneke Bakker Gerard en Anuska Bakker Hans Bakker en Karin Bier Martien en Desirée Bakker Ron Bakker en Sabina de Reus B.H. Barentsz T. Bavelaar Auk Beemsterboer Piet Beemsterboer Marthe van den Belt Jan Besseling en Nelly Braas Doede en Auk Bethlehem-de Graaf H.W.P. van Beusichem Jacqueline Bierhaalder

102  Jaarboek 2011 HKBB

Peter Bierhaalder Aagje Bijl-Davids Cees en Gerda Bijman Gerard en Gaby Bitter Jaap en Gerie Blaauwbroek Rein Blaauwbroek Cees en Ineke Blankendaal Dirk en Marjo Blokker Jan en Ma Blokker Corrie Blom Ans de Boer Rens en Anita Bogte Rob en Nel ten Bokum Elly Bontekoning C.J. Booi Arend en Bouk Boon Daniël en Angela Boon Jan en Trudy Boots S.P. Boots Familie K. Borst Mart Bot en Klaas Vos Peter en Willeke Bot René en Diana Bot Gerlof en Tineke Bottema E. Bottema-Lijfering Annette Bouma-Vlaar Nico en Marianne Braak Aad en Janny Braas Gerard en Thea Braas Piet en Els Braas Jan Dirk Bregman en Gina Schets Jan en Tinie Bregman An Brouwer Theo en Jopie Brouwer Jan en Nel Bultena Willem Buré Jan Clay Gre en Dick Cupido Jan en Frida Danenberg Meindert Deen en Ria de Koning Remmers en Margareth Degeling Ank Dekker-Stuffers Mariëtte Dictus A.C. van Diepen Edgar en Cindy Dijkstra Ab en Wil Dolfing Marco Dolfing Drum 4 Fun Jan en Bertie Eijdenberg Familie Entius Dennis Erades en Dorien Knijn Ferry Fakkeldij en Nicole Schol Wouter en Ans Fakkeldij Marjan en René Farenhorst Cees en Willeke Feld Dick enYvonne Funcke Menno en Caroline Geertsema Kees en Elly de Geus Paul en Els Giesen Peter en Wil Glas Jan Goos

F. de Graaf Nico en Marian Graftdijk Chris en Ineke Groot Gert en Alie Groot Theo en Carolien Groot Ger en Co Groothuis Alex en Elleke Haagsma Dick en Tineke de Haas Henny de Haas Meindert en Aaf de Haas Ramon en Joyce de Haas Cor en Els Hagebeuk Dick en Martha Haker Familie Happé Dirk en Lies Hart Piet en Anneke de Hart A. de Hart-Groen Jeroen Heddes Arie en Gerian Helder Henk en Tiny Hemke Fons en Marijke Hendriks H.J. Henri Marjon van den Heuvel Jan en Gerda Hilbers Mary Hommel Erwin en Petra Honingh Karine Hoogland Cathy van Hoorn John en Gabri van den Hout Jan en Anneke Huisman Philip en Margriet Hulstede Peter en Johanna IJsbrandy J.H. Johannis-van Roode Willem en Ina Jong-Bethlehem Kees en Vera de Jong Douwe de Jong Arie en Anny Jongejan Donald en Marja de Kamps H. Kanis P.J. Karreman Martin en Ilonka Karsdorp C. Karssen Gerda Kas Gerrit Kater Dick en Margreet Klaij Inge Klaij Gerra en Teeuwis Klaij Kees Klaver en Gretie Stelling Jos en Carline Klaver Liz Klaver Puck Klaver Lia en Pim ten Klei Jaap en Gré Kluft Anton Knijn Frank en Trudie Knijn B.J.M. Knijn-Klaver Theo Knijn Lena Knol Gerard Knol en Daniëlle Benak Marijke Knol Arie en Gelziena Knook


Familie M. Koeman Piet en Tine Koeman Sylvia en Gerard Koenen Gerard en Gré Kollis Piet en Helie Kollis F. Konijn Dirk en Gerda Koning Marja de Koning N. Koning Cees en Trudy Kooy Nico en Annegré Kooy Ditmer en Annette Koster Frank Koster Jaap Koster Maureen Koster en Ed Beemster A. van der Kraats Paul en Tineke Kreetz Hans en Tine Krijnen Guda en Peter Kroon Wil en Henk Kruiswijk Jan en Ria Kuiper Sjaak en Annemarie Lakeman Mark en Renate Lakeman Rick en Miriam Lakeman Cathy en Peter de Lange Jaap en Fia Langenberg Bente Schuijtemaker en Pieter Langenberg Tinka Langenberg Ilse en Jaap le Mair G.B. Lebbink Sjaak en Margreet Leek Familie van Leerdam Vincent de Leeuw Jolanda Leeuw Martin Leeuw P. van Lier Henk en Tiny Lisman Sven en Annemarie Lisman Loek en Narda van Lochem Familie van Loenen Chris en Sharon Loos Jongebloed A. Loos-Smit Henk Loots Rinus en Mirjam Maas Maarten en Gerda Meerveld Ruud Meerveld N. Meester Willem en Tinie Meijer Ina Meissen Jaap en Gré Metzger Marc Mol en Ellen Koning Hans en Tiny Mondt C. Müller Wim en Corrie van het Nederend Familie A. Neefjes Jan Neefjes Theo en Ria Neefjes Familie J. Novica W.G. van der Oord Stef en Ria Oostindiën Familie Ootes Familie Ootjers Dick en Lida Oud

Ed en Trijnie Oud Robin Oud Vok Oud Aart en Ria den Ouden Jaap den Ouden Willem en Trudy Overweg Hans van der Pal Jan en Annet Peereboom Peter Peereboom en Marjo Jonker Arnold Peerlings P.G. van der Peet Cilia en Elias Peetoom Henk en Heleen Peetoom Liset Philipsen Henk en Lies Pietersma Kees Plat en Marga Elmans Bertus en Agaath Pronk G. Pronk Lydia Pronk Theo en Vera Pronk Familie Putman A. Raap Jan en Dien de Ree Henk en Aggie Ridder Familie Rijpkema Lydia Leeuw en Henk Roelofs Q.M. Rood Ed en Jacqueline van Roode Ger en Saskia de Rooij B.F. Root Hans en Marlies Ruiter Dirk en Trudy Rus J. en C.M. Rus-Kok Theo en Ada Ruyter W. van Schaik Familie D. Schilder Hans en Joke Schilder Jaap en Gina Schol Familie P. Schouten Aad en Margo Schuijtemaker Gerrit en Nel Schuijtemaker Johan Schuijtemaker en Ester Klaij Pieter Schuijtemaker Suzan Schuijtemaker en John van Diepen Ray Semler en Marijke Leurs J. van Sikkelerus Rob en Joke Slisser Familie Smal Henk en Henny Smit Han en Geertje Smit Vera en Nico Smit J.G. Smits Siem Smits Familie Smits Arthur en Jolanda Snoek Jippert Snoek Jac en Ans Snoek Willem en Tine Spaander Cor en Sija Spiers N. Stam Piet Stam en Shirley Leek Familie Stap Jan en Jenny Steenhart

J. Sturris & Bergmeijer Jan en Riet Tempel Wim en Alma Terweij Henri van Tol Familie Udding Henk en Mar Vader Marcel en Nancy Verhoef Jan en Lida Verlaan Piet en Trudy Vet Wil Vet Margreet en Kees Vis Piet en Alie Visser Familie P. Visser Rein Visser Kees en Rina Vlaar Alex en Claar de Vries Ab en Marja de vries Henk en Lieda de Vries Marianne de Vries Olga Waard en Rob Giling R. Wassenaar Kees en Els Weeda Ina en Bert de Weerd Edwin de Weerd Henk en Annie de Weerd Jan en Henny de Weerd Mike de Weerd Tine en Ruud Weernink Tilly en Dirk van der Weij Gertjan van der Werken Cees en Marian van Westen Peter en Bep Wiedijk K. van der Wijk J. Wijte-Bakker Wino en Sonja de Wildt Walter de Winter Clemens en Ciska de Wit Doris en Sandra de Wit Dick de Wit Bert en Sandra de Wit Krom Richard de Wit Gert en Corrie Wit H. Wolffensperger Cees en Ans Wonder Aaf Wonder-de Jong J.P.M. van Wonderen Annet en Willis Wood Klaas Wormsbecher en Marian Timmermans Ben Youb Dick en Wieneke van der Zee Gè en Grè Zonneveld M.F. Zwaan Blokker Siep en Tine Kamminga A. Dijksma-Meijer Bobeldijk P. Barendregt Familie Bartstra J.M. Boersma Kees en Marianne Boots D. Brink

Jaarboek 2011 HKBB  103


D. Buisman Karel en Ria Corveleijn Yvon van Diepen Coby Dijkstra-Nobel Jan-Dirk Dobber en Margreet Smidts Atty en John Elzinga Hans Goote C. de Groot Herman en Anita Groot Raymond en Corinda de Haas Rene van Ham en Annelies Commandeur Cees en Bianca Hartog D.W. Hartog Thea Hollander Familie Hoogeboom Henk en Bianca Huisman Rina IJff-Hooijberg Kees en Tinie IJff René Kant en Trees Nellen Familie Keesom Kees en Irma Klok Klaas en Nel Knol Siem en Gerda Koeman Jan Koeman A.A.J. Koortens D. Kors Familie de Lang Dirk Langenberg A.B.A. Marsé Herman Matthijs Perry en Pauline Meinen Familie van Nierop Wim en Janny Nobel C. den Ouden Nies van der Pal-Jonker en Cees de Vries Bertus Pater Hans Pol Sjaak Pronk Familie van Rookhuizen An Ruijter Annette Samsom R.J. Schenk Frank en Francis Schuitemaker Gré en Matt Schuitemaker Dick en Anneke Snoek Annet en Willem Staal Familie Tabak Teun Tanja Jos en Toska van Tilburg Gert Toes en J.M. Koppenol Diana Ursem Ineke en Bertus van Veen Familie Veenstra-Magrijn Jenny Veld-Lutterot Dennis en Margret Veld Marco Veld E. Vos Ruud Vos en Marion Loos Monique Wessels en Loes Faber C.N.J. van Westen Siem Wit en Liesbeth Fokkinga Familie Zechner

104  Jaarboek 2011 HKBB

Bovenkarspel Sander Lakeman

Hem S. Koster

Castricum Carla Schuijtemaker

Hensbroek Famillie B Carper

De Goorn Co Beemsterboer Nico en Astrid Dekker Bart Dubbeld Co Feld Klaas en Emmie Hart H.C. Heemskerk Jaap en Tineke Langenberg Gré Leek-Kaptein A.H. van Rossum Marion Schouten-Mol

Hoogkarspel Nelly Beek

Den Helder Siem Klaij A. Metselaar-Schoen Den Oever Marianne Post Broertjes Doetinchem Peter Beemsterboer Edam Nel Crielaard-Veld Eersel Jan Naber Egmond aan Zee A. Goudsblom Emmeloord Marijke Oud-Bontekoning Enkhuizen Jennie van Hinte Epe Jaap Burger

Hoorn Arie Baars Wessel en Jannie van der Beek-Meijer Theo en Cobi Dierikx Barend de Haas Elly de Haas Ank Haisma-Beemsterboer Joop en Mieke Haverbusch W. Hooijberg Alie Houter-Meijer M. de Jong Annie Klaij Siem en Gré Langenberg Teun en Gretha Langenberg Familie G van der Meijden-Nicolai J.J. Nierop A.G. Peetoom-Nobel Rosalien Ponne Marjon Root Nel Swagerman P. Vlaar Meta de Weerd Lelystad S.T. Meurs Lutjebroek Trudy Schuijtemaker Maarssen W.D. van Hilten Medemblik Jan Koster Theo Leegwater

Grootschermer Han Baauw en Ruby Corveleijn

Middenbeemster Linda Boots Gerda Beeker-Koster

Grosthuizen Jan en Anneke Wijnker

Monnickendam Eelco Corveleijn en Yolanda Schenk

Haarlem Cor de Weerd

Nibbixwoud Joukje Has-Bobeldijk

Heerhugowaard Rianne van Diepen Feld Piet Schuijtemaker

Nuenen Jannie Helder

Heiloo A.P. Koeman J. Stoopman

Oldehove Mevr. T. Schoonenberg-Kommer Oosthuizen Henny Koole-Scheer


Oosterblokker Trudy van Diepen Anneke Molenaar-de Vries Anita van Tol Oostwoud Wim Pietersma Oostzaan Harry Bethlehem Opmeer J. Beuling Oudendijk Berend de Weerd Purmerend Familie T. van der Wal Rheden Jan Piet en Janny Davids-Slagter Scharwoude Willem en Tineke Oudes Schellinkhout Ger Goudsblom Schijndel Nan en Wil Visser Sijbekarspel Wilko v.d. Gracht Ben Mes

Winkel Tiny Kuiper de Vries Wognum Jaap Claу en Gerda Koopman Jan en Grada Hoek Dicky Moerman-Slagter Theo Stam Ate en Margot Veenstra Zuidoostbeemster Ben Binnema Zaandam Fia ter Haar-Worms Zaandijk A. Swagerman Zuid-Scharwoude Jans Barten-Ros W.J. Koster Zwaag Brechta en Jos Boukens-Nicolai Jaap en Wil Hart Gerda Overman Zwijndrecht A. J. v.d. Linden en C. J. Dekker Buitenland Rob Dekker, Aurich, Duitsland Cees en Gré Visser, Idaho, USA

Spanbroek Piet en Hilda Loos Stompetoren Piet en Margo Moeijes Terborg Gerrie van Beek-Klaij Tolbert Teun en Els van Loenen Uithoorn J.E. Castenmiller Ursem L. Sipkes Waddinxveen Rita Wesseling Westwoud Cor en Gerda Nobel Westzaan Bert en Gerda Steenbergen

Jaarboek 2011 HKBB  105


Schrijf mee aan onze jaarboeken Heeft u na het lezen van dit boek ook zin gekregen om iets te schrijven? Leuk! Leg uw idee voor aan de redactie van de HKBB, dan kijken we of het geschikt is voor een volgende uitgave. Schrijfangst hoeft u echt niet te hebben. Alle artikelen worden door de redactie geredigeerd en tot een mooi verhaal gesmeed; natuurlijk in overleg met u. Goed en voldoende beeldmateriaal vinden we erg belangrijk. We beschikken over professionele scan- en fotoapparatuur en helpen u graag. Een goed verhaal hoeft overigens helemaal niet lang te zijn. Een oud krantenartikel met wat wetenswaardigheden van uw kant en een leuke foto kan al een prachtige pagina opleveren. Geen zin om te schrijven, maar wel een leuk idee? Neem ook dan gerust contact op met de redactie. E: redactie@hkbb.nl T: 0229-551341

Ook verkrijgbaar bij de HKBB Jaarboek 2010 van de HKBB

Prijs € 10,-

We hebben de hand weten te leggen op een partij Berkhout in oude ansichten. Zo’n tachtig historische plaatjes uit het begin van de 20ste eeuw. Prijs € 21,50 De dorpsfilm uit 1968 over Berkhout en De Goorn is door Dick Klaij op dvd gezet. Dick de Haas en Henk de Weerd hebben de beelden van deskundig commentaar voorzien. Uniek materiaal. Prijs € 10,-

Uit de historie van Berkhout (1968, 250 pagina’s) en

U bent al lid, maar... misschien kent u iemand die dat ook zou willen worden. Op onze website www.hkbb.nl is dat heel eenvoudig te regelen. Of bel met secretaris Gerrit Schuijtemaker, 0229-553075.

Zo was het in Berkhout (1973, 300 pagina’s), De twee standaardwerken uit de vorige eeuw over de gemeente Berkhout. Beide zijn destijds uitgegeven door de Stichting Dorpsfonds Berkhout 1965 en nu nog in beperkte oplage leverbaar. Prijs per stuk € 10,-; als set € 17,50.

Prijzen zijn exclusief verzendkosten, afhalen is ook mogelijk. Bestellen kan via www.hkbb.nl of neem contact op met Geertje Smit (smitwals@quicknet.nl of 0229-551773).

106  Jaarboek 2011 HKBB

Jaarboek 2011 van de HKBB  

De Historische Kring Berckhout - Bobel Dyck brengt jaarlijks een jaarboek uit over de geschiedenis van de Westfriese dorpen Berkhout en Bobe...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you