Page 1

JAARGANG 2

MAART 2013

#04 PLATFORM VOOR HAAGSE TRANSFORMATIES EN ARCHITECTUUR

Ik wil alleen maar zwemmen...   'Lean and mean' of 'less is less'       Reactivate!   Nieuwe Haagse School als kubistische variant   en meer >


2 HAACS - JAARGANG 2 - #04

About Het initiatief voor HAACS is genomen door het Haags Architectuur CafÊ (HaAC). Wij willen de vele organisaties met eigen invalshoeken een platform geven voor het debat over veranderingen in Den Haag organi­saties die zich, direct of indirect, bezig houden met de stad, soms als beroepsgroep, soms als belangenvereniging en soms als verontruste burgers die een stedelijke transformatie bekritiseren. De rubrieken in HAACS blikken terug, kijken vooruit, houden beschouwingen over actuele thema's, laten prominenten aan het woord, doen verslag van activiteiten en presenteren nieuwe spraakmakende projecten. Kortom, Haags en soms tegendraads: HAACS!


beeld

Marleen Sleeuwits

3 ABOUT


4 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Kleine projecten en kleine bureaus

met grote netwerken zetten grote ontwikkelingen in gang


tekst

beeld

Judith Schotanus

Christian van der Kooy

5 INLEIDING

Het lijkt een dooddoener om over de economische crisis te schrijven. Toch gaan veel artikelen in HAACS #04 over de gevolgen hiervan voor het werk van architecten en de stedelijke ontwikkeling in Den Haag. Architectenbureaus worden kleiner en werken op nieuwe manieren aan ander soort projecten dan een aantal jaar geleden. De gemeente investeert noodgedwongen extra in vastgoed nu markt­ partijen zich terugtrekken.

Stedelijke ontwikkeling is sterk conjunctuur gevoelig en weerspiegelt maatschappelijke processen. Crises in het verleden zetten vaak grote veranderingen in gang. Dat begon al rond 1860 in Parijs. De stad kon niet mee komen in de industriële revolutie door overbevolking en opstoppingen in de straten. Baron Haussemann zorgde voor de aanleg van brede boulevards. Het effect van de verbeterde infrastructuur was echter niet zo zeer het oplossen van de drukte, als wel een hernieuwde drukte met een andere snelheid en schaal. Door de hogere snelheid van transport en communicatie werd ook de ruimte vergroot waarin mensen, goederen en ideeën zich konden verplaatsen. Dit had invloed op allerlei ontwikkelingen, waaronder de opkomst van het impressionisme in de schilderkunst. Om deze grootschalige herontwikkeling mogelijk te maken bedacht Haussemann nieuwe financieringsconstructies. In feite ontstond toen het bankwezen zoals we dat nu kennen. Na een periode van voorspoed leidde speculatie tot een nieuwe economische crisis en het ontslag van Haussemann. Ook woningcorporatie Vestia ging door speculatie bijna ten onder. Den Haag werkt nu op een nieuwe manier samen met Vestia zodat de vastgelopen grootschalige herontwikkeling van Zuidwest verder kan gaan. Ze lijken zich er alleen nog niet van bewust dat daar ook een nieuw stedenbouwkundig plan bij hoort. De veranderingen, die tijdens deze crisis in gang gezet worden, leiden tot een nieuwe realiteit in de stad, die wel eens structureel zou kunnen zijn. Kleine bureaus met een uitgebreid netwerk, kleinschalige projecten en herbestemming van bestaande gebouwen zijn de ingrediënten. Tot de volgende crisis zich aandient….


6 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Over het haags architectuur café

Het Haags Architectuur Café (HaAC) is er voor iedereen die geïnteresseerd is in gebouwd Den Haag. Wil je op de hoogte blijven van ons programma, bezoek dan iedere maand even onze website www.haac.nu, meld je aan voor de digitale uitnodiging of volg ons via Linkedin. Pasklaar

Iedere derde dinsdag van de maand bezoekt HaAC samen met de BNA een pas opgeleverd gebouw. De architect geeft een toelichting en er is een rondgang door het gebouw voor alle nieuwsgierige Haagse burgers en de vakgemeenschap. Actueel Den Haag Debat (ADHD)

ADHD is een gezamenlijk initiatief van HaAC, BNA Kring Haaglanden, Het Nutshuis en Stroom Den Haag. Alert, levendig en actief worden de laatste ontwikkelingen in de Haagse stedenbouw en architectuur bespreekbaar gemaakt. Juni fietstocht door de stad

In juni organiseert het Haags Architectuur Café een fietstocht door de stad onder leiding van iemand die van betekenis is of was bij de wording van Den Haag. Dag van de Architectuur (DvdA)

Jaarlijks in juni organiseren de BNA Kring Haaglanden, het HaAC en DSO de Dag van de Architectuur. Een happening waarbij de Haagse burgers opmerkzaam worden gemaakt op de alles wat er speelt in de stad op het gebied van architectuur en stedelijke veranderingen. Bestuur

Tim de Boer, Joop Bolster (penningmeester), Vivian Hofstede (secretaris), Melvin Kaersenhout (voorzitter), Corine Keus, Regien Kroeze, Dolf Langerak, Leo Oorschot (voorzitter), Judith Schotanus (secretaris), Paul de Vries, Raúl Wallaart en Lotte Zaaijer. Bezoek voor een overzicht van onze activiteiten onze HaAC website www.haac.nu


7 INHOUD & COLOFON

4

Kleine projecten en kleine bureaus 8

Leren van Luc Deleu & Frank van Klingeren 16

Gespot 18

'Lean and mean' of 'less is less' 24

Portret: Andries Micke

REDACTIE De redactie van HAACS magazine bestaat uit leden van het Haags Architectuur CafĂŠ. Leo Oorschot (hoofdredactie), Corine Keus, Judith Schotanus (eindredactie), Lotte Zaaijer, Tim de Boer en fotograaf Johan Nieuwenhuize (beeldredactie)

GASTREDACTEUREN Indira van 't Klooster > www.a10.eu Berit Piepgras > www.beritpiepgras.nl Francien van Westrenen > www.stroom.nl

28

START-UP! 34

Facts & Figures architecten

CONCEPT & ONTWERP Rogier Rosema > www.thingstomakeanddo.nl Jantien Methorst > www.jantienmethorst.nl

FOTOGRAFIE Sarah Carlier > www.sarahcarlier.nl

38

Column: Reactivate! 42

Denis Guzzo > www.denisguzzo.com Ruben Dario Kleimeer > www.rubendariokleimeer.com Christian van der Kooy > www.christianvanderkooy.com Luuk Kramer > www.luukkramer.nl

De schoonheid van het geometrisch primitief 48

Ik wil alleen maar zwemmen... 52

Escamp Green City 60

Marleen Sleeuwits > www.marleensleeuwits.nl Natascha Libbert > www.nataschalibbert.nl Johan Nieuwenhuize > www.johannieuwenhuize.nl Francisco Reina > www.franciscoreina.com

KOPIJ Kopij wordt op prijs gesteld en wordt beoordeeld op relevantie: redactie@haac.nu

Beeldcolumn VERSPREIDING

62

Grootgrondbezitter Den Haag

HAACS magazine is een digitale (kwartaal)uitgave die te lezen is op www.haac.nu en kosteloos gemaild wordt naar iedereen die de uitnodiging van het HaAC ontvangt en de verschillende organisaties en verenigingen die zich bezig houden met het Haagse stadsbeeld.


8 HAACS - JAARGANG 2 - #04

EEN TOEVALLIGE

ONTMOET

Van Klingeren ontwierp in 1971-74 jeugdherberg Ockenburgh als een grote overdekte kampeerplaats waar jongeren samenkomen in de natuur. In 2010 werd deze afgebroken en opgeslagen om ooit op een nieuwe plek te worden herbouwd. foto: Dennis Guzzo

Leren van Luc Deleu & Frank van Klingeren


tekst

beeld

Francien van Westrenen

Denis Guzzo en Rob Kollaard

9 LEREN VAN LUC DELEU & FRANK VAN KLINGEREN

E

TING?

Onderzoek naar het werk en denken van architect Frank van Klingeren, Stroom-tentoonstelling United We (begint op 14 april), leverde als bijvangst mooie parallellen op met Luc Deleu, de hoofdpersoon van de vorige expositie. Voor beide architecten is het open en levend houden van de openbare ruimte de belangrijkste drijfveer. Sinds de nota Kern Gezond uit 1988 draagt de openbare ruimte bij aan de kwaliteit van het Haagse stads-gezicht. Wat kan Den Haag leren van Deleu en Van Klingeren?


Mobile Medium University, studie voor uitbreiding van de Campus van de Universiteit van Antwerpen in 1972 Luc Deleu

10

HAACS - JAARGANG 2 - #04


11 LEREN VAN LUC DELEU & FRANK VAN KLINGEREN

Unadapted City: Dinkytown uit 1998, Luc Deleu

Zelfredzaamheid ‘Je moet tot imperfectie durven over gaan, perfectie is niet te betalen. Een keuken is nooit goed genoeg. Geef de mensen een onafgewerkte woning. (...) Je moet een beroep doen op de handigheid en vindingrijkheid van de bewoners.’ Het is 1968, aan het woord is self-made architect Frank van Klingeren (1919 tot 1999). Hij wist als geen ander de idealen van collectiviteit van de jaren zestig en zeventig in publieke gebouwen te vangen. Van Klingeren ageerde in het citaat tegen de voor de eeuwigheid gebouwde standaardkastjes in gesubsidieerde woningen. Hij geloofde heilig in zelfwerkzaamheid. Dit was voor hem iets heel anders dan inspraak, dat vond hij maar niets, 'via inspraak was er geen Meerpaal gekomen'.

Vrijheid van wonen Van Klingerens visie op wonen verschilde nogal van de reguliere opvattingen in die tijd. Hij vond het openbare, gemeenschappelijke leven belangrijker dan de privacy van een enkele bewoner. Van Klingerens grootste zorg was de teloorgang van de ruimte voor ontmoeting en communicatie in het publieke domein, omdat

iedereen zich terug trok op zijn eigen vierkante meter. Die zorg was zijn belangrijkste drijfveer: uit al zijn projecten spreekt de aandacht voor het gemeenschappelijke. Al heeft Van Klingeren nooit een woningbouwproject gerealiseerd, zijn visie op wonen spreekt ook uit zijn jeugdherbergen. Sociale interactie was belangrijker dan een eigen kamer. Deze tijdelijke, alternatieve en nomadische woonvorm was voor Van Klingeren het model voor vernieuwende woningbouw.


12 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Duurzaamheid ‘Ik beschouw het als een taak van de architect mee te werken aan de vormgeving van een toekomstbeeld voor de aarde, waarin ieder in elke willekeurige woonvorm kan leven.’ Het is 1977, aan het woord is Luc Deleu. De Belgische architect richtte in 1970 T.O.P. office (Turn on Planning) op. Stroom Den Haag toonde het werk van zijn bureau in de tentoonstelling Orban Space. Wat opvalt, is dat zijn praktijk de afgelopen veertig jaar bewonderenswaardig consistent was in de keuze van het centrale thema: de zorg om de aarde en vooral de publieke ruimte. Deleu heeft niet de behoefte om zich met de vorm van individuele woonhuizen bezig te houden. Hij voelt zich des te meer verantwoordelijk voor de vormgeving van de publieke ruimte en het zorgdragen voor individuele vrijheid en autonomie. Deleu werkt zelden in opdracht, maar is zijn eigen opdrachtgever. Hij stelt zichzelf vragen en denkt deze tot het uiterste door. Dat spreekt ook uit zijn motto Less is Less, een adaptatie van het adagium van Mies van der Rohe. Minder is minder, geen flauwekul. Van Klingeren hanteerde overigens een variant: 'meer met minder'. Dit gold voor materiaal en constructie, maar ook voor minder specificiteit waardoor meer ruimte overblijft voor het onverwachte en eigen initiatief.

Het zijn praktijken die zich niet laten leiden door de waan van de dag, maar een doorleefde basis kennen.

De witte walvis De leukste gelijkenis tussen Van Klingeren en Deleu ontdekte ik per toeval. In een radio interview vertelt Deleu over een witte walvis die hij eind jaren zestig zag zwemmen in een zij-arm van de Schelde. De Witte Walvis was tevens de naam van de woonboot waarop Van Klingeren woonde in de jaren veertig. De gelijkenis gaat verder. Van Klingeren was een nomadisch ingenieur en zeilde graag. Deleu zegt zich het meest in zijn element te voelen als hij op zee is.


13 LEREN VAN LUC DELEU & FRANK VAN KLINGEREN

Jeugdherberg van Van Klingeren 1971/74-2010 foto: Dennis Guzzo

Water, varen en de zee komen in veel projecten terug. Onder meer in de Mobile Medium University: een universiteit voor Antwerpen gevestigd op drie vliegdekschepen die met student en al rond de wereld konden varen. In zijn Orbanistisch Manifest van 1980 geeft hij een reden: er is twee maal zoveel water beschikbaar dan aarde. Het is daarom logisch om bij krapte op aarde naar zee uit te wijken. Letterlijk verbeeldt hij dat in VIP City, een stad

een zeemijl voor de kust, bereikbaar via een lange brug of boot. Een van Van Klingerens minder bekende projecten is zijn Zuiderzee-project. Hij beschreef de Markerwaard als 'een nieuw land voor nieuwe mensen met nieuwe wensen’, dat alleen bereikbaar is per vliegtuig of boot, waar paalwoningen staan en waar de lange kustlijn volop gelegenheid biedt tot wonen en recreÍren aan het water.


14 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Continu誰teit Van Klingeren en Deleu hebben een consistent oeuvre opgebouwd dat deels bestaat uit niet gerealiseerde projecten die grotendeels dezelfde thematiek ademen. Dat is te danken aan een voortdurend voortbouwen op, of zelfs hergebruiken van eerdere projecten, waardoor deze zich steeds verder ontwikkelen. Van Klingeren werkte zijn Agora voor De Bilt uit tot


15 LEREN VAN LUC DELEU & FRANK VAN KLINGEREN

De Meerpaal die weer leidde tot Agora Lelystad en vervolgens tot 't Karregat. Deleu startte zijn onderzoek naar de Onaangepaste Stad met Usiebenpole. Deze leidde tot Brikabrak, wat weer aanleiding gaf tot Octopos en Dinkytown en uiteindelijk uitmondde in VIP City. Het zijn praktijken die zich niet laten leiden door de waan van de dag, maar een doorleefde basis kennen.

Jeugdherberg Ockenburg De grondhouding die uit het werk van Van Klingeren en Deleu spreekt is dat zaken nooit vastliggen maar permanent aan verandering onderhevig zijn. Als architect moet je eigenlijk al op toekomstige aanpassingen in gebruik voorsorteren, qua gebouw èn budget. Van Klingeren stelde letterlijk voor om bij aanvang een deel van het bouwbudget te reserveren voor latere aanpassingen. Zowel de Meerpaal, 't Karregat als Jeugdherberg Ockenburgh in Den Haag hadden veel aan een dergelijk budget gehad. Wat flexibiliteit van concept en gebouw betreft, lijkt Ockenburgh het meest geslaagd. Studio LÊon Thier en HVE Architecten maakten een prachtig plan voor hergebruik. Voorlopig is het gebouw volledig gedemonteerd en genummerd opgeslagen (wat op zichzelf al een wonder van duurzaamheid is) en wacht op geld en wilskracht tot het weer opgebouwd wordt. Tijdens United We start Stroom een campagne voor de wederopbouw van de jeugdherberg, met als beeldmerk het conversatiebevorderend stapelbed. Het bed is van een zelfde verraderlijk slimme eenvoud en schoonheid als de Barcelonatorens van Deleu.


16

portret

HAACS - JAARGANG 2 - #04

Johan Nieuwenhuize

Marleen Sleeuwits heeft sinds kort haar atelier in het oude gebouw van de GGD uit 1968 van architect Piet Zanstra aan de Thorbeckelaan. Voor haar foto’s breekt ze nu muren door, boort ze gaten in wanden en plafonds en schildert ze ruimtes in een andere kleur. Ook doet ze sculpturale ingrepen met bijvoorbeeld oude tl-balken, tapijt­tegels of goudkleurig papier. Op deze manier verandert ze de kantoorruimte tot haar eigen zeer tot de verbeelding sprekende universum. De fotowerken van Marleen Sleeuwits richten zich op de stedelijke omgeving. Ze onderzoekt het conflicterende gevoel dat ze heeft bij bepaalde ruimtes in de stad. Dit gevoel omschrijft ze als volgt: ‘(...) alsof je losstaat van de werkelijke plaats en tijd, maar tegelijkertijd ook de schoonheid ervaart.’ De stijl van Marleen Sleeuwits kenmerkt zich door een tamelijk afstandelijke benadering die tegelijkertijd een fijnzinnig gevoel voor licht, kleur en compositie laat zien. Marleen Sleeuwits is dit jaar geselecteerd voor de longlist van de Prix de Rome.

Interior no. 36 | year: 2013 | 27 x 32 cm ultrachromeprint on alumunium with frame | edition of 30


beeld

Marleen Sleeuwits

17 GESPOT

GESPOT


18 HAACS - JAARGANG 2 - #04


19

tekst

beeld

Berit Piepgras

Christian van der Kooy

'LEAN AND MEAN' OF 'LESS IS LESS'

‘Lean and mean’ of ‘less is less’ Het XS-architectenbureau, kans of knelpunt?

Change or die. Deze algemene conclusie komt uit een RIBArapport over de toekomst van Britse architectenbureaus. Kleine bureaus waren tot voor de economische crisis en de apathie in de bouwsector een niche. Doordat grote architectenbureaus kleiner werden, zijn er veel eenpitters gestart. Andere bureaus krompen noodgedwongen als onderdeel van hun overlevingsstrategie tot XS-architectenbureaus. Het kleine bureau is geen specifiek marktsegment meer en heeft veel concurrentie gekregen. Hoe verandert de architect (zichzelf) precies? Omarmt hij de XS-maat van het kleine architectenbureau of is het hem overkomen?

Hybride architect

Binnen de aanhoudende discussie over het architecten vak, namelijk of de ‘echte’ architect ‘regisseur van het bouwproces’, ‘ontwerpend vakman’ of ‘ruimtelijk filosoof’ is, verschijnt een nieuw term: de hybride architect. Nieuwe ruimtelijke opgaven vragen om een architect die vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid eigen initiatief toont en zijn opdracht zelf formuleert. Bij het project wordt een (mede)opdrachtgever gezocht, het project wordt georganiseerd door meerderde stakeholders en door crowdfunding gefinancierd. Hier wordt nog steeds de architect-eigen kennis gebruikt, zoals gefaseerde processen overzien, organisatietalent en het visualiseren van alternatieve toekomsten. Alleen de opdrachtgever en -nemer rollen zijn veranderd. Van de hybride architect wordt een interdisciplinaire kijk op zijn vak als creatieve discipline gevraagd. Hij moet allianties sluiten met andere (creatieve) sectoren om ruimtelijke vraagstukken te tackelen.


20 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Het product van een architect is niet altijd een gebouw. Het kan een agenderend ontwerp zijn, dat vraagstukken signaleert en partijen bij elkaar brengt, zoals een digitale tool of road-map. Het begrip architect moet opnieuw gedefinieerd worden. De opdrachtgever moet weten, wat hij aan zijn architect heeft. Het maakt niet uit, welk soort oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken de architect aanbiedt, als het maar duidelijk is voor hemzelf en zijn omgeving. Ondernemerschap en branding schijnen voor veel architecten nieuwe takken van sport te zijn, maar zijn zeker voor het XS-bureau van groot belang. Ontwerpt de architect klushuizen voor particulieren (business to consumer) of laat hij zich als tekenaar inhuren door grotere bureaus (business to business)?


21 'LEAN AND MEAN' OF 'LESS IS LESS'

De zolderkamerarchitect bestaat niet meer

Het werkveld van de architect verandert: introvert aan projecten werken is binnen de huidige opgaven niet meer mogelijk. De hedendaagse ruimtelijke vraagstukken zijn complex en worden integraal opgelost in een interdisciplinair team. Als klein bureau allieert de architect zich, zowel in werkwijze als in werkruimte. Hij werkt in een interdisciplinaire coöperatie, in een ontwerpagentschap (iedereen heeft in één ruimte zijn eigen bureau/bedrijf en projecten worden voor ‘binnenhaal-percentages’ aan de beste voor de klus doorgegeven), in een los netwerk of cloud (de ZZP’er stelt per opdracht zijn dream team samen, vaak met een platte organisatie) of werkt als freelancer voor andere bureaus of opleidingen. De architect kan een werkplek voor een dag huren in een werkhotel, een studio huren of delen in en bedrijfsverzamelgebouw of werkt aan projecten in de werkhoreca (cafés met Wi-Fi). XS-architectenbureaus zijn flexibel. Het gaat erom dat per opdracht de meest optimale organisatie wordt gekozen. Door divers te opereren spreid hij het risico. Een architect kan in één project opdrachtgever zijn, in een ander freelancer en in een derde project clouder.

Klein bureau ≠ kleine opdracht

De inhoud van de werkzaamheden bepaalt de opdracht, niet de maat van het bureau. Het XS-bureau realiseert niet alleen dakkapellen. Met een goed netwerk stelt het in korte tijd een team samen in de maat van een middelgroot bureau, als dat voor de opdracht noodzakelijk is. Een projectteam van kleine bureaus kan rhizomatisch opgebouwd zijn en een voortzetting van een platte organisatie of hiërarchisch met verschillende klassieke architectuurbureau-rollen, die per project veranderen. Een voorbeeld is voormalig OMA partner Floris Alkemade, die als ZZP’er grote projecten aanneemt en leidt. Per project stelt hij een passend team samen. Binnen het netwerk worden kennisontwikkeling en professionalisering georganiseerd. Professionalisering is zeker voor kleine bureaus van groot belang om aan leuke opdrachten te komen. Certificeringen, die nodig zijn voor grote aanbestedingen, kunnen bijvoorbeeld worden georganiseerd in netwerken als XS-Rijnmond. Compacte Bureaus in Den Haag van BNA kring Haaglanden organiseert bijeenkomsten, die anders voor een klein bureau niet zo snel binnen bereik zouden zijn. Deze bijeenkomsten bieden inzicht in bureauorganisatie, vernieuwingen in de bouw en reflectie op het vak.


HAACS - JAARGANG 2 - #04

Een XS-architect kan in ĂŠĂŠn project opdrachtgever zijn, in een ander freelancer en in een derde project clouder.

22

The more the merrier

Het ondernemerschap en reflectieve vermogen van het XS-bureau scheidt het kaf van het koren. Juist een klein en flexibel bureau kan experimenteren met nieuwe definities van het architectenbestaan. Het cloudmodel wordt steeds gebruikelijker en kan worden doorontwikkeld tot een haalbaar model voor de toekomst. Door elkaars diensten in te huren in plaats van te bezitten, blijven de lijnen kort, de creatieve ruimte groot en de innovatiekracht scherp. Niet voor niets wordt dit XS-netwerkmodel steeds vaker afgekeken door grotere bureaus. Het bureau is zo goed als het netwerk. Laten we ons juist als kleine bureaus onderling beter organiseren (via brancheverenigingen of andere netwerken). Voor de opdrachtgever moet dan niet alleen duidelijk zijn welke kwaliteiten de architect biedt, maar ook wie in zijn werk-netwerk zit. Zo kan het extra small architectenbureau het maximale bieden.


23 'LEAN AND MEAN' OF 'LESS IS LESS'

LINKS Cloud als werk-model http://www.archined.nl/ interviews/2010/ van-onderzoekslab-naarcloud-company/

Compacte Bureaus Haaglanden, BNA http://bnahaaglanden.nl/ category/activiteiten/ compacte-bureaus/


24 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Andries Micke


tekst

beeld

Judith Schotanus

Sarah Carlier

25 PORTRET

Den Haag heeft veel kleine architecten bureaus. En het worden er steeds meer. Wie zijn deze architecten? Waar werken ze? Wat is hun visie? HAACS is nieuwsgierig en maakte een portret van Andries Micke.

PORTRET


26 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Naam bureau? Mixd Architecture & Art staat voor mijn gemengde beroeps­praktijk. Ik heb de behoefte om ook autonoom werk te maken zonder opdrachtgever. Vorig jaar maakte ik voor de expositie ‘Operandi’ bij de Vrije Academie een time-laps video. Eigen bureau sinds? Na mijn afstuderen aan de TU Delft had ik eerst een bureau met twee anderen. In 2002 startte ik Mixd. Ik werkte kort bij Maxwan, maar merkte dat stedenbouw mij niet ligt. Ontwerpen voor de lange termijn botst te veel met de korte termijn van de politieke besluitvorming. Werkplek? Broedplaats De Constant Rebecqueplein. De mensen zijn de belangrijkste reden dat ik hier zit. Zo heb ik een groot netwerk van kunstenaars en ontwerpers. We schakelen elkaar in voor grotere opdrachten, nemen samen initiatieven en mijn studiogenoot maakt soms visualisaties voor me. Helaas zitten hier geen andere architecten. Lopende projecten? Ik werk aan een praktijkruimte voor mediaproducties van een ZZP-er. Daarnaast maak ik een schetsontwerp voor een writers-residence voor kunstenaarsinitiatief Satellietgroep met onder meer Jacqueline Heerema, de opdrachtgever is gemeente Schiedam. Dit is een vervolg op de cultuur­ container Badgast in surfdorp FAST. Daar verblijven kunstenaars die de cultuur van Scheveningen en de kust onderzoeken en wetenschappers die bijvoorbeeld het proces van verzilting bestuderen. We willen via culturele beschouwingen Den Haag meer op de kust en de zee betrekken. Opdrachtgevers? Door mijn eigen belangstelling en culturele initiatieven heb ik een duidelijke positie. Opdrachtgevers zijn culturele instellingen zoals de Vrije Academie en de afdeling OCW vastgoed van de gemeente, particulieren en corporaties. Deels gesubsidieerde initiatieven zoals Badgast, leveren ‘best practises’ op die weer tot nieuwe opdrachtsituaties leiden. Bij Badgast, ontworpen samen met Refunc en Jacqueline Heerema, vervulde ik met Jacqueline ook de rol van opdrachtgever en projectontwikkelaar onder de paraplu van Satellietgroep.


27 PORTRET

Ontwerpvisie? In culturele gebouwen mag de architectuur niet concurreren met het tentoongestelde. Met zo min mogelijk ruis wil ik een zo sterk mogelijk beeld neerzetten: Naked Architecture. Materiaal gebruik ik zo kaal mogelijk, zoals gepolijst beton. Perceptie is erg belangrijk. Wat goed werkt is het onderbreken van de ribben van het volume door openingen, zoals we toe足pasten in galerie 1646. Renovatie? De structuur van het gebouw neem ik als uitgangspunt. Voor Theater Zeebelt ontwierp ik een nieuwe gebogen gevel met slanke profielen, die teruggrijpt op het oorspronkelijke beeld. Favoriete Haagse plek? De zee en de haven. De gebouwen aan de kades zonder esthetisch oordeel of gewilde verbeelding van een metafoor, zijn mooi door hun ruwheid en heldere structuur. Toekomst? Het doel is groeien. Niet kwantitatief, maar door het vak beter in de vingers te krijgen. Tegen mijn verwachting in blijven opdrachten voorlopig doorgaan. Een levendig cultureel circuit is belangrijk voor de economie van Den Haag. Ik hoop dat ondernemingen in de toekomst meer initiatieven nemen in de cultuurproductie.

Een levendig cultureel circuit is belangrijk voor de economie van Den Haag


28 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Interview met

Mijntje Vervoort van AIR

STAR

AIR, het architectuur centrum van Rotterdam, richt zich op talent- en kennisontwikkeling van architecten. Met de serie START-UP biedt het jonge, talentvolle architectenbureaus een podium waarop zij hun ondernemerschap delen. Mijntje Vervoort werkt als redacteur bij AIR aan activiteiten en bijeenkomsten met betrekking tot architectuurbeleid en talentontwikkeling.


tekst

beeld

Corine Keus

Ruben Dario Kleimeer

29 START-UP!

RT-UP!


30 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Skatepool en opgeknapt sportveld aan de Heemraadssingel in Rotterdam. Eigen initiatief van LAGADO architects in samenwerking met lokale jongeren.


31 START-UP!

Jullie zijn in 2009 met de serie Start Up begonnen, wat was de aanleiding? In de architectuurnota Rotterdam 2009 is in de uitvoeringsagenda geformuleerd dat ontwerptalent voor Rotterdam behouden moet blijven en gestimuleerd wordt en startende architecten aan het werk of een stageplek geholpen worden. In deze opgave is een rol voor AIR weggelegd. Rotterdam staat bekend als architectuurstad, ook als het gaat om de hier gevestigde ontwerpbureaus, architectuur instellingen en studenten. AIR manifesteert zich als spil in het netwerk. Het vergt extra inspanningen dat netwerk goed te kennen en de verschillende delen met elkaar te verknopen. Door op bezoek te gaan bij individuele ontwerpers of ontwerpbureaus en kennis te nemen van hun werk, creĂŤert en biedt AIR overzicht. Met koppeling van initiatieven en het aanbieden van een podium en/of plaatsing in een bredere context wordt het architectuurklimaat in Rotterdam en het gesprek hierover gevoed. AIR wil een extra bijdrage leveren aan de zichtbaarheid en professionalisering van jonge ondernemers. Zijn jullie zelf op zoek gegaan naar architecten of namen de jonge bureaus zelf contact met jullie op? Beide. Jonge architecten weten AIR te vinden en ook zijn we zelf actief op zoek naar startende bureaus en nieuwe initiatieven. We houden ook contact met de Rotterdamse academie van bouwkunst en de TU-Delft. Daarnaast komen er vanuit de bureaus in ons netwerk nieuwe tips. Een enkele keer plaatsen we een oproep via social media. Hoe vind je dat jonge architecten zichzelf presenteren? De bureaus tonen een groot ondernemerschap en nemen veel initiatief in het zelf genereren van opdrachten. Je ziet dat jonge ondernemers op zoek zijn naar manieren om zich te onderscheiden. De markt vraagt om iemand die breed georiĂŤnteerd is en alles kan, terwijl de jonge ondernemer alleen door een bijzondere expertise op kan vallen. Een startend bureau heeft vaak te weinig ervaring om te kunnen zeggen waar exact hun kracht ligt. Dat moeten ze nog ontwikkelen. Het is een zoektocht. Het AIR Start Up podium wil de jonge bureaus in hun kracht laten zien. Het is vaak


32 HAACS - JAARGANG 2 - #04

de eerste keer dat ze heel goed moeten nadenken over hoe ze zich aan publiek presenteren. Een valkuil is dat hun presentatie zich meer richt op vakgenoten dan op een mogelijke opdrachtgever. Is er een verandering zichtbaar door de economische crisis; ondernemen architecten nu op een andere manier? Ja, ze zijn veelzijdiger. Pakken, deels noodgedwongen, meer nevenactiviteiten op zoals lesgeven, schrijven, adviseren, presenteren et cetera. Er zijn meer manieren nodig om omzet te genereren. ‘Reguliere’ opdrachten zijn er bijna niet meer. Vooral de startende bureaus steken veel tijd en energie in het initiëren van eigen opdrachten. Ze zijn de stuwende kracht in veel buurtinitiatieven, herontwikkelingsopgaven en kleinschalige projectontwikkelingen. Lagado architects is daar een mooi voorbeeld van. Zij realiseerden in 2012 na jarenlange inzet en volharding een skatepool in het Heemraadspark van Rotterdam. Er is een trend gaande dat er meer eenmanszaken samenwerken in de vorm van netwerken 'Clouding', denk je dat die trend zal doorzetten? Ja. Social media en internet heeft dat allemaal mogelijk gemaakt. Mensen zijn altijd op zoek naar gelijkgestemden, partners om mee samen te werken. In een netwerk of Cloud behoud je je onafhankelijkheid maar toon je wel openheid en vertrouwen in de samenwerkingspartners. Je zit niet direct vast aan kantoorkosten, daarmee blijven overheadkosten minimaal. Er zitten veel voordelen aan: uurtarief blijft laag en je bent flexibel. Een interessante ‘cloud’samenwerking zie je bij The Cloud Collective, een bureau met ‘partners’ door heel Europa. Tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat het voor

een opdrachtgever niet altijd duidelijk is hoe hecht een samenwerkings-verband is. Er is onzekerheid of de partners met wie je aan tafel gaat wel het hele traject samen afmaken. Daarin geeft een ‘traditioneel’ bureau misschien meer vertrouwen. Een groot collectief kan een opdrachtgever afschrikken. Uiteindelijk heb je voor een opdracht toch het liefst een team waarin een duidelijke hiërarchie heerst. Wie is de projectleider, wie het creatieve brein, wie de financiële deskundige, wie de techneut en wie tekent het allemaal uit? Wie is er uiteindelijk verantwoordelijk als het mis gaat? Zal het traditionele architectenbureau hierdoor verdwijnen? Er zal een ander ondernemerschap in de architectenbranche ontstaan. Ik denk dat als starters meer bouwervaring opdoen en opdrachten talrijker of groter worden, er uit losse samenwerkingsverbanden behoefte kan ontstaan aan een vastere vorm. Het traditionele architectenbureau met een vast team van partners en werknemers blijft zeker bestaan. Kijk maar naar het Haagse bureau Posad dat de startersfase nu wel is ontgroeid en met een hecht team van vaste medewerkers werkt. Welk advies zou je beginnende architecten geven? Investeer in het vormen van een solide netwerk, onderhoud het goed. Probeer duidelijk te presenteren wat jou interessant maakt voor je opdrachtgever. Maak jezelf zichtbaar door ook zelf projecten te initiëren. Daarmee bouw je een portfolio en toon je betrokkenheid bij actuele opgaven. Goed weten wat speelt in je stad of regio is belangrijk om zichtbaar te zijn bij bijvoorbeeld stadsontwikkeling. Maak jezelf gemakkelijk te vinden.


33 START-UP!

Hoe kan AIR hierbij ondersteunen? AIR heeft een talentontwikkelingsprogramma waarin we drie soorten bijeenkomsten organiseren. AIR Start Up is een podium waar jong talent zich kan presenteren. Kennis, inspiratie en drijfveren worden gedeeld met vakgenoten en publiek. Tijdens een working dinner Meet & Greet brengen we jonge bureaus in contact met experts om netwerken te binden. Er kan een uitwisseling ontstaan in kennis tussen ‘oud en jong’. Daarnaast helpen we jonge bureaus zich te professionaliseren en verbreden door bijvoorbeeld een training veranderkracht of cursus presenteren. AIR heeft een groot netwerk. We kijken altijd waar verbindingen mogelijk zijn. We organiseren heel gericht ontmoetingen waar we verschillende partijen rondom een opgave of thema bijeenbrengen om gezamenlijk te werken aan de stad. We initiëren ook projecten zoals PLUG Rotterdam waarbij we actief bureaus betrekken bij actuele opgaven in de stad.


34 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Op 5 maart 2013 publiceerde het CBS cijfers die de verdere daling van de omzet van architectenbureaus in 2012 toonden. De vooruitzichten voor nieuwe projecten in de bouw zijn niet positief. De waarde van de verleende bouwvergunningen voor nieuwbouw van woningen en bedrijfsgebouwen was in de eerste elf maanden van 2012 bijna 29% lager dan in dezelfde periode een jaar eerder. 20

Facts & Fi

10

0

-10

-20

2006

2007

2008

2009


tekst

beeld

???

???

35 FACTS & FIGURES ARCHITECTEN

Architecten kregen minder nieuwe opdrachten, in de eerste drie kwartalen van 2012 daalde de waarde van deze opdrachten met 10%. De omzet van de hele architectenbranche daalde in 2012 met 14%. De omzet komt hiermee bijna 50% onder het niveau van voor de crisis. In Nederland zijn momenteel 8372 geregistreerde architecten. Door de veranderende arbeidsmarkt zijn veel architecten werkeloos geraakt. Zij zijn

voor zichzelf begonnen of zijn noodgedwongen een andere richting op gegaan. HAACS was benieuwd naar de actuele dichtheid van geregistreerde architecten, architectenbureaus en eenmanszaken en heeft voor acht steden de aantallen op een rij gezet. (bronnen: Bureau architectenregister, Centraal Bureau voor de Statistiek, Kamer van Koophandel, Bond Nederlandse Architecten.)

igures architecten Omzet architectenbureaus

2010

2011

2012


36 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Cijfers architecten, -bureaus en eenmanszaken

Nederland 16.774.598 inwoners

1:2003

KVK architectenbureau 2810 KVK eenmanszaak 1279

Den Haag

136 76

Rotterdam

257 146

Amsterdam

388 219

44 28

54 20

66 40

81 53

99.280

1:210

472

286

218.559

1:590

370

Utrecht

122.071

1:758

161

195.511

1:1386

141

Delft

798.164

1:579

1.377

Groningen

615.752

1:553

1.113

Eindhoven

504.260

1:925

545

Maastricht

architect / inwoners

8.372

Ingeschreven Bureau Architectenregister

79 48

321.583

1:1124


tekst

beeld

???

Jantien en Rogier

Cijfers architecten Bureaus en leden ingeschreven architecten bij Bond Nederlandse Architecten. Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

Architecten leden 1 = 10

Architecten bureaus 1 = 64

37 FACTS & FIGURES ARCHITECTEN


38

!etavitcaeR

HAACS - JAARGANG 2 - #04


tekst

beeld

Indira van ’t Klooster

Natascha Libbert

reactivistische houding van jonge architecten en zag direct parallelen met de Afrikaanse samenleving. Speciaal voor deze column selecteerde ze niet eerder getoonde werken.

COLUMN: REACTIVATE!

Reactivate!

Fotograaf Natascha Libbert herkent de

39

De post-starchitectgeneratie houdt zich niet bezig met iconische concepten, noch met seriematige gevelproductie in buitenwijken. Aan het begin van de 21e eeuw zijn de ideeën over hoe de maatschappij moet functioneren op sociaal, economisch en cultureel niveau sterk veranderd. Dus praat de jongste generatie architecten niet over Programma van Eisen en bestek, maar over economic engineering, LoftHome, open source urbanism, urban bio logic, Freemium, performatieve stedenbouw, crowdfunding en de Ideal Day-methode. Het zijn de instrumenten voor nieuwe financieringsconstructies, productontwikkeling voor zelfbouwers, energiestromen en gesloten kringlopen, grondsanering en sociale vernieuwing in leegstaande panden.

Ach, zeggen de oudere architecten: dat deden wij vroeger toch ook, al heette het toen anders. Ach, zeggen de cynici: die grote woorden zijn niet meer dan etiketten om een gebrek aan grote ideeën en machtige geldstromen te verhullen. Maar er is wel degelijk iets aan de hand. Neem dit citaat van Kristian Koreman (ZUS architecten). ‘Wij ontwerpen een brug van 300 meter, omdat we nú een nieuwe context willen creëren. Dan kan je niet wachten op een opdrachtgever die daar 30 jaar voor uit trekt. Dus moet je de bevolking erbij betrekken. Maar we vragen niet: wat vindt u een mooie brug, en hoe wilt u hem hebben? We ontwerpen iets dat bijdraagt aan


40 HAACS - JAARGANG 2 - #04

1

Indira van ’t

Klooster is auteur van het boek Reactivate! Vernieuwers in de Nederlandse

gemeenschappelijkheid en vragen wat ze ervoor zouden willen betalen.’ Is dat feitelijk een andere vorm van maatschappelijk draagvlak creëren? ‘Ja, zegt Koreman, ‘maar niet vanuit een politieke drive, gewoon vanuit de deadlock die nu in de traditionele planvorming zit.’1

architectuur, dat in mei 2013 verschijnt bij trancity valiz. Vanuit boven­­ x

staande uitgangspunten worden de ideeën van circa 40 jonge ontwerpers nader verkend. Citaat uit Reactivate!

Veel jonge architecten staan zo in de praktijk: Wat kan ik nu? Hoeveel architectuur is er nodig? Niet vanuit een politieke drijfveer, maar ‘gewoon’ om vastgelopen planmachines te forceren. Maar ze voelen zich wel betrokken en verantwoordelijk, en gaan op zoek naar waarden die nú relevant zijn voor de samenleving en dus de architectuur. Hun houding en de resultaten laten zich omschrijven als reactivistisch. Reactiviteit is een scheikundig begrip dat verwijst naar het gemak waarmee kleine eenheden of functionele groepen een (niet omkeerbare) chemische reactie aangaan. Want ik geloof ook dat hun manier van werken niet vrijblijvend is. Het is geen tijdverdrijf tot het grote geld weer gaat rollen. Achter de vaak kleine projecten gaan grote concepten schuil. De projecten zijn feitelijk een mini-laboratorium om ideeën te testen. Zo ontstaan blijvende alternatieven voor de icoonarchitectuur die heeft afgedaan.

Achter de vaak kleine projecten gaan grote concepten schuil. Zo ontstaan blijvende alternatieven voor de icoonarchitectuur die heeft afgedaan.


41 COLUMN: REACTIVATE!


42 HAACS - JAARGANG 2 - #04

De schoonheid van het geometrische pr Nieuwe Haagse Sch als kubistische varia


tekst

beeld

Leo Oorschot

Luuk Kramer

rimitief: hool ant

43 DE SCHOONHEID VAN HET GEOMETRISCHE PRIMITIEF


44 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Een kubistisch schoolgebouw uit 1925 van de Haagse architecten Co Brandes (1884-1955) en D.C. van der Zwart (1882-1960?) in Laakkwartier Noord aan de Ketelstraat staat op de nominatie gesloopt te worden. Het gebouw is geen monument. Dat is jammer, het gaat om een van de weinige gebouwen in Nederland waarin het kubisme direct voelbaar is. Het is een van de mooiste scholen van de Haagse dienst gemeentewerken. Daarom moet dit gebouw worden bewaard en een tweede leven kunnen krijgen. Het eerste motief voor behoud is dat de Haagse gemeentearchitect D.C. van der Zwart relatief onbekend is maar een enorme staat van dienst heeft, met veel nuts- en schoolgebouwen. Vanaf 1890 maakte deze gemeentelijke architectuur een bloei door. Veel van deze gebouwen zijn al gesloopt. De bouwwerken waren toen een voorbeeld voor de kwalitatief hoogstaande woningbouwarchitectuur. Het tweede argument voor behoud is de bijzondere architectuur. In dit Nieuwe Haagse School gebouw is geen Frank Lloyd Wright-invloed te zien met doorstekende vlakken die ruimten omsluiten en de geur van Cuypers of Berlage lijkt verdwenen. Hier staat het puur geometrisch primitief van het kubisme in baksteen. Deze bijzonderheid is alleen al een argument voor een monumentstatus. Een derde argument is dat het gebouw goed kan worden herbestemd tot verschillende woningentypen of


45 DE SCHOONHEID VAN HET GEOMETRISCHE PRIMITIEF

Het met kunst en beveiliging zwaar toegetakelde kubistische schoolgebouw uit 1925 van Co Brandes en D.C. van der Zwart, Keterstraat, Den Haag

een cultuuranker. Het voormalig schoolgebouw heeft veel betekenis voor de wijkbewoners. Deze zaten hier wellicht op school. Historische continu誰teit van bebouwing is een bijdrage aan de versterking van de wijkidentiteit en de sociale verbanden binnen de wijk. De gemeentearchitect D.C. van der Zwart

D.C. van der Zwart stond lang in de schaduw van de architectuurhelden van het Interbellum. Toch had hij samen met zijn collega Schadee een bijzondere invloed op de architectuur van de openbare- en nutsgebouwen van de stad. Van der Zwart was hoofdarchitect-afdelingschef bij Gemeentewerken te Den Haag van 1915 tot 1947. Na zijn pensionering werkte hij nog tot 1949 bij de Gemeentewerken. Het werk van Van der Zwart is soms moeilijk te onderscheiden van zijn twintig jaar oudere collega bij gemeente-

werken de architect Adam Schadee (1862-1937) die van 1891 tot 1927 werkzaam was als afdelings足 chef en ongeveer 75 scholen ontwierp in Den Haag. Van der Zwart volgde hem op als afdelingschef. Of er sprake was van een leerling-meester verhouding is onduidelijk. Het meest kenmerkende werk van Schadee ademt nog de cultuur van historische verwijzingen met neostijlen zoals bij Cuypers en Berlage gangbaar was en heeft ook art nouveau-elementen in zich. Het kenmerkende werk van Van der Zwart toont een zuivere vorm van kubisme. Van 1915 tot 1927 moeten Schadee en Van der Zwart hebben samengewerkt aan tal van projecten. Bijvoorbeeld aan de Openbare Bibliotheek aan de Bilderdijkstraat en het Badhuis aan de Spionkopstraat. De hoogtijdagen van de Nieuwe Haagse School vielen in deze overlapperiode.


46 HAACS - JAARGANG 2 - #04

BRONNEN Rosenberg, H.P.R.,

Haag 1800-1940, Den Haag:

G. & Smit, F. (1981) Bouwen op

Bouw- onderneming en het

Vaillant, E.C. & Valentijn, D.

SDU uitgeverij / Slechte, C,H.,

Haagse gronden – zestig jaar

gemeenschappelijk stedebouw-

(1988) Architectuurgids van Den

Leeuw-Roord, J. van der, Rijven,

wel en wee rond de Haagse

kundig beleid, Den Haag:


-

47 DE SCHOONHEID VAN HET GEOMETRISCHE PRIMITIEF

Het kubistisch schoolgebouw uit 1925 van Co Brandes en D.C. van der Zwart. Ketelstraat, Den Haag.

Haagse School Kubisme

De school aan de Ketelstraat is een bijzondere vorm van de Nieuwe Haagse School, omdat zij voorafging aan een aantal Haagse meesterwerken, zoals de Johan de Witt scholengemeenschap (1924/27), het Grotius Lyceum (1925/26) en het Dalton Lyceum (1931). Van deze laatste school ontwierp Van der Zwart het gebouw en deed Brandes de gevel. De school aan de Ketelstraat heeft een symmetrische opbouw en de verschillende bouwvolumes van metselwerk liggen als blokken tegen elkaar aan. Ramen liggen in het vlak van de kubus en vormen met elkaar een reeks of een band, wat versterkt wordt doordat de penanten terugliggen. Door de sprongen in de gevel kreeg de school aan de voorzijde een voorgebied. Ook de achterzijde is opgebouwd uit volumes maar veel minder uitgesproken. De grote ramenpartijen laten het licht diep in de klaslokalen aan de achterzijde. Door de ogenharen gezien is het een rastergevel van metselwerk met glas. Aan de voorzijde liggen ruimten zoals de gymzaal. Daardoor kreeg de voorruimte zijn abstracte en gesloten gevel. Uit angst voor de abstracte schoonheid heeft de school Atelier Potvis in de periode 19871989 een soort macraméwerk van tegeltjes op de voorgevel laten plakken, als BKR-product. Het gebouw kreeg hierdoor een nogal koddig en rommelig uiterlijk. Het ziet er nu uit als een voorname heer met een feestneus op. Gelukkig is de school goed te herstellen. Historische continuïteit, identiteit en herbestemming

Het gebouw ligt aan de rand van de wijk die vroeger bekend stond als Molenwijk of Trekvlietkwartier. Het is een van de bijzonderste Interbellumwijken die door het team van de grote volkshuisvester Piet Bakker Schut werd gebouwd. De gemeentearchitecten Albers en Greve ontwierpen de bebouwing tussen 1916-1923. Helaas werd deze wijk tijdens de stadsvernieuwingsoperatie in de jaren tachtig vrijwel integraal afgebroken en vervangen door schrale nieuwbouw. De school aan de Ketelstraat is een van de laatste herinneringen aan deze wijk. Het gebouw geeft de wijk haar identiteit. Behoud zorgt voor historische continuïteit, die bewoners zeker kunnen waarderen. Juist de heldere opbouw, de plaats in de wijk en de oriëntatie van dit gebouw maken herbestemming naar grote woningen met ruime tuinen of een buurt cultuuranker goed mogelijk. Wonen in een kubistisch meesterwerk van de Nieuwe Haagse School, wie wil dat niet?

Uitgeverij J.N. Voorhoeve / Postmaa, C. (2009) 'Nagekomen post over Adam Schadee', in: AD 8-7-2009


48

tekst

HAACS - JAARGANG 2 - #04

Tim de Boer

IK WIL ALLEEN

Bij onze zoektocht naar de kassa word ik afgeleid door een piraat. Vanaf zijn tropische eiland – een hoopje zand in de hal – staart hij ons aan. Hij ziet er ongelukkig uit. Een beetje verloren tussen de houten bankjes, snoep- en chipsautomaten. De illusie van een tropisch eiland vinden we een paar meter achter hem, geschilderd op de donkerste muren van de hal.


MAAR ZWEMMEN..

beeld

Christian van der Kooy

49 IK WIL ALLEEN MAAR ZWEMMEN...

Ik denk aan het koude water tijdens het afzwemmen in ditzelfde zwembad jaren terug. Er was toen geen poging tot een warme aankleding van het zwembad. Het was functioneel; tegeltjes. De hal had bankjes ja, maar geen snoepautomaat en zeker geen piraat. Je kon er met je vochtige haren wachten tot je ouders van de tribune kwamen. Het tochtte, meer niet. Gelukkig is de rij kort. Ook bij de zevende attractie van Zuid Holland is het dus niet altijd druk. Zouden er ook familiekleedhokjes zijn? Dat is wel zo handig met kleine kinderen. We hebben geluk. Na een beetje speuren vinden we iets dat op een familiekleedhokje lijkt. Een stalen H-kolom splijt een, anders doodgewoon, hokje doormidden. Deze kolom stond een efficiënte ruimteverdeling in de weg. Het zwembad heeft van de nood een deugd gemaakt en bood strak tegen de kolom een waterdicht aankleedkussen aan. Niet ideaal, maar we besloten er gebruik van te maken. Langs de kluisjes – nog steeds zo'n armbandje met sleuteltje en geld terug na afloop – via de douches naar het peuterbad. Terwijl ik me krampachtig de route naar het bad probeer te herinneren, is voor mijn zoon alles nieuw en interessant. Hij kijkt zijn ogen uit. Er kan zelfs geen lachje af. Met moeite baan ik mij een weg door de halfnaakte lijven die ik slechts in verschillende wazigheden kan onderscheiden. Mijn bril ligt al veilig in het kluisje. De opzet van het zwembad lijkt niet veranderd sinds mijn zwemlessen. Nog steeds dezelfde baden, duikplanken en glijbaan. Ook de 'wildwaterbaan' waar je paar meter tussen plastic planten dobbert is er nog. Vroeger was dit het hoogtepunt van het zwembad. Nu maakt het niet eens indruk op mijn zoon. Pas als ik dichterbij kom valt het me op waar hij zich zo over lijkt te verbazen. Het zwembad is inmiddels gerenoveerd.


50 HAACS - JAARGANG 2 - #04


51 IK WIL ALLEEN MAAR ZWEMMEN...

Tijdelijk atelier in het voormalige Kuur Thermen Vitalizee, Scheveningen Boulevard

Er is alles aan gedaan om het zwembad eruit te laten zien als boerenschuur. Boven de strook ramen zijn rustieke bakstenen geschilderd en 'echte' balken tegen de gevel geplakt. Toppunt zijn luiken die zo te zien echt open en dicht kunnen maar dan voor geschilderde ramen op de muur. Maar wat heeft deze boerenschildering te maken met de piraat bij de ingang? Het doet de zwemmers overduidelijk niets, want zij spelen en gillen vrolijk door met allerlei drijvend speelgoed. Om mijn nostalgische gevoel voorgoed kwijt te raken drinken we cola in de cafetaria. Ook daar heeft de renovatie huisgehouden. De bar is uitgevoerd in van onderaf aangelichte neprots. Het plafond is toegetakeld met halve boomstammetjes. Tot mijn verrassing blijkt de verbouwing slechts deels geslaagd. Het meubilair hield nog dapper stand. De eikenhouten tafels en stoelen kwamen rechtstreeks uit een bruin cafĂŠ of sportkantine, uit een tijd dat er nog volop asbakken op tafel mochten staan. En ook de gesprekken lijken uit die tijd en plaats te stammen. Men bespreekt luidruchtig de kansen van ADO als zij vanmiddag Ajax treffen. Ik kijk hoe mijn zoon zijn nijntjekoekje eet en mijn gedachten dwalen af. Ik denk: en wij wilden alleen maar zwemmen...


52 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Fotoserie van Johan Nieuwenhuize uit 2012 waar het ‘Escampisme’ in beeld werd gebracht. Escamp heeft de potentie om met haar open parkachtige karakter zelf een reisbestemming te worden.


53

tekst

beeld

Leo Oorschot

Johan Nieuwenhuize

ESCAMP GREEN CITY

ESCAMP GREEN CITY:

wensen en bedenkingen over de aanpak van de gemeente Sinds de crisis zijn we in een totaal nieuwe realiteit terecht gekomen met de transformaties in de stad. Echter, bij de aanpak van Escamp gokt Den Haag liever op de oude manier van gebiedsontwikkeling waarbij de sloop-nieuwbouw-cyclus gekoppeld is aan waardevermeerdering van grond en vastgoed. Merkwaardig, hebben we hier te maken met naïef wensdenken en zal de voorgestane aanpak lukken?

De regie terug in Escamp?

In Escamp woont bijna een kwart van de Haagse bevolking in overwegend woongebouwen van vier bouwlagen met sociale huurappartementen. De in opspraak geraakte woningcorporatie Vestia bezit daar 9.050 sociale huurwoningen en speelde een cruciale rol bij het beheer en de verbetering van de leefomgeving. De heffing op corporaties en de financiële problemen bij Vestia zijn voor Escamp rampzalig, immers het grootste deel van de wijk bestaat uit corporatiewoningen. Op 27 november 2012 tekenden wethouder Norder en Vestia bestuurder Thielen een intentieovereenkomst over o.a. de oprichting van de Wijk Ontwikkelings Maatschappij Zuidwest (WOM). De komende tien jaar moet de stilgevallen transformatie in Escamp weer op gang worden gebracht, een positieve ontwikkeling. Immers verwaarlozing en verslonzing kunnen een wijk ruineren. ‘De kerndoelen van de WOM in Zuidwest zijn de herstructurering van 1250 woningen, het creëren van een waardestijging van alle woningen door de herstructurering en het verbeteren en behouden van de sociale woningvoorraad.’ Vermoedelijk is er de verwachting bij de gemeente dat de huizen die als boekwaarde niet veel meer waard zijn in prijs gaan stijgen. De gemeente investeert 80 miljoen euro in de WOM en Vestia brengt 2121 woningen in.


54 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Daarvan worden er 1000 vervangen door nieuwbouw en 250 grootschalig gerenoveerd. Ook zal Vestia niet 3000 maar 1350 woningen verkopen in de komende tien jaar zodat de kernvoorraad van sociale huurwoningen niet onder druk komt te staan. Ondanks het positieve aspect dat de regie van de gemeenteen en corporatie terug is met de WOM gaat de gemeente voorbij aan een aantal belangrijke inzichten en risico’s:

Risico en Bedenkingen

Het eerste risico is de keus voor de achterhaalde manier van gebieds­­ ontwikkeling met een sloop-nieuwbouw-cyclus en waardevermeerdering van grond en vastgoed als uitgangspunt. Doel en middel worden in dit geval omgekeerd. De gemeente stelt waardevermeerdering als doel, terwijl het in werkelijkheid een voorwaarde is voor toepassing van deze oude manier van gebiedsontwikkeling. Het is daarom twijfelachtig of er van waarde­ vermeerdering sprake zal zijn, vooral omdat er tot nu toe vooral goedkope koopwoningen zijn gebouwd. Voor 2008 was al geen vraag naar duurdere woningen. De intentie van de WOM is om 55% middeldure koop, 15% sociale koop, 15% vrije sector huur en15% sociale huur te bouwen. Waardevermeerdering van grond en vastgoed is de komende periode onwaarschijnlijk. De periode 1990-2008 was eerder een anomalie in de lange historie van de stad.

‘Waardevermeerdering van grond en vastgoed is de komende periode onwaarschijnlijk. De periode 1990-2008 was eerder een anomalie in de lange historie van de stad.’


55 ESCAMP GREEN CITY

Een tweede risico is dat men weinig oog heeft voor de verandering in leefstijl sinds de crisis. Er is een verschuiving gaande van de koopmarkt naar de huurmarkt. Een koopwoning is niet meer weggelegd voor mensen die afhankelijk zijn gemaakt van flexibele arbeidsbetrekkingen en de ZZP-足cultuur. Daarbij komt nog dat geen enkele woonconsument rekent op waardevermeerdering van een woning, al helemaal niet in een krachtwijk. Het voordeel om een woning te kopen is daardoor weggevallen. Veel woon足足足 consumenten verhuizen nogal eens voor het flexibele werk, een koopwoning die je niet kunt verkopen is dan een blok aan je been. Een derde risico is dat er een stedenbouwkundige visie ontbreekt die inspeelt op de situatie na 2008. De stedenbouwkundige plannen die ooit werden bedacht door De Nijl (De Raden), Atelier PRO (Zuidlarenstraat), KCAP (Moerwijk Oost) en Palmbout Urban Landscapes (Moerwijk Zuid) waren gebaseerd op de oude gebiedsontwikkelingsstrategie van voor 2008. Deze zijn anno 2013 onbruikbaar. Verschillende bouwplannen werden uitgevoerd, echter de meeste niet. Na 2008 deed de gemeente zelf met


56 HAACS - JAARGANG 2 - #04

‘De WOM kan een belangrijke rol spelen bij de transformatie van Escamp tot Greencity, daar worden vele mensen gelukkig van.’ de kaasschaaf steeds meer concessies aan deze plannen omdat de bouw­ projecten telkens niet haalbaar bleken en uiteindelijk bleef er niets van over. Bijvoorbeeld, oorspronkelijk waren er parkeergarages voorzien bij de woon­ gebouwen van De Raden, dat was te kostbaar. Bij de herontwikkeling werden de geparkeerde auto’s naar de openbare ruimte geschoven met alle gevolgen voor de leefbaarheid van dien. Veel oude bouwplannen met koopwoningen sloten niet meer aan op de leefstijl van de bewoners en verdwenen terecht in de ijskast. Met de WOM worden deze plannen deels weer gereanimeerd, of deze plannen nu wel aansluiten op de nieuwe leefstijl blijft onduidelijk. Een nieuwe integrale visie op Escamp en de transformatie van haar bebouwing is een noodzaak, immers 2013 ziet er heel anders uit dan 2008. Een vierde risico is dat noodgedwongen de kwantiteit van de projecten die de WOM wil uitvoeren een druppel op de gloeiende plaat zijn. Voor de periode 2005-2013 waren 3080 woningen geprogrammeerd, echter daar kwam niet veel van terecht. Met de ouderwetse sloop-nieuwbouw gebiedsontwikkeling werden bovendien hele buurten in één keer tegelijk vernieuwd, terwijl TNO onderzoek in Rotterdam laat zien dat verspreid door de hele wijk 10% vernieuwen en veel renoveren veel efficiënter is. Zo gaat de kwaliteit gelijkmatig omhoog, dat stimuleert bewoners om het eigen bezit ook te renoveren! Nu ontstonden er in Escamp ‘eilanden’ nieuwbouw in een zee van verwaarloosd corporatiebezit. De waarde van de achtergebleven delen daalde hierdoor juist sneller.


57 ESCAMP GREEN CITY

Een vijfde risico is dat de woningdichtheid niet toeneemt. Daardoor wordt het voorzieningenniveau nog verder uitgehold. In de jaren vijftig noemden volkshuisvester Ottenhof en planner Bakker Schut jr. Zuidwest al een ‘tussending’. Zuidwest kreeg nooit een stedelijkheid met veel voorzieningen, maar het werd ook nooit een echte suburb met uitsluitend huizen en tuintjes. Wel kreeg het door het groene continuüm tussen de vierlaagse woongebouwen een uitgesproken karakter. Escamp biedt veel mogelijkheden om te verdichten met behoud van haar eigen groene karakter.

Greencity Escamp

Ondanks alle risico’s, wensen en bedenkingen heeft Escamp een geweldige potentie die vraagt om een visie waarin de kwaliteiten worden verwoord en lijnen voor de toekomst worden uitgezet. Onderzoek door zusterstad Rotterdam in 2012 biedt hiervoor aanknopingspunten. De Rotterdamse formule luidde: verdichting + vergroening = duurzame stad. Bouwstenen voor een visie kunnen zijn: > Renoveer de bestaande bebouwing op een aantrekkelijke wijze, en naar een GPR met een score van 8, energielabel A en energieneutraal. Zeker aantrekkelijk nu de btw voor renovatie en verbouwing van 21 naar 6% wordt verlaagd en er veel subsidie voor duurzaamheid beschikbaar komt. > Kijk naar de nieuwe leefstijl en de economie van de wijk. Veel laag opgeleide mensen werken dicht bij huis, dat werk is er niet en bedrijventerreinen liggen geïsoleerd in de wijk. Bewoners moeten de mogelijkheid krijgen om lichte bedrijvigheid en werkruimte bij huis te hebben. Daar moeten bestemmingsplannen rekening mee houden. De stedelijke inrichting heeft een behoorlijke kwaliteitslag nodig. Het Heeswijkplein en de lanen moeten bijvoorbeeld nodig gerestaureerd worden. Maak gebruik van het sterkste punt van Escamp, het open groene karakter van de wijk.


58 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Bewoners ervaren dat allemaal als positief en zien dat als een kwaliteit. Het was de bedoeling van de stedenbouwers Dudok en Van den Broek om één groen continuüm te maken dat de woongebouwen omspoeld. De gemeente kan openbaar groen en binnenterreinen verhuren, weggeven of verkopen als volkstuin, moestuin of gemeenschappelijke tuin.

BRONNEN Haag Wonen, Staedion & Vestia (2006) Samen aanpakken Het strategisch voorraadbeleid van de corporaties in Den Haag

De WOM kan een belangrijke rol spelen bij de transformatie van Escamp tot Greencity, daar worden vele mensen gelukkig van. Waardevermeerdering is dan een kwestie van tijd en de felbegeerde nieuwbouw volgt vanzelf. De ontwikkeling met de Sportcampus Zuiderpark is een goed begin. In de tussentijd en de velen jaren daarna kunnen Escampers met trots zeggen dat ze in Greencity het ‘Tussending’ leven.

‘Maak gebruik van het sterke punt van Escamp, het open karakter van de wijk’

Zuidwest Rotterdam (2012) Rotterdam – People Make The Inner City: Denisification + Greenification = Sustainable City


59 ESCAMP GREEN CITY

FACTS ESCAMP Escamp telde op 01-01-2013 in totaal 55.295 woningen en 108.811 inwoners, in het jaar 2012 werden er maar 149 woningen bij gebouwd. Er zijn 48,8% sociale huurwoningen, 11,8% particuliere huur en 38,6% koopwoningen. Er zijn dus 26.984 sociale huurwoningen. In 2012 woonden er 117.755 mensen in Escamp en gemiddeld wonen er 2,13 mensen per woning. De bevolking is 45,4% autochtoon en 54,6 allochtoon. (www.denhaag.buurtmonitor.nl) Van de bewoners behoort ruim 30% tot de vier grote emigrantengroepen, van de bewoners ouder dan 16 jaar is 45% lager opgeleid en ongeveer 11% verricht geen betaald werk. Het gemiddelde huishoud足 inkomen is slechts 10.906 euro per jaar.


60 HAACS - JAARGANG 2 - #04

IMG_5152 In deze beeldcolumn laat Johan Nieuwenhuize telkens nieuw werk uit zijn nieuwe project _IMG zien. Elke keer reageert hij op abstracte wijze op een actueel Haacs onderwerp. Deze keer dwaalt hij door het oude kantoorgebouw waar Marleen Sleeuwits haar ruimtelijke experimenten uitvoert.


61 BEELDCOLUMN

IMG_5160

IMG_5166

_IMG is een doorlopend fotoproject van Johan

De manier waarop in _IMG combinaties van beelden

Nieuwenhuize. Voor deze groeiende verzameling

worden gemaakt, is gebaseerd op het Kuleshov experiment

abstracte en semi abstracte observaties van ‘de stad’

uit 1918. Hierbij interpretteert het publiek de gezichts­

neemt hij oppervlaktestructuren, kleurvlakken en

uitdrukking van een man steeds anders, naar gelang

reflecties als uitgangspunt.

dit filmfragment wordt gecombineerd met andere shots. Nieuwenhuize gebruikt dit proces om de kijker te laten associëren en om op die manier nieuwe betekenis te laten ontstaan.


onverwachte risico’s van maatschappelijk vastgoed

Grootgrondbezitter Den Haag, 62

HAACS - JAARGANG 2 - #04


tekst

beeld

Judith Schotanus

Christian van der Kooy

63 GROOTGRONDBEZITTER DEN HAAG

Vanwege het faillissement van TCN kocht Den Haag het World Forum (congresgebouw) terug. Nadat de gemeente de ontwikkeling van het masterplan Binckhorst af blies, bleef ze achter met gebouwen en grond zonder doel. Maar ook voor de oude ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken is nog geen bestemming gevonden. De gemeente draait op voor de gevolgen als marktontwikkelingen niet van de grond komen of belangrijke gebouwen dreigen te sluiten. Wordt de gemeente Den Haag het afvalputje van de vrije markt?

1 Teuben, AJJ Omvang gemeen足telijk vastgoed bijna gelijk aan totale kantoren voorraad. Vastgoedmarkt 71, 2011

De lokale overheid in Nederland bezit naar schatting 42 miljoen m2 vastgoed. De omvang is bijna gelijk aan de hele kantorenvoorraad1. Het vastgoed is onder te verdelen in huisvesting voor de eigen organisatie of maatschappelijke organisaties en eigendom dat is aangekocht ten behoeve van stadsontwikkeling. In het eerste geval gaat het om scholen, theaters, sporthallen, buurthuizen en stadsboerderijen. Gemeenten hebben zelf ongeveer 10 procent in gebruik. De gebouwen zijn een middel om maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Het bezit van vastgoed is voor gemeenten geen doel op zich. Er hoeft geen winst gemaakt te worden. De meeste gemeenten leggen


64 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Goede afspraken kunnen risico’s wel verkleinen, maar voorkomen niet dat bedrijven failliet gaan en masterplannen niet door gaan.

juist geld toe op de exploitatie. Woningcorporaties speelden een belangrijke rol bij de ontwikkeling en het beheer van maatschappelijk vastgoed. Door het gewijzigde kabinetsbeleid moeten corporaties zich echter meer richten op hun kern­ taak, de verhuur van sociale woningen. Naar verwachting zullen gemeentes dit gat opvullen.

World Forum kost gemeente veel geld

Commerciële bedrijven hebben ook gebouwen met een publieke functie in eigendom. Het World Forum was bijvoorbeeld eigendom van TCN. Nu TCN failliet is, koopt gemeente Den Haag het gebouw. Het maatschappelijke en economisch belang is groot. Er staan veel internationale congressen op de agenda en de bezoekers overnachten en winkelen in de stad. Volgend jaar bezoekt zelfs Barack Obama er de Nuclear Security Summit. Den Haag wil een politieke afgang voor­­ komen. Voor herstel van de zalen en beheer is 25 miljoen euro nodig. Dit is cru omdat de gemeente in 2002 haar aandelen in het voormalig congresgebouw verkocht om van financiële verliezen af te komen. Men verwachtte er een centrum met internationale allure en twee extra zalen voor terug te krijgen. In plaats daarvan verkocht TCN de grond van de afgebroken

statenhal voor de ontwikkeling van Europol en verkocht zij in 2009 het bovengelegen hotel aan Invesco. Op dat moment droeg TCN ook de exploitatie over aan GL events. De gemeente moet vaker inspringen als marktpartijen steken laten vallen. Den Haag wil de pier in Scheveningen niet kopen, maar verricht wel de meest noodzakelijke reparaties. Zij is daartoe verplicht als de veiligheid in gevaar komt. De rekening stuurt de gemeente naar de failliete vennootschappen, maar het is onzeker of er geld terug komt. Ook bij de gebouwen van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken, het Chinees handelscentrum en de Stationsweg konden marktpartijen hun inzet niet waarmaken.

Gemeente wordt projectontwikkelaar

Daarnaast kocht Den Haag ook grond en gebouwen om stedelijke herontwikkeling mogelijk te maken. Actieve grondpolitiek en de toename van publiek-private samenwerking (PPS) leidden tot voor kort tot een toename van het gemeentelijk vastgoed. Eind 2011 had DSO voor 100 miljoen euro in bezit. Veel van deze gebouwen staan in de Binckhorst. Nadat het megalomane masterplan voor herontwikkeling van het bedrijventerrein


65 GROOTGRONDBEZITTER DEN HAAG

Het voormalig AZC, Junostraat 35, De Binckhorst, Den Haag. Gemeente Den Haag wil de ruimtes in het gebouw als kluswoningen en -werkruimtes verkopen.

werd ingetrokken, bleef Den Haag met de panden zitten. Bij gebrek aan kleinschaliger initiatieven uit de markt nam de gemeente de ontwikkeling in eigen hand. Ze investeert 14,6 miljoen euro in ontwikkeling en onderhoud van eigen vastgoed in de Binckhorst. Het voormalige asielzoekerscentrum wordt woon- en werkruimte. De panden aan de Pegasusstraat ontwikkelt de gemeente tot kantoorruimten, ateliers en oefenruimtes voor kleine creatieve bedrijven. Inmiddels heeft er bij de gemeente een omslag in het denken plaatsgevonden. Tot begin 2013 was het vastgoed van Den Haag verdeeld over maar liefst vijf verschillende diensten en ontbrak een totaaloverzicht. Een werkelijk plan voor beheer was er niet, slechts een uitgave plafond op jaarbasis voor het onderhoud. Nu zijn alle gebouwen ondergebracht bij de nieuwe Centrale Vastgoedorganisatie Den Haag (CVDH) en komt er een aparte paragraaf


66 HAACS - JAARGANG 2 - #04

vastgoed in de gemeentebegroting die inzicht geeft in de hoogte van kosten. Om te beginnen registreert het CVDH het gemeentelijk bezit op een eenduidige manier. Vervolgens moeten kosten worden bespaard door reductie van leegstand, verhuur van onder­ benutte ruimte, combinatie van verschillende functies en verkoop van vastgoed.

Risico’s blijven bestaan

Bundeling van vastgoedkennis in het CVDH kan leiden tot beter beheer en onderhoud en financiële en juridische professionaliteit. Goede afspraken kunnen risico’s verkleinen, maar voor­komen niet dat bedrijven failliet gaan en master­ plannen niet door gaan. Bovendien is een nieuwe tendens dat bedrijven die via een PPS constructie verantwoordelijk zijn, voor bijvoorbeeld het onderhoud van een school, hun contract doorverkopen aan een ander. Uiteraard moet diegene aan dezelfde contractuele verplichtingen voldoen, maar heeft er wel belang bij zijn investering terug te verdienen. Het risico op achterstallig onderhoud en faillissement neemt dan toe. Als commerciële partijen steken laten vallen op essentiële plekken, zal de gemeente altijd inspringen en voor de kosten opdraaien. Is de gemeente het afvalputje van wat mis gaat op de vrije markt en moet zij gebouwen als het World Forum toch maar zelf in bezit houden?

Gebouwen met een maatschappelijke functie zijn belangrijk voor interactie en ontmoeting. Hiervoor hoeft een gebouw echter niet altijd eigendom van de gemeente te zijn. Ook de kroeg en de kapper zijn ruimten waar mensen elkaar ontmoeten. Onderscheid tussen particulier en collectief is daarom niet altijd duidelijk en ook niet noodzakelijk. Wel is het belangrijk dat de gemeente haar risico’s beperkt. Betere contracten met (grote) commerciële partijen moeten echter niet leiden tot te veel extra regelgeving. Bottum-up initiatieven voor kleinschalige ontwikkeling en eigendom zouden daardoor geen kans krijgen. Innovatieve vormen van maatschap­ pelijke organisatie, met een combinatie van belang­ hebbenden en marktpartijen, kunnen juist tot extra kwaliteit van publiek vastgoed leiden, als de gemeente de juiste regie voert.

BRONNEN Omroep West 16-01-2013 Bert Teuben, Exploitatie gemeentelijk vastgoed transparanter, resultaten IPD Benchmark Gemeentelijk Vastgoed 2011; in Vastgoedmarkt augustus 2012


67 GROOTGRONDBEZITTER DEN HAAG


68 HAACS - JAARGANG 2 - #04

BIOGRAFIEËN

Berit Piepgras (DK, 1977) is architect en onderzoeker. Zij behaalde haar Master of Architecture aan The Royal Danish Academy of Fine Arts School of Architecture in Kopenhagen. Sinds 2009 heeft zij haar eigen XS-architectenbureau en werkt als clouder, aan zelfgeïnitieerde Tim de Boer (NL, 1979) is ooit opgeleid als architect en steden-

opdrachten en als freelancer. Op verschillende schaalniveau's

bouwkundige. In 2006 is hij gekozen als eerste Jaap Bakema Fellow

onderzoekt zij sociaal-economische processen en factoren, die de

voor het uitvoeren van een onderzoek naar terreur, veiligheid en de

fysieke ruimte beïnvloeden. Dit uit zich als ontwerpend onderzoek,

stad. Zijn aanpak is omschreven als lichtvoetig en idealistisch. Hij

ruimtelijke ingrepen of digitale tools. Zij is redactielid van de Compac-

schroomt echter niet om zijn handen vies te maken. Jarenlang was hij

te Bureaus/BNA en het Actueel Den Haag Debat (ADHD),

parttime werkzaam als interieurbouwer. Sinds 2009 is hij voornamelijk

bestuurslid van BNA Kring Haaglanden en mede-initiator van

werkzaam bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Daarnaast is

Platform57.

hij op persoonlijke titel redactielid van HAACS en schrijft — momenteel sporadisch — voor diverse media over architectuur, stedenbouw en

Judith Schotanus (NL, 1972) is architect en redacteur. Zij werkte

de stad.

bij HVE architecten aan vele woningbouwplannen in Den Haag en omstreken. Bij de projecten was zij van schetsontwerp tot uitvoering

Corine Keus (NL, 1970) is architect en docent. Ze werkt binnen

betrokken. Doordat concept, materiaalgebruik en detail goed op

diverse samenwerkingen aan stedenbouwkundige en architectoni-

elkaar aansloten, werden duurzame gebouwen van hoge kwaliteit

sche opgaven van verschillende schaalniveaus. Ze stelt binnen de

gerealiseerd. Zij was vervolgens als web redacteur werkzaam bij het

opgave de context centraal en de architectuur volgt uit de specifieke

maandblad Vastgoedmarkt en is (eind)redacteur bij het e-magazine

kwaliteiten van de locatie. Sinds 2010 werkt zij als (gast-) docent

HAACS. Door haar studie stadssociologie is zij in staat verbanden te

ruimtelijk ontwerpen aan de Willem de Kooning academie. Naast

leggen tussen architectuur en stedenbouw, en sociale en economi-

deze werkzaamheden is zij 6 jaar voorzitter geweest van het Haags

sche maatschappelijke ontwikkelingen.

Architectuur Café (HaAC) en momenteel redactielid van HAACS. Francien van Westrenen (NL, 1975) studeerde Kunst-en Indira van 't Klooster (NL, 1971) is hoofdredacteur van A10 new

Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en

European Architecture. Daarnaast werkt ze bij Architectuur Lokaal en

studeerde af op de toekomst van het kunstmuseum. Ze werkte in

is ze gastdocent aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam.

verschillende hoedanigheden voor instellingen als het Nederlands Architectuurinstituut, Fort Asperen en Bureau Venhuizen. Sinds 2007

Leo Oorschot (NL, 1960) is architect, editor, correspondent

werkt ze als programmamaker architectuur bij Stroom Den Haag.

(ArchiNed, ArchitectuurNL) en promovendus aan de TU-Delft.

Constanten in haar werk zijn het ontwikkelen van een culturele

Hij werkte jaren bij KCAP in Rotterdam en Hamburg en bij Geurst &

benadering van de stad (waarover ze met Hans Venhuizen het boek

Schulze architecten in Den Haag. Naast zijn werkzaamheden als

Game Urbanism maakte (Valiz, Amsterdam)) en het onderzoeken van

architect, schrijver en promovendus is hij voorzitter van het Haags

structuren die vrijheid bieden voor een specifieke invulling. Ze

Architectuur Café (HaAC) in Den Haag en is hij hoofdredacteur

publiceert regelmatig en voerde mede de redactie over een aantal

van het architectuur magazine HAACS.

(Stroom)publicaties.


69 BIOGRAFIEËN

Sarah Carlier (B, 1981) studeerde aan de Koninklijke Academie in Den Haag, vervolgens deed ze een Master Fotografie aan de AKV/ St. Joost in Breda. Als kunstenaar maakt Sarah Carlier foto’s, video’s, installaties en publicaties die zich focussen op de mens in een veranderende samenleving. Ze presenteerde o.a werk bij: De Brakke Grond Amsterdam, Stroom Den Haag, LhGWR den Haag, BOZART Brussel, UNSEEN Photo Fair, Art Amsterdam, Fotomuseum Antwerpen, Tropenmuseum Amsterdam. Met haar boek (four years...) werd ze in 2012 genomineerd voor de Dutch-Doc Award.

Denis Guzzo (IT, 1977) behaalde in 2010 zijn bachelor fotografie aan de KABK in Den Haag. Hij werkt aan multidisciplinaire projecten op het gebied van landschap, architectuur en stedelijke ontwikkelingen,

Christian van der Kooy (NL, 1983) is fotograaf en kunstenaar.

zoals het langlopende ‘Freedomland’ over de pioniers geest van Flevoland.

Hij werkt aan lange termijn projecten in Oost-Europa en het

Zijn werk is opgenomen in diverse kunstcollecties en werd gepubliceerd

Zwarte Zee gebied, die zich richten op het denkbeeldige

in onder meer Volume, Domus en Metropolis M. Zijn documentaire over

vermengd met het documentaire. Binnen zijn projecten probeert hij

Jeugdherberg Ockenburgh werd geselecteerd voor het Architecture

een groots idee te vertalen in een kleiner verhaal vol details. Hij

Film Festival Rotterdam in 2011 en is in april 2013 te zien zijn bij

werkte in opdracht van verschillende architecten, NRC Media,

Stroom Den Haag tijdens de tentoonstelling 'Upcycling'.

Foam en Nai-Publishers. Zijn werk was onder meer te zien in de RA-Gallery te Kyiv, en het Nai en Nederlands Fotomuseum te

Rubén Dario Kleimeer (COL, 1978) initieert fotografische

Rotterdam.

projecten over het stedelijk landschap en het publieke domein. Met de blik van een stadsetnograaf, een onderzoeker van ruimtelijke en

Luuk Kramer (NL, 1958) werkt sinds de jaren tachtig van de

sociale context, verdiept hij zich in de gebouwde stedelijke omgeving

vorige eeuw als architectuur en landschapsfotograaf. Naast

waarin wij wonen, werken en recreëren. De projecten worden met

opdrachten voor architectenbureaus wordt zijn werk regelmatig

regelmaat tentoongesteld in het galeriecircuit en aangekocht door

gepubliceerd in binnen en buitenlandse tijdschriften. Daarnaast is

binnen- en buitenlandse verzamelaars. Eveneens werkt hij in

zijn vrije werk in verschillende collecties opgenomen, zoals die van

opdracht van menig architectenbureau. Zijn werk is onder meer

Stedelijk Museum Amsterdam en de Hermitage te Amsterdam. In

gepubliceerd bij nai/010publishers. Afwisselend woont Rubén in

2012 gaf hij een gastcollege en workshop aan studenten architec-

Rotterdam en Shanghai.

tuur aan de TU Delft.


70 HAACS - JAARGANG 2 - #04

Natascha Libbert (NL, 1973) studeerde fotografie aan de KABK in Den Haag. Zij werkt vooral in het buitenland aan langlopende autonome projecten, die zich richten op de wijze waarop onze verlangens naar een ideale werkelijkheid van invloed is op de ruimte om ons heen. De taferelen en stillevens geven de bewoners, maar ook plekken, een actieve deelname binnen die werkelijkheid. Haar werk was te zien in Casablanca, Lagos, en onlangs in de Melkweg

Marleen Sleeuwits (NL, 1980) behaalde een bachelor fotografie

Galerie in Amsterdam. Zij werkt onder meer in opdracht voor

aan de KABK in Den Haag en een master aan Academie St. Joost in

Gemeente Den Haag en Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Breda. Haar werk was te zien bij Mk galerie te Rotterdam en Berlijn, Jarach Gallery in Venetië en op het Jeonju Photofestival in Zuid

Johan Nieuwenhuize (NL, 1980) is fotograaf, kunstenaar, curator

Korea en is opgenomen in collecties van de Erasmus Universiteit

en beeldredacteur. Hij werkte in opdracht van NRC, De Volkskrant,

Rotterdam, Sanders Collectie, Heden Den Haag, Ministerie van

en de Koninklijke Schouwburg. Zijn werk was onder meer te zien in

Buitenlandse Zaken en in diverse privé-collecties.

het Three Shadows Photography Art Centre in Beijing en De

Ook werkt zij in opdracht van onder andere NRC-Next, Items, Akzo

Kabinetten van de Vleeshal in Middelburg. Tevens is hij vertegen-

Nobel en Bright magazine.

woordigd in diverse kunstcollecties in binnen- en buitenland. Hij is oprichter en curator van Platform57 en is als fotograaf en

Jantien Methorst (NL, 1971) is een redactioneel grafisch ontwerper.

beeldredacteur verbonden aan HAACS.

Afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en als MFA Editorial Graphic Design aan de Hogeschool voor de Kunsten in

Francisco Reina (ES, 1979) is een Spaanse fotograaf gevestigd in

Utrecht. Na ruim tien jaar bij verschillende bureaus in Rotterdam, Den Haag

Den Haag. Hij wordt als kunstenaar vertegenwoordigd door AJG

en Utrecht te hebben gewerkt is ze in 2007 als zelfstandig ontwerper

Gallery in Sevilla en Cockie Snoei Gallery in Rotterdam, bij

gestart. Intussen heeft ze een ruime portfolio opgebouwd voor een

laatstgenoemde is momenteel zijn solo tentoonstelling Under the

gemengd palet van opdrachtgevers.

Thick Veil te zien. Hij werd genomineerd voor de Lex van Rosen Award (Noorderlicht Gallery, Groningen 2011) en zijn werk werd

Rogier Rosema (NL, 1974) studeerde af aan de Koninklijke Academie

gepubliceerd in het boek NEW Dutch Photography Talent 2012. Hij

voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Nadat hij als ontwerper/art-director

werkte in Madrid voor het Prado Museum, Fundación Mapfre en in

gewerkt heeft bij verschillende bureau's startte hij in 2008 een eigen

Nederland voor Provincie Gelderland aan het boek Nieuwe

studio. Het portfolio van Things To Make And Do bevat opdrachtgevers

Landgoederen-In woord en beeld. Zijn werk werd tevens geplaatst in

uit zowel de publieke, commerciële en culturele sector. Daarnaast

magazines als GUP, Cacao en ESQUIRE (Russia).

geeft hij workshops en exposities in binnen- en buitenland.


beeld

Francisco Reina


HAACS is een platform voor Haagse stedelijke transformaties en architectuur

Dit magazine doet ieder kwartaal verslag van

recente ruimtelijke ontwikkelingen, biedt ruimte voor opinie, toont schatten uit het gemeentearchief, verrassende projecten in de stad, verslagen van de ADHD debatten en terug- of vooruitblikken op activiteiten van HaAC, BNA Kring Haaglanden en wellicht in de toekomst van uw organisatie.

HAACS#04  

Platform voor Haagse stedelijke transformatie en architectuur. Het initiatief van HAACS is genomen door het Haags Architectuur Café (HaAC)....

Advertisement