HAACS#02

Page 1

jaargang 1

#02 PLATFORM voor haagse transformaties en architectuur

Boulevard Scheveningen: van bad naar dorp tot haven De Rode Olifant leeft   Transparantie ten top World Forum: een besloten ontmoetingsplek   en meer >


2 HAACS - jaargang 1 - #02

About Het initiatief van HAACS is genomen door het Haags Architectuur Café (HaAC). Wij willen de vele organisaties met eigen invalshoeken een platform geven voor het debat over veranderingen in Den Haag - organi­­­saties die zich, direct of indirect, bezig houden met de stad, soms als beroepsgroep, soms als belangenvereniging en soms als verontruste burgers die een stedelijke transformatie bekritiseren. De rubrieken in HAACS blikken terug, kijken vooruit, houden beschouwingen over actuele thema’s, interviews met prominenten, doen verslag van activiteiten en presenteren nieuwe spraakmakende projecten. Kortom, Haags en soms tegendraads: HAACS!


3

beeld

Bart van Hoek

ABOUT

De Rode Olifant, Den Haag


4 HAACS - jaargang 1 - #02

DE HOLLANDSE METROPOOL, DEN HAAG?


tekst

beeld

Leo Oorschot

Luuk Kramer

5 De Hollandse Metropool, den haag?

Sinds een aantal jaren spreken bestuurders en wetenschappers over de metropool. Verschillende namen klinken zoals: Randstad, Deltametropool, Zuidvleugel, Noodvleugel, Metropoolregio etc. Daarmee bedoelt men het verband tussen de steden die in een ring om het Groene Hart liggen. Echter Amsterdammers menen dat ze sinds de zeventiende eeuw al een metropool zijn en Rotterdammers voelden zich met hun grootste haven ter wereld altijd al een metropool. De dorpelingen uit Den Haag kregen uit handen van een Franse koning begin negentiende eeuw pas stadsrechten en moeten nog wennen aan het idee metropool. De metropool lijkt er eerder ingeslopen dan gepland door bestuurders, de metropool overkwam ons als gevolg van de globalisering en pas de laatste jaren wordt de vraag gesteld: Wat is eigenlijk een metropool?

De afdeling Urbanism aan de TU-Delft, Vereniging Deltametropool en de gemeente Amsterdam hebben zich de afgelopen vier jaar onder leiding van stedenbouwer en decaan van Urbanism, Maurits de Hoog, gebogen over deze belangwekkende vraag. Het antwoord werd gegeven in het boek: De Hollandse Metropool – ontwerpen aan de kwaliteit van interactiemilieus dat op 22 juni 2012 werd gepresenteerd bij het afscheid van Maurits de Hoog als hoogleraar in Delft. Het belangrijkste nieuwe inzicht van De Hoog is om een metropool niet langer meer te koppelen aan gemeentegrenzen of het arbitraire aantal van 1 miljoen inwoners, maar aan specifieke plekken waar bepaalde activiteiten plaatsvinden. Een metropool bestaat uit metropolitane interactiemilieus: dit zijn plekken of clusters voor ontmoeting en uitwisseling van mensen, goederen, informatie en kapitaal. Naast interactiemilieus zijn er de woonmilieus, retailmilieus en de productiemilieus. Echter de interactiemilieus maken de metropool. Het idee van interactiemilieus werd ontleend aan de economische theorie van Michael Potter: The Competitive Advantage of Nations uit 1990 waarbij het fenomeen clustervorming werd onderzocht. Dat fenomeen werd echter nooit geoperationaliseerd in de stedenbouwen planningstheorie. Rode draad door HAACS #02 is de vraag: Wat betekenen de metropolitane interactiezones voor Den Haag? Hoe gaan deze eruit zien? Wat hebben de bewoners aan deze clusters? In de artikelen wordt u door verschillende auteurs meegenomen naar de essentie van de metropool Den Haag: de interactiemilieus van de stad.


6 HAACS - jaargang 1 - #02

Over het haags architectuur café

Het Haags Architectuur Café (HaAC) is er voor iedereen die geïnteresseerd is in gebouwd Den Haag. Wil je op de hoogte blijven van ons programma, bezoek dan iedere maand even onze website, meld je aan voor de digitale uitnodiging of volg ons via Linkedin. Pasklaar

Iedere derde dinsdag van de maand gaat HaAC naar een pas opgeleverd gebouw of andere interessante plek in Den Haag. In deze reeks ‘Pasklaar’ wordt in gezelschap van de architect een gebouw bezocht en besproken. Actueel den haag debat (adhd)

ADHD is een gezamenlijk initiatief van HaAC, BNA Kring Haaglanden, Het Nutshuis en Stroom Den Haag. Alert, levendig en actief worden de laatste ontwikkelingen in de Haagse stedenbouw en architectuur bespreekbaar gemaakt. Bezoek de ADHD wordpress blog voor een volledig overzicht van de afgelopen jaren http://actueeldenhaagdebat.wordpress.com Juni fietstocht door de stad

In juni organiseert het Haags Architectuur Café een fietstocht door de stad onder leiding van iemand die van betekenis is of was bij de wording van Den Haag. Dag van de architectuur (dvda)

Jaarlijks, meestal in juni, organiseert het HaAC samen met de Stichting Dag van de Architectuur Den Haag, BNA Kring Haaglanden, gemeente Den Haag, Bouwfonds Ontwikkeling en Stroom Den Haag de Dag van de Architectuur. Bestuur

Corine Keus, Judith Schotanus, Leo Oorschot (voorzitter), Lotte Zaaijer, Dolf Langerak, Joop Bolster (penningmeester), Joke Stolk, Raúl Wallaart, Angela Lott, Robin Jongejan, Melvin Kaersenhout (voorzitter), Regien Kroeze, Paul de Vries, Vivian Hofstede (secretaris) en Tim de Boer Bezoek voor een overzicht van onze activiteiten onze HaAC website www.haac.nu


7 INHOUD & colofon

4

De Hollandse Metropool, Den Haag? 8

Interactie 12

Wijnhaven: beter een half plan 16

De Rode Olifant leeft 22

Beeldcolumn

REDACTIE De redactie van HAACS magazine bestaat uit leden van het Haags Architectuur CafĂŠ: Corine Keus, Leo Oorschot (eindredactie), Judith Schotanus, Lotte Zaaijer, Joke Stolk, Melvin Kaersenhout, fotograaf Johan Nieuwenhuize (beeldredactie)

CONCEPT & ONTWERP Rogier Rosema > www.thingstomakeanddo.nl Jantien Methorst > www.jantienmethorst.nl

FOTOGRAFIE Bart van Hoek > www.architectuur.org Christian van der Kooy > www.hristianvanderkooy.eu

26

Boulevard Scheveningen: van bad naar dorp tot haven 32

Naar Zee

David de Jong > www.davidfotografie.nl Denis Guzzo > www.denisguzzo.com Luuk Kramer > luuk@luukkramer.nl

38

Scheveningen Haven is Vis

Ruben Dario Kleimeer > www.rubendariokleimeer.com Johan Nieuwenhuize > www.johannieuwenhuize.nl

44

Gespot 46

KOPIJ Kopij wordt op prijs gesteld en wordt beoordeeld op relevantie: redactie@haac.nu

World Forum; een besloten ontmoetingsplek 52

Ruimte in de luwte 58

Transparantie ten top

VERSPREIDING HAACS magazine is een digitale (kwartaal)uitgave die te lezen is op www.haac.nu en kosteloos gemaild wordt naar iedereen die de uitnodiging van het HaAC ontvangt en de verschillende organisaties en verenigingen die zich bezig houden met het Haagse stadsbeeld.


8 HAACS - jaargang 1 - #02

Decennialang concentreerde de Nederlandse ontwerp- en planningspraktijk zich op het dagelijks gebruik van de stad: op de beste plek voor woningbouw en werkgelegenheid en op de meest efficiÍnte verbindingen daar­tussen. De organisatie en vormgeving van het Daily Urban System blijft onverminderd van groot belang, maar het is minstens zo belangrijk om het niet-dagelijks gebruik van de stad te bestuderen: koopavond, uit eten en naar de film, weekendarrangementen, optochten, evenementen en congressen. Dit zijn de momenten waarop stedelingen en een veelvoud aan bezoekers elkaar ontmoeten, plezier delen en kennis en ideeÍn uitwisselen.


tekst

beeld

Maurits de Hoog

RubĂŠn Dario Kleimeer

9 Interactie

interactie

interactie


10 HAACS - jaargang 1 - #02

'De bijzondere kwaliteit van de Haagse interactie­milieus zorgt er voor dat algemene recepten voor verdere ontwikkeling niet zullen werken.

Interactie is de essentie van de stad en architecten en stedebouwkundigen zouden zich actief op de kwaliteit en vormgeving van interactiemilieus moeten richten; op het ontwerp van de omgevingen, waarin interactie plaats vindt. In de afgelopen vier jaar bekleedde ik de praktijkleerstoel Stedebouwkundig Ontwerpen Stad & Regio aan de TU-Delft. Daar kreeg ik de gelegenheid om de enorme dynamiek in de interactiemilieus in de grote steden in de Randstad in kaart te brengen. De Hollandse Metropool (Thoth, Bussum 2012) is daarvan het concrete resultaat. Tot in de jaren ’80 kenden de meeste steden weliswaar allerlei, vaak verspreid gelegen faciliteiten voor interactie; het aanbod aan volwaardige interactiemilieus was echter beperkt tot de winkelgebieden en uitgaanspleinen in de binnensteden. Daar werd geëxperimenteerd met voetgangersgebieden, bevoorrading, straatmeubilair, verlichting en reclame. Door een aantrekkelijke inrichting kon de verzorgingsfunctie van de traditionele centra behouden blijven ondanks de spreiding van de bevolking over de omringende regio. Het is interessant om te zien dat in de laatste decennia allerlei nieuwe typen interactiemilieus in de steden geïntroduceerd zijn en dat hun bereik veel groter en internationaler is geworden. Nieuwe typen interactiemilieus zijn bijvoorbeeld cultuurparken, kenniskwartieren, waterfronten, science parks en zorg- en leisureboulevards. Ook voor fenomenen als het zakendistrict en het regeringscentrum werden nieuwe formules ontwikkeld. Het aantal evenementen en festivals is bovendien spectaculair toegenomen. Het stad­s­ toerisme werd een volwassen economische sector. De Haagse binnenstad is een mooi voorbeeld van een samengesteld ‘district’ met het winkelkwartier rond Lange Poten en Grote Marktstraat, de cultuurclusters rond het Binnenhof en


11 Interactie

het Spuiplein en het kenniskwartier rond de ministeries in het Wijnhavenkwartier. De verschillende onderdelen zijn betrekkelijk eenzijdig of – positiever geformuleerd – gespecialiseerd, maar bij elkaar vormen ze een heel gemengde en aaneengesloten slenterstad. Cruciaal is de continue ‘vloer’ van de binnenstad, die in de jaren ’90 gerealiseerd werd op basis van het door Alle Hosper in 1988 opgestelde plan De Kern Gezond. De keuze voor één type straatklinker en trottoirband en voor een familie van verlichtingsarmaturen, kolken en straatmeubilair geldt hier niet alleen voor het winkelgebied, maar voor de binnenstad als geheel. De nieuwe vloer zorgt voor rust en continuïteit in het straatbeeld. Daarnaast zijn een vijftal gebieden onderscheiden met een eigen sfeer en ruimtelijke identiteit, zoals de smalle en de brede winkelstraten en de reeksen van stedelijke en van groene pleinen. De dragende lijnen en de samenbindende ‘hartlijn’ er dwars op zijn nauwkeurig gedetailleerd, inclusief interventies zoals de tramtunnel en de Koningstunnel. Bibliotheek en stadhuis smeden de verschillende clusters tot slot ook in het gebruik aan elkaar. Naast het binnenstadsdistrict kent Den Haag nog twee concentraties van interactiemilieus. De ‘Internationale Zone’ is een opkomend district rond het Worldforum-congrescentrum en het Gemeentemuseumcluster. In het district liggen ook een groot aantal hotels en een hele reeks internationale instellingen, zoals het Vredespaleis, ambassades en het nieuw te bouwen Europees Strafhof. Een tweede opkomend district tekent zich af in Scheveningen-Bad. Het langgerekte uitgaans- en hotelcluster rond het zeefront krijgt een steeds gemengder karakter door de toevoeging van allerlei culturele en congresfaciliteiten.

Met dit brede aanbod neemt Den Haag in de Hollandse metropool een bijzondere plaats in. Amsterdam heeft het grootste en meest diverse aanbod aan interactiemilieus en trekt verreweg de meeste bezoekers, ook vanuit het buitenland. Den Haag is een goede tweede. Het ontbreken van een universiteit lijkt op het eerste gezicht een nadeel, maar daar staat tegenover dat Den Haag het regeringscentrum is en de stad heel succesvol is geweest in het aantrekken van nationale en internationale organisaties in de niche van vrede en recht. Het is bovendien gelukt om alle ministeries terug te halen naar de stad en deze vergaand te concentreren. Ook ruimtelijk onderscheidt de stad zich. Het hovencomplex rond de Ridderzaal en de parlementsgebouwen is een uniek binnenstedelijk ensemble. De lanen en parken rond Zorgvliet geven de Internationale Zone een on-Nederlands groene uitstraling. Ten opzichte van de samengestelde waterfronten in Amsterdam en Rotterdam heeft het zeefront een kristalheldere opbouw. De bijzondere kwaliteit van de Haagse interactiemilieus zorgt er voor dat algemene recepten voor verdere ontwikkeling niet zullen werken. Daarom is het een mooi initiatief van het Haagse Architectuur Café om de Haagse interactiemilieus nauwkeuriger in kaart te brengen en zo de basis te leggen voor een scherp debat over vervolgstappen.


12 HAACS - jaargang 1 - #02


tekst

beeld

Martin Verwoest

Luuk Kramer

13 Wijnhaven

Wijnhaven beter een half plan Een van mijn favoriete stadsgezichten is dat vanuit het cafĂŠ in het filmhuis aan het Spui. Vanuit het souterrain heb je een bijzonder perspectief op voetgangers, fietsers, trams, kortom de aan- en afvoer van de stad. De verdiepte ligging zorgt ervoor dat je niet helemaal deel van de dagelijkse reuring bent en tegelijk verplicht het je de blik enigszins omhoog te houden, waardoor een bijzonder panorama geopenbaard wordt.

Rechts de kruising van de Schedeldoekshaven met het Spui. Een ruim profiel, ooit gerealiseerd om veel verkeer af te wikkelen. Het woon- kantorencomplex probeert zich nog te voegen naar de buurt. De rest van het uitzicht is bonter en/of uitgesprokener. Het strenge paarse hotel, met aanhangrestaurant, de frivole onderdelen van het Danstheater, de lipstickrode doos en de afwerende glazen gevel van de dr. Anton Philipszaal, het altijd blinkende stadhuis vormen het decor. Met bomen en banken wordt geprobeerd het elementaire Spuiplein aantrekkelijker te maken. De koppen van de ministeries van Binnenlandse zaken en Justitie, het project de Kroon en de binnenkort te betrekken Ministerietorens vormen de vierde en vijfde laag in het beeld. Dit is de gelaagde stad en alles wat je ziet is jonger dan 40 jaar oud. Is dit ook het resultaat van de maakbare stad? De ontwikkelingsgeschiedenis van dit deel van de stad laat wat rare kronkels zien. Realisatie van de huidige ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie gebeurde in de tijd van cityvorming in Den Haag. Grootschalige infrastructuur als het Prins Bernhardviaduct werd aangelegd. Tezamen met


14 HAACS - jaargang 1 - #02

Het halverwege stoppen of transformeren van plannen zit hier in de genen van de stad.

grote kantoorcomplexen doorboorde de nieuwbouw de historische binnenstad. De realisatie van de huidige ministeries vormden een technisch hoogstandje. Via het jackblocksysteem trokken de torens zichzelf omhoog. Je zag ze groeien! De stad die hiermee ontstond was vooral gericht op de automobilist en de werkzame persoon. Het idee van cityvorming is nooit helemaal vervuld. De vooruitgang had ook nadelen. Vanaf de jaren tachtig is hard gewerkt om het centrum van de stad tot volwaardig hart van de stad om te buigen. De komst van het stadhuis, de culturele instellingen, het toevoegen van grote aantallen woningen in het centrum, het realiseren van parkeergarages en veel voetgangersgebied heeft de omgeving van de ministeries van Justitie en Binnenlandse

zaken drastisch doen veranderen. Hier is een centrumstedelijk milieu ontstaan waarin het huidig ministeriecomplex als een van de weinige relicten uit de jaren zeventig overkomt. Met afwerende plinten en een ongure doorsteek wil het complex maar niet aan de stad hechten. Het halverwege stoppen of transformeren van plannen zit hier in de genen van de stad. Het plan Weeber bracht de Turfmarktroute, Rob Krier de Resident, de nieuwste ministeries gingen ten koste van Weebers Madonna en het Cultuurforum legt een claim op de eens zo enthousiast gerealiseerde cultuurcomplexen. Den Haag is in velerlei opzicht half. Wel groot, maar geen stadsrechten. Wel regeringsstad, maar geen hoofdstad. Half zand


15 Wijnhaven

en half veen. En laatstelijk is Den Haag de helft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De stad heeft twee halve stations; Hollands Spoor aan de doorgaande lijnen en een Centraal station dat kopstation is, maar geen eindpunt. Het spoor gaat tot halverwege de stad en bereikt de kust niet. De stad ligt aan zee, het centrum halverwege op weg naar zee. De Utrechtsebaan is de helft van een dubbelsnelweg, waarvan de nog te realiseren Rotterdamsebaan de tweelingbroer is. Het Prins Bernhardviaduct is aangelegd, half afgebroken en daarna nog eens half overbouwd. De huidige ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie zijn een aanpassing van het plan Nervi, waardoor hier niet ĂŠĂŠn toren, maar twee halve torens gerealiseerd zijn.

De haat-liefde verhouding met de stad wordt telkens weer aangewakkerd. Het is dus zaak om plannen zo te maken dat als je ze half uitvoert ze ook nog goed zijn. Dat is de kern van de opgave waar de stad nu voor staat; de verkoop en (her)ontwikkeling van het Jubicomplex. De aanbestedingsprocedure voor het Jubicomplex loopt en geen van de belangstellende partijen kan uit de voeten met het meegegeven stedenbouwkundig plan. Het wordt dus tijd om de pre-crisis randvoorwaarden scherp tegen het licht te houden. De hoofdlijnen in het gebied zijn uitgezet door Carel Weeber. Daar kan de stad mee verder. Ook Carel veranderde ten slotte zijn naam.


16 HAACS - jaargang 1 - #02

de rode olifant leeft


tekst

beeld

Leo Oorschot

Bart van Hoek

Aan het einde van de Utrechtsebaan is er tenminste duidelijkheid. Je moet links of rechts af want voor je staat de Rode Olifant. Het is een van de meest beeldbepalende gebouwen van Den Haag. Toch weten weinig Hagenaars van de historie en de toekomst van dit gebouw. De Rode Olifant is een goed voorbeeld waarbij herbestemming van erfgoed en een vernieuwend concept van werk met elkaar verbonden zijn. NSI speelde daarbij een voortrekkersrol en was bereid om buiten de gebaande paden te denken. Nieuwe verhuurconcepten en creatief omgaan met leegstand van het erfgoed zijn hier de sleutelwoorden. Het hippe Amsterdamse bedrijf Spaces dat met nieuwe kantoorconcepten in beeldbepalende monumenten naam maakte werd de huurder van de 10.000m2 kantoren. Samen ontfermden de partijen zich over dit monumentale gebouw en zorgden dat het erfgoed een tweede leven kreeg. Interieurarchitect Maarten Jamin uit Joure deed de renovatie en werd daarbij begeleid door de in juli dit jaar samengevoegde dienst Monumentenzorg en Welstand. Hoe is het begonnen?

17 De rode olifant leeft


18 HAACS - jaargang 1 - #02

In 1919 gaf de ‘American Petroleum Company’ (later Esso) opdracht aan de Rotterdamse architecten Herman de Roos (1875-1942) en Willem Overeijnder (1875-1941) voor de bouw van een hoofdkantoor. Oost Indië was nog Nederlands en daar werd veel olie gevonden. Tussen 1921 en 1924 werd het hoofdkantoor gebouwd en tot ‘Petrolea’ gedoopt, later werd het herdoopt tot de Rode Olifant. Dit expressionistische gebouw was voor de ‘Amstersdamse School’ te gematigd en voor de ‘Nieuwe Haagse School’ iets te overdadig in details, ornamenten en verwijzingen. Het beeldhouwwerk in Maulbrunner zandsteen was van de hand van beeldhouwer Joop van Lunteren (1882-1958) die ook betrokken was bij de beeldhouwwerken van het Scheepvaarthuis in Amsterdam en de beelden van de brugleuning in Den Haag bij de Herengracht (1932) en de Conradbrug. Ook de beeldhouwwerken aan de

gebouwen van de ‘Centrale Directie der PTT’ aan de Kortenaerkade 11 en 12 waren van zijn hand. Allemaal figuratieve beeldhouwwerken in de traditie van de Amsterdamse School. Opvallend bij de Rode Olifant is de abstracte olifantenkop aan de voorzijde hoog tegen de toren en de fraaie consoles. In het atrium bracht de toen jonge kunstenaar Christiaan de Moor (1899-1981) een 50 meter lange muurschildering rondom aan. De gebrandschilderde ramen in het atrium zijn van Willem Bogtman (1882-1955) die met de overkapping van het Scheepvaarthuis in Amsterdam naam had gemaakt. De 56 meter hoge toren heeft oosterse invloeden en roept herinneringen op aan de Borobudur en haar geledingen. Wellicht een subtiele verwijzing naar het land waar de olie vandaan kwam. Het verhaal gaat dat men tijdens de bouw zicht realiseerde dat het nabijgelegen hoofdkantoor van de concurrent


19 De rode olifant leeft

‘Bataafsche Peteroleum Maatschappij’ een hogere toren had en neerkeek op het hoofdkantoor, men besloot daarom de toren te verhogen. In de toren werd ook een waterreservoir aangebracht om zo door het gebouw heen altijd voldoende waterdruk te hebben. Het meest opvallende aan het gebouw is verder de intense en warme rode kleur van het massieve metselwerk. Op 16 februari 1924 werd het gebouw in gebruik genomen. Rond 1987 is het grondig gerenoveerd en vanaf 1993 kwam het gebouw op de monumentenlijst. Dit deel van de stad was tijdens het Interbellum toch al een druk stukje stad waar menig hoofdkantoor verscheen nadat in 1911 het uitbreidingsplan voor het Benoordenhout gereed kwam. Verschillende belangrijke hoofdkantoren verschenen tijdens en net na de Eerste Wereldoorlog in deze wijk. Bijvoorbeeld de concurrent de ‘Bataafsche

Peteroleum Maatschappij’ (later Shell) had al tussen 1915 en 1917 op een steenworp afstand ook een hoofdkantoor laten bouwen. Echter dat gebouw van de architecten M.A. en J. van Nieukerken was opgetrokken in de toen als nogal ouderwetse ervaren Hollandse neorenaissance, bovendien lag het gebouw in een hoek van de stad en niet aan een van de voorname pleinen of straten. Ook bouwde men in 1915 aan de Wassenaarseweg 40 het hoofdkantoor van de ‘Nederlandsch-Indische Spoorwegen’, een monumentaal baksteen gebouw van de hand van B.J. Ouendag. Berlage ontwierp tussen 1921 en 1922 hoofdkantoor van ‘De Nederlanden van 1845’ (later Nationale Nederlanden) langs de Raamweg, pas tussen 1924 en 1927 kwam het tot een uitvoering. Dit gebouw was in sprankelende moderne architectuur vormgegeven met een uitwendig betonskelet en een van de vroege


20 HAACS - jaargang 1 - #02

vormen van airconditioning. De hoofdkantoren en woningen zijn mooi verdeeld over de wijk zodat het niet een uitsluitend kantoren- of woonwijk werd, hoewel veel kantoren langs de Raamweg tot kantoren werden verbouwd. Deze menging van woningen in woonstraten met kantoren aan de hoofdstraten, beide in een samenhangende architectuur, maakt deze wijk zo aantrekkelijk voor sjieke kantoren. Nadat het internationale advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek het gebouw in 2009 verliet stond de Rode Olifant jaren leeg. Vastgoedbedrijf NSI werd in oktober 2011 door een fusie met Vastned de nieuwe eigenaar van de Rode Olifant. Spaces, een bedrijf dat inspeelt op innovatieve kantoorconcepten, sloot een contract met NSI om het gebouw te huren. In een bouwteam werden de renovatie en de aanpassingen van het gebouw uitgevoerd. NSI biedt huurders duurzame huisvesting, zodat zij hun bedrijf voor lange tijd succesvol kunnen uitoefenen en waardoor institutionele en particuliere belleggers een continu rendement op het geïnvesteerd vermogen in het erfgoed wordt geboden. Spaces maakt werken en ondernemen comfortabeler door een aantrekkelijke en dynamische werkomgeving voor zowel werknemer als werkgever. Spaces neemt een deel van de typische bureautaken voor de verschillende ondernemers uit handen zoals ICT, boeken van reizen, uitgebreide catering, receptie en ontvangst van bezoekers, parkeren, etc. Al eerder paste Spaces dit concept toe in Amsterdam aan de Herengracht en de Zuidas. Bij het transformatieproces werden nauwelijks afbreuk gedaan aan de oorspronkelijke indeling en afwerking van het gebouw, de Rode Olifant werd in oude glorie hersteld. De fraaie directiekamers zijn gerestaureerd: het verlaagde plafond en moderne onderdelen zijn verwijderd, bovendien zijn de originele verwarmingselementen, lambriseringen en lamparmaturen behouden. Het gebouw en de hal werden ontdaan van tal van brandweerscheidingen en kreeg een passende nieuwe brandcompartimentering. De Rode Olifant is een mijlpaal waarbij innovatie, een nieuwe manieren van werken, een nieuwe manier van beleggen en erfgoed elkaar vonden in een van de meest beeldbepalende gebouwen van Den Haag, een gebouw waar dagelijks de halve stad voor moet afbuigen. Met dank aan Elisa Mutter, Monumentenzorg Den Haag en Bart Simons, NSI


21 De rode olifant leeft


22 HAACS - jaargang 1 - #02

beeld

Johan Nieuwenhuize


23 Beeldcolumn: structuren

MG_ is een steeds groter wordend visueel archief met abstracte observaties van de stad.

De foto’s worden gemaakt in verschillende (wereld)steden.

Op fotobeurs Unseen in Amsterdam was voor het eerst werk te zien uit dit nieuwe project van Johan Nieuwenhuize.


24 HAACS - jaargang 1 - #02


25 Beeldcolumn: structuren


26 HAACS - jaargang 1 - #02

De toerist is koning


tekst

beeld

Leo Oorschot

Christian van der Kooy

Boulevard Scheveningen Van bad naar dorp tot haven

27 Boulevard Scheveningen


28 HAACS - jaargang 1 - #02

Na 200 jaar ontwikkelingen voor de kust van Den Haag

is de badplaats eindelijk verbonden met het vissersdorp en de haven met één krachtig en elegant gebaar, de nieuwe boulevard. Daarbij werden twee heren gediend: Veiligheid voor een termijn van 100 jaar waar het Hoogheemraadschap van Delfland voor stond en het flaneren van de badgasten waar de stad Den Haag vorm aan wilde geven. Voor wethouder Marnix Norder werd dit belangrijkste project van de stad bijna een persoonlijke aangelegenheid. Na de jaren van verbrokkeling, verkwanseling, uitverkoop, stommiteiten en laissez fair met Zwolsman kreeg Scheveningen eindelijk weer een voornaam gezicht naar zee. Het ontwerp werd gemaakt door de dit voorjaar overleden Spaanse-Catelaanse architect en stedenbouwer Manuel De Solà-Morales bijgestaan door architect Age Fluitman en het Ingenieursbureau Den Haag met o.a. Klaas Hilverda. Al eerder ontwierp De Solà-Morales waterfronts en boulevards zoals van Barcelona, St. Nazaire, Porto en Trieste. De Solà-Morales werd indertijd samen met Joan Busquets Grau door de stadstedenbouwer Maarten Schmitt naar Den Haag gehaald. Beiden speelden een belangrijke rol bij de transformatie van Barcelona voorafgaande aan de Olympische Zomerspelen in 1992. Daarbij gaven de architecten en stedenbouwers de transformaties zo vorm dat na het evenement Barcelona een kwalitatief hoogwaardige stedelijke ruimte eraan overhield met aansluitingen op de historische stad. Al bij de eerste schetsen voor de Scheveningse boulevard in 2003 verschenen de voor het ontwerp zo kenmerkende golvende lijnen. Het eerst ontwerp was nog autovrij. Een idee waar elke zichzelf respecterende badplaats naar streeft, immers toerist is koning. Bedrijfsleven en bewoners drongen bij inspraakprocedures er sterk op aan om de oude snelweg op de duinen te herstellen. Uiteindelijk werd autoflaneren ook als een belangrijke toeristische kwaliteit gezien. Pas in 2006 kwam het na een raadsbesluit tot de uitvoering waarbij een afgeslankte autobaan verscheen. Tussen 2007 en 2009 werd er gewerkt aan het ontwerp. Doordat er voor de financiële crisis in de dure tijd geraamd en budgetten waren gereserveerd bleek de aanbesteding na de bouwcrisis zeer gunstig te zijn verlopen. Bouwkosten (inclusief de onder de boulevard aangelegde zeedijk) kwamen uit op ca. 75 miljoen euro. In 2010 begon de bouw van de boulevard. Van 2,5 miljoen kubieke meter opgespoten zand en


29 Boulevard Scheveningen

steen werd een landschap gevormd van 1,9 kilometer lang met daarbinnen een zeedijk van 1 kilometer, 40 tot 70 meter breed en tussen de 8,6 tot 12 meter boven NAP. De oplevering van het laatste deel wordt in 2013 verwacht.

De weidsheid van het duinlandschap en de zee

Het concept is eenvoudig, het flaneren van de bezoekers tussen de oude badplaats, het vissersdorp en de haven werd vormgegeven met daarbij de welvingen van het duinlandschap, de krommingen in de kustlijn, de weidsheid van de zee en de aansluiting met het vissersdorp als kwaliteiten die de ontwerpers wilden versterken. Met fraaie materialen, kleuren, straatmeubilair, hoogteverschillen en de positionering van de paviljoens in compacte clusters schiepen de ontwerpers een aantrekkelijke flaneerzone voor de zeebezoekers. De strandpaviljoenclusters liggen op een afstand uit elkaar zodat het voor toeristen een interessante wandeling wordt met altijd vrij zicht op strand en zee. Als een scheepstros weefden ontwerpers de verschillende verkeerszones met eigen materialen, kleuren en muren in elkaar zodat deze vooral de richting parallel aan het strand versterkt. Verder zijn de aansluitingen met het dorp zo vormgegeven dat dit meer betrokken is bij de zee. Van het Paviljoen de Witte in de richting van het dorp buigt de kustlijn naar binnen en zijn de duinen aanmerkelijk hoger tot 12 meter NAP. Iets verderop bij de Schuitenweg zijn de duinen aanmerkelijk lager tot 8,5 meter NAP. Dit was de plaats waar de vissers voor het winterseizoen de bomschuiten (vissersboten) in de duinen trokken. Voor het dorp verandert de boulevard in een vooruitgeschoven balkon op 10 meter NAP


30 HAACS - jaargang 1 - #02

Voor het straatmeubilair, verlichtingsarmaturen en bruggen werden drie tinten licht blauw

met een indrukwekkend uitzicht over zee. Op deze manier kon de onderliggende zeedijk ter plaatse van de zwakke schakel in de zeewering op een soepele manier worden ingepast. Op dat balkon herinnert het monument voor de verdronken vissers aan het harde leven op zee.

toegepast.

De kleuren van het duinlandschap

Alle kleuren en materialen van de boulevard zijn zorgvuldig bij elkaar gezocht en benadrukken een mediterrane badplaatssfeer met zijn overwegend lichte tinten en textuur. Fraai zijn het schelpenasfalt in zandkleur, de matgrijze basalttegels en de lichtgrijze betonsteen met natuursteengruis bij de wandelzones. Verder de stelconplaten met het uitgeloogde hout bij de zomerboulevard. De hekwerken en muren die de hoogteverschillen overbruggen zijn van gepolijst prefab beton in lichtbruine kleur. Voor het straatmeubilair, verlichtingsarmaturen en bruggen werden drie tinten licht blauw toegepast. Naar de zee toe de iets donkerder en naar land de lichtere tinten. Op een zomerse dag lijken deze kleuren door de hoge lichtintensiteit wit terwijl als de wolken leigrijs zijn de blauwtinten extra blauw lijken. Voor bomen en struiken is er op een boulevard aan de ruige Noordzee geen plek, echter de ontwerpers hebben lange tussenstroken met het kalkgroene helmgras in de structuur


31 Boulevard Scheveningen

ingeweven en zo het helmgras van Paviljoen de Witte tot het noordelijk havenhoofd met elkaar verbonden. Bij de kom bedachten de ontwerpers een hoge duinplint met helmgras zodat de rommelige hotelbebouwing uit de periode Zwolsman enigszins werd geneutraliseerd. Voor de paviljoens die het jaar rond komen te staan wordt er in de toekomst wellicht een aantal regels opgesteld zodat het niet tot de anarchistische wildgroei en ophoping van bouwsels komt zoals op de oude boulevard. Fluitman opperde om elk paviljoen een rechthoekig plat dak te geven met een materiaal dat past in de kleurenreeks, wellicht hout of zink. Daaronder kunnen strandtenthouders met de puien, meubels en afwerkingen aan de slag om de eigenheid te kleuren. Wat doen we met de oude boulevard en de pier?

En opeens houdt de fraaie boulevard van De Solà-Morales op en begint de oude boulevard die leidt naar het Kurhaus en het grootste spookhuis van de stad: de pier. Wat zou De SolàMorales geadviseerd hebben bij de aanpak van dit deel van de badplaats? Fluitman gaf aan dit indertijd regelmatig ter sprake kwam. Vermoedelijk zou hij de weidsheid en ruimte van het zeelandschap willen terugbrengen. De paviljoens langs de oude boulevard vormen een rommelig geheel van dicht op elkaar gepakte zelfgetimmerde huisjes. Vanaf de boulevard kan men nauwelijks op het strand komen en worstelen de badgasten zich een weg door stoelen, tafels, plastic palmbomen en houten barricades die zijn opgeworpen door strandtenthouders. Ook zijn belangrijke gebouwen zoals het Kurhaus niet zichtbaar en volledig ingebouwd

door een onsamenhangende en rommelige voorbebouwing die eerder doet denken aan een tweederangs meubelboulevard dan een voorname badplaats. Ook de Scheveningse pier uit 1961 die vanaf 1991 door het Van der Valk concern is geruïneerd staat sinds maart 2012 te koop. Het is geen mooie open pier zoals de havenhoofden waar je met je de kinderen naar het einde wandelt om de kust en de golven te bewonderen omringd door meeuwen, of zoals bij het vooroorlogse wandelhoofd van Van Liefland waar men naar muziek kon luisteren en dineren. Zeebezoekers flaneren graag, en een pier is altijd geweldig. De pier is een dichte tunnel van plastic, glas en beton. Flanerende bezoekers worden hier eerder weggejaagd en tegengewerkt dan gelokt. Wellicht kan de pier als popmuseum worden ingericht met mogelijkheden voor optredens. Ondernemers lijken eerder te gaan voor het directe eigenbelang dan voor het gezamenlijk ondernemersbelang, revitaliseringplannen van de gemeente zijn zo gedoemd te mislukken. Bestaande eigendomsverhoudingen en belangen staan een verbetering in de weg en langzaam glijdt dit deel van de badplaats verder weg in de concurrentieslag om een aantrekkelijk wandelgebied te bieden. Met de nieuwe boulevard en de ontwikkelingen bij de haven zal de toestand rond het Kurhaus en de pier eerder verslechteren en het zwaartepunt van de badplaats zal bij het dorp en de haven komen te liggen. Helaas kunnen we De Solà-Morales niet meer persoonlijk vragen de weg terug te vinden in de oude badplaats. Met dank aan Age Fluitman en Klaas Hilverda van het Ingenieursbureau Den Haag


32 HAACS - jaargang 1 - #02

Naar Zee Over de openbare ruimte van Scheveningen Bad


33 naar zee

tekst

Francien van Westrenen Klaske Havik beeld

Christian van der Kooy

Een Zeebad Maatschappij nieuwe stijl, inzetten op heritagebrands, ontwikkelen vanuit het perspectief van de straat en vormgeven van de aankomst zijn een paar van de suggesties om de openbare ruimte van Scheveningen Bad te verbeteren. De suggesties komen uit een nog te verschijnen ‘Agenda’ die is opgesteld door de deelnemers aan het Atelier Naar Scheveningen, een initiatief van Stroom Den Haag.

Het meest in het oog springende probleem in Scheveningen Bad is het gebrek aan ruimtelijke kwaliteit, dat constateert ook het masterplan (2007). Er zijn in de afgelopen jaren al veel plannen gemaakt voor de verbetering van Scheveningen Bad, maar vaak waren deze grootschalig en gericht op ingrijpende sloop en nieuwbouw. Los van de vraag of dat de meest wenselijke benadering is, ontbreekt daarvoor momenteel simpelweg het budget, zowel bij publieke als de private sector. Het Atelier laat zien dat verbetering ook anders kan. De kracht die nodig is, zit in het alledaagse gebruik, het verleden, de cultuur, de iconen, de mensen en natuurlijk de zee zelf. In plaats van een grootschalig plan, richtte het Atelier zich op een analyse van stedenbouw, architectuur, openbare ruimte, programma, functionaliteit, ondernemerschap en beeldkwaliteit. Ook werden vergelijkingen gemaakt


34 HAACS - jaargang 1 - #02

met badplaatsen elders. Daarmee zijn de relevante deelvragen naar voren gebracht die tot een antwoord kunnen leiden op de grote vraag: wat kan vandaag en morgen gedaan worden om Scheveningen in de nabije toekomst nieuw elan te geven als aantrekkelijke badplaats? De agenda presenteert een serie mogelijke acties die op korte termijn en zonder megainvesteringen ondernomen kunnen worden en die grotere ontwikkelingen in gang kunnen zetten. Het zijn bouwstenen om de verbinding met zee en de kwaliteit van de openbare ruimte aan zee te verbeteren. Ze zijn gebaseerd op de gedachte dat de kwaliteit van een openbaar gebied niet alleen door de architectuur en ruimtelijke inrichting bepaald wordt, maar dat deze ook samenhangt met sociale gebruiken en programma. Een goed functionerende, aangename openbare ruimte is een voorwaarde om economische ontwikkeling te genereren. Daarom zijn de actiepunten niet alleen ruimtelijke interventies, maar bieden zij ook een stimulans voor economische en programmatische ontwikkeling. De Agenda wordt binnenkort gepubliceerd, vergezeld van een analyse in beeld en tekst en een concreet stappenplan. Deelnemers Atelier: stedenbouwers Han Dijk (Posad) en Arjan Harbers (Topotronic), architect Klaske Havik (terristories/ TU Delft), trendanalist Kai van Hasselt (Shinsekai), gebiedsontwikkelaar Coen-Martijn Hofland (Site ud) en stedenbouwer Marcel Musch. Hieronder worden de agendapunten kort weergegeven. Elk punt eindigt met een vraag, waarop door het atelier acties zijn geformuleerd voor de korte, de lange en de hele lange termijn.

Nieuw elan

Het Scheveningen van het fin de siècle was een plek met elan, waar mensen graag gezien werden. Kan Scheveningen Bad zich opnieuw onderscheiden met iconen als het Kurhaus en de pier? Wat kunnen heritagebranding en de ligging aan de branding van de Noordzee op leveren?

Zeebad Scheveningen

In succesvolle badplaatsen als Monaco is er een verregaande samenwerking tussen verschillende partijen. Scheveningen kende ooit dergelijke samenwerkingsstructuren als de EMS en de Zeebad Maatschappij. Kunnen de huidige ondernemers van Schevingen de handen ineen slaan en intensiever gaan samenwerken op ruimtelijk en programmatisch vlak?

Zaken aan Zee

Een aantrekkelijk publiek domein is gebaat bij bedrijvigheid, zowel formeel als informeel, zowel bij kleine en tijdelijke functies als grote publiekstrekkers. Betrokken ondernemers dragen ook zorg voor de openbare ruimte – juist omdat goede openbare ruimte ze ook wat oplevert. Al te stricte regelgeving op dit gebied werkt bedrijvigheid juist tegen. Hoe kan Scheveningen nieuwe bedrijvigheid aantrekken?


35 naar zee

Sferen en rituelen

Parken en perken

Bij het naar zee gaan horen rituelen, die passen bij verschillende sferen: het uitgaan, baden, wandelen op het strand of winkelen. In Scheveningen Bad lijkt het amusement te overheersen. Hoe kunnen de diverse sferen en rituelen herkenbaarder worden gemaakt?

Den Haag staat bekend om zijn parken en natuurgebieden. Scheveningen grenst aan een uitgestrekt duingebied, maar er mist verbinding met de natuurlijke beplanting. Kan de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verbeterd worden door inheemse planten en bomen in te zetten?

Flaneren aan de kust

Het feest van de aankomst

Naar Scheveningen gaan is ook flaneren over de boulevard. Nog aantrekkelijker wordt het wanneer er meerdere routes zijn, langs verschillende functies of sferen. Hoe kunnen de noodzakelijke aanpassingen aan boulevard en strand i.v.m. de kustverdediging tegelijktertijd mooie verbindingen en flaneerroutes opleveren?

Er waren tijden dat de geur van de zee je liet weten dat je bijna bij het strand was. Nu is het eerder de geur van heet asfalt en auto’s die op een hete dag de nabijheid van het strand aankondigen. De meeste bezoekers arriveren in Scheveningen per tram of auto. Daarom moeten de parkeergarages en tramhaltes sterker worden vormgegeven, en direct de relatie met de sfeer van Scheveningen-bad leggen. Hoe wordt de aankomst weer een feest?

Perspectief van de straat

De voetganger is (naast de auto) de belangrijkste gebruiker en bezoeker van Scheveningen-Bad. Daarom is het belangrijk na te denken over alles wat zich op ooghoogte en onder de voeten bevindt. Er is nu weinig samenhang in de bestrating en inrichting van de openbare ruimte. Is het mogelijk om van de nu zo saaie plinten vriendelijke gevels te maken? En kan bestrating, door kleur, motief en materiaal, niet een veel grotere rol spelen in het leggen van verbindingen?

Naar zee!

Hoewel Den Haag de slogan “Wéreldstad aan Zee” voert, zijn de verbindingen tussen Den Haag en Scheveningen niet optimaal. In de binnenstad van Den Haag is er weinig dat wijst op de nabijheid van zee. Kan Den Haag de verbinding tussen stad en zee zodanig verbeteren dat Scheveningen opnieuw als badplaats van Den Haag kan floreren?


36 HAACS - jaargang 1 - #02


37 naar zee

Een aantrekkelijk publiek domein is gebaat bij bedrijvgheid.


38 HAACS - jaargang 1 - #02

Scheveningen Haven is Vis Visserij als placebranding


tekst

beeld

Melvin Kaersenhout

Christaan van der Kooy

39 Scheveningen Haven

Sinds de aankondiging begin 2005 van het vertrek van de Norfolkline uit de 3e haven werd de discussie rond de ontwikkeling van de Scheveningse havens nieuw leven in geblazen. Terugkijkend op deze periode kan je concluderen dat vrijwel iedereen de haven en de vissector een warm hart toedroeg en deze wilde behouden voor Scheveningen. Tegelijkertijd beschouwde men de visserij echter als een aflopende zaak waarin verdere krimp vrijwel als voldongen feit werd geaccepteerd. De ondernemers hadden echter een geheel andere kijk op de materie, organiseerden zich en namen het heft in eigen hand.


40 HAACS - jaargang 1 - #02

Norfolkline-terrein

Na het definitieve vertrek van de Norfolk­ line uit Scheveningen sprak de door gemeente aangestelde commissie van de Zwan met alle betrokken partijen en ontwikkelde een aantal scenario’s met betrekking tot de toekomstige ontwikkelingen rond de Scheveningse havens. In haar rapportage (mei 2005) stelde de commissie voor om het verscluster van de visserij naar de derde haven te verplaatsen en zo een nieuw cluster te realiseren die een impuls kon geven aan deze voor Scheveningen zo kenmerkende industrietak. Tijdens de presentatie van haar rapport verkondigde Van der Zwan dat, in tegenstelling tot de heersende opinie, de visserij als sector nog voldoende potentieel had om zich te ontwikkelen. Het teruglopen van het marktaandeel van Scheveningen weet hij overigens voornamelijk aan het passieve beheer van de haven door de opeenvolgende gemeentebesturen. Hoewel het voorstel van de commissie over het algemeen positief werd ontvangen was het gedeeltelijk verplaatsen van de vissector en rederijen naar de derde haven aanleiding voor de ondernemers rond de eerste haven om zich te organiseren en een samenwerking aan te gaan met Concire uit Rotterdam, een ontwikkelaar van gebiedsconcepten. De doelstelling van hun werkwijze is dat een integrale gebiedsontwikkeling niet meer wordt benaderd vanuit een ruimtelijke-functionele en aanbod-gestuurde vraag maar vanuit een gebieds­ concept. Deze is richtinggevend in de visievorming en creëert bewustwording op gebiedsniveau, om zo de concurrentiepositie en maatschappelijke inbedding te realiseren die van belang is voor het voortbestaan een gebied. Door de wijk als business­ case te benaderen is het mogelijk om de belanghebbende partijen te organiseren, te binden en actief bij de ontwikkelingen te betrekken. Onder het motto: Scheveningen Haven is VIS, werd voor de eerste haven een alternatief toekomstperspectief

ontwikkeld waarin de noordzeevis centraal kwam te staan.

Het merk ‘Scheveningen’

Op basis van een eerste economische verkenning werd geconcludeerd dat er voldoende groeikansen lagen om het gebied door te ontwikkelen tot een viscluster met een groot onderscheidend vermogen ten opzichte van de andere 10 vis­ afslagen in Nederland. Het onder­­scheidende vermogen van de Haven van Scheveningen komt voort uit: de open zeeverbinding van de haven, de centrale ligging ten opzichte van zowel de visgronden als het achterland, het veelzijdige en dagelijkse aanbod van (exclusievere) vis en de diversiteit van de ondernemers. Deze factoren hebben geleid tot de strategische doelstelling om de Scheveningse Haven te ontwikkelen tot een centrum voor verse Noordzeevis met als motto: vandaag aangevoerd is vandaag in het schap. Om de kracht van dit product te onderstrepen is vorig jaar het keurmerk “Scheveninger’ Best” gelanceerd. Naast het versterken van de bedrijfsmatige processen,het ondernemerschap en de verdere verduurzaming van het productieproces wordt er in het bijzonder ook gekeken naar de branding van de locatie. De gebiedsontwikkeling wordt op deze wijze aangegrepen om het imagoprobleem waar de vissector mee kampt aan te pakken en op deze plek ook het verhaal van de Noordzeevis te vertellen. Naast productie wordt de locatie nu ook ingezet als de PR-machine van de Scheveningse Noordzeevis. Deze ambitie zal verder worden uitgewerkt in het ontwikkelen van een attractie: Fish/Northseaworld.


41 Scheveningen Haven

Het Noordelijke HavenHoofd

Parallel aan de ontwikkelingen rond de visgerelateerde industrie wordt ook gekeken naar de verbindingen die kunnen worden gelegd met de omliggende gebieden en functies. De uitstraling naar het voormalige vissersdorp en de mogelijke wisselwerking met de badplaats bieden aanknopingspunten voor de invulling van het programma en zijn essentieel voor het voortbestaan van dit binnenstedelijke bedrijventerrein. Een belangrijke factor voor de exploitatie is dus de noodzaak om gedurende het hele jaar voldoende bezoekers te trekken. Naast het herontwikkelende visserij­ programma zijn de meest kenmerkende programmaonderdelen de vestiging van Fish/Northseaworld, het uitbreiden van de kwaliteit van de duinen door ondermeer de introductie van een tweede maaiveld met visrestaurants, het creÍren van een locatie voor strandsporten (oa. een stadion) en een hotel. Het succes van het tijdelijke surfdorp F.A.S.T is de ontwikkelaar echter ook niet ontgaan. Hoe dit dorp - of onderdelen ervan - in te passen zijn in


42 HAACS - jaargang 1 - #02

de huidige ontwikkelingen is echter niet duidelijk maar het is te hopen dat er een plek wordt gevon­den voor dit licht anarchistische en prettige initiatief. Op 1 juni tekende wethouder Norder een overeenkomst met de private vastgoedeigenaren op het Noordelijk Havenhoofd. Afgesproken is dat de visserij binnen een half jaar een uitgewerkt plan aanbiedt aan de gemeente Den Haag. De tweede overeenkomst werd afgesloten door de private vastgoedeigenaren en VolkerWessels Vastgoed uit Amersfoort. De vastgoedontwikkelaar gaat het komend half jaar een sluitende businesscase opstellen waaruit de ruimtelijke en financiÍle haalbaarheid blijkt. KCAP architects & partners werken momenteel aan de stedenbouwkundige visie voor dit bedrijventerrein inclusief het programma aan de strandzijde van het Noordelijk Havenhoofd.

woningen op het Norfolkterrein die grenzen aan de haven zullen de gewenste flexibiliteit in gebruik echter sterk doen afnemen. De omwonenden hebben om geheel andere redenen bezwaren tegen de plannen van de gemeente. Om het gebied aan de zuidzijde van de haven programmatisch te koppelen aan de boulevard staat er nu een kabelbaan gepland die de twee havenhoofden met elkaar zal verbinden. Angst van de omwonenden is dat de parkeerdruk op de woonwijken zal toenemen zodra deze natuurlijke barrière wordt geslecht. Ook zullen hierdoor de grenzen van het massatoerisme enerzijds en het rustigere locale strandleven anderzijds vervagen terwijl dit door velen als een van de grootste kwaliteiten wordt ervaren van het compacte badplaatsmodel van Scheveningen Bad. Conclusie

De Derde Haven

Bij een dergelijke binnenstedelijke context zijn er uiteraard ook een aantal punten waarop de ondernemers, de bewonersgroepen en gemeente met elkaar van mening verschillen. Kern van de discussie is de wijze waarop hier moet worden omgegaan met de zonering rond dit sterk gemengde gebied waar bedrijvigheid, horeca, toerisme, recreatie en wonen samen komen. Met name over de programmering van de Derde Haven lopen de meningen sterk uiteen. Rond deze haven wil de gemeente een aantal voorzieningen (een 5-sterrenhotel, een jachthaven, horeca en winkels) realiseren die tot een verhitte discussie heeft geleid. De ondernemers pleiten er echter voor om de mogelijkheid tot (toekomstige) bedrijvigheid te behouden. Zij stellen voor om de haven te gaan exploiteren met een programma die de havengebonden bedrijvigheid niet uitsluit (bv een combinatie van offshore en rijksrederij), maar de

De in gebiedsontwikkeling veelvuldig toegepaste strategie van extrapoleren van getallen en feiten zou in 2005 naar alle waarschijnlijkheid hebben geleid tot het verder naar de achtergrond verdringen van de voor Scheveningen karakteristieke vissector. Door het merk Scheveningen goed op de kaart te zetten werd een ambitiesprong gerealiseerd die aan de basis staat van een gebiedsontwikkeling die verder reikt dan alleen het ruimtelijk-functionele programma. Waar men in 2005 nog hardop nadacht over de verdere krimp van een folkloristische sector wordt er nu gewerkt aan een ambitieus en duurzaam plan dat het behoud van de visserij moet waarborgen en dat tevens programma aan de locatie zal toevoegen dat waardevol is voor Scheveningen in zijn geheel.

Met dank aan Evert van der Hoek, conceptionist/partner @ Concire te Rotterdam.


43 Scheveningen Haven


44 HAACS - jaargang 1 - #02

gespot

Basisschool het Galjoen Anna Blamanplein 15 Rocha Tombal Architecten


beeld

Bart van Hoek

45 Gespot


46 HAACS - jaargang 1 - #02


tekst

beeld

Judith Schotanus

David de Jong

47 World Forum

World Forum Een besloten ontmoetingsplek

Het World Forum is een bijzonder cultuurcluster en kennis- en congrescentrum dat veel bezoekers naar Den Haag trekt. De nieuwe inrichting van de openbare ruimte versterkt de relatie tussen de gebouwen. Deze ingreep is echter alleen gericht op het gebied zelf. De potenties van het Forum kunnen beter benut worden als het duidelijker met de omgeving verbonden wordt.


48 HAACS - jaargang 1 - #02

Een van de weinige gebieden waarin de gemeente Den Haag nog actief investeert, is de internationale zone. Het JoegoslaviĂŤ-tribunaal, OPCW en Europol zijn het zwaartepunt van deze zone met instituten op gebied van recht en vrede. Zij vormen samen met het Gemeentemuseum, Omniversum, Gem/ Fotomuseum en het World Forum Convention Center dat zowel congressen als musicals organiseert, het World Forum (WF). Dit gebied tussen de Stadhouderslaan, Eisenhouwerlaan, Johan de Wittlaan en Kennedylaan is een (inter) nationale interactiezone, een belangrijke ontmoetingsplek en locatie voor uitwisseling van kennis en informatie. De ontmoetingen vinden hier vooral plaats binnen de gebouwen en nauwelijks in de openbare ruimte. Dit is een groot verschil met de interactie in het centrum van Den Haag. De socioloog Michael Walzer onderscheidt twee verschillende vormen van publieke ruimte. Open-minded space is ontworpen voor gevarieerd en ook onvoorzien gebruik, trekt verschillende mensen en bevordert veelzijdige ontmoetingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het stadscentrum en voor gemengde woonbuurten met winkels, bedrijfjes en kantoren zoals de Fredrik Hendriklaan vlakbij het WF. Open-minded space is aantrekkelijk door de diversiteit en is van belang voor alle inwoners van de stad. Daartegenover staat single-minded space, ontworpen voor vooraf bepaald gebruik zoals een kantorenwijk, supermarkt of cultureel centrum. Het gaat bij het verschil tussen deze ruimten niet alleen om eenduidigheid of variatie in het programma, maar ook om het verschil in sfeer en karakter. Het ontwerp van open-minded space stimuleert verschillende vormen van gebruik en gedrag.

Gesloten gebouwen

Het World Forum bestaat uit singleminded space. Dit is inherent aan het gebruik van de gebouwen. Er is wel een verschil tussen het cultuurcluster en de internationale instellingen. De musea en het Omniversum zijn voor iedereen toegankelijk en de terrassen en cafÊs van het Gem en Brasserie Berlage zorgen voor enige levendigheid. De instellingen aan de andere kant van de locatie zijn niet algemeen toegankelijk en erg gesloten door de strenge veiligheidsmaatregelen. Bij de nieuwbouw van Europol is geprobeerd de beveiliging door waterpartijen, beplanting en glazen hekken, zorgvuldig in te passen in de omgeving. Toch ziet het gebouw eruit als een vesting. Vooral aan de kant van de Eisenhouwerlaan, waar het glazen hek op ooghoogte is voorzien van een bijna ondoorzichtige zeefdruk. Zelfs de hotels in het WF maken een besloten indruk vanaf de staat. Het Bel Air heeft wel een mooi terras, maar dat ligt verscholen achter hekken en hagen. Op een doorsnee doordeweekse ochtend zie je buiten vooral beveiligers en chauffeurs van dienstauto’s. Toch zijn de internationale instellingen van belang voor Den Haag door de werkgelegenheid en de bezoekers dragen bij aan de veelkleurigheid van Den Haag. Juist door de eenduidigheid van het programma en de mensen met vergelijkbare deskundigheid die er werken, levert de interactie tussen hen nieuwe inzichten op. Eurojust wilde bijvoorbeeld alleen naar Den Haag komen als er een locatie vlakbij Europol gevonden werd, het Verhulstplein vond men al te ver weg.

De transparante toren van Oud contrasteert sterk met Europol

Open-minded space is aantrekkelijk door de diversiteit en is van belang voor alle inwoners van de stad.


49 World Forum


50 HAACS - jaargang 1 - #02

Veiligheidsmaatregelen rondom Europol aan de Eisenhouwerlaan


51 World Forum: een besloten ontmoetingsplek

Verbetering openbare ruimte

Voor de meeste Hagenaars is de locatie met internationale instellingen een blinde vlek. Dat deze gebouwen geen positieve uitstraling op de omgeving hebben, lijkt te worden bevestigd door het grote aantal vierkante meters kantoorruimte dat te huur staat rondom het WF. Het plan voor de openbare ruimte van DS landschapsarchitecten moet voor verbetering zorgen. Een aantrekkelijke voetgangerszone binnen het enorme bouwblok verbindt de musea en de internationale instellingen, die nu met de rug naar elkaar toe liggen. Hoewel de bestaande doorsteek tussen het Gemeentemuseum en het Gem nog niet goed zichtbaar wordt gemaakt, zullen de congresgangers de musea ongetwijfeld beter weten te vinden. De achterzijde van het Gemeentemuseum is prachtig en wordt zo meer gezien.

Verbinding met de omgeving

De ingreep van DS verbetert de interne structuur van de locatie, maar doet niets met de omgeving daarbuiten. De vele verschillende bezoekers van het WF, die nu meteen naar hun plek van bestemming gaan, weten de voorzieningen in de directe omgeving nauwelijks te vinden. Tegelijkertijd gaan buurtbewoners die niet in een van de internationale instellingen hoeven te zijn, er niet naartoe, hoe mooi de openbare ruimte ertussen ook is. Het Forum kan het besloten karakter verminderen door zijn ligging in de stad

veel meer uit te buiten. Mensen vanuit de buurt komen wel als er een openbare functie komt. De leegstaande toren van Oud leent zich hier uitstekend voor. Dit transparante gebouw staat midden in het WF en is vanuit de hele omgeving zichtbaar. De toren kan de spil van het Forum worden en voor meer levendigheid zorgen, als een geschikte functie voor open-minded space zorgt. Aanvullend kan het WF meer interactie buiten de gebouwen genereren door een ruimtelijke koppeling met de open-minded space van de Fredrik Hendriklaan. Door de aanlooproutes via de Willem de Zwijgerlaan en de Statenlaan te verduidelijken en hier verschillende functies te stimuleren ontstaat er een route die door zowel bezoekers en werknemers van het WF als buurtbewoners gebruikt wordt. Hoewel de internationale instellingen gesloten bolwerken blijven, staat het World Forum op die manier minder op zichzelf en profiteert Den Haag meer van de unieke kwaliteiten. Bron Micheal Walzer (1995) ‘Pleasures and costs of Urbanity’ In: Ph. Kasinitz (ed), Metropolis. Center and Symbol of our Times. London: Macmillan pp 320-330


52

ruimte in de luwte

HAACS - jaargang 1 - #02


53

tekst

beeld

Iris Schutten

Denis Guzzo

ruimte in de luwte

De zones die in Den Haag als interactiezones worden aangemerkt kenmerken zich door de gevestigde programma’s en organisaties die ze bevatten. Het zijn musea, fora en instituten zoals die rondom Spuiplein, World Forum en Kurhaus te vinden zijn. Terwijl het logisch lijkt de blik op deze interactiezones te richten en te onderzoeken hoe deze te versterken zijn. Echter de werkelijke innovaties op het gebied van gebouwtypologie, programma en grondgebruik voltrekken zich juist buiten deze interactiezones in de luwte.

Tussentijd

De laatste jaren bevindt een groeiend deel van de gebouwde omgeving zich in een ‘staat van tussentijd’. Oude functies zijn er verdwenen, en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. Denk aan de Plaspoelpolder, met 23% leegstand in bedrijfsgebouwen1. Denk aan de Binckhorst, waar, net als rondom het Haagse Bos, de leegstand van kantoorgebouwen hoogtij viert. Den Haag heeft een half miljoen vierkante meter leegstaande kantoren, dat zijn bijna 40 voetbalvelden.2 Denk aan de oude stadshart, waar nog steeds een groot deel van de woningen boven de winkels leegstaat. Denk aan de braakliggende terreinen in Laakhaven en de Binckhorst.3 Den Haag heeft een gigantisch potentieel aan ruimte. Incourante locaties. Dit zijn de plekken waar je zou kunnen experimenteren, waar nieuwe ontwikkelingen zich voorzichtig kunnen ontplooien. Voor innovatie zijn ruimte en betaalbaarheid immers cruciale ontwikkelingsfactoren. Dat komt niet op gang als braakliggende terreinen worden omheind, of lege gebouwen worden beveiligd door Ad Hoc. Ook het steeds maar weer opentrekken van een blik creatieven, zoals in Binck 36, is niet steeds maar weer en overal zaligmakend, want hoe verhouden zich de aantallen kunstenaars tot de enorme hoeveelheid aan ruimte? En kunnen zij bijdragen aan de lange termijn?

Ruimte voor innovatie

Terwijl de economie, en op termijn ook de bevolking krimpt, staat de maatschappij niet stil. Er zijn enorme veranderingen gaande. Denk aan de toenemende vergijzing, de opkomst van het nieuwe werken en duurzaam­ heid­vraagstukken. Dat betekent dat we niet méér, maar vooral àndere gebouwen nodig hebben en dat we op een totaal nieuwe manier zullen


54 HAACS - jaargang 1 - #02

moeten gaan werken omdat met de huidige crisis ook de tijden voorgoed veranderd zijn. De leegstand biedt een unieke kans het overschot aan ruimte in te zetten voor experimenten om deze nieuwe manieren uit te vinden. Om de vragen, mogelijkheden en/of oplossingen te testen die door de gevestigde partijen nog niet als potenties herkend zijn. Buiten Den Haag zijn hiervan al talloze voorbeelden te vinden. Zo wil men op de Maasvlakte een groot braakliggend terrein tijdelijk in gaan zetten om hennep te produceren, een duurzame grondstof voor onder andere textiel, papier en veevoer. Ook op het gebied van het verbouwen van voedsel zien we overal in Nederland initiatieven opduiken. Vaak kleinschalige en sociaal ingestoken buurtinitiatieven, waarbij buurtbewoners collectief tuinieren op braakliggende grond. Voedsel verbouwen in de stad is echter niet per definitie verbonden aan kleinschaligheid en de open lucht. Met name kantoorgebouwen lenen zich voor voedselproductie op grote schaal.

FarmCity

FarmCity is een initiatief dat met behulp van nieuwe technieken voedsel in een al jarenlang leegstaand kantoor in Heerlen wil gaan kweken. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van ‘plant production units’ van het centrum Plantlab waarbij zonlicht en aarde worden vervangen door rode en blauwe led verlichting, substraten en steenwol. Hier wordt moderne technologie met nieuwe inzichten in de plantfysiologica gecombineerd

waardoor de productie verdrievoudigt ten opzichte van standaardkassen, kweek niet meer grondgebonden en dus stapelbaar is en er minder water en energie wordt verbruikt. ‘In stapelbare kweekruim­ tes kunnen groenten, fruit en kruiden worden verbouwd. Deze kunnen vervolgens lokaal worden verkocht wat enorm veel energie scheelt die normaliter in verwerking, verpakking en transport gaat zitten. … Een Nederlandse maaltijd legt nu 30.000 kilometer af, voordat de boontjes, de aardappeltjes en het lapje vlees op ons bord liggen. … Zodoende kan er tegelijkertijd een slag worden gemaakt in de verduurzaming van de voedselvoorziening en tot een invulling voor de leegstand worden gekomen’, aldus Philip van Traa, hovenier en initiator van het Plantlab concept.4 Een idee dat een enorme vermindering van het ruimtegebruik van de tuinbouw betekent en daarmee van grote invloed zou kunnen zijn op de ruimtelijke ordening van Nederland. In Heerlen wordt momenteel het eerste project op basis van deze nieuwe techniek opgezet. Afgelopen zomer is 15.000 m2 van het al jarenlange leegstaande kantoorgebouw CBS bestemd voor FarmCity. Een project waar in samenwerking met Plantlab èn met plaatselijke economische ketens voedsel verbouwd zal gaan worden.

Levend laboratorium

Onder het credo think big, act small leent de leegstand, als vorm van ruimtelijk, tijdelijk én economisch pauzelandschap, zich

De laatste jaren bevindt een groeiend deel van de gebouwde omgeving zich in een ‘staat van tussentijd’.


55 ruimte in de luwte

uitstekend voor het proefondervindelijk uitvinden van dergelijke nieuwe strategieën. Het creatief gebruiken van het pauzelandschap appelleert aan innovatie, ondernemerschap en het leggen van nieuwe verbanden, kortom zaken die we binnen de huidige crisis goed kunnen gebruiken. Eén van de weinige Haagse bloeiende tussentijdprojecten met potentie voor de toekomst, wordt echter niet als zodanig herkend. Het door sommigen verfoeide en door anderen toegejuichde Free Architecture Surf Terrain F.A.S.T. wordt in haar voortbestaan bedreigd. F.A.S.T., een initiatief op een voormalig braakliggend terrein tussen de haven en boulevard van Scheveningen, is een plek waar surfers kunnen overnachten maar waar gaandeweg ook een restaurant/café is gevestigd, kleine bedrijfjes groeien en de Haagse bunkerclub een bunker heeft uitgegraven en opengesteld voor publiek. Een schoolvoorbeeld voor organische ontwikkeling. Waar de gemeente in de Binckhorst zo naarstig naar op zoek is naar organische ontwikkeling, is dit hier al gewoon gaande. In Arnhem lijkt men het beter te begrijpen. Daar “… ziet nu een reeks van initiatieven het licht en


56 HAACS - jaargang 1 - #02

daarmee lijkt de stad een nieuwe weg in te slaan naar een andere manier van stadsontwikkeling. De gemeente als facilitator in plaats van plannen­ maker. Inspraakavonden maken plaats voor ambtenaren die via online media en alternatieve horeca contact houden met een overstelpend aanbod aan initiatieven. Sommigen in Arnhem spreken al van het weghalen van bestemmingen op panden in bepaalde delen van de stad. Waarom één bestemming op een pand? Waarom überhaupt op bepaalde panden nog een bestemming; leg alleen beperkingen op: bijvoorbeeld geen opslag van gevaarlijke stoffen, verkeersbevorderende activiteiten of geluidsoverlast veroorzakende horeca of werkplaatsen.” aldus Paul de Bruijn onlangs in Ruimtevolk.5 Het gevaar van het stempel ’interactiezone’ lijkt te zijn dat het de kwetsbare, innovatieve experimenten wegdrukt. Fysiek gezien of – net zo belangrijk – beleidsmatig gezien. Zo moet F.A.S.T., letterlijk gelegen ìn de interactiezone Scheveningen, eind 2013 verdwijnen. En zo lijkt er ook voor ontwikkeling van Laakhaven, Plaspoelpolder en de Binckhorst ondanks het schreeuwende overschot aan gebouwen en de grote hoeveelheid braakliggende terreinen weinig ruimte voor vernieuwend gemeentelijk beleid. Al gloort er recentelijk een klein lichtpuntje. Onlangs heeft VVD-wethouder Peter Smit aangegeven dat er 9,2 miljoen euro wordt gestoken in bedrijfspanden in de Binckhorst die de gemeente ooit heeft gekocht met het oog op sloop. Duidt dit op nieuwe kansen in de luwte van de interactiezones?

Endnotes 1 ANP, Leegstand kantoren aangepakt, http://nos.nl/ artikel/388540-leegstandkantoren-aangepakt.html, 27 jun 2012, 09:37 2 In den haag staat 13 % van de 4,3 miljoen m2 kantoren leeg. uit: Gemeente Den Haag pakt leegstand in kantoren aan, Profile project, 17 januari 2012. Een hectare is ongeveer zo groot als anderhalf voetbalveld. 3 De gemeente Den Haag heeft een kaart op internet gepubliceerd waarop een groot deel van de braakliggende terreinen en leegstaande gebouwen te zien zijn: http:// www.denhaag.nl/home/ Bouw-en-ontwikkellocaties. htm 4 Jasper Karman ‘Groente kweken in lege IBM-fabriek’ in Het Parool.nl, 4-5-11 http:// www.parool.nl/parool/nl/4/ AMSTERDAM/article/ detail/1888009/2011/05/04/ Groente-kweken-in-lege-IBMfabriek.dhtml) Janno Janlouw ‘Kantoor moestuin levert duurzaam groente en fruit op’, op de website energieondernemer.nl, 5 mei 2011 http://www.energieonderne­ mer.nl/2011/05/kantoormoestuin-levert-duurzaamgroente-en-fruit/ 5 Paul de Bruijn, ‘Arnhem schept ruimte’, Ruimtevolk, 18 sept 2012

De leegstand biedt een unieke kans het overschot aan ruimte in te zetten voor experimenten.


57 ruimte in de luwte


58

trans­ parantie ten top HAACS - jaargang 1 - #02

De huisvesting van de Koninklijke Academie van Beelden de Kunsten aan de Prinsessegracht kent een organische manier van uitbreiden. Oorspronkelijk hebben de architecten Buijs en Lürssen het gebouw in 1932 ook zo ontworpen dat uitbreidingen mogelijk zouden moeten zijn. Architecten van Mourik is al jaren de ‘huis’ architect van de academie en realiseerde al in 1999 al een contrasterende uitbreiding met het restaurant, werkplaatsen en verbinding tussen de bebouwing aan de Prinsessegracht en Bleijenburg.

Door de huidige veranderingen in het onderwijs, waarin er nu onderscheidt gemaakt wordt in bachelor- en master opleidingen, heeft de academie behoefte aan extra oppervlakte om de nieuwe master opleidingen te huisvesten. Hoe gaven architecten de nieuwbouw van dit belangrijke monument vorm?


Tekst

Beeld

Corine Keus

Johan Nieuwenhuize

59 transparantie ten top


60 HAACS - jaargang 1 - #02

Er werden extra ruimten aan de Bleijenburg door de academie aangekocht. De master opleiding Interior Architecture is inmiddels ingetrokken op de begane grond in de door Marlies Rohmer ontworpen bebouwing uit 1994, al ziet het er nu nog uit alsof dit nog een tijdelijke situatie is. In de toekomst krijgt de Academie twee toegangen: een formele toegang vanuit het rijksmonument aan de Bleijenburg en een informele toegang aan de Prinsessegracht. Deze twee toegangen moeten samen met de in de jaren ‘90 gerealiseerde verbinding een toegankelijkheidsas vormen door het gebouw. De bacheloropleidingen blijven in het gebouw van Buijs gevestigd. Het jonge rijksmonument van Buijs en LĂźrssen is recentelijk uitgebreid met een nieuwe dakopbouw op het achterste deel van het gebouw. Oorspronkelijk was hier een extra verdieping ontworpen, maar deze werd nooit gerealiseerd, de draagconstructie en fundering was er dus op berekend om deze extra verdieping te dragen. De nieuwe uitbreiding, ontworpen door Piet Grouls en Klaas van der Molen, is geplaatst als een contrasterende


61 transparantie ten top

toevoeging, het is een eenvoudig, neutraal, transparant volume opgebouwd uit een staalconstructie met glazen gevels. Omdat het bestaande gebouw een rijksmonumentenstatus heeft, was het niet toegestaan om deze aan te tasten. Het trappenhuis naar de nieuwe verdieping is dan ook ingepast in de sparing van een bestaand daklicht. Daarnaast is de nieuwe staalconstructie op het dak van de oudbouw geplaatst en bestaat het uit een prefab industrieel systeem, zodat het eventueel weer gedemonteerd zou kunnen worden. De uitbreiding heeft een eenvoudige indeling en is een logisch gevolg van de bestaande bouw. De nieuwbouw heeft een L-vormige plattegrond met een gang aan de zijde van de Blijenburg. De wand die de gang en de werkruimten van elkaar scheidt is ook in glas uitgevoerd, dit maakt dat de gehele verdieping ĂŠĂŠn totale transparante ruimte is geworden. Alles is zichtbaar, installaties en leidingen van de pantrys tonen zich ongegeneerd. Voor het werk van de studenten zijn metalen rekken langs de gangen geplaatst waardoor er een meterslange etalage ontstaat. De wanden tussen de werkruimten zijn dichte systeemwanden, die eventueel ook verplaatst kunnen worden op het 3,6


62 HAACS - jaargang 1 - #02

M grid van de stalen kolommen. De werkruimtes voelen prettig aan, de lichtval verschilt per minuut van de dag en levert mooie schaduwwerkingen op. De studenten en het werk wat wordt gemaakt is het enige wat gezien wordt en staan dus centraal. De academie had geen specifiek programma van eisen voor de uitbreiding, de ruimten moeten voor veel onderwijsfuncties geschikt kunnen zijn. Zowel als individuele atelierruimte, klassikaal onderwijs en groepsgewijs werken. Alleen de afdeling beeldhouwen is hier niet geschikt. Toch lijken de ruimten met name bedoeld voor studie op de computer en overleg, er zijn bijvoorbeeld nauwelijks wanden waar werk opgehangen kan worden. Het exposeren van kleine werkstukken in de stalen kasten is mogelijk, maar grotere installaties en projecties worden hier uitgesloten, mede omdat er niet geboord kan worden in de vloeren en het plafond, hierdoor is de functie van de ruimte toch enigszins beperkt. De transparantie lijkt te staan voor het verbreden van het perspectief van de kunstenaar, de glazengevels geven namelijk een prachtig uitzicht over het daklandschap van het oude stuk binnenstad. De zonwering is subtiel opgelost in de beglazing met folies en een aflopend patroon van het logo van de academie. Dit patroon verloopt per gevel, waardoor de gevels subtiel van elkaar verschillen. Een sexy detail is het uitzetraam dat in een sparing van het glaspaneel is opgenomen, naast het luchtbehandelingsysteem is dit nodig om voldoende te ventileren wanneer de studenten middelen met chemicaliĂŤn toepassen. Vanaf de buitenzijde toont de uitbreiding zich veel minder transparant en licht dan van binnenuit. Door de zonwerende folies, de aflopende patronen en het spiegelende glas is de gevel een relatief donker vlak ten opzichte van het bestaande gebouw, waardoor het zich als een zwaar volume manifesteert. Ook de aansluiting van het volume op het bestaande gebouw is grof uitgevoerd. Wanneer het nieuwe volume hier meer los was gehouden van de bestaande bouw had de prachtige lichtheid die van binnenuit wordt ervaren ook van buitenaf voelbaar kunnen zijn. De afbrokkelende betonstukken van het gebouw van Buijs lijken te illustreren dat het bestaande gebouw enigszins lijdt onder de nieuwe uitbreiding, het gebouw heeft veel achterstallig onderhoud, de prachtige nieuwe dakopbouw benadrukt dit nu helaas nog meer. Een mooi beeld is te ervaren vanaf het binnenhof aan de Bleijenburg zijde vanwaar de gelaagdheid van de bouwvolumes uit verschillende tijden gezamenlijk een abstracte compositie vormen van een organische manier van uitbreiden. Bij de Academie lijken erfgoed en vernieuwingen eerder lagen die over elkaar heen liggen dan dat ze een relatie met elkaar aangaan.


63 transparantie ten top


HAACS is een platform voor Haagse stedelijke transformaties en architectuur

Dit magazine doet ieder kwartaal verslag van

recente ruimtelijke ontwikkelingen, biedt ruimte voor opinie, toont schatten uit het gemeentearchief, verrassende projecten in de stad, verslagen van de ADHD debatten en terug- of vooruitblikken op activiteiten van HaAC, BNA Kring Haaglanden en wellicht in de toekomst van uw organisatie.

oktober 2012


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.