Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 8

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

ok tobe r

O p z o e k n a a r H a t e b r a n d e n z i j n r e l i k w i e ë n N e t • a l s e e n a a r d a p p e l . V e r b o r g e n s c h a t t e n o n d e r h e t k o o r v a n F a r m s u m


inhoud

35 / 4 – oktober 2018 Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969

Edze de Boer

Op zoek naar Hatebrand en zijn relikwieën

119

De vondst van een reliek van Hatebrand en de tijdelijke terugkeer daarvan naar de plaats waar hij ooit leefde, was deze zomer nationaal nieuws. De Telegraaf wist de meest spectaculaire krantenkop te produceren, waarbij de werkelijkheid wel enigszins geweld werd aangedaan: ’91-Jarige zoekt halve eeuw. Heilige ontdekt op zolder’… Edze de Boer doet in zijn bijdrage verslag van zijn zoektocht naar de verdwenen relieken van een haast vergeten Groninger heilige.

Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985 Beschermheer Mr.drs. F.J. Paas, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester

Redmer Alma

Net als een aardappel. Verborgen schatten onder het koor van Farmsum

E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries

127

In 2012 en 2013 is in de kerk van Farmsum een dertigtal grafzerken blootgelegd, waaronder twee uit de vijftiende eeuw. Een waardevolle collectie funerair erfgoed is toen voor het nageslacht veiliggesteld. Maar het is in Farmsum net als bij een aardappel: het beste zit nog onder de grond. Ter voorbereiding van toekomstige opgravingen onder de koorvloer is de afgelopen jaren nader onderzoek gedaan om te bepalen wat zich nog onder de koorvloer bevindt. Oude beschrijvingen van de grafzerken zijn helaas spaarzaam overgeleverd, maar toch hebben archieven de nodige gegevens prijsgegeven. In dit artikel doet Redmer Alma hiervan verslag.

M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14

9711 bs Groningen

telefoon (050) 312 35 69 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14

9711 bs Groningen

e-mail hillenga@groningerkerken.nl

De Stichting

Redactie Groninger Kerken

Interview · Educatie · Excursies · Mediatheek · Winkel · Nieuws · De kerk als podium · Werk in uitvoering · Op weg naar 2019

Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA Dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken

Omslag: Het rouwbord voor Hero Maurits Ripperda, gestorven in 1681, afkomstig uit de kerk van Farmsum. Collectie Fries Museum.

telefoon (050) 312 35 69

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting

Drukwerk en verzending

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,- per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

e-mail: info@groningerkerken.nl

Zalsman Groningen B.V. Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Edze de Boer

Op zoek naar Hatebrand en zijn relikwieën Walfridus van Bedum geniet enige (boven)regionale bekendheid, al was het maar omdat zijn naam verbonden is aan de markante kerk met zijn scheve toren. Ook werden een school, een straat en een jaarmarkt naar hem vernoemd. De enige andere Groninger heilige, Hatebrand, lijkt daarentegen bijna helemaal vergeten. Recent werd zijn reliek ontdekt in een Belgische kerk, een feit dat zelfs werd opgemerkt door de nationale pers. Edze de Boer doet verslag naar zijn zoektocht naar de verdwenen relieken van een vergeten heilige. Toen ik op 22 maart van dit jaar 2018 mijn brievenbus opende, vond ik daarin een brief van de heer Leon Thuys uit de plaats Kortrijk-Dutsel, een dorp in Belgisch Brabant. De heer Thuys, penningmeester van de kerkfabriek1 van de Sint Catharinakerk, schreef mij naar aanleiding van een bezoek

zestien jaar geleden. Ik was toen op zoek naar een relikwie van de heilige Hatebrand, de stichter van het klooster Feldwerd of Oldenklooster bij Den Dam, die daar zou moeten zijn.2 Ik had al elders gezocht, maar niets gevonden. De reliek was in 2002 helaas onvindbaar, wel wist men dat die er

1 De organisatie die de financiële middelen nodig voor de uitoefening van de eredienst beheert. 2 ‘Bij Den Dam’ ter onderscheiding van het Oldenklooster in de Marne, het oudste cisterciënzer klooster in de Ommelanden, gesticht in 1175.

1 De wierde Oldenklooster op de topografische kaart van 1902.

119


2a en 2b Ooster Feldwerd is gelegen nabij de wierde Oldenklooster. De boerderij was ooit bezit van het klooster Feldwerd. Het gebouw werd tijdens de gevechten om de ‘Pocket Delfzijl’ in april 1945

120

zwaar beschadigd en is na de bevrijding herbouwd. Foto’s Duncan Wijting.

waarschijnlijk was geweest. De heer Thuys schreef nu: ‘Onze jonge energieke koster heeft in een verre uithoek van een kast een kistje gevonden met acht á negen relieken waarvan er één is van de heilige Hatebrand.’ Dat ik deze vondst in mijn tweeënnegentigste jaar nog mocht meemaken. Wie was dan Hatebrand en hoe kwam een deel van zijn gebeente in het Belgisch-Brabantse Kortrijk-Dutsel terecht? Graag wil ik het verhaal vertellen van de lotgevallen van het gebeente van Hatebrand, een boerenzoon van Katmis/ Holwierde, en het weinige dat we van zijn leven weten.

Het ‘klooster’ van mijn jeugd Geboren in Holwierde, of beter gezegd Katmis, was ik al vroeg vertrouwd met het begrip ‘klooster’. Het klooster waren toen voor mij twee boerderijen onder Holwierde, Klooster of Oldenklooster. Ook wel Feldwerd, maar die naam gebruikte men minder vaak. Later begreep ik dat je onder het begrip iets heel anders moest verstaan. Dat was om zo te zeggen

mijn eerste vondst: op het klooster had een ‘echt’ klooster gestaan. Voor mij als kind was het moeilijk te begrijpen dat op de wierde ooit monniken en nonnen hadden gewoond en dat daar een groot gebouw had gestaan, zelfs een kerk! Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en later ging ik in mijn vrije tijd op zoek naar gegevens over het klooster. Op zeker moment deed ik mijn tweede vondst. Ik ontdekte het boek van C. Damen over de benedictijner kloosters in Groningen3. Het was voor mij een openbaring. Daarin stond veel over het klooster Feldwerd en bovendien dat er een cartularium (een register met akten en oorkonden) en ook nog andere stukken bewaard waren gebleven. 4 Bovenal trof mij Damens aantekening op pagina 10: CHR HENRIQUEZ. Monologium Cisterciense, Antwerpen 1630, geeft op pag. 10 een authentiek van Joannes van Malder, bisschop van Antwerpen, van 17 januari 1620, omtrent het gebeente van de H. Hatebrand van Feldwerd. Deze tekst is ook te vinden in de Acta SS. Boll. Julii VII, 3e ed. 174. Deze akte is in verschillende hagiografische werkjes vermeld.5

3 C. Damen o.s.b., Geschiedenis van de Benediktijnenkloosters in de provincie Groningen, (Assen 1972). 4 Uitgegeven, met toelichtende hoofdstukken, door Edze de Boer en Redmer Alma, De stichter, de stukken en de schenkers van het Oldenklooster bij Den Dam (z.p. [Bierum] 2004). 5 J.B. du Sollier, Acta Sanctorum 7 Julii, vol. XXXIV (3e ed.; Parijs en Rome 1868) 172-178.


3 De dobbe op het voormalige kloosterterrein. De poel was volledig verzand tot deze in 1997 opnieuw werd uitgegraven. Foto Duncan Wijting.

121

4 Stapels kloostermoppen gevonden op het terrein van de benedictijner abdij. Tussen de stenen broeden roodborstjes. Foto Martin Hillenga.

Deze passage was voor mij een ĂŠchte vondst. Behalve Sint Walfridus van Bedum was er dus nog een Ommelander heilige, een zekere Hatebrand die in Feldwerd geleefd had. En er was iets bijzonders met zijn gebeente gebeurd. Zo kwam het dat ik ging zoeken in de bovengenoemde Acta. Naar aanleiding van dat verhaal reisde ik in de jaren zestig van de vorige eeuw naar Antwerpen om te weten te komen waar het gebeente van de heilige was gebleven. Zo kwam ik terecht in de Sint Andrieskerk, waar zich een schrijn met de relieken van de 36 heiligen bevindt, waaronder die van Hatebrand. Maar hoe kwam de reliek van de Ommelander heilige zo ver van huis?

Wat de Bollandist Du Sollier schreef in de Acta Sanctorum Ik vertel het verhaal zoals ik dat kan opmaken uit de bovengenoemde Acta Sanctorum. Deze bevatten de heiligenlevens, die vanaf de zestiende eeuw zijn verzameld en op datum zijn gepubliceerd door het rooms-katholieke genootschap van de Bollandisten. Op zekere dag in 1617 klopte Nikolaas Jaspers uit Appingedam aan de poort van het San Salvator klooster in Antwerpen en hij vroeg de abt te spreken. Hij vertelde de abt

dat hij uit Appingedam kwam en dat hij van een non uit het klooster Feldwerd, Joanne Dirricks genaamd, het gebeente van de Heilige van dat klooster had meegekregen om dat in veiligheid te brengen. Dat vond ze nodig omdat al de kloostergebouwen in staat van verval waren. En zeker de kerk waarin het graf van de stichter van het klooster zich bevond. De rooms-katholieke godsdienst was verboden in 1594 na de verovering van Groningen door Lodewijk van Nassau. Vóórdat alles verdween, wilden de overgebleven nonnen graag hun Heilige een vaste rustplaats geven. De abt was niet zo gelukkig met het gebeente. Er was al zoveel kritiek op de aanwezigheid van relieken. Het was


honderd jaar na de Hervorming van Luther. Bovendien was zijn klooster ietwat verdacht, omdat het een Augustijnenklooster was en Luther was ook een Augustijn geweest. Toch mocht Jaspers het gebeente achterlaten, misschien wel omdat hij de abt vertelde dat hij ook schriftelijke bewijzen van echtheid bij zich had die uit het klooster stamden.6 Na lezing van die stukken vroeg de abt raad aan de bisschop van Antwerpen, monseigneur Van Malder. Die stelde een onderzoekscommissie in van geleerde mannen. Die kwam na bestudering van de meegebrachte akten tot de conclusie dat het gebeente echt was. Spoedig daarna kreeg het klooster relieken van nog 35 heiligen. In 1671 werd in de kloosterkerk de Broederschap van de Zesendertig Heiligen opgericht. Het jaar erop werd een plechtige processie door de straten van Antwerpen gehouden, waarin op praalwagens de heiligen allegorisch aan het volk werden getoond. De zevende praal-

wagen toonde de heiligen Benedictus, Egidius en Hatebrand – alle drie kloosterstichters. Bij de opheffing van het San Salvatorklooster in de Franse tijd werd het grootste gedeelte van Hatebrands gebeente overgebracht naar de kerk van Mortsel, tegenwoordig een voorstad van Antwerpen. De relieken werden in 1853 opnieuw verheven en rusten nu gedeeltelijk in een schrijn rechts van het hoogaltaar van de Benedictuskerk aldaar. Een ander deel belandde in 1802 in de Antwerpse Sint Andrieskerk. In 1845 werd er een tentoonstelling van fraaie voorwerpen van de kerk gehouden en met de opbrengst daarvan werd een nieuwe zilveren schrijn voor de relieken gemaakt. Die werd later door de Broederschap door de straten van Antwerpen gedragen en staat nu te pronk in de kerk. Dat de schrijn een reliek van Hatebrand bevat, moeten we maar geloven: deze staat zo hoog opgesteld dat het onmogelijk is iets van dichtbij te zien.

122

5 Gezicht op het San Salvatorklooster in Antwerpen, waar Nikolaas Jaspers uit Appingedam in 1617 aan de poort klopte met de relieken van Hatebrand. Gravure door Jacobus Harrewijn, 1726-1734. Collectie Rijksmuseum. 6 Onder de stukken die door Jaspers naar Antwerpen werden gebracht, bevond zich een abtenlijst. Die klopt gedeeltelijk met wat we weten uit andere bronnen. In de lijst lijken sommige namen gefantaseerd. Het schijnt dat de samensteller niet (goed) meer wist wie er in een bepaalde periode abt was geweest, vooral wat betreft de periode van de veertiende eeuw. Jaspers beweerde dat hij het gebeente en de stukken had meegekregen van Joanne Dirricks; uit andere bronnen weten we dat zij destijds inderdaad non was te Feldwerd.


7 Met de relieken werden in 1802 ook de schilderingen van de 36 heiligen overgebracht van de San Salvatorabdij naar de Sint-Andrieskerk. Ze zijn aangebracht op de lambrisering van het koorgestoelte en het broederschapsgestoelte in de zijbeuken. 6 De houder van de relieken van Hatebrand naast het hoofdaltaar

Op één van de paneeltjes, in de 17de eeuw geschilderd door

van de Sint-Benedictuskerk in Mortsel.

Theodoor Boeyermans, staat Hatebrand als genezer afgebeeld.

8 De monumentale zilveren schrijn (Jan Verschuylen, 1845) in de Sint-Andrieskerk bevat de relieken van de 36 heiligen. De schrijn is voorzien van draagstokken om deze mee te kunnen voeren tijdens processies. Foto Tijl Vereenooghe.

123


Mijn tweede zoektocht

124

9 Beeld van Hatebrand in de Sint-Catharinakerk van KortrijkDutsel. Foto Leon Thuys. 10 De reliek van Hatebrand uit Kortrijk-Dutsel is samen met die van Sint-Marculf (Marcoen) gevat in een 18de-eeuwse reliekhouder. Foto Duncan Wijting.

Bij een hernieuwd bezoek aan de kerk in 2002 zag ik de grote Schrijn van de Zesendertig Heiligen in de Sint Andries opnieuw en in Mortsel vertelde de pastoor dat het grootste deel van het gebeente van Hatebrand was begraven op het kerkhof vlak naast de kerk. Een paar botresten liggen in het kistje met de beeltenis van Hatebrand op het hoogaltaar. Bij verder onderzoek in archieven in 2002 deed ik nog een vondst: een deeltje van Hatebrand werd verkregen door de abdisse van Onze Lieve Vrouwe Wijngaert onder de Borght te Leuven. Zij kreeg de reliek in 1708 van het San Salvatorklooster. Het Leuvense klooster werd opgeheven in 1789. Het schijnt dat ook het dominicanenklooster te Lier in het bezit was van een Hatebrand-reliek. Die schenking zou hebben plaats gevonden in 1707. Echter, dat klooster werd ge­ sloten en ik heb niet kunnen vinden waar die reliek is gebleven. Navraag bij de toenmalige archivaris van de Leuvense kerk en pater Van Wassenhove, dominicaan te Gent, leerde dat de reliek aldaar inderdaad beschreven was, maar dat die waarschijnlijk tijdens de Franse Revolutie was verdwenen. Hier gold dus weer: ook als je niets vindt doe je een vondst. Meer belovend leek een ander spoor. Reginald Coels, bisschop te Antwerpen deed zijn best aan de Catharinakerk van Kortrijk-Dutsel, een dorp noordoostelijk van Leuven, de re­ lieken van Sint Marculf (Marcoen) en onze Sint Hatebrand te bezorgen. Daartoe bezocht hij verscheidene malen de abt van het San Salvator klooster. Toen hij ze ten lange leste had gekregen, deed hij ze in een nette reliekhouder en gaf ze aan een begijn in het begijnhof van Brussel, Carolina Theresia Du Bois. Op 14 juni 1704 schonk zij een koperen kistje met de relieken van Marculf en Hatebrand – dat opvolgend verzegeld was door de Antwerpse bisschop, de Mechelse aartsbisschop en de abt van San Salvator – aan de pastoor van dit dorp, A. de Vaddere. Die was er blij mee. Hij bracht ze een week later in een plechtige processie naar zijn kerk onder grote belangstelling van de parochianen. Waarom het kistje eerst naar het begijnhof in Brussel ging, is me niet duidelijk geworden. Pastoor De Vaddere stichtte nu in zijn dorp een broederschap, De Broederschap van de Heylige Noodt-vrienden S. Marcoen, S. Catharina ende S. Hatabrandus die op 12 mei van datzelfde jaar werd goedgekeurd waarbij de feestdagen werden vastgesteld. 24 juni zou de hoogtijdag voor de Broederschap worden en verder was 1 mei de feestdag voor Marculf, 30 juli de dag van Hatebrand en 25 november de dag voor Catharina. Deze heiligen konden mensen die in nood verkeerden dus aanroepen. De Vaddere bericht dat tenminste één vrouw genas na de aanroeping van Hatebrand. De pastoor verstopte zijn kostbare relieken tussen de spanten van zijn kerk tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) omdat er plunderende Engelse en Nederlandse soldaten door de streek trokken. Toen het weer rustig werd haalde hij ze terug.7


Een onverwachte ontknoping Bij mijn bezoek aan Kortrijk-Dutsel in 2002 werd ik hartelijk door het kerkbestuur ontvangen. O, ja men wist van de relieken, maar…! De oude pastoor was overleden, zo vertelde mij Leon Thuys, de penningmeester van de kerkfabriek. Bovendien werd de parochie samengevoegd met een buurparochie. De nieuwe jonge pastoor hield niet zo van oude dingen en had veel weggegooid. Of daaronder ook de relieken onder waren? Maar de heer Thuys had nog enige hoop. Er was nog een kist met een cijferslot. De cijfercombinatie was onbekend, maar als de kist ooit geopend zou worden, dan zou ik van de inhoud in kennis worden gesteld. Een half jaar later volgde het bericht: de kist was leeg. Ook dit spoor liep dood. Een onverwachte ontknoping volgde tenslotte in de vorm van de brief waarmee dit artikel begon. Zoveel jaren na mijn bezoek aan Kortrijk-Dutsel toch bericht van een uiterst attente kerkbestuurder die zich mijn bezoek herinnerde en vond dat wij hier in het Noorden daarvan moesten weten. Een klein stukje gebeente van Hatebrand was terecht. De reliek keerde op 7 juli jongstleden zelfs even terug naar de wierde Feldwerd, begeleid door een kleine ceremonie. In Belgisch Brabant geniet Hatebrand nog enige bekendheid; in Mortsel is zelfs een Sint-Hathebrandstraat. Maar in

de provincie van herkomst is hij helemaal in de vergetelheid geraakt. Zou het inmiddels niet tijd worden dat de heilige de vermaardheid krijgt die Walfridus ten deel viel: een Hatebrandplein, -park of -parochie? 8 Dat zou mooi zijn!

Hatebrands leven Dat was het verhaal van Hatebrands gebeente, maar wat is het verhaal van zijn leven? Dat is nou het gekke: we weten eigenlijk heel weinig van hem. Er is wel een tekst in de Acta Sanctorum, maar dat bevat lezingen die de kloosterlingen voorlazen op Hatebrands feestdag en die zijn vooral ‘stich­ telijk’. Hier en daar bevatten de Acta gegevens die historisch lijken te zijn. Hatebrand werd geboren op Katmis in een onbekend jaar, ergens in de eerste helft van de twaalfde eeuw. Zijn vader en moeder waren Alundus en Tetta en zij bezaten een boerderij. Voor toenmalige begrippen moeten zij welgesteld zijn geweest. Hun land lag ten westen tegen de wierde, en op dat land lag ook de onbewoonde wierde Feldwerd.9 Hatebrand was enig kind en werd op zijn vijftiende naar school gestuurd. Waar deze zich bevond, is moeilijk te zeggen. Misschien was er een school aan de kerk van Farmsum en ging hij daar heen.10 Na zijn studie werd Hatebrand tot priester gewijd. Nadat zijn ouders waren overleden, vertrok

7 Voor de lotgevallen van de relieken in Kortrijk-Dutsel werd het register van pastoor De Vaddere aldaar geraadpleegd. 8 Op 11-06-2005 deelde de heer H.G. de Olde mij telefonisch mee dat hij indertijd Hatebrand had voorgesteld als de patroon van de nieuw gestichte parochie Appingedam-Delfzijl. Helaas is zijn advies niet gehonoreerd. 9 Volgens M. Miedema, ‘Oost-Fivelingo 250 v.Chr. - 1850 n.Chr. Archeologische kartering en beschrijving van 2100 jaar bewoning in Noordoost-Groningen’, Paleohistoria 32 (1990), was de wierde Feldwerd bewoond in de zevende eeuw en vanaf 1100. 10 Een eerste vermelding van een schoolmeester te Farmsum is in 1232. Rolf H. Bremmer, Hir is eskriven. Lezen en schrijven in de Friese landen rond 1300, 54.

11 Op 7 juli jongstleden keerde de Hatebrand-reliek even terug naar de plaats van het voormalige klooster Feldwerd. Door de auteur van dit artikel, tweede van rechts, werden een deel uit het heiligenleven van Hatebrand voorgelezen, pastoor Arjen Jellema sprak aansluitend een kort gebed uit. Foto Duncan Wijting.

125


hij naar Utrecht om monnik te worden bij de benedictijnen aldaar. Utrecht was het intellectuele centrum in onze streken, maar een beetje vreemd is het wel: Holwierde hoorde bij het bisdom Munster en niet bij Utrecht. In 1183 keerde Hatebrand terug naar Katmis en stichtte op de onbewoonde wierde Feldwerd zijn klooster. Historici vermoeden dat zijn stichting te maken had met de zogenaamde Armoedebeweging, een religieuze beweging die alom in West-­ Europa opgang nam in de late elfde begin twaalfde eeuw. De abt die het klooster te Utrecht leidde, Hildebrand, was zelf ook van die beweging en was leider geweest van het klooster Weerselo in Twente, ook een uiting van die 12a en 12b Het 14de-eeuwse zegelstroming. Een ander interessant stempel van het klooster Feldwerd, idee is dat Hatebrand het klooster met afdruk. Foto’s Marten de Leeuw, stichtte om zijn bezittingen voor collectie Groninger Museum. zichzelf te houden.11 Omdat hij

geen familie had, stichtte hij een kloosterfamilie. Enige tijd later deed een boer dicht in de buurt hetzelfde. Ook Emo van Romerswerf wilde zijn bezit in zijn eigen familie houden en probeerde daarom, tegen de zin van zijn aangetrouwde familie, zijn bezit onder te brengen in een klooster. Het klooster Feldwerd werd in 1183 door de bisschop van Munster gewijd, Hatebrand werd toen tot abt benoemd. Hij stichtte meerdere kloosters, waaronder Thesinge in de Ommelanden en Meerhusen in Oost-Friesland. Op één van zijn predikreizen in Oost-Friesland vroeg een vrouw hem om haar te genezen van een pijnlijke arm. Zo geschiedde. In de Sint Andrieskerk zijn Hatebrand en deze dame afgebeeld. Hatebrand stierf in 1198 en zijn lijk werd blijkbaar in een graf in de kerk gelegd waaruit Joanne Derricks en Nicolaas Jaspers in 1617 zijn gebeente haalden.

Edze de Boer, geb. 1926 te Holwierde, was onderwijzer te Leens, Zuurdijk en Uithuizermeeden. Na zijn pensionering in 1985 studeerde hij geschiedenis aan de RUG. De middeleeuwse geschiedenis van de Ommelanden heeft zijn belangstelling. Hij werkte mee aan het Bierumer Boerderijenboek, het boek Meij 650 en schreef samen met Redmer Alma De stichter, de stukken en de schenkers van het Oldenklooster bij Den Dam.

126 11 Anneke B. Mulder-Bakker, ‘Oculus ecclesiae or the eyes of the people. Church and society in medieval Frisia’, Journal of Medieval History 11 (1985) 295-314.

13 Van het benedictijner klooster Germania in Thesinge resteert alleen nog een deel van de kloosterkerk. Het water om het kerkhof is de voormalige kloostergracht. Foto Omke Oudeman.


1 De opgraving in de kerk van Farmsum met de gehavende zerken in het schip (2012). Op de voorgrond liggen naast elkaar de Ripperdazerken van 1504, 1474 en 1477. Foto Ko Lenting.

Net als een aardappel

Redmer Alma

Verborgen schatten onder het koor van Farmsum In 2012 en 2013 is in de kerk van Farmsum een dertigtal grafzerken blootgelegd, waaronder twee uit de vijftiende eeuw. Een waardevolle collectie funerair erfgoed is toen voor het nageslacht veiliggesteld. Maar het is in Farmsum net als bij een aardappel: het beste zit nog onder de grond.

Door aarde bedekt De opgravingen in 2012-2013 hebben veel geleerd over de wijze waarop bij de herbouw 150 jaar eerder met de grafzerken in de kerk is omgegaan. Toen in 1869 de bouwvallige kerk werd vervangen door een nieuw gebouw, koos men voor de eenvoudigste oplossing: de gehele kerkvloer werd be­dekt met een halve meter aarde en daaroverheen kwam een nieuwe vloer. Waar de fundamenten van de nieuwe muren en pilaren om ruimte vroegen, sloeg men de grafzerken stuk en liet de resten onder het zand achter. Men nam niet eens de moeite om de holle ruimten onder de zerken te vullen. Daardoor zorgt de laag aarde voor een voortdurende druk,

waardoor de zerken op een gegeven moment knappen. De meeste gevonden stenen hebben hun ondergrondse verblijf dan ook niet onbeschadigd doorstaan en de stenen die zich nog onder de laag aarde bevinden, lopen dagelijks het risico om hetzelfde lot te ondergaan. In 2012 kwamen bij de restauratie van banken en vloer de grafzerken in het schip van de kerk weer tevoorschijn. Bij de spectaculaire opgraving werden de gevonden zerken gelicht en tegen de kerkmuur geplaatst. Voor de oudste drie zerken van de familie Ripperda, die van 1474, 1477 en 1504, werd een aparte plaats bij de oostmuur ingeruimd. Toen men in 2013 daarvoor de spade in de grond stak, werd het vermoeden

127


bevestigd dat de andere zerken van de familie Ripperda zich nog onder de koorvloer moesten bevinden: nog drie Ripperdastenen lagen op hun oorspronkelijke plek, enkel aan de voetzijde afgehakt om ruimte te maken voor de koormuur van 1869. Twee grafzerken konden veiliggesteld worden; de fraaie grafsteen van Anna Catharina van Munster uit 1623 werd voorlopig weer toegedekt om de ingebruikneming van de kerk niet verder te vertragen.

Bedreigd erfgoed

2 De grafzerk van Ocka van den Clooster († 1596) na de vondst. Rechts ligt haar schoondochter Steven Anna van Raesfelt (1627).

Ter voorbereiding van toekomstige opgravingen onder de koorvloer is de afgelopen jaren nader onderzoek gedaan om te bepalen wat zich nog onder de koorvloer bevindt. Oude beschrijvingen van de grafzerken zijn helaas spaarzaam overgeleverd, maar toch hebben archieven de nodige gegevens prijsgegeven en in dit artikel doen we hier verslag van. De bewaard gebleven grafzerken van de Ripperda’s van Farmsum in andere kerken geven een indruk van de kwaliteit van wat we onder de koorvloer mogen verwachten. In feite zijn de voorwaarden voor het veiligstellen van de Ripperdazerken ideaal: we weten wat we kunnen verwachten en de noodzaak van spoedig ingrijpen wordt bevestigd door de beschadigde toestand van de zerken die in het schip zijn gevonden.

Foto Ko Lenting.

Nog twee vijftiende-eeuwse zerken 128

3 De beschadigde maar fraaie grafzerk van Haye Ripperda uit 1504 na de vondst in 2012. Het fragment rechtsboven werd enkele meters verder onder de aarde aangetroffen.

De meest spectaculaire vondst tijdens de opgravingen was zonder twijfel die van de drie oudste zerken, van Unico Ripperda († 1474), zijn schoondochter Frouke Onsta († 1477) en zoon Haye Ripperda († 1504). In dit tijdschrift is eerder uit­ gebreid aandacht aan deze stenen besteed.1 De oudste vermelding van grafzerken in de kerk te Farmsum danken we aan Eggerick Beninga (1490-1562). In zijn kroniek vermeldt hij het overlijden van de broers Focke en Haye Ripperda en hun echtgenotes. Frouke overleed ‘up den dach Urbani’ (25 mei) 1477, een datumaanduiding die ook op de in 2012 gevonden zerk voorkomt.2 Van Haye vermeldt hij dat deze stierf ‘up den dach Nicolai’ (6 december).3 Op zijn teruggevonden zerk wordt echter als overlijdensdag ‘ipso die Translationis Nicolai’ (9 mei) 1504 genoemd, dus niet Sint-Nicolaas zelf maar de overbrenging van zijn relieken. Deze feestdag wordt zelden gebruikt en is blijkbaar ook door Beninga niet begrepen. De vergissing bewijst wel dat hij de grafzerk als bron gebruikte. Van de andere twee overlijdensberichten lijkt de formulering ook direct ontleend aan grafstenen. Zeker die van Focke Ripperda lijkt letterlijk een randschrift weer te geven: Anno

1 Redmer Alma, ‘Drie zerken van de familie Ripperda’, Groninger kerken 29 (2012) 44, 53-55. De meeste gegevens in dit artikel zijn nader uitgewerkt in: Redmer Alma, De grafzerken van Farmsum. Grafzerken, doopvont en klokken (Farmsum 20163). 2 Eggerik Beninga, Cronica der Fresen, ed. L. Hahn (Aurich 1961) I, 362. 3 Beninga, Cronica, 442.


Christi 1480 is Focko Ripperda, Unko Ripperden soen, pravest to Loppersum, up den dach Petri et Pauli gesturven.’ 4 Bij het overlijden van Ailke Houwerda in 1497 is de formulering iets vrijer, maar de datering lijkt ook van een grafzerk over­ genomen te zijn: ´Des sondages vor Hemmelvaerdes dach is fruw Eylke Houwerda, Haie Ripperden huisfruwe, gesturven.’5 Dat de Oost-Friese Eggerick Beninga de kerk van Farmsum heeft bezocht, hoeft niet te verbazen. Zijn moeder, Esse Houwerda, was een volle nicht van Ailke Houwerda en daarom zal hij meer dan eens voor het bijwonen van een huwelijk of een andere familiegebeurtenis in Farmsum de Eems zijn overgestoken. Toen Eilhardus Harkenroth, predikant te Emden, de kroniek van Beninga in 1723 voor het eerst in druk uitgaf, gaf hij in een noot nog wat informatie over enkele grafzerken. Zo geeft hij van de zerk van Fockes en Hayes vader Unico Ripperda († 1474) ‘zyn grafschrift in de kerck tho Farmsum’ 6 en bevestigt hij de door Beninga gegeven overlijdensdatum van Haye Ripperda ‘gelyk zijne Lyksteen in de Farmsumer kerke angeeft’.7 De zerk van Frouke Onsta, die toen ook zichtbaar was, en de andere twee noemt hij niet. Hij zal overigens Farmsum zelf niet bezocht hebben, maar de informatie hebben gekregen van zijn broer die toen predikant in Appingedam was.8 Al met al weten we dat dus met zekerheid dat er nóg twee vijftiende-eeuwse zerken in de kerk waren en wellicht nog onder de koorvloer verborgen zijn.

Bole Ripperda Mogelijk is na het overlijden van Haye Ripperda in 1504 het koor van de kerk ruim vijftig jaar onaangeroerd gebleven. Zijn zoon Bole overleed pas in 1552, twintig jaar na zijn vrouw die bij haar moeder in het Oost-Friese Dornum ter aarde werd besteld. Haar (hergebruikte) grafzerk was in dezelfde go­ tische stijl als die van haar eerder overleden familieleden. Boles broers en zuster overleden allen in Oost-Friesland en werden daar begraven. Hen hoeven we niet in Farmsum te verwachten. Er is alle reden om reikhalzend uit te zien naar de grafzerk van Bole Ripperda. Meer nog dan zijn voorouders was hij kosmopolitisch ingesteld. Aanvankelijk voornamelijk partij houdend met graaf Edzard van Oost-Friesland trad hij vanaf rond 1520 vooral op de voorgrond als belangrijkste steun­ pilaar van de nieuwe heer van de Ommelanden, Karel van 4 Beninga, Cronica, 362. Afbeelding uit: E.F. Harkenroth, Volledige chronyk van Oostfrieslant van Eggerik Beninga (Emden, 1723), 380. 5 Beninga, Cronica, 396. Afbeelding uit: Harkenroth, Volledige chronyk, 429. 6 Harkenroth, Volledige chronyk, 170. 7 Harkenroth, Volledige chronyk, 490. 8 J.I. Harkenroth meldde de transcriptie van de zerk van 1504 in elk geval aan H.B. van dem Appelle te Groß Midlum (Nieders. St.A. Aurich, Dep. 4, inv.nr. IX, 9a, fol. 23v: ‘ist 1504 gestorben wie folgende von Pastor Harckenroth mir communicirte Grabschriftt ausweiset ...’).

4 Detail van de Pontianusklok te Farmsum (1538), door Gobel Zael. Foto Redmer Alma. 5 Vijzel van Bole Ripperda (1531), door Willem Tolhuys. Foto Marten de Leeuw, collectie Groninger Museum.

129


6 Grafzerk van Hisse van Dornum († 1530). Foto Ko Lenting. 7 Grafzerk van Eilke Ripperda († 1547) te Hinte, vervaardigd door

130

Vincent Lucas. Foto Ko Lenting. 8 Grafzerk van Frerick Ripperda († 1554) te Hinte, vervaardigd door Vincent Lucas. Foto Ko Lenting.

Gelre. Ook nadat in 1536 Karel V de nieuwe heer werd, bleven de Gelderse contacten van Bole bestaan en verkeerde hij regelmatig buiten de Ommelanden, maar Farmsum bleef zijn voornaamste huis. Eerder is in dit tijdschrift aandacht besteed aan de fraaie Pontianusklok, de oudste klok met renaissancedecoraties in de provincie Groningen, die onder Bole Ripperda tot stand gekomen is. Zijn naam prijkt ook op de oudste renaissancistische vijzel van heel Noord-Nederland, uit 1531. Beide werkstukken zijn van verschillende gieters. Het feit dat deze beide voorwerpen onder Bole Ripperda zijn ontstaan, doet vermoeden dat hij bij deze introductie van renaissancemotieven een rol heeft gespeeld. Bole Ripperda overleed zoals gezegd in 1552 en ongetwijfeld werd hij in de kerk van Farmsum begraven. Rond dat jaar overleden de kinderen van zijn broer in het Oost-Friese Hinte: dochter Eilke Ripperda overleed ongehuwd in 1547. Haar broer Frerick Ripperda overleed tijdens een bezoek bij zijn achterneven op de Overijsselse havezate Boxbergen, maar zijn lichaam werd naar Hinte overgebracht. Voor beiden werd een fraaie zerk gemaakt door de in die jaren actieve Friese steenhouwer Vincent Lucas. Vooral de grafsteen van Frerick is, ondanks de beschadigingen, een prachtig werkstuk. Vincent


De Stichting

o k to b e r 2 0 1 8

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

Een goede buur in Thesinge In Thesinge staat een klassiek ensemble nog fier overeind: gereformeerde school, kerk en pastorie, keurig op een rijtje. Inmiddels is dit in Groningen haast een zeldzaamheid geworden. De kerk is in juli van dit jaar overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Het gebouw uit 1876 is uitzonderlijk door de oorspronkelijke staat van het interieur, goeddeels nog uit de bouwtijd. Die gaafheid leverde zelfs een vermelding op in Kerkinterieurs in Nederland (2016), waarin de honderd meest opmerkelijke interieurs van kerken zijn opgenomen, verspreid over het hele land en van alle gezindten. De kwalificatie bijzonder geldt ook voor de samenwerking met het naastgelegen dorpshuis, die bij de overdracht is overeengekomen. Dorpshuis het Trefpunt, gehuisvest in de voormalige school, was altijd al het verenigingsgebouw van de gereformeerde kerk én van het dorp Thesinge. In 2007 werd het verbouwd en aanzienlijk vergroot. Achter het oude gebouw kwam een smaakvol ingerichte zaal, met podium en bar. Tal van vereni­ gingen maken er gebruik van. Na de metamorfose werd een

enquête uitgeschreven om in plaats van het Trefpunt tot een nieuwe naam te komen. Met meerderheid van stemmen luidde de uitslag: het Trefpunt… Misschien weinig verras­ send, maar het gegeven illustreert wel dat de Thesingers bestendigheid op meerdere fronten hoog in het vaandel hebben staan.

Dorpshuis het Trefpunt, de gereformeerde kerk en de pastorie. Foto Duncan Wijting.


Piet van der Heide (links) en Peter Heidema van de Technische Commissie van het Trefpunt laten het infopaneel zien waarop de gerealiseerde besparing wordt weergegeven. Foto Jelte Oosterhuis.

‘Veur elkenain, deur elkenain’ De verbouwingoperatie elf jaar geleden leidde tot een nieu­ we exploitatievorm. Eigenaar werd de Stichting Dorpshuis Thesinge. Het motto van het bestuur daarvan is ‘veur elken­ ain, deur elkenain’. De werkzaamheden, zoals de voorgeno­ men verduurzaming van het gebouw, worden dan ook uitge­ voerd met behulp van ‘een harde kern van meer dan dertig enthousiaste en kundige vrijwilligers’, aldus Piet van der Heide en Peter Heidema. Zij zijn respectievelijk voorzitter en lid van de Technische Commissie van het Trefpunt en geven graag tekst en uitleg.

Vooruitziende blik ‘Energiekosten zijn een stevig onderdeel van de exploitatie. Na meer dan twee jaar van voorbereiding zijn we meteen na de zomervakanties begonnen met het uitvoeren van een aantal duurzaamheidsmaatregelen. Op het dak van het dorpshuis en de naastgelegen veranda worden in totaal 92 zonnepanelen gelegd, een warmtepomp is geïnstalleerd, voor de verlichting wordt LED gebruikt en het oude, negen­ tiende-eeuwse gedeelte van het dorpshuis wordt verder ge­ ïsoleerd. Gelukkig hebben we het werk in 2007 al met een vooruitziende blik laten uitvoeren.’ Het doel van de hele operatie: ‘Richting nul op de meter, hoewel dat natuurlijk wel erg ambitieus is. De aangebrachte voorzieningen besparen op gas, maar kosten stroom. We moeten nog volop draaien, dus pas over een jaar kunnen we de balans echt opmaken.’ De meter die bijhoudt hoeveel er precies wordt bespaard, is provisorisch al aangesloten. Want dankzij de goede voor­ bereidingen en genoeg helpende handen was het werk eind september al goeddeels voltooid.

Bijna alle uitgevoerde werkzaamheden op één foto: het vernieuwde dak met isolatie, de warmtepomp en een aantal van de in totaal 92 aangebrachte zonnepalen. Foto Jelte Oosterhuis

Teruggegeven Nu deze fase bijna is afgesloten, breekt de tijd om op de lau­ weren te gaan rustig voorlopig nog niet aan. ‘De uitdaging blijft hoe nóg verder te verduurzamen.’ Dat streven geldt ook voor de naastgelegen kerk. ‘Met de overdracht van het ge­ bouw heeft de Stichting Oude Groninger Kerken een verhuur­ overkomst voor tien jaar met ons afgesloten om de kerk te exploiteren. Die wordt nu nog om de drie à vier weken ge­ bruikt voor diensten en ook voor trouw en rouw. De kerk is daarmee aan de kerkgemeente en aan het dorp teruggeven. Dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. We hebben inmiddels een intentieverklaring getekend om de kerk net als het dorpshuis meer energieneutraal te maken.’


Nie u w s Ina Brinks-Mijdenga maakte de winnende foto van de fotowedstrijd. De opname prijkt op de voorkant van de kerkenkalender 2019.

Boek Pauline Broekema Op 7 oktober werd in de Der Aa-kerk in Groningen het nieuw­ ste boek van Pauline Broekema gepresenteerd. Het uiterste der zee, uitgegeven bij De Arbeiderspers, vertelt het verhaal van twee Joodse families uit het land achter de dijken. Op indringende wijze laat de schrijfster herbeleven wat door de oorlog en de tijd werd weggevaagd. Het verhaal toont de veerkracht en de moed van mensen.

‘Een weggepoetst verleden’

Winnaar fotowedstrijd kerkenkalender Dit jaar schreven wij weer een fotowedstrijd uit voor een ka­ lender, nu met het thema ‘1969-2019 - 50 jaar Stichting Oude Groninger Kerken’. Dat leverde een groot aantal gevarieerde foto’s op, waaruit het ook dit keer weer moeilijk kiezen was. De jury onder leiding van vakfotograaf Duncan Wijting selec­ teerde desondanks twaalf heel diverse platen. De winnaar werd mevrouw Ina Brinks-Mijdenga uit Zweelo, met een bij­ zondere blik op de kerk en toren van Zeerijp. De opname krijgt een prominente plaats op de voorkant van de kalender. Wijting over de winnende foto: ‘De winnaar: een onge­ woon beeld. De kerk te Zeerijp. Het vakmanschap van het ro­ manogotische metselwerk en het al even kundige smeedij­ zer. Gevat in een ongewone combinatie. Een treffend beeld, scheef maar niet in onbalans, gedurfd voor een fotowed­ strijd. Vakmanschap bij de bouwers en de fotograaf. Mooi dat er fotografen zijn die niet voor een klassiek beeld kiezen maar voor hun gevoel bij de plek in onze georganiseerde we­ reld strevend naar perfectie. De foto is niet perfect, het beeld soms chaotisch maar zeker intrigerend en laat de schoon­ heid zien van de oude meesters. Hulde.’ De kerkenkalender is vanaf eind oktober te bestellen in onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel en is uiter­ aard ook te koop op ons kantoor. De prijs is ¤ 15,50, dona­ teurs krijgen 20 % korting.

Tijdschrift Groninger kerken U bent al donateur van onze Stichting voor een bijdrage van ¤ 17,50 per jaar. U ontvangt dan het eerste jaar het kwartaal­ blad Groninger kerken gratis. Wanneer u besluit om jaarlijks ¤ 32,50 te betalen, blijft u het tijdschrift ontvangen. Echter: wanneer u een bedrag tussen ¤ 17,50 en ¤ 32,50 doneert, ontvangt u alleen het middenkatern, De Stichting. Voor de kleine aanvulling van ¤ 15,00 ontvangt u dus beide periodie­ ken. We wilden u toch even hierop wijzen, opdat u zelf kunt beslissen wat u wilt ontvangen.

Deze opgeruimde titel refereert aan de kansel in de kerk van Woltersum, de enige middeleeuwse preekstoel met schilde­ ringen in Nederland. Het bijzondere meubelstuk is één van de objecten die deel uitmaken van de permanente digitale tentoonstelling ‘Collectie Groningen’, waarin de topstukken van diverse erfgoedorganisaties in Groningen te zien zijn, met een toelichting. Uit de kerken van SOGK zijn vooralsnog twintig ob­jecten geselecteerd, waarvan inmiddels zestien zijn terug te vinden binnen ‘Collectie Groningen’. We presen­ teren er onder meer het Hemony-carillon van Middelstum, de hondenzweep in de kerk van Nieuw Scheemda, het kleu­ rige interieur van de Wiersemakerk in Westeremden en de eeuwenoude kaarsnisjes in Middelbert. Neem daarom vooral een kijkje op www.collectiegroningen.nl.

Sneeuwkaarten De herfst is nog maar net begonnen, maar voor u het weet is het al weer winter. Speciaal voor de feestdagen heeft de SOGK vijf sneeuwkaarten (met enveloppen) voor u in de aan­ bieding. Deze dubbele kaarten zijn uitermate geschikt om als kerstkaart te versturen, maar zijn ook voor andere gele­ genheden bruikbaar omdat aan de binnenzijde geen tekst staat vermeld. De kaarten zijn te koop via onze (web)winkel voor ¤ 8,- (donateurs krijgen 20% korting) of met de bestel­ kaart in het middenkatern. De preekstoel van Woltersum met 16e-eeuwse schilderingen is één van de uitgelichte objecten binnen Collectie Groningen. Foto Anton Tiktak.


E duc at ie Sleutelbewaarders light In juni 2016 startte het project Sleutelbewaarders, waarbij de kerk en de school in het dorp een samenwerking aan­ gaan. Inmiddels doen er meer dan tien plaatselijke com­ missies en scholen mee, hoewel het project aanvankelijk ontwikkeld was voor tien deelnemers. Iedere Sleutelbewaar­ der ontving een kist met daarin het Sleutelbewaardersspel, met een quiz over de desbetreffende kerk, educatief mate­ riaal, een certificaat en uiteraard de kerksleutel. Er bleek veel belangstelling voor het project, ook nadat de tien kisten waren verzegd. Daarom is nu de Sleutelbewaarders light in het leven geroepen. In principe gaat alles hetzelfde als bij Sleutelbewaarders, met onder andere een feestelijke sleuteloverdracht waarbij het certificaat ondertekend wordt, alleen is geen speciale kist met spel meer beschikbaar. OBS De Zandplaat is de eerste light Sleutelbewaarder samen met de plaatselijke commissie in ’t Zandt. Onze educatiemede­ werker is in gesprek met een aantal andere kandidaten.

Projectweken Feest! in Oost en West In 2019 wordt in Garmerwolde Feest! In Oost en West geopend. Onderdeel van dit ambitieuze project is een herbestemming van de middeleeuwse toren, waarin een duizelingwekkende trap met een aansprekende museale presentatie van feesten gebouwd zal worden. In de aanloop naar de opening organi­ seert onze educatieafdeling al verschillende projectweken. Daarin komen schoolklassen (groep 1 tot en met groep 8) naar de kerk van Garmerwolde om iets te leren over de verschillende wereldreligies met hun feesten en tradities. Zo was er in maart ‘Oost, West, Paas best’, in juni ‘Ramadan en Suikerfeest’ en in juli ‘Geef me de vijf’. In totaal kwamen Leerlingen van de basisschool nemen deel aan ‘Geef me de vijf!’ in Garmerwolde. Foto archief SOGK.

dit voorjaar 538 kinderen op bezoek. Dit schooljaar zullen er weer nieuwe locatieprogramma’s georganiseerd worden rond verschillende thema’s.

De kerk: maak er wat van! De educatieve bezigheden van de SOGK richten zich niet alleen op het primair onderwijs, ook voor het voortgezet onderwijs zijn er projecten. Zo is in samenwerking met de Scholierenacademie van de Rijksuniversiteit Groningen en het Stadslyceum ‘De kerk: maak er wat van!’ ontwikkeld. Dit project is gekoppeld aan het profielwerkstuk, een soort scriptie die leerlingen schrijven, passend bij een vak uit hun keuzeprofiel. De leerlingen die meedoen schrijven in kleine groepjes een herbestemmingsplan voor een kerk in de buurt van de stad Groningen. Ze doen onderzoek naar het gebouw, bekij­ ken bouwtekeningen, maken ontwerpen, vragen advies aan architecten, gaan op pad in de omgeving en interviewen buurtbewoners. Vaak worden de taken onderling verdeeld naar de interessegebieden van de leerlingen. Het uiteindelijke plan wordt gepresenteerd op een specia­ le avond in de kerk, waarbij inwoners van het dorp, docen­ ten, ouders en de SOGK aanwezig zijn. Afgelopen schooljaar zijn twee herbestemmingsplannen uitgewerkt voor het kerk­ je in Oostum. De ambitieuze plannen werden daar met veel enthousiasme ontvangen. In het najaar gaan er weer nieuwe leerlingen aan de slag met een andere kerk. Als aftrap is er een college van een hoogleraar van de RUG over de rol van kerken in een seculiere tijd, en van een bouwkundige van de Stichting. Daarna barst het brainstormen en onderzoeken los. De leerlingen zullen hun plannen in het voorjaar presen­ teren.


Me di at he e k Wat een vondst! De meeste vondsten in kerken worden – hoe kan het ook anders – gedaan tijdens opgravingen en restauratiewerkzaamheden. Het simpel invoeren van de term ‘vondst’ in de catalogus van de mediatheek levert dan ook een schat aan vondsten op, waarbij de bron vaak terug te voeren is naar restauratieverslagen en bouwhistorisch onderzoek. Het voert te ver om alle vondsten in detail te benoemen, maar hierna volgt een aantal aardige zaken. - T ijdens de uitvoerige restauratie van de Der Aa-kerk in de jaren zeventig zit tussen de vele vondsten een gouden oor­ ringetje, vermoedelijk achttiende-eeuws, met een hagedis of slangenkop van filigraanwerk [1]. - Een buideltje van stof met daarin 148 muntjes vindt men tijdens een inspectie voorafgaand aan de restauratie van Oosternieland [2]. - Bij de restauratie van Tinallinge komen behalve een aantal wijdingskruisjes en bloemsjablonen, ook primitieve met bergkrijt getekende figuren tevoorschijn onder een gaan­ derij [3]. - In Feerwerd wordt in 1992 een halfronde constructie van enkele lagen baksteen onder de kerkvloer aangetroffen. Het blijkt het fragment van een doopvontsokkel [4]. - Fragmenten van sarcofaagdeksels vindt men in de kerk van Midwolde tijdens de restauratie in de jaren tachtig [5]. - In Wehe blijkt de stoeptegel voor de toren een priesterzerk [6]. - De kerk van Engelbert blijkt een bijzonder muurdrainage­ systeem te herbergen, zogenaamde Knapen syphons: kleine driehoekige buisjes van poreus aardewerk, een uitvinding van ir. A. Knapen [7]. - Tijdens de restauratie van de kerk in Beerta worden drie oude munten onder de vloer aan­ getroffen: een vijftiende-eeuwse plak uit de stad Groningen, een Friese koperen duit uit 1626 en een Hollandse bronzen duit uit 1714 [8]. - In Farmsum vindt men tijdens werkzaamheden in 2012-2013 tientallen grafstenen, waaronder een tweetal vijftiende-eeuwse grafzerken en een portretzerk van de familie Ripperda uit 1504 [9]. - De vondst van pijlers van de vroeg dertien­ de-eeuwse kloosterkerk tijdens de restauratie in Wittewierum maakt het mogelijk een recon­ structie te maken. Ook worden de funderings­ resten aangetroffen van de kerk uit 1604, de voorganger van de hui­dige kerk [10]. - Ten slotte werd tijdens een restauratie van een boerderij in Thesinge een kelkvormig kapiteel gevonden. Hoogstwaarschijnlijk was het een onderdeel van het doksaal in de vroegere kloosterkerk [11].

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de Stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: www. groningerkerken.nl/mediatheek

Titels in de mediatheek: Kwartaalblad binnenstadskerken, 1997, nr. 2 1  Restauratie voormalige Hervormde kerk te Oosternieland. 2  Deel 1 (1987). De Nederlands Hervormde kerk te Tinallinge (2004). 3  4 ‘Een doopvont-basement in de kerk van Feerwerd’, Gro­ ninger kerken 11 (1994) nr. 2. 5 ‘De restauraties in Godlinze en Midwolde. Een ereplaats in het kerkenlandschap’, Groninger kerken 2 (1985) nr. 2. 6 ‘De restauraties in Godlinze, Midwolde en Wehe. Tot ver­ rukking van velen’, Groninger kerken 3 (1986) nr. 1. De kerk van Engelbert. Bouwhistorische opname (2005). 7  8 ‘De restauratie der hervormde kerk te Beerta’, Groningse Volksalmanak (1963). 9 ‘Drie zerken van de familie Ripperda’, Groninger kerken 30 (2013) nr. 4; ‘De vondsten in Farmsum’, (idem); De grafzer­ ken van Farmsum. Spiegel van een heerlijkheid (2013). 10 Pijlers onder de vloer. Opmeting van pijlers en funderingsres­ ten van de kloosterkerk te Wittewierum en zijn opvolger van 1604 (2001). 11 ‘Een onbekend kapiteel uit Thesinge’, Groninger kerken 25 (2008) nr. 1.


E xcur s ie s uur eindigen we weer op het vertrekpunt. U wordt hier dan ontvangen met een drankje, aansluitend volgt om 16.15 uur een kort concert. Rond 17.00 uur wordt het programma afge­ sloten. De kosten voor de wandeling, inclusief concert, bedragen ¤ 8,75 p.p. (kinderen tot en met 11 jaar ¤ 6,-). Donateurs be­ talen slechts ¤ 7,- (kinderen ¤ 5,-). Het concert kan ook apart bezocht worden; de toegangsprijs bedraagt dan ¤ 6,- (dona­ teurs ¤ 4,80). Opgeven voor wandeling en concert via info@ groningerkerken.nl of 050 - 312 35 69. In de kerk van Harkstede herinneren gebrandschilderde ruitjes nog aan de bouwheer Henric Piccardt. Foto P. van Galen, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Even kieken bie: de restauratie van de kerk in Harkstede Op zaterdag 27 oktober organiseert de SOGK een mini-excur­ sie naar de kerk van Harkstede, waarvan het interieur wordt gerestaureerd. De kerk vertelt het belangwekkende verhaal van de stichter, Henric Piccardt, en van diens wonderlijke levensloop. Piccardt liet de kerk tussen 1692 en 1700 bou­ wen tegen de dertiende-eeuwse toren. De lopende werkzaamheden bestaan onder meer uit het geheel verwijderen van slecht verfwerk en het opnieuw aanbrengen van een witkalklaag, het herstel van vloeren en restauratie van het houtsnijwerk en decoratieschilderwerk. Ook wordt de herenbank op de oorspronkelijke plek terug­ geplaatst. Hoe dat er uitziet, gaan we deze zaterdag met eigen ogen bekijken. We vertrekken om 10.30 uur met de bus vanaf het Hoofd­ station in Groningen. De verwachte terugkomst daar is onge­ veer 14.00 uur. Het is alleen mogelijk om deze tocht per bus te maken. NB: een lunch maakt geen onderdeel uit van deze excursie! Prijs ¤ 12,50, donateurs betalen ¤ 10,-. Dit ‘kijkje’ kan alleen doorgaan bij minimaal twintig deelnemers. Aan­ melden kan via info@groningerkerken.nl of 050-3123569. Denk wel om stevig schoeisel, we betreden immers een bouwplaats!

Kerstwandeling Op tweede kerstdag organiseren we een begeleide kerst­ wandeling door de stad Groningen met het thema ‘50 jaar Groningen – 1969-2019’. In 2019 is het vijftig jaar geleden dat de SOGK werd opgericht door een groep zeer betrokken en gemotiveerde mensen, in een tijd waarin vele kerken bedreigd werden door ernstig en onaanvaardbaar verval. Hoe zag de stad er in 1969 uit en zijn er sindsdien ook kerken verdwenen dan wel gebouwd? Op woensdag 26 december gaan we met een deskundige gids op zoek naar sporen uit die tijd. De wandeling start in de remonstrantse kerk, Coehoornsingel 14 in Groningen om 14.00 uur, de kerk is open vanaf 13.30 uur. We beginnen met een korte inleiding waarna we op stap gaan. Om circa 15.45

Winterexcursie 2018/2019 De winterexcursie voert langs de kerken van Noordlaren, Zuidlaren, Eelde en Haren. De tochten vinden plaats op zater­ dag 15 december 2018 en zaterdag 12 januari 2019. De eerste excursiedag wordt afgesloten met een orgelconcert in de kerk van Haren. De bussen vertrekken om 10.30 uur bij het Hoofdstation Groningen (halte rondvaartboten) en worden daar rond 19.30 uur terugverwacht. Op 12 januari zal dat eerder zijn omdat er dan geen concert is. Het excursieprogramma kent een middagpauze, waarin tijd is voor een gezamenlijke erwten­ soepmaaltijd. De kosten voor deze excursie per bus bedragen ¤ 20,- voor donateurs en ¤ 30,- voor niet-donateurs (inclusief mapje kerk­ beschrijvingen maar exclusief lunch). Opgave via een ant­ woordkaartje is voortaan niet meer mogelijk. U kunt zich aan­ melden via info@groningerkerken.nl of telefonisch op 050­312 35 69. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst van de aanmeldingen en u ontvangt een bevestigingsmail. De nota ontvangt u een week voorafgaande aan de excursie. Op 15 december kunt u de excursie ook op eigen gelegenheid maken. U dient zich dan wel aan te melden. Een routeplan­ ning krijgt u vervolgens thuisgestuurd. Een mapje met kerk­ beschrijvingen is voor ¤ 7,00 te verkrijgen in de eerste kerk van de route. Het Hinsz-orgel in de kerk van Haren, één van de bestemmingen van de Winterexcursie. Foto Harm Hofman.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl om het totale aanbod te bekijken.

De kerk als tijdmachine Oude kerkgebouwen zijn gestolde geschiedenis. Je kunt er eeuwenoude sporen vinden! Stefan de Keijser toont in De kerk als tijdmachine laag voor laag, tijdvak voor tijdvak, hoe het allemaal zo gekomen is. Van de lege plaats in het land tot aan de multifunctionele heden­ daagse kerk. In minutieuze tekeningen, met verf ingekleurd, wordt de geschiedenis ontrafeld. Als kijker, jong en oud, ontdek je hoe kerken ooit zijn gebouwd en hoe ze door de eeuwen heen voortdurend veranderen. Prijs ¤ 14,95 (verschijningsdatum: 19 november 2018) (donateurs 20% korting)

Johan van Meurs – Organist, muziekdocent en orgeladviseur In dit achtste deel uit de Orgelreeks staat nu eens niet een orgel maar een organist centraal. Johan van Meurs (1903-1986) was naast bekend organist een vermaard muziekdocent en orgel­ adviseur. Vele jaren bespeelde hij het befaamde Schnitger-orgel in de Der Aa-kerk, dat mede door zijn activiteiten internationale bekendheid kreeg. Binnen het bestuur van de Stichting Oude Groninger Kerken behartigde hij vanaf het stichtingsmoment de orgelzaken en werd hij in 1977 voorzitter van de toen opgerichte orgelcommissie. Prijs ¤ 9,50 (donateurs 20% korting)

Het uiterste der zee In een schilderachtig stadje in Noord-Groningen wonen Meijer Nieweg en Mies Wolf. Vlak voor de inval van de nazi’s zijn ze getrouwd. Hun huwelijk verbindt twee grote Joodse families uit de textiel- en de veehandel. Al snel krijgen Meijer en Mies een dochtertje, Sara, maar het jonge gezin wordt uit elkaar gerukt. Vader wordt weggevoerd. Moeder en kind duiken onder in Fries­ land, gescheiden van elkaar. Na de bevrijding worden Mies en Sara herenigd, maar blijkt het leven niet meer wat het beloofde te zijn. Het uiterste der zee van NOS redacteur-verslaggever en schrijver Pauline Broekema, toont de veerkracht en de moed van mensen en laat op in­ dringende wijze herleven wat door de oorlog en de tijd werd weggevaagd. Prijs ¤ 21,99

Jubileumkalender 2019 Voor het jubileumjaar 2019 geeft de SOGK een Jubileumkalender uit, dit jaar met het thema: ‘1969-2019 - 50 jaar Stichting Oude Groninger Kerken’. De kalender is gevuld met de mooiste foto’s uit de inzendingen voor de fotowedstrijd eerder dit jaar. Prijs ¤ 15,50 (donateurs 20% korting)

Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 3,50 per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


D e k e r k a l s p odium

World Press Photo 18 World Press Photo 18 is een fototentoonstelling met de beste persfoto’s uit 2017. De expositie bestaat uit portretten, se­ ries documentairefoto’s en nieuwsbeelden. Nieuw dit jaar is de categorie milieu. World Press Photo maakt zo elk jaar een actuele selectie van de meest indringende, bijzondere en kwalitatief hoogwaardige beelden uit de visuele journa­ listiek. Te zien van 9 november tot en met 2 december in de synagoge in de Folkingestraat in Groningen. Meer informatie op www.wpfgroningen.nl.

Grunneger Dainst Op zondag 28 oktober wordt voor de twaalfde keer een Gro­ ninger kerkdienst gehouden in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam. Het thema is ‘Kiek ais aans’. Voorganger is de Amsterdamse dominee Harry Donga. De liturgie van de dienst is helemaal in het Gronings. Singer-songwriter Jan Henk de Groot werkt mee en schilder Trijny Wilkes, geboren in Uithuizen en lid van de Kunstgroep Buitenveldert te Am­ sterdam, exposeert haar werk. Na de dienst wordt het Gro­ nings volkslied gezongen en is er kovvie mit kouk. Ook is er dan de mogelijkheid om een rondleiding te volgen. De dienst wordt jaarlijks bezocht door enkele honderden mensen die een band hebben met Groningen, maar in het Westen wonen.

Kerstactiviteiten in onze kerken In de maand december worden onze kerken volop als podium gebuikt. Dan hebben we het vooral over kerstmarkten en

Het kerkhof van Westernieland, dat op de Natuurwerkdag onderhanden wordt genomen. Foto Omke Oudeman.

-concerten, van solomuziek tot orkestwerken – Van Bach tot Bacharach! Traditiegetrouw treedt het Roder Jongens- en Meisjeskoor op in de Der Aa-kerk in Groningen, maar ook worden kerstnachtdiensten in verschillende kerken gehou­ den, soms in het Gronings – de Grunneger Dainsten. En kent u het fenomeen ‘Zing je warm’? In onze agenda op de website vindt u het actuele aanbod in de kerken van de SOGK, en uiteraard ook op de individuele kerkenwebsites.

Natuurwerkdag 2018 op het kerkhof van Westernieland Op 3 november 2018 vindt de Landelijke Natuurwerkdag plaats. De Natuurwerkdag, een jaarlijks terugkerend evene­ ment op de eerste zaterdag van november, is een initiatief van LandschappenNL. De Stichting Oude Groninger Kerken doet dit jaar mee met het kerkhof van Westernieland (Schaapweg 2), in samenwerking met Landschapsbeheer Groningen. Jong en oud kan op deze dag meehelpen dit kerk­ hof op te knappen. De werkzaamheden bestaan uit snoeien, onkruid wieden en het opruimen van (snoei)afval. Voor ma­ terialen wordt gezorgd. U dient zelf te zorgen voor stevig schoeisel en makkelijke, warme kleding. Om 10.00 uur star­ ten de werkzaamheden. Naar verwachting zijn deze rond 15.00 uur afgerond. Tussen de middag verzorgt de SOGK een (gratis) lunch. Aanmelden kan via www.natuurwerkdag.nl


In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting.

Schnitgerfestival Het Schnitgerfestival dankt zijn naam aan Arp Schnitger (1648-1719), de Duitse orgelbouwer die zo beroemd was dat hij wel de Stradivarius onder de orgelbouwers werd ge­ noemd. In Noord-Nederland zijn er nog elf Schnitger-orgels, overwegend in de provincie Groningen. De stad Groningen is echter de enige stad ter wereld met drie orgels van Schnitger: in de Martinikerk, de Der Aa-kerk en de Pelster­ gasthuiskerk. Ze staan centraal tijdens het Schnitgerfestival, een evenement rondom barokmuziek waarin de Groningse Schnitgerorgels een prominente rol vervullen. De inmiddels derde editie van het Schnitgerfestival vindt plaats van 19-21 oktober. Het thema van dit jaar is Italië. Voor het programma en meer informatie: www.schnitgerfestival.nl.

Kerk en Muziekcarrousel

Schnitgerorgel Der Aa-kerk (foto Omke Oudeman).

Dit najaar verzorgt de SOGK samen met Veenkoloniaal Sym­ fonieorkest (VKSO) een serie bijzondere (kamermuziek) concerten in zes Oost-Groninger kerken. Door muziek aan deze gebouwen te verbinden, vestigen zij de aandacht op het rijke en culturele verleden van de provincie Groningen. Het programma is breed, variërend van kleine kamermuziek­ ensembles tot VKSO-orkest en -koor in grote bezetting wor­ den de eeuwenoude stenen tot klinken gebracht! Voor het programma zie www.vkso.nl.

Het Veenkoloniaal Symfonieorkest, onder leiding van dirigent Lubertus Leutscher.


We r k in ui t voe r ing

De kerk van Harkstede afgestoft Het was een stralende zomer. In Harkstede stonden de kerkdeuren wijd open. Toch deinsden argeloze toeristen na het beklimmen van de statige bordestrap meteen weer achteruit, om daarna snel op hun schreden terug te keren. Grote stofwolken vulden het interieur, want ook in de kerk werd volop gestraald. Erwin van der Veen van OVT Architecten, projectleider van de restauratie, geeft graag een rondleiding langs het werk in uitvoering. Helaas begint die bovenin. Na een stevige klim via een aantal steigers staan we vlak onder de gewelven. Die meteen duidelijk maken waarom het gebouw zo bijzonder is. Bouwheer Henric Piccardt liet de kerk aan het eind van de zeventiende eeuw optrekken in een historiserende stijl – het laatste voorbeeld van gotiek in Groningen, of juist het eerste neogotische gebouw. Hoe dan ook: uniek. Erwin van der Veen voor de entree van de kerk. Foto Jelte Oosterhuis. Tussen de ingepakte kerkbanken. Foto Jelte Oosterhuis.


Het interieur voor de restauratie. Onder het orgel bevindt zich het voormalige studeervertrek van Piccardt. Foto Duncan Wijting.

Verf en witkalk Van der Veen wijst naar boven: ‘Dit zien we straks zo niet meer terug. De verf is van de stenen gestraald en wordt vervangen door een dun laagje witkalk. Begin jaren dertig zijn bij een restauratie alle kerkmuren ontdaan van hun oorspronkelijke stuclaag en met witte verf beschilderd. Die liet slecht vocht door en zout hoopte zich op in de stenen. Het gevolg was dat niet alleen de verf afbladderde, maar dat sommige bakstenen zelfs verpulverden.’ De beschadigde stenen worden uiteraard vervangen en plaatselijk vindt voegwerkherstel plaats.

Piccardt De kapitelen van waaruit de gewelven ontspringen, dragen de wapens van Henric Piccardt en zijn echtgenote Anna Rengers. Ze zijn overal in het gebouw aanwezig. ‘De be­ schildering wordt gerestaureerd na kleurhistorisch onder­ zoek, net als het gedenkbord van de bouw. Dat ligt nu gede­ monteerd in de werkplaats van meubelrestaurator Richard Meulenbeek en gaat dan naar de restauratieschilders Velt­ man & Veldman. We hebben ook de gebrandschilderde rui�­ tjes met teksten en wapens tijdelijk verwijderd. Ze worden straks herplaatst in een vernieuwd glas-in-loodraam.’ Op de begane grond staat het meubilair ingepakt om het tegen het stof te beschermen. ‘Het hout- en schilderwerk van de banken wordt nog onderhanden genomen. De banken richting het koor zijn trouwens afkomstig uit de afgebroken kerk van Scharmer. De herenbank staat nu nog onder de orgelgalerij maar verhuist straks weer naar zijn oorspronke­ lijke plek.’

Souterrain De rondtocht eindigt in het souterrain, de grafkelder die deels boven de grond ligt. De kisten van Piccardt en Rengers zijn door lagen plastic aan het oog onttrokken. ‘Een tijdje

geleden kon je hier alleen maar gebukt lopen’, aldus Van der Veen. ‘Tijdens de verbouwing in de jaren dertig is ook ver­ warming aangebracht en de buizen daarvan liepen dwars door de kelder.’ Deze worden nu aangelegd onder de natuur­ stenen kerkvloer.

Volgende fasen De verwachting is dat deze werkzaamheden aan het eind van dit jaar zijn afgerond. De volgende fase is de restauratie van de orgels. Het Schnitger-orgel – het enige dat Arp Schnitger ontwierp voor een nog te bouwen kerk – wordt in de oor­ spronkelijke staat teruggebracht. Het later aangebouwde Eertman-orgel wordt hiervan losgekoppeld en eveneens ge­ restaureerd. De ruimte onder de orgelgalerij was ooit het studeerver­ trek van Piccardt, met zelfs een eigen ‘privaat’. Nu de heren­ bank verplaatst wordt, kan het vertrek als sluitstuk van de hele hersteloperatie worden gereconstrueerd. Een kleine presentatie over het leven van de kleurrijke Piccardt zal deel uitmaken van deze herinrichting, hoewel de kerk zélf natuur­ lijk diens grootste museum blijft. De gewelven van de kerk, ontdaan van de verflaag. Foto Martin Hillenga.


Jub il e um

In 2019 bestaat de Stichting Oude Groninger Kerken vijftig jaar. Een moment om te vieren, en om terug te kijken. In deze rubriek besteden we aandacht aan de jubileumactiviteiten die op stapel staan.

Herbestemming Feest! In Oost en West in realisatiefase In het jubileumjaar leveren we een bijzonder project: Feest! In Oost en West in Garmerwolde. Er is dermate veel steun voor het project dat in het najaar van 2018 de eerste stappen worden gezet op weg naar realisatie. Feest! In Oost en West is onderdeel van Feest! Weet wat je viert, een toonaangevend project van Museum Catharijneconvent dat reeds in diverse Nederlandse musea is gerealiseerd. De SOGK is partner voor het noorden. Met Feest! In Oost en West maakt de Stichting een nieuwe permanente museale locatie in Garmerwolde. Het gaat ter plaatse om drie bouwdelen: de middeleeuwse kerk en toren, en het ontvangstgebouw. Het ontvangstgebouw biedt een welkome entree; hier is ook de museumwinkel met horeca ondergebracht. De kerk krijgt een nieuwe entree en in het gebouw komen diverse middelen voor publieksbegeleiding. In de robuuste losstaande toren voert een spiralende trap langs acht interactieve, verrassende presentaties van religi­ euze feesten uit christendom en islam. Boven in de toren komt een uitkijkpunt over het Groninger land. De drie bouw­ delen ondergaan gerichte aanpassingen, om als één geheel te kunnen functioneren.

Doel van Feest! In Oost en West is het overdragen van kennis van het immateriële erfgoed dat religieuze feesten zijn. Door Feest! in Oost en West te beleven, ontstaat meer begrip bij de bezoekers voor de wereld om hen heen. Rondom dit thema biedt Feest! In Oost en West spannende presentaties, als inte­ graal onderdeel van eeuwenoud erfgoed en spectaculaire nieuwe architectuur. Een fantastische plek voor kinderen en families, toeristen en recreanten. Een publiekstrekker in Noord-Nederland. Een feest om te bezoeken!

De Gouden Loper Afgelopen zomer waren de kerken van Marsum en Leermens ineens décor voor filmopnames… Het betrof voorbereidingen voor een spannende jubileumfilm, met een hoofdrol voor de Gouden Loper. In het filmpje wordt deze loper uitgerold voor publiek. Een gouden loper rol je uit voor heel bijzonder gasten, voor een bijzondere gelegenheid. In het jubileumjaar van de SOGK is élke bezoeker welkom en bijzonder. Het goud van het gebouw gekoppeld aan het grote belang van publieksbereik; een gouden loper is daarvoor een perfect middel. Het woord ‘loper’ kan ook slaan op: sleutel (het mooie bij openstelling is dat er geen sleutel meer nodig is, het erfgoed is met een gouden loper ontsloten), of op loper in de zin van wandelaar. Is niet elke wandelaar, elke be­ zoeker voor ons goud? Ook de bezoeker kan dus ‘de gouden loper’ zijn. Zonder alles te verklappen raden we u aan de website en social media goed in de gaten te houden!

Het ontwerp voor de cyclische trap in de kerktoren van Garmerwolde door bureau MX 13 uit Groningen, gezien vanaf de begane grond.


Lucas maakte in 1545 ook een zerk voor de in 1510 overleden Ailke Houwerda te Uphusen, een neef van Bole Ripperda’s moeder. Waar al deze Oost-Friese familieleden de Leeuwarder steenhouwer wisten te vinden voor een moderne renaissancistische grafzerk, ligt het voor de hand dat Bole Ripperda ook een steen van deze beroemde kunstenaar gekregen heeft, zeker als Bole inderdaad persoonlijke interesse voor de nieuwe kunststijl koesterde...

begraven zijn, al ligt Farmsum als laatste rustplaats voor de hand. Hun oudste zoon, Maurits, overleed op hoge leeftijd in 1616, zes jaar na zijn vrouw. Zij bewoonden de borg in het Oost-Friese Petkum. Hun fraaie zerken in de kerk van die plaats zijn nog steeds te bewonderen. Wel zal in Farmsum nog tenminste één ongehuwde broer begraven zijn, van wie weinig meer bekend is dan dat hij kort vóór zijn moeder overleed.

Haye Ripperda en Henrica Hackfort

Jacob Ripperda en Margaretha van Wisch

Bole Ripperda werd opgevolgd door zijn zoon Haye, die in 1528 gehuwd was met Henrica van Hackfort. Door dit huwelijk kwam het kasteel Vorden aan de familie Ripperda, dat enige eeuwen in bezit van het geslacht bleef. Hayo verkeerde, meer nog dan zijn vader, vooral in Gelderse kringen en zal veel op Vorden verbleven hebben. In 1558 overleed hij en drie jaar later zijn vrouw. Het is niet bekend waar zij overleden en

Meer weten we over het overlijden van hun broer Jacob Ripperda (ca. 1538-1581) die het huis te Farmsum erfde. Ook hij vond zijn bruid buiten de provincie Groningen. Aan het begin van de Opstand was hij de protestantse en Staatse zaak nog niet zeer toegenegen, maar na enkele jaren koos hij toch schoorvoetend partij tegen het Spaanse gezag en moest in 1580 de Ommelanden verlaten. Een jaar later overleed hij op

9 Grafzerk van Maurits Ripperda († 1636) te Petkum. Foto Redmer

10 Grafzerk van Maria van Wylich († 1610) te Petkum. Foto Ko

Alma.

Lenting.

131


11

132

13 15

12

14


27 september 1581 in ballingschap in het Oost-Friese Rysum, waar de weduwe van zijn achterneef Peter Ripperda woonde. Hij werd in de kerk aldaar begraven. Twee jaar later stierf ook zijn dementerende weduwe en stierf 29 december ‘in grote elende und swacheit hoeren verstandes’. Haar lichaam werd over de Eems gebracht en stilletjes in Farmsum begraven. De hervormdgezinde balling Abel Eppens vermeldt de heimelijke begrafenis met voldoening; volgens hem was zij ‘stedes der gemene sake ongunstich’. Het transport van een lichaam was in deze oorlogsomstandigheden geen sinecure. Eppens beschrijft hoe de protestantse Mello Broersema, hoofdeling te Zandeweer, in 1585 bij Emden stierf. Zijn kinderen wilden het lichaam in Zandeweer ter aarde bestellen, maar bij Uithuizen werd het door enkele pastoors tegengehouden, die geen ketter in de kerk wilden begraven. Broersema stak nogmaals de Eems over en werd in Rysum begraven. Het lijk van Jacob Ripperda werd wel door het leger dat bij Farmsum lag, doorgelaten en bij zijn vrouw bijgezet.9 Dat het echtpaar inderdaad in het koor van Farmsum begraven werd, werd zeer onlangs bevestigd door de vondst van hun grafschriften in een achttiende-eeuws afschrift.10 Anno Domini 1581, Den 27 Septembris starf die Eedele Ehr unde Veste Jakob Ripperda, to Fermsum, Dam, Dornum unde Petkum etc. Hoevelinck unde Joncker Anno 1583, Den 30 Decembris sterf die Edele unde Veel­ dogetsame Margareta van Wis genant Ripperda, tho Farmsum in den Dam, oeck Dornum und Petkum etc. Frow Het afschrift geeft helaas geen informatie over de decoratie van de steen, maar we kunnen er wel zeker van zijn dat het een steen van hoge kwaliteit zal zijn. Jacob en zijn vrouw lieten één zoon, Joachim, aan wie zijn spaarzaam levende ouders een rijke erfenis nalieten, niet alleen land en huizen, maar ook vele en grote sieraden ‘myt duysenden’, aldus Abel Eppens.11 < 11 Opschriften van de grafzerken van Jacob Ripperda en zijn vrouw Margaretha van Wisch in de kerk te Farmsum. 12 De in 2013 teruggevonden grafzerk van Occa van den Clooster († 1596). Foto Jan Bulten. 13 Deksteen met het alliantiewapen van Jacob Ripperda en Anna Catharina van Munster uit 1625. 14 De nog onder de koorvloer liggende zerk van Anna Catharina van Munster († 1623), eerste vrouw van Jacob Ripperda. Foto Redmer Alma. 15 De teruggevonden grafzerk van Steven Anna van Raesfelt († 1627), tweede vrouw van Jacob Ripperda.

Joachim Ripperda en Occa van den Clooster Na de Reductie in 1594 keerde de rust in Stad en Lande na 25 jaar weer. De oorlogsomstandigheden hadden een zware wissel op de Ommelanden getrokken. Het jonge gezin Ripperda, vader, moeder en de twee zoontjes vestigde zich weer op de voorvaderlijke borg te Farmsum. De verlossing van haar derde kind zou Occa van den Clooster niet overleven. Zij overleed op 5 september 1596 en werd op het koor begraven. Haar grafzerk kwam in 2013 tevoorschijn toen in het oosten van het koor ruimte werd gemaakt om de grafzerk van Frouke Onsta een nieuwe bestemming te geven. De voet van de zerk van Occa bleek in 1869 te zijn afgeslagen om ruimte te maken voor de fundamenten van de nieuwe koormuur. Het hoofdeind had men gelukkig op de oorspronkelijke plaats laten liggen. Twee jaar later hertrouwde Joachim Ripperda met Elisabeth (ook wel Isabella of Ebel) van Schwartzenberg en Hohen­ lansberg uit het Friese Beetgum. Wanneer zij overleden is, is niet bekend. In 1619 overleed Joachim Ripperda maar ook over de details van zijn dood en begrafenis zijn we niet verder ingelicht; ongetwijfeld is ook hij met zijn tweede vrouw op het koor in Farmsum bijgezet.

Jacob Ripperda en zijn echtgenotes Joachims oudste zoon Jacob (1591-1646) vertrok na zijn derde huwelijk rond 1629 naar het Oost-Friese Rysum en overleed daar in 1646. De tweede zoon Hero Maurits nam de positie in Farmsum over. Toch heeft Jacob een aantal bijzondere sporen in Farmsum nagelaten. Als eerste moet genoemd worden de prachtige deksteen uit 1625 van een grafkelder met het wapen van hem en zijn eerste echtgenote. Het bewijst dat blijkbaar in dat jaar een grafkelder is ingericht onder het koor. De steen is in 1869 ruw westwaarts weggeworpen en kwam zo in 2012, onvolledig, onder de vloer van het schip weer tevoorschijn. Het missende stuk van deze fraaie, niet voor niets door de steenhouwer gesigneerde deksteen zal nog onder de koorvloer berusten. Het is nog een groot raadsel wat voor grafkelder zich onder het koor bevindt en wie daarin bijgezet zijn. Zeker is immers dat Jacobs tweede vrouw en zijn broer, die na 1625 overleden, beiden een fraaie grafsteen in de koorvloer hebben gekregen. Jacobs eerste twee echtgenotes werden in Farmsum begraven. Van zijn eerste vrouw Anna Catharina van Munster kwam de steen in 2013 bij de oostmuur tevoorschijn, maar hij werd toen voorlopig weer met zand bedekt, hoe fraai de grafzerk ook was, in afwachting van verdere opgravingen. Het was immers zeker dat, als hij blootgelegd zou zijn, daarnaast nóg een fraaie steen zou liggen, en daarnaast weer, enzovoorts. Wel werd alvast de steen van de tweede echtgenote,

9 De kroniek van Abel Eppens to Equart, J.A. Feith en H. Brugmans edd. (Amsterdam 1911-1912) I, 323, 517, II, 56. 10 Gelders Arch., H.A. Rosendael, inv.nr. 11 Kroniek Eppens, II, 56

133


17a

16

134

18

17b

19


Steven Anna van Raesfelt uit 1627, gelicht, eveneens ruw afgehakt. Vermoedelijk liggen de voeten van deze zerken nog onder de koorvloer verborgen. Jacob zelf werd in Rysum begraven, maar zijn grafzerk is niet bewaard gebleven. Van zijn twee jong gestorven kinderen zijn tekeningen van de rouwborden in Overijssel overgeleverd. Zijn derde vrouw, Hima Christina van Delen, overleed, volgens latere getuigenissen, in armoede in Emden, nadat ze haar goederen en die van haar beide echtgenoten erdoor gejaagd had.

Hero Maurits Ripperda (ca. 1592-1633) en Anna Margaretha Rengers (ca. 1600-1669) Over het gezin van Hero Maurits zijn we nauwkeurig ingelicht. Rond 1618 huwde hij de dochter van Edzard Rengers van Hellum. Uit het huwelijk werden tenminste vijf kinderen geboren – zo veel waren althans bij het overlijden van Hero Maurits nog in leven. In 1633 werd hij dodelijk ziek. Op 13 juni maakte hij zijn testament, waarin hij onder zware bedreigingen zijn kinderen, en zijn drie zonen in het bijzonder, opdroeg om hun moeder altijd te eren: ‘soo sij om mijne ende uwe liefde (als ick haer vastelijck toebetrouwe) haer jonge jaeren als mijne weduwe verslijt, soo ghij haer dan in haere ouder in naeme ofte eere turbeert ofte uw tegens dese mijne vaderlijcke wille stelt soo sal het uw niet wel gaen, maer soo ghij mijne wille doet soo sal uw Godt seegenen, dan soo ghij ter contrarie doet, en uwe moeder beweegt tot traenen en dat sij tot Godt klaege, soo wensche ick uw vloeck in plaetse van seegen en het sal uw noch uwe naekomelingen nimmermeer wel gaen’.12 Bijzonder is dat wij een afbeelding van hem opgebaard hebben. Zijn rijk versierde grafzerk is in 1869, toen de oude kerkvloer, met alle grafzerken, door aarde bedekt werd en opgehoogd tot het huidige niveau, als enige gelicht en in de nieuwe oostmuur gemetseld. Tot 2012 was dat de enige

< 16 De grafzerk van Hero Maurits Ripperda. 17a en 17b Grafdichten op Edzard Ripperda door Sibylle van Griethuysen en Claude Fontaine. 18 Grafkist van Occa Johanna Ripperda in de kerk te Jennelt (Oost-Friesland). Foto Redmer Alma. 19 Grafzerk van Anna Margaretha Rengers, weduwe Ripperda in de kerk te Hellum. Foto Redmer Alma.

grafzerk die in de kerk nog zichtbaar was. We zien hier de 41-jarige jonker in een gestileerd doodshemd, met gesoigneerde snor en baard, omgeven door adellijke wapens en deugden, maar de tot bescheidenheid stemmende tekst ‘Wij en hebben niet in de werelt gebracht. Het is openbaer dat wij daer niet en conen uuth dragen’.13 Van de vijf kinderen zullen vier vermoedelijk hun laatste rustplaats bij hun vader gevonden hebben. De oudste dochter, Occa Johanna, overleed na een veelbereisd leven in 1686 in Stockholm en werd in het Oost-Friese Jennelt ter aarde besteld. Haar prachtvolle grafkist is daar in de grafkelder bewaard gebleven, tot voor kort ten onrechte toegeschreven aan haar schoonvader, de Zweedse veldmaarschalk Dodo von In- und Kniphausen. Haar broer Edzard overleed in Parijs, rond 1655, waar hij tijdens zijn langdurige studie terecht­ gekomen was. Zijn dood werd door Sibylle van Griethuysen en Claude Fontaine beweend. Beide dichters vervaardigden een grafdicht (‘Hier rusten d’eedle beenen van Ripperda’ en ‘Cy repose Edzard Ripperda’ 14), wat doet vermoeden dat men zijn lichaam uit Frankrijk heeft laten overkomen om bij zijn voorvaderen bij te zetten. Ook de zuster Anna Ripperda werd toegezongen door Sibylle van Griethuysen, die in de jaren dat zij in Appingedam woonde, vanaf 1644, door de jonge Anna en haar moeder gastvrij onthaald werd en ondersteund in haar ontluikende dichterschap. Van Griethuysen wijdt haar een paginalang lofdicht.15 Anna Ripperda bleef ongehuwd en is op jonge leeftijd overleden, voor zover wij weten in Farmsum. De jongste zoon Haye overleed een half jaar na zijn vader 15 januari 1634. Hem kennen wij enkel dankzij een troost­ gedicht dat de Friese dichter Haring van Harinxma tot troost van zijn kortelings verweeuwde moeder schreef naar aanleiding van de dood van ‘dit soete kint, t’vermaeck van yder een, / Dat door sijn klughtigh praet, u deed so dicwils lachen, / Ja wel als ghij bedroeft, het minst om lachen dachtet’.16 De drie ongehuwde kinderen van Hero Maurits Ripperda zullen ongetwijfeld in Farmsum begraven zijn en we hoeven er niet aan te twijfelen dat hun laatste rustplaats in dit cultureel hoogstaande gezin op waardige wijze gemarkeerd werd. Moeder Anna Margaretha Rengers werd begraven in de kerk van haar eigen heerlijkheid, Hellum, waar haar grafzerk nog te bewonderen is.

Joachim Ripperda (ca. 1625-1661) en Anna Helena van Isselmuden (ca. 1630-1679) De oudste zoon Joachim volgde zijn vader als heer van Farmsum op. Hij werd in Den Haag geboren toen het gezin daar een jaar verbleef. Hij trouwde in 1649 met Anna Helena van

12 Nieders.St.A. Aurich, Dep. 4, III g, inv.nr. 6. 13 Haring van Harinxma, M. Tulli Ciceronis Vertroostinge (Emden 1645) 128-138. Met dank aan Dr. Paul Weßels. 14 Johan Nyenborch, Graf-pyramyde (Groningen 1657) 49. 15 Sibylle van Griethuysen, Spreeckende schildery (Leeuwarden 1646). 16 Van Harinxma, Vertroostinge, 138-147. Met dank aan Dr. Paul Weßels.

135


20

21

22 23

136


Isselmuden, van de borg Duirsum bij Loppersum. Uit dit huwelijk werd, voor zover bekend, één zoon geboren. Joachim Ripperda vervulde verschillende aanzienlijke ambten, was lid van de Raad van State en gedeputeerde ter Staten-Generaal. In 1660 maakte hij deel uit van een belangrijk gezantschap naar Engeland. Na het protectoraat onder Cromwell werd in dat jaar Karel II als opvolger van zijn onthoofde vader tot koning beroepen. Er was de Republiek veel aan gelegen om een goede relatie met de nieuwe vorst te onderhouden en daarom werd tot een uitzonderlijk cadeau besloten: een collectie van 24 schilderijen en waardevolle kunstvoorwerpen, vooral van beroemde Italiaanse kunstenaars, ter waarde van 80.000 gulden. Het was een van de grootste geschenken die ooit aan een buitenlandse vorst werd gegeven. In november 1660 kwamen de ambassadeurs, de Amsterdamse burgemeester Simon van Hoorn de Vlissingse Michiel van Gogh en Joachim Ripperda naar Londen. Tezamen met Lodewijk van Nassau-Beverweerd, wiens dochter met de zoon van de Engelse markies van Ormonde getrouwd was, vormden zij bijna twee jaar dit belangrijke gezantschap, waarvoor zij in een huis in Westminster verbleven. Die tijd mocht Joachim echter niet volmaken: in maart 1661 werd hij ziek, zo zeer dat de artsen ad­ viseerden hem naar het platteland te brengen om daar te herstellen. Hij werd vervoerd naar een huis van de markies van Ormonde in Kingston waar hij op 12 april overleed. Op zijn sterfbed had hij aange­ geven in zijn eigen heerlijkheid begraven te willen worden en bij resolutie van de Staten-Generaal werd het toegestaan hem op staatskosten naar Farmsum over te brengen. We hoeven er niet aan te twijfelen dat zijn begrafenis daar met grote luister is geschied en hij een passende grafzerk heeft gekregen. In Londen zal weinig aandacht voor zijn overlijden geweest zijn: in die stad stond alles in het teken van de kroning van de nieuwe koning Karel II elf dagen later.

< 20 Aantekening in het doopboek van Weiwerd over de begrafenis van Anna Helena van Isselmuden. Collectie Groninger Archieven. 21 De zerk van ds. Christophorus Knowles te Framsum, met een grafdicht met de regel ‘bevrijdt van ’t boos en sondigh volck’. Foto Jan Bulten. 22 Aantekening in het doopboek van Weiwerd over het overlijden en de begrafenis van de laatste heer van Farmsum. Collectie Groninger Archieven. 23 Rouwbord voor Hero Maurits Ripperda (1681). Collectie Fries Museum.

17 Zie verder: J. Bottema, ‘Bij de dood van een dorps­ potentaat’, Groningse volksalmanak (1981) 42-51.

Zijn weduwe overleefde hem achttien jaar en werd op 4 september 1679 in de kerk van Farmsum bijgezet. De grafzerken van dit echtpaar liggen nog verscholen onder de koorvloer in Farmsum.

Hero Maurits Ripperda (1650-1681) en Elisabeth Clant Bij zijn overlijden liet Joachim Ripperda een tienjarig zoontje na. Hij zette de ingezette koers van zijn vader voort om de heerlijkheid Farmsum, die in de eeuwen daarvoor na het overlijden van van Hayo Ripperda in 1504 over de verschillende erfgenamen verdeeld was geraakt, weer samen te brengen en zijn positie als heer verder te versterken. Daarbij gedroeg hij zich als dorpspotentaat en maakte zich niet bij iedereen geliefd. In 1675 werden twee van zijn koeien op gruwelijke wijze mishandeld en de hooischuur van zijn rentmeester werd in brand gestoken. Een geschil met zijn predikant liep hoog op en Ripperda schijnt hem zelf meermalen met een stok geslagen te hebben toen dominee Severinus 24 Rouwbord voor Elisabeth Clant (1696) in de kerk van Stedum. Foto Jan Hovinga

137


hem toevoegde ‘Godt sal mij voor U gewelt ende tyrannye bewaren’. Uiteindelijk werd besloten tot een wisseling: Severinus vertrok naar Uitwierde, waar Hero Maurits’ schoon­ vader de scepter zwaaide, en ds. Christophorus Knowles kwam daarvoor naar Farmsum.17 Daarmee was de eerste kou uit de lucht, maar dat het leven van de nieuwe predikant niet zonder slag of stoot verliep, weten we sinds 2012 door zijn teruggevonden grafzerk. In 1690 overleed de herder na een leven ‘vol strijdt, vol elend, vol onwaerde’, totdat God hem bevrijdde ‘van ’t boos en sondigh volck’, waarmee zijn Farmsumer schaapjes bedoeld zijn. Op 31-jarige leeftijd was in 1681 Hero Maurits Ripperda al overleden, ‘naedat hij een tijtlangh met een smertlicke en elendighe lichaemlicke plaege en quaele besoght waer geweest’. Vier dagen lang luidden de klokken in de zes kerken binnen de heerlijkheid en op maandag 24 oktober werd om middernacht in de kerk van Farmsum begraven ‘bij zijn illustere voor-ouderen’. Een fraai rouwbord werd in de kerk opgehangen, thans in de collectie van het Fries Museum, maar sinds kort weer in de Farmsumer kerk te bewonderen. De grafzerk van de laatste Farmsumer heer zal zich nog onder de koorvloer bevinden.18 Ook zijn jong overleden oudste dochtertje Anna Helena zal daar begraven zijn.

Het einde 138

De ambities van de laatste Ripperda’s te Farmsum hadden een te sterke wissel getrokken op hun kapitaal en de heerlijkheden Farmsum en Hellum en de beide borgen moesten na Hero Maurits’ overlijden verkocht worden. Daarmee kwam definitief een einde aan de begrafenissen van Ripperda’s in Farmsum. Hero Maurits liet een weduwe en een dochtertje na. De borg werd verkocht en Elisabeth Clant hertrouwde in 1684

met Albert Lewe op Klinkenborg te Kantens. Zij overleed, voor de tweede maal weduwe geworden, veertig jaar oud in 1696. Haar rouwbord is nog te bewonderen in haar vaders kerk, waar zij ook begraven zal zijn, want de borg van haar tweede echtgenoot onderging na diens dood in 1693 hetzelfde lot als het huis te Farmsum en werd verkocht. De dochter Anna Elisabeth Ripperda (1678-1733) trouwde op achttienjarige leeftijd de luitenant Hillebrand Jacob Gruys en kreeg uitgebreid na­ geslacht. De banden met Farmsum waren echter definitief verbroken. Of de nieuwe bewoners van de borg, de familie Rengers, die tot de sloop in 1811 eigenaar bleven, ooit familieleden in de Farmsumer kerk begraven hebben, is niet bekend. Hun grafzerken en rouwborden vinden we wel terug in Witte­ wierum en mogelijk hebben zij daar altijd hun doden ter aarde besteld.

Een nieuw leven In het koor van de kerk bleven de grafzerken van de familie Ripperda achter. Na de herbouw van de kerk in 1869 was slechts één herinnering aan dit geslacht zichtbaar, de grafzerk van Hero Maurits Ripperda. Vijf jaar geleden zijn bij de opgravingen een zestal stenen gered en deze pronken nu weer in de kerk. Dat er echter nog veel meer schatten onder de koorvloer verborgen liggen die de moeite waard zijn om veilig te stellen, hopen we in het voorgaande overtuigend te hebben aangetoond. Redmer Alma (mail@redmeralma.nl) studeerde wiskunde en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en bereidt een proefschrift voor over de Ommelander adel in de late middeleeuwen.

18 De grafzerk (‘de sark’) wordt halverwege de 18de eeuw beschreven door Willem van Haersolte, maar het is de vraag of hij hier niet het rouwbord voor ogen had.


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouw werk toe! bouwwerk VASTGOED ONDERHOUD

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg

Wandafwerking •

Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Dealer van ruysdaelglas •

Beglazing •

Industrieel spuitwerk •

Restauratie & houtrenovatie

www.vdmaarschilders.nl Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • info@vdmaar.nl

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-5494171

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5

De Schilder, de beste vriend van je huis

9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

handmatige belettering in natuursteen advies bij en uitvoering van eigen ontwerp en ideeën restauratiewerk

0595 492242 info@deschreef.nl www.deschreef.nl GEDENKSTENEN

|

EERSTE STENEN

|

GEVELSTENEN

|

RELIËFS

|

GRAFMONUMENTEN

|

NAAMBORDEN


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergolaâ&#x20AC;&#x2122;s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

COMMUNICATION, ART & DESIGN www.212f.nl

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl

Vakmanschap bestaat nog...

Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Kieler Bocht 33 9723 ja Groningen www.brandsbouw.nl info@brandsbouw.nl t 050 - 57 57 800

• VRN gecertificeerd restauratiebedrijf • SBB erkend leerbedrijf • iso 9001 • iso 14001

Kerkje van Klein Wetsinge Sinds 1965

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling.

Glas- en schilderwerken Restauratie- en imitatietechnieken Vloer- en wandafwerking Onderhoudswerken

Duinkerkenstraat 37, 9723 BP Groningen (050) 599 57 70 | info@corbuist.nl | www.corbuist.nl

De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl


Groen in goede handen

Dàt is onze KRACHT T

Industrieweg 33 9781 AC Bedum (050) 301 25 00 E info@groenwerf.nl WWW.GROENWERF.NL

“Jurriëns Noord is voor mij... puur vakmanschap” Bouwbedrijf Jurriëns Noord B.V. is onderdeel van Friso Bouwgroep B.V.

Mense Ruiter  Orgelmakers bv Rijksweg 167

9792 pd Ten Post

t 050 301 05 50

info@menseruiter.nl

www.jurriensnoord.nl

Hoofdvestiging Osloweg 125 Postbus 5274 9700 GG Groningen t 050 - 55 66 779 e mail@jurriensnoord.nl

Nevenvestiging Pieter Zeemanstraat 9 Postbus 49 8600 AA Sneek t 0515 – 42 99 99 e mail@jurriensnoord.nl

Profile for GroningerKerken

Oktobernummer tijdschrift Groninger kerken  

Oktobernummer tijdschrift Groninger kerken  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded