Page 1

Groninger Kerken 2 02 0

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

j a nua r i

E e n G r o n i n g e r p a s t o r i e n a d e s t o r m • ‘ m i n h v s i s e i n b e d e h v s ’. Protestantse teksten in middeleeuwse Groninger kerken


inhoud

37 / 1 – januari 2020 Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969

Erik Ader

Een Groninger pastorie na de storm

1

Sinds vorig jaar is de SOGK eigenaar van de pastorie met leerkamer in Drieborg. Het bijzondere complex werd van 1948-1950 gerealiseerd door Johanna Adriana Ader-Appels, naar de wens van haar door het naziregime omgebrachte echtgenoot ds. Bastiaan Ader. Pastorie en leerkamer in Drieborg zijn daarmee de bewaard gebleven aardse getuigenis van een bevlogen, opofferingsgezind en wereldwijd gerespecteerd predikantenechtpaar. Het is ook de plek waar de internationaal bekende kunstenaar Bas Jan Ader opgroeide en gevormd werd. Het in sobere wederopbouwstijl opgetrokken complex vertelt niet in de laatste plaats het verhaal van de bewogen maatschappelijke geschiedenis van Oost-Groningen in de twintigste eeuw.

Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985 Beschermheer Mr.drs. F.J. Paas, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter E. Bekkering M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur

Jacolien Wubs

‘min hvs is ein bedehvs’. Protestantse teksten 12 in middeleeuwse Groninger kerken ‘MIN HVS IS EIN BEDEHVS’ staat geschilderd op de muur in de kerk van Holwierde. Het lijkt een voor de hand liggende uitspraak: een kerk was toch bovenal een huis van gebed? Deze inscriptie is één van de vele teksten op muren, borden en kerkmeubilair in Groninger kerken, geschilderd na de Reformatie. Wat betekenden zulke teksten precies in de tijd waarin ze werden aangebracht?

Adres Coehoornsingel 14

e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14

De Stichting

9711 bs Groningen

telefoon (050) 312 35 69

9711 bs Groningen

e-mail info@groningerkerken.nl

Interview · Nieuws · Excursies · De kerk als podium · Voor u gesignaleerd · Werk in uitvoering · Educatie · Mediatheek

Redactie Groninger Kerken Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA Dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties

Omslagfoto: De pastorie in Drieborg, midden jaren ’50. Mevrouw Ader stuurt zoons Bas Jan en Erik met Bienie Wolters op pad om ‘het krantje’ te distribueren. Het werd door haar geschreven en huis aan huis bezorgd in Drieborg. Foto E. de Vries, collectie Ds. Aderstichting. Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting

Gronin­ger Kerken, ¤ 15,- per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude

Informatie en tarieven worden verstrekt

Zalsman Groningen B.V. Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Erik Ader

Een Groninger pastorie na de storm In juni 2019 droeg de Ds. Aderstichting de pastorie en leerkamer in Drieborg over aan de Stichting Oude Groninger Kerken. De gebouwen, in de stijl van de in Groningen relatief zeldzame Delftse School, hebben niet alleen architectonische waarde. Ze zijn verbonden met een aantal bijzondere geschiedenissen, zowel van regionaal als (inter)nationaal belang. Bovendien is het kerkelijk historisch erfgoed in Drieborg nauw verweven met de kerk van Nieuw-Beerta, eveneens in het bezit van de SOGK.

De uitdaging Op 20 november 1944 werd op een heuvel bij Veenendaal Ds. Bastiaan Jan Ader op 34-jarige leeftijd, samen met vijf an­ deren, door de bezetter gefusilleerd. Steeds grootschaliger verzetsactiviteiten, waaronder het werken aan een plan om Westerbork te kraken, hadden uiteindelijk tot zijn arrestatie geleid. Ds. Ader werkte in de zomer van 1944 aan plannen het

doorgangskamp voor Joden te overvallen en de gevangenen te bevrijden. Het werd hem door verraad fataal en met hem sneefde de voorgenomen actie. Met hulp van velen had hij nochtans twee- tot driehonderd Joodse landgenoten in veiligheid weten te brengen.1 Die kogels hadden ook het einde kunnen betekenen aan het bevlogen kerkelijk opbouwwerk dat hij en zijn vrouw,

1 Volgens het Holocaustmuseum Yad Vashem in Jeruzalem. Zie The Encyclopedia of the Righteous Among the Nations, Rescuers of Jews during the Holocaust, The Netherlands, Volume one (Jerusalem 2004) 57-58.

1 De pastorie in Drieborg gezien vanuit het zuidoosten. Foto Duncan Wijting.

1


2 Trouwfoto van Bastiaan Jan Ader en Johanna Adriana Appels, Amsterdam 25 september 1935. Foto particuliere collectie. 3 Preekstoel in de kerk van Nieuw-Beerta, met links een plaquette ter nagedachtenis aan dominee Ader. Foto collectie SOGK. 4 De oude pastorie van Nieuw-Beerta, afgebroken omstreeks 1960. Particuliere collectie. 5 Jeugdclub voor de pastorie van Nieuw-Beerta, vóór april 1944. Particuliere collectie.

2

6 De hervormde kerk van Nieuw-Beerta, in 1856 gebouwd op de plaats van een 17e-eeuws voorgaand gebouw. Foto Omke Oudeman.


Johanna Ader-Appels (1906-1994), in hun gemeente Nieuw-­ Beerta-Drieborg begonnen waren. Zij hadden daar de uitdaging gevonden die ze zochten: herstel van het geschonden vertrouwen van de bevolking in de Kerk, haar leer en haar dienaren en verkondiging van het evangelie in de bijna geheel ontkerkelijkte dorpen die getekend werden door grote sociale tegenstellingen. Die tegenstellingen hadden ook hun sporen nagelaten in de kerk als instituut. Kerkenraad en kerkvoogden, dat waren boeren, en als communistische land­ arbeider had je in die kerk niks te zoeken. Integendeel: de boodschap die daar verkondigd werd was opium voor het volk waar ultravrijzinnige predikanten – ‘blikken domies’ – zelf niks van geloofden, zo was de wijdverbreide gedachte. Kerkgebouw en pastorie stonden in Nieuw-Beerta en het land­arbeidersdorp Drieborg was in de aandacht van de kerk een ondergeschoven kind – aan t voutenende.

De wens Het predikantsechtpaar was in 1938 in Nieuw-Beerta neer­ gestreken en al vrij snel begon de jonge predikant te kijken naar mogelijkheden ook in Drieborg kerkelijke activiteiten te ontplooien. Wat ontbrak was een gebouw waarin die konden plaatsvinden. Gebruik maken van de lege lokalen van de lagere school na schooltijd was toch een beetje behelpen en de wens ontstond daar een multifunctioneel gebouw neer te zetten. Maar wie zou dat betalen? Hun grote betrokkenheid bij hun eerste gemeente was al gebleken toen zij een beroep naar een grotere gemeente in Zuid-Limburg afwezen, hoe aantrekkelijk het idee voor zoveel beter gevulde kerkbanken te preken ook geweest zal zijn. Die betrokkenheid werd eens temeer duidelijk toen de predikant vanuit de gevangenis aan zijn vrouw liet weten dat hij hoopte dat zij het eenmaal begonnen werk alleen zou voortzetten, mocht hij de oorlog niet overleven. Dat voortzetten betekende ook het realiseren van de wens in Drieborg een onder­ komen voor kerkelijk werk neer te zetten. Ds. Ader werd in december 1944 vanuit zijn provisorisch graf in Veenendaal herbegraven in het familiegraf van Appels in Driebergen.2 Uit de dorpen in het Oldambt en elders in het

7a-7d Onderduikers in de pastorie van Nieuw-Beerta, bezig met onder andere het malen van graan en hakken van hout. De peuter op de foto rechtsonder is Bas Jan Ader. De opnamen werden gemaakt door – of met de camera van – de Amsterdamse fotografe Lily Samuel (1909-1944) die bij de familie Ader was ondergedoken. De fotorolletjes overleefden de oorlog begraven in een melkbus; de afdrukken zijn afkomstig uit het fotoalbum van Tantje KuiperBruins, huishoudster in de pastorie. Collectie Groninger Archieven. 2 Toen een gemeentelijk uitbreidingsplan verplaatsing van dit familiegraf noodzakelijk maakte, is er voor gekozen de stoffelijke resten van ds. Ader naar het inmiddels geopende Ereveld in Loenen over te brengen.


4

8a-8b Stofomslag van de eerste druk van Een Groninger pastorie in den storm (1945).

land stroomde zoveel geld voor bloemen voor die herbegrafenis binnen dat zijn vrouw besloot een deel daarvan te reserveren als eerste steen voor dat te stichten gebouw voor kerkelijk werk in Drieborg. Zij creëerde daartoe een fonds dat al snel werd omgezet in een Stichting, met als doelstelling ‘de verkondiging van het evangelie in Drieborg, de daarachter gelegen polders en de Zijlen.’ 3

Vervulling, Pasen 1950 Johanna Aders eerste stap in die richting was het bouwen van een huis voor zichzelf en haar twee kinderen, uit eigen vermogen, aan de voet van de dijk in de toen nog lege Kroonpolder. 4 Het boek dat zij tijdens de oorlog had geschreven, Een Groninger pastorie in de storm, werd al snel na de bevrij-

ding gepubliceerd en beleefde in korte tijd vier drukken.5 De opbrengst daarvan ging naar de nieuwe stichting. Op uitnodiging van de Zwitserse kerken was zij in 1946 een tijd te gast in dat land. Zij benutte die periode niet alleen om enigszins op verhaal te komen, maar ook om lezingen te geven over hun verzet in de oorlog en geld in te zamelen voor het goede doel. In 1948 kon Johanna haar nieuwe huis betrekken. Een jaar later had zij genoeg geld bijeengesprokkeld om een begin te maken met de bouw van het onderkomen voor kerkelijk werk in Drieborg. Pasen 1950 werd het opgeleverd en ingewijd: ze had de droom van haar overleden echtgenoot gerealiseerd. Om zich voor te bereiden op haar rol als ‘meewerkend echtgenote’ in hun eerste gemeente, had Johanna voordien al theologische cursussen gevolgd en zij zou daar mee door-

3 In die tijd behoorden tot het gebied van de kerkelijke gemeente drie Zijlen: Oude Zijl bij Nieuweschans, Oude Statenzijl en Nieuwe Statenzijl. 4 De kerkelijke gemeente Nieuw-Beerta-Drieborg was formeel vacant. Na de dood van haar man werd er een nieuwe predikant beroepen die de pastorie in Nieuw-Beerta betrok. 5 Het boek begint met een beschrijving van de eerste, gelukkige jaren van het echtpaar in hun nieuwe omgeving, maar de verhaallijn wordt al snel overgenomen door een beschrijving van hun verzet en van de dramatische afloop voor het echtpaar zelf. Het is ook een krachtig getuigenis van het geloof dat ze dreef de dingen te doen die gedaan moesten worden.


gaan in de jaren daarna. Zij was de facto de dominee in Drieborg geworden en zij zou dat blijven tot enige jaren voor haar dood in 1994. Zij deed dat jarenlang letterlijk pro deo, het weduwenpensioen dat zij van de staat ontving was haar ruim voldoende. Toen ze voor haar werk uiteindelijk een traktement kreeg, stortte zij ook dat in de Ds. Aderstichting. Erkenning van de Hervormde Kerk voor al haar werk werd haar deel toen zij op haar zevenenzestigste ook formeel tot predikant werd benoemd, op basis van haar ‘singuliere gaven’.6

Predikant en moeder Naast haar rol als predikant was zij ook de alleenstaande moeder van twee zonen. De oudste was door haar voorbestemd theologie te gaan studeren om haar daarna af te kunnen lossen in Drieborg. Toen die wens niet in vervulling bleek te gaan, werd die overgedragen op haar jongste. Beiden rebelleerden door zo slecht te presteren op het gymnasium dat ze er af mochten en zo de weg afsneden naar de studie theologie. De oudste volgde zijn hart en zijn talent en werd de later internationaal bekende kunstenaar Bas Jan Ader. Hoewel de strijd over de beroepskeuze hun jeugd mede kleurde, keken, respectievelijk kijken beide zonen terug op een gelukkige jeugd. Het feit dat ze opgroeiden zonder vader liet geen littekens achter. De afwezigheid van een vader was ook betrekkelijk: hij was zeer aanwezig in de verhalen in de wijde omgeving waarin met warmte en bewondering over hem gesproken werd.

De pastorie Architect Hindrik Tije Timmer uit Winschoten, de vader van Jan (eveneens architect en bekend als bedenker van de Blauwe Stad), tekende voor het ontwerp van huis en gebouw. Het stamt uit de Delftse School: een goed, herbergzaam huis waarin moeder en zonen een thuis vonden na jaren van omzwervingen die waren begonnen met de uithuiszetting door de nazi’s in het voorjaar van 1944. Niet alle bouwmaterialen waren voorhanden zo kort na de oorlog: betonnen in plaats van houten vloeren, spoorstaven als gordingen en houtwolcementplaten in plaats van hout als dakbeschot tonen de toenmalige schaarste. Johanna wilde en kreeg in de woonkamer twee hele grote ramen die een ruim uitzicht boden tot bijna aan de horizon, met boven het landschap van grote akkers imposante 9a-9b De ‘eerste steen’, in 1947 gelegd door Bas Jan Ader. Foto’s collectie Ds. Aderstichting / Duncan Wijting. 10 De pastorie in Drieborg in aanbouw, 1947-1948. Foto collectie Ds. Aderstichting. 6 Een begrip uit het protestantse kerkrecht dat het mogelijk maakt iemand tot predikant te benoemen die niet de formele academische weg naar de titel heeft afgelegd, maar zich door verdienste en kwaliteit gelijkwaardig heeft betoond.

5


11 De pastorie met leerkamer omstreeks 1951, gelet op de beplanting, gezien vanuit het zuidoosten. In de deuropening staat een van de jongens Ader. Foto collectie Ds. Aderstichting. 12 Een opvallend detail is het boogfries over de langsgevel onder de dakgoot van de pastorie. Architect H.T. Timmer liet zich hiervoor mogelijk inspireren door de romaanse architectuur van de Groninger kerken. Het metselwerk is in klezoorverband. Foto Duncan Wijting.

13 Johanna Ader-Appels in de woonkamer van de pastorie in Drieborg, jaren ’50. De grote ramen boden uitzicht over de lege polder. Foto E. de Vries, collectie Ds. Aderstichting.


14a-14b Brievenbus in de oostgevel van het woonhuis met deurtje in de studeerkamer. Foto’s Duncan Wijting. 15a-15b De bouwmaterialen in de pastorie getuigen van de naoorlogse schaarste: als gordingen werden spoorstaven gebruikt en in plaats van hout dienden houtwolcementplaten als dakbeschot. De (tram)rails zijn gemerkt ‘Krupp 1914’. Foto’s Duncan Wijting.

7

16 Detail van de boekenkast in de studeerkamer, omstreeks 1938

17 De zolderkamer voorin het huis. Bas Jan Ader gebruikte het

op maat gemaakt door het bouwbedrijf van Jo Aders vader voor de

vertrek enige tijd als atelier. De pastorie heeft, ook op de verdiepingen,

pastorie van Nieuw-Beerta. Het vertrek in Drieborg werd zo ontwor-

ter plaatse gestorte betonnen vloeren. Foto Duncan Wijting.

pen dat herplaatsing van de kast mogelijk was. Foto Duncan Wijting.


18 Uitzicht over de Kroonpolder. De windmolens staan in de Duitse Charlottenpolder. Foto Duncan Wijting.

wolkenluchten die samen met het veranderende licht en de wisselende seizoenen zorgden voor een steeds wisselende en altijd boeiende aanblik. Komend uit de bossen van de Stichtse Lustwarande had ze de heel eigen schoonheid van het Groninger land al snel ontdekt en omarmd. Het huis kreeg vijf kamers over twee verdiepingen, met daarboven een grote zolder. Het voorste deel van die zolder diende Bas Jan korte tijd als atelier. Een groot, bijna abstract schilderij, geïnspireerd door het landschap waarop men vanuit de zolderramen een magnifiek uitzicht had, is daarvan een stille getuige.

Een bijzonder detail in het huis is de boekenkast. In de studeerkamer van een predikant hoorde ruimte te zijn voor boeken, veel boeken. Toen Ds. Ader en zijn vrouw hun intrek zouden nemen in de pastorie van Nieuw-Beerta timmerden de vaklui in de werkplaats van het aannemersbedrijf van haar vader en broers een boekenkast op maat voor de studeer­ kamer in die pastorie. Die boekenkast moest van Johanna mee naar de nieuwe pastorie in Drieborg; daarom werd de studeerkamer daar zo ontworpen dat de boekenkast erin zou passen.

8

19 Zondagschool met Johanna Ader-Appels in het verenigingsgebouw. De opname werd gemaakt vóór de brand in maart 1957. Foto E. de Vries, collectie Ds. Aderstichting.


Het gebouw Het gebouw was aangebouwd aan het huis, als een leerkamer bij een pastorie, maar was groter dan een gewone leerkamer en had naast de begane grond ook nog een zolderverdieping en een klein kamertje aan de achterkant. (Dat laatste diende een jeugdwerker in het begin jaren vijftig enige tijd tot woonruimte, van waaruit hij ook met een illegale zender het dorp vermaakte met radioprogramma’s. Hij is nooit gepakt.) De ruimte op de begane grond had een podium, met daarop een katheder en kon gebruikt worden als kerkzaal, als toneelzaal en voor verenigingsactiviteiten. Aan de achtergevel hing een luidklok om de gelovigen op te wekken ter kerke te komen. Een bijzonder object in het gebouw was en is een gebrandschilderd raam dat cadeau is gedaan door ‘De Joodse Inva­ lide’ ter nagedachtenis aan de man die zovelen uit die Joodse zorginstelling in Amsterdam gered had. Het raam toont de datum van schenking en ook de tekst ‘Tutis sub alis tran­ quilli’, ‘Rustig onder veilige vleugels’. Dit is een parafrasering van de lijfspreuk van Willem van Oranje – ‘Saevis tranquillus in undis’ – die ook met initialen in hun beider trouwringen gegraveerd was. De voorstelling in het raam toont een meeuw die jongen onder haar vleugels beschut tegen de elementen. Het gebouw werd een centrum voor een bloeiend dorps­ leven: een timmerclub, handwerkclub, zangvereniging, vrouwenvereniging, zondagschool, catechisatie, kerkdiensten, repetitieruimte voor toneelvoorstellingen, filmvoorstellingen, een muziekclub: dat alles vond daar onderdak. Er was in die tijd geen dorpshuis, geen televisie en ook weinig ander vertier.

Brand Dat intensieve gebruik werd het gebouw in maart 1957 ook fataal. Turf die door leden van de timmerclub vlak voor het einde van hun verenigingsavond in de kachel was gestopt, werd er door de leider uit zuinigheid ook meteen weer uit­ gehaald, ‘uitgetrapt’ en op de houten vloer achtergelaten. Die vloer was bezaaid met houtkrullen en spaanders. Het dakbeschot was ook van hout, net als de werkbanken. Om de rook te verdrijven die de ruimte in was gewalmd bij het redden van de turf, zette men voor vertrek nog even de dak­ ramen tegenover elkaar open. Na middernacht waren de paar

overgebleven sluimerende vonken een uitslaande brand geworden: er was er geen houden meer aan. Alleen de muren van het gebouw bleven staan. Ook het gebrandschilderde raam overleefde de brand. De brandmuur tussen gebouw en huis hield het gelukkig en de woning bleef ongeschonden. 20 Gebrandschilderd raam, in 1950 geschonken door De Joodse Invalide, een instelling voor de verpleging van Joodse bejaarden en zieken in Amsterdam. Foto Jelte Oosterhuis.

9


21 De leerkamer annex verenigingsgebouw achter de pastorie. De oorspronkelijke karakteristieke entree is na de brand in 1957 vervangen door een platdakaanbouw. Foto Duncan Wijting.

Uitbreidingsplannen en kentering 10

Het gebouw was toen, als gezegd, het centrum van een bloeiend dorpsleven. Er waren plannen om het niet alleen te herbouwen, maar ook om het uit te breiden. Op het terrein was er ruimte voor. Er zou, met hulp van de Duitse ‘Aktion Sühnezeichen’, een ontmoetingscentrum met verblijfsaccommo­ datie komen voor uitwisselingen tussen Nederlanders en Duitsers om de verzoeningsgedachte vorm te geven. 7 Ook zou het te bouwen Groene Kruisgebouw er komen te staan. Het huidige portaal zou de verbindingsschakel worden tussen oud- en nieuwbouw. Dat portaal is van 1957 en wijkt dus af van het oorspronkelijke ontwerp. 22 De eenvoudige Bruynzeelkeuken (ontworpen door Piet Zwart) in het verenigingsgebouw. Foto Duncan Wijting.

Die nieuwbouw is er nooit gekomen. Om te beginnen door gekrakeel op het kerkelijk erf waar naburige gemeenten zich heel geïnteresseerd toonden te participeren in zo’n ontmoetingscentrum, maar dan wel in hun dorp in plaats van in het in hun ogen ‘perifeer gelegen Drieborg’. (Je zou zeggen: veel centraler tussen de twee doelgroepen, Duitsers en Neder­ landers, kon je het toch niet krijgen.) Niet veel later begon ook het draagvlak in het dorp te eroderen: niet iedereen was gelukkig met het kerkelijke karakter van dat verenigingsleven. Had het na de brand nog geklonken: ‘t Gebaauwtje mout er weer heer!’, nu klonk het ‘Mit dij kerkeboudel willen wie niks neudeg hebben’ en er ontstond een streven een neutraal buurthuis te bouwen. Geld was beschikbaar van een Rijksoverheid die de vijfde colonne van het communisme vreesde ten tijde van de Koude Oorlog – in Beerta en Finsterwolde had de Communistische Partij Nederland de meerderheid in de Raad, uniek in Nederland – en zo kon het dat dat buurthuis er kwam. Het leidde tot een zekere tweedeling in het dorp en een halvering van de activiteiten in het gebouw van de Ds. Aderstichting. De veel grotere mobiliteit, de opkomst van de televisie en het wassend tij van de secularisatie zorgden voor verdere erosie van de functie. Johanna bleef onverdroten doorgaan met haar werk, tot ze niet goed meer kon en, naar te vrezen valt, ook nog daarna. In 1994 overleed zij, op 88-jarige leeftijd. De jaren voor haar dood was haar geest reeds lang verduisterd door voortschrijdende dementie. 7 De volledige naam luidt Aktion Sühnezeichen Friedensdienste. Deze Duitse vredesorganisatie werd in 1958 door de synode van de Evangelische Kerk opgericht om de erfenis van het nazisme onder ogen te zien.


was dat daar geen gebouwde uitbreiding meer zou komen leek het hem wenselijk ook daar een mooie tuin van te maken. De kerkelijke gemeenten verkeren opnieuw in een proces van verdere samenvoegingen. Weliswaar nog niet ‘Van Lauwerszee tot Dollard tou’, maar al wel van Meeden tot aan Nieuw Statenzijl. De kans dat er nog eens een predikant zijn intrek zal nemen in de pastorie in Drieborg is zo gering dat de Ds. Aderstichting na het vertrek van de vorige, in mei 2018, op zoek moest naar een oplossing voor de dreigende leegstand van huis en gebouw.

Overname door de SOGK

23 Luidklok aan de achtergevel van het verenigingsgebouw. Foto Duncan Wijting

‘Duutsen in pasterie’ Johanna was welgesteld dankzij een erfenis. Zij schonk op haar beurt een aanzienlijk deel van dat vermogen aan de Ds. Aderstichting. Ondertussen werden de kerkelijke gemeenten door afnemende ledentallen gedwongen te fuseren, maar met subsidie uit het vermogen van de Stichting behielden de dorpen rond Drieborg tot voor kort een predikantsplaats, boven hun stand, en die predikanten woonden, tot mei 2018, in de pastorie van Drieborg. De laatste predikanten waren een echtpaar van Duitse komaf. Een bezorgd gemeentelid belde zoon Erik, toen in verre buitenlanden: ‘Erik, mien jong, kommen Duutsen in pasterie, komt dat wel goud?’ Erik kon hem geruststellen: het zou Johanna goed gedaan hebben. Het was geheel in lijn met haar verzoeningsgedachte en een vrouwelijke predikant strookte met haar levenslange strijd voor gelijkberechtiging van vrouwen, ook en vooral binnen de kerk.

Functieverlies Het gebouw was van meet af aan van de Ds. Aderstichting, het huis was eigendom van Johanna en ging door vererving over op haar jongste zoon – haar oudste zoon was al sinds 1975 op zee vermist en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid overleden. Huis en gebouw zijn fysiek en qua functionaliteit onverbrekelijk met elkaar verbonden. Om die reden schonk hij in 2009 het huis aan de Ds. Aderstichting. Voordien had hij nog de oorspronkelijke, onder architectuur aangelegde maar verwilderde tuin een grote renovatiebeurt gegeven, gevolgd door een uitbreiding van de tuin naar het naastgelegen land dat ook tot het complex behoorde. Het geheel ligt op een prominente plek in het dorp en nu duidelijk

De Ds. Aderstichting kwam al snel uit bij de SOGK, een Stichting die zich in de vijftig jaar van haar bestaan ruimschoots bewezen heeft. Maar zou de SOGK wel te interesseren zijn om de panden onder haar hoede te nemen? Gelukkig bleek dat in de eerste oriënterende gesprekken al snel het geval. De Ds. Aderstichting is buitengewoon blij en erkentelijk dat de SOGK zich over deze gebouwen wil ontfermen. Onder diens hoede zullen pastorie en leerkamer niet het lot ondergaan van die van Nieuw-Beerta, dat wil zeggen sloop: een daad van onachtzame barbarij, zowel uit cultuurhistorisch oogpunt als uit hoofde van het feit dat daarmee ook de tastbare herinnering aan dat bijzondere oorlogs­ verleden is uitgewist. Johanna had het zelf willen kopen om het voor sloop te behoeden; het werd haar niet gegund. Gelukkig staat de kerk er nog en is die ook bij de SOGK in goede handen. Samen met de panden in Drieborg is het historisch een waardevol ensemble. Het belang van het behoud van de panden in Drieborg ligt niet in het bewaren van de herinnering aan de stichtster van de gebouwen – zij was geen monumentenbouwer voor zichzelf – maar in de verwijzing naar de bron waaruit beide echtelieden hun kracht putten, een verwijzing naar de boodschap ‘Bij brood alleen zult gij niet leven.’ De Ds. Aderstichting hoopt dat velen ook in de toekomst nog inspiratie zullen putten uit deze in steen gestolde verwijzing. Het gegeven dat het huis ook nog eens het ouderlijk huis van Bas Jan Ader is geweest maakt het behouden eveneens de moeite waard: hij is een inmiddels wereldwijd bekende kunstenaar en ook dat feit maakt het huis tot cultureel erfgoed. Erik Ader is de jongste zoon van het echtpaar Ader en voorzitter van de Ds. Aderstichting. Literatuur - Johanna Ader-Appels, Een Groninger pastorie in de storm (Amsterdam 1945; heruitgave Franeker 1976). - Els Boon, ‘Een gezamenlijke roeping alleen voortgezet – De dood van een predikant en de gevolgen voor diens gezin’, in: George Harinck en Gert van Klinken (red.), Van kansel naar barak (Zoetermeer 2011) 121-135.

11


1 De noorder- en zuiderkapel, afgescheiden met zeventiende-eeuwse kapelhekken in de Nicolaïkerk in Appingedam. Foto archief Regnerus Steensma.

Jacolien Wubs

‘min hvs is ein bedehvs’ Protestantse teksten in middeleeuwse Groninger kerken ‘min hvs is ein bedehvs’ staat geschilderd op de muur in de kerk van Holwierde. Het lijkt een voor de hand liggende uitspraak: een kerk was toch bovenal een huis van gebed? Deze inscriptie is één van de vele teksten op muren, borden en kerkmeubilair in Groninger kerken, geschilderd na de Reformatie. Wat betekenden zulke teksten precies in de tijd waarin ze werden aangebracht? Het aanbrengen van Bijbelverzen en andere vrome teksten was na de Reformatie een manier om de kerk te verfraaien. Veel van de katholieke inrichting van de middeleeuwse kerken was door de beeldenstormers vernield. Na de overname door de calvinisten aan het einde van de zestiende eeuw werden de gebouwen verder ontdaan van dat wat herinnerde aan het oude geloof, zoals altaren en altaarstukken, kruisbeelden, sacramentshuisjes, en afbeeldingen van heiligen. Het in beeld brengen van het Woord was een manier van decoreren die heel goed paste bij de gereformeerde leer en het gereformeerde gebruik van de kerken, waarin de prediking centraal stond. Het aanbrengen van teksten was ook een

manier om de kerk zichtbaar te markeren als gereformeerde kerk, en afstand te creëren tot het katholieke verleden. Vaak zijn teksten juist daar aangebracht waar katholieke interieurstukken en beelden verwijderd waren. De lege plaatsen werden opgevuld of gecamoufleerd met teksten, en kregen daarmee een protestantse betekenis. Op deze manier werd het afbeelden van teksten ingezet in de omvorming van het kerkinterieur met de Reformatie. In 2000 maakte Regnerus Steensma een inventarisatie van tekstborden en tekstschilderingen aanwezig in Groninger kerken, met de aantekening dat het materiaal om een systematisch vervolgonderzoek vraagt.1 Hij beschreef in dit artikel


De Stichting

j a n ua r i 2 0 2 0

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

‘Het mooie én het maatschappelijke’ Patty Wageman nieuwe directeur SOGK

Mar tin Hilleng a

Groningen lijkt toch wel een constante te zijn in de loopbaan die Patty Wageman door het hele land voerde, zelfs over de hele wereld. Met ingang van 1 februari begint ze aan een nieuwe stap daarin, als directeur van de Stichting Oude Groninger Kerken. Wageman (Groningen, 1967) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en het Courtauld Institute of Art, een faculteit van de University of London. Beauty is in the eye of the beholder heette haar afstudeerscriptie. Achteraf beschouwd was dat een veelzeggende titel, breder dan het eigenlijke onderzoeksonderwerp, de contemporaine Engelse beeldhouwer Richard Deacon. Naast esthetische kwaliteit en inhoud zijn vooral relevantie en publieksbereik

van kunst en cultuur gelijke grootheden in Wagemans visie en werk gebleken, kortom beauty én beholder.

Geen natuurlijk gegeven ‘Muziek was een natuurlijk gegeven in mijn jeugd, beeldende kunst niet. Mijn allereerste tentoonstelling zag ik pas toen ik op mijn zestiende in Parijs was met een vriendin. In het Grand Palais, iets met impressionistische schilders. Daarvan

Foto's Jelte Oosterhuis.


was ik onder de indruk. Maar misschien was ik dat nóg wel meer van de lange rijen voor de ingang. Dat kunst zoveel mensen kon trekken, wist ik niet.’ ‘Eigenlijk heb ik altijd in museumland gewerkt, wel in steeds andere rollen’, aldus Wageman. ‘Bij ICA in Amsterdam, het Haags Gemeentemuseum en als curator van de KLM Kunstcollectie. Daarna was ik tussentijds even redacteur bij NAi-­ uitgevers in Rotterdam, maar de nadruk lag daar toch vooral op de productiekant. Ik miste de veelheid aan contacten, vooral met kunstenaars, die horen bij het maken van tentoonstellingen.’

Grenzen opzoeken Het gemis voerde Wageman weer terug naar het Noorden. In 2001 werd ze conservator/producent bij het Groninger Museum. ‘Ilja Repin. Het geheim van Rusland’ was daar de eerste grote expositie. Daarna volgden onder meer ‘Fatale vrouwen’, ‘Het Russische landschap’ en ‘Russische Sprookjes’. Binnen de organisatie werd ze zakelijk directeur, later ook interim-directeur tijdens het verblijf van Kees van Twist in New York. Na een intermezzo in Rotterdam – als zakelijk leider/plaatsvervangend directeur van Museum Boijmans Van Beuningen in de havenstad – diende zich in 2014 de kans aan leiding te geven aan Museum De Buitenplaats in Eelde. ‘Met een huis in Pieterburen wel zo aangenaam.’ ‘Museum De Buitenplaats was een uitdaging. Een klein museum, maar wel heel breed, met gebouw, tuinen én tentoonstellingen.’ Wageman zocht de grenzen op vanuit de oorsprong van het museum, de figuratieve kunst. Het resulteerde onder meer in een programma met vier exposities per jaar die aansluiten op de seizoenen in de tuin. Daarvoor wordt samengewerkt met regionale, nationale en buitenlandse kunstinstellingen. Naast die verbreding was er ook volop ruimte voor verdieping, door onderzoek of aandacht voor de praktijk van het kunstenaarschap.

Betekenis De overstap van een museale omgeving naar de Stichting Oude Groninger Kerken ervaart ze dan ook niet als een abrupte overgang. ‘Zonder kunst en cultureel erfgoed heb je een erg saaie samenleving. Het mooie en het maatschappelijke liggen in elkaars verlengde. De opgave is hoe je vanuit de cultuursector kunt meepraten over actuele thema’s en problematiek die spelen in de maatschappij? Daar gaat het in deze stichting om: het samenbrengen van kunst, erfgoed en maatschappij.’ ‘De manier waarop je dat doet, of je werkt vanuit een museum of een monumentenorganisatie als de SOGK, verschilt wel. Bij musea staat vaak het “zenden” centraal, bij kerken staan behoud en beheer nu eenmaal voorop. Daarnaast gaat het óók om het geven van betekenis. In krimpgebieden vervullen kerken bijvoorbeeld een belangrijke sociale rol. Ze zorgen voor sociale samenhang. Dat was vroeger al zo en is nu niet veel anders ondanks de functieverandering. Kerken zijn als kunsthistorische monumenten niet alleen bepalend voor het beeld van de provincie Groningen, maar zijn ook van fundamenteel belang voor de leefbaarheid.’


Nie u w s

De kerk van Grijpskerk. Foto Duncan Wijting.

Overdracht kerk Grijpskerk

Grafzerk op het kerkhof van Den Ham. Foto Albert-Erik de Winter.

Nieuw fonds voor funerair erfgoed Na het fonds ‘Perzik van Onsterfelijkheid’ voor het behoud van schrijversgraven is er sinds kort een tweede fonds in Nederland voor het behoud van belangrijke historische kerkhoven en de grafcultuur, en wel in de provincie Groningen. Dit nieuwe fonds is opgericht door H.C. Veerkamp onder de naam ‘Funerair Fonds Hugo C. Veerkamp’. Het is onder­ gebracht bij de Stichting Oude Groninger Kerken. De heer Veerkamp is zeer onder de indruk geraakt van de kwaliteit van het werk van de SOGK, de visie op het beheer en de inzet van vrijwilligers bij de instandhouding van haar bijna zestig historische kerkhoven. De Stichting ontving hiervoor een aantal jaren geleden de Gouden Terebinth van de landelijke stichting op het gebied van de funeraire cultuur. Met dit nieuwe fonds wil de heer Veerkamp projecten van de Stichting mogelijk maken, waarbij ook aandacht is voor onderzoek en het uitgeven van bijzondere publicaties. Het startkapitaal is ¤ 50.000, waarmee gerefereerd wordt aan het 50-jarig bestaan van de SOGK in 2019. Bij de SOGK kan een gever van minimaal ¤ 45.000 een fonds op naam oprichten. Bij een dergelijk fonds door schenking van vermogen kunnen afspraken worden gemaakt over het vruchtgebruik. De naam en het doel van het fonds zijn zelf te bepalen. De Stichting zorgt voor het beheer van de gelden en geeft een heldere jaarlijkse rapportage. De SOGK kent o.a. de volgende fondsen op naam: M.V.A. Dierckxfonds, Thesingefonds, Herstel­ fonds getroffen kerken, Swarts-Jansema Fonds, Hoeksema Du Pui Fonds en Unico Ripperda Fonds.

Op 8 november droeg de Protestantse Gemeente Grijpskerk en omstreken de kerk, kerkhof en de bijbehorende gebouwen over aan de SOGK. De overdracht is het sluitstuk van een in 2012 begonnen fusietraject tussen de hervormde gemeente van Grijpskerk e.o. met de gereformeerde kerken van Grijpskerk en Pieterzijl. In 2017 volgde een samengaan met de gereformeerde kerken van Niezijl en Kommerzijl. Afgelopen jaar is na veel overleg besloten om als kerkelijke gemeente verder te gaan met het – voormalige gereformeerde – kerkgebouw aan de Nicolaas Grijpstraat. De kerk is vermoedelijk rond het jaar 1500 gesticht door Nicolaas Grijp. In 1582, in het strijdgewoel van de Tachtig­ jarige Oorlog, werd het kerkje verwoest door plunderende benden. Tussen 1607 en 1614 werd het gebouw op dezelfde plek weer opgetrokken onder leiding van de jonker Everhardt van Asschendorp, zoals blijkt uit de gevelsteen boven de westelijke ingang. Op de toren prijkt als windvaan een gou­ den vleugelloze griffioen of grijpvogel. Het kerkhof om de kerk was oorspronkelijk omgeven door een gracht. Omdat er rond 1845 door het dorp een straatweg naar Friesland aangelegd werd, moest de gracht gedempt worden om ruimte te maken voor het verkeer. In 1832 bouwden de orgelmakers L.J. en J. van Dam voor deze kerk een orgel met twee klavieren; Petrus van Oeckelen verrichtte hieraan in 1868 aanpassingen. De Protestantse Gemeente van Grijpskerk zal het kerk­ gebouw de komende jaren zo’n vijftien tot twintig maal per jaar blijven gebruiken voor kerkdiensten. Daarnaast zal het gebouw naar verwachting onderdak bieden aan rouwen trouwdiensten en overige activiteiten. Hiervoor zal een nieuwe plaatselijke commissie in het vervolg verantwoordelijk zijn.

Petrus en Pauluskerk naar SOGK Op 15 november droeg de Hervormde wijkgemeente Maarland de Petrus en Pauluskerk in Loppersum over aan SOGK. De Petrus en Pauluskerk is een imposante kruiskerk met vijfzijdig koor en daarmee een opmerkelijk bouwwerk voor


Nie u w s ( v e r vol g)

Het Lopster orgel, in oorsprong daterend uit 1562. Foto Duncan Wijting

een relatief klein dorp als Loppersum. Het zal te maken hebben gehad met het gegeven dat de kerk tot aan de Reformatie decanaatskerk is geweest. Binnen in de kerk vragen de vele gewelfschilderingen de aandacht: de gewelven van het koor en de Mariakapel zijn gedecoreerd met kleurige schil­­deringen, aangebracht rond het jaar 1500. In het koor zijn afbeeldingen te zien van kerkheiligen en verhalen uit het Nieuwe Testament, in de Mariakapel zijn acht scènes afgebeeld uit het leven van Maria. Tot het interieur behoort verder een waardevol orgel, blijkens een opschrift op de orgelkast gemaakt in 1562 door Andreas de Mare. In 1665 is het gerestaureerd, waarschijnlijk door Hendrick Huisz. In 1735 verbouwde Hinsz het hoofdwerk en in 1803 maakte Freytag een nieuw rugwerk. In 2019 is het orgel gerestaureerd door Bakker & Timmenga waarbij een twintigste-eeuwse wijziging ongedaan is gemaakt. Ook het uiterlijk is bij deze ingreep veranderd: het is geschilderd in een olijfgroene kleur en de orgelgalerij is verbreed. De Hervormde wijkgemeente Maarland huurt de kerk na de overdracht van de SOGK en blijft deze hoofdzakelijk gebruiken voor het houden van de zondagse diensten, terwijl er ook vaak orgel- en andere concerten worden gehouden. Met deze overdracht heeft de SOGK 93 kerken, twee synagogen, 57 kerkhoven/begraafplaatsen en negen (vrijstaande) torens in haar bezit. De Petrus en Pauluskerk van Loppersum. Foto Duncan Wijting.

E xcur s ie s

De topgevel van het Paushuize in Utrecht. Foto Patrick Müller.

Donateursontmoeting in Utrecht Op woensdag 22 januari 2020 ontmoeten wij donateurs ‘van buiten Groningen’ graag in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Dit is de laatste week van de expositie ‘North & South’ waarvoor vanuit het uiterste noorden en zuiden van Europa middeleeuwse kunstwerken van topkwaliteit naar Utrecht zijn gehaald. Medewerkers van de SOGK zijn dan aanwezig om kennis met u te maken; ook kunt u dan de hand drukken van Patty Wageman, de nieuwe directeur van de SOGK. Uiteraard gaan we de tentoonstelling bekijken en vooraf verzorgt gastconservator Justin Kroesen een inleiding. We ontvangen u graag om 10.30 uur in Museum Catha­rij­ne­ convent met een kopje koffie met iets erbij, waarna het programma start. De lunch (soep, broodjes en melk/jus) willen we graag om 13.15 uur samen met u gebruiken in Restaurant De Rechtbank, op loopafstand van het museum (deze kosten van ¤ 15,- zijn voor eigen rekening). Mocht u met ons mee willen lunchen, geeft u dit bij aanmelding dan aan ons door, dan kunnen we doorgeven op hoeveel personen gerekend kan worden. Uiteraard staat het u vrij elders in de stad te lunchen. Om 14.15 uur worden we verwacht in het Paushuize, achter de Dom, voor een rondleiding door dit stadspaleis. De his­ torie van Paushuize gaat ver terug. Het pand werd in de zestiende eeuw gekocht door de eerste en enige Nederlandse paus uit de geschiedenis, Adrianus VI (1459-1523). We sluiten deze dag om circa 15.30 uur af met een kopje thee/koffie en nemen dan weer afscheid van elkaar. Geeft u vooraf aan ons door wanneer u van de partij bent (evenals aanwezigheid bij de lunch), dan weten we met hoeveel mensen we rekening kunnen houden. U kunt ons dit laten weten via info@groningerkerken.nl of 050-3123569. Aan deze ontmoeting in Utrecht zijn geen kosten verbonden – u bent onze gast. Deze excursie is in principe bedoeld voor onze donateurs buiten Groningen maar mocht u als noorderling ook naar Utrecht willen komen, dan bent u natuurlijk ook van harte welkom! Heeft u een museumkaart? Neem deze dan alstublieft mee.


Voorjaarsexcursie De voorjaarsexcursie voert dit jaar door het noordwesten van de provincie Groningen. Bezocht worden de kerken van Oostum, Feerwerd, Zuurdijk en Niekerk (Het Hogeland). De bussen vertrekken op zaterdag 7 maart om 10.00 uur bij het Hoofdstation Groningen en worden daar rond 18.15 uur terugverwacht. In het excursieprogramma is een middagpauze opgenomen, met tijd voor een gezamenlijke lunch. De kosten voor deze excursie per bus bedragen ¤ 25,- voor donateurs en ¤ 32,- voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen, exclusief lunch). Voor deze excursie kunt u zich telefonisch of via e-mail aanmelden: 050-3123569 en info@groningerkerken.nl. Wanneer u de excursie op eigen gelegenheid maakt, dient u zich ook aan te melden. U krijgt dan een routebeschrijving thuisgestuurd met een nota en de kerkbeschrijvingen. De kosten hiervan bedragen ¤ 10,- voor niet-donateurs en ¤ 8,voor donateurs. De kerkbeschrijvingen zijn niet meer los te verkrijgen in de kerken.

De kerk van Nuis, middelpunt van de Paaswandeling. Foto B. Hofman, archief SOGK.

Paaswandeling Nuis Op tweede paasdag, maandag 13 april, organiseren we een begeleide wandeling rond onze kerk in Nuis in het Westerkwartier. De tocht start met een korte inleiding in de kerk. De middag wordt daar ook weer afgesloten met een kort (barok) concert. De kerk is open om 13.30 uur, aanvang programma 14.00 uur, terug in de kerk om uiterlijk 15.45 uur, voor een hapje/ drankje. Het concert begint om 16.15 uur en het programma is omstreeks 17.00 uur ten einde. De kosten voor de wandeling, inclusief het concert, bedragen ¤ 8,75 p.p. (kinderen tot en met 11 jaar ¤ 6). Donateurs van de SOGK betalen slechts ¤ 7, (kinderen ¤ 5). Het concert kan ook apart bezocht worden; de toegangsprijs bedraagt dan ¤ 6 (SOGK- donateurs ¤ 4,80). Heeft u zin gekregen met ons mee te wandelen? U kunt zich opgeven via info@groningerkerken.nl o.v.v. Paaswandeling 2020, of via 050 3123569.

Jaarprogramma Excursiecommissie 2020 • Voorjaarsexcursie: zaterdag 7 maart 2020 Oostum-Feerwerd-Zuurdijk-Niekerk (Het Hogeland) • Zomerdagtochten Oost-Friesland: zaterdag 4 juli en de woensdagen 8 juli, 15 juli, 22 juli en 29 juli Apen-Remels-Hollen en Vreschen-Bokel (informatie en aanmelden in het aprilnummer) • Winterexcursie 2020/2021: zaterdag 12 december 2020 en zaterdag 9 januari 2021 Warffum-Kantens-Stitswerd-Bedum (informatie en aanmelden in het oktobernummer)

De kerk van Oostum, een van de bestemmingen van de voorjaarsexcursie. Foto Duncan Wijting.


D e k e r k a l s p odium Ga naar www.terugnaarhetbegin.nl. Hulp nodig hij uw bestelling? De medewerkers van Stichting Oude Groninger Kerken helpen u graag. Bel naar 050-3123569 of mail info@ groningerkerken.nl

Maria Lichtmis Wintertocht

Optreden van Anneke van Giersbergen in de kerk van Godlinze tijdens Terug naar het begin, 2019. Foto Siese Veenstra.

Terug naar het begin – Voorverkoop donateurs Speciaal voor u als donateur én uw kinderen hebben we een mooie aanbieding. Voordat de reguliere kaartverkoop start voor het festival Terug naar het begin (dit jaar van 15-17 mei), krijgt u in de maand februari als eerste de gelegenheid tickets te bestellen. Deze voorverkoop combineren we met een exclusieve actie: u en uw kinderen profiteren van ¤ 10,korting op een passe-partout! Want wat is er nou leuker om samen met hen het festival te beleven? Neem ze mee, en ga op ontdekkingstocht door het Groninger wierdenlandschap. Verborgen in onze prachtige historische kerk­gebou­ wen beleeft u unieke optredens. Een onvergetelijk (familie) weekend, vol betoverende muziek, ontwapenende verhalen en spannende kunstprojecten. Een winterse wandeling naar Zeerijp op Maria Lichtmis. Foto archief SOGK.

Met Maria Lichtmis konden knechten en dienstmeiden vroeger van werkgever veranderen. Traditioneel werden die dag pannenkoeken gegeten. De Plaatselijke Commissies van de kerken in Eenum, Zeerijp, ’t Zandt en Leermens blazen deze traditie nieuw leven in en brengen op Maria Lichtmis een gevarieerd cultureel programma. Tussen de kerken is een 15 km lange wandel- en fietstocht uitgezet. Natuurlijk is er muziek en naast pannenkoeken zijn ook soep, koffie etc. verkrijgbaar. In elk van de kerken kan op zaterdag 1 februari vanaf 10.00 uur worden gestart, einde 16.30 uur. U ontvangt een gratis deelnemers- en route- annex stempelkaart. Hebt u alle vier stempels, dan ontvangt u in de laatst bezochte kerk een oorkonde. Deelname is gratis. Nieuw: een app van Storytrails met de route en veel informatie, o.a. audiotours. Downloaden kan via http://tiny.cc/c184fz.

De dochter van Meijer Op donderdag 13 februari (aanvang 20.00 uur) is in de Der Aa-kerk ‘De dochter van Meijer’ te zien van Pauline Broekema en The Amsterdam Consort. Een voorstelling waarbij verhaal en muziek elkaar versterken en voor een boeiend geheel zorgen. Meijer, de vader van de kleine Sara (1941) wordt met de eerste trein van Westerbork naar het oosten gevoerd. Sara en haar moeder Mies duiken onder. ‘De dochter van Meijer’ gaat over bezetting en bevrijding. Over angst, heimwee, rouw en ongelofelijke veerkracht. Over schoften, meelopers en stille helden, de mannen en vrouwen die hun leven riskeerden om er voor anderen te kunnen zijn.


Pauline Broekema was 34 jaar verslaggever bij het NOS Journaal. In januari 2019 nam zij afscheid. Daarnaast schreef ze verschillende boeken, waaronder Het uiterste der zee. Deze joodse familiegeschiedenis is voor Pauline inspiratie om in de huid van de moeder te kruipen. The Amsterdam Consort bestaat uit Jeannette Landré (fluit), Marieke Stordiau (fagot) Albert Adams (viool) en Mariken Zandvliet (piano) en speelt werken van Bruch, Glinka, Dvorak en Ravel.

op de tonen van Monteverdi’s muzikale testament het orgelpunt op de MonteverdiDag. Donateurs van de Stichting Oude Groninger Kerken en Vrienden Oude Muziek krijgen 20% korting op de toegangsprijzen. Er is ook een extra voordelig passe-partout voor de vier concerten beschikbaar. Meer informatie: https://oudemuziek.nl/seizoen/monteverdidag

MonteverdiDag

Op donderdag 26 maart organiseert de SOGK een lezing over de (verdwenen) katholieke schuilkerken in Groningen. Historica Anja Groeneveld-Smit besteedt hierin ruim aandacht aan een boeiende, en niet zo bekende periode uit de Groningse geschiedenis. Nadat in 1594 de stad Groningen door prins Maurits en Willem Lodewijk veroverd was, werd het protestantisme de enige toegestane religie. Alle katholieke gelden en goederen werden verbeurd verklaard en de kerken kwamen direct in gebruik voor de gereformeerde erediensten. Gedurende een periode van ongeveer twee eeuwen mochten katholieken hun geloof niet openlijk belijden. Zij moesten hun zielenheil zoeken in achteraf gelegen schuilkerken. Voldoende ingre­ diënten voor een interessante lezing! Datum: donderdag 26 maart 2020, aanvang 19.30 uur (zaal open 19.00 uur). Locatie: Remonstrantse kerk, Coehoornsingel 14 Groningen. De lezing is gratis voor donateurs, niet-donateurs betalen ¤ 2,50. Aanmelding via info@ groningerkerken.nl o.v.v. Lezing Schuilkerken in Groningen of 050-3123569.

Dit minifestival i.s.m. Festival Oude Muziek vindt voor het eerst plaats in Groningen. Op donderdagavond 20 februari wordt het festival om 19.00 uur in De Oosterpoort (Ronde Kamer) ingeluid met een lezing door Krijn Koetsveld, ar­ tistiek leider van Le Nuove Musiche. Op vrijdag 21 februari zijn er vier concerten op verschillende locaties in de stad Groningen. Behalve het bijwonen van de concerten in de Der Aa-kerk, Folkingestraat synagoge en remonstrantse kerk kunt u ook zelf gaan ervaren hoe het is om muziek van Monteverdi te zingen. Dat kan door deelname aan de Monteverdiscratch voor amateur-koorzangers onder leiding van de internationale topdirigent Giulio Prandi. Op het programma staan delen uit de zelden uitgevoerde ‘Messa a quattro voci da cappella’ (SV 190) en ‘Cantate Domino’ (SV 293). De voertaal is Engels. Het avondconcert van 20.00 uur in de Der Aa-kerk wordt ingeleid door een kort voorgesprek van 19.40 tot 19.50 uur. Marco Mencoboni en een uitgelezen vocaal-instrumentaal ensemble zetten met de reconstructie van een vesperdienst

Schuilkerken in Groningen

Het altaar in de Sint-Jozefkerk van Zuidhorn, afkomstig uit de Jezuïetenschuilkerk aan het Hoge der A in de stad Groningen. Foto Kris Roderburg, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


Voor u ge s ign a l e e r d Met ingang van dit nummer komt de bijdrage van de webwinkel te vervallen. Ook de bestelkaart van onze winkel zult u niet meer aantreffen. Uiteraard blijft het mogelijk om via www.groningerkerken.nl/winkel boeken e.d. te bestellen. Nieuw is Voor u gesignaleerd: nieuw verschenen uitgaven die alleszins de moeite waard zijn om onder de aandacht te brengen.

Het geheim van het Martini-orgel Zoals de stad Groningen het hart is van de Ommelanden eromheen, zo is de Martinikerk het hart van de stad. Geen Groninger zal niet opvrolijken bij het zien van d’Olle grieze, zoals de Martinitoren in het Noorden heet. Ook van het orgel weten zowel Stadjers als Ommelanders dat het iets bijzonders is. Dat dit besef bepaald niet van de laatste tijd is, blijkt uit dit boek: het in oorsprong vijftiende-eeuwse instrument is keer op keer door mannen van vaak internationale naam aan de inzichten van nieuwe tijden aangepast – de laatste keer in 1984 door Cor Edskes. Het Maakzel van Agricola beschrijft het orgel van binnen en van buiten, behandelt de geschiedenis ervan, beantwoordt

vragen en roept nieuwe op. Omdat orgels nooit op zichzelf staan, bevat het boek ook een hoofdstuk over het koororgel en een hoofdstuk over de kerk zelf. De titel Het Maakzel van Agricola is een citaat uit Charles Burney’s verslag van zijn in 1772 gemaakte reis door Noord-Europa, in de vertaling die Martini-organist Jacob Wilhelm Lustig in 1786 publiceerde. Burney looft het orgel, dat destijds al zijn huidige uiterlijk en samenstelling had, en zegt dan: ‘Het Maakzel van Agricola blijft gestadig nog het voortrekkelijkste.’ Een prikkelende opmerking: vond Burney de zeventiende-eeuwse pijpen van Arp Schnitger, die vandaag geldt als een van de beste orgelmakers ooit, werkelijk minder mooi klinken dan die uit Rudolf Agricola’s vijftiende eeuw? Het boek is verschenen in de serie Nederlandse Orgel­ monografieën, een reeks over belangwekkende orgels in Nederland. H. Fidom (red.), Het Maakzel van Agricola. De orgels van de Martinikerk te Groningen (Walburg Pers/Stichting Nederlandse Orgelmono­ grafieën/Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2019, ISBN 9789462492622, 416 p., ¤ 44,95 te bestellen via onder andere walburgpers.nl en libris.nl).


Een boek over het eigene van Groningen ‘Wie zich Nederlander wil voelen moet naar Groningen gaan’. Dat was de conclusie van Alfred Kossmann in 1965 nadat hij voor zijn rubriek ‘Toerist in eigen land’, in de krant Het Vrije Volk, een rondgang door Groningen had gedaan. Wat Gro­ningen anders maakte dan de rest van Nederland kon Kossmann moeilijk verwoorden, maar de eigenheid van de Groningers had hem getroffen. In dit boek is die eigenheid een belangrijk thema. Meer dan honderd gebundelde artikelen over typisch Groninger zaken die soms zelfs Groningers zullen laten denken ‘wat apart ja’ (wadapatja). De rijk geïllustreerde hoofdstukken geven voortreffelijk inzicht in hoe (regionale) cultuur func­ tioneert, hoe ze zich ontwikkelt en telkens weer vernieuwt. Ze worden voorafgegaan door een inleiding over immaterieel erfgoed en regionale identiteit. Van knipselbonen tot krentjebrij, van lampengeld en torentrots tot kloksmeer, van Groninger dracht tot de academische toga en van de blaarkop tot het babyhokje. Wadapatja is voor iedereen die zich interesseert voor immaterieel erfgoed, maar vooral voor Groningers is het boek een aanrader. Veel informatie, maar lekker bondig weergegeven. Martin Hillenga, Wadapatja. 101 Groninger tradities, gebruiken en (eigen)aardigheden (Wbooks, 2019, ISBN 9789462583450, 336 p., ¤ 24,95 verkrijgbaar bij de boekhandel en via wbooks.nl).

Unieke kunstschatten uit Noorwegen en Catalonië Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar in de hoge middeleeuwen zou een reiziger afkomstig uit Catalonië geen enkele moeite hebben gehad om de misviering in een plattelandskerk in Noorwegen bij te wonen en ook te begrijpen. Dat was mogelijk omdat er in de periode 1100-1350 in heel West-Europa een opvallende religieuze en culturele eenheid was. Wat je in Catalonië aantrof aan liturgie en aankleding van het altaar, was ook te vinden in het hoge Noorden van Europa. De altaardecoraties uit de twaalfde tot veertiende eeuw zijn echter zeer ongelijk verdeeld over het continent; alleen in het noorden en zuiden zijn deze vroege stukken nog uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven. Het vermoeden is echter dat ook in alle tussengelegen landen van West-Europa ver­ gelijkbare kunstvormen met bijbehorende beeldtaal hebben bestaan; er was immers geen directe verbinding tussen Noorwegen en Catalonië. Dit zeer rijk geïllustreerde boek, verschenen bij de tentoonstelling North & South in Museum Catharijneconvent, toont aan dat heel West-Europa in de middeleeuwen putte uit een gedeeld arsenaal van geloofsvoorstellingen en -overtuigingen, uitdrukkingsvormen en symbolen. Er was een gedeelde Europese beeldtaal in het gebied rondom de Noordzee door een groeiende eenwording van Europa, die hand in hand ging met de verspreiding van het christendom over het gehele continent. M. de Jong, J. Kroesen en M. Leeflang e.a. (red.), North & South. Middeleeuwse kunst uit Noorwegen en Catalonië 1100-1350 (WBooks i.s.m. Museum Catharijneconvent, 2019, ISBN 9789462583542, 190 p., ¤ 29,96 te bestellen via wbooks.nl en verkrijgbaar bij Museum Catharijneconvent).


We r k in ui t voe r ing Tjitske Zuiderbaan

Henk Boonstra. Foto’s Jelte Oosterhuis.

Littekens in steen

Henk Boonstra heeft het mooiste beroep ter wereld, vindt hij. Hij restaureert voegen in de kerken van de Stichting. Zoals in de kerk van Bedum. Naast slijtage behandelt hij daar ook scheuren ten gevolge van mijnbouwschade. ‘Als ik zo’n gebouw onder handen neem, moet het weer tig jaren meegaan. Het zijn toch de “olifanten in het landschap” om met de SOGK te spreken.’ Henk werkt met een team vaste medewerkers. ‘Jacob doet het voorwerk, schoonmaken en kapotte stenen verwijderen. Steve gaat dan inboeten, kapot metselwerk vervangen. Als dat droog is, doe ik de afwerking. De slijtage hier is gedeel­ telijk ontstaan door wind en regen, maar ook door “verbeteringen” in eerdere restauratieprojecten. Ik probeer het weer als vanouds te krijgen en een rustiger beeld te creëeren. Deze relatief jonge kerk is gebouwd met een keiharde klinker, die nu nog te koop is. Voor de oude kerken hebben we

stenen op voorraad. Als je water tegen deze harde klinkers gooit, spiegelt het. Bij bijvoorbeeld kloostermoppen zie je een donkere plek waar het water wordt opgezogen. Daar moet je de vochtigheidsgraad van je mortel op aanpassen.’

Gevoel voor kleur Henks vader had het bedrijf al. Hij deed vooral nieuwbouw, restaureren en renoveren kwamen er later bij. Voegwerk werd niet als vak gezien; timmerlui deden het erbij. Vader


had al vroeg door dat restauratiewerk Henk goed lag. ‘Ik had er gevoel voor. Vooral voor kleur.’ Zijn voegen niet gewoon grijs dan? ‘Neeee, de kleur wordt samengesteld met verschillende soorten zand en kalk. Vroeger werd het zand bij de kerk afgegraven, daar zitten lagen in van geel naar groen. Ter plekke maakte je de mortel. Soms ontdek je de kleur van het zand in een oude voeg. Dat vind ik een mooie puzzel. Er zijn goede kant en klare mortels te koop, ik maak ze liever zelf.’

Onzichtbaar voegen Het is Henks opdracht een kerk zo te restaureren dat het onzichtbaar is. Hoe heb je dan eer van je werk? ‘Ik heb meegemaakt dat omwonenden ons steeds om die kerk bezig zagen, maar niet konden ontdekken wat we hadden gedaan. Dat is het grootste compliment dat je kunt krijgen. Zelfs voegen met littekens maak ik er weer in. Elk stukje kleurverschil maak ik na. Na mijn vertrek moet het er hetzelfde uitzien als daarvoor. Dat is de sjeu van het werk, daar kan geen nieuwbouw tegenop.’

Van de stoot en de lint Naast de kleurvariatie van voegen zijn er ook verschillende sóórten voegen. ‘In Bedum hebben we een terugliggende voeg, diep tussen de klinkers. De stoot is de verticale voeg, de lint de horizontale lengtevoeg. Een gesneden voeg snijd je met de steen mee. Dan kan er een kronkel in het voegwerk zitten. Voor de knipvoeg maak je juist een strakke lijn bij de

steen langs. Door de sikkelvoeg trek je met een sikkel een streep. Dat deden ze op de zichtdelen van oude boerderijen. Daar kon je het geld aan aflezen. Grofheid in de voeg breng je aan met een borstel in de verse voeg. In de ton blijft mortel vier à vijf uur goed, in contact met de steen droogt het snel. Met deze harde klinker duurt dat langer. Als het te warm weer is moet je de voegen weer nat maken. Is het te nat, dan druk je hem er zo weer uit. Soms steekt een voeg te veel af, dan kleur ik hem achteraf bij met pigment. Wij herstellen de Groninger kerken met passie en respect.’ Zelf is Henk een echte Drent. ‘Ik probeer Groningen een stukje mooier te maken en dan reis ik snel weer af naar Drenthe...’


E duc at ie

Me di at he e k

De Schoolkerk De afgelopen jaren is veel werk verzet om de herbestemming van het kerkelijk complex in Garmerwolde te realiseren. Om het functioneren van deze unieke plek onder woorden te brengen presenteert de stichting het nieuwe concept: de Schoolkerk. De Schoolkerk wordt het brandpunt van het educatieve werk van de Stichting, met een website (www.schoolkerk.nl), programma’s voor verschillende klassen en lesmateriaal. Het aanbod van de Schoolkerk zal in de komende jaren uitbreiden met verschillende educatieve activiteiten in de breedste zin van het woord, voor kinderen én volwassenen. We gaan van start met de gloednieuwe tentoonstelling Feest! In Oost en West. Bezoekers (van alle leeftijden) gaan op ontdekkingstocht op de spannende trap in de middeleeuwse toren. Acht feesten komen tot leven; vier uit de traditie van het christendom, en vier uit de islam. Verschillen en overeenkomsten worden zichtbaar. Door te kijken, te ervaren en te doen, wordt spelenderwijs duidelijk waar deze feesten over gaan. Bovenin de toren is een uitkijkpunt over het weidse Groninger land gecreëerd. Het nieuwe ontvangstgebouw biedt een warm welkom als horecalocatie, waardoor de Schoolkerk straks ook een plek is om even langs te fietsen voor een kopje koffie. Op het kerkhof is bovendien het in de negentiende eeuw gesloopte schip van de kerk weer zichtbaar gemaakt. Geschiedenis, toekomst, cultuur en levensbeschouwing staan centraal in de Schoolkerk. De laatromaanse kerk met de vijftiende-eeuwse gewelfschilderingen, het kerkhof met het verdwenen schip en de toren met de spectaculaire nieuwe trap vormen een rijke leeromgeving, met volop ruimte voor reflectie en dialoog. Hoe was het vroeger, hoe is het nu? Hoe kijken we vandaag naar het leven en naar elkaar? Wat is belangrijk voor jezelf en wat voor een ander? Hoe geven we samen de toekomst vorm? Vanaf maart is de Schoolkerk open voor publiek en kunt u de permanente tentoonstelling Feest! In Oost en West komen bewonderen.

Kerk en toren in Garmerwolde. Foto Ronny Benjamins.

Op de homepage van de website van de Stichting Oude Groninger Kerken vindt u de knop Kennisbank: www.groningerkerken.nl/kennisbank. Hier is een schat aan informatie te vinden over onze kerken, over orgels en grafzerken die in en om de kerk liggen of staan. Maar ook de verhalen van Groninger kerken kunt u hier lezen, of het wel en – vooral ook – wee van heiligen die op de een of andere wijze aan onze kerken verbonden zijn. Als u bovenaan begint in de kennisbank en kerken aan­ klikt, dan zult u al snel merken dat het om een beknopt stukje informatie gaat en dat u verwezen wordt naar de kerkensite van de kerk in kwestie, bijvoorbeeld zie verder: kerkgarnwerd.nl. Het is op deze eigen kerkensite dat u werkelijk alle informatie over de betreffende kerk vindt. Alle kerken van de Stichting Oude Groninger Kerken hebben hun eigen site waarop de mensen die betrokken zijn bij de kerk hun eigen informatie kwijt kunnen over bijvoorbeeld exposities of concerten enzovoort. Voor het overige zien de kerkensites er hetzelfde uit. Wat er precies staat, kan hier uitvoerig worden beschreven maar het is veel leuker om zelf eens te gaan kijken. Het mooie is dat de meeste digitale infor­ matie op twee plekken te vinden is: zo staan alle grafzerken beschreven in het digitale register op grafzerken, maar ook weer per kerk in de kerkensite. Hetzelfde geldt voor de orgels, heiligen en historische personen. De mediatheek is ook onderdeel van de kennisbank. Deze knop leidt naar de online catalogus waarin de collectie ge­ registreerd is. Ook hier doet de digitale wereld zijn intrede. Niet alleen de catalogus is online, maar ook een toenemend aantal papieren documenten, zijn intussen gescand en digitaal beschikbaar. En mocht u op een item stuiten wat gekenmerkt wordt als digitale publicatie, dan dekt dit helemaal de lading: deze publicatie is er alleen digitaal, een papieren versie zult u niet meer aantreffen in de mediatheek.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


vooral bewaard gebleven tiengebodenborden, en noemde daarnaast nog een aantal ‘losse teksten’. In dit artikel doe ik verslag van het verder in kaart brengen en interpreteren van deze inscripties, die soms gelaagder zijn dan op het eerste gezicht lijkt.

Afwijzing van het katholieke verleden Twee Bijbelverzen staan te lezen op de eenvoudige houten zeventiende-eeuwse hekken van de zijkapellen in de Nicolaïkerk in Appingedam (afb. 1). Op het kapelhek aan de noord­ zijde is de tekst van Johannes 3 vers 16 geschilderd, in gouden hoofdletters tegen een helderblauwe achtergrond: ‘ALSO HEFT GODT DE WARLT GELEVET DAT HE SINEN ENIGEN SOENE GAF VP DAT ALLE DE AN HEM GELOVEN NIET VERLOREN WERDEN SONDER DAT EWIGE LEVENT HEBB’. Aan de zuidzijde staat op dezelfde manier geschreven: ‘IS GODT MET VNS WEL KAN DAN TEGEN VNS SIN DE OCK SINES EGEN SOENS NIET HEEFT VORSCHONET SVNDER HEEFT HEN VOR VNS ALLE HENGEVEN’ (Rom.8: 31b-32a) (afb. 2). De teksten zijn opgesteld in het Nederduits, de lokale volkstaal van destijds. Dat is vrijwel altijd het geval bij teksten uit deze periode in kerken in het noordoosten van Nederland. De Statenvertaling van 1637 is hier niet geciteerd, maar een oudere Bijbelvertaling in de volkstaal moet zijn geraadpleegd. In beide verzen

wordt de rechtvaardiging door het geloof in Christus sterk benadrukt. Een exacte datering van deze inscripties is onbekend, maar de opmaak en spelling van de teksten doen vermoeden dat ze uit de eerste helft van de zeventiende eeuw stammen. De lading van deze teksten in de tijd waarin ze werden aangebracht wordt duidelijker door te kijken naar de precieze plaats in de kerk waar ze geschreven staan. Rond 1500 werd de zuiderkapel aan de kerk gebouwd en in het eerste kwart van de zestiende eeuw volgde de noorder­ kapel.2 Delen van de vroeg zestiende-eeuwse zandstenen afscheidingen met gotische motieven zijn nu nog te zien, met daarbovenop de zeventiende-eeuwse houten kapelhekken. Voor de Reformatie was de noordelijke kapel waarschijnlijk aan Maria gewijd. Met het aanbrengen van deze uitgesproken evangelische verzen, zetten de gereformeerden zich af tegen het voormalige katholieke gebruik van de kerk, waaronder de Mariadevotie. Heiligen vragen om voorspraak te doen was bij uitstek een gebruik dat de hervormers aanmerkten als ‘paapse superstitie’ ofwel misleidend bijgeloof. Met deze teksten werd de katholieke devotie die aan deze ruimtes verbonden was geweest nadrukkelijk afgewezen. De reformatorische boodschap aan de kerkganger was dat alleen het geloof in Christus het eeuwige leven kon brengen.

1 Regnerus Steensma, ’Protestantse tekstschilderingen in Groninger kerken’, Groninger kerken 17 (2000) 36-47. Zie ook: Regnerus Steensma, ‘Teksten op borden en muren’, in: Protestantse kerken. Hun pracht en kracht (Gorredijk 2013) 163-216. 2 Ronald Stenvert, Chris Kolman, Ben Olde Meierink, Sabine Broekhoven en Redmer Alma, Monumenten in Nederland. Groningen (Zeist / Zwolle 1998) 65-66.

2 Met gouden letters staat een vers uit Romeinen afgebeeld op het hek van de zuiderkapel in Appingedam. Foto archief Regnerus Steensma.

13


3 Een rijk gedecoreerde tekstschildering in de Akerk in Groningen. Foto archief Regnerus Steensma.

14

4 De in 1912 gefotografeerde en inmiddels verdwenen tekstschildering op de oostwand van het zuidertransept in de Martinikerk in Groningen. Foto: P.B. Kramer, collectie Groninger Archieven (1785_17128).

Evangelische teksten Teksten met een soortgelijk uitgesproken evangelisch karakter komen meer voor. Boven het zuiderportaal in het transept van de Akerk staat te lezen: ‘dat is het eewige leven dat se dy, dat dv allene warachtig godt bist, ende den dv gesendt hefst, iesvm christvm kennen’. (Joh.17:3) (afb. 3). Deze tekst wijst ook op Christus als enige weg tot het eeuwige leven. Mogelijk heeft in de bovenrand van de decora­tieve cartouche een datering gestaan, maar die is niet meer te ontcijferen. De omlijsting met zogeheten rolwerk in de stijl van Hans Vredeman de Vries en de spelling van de tekst wijzen op een oorsprong in de vroege zeventiende eeuw.3 In de tijd dat deze tekst werd aangebracht was het katholieke verleden nog een relatief recent verleden. Niet alle sporen van dat verleden waren volledig uitgewist. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk dat er bij het aanbrengen van deze tekst nog voorreformatorische voorstellingen op de gewelven zichtbaar waren. 4 De calvinistische verwijdering van laatmiddeleeuwse objecten en beelden was weliswaar grondig, maar het was vaak ook een langdurig proces. Zo is uit archiefonderzoek 3 Steensma, ‘Protestantse tekstschilderingen’, 43. 4 Kees van der Ploeg, ‘Schilderingen in Groninger kerken tijdens en na de Hervorming’, in: Rolf-Jürgen Grote en Kees van der Ploeg (red.), Muurschilderkunst in Nedersaksen, Bremen en Groningen. Vensters op het verleden. Opstellen (Groningen / München 2001) 222-227, hier 223-224.


gebleken dat in de Akerk nog tot 1640 een lichtkroon met een Mariabeeld aanwezig was.5 In de kerk waar de herinnering aan het oude geloof nog in enige mate leefde, werden kerkgangers bij het verlaten van de kerk nog eens gewezen op de evangelische boodschap. De decoratieve en kleurrijke omlijsting van de tekst zal geholpen hebben de aandacht van de beschouwer te trekken. De rijkversierde inscriptie spreekt ook het idee tegen van het protestantse kerkinterieur als een serene, gewitte ruimte waar het Woord het beeld volledig had verdrongen.

Sporen De versiering van kerkinterieurs met teksten moet in de late zestiende en zeventiende eeuw rijker en uitgebreider zijn geweest dan vandaag nog te zien is. Slechts een deel van de aangebrachte teksten is bewaard gebleven. Soms wijzen sporen nog op dat wat verdwenen is. Boven de zuidelijke opening naar de kooromgang in het schip van de Akerk zijn resten van een inscriptie en een cartouche te zien. In de Groninger Martinikerk is één tekstschildering van na de Refor­ matie bewaard gebleven en gerestaureerd. Een decoratieve cartouche van rolwerk, vergelijkbaar met de cartouche rondom de geschilderde tekst in de Akerk, omlijst de inscriptie boven het zuiderportaal in de kooromgang. De tekst wijst op de functie van het koor als de plaats voor de huwelijks­ voltrekking. Het Bijbelvers geeft een vrome interpretatie van het huwelijk en luidt, in een hedendaagse vertaling: ‘zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal je God zich over jou verheugen’ (Jes. 62:5).6 Een foto uit 1912 toont de inmiddels volledig verdwenen tekstschildering aan de oostwand van de zuidelijke transeptarm (afb. 4). De geschilderde omlijsting bestaat uit decoratief rolwerk, net zoals de car­ touche rondom de huwelijkstekst. Aan de noordzijde van de opening naar het koor zijn nu nog resten van een tekst te zien, naast restanten van voorreformatorische figuratieve schilderingen. Dat laat zien dat teksten beeldende voorstellingen, die met de Reformatie omstreden waren geworden, vervingen of camoufleerden. Omdat er heel weinig of niets van deze tekstschilderingen bewaard is gebleven, is niet meer te ontcijferen wat er precies gestaan heeft. 7

‘min hvs is ein bedehvs’ Vergeleken met de tekstschilderingen in de Akerk en de Martinikerk is de inscriptie in Holwierde klein en sober uitgevoerd. In een nis in de oostwand van het zuidertransept, die oorspronkelijk de achtergrond vormde voor een zijaltaar, staat te lezen: ‘min hvs is ein bedehvs’ (afb. 5). Dat kan in

15

5 ‘MIN HVS IS EIN BEDEHVS’, afgebeeld in een zijaltaarnis in Holwierde. Foto auteur.

hedendaags Nederlands vertaald worden als: ‘Mijn huis is een huis van gebed’. Ik vermoed dat ook deze inscriptie uit de vroege zeventiende eeuw stamt. De opmaak en de Neder­ duitse taalvariant wijzen daarop. De tekst verwijst naar het verhaal van de Tempelreiniging, dat voorkomt in alle vier de Evangeliën (afb. 7).8 Christus joeg woedend de handelaren uit de tempel, omdat ze alleen maar uit waren op het maken van winst. Hij zei daarbij: ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn’. Calvijn refereert eveneens aan dit Bijbelverhaal, wanneer hij de leer en de gebruiken van de katholieke mis bekritiseert: ‘Ik ga nu niet in op de misbruiken die zo lomp zijn dat ze het vermelden niet waard zijn, zoals het aan elke heilige zijn eigen mis toekennen en het opdragen van wat wordt gezegd

5 J. Voorintholt, H.G. de Olde, ‘Kleur en afbeelding in de Der Aa-kerk’, Groninger kerken 2 (1985) 84-90, hier p.90. Vgl.: Regnerus Steensma, ‘Eenige naegelaeten gedenckwaardige overblijfselen. Herinneringen aan de Katholieke eredienst in de Ommelanden’, Publicatiemap Stichting Oude Groninger Kerken 18 (1977) 151-167. 6 Jesaja 62:5, Nieuwe Bijbelvertaling. 7 Steensma, ‘Protestantse tekstschilderingen’, 43-44. 8 Marcus 11:15-17, Johannes 2:13-17, Matteüs 21:12-13, Lucas 19:45-46. In dit verhaal verwijst Christus terug naar Jesaja 56:7.


16 7 De tempelreiniging was ook een populair onderwerp voor prenten in de zestiende en zeventiende eeuw. Rembrandt van Rijn, Christus verjaagt de geldwisselaars uit de Tempel, ets, 1635. Collectie Rijksmuseum Amsterdam. 6 Op de achterkant van het doksaal in Holwierde is in de tijd van de Reformatie Johannes 3:16 geschilderd. Foto auteur.


8 In Ezinge staat een psalmvers op de oostwand over het verlangen het Huis des Heren te bezoeken. Foto P. van Galen, collectie Rijksdienst

17

voor het Cultureel Erfgoed.

tijdens de maaltijd van de Heer aan de heilige Willem of de heilige Walter of dat er een ordinaire marktplaats van wordt gemaakt om te kopen en te verkopen, en meer van zulke schandalen (…).’9 De inscriptie suggereert een parallel tussen de Bijbelse Tempelreiniging en de protestantse omgang met het katholieke kerkinterieur. De hervormers eigenden zich de uitspraak van Christus uit het verhaal van de Tempelreiniging toe, om daarmee de hervorming van de katholieke leer en rituelen en de kerkinrichting die daarbij hoorde te duiden en te legitimeren. Eerst werd de kerkruimte, in protestantse termen, ‘gezuiverd’ of ‘gereinigd’ van alles wat deed denken aan het katholieke verleden. Zoals Christus de tafels van de handelaren omvergooide, zo braken de beeldenstormers de heiligenbeelden in de kerk. Na die episode van het breken of verwijderen van veel van de katholieke inrichting werd zo’n tekst aangebracht. De plaats van de inscriptie is ook hier veelzeggend. In zo’n nis stond voor de Reformatie vaak een altaarstuk of heiligenbeeld dat fungeerde als achtergrond voor een op het zijaltaar gevierde mis.10 Een zijaltaar was bij uitstek een symbool van de ‘misbruiken’ in de kerk, zoals blijkt uit de woorden van

Calvijn. Juist daar werd met een geschilderde tekst het contrast met de ‘afgoderij’ van het nog recente katholieke ver­ leden benadrukt. ‘MIN HVS IS EIN BEDEHVS’ wil hier zoveel zeggen als: in dit godshuis vindt voortaan de ware godsdienst plaats. De protestantse geloofsleer werd in Holwierde nog eens benadrukt door middel van een evangelisch Bijbelvers. Op de achterkant van het doksaal staat Johannes 3:16 te lezen (afb. 6). Dat is hetzelfde vers als op het kapelhek aan de noordzijde in Appingedam geschilderd was. De inscriptie in gotische letters is niet opgesteld in het Nederduits, maar volgt bijna helemaal de Statenvertaling van 1637. Het is daarom goed mogelijk dat deze tekst in de tweede helft van de zeventiende eeuw is aangebracht.

Huis des Heeren In meer kerken werd de kerkruimte door middel van een Bijbel­vers gemarkeerd als gereformeerde kerk. Tegelijkertijd kunnen de teksten gelezen worden als een oproep aan de bezoekers van de kerk om vroom te zijn en de kerkgang niet te verzuimen. In Ezinge is bijvoorbeeld een tekstschildering met Psalm 27 vers 4 aangebracht in de halfronde apsis (afb. 8). Dit vers spreekt van het verlangen de ‘schone godsdienst

9 Johannes Calvijn, vertaald door Herman Speelman en met een woord vooraf door Paul van Geest, Eén met Christus. Een klein traktaat over het Heilig Avondmaal (Kampen 2014) 84-85. 10 Regnerus Steensma, ‘Verdwenen zijaltaren in Groninger kerken – I De dorpskerken’, Groninger kerken 23 (2006) 33-40.


18 9 De tekstschildering op de zuidwand in de kerk van Eenum. Foto auteur.

des Heren en zijn huis te bezoeken’. De muurschildering is groter dan die in Holwierde, maar ook vrij sober en eenvoudig uitgevoerd. De tekst luidt: ‘eenerley bidde ick van dheren dat had ick gaerne dat ick im hvse des heren bliven moegde myn leven lanc tho schovwe de scoene godtsdienste des heren vnde syn hvvs besoecken psalm 27 x 4’.11 Ook in Eenum legt een tekstschildering de nadruk op het belang van het Woord horen in de kerk (afb. 9). Er staat geschreven: ‘salich sint si die hier vergaren die godes woort horen en dat bewaren’, naar Lucas 11:28. De tekstcartouche op de zuidwand lijkt met moeite ingepast te zijn tussen twee vensters. Dat verklaart waarschijnlijk meteen de keuze voor de ovale vorm van de cartouche, die elders weinig voorkomt. De tekstschildering maakt deel uit van een groter geheel van decoratieve wandschilderingen, waarvan het rolwerk en de classicistische motieven typerend zijn voor de late zestiende en vroege zeventiende eeuw. Een opdrachtgever en een precieze datering zijn onbekend. Kunsthistoricus

Kees van der Ploeg oppert de mogelijkheid dat ze zijn aangebracht in 1639, ter gelegenheid van de vererving van de heerlijke rechten in Eenum van de familie Ubbena op de familie Clant. De tekens in het geschilderde tempeltje op de noordwand zouden deel van een datering geweest kunnen zijn, maar zijn nu onvoldoende te ontcijferen.12 De relatief grote en rijk uitgevoerde tekstschildering kan ook opgevat worden als een zelfbewust onderstrepen van het protestantse karakter van de kerk en de godsdienst die er plaatsvond. ‘Zalig zijn zij die hier vergaderen en Gods woord horen’ is impliciet ook het feliciteren van de aanwezige gemeente zelf, en kan begrepen worden als ‘zalig zijn wij, die hier vergaderen en Gods Woord horen.’

Voortgezette traditie Het aanbrengen van Bijbelverzen die gaan over de kerk als het huis des Heren en de kerkganger oproepen tot de kerkgang en tot vroomheid kwam ook in de late zeventiende en achttiende eeuw nog voor. In vorm en inhoud werd terug­

11 Steensma, ‘Protestantse tekstschilderingen’, 43; E.A. Hoving, ’t Olle hek (Groningen 1972) 12. 12 Van der Ploeg, ‘Schilderingen in Groninger kerken’, 227; dezelfde, ‘Eenum’, in: Rolf-Jürgen Grote en Kees van der Ploeg (red.), Muurschilderkunst in Nedersaksen, Bremen en Groningen. Vensters op het verleden. Catalogus (Groningen / München 2001) 59 (cat.nr.78). 13 Kees van der Ploeg, ‘Harkstede: Een kerk als gedenkteken’, Groninger kerken 33 (2016) 81-90.


gegrepen op de voorbeelden die rond 1600 werden gemaakt. In het koor van de kerk van Harkstede hangen twee houten borden, waarop met goudkleurige blokletters psalmverzen staan geschreven (afb. 10). Op één van de borden staat Psalm 27: 4 geschreven: ‘een dingh heb ick van den heere begeert, dat sal ick soecken: dat ick alle de dagen myns levens mochte woonen in’t huys des heeren om de lieflikheyt des heeren te aenschouwen ende te ondersoeken in synen tempel. psalm xxvii’. Dit is dezelfde tekst als de oudere tekstschildering op de koorwand in Ezinge. Op het tweede bord in Harkstede staat Psalm 43:3-4 te lezen: ‘sendt u licht, ende uwe waerheyt, dat die my leyden: datse my brengen tot den berg uwer heyligheit ende tot uwe wooningen: ende dat ick inga tot godts altaer. tot de godt des blydschaps myner verheuginge ende u met de harpe love, o godt. myn godt: psalm xliii vers iii en iv’. Gods ‘Wooningen’ die in deze verzen voorkomen, verwijzen in de context van het kerkinterieur zowel op het kerk­ gebouw zelf als op het hiernamaals. Zo wijst deze passage tegelijkertijd op het belang van de kerkgang én op het geloof als de weg naar het eeuwige leven. Deze tekstborden zijn op zijn vroegst tussen 1692 en 1700 in de kerk geplaatst. Het echtpaar Piccardt liet de kerk in deze periode herbouwen. Het gaat in dit geval dan ook niet om een middeleeuwse kerk, hoewel in het ontwerp sterk op de middeleeuwen is terug­ gegrepen.13

Conclusie Het in beeld brengen van het Woord werd na de Reformatie een passende manier om de kerk te decoreren. Het schilderen van teksten op muren en kolommen, borden en interieurstukken was een vorm van protestantse beeldcultuur. Bij het bestuderen van de ‘losse teksten’ in Groninger kerken, zoals Steensma ze aanduidde, is me opgevallen dat ze een thematische samenhang vertonen. In meerdere kerken zijn Bijbelverzen gekozen die de protestantse geloofsleer benadrukken: alleen door het geloof in Christus is er verlossing en eeuwig leven. In een aantal kerken werd door middel van een inscriptie de kerk zichtbaar aangemerkt als het ‘huis des Heeren’. De bezoekers van de kerk werden erop gewezen dat ze zich in een gereformeerde kerk bevonden, waar de ‘ware’ gereformeerde godsdienst werd gepredikt. Op die manier werd een contrast gecreëerd met de devotionele praktijk en de kerkinrichting uit de tijd van het oude, katholieke geloof. De meeste van de hier besproken teksten dateren uit de late zestiende en vroege zeventiende eeuw. In die periode was het katholieke verleden nog een relatief recent verleden. De teksten speelden een rol in de hervorming van het kerk­ gebouw. Teksten markeerden de kerk nadrukkelijk als een calvinistisch huis van gebed, waar de ‘afgoderij’ en de materiële uitingen daarvan omvergeworpen waren. 19

Jacolien Wubs MA (j.wubs@rug.nl) is kunsthistoricus en werkt aan de Rijksuniversiteit Groningen aan een promotieonderzoek over de functie van tekstborden en tekstschilderingen in de protestantse hervorming van het kerkinterieur in de late zestiende en zeventiende eeuw.

10 Eén van de twee tekstborden in de kerk van Harkstede. Foto archief Regnerus Steensma.


20

Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5

De Schilder, de beste vriend van je huis

9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

handmatige belettering in natuursteen advies bij en uitvoering van eigen ontwerp en ideeën restauratiewerk

0595 492242 info@deschreef.nl www.deschreef.nl GEDENKSTENEN

|

EERSTE STENEN

|

GEVELSTENEN

VASTGOED ONDERHOUD Wandafwerking •

|

RELIËFS

|

GRAFMONUMENTEN

|

NAAMBORDEN

CV ketel vervangen: veilige investering met een hoog belastingvrij rendement o.a. Nefit, Vaillant etc. vrijblijvende prijsopgave

Dealer van ruysdaelglas •

Beglazing •

Industrieel spuitwerk •

Restauratie & houtrenovatie

www.vdmaarschilders.nl Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • info@vdmaar.nl

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-5494171

HOENDIEP 102 9743 AP Groningen TELEFOON 050 - 3121915 Toonzaal dagelijks geopend: Ma. t/m Vr. 10.00 - 17.00 uur Za. 10.00 - 16.00 uur www.stol-bv.nl Gratis parkeergelegenheid


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Kerkje van Klein Wetsinge Sinds 1965

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling.

Glas- en schilderwerken Restauratie- en imitatietechnieken Vloer- en wandafwerking Onderhoudswerken

Duinkerkenstraat 37, 9723 BP Groningen (050) 599 57 70 | info@corbuist.nl | www.corbuist.nl

De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook Ăşw bouw werk toe! bouwwerk

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl


Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

T 050 318 66 36 www.carlavanderburg.nl www.kinderuitvaart-groningen.nl

Samen Zorgvuldig Passend

Sietsema aannemersbedrijf

Groen in goede handen

DĂ t is onze KRACHT T

Industrieweg 33 9781 AC Bedum (050) 301 25 00 E info@groenwerf.nl W W W. G RO E N W E R F. N L


“Jurriëns Noord is voor mij... puur vakmanschap” Bouwbedrijf Jurriëns Noord B.V. is onderdeel van Friso Bouwgroep B.V.

Mense Ruiter  Orgelmakers bv Rijksweg 167

9792 pd Ten Post

t 050 301 05 50

info@menseruiter.nl

www.jurriensnoord.nl

Hoofdvestiging Osloweg 125 Postbus 5274 9700 GG Groningen t 050 - 55 66 779 e mail@jurriensnoord.nl

Nevenvestiging Pieter Zeemanstraat 9 Postbus 49 8600 AA Sneek t 0515 – 42 99 99 e mail@jurriensnoord.nl

De medewerkers van Stichting Oude Groninger Kerken wensen u een gelukkig 2020


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.