__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groninger Kerken j a nua r i

2 0 19

Mens en steen - Vijftig jaar Stichting Oude Groninger Kerken


inhoud Woord vooraf

36 / 1 – januari 2019 Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969

In dit eerste tijdschrift van het gouden jubileumjaar van de Stichting Oude Groninger Kerken staan we met trots stil bij ons 50-jarig bestaan. We doen dat onder meer met het historisch overzicht dat u in dit nummer aantreft, onder de toepasselijke titel ‘Mens en steen’.

Stichting Der Aa-kerk Groningen

‘Mens en steen’ vat ook kernachtig de omslagfoto samen. Aan weerszijden staan de eerste voorzitter van de SOGK ds. Bjarne Kristensen en dr. Regnerus Steensma, vanaf het eerste uur, en decennialang daarna, gangmaker van de Stichting. In het midden staat de donateur, in dit geval de duizendste contribuant. Deze centrale positie is niet toevallig. Het gezegde wil dat we de kerk in het midden laten, maar zonder donateurs en vrijwilligers géén levende Stichting of levende kerken. Het draait al vijftig jaar lang om ‘Mens en steen’, in die volgorde en samenhang.

Mr.drs. F.J. Paas, Commissaris van de

De betreffende foto werd gemaakt in Obergum. Niet het eerste bezit van de nog jonge Stichting, maar wel de eerste kerk. Ze werd voorgegaan door de toren van Zuidwolde. Op de gevel prijkt een bord waarop ‘Stichting Oude Groninger Kerken’ nog niet wordt voorafgegaan door een lidwoord. Inmiddels gebeurt dat doorgaans wel. Dé Stichting is een maatschappelijke organisatie van betekenis geworden. Sinds de laatste overdracht in 2018 dragen we in de provincie Groningen de verantwoordelijkheid voor 91 kerken, twee synagogen, 58 kerkhoven/begraafplaatsen en negen (vrijstaande) torens.

J.A. de Vries

Met het bezit is ook het aantal mensen gegroeid dat zich inzet voor de Stichting en de kerken. Dat aantal groeit gelukkig gestaag van onderop. Een project als Sleutelbewaarders maakt kinderen bewust van het bijzondere erfgoed in hun directe omgeving. Op deze manier hopen we een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

www.groningerkerken.nl

Een jubileum betekent terug én vooruit kijken. Wat dat laatste betreft: we staan aan het begin van een feestelijk jaar met diverse verrassende en boeiende jubileumactiviteiten. Daarbij verwelkomen we u graag. Voor nu wensen wij u veel genoegen met deze aflevering van Groninger Kerken.

e-mail info@groningerkerken.nl

opgericht 1 maart 1985 Beschermheer Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14

9711 bs Groningen

telefoon (050) 312 35 69 e-mail info@groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14

9711 bs Groningen

Redactie Groninger Kerken Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris

Pim de Bruijne, voorzitter Stichting Oude Groninger Kerken

Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA

Eelco van Es

Mens en steen. Vijftig jaar Stichting Oude Groninger Kerken

Dr. A.B. Mulder-Bakker

1

J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga

De Stichting

Donateurschap

Interview · Educatie · Excursies · Mediatheek · Winkel · Nieuws · De kerk als podium · Werk in uitvoering · Jubileum: Vijftig jaar bakens van betekenis

Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties

Omslag: Bjarne Kristensen, voorzitter van de Stichting Oude Groninger Kerken, en Regnerus Steensma leidden op 21 februari 1970 K.J. Keuning, de duizendste donateur, rond bij de kerk van Obergum. Foto Persfotobureau D. van der Veen, Groninger Archieven (2290-4421). Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting

Gronin­ger Kerken, ¤ 15,- per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude

Informatie en tarieven worden verstrekt

Zalsman Groningen B.V. Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Eelco van Es

Mens en steen Vijftig jaar Stichting Oude Groninger Kerken De Stichting Oude Groninger Kerken, die in 2019 haar halve-eeuwfeest viert, kent vele geschiedenissen. Het is maar wie je wilt vragen wat er eigenlijk gebeurd is. De weg die we hier kiezen voert ons langs enkele mensen die zich voor de Stichting hebben ingezet, en wat belangrijk voor hen is geweest. De mensen van de Stichting hebben zich niet wezenlijk anders gedragen dan eerdere bezitters van de kerkgebouwen. Ze verzamelen zich rond hun bezittingen op basis van gedeelde overtuigingen. Daarbij lijkt deze Stichting een soortgelijke weg te bewandelen als het verband waar ze uit voortkwam, de Hervormde Kerk in de provincie Groningen. Vandaar dat we onze korte geschiedenis bij deze voorloper beginnen. Van een kleine groep gepassioneerde voorvechters is de SOGK uitgegroeid tot een grote organisatie. Haar bureau bestond jarenlang slechts uit een persoon; inmiddels kan de galerij van een kerk gevuld worden met betaald personeel, en ontplooit de Stichting vele initiatieven waar eerder geen sprake van kon zijn. Hoe dit zo gekomen is? De kerkgebouwen zijn grofweg hetzelfde gebleven, overtuigingen en werkwijze zijn drastisch veranderd. Hieronder een reconstructie van deze interactie tussen mens en steen.

Aanloop (1945-) Kerkelijke voorloper De Stichting Oude Groninger Kerken ontstond in 1969 als initiatief uit de Groningse Provinciale Kerkvergadering, een verband binnen de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk.1 Deze kerk zat toen al langer in zwaar weer. Vanaf de Tweede Wereldoorlog kromp de plattelandsbevolking en liep de kerkgang terug. De geldontwaarding nam snel toe terwijl de opbrengsten uit kerkelijke rechten niet evenredig mee­groeiden. De financiën van de kerkgemeenten kwamen daardoor zwaar onder druk te staan. Dit had tot gevolg dat het aantal predikanten in de provincie Groningen na de oorlog sterk afnam. 1 Deze opereerde tussen de regionale classis en de landelijke Generale Synode. Vanaf 2004 ging de Nederlandse Hervormde Kerk met het gros van Gereformeerde en de EvangelischLutherse kerken op in de Protestantse Kerk Nederland (PKN).

1 1a en 1b In de kerk van Leegkerk, waar in 1965 de (voorlopig) laatste kerkdienst plaatsvond, hadden wind, water én duiven vrij spel. Het gebouw werd in 1969 overgedragen aan de SOGK. Foto’s archief SOGK.


2

2 De in 1964 begonnen restauratie van de kerk van Obergum stagneerde omdat de plannen daartoe door het ministerie werden afgekeurd. Het kerkinterieur was inmiddels wel al weggebroken en de wanden van hun pleisterlaag ontdaan. Een impasse ontstond toen de hervormde gemeente Obergum-Ranum-Maarhuizen in 1966 werd gecombineerd met Winsum; de fusiegemeente had geen behoefte aan twee kerkgebouwen. De onttakelde kerk werd in 1969 overgedragen aan de SOGK. Foto A.J. van der Wal, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Kerkgemeenten werden samengevoegd, kerkgebouwen werden overbodig; daarbij waren vele eeuwen­oude Godshuizen niet altijd even geschikt voor de veranderende taken die de Hervormde Kerk zichzelf ging toedichten. Om de geldstromen beter te administreren en zo een overzicht te verkrijgen van de situatie waar men in was beland, werd in 1963 een provinciaal kerkelijk bureau de wereld in geholpen, eerst tijdelijk gehuisvest in de Filadelfiakerk aan de Dirk Huizingastraat 15, later aan de Praediniussingel 23 in de stad Groningen. Centrale figuur binnen de Provinciale Kerkvergadering ten tijde van oprichting van de Stichting was de scriba (secreta3 De kerk van Westerwijtwerd werd in de jaren ’50 buiten gebruik gesteld na een personele unie met de hervormde gemeente Middelstum-Toornwerd. Een boer uit de omgeving gebruikte de voorkerk voor de opslag van hooi en timmerde er een schapenhok. De zware novemberstorm van 1972 beroofde de kerktoren van haar dak. Foto archief SOGK.


Hogeland 78%

Noordelijk Westerkwartier 86% Zuidelijk Westerkwartier 88%

Lageland 85%

Delfzijl/ Appingedam 80% Duurswold 89% Oldambt 93%

Stadsregio Groningen 75% Veenkoloniën 75% hervormden

Westerwolde 83%

gereformeerden

1849

onkerkelijken

Hogeland 45%

Noordelijk Westerkwartier 50% Zuidelijk Westerkwartier 48%

Lageland 45%

Delfzijl/ Appingedam 45% Duurswold 56% Oldambt 54%

Stadsregio Groningen 40% Veenkoloniën 42%

5 De Praediniussingel in 1969 met geheel rechts, op nr. 23,

hervormden Westerwolde 50%

gereformeerden

1947

onkerkelijken

Hogeland 38%

Noordelijk Westerkwartier 49% Zuidelijk Westerkwartier 40%

Lageland 50%

Delfzijl/ Appingedam 44% Duurswold 40%

Stadsregio Groningen 49%

Oldambt 40-40%

Veenkoloniën 50% hervormden gereformeerden

1971

onkerkelijken

Westerwolde 38%

4 Aanhang van de protestante denominaties in Groningen en de voortschrijdende ontkerkelijking, aan de hand van de volk­ stellingen van 1849, 1947 en 1971. In 1995 was volgens het CBS het merendeel van de inwoners van de provincie – 60 procent – officieel onkerkelijk. Kaarten: Jonn van Zuthem, Kampen.

het onderkomen van het provinciaal kerkelijk bureau. Foto A.J. van der Wal, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

ris) ds. Frits Mooi (1921-2008), predikant te Haren.2 Mooi was een vooruitstrevend denker, die meende dat de Hervormde Kerk zich voortdurend opnieuw diende uit te vinden om een rol van betekenis te kunnen blijven spelen: ‘Het gaat erom dat wij als kerken steeds bekeren. Met de woorden van Luther: “een kerk die hervormd is moet ook steeds weer hervormd worden”.’ 3 ‘Leven gaat voor de leer’ was zijn motto. De kerk moest meebewegen met de samenleving, en niet blijven hangen in het eigen verleden. In deze opvattingen stond hij niet alleen. Op de Praediniussingel 23 bevonden zich ook al snel commissies voor diaconaal-maatschappelijk werk, voor het studenten- en ziekenhuispastoraat, en voor het vormingswerk. De Hervormde Kerk wenste zich nadrukkelijk bezig te houden met het bevorderen van de ‘Geestelijke Volksgezondheid’, in een poging hernieuwd aansluiting te vinden bij de veranderende tijden. Daarbij maakte men zich druk over de geringe belangstelling voor en kwaliteit van het godsdienstonderwijs, dat de mogelijkheid bood de eigen vergrijzende achterban te ver­ jongen en het takenpakket van predikanten uit te breiden. Want ‘[d]e school biedt nog steeds een unieke gelegenheid om jongeren in geregeld groepsverband te ontmoeten’ – een

2 Scriba van 1966 tot 1985, tevens lid van het Algemeen Bestuur van de Stichting Oude Groninger Kerken van 1969 tot 1992. 3 ‘Gereformeerde kerk Sexbierum honderdvijftig jaar: Ds. Bluemink: Samen op Weg langdurig proces’, Leeuwarder Courant, 2 december 1985.

3


Opkomst monumentenzorg – oprichting SOGK

4 6 Jaap Stienstra (1923-2017), hier gefotografeerd in 1975, was betrokken bij de aanloop naar de oprichting van de SOGK maar trok zich in de eindfase terug. De kleurrijke schooltandarts was in 1958 medeoprichter van het Rijtuigmuseum in Leek. Foto Persfotobureau D. van der Veen, Groninger Archieven (2208-3048).

ontmoeting die ‘binnen de school, kerkelijk gezien’ zinvol moet zijn, ‘waarin de Bijbelse verhalen en kernwoorden, het evangelisch kerygma [de prediking] en de nodige informatie op didactisch en paedagogisch verantwoorde wijze aan de orde wordt gesteld.’ De kerk, die naar eigen zeggen in dertig jaar sterker moest veranderen dan in de driehonderd jaar daarvoor, probeerde zichzelf opnieuw een plaats te bieden. Makkelijker gezegd dan gedaan, ideeën veranderen sneller dan mensen. ‘Zonder dat dit enige veroordeling of misprijzing inhoudt moet men constateren, dat niet alle predikanten voor deze taak [het godsdienstonderwijs] charisma hebben of voldoende zijn opgeleid.’4

Tegelijkertijd nam na de oorlog het maatschappelijk draagvlak voor de monumentenzorg toe. De eerste Monumentenwet volgde in 1961. Ook de kerk kreeg met deze wet en de sinds 1946 ingestelde Rijksdienst voor de Monumentenzorg te maken. Met de landelijke Bouw- en Restauratiecommissie van de Nederlandse Hervormde Kerk drong deze Rijksdienst eropaan om vanuit Groningen niet langer incidenteel om restauratiegelden te vragen om de eigen kerkgebouwen voor verval te behoeden, maar op grotere, liefst provinciale schaal.5 Reeds in 1963 kwam dit ter sprake in de kerkvergadering. De Bouw- en restauratiecommissie verlangde ‘een meer systematisch werken aan de hand van een plan voor de gehele provincie’, en wel om twee redenen: ‘a) geen geld uitgeven voor kerkgebouwen die in de toekomst door de zich wijzigende structuur van het platteland niet meer zo dringend nodig zullen zijn – en b) van tevoren te weten welke zware gevallen nog voor het rijk te wachten staan.’ Vanuit deze landelijke commissie dacht men dus in de eerste plaats aan de belangen van de Hervormde Kerk. Het behoud van de geschiedenis, de ‘monumentale waarde’ van de kerkgebouwen, lijkt daaraan nog ondergeschikt. Naar aanleiding van dit verzoek nam de Kerk zich voor een Provinciale Restauratiecommissie te vormen.6 Deze werd uiteindelijk ingesteld in 1967. In deze commissie namen onder anderen plaats de heren Frits Mooi, architect Lammert Reker en Regnerus Steensma, evenals ds. Bjarne Kristensen, predikant te Garmerwolde en Thesinge, en Jan de Man.7 De Man was midden jaren zestig in Groningen beland als ‘werkloos hoofdarbeider’, een werkverruimende maatregel vanuit het Rijk, niet langer in staat zijn werk als accountant uit te voeren in het Gelderse Drempt. In de Achterhoek had hij dominee Kristensen leren kennen die daar in de jaren vijftig als vrij­ zinnig predikant was neergestreken. In Groningen was De Man werkzaam als administrateur op het pas opgerichte bureau van de Provinciale Kerkvergadering, wat hem inzicht opleverde in de ‘beheersproblemen’ van de Groningse Hervormde Kerk. Zijn overzicht over de gehele financiële huishouding van de kerkgemeenten, die voordien bij afwezigheid van een centrale administratie had ontbroken, verschafte de informatie die de Rijksdienst en de Bouw- en Restauratiecommissie nodig hadden.

4 Uit een brief van de PKV aan de Brede Ministeria van de Ringen in de Provincie Groningen, d.d. 5 oktober 1972. Groninger Archieven (voortaan: GrA), Provinciale Kerkvergadering van Groningen, toegang 870, inv. 1.1.1 (Algemene stukken). 5 Deze commissie (1951-2004), waarvan Regnerus Steensma lange tijd uitmaakte, kwam voort uit verbanden ingesteld tijdens de Tweede Wereldoorlog om de wederopbouw van kerkgebouwen en-gemeenten te coördineren. ‘Haar opdracht is er voor te zorgen dat de kerken, pastorieën, verenigingsgebouwen, rusthuizen enz., die door de hervormde gemeenten gebouwd moeten worden, zowel wat de bruikbaarheid als de architectonische waarde betreft, op een hoog niveau staan.’ Utrechts Archief, 1466 Bouw- en Restauratiecommissie, ‘Inleiding’. 6 GrA, Provinciale Kerkvergadering van Groningen, PKV-vergadering 16 mei 1963, punt 3 op de agenda, ‘Brief Bouw- en Restauratiecommissie’. 7 Daarnaast namen zitting in deze commissie Kornelis Kuipers, burgemeester van Slochteren, T.H. Huisman, notaris te Grootegast, Mr. J. Korf, Hoofddirecteur Monumentenzorg te Voorburg, en K.I. Reiffers, Kerkvoogd der Hervormde Gemeente te Zeerijp.


Vanuit de kerk bestond aanvankelijk nog twijfel over de samenstelling van de Restauratiecommissie. Men vroeg zich af of deze genoeg diplomatiek gewicht zou hebben en in staat zou zijn ‘van zich af te bijten tegen architecten en ambtelijke instanties’. Moest er niet een ‘goede kerkvoogd’ in?8 De commissie concludeerde al snel dat er een seculiere stichting zou moeten komen om verweesde kerkgebouwen in onder te brengen; de kerk moest monumentale gebouwen gaan afstoten.9 Om de dorpsgemeenschappen als vanouds als geheel mee te krijgen om zich in te gaan zetten voor de ‘eigen’ kerk, achtte men initiatieven voor grootschalige monumentenzorg vanuit één kerkgemeenschap bij voorbaat kansloos in een geseculariseerde, religieus versnipperde omgeving. Uit de archiefstukken ontstaat nu niet bepaald de indruk dat men binnen de Hervormde Kerk lang wakker lag van het ‘ontheiligen’ van de eigen kerkgebouwen. De zorgen gingen veel dieper. Men wende in deze periode snel aan het afstaan van zeggenschap en autoriteit. Dit proces ging gepaard met ernstige twijfels over de eigen identiteit, die ds. Krop, toen studentenpredikant aan de Rijksuniversiteit Groningen, in een vergadering op 29 januari 1968 deden verzuchten dat men ‘ook eens [moet] durven zeggen dat het goed is in de kerk te zijn (bij alle gebreken en kritiek).’ 10 Het afstoten van kerkgebouwen naar een seculiere stichting was een zorg minder in de crisissituatie waarin men moest opereren – en geen uitzondering in het secularisatieproces dat zich in deze tijd voltrok. Ook de diaken, schooltandarts en ‘onbezoldigd stadsluidmeester’ bij de Martini- en Der Aa-kerk J.J. (Jaap) Stienstra (1923-2017) had kennelijk zijn twijfels, en wel over de nietkerkelijke inslag van sommige leden van de Restauratiecommissie en de beoogde seculiere stichting. Waarschijnlijk stelde Stienstra reeds in 1966 in overleg met notaris Pik te Groningen een conceptversie van de statuten van een nieuw te vormen stichting op (de latere Stichting Oude Groninger Kerken).11 Met het plotselinge overlijden in 1967 van de directeur en oprichter van het kerkelijk bureau Jan Strijker bleef deze

een tijd op de plank liggen.12 Toen Steensma en consorten in 1968 het contact met Pik wilden hervatten om de oprichting van de stichting door te zetten en Stienstra hierbij niet wilden passeren, bleek deze laatste bereid om het overleg met Pik te hervatten. Stienstra beweerde vervolgens dat de notaris weinig tijd had, en geen belangstelling meer toonde om naar de statuten te kijken. Naderhand bleek hij zelf de stoorzender, aangezien hij meende dat ‘willekeurige [niet krachtens de kerk bevoegde] personen’ zijn taak binnen de restauratiecommissie hadden overgenomen.13 De notaris had intussen niets van hem vernomen. Toen deze conceptstatuten boven water waren, wist Jan de Man in maart 1969 binnen een week met notaris Pik de definitieve statuten te bepalen. Ook verzamelde hij een ‘voorlopig werkkapitaal’ voor ‘aanloopkosten en publiciteit’ van de nieuw te vormen Stichting.14 Niet veel later, op 13 mei 1969, werd de oprichtingsakte van de Stichting Oude Groninger Kerken gepasseerd.15 Stienstra trok zijn conclusies. Sinds jaren verbonden met verschillende gremia van de Hervormde Kerk, verdween hij in 1970 pardoes van het toneel.

Elitair activisme (1969-) Steensma en het eerste bestuur Regnerus Steensma was in de beginjaren de gangmaker van de Stichting Oude Groninger Kerken. Werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen bij het Liturgisch Instituut onderhield hij een internationaal wetenschappelijk netwerk. Daarnaast liet hij zich nadrukkelijk gelden als kerkenactivist. Hij was landelijk actief bij de Bouw- en Restauratiecommissie van de Hervormde Kerk en veelal betrokken bij de verschillende stichtingen die in de loop van de jaren zeventig verweesde kerken gingen beheren. Zo richtte hij in 1970 de Stichting Alde Fryske Tsjerken op, waarvan hij nadien nog lange tijd voorzitter was. Ook elders in het land ontstonden rond deze tijd soortgelijke stichtingen: in Gelderland (1974), Holland (1975) en Zeeland (1976). De band tussen de universiteit en de

8 GrA, Provinciale Kerkvergadering van Groningen, PKV-vergadering 27-11-1967. 9 In de ontstaansnota ‘Gebruik en bezit van historische kerken in de Provincie Groningen’, geaccepteerd door de Provinciale Kerkvergadering d.d. 10 juni 1968. Archief mediatheek Stichting Oude Groninger Kerken. 10 GrA, Provinciale Kerkvergadering van Groningen, 1.1.1 (PKV Algemene stukken). 11 Bij zijn afscheid uit het Algemeen Bestuur van de SOGK in 1992, meende Frits Mooi dat het idee voor een seculiere kerkenstichting ontstond ‘in de auto, ergens tussen Ten Boer en Garmerwolde’, Groninger Kerken (1992) nr. 1, 2. Hier wordt niet vermeld of dit hem alleen inviel, of in gesprek met een medepassagier. 12 Strijker was van 1946 tot 1963 directeur van de coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging voor landbouwers Aankoopcentrale Groningen. Een ‘man van de wereld’ dus, ‘die met veel coördinerend werk eenheid bracht en het kleine distributie-apparaat van de Aankoop­ centrale uitbouwde tot een groot produktie-apparaat, dat integreerde in de industrie.’ Nieuwsblad van het Noorden, 25 augustus 1967. De kerk hoopte waarschijnlijk op een soortgelijk commercieel en organisatorisch succes. 13 Zie ook een vertrouwelijk memorandum van Kristensen en Steensma, gericht aan de PKV, ‘Memorandum over de oprichting van de stichting “Oude Groninger Kerken” op 13 mei 1969 (in verband met de bezwaren van de heer J.J. Stienstra)’. Niet gedateerd, waarschijnlijk (gezien de inhoud) toegestuurd in de zomer van 1969. GrA, Provinciale Kerkvergadering van Groningen, toegang 870, inv. 1.1.7 (PKV, beleidsnota’s en vergaderstukken 1968-1973). 14 GrA, Provinciale Kerkvergadering van Groningen, toegang 870, inv. 1.1.1. (Provinciale Kerkvergadering op 8 september 1969, Algemene stukken PKV). 15 Voor een verslag uit de eerste hand, zie Steensma, ‘De oprichting van de Stichting in 1969’, in: Ooit Gebouwd voor Altijd: 40 jaar Stichting Oude Groninger Kerken (Groningen 2009) 52-53.

5


7 Opnamen door de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) bij Leegkerk op 2 oktober 1969. Links staat Regnerus Steensma, in het midden Harmen Siezen. De NTS maakte een reportage over de oprichting van de SOGK. Behalve Leegkerk werden ook de kerken van Oostum en Westerwijtwerd bezocht. Foto archief SOGK. 8 Het NTS-journaal filmt in de kerk van Leegkerk. Dit was de eerste buiten­opname van Harmen Siezen; hij staat op de foto op de voorgrond. Omdat de jonge Stichting niet erg ruim bij kas zat, werd de opnamedag

6

afgesloten in een cafetaria in de Stad. De delegatie uit Hilversum mocht op kosten van de Stichting iets uit de muur trekken. Foto archief SOGK.

9 Aankondiging voor de ‘Romantische Ruïne Rally’ in het Nieuwsblad van het Noorden van 17 oktober 1969. De tocht voerde langs vervallen kerken in de provincie.

Stichting Oude Groninger Kerken is altijd blijven bestaan. Steensma meende zelf dat de dynamiek van de universiteitsstad Groningen een belangrijke levensader voor de Stichting was, die ook haar voorspoedige ontwikkeling kon verklaren. Kennisdeling en kerkbehoud zijn tot op heden in de Stichting bijeengebleven. Steensma nam plaats in het eerste dagelijks bestuur van de Stichting, naast Bjarne Kristensen, Jacob Jan Hangelbroek en Jan de Man. De laatste verdween snel van het toneel wegens aanhoudende gezondheidsproblemen, mogelijk het gevolg van een zwaar oorlogsverleden. Kristensen (1921-) werd door zijn gezag als predikant, gecombineerd met banden met de Rijksdienst die decennia teruggingen, de eerste voorzitter van de Stichting. Als student theologie had hij tij-


dens de Tweede Wereldoorlog contacten met het Rijksbureau voor de Monumentenzorg opgebouwd om de Rijksmanege in Leiden, waar voorheen aankomende regenten voor de Nederlandse koloniën paardrijles hadden gekregen en die plots overbodig werd omdat men besloot zich per jeep te gaan verplaatsen, te behouden voor het nageslacht. Kristensen gaf zijn positie een jaar later weer op wegens drukke werkzaamheden en karakterologische verschillen met Steensma. Tweede voorzitter werd Jacob Jan Hangelbroek, zojuist gepensioneerd als griffier van Provinciale Staten van Groningen.

Hangelbroek en autoriteit Hangelbroek had een zekere zin voor avontuur. Opgegroeid als domineeszoon in het Friese Wirdum, studeerde hij Indo­ logie in Leiden in de jaren twintig met het idee zich na zijn studie te verplaatsen naar Nederlands-Indië. De Rijksmanege waar Kristensen zich later hard voor maakte, zal hij waarschijnlijk ook bezocht hebben. In 1930 reisde hij met echtgenote naar de vaderlandse kolonie af, om daar tot 1950 verschillende bestuursfuncties te vervullen. Terug in Nederland vestigde hij zich als geboren Noorderling (Borger) in Gro­ ningen, waar hij van 1951 tot 1970 werkte als griffier van de Staten van Groningen. In deze tijd zette hij zich actief in voor de Groninger cultuur, waarbij hij de bijnaam ‘(zevende) gedeputeerde voor cultuur’ verwierf. Hij onderhield banden met de schilders van De Ploeg, wier kunstwerken hij verzamelde, en exposeerde zelf ook, voornamelijk landschapskunst geïnspireerd door zijn reizen in den vreemde. De uitbundige, vaak als expressionistisch aangemerkte wijze waarop De Ploeg het Groninger landschap en zijn oude kerken weergaf, is sindsdien nooit meer uit beeld geweest bij de Stichting. Na zijn pensioen bleef Hangelbroek in verschillende bestuursfuncties actief, voornamelijk gericht op het Groninger culturele leven. Hangelbroek kan symbool staan voor de stijl waarin de eerste tien jaar van de Stichting zich voltrokken. Hij had een licht aristocratische, aimabele uitstraling en uitstekende banden in het regionale politieke en culturele leven. De Stichting werd in de jaren zeventig bestuurd door leden van de maatschappelijke elite waarbij het lokale bedrijfsleven, vaak aangesloten bij de Rotary, een belangrijke inbreng had. Theo Niemeijer van de tabaksfabriek, die ‘gouden connecties’ had, nam zitting in het bestuur, evenals Hilda Onnes van de gerenommeerde Groninger wijnhandel Hofleverancier F. Onnes en Zoon (1876-1974). Rovers, accountant te Haren, beheerde de financiën. Deze welgestelden wilden overduidelijk ‘iets terug doen’ voor de samenleving, en net als de Hervormde Kerk de geestelijke volksgezondheid in Groningen een zetje in de rug geven. Dit mag bijvoorbeeld blijken uit een voorname financieringsbron in deze tijd, het Tempel-Zwartsenbergfonds. Dat werd in 1977 ingesteld om ‘de ontwikkeling van het geeste­ lijke en maatschappelijke leven in de provincie Groningen te bevorderen door het verlenen van steun aan de Stichting

10 J.J. Hangelbroek, de tweede voorzitter van de SOGK. Foto Persfotobureau D. van der Veen, Groninger Archieven (3057-).

Oude Groninger Kerken.’ Goedwillend paternalisme is hier nooit ver weg. Toen in 1979 een bescheiden opstand uitbrak onder de dorpsgemeenschap van Visvliet tegen het idee om de bepleistering van de buitenmuur te behouden – men wilde nu wel weer eens de ‘echte’ muur zien – ging dat tegen de visie van de Stichting in. Men werd het niet eens. Hangelbroek opperde om een schutting om de kerk te zetten en na tien jaar nog eens verder te praten. ‘Dorpsgezichten’ stonden duidelijk nog niet op de agenda. Dorpelingen hadden de agenda niet te bepalen. 11 Tekening door J.J. Hangelbroek van de Eemsdijk met de kerk van Oterdum, 1963. Het kerkje werd in 1971 afgebroken voor een dijkverzwaring, het dorp Oterdum verdween om plaats te maken voor industriegebied. Collectie Groninger Archieven (2137-549).

7


12 De Praediniussingel in 1969. De linkerhelft van het dubbelpand was het woonhuis van architect Lammert Reker. Op de benedenverdieping hield de Stichting Oude Groninger Kerken kantoor. Foto A.J. van der Wal,

8

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Vroege werkwijze en organisatie De jaren zeventig stonden in het teken van de grote restau­ raties. Er was veel te doen. De jonge Stichting nam in snel tempo kerken over, te beginnen bij de toren van Zuidwolde. Niet veel later volgden de kerken van Leegkerk, Oostum, Obergum en Thesinge, de thuisbasis van Kristensen. Om de restauraties te financieren, kon men een beroep doen op Rijksgelden. Gedurende de eerste tien jaar werd gewerkt met een door de overheden afgezegend tienjarenplan, waar­ binnen twaalf tot veertien gebouwen konden worden gerestaureerd. Jaarlijks werd hiertoe een vast bedrag van vier tot vijf ton gulden beschikbaar gesteld. Het kerkje van Oostum was een van de eerste restauraties die binnen deze constellatie werd uitgevoerd. Oostum is een zeer vroeg en goed voorbeeld van het ‘conserverend restaureren’, het zo veel mogelijk behouden van historische gebruiks- en bouwsporen.16 Harry Boerema, toezichthouder op deze restauratie, trad daarna in dienst bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, waar de opvattingen die hij ten uitvoer had gebracht in Oostum al enige jaren beleid waren geworden. Dit verzekerde goede en directe contacten met de Rijksdienst en een gedeelde visie op de restauratiepraktijk. Het wederzijds vertrouwen

dat zo ontstond, stelde de Stichting in staat om gericht plannen te maken en snel tot daden over te gaan. In navolging van de Kerkvergadering richtte de Stichting ook een bureau op. Al in 1969 waren er plannen om een administratie te beginnen met de Stichting Groninger Landschap en de vereniging Stad en Lande, om gezamenlijk te bezien hoe de verlaten kerkgebouwen een nieuwe duurzame bestemming zouden kunnen krijgen.17 Dit plan leefde ook nog tijdens de eerste jaren van de Stichting. Maar een dergelijke alomvattende administratie kwam er niet. De Stichting kreeg een eigen bureau in 1972. Dit werd bemand door Lammert Reker, eerst op een ruime verdieping boven het provinciaal kerkelijk bureau aan de Praediniussingel 23 (tussen alle andere maatschappelijke initiatieven van de kerk), later op nummer 47, de begane grond van Rekers woonhuis. Dit bureau bestond uit één bureau. Gasten werden vaak eerst boven ontvangen, waar mevrouw Reker-Ten Ham (zelf do­ minee) de koffie schonk. Reker, eerst ‘administrateur’ – een toepasselijke titel, hij administreerde vanaf zijn tienerjaren zijn gehele leven in dagboeken en agenda’s – en later vanaf 1979 ‘directeur’, breidde zijn takenpakket gestaag uit tot een fulltime baan. Het aantal paperassen ter plaatse groeide gestaag mee. Zijn eerdere ervaringen met kerkrestauraties in het algemeen, en de uitgesproken architect Piet de Vrieze in het bijzonder (Reker assisteerde hem langdurig bij een problematische restauratie van de Martinikerk), kwamen hem nu goed van pas. Reker was uitermate geschikt als tussenpersoon om heren met meningen gedeisd te houden. Als hij opvattingen over restauratie had, sprak hij deze zelden uit. Zijn beminnelijk-bemiddelende gaven zullen de vroege dagelijkse praktijk van de Stichting gunstig hebben beïn­ vloed. De eerste publieksgerichte activiteiten werden in deze tijd ontplooid door de ekskursie– en de propagandakommissie. De excursies, al snel georganiseerd met de plaatselijke VVV en Stichting Groninger Orgelland, waren vanaf het begin een groot succes. Bij de wat deftige uitjes waren alle bestuurs­ leden, inclusief echtgenotes en soms ook de kinderen, van de partij. De kerstexcursies werden met busladingen tegelijk ondernomen. Organist van de Der-Aa kerk Johan van Meurs (1903-1986), veelvuldig deelnemer, had de gewoonte om op de terugweg plaats te nemen achter een orgel – ‘nog even zingen!’ – waarna een deel van het gezelschap zich door enkele psalmen galmde, tot ergernis van anderen die meenden dat dit niet paste. Dergelijke onenigheid over aard en bestemming van de monumentale kerken is eigen aan deze eerste periode. De oorspronkelijke kerkelijke functie lag nog vers in het geheugen. Vaak dacht men, bijvoorbeeld in Leegkerk, dat de kerk

16 Voor een uitvoeriger beschrijving van de ontwikkeling van restauratiepraktijken en -opvattingen, zie Jur Bekooy, ‘Tussen Obergum en Vierhuizen. Van oude gebouwen, de opvattingen die voorbijgaan’, Groninger Kerken (2009) nr. 2, 33-39. 17 Zo verwoordde Jan de Man in de Provinciale Kerkvergadering op 8 september 1969, zie punt 4 op de agenda. Groninger archieven, 870 1.1.1, Algemene stukken PKV.


wel weer vol zou stromen (en teruggegeven kon worden aan een kerkgemeente) wanneer de stad Groningen zich verder zou uitbreiden, zodat het probleem van herbestemming vanzelf zou verdwijnen. De grootste uitdagingen voorzag men in de gebieden die eenmaal ontvolkt volgens de planologen ook op langere termijn leeg zouden blijven.18 Hier moest iets nieuws worden verzonnen, waarbij men al snel nog weinig heil van de Hervormde Kerk verwachtte. Waar De Man en Steensma bij oprichting van de Stichting nog meenden dat ‘van geval tot geval’ bekeken moest worden hoe kerkelijke gemeenten inspraak kregen bij de herbestemming van een aan de Stichting overgedragen gebouw,19 is hier midden jaren zeventig onder Hangelbroek al geen sprake meer van. Hij maakte duidelijk dat de Hervormde Kerk over herbestemming weinig tot niets meer te zeggen had, en dat zij, binnen de grenzen van het betamelijke, andere (katholieke, gereformeerde) geloven en functies maar in het ‘eigen’ gebouw moest accepteren: ‘[d]ie kerkgebouwen zijn geen heilige grond.’ 20 De Stichting begon dus in toenemende mate een zelfstandig fenomeen te worden. Dit zou zich in latere jaren doorzetten. Achterban en bezit namen razendsnel toe. In 1979 tellen we 5140 donateurs en 35 kerkgebouwen. Kerkgemeenten liepen te hoop om een monumentaal pand ter overname aan te bieden. De propagandakommissie leverde goed werk. 9 18 ‘Veel werk voor Stichting Oude Groninger Kerken: Verzinnen nieuwe bestemmingen een probleem’, Nieuwsblad van het Noorden, 2 oktober 1969. 19 Provinciale Kerkvergadering op 8 september 1969, zie punt 4 op de agenda. Groninger archieven, 870 1.1.1, Algemene stukken PKV. 20 ‘Initiatief in het noorden vindt elders navolging: Jacob Hangel­ broek en zijn strijd voor Groninger kerken’, Trouw, 2 maart 1981.

13 Het eerste bezit van de SOGK was de kerktoren van Zuidwolde. Deze werd op 7 november 1969 overgedragen aan de jonge Stichting. Foto archief SOGK.

14a en 14b Aandenken aan de restauratie van de Zuidwolder kerktoren. Na voltooiing van de werkzaamheden werd het gebouw overgedragen aan de burgerlijke gemeente. Collectie SOGK.


15 Programma van de feestelijkheden rondom de ingebruikname van de gerestaureerde kerk van Obergum, 1971. Collectie SOGK. 16 De SOGK verwelkomde in februari 1970 tijdens een feestelijke gelegenheid in vormingscentrum De Breede te Winsum haar duizendste donateur. Van links naar rechts: ds. A. Veldstra, G. Overdiep, R. Steensma, W. Faber (journalist van de RONO), K.J. Keuning (de duizendste donateur), ds. B. Kristensen, J.J. Hangelbroek, mevr. Onnes en R. Sanders. Persfotobureau D. van der Veen, archief SOGK.

10

17a en 17b Bijeenkomst in de kerk van Thesinge op 4 maart 1972. Het echtpaar Zuidema uit Thesinge werd door het bestuur gehuldigd als drieduizendste donateur van de SOGK. Persfotobureau D. van der Veen, Groninger Archieven.


18 De feestelijke ingebruikname van de gerestaureerde kerk van

19 Harry de Olde (links) met P.J. Hummelen, waarnemend burgemeester van

Thesinge in 1974. Van links naar rechts: B.P. Lieze (burgemeester

Usquert, in 1989 bij de windwijzer op de nok van het koor van de Usquerder

van Ten Boer), H.W. van Doorn (minister van Cultuur, Recreatie en

kerk. Foto archief SOGK.

Maatschappelijk werk), E.H. Toxopeus (Commissaris der Koningin in de provincie Groningen) en J.J. Hangelbroek (voorzitter van de

De Olde – eeuwige zorg verzekerd

Stichting). Persfotobureau D. van der Veen, archief SOGK.

Met Harry de Olde, voorzitter van 1981 tot 2002, aan het roer veranderde de Stichting langzaam van karakter. Losgemaakt van de oorspronkelijke kerkelijke verbanden ging ze zelf kerkelijke trekken vertonen. Waar Hangelbroek in 1974 op de eerste donateursvergadering nog kon opperen dat de Stichting vroeg of laat de eigen bezittingen weer door zou geven (door ze bijvoorbeeld te verkopen aan de Provincie), om daarna enkel een adviserende rol te spelen of zelfs van het toneel te verdwijnen,22 was het voor het bestuur in 1984 al onbespreekbaar dat de Stichting een tijdelijk fenomeen zou kunnen zijn, op te heffen als de kerken weer hun vertrouwde ‘natuurlijke functie’ in de samenleving konden innemen. Fred Dubbeling, restauratie-architect van het eerste uur, had ter gelegenheid van het vijftienjarig jubileum voorgesteld om een symposium aan het bestaansrecht van de Stichting te wijden. Dit kon niet doorgaan, zo besloot het bestuur, want ‘[de] indruk mag niet ontstaan, dat de Stichting twijfelt aan haar eigen doelstellingen en erover zou denken, zich t.z.t. op te heffen.’ 23 Hier vatte de gedachte post dat het lot van

Bezielde nuchterheid: kerk- en netwerkvorming (1981-) In 1984 werd de Provinciale Restauratie Commissie, moederschip van de Stichting, door Steensma en Reker opgeheven. Scriba Mooi en consorten vanuit de kerk schoven al jaren niet meer aan. Voor deze commissie was steeds minder te doen en te bespreken. Enkel Boerema van de Rijksdienst leverde nog agendapunten aan. Op 25 maart 1984 werd vanuit de verenigde Groninger kerkvoogdijen der Nederlands Hervormde Kerk de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in Groningen opgericht.21 Die wilde bijstand verlenen aan kerkgemeenten bij het restaureren van hun (monumentale) gebouwen. Met de SOGK werd zo het gehele domein van Groninger kerk­ beheer bestreken. De directe band tussen de Hervormde kerk en de Stichting Oude Groninger Kerken werd verbroken.

21 Per 1 januari 2016 opgegaan met de Friese afdeling in de Stichting Beheer Kerkelijke Gebouwen, adviesorgaan voor Friesland, Groningen, Drenthe en het boven het Noordzeekanaal gelegen deel van Noord-Holland. 22 Zie ‘Oude Groninger Kerken lonkt naar de provincie: Stichting komt voor steeds grotere lasten te staan’, Nieuwsblad van het Noorden 25 februari 1974. 23 Notulen van de vergadering ter voorbereiding van de lustrumviering 1984 van de SOGK, op donderdag 29 september 1983, op het bureau van de Stichting. Persoonlijk archief Harry de Olde, aanwezig in mediatheek Stichting Oude Groninger Kerken.

11


De Stichting en de orgels Toen de Stichting in 1969 haar werk begon, ging het in de eerste plaats om het behoud van kerkgebouwen. Maar met de verwerving daarvan ontstond al snel ook een verantwoordelijkheid voor de orgels, die, zeker in Groningen, de glorie van veel kerken uitmaken.

12

Evenals bij de kerkrestauraties zien we ook hier een ontwikkeling van op reconstructie gericht herstel naar een veel meer conserverende benadering. Bij muziekinstrumenten werkt dat uitgangspunt echter onvermijdelijk anders uit dan bij gebouwen. Terwijl een orgel in zijn klankbeeld bij voorkeur een eenheid moet laten horen, vormt bij een bouwwerk met onderdelen die herkenbaar uit verschillende perioden stammen, het daaruit resulterende composietkarakter nu juist weer de charme ervan. Daarbij komt dat uitgesproken voorkeuren de orgelwereld niet vreemd zijn. Door de grote nadruk op het belang van orgels uit de zeventiende en achttiende eeuw was de aandacht voor instrumenten uit latere perioden aanvankelijk nogal beperkt. Inmiddels is de orgelbouw uit de negentiende eeuw, waarvoor het orgelmakersgeslacht Van Oeckelen model staat, een opvallende herwaardering deelachtig geworden. Een recent voorbeeld is Garmerwolde, waar het orgel ook als meubel, dus als integraal onderdeel van het interieur, in ere is hersteld door ongelukkige wijzigingen aan de kas en het orgelbalkon, uitgevoerd tijdens de kerkrestauratie in de jaren veertig, ongedaan te maken. Deze herwaardering geldt tot nu toe maar nauwelijks voor orgels uit de eerste helft van de twintigste eeuw, vooral die met een pneumatisch systeem. Door deze veronachtzaming

is een gaaf bewaard exemplaar uit deze periode inmiddels zeldzamer geworden dan een achttiende-eeuws orgel. De restauratie in 2014 van het uit 1922 daterende Rohlfing-orgel in Zuurdijk vormt in dit opzicht een keerpunt. Orgelrestauraties kregen een krachtige impuls doordat de toenmalige voorzitter Harry de Olde, die in 1985 de eerste laureaat van de door het Prins Bernhardfonds ingestelde Prijs voor de Monumentenzorg was, het daaraan verbonden bedrag voor de orgels van de Stichting bestemde. In de afgelopen jaren zijn veel gerestaureerde kerken door de Stichting overgenomen, waardoor het bezit aan in goede staat verkerende orgels navenant toenam. De taak is nu om voor dit uiterst waardevolle akoestische bezit een groter publiek te interesseren. In de stad Groningen gebeurt dit door de avontuurlijke programmering van ‘Orgel anders’ in de Lutherse Kerk en door het Schnitgerfestival waarin, met de Der Aa-kerk als centraal punt, het orgel geregeld wordt gecombineerd met theatrale uitingen. Wat in een stad met een groot potentieel publiek mogelijk is, lijkt op het platteland echter nog niet zo eenvoudig te realiseren, maar orgels die nooit klinken, zijn als klokken die nooit luiden: onnodig stomme getuigen van een fraai verleden. Hopelijk weten ook hier de plaatselijke commissies mooie initiatieven te ontwikkelen.

20 Het oudste orgel in het bezit van de SOGK bevindt zich in de kerk van Krewerd. Het instrument werd geplaatst in 1531; de bouwer maakte gebruik van ouder, 15e-eeuws pijpwerk. Foto Arjan Bronchorst.


21 Promotie voor de SOGK in de etalage van het Stadjershuis (het gemeentelijk informatiecentrum in het Goudkantoor aan de Grote Markt), december 1983. Foto Hans Kraus, archief SOGK.

verweesde Groninger kerkgebouwen ten diepste verbonden moet zijn met de Stichting Oude Groninger Kerken. Waar voorheen het bezit werd gekenmerkt door overbodigheid elders (niet langer in gebruik voor de eredienst) maar tot nader order het behouden waard, gingen kerken en Stichting nu een verbond aan voor de eeuwigheid. Deze karaktertrek werd in 2009 fraai opgemerkt en verwoord door de beschermheer, toenmalig commissaris van de koningin, Max van den Berg in het jubileumboek Ooit Gebouwd voor Altijd: ook de Stichting lijkt wel ‘ooit opgericht voor altijd.’ 24 De Olde was een geheel ander figuur dan Hangelbroek. Uit de laatste sprak een onnadrukkelijke autoriteit, uit de eerste een nadrukkelijke bescheidenheid. Gediplomeerd psychiater en directeur patiëntenzorg bij Dennenoord in Zuidlaren – binnen de Stichting profileerde hij zich steevast als ‘(rustend) zenuwarts’ – was De Olde meer een bezielde geneesheer dan een aristocraat. Bij hem stonden de patiënten en kerken – voor hem eenzelfde categorie, zo lijkt het – voorop. Hij maakte zich aan hun welzijn ondergeschikt. In het vechten voor hun eigenaardigheden, afwijkingen en geschiedenis, het zo goed mogelijk in kaart brengen van de zaken aan zijn zorg toevertrouwd, vond hij zijn bestemming. Hij was en bleef wat kerken betreft naar eigen zeggen een amateur, maar hij kon de materie en zijn wijze om daarmee om te gaan moeilijk loslaten en afgeven.

Andere tijden en werkwijze De Olde meende dat restauratie in beginsel meer schade dan goeds kon aanrichten. Je moest de patiënten en hun geschiedenis tot hun recht laten komen, en alleen ingrijpen wanneer het noodzakelijk was.25 Waar patiënten op instorten stonden, moest dus fors worden ingegrepen, maar in alle andere gevallen diende men conserverend en met grote voorzichtigheid te restaureren. Deze visie paste bij toenmalige ontwikkelingen in de monumentenzorg. Democratisering trad in. Niet langer deelde het Rijk de gelden uit, deze bevoegdheid werd overgeheveld naar de gemeenten. Over het lot van monumenten werd steeds minder door enkele uitverkorenen besloten; het volk en de lokale ambtenaar kregen een stem.26 De subsidiestromen waren dus niet langer vanzelfsprekend, terwijl het grootste deel van de inmiddels in bezit genomen kerken nog gerestaureerd moest worden. De functie van de plaatselijke commissies, verbonden aan de kerken, veranderde. Ze moesten ‘mee naar de wethouder’ om deze te overtuigen van enig draagvlak voor de lokale kerk, en zo de monumentengelden zeker te stellen. De toenemende onzekerheid over beschikbare middelen noodzaakte de Stichting om restauraties stap voor stap te overwegen en tot lange onderhoudstrajecten te maken. Plotselinge impulsen kwamen hier eigenlijk niet goed uit. Een beroep doend op de ‘werkverruimende maatregelen’ tijdens het eerste kabinet van Lubbers

24 Max van den Berg, ‘Voorwoord’, Ooit gebouwd voor Altijd, 13. 25 Zo genoot hij op Dennenoord ook een reputatie als een vooruitstrevende psychiater, die zijn patiënten zo veel mogelijk toestond hun eigen weg te volgen, een ongebruikelijke opvatting in die tijd. 26 Uit deze tijd dateert ook de Open Monumentendag, die wordt georganiseerd sinds 1987 om burgers meer bij monumenten(zorg) te betrekken.

13


22 Godlinze was één van de grootste restauraties van de jaren ’80. Voordat

23 Een deel van de werkzaamheden in Godlinze werd uitgevoerd als

het werk kon beginnen, werd eerst het kerkdak verwijderd om het vocht uit de

werkverruimende maatregel, zoals het blootleggen en restaureren

muren te krijgen. Twee jaar lang werd de kerk provisorisch dicht gehouden.

van de gewelfschilderingen. Foto A.J. van der Wal, Rijksdienst voor

Foto A.J. van der Wal, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

het Cultureel Erfgoed. 26 Van de circa 2 miljoen gulden die de restauratie kostte, moest 250.000 uit eigen middelen worden bijgedragen. Lokaal werden

14

daartoe tal van acties georganiseerd. Hier ontvangt Harry de Olde, voorzitter van de SOGK, een bijdrage van het comité Zomer­post­ zegels. Foto archief SOGK.

24 en 25 Het interieur van de kerk van Godlinze gezien naar het oosten in 1978 en 1988. Foto’s A.J. van de Wal, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


De Stichting

j a n ua r i 2 0 1 9

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

De kerk als tijdmachine

Tjitske Zuiderbaan

Voorkomen dat je personages eruitzien als Romeinen met horloges om. Dat was een van de uitdagingen voor Stefan de Keijser, tekenaar van kijkboek De kerk als tijdmachine. ‘Een boek met de kerk als hoofdpersoon, waarin je schetsen historisch verantwoord en tegelijkertijd aansprekend moeten zijn. Een boek dat aantrek­ kelijk is voor zowel kinderen als volwassenen.’ Voorwaar geen sinecure. Het begon met een idee van Agmar van Rijn, projectleider van de Stichting. De geschiedenislagen die je vaak in kerken tegenkomt, afpellen en inzichtelijk maken voor de jeugd. In een kijkboek. Die lagen werden verdeeld over twaalf tijdvak­ ken, die Stefan met ingekleurde tekeningen verbeeldde. Martin Hillenga schreef er teksten bij en leverde de histori­ sche duiding en input voor de tekeningen. Ze begonnen ‘vrij open’ aan het boek. Meestal werkten ze er met zijn vieren aan: Stefan, Martin, Agmar en Inge Baste­ leur (educatief medewerker van de stichting).

Kerk als hoofdpersoon Of de heren iets hebben met het onderwerp Kerk als tijd­ machine? ‘Absoluut,’ vindt Stefan. ‘Ik had al affiniteit met de geschiedenis van de regionale kerken hier, en nu kon ik de kerk als hoofdpersoon opvoeren binnen een sociale context.’ Voor Martin is juist die context, het randgebeuren, interes­ sant. ‘Dat is een soort mis-en-scène waar de kerk in wordt geschoven. De sport is om het telkens te verversen, daarin zit de historische dynamiek. Het is ook uitdagender. Zo’n kerk is over het algemeen goed onderzocht, maar we weten veel minder over het materiaal van de kleding, of de pijpen die ze rookten, waren die lang of kort. Waren er toen al krui­ wagens, en wanneer krijgt de schop eigenlijk ijzerbeslag, daarin zat voor dit boek een uitdaging.’

Romein met horloge Dit zijn ook de vragen die Stefan aan Martin stelde tijdens het maakproces. ‘Je loopt in je tekeningen tegen hele sim­ pele dingen aan. Dingen die nu vanzelfsprekend zijn, kun je terug in de tijd niet altijd zo afbeelden. Dan krijg je die Romein met zijn horloge om. Maar de grootste uitdaging voor mij was iedere tekening een eigen – en van de vorige tekening verschillende – sfeer mee te geven. Juist omdat de compositie, met de kerk centraal in het beeld, steeds verge­ lijkbaar is.’

Beeldend kunstenaar Stefan de Keijser, illustrator van De kerk als tijdmachine. Foto Duncan Wijting.


Kleinschalige geschiedenis

Verandering van binnenuit

Dieren spelen een belangrijke rol in De kerk als tijdmachine. ‘Ze trekken de tekening naar het nu en maken situaties her­ kenbaar.’ Op Martins verzoek mocht de kat als cameo optre­ den. ‘Historici hebben de neiging te denken in abstracties en te spreken over instituties. In dit boek is de historie klein­ schalig. Iedereen moet zichzelf in zo’n kleine situatie kunnen voorstellen, kinderen ook. Dan werken die grote begrippen niet, maar dieren wel.’ Dit vindt Stefan dan ook de kracht van het boek. ‘Je maakt die grote begrippen kleiner, zoals bijvoorbeeld de Beelden­ storm. In Groningen schijnt de Beeldenstorm sowieso niet heel heftig te zijn geweest, maar door het in zo’n kleine scene neer te zetten krijgt het een andere lading. In de tijd van Bonifatius vond de introductie van het christendom plaats. Dit gebeurde niet bepaald geweldloos. Op de teke­ ning hierover zie je soldaten komen aanrijden, maar op de voorgrond gaat het leven op de wierde gewoon door. De kip­ pen worden gevoerd. Ik probeer in één beeld meerdere lagen te vangen, waarin het dagelijkse leven zijn gang blijft gaan, maar tegelijkertijd de dreiging te zien is.’

‘Een missionaris kwam hier niet in zijn eentje met een bijbel aanlopen, waarna iemand zei: “Goed punt heb je, wij gaan in het vervolg maar anders verder”,’ denkt Martin. ‘Daar zit ook een periode van geweld en afhankelijkheden in. Dat heeft honderden jaren geduurd. Alles verandert van binnenuit en soms onder dwang. Ik denk dat het boek die processen op een begrijpelijke manier inzichtelijk maakt.’

Het boek De kerk als tijdmachine van Stefan de Keijser en Martin Hillenga is verschenen bij uitgeverij WBOOKS. De vormgeving was in handen van Jelle F. Post. De winkelprijs is ¤ 14,95. Donateurs van de SOGK ontvangen bij bestelling in de (web)winkel 20% korting: www.groningerkerken.nl/ winkel/ De originele tekeningen van Stefan de Keijser zijn tot en met 17 februari 2019 te zien in museum Klooster Ter Apel.

Stefan de Keijser en Martin Hillenga in het atelier in de pastorie van Oudeschans. Foto Duncan Wijting.


Nie u w s

Overdracht ‘Witte kerkje’ Grootegast

Het ‘Witte kerkje’ van Grootegast. Foto Duncan Wijting.

Op vrijdag 26 oktober droeg de PKN-Gemeente Grootegast-­ Sebaldeburen het ‘Witte kerkje’ en omliggend kerkhof in Grootegast over aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Het in oorsprong vroeg zeventiende-eeuwse zaalkerkje valt op door de witte bepleistering, en door de voorzijde die gesierd wordt met twee grote ronde vensters boven de in­ gang, een klein rond venster in de topgevel, en daarboven een forse dakruiter. De bepleistering is aangebracht in 1829 toen de kerk volledig werd verbouwd. Het door in totaal tien grote rondboogvensters verlichte interieur is in 2005 vrijwel geheel vernieuwd, alleen het tongewelf en de onderliggende kroonlijst zijn nog authentiek. De preekstoel uit 1706 is af­ komstig uit de in 1903 afgebroken kerk van Oud-Appelscha. Naast de preekstoel staat de oude, gescheurde luidklok uit 1611 die in 1983 vervangen is.

meter hoge toren dateert nog wel uit de bouwtijd van de oor­ spronkelijke kerk. De pastorie is in 1928 gebouwd naar een ontwerp van ar­ chitect L. Wiertsema uit Sappemeer. In de er achter gelegen tuin is nog een viskenij te vinden, een vijver waarin vis voor consumptie werd gehouden. Waarschijnlijk dateert deze viskenij al uit de middeleeuwen. De cultuurhistorische waarde van het samengestelde complex van kerk, toren, kerkhof, pastorie, pastorietuin en viskenij is erg hoog. Zowel wat betreft de afzonderlijke gebouwen en landschapselementen, maar ook als in de tijd gegroeid ensemble, in relatie tot de Fraeylemaborg en als onderdeel van het dorp. Met deze overdracht heeft de SOGK 91 kerken, twee synagogen, 58 kerkhoven/begraafplaatsen en negen (vrijstaande) torens in haar bezit.

Overdracht kerk en toren van Slochteren

Het interieur van de kerk van Slochteren. Foto Duncan Wijting.

Op vrijdag 30 november droeg de Protestantse Gemeente Slochteren de kerk, toren, kerkhof, pastorie met tuin en verenigingsgebouw De Schakel over aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Aansluitend aan de notariële overdracht werd een huurcontract met de SOGK getekend, waarmee de kerk en het Verenigingsgebouw De Schakel voor twee jaar worden terug gehuurd door de Protestantse Gemeente. De huidige kerk is waarschijnlijk het restant (het transept) van een mogelijk vroegere kruiskerk. Deze was al aanzien­ zienlijk verbouwd en verkleind, toen in 1880 brand ontstond door een kooltje uit een stoof van een kerkganger. Alleen de vier muren bleven staan. Door de vele giften uit de hele provincie kon de kerk worden hersteld, maar veel van de oorspronkelijke inrichting ging verloren. De vrijstaande, 36


E duc at ie De kerk als tijdmachine Jaren is aan dit project gewerkt, maar nu is het eindresultaat daar: het kijkboek De kerk als tijdmachine. Kunstenaar Stefan de Keijser en historicus Martin Hillenga leggen hierin de geschiedenis van de Noord-Nederlandse kerken bloot in twaalf tijdvakken: van een lege wierde tot de multifunctio­ nele hedendaagse kerk. In dit nummer leest u een interview met de samenstellers. Bij de uitgave is een aantal lessen voor op school ontwik­ keld. Kinderen gaan aan de hand van het kijkboek zelf aan de slag. Voor de onderbouw is er een les met een puzzelkerk en een kijkdoos-opdracht. De kinderen maken zo, met hun verbeeldingskracht, een 2D of 3D-voorstelling van de kerk en de omgeving. Hoe ziet de kerk eruit? Is het een mix van verschillende eeuwen? Wat voeg ik toe? De bovenbouw kan aan de slag met de Beeldenstorm van 1566. In een rollenspel kruipen de leerlingen in de huid van verschillende spelers in het verhaal: de katholieke pries­ ters, baldadige jonkers, de hervormer… alles wordt aaneen­ gepraa­t door de verteller. Dit gebeurt uiteraard in een kerk in de buurt, waar nadien ook een foto gemaakt wordt van het tafereel (een tableau vivant). Het boek is overigens niet alleen bedoeld voor kinderen. Voor volwassenen is het minstens zo interessant. Na het lezen bekijk je kerken en hun omgeving met andere ogen.

Feest! In Oost en West In het voorjaar van 2017 en 2018 hebben we in Garmerwolde meer dan duizend kinderen mogen ontvangen bij de thema­ weken rond verschillende feesten: ‘Oost West, Paasbest’, ‘Ramadan & Suikerfeest’ en ‘Geef me de vijf!’. Ook in 2019 vinden weer themaweken plaats. Deze vallen onder het edu­ catieve programma Feest! In Oost en West, een onderdeel van het landelijke Feest! Weet wat je viert. Dit project is een initiatief van Museum Catharijneconvent, waarbij kinderen

De start van het project Sleutelbewaarders in Adorp, januari 2017. Foto Janna Bathoorn.

(en volwassenen) op tien plekken in het hele land kunnen leren over feesten in verschillende tradities en religies. In Garmerwolde wordt het komende jaar gewerkt aan de realisatie van Feest! In Oost en West. Er wordt onder meer in de toren een trap gebouwd als onderdeel van een spannende ontdekkingstocht waarbij je straks onderweg feesten uit verschillende religies tegenkomt. Vanwege de bouwwerk­ zaamheden kunnen we dit jaar geen programma’s draaien in Garmerwolde. Omdat we tijdens die periode wel graag door willen blijven gaan met de programmering, verhuizen we naar elders. We hebben het in 2019 over voorjaarsfeesten in Oost en West, met speciale aandacht voor het joodse Pesach. Later in het jaar vieren we Ramadan en Suikerfeest.

Sleutelbewaarders Binnenkort wordt CBS De Triangel Sleutelbewaarder van de Molukse kerk Eben Haëzer in Appingedam. De kerk behoort sinds november 2017 tot de kerkencollectie van de Stichting. CBS De Triangel staat aan de rand van de Molukse wijk. Som­ mige leerlingen hebben de kerk al een keer bezocht, voor anderen is het gebouw nog onbekend. Met het project Sleutelbewaarders maken kinderen kennis met het gebouw en gaan de school en de kerk structureel samenwerken, door samen de sleutel van de kerk te delen. Het is de bedoeling dat regelmatig leerlingen naar de kerk komen om te leren over de Molukse cultuur en geschiedenis. Ze worden ook uitgedaagd na te denken over de waarde van het kerkgebouw. Wat betekent dit kerkje voor de gemeen­ schap, toen en nu? En in de toekomst? Zo kunnen de kinde­ ren een eigen betekenis geven aan dit bijzondere gebouw in hun buurt, en zich er mede verantwoordelijk voor voelen. In totaal doen er nu elf scholen en kerken mee aan Sleutel­ bewaarders. Het project is in juni 2016 van start gegaan in Garnwerd, daarna volgden Obergum, Woltersum, Engelbert, Tolbert, Adorp, Solwerd, Garmerwolde, Breede en ’t Zandt. Attributen van het Feest!-project: Ramadam en Suikerfeest. Foto Inge Basteleur.


Me di at he e k De allereerste keer Voer in de catalogus van de mediatheek het trefwoord ‘SOGK’ in en u krijgt in vogelvlucht een aardig beeld van de activiteiten en publicaties die de stichting in de loop van haar vijftigjarig bestaan heeft gehouden c.q. uitgegeven. Het aantal treffers is groot. Uiteraard voert wat publicaties betreft het kwartaalblad waarin u nu leest de boventoon. De eerste publicatie echter stond in de voorganger van Groninger Kerken, de Publicatiemap Stichting Oude Groninger Kerken. In totaal zijn er drie publicatiemappen verschenen met daarin een grote schat aan informatie. In het allereerste publicatieblad laat het bestuur weten ‘verheugd te zijn van­ wege uw belangstelling, die blijkt uit het feit dat u deze map ter hand hebt genomen.’ Het allereerste artikel ‘De kerk van Oostum’ betrof een uitvoerige kerkbeschrijving van het grotendeels uit de dertiende eeuw stammende gebouw, dat in 1969 dringend aan restauratie toe was, een gegeven dat tevens de aanleiding was voor het schrijven van het artikel. De beschrijving werd gevolgd een ‘Toelichting op de bestemming van het kerkgebouw te Oostum’, namelijk als expositieruimte gericht op de terpen in het algemeen, en op het onderzoek te Ezinge in het bijzonder. De eerste verwerving betrof de ‘in zeer slechte staat verkerende romaanse toren van de her­ vormde kerk in Zuidwolde’. De hervormde kerk gaf als bruidsschat 6000 gulden mee. De eer­ ste restauratie na oprichting van de Stichting betrof dan ook deze toren van de kerk te Zuid­ wolde. Uitwerking van het restauratieplan en de begroting vond in 1969 plaats, na de over­ dracht van de toren. De aanvang van de res­ tauratie was twee jaar later, in 1971. De daarop volgende restauraties waren aan de kerk van Oostum en aan de Andreaskerk te Wester­ emden. De tweede verwerving betrof overi­ gens de kerk van Obergum, op 11 maart 1970. De publicatiemapjes doorbladerend, levert al­ lerlei ‘allereerste keren’ op. Een zeer beschei­ den greep daaruit: De allereerste excursie was de Romantische Ruïne Rally langs de kerken van Leegkerk, Oos­ tum, Obergum, Westerwijtwerd en Zuidwolde op zaterdag 18 oktober 1969, op de voet ge­ volgd door de allereerste Kerstexcursie, een Kerstwandeling van 5 kilometer, op zaterdag 27 december. De allereerste expositie ‘Het leven in en rond de oude Groninger kerken’

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de Stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: www.groningerkerken.nl/mediatheek

vond plaats in het voorjaar van 1972 op borg Verhildersum in Leens, een samenwerking tussen de borg en de SOGK. En de allereerste betaalde functie, in 1972 in eerste instantie voor twee dagen was die van administrateur en werd ingevuld door L.G. Reker, architect te Groningen. De vervallen kerktoren van Zuidwolde in 1969. De toren was het eerste bezit van de Stichting. Foto archief SOGK.


E xcur s ie s Ontmoeting met onze donateurs uit Utrecht en omgeving Op vrijdag 1 februari 2019 ontmoeten we onze ‘buitenGroningse’ donateurs van de SOGK graag in Museum Catharijne­convent in Utrecht. Dit is het laatste weekend van de daar gehouden expositie ‘Relieken’. Er worden rond­ leidingen en een inleiding door medewerkers van het mu­ seum verzorgd en een aantal medewerkers van de SOGK zijn eveneens aanwezig om kennis met u te maken We ontvangen u om 10.30 uur met een kopje koffie met iets erbij, gevolgd door een kort welkomstwoord en een in­ leiding op de expositie door de conservator van ‘Relieken’. Vervolgens bekijken we in kleine groepjes de tentoonstelling en ook nemen we een kort kijkje achter de schermen. Dit ochtendprogramma is rond 12.30 uur afgelopen. De lunch wordt op eigen gelegenheid gebruikt. Mocht u met ons in het Catharijneconvent willen lunchen, geeft u dit bij aanmelding dan aan door, dan weet men vooraf even op hoeveel deelnemers gerekend kan worden. Het staat u uiteraard vrij elders in de stad te lunchen. Vervolgens worden we om 14.00/14.15 uur verwacht in de Domkerk, waar we een korte inleiding krijgen op het Groot­ ste Museum van Nederland – de Domkerk is een van de deel­ nemers, net als vier van onze Groninger kerken – met aan­ sluitend een rondleiding. We sluiten af met een kopje thee/ koffie en nemen dan weer afscheid van elkaar. De kerk van Nuis, één van de bestemmingen van de voorjaarsexcursie. Foto Dennis Wubs, archief SOGK

Geeft u vooraf aan ons door of u van de partij bent, dan weten we met hoeveel mensen we rekening kunnen houden. Voor het Catharijneconvent ook wel zo handig! U kunt ons dit laten weten via info@groningerkerken.nl of 050-3123569. Aan deze ontmoeting in Utrecht zijn, behalve voor de lunch, geen kosten verbonden. U bent onze gast! Dit is een van onze activiteiten ter gelegenheid van het jubileumjaar 2019. De excursie is in principe bedoeld voor onze donateurs bui­ ten Groningen maar mocht u als Noorderling ook naar Utrecht willen komen, dan bent u natuurlijk ook welkom. Wilt u wanneer u over een Museumkaart beschikt, deze meene­ men?

Paaswandeling Usquert Op tweede paasdag, maandag 22 april, organiseren we een begeleide wandeling rond onze kerk in Usquert. De tocht start met een korte inleiding in de kerk. Het programma wordt daar ook weer afgesloten met een kort (barok)concert. Op het programma staat een wandeling door het dorp. We komen langs prachtige villa’s en uiteraard langs het Berlage­ huis uit 1930, het voormalige raadhuis van Usquert. De kerk is open om 13.30 uur, aanvang programma 14.00 uur, terug in de kerk om uiterlijk 15.45 uur, hapje/drankje: 15.45 - 16.15 uur. Het concert begint om 16.15 uur en het pro­ gramma is omstreeks 17.00 uur ten einde. De kosten voor de wandeling, inclusief het concert, bedra­ gen ¤ 8,75 p.p. (kinderen tot en met 11 jaar ¤ 6,-). Donateurs van de SOGK betalen slechts ¤ 7,- (kinderen ¤ 5,-). Het con­ cert kan ook apart bezocht worden; de toegangsprijs be­ draagt dan ¤ 6,- (SOGK-donateurs ¤ 4,80). Heeft u zin gekre­ gen met ons mee te wandelen? U kunt zich opgeven voor de wandeling (inclusief concert) via info@groningerkerken.nl o.v.v. Paaswandeling 2019, of 050-3123569.

Voorjaarsexcursie

Jaar prog r amma E xcur sie commissie 2019 Voorjaarstocht zaterdag 13 april Zomerdagtocht zaterdag 6 juli, woensdag 10, 17, 24, 31 juli (informatie en aanmelden in het aprilnummer) Wintertocht zaterdag 14 december 2019, zaterdag 11 januari 2020 (informatie en aanmelden in het oktobernummer)

De voorjaarsexcursie voert dit jaar door het Westerkwartier. Bezocht worden de kerken van Marum, Nuis, Niebert en Tol­ bert. De bussen vertrekken op zaterdag 13 april om 10.30 uur bij het Hoofdstation Groningen en worden daar rond 18.15 uur terugverwacht. In het excursieprogramma is een middag­ pauze opgenomen, met tijd voor een gezamenlijke lunch. De kosten voor deze excursie per bus bedragen ¤ 25,00 voor donateurs en ¤ 32,00 voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen, exclusief lunch). Voor deze excursie kunt u zich telefonisch of via e-mail aanmelden: 050-3123569 en info@groningerkerken.nl. Wanneer u de excursie op eigen gelegenheid maakt, dient u zich ook aan te melden. U krijgt dan een routebeschrijving thuisgestuurd met een nota en de kerkbeschrijvingen. De kosten hiervan bedragen ¤ 10,00 voor niet-donateurs en ¤ 8,00 voor donateurs. De kerkbeschrijvingen zijn niet meer los te verkrijgen in de kerken.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle eigen SOGK-uitgaven. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl/winkel om ons totale aanbod te bekijken.

Sneeuwkaarten Wil in ons Groninger land de winter nog wel eens kwakkelen, daarvan is niets te zien op deze prachtige sneeuwkaarten. Op de verschillende afbeeldingen is het altijd heerlijk winterweer. Deze blanco dubbele kaarten zijn uitermate geschikt voor aller­ lei gelegenheden. Prijs ¤ 8,00 (donateurs 20% korting)

De kerk als schatkamer Ter gelegenheid van haar 45-jarig bestaan vroeg de Stichting Oude Groninger Kerken aan Museum Catharijneconvent in Utrecht een uitgave te realiseren over uitzonderlijke voor­ werpen uit haar kerkgebouwen. De keuze hiervoor werd gemaakt door Marco Blokhuis, erfgoedspecialist bij het museum. Hij vertelt over de geschiedenis en de betekenis van de uitgekozen voorwerpen. Zijn verhalen geven context aan de voorwerpen. Die verhalen roepen een beeld op van de maatschappij van onze voorouders: de ambachtslieden en hun gilden, de elite en haar rechten, predikanten en gelovigen. Prijs ¤ 9,50 (donateurs 20% korting)

Het uiterste der zee - Pauline Broekema In een schilderachtig stadje in Noord-Groningen wonen Meijer Nieweg en Mies Wolf. Vlak voor de inval van de nazi’s zijn ze getrouwd. Hun huweijk verbindt twee grote Joodse families uit de textiel- en de veehandel. Al snel krijgen Meijer en Mies een dochtertje, Sara, maar het gezin wordt uit elkaar gerukt. Vader wordt weggevoerd. Moeder en kind duiken onder in Friesland, gescheiden van elkaar. Na de bevrijding worden Mies en Sara herenigd, maar blijkt het leven niet meer wat het beloofde te zijn. Prijs ¤ 21,99

Parels in het landschap (Kerkhovenreeks nummer 17) Dit deeltje is in feite een ode aan alle vrijwilligers die in de gemeente Loppersum gedurende de jaren 2012-2015 verwaarloosde begraafplaatsen en kerkhoven onder handen hebben genomen. In drie jaar tijd toverden zij de kerkhoven om tot parels in het landschap. Daarnaast is het een gidsje langs de verschillende begraafplaatsen/kerkhoven, die allemaal een bezoek meer dan waard zijn. In deze reeks verschenen inmiddels twintig deeltjes. Prijs ¤ 6,00 (donateurs 20% korting)

Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 3,50 per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


D e k e r k a l s p odium

Kopjes op de koorbanken van de kloosterkerk in Ter Apel. Het Klooster Ter Apel is bezoek meer dan waard, zeker op de donateursdag of tijdens de expositie ‘De kerk als tijdmachine’. Foto’s archief SOGK.

‘De kerk als tijdmachine’: donateurs­ ontvangst in Klooster Ter Apel Graag nodigen we donateurs uit voor een bijzondere jubi­ leumbijeenkomst op 20 januari, waarin we te gast zijn bij Museum Klooster Ter Apel. In dit bijzondere museum is dan de tentoonstelling ‘De kerk als tijdmachine’ te zien, met het prachtige werk van Stefan de Keijser. Het gelijknamige boek met teksten van Martin Hillenga kwam onlangs uit. Tijdens deze donateursbijeenkomst interviewt Peter Breukink, di­ recteur van de Stichting Oude Groninger Kerken, de makers Stefan de Keijser en Martin Hillenga over dit bijzondere boek en de verbeelding van geschiedenis. Na het vraag­gesprek kunt u de tentoonstelling bekijken. U wordt om 14.00 uur ontvangen met koffie en thee en een jubileumpetit-four. Voor donateurs is de bijeenkomst gratis, als u de beschikking heeft over een Museumjaarkaart ver­ zoeken we u deze mee te nemen. Aanmelden is noodzakelijk en kan via info@groningerkerken.nl o.v.v. ’20 januari dona­ Het Hemony-carillon in de kerktoren van Middelstum. Foto J. Luit.

teursontvangst’ of telefonisch op 050-3123569. Gelieve ook door te geven met hoeveel personen u komt en of u een Museumjaarkaart heeft.

Carillonspel en torenbezichtiging Middelstum De maandelijkse bespeling van het carillon is verplaatst naar de zondag. Elke eerste zondag van de maand kunt u in de Hippolytuskerk van Middelstum van 14.00 tot 15.00 uur ge­ nieten van het carillonspel. Ook kunt u de toren beklimmen, al vanaf 13.30 uur. Er zijn dan commissieleden aanwezig voor tekst en uitleg. Kijken naar de beiaardier mag ook. De toe­ gang is gratis. Op de website www.carillonmiddelstum.nl wordt in de week voor de bespeling gepubliceerd wat het thema is en/of de te spelen stukken zijn. NB: het is mogelijk dat incidenteel wordt afgeweken van de eerste zondag i.v.m. bijvoorbeeld de Open Torendag in juni en Open Monumenten­ dag in september of vanwege gebruik van de kerk. U vindt dit dan aangekondigd op de website.


Terug naar het begin: Gouden Arrangement voor donateurs We vieren dit jaar ons vijftigjarig bestaan en Terug naar het begin is daarvan een belangrijk onderdeel! Op vrijdag 24, zaterdag 25 en zondag 26 mei geniet u van muziek, litera­ tuur, theater en beeldende kunst in kerken in en rond Ap­ pingedam, Loppersum en Delfzijl. Reken op klassieke hoog­ tepunten, betoverende singer-songwriters, intrigerende ver­ halen en verrassende kunstprojecten. Extra feestelijk: voor de donateurs van de jubilerende Stichting Oude Groninger Kerken heeft Terug naar het begin een speciaal Gouden Ar­ rangement geïntroduceerd. Ga hiervoor naar www.terug­ naarhetbegin.nl. Hier vindt u ook fijne overnachtingsmoge­ lijkheden in hotels, b&b’s of op campings.

Lezing ‘Nieuwe emoties voor religieus erfgoed?’ Ernst van den Hemel, verbonden aan het Meertens Instituut, verzorgt op donderdag 11 april een lezing in de remonstrant­ se kerk in Groningen onder de titel ‘Nieuwe emoties voor reli­ gieus erfgoed?’ Hoe mensen feesten en gebouwen ervaren in hun eigen woorden’. Het is een veelgehoord mantra: de kerken stromen leeg, religie verdwijnt. Het werd tijdens de herfst van 2018 maar weer eens door het CBS bevestigd: er zijn nu meer ongelovi­ gen dan religieuzen in Nederland. Tegelijkertijd hoef je de krant maar open te slaan en het wordt duidelijk dat het ver­ haal van afname niet het hele verhaal is. Van de Matthäus Passion tot oplopende discussies over de joods-christelijke cultuur, van ‘multiple religious belonging’ tot mindfulness-­

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, wor­ den bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting.

trainingen, er lijkt eerder sprake van een breder verspreide interesse in religie en zingeving dan van een simpele af­ name. Maar dat maakt de zaken er niet simpel op. Hoe breng je deze nieuwe vormen van religie en zingeving in kaart? Een begin is te maken door naar mensen hun eigen woorden te luisteren. Specifiek wordt in deze lezing niet kerkbezoek maar emotie centraal gesteld: wat gebeurt er als we niet uit­ gaan van kerkbezoek of aanhangen van geloofsbeginselen maar wanneer we ons richten op emoties als verwantschap of thuisgevoel? Door te kijken naar sociale media en door ervaringen uit veldwerk kunnen we zien hoe mensen in hun eigen woorden nieuwe betekenissen geven aan religie, reli­ gieus erfgoed en zingeving. Aan de hand van twee voorbeel­ den, feesten en gebouwen, worden nieuwe verhoudingen rondom religie verkend. Het ineen zijgen van de zuilen heeft misschien een rommelige situatie opgeleverd, maar in dit rommeltje valt genoeg moois en veelbelovends te ontdek­ ken. Aanvang lezing 19.30 uur. Prijs: donateurs SOGK gratis, niet-donateurs betalen ¤ 2,50. U kunt zich opgeven via info @groningerkerken.nl o.v.v. Lezing 11 april 2019 of bel naar 050-3123569.

Optreden van de band Kapok in de kerk van Holwierde tijdens de vorige editie van Terug naar het begin. Foto Kees van de Veen.


We r k in ui t voe r ing

Termunten terug naar het Oosten Eerst maar een geruststellende mededeling naar aanleiding van de vragen die de titel van dit artikel mogelijk oproept: de kerk van Termunten blijft gewoon staan waar ze staat. De geschiedenis van het gebouw is al bewogen genoeg. Door de ligging direct aan de Eems is de kerk in de loop van de eeuwen regelmatig getroffen door stormvloeden en oorlogshandelingen. Van de grote in oorsprong dertiende-­ eeuwse kruiskerk restten in de zeventiende eeuw weinig meer dan de vieringtravee en het koor – de omvang van de huidige kerk. De vrijstaande middeleeuwse toren stortte in de negentiende eeuw in. Een laatste calamiteit trof de Ursus­ kerk tijdens de bevrijding in april 1945. Bij de gevechten om de ‘Delfzijl Pocket’ werd het gebouw in brand geschoten. Het interieur ging daarbij geheel verloren.

Steigers Intensief herstel van de kerk had plaats in de jaren 19481951. Inmiddels domineren steigers weer het interieur van de kerk. Christaan Velvis, bouwkundige bij de Stichting Oude Groninger Kerken, geeft een toelichting. ‘De werkzaamheden betreffen in eerste instantie een technische, conserverende restauratie. De dunne stuclaag die is aangebracht bij het her­ stel van de kerk omstreeks 1950 is in de loop van de jaren door zoutuitbloei te hard geworden en zorgt voor vocht­ ophoping in de muren. De laag bladderde af, regelmatig sprongen er zelfs stukken uit, en her en der groeiden algen.

De muren worden nu gestraald zodat nieuw stucwerk kan worden aangebracht. Verder zijn de lekkende glas-en-lood­ ramen uit hun sponningen gehaald om gerestaureerd te wor­ den. Ook is de verwarming van de kerkbanken verwijderd: hierin was asbest verwerkt. Rondom de kerk wordt nieuwe drainage aangebracht.’

Oriëntatie Een tweede fase van de werkzaamheden in Termunten is gericht op het geschikt maken van de kerk voor veelzijdig cultureel gebruik. Velvis: ‘De restauratie na de Tweede Wereldoorlog heeft een in een aantal opzichten ongelukkige situatie opgeleverd. De entree via het portaal onder de toren, een naoorlogse toevoeging aan het gebouw, is bijvoorbeeld wat benauwd en rommelig. De bedoeling is om het halletje te verwijderen en grotere toegangsdeuren naar de kerkzaal aan te brengen.’ Het grootste struikelblok, ook letterlijk, zijn de kerkban­ ken. In de overvolle kerk waren die een behoorlijke sta in de weg bij activiteiten buiten de diensten om, zoals optredens en exposities. Bovendien tastte de plaatsing de beleving van het gebouw aan: ‘Met de herinrichting van de kerk is ook de

Christiaan Velvis in de Ursuskerk van Termunten. De dunne stuclaag heeft gedeeltelijk losgelaten. Deze wordt nu weg gestraald. Na het opzetten van proefstukken wordt een nieuwe laag aangebracht, die de contouren in het metselwerk zichtbaar laat. Foto Jelte Oosterhuis.


De kerk in 1946, met aanzienlijke oorlogsschade. Foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het meubilair ligt vanwege de lopende werkzaamheden gedemonteerd in opslag. De vraag is of de banken ooit terug­

keren. Bedoeling is dat de nadruk weer op het middeleeuwse gebouw komt te liggen, en dan vooral op het verhaal dat dit gebouw vertelt. Zonder de visuele ruis van het recente inte­rieur springen de details van het muurwerk des te meer in het oog. Vooral de koortravee is een indrukwekkende staalkaart van laatromaanse decoratieve elementen, met siermetselwerk, nissen, (rond)vensters en colonetten die de hoogte benadrukken. Om de geschiedenis van de kerk en omgeving te vertellen, wordt inmiddels nagedacht over een museale presentatie.

Het interieur gezien naar het oosten, jaren ’30. Het meubilair ging

De kerk in 1950 met nieuwe banken en preekstoel, gezien naar het westen.

in de laatste oorlogsdagen verloren. Foto Rijksdienst voor het

De oriëntatie werd bij de herinrichting veranderd. Foto Rijksdienst voor het

Cultureel Erfgoed.

Cultureel Erfgoed.

oriëntatie veranderd. Die was traditioneel gericht op het oos­ ten, maar werd in de jaren vijftig omgedraaid. De oorspron­ kelijke situatie wordt straks weer hersteld.’ Een flexibel po­ dium op de voormalige plek van het altaar moet de locatie voor optredens worden. De preekstoel wordt herplaatst tegen een pilaar aan de zuidkant van de kerk.

Staalkaart


Jub il e um: Vijf t ig j a a r b a k e ns va n b e t e k e nis Het is (bijna) zo ver! 2019: het jaar dat de Stichting Oude Groninger Kerken vijftig jaar bestaat! Vijftig jaar werken aan instandhouding van monumenten en het bevorderen van belangstelling ervoor heeft veel moois opgeleverd. Kerken zijn gerestaureerd, op­ geknapt, her- of doorbestemd. De gebouwen zijn volop in gebruik als cultureel podium, mooie kamer van het dorp, brandpunt voor educatieve activiteiten of toeristische hot­ spot. Steeds opnieuw zetten mensen zich in voor de kerken. In het jubileumprogramma besteden we volop aandacht aan monumenten én mensen! Op 13 mei 2019 is de officiële verjaardagsviering en worden we echt vijftig. Op deze dag wordt het jubileumboek Ode gepresenteerd, én opent de fototentoonstelling ‘Passanten’ waarin de groepsportretten worden gepresenteerd die fotograaf Taco Anema maakte van gebruikers van Groninger kerken. Maar daarvoor al, in april, openen meer dan vijftig kerken hun deuren om gedurende de hele zomerperiode bezoekers welkom te heten. Vijftig jaar werken aan bakens van betekenis in het Groninger land­ schap wordt op deze aansprekende manier getoond en ge­ deeld met iedereen. U bent van harte welkom!

Veur Aaltied In het gouden jubileumjaar staat een bijzonder project in de agenda tussen april en oktober: ‘Veur Aaltied’, tien ver­ schillende voorstellingen in tien Groninger kerken. De opvoe­ ringen combineren theater, een orgelcompositie en andere muzikale bijdragen. De levensverhalen van in of bij de kerk begraven dorpsgenoten vormen de basis voor het scenario

In 2019 bestaat de Stichting Oude Groninger Kerken vijftig jaar. Een moment om te vieren, en om terug te kijken. In deze rubriek besteden we aandacht aan de jubileum­ activiteiten die op stapel staan.

van de voorstellingen. Bijzonder is dat deze per locatie sa­ men met plaatselijke amateurs op maat zijn gemaakt, waar­ door er tien unieke producties ontstaan. Een belangrijk onderdeel van het project zijn de orgels in de kerken. Als Gronings erfgoed spelen ze een grote rol in de sfeer- en toonzetting van de voorstelling, net zoals ze dat eigenlijk al eeuwenlang doen als concert- en begeleidings­ instrument bij diensten en bij rouw en trouw. De keuze voor de composities ligt bij de Groninger orgeldeskundige én orga­ nist, Eeuwe Zijlstra. Hij kent de (on)mogelijkheden van de in­ strumenten. Per dorp is gekeken of er lokale amateurmusici zijn die voor een muzikale bijdrage  in het te spelen stuk geschreven kunnen worden. Zo wordt er nieuw werk aan het Groninger repertoire toegevoegd. De artistieke leiding is in handen van Ben Smit. Jaap Alkema en Geert Oude Weernink leiden het project namens Stichting Pandeon. ‘Veur Aaltied’ wordt in het jubileumjaar feestelijk ge­ presenteerd, en laat op unieke manier zien hoe de kerk als po­dium functioneert, waar de lokale bevolking in samen­ werking met professionals de verhalen van Groningen voor het voetlicht brengt. ‘Veur Aaltied’ vindt plaats in Usquert, Sappemeer, Kloosterburen, Thesinge, Noordbroek, Krewerd, Loppersum, Woltersum, Nuis en Visvliet. Kijk voor de speel­ data op: http://pandeon.nl/speeldata.php

De kerk van Kloosterburen, één van de locaties waar ‘Veur Aaltied’ te bekijken is. Foto archief SOGK.


werden enkele kerken, waaronder Godlinze, met stoom en kokend water aangepakt; de projecten moesten binnen afzienbare tijd worden afgerond en verantwoord. Dergelijke overhaaste restauraties vergden weer hun eigen nazorg: werk van het werk. Om de administratie die dit alles met zich meebracht te verlichten, schoof in 1985, naast secretaresse (‘gastvrouw’, in haar eigen woorden) mevrouw WagnerWildschut, bouwkundige Jur Bekooy aan bij Rekers bureau. Tot op het moment van schrijven werkt hij voor de Stichting. De Olde was niet van plan lijdzaam toe te zien hoe het draagvlak voor oude kerken langzaam zou verdwijnen. Als het niet langer vanzelfsprekend was aan monumentenzorg te doen, moest hij dit gaan verkondigen. Daarnaast zocht hij voortdurend naar nieuwe inkomsten, nu de oude financieringsmogelijkheden op de tocht waren komen te staan. Hij stelde een vaste bruidsschat in van 25.000 gulden, te overhandigen door de van een kerk scheidende kerkvoogdij. Het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Scholtenfonds en het Kammingafonds (meer gericht op cultuur-in-brede-zin en niet direct op monumentenzorg) werden structureel aange­ sproken. Voor onderzoek, publicaties en omslagfoto’s in het nieuwe kwartaaltijdschrift Groninger Kerken (1984-) werden sponsors gezocht en steevast gevonden. Ook kwam een uitgebreide winkelnering op gang. De Stichting ontdekte de marketing als toegangsweg naar het publiek. In de loop van deze zware jaren kwamen ansichtkaarten, draagtassen, kettingen, handdoeken, ballpoints, opbergcassettes, kalenders, zakdoeken, stropdassen, dasspelden en damessjaaltjes met eigen opdruk in omloop. A.G. Egressy, financieel directeur bij de Gasunie (in 1963 opgericht om Gronings gas te verkopen) en in deze jaren penningmeester van de Stichting, hervormde de geldstromen. Waar voorheen bestuurslid Niemeijer nog wel eens een belletje naar mevrouw Tempel-Zwartsenberg moest plegen als ergens acuut een noodverband moest worden aangelegd, werd het nu de gewoonte om eerst de financiën te regelen alvorens aan nieuwe restauratie- of andere projecten te beginnen. Men vertrouwde minder snel ‘dat het wel goed kwam’, systematisering en planmatig werken deden hun intrede.

conservenfabriek gevestigd in Warffum, later in Assen. Willemsen-Ritzema van Ikema liet als weduwe haar gehele fortuin na aan de SOGK. De Stichting zag deze gebeurtenis als een gunstig teken, en greep de gelegenheid aan de in deze periode gegroeide visie op het eigen werk te besten­ digen. Zo vermeldt men kort na de schenking in het eigen huisblad: ‘[h]et dagelijks bestuur is van oordeel dat we, nu we zo plotseling over veel meer middelen kunnen beschikken, voorgoed dit nooit eindigende onderhoud moeten garanderen.’ 27 De plotselinge voorspoed werkt haast als een teken dat het verbond tussen Stichting en kerken, verdedigd in zware tijden, zo moest zijn. Mede door de explosieve groei van het eigen vermogen veranderde de positie van de Stichting in de lokale erfgoedwereld. De door de provincie opgedrongen samenwerking met de Molen- en de Borgenstichting, waarmee tijdens de jaren negentig de administratie en een pand aan de A-weg 5C gedeeld werd, bleek niet houdbaar. Waar de overkoepelende borgenstichting uiteindelijk werd opgeheven en de molenstichting opging in het Museumhuis (nu Erfgoedpartners), groeide de SOGK steeds verder door.

Reint Wobbes: verbreding van het blikveld In toenemende mate werd om het kerkgebouw heen gewandeld om anderen daar te ontmoeten en naar gezamenlijkheid te zoeken. De omgeving kreeg betekenis; deze moest tot leven worden gebracht om het contact met het heden niet te verliezen, zoals Steensma eerder met de kerken was

Nieuwe voorspoed Na de barre jaren tachtig, waarin de Stichting leerde zelf de broek op te houden, zwol het eigen vermogen aan met grote erfenissen, te beginnen met de nalatenschap van mevrouw Elisabeth Willemsen-Ritzema van Ikema, geboren in 1919 te Westernieland, die in 1991 aan de Stichting toekwam. Zij was de echtgenote van een der Wilco-broers, eigenaren van een

27 Artikel in de Telegraaf van 22 juni 1991 over het legaat dat de SOGK onverwacht ten deel viel.

27 ‘Stichting Oude Groninger Kerken erft een vermogen’, Groninger Kerken (1991) nr. 3, 77. 28 In 1999 worden dergelijke visies geformaliseerd in de Nota Belvedere, ondertekend door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Verkeer en Waterstaat. Daarin wordt het cultuurhistorisch landschap als een complementair geheel beschouwd, dat ook de richting voor de Ruimtelijke Ordening zou kunnen bepalen. Deze ontwikkeling zet zich rond 2010 verder door in de Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo).

15


28 Reint Wobbes (met hondje Edo) bij de kerk van Huizinge, 2012. Wobbes won dat jaar de Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Cultuurfonds voor zijn inzet voor het behoud van middeleeuwse kerken en begraafplaatsen in de provincie Groningen. Foto Omke Oudeman.

16

gelukt.28 Reint Wobbes mogen we beschouwen als de be­ lichaming van deze nieuwe koers. Wobbes benadert de Groninger kerken als integraal onderdeel van een historische omgeving; hij betreurt niet enkel de teloorgang van gebouwen maar van het landschap als geheel (wat hij wel aanduidt als landschapspijn). Dit perspectief, op vele aspecten van het Groninger leven gespitst, begon in deze periode binnen de Stichting gemeengoed te worden. De kerkgebouwen werden in toenemende mate beschouwd als deel van een groter geheel, de geschiedenis van een gebied. Deze verbreding van het blikveld begon bij de kerkhoven.29 Juist daar ontmoeten de kerk en de buitenwereld elkaar. Zo bevatte de kerk­ hovencommissie in 1995 zowel historisch georiënteerden die de archieven induiken en grafregisters raadplegen als bio­ logen die voor zonsopgang naar de vogels komen luisteren en overwegen welke beplanting gunstig uitpakt voor vleer­ muizen en insecten.30 De Stichting zocht en vond nu ook de aansluiting met de Stichting het Groninger Landschap (opgericht in 1936). Kerken in het Groen ontstond, een project opgezet met Landschapsbeheer Groningen waarin kerkhoven door dorpelingen worden opgeknapt.

Breukink: meer loslaten en leven in de brouwerij Ook op het bureau zien we deze op de horizon gerichte omslag gestalte krijgen. In 1987 kwam de 34-jarige Peter Breukink in dienst als directeur. Breukink nam zich gelijk voor om de touwtjes in handen te nemen, en nieuwe levensvatbare wegen voor de Stichting te verkennen. Door Breukink binnen te halen, creëerde De Olde een conflict dat in toenemende mate tot uiting kwam. De Olde achtte Breukinks komst noodzakelijk om de Stichting voor de toekomst te behouden, maar kon eigenlijk niet goed met zijn zelfstandig functioneren leven. Breukink erkende dat zaken soms ook moeten worden losgelaten om bij de tijd te blijven. De verhuizing van het bureau van oud-directeur Rekers ouderlijke woning naar de Westersingel 43 te Groningen is wat dat betreft exemplarisch. Toen rijksarchivaris Eric Ketelaar, in de jaren tachtig toegetreden tot het dagelijks bestuur,31 rond de verhuisdatum de archieven van het bureau moest opschonen, verdwenen grote delen in een container daartoe aan de voordeur opgesteld. Veel werd door Ketelaar, op wiens autoriteit men volledig voer, in razend tempo aangemerkt als vvv: voor vernietiging vatbaar. De papierslachting die zich aldus manifesteerde,

29 Deze verbreding gaat samen met een ‘verinnerlijking’. Juist in deze periode verdiept zich ook de belangstelling voor kerkinterieur en kleurstelling. 30 Bezongen door De Olde in ‘Alle kwaliteiten van een kerkhof zijn van belang: het werk van de kerkhovencommissie’, Groninger Kerken (1995) nr. 4, 138. De Stichting bezat toen elf kerkhoven, mitsgaders een tuin. 31 Later ook hoogleraar archiefwetenschap aan de universiteit van Leiden (1992-2002) en de Universiteit van Amsterdam (1997-2012).


Het tijdschrift Groninger Kerken In het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken zijn vanaf het allereerste begin twee zaken van wezenlijk belang geweest: het behoud van kerkgebouwen én het voortdurend infor­ meren van het publiek over de bijzondere histo­ rische waarde ervan. In de beginjaren gebeurde dat door de uitgave van losbladige artikelen – vaak beschrijvingen van kerken of interieur­ onderdelen – die verzameld konden worden in de zogeheten ‘publicatiemappen’. Voorzitter Harry de Olde zette in 1984 de stap naar een vier maal per jaar verschijnend écht tijdschrift, hij zelf werd redactiesecretaris. Zijn wel eens geuite vrees ‘Op een goed moment zijn we door de onderwerpen heen!’ is niet bewaarheid. Net als dat de Stichting haar blikveld verruimde naar de wereld om de kerken heen, te beginnen bij de kerkhoven, gebeurde dat ook met de inhoud van Groninger Kerken. Het tijdschrift bleek bovendien een goed middel om donateurs regelmatig en rechtstreeks te informeren over het werk van de Stichting, helemaal in een tijd waarin meer ideële instellingen om de gunst van het publiek begonnen te werven. De uitvoering van het tijdschrift groeide steeds mee met de veranderende eisen van de tijd. Beeldmateriaal werd een steeds prominenter onderdeel van de inhoud, tot vreugde van Regnerus Steensma die zich behalve als redactievoorzitter ook met graagte afficheerde als ‘kerkenfotograaf’. Daarnaast werd ook steeds vaker werk van derden opgenomen – onder meer Omke Oudeman, Duncan Wijting en Jelte Oosterhuis drukten (en drukken) hun stempel op het blad als ‘huisfotografen’. De professionele vormgeving is al sinds 1994 in handen van het bureau Ekkers & Pauw, in het bijzonder Meindert Spek. In 2006 werd het nieuws met betrekking tot de Stichting ondergebracht in een apart katern, dat de even franjeloze als adequate titel De Stichting meekreeg. Dit wordt ook los verspreid. Enkele jaren later is door redactievoorzitter Justin Kroesen, als opvolger van Regnerus Steensma, en -secretaris Martin Hillenga ook een koers van verbreding van de inhoud van Groninger Kerken ingezet. Werd ‘human interest’ eerst opgenomen als ‘Bijzonder verhaal’, afgepast in ruimte, sindsdien levert dit aspect volwaardige artikelen op. Voorwaarde is wel dat er een directe relatie bestaat met Gro­ ninger kerken, al dan niet in het bezit van de Stichting.

17

29 Reclame-affiche voor het tijdschrift Groninger Kerken, circa 1991. Collectie SOGK.


30 Directeur Lammert G. Reker op zijn laatste werkdag achter zijn bureau in het kantoor aan de Praediniussingel, 1987. Foto Jan Hovinga.

heeft op de aanwezigen, waaronder enkele leden van het bestuur, grote indruk gemaakt. Rekers multomapjes, voorzien van aantekeningen per kalenderjaar met vele tekeningen en diagrammen ter opluistering van de zoveelste vergadering, bleven Ketelaars papierdorst bespaard en zijn nog steeds te bewonderen in de Groninger Archieven. Breukink schiep ruimte voor nieuwe initiatieven. De Stichting kreeg lucht en een heel nieuw elan. Zo werd educatie een prominent thema. Ter ere van het 25-jarig jubileum in 1994 organiseerde men een Kinderkruistocht tussen Thesinge en Ten Boer; wegens het gure weer konden de decorstukken slechts met grote moeite op de plaats gehouden worden. Breukink zocht en vond contact met de literaire wereld, onder meer resulterend in publicaties van dichters als C.O. (Cor) Jellema (1936-2003) en Gerrit Krol (1934-2013). En naast de typerende soberheid van De Olde kwam er ruimte voor ludieke acties, zoals de in 1990 georganiseerde recordpoging kerkorgelspelen door Peter Westerbrink in Garnwerd, gevolgd door voordrachten van dichters als Jellema en Rutger Kopland.32 Deze nieuwe kerkelijke activiteiten trokken een heel ander publiek dan tevoren.

Secularisatie SOGK (2002-) In 2002 nam de Stichting de kerk van Overschild in bezit, haar vijftigste; ze telde zesduizend donateurs. De Olde stopte als voorzitter, Steensma ging met pensioen. Justin Kroesen, die Steensma al jaren vergezelde in de collegezaal en op zijn kerkreizen in verre streken nam Steensma’s positie over. De ontstane onbestemdheid kreeg vaart met een nieuwe erfenis. In 2002 schonk mevrouw Annegiena Cicilia Trijntje Tempel-Zwartsenberg (1902-2002) haar gehele vermogen aan de Stichting. Deze schenking luidt een nieuw tijdperk in; het idee waarmee ze werd overgedragen (volksverheffing) was niet bepaald nieuwerwets. Tempel-Zwartsenberg ging haar eigen tijdloze gang. Nog in 2001 liet ze zich, als enig bestuurslid van het Tempel-Zwartsenbergfonds, vervoeren naar enkele geliefde kerken, per helikopter overkomend uit Den Haag, neerdalend op het erf van de familie Feitsma te Eenum. Met scheidend voorzitter De Olde, Breukink en volle neef Jacques J. d’Ancona verplaatste ze zich per rolstoelbusje naar de kerken van Zeerijp en Eenum, gevolgd door een vaderlandslievend concert in Krewerd, bestaande uit ‘variaties op het Wilhelmus’, aldus Jacques.33

18

Van Den Bremen en imagovorming

31 Verslag van de directiewisseling in het tijdschrift Groninger Kerken, 1987.

Het nieuws van deze nalatenschap viel in de eerste week van het voorzitterschap van Gert van den Bremen (2002-2014). Van den Bremen (1942-) was een geheel ander figuur dan De Olde. Waar De Olde als bestuurder zich mengde in de dagelijkse gang van zaken en moeilijk afstand kon houden van de

32 ‘Record orgelspelen trekt publiek: Jonge donateurs voor ‘Oude Groninger Kerken’, Nieuwsblad van het Noorden, 7 mei 1990. 33 “Weldoenster hoort orgels nog één keer”, Nieuwsblad van het Noorden, 11 september 2001.


praktijk, liet Van den Bremen het dagelijks werk geheel aan het bureau over. De ervaren bestuurder, als wethouder bekend als de ‘Paus van Stadskanaal’, richtte zich op het verder uitbouwen van de Stichting die hij beschouwde als een beschaafde, goed lopende organisatie. Als De Olde een zendeling was, dan was Van den Bremen een bisschop. De Stichting werd een instituut.34 De voorzitter hoefde en wilde niet langer op de zeepkist / preekstoel plaatsnemen, hij kon ex cathedra gaan regeren. Van den Bremen liet het uitzetten van beleid graag aan de directeur over. Breukink werd langzamerhand minder een administrateur, meer een bestuurder. Waar De Olde weinig op had met imagovorming – hij wantrouwde die als het resultaat van een al te ijdel gemoed – meende Van den Bremen dat het actief cultiveren van een positief imago juist cruciaal was voor het voortbestaan van de Stichting. Doel werd dus om op gezette tijden lachend op de foto te staan, bijvoorbeeld door regelmatig op feeste­ lijke wijze een kerk over te nemen, en het Groningen-gevoel dat velen in de samenleving bleken te associëren met de Groninger kerken te cultiveren. Verworven kerken werden op symbolische wijze ‘teruggegeven aan het dorp’. De overhandiging van de sleutel van de kerk aan een vertegenwoordiger van de plaatselijke commissie werd onder Van den Bremen een prominent deel van het overdrachtsritueel. Plaatselijke gemeenschappen moesten als de werkelijke eigenaren van de kerken worden beschouwd; de Stichting diende dit eigenaarschap te faciliteren. Zo werd de Stichting dus meer dan voorheen beschouwd als smeerolie voor de samen­ leving; wellicht niet toevallig had Van den Bremen een achtergrond als opbouwwerker.

32 Portret van Annegiena Cicilia Trijntje (‘Annie’) ZwartsenbergTempel, in 1966 geschilderd door William Edward Narraway. De echtgenoot van mevrouw Tempel was in Londen werkzaam als voorzitter van de Raad van Bestuur van Unilever. Zelf verrichtte ze veel liefdadigheidswerk voor de Nederlandse Kerk (Austin Friars) aldaar. Collectie SOGK.

Nieuwe wegen: het internet en leefbaarheidsgelden Voortgestuwd door de erfenis van Tempel-Zwartsenberg werd in 2006 de remonstrantse kerk aan de Coehoornsingel 14 gerestaureerd door de Japanse architecte Moriko Kira, en betrokken door het bureau. De barre tijden waren definitief voorbij. De eigen leer werd losser gehanteerd, maar daarmee niet losgelaten. Al te gedetailleerde fascinaties werden gedelegeerd naar het tijdschrift. Het bureau, dat zich in de loop van deze jaren verbreedde naar vijftien werknemers, ging 33 Gert van den Bremen (rechts) overhandigt Justin Kroesen in 2010 de Erepenning van de SOGK. Kroesen was tot zijn vertrek naar Noorwegen in 2016 aan de RUG verbonden als universitair docent Kunstgeschiedenis van het Christendom en coördinator van het Instituut voor Liturgiewetenschap (sinds 2009 Instituut voor Christelijk Cultureel Erfgoed). Foto Elmer Spaargaren. 34 Instituten krijgen status- en huldeblijken, en titels voor de naam – tekens van acceptatie door andere instituten: een POM (Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud)-status in 2013, CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving)-keurmerk voor goede doelen in 2002; AMO (Aangewezen Monumenten)-status in 2008. Reeds in 1991 verwierf de Stichting de Europa Nostra Award. Voor een meer volledige institutionele geschiedenis, zie Bakens van Betekenis: Beleidsplan Stichting Oude Groninger Kerken 2017-2020 (Groningen 2016) 5-9.

19


37, 38 en 39 Heveskes is waarschijnlijk de meest gefotografeerde kerk van de Stichting. De SOGK deed in 1971 al een vergeefse poging de kerk over te nemen. Terwijl allerlei woeste plannen – waaronder zelfs verplaatsing naar het Nederlands Openlucht­museum in Arnhem of het themapark Huis ten Bosch in Nagasaki, Japan – werden overwogen, verviel het gebouw steeds meer. In 1995 werd de kerk uiteindelijk door de Stichting overgenomen. Foto’s B. van As en A.J. van der Wal, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 34 Een deel van het personeel van de SOGK bij de viering van het 35-jarig bestaan in 2004 in het kantoor aan de A-weg. Foto archief SOGK.

20

35 De vervallen kerk van Vierhuizen in 2007, vlak voor de restauratie van het gebouw. Het benodigde geldbedrag daarvoor, 920.000 euro, werd verkregen door de uitverkiezing van de kerk in het AVRO-programma ‘De Restauratie’, gesponsord door de BankGiro Loterij. Foto Harry de Olde.


zich in toenemende mate verbinden met de samenleving. We herroepen hier de leus van scriba Frits Mooi: Leven gaat voor de leer! Zo ging in 2002 de eigen website groningerkerken.nl online, en werd het Web in de daaropvolgende jaren gekoloniseerd via twitter en Facebook. De Olde, bewust oudmodisch, correspondeerde het liefst per getypte brief, waarin geen spatie verkeerd stond. Zijn spreektaal (hij bezigde met graagte termen als ’mitsgaders’) stond dichter bij de Statenbijbel dan een twitterbericht. Zijn weetgierigheid en de waan van de dag kruisten nog eenmaal de degens in de Der Aa-kerk ter ere van het veertigjarig jubileum van de Stichting. Hier was hij de glorieuze winnaar van kennisquiz petje op-petje af met vragen over de geschiedenis van de Stichting en haar kerken. Van het spel had hij nog nooit gehoord, maar verliezen kon hij niet. De nieuwe koers viel samen met nieuwe financierings­ mogelijkheden. Kerkrestauraties werden in toenemende ma­ te gefinancierd uit Europese ‘leefbaarheidsgelden’. Dit vertaalde zich naar de titels die restauratieprojecten gingen dragen: waar een ouder project als ‘de restauratie van het kerkje van Oostum’ zich nog expliciet richtte op het te restaureren object, werd in een leefbaarheidsproject als ‘het gezicht van Noordwijk’ het kerkgebouw als middel gepresenteerd om een dorp te stileren en het leefklimaat te verbeteren. Dit leek ook te betekenen dat architecten die de kerken opnieuw vorm­ geven niet noodzakelijk nog kennis hoeven te hebben van de Groninger geschiedenis. Vloeken in de kerk! Dit vergrootte het arsenaal van mogelijke restauratie-architecten aanzienlijk. Zo kwam de Japanse architect Kisho Kurokawa (19342007), op verzoek van Jur Bekooy, in 2002 tot een futuristisch ontwerp voor de kerk van Heveskes, door de lokale geschiedenis ook al surreëel afgeleverd wegens de vermeende (maar niet gerealiseerde) opmars van de Delfzijlster industrie. Kurokawa voorzag bij de restauratie, die nooit werkelijkheid werd, een onderkerkse gang met nevenliggend bassin. Van Liudger en tufsteen had hij waarschijnlijk geen weet.

Educatie en secularisatie In het educatieve werk van de Stichting zien we deze secu­ liere beweging terug. In vroegere jaren moesten de kinderen van bestuursleden mee op excursie om de liefhebberij van grote mensen bij te wonen. Langzamerhand is daarna het minderjarig volksdeel als volwaardig publiek voor de Stichting herkend. Leefwereld van kind en kerk werden met elkaar verbonden. Dit lukte bijvoorbeeld uitstekend in het Focke-­ project (2001-2003), waarin de jonge Schieringer monnik Focke van Nittersum namens het noordelijk deel der Lage Landen de strijd aangaat met de Vetkopers uit Holland. ‘Focke’ was nog een verkapte vorm van catechisatie: het verhaal diende om historische informatie en waardering voor de middeleeuwse Groninger geschiedenis over te dragen. In de loop van het nieuwe millennium verdwijnt de neiging om kinderen enkel in te wijden in de eigen, volwassen belang-

40 Na restauratie van de kerk van Heveskes, werd nagedacht over her­ bestemming. De Japanse architect Kisho Kurokawa maakte een plan voor een paviljoen met een informatiecentrum over de omringende industrieën, bereikbaar via een onderaardse gang vanuit de kerk. De Vereniging Samenwerkende Bedrijven Eemsmond trok zich in 2003 terug uit de samen­ werking. Wat rest is de maquette. Collectie SOGK. 41 Ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum in 2009 wordt de vlag gehesen aan het kantoorgebouw van de SOGK, de remonstrantse kerk aan de Coehoornsingel. Op de ladder bouw­kundige Marleen van Vreeswijk, rechts Regnerus Steensma. Foto archief SOGK.

21


42 Programma van een Focke-dag in Westeremden. De evenementen zijn geënt op het jongetje Focke, hoofdpersoon in de kinder­ boeken van schrijfster Martine Letterie. Collectie SOGK.

22

stelling, en wordt de verantwoordelijkheid voor de bestemming en betekenis van de kerken steeds meer bij lokale scholen en individuele leerlingen neergelegd. De ‘sleutel­ bewaarders’-projecten, waarin een school de sleutel van de kerk krijgt, maken de kinderen tot eigenaar – de kerk wordt hun startkapitaal, naar eigen inzicht te benutten. Meer in het algemeen blijkt de Stichting in deze periode steeds beter in staat zich af te stemmen op de samenleving. De SOGK en de Protestantse kerk bewandelen in het nieuwe millennium samen het pad van de secularisatie. Op het moment van schrijven bezit de Stichting 91 kerken, twee synagogen, 58 kerkhoven/begraafplaatsen en negen (vrijstaande) torens. Er dreigen ‘beheersproblemen’ te ontstaan. De 43 In het project Sleutelbewaarders worden leerlingen van de basisschool verantwoordelijk voor de kerk in hun dorp. Zij krijgen dan ook een kerksleutel in een mooi kistje, zoals hier in Garnwerd. Foto Janna Bathoorn.

grenzen van de groei zijn in zicht.35 Deze grenzen werden in de jaren na de oprichting al voorzien, en zijn in het nieuwe millennium prominenter geworden. Zo beweegt de Stichting zich langzamerhand op hetzelfde terrein als de Hervormde Kerk en stelt ze zich ook dezelfde vragen: hoeveel kerkgebouwen kunnen we eigenlijk ‘aan’? Maar ook: Hoe kunnen we ons zo goed mogelijk afstemmen op veranderende tijden? Wat zijn de eigen uitgangspunten nog waard? Door de aardbevingen op het Groninger land, in 2012 op de nationale agenda gekomen met ‘Huizinge’, kunnen antwoorden op dergelijke vragen niet al te lang uitblijven. De schade aan zo’n zestig kerkgebouwen in het bezit van de Stichting bedraagt vele miljoenen. Als de geschiedenis zich herhaalt kunnen we voor de vraag komen te staan of we delen van het Groninger erfgoed ook willen ‘vergeten’, precies zoals de Hervormde Kerk vijftig jaar geleden moest besluiten, geconfronteerd met drastische en onvoorziene wijzigingen in de leefomgeving. Welke kerken, kerkhoven en ander Groninger erfgoed zijn voor vernietiging vatbaar? ‘Restaureren is vernielen’: met een restauratie wordt een monument geweld aangedaan om een hedendaagse versie van de geschiedenis te handhaven. Zijn er versies van de geschiedenis denkbaar waarin Groninger kerkgebouwen onherkenbaar veranderen of zelfs verdwijnen? En wie heeft nog de autoriteit om dit te bepalen? De erkenning dat het eigen lot en dat van de objecten die daarmee verbonden zijn niet meer afhangt van een eigen uit te voeren coherente visie is de kern van secularisatie. Ooit kon monumentenbeleid worden afgestemd op enkele breed gedragen idealen. Nu lijkt het, ten slotte, zelfs per consument te mogen verschillen welke betekenis een kerk kan hebben.

De levende kerk Een kerkgebouw geschakeld met het menselijk bestaan maakt de kerk tot kerk. De richting van het menselijk bestaan wordt voor een belangrijk deel bepaald door het geloof dat men aanhangt. Binnen de Stichting werken de verschillende, tijdens de eigen geschiedenis beleden geloven en overtui­ gingen door. Nog steeds is ze een reactie op ontkerkelijking, bevolkingskrimp en verlies van wat geweest is (1945-); bij iedere kerkoverdracht neemt ze de last van een kerkrentmeester over. Nog steeds wordt ze gedreven door een bepaalde cul­ turele elite: vermogenden, academici, kunst- en cultuur­ minnaars – mensen ‘met smaak’ (1969-). Nog steeds stelt ze het eigen bezit centraal en tracht ze dit te integreren in een waardering van Groninger landschap en inwoner (1981-). En nog steeds verheft ze het mystiek meedeinen op de hedendaagse samenleving en politiek tot kunst (2002-). Deze gelaagdheid zouden we het karakter van de Stichting kunnen 35 ‘We moeten dorpen straks in de steek laten’, Dagblad van het Noorden, 27 februari 2015.


44 Pim de Bruijne (rechts) bij de overdracht van de kerken van Bierum en Holwierde, 2014. De Bruijne, oud-bestuurder van een woningbouwcorporatie en voormalig gedeputeerde, volgde met ingang van 1 januari 2014 Gert van den Bremen op als voorzitter van de SOGK. Foto Duncan Wijting.

noemen: dat wat de tijd heeft ingeschreven. Recht doen aan de Stichting betekent vooral ook: recht doen aan dit karakter – aan haar eigen mensen en wat hen dreef. Het gaat om Groninger kerken: om kerkgebouwen en de mensen die zich hier van bouw tot heden aan verbonden hebben. Van deze dy­ namiek heb ik hierboven kort verslag proberen te doen. Dat er meerdere geschiedenissen mogelijk zijn, is nu juist een van de verworvenheden van deze Stichting. Inmiddels heeft ze een enorm bereik gekregen, van de kleinste historische details tot grootschalige maatschappe­ lijke ontwikkelingen. Ze kan een rol spelen in het vormgeven van een provincie die zich opnieuw moet uitvinden. De bevolking vergrijst, de grond verzakt, de gebouwen en omwonenden vertonen schade. Het mag inmiddels vanzelfsprekend heten de Stichting Oude Groninger Kerken in een dergelijke onderneming te betrekken.

45 Sommige kerken van de eerste generatie hebben inmiddels een tweede restauratie achter de rug, zoals Leegkerk. Het herstel ging daar in 2012-2013 gepaard met herbestemming als Bijzondere Locatie. De Vlaamse architect Verrelst ontwierp daarvoor een goudkleurige kubus van zes bij zes meter waarin een toilettenblok, keukentje, voorraadkast en opslag werden ondergebracht. In 2016 was herstel vanwege aardbevingsschade noodzakelijk. Foto Harold Koopmans.

23

Dr. Eelco van Es (1979) werkt als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en als beleidsadviseur bij Stichting De Hoven, ouderenzorg Noord-Groningen. Voor de Stichting Oude Groninger Kerken verdiept hij zich rond het jubileumjaar in haar geschiedenis en ideeën.

Tinallingerweg 3a, 9953 TA Baflo. 3a, 9953 TA Baflo. Tel: 0595-422402 Tinallingerweg www.dicknorg.nl Tel: 0595-422402

www.dicknorg.nl


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Groen in goede handen

DĂ t is onze KRACHT T

COMMUNICATION, ART & DESIGN www.212f.nl

Industrieweg 33 9781 AC Bedum (050) 301 25 00 E info@groenwerf.nl W W W. G RO E N W E R F. N L

Kerkje van Klein Wetsinge Sinds 1965

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling.

Glas- en schilderwerken Restauratie- en imitatietechnieken Vloer- en wandafwerking Onderhoudswerken

Duinkerkenstraat 37, 9723 BP Groningen (050) 599 57 70 | info@corbuist.nl | www.corbuist.nl

De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl


CV ketel vervangen: veilige investering met een hoog belastingvrij rendement o.a. Nefit, Vaillant etc. vrijblijvende prijsopgave

HOENDIEP 102 9743 AP Groningen TELEFOON 050 - 3121915 Toonzaal dagelijks geopend: Ma. t/m Vr. 10.00 - 17.00 uur Za. 10.00 - 16.00 uur www.stol-bv.nl Gratis parkeergelegenheid

“Jurriëns Noord is voor mij... puur vakmanschap” Bouwbedrijf Jurriëns Noord B.V. is onderdeel van Friso Bouwgroep B.V.

Mense Ruiter  Orgelmakers bv Rijksweg 167

9792 pd Ten Post

t 050 301 05 50

info@menseruiter.nl

www.jurriensnoord.nl

Hoofdvestiging Osloweg 125 Postbus 5274 9700 GG Groningen t 050 - 55 66 779 e mail@jurriensnoord.nl

Nevenvestiging Pieter Zeemanstraat 9 Postbus 49 8600 AA Sneek t 0515 – 42 99 99 e mail@jurriensnoord.nl


heepstra Installatiebedrijf t Aanleg 11 51 SJ Winsum

Scheepstra Installatiebedrijf T. 0595-422360 Het Aanleg 11 Scheepstra Installatiebedrijf F.T.0595-445372 0595-422360 9951 SJ Winsum Het Aanleg 11 F. 0595-445372 9951 SJ Winsum T. 0595-422360info@scheepstra-installatiebedrijf.nl info@scheepstra-installatiebedrijf.nl F. 0595-445372www.scheepstra-installatiebedrijf.nl www.scheepstra-installatiebedrijf.nl

o@scheepstra-installatiebedrijf.nl ww.scheepstra-installatiebedrijf.nl

Sietsema aannemersbedrijf

T 050 318 66 36 www.carlavanderburg.nl www.kinderuitvaart-groningen.nl

Samen Zorgvuldig Passend


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouw werk toe! bouwwerk VASTGOED ONDERHOUD

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg

Wandafwerking •

Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Dealer van ruysdaelglas •

Beglazing •

Industrieel spuitwerk •

Restauratie & houtrenovatie

www.vdmaarschilders.nl Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • info@vdmaar.nl

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-5494171

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5

De Schilder, de beste vriend van je huis

9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

handmatige belettering in natuursteen advies bij en uitvoering van eigen ontwerp en ideeën restauratiewerk

0595 492242 info@deschreef.nl www.deschreef.nl GEDENKSTENEN

|

EERSTE STENEN

|

GEVELSTENEN

|

RELIËFS

|

GRAFMONUMENTEN

|

NAAMBORDEN

Profile for GroningerKerken

Januarinummer tijdschrift Groninger kerken  

Januarinummer tijdschrift Groninger kerken  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded