__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 7

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

jul i

E e n o p m e r ke l i j ke v o n d s t . Tw e e z i l v e r e n t r o f f e l s v o o r d e e e r s t e s t e e n ­ l e g g i n g v a n d e t o r e n v a n F i n s t e r w o l d e • Te e l f d e r u r e . L o t g e v a l l e n v a n een afgedankt uur werk in Middelstum • Her vonden aandenken aan een verloren zoon. Een bijzondere kroonluchter in de kerk van Oude Pekela


inhoud Anja Groeneveld-Smit

Een opmerkelijke vondst. Twee zilveren troffels voor de eerstesteenlegging van de toren van 81 Finsterwolde Was de San Giorgio Maggiore in Venetië echt het voorbeeld voor de bouwers van de Finsterwolder kerktoren? Hoe dan ook: de torenbouw in 1820-1821 markeert een bijzondere tijd in de geschiedenis van het dorp: het bescheiden vissersdorp aan de Dollard was door de grootschalige inpolderingen veranderd in een welvarend boerendorp. De bijzondere toren zou dan symbool zijn voor een nieuwe horizon. Aan de bouw herinneren twee zilveren troffeltjes, gebruikt bij de eerstesteenlegging. Het bestaan van één daarvan was tot voor kort niet bekend bij een groter publiek. Piet Kooi

Te elfder ure. Lotgevallen van een afgedankt 90 uurwerk in Middelstum Roerende goederen van kerken raken soms op drift. In een enkel geval keren ze weer terug op hun oorspronkelijke plek. Dat geldt gelukkig ook voor het zestiende-eeuwse uurwerk van Middelstum, dat na een halve eeuw afwezigheid weer in de toren is opgesteld. De auteur van deze bijdrage wist het waardevolle instrument in 1960 te elfder ure te behoeden voor de schroothoop. Nu maakt het weer deel uit van een bijzonder ensemble.

De Stichting

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Beschermheer Mr.drs. F.J. Paas, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl

93

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Educatie · Werk in uitvoering · Onze man in Bergen Martin Hillenga

Hervonden aandenken aan een verloren zoon. Een bijzondere kroonluchter in de kerk van 113 Oude Pekela Eén van de koperen kroonluchters in de kerk van Oude Pekela was lange tijd aan het zicht onttrokken. De kaarsenkroon verdween in 1933 en werd meer dan zestig jaar later ‘ontdekt’ in het depot van het Dordrechts Museum. De omzwervingen die de lamp heeft afgelegd zijn in duisternis gehuld, maar vanaf 1995 hangt ze weer op haar oorspronkelijke plaats. De kroonluchter werpt licht op een bijzondere gebeurtenis in de vaderlandse geschiedenis en een tragisch voorval voor een Pekelder familie. Foto omslag: Troffeltje gebruikt bij de eerstesteenlegging van de kerktoren van Finsterwolde, 1820. Het object is voorzien van de merktekens van de stad-Groninger zilversmid H.W. van Giffen. Foto Duncan Wijting. Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen issn 0169 - 3719

Redactie Groninger Kerken Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA Dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Chris de Graaf, e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per

Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

34 / 3 – juli 2017

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Anja Groeneveld-Smit

1 De vrijstaande kerktoren van Finsterwolde gezien uit het oosten. De afstand tussen kerk en toren bedraagt zo’n honderd meter. Foto Duncan Wijting.

Een opmerkelijke vondst Twee zilveren troffels voor de eerstesteenlegging van de toren van Finsterwolde Aan de bouw van de kerktoren van Finsterwolde herinneren twee zilveren troffeltjes. Het bestaan van één daarvan was tot voor kort niet bekend bij een groter publiek. De objecten, en de daarop gegraveerde namen, bieden een inkijkje in een belangrijke fase in de Finsterwolder geschiedenis, namelijk de transformatie van arm vissersdorp tot bloeiende landbouwnederzetting. De bouw in 1820-1821 van de toren, waarin sommigen het voorbeeld van de Venetiaanse Basilica di San Giorgio Maggiore menen te herkennen, markeert deze overgang beeldend. Op 28 oktober 2016 nam de Stichting Oude Groninger Kerken de Stefanuskerk in Finsterwolde over van de Protestantse Ge­ meente Reiderland. De kerkelijke gemeente zal de kerk blij­ ven gebruiken voor de diensten. Daarnaast blijft het gebouw beschikbaar voor culturele activiteiten in het dorp en de om­ geving. Op de grote avondmaalstafel van de Stefanuskerk lagen op de dag van de overdracht in een stijlvolle presen­ tatie de roerende goederen van de kerk: oude bijbels, psalm­ boeken en het avondmaalszilver (zilveren wijnkannen, -kel­ ken en -bekertjes en de bijbehorende dienbladen). Deze kost­ bare en speciale bezittingen dragen hun geschiedenis met zich mee, als stille getuigen van het kerkelijk verleden van Finsterwolde. Links op de tafel lag een opvallend object dat geen rol speelde in de liturgie, maar dat verbonden is met de bouwgeschiedenis van de kerk: een zilveren troffel met hou­ ten handvat. Op het blad van deze troffel staat gegraveerd: Gebruikt tot het leggen van den eerste Steen aan den Toren te

Finsterwold den 16 Juny 1820 door den Kerkvoogd D.G. Garrels en deszelfs Echtgenoote P.J. Takens

Kort na de overdracht van de kerk van Finsterwolde ontving de Stichting Oude Groninger Kerken een bericht met de me­ dedeling dat er zich in een particuliere verzameling in de pro­ vincie nóg een zilveren troffel bevindt. Daarop staat de tekst: Gebruikt tot het leggen van den eerste Steen aan den Toren te Finsterwold den 16 Juny 1820 door den Kerkvoogd J.K. Muller en deszelfs Echtgenoote W.G. Busscher

81


82 2 De troffel met vermelding van de namen van het echtpaar Garrels-

3 De troffel met vermelding van de namen van het echtpaar Muller-

Takens in het bezit van de kerk van Finsterwolde. Foto Duncan Wijting.

Busscher in een particuliere collectie. Foto archief SOGK.

Naslagwerk in de ‘Rekening der kerke te Finsterwold’ in het ‘Staatboek der Kerkengoederen’ leverde vervolgens de vol­ gende bijzonderheden op. Voor de periode rond 1820 staat daarin de ‘Rekening en Verantwoording door Derk Garrelts en Jan Kornelis Muller in hunne qualiteit als kerkvoogden der Kerspel Finsterwold voor 1819, 1820 en 1821’. Deze beide he­ ren waren dus gelijktijdig kerkvoogd van Finsterwolde. Dit is de verklaring dat de eer van de eerste steenlegging aan hen te beurt gevallen was. Wie waren deze heren en hun echt­ genotes en welke positie hadden zij in de kerk en het dorp Finsterwolde? En tegen welke achtergrond vond de toren­ bouw plaats?

Kerk en kerkvoogden In 1819 gaf de kerk van Finsterwolde de opdracht voor het bouwen van een stenen toren ter vervanging van een in 1663 gebouwde lage houten toren.1 Op vrijdag 16 juni 1820 werd de eerste steen gelegd, het symbolische begin van de bouw.

Een eerstesteenlegging wordt meestal verricht door een be­ langrijk persoon of iemand met een speciale betrokkenheid bij de nieuwbouw of de besluitvorming daartoe. In kerkelijke aangelegenheden, zoals bij de bouw van een nieuwe kerk of toren, kwamen daarvoor de dominee, kerkenraadsleden of kerkvoogden in aanmerking. Kerkvoogden waren belast met het beheer van de kerkelij­ ke goederen en het onderhoud daarvan. Zij stonden indertijd los van de kerkenraad. In de Groninger Archieven is het ar­ chief van de kerk van Finsterwolde ondergebracht. Daaronder bevindt zich ook het bovengenoemde ‘Staatboek der Kerken­ goederen van Finsterwold’, een behoorlijk gehavend boek­ werk dat is aangelegd in het jaar 1790.2 De kerkvoogden van Finsterwolde legden tot 1824 eens per drie jaar rekening en verantwoording af aan de ‘Burgemeesteren en raad van de stad Groningen’. Daarna waren zij verantwoording verschul­ digd aan de gedeputeerde staten van Groningen, een rege­ ling die overigens al in 1820 ingevoerd was.3

1 N.E. Dekker, ‘Schoolonderwijzer Finsterwolde’, oktober 1828; digitaal te bereiken via: https://www.groningerarchieven.nl/onderzoek/ schoolmeesterrapporten/f-g/finsterwolde; M.D. Ozinga, De monumenten met geschiedenis en kunst, Oost-Groningen (Den Haag 1940) 68; Ronald Stenvert (red.), Monumenten in Nederland, Groningen (Zwolle 1998) 87-88. 2 RHC Groninger Archieven, Archief Hervormde gemeente Finsterwolde (1575) 1661-1965, toegangsnr. 232, inv.nr. 129. De archieven van de Hervormde gemeente Finsterwolde zijn niet compleet en vertonen verschillende hiaten; vele losse stukken zijn verloren gegaan. 3 Idem, Inleiding 1.1 Kerkelijk bestuur en inventarisnummer3.2.6. Financiële administratie nr. 129.


In het begin van de negentiende eeuw werden, zo blijkt uit het Staatboek, verschillende grote investeringen door de kerk van Finsterwolde gepleegd waaronder de bouw van de toren in de jaren 1820-1822. Het kerkelijk grondgebied van Finsterwolde was door de jaarlijkse aanslibbing van de Dol­ lard en de inpoldering daarvan sterk toegenomen waardoor de financiële positie van de kerk steeds florissanter was geworden. Na de bouw van de toren kon ‘de oude onaanzien­ lijke kosterij’ en later ook de school vervangen worden door een nieuw fraai gebouw. 4 Het eerder arme dorp Finsterwolde werd in het verleden regelmatig geteisterd door hevige stormen, overstromingen en de veepest. Aan het einde van de achttiende eeuw keerde het tij. Na de inpolderingen vestigden zich vanaf die tijd steeds meer boeren op de nieuwe gronden of werden deze in gebruik genomen door de ‘eigen’ Finsterwolder boeren. Zij ontwikkelden zich tot een rijke welvarende zelfverzekerde boerenstand die samen met de notabelen in maatschappelijk en kerkelijk opzicht de touwtjes in handen namen. Ook de kerken profiteerden van de toegenomen welvaart. Kerkelijke gronden en bezittingen, ooit eigendom van de katholieke kerk, waren sinds de Reductie van Groningen in 1594 over­ gegaan naar de gereformeerde kerken, de ‘enig toegestane gereformeerde religie’. Deze gronden werden verhuurd aan de boeren. Het was een bron van inkomsten waaruit de lasten van de kerk betaald werden en die beheerd werd door de kerkvoogden.5 De kerk van Finsterwolde werd in de negentiende eeuw steeds rijker. Op de ranglijst van inkomsten van hervormde gemeenten in de provincie Groningen in het jaar 1854 stond Finsterwolde op de vijfde plaats na Groningen-stad, Farm­ sum, Eenrum en Oostwold. Deze inkomsten werden in Fin­ sterwolde voor ongeveer 80% verkregen uit kerkelijke fond­ sen en eigendommen. Rond 1890 was Finsterwolde gestegen tot een tweede plaats, na de stad Groningen.6 De persoonlijke geschiedenissen van de echtparen ver­ meld op de troffels illustreren de bloeiperiode van de Old­ ambtster landbouw en de Finsterwolder boeren sinds de late achttiende eeuw. Dat is reden om de echtelieden hierna ver­ der voor het voetlicht te halen. 4 (boven) De toren van Finsterwolde gezien uit het noordwesten. Foto Duncan Wijting. 5 (midden) De kerk van Finsterwolde, gezien vanuit het zuidoosten. Foto Duncan Wijting. 6 (onder) Gedenkbord voor de bouw van de houten toren in 1663, aanwezig in de huidige toren. Foto Duncan Wijting.

4 Dekker, ‘Schoolonderwijzer Finsterwolde’. 5 Jonn van Zuthem, Harde grond, kerkelijke verhoudingen in Groningen, 1813/1945 (Assen 2012) 22, 31-33. 6 Van Zuthem, Harde grond, 328, 332, bijlage 3b en 3c: Ranglijst inkomsten hervormde gemeenten in Groningen in resp. 1854 en 1889-1890.


84

7 Finsterwolde en omgeving op de provinciekaart van Theodorus Beckeringh, 1781. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-6315). 8 (linksonder) Kaart uit 1822 van de zuidkant van de Dollard met de kwelderaanwas langs de Finsterwolderpolder (bedijkt in 1819) en de Groningerpolder annex Stadspolder (drooggelegd in 1740). Finsterwolde kwam nog verder van de Dollard te liggen na de bedijkingen van de Reiderwolderpolder (gefaseerd aangelegd in 1862-1874) en Carel Coenraadpolder (1924). Collectie RHC Groninger Archieven (817-3047.3). 9 (onder) Fragment uit de Beknopte Aardrijks- en Geschiedkundige Beschrijving der Provincie Groningen (1818) van Hermannus Kremer. De auteur was van 1818 tot zijn overlijden in 1825 onderwijzer in Finsterwolde. Particuliere collectie.


De kerktoren van Finsterwolde door de eeuwen heen De toren van Finsterwolde steekt fier en fraai uit boven het omringende vlakke polderlandschap. In 1820 begon de bouw ter vervanging van een houten toren uit 1663. De toren is ge­ fundeerd op 96 heipalen van 18-28 voet en heeft een totale hoogte van 152,5 voet (Groninger voet = 0,294 meter). Deze toren met alle technische gegevens (in Groninger maten) was in 1848 het onderwerp van een ingewikkelde som in het Meetkundig rekenboek voor de jeugd van H. Kremer.7 Op de wijzerplaat staat, verdeeld over de vier hoeken, ‘AD 1821’. Een paard als windvaan prijkt op het hoogste punt van de toren. In de toren hangt een door Gebr. van Bergen te Mid­ wolda in 1880 gegoten klok. Rond de toren zullen in het verle­ den vele duivenparen gevlogen hebben. De kerkvoogdij be­ zat van 1824 tot 1917 het recht tot het houden van een duiven­ til. De geregistreerde 100-150 duivenparen waren vanwege de dure mest een bron van inkomsten voor de kerk. Finster­ wolde had een van de grootste duiventillen in de provincie.8 Naast de toren stond indertijd een kleine brandweerkazer­ ne. De toren zelf werd zeker tot in de jaren zestig van de vo­ rige eeuw gebruikt voor het drogen van brandslangen. Sinds 1963 is de kerktoren eigendom van de gemeente Old­ambt. Na de laatste restauratie in 2012 is deze toren ook een ‘Landmerk’, een van de acht bijzondere en spannende oriëntatie- en uitkijkpunten in de omgeving van de Groninger kust. De toren is te beklimmen: het sleuteladres staat op een bord naast de toegang vermeld. De klim naar boven via de bijzondere zolders wordt op de omloop van de toren ruim­ schoots beloond met een weids uitzicht over het hele Old­ ambt en bij helder weer tot ver daarbuiten.

D.G. Garrelts Derk Garrelts (1755-1828), wiens naam is vermeld op de trof­ fel in het bezit van de kerk, trouwde in 1777 met Pieterke Takens (1757-1833). Garrelts, landbouwer van beroep, komen we op verschillende plaatsen in de kerkelijke archieven te­ gen. In 1793 werd hij tot diaken gekozen, toen een benoeming voor twee jaar; een tweede termijn volgde in 1803.9 Tijdens de eerste ambtsperiode was hij als boekhouder-diaken ook verantwoordelijk voor de collecteopbrengsten. Op de zon­ dagen 8, 15, 22 februari en 1 maart 1795, tijdens de Franse bezetting, waren er geen diensten gehouden ‘om reden van al de vreemde troepen, die hier zijn ingekwartierd bij boer en borger’. Geen dienst betekende ook dat er geen collectes ge­ houden waren. Geen collectes betekende ook geen inkom­

85

De kerktoren op een ansichtkaart van omstreeks 1920. Links van de toren staat de ‘kazerne’ van de vrijwillige brandweer. Collectie RHC Groninger Archieven (1986-11006).

sten en dát werd in de boekhouding genoteerd. Dit is een van de weinige signalen in de kerkelijke archieven waaruit iets over de sociaaleconomische en politieke omstandigheden en de problemen van de Franse tijd af te leiden valt.10 In 1814 werd Derk Garrelts benoemd tot kerkvoogd. Het enige wat van zijn vrouw Pieterke Takens te achterhalen valt, blijkt uit de eerste kadastrale gegevens van 1832. Daarin staat de weduwe Garrelts te boek als eigenaar van een perceel en ‘landbouwster’. Pieterke Takens zette kennelijk het werk van haar man voort. Enig rekenwerk leert dat haar grondbezit in geen enkele vergelijkbare verhouding stond tot dat van de collega-kerkvoogd van wijlen haar echtgenoot, Jan Kornelis Muller.11

7 H. Kremer, Meetkundig rekenboek voor de jeugd (Groningen 1848) 91-92. 8 Nationaal Archief, Archief van vervallen Inventarissen, Dienst Opperhoutvesterij, inv.nr. 2067; Teun Juk, ‘Duiventillen bij Groninger Kerken en pastorieën’, Groninger Kerken 14 (1997) nr.4, 121-126. 9 RHC Groninger Archieven, toegangsnr. 232, Inleiding en inventaris 2, opsomming van diakenen over de periode 1780-1806, blz. 149. De registratie van ouderlingen is niet compleet. 10 B. Roelofs, ‘Iets over kerkelijk leven, armenzorg enz. te Finsterwolde, in de 17de en 18de eeuw’ in Groningsche Volksalmanak 1913 (Groningen 1912) 48-86, daar 74-75. 11 www.hisgis.nl/Groningen/Finsterwolde.


10 Het interieur van de kerk, goeddeels tot stand gekomen in het eerste kwart van de 19 eeuw. Foto Duncan Wijting.

86

11 Het in 1808 door H.H. Freytag gebouwde orgel. Foto Duncan Wijting.


12 De boerderij Hoofdweg 17, bewoond door Fokko Heddema en Wendel Geerts Busscher. Foto Duncan Wijting.

87

J.K. Muller, W.G. Busscher en familie Heddema Tegelijkertijd met Garrelts werd in 1814 Jan Kornelis Muller (1778-1859) tot kerkvoogd benoemd. Samen zouden ze daar­ na tot en met het jaar 1823 deel uitmaken van het college van kerkvoogden.12 Van Muller is aanzienlijk meer bekend dan van Garrelts; dat geldt zeker ook voor zijn echtgenote Wendel Geerts Busscher. Muller genoot als een van de grootste boeren in Finster­ wolde groot aanzien. Zijn percelen weide- en landbouwgrond liepen in het noorden door tot aan de dijk van de Finsterwol­ derpolder en in het zuiden tot aan de Tjamme.13 Muller was naast kerkvoogd ook verschillende jaren diaken en ouderling van de kerk. Eind 1819 kreeg hij de opdracht van de kerken­ raad om te onderzoeken hoe de kerk het beste kon handelen met het ingedijkte land dat behoorde tot het kerkelijk grond­ bezit. Als grootgrondbezitter was dit onderwerp voor hem geen onbekend terrein. Door zijn huwelijk in 1813 met Wendel Geerts Busscher, die naast hem woonde, was hun gezamen­ lijk bezit ook nog eens aanmerkelijk uitgebreid. Op de eerste kadastrale kaarten van 1832 is Mullers grondbezit – weide­ land, landbouwgrond, tuin, boomgaard en ‘bosch van ver­ maak’ – duidelijk in kaart gebracht. 12 RHC Groninger Archieven, toegangsnr. 232, inv.nr. 129, Financiële administratie. 13 Via www.hisgis.nl/Groningen/Finsterwolde, de eerste kadastrale gegevens uit 1832.

13 Portret van Wendel Geerts Busscher, circa 1815. Foto uit: L. Ast-Boiten, De Groninger dracht (Groningen 1997). 14 Silhouetportretten van het echtpaar Heddema-Busscher. Illustratie uit: Botke, ‘Gaat, krijgt een boek of pen in hant’, 90.


15 De ingang tot de grafkelder, waarin in 1751 Lutgert Ockens, de vrouw van Hermannus Heddema als eerste werd bijgezet. Dit echtpaar was kinderloos. De familienaam bleef in leven omdat de zoon van Hermannus’ zus de naam van zijn moeder aannam. Deze Benno Heddema was de vader van Fokko Heddema. Foto Duncan Wijting.

Het echtpaar Muller-Busscher bleef tot 1835 op de boerderij wonen. In 1836 werd Muller burgemeester van Finsterwolde, een ambt dat hij tot 1850 vervulde.

88

16 De grafzerk van Hermannus Heddema, 1763. De kanonnen en degens in het wapen duiden op de militaire achtergrond van Hermannus. Hij was, evenals zijn vader, collecteur en solliciteur (bevoorrader van een legeronderdeel, ook verantwoordelijk voor de betaling van soldij). Foto Duncan Wijting.

Wendel Geerts Busscher (1772-1849) was de weduwe van Fokko Heddema (1766), een vermogende boer die in 1810 overleden was. Het echtpaar Heddema-Busscher, getrouwd in 1791, maakte roerige tijden door tijdens de inkwartiering van Engelse soldaten en het oprukkende Franse leger, ge­ beurtenissen die in 1795 veel schade aanrichtten. Wendel Geerts Busscher beschrijft in haar gedenkboekje het een en ander uit deze periode: ‘Dit is tot een gedagtenis geschree­ ven. Die na mij leeft, die kan dit leesen…’.14 Fokko Heddema en Wendel Geerts Busscher exploiteerden samen twee naast elkaar liggende boerderijen vlakbij de kerk, de tegenwoordige percelen Hoofdstraat 17 en 19. Zij woonden op nummer 17. De boerderijen straalden de rijkdom en de groeiende welvaart van het Oldambt aan het einde van de achttiende eeuw uit. Ook aan het uiterlijk van beide echte­ lieden viel hun welstand af te lezen.15 De familie Heddema had al lang een speciale band met de kerk van Finsterwolde. Voorvader Hermannes Heddema (geboren 1694) werd in 1763 in de grafkelder van de kerk bij­ gezet, waarin zijn vrouw Lutgert Ockens al in 1751 was begra­ ven. De toegang tot de kelder draagt het opschrift: ‘Inganck tot de grafkelder. Obiit Lutgert Ockens den 4 Desember 1751. Obiit Hermannus Heddema den 8 April 1763’. Fokko Heddema had naast zijn eigen landerijen sinds eind jaren tachtig van de achttiende eeuw ook verschillende stuk­ ken akkerland van de kerk in gebruik waarvoor de nodige huur moest worden betaald die eens per drie jaar werd vast­ gelegd. Zo werd aan Heddema bijvoorbeeld voor de jaren

14 IJ. Botke, ‘Gaat, krijgt een boek of pen in hant en oefent daarin u verstant’, Drie generaties Teenstra en de verlichting op het Groninger Platteland (1775-1825) (Groningen 1988) 91. 15 IJ. Botke, Boer en heer: ‘de Groninger boer’, 1760-1960 (Assen 2002) 561 noot 215.


1791, 1792 en 1793 300 guldens berekend voor de ‘losse hure van vier en een half deimattten lands met de aanwas van­ dien….’. Fokko Heddema was in de eerste plaats landbouwer maar daarnaast ook actief in de kerk. In 1796 werd hij verko­ zen tot diaken. Tot zijn dood in 1810 vervulde hij ook verschil­ lende jaren de functie van kerkvoogd van de kerk van Finster­ wolde. Tijdens deze ambtsperiode werd het kerkelijk interi­ eur verfraaid met een nieuwe preekstoel in 1806 en in 1808 werd het orgel van Freytag in de kerk geplaatst. Het houten medaillon onder het orgel vermeldt de stichting van het orgel onder het bestuur van de heren kerkvoogden J.H. Siccama, oud Raadsheer der stad Groningen en F. Heddema op de veer­ tiende van de oogstmaand in 1808. Na het overlijden van Fokko Heddema werd in 1813 een aantal nieuwe kerkbanken en de herenbank van de familie Heddema in de kerk geplaatst.16 Misschien was de plaatsing van de herenbank al een wens van Fokko Heddema zelf geweest. Het is ook mogelijk dat zijn weduwe de herenbank heeft laten plaatsen als eerbetoon aan haar overleden man en het werk dat hij voor de kerk verrichtte. De werkelijke be­ weegredenen en het besluit tot het verfraaien van het kerke­ lijk interieur zijn niet uit de kerkelijke archieven te achter­ halen. Dat geldt overigens ook voor de besluitvorming tot de bouw van de toren.

Twee zilveren troffels Als aandenken aan de ceremoniële handeling mochten de mensen die de eerste steenlegging verricht hadden, het ‘gereedschap’, de troffel, meestal mee naar huis nemen. Mo­ gelijk dat de familie Garrelts na het overlijden van een of van beide echtelieden de troffel aan de kerk teruggegeven heeft. De troffel van het echtpaar Muller-Busscher is blijkbaar in de familie gebleven. Het is wel opvallend dat in de literatuur over de kerkgeschiedenis van Finsterwolde alleen melding wordt gemaakt van de eerste steenlegging door Garrelts en diens echtgenote. Het bijzondere aan de beide – bijna twee eeuwen oude – zilveren troffels van Finsterwolde is het feit dat ze behoren tot de oudste troffels die in de provincie Groningen gebruikt zijn bij een eerste steenlegging en ook nog bewaard geble­ ven zijn. De oudste bekende troffel in Groningen is in bezit van het Groninger Museum en dateert uit het jaar 1743. Dit fraai en uitbundig gedecoreerde object is gebruikt bij de eer­ ste steenlegging van het huis aan de Ossenmarkt van de rijke Groninger koopman Jan Albert Sichterman. Diens kinderen, twee zonen en drie dochters, verrichtten toen de ceremonie. Uit de nalatenschap van de jongste dochter van de familie kon deze troffel, die door een Londense veiling aangeboden werd, recentelijk aan de collectie van het Groninger Museum worden toegevoegd.17 Een vijftig jaar jongere troffel, waar­

17 Het wapen Heddema op een deurtje van een van de kerkbanken. Foto Duncan Wijting.

van lang gedacht was dat het de oudste Groninger zilveren troffel was, is die gebruikt bij de eerste steenlegging van het Groninger stadhuis in 1793. Ook deze bevindt zich, met de bijbehorende metselbak, in de collectie van het museum. Anja Groeneveld-Smit (agroeneveldsmit@gmail.com) is his­ toricus en verricht als vrijwilliger historisch onderzoek voor de Stichting Oude Groningen kerken.

16 Dekker, ‘Schoolonderwijzer Finsterwolde’; Stenvert, Monumenten in Nederland, Groningen, 87-88. 17 Egge Knol, ‘Sichterman’s troffel uit 1743’, Groninger Museummagazine 23 (1) 2010, 56-57.

89


Piet Kooi

Te elfder ure

Lotgevallen van een afgedankt uurwerk in Middelstum Roerende goederen van kerken raken soms op drift. In een enkel geval keren ze weer terug op hun oorspronkelijke plek. Dat geldt gelukkig ook voor het zestiende-eeuwse uurwerk van Middelstum, dat na een halve eeuw afwezigheid weer in de toren is opgesteld. De auteur van deze bijdrage wist het waardevolle instrument in 1960 te behoeden voor de schroothoop. Nu maakt het weer deel uit van een bijzonder ensemble.

90

Op vrijdag 15 April 2016 werd in de Hippolytuskerk te Middel­ stum de voltooide restauratie gevierd van het uurwerk uit 1561, het klokkenspel uit 1662, en de speeltrommel uit 1857. Het restauratieplan was opgesteld door Henk Veldman, de vaste bespeler van de Hemonybeiaard, in opdracht van het college van de kerkrentmeesters der Hervormde Gemeente Middelstum. In dat uitgebreide rapport staat als belangrijke

doelstelling: ‘Dit heeft als oogmerk om het samenspel tussen alle drie kostbare monumenten (speeltrommel, uurwerk en Hemonybeiaard) weer tot leven te brengen.’ Het is nu ruim vierhonderdvijftig jaar geleden dat er in de toren van de Hip­ polytuskerk van Middelstum een uurwerk werd geplaatst. Deze bijdrage gaat over de recente historie van dat uurwerk, over zijn ontdekking en herstel.

1a Het uurwerk van Salisbury uit 1386, in de 17e eeuw omgebouwd met slinger

1b Het uurwerk van Salisbury omstreeks 2006, gereconstrueerd tot

en ankergang. Illustratie uit The Illustrated London News, circa 1950.

uurwerk met balans. Foto R.J.L. Smith.


2 Piet Kooi, met onderdelen van het uurwerk, staande binnen het vierkant van de hoekstijlen achter het huis aan de Burchtstraat. Foto archief P.B. Kooi.

Rehabilitatie, van schroot tot uurwerk In de jaren vijftig bestond in Middelstum een vereniging voor jongeren van de hervormde kerk, onder leiding van de mar­ kante kerkvoogd Doeke Doorn. Ik was er enige jaren lid van en er zijn mij twee activiteiten bijgebleven, namelijk de op­ voering van een toneelstuk en een soort ontdekkingstocht door de kerk met een kijkje in de ruimte onder het dak van het schip, boven de machtige gewelven. Ook de toren werd beklommen via de uurwerkzolder en de klokkenstoel voor de luidklokken naar het kamertje voor de bespeling van het carillon. Dat gebeurde zowel handmatig als automatisch. Het maakte allemaal grote indruk. In 1960 beklom ik de toren voor de tweede keer om foto’s te maken van de bouwput, die vlakbij de kerk werd aangelegd voor het nieuwe gemeentehuis. Mijn broer was toen als mili­ tair in Suriname gelegerd en ik stuurde hem reportages en foto’s, als een soort nieuwsdienst. In 1960 had ik wat meer tijd om rond te kijken in de toren en vooral om aandacht te besteden aan de uurwerkzolder. Daar stond een enorm grote speeltrommel opgesteld, die ooit het carillon deed klinken. In een hoek ernaast lag een ordeloze hoop roestige tandwielen en stangen van een oud, afgedankt uurwerk. Mijn vader, notaris mr. C.S. Kooi, was geabonneerd op het Engelse tijdschrift The Illustrated London News. Daarin had een foto gestaan van een uurwerk uit 1386 in de kathedraal

van Salisbury. Het was gemaakt met dezelfde soort tand­ wielen en stangen die ik in de toren had gezien. Mijn interes­ se was gewekt en het was nu zaak om te weten wat er met de hoop oud roest ging gebeuren. Het bleek dat de kerkvoogdij het niet nodig vond om het afgedankte uurwerk te bewaren. Via administrerend kerkvoogd Jan Huizinga werd alles aan­ gekocht voor 10 cent per kilo, met wat extra voor een koperen onderdeel; in mijn herinnering voor totaal f 7,52. Nu moest dit alles worden afgevoerd. De grootste klus was het uit de toren naar beneden halen. Schoolkameraad Henk Noordhof kwam te hulp. Op de boerderij van zijn vader werden lange touwen en een haak geleend waarmee we alles stuk voor stuk via een luik in de vloer door een opening in het gewelf er onder lieten zakken. Op de grond beland koppelde de haak zich los en daarom hoefden we meestal niet naar be­ neden om het touw los te maken. Er stond de geleende krui­ wagen van buurman Harm Smit klaar om het in porties naar Burchtstraat 21 te vervoeren. Het verliep allemaal redelijk voorspoedig ondanks de slechte conditie van de houten krui­ wagen, die één keer bezweek onder het gewicht van de la­ ding. Zo kwam alles op het tegelplaatsje achter ons huis bij de karpetstok en waslijnen. Belangrijk was het schoonmaken en ontroesten. Dat gebeurde op het grasveld achter het huis in de schaduw van de walnotenboom en er werd een hele zomervakantie aan

91


3 Het uurwerk in werking, zoals het thuis op zolder stond opgesteld. Foto archief P.B. Kooi.

besteed. Dikke lagen vet en smeer van jaren wegkrabben en staalborstel en schuurpapier gebruiken om de roest te lijf te gaan. Het was een hele klus. De behandelde stukken ver­ huisden naar de ruime zolder van het achterhuis. Daar begon, samen met Henk Noordhof, de puzzel om de verschillende onderdelen tot een logisch geheel te combineren. Dat moest zonder een handleiding of gebruiksaanwijzing gebeuren. Het frame met vier hoekstijlen en andere zware stangen vormde een raamwerk waarin de draaiende delen moesten passen. Alles kon met pen-en-gatverbindingen en spieën vastgezet worden. Dat geheel werd geplaatst op een vierkant van hou­ ten balkjes zodat het uiteindelijk op een vergroot model van het uurwerk in een ouderwetse staart- of stoelklok leek. Dat wil zeggen met twee afdelingen naast elkaar: de ene voor het gaande werk, de tijdaanduiding, de andere helft voor het slaande werk op het uur en het halfuur. Daartussen het wiel voor de regeling van het aantal slagen per uur. Al met al was het uurwerk vrijwel compleet met uitzondering van de slinger die halverwege ruw was afgebroken. Gelukkig woonde en werkte in het dorp koperslager P. Zuidhof. Deze bijzonder kundige vakman bracht de slinger weer in orde. Toen het uur­ werk op zolder was opgesteld kon de slinger aan een balk worden opgehangen. Zakken met stenen als gewicht zorgden voor de aandrijving en zo klonk dan de zware tik van het uur­ werk door het huis.

Van 1561 naar 1950

4 Tekening van het gaande werk met het jaartal 1561 op de bovenste balk. Tekening P.B. Kooi.

Tijdens het schoonmaken werd in het frame, aan de kant van het gaande werk, het ingebrande jaartal 1561 ontdekt. Dat is opmerkelijk vroeg, want dat is ruim vóór de uitvinding van de slinger. Het betekent dat het dus oorspronkelijk als zoge­ naamd balansuurwerk is gebouwd. Het tempo van het gaan­ de werk wordt bepaald door het heen en weer gaan van de verticale lepelspil tegen het kroonwiel. Op die spil zitten ter weerszijden een arm met gewichtjes, de balans of waag ge­ heten. Door het verschuiven van de gewichtjes kan het tempo hoger of lager worden afgesteld. De werking van dit onder­ deel was niet erg nauwkeurig. In de Gouden Eeuw heeft de geleerde Christiaan Huygens (1629-1696) daar verbetering in gebracht. Deze beroemde wis- en natuurkundige is de uitvin­ der van de slinger geweest. Door toepassing van de slinger is een veel nauwkeuriger regeling van het tempo mogelijk ge­ maakt. Op deze uitvinding werd in 1657 octrooi verleend. We kunnen er dus van uitgaan dat het uurwerk na die tijd is om­ gebouwd van balans- naar slingeruurwerk, zoals het nu be­ staat. Het jaartal 1699 (?), ingebrand in het frame aan de kant van het slagwerk, markeert waarschijnlijk het jaar van om­ bouw. Het uurwerk in Salisbury had een zelfde vernieuwing ondergaan, maar bij een recente restauratie is dat weer met een balans gereconstrueerd. Het uurwerk dateert uit de tijd dat Johan van Ewsum, heer van Middelstum, die unieke collator van de kerk was. In 1544 werd hij eigenaar van de borg Ewsum, die hij grondig liet


De Stichting

juli 2017

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

Zuurstokkleurtjes en een ordenende geest Interview met Kees van der Ploeg

Dr. Kees van der Ploeg – als docent Architectuurgeschiedenis van de Middeleeuwen, negentiende en twintigste eeuw en Cultureel Erfgoed verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Radboud Universiteit Nijmegen – heeft een parallelle en diverse loopbaan als vrijwilliger bij de SOGK. Een lange bovendien. Inmiddels is hij, met ruim dertig ‘dienstjaren’, onder andere het langstzittende redactielid van het kwartaalblad Groninger Kerken. Maar zijn verbintenis met de Stichting gaat nog verder terug. De basis daarvoor werd gelegd tijdens een vakantie met zijn ouders op de Veluwe in de tweede helft van de jaren zestig. ‘Ik tekende in die tijd veel en maakte ook een tekening van het monument tegen de kerktoren in Putten. Dat was de aanleiding om ansichtkaarten van kerken te gaan verzamelen.’ Heel gericht was die verzameldrift nog niet. ‘Familie en kennissen stuurden van overal vandaan kaarten, vaak in die voor de tijd en het genre kenmerkende zuurstokkleurtjes. Fantastisch.’ Daarmee groeide niet alleen de belangstelling

voor, en kennis van kerken. ‘Met het verzamelen kwam toch ook een soort van ordenende geest over je. En toen bleek dat je dat óók nog kon gaan studeren…’ In 1972 begon hij daarom in Groningen aan een studie Kunstgeschiedenis.

Oud en nieuw, noord en zuid Al daarvoor, in 1969, werd Van der Ploeg als vijftienjarige gymnasiast donateur van de pas opgerichte Stichting Oude Groninger Kerken. Tijdens zijn studiejaren kwamen de directe


‘Rare architectenideeën’ ‘In 1976 was ik al betrokken bij een préadvies van studenten architectuurgeschiedenis voor de restauratie van de Der Aakerk. Ik geloof dat daar niet veel mee is gedaan. De negentiende-eeuwse banken zijn tenminste in de jaren tachtig rigoureus opgeruimd. Sowieso was de negentiende eeuw lange tijd vogelvrij.’ Overigens is hij waarderend over het (vroege) restauratiebeleid van de SOGK. ‘Voorbeelden van terughoudend restaureren zijn het handhaven van het schrootjesplafond in de kerk van Tolbert en de prominent aanwezige kachel in de kerk van Den Ham. Dat zijn voor die tijd vooruitstrevende beslissingen geweest. Je moet de geschiedenis van een gebouw laten spreken en niet terug willen keren naar een zogenaamde ideaalsituatie.’ Hij wijst daarbij op de bijzondere ambivalentie die sommige architecten hadden, die tot uiting kwam in ‘rare archi­ tectenideeën’ bij restauraties. ‘Ze waren opgeleid als scheppend architect en stelden zich op als kunstenaars.’ Overigens behoort deze situatie nog niet tot de verleden tijd. Van der Ploeg, die zich na een eerste artikel in Groninger Kerken in 1994 over gereformeerde kerkbouw toelegde op expres­ sionistische architectuur, haalt het recent herstel van de gereformeerde pastorie van Andijk aan. Nota bene een ontwerp uit 1929-1930 van de Groninger ‘meester in baksteen’ Egbert Reitsma, waarover hij een inmiddels herdrukte monografie schreef. ‘De oorspronkelijke kleuren waren nauwkeurig gerestaureerd op basis van historisch kleuronderzoek. Maar de architect had desondanks een andere visie, en liet ze naar zijn ideeën overschilderen.’

Verschuiving Foto’s Jelte Oosterhuis

contacten. Voor een eerste artikel over Groninger kerken in het tijdschrift Nederlands Historieën werd contact gelegd met Regnerus Steensma, een van de founding fathers van de SOGK. Daarna was hij regelmatig te vinden op het Liturgisch Instituut voor de ordening van het beeldarchief. Bij de Stichting ging hij aan de slag als lid van de excursiecommissie. De studie van Van der Ploeg werd gekenmerkt door schijnbare contradicties: een belangstelling voor zowel de architectuur van de Middeleeuwen als die van de moderne tijd, interesse voor zowel Groningen als Italië. Zelf ziet hij een duidelijke samenhang: ‘Vanuit kennis van de Middeleeuwen stel je heel andere vragen aan negentiende en twintigste-­ eeuwse kunst en architectuur’. De correlatie tussen Groningen en Italië ligt volgens hem iets lastiger: ‘In Italië is het mogelijk dat een gebouw er gewoon staat te zijn, ook als het niet wordt gebruikt. In Nederland is dat onbegrijpelijk. Het moet worden opgeruimd, gerestaureerd of hergebruikt.’ De vraagstukken die daarbij spelen, zijn inmiddels het specialisme van Van der Ploeg geworden.

Een tweede punt van zorg voor Van der Ploeg het verrichten van ingrepen om her- of doorbestemming mogelijk te maken. ‘Een kerk is gevoelig voor modern gebruik, een aanpassing is er al gauw een te veel.’ Als docent draagt hij bij aan het verankeren van zijn, mede uit de relatie met de SOGK, opgedane ervaringen. ‘Binnen Architectuurgeschiedenis is een verschuiving naar vooral aandacht voor het hergebruik van monumenten gaande. De studie is al lang niet meer strikt kunsthistorisch’.

Op 19 oktober geeft Kees van der Ploeg in de remonstrantse kerk in Groningen een lezing over ‘Architectuur en expressionisme’. De avond wordt georganiseerd door de SOGK en Kunst in Zicht. Meer informatie: www.groningerkerken.nl.


E duc at ie Kijkboek ‘De kerk als geschiedenisboek’ Oude kerken zijn voor kinderen het behang van hun alledaagse omgeving. In ons educatieve werk vragen we ons voortdurend af, hoe we het proces ‘Van Behang tot Belang’ op gang kunnen brengen. Zoveel mogelijk kinderen in de kerk, dat is een goed begin. Maar bij rondleidingen blijkt het weleens lastig om uit te leggen wat er precies te zien is. Een kerk is een ‘lasagne’ van historische lagen. Vanaf de Middeleeuwen heeft de tijd in alle perioden zijn werk gedaan. Bakstenen uit de begintijd, delen tufsteen, gewelfschilderingen uit de zestiende eeuw, houtsnijwerk van na de Reformatie; alles presenteert zich tegelijkertijd aan de bezoeker van nu. We willen graag al die lagen eens in beeld van elkaar afpellen, en dan speciaal voor de doelgroep van kinderen. We lieten ons inspireren door de bijzondere kijkboeken van tekenaar Charlotte Dematons; grote prentenboeken met aantrekkelijke, bladvullende kijkplaten die een wereld van in­ formatie ontsluiten. Een kijkboek met de werktitel ‘De kerk

Educatie is een speerpunt in het beleid van de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. We besteden uiteraard veel aandacht aan onze eigen kerken, maar onze inzet voor educatie gaat over alle kerkgebouwen in de provincie Groningen. De Stichting vindt het belangrijk om men­ sen al jong te informeren over het kerkelijk cultuurhistorisch erf­ goed. De educatieve activiteiten sluiten aan bij de tegenwoordige aandacht voor erfgoededucatie op scholen. Op deze manier hoopt de Stichting een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

als geschiedenisboek’ werd het doel. Samen met historicus Martin Hillenga ontwierpen we tijdvakken, kunstenaar Stefan de Keijser ging aan de slag met tekeningen van de kerk per tijdvak. Vanaf de lege wierde tot aan een indrukwekkende bakstenen kerk: Stefan de Keijser is halverwege het maken van de tekeningen. Elke tekening heeft een eigen sfeer en zit bomvol verwijzingen naar historische feiten en bijzonderheden. We maken een informatief achtergrondkatern waarin die bijzonderheden worden toegelicht. Ontwerper Jelle F. Post draagt zorg voor het ontwerp van het boek. Begin 2018 zal de publicatie het licht zien.

Stefan de Keijser aan het werk met een tekening voor het kijkboek. Foto Benthe van Aalst.


D e k e r k a l s p odium Noordelijke Architectenportretten Egbert Reitsma Egbert Reitsma staat centraal in de tweede tentoonstelling in de serie Noordelijke Architectenportretten. Op 9 juni opende de expositie haar deuren voor publiek. Onder het thema ‘Kleur & vorm: Bouwen met bezieling’, heeft Stichting Berlagehuis Usquert, Noordelijk Bouw- en Architectuurcentrum, een bijzondere tentoonstelling ingericht om de bezoeker antwoord te geven op de vragen: wat ís architectuur, wat dóet architectuur en hoe is architectuur te bekijken en te begrijpen? De tweede van in totaal vier portretten is t/m 30 juli te zien in een van Reitsma’s ontwerpen: de Goede Herderkerk in Bedum. De tentoonstelling ‘Kleur & Vorm: Bouwen met bezieling’ is een portret van Egbert Reitsma, die bijna dertig kerken bouwde. Veel daarvan in het Noorden, maar ook elders in Nederland. Hij was een zeer getalenteerd architect, een kunstenaar eerder dan een dienstbaar maker van gebouwen als gebruiksvoorwerpen. Voor de oorlog bouwde hij in de uitbundige expressionistische stijl van de Amsterdamse School. Destijds was deze stijl zeer geliefd bij de Gereformeerden. Deze vroege kerkontwerpen zijn spectaculair, zowel wat de vorm als wat het kleurgebruik betreft.

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

De tentoonstelling is onderdeel van de manifestatie ‘De Amsterdamse school in Groningen’. Behalve in Bedum zijn ook activiteiten in de Kabzeeëlkerk in Appingedam, de ge­ reformeerde kerk van Onderdendam en de BOAZ-kerk in Westeremden. Alle locaties zijn geopend van donderdag t/m zondag van 11.00-17.00 uur (uitgezonderd Appingedam: ’s zondags gesloten). De toegangsprijs per locatie is ¤ 5,00; een passe-partout is voor ¤ 12,50 in elk van de kerken verkrijgbaar. Bovendien zijn drie fietsroutes (30, 40 en 50 km) uitgezet die de kerken verbinden en bovendien ook langs andere Amsterdamse School-gebouwen voeren. Elke route wordt beschreven (en voorzien van een kaart) inclusief informatie over de gebouwen op de route. Deze routes zijn verkrijgbaar bij de VVV in Bedum en Appingedam én bij de vier kerken zelf. Meer informatie is te vinden op www.noordelijkearchitecten.nl, www.dekerkonderdendam.nl en op Facebook.

De Goede Herderkerk in Bedum, locatie voor de tentoonstelling ‘Kleur &Vorm: Bouwen met bezieling’. Foto Omke Oudeman.


Kunst in Kerkenpad Kunst in Kerkenpad is wandelen, fietsen of toeren langs vijf middeleeuwse kerken van de Stichting, gelegen in het karakteristieke coulisselandschap van het Zuidelijk Westerkwartier. De eigen interieurs zijn natuurlijk al de moeite waard, daarnaast is er werk van professionele kunstenaars te bekijken. Geëxposeerd worden werken van Geke Hoog­ stins (Tolbert), Juane Xue (Niebert), Henrie Vogel (Nuis), Jan van Loon (Marum) en Hans P. Innemée (Noordwijk). Er is een fietsroute beschikbaar en rond iedere kerk bevinden zich gemarkeerde wandelroutes. Galerie ROESD, gelegen op de route tussen de kerken van Tolbert en Niebert fungeert als pleisterplaats. Van o.a. de exposerende kunstenaars zijn hier giclées (hoogwaardige reproducties) te bezichtigen én te koop. De kerken zijn in de maand juli elke vrijdag, zaterdag en zondag van 13.30-17.00 uur geopend. Voor meer infor­ matie derkdijk@ziggo.nl / 0594-641806.

ZomerJazzFietsTour In 31 jaar is de ZomerJazzFietsTour uitgegroeid tot een sieraad in festivalland. De laatste zaterdag van augustus is het weer tijd om te kiezen tussen de fietsroutes door het prachtige Reitdiepgebied, ten noordwesten van de stad Gro­ningen. In totaal zijn er meer dan dertig concerten in middeleeuwse kerkjes en boerenschuren. Het worden weer

De kerk van Marum, een van de deelnemers aan Kunst in Kerkenpad. Foto Geert Braam, archief SOGK.


D e k e r k a l s p odium ( v e r vol g) lastige keuzes, want in één middag passen maar een concert of vijf, misschien zes. Een aantal fietsroutes gaat dwars door het gevarieerde programma vol actuele jazz en improvi­ satiemuziek uit binnen- en buitenland. Datum: 26 augustus (met op 25 augustus een proloog). Zie voor het actuele programma www.zjft.nl.

Krewerder Orgeldag Op zaterdag 2 september 2017 organiseert de plaatselijke commissie van Krewerd de eerste Krewerder Orgeldag. Op deze dag staat dit op één na oudste nog bespeelbare orgel van Nederland uit 1531 centraal. De commissie neemt u mee in de geschiedenis van het instrument en de orgelbouw in de zestiende eeuw. Ook wordt er een presentatie over de muziek uit de Renaissance gegeven. De klank van het orgel is te horen aan de hand van muziekstukken uit uiteenlo­ pende periodes, die worden toegelicht door een deskundige. Tevens bestaat de mogelijkheid een kijkje te nemen in de Het orgel van Krewerd uit 1531. Foto Arjan Bronkhorst.

orgelkast. Deze interessante dag wordt afgesloten met een miniconcert. De Krewerder Orgeldag is bestemd voor een breed publiek en duurt van 11.00 tot 17.00 uur. Nadere informatie over het programma, de kosten en het aanmelden is te vinden op www.mariakerkkrewerd.nl.

Expositie Wittewierum – ‘Het meisje Rengers’ Tijdens Open Monumentendag 2017 – zaterdag 9 en zondag 10 september – en het weekend daarna is in de kerk van Wittewierum de expositie ‘Het meisje Rengers’ te zien. Daarin staat ‘Het meisje Rengers’ centraal: Odilia Amelia Rengers (1779-1805), dochter van Duco Gerrold Rengers (1750-1810). Gedurende haar korte leven trouwde Odilia Amelia met Wiardus Hora Siccama en kreeg ze drie kinderen, die de naam Rengers Hora Siccama zouden dragen en voortzetten. Odilia Amelia had stevige wortels in Wittewierum, want hoewel de borg in Farmsum de hoofdresidentie van de Rengers was, beschouwde de familie de kerk van Wittewierum als haar hoofdzetel. In de kerk zullen portretten, persoonlijke spullen, bijzondere documenten en religieuze voorwerpen van Odilia Amelia en haar gezin en familie worden getoond, te midden van de rouwborden, wapenschilden en grafzerken van haar voorouders. Zelf werd ze in 1805 bij­ gezet in de grafkelder van de kerk. De expositie vertelt het verhaal van het korte leven van Odilia en haar kinderen en kleinkinderen in het bijzonder, en het verhaal van de Rengers in het algemeen, op een plek die de sfeer van de familie ademt. De expositie wordt geopend op vrijdag 8 september met een lezing van Redmer Alma. Daarnaast zullen er werken van het kunstenaarscollectief KAT, geïnspireerd op het thema, te zien zijn in en rondom de kerk. Opening en lezing: vrijdag 8 september - 16.00 uur. Openingstijden op genoemde data: 10.00 uur, entree gratis.

Ritmiek van klank en stilte In het jubileumjaar 2017 is in het Kloostermuseum St. Bernardushof in Aduard een extra feestelijk tentoonstelling te zien. De titel geeft het wezen van het kloosterleven aan: ‘Ritmiek van klank en stilte, in en rond het klooster van Aduard’. De expositie, te bekijken tot en met 15 september, is gewijd aan de verheven taken van de kloosterling, het Opus Deï. De belangrijkste taak van een monnik bestond uit de getijden. Acht keer per dag, 365 dagen per jaar, een leven lang, ging de monnik naar de kerk voor zijn gebedsdiensten. De liturgie kende een strak ritme en vaste weerkerende patronen. Er zijn heel veel mooie objecten te bewonderen, sommige zijn voor het eerst na vierhonderd jaar terug in Aduard. Twee replica’s van middeleeuwse orgels zijn vanwege hun omvang in de Abdijkerk opgesteld. Voor meer informatie: www.kloostermuseumaduard.nl.


Me di at he e k De voorname familie Rengers, in het bijzonder Odilia Amelia Op zaterdag 9 en zondag 10 september is de jaarlijkse Open Monumentendag, dit keer met het thema ‘Boeren, burgers en buitenlui’. Ter gelegenheid hiervan is er dat weekend in de kerk van Wittewierum een expositie rondom Odilia Amelia Rengers (1779-1805), laatste telg in een lange stamreeks Rengers. De familie Rengers heeft vanaf de veertiende eeuw zowel in Groningen als ver daarbuiten haar sporen achtergelaten. Een van de bekendste leden is ongetwijfeld Johan Rengers Ten Post, die in zijn kroniek tegen de stad Groningen tekeerging [1]. De familie woonde op de borgen Farmsum en Tuwinga nabij Ten Post en had het collatierecht in vele kerken [2]. In de kerk van Wittewierum zijn daarvan de meeste sporen terug te vinden zoals rouwborden, de herenbank en grafzerken [3]. Het meest tot de verbeelding sprekend is hier de grafkelder; vele generaties Rengers werden hier begraven, zo ook Odilia Amelia die in 1805 werd bijgezet. Overigens niet als laatste; dat was in 1820 haar moeder Jeanette Gabriele van Linteloo. Daarna werd de grafkelder gesloten en vergeten tot de ‘herontdekking’ in 1963. Gemetselde trap­ treden in het koor bleken toegang te geven tot een grafkelder. De aanblik was echter treurig: de kisten waren totaal vergaan en overal lagen resten van geraamten [4]. Andere Groninger kerken met sporen van de familie Rengers zijn Hellum, waar de oudste en enige ronde rouwborden in Groningen herinneren aan Frans en Egbert Rengers [5], Heveskes, in 1778 vernieuwd in opdracht van Lammert Schotte Rengers [6], en Zeerijp waar de kleine avondmaalstafel de initialen draagt van dezelfde Lammert Schotte en zijn vrouw Ambrosia Bentinck. Bovendien is er de deksteen van een grafkelder [7]. Ook in de kerk van Pieterburen zijn nog enkele herinne­ ringen aan de Rengers; verre voorouders van Odilia Amelia bewoonden immers de borg Dijksterhuis [8]. In de oude kerk van Woltersum, ooit een ‘Rengers heiligdom’, herinnert al-

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de Stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: www. groningerkerken.nl/mediatheek

leen nog een steen uit de voormalige pastorie aan de voor­ name familie [9]. Literatuur, aanwezig in de mediatheek: 1 P. Gerbenzon, ‘De kroniek van Johan Rengers ten Post een autograaf’, Groningse Volksalmanak (1961). 2 W.J. Formsma e.a., De Ommelander borgen en steenhuizen (Assen 1987); H. Feenstra, Adel in de ommelanden (Gro­ ningen 1988); P. Brood e.a. (red.), Nieuwe Groninger Encyclopedie (Groningen 1999); M.G.J. Duijvendak e.a. (red.), Geschiedenis van Groningen. Deel II Nieuwe Tijd (Zwolle 2009); R. Reinders e.a. (red), De atlas van Beckeringh. Het e Groninger landschap in de 18 eeuw (Zwolle 2016). 3 J. Kroesen, ‘Van kloosterkerk naar adelskerk’, Groninger Kerken (2009) nr. 4; E. Hofman, Rouw, rijkdom, revolutie (Groningen 2010); Aafke Steenhuis, Stenen en stemmen van Wittewierum (Groningen 2006); Aafke Steenhuis, Verhalen van het Groninger ommeland (Amsterdam 2007); R. Steens­ ma, ‘De kerk in Wittewierum’, Groninger Kerken (2009) nr. 4. 4 H  . Brouwer, Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Grafkelders in het Groningerland (Groningen 2016); H. Feenstra, ‘Het onderaardse rijk van ’s lands regeerders’, Stad & Lande (2010) nr. 4. 5 E. Hofman, ‘Ronde rouwborden in Hellum. Het belang van de bijzondere gedenktekens van Frans en Egbert Rengers’, Groninger Kerken (2016) nr. 2. 6  W.J. Berghuis e.a., ‘De geschiedenis van de kerk van Heveskes’, Groninger Kerken (1989) nr. 1. 7 W  .J. van Neck, De Jacobuskerk te Zeerijp (z.p. 1992). 8 R.H. Alma, ‘Adel en kerk in Pieterburen’, Groninger Kerken (2007) nr. 4. 9 R. Steensma, ‘De kerk van Woltersum’, Groninger Kerken (2009) nr. 1.

De grafkelder van Wittewierum na de opening in 1963. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl om het totale aanbod te bekijken.

Betoverende klanken – Hemonycarillon, speeltrommel en luidklok van Middelstum Dit tweede deeltje in de reeks ‘Uurwerken en luidklokken’ voert u mee door de geschiedenis van de klokkengieterij in de provincie Groningen en hoe het kwam dat in het kleine dorp Middelstum in 1662 zo’n prachtig carillon als dat van François Hemony kon komen te hangen. Maar ook het uurwerk uit 1561, de speeltrommel geleverd door Van Oeckelen in 1857 en de luidklok uit 1520 komen aan de orde. Daarbij wordt uiteraard de restauratie van uurwerk en speeltrommel in 2015-2016 niet vergeten. Prijs ¤ 9,50 (donateurs 20% korting)

De wandelaar als pelgrim Voor veel wandelaars is het maken van een eigen pelgrimage naar Santiago de Compostela een lang gekoesterde wens. De wandelaar als pelgrim gaat over de voorbereidingen, de ontberingen, de overdenkingen, maar vooral ook over de vervulling van die wens. Het boek bevat een reeks gesprekken met wandelaars die vanuit verschillende vertrekpunten –waaronder de Jacobuskerk in het Groningse Uithuizen – naar Santiago de Compostela zijn vertrokken. De interviews worden afgewisseld met onderhoudende hoofdstukken over interessante boeken die over de reis naar Santiago zijn geschreven, en een prikkelend verslag van Zwiers eigen pelgrimstocht over het Groningse deel van het Jacobspad. Prijs ¤ 9,50 (donateurs 20% korting)

Groningen. Literaire reis langs het water Wie zich laat leiden door de schrijvers in deze bloemlezing ontdekt dat Stad en Ommelanden rijk zijn aan unieke cultuurlandschappen die zich hebben gevormd in wisselwerking tussen water en mens. Samen met het rijke culturele erfgoed, maar ook de Groninger streektaal, de verhalen van mensen en de tradities, zijn zij bepalend voor de identiteit van de provincie. Reis mee met de schrijvers en dichters in deze bundel naar plekken in Groningen die hen inspireerden. Prijs ¤ 19,90 (donateurs 20% korting)

De Ploeg, het expressionisme en de architectuur Onder de leden van Groninger kunstkring De Ploeg bevonden zich ook architecten, onder wie Egbert Reitsma, Evert van Linge en Siebe Jan Bouma. Hun bijdrage aan de hoogtijdagen van De Ploeg in de jaren twintig en hun opvattingen over architectuur krijgen in deze publicatie voor het eerst de volle aandacht. Uitgebreid wordt ingegaan op het ontstaan van de expressionistische architectuur in Duitsland en elders en de wijze waarop architecten van De Ploeg in hun ontwerpen voor openbare gebouwen, kerken en woonhuizen hieraan vorm hebben gegeven. Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting)

Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Poëziemarathon ja, ik word donateur met de bus

Xxx iemand een Poëziemarathon Stuur met gratis de bus tijdschrift toe!

do januarivan cultureel erfgoed in Groningen is ook mij Het30 behoud (a.u.b. aankruisen)

veel naamwaard. 

m v Daarom word ik donateur van de Stichting Oude Groninger Kerken. adres De minimale donatie bedraagt ¤ 17,50 per jaar. Het eerste jaar ontvang ik het tijdschrift Groninger Kerken postcode gratis.

do Xxx 30u,januari Bent na het lezen van ons tijdschrift, zo(a.u.b. enthousiast ge­ aankruisen) worden naam  dat u iemand anders ook graag kennis wilt  mlaten v maken met ons tijdschrift? Dat kan! Vul deze antwoordkaart in, stuur het terug naar ons antwoordnummer (Antwoord­ adres nummer 810, 9700 WB Groningen) en wij zorgen ervoor dat die persoon gratis een tijdschrift van ons ontvangt, zonder postcode verdere verplichtingen.

Ik wacht met betalen op de nota.

(a.u.b. aankruisen)

woonplaats

(a.u.b. aankruisen)

naam  e-mail adres

m v

telefoonnummer postcode

woonplaats Mijn gegevens zijn (bestaande donateur): naam  e-mail adres

m v

telefoonnummer postcode

woonplaats Totaal aantal personen ik reserveer  2-persoonskamer(s) e-mail ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 p.p.p.k.) geboortedatum

woonplaats Totaal aantal personen , van wie donateurs ik reserveer  2-persoonskamer(s) Kosten. ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 Gegevens p.p.p.k.) van de persoon die ik een tijdschrift wil toesturen: naam  m v

De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, telefoonnummer overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening.

De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, adres overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening. postcode

Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld.

Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld. woonplaats

bestelkaart

Xxxik weet een nieuwe Poëziemarathon ja, met de bus donateur

Xxx do en 30 ontvang januari gratis de Kerkenkaart.

Ik bestel: Betoverende klanken – Hemonycarillon, speeltrommel en luidklok van Middelstum Prijs ¤ 9,50 (donateurs 20% korting) aantal

De wandelaar als pelgrim Prijs ¤ 9,50 (donateurs 20% korting) aantal

Groningen. Literaire reis langs het water Prijs ¤ 19,90 (donateurs 20% korting) aantal

De Ploeg, het expressionisme en de archi­ tectuur Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

(a.u.b. aankruisen) (a.u.b. aankruisen)

naam  naam 

m v m v

adres adres postcode

woonplaats

e-mail woonplaats geboortedatum e-mail telefoonnummer telefoonnummer

De gegevens van de nieuwe donateur zijn:

(a.u.b. aankruisen)

Totaal , van wie donateurs naam aantal personen m v ik reserveer  2-persoonskamer(s) Kosten. ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 adres p.p.p.k.) postcode woonplaats De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en e-mail rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening. geboortedatum Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld. telefoonnummer


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Antwoordnummer 810 9700 wb Groningen

Plak hier uw postzegel

Een postzegel is niet nodig

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


Nie u w s Op weg naar 2019: Hoe is het eigenlijk zo gekomen? In 2019 bestaat de Stichting Oude Groninger Kerken vijftig jaar. Een moment om te vieren, en om terug te kijken. Wie zich verdiept in de geschiedenis van de Stichting, ziet opvallende ijkpunten. Stichters van destijds die besloten een seculiere stichting in te richten, alhoewel zij zelf veelal kerkelijk betrokken waren. Vrijwilligers die begonnen te experimenteren met allerlei vormen van gebruik om belangstelling te bevorderen, van ‘de romantische ruïne ralley’ tot aan reeksen van concerten. Vrijwilligers die van mening waren dat de kerk altijd open moest staan, voor álle bezoekers. Mensen die veel van hun tijd, aandacht, talenten of financiën ter beschikking stelden. Liep de Stichting vaak voorop in nieuwe ontwikkelingen? Hoe kwam het eigenlijk dat de Stichting zich zo ontwikkelde? Wat waren de momenten, of mensen, die het verschil maakten? Wat was van belang, maar is nooit verteld? Hoe verhoudt zich alles wat gebeurde tot de tijdsgeest? Op weg naar 2019 zijn het vragen die we graag eens aan de orde stellen. Cultuurwetenschapper en filosoof Eelco van Es zal onderzoek doen naar de betekenis van de Stichting, in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen, op weg naar een publicatie in 2019. Natuurlijk heeft de SOGK een goed gevulde mediatheek, en zijn er vele andere bronnen die we zullen raadplegen. Maar denkt u over uniek materiaal te beschikken dat essentieel is voor dit onderzoek? Heeft u nooit ver­telde verhalen die evident belangwekkend zijn? Beschikt u over bronnen waarvan u denkt dat die niet mogen blijven liggen? U kunt uw informatie aanleveren aan Agmar van Rijn: vanrijn@ groningerkerken.nl

Baarhuisje is nu ‘minimuseum’ Op 13 juni werd het project ‘Het verhaal van het Klooster van Thesinge’ feestelijk afgesloten met de opening van het baarhuisje bij de kloosterkerk. Dit minimuseum belicht de rol van het klooster Germania als middeleeuws schrijfatelier. Ook zijn er twee sarcofaagdeksels te zien, die in 1964 werden gevonden bij de egalisatie van de fundamenten van de verdwenen kerk en het bijhorende kerkhof van Stederwolde, ten noordoosten van Thesinge. Ze maakten sindsdien deel uit van de collectie van het Groninger Museum en zijn nu in bruikleen gegeven. Om het baarhuisje geschikt te maken voor een expositie werd door bouwkundige Christiaan Velvis van de SOGK een nieuw onderkomen ontworpen. Ook werden twee wande­ lingen samengesteld en een boekje over het schrijven in kloosters. Deze drie uitgaven zijn in de kerk te vinden. Kerk en baarhuisje zijn vanaf het voorjaar tot de herfst dagelijks geopend.

Paradijs op aarde voor pelgrims Op 21 april werd in de remonstrantse kerk een digitaal netwerk van 2300 kilometer aan pelgrimswandelingen geopend. Commissaris van de Koning in Groningen, de heer R. Paas, zette met een pelgrimsstaf de website www.spig.nl online. De Stichting Pelgrimeren in Groningen begon in 2013 met het organiseren van pelgrimswandelingen met een open inschrijving. Steeds vaker kwam het verzoek om deze wandelingen ook beschikbaar te stellen voor eigen gebruik en een breed publiek. Er is door de stichting besloten dit verzoek te honoreren en dat heeft uiteindelijk geresulteerd in Pelgrimeren in Groningen. Foto Sanne Meijer.


De kerk van Harkstede. Foto Duncan Wijting.

2300 kilometer aan pelgrimswandelingen, waarbij inmiddels 125 kerken te bezoeken zijn. De stichting heeft samenwerkingsovereenkomsten gesloten met de SOGK en de Raad van Kerken in Groningen.

Overdracht kerk Harkstede Op 2 juni droeg de Protestantse gemeente ScharmerHarkstede de monumentale kerk te Harkstede over aan de SOGK. Behalve continuering van het huidige gebruik hebben het kerkbestuur van de Protestantse gemeente en de Stichting de wens uitgesproken de kerk te herbestemmen tot museumkerk. Kern van dit herbestemmingsplan is dat de kerk zelf het museum is; het is dus niet de bedoeling dat de kerk fungeert als een gebouw waarin een museum wordt gehuisvest. In 1700 kwam in Harkstede dit kerkgebouw gereed, dat opviel door zijn sterk historiserende karakter en bovendien door de enorme, overwelfde grafkelders onder de gehele kerkvloer. De oprichters Henric Piccardt en Anna Elisabeth Rengers kozen voor een welhaast middeleeuwse uitstraling in een postreformatorische tijd. Maar vooral beoogden ze een blijvende herinnering aan zichzelf, getuige ook de gevelsteen boven de ingang. Het oudste gedeelte van de kerk is de toren van rond 1250. Oorspronkelijk stond deze los van de voorganger van het huidige gebouw. Op de verdieping van de noordarm, die een eigen opgang heeft vanuit de kerk met een gemetselde trap, bevond zich de oorspronkelijke bibliotheek van Henric Piccardt. In deze ruimte bevindt zich nu de kas van het in

1907 verbouwde orgel door de orgelbouwer Eertman. Deze is geplaatst achter het oorspronkelijke orgel van Arp Schnitger die uit de bouwtijd stamt. In de grafkelder onder de kerk staan drie grafkisten. In 1704 werd Anna daar bijgezet, in 1712 Henric en veel later een vijfjarig meisje uit een latere generatie. Tegenover de grafkelder vinden we het cachot, onder de toren. Met deze overdracht heeft de SOGK 86 kerken, twee syna­ gogen, 54 kerkhoven/begraafplaatsen en acht (vrijstaande) torens in haar bezit.

Aftrap Grootste Museum van Nederland Op 6 juli is het ‘Grootste Museum van Nederland’ landelijk geopend. Museum Catharijneconvent, elf kerken en twee synagogen staan aan de basis van dit bijzondere project. Met deelname van de dorpskerken in Midwolde, Middelstum, Krewerd en Pieterburen is Groningen goed vertegenwoordigd in het Grootste Museum van Nederland. De regionale aftrap vond plaats op maandag 3 juli, de vier burgemeesters van de vier betrokken gemeentes openden ‘hun’ kerk en gaven hiermee het startsein voor het Grootste Museum in Groningen. Met de ‘Er gaat niets boven Groningen’-bus trok een stoet belangstellenden langs de vier betrokken kerken om zo de opening extra luister bij te zetten. Afgesloten werd in de kerk van Krewerd waar ook een vertegenwoordiger van Museum Catharijneconvent aan het woord kwam over dit toch wel heel bijzonder initiatief! Voor meer informatie kijkt u op www.grootstemuseum.nl.


E xcur s ie s Orgelexcursie ‘In de sporen van Freytag’ Op zaterdag 16 september 2017 organiseert de Stichting Oude Groninger Kerken samen met de Paul en An Moerman Stichting Noordwolde een begeleide (bus)excursie langs de orgels van drie kerken. De tocht staat in het teken van het werk van de orgelbouwer Heinrich Hermann Freytag (17591811). Onder de bezielende leiding van leden van de Paul en An Moerman Stichting en van de SOGK zetten we op zater-

dag koers naar de orgels in de kerken van Noordwolde, Noordbroek en Zuidbroek. Per kerk zal uitleg gegeven worden over het orgel en een klein concertje gegeven worden door professionele organisten. Prijs: ¤ 47,50, donateurs van de SOGK betalen ¤ 38,00 (dit is inclusief de lunch). Start Hoofdstation Groningen 10.30 uur, we zijn hier omstreeks 17.00 terug. Eventueel opstappen in Noordwolde behoort tot de mogelijkheden. Opgave via info@groningerkerken.nl of 050-3123569.

Het Schnitger-Hinsz-Freytag-orgel in de kerk van Noordbroek. Foto Gouwenaar / Creative Commons.


We r k in ui t voe r ing

‘Niets is wat het lijkt’ (zeker niet in Usquert)

Interview met Jur Bekooy

De beheerder die in de late zomer van 2016 ’s ochtends de kerk betrad, zal eerst de beschadigde oude Statenbijbel hebben zien liggen. Zijn blik was daarna waarschijnlijk opwaarts gericht, naar de plek waar het boek hoort te liggen, de lezenaar aan de preekstoel. De oorzaak van de val was daarmee ogenschijnlijk in beeld: in het klankbord boven de kansel gaapte een groot gat, stukken versplinterd houtwerk hadden de Bijbel in hun val meegesleept. Maar de reeks aan gebeurtenissen had zijn oorsprong nóg iets hoger, vlak onder het plafond. Over een lengte van enige meters was de gestucte kroonlijst losgeraakt – de brokstukken hadden het klankbord beschadigd. Van een hemels teken, zoals beschreven in het Bijbelboek Mattheus (‘En zie, het voorhangsel van het tempelhuis scheurde van boven naar beneden in tweeën; en de aarde beefde en de rotsen scheurden’) zal geen sprake zijn geweest. De oorzaak is juist gelegen in onderaards gerommel. Usquert ligt in wat de afgelopen jaren ‘het bevingsgebied’ is gaan heten.

Oudste én nieuwste Bij het naderen van de kerk springt de schade meteen al in het oog. Uit het negentiende-eeuwse stucwerk van de gevel

zijn stukken gesprongen, rondom de vensters lopen scheuren. Op het eerste gezicht is herstel geen lastige kwestie. Maar met de opmerking ‘Niets is wat het lijkt’ maakt Jur Bekooy, bouwkundige van de Stichting Oude Groninger Kerken, een resoluut einde aan die gedachte. ‘De kerk van Usquert is tegelijkertijd één van de oudste als één van de jongste gebouwen die de Stichting bezit. Ze heeft een harde buitenkant rondom een zachte kern. Onder de negentiende-­ eeuwse, neogotische afwerking zit een middeleeuws bouwwerk. Sommige delen van het muurwerk dateren zelfs uit de elfde eeuw, romaans dus, en bestaan nog uit tufsteen. En

Jur Bekooy op de gehavende kansel in de kerk van Usquert. Duidelijk zichtbaar is het forse gat in het klankbord. Foto Jelte Oosterhuis.


juist dat binnenste bepaalt hoe de scheuren hersteld moeten worden. Die nuance wordt bij bevingsschadeherstel nog steeds te weinig erkend’.

Historiciteit Voor een goed en duurzaam herstel is gedegen materiaal- en gebouwkennis nodig. Archief- en bouwhistorisch onderzoek zijn onontbeerlijk, ook voor bevingsschadeherstel. Deze kennis werd mede opgedaan tijdens de laatste restauratie omstreeks 1990. ‘Inmiddels is de kerk na meer dan 25 jaar toe aan een goede onderhoudsbeurt van pleister- en schilderwerk. Die laten we graag samenvallen met het herstel van de aardbevingsschade. Om de vergelijking maar te maken: je legt een patiënt bij voorkeur ook niet twee keer kort na elkaar op de operatietafel. Iedere ingreep is er een te veel en er gaan bovendien delen van de historiciteit van het gebouw definitief verloren. Om dat zoveel mogelijk te vermijden, kunnen werkzaamheden het best gecombineerd worden.’ Naar verwachting staan de steigers deze zomer in en rondom de kerk.

De geschonden kroonlijst waarvan brokstukken op het klankbord zijn gevallen. Foto Jelte Oosterhuis.

We zijn er voor u! Een gebrek aan waardering voor zowel ambachtelijkheid als de eeuwigheidswaarde van cultureel erfgoed zijn voor Bekooy een steen des aanstoots – om maar eens een toepasselijke uitdrukking uit de Statenvertaling te gebruiken. Ontstemd bladert hij door de correspondentie met het Centrum Veilig Wonen (CVW), de organisatie die belast is met de afhandeling van aardbevingsschade. Volgens de website gaat dat onder het motto ‘We zijn er voor u!’ Als dat al zo is, dan zeker niet voor het monument. De conclusie is al getrokken: niets is wat het lijkt. ‘Het CVW erkent na inspectie wel dat de schade aan de preekstoel is ontstaan door vallend stucwerk, maar plaatst tegelijkertijd vraagtekens bij onze opgegeven kosten voor een verantwoord herstel, gebaseerd op de offerte van een ervaren meubelrestaurator’. Bekooy leest voor: ‘Maar de offerte is wel erg hoog. Het zou betekenen dat een timmerman een week bezig zou zijn met het herstellen van het klankbord, 1 á 1,5 dag moet ruim voldoende zijn.’ Het goedkopere tegenvoorstel van het CVW is, zo schrijft de instantie tenminste, gebaseerd op interne consultatie en een (serieuze) sondering in de markt. ‘Gelet op de binnen NAM en CVW aanwezige expertise hoeft u niet te twijfelen aan de haalbaarheid van dit bedrag’. Bekooy besluit: ‘Uiteindelijk is de begroting toch geaccepteerd door de NAM. Maar het is toch schandalig dat er zo gemakkelijk en vooral in termen van alleen financiën over ons onvervangbaar cultureel erfgoed wordt gedacht. We hebben het hier wel over een preekstoel uit 1755. Met prachtige rococo-ornamenten en het familiewapen van de Alberda’s. Alsof het een pakje boter is…’

Scheuren in de zuidwand van het interieur. Foto Jelte Oosterhuis.

Beschadigd pleisterwerk aan de buitengevel. Foto Jelte Oosterhuis.


O nze m a n in Be rge n

Dr. Justin Kroesen was jarenlang actief voor de SOGK. Na zijn emigratie naar Noorwegen blijft deze verbintenis be­ staan: vanuit Bergen werkt hij aan het grote overzichts­

Wie emigreert, ontdekt niet alleen een nieuw land, maar leert ook het vaderland op een nieuwe manier kennen. Sinds mijn vertrek vorig jaar ben ik verschillende keren terug geweest in Groningen en heb ik het rijke religieuze erfgoed door een andere bril bekeken. In mijn Groninger jaren als docent en onderzoeker was ik meestal op kerkenpad in Fivelingo. In dit gebied staan de rijkst versierde kerkgebouwen en ook aan inrichting hebben de kerken hier veel te bieden. Andere delen van de provincie kwamen er wel eens bekaaid van af. In het Zuidelijk Westerkwartier bijvoorbeeld had ik de topper in Midwolde weliswaar vele malen bezocht, maar de meeste andere kerken slechts één of twee keer, soms lang geleden. In mei vorig jaar trok ik met een plastic zak vol sleutels van de SOGK naar het westen van de provincie, waar ik onder de indruk raakte van de eenvoudige harmonie in het kerk van Den Ham en het uitbundige houtsnijwerk in Niebert. In Tolbert werd ik me opnieuw bewust van de eigenaardigheden van deze kerk: het deurtje in de koorsluiting, het schot tussen schip en koor, de vloer van gele baksteentjes. Dit jaar verblijf ik van maart tot oktober aan de Freie Universität van Berlijn, en daarmee is Groningen tijdelijk een stuk dichterbij. In april was ik samen met Nikolaj Bijleveld een dag op pad om foto’s te maken voor ons boek over vijf-

boek dat zal verschijnen bij het 50-jarig jubileum van de Stichting in 2019. In deze rubriek doet hij verslag uit het echte Hoge Noorden.

honderd jaar protestantse pastorieën. Daarin zullen de voordrachten worden gepubliceerd die op het symposium in november 2015 in Leegkerk werden gehouden. In het felle voorjaarslicht maakten de gereformeerde ‘kerkburcht’ van Onderdendam bestaande uit een expressionistische kerk en pastorie veel indruk, en in Garnwerd liet de pastorie in neorenaissancestijl naast de middeleeuwse kerk zich van haar mooiste kant zien. Ook in de week van Hemelvaart was ik weer even terug in Groningen, waar ik onder meer genoot van een zonovergoten maandagmorgen in Stedum en Westeremden. Voor ik de oostgrens weer overstak, liet ik me verleiden tot een kort bezoek aan de kerk van Finsterwolde, die vorig jaar aan de Stichting is overgedragen en daardoor aan mijn lijst voor het jubileumboek is toegevoegd. Ik had deze kerk in mijn Gro­ ninger jaren slechts één keer bezocht, vele jaren geleden. Pas als emigré werd ik me bewust van de schoonheid van dit restant van een laatromaanse kruiskerk, omgeven door vele historische grafstenen op een groot en sfeervol kerkhof.

De in de kern nog laatromaanse kerk van Finsterwolde is in oktober 2016 overgedragen aan de SOGK. Foto Justin Kroesen.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


6 Notaris Kooi en koster Boekelage in het koepeltje met het carillon, circa 1940. Foto archief P.B. Kooi.

109 5 Schouw uit de ridderzaal van de borg Ewsum met de familie­ wapens van Johan Lewe en Anna van Burmania ter weerszijde van het jaartal 1561. Foto W.F. Pastoor, collectie RHC Groninger Archieven (818-9868).

7a en 7b De grote luidklok wordt op 26 februari 1943 uit de toren gehesen, nadat het carillon op 24 en 25 februari uit de toren is gehaald. Foto’s archief P.B. Kooi.


110


opknappen. In het jaar 1561 werden er nieuwe glas-in-lood­ ramen aangebracht. Een schouw in de ridderzaal met de wa­ penschilden van Johan en zijn tweede echtgenote Anna van Burmania, was voorzien van het jaartal 1561. Het belandde na de sloop van de borg in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam. Johan liet bij de borg naar de mode van die tijd een traptoren bouwen, die hoog boven het oude bestaande complex uitstak. Hij was kortom zeer actief en dus ligt het voor de hand dat hij als collator bij de aanschaf van het uur­ werk betrokken is geweest. In de negentiende eeuw kreeg het uurwerk er een nieuwe taak bij. In 1857 werd door de firma P. van Oeckelen een speeltrommel geleverd, zodat het Hemonycarillon mecha­ nisch op het uur en halfuur kon spelen. Voor het activeren van de trommel was een installatie op het uurwerk gemaakt met ligters, waardoor een samenspel ontstond tussen uur­ werk, speeltrommel en carillon. In 1943 maakte de klokken­ roof door de Duitse bezetter daar een einde aan. Ze werden gevorderd om als grondstof in de oorlogsindustrie te worden gebruikt. Dat lot is Middelstum bespaard gebleven. De klok­ ken werden na de oorlog vrijwel onbeschadigd in Giethoorn terug gevonden en waren in 1946 weer terug. De inwijding van het gerestaureerde en uitgebreide klokkenspel werd op 22 juni 1949 feestelijk gevierd. Na de terugkeer van de klokken werd de oude situatie niet hersteld. In 1949 is een elektrisch uurwerk geplaatst en in 1950 volgde de vervanging van de speeltrommel door een automatisch speelwerk.

De laatste loodjes Toen het ouderlijk huis na de dood van mijn vader in 1970 werd verkocht, vond het uurwerk onderdak bij mijn oom Barteld Goldhoorn op de zolder van de boerderij Oldenoord onder Toornwerd. Nadat de kerk en toren in 1980 waren gerestaureerd, leek de tijd gekomen om het uurwerk weer in de toren te plaatsen. Per brief van 17 november 1980 is het in eeuwigdurend bruikleen aan de kerkvoogdij overgedragen 8 (uiterst links) De huidige opstelling van het uurwerk op de zolder in de toren. Links het gaande werk, rechts het slaande werk. Foto K. van der Ploeg. 9 (links) Situatie na de recente restauratie met de windwijzer in de vorm van een klimmende leeuw van de familie Lewe op het koepeltje met het carillon. De wijzerplaten zijn bij de eerdere restauratie in 1980 boven de galmgaten geplaatst. Dat is hoger dan voorheen en maakt ze beter zichtbaar (zie afb. 7). Foto K. van der Ploeg. 10 (linksonder) Piet Kooi tijdens inspectie van ‘zijn’ uurwerk in de toren op 31 maart 2017. Foto K. van der Ploeg. 11 Een moderne installatie zorgt er nu voor dat de gewichten automatisch worden opgehesen. Foto K. van der Ploeg.

111


met het beding, dat het na mijn dood eigendom zou worden van de Nederlandse Hervormde gemeente. Voorwaarden bij het bruikleen waren, dat de bruikleennemer het uurwerk zou onderhouden en dat ik het recht kreeg om het tenminste één keer per jaar te inspecteren. Bij de overdracht van de geres­ taureerde kerk door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, aan de kerkvoogdij memoreerde voorzitter D. Doorn in zijn toespraak dat het uurwerk weer terug was. De laatste jaren is de waardering voor het oude werk toe­ genomen. Een Commissie Hemony Beiaard Middelstum onder 12 Aanzicht van de Sint-Hippolytuskerk en toren vanuit het zuidoosten. Foto K. van der Ploeg

112

voorzitter/kerkvoogd Jan Luit heeft zich met succes inge­ spannen om fondsen te werven voor de restauratie en het samenspel tussen uurwerk, speeltrommel en carillon te reali­ seren. Door de overdracht van kerk en toren aan de Stichting Oude Groninger Kerken ontstond een nieuwe situatie. De ju­ ridische eigendom van het uurwerk stond daar los van en er moest iets geregeld worden om de restauratie volgens plan uit te kunnen voeren. In een bijeenkomst van de Commissie Hemony Beiaard op 29 oktober 2014 heb ik mij bereid ver­ klaard het uurwerk door middel van een onderhandse akte over te dragen aan de stichting. Die akte werd uiteindelijk een brief van 22 december 2014. Daarin is de schenking vast­ gelegd onder de bekende voorwaarden. In die brief staat een merkwaardige zin met de bewering dat het uurwerk niet door mij, maar door mijn vader was aangekocht. Dat is onjuist. De correcte gang van zaken staat in het rapport van Veldman duidelijk beschreven en wordt door deze publicatie beves­ tigd. De stichting heeft in december opdracht tot restauratie gegeven aan Simon Laudy van Klokken- en Kunstgieterij Reiderland te Beerta. In maart 2015 is officieel een begin ge­ maakt met de werkzaamheden, die hebben geresulteerd in de restauratie en het herstel van het samenspel tussen uur­ werk, speeltrommel en klokkenspel. Laudy heeft met respect voor het oude werk en een combinatie met moderne hightech een indrukwekkend prestatie geleverd. Dit werd op 15 april 2016 terecht gevierd.

Tot slot Toeval bestaat niet? Door een gelukkige samenloop van omstandigheden is het uurwerk bewaard gebleven. Voor het zelfde geld was het tot schroot verwerkt. Door de inspannin­ gen van betrokken instanties en de inzet van een groep vrij­ willigers is een indrukwekkende prestatie geleverd. Het is voor mij na vijftig jaar zorg een rustgevende gedachte dat de toekomst van het uurwerk gewaarborgd is. Het is overeen­ komstig de doelstelling in het rapport van Henk Veldman toe­ gerust op zijn taak voor de aansturing van de wijzerplaten, de speeltrommel en het carillon. Ik hoop dat velen in de toe­ komst de moeite zullen nemen om de toren te beklimmen om de techniek van uurwerk en speeltrommel te bewonderen.

Dr. P.B. Kooi, archeoloog, B.H. Broekemastraat 30, 9951 ND Winsum; email: ploegkooi@home.nl Literatuur Adolph Rots en Harry de Olde, So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach (2005). Henk Veldman, Restauratieplan Petrus van Oeckelen speeltrommel Hippolytuskerk Middelstum (2010) 17-39. E.C.A. Vinhuizen, ‘Kerkkroniek’, in: De Sint Hippolytuskerk te Middelstum 1445-1945 (Leeuwarden 1946). Zie ook: www.salisburycathedral.org.uk


Mar tin Hillenga

1 De kerk van Oude Pekela. Foto Duncan Wijting.

Hervonden aandenken aan een verloren zoon Een bijzondere kroonluchter in de kerk van Oude Pekela Eén van de koperen kroonluchters in de kerk van Oude Pekela was lange tijd aan het zicht onttrokken. De kaarsenkroon verdween in 1933 en werd meer dan zestig jaar later ‘ontdekt’ in het depot van een museum in Dordrecht. De omzwervingen die de lamp heeft afgelegd zijn in duisternis gehuld, maar vanaf 1995 hangt ze weer op haar oorspronkelijke plaats. De kroonluchter werpt licht op een bijzondere gebeurtenis in de vaderlandse geschiedenis. Een inscriptie op de bol van de twaalfarmige kroonluchter vertelt zelf waarom het object oorspronkelijk in de kerk be­ landde: ‘H.J. Middel, stads-veenmeester, vereert deze kroon aan dit kerkgebouw der Hervormden te Oude Pekel-A, ter ge­ dachtenis aan wijlen deszelfs zoon Wessel H. Middel, in leven kapitein bij de eerste compagnie Landstorm-mannen in het Arrondissement Winschoot, dienstdoende bij den regter vleugel van het belegerings corps der vesting Delf­ zijl, overleden 9 may 1800 veertien, in den jeugdigen ou­ derdom van drie en twintig jaaren.’

Het beleg van de vesting Delfzijl, waarbij Wessel Harms Middel sneuvelde, is een aangelegenheid die regionaal wel bekendheid geniet, maar niet is doorgedrongen tot de natio­ nale geschiedeniscanon. Enige uitleg over de achtergronden ervan is daarom wellicht op zijn plaats.

De laatste man van Napoleon Vanaf oktober 1813, nadat Napoleon de Volkerenslag bij Leip­ zig had verloren, trokken de Franse troepen zich terug uit de Nederlanden. Maar in het uiterste noorden, in Delfzijl, maak­ te de Franse vestingcommandant zich juist op om stand te houden. Hij liet op 13 november de stadspoorten sluiten en

113


2 Het interieur van de kerk van Oude Pekela. De kroonluchter ter nagedachtenis aan Wessel Harms Middel is de derde vanaf de ingang van de kerk. De kaarsenkroon is door het Dordrechts Museum in eeuwigdurende bruikleen aan de kerk gegeven. Foto Duncan Wijting.

de havenstad was daarna een half jaar een geïsoleerd steun­ punt van Napoleon, ook nadat Parijs al lang was veroverd en de keizer naar Elba was verbannen. 114

3 De overlijdensakte van Wessel Harms Middel. Collectie RHC Groninger Archieven.

Dit lot trof ook een aantal andere vestingsteden, maar in Delf­ zijl wisten de Fransen het langst stand te houden. Oorzaak daarvoor was enerzijds de halsstarrige houding van kolonel Pierre Maufroy, commandant van Delfzijl. Deze doorgewinter­ de militair, veteraan van onder meer de veldtocht naar Egyp­ te, weigerde geloof te hechten aan berichten over het ver­ slaan van Napoleon omdat deze hem niet door zijn superieu­ ren waren meegedeeld. Anderzijds speelden de chaos en desorganisatie bij de belegeraars een grote rol.

Landstorm De vesting Delfzijl was vanaf november 1813 in een wijde kring omsloten door belegeringstroepen bestaande uit Ko­ zakken, Hollanders en Pruisen. In de Eemsmonding lagen enkele Engelse marineschepen. Als commandant werd de Groninger Marcus Busch aangewezen, kolonel van de schut­ terij. De troepen van Busch waren slecht uitgerust; regel­ matig voorzag hij ze van uit eigen zak betaald materieel. Ook kwam het de slagkracht niet ten goede dat Busch regelmatig overhoop lag met de Pruisische commandant. Onder deze condities konden de Fransen met regelmaat en succes uitval­ len wagen in de omgeving. Ze maakten daarbij proviand buit, maar wisten ook enkele batterijen geschut van de belege­ raars te veroveren of te vernielen. In januari 1814 arriveerden aan het belegeringsfront ver­ sterkingstroepen in de vorm van de Landstorm. Deze volks­ militie, bestaand uit weerbare mannen tussen de 17 en 50 jaar, was in december in allerijl uit de grond gestampt. De leden moesten hun eigen wapen meebrengen; wie dat niet had, kreeg een piek of lans uitgereikt. Voor de manschappen was geen uniform voorgeschreven; ze droegen veelal hun gewone burgerkleding en hadden als herkenningsteken een


takje op hun hoed. Alleen de officieren beschikten over een soort van uniform. Onder hen bevond zich ook Wessel Harms Middel, genoemd op de kroonluchter van Oude Pekela. Hij was kapitein van het landstormbataljon Winschoten, maar in het dagelijks leven werkzaam als ‘clerq’. Het is onbekend waar en wanneer Middel de verwondingen opliep die tot zijn dood leidden. Een laatste grote uitval door de Fransen werd in maart ondernomen. Uit de overlijdensakte is in elk geval op te maken dat hij op 9 mei in Oude Pekela overleed. Moge­ lijk werd de jongeman dus thuis verpleegd. Op die negende mei was de wapenstilstand rond Delfzijl vier dagen oud. Maufroy gebruikte de gelegenheid om een officier naar Parijs te sturen om inlichtingen in te winnen. Daarna overtuigd van de realiteit van de val van Napoleon toonde de kolonel zich bereid tot overgave, op eigen voor­ waarden. Daaronder viel een vertrek met militaire eer, met medeneming van een aantal stukken geschut en bagage. In de ochtend van 23 mei verlieten eerst vijf schepen met Franse vrouwen en kinderen, zieken en gewonden de haven van Delfzijl richting Antwerpen. ’s Avonds rond zeven uur mar­ cheerde de kolonel zelf, met elfhonderd overgebleven solda­ ten, de vesting uit, op weg naar Lille.

5 De Franse troepen verlaten op 23 mei 1814 via de Farmsumerpoort de vesting Delfzijl. Schilderij door de Delfzijlster verver en glazenmaker Tobias Roelfs van Streun (1795-1830). Collectie Gemeente Delfzijl.

4 Een goede indruk van de gebrekkige uitrusting van de Landstorm geeft deze ets naar een tekening door Pieter Gerardus van Os uit 1814. Te zien zijn leden van de landstorm van ’s-Graveland in januari 1814 tijdens de belegering van Naarden. De Gooise vestingstad werd, net als Delfzijl, tot in mei 1814 door de Fransen bezet gehouden. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.


6 De Feiko Clockstraat in Oude Pekela, indertijd nog Heerenweg geheten, met midden op de foto het logement van Middel (met het

116

op­schrift ‘Doorrit’). Het etablissement stond later bekend als hotel Nienoord c.q. Dijkinga. Ansichtkaart van omstreeks 1920. Collectie RHC Groninger Archieven (1986-14605).

De vader Uit historisch perspectief is het navrant dat Wessel Harms Middel sneuvelde tijdens het herstel van de macht van de Oranjes. Zijn vader, Harm Jans (1754-1820), was in de aanloop naar de Franse tijd in Oude Pekela actief als kapitein-com­ mandant van een patriottistisch exercitiegenootschap. Tij­ dens een oproer van Oranje-aanhangers in 1787 werd zijn huisraad kort en klein geslagen en ook zijn vrouw werd gemolesteerd. Omdat Middel zelf niet thuis was, werd hij symbolisch geëxecuteerd: de Oranjeklanten vervaardigden een stropop die Middel moest voorstellen, hingen deze aan de Karspelklap en doorschoten die vervolgens met hun snap­ hanen. Harm Jans Middel was afkomstig uit Wildervank en vestig­ de zich na zijn huwelijk in 1775 in Oude Pekela. In 1786 ging hij daar over van de Lutherse naar de Gereformeerde Kerk. Aanvankelijk was hij werkzaam als schipper, maar in 1790 deed hij zijn veerschuit van de hand om een lijmziederij te beginnen. Kortstondig was hij ook eigenaar van een kaarsen­ makerij tot hij in 1795 herbergier werd op het toepasselijk ge­ doopte logement ‘Middelburg’. Dit etablissement fungeerde ook als eerste gemeentehuis van Oude Pekela. Middel was lid van de eerste ‘municipale raad’ en als veenmeester hield hij namens de stad Groningen toezicht op de veenderijen, af­ watering en infrastructurele werken als sluizen en bruggen.

Overigens zou Middel in 1813, volgens de literatuur tenmin­ ste, ook al een kroonluchter aan de kerk hebben geschonken als ‘aandenken’ aan zijn echtgenote. Die mededeling is wat bevreemdend, omdat van een overlijden – doorgaans toch de sterkste drijfveer voor een vorm van memorie – in dat jaar geen sprake is. Magdalena Rentes Middel-Broersema overleefde haar echtgenoot ruim vijftien jaar en stief in 1835 op de gezegende leeftijd van 82 jaar. Martin Hillenga (m.hillenga@gmail.com) is historicus en redactiesecretaris van Groninger Kerken. Literatuur Jaap Bottema, Delfzijl. Schetsen uit de Franse tijd (1795-1814) (Bedum 2004). G.J. Brunink, Uit Pekela’s verleden (Oude Pekela 1978). M. Busch, ‘Dagverhaal van de blokkade van Delfzijl in 1813 en 1814’, in: Bijdragen tot de geschiedenis en oudheidkunde inzonderheid van de provincie Groningen, deel I (1864). Paul Brood, Martin Hillenga en Harm van der Veen (red.), 400 Jaar Pekela (Bedum 2006). Arend Middel, Familieboek Middel. Een Gronings-Drentse Veenkoloniale familie (Assen 2002). Met dank aan de heer Pieter Koetje, Oude Pekela.


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouw werk toe! bouwwerk

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar!

BRANDSBOUW.NL

050-57 57 800

Brands Bouwgroep B.V. is erkend applicateur van Thor Helical verankering en herstelsystemen.  Renovatie spouwanker isolatie bevestiging  Scheurherstel systeem  Lateiherstel systeem  Muurherstel systeem

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862 De B&B is gevestigd in het oude Joodse schooltje midden in het historisch centrum van Appingedam, Broerstraat 6. Vanzelfsprekend staat kwaliteit hoog in ons vaandel. De B&B is geschikt voor max. 3 personen.

Een luxe B&B in historisch erfgoed: die vindt u in Appingedam.

www.booking.com www.airbnb.nl www.devijgenhof.nl De synagoge. Vanaf augustus 2016 tot mei 2017 vinden er verschillende evenementen plaats in de synagoge. De programmering bestaat uit concerten gegeven door o.a. Leny Kurh, Femke Wolthuis en Jan Henk de Groot. Verder zijn er workshops, high tea’s met muzikale omlijsting, exposities en rondleidingen. Kaarten voor concerten en opgaves voor workshops lopen via de website www.devijgenhof.nl

Kerkje van Klein Wetsinge

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling. De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl

Profile for GroningerKerken

Groninger Kerken juli 2017  

Het julinummer 2017 van het tijdschrift Groninger kerken. Dit tijdschrift verschijnt vier keer per jaar.

Groninger Kerken juli 2017  

Het julinummer 2017 van het tijdschrift Groninger kerken. Dit tijdschrift verschijnt vier keer per jaar.

Advertisement