Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 6

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

ok tobe r

P o n t i a n u s i n F a r m s u m • E x p r e s s i o n i s t i s c h e k e r k e n i n G r o n i n g e n • S t u i v e r t j e w i s s e l e n m e t p r e e k s t o e l e n • ‘ D e g r o o t e a a r d a p p e l k w e e k e r ’


inhoud

33 / 4 – oktober 2016 Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969

Redmer Alma

Pontianus in Farmsum. De zoektocht naar een opmerkelijke heilige

Stichting Der Aa-kerk Groningen

101

Luidklokken nemen in de Groninger kerken een bijzondere plaats in, al was het maar omdat ze misschien wel het minst zichtbaar zijn. Een mooi voorbeeld van waardevolle onzichtbaarheid is de kerkklok van Farmsum. De speurtocht naar de inscripties en afbeeldingen op de klok voerde van Bolsward naar het Italiaanse Spoleto.

opgericht 1 maart 1985 Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten

Kees van der Ploeg

Stuivertje wisselen met preekstoelen

108

In de afgelopen halve eeuw heeft een aantal preekstoelen in Groningen een andere plaats gekregen dan waarvoor ze waren gemaakt. De reconstructie van deze ‘preekstoelendans’ illustreert dat onmacht nogal eens strijdt met misverstand, soms ook met nalatigheid.

P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14

9711 bs Groningen

telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl

De Stichting 

113

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Educatie · Werk in uitvoering

iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14

9711 bs Groningen

e-mail hillenga@groningerkerken.nl

Kees van der Ploeg

Expressionistische kerken in Groningen – en daarbuiten

Redactie Groninger Kerken

132

Dit jaar wordt met publicaties, tentoonstellingen en een reeks van andere evenementen het ontstaan, een eeuw geleden, van de ‘Amsterdamse School’ gevierd. Maar welke plaats heeft die stijl in de inter­ nationale architectuurgeschiedenis? En in welke mate sloeg het expres­ sionisme aan bij de verschillende denominaties?

Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’

Martin Hillenga

Martin Hillenga

‘De groote aardappelkweeker’. Het grafmonument voor Geert Veenhuizen in Sappemeer

Donateurschap

135

Op het kerkhof bij de Sappemeerster koepelkerk staat een opmerkelijk grafmonument voor een even opmerkelijke man. Het gedenkteken is bovendien van de hand van ‘stadsbeeldhouwer’ Willem Valk; tot dusverre ontbrak het in overzichten van diens oeuvre.

Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69

Foto omslag: De gehavende preekstoel van Heveskes in 1978. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal.

contact Chris de Graaf, e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting

Zalsman Groningen, Groningen

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Redmer Alma

Pontianus in Farmsum De zoektocht naar een opmerkelijke heilige Onder de voorwerpen die de Groninger kerken rijk zijn, nemen de luidklokken een bijzondere plaats in, al was het maar omdat ze misschien wel het minst zichtbaar zijn. Een mooi voorbeeld van waardevolle onzichtbaarheid is de klok van Farmsum: slechts weinig mensen hebben haar gezien en nog minder hebben haar goed bekeken. Ten onrechte, zo zal blijken.

Een bijzondere klok De klok vertoont, aan voor- en achterzijde, een geharnaste man met zwaard en vlag. Onder de krijger staat een wapenschild met een uitgehakt wapen, gehouden door twee gevleugelde tenanten met voluten als staarten. Rondom loopt aan de bovenzijde een grotendeels onherkenbaar gemaakt randschrift, waarvan enkel nog leesbaar is ‘int jaer ons heeren m ccccc xxvii’ (1527 dus). De decoratieve rand onder en boven het randschrift komt overeen met die op de klok te Bolsward uit 1533. Op die klok is de naam van de gieter nog leesbaar: Gobel Zael, op dat moment klokkengieter te Amsterdam.1 Die zal dus tevens de klok te Farmsum hebben gegoten. In de tekstrand zijn verder enkele klassieke medaillons en een uitgehakt wapen aangebracht. Wat de klok bijzonder maakt, is dat het bij mijn weten de oudste Groninger klok met een renaissancedecoratie is; pas vanaf de jaren veertig van de zestiende eeuw vindt deze nieuwe kunststijl zijn algemene ingang in de provincie. 1 De kerkklok van Farmsum in 1940. Foto P. Kramer, collectie RHC Groninger Archieven (818-3648). 2 Een geharnaste man met vlag, te identificeren als Pontianus, afgebeeld op de voorzijde van de klok. Foto Redmer Alma.

1 A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden (Assen 1977) nr. 314.

121


3 De middeleeuwse kerk van Farmsum, in 1854 getekend door J. Berghuis (natekening door C.H. Peters).

122

Collectie RHC Groninger Archieven (1536-167).

Het randschrift van de klok Het randschrift is weliswaar onleesbaar gemaakt, maar van een groot aantal letters resteren minieme fragmenten van schreefjes, stokken of versieringen. Letters worden op een klok aangebracht door letter voor letter de was in een matrijs te drukken en ze vervolgens op de zogenaamde valse klok van was aan te brengen. Door dat procedé zijn letters op een klok van een zelfde grondvorm, al is enige vervorming door beschadiging aan de was mogelijk en kan er creatief omgegaan worden door missende letters zelf te creëren. Van de Mariaklok in Bolsward is het randschrift goed leesbaar en het 5 Medaillons in klassieke stijl in de tekstband. Foto’s Redmer Alma.

4 Doorsnede van de oude toren te Farmsum, afgebroken in 1855. Het gezegde ‘zo schaif als toren van Faarmsom’ is duidelijk niet uit de lucht gegrepen. Collectie RHC Groninger Archieven (223-240).

complete alfabet is vertegenwoordigd. Ik heb de letters ge­ fotografeerd, digitaal gesorteerd en vergeleken met foto’s van de Farmsumer klok. Dat leverde uiteindelijk een complete reconstructie van het uitgekapte randschrift op. Nauwkeurige bestudering van de foto’s leerde verder dat links van het jaartal een x weggekapt is, nauwelijks waarneembaar op de klok zelf, maar onmiskenbaar op de met strijklicht genomen detailfoto’s. Rechts van het jaartal is ook iets weggekapt en ongetwijfeld heeft daar nog een i gestaan. De klok dateert dus niet uit 1527, maar uit 1538.


6 Het nog leesbare woord ‘jaer’ op de klok van Farmsum. De j is

7 Het woord ‘jaer’ op de klok van Bolsward. Voor de j is de linkerhelft van de

gevormd uit de rechterhelft van de letter h. Foto’s Redmer Alma.

letter y gebruikt.

123

8 Het jaartal xxvii (1527); links is een x weggekapt en rechts een i.

9 Een van de onleesbaar gemaakte woorden (‘zael’). Zichtbaar zijn echter het

Foto Redmer Alma.

haaltje van de ‘z’, het boogje bovenaan de ‘e’ en de stok van de ‘l’. Foto Redmer Alma.

De naam van de klok De meeste moeite kostte de ontcijfering van de naam van de klok, het belangrijkste woord, omdat dat betrekking moet hebben op de afgebeelde heilige, zoals gebruikelijk is bij klokken uit deze periode2. De naam bleek Poncyaen te luiden, ofwel de heilige Pontianus. De kerk van Farmsum kende een aan deze heilige gewijd altaar, voor zover bekend het enige in de Ommelanden. Daarmee werd de verbinding met Farmsum bevestigd: De klok was dus zonder twijfel speciaal voor die kerk gegoten. Het oorspronkelijke randschrift van de klok moet na al dit gepuzzel geluid hebben: poncyaen heet ick / goebel zael heeft myn ghegoten int jaer ons heeren m ccccc xxxviii

10 De naam van de klok, die zich moeizaam prijsgaf: poncyaen.

2 O.D.J. Roemeling, Heiligen en heren: studies over het parochiewezen in het Noorden van Nederland vóór 1600 (Leeuwarden 2013) 64-73.


11 Van links naar rechts: wapen in het randschrift, aan de voorzijde en aan de achterzijde van de klok. Foto’s Redmer Alma.

Wapens Hebben we de tekst van het Farmsumer randschrift kunnen reconstrueren, de drie wapens stellen ons voor voorlopig onoplosbare problemen. Als eerste vertoont de klok een wapen in het randschrift, zodanig onherkenbaar gemaakt dat vooralsnog geen identificatie mogelijk is. Het wapen zal grofweg de vorm van een andreaskruis hebben, maar een geschikte kandidaat is nog niet te geven. De wapens op de voor- en achterzijde zullen het wapen van Bole Ripperda voorgesteld hebben. Rechtsboven in beide schildjes is niets weggehakt en dat komt overeen met de ridder te paard in zijn familiewapen, dat achter de rug van de ridder blanco is.

De verwijdering van het tekst en wapens 124

Een groot raadsel is nog de aanleiding voor het wegkappen van de wapens en het randschrift. De diversiteit van de weggekapte stukken (naam, gieter, deel van jaartal, drie wapens) is groot; de enige gemeenschappelijkheid ligt in de identificatie van de klok met haar eigenaar en locatie: iedere herinnering aan Farmsum is verwijderd, maar waarom? We weten slechts met zekerheid dat het vóór 1828 plaatsgevonden moet hebben, want het schoolmeesterrapport van dat jaar geeft al enkel de tekst die nu nog steeds leesbaar is. Wel kun-

nen we met zekerheid stellen dat het niet tijdens de Beeldenstorm plaatsvond want het enige wat niet mishandeld is, is nu juist de afbeelding van de heilige Pontianus.

Pontianus van Spoleto Pontianus van Spoleto is een bijzondere heilige, niet zozeer door de verrichtingen tijdens zijn leven als wel door de omzwervingen na zijn dood. Hij leefde volgens de meeste van zijn levensbeschrijvingen in de tweede eeuw en stamde uit een lokale adellijke familie uit Spoleto in Umbrië. Nadat hij zich tot het christendom bekeerd had, werd hij gearresteerd en voor de rechter Fabianus geleid. De rechter onderwierp hem aan een aantal beproevingen, liet hem - zonder resultaat - voor de leeuwen werpen en uiteindelijk werd Pontianus onthoofd. Zijn hoofd stuiterde drie keer op de grond en op de plaats waar het neerkwam ontsprong een bron met helder water. Op die plek werd de aan hem gewijde kerk gesticht, die later uitgroeide tot een nog bestaand klooster. Tot zover verschilt zijn levensverhaal niet van dat van veel vroegchristelijke martelaren bij wie we de verschillende elementen van Pontianus’ levensbeschrijving herhaaldelijk aantreffen.

12 Kerk en klooster van San Ponziano te Spoleto. Foto Luca Aless / Creative Commons.


Overbrenging naar Utrecht

Het Pontianusaltaar in Farmsum

In de tiende eeuw stonden de Utrechtse kerk en het bisdom onder leiding van bisschop Balderik. Vanwege plundertochten en verwoestingen door Noormannen was de kerk in crisis geraakt en Balderik beijverde zich haar positie te herstellen, onder andere door het reliekbezit uit te breiden – een niet te onderschatten wapen in deze tijd. Onder de belangrijke aanwinsten was het gebeente van de heilige Agnes in 963. Drie jaar later verkreeg hij tijdens een reis naar Italië dat van Pontianus – de schedel bleef in Spoleto. De verering van de nieuw verworven heilige breidde zich over het hele bisdom uit. De kerken van Marssum (Friesland) en Broek op Langedijk en verschillende altaren werden bijvoorbeeld aan hem gewijd. In Utrecht zelf werden de feestdagen van Pontianus en Agnes (14 en 21 januari) groots gevierd. Met ‘Ponsen en Angen’ of ‘Ponsen en Nieten’ werden processies gehouden en vond een jaarmarkt met kermis plaats. Op Pontianusdag gaven de Utrechtse meisjes hun geliefden speculaaskoeken, de ‘poncen’, terwijl de jongens een week later op Sint-Agnes dit gebaar beantwoorden door de schenking van ‘angen’ of ‘nietenkoeken’. Ook na de Reformatie werd dit gebruik nog lange tijd voortgezet, maar het was natuurlijk niet langer verbonden met de liturgie in de Domkerk.

Het middeleeuwse bisdom Utrecht was een belangrijk centrum van de cultus van Pontianus maar dat verklaart de re­ latie met Farmsum nog niet. Farmsum en de Ommelanden ressorteerden immers niet onder dat bisdom, maar vielen onder het geestelijk bestuur van de bisschop van Munster. In Noord-Nederland en Noord-Duitsland zijn buiten het bisdom Utrecht geen kerken of altaren bekend die aan Pontianus gewijd waren, met Farmsum als enige uitzondering. In 1429 is Hermannus Iudicis, vicaris van het St.-Pontianusaltaar in de parochiekerk van ‘Formessum’. 4 Wanneer en op wiens initiatief dit aan deze ongebruikelijke heilige gewijde altaar gesticht is, is moelijk te zeggen. Rond 1422 is Bole Ripperda gehuwd met Hille Wigboldes uit de stad Groningen, maar of dit huwelijk met een vrouw uit het bisdom Utrecht tot de stichting van het altaar geleid heeft, is niet meer dan een wilde veronderstelling. De familie Ripperda bezat wel de collatie van dit altaar.

Ondergedoken, herontdekt en teruggekeerd Na de Reformatie deelde Pontianus het lot van de andere heiligen en was het afgelopen met zijn openlijke verering. De vaak kostbare reliekhouders werden vernietigd of omgesmolten en die van Pontianus zijn vrijwel allemaal verdwenen.3 De kostbare relieken zelf werden uiteindelijk ondergebracht in de Gertrudiskapel, de schilderachtig gelegen schuilkerk in de Domstad. Na het schisma van 1723, toen de oud-katholieke kerk ontstond doordat de Utrechtse gemeenschap zich losmaakte van de Rooms-katholieke kerk, bleven de resten in de kapel, nu verheven tot kathedraal. Rond 1990 nam de aartsbisschop van Spoleto contact op met zijn oud-katholieke Utrechtse collega omdat hem ter ore was gekomen dat de Gertrudiskathedraal relieken van Pon­ tianus bezat. Na een zoektocht kwamen de heilige resten weer aan het daglicht en werd besloten tot terugkeer. Op 20 augustus 1994 werden de relieken onder gejuich en feest­ gedruis weer aan de deken van de dom van Spoleto over­ gedragen.

3 A.C. de Kruijf, Miraculeus bewaard: middeleeuwse Utrechtse relieken op reis: de schat van de oud-katholieke Gertrudiskathedraal (Zutphen 2011). 4 Repertorium Germanicum IV, kolom 1413 nr. 5531; vermeld Ostfr. Urkundenbuch III nr. 372 (www.cartago.nl/oorkonde/oub3372). Met dank aan dr. O.D.J. Roemeling voor de interpretatie van deze tekst.

De iconografie van Pontianus Van Pontianus is slechts een klein aantal oudere afbeeldingen bekend. In en rond Spoleto is een tiental bewaard gebleven. De heilige wordt daarop als zelfbewuste jonge ridder of als kwetsbare, naakte jongeman weergegeven. Voorts zijn er 13 Fresco in de linkerzijkapel in de San Ponziano (1481). Foto Redmer Alma.

125


enkele miniaturen in Franse en Nederlandse handschriften die voornamelijk zijn martelaarschap illustreren en geen specifieke iconografie vertonen. Uit het bisdom Utrecht zijn verder twee relevante afbeeldingen bekend die wijzen op het bestaan van een bredere traditie. De eerste is een gepolychromeerd kalkstenen beeld, deel van een reeks van vijf beelden die verder de heiligen Agnes, Paulus, Maria Magdalena en Martinus voorstellen. Zij zijn vermoedelijk vervaardigd door de beeldhouwer Jan Nude, werkzaam te Utrecht in de tweede helft van de vijftiende eeuw.5 In zijn rechterhand heeft hij vermoedelijk een zwaard gehouden; zijn linkerhand draagt aan een lint een halfrond wapenschild. Op het schild is een wapen aangebracht met op goud een wit kruis (maar gezien de resten van de polychromie oorspronkelijk rood), vergezeld van vier vijfbladige donkere (zwarte?) rozen met open hart. De overeenkomst tussen dit beeld en het vaandel op de klok van Farmsum is treffend. De andere afbeelding betreft een miniatuur in het gebedenboek van Maria van Gelre († 1427) 6. In zijn maliënkolder en bijpassende helm met opgengeklapt vizier sluit hij meer aan bij ons beeld van een middeleeuwse ridder dan de Utrechtse en Farmsumer Pontianus. In zijn linkerhand draagt hij een renschild met hetzelfde wapen maar in creatieve, niet-heraldische kleuren. Er zijn met zekerheid meer afbeeldingen van Pontianus vervaardigd, al was het maar omdat de makers van de drie aangehaalde voorstellingen elkaars werk niet zullen hebben gekend en de beeldtraditie dus op andere wijze moet zijn doorgegeven. Nu we het wapen met kruis en rozen als een vast attribuut van Pontianus hebben kunnen identificeren, zullen wellicht in handschriften, beelden of gewelfschilde­ ringen nog meer afbeeldingen van de heilige te vinden zijn, die nog niet als zodanig herkend zijn.

14 (b0ven) Fresco op een muur in de linker­zijkapel in de San Ponziano (15e eeuw). Foto Redmer Alma. 15 (midden) Miniatuur met van links naar rechts Antonius Abt, Pontianus van Spoleto en Maurus van Subiaco, in het gebedenboek van Maria van Gelre (fol. 155r). Collectie Staatsbibliothek zu Berlin Preussischer Kulturbesitz, mgq 42. 16 (onder) Pontianus en Agnes, twee kalkstenen beelden door Jan Nude (ca. 1450). Foto groenling, flickr.com.

5 J. Klinckaert, Beeldhouwkunst tot 1850. De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht III (Utrecht 1997). De onderzoeker die meer informatie over Jan Nude op het internet zoekt en over een hoge moraal beschikt, wordt afgeraden om te zoeken op ‘Jan Nude’ binnen Google Afbeeldingen. 6 Zie: www.ru.nl/mariavangelre.


Sint-Pontianus te Farmsum De Farmsumer Pontianus verloochent zijn adellijke afkomst niet, getuige de gepluimde helm, maar in entourage vertoont hij meer overeenkomst met een vroeg-16de-eeuwse landsknecht. Deze huurlingen stonden bekend om hun rijke, zoniet exuberante uitdossing en waren daardoor een geliefd onderwerp voor prenten. Pontianus draagt op de klok een vaandel, maar steunt tevens op een tweehander en heeft aan zijn linkerzijde een schede voor een handzwaard. Deze twee wapens (tweehander en een Katzbalger of handzwaard) zijn typerend voor de uitrusting van een landsknecht. Een van de destijd al bekendste reeks gravures is die van de hand van de Neurenberger kunstenaar Hans Sebald Beham uit het begin van de jaren dertig van de zestiende eeuw. Zijn prent van een Feldwebel (sergeant) heeft zonder twijfel de afbeelding te Farmsum direct of indirect geïnspireerd. Ook de details van de harnassen komen opvallend overeen.

De ontwerper Het is nog onbekend wie het ontwerp voor de Farmsumer decoratie heeft gemaakt, maar het zal geen lokale ambachtsman zijn geweest. De kunstenaar heeft geen slaafse kopie naar Beham gemaakt, maar heeft de dreigende Feldwebel op vaardige wijze getransformeerd tot een vererenswaardige ridderheilige in een elegante contraposthouding. In het al­ gemeen zijn de voor de klok van Farmsum vervaardigde ontwerpen van hoge kwaliteit en het is niet uitgesloten dat we de kunstenaar of de kringen waarbinnen het ontwerp voor Pontianus tot stand is gekomen, nader kunnen vaststellen. Er zijn verschillende aanwijzingen dat er een relatie is met de Westfaalse graveur Heinrich Aldegrever, maar de aard van deze verbinding is nog onderwerp van nader onderzoek.

Conclusie Hierboven hebben wij de heilige Pontianus aan u kunnen voorstellen door nadere beschouwing van de klok te Farmsum. De kennismaking is uit kerkhistorisch oogpunt al interessant, maar met name op kunsthistorische vlak is het laatste woord nog niet over deze bijzondere klok gezegd. In het algemeen mag het voorgaande aangetoond hebben, dat de Groninger kerken in de vorm van klokken nog een categorie kunstvoorwerpen bezitten die nadere aandacht meer dan waard zijn. 7 Redmer Alma (mail@redmeralma.nl) studeerde wiskunde en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij bereidt een proefschrift voor over de Ommelander adel in de late Middeleeuwen.

7 Dit artikel is nader uitgewerkt in De grafzerken van Farmsum. Grafzerken, doopvont en klokken (Farmsum 20163) 97-136.

17 Afbeelding van Pontianus op de achterzijde van de klok. Foto Redmer Alma. 18 ‘Feldtwaybel’, door Hans Sebald Beham. Collectie Boymans van Beuningen, Rotterdam

127


Kees van der Ploeg

Stuivertje wisselen met preekstoelen In de afgelopen halve eeuw heeft een aantal waardevolle preekstoelen in Groningen een andere plaats gekregen dan waarvoor ze waren gemaakt. In deze eigenaardige lotgevallen strijdt onmacht nogal eens met misverstand, soms ook met nalatigheid.1

Brand in Baflo De geschiedenis van deze kanselruil in fasen begint op 5 oktober 1947, toen door kortsluiting in de verlichting de preekstoel in de kerk Baflo vlam vatte en verloren ging. Op grond van de stijl kan deze kansel in verband worden gebracht met de grootscheepse renovatie van de kerk in 1656, waaraan een steen boven de ingang herinnert. De rest van het meubilair is waarschijnlijk ontstaan na een tweede omvangrijke herstelbeurt in 1808, waaraan een andere steen in de westgevel de herinnering vasthoudt. De beide ‘herenbanken’ werden eerst in 1878 toegevoegd, en zijn door dat late tijdstip van ontstaan geen herenbanken in eigenlijke 128

zin, al hebben ze er wel het uiterlijk van. De algehele opzet van deze inrichting volgt het traditionele model, zoals dat in de zeventiende eeuw gangbaar was geworden: met deurtjes af te sluiten banken aan weerszijden van het middenpad, en ongeveer halverwege tegen de zuidmuur de kansel, met daaromheen de rechthoekige dooptuin. Het meubilair is niet alleen nogal eenvoudig van vorm, maar ook van materiaal – geverfd grenenhout. Door snel ingrijpen is in 1947 voorkomen dat met de kanselbrand ook de rest van dit mooie interieur verloren is gegaan, al moest het wel van een dikke roetlaag worden ontdaan.

1 Zie ook: Kees van der Ploeg, ‘Een kleine geschiedenis van de preekstoel (met Groningse voorbeelden)’, Groninger Kerken 32 (2015) 121-156.

1 Het interieur van de kerk van Baflo in 1976, gezien naar het westen, met de preekstoel die werd aangebracht na de brand van 1947. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal.


2 Het interieur van de kerk van Baflo in 1983, gezien naar het westen, met de preekstoel afkomstig uit Engelbert. Collectie Rijksdienst voor het

129

Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal. 3 De preekstoel van Engelbert op de oorspronkelijke locatie, 1942.

4 Het interieur van de kerk van Engelbert na de verbouwing van 1972.

Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Foto archief SOGK.


Ter vervanging werd waarschijnlijk door een lokale timmerman een rechthoekige platformkansel met een dito klankbord getimmerd. Naar de vorm leek deze enigszins op de kansels die in de vooroorlogse jaren door architecten als Egbert Reitsma (1892-1976), Berend Jager (1884-1945) en Albert Wiersema (1895-1966) waren ontworpen, maar waar die meestal robuust van makelij en in overeenstemming met de rest van het interieur opvallend geschilderd waren, zoals in Appingedam, overheerste in Baflo een wat armetierige indruk van gebeitst triplex. De nieuwe preekstoel sloot in het geheel niet aan bij de rest van het meubilair. Geen wonder dan ook dat men in 1972, toen de in oorsprong uit de dertiende eeuw stammende kerk van Engelbert in eigen beheer op een niets ontziende wijze werd gemoderniseerd, de kansel uit die kerk graag in Baflo overnam; het meubel werd daar in 1983 geplaatst. Daterend uit het derde kwart van de zeventiende eeuw, past de preekstoel heel goed in het interieur van deze kerk.

Van Heveskes naar Engelbert

5 Het sacramenthuisje van Engelbert, gefotografeerd in 1942. Bij een renovatie zes jaar later werd het stukgeslagen. De brokstukken

130

zijn later weer opgegraven uit een naburige tuin en in 2005 het huisje gerestaureerd en herplaatst.

6 De preekstoel van Heveskes, in 2012 herplaatst in de kerk van Engelbert. Foto Elmer Spaargaren.

Het inwendig onherkenbaar verminkte kerkgebouw van Engelbert werd uiteindelijk in 2000 overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken, die in fasen tussen 2002 en 2005 het bouwkundig herstel uitvoerde. Daarbij werden de restanten van het laatgotische sacramentshuis, die in 1948, geheel in de geest van deze renovatie, op ruwe wijze waren weggehakt, weer verenigd met wat in de muur was achtergebleven – de losse fragmenten waren begraven in de tuin van de toenmalige president-kerkvoogd, zoals sommige inwoners zich gelukkig nog herinnerden. Verder bleef de ruimte echter onaangenaam leeg. In 1996 was ook de kerk van Heveskes aan de Stichting Oude Groninger Kerken overgedragen. In het grenzeloze optimisme over de verdere industrialisering van het havengebied van Delfzijl had ook deze in oorsprong dertiende-eeuwse kerk op de nominatie gestaan om te verdwijnen. Daarom was het Havenschap Delfzijl, tegenwoordig Groningen Seaports geheten, eigenaar van het gebouw geworden, maar uiteindelijk liep het zo’n vaart niet met de uitbreiding van het industrieterrein. Van het in de tussentijd geopperde idee om het kerkje naar het Openluchtmuseum in Arnhem over te brengen, was niets gekomen. Ook was, zonder veel realiteitszin, nog gedacht aan een nieuwe bestemming in de stad Holland in de Amerikaanse staat Michigan, of zelfs in Japan. Het gebouw bleef waar het was en werd uiteindelijk in 1998-1999 in opdracht van de Stichting bouwkundig hersteld. Door de geïsoleerde ligging aan de rand van het industrieterrein was een zinvolle bestemming van het gebouw echter uiterst problematisch geworden – het gebouw is nu vooral een wat mismoedig stemmend teken van niet ingeloste toekomstverwachtingen. Het histo­ rische orgel had inmiddels een plaats gevonden in de kerk van het naburige Uitwierde, maar voor de fraaie kansel, die in 1781 door Abraham Bekenkamp in joyeuze rococo-vormen


was gemaakt, was nog geen nieuwe bestemming gevonden. Hoewel door vandalisme nogal gehavend, was de kansel goed te herstellen. Dat is uiteindelijk in 2012 gebeurd, toen de preekstoel in Engelbert is herplaatst, waar hij prachtig tot zijn recht komt. Wel heeft men bewust als historisch aandenken de granaatscherf laten zitten die bij de strijd om Delfzijl in 1945 in het houtwerk is ingeslagen. Er is nog wel even met de gedachte gespeeld om de oorspronkelijke kansel van Engelbert uit Baflo terug te halen en dan de preekstoel van Heveskes daarheen te verhuizen, maar hiervan is al snel afgezien. Nog daargelaten de extra kosten die zo’n operatie met zich mee zou brengen, was de Engelberter preekstoel inmiddels eigendom van de kerk in Baflo geworden, maar bovenal paste hij hier beter in het interieur dan de preekstoel uit Heveskes waarschijnlijk zou hebben gedaan. De restauratie van het meubel is mede mogelijk gemaakt door een gift van de Rotary Club Eems-Dollard, die daarmee de historische relatie van dit gebied met de kansel tot uitdrukking heeft gebracht. Op de wand rechts naast de kansel is nu een dubbele koperen kaarsenhouder aangebracht, die in het kader van het recente herstel van het interieur van de kerk van Engelbert tevoorschijn is gekomen. Dit onderdeel is indertijd bij de overbrenging van de oorspronkelijke preekstoel van Engelbert naar Baflo om niet meer te achterhalen redenen achtergebleven, maar op oude foto’s is hij nog te zien, op zijn oorspronkelijke plaats aan de kansel bevestigd.

Weiwerd en Oterdum Om nu het verhaal volledig te maken: twee andere kerken onder de rook van Delfzijl zijn in de loop van de jaren zeventig zelfs geheel verdwenen. Die in Weiwerd werd samen met het dorp opgeofferd aan de gedachte dat er snel nieuwe industrieterreinen moesten komen, terwijl het dorp Oterdum bovendien het slachtoffer werd van zijn karakteristieke ligging in de bocht van de dijk, die op deltahoogte moest worden gebracht. Na de sloop van de Weiwerder kerk in 1984 kreeg de classicistische kansel uit het eind van de achttiende eeuw in 1986 een nieuwe bestemming in de toen net gerestaureerde kerk van Kropswolde. Waarschijnlijk kort voor zijn dood in 1745 liet Egbert Rengers voor de kerk van Oterdum een rijk gedecoreerde preekstoel maken – zijn wapen prijkt op het voorpaneel – met snijwerk van Casper Struiwig naar een ontwerp van Jan Bitter.2 De Lodewijk XIV-vormen zijn sterk verwant aan die van de kansel in Hellum, die uit 1759 stamt en weliswaar door Jan Bitter zal zijn ontworpen, maar niet meer door Struiwig kan zijn gemaakt, aangezien hij in 1747 was overleden. Ook in Hellum was de familie Rengers de opdrachtgeefster. In 1972, drie jaar voor de uiteindelijke sloop van de Oterdumer kerk, 2 Wija Friso en Margriet Knol, ‘Leven en werken van Casper Strui­wig, beeldhouwer’, Groninger Kerken 4 (1987) 93-120, hier 108-109.

7 De kerk van Heveskes voor de restauratie van 1998-1999. Foto archief SOGK. 8 Het vernielde interieur van de kerk van Heveskes, 1978. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal.

131


9 De kerk van Weiwerd in 1978. Het gebouw werd in 1984 gesloopt. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal.

werd de kansel herplaatst in de hervormde kerk in Winschoten ter vervanging van de min of meer vaasvormige kansel uit geglazuurde baksteen die daar was opgesteld bij de restauratie in 1905-1907 door rijksbouwmeester Cornelis Peters in samenwerking met de gemeentearchitect Klaas de Grooth. Helaas waren de trap en het klankbord van de kansel uit Oterdum inmiddels al verloren gegaan door vandalisme. In alle drie kerken, Weiwerd, Oterdum en Heveskes, hebben de verantwoordelijke autoriteiten nagelaten de waardevolle inboedel afdoende te beschermen. Alleen de orgels zijn vrijwel direct goed terecht gekomen. Dat van Weiwerd werd als ‘koororgel’ in de kerk van het naburige Farmsum geplaatst, terwijl dat van Oterdum een nieuw leven is begonnen

12 De preekstoel van Weiwerd op de oorspronkelijke locatie, 1965. Het meubel is herplaatst in de kerk van Kropswolde. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto G.J. Dukker.

in de kerk van Heinenoord bij Rotterdam. Van de herenbank in Oterdum, met een fraai opzetstuk door Struiwig en Bitter, zijn door gebrekkige coördinatie maar een paar schamele

132

10 Het direct aan de Eemsdijk gelegen dorp Oterdum, eind jaren zestig. De kerk werd in 1971 afgebroken. Foto archief Groningen Seaports. 11 De locatie van de Oterdumer kerk in 2016, met op de dijk een monument en enkele herplaatste grafzerken. Foto Martin Hillenga.


De Stichting

o k to b e r 2 0 1 6

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

In Losdorp is de kerk altijd los ‘Een eenzaam dorp, ver van de centra der wetenschap’, zo wordt Losdorp getypeerd in het Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (1918). Bijna een eeuw later zal het dorp niet veel meer inwoners hebben dan toen­tertijd. Op 1 april van dit jaar stond de teller op 159 – Losdorp doet nog steeds zijn middeleeuwse naam (‘Lestorpe’ – klein dorp) eer aan. Een kleine tien procent van de bevolking is verenigd in de ‘plaatselijke commissie’ van de Johanneskerk, die voor de taak staat evenementen in en om de kerk te organiseren. ‘Maar dat is inclusief de mensen die het uurwerk aan de gang houden hoor’, luidt de bescheiden kanttekening. De kerk staat dus niet alleen letterlijk midden in het dorp. Brede betrokkenheid bij de kerk en zorg voor het gebouw is er altijd al geweest. Toen tijdens de oorlogsjaren de inslag van een vliegtuigbom de nog vrij nieuwe glas-in-loodramen uit de sponningen blies, werden de stukjes door de Losdorp­ sters zorgvuldig opgezocht en bewaard. Na de bevrijding konden de glazen vrijwel volledig worden herplaatst. Op de middag van het gesprek met de leden van de plaatselijke commissie valt daarom kleurig licht op de dozen boeken die staan opgesteld op de banken. ‘Een restant van Open Monumentendag. Er is goed verkocht.’ De boekenverkoop is één van de initiatieven die door het gezelschap worden ontplooid.

Klein dorpje De kerk van Losdorp werd in 2014 overgenomen door de Stichting Oude Groninger Kerken. Nog maar drie keer per jaar werd er gekerkt omdat de diensten vooral in Spijk werden gehouden. Begin 2015 vond er een voorlichtingsbijeenkomst plaats over de toekomstige invulling van het gebouw. ‘Een deel van de aanwezigen gaf zich spontaan op voor de commissie. Zonder vastomlijnde ideeën, wél met de inzet dat de kerk er voor de dorpsbewoners moest zijn en blijven.’ Maar plannen voor een exploitatie tover je niet zo maar uit de hoge hoed. Daarnaast was er nog een zorg: ‘We zijn maar een klein dorpje, komen daar de mensen wel op af?’ Die zorg is inmiddels wat afgenomen, omdat belangstellenden zich tot nu toe vooral spontaan aandienden. ‘Een Een deel van de plaatselijke commissie van Losdorp. Van links naar rechts: Harry Olinga, Margie Kil, Hilda Olinga, Marjan Kramer en Truus Menninga. Foto Jelte Oosterhuis.


Byzantijns koor had belangstelling voor een optreden en tot onze grote verrassing was de kerk zo goed als gevuld.’ Ook de opkomst voor de paaswandeling van de Stichting Oude Groninger Kerken was groot. ‘Het was nog een hele tour om een wandelroute uit te zetten in een dorp met maar twee hoofdwegen en drie doodlopende straten. Als thema kozen we voor gevelstenen, die hier toch vrij royaal aanwezig zijn.’

Los In mei was de kerk, voor het eerst, een van de locaties van de manifestatie Terug naar het begin. ‘Dat is zeker voor herhaling vatbaar.’ Aan meer optredens wordt gewerkt. ‘We zijn altijd wel op zoek naar iets. De kerk heeft gelukkig een goede akoestiek en het orgel is in goede staat.’ Op het activi­ teitenlijstje staat verder nog de uitbreiding van het aantal leden van de Vrienden van de kerk van Losdorp, die evenementen in de kerk ondersteunen.

Vrienden Wilt u de activiteiten van de plaatselijke commissie ondersteunen door ‘Vriend’ te worden, stuur dan een e-mail naar KerkLosdorp@ gmail.com. U ontvangt dan meer informatie over deelname en een aanmeldingsformulier.

Dichter bij de traditionele functie van het gebouw staan trouw en rouw. ‘De kerk was recent de locatie voor een bruidreportage. Ook vond van hieruit een uitvaart plaats. Héél indrukwekkend.’ Dat de kerk op bezoekers indruk maakt, blijkt wel uit het gastenboek. ‘Daarin staan steeds weer nieuwe opmerkingen vol van emoties, tranen en herinneringen aan vroeger.’ Voor de commissieleden is daarom één punt van groot belang: ‘Zorgen dat de kerk altijd los is.’

Hoge hoed In de toekomstplannen zal ook dominee Nicolaas Westendorp (1773-1836) een rol spelen, Losdorps claim to fame en reden voor de vermelding in het biografisch woordenboek. ‘De eerste contacten daarvoor zijn inmiddels gelegd’. De predikant – oudheidkundige, dialectoloog en een van de eerste ‘wetenschappelijke’ archeologen in Nederland – ligt met zijn echtgenote direct naast de toren begraven. ‘Toen de kerkklok tijdens de begrafenis voor mevrouw Westendorp werd geluid, raakte de klepel los en schoot vervolgens door het galmgat naar buiten. De zwager van Westendorp kreeg het gevaarte op zijn hoofd. Hij overleefde het voorval ternauwernood omdat hij een hoge hoed droeg.’


D e k e r k a l s p odium Grunneger kerkdainst Niet in één van onze kerken, maar wel de moeite waard als u in de buurt bent of woont: de inmiddels traditionele Grunne­ ger Kerkdainst in de oude Lutherse kerk in Amsterdam. Die vindt dit jaar plaats op zondag 30 oktober. De invulling van de dienst en de randactiviteiten, waren bij het ter perse gaan van deze aflevering van De Stichting nog niet bekend, maar het gastvrije adagium van de afgelopen jaren staat nog overeind: ‘Wie nuigen elk en aine dij wat mit Grunnen het, netgliek van welke richten ie binnen (gain richten is ook goud), um dainst te bezuiken. En zeg t wieder!’ Locatie: Oude Lutherse Kerk, aan het Spui, Amsterdam (Singel 411), aanvang 10.30 uur (om 10.00 uur kerk open). Voor meer informatie zie www.luthersamsterdam.nl.

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

Natuurwerkdag 2016 Op zaterdag 5 november vindt de jaarlijkse landelijke natuurwerkdag weer plaats. Op deze dag geven vrijwilligers in het hele land het landschap op diverse locaties een onderhoudsbeurt. Ook de Stichting Oude Groninger Kerken doet dit jaar weer mee en wel met het kerkhof van Garmerwolde. Wij organiseren het evenement dit jaar samen met de Stichting Begraafplaats Garmerwolde. Landschapsbeheer Groningen zorgt op deze dag voor de begeleiding en materialen, maar u mag natuurlijk ook zelf materialen meenemen. De dag begint om 10.00 uur met een kopje koffie en wat lekkers. Tussen de middag krijgen de deelnemers een stevige lunch aangeboden, zodat daarna nog een paar uurtjes de handen uit de mouwen kunnen worden gestoken (tot circa 15.00 uur). Wij hopen op een leuke opkomst qua deelnemers, immers vele handen maken licht werk! Via www.natuurwerkdag.nl kunt u zich aanmelden.

Schrijver in de kerk – Abdelkader Benali Op zondag 6 november 2016 is Abdelkader Benali onze dertiende Schrijver in de kerk. Benali (1975) werd geboren in Marokko. Als klein jongetje kwam hij naar Nederland. Hij debuteerde op eenentwintigjarige leeftijd met de roman Bruiloft aan zee, waarvoor hij de Geertjan Lubberhuizenprijs kreeg. Dit eerste boek betekende meteen zijn doorbraak als schrijver. In de jaren direct daarna deed Benali ook van zich spreken als literatuurcriticus, verhalen- en toneelschrijver en dichter. In 2002 verscheen zijn tweede roman, De lang­ verwachte, waarmee hij definitief zijn naam vestigde als schrijver in de Nederlandse literatuur. In Klein Wetsinge wordt Benali geïnterviewd door Margriet Bos. Sidekick in het programma is muzikant Remko Wind. Er worden heerlijke hapjes gemaakt en geserveerd door het beheerdersechtpaar Inez en Nicolaas Geenen. Locatie: Valgeweg 12, Klein Wetsinge. Aanvang 15.00 uur (kerk open om 14.30 uur), einde 17.00 uur. Prijs: ¤ 12,50 (inclusief hapje/drankje). Opgave via www.blgroningen.nl/agenda. Kaarten zijn ook

Abdelkader Benali, de dertiende Schrijver in de kerk. Foto Barbara Kerkhof.

verkrijgbaar bij de boekhandels Van der Velde (Akerkhof) en Godert Walter (Oude Ebbingestraat) en in de kerk van Klein Wetsinge.

Pelgrimeren in Noord-Groningen Pelgrimage is een eeuwenoud verschijnsel. De initiatiefgroep Pelgrimeren in Noord-Groningen ontwikkelde een eigentijdse vorm van pelgrimage, waarbij 5 tot 8 km wordt gewandeld, een middeleeuwse kerk wordt bezocht en de wandelaars vrijblijvend kennis kunnen maken met de christelijke spiritualiteit van twintig eeuwen. De architectuur en de kunstvormen in de kerk vertellen elk hun eigen verhaal en we proberen te achterhalen wat de inspiratie was van bouwlieden en kunstenaars. Verder ontdekken we tijdens de wandeling ook de sporen van 2500 jaar cultuurlandschap, waarin kerken en kloosters ook een belangrijke rol vervulden.


D e k e r k a l s p odium worden kerstnachtdiensten in verschillende kerken gehouden, soms in het Gronings – de Grunneger Dainst. En kent u het fenomeen: Zing je warm? Ook mee te maken in onze kerken. Op dit moment is nog niet bekend wat en waar precies, maar in onze agenda op de website vindt u het aanbod in de SOGK-kerken en uiteraard ook op de individuele kerkenwebsites.

Kunst in de BLOB

Kerk en kerkhof van Wittewierum zijn de bestemming van de november­ wandeling van Pelgrimeren in Noord-Groningen. Foto Petra Visser.

De komende jaren worden alle alle circa honderd middeleeuwse kerken in Noord-Groningen bezocht met maandelijkse wandelingen op de zondagmiddag. Op zondag 13 november om 14.00 uur start een pelgrimstocht aan de Woldjerweg 21 te Wittewierum. Tijdens deze wandeling zal het bezoek aan de kerk van Wittewierum centraal staan. In deze kerk zijn nog restanten zichtbaar van het beroemde klooster Bloemhof. Het verhaal van abt Emo komt dan ook uitgebreid aan de orde tijdens de pelgrimstocht. De rondwandeling duurt ongeveer 3 uur en heeft een afstand van ongeveer 8 km. De kosten bedragen ¤ 3,- p.p. Voor online aanmelding en meer informatie: www.groningse­ pelgrimage.nl of Facebook.com/PelgrimerenNrdGroningen.

Lezing ‘De wondere wereld van het Nederlandse rijtjeshuis’ Het rijtjeshuis kan gerust hét Nederlandse huis worden genoemd: de meerderheid van de Nederlandse bevolking woont erin. Toch heeft dit woningtype – hoe diep het ook is verankerd in de Nederlandse cultuur – een slechte reputatie. Rijtheshuizen, en zeker de doorzonwoningen, staan voor burgerlijkheid, saaiheid en monotonie. Deze reputatie is ten onrechte, zo zal NRC-journalist Bernard Hulsman in zijn lezing bewijzen. Datum: donderdag 17 november, 19:30-21:30 uur. Locatie: Remonstrantse kerk, Coehoornsingel 14, Groningen. Toegang ¤ 12,50 (donateurs van Kunst in Zicht ¤ 11,00). Voor informatie over opgave zie www.kunstinzichtgroningen.nl.

Kerstactiviteiten in onze kerken In de maand december worden onze kerken volop als (kerst) podium gebuikt. En dan hebben we het vooral over kerstconcerten, kerstmarkten enz. Van solomuziek tot orkestwerken – Van Bach tot Bacharach! Traditiegetrouw treedt het Roder Jongenskoor op in de Der Aa-kerk in Groningen, maar ook

Het licht, de ruimte en de bijzondere indeling… Het glazen toegangsgebouw van ons kantoor aan de Coehoornsingel, DE BLOB, is ideaal voor kunstenaars. Met KUNST IN DE BLOB zorgt Organisatiebureau Geert Lameris elke drie à vier maanden voor een nieuwe expositie. Onder het motto ‘drie etages, drie kunstenaars’ maken we vanaf oktober kennis met drie nieuwe talentvolle kunstenaars. Eén daarvan is fotografe Aline de Jonge: ‘Tijd doet vergeten, vervagen, vervormen. Dat wat mij, ons allen, vormt is vloeiend, vloeibaar, herkenbaar in zijn vormeloosheid. Door middel van fotografie zoek ik die herkenbare vormeloosheid op. Scherpe foto’s geven, voor mij, de werkelijkheid niet naar waarheid weer. De tijd valt in het echte leven immers ook niet stil te zetten. Het ‘nu’ ervaren wij niet als één concreet en helder moment, maar als een aaneenschakeling van momenten die opkomen en weer vervagen.’ Nieuwsgierig naar de andere twee kunstenaars? Ga naar www.groningerkerken.nl. Hier vindt u ook de exacte expo­ sitiedata. Fotografisch werk van Aline de Jonge, een van de exposerende kunstenaars in de BLOB.


Sterfbed en Tenhemelopneming van Maria. Gewelfschildering in de kerk van Garmerwolde. Foto archief SOGK.

‘Ziehier bruid en moeder’ – Lezing Veerle Fraeters Op donderdag 19 januari geeft Veerle Fraeters de lezing “Ziehier bruid en moeder”. Maria als model in de Visioenen van Hadewijch’. De middeleeuwse mystica Hadewijch (actief ca. 1240) heeft een veelzijdig oeuvre nagelaten. Ze schreef Liederen (ook ‘Strofische Gedichten’ genoemd), Brieven in proza en op rijm, en Visioenen. Centraal in haar mystiek staat de minne, de innige liefdesband tussen de menselijke ziel en Christus. De minne maakt rechtstreeks contact mogelijk met God in het eigen innerlijk. In de Visioenen geeft Hadewijch verslag van haar contemplatieve ontmoetingen met de verheerlijkte Christus. De beelden die ze in haar visionaire extases schouwt en de boodschappen die ze van Christus en andere hemelbewoners ontvangt, hebben als doel de ziel te vergoddelijken zodat ze, net als Christus, een verlossende taak voor anderen op zich kan nemen. De Visioenen tekenen aldus een spiritueel groeiproces uit. Maria speelt in dat proces een niet onbelangrijke rol, als raadgeefster en als model van heiligheid. De imitatio Mariae (navolging van Maria) vormt voor de mystica een weg naar spirituele volmaaktheid. De Mariale motieven in de Visioenen zijn een expressie van toenmalige ontwikkelingen in de liturgie. Die hebben niet alleen tot een nieuwe spiritualiteit geleid, maar ook tot nieuwe beeldtypen als bijvoorbeeld Maria Tenhemelopneming, waarvan de Groninger kerken prachtige laatmiddeleeuwse getuigenissen bevatten.

Veerle Fraeters is als hoogleraar verbonden aan het Onderzoeksinstituut Ruusbroecgenootschap van de Universiteit Antwerpen. Ze verricht onderzoek naar de mystieke tekst­ overlevering en heeft daarbij speciale aandacht voor de visionaire traditie, voor vrouwelijke auteurs en voor het oeuvre van Hadewijch. Samen met Frank Willaert geeft ze het verzamelde werk van Hadewijch uit (Historische Uitgeverij). Het eerste deel, Liederen, verscheen in 2009. Het tweede deel, Visioenen, is in voorbereiding. Locatie: Remonstrantse kerk, Coehoornsingel 14, Gro­ ningen. Aanvang 19.30 uur (kerk open vanaf 19.00 uur). Entree ¤ 2,50, donateurs van de SOGK gratis toegang. De avond duurt tot ca. 21.30 uur. Opgave via info@groningerkerken.nl o.v.v. Lezing Veerle Fraeters of telefonisch via 050 - 312 35 69.

Overzicht van activiteiten in deze aflevering van De Stichting 29 oktober Even kieken bie: De toren van Toornwerd 30 oktober Grunneger kerkdainst, Amsterdam 5 november Natuurwerkdag 6 november Schrijver in de kerk: Abdelkader Benali 13 november Pelgrimeren naar Wittewierum 17 december Winterexcursie 17 november Lezing ‘De wondere wereld van het Nederlandse rijtjeshuis’ 26 december Kerstwandeling 7 januari Winterexcursie 19 januari Lezing Veerle Fraeters


E xcur s ie s Even kieken bie: De toren van Toornwerd

Winterexcursie 2016/2017

Op zaterdag 29 oktober organiseert de SOGK een mini-­ excursie naar Toornwerd – een klokkentoren met kerkhof op een wierde nabij Middelstum. De losstaande toren heeft nog precies de vorm zoals deze in 1894 naar ontwerp van de architect E. de Jonge is gebouwd in eclectische stijl. Geheel opgetrokken in roodbruine baksteen en met gebruikmaking van gietijzer. De overgang van gevels naar leigedekte spits is op de hoeken zeer decoratief bekroond met vazen en voorzien van dakkapellen. Wat gaat er gebeuren? De instandhoudingswerkzaam­ heden betreffen vooral herstel van metsel- en voegwerk, van houtwerk in het interieur en schilderen van de gietijzeren en houten onderdelen. We gaan bij het herstel uiterst terughoudend te werk en hoe (on)zichtbaar dat is, gaan we deze zaterdag met eigen ogen bekijken. Ook de fraaie bijbehorende trappartij en de grafmonumenten zullen we door de restauratiebril bekijken. Tijdens deze excursie horen we alles over de (deels af­ gegraven) wierde, de markante toren en de restauratie. De rondleiding staat onder leiding van de bouwkundige van de Stichting Oude Groninger Kerken. U vertrekt om 10.30 uur per de bus vanaf het Hoofdstation in Groningen. De verwachte terugkomst in Groningen is ongeveer 14.00 uur. Alle deelnemers ontvangen een uitgebreid documentatiepakket. Het is alleen mogelijk om deze tocht per bus te maken. Opgave door middel van de antwoordkaart in het midden van dit tijdschrift. Prijs: ¤ 12,50, donateurs van de SOGK betalen ¤ 10,00. NB: Dit ‘kijkje’ kan alleen doorgaan bij minimaal twintig deelnemers. Denk om stevig schoeisel, we betreden immers een bouwplaats!

De winterexcursie voert dit jaar door Fivelingo, waar de middeleeuwse kerken van Appingedam, Tjamsweer, Oosterwijtwerd en Wirdum zullen worden bezocht. Deze tocht vindt plaats op zaterdag 17 december 2016 en wordt afgesloten met een concert. De zogeheten herhalingstocht (zonder concert) zal plaatsvinden op zaterdag 7 januari 2017. De tocht kan in december per bus of individueel worden gemaakt; in januari enkel met de bus. Appingedam was lang naast Groningen de enige stad in het gewest. De Nicolaïkerk veranderde in de loop van de tijd van een dertiende-eeuwse zaalkerk in een grote, stadse, driebeukige hallenkerk met een vrijstaande toren. Binnen is de bouwgeschiedenis vooral zichtbaar aan de in verschillende stijlen uitgevoerde gewelven. Het interieur is versierd met decoratieve en figuratieve schilderingen. De kerk heeft een zeventiende-eeuwse kansel en herengestoelten uit dezelfde tijd. Het fraaie Hinszorgel met snijwerk van Casper Struiwig stamt uit 1744. Dat het wonen aan waterwegen in het verleden voordelen bood, is in Tjamsweer zichtbaar. Het merendeel van de dorpelingen vestigde zich in de loop der eeuwen langs het Damsterdiep. De Sebastianuskerk en een aantal huizen bleven eenzaam achter op de wierde, door een (auto)weg gescheiden van het grootste deel van het dorp. De laatgotische kerk verving een tufstenen voorganger die in de zestiende eeuw werd verwoest. De uit vijf traveeën bestaande kerk heeft een driezijdige koorsluiting en werd in de negentiende eeuw gepleisterd. Het gave interieur kwam in 1864 tot stand. De Mariakerk te Oosterwijtwerd is een van de oudste bakstenen kerken in deze contreien en werd onlangs zorgvuldig en terughoudend gerestaureerd. Uit de zeventiende eeuw dateren de preekstoel, het herengestoelte, de avondmaalstafel, het offerblok en de wijzerplaat aan de orgelgalerij. Het

De toren en wierde van Toornwerd. Foto Duncan Wijting.


orgel werd in 1741 gebouwd door Christiaan Muller, die ook de maker was van het wereldberoemde orgel in de Bavo te Haarlem. Op het koor zijn rouwborden en een epitaaf. De kerk te Wirdum werd in de dertiende eeuw gebouwd. In 1878 werd de westtoren afgebroken en vervangen door een dakruiter. Het interieur bevat muurschilderingen, een sacramentsnis, een piscina en een sarcofaagdeksel. Uit de protestantse tijd stammen een zeventiende-eeuwse preekstoel, drie herenbanken en het Van Oeckelenorgel uit 1879.

Praktische informatie De bussen vertrekken op zaterdag 17 december 2016 en op zaterdag 7 januari 2017 om 10.30 uur bij het Hoofdstation Groningen en worden daar rond 19.30 uur terugverwacht. Op 7 januari zal dat eerder zijn omdat er dan geen concert is. Het excursieprogramma kent een middagpauze waarin tijd is voor een gezamenlijke erwtensoepmaaltijd. De kosten voor deze excursie per bus bedragen ¤ 20,00 voor donateurs en ¤ 30,00 voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen, maar exclusief lunch). Voor deze excursie kunt u zich alleen aanmelden via het aanmeldkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst en u krijgt een bevestigingsbrief. De nota ontvangt u in de week voorafgaande aan de excursie. Wanneer u de tocht op eigen gelegenheid maakt op 17 december 2016, dient u zich ook aan te melden via het aanmeldkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift. U krijgt dan een routeplanning thuisgestuurd. Een mapje met kerkbeschrijvingen is voor ¤ 7,00 te verkrijgen in de eerste kerk van de route. De kerken zijn op deze dag van 10.00-17.00 uur geopend.

Kerstwandeling Ook dit jaar organiseren we op tweede kerstdag een begeleide kerstwandeling. Op maandag 26 december wandelt u onder leiding van een deskundige gids door de binnenstad van Groningen in kersttooi. De wandeling start in de remonstrantse kerk, Coehoornsingel 14 in Groningen om 14.00 uur, de kerk is open vanaf 13.30 uur. Om ca. 15.45 uur eindigt de wandeling ook in deze kerk. U wordt hier dan ontvangen met een drankje en aansluitend volgt dan om 16.15 uur een kort (kerst)concert. Het programma wordt rond 17.00 uur afgesloten. De kosten voor de wandeling, inclusief het concert, bedragen ¤ 8,- p.p. (kinderen t/m 11 jaar ¤ 6,-). Donateurs van de SOGK betalen slechts ¤ 5,- (kinderen ¤ 4,-). Het concert kan ook apart bezocht worden; de toegangsprijs bedraagt dan ¤ 5,-. SOGK-donateurs betalen dan slechts ¤ 2,50. U kunt zich opgeven voor de wandeling (inclusief concert) via het antwoordkaartje in het middenkatern. De kerk van Oosterwijtwerd, één van de bestemmingen van de Winterexcusie. Foto’s Jur Bekooy en Omke Oudeman.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl om het totale aanbod te bekijken.

Wat feesten ons vertellen In Wat feesten ons vertellen staan zeven feesten centraal: Advent, Kerstmis, Driekoningen, Veertig­ dagentijd en Goede Week, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Prachtige kunstwerken uit de collectie van Museum Catharijneconvent en beelden uit de Bijbelse tuin in Hoofddorp worden verbonden met de verhalen achter de feesten. De kleurrijke zoekplaatjes van Romeyn de Hooghe in een Statenbijbel uit 1715 vormen het uitgangspunt van dit boek. Bij het boek wordt een dvd geleverd met alle afbeeldingen uit het boek. Prijs ¤ 9,00 (donateurs 20% korting)

Vormen van Verdraagzaamheid In de zeventiende-eeuwse Republiek heerste een verrassende religieuze pluriformiteit: gereformeerden, katholieken, doopsgezinden, lutheranen en joden woonden met elkaar in de steden. Dit boek belicht de manieren waarop burgers en overheid de vrede bewaarden in een land met zoveel verschillende geloven. De beroemde Nederlandse tolerantie was dan ook vooral pragmatisch van aard en had tevens te maken met economische belangen. Het hoofdstuk over de religieuze verdraagzaamheid in de schilderkunst van de Gouden Eeuw wordt begeleid door zo’n veertig schilderijen van o.a. Rembrandt, Ferdinand Bol en Jan Steen. Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting)

Het Kerkenboek In Het Kerkenboek komen kerkgebouwen tot leven. Niet alleen de gebouwen, maar ook de mensen die door de eeuwen heen de kerk gebruiken, krijgen volop aandacht in circa 350 afbeeldingen en evenzoveel beschrijvingen worden alle aspecten van het kerkelijk leven in en om het gebouw belicht. Van de middeleeuwen tot het nabije verleden komen architectuur, eredienst, adellijke pronkzucht en de rol van de kerk in de Nederlandse samenleving aan bod. Dit boek is onmisbaar voor iedereen die geïnteresseerd is in de vele aspecten van de kerk. De meeste prachtige en bijzondere kerken zijn voor dit boek geselecteerd. Wie weet staat uw kerk er wel in. Prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting)

Het verhaal van Leegkerk In april 2013 opende de kerk van Leegkerk opnieuw haar deuren na een interne verbouwing. Het gebouw herbergt sindsdien een spannende hedendaagse verrassing. Want stap je naar binnen, dan zie je een ‘gouden schatkist’ die de ruimte een heel eigen sfeer geeft. Een gouden schatkist zet je niet zomaar overal neer. Dat doe je op een bijzondere plek. Een plek die je veel wilt gebruiken. Een plek waar we veel over kunnen vertellen. We doen er graag een boekje over open. Prijs ¤ 6,95 (donateurs 20% korting)

Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Mini-excursie Even kieken bie

Winterexcursie 2016-2017

za 29 oktober

za 17 december, za 7 januari

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

naam 

adres

adres

postcode

postcode

woonplaats

woonplaats

e-mail

e-mail

telefoonnummer

telefoonnummer

, van wie  donateurs

(a.u.b. aankruisen)

m v

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Kosten voor donateurs ¤ 10,- en voor niet-donateurs ¤ 12,50

ik wil graag mee op  za 17 december /  wo za 7 januari  ik ga/wij gaan graag mee met de bus  ik ga/wij gaan met eigen vervoer

Kosten inclusief busvervoer voor donateurs ¤ 20,- en voor niet-donateurs ¤ 30,Kosten bij eigen vervoer ¤ 7,-

bestelkaart

Kerstwandeling ma 26 december

Ik bestel:

(a.u.b. aankruisen)

naam  Wat feesten ons vertellen Prijs ¤ 9,00 (donateurs 20% korting) aantal

Vormen van Verdraagzaamheid Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting) aantal

m v

adres postcode woonplaats e-mail

telefoonnummer Het Kerkenboek Prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting) aantal

Het verhaal van Leegkerk Prijs ¤ 6,95 (donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Kosten voor donateurs ¤ 5,- (kinderen t/m 11 jaar ¤ 4,-) en voor niet-donateurs ¤ 8,- (kinderen t/m 11 jaar ¤ 6,-)


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


Nie u w s

De kerk van Thesinge. In het baarhuisje wordt ‘Het verhaal van het klooster van Thesinge’ verteld. Foto Omke Oudeman.

Het verhaal van het Klooster van Thesinge Groningen is sinds afgelopen zomer een (mini)museum rijker: er werd een begin gemaakt met het inrichten van het baarhuisje van de kerk in Thesinge met een historische presentatie over de geschiedenis van de kerk en omgeving. Voordat het baarhuisje voor dit doel in gebruik kon worden genomen, was een nieuwe opslag nodig voor het daar opgeslagen tuingereedschap en de grasmaaier voor het kerkhof. Christiaan Velvis, bouwkundige van de SOGK, tekende daarvoor een ontwerp – een huisje van larikshout met ‘onzichtbare raampjes’– dat werd uitgevoerd door het lokale bouwbedrijf Alfred Ottens. Onder de titel ‘het Verhaal van het Klooster van Thesinge’ zal in het baarhuisje aandacht worden geschonken aan het voormalige Thesinger klooster en het schrijfatelier dat daar te vinden was. Originele objecten zijn aanwezig in de vorm van twee sarcofaagdeksels, in de jaren zestig even buiten het dorp gevonden en in bruikleen afgestaan door het Groninger Museum. Het project is nog in uitvoering. Onderdeel van de lopende werkzaamheden is het samenstellen van twee wandelingen. De eerste langs de vindplaats van de deksels en een tweede door het dorp, gericht op de kloostergeschiedenis. Voor wie dit project wil steunen, zijn nog steeds de ‘Thesinger Sarcofaagjes’ (roomboterkoekjes) te koop, Ze liggen in de kerk en na ¤ 3,95 in de melkbus te hebben gedaan, kunt u een zakje meenemen. Voor meer informatie zie: www.kerkthesinge.nl. De sarcofaagdeksels arriveren bij het tot expositieruimte ingerichte baarhuisje. Foto Pluc Plaatsman.


E duc at ie Educatie is een speerpunt in het beleid van de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. We besteden uiteraard veel aandacht aan onze eigen kerken, maar onze inzet voor educatie gaat over alle kerkgebouwen in de provincie Groningen. De Stichting vindt het belangrijk om mensen al jong te informeren over het kerkelijk cultuurhistorisch erfgoed. De educatieve activiteiten sluiten aan bij de tegenwoordige aandacht voor erfgoededucatie op scholen. Op deze manier hoopt de Stichting een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

Sleutelbewaarders van start ‘Leerlingen dorpsschool nemen de kerk onder hun hoede’, kopte het dagblad Trouw op 22 juni. Op pagina drie stond een prachtige reportage over de start van het project ‘Sleutelbewaarders’. In het artikel vertelt directeur Rogier Hil­ brandie van OBS de Kromme Akkers in Garnwerd, waarom zijn school in dit gloednieuwe project van de Stichting Oude

Groninger Kerken is gestapt. Hilbrandie: ‘De kerk is een gezichtsbepalend stuk erfgoed dat midden in het dorp staat. Het vertelt het verhaal van Garnwerd en kinderen maken daar ook deel van uit. Het is erg belangrijk dat het gebouw behouden blijft en daarom willen we als school graag meer doen voor de kerk.’ OBS de Kromme Akkers was de eerste school die ‘sleutelbewaarder’ werd. Zij ontving een sleutel van de kerk, en een aantrekkelijk vormgegeven spel over de geschiedenis van de kerk. Ook werd er een samenwerkingsovereenkomst tussen de school, en de plaatselijke commissie van de kerk onder­ tekend. Namens de school is Manzo Ros uit groep acht contactpersoon. Als leerlingen een leuk idee hebben om de kerk te gebruiken voor een activiteit, kunnen zij Manzo benaderen. Hij gaat dan in overleg met de contactpersoon van de kerk, Hein Zeevalking. Naast het realiseren van eigen ideeën van kinderen wordt in de samenwerkingsovereenkomst vastgelegd welke afspraken gemaakt zijn over structureel gebruik van de kerk door de school. Zo zal De Kromme Akkers de kerk opnieuw gebruiken voor activiteiten rondom Sint Maarten. Er volgen nog negen andere kerken waar de plaatselijke commissie een sleutel zal gaan delen met de lokale basisschool. In het najaar staan al een aantal startdagen op de agenda, in Woltersum, Obergum, Engelbert en Tolbert. Het vernieuwende project wordt met enthousiasme ontvangen in de dorpen, en heeft al ruime aandacht gekregen in diverse media. De start van het project Sleutelbewaarders in Garnwerd. Foto’s Janna Bathoorn.


Me di at he e k

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de Stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: www. groningerkerken.nl/mediatheek

De gereformeerde kerk van Onderdam (1932), ontworpen door architect Albert Wiersema uit Bedum. Foto Duncan Wijting.

Een aansprekende, expressionistische bouwstijl 2016 is een jubileumjaar voor de Amsterdamse School. Ter gelegenheid hiervan organiseerde het Stedelijk Museum een grote tentoonstelling over ‘Wonen in de Amsterdamse School 1910-1930’, die helaas ten tijde van het uitkomen van dit nummer van Groninger Kerken al weer afgelopen is. Maar de gelijknamige, zeer rijk geïllustreerde uitgave, waarin een kleurrijk overzicht van de ontwerpen voor het interieur, staat in de mediatheek. Uitgaven die specifiek over de Amsterdamse School in de provincie Groningen gaan, staan uiteraard ook in de mediatheek. Zo is er van Anja Reenders het bekende Versteende welvaart. Amsterdam School op het Groninger Hoogeland: een mooi overzicht van voorbeelden van monumentale gebouwen in deze stijl, waaronder een aantal gereformeerde kerkgebouwen. Die van Egbert Reitsma in Appingedam en Bedum bijvoorbeeld. Of die van Albert Wiersema in Onderdendam en Westeremden, en van Berend Jager in Kantens. Twee studies gaan specifiek over de Groninger architect Egbert Reitsma. In Egbert Reitsma architect 1882-1976. Meester in Baksteen (K. van der Ploeg; foto’s T. Krijgsman) gaat het over het werk en leven van de desbetreffende architect. Veel voorbeelden hierin van gereformeerde kerken, maar ook villa’s, landhuizen, winkels, bedrijfspanden enzovoorts. De andere uitgave betreft een scriptie met de titel De architectuur van Egbert Reitsma 1920-1940 (J. Falize). Deze is bovendien in de catalogus als pdf te downloaden. In De schoonheid van het detail. De Amsterdamse School in de provincie Groningen (J. van der Spek; M. de Jong) wordt be-

nadrukt dat Groningen, na Amsterdam, geldt als een belangrijke Amsterdamse School-stad. En ook hier wordt Reitsma uitgelicht. Is Reitsma dan als enige ‘Amsterdamse School-architect’ beschreven? Nee hoor, er is ook een beeldend overzicht van het leven en werk van Willem Reitsema: Willem Reitsema Tzn (1885-1963) Architect op het Hogeland (B. Fennema e.a.) en er is De gebouwde erfenis van twee Fries-Groningse architecten Cornelis Hermanus Eldering en Hindrik Eldering 1890-1990. Al strekt het oeuvre van grootvader en kleinzoon Eldering zich uit buiten Groningen en Friesland. Ook in Groninger Kerken is een aantal keren geschreven over de Amsterdamse School in Groningen. Zo verscheen in 1993 een tweedelig artikel over de gereformeerde kerken in de provincie Groningen (nrs. 2 en 3). In 2008 (nr. 3) was er een themanummer over de Evangelisch-Lutherse kerk in Groningen, waarin een beschrijving van de architectuurhistorische context van de kerkzaal in de stijl van de Amsterdamse School. En in het eerste nummer van 2014 staat, naar aanleiding van de restauratie, een beschrijving van de gereformeerde kerk te Appingedam. Ten slotte nog een tweetal kleurverkenningen aan in- en exterieur van Amsterdamse School-kerken, die van de gereformeerde kerk en pastorie in Onderdendam, en die van de gereformeerde Boazkerk te Westeremden. Beide opgemaakt door restauratie- en decoratieschilders Veldman en Veltman, en te downloaden als pdf in onze catalogus.


We r k in ui t voe r ing

In Leegkerk is weer niets te zien Interview met Albert Jan Louwes Toen de Utrechtse architect Coenraad Temminck Groll, een van de voorvechters van conserverend restaureren, in de jaren zeventig het Gotisch huis aan de Brugstraat in Groningen onderhanden had, werd hij – zo wil het verhaal – gade geslagen door een argwanende en zuinige Groninger. Diens waardeoordeel liet weinig ruimte voor twijfel: ‘Zoveul geld en alles nog even old’.

Albert Jan Louwes bij een herstelde scheur onder een venster in het koor. Foto Jelte Oosterhuis.

Het lot van de restaurator is vervuld van een zekere tragiek. Waar andere vaklieden trots het resultaat van hun werk kunnen laten bewonderen, rest hem een onbestemd wijzen, daarbij de woorden sprekend: ‘Kijk, niets te zien.’ Iemand die deze routine inmiddels wel gewend is, is Albert Jan Louwes. Hij is als uitvoerder werkzaam bij Jurriëns Noord (sinds kort onderdeel van Friso Bouwgroep). Recent was Louwes verantwoordelijk voor het herstel van aardbevingsschade in de kerken van Godlinze en Leegkerk, en in Adorp zijn vergelijkbare werkzaamheden inmiddels ook gestart. We spraken af in Leegkerk, een van de eerste kerken in het bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken.

Wijsvinger Heel lang waren de steigers niet weg uit Leegkerk. De kerk werd in 2012-2013 nog gerestaureerd en verbouwd om haar voor meerdere functies geschikt te maken. Het ontwerp daarvoor, van het Belgische awg architecten, won na de heropening van het gebouw meteen de publieksprijs op de Dag van de Architectuur. Maar daarna kwamen ook hier de scheuren. ‘Hoofdzakelijk in het koor’, aldus Louwes. ‘Vooral de vensters zijn kwetsbaar’ – om dat te illustreren volgt zijn wijsvinger een nu onzichtbare scheur van de benedenhoek van het raam naar de grond. ‘Maar ook in het schip zat een grote barst, midden over de muur’. Op de vraag of er veel schade was, volgt een understatement: ‘Dat viel op zich nog wel mee. Ergens tussen de 30 en 40 meter aan scheuren in totaal.’

Een beetje geduld Louwes legt uit hoe het herstel te werk ging. ‘Om de 5 centimeter zijn gaatjes geboord, zo’n 20 centimeter diep. Daarin is minerale lijm en mortel geïnjecteerd, zodat de scheuren door en door gevuld werden. De materiaalsamenstelling moet zo identiek mogelijk zijn aan het bestaande werk. We werken daarbij van onder naar boven, zodat de injectiemortel niet wegloopt. Daarna zijn de scheuren opengekapt en weer dichtgemaakt met een kalkgebonden mortel.’ Is de methodiek overal hetzelfde? ‘In principe wel, maar de specifieke plek van de schade vraagt soms om een crea-


tieve oplossing. In Godlinze waren bijvoorbeeld de aansluitingen van de ribben op de gewelven gescheurd. De scheuren worden dan bij het injecteren tijdelijk even dichtgesmeerd met klei, zodat de lijm niet meteen wegstroomt.’ Wat voor alle situaties geldt: ‘Je moet er wel een beetje geduld bij hebben.’ Nadat de schilder zijn werk heeft gedaan, is de schade weer onzichtbaar.

Inboeten Maar natuurlijk kunnen niet alle beschadigingen aan het oog worden onttrokken door pleister- en schilderwerk. Louwes

laat dat aan de buitenkant van het gebouw zien. ‘Over de lengte van de scheur zijn hier her en der stenen ingeboet: kapotte kloostermoppen zijn weggekapt en vervangen door ‘nieuwe’. ‘Het is altijd handig om daar een voorraadje van te hebben’. Ook hier is zo onzichtbaar mogelijk gewerkt. ‘Vroeger werd in deze streken veel gewerkt met schelpkalk, maar tegenwoordig is dat niet meer in overvloed voorhanden.’ Louwes wijst een stukje voegwerk aan dat ogenschijnlijk niet verschilt van dat in de rest van de muur: ‘Kippengrit’.

Boven: een scheur in de noordmuur van de kerk, waaruit vervolgens enkele gebarsten stenen zijn gekapt om nieuwe kloostermoppen te kunnen inboeten. Onder het (haast onzichtbare) eindresultaat. Foto’s Jur Bekooy en Jelte Oosterhuis.


O nze m a n in Be rge n

Dr. Justin Kroesen was jarenlang actief voor de SOGK. Na zijn emigratie naar Noorwegen blijft deze verbintenis bestaan: vanuit Bergen werkt hij aan het grote overzichts-

De collectie kerkelijke kunst waarvoor ik hier in Bergen verantwoordelijk ben is – paradoxaal genoeg – grotendeels te danken aan de afbraak van middeleeuwse kerken in de eerste helft van de negentiende eeuw. Oude gebouwen werden toen massaal vervangen door lichte en strakke nieuwbouw in hout. We mogen van geluk spreken dat de politicus Wilhelm F.K. Christie (voorzitter van het Noorse parlement) en de geestelijke Jacob Neumann (bisschop van de lutherse kerk in Bergen) in 1825 het initiatief namen om belangrijke stukken uit de inventaris van de afgebroken kerken in een museum bijeen te brengen. De andere kant van de medaille is dat de dichtheid aan middeleeuwse kerken in Noorwegen tegenwoordig relatief laag is. Ter vergelijking: terwijl heel Noorwegen ca. 160 middeleeuwse kerken rijk is, staan er alleen al in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe nog zo’n 250 overeind. Wie in Noorwegen oude kerken wil bezoeken moet dus vele kilometers afleggen, maar daarvoor wordt hij/zij beloond met indrukwekkende berglandschappen en schitterende vergezichten. Tijdens de zomer zijn de Scandinavische dagen lang en daarom zeer geschikt voor lange kerkentochten. Met een Zweedse collega was ik in het voorjaar op pad langs de Hardangerfjord. Aan het eind daarvan, ingeklemd tussen steile

boek dat zal verschijnen bij het 50-jarig jubileum van de Stichting in 2019. In deze rubriek doet hij verslag uit het echte Hoge Noorden.

bergwanden, ligt het kleine dorp Eidfjord waar bij uitzondering de middeleeuwse kerk niet is afgebroken. In het intieme interieur krijg de bezoeker het bijzondere gevoel dat er in de laatste vier eeuwen vrijwel niets meer is veranderd. Koor en schip worden van elkaar gescheiden door een rustiek koorhek van robuuste balken en het schip staat vol met scheef­ gezakte banken die ooit gemaakt zijn door de lokale timmerman. Als kapstok/hoedenstander dient een van schors ontdaan boompje. Net als overal in Europa zijn dit soort kerken ook in Noorwegen – ondanks de grote verliezen – belangrijke bewaarplaatsen van kunst- en gebruiksvoorwerpen, en daarmee van historische atmosfeer. Omdat de gebouwen eeuwenlang in gebruik bleven voor hun oorspronkelijke bestemming, namelijk de eredienst, bleven vele interieurs lange tijd vrijwel ongemoeid. Voor mij behoort Eidfjord tot de erecategorie van ‘historische tijdmachines’ waartoe in Groningen onder meer ook de kerken van Krewerd en Oosterwijtwerd behoren.

Het interieur van de kerk van Eidfjord. Foto Justin Kroesen.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


14 Het interieur van de Marktpleinkerk in Winschoten, 2007, met de uit Oterdum afkomstige kansel. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto Chr. Booms.

13 De preekstoel van Oterdum op de oorspronkelijke plek, met sindsdien verloren gegane trap en koperen kaarsenhouder. Begin 20e eeuw. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

resten bewaard gebleven, die zich nu ten kantore van de Stichting Oude Groninger Kerken bevinden, om maar te zwijgen van de gewone kerkbanken in zowel Oterdum als Heveskes: van dit fraaie meubilair met een enkele koperen kaarsenhouder is niets voor hergebruik bewaard gebleven. Gelukkig hebben nu wel de psalmborden uit Oterdum eveneens in de kerk van Engelbert een nieuwe bestemming gevonden. Hoewel evenals de kansel ook in rococostijl uitgevoerd, wijst hun uiterst sierlijke ontwerp op een iets latere ontstaanstijd dan die van de preekstoel. Men zou zich bovendien kunnen afvragen of ze indertijd niet veeleer als spiegellijsten zijn gemaakt. Bij onderzoek dat voor de overbrenging naar Engelbert is uitgevoerd, hebben leden van de Freerk J. Veldman Stichting, die zich toelegt op de studie van het Groninger meubel, de borden grondig bekeken en daarbij ook restanten van bladgoud vastgesteld. Het restauratieatelier Veldman en Veltman heeft ter voorbereiding van het herstel nog verder onderzoek naar de oorspronkelijke afwerking uitgevoerd en daarbij restanten zwart vastgesteld op de oudste krijt- en lijmlaag. Dat wijst erop dat de borden zelf, die inmiddels verloren waren gegaan, vanaf het begin een zwarte verflaag hebben gehad. Uitbundig gedecoreerde psalmbordomlijstingen uit de achttiende eeuw vinden we ook wel elders, bijvoorbeeld in de hervormde kerk van Sexbierum en in de lutherse kerk in Monnikendam. Hoewel ze wel nooit meer hun oorspronkelijke functie zullen vervullen, hebben de drie psalmborden uit Oterdum nu in de kerk van Engelbert weer een passend historisch kader gekregen. Dr. Kees van der Ploeg (c.p.j.van.der.ploeg@rug.nl) doceert architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef verschillende artikelen over Groninger kerken, onder meer in dit tijdschrift.

149

15 De oorspronkelijke preekstoel van Winschoten, in 1905 verhuisd naar Monnikendam. Foto T. Post, collectie RHC Groninger Archieven (818-17943). 16 De kerk van Winschoten in 1938, met de vaasvormige kansel uit geglazuurde baksteen, aangebracht bij de restauratie in 1905-1907 en weer verwijderd in 1969. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


Kees van der Ploeg

Expressionistische kerken in Groningen – en daarbuiten Dit jaar wordt met publicaties, tentoonstellingen en een reeks van andere evenementen het ontstaan, een eeuw geleden, van de ‘Amsterdamse School’ gevierd. In 1916 werd in de hoofdstad het Scheep­ vaarthuis, het gezamenlijke kantoor van de Amsterdamse reders, voltooid. Dit was de eerste mani­ festatie van een nieuwe ontwerpmentaliteit in architectuur en toegepaste kunst.

Totaalkunstwerken Deze nieuwe opvatting werd niet door een programma gedragen, zoals dat bij de gelijktijdig ontstane beweging De Stijl wel het geval was. Het ging veeleer om de artistieke ontwerppraktijk van een groep gelijkgezinde en tot eenzelfde generatie behorende architecten en kunstenaars, zoals recent gedocumenteerde interieurontwerpen laten zien.1 Zij leefden zich uit in exuberante totaalkunstwerken, zoals het Scheepvaarthuis, maar waren ook betrokken bij grote volkshuisvestingsprojecten in de hoofdstad. Tien jaar later vormde het gebouw van de Bijenkorf in Den Haag een tweede hoogtepunt. Elders in Europa, in de eerste plaats in Duitsland, wordt deze stroming aangeduid als architectonisch expressionisme. Zo gezien is de Amsterdamse School een weliswaar belangrijke, maar vooral ook lokale variant van deze internationale stroming. Hoewel dat op het eerste gezicht niet voor de hand ligt, vinden we juist in de protestantse kerkbouw, en dan vooral die van de gereformeerden, de weerslag van deze architectuuropvatting. In Groningen, zowel in de stad als in de provincie, zijn hiervan nogal wat voorbeelden te vinden. Over sommige is al het nodige gepubliceerd, maar andere, zoals de beide kerkgebouwen van de vrijzinnig hervormden in Delfzijl en Tjuchem, zijn tot nu toe vrijwel onbekend gebleven. Voor al deze kerkgebouwen geldt dat we nu, dankzij recent onderzoek van de master-student Kunstgeschiedenis Ype Jan Nienhuis in het kader van een stage bij de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken, ook meer inzicht hebben in de lokale omstandigheden waarin deze ontwerpen tot stand zijn gekomen.2

150

Expressionisme en protestantse kerkgebouwen

1 De gereformeerde kerk (1935) van Westeremden, naar een ontwerp van Albert Wiersema. Foto Omke Oudeman.

Dat de expressionistische architectuur bij de protestanten meer aansloeg dan bij de katholieken, laat zich wel verklaren. In de negentiende eeuw hadden de laatsten zich vooral met de neogotiek gemanifesteerd, waarvan in de stad Groningen de Sint-Jozefkerk het enig overgebleven voorbeeld is – de

1 Ingeborg de Roode en Marjan Groot (red.), Wonen in de Amsterdamse School. Ontwerpen voor het interieur 1910-1930 (Bussum 2016). 2 Een neerslag van dit onderzoek zal verschijnen in 2017 in artikelvorm in Groninger Kerken.


Sint-Martinuskerk en nog veel eerder de Paterskerk zijn uit het stadsbeeld verdwenen. Buiten de stad is dit herleefde katholieke zelfbewustzijn te zien in de neogotische kerken van bijvoorbeeld Kloosterburen, Sappemeer en Oude Pekela. De neogotiek was rond 1900 echter nogal routineus en sleets geworden en jongere architecten, onder wie Jan Stuyt, zochten naar nieuwe inspiratiebronnen. Die vonden ze, in aan­ sluiting op de liturgische vernieuwingsbeweging die zich meer en meer op de geïdealiseerde praktijk van de vroege Kerk richtte, in eerdere perioden, die van het romaans en de Byzantijnse kerk, en uiteindelijk in de vroegchristelijke architectuur.3 Stuyts op de toren na gesloopte Heilig-Hartkerk aan de Moesstraat was van deze nieuwe benadering een mooi voorbeeld. Het proces van historische heroriëntatie verliep in het geval van protestantse kerkgebouwen heel anders. Middeleeuwse architectuurvormen waren onder protestanten niet erg populair of werden in sterk verwaterde vorm toegepast, zoals aan de gereformeerde kerken van Winschoten en Stadskanaal, terwijl vroegchristelijke kerkmodellen pas door toedoen van de Liturgische Beweging in de loop van de jaren dertig in beeld kwamen. De Nederlandse Hervormde Kerk beschouwde zich niet alleen juridisch, maar ook naar eigen kerkopvatting als de voortzetting van de ‘publieke kerk’ – dat is nadrukkelijk geen staatskerk – uit de tijd van de Republiek. Zij kon zich daarom goed identificeren met de architectuur uit de Gouden Eeuw. De na branden herbouwde kerken in Schagen, Hoorn en Apeldoorn zijn hiervan monumentale getuigenissen. Voor de Afgescheidenen van 1834 lag een dergelijke handelwijze om twee redenen niet voor de hand: een materiële, omdat het hun meestal aan middelen ontbrak voor indrukwekkende kerkgebouwen, en een meer principiële, omdat zij, in de eerste jaren van hun bestaan ernstig gedwarsboomd door het Koninkrijk dat in de plaats van de Republiek was gekomen, zich niet wensten te stileren met architectuur die onmiskenbaar naar dat nationale verleden zou verwijzen. Dat veranderde met de Doleantie van 1886, die uiteindelijk in 1892 onder de naam ‘Gereformeerde kerken in Nederland’ zou leiden tot de vereniging met het merendeel van de Af­ gescheidenen van 1834. Abraham Kuyper, de leider van de Doleantie, had juist wel een voorkeur voor kerkgebouwen in renaissancestijl, waarschijnlijk juist ook wegens de nationale connotatie hiervan – Kuyper pretendeerde immers het Dordtse erfpand der vaderen beter te bewaren dan de in zijn ogen in alle opzichten verslapte Hervormde kerk, die hij nood­ge dwongen had verlaten, toen op verbetering geen uitzicht was.4 Rond 1900 kreeg de protestantse kerkbouw echter een meer eigentijds stempel. De gereformeerde kerkenbouwer bij

2 Het exterieur van de katholieke Heilig-Hartkerk (1913) aan de Moesstraat, Groningen, naar plannen van J. Stuyt. De kerk werd in 1994 gesloopt, uitgezonderd de toren. Collectie RHC Groninger Archieven, foto’s P. Kramer (1785-11336 en 1785-5147).

151

uitstek, Tjeerd Kuipers, had aanvankelijk ontwerpen gemaakt in de aan het eind van de negentiende eeuw gangbare neo­ renaissance, zoals hij die in zijn jaren op het bureau van Berlage en Sanders had leren kennen. Maar toen Berlage in het uiteindelijke ontwerp voor de Amsterdamse Beurs tot een veeleer middeleeuws aandoende strenge stijl was gekomen, zij het zonder rechtstreekse stijlcitaten, ging Kuipers daarin met zijn kerkontwerpen tot op zekere hoogte mee: de Zuiderkerk (1901) en de Westerkerk (1906) in Groningen – de eerste verbouwd tot wooneenheden, de tweede in 1995 gesloopt – zijn hiervan voorbeelden, evenals de gereformeerde kerk in Wildervank (1911). Waar de Nederlandse Hervormde kerk een sterke neiging had zich als ‘volkskerk’ met de natie te vereenzelvigen, bewaarden de gereformeerden vanouds een grotere afstand tot de staat en zijn instituties – Kuypers leerstuk van de ‘soevereiniteit in eigen kring’ werd onverkort gekoesterd. Niettemin werden zij in het interbellum een maatschappelijke kracht van formaat. Dat straalden ook de in die tijd gebouwde gereformeerde kerkgebouwen uit. Hervormde kerken, zoals de Emmakerk in Amsterdam-Watergraafsmeer, laten nogal eens meer of minder subtiele verwijzingen naar de kerkelijke architectuur van de zeventiende eeuw zien. De wezenlijk andere

3 Vgl. Kees van der Ploeg, ‘Jan Stuyt, of: wat is moderne architectuur?’, in: Agnes van der Linden en Jeroen Goudeau (red.), Jan Stuyt (18681934) een begenadigd en dienend architect . Nijmeegse Kunsthistorische Studies 18 (Nijmegen 2011) 48-69. 4 Vgl. J. Vrieze, ‘Abraham Kuyper en het gereformeerde kerk­gebouw’, in: R. Steensma en C.A. van Swigchem (red.), Honderdvijftig jaar gereformeerde kerkbouw (Kampen 1986) 60-65.


152 3 en 4 Exterieur en interieur van de gereformeerde Zuiderkerk (1901) aan het Gedempte Zuiderdiep, Groningen, gebouwd naar plannen van Tj. Kuipers en Y. van der Veen. Tot 1983 werden er diensten gehouden. Na sluiting is de kerk verbouwd tot appartementencomplex. Collectie RHC Groninger Archieven,

grondhouding van de gereformeerden tegenover de ‘wereld’ – die van de vaderlandse geschiedenis daarbij inbegrepen – gaf hun, zo lijkt het, juist de vrijheid om zich in een groot aantal gevallen met behulp van de architectuur van het expressionisme opvallend te manifesteren. Daarbij komt dat zij toen in eigen kring een beroep konden doen op architecten, die niet alleen efficiënt en productief waren, maar ook artistiek uiterst belangwekkende ontwerpen leverden. De belangrijksten onder hen waren in Amsterdam Berend Tobia Boeyinga (1886-1969), in Amersfoort Bastiaan Willem Plooij (1890-1976) en in Groningen Egbert Reitsma (1892-1976).5

foto’s P. Kramer (1785-7801 en 1785-7839). 5 en 6 Exterieur en interieur van de gereformeerde Westerkerk (1906) aan de Kraneweg, Groningen, ontworpen door Tj. Kuipers. De kerk werd in 1986 buiten gebruik gesteld en in 1995 afgebroken. Collectie RHC Groninger Archieven, foto’s L. Houttuin en P. Kramer (1785-1433 en 1785-7772).

5 Over Plooij is relatief weinig bekend, maar over de beide andere architecten bestaan monografieën: Radboud van Beekum, B.T. Boeyinga. Amsterdamse School architect, 1886-1969 (Bussum 2003); Kees van der Ploeg, Egbert Reitsma architect 1892-1976. Meester in baksteen (Leeuwarden 2014).


7 en 8 Exterieur en beschilderd plafond van de gereformeerde kerk (1927) in Appingedam, ontworpen door Egbert Reitsma. Na de restauratie in 2015 werd de kerk in gebruik genomen door de Gereformeerde kerk vrijgemaakt. Foto’s archief SOGK en Teo Krijgsman.

Behoud en hergebruik In de loop van de jaren is aan veel van deze kerken het nodige veranderd door bijvoorbeeld het aanbouwen van zalen. Het meest ingrijpend zijn meestal de wijzigingen van het inte­ rieur. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werden veel kerken als te donker ervaren, en dat betekende gewoonlijk dat de kleuren in allerlei gradaties tussen wit en grijs werden gemoderniseerd. Daarbij moest soms ook het kleurig glas-in-lood van de vensters plaatsmaken voor gewoon vensterglas. Vaak vond men de traditionele kansels met hun dubbele trap­ opgang te massief, en wanneer dan in plaats hiervan een eenvoudiger spreekgestoelte werd geïnstalleerd, verdwenen tegelijkertijd vaak ook de bankenblokken geheel of gedeeltelijk om door losse stoelen te worden vervangen. Dat mag de bruikbaarheid van de kerkruimte voor verschillende doeleinden hebben vergroot, het gevolg is wel dat de samenhang die zo wezenlijk is voor de werking van het oorspronkelijke ontwerp, op die manier geheel of in elk geval grotendeels teloor is gegaan. In deze soms wat ondoordachte hang naar herinrichting is nu op een aantal plaatsen een gelukkige wending gekomen. Het recente herstel in vroegere kleurenluister van de gereformeerde kerk in Appingedam, nu in gebruik bij de vrijgemaakt gereformeerden, is hiervan een heel geslaagd voorbeeld. Niet voor niets was de kerk als sfeervolle locatie opgenomen in de laatste aflevering van het festival ‘Terug naar het begin’. Inmiddels is ook de Stichting Oude Groninger Kerken als eigenaresse betrokken geraakt bij de problematiek van de twintigste-eeuwse kerkgebouwen. De gereformeerde kerken in Westeremden en Onderdendam alsook de Noorderkerk in Bedum zijn de afgelopen jaren aan haar hoede toevertrouwd en daarmee wordt ze nu ook geconfronteerd met de vraag naar behoud en herstel van deze waardevolle interieurs. Een ruimte die vrij is in te delen, vergroot natuurlijk de bruikbaarheid ervan, maar de aantrekkelijkheid van deze ruimten zit nu eenmaal voor een groot deel in de samenhang en kleur van alle elementen hierin. Bij voortgezet gebruik voor de eredienst zal dat geen problemen hoeven op te leveren, maar een breder gebruik, bijvoorbeeld voor vergade­ ringen, muziekuitvoeringen of toneelvoorstellingen, vergt al snel aanpassingen die ten koste zullen gaan van het in­ richtingsensemble. Van geval tot geval zullen daarvoor 9 en 10 Exterieur en interieur van de Noorderkerk (ook wel Goede Herderkerk, 1937-1938) in Bedum. Ontwerpend architect was onder andere Egbert Reitsma en uitvoerend architect Albert Wiersema. Foto’s Omke Oudeman.

153


12 De gereformeerde kerk (1930) en pastorie in Westerlee, ontworpen door W. van Straten. De kerk werd in 2012 afgebroken. Collectie RHC Groninger Archieven (1986-19020).

11 De Parklaankerk (1926) in Groningen, gebouwd naar plannen van Egbert Reitsma. De kerk werd in 1984 gesloopt. Collectie RHC Groninger Archieven, foto Elmer Spaargaren (2290-4459).

oplossingen moeten worden bedacht – en net als bij de oudere kerkinterieurs dient hierbij de omkeerbaarheid van de aan te brengen wijzigingen als uitgangspunt voorop te staan. Sommige gebouwen zijn inmiddels al weer verdwenen, zoals de door Egbert Reitsma in 1926 gebouwde Parklaankerk in Groningen, die in 1984 is gesloopt. Nauwelijks bekend was

de gereformeerde kerk in Westerlee uit 1930, ontworpen door de Coevorder architect W. van Straten (1887-1972). Dit gebouw, dat met het dakruitertje op de hoog oprijzende daken een mooi accent in het dorp vormde, was veel eenvoudiger dan de in 1925 ook door hem gebouwde Noorderkerk in Nieuw-Amsterdam. Terwijl deze laatste, onmiskenbaar in een expressionistische trant ontworpen, inmiddels wettelijke bescherming geniet, is het kerkje van Westerlee, dat bij een modernisering van nieuwe ramen met blank glas was voorzien, in 2012 buiten gebruik gesteld en nog in datzelfde jaar gesloopt. Het lijkt onvermijdelijk dat dit lot de komende tijd meer kerkgebouwen uit de twintigste eeuw in Groningen zal treffen, maar het valt te hopen dat de architectonisch belangrijkste daaronder, al of niet met een nieuwe bestemming, behouden zullen blijven. Dr. Kees van der Ploeg (c.p.j.van.der.ploeg@rug.nl) doceert architectuurgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef verschillende artikelen over Groninger kerken, onder meer in dit tijdschrift.

13 en 14 Exterieur en interieur van de Noorderkerk (1925) in Nieuw-Amsterdam. Foto’s Wutsje / Creative Commons.


Mar tin Hillenga

‘De groote aardappelkweeker’ Het grafmonument voor Geert Veenhuizen in Sappemeer Op 18 mei 1931 verzamelde zich op het kerkhof van Sappemeer een illuster gezelschap heren, misschien nog het best te typeren als ‘aardappelbaronnen’. Onder hen bevonden zich zowel prominente landbouwers als ook vertegenwoordigers van de Veenkoloniale Boerenbond, de Rijks­landbouwwinterschool in Veendam en het Aardappelmeel Verkoop Bureau (AVB); naar goed gebruik werden er veel dubbele petten (hoeden) gedragen. Doel van de samenkomst was de plechtige ont­hulling van het grafmonument voor de man die van ongekend grote betekenis was geweest voor de ontwikkeling van de aardappel, sinds de late negentiende eeuw de pijler onder de economie van de Veenkoloniën: ‘de groote aardappelkweeker’ Geert Veenhuizen.1

Veenhuizen Geert Veenhuizen werd in 1857 geboren in het gehucht Stootshorn bij Noordbroek.2 Aanvankelijk leek voor hem een bestaan als boom- en bloemkweker weggelegd. Vanaf zijn dertiende levensjaar was hij in de leer bij een Noordbroekster kweker en ontving hij privélessen plantkunde van de doopsgezinde predikant Ten Bruggencate. Na zijn huwelijk in 1882 met een kwekersdochter uit Sappemeer nam hij het bedrijf

van zijn schoonvader over. In deze jaren maakte hij ook naam als ontwerper van ‘slingertuinen’ bij boerderijen in de omgeving.3 De aardappel kwam in Veenhuizens blikveld tijdens de vergaderingen van de Landbouwvereniging Borgercompagnie, Tripscompagnie en Kleinemeer. Toen die in 1889 een variëtei­ tenproefveld aanlegde, werd Veenhuizen daarvan de leider. Een grotere verantwoordelijkheid kreeg hij in 1903, met de 155

1 Een verslag van de plechtigheid staat in De Noord-Ooster, 19 mei 1931. 2 Biografische gegevens zijn ontleend aan J.M.G. van der Poel , ‘Veenhuizen, Geert ( 1857-1930)’, in: Biografisch Woordenboek van Neder­ land (Den Haag 1979). 3 Tineke Scholtens, Het boerenerf in Groningen 1800-2000 (Assen 2004) 68, 76.

1 De onthulling van het gedenkteken voor Geert Veenhuizen door J.E. Eerkes, voorzitter van de Veenkoloniale Boerenbond. Collectie Veenkoloniaal Museum, Veendam.


land uit door hem ontwikkelde variëteiten. Ook in het buitenland genoot Veenhuizen grote bekendheid. Geen wonder dat de Veenkoloniale Boerenbond al kort na zijn overlijden in januari 1930 een commissie instelde om te ijveren voor een ‘gedenkteeken’.4

Obelisk Dat gedenkteken werd een obelisk van zwart Zweeds graniet, vervaardigd door de Sappemeerster steenhouwer J. Fledderman. De daarop aangebrachte plaquette in koper-brons werd ontworpen door Willem Johannes Valk, sinds 1921 als docent boetseren verbonden aan de Academie Minerva.5 Valk wist zich tijdens zijn langdurige loopbaan te ontwikkelen tot officieuze ‘stadsbeeldhouwer’ van Groningen. Bekende werken van zijn hand zijn onder andere de beelden op de Kijk in ‘t Jat­brug (vervaardigd tijdens de oorlogsjaren, maar pas geplaatst 1951), de ornamenten aan de gevel van restaurant De Faun (1938) op de hoek Herestraat-Gedempte Zuiderdiep en de beelden van Sint Maarten, Bernlef en Rudolf Agricola aan de Martinitoren (1940). Een bekend grafmonument van zijn hand is dat voor Jan Schaper (1868-1934), medeoprichter van de SDAP, op de begraafplaats Esserveld (1935).

Eigenheimer 156 2 Het grafmonument voor Geert Veenhuizen, uitgevoerd door Jan Fledderman en Willem Valk. Foto Martin Hillenga.

aanstelling tot eerste cultuurchef van het door de Veenkolo­ niale Boerenbond in Sappemeer aangelegde Centraal Veenkoloniaal Proefveld. Veenhuizen wist op zijn proefvelden meer dan negentig bruikbare nieuwe soorten aardappelen op zijn naam te schrijven, waaronder de Thorbecke, Rode Star en Bravo. Rond 1925 bestond zo’n tweederde van het aardappelareaal in Neder-

Het monument voor Veenhuizen bij de koepelkerk in Sappemeer staat er 85 jaar na de onthulling nog goed bij (helaas is het omringende bronzen hekje in een recent verleden wel ontvreemd). Maar wellicht een nog groter eerbewijs dan de obelisk, is het feit dat één van de door Veenhuizen gekweekte aardappelrassen nog steeds massaal wordt verbouwd en gegeten. De Eigenheimer, een kruising tussen Blauwe Reuzen en Fransen (Jaune d’Or), werd in 1893 door hem ontwikkeld op zijn eerste proefveldje. Martin Hillenga (m.hillenga@gmail.com) is historicus en redactiesecretaris van Groninger Kerken.

4 Nieuwsblad van het Noorden, 7 maart 1930. 5 Over Willem Valk: H. Mulder e.a., Hendrik en Willem Valk. Een Arnhemse schilder en een Groninger beeldhouwer (Groningen 1999).

3 Geert Veenhuizen (links) op het Centraal Veenkoloniaal Proefveld in Sappemeer, omstreeks 1905. Collectie RHC Groninger Archieven (818-13029).


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouwwerk bouw werk toe!

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar!

BRANDSBOUW.NL

050-57 57 800

Brands Bouwgroep B.V. is erkend applicateur van Thor Helical verankering en herstelsystemen.  Renovatie spouwanker isolatie bevestiging  Scheurherstel systeem  Lateiherstel systeem  Muurherstel systeem

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862 De B&B is gevestigd in het oude Joodse schooltje midden in het historisch centrum van Appingedam, Broerstraat 6. Vanzelfsprekend staat kwaliteit hoog in ons vaandel. De B&B is geschikt voor max. 3 personen.

Een luxe B&B in historisch erfgoed: die vindt u in Appingedam.

www.booking.com www.airbnb.nl www.devijgenhof.nl De synagoge. Vanaf augustus 2016 tot mei 2017 vinden er verschillende evenementen plaats in de synagoge. De programmering bestaat uit concerten gegeven door o.a. Leny Kurh, Femke Wolthuis en Jan Henk de Groot. Verder zijn er workshops, high tea’s met muzikale omlijsting, exposities en rondleidingen. Kaarten voor concerten en opgaves voor workshops lopen via de website www.devijgenhof.nl

Kerkje van Klein Wetsinge

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling. De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl

Groninger kerken oktober 2016  

Het tijdschrift Groninger kerken van oktober 2016.

Groninger kerken oktober 2016  

Het tijdschrift Groninger kerken van oktober 2016.

Advertisement