Issuu on Google+

De Gezondheidsdienst voor Dieren

NIEUWSBRIEF VOOR PRACTICI • JAARGANG 18 • OKTOBER 2012

Klinische salmonellose in het najaar Op melkveebedrijven is de incidentie van klinische salmonellose in het najaar hoger dan in andere seizoenen. De meeste klinische uitbraken worden veroorzaakt door Salmonella Dublin. Ziektebeelden die bij een S. Dublin-uitbraak bij één of meerdere dieren op het bedrijf worden gezien zijn: diarree (70% van de uitbraken), soporeuze dieren (52%), abortus (52%), pneumonieën (40%), arthritiden (20%), necrose van staart- of oorpunten (4%) en sterfte (80%). Op een bedrijf kan een uitbraak bij alleen volwassen vee, bij alleen jongvee of bij zowel volwassen vee als jongvee optreden. De klinische diagnose salmonellose kan worden bevestigd door faeceskweek (W297B met antibiogram), serologie (W235B) en postmortaal onderzoek. In de acute fase van een uitbraak zijn de hygiëne, scheiding van de verschillende diergroepen, het

verhogen van de weerstand tegen salmonellose en de isolatie en behandeling van zieke runderen belangrijk. Deze maatregelen moeten zo snel mogelijk na de eerste klinische klachten worden getroffen om de verspreiding van de infectie op het bedrijf te beperken. Richtlijnen voor bestrijding van salmonella vindt u in de GD Praktijkmap op www.gddeventer.com. Baseer uw antibioticumkeuze voor behandeling van zieke runderen in eerste instantie op het Formularium Melkvee (wvab.knmvd.nl). Pas uw keuze zo nodig aan op basis van een antibiogram. Dr. Maarten Weber, dierenarts en specialist rundergezondheid

Diagnostiek verwerpers bij zeugen: inzenden placenta’s Wanneer verworpen vruchten van zeugen voor onderzoek worden opgestuurd naar de GD, is slechts in 25 tot 30% van de gevallen een diagnose te stellen. De GD wil de komende maanden onderzoeken of het meezenden van de placenta kan leiden tot een hoger oplossingspercentage. Verwerpen bij zeugen kan veroorzaakt worden door placentitis, vooral als gevolg van bacteriële infecties, maar omdat placenta’s zelden worden meegezonden met verworpen biggen, is onderzoek hierop niet mogelijk. Wanneer met de verworpen vruchten voortaan de placenta wordt meegestuurd, zou dit kunnen leiden tot een hoger oplossingspercentage. De GD wil ook onderzoeken of de extra kosten daarvan opwegen tegen een beter diagnostisch resultaat. Bij herkauwers resulteert het onderzoeken van placenta’s in duidelijk meer diagnoses.

Veterinair

10

Het verzoek is dus om bij het inzenden van verworpen vruchten ook de placenta’s mee te sturen. Daarvan zal zo mogelijk het volgende worden onderzocht:

• macroscopie: verkleuringen, kalkneerslagen, ontstekingsverschijnselen; • histologie: ontstekingsverschijnselen, kleuring M. avium; • microbiologie: bacteriologie dan wel PCR op kiemen zoals Streptococcus suis, Staph. aureus, Listeria monocytogenes, Aspergillus sp., Chlamydophila/ Chlamydia sp. en C. burnetii Dr. Theo Geudeke, varkensdierenarts

Nu op gddeventer.com - Één keer tappen, drie uitslagen: De actie ‘gecombineerd bloedonderzoek’ -waarbij op één bloedmonster drie bepalingen naar keuze kunnen worden gedaan- loopt nog tot 31 oktober. Na deze datum geldt weer het reguliere tarief. Er kan gekozen worden uit: IBR afweerstoffen (ELISA), BVD-virus (PCR), Salmonella afweerstoffen (ELISA), Neospora afweerstoffen (ELISA), Paratbc afweerstoffen (ELISA) en Schmallenberg afweerstoffen (ELISA). - 10 jaar Monitoring: meld u aan via de website voor het symposium op 13 november in De Sta@rt in Apeldoorn. GD Veterinair | oktober 2012 |

1


Ing. Jan Workamp Sectormanager pluimvee

Klinisch chemisch onderzoek? Let op de temperatuur! De GD verwerkt dagelijks enkele tientallen bloedmonsters voor klinisch chemisch onderzoek op paarden en gezelschapsdieren. Voor een betrouwbare uitslag is het van groot belang dat bloed op een stabiele en juiste temperatuur wordt verstuurd.

Benchmarken Tot enkele jaren terug vond ik het werkwoord “benchmarken” maar een vreemd woord, een neerlandicus zal het daar -ook nu nog- mee eens zijn. Tegenwoordig gaat er echter geen vergadering (over antibiotica) voorbij of de term valt. Benchmarken, ofwel het uitvoeren van een vergelijkend onderzoek, is niet alleen informatief; het draagt echt bij aan bewustwording. Een prachtig voorbeeld in de consumentenwereld zijn energielabels voor elektrische apparaten als diepvriezers en wasdrogers. De toepassing van een uniforme meetmethode van het energiegebruik, het koppelen van het gemeten niveau aan een label en het verplicht tonen van dit label op het product, heeft bijgedragen aan de bewustwording van de consument. En dus aan de ontwikkeling van energiezuinige apparaten door de producent. In de veehouderij zijn we geconfronteerd met een enorme uitdaging: een reductie van het antibioticagebruik met 50 % in 2013 (t.o.v. 2009). Ook in dit traject zien we dat benchmarken een bijdrage levert aan bewustwording. In eerste instantie werden vragen beantwoord als: Op welk niveau zit ik, als veehouder, met m’n antibioticagebruik? Of als dierenarts met m’n voorschrijfgedrag? Hoe is dat niveau gemeten? Hoe verhoud ik me in dit opzicht tot mijn collega’s? Daar blijft het uiteraard niet bij. We zijn inmiddels in de beginfase van analyse beland en stellen vragen als: welke invloed heeft de kwaliteit van eendagskuikens, voer of drinkwater op het antibioticagebruik? Reductie van het antibioticagebruik wordt daarmee terecht een samenspel tussen veehouder, practicus en toeleveranciers.

Wanneer EDTA-bloed wordt bewaard bij 2 tot 8 °C, is tot 48 uur na bloedafname hematologisch onderzoek mogelijk. Bij kamertemperatuur tot 24 uur. Wanneer het bloed bevriest, gaan de rode bloedcellen kapot en is het bloed te hemolytisch voor onderzoek, waardoor sommige bepalingen minder nauwkeurig kunnen worden. Ook het eiwitspectrum wordt minder betrouwbaar omdat hemoglobine het spectrum vals verhoogt. Bilirubine is eveneens heel gevoelig voor storing door hemolyse. Naast enzymen en eiwitten zijn ook bepaalde cellen gevoelig voor sterke temperatuurschommelingen. Zo gaan sommige witte bloedcellen (lymfocyten) sneller kapot dan andere (granulocyten) waardoor ten onrechte een ontstekingsbeeld kan ontstaan. LDH is gevoelig voor bevriezen: zodra serum ingevroren is geweest zal het LDH uiteenvallen en minder werkzaam zijn, waardoor een verlaagde waarde wordt gemeten. Bloed dat te warm is bewaard kan weer andere verstoringen geven, zoals een valse verlaging van zowel insuline als ACTH. Het is dus van groot belang bloedbuizen voor speciale bepalingen -zoals insuline en ACTH- gekoeld te verzenden. Indien u het bloed niet direct opstuurt, dient u het serum te scheiden van de bloedcellen. Het serum kunt u maximaal 1 week bewaren bij 2 tot 8 °C. Materialen voor gekoeld verzenden zijn te bestellen bij de GD. Dr. Guillaume Counotte, toxicoloog

GD Happy Bite: eenvoudig & betrouwbaar Sinds kort is GD Happy Bite beschikbaar: de eenvoudige, diervriendelijke en relatief goedkope manier om grotere groepen varkens te monitoren op PCV2 en PRRS door middel van speekselonderzoek. De volgende testen zijn gevalideerd voor het speeksel (eigenlijk 'orale vloeistof'): de PCR voor PCV2 en PRRS (zowel Europees als Amerikaans type) en de IgG ELISA’s voor PCV2 en PRRS. De testen zijn speciaal aangepast en gevalideerd voor gebruik in speeksel. Door drie touwen op te hangen in drie hokken met elk 15 varkens, wordt materiaal verzameld van 70 tot 80% van de dieren, ofwel ruim 30 varkens in dit geval. Speekselonderzoek is dus voordeliger dan bloedonderzoek, waarbij het gebruikelijk is om 5 à 10 bloedmonsters te tappen (en dus 5 of 10 keer een laboratoriumtest betaald moet worden). Doordat met speekselonderzoek een groter aantal dieren wordt onderzocht is er een hogere kans op het aantonen van ziektekiemen en afweerstoffen. Voorzichtigheid bij de interpretatie blijft geboden, want in het speeksel treedt wel een zekere verdunning op, waardoor een enkel positief dier in een hok niet meer opgepikt zou kunnen worden. Maar door bijvoorbeeld een extra touw op te hangen wordt de betrouwbaarheid weer vergroot. Materialen zijn te bestellen via de GD-webwinkel ("GD Happy Bite" bij GD Varken), tarieven zijn te vinden op DAP Contact en een nadere toelichting is te vinden in de flyer (te vinden op www.gddeventer.com onder ‘Varken voor Dierenarts’). Dr. Jobke van Hout, varkensdierenarts

2


Met name in West-Nederland een ernstige leverbotbesmetting mogelijk De Werkgroep Leverbotprognose verwacht dat vooral in de leverbotgebieden in West–Nederland in augustus een leverbotinfectie is afgezet op het gras. Schapenhouders in deze gebieden dienen rekening te houden met een ernstige leverbotbesmetting. De korte maar hevige winter bleek in het voorjaar geen invloed te hebben gehad op de slakkenpopulatie en omstandigheden in het voorjaar zorgden voor een normale verjonging. Gedurende de zomer is vooral in het westen van Nederland voldoende neerslag gevallen om te zorgen voor een gestage opbouw van de slakkenpopulatie. In Oost–Nederland is juist veel minder neerslag gevallen. Voldoende neerslag, een voldoende hoge temperatuur, veel leverboteieren en veel leverbotslakken vormen de ideale omstandigheden voor een ernstige leverbotbesmetting. Op basis van de voorlopige gegevens is gebleken dat de eerste besmettingen al in augustus hebben plaatsgevonden. Schapen die in West–Nederland in leverbotgevaarlijke gebieden hebben gelopen, lopen een verhoogde kans op sterfte door acute leverbot. Behandeling schapen en rundvee De Werkgroep Leverbotprognose adviseert om schapen alleen na onderzoek te behandelen en bij voorkeur te verweiden naar goed ontwaterde percelen. Schapen die in West–Nederland vanaf augustus op leverbotgevaarlijke percelen hebben gelopen moeten vanaf half september worden behandeld en naar goed ontwaterde percelen worden verweid.

Bij twijfel dient rundvee eerst te worden onderzocht. Wellicht blijkt uit dit onderzoek dat ook de melkgevende dieren moeten worden behandeld. Bij twijfel is het zinvol om bij de GD bloedonderzoek te laten verrichten. Per diersoort (bij voorkeur dieren na hun eerste weideseizoen) zijn voor een goed onderzoek minimaal vijf monsters per leeftijdscategorie nodig. Voorkom resistentie Om resistentie te voorkomen is het bij het behandelen van zowel schapen als rundvee van het grootste belang om het juiste gewicht van het dier te schatten of te meten, zodat de juiste dosis van het geneesmiddel kan worden toegediend. Drs. Lammert Moll, Zoötechnisch specialist

Tankmelktest voor selenium en jodium Binnenkort kunnen melkveehouders hun tankmelk laten testen op twee essentiele spoorelementen: selenium en jodium. Veranderingen in de opname van selenium zijn momenteel alleen te meten via bloedonderzoek. De status van jodium in het bloed is momenteel alleen indirect te meten (via vrij thyroxine). Voor beide spoorelementen geldt dat zowel een tekort als een overmaat schadelijk is. De status van selenium in koeien wordt gemeten via het enzym glutathionperoxidase (GSH-Px). GSH-Px is betrokken bij de afweer tegen bacteriën en bij de omzetting in de schildklier van jodium-bevattende T4 (thyroxine) naar het actieve T3 (tri-joodthyronine). T3 zorgt voor een goede basaalstofwisseling. Het nadeel van het meten van GSH-Px is dat het niet direct reageert op een verandering van de seleniumhoeveelheid in het rantsoen: pas na 6 tot 8 weken verandert de seleniumstatus. Met de nieuwe test is een verandering in de opname van zowel selenium als jodium binnen enkele dagen al te zien in melk. Er is een interactie tussen selenium en jodium: bij een overmaat aan jodium kan de werking van selenium minder worden. Bij te weinig of te veel selenium kunnen verschijnselen van een jodiumtekort optreden. De mate van opname van selenium is afhankelijk van de soort: organisch selenium (in de vorm van seleen-gist of selenomethionine geproduceerd door gist) wordt beter opgenomen dan anorganisch selenium (in de vorm van seleniet of selenaat). In het algemeen wordt organisch gebonden selenium dus wat beter benut dan anorganisch selenium, maar organisch gebonden selenium is meestal ook duurder. In de praktijk wordt vaak een combinatie van beide vormen gegeven. Organisch gebonden selenium wordt in een groter percentage in de melk uitgescheiden dan anorganisch selenium. De effecten op de seleniumstatus van het dier zelf zijn minder groot tussen organisch en anorganisch selenium. Dr. Guillaume Counotte, toxicoloog en Dr. Jan Muskens, rundveedierenarts

Praktische cursussen Paard najaar 2012 De GD organiseert dit najaar weer diverse praktische cursussen voor paardendierenartsen: een cursus Praktische Toxicologie (31 oktober), een cursus Interpretatie Bloed Klinische Chemie (13 november) en een cursus Interpretatie Bloed Infectieuze aandoeningen (28 november). Op 13 december is er nog een cursus Parasitologie voor Paraveterinairen. Alle cursussen vinden plaats bij de GD in Deventer van 16.00 - 21.00 uur en worden ter accreditatie aangeboden. Tarief: v.a. €275 p.p. per cursus (inclusief diner). Aanmelden of meer informatie? Vraag uw relatiebeheerder of kijk op www.gddeventer.com.

Wijziging inzetten Salmonellamonsters pluimvee Salmonellamonsters pluimvee die zonder aankondiging vóór 14:00 uur bij de GD worden gebracht, worden dezelfde dag ingezet. Monsters die na 14:00 uur binnenkomen worden de volgende dag verwerkt, tenzij de monsters door u of uw vervoerder voor 15:00 uur (op maandag t/m donderdag) of voor 17:00 uur (op vrijdag) herkenbaar (dus met opschrift Salmonellamonsters) persoonlijk bij de afgiftebalie worden gebracht. Deze monsters zullen dan dezelfde dag nog worden ingezet. Let hier dus op bij het versturen van de monsters en maak afspraken met uw vervoerder.

GD Veterinair | oktober 2012 |

3


Nieuws en mededelingen Dag voor de professionele schapenhouder

Praktijkbijeenkomsten BO Labservice

Op donderdag 29 november vindt weer de Dag voor de professionele schapenhouder plaats, dit jaar bij het CVI in Lelystad. Diverse sprekers geven hun kijk op actuele onderwerpen in de professionele schapenhouderij. Binnenkort ontvangt u een uitnodiging voor deze dag. U kunt zich ook aanmelden via www.gddeventer.com.

Op 20 en 27 november vinden er bij de GD opnieuw praktijkbijeenkomsten BO Labservice plaats. Tijdens de bijeenkomsten zal onder andere worden teruggeblikt op de rondzendprocedure van oktober 2012. Ook wordt ingezoomd op de aandachtspunten per praktijk: wat gaat er goed en wat gaat er minder goed? Daarnaast is er veel aandacht voor het beoordelen van moeilijk te interpreteren platen en worden diverse testen besproken. Iedere deelnemer mag hiervoor eigen platen meenemen. Doel is nog meer routine/ervaring te krijgen in het beoordelen van mastitismonsters en opvallende zaken op de plaat te leren herkennen. Aanmelden voor de cursus kan via uw relatiebeheerder of per e-mail via m.grotenhuis@gddeventer.com.

Volledige dieridentificatie op inzendformulieren Voor een goede ontsluiting van (dier)gegevens en bijbehorende onderzoeksresultaten in het computersysteem VeeOnline is het belangrijk dat de informatie op inzendformulieren volledig en correct is. Een van de zoekfuncties binnen VeeOnline is gebaseerd op de dieridentificatie (volledig levensnummer). Door de meest actuele inzendformulieren te gebruiken (te vinden op DAP-contact) en deze duidelijk en leesbaar in te vullen (inclusief volledige levensnummers) zorgt u ervoor dat de gegevens van de veehouder correct en volledig bij ons bekend zijn. Daarnaast adviseren wij u om voor de certificeringsprogramma’s de voorbedrukte werkopdrachten te gebruiken. Bij grote inzendingen kunnen wij u ondersteunen met voorbedrukte barcodestickers en bijbehorende stallijst. Deze kunt u telefonisch aanvragen bij de GD via 0900-1770.

Cursus Varkensdierenartsen Op woensdag 31 oktober van 13.00 - 20.00 uur organiseert de GD een cursus voor varkensdierenartsen onder het thema ‘Analyseren, verbeteren en behouden van de gezondheidsstatus op varkensbedrijven’. De volgende onderwerpen komen aan bod: • Welke kennis is noodzakelijk om een adequaat bedrijfsplan op te stellen? (Paul Franssen, GD) • Het monitoren op bedrijfsniveau van de ontwikkeling van de gezondheidsstatus. (Peter van der Wolf, GD) • Het effect van luchtfiltering en luchtwassers in relatie tot de insleep van ziektekiemen. (Tom Duinhof, GD) • Effectief communiceren van adviezen. (Han Tellegen, VMR training & coaching) Rond 18:00 uur is er een buffet. Aanmelden voor de cursus kan via Ineke Horsman (i.horsman@gddeventer.com) of via 0570 – 66 03 39. De cursus wordt voor registratie aangemeld bij Stichting VAK. De kosten bedragen € 445,- (excl. BTW) per persoon.

Workshops VeeOnline Redactie Guillaume Counotte Theo Geudeke Catholine Koster Helen de Roode Thijs Roumen Jessica van Stek Christiaan ter Veen ISSN 1388-4042 Overname van artikelen is toegestaan na schriftelijke toestemming van de GD.

Prepress en productiecoördinatie Senefelder Misset Doetinchem

Basisontwerp

de PLOEG communicatie Vormgeving X-Media Solutions Doetinchem Drukwerk Senefelder Misset Doetinchem Uitgever GD Deventer Verschijningsfrequentie 12 keer per jaar

Postbus 9, 7400 AA Deventer T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04 www.gddeventer.com, info@gddeventer.com Alle genoemde tarieven zijn exclusief BTW en basiskosten.

De Gezondheidsdienst voor Dieren

Bent u al helemaal thuis in VeeOnline? Weet u bijvoorbeeld hoe u uw klantenlijst optimaal kunt gebruiken? Of hoe u gegevens exporteert naar Excel? En hoe u de betaalde modules aan en uit kunt zetten?  Door middel van een gratis workshop op uw praktijk maken wij u graag wegwijs. Een workshop duurt ongeveer anderhalf uur en kan gepland worden vanaf half oktober. De workshop is ook geschikt voor gemengde praktijken. Op VeeOnline vindt u straks ook de “VeeKijker Varken”. Hier kunt u handig en snel online uw monitoringsgegevens (klinische bevindingen) melden. Interesse? Vraag uw relatiebeheerder of mail naar j.v.stek@gddeventer.com.

LIV Hardenberg Ook dit jaar neemt de GD weer deel aan de Landbouwdagen Intensieve Veehouderij (LIV) die van dinsdag 23 tot en met donderdag 25 oktober plaatsvinden in Hardenberg. Op stand 523 zijn zowel veehouders als dierenartsen van harte welkom!


GD veterinair oktober 2012