Issuu on Google+

dossier

STADSMUSSEN VEROVER JE PLEK

Steden zijn de leefwereld van steeds meer jongeren. Jongeren die in hun stad op zoek gaan naar eigen ruimte. Daar liggen heel wat kansen voor jeugdhuizen en uiteraard heel wat uitdagingen. Dit dossier geeft je een blik op de stad.

dossier•1

.STA DSMU SSEN


dossier•2

S I U H D G U E J N E E IN DE STAD

Steden vormen anno 2013 de leefwereld van steeds meer jongeren. Daar liggen heel wat kansen voor jeugdhuizen en ook heel wat uitdagingen.

Jonge Steden Steden vormen de leefwereld van steeds meer jongeren. Ze zijn in die steden op zoek naar eigen ruimte waar ze hun interesses kun­ nen delen met anderen. Plekken waar ze dingen kunnen realiseren. Jeugdhuizen moeten hier op inspelen. Ze kunnen jongeren die ruimte bieden. Of zoals Pedro De Bruyckere onlangs zei op een vormingsdag van Formaat: “Iedereen wil uniek zijn, maar wel samen. De grootste boosdoener? Een gebrek aan tijd en ruimte. Zet jeugdhuizen in de verf als vechters voor die tijd en ruimte en als plaatsen waar samen zijn kan.” (Dag van de Beroepskracht, Formaat 2013).

Tekst: Gerd Vanmeenen

Sommige jeugdhuizen trekken als gevolg van de sterke concurrentie weg uit het stadscentrum. Ze plooien zich terug in de stadsrand of in naburige randgemeenten en profileren zich als alternatief voor de stad in de randgemeenten. Andere werkingen belanden noodgedwongen buiten het stadscentrum, bijvoorbeeld als ze moeten verhuizen en er geen andere opties zijn. Een neveneffect is dat deze jeugdhuizen zo steeds minder zichtbaar worden voor jongeren in de stad. Jeugdhuizen vergeten dat een stedelijke context ook heel wat voordelen biedt zoals interessante partners, de grote aanwezigheid van jongeren en mogelijke linken met het commerciële aanbod. Bijgevolg maken ze daar geen gebruik van.

Niet evident De stad biedt jeugdhuizen heel wat kansen. Het is een plek waar jongeren aanwezig zijn, waar jongeren een eigen plek zoeken. Een ideale voedingsbodem dus voor sterk jeugdhuiswerk. Uiteraard is er een keerzijde. De stad stelt jeugdhuizen en hun vrijwilligers ook voor een aantal uitdagingen. Zo moeten ze opboksen tegen een sterk uitgebouwd (commercieel) vrijetijdsaanbod voor jongeren. Kleinschalige jeugdhuizen – gerund door kleine vrijwilligersploegen – hebben het daardoor moeilijk om een sterk imago als jongerenplek bij uitstek uit te bouwen.

“In Antwerpen wonen meer dan 120.000 jongeren tussen 15 en 24 jaar oud”

Jeugdhuizen in de stad

• In de 14 Vlaamse centrumsteden zijn meer dan 65 jeugdhuizen en jeugdcentra actief: - Antwerpen: 15 vrijwilligersjeugdhuizen + 10 jeugdcentra - Gent: 11 jeugdhuizen - Kortrijk: 12 - Sint-Niklaas: 6 - Brussel: 7 • In de stad vind je verschillende vormen van jeugdhuiswerk. Zo zijn er vrijwilligersjeugdhuizen, professionele jeugd- en jongerencentra, jeugdhuizen voor en door etnisch-culturele minderheden …


Nood aan duidelijke keuzes Formaat gelooft in de stad als sterke biotoop voor jeugdhuizen. De voorwaarde is wel dat jeugdhuizen scherpe keuzes durven maken en zo een duidelijke en eigen smoel geven aan hun werking. Uiteraard moeten ze dat niet alleen doen. De stad kan hier, via een degelijke ondersteuning en beleid, een belangrijke rol in spelen. Een sterk lokaal beleid kan jeugdhuizen een duwtje in de rug geven om te innoveren en in te spelen op de veranderende behoeften van jongeren.

1 Ruimte om te innoveren Jeugdhuizen moeten blijven innoveren. Ze moeten inspelen op de veranderende interesses en noden van jongeren. Alleen zo kunnen ze zich blijven ontwikkelen als jongerenplek die eruit springt en die diverse groepen uit de buurt, wijk of stad aanspreekt. Pols naar de interes­ ses van de doelgroepen die je wil bereiken. Maak keuzes in je aanbod. Denk out of the box en werk een sterk activiteitenaanbod uit als trigger voor een sterk imago. Dit kan alleen als je die ruimte om te vernieuwen effectief krijgt binnen het subsidiebeleid van de lokale overheid. Praat dus met je jeugddienst. Overtuig hen van de noodzaak van een subsidieregeling die het jeugdhuis ruimte biedt om verder te denken, om anders te denken. In de visietekst ‘Een jeugdhuis in je gemeente’ (Formaat, 2011) vind je sterke argumenten voor een flexibele en kwaliteitsvolle subsidieregeling waarmee je je stadsbestuur kan inspireren.

2 Zichtbare infrastructuur in het centrum van de stad De zichtbaarheid en ligging van je jeugdhuis zijn van essentieel belang voor de uitstraling en aantrekkingskracht van je werking. Een jeugdhuis is een ontmoetingsplek voor jongeren en dus is het maar logisch dat die gelegen is op een plek waar iets te doen is, waar mensen elkaar ontmoeten. Zodat mensen en jongeren het jeugdhuis kennen, er toevallig passeren en kunnen binnenwandelen. Een zichtbare en toegankelijke infrastructuur is een hefboom voor sterk jeugdhuiswerk Ben je op zoek naar een nieuwe locatie, probeer dan – eventueel in samen­werk­ing met de lokale overheid – op zoek te gaan naar een zicht-

• Jeugdhuizen moeten blijven innoveren en inspelen op de veranderende interesses en noden van jongeren. Dit kan alleen als ze binnen het lokale subsidiebeleid de ruimte om te vernieuwen krijgen. • Lokale overheden kunnen jeugdhuizen helpen door samen met hen op zoek te gaan naar een geschikte locatie. Liefst een locatie in het centrum van de stad of op een andere zichtbare plek voor jongeren. • Kom uit je kot, treed uit je ‘locatie’ en werk buurtgericht. • Kiezen voor een duidelijk profiel kan zorgen voor een sterkere verankering, een scherper imago en een grotere instroom van jongeren. baar gebouw op een plek waar veel mensen (dus ook jongeren) komen. Ligt je jeugdhuis niet in het centrum, zorg dan dat je af en toe duidelijk aanwezig bent in het centrum, zodat jongeren uit de stadskern het jeugdhuis kunnen zien. Buurtgericht werken en uit je kot komen, is dan de boodschap.

3 Buurtgericht werken Een eigen gebouw is voor bijna alle jeugdhuizen, zowel de kleinere als de grote jeugdcentra, het middelpunt van hun werking. Dit zorgt ervoor dat jongeren een grote binding hebben met het jeugdhuis en fier zijn op hun ‘huis’. Helemaal niets mis mee. Maar die focus kan ook uitsluitend werken, want je veronderstelt dat jongeren de weg naar het jeugdhuis wel zullen vinden. Daardoor bereikt een jeugdhuis vaak enkel die jongeren die het jeugdhuis kennen, via vrienden of ouders.

“Jeugdhuizen in de stad moeten opboksen tegen een sterk uitgebouwd commercieel vrijetijdsaanbod voor jongeren”

dossier•3

Een toekomst voor je jeugdhuis in de stad


dossier•4

Jeugdhuizen kunnen hun zichtbaarheid en uitstraling vergroten door naar buiten te treden. Er liggen heel wat kansen voor jeugdhuizen in buurtgericht (samenwerken met scholen, organisaties die tieners bereiken, ouders …) en vindplaatsgericht werken. Door te bouwen aan een netwerk kan het jeugdhuis zich beter inbedden in de buurt. Dat maakt het makkelijker om in te spelen op de noden en interesses van de verschillende jongerengroepen die er aanwezig zijn.

4 Een sterk inhoudelijk programma Meer dan ooit hebben jeugdhuizen in de stad nood aan een sterk inhoudelijk programma, afgestemd op de noden van de jongeren uit de buurt. We merken dat jeugdhuizen, die naast hun ontmoetingsfunctie een sterk en specifiek activiteitenaanbod vormgeven (bijvoorbeeld rond concertwerking, sport, cultuur …) een sterker imago en groter jongerenbereik hebben. Door zich op die manier te profileren worden jeugd­ huizen meer zichtbaar en interessanter voor allerhande partners in de buurt. Een jeugdhuis met een sterk laagdrempelig sportaanbod kan een interessante partner zijn voor sportclubs. Een jeugdhuis met een kunstproject is dan weer een interessant verhaal voor cultuurcentra uit de buurt. Dit alles kan zorgen voor een sterkere verankering, een scherper imago en grotere instroom van jongeren. Daarom zijn we ervan overtuigd dat jeugdhuizen in de stad keuzes moeten maken en een stuk moeten specialiseren. Kies als jeugdhuis voor een sterk profiel. Ontmoeting moet de basis blijven. Op dat fundament kan je verschillende ‘huisjes’ bouwen. Ook lokale overheden hebben hier een rol te spelen. Ze kunnen jeugdhuizen inspireren en stimuleren.

“Door te bouwen aan een netwerk kan het jeugdhuis zich beter inbedden in de buurt”

Jong in de stad

• In grote steden als Gent en Antwerpen is de bevolking gemiddeld een jaar jonger dan in de rest van Vlaanderen. (Patrick Deboosere, Jong in de Stad, 2013) • In Antwerpen wonen meer dan 120.000 jongeren tussen 15 en 24 jaar oud. In Gent leven zo’n 60.000 15 tot 24-jarigen, in Leuven ongeveer 55.000. (cijfers op 1 januari 2012, VRIND 2012)

Ze kunnen jeugdhuizen samenbrengen met mogelijke partners en hen via gerichte projectsubsidies kansen bieden tot experiment en vernieuwende activiteiten.

Maak werk van sterk jeugdhuiswerk Jeugdhuizen in de stad? Het is een boeiend en uitdagend verhaal. Een verhaal met veel mogelijkheden en wegen om in te slaan. Een verhaal waarin het jeugdhuis een aandeel heeft. En ook het lokaal jeugdbeleid. Een verhaal waarin ze samen moeten bouwen aan sterk en innovatief jeugdhuiswerk in de stad door kansen om te buigen in troeven.

Jeugdhuizen in de stad

Dit artikel is gebaseerd op de publicatie ‘Een jeugdhuis in je stad’. Formaat schreef deze visietekst om lokale besturen van (centrum)steden te inspireren. Om jeugddienstmedewerkers, schepenen en beleidsmakers te prikkelen om, in dialoog met jeugdhuismedewerkers, sterke keuzes te maken ter ondersteuning van het jeugdhuiswerk in hun stad. Je kan deze visietekst of stukken eruit gebruiken als tool om je stadsbestuur te informeren over jeugdhuiswerk en de meerwaarde van een sterke stedelijke onder­steun­ing. Lees de brochure: issuu.com/formaat


dossier•5

IN EEN OMGEVING WAAR DOR­ PEN VAAK AANEENGEKOEKTE AGGLOMERATIES VORMEN, centrumsteden meer en meer op winkelcentra gelijken en heel de wereld via internet de woning binnenstroomt, zijn de klassieke tegenstellingen tussen stad en dorp vervaagd. Laat ons in dit korte stukje de nuance even achterwege laten en het over de grote lijnen hebben. Als architect ontwierp ik twee jeugdhuizen. Eén in een dorp en één in de stad. Ik zet ze even naast elkaar. Nijdrop in Opwijk is een stevig uit de kluiten gewassen vzw. Naast een jeugdhuiswerking is het één van de interessantste concertpodia in Vlaanderen. Nijdrop is een uitgaanscentrum voor de hele regio. Het bouwproject was een heuse evenwichtsoefening. Stedenbouwkundig moest het project zich met bijhorende dakhellingen en dakpannen inpassen in de omgeving. Naast de club plande men een residentiële nieuwbouw, de akoestische isolatie van het project was dus heel belangrijk. Bovendien was het bouwbudget beperkt. Geen evidente randvoorwaarden, en net dat is een extra aanleiding voor creatieve oplossingen. Het Inter Generationeel Project Linker­ oever (IGLO) reactiveert het gebied rond de Chicago­toren in Europark op Linkeroever (Antwerpen). Een gemengd programma voor jong en oud speelt in op de aanwezige behoeften. We bouwen er een sporthal en een jeugdcentrum binnen één project. De sporthal maakt deel uit van een ruimer scholennetwerk. Het jeugdcentrum bevat op het gelijkvloers een klein jeugdhuis bestemd voor de plaatselijke jeugd. In één gebouw worden verschillende bouwheren en gebruikersgroepen samengebracht. De idee dat er ruimte wordt gecreëerd voor kleinere doelgroepen en verbindingen worden gelegd met een groter geheel, maakt dat er daadwerkelijk verschuivingen in contact en betekenis kunnen plaatsvinden. Bovenstaande voorbeelden leggen enkele logische conclusies bloot. In een meer landelijke context is er behoefte aan toffe uitgaansgelegenheden. Binnen een stedelijke context is er nood aan plekken op maat voor meer gevoelige minderheidsgroepen. Het jeugdhuisaanbod kan inzetten op diversiteit. Maar zijn deze conclusies niet al te netjes ‘top-down’, op leest van het beleid geschoeid? Gaat dit niet voorbij

EEN BLIK OP DE STAD SPLETEN EN KIEREN

Tom Thys, architect

“Concurrentie met het reguliere uitgaansleven is hard. Locaties vinden is niet makkelijk. Net dit is een kweekvijver voor opwindende ‘urban’ jeugdcultuur” aan de werkelijk ‘bottom-up’ energie van de diverse, Vlaamse traditie in het jeugdwerk? Werkelijke creativiteit laat zich niet belem­ meren door praktische randvoorwaarden. Al decennia verbouwen we de paardenstal tot café. Ook binnen een stedelijke context leeft deze traditie. De uitdagingen liggen hier anders. Concurrentie met het reguliere uitgaansleven is hard. Locaties vinden is niet makkelijk. Net dit is een kweekvijver voor opwindende ‘urban’ jeugdcultuur. Het project kunsthuis ‘Tacheles’ in Berlijn is het schoolvoorbeeld van activisme en kraakbeweging. Een met afbraak bedreigd, statig gebouw wordt in 1990 ingenomen door een kunstenaarscollectief. Heel het bouwblok wordt een

centrum voor alternatieve cultuur. Ook dichter bij huis zijn er interessante voorbeelden. Station Brussel-Kapellekerk is een spoorweghalte in de Brusselse wijk de Marollen. Het station ligt aan de Noord-Zuidtreinverbinding. ‘Recyclart’, een centrum voor creatie en vernieuwing, vestigt zich sinds 2000 in het stationsgebouw. De ruimtes in het gebouw werden omgebouwd tot polyvalente ruimtes, werkateliers, een café/restaurant en een secretariaat. Muren en gevels zijn voorzien van kleurrijke graffititekeningen. Bovenstaande voorbeelden zijn excentriek en toch op verscheidene manieren interes­ sant. Enerzijds vinden vergeten spleten en kieren van de stad haast geen bestemming. Meer alternatieve programma’s zijn een uitgelezen kans om ook aan deze plekken betekenis te geven. Anderzijds valt het niet te onderschatten wat de noodzaak is van zichtbaarheid van een levendige jeugdcultuur in het stadsweefsel. Waarom besteden we veel aandacht aan het bepalen van identiteit door mode? Kan dat ook niet door het inrichten van ruimte? In een ruimte die meer en meer bepaald wordt door een egaliserende economie is de aanwezigheid van andere onderstromen des te meer essentieel. Tom Thys, architect www.tomthys-architecten.be


dossier•6

N E S S U M S D A T S Thuis in de stad

Job (Gent) en Msc Ahlan (Antwerpen) zijn stadsmussen. Ze liggen in of aan de rand van de stad. Ze kennen de uitdagingen van een stedelijke context. En ook de kansen. Formaat vroeg hen om te dromen van het ideale jeugdhuis in de stad. Tekst: Lotte Van de Werf & Don Pandzou

MSC AHLAN Antwerpen

“We hebben een speciale band met onze buurt” Msc Ahlan is een echte stadmus. Het jeugdhuis ligt vlakbij het stadscentrum van Antwerpen. En daar voelt het jeugdhuis zich opperbest. Msc bouwde een sterke band op met de jongeren uit de buurt. En dat willen ze vooral verderzetten.

Grote broer In Antwerpen is het aanbod voor jongeren groot en dus ook de concurrentie voor het jeugdhuis. “Het zijn onze trouwe leden die er­ voor zorgen dat we overeind blijven binnen dat grote aanbod in de stad”, vertelt Hassan (25). Hassan is verantwoordelijk voor de ontmoetingsruimte in het jeugdhuis. En ontmoeting staat hier centraal. Jongeren weten dat ze hier een veilige plaats vinden waar ze zichzelf kunnen zijn en zich positief kunnen ontwikkelen. Voor veel van hen is Msc een tweede thuis. MSC is een soort van grote broer. Iemand die je hand vasthoudt als dat nodig is.”

Specifieke noden Het jeugdhuis ligt in de Antwerpse wijk ‘Noord’. Een buurt waar veel jongeren wonen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond. Het Noord is zeker ook niet de meest kapitaalkrachtige buurt van Antwerpen. “Daar stemmen we ons aanbod op af”, vertelt Hassan. “We proberen de toegangsprijzen voor activiteiten altijd zo laag mogelijk of zelfs gratis te houden.” Msc Ahlan doet meer dan de prijzen laag houden om jongeren te bereiken. “Antwerpen Noord is een wijk met specifieke noden. Als jeugdhuis moet je die noden kennen en er op inspelen”, vult Hassan aan. “Een belangrijke troef is dat de meeste begeleiders zelf zijn opgegroeid in de buurt. Ze weten dus wat jongeren zoeken. Dat zorgt voor een nauwe vertrouwensband tussen de leden en begeleiders. Inhoudelijk is ons aanbod afgestemd op de interesses van onze doelgroep. Zo staat er veel sport op het programma en ook taalklassen en huistaakbegeleiding.”

Band met de buurt Msc Ahlan heeft duidelijk een bijzondere band met de buurt. Op de vraag waar ze het jeugdhuis zouden neerzetten als ze het konden oppakken en een nieuwe locatie geven, is het antwoord dan ook dat ze tevreden zijn zoals het is. “Msc maakt deel uit van deze buurt”, antwoordt Hassan. Het jeugdhuis is goed bereikbaar, ligt vlakbij het bruisende Park Spoor Noord en tussen twee moskeeën. “De kleurrijke gevel zorgt ervoor dat we opvallen in het straatbeeld. En uiteraard ook de jongeren die rondhangen voor het jeugdhuis. Zij zijn een levend uithangbord voor onze werking.”

Samenwerken Ook door samen te werken met verschillende partners krijgt het jeugdhuis veel zichtbaarheid. “Om een gevarieerd aanbod te hebben, heb je nood aan een sterk netwerk. We werken dus samen met partners uit verschillende sectoren, zoals bv. Buurtsport Antwerpen. Onze vrijwilligers helpen ook vaak mee op activiteiten van partners. Je gezicht en inzet laten zien op verschillende events en activiteiten in de buurt is belangrijk.” Van welke partnerships het jeugdhuis nog droomt? “Ons jeugdhuis bereikt vooral jongeren met diverse roots. We zouden graag samenwerken met een ander jeugdhuis om uit te wisselen, van elkaar te leren en gemixte activiteiten te organiseren. Dat lijkt me echt een meerwaarde”, laat Hassan weten.

Msc Ahlan droomt van:

• Een samenwerking met een ander jeugdhuis. • Meer van wat ze nu al realiseren: sterke partners en een nauwe band met de (jongeren uit) de buurt.

www.mscahlan.be


dossier•7

Eigenzinnig

© Glenn Beyst

JOB Gent

“Wat als een jeugdhuis geen vaste bestemming heeft?” Job ligt op vijf kilometer van het stadscentrum in Gent. De studentenstad heeft een enorm aanbod voor jonge mensen. Job eist z’n plek op door vooral gewoon z’n ding te doen. Waar het kernteam van droomt? Een jeugdhuisboot die de Gentse wateren doorkruist.

I have a dream “Bereid je voor op een heel dromerige toestand”, waarschuwt Job. Want wat gebeurt er als het jeugdhuis geen vaste bestemming heeft? Wie de droom van Job bekijkt, wordt meegezogen naar de Genste wateren. Een gigantisch jeugdhuisschip doorkruist de vaart. Aan boord? Veel volk en muziek. Als het schip aanmeert, komen er mensen aangehold. Iedereen wil erbij zijn. Een grote zeppelin kijkt uit over de feestlustige jeugdhuisbezoekers. Wie de zeppelin ziet, weet waar het feest is. Alle hens aan dek!

De supermarkt

Job zweeft ergens tussen droom en daad. Toch is het team ook realistisch. “Als jeugdhuis in de stad moeten we opboksen tegen een groot aanbod. Toch proberen we daar niet te veel bij stil te staan en vooral ons eigen ding te doen. We proberen eruit te springen door ons naar specifieke doelgroepen en subculturen te richten zoals punkrock, metal en ska. Je moet durven specifiëren. Je kan niet altijd iedereen aanspreken. We werken tegenwoordig ook samen met lokale muziekorganisaties om evenementen op poten te zetten. Als er concurrerende events zijn van jeugdverenigingen uit de buurt, proberen we daar rekening mee te houden in de planning. En ook met de grote events van de stad zoals de Gentse feesten en de Student Kick Off houden we rekening.”

Persoonlijk Job is een veelzijdig jeugdhuis. Hoe ze zichzelf omschrijven? Eigenwijs, kleinschalig, gezellig, dynamisch en gevarieerd. “We steken onze persoonlijkheid in ons aanbod . We programmeren en organiseren activiteiten waar we zelf 100% achter staan. De programmatie is een weerspiegeling van onze eigen, diverse interesses. Het maakt het aanbod heel gevarieerd en daardoor bereiken we veel verschillende doelgroepen. Onze gewone programmatie trekt vooral jongeren uit de buurt aan. Als we optredens organiseren, bereiken we mensen buiten Gent omdat het vaak over heel specifieke genres gaat. Om het publiek in Gent te bereiken zetten we gratis activiteiten in de agenda van Gratis in Gent. Je moet constant zoeken naar de juiste kanalen om de juiste mensen te bereiken.”

Partners “In onze droom zouden we meer samenwerken met omliggende jeugdhuizen en organisaties. Nu blijven die samenwerkingen vaak beperkt tot het uitwisselen van materiaal. Effectief samen met or­ ganisaties en andere jeugdhuizen uit de buurt een evenement op poten zetten, dat is iets wat we in de toekomst graag willen doen.”

Job droomt van:

• Een zichtbare plek in de stad. • Een jeugdhuis zonder vaste bestemming (boot). • Straffe samenwerkingen met partners en andere jeugdhuizen.

In realiteit ligt het jeugdhuis vlak naast een grote parking van een supermarkt. Een plek waar je niet onmiddellijk een jeugdhuis verwacht. Het team van Job ziet gelukkig ook de voordelen van die ligging. “We hebben geen rechtstreekse buren en zorgen dus niet voor geluidsoverlast. En als we iets nodig hebben van de winkel, is die naast de deur.” Hoe het jeugdhuis er voor zorgt dat het opvalt in het straatbeeld? “Ach, we zijn begonnen met het licht aan te doen en langzamerhand vormde er zich een beschaving rond ons. Het begon met de kerk, later de Carrefour, nu zelfs al een frituur en kermis.” © Mathias Maes

www.facebook.com/jeugdhuisjob


dossier•8

D E T I N U S L E S BRUS uismodel Nieuw jeugdh

Brussel is niet zomaar een stad. Het is een wereldstad. Waar de uitdagingen van een gewone stad nog groter zijn. Bovendien is de Brusselse context er een met twee taalgemeenschappen, negentien gemeentes en geen algemeen jeugdbeleid. De Brusselse jeugdhuizen bundelen sinds kort de krachten in de overkoepelende vzw Jhob. Tekst: Lotte Van de Werf m.m.v. Finn Van Dinter

Jhob staat voor jeugdhuisondersteuning Brussel. De vzw centraliseert de tewerkstelling die er was in vijf Brusselse jeugdhuizen. De vijf beroepskrachten staan samen met een coördinator in voor de ondersteuning van zeven jeugdhuizen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: ’t Mutske, Tongeluk, De Branding, Alleman, De Schakel, ’t Uilekot en De Kuub.

“Ruimte in Brussel is schaars en duur. Pop-up jeugdhuizen kunnen daar een antwoord op zijn” Vroeger maakte Brussel een onderscheid tussen jeugdclubs en jeugd­ huizen. Een jeugdclub was een vrijwilligersinitiatief, het jeugdhuis in zijn meest pure vorm. Als zo’n jeugdclub aan bepaalde voorwaarden voldeed, kon het subsidies ontvangen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie om een betaalde werkkracht in dienst te nemen. De jeugdclub werd dan een jeugdhuis. Klinkt mooi. Maar in realiteit zorgde dat ervoor dat er vijf sterke, gesubsidieerde jeugdhuizen waren. En dat heel wat andere initiatieven weinig groeikansen kregen of werden afgeschrikt. Het nieuwe model van de Jhob is hier een antwoord op. Het zorgt voor een herverdeling van competenties en middelen vanuit een centrale vzw. De Jhob is een work in progress. Het nieuwe model werd nog maar net opgestart. In eerste instantie houden de beroepskrachten zich nu bezig met de ondersteuning van de zeven jeugdhuizen die er al zijn in

De Brusselse context

• Conflicterende overheden: lokale (vaak Franstalige besturen) versus de Vlaamse Gemeenschapscommissie. • Ruimte in Brussel is schaars en duur. • De concurrentie in een wereldstad als Brussel is nog harder.

Brussel. Ieder jeugdhuis kreeg twee peters. De beroepskrachten zullen zich vooral bezighouden met inhoudelijke ondersteuning van de verschillende werkingen. De administratieve taken en het zakelijk beheer zouden meer worden opgevolgd door de raad van bestuur. Op termijn is het de bedoeling dat er vanuit de Jhob ook nieuwe ini­ tiatieven kunnen ontstaan. Zo is er het idee om pop-up jeugdhuizen in te richten die inspelen op de noden en behoeften van een bepaalde buurt. Ruimte in Brussel is schaars en duur. Door tijdelijke invullingen te geven aan leegstaande panden is het mogelijk om meer in het cen­ trum jeugdhuizen te openen. De jeugdhuizen die er nu zijn in Brussel hebben een locatie meer in de rand, in een van de deelgemeenten. Dat is zo omdat er in het centrum van Brussel weinig (betaalbare) ruimte is. Bovendien is de concurrentie van het commercieel aanbod van clubs, cafés en cultuur er groot voor een ‘klein’ jeugdhuis. Het jeugdhuis profileren in zo’n grootstad is dus een hele uitdaging. Door de krachten te bundelen zal dat makkelijker gaan. De jeugdhuizen behouden elk een eigen profiel, maar er kan voor bepaalde activiteiten bijvoorbeeld wel een gemeenschappelijke communicatie worden gevoerd. En er zijn ook gemeenschappelijke projecten mogelijk zoals een gezamenlijk workshopaanbod. De Brusselse jeugdhuizen bundelden vroeger ook al de krachten. Een keer per jaar organiseren ze samen het muziekfestival Bruksellive. Dat festival is hét uithangbord geworden voor de jeugdhuizen in Brussel. In 2014 staat de tiende editie op de kalender.


dossier•9

RUIMTE VOOR JONGEREN IN HET CENTRUM VAN DE STAD STAAT ONDER DRUK. En dat is niet nieuw: initiatieven van en voor jongeren hebben altijd moeten vechten om een plaats te veroveren. Er is weinig plaats in de stad en er zijn veel gegadigden. Daarbij komt dat initiatieven van en voor jongeren risico’s met zich meebrengen. Ze zijn geen garantie voor succes en zijn vaak de oorzaak van allerlei soorten overlast. Het eindproduct is vaak onaf, het geheel in het beste geval een ‘geregelde chaos’. Dat wordt al snel problematisch in de ogen van bewoners en handelaars uit de omliggende straten. Die zien eerder de risico’s dan de kansen. Een initiatief wordt daarom vaak met argusogen gevolgd. Aan de andere kant zijn er de projectontwikkelaars, de oplopende kosten, de tekorten op de stadsbegroting en de noden van andere sectoren. Het zijn externe factoren die ervoor zorgen dat de druk op ruimte voor jongeren in het stadscentrum sneller lijkt te stijgen dan ooit.

EEN BLIK OP DE STAD DRUK OP JONGERENRUIMTE Jan Maas, Kavka

“Door kwaliteit te leveren, wordt een plek relevant en krijgt ze een bestaansreden. En dat is een basisargument om ruimte mee te claimen” Die meerwaarde zien ze soms niet in. Onderzoeken en cijfers zijn daarbij handige tools die op sectorniveau ontwikkeld kunnen worden. Hoe ga je om met die stijgende druk? In elk geval moeten lokale overheden het belang en de meerwaarde van jongeren in het stadscentrum blijven inzien. Met termen als activering, ondernemerschap, participatie en stadsontwikkeling in zowat elk bestuursakkoord mag dat geen probleem zijn. Toch is het een eerste uitdaging: hen (blijven) overtuigen dat jongerenwerkingen bieden wat steden zoeken. In de positieve zin van het woord. En niet enkel de schepen van jeugd. Ook lokale politici die instaan voor economie, tewerkstelling of stadsontwikkeling hebben baat bij de aanwezigheid van jongeren in hun stadscentrum: zij kunnen hun doelstellingen helpen realiseren.

De tweede uitdaging: omgaan met de risico’s. Die risico’s ontkennen heeft namelijk een averechts effect. Een buurt die weet wat ze kan verwachten van een jongerencentrum en mee nadenkt over oplossingen, kan een sterke partner zijn in plaats van een bedreiging. Hetzelfde geldt voor politie, handelaars of lokale politici. Een goed contact tussen alle partijen voorkomt dat problemen nodeloos escaleren. Veel en open communiceren dus. Anderzijds moeten we de risico’s ook actief durven inperken en maatregelen durven nemen. Dat kan gaan van striktere reglementen en extra controles tot het gedeeltelijk of zelfs volle-

dig herdenken van een werking (lees: andere doelstellingen, andere activiteiten en –wie weet- een ander publiek). Tussen het overtuigen en indekken van risico’s ligt er nog een derde uitdaging: goed werk leveren en een beetje succesvol zijn. Het lijkt voor de hand te liggen, maar ook dat blijft een uitdaging om mee te nemen. Door kwaliteit te leveren en daarmee voldoende jongeren te bereiken, wordt een plek relevant en krijgt ze een bestaansreden. En dat is een basisargument om ruimte mee te claimen. Alles bij elkaar is ruimte voor jongeren in de stad een ingewikkelde evenwichtsoefening, een combinatie van overtuigen, communiceren en relevant blijven. Een professioneel kader voor expertise-opbouw en een stabiel eigen bestuur zijn daarbij essentieel. En laat de rest maar aan hen zelf over. Jan Maas, coördinator events en programmatie bij jongerencentrum Kavka, Antwerpen www.kavka.be


dossier•10


Broedpla vernieuwing

Tekst: Lotte Van de Werf

Pop-up Een fenomeen dat je steeds vaker ziet opduiken zijn de pop-ups. Het zijn kortstondige shops, events, bars, cultuurplekken … die voor een be­ paalde duur ‘oppoppen’ om nadien weer uit het stadsbeeld te verdwij­ nen. Ze zijn een antwoord op de dynamiek en vluchtigheid van de stad. Ze spelen in op de honger van mensen naar verrassing en vernieuwing. Hun tijdelijkheid maakt het concept aantrekkelijk: je moet er nu heen, want binnenkort is het weer weg. Het concept pop-up geeft ruimte om te experimenteren, om het eens ‘anders’ te proberen, om jezelf heruit te vinden. Zo richtte het Antwerpse Diamantmuseum in samenwerking met AmuseeVous onlangs een pop-upmuseum in binnen de muren van jongerencentrum Kavka. Het tijdelijk museum was in handen van de jongerencrew van het museum – de zogenaamde Diamond Friends Forever. Ze experimenteerden er met zowat elk aspect van een museaal project zoals het onthaal, de toegangstarieven en de scenografie. Het werd een participatief museum dat in functie van het publiek groeide en werd bijgesteld. Een belevenis, niet zomaar een bezoek. Een persoonlijk experiment om formats en methoden uit te testen. Pop-ups zijn ook een manier om leegstaande panden een tijdelijke in­ vulling te geven. In Londen kreeg een oud tankstation een tijdelijke bestemming als Cineroleum, een pop-upcinema. Het designersplatform De Invasie bezette onlangs het leegstaande etnografisch museum in Antwerpen en DOK in Gent palmt een leegstaande site in de haven in. Vaak gaat het om unieke ruimtes die de ‘bezetters’ ervan stimuleren om er een creatieve invulling aan te geven.

“Als jeugdhuis in de stad of de stadsrand maak je deel uit van de dynamiek van een stedelijke context” In Berlijn ontstond twee jaar geleden een project dat op een unieke manier gebruik maakt van het pop-upfenomeen. Uit een bevraging bij zo’n 300 Berlijnse jongeren bleek een groot tekort aan openbare ruimte voor eigen projecten. Het internationale Jongeren kunst en cultuurhuis Schlessische 27 reageerde daarop met het project ‘Die Jungen Pächter’. Jongeren krijgen er voor een bepaalde periode een verlaten win­ kelpand, een leegstaand café of een verlaten loods in gebruik. Daar mogen ze hun eigen ding doen. Ze krijgen ook een klein budget en de ondersteuning van mentoren uit de Berlijnse cultuurscene. Het zijn tijdelijke, kleine, creatieve vrijplaatsen voor en van lokale jongeren. Een beetje zoals een jeugdhuis, maar dan pop-up en dus tijdelijk. Wat de

Het Berliljnse project ‘Die Jungen Pächter’ geeft jongeren voor een bepaalde periode een verlaten winkelpand, een leegstaand café of een verlaten loods in gebruik.

jongeren op een andere manier uitdaagt, wat hun engagement in tijdsduur beperkt en wat zorgt voor een ongelooflijke dynamiek, want keer op keer gebeurt er iets nieuws. (junge-paechter.de)

All in one Een stad biedt oneindig veel mogelijkheden. Je kan er kiezen uit veel. En liefst van al hebben we alles tegelijk. We willen optimaal genieten en beleven. We willen graag én tv-kijken én terwijl de laatste Facebooknieuwtjes checken. En als we wachten op onze propere was, willen we geen tijd verspillen. Dat wordt heel anders als je tijdens het wassen rustig koffie kan drinken, je haar kan laten knippen of een gezelschapsspel kan spelen. En als er livemuziek en aperitief bij komt kijken, dan wordt wassen helemaal een deugd. Dat is het geheime recept van de WASBAR. Het concept maakt korte metten met de oersaaie routine van het wachten op je was in een TL-verlichte wasserette en maakt er een sociale happening van. Het combineert noodzaak met deugd en brengt mensen samen. Tijdens een brainstorm over creatieve ondernemingen met enkele jeugdhuizen kwamen er gelijkaardige ideeën naar boven. Wat als er in het jeugdhuis een fietsherstelplaats zou zijn, zodat je na een avondje doorzakken huiswaarts kan keren met werkende remmen en een brandend achterlicht? Of als je oma kan komen eten in het jeugdhuis, terwijl zij de naad van je kapotte broek repareert? In combineren zit toekomst. Ook festivals spelen in op die trend. Neem bijvoorbeeld het kleinschalige festival ‘Deep in the Woods’. Niet zomaar een muziekhappening. Want je kan er ook wandelen, je haar laten knippen en deelnemen aan een yogasessie. En ook winkels blijven niet achter op de trend van het combineren. Een boek kopen en een koffie drinken? Een broek kopen met een cakeje erbij? Mensen gaan op zoek naar meerwaarde. Naar kleine momenten van geluk en samenzijn.

dossier•11

CITY LatIsFvEoor

Steden zijn de toekomst. Het zijn broedplaatsen van creativiteit en innovatie. Het is daar dat trends ontstaan en binnensijpelen. Dat subculturen een weg vinden en zoeken door spleten en kieren. Het zijn dynamische omgevingen. Altijd in beweging. Altijd op zoek. Inspelend op vernieuwing en verandering. De stad is een uitdagende context die heel wat kansen biedt voor wie ze ziet. We zoomen hier in op een aantal inspirerende stadsfenomenen.


dossier•12

How to move the city

Urban green In steden wordt veel ruimte niet benut. Ruimte waar je perfect zelf je groenten, fruit en kruiden kan verbouwen. Urban farming, urban agriculture, stadstuinieren … hoe je het ook noemen wil: het wordt steeds populairder. De trend is – zoals de meeste trends – ontstaan in Amerika en is langzamerhand overgewaaid naar hier. Urban farming neemt onbenutte ruimte in de stad in om er kleine of grote stadstuinen in te richten. Een klein balkon, een braakliggend stuk grond, een plat dak, openbare tuinen of parken. Het zijn allemaal plaatsen waar food en groen kan groeien. Stadslandbouw zorgt zo enerzijds voor een beter klimaat (meer groen), maar heeft ook een belangrijke recreatieve en sociale functie. De meeste urban farming projecten zijn immers gezamenlijke moestuinen, waar een hele buurt of wijk aan meewerkt. Bovendien laten de vele urban green initiatieven zien dat je zélf het heft in handen kan nemen als burger.

• Een pop-up museum/shop/expohal in je jeugdhuis • Een pop-up project van het jeugdhuis in een leegstaand winkelpand in het centrum van de stad • Een fietsherstelplaats/kapper/naaiatelier naast je toog • Een volkstuin op je dak

“Een stad biedt oneindig veel mogelijkheden. Je kan er kiezen uit veel. En liefst van al hebben we alles tegelijk” Kavka in Antwerpen pikte de trend vorig jaar al op. Op de binnenkoer van het jongerencentrum is een moestuin geïnstalleerd. Er wordt getuinierd in 32 bakken van 1 m². Jongeren en buurtbewoners kunnen hier telkens voor een jaar groenten kweken en oogsten. Zij krijgen de helft van de oogst, de andere helft gaat naar de volkskeuken van Kavka. Een project dat niet alleen lekker is, maar ook de groepssfeer en buurtwerking bevordert. En ook het Leuvense Sojo startte dit jaar met een buurttuin. Het jeugdhuis kreeg in de buurt van zijn gebouw een lapje grond in beheer. Daar startte het een sociaal-ecologisch project samen

Urban farming neemt onbenutte ruimte in de stad in om er kleine of grote stadstuinen in te richten.

met vijfentwintig buurtbewoners van verschillende leeftijden en nationaliteiten. Om de buurttuin kenbaar te maken, organiseren ze verschillende workshops onder andere rond composteren, bijen en zaden. Deze zomer nog opende Brussel een ‘Eetbaar park’ op de Kunstberg in het hart van de stad. In tientallen bakken groeien kruiden en ‘vergeten’ groenten. Tijdens de zomermaanden was er wekelijks een ApéroVert waar je de groenten kon proeven en recepten kon uitwisselen. En het Gentse kunstencentrum Vooruit opende deze zomer zijn Gar­ den of Green Bastards. Door de bouw van het nieuwe terras aan de zijgevel van Vooruit ontstond de opportuniteit om een groengevel te bouwen waarop artistieke en maatschappelijke collectieven kunnen experimenteren. Green Bastards is het eerste collectief van artiesten en doeners dat te gast is op de groentoren. Het project past in de rol van Vooruit als kritisch forum: the Garden of Green Bastards helpt om de problematiek van de industrialisering van landbouw en voeding bespreekbaar te maken en het zal eindigen met het verspreiden van zaden van vergeten groenten.

Let’s innovate Als jeugdhuis in de stad of de stadsrand maak je deel uit van de dynamiek van een stedelijke context. Een context waar dingen bewegen, groeien en ontstaan. Waar overgewaaide trends wortelen en wegen zoeken. Trends waar je als jongerenplek op kan meesurfen, waar je een aantal ingrediënten van kan gebruiken en omvormen tot je eigen innovatieve idee of waar je zelf eigen zaden kan lossen en doen groeien. Kavka tuiniert samen met buurtbewoners in bakken van 1m².


dossier•13

DE BEVOLKING IN ONZE CEN­ TRUMSTEDEN NEEMT TOE. Jonge gezinnen gaan steeds meer en meer in de stad wonen. In Mechelen is dit niet anders. Mechelen is weer hip. Het is van groot belang dat het beleid, lokaal en bovenlokaal, vandaag antwoorden zoekt op de verjonging van de stad. Jeugdwerkbeleid en dus ook jeugdhuisbe­ leid, is een essentieel en emanciperend be­ standdeel van een breed jeugdbeleid. Het is belangrijk dat jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding hebben. Dit geldt zowel voor jongeren aan de rand van de stad, als voor jongeren in de binnenstad. Het verschil willen we de komende jaren maken voor de groep jongeren tussen de 15 en 25 jaar. Voor hen zoeken we letterlijk een plaats in de stad. Het uitbouwen van jeugdculturele zones in de binnenstad en net buiten de stad, is een prioriteit in het Mechelse jeugdbeleid. In het stadscentrum hebben wij dit jaar Villa32 geopend, de uitvalbasis van de dienst Jeugd en tegelijk een centraal ankerpunt voor de jongeren. De naam villa duidt niet op een groot of luxueus gebouw, maar wijst op de veelzijdigheid aan projecten en initiatieven die allemaal onder hetzelfde dak huizen. Naast Villa32 huist H30, de artistieke werk­ plek voor jongeren. Op die manier is Villa32/ H30 een jeugdculturele zone midden in het stadshart. Het zijn deze kruisbestuivingen tussen de leefwereld van jongeren met andere maatschappelijke actoren, die model moeten staan voor een eigentijds jeugdbeleid. Nog maar net verhuisd naar Villa32 kreeg het project al een prestigieuze prijs. Recent won H30/

EEN BLIK OP DE STAD JEUGDCULTURELE ZONE Greet Geypen, schepen in Mechelen

“De stad moet jongeren omarmen en hen e en zichtbare plek geven in de binnenstad. Hun aanwezigheid creëert een dynamiek in de stad”

Villa32 de publieksprijs ‘Thuis in de Stad’, als beloning voor de innovatieve manier waarmee het een antwoord biedt op maatschappelijke uitdagingen. Een veelbelovende start dus. Een jongerenontmoetingsplek kan in deze opvatting niet verbannen worden uit de stad. De stad moet de jongeren omarmen en hen een zichtbare plek geven in de binnenstad. Hun aanwezigheid creëert een dynamiek in de stad. Ondersteuning van het jeugdwerk is één van onze beleidsprioriteiten, waar we de komende jaren zwaar op willen blijven inzetten. Hierbij hebben wij bijzondere aandacht voor de jeugdhuizen. In Mechelen zijn er vijf jeugdhuizen actief, waarvan één in het stadscentrum. Enkele keren per jaar organiseren wij het Jeugdhuizenoverleg Mechelen, een overleg waarop alle jeugdhuizen aanwezig zijn. Hierop bespreken wij de problemen die zij in hun werking ervaren, formuleren we hier antwoorden op en worden er initiatieven genomen om de jeugdhuizen te ondersteunen en promoten. Naast een jeugdhuis en Villa32/H30, hebben we in de Mechelse binnenstad nog WakaWaka Generation. Dit is een initiatief van enkele jongeren die rondhangende jongeren aan het station een alternatief willen bieden. Volgend jaar willen wij in overleg met de jeugdhuizen het subsidiereglement herbe­ kijken. Nu ligt de nadruk erg op kwantiteit (openingsmomenten, aanbod …). We willen ook meer aandacht hebben voor kwaliteit in de jeugdhuizen. Hiervoor willen we het belang van kadervorming laten meespelen in het subsidiereglement. We moeten durven blijven investeren in jongeren. Want investeren in jongeren is investeren in de toekomst van onze stad. Greet Geypen, schepen van Ruimtelijke Ordening en Jeugd & Gezin, Mechelen


dossier•14

! T U O T E G . N I ZOOM in de stad Verover je plek

BOLWERK

Als jeugdhuis je plek veroveren is in de stad een pak moeilijker dan in een dorp. Wil je die plek veroveren, dan is je buurt een onmisbare factor. Door je anker uit te gooien op de juiste plaatsen in jouw deel van de stad, bouw je aan een sterk netwerk. Bij de cultuureducatieve organisatie Bolwerk is de buurt een rode draad. Ruben Benoit is er algemeen coördinator. Volgens hem is het een grote meerwaarde voor jeugdhuizen om uit hun cocon te breken. Tekst: Jolien Clauw

BOLWERK BUURT Bolwerk is een cultuureducatieve organisatie uit Kortrijk. De vzw organiseert workshops voor een zeer breed publiek rond onder andere textiel, constructies met afval en beeldende kunsten. Daarnaast houdt Bolwerk zich bezig met straattheater. De organisatie heeft een eigen ‘huisband’ en heel wat evenementen van Bolwerk leiden tot toonmomenten in de publieke ruimte. De buurt is een rode draad in de werking van Bolwerk.

Café Congo Sinds kort heeft Bolwerk ook een eigen ontmoetingsplaats, Café Congo. “Café Congo is een jeugdhuis dat zich profileert als plek waar creatie en presentatie centraal staan. Onder de noemer van Bolwerk werken we zeer vaak samen met organisaties uit de buurt. We doen projecten met de buurt, met andere jongerenwerkingen, met scholen, enzovoort”, vertelt organisator Ruben.

Straattheater als teaser “De focus die we op straattheater leggen is een belangrijke teaser om nieuw volk in onze werking te krijgen”, vult Ruben aan. “Jaarlijks doen we een winters straattheaterfestival ‘Feux d’Hiver’. Daar komt veel volk uit de buurt op af. Straattheater is een laagdrempelig medium dat mensen meteen aanspreekt en hen prikkelt om nieuwe dingen te ont­ dekken”. Ruben vindt de intensieve promotie van activiteiten in de buurt belangrijk. “Door zelf promotie te voeren, leren mensen je kennen. De tijd nemen om met iemand een babbeltje te slaan en wat uitleg te geven over waar je mee bezig bent, is een goede zet. Zo leer jij ook wat er in de buurt leeft en daar kun je dan weer op gaan inspelen met je aanbod”.

Breek uit je cocon Volgens Ruben is het een grote meerwaarde voor jeugdhuizen om uit hun cocon te breken. “Nu weerspiegelen jeugdhuizen niet altijd de diversiteit die in een stad leeft. Door zelf met je werking naar buiten te treden, kom je in contact met heel wat verschillende mensen. Zo leg je contacten met gedreven en enthousiaste jongeren die een meerwaar­ de kunnen betekenen voor je werking. Werken buiten je eigen muren zet aan tot samenwerking en werkt inspirerend. Je moet als jeugdhuis durven ‘out of the box’ denken en iets in de publieke ruimte durven doen. Zo doorbreek je je eigen vaste stramien van werken, maar ook die van de mensen in je buurt. Zolang je met goesting en passie naar buiten komt, zullen mensen geprikkeld zijn om mee te doen.”

Ruben (Bolwerk):

“Werken buiten je eigen muren zet aan tot samenwerking en werkt inspirerend”


dossier•15

Zoom it

Hoe zorg je voor lokale verankering in de stad? Deze tool helpt je op weg om in te zoomen en buiten te komen. Zoom in Als je wil inspelen op je buurt, moet je die buurt kennen. Zoom in! 1 Neem een grote kaart van de stad Leg de kaart op de vergadertafel. Verzamel stiften, legoblokjes, speelgoedventjes en boompjes. 2 Maak de kaart van je buurt op Waar zijn de scholen? Waar gaan jongeren uit? Waar wonen de jongeren en waar de ouderen? En de mensen met een andere afkomst, waar zitten die in je buurt? Waar zijn de parken en pleinen. Welke partners zijn er in je omgeving? Is er een cultuurcentrum in je buurt? Waar zitten de verschillende jeugdbewegingen rond het jeugdhuis? Is er sportaccommodatie in de buurt? Duid ook aan waar je de grenzen van je buurt ziet. 3 Duid aan welke plaatsen interessant zijn voor je jeugdhuis Waar kun je het jeugdhuis nog beter gaan profileren? Welke plaatsen zijn interessant om promotie te gaan voeren? Met welke partners in de buurt zou je kunnen samenwerken? Duidt die plaatsen met een opvallende kleur aan op de kaart.

Mijn profiel

Maak een ingebeeld Facebookprofiel van je jeugdhuis. Stel dat je jeugdhuis een persoon zou zijn, van welke muziek zou die dan houden? Welke films? Waar zou die ge-

DEN EGLANTIER zoomt in en gets out

Jeugdcentrum Den Eglantier in Berchem zoomde in op de buurt en zocht zo naar de ideale activiteit om mee naar buiten te komen.

Zoom in: diverse buurt De wijk ‘Groenenhoek’, waar het jeugdhuis ligt, kent veel verscheidenheid. Er wonen zowel hoogopgeleide jongeren als kansarmen. Over het algemeen is er wei­ nig sociale cohesie in de wijk. De wijk heeft een relatief klein cultureel aanbod voor jongeren. De cafés richten zich voornamelijk op oudere mensen. Er zijn enkele grote middelbare scholen voornamelijk ASO, met jongeren uit de wijk. De Steinerschool trekt jon-

studeerd hebben? Van welke groepen zou je jeugdhuis lid zijn? Wat zou je jeugdhuis ‘vind-ik-leuken’? Wat schrijf je bij ‘over jou’? Denk bij deze oefening vooral na over het beeld dat je als jeugdhuis naar de buitenwereld wilt brengen. Je kan het sjabloon achteraan dit dossier gebruiken voor deze oefening.

Analyse

Breng beide oefeningen samen en denk na over volgende vragen: 1 Komt het beeld dat je met je jeugdhuis wilt naar buiten brengen overeen met de interesses van de mensen in je buurt? 2 Is het beeld dat je naar buiten wilt brengen breed genoeg om de verschillende subculturen die in je buurt wonen te bereiken of richt je je naar een kleine groep jongeren? 3 Waar in je buurt past je jeugdhuis best? Stel dat je je jeugdhuis zou mogen verplaatsen naar een andere plek, waar zou dat dan zijn?

Get out

Denk na over een activiteit die een groot deel van de mensen in je buurt bereikt. Hou geen rekening met leeftijden, maar met de factor die al die mensen bindt. Is er in de buurt een café dat tijdens voetbalmatchen steeds stampvol zit? Organiseer dan eens een voetbaltornooi voor mensen uit de buurt, mét barbecue uiteraard. Doe eens een workshop graffiti óp het skatepark in plaats van in het jeugdhuis. Organiseer samen met het lokale buurtcentrum een Nieuwjaarsdrink in het jeugdhuis in plaats van in dat ongezellige zaaltje van ’t stad. Get out!

geren uit heel Antwerpen aan. Toch zijn het vooral jongeren uit de Steinerschool die naar Den Eglantier komen.

Get out: muziek in de wijk Het jeugdhuis slaagt erin om de verscheidenheid uit de buurt samen te brengen tijdens ‘Muziek in de wijk’. Dat is een muzikale vierdaagse die Den Eglantier organiseert in samenwerking met de buurtbewoners en De Zomer van Antwerpen. Het festival vindt plaats gedurende vier zaterdagen op rij tijdens de zomer. Voor de programmatie polst het jeugdhuis bij de verschillende inwoners van de wijk welke muziekgroepen zij graag willen zien optreden. Zowel lokale muzikanten als bands met een wat grotere naam vullen het programma. “Muziek in de Wijk geeft per­ fect de samenstelling van de Groenenhoek weer”, vertelt Michiel, beroepskracht in Den Eglantier. “Elke bevolkingsgroep die in de wijk woont is er aanwezig. Het is uitgegroeid tot een echt wijkfeest.”


dossier•16

ZOOM IN. GET OoUkpTr!ofiel

Mijn Facebo

Maak een ingebeeld Facebookprofiel van je jeugdhuis. Stel dat je jeugdhuis een persoon zou zijn, van welke muziek zou die dan houden? Welke films? Waar zou die gestudeerd hebben? Van welke groepen zou je jeugdhuis lid zijn? Wat zou je jeugdhuis ‘vind-ik-leuken’? Wat schrijf je bij ‘over jou’? Deze oefening kadert binnen de analyse van je jeugdhuis en de buurt op pagina 14 en 15 van dit dossier. Je kan ze zo uitgebreid maken als je wil. Dit is alvast een aanzet.


DOSSIER - Stadsmussen